__MAIN_TEXT__
feature-image

Page 1

P. 1

ANS JAAGT Algemeen Nijmeegs Studentenblad / jaargang 33, nummer 5


Tekst: Redactie Commentaar/ Deze ANS P. 2

COMMENTAAR Hij is dichtbij. Als dikke mist hangt de geur van zijn zweet in de lucht. Het zwakke maanlicht maakt het lastig om vormen te onderscheiden in het donkere bos, maar dat deert niet. Al je zenuwen staan op scherp. Één misstap en hij is er geweest. Enige tijd verroer je je niet. Het is muisstil. Dan, plots, het geluid van een takje dat breekt onder het gewicht van een voet. Je likt over je tanden en grijnst. Hebbes. De jacht op Spong was geen gemakkelijke. Weken heeft het je gekost. Een toppredator laat zich ook niet zo makkelijk vangen, dat wist je. Toch wilde je grootser. Moeflons zijn leuk en aardig, maar er smaakt niets beter dan een topadvocaat. De eerste stap was zoals bij elke andere jacht: het lokaas uitgooien. Een net interviewverzoek via de mail moest volstaan. Je had eigenlijk niet verwacht dat Spong meteen zou toehappen, maar binnen een dag mailde zijn secretaresse: ‘je mocht de beste man wel even bellen’. Een gevoel van adrenaline overviel je. Het eerste contact was gelegd. Maar iets in je waarschuwde je dat je voorzichtig moest zijn. Je rook urine. Dit was Spongs territorium. Niets bleek minder waar. De jacht kende vele tegenslagen. Al tijdens het eerste gesprek bleek Spong toch niet zo meegaand als zijn secretaresse voordeed. ‘Kom eerst maar naar mijn college tour, dan maken we daarna wel een nieuw afspraakje. Volgende week sta ik in Waalwijk. Ga daar maar heen.’ Met je staart tussen je benen hing je op. In totaal duurde het gesprek nog geen drie minuten.

DEZE

ANS 04 04 Opinie Goed gekeurd? Beste brede klassieke universteit van Nederland staat er in het midden van een gouden ster op de website van de Radboud Universiteit (RU). Maar voor de studiekiezer zegt dit keurmerk eigenlijk helemaal niks. De RU moet kritisch zijn op het gebruiken van dit soort keurmerken.

Gehoorzaam volgde je Spong naar Waalwijk. Daar zag je de prooi voor het eerst in levende lijve. Dichterbij dan ooit. Tussen de menigte nam je eens goed de tijd om hem te bestuderen. Ondanks zijn leeftijd maakte hij een strenge en imposante indruk. Overal in je lichaam voelde je weer het gevoel van gedrevenheid. Spoedig, Spong, zullen we elkaar weer zien. Spong dacht er anders over. Ondanks de belofte om een afspraak te maken, verdween hij zonder enkel spoor achter te laten. Dagen probeerde je hem met alle macht te traceren, zonder resultaat. Na twee weken was je geduld op. Tijd voor een andere aanpak. Deze keer zou je assertief zijn, direct op je doel afgaan. Vastbesloten pakte je de telefoon en belde direct naar zijn kantoor. Deze keer kon hij je niet ontwijken. Tevreden kijk je naar zijn hoofd aan de muur. Het volgende doelwit wacht. De redactie

08 08 Reportage Haastige spoed is zelden goed Flitsende lichten en loeiende sirenes: het werk van een ambulancemedewerker is een onvoorspelbare baan vol spanning en sensatie. Er komt echter meer bij kijken dan met veel lawaai over de weg scheuren. ANS liep mee in de meldkamer en de ambulancepost en zag hoe ambulancemedewerkers zich voorbereiden op de meest heftige situaties.


Tekst: Redactie Deze ANS/ Deze ANS niet P. 3

DEZE ANS 13 13 Interview Terrorist in toga? Gerard Spong is al meer dan veertig jaar werkzaam als strafadvocaat. In die tijd groeide hij uit tot een van de bekendste advocaten van Nederland. Dat hij grote criminelen bijstaat valt niet bij iedereen in goede aarde. ‘In de media worden advocaten afgebeeld als vleesgeworden duivels, zonder enige scrupules.’

18 18 Achtergrond Grote boze wolf Sinds januari is de wolf terug in Nederland. Al weken is het hele land in rep en roer, want voor het eerst in anderhalve eeuw hebben we er een echt “wild” dier bij. Past de wolf wel in ons land, waar natuur wordt gezien als vreedzaam en veilig? 05 Gevarendriehoek 07 Het Laatste Oordeel 16 Middenpagina 20 ANS-Online 21 De Graadmeter 22 Geen pasklare oplossing 25 Even denken 26 Tijdsgeest 28 Kamervragen 30 GoedVoorEenConsumptie/ Colofon 31 Crypto 32 Van de Baan

NIET

Puberruil Kamervragenkandidaat Shaja ging tijdens zijn bezoek aan het huis van Niek helemaal los. ‘Zo leuk dit, het is net Puberruil XL van vroeger!’ riep hij enthousiast uit voordat hij nog maar één voet over de drempel had gezet. Eenmaal binnen was Shaja niet meer te stoppen. Waar een bezoek aan de kamers normaalgesproken zo’n tien minuten duurt, was Shaja ruim drie kwartier bezig om alles te ontdekken. Ook Nieks huisgenoten ontkwamen niet aan de wervelwind. Zij werden onderworpen aan een waar kruisverhoor om echt alles over de bewoner van de kamer te weten te komen. Veel was er niet nodig om ze aan het praten te krijgen. Nieks huisgenoten deelden met liefde en plezier allerlei roddels over zijn laksheid in het opruimen, vreemde gewoontes en liefdesleven. Geen gaatjes Een college van Tandheelkunde bezoeken, zou voor ANS de uitgelezen kans kunnen zijn om haar toekomstige tandartsen te ontmoeten. Helaas zijn alleen mensen met een tandpastalach (en een pasje) welkom. Gelukkig is ANS niet op haar mondje gevallen en probeerde een toekomstige tandentrekker te strikken om haar binnen te laten. Zonder succes. ANS zal nu nooit te weten komen wie er in het vervolg in haar mond zal lopen te wroeten. Tijd is geld Tijdens de college tour vertelde Gerard Spong dat hij gemiddeld vijftig zaken per week behandeld. Hoe doet hij dat toch, vroeg de redactie zich nog af. En nog een grotere vraag: hoe heeft hij dan tijd voor ons? Die vraag werd wel beantwoord toen de redactie na een krap half uurtje interviewen vriendelijk werd bedankt. Gelukkig voor de voorkant was de fotograaf nog net brutaal genoeg om te vragen of hij een portretfoto mocht maken. ‘Snel dan’, stemde Spong in en na drie kiekjes had hij er ook weer genoeg van. Tijd is geld, ook als je vijfhonderd euro per uur verdiend.


Goed gekeurd? Tekst: Julia Mars en Floor Toebes/ Illustratie: Bibi Queisen P. P. 44

Opinie

GOED GEKEURD?

Jaarlijks publiceren Keuzegids en Elsevier een ranglijst van de beste universiteiten. Hoewel universiteiten graag pronken met deze keurmerken, is een rangschikking gebaseerd op studententevredenheid discutabel. De RU zou daarom twee keer moeten nadenken voordat ze van de daken schreeuwt dat ze beste van Nederland is. Rector magnificus Han van Krieken kan de vlag uithangen: in 2019 mag de Radboud Universiteit (RU) zichzelf volgens Keuzegids weer de beste klassieke universiteit van Nederland noemen. Elk jaar publiceert zowel Keuzegids als Elsevier een ranglijst van beste universiteiten van Nederland. De RU komt vaak uit de bus als het beste jongetje van de klas en is ook niet te bescheiden om hiermee te pronken. Het keurmerk is terug te zien op de website, op de open dagen en in de flyers. Bij het gebruik van de keurmerken kunnen echter flink wat vraagtekens worden gezet en het is maar de vraag hoe veel waarde de titel van beste universiteit echt heeft. Dus ‘beste’ RU: denk twee keer na voordat je de vlag uithangt. Een grote tRUc De RU mag zich volgens Keuzegids met 63 punten prijzen als beste klassieke universiteit. Een klassieke universiteit biedt uit de meest diverse vakgebieden studies aan. Binnen deze categorie zijn de verschillen echter minimaal: Groningen volgt de RU met een score van 62,5 en de ‘slechtste’ universiteit, de Universiteit van Amsterdam, heeft alsnog 54 punten. Daar komt nog eens bovenop dat de scores elk jaar vrijwel hetzelfde zijn. ‘Nijmegen en Groningen verschillen eigenlijk nauwelijks in score’, beaamt Han Werts, teamleider Institutional Research aan de RU. ‘Het gaat in dit geval om een verschil van een half puntje.’ Een verschil van een half punt in een tevredenheidsonderzoek is te beperkt om een hard onderscheid te maken en een winnaar uit te roepen. Dat weet de RU zelf ook, maar doet daar niets mee. ‘Als de RU op de eerste plek terechtkomt, dan weten we zelf ook wel dat het verschil met de tweede plek eigenlijk nietszeggend is’, zegt Werts. ‘Maar de resultaten worden wel zo gepubliceerd. Daar maken wij als marketingafdeling gebruik van.’ Overhaaste generalisatie Bas Belleman, hoofdredacteur van de Keuzegids, legt uit: ‘We kijken naar de studentoordelen uit de Nationale Studenten Enquête (NSE), maar ook naar studiesucces en expertoordelen.’ De studentoordelen tellen echter wel heel zwaar mee, namelijk voor 70 procent. ‘Studen-

ten krijgen allemaal dezelfde vragen in de NSE en daar maken wij een selectie uit. Zo komen we tot oordelen per opleiding en op basis daarvan worden de ranglijsten gemaakt.’ Allemaal leuk en aardig bij het vergelijken van studies, maar bij het vergelijken van universiteiten gaat deze vlieger niet op. Want hoeveel studiezaken zijn nou echt universiteitsbreed? Tandheelkundestudenten zijn op de RU letterlijk en figuurlijk ver verwijderd van studenten bij Letteren maar toch worden in de totstandkoming van de keurmerken de meningen van alle studenten op een hoop gegooid. Als tandheelkundestudenten heel positief zijn over werkplekken maar studenten Letteren zijn dat juist niet, dan krijg je een gemiddelde tussen die twee tegenpolen. De verschillen tussen Tandheelkunde en Letteren zie je niet in een ranking van instellingen. Deze kun je alleen vinden in de ranglijst van opleidingen.


Column Roel van Koeverden P. 5

In een universiteitsranking kan een slecht beoordeelde faculteit zomaar meeliften op het succes van een andere faculteit. Samen behoren ze immers tot de ‘beste’ universiteit. Dit toont aan dat het generaliserend werkt om de tevredenheid van alle opleidingen over een kam te scheren. Het keurmerk is op deze manier voor de studiekiezer niet relevant. Representativiteit Naast de manier van rangschikken zou het kunnen dat er wat rammelt aan de onderzoeksmethode van keurmerken. Keuzegids en Elsevier baseren hun ranglijsten grotendeels op de NSE. In deze enquête worden vragen gesteld om te achterhalen hoe tevreden studenten zijn over hun universiteit. Deze enquête wordt door 37 procent van alle studenten ingevuld. Dit zijn in absolute getallen veel respondenten, maar toch betekent dit niet per se dat het resultaat betrouwbaar is.

Een simpel keurmerk is helemaal niet zo veelzeggend. Er zijn grote verschillen in responsiepercentages tussen universiteiten. ‘In Rotterdam is de respons bijvoorbeeld 28 procent en in Maastricht is dat 47 procent’, vertelt Jelke Bethlehem, hoogleraar in de survey-methodologie aan de Universiteit van Leiden. ‘Er is dus een hele grote groep studenten die wel meedoet in Maastricht en niet in Rotterdam. Als er dan een verschil is tussen deze twee universiteiten moet je je afvragen: is er echt een verschil in tevredenheid of komt het door de non-respons? Het beste is als de responsiepercentages hoog en gelijk zijn, maar dit is helaas niet het geval.’ Met een responsiepercentage van 37 mis je een te grote groep en je kunt je afvragen of dat gevolgen heeft voor de betrouwbaarheid. ‘Wat ook een probleem van non-respons is’, gaat Bethlehem verder, ‘is dat de non-respondenten er vaak heel anders over denken dan de respondenten.’ Wie deze non-respondenten zijn, kan vanwege de nieuwe privacywetgeving niet worden onderzocht. Daarom wordt dit niet meegenomen in de resultaten van de NSE. Helaas blijft het om deze reden onduidelijk welk deel van de Nederlandse studenten nou eigenlijk wordt vertegenwoordigd. Het rangschikken van universiteiten levert vooral misleidende informatie op. Een simpel keurmerk is dus helemaal niet zo veelzeggend. Het is vooral een goede marketingtruc van de universiteit. Reclame maken is natuurlijk niet verboden, maar als de RU als doel heeft om kritische studenten op te leiden, dan is het de hoogste tijd dat ze deze kritische houding ook zelf aanneemt. ANS

GEVARENDRIEHOEK Niet alles waar je niet aan moet ruiken of met je tengels aan moet zitten is beplakt met rode gevarendriehoeken. Roel van Koeverden vertelt je iedere ANS waar je als student voor moet oppassen. Houd buiten bereik van kinderen en huisdieren. Werkplek Pen: check. Papier: check. Afgeragde MacBook: check. Je bent weer helemaal klaar om een middag te strijden in de UB, maar er is een probleem: de papzak die tegenover je aan tafel is gaan zitten. Nog geen drie seconden na zijn komst haalt hij een frikadelbroodje tevoorschijn. Daar gaat de rust. Met veel gekraak en gesmak wordt het bladerdeeg naar binnen geschrokt. Zoals deze vreetzak zijn er wel meer types die bepalen of je een vruchtbare studiedag gaat hebben of niet. Een kort overzicht van deze rustverstoorders vind je in deze column. Ten eerste heb je de sociale studente. Voor haar ligt weliswaar een tweetal wetboeken, maar dit is puur schijn. Laat je niet misleiden. Ze is voornamelijk bezig selfies te maken en appjes te sturen. Iedere vriendin, studiegenoot of vage kennis die ze in haar vizier krijgt, haalt ze naar zich toe voor een ouwehoersessie van minimaal twintig minuten. Daarnaast heb je de mompelaar die zo diep in zijn wiskundesommen is verzonken dat de wereld om hem heen niet meer bestaat. Ononderbroken neuzelt hij door over de getallen en formules waarmee hij aan het worstelen is. Dan is er nog de koffiedrinker met een zwakke blaas. Continu word je uit je concentratie gehaald door de clown voor je die zijn dagelijkse quotum van vijftien cappuccino’s moet halen. De helft van de tijd haalt hij koffie en de andere helft van de tijd loost hij het. De stinkzak. Op het eerste gezicht is er niets aan de hand. Totdat hij zijn bek opentrekt. Een putlucht waar je een trilogie over vol kunt schrijven, komt uit zijn muil. Als hij zich uitstrekt, komen zijn oksels vrij, waardoor zijn gore zweetlucht ongehinderd de lucht kan vervuilen. Verder heb je natuurlijk ook de trut met de draagbare kermis. Haar mobiel ligt midden op tafel. Er gaat geen minuut voorbij zonder dat het een kakofonie aan ringtones produceert. Daarbij geeft het apparaat nog een Pink Floyd-achtige lazerlichtshow bij ieder bericht dat er binnenkomt. En tot slot is er de onvoorstelbare hoop zooi van een onbekende eigenaar. Tachtig procent van de tafel is bezaaid met boeken, schriften, koffiecups en laptops, maar de eigenaar is nergens te vinden. Dus wat doe je de volgende keer als je een productieve studiedag wil hebben? Precies. Je overnacht in je Northfaceslaapzak voor de UB en bezet ’s morgensvroeg gelijk een van de schaarse eenpersoonsbureautjes.


Adverteren? Kijk op ANS-Online.nl P. 6

STUDENTEN 20% KORTING

ALWAYS TRUST YOUR GUT BASISCURSUS INTUÏTIEVE ONTWIKKELING

Kom eens een kijkje nemen op onze Open Dag op 5 januari 2019. In januari, april en september kun je bij ons starten met een cursus. www.intuitieftraject.nl

Al 15 jaar scho ol om de jez en je intuït elf ie te ontw ikkele n.


Tekst: Julia Meilink/ Foto: Irene Wilde Het Laatste Oordeel P. 7

HET LAATSTE OORDEEL Duffe opsommingen of ultiem entertainment? ANS verschanst zich in de collegebanken om een genadeloos oordeel te vellen over het onderwijs aan de RU. STUDIE: Biologie COLLEGE: Human Embryology and Developmental

EINDCIJFER:

Biology, 1 frebruari, 10:30 - 12:15 LIN6 DOCENT: Dr. S.M. Kolk UITSTRALING: Moederfiguur PUBLIEK: Stille genieters INHOUD: Cellen tellen

Seksuele voorlichting is iets waar biologiedocenten normaliter best nerveus voor zijn, dr. Sharon Kolk is dit echter niet. De zaal zit helemaal vol, maar Kolk is kalm en opent het college met een neutrale stem. Het onderwerp is het meest abstracte gedeelte van seksuele voortplanting: de bevruchting van eicellen en de daaropvolgende ontwikkeling. Hoewel een enkele studente nog gauw haar boek uit het plastic haalt, wacht het merendeel van de studenten het begin van het college voorbeeldig af. De studenten die zich in de collegebanken bevinden, worden in het komende college overspoeld door een zee van cellen en kippenembryo’s. Het kip-ei-verhaal wordt verduidelijkt met behulp van echoplaatjes van embryo’s die eerder aan abstracte kunst doen denken dan aan een weergave van de werkelijkheid. Wazige zwart-witfoto’s worden afgewisseld met kleurrijke plaatjes van uitvergrote spieren. De visuele ondersteuning van het college lijkt wel geschilderd door de baby’s zelf. Gelukkig weet Kolk de schilderijen als een ware museumgids aan de bèta’s uit te leggen. Voor degenen die de gelijkenis tussen een kikker- en een kippenembryo nog niet helemaal zien, heeft Kolk een tip: ‘You can watch videos of chicks on YouTube too, really nice!’. Helaas komen er in de rest van het college geen spannende tips meer. De docent doet wel haar best om de uitleg creatief te illustreren. Kolk probeert met ietwat spastische gebaren de bewegingen van cellen na te doen, waarna ze haar verhaal vervolgt terwijl een aantal luisteraars gauw een broodje in de mond steekt. Het

is ook niet makkelijk om het woord ‘kip’ zo vaak te horen zonder een rammelende maag te krijgen. Waar het eerste gedeelte van het college nog over de ontwikkeling van schattige kuikentjes ging, laat het tweede gedeelte de duistere kant van celdeling zien. Op de dia’s worden verschillende plaatjes van tweekoppige vissenembryo’s getoond. Hoewel het grootste deel van de zaal toekomstige biologen niet opkijkt van een of twee gemuteerde embryo’s, laten sommige studenten hun broodje toch maar liggen. Kolk onderbreekt het college kort voor wat vragen, maar de studenten lijken overrompeld door de hoeveelheid informatie. Ze voelt aan dat de studenten misschien wat bedwelmd zijn. Voordat ze het college afsluit, geeft ze nog wat extra tips voor het bestuderen van de stof.

Het Laatste Oordeel der Studenten De studenten zijn erg tevreden over hun docent. Ze spreekt heldere taal en draait niet om de feiten heen. Dat Kolk enkel en alleen de hoognodige informatie voor het begrijpen van de stof vertelt, kan ook in haar nadeel werken. Zo zegt een aantal studenten dat zij hun concentratie niet bij het college kunnen houden omdat Kolk weinig enthousiasme vertoont. Ze zou een anekdote kunnen vertellen om te voorkomen dat de studenten op stok gaan en hun gedachten afdwalen naar gebraden kippenpootjes. ANS


Haastige spoed is zelden goed Tekst: Camee Comperen/ Foto’s: Ted van Aanholt P. 8

Reportage

HAASTIGE SPOED IS ZELDEN GOED Emotie, onbegrip en onvoorspelbaarheid: dagelijkse kost voor hulpverleners bij een ongeval. ANS keek mee bij de meldkamer en ambulance en zag hoe onvoorspelbaar het werk kan zijn wanneer elke seconde telt. Met volle vaart rijdt een ambulance over de busbaan langs treinstation Heyendaal. Voorin zitten een bestuurder en een verpleegkundige, achterin liggen de benodigdheden om patiënten te behandelen. De brancard, vele lades met medicijnen, spuiten, een hartmassageapparaat en verbindmateriaal liggen boven elkaar opgeslagen, klaar om te worden gebruikt. De wagen is volledig voorbereid op elke situatie. Deze ambulance is net vertrokken vanuit de ambulancepost in de buurt van de campus. Verscholen achter de Subway en station Heyendaal ligt de post, uitgerust met acht startklare ambulances. De wagens staan te wachten op bericht vanuit de meldkamer. Deze ontvangt alle noodoproepen uit veiligheidsregio Gelderland-Zuid. Wanneer iemand 112 belt, verloopt er een proces van de meldkamer tot de plaats van het ongeval. Maar hoe gaat dit proces eigenlijk in zijn werk? Een kijkje in de meldkamer Elke melding komt binnen in de meldkamer, een ruimte gevuld met computerschermen waarop landkaarten, kleurcodes en adressen te zien zijn. De medewerkers nemen met kalme, rustgevende woorden de telefoon op. ‘Goedemiddag, u spreekt met meldkamer Nijmegen. Waar kan ik u mee helpen?’, luidt de standaard openingszin.

Vervolgens komen de medewerkers snel ter zake, want in sommige gevallen is er geen tijd te verliezen. ‘Het draait allemaal om snel anticiperen, de situatie onderzoeken en keuzes maken’, vertelt Paul Sanders, medewerker van de meldkamer.

‘We moeten veel keuzes maken in een korte tijd, waardoor je het risico loopt de verkeerde beslissing te nemen.’


De ambulances staan altijd klaar voor vertrek.

Sanders werkt al twintig jaar op de meldkamer en heeft in deze tijd veel ervaring opgedaan. ‘We moeten de zorgtoewijzing bepalen op basis van een gesprek van enkele minuten. In dat gesprek zet de meldkamer alle informatie over het ongeval op een rijtje. Dit kan erg lastig zijn, want iemand die belt over een ongeval kan natuurlijk erg emotioneel of in paniek zijn’, legt Sanders uit. ‘Er moeten veel keuzes worden gemaakt in korte tijd, waardoor je het risico loopt de verkeerde beslissing te nemen. Daarnaast spreek je altijd een ander persoon met een ander probleem. Dit maakt het werk erg onvoorspelbaar.’ Dat hij nooit weet wat hij kan verwachten, maakt het werk

erg zwaar, vertelt Sanders. Wat helpt is dat hij maar kort contact heeft met de patiënten. ‘In een ziekenhuis kom je vaker dezelfde mensen tegen, terwijl wij alleen de eerste hulp verlenen. Wij spreken de patiënt of omstander alleen over de telefoon en horen bijna nooit hoe het afloopt.’ Loeiende sirene en volle vaart Zodra er bij de meldkamer een melding binnenkomt, wordt deze snel doorgezet naar de ambulancepost. Hier zitten de ambulancemedewerkers rustig te wachten op een melding. De enorme verzameling dvd’s en boeken, de gezellige zithoek, comfortabele sofa’s en het drukbezoch-


Haastige spoed is zelden goed P. 10

te koffieapparaat maken het wachten aangenaam. De medewerkers weten dat ze hun koffie niet altijd rustig kunnen opdrinken. Ze moeten namelijk altijd startklaar staan om in de ambulance te springen zodra er een melding binnenkomt. ‘Vanaf dat moment moeten we efficiënt werken, want er zijn gevallen waarbij letterlijk elke seconde telt’, vertelt Oscar Francissen. Hij werkt al 27 jaar als ambulanceverpleegkundige. Genoeg ervaring dus, maar toch is Francissen nog zenuwachtig bij elke melding. ‘Ik weet nooit wat ik kan verwachten, maar ik probeer me altijd zo goed mogelijk voor te bereiden op basis van de informatie die ik heb. Het draait natuurlijk wel om mensenlevens.’ Als de ambulance onderweg is naar een noodgeval is het van belang dat de chauffeur stevig, maar veilig doorrijdt. Eenmaal aangekomen op de plaats delict moet hij de situatie goed in zich opnemen. ‘We lopen door, maar rennen nooit, haast werkt namelijk altijd in ons nadeel. Stel je voor dat je een patiënt aan het behandelen bent, maar ergens anders blijkt nog een zwaargewond persoon te liggen. Wanneer je haast hebt, verlies je het overzicht en dat moeten we altijd voorkomen.’

Onbegrip ‘De ambulance is zo uitgerust dat patiënten in vrijwel alle gevallen ter plaatse kunnen worden behandeld’, vertelt Francissen. ‘De patiënt hoeft dus niet altijd naar het ziekenhuis, bijvoorbeeld als deze een infarct heeft.’ Dit roept soms onbegrip op bij patiënten en omstanders die verwachten dat de patiënt wordt meegenomen naar het ziekenhuis. Soms krijgen omstanders dan het idee dat de patiënt niet de behandeling krijgt die hij of zij nodig heeft. Dit kan lastige situaties veroorzaken. Francissen vertelt over een conflict dat hij enkele jaren geleden met een omstander heeft gehad. ‘Een vrouw van rond de zestig was gestruikeld over een tennisbal. Ik kwam met de ambulancemotor aan en kon de vrouw ter plaatse behandelen, maar een omstander eiste dat de vrouw zou worden meegenomen naar het ziekenhuis. In het belang van het slachtoffer ging ik hier niet tegenin en belde een ambulance, maar later werd duidelijk dat dit totaal overbodig was.’ Francissen vertelt dat burgers soms weinig begrip hebben voor de ambulancemedewerkers. Hij merkt dat hij en zijn collega’s onder het vergrootglas liggen wanneer zij aan het werk zijn. ‘Jaren terug gingen we een keer een frietje

‘Ambulancemedewerker is een zware baan met veel emotie, onbegrip en onvoorspelbaarheid.’

Medewerkers van de meldkamer zitten altijd paraat.


P. 11

De ambulances zijn altijd van alle benodigdheden voorzien (boven), er zijn zelfs teddyberen voor als medewerkers kinderen te hulp moeten schieten (onder).

halen, maar precies op dat moment kregen we een melding. Er zat spoed achter en we moesten met loeiende sirene weg. Omstanders hebben toen een klacht ingediend omdat ze dachten dat we met sirene reden zodat onze friet niet koud zou worden’, vertelt Francissen. ‘Ik vind het erg jammer om dit soort klachten te krijgen. Dit laat zien dat mensen ons niet volledig vertrouwen.’ In de media verschijnen vaak berichten dat burgers ambulancepersoneel belagen. Toch denkt Francissen dat het beeld van agressie tegenover ambulancemedewerkers zoals dat wordt geschetst genuanceerder ligt. ‘Agressie heb ik niet zo ervaren in de jaren dat ik dit werk heb gedaan.’ In heftige situaties zijn mensen vaak emotioneel of in paniek en kunnen daardoor intenser reageren, denkt Francissen. ‘In dit soort gevallen gaat het allemaal om goede communicatie. Vaak is een situatie te de-escaleren door zelf rustig te blijven, begrip te tonen voor de emoties en alles duidelijk uit te leggen aan de patiënt en omstanders.’ Passie voor het vak ‘Ambulancemedewerker voelt soms als een zware baan’, zegt Francissen, ‘met veel emotie, onbegrip en onvoorspelbaarheid. Een

situatie raakt mij het meest wanneer het dichtbij komt. Dit gebeurt bijvoorbeeld als ik ergens binnenkom en de mensen dicht bij jou staan. Je herkent de inrichting van een huis of een gezinssamenstelling. Kleine zaken waardoor je op die momenten beseft dat ook jou of je dierbaren ook iets kan overkomen. Toch blijf ik altijd in mijn professionele rol, ik zal nooit onderscheid maken in behandeling. Ik zou het niet anders doen als de patiënt mijn moeder of mijn


P. 12

Veel studenten kennen het wel: je ziet een joint of een pilletje rondgaan op een feest en er wordt gevraagd of je ook wilt proberen. De meeste studenten kunnen verantwoord omgaan met drugs, maar soms loopt het uit de hand. Dit is wat bij Daan Schippers gebeurde. Tijdens zijn eerste jaar van de studie Psychologie raakte hij verslaafd aan cocaïne. Inmiddels is Schippers afgekickt en volgt hij een master Psychologie aan de Universiteit van Tilburg. Hij heeft zelfs zijn masterscriptie over verslaving geschreven. ‘Ik wil dat mensen meer nadenken over het hebben van een verslaving’, vertelt hij. Door het schrijven van zijn scriptie en open over zijn verslavingsverleden te praten, probeert Schippers het onderwerp uit de taboesfeer te halen.’

speelde, had ik eigenlijk geen hechte vriendschappen’, legt hij uit. Toen hij begon aan zijn studie Psychologie was hij hierdoor vrij ongemakkelijk in de omgang en had hij moeite met vrienden maken. Schippers probeerde de moeizame omgang met mensen gemakkelijker te maken door drugs te gebruiken. ‘Het ging dan niet over wiet, maar over XTC of coke.’ Door het gebruik van cocaïne had Schippers minder moeite met sociaal contact en voelde hij zich een interessanter persoon dan wanneer hij nuchter was. ‘Ik proNU!Medezeggenschap beerde voor Universitaire Studentenraad (USR) Nijmegen mijn sociWil jij op de hoogte blijven van de bezigheden van ale zwakke de USR? Like ons op Facebook, volg ons op Twitter en punten te neem eens een kijkje op onze website. compenseHeb je tips of opmerkingen? Loop gerust even langs ren’, geeft bij de USR-kamer (TvA 1.034) of stuur een mail naar hij toe. Waar usr@ru.nl. de meeste mensen Website: www.numedezeggenschap.nl opstaan met Twitter: @NUMedezeggsch een kop Facebook: www.facebook.com/NUmedezeggenkoffie, stond schap Schippers E-mail: usr@ru.nl op met een lijntje. ‘Er lag vaak nog coke naast mijn bed van de avond ervoor.

Universitaire Studentenraad

Sociale ongemakken Schippers is zeker niet de enige student die weleens verdovende middelen heeft gebruikt. Toch kreeg hij, in tegenstelling tot de meeste gebruikers, een verslaving. Volgens psychologen raakt iemand verslaafd door een combinatie van vatbaarheid voor verslaving en een bepaalde trigger die de verslaving opwekt. Dit komt beide naar voren in het verhaal van Schippers. ‘Ik was eigenlijk al verslaafd, maar dan aan gamen’, vertelt hij. ‘Van mijn twaalfde tot mijn achttiende speelde ik dagelijks wel zeven uur World of Warcraft.’ Op het moment dat hij ging studeren, sloeg deze gameverslaving om in het gebruiHallo lieve lezer, Hier weer een update van hetgeen waar de Universitaire Studentenraad (USR) zich de laatste tijd allemaal mee bezig heeft gehouden. We hebben natuurlijk kerstvakantie gevierd en wat tentamens gemaakt, maar de medezeggenschap staat niet stil! En dat is maar goed ook, want begin februari hadden we weer een vergadering met het College van Bestuur (CvB) en de Ondernemersraad (OR). Daar hebben we onder andere gesproken over het bij jullie misschien wel bekende taalbeleid, waarin staat dat elke nieuwe eerstejaarsstudent een toets moet maken in de taal van zijn opleiding. Ook wordt in het beleid genoemd dat elke student van de Radboud Universiteit aan het eind van zijn of haar studie het predicaat “bewust taalvaardig” moet krijgen. Wat dat nu precies inhoudt? Dat was ons ook een beetje onduidelijk dus daar hebben we een hoop vragen over gesteld. Verder zijn wij de discussie aangegaan over het bestuurscertificaat. Dat kan je aanvragen als je een jaar in een studentbestuur hebt gezeten. Mocht je een bestuursjaar doen en denken ‘huh, daar heb ik nooit van gehoord’, dan ben je zeker niet de enige. Er is veel onduidelijkheid over het certificaat, maar het CvB heeft beloofd om ervoor te zorgen dat men deze kan blijven aanvragen, dus dat is een fijne toevoeging aan je diploma. Ook blijven we inzetten op duurzaamheid en zijn er weer

ken van drugs. ‘In de periode dat ik World of Warcraft

meerdere vragen gesteld om onze universiteit groener te maken; van koffiebekertjes tot watertappunten. Daarnaast moeten we natuurlijk niet vergeten dat de resultaten van het onderzoek naar de effecten van het BSA binnen zijn. Als reactie daarop hebben wij een notitie geschreven over hoe wij graag zien dat het BSA aangepast gaat worden. Dit wordt nu meegenomen in de besprekingen over een nieuwe invulling. Los van de officiële vergaderingen zitten we natuurlijk ook niet stil. Met de OR hebben we een plan opgesteld om onze vergaderingen ook open te stellen voor internationale studenten en medewerkers. Een goede medezeggenschap vertegenwoordigt de universitaire gemeenschap, maar op dit moment is het moeilijk om als international mee te komen. Daar moet verandering in komen en hier zijn plannen voor in de maak. Deze vierhonderd woorden zijn natuurlijk veel te weinig om recht te doen aan de honderden pagina’s aan stukken die langskomen, maar we moeten het hierbij laten. Je bent echter altijd welkom om langs te komen in de USR-kamer, een mailtje te sturen of de uitgebreide update op de website te lezen. Groeten,

De XXIIe Universitaire studentenraad

Zo werd ik wakker’, vertelt hij zichtbaar aangedaan. ‘Nu


P. 13

Interview

TERRORIST IN TOGA?

De media schetsen een verkeerd beeld van de strafadvocatuur. Dat vindt Gerard Spong, een van de bekendste advocaten van Nederland. Om dit beeld recht te zetten, is hij begonnen aan een theatertour. ‘Advocaten worden in de media afgebeeld als de vleesgeworden duivel, zonder enige scrupules.’


Terrorist in toga? Tekst: Simone Bregonje/ Foto’s: Mark van Doorn P. 14

Al meer dan veertig jaar is Gerard Spong werkzaam als advocaat. Tijdens zijn carrière heeft hij opgetreden hij op in veelbesproken zaken, zoals het proces over de Schiedammer Parkmoord. Ook verschijnt hij bijna wekelijks in televisieprogramma’s zoals De Wereld Draait Door. Toch had Spong nog behoefte aan een theatertour om zijn standpunt over te brengen. ‘Op televisie moet je je punt in vier minuten maken. In het theater heb ik daar twee uur voor.’ In die twee uur vertelt Spong over het takenpakket van een advocaat, over een aantal bijzondere zaken en de dilemma’s waar hij tijdens zijn werk tegenaan loopt. Dat alles om te laten zien dat advocaten niet per se ‘vleesgeworden duivels’ zijn, een beeld dat volgens Spong nu wel wordt geschetst in de media. ‘Er zullen best wat advocaten zijn die het ethisch gezien niet zo nauw nemen. Maar grosso modo bestaat de advocatuur uit hardwerkende en integere mensen. Daarom vind ik het belangrijk om het bestaande beeld te corrigeren’, legt Spong uit.

‘Sindsdien komen dit soort kwalificaties regelmatig voor, maar ik haal er een zekere voldoening uit’, vervolgt hij. Grinnikend: ‘Hoe negatiever ik word afgebeeld, hoe meer lol ik erin heb. Laat ze maar schrijven.’ Vier vragen Het negatieve beeld dat in de media over strafadvocaten wordt geschetst, is volgens Spong te verklaren door een gebrek aan kennis over het strafrecht. Voor alle juristen, van eerstejaars studenten tot strafadvocaten, is de meest gehoorde vraag van niet-juristen: hoe kun je iemand verdedigen als je weet dat diegene schuldig is? Dit is een probleem, vindt

Per week is Spong met ongeveer vijftig zaken bezig. Daarnaast staat zijn telefoon roodgloeiend met interviewverzoeken en uitnodigingen voor televisieprogramma’s. Een afspraak maken met de advocaat lijkt daarom een onmogelijke opgave. Het interview vindt dan ook onder zijn voorwaarden plaats. ‘Kom eerst maar eens naar mijn voorstelling, dan maken we daarna een afspraak’, draagt Spong aan de telefoon op. Op een koude woensdagmiddag is er dan eindelijk een plekje in de overvolle agenda van de 72-jarige advocaat. ‘Maar ik heb maar een half uurtje’, benadrukt hij. Negatieve aandacht Wie het kantoor van Spong binnenkomt, wordt enthousiast onthaald door zijn hondje Rex. De pootjes van de Yorkshire Terriër tikken op de oude marmeren vloer in het pand aan de Keizersgracht in Amsterdam. Het beestje loopt heen en weer tussen de voordeur en het kantoor aan het eind van de gang. Daar zit Spong, achter zijn bureau dat vol ligt met dikke boeken, dossiermappen en losse papieren.

‘Hoe negatiever ik word afgebeeld, hoe meer lol ik er in heb.’ Het imposante pand aan de Keizersgracht werd niet zomaar het kantoor van Spong. Door de jaren heen groeide hij uit tot een van de bekendste advocaten van Nederland. ‘Ik had, vrij toevallig, een paar zaken die veel media-aandacht kregen, zo is dat langzaamaan ontstaan.’ Maar die bekendheid levert hem ook negatieve aandacht op. ‘Dat begon toen ik leden van de Rote Armee Fraktion bijstond’, vertelt Spong. Leden van deze links-extremistische terreurgroep vochten een uitleveringsverzoek aan Duitsland aan. ‘In die tijd werd ik door de media beschreven als terrorist in toga.’ Inmiddels lijkt de kritiek hem niets meer te doen. Sterker nog: Spong geniet ervan.

Spong. ‘Uit die vraag blijkt een verbijsterend gebrek aan inzicht in wat het strafrecht nou precies inhoudt. Het gaat in het strafrecht niet alleen om de vraag of iemand het heeft gedaan.’ Met opgeheven vinger legt Spong uit: ‘In artikel 350 van het Wetboek van Strafvordering staan vier belangrijke vragen die een strafrechter moet beantwoorden. Van die vier is ‘heeft de verdachte het gedaan?’ slechts één vraag. De andere vragen zijn net zo belangrijk en om die te beantwoorden is een advocaat nodig.’ ‘Als eenmaal is vastgesteld dat iemand een bepaald feit heeft gepleegd, moet de rechter nog vaststellen of het gaat om een strafbaar feit en of de verdachte strafbaar is’, vervolgt Spong zijn pleidooi. Daarnaast moet de rechter zich buigen over de vraag welke straf moet worden opgelegd. Dat zijn heel ingewikkelde vragen, waar vaak geen eenduidig antwoord op te geven is.’ Want of iemand bestraft kan worden, hangt af van


Terrorist in toga? P. 15

de omstandigheden van het geval. Zo maakt het nogal wat uit of er een strafuitsluitingsgrond, zoals noodweer, aanwezig is. Hierbij pleegt iemand een strafbaar feit om zichzelf of een ander te verdedigen. Denk aan iemand die een inbreker neerslaat. ‘Je kunt iemand in zo’n geval wel de kop inslaan, maar dan word jij vervolgd’, gaat Spong op strenge toon verder. ‘Of je dan strafbaar bent, is een ingewikkelde vraag. Daarvoor is goede rechtsbijstand nodig en die moet worden verleend door een goede advocaat.’ Er is binnen het strafrecht dus meer van belang dan enkel de vraag of iemand het heeft gedaan. ‘Dat iemand het gedaan heeft is voor de advocaat geen reden om iemand niet te verdedigen’, stelt Spong.

bepleiten, maar of de rechter daarin meegaat is altijd maar de vraag.’ Voorbeelden zijn er volgens Spong genoeg. ‘Denk aan etnische profilering, dat is iets wat de samenleving heel sterk raakt.’ In een zaak waar dit onderwerp aan de orde is, zal een Officier van Justitie er nauwelijks aandacht aan besteden. Een advocaat moet daarover pleiten om de rechten in een samenleving op scherp te stellen. De ontwikkelingen in het recht komen niet van Onze Lieve Heer, die moeten van advocaten komen.’

‘Ik ben een totaal vrije, onafhankelijke vogel.’ Minder makkelijk was de keuze voor een rechtenstudie. Voordat Spong daaraan begon, heeft hij nog even Politicologie gestudeerd. Na een jaar hield Spong het daar weer voor gezien. ‘Ik koos uiteindelijk toch voor Rechten, dat vond ik lekker concreet’, grijnst hij. Spong studeerde eind jaren zestig in Amsterdam. Naar eigen zeggen was dat een heftige tijd. ‘Maar zelf stond ik niet op de barricaden, ik was meer een toeschouwer.’ Toch heeft zijn studententijd wel invloed op hem gehad. ‘Tijdens mijn studie heb ik een gezagskritische houding ontwikkeld, ik werd daarmee geïnfecteerd. Dat is van invloed geweest op mijn houding als advocaat.’ Hierin ligt meteen de tweede reden waarom Spong voor de advocatuur koos. ‘De rechter en de Officier van Justitie zijn allebei onderworpen aan gezag en daar ben ik dus een beetje allergisch voor.’ Hoewel Spong nog altijd beheerst spreekt, klinkt de afkeuring in zijn stem door. ‘Die hele gouvernementele organisatie waarin de rechter en Officier van Justitie zijn ingebed, stuit me tegen de borst’, vertelt Spong. ‘Laat ik een voorbeeld geven. Als ik vandaag een nieuw fotokopieerapparaat wil aanschaffen, dan bestel ik het vanmiddag en is het morgen geleverd. Daarvoor hoef ik niet twintig formulieren in te vullen en toestemming te vragen aan drie hogergeplaatsten, iets wat een Officier van Justitie waarschijnlijk wel moet doen. Ik ben een totaal vrije, onafhankelijke vogel.’

Vrije vogel Het enthousiasme waarmee Spong over zijn vak vertelt, laat duidelijk zien dat zijn hart bij de advocatuur ligt. Het was hem dan ook al snel duidelijk dat hij de advocatuur in zou gaan en niet zou kiezen voor het beroep van Officier van Justitie of rechter. ‘Ik ben wel een tijdje rechter plaatsvervanger geweest, dat is een advocaat die op vrijwillige basis optreedt als rechter. Dat vond ik een heel mooi beroep’, geeft Spong toe, ‘maar het is lang niet zo creatief en dynamisch als de advocatuur.’ Spong leeft op als hij uitlegt wat die creativiteit inhoudt. ‘Om tot een rechtvaardige oplossing te komen, moeten wij strafadvocaten de gebaande paden verlaten en iets nieuws bedenken. Nagenoeg alle belangrijke rechtsontwikkelingen zijn ingezet door advocaten. Op een gegeven moment moet het roer om, dan moet de rechter een uitspraak doen over een bepaald onderwerp. Wij zijn degenen die dat

Filosofie in de rechtszaal Die gezagskritische houding blijkt eens te meer wanneer Spong verder gaat over wat zijn taak als advocaat, nu is. ‘Als advocaat ben je in veel zaken een beetje grensverleggend bezig.’ Zijn doel is om de rechter keer op keer te laten filosoferen over bepaalde punten. Het beeld dat een advocaat alleen maar gelijk wil krijgen, wordt enigszins genuanceerd door Spong. ‘Als het gaat om een belangrijke juridische kwestie is het niet erg als je geen gelijk krijgt. Want je dwingt de rechter nog eens stil te staan bij een belangwekkende rechtsvraag. Dat is waanzinnig interessant’, concludeert Spong. Dan staat hij op en slaat hij zijn handen ineen. ‘Zo, nu hebben jullie wel genoeg denk ik.’ De fotograaf mag nog net een foto maken, maar daarna is de tijd echt op. ‘Ik heb maar een half uurtje’ was zeker niet gelogen. ANS


Vincent Veerbeek is een eerstejaars onderzoeksmasterstudent Historical, Literary and Cultural Studies die schoonheid zoekt in alledaagse zaken als zonsondergangen, schaduwen en het straatbeeld van Nijmegen. Deze foto biedt een blik op het silhouet van de Stevenskerk gezien vanaf de Waalbrug tegen het einde van een zonnige februaridag. Kijk voor meer vergezichten op @vincentsvistas.


Grote boze wolf Tekst: Julia Mars/ Illustraties: Roos in’t Velt P. 18

Achtergrond

GROTE BOZE WOLF

Sinds eind januari is de wolf terug in Nederland. Sommigen zien de terugkomst van het dier als een grote aanwinst voor de biodiversiteit, anderen zien in het dier juist een groot gevaar voor onze natuur. De wolf dwingt ons tot nadenken: is natuur iets wat de mens moet beschermen, of moet de mens juist van de natuur worden beschermd?

‘Boeren: wolven doodschieten moet kunnen’, ‘Schapen de dupe van bloeddorstige wolven’ en ‘Moeten we bang zijn voor de wolf?’ kopten de kranten. Vanaf het moment dat één enkele wolvin zich sinds januari officieel inwoner van Nederland mag noemen, is het land in rep en roer. De discussie draait allemaal om één ding: wat moeten we met het dier? De terugkeer van de wolf is geen toeval, maar het gevolg van een bewuste keuze van beleidsmakers. De maatschappij wil de natuur namelijk steeds meer beschermen. ‘In de afgelopen vijftig jaar is de maatschappij gaan inzien hoe belangrijk natuur is’, zegt milieufilosoof Martin Drenthen, verbonden aan de Radboud Universiteit. ‘Het verlies van bepaalde planten- en dierensoorten kan een enorme impact op het milieu hebben. Denk bijvoorbeeld aan wat er gebeurt als de bij zomaar verdwijnt. Dan ontstaat er voor boeren een enorm probleem bij de bestuiving van hun gewassen.’ Om ervoor te zorgen dat de natuur niet zomaar verloren gaat, hebben soorten waarmee het slecht gaat, zoals het damhert en de otter, in Europa een beschermde status gekregen. Ook de wolf heeft sinds 2014 een beschermde status, wat betekent dat er niet op het dier mag worden gejaagd en het zich dus vrij door Europa kan bewegen. Lange tijd lag niemand in Nederland daar wakker van: de wolf leefde immers ver weg van ons land. Maar nu hij er is, realiseren veel mensen zich ineens dat er consequenties kleven aan het beschermen van het dier. ‘De wolf dwingt ons tot nadenken’, zegt Drenthen. ‘Willen we in Nederland wel plaats maken voor dit soort wilde natuur?’

Wie is daar? De terugkomst van de wolf kan op twee manieren worden gezien: als kroon op het natuurbeschermingsbeleid, of juist als bedreiging voor de Nederlandse natuur. Maurice La Haye, onderzoeker bij de Zoogdiervereniging in Nijmegen, ziet het als een overwinning. ‘Dat de wolf terug is in Nederland laat zien dat het goed gaat met het dier. Daar mogen we blij mee zijn. Ik zie het als een stukje beschaving van de maatschappij dat we hem de ruimte bieden om hier te kunnen verblijven, in plaats van dat we hem meteen wegjagen.’ Seger Emmanuel baron van Voorst tot Voorst, directeur van Nationaal Park De Hoge Veluwe, vindt juist dat het dier de natuurbescherming tegenwerkt. ‘Je moet je afvragen wat we precies willen beschermen. Op De Hoge Veluwe houden we al honderden jaren heel diverse natuur in stand. De wolf kan dit alleen maar verstoren en past er niet zomaar bij.’

‘De wolf staat symbool voor het laatste stukje wilde natuur dat zich niet zomaar door de mens laat opeisen.’ De reacties van La Haye en Van Voorst tot Voorst zijn tekenend voor hoe Nederlanders kijken naar natuur. ‘Aan de ene kant staat het christelijke idee


Grote boze wolf P. 19

van rentmeesterschap’, vertelt Drenthen. ‘Hierin is de mens verantwoordelijk voor de natuur en streeft hij naar een manier waarop mens en natuur in harmonie kunnen samenleven.’ Dat is hoe de natuur er in Nederland op dit moment uitziet. Bossen zijn een plek waar wilde dieren, zoals herten, vossen en konijnen leven, maar ook waar mensen wandelen, de hond uitlaten of fietsen. Tegenover het idee van rentmeesterschap staat een groep natuurbeheerders die het belang van ‘wilde’ natuur benadrukken om zo het verlies van ecosystemen tegen te gaan. ‘Een schaap op de hei staat er alleen maar voor de mens, zeggen zij. Op die manier is

het schaap niets anders dan een verlengstuk van de mens en kan daarom niet zomaar natuur worden genoemd’, zegt Drenthen. Ook De Veluwe is volgens hem een goed voorbeeld van “menselijke natuur”. ‘Van Voorst tot Voorst noemt zijn park natuur en vindt daarom dat alles recht heeft op bescherming. Maar op deze manier wordt er alleen beschermd wat mensen als natuur beschouwen.’ In andere woorden: alles wat dit harmonieuze plaatje verstoort, wordt niet tot natuur gerekend. ‘Ook de wolf is niet direct nuttig voor de mens. Voor de nieuwe generatie natuurbeschermers staat hij dan ook symbool voor het laatste stukje wilde natuur dat zich niet zomaar door ons laat opeisen.’ Samen verantwoordelijk Voor een dier dat zogenaamd niet van de mens is, ontfermen verrassend veel instanties zich over de wolf met allerlei beleidsplannen en regels. Zo kwamen kort na zijn officiële vestiging alle provincies gezamenlijk met een wolvenplan, waarin richtlijnen worden gesteld over hoe het dier moet worden beschermd. ‘Als de wolf terugkomt in Nederland, zijn daar consequenties aan verbonden’, legt Peter Drenth, gedeputeerde van de provincie Gelderland, uit. ‘Valt een wolf bijvoorbeeld het vee van een schapenboer aan, dan kunnen we niet zomaar stellen dat de onkosten onder het eigen risico van de veeboer vallen.’ In het plan staat nu dat de provincies tot en met 2022 alle schade die de wolf aanricht bij een boer zullen vergoeden. Drenth vindt dat niet meer dan netjes: ‘Als we er als maatschappij voor kiezen om de wolf weer terug te laten komen, zullen we daar ook als maatschappij de verantwoordelijkheid voor moeten dragen.’

‘Wat als straks meer wolven zich voor langere tijd in Nederland vestigen?’ Mooie woorden, vindt Ben Haarman, woordvoerder van de Land- en Tuinbouworganisatie, een belangenorganisatie die opkomt voor de boeren in Nederland. ‘Maar wat als straks meer wolven zich voor langere


Grote boze wolf/ ANS-Online P. 20

tijd in Nederland vestigen?’ In het plan staat nog niets over hoe de schadevergoeding geregeld gaat worden na 2022. Wel staat er dat boeren zelf preventieve middelen zoals elektrisch gaas of kuddewaakhonden aan moeten schaffen. ‘Voor boeren zelf is dit ontzettend duur, bijna onbetaalbaar’, zegt Haarman. ‘Wie moet er voor die kosten opdraaien?’ Einde discussie Deze praktische vraag slaat volgens Drenthen terug op de twee manieren waarop de natuur kan worden gezien. ‘Het maakt deel uit van een brede filosofische kwestie: is alle natuur van de mens, of is het alleen natuur als de mens het zo noemt?’ Als de natuur gezien wordt als iets van de mens, dan is de mens ook verantwoordelijk. Op die manier kan schade die door de wolf wordt aangedaan ook worden gezien als eigen risico. Maar onder het idee van rentmeesterschap vervalt dat eigen risico. De individuele mens is dan alleen maar verantwoordelijk voor het stukje menselijke natuur. Toch zal er iemand moeten betalen als de wolf schade maakt. ‘Tegenstanders vinden dat als de overheid zo graag wilde natuur wil, zij ook maar moet opdraaien voor de kosten’, zegt Drenthen. Toch vindt Drenthen dat we niet moeten vergeten dat het in Nederland nog maar om één wolf gaat. Van Voorst tot Voorst zegt dat voor deze filosofische discussie losbarst eerst maar eens moet worden bewezen dat het dier überhaupt in Nederland blijft. ‘Nederland is veel te druk voor de wolf. Naar mijn idee kan dit verhaal maar op twee manieren eindigen: of de wolf zoekt een ander leefgebied, of hij eindigt onder een auto.’ ANS

ANS

ONLINE ANS-Online is de digitale tegenhanger van het papieren blad. Hieronder is te lezen over de hoogtepunten van de afgelopen tijd en dingen om de komende periode naar uit te kijken. Busje komt zo Studenten die hoopten dat ze dat kwartiertje extra slaap ’s ochtends ooit nog zouden terugkrijgen, werden afgelopen maand teleurgesteld. De vervroegde collegetijden bevallen zo goed, dat de Radboud Universiteit (RU) dit in de komende jaren zal handhaven. Met name de drukte in de bus ’s ochtends is sterk afgenomen. Voor de skiërs van BOW, de studievereniging van Bestuurskunde, pakte de busreis minder goed uit. Zij stonden namelijk door hevige sneeuwval vast in de Franse Alpen. Met dank aan een assertieve buschauffeur, die lak had aan de regels, zijn de studenten uiteindelijk toch thuisgekomen. Wie voorlopig wel in de kou moeten blijven staan, zijn de demonstranten van de RU die op 10 maart naar de landelijke onderwijsstaking willen. Het CvB heeft laten weten dat het ook deze demonstratie niet zal ondersteunen en geen bussen zal regelen. ‘Wanneer niets resteert dan grijs’ De 23-jarige Simon komt tijdens zijn studie in een depressie. Hij vindt het moeilijk om de puf te vinden om zijn kamer uit te komen en begint zijn vrienden steeds meer te verwaarlozen. Wanneer een studiegenootje hem aanspreekt en vraagt hoe het met hem gaat, komt hij tot de realisatie dat het zo niet langer kan. In een ingezonden brief vertelt hij open over hoe het voelde om depressief te zijn en hoe hij uit deze periode is gekomen. Volgens studentpsycholoog Annemiek Godefrooy heeft Simons studiegenootje een cruciale rol gespeeld. ‘Vragen hoe het écht met iemand gaat, is het beste wat je kan doen.’ Bolletjes kleuren Op 20 maart mag het hele land het rode potlood weer in de hand nemen. Dan vinden zowel de Provinciale Statenverkiezingen als de Waterschapverkiezingen plaats. ANS zal de mening van studenten peilen en een politicoloog spreken over het belang van deze verkiezingen.


Tekst en foto’s: Redactie/ Illustratie: Joost Dekkers De Graadmeter P. 21

DE GRAADMETER

In De Graadmeter zijn de mogelijkheden niet te overzien. Waar kun je het beste wildkamperen, wat is het hipste kapsel en hoe scoor je het snelst een bedpartner? In De Graadmeter onderzoekt ANS de opties. Deze keer: Spiritualiteit.

Wat: Astro TV bellen Moeite: Torenhoge telefoonrekening Resultaat: Kat in de zak

Al sinds de dood van je geliefde kat Tommy heb je slapeloze nachten. Omdat je niet langer de kat uit de boom wilt kijken, toets je het nummer van Astro TV in. Terwijl je wacht tot de lijn in de studio vrij is, luister je naar opgenomen motivational quotes van medium Frans. Uitspraken als ‘onzekerheid is maar een gedachte’ nemen de spanning enigszins weg. Je hart maakt een sprongetje als na vijf minuten de stem van de presentatrice klinkt. Je vertelt dat je meer over je overleden kat wil weten. De reactie van Astro TV is niet voor de poes. ‘Ben je serieus?’ Als een kat in het nauw antwoord je bevestigend. Dan verbreekt Astro TV hardhandig de lijn. Tommy speelt voorlopig onverstoord door op de eeuwige jachtvelden.

Wat: Hypnose Moeite: Heen en weer Resultaat: Lui oog Omdat een vliegticket je te duur is, besluit je onder hypnose een spiritueel reisje naar je onderbewuste te maken. Vol verwachting neem je plaats tegenover de hypnotiseur met zijn magische pendel. Met zwoele stem zegt hij je rustig adem te halen en te focussen op zijn stem. Omdat de pendel hevig op en neer slingert, kost dit je enige moeite. Na verschillende pogingen merk je dat je ogen toch zwaarder worden. Helaas wordt de concentratie bruut verstoord wanneer de hypnotiseur een lamme arm krijgt en van arm moet wisselen. Wanneer hij voor de zevende keer vraagt je te focussen op het gevoel in je voeten en de energie van de aarde te voelen, geloof je het wel. Je kijkt toch liever naar een Netflix-serie dan naar een bungelende pendel.

Wat: Geesten oproepen Moeite: Te diep in het glaasje gekeken Resultaat: Geest in de fles

Nog in rouw om het tragische einde van TvA besluit je met vrienden de geest die in het mysterieuze gebouw ronddoolde op te roepen. De spanning is om te snijden als je het geïmproviseerde ouijabord met de woorden ‘ja’ en ‘nee’ in het midden van de tafel legt en het glas voorzichtig omdraait. Je wisselt nog een angstige blik met elkaar uit en vraagt met gewichtige stem: ‘Is hier iemand aanwezig?’ Jullie priemende ogen zijn strak op het glas gericht, seconden lijken minuten, maar dan… begint het glas langzaam te bewegen. Stukje bij beetje schuift het naar rechts tot het antwoord daar is: ‘Nee.’ Hoewel je blij bent dat er negatief is geantwoord, ben je niet helemaal gerustgesteld. Jullie missen de oude Thomas toch minder dan jullie dachten. ANS

Benieuwd naar meer manieren om in contact te komen met je spirituele zelf? Kijk op ANS-Online.nl.


Geen pasklare oplossing Tekst: Jeyna Sow/ Foto’s: Joep Dorna en Mathijs van Leeuwen P. 22

Interview

GEEN PASKLARE OPLOSSING

In conflictgebieden kan het voor onderzoekers met een westerse achtergrond lastig zijn om zich niet te laten leiden door hun eigen wereldbeeld. Ontwikkelingssocioloog Mathijs van Leeuwen probeert een open blik te houden tijdens het doen van onderzoek in conflictgebieden. ‘Door alleen te focussen op wat ik zelf problematisch vind, verlies ik allerlei andere strijdpunten uit het oog.’

Onderzoekers meten landsgrenzen op het Oegandese platteland.


Geen pasklare oplossing P. 23

Als buitenstaander is het niet moeilijk om een beeld te vormen van het vredeswerk dat ontwikkelingsorganisaties zoals Oxfam Novib in ontwikkelingslanden uitvoeren. Wat echter vaak wordt vergeten, is dat in deze gebieden ook veel onderzoek wordt gedaan. Mathijs van Leeuwen is een van deze onderzoekers die belangrijk werk in conflict- en post-conflictgebieden verricht. Als ontwikkelingssocioloog aan de Radboud Universiteit (RU) houdt hij zich bezig met het doen van onderzoek naar conflicten. Van Leeuwen is werkzaam bij het Centrum voor Internationaal Conflict - Analyse & Management (CICAM), een zelfstandige afdeling gelieerd aan de wetenschapseenheid van Politicologie van de RU. CICAM verricht wetenschappelijk onderzoek en verzorgt onderwijs op het terrein van vrede, veiligheid oorlog en conflict. Zelf doet Van Leeuwen voornamelijk onderzoek naar conflicten over land in het Grote Merengebied in MiddenAfrika. Hierbij kijkt hij ook naar de bijdrage die nationale overheden en vredesorganisaties kunnen leveren bij het oplossen van deze conflicten. De meeste conflicten zijn veel complexer dan ze in eerste instantie lijken. ‘Land is een hele belangrijke kwestie waar allerlei andere tegenstellingen in de samenleving tot uiting komen.’ Na een burgeroorlog ontstaan veel conflicten, omdat het land van terugkerende vluchtelingen inmiddels is bezet door andere mensen. Dit gebeurde bijvoorbeeld na de burgeroorlog in Burundi. Daar keerden grote groepen Hutu-vluchtelingen terug die jarenlang in buurland Tanzania hadden gewoond. ‘Hun land was inmiddels bezet door familieleden, buren en mensen uit andere delen van het land, waaronder veel Tutsi. Als compromis werd het land aanvankelijk verdeeld tussen terugkeerders en de nieuwe inwoners. Maar toen de regering vanwege politiek opportunisme de aanspraken van terugkeerders ging bevoordelen, kreeg lokale onenigheid over land opeens een nare ethno-politieke lading.’ Is het uw taak als onderzoeker om conflicten op te lossen? ‘Natuurlijk hoop ik een bijdrage te leveren. Als onderzoeker houd ik me bezig met het achterhalen van de dieperliggende oorzaken van conflicten, de ontwikkeling ervan en hoe interventies uitpakken. Zo kan het complete plaatje worden weergegeven. Door het doen van onderzoek worden situaties verder uitgediept en vaak juist complexer. Soms is dat lastig voor interveniërende organisaties. Waar ik bezig ben met het uitdiepen van de situatie, hoort een ontwikkelingsorganisatie juist liever wat er concreet kan worden gedaan. Helaas is het vaak zo dat hoe meer je weet, hoe moeilijker het wordt om met een concrete oplossing te komen.’ Wat is uw relatie met ontwikkelingsorganisaties? ‘Je moet erop letten dat je ook bij zulke organisaties een onafhankelijke positie inneemt. Als wetenschapper is het namelijk belangrijk om niet te dicht op de praktijk te zitten. Onafhankelijk onderzoek draait om het stellen van

kritische vragen, ook over de interveniërende organisaties. Moet er bijvoorbeeld überhaupt worden ingegrepen in conflictsituaties, of draagt dat niet bij aan de opbouw van vrede? We moeten niet vast komen te zitten in de focus op interventies. Uiteindelijk gaat het om het vinden van de balans tussen interventies en de uitvoering van onderzoek. ‘Toch vind ik dat je af en toe best advies mag geven of activerende uitspraken mag doen. Als onderzoeker sta je een beetje buiten de samenleving waardoor je juist contact hebt met iedereen. Hierdoor kan kennis en ervaring worden opgedaan op veel verschillende vlakken. Ik vind dat deze kennis zeker moet worden gedeeld. Omdat ik me bezighoud met gevoelige kwesties zoals gewelddadige spanningen en de rol die conflicten spelen in het dagelijks leven van mensen, vereist het geven van advies een bepaalde voorzichtigheid. In sommige situaties is het vinden van de balans lastiger dan in andere, omdat men toch is geneigd om te denken in oplossingen.’

‘Het is naïef om te denken dat ik grote veranderingen kan aanbrengen.’ Heeft u zelf meegemaakt dat u een oplossing bood waar dat niet gepast was? ‘Ja, dit heb ik in Zuid-Soedan meegemaakt. Ik werkte toen bij een vrouwenorganisatie die probeerde bij te dragen aan het oplossen van problemen in de gemeenschap en het verwerken van gewelddadige conflicten in het verleden. Op een bepaald moment heb ik daar met veel enthousiasme over traumaverwerking in Nederland verteld en hoe belangrijk het is om te praten over wat je hebt meegemaakt. Naderhand kwam een van de vrouwen naar me toe. Ze vertelde dat ze samen hebben geprobeerd om er open over te praten, maar dat dit lastig is. Wanneer iemand niet de ruimte en veiligheid heeft om problemen te delen, wordt praten juist nutteloos. Toen dacht ik: daar heb je mij weer met mijn adviezen en mijn westerse kijk op bepaalde problemen.’ Uw eigen achtergrond sluit dus niet altijd aan bij de lokale bevolking. Hoe gaat u hiermee om tijdens het doen van onderzoek in conflictgebieden? ‘Ik realiseer me dat ik als buitenstaander een klein zetje kan geven, maar dat ik nooit de hele situatie kan veranderen. Ik zie uiteindelijk maar een klein deel. Het is daarom heel naïef om te denken dat ik grote veranderingen teweeg kan brengen. ‘Ook verschillende Afrikaanse organisaties houden zich bezig met de invloed van de persoonlijke achtergrond van onderzoekers op de lokale bevolking. Zij richten zich niet alleen op westerse onderzoekers, maar ook op lokale onderzoekers die regelmatig hun standaardoplossingen


Geen pasklare oplossing P. 24

klaar hebben en vergeten te kijken naar wat er precies speelt. Deze Afrikaanse organisaties stellen dat het belangrijk is om voorzichtig te zijn met interpretaties. Als je als onderzoeker bijvoorbeeld het idee hebt dat vrede kan worden gerealiseerd door de staat te versterken, ga je in sommige situaties juist de lokale dynamiek voorbij. In Oost-Congo heeft de staat bijvoorbeeld een slechte reputatie. Dat is in dit geval dus niet de meest adequate partij om mee te werken. Als onderzoeker heb ik ook mijn

‘Door de ideologie achter deze rechten te achterhalen, is het mogelijk om op discrete wijze te kijken naar kwesties waar ik in eerste instantie niet achter sta.’

vooroordelen en stokpaardjes, dingen die ik belangrijk vind om te onderzoeken. Door me alleen te focussen op wat ik zelf problematisch vind, verlies ik allerlei andere belangrijke aspecten uit het oog.’ Toch is het mogelijk dat zich situaties voordoen waar u zelf onmogelijk achter kan staan. Wat doet u in dit soort gevallen? ‘Ik probeer eerst op zoek te gaan naar de achterliggende gedachte. Het verschil in erfrechten omtrent land tussen mannen en vrouwen is een voorbeeld van een dergelijke situatie. Veel traditionele rechtssystemen bieden weinig rechten voor vrouwen. Stukken land worden bijvoorbeeld bijna altijd via de mannelijke lijn overgeërfd. In eerste instantie vond ik dit een oneerlijk principe. Na verder onderzoek bleek de situatie echter ingewikkelder in elkaar te zitten. Een belangrijke doelstelling van traditionele landrechten is het garanderen van toegang tot land voor toekomende generaties. Je bent nooit eigenaar van het land, slechts verzorger zolang je leeft en het gebruikt. Ook mannen hebben dus beperkte rechten op land. En juist het invoeren van formele landrechten resulteert vaak in het versterken van rechten van mannen, ten koste van vrouwen. Door de ideologie achter deze rechten te achterhalen, is het mogelijk om op discrete wijze te kijken naar kwesties waar ik in eerste instantie niet achter sta. Ook hier houd ik dus rekening met het belang van de lokale bevolking.’ Werkt u actief samen met lokale onderzoekers om het belang van de lokale bevolking mee te nemen? ‘Ik probeer bij het doen van onderzoek in conflictgebieden of post-conflictgebieden altijd samen te werken met lokale wetenschappers en medewerkers. Aan de ene kant helpt dit bij het interpreteren van de problemen waardoor ik me kritisch op kan stellen. In het Grote Merengebied werk ik bijvoorbeeld samen met vertalers of veldmedewerkers. Zij hebben daar connecties en basiskennis van de lokale omstandigheden. Taal is ontzettend belangrijk. Het is een kennisstructuur en laat veel zien over de cultuur, maar in sommige gevallen kan taal lastig zijn. Soms krijg ik geen duidelijk antwoord op een vraag tijdens een interview, omdat het bijvoorbeeld een gevoelige vraag is. Mijn vertaler helpt mij dan bij de beslissing of ik door moet vragen of het beter kan laten zitten. Daarnaast weten ze ook wat er achter een antwoord zit, omdat ze dit af kunnen leiden aan de manier waarop iemand iets vertelt. Ik ben natuurlijk verantwoordelijk voor het eindresultaat, maar de veldmedewerkers werken net zo hard mee aan de interpretatie. ‘Door samen te werken met de lokale bevolking draag ik bij aan het ontwikkelen van de lokale onderzoekscapaciteit en ik denk dat daar mijn kracht zit. Het is goed dat mensen vragen stellen over hun eigen samenleving en dat kan door ze te betrekken bij onderzoek.’ ANS


Column Sanne de Kroon P. 25

Ben jij creatief, enthousiast en betrokken? Met andere woorden: kun jij koffie zetten?

EVEN DENKEN Sanne de Kroon denkt overal veel te lang over na en ontwikkelt graag uitgebreide theorieën. Soms heel slim gevonden, soms wat minder. In deze column deelt ze haar nieuwgevonden wijsheden met de medemens. Vrouwenbroeken In mijn tijd als columnist voor ANS heb ik veel wijsheden met jullie kunnen delen. Er is echter één ding dat zelfs mijn petje te boven gaat: vrouwenbroeken. Pas geleden was ik onderweg naar een feestje in mijn favoriete broek, toen de regen ineens met bakken uit de hemel viel. Eenmaal daar aangekomen werd mijn broek een tripje in de droger aangeboden. Nu is dat altijd een risico, maar high risk, high reward, zeg ik altijd. Helaas: mijn zorgvuldig uitgerekte broek ging terug naar de fabrieksinstellingen. Tijd om een nieuwe broek te kopen, besloot ik. Het vooruitzicht boezemde mij angst in. Samen met mijn zusje betrad ik de eerste winkel, huiverig als overlevenden van een apocalyps die uiteindelijk uit hun schuilkelder tevoorschijn kruipen. Daar werden wij direct overspoeld door onbekende begrippen, afkomstig uit een radioactieve modewereld. Ik heb altijd gedacht dat de opties bestonden uit ‘spijkerbroek’ of ‘gewone broek’, maar de nieuwe opties stapelden zich op. Wil je niet liever een corduroy broek, een stretchbroek, een legging, tregging of jegging, een salopette, een superstretchbroek, een culotte of soms een enkellange pull-on broek? Oh en trouwens, blijkbaar zijn joggers nu ook een soort broek, in plaats van zwetende mannen van middelbare leeftijd in een egaal grijs trainingspak. Ik houd het niet meer bij. Dan heb je een type broek gekozen en dan komen de pasvormen. Voor jeans (spijkerbroek mag niet meer) alleen al zijn dat bijvoorbeeld: super soft skinny fit jeans, shaping bootcut regular jeans, mini flare high jeans, vintage slim ankle jeans, push-up jegging – low waist of boyfriend low ripped jeans. Alsof ik weet wat dat allemaal betekent. Dan neem ik een willekeurige stapel broeken mee naar een pashokje, om me vervolgens halverwege een knellende broek te realiseren dat ik niet eens aan de juiste maat hebt gedacht. Terwijl ik me afvraag of ik deze broek ooit nog zal kunnen verlaten, schiet me plots te binnen: ‘Wat nou als het brandalarm afgaat?’ Dan, als een godsgeschenk, stuit ik op de perfecte pasvorm: de mom jeans. Dat klinkt als precies wat ik nodig heb. Maar dan! Als ik dichterbij kom, zie ik dat het gaat om een slim mom jeans trashed. Een kapotte dus! Nu is de mode-industrie echt te ver gegaan. Daarom roep ik op tot protest. Het is tijd dat ontwerpers komen met een nieuwe pasvorm, die de kenmerken heeft die meisjes daadwerkelijk verlangen. Het is tijd voor de super soft superstretch mom jeggings met real chocolate chunks en fudge-covered toffee pieces.

ANS ZOEKT: Interesse? Stuur een mail naar - Schrijvers redactie@ans-online.nl of - Fotografen kom langs op ons kantoor - Illustratoren onder het Elinor Ostromgebouw. - Vertalers - Mensen die mooie advertenties kunnen maken

Kies voor de toekomst


Tijdsgeest Tekst: Rindert Oost en Maaike Reinhoudt/ Illustratie: Timon Vader P. 26

Achtergrond

TIJDSGEEST

In Tijdsgeest wordt iedere editie het verleden, heden en de toekomst van een bepaald fenomeen of ontwikkeling besproken. Deze editie: De acceptatie van homoseksualiteit in Nederland. Nederland: het land waar de eerste homostellen trouwden en homoseksuelen hun seksualiteit kunnen vieren tijdens de Canal Parade in Amsterdam. Nederlanders geloven graag dat hun cultuur heel progressief en liberaal is tegenover homoseksualiteit. Uit onderzoek van het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) blijkt inderdaad dat de meeste Nederlanders homoseksualiteit aanvaarden en zelfs omarmen als onderdeel van hun nationale identiteit. Toch lijkt er een grens te zitten aan dit acceptatievermogen. Veel mensen staan namelijk sceptisch tegenover bepaalde uitingen van homoseksualiteit. Zo mogen mannen zich niet te vrouwelijk gedragen en vinden velen het aanstootgevend of raar als twee mannen hand in hand over straat lopen. Daar komt nog bij dat begin dit jaar de Nederlandse vertaling van de Nashvilleverklaring verscheen waarin een aantal conservatieve protestanten zich uitsprak tegen homoseksualiteit. Toch is de acceptatie van homoseksualiteit een onderdeel geworden van de Nederlandse identiteit. Hoe is dat zo gekomen en hoe zal de Nederlandse samenleving in de toekomst omgaan met homoseksualiteit? Verleden: Voorzichtig uit de kast Voor de tweede wereldoorlog werd homoseksualiteit niet geaccepteerd in Nederland. Stefan Dudink, universitair docent Gender Studies aan de Radboud Universiteit, licht toe: ‘In 1911 werd artikel 248bis van het Wetboek van Strafrecht (Sr) ingevoerd, dat seks tussen een meerder- en minderjarige van hetzelfde geslacht verbood. Op die manier trachtte men de verspreiding van homoseksualiteit tegen te gaan.’ Sociale veranderingen vanaf jaren vijftig zorgden ervoor dat er meer ruimte ontstond voor homoseksualiteit. Zo kwam een jeugdcultuur op in Nederland, waarin jongeren begonnen met het ontwikkelen van een eigen identiteit. ‘Ze gingen zich vanuit de jeugdcultuur te verzetten tegen de heersende, conservatieve normen van hun ouders’, stelt Dudink. Ook kreeg het individu, in tegenstelling tot het gezin, een grotere rol in de samenleving. ‘Men kreeg meer vrijheid om zich te als individu te ontwikkelen, dus ook op het gebied van seks’, aldus Dudink. ‘Daarnaast bood de opkomende uitgaanscultuur een openbare ontmoetingsplek voor homoseksuelen.’ Deze veranderingen droegen bij aan het ontstaan van een kleine homobeweging in de jaren vijftig met als doel het creëren van een veilige omgeving voor homoseksuelen. ‘Hoewel dit een positieve ontwikkeling was, bleef de beweging naar binnen gericht. De relatie tussen homo’s en niet-homo’s bleef tot begin jaren zeventig problematisch en de politie verrichtte veel arrestaties op grond van artikel 248bis Sr. Het was dus nog steeds een donkere periode voor homoseksualiteit’, betoogt Dudink. Tussen de jaren vijftig en zeventig was er enige vooruitgang, maar pas in 1971 werd artikel 248bis Sr afgeschaft. Tien jaar later, na gewelddadige reacties tijdens een homodemonstratie, realiseerde men zich dat er nog meer moest veranderen. Vanaf dat moment werd de acceptatie van homoseksualiteit langzamerhand onderdeel van de nationale identiteit.

Heden: ‘Niet te nichterig’ ‘Nederland is tegenwoordig een van de meest progressieve landen ter wereld wat betreft homo-emancipatie’, stelt Laurens Buijs, docent Algemene Sociale Wetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam. Niet iedereen in Nederland staat echter positief tegenover openlijke seksualiteit. ‘De Nashvilleverklaring laat zien dat er nog steeds veel conservatieve geluiden in Nederland zijn die homoseksualiteit het liefst zo ver mogelijk willen indammen’, legt Buijs uit. ‘Tegelijkertijd zien we dat het gros van de mensen in Nederland uiterst verontwaardigd reageert op de verklaring. Dit bevestigt nogmaals dat acceptatie van homoseksualiteit tegenwoordig onderdeel is van de Nederlandse identiteit.’ Ook binnen de politieke coalitie zijn er, net als in de samenleving, nauwelijks serieuze tegenstanders van homoseksualiteit meer te vinden. ‘De verklaring leidt wel tot heftige discussies tussen voorstanders van homo-emancipatie en ondertekenaars van de Nashvilleverklaring. Dit soort discussies zorgen juist vaak voor verdere acceptatie van homoseksualiteit’, benadrukt Buijs. ‘De verschijning van de Nashville-verklaring is dus eigenlijk een mes dat aan twee kanten snijdt: het laat zien dat we nog een lange weg te gaan hebben, maar ook hoe ver we al gekomen zijn.’ Hierbij moet wel worden gezegd dat in Nederland een kloof bestaat tussen wat mensen denken en wat ze doen. ‘Nederlanders willen heel graag progressief en tolerant zijn, maar vinden dat in de praktijk vaak moeilijk. Zodra homoseksualiteit zichtbaar wordt, bijvoorbeeld als twee mannen hand-in-hand over straat lopen, vinden velen dit aanstootgevend’, legt Buijs uit. Ook een te sterke afwijking van de gendernorm wordt niet gewaardeerd. Buijs: ‘Voor veel mensen zijn homo’s oké, als ze zich maar niet te nichterig gedragen.


Tijdsgeest P. 27

1911: Invoering van Artikel 248bis van het Wetboek van Strafrecht 1946: Oprichting homobelangenorganisatie Cultuuren Ontspanningscentrum (COC) 1955-1965: Opkomst homo-emancipatie in Nederland 1969: Eerste homodemonstratie in Nederland

1971: Afschaffing Artikel 248bis Sr 2001: Homohuwelijk legaal in Nederland 2019: Ondertekening Nederlandse Nashvilleverklaring door conservatieve protestanten waaronder SGP-Tweede Kamerlid Kees van der Staaij

Toekomst: Hoop op een nieuwe generatie ‘We zullen in de toekomst waarschijnlijk veel meer uitingen van homoseksualiteit, zoals twee zoenende mannen in het openbaar, accepteren’, zegt Buijs opgetogen. ‘Er is al veel verbeterd als je kijkt naar het verleden en onze opvattingen over homo’s. Zo geeft homobelangenorganisatie COC tegenwoordig voorlichting over homoseksualiteit op middelbare scholen. Zoiets was vroeger ondenkbaar.’ Buijs verwacht dat dit soort voorlichtingen in de toekomst meer invloed krijgen waardoor traditionele gendernormen minder belangrijk zullen worden. Hier valt echter wel een kanttekening bij te plaatsen. ‘Een duizend jaar oud referentiekader krijg je niet zomaar omvergeduwd. Daar gaan nog een aantal generaties overheen.’ Verder verwachten Buijs en Dudink dat er een kans is dat homoseksualiteit in de toekomst steeds vaker als politiek middel zal worden gebruikt. ‘We zien homoseksualiteit nu al terugkomen in de politieke retoriek’, legt Buijs uit. ‘Politici als Geert Wilders en Thierry Baudet zetten het ‘Nederlandse’ denken over homoseksualiteit af tegen het denken in nietwesterse culturen. Zo willen dergelijke politici laten zien dat religies als de Islam niet passen in Nederland en haaks staan op de nationale identiteit.’ De kloof tussen voor- en tegenstanders van homoseksualiteit neemt daardoor toe. En dit gebeurt niet alleen in Nederland; ook internationaal is de groeiende kloof een probleem voor de acceptatie van homoseksualiteit. Dudink legt uit dat leiders in Rusland en Turkije vaak een vergelijkbare strategie gebruiken als Wilders en Baudet. ‘Zij wijzen naar het Westen als de cultuur die homoseksualiteit accepteert en zetten zich daartegen af. Daarmee wettigen ze hun beleid om bijvoorbeeld sancties tegen de Europese Unie op te leggen. Hoewel Nederland dus steeds progressiever zal worden, wordt de kloof op internationaal niveau in de toekomst meer vergroot. ANS


Kamervragen Tekst: Myrte Nowee/ Foto’s: Julia Mars P. 28

KAMERVRAGEN

In Kamervragen gaan twee studenten op ontdekkingstocht in elkaars kamer en speculeren ze over de persoonlijkheid, activiteiten en vreemde trekjes van de bewoner. Kunnen ze uitvinden wat voor persoon er achter de kamer schuilgaat? Deze editie: Shaja en Niek. Shaja op bezoek bij Niek Wanneer Shaja aankomt bij het imposante huis van dispuut De Gong, wordt hij verwelkomd door een huisgenoot in badjas. Waar de buitenkant van het huis rijkdom uitstraalt, ziet het er binnen een stuk studentikozer uit. ‘Tjee wat een chaos!’ De kamer zelf staat vol merkwaardige voorwerpen. Van Shaja een Satansaltaar tot een dagboek genaamd Breinkrochten, in elk hoekje ontdekt hij iets opmerkelijks. ‘Hij is van alle markten thuis’, besluit Shaja. Op de achterkant van een kast zijn kaartjes van reizen en concerten geprikt. ‘Zo te zien is hij lang in Parijs geweest’, merkt Shaja op nadat hij de data van een aantal buskaartjes heeft bestudeerd. Aan de muur hangt een enorm whiteboard vol wiskundige formules, maar Shaja is niet onder de indruk. ‘Vrij basic nog, dit is allemaal middelbare schoolstof.’ Shaja verwondert zich over de vele vondsten. In de chaos valt zijn oog op een briefje aan de koelkast. ‘Hier staat iets! “Mijn kip ligt in het vriesvak”.’

Niek op bezoek bij Shaja ‘Ik wil natuurlijk niet overhaast stereotyperen over het geslacht, maar ik denk dat hier een jongen woont’, lacht Niek als hij de eenvoudige kamer binnenloopt. Wanneer hij de bergruimte boven het bed opmerkt, laat hij zijn fantasie de vrije loop. ‘Misschien is dit een plek waar hij lijken verstopt!’ Enigszins Niek teleurgesteld constateert hij dat er alleen slaapspullen liggen. Niek probeert te achterhalen wat de bewoner nog meer te verbergen heeft. In een kast vindt hij boeken over aerodynamica, psychologie en verpleegkunde. ‘Geen boeken die je voor de lol leest’, meent hij. De uiteenlopende onderwerpen maken het lastig om de studie te raden. Dan valt zijn oog op het whiteboard. ‘Goed om te zien dat meer mensen dit hebben.’ Uit de intense sportoefeningen die erop staan geschreven, blijkt dat de bewoner fitness zeer serieus neemt. Niek is zelf minder onder de indruk. ‘Zware dingen optillen en weer neerzetten is niet echt mijn hobby. Ik heb al een jaar niet gesport.’

In de vriezer valt naast een enkele boterhamkorst en een heleboel schimmel echter niets te vinden. Shaja weet niet wat hem overkomt. Verbaasd door dit tafereel gaat hij verder met de zoektocht, waarbij hij de ene vreemde hobby na de andere ontdekt. ‘Wat is dit? Een degen? Deze guy! Hij lijkt me een alternatieveling.’ Wanneer hij de gameconsoles inspecteert, concludeert hij dat de bewoner vrienden moet hebben. ‘Mario Kart speel je niet in je eentje.’ Omdat het allemaal vrij oude spellen zijn, gokt hij dat de bewoner rond de 24 is. Een vriendin om al deze interesses mee te delen heeft deze jongen volgens Shaja niet. ‘Zo’n kamer zegt natuurlijk niet alles, maar ik kan geen vrouwenkleren vinden.’ Tussen de vele boeken ontdekt Shaja een boek met erotische verhalen. ‘Getting hurt, haha, viespeuk.’ Als zijn oog daarna nog valt op een pakje sigaretten besluit Shaja dat het een echte levensgenieter moet zijn. Halverwege de zoektocht serveert de huisgenoot, nog steeds in badjas, koffie uit een pannetje. Na een laatste expeditie door de volle kamer denkt Shaja na over zijn vondsten. ‘Hij heeft heel veel interesses en doet echt iets met zijn leven, dat is goed.’ merkt hij op. ‘Ik weet alleen niet of hij al een doel heeft.’

Wanneer Niek een billenkalender aan de muur ziet hangen, constateert hij dat de bewoner niet enkel geïnteresseerd is in zijn eigen lichaam. ‘Prachtig ding. Een billenman dus, dat is zeker. Maar waar is het van? Het zou best van een schaatsvereniging kunnen zijn, zij doen vaak cool over hun billen.’ Naast dit stukje kunst kan Niek ook een abstract schilderij met rode en oranje verfspetters waarderen. ‘Ik vind het best leuk. Misschien is het iemand die altijd al kunstenaar wilde worden.’ Het is in ieder geval een stuk verder gevorderd dan de kindertekening die iets verderop hangt, waarvan Niek vermoedt dat de bewoner deze ooit zelf heeft gemaakt. ‘Sommige mensen hechten waarde aan rare dingen uit hun jeugd.’ Op zoek naar laatste aanwijzingen over interesses wordt een kledingkast opengetrokken, hoewel Niek gokt dat er alleen kleren in zullen zitten. ‘Ik had gelijk! Wat ben ik toch een speurneus!’ lacht hij. Uit de kast komt een kleurrijke blouse tevoorschijn. ‘Hm, exotisch. Dit kan je echt niet dragen als je blank bent.’ Verder hangt er ook een Adidasvestje. ‘Een vleugje gabber’, besluit hij. Dan trekt de Oilily toilettas met bloemetjes zijn aandacht. Niek glundert wanneer hij hem open maakt. ‘Dit is het schattigste tasje voor een scheerapparaat dat ik ooit heb gezien.’


Kamervragen P.P.29 29

VRAGENUURTJE Tijd voor de confrontatie: hadden de studenten het bij het juiste eind of sloegen ze de plank compleet mis? ‘Ik had je jonger ingeschat’, zegt Niek (22 jaar, eerstejaars masterstudent Filosofie) wanneer Shaja (26 jaar, vierdejaarsstudent Verpleegkunde) binnen komt lopen. ‘Echt?’ antwoordt Shaja verbaasd. ‘Ik had jou juist ouder ingeschat.’ Shaja vraagt direct naar de vele boeken op Nieks kamer. ‘Zijn die allemaal van jou?’ Niek geeft toe te veel geld aan deze hobby uit te geven. Ook het Satanachtige beeldje heeft indruk gemaakt op Shaja. ‘Die heb ik in het begin van mijn studie gekocht’, lacht Niek. ‘Ik gebruik het als een soort rokers-altaartje. Er ligt ook wierook op.’ ‘Wat heb je met Frankrijk?’ wil Shaja weten wanneer hij de gevonden reistickets noemt. Niek blijkt een half jaar in Parijs te hebben gewoond. ‘Ah kijk! C’est ça!’ Wanneer Shaja de huisgenoot in badjas noemt, grinnikt Niek. ‘Dat is hoe het er in ons dispuutshuis regelmatig aan toe gaat. We spreken af om samen te ontbijten en vervolgens zitten we de hele dag in onze badjas niks te doen.’ Hoewel Shaja dit duidelijk heel gezellig lijkt, wordt er in zijn huis vooral gestudeerd. Als Niek erachter komt dat Shaja een tijdje Luchtvaarttechniek heeft gestudeerd, vallen de aerodynamicaboeken op zijn plek. De vraag rond de studie van Niek hangt echter nog altijd in de lucht. ‘Ik dacht misschien iets van Sociologie?’ ‘Filosofie’, verbetert Niek. Hoewel bijna alle andere studies zijn langsgekomen tijdens de zoektocht, vond Shaja dat hij best dicht in de buurt zat. Niek is ook nog nieuwsgierig naar het schilderij boven de haard. ‘Ik ben vroeger net als jij lid geweest van een studentenvereniging, en ons dispuut had een creatieve jongen die schilderijen maakte. Het is een leuk aandenken.’ Het andere meesterwerk uit de kamer blijkt van het vierjarige nichtje van Shaja te zijn. ‘Ze is helemaal gek op mij. Dat uit ze door tekeningen te maken.’ Naast deze grote liefde is er geen vaste vrouw in het leven van Shaja, hoewel naast het bed wel een tube glijmiddel te vinden is. Ook Niek heeft geen vriendin. ‘Al had je een aantal maanden eerder nog wel vrouwenkleren van mijn ex kunnen vinden’, grapt hij. ANS


GoedVoorEenConsumptie/ Colofon P. 30

33e jaargang

ANS ZOEKT MEDEWERKERS! Vind jij het leuk om te schrijven, illustreren, vertalen of fotograferen? Kom dan langs op ons kantoor (onder het Gymnasion) of stuur een mail naar redactie@ans-online.nl.

Hoofdredactie Julia Mars en Irene Wilde Redactie Simone Bregonje, Joep Dorna, Jonathan Janssen, Rindert Oost en Jeyna Sow Medewerkers Camee Comperen, Julia Meilink, Myrte Nowee, Maaike Reinhoudt, Floor Toebes en Jitske de Vries Illustraties Joost Dekkers, Bibi Queisen, Inge Spoelstra, Timon Vader en Roos in’t Velt Foto’s Ted van Aanholt, Jetske Adams, Mark van Doorn, Joep Dorna, Mathijs van Leeuwen, Julia Mars, Vincent Veerbeek en Irene Wilde

Voorpagina Mark van Doorn Columnisten Roel van Koeverden en Sanne de Kroon Eindredactie Pieter Hengst, Aaricia Kayzer, Wouter van der Laan, Chiel Nijhuis, Tom Plaum, Dennis van der Pligt, Daniëlle Udo, Vincent Veerbeek en Marit Willemsen Crypto Janneke Elzinga en Jelle Siemens Cartoon Dennis van der Pligt Ontwerp Marloes de Laat en Roel Vaessen Lay-out Julia Mars Dagelijks bestuur Britt Teffer (voorzitter), Djuna Bánki (secretaris) en Kübra Saginci (penningmeester)

Druk MediaCenter Rotterdam Uitgave, abonnementen en advertentie-acquisitie Stichting MultiMedia: stichtingmultimedia@gmail.com Redactieadres Heyendaalseweg 141 6525 AJ Nijmegen Tel: 06-36458763 Mail: redactie@ans-online.nl

Het Algemeen Nijmeegs Studentenblad is een onafhankelijk blad dat gratis in de binnenstad en op de Radboud Universiteit Nijmegen wordt verspreid. Het verschijnt 7 keer per jaar in de maanden september t/m juni.


CRYPTO

DE TIJD WAARIN HET SNOEPGOED NOG AAN DE BOMEN GROEIDE EN JE FLIPPO’S BIJ DE CHIPS KREEG, IS LANG VERVLOGEN. IN WELK KOOKTIJDSCHRIFT JE BLADERT OF OP WELK FOODBLOG JE RONDSTRUINT, DE BOODSCHAP IS DUIDELIJK: EET MEER GROENTE! TEGENWOORDIG MOET ELKE NEDERLANDER EEN HALVE POND GROENTE NAAR BINNEN STOUWEN OM VOLDOENDE VITAMINEN EN VEZELS BINNEN TE KRIJGEN. VERGEET FRUIT NIET, DE SUIKERBOM DIE DESONDANKS OOK NIET IN JE BROODTROMMEL 4 MAG ONTBREKEN. DEZE CRYPTOGRAM IS DAAROM EEN TEST: HOEVEEL SOORTEN GROENTEN EN FRUIT (HER)KEN JE?

1

3

2

6

5

LET OP: ‘IJ’ TELT IN DEZE CRYPTO VOOR TWEE LETTERS. 7

Crypto P. 31 P. 31

8 9 11

10 12

13

14

15

De oplossingen voor het cryptogram in de vierde ANS vind je op ans-online.nl Verzamel een team van 3 tot 6 personen en schaaf je algemene kennis bij, want ANS geeft gratis deelname weg voor de maandelijkse pubquiz van BUUR. BUUR is de gastvrije huiskamer van Brakkenstein. Kom langs voor een duurzame lunch of diner, een goede kop koffie of een lekker speciaalbiertje. Ook worden er regelmatig leuke activiteiten georganiseerd, zoals een pubquiz of een muziekmiddag. Kans maken? Stuur dan voor 26 maart de oplossing naar redactie@ans-online.nl. Kijk voor meer informatie op www.buurbrakkenstein.nl.

1 16 17

HORIZONTAAL: 2. ‘IS HET ER EENTJE OF ZIJN HET ER VIJF?’, VROEGEN DE ROMEIN EN DE NEDERLANDER ZICH AF. (6) 5. EXPLOSIEVE VRUCHT. (12) 7. REGERINGSFRUIT, MAAR DAN ZONDER CADMIUM. (5) 8. GEVAARLIJKE BLADEREN VOOR TRANS-ATLANTISCHE SCHEPEN UIT DE JAREN ‘10. (10) 12. EEN HEKS IN DE FILE? (9) 14. HEEFT HET NU VACHT OF VEREN? (4) 15. DE RESTEN VAN GEHUSSELD BROOD. (6) 16. CONTINENT VOOR OP JE BAGAGEDRAGER. (8) 17. MEERDERE EXEMPLAREN HIERVAN VORMEN EEN BELONING. (4) VERTICAAL: 1. VERLICHTENDE VRUCHT. (4) 3. DE PRINSES WIST NIET OF ZE HEM MOEST KUSSEN OF EROP MOEST GAAN LIGGEN. (10) 4. IN VIERKANTE VORM HET MEEST VOORKOMEND. (6) 6. VRUCHT OF (VERLAAGDE) NOOT? (3) 9. EEN NIET ZO SNUGGER PERSOON BIJ EEN TANKSTATION? (7) 10. TOEN VADER HET HOF VAN EDEN VERLIET, LIET HIJ DEZE GROENTE ACHTER. (6) 11. DIT IS JE EIGEN PROBLEEM EN MOET JE ECHT ZELF OPLOSSEN. (8) 13. DEZE GROENTE VOLDOET AAN EEN SCHEEPSMAAT. (9)


VAN DE BAAN P. 32

Tekst: Jitske de Vries/ Foto: Jetske Adams

Wie: Max van Dinther 22, derdejaarsstudent Filosofie Bijbaan: Heftruckbestuurder bij Hyster-Yale, 12,50 euro per uur

De heftruck waar ik vervolgens als eerst op mocht rijden was direct de grootste van het magazijn. Dat was meteen even opletten.’

Hé Max, wat doe je daarboven? ‘Ik werk in een fabrieksmagazijn waar ik kleine heftruckonderdelen zoals buizen en lampen verplaats met een heftruck. Mijn baan is eigenlijk een beetje ironisch, omdat ik heftruck rijd in een fabriek waar heftrucks worden gebouwd. Het werk is vrij makkelijk: ik moet voornamelijk dingen oppakken en ze wegzetten in een stelling. Je hebt dus geen hele leipe kwaliteiten nodig om hier te kunnen werken. Daarentegen is het wel vet om op 8 meter hoogte een pallet uit een stelling te halen.’

Klinkt gevaarlijk. Zitten er geen risico’s aan het vak? Op een andere afdeling van het bedrijf zijn er wel een paar overlijdensgevallen geweest. Daar rijden ze met ladingen van tienduizend ton en als dat op je valt, blijft er weinig van je over. Op onze afdeling valt het risico mee. Wij werken met onderdelen die je vooral met de hand zou kunnen tillen. We hebben wel veiligheidsvoorschriften waar we ons aan moeten houden. Zo moeten we een veiligheidsbril en schoenen met stalen neuzen dragen. Ik hoef geen helm op, want er zit een dak op de heftruck. Wel is de ruimte tussen de schotten op het dak zo groot, dat onderdelen er gemakkelijk tussendoor kunnen vallen. Gelukkig is dat nog nooit gebeurd.’

Dat is wel heel hoog. Hoe ben je op die heftruck terecht gekomen? ‘Ik zocht een baan, maar wilde wel iets spannends doen. Via een uitzendbureau kwam ik hier terecht. De eerste keer dat ik binnenkwam dacht ik: “fuck”. Ik was bang dat het heel zwaar werk zou zijn met strenge targets. Ook was ik benieuwd of ik überhaupt een heftruck kon rijden, want ik heb geen rijbewijs. Dat was gelukkig geen probleem, maar ik moest wel verschillende certificaten halen.

Wil je je heftruckcarrière naar een hoger niveau tillen? ‘Dit is de perfecte bijbaan wat betreft werktijden, salaris en collega’s. Ik verwacht hier nog wel een tijdje rond te rijden, maar ik zie me hier niet de rest van mijn leven zitten. Het is wel handig dat ik de certificaten heb behaald. Mocht ik later nog bij een loods aan de slag willen, dan kom ik vrijwel overal binnen. Ik studeer Filosofie dus de kans om met mijn studie een goede baan te vinden...’ ANS

Profile for Algemeen Nijmeegs Studentenblad (ANS)

ANS jaagt  

Vijfde editie van de 33e jaargang van het Algemeen Nijmeegs Studentenblad.

ANS jaagt  

Vijfde editie van de 33e jaargang van het Algemeen Nijmeegs Studentenblad.

Advertisement

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded