{' '} {' '}
Limited time offer
SAVE % on your upgrade.

Page 1

RICHTLIJNEN RONDOM HERINVESTERING STUFI MOETEN CONCRETER

LUCKY FONZ III WIL NIET DE DOMINEE UITHANGEN

STEWARDS HOUDEN PETER KNOOPE ORDE TIJDENS OVER HAAT TEGEN N.E.C. - ADO HET WESTEN

ANS ZWEEFT ANS GROEIT Algemeen Algemeen Nijmeegs Nijmeegs Studentenblad Studentenblad // jaargang jaargang 31, 31, nummer nummer 6 5


Vooraf Tekst: Redactie P. 2

commentaar Bij het zien van een eerste zwaluw, zonnestralen en paardenbloemen gaat bij iedereen het groene hart sneller kloppen. Met de komst van de lente kunnen de handschoenen eindelijk worden opgeborgen en heeft iedereen een goed excuus om een uurtje eerder te stoppen met studeren. Met dat extra uurtje heb je genoeg tijd om erop uit te gaan. Het Waalstrandje en de stadsparken zijn mooie plekjes om in het gras te liggen, maar kijk eens verder dan het strand lang is. In de Nijmeegse achtertuin grazen jonge Gallowaykoeien in de wei, instagramt de boswachter er rustig op los en bouwen ijverige bevers burchten in de nieuw gegraven ‘kwelvingers’. Het hout wordt door de knaagdieren nuttig besteed, iets wat niet gezegd kan worden van houtverwerking op de RU. Vele bomen gaan neer om vervolgens in de vorm van een hand-outs rond te gaan in de collegezalen, en daarna weer in de prullenbak te belanden. Met een beetje minder printgeweld blijft er genoeg hout over voor de bever om naast zijn vertrouwde burcht een tuinhuis te bouwen. Al het groen dat je tijdens de wandeling omringt, zet je aan het denken. Ben ik zelf wel milieubewust bezig in mijn studentenbestaan? Gelukkig kan je in een handomdraai je kratje bier omtoveren tot afdruiprekje en een petfles verknippen tot bloempot. Met een stukje vlees minder in de week help je de natuur ook al een handje. Hoewel vlees volgens de eigen sector zeer voedzaam is, draagt de industrie flink bij aan de uitstoot van broeikasgassen. Een kotelet duurder maken door middel van een vleestaks is misschien wel de oplossing, maar hoe haalbaar is het idee? Tijdens het struinen in de Gelderse Poort vliegt de tijd. De zon zakt langzaam weg achter de skyline van Nijmegen, waardoor de wind steeds frisser aanvoelt. Misschien moeten die wollen handschoenen toch nog in de jaszak blijven zitten. Puur voor de zekerheid, want één zwaluw maakt nog geen zomer.

De hoofdredactie

ans

Online De laatste wintermaanden van 2017 gingen gepaard met wisselende nieuwsberichten. Voor studenten die te lui zijn om een eigen fiets te kopen, is er nu een oplossing in de vorm van de Swapfiets. Een snelle blik op de fietspaden rondom de campus geeft de indruk dat veel studenten de weg naar deze leenfietsen hebben gevonden. Daarnaast laaide voor de zoveelste keer de Donjondiscussie op, omdat eindelijk de geheimzinnige huurder bekend werd gemaakt. HaystackCorps gaat vanaf volgend jaar de toren in het Valkhofpark bouwen, waar een restaurant en een skybar in moet komen. De nieuwe oude toren zal er echter niet zonder slag of stoot komen als het aan de actiegroep ‘Stop de Donjon’ ligt. Het laatste woord over de toren is in ieder geval nog niet gezegd. Ren je rot naar Enschede In de avond van 28 op 29 april gaat de 45e Batavierenrace van start. Om het negende lustrum te vieren begint de estafetteloop in het centrum van Nijmegen, waarna de hardlopers hun weg vervolgen via het Radboud Sportcentrum naar de campus in Enschede. Daar ligt de finish op de atletiekbaan van het sportcentrum van Universiteit Twente. Met een afstand van ongeveer 175 kilometer en ruim 8500 deelnemers is de Bata de grootste estafettehardloopwedstrijd ter wereld. ANS zal een kijkje nemen bij dit grote evenement en de sfeer langs het parkoers proeven. Groen en goedkoop Duurzaamheid gaat veel Nijmeegse studenten na aan het hart, maar de kosten om een beetje groen te leven komen vaak hoger uit dan ze lief zijn. Om te laten zien dat je met een klein budget ook duurzaam kan zijn, organiseren Cultuur op de Campus, cultuurkoepel CHECK en AKKU Duurzaam de Groene Week. Van 8 tot en met 12 mei zullen in de tuin achter de Studentenkerk allerlei milieubewuste activiteiten plaatsvinden. Aangezien groen de toekomst is, kan ook ANS niet achterblijven en zal tijdens de Groene Week de tuin bezoeken om wijzer te worden over goedkope duurzaamheid. Op de hoogte blijven van al het studentennieuws? Check dan www.ans-online.nl, volg ons op Twitter (twitter.com/ANS_Online) of like de ANS-pagina op Facebook (facebook.com/ANSnijmegen).


deze ANS

Tekst: Redactie Deze ANS P. 3

04 Geniet, maar print met mate De Radboud Universiteit probeert op vele vlakken te verduurzamen. Tegen onnodig papiergebruik door middel van bijvoorbeeld hand-outs wordt echter nog niets gedaan. De universiteit moet met concrete regelgeving komen om deze verspilling tegen te gaan.

13 Achter de passie 04

Onder de mensen die met Pasen een uitvoering van de Matthäus Passion bezoeken, zitten maar weinig studenten. Dirigent, musicus en hoogleraar Ton Koopman richt zich tot musici en studenten om een jong publiek bij klassieke muziek te betrekken. ‘Naar een concert gaan is een kwestie van durf.’

18 Lijden voor de wetenschap Voor studenten die krap bij kas zitten, kan meedoen aan medicijnenonderzoek een makkelijke manier zijn om hun geldzorgen op te lossen. Dit soort onderzoeken zijn echter niet altijd veilig. Zijn de risico’s die proefpersonen nemen de vergoeding waard?

13

18

22

22 Van BMW naar Carré Sinds de oprichting in 2014 gaat het hard met HAEVN. Toch is er nog geen echt album, want de mannen achter de band, Jorrit Kleijnen en Marijn van der Meer, willen geen nummers schrijven vanwege een deadline. ‘We hebben Giel Beelen een aantal keer afgezegd, omdat we er nog niet klaar voor waren.’ 05

CC’tje

07

Het Laatste Oordeel

08

De Nijmeegse achtertuin

11

Verward

16

Middenpagina

21

De Graadmeter

26

Het Issue

28

Stamgasten

30

Deze ANS niet/ Kutkunst/ Colofon

31

Crypto

32 Gevonden Voorwerp


Geniet, maar print met mate Tekst: Wout Zerner/ Illustratie: Anne Rombouts P. 4

geniet, maar print met mate Docenten kunnen op de Radboud Universiteit onbeperkt printen. Daar maken ze flink gebruik van, zoals voor het uitdelen van hand-outs tijdens colleges. Dit leidt tot grote papierverspilling. Om onnodige verspilling tegen te gaan, is regelgeving rondom printgedrag nodig.

De Radboud Universiteit (RU) probeert zich als een groene en duurzame instelling te profileren. De RU komt met verschillende initiatieven om dit karakter kracht bij te zetten. Zo is door de prullenbakken in de Universiteitsbibliotheek (UB) bijvoorbeeld het scheiden van afval mogelijk met verschillende bakken voor plastic, papier en restafval. Daarnaast plaatst de RU zonnepanelen op het dak van hetzelfde gebouw. Op één vlak verzaakt de universiteit echter haar duurzame imago te bevestigen: printen door personeel. Voor docenten is er op dit moment nog geen regelgeving wat betreft papierverbruik: ze kunnen gratis en onbeperkt printen op de campus. Op deze manier is het ook makkelijk om op grote schaal hand-outs in colleges uit te delen. De meeste studenten beschikken echter over een laptop en de benodigde literatuur zou dus grotendeels online kunnen worden aangeboden. Voor studenten zijn artikelen op deze manier makkelijk te raadplegen en het bespaart bovendien papier. De mogelijkheid om de teksten online aan te bieden wordt door docenten gebruikt, maar toch bestaat de behoefte nog steeds om hand-outs te verstrekken. Om een hoop bomen te sparen, zal de RU regelgeving omtrent printgedrag van docenten moeten opstellen. Digitaal boven papier Momenteel ontbreekt op de RU duidelijk beleid om het printgedrag van docenten te reguleren. Op centraal niveau is niks geregeld, laat Martijn Gerritsen, woordvoerder van de RU, weten. De invoering van het Péage-systeem heeft wel voor een afname van papierverspilling gezorgd. Docenten zijn eind 2016 geleidelijk overgestapt naar dit nieuwe systeem. ‘De invoering vond plaats om medewerkers de mogelijkheid te bieden om op de hele campus te kunnen printen’, vertelt Gerritsen. ‘Daarnaast vond de invoering plaats in het kader van secure printen. De kopieën komen niet meer meteen uit de printer rollen, maar pas als de medewerker bij het apparaat heeft ingelogd. Op deze manier voorkomen we datalekken; er blijven

geen vellen papier meer bij de printers rondslingeren.’ Diane Wannet, Manager Logistiek & Services bij het Facilitair Bedrijf, legt uit dat deze overstap als bijkomend effect een afname van papierverspilling had. ‘Bij het oude printsysteem konden docenten van achter hun computer bestanden uitdraaien. Hierdoor was de kans groot dat de uitgeprinte documenten werden vergeten en in de papierbak belandden. Door de invoering van Péage voor docenten moeten ook zij naar de printers lopen om een opdracht af te drukken.’


Column Cecile Collin P. 5

Hoewel dit een goede eerste stap is, moeten meer maatregelen volgen. Het kost docenten door de invoering van het systeem meer moeite om te printen, maar ze zijn nog altijd vrij om op grote schaal documenten uit te draaien. ‘Studenten gaan vaak bewuster om met printen, omdat ze voor de kopieën moeten betalen’, stelt Maarten Heinemann, fractielid van AKKUraatd. ‘Ze zijn eraan gewend dat ze naar de printer moeten lopen voor hun printopdracht.’ Vanuit de RU bestaat de wens om minder papier te printen. ‘In het kader van duurzaamheid zien we het liefst dat docenten hun teksten in digitale vorm verspreiden naar studenten via bijvoorbeeld Blackboard’, vertelt Gerritsen. ‘Onze indruk is dat het digitaal beschikbaar stellen van documenten steeds meer gebeurt, maar sommige studenten vinden dat docenten nog te veel hand-outs uitdelen.’ Ook Heinemann is van mening dat de universiteit te weinig doet aan het terugdringen van het aantal kopieën. ‘Docenten worden niet gecontroleerd op de hoeveelheid uitgedraaide documenten en kunnen dus hun gang gaan’, vertelt hij. ‘Ik heb het idee dat de staf dit ook niet als een probleem ziet.’ Hand-outs, handig? Ondanks de wens van de RU om literatuur online aan te bieden, gebruiken sommige docenten nog altijd papieren versies. Andrej Zaslove, universitair docent Politicologie, is één van hen. Hij is zich wel bewust van het papierverbruik. ‘Vorige week wilde ik een oefening doen waarvoor veel papier nodig was, maar deze heb ik toen niet gedaan.’ Toch deelt hij af en toe hand-outs tijdens zijn college uit. De houding van studenten ziet hij hierbij als belangrijkste reden. ‘Als ik teksten online zet, heeft vaak maar 60 procent van de studenten deze bij zich. Op die manier kan ik geen goed lopend college geven, omdat ik veel onnodige vragen krijg. Sommige studenten hebben bovendien geen laptop tot hun beschikking. Door de teksten op papier uit te delen weet ik zeker dat iedereen een exemplaar bij zich heeft.’ Heinemann ziet geen noodzaak in het uitdelen van hand-outs, omdat je de teksten niet voorafgaand aan het college kan bestuderen. ‘Goed onderwijs moet prioriteit hebben, maar voor de meerwaarde van hand-outs is geen bewijs. Teksten verspreiden tijdens college is zonde van het papier. Het werkt niet, omdat je tijdens het college geen tijd hebt om de teksten door te nemen. Als de tekst vooraf beschikbaar is, kan de student deze voorbereiden.’ Teksten die online worden aangeboden zijn voor iedereen en op elk moment beschikbaar. Voor de studenten zonder laptop zou de docent altijd een paar documenten achter de hand kunnen hebben. De universiteit zal, om de daad bij het woord te voegen, moeten inzetten op duidelijke regels voor het uitdraaien van hand-outs. De invoering van het Péage-systeem is een al dan niet bewuste aanzet tot een strenger printbeleid. Nu zal de RU moeten doorpakken om het afdrukken van overbodige teksten verder aan banden te leggen. Met Blackboard is er een ideaal platform om de teksten digitaal te verspreiden. Door het online zetten van de informatie kunnen studenten deze vooraf en tijdens het college op hun laptop raadplegen. De noodzaak van het printen van hand-outs is verdwenen en daarom moet de RU de verspreiding hiervan tegen gaan. Het printbeleid voor docenten moet zwart op wit komen te staan, maar dan wel het liefst digitaal. ANS

cc’tje Wanneer Cecile Collin haar gedachten aan het papier schenkt, zet ze jou in de CC. Zo kan jij meelezen met de studentikoze ongemakken van deze student Nederlands. Op een blauwe maandag klopte ik een keer aan bij de studieadviseur; ik zat al langere tijd niet meer lekker in mijn vel. Op dat gesprek volgde een compleet circus met optredens van de studentendecaan, de studentenpsycholoog, de praktijkondersteuner van de huisarts en op dit moment een ‘gewone’ psycholoog. Ondanks dit gezigzag tussen kastjes en muren heb ik niet echt het idee dat ik me beter voel. Gelukkig is er Jodel. Deze studentikoze app is gigantisch populair in Nijmegen. Jodel is een soort van anoniem Twitter, waarbij foto’s van huisdieren, flauwe grappen, maar ook serieuze problemen gedeeld worden. Regelmatig verschijnt er ook een noodkreet van een eenzame student die zwaar behoefte heeft aan een luisterend oor of een knuffel. Het prachtige van deze app is dat er binnen een kwartier heel veel andere eenzame medejodelaars helpen, adviseren en soms gegevens uitwisselen om een serieus gesprek te voeren. Je zou bijna denken dat Jodel het therapeutische tekortkomen van de studentenpsychologen oplost. De wachttijden voor de studentpsychologen op de RU zijn namelijk lang, heel lang. Het kan een maand tot anderhalve maand duren totdat je een afspraak hebt. Het is al een hele stap dat je erkent voor jezelf dat je hulp nodig hebt. Dan is het erg vervelend dat je ook nog lang moet wachten totdat je die hulp krijgt. Vaak word je ook eens doorverwezen naar andere hulpverleners. Dit is niet alleen mijn eigen ervaring, maar ook de ervaring van medestudenten met wie ik de afgelopen maanden hierover sprak. Het is goed dat de universiteit psychologische hulp biedt aan studenten en dat meer studenten weten dat zij voor een tientje een intakegesprek kunnen doen. Schoorvoetend durven we toe te geven dat het studentenleven niet alleen de bier-en-frikandellentijd is zoals deze vaak wordt voorgesteld. Juist in deze levensfase verander je van vriendengroep, woonplaats, onderwijsinstelling en spelen misschien ook de eerste problemen met alcohol en seksualiteit op. Misschien verandert er ook nog iets in jouw familie of word je ziek. Probeer je in al die hectiek maar eens staande te houden. Als de universiteit zorgt voor een zo groot mogelijk vangnet voor gedesillusioneerde studenten, kunnen we weer Jodel gebruiken waarvoor het bedoeld is: bekentenissen over schoonheden in de UB en foto’s van vrolijk gekleurde sokken.


Adverteren? Kijk op ANS-Online.nl P. 6

ansjes

De Stichting Ontspanning en Recreatie Nijmegen zoekt vrijwilligers voor het begeleiden van kinderkampen voor kinderen die een extra week vakantie goed kunnen gebruiken. Interesse? Mail (martijn.goudbeek@gmail.com) of bel (06-43873745) met Martijn. Een Ansje mag maximaal 35 woorden bevatten en kost 5 euro voor studenten en 10 euro voor externen. De waarde van de aangeboden goederen mag de 900 euro niet te boven gaan. Mail naar: stichtingmultimedia@gmail.com

ANS ZOEKT MEDEWERKERS EN FOTOGRAFEN Vind jij het leuk om te schrijven of te fotograferen? Kom dan langs op ons kantoor (onder het Gymnasion) of stuur een mail naar redactie@ansonline.nl.


Tekst: Eva Vervoort/ Foto: Guusje van den Ouweland Het Laatste Oordeel Leef, woon, werk, feest... met ANS P. 7 P. 7

het laatste oordeel Duffe opsommingen of ultiem entertainment? ANS verschanst zich in de collegebanken om een genadeloos oordeel te vellen over het onderwijs aan de RU. Studie: Natuur- en Sterrenkunde College: Gasdynamica, 8 maart, 10.45-12.30,

Eindcijfer:

HFML 2.20 Docent: Prof. dr. A. Achterberg Uitstraling: Vector magnificus Publiek: Sheldon, Leonard en Howard (en een enkele Penny) Inhoud: Wiskunde in het kwadraat Op een donkere woensdagochtend druppelen enkele verregende studenten de collegezaal van het High Field Magnet Laboratory binnen. Bram Achterberg kijkt koeltjes toe vanachter zijn brilletje met brillenkoord. Hij start de beamer op en begint rustig te praten. ‘Vandaag gaan we verder met de theorie van golven en de toepassingen daarvan op geluidsgolven en oppervlaktegolven.’ Nonchalant kalkt professor Achterberg zijn ingewikkeld ogende formules op een ouderwets schoolbord. Bekwaam werkt hij de vergelijkingen uit. ‘Ja, hier wordt het echt simpel jongens.’ Simpel is een woord dat Achterberg veelvuldig gebruikt. Voor hem is de theorie misschien ongecompliceerd, maar inmiddels staan er al zestien verschillende oud-Griekse letters op het bord. Een gemiddelde alfastudent herkent deze letters vast en zeker, maar snapt er geen jota van. De toepassing van de theorie op geluidsgolven zou voor de bètastudenten eveneens simpel moeten zijn. De oppervlaktegolven zijn echter van een ander niveau. Het kleine groepje, grotendeels mannelijke, studenten laat zich dan ook niet afleiden door Facebook of Twitter en luistert aandachtig. Wanneer de professor een gesloten vraag stelt, krijgt hij geen respons. ‘Jongens, er zijn maar twee mogelijke antwoorden: ja of nee.’ Aarzelend steekt een jongen vervolgens zijn hand op, maar zijn antwoord is helaas niet goed. Professor Achterberg verbetert hem vriendelijk. Na de pauze praat de professor gepassioneerd verder over onder andere scalair, vectoren, gradiëntenoperatoren en hyperbolen. Plots valt een verdwaasde, verregende student de zaal binnen. Achterberg kijkt hem wazig aan: ‘Ehh, oké.’ Wisselen van beamer naar schoolbord en andersom kost de professor hier en daar wat moeite. ‘Dat bord is niet handig geconstrueerd’, moppert Achterberg.

Op de PowerPointpresentatie is geen tekst te bekennen; ook hier draait alles om de formules. Wel laat de docent voor de afwisseling een aantal foto’s en tekeningen zien van oppervlaktegolven achter een boot. Na de korte visuele onderbreking gaat hij op zijn schoolbord weer verder met het uitwerken van formules. Achterberg waarschuwt zijn studenten: ‘Jullie moeten altijd checken of je algebrafouten hebt gemaakt. De ene vector moet gelijk zijn aan de andere vector.’ In de slotminuten van het college gaat de professor echter zelf de mist in. Hij maakt in zijn vergelijking een onbedoelde fout, maar gelukkig heeft een oplettende student gezien wat er misging. Dat is precies de les die Achterberg zijn studenten mee wil geven: hij hoopt dat zijn studenten uiteindelijk een fysische intuïtie krijgen. ‘Alleen mag delta P nooit nul zijn, want dan is er geen fysica meer en kunnen we allemaal beter naar huis gaan’, sluit hij af.

Het Laatste Oordeel der Studenten Over het optreden van Achterberg is het kleine groepje studenten hoofdzakelijk positief. Volgens de studenten is hij enthousiast over zijn vak en legt hij de stof duidelijk uit. ‘Hij kan moeilijke stof makkelijk laten lijken’, vindt een van hen. Opvallend is dat bijna geen enkele student bezig is met andere zaken. Achterberg heeft de gave om de aandacht vast te houden. Toch is er een enkeling die lekker nadenkt over de invulling van het naderende weekend. Een andere student biedt de professor een oplossing voor de technische problematiek: ‘Het bord hoeft niet helemaal naar beneden als het beamerscherm naar beneden gaat.’ ANS


De nijmeegse achtertuin Het Kronenburgerpark en het Waalstrand zijn welbekende plekjes ‘groen’ onder studenten. Wie iets verder kijkt en modder op de schoenen niet vreest, ontdekt het uitgestrekte natuurgebied de Gelderse Poort. ANS ging op safari met boswachter Thijmen van Heerde en ontdekte de flora en fauna van het Nijmeegse rivierengebied.


Tekst: Noor de Kort en Tijn Oostenbrink/ Foto’s: Noor de Kort De Nijmeegse achtertuin P. 9

Nijmegen is geliefd onder studenten, maar ook natuurliefhebbers doen de stad aan de Waal graag aan. Een snelle blik op de omgeving maakt duidelijk waarom. De diversiteit en dynamiek van het rivierengebied rondom Nijmegen trekken natuurliefhebbers vanuit heel Nederland. Studenten komen echter vaak niet verder dan het met bierblikken bezaaide Waalstrand. Dat is erg jammer, vindt Thijmen van Heerde, boswachter bij Staatsbosbeheer in natuurgebied de Gelderse Poort. Samen met zijn collega’s draagt hij zorg over het gebied van 3000 hectare, dat zich uitstrekt van Lobith tot aan de rand van de Veluwe. Door de snel veranderende waterstand is het gebied altijd in beweging. ‘Anderhalve week geleden kon ik bij de Waal op veel plekken nog het bos in en nu heb ik daar een kano nodig’, lacht de boswachter. ‘De plant- en diersoorten die hier leven, moeten met deze constant veranderende omstandigheden dealen.’ Als achtjarig jongetje wist Van Heerde al dat hij boswachter wilde worden en toen er anderhalf jaar geleden een baan vrijkwam bij de Gelderse Poort aarzelde hij dan ook geen moment. Van Heerde vervult de rol van ambassadeur van het gebied en probeert op deze manier zijn aanstekelijke enthousiasme over te brengen. ANS trok de laarzen uit de kast en ging op stap in het natuurgebied dat op een steenworp afstand ligt van het centrum van Nijmegen. Vroeg uit de veren De boswachters van de Gelderse Poort zijn vroege vogels. Bij Van Heerde thuis gaat de wekker elke dag om half zes en iets meer dan een uur later komt hij samen met

de andere boswachters op hun werkplek in de Ooijpolder. Iedere dag begint het werk hier voor de boswachters om acht uur met een sterke bak koffie en wat slap geouwehoer. De mannen zitten aan een grote tafel en vooral de baas moet het ontgelden op de vroege morgen. ‘Je verdient meer, maar doet weinig’, grappen de mannen, als ze uitleggen wie welke taken vervult. Hij kan er gelukkig zelf ook om lachen. Van Heerde bekleedt zelf de functie ‘boswachter publiek’, waarbij voorlichting geven en het gebied promoten de belangrijkste taken zijn. Regelmatig werkt hij als gids in het gebied en daarnaast is Van Heerde het aanspreekpunt voor verschillende media. ‘Als Hart van Nederland belt met een verhaal over een aangereden otter, moet ik daar, hup, voor de camera kunnen staan. Dat kan ook zijn omdat de eerste ooievaar van het jaar is gezien in Nederland, of omdat we in het weekend een aantal recreanten op de bon hebben geslingerd.’ Intussen zijn de koffiekopjes leeg en beginnen de mannen hun taken voor te bereiden. Ook voor Van Heerde is het tijd om aan de slag te gaan. Allereerst staat er een afspraak op de planning met Annemieke van den Berg, omgevingsmanager bij Staatsbosbeheer. Samen zijn zij bezig met het realiseren van een informatiefilm over een project in de Millingerwaard, een natuurgebied in de Gelderse Poort. Hier wordt door Staatsbosbeheer, verschillende bedrijven en de gemeente een nevengeul gegraven. Van Heerde legt uit dat de film een tweeledig doel heeft. ‘De film dient als voorlichting, maar we willen er ook mee laten zien dat commercie en natuur hand in hand kunnen gaan.’


De Nijmeegse achtertuin Leef, woon, werk, feest... met ANS P. P. 10 10

Vanwege bezuinigingen door de overheid is samenwerking met het bedrijfsleven noodgedwongen een speerpunt geworden van Staatsbosbeheer. Van den Berg vertelt dat voormalig staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie Henk Bleker in 2010 besloot flink te korten op natuursubsidie. Voor Staatsbosbeheer betekende dit een enorme budgetkorting. ‘Ineens moest Staatsbosbeheer het gaan rooien met nog maar dertig procent van haar oorspronkelijke budget. Goed voor de natuur was dit natuurlijk niet, maar we zijn wel creatiever geworden in de financiering van onze werkzaamheden.’ Sindsdien gaat Staatsbosbeheer steeds vaker in gesprek met bedrijven die mogelijk baat hebben bij het opzetten van projecten in de natuurgebieden. Dat de natuur bewaard blijft, staat echter nog steeds voorop. Daarom adviseert Staatsbosbeheer de bedrijven ook op het gebied van duurzaamheid. ‘Bedrijven mogen hun gang gaan, mits zij respect hebben voor de natuur’, stelt Van den Berg. Graven voor groen Om het samengaan van natuurbeheer en het bedrijfsleven te illustreren, besluit Van Heerde naar de Millingerwaard te gaan. Ook boswachter Misja van Vonderen, die zich bezighoudt met het onderhoud van het gebied, gaat mee. Nadat Van Heerde de auto van een collega heeft weten te regelen, vertrekt hij over de dijk richting het gebied. Eenmaal aangekomen bij de nevengeul in de Millingerwaard zet hij de auto stil om uitleg te geven over de herinrichting van het gebied. Staatsbosbeheer is voor het financieren hiervan een samenwerking aangegaan met grondstofproducent K3Delta, die verantwoordelijk is voor zandwinning in de Milingerwaard. Van Heerde wijst rechts naar het water van de nevengeul, waar op het eerste gezicht niets bijzonders te zien is. ‘Als je de weerspiegeling van de fabriekstoren in het water volgt, kom je uit bij een donkere vlek. Dat is de dam die nieuw is aangelegd.’ Van Heerde vertelt dat de plek waar hij nu op staat, de weg naar de oude steenfabriek van Millingen, zal verdwijnen. Op die manier kan de nevengeul verbonden worden met de Waal. ‘Als het water dan hoog genoeg staat, ontstaat er een enorme stroming over de dam. Oversteken via de dam is dan levensgevaarlijk.’ Naast de toegangsweg zal ook de steenfabriek worden afgebroken. Een hijskraan is in de verte bezig met de ontmanteling van de vroegere laad- en losplek. Van Vonderen tuurt aandachtig door zijn verrekijker en Van Heerde ziet een mogelijkheid voor een fotomomentje. De boswachter pakt zijn telefoon er weer bij. ‘Ik ben veel bezig met tweeten, facebooken, instagrammen, vloggen en bloggen, zodat mensen vanaf de luie bank ook kunnen volgen wat wij hier doen.’ Van Heerde en Van Vonderen stappen weer in de auto om de uitgegraven kwelvingers, uitlopende waterstroompjes van de nevengeul, van dichterbij te bekijken. Vlak na het kerkje in Kekerdom – ‘wat een idyllisch plaatje, hè’ – stuurt Van Heerde de auto de dijk af, opnieuw de Millingerwaard in. De kwelvingers van de nevengeul waren allemaal dichtgeslibd, maar zijn opnieuw opengegraven. Op deze

manier kan kwelwater – ondergronds, schoon water - de Millingerwaard binnenkomen en daar profiteren volgens Van Heerde zowel planten als dieren van. ‘Nu zien we nog vooral veel ganzen- en eendensoorten, maar in de toekomst zouden daar een zeearend en visarend bij kunnen komen. Wat planten betreft zullen er vooral meer kranswieren groeien. Waterviolier is bijvoorbeeld een heel mooi kranswier dat alleen voorkomt op plekken met schoon water.’ Work in progress Een andere diersoort die het goed doet in het gebied van de kwelvingers, is de bever. Dit gebied kent, in tegenstelling tot de rest van het rivierengebied, een redelijk constante waterstand en heeft veel wilgenbomen. Daardoor is het een fijne leefomgeving voor dit dier. In de zomer organiseert Van Heerde kanotochten naar de beverburchten en ook nu wil hij graag een burcht van dichtbij laten zien. Hij vertelt dat de graafwerkzaamheden ook gevolgen hebben voor het leven van de bever. ‘Omdat een van de


Column Lex Crijns Leef, woon, werk, feest... met ANS P.11 P. 11

burchten de stroming te veel zou tegenhouden, hebben we deze weggehaald. We hebben de takken daar neergelegd’, wijst de boswachter naar een andere plek aan de waterkant. ‘Diezelfde bever is nu alweer bezig met het bouwen van een nieuwe burcht.’

verward

‘De bever kan het hier helemaal dichtleggen; dat is voor hem een fluitje van een cent.’

Lex Crijns snapt er af en toe helemaal niets van en probeert zijn verwarring in vierhonderd woorden voor u samen te vatten. Als u het niet begrijpt, vindt hij dat niet erg; dan is hij tenminste niet de enige.

‘De wilgentakken zijn in eerste instantie voedsel voor de bever’, vertelt Van Heerde. Hij loopt een stukje het bos in en wijst op een omgeknaagde boom. ‘Hij knaagt de bast eraf en als hij zijn burcht wil upgraden, of een dam wil bouwen, neemt hij de takken mee.’ Aan deze laatste klus hoeft de bever in de Millingerwaard nu nog niet te geloven, maar dat zal waarschijnlijk veranderen. ‘Ik ben heel benieuwd wat de bevers gaan doen als de dam in de nevengeul straks in werking is’, zegt Van Heerde enthousiast. ‘Het waterniveau zal dan meer op en neer gaan en dat vindt een bever niet leuk. Waarschijnlijk zal hij op een aantal plekken dammen gaan bouwen. Hij kan het hier helemaal dichtleggen; dat is voor hem een fluitje van een cent.’ Op safari Onderweg terug naar de werkplek van de boswachters, rijdt Van Heerde langs een van de oude steenfabrieken. ‘In dit vervallen gebouw hebben de dieren vrij spel’, legt Van Heerde uit. We doen in dit geval geen specifieke ingrepen. Sommige plekken richten we helemaal in voor de beesten, maar deze niet: we zien wel wat er gebeurt.’ Tijdens een stukje offroad waar menig safariganger jaloers op zou zijn, spot Van Heerde plots een Gallowaykoe met een kalfje van een paar weken oud. ‘Kijk dan, dit is toch prachtig’, verzucht hij. Hij manoeuvreert de auto in de perfecte positie voor een fotomomentje op maar een paar meter afstand. De donzige beesten hebben een hoge knuffelfactor, maar laten zich niet makkelijk aaien. ‘Voor de auto zijn ze niet bang’, legt Van Heerde uit. Het safari-gevoel is nu echt compleet op het Nijmeegse achterland. ‘Dit maakt mijn werk nou leuk’, zegt hij, terwijl hij zelf ook wat plaatjes schiet voor zijn Instagram. ‘Vaak heb ik geen idee hoe de dag precies gaat verlopen. Dat je zo’n kalfje tegenkomt, verwacht je niet.’ Met mooie plaatjes op zak stuurt de boswachter zijn auto de Gelderse rimboe uit. Van Heerde vertelt dat veel mensen naar het buitenland op vakantie gaan om bepaalde natuurverschijnselen te zien. De Gelderse Poort is volgens hem minstens zo interessant. ‘Hier is genoeg te zien’, besluit hij. ‘Je moet alleen weten waar je moet kijken.’ ANS

Ik heb altijd geleerd dat het goed is om sceptisch te zijn. Sceptisch zijn betekent kritisch nadenken, je eigen mening vormen en standpunten niet klakkeloos overnemen. Een scheikundige vertelde me ooit zelfs dat dit het hoofddoel is van een universitaire opleiding (sceptici zijn het hier niet mee eens). Recentelijk is de betekenis van deze term echter verschoven. Het woord komt vaker voor dan ooit, meestal in combinatie met een ander woord: eurosceptisch, klimaatsceptisch, islamsceptisch. Maar ‘sceptisch’ betekent in deze samenstellingen niet altijd dat je je overtuigingen goed overweegt. De betekenis ligt vaak meer in de buurt van ‘ik heb hier een verrekte hekel aan’. Ik vind het een goede zaak dat mensen sceptisch zijn. Met al het nepnieuws dat via het internet wordt verspreid kun je tegenwoordig niet sceptisch genoeg zijn. Het is wel de bedoeling dat scepsis leidt tot goed onderbouwde en verdedigbare meningen. Als je scepsis leidt tot het verwerpen van waarschuwingen van tientallen klimaatwetenschappers over overstromingen en bosbranden, dan moet je misschien eens kritisch kijken naar je invulling van dit begrip. En als je je mening over een hele bevolkingsgroep baseert op een document dat op één A4’tje past, dan heb je het misschien ook niet helemaal begrepen. Door ergens een ongegronde hekel aan te hebben of de feiten te negeren maak je jezelf vaak niet populair. Daarom verpakken mensen hun ongenuanceerde meningen graag in zeer genuanceerde termen. Als “klimaathater” kom je nu eenmaal een stuk minder geloofwaardig over. Door jezelf te identificeren als sceptisch op dit gebied, lijk je te impliceren dat mensen met andere meningen niet kritisch nadenken. Klimaatwetenschappers die betaald worden om kritisch na te denken, komen daarentegen tot heel andere conclusies dan de erg intelligent klinkende klimaatsceptici. Klimaatwetenschappers kiezen er namelijk voor te luisteren naar de feiten en daaruit de juiste conclusies te trekken. Dus jij bent sceptisch over vaccinatie? Nou, ik ben sceptisch over massaal polio krijgen. En overstromingen en bosbranden, daar ben ik ook heel sceptisch over.


Interview Roy Santiago Tekst: Tijs Sikma/ Foto’s: Simone Both P. 12

Universitaire Studentenraad NU!Medezeggenschap Wil jij op de hoogte blijven van de bezigheden van de USR? Houd dan NU!Medezeggenschap in de gaten! Like ons op Facebook, volg ons op Twitter en neem eens een kijkje op onze website. Heb je tips of opmerkingen? Loop gerust even langs bij de USR kamer (TvA 3) of stuur een mail naar usr@ru.nl. Website: www.numedezeggenschap.nl Twitter: @NUMedezeggsch Facebook: www.facebook.com/NUmedezeggenschap E-mail: usr@ru.nl

Hoi sprankelende medestudenten, De maand april is aangebroken en de zon schijnt weer volop op de campus. Ook de USR kun je op deze maand zien schitteren op de prestigieuze RAGweek kalender. Als dat nog niet schitterend genoeg voor je is, volgt hieronder een eclatante update! Meer verkiezingen (meer beter) De piano’s zijn geruimd, verkiezingsbeloften worden weer weggeschoven en Nederland is Great Again: de Tweede Kamer verkiezingen en de hype daaromheen zijn helaas voorbij. Gelukkig hoef je niet te treuren, want ook op onze eigen universiteit zullen dit jaar weer verkiezingen plaatsvinden! De USR behartigt studentenbelangen op centraal niveau, maar ook op facultairen opleidingsniveau hebben studenten inspraak en helpen om onderwijskwaliteit e.d. te waarborgen en zaken te verbeteren. Lijkt het jou tof om dit volgend jaar te doen, stel je dan vooral verkiesbaar via ru.nl/verkiezingen! De studentenraadverkiezingen zullen dit jaar plaatsvinden van maandag 29 mei tot donderdag 1 juni. Laat zeker ook dit

jaar je stem weer gelden, want met een hoge opkomst wordt de stem van de student in het bestuursgebouw serieus genomen! Onze resultaten en plannen De afgelopen tijd zijn we druk bezig geweest met studentenwelzijn en tot onze tevredenheid kunnen we melden dat een intake bij de studentpsycholoog vanaf heden nog maar 10 euro kost, in plaats van 25 euro. Op deze manier is de drempel lager geworden om een gesprek aan te gaan en allicht is dit ook een stap in de richting van het volledig afschaffen van het instaptarief. Ook fysiek kun je onze resultaten ervaren: op de campus zijn namelijk her en der houten schommelbanken verrezen, waarop je majestueus en comfortabel van het zonnetje kunt genieten! Daarnaast worden de computers in de UB worden voortaan na 45 minuten al vrijgegeven. Op die manier kun je niet alleen buiten, maar ook binnen beter terecht! Eerder hebben we jullie al ingelicht over onze wens om Flexibel Studeren op onze universiteit mogelijk te maken.

(Advertentie)

Het College van Bestuur heeft hier een pilot toegezegd en het ontwikkelen hiervan is in volle gang. Op dit moment voeren we gesprekken over hoe de pilot er inhoudelijk uit gaat zien en wie tot de doelgroep zal behoren. We willen namelijk dat niet alleen studentbestuurders mee gaan doen, maar ook mantelzorgers, toptalenten en mensen met een functiebeperking. In april gaan wij tevens om tafel met studieadviseurs en decanen, zodat de pilot straks door alle betrokken partijen goed ontvangen wordt en draagvlak heeft. Dan tot slot is onze Rector Magnificus laatst weer op tour geweest naar de Faculteit der Sociale Wetenschappen. Er was wederom een mooie opkomst en er zijn weer een aantal interessante punten besproken. Wil jij nu ook vragen aan de Rector stellen? Kom dan 6 juni langs bij FNWI en vraag de Rector het spreekwoordelijke hemd van zijn lijf! Wil je iets kwijt aan ons? Of vind je onze updates nou net zo leuk als wijzelf? Komt dan vooral langs in ons kantoor in TvA 3 of stuur een mailtje naar usr@ ru.nl!


achter de passie

Rond Pasen staat dirigent Ton Koopman jaarlijks aan het hoofd van verschillende orkesten om de Matthäus Passion uit te voeren. Koopman ziet het aantal studenten in het publiek dalen en weet hoe ze opnieuw bij klassieke muziek kunnen worden betrokken. ‘Een concert moet geen opgelezen les zijn.’


Achter de passie Tekst: Rein Wieringa/ Foto’s: Kelley van Evert P. 14

Met Pasen voeren orkesten over de hele wereld de Matthäus Passion uit. Dit stuk uit de barok, waarin de lijdensweg van Jezus wordt verteld, is een van de belangrijkste werken van Johann Sebastian Bach. De componist schreef het voor twee orkesten, twee koren, solisten en een kinderkoor. In zo’n kinderkoor zong Ton Koopman als jongetje van tien mee. Op zijn elfde werd Koopman kapelorganist en drie jaar later werd hij weggekocht door een kerk in Almelo. Daar mocht hij met blazers en strijkers spelen, bewerkte hij kerstliedjes en verdiende hij 40 gulden per maand. In het eerste jaar op het conservatorium zat hij aan het klavecimbel bij de uitvoering van de Johannes Passion. Inmiddels behoort Koopman tot de wereldtop van de barokmuziek. Hij reist naar Rome, Washington en Tokio om orkesten te dirigeren en staat in Nederland aan het hoofd van zijn eigen Amsterdam Baroque Orchestra. Daarnaast is Koopman klavecinist, organist en hoogleraar Kunsten, in het bijzonder de historisch geïnformeerde uitvoeringspraktijk van de oude muziek aan de universiteit Leiden. Dit jaar hield hij de Huizingalezing, een jaarlijkse cultuurhistorische lezing, die hiermee voor het eerst sinds 1988 over muziek ging. Ton Koopman voert jaarlijks de Matthäus Passion meerdere keren uit. Aan publiek is geen gebrek, maar studenten zijn ondervertegenwoordigd. ‘In mijn studententijd gingen er meer studenten naar de Matthäus dan nu’, merkt hij. Als hoogleraar is Koopman actief betrokken bij studenten in zijn vakgebied. Hij geeft colleges, begeleidt promovendi Muziekwetenschap en geeft studenten de gelegenheid boeken uit zijn privébibliotheek te lezen. In deze bibliotheek, tussen de bruine ruggen van boeken en planken vol eeuwenoude partituren, vertelt Koopman bevlogen over het terugwinnen van een jong publiek. ‘Klassieke muziek hoor je altijd als er een belangrijk

persoon overleden is, terwijl je met klassieke muziek juist ongelofelijk veel plezier kunt hebben.’ Hoe is de belangstelling van studenten voor klassieke muziek sinds uw studententijd veranderd? ‘Ik zat zelf tussen de studenten Muziekwetenschap, een klein clubje van hooguit dertig man, waarvan er natuurlijk veel naar concerten gingen. Een hoogleraar van ons was vooral gepassioneerd door opera maar dook soms ook in een passion. Als hij college gaf, zat de grootste zaal, waar plek was voor zeshonderd mensen, altijd vol. Daarnaast waren er meer studentenorkesten dan nu. Naar mijn gevoel gaat het nu al heel goed als een universiteit één koor of orkest heeft. ‘Ik denk dat er minder belangstelling voor klassieke muziek is omdat minder studenten een instrument bespelen. Vroeger hadden studenten bijvoorbeeld vaak al pianoles gehad voor ze naar de universiteit gingen. Als student werd ik door scholen gevraagd om met orkesten en koren mee te spelen, maar van mijn studenten hoor ik dat soort dingen niet meer. Ik heb een keer een bijeenkomst georganiseerd over het benoemen van instrumenten in schilderijen, omdat alle musea dat verkeerd deden. Daar kwamen slechts twee studenten op af. Dat heb ik dus nooit meer gedaan. Toch heeft barokmuziek een jonger publiek dan andere soorten klassieke muziek. Musici van orkesten in bijvoorbeeld Chicago en Boston zeggen dat er bij mij een veel jonger publiek komt dan wanneer ze iets uit de romantiek spelen.’ Op welke manier kunnen studenten weer bij klassieke muziek worden betrokken? ‘Als ik mijn dochter in een jazzcafé zingt, zie ik daar tot mijn verbazing veel mensen van wie ik niet wist dat ze van jazz hou-


Achter de passie P. 15 Leef, woon, werk, feest... met ANS P. 15

den. Ze hebben dan van het optreden gehoord, en vinden het gewoon leuk om er even een borrel te drinken. Kennelijk is de drempel bij jazz lager dan bij klassieke muziek. Ik denk dat wij, de muzikanten, ons moeten realiseren dat we de drempel zelf kunnen verlagen. Dat kan als we plezier en verdriet hebben met muziek, als we niet alleen professioneel zijn, maar echt van muziek houden. De wiskundeleraar die uitstraalt dat wiskunde een geweldig vak is, krijgt iedereen mee. Voor klassieke muziek geldt hetzelfde. ‘Daarnaast kunnen universiteiten veel meer met hun cultuurbudget doen om, buiten de muziekwetenschappen, ook de normale student bij klassieke muziek te betrekken. In Leiden zie ik dat er veel meer studenten naar concerten zouden kunnen gaan dan nu het geval is. Zelfs conservatoriumstudenten moet je een kaartje geven voordat ze een concert bezoeken.’

‘Ik vind dat je van muziek moet kunnen genieten als van een gedicht.’ Veel mensen denken dat je veel voorkennis nodig hebt om klassieke muziek te kunnen waarderen. Wat vindt u hiervan? ‘Ik vind dat je van muziek moet kunnen genieten als van een gedicht: je leest het gedicht oppervlakkig en denkt “goh, wat mooi”. Vervolgens kan je bereid zijn om je er verder in te verdiepen. Hoe dieper je gaat, hoe meer je vindt. Dat geldt natuurlijk ook voor Bach: je kunt de Matthäus Passion voor het eerst horen en denken: “Wat een geweldige muziek is dat”, en that’s it. Aan de andere kant kan je ook denken: “Bach weet je hart te raken, maar hij is ook een ongelofelijke architect; hij kan gebouwen maken met de minste stenen.” Zo is er altijd een groep mensen in het publiek die er veel meer van wil weten. Deze mensen stellen me vragen of sturen e-mails naar mijn kantoor. Dan wijs ik ze bijvoorbeeld op een prachtige biografie over Bach. ‘Mensen die komen luisteren moeten de muziek in eerste instantie aantrekkelijk vinden. Kennis achter muziek is belangrijk, maar je moet er niet door in slaap vallen. Dat geldt ook voor colleges: ik geef colleges van tweeënhalf uur waar de studenten niet in slaap vallen, omdat ik improviseer, vragen beantwoord en mijn verhaal op deze vragen aanpas. Zo moet een concert zeker zijn, en als dat aanzet tot verdere studie is dat alleen maar goed. Een concert moet geen opgelezen les zijn, maar een ervaring waarbij je ziet dat de musici houden van hun muziek en er iets mee willen zeggen.’ Hoe zorgt u ervoor dat een concert zo’n ervaring is? ‘Die ervaring breng ik over op het publiek, omdat het ook voor mijzelf een ervaring is. Je ziet dat ik geniet en dat ik contact heb met het orkest, het koor en de solisten. Daarnaast is het mooi om te zien hoe orkestleden op elkaar reageren. Ik vind dat de dirigent een primus inter pares moet zijn; een dirigent als dictator is niet meer van deze tijd. Iemand moet de

kapitein zijn, maar je kan er als kapitein voor kiezen om een onmenselijke egotripper te zijn of iemand die samenwerkt met zijn musici. ‘Ik geef zelf ook kinderconcerten, omdat ik het belangrijk vind dat kinderen op een natuurlijke manier met klassieke muziek in aanraking komen. Rond Pasen voer ik bijvoorbeeld zeven à acht keer een Matthäus Passion voor kinderen uit. Dat is een ingekorte versie van de Matthäus, want een avondmatthäus van tweeënhalf uur is voor kinderen veel te lang. Zij hebben hapklare brokjes nodig met een visueel element erbij. In de kindermatthäus probeert de dochter van Pilatus bijvoorbeeld tegen haar vader te zeggen dat Jezus niet moet worden gekruisigd. Ze rent door de kerk: “Waar is mijn vader, ik kan hem niet vinden?” Ik weet niet of Pilatus een dochter had, maar dat is voor een kindermatthäus ook niet belangrijk. Met kleine aanpassingen zou zoiets ook voor studenten geschikt kunnen zijn. De tekst moet misschien iets worden veranderd ten opzichte van de kinderversie, maar ook voor studenten zou het een uur moeten duren.’ Wat zou u tegen studenten willen zeggen om ze aan te moedigen naar klassieke muziek te luisteren? ‘Tegen studenten zou ik zeggen: kijk op je computer welke muziek je leuk vindt en probeer dan een concert te vinden waarbij je het gevoel hebt dat je de muziek wel in het echt zou willen horen. Als je vindt dat muziek heel aangenaam moet zijn, zoek daarnaar. Ook als je van abstracte muziek houdt, zijn er genoeg voorbeelden te vinden. Heel veel concerten duren maar een uurtje, dus neem het risico en ga erheen. Neem je vriendin mee, ga daarna lekker ergens eten. Naar een concert gaan is gewoon een kwestie van durf. Mijn antwoord is dus: wees niet bang.’ ANS


www.ans-online.nl. Tekst: De redactie / colofon P. 16

Linda Kokke, masterstudent Kunstbeleid & Mecenaat ‘Ik werk in mijn fotografie vaak met het (naakte) vrouwenlichaam, vanwege haar alomtegenwoordigheid in de kunstgeschiedenis en de populaire cultuur. De ambiguïteit die het vrouwenlichaam omringt - tussen kracht en kwetsbaarheid: bedekken of ontbloten? - maakt het een actueel en veelomvattend thema. Ook speel ik graag met het medium fotografie, de onvoorspelbaarheid van de techniek, voyeurisme en de vergankelijkheid van het moment.’


Ans deze maand P. 17


Lijden voor de wetenschap Tekst: Chiel Nijhuis/ Illustraties: Carmen Groenefelt P. 18

lijden voor de wetenschap Hoewel geneesmiddelenonderzoek klinkt als een makkelijke manier om snel geld te verdienen, zitten er soms serieuze risico’s verbonden aan deelname. Hoe gaat medicijnenonderzoek in zijn werk en hoe wordt er op de gezondheid van de proefpersonen gelet? Op de campus loop je er soms tegenaan: advertenties die oproepen om, tegen aantrekkelijke vergoedingen, mee te doen aan een geneesmiddelenonderzoek. Hoewel wat bijverdiensten als student geen kwaad kunnen, zijn dit soort onderzoeken niet zonder risico’s. Bij proeven met nieuwe geneesmiddelen zijn de bijwerkingen namelijk vaak nog niet bekend. Dat het bij medicijnenonderzoek soms gruwelijk mis kan gaan, bleek vorig jaar toen in de Franse stad Rennes vijf proefpersonen door een onbekende bijwerking blijvend hersenletsel opliepen. Dit soort incidenten komen zelden voor, maar er zijn genoeg redenen om twee keer na te denken over deelname aan een proef met medicijnen. Volgens onderzoekers is geneesmiddelenonderzoek bij mensen daarentegen belangrijk om de wetenschap verder te helpen. Dit roept de vraag op hoe wordt omgegaan met de belangen van de proefpersonen. Zijn risico’s die aan deelname zijn verbonden, die vergoeding wel waard? Wie een pil slikt voor een ander In de medische wereld bestaat er geen twijfel over het nut van geneesmiddelenonderzoek bij mensen. Volgens Gerard Rongen, internist en klinisch farmacoloog in het Radboudumc en hoogleraar Translationeel Cardiovasculair Onderzoek aan de Radboud Universiteit (RU), zijn dit soort proeven onmisbaar in de moderne geneeskunde. ‘Dierexperimenteel onderzoek laat zich erg slecht vertalen naar mensen. Middelen die bij dieren veelbelovende resultaten opleveren, sneuvelen vaak in latere onderzoeksfases, omdat ze bij de mens niet effectief zijn of te veel bijwerkingen hebben.’ Onderzoekers ontkomen er daarom niet aan geneesmiddelen op mensen te testen om tot een veilig en effectief eindproduct te komen. Rongen legt uit dat bij twee soorten onderzoek gezonde vrijwilligers nodig zijn. ‘Voor de veilige toepassing van een geneesmiddel moeten onderzoekers vaststellen bij welke dosering het menselijk lichaam een medicijn nog tolereert en hoe een middel zich door het lichaam verspreidt.’ Het tweede type studie onderzoekt de werking van een medicijn. ‘Bij dit soort onderzoek worden vaak patiënten gevraagd, maar regelmatig

wordt ook bij gezonde proefpersonen vaak een bepaalde ziekte, zoals malaria, nagebootst. Hierdoor kunnen onderzoekers zien welke invloed een medicijn heeft op het beloop van de ziekte.’ Céline Borst en Ruud Tilleman, studenten Medische Biologie aan de RU, deden kortgeleden mee aan een malariaonderzoek bij het Centre for Clinical Malaria Studies (CCMS) van het Radboudumc. Beiden kregen een middel tegen malaria toegediend en werden vervolgens geïnfecteerd met de ziekte. ‘Na een informatiebijeenkomst en een medische screening waar werd gekeken of ik gezond was, kreeg ik een vaccinatie tegen malaria. Daarna werd ik blootgesteld aan de ziekte door mezelf een aantal keer door een malariamug te laten steken’, aldus Borst. ‘Volgens mij werkte het vaccin dat ik kreeg niet zo goed, want ik ben wel ziek geweest. Gelukkig lijkt malaria in het begin erg veel op griep en dan is het goed te behandelen.’ De bijwerkingen van het vaccin vielen volgens Borst ook erg mee. ‘Ik had vooral last van uitputtingsverschijnselen, omdat het middel dat ik kreeg toegediend effect heeft op het immuunsysteem. Al met al heb ik meer last gehad van de muggenbulten, dan van de bijwerkingen van het vaccin of de malariasymptomen.’

‘Ik heb meer last gehad van de muggenbulten dan van de bijwerkingen.’ Tilleman deed mee aan een ander malaria-onderzoek bij het CCMS, maar bij hem werd het vroegtijdig stopgezet. ‘Bij een andere groep proefpersonen werden onverwachte resultaten aangetroffen. Het onderzoek moest toen opnieuw worden geëvalueerd door de toetsingscommissie. Daarom heb ik al vroeg medicatie gekregen en heb ik nooit malariasymptomen gekregen. Het enige wat ik van het vaccin heb gemerkt, is dat ik er raar van ging dromen.’


Lijden voor de wetenschap P. 19

Checks and balances Frans van Agt, hoofd van de Commissie Mensgebonden Onderzoek (CMO) van het Radboudumc, legt uit welke rol de toetsingscommissie speelt bij onderzoek met mensen. ‘Voordat een studie met proefpersonen mag worden uitgevoerd, moet de CMO vooraf om toestemming worden gevraagd. Dit is echter alleen het geval als het onderzoek deelnemers blootstelt aan een handeling die een last of risico inhoudt.’ Vaak zal het bij dit soort experimenten gaan om geneesmiddelenonderzoek, omdat medicijnen mogelijk bijwerkingen hebben die schadelijk zijn voor de gezondheid. Andere soorten onderzoek kunnen echter ook belastend zijn voor de deelnemers. ‘Uit een psychologische vragenlijst kan bijvoorbeeld blijken dat een proefpersoon mogelijk depressief is. Het is de taak van de CMO erop toe te zien dat de onderzoekers hierover hebben nagedacht. Ze moeten bijvoorbeeld een procedure hebben waarin zij deze constatering kunnen terugkoppelen naar de deelnemer.’ De toestemming van de toetsingscommissie voor een onderzoek is afhankelijk van vijf factoren. Het onderzoek moet iets toevoegen aan de medische kennis en moet zo zijn opgezet dat de onderzoeksvraag op een wetenschappelijke manier kan worden beantwoord. Daarnaast moeten het risico en de belasting voor de proefpersonen zo klein mogelijk zijn. De geminimaliseerde lasten voor de deelnemers worden vervolgens afgewogen tegen het medische en het maatschappelijke belang van het onderzoek. ‘Deze proportionaliteitsafweging vormt in feite de kern van de toets die de CMO uitvoert’, legt Van Agt uit. ‘Het gaat erom dat de mogelijke opbrengsten van een studie in verhouding staan met de risico’s die proefpersonen lopen.’ Het vijfde criterium waar de toetsingscommissie rekening mee houdt, is of de

deelnemers in vrijheid een afweging kunnen maken om mee te kunnen doen met een onderzoek. ‘Bij dit onderdeel van de beoordeling let de commissie er bijvoorbeeld op of de deelnemers voldoende bedenktijd hebben. Daarnaast kijkt de commissie of de informatie voor de proefpersonen de voordelen en nadelen van deelname aan het onderzoek duidelijk weergeeft.’ Veel nieuwe geneesmiddelen worden getest in een gerandomiseerd, dubbelblind onderzoek. Dit houdt in dat zowel de onderzoeker als de proefpersoon tijdens de studie niet weten of de proefpersoon het geneesmiddel of een placebo krijgt toegediend. Hoewel onderzoeksresultaten zo objectiever tot stand komen, houdt deze werkwijze een zeker risico in voor de proefpersonen. De onderzoeker weet namelijk niet met welk middel hij een proefpersoon behandelt. Daardoor staat op voorhand niet vast welke bijwerkingen kunnen optreden en of deze zijn ontstaan door het onderzoek of een andere oorzaak hebben. Rongen legt uit dat onderzoekers het risico van deze onzekerheid proberen te beperken door het aantal deelnemers aan een medicijnproef in het begin beperkt te houden en geen blindering toe te passen. ‘Het kan zijn dat een geneesmiddel dat geheel nieuw is, in de beginfase van een onderzoek, in een lage dosering op slechts één of twee proefpersonen wordt getest. Deze resultaten geven de onderzoekers een algemeen beeld van de bijwerkingen die bij mensen kunnen optreden. Dan kan worden bepaald of een grotere groep deelnemers aan het middel kan worden blootgesteld en welke dosis daar het best bij kan worden gebruikt.’ Blijkt een medicijn een onverwachte bijwerking te hebben, of zijn de bijwerkingen ernstiger dan van tevoren werd ingeschat, dan moeten de onderzoekers dit melden aan de toetsingscommissie. De CMO kan dan na een evalu-


Lijden voor de wetenschap P. 20

met het onderzoek alsnog de volledige vergoeding krijgen.’ Proefpersonen moeten zich volgens Van Agt ook realiseren dat de hoogte van de vergoedingen niet in verhouding staan met de ernst van de mogelijke bijwerkingen. ‘Het is absoluut geen risicogeld. De bijwerkingen bij een studie waar je 150 euro voor krijgt kunnen net zo ernstig zijn als bij een onderzoek waar 2000 euro voor staat.’ Voor de wijze waarop de hoogte van de vergoedingen wordt vastgesteld, bestaan namelijk geen richtlijnen. Vaak wordt gekeken naar de tijd die proefpersonen kwijt zijn door deelname aan het onderzoek. Het komt voor dat deelnemers drie weken ter observatie in het ziekenhuis moeten verblijven. De vergoeding voor dit soort onderzoeken kan vaak zo hoog oplopen dat het bijna een zelfstandige bron van inkomsten vormt. Het gevaar kan dan ontstaan dat deelnemers voor hun levensonderhoud afhankelijk zijn van geneesmiddelenonderzoek. ‘Dat neemt echter niet weg dat de deelnemer uiteindelijk zelf verantwoordelijk is voor zijn keuze om deel te nemen.’ De medische wetenschap kan niet zonder geneesmiddelenonderzoek. Hoewel onderzoekers er alles aan moeten doen om de risico’s te beperken, zal het nooit helemaal veilig zijn om medicijnen te testen op mensen. De hoogte van de vergoeding die proefpersonen krijgen, zegt daarnaast niets over de kans op bijwerkingen van het geteste medicijn. Iets om in je achterhoofd te houden als je een paar dagen voor de 24e maand weer tegen een advertentie aanloopt. ANS atie besluiten het onderzoek stil te leggen. Uit deze checks and balances mag volgens Rongen echter niet worden afgeleid dat onderzoek dat door de CMO is goedgekeurd helemaal veilig is. ‘Onderzoek dat door de toetsingscommissie is beoordeeld kan nog steeds aanzienlijke risico’s met zich mee brengen.’ Een noodzakelijk kwaad Een van de redenen om mee te doen met geneesmiddelenonderzoek is de vergoeding, die kan oplopen tot enkele duizenden euro’s. Voor zijn deelname aan malaria-onderzoek kreeg Tilleman een vergoeding van 1850 euro. ‘Het bedrag was voor mij een belangrijke reden om mee te doen. Daarnaast vond ik het belangrijk om te zien hoe het is om proefpersoon te zijn, omdat ik als medisch bioloog later zelf onderzoek hoop te verrichten.’ Volgens Van Agt zijn de deelnamevergoedingen een noodzakelijk kwaad. ‘Het uitgangspunt is altijd geweest dat mensen aan onderzoek zouden moeten meedoen omdat zij de wetenschap verder willen helpen. De ervaring leert echter dat niemand komt opdagen als de onderzoekers geen vergoeding aanbieden.’ Van Agt legt uit dat de vergoedingen geen problemen opleveren zolang de proefpersonen in vrijheid kunnen beslissen om mee te doen aan een onderzoek. ‘De keuze om mee te doen aan onderzoek vanwege de vergoeding is niet minder autonoom dan de keuze om deel te nemen in het belang van de wetenschap.’ Volgens van Agt zouden vergoedingen wel het nadeel kunnen hebben dat proefpersonen mogelijk bijwerkingen gaan verzwijgen, zodat ze niet van het onderzoek worden uitgesloten. ‘Om dit te voorkomen, is de regel ingevoerd dat deelnemers die vanwege een bijwerking moeten stoppen


Tekst en foto’s: Jules Schmeits en Rein Wieringa/ Illustraties: Joost Dekkers De Graadmeter P. 21

De graadmeter In De Graadmeter zijn de mogelijkheden niet te overzien. Waar kun je het beste wildkamperen, wat is het hipste kapsel en hoe scoor je het snelst een bedpartner? In De Graadmeter onderzoekt ANS de opties. Deze keer: Studentikoos recyclen

Wat: Afdruipkratje Hoe: Adtje kratje Resultaat: Natte droom Het is tijd om je levenskeuzes te heroverwegen als er geen afdruiprek in de keuken staat, maar nog wel een leeggezopen bierkratje. Gelukkig is het één vervangbaar met het ander en zo sta je even later met een knallende kater de vaat in het kratje te stapelen. De zelfredzaamheid druipt ervan af. Misschien is alcoholontsmetting volgende keer een beter idee: gisteravond was je even snel zat als je het afwassen nu zat bent. Het kratje werkt prima, ook al heeft het minder ruimte dan een echt afdruiprek. De gaatjes zijn handig om het bestek in te zetten, maar het neerzetten van de borden is lastiger. Zodra de afwas is weggewerkt, druip je toch maar snel af.

Wat: Petflesbloempot Hoe: Bloemetjes buiten zetten Resultaat: Grondige bende Het is lente en dat betekent dat de groene vingers weer beginnen te jeuken. Bovendien komen je ouders langs en moet je doen alsof je studentenleven enigszins op orde is. Milieubewust en vol groene energie fiets je naar het tuincentrum, maar de zwarte potjes die daar over de toonbank gaan zijn niet bepaald fleurig. Niet getreurd: een petfles biedt uitkomst. Met wat geprop past het plantje in de losgesneden onderkant van de fles. Als vader en moeder binnenkomen, verbloemt het plantje amper dat je er een potje van hebt gemaakt. De verbouwde petfles is nauwelijks minder sneu dan het oorspronkelijke bakje en vanwege de hoeveelheid rommel kan dit idee de pot op.

Benieuwd naar meer opties voor studentikoos recyclen? Kijk op ANS-Online.nl.

Wat: vlANS Hoe: Orivlami Resultaat: Geletterd toetje Je hebt net een ANS opengeslagen, wanneer er plots een vlaag van verlangen naar vla opkomt. Op afwas zit je niet te wachten, maar gelukkig ligt je favoriete tijdschrift voor je klaar. Met behulp van je innerlijke knutselkleuter, wat scheef vouwwerk en een tutorial voor kinderen ontstaat er een nietszeggend plakje papier. Voor de laatste stap van de online handleiding vouw je het knutselwerk open en plotseling staat er een heus ANS-vlabakje voor je neus. Van een misbaksel is geen sprake het vlagiele schepsel is zelfs tegen een plens vla opgewassen. Je kunt er voldaan het toetje uit eten, maar riskeert een gele vanillebroek als je het bakje van tafel tilt. ANS


van bmw naar carrĂŠ


Tekst: Mae Boevink/ Foto’s: Eveline Vroonland Van BMW naar Carré P. 23

Drie singles, een Edison-nominatie en een uitverkocht Carré: het gaat hard met HAEVN. Sinds 2013 zijn Jorrit Kleijnen en Marijn van der Meer bij elkaar en nu al hebben ze naam gemaakt in de muziekwereld. De mannen voelen de druk om met een album te komen, maar dat laat nog even op zich wachten. ‘We willen niet iets uitbrengen dat nog niet goed genoeg is.’ In de Amsterdamse hotspot Dauphine vallen Jorrit Kleijnen en Marijn van de Meer, de oprichters van HAEVN, niet op tussen BN’ers als Paul de Leeuw en Victor Reinier. De film- en reclamecomponist en singer-songwriter, die in 2014 samen HAEVN oprichtten, zijn zich bewust van hun relatieve onbekendheid. ‘Ik dacht dat een mooie zanger genoeg was om bekend te worden’, grapt Kleijnen. Tot een paar jaar geleden schreef Kleijnen muziek voor reclames van onder andere Albert Heijn. Toen hij voor een van zijn opdrachten pianomuziek componeerde, vond het reclamebureau dat er zang aan moest worden toegevoegd. ‘Ik zei dat ze aan mij de verkeerde hadden; ik kan echt niet zingen’, geeft Kleijnen lachend toe. Het reclamebureau suggereerde een samenwerking met Van der Meer, die enthousiast reageerde. ‘Ik hoorde die muziek en kreeg kippenvel. Ik ben gaan zingen en de tekst is daarna nooit meer veranderd. Wat ik toen op band heb gezet, is het refrein van ‘Where the heart is’ geworden. Je probeert daarna nog meerdere takes, maar die zijn nooit zo goed als de eerste.’ ANS sprak met HAEVN over hun ontstaansgeschiedenis, het schrijfproces en de komende concertreeks. ‘Het maakt mensen niet uit of we drie of honderd liedjes hebben; ze komen voor onze vibe.’ Tussen de haaien De muziek van HAEVN wordt in 2014 opgepikt door Volvo voor een kleine online-campagne, om vervolgens door dezelfde marketingafdeling met het ‘Volvogevoel’ te worden bestempeld. ‘Het hoofdkantoor belde ons dat ze de muziek te gek vonden en dat ze het voor een veel grotere campagne wilden gebruiken. Dat was eigenlijk het omslagpunt. Op dat moment beseften Marijn en ik dat er mensen bereid waren om geld te betalen voor onze muziek, zo goed vonden ze het blijkbaar.’ Van der Meer werkt op dat moment nog bij een reclamebureau. Nadat hij daar ontslag heeft genomen, laat hij op de kerstborrel de Volvoreclame zien. Zijn collega’s hadden unaniem dezelfde reactie. ‘Ze zeiden: “Als je dit gemaakt hebt, wat de fuck doe je dan hier?”’ Toevallig had Van der Meer’s oude reclamebureau net contact met BMW. Op deze manier belandde een tweede nummer van het duo onder een autocommercial. ‘Een reclamespotje is eigenlijk een videoclip voor bij je muziek’, vindt Van der Meer. ‘Dat was hierbij zeker het geval, want er werd helemaal niet in gepraat. In het filmpje rijdt een hippe dude in een BMW en daarbij hoor je onze muziek.’ De

muziek wordt niet alleen in Nederland gebruikt, maar de impact is hier veel groter dan in bijvoorbeeld Duitsland. Volvo gebruikt ook daar de muziek van HAEVN, maar ‘daar hoor je ook keihard “die neue Volvo V40” door de muziek heen’, lacht Kleijnen. Het internet biedt de mannen een platform, mensen Shazammen hun muziek vanuit de clip van Volvo en binnen de kortste keren wordt HAEVN gebeld door platenlabels. Op dat moment is er echter nog geen écht nummer. De muziek onder de reclame is slechts een demo, maar ondertussen belt Giel Beelen al met de vraag of de mannen in zijn ochtendshow willen komen spelen. Ze maken bewust de keuze om dat nog niet te doen en zijn er nu van overtuigd dat het heel anders was gelopen als ze toen al bij Giel waren gaan spelen. ‘Als we die demoversie hadden uitgebracht, had het nummer geen lang leven gehad. Jorrit overtuigde mij uiteindelijk om te wachten. Hij zei: “Als iets nu goed is, dan is het dat ook nog over zeven maanden”, en daar geloof ik nu ook helemaal in. We hebben Giel een aantal keer afgezegd en toen heel eerlijk gezegd dat we er nog niet klaar voor waren’, reflecteert Van der Meer. Kleijnen voegt toe: ‘Er hangt een tegeltje in onze studio met de tekst “You only have one chance to make a first impression”. Het voelde alsof we moesten gaan diepzeeduiken tussen “haaien” als Justin Bieber en Adele. Je moet een stevige kooi bouwen, dus we zijn op zoek gegaan naar een producer.’ Uiteindelijk komt het duo uit bij Tim Bran, producer van onder andere London Grammar, die ze een mail sturen met als onderwerp ‘We want you!’. Dit werkt: Bran mailt terug dat ze naar Londen mogen komen en met hem produceren ze ‘Finding out more’ en ‘Where the heart is’.

‘Een reclamespotje is eigenlijk een videoclip voor bij je muziek.’ Luisterliedjes en dancemuziek HAEVN vindt zelf dat de variatie die ze hebben in hun nummers hen onderscheidt van andere artiesten. ‘We maken luisterliedjes, maar ook dancemuziek. We proberen ons repertoire uit te breiden’, onthult Marijn over hun


Van BMW naar Carré P. 24

nieuwe album. Kleijnen grijnst wanneer hij uitlegt waarom ze hebben gekozen voor een semi-seated zaalindeling. ‘Ik denk dat mensen die staan bij sommige nummers rustig op een stoeltje hadden willen zitten luisteren en dat mensen die zitten soms liever hadden willen staan.’ De keuze voor Carré en De Vereeniging hangt daarmee samen, maar ook met de luisterattitude die deze zalen teweegbrengen. Omdat het klassieke zalen zijn, verwachten de mannen dat mensen minder praten tussen de nummers en niet met plastic bekertjes gooien. Diezelfde luisterattitude wil HAEVN ook creëren met hun nieuwe album. Het concert in Carré had eigenlijk de albumrelease moeten zijn, maar omdat de mannen geen genoegen nemen met half werk wordt die deadline verplaatst. ‘We beseften dat we op 2 april, de dag van het concert in Carré, niet een album op de toonbank konden hebben met fantastisch artwork en twaalf geweldige nummers. In de show zelf gaat ook veel tijd zitten.’ Van der Meer knikt instemmend. ‘Dat is dezelfde filosofie als we met ‘Finding out more’ hebben gebruikt: niet iets uitbrengen dat nog niet goed genoeg is. We hebben wel een EP gemaakt voor de concerten. Daar staat onder andere het nummer ‘We are’ op dat ’s nachts is opgenomen. Wij schrijven vanuit een gevoel en niet om te produceren. We willen geen album vullen met nummers die zijn geschreven vanwege een deadline. Fragiele banden Dat een band de luxe heeft om de ochtendshow van Giel Beelen meerdere malen af te zeggen, is vrij uniek in

Nederland. HAEVN heeft een omgekeerd traject doorgemaakt. Waar de meeste bands vijf jaar lang proberen om een hit te scoren en vaak langs moeten bij platenmaatschappijen, werd het eerste nummer van HAEVN meteen een hit. Het duo is zich ervan bewust dat de relatie met hun fans fragiel is en dat een goede strategie nodig is om die te behouden. ‘Je bent compleet afhankelijk van je fans. Als je de oprechtheid en geloofwaardigheid tegenover je fans verliest, is het klaar. We willen mensen oprecht behandelen en zich met ons verbonden laten voelen. We spelen liever tien keer in Carré dan één keer in de ArenA.’ Dat perfectionisme is ook een van de redenen dat ze geen platenmaatschappij hebben. ‘We zijn controlefreaks en hebben de goede partij nog niet gevonden. Hoe meer je op eigen kracht doet, hoe beter je onderhandelingspositie wordt,’ legt Kleijnen uit. ‘Onze artistieke integriteit is het allerbelangrijkst. Succes is voor ons veel minder belangrijk dan doen wat we zelf willen. Sommige artiesten zeggen dat ze singer-songwriter zijn, maar als ze met een R&B-nummer in de Top 40 kunnen komen, doen ze dat. We hopen dat mensen weer naar een concert komen, omdat ze zien dat Carré zo snel uitverkoopt of omdat ze van anderen horen dat wij echt een show neerzetten. Van ons mag het succes op dit niveau blijven als dat betekent dat het nog twintig jaar duurt. We hebben tijdens de Vierdaagsefeesten in de Stevenskerk gespeeld en dat was in een dag uitverkocht. Hopelijk kopen mensen die daar waren nu weer een kaartje, zodat we weer iets nieuws kunnen laten zien.’ ANS


Het Issue Tekst: Bram Jodies en Wout Zerner/ Illustratie: Jim Burgman P. 26

HET ISSUE

In deze rubriek staat iedere editie een ander issue centraal dat de gemoederen flink bezighoudt. Deze editie: de vleestaks. Voor veel mensen is vlees een belangrijk onderdeel van hun voedingspatroon. De productie hiervan draagt echter door middel van het vrijkomen van broeikasgassen bij aan de opwarming van de aarde. Onder andere vanuit dat oogpunt starten politieke partijen en milieu-organisaties regelmatig campagnes om de vleesconsumptie te verduurzamen. Een van de meest geopperde methoden om dit te bewerkstelligen is een vleestaks: een accijns op vlees. Een dergelijke maatregel is nodig om te voldoen aan de klimaatdoelstellingen voor 2020, die Nederland tijdens de klimaattop van Parijs in 2015 heeft ondertekend. Voorstanders van deze belasting willen de consumptie van vlees terugdringen door een prijsverhoging, terwijl tegenstanders vinden dat het kunstmatig opdrijven van de prijs niet bijdraagt aan het bereiken van de duurzaamheidsdoelen. ANS vraagt zich daarom af: moet er een vleestaks komen? Meike Rijksen, International Campaigner bij Greenpeace ‘Vlees is belastend voor het klimaat en het productieproces is een belangrijke oorzaak van bijvoorbeeld watervervuiling. Door de invoering van belasting op vlees is de kans groter dat mensen milieubewuste keuzes maken. Dat is nodig, omdat we minder vlees moeten eten, willen we voldoen aan het klimaatdoel van Parijs. Dat doel is maximaal twee graden Celsius opwarming van de aarde. Een vleestaks zou een effectief middel kunnen zijn, omdat veel mensen in de supermarkt met hun portemonnee kiezen. Andere producten waarvan wij het consumeren willen ontmoedigen, zoals tabak, worden ook met een hoog tarief belast. Een vleestaks is een van de instrumenten om de vleesconsumptie te verminderen, maar is op zichzelf niet voldoende. Educatie en subsidies voor alternatieven zijn ook nodig om de vleesconsumptie in te perken. Deze maatregelen kunnen worden gefinancierd met de opbrengst van de vleestaks. Voorlichting is nodig om mensen te overtuigen van de noodzaak om hun vleesconsumptie te minderen. Uit veel onderzoeken blijkt bijvoorbeeld dat we vlees niet nodig hebben voor onze gezondheid, terwijl veel mensen denken dat dit wel het geval is. ‘Het eten van vlees is in het Westen geen essentiële levensbehoefte. Door de verschillende alternatieven die vergelijkbare voedingswaarden hebben, zoals peulvruchten, zou je makkelijk kunnen minderen. Dit soort vervangende producten moeten wel voor iedereen beschikbaar zijn. We moeten namelijk voorkomen dat alleen de lagere inkomens last hebben van deze maatregel. Daarnaast moeten we de alternatieven subsidiëren zodat het eenvoudiger wordt om een andere keuze te maken. Een vleestaks kan de consument een klein duwtje in de rug geven om goede keuzes voor het milieu te maken.’

Dé van de Riet, woordvoerder van de Centrale Organisatie voor de Vleessector ‘Ik denk dat een vleestaks juist contraproductief werkt. Voorstanders van deze belasting opperen de maatregel vanuit gezondheids- en duurzaamheidsoverwegingen. Zij stellen dat het gezonder is om minder vlees te eten. Ik ben het daar niet mee eens, omdat vlees een buitengewoon voedzaam product is. ‘Het duurder maken van vlees treft mensen met een beperkte koopkracht onevenredig. Deze groep zal terugvallen op voedingsmiddelen die per definitie minder voedzaam zijn dan vlees, zoals chips en frisdrank. Tegelijkertijd zal het deel van de bevolking dat het wel kan betalen het duurdere vlees toch wel consumeren. ‘De doelen voor verduurzaming klinken wel mooi en nobel, maar deze bewerkstellig je niet door middel van belastingmaatregelen. Wanneer consumenten het belangrijk vinden dat er duurzaam wordt geproduceerd, zullen ze ook vanuit die gedachte duurzame keuzes moeten maken. Ze moeten dus bereid zijn meer te betalen voor een dergelijk product. Het kunstmatig opdrijven van de prijs leidt niet tot een duurzamere productie, omdat op deze manier kapitaal aan de markt wordt onttrokken. Dit geld komt in een overheidspotje terecht waarvan je niet de garantie hebt dat het de productie in Nederland zal verduurzamen. Sterker nog, door de prijs kunstmatig te verhogen verzwak je de concurrentiepositie van Nederlandse boeren ten opzichte van hun collega’s uit landen zonder vleestaks. ‘Je zal moeten investeren in voorlichting over de productie van vlees om meer begrip te kweken voor de vleesindustrie. Als mensen begrijpen waarom de prijs wordt verhoogd, zoals bij biologisch geproduceerd vlees, zijn ze ook bereid om meer te betalen voor het product.’


Het Issue P. 27

Hans Dagevos, Consumptiesocioloog van Wageningen Economic Research ‘Het debat over de vleestaks keert regelmatig terug. De voor- en tegenstanders in deze discussie denken vaak vanuit een ideologisch oogpunt. In deze discussie ontbreekt een gedegen wetenschappelijk fundament. ‘Voorstanders van een vleestaks gaan vaak uit van een prijslogica. Zij stellen dat de consumptie van vlees zal afnemen wanneer de prijs van het product stijgt. Momenteel is er voor de werking van een specifieke belasting, zoals de kiloknallertaks, nog maar weinig wetenschappelijk bewijs geleverd. Daarom denk ik dat de paar wetenschappers die hier al wel onderzoek naar hebben gedaan hun krachten moeten bundelen. Zij moeten samen gedegen onderzoek naar deze maatregelen doen. Dat zou de discussie enorm helpen. ‘Naast het gebrek aan bewijsvoering in het debat, is er nog een andere belemmering voor het invoeren van de vleestaks. Enkele praktische problemen moeten eerst goed worden uitgezocht. De vraag is bijvoorbeeld hoe je een pizza met vlees belast. Je zou daarvoor hetzelfde tarief kunnen heffen, of er zou andere regelgeving voor moeten komen. De invulling van de vleestaks is door dit soort beleidsmatige problemen niet concreet. De wetenschap zou door middel van onderzoek een bijdrage kunnen leveren aan het oplossen van deze dilemma’s. ‘Ten slotte is de boodschap die een vleestaks uitdraagt ook belangrijk. Vaak wordt er verwezen naar het voorbeeld van accijns op roken, waardoor mensen zijn gaan minderen. Deze campagnes zijn echter niet helemaal vergelijkbaar. De boodschap van antirookcampagnes is persoonlijker, omdat deze mensen op hun individuele gezondheid aanspreekt. Een vleestaks heeft daarentegen een sterker verband met milieubescherming en ‘de vervuiler betaalt’ dan met persoonlijke gezondheid van mensen.’

De vleestaks in Nederland Niet alleen de vleestaks zelf is voer voor discussie. Mocht deze maatregel worden ingevoerd, dan zijn de meningen over de precieze invulling ervan ook verdeeld. Een veelgehoord geluid hierbij is ‘de vervuiler betaalt’. De vleesindustrie is, volgens een rapport van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), verantwoordelijk voor een kwart van de uitstoot van broeikasgassen. Het RIVM stelt dat het eten van minder vlees deze uitstoot aanzienlijk terug kan dringen en dat dit zelfs nodig is voor het halen van de klimaatdoelen van Parijs in 2020. De precieze hoogte van het btw-tarief staat nog ter discussie. De meest voor de hand liggende oplossing is het verhogen van de belasting van 6 procent voor voedingsmiddelen naar 21 procent voor luxeproducten. Dit roept wel de vraag op of dit percentage alleen voor kiloknallers zou moeten gelden, of voor elk product dat vlees bevat. Voorbeelden hiervan zijn pizza’s en bouillon, maar ook pudding en drop bevatten dierlijke producten. Voor de precieze invulling van de vleestaks zal dus moeten worden onderzocht wat onder vlees wordt verstaan en wat niet. ANS De vleestaks in Nederland Niet alleen de vleestaks zelf is al voer voor discussie. Mocht


Stamgasten Tekst: Vince Decates/ Foto’s: Ted van Aanholt/ Illustratie: Josse Blase P. 28

Stamgasten

Lallende disputen, vage figuren aan de bar of uitbundige dansers; elke kroeg heeft zijn eigen publiek. ANS duikt de vaste stek van een groep studenten in, velt haar oordeel over het café en test de kennis van de trouwe gasten. deze keer: Studenten schaats en skeeler vereniging lacustris in café maxim.

Mark

V.l.n.r: Mark, Pieter, Vera, Kai, Guus

Kai en Pieter

In Café Maxim staat de muziek te hard om elkaar goed te kunnen verstaan zonder je stem te verheffen. Achterin de kroeg zit een tiental leden van Lacustris aan hoge tafels voorovergebogen om met elkaar te kunnen praten. ‘De borrel is iedere derde woensdag van de maand en meestal zijn er zo’n 30 mensen aanwezig’, vertelt Pieter (21), voorzitter van Lacustris en derdejaarsstudent Politicologie. Dat aantal is dan nog lang niet bereikt, maar gedurende de avond komen er steeds meer studenten binnendruppelen. Wanneer de tafels aan de kant zijn geschoven, ontstaat er een lossere sfeer. Een enkeling waagt zich aan een paar bescheiden danspasjes en op den duur overstemt het geluid dat de groep produceert zelfs de muziek. Pieter legt uit waar de naam van de vereniging vandaan komt. ‘Lacustris kom van het Latijnse gerris lacustris, een schaatsenrijder, een klein insect. Onze mascotte, Gerris, is gek genoeg geen schaatsenrijder maar een aapje.’ Gerris blijkt zelfs een eigen Facebookpagina te hebben. ‘Zoek hem maar eens op, het is een mooie aap’, meent Kai (23), tweedejaarsstudent Sociaal Pedagogische Hulpverlening aan de HAN. De leden van de schaatsclub houden zich ook bezig met andere sporten: in de zomermaanden ruilen de Lacustrianen de ijsbaan in voor de weg om fanatiek te wielrennen en skeeleren. Daarnaast zijn er enkele commissies die feestjes en borrels organiseren. ‘Borrels zijn namelijk superbelangrijk’, laat Kai lachend weten. De leden van Lacustris typeren hun vereniging als braaf. Echt sterke verhalen blijven dan ook uit. ‘Vertel anders over Prins en Prinses Carnaval, Pieter’, grapt Guus (20), derdejaarsstudent Kunstmatige Intelligentie. ‘Dat lijkt me overbodig’, verweert Pieter zich lachend terwijl hij snel een scherpe blik richting Guus werpt. ‘Het verhaal over het busje op weg naar het trainingskamp in Inzell is wel leuk’, oppert Vera (20), derdejaarsstudent Voeding en Diëtetiek aan de HAN. De vereniging gaat namelijk ieder jaar op trainingskamp in het buitenland. Pieter gaat mee in het voorstel van Vera. ‘Op de Duitse snelweg hield ons busje er aan het einde van de invoegstrook opeens mee op. We hebben de wagen toen achterstevoren over de vluchtstrook teruggeduwd naar een parkeerplaats. Levensgevaarlijk natuurlijk, zo langs de snelweg. Allemaal vrachtwagens moesten om ons heen manoeuvreren.’ Dan komt Kai met het idee om Mark erbij te halen. Mark (26), recent afgestudeerd in Communicatie en Beïnvloeding, is enkele minuten daarvoor binnengekomen en schijnt dé man van de sterke verhalen te zijn. ‘Ik kan wel honderd verhalen vertellen’, laat hij weten. Om te laten zien dat de groep helemaal niet zo braaf is als ze zich voordoen, besluit hij het verhaal over een trainingskamp in Polen te vertellen. ‘We waren in een Oktoberfest-achtige tent vol braderieën en hadden besloten om echt los te gaan. Bij feesten in Polen hoort natuurlijk wodka. We hadden het stervenskoud, want het vroor 15 graden. Als je dan ook nog een hele dag hebt getraind, tikt de alcohol hard aan. Het was 5 kilometer lopen naar huis, best te doen als je nuchter bent, maar uiteindelijk hebben we sommige mensen naar huis moeten slepen.’ ANS


Stamgasten P. 29

kroegpraat De diversiteit van Bottendaal, de wijk waarin Café Maxim is gevestigd, is terug te zien in het café zelf. De klandizie bestaat uit een mix van studenten, volwassenen en ouderen van verschillende nationaliteiten. Voor een prima prijs drink je een biermenu in de kroeg, inclusief hapjes. Speciale banden met de kroeg heeft Lacustris niet. ‘Het is gewoon een fijne kroeg’, laat voorzitter Pieter optekenen. In het verleden is er een lid geweest dat heeft geprobeerd de band met het barpersoneel te versterken. Verdere details worden jammer genoeg niet prijsgegeven.

Kai: ‘Schaatser, duh.’ Mark: ‘Dat was Henk Angenent. Hij was geen schaatser van beroep.’ Kai: ‘Hij was sowieso boer. Volgens mij was hij schapenboer, maar dat weet ik niet zeker.’ Vera: ‘Doe maar gewoon boer.’ Helaas is deze baan, evenals die van Sven Kramer tijdens de Olympische Winterspelen in 2010, niet de juiste. Henk Angenent was spruitjesteler van beroep. Het weerwoord dat ‘een teler en een boer bijna hetzelfde zijn en dat het antwoord dus goed is’, kan de jury niet honoreren. Wat is de snelste tijd die ooit is gereden tijdens de alternatieve Elfstedentocht op de Weissensee? Jullie mogen er 15 minuten naast zitten. Mark: ‘Iemand van onze vereniging heeft hem gereden in 8 uur, in slechte omstandigheden.’ Guus: ‘6 uur dan?’ Mark: ‘5 uur en 15 minuten?’ Vera: ‘Dat is wel heel snel.’ Kai: ‘Dan gaan we voor 5 uur en 30 minuten.’ Vera: ‘Maak er maar 5 uur en 25 minuten van.’

De pubquiz In welk jaar schaatste W. A. van Buren de Elfstedentocht? Mark: ‘Dat is Willem-Alexander! Was dat dan in 1998, tijdens de laatste tocht?’ Pieter: ‘Volgens mij was het ‘97.’ Kai: ‘Dan doen we ‘97.’ Alhoewel Mark direct doorhad dat het om onze koning gaat, die deelnam onder een schuilnaam, had de groep bij de keuze voor het jaartal beter niet over een nacht ijs kunnen gaan. Willem-Alexander trotseerde de vorst tijdens De Tocht der Tochten in 1986, niet tijdens de laatste editie dus. Wanneer is de klapschaats uitgevonden? Jullie mogen er 2 jaar naast zitten. Mark: ‘Dat is echt al heel lang geleden. Ze werden pas later in gebruik genomen.’ Vera: ‘In de jaren zeventig van de vorige eeuw dan?’ Pieter: ‘Het gaat om de uitvinding, hè?’ Kai: ‘Laten we het gemiddelde nemen van wat iedereen denkt.’ Guus: ‘Ha, dan zeg ik 1792.’ Kai: ‘We hebben overlegd: 1979 is het gemiddelde.’ De leden hadden beter naar Guus kunnen luisteren voor het berekenen van het gemiddelde, want nu rijdt de groep een scheve schaats door er 85 jaar naast te zitten. De eerste klapschaats werd namelijk al in 1894 uitgevonden. Wat is het beroep van de laatste winnaar van de Elfstedentocht?

Door er nog 5 minuten af te smokkelen, verdient Vera het eerste biertje voor de groep. De snelste tijd was namelijk van Arjan Schreuder in 2000, die de 200 kilometer in 5 uur en 11 minuten aflegde. In welke steden werd de laatste 5 jaar het WK allround gehouden? Mark: ‘Dit jaar was het in Hamar.’ Pieter: ‘Heerenveen.’ Kai: ‘Calgary?’ Mark: ‘In Duitsland, Berlijn dus. En Astana?’ Vera: ‘In Rusland nog, Tsjeljabinsk?’ Mark: ‘We gaan voor Astana, Tsjeljabinsk, Hamar, Berlijn en Heerenveen.’ Bij de laatste vraag zakken de leden wederom door het ijs. Hamar (2017), Berlijn (2016) en Heerenveen (2014) waren goed. Jammer genoeg zaten Calgary (2015) en wederom Hamar (2013) niet in het definitieve antwoord.

De Afrekening

Helaas komen de schaatsers van Lacustris onbeslagen ten ijs voor de quiz. De groep verdient slechts één schamel biertje. Veel bier wordt er dus niet verdiend, gedronken daarentegen wel. Al met al zijn de lacustres helemaal niet zo braaf als ze zich voordoen. Helaas is, mede door de harde muziek, de sfeer in de kroeg niet optimaal, waardoor ook het bonusbiertje aan de groep voorbijglijdt. De eindscore blijft dus steken op slechts één biertje.


Deze ANS niet/ Kutkunst/ Colofon Tekst: Redactie P. 30

DEZE ANS NIET Familie Koopman Een poging om in deze ANS alle familieleden van Ton Koopman aan het woord te laten, is helaas mislukt. Marijn van der Meer, bandlid van HAEVN en neef van Koopman, heeft als enig familielid een plekje in het blad gekregen. Er bleken geen neven of nichten van Koopman betrokken te zijn bij natuurbeheer rondom Nijmegen of papierverbruik aan de Radboud Universiteit. Hopelijk willen aan de volgende editie aangetrouwde tantes en stiefkinderen meewerken.

in abstracte geometrische vormen, dook in een filmpje van AIESEC eenzelfde soort ontwerp op. Cultuur op de Campus valt met wat gepuzzel nog te lezen, maar AIESEC (AIHOHC?) vond leesbaarheid kennelijk een achterhaald fenomeen. ANS kon niet achterblijven en heeft meteen een paar eigen vormpjes bij elkaar geknipt. Kijk, AIESEC, zo maak je dus een S.

Is het een vliegtuig? De SNUF-gang is in de ban van rondjes, driehoekjes en vierkantjes. Nadat Cultuur op de Campus haar logo veranderde

31e jaargang Hoofdredactie Noor de Kort en Tom Plaum Redactie Chiel Nijhuis, Jean Querelle, Rein Wieringa en Wout Zerner Medewerkers Roy Arnts, Vince Decates, Bram Jodies, Jules Schmeits en Eva Vervoort Illustraties Josse Blase, Jim Burgman, Joost Dekkers, Carmen Groenefelt en Anne Rombouts Foto’s Ted van Aanholt, Kelley van Evert, Linda Kokke, Noor de Kort, Guusje van den Ouweland, Caspar Safarlou, Eveline Vroonland en Rein Wieringa Voorpagina Anne Rombouts Columnisten Cecile Collin en Lex Crijns Eindredactie Ted van Aanholt, Hanan Noij, Dennis van der Pligt en Auke van der Veen Crypto Bas Dikmans Cartoon Anne van der Heijden Ontwerp Marloes de Laat en Roel Vaessen Lay-out Noor de Kort Dagelijks bestuur Manon Abbo (voorzitter), Liselotte Noordhuizen (secretaris), Pia Rademacher (penningmeester)

Druk MediaCenter Rotterdam

Uitgave, abonnementen en advertentie-acquisitie Stichting MultiMedia: stichtingmultimedia@gmail.com Redactieadres Heyendaalseweg 141 6525 AJ Nijmegen Tel: 06-36428931 Mail: redactie@ans-online.nl

Het Algemeen Nijmeegs Studentenblad is een onafhankelijk blad dat gratis in de binnenstad en op de Radboud Universiteit Nijmegen wordt verspreid. Het verschijnt 7 keer per jaar in de maanden september t/m juni. De uitgave van ANS wordt mede mogelijk gemaakt door:


CRYPTO

Crypto Ans deze maand P. 31 P. 31

De gekte van 15 maart is voorbij. Het is nu dus de hoogste tijd om problemen keihard aan te pakken. ANS legt daarom in deze problemen-crypto de optimistische ANS-lezer een aantal pessimistische kwesties voor; een puzzel om depressief van te worden! 1

2

6

7

3

5

4

6

9

8

10

11

12

13

14

15

De winnaar van de crypto in zesde editie van ANS is Frank Burgersdijk. De oplossingen vind je op www.ans-online.nl. ANS mag dit keer het boek Het Grote Dilemma op Dinsdag Boek van boekhandel Dekker van de Vegt weggeven. Dekker v.d. Vegt is al sinds 1922 een gevestigde naam in Nijmegen. De boekhandel dreigde uit de stad te verdwijnen, maar mede dankzij de meest succesvolle crowdfundingsactie ooit in Nederland lukte het om in 2014 verder te gaan als zelfstandige boekhandel. De boekhandel met een breed assortiment, leescafĂŠ en deskundig personeel is nog steeds springlevend! Wil jij kans maken op het boek? Stuur dan voor 16 mei je oplossingen naar redactie@ans-online.nl.

Horizontaal: 3. Het is absurd om aan de dode voorbij te gaan (9), 6. Niet een goed moment voor een Amerikaanse coup. (3, 4, 3) , 10. Geslachtsgebonden stropdas wordt vaak vergeten (8), 11. Aangaande de waterkwestie? (12), 13. Angst om in het Spaans niet een ezel na te doen? (8), 14. Niet normaal om te doen in een relatie (10), 15. Druk zetten laat je niet beter voelen (9). Verticaal: 1. Vervelend resultaat? (7), 2. Criminele actie slaagt er niet in om boven water te blijven (7), 4. De universiteit opent je ogen voor strijd en onvrede in de wereld (5), 5. Het is lichamelijk niet gemakkelijk om te stemmen (7), 6. Groep meubels is niet meer aanwezig (10), 7. Erop terugkijkend lijkt het misdrijf niet meer dan een droom (5), 8. Op dit schiereiland is achter nog wel eens een parkeerplekje, maar je kansen worden steeds kleiner (5), 9. Gebrek aan een lidwoord? (7), 12. Deze aandoening is gelukkig niet mijn tekort (11).


GEVONDEN VOORWERP www.ans-online.nl. Tekst: De redactie / colofon P. 32

Tekst: Roy Arnts en Chiel Nijhuis/ Foto: Caspar Safarlou

Wie: Gijs Bronzwaer (24), derdejaarsstudent Rechtsgeleerdheid Voorwerp: Toga Waarom heb je dit gewaad aan? ‘Ik draag deze toga, omdat ik lid ben van Pleitgenootschap Rota Carolina. Bij deze studievereniging oefenen rechtenstudenten in het houden van een juridisch pleidooi. Leden van ons genootschap dragen toga’s tijdens pleitwedstrijden waarin we het opnemen tegen andere Nederlandse pleitverenigingen. Op deze manier bootsen we op een realistische manier een rechtszaak na, omdat rechters en advocaten in het echt ook toga’s dragen. Deze toga is trouwens niet van mijzelf, maar geleend van de universiteit. Toga’s zijn namelijk ontzettend duur; een goed exemplaar kost al snel duizend euro.’ Wat doet een advocaat tijdens een pleidooi? ‘Tijdens een pleidooi moet je als advocaat, ten overstaan van een rechter, het standpunt van je cliënt zo goed mogelijk voor het voetlicht brengen. De advocaat van de wederpartij krijgt daarna de gelegenheid om op jouw verhaal te reageren met een eigen pleidooi. Een goede pleiter is voor mij iemand die boeiend kan vertellen en een juridisch complexe zaak helder

kan uitleggen. Door nieuwe wetgeving staan advocaten in de praktijk minder vaak in de rechtszaal. Toch beschouw ik het pleiten nog steeds als een basisvaardigheid van een advocaat; de toga hoort gewoon bij het vak.’ Wat voegt pleiten toe aan de rechtenstudie? ‘De sprong van de theorie naar de praktijk is redelijk groot. Tijdens de studie krijg je vrijwel alleen juridische theorie aangeleerd. Praktische vaardigheden leer je door bijvoorbeeld stage te lopen bij een advocatenkantoor. Pleiten kan ook een belangrijke schakel zijn tussen theorie en praktijk. Bij het schrijven van een pleidooi leer je de stof toe te passen die je tijdens de studie hebt geleerd. Daarnaast leer je tijdens het pleiten om te improviseren. Dit is belangrijk, want als advocaat moet je ook op de wederpartij kunnen reageren.’ Voelt het goed om een toga te dragen? ‘Ja, het is mijn droom om ooit te mogen procederen voor een advocatenkantoor. Daarom studeer ik Rechten en ben ik lid van dit pleitgenootschap. Een net pak geeft de drager al een zelfverzekerde uitstraling, maar met een toga ben je net een militair in uniform. Toga’s hebben dezelfde functie als uniformen: ze nemen de verschillen weg tussen partijen. Of je nou rijk of arm bent, voor de rechter is iedereen gelijk.’ ANS

Profile for Algemeen Nijmeegs Studentenblad (ANS)

Ans groeit  

Ans groeit  

Advertisement