__MAIN_TEXT__
feature-image

Page 1

ANS

BESTORMT

Yentl en de Boer schrijven nummers gewoon voor de grap

378 onverschrokken schapen domineren de Hatertse vennen

Van deelnemer naar student, maar waarom eigenlijk?

Algemeen Nijmeegs Studentenblad / jaargang 33, nummer 1


Vooraf Tekst: Redactie P. 2

COMMENTAAR Na een lange zomer zonder zorgen is het dan zover. Een nieuw tijdperk is aangebroken. Als een uitgehongerd kuddedier sta je te springen om aan het studentenleven te beginnen. Omdat je te veel hebt genoten van je ontdekkingsreis door Zeeuws-Vlaanderen heb je nog geen tijd gehad om je te druk te maken over banale zaken als de toekomst. Voordat je de kans hebt gehad om je voor te bereiden, komt er een tsunami van eigen verantwoordelijkheden op je af. Vol goede moed begeef je je als kersverse rekruut naar de universiteit. Het eerste obstakel dat je tegen het lijf loopt, zijn je studieboeken. Die bestelt je moeder dit keer niet voor je en de rector magnificus komt ze ook niet langsbrengen. Al snel blijken er meer schaapachtige lammetjes zoals jij te zijn. Gelukkig beleeft de deeleconomie hoogtijdagen en deelt iedereen alles met elkaar, tot studieboeken aan toe. Eenmaal in Nijmegen aankomen, heb je ook een plek nodig om je kamp op te slaan. Helaas ligt een vaste kamer voorlopig niet in het verschiet, omdat je je pas een week voor de intro hebt ingeschreven bij de SSH&. Ook hospiteeravonden zijn een waar mijnenveld van vragen die zonder pardon op je worden afgevuurd. Je hebt nog helemaal niet nagedacht over welk verkeersbord je zou zijn en andere hobby’s dan ‘dansjes en drankjes doen’ heb je niet. Zelfs het vinden van een lieve hospita in de kroeg mislukt volledig. Deze strijd heb je verloren, maar er is nog een oorlog te winnen. Als een eenzame schaapherder struin je door de wildernis van de Nijmeegse binnenstad en besluit je een slaapplek in de buitenlucht te zoeken. Na een wandeling van 9 kilometer beland je onder de Waalbrug. Uitgeput strijk je neer op de harde stenen. Ook al zindert de zomer in september nog na, de nacht is kouder dan het liedje van Earth, Wind & Fire doet vermoeden. Al heb je nu wel een stoer verhaal om indruk mee te maken op je nieuwe studiegenoten. Je komt tot de ontdekking dat het hebben van eigen verantwoordelijkheden een zware last is. Het bestormen van het studentenleven is tot nu toe mislukt, maar je hebt in elk geval boeken om op terug te vallen. Hierin staat van alles over de geschiedenis van de term student. Nu weet je ten minste wat het betekent om student te zijn. Hoe je dit in de praktijk moet brengen, is je nog een raadsel. Als universitair student kom je immers niet verder dan de theorie. De hoofdredactie

ANS

ONLINE ANS-Online is de digitale tegenhanger van het papieren blad. Hieronder is te lezen over de hoogtepunten van de afgelopen tijd en dingen om naar uit te kijken de komende periode. Vorken en markeerstiften Hoewel het de afgelopen maanden rustig was op de Radboud Universiteit (RU) vanwege de vakantie, was er voor de zomer genoeg te beleven. De Refter heeft inmiddels haar deuren gesloten voor de grote transformatie tot foodcourt, maar het restaurant kreeg eerst nog te kampen met een grote vorkenschaarste. In plaats van geld te steken in nieuwe vorken besloot de RU de communicatieafdeling een extraatje te geven. Die wisten daar wel raad mee en introduceerden Robin, een kek cartoonvogeltje dat zo af en toe op de sociale mediakanalen van de universiteit te zien zal zijn. Creatiever waren hitsige studenten in Leuven, die door het leggen van een markeerstift onder hun stoel in de UB aan hun medestudenten lieten merken dat ze wel zin hebben in een verzetje. Het hemd van het lijf 2017-2018 was het eerste collegejaar voor Daniël Wigboldus als voorzitter van het College van Bestuur. ANS vraagt zich af hoe hij deze periode heeft ervaren. Wat waren de hoogtepunten, hoe was de samenwerking met de studentenraad en wat zijn de verwachtingen voor komend jaar? Dat is echter niet het enige interview dat voor september op de planning staat. ANS zal verder in gesprek gaan met ontwerpstudio Hartebeest, die onder andere logo’s ontwerpt voor Oersoep en het Trimbos instituut. Sportieve start Zoals altijd wordt in de eerste maand van het collegejaar de Campusrun georganiseerd. Tijdens deze hardloopwedstrijd van vier kilometer kunnen studenten van verschillende opleidingen laten zien dat ze niet alleen mentaal maar ook fysiek kunnen presteren. De route is een rondje over de campus, met de start en finish op het Erasmusplein. ANS staat langs de lijn om de studenten aan te moedigen en ze vast te leggen op beeld. Op de hoogte blijven van al het studentennieuws? Check dan www.ans-online.nl, volg ons op Twitter (twitter.com/ANS_Online) of like de ANS-pagina op Facebook (facebook.com/ANSnijmegen).


DEZE ANS

Tekst: Redactie Deze ANS P. 3

04 De RU ziet ze vliegen Canada, Thailand of Zuid-Afrika, studievereningigen organiseren steeds vaker studiereizen naar exotische bestemmingen. Voor studenten is het een mooie kans om een verre reis te maken, maar de uitstoot van de vluchten waarmee deze reizen worden gemaakt veroorzaken veel milieuschade.

08 Op je hoede 04

Met een zelfgemaakte wandelstok in zijn hand en een trouwe bordercollie aan zijn zijde lijkt schaapherder Thom Manders perfect in het idyllische plaatje te passen dat mensen van zijn beroep hebben. Toch doet hij meer dan alleen schaapjes tellen: ‘Ik heb nog nooit zo hard moeten werken als nu.’

13 Wie ben jij zonder mij De absurdistische cabaretnummers van Yentl en de Boer ontvangen veel lof. Cristine de Boer en Yentl Schieman blijven er nuchter onder: ‘Onze nummers hoeven niet groots of poëtisch te zijn. Ze gaan gewoon over dingen die we grappig vinden.’

08

18 Hoe meer zielen Van ‘deelnemer’ of ‘scholier’ naar ‘student’: vanaf 2020 krijgen mbo’ers in de wet een nieuwe naam. Hoe past de verbreding van de terminologie binnen de geschiedenis van de term student, en zal deze naamswijziging iets veranderen? ‘Een negatief stereotype voorkom je niet door een nieuwe term te gebruiken.’ 05 Gevarendriehoek

13

07

Het Laatste Oordeel

16

Middenpagina

21

De Graadmeter

22

Schuld na de zonde

24

Even denken

26

Het Issue

28 Kamervragen 30

Deze ANS niet/ GoedVoorEenConsumptie/ Colofon

31 Crypto

18

32 Van de Baan


De RU ziet ze vliegen Tekst: Jonathan Janssen/ Illustratie: Rens van Vliet P. 4

DE RU ZIET ZE VLIEGEN

Hordes Radboudstudenten stappen elk jaar op het vliegtuig om met hun studievereniging op reis te gaan naar Japan of Colombia. Zo’n reis is leuk, maar niet heel duurzaam. Is het wel verantwoord dat er zoveel verre studiereizen worden georganiseerd? Terwijl de luchtvaart een van de meest vervuilende vormen van vervoer is, vliegen Nijmeegse studenten met hun studievereniging de hele wereld over. Zo gingen de psychologiestudenten van SPiN in 2018 naar Tokio en bezochten de rechtenstudenten van de JFV datzelfde jaar Kuala Lumpur. Vaak bezoeken zij tijdens de reis plaatsen of instanties die aansluiten bij hun vakgebied. De studenten van Marie Curie gingen bijvoorbeeld kijken bij NASA tijdens hun reis door Californië twee jaar geleden. Veel studenten bezoeken tijdens hun reis echter alleen de Nederlandse ambassade en gaan dan verder langs de toeristische trekpleisters. Het verband tussen studie en bestemming ligt dus niet altijd voor de hand. De Radboud Universiteit (RU) zegt duurzaamheid te willen stimuleren, maar doet niets aan de tonnen broeikasgassen die elk jaar worden uitgestoten door de studiereizen van haar studenten. Daarom moeten zowel de studieverenigingen als de universiteit in de gaten houden dat de doelen van de studiereis, namelijk de relatie met de studie en het sociale aspect, niet worden vergeten. Zo kan worden voorkomen dat er geen onnodige verre vluchten worden gemaakt.

met verschillende afstanden laat kiezen, gaan de meeste mensen voor de reis naar de verste bestemming, terwijl ze helemaal niet weten waar ze dan terechtkomen. Je kunt dichtbij huis net zo goed een leuke vakantie hebben.’

Groeiende luchtvaart Vliegen wordt een steeds groter probleem voor het klimaat. Het aandeel van de luchtvaart in de totale klimaatvervuiling is nu nog klein, maar de sector groeit enorm. Vluchten worden alsmaar goedkoper en wereldwijd hebben steeds meer mensen de mogelijkheid om het vliegtuig te pakken. ‘In andere sectoren dalen de CO2-emissies, maar de luchtvaart zal steeds meer van de duurzame vooruitgang van andere sectoren tenietdoen’, vertelt lector Paul Peeters, onderzoeker en docent Duurzaam en Toerisme aan de NHTV Breda. ‘Alleen al door de luchtvaart zal de opwarming van de aarde nog steeds het in het Parijs-akkoord vastgelegde maximum van twee graden passeren.’

Daarnaast kunnen studieverenigingen en hun reiscommissies alternatieve vormen van vervoer overwegen. Zo is het beter voor het milieu om de bus of de trein te pakken dan het vliegtuig. Volgens de calculator van reiscompensatieorganisatie Greenseat gaat met een enkele vlucht Amsterdam-Parijs namelijk 70 kilo CO2 per persoon de lucht in, terwijl dat met de bus of trein maar 20 kilo is. Toch moeten verre studiereizen niet helemaal verdwijnen. Ze bieden studenten namelijk een mooie mogelijkheid om betaalbaar op reis te kunnen gaan. Een gulden middenweg zou kunnen zijn om maar eens in de drie jaar een grote reis te organiseren. Zo heeft elke student toch de mogelijkheid eens tijdens zijn studietijd een verre reis te maken. Voor die andere reizen kan een limiet worden gesteld op bestemmingen die met een treinreis van een dag te bereiken zijn. ‘Met zo’n limiet kun je nog zover reizen als Zuid-Italië en kun je op zoek naar bestemmingen die nog niet iedereen kent’, stelt Peeters.

Een van de oorzaken achter de groei van het aantal vliegreizen is dat veel mensen denken dat een reis verder weg per definitie leuker is dan een reis dichterbij. Peeters geeft een voorbeeld: ‘Als je mensen uit drie gratis vakanties

Nieuwe bestemmingen dichterbij Met het oog op klimaatvervuiling moeten studieverenigingen de belangrijkste redenen achter een studiereis niet uit het oog verliezen. Nu lijkt de trend: hoe exotischer en verder de bestemming, hoe beter. De belangrijkste kenmerken van studiereizen zijn echter dat ze ‘een toegevoegde waarde voor de opleiding en een vormend karakter’ hebben, aldus het Reglement Subsidiëring Groepsreizen van de RU. Dat hoeft niet elke keer met een vlucht naar New York of Sydney te gebeuren, dat zou ook prima met een reis binnen Europa kunnen. Willen studenten niet naar plekken waar iedereen al is geweest, zoals Parijs en Rome, dan kunnen ze door iets beter te zoeken nog voldoende interessante locaties vinden. Binnen Europa zijn namelijk genoeg plekken die veel te bieden hebben en die nog niet zijn overspoeld door toeristen.


Column Roel van Koeverden P. 5 Ans deze maand P. 5

GEVARENDRIEHOEK Reissubsidies Niet alleen de student, maar ook de universiteit kan iets doen aan de vervuiling door studiereizen. Zij verstrekt immers via Student Life subsidies voor deze reizen. Duurzaamheid kan worden toegevoegd aan de lijst van criteria die de hoogte van de uitgekeerde subsidie bepalen. In de besprekingen voor de verbetering van het subsidiereglement wordt duurzaamheid al wel meegenomen, vertelt manager van Student Life Rob Vaessen. Een optie kan zijn dat wordt gebruikgemaakt van een reisemissiecalculator, die precies kan berekenen hoeveel CO2 er wordt uitgestoten met een bepaald reisplan. ‘Bij het invoeren kun je daarbij aangeven of je per bus, trein of boot reist en zelfs met welke vliegmaatschappij je vliegt’, legt Peeters uit. De universiteit kan dan eisen dat deze informatie voor alle georganiseerde studiereizen aan hen wordt voorgelegd. Mede aan de hand daarvan kan dan de hoogte van de subsidie worden bepaald. Wil de RU aan haar duurzaamheidsdoelstellingen voldoen, dan zijn er op het gebied van studiereizen nog genoeg stappen te zetten. Zo kan de universiteit duurzaamheid integreren in haar reglement rondom de uitkering van subsidies voor studiereizen. Daarnaast kunnen studieverenigingen hun steentje bijdragen door minder vaak ver weg te reizen en vaker voor een alternatief vervoersmiddel te kiezen. Een week met de trein naar Bosnië en Herzegovina is immers ook niet verkeerd. ANS

Niet alles waar je niet aan moet ruiken of met je tengels aan moet zitten is beplakt met rode gevarendriehoeken. Roel van Koeverden vertelt je iedere ANS waar je als student voor moet oppassen. Houd buiten bereik van kinderen en huisdieren. Je bent erin geluisd. Het verhaal van je huisgenootje begon zo schattig en onschuldig, maar inmiddels zit je al vijf minuten schokkerige videobeelden van een Vietnamees marktje te bekijken. ‘Kijk hoe simpel ze daar leven. Dat is toch geweldig! Eigenlijk moeten we dat hier ook meer doen.’ Haar homemade footage werd voorafgegaan door een half uur durende diashow van Aziatische boertjes die hun verschrompelde landbouwproducten tevergeefs aan de man proberen te brengen. Vooral vlak na de zomer moet je op je hoede zijn. Voor je het weet is je beste vriend net terug van een ‘supergave’ reis door Turkmenistan of heeft je stapmaat zojuist vier weken met een rugzak door de Baltische staten gebanjerd. Pas op voor reisverhalen. ‘Het is toch leuk om over iemands vakantie te horen?’ Nee. Etiketten van bierflesjes aftrekken is leuk, naar iemands reisverhaal luisteren niet. Misschien zouden vakantieverhalen wat beter aan te horen zijn als daadwerkelijk het woord ‘vakantie’ in de mond zou worden genomen, maar dat is vloeken in de kerk. Tien dagen op je luie gat zitten ergens op een strand in de Antillen is getransformeerd tot ‘echt even weer mijn rust vinden.’ Aapjes en plantjes kijken in de rimboe valt tegenwoordig onder de noemer ‘mijn band met de natuur herstellen.’ Reisverhalen zijn altijd doorspekt met eyeopeners en ‘diepe ervaringen’ waarmee de verteller graag wil benadrukken dat jij een onderontwikkeld kleiboertje bent dat nog niet eens zijn eigen achtertuin kent. Daarnaast zijn reisverhalen altijd even incoherent en onbegrijpelijk als je schoonmoeders kledingkeuze. ‘En toen gingen we naar een oud vissersdorpje. O nee, dat was de dag daarna. Nee, eerst gingen we naar een oude tempel. Ja, eigenlijk is het een moskee. Of toch niet?’ Dankjewel voor de heldere info. Het lijkt wel of je reislustige vriend door zijn enthousiasme de draad van zijn verhaal kwijt is. Of waarschijnlijker: hij heeft geen idee wat hij nou werkelijk gezien heeft. Je vriend zat zonder twijfel alvast na te denken over welke McFlurry hij na de tour zou bestellen terwijl de gids uitweidde over de geschiedenis van Bali’s oudste boeddhistische tempel. Dus kijk goed uit wanneer je studiegenoot opeens een foto van zichzelf op een struisvogel onder je neus schuift. Wees gewaarschuwd wanneer plots de Brooklyn Bridge op de profielfoto van je sportbuddy verschijnt en ren vooral keihard weg als je studiemaatje quasinonchalant laat vallen dat zij een jetlag heeft.


Adverteren? Kijk op ANS-Online.nl P. 6

ANS ZOEKT MEDEWERKERS, VERTALERS EN FOTOGRAFEN Vind jij het leuk om te schrijven, te vertalen of te fotograferen? Kom dan langs op ons kantoor (onder het Gymnasion) of stuur een mail naar redactie@ans-online.nl.


Tekst: Simone Bregonje/ Foto: Vincent Veerbeek Het Laatste Oordeel Leef, woon, werk, feest... met ANS P. 7 P. 7

HET LAATSTE OORDEEL Duffe opsommingen of ultiem entertainment? ANS verschanst zich in de collegebanken om een genadeloos oordeel te vellen over het onderwijs aan de RU. STUDIE: Kunstgeschiedenis

EINDCIJFER:

COLLEGE: Kunstgeschiedenis van de moderne tijd, 31 mei, 13:45-15:30, E2.55 DOCENT: Drs. Robbie Dell’Aira UITSTRALING: Vriendelijke buurman PUBLIEK: Zogenaamd gefocuste kunstkijkers INHOUD: Postmodernistische architectuur

Bij binnenkomst stelt drs. Robbie Dell’Aira tevreden vast dat de studenten in groten getale zijn komen opdagen. Zoals het een echte Nederlander betaamt, begint hij zijn college met een opmerking over het weer. ‘Het is zulk mooi weer, ik snap wel dat jullie liever aan het zwembad liggen.’ Dat weerhoudt hem er echter niet van de twintig aanwezige studenten mee te nemen naar de tijd van de wereldoorlogen. Het postmodernisme is een reactie op deze tijd en wordt gekenmerkt door een combinatie van vrije vormen met klassieke elementen. De postmodernisten wilden af van het idee van form follows function. In rap tempo klikt Dell’Aira door de afbeeldingen op de PowerPoint heen. Hij is zichtbaar enthousiast over de stof en behandelt de ene na de andere architect. De structuur van het college is hierdoor ver te zoeken, maar zijn poëtische stijl maakt veel goed. ‘Europese invloeden vinden vruchtbare bodem in de Verenigde Staten’ is slechts een van de vele romantische zinnen die hij gebruikt. Dell’Aira loopt op energieke wijze rond door het lokaal en zwaait bevlogen met zijn armen. Tijdens zijn verhaal probeert hij de studenten aan te kijken, maar zij zitten in opperste concentratie mee te schrijven. Hun telefoons liggen onaangeroerd op tafel en de laptops worden slechts gebruikt om aantekeningen te maken. De concentratie van de studenten wordt kort onderbroken als er vlak voor de pauze nog een student binnenglipt. Dell’Aira begroet hem vrolijk. ‘Hey Pim, kom erin!’ Na de pauze steekt hij vol passie een verhaal af over het verschil tussen kunst en kitsch. ‘Kitsch is eigenlijk gewoon mislukte kunst, maar moedwillige kitsch is juist kunst.’ Als voorbeeld gebruikt hij een afbeelding van een plein

in New Orleans dat is ontworpen door de Amerikaanse architect Charles Moore. Het plein doet met zijn felle kleuren en klassieke zuilen kitscherig aan. Na een kort overleg met zichzelf komt Dell’Aira tot de conclusie dat dit plein juist geen kitsch is. ‘De ontwikkelingen in de twintigste eeuw zijn niet te volgen’, merkt Dell’Aira op. Om dat te illustreren wil hij in de laatste drie minuten nog een heleboel afbeeldingen laten zien, maar de concentratie van de studenten is inmiddels op. De docent moet zich dus inhouden en breit er een eind aan. ‘Het postmodernisme is nog steeds invloedrijk, maar hoe dat allemaal verder gaat, vertel ik volgende keer.’ Met deze cliffhanger mogen de studenten eindelijk naar het zwembad.

Het Laatste Oordeel der Studenten De studenten vinden de colleges van Dell’Aira gezellig. Zijn enthousiasme werkt aanstekelijk. Toch dwalen hun gedachten soms af naar bijvoorbeeld deadlines en de zomervakantie. Een student geeft toe dat hij het hele college over circussen en pinguïns na heeft zitten denken. De geconcentreerde indruk van de studenten blijkt dus niet te stroken met de werkelijkheid. Hierbij speelt ook mee dat ze niet alle informatie relevant vinden en soms wat diepgang missen. ‘Dell’Aira praat veel, maar zegt weinig’, merkt een student op. Toch zijn ze over het algemeen positief over hun docent. Ze omschrijven hem als een gedreven verhalenverteller. Dell’Aira krijgt dan ook een dikke voldoende van zijn studenten. ANS


OP JE HOEDE Schaapherder lijkt op het eerste oog een ouderwets beroep, maar eigenlijk is het best modern. Natuurbeheer met schapen is namelijk duurzaam, wat beslist bij deze tijd past. In de vroege ochtenduren liep ANS mee met een schaapherder.


Tekst: Jeyna Sow/ Foto’s: Carlijn Hogeboom Op je hoede P. 9 Ans deze maand P. 9

Het landschap van de Hatertse en Overasseltse Vennen straalt kalmte uit. Op het gefluit van de vogels en het geblaat van de schapen na, is het stil. De meeste mensen draaien zich nog een keertje om in hun bed, maar voor schaapherder Thom Manders en zijn trouwe viervoeter Iwan begint de dag om half zeven ‘s ochtends. Aan het duo is niet te merken dat het zo vroeg is: er is geen teken van vermoeidheid te bespeuren. Samen zijn ze op weg naar de kudde van 368 Kempische heideschapen. Als een hongerige zee van wol staan de dieren te trappelen om de heide helemaal leeg te grazen. ‘s Nachts staan de schapen op een afgebakend gebied op de heide en ’s ochtends worden ze weer losgelaten, wat een chaotische bedoening is. ‘Als de schapen honger hebben, kan niks ze stoppen’, waarschuwt Manders. ‘Verkeer en paarden kunnen dan maar beter aan de kant gaan.’ Met zijn hoed op zijn hoofd, stok in de hand en rugzak vol gereedschap voldoet Manders aan het beeld van een typische schaapherder. Hij neemt een moment om zijn kudde te observeren en van de natuur te genieten. ‘Dit is het dromerige plaatje dat mensen hebben bij het beroep van een schaapherder’, zegt hij. ‘Maar dromerig is het zeker niet. Ik heb nog nooit zo hard moeten werken als nu.’ De schapen zijn verantwoordelijk voor het begrazen van het gebied, maar dat betekent niet dat

de herder niks te doen heeft. Hij is altijd in de weer met het weghalen van de overgebleven berkjes, het maaien van gras en het plaatsen van hekken voor de slaapplek van de schapen. Het buitenleven trok Manders altijd al, maar toch had hij nooit verwacht dat hij schaapherder zou worden. ‘Ik had niks met schapen en ik was bang voor honden’, lacht hij. Liefde voor de natuur was er wel altijd al. ‘Ik studeerde Bos- en Natuurbeheer in Velp en door mijn stage kwam ik bij het bedrijf Bos en Schaap terecht.’ Daar sloeg de vonk tussen Manders en het beroep van schaapherder snel over.

‘Een schaap weegt 60 kilo. Als je er tien op een dag tilt, voel je dat wel in je rug’ Schapen verzorgen Terwijl de schapen rustig staan te genieten van hun maaltijd, trekt de herder zijn enorme rugzak open en haalt er een grote tang uit. ‘Hiermee knip ik de klauwen van de schapen.’ De schapen moeten regelmatig worden verzorgd, anders kunnen ze ziektes als tussenklauwontsteking krijgen. Het verzorgen van de schapen


Op je woon, hoede werk, feest... met ANS Leef, P. P. 10 10

gaat niet zonder slag of stoot. ‘Een schaap weegt ongeveer 60 kilo, dus als je er tien op een dag tilt, voel je dat wel aan je rug’, verzucht Manders. Als een schaap ziek wordt, staat Manders er in eerste instantie alleen voor. ‘Je kunt wel hulp krijgen van een collega-schaapherder, maar het kan goed zijn dat je dan een uur moet wachten.’ Schapen die komen te overlijden, kunnen niet zomaar in de natuur blijven liggen. De herder moet het schaap dan over zijn schouder naar zijn busje dragen. Die staat niet altijd om de hoek, dus soms legt hij flinke afstanden af. Zeker als de schapen net zijn geschoren, komt het regelmatig voor dat er een schaap overlijdt. ‘Dat komt door de scheerziekte. Tijdens het scheren liggen de schapen op hun rug, waardoor de maag kan kantelen. Lucht hoopt zich dan op in de darmen, waarna het schaap doodgaat.’ Natuurbeheer Het drijven van schapen houdt meer in dan ze alleen bij elkaar jagen. Het is een van de manieren waarop Staatsbosbeheer de natuur beheert. Deze schapen worden niet gebruikt voor vlees of wol, maar puur voor het begrazen van het gebied. Het uiteindelijke doel is om van het bosachtige gebied heide te maken. Dat gebeurt

door de ongewenste planten weg te laten eten door de schapen. Daarom houdt de herder bij hoe lang ze ergens staan te grazen. ‘Voorheen werd de hei op sommige plekken gewoon weggebrand om wildgroei tegen te gaan.’ Zeldzame planten werden zo ook vernietigd, wat ten koste gaat van de biodiversiteit. Schapen zijn echter goed te sturen, waardoor bepaalde planten en bloemen kunnen worden behouden. Ook moeten sommige planten en bloemen juist worden verspreid door het gebied. Dit gebeurt via de keutels van de schapen. Via de grote boodschap van de beesten verspreiden de zaden van de plant zich, omdat de ontkieming plaatsvindt in de maag. Deze vorm van natuurbeheer is vele malen duurzamer dan het wegbranden van stukken heide en past helemaal bij deze tijd. ‘Ik zie er misschien heel oubollig uit met mijn hoed en stok, maar schaapherder is eigenlijk een heel modern beroep’, zegt Manders met een trotse lach. Band met de beesten Manders en zijn enthousiaste bordercollie Iwan hebben een bijzondere band. De klik tussen de twee is duidelijk merkbaar. Dit heeft mede te maken met het feit dat hij Iwan zelf heeft getraind. ‘Als ik hem wegbreng om hem te laten trainen, ben ik bang dat de klik verdwijnt.’ In


Leef, woon, werk, feest... met ANS P. 11

tegenstelling tot de schapen gaat Iwan aan het eind van de dag wel mee naar huis. Manders neemt zijn hond zelfs vaak mee op vakantie. ‘Dit jaar ga ik voor het eerst zonder Iwan op vakantie. Waarschijnlijk denk ik na drie dagen al ‘‘ik wil naar huis’’, omdat ik hem mis.’ Wanneer Iwan opgewonden richting de schapen rent en de kudde uiteen drijft, wordt duidelijk dat hij nog het een en ander te leren heeft. Er ontstaat een grote stofwolk en even zijn de schapen verdwenen. ‘Iwan, ze stonden daar net zo mooi’, zucht Manders. Hij grijpt direct in door de kudde weer bij elkaar te brengen. Dit doet hij door zijn stem te gebruiken. Niet alleen Iwan, maar ook de schapen luisteren naar de krachtige kreten van hun herder.

‘In het weekend mis ik de schapen regelmatig, vooral Bella.’ De relatie tussen de herder en zijn schapen steekt anders in elkaar dan die met Iwan. ‘Het is niet zoals bij een boer. Die leeft echt voor zijn schapen en dat heb ik minder’, geeft de herder toe. Hoewel de schapen de hele dag weinig anders doen dan grazen en blaten, hebben ze meer karakter dan het lijkt. Doordat Manders heel wat tijd doorbrengt met zijn kudde, leert hij de bolletjes wol beter kennen. Ze komen allemaal om de beurt

even langs om wat aandacht te vragen. ‘Dan merk ik dat ze ieder hun eigen trekjes hebben. In het weekend mis ik ze regelmatig, vooral Bella.’ Het leidschaap van de groep is in tegenstelling tot de rest een echt knuffeldier en komt regelmatig een aai over haar bol vragen. Als kuddeleider loopt Bella voorop om de groep mee te krijgen. Dat is handig voor herder Manders, omdat het scheelt in het sturen van de hond. ‘Als er een schaap over de dam is, volgen er namelijk meer.’ Alleen op de wereld Het beroep van schaapherder is zeker niet te vergelijken met een kantoorbaan van negen tot vijf. Als schaapherder maakt Manders soms dagen van wel twaalf uur, waarbij hij de hele dag buiten tussen de schapen te vinden is. Contact met de buitenwereld heeft hij vrijwel niet tijdens zijn werk. Toch ervaart hij dit niet als een last. Mede door de goede band met Iwan en de interactie met de schapen voelt hij zich zelden alleen en heeft hij niet het gevoel dat hij iets mist. ‘Als ik thuis ben, praat mijn vriendin me wel bij over het nieuws, maar ik probeer me er eigenlijk niet te veel mee bezig te houden.’ Manders omarmt het feit dat hij iets minder mee krijgt van wat er in de maatschappij leeft. Hij vindt het belangrijk om de tijd te nemen en af en toe even stil te staan bij het moment. ‘Ik kom hier veel meer tot de essentie van het leven en daar draait het uiteindelijk allemaal om.’ ANS


Interview Roy Santiago Tekst: Tijs Sikma/ Foto’s: Simone Both P. 12

Universitaire Studentenraad NU!Medezeggenschap Wil jij op de hoogte blijven van de bezigheden van de USR? Houd dan NU!Medezeggenschap in de gaten! Like ons op Facebook, volg ons op Twitter en neem eens een kijkje op onze website. Heb je tips of opmerkingen? Loop gerust even langs bij de USR-kamer (TvA 1.034) of stuur een mail naar usr@ru.nl. Website: www.numedezeggenschap.nl Twitter: @NUMedezeggsch Facebook: www.facebook.com/NUmedezeggenschap E-mail: usr@ru.nl

Beste studenten, Voor iedereen die dit jaar zijn of haar eerste stap op onze campus zet: welkom! Alle oudgedienden heten we uiteraard ook weer welkom op onze universiteit! Het hele jaar door kun je hier in het ANS updates lezen van de Universitaire Studentenraad (USR), de centrale medezeggenschapsraad van de Radboud Universiteit. Hieronder vind je de eerste van dit collegejaar! Onderwijs Een nieuw collegejaar staat voor de deur en als student betekent dat een wereld aan nieuwe mogelijkheden. Om je studie goed te beginnen, is het erg fijn om op de hoogte te zijn van je rechten en plichten als student. Wist je bijvoorbeeld dat je geen horloges mag dragen tijdens je tentamen? Dat je met klachten over examens terecht kunt bij de examencommissie en met een klacht over bijvoorbeeld ongewenst gedrag bij de vertrouwenspersoon? Of: dat je bij je tentamen een bepaalde tijd te laat mag komen? Om effectief te kunnen shinen tijdens je studie raden we je daarom vooral aan om het universitaire studentenstatuut en het onderwijs- en examenreglement (OER) van je studie te scannen! Deze documenten kun je vinden op de website van de Radboud. Studentenleven Naast het halen van studiepunten is het ook ontzettend

leuk en belangrijk om je naast je studie te mengen in het (actieve) studentenleven. Het is erg waardevol om lid te worden bij één van de vele studentenverenigingen en -organisaties! Nijmegen heeft een breed scala aan kleine en grote verenigingen op het gebied van cultuur, sport, gezelligheid, religie, internationaal en studie. Actief worden bij deze verenigingen, bijvoorbeeld door in een commissie te gaan, is een erg goede manier om Nijmegen en andere studenten te leren kennen. Doen! Medezeggenschap op de RU Op elk niveau op onze universiteit is ook medezeggenschap actief. De opleidingscommissies zetten zich bijvoorbeeld in om jouw studie nóg beter te maken. Facultaire Studentenraden komen op voor alle opleidingen in een van de zeven faculteiten. De Universitaire Studentenraad tot slot zet zich centraal in om onderwijs en onderzoek, maar ook het studentenleven en faciliteiten op onze universiteit te waarborgen en te verbeteren! Alle drie niveaus van medezeggenschap zijn erg laagdrempelig te bereiken en zitten altijd te wachten op jouw input! Heb je een goed idee, een opmerking of een klacht? Schroom dan niet om ze te benaderen! Tot slot wensen we jullie heel veel plezier bij de introductieperiode en een knallende start/vervolg van je studie! De XXIe en XXIIe Universitaire Studentenraad

(Advertentie)


Ans deze maand P. 13

WIE BEN JIJ ZONDER MIJ

Met hun nummer Ik heb een man gekend braken ze in 2014 in een klap door in de Nederlandse cabaretwereld. Cabaretduo Yentl en de Boer vertelt over nummers schrijven en voorstellingen in elkaar zetten. ‘Vaak worden onze liedjes “geniaal” genoemd, terwijl we nooit ingewikkelde grappen maken.’


Wie ben jij zonder mij Tekst: Julia Mars/ Foto’s: Imtiaz Willems P. 14

Cabaret is het leukst als mensen zichzelf erin kunnen herkennen, vindt het muzikale duo Yentl en de Boer. Christine de Boer en Yentl Schieman baseren hun absurdistische cabaretnummers dan ook zo veel mogelijk op ervaringen uit hun eigen leven. Af en toe denken mensen zelfs dat de nummers over henzelf gaan. ‘Vaak wordt gedacht dat ons nummer Morph een liefdesliedje over ons tweeën is’, vertelt De Boer met een scheve grijns. ‘Dat is het ook wel een beetje. Morph gaat over twee mensen in een relatie die steeds meer op elkaar gaan lijken.’ Ze glimlacht naar Schieman. ‘We merkten dat we als duo steeds meer naar elkaar toe groeiden. Vaak hebben we iets matchends aan, zonder dat we dat hadden afgesproken.’ Het is niet gek dat De Boer en Schieman steeds meer op elkaar zijn gaan lijken. De twee kennen elkaar al sinds ze op de Amsterdamse theaterschool zaten, waar ze samen veel projecten deden. Een paar jaar na hun afstuderen besloten ze om als duo voorstellingen te gaan maken. Hun doorbraak in de Nederlandse cabaretwereld kwam in 2014, toen ze met hun nummer Ik heb een man gekend de Annie M.G. Schmidtprijs voor het beste theaterlied wonnen. Een ingewikkelde formule voor succes hebben de dames niet. ‘Veel van onze liedjes zijn puur voor de grap geschreven.’ Jullie nummers ontvangen veel goede recensies. Hoe komen jullie aan inspiratie voor de onderwerpen? De Boer: ‘Vroeger op de theaterschool dachten we dat we grote kunst moesten maken, dat voorstellingen over moeilijke onderwerpen moesten gaan. Toch werden die voorstellingen het slechtst beoordeeld.’ Schieman: ‘Juist toen we die gedachte loslieten en gewoon maakten wat we zelf grappig vonden, waren de docenten enthousiast.’ De Boer: ‘Ook nu zijn onze liedjes niets anders dan observaties van dingen die we meemaken. De nummers hoeven niet grootser of poëtischer te zijn dan het gewone leven, vinden we. Af en toe staan we er nog steeds van te kijken dat de recensies zo lovend zijn. Vaak worden onze liedjes “geniaal” genoemd, terwijl we nooit ingewikkelde of intelligente grappen maken.’ Schieman: ‘Door de inhoud van de liedjes simpel te houden, kunnen mensen zich beter in de nummers herkennen. Op die manier raakt het ze meer. Zitten in de trein gaat over ergernissen aan dingen die je onbewust zelf ook doet. Bijvoorbeeld instappen in een trein, terwijl anderen nog moeten uitstappen.’ De Boer: ‘Wanneer we iets leuks of grappigs zien gebeuren, maken we altijd meteen een notitie in onze telefoons om het te onthouden. Ons telefoongeheugen gaat dan ook helemaal op aan spraakopnames en notities.’ Schieman: ‘Veel van die spraakopnames zijn heel vals ingezongen. Het is ontzettend gênant wanneer je ze terugluistert.’ De Boer: ‘Of wanneer je ze aan iemand anders wil laten horen. Dat vind ik zelfs naar Yentl toe een beetje beschamend.’

Yentl Schieman

‘In een van onze nummers vermoord ik mijn vriend.’ De man wordt redelijk vaak negatief voorgesteld in jullie liedjes, waarom is dat zo? De Boer: ‘Het nummer Ik heb een man gekend komt uit een periode waarin Yentl en ik allebei vrijgezel waren. We waren toen gefascineerd door de absurde manieren waarop mannen indruk op vrouwen proberen te maken.’ Schieman: ‘De imperfectie van de man is een leuk thema om over te schrijven. Als ze allemaal perfect zouden zijn, ben je zo uitgeschreven. Mijn moeder zei vroeger altijd “Ik heb liever dat je slaapt” tegen me als ik stout was. Later kwam het idee in me op om de zin te gebruiken in een lied dat over een man gaat. De man in Ik heb liever dat je slaapt praat altijd luid en is heel aanwezig. Eigenlijk is hij alleen maar lief als hij slaapt. Dat leek me een interessanter verhaal dan dat over mijn moeder.’ In veel van de nummers blijven jullie dicht bij jullie eigen ervaringen. Wat vindt jullie omgeving hiervan? Schieman: ‘Over het algemeen is het niet zo dat we hele persoonlijke dingen in onze nummers delen. De details die we erin verwerken, maken we heel theatraal. Een goed voorbeeld is een van onze nieuwste nummers, Het moordlied.’


Wie ben jij zonder mij Leef, woon, werk, feest... met ANS P. 15 P. 15

De Boer: ‘In dat nummer vermoord ik mijn vriend. Het nummer gaat over een vrouw die een heel monotoon leven leidt. In een poging om uit dit leven te stappen, vermoordt ze haar vriend. Om het verhaal levendig te maken, heb ik details over mijn eigen vriend gebruikt. Later zag hij de tekst thuis op de piano staan. Toen hij las hoe hij aan het einde van het stuk om zeep wordt gebracht, moest hij even slikken. Gelukkig kon hij de humor er ook wel van inzien.’

‘Wanneer ik zonder Christine op het podium sta, krijg ik een beetje hartkloppingen.’

We proberen onszelf continu te verbeteren. Door steeds in het moment te staan, blijft het leuk.’ De Boer: ‘Het maakt ook niet uit hoe lang je een liedje al speelt, het publiek reageert altijd anders. Dat is het unieke van theater, het is een soort dialoog. Mensen vinden een liedje niet plotseling saai. Naast liedjes hebben we ook veel andere plannen. In een toekomstige show willen we graag met een muzikant erbij werken. Ook lijkt het ons leuk om een popalbum te maken, een hele andere sound. We willen onszelf vooral niet herhalen.’ ANS

Jullie zijn heel veel samen. Doen jullie ook nog projecten zonder elkaar? De Boer: ‘Nee, niet veel. We schrijven weleens liedjes apart, maar wanneer iets echt goed is, komt het toch altijd wel bij Yentl en de Boer terecht. Het gebeurt maar zelden dat we iets buiten het duo houden.’ Schieman: ‘We zijn allebei aangesloten bij een singer-songwritercollectief, waar we los van elkaar onze eigen liedjes spelen. Dat vind ik altijd veel spannender dan wanneer ik samen met Christine op het podium sta. Soms krijg ik zelfs een beetje hartkloppingen.’ De Boer: ‘Wanneer ik met iemand anders speel, merk ik pas echt wat ik normaal gesproken aan Yentl heb. Samen zijn geeft een veilig gevoel. Toch is het ook leuk om dingen zonder elkaar te doen. Als je altijd met zijn tweeën bent…’ Schieman: ‘Dan verras je elkaar niet meer. Alleen spelen is een goede leerervaring. Als we samen zingen, zijn we altijd met elkaars stem bezig. Wanneer je solo zingt, ben je op jezelf aangewezen. Als ik alleen zin, gebruik ik mijn stem minder goed. Daarom is het goed om veel alleen te blijven oefenen.’ Komt jullie werk beter tot uiting als duo dan apart? Schieman: ‘Dat zou ik niet direct zeggen, maar we versterken elkaar wel. In het schrijven van liedjes en in het maken van voorstellingen vullen we elkaar zeker aan.’ De Boer: ‘Bij het maken van een voorstelling heb je natuurlijk allebei je eigen smaak. Yen komt vaak met wat raardere fantasy-ideeën voor de show, zoals een pratende vogel of een donkere kelder. Zelf zou ik daar niet zo snel mee komen. Ik heb wat meer oog voor filosofische thema’s. Over wat het leven is, of geluk.’ Schieman: ‘Soms heb ik een idee, maar weet ik niet hoe ik dit het beste tot uitting kan brengen. Christine geeft er dan net een andere draai aan. Zo kom je samen op de beste ideeën.’ Zit er een houdbaarheidsdatum aan Yentl en de Boer? De Boer: ‘Wat mij betreft gaan we nog heel lang door samen.’ Schieman: ‘Het samenspelen is altijd weer anders voor ons.

Christine de Boer


Illustratie: Dennis van der Pligt www.ans-online.nl. Tekst: De redactie / colofon P. 16


Ans deze maand P. 17


Hoe meer zielen Tekst: Aaricia Kayzer en Noor de Kort/ Illustratie: Paula Koenders P. 18

HOE MEER ZIELEN Geweigerd worden bij kroegen, verenigingen en hospiteeravonden of door universitair studenten schamper ‘figuurzagers’ worden genoemd. Om duidelijk te maken dat dit echt niet meer kan, heten mbo’ers vanaf 2020 voor de wet ook studenten. Hoe past deze verbreding binnen de geschiedenis van het woord student en zal de verandering effect hebben? Een avond losgaan in de Drie Gezusters zit er voor mbo’ers niet in, want de kroeg laat doordeweeks alleen hbo’ers en wo’ers binnen. Ook op kijkavonden zijn ze vaak niet welkom, net als bij veel studentenverenigingen. De tweesplitsing tussen hbo’ers en wo’ers enerzijds en mbo’ers anderzijds is niet alleen zichtbaar tijdens een avondje stappen, ook voor de wet heten ze niet hetzelfde. De eerste groep wordt aangeduid als ‘studenten’, terwijl mbo’ers volgens de Wet educatie en beroepsonderwijs ‘deelnemers’ zijn. In de volksmond worden zij daarnaast vaak ‘leerlingen’ genoemd. Uit de aanspreekvormen ‘deelnemer’ en ‘leerling’ spreekt volgens de Jongeren Organisatie Beroepsonderwijs (JOB), de belangenbehartiger van mbo-studenten, een negatief stereotype. Om vooroordelen over het mbo tegen te gaan, startte de organisatie dit voorjaar de actie #ditisnietmbo. Ingrid van Engelshoven, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, kwam vervolgens tegemoet aan de wens van veel mbo’ers: vanaf studiejaar 2020-2021 heten zij voor de wet ook ‘student’. ‘Jongeren in het mbo zijn net zo goed studenten als al die anderen’, twitterde de minister, nadat het besluit was genomen. ‘Door nu ook in de wet de term deelnemer te veranderen in het woord student doen we aan iedereen recht.’ De beslissing leidt tot veel reacties, zowel positief als negatief. JOB is blij met de maatregel en ziet het als een teken van gelijke behandeling. Volgens anderen studeer je alleen aan de universiteit, zoals Quote-hoofdredacteur Sander Schimmelpenninck stelde in een uitzending van Pauw. Hoe is de tweedeling in de termen student en deelnemer ontstaan en zal het opheffen hiervan daadwerkelijk meer waardering voor mbo’ers opleveren? Al eeuwenlang gescheiden Het huidige onderscheid tussen studenten en leerlingen of deelnemers stamt al uit de middeleeuwen, vertelt Nicoline van der Sijs, hoogleraar Historische taalkunde aan de Radboud Universiteit (RU). De tweedeling is volgens Van der Sijs ontstaan door de toenmalige scheiding tussen het zogenoemde gilde-onderwijs en de Latijnse school. ‘Het gilde-onderwijs was het beroepsonderwijs van nu’, zegt zij. ‘Kinderen die naar die school gingen, waren leerlingen. Dat is afgeleid van het Nederlandse werkwoord leren. Op de Latijnse school, het huidige gymnasium, werd Latijn gesproken en noemden de leer-

lingen elkaar met een Latijns woord studentes. Dat werd vernederlandst tot studenten.’ Deze middeleeuwse studenten gingen vervolgens naar de universiteit, waar zij zich in groepen organiseerden. Aan het begin van de negentiende eeuw kwam binnen deze groepen meer nadruk te liggen op intellectuele vorming, vertelt Pieter Caljé, gepensioneerd universitair hoofddocent Politieke Geschiedenis aan Maastricht University. ‘Er ontstond een heel nieuwe studentencultuur, waarbij studenten zich in sociëteiten gingen organiseren.’ Deze studentencultuur was nogal elitair en gesloten. ‘Men zag studenten als de toekomstige bloem der natie’, zegt Caljé. ‘Contacten met personen buiten deze wereld werden geweerd, omdat dat een verzwakking zou zijn van de studentencultuur.’ Tot 1870 waren studenten dan ook altijd lid van een studentencorps. Dit veranderde in de loop van de negentiende eeuw, toen steeds meer jongeren uit burgerlijke milieus gingen studeren. ‘Zij pasten niet echt binnen de corporale studentencultuur en richtten daarom hun eigen studentenverenigingen op’, aldus Caljé. Met de toestroom van deze nieuwe groep kreeg de term student al een andere, minder elitaire lading. Het woord onderging in de jaren 70 van de twintigste eeuw opnieuw een betekenisverandering. ‘De studentenaantallen namen toe, waardoor het merendeel van de studenten tegenwoordig geen lid meer is van de traditionele studentenvereniging’, legt Caljé uit.

‘Of je nu mbo, hbo, of wo doet, je bent student, want je leert voor de toekomst.’ Niet meer op de middelbare De afgelopen twee eeuwen is de term student dan ook steeds breder toepasbaar geworden. Studenten van nu zijn niet per definitie lid van een vereniging en ze studeren niet altijd aan de universiteit: ook hbo’ers worden in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek van 1992 aangeduid als studenten. Bovendien plukken hbo’ers tegenwoordig vrijwel dezelfde vruchten van het studentenleven als wo’ers. Zo laat Carolus Mag-


Hoe meer zielen P. 19 Leef, woon, werk, feest... met ANS P. 19

nus sinds 1980 ook hbo-studenten toe. De mbo’er is een vanzelfsprekende toevoeging aan de groep studenten, vindt Timon van Engen, voorzitter van JOB. ‘In eerste instantie was men alleen aan de universiteit een student, daarna kwam het hbo erbij, dus het is niet meer dan logisch dat ook mbo’ers studenten gaan heten.’ Mbo’ers van het ROC Nijmegen lijken blij te zijn met de aanpassing. ‘Of je nu mbo, hbo, of wo doet, je bent student, want je bent aan het leren voor je toekomst’, vindt Lotte van Kruijsbergen, die een opleiding tot schoonheidsspecialiste volgt. ‘Het zou niet mogen uitmaken op welk niveau dat is.’ Hier sluit Maud Haselhorst, die Maatschappelijke Zorg 4 studeert, zich bij aan. ‘We doen een vervolgopleiding op ons eigen niveau en zitten niet meer op de middelbare school.’ Ook de RU heeft geen moeite met de wijziging. ‘Toen ik hoorde dat mbo’ers in de wet als deelnemers worden bestempeld, vond ik dat een gekke term’, vertelt rector magnificus Han van Krieken. ‘Dan denk je niet aan mensen die hard werken voor hun diploma, zowel theoretisch als praktisch. Ik vind het daarom helemaal niet vreemd dat zij student zullen worden genoemd.’ Daarmee wil Van Krieken niet zeggen dat de opleidingsniveaus vergelijkbaar zijn. ‘Ik vind het dat er een heel

duidelijk onderscheid moet blijven tussen universiteiten, hogescholen en mbo’s’, stelt hij. ‘Het een is niet minder dan het ander, maar de instellingen leiden op tot heel verschillende rollen in de maatschappij.’

‘De wetwijziging is vooral bedoeld als erkenning van mbo-studenten.’ Twijfelachtig effect Van Engen hoopt dat er door de wetswijziging meer erkenning komt voor mbo’ers. ‘Zij moeten het gevoel hebben dat ze erbij horen, niet dat ze het afvoerputje van de samenleving zijn’, aldus Van Engen. ‘Mbo’ers verzetten dezelfde hoeveelheid werk als hbo’ers of wo’ers, alleen op een andere manier.’ Of het imago van mbo’ers inderdaad zal worden opgevijzeld door de wijziging, is nog maar de vraag, legt universitair docent Nederlandse Taalkunde Sterre Leufkens uit. ‘Van deze groep bestaat een negatief stereotype en dat voorkom je niet door een nieuwe


Hoe meer zielen P. 20

term te gebruiken’, stelt ze. ‘Chirurgen hebben meer aanzien dan verpleegkundigen. Onterecht, maar dat is zo. Verpleegkundigen krijgen echter niet meer status als je hen ook chirurgen gaat noemen. Het tegenovergestelde kan gebeuren: de term ‘chirurg’ neemt in status af ’, vertelt Leufkens. Mogelijk gebeurt dit dus ook met de term student wanneer mbo’ers student gaan heten in plaats van deelnemer of leerling. JOB ziet de term student dan ook niet als de oplossing voor het imagoprobleem waar mbo’ers mee kampen. ‘De wetswijziging is vooral bedoeld als erkenning van de mbo-studenten, maar ook als een signaal aan bijvoorbeeld bestuursleden van studentenverenigingen en eigenaren van studentenkroegen’, zegt Van Engen. ‘We hopen dat deze mensen door de naamsverandering beseffen dat ook mbo’ers bij de samenleving horen en dus toegang moeten krijgen tot de studentenkroeg.’ Toch kunnen verenigingen en kroegen er nog steeds voor kiezen geen mbo’ers toe te laten. ‘Wij zorgen er alleen voor dat het woord wordt aangepast in de wet. Hoe kroegen daarmee omgaan, is aan hen’, laat Jorgen Trommelen, woordvoerder van minister Van Engelshoven, weten. Dat de naamsverandering niet per definitie meer mogelijkheden voor mbo’ers creëert, wordt duidelijk tijdens een gesprek met Kevin Brinkers, praeses van Carolus Magnus. Bij de vereniging zijn mbo’ers op dit moment niet welkom en daar lijkt de naamsverandering weinig aan te gaan veranderen. ‘Wij hebben statutair vastgelegd dat onze leden

Designers, jonge ontwerpers, kunstenaars, verzamelaars en kleine zelfstandigen: bij Ieder z’n Vak vind je maar liefst 130 ondernemers en particulieren onder één dak. De winkel is gevuld met bijzondere producten: van vintage meubels en lampen tot kleding, sieraden en keramiek. Maar ook kunst en curiosa zijn er te koop. Door het veelzijdige aanbod is de winkel de ideale plek voor cadeaus, hebbedingen en de inrichting voor je kamer! Zoek je een speciaal Nijmeegs cadeau: de ‘Nimweegse Nuilertjes’ - echte Nijmeegse dropjes in een zakje of blik - zijn ook bij Ieder z’n Vak te koop. Lange Hezelstraat 76 | T 024 7370186 www.iederznvak.nl Facebook en Instagram: Ieder z’n Vak

aan de RU of de HAN moeten studeren, of een gelijkgestelde opleiding in Nijmegen of Arnhem moeten volgen’, vertelt Brinkers. ‘Er verandert dus niets als mbo’ers studenten heten.’ Hij erkent dat een wijziging van de statuten mogelijk is en dat hier intern wel over wordt gediscussieerd, maar voorlopig lijkt dit niet te gaan gebeuren. ‘Zodra de eerste mbo’ers lid willen worden, zullen we er grondig naar kijken’, zegt hij. ‘Tot die tijd zijn we niet van plan om iets te wijzigen.’ Ook Mart de Vree, praeses van Ovum Novum, geeft aan dat mbo’ers nog nooit interesse hebben getoond in lidmaatschap. ‘Misschien gaat dat veranderen met de aandacht die er nu is voor het onderwerp.’ Brinkers ziet vooral nadelen aan het toelaten van mbo’ers bij een vereniging als Carolus Magnus. ‘Als vijftienjarige mbo’er zou je bij onze vereniging terechtkomen tussen mensen van ongeveer drie jaar ouder. Dat kan lastig zijn, omdat je in een andere levensfase zit’, legt hij uit. ‘Vaak blijven mbo’ers daarnaast thuis wonen, wat bij een vereniging ook niet erg praktisch is. Verder speelt bier binnen onze vereniging een grote rol. We hebben ook leden die niet drinken, maar als je wel wil drinken terwijl het niet mag, dan is dat natuurlijk vervelend.’ De reacties van Brinkers en De Vree zijn volgens Van Engen representatief voor de houding van veel studentenverenigingen. ‘Ik kan me voorstellen dat het bij verenigingen nog wat langer duurt voordat er iets verandert.’ Toch houdt de voorzitter van JOB hoop. ‘De naamsverandering is het begin van iets groters.’ ANS


Tekst en foto’s: Aaricia Kayzer en Wout Zerner/ Illustraties: Joost Dekkers De Graadmeter P. 21 Ans deze maand P. 21

DE GRAADMETER

In De Graadmeter zijn de mogelijkheden niet te overzien. Waar kun je het beste wildkamperen, wat is het hipste kapsel en hoe scoor je het snelst een bedpartner? In De Graadmeter onderzoekt ANS de opties. Deze keer: Slaapplek zonder kamer

Wat: Couchsurfing Moeite: Gespreid bedje Nasleep: Fris en fruitig ‘Niet met vreemde mensen meegaan’, knoopten je ouders je als kind in de oren. Nu je het juk van je opvoeders hebt afgegooid, is het tijd om precies dat te doen. Via een site voor couchsurfers leg je contact met de gastheer. Met een brok in de keel klop je aan, maar je zorgen blijken voor niks. Onder het genot van een biertje komt het gesprek al snel op gang. Je tijdelijke huisbaas heeft een royale bank voor je uitgestald. Wanneer je de dag erna vredig ontwaakt, staat er zelfs een ontbijtje voor je klaar, inclusief fruitsalade. Het advies van je ouders galmt nog na in je hoofd, maar zij hebben anders nooit zo’n lekker ontbijtje voor je klaargezet.

Wat: Kamperen Moeite: Natuurlijke vaardigheden Nasleep: Afgemat Na een geslaagde avond in de Molenstraat zweet je tijdens de lange fietstocht naar vakantiepark De Oude Molen alvast alle alcohol uit het bloed. Eenmaal aangekomen biedt de serene Groesbeekse natuur hoop op een uitgerust lichaam en een gezonde geest. Tussen de glooiende heuvels en de wijngaarden leef je als een god in Groesbeek. Voor een nachtje in dit idyllische resort betaal je minder dan voor de gemiddelde studentenkamer. Nadeel is het gebrek aan comfort: alleen al van het kijken naar het aftandse matje krijg je spontaan een hernia. Als je dan ook nog eens wakker wordt gehouden door een orkest van brulkikkers vervloek je je eigen lot. Gelukkig stap je door de kwetterende vogeltjes toch met het goede been uit je tent.

Benieuwd naar meer alternatieve slaapplekken? Kijk op ANS-Online.nl.

Wat: Scoren Moeite: Stoute schoenen Nasleep: Eenzamer dan ooit tevoren Vanavond hoop je door middel van een onenightstand aan een slaapplek te komen. Met elk drankje groeit je zelfvertrouwen, waardoor je na middernacht als een ware Casanova op potentiële bedpartners afstapt. Vanwege de hoge urgentie gooi je al je charmes in de strijd, maar het heeft weinig effect. Je zelfvertrouwen krijgt een deuk en de kans op een slaapplek wordt met de minuut kleiner. Bovendien voelt het toch niet helemaal goed om je lichaam te verkopen voor een goede nachtrust. Of misbruik je juist andere mensen voor je eigen gewin? Langzaam vervagen je morele grenzen. Met een licht schuldgevoel besluit je mensen niet meer te storen in hun personal space, ook al is er daardoor geen plekje meer voor jou. ANS


SCHULD NA DE ZONDE Steeds vaker is de Nederlandse koloniale geschiedenis onderwerp van discussie. Historicus Gert Oostindie begrijpt de ophef, maar probeert deze geschiedenis ook in de tijdgeest van toen te zien. ‘Als ik twee eeuwen geleden aan mensen had gevraagd of de slavernij zou moeten worden afgeschaft, had vrijwel iedereen dat onzin gevonden.’


Tekst: Joep Dorna/ Foto’s: Julia Mars en Vincent Veerbeek Schuld na de zonde P. 23

‘De roofstaat aan het IJ werd groot door slavernij.’ Met deze leus protesteerden socialistische actievoerders in Amsterdam tijdens Keti Koti, het festival ter viering van de afschaffing van de slavernij, tegen de misstanden van Nederland tijdens de koloniale tijd. Tegelijkertijd stellen ook links-activistische academici en politici dat Nederland excuses moet aanbieden voor haar koloniale verleden. Veel Nederlanders hebben moeite met deze discussie. Op welke manier moeten we de koloniale tijd herdenken? En op welke wijze is de koloniale tijd nog steeds van invloed op onze samenleving? Een belangrijke stem in dit debat is Gert Oostindie. Hij wordt gezien als autoriteit op het vlak van het Nederlandse koloniale verleden en de invloed daarvan op de Nederlandse identiteit. Sinds zijn promotie in Utrecht in 1989 schreef hij zo’n dertig boeken over deze onderwerpen. Hij is directeur van het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde en hoogleraar Koloniale en postkoloniale geschiedenis in Leiden. Onlangs mocht hij de prestigieuze Daendelslezing in het Rijksmuseum in Amsterdam houden over de ‘postkoloniale beeldenstorm’ die in Nederland zou woeden tegen monumenten uit het koloniale tijdperk. Oostindie is zeer kritisch over het koloniale verleden. Toch krijgt hij zelf ook kritiek vanwege zijn weigering het koloniale verleden zonder meer te veroordelen. ‘De uitgangspunten van het kolonialisme deugden niet, maar ik wil niet vanuit hedendaags perspectief met een moralistisch vingertje wijzen naar de VOC-matrozen die ook maar hun werk deden. Begrijpen welke veranderingen ervoor zorgen dat personen van gedachten veranderen, vind ik relevanter. Net als uitzoeken hoe deze veranderingen tegenwoordig van invloed zijn.’ Koloniale wortels Om de discussie rondom het kolonialisme te begrijpen, is het volgens Oostindie belangrijk om na te gaan waar de groeiende boosheid over het kolonialisme vandaan komt. ‘In de kern is de koloniale geschiedenis een racistische geschiedenis, gedreven door het streven naar macht en rijkdom’, legt de hoogleraar uit. De koloniën dienden vooral om Nederland rijker te maken. In Indonesië, Suriname, de Antillen en elders deden de Nederlanders aan slavenhandel en onderdrukten ze de bewoners van andere afkomst. Later gingen Nederlanders ook denken dat zij een belangrijke ontwikkelingsmissie moesten volbrengen in de koloniën, in het bijzonder in Nederlands-Indië. Nederlanders vonden zichzelf onmisbaar voor Indonesië en meenden dat het land het zonder het Europese moederland niet zou redden. ‘In Indonesië geldt de Nederlandse overheersing als een intermezzo in de geschiedenis van het land. Suriname en de Antillen zijn echter getekend door de Nederlandse overheersing’, zegt Oostindie. Waar het grootste deel van de Indonesische bevolking haar oorsprong vindt in het land zelf, bestaat het gros van de huidige Surinaamse en

Antilliaanse bevolking uit afstammelingen van Afrikanen die er als slaven, en Aziaten die er als contractarbeiders werden gebracht. ‘Het begrijpen van dit stukje geschiedenis is ontzettend belangrijk om in te zien hoe Nederlanders met een Caribische afkomst omgaan met kolonialisme’, legt de historicus uit. ‘Zij kunnen zeggen dat zij hier zijn omdat de Nederlanders daar waren.’ Op de agenda Na de onafhankelijkheid van Indonesië in 1949 werd er lange tijd niet over de koloniën gepraat. ‘Ik ging zelf in het midden van de jaren 70 studeren. In die tijd werd er bijna geen aandacht besteed aan koloniale geschiedenis of aan migranten uit Nederlands-Indië’, herinnert Oostindie zich. De Caribische geschiedenis kwam pas op de agenda te staan na de massale verhuizing van Surinamers naar Nederland aan het einde van de jaren 70. In die periode trok een derde van alle Surinamers naar Nederland in de hoop op een beter leven. Ook de trek van inwoners vanuit de Antillen heeft hieraan bijgedragen. ‘De postkoloniale migranten hebben ervoor gezorgd dat de koloniale geschiedenis meer als onderdeel van de nationale geschiedenis wordt gezien. Tegenwoordig is het ondenkbaar dat je Geschiedenis studeert zonder iets te horen over de koloniale geschiedenis.’

‘Ik loop niet uit de weg voor het trekken van harde conclusies over het kolonialisme.’ Naast deze postkoloniale migratie heeft volgens Oostindie een toenemende belangstelling van wetenschappers bijgedragen aan de steeds groter wordende aandacht voor de koloniale tijd in de samenleving. Daarmee groeit ook de aandacht voor koloniaal geweld en racisme. De afgelopen jaren verschenen van verschillende historici onder andere de boeken Roofstaat, De brandende kampongs van Generaal Spoor en Soldaat in Indonesië over het koloniale verleden van Nederland. In de Canon van de Nederlandse geschiedenis, die zo’n tien jaar geleden werd geïntroduceerd, gaan vijf van de vijftig vensters over het kolonialisme. ‘Ik zeg zeker niet dat het koloniale tijdperk altijd voldoende of evenwichtig wordt besproken, maar we doen niet meer alsof het kolonialisme niet heeft bestaan’, vertelt Oostindie. Ook in de politiek krijgen groepen uit de voormalige koloniën steeds meer invloed, waarbij Oostindie de oprichting van het Nationaal Monument Slavernijverleden in 2002 in Amsterdam als keerpunt noemt. ‘De overheid beslist wat in de openbare ruimte wordt herdacht. Pas toen meer mensen van Antilliaanse of Surinaamse afkomst op invloedrijke posities in de politiek kwamen, werd dit thema op de politieke agenda gezet.’ Wel waarschuwt Oostindie voor staatspedagogiek, waarvan sprake is


Schuld na de zonde P. 24

wanneer de politiek ingrijpt in het debat. ‘Toen ik in mijn studietijd voor archiefonderzoek in Cuba werkte, merkte ik hoe heftig daar de communistische waarheid erin werd gedrild. Ik vond het heel leerzaam om te zien hoe het niet moet. De staat moet ruimte bieden voor verschillende perspectieven op de geschiedenis, maar zich zoveel mogelijk op de achtergrond houden.’ Identiteitsoorlog Over de vraag hoe de rol van Nederland tijdens het kolonialisme moet worden herdacht, zijn veel verschillende meningen. Oostindie heeft moeite met de twee extreme groepen in het debat. ‘Aan de ene kant zie je een kamp in de rechts-populistische hoek die kritiek op het kolonialisme direct ziet als blijk van een ‘weg met ons’mentaliteit. Niet voor niets heette de teloorgegane partij van Rita Verdonk Trots op Nederland. Aan de andere kant staat een links-activistisch kamp dat zegt dat wat er nu over het kolonialisme wordt verteld niet ver genoeg gaat. Deze groep reduceert de hele nationale geschiedenis tot kolonialisme en gooit daarbij hedendaags racisme, kolonialisme en kapitalisme op een hoop. Zij zien achter iedere nuancering direct vergoelijking of ontkenning van kolonialisme.’ Het conflict tussen de twee kampen kwam onder andere naar voren in een discussie over de naamswijziging van het Rotterdamse kunstcentrum Witte de With dat vernoemd is naar een viceadmiraal van de VOC. Nadat dat museum vanwege de connotatie met de “foute zeeheld” aankondigde de eigen naam te willen veranderen, werd het ongewild onderdeel van een breder debat over de vraag hoe we onze koloniale “helden” moeten herinneren. Zo stelde de rechtse raadsfractie Leefbaar Rotterdam raadsvragen over de “cultuurbobo’s die het uitwissen van onze nationale historie voor ogen hebben”. Een collectief van voornamelijk linkse academici en activisten beweerde op hun beurt dat instellingen vernoemd naar VOC-helden de misstanden uit de koloniale tijd “stilzwijgend bevorderen’’. Volgens hen doen “witte instellingen” nog lang niet voldoende om de misstanden uit het verleden te herstellen. Oostindie plaatst vraagtekens bij de “oorlogstaal” die beide groepen in hun oordelen gebruiken. ‘Ik loop niet weg voor het trekken van harde conclusies over het kolonialisme, maar tegelijkertijd heb ik er veel moeite mee wanneer personen moraliseren met de kennis van nu. Impliciet zeg je daarmee dat je het zelf veel beter gedaan zou hebben.’ Volgens Oostindie mist daar zelfreflectie. ‘Als ik een lezing houd over slavernij, vraag ik mijn publiek aan het begin wie het ermee oneens is dat slavernij een misdaad tegen de menselijkheid is. Nu steekt natuurlijk nooit iemand zijn hand op, maar als ik twee eeuwen geleden in die zaal dezelfde vraag

had gesteld, had vrijwel iedereen het afschaffen van de slavernij onzin gevonden.’ Makkelijk oordelen Activistische wetenschappers stellen dat kennis van de koloniale tijd ook belangrijk is, omdat deze nog steeds van invloed is op de huidige Nederlandse identiteit. Een van de leiders van deze stroming, Gloria Wekker, schrijft in haar boek Witte Onschuld dat de strijd tussen etnische groepen doorgaat zolang witte Nederlanders zich niet bewust zijn van de sporen die het koloniale verleden op de nationale identiteit heeft achtergelaten. Volgens Wekker komt veel van het hedendaagse racisme in Nederland voort uit opvattingen vanuit de koloniale tijd. Oostindie denkt ook dat vierhonderd jaar kolonialisme sporen heeft achtergelaten in de Nederlandse identiteit. ‘Veel Nederlanders zien de eigen geschiedenis als progressief en tolerant, en vergeten de racistische superioriteitsgevoelens die tijdens de koloniale periode heersten. In sommige gevallen komen deze gevoelens opnieuw naar voren in de samenleving, bijvoorbeeld bij de discussie rondom Zwarte Piet. Op die gebreken in de Nederlandse samenleving moet iedereen kritiek kunnen leveren.’ Aan de andere kant gaan de discussies over de koloniale tijd volgens Oostindie te vaak over het boete laten doen van Nederland, zonder dat daar iemand mee wordt geholpen. ‘Stel dat jouw over-over-overgrootvader schatrijk werd van de VOC en jij daarom rijk bent. Moet jij je dan persoonlijk verantwoordelijk voelen? Ik denk het niet. Het is niet jouw verantwoordelijkheid wanneer jouw voorouders mogelijk iets verkeerds hebben gedaan.’ ANS


Column Sanne de Kroon P. 25 Ans deze maand P. 25

EVEN DENKEN Sanne de Kroon denkt overal veel te lang over na en ontwikkelt graag uitgebreide theorieën. Soms heel slim gevonden, soms wat minder. In deze column deelt ze haar nieuwgevonden wijsheden met de medemens. Mediteren? Doe mij maar Megabus Je kent het vast: je bent hip en jong en probeert jezelf te vinden. Als je het je kunt veroorloven, maak je een wereldreis. Het liefst in Zuidoost-Azië, als het even kan. Maar, als je dat allemaal niet kunt betalen, dan zijn er voor jou nog andere opties hoor. Neem eens een nieuwe hobby. Wat dacht je van tuinieren? Je kunt je eigen moestuintje beginnen, om weer in contact te komen met de natuur. Of wat dacht je van mediteren? Daar heb je helemaal niets voor nodig! Dan moet het je natuurlijk wel lukken om je hoofd stil te krijgen. De kans is groot dat je tijdens de eerste pogingen blijft denken aan hoe de vogels waarschijnlijk je tuinkers aan het vernielen zijn (wat je daarmee aan moest wist je eigenlijk toch al niet). Dat is niet erg, ook voor jou bestaat er passende zelfhulp. In een poging om mijn bestaan wat meer inhoud te geven, ging ik naar Engeland als buitenlandse student. Daar ontdekte ik geheel onverwachts de zelfhulp die nou echt bij mij paste, Megabus! Dat werkt als een tierelier. Het concept is simpel: voor extreem lage prijzen kun je extreem lange busreizen maken. Zo reisde ik zelf van Sheffield naar Londen, een ritje dat ongeveer vier uur duurde. Als je op tijd bent met boeken, kun je deze reis maken voor minder dan vijf pond. Wat staat jou dan nog in de weg om de beste versie van jezelf te worden? Het is begrijpelijk dat je sceptisch bent, maar denk even met me mee. Stel je voor: je zit vier uur in de bus, zonder pauze. Al die tijd moet je stil blijven zitten en liefst niet de wc in de bus gebruiken. Je trekt je schoenen maar alvast uit en doet een zachte trui aan. Je richt de airco boven je precies op dat punt waar je er geen last van hebt, maar je wel verkoeld wordt. Op dat moment ben je je plotseling hyperbewust van je eigen lichaam en je weet niet waar je het moet laten. Al je medepassagiers slapen, je vraagt je af hoe. Maar dan, na anderhalf uur begin jij het ook te voelen. Je begrijpt ineens hoe je lichaam werkt en begint langzaam comfortabel te worden. Je vindt je innerlijke zelf, knoopt even kort een gesprekje aan en legt dan je hoofd op de schouder van je medepassagier. Wanneer de bus uiteindelijk hortend en stotend op locatie aankomt, dan voel je je helemaal zen.

Ver en avontuurlijk op vakantie? Op reis met je jaarclub of dispuut? Werk of stage in de tropen?

VACCINATIECENTRUM.NL Deskundig en persoonlijk reisadvies en vaccinaties, tegen een zeer gunstig tarief.

085 - 902 03 03 Nina Simonestraat 24 6541 EA Nijmegen


Het Issue Tekst: Jasper Bakkers en Joep Dorna/ Illustratie: Bibi Queisen P. 26

HET ISSUE

In deze rubriek staat iedere editie een ander issue centraal dat de gemoederen flink bezighoudt. Deze editie: de deeleconomie.

De deeleconomie begon als een prachtig ideaal waarbij consumenten hun ongebruikte bezittingen met anderen kunnen delen. Platformen van de deeleconomie profileren zichzelf als een maatschappelijk verantwoord alternatief voor het aanschaffen van nieuwe producten of het gebruik van commerciële diensten. Volgens de deelplatformen wordt hiermee milieuvervuiling tegengegaan en sociale betrokkenheid in de buurt bevorderd. Dit is inderdaad het geval bij sommige initiatieven, zoals Thuisafgehaald.nl en Peerby. Via deze platformen komen buurtbewoners bij elkaar over de vloer om maaltijden en spullen te delen. Ook grote bedrijven, zoals taxi-app Uber en verhuurwebsite Airbnb, beroepen zich op de nobele idealen van de deeleconomie, maar veroorzaken ondertussen veel overlast voor concurrerende bedrijven en burgers. Zo klagen reguliere taxichauffeurs over oneerlijke concurrentie van Uber. Inwoners van Amsterdam beklagen zich op hun beurt over hoge woningprijzen dankzij huisjesmelkers die woningen opkopen om via Airbnb te verhuren aan toeristen. Draagt de deeleconomie bij aan een betere wereld of veroorzaakt het vooral problemen? Anne van Arkel, Community Manager van deelplatform Thuisafgehaald.nl ‘Ik ben ervan overtuigd dat de deeleconomie iets kan bijdragen aan de sociale betrokkenheid in een buurt. Veel deelplatformen bieden de gelegenheid om je sociale netwerk uit te breiden en mensen in je buurt te leren kennen. Zo komen buurtbewoners via ons initiatief bij elkaar over de vloer om maaltijden af te halen. Het sociale aspect is bij ons minstens zo belangrijk als de maaltijd zelf. Deelplatformen kunnen zelfs worden ingezet om mensen in kwetsbare situaties te helpen. Wij koppelen bijvoorbeeld ouderen aan een thuiskok die hen wekelijks van een maaltijd voorziet. Zo woont de dochter van een oudere vrouw uit Apeldoorn in Amsterdam, waardoor zij niet iedere dag langs kan komen. Bij deze vrouw komt vijf keer per week een thuiskok over de vloer die voor haar kookt, en nog belangrijker, een oogje in het zeil houdt. Voor de moeder en dochter betekent de thuiskok dus veel meer dan alleen een maaltijd. We horen wel vaker dat buren en thuiskoks naar elkaar toegroeien. ‘Voor veel deelplatformen zonder winstoogmerk is het helaas lastig om financieel het hoofd boven water te houden. Bij ons betalen de mensen die via onze website maaltijden delen slechts een kwartje per portie, maar dat dekt maar een vijftiende van de kosten die wij als platform maken. Daarnaast zijn we afhankelijk van samenwerking met gemeenten, landelijke fondsen en subsidies. Veel van die geldbronnen zijn echter van tijdelijke aard. Je moet iets verzinnen om levensvatbaar te blijven, zonder je maatschappelijke idealen te verliezen.’

Martijn Arets, onderzoeker naar de deeleconomie aan de Universiteit Utrecht ‘De deeleconomie verlaagt drempels voor consumenten om zaken te doen met elkaar. Hierdoor kunnen zij extra geld verdienen met de spullen die ze al hebben. Tegelijkertijd ontstaat er zo een positief milieueffect. Goederen worden immers effectiever benut, waardoor er minder hoeft te worden geproduceerd. Stel je voor dat tien buren een boor delen, dan hoef je negen boren minder te produceren. Producenten zullen hierdoor minder inkomsten binnenkrijgen. Sommige bedrijven spelen hierop in door de levensduur van hun producten te verlengen en deze producten zelf te verhuren. Dit komt het milieu ook weer ten goede. ‘Toch is er ook een keerzijde aan de deeleconomie. Wat betreft het milieueffect kan er een zogeheten reboundeffect optreden. Hiervan is sprake wanneer gevolgen die in eerste instantie positief zijn, omslaan in negatieve gevolgen. Zo verdwijnt het positieve milieueffect van het verhuren van je woning via Airbnb wanneer je van het verkregen geld met het vliegtuig op vakantie gaat. ‘Een andere keerzijde van de deeleconomie is dat deelplatformen het gat tussen arm en rijk kunnen vergroten. Alleen als je zelf een auto of een huis hebt, kan je die verhuren. Wie niets heeft, kan ook niks delen. Tot slot kan het wegnemen van de drempels ook tot grote maatschappelijke problemen leiden. In New York zijn er naast de 13.000 taxichauffeurs met vergunningen, die daarvoor grof geld moeten betalen, 50.000 Uber-taxi’s bijgekomen. Die weggenomen drempels hebben voor een oneerlijk speelveld gezorgd. De deeleconomie staat dus voor de uitdaging een balans te vinden tussen de positieve en negatieve gevolgen.’


Het Issue P. 27

Bernadet Naber, woordvoerder van brancheorganisatie Koninklijke Horeca Nederland (KHN) ‘Op dit moment hoeven online deelplatforms zich niet aan dezelfde regels te houden als reguliere ondernemers. Hotels hebben te maken met eisen voor brandveiligheid en moeten zich aan bepaalde hygiënevoorschriften houden, bijvoorbeeld om legionella te voorkomen. Daarnaast moeten ze toeristenbelasting afdragen. Deze eisen en belastingen zijn voor hotelondernemers vanzelfsprekend, want die komen weer ten goede aan de inwoners van de betreffende plaats. Mensen die een vakantiewoning op Airbnb aanbieden, hoeven zich niet aan al die regels te houden. Ze opereren onder de radar, want ze worden niet of nauwelijks gecontroleerd door toezichthouders, zoals de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit. Natuurlijk mag iedere burger iets extra’s verdienen, maar wel onder dezelfde voorwaarden als reguliere bedrijven. ‘De meeste bedrijven binnen de deeleconomie zijn ooit begonnen als goed bedoelde particuliere initiatieven. Bij overheidsinstanties was er veel welwillendheid om hen tegemoet te komen, omdat ze werden gezien als platformen die een positieve bijdrage kunnen leveren aan de maatschappij. In veel gevallen is dat ook zo. Wat we op dit moment echter zien, vooral in grotere steden, is dat er op grote schaal panden worden opgekocht en via Airbnb verhuurd. Zulke uitwassen stroken totaal niet met de charmante ideeën waarmee de platformen ooit zijn begonnen. Deze bedrijven genereren inmiddels een aanzienlijke omzet, waardoor zij niet meer door idealistische waarden, maar door commercie worden gedreven. Daarom pleit KHN voor een landelijke registratieplicht voor particuliere verhuurders, zodat instanties ook deze verhuurders kunnen controleren. Ondernemers binnen de deeleconomie moeten aan dezelfde eisen voldoen als reguliere ondernemers en hierop worden gecontroleerd door de bevoegde instanties.’

Wat is de deeleconomie? Volgens een definitie van de Utrechtse hoogleraar Koen Frenken is er alleen sprake van een deelplatform wanneer consumenten hiermee spullen met elkaar delen die zodoende effectiever worden benut. Een goed voorbeeld van een deelplatform is Snappcar. Consumenten kunnen via deze website hun auto verhuren wanneer ze deze zelf niet gebruiken. Er zijn ook veel bedrijven die zich profileren als deelplatform, terwijl zij dit volgens per definitie niet zijn. Zo koopt Studentcar auto’s op om te verhuren. Hiermee is dit platform eigenlijk een gewoon verhuurbedrijf. Om onder de deeleconomie te vallen, mogen goederen dus niet worden gekocht om te worden verhuurd. Hierbij maakt het niet uit of de verhuur tegen betaling is of niet. Ook mogen personen winst maken met het verhuren van hun goederen. De manier waarop deelplatformen geld verdienen, verschilt per bedrijf. Vaak wordt door het bemiddelende platform een commissie gevraagd wanneer twee consumenten zakendoen. Zo strijkt Snappcar 17,5 procent van de omzet per verhuurde auto op. Sommige not-for-profit initiatieven worden ondersteund door weldoeners. Peerby, een website waar buurtbewoners spullen als gereedschap met elkaar delen, wordt bijvoorbeeld ondersteund door goede doelen, loterijen en donateurs. Toch introduceren ook de idealistische platformen steeds vaker initiatieven die geld in het laatje moeten brengen. Peerby introduceerde bijvoorbeeld de mogelijkheid tot het vragen van een vergoeding bij het uitlenen van de spullen. Voor de platformen met een winstoogmerk is streven naar rendement al jarenlang bittere noodzaak om investeerders tevreden te houden. Dat de juiste investering kan leiden tot grote winst, laat Airbnb zien. Afgelopen jaar maakten zij zo’n 100 miljoen euro winst. ANS


Kamervragen Tekst en foto’s: Vincent Veerbeek P. 28

KAMERVRAGEN

IN KAMERVRAGEN GAAN TWEE STUDENTEN OP ONTDEKKINGSTOCHT IN ELKAARS KAMER EN SPECULEREN ZE OVER DE PERSOONLIJKHEID, ACTIVITEITEN EN VREEMDE TREKJES VAN DE BEWONER. KUNNEN ZE UITVINDEN WAT VOOR PERSOON ER ACHTER DE KAMER SCHUILGAAT? DEZE EDITIE: ANNE EN LOTTE.

Lotte op bezoek bij Anne Bij binnenkomst in de kamer moet Lotte even nadenken over hoe ze zich voelt bij het nauwkeurig afgewerkte interieur. ‘Alles is vrij strak en hoekig. De ronde vormen van die gloeilampen maken het wat zachter, maar ik vind het wel heel wit.’ Wanneer ze de steile ladder ziet die los tegen de muur staat, kijkt Lotte beduusd omhoog naar het bed op 3,5 meter hoogte. ‘Ik weet niet of ze van stappen houdt, maar die beklimming is wel heftig. Zeker met drank op.’ Wanneer ze een verzameling drankflessen tegenkomt en er in de kast ook nog een drankspel blijkt te liggen, neemt haar verbazing verder toe. ‘Nou, ik ga sowieso vragen hoe ze die trap opkomt.’ Niet alleen de ladder naar Annes bed staat op een vreemde plek. Ook in het badkamertje staat Lotte een interessante verrassing te wachten. De douchecabine doet namelijk dienst als opslagruimte voor een stofzuiger en een wasrek. ‘Volgens mij doucht ze hier

Anne op bezoek bij Lotte Wanneer ze het terrein van de Stadsnomaden oprijdt, schiet Anne in de lach. ‘Heftig, maar het ziet er wel gezellig uit. Vakantie in eigen land.’ Tussen een verzameling sleurhutten en tiny homes staat het gele busje waar Lotte woont, omringd door afgedankte etalagepoppen. ‘Ik zou me helemaal de pleuris schrikken ’s avonds’, zegt Anne huiverend. Binnen neemt ze even de tijd om het interieur in zich op te nemen. ‘Het is zeker anders’, zegt ze aarzelend. ‘Wat moet ik hiervan zeggen. Ze heeft een panoramisch dak, dat vind ik wel luxe. Je kunt hier ’s avonds sterren kijken.’ Hoewel ze de bus omschrijft als knus geeft Anne toe dat het niks voor haar is. ‘Ik zou hier niet kunnen leven’, roept ze stellig. ‘Ik heb altijd gekampeerd, maar ik zou niet mijn hele leven zo willen wonen.’ Anne twijfelt geen seconde over het geslacht van de bewoner. ‘Het is duidelijk een meisje, gezien de roze aankleding.’ De studie van de bewoner kost meer


Kamervragen P. 29 Ans deze maand P. 29

VRAGENUURTJE Tijd voor de confrontatie: hadden de studenten het bij het juiste eind of sloegen ze de plank compleet mis?

Anne

Lotte

nooit’, grinnikt ze. ‘Het is wel een handige multifunctionele ruimte.’ Met een blik op de agenda aan de muur ontdekt Lotte dat de bewoner van festivals houdt en bij de Hema werkt. ‘Mijn zusje heeft ook bij de Hema gewerkt, die is even netjes.’ Ook de studie van de bewoner is snel geraden. ‘Alle boeken gaan over kinderen, dus ik denk dat ze iets studeert wat daarmee te maken heeft.’ Verder beschrijft Lotte de persoon als sociaal en zachtaardig. ‘Misschien is ze zelfs een beetje alternatief’, zegt Lotte terwijl ze naar de kapstok kijkt, die gemaakt lijkt te zijn uit een stuk wrakhout. ‘Ik denk dat ze van de natuur houdt. Waarschijnlijk is ze veel bezig met biologisch en gezond eten, gezien al die kruiden en kookspullen.’ Nu ze meer van de kamer heeft gezien, is Lotte best te spreken over de kamer. ‘Ik vind het wel wat hebben. Zelf zou ik het alleen niet zo wit laten. Misschien dat ik een muur een leuke kleur zou verven, maar voor de rest vind ik het mooi aangekleed.’

moeite. ‘Het zou Geschiedenis kunnen zijn’, zegt ze terwijl ze een boek van Foucault oppakt. Vanwege het ogenschijnlijke gebrek aan literatuur besluit Anne een paar kastjes open te trekken op zoek naar een studieboek. Bij de derde is het raak. ‘Europese integratietheorie, wat voor studie is dat? Misschien iets filosofisch.’ ‘Ik kijk vooral mijn ogen uit. Over alles valt iets te zeggen’, lacht Anne, terwijl ze wat rondsnuffelt in het busje. Dan pakt ze een stapel cd’s die op het dashboard ligt om te kijken of ze iets herkent. ‘Gorillaz, moet ik dit kennen? Er moet toch wel iets zijn wat ik ken… Oh, de Spice Girls!’ Over mogelijke andere hobby’s van de bewoner moet Anne even nadenken. ‘Niet poetsen’, zegt ze uiteindelijk terwijl ze nog eens rondkijkt. ‘Alhoewel, ik vind het aanrecht er netjes uitzien, maar ik weet niet of ze dat gebruikt.’ Anne twijfelt hoe ze de persoon het beste kan omschrijven. ‘Vrolijk, gezellig en alternatief’, zegt ze uiteindelijk. ‘Ik ben heel benieuwd naar de bewoner.’

‘Dat is wel even wat anders hè’, zegt Lotte (26, vierdejaars Politicologie) als ze Anne (21, eerstejaars Logopedie en Taalwetenschap) nog steeds geïntrigeerd ziet rondkijken op het terrein van de Stadsnomaden. ‘Zoiets had ik zeker niet verwacht’, lacht Anne. Hoewel Lotte dacht dat Anne haar bus verschrikkelijk zou vinden, is ze eigenlijk best enthousiast. Ze wil weten hoe Lotte hier is beland. ‘Vanaf mijn vijftiende ging ik met krakers om en heb ik veel in pandjes rondgehangen. Toen dat verboden werd, zijn we hiermee begonnen, ook omdat we iets met milieu en sociaal welzijn wilden doen. De bus heb ik via Marktplaats gevonden.’ Trots voegt ze eraan toe: ‘Hij komt uit 1973.’ De woonsituatie van Lotte roept genoeg vragen op, maar ook Annes kamer was niet zonder verrassingen. ‘Ik zag die trap’, zegt Lotte, terwijl Anne begint te lachen. ‘Hoe kom jij in godsnaam boven als je een drankje ophebt?’ Terwijl Lotte geboeid luistert, legt Anne uit dat de ladder aan het bed kan worden gehaakt. ‘Ik ga die ladder niet op als ik veel gedronken heb. Dan slaap ik op mijn bank.’ Ook de inrichting van Annes badkamer roept vragen op. ‘Ik haal de stofzuiger er echt iedere ochtend uit om te douchen. Daarna maak ik de douche droog en zet ik alles terug.’ Anne merkt op dat het best krap is in Lottes busje. ‘Gelukkig hebben we een gemeenschappelijke woonkamer’, grinnikt Lotte. ‘Soms kom ik gestrest thuis en dan zitten mensen al bij het kampvuur met een biertje. Dat is heel fijn.’ Al met al is Anne erg te spreken over de Stadsnomaden. ‘Je bent altijd op vakantie wanneer je hier woont.’ ANS


Deze ANS niet/ GoedVoorEenConsumptie/ Colofon Tekst: Redactie P. 30

DEZE ANS NIET Veren in de reet Wie een artikel schrijft over de betekenis van de term student, moet natuurlijk ook studenten vragen naar hun mening. Een oproep op Facebook leidde helaas niet tot de gehoopte reacties. Vooral GroenLinksers ontdekten de oproep en wierpen zich op als ware martelaars. Het was hun ‘schuld’ dat mbo’ers nu ook studenten gaan heten en dat lichtten ze graag toe. ‘Schuld? Jouw kracht en inzet bedoel je!’, reageerde een andere GroenLinkser. Hé GroenLinks, jullie kunnen ook gewoon net als D66 een advertentie kopen, hoor. Gemekker Herder Thom voelt zich naar eigen zeggen geen kluizenaar op de Hatertse en Overasseltse vennen. Toch vielen zijn grapjes bij menselijk publiek niet altijd in goede aarde. Terwijl de fotograaf druk in de weer was om de onstuimige schapen op de foto te krijgen, verscheen een grijns op Thoms gezicht. ‘We kunnen zo ook wel even een mèèèhlfie maken’, zei hij. Meer dan een schaapachtig lachje kon er bij de redactie niet vanaf.

33e jaargang Hoofdredactie Julia Mars en Vincent Veerbeek Redactie Joep Dorna, Jonathan Janssen, Aaricia Kayzer, Jeyna Sow en Irene Wilde Medewerkers Jasper Bakkers, Simone Bregonje, Siebe Konst, Noor de Kort en Wout Zerner Illustraties Joost Dekkers, Paula Koenders, Dennis van der Pligt, Bibi Queisen en Rens van Vliet Foto’s Carlijn Hogeboom, Aaricia Kayzer, Julia Mars, Michiel Theelen, Vincent Veerbeek, Imtiaz Willems en Wout Zerner Voorpagina Carlijn Hogeboom Columnisten Roel van Koeverden en Sanne de Kroon Eindredactie Edwin Jonkman, Chiel Nijhuis, Tom Plaum, Dennis van der Pligt en Jean Querelle Crypto Janneke Elzinga Cartoon Dennis van der Pligt Ontwerp Marloes de Laat en Roel Vaessen Lay-out Julia Mars Dagelijks bestuur Stijn Verhagen (voorzitter), Aniek de Vries (secretaris), Roy van den Heuvel (penningmeester)

Druk MediaCenter Rotterdam Uitgave, abonnementen en advertentie-acquisitie Stichting MultiMedia: stichtingmultimedia@gmail.com Redactieadres Heyendaalseweg 141 6525 AJ Nijmegen Tel: 06-36428931 Mail: redactie@ans-online.nl

Het Algemeen Nijmeegs Studentenblad is een onafhankelijk blad dat gratis in de binnenstad en op de Radboud Universiteit Nijmegen wordt verspreid. Het verschijnt 7 keer per jaar in de maanden september t/m juni.


CRYPTO

Crypto Ans deze maand P. 31 P. 31

TIJDENS DE INTRODUCTIEWEEK BEGINNEN EERSTEJAARSSTUDENTEN MET EEN SCHONE LEI. DAAROM IS DIT CRYPTOGRAM NIET GEBONDEN AAN EEN BEPAALD THEMA. KORTOM, HET KAN NOG ALLE KANTEN OP. IN IEDER GEVAL BEGINT HET NIEUWE COLLEGEJAAR GOED MET EEN AANTAL HERSENKRAKERS! 2

1

ANS mag dit keer twee kaarten voor cultuur- en natuurmuseum De Bastei weggeven. De Bastei neemt bezoekers mee op een reis door het heden, verleden en de toekomst van Nijmegen. Hierbij is onder andere aandacht voor de flora en fauna rond de Waal, prominente Nijmegenaren en archeologische vondsten. Wil jij kans maken op de kaartjes? Stuur dan voor 2 oktober je oplossingen naar redactie@ans-online.nl. 3 4

5 6

7

8

9 10 11

12

13

14

HORIZONTAAL 6. FITNESSCENTRUM (12), 7. ALLEEN GEWELDDADIGE POLITICI ZIJN HIERBIJ BETROKKEN (11), 9. MEUBEL OM (OP) AAN TE STERKEN (9), 10. LANG EN MAGER PERSOON DIE SNEL GEKWETST IS (10), 12. GEEN GELDBOETE, MAAR STIEKEM TOCH WEL (9), 13. GRAPPIGE TWEEWIELER (8), 14. NIET UIT VEGANISTISCH MATERIAAL GEZAAGD (9) VERTICAAL 1. LUCHTZOENEN VOOR DE VEILIGHEID (12), 2. SERVIES VOOR EXAMENS? (11), 3. AUTO VAN EEN DIËTIST? (8) 4. GEHEIMTAAL IN CAFÉS (7), 5. MOBIELE HANDLEIDING? (12), 8. WETENSCHAPPELIJK INSTRUMENT OF LOUTER EEN HOOFDDEKSEL VOOR WISKUNDIGEN? (5), 11. HEEFT EEN TAAK OP DE WC (9)


VAN DE BAAN www.ans-online.nl. Tekst: De redactie / colofon P. 32

Tekst: Siebe Konst en Julia Mars/ Foto: Michiel Theelen

Wie: Gerben Janssen van Doorn (22), masterstudent Bedrijfskunde Bijbaan: Legaal bedrijven hacken, gemiddeld 500 dollar per gevonden fout Hoe ben je begonnen met hacken? ‘Toen ik vijftien was, kreeg ik een baantje als webmaster bij een retailbedrijf. Daar beheerde ik de advertenties. Op een gegeven moment vond ik dit te veel tijd kosten en kwam ik op het idee om het programma achter de advertenties te automatiseren. Zo heb ik geleerd met computercodes om te gaan. Uit interesse ging ik op zoek naar wat er nog meer mogelijk is met programmeren. Uiteindelijk kwam ik bij het platform HackerOne uit. Op dat platform reiken bedrijven een beloning uit aan hackers die fouten op hun website vinden. Momenteel sta ik op nummer negen in de wereldranglijst van beste hackers van HackerOne.’ Wat maakt hacken zo leuk? ‘Ik ben altijd een beetje trots als ik kwetsbaarheden vind bij bekende bedrijven. In het verleden heb ik bijvoorbeeld weleens fouten gevonden bij Facebook, Dropbox en Rabobank. Ook vind ik live hacking evenementen erg leuk. Hierbij worden zo’n dertig à veertig hackers van over de hele wereld ingevlogen door HackerOne. Het is leuk om daar collega-hackers te ontmoeten,

want normaal zie je elkaar nooit. Een aantal dagen lang probeer je dan samen met anderen een specifiek bedrijf te hacken.’ Je werkt dus altijd alleen? ‘Ja, hacken blijft in principe iets tussen jou en je computer. Het lastige van hacken is dat je met de hele wereld concurreert. Soms is het zo dat andere hackers al drie maanden de codes van een specifiek bedrijf aan het doorzoeken zijn. Dan is het moeilijk om zomaar nieuwe fouten te vinden. Het kan voorkomen dat je dagenlang niks vindt, wat best demotiverend kan zijn. Met een drietal hackers heb ik wel vrij veel contact. Als het nodig is, kan ik hen vragen stellen. Toch blijft vanwege de concurrentie zelfs dan de vraag: wat deel je en wat deel je niet?’ Waarom zou je nog studeren, als je ook kunt rondkomen van hacken? ‘Hacken geeft me niet genoeg zekerheid en structuur. Ik vind het een fijne gedachte dat ik nog kan terugvallen op mijn diploma Bedrijfskunde. Toch ga ik voorlopig niks bedrijfskundigs doen. Ik heb namelijk een IT-baan bij Facebook aangeboden gekregen. Ik ga hier niet aan de slag als hacker, maar als security engineer. In mijn vrije tijd wil ik wel blijven hacken, want de live hacking evenementen wil ik niet missen.’ ANS

Profile for Algemeen Nijmeegs Studentenblad (ANS)

ANS bestormt  

Eerste editie van de 33e jaargang van het Algemeen Nijmeegs Studentenblad

ANS bestormt  

Eerste editie van de 33e jaargang van het Algemeen Nijmeegs Studentenblad

Advertisement

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded