Page 1

RICHTLIJNEN RONDOM HERINVESTERING STUFI MOETEN CONCRETER

LUCKY FONZ III WIL NIET DE DOMINEE UITHANGEN

STEWARDS HOUDEN PETER KNOOPE ORDE TIJDENS OVER HAAT TEGEN N.E.C. - ADO HET WESTEN

ANS ZWEEFT

ANS STRAALT Algemeen Algemeen Nijmeegs Nijmeegs Studentenblad Studentenblad // jaargang jaargang 32, 31, nummer nummer 6 5


Vooraf Tekst: Redactie P. 2

COMMENTAAR Het moeilijkste van het maken van een nieuwe editie van ANS is niet het vinden van interviewnamen of het reageren op boze mails en telefoontjes van gekwetste zielen, maar het schrijven van het commentaar. Vlak voordat het blad naar de drukker wordt gestuurd, moet er nog een woordenkots van vierhonderd woorden worden geproduceerd waarin het liefst zoveel mogelijk stukken van de komende editie worden belicht. Alsof de inhoudsopgave die in koeienletters op pagina 3 staat niet genoeg overzicht biedt. Normaal gesproken weten we er nog wel een leuk verhaaltje van te maken, maar dit keer was het werkelijk waar onmogelijk. Toch hebben we het, voor uw aller entertainment, geprobeerd: ‘Studeren op de Radboud Universiteit is vermoeiend. In de hoop dat een buitenlandse universiteit je hersenen meer weet te prikkelen, stap je op het vliegtuig naar Rome. Eenmaal aangekomen blijken de professoren problematischer dan Haber, die niet alleen het proces uitvond waarmee je kunstmest kan maken, maar ook fan was van het gebruik van gifgas als massavernietigingswapen. Minor detail. Dat het niveau zoveel slechter was dan op de RU, had je niet verwacht. Bij gebrek aan lesstof ga je zelf maar op onderzoek uit. In Rome zijn immers een hoop schatten te vinden, als je maar op de juiste plek graaft. Gewapend met een schep en tandartsgereedschap verzet je bergen aarde om uiteindelijk een parfumflesje met poederachtig residu (helaas geen coke) en botresten (helaas wel een babyskelet) te vinden.’ Ondertussen op het ANS-kantoor: - ‘Zal ik even kijken hoe ver we al zijn?’ - ‘Oh, nog maar een paar woorden, en we moeten nog best veel onderwerpen verwerken.’ ‘Na deze schokkende vondst trek je je terug in een veilige omgeving, namelijk de klinische wachtkamer van de huisarts. Daar haal je een abortuspil. Ineens wandelt er een drag queen naar binnen. Uit pure verbazing sla je het boek Concept M open. Op de achtergrond klinkt muziek voor bejaarden. Verward neem je een sipje van je kopje koffie. Dan word je wakker en blijkt het allemaal een droom.’ - ‘Eindigen we niet altijd met een droom?’ - ‘Nee, toch?’ De hoofdredactie

ANS

ONLINE ANS-Online is de digitale tegenhanger van het papieren blad. Hieronder is te lezen over de hoogtepunten van de afgelopen tijd en dingen om naar uit te kijken de komende periode. Zingen met de oren dicht De afgelopen periode was er goed en slecht nieuws. Zo heeft de Radboud Universiteit tegenwoordig een Radboudlied, wat op papier een leuk idee lijkt. Het slechte nieuws is dat het uitzoeken van een lied gepaard ging met een avondvullende verkiezing die alleen voor fan boys van de marketingafdeling leuk was. Ook voor studenten die graag lang in bed blijven liggen, was er afgelopen maand slecht nieuws: de ochtendcolleges beginnen vanaf komend collegejaar definitief een kwartier vroeger. Gelukkig was er ook ander nieuws. Zo wordt het nieuwe gebouw van de Faculteit der Sociale Wetenschappen vernoemd naar Maria Montessori, is GroenLinks de grootste partij in de Nijmeegse gemeenteraad geworden en kun je bij SPAR University binnenkort boodschappen doen met een Tikkie. Run Forrest, run In de nacht van 20 op 21 april vindt de 46e editie van de Batavierenrace plaats, waarbij ruim 8500 deelnemers van Nijmegen naar Enschede zullen rennen. De achttien uur durende estafetteloop gaat vrijdag om klokslag middernacht van start bij het Radboud Sportcentrum, waarna 350 teams proberen de afstand van 175 kilometer zo snel mogelijk af te leggen. ANS staat langs de kant om verslag te doen van de eerste etappe in Nijmegen. Duurzaamheid voor dummies Nijmegen is dit jaar als Green Capital de duurzame hoofdstad van Europa, waardoor er nog net iets meer aandacht aan duurzaamheid wordt besteed dan normaal. Ook Cultuur op de Campus, koepelvereniging CHECK en studentenvakbond AKKU doen een duit in het zakje met de Groene Week. Deze zal dit jaar tussen 14 en 18 mei plaatsvinden, met lezingen, workshops en een Groen Café. ANS is van de partij om tips op te doen voor een duurzaam leven. Op de hoogte blijven van al het studentennieuws? Check dan www.ans-online.nl, volg ons op Twitter (twitter.com/ANS_Online) of like de ANS-pagina op Facebook (facebook.com/ANSnijmegen).


DEZE ANS

Tekst: Redactie Deze ANS P. 3

04 Het ene cijfer is het andere niet Studenten die een deel van hun studie in het buitenland doen, komen nogal eens voor onaangename verrassingen te staan tijdens hun verblijf. Een gebrek aan voorkennis ligt hier vaak aan ten grondslag. De Radboud Universiteit moet studenten meer voorlichting geven over de obstakels die ze tegen kunnen komen.

08 Koninklijk vermaak 04

Torenhoge hakken, lagen make-up en siliconen borstvullingen, bij de drag show van het Nijmeegse café ThomTom halen de queens en kings alles uit de kast om zich om zich om te toveren in het andere geslacht. ANS volgde drie studenten tijdens een wilde nacht vol met hysterisch playbacken en uitdagende dans.

13 Concept Romeijn Aafke Romeijn brengt al jaren muziek uit, maar komt nu ook met een debuutroman. In Concept M schrijft ze over Nederland in 2020. Parallellen met onze wereld heeft ze vermeden, maar toch vindt ze het belangrijk om te proberen iets in de maatschappij te veranderen. ‘In mijn geval is dat op politiek niveau.’

22 In de blubber van Bemmel 08

13

Begin dit jaar trof een groep archeologen onder de akkers bij Bemmel een enorm Romeins grafveld aan. Archeoloog Pepijn van de Geer vertelt over de unieke vondsten, zoals dure aardewerken grafgiften. ‘Waarschijnlijk heeft op deze plek een Romeinse villa met hooggeplaatste bewoners gestaan.’

05

Side Salad

07

Het Laatste Oordeel

16

Middenpagina

18

De keerzijde van de medaille

20

De Pipet

21

De Graadmeter

26

Het Issue

28 Kamervragen 30

Deze ANS niet/ GoedVoorEenConsumptie/ Colofon

31 Crypto

22

32 Van de Baan


Het ene cijfer is het andere niet Tekst: Jean Querelle en Wout Zerner/ Illustratie: Jonne Aghabozorg P. 4

HET ENE CIJFER IS HET ANDERE NIET

Veel studenten willen een deel van hun studie in het buitenland spenderen. Ze zijn echter niet altijd goed ingelicht over de voor- en nadelen van hun bestemming. De Radboud Universiteit moet daarom meer aandacht besteden aan de voorlichting over de situatie die studenten op buitenlandse universiteiten aantreffen. Een semester in het buitenland studeren is voor veel studenten een welkome afwisseling van de alledaagse sleur van de Radboud Universiteit (RU). Sommige studenten grijpen hun tijd over de grens aan om monumenten te bekijken of op het strand te liggen. Degenen die naar het buitenland vertrekken om nieuwe kennis op te doen, schrikken soms van het verschil in onderwijsniveau ten opzichte van de RU. Om een weloverwogen keuze te maken voor een buitenlandse universiteit is goede informatie over het instituut in kwestie nodig. Vanuit de RU is er echter weinig voorlichting over de verschillen tussen universiteiten. Hierdoor lopen studenten tijdens of na hun tijd over de grens tegen problemen aan. Niveauverschillen Het regelen van een verblijf in het buitenland is voor studenten veel werk, waardoor velen er niet bij stilstaan dat de kwaliteit van het onderwijs minder kan zijn. Uit een lange lijst met mogelijke bestemmingen wordt vaak de leukste gekozen. Vervolgens moet de student zich al snel richten op praktische zaken zoals huisvesting en verzekeringen, waardoor onderwijstechnische zaken minder aandacht krijgen. Politicologiestudent Nanda van der Sloot, die een half jaar in Edinburgh studeerde, vertelt: ‘Je krijgt een lijst met landen waar je naartoe kan gaan om te gaan studeren. De voor- en nadelen van de universiteiten worden nauwelijks toegelicht.’ Geschiedenisstudent Annabel Buiter, die momenteel in Belfast studeert, beaamt dat. ‘Pas in Belfast kreeg ik een goed beeld van de kwaliteit van de universiteit. Vanuit de RU is geen voorlichting gegeven over de verschillen tussen universiteiten.’ Ondanks de niveauverschillen die deze studenten ervaren, voldoen alle universiteiten in Europa aan bepaalde eisen. ‘Elke onderwijsinstelling waar wij studenten heen sturen moet aan bepaalde kwaliteitsvoorwaarden voldoen’, vertelt Wessel Meijer, hoofd van het International Office. ‘In Europa hebben we afspraken over de kwaliteit van onderwijsinstellingen en wij vertrouwen erop dat onze partneruniversiteiten deze regels naleven.’ Studen-

ten mogen dus verwachten dat universiteiten een bepaald basisniveau hebben, maar de RU erkent dat tussen de onderwijsinstellingen verschil bestaat. ‘Een variatie in kwaliteit tussen universiteiten zal altijd bestaan, net zoals de kwaliteit van twee docenten van dezelfde opleiding kan verschillen’, zegt Meijer. Hij vindt het niet puur de verantwoordelijkheid van de universiteit om studenten goed te informeren. ‘De universiteit maakt een voorselectie van universiteiten. We verwachten van studenten dat ze zelf op onderzoek uitgaan. De RU kan niet voor iedere studie aan een buitenlandse universiteit een boekwerk met informatie opstellen.’ Goochelen met cijfers Wie de eerste aanpassingsproblemen over de grens heeft overwonnen, krijgt zodra de cijfers binnenstromen te maken met nieuwe problemen. De manier waarop de


Column Thom Wijenberg P. 5 Ans deze maand P. 5

behaalde resultaten worden weergegeven, is vaak anders dan in Nederland. Om een helder beeld te krijgen van de waarde van de prestaties van RU-studenten, is het noodzakelijk dat de cijfers worden omgezet naar het Nederlandse cijfersysteem. Hoe dit precies gebeurt, is voor sommige studenten echter onduidelijk. ‘Het omrekenen van de cijfers is een beetje vreemd. Ik heb wel een omrekentabel gekregen van een professor in Belfast, maar weet nog steeds niet precies welke cijfers ik volgens de RU heb gehaald’, geeft Buiter aan. Als het aan Van der Sloot ligt, moet de universiteit überhaupt stoppen met het omrekenen van cijfers. ‘Naar mijn mening zijn mijn cijfers te laag uitgevallen, omdat de omgezette cijfers niet overeenkomen met de waarde die er in het Verenigd Koninkrijk aan wordt gehecht. Ik vind dat cijfers eigenlijk helemaal niet omgezet op het diploma moeten staan, omdat het niet mogelijk is om de resultaten op een eerlijke manier om te zetten.’ De verwarring over het omzetten van resultaten komt volgens Meijer door een verschil in de manier waarop cijfers worden gewaardeerd en toegekend. ‘In Nederland hanteren we een systeem met tien getallen. De eerste vijf zijn onvoldoende en de negen en tien worden nauwelijks uitgedeeld. Hierdoor blijven er eigenlijk maar drie cijfers over die de meeste studenten behalen’, vertelt Meijer. In het Verenigd Koninkrijk wordt daarentegen gebruikgemaakt van een systeem met percentages. Dergelijke verschillen maken het omzetten van cijfers lastig. De RU doet haar best om cijfers zo goed mogelijk te vertalen naar het Nederlandse systeem, door gebruik te maken van een conversietabel. Met deze lijst zijn de in het buitenland behaalde cijfers terug te rekenen naar het Nederlandse systeem. ‘De tabellen worden gemaakt met behulp van een database’, vertelt Meijer. Zo’n tabel is volgens Van der Sloot niet op alle buitenlandse universiteiten toepasbaar. ‘Voor de universiteit van Edinburgh was geen tabel beschikbaar.’ Hierdoor kan het gevoel ontstaan dat het omzetten vooral is gebaseerd op nattevingerwerk. Wel is de examencommissie bij zulke specifieke gevallen altijd een extra controleorgaan, legt Meijer uit. ‘We nemen nooit zomaar een cijfer over van een buitenlandse universiteit. De examencommissie is altijd bevoegd om een cijfer aan te passen, omdat het cijfer van een buitenlandse universiteit eerder een advies is dan een vastgelegd feit.’ Studenten lopen in het buitenland vaak tegen problemen aan omdat ze niet genoeg kennis hebben over hun bestemming. Ze voelen zich niet genoeg geïnformeerd door de universiteit. De universiteit verwacht dat studenten zich zelf verdiepen in hun nieuwe omgeving, maar dit schiet er nog wel eens bij in tijdens de drukke voorbereidingsperiode. Door een geheugensteuntje vanuit de universiteit over zaken waar de buitenlandreiziger niet meteen aan denkt, kunnen eventuele onaangename verassingen, zoals een tegenvallende conversie van een behaald punt, worden voorkomen. ANS

SIDE SALAD Thom Wijenberg serveert in het ANS een vers en gezond bijgerecht op basis van studentikoze belevenissen en frustraties. Kan sporen van ironie, fictie en zelfverheerlijking bevatten. De campus is weer een nieuwe koffiebar rijker. In C, vernoemd naar de welbekende derde letter van het Latijnse alfabet, kun je terecht voor goede koffie in milieuvriendelijke bekertjes, verse broodjes en gebak waar je de laatste euro’s op je rekening maar wat graag aan uitgeeft. C ligt in het hart van het Gymnasion en vormt als het ware het voorportaal van de nieuwe gelijknamige theaterzaal van de universiteit. Dankzij deze ligging wordt het etablissement buitengewoon goed bezocht door studenten van de HAN, sporters en de zielen die in de Ondergang wegkwijnen voor diverse hogere doelen. Met behulp van een eigenzinnig assortiment lijkt C zich te willen onderscheiden van andere horecagelegenheden op de campus, zoals het Cultuurcafé en de Refter. Hier geen kleffe broodjes, vettige nacho’s en op koffie gekweekte paddenstoelenburgers. C biedt verse broodjes, wraps en soep van de Verspillingsfabriek. Wil je daar nog wat bij drinken, een glaasje Fanta of Coca Cola misschien? Dan heb je pech. De producten van deze frisdrankgiganten zijn hier niet te koop. Als alternatief kun je kiezen voor de duurzame alternatieven fritz-kola en fritz-limo. Ja, dat is even schrikken, die onbekende frisdrank. Toch ben ik ook nieuwsgierig. Ik moet denken aan de smaaktest die sitecolumnist Sander Nederveen eerder in C heeft uitgevoerd. Hij trok de bewering dat C de lekkerste koffie van de campus verkocht in twijfel en besloot de proef op de som te nemen. De uitslag: C mag zich terecht beroepen op de sublieme kwaliteit van hun zwarte goud. Ik besluit Sanders onderzoek voort te zetten en bestel een fritz-limo met meloensmaak. Op de fles en de dop lachen de twee bedenkers van de fritz-producten me vrolijk toe. Ze lijken een beetje op een trendy New Yorks homostel met een Rothko aan de muur en een labradorpup. Leuk flesje dus, maar het draait om de smaak. Die valt eerlijk gezegd een beetje tegen. Ik proef vaag de smaak van meloen en appel, al zit dat laatste er volgens het etiket niet in. Koolzuur zou er wel in moeten zitten, maar die ontbreekt helaas in mijn flesje. Als het drankje op is, betreur ik dat ik niet voor het bier of die fenomenale koffie ben gegaan. Ik weet nu in ieder geval wel waarom C niet pronkt met de beste frisdrank van de universiteit.


Adverteren? Kijk op ANS-Online.nl P. 6

ANS ZOEKT MEDEWERKERS, VERTALERS EN FOTOGRAFEN Vind jij het leuk om te schrijven, te vertalen of te fotograferen? Kom dan langs op ons kantoor (onder het Gymnasion) of stuur een mail naar redactie@ans-online.nl.


Tekst en foto: Pleun Weijers Het Laatste Oordeel Leef, woon, werk, feest... met ANS P. 7 P. 7

HET LAATSTE OORDEEL Duffe opsommingen of ultiem entertainment? ANS verschanst zich in de collegebanken om een genadeloos oordeel te vellen over het onderwijs aan de RU. STUDIE: Geschiedenis COLLEGE: Inleiding in de cultuurgeschiedenis, 12

EINDCIJFER:

maart, 15:45-17:30, E2.53 DOCENT: Prof. dr. Jan Hein Furnée UITSTRALING: Enthousiaste chaoot PUBLIEK: Memorabele doorzetters INHOUD: De constructie van herinneringen

Prof. dr. Jan Hein Furnée weet van aanpakken. Met een klap in zijn handen onderbreekt hij abrupt het geroezemoes dat al een tijdje door de collegezaal klinkt, waarna hij de vallende stilte opvult met een levendige anekdote over Rome. Met mooie plaatjes van gebouwen, standbeelden en plakkaten leidt hij de geschiedenisstudenten langs Egyptische obelisken en romantische piazza’s door de rijke historie van de stad. Na deze boeiende inleiding wil iedere student het liefst in het vliegtuig stappen voor een vakantie naar Italië. Furnée komt echter meteen ter zake en legt het thema van het college uit: de opkomst, centrale vragen en concepten van het cultuurhistorisch onderzoek naar collectieve herinneringen. Vanaf dat moment lijken alle wegen helaas weg van Rome te leiden, want de stad komt pas tegen het eind van het college weer kort aan bod. Met grote handgebaren bespreekt Furnée de verschillende verklaringen voor de opkomst van herinneringsgeschiedenis als vorm van geschiedschrijving. Ondanks de vermoeidheid die zo laat op de middag ongetwijfeld toeslaat, zorgt hij dat de studenten wakker blijven door hen actief bij de stof te betrekken. ‘Voel je dat een beetje aan?’ vraagt hij aan ze na het uitleggen van een nieuw concept. Niet iedereen kan hier ‘ja’ op antwoorden, want er worden veel vragen gesteld. Na de pauze schroeft Furnée het tempo flink op. Hij dwaalt door zijn gedetailleerde verhalen vaak af, waardoor het moeilijk wordt om zijn snelle zinnen bij te houden. Twee laatste voorbeelden worden noodgedwongen overgeslagen door tijdgebrek. Terwijl de meeste studenten nog een fanatieke poging doen om op te blijven letten, geeft een enkeling het op en pakt de telefoon erbij.

Soms heeft de historicus last van zijn eigen gehaastheid. ‘Liberté, egalité, eternité… eternité?’ verspreekt hij zich. ‘Ja, dat zouden we wel willen!’ Het lijkt er even op dat het college daadwerkelijk tot in de eeuwigheid zal duren. Met de beruchte woorden ‘Ik ben bijna klaar, jongens!’, weet Furnée zijn publiek tot ver na half zes bezig te houden. Hoewel deze streek in de meeste colleges boze blikken oplevert, blijven de studenten verrassend genoeg dapper meeschrijven. Uiteindelijk komt het einde dan toch in zicht. ‘Ik leg het misschien wat ingewikkeld uit, maar volgens mij is het wel overgekomen’, sluit de docent af. In hoeverre dit waar is, valt nog te bezien, maar iedereen verlaat door het enthousiasme van Furnée in ieder geval vrolijk de zaal. Deze maandagmiddag was zo slecht nog niet.

Het Laatste Oordeel der Studenten De studenten zijn zeer te spreken over de uitstraling van Furnée. Zijn gepassioneerde en beeldende manier van vertellen wordt door vrijwel iedereen genoemd als pluspunt. Toch geven sommigen aan het college af en toe wat langdradig of chaotisch te vinden. Hier en daar dromen de studenten weg bij de gedachte aan het avondeten of de bonusaanbiedingen van de Albert Heijn. Enkelen zouden graag zien dat de docent zich meer richt op de kern van de stof, die door het vele afdwalen niet altijd binnen de tijd wordt behandeld. Desalniettemin krijgt Furnée een dikke voldoende van zijn studenten. Zijn onvervalst enthousiasme maakt duidelijk veel goed. ANS


KONINKLIJK VERMAAK

Bij Haus of ThomTom, de maandelijkse drag show in het Nijmeegse café ThomTom, dansen lange vrouwen in strakke jurkjes en mannen met geschminkte ringbaardjes gezamenlijk op het podium op muziek van de Spice Girls. Drie studenten vertellen waarom ze iedere maand verkleed als het andere geslacht het podium opgaan. ‘Drag is niet wie je bent, maar wat je doet.’


Tekst: Jonathan Janssen en Julia Mars/ Foto’s: Imtiaz Willems Koninklijk vermaak P. 9 Ans deze maand P. 9

Het publiek klapt en juicht uitbundig als gastvrouw Meggie op stiletto’s en in een rood broekpak met een roze pruik op haar hoofd de microfoon in handen neemt. Als een echte diva heet ze de gasten welkom bij de maandelijkse drag show in café ThomTom. ‘Dit stralende pak draag ik ter ere van Mies Bouwman, maar eerlijk is eerlijk, mij staat het beter!’ De gasten lachen om de grappen en de dollende sneren van de vrouw des huizes. Als een jongen uit het publiek haar toeroept dat ze er stralend uitziet vanavond, vraagt ze: ‘Hoe heet je en waar slaap je vanavond?’ Gewillig grijpt ze het kushandje dat de blonde jongen haar als antwoord toeblaast uit de lucht. In de kleedkamer klinkt gekakel en gejoel en wordt met hakken gestampt. Drag queen Lexi Lollipop doet voor de spiegel haar make-up. Boyband No Clue, bestaande uit de drie drag kings van het gezelschap, oefent zijn choreografie. De jongere drag kings en queens, die zichzelf ook wel omschrijven als de “zonen en dochters” van “moeder” Meggie, maken zich klaar voor de show. ‘Meestal beginnen we rond een uur of drie ’s middags met de voorbereidingen en de outfits’, vertelt Lexi. ‘De make-up alleen al duurt wel twee à drie uur.’ Neptieten De studenten die vanavond het podium opgaan, zijn nog redelijk onervaren en treden ongeveer een jaar op in drag. Sandy Ego kwam al jaren in ThomTom en werd vorig jaar gevraagd of ze niet een keer met de show

mee wilde doen. ‘In november heb ik voor het eerst op het podium gestaan. Het zou eigenlijk een eenmalig gastoptreden zijn, maar de reacties van het publiek waren zo leuk dat ik sindsdien elke keer heb meegelopen.’ Midden in Sandy’s zin valt er plotseling een borstvulling onder haar glitterjurk uit. Lexi moet hard lachen. ‘Die van Sandy zijn dus niet echt!’ De kings en queens plagen elkaar veel. Als drag king Justin Alfa zijn broek ophijst, roept een van de queens verbaasd: ‘Is dat je echte kont? Meisje toch!’

‘Mensen denken dat we heel bitchy zijn of ons allemaal om willen laten bouwen.’ Het eerste optreden van de avond is een playback-medley van boyband- en girlband-klassiekers, met de hele “familie” gezamenlijk op het podium. Klassiekers van de Spice Girls, Backstreet Boys en Westlife komen allemaal langs. Het publiek danst en zingt moeiteloos mee. De artiesten smullen van de aandacht. ‘Mensen hebben er een ander beeld bij, maar drag is vooral theater en entertainment’, legt Sandy uit. ‘Het leukste aan drag is de energie die je krijgt van het publiek.’ Justin is normaalgesproken verlegen, maar dat verdwijnt zodra hij op het podium staat. ‘Dan voel ik me heel stoer en mannelijk. Ik geniet

De kings en queens van Haus of ThomTom. Vooraan staat drag “moeder” Meggie, boven staan v.l.n.r.: Mason Tunight, mx:Flo, Sandy Ego, Justin Alfa, Mr. Thing, Tessa del Rosa, Lexi Lollipop en Titty McPfeiffer


Koninklijk Leef, woon,vermaak werk, feest... met ANS P. P. 10 10

van de andere rol die ik mag spelen.’ Hoezeer de rol van het andere geslacht ook bevalt, denkt geen van de kings en queens erover om definitief van geslacht te veranderen. ‘Het stereotype heerst dat drags een soort transgenders zijn, maar ik ben helemaal tevreden met mijn eigen geslacht’, aldus Lexi. King Justin gaat genderneutraal door het leven. ‘Het maakt me niet zoveel uit of mensen me met “hij” of “zij” aanspreken. Normaal gedraag ik me gewoon als meisje, maar als ik daar zin in heb, ga ik even goed als jongen naar een feestje.’ Om haar beenhaar te verbergen, draagt Lexi zeven panty’s over elkaar. Op die manier hoeft ze haar benen niet te scheren. ‘Als man waardeer ik mijn beenhaar. Anders lig je daar met je kale benen als je eens met een leuke jongen in bed beland.’ Vooroordelen en alter ego’s Na drie nummers is het tijd voor de eerste pauze en gaan de kings en queens opnieuw de kleedkamer in om zich om te kleden voor het tweede blok. De outfits worden uitbundiger, de rokjes korter en er komt zelfs een robotpak tevoorschijn. Drag king Justin vertelt, terwijl hij zijn pak dichtritst, dat hij meestal naar de mannenafdeling gaat voor de kleding van zijn shows. De queens kopen hun topjes en jurkjes meestal online. ‘Thuis op mijn kamer leg ik mijn pruiken, hakken en jurkjes zoveel mogelijk ach-

terin de kast’, legt Lexi uit. ‘Mocht er iemand langskomen die nog niet weet dat ik aan drag doe, dan wordt diegene ook niet meteen met zijn neus op de feiten gedrukt. Mijn vader, moeder en klasgenoten weten bijna allemaal wel dat ik als drag queen op het podium sta’, gaat ze verder. ‘Mijn ouders moesten eerst aan het idee wennen, maar toen ze uiteindelijk zijn komen kijken, vonden ze het leuk. De rest van de familie weet het niet, mijn alter ego en mijn privéleven houd ik liever zo veel mogelijk gescheiden.’ Sandy heeft haar ouders nog niet verteld dat ze regelmatig als vrouw op het podium staat. ‘Mijn moeder zou er zeker voor openstaan, maar ik moet er eens uitgebreid de tijd voor nemen om alles haarfijn uit te leggen. Ik heb het mijn zus wel verteld en die is enthousiast. Dit is haar nagellak’, zegt ze wijzend naar haar vuurrode nagels. King Justin heeft zijn omgeving wel op de hoogte gebracht van zijn extravagante hobby. ‘Mijn vader doet er nog wel eens lacherig over, maar verder accepteert iedereen het volkomen. Drie klasgenootjes zijn een keer komen kijken, die vonden het geweldig.’ Opvallend genoeg heersen er zelfs binnen de homogemeenschap nog negatieve connotaties rondom het begrip drag. Volgens Sandy hebben veel mensen nog steeds een verkeerd beeld bij drag en wordt het vies gevonden. Drag queens zouden zich verkleden als vrouw, omdat het hun zou opwinden, bijvoorbeeld. ‘Een paar van mijn


Leef, woon, werk, feest... met ANS P. 11

drag-zusjes hebben wel eens meegemaakt dat hun date met “gadver, what the fuck” reageerde toen ze erover vertelden.’ Lexi vult aan: ‘Waarschijnlijk hebben ze dan het idee dat we heel bitchy zijn of ons allemaal om willen laten bouwen tot vrouw.’ De drag queens ervaren meer weerstand en afwijzing dan drag kings zoals Justin. ‘Ik denk dat dat komt doordat andere mannen het gevoel hebben dat ze zich als macho moeten gedragen’, probeert Justin te verklaren. ‘Veel mannen begrijpen niet waarom je verkleed als vrouw over straat zou lopen.’ Sandy vertelt dat mannen die aan drag doen vaak “nichten” worden genoemd. ‘Mensen denken dat het hun mannelijkheid ondermijnt. Dat is natuurlijk complete onzin.’ Het toont juist dat je ballen hebt als je niet bang bent om verkleed als vrouw op het podium te gaan staan, vindt ze. Bij de aanvang van het volgende blok kaart presentatrice Meggie een serieus onderwerp aan. Homofobie kwam landelijk in het nieuws doordat er massaal kritiek was op reclameborden van mannenmodewinkel Suitsupply. Op de borden zijn twee zoenende mannen te zien. Door het hele land werden meer dan dertig bushokjes met de posters vernield. De dag na deze editie van Haus of ThomTom vond in Nijmegen een demonstratie tegen de reclamecampagne door de katholieke stichting Civitas Christina plaats. ‘Het is 2018, homofobie is niet meer van deze tijd! De posters gaan over de liefde tussen twee mensen. Vanavond vieren we dat wij er ook mogen zijn’, roept Meggie in de microfoon. Het publiek geeft haar een oorverdovend applaus.

Volle blazen Dan komt drag queen Titty McPfeiffer het podium op. Ze draagt een strakke bodysuit en torenhoge hakken. Op het nummer Round Round van The Sugababes maakt ze het joelende publiek met haar wulpse dans helemaal gek. Lenig gooit ze haar benen de lucht in en ze kruipt uitdagend over het podium. Vooraan staat een groep collega’s van de zorgstichting waar Titty in het dagelijks leven werkt. Ze schreeuwen en klappen. ‘De reacties van mensen die het voor het eerst zien, zijn heel erg leuk’, licht Lexi toe. ‘Ze beginnen vaak terughoudend, maar willen al snel alles van je weten. Dan vragen ze of je tieten echt zijn en waar je je edele delen verstopt’, grinnikt ze. Aan het einde van het nummer trekt Titty haar pruik af en begint ermee te zwaaien, waardoor haar kortgeknipte mannenkapsel zichtbaar wordt. Het publiek is niet meer te houden. Ze blaast haar fans een laatste kus toe en verdwijnt weer achter de gordijnen. De avond wordt afgesloten met een laatste nummer waarop alle kings en queens gezamenlijk dansen op het podium. Meggie staat vooraan met de jongen van No Clue, Lexi en Sandy staan achteraan. Het enthousiaste publiek geeft de groep een daverend applaus. Blij en voldaan stappen de entertainers van het podium af. Het einde van de show betekent dat er voor de queens eindelijk de mogelijkheid is om de blaas te legen. Hun geslachtsdeel heeft immers uren met ducttape weggeplakt gezeten. Een opgeluchte Lexi voegt toe: ‘Gelukkig heb je door de adrenaline en het plezier van het optreden vaak niet eens door dat je naar de wc moet.’ ANS


Interview Roy Santiago Tekst: Tijs Sikma/ Foto’s: Simone Both P. 12

Universitaire Studentenraad NU!Medezeggenschap Universitaire Studentenraad (USR) Nijmegen Wil jij op de hoogte blijven van de bezigheden van de USR? Like ons op Facebook, volg ons op Twitter en neem eens een kijkje op onze website. Heb je tips of opmerkingen? Loop gerust even langs bij de USR-kamer (TvA 1.034) of stuur een mail naar usr@ru.nl. Website: www.numedezeggenschap.nl Twitter: @NUMedezeggsch Facebook: www.facebook.com/NUmedezeggenschap E-mail: usr@ru.nl

Hallo studerend Nijmegen! We zijn inmiddels aangekomen bij de zesde ANS van dit collegejaar, en daar hoort natuurlijk weer een update van de USR bij. Afgelopen tijd zijn er meer interessante onderwerpen bijgekomen en is er weer hard verder gewerkt aan zaken waar wij al mee bezig waren. Ook hebben we er weer een succesvolle editie van Radboud by Night op zitten. Donderdag 22 maart was het eindelijk zo ver. Studenten die overdag geen genoeg hadden gekregen van de campus mochten tot in de late uurtjes rond blijven hangen. Niet om colleges bij te wonen of om te blokken in de UB, maar om een feestje te bouwen en deel te nemen aan de vele activiteiten. De avond werd afgetrapt met reuze Twister onder begeleiding van een fanfare en afgesloten met een feestje in het Cultuurcafé en de fietsenkelder. Wij hebben in ieder geval veel zin in de volgende editie! Een onderwerp waar we stappen mee hebben gezet is de vernieuwing van de regeling FONDS. Dit is het document waarop onder andere gebaseerd wordt hoe veel bestuursbeurzen een studentenbestuur ontvangt. Ook zaken als compensatie voor

studievertraging die studenten oplopen door bijvoorbeeld mantelzorg of beurzen voor studenten in de topsport staan hierin opgenomen. Dit jaar was het aan ons de beurt om dit document aan te passen. Wat ons opviel was dat er erg veel regels in staan waardoor het geheel nogal onoverzichtelijk wordt. Onze doelstelling was om dit allemaal wat eenvoudiger en beter toepasbaar te maken op individuele gevallen. Binnenkort zullen wij een definitief voorstel voorleggen! Iets anders waar je misschien over hebt gelezen zijn de plannen van Dienst Studentenzaken om de rol van mentoren na de introductie uit te breiden. Het idee is dat mentorouders gedurende het eerste semester een luisterend oor bieden. Ze kunnen bijvoorbeeld vragen of hun ‘kindjes’ een plekje hebben gevonden op de universiteit en het naar hun zin hebben in hun nieuwe studentenstad. Een plan dat wij als studentenraad in principe mooi vinden, zolang er maar geen al te zwaar beroep wordt gedaan op de mentorouders. Inmiddels zijn wij te vinden in de Thomas van Aquinostraat 1.034. Loop vooral een keer binnen als je vragen of ideeën hebt of neem contact met ons op via usr@ru.nl. Om op de hoogte te blijven van onze activiteiten kun je natuurlijk ook onze Facebookpagina liken!

(Advertentie)


Ans deze maand P. 13

CONCEPT ROMEIJN

Aafke Romeijn maakt al jaren muziek, maar waagt zich nu ook aan een roman. Haar debuut, Concept M, is een sciencefictionboek over Nederland in het jaar 2020. ‘Het leek me vet om met mijn eerste boek iets afwijkends te doen.’


Concept Romeijn Tekst: Aaricia Kayzer/ Foto’s: Frederica van Mastrigt P. 14

Aafke Romeijn is al jaren actief als singer-songwriter en heeft vier albums en twee EP’s op haar naam staan. Binnenkort kan ze daar een boek aan toevoegen: begin april verschijnt haar eerste roman, Concept M, bij uitgeverij De Arbeiderspers. Met dit debuut zet ze voorzichtig haar eerste stappen in de literaire wereld. Concept M is een sciencefictionboek en speelt zich af in Nederland in het jaar 2020. In deze fictieve versie van ons land is sinds de Tweede Wereldoorlog alles in de maatschappij en politiek anders gelopen. In die samenleving breekt de erfelijke ziekte “kleurloosheid” uit, waarmee alleen met extreem dure medicijnen te leven is. Daarnaast ontspint zich een politiek schandaal rondom de minister-president, die blijkt te hebben gesjoemeld met geld. Romeijn is trots op haar debuut, maar het blijft afwachten wat critici van haar Concept M gaan vinden. ‘Als je in de muziekwereld een nummer uitbrengt en het binnen een week geen hit is, ga je aan de slag met het volgende project. In de literaire wereld duurt alles veel langer.’

‘Ik zie het als mijn verantwoordelijkheid om te proberen iets te veranderen.’ Hoe balanceert je roman tussen sciencefiction en betrokkenheid bij de realiteit? ‘Ik vind het leuk om over politiek te praten, maar als je zoiets in een roman giet, krijg je al snel een pamflet. Zo van: “Stem allemaal links!”. Iedereen die mij volgt op sociale media weet toch al dat ik vind dat iedereen links moet stemmen, daar hoef ik geen boek voor te schrijven. Het leek me veel interessanter om een niet-bestaand politiek systeem te verzinnen, zodat ik geen kant hoef te kiezen. Als iemand slecht is in mijn roman, dan is er geen direct verband met iemand die echt bestaat. Sterker nog, in mijn roman is nog maar een politieke partij over en die heeft helemaal geen mening.’ Is een roman over politiek niet altijd een beetje activistisch? ‘In zekere zin wel. Wanneer je over een maatschappij schrijft, zijn alle keuzes die je daarin maakt politiek gemotiveerd. Politiek draait niet alleen om de partij waar je op stemt, maar ook om hoe je in de wereld staat. Schrijven over bijvoorbeeld sociale ongelijkheid impliceert dat je daar een mening over hebt. Daarnaast heb je als schrijver ook een zekere verantwoordelijkheid. Je neemt namelijk veel ruimte in het publieke domein in, omdat je aan mensen vraagt of ze de tijd willen nemen om jouw boek te lezen en daar een mening over te vor-

men. Daarom zie ik het als mijn verantwoordelijkheid om te proberen iets te veranderen. In mijn geval is dat een verandering op politiek niveau.’ Elk jaar verschijnen er duizenden boeken. Hoe onderscheidt jouw boek zich? ‘Als ik vertel dat ik een sciencefictionboek heb geschreven, zeggen veel mensen: “Vet, dat is er nog niet”. Nederland is een heel klein taalgebied en in onze literaire canon zit weinig sciencefiction. Blokken van Bordewijk is een voorbeeld, maar veel andere boeken zijn eerder surrealistisch of fantastisch. Voordat ik aan deze roman begon, schreef ik een boek dat over mijn persoonlijke beslommeringen ging. Het is een bekend cliché dat het debuut van elke schrijver over zichzelf gaat. Ik vind het belangrijk om een boek te schrijven dat niet alleen gaat over mijn eigen bezigheden en over hoe ik tegen de wereld aankijk. Toen ik het idee voor Concept M kreeg, ben ik gestopt met mijn vorige roman. Dat deed pijn, maar het leek me veel vetter om met mijn eerste boek iets afwijkends te doen.’ Sciencefiction wordt in Nederland niet snel als literatuur gezien. Hecht je waarde aan de mening van critici ten opzichte van ‘gewone’ lezers? ‘Dat vind ik moeilijk om te zeggen. In de muziekwereld overlappen die twee kanten. Er zijn weinig plekken waar kwaliteitskritiek wordt geleverd. Laatst is bijvoorbeeld het nieuwe album van Ronnie Flex uitgekomen, NORI. Die werd in het Algemeen Dagblad compleet afgefakkeld, maar in de recensie kwam duidelijk naar voren dat de recensent nog nooit naar het genre trap had geluisterd en alleen maar dacht: “Een of andere gast praat een half uur over chicks en stacks, waar heeft hij het over?”. Daarentegen plaatste 3voor12 een recensie van drie pagina’s waarbij alle referenties in de nummers werden begrepen, waardoor het album veel beter in een context werd geplaatst. In de muziekwereld wil een krantenrecensie niet zeggen dat er gegronde kritiek wordt geleverd. In de literaire wereld weet ik nog niet zo goed of dat ook zo is, want daar heb ik minder ervaring mee.’

‘In de muziekwereld is iedereen lichter ontvlambaar.’ Zijn er nog meer verschillen tussen de literaire wereld en de muziekwereld? ‘De literaire wereld is sterk verweven met de academische wereld. Wat hoogleraren van je boek zeggen, is ook heel belangrijk. Dat is bij muziek totaal niet zo. Ook


Romeijn Leef, woon, werk,Concept feest... met ANS 15 P.P.15

gaan dingen in de literaire wereld een stuk trager en is iedereen minder hyperactief dan in de muziekwereld. Muzikanten willen zo snel mogelijk een hit scoren. Als je nummer binnen een week geen hit is, ga je door met het volgende project. In de literaire wereld zijn dat soort periodes langer, omdat je drie jaar met een boek bezig bent voordat het af is en mensen het kunnen lezen. Daarna kan het zo een half jaar duren voordat je weet of een boek gelukt is. Daardoor is iedereen een stuk relaxter. In de muziekwereld is iedereen lichter ontvlambaar. Mensen zijn sneller op hun teentjes getrapt of boos op elkaar. Soms denk je echt: stuur de kleuterjuf erop af.’

toe kunnen relativeren. ‘Daarnaast heb ik me twee jaar geleden uitgesproken over hoe weinig vrouwelijke artiesten op grote festivals staan. Ik dacht dat ik iets heel logisch zei, maar ik kreeg hordes programmeurs over me heen die vonden dat ik niet zo in de slachtofferrol moest kruipen. Ze zeiden dat vrouwen betere muziek moeten maken als ze geboekt willen worden, of dat vrouwen kutmuziek maken, dat soort onzin. Toen dacht ik, serieus, what the fuck? Het is lastig om te voorspellen wat de woede van mensen opwekt, maar ik weet inmiddels steeds beter wat de hete hangijzers zijn.’

Heb je hier voorbeelden van? ‘Giel Beelen zegt nog steeds dat hij mij nooit zal uitnodigen in zijn programma. Een paar jaar geleden schreef ik op Twitter dat De Beste Singer Songwriter doorgestoken kaart is, maar hij wilde niet dat ik dat in de openbaarheid bracht. Hij heeft een heel groot ego. Weinig mensen gaan tegen hem in, dus hij heeft een soort onaantastbare status. Zulke figuren lopen in de muziekwereld wel meer rond. Zodra iemand macht heeft, zoals een redacteur bij De Wereld Draait Door, krijgt diegene weinig weerstand. Iedereen heeft zo’n persoon namelijk nodig. Dat is niet gek, maar wel ongezond. Het is goed als mensen af en

Houd je je bij die hete hangijzers in? Het is toch goed om kritiek te geven? ‘Dat is ook zo, dus ik spreek dingen meestal wel uit. Veel mensen weten dat ik vaak iets zeg over seksisme en emancipatie. Ik had daarom niet verwacht dat mijn opmerking over vrouwelijke artiesten op festivals zoveel oproer zou veroorzaken. De discussie moest echt helemaal bij de basis beginnen. Ik had wellicht naïef gedacht dat de muziekwereld al verder zou zijn dan dat. Toch zal ik dingen altijd blijven zeggen. Als het om duidelijk onrecht gaat, probeer ik altijd mijn bek open te trekken.’ ANS


Foto’s: Rein Wieringa www.ans-online.nl. Tekst: De redactie / colofon P. 16

NACHTELIJKE BALLENBAK Behalve enkele malloten met camera’s komt niemand voor zijn plezier om acht uur ’s avonds in het Grotiusgebouw. Terwijl keurig geklede rechtenstudenten zich blind staren op wetteksten, kruipen de leden van studentenfotografievereniging SFV de Cycloop door het gebouw om ieder hoekje vast te leggen. De portier komt even vragen wat ze van plan zijn en gaat dan weer de klok in de gaten houden. De tijd gaat langzaam in het Grotiusgebouw.


Ans deze maand P. 17


De keerzijde van de medaille Tekst: Julia Mars/ Illustratie: Paula Koenders P. 18

DE KEERZIJDE VAN DE MEDAILLE In de academische wereld zijn er veel wetenschappers te vinden met onzuivere maatschappelijke denkbeelden, zoals Nobelprijswinnaar Fritz Haber, die pleitte voor de invoering van gifgas als wapen tijdens de Eerste Wereldoorlog. Hoe wordt er in de wetenschap omgegaan met wetenschappers en hun immorele politieke opvattingen? Omringd door een zee van grijze tegels schittert het grauwe, communistisch uitziende Linnaeusgebouw van de Radboud Universiteit (RU) in de zon. Carl Linnaeus, naar wie het gebouw is vernoemd, staat bij de meeste studenten enkel bekend als botanist. Minder bekend zijn zijn racistische denkbeelden. Hoewel er op de universiteit nog geen aandacht wordt besteed aan dit specifieke voorbeeld, wordt het publieke debat gedomineerd door discussies over de verering van historische figuren en hun foute denkbeelden. Begin januari veranderde de Amsterdamse J. P. Coenschool van naam, omdat ouders en leraren van de basisschool zich niet langer wilden associëren met de omstreden gouverneur-generaal van Nederlands-Indië uit de Gouden Eeuw. Hoewel Jan Pieterszoon Coen veel heeft betekend voor de Nederlandse Republiek, vermoordde hij een groot deel van de inheemse bevolking van de kolonie. Ook in de academische wereld zijn er personen wiens werk veel heeft bijgedragen aan de ontwikkeling van hun vakgebied, maar van wie de persoonlijke opvattingen over politiek en maatschappij tegenwoordig omstreden zijn. Hoe gaat de academische wereld hiermee om? Foute filosofen De bekende botanist Linnaeus deelde in zijn klassensysteem Systema Naturae de mens op in vier rassen. Daarbij zette hij de “Europese mens” bovenaan de ranglijst en de “Afrikaanse mens” helemaal onderaan. Ook Immanuel Kant, een van de meest invloedrijke denkers uit de moderne filosofie, deelde in zijn werk Über die verschiedenen Rassen der Menschen de mens op in verschillende klassen. In vrijwel elke universitaire studie komen de ethieklessen van de filosoof aan bod, maar zijn racistische tekst wordt meestal verzwegen. Beide werken komen uit de achttiende eeuw, een tijd waarin WestEuropa koloniën bezat en slavernij de normaalste zaak van de wereld was. Tegenwoordig zouden zulke racistische studies natuurlijk niet meer worden geaccepteerd. Toch zouden er maar weinig gerespecteerde historische wetenschappers overblijven wanneer de huidige normen en waarden als maatstaf worden gebruikt om hun

politieke en maatschappelijke overtuigingen te beoordelen. Bovendien hebben wetenschappers zoals Kant en Linnaeus veel betekend voor de wetenschap zoals wij die nu kennen. Toch is het volgens Jean-Pierre Wils, hoogleraar Praktische filosofie aan de Radboud Universiteit (RU), belangrijk dat ook de minder glorieuze daden van historische wetenschappers worden benoemd. ‘Door deze te verzwijgen, creëer je een vertekend beeld van de wetenschapper’, aldus Wils. ‘Daarbij worden we door de fouten van een historische wetenschapper, herinnerd aan het feit dat wetenschappers vandaag de dag ook fouten kunnen maken.’

‘De naamgeving van een instituut is ook een aanzet tot historische reflectie.’ Zelf oordelen Naast wetenschappers uit het kolonioale verleden zijn er ook voorbeelden van meer recente wetenschappers die er onzuivere denkbeelden op nahielden. De Duitse chemicus Fritz Haber won in 1919 de Nobelprijs voor het ontdekken van een proces dat essentieel is in de vorming van kunstmest. De keerzijde van deze medaille was dat Haber ook degene was die pleitte voor de introductie van gifgas als wapen tijdens de Eerste Wereldoorlog. Gerard Meijer, oud-collegevoorzitter van de RU, is nu directeur van het Fritz Haber-instituut in Berlijn. Toen hij werd geconfronteerd met een groep activisten die vanwege de omstreden geschiedenis van Haber pleitte voor naamsverandering van het instituut, koos Meijer ervoor om in plaats daarvan een bord met achtergrondinformatie over de wetenschapper op te hangen bij de ingang van het gebouw. ‘De naamgeving van een instituut is niet alleen een eerbetoon aan een wetenschapper, maar zet ook aan tot historische reflectie’, vindt Meijer. Door achtergrondinformatie te verstrekken,


Leef, woon, werk, feest... met ANS P. 19

kunnen mensen zelf oordelen wat ze belangrijker vinden: de positieve bijdrage van Haber als wetenschapper, of zijn invloed op het gebruik van gifgas als wapen. ‘Ik vind dat er vaak te snel conclusies worden getrokken over wie goed of slecht is, zonder dat men zich verdiept in de historische context.’ Dit gebeurde bijvoorbeeld bij het Debye instituut in Utrecht, dat in 2006 halsoverkop van naam veranderde naar aanleiding van een kritisch artikel in Vrij Nederland. Hierin werd beweerd dat Nobelprijswinnaar Peter Debye tijdens de Tweede Wereldoorlog brieven zou hebben ondertekend met “Heil Hitler”. Pas na de naamsverandering werd gekeken naar de historische context van de kwestie. ‘Om de beslissingen van mensen in die tijd te begrijpen, moet er rekening worden gehouden met de complexiteit van de tijd waarin ze werden gemaakt’, stelt Meijer. ‘Men heeft al snel de neiging om zaken vanuit het huidige perspectief te beoordelen.’ Interactief verleden Lotte Jensen, hoogleraar Nederlandse literatuur- en cultuurgeschiedenis aan de RU, vindt het wel belangrijk om de persoonlijke politieke overtuigingen van historische denkers vanuit huidig perspectief te beoordelen. In haar colleges behandelt ze de Nederlandse dichter en toneelschrijver Joost van den Vondel, in wiens gedichten veel verwijzingen staan naar de Nederlandse Gouden Eeuw. In deze gedichten staat het imperialistisch we-

reldbeeld centraal. ‘Ik laat mijn studenten altijd het gedicht Inwydinge van ‘t Stadthuis t’Amsterdam analyseren. Daarin wordt Amsterdam verheerlijkt als centrum van de wereld en wordt de Republiek neergezet als grootmacht’, legt ze uit. ‘Vervolgens laat ik door middel van voorbeelden van hedendaagse kritiek op de Gouden Eeuw, zoals de discussie over Coen, de studenten nadenken over hoe de historische context de boodschap van het werk beïnvloedt.’ Door kritisch te kijken naar de moralen van historische wetenschappers en denkers, kunnen studenten reflecteren over hoe het verleden doorwerkt in het heden. ‘Bovendien merk ik dat mijn studenten het altijd erg interessant vinden om te discussiëren over de manier waarop het heden en het verleden met elkaar in verband staan en hoe je daar als wetenschapper mee om moet gaan.’ Toch heeft het volgens Jensen niet altijd nut om een dergelijke kanttekening te maken. ‘Bij sommige colleges zorgen kritische stemmen voor een beter evenwicht in de boodschap, maar dat is in zeker niet alle gevallen zo. Hoewel het goed is dat er de laatste tijd meer bewustwording is voor diversiteit, is het niet in elk college relevant om te vermelden dat bijvoorbeeld Kant ook racistische denkbeelden had.’ Hypermoralisme Ook volgens filosoof Wils is het goed dat er aandacht wordt besteed aan de moralen van de wetenschapper, maar moet de gevoeligheid niet uit de hand lopen en


De keerzijde van de medaille/ Column Maurits Vercammen P. 20

doorslaan in “hypermoralisme”. ‘In de maatschappij is een algemene ontwikkeling te zien waarbij mensen snel een slachtofferrol aannemen. Iedereen voelt zich in de loop van zijn leven wel eens slachtoffer.’ Omdat Kant volgens Wils slechts het denkbeeld van zijn tijd uitdraagt, vindt hij dit voorbeeld redelijk onschuldig. ‘In dit soort gevallen zou ik terughoudend zijn met bijvoorbeeld een naamsverandering van een gebouw.’ Volgens Wils moet er duidelijk onderscheid worden gemaakt tussen persoonlijke overtuigingen van de wetenschapper en een algemeen gedeeld denkbeeld van een bepaalde tijd. ‘Het ligt anders wanneer iemands persoonlijke overtuigingen maatschappelijke gevolgen hebben gehad, zoals bij Haber het geval is. Persoonlijk zou ik het begrijpen als het instituut wel van naam zou veranderen, omdat zijn politieke beslissing veel mensenlevens heeft gekost.’ Bewustwording op de RU Op de RU is er volgens woordvoerder Martijn Gerritsen geen officieel beleid over de omgang met wetenschappers en hun persoonlijke politieke en maatschappelijke opvattingen. Hoogleraar Jensen kiest er dan ook zelf voor om de hedendaagse kritiek op Vondel in haar college te verwerken. ‘Ik vind niet dat de universiteit dat voor de docent zou moeten beslissen’, legt ze uit. ‘Het is de verantwoordelijkheid van docenten om te bepalen of ze de ontdekkingen en teksten van wetenschappers en denkers wel of niet in historische context plaatsen.’ De naamgeving van gebouwen ziet ze wel als de taak van de universiteit. ‘Bij de benoeming van het Elinor Ostromgebouw is er bewust voor gekozen voor vernoeming naar een vrouw.’ De benoeming van het Elinor Ostromgebouw laat zien dat het bestuur van de universiteit wel een begin maakt in de bewustwording van de naamgeving van de gebouwen. Toch wordt er niet nagedacht over de namen van de bestaande gebouwen. Volgens Gerritsen zijn er tot nu toe nog geen klachten over de naamgeving van het Linnaeusgebouw. Gek is dat natuurlijk niet, want er wordt op dit moment nog niets gedaan om studenten in te lichten over de achtergrond van de bewuste botanist. ANS

DE PIPET De Pipet is het satirische nieuwsmedium voor (studerend) Nijmegen, dat als doel heeft lezers op een luchtige en humoristische manier te informeren over campusnieuws en het Nijmeegse studentenleven. De Pipet: geen speld tussen te krijgen! Radboud deelt wiet uit voor verbeteren studentenwelzijn Om het studentenwelzijn te verbeteren heeft de Radboud Universiteit besloten eigen synthetische medicinale marihuana te ontwikkelen. De zogenaamde MaRUhuana bestaat uit Ruthenium-gebonden THC, de werkzame stof in marihuana. Door de Rutheniumbinding wordt de THC geleidelijker afgegeven in je lichaam, wat leidt tot een urenlange academische high. De nieuwe synthetische drug lijkt echter in niets op wiet. ‘Het is gewoon wit poeder. Iemand die dit zakje ziet, zou zeggen dat het onschuldige poedersuiker is’, aldus een enthousiaste student. Nadat uit een enquête onder studenten bleek dat studenten vooral gelukkig worden van drugsgebruik, heeft de RU besloten voor de verandering eens naar haar studenten te luisteren. Als reactie op het nieuws uitten diverse internationale studenten hun onvrede over het feit dat zij worden buitengesloten van deze regeling. ‘We willen ze zoveel mogelijk betrekken bij het studentenleven, maar nu even niet’, laat een woordvoerder van de universiteit weten. ‘Voordat we Duitsers uit de Waal moeten vissen.’ Op vertoon van een studentenkaart kunnen studenten vanaf 1 mei een zakje Radboudwiet ophalen in het Erasmusgebouw. Diverse Rechten- en communicatiestudenten reageren enthousiast op het nieuws, en hopen met de nieuwe drug hun studie nog enigszins draaglijk te maken. Tevens is de nieuwe synthetische drug handig gebleken om het nieuwe Radboudlied nog enigszins goed te laten klinken. Om overmatig gebruik van de drug te voorkomen heeft rector magnificus Han van Krieken een goed advies: ‘MaRUhuana is natuurlijk onweerstaanbaar, maar probeer voor de afwisseling ook eens een lijntje coke.’


Tekst: Bram Jodies/ Foto’s: Bram Jodies en Vincent Veerbeek/ Illustraties: Joost Dekkers De Graadmeter P. 21 Ans deze maand P. 21

DE GRAADMETER In De Graadmeter zijn de mogelijkheden niet te overzien. Waar kun je het beste wildkamperen, wat is het hipste kapsel en hoe scoor je het snelst een bedpartner? In De Graadmeter onderzoekt ANS de opties. Deze keer: Koffiepauze op de campus

Wat: Koffie en gekakel Waar: Spinozagebouw Sfeer: Sociaal kabaal Bij binnenkomst in het Douwe Egberts café merk je al snel dat de Faculteit der Sociale Wetenschappen zich hier huisvest. Overal zitten groepen studenten en je kunt je eigen gedachten bijna niet horen boven het geroezemoes. Als je met behulp van flink wat ellebogenwerk eindelijk door de massa heen bent gekomen om naar het koffieaanbod te kijken, blijkt dat de zoetekauw hier de koning te rijk is. De gemiddelde student neemt geen genoegen meer met een normaal bakje zwart. In een vrolijke bui besluit je om jezelf te trakteren. Je kiest een koffie met een interessant klinkende Engelse naam en neemt sceptisch een eerste slok, maar de mierzoete substantie blijkt verrassend lekker. Helaas komt na de opkikker al snel de overmijdelijke suikerdip, waardoor je na de pauze net zo vermoeid bent als voorheen.

Wat: Stille troost Waar: Universiteitsbibliotheek Sfeer: Silencio Na uren in een krampachtige houding over je studieboeken te hebben gezeten, wordt het tijd voor een oppepper. Met een verse beker koffie van de Coffee Corner plof je neer op een van de banken. Hunkerend naar wat sociale interactie om de focus te verleggen, probeer je een gesprek aan te knopen met je buurman. Afgaand op de vermoeide blik die je toegeworpen krijgt, concludeer je dat praten hier niet op prijs wordt gesteld. Noodgedwongen verleg je de aandacht naar je smaakpapillen in plaats van je omgeving. Door de wrange smaak van de koffie vertrekt je gezicht in plooien die je eerder nog niet kende. Jammer genoeg kan je deze nieuwe beleving niet delen met je medestudenten. Stilletjes slurp je daarom eenzaam het zwarte goedje weg.

Benieuwd naar meer plekken voor een koffiepauze? Kijk op ANS-Online.nl.

Wat: Cafeïne met adrenaline Waar: Erasmusgebouw Sfeer: Dertien in een dozijn Volgens een oude legende staat op de dertiende etage van het Erasmusgebouw een automaat, waar je koffie kan halen zonder je portemonnee te openen. Koffie halen is hier voor studenten niet toegestaan, maar echte Nederlanders zijn bereid wetten te breken zodra het woord “gratis” valt. Niet alleen de cafeïne, maar ook het risico om gesnapt te worden zorgt voor hartkloppingen. De adrenaline geeft de koffie een bittere nasmaak, of ligt het toch aan de kwaliteit van de automaat? Je hart gaat nog sneller kloppen als je oog op een beeldje van een kritische Bijbellezende engel valt. Plots proef je als een goddelijke openbaring de aroma’s van de koffie. Zo hoog in de lucht waan je je zelfs even in hemelse sferen. ANS


IN DE BLUBBER VAN BEMMEL


Tekst: Edwin Jonkman/ Foto’s: Aaricia Kayzer, Rijkswaterstaat In de blubber van Bemmel P. 23

Begin dit jaar deed een groep archeologen een bijzondere vondst in de buurt van Bemmel. Tussen de klei vonden zij een enorm Romeins grafveld met askisten en allerlei indrukwekkende grafgiften als aardenwerken kruikjes en ijzeren olielampen. ‘Zo’n vondst behoort niet tot de dagelijkse praktijk.’ Voor Pepijn van de Geer, werkzaam bij het Leidse archeologisch onderzoeksbureau Archol, zijn de recente opgravingen van een Romeins grafveld bij Bemmel een geliefd gespreksonderwerp. Terwijl zijn collega’s en hij in opdracht van Rijkswaterstaat een nieuw tracé van de A15 verkenden, troffen ze iets aan. ‘Zomaar op stenen bodem stuiten is altijd verdacht want het komt in Nederland niet van nature voor. Een collega belde mij: “Je moet even komen kijken hier, ik weet niet wat dit is”.’ Eenmaal ter plekke werden de contouren van een Romeinse askist zichtbaar. Maanden van graaf- en speurwerk later bleek het om een enorm grafveld uit de tweede tot derde eeuw na Christus te gaan. In totaal vonden de archeologen zes tufstenen askisten, met daarin crematie-as en talloze grafgiften, zoals een aardewerken wijnamfoor en een bronzen oorlepeltje. Al met al is het een bijzondere ontdekking. ‘Askisten zijn heel zeldzaam en worden bijna nooit gevonden, zeker niet met zo veel bij elkaar.’ Daarbij komt dat tot op heden niets bekend was over Romeinse nederzettingen of villaterreinen in de buurt van Bemmel. Dat juist hier een grafveld is gevonden, maakt de vondst dus extra opmerkelijk. Van de Geer vertelt over het proces en de betekenis van de opgravingen. Schatgravers op de loer Met een team van ongeveer tien man heeft Van de Geer maandenlang in de grond bij Bemmel gespit. Eerst haalden graafmachines de bovenlaag van de akkers weg, waarna het precisiewerk kon beginnen. ‘Zodra je verkleuringen tegenkomt in de grond, ga je alles met de hand onderzoeken’, legt hij uit. ‘Dat begint met een schep. Als je bijzondere dingen aantreft, wordt het priegelwerk. Daarvoor gebruiken we troffels en tandartsgereedschap.’ Elk voorwerp wordt vervolgens gefotografeerd, geregistreerd en elektronisch ingetekend. Omdat het zulk arbeidsintensief werk was, werden de Leidse archeologen ondersteund door een club vrijwilligers uit de buurt. ‘We noemen ze amateurarcheologen, maar dat betekent niet dat ze onprofessioneel zijn’, grinnikt Van de Geer. ‘Het is leuk om die mensen ook de kans te bieden om zoiets bijzonders mee te maken. Daarnaast zijn ze natuurlijk een helpende hand. In totaal hebben de archeologen ruim achtduizend objecten gevonden, uiteenlopend van een scherf tot bronzen vaatwerk. Inmiddels is alles naar het onderzoeksbureau in Leiden versleept. Hoewel de euforie groot was bij het aantreffen van de Romeinse graven, mocht niemand het nieuws naar buiten brengen. ‘Het was bekend dat we vooronderzoek aan

het doen waren, maar we hebben stilgehouden dat we daadwerkelijk iets hebben gevonden’, zegt hij. Het risico bestaat namelijk dat schatgravers hun kans grijpen. ‘Waarschijnlijk doen ze dat ’s nachts met een schijnwerper.’ Door de geheimhouding was van zulke Indiana Jones-achtige taferelen op de Gelderse akkers gelukkig geen sprake. Erg diep hoefden de archeologen niet te graven. De askisten lagen slechts een halve meter onder het oppervlak. Daarom is Van de Geer verbaasd dat ze er überhaupt nog lagen. ‘In de afgelopen tweeduizend jaar is er veel in die grond geploegd, dus de bovenste laag is vaak omgewoeld. Als telkens tijdens het ploegen zo’n broksteen wordt geraakt, halen boeren het weg.’ Ook hadden de stenen kisten in de Middeleeuwen in de handen van fanatieke bouwvakkers kunnen vallen. ‘Steen werd toen vaak hergebruikt om een huis of kerk te bouwen.’

Tussen de botresten vond het team het bijna intacte skelet van een baby. Van buiten naar binnen Nu de opgravingen achter de rug zijn, is het tijd voor de interpretatie van de gevonden voorwerpen. Als archeoloog is Van de Geer vooral bezig met sporenonderzoek in de grond. Voor de historische context moet hij zich eerst inlezen. ‘Ik ben niet gespecialiseerd in een bepaalde periode. Als ik dingen ga schrijven over de prehistorie of de Romeinse tijd is het wel handig om bepaalde kennis te hebben, die haal ik dan uit literatuur en rapporten.’ In dit project heeft hij een coördinerende rol. ‘Veel vondsten liggen nu bij de verschillende materiaalspecialisten, die leveren rapporten aan mij af. Ik breng die bij elkaar en maak er een algemene interpretatie van.’ Het denkwerk gebeurt op het kantoor in Leiden, een groot contrast met het graven in de frisse buitenlucht. Een evenwichtige balans tussen veld- en binnenwerk heeft Van de Geer het liefst. ‘Ik doe dit werk nu tien jaar. In het begin vond ik het prima om alleen buiten bezig te zijn. Nu ben ik blij als ik af en toe thuis ben en voor de kachel zit’, lacht hij. Het eindrapport is nog niet af, maar Van de Geer weet al veel over de betekenis van het grafveld en de askisten. De stenen omhulsels van pakweg een halve


In de blubber van Bemmel P. 24

Links: een glazen parfumflesje met poederachtig residu. Rechts: een stenen askist die werd gebruikt om het as van overledenen in te begraven.

meter bij een meter dienden voor de Romeinen als laatste rustplaats op aarde. ‘De meeste mensen werden gecremeerd, dat was normaal in die tijd. Met de verbrandingsovens van nu blijft bij een crematie alleen maar as over, maar de Romeinen legden overledenen op brandstapels. Dan bleven er herkenbare stukken bot over. Die werden verzameld, gewassen en gingen in een doek de graven in.’ Tussen de botresten vond het team ook het bijna intacte skelet van een baby. ‘Aan de botjes konden we zien dat het tijdens of net na de geboorte is overleden.’ Dat de vroeg gestorven zuigeling niet is gecremeerd maar begraven, is volgens hem logisch. ‘Kinderen werden in de Romeinse tijd niet als volwaardig mens gezien. Waarschijnlijk omdat veel kinderen vroeg kwamen te overlijden. Het kwam regelmatig voor dat ze pas een naam kregen als ze een bepaalde leeftijd hadden bereikt.’ De grenzen opzoeken De locatie van het ontdekte grafveld biedt nieuwe inzichten over het leven van de Romeinen. Het Romeinse Rijk eindigde ter hoogte van de Nederlandse rivieren. ‘De Limes, oftewel de rijksgrens, lag bij de Rijn, dus het gebied waarin de graven zijn gevonden ligt tussen de grens en Nijmegen. Op zich weten we dat in Nijmegen en zelfs ten noorden daarvan veel activiteit was, maar dat er zo’n rijk grafveld ligt, is wel onverwacht.’ Van nederzettingen is geen sprake, dus er moet een andere verklaring voor zijn. ‘Wat meer voor de hand ligt, is dat er een nog onbekende Romeinse villa heeft gelegen

met hooggeplaatste of vermogende bewoners. Misschien waren dit wel geen Romeinen, maar Bataven die heel geromaniseerd waren.’ Hun hoge status zou ook de dure grafgiften verklaren, die ongebruikt de graven in zijn gegaan. ‘We hebben ook een varkensschedel en dierlijk bot gevonden, dus waarschijnlijk lag er eten op de schalen en borden. Dan hadden mensen een beetje comfort tijdens hun reis naar het hiernamaals.’ Ergens bij Bemmel liggen dus waarschijnlijk de resten van de villa, een interessante aanleiding om verder te zoeken. Helaas zit dat er niet in voor Van de Geer. ‘Ik werk voor een commercieel archeologiebedrijf, dat opdrachten van anderen aanneemt. Een universiteit kan vanuit een onderzoek waarmee ze bezig is gaan opgraven. Wij hebben het niet voor het kiezen wat en waar we opgraven.’ Als hij straks het eindverslag aan Rijkswaterstaat heeft afgeleverd, gaan de objecten terug naar de provincie Gelderland. In het weekend van 28 en 29 april zal een klein deel van de vondsten te zien zijn in het gemeentehuis van Bemmel. Zulke tentoonstellingen bieden voor mensen die niet al te veel van Romeinse grafvelden weten een kijkje in het leven van toen. ‘Al die losse objecten zeggen niet zo veel. Het gaat over de context waarin je de stukken vindt, hoe je het vindt en waar.’ Komend jaar worden de askisten en grafgiften waarschijnlijk geëxposeerd in het Valkhof Museum in Nijmegen, vertelt Van de Geer met gepaste trots. ‘Voor mij is het de eerste keer dat iets wat ik heb opgegraven wordt tentoongesteld.’ ANS


Ans deze maand P. 25


Het Issue Tekst: Aaricia Kayzer en Max Wolf/ Illustratie: Anne Rombouts P. 26

HET ISSUE

In deze rubriek staat iedere editie een ander issue centraal dat de gemoederen flink bezighoudt. Deze editie: de abortuspil bij de huisarts.

Elk jaar kiezen ongeveer dertigduizend vrouwen in Nederland voor een abortus. Abortussen mogen worden uitgevoerd sinds 1984, toen de Wet afbreking zwangerschap werd ingevoerd. Inmiddels kunnen vrouwen terecht in een van de elf abortusklinieken in Nederland. Tot negen weken na de laatste menstruatie kan een zwangerschap ook worden afgebroken met behulp van een abortuspil. Rond de negende week is een embryo ongeveer anderhalve centimeter groot, dat is vergelijkbaar met het formaat van een framboos. De abortuspil bestaat eigenlijk uit twee pillen: de eerste zorgt ervoor dat de werking van het zwangerschapshormoon stopt, de tweede zorgt voor samentrekkingen van de baarmoeder, waardoor het embryo wordt afgestoten. Dit gaat gepaard met flinke krampen en bloedingen. Deze pillen zijn momenteel beschikbaar bij abortusklinieken. In de afgelopen jaren is gepleit voor de verkrijgbaarheid van deze pillen bij de huisarts. ANS buigt zich daarom over de voor- en tegenargumenten voor de beschikbaarheid van de abortuspil. Rebecca Gomperts, directeur feministische organisatie Women on Waves ‘Ik ben het er volledig mee eens dat de abortuspil verkrijgbaar moet zijn bij de huisarts. Zij kunnen deze behandeling makkelijk uitvoeren, omdat zij vrouwen ook al begeleiden bij een miskraam. In essentie is een abortus een kunstmatig opgewekte miskraam, dus hier kan de huisarts zonder extra scholing bij helpen. Wel vind ik het jammer dat het huidige wetsvoorstel ruimte open laat voor artsen die een behandeling op morele grond willen weigeren. Gelukkig is een arts in zo’n situatie verplicht om een patiënt door te verwijzen naar een collega. ‘Het is niet zo dat de toegankelijkheid tot deze zorg ertoe leidt dat vrouwen sneller voor een abortus kiezen. Vrouwen beslissen of ze een abortus willen en zoeken dan bijpassende hulp, niet andersom. De drempel zou wegens de makkelijke verkrijgbaarheid volgens sommigen lager worden, maar dat vind ik onzin. Het haalt juist veel onoverkomelijke barrières weg, zoals moeilijk overbrugbare afstanden of een veelvoud aan doorverwijzingen. Momenteel zijn er namelijk maar weinig abortusklinieken in Nederland. Een vrouw uit Zeeland moet daardoor helemaal naar Rotterdam voor een abortus. De situatie wordt nog lastiger wanneer zij bijvoorbeeld een gewelddadige partner heeft die er niet vanaf mag weten. Een pil bij de huisarts vergemakkelijkt het proces voor vrouwen in zulke penibele omstandigheden. Door het beschikbaar stellen van een abortuspil bij de huisarts wordt de zorg toegankelijker en makkelijker bereikbaar.’

Nina Willemse, abortusarts en lid van het Nederlands Genootschap van Abortusartsen (NVGA) ‘Op het eerste gezicht lijkt het me een goed idee om de abortuspil beschikbaar te maken bij de huisarts. Veel vrouwen vinden het heftig om naar een abortuskliniek te gaan. De huisarts kan toegankelijker zijn. Toch zijn er ook vrouwen die absoluut niet naar de huisarts willen, bijvoorbeeld omdat ze een slechte band met hem hebben. Ook kan het zijn dat ze juist een goede band met de huisarts hebben, maar zoiets persoonlijks als een ongewenste zwangerschap niet willen delen. Dan gaan ze liever naar een abortuskliniek. Zodra vrouwen behandeld zijn bij een kliniek, willen ze het hele proces vaak zo snel mogelijk achter zich laten. Dan komen ze niet terug voor een vervolggesprek over bijvoorbeeld anticonceptie. Een huisarts kan hier een verschil in maken, omdat hij patiënten vaker ziet en op een later moment terug kan komen op de ingreep. ‘Ik merk wel dat niet alle huisartsen genoeg weten over abortussen. Huisartsen die zo’n pil gaan verstrekken, moeten daarom bijscholing krijgen. Als beroepsgroep hebben we een opleidingsplan opgesteld waarin staat dat abortusartsen van alle gebruikte medicatie moeten weten wat het doet. Ik vind dat dit ook voor huisartsen moet gelden. Dat de arts kennis van zaken moet hebben, geldt natuurlijk voor alle medische ingrepen. ‘Een nadeel van het voorstel is dat huisartsen het verstrekken van de abortuspil kunnen weigeren op basis van morele bezwaren of geloofsovertuigingen. Dat vind ik heel kwalijk, omdat je een vrouw nooit kunt dwingen om een kind op de wereld te zetten.’


Het Issue P. 27

Kim ten Berghe, journalist voor verschillende christelijke weekbladen zoals Het Zoeklicht ‘Ik ben geen voorstander van abortus, dus ook niet van de abortuspil bij de huisarts. Met betrekking tot de ouders maak ik me over twee dingen zorgen. Bij een beslissing die zo belangrijk is als het beëindigen van een menselijk leven, is een drempel wenselijk. Ik ben bang dat de beschikbaarheid van de pil bij de huisarts de drempel verlaagt, waardoor mensen impulsbeslissingen nemen waar ze later spijt van krijgen. Daarnaast vrees ik dat de toenemende toegankelijkheid van de abortuspil ervoor zorgt dat mensen de behandeling onderschatten. De abortuspil is een kunstmatige miskraam en de bloedingen en krampen die daarmee gepaard gaan, zijn heel heftig. Dit kan een aantal uren of zelfs langer dan een dag duren. Door gebrek aan ervaring krijgen vrouwen bij de huisarts misschien niet de juiste medische en emotionele steun. Daarnaast is het besef dat een menselijk leven wordt beëindigd in een abortuskliniek gevoelsmatig groter. ‘Het doel van de huisarts is om mensen te genezen, om levens te beschermen en te bevorderen. Ik kan me voorstellen dat er ook huisartsen zijn met morele bezwaren, net zoals sommige huisartsen die niet mee willen werken aan euthanasie. Toch kan ik in sommige gevallen begrijpen dat een huisarts voordelen biedt, bijvoorbeeld in situaties waarin een vrouw onder nare omstandigheden in verwachting is geraakt. Ook kan het zijn dat niemand van de zwangerschap mag weten, bijvoorbeeld als het gevaar van eerwraak dreigt. Dat zijn echter zeer specifieke voorbeelden.’

De abortuspil in de wetgeving In 2016 deed toenmalig minister Schippers van Volksgezondheid een voorstel om de abortuspil beschikbaar te maken bij de huisarts. Schippers stelt dat vrouwen hierbij gebaat zijn, omdat de huisarts vaak persoonlijk betrokken is bij de patiënt. Christelijke partijen zoals de ChristenUnie en het CDA zijn tegen het verstrekken van de abortuspil bij de huisarts, omdat ze bang zijn dat vrouwen daardoor sneller voor een abortus kiezen. Kabinet-Rutte III trok het wetsvoorstel van Schippers in, maar in februari 2018 kwamen GroenLinks en PvdA met een nieuwe initiatiefwet die het voor vrouwen mogelijk moet maken de abortuspil bij de huisarts te verkrijgen. Carin Littooij, secretaris van de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV), geeft aan dat de LHV achter het plan van GroenLinks en PvdA staat. ‘Huisartsen zijn in staat de abortuspil veilig en effectief te verstrekken.’ Wel vindt de LHV dat de abortuspil niet onder het standaard basisaanbod van huisartsen moet vallen. Huisartsen mogen dus zelf beslissen of ze de pil daadwerkelijk gaan verstrekken. Dit kunnen ze op grond van ethische of praktische bezwaren weigeren. ANS


Kamervragen Tekst: Simone Bregonje en Vincent Veerbeek/ Foto’s: Rein Wieringa P. 28

KAMERVRAGEN IN KAMERVRAGEN GAAN TWEE STUDENTEN OP ONTDEKKINGSTOCHT IN ELKAARS KAMER EN SPECULEREN ZE OVER DE PERSOONLIJKHEID, ACTIVITEITEN EN VREEMDE TREKJES VAN DE BEWONER. KUNNEN ZE UITVINDEN WAT VOOR PERSOON ER ACHTER DE KAMER SCHUILGAAT? DEZE EDITIE: JESSE EN BRITT. Jesse op bezoek bij Britt Wanneer Jesse de kamer in de Van Welderenstraat binnenstapt, valt zijn mond nog net niet open. ‘Het is hier zo opgeruimd’, zegt hij verbaasd ‘Al ruikt het wel een beetje naar friet.’ Over het geslacht van de bewoner hoeft hij dan ook niet lang na te denken. ‘De kamer is zo opgeruimd dat de bewoner wel een vrouw moet zijn, op basis van het genderstereotype.’ Als een wervelwind trekt Jesse door de nette kamer van Britt heen, terwijl hij her en der kasten en lades opentrekt. ‘Mag ik eigenlijk dingen openmaken?’ vraagt hij met een verbandtrommel in zijn handen. ‘Oh, het is gewoon een verbanddoos, ik had iets bijzonders verwacht.’ Op een plank staat een collectie Nutella-potten van diverse afmetingen. Om ze van dichtbij te kunnen bekijken springt Jesse op Britts bed. ‘Zijn ze echt? Nee, dit is een speaker.’ Naast de potten staat een verzameling boeken, waaronder de Harry Potter-reeks. ‘Volgens mij leest ze graag. Hier staat ook een boek

Britt op bezoek bij Jesse Jesses huis bevindt zich aan de andere kant van Nijmegen in de middle of nowhere. Jesse heeft twee kamers. Bij binnenkomst in de eerste kamer valt Britt even stil. ‘Het is hier zo anders dan bij mij.’ De chaos in de kamer steekt schril af tegen Britts opgeruimde kamer. Meteen vallen de spelcomputers van de bewoner op. ‘Hij heeft meerdere consoles, dus hij houdt van gamen’, constateert Britt. In de andere kamer is het al net zo rommelig. Hier struikelt ze bijna over de boodschappentassen met kleding en boeken. De algehele anarchie zorgt ervoor dat Britt in het duister tast over de studie van de bewoner. Vanwege de tassen met boeken is haar eerste ingeving Nederlands, maar later begint ze toch te twijfelen. ‘Ik heb eigenlijk geen studieboeken gezien, misschien studeert hij wel helemaal niet of is hij al klaar met zijn studie.’ Op de grond, naast een van de boodschappentassen, vindt Britt een envelop met stempassen voor de afgelopen


Kamervragen Ans deze maand P. 29 P. 29

VRAGENUURTJE Tijd voor de confrontatie: hadden de studenten het bij het juiste eind of sloegen ze de plank compleet mis?

Jesse

Britt

over De Jeugd van Tegenwoordig en ik zag net ook al een concertkaartje voor De Jeugd. Ze heeft een goede muzieksmaak’, concludeert Jesse. Na het openen van een kast is meteen duidelijk wat de bewoner studeert. ‘Hier staan wettenbundels, ze studeert dus Rechten.’ Naast de kast staat een koelkast, die Jesse enthousiast opengooit. ‘Laten we een kijkje in de koelkast nemen, net als in MTV Cribs.’ De inhoud vindt hij verwarrend. Naast drie soorten kaas, eieren en een bosje citroengras liggen er sausjes van McDonald’s en drank. ‘Hier staat ook een blikje Mountain Dew, misschien is ze een twaalfjarige gamer.’ In een hoekje liggen wat sportspullen, waaronder een hockeystick, een tennisracket en een pet van The Blue Socks. ‘Dat is een honkbalteam toch? Volgens mij doet ze aan honkbal, want op het prikbord hangt ook een sticker van de Radboud Rangers.’ Jesse denkt dat de bewoner sportief, belezen en natuurlijk opgeruimd is. ‘Deze kamer is zo netjes, zelfs de scheurkalender is goed bijgehouden.’

gemeenteraadsverkiezingen. ‘O, hij heeft zo te zien niet gestemd’, lacht Britt. Nadat ze een tas van Campus in Beeld en een stapel ingelijste tekeningen vindt, komt Britt tot de conclusie dat de bewoner creatief is. Inmiddels heeft ze een duidelijk beeld in haar hoofd van wat voor persoon de bewoner is. ‘Volgens mij is hij heel easy going, omdat hij zo makkelijk met zijn spullen omgaat. Een beetje hippie, alto en groen.’ Op het eerste oog lijken de verschillen groot. Britt is echter vastberaden om gelijkenissen te vinden, ook al kost dat haar enige moeite. Uiteindelijk komt ze erachter dat ze dezelfde gympen hebben, allebei een Levi’s broek bezitten en van Smintjes houden. Ze twijfelt of ze met deze persoon samen zou kunnen wonen. ‘Ik zou het prima vinden, zo lang hij de rommel in zijn kamer houdt.’ De woonsituatie van Jesse is niets voor Britt, maar ze snapt dat het fijn kan zijn. ‘In dit huis maakt het waarschijnlijk niemand wat uit als je een mandarijn drie weken laat liggen.’

Nadat Britt (derdejaars Notarieel recht) en Jesse (vierdejaars Nederlandse taal en cultuur) elkaar de hand hebben geschud, vertelt Jesse dat hij al eerder bij Britt thuis is geweest. Haar huisgenootje is namelijk een vriendin van hem. Dat is niet het enige wat haar verrast. ‘Ik had iemand verwacht die meer alto is’, zegt Britt. ‘Ik ben best normaal toch?’ lacht Jesse. Het gesprek verloopt vlot en de twee blijken meer gemeen te hebben dan verwacht. Britt deelt haar kooktrucs met Jesse en ze praten honderduit over hun Indonesische roots, Harry Potter en hun studies. Britt wil graag weten hoe Jesse in zo’n uithoek terecht is gekomen. ‘Ik woon antikraak. Het is inderdaad een gekke plek, een beetje als een dorp uit een horrorfilm.’ Hoewel Jesse er pas een week woont, is dat niet de reden dat alles vol staat met boodschappentassen. ‘In mijn vorige kamer heb ik een jaar zo geleefd’, vertelt hij. Britt is ook benieuwd naar de gevonden stempas. ‘Je hebt mijn stempas gevonden?’ vraagt Jesse verbaasd. ‘Die was ik kwijt. Ik wilde gaan stemmen op GroenLinks.’ ‘Wat vond je van mijn kamer?’ vraagt Britt. ‘Ik was bang om rommel te maken’, bekent Jesse, die zijn best heeft gedaan om niks om te stoten. Hij is ook verrast dat Britt minder sportief blijkt te zijn dan haar kamer deed vermoeden. ‘Dat had ik verkeerd’, grinnikt Jesse. De kamers zijn twee uitersten, maar toch kunnen Jesse en Britt het goed met elkaar vinden. Jesse nodigt Britt zelfs uit om een keer mee te komen met hun gemeenschappelijke vriendin. ‘Als je de fietstocht nog een keer aandurft, ten minste.’ ANS


Deze ANS niet/ GoedVoorEenConsumptie/ Colofon Tekst: Redactie P. 30

DEZE ANS NIET Gemeier van Meijer Gerard Meijer, oud-voorzitter van het College van Bestuur van de Radboud Universiteit, is tegenwoordig werkzaam bij het Fritz Haber Instituut in Berlijn. De redactie wilde Meijer spreken over zijn besluit om de naam van dit instituut niet te veranderen. Hij werkte mee, al was het niet van harte. ‘Gebaseerd op ervaringen met ANS uit het verleden’ had de oud-voorzitter er weinig vertrouwen in dat zijn opmerkingen goed verwerkt zouden worden. Toen een oud-ANS’er werd gevraagd naar de oorzaak van dit wantrouwen, was zijn reactie: ‘Wie is Gerard Meijer ook alweer?’

GroenSlinks De enige echte Jesse Klaver kwam in het kader van de gemeenteraadsverkiezingen naar Nijmegen om de linkse jeugd te bewegen tot vergroenen, maar vooral tot stemmen. Enthousiast mailde GroenLinks Nijmegen of ANS zin had in een interview met Jesse Klaver. Helaas bleek dit al snel te mooi om waar te zijn. Waar eerst sprake zou zijn van een drie kwartier durend interview, bestond het uiteindelijke voorstel uit het stellen van vier korte vragen na afloop van de meet-up. Hopelijk zijn de idealen van GroenLinks duurzamer dan hun PR-strategie.

32e jaargang Hoofdredactie Aaricia Kayzer en Vincent Veerbeek Redactie Julia Mars en Elisa Ros Villarte Medewerkers Simone Bregonje, Ramadan Hasani, Jonathan Janssen, Bram Jodies, Edwin Jonkman, Jean Querelle, Pleun Weijers, Max Wolf en Wout Zerner Illustraties Jonne Aghabozorg, Joost Dekkers, Paula Koenders en Anne Rombouts Foto’s Ted van Aanholt, Bram Jodies, Aaricia Kayzer, Frederica van Mastrigt, Vincent Veerbeek, Pleun Weijers, Rein Wieringa en Imtiaz Willems Voorpagina Imtiaz Willems Columnisten Maurits Vercammen en Thom Wijenberg Eindredactie Danique Janssen, Siebe Konst, Noor de Kort, Chiel Nijhuis en Tom Plaum Crypto Janneke Elzinga Cartoon Dennis van der Pligt Ontwerp Marloes de Laat en Roel Vaessen Lay-out Aaricia Kayzer Dagelijks bestuur Stijn Verhagen (voorzitter), Aniek de Vries (secretaris), Roy van den Heuvel (penningmeester)

Druk MediaCenter Rotterdam Uitgave, abonnementen en advertentie-acquisitie Stichting MultiMedia: stichtingmultimedia@gmail.com Redactieadres Heyendaalseweg 141 6525 AJ Nijmegen Tel: 06-36428931 Mail: redactie@ans-online.nl

Het Algemeen Nijmeegs Studentenblad is een onafhankelijk blad dat gratis in de binnenstad en op de Radboud Universiteit Nijmegen wordt verspreid. Het verschijnt 7 keer per jaar in de maanden september t/m juni.


CRYPTO

Crypto Ans deze maand P. 31 P. 31

NADAT MAART NOG WAT IJSKOUDE DAGEN VOOR ONS IN PETTO HAD, LIJKT HET VOORJAAR NU LANGZAMERHAND DOOR TE BREKEN. HET HUIS WACHT OP EEN GROTE VOORJAARSCHOONMAAK, DE TUINSTOELEN STAAN TE POPELEN OM WEER BUITEN GEZET TE WORDEN EN DE STAMPPOT MAAKT PLAATS VOOR EEN FRISSE LENTESALADE. TIJD VOOR EEN HUIS-TUIN-EN-KEUKEN CRYPTO!

1 2

3

4

De oplossingen van het cryptogram in de vijfde ANS vind je op www.ansonline.nl.

6

5 7 6 8

10

9

In het jaar 2020, in een Nederland dat sterk lijkt op het onze, leeft Hava, een vijfentwintigjarige vrouw. Ze lijdt aan de mysterieuze ziekte kleurloosheid die de maatschappij steeds verder ontwricht: medicatie is onbetaalbaar voor particulieren en de overheid kan de kosten nauwelijks nog dragen. Hava raakt bevriend met een groep radicalen die voorspellen dat kleurlozen binnen een paar jaar in de meerderheid zijn – het einde van de Westerse wereld. Ze begint te twijfelen aan haar eigen bestaansrecht en besluit dat het tijd is voor actie.

11 12 13

14

ANS mag dit keer de roman Concept M van Aafke Romeijn weggeven.

15

Wil jij kans maken op dit boek? Stuur dan voor 12 mei je oplossingen naar redactie@ans-online.nl.

HORIZONTAAL: 4. HIER VOEREN MESSEN EN VORKEN DE TOON (8), 6. DE ACHTTIENDE LETTER KLINKT IN NOORD-NEDERLAND ERG KOELTJES (7), 8. DE NORM VOOR KIWI’S EN PEREN (11), 11. IN DIT HOF STAAT VAST EN ZEKER EEN HAKMOLEN (8), 13. ER LIGT EEN VERWARDE DOLLE KEVER OP DE GROND (10), 14. WORDT IN STIJL BEZORGD (8). VERTICAAL: 1. VERBIEDT VERBINDING MET HET ELEKTRICITEITSNET? (11), 2. HEEFT EEN TAAK BIJ KNOEIENDE KOKS (9), 3. HIER KUN JE NIET ALLEEN OP JE GELD ZITTEN, MAAR OOK DIRECT EEN RAMING MAKEN (11), 5. MELIGE LESBIENNE (8), 7. IS GEEN (HUISHOUDELIJK) APPARAAT MEER? (10), 9. HULPMIDDEL VOOR MENSEN MET STRONT IN HUN OGEN (10), 10. LUI KAPSEL, HOEF JE JE BED NIET VOOR UIT TE KOMEN (7), 12. VAT VOL TALENTEN (2, 5), 15. TAFELLOPER (4).


VAN DE BAAN www.ans-online.nl. Tekst: De redactie / colofon P. 32

Tekst: Ramadan Hasani/ Foto: Ted van Aanholt

Wie: Charlotte Beniers (20), tweedejaars Communicatiewetenschappen Bijbaan: Muzikant in bejaardentehuizen, 25 euro per optreden

op muziek. Normaal trillen zij veel, maar zodra ik begin te spelen worden ze rustig. Dat vind ik echt leuk om te zien en het bevestigt ook mijn ideëen over wat muziek voor mensen kan betekenen.’

Hoe zou je je baan omschrijven? ‘Ik speel klassieke muziekstukken op de cello voor mensen in een verzorgingstehuis. Via de organisatie waarvoor ik werk, SpelenderGrijs, krijg ik een oproep om te spelen op een locatie in de buurt van Nijmegen. Ik begin het optreden met een compositie uit het verleden, bijvoorbeeld Bach, en dan werk ik langzaam naar modernere stukken toe. Om de stukken levendiger te maken, vertel ik iets over de componist en over de betekenis achter het stuk. Op deze manier probeer ik de ouderen mee te nemen in de muziek.’

Zijn er minder leuke kanten aan je baan? ‘Het klinkt misschien lullig, maar soms vind ik het moeilijk om met oude mensen om te gaan. Ik raak best vaak afgeleid door mensen die hoesten of roggelen. Daarnaast speel ik altijd voor een andere groep, dus ik weet van tevoren niet wat ik kan verwachten. Demente mensen gaan soms schelden of zeggen dingen als: “Zet die herrie uit, man!” Ik heb ook een keer meegemaakt dat ik gepruttel hoorde terwijl ik aan het spelen was. Kort daarna rook ik een vieze poepgeur. Het is dan moeilijk om geconcentreerd te blijven, maar gelukkig zijn er medewerkers die de ouderen snel te hulp schieten.’

Wat is er bijzonder aan je bijbaan? ‘Ik vind het leuk dat ouderen door de muziek uit hun dagelijkse routine worden gehaald. Muziek is heel belangrijk, omdat je mensen er echt mee kunt bereiken. Zelfs dementerenden zijn er met hun aandacht bij. Waar ze normaal gesproken de hele dag onverschillig in hun stoel zitten, worden ze door de muziek uit die starheid geschud. Mensen met Parkinson reageren ook bijzonder

Wil je later verder in de muziek? ‘Nee, ik denk dat het een hobby blijft. Voorheen speelde ik bij het Nijmeegse Studentenorkest, zoiets wil ik wel graag blijven doen. Ik oefen ook veel te weinig om er professioneel in verder te gaan. Bovendien hoor ik van veel mensen die professioneel muziek maken dat ze hun passie verliezen. Dat zou ik zonde vinden van mijn hobby.’ ANS

ANS straalt  

Zesde editie van de 32e jaargang van het Algemeen Nijmeegs Studentenblad

ANS straalt  

Zesde editie van de 32e jaargang van het Algemeen Nijmeegs Studentenblad

Advertisement