Page 1

ANS REIST

RICHTLIJNEN RONDOM HERINVESTERING STUFI MOETEN CONCRETER

Amerikanist Koen Petersen over een jaar Trump

LUCKY FONZ III WIL NIET DE DOMINEE UITHANGEN

STEWARDS HOUDEN PETER KNOOPE ORDE TIJDENS OVER HAAT TEGEN N.E.C. - ADO HET WESTEN

Duwen en trekken: de wereld van roller derby

Astronauten op Mars eten gewoon zoals thuis

Algemeen Algemeen Nijmeegs Nijmeegs Studentenblad Studentenblad // jaargang jaargang 32, 31, nummer nummer 4 5


Vooraf Tekst: Redactie P. 2

commentaar Ans (23), derdejaars student Culturele Antropologie en Ontwikkelingssociologie, heeft besloten een tussenjaar te nemen. ‘Ik voel me beklemd tussen al die saaie boeken, die me niets leren over het echte leven. Al dat gezeur en die nutteloze bureaucratie op de universiteit zijn niet mijn ding, ik moet vrij kunnen leven.’ Ans heeft de afgelopen twee maanden doorgebracht als ongeschoold docent in Afrika. ‘Echt mooi hoe ik onze westerse normen en waarden zonder controle mocht opdringen aan een cultuur die me eigenlijk onbekend is.’ Ans betaalt haar reizen van haar flink gesponsorde spaarrekening, samengesteld door haar liefhebbende ouders. ‘We vinden het belangrijk dat onze dochter zich kan ontplooien’, laat haar vader in een telefonische reactie vanaf zijn vakantiehuis op de Malediven weten. Ans geeft toe dat reizen duur is en daarom niet voor iedereen weggelegd. Toch raadt ze elke student aan om zonder opgaaf van redenen te stoppen met studeren en een louterende trektocht door Thailand te maken. ‘De ervaringen die je daar opdoet zijn onbetaalbaar.’ Inmiddels heeft Ans bijna de hele wereld gezien. De volgende uitdaging ligt dan ook buiten onze planeet, op Mars. ‘Ik kan niet wachten om mijn gevoel van superioriteit ook in de rest van de Melkweg tot uiting te brengen. Het lijkt me geweldig om Marsmannetjes kennis te laten maken met onze aardse gebruiken, zoals marktwerking in de zorg, sociale ongelijkheid en milieuvervuiling.’ Op Aarde zijn de reacties over de reis van Ans vrijwel unaniem. ‘Liever kwijt dan rijk’, aldus staatssecretaris van Intergalactische Zaken Luuk Luchtloper. De hoofdredactie

ans

Online ANS-Online is de digitale tegenhanger van het papieren blad. Hieronder is te lezen over de hoogtepunten van de afgelopen tijd en dingen om naar uit te kijken de komende periode. Koude rillingen Het grootste nieuws voor de vakantie was toch wel de sneeuw. Het ging van kwaad tot erger, van code oranje naar code rood. Naarmate de sneeuw Nijmegen steeds verder bedekte, besloot de Radboud Universiteit op maandag 11 december halverwege de middag toch maar ijsvrij te geven. Iedereen die nog niet op de campus was werd aangeraden weg te blijven, alle anderen konden sneeuwpoppen gaan boetseren. In ander nieuws: er wordt steeds meer duidelijk over de diverse veranderingen die de komende jaren gaan plaatsvinden, of het nu om de Letterenfaculteit, de Radboud Honours Academy of de infrastructuur van de campus gaat. Ook voor ANS zelf was het een periode van vernieuwing, want de eerste Engelstalige artikelen staan inmiddels online. Campus in beweging Deze maand is het dan eindelijk zover: de grote volksverhuizing van de Thomas van Aquinostraat (TvA) naar het nieuwe Elinor Ostromgebouw. Wanneer alles eenmaal rond is, moet eerst afscheid genomen worden van TvA. Dat zal op grootse wijze gebeuren tijdens TvA Tribute op 17 januari, met escaperooms, lasergamen en andere festiviteiten. Daarna volgt begin februari de officiële opening van het nieuwe onderkomen van de managementwetenschappers, een feestelijke gelegenheid waarbij ook ANS aanwezig zal zijn. Op kamers Een goed feestje hoeft niet altijd een ver-van-je-bedshow te zijn. Op 7 februari vindt de achttiende editie van studentenhuiskamerfestival Stukafest plaats, waarbij de artiesten naar studentenhuizen toekomen. Je hoeft niet eens van je bank af te komen om te kunnen genieten van muziek, poëzie en cabaret. ANS zal de knusse kamertjes opzoeken en een selectie maken uit het diverse aanbod. Op de hoogte blijven van al het studentennieuws? Check dan www.ans-online.nl, volg ons op Twitter (twitter.com/ANS_Online) of like de ANS-pagina op Facebook (facebook.com/ANSnijmegen).


deze ANS

Tekst: Redactie Deze ANS P. 3

04 Kritische klanken Universiteiten gaan regelmatig laks om met hun eigen kritische pers. Dat terwijl zowel studenten als de universiteit baat hebben bij kritische en onafhankelijke media.

08 Bloed, zweet en rolschaatsen Duwen, trekken en blauwe plekken: bij de roller derby is het de normaalste zaak van de wereld. ANS ging langs bij de dames van het Nijmeegse roller derbyteam, de Roadkill Rollers.

13 Moestuin op Mars Wat moeten toekomstige Marsbewoners eten? Als het aan ecoloog Wieger Wamelink ligt, verbouwen zij hun eigen groenten op Marsgrond. ‘Vooral de worteltjes schijnen heel zoet te zijn.’

22 Happy Birthday, Mr. President Amerikanist Koen Petersen heeft de Amerikaanse presidentsverkiezingen nauwkeurig gevolgd. Inmiddels is Donald Trump alweer bijna een jaar president van de Verenigde Staten. Tijd voor een analyse: wat is er in een jaar gebeurd en wat staat Amerika en de rest van de wereld de komende drie jaar te wachten? 05

Side Salad

07

Het Laatste Oordeel

16

Middenpagina

18

Had ik maar een tijdmachine

21

De Graadmeter

25

De Pipet

26

Het Issue

28

Kamervragen

30

Deze ANS niet/ Colofon/

04

08

13

22

GoedVoorEenConsumptie 31

Crypto

32 Van de Baan


Kritische klanken Tekst: Aaricia Kayzer/ Illustratie: Paula Koenders P. 4

kritische klanken Onafhankelijke universiteitsmedia worden steeds vaker verdrukt door woordvoerders die rooskleurige verhalen ophangen over de universiteit. Kritische geluiden raken in de minderheid, terwijl ze juist zo belangrijk zijn. De universitaire wereld moet zich bewust zijn van het belang van onafhankelijke media. Eind november zijn twee journalisten van de Universiteitskrant Groningen (UK) ontslagen nadat zij hun hoofdredacteur Rob Siebelink hebben beschuldigd van censuur. Zij vinden dat Siebelink kritische artikelen heeft afgezwakt over het plan van de Rijksuniversiteit Groningen om een campus op te richten in China. Een onafhankelijke commissie heeft bepaald dat er geen sprake is van censuur. Toch bevinden universitaire media zoals UK zich altijd in een spanningsveld. In tegenstelling tot het Algemeen Nijmeegs Studentenblad worden redacties van bladen als Vox in Nijmegen, Mare in Leiden of Univers in Tilburg namelijk betaald door de instelling waar ze kritisch over moeten schrijven. Daarnaast groeien communicatie– en PR-afdelingen van universiteiten hard, waardoor journalisten steeds vaker moeten opboksen tegen woordvoerders en persvoorlichters. De kritische pers krimpt, terwijl deze in een goed functionerende democratie juist essentieel is. Dit leidt tot een eenzijdige beeldvorming die niet te verenigen is met een van de kernwaarden van de universiteit: studenten opleiden tot democratische burgers. Een pot nat De media zijn een belangrijke spil in de democratie, omdat zij de macht kunnen controleren. Het gaat ten koste van de kwaliteit van de pers als journalisten geen ruimte krijgen om hun vak goed uit te voeren. Toch vergeten universiteiten het nut van onafhankelijke journalistiek nog wel eens. Het recente voorbeeld van het conflict bij de UK staat namelijk niet op zichzelf. Om de zoveel jaar ontstaat er een relletje over vermeend censuur bij een universiteitsblad. Zo ging de website van Vox in 2011 op in de officiële site van de Radboud Universiteit. Hierdoor deelde het blad een platform met de afdeling communicatie. Kritische berichtgeving en stukken van de communicatieafdeling werden gemengd gepresenteerd. Toen hier een conflict over ontstond, is de website door de universiteit achter een slotje gezet, waardoor het nieuws niet meer zichtbaar was voor buitenstaanders. Uiteindelijk heeft Vox een eigen website gelanceerd, het huidige Voxweb, die onafhankelijk kan opereren. Druk van bovenaf of expliciete verboden zijn niet de enige vormen van censuur. Het begrip is namelijk

niet eenduidig. Journalisten van universitaire bladen kunnen ook, al dan niet bewust, aan zelfcensuur doen door zich minder kritisch op te stellen. Ze bevinden zich namelijk in een klein wereldje. De decaan die ze de ene dag bekritiseren, moet de volgende dag reactie geven over een andere kwestie. Annemarie Haverkamp, hoofdredacteur van Vox, merkt dit ook. ‘Hoe dichter je bij mensen zit, hoe moeilijker het is om afstand te nemen.’


Column Thom Wijenberg P. 5

Ondergesneeuwd Onbewuste (zelf)censuur is niet het enige probleem waar onafhankelijke bladen mee te kampen hebben. Steeds vaker moet ook worden ingeleverd op kwantiteit. De communicatieafdelingen van Nederlandse universiteiten groeien vaak in rap tempo omdat universiteiten er baat bij hebben een positief beeld naar buiten te brengen. Dat terwijl kritische redacties juist krimpen. ‘Daardoor zijn er steeds minder journalisten en steeds meer communicatiemedewerkers’, vertelt Haverkamp. ‘Dat geeft druk omdat communicatiemedewerkers getraind zijn een positief verhaal af te steken. Daardoor is het moeilijk om als enige journalist kritisch te berichten.’ Als journalisten geen ruimte krijgen om hun vak goed uit te voeren, gaat dit ten koste van de kwaliteit van de pers en daarmee de democratie. De universiteit schiet zichzelf hiermee in de voet. Nieuwsbrieven en persberichten van communicatieafdelingen werken vaak prima als informatievoorziening, maar ze scheppen een eenzijdig beeld. Studenten die alleen gelikte berichten van communicatiemedewerkers onder ogen krijgen, worden beperkt in hun beeldvorming, vindt Jaap de Jong, hoogleraar Journalistiek en Nieuwe Media aan de Universiteit Leiden. ‘Ze lopen hiermee het risico in hun eigen opleidingsbubbel terecht te komen’, waarschuwt hij. ‘Ik maak me soms zorgen dat studenten het verschil tussen nieuwsbrieven en de onafhankelijke pers niet meer zien.’ Democratische universiteit Door een eenzijdig beeld te creëren, doet de universiteit haar studenten tekort. ‘Het is belangrijk om in je studententijd te leren dat goede pers bijdraagt aan de democratie’, vertelt De Jong. Bladen bieden namelijk ook een podium voor verschillende meningen, waardoor ze veel verschillende perspectieven bieden. ‘Dat leert mensen om geïnformeerd van mening te verschillen en te handelen’, aldus De Jong. ‘Het is de taak van de pers om uit den treure te discussiëren over bepaalde kwesties.’ Op die manier kunnen studenten een eigen beeld vormen van bijvoorbeeld het beleid van de universiteit. Dan krijgen studenten de kans om in te grijpen als ze het niet eens zijn met een plan en wordt voorkomen dat ze een bepaalde beslissing pas lezen in een persbericht. Bovendien zijn ze meer betrokken bij de gemeenschap waar ze zelf deel van uitmaken. Een goed functionerende pers is dus noodzakelijk voor een democratie, ook op de universiteit. Alle universiteitsbladen krijgen op papier de ruimte om onafhankelijk te opereren zonder directe inmenging van de universiteit. Toch kunnen zij hun functie als kritisch klankbord in praktijk niet optimaal benutten. Een juridische of statutaire oplossing voor dit probleem bestaat niet. De oplossing ligt vooral bij de mentaliteit van de universiteit en haar studenten. Zij moeten inzien dat de universitaire pers een belangrijke taak vervult. De rol van onafhankelijke universitaire pers lijkt misschien klein, maar het kritisch berichten en het voeren van discussies zijn van grote waarde voor de toekomstige burgers van onze democratie. ANS

side salad Thom Wijenberg serveert in het ANS een vers en gezond bijgerecht op basis van studentikoze belevenissen en frustraties. Kan sporen van ironie, fictie en zelfverheerlijking bevatten. Het is een willekeurige dag in een willekeurige collegeweek. Tegen beter weten in ben ik weer uit mijn nest gekropen om in de UB te gaan studeren. Ik maak mezelf nog steeds wijs dat ik daar beter kan werken, maar het enige wat ik daar beter doe dan thuis is geld uitgeven (broodjes, koekjes, koffie) en dom naar het volk om me heen kijken. Vooral in dat laatste ben ik bijzonder getalenteerd, al zeg ik het zelf. Het liefst zou ik gewoon de hele dag kijken naar mijn medemens, proberen te ontrafelen waarom die veredelde chimpansee doet wat hij doet. Op die middagen, als mijn laptop weer voor spek en bonen staat te brommen en het boek op mijn tafel er alleen ter decoratie ligt, denk ik wel eens dat ik mijn roeping heb gemist. Misschien had ik toch Culturele Antropologie en Ontwikkelingssociologie moeten studeren? Dan was ik misschien op dit moment wel aan het promoveren op de homo academicus en zijn vele ondersoorten. Een aantal ken ik er al. Zo heb je de korpsballen, de quinoakutten en de ik-heb-dit-tentamen-weer-zó-slecht-gemaakt-enik-haal-uiteindelijk-toch-weer-een-negenstudenten. Deze soortnamen passen nog niet geheel in een academisch jargon, maar het begin is er. Dankzij mijn opleiding als neerlandicus heb ik voor een dergelijk onderzoek allang de juiste literatuur gevonden. Zo werd mijn promotieonderzoek al min of meer uitgevoerd in de negentiende eeuw en wel door schrijver Johannes Kneppelhout. Deze rechtenstudent uit Leiden (een extreme variant van het korpsballetje) publiceerde onder het pseudoniem Klikspaan een bundel genaamd Studenten-typen. Hierin beschreef hij twaalf categorieën studenten. Een aantal daarvan dwalen in 2018 nog steeds rond op de universiteit. We kennen bijvoorbeeld allemaal wel een ‘hoveling’, die ene kontenlikker die de professor zelfs zijn broodtrommeltje nadraagt. Of wat dacht je van de ‘klaploper’, een skere schooier in hart en nieren. Hij zal je nog verraden voor een zakje patatje joppiechips. En op het geld dat je gisteren voor zijn blikje red bull hebt betaald, hoef je ook niet meer te rekenen. Ook voor Kneppelhout en mij is er een categorie: de ‘student-auteur’. Dit miskende genie verdoet zijn kostbare tijd in de bibliotheek door columns te schrijven en zijn medestudenten te classificeren. Aan schoolwerk komt hij daarom nauwelijks toe. Maar niet getreurd. Kneppelhout heeft met zijn studententypen immers wel mooi een plekje in de Nederlandse literatuur weten te bemachtigen. Wie weet slaag ik daar met deze columns ook wel in.


Adverteren? Kijk op ANS-Online.nl P. 6

ANS ZOEKT MEDEWERKERS, VERTALERS EN FOTOGRAFEN Vind jij het leuk om te schrijven, te vertalen of te fotograferen? Kom dan langs op ons kantoor (onder het Gymnasion) of stuur een mail naar redactie@ans-online.nl.


Tekst: Joep Dorna/ Foto: Aaricia Kayzer Het laatste Oordeel leef, woon, werk, feest... met ANS P. 7 P. 7

hET lAATSTE ooRdEEl Duffe opsommingen of ultiem entertainment? ANS verschanst zich in de collegebanken om een genadeloos oordeel te vellen over het onderwijs aan de RU. StUDie: Biologie

EINDCIJFER:

colleGe: Functionele cytologie en histologie, 28 november, 8:45-10:30, cc2 Docent: Prof. dr. Gert Flik UitStralinG: Sympathieke slapjanus PUBlieK: Gebiologeerde kletskousen inHoUD: Spiercellen en voortplanting

Prof. dr. Gert Flik begint zijn college met een anekdote over rozijnen. ‘Vroeger ging ik vaak zwemmen met mijn ouders’, legt hij uit. ‘Mijn opa en oma noemden me dan een slap figuur. Daarom gaven ze me altijd een doosje rozijnen, want daar zit veel ijzer in. “Daar word je sterk van’’, zeiden ze.’ Ondanks alle rozijnen is Flik geen kast geworden. Hooguit een boekenkast: stoffig, maar vol met kennis. Het grootste deel van de tijd staat de docent met zijn rug naar het publiek toegedraaid. Hierdoor is hij soms moeilijk te verstaan. Dat een aantal van de eerstejaars studenten achterin constant aan het kletsen is, helpt ook niet mee. Flik grijpt niet in en na een tijdje kijken enkele studenten geïrriteerd naar het groepje. Het college gaat over de werking van spiercellen en -structuren. Spiercellen bestaan uit actine en myosine. Bij beweging interacteren deze stoffen, wordt de spiercel korter en trekt een spier samen. De docent illustreert zijn uitleg met een paar voorbeelden over vissen. Flik is gepromoveerd als stressexpert van vissen en in zijn lessen komt zijn liefde voor deze diersoort vaak naar voren. Het is dus alleen maar gepast dat de guppen van biologie voor hem zitten. Na de pauze komt de docent wat meer los en bespreekt hij enkele interessante voorbeelden. Eerst vertelt hij hoe de baarmoeder tijdens de zwangerschap van grootte verandert. Van een vuist verandert deze spier in een flinke watermeloen. Het thema vruchtbaarheid interesseert Flik blijkbaar, want hij voegt onverwachts toe: ‘Ook de heren krijgen nog een beurtje. Als het ooit zover komt dat je je laat steriliseren, en je hebt spijt, dan is

reconstructie van de zaadleiders erg lastig.’ Hoewel dit nieuws niet als een verrassing kan komen, kijken enkele biologen verontrust naar beneden. Door alle opwinding beginnen ook de andere studenten steeds meer te praten. Het onderwerp vruchtbaarheid maakt allerlei verhalen los die smaakvol worden gedeeld. Flik wordt praktisch onverstaanbaar door het geklets. Zeven minuten voor tijd zegt hij er eindelijk iets van. ‘Als het mag? Nog even, dan ben ik klaar.’ De studenten trekken zich er niks van aan en overstemmen hun docent ook de laatste paar minuten. Het typeert de slappe aanpak van Flik dat hij niet de aandacht opeist, maar naar aandacht moet vissen. Zijn grootouders hadden gelijk: hij zou inderdaad meer rozijnen moeten eten.

Het laatste Oordeel der Studenten Nadat Flik de studenten aan het eind van het college succes wenst voor het tentamen, geven ze hem een applausje. ‘Hij bedoelt het hartstikke goed’, zegt een aankomend bioloog. Het publiek mag de docent oprecht en ook het thema van de cursus valt bij de meesten in de smaak. Wel vinden de studenten dat hij te vaak afdwaalt naar minder relevante onderwerpen. ‘Vertel meer nuttige dingen’, geeft een student als tip. Verder krijgt de docent weinig commentaar. Flik heeft niet de volledige aandacht, maar wel de sympathie van zijn guppen binnengehengeld. ANS


bloed, zweet en rolschaatsen

Roller derby is een snelle contactsport uit Amerika, die ook in Nederland steeds meer terrein wint. Uniek aan de sport is dat ze wordt gespeeld op rolschaatsen. ANS haalde de helm en kniebeschermers uit de kast en bezocht de dames van het Nijmeegse team, de Roadkill Rollers.


Tekst: Julia Mars/ Foto’s: Ted van Aanholt Bloed, zweet en rolschaatsen P. 9

Stoten uitdelen, vallen en blauwe plekken oplopen is bij roller derby de normaalste zaak van de wereld. Bij deze snelle contactsport strijden twee teams tegen elkaar op een ovale baan. Door elkaar in te halen, worden er punten gescoord. Dit gaat niet zomaar, want de teams mogen elkaar dwarsbomen. Deze ruige sport wordt voornamelijk door vrouwen beoefend. Zo zijn er tegenover de twintig damesteams die Nederland telt slechts vier herenteams te vinden. In sporthal De Horstacker staan twee rivaliserende teams, de Roadkill Rollers uit Nijmegen en de Black Sheep Honey Rollers uit Middelburg, zich aan de zijlijn voor te bereiden op de wedstrijd van vandaag. De stemming zit er goed in: de tribune zit vol en de mascotte van de Black Sheep Honey Rollers, Shaun het Schaap, rent vrolijk rond. Mischa Crolla, teamcaptain van de Roadkill Rollers, is zich aan het opwarmen op de baan. Volledig uitgerust met helm, knie- en elleboogbeschermers is ze al helemaal klaar voor de wedstrijd. Geen doorsnee wedstrijd ‘Doordat derby nog niet zo’n grote sport is in Nederland, zijn er geen competities zoals bij voetbal’, legt Crolla uit. ‘Daarnaast heb je veel vrijwilligers nodig, zoals scheidsrechters en scoretellers. Bij elkaar opgeteld zijn dat bijna meer mensen dan skaters zelf. Omdat het moeilijk is zoveel vrijwilligers bij elkaar te

krijgen, spelen we maar zo’n twee thuiswedstrijden per jaar. Wanneer het eenmaal zo ver is, maken we er een uitgebreid evenement van.’ Een spektakel is het zeker. Uit de speakers knalt harde punk en langs de kant staan kraampjes waar je derby merchandise zoals helmen, shirts en rolschaatsen kunt kopen. In de kantine wordt zelfgebakken cake en quiche geserveerd. Ongeduldig schaatsen er spelers in het rond en herhaaldelijk is een luide yell te horen. De teams hebben er duidelijk veel zin in.

Elke keer wanneer er een stoot wordt uitgedeeld, leeft het publiek uitbundig mee. ‘Een energieke houding is een belangrijk aspect van de sport’, vertelt Crolla vlak voordat de wedstrijd begint. ‘Als aanvoerder probeer ik het team flink op te jutten met een peptalk, zodat we met zoveel mogelijk energie kunnen beginnen. Daarnaast is sportiviteit ook belangrijk, omdat het een contactsport is. Tijdens de wedstrijd moet je veel klappen kunnen incasseren, maar na afloop is het gedaan met de rivaliteit. Ruzie zoeken met de


Bloed, zweetwerk, en rolschaatsen Leef, woon, feest... met ANS P. P. 10 10

tegenstander is er niet bij.’ Derby 101 Dat je veel klappen krijgt op de baan, wordt al snel duidelijk. Zodra de wedstrijd begint, beuken de dames meteen flink op elkaar in. Bij derby worden er punten gescoord wanneer de aanvaller van het ene team, de jammer, het andere team inhaalt. De overige teamleden vormen een blokkade, waarmee ze proberen de jammer van de tegenstander tegen te houden en die van henzelf erdoor te laten. Hierbij mogen ze de leden van het andere team wegduwen. Aan het contact zijn echter wel regels verbonden. Wanneer onderarmen of onderbenen worden gebruikt, kan er een penalty worden uitgedeeld aan de speler. Bij zeven penalty’s moet ze de baan verlaten en speelt het team zonder haar door. Het spel gaat snel, en het is niet ongebruikelijk dat de puntentelling tot in de honderdtallen oploopt. Na dertig minuten is de eerste helft voorbij. De Roadkill Rollers staan voor en in de kleedkamer staan de spelers bol van de adrenaline. ‘Lekker bezig, Tiny!’ roept een bezwete teamgenoot naar Crolla. ‘Binnen het team heeft iedereen een bijnaam, zo heet ik bijvoorbeeld Tiny Thunder’, legt ze uit terwijl ze haar helm afdoet. ‘Derby

komt oorspronkelijk van de showderby uit de jaren dertig. Dat waren vooral vrouwen in korte rokjes die elkaars haren uittrokken op de baan, een beetje vergelijkbaar met showworstelen. Tegenwoordig is het veel meer een echte sport. De bijnamen zijn een van de weinige rituelen die nog zijn overgebleven uit die tijd.’

‘Het is eigenlijk gewoon moshpitten op rolschaatsen.’ In de tweede helft zetten de dames nog een tandje bij en er wordt nog meer geduwd en gebeukt dan in de eerste ronde. Elke keer wanneer er een goede stoot wordt uitgedeeld, leeft het publiek uitbundig mee. Ondanks dat het de eerste wedstrijd ooit is van het Middelburgse team, maken ze het de Nijmeegse dames niet makkelijk. De score blijft lang gelijk staan, maar uiteindelijk slagen de Roadkill Rollers er dan toch in: ze winnen de wedstrijd met 258 punten tegenover een score van 218 voor de Black Sheep Honey Rollers. Na afloop wordt er traditiegetrouw een triomfboog gevormd door het


Leef, woon, werk, feest... met ANS P. 11

publiek, om de spelers te bedanken. Onder begeleiding van muziek skaten de spelers langs en worden ze nog een laatste keer geprezen door de omroeper. Moshpit op rolschaatsen ‘De combinatie van adrenaline en saamhorigheid is wat de sport zo aantrekkelijk voor me maakt’, zegt Crolla terwijl ze uitgeput in de kantine neerploft met een tosti in haar hand. ‘Tijdens de wedstrijd doen we er alles aan om elkaar onderuit te halen, maar na afloop maken we er met zijn allen een feestje van.’ Een feestje is het zeker. De twee teams kennen elkaar goed en feliciteren elkaar met high fives en knuffels. ‘De roller derbywereld vormt een hechte gemeenschap, waar je met open armen wordt ontvangen. De sport is voor mij echt een uitlaatklep.’ Crolla neemt even de tijd om haar tosti te eten. ‘Het heeft me niet alleen fysiek, maar ook mentaal geholpen. Ik ben namelijk een tijd lang depressief geweest. Blijven trainen en samen met het team zijn, heeft me door deze periode heen gesleept. Derby brengt enorm veel liefde met zich mee.’ Ze hervat haar verhaal met een glimlach. ‘In eerste instantie dacht ik dat de sport niets voor mij zou zijn. Toen ik er voor het eerst over hoorde, dacht ik: “sporten? Ik ben alleen sportief in de kroeg!” Later ben ik me er toch maar eens in gaan verdiepen en kwam ik erachter dat het eigenlijk gewoon moshpitten op rolschaatsen is. Ik ben een echte metalhead, dus toen was ik snel over-

tuigd.’ Serieuze sport Derby staat bekend om haar ruigheid, maar van dit soort vooroordelen heeft Crolla weinig last. ‘Mensen weten meestal niet wat het is, omdat het een kleine sport is. Ik heb maar een keer een vervelende reactie gehad. “Dus jij bent zo’n chick die andere mensen beukt. Dat vind ik echt super geil”, zei diegene. Ik neem mijn sport serieus, dus zo’n opmerking kan ik niet waarderen.’ Crolla werpt een blik op haar teamgenoten bij de bar, die onder het genot van een beker thee hun overwinning aan het vieren zijn. ‘Toen ik begon, heb ik me wel afgevraagd: zoveel vrouwen bij elkaar, gaat dat wel goed? Maar eigenlijk hebben we tot nu toe nooit problemen gehad. Derby is een sport waarvoor je zowel fysiek als mentaal een dikke huid moet hebben. Mensen die geen klappen kunnen incasseren, blijven dan ook niet zo lang hangen. Daarom is het belangrijk dat je als team goed op elkaar bent afgestemd. Zelf speel ik de sport nu zo’n drie jaar, maar er is nog steeds veel dat ik kan leren.’ Begin februari 2018 vindt het wereldkampioenschap roller derby plaats in Manchester. Het Nederlandse team is ook uitgenodigd, maar helaas zitten hier nog geen spelers van de Roadkill Rollers bij. ‘Wij bestaan ook nog maar drie jaar’, vertelt Crolla. ‘Maar dat geeft ons alleen maar meer reden om extra hard te trainen.’ ANS


Interview Roy Santiago Tekst: Tijs Sikma/ Foto’s: Simone Both P. 12

Universitaire Studentenraad NU!Medezeggenschap Wil jij op de hoogte blijven van de bezigheden van de USR? Houd dan NU!Medezeggenschap in de gaten! Like ons op Facebook, volg ons op Twitter en neem eens een kijkje op onze website. Heb je tips of opmerkingen? Loop gerust even langs bij de USR-kamer (TvA 3) of stuur een mail naar usr@ru.nl. Website: www.numedezeggenschap.nl Twitter: @NUMedezeggsch Facebook: www.facebook.com/NUmedezeggenschap E-mail: usr@ru.nl

Hallo studerend Nijmegen, De feestdagen zijn voorbij en het is inmiddels alweer 2018. Het wordt dus tijd om jullie bij te praten over het reilen en zeilen van de USR. Sinds onze laatste update is er namelijk alweer het een en ander gebeurd. Honours onderwijs Ondanks dat Sinterklaasavond pas een dag later was kregen wij onze grootste verrassing al tijdens de Gezamenlijke Vergadering van 4 december. Wij zouden die dag namelijk stemmen over de nieuwe opzet van de Honours Academy. Het document beschrijft de nieuwe weg die de Radboud Honours Academy gaat inslaan door de focus te verleggen van excellentie naar talent. Dit houdt in dat het Honoursonderwijs voortaan toegankelijk zal zijn voor een grotere groep studenten. Tijdens de GV is besloten om de USR instemming te geven op de meerjarenvisie van de Radboud Honours Academy, deze zal eind van dit collegejaar of begin van het volgende collegejaar worden gepresenteerd. Wordt dus vervolgd!

Werkgroepen Ook onze werkgroepen hebben niet stilgezeten. Werkgroep faciliteiten wil door in gesprek te gaan met het Universitair Vastgoed Bedrijf binnenkort meer buitenwerkplekken gerealiseerd hebben. Ook heeft deze werkgroep zich beziggehouden met de verkrijgbaarheid van fietsverlichting op de campus. Wist je al dat er lampjes verkrijgbaar zijn bij het Sportcafé, het Cultuurcafé en de Spar? Verhuizing Thomas van Aquinostraat Door afscheid te nemen van 2017, hebben we ook afscheid genomen van de Thomas van Aquinostraat. Eind 2017 en in de eerste weken van 2018 vindt de verhuizing naar het nieuwe gebouw plaats. Daarna is het tijd voor de sloop. Ook de USR krijgt een nieuwe kamer, namelijk in TvA 1. Kom in 2018 dus een keer langs om onze nieuwe kamer te bekijken! Zoals je misschien hebt gezien is de naam van onze facebookpagina aangepast. We zijn nu te vinden onder de naam Universitaire Studentenraad Nijmegen – USR. Dus aarzel niet de pagina te liken als je op de hoogte wil blijven van de studentenpolitiek aan de Radboud Universiteit!

(Advertentie)


moestuin op mars

President Trump heeft NASA de opdracht gegeven Amerikaanse astronauten opnieuw naar de maan te sturen, om vanaf daar de reis naar Mars te beginnen. Een ambitieus plan, maar door recent onderzoek wordt een Marsmissie steeds realistischer. Ecoloog Wieger Wamelink doet onderzoek naar het groeien van planten op Mars- en maangrond. ‘Ik zie de reis naar Mars als een van de grootste avonturen van deze eeuw.’


Moestuin op Mars Tekst: Aaricia Kayzer en Julia Mars/ Foto’s: Julia Mars P. 14

Wat eten astronauten in de ruimte? Als het aan ecoloog Wieger Wamelink van Wageningen University & Research ligt, wordt het gewoon stamppot zoals thuis. De ecoloog doet sinds 2013 onderzoek naar planten die op Mars verbouwd kunnen worden, zodat ze als voedselbron kunnen dienen voor toekomstige astronauten op een Marsmissie. Een expeditie naar Mars komt namelijk, ondanks het hoge sciencefictiongehalte, steeds dichterbij. De Nederlandse stichting MarsOne wil in 2026 de eerste kolonisten de ruimte in sturen, NASA heeft in 2030 een bemande expeditie naar de planeet gepland staan en multimiljardair Elon Musk ziet al binnen twintig jaar een kolonie op de rode planeet voor zich. Toch had geen enkele andere wetenschapper zich eerder aan Wamelinks onderzoek gewaagd. ‘Niemand was ooit eerder op het idee gekomen planten te verbouwen op Marsgrond. NASA kon ons nog niet eens vertellen wat er zou gebeuren als je water aan de grond toevoegt.’ ANS sprak de ecoloog over zijn onderzoek, het belang en de haalbaarheid van de Marsmissie.

‘Niemand was ooit eerder op het idee gekomen planten te verbouwen op Marsgrond.’ Life On Mars? Mars is geen ideaal vakantieoord. Het is er gemiddeld -60 graden Celcius, er is nauwelijks zuurstof en de luchtdruk is er minder dan een procent. Kortom: geen vruchtbare omstandigheden voor leven zoals we dat op Aarde kennen. Waarom zouden we überhaupt naar deze planeet willen? ‘Voor een deel gaat het puur om nieuwsgierigheid, maar dat is niet het enige’, legt Wamelink uit. ‘We willen weten hoe Mars in elkaar zit en hoe de planeet is ontstaan, omdat het ons meer leert over ons eigen zonnestelsel.’ Satellietbeelden en robotmissies hebben al een hoop informatie opgeleverd. Op foto’s van de planeet zijn bijvoorbeeld enorme ijskappen te zien en door afzettingsgesteente en sediment weten we dat er vroeger vloeibaar water aanwezig was. ‘Onder die omstandigheden zou er dus, net zo goed als hier, leven kunnen zijn ontstaan. Als we tekenen van leven vinden op Mars, verandert dat ons hele wereldbeeld.’ Al sinds de middeleeuwen weten we dat de Aarde niet het middelpunt is van het heelal en ook ons zonnestelsel blijkt allang niet meer uniek. ‘Wanneer blijkt dat er op andere planeten leven is, worden we gedwongen om onze positie in het universum opnieuw te herzien. Vooral sommige gelovigen zullen het hier moeilijk mee krijgen.’ Dit verandert immers ieders wereldbeeld over de ontstaanswijze van het leven. Tripmadam Wamelink was in eerste instantie nieuwsgierig of planten zouden kunnen groeien op buitenaardse grond. Omdat er nog nooit eerder onderzoek op dit gebied was gedaan, verwachtte de wetenschapper weinig resultaat. Daarom

pakte hij zijn experiment groots uit, om zo de slagingskans te optimaliseren. Hij verdeelde zo’n 4200 zaadjes van veertien verschillende plantensoorten over grond van Mars, de maan en de Aarde. Geen echte grond van de maan of Mars, verduidelijkt Wamelink, maar grond met een vergelijkbare samenstelling. ‘De Marsgrond komt uit de Mojavewoestijn in Californië en de maangrond uit Arizona.’ De samenstelling komt 98 procent overeen. ‘Een duur grapje’, voegt hij grinnikend toe. ‘De grond kost zo’n 2500 euro per 100 kilogram.’ Een andere reden voor Wamelinks lage verwachtingen was de samenstelling van de bodems. Deze missen bijvoorbeeld gereduceerd of geoxideerd stikstof. ‘Stikstof is een van de belangrijkste voedingstoffen voor planten’, licht hij toe. ‘Ook zitten er in de bodems veel zware metalen, zoals zink, kwik of lood. Voor planten is dit niet direct giftig, maar voor mensen wel. Het is dus belangrijk te voorkomen dat deze stoffen via plantaardig voedsel in de mens terecht komen.’ Bovendien zijn beide bodems hydrofoob, wat betekent dat ze geen water opnemen. ‘Dat was nieuws voor NASA. Over de samenstelling van de bodem konden ze van alles vertellen, maar ze hadden nog nooit getest wat er gebeurt als je water toevoegt.’ Ondanks deze barre omstandigheden vielen de resultaten opvallend positief uit. ‘We waren verrast toen we ontdekten dat de zaadjes heel snel kiemden’, vertelt Wamelink enthousiast. ‘Alle soorten zaadjes zijn uiteindelijk uitgekomen, op alle bodems.’ Maanbodem bleek gemiddeld genomen het minst geschikt om op te verbouwen. ‘Op deze bodem gingen veel plantjes na het kiemen uiteindelijk dood. Op Marsbodem groeiden ze wel door.’ Op een van de posters in zijn kantoor staan foto’s van het experiment. Glunderend wijst hij naar de tripmadam, een vetplantje dat veel in de duinen groeit en het tijdens het experiment erg goed deed. ‘Dit is een van mijn favorieten, een prachtige plant.’ Een cyclus van poep Een deel van de planten deed het heel goed en begon met bloeien. Een cruciaal moment, want dat betekent dat er een volgende generatie planten verbouwd kan worden. Dit bracht Wamelink op het idee voor zijn huidige onderzoek: het creëren van een duurzaam agrarisch ecosysteem op Mars, dat toekomstige kolonisten moet kunnen voorzien van voedsel. Eten meenemen naar Mars is namelijk onbegonnen werk. ‘Een enkeltje naar Mars zal, optimistisch geschat, ongeveer een half jaar in beslag nemen. Genoeg voedsel meenemen voor de heenweg, terugweg en het verblijf is inefficiënt en neemt veel ruimte in beslag op het schip. Een klein nadeel is dat planten bestoven moeten worden voordat ze zaden produceren. Hier stuitte Wamelink op een probleem: in de natuur gebeurt bestuiving door de wind of insecten. Beide zijn op Mars niet aanwezig. ‘Mijn oplossing zou zijn om hommels mee te nemen naar Mars’, vertelt de ecoloog. ‘Hommels houden een lange winterslaap en zijn daarom in die periode makkelijk mee te nemen.’ Zo zou de mens op Mars landbouw kunnen creëren die zichzelf in stand houdt. Met hommels is de cyclus echter niet af. ‘Om de grond


op Mars Leef, woon, werk,Moestuin feest... met ANS 15 P.P.15

te optimaliseren, moeten we ook wormen, schimmels en bacteriën meenemen.’ Een aantal belangrijke voedingsstoffen voor planten komt niet voor in Marsbodem. Volgens Wamelink hoeven astronauten voor een oplossing niet ver te zoeken. ‘In ontlasting zitten genoeg voedingstoffen’, grinnikt hij. ‘Door deze te vriesdrogen worden bacteriën gedood en kun je het aan de grond toevoegen.’

Genoeg voedsel meenemen voor de heenweg, terugweg en het verblijf is inefficiënt. Haalbaarheid Wamelinks onderzoek wordt volledig betaald door crowdfunding. Financiers krijgen voor hun steun een primeur terug. ‘Inmiddels zijn er verschillende “Marsplanten” geoogst, waaronder rucola, rogge, tomaten en aardappels. Vorig jaar hebben we hiermee een speciaal diner georganiseerd, waarbij de financiers de planten mochten komen proeven. Om te testen of de planten veilig waren voor consumptie,

hebben we ze van tevoren uitgebreid geanalyseerd, onder andere op de aanwezigheid van zware metalen. Alle planten bleken gelukkig vrij van gezondheidsrisico’s.’ Het diner, dat onder andere bestond uit gepofte tomaten en aardappelsoep met brandnetel, viel bij de gasten goed in de smaak. ‘Vooral de worteltjes schenen heel zoet te zijn’, zegt Wamelink vol trots. Toch bestaat er geen garantie dat de groenten het net zo goed doen op Mars. ‘Pas als men daar is, begint het echte experiment. De eerste mensen die naar Mars gaan, moeten daarom hun eigen voedsel meenemen, maar vrij snel daarna zal het telen beginnen.’ Wamelink schat de kans dat landbouw op Mars toch niet gaat werken laag in. ‘Als ik zelf mee zou gaan, zou de kans dat ik het voor elkaar krijg groot zijn.’ Daadwerkelijk afreizen naar Mars wil Wamelink liever niet. Ondanks zijn fascinatie voor de ruimte en zijn liefde voor Star Trek vindt hij de reis te lang. ‘Minstens een half jaar heen en een half jaar terug. Bovendien zit je daar ook nog een tijd.’ Hoelang de eerste mensen op Mars zullen blijven, is nog onduidelijk. NASA houdt het op een week, maar Elon Musk denkt aan een enkele reis. Een toeristische vlucht naar de maan ziet Wamelink echter wel zitten. ‘Ik wil zeker mee als we dit project daar opzetten. Twee dagen vliegen, dat houd ik nog wel vol.’ ANS


www.ans-online.nl. Tekst: De redactie / colofon P. 16

De Toren van Babel ‘s Ochtends wordt in het Oosten een oud rijk gesticht waar de mens, uit angst voor de vergankelijkheid na een schaal verboden vruchten als ontbijt, wanhopig zijn smeekbedes tot de hemel richt. Maar de hemel gloeide zilver in het ochtendlicht. De vorst keurt vanaf een groen behangen balkon hoe men wat niet gegeven wordt zelf gaat halen. Over falen zwijgt men stil in alle talen. Hoog wordt geblazen van de toren zonder plafond en de hemel straalde gouden in de middagzon. Daar verrijzen in de zanderige schittering zuilengalerijen verrijkt met arabesken. ’t Op het waanzinnige af groter, groots, groteske bouwwerk draait om zijn as in oneindige hunkering, maar de hemel brandde roze in de schemering. Storm kondigt zich in fluisterende wolken aan. Hopeloos gewogen en te licht bevonden richt stenen hoogmoed zich bulderend te gronde. Stof is opgewaaid om weer tot stof te vergaan en de hemel smeulde zwart onder de sikkelmaan.


Ans deze maand P. 17

Krekels ’s Middags liep ik met mijn zakken vol met handen Door de velden, rijkelijk badend in de zon. Een gouwen korenaar geklemd tussen mijn tanden Mijn doel bestond slechts voor zover ik het verzon. Want langs de weg weerklonk een rijke symfonie Die gonzend het koren op haar maat liet trillen En vanuit het gras de hemel tergde tot die Magistrale madrigalen deed verstillen. De kleine groene strijkers speelden virtuoos; Onder malende kaken werd mijn koren broos En ik tufte, waarna het spetten onverwacht De grasspriet waarop een solist was gezeten Hem hoogst verontwaardigd plots wegspringen deed en Abrupt het gans orkest tot een stilzwijgen bracht!

Illustraties: Anne Rombouts/ Gedichten: Pieter Theunissen, student Wijsbegeerte, is een uit het zuiden van Limburg afkomstige dichter. Sinds hij actief werd met zijn poëzie heeft hij onder andere meerdere malen gesproken op de jaarlijkse Avond van de Poëzie in Poppodium Volt te Sittard. Ook heeft hij meegewerkt aan verscheidene projecten waarbij poëzie samenkwam met de beeldende kunst. Bij deelname aan de Campusdichterverkiezing van de Radboud Universiteit in 2017 eindigde hij in de top drie.


Had ik maar een tijdmachine Tekst: Edwin Jonkman en Jean Querelle/ Foto’s: Katholiek Documentatie Centrum P. 18

had ik maar een tijdmachine In de jaren zeventig stond de Berlijnse Muur nog fier overeind, voerde ABBA de hitlijsten aan en demonstreerden studenten tegen kernenergie. Kamernood, bezettingen en naturistenstranden, het leven als student aan de Katholieke Universiteit Nijmegen was allerminst saai te noemen. Hoe was het om veertig jaar geleden in Nijmegen te studeren? Tussen je colleges door even met medestudenten afspreken op het universiteitsterrein is anno 2018 de normaalste zaak van de wereld. Alle hoeken van de campus zijn binnen vijf minuten te bereiken. Op de Katholieke Universiteit Nijmegen (KUN), zoals de Radboud Universiteit (RU) heette, was in 1978 het contact tussen verschillende studies een stuk minder. De grijze gebouwen van de faculteit Wis- en Natuurkunde (W&N) waren omringd door een hoog hek. Volgens Jan Brabers, universiteitshistoricus aan de RU, was deze merkwaardige omheining symbolisch voor de afstand tussen faculteiten. ‘De overkant van de Heyendaalseweg, daar kwam je gewoon niet. Van een eenheid binnen de universiteit zoals die er nu is, was toen geen sprake.’ Veel studies hadden namelijk nog geen eigen plekje op de campus. De rechtenfaculteit lag midden in de stad: de juristen hadden college in statige herenhuizen aan de Oranjesingel. Ook het bestuursgebouw van de universiteit bevond zich in het centrum, aan de Wilhelminasingel. Barakken en kloosters Hoewel de universiteit van oudsher in het stadscentrum was gevestigd, werd de Heyendaalse campus in rap tempo uitgebreid. De medische studies en de faculteit W&N waren volledig op de campus gehuisvest. Ook zat een deel van de alfastudies in het toen gloednieuwe Erasmusgebouw en het psychologisch laboratorium, tegenwoordig het Spinozagebouw. De aanleg van de Thomas van Aquinostraat was nog in volle gang, deze zou pas in de jaren tachtig voltooid zijn. Sociologen, antropologen en politicologen hadden college in houten barakken even buiten de campus, op de plek waar nu de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen zit. Het was er gehorig en ’s zomers kon het erg warm worden in de lokalen. Het Albertinumklooster, achter het complex Hoogeveldt, bood onderdak aan theologiestudenten. Theo Koster, die daar tussen 1970 en 1978 studeerde en tot voor kort studentenpastor was aan de RU, benadrukt dat de studie Theologie toen een stuk groter was. ‘We waren met ongeveer 24 eerstejaars, terwijl we tegenwoordig al heel gelukkig zijn met twee of drie nieuwe

studenten per jaar.’ Wat betreft voorzieningen was het in 1978 niet al te best gesteld. ‘Het was niet te vergelijken met de faciliteiten die de studenten nu hebben zoals De Refter’, meent Brabers. De studentenkerk en de mensa lagen aan de Professor van Weliestraat in Galgenveld, niet op loopafstand dus. In de mensa kon je samenkomen met andere studenten en kon je spelletjes spelen, samen televisie kijken of vergaderingen houden. Het eten dat geserveerd werd, liet vaak te wensen over. ‘In mijn tijd was er maar een menu, dat af en toe zo vreselijk was dat we kokhalzend naar buiten kwamen’, vertelt Koster. ‘Dan gingen we maar naar de frietboer toe.’

‘Van een eenheid binnen de universiteit was toen nog geen sprake.’ Tegen gettovorming In de jaren zeventig had de KUN ongeveer vijftienduizend studenten. Veel van hen zaten op kamers in de populaire wijken Bottendaal en Galgenveld. Kamerhuur bij particulieren en hospita’s was niet meer voldoende omdat het aantal studenten flink groeide. ‘Dat zag men al wel aankomen met de babyboomgeneratie die ging studeren’, legt Brabers uit. Waar de Stichting Studenten Huisvesting Nijmegen (SSHN) eerst alleen stadspanden tot studentenhuizen transformeerde, ging ze in de jaren zestig over op nieuwbouw. Na de complexen Jacob Canisstraat en Galgenveld, werd Hoogeveldt in 1970 opgeleverd. Vijf jaar later verrees Vossenveld in Hatert. Vanuit Den Haag werd in 1978 besloten geen studentencomplexen meer te bouwen, want deze zouden volgens Marcel van Dam, toenmalig staatssecretaris van Huisvesting, ‘gettovorming’ in de hand werken. Tegenwoordig eindigt een huurcontract bij de SSHN na het afstuderen,


Links: Studenten demonstreren tegen de komst van het Erasmusgebouw. Rechts: Studenten in de cataloguszaal.

maar deze regel was in de jaren zeventig nog niet ingevoerd. Hierdoor was het vrij gebruikelijk dat bewoners tien jaar op dezelfde gang woonden. De SSHN had in 1978 de beschikking over zo’n drieduizend wooneenheden, waarmee ze ongeveer 20 procent van de Nijmeegse studenten kon voorzien van een dak boven hun hoofd. De rest was net zoals tegenwoordig aangewezen op particuliere verhuurders.

‘De universiteit werd in 1970 tot in haar vezels gedemocratiseerd.’ Typemachines en kaartenbakjes Of je nu een kamer in Nijmegen had bemachtigd of elke dag moest pendelen tussen het ouderlijk huis en de universiteit, er moest hoe dan ook gestudeerd worden. Het studieproces verliep totaal anders dan nu. Voor de huidige generatie studenten is het bijvoorbeeld haast ondenkbaar een essay te schrijven zonder ook maar een keer de backspace-knop te gebruiken. ‘Je moest ontzettend goed nadenken over wat je op papier wilde zetten’, vertelt Brabers. ‘Daarom schreef je vaak eerst het hele werkstuk uit, voordat het werd uitgetypt. Bij een fout moest je met tipp-ex gaan klungelen of helemaal opnieuw beginnen.’ Als een student na lang zwoegen zijn werkstuk af had, moest hij langsgaan bij het secretariaat. Daar werd het werk, afhankelijk van hoeveel exemplaren er nodig waren, een aantal keer door de stencilmachine gedraaid. ‘Alles ging net iets omslachtiger en moeizamer dan nu’, vertelt de universiteitshistoricus. Het beeld

van bibliotheken vol tikkende studenten die hun papers of scripties schrijven ging in de jaren zeventig niet op. ‘Het daadwerkelijke typewerk gebeurde op je kamer. Daar stond je eigen typemachine’, legt Koster uit. Het schrijfwerk vond volgens de theoloog plaats tijdens hoorcolleges. ‘Op de universiteit maakte je alleen maar aantekeningen met pen en papier. Die wisselde je dan met elkaar uit, maar meestal waren ze niet te lezen. Vooral bij de hoorcolleges was het pennen geblazen.’ De Universiteitsbibliotheek (UB) werd vooral gebruikt om boeken uit te lenen, maar de opzet ervan was wel iets anders. Elke opleiding van enige omvang had namelijk een eigen bibliotheek, de zogeheten instituutsbibliotheek. ‘De bieb van Geschiedenis zat op de elfde verdieping van het Erasmusgebouw. De vloerbedekking op die verdieping is nog steeds anders dan de rest van het gebouw’, lacht Brabers. Later zijn veel van deze bibliotheken samengevoegd in De Verdieping. ‘Waar nu de computerzaal is in de UB, zat vroeger de cataloguszaal’, vertelt Brabers. Daar stonden over de gehele lengte van die zaal grote kasten met kaartenbakjes erin. Zo kon men op alfabetische volgorde van auteurs de benodigde boeken vinden. ‘Nadat je had gevonden wat je wilde lenen, moest een formulier worden ingevuld. Dat ging naar de balie en enige tijd later kon je de aangevraagde boeken ophalen.’ Hoewel het opzoeken van boeken dus een stuk meer handarbeid vereiste, werken de bibliotheken tegenwoordig nog steeds met hetzelfde systeem, maar dan online. Nietsverhullende democratie Hoe tijdrovend of vermoeiend het studeerwerk ook was, studenten hadden uiteraard nog een leven buiten de collegebanken. Eind jaren zestig vochten studen-


Had ik maar een tijdmachine P. 20

ten vooral voor het recht op inspraak in de academische wereld. ‘De universiteit werd in 1970 tot in haar vezels gedemocratiseerd’, vertelt Brabers. In de jaren zeventig eisten studenten ook inspraak op de benoemingen van docenten en hoogleraren. ‘Zo wilden veel studenten dat er docenten werden benoemd van een marxistische slag. Als ze hun zin niet kregen, had je een probleem. Dan werden er gebouwen bezet of demonstraties gehouden.’ Koster denkt lachend terug aan die turbulente jaren. ‘Theologie is nooit bezet geweest, maar bij Sociologie was het elke week raak. Dat gebouw was naar ons idee continu bezet.’ De oud-studentenpastor, die in zijn studententijd actief was in de faculteitsraad, maakte het resultaat van de ver doorgevoerde democratisering van dichtbij mee. ‘Na afloop van een vergadering ging je vaak een pilsje drinken met je docenten. Zo leerde je hen op een andere manier kennen en sprak je sneller wat met hen af. In die jaren was naaktrecreatie bij de Bisonbaai zeer in trek bij theologen. Ik weet nog goed dat naast mij twee docenten poedelnaakt lagen te zonnen. Geloof me, dat werkt bijzonder democratiserend!’ Studenten in de samenleving Doordat studenten zoveel inspraak hadden in het beleid van de universiteit, ontwikkelde Koster naar eigen zeggen een groot verantwoordelijkheidsgevoel. De uitspraak van de theoloog staat symbool voor de maatschappelijke betrokkenheid die in de jaren zeventig ontstond onder studenten. Bein jaren zeventig was er sprake van een muur tussen de universiteit en de maatschappij. De academische wereld, die zich lange tijd had onttrokken van de samenleving, werd opgeschud door linkse en progressieve studenten die zichzelf meer in de samenleving wilden plaatsen, legt Brabers uit. ‘Juristen in opleiding begonnen rechtswinkels, waar mensen juridisch advies konden inwinnen. Overal waren comités en studenten actief die zich bezighielden met sociale problematiek.’ De antikernenergiebeweging, veel feministische groepen en de krakersbeweging zijn allemaal ooit begonnen als studentengroepen die iets voor de maatschappij wilden betekenen. ‘Van progressieve actieclubs had Nijmegen er

Sporten is van alle tijden, zoals deze twee roeiers van Phocas laten zien.

bijzonder veel’, merkt de universiteitshistoricus op. Het is niet verwonderlijk dat er minder animo voor het traditionele, corporale studentenleven was in een tijd dat de kloof tussen de universiteit en de maatschappij kleiner werd. ‘Terwijl begin jaren zestig iedereen lid was van Carolus Magnus, stond in de jaren zeventig het verenigingsleven op een lager pitje. Studenten hadden andere dingen te doen, zoals demonstreren’, zegt Brabers. Veertig jaar later is het verenigingsleven in Nijmegen weer opgebloeid, staat de Thomas van Aquinostraat op het punt te worden gesloopt en zijn boeken online snel opgezocht. Demonstreren heeft flink aan populariteit verloren. De laatste bezetting op een universiteit in Nederland was de Maagdenhuisbezetting in 2015. Waren studenten in de jaren zeventig dan een stuk daadkrachtiger? ‘Dat viel wel mee’, vertelt Koster. ‘Toen was het groepje dat daadwerkelijk actief deelnam aan de medezeggenschap maar klein. Studenten waren echt niet verantwoordelijker dan nu.’ Wie zich al een beetje zorgen begon te maken over zijn gebrek aan demonstratiedrang kan gerust ademhalen. Misschien was vroeger toch niet alles beter. ANS


Tekst en foto’s: Danique Janssen en Pam Oostenwouder/ Illustraties: Joost Dekkers De Graadmeter P. 21

De graadmeter In De Graadmeter zijn de mogelijkheden niet te overzien. Waar kun je het beste wildkamperen, wat is het hipste kapsel en hoe scoor je het snelst een bedpartner? In De Graadmeter onderzoekt ANS de opties. Deze keer: Kattenkwaad

Wat: Prank call Moeite: Belangst overwinnen Leedvermaak: Aan het lijntje gehouden Je hebt vandaag je lolbroek en je grapjas aangetrokken en besluit weer eens een goede oude prank call uit te voeren. Je zit klaar met een telefoon en goed gezelschap, maar even slaat de angst toe. Nadat je vrienden je moed hebben ingepraat, toets je toch maar het nummer in van je meest naïeve kennis. Zo gauw de telefoon overgaat, zit je in je rol en neem je een zelfverzonnen enquête af namens de universiteit. Het slachtoffer wordt even achterdochtig en het zweet breekt je uit, maar je verzint een goede smoes en herpakt je snel. Het mag niet baten, want uiteindelijk zijn de giechelende vrienden naast je jouw doodsteek. Hierdoor flopt je prank, maar heb jij wel een sixpack gekweekt van het lachen.

Wat: Explosieve taart Moeite: Creatief met cake Leedvermaak: Cakeje van eigen deeg De zoveelste familieverjaardag van het jaar komt eraan, maar de kringgesprekken met flauwe hapjes komen inmiddels je neus uit. Om de dag meer pit te geven, maak je een spetterende taart. Je legt een ballon midden op een deegbodem. Zorgvuldig bouw je een muur van cake om de opblaasgranaat heen. Als kers op de taart bedek je de ballon met zoveel mogelijk glazuur, zodat hij niet meer zichtbaar is. Je overhandigt de jarige een scherp mes en lacht alvast in je vuistje. Helaas is de camouflage niet effectief en ziet hij al snel hoe laat het is. Je doelwit weigert de cake aan te snijden en al je werk blijkt gebakken lucht te zijn. Als schrale troost eet je het misbaksel zelf maar op.

Benieuwd naar meer mogelijkheden tot kattenkwaad? Kijk op ANS-Online.nl.

Wat: Nepdrol Moeite: Klei-nigheidje Leedvermaak: Geen zeven kleuren gescheten Je huisgenoten irriteren je weer eens mateloos. Ze laten hun afwas dagenlang staan, tot diep in de nacht dreunt er muziek door het huis en de wc zit onder de remsporen. Je passief-agressieve opmerkingen en boze briefjes worden keer op keer genegeerd en nu is de maat vol. Je verzint een originele prank om ze een poepie te laten ruiken. De enige benodigdheden zijn peperkoek en water. Zorgvuldig kneed je hier een mooie drol van en plaats je deze voor de deur van de grootste rommelkont van het huis. Je had gehoopt hem goed te kakken te zetten, maar behalve een geïrriteerde blik lokt de drol nauwelijks reactie uit. Je huisgenoten hebben schijt aan je grap en hun slechte gewoontes blijven onveranderd. ANS


happy birthday, mr. president


Tekst: Danique Janssen/ Foto’s: Ted van Aanholt Happy Birthday, Mr. President P. 23

Trump mag op 20 januari een kaarsje uitblazen: het is dan een jaar geleden dat hij de baas werd van de Verenigde Staten. Amerikadeskundige Koen Petersen volgt de president, en de rest van de politiek in de VS, op de voet. ‘De Amerikaanse politiek zit vast en Trump is de shocktherapie die dit weer los moet trekken.’ Tijdens zijn campagne deed Donald Trump grootse beloften. Zo zou er een muur tussen Mexico en de Verenigde Staten komen, wilde hij Obamacare afschaffen en zou hij andere lidstaten dwingen meer te betalen voor de NAVO. Na een jaar is maar een klein deel van zijn plannen door het Congres heen gekomen, maar volgens Amerikadeskundige Koen Petersen heeft Trump in dat jaar wel degelijk zijn stempel op het land weten te drukken. Volgens de Amerikanist moet er onderscheid worden gemaakt tussen concrete, inhoudelijke zaken die hij heeft bereikt, en zijn algemene invloed op het politieke landschap in de VS. ‘Trumps stijl wijkt af van die van zijn voorgangers en hij is een van de weinige presidenten zonder politieke ervaring. Zo dwingt Trump met zijn aanwezigheid veranderingen af in de politieke dynamiek, ook al zijn dit misschien niet de veranderingen die hij zelf wil zien.’ Petersen houdt dit proces nauwlettend in de gaten. Hij studeerde af in Politicologie en in Amerikanistiek, waarna hij zich specialiseerde in een combinatie van deze twee vakgebieden. Petersen schreef diverse boeken over de Amerikaanse politiek en analyseert Amerikaanse presidentsverkiezingen voor de Nederlandse media. Onder het genot van een cappuccino en pianomuziek maakt hij in een Amsterdams café nog eens zo’n analyse, dit keer van Trumps eerste jaar als president. De stempel van Trump De veranderde dynamiek die Trump teweeg brengt, is volgens Petersen tot nu toe een van de grootste invloeden van de president. Zo is Trump een van de eersten die laat zien dat het als politieke buitenstaander mogelijk is om president te worden. Ook kenmerkend zijn de alternative facts, alternatieve waarheden die hij inzet om kiezers voor zich te winnen. Hiermee laat hij zien dat je zelfs door het verdraaien van de waarheid aan de macht kan komen. ‘De Amerikaanse politiek zit vast en Trump is de shocktherapie die dit weer los moet trekken’, aldus Petersen. Een voorbeeld van inhoudelijke invloeden van Trump is de aanstelling van Neil Gorsuch, de conservatieve rechter die eerder dit jaar is benoemd voor het Amerikaanse Hooggerechtshof. ‘Gorsuch is vrij jong en kan dus nog decennialang invloedrijke beslissingen nemen over belangrijke dilemma’s. Dit kunnen allerlei kwesties zijn, zoals abortus, het klimaatbeleid of euthanasie’, legt Petersen uit. Op deze manier kunnen Trumps beslissingen dus

nog lang de politiek blijven beïnvloeden. Daarnaast heeft Trump van februari tot begin december al ruim vijftig executive orders afgekondigd. Dit zijn er veertien meer dan zijn voorganger Barack Obama in zijn hele eerste jaar als president. Executive orders zijn presidentiële decreten die geen goedkeuring van het parlement vereisen. Een voorbeeld hiervan is de ingrijpende aanscherping van het immigratiebeleid. Hierbij stelde Trump onder andere een permanente verlaging van het aantal toegestane vluchtelingen per jaar in. De immigratie van illegalen is mede door deze maatregel sterk gedaald. ‘Inhoudelijk gebeurt er een hoop, maar vooral Trumps afwijkende regeerstijl trekt de aandacht.’

‘Elke nieuwe president houdt een eigen buitenlandbeleid aan. Ook Trump.’ Trump versus de wereld Ook de rest van de wereld merkt wie er aan het roer van Amerika staat. Petersen is pessimistisch over de rol van de VS als wereldmacht. Dit komt echter niet alleen door Trump. ‘De status van Amerika als wereldmacht is al drie presidenten terug op zijn retour gegaan. Dat ligt niet zozeer aan hen, maar aan ontwikkelingen die andere grote landen doormaken. China maakt bijvoorbeeld een flinke inhaalslag op het gebied van modernisering. De Verenigde Staten zijn op dit gebied juist vrij stabiel. Hierdoor worden de verschillen tussen deze landen minder groot.’ Daarbij ziet Petersen een inconsistentie tussen Trump en de voorgaande presidenten wat betreft het buitenlands beleid. ‘Tot de Koude Oorlog waren Republikeinen en Democraten het op dit gebied veelal met elkaar eens. Het was voor iedereen duidelijk dat de Sovjet-Unie klein moest worden gehouden.’ Na de Koude Oorlog is deze consensus echter weggevallen. ‘De VS hebben geen fundamenteel idee meer waarmee ze naar de rest van de wereld kijken. Dit heeft als gevolg dat elke nieuwe president een eigen lijn aanhoudt. Ook Trump.’ Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan zijn America Firstbeleid. Ook in Nederland is de aanstelling van de president merkbaar, zegt Petersen. De Verenigde Staten zijn, na Duitsland, onze belangrijkste handelspartner. ‘Als Trump besluit barrières op te werpen in de vorm van importhef-


Happy Birthday, Mr. President P. 24

fingen, heeft dat ook invloed op onze handel. Wanneer die achteruit gaat, heeft dat een negatief effect op onze bedrijven en werkgelegenheid.’ Petersen is niet tevreden over de manier waarop de Nederlandse media over de president rapporteren. ‘Trump is hier bijna dagelijks voorpaginanieuws. Mensen vragen zich af hoe het kan dat iemand als hij in het Witte Huis zit. De berichtgeving is echter nooit compleet, het gaat namelijk vaak over dingen waarmee hij bewust de aandacht trekt. Je hoort bijna niets over zaken die veel grotere maatschappelijke gevolgen hebben dan wat hij bijvoorbeeld op Twitter plaatst.’ Hiermee doelt de analyst onder andere op het boren naar olie in natuurgebieden en het uitzetten van illegalen. Door de gebrekkige aandacht van onze media op zijn beleid is onze beeldvorming van Trump verstoord, vindt Petersen. Blik op de toekomst Hoe zit het met de toekomst van Trump? Tijdens de midterm elections in november 2018 is een groot deel van het Congres verkiesbaar. ‘Als ik op het patroon afga dat bij eerdere presidenten te zien is, verwacht ik een zware nederlaag voor Trump’, voorspelt Petersen. ‘Met uitzondering van George W. Bush is dit namelijk de afgelopen decennia steeds gebeurd.’ Interessanter vindt de Amerikakenner hoe het afloopt met de Democratische senatoren uit staten waar Trump een meerderheid had. ‘Een derde van de senaat moet worden herkozen, daar zitten ook tien Democraten uit die staten bij’, legt Petersen uit. ‘Volgens Trump zitten die hem dwars. De vraag is nu of zijn achterban hem gelooft of toch die senatoren, die hem natuurlijk gaan tegenspreken.’ De uiteindelijke keuze van de achterban is volgens de Amerikanist een belangrijke indicatie voor de toestand in de swing states. Dit zijn de staten waar geen duidelijke voorkeur heerst voor een partij. Naast deze midterm elections is het ook nog afwachten of Trump mogelijk voor die tijd zal worden afgezet, iets wat niet ondenkbaar is. Bij een impeachment-procedure wordt een president uit zijn ambt gezet als daar genoeg redenen en stemmen in het Congres voor zijn. Zo’n procedure gebeurt uiteraard niet zomaar; er is hard bewijs voor nodig dat de president crimineel gehandeld heeft. Het vermoeden bestaat nu dat er sprake is geweest van Russische inmenging in de verkiezingen. Als blijkt dat Trump actief heeft samengewerkt met de Russen, kan dit een reden zijn om hem af te zetten. Toch acht Petersen de kans klein dat dit daadwerkelijk zal gebeuren. ‘Impeachment is een heel vergaande stap. Ik verwacht niet dat hij puur om deze zaak afgezet zal worden. Wel loopt hij grote risico’s door het feit dat hij een onervaren politicus is. Trump is heel impulsief. Ik denk dus dat de manier waarop hij zo’n zaak afhandelt hem mogelijk wel fataal kan worden.’ Obstruction of justice, het belemmeren van een juridisch proces, is namelijk ook strafbaar. Petersen licht toe dat presidenten sowieso vaak niet de

tijd hebben om rustig te bedenken hoe ze ergens op gaan reageren, met impulsieve beslissingen als gevolg. Dit was al het geval bij ervaren politici als Richard Nixon en Bill Clinton, dus Petersen verwacht dat de onervaren Trump hier ook steken gaat laten vallen. Mocht de president het toch redden tot 2020, dan kan het wat Petersen betreft nog alle kanten op gaan. ‘Als er straks bij de voorverkiezingen van de Republikeinen iemand is die Trump uitdaagt, dan loopt het in de regel slecht af met de zittende president. Dat gebeurde ook bij George H.W. Bush. Mocht Trump hier wel doorheen komen, dan hangt de verkiezingsuitslag heel erg af van wie de Democratische kandidaat is.’ Toch is er wel degelijk een path to victory, zegt Petersen. ‘Wanneer de werkgelegenheid en de economie verbeteren, dan is de kans groter dat hij wordt herkozen. Dan doen die schandalen en controverses er voor de kiezers ook niet meer zoveel toe. Trump heeft tijdens de afgelopen presidentsverkiezingen al laten zien dat het inderdaad zo werkt.’ ANS


Column Maurits Vercammen P. 25

DE PiPET De Pipet is het satirische nieuwsmedium voor (studerend) Nijmegen, dat als doel heeft lezers op een luchtige en humoristische manier te informeren over campusnieuws en het Nijmeegse studentenleven. De Pipet: geen speld tussen te krijgen! tentamensurveillant op non-actief na aanscherping regels Tentamensurveillant Henk (86) is op non-actief gesteld omdat hij als surveillant niet irritant genoeg was. Meerdere studenten hebben de afgelopen tentamenperiode geklaagd over de werkwijze van Henk. ‘Henk is altijd perfect voorbereid, krijgt het voor elkaar om zijn droge crackers volledig geluidloos op te eten en loopt zonder luid tikkende hakken door de zaal, zoals een echte surveillant wel zou moeten doen. Ik voel me gewoon niet thuis bij een tentamen zonder een bejaarde die hijgend over mijn nek meekijkt hoe ik een meerkeuzevraag mooi binnen de lijntjes probeer in te vullen’, aldus rechtenstudent Erik. De Radboud Universiteit (RU) erkent dat sommige surveillanten hun werk te goed doen, wat leidt tot irritatie bij studenten. ‘Veel van onze surveillanten zijn gepensioneerden die vroeger ook al een vervelende baan hadden. Een oud-kolonel, een politiecommissaris, een manager bij de belastingdienst. Surveillanten moeten moeiteloos studenten kunnen opnaaien, maar tegelijkertijd moeten ze het aankunnen om zich urenlang helemaal kapot te vervelen. Daar moet je sterk genoeg voor in je schoenen staan. Helaas is niet iedereen geschikt voor deze frustrerende taken, waaronder Henk.’ Door zo irritant mogelijke surveillanten aan te nemen hoopt de RU alleen de studenten over te houden die kunnen presteren onder de zwaarste omstandigheden. ‘Zo selecteren we de allerbeste studenten. Als jij een tentamen foutloos kan maken terwijl een surveillant snotterend en hevig ademend een koekje aan het opeten is, heb je een gouden toekomst voor je.’ Henk heeft begrip voor het nieuwe beleid, maar vindt het onacceptabel hoe hij aan de kant wordt geschoven. ‘Laatst surveilleerde ik bij een tentamen bij geneeskunde, maar ik mocht niet gaan plassen omdat ik geen doktersbriefje had. Ze hebben nu zelfs mijn rollatorparkeerplek van me afgepakt.’


Het Issue Tekst: Jonathan Janssen/ Illustratie: Bibi Queisen P. 26

HET ISSUE

In deze rubriek staat iedere editie een ander issue centraal dat de gemoederen flink bezighoudt. Deze editie: de bureaucratie in de zorg.

Zorgverleners klagen over de toenemende hoeveelheid tijd die ze kwijt zijn aan administratie, tijd die ze beter kunnen besteden aan zorg voor de patiënt. Volgens een onderzoek van zorgverlenersorganisatie VvAA zijn artsen 40 procent van hun tijd bezig met administratie. Drie op de vijf zorgverleners stoort zich aan overbodige protocollen en voorschriften. Alle partijen in de zorg en politiek zijn het erover eens dat er iets moet gebeuren aan deze regeldruk. Zorgverzekeraars en inspecties worden door critici vaak aangewezen als de schuldigen achter het probleem, omdat ze eisen dat alle uitgevoerde handelingen secuur moeten worden vastgelegd. Zorgverzekeraars zeggen dat ook besturen en beroepsgroepen verantwoordelijkheid dragen voor de administratiedruk. ANS zoekt uit hoe de bureaucratie in de zorg moet worden opgelost. Moeten dokters en verplegers zelf een halt toeroepen aan de overmatige bureaucratie of kunnen ook andere instanties, zoals zorgverzekeraars, de regeldruk aanpakken? Joost Zaat, huisarts en columnist bij de Volkskrant ‘Zorgprofessionals klagen vooral bij de verkeerde instanties. Ze zeuren bij de zorgverzekeraars en de inspecties, maar dat zijn zeker niet de enige schuldigen aan de regeldruk. De besturen van ziekenhuizen en wetenschappelijke beroepsverenigingen dragen hier ook aan bij. Dokters en wijkverpleegkundigen moeten tactischer gaan klagen bij de juiste instanties en niet in het wilde weg om zich heen roepen dat alles fout zit. ‘Administratie in de zorg is namelijk noodzakelijk. Het bijhouden van het patiëntendossier is cruciaal voor de dagelijkse zorg en collegiaal overleg. Daarnaast is het vanzelfsprekend dat zorgverzekeraars en patiënten willen weten of hun geld wordt uitgegeven aan kwalitatief goede zorg. ‘Het grootste probleem is dat zorgverleners zich zo ergeren aan de hoeveelheid administratie. Het onnodig verslagleggen in aparte formulieren en registraties mag minder. Dokters zouden ongehoorzamer moeten zijn. Stel: mevrouw Jansen heeft een prothese. Als de zorgverzekeraar dan komt vragen of haar been inmiddels is aangegroeid, dan ga je daar als dokter gewoon geen antwoord op geven. Dat is zinloze administratie, dat been groeit echt niet terug. Initiatieven als Het Roer Moet Om en (Ont)Regel de Zorg laten deze kwestie goed zien. ‘De zorg kost de maatschappij veel geld. Dan kan de dokter of verpleegkundige niet zeggen: “Jullie moeten als maatschappij maar geloven dat er zinnige dingen met dat geld worden gedaan.” Zorgprofessionals moeten gewoon verantwoording blijven afleggen aan de patiënt en aan zorgverzekeraars. De dokters moeten echter wel bedenken of bepaalde indicatoren en formulieren echt nodig zijn, of dat het simpeler kan.’

Bart Meijman, huisarts en initiatiefnemer van Actiecomité Het Roer Moet Om ‘Wantrouwen is de oorzaak van de huidige regeldruk in de zorg. Dat is niet alleen een probleem in de zorg, maar van de hele maatschappij. Door dat wantrouwen zijn meerdere lagen van controle ingesteld om de kwaliteit van de zorg in de gaten te houden. Die kwaliteit is echter lastig meetbaar, zolang de controleur niet naast de dokter zit in zijn praktijk. Daarom is men allerlei meetbare indicatoren op gaan stellen, maar die leiden alleen tot onnodige administratie. ‘De oplossing van de kwestie begint bij de zorgverleners die moeten opstaan en zeggen dat we zo niet door kunnen gaan. Nu zijn ze al 40 procent van hun tijd kwijt aan administratie, als er niets gebeurt wordt dat binnenkort meer dan de helft. Het scheelt al veel werk als dokters besluiten voortaan alleen nog te administreren wanneer ze afwijken van het protocol. ‘De media en politiek zouden vervolgens incidenten minder moeten uitvergroten. Zij voeden het wantrouwen. Wordt er in de zorg een fout begaan dan moeten de schuldigen gelijk worden aangewezen. Om falen in de toekomst te voorkomen bedenkt men nieuwe regels, waardoor de regeldruk alleen maar toeneemt. ‘Tenslotte zou iedereen gewoon weer vertrouwen moeten hebben in de zorgprofessional. Dan hoeft men zich niet constant te legitimeren tegenover zorgverzekeraars en inspecties. Het moet de norm worden dat kwaliteitsverantwoording met name wordt afgelegd aan de eigen beroepsgroep. Zo kan ik als dokter heel goed zien of een collega zijn werk goed heeft gedaan. Voor een buitenstaander is dat veel moeilijker te beoordelen.’


Het Issue P. 27

Wouter Kniest, adviseur Public Affairs Zorgverzekeraars Nederland ‘De regeldruk kan niet worden opgelost door een enkele partij. Alle betrokkenen moeten zich afvragen hoe ze slimmer kunnen administreren. Dezelfde informatie wordt namelijk vaak vier keer opnieuw geregistreerd omdat vragen op formulieren en in informatiesystemen niet goed op elkaar aansluiten. Wij pleiten als zorgverzekeraars voor een gestandaardiseerde gegevensuitwisseling zodat alle partijen hun informatie niet apart hoeven op te vragen. Dit noemen wij registratie aan de bron, omdat de informatie vastgelegd door de eerste behandelaar op die manier door meerdere organisaties kan worden opgevraagd. ‘Enige administratie blijft dus noodzakelijk. We hebben besloten de zorg samen te betalen, dus willen we weten of ons geld goed wordt besteed. We geven steeds meer geld uit aan de zorg, omdat deze continu verbetert dankzij nieuwe medicijnen en methoden en we langer leven. Omdat er zoveel geld omgaat in de zorg wordt de vraag om administratie groter. Als handelingen precies worden vastgelegd, is de zorg namelijk beter te controleren op kwaliteit. Zo kan men dus zien of al dat geld daadwerkelijk kwalitatieve zorg oplevert. Niet alleen zorgverzekeraars en inspecties, maar ook zorginstellingen en beroepsverenigingen vragen om deze informatie. ‘Die hoge zorgkosten mogen niet naar zinloze behandelingen gaan. Een groep medisch specialisten kwam een jaar geleden met de beter-niet-doen-lijst van dertienhonderd behandelingen die regelmatig worden uitgevoerd in ziekenhuizen, maar waarvan men niet zeker weet of ze wel het gewenste effect hebben. Van zulke behandelingen moeten we af. Dat leidt tot minder onnodige kosten en minder noodzaak voor regeldruk.’

Wat doet de overheid aan oplossingen voor de regeldruk in de zorg? Actiecomité Het Roer Moet Om kwam in maart 2015 met het Manifest van de Bezorgde Huisarts, dat werd ondertekend door ruim zevenduizend huisartsen. Datzelfde jaar liet toenmalig minister Edith Schippers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport weten de regeldruk voor zorgverleners aan te willen pakken met het actieplan Merkbaar Minder Regeldruk. Zij riep zorgorganisaties op om te kijken hoe ze zelf wat konden doen aan de regeldruk. De regering neemt ook steeds meer maatregelen tegen de overmatige administratie in de zorg. Huisartsen hoeven bijvoorbeeld sinds januari 2017 geen herhaalverwijzingen meer uit te schrijven voor logopedisten, dermatologen en diëtisten. Van augustus tot november 2017 was er een denktank actief, genaamd (Ont)Regel de Zorg, die voor zes beroepsgroepen keek welke administratie en regels overbodig zijn. Deze denktank werd gefinancierd door het ministerie, in samenwerking met zorgverlenersorganisatie VvAA en Het Roer Moet Om. In het regeerakkoord van kabinet-Rutte III zijn uit het rapport van (Ont)Regel de Zorg de ‘schrapsessies’ overgenomen. Dit zijn sessies waarin de overheid, zorgverzekeraars, zorginstellingen en gemeenten samen kijken waar onnodige regels kunnen worden verwijderd. Tenslotte heeft de nieuwe minister van Volksgezondheid Hugo de Jonge in november een akkoord gesloten met wijkverplegers om in 2018 de administratiedruk in de wijkverpleging te verminderen. ANS


Kamervragen Tekst: Bram Jodies/ Foto’s: Kelley van Evert P. 28

kamervragen In Kamervragen gaan twee studenten op ontdekkingstocht in elkaars kamer en speculeren ze over de persoonlijkheid, activiteiten en vreemde trekjes van de bewoner. Kunnen ze uitvinden wat voor persoon er achter de kamer schuilgaat?

Arn op bezoek bij Robin ‘Volgens mij woont hier een man’, zegt Arn, wanneer hij de kamer op de derde verdieping van complex Mariënbosch betreedt en zijn oog op een stel whiskyflessen valt. ‘Meestal drinken vrouwen geen whisky. Bovendien staat er een Playstation 4 en hangen er sportshirts en een Kud-shirt aan de muur.’ Hij loopt naar de tafel toe, waar een samenvatting tussen een groot boek vastgeklemd zit, en grinnikt. ‘Iets met de Tudor-monarchie. Ik gok dat hij Geschiedenis studeert, of iets in die trant.’ Daarnaast vermoedt Arn dat de student een tweede- of derdejaars is, want zo’n grote kamer ligt voor eerstejaars niet snel in het verschiet. Over het uitzicht is de bezoeker stellig. ‘Beetje treurig, elke ochtend wakker worden en de universiteit moeten zien.’ De omgeving vindt hij verder wel te tolereren door de nabijheid van de natuur bij het SSH&-complex. Dan valt zijn blik op een zwarte leren jas aan de deur. ‘Ik heb zelf ook zo’n jas gehad.’ Arn ziet wel meer over-

Robin op bezoek bij Arn Zodra Robin over de drempel van de kamer stapt, komt een warme wierookwalm hem tegemoet. In het vertrek liggen een Nintendo 64, een paar exotisch uitziende schaakborden en boven het bed hangt een Fullmetal Alchemist-poster. Door de inrichting denkt Robin dat er een man woont. ‘De kamer heeft een interessant sfeertje, door al die dingen uit verschillende werelddelen. Ik denk dat hier iemand woont die veel reist, of die mensen kent die veel reizen.’ Wat betreft de studierichting twijfelt Robin een beetje. ‘Hij lijkt me niet een echte diehard bèta of een heel exact iemand. Als ik dan toch moet gokken, zou ik zeggen Biologie of Biochemie, afgaande op de boeken.’ Robin denkt dat het een ouderejaars is, vanwege de hoeveelheid spullen. Op de vraag of hij met deze persoon in een huis zou kunnen wonen, antwoordt hij positief. ‘Het lijkt me een gezellig huis. Deze kamer is wel een beetje een rommeltje en ik ben een opge-


Kamervragen P. 29

vragenuurtje Tijd voor de confrontatie: hadden de studenten het bij het juiste eind of sloegen ze de plank compleet mis?

Robin

Arn

eenkomsten met zijn eigen kamer. ‘De indeling lijkt op mijn kamer, maar dan met wat meer ruimte.’ Op de vraag of hij met deze persoon in een huis zou kunnen wonen, reageert Arn positief. ‘Ik zie genoeg aanwijzingen dat we dezelfde hobby’s hebben. Ik denk dat het wel een gezellig persoon is.’ Plotseling slaakt hij een kreet terwijl hij behoedzaam een stapeltje Pokémonkaarten oppakt. ‘O mijn god, de eerste generatie kaarten, die heb ik ook!’, roept hij extatisch. Verder is Arn zeer te spreken over de twee gitaren en de nerdy spullen, zoals Yoda-sloffen en een Fallout-poppetje. ‘Ik heb het gevoel dat de eigenaar een geeky persoon is, dus waarschijnlijk zou ik het wel goed met hem kunnen vinden.’ Het enige voorwerp dat vragen oproept, is een kokosnoot in de vensterbank. Arn concludeert dat hij het niet erg zou vinden om de eigenaar van de kamer te leren kennen, gezamenlijk whisky te drinken en te gamen. ‘Ja, daar zou ik van kunnen genieten.’

ruimd persoon, maar ook ik maak er geregeld een troep van.’ ‘Ik denk dat het een gezellig iemand is met wie je lol kan hebben en een biertje kan drinken. Hij heeft meer films dan boeken en een grote collectie Pokémonfilms, dat is ook wel wreed’, zegt Robin. Hij kan de eigen smaak van de kamerbewoner waarderen. ‘Hij houdt van anime, spellen, maar ook van muzikale klassiekers zoals Johnny Cash. Hij heeft een goede muzieksmaak.’ Zelf zou Robin ook best in deze kamer willen wonen, ook al staat het vrij vol omdat het gezellig is ingericht. De extra stoelen en zitzak in de volle kamer betekenen volgens Robin dat de eigenaar in ieder geval voorbereid is om mensen over de vloer te hebben. Daarnaast valt het uitzicht op Nijmegen-West ook in de smaak. Het schaaltje met as op de magnetron kan hij in eerste instantie niet plaatsen, maar hij concludeert uiteindelijk dat de as de bron van de wierookgeur is.

De jongens nemen plaats op de bank in de woonkamer van Arn en binnen enkele seconden beginnen ze te lachen als de kokosnoot ter sprake komt. Arn (21, eerstejaars Pedagogische Wetenschappen) is benieuwd naar het verhaal erachter, maar daarin moet Robin (26, derdejaars Geschiedenis) hem teleurstellen: het was slechts een verjaardagscadeau. ‘Laat ik het zo zeggen, alles in mijn kamer dat niet functioneel is, heb ik gekregen.’ Robin vraagt of de beeldjes in Arns kamer souvenirs van zijn reizen zijn. Arn lacht, maar vertelt dat hij daar helaas het geld niet voor heeft. ‘Het meeste heb ik gekregen van vrienden en familie, zoals dat neushoornbeeldje. Dat heeft mijn zus voor me meegenomen uit Zuid-Afrika.’ Arn studeert ook geen Biologie, maar is een van de weinige mannelijke studenten Pedagogische Wetenschappen. Daarentegen klopt het wel dat Robin Geschiedenis studeert. Arn blijkt niet echt van het stappen te zijn. ‘Als ik met vrienden de stad in ga, is het meestal omdat ze me meeslepen’, vertelt hij. Voor Robin is dit niet het geval, maar ook hij is niet vier keer per week in de kroeg te vinden. De jongens zijn positief over elkaars eigendommen. Ze praten nog wat na over muzieksmaken en huurprijzen, en bij het noemen van het Kud-shirt beginnen ze weer te lachen, totdat het gesprek onherroepelijk bij games belandt. Beiden gamen wel eens, vooral met vrienden onder het genot van een biertje of een jointje. Vol trots vertelt Arn dat hij op drie games na zijn Nintendo 64-collectie compleet heeft. Athans, alle goede spellen, zoals de orginele Supersmash Bros en Mario Kart. Grijnzend vraagt Arn: ‘Wil je mijn gameverzameling dadelijk nog zien?’ ANS


Deze ANS niet/ GoedVoorEenConsumptie/ Colofon Tekst: Redactie P. 30

DEZE ANS NIET Sloopkogels en spandoeken Vroeger, toen studenten nog ergens voor stonden, was elk wissewasje aanleiding om een comité op te richten of te protesteren. De demonstratiegeest van studenten is verdwenen en dat is zonde. Tijd om weer boos te worden om niks. De sloop van het Thomas van Aquino, bijvoorbeeld. Zo’n lelijk gebouw zonder blikken of blozen tegen de grond gooien, dat moet niet kunnen. Studenten, haal de megafoons uit de kast en keten jezelf vast aan de sloopmachines! Misschien komt er uit de diepe krochten van het gebouw nog een verdwaalde bezetter uit de jaren zeventig kruipen die het voortouw wil nemen.

32e jaargang Hoofdredactie Aaricia Kayzer en Vincent Veerbeek Redactie Danique Janssen, Julia Mars en Jean Querelle Medewerkers Joep Dorna, Naomi Habashy, Jonathan Janssen, Bram Jodies, Edwin Jonkman en Pam Oostenwouder Illustraties Joost Dekkers, Paula Koenders, Bibi Queisen en Anne Rombouts Foto’s Ted van Aanholt, Kelley van Evert, Steven Huls, Danique Janssen, Katholiek Documentatie Centrum, Aaricia Kayzer, Julia Mars en Pam Oostenwouder Voorpagina Bibi Queisen Columnisten Maurits Vercammen en Thom Wijenberg Eindredactie Noor de Kort, Chiel Nijhuis, Tom Plaum, Dennis van der Pligt, Jules Schmeits, Tijs Sikma, Eva Vervoort en Wout Zerner Crypto Janneke Elzinga Cartoon Dennis van der Pligt Ontwerp Marloes de Laat en Roel Vaessen Lay-out Aaricia Kayzer Dagelijks bestuur Stijn Verhagen (voorzitter), Aniek de Vries (secretaris), Roy van den Heuvel (penningmeester)

Druk MediaCenter Rotterdam Uitgave, abonnementen en advertentie-acquisitie Stichting MultiMedia: stichtingmultimedia@gmail.com Redactieadres Heyendaalseweg 141 6525 AJ Nijmegen Tel: 06-36428931 Mail: redactie@ans-online.nl

Het Algemeen Nijmeegs Studentenblad is een onafhankelijk blad dat gratis in de binnenstad en op de Radboud Universiteit Nijmegen wordt verspreid. Het verschijnt 7 keer per jaar in de maanden september t/m juni.


CRYPTO

Crypto Ans deze maand P. 31 P. 31

buiten is het ijskoud, maar met een dekentje, een kop warme chocolademelk en dit cryptogram kom je zelfs de meest barre winteravonden door. het thema van deze puzzel is makkelijk te raden: winter! 1 2

De oplossingen van het cryptogram in de derde ANS vind je op www.ans-online.nl.

4

3 5

6

7

ANS mag dit keer twee kaarten voor Stukafest weggeven.

8

9

11

12

10

Op Stukafest geven twintig verschillende artiesten een optreden in verschillende studentenkamers. De kaartverkoop is sinds 14 december gestart en sommige kamers zijn al uitverkocht, ben er dus snel bij! Dit jaar zijn onder andere Versjes van Lars, Bovenste Knoopje open, Go Short en Daniel Cane erbij. Kijk op www.stukafest.nl/Nijmegen voor meer informatie en volg ons op social media! Wil jij kans maken op de kaartjes? Stuur dan voor 2 februari je oplossingen naar redactie@ ans-online.nl.

13

Horizontaal: 5. leeuwarden-leeuwarden? x (check!) (16), 8. het tinnen tijdperk moet wel koud zijn geweest! (6), 9. woedende lesbienne (8), 11. met zijn kennis van vriezen en dooien is hij de en het... (10 of 3,7), 13. deze winterkleding klinkt perfect voor een spion (7). Verticaal: 1. dit vlees is meer dan gaar (9), 2. deze winterse omstandigheden zijn ideaal voor soep (9), 3. deze ScandinaviĂŤrs rijden er goed op (5), 4. keelpijn? na goed roeren is uw heling nabij (8), 6. zou dit de winterse bochten minder flauw maken? (10), 7. de neppe variant van drie verticaal (14), 10. toen hij dit deed, was er ineens ook een gele variant (5), 12. lees nog maar eens goed! (4).


VAN dE bAAN www.ans-online.nl. Tekst: De redactie / colofon P. 32

Tekst: Naomi Habashy en Vincent Veerbeek/ Foto: Steven Huls

Wie: olivér boersma (22), eerstejaars masterstudent Sterrenkunde Bijbaan: Werknemer bij een mobiel planetarium, 100 euro per dag Een mobiel planetarium, wat is dat eigenlijk en wat doe je ermee? ‘Het is een opblaasbare koepel waarin het heelal wordt geprojecteerd. In het planetarium passen dertig mensen. De projector die het heelal op de koepel afbeeldt, is verbonden aan een laptop. Het programma is zo ingesteld dat we overal virtueel langs kunnen vliegen. We kunnen bijvoorbeeld de Melkweg in zijn geheel en de zon van dichtbij bekijken. Zo maken we in vijftig minuten een reis door het universum. Met het planetarium ga ik langs basis- en middelbare scholen en daar vertel ik kinderen en jongeren over de sterrenhemel.’ Wat zijn de leuke en minder leuke kanten van je werk? ‘Ik vind de gezichten van de kinderen altijd fantastisch wanneer ik iets heel indrukwekkends laat zien. Wanneer ik het bijvoorbeeld langzaam donker laat worden in de koepel en de sterrenhemel verschijnt, raken kinderen erg onder de indruk. Het is ook opvallend hoeveel ze al weten over het heelal. Laatst was er een meisje van acht dat scherpe vragen stelde over zwaartekracht, dat vond ik

heel slim. Het enige vervelende is dat ik vaak vroeg moet opstaan en ver moet reizen. Als ik om half negen moet beginnen en het is twee uur reizen, dan moet ik vroeg uit de veren. Op zo’n dag geef ik meestal zeven of acht shows van vijftig minuten, dus het zijn best lange dagen.’ Hoe ben je bij het mobiel planetarium terechtgekomen? ‘Een paar medestudenten, onder wie een vriend van me, werkten al bij het mobiel planetarium. Dat leek mij ook gaaf om te doen. Toen de baas van het planetarium op zoek bleek te zijn naar nieuwe medewerkers, heb ik een mail gestuurd en kort daarna mocht ik beginnen. Er kwam geen sollicitatiegesprek aan te pas. Een mailtje met het feit dat ik Natuur- en Sterrenkunde studeerde, was voldoende.’ Wat zijn de meest bijzondere reacties die je van kinderen hebt gekregen? ‘Kinderen stellen vaak grappige vragen, zoals “Wat gebeurt er met je als je in de buurt van een zwart gat komt?”. De reacties zijn heel leuk als ik vertel dat je dan wordt opgerekt tot een soort spaghettisliert. Het is ook bijzonder als de maan verschijnt en kleine kinderen zeggen dat hun overleden opa of oma daar is. Dat zijn altijd de mooiste reacties.’ ANS

ANS reist  

Vierde editie van de 32e jaargang van het Algemeen Nijmeegs Studentenblad

ANS reist  

Vierde editie van de 32e jaargang van het Algemeen Nijmeegs Studentenblad

Advertisement