Page 1

ANS

VERENIGT Algemeen Nijmeegs Studentenblad

jaargang 34 / nummer 3 / november 2019


Tekst: Redactie Commentaar/ Deze ANS P. 2

DEZE

COMMENTAAR In een wereld waar je er alleen voor staat, vanaf je ontgroening een torenhoge schuld opbouwt en volwassenen blijven benadrukken dat jouw generatie ‘egocentrisch’ is, heb je steeds vaker behoefte aan wat meer verbintenis. Sommigen verenigen zich op het Malieveld om samen één stem te vormen tegen alles wat hun verdeelt, anderen zoeken elkaar op in de kroeg, maar er zijn een aantal momenten waarop Nederland niet verdeeld is: tijdens Koningsdag, WK’s en het Eurovisie Songfestival zijn we allen één. We kleden ons in oranje en voelen ons meer Nederlands dan ooit. Maar wie hoort eigenlijk tot ons volk? Stopt de saamhorigheid bij een grens, of mogen we ook verder kijken? En hoe ver moet je daarin dan gaan? Hoewel islamoloog Martijn de Koning rustig een potje voetbal met jihadisten speelt onder een IS-vlag, is dit voor velen - en de AIVDtoch een geval van iets té veel inlevingsvermogen.

ANS 12 12 Interview Wonderantropoloog of salafistenfanatist? Hij wordt in de gaten gehouden door de AIVD, betreed ongebaande paden en wordt beticht van subjectiviteit: universitair docent Martijn de Koning houdt zich dagelijks bezig met groepen ‘activistische’ moslims. Dat wordt hem niet altijd in dank afgenomen: ‘De reacties op mij laat ik niet aan mijn moeder zien.’

Gelukkig zijn er meer manieren om saamhorigheid te creëren zonder een gevoelige snaar te raken: ook muziek verbindt. Zo spelen klassieke musici samen met bigbandspelers in het Nederlandse Studenten Jazz Orkest in het hele land en verenigen tukkers, limbo’s en juppen. En als je dan echt geen gevoel van samenhorigheid kan opbrengen, lees dan de graadmeter waaruit blijkt dat je heel goed gezelschapsactiviteiten in je eentje kunt doen. Naar de film, swingen met billen en lekker wijnen: daar heb je de meiden helemaal niet voor nodig. Lekker met jezelf.

18

In deze ANS vind je artikelen voor zowel de verstofte geschiedenisstudent als voor de kunstgekkies onder ons. 18 Achtergrond Kunst achter kritiek

De hoofdredactie

Kunst is altijd al een punt van kritiek geweest: vroeger werden sommige boeken door de kerk verboden omdat het tegen haar normen en waardes inging en ook anno 2019 wordt sommige kunst als ongepast beschouwd. Is het wel goed om morele oordelen te vellen over kunst?


Tekst: Redactie Deze ANS/ Deze ANS niet P. 3

DEZE ANS 21 21 Reportage Zwoele strijkers en schelle blazers Strenge audities, zware repetities en een landelijke rondtoer: het Nederlands Studenten Jazz Orkest maakt niet zomaar een beetje muziek. Elk jaar treden ze in zes verschillende studentensteden op en spelen ze een repertoire vol toegankelijke jazzmuziek. Dit jaar staan ze op 21 december in Doornroosje.

26 26 Tijdsgeest Nationale identiteitscrisis Tijdens het WK voetbal, Koningsdag en wanneer het schaatsseizoen weer begint, trekt Nederland massaal de oranjekleding aan en zijn we trots op ons land. Buiten deze gelegenheden lijken we er niet veel om te geven: nationalisme is voor extremisten. Waar komt onze kijk hierop vandaan? 04 Stilte in de storm 05 UB-servaties 07 Het Laatste Oordeel 09 Waar wonen de daklozen? 15 De Graadmeter 16 Middenpagina 20 ANS-online 25 De Loftrompet 28 Kamervragen 30 HANS als 31 Crypto 32 Van de Baan

NIET

In Deze ANS niet lees je alles wat wel is gebeurd maar om verschillende redenen niet in deze editie van ANS kon worden geplaatst. Warm ontvangst bij de daklozenopvang Nadat onze hoofdredacteur van allerlei kanten lijntjes uitzette om een meeloopreportage bij MFC-Iriszorg voor elkaar te krijgen, twee keer voor een gesloten deur van het zwaarbeveiligde gebouw stond en meerdere telefoontjes met de coördinator van de opvang had gepleegd, lukt het haar dan eindelijk om maar liefst vier(!) medewerkers door de beruchte dubbele sluis te manoeuvreren. Een hele delegatie dus, en dat vonden de ‘cliënten’ van de opvang ook. René en een klein vrouwtje dat wordt aangesproken als ‘innieminnie’ houden de deuren open voor de voltallige groep. Een overduidelijk dronken man begroet de groep vrolijk: ‘wat een eer, wat een eer!’ Wie had gedacht dat het zo gezellig kon zijn in een gebouw dat van niemand anders dan Nijmeegs favoriete pandjesbaas Ton Hendriks wordt gehuurd. De VVD is een vroem-vroempartij Boerenstakingen, bouwvakkerstakingen, en nu ook automobilistenstakingen. Bij een persconferentie omtrent die laatste, slaakt Mark Rutte van de VVD meerdere malen diepe zuchten. Tja, lekker hard rijden is ook wel een van zijn kernpunten. ANS interviewde een tijdje terug ex-minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, Jo Ritzen, die het studenten-ov ooit invoerde en gaf een interessant citaat over de voorliefde van de VVD voor auto’s. Hoewel het destijd het ANS niet heeft kunnen halen, is het nu de moeite waard om hem nog even te benoemen. Ritzen: ‘De VVD is een vroem-vroempartij.’ Martijn de Koning vermist? Op een grijze dinsdagmiddag waanden twee redacteuren en een fotograaf zich hoog in het Erasmusgebouw voor een interview met Islamoloog Martijn de Koning. Eenmaal aangekomen bij zijn kantoor was hij nergens te bekennen. Vreemd, de redactie had de datum en tijd namelijk nauwkeurig gecommuniceerd. Een religiewetenschapper ziet het groepje voor de deur van het kantoor. ’Oh, dat is raar, niet aanwezig? Ik zag hem net nog.’ Ze kloppen aan bij een andere deur. ‘Normaal gesproken is hij vandaag wel op kantoor. Ik heb geen idee waar hij anders zou moeten zijn. Misschien even lunchen?’ Langzaam maar zeker drong het door: Martijn de Koning was niet even lunchen. Hij heeft al eens tussen neus en lippen door verteld dat hij was achtervolgd door een spion van een veiligheidsdienst. Was Martijn de Koning misschien opgepakt door de AIVD?


Stilte in de storm Tekst: Floor Toebes/ Illustratie: Carlijn Planting P. 4P. 4

Opinie

STILTE IN DE STORM

Er is met regelmaat geen plek in de centrale universiteitsbibliotheek (UB). Zowel de Radboud Universiteit (RU) als studenten hebben geen zicht op de bezetting van de studiewerkplekken. Om in kaart te brengen wanneer en hoe druk het is, moet de UB toegangspoortjes plaatsen. Studiewerkplekken zijn vandaag de dag moeilijk te vinden op de campus. ‘Studenten blijven steeds langer op de universiteit om nog wat studiewerk te verrichten en de centrale universiteitsbibliotheek (UB) zit dus geregeld zo goed als vol’, vertelt Martijn Gerritsen, woordvoerder van de Radboud Universiteit (RU). Om studenten sneller aan een beschikbare plek te helpen, verwijst de UB haar bezoekers momenteel naar andere studiewerkcentra op de campus. Uit tellingen van de universiteitsbibliotheek blijkt echter dat dit geen oplossing is. ‘Volgens de metingen zat de bibliotheek op de drukste momenten bijna vol’, vertelt Gerritsen. Daarnaast lieten dezelfde tellingen zien dat andere studiewerkplekken op dezelfde momenten ook drukbezet zijn. Het enkel en alleen doorverwijzen van studenten zorgt er dus niet voor dat zij sneller een plek vinden om te studeren. Om dit op te lossen moet de RU nauwkeurig monitoren hoeveel bezoekers de UB op elk moment telt. Daarom moeten er bij de UB toegangspoortjes komen waar bezoekers eerst een collegekaart moeten scannen, voordat de poort naar een stille studiewerkplek opent. Een gewaarschuwd mens telt voor twee Met het monitoren van de drukte zou de universiteit haar studenten ontzettend helpen. De UB zou op haar website kunnen vermelden hoe druk het is, zodat eventuele bezoekers kunnen anticiperen op de drukte en er bijvoorbeeld voor kunnen kiezen om op een andere moment in de UB te zitten. Momenteel is het alleen mogelijk om vanuit je kamer te bekijken hoeveel computers er klaar zijn voor gebruik. Of er werkplekken zonder pc vrij zijn, wordt niet weergeven.

‘De RU moet de drukte online registeren.’ Er zijn veel meer mensen die hun eigen laptop meenemen en slechts een stille werkplek nodig hebben. Onder andere daarom hebben studenten er veel meer baat bij als het aantal bezoekers van de UB gemonitord wordt en online geüpdatet blijft.

Geen ivoren Erasmustoren Zowel Gerritsen als AKKUraatdlid Ties van der Stappen, geeft aan dat de RU geen toegangspoortjes wil. ‘De universiteit wil vanuit haar maatschappelijke verantwoordelijkheid breed toegankelijk zijn’, vertelt Gerritsen. Het invoeren van poortjes klinkt alsof de universiteit mensen daarmee ook direct weert, maar dit is niet het geval. De RU mag sowieso niet zomaar buitenstaanders weren en is dus geen ivoren toren. De universiteit heeft volgens Wim Diemel, hoofd Studiecentra van de Hogeschool Arnhem Nijmegen (HAN), namelijk een afspraak dat zowel RU- als HAN-studenten van de faciliteiten van beide onderwijsinstellingen gebruik mag maken. Daarnaast lost het weren van buitenstaanders het probleem niet op: je kunt de drukte moeilijk tegengaan, omdat het aantal studenten elk jaar groeit. Zelfs als de RU zou besluiten om honderd studiewerkplekken bij te bouwen, weten studenten nog steeds niet waar ze wanneer terecht kunnen. Wat de universiteit wel kan doen, is weergeven hoe druk het is in de UB zodat men kan anticiperen op de drukte. Net als bij het Radboud Sportcentrum moeten bezoekers simpelweg een collegekaart scannen om toegang te verkrijgen. Voor niet-studenten kan de UB een dagkaart maken die zij kunnen scannen. Bij bijvoorbeeld de Rijksuniversiteit Groningen gebeurt dit op dezelfde manier: hbo-studenten mogen de UB betreden, andere buitenstaanders kunnen naar binnen met een dagpas. Zo blijft de UB toegankelijk, maar zal er waarschijnlijk minder overlast zijn omdat de bezoekers iets meer moeite moeten doen om in de UB te mogen werken. Meten is weten Een gunstige bijkomstigheid van accurate monitoring door poortjes is dat de RU op alle tijdstippen weet hoeveel bezoekers de UB telt en haar beleid hier dan ook op kan aanpassen. Dit gebeurt momenteel niet. De maatregelen die nu getroffen worden door de universiteit zijn gebaseerd op metingen die vorig jaar hebben plaatsgevonden. ‘Onder coördinatie van de UB is er in de weekenden tijdens tentamenperiode vier geteld


Column Naomi Habasby P. 5

hoeveel mensen er in de bibliotheek waren’, vertelt Van der Stappen. Het is niet goed dat daar nu nog op wordt teruggevallen, want dit collegejaar hebben vijf van de zeven faculteiten tegelijkertijd tentamens en dat was vorig jaar niet zo’, redeneert hij. Daarnaast zijn deze tellingen met de hand gedaan en is het onduidelijk hoe ze geteld hebben: ‘Is een plek ook bezet als er alleen een laptop en een jas ligt?’ De tellingen van vorig jaar zeggen daarom niet veel over de huidige drukte in de UB.

‘Half goed is niet goed, half waar is niet waar. Halfheid leidt tot niets.’ De RU vindt ook dat het van groot belang is dat de tellingen beter en efficiënter gebeuren. Met accurate monitoring worden de maatregelen die de universiteitsbibliotheek misschien niet nu, maar in de toekomst, in ieder geval gebaseerd op een degelijk onderzoek. Een conclusie trekken uit halve cijfers is namelijk geen goede conclusie. Zoals Multatuli ooit schreef: ‘Half goed is niet goed, half waar is niet waar. Halfheid leidt tot niets.’ Stadsmuren Buiten de stadsmuren van Nijmegen zijn bij verschillende universiteiten wel al poortjes bij de UB geplaatst. Het is tijd dat de RU eens vanuit haar ivoren toren gaat kijken naar voorbeelden om haar heen en inziet dat er toegangspoortjes moeten komen. Ze hoeft hier niemand mee te weren en snijdt vooral zichzelf in de vingers met het uitstellen van harde maatregelen. Studenten blijven moedeloos zoeken naar een goede studiewerkplek en de klachten zullen blijven binnenstromen. De poort naar de oplossing is in zicht, je moet hem er alleen zelf neerzetten. ANS

UB-SERVATIES Naomi Habashy woont zowat in de UB. Een treurig feit, maar ze is lang niet de enige. Vanaf haar plekje in de leeszaal observeert ze de mensen om haar heen, die net als zij met andere dingen bezig zijn dan studeren. In deze column rapporteert ze haar bevindingen. Jassen over de rugleuning, een tas op de stoel of de altijd goede klassieker: een eenzaam schrift op tafel. In sommige gevallen wordt nog wel de moeite genomen om er een etui of een losse markeerstift bij te leggen. Hoe realistischer het stilleven, hoe sneller mensen geneigd zijn het tafereel te geloven: hier zit iemand. Deze persoon heeft het ultieme tentamenweekmasterplan gevonden. Hij is iedereen te slim af door als eerste en voor de rest van de dag een tafel te claimen en al zijn bezittingen strategisch in te zetten. Deze gewiekste handdoeklegger kan urenlang de schijn ophouden van nog niet gearriveerde vrienden die ‘net naar buiten zijn voor een peuk’. Op de een of andere manier is dat altijd als jij net aankomt. Bovendien durven de meesten ook niet te vragen of die bezet-ogende plek wel echt bezet is. Die mensen realiseren zich om half tien en met hun jas nog aan dat ze echt eerder op hadden moeten staan, en van dat inzicht maakt de handdoekjeslegger schaamteloos misbruik. Zit hier iemand? - Ja, ja hier zit iemand. Juist. Is deze plaats vrij? - Mijn vriend komt echt over een kwartier terug. Aha. Er liggen hier duidelijk spullen op tafel en er hangt een jas over de rugleuning van de stoel. De persoon tegenover de handdoekjeslegger heeft dan weliswaar geen laptop, maar dat maakt hem nog niet afwezig. De handdoeklegger heeft er geen boodschap aan dat je morgen twee tentamens en vier deadlines hebt, had je daar sowieso niet eerder aan moeten beginnen? Waarom heb jij eigenlijk geen begrip voor zijn vrienden, die verrassend weinig verantwoordelijkheid voor een plek in de bieb nemen? Trouwens, waarom ben je er eigenlijk pas na negen uur? Dit is duidelijk je eigen schuld, had je maar eerder moeten zijn.


Veel studenten kennen het wel: je ziet een joint of een pilletje rondgaan op een feest en er wordt gevraagd of je ook wilt proberen. De meeste studenten kunnen verantwoord omgaan met drugs, maar soms loopt het uit de hand. Dit is wat bij Daan Schippers gebeurde. Tijdens zijn eerste jaar van de studie Psychologie raakte hij verslaafd aan cocaïne. Inmiddels is Schippers afgekickt en volgt hij een master Psychologie aan de Universiteit van Tilburg. Hij heeft zelfs zijn masterscriptie over verslaving geschreven. ‘Ik wil dat mensen meer nadenken over het hebben van een verslaving’, vertelt hij. Door het schrijven van zijn scriptie en open over zijn verslavingsverleden te praten, probeert Schippers het onderwerp uit de taboesfeer te halen.’

tot mijn achttiende speelde ik dagelijks wel zeven uur World of Warcraft.’ Op het moment dat hij ging studeren, sloeg deze gameverslaving om in het gebruiken van drugs. ‘In de periode dat ik World of Warcraft speelde, had ik eigenlijk geen hechte vriendschappen’, legt hij uit. Toen hij begon aan zijn studie Psychologie was hij hierdoor vrij ongemakkelijk in de omgang en had hij moeite met vrienden maken. Schippers probeerde de moeizame omgang met mensen gemakkelijker te maken door drugs te gebruiken. ‘Het ging NU!Medezeggenschap dan niet Universitaire Studentenraad (USR) Nijmegen over wiet, Wil jij op de hoogte blijven van de bezigheden maar over van de USR? Like ons op Facebook, volg ons op XTC of Twitter en neem eens een kijkje op onze website. coke.’ Door Heb je tips of opmerkingen? Loop gerust even het gebruik langs bij de USR-kamer (TvA 1.034) of stuur een van cocamail naar usr@ru.nl. ïne had Schippers Website: www.numedezeggenschap.nl minder Twitter: @NUMedezeggsch moeite met Facebook: www.facebook.com/NUmedezeggensociaal schap contact E-mail: usr@ru.nl en voelde

Universitaire Studentenraad

Sociale ongemakken Schippers is zeker niet de enige student die weleens verdovende middelen heeft gebruikt. Toch kreeg hij, in tegenstelling tot de meeste gebruikers, een verslaving. Volgens psychologen raakt iemand verslaafd door een combinatie van vatbaarheid voor verslaving en een bepaalde trigger die de verslaving opwekt. Dit komt beide naar voren in het verhaal van Schippers. ‘Ik was eigenlijk al verslaafd, maar dan aan gamen’, vertelt hij. ‘Van mijn twaalfde

Focus Je ergens echt op focussen, dat is niet altijd makkelijk. Met de eerste tentamenweken achter de rug hoeven wij dat natuurlijk niet uit te leggen. Opvallend genoeg geldt dat niet alleen bij je studie. Ook binnen de Universitaire Studentenraad hebben we in het eerste kwartaal moeite gehad met het aanbrengen van focus. Waar de gemiddelde student wordt afgeleid door een zoemende smartphone, iets te gezellige borrels en Netflixseries, werden wij bezig gehouden door eens een overleg over studiewerkplekken en dan weer een brainstorm over docent-werkdruk, etc etc. Begrijp het niet verkeerd, die overleggen zijn stuk voor stuk nuttig – de analogie met Netflix gaat dus niet helemaal op – maar het weerhoudt ons er toch van om onze tijd te besteden aan de onderwerpen die we zelf belangrijk vinden. Dat moest anders. Daarom hebben we besloten om een paar onderwerpen uit te kiezen waarop we ons echt gaan focussen. Door deze focus moet het makkelijker worden om ons minder af te laten leiden door onderwerpen die eigenlijk minder prioriteit zouden moeten krijgen.

In overleg zijn we tot de volgende focuspunten gekomen: de USR gaat zich op het gebied van onderwijs focussen op het bindend studieadvies (BSA), duurzaamheid in het onderwijs en op het gebruik van digitale voorzieningen. Als het gaat om het actieve studentenleven willen we graag dat er meer gestimuleerd wordt om iets naast je studie te doen en dat dit ook beter mogelijk gemaakt wordt door een flexibelere omgang met studieverplichtingen en door meer financiële compensatie. Tot slot gaan we ons inzetten voor een levendige, groene campus, waarbij we ons vooral focussen op faciliteiten, zoals buitenwerkplekken, maar ook meer ruimte voor sport en cultuur. Ook proberen we meer studentenwoningen op de campus te krijgen. Al met al genoeg te doen. Nu maar hopen dat we onze focus ook blijven volhouden, want één ding is zeker: er zal afleiding blijven komen.

Groeten, De XXIIIe Universitaire studentenraad

(Advertentie)


Tekst: Jesse Timmermans/ Foto: Julia Meilink Het Laatste Oordeel P. 7

HET LAATSTE OORDEEL Duffe opsommingen of ultiem entertainment? ANS verschanst zich in de collegebanken om een genadeloos oordeel te vellen over het onderwijs aan de RU. STUDIE: Rechtsgeleerdheid COLLEGE: Criminologie, dinsdag 22 oktober,

EINDCIJFER:

13:30 - 15:15 uur, Grotius 0.100 DOCENT: Dr. R. Salet UITSTRALING: Muurbloempje PUBLIEK: Potentiële criminelen INHOUD: Leuker dan de vorm

Op een duffe dinsdagmiddag in het hart van het Grotiusgebouw klappen tientallen rechtenstudenten hun laptop open. De zaal waarin ze zitten is veel te groot: meer dan de helft van de 482 stoelen is leeg en de aanwezige studenten zitten verspreid over de ruimte, waardoor de leegte des te meer opvalt. Het is niet duidelijk of er een te grote zaal gekozen is of dat de opkomst gewoon laag is. Zodra dr. Renze Salet begint met praten, vallen de weinige gesprekken stil. Salet komt over alsof ze het vak al een poosje geeft en de stof goed kent. Op de automatische piloot legt ze de anomietheorie van Merton uit en vertelt hoe de modernisering van de samenleving tot normloosheid kan leiden. Salet spreekt op een rustig tempo en heeft een fijne intonatie. Af en toe struikelt ze een beetje over haar woorden, maar ze is duidelijk een bekwame groepsspreker. Wie bij criminologie denkt aan de taferelen die je bij CSI ziet, heeft het mis. Nergens in het college wordt uitgelegd hoe je vingerafdrukken kunt opsporen of hoe je een digitale reconstructie van een crime scene creëert door je zonnebril af te zetten en er simpelweg lang en diep naar te staren. Desalniettemin is de stof erg boeiend en lenen de theorieën over het ontstaan van criminaliteit zich perfect voor het leggen van een link met de actualiteit. Helaas doet Salet dit niet. Het college is bovendien niet bijzonder levendig, al wordt dit ook deels veroorzaakt door de terughoudende studenten, die geen enkele vraag beantwoorden of stellen. Als een reactie uitblijft na een tweede ‘zijn er nog vragen?’, ontstaat er een ongemakkelijke sfeer.

Wanneer Salet de tweede helft van het college begint met ‘welkom terug criminelen!’, lijkt het tij te keren. Het is een sensationeel begin en dat voelt de zaal ook. Een onverwachte doch krachtige golf aan gegniffel rijst op, maar slaat net zo snel weer om, wanneer Salet op eenzelfde wijze als in de eerste helft verdergaat met het behandelen van de stof. Het gelach maakt plaats voor een stilte die alleen wordt doorbroken door het monotone getik van vingers op laptoptoetsen. Deze beslommering wordt snel afgehandeld: het college komt eerder tot een einde dan verwacht. Bij de afronding maken de studenten zich sneller uit de voeten dan een op heterdaad betrapte winkeldief. Nog voordat Salet haar laatste zin heeft uitgesproken, klappen de dubbele deuren al dicht achter de eerste vluchtende studenten.

Het Laatste Oordeel der Studenten De kritiek van de studenten is net zo eentonig als het onophoudend laptopgetik tijdens het blokuur: de inhoud van het college komt te veel overeen met de stof uit het boek en het mag allemaal wat levendiger worden verteld. Veel studenten hebben de stof niet eens gelezen. Zo kunnen ze de kennis tijdens het college passief binnenzuigen. De rustige stem van Salet wordt geprezen, maar een iets spannendere vertelstijl zou geen kwaad kunnen. De huidige stand van zaken zorgt ervoor dat de gedachtes van studenten al gauw afdwaalden naar hun avondeten, bed of misdaadseries. ANS


Reportage

WAAR WONEN DE DAKLOZEN?

Bedelende daklozen zijn niets nieuws onder de zon in het Nijmeegse straatbeeld. Menig student zal ze wel eens hebben aangetroffen voor de Albert Heijn in de stad. Deze zwervelingen kunnen terecht aan de overkant van de straat, bij dag- en nachtopvang MFC Iriszorg. ANS liep een ochtend mee om te zien waar de daklozen wonen.


Tekst: Sofie Bongers en Julia Meilink/ Foto’s: Samet Yigit Waar wonen de daklozen? P. 9

‘Dag- en nachtopvang MFC Iriszorg is een van de laatste deuren waar daklozen aan kunnen kloppen’, vertelt Gert Slagter, coördinator bij de opvang. Hoewel in de volksmond vaak wordt gesproken van daklozen of zwervers, spreekt de opvang van cliënten of zelfs van gebruikers. De meeste cliënten van de opvang zijn namelijk zwaar verslaafd aan alcohol, drugs of een combinatie van die twee. Zij zijn daarom ook kwetsbaar. Velen denken waarschijnlijk dat het de bedoeling is dat de verslaafden afkicken, maar dit is lang niet altijd aan de orde bij MFC Iriszorg. De opvang is er vooral om de cliënten, tegen een kleine vergoeding, een slaapplek te bieden en te voorzien van eten en drinken. Hoewel de opvang afspraken kan maken met de cliënt als deze openstaat voor behandeling, komt het er vaak op neer dat men veelal niet meer wil en kan afkicken. ‘Dit komt omdat deze groep weinig structuur kent’, vertelt een van de medewerkers. Om de kwetsbare inwoners zich geborgen te laten voelen, is het gebouw goed beveiligd: ‘Niemand komt hier zomaar binnen’, vertelt beveiliger Sanjeev. ‘Je moet een cliënt, medewerker of geregistreerde bezoeker zijn.’ Geen wonder dat het voor velen onbekend is wat er zich binnen het monumentale pand afspeelt.

‘Het is een wereld waar veel geweld voorkomt en drugs worden gebruikt.’ Slapeloze nachten Nadat de eerste deur is geopend en gesloten, blijkt al gauw dat de beveiliging zeer serieus wordt genomen. Bezoekers zitten als het ware opgesloten in een ingang met dubbele sluis. ‘Hier controleren we cliënten bij wijze van steekproeven of als daar andere redenen voor zijn’, vertelt Sanjeev. ´We controleren op messen en al het andere dat steekt.’ Volgens groepsmedewerker Suzan kunnen de meeste mensen zich niets voorstellen bij het leven van de cliënten. Het is een wereld waar veel geweld voorkomt, drugs wordt gebruikt en waar vrouwen vaak in de prostitutie werken. Eenmaal voorbij het beveiligingskantoor ziet het er echter vredig uit: in de ontvangstruimte kijken een aantal cliënten National Geographic op de bank. Het is tien uur ’s ochtends en Suzan vertelt dat dit zo ongeveer het moment is waarop alle daklozen uit de slaapzalen moeten zijn. ‘We wekken ze om negen uur. Daarna mogen de mensen uit de dag- en nachtopvang nog tot tien uur hun spulletjes verzamelen, waarna de zaal op slot gaat.’ Suzan vertelt dat de cliënten niet iedere dag hun spullen uit de kamer hoeven te halen: ‘Ze kunnen deze hier gewoon laten liggen want het is hun bed, maar als ze twee nachten lang niet langs zijn geweest, zijn ze dat kwijt’, vertelt Suzan terwijl ze de slaapzaaldeuren opent. Met name bij de vrouwen ligt er veel troep op de vloer en staat de vensterbank gevuld met make-up. Volgens haar werken alle vrouwen op één na in de tippelprostitutie.


Waar wonen de daklozen? P. 10

Camera’s in het toezichtskantoortje

Sanjeev bij de ingang van het MFC

Suzan vervolgt nonchalant, terwijl ze door de gang loopt: ‘De vrouwen zijn er veel nachten niet en werken regelmatig. Toch proberen de meeste cliënten nu de winter nadert zeker te zijn van een bed.’ Voor daklozen die langdurig in de opvang willen verblijven is er tien jaar geleden een andere voorziening bedacht. Zij hebben een eigen kamer met douche en toilet, wat iets duurder is. Dit is niet voor iedereen weggelegd omdat zij dan minder van hun uitkering overhouden. Bovendien willen sommige simpelweg geen vaste plek om te wonen of kunnen zij dat niet vanwege ernstige psychiatrische problematiek. Aan de andere kant van de gang blijft Suzan voor een dichte deur staan: ‘Dit is de gebruikersruimte.’

‘Door mijn verslaving zag ik niet in dat ik alle banden met mijn familie kapot had gemaakt. Drugs in een gemeentegebouw ‘Toen ik hier begon met werken, verbaasde het me dat zo’n gebruikersruimte bestond’, vertelt Suzan. ‘In deze ruimte mogen om het uur kleine hoeveelheden drugs of alcohol worden gebruikt.’ Nijmegen is de enige stad in Neder-

De recreatieruimte

land waar geen bedelverbod geldt, wat het voor daklozen mogelijk maakt om op straat geld te verzamelen. Daarvan kopen ze meestal alcohol en drugs, wat voor overlast op straat zorgt. Als oplossing heeft Iriszorg met de gemeente afgesproken om overlast tegen te gaan door in de opvang een ‘gebruikersruimte’ te integreren. ‘Ik werk hier nu al zo lang, dat ik het inmiddels niet meer gek vind. Deze mensen zijn al zo vaak naar een afkickkliniek geweest. Op een gegeven moment moet je als medewerker dan maar accepteren dat zij nooit zullen afkicken. Bovendien: wie zijn wij om ons daarmee te bemoeien?’ Suzan zwaait door een raampje naar twee oudere mannen die samen aan een tafeltje met vier biertjes zitten. ‘Dat zijn echt drankbroeders, zij gaan om het uur met twee blikjes naar de gebruikersruimte.’ De cliënten zwaaien vrolijk terug terwijl Suzan vertelt dat er af en toe wel iemand voorbij komt die af wil kicken: ‘Daar maken we afbouwafspraken voor.’ Een zo’n cliënt is René, een man die ze aantikt op de gang. Hij lijkt op eerste oogopslag een bezoeker en geen cliënt: zijn haren zijn verzorgd en hij draagt een colbertje dat goed past bij zijn instapschoenen. Schijn bedriegt, want ook René is dakloos. Hij wil van zijn zware verslaving aan cocaïne en heroïne af en kon alleen nog naar MFC Iriszorg. ‘Ik dacht dat ik nog wel bij vrienden of familie terecht zou kunnen, maar door mijn verslaving zag ik niet in dat ik alle banden met mijn familie kapot had gemaakt’, vertelt hij.


Waar wonen de daklozen? P. 11

Afkicken tussen verslaafden Het afkickproces verloopt met ups en downs: ‘Er is veel verveling, wat je dan als slap excuus gebruikt om alcohol te drinken en een joint te roken om maar niet met je emoties in de realiteit te zijn’, vertelt hij zuchtend. Het is een beter alternatief dan zijn voormalige verslaving. Suzan beaamt dat er langzaam moet worden afgebouwd, wanneer een cliënt aangeeft te willen stoppen met de verslaving: ‘Dan gaan we een plan maken en spreken we per persoon af dat hij of zij bijvoorbeeld niet meer om het uur de ruimte ingaat, maar enkel drie keer per dag.’ Zowel René als Suzan stellen dat er veel geduld bij het afkicken komt kijken. Zo willen cliënten vaak direct naar een afkickkliniek zodra ze hun zinnen op een nuchter leven hebben gezet, maar die klinieken hebben vaak lange wachtlijsten en cliënten mogen niet vol in hun gebruik van middelen zitten wanneer ze daar aankomen. ‘Het is in Nederland niet zo geregeld dat we even de auto pakken en naar de kliniek rijden. Je hebt te maken met 100.000 regeltjes en 100.000 wachtlijsten.’

‘We moeten inzien dat verslaving een ziekte is.’ Terwijl René door de gangen van de opvang loopt, houdt hij de deuren open voor Suzan. In de gang op de begane grond staat een enkel boekenkastje en in de gemeenschappelijke ruimte staan een televisie, wat computers en ligt er een krant op tafel. Een man bladert door het dagblad en een ander zit aan de computer. Suzan laat René op de benedenverdieping achter en loopt een brede trap op die naar de bovenverdieping leidt. Stairway to heaven Boven zijn er andere medewerkers werkzaam dan beneden. Medewerker Marieke ontvangt de bewoners van een vaste kamer ’s ochtends in de woonkamer met ontbijt. Hierna begint de dagbesteding, waarbij cliënten klusjes doen voor geld of gewoon een vrijetijdsactiviteit doen, zoals een film kijken. Dit is belangrijk, omdat ze dan minder op straat gebruiken en geen overlast zijn voor hun omgeving. Medewerker Hans, die al zestien jaar op de vaste woningafdeling werkt, gaat hier verder op in: ‘We moeten inzien dat verslaving een ziekte is.’ Hij legt uit dat er zo nu en dan iemand op hem afstapt om aan te geven te willen stoppen met een drugsverslaving. ‘Die mensen kunnen er uit komen. Voor veel andere cliënten is er niets meer te doen.’ Het bieden van enkel wat houvast vinden de medewerkers van belang voor hen. Tussendoor komt een cliënt nog slaperig binnenwandelen voor de lunch. Het is half 12 en hij zou nog aan de dagbesteding kunnen deelnemen als hij zich voor 12 uur aanmeldt. ‘Als je nu gauw gaat, kun je het nog halen!’ roept Marieke. De cliënt reageert langzaam maar gewillig: ‘Mag ik wat yoghurt met cruesli en ranja?’ Vervolgens sloft hij naar beneden en is zo nog net op tijd voor de dagbesteding. Eenmaal in de gezellig aangeklede recreatieruimte, eet hij zijn lunch rustig op terwijl hij een filmpje kijkt.

Terugval ‘De cliënten mogen maximaal 20 euro in de week bijverdienen aan dagbesteding’, vertelt Suzan. Dit soort financiële zaken worden allemaal bijgehouden door medewerker Henk. In een van de uithoeken van het gebouw zit zijn kantoor. Het is geen gemakkelijke groep om mee te werken. ‘We hebben te maken met mensen van de straat. Die vangen rustig vier of vijf bekeuringen per week door overlast.’ Henk legt uit dat er daarnaast ook nog schuldeisers zijn die af moeten worden betaald. Hoewel de financiële zaken allemaal in overleg gaan met de cliënt, is het daarmee nog niet opgelost. De cliënten sparen vaak zoveel boetes op die ze niet kunnen betalen, dat ze uiteindelijk in detentie moeten.

‘Als ze terugkomen zijn ze helemaal clean.’ De financieel medewerker legt uit dat dit eigenlijk helemaal niet zo nadelig is: ‘Als ze terugkomen, zijn ze eigenlijk helemaal clean: er is geen sprake meer van een alcohol- of drugsverslaving.’ Het lijkt dan alsof de patiënten de goede kant opgaan, maar het gaat vaak alsnog mis. Henk stelt dat ‘driekwart van de cliënten na detentie in het oude patroon valt en weer in de opvang terechtkomt. Hier zitten hun kameraden en hier weten ze hoe het werkt.’ René is een dakloze die meerdere malen terugval heeft gekend en daarom bij deze opvang terecht is gekomen. ‘Ik heb vroeger altijd gezegd: ‘Het ligt aan de opvoeding van mijn vader.’ Maar voor een groot deel ligt het aan jezelf. Ik ben altijd op de vlucht geweest voor mijn eigen gevoelens. Nu neem ik hier rustig de tijd om alles weer op een rijtje te krijgen.’ ANS *Op verzoek van MFC Iriszorg zijn de achternamen van de medewerkers en René achterwege gelaten. Deze zijn bekend bij de redactie.


Wonderantropoloog of salafistenfanatist? Tekst: Noah Kleijne/ Foto: Ted van Aanholt/ Illustratie: Inge Spoelstra P. 12

Interview

WONDERANTROPOLOOG OF SALAFISTENFANATIST?

‘Linkse drol’, ‘Dokter Kromzwaard’ en salafistenlikker’: Martijn de Koning, universitair docent Islamstudies aan de Radboud Universiteit, krijgt regelmatig het verwijt dat hij de kant van de islam heeft gekozen en dus geen neutrale wetenschapper is. ANS sprak hem om te achterhalen hoever de verbintenis tussen hem en zijn onderzoeksgroep werkelijk gaat.


kter n sartijn sitair dies oud rijgt rwijt n de ozen trale er is. om hoeenis zijn oep aat.

Wonderantropoloog of salafistenfanatist? P.13

Als één van de weinige antropologen dompelt Martijn de Koning, docent en onderzoeker aan de Radboud Universiteit, zich bewust onder in milieus die veel andere islamonderzoekers zouden mijden. De Koning heeft namelijk onder meer nauw contact met Syriëgangers. Sommige kent hij al vanaf de tijd dat zij pubers waren. Inmiddels zijn enkele van hen gestorven op het slagveld. In het nieuws is De Koning ook geen onbekende figuur. In 2013 was hij bijvoorbeeld betrokken bij een voetbalpartijtje tussen militante islamactivisten, met de nodige gevolgen. Toen de politie het voetbalveld in kaart had gebracht, werd de gehele buurt tot een straal van 500 meter afgesloten en een helikopter ingeschakeld om de groep te omsingelen. Mede omdat De Koning aanwezig was bij deze ‘verdachte bijeenkomst’, waar volgens de overheid sprake was van rekrutering voor de strijd in Syrië, moest hij verschijnen in de rechtbank. Daarop kreeg hij de nodige kritiek te verduren. Kun je nog objectief onderzoek uitvoeren wanneer je betrokken bent bij een incident tussen de politie en je respondenten? Ondertussen is die rechtszaak voorbij en heeft De Koning dit onderzoeksonderwerp afgesloten. Hij publiceerde afgelopen zomer samen met collegawetenschappers Nadia Fadil en Francesco Ragazzi het meest omvattende werk over radicalisering in Nederland en België tot nu toe. In dit boek reflecteren zij met een kritische noot op het beleid van de Nederlandse overheid, die moslimextremisme in de kiem probeert te smoren door enorm veel geld te investeren in anti-radicaliseringsinitiatieven. De Koning is kritisch op dit beleid: ‘We moeten moslims juist actiever gaan betrekken in bestuursprocessen, in plaats van ze telkens te bestempelen als ‘de ander’ die bestuurd moet worden.’ U mengt zich heel actief in het debat rondom de sluiting van het Haga Lyceum en u was duidelijk tegen de invoering van het boerkaverbod. Waarom kiest u ervoor om zo actief deel te nemen aan het publieke debat? ‘Wat mij betreft moet je de kennis die je opdoet met wetenschappelijk onderzoek omzetten naar toepasbare kennis voor de samenleving. Het leek mij dan ook van belang om het onderzoek dat aan mijn boek over antiradicalisering was voorafgegaan toe te passen op de casus van het Haga Lyceum. Sterker nog, ik vond het noodzakelijk om dat te doen. In mijn onderzoek beschrijf ik dat de strijd die de overheid voert tegen radicalisering onder andere leidt tot islamofobie en stigmatisering. Dit leidt er vervolgens toe dat moslims zich geïsoleerd voelen en enkelen van hen gaan dan luisteren naar de lokroep van extremisme. Kortom, de overheid heeft bereikt wat ze juist wilde bestrijden. Om radicalisering tegen te gaan probeert de overheid het sommige moslims zo moeilijk mogelijk te maken om hun ideeën in de praktijk te brengen.

De sluiting van het Haga Lyceum is hier een perfect voorbeeld van. Er heerst namelijk een dubbele standaard. De overheid beschuldigt deze middelbare school van van alles zonder daarvoor concreet bewijs te geven. Een nietislamitische middelbare school zou dit ook niet accepteren. Een vergelijkbaar probleem doet zich voor bij het boerkaverbod. Als je me in 2005 had gezegd dat deze wet er zou komen, had ik dat nooit geloofd. In feite hebben we namelijk een wet geldt voor een zeer kleine groep.´ Op verschillende fora wordt opgemerkt dat u de islam altijd probeert te verdedigen. Mensen vragen zich af of u niet iets te nauw betrokken bent met de groep die u dagelijks onderzoekt. Vindt u deze kritiek terecht? ‘Ik vind niet dat ik te nauw betrokken ben, maar ik begrijp de kritiek wel. Mijn startpunt is altijd het perspectief van de groep waarmee ik werk. Dat is ook waarom ik begrijp dat mensen kritisch zijn, want een klein deel van mijn onderzoeksgroep komt regelmatig in de media en wordt door de AIVD in de gaten gehouden. Mensen vragen zich dan af: “Waarom zouden die Syriëgangers in vredesnaam met Martijn willen praten? Hij moet wel een spreekbuis voor moslim-extremisten zijn!” Ik denk echter dat mijn nauwe relatie met dit soort onderzoeksgroepen juist de mogelijkheid biedt om kritiek te uiten. In het onderzoeksrapport Eilanden in een zee van hoop stellen we bijvoorbeeld dat het activisme van Sharia4Belgium faliekant is mislukt. Dat was niet bepaald een punt van kritiek waar deze groep heel blij van werd. Toch kan ik die kritiek wel uitoefenen en wordt dit vooral opgevat als een inhoudelijk verschil van mening. Wanneer een onbekende, afstandelijke onderzoeker met dergelijke kritiek naar buiten was gekomen, zou er feller en met minder begrip zijn gereageerd. Ik heb overigens nog nooit een onderzoek aangepast omdat mijn onderzoeksgroep het oneens was met mijn conclusie.’

‘De reacties zijn niet heel vleiend. Ik laat ze dan ook niet aan mijn moeder zien. Daar zou ze doodongelukkig van worden.’ Naar aanleiding van uw aanwezigheid bij het omstreden voetbalpartijtje heeft het Openbaar Ministerie u gevraagd om bij de rechtszaak te verschijnen omdat u een goed overzicht heeft van het doen en laten van de groep. Heeft u ook toen niet nagedacht over het veranderen van uw onderzoeksconclusie? ‘Toen ik getuige moest zijn in die rechtszaak betrad ik inderdaad een grijs gebied. Door mijn getuigenis ontstond de kans dat die heren de bak in moesten draaien en dat gaat tegen het wetenschappelijke do no harm-principe in.


Wonderantropoloog of salafistenfanatist? P. 14

Je mag je respondenten namelijk geen opzettelijke schade toebrengen. Tegelijkertijd is het ook een probleem om ontlastende informatie achter te houden voor justitie. Uiteindelijk heb ik toch besloten om een getuigenis af te leggen. Als zowel getuige als deskundige, die de zaak van meerdere kanten kan bekijken.’ Ik neem aan dat u als wetenschapper makkelijk weg had kunnen lopen toen de politie bij het voetbalveldje aankwam. Waarom bleef u toch staan? ‘Ik had er heel makkelijk uit kunnen stappen zonder dat dit enige consequenties zou hebben voor mij of de groep militante activisten. Je kunt natuurlijk heel goed zeggen “Martijn, je had er niet moeten zijn en je had absoluut moeten vertrekken toen de politie kwam.” Toch denk ik dat ik de volgende keer weer zou blijven staan. Ik heb ongelofelijk veel geleerd in die drie uur. Het was interessant om te zien hoe de ervaring van de groep militante activisten verschilde van mijn persoonlijke ervaring. Bovendien bleek dat iedereen op dat moment heel erg bezig was om zichzelf te beschermen voor mogelijk geweld van de politie, maar ook met elkaar. Dus je hebt tegelijkertijd een soort verhoogd idee van individualiteit en van ‘in hetzelfde schuitje zitten.’ Als onderzoeker is zoiets heel interessant om te ervaren. Door te observeren hoe ze zich gedroegen heb ik een beter beeld van de groepsdynamiek en de manier waarop de overheid omgaat met activistische moslimgroeperingen.’ Toen u besloot te getuigen werd dit erg negatief opgevat. Het lijkt alsof de reactie van anderen u niet zoveel kan schelen. Toch worden er behoorlijke nare woorden naar uw hoofd geslingerd. Hoe gaat u daar dan mee om? ‘De reacties op mij zijn niet altijd even vleiend. Ik laat ze dan ook niet aan mijn moeder zien, daar zou zij doodongelukkig van worden. De reacties die moslims ontvangen zijn echter veel harder, grover en bedreigender dan de opmerkingen die ik binnenkrijg. Veel moslims vinden het daarom lastig om lastig om zich kritisch uit te spreken over thema’s zoals islamofobie, discriminatie of stigmatisering. Anderen kiezen er bewust voor om zich niet publiekelijk uit te spreken over dergelijke onderwerpen omdat ze niet slechts bekend willen staan als die moslim die steeds over islamofobie begint. Zij willen bij wijze van spreke ook eens worden uitgenodigd voor een kookshow van 24Kitchen. Veel niet-islamitische Nederlanders zijn zich daar niet bewust van.’ Denkt u dat het voor de gemiddelde niet-islamitische Nederlander dan ook goed is om eens wat meer in ‘het vel van de moslim’ te kruipen? ‘Je gaat er met deze vraag van uit dat ik geen moslim zou zijn, maar dat weet je eigenlijk helemaal niet. Hoe dan ook, ik weet niet of het gaat om ‘in de huid te

kruipen van’, maar ik vraag mij inderdaad wel eens af of mensen die niet-religieus zijn snappen waar het religieuze mensen precies om gaat. Je ziet dat religie in publieke debatten vaak wordt verengt tot een gedachtegoed, maar veel gelovige mensen zijn daar niet zo mee bezig. Voor hen is religie vooral een vorm van identiteit en een praktijk. Wanneer je een moslim aanspreekt op zijn geloof is het dan ook niet gek dat dit als een persoonlijk verwijt wordt opgevat. Daar ligt het grootste probleem echter niet. We vergeten de problemen die op religieus gebied spelen goed aan te pakken. Op beleidsniveau wordt nog steeds een te sterk onderscheid gemaakt tussen ‘wij Nederlanders’en ‘zij moslims’ terwijl we in feite één Nederlands volk zijn. Voor een geseculariseerd land maken we ons namelijk verdomd druk om religie.’ ANS


Tekst: Frederieke Tahije/ Foto’s: Redactie/ Illustratie: Joost Dekkers De Graadmeter P. 15

DE GRAADMETER

In De Graadmeter zijn de mogelijkheden niet te overzien. Waar kun je het beste wildkamperen, wat is het hipste kapsel en hoe scoor je het snelst een bedpartner? In De Graadmeter onderzoekt ANS de opties. Deze keer: Gezelsschapsactiviteiten in je eentje

Wat: Wijnen, wijnen, wijnen Moeite: Wat goeeeeeeed! Resultaat: Beginnende verslaving

Wat: Monotoon-y Moeite: Ton Hendrikscomplex Resultaat: #BOOS

Wat: Wonder Woman Moeite: You Can Do It Resultaat: Me, Myself & I

Na de tentamenweek is het hard nodig om alle stress weg te drinken. Je bent absoluut niet in de bui om te socializen, dus heb je je teruggetrokken in je kamer. Je besluit het op één wijntje te houden, want het nieuwe blok begint alweer na het weekend. Zonder deskundig advies van anderen doe je een gewaagde gok en koop je ‘Franse rode wijn, fruitig (huismerk)’. Je ploft vermoeid op de half-doorgezakte bank, zet een rustige afspeellijst aan en schenkt het glas wijn in. Terwijl je een slok neemt, waan je je in een heus chateau en begin je te ontspannen. De tentamenstress vloeit bij iedere slok verder weg en je besluit er toch nog één in te schenken.

Als arme student wil je weten hoe het is om vastgoedmagnaat te zijn. Voor nu is dat via Monopoly het haalbaarst. Genietend zit je in je stoel terwijl de andere speelstukken op jouw huisjes landen. Nu gaat de huur eens een keer niet naar de SSH&, maar naar jou. De één staat nog dieper in het rood dan jij met je studieschuld en de ander blijft maar in de gevangenis hangen. Even lach je, tot je in de spiegel kijkt. Niemand minder dan de Nijmeegse huisjesmelker Ton Hendriks kijkt jou grijnzend aan. Je schrikt. Hoe heeft het zover kunnen komen? Waar blijft Tim Hofman om jou eens goed wakker te schudden? Je geeft jezelf een harde klap op je kaak. Zo, die heb je verdiend.

Als sterke en onafhankelijke vrouw heb je vanzelfsprekend geen anderen nodig voor een gezellige avond, dus besluit je alleen naar de film te gaan. Met opgeheven hoofd loop je de zaal binnen, tot je alle koppeltjes en vriendengroepen ziet die popcorn met elkaar delen. Na even aarzelen herpak je jezelf. Zo’n enorme bak lekkers kan je toch net zo goed zelf opeten? Het licht dimt en de film begint. Wanneer de spanning stijgt, vergeet je de hele feministische insteek van de avond. Je zoekt de hand van degene naast je, maar die is er niet. Om de angst te drukken houd je je eigen hand maar vast. Wanneer de lichten weer aangaan, sta je zelfverzekerd op: je hebt nog nooit een film zo goed begrepen. ANS

Benieuwd naar meer gezelsschapactiviteiten om alleen te doen? Check dan www.ans-online.nl!


Wandel door park Brakkenstein en kijk eens om je heen. Zie jij de paddenstoelen uit de grond schieten ? En hoeveel verschillende dieren kun je vinden? Zoek en vind op deze plaat de bijzonderheden van de winter om even rust te vinden in de drukte.


Illustratie: Gigi van Grevenbroek/ Tekst: Redactie


De kunst van kritiek Tekst: Aaricia Kayzer/ Illustratie: Jochem Snijders P. 18

Achtergrond

DE KUNST VAN KRITIEK

Games leiden tot school shootings en bloederige films romantiseren geweld: volgens sommigen kan kunst een gevaar zijn voor de samenleving, ook al is de inhoud verzonnen. Moeten er wel morele oordelen over kunst worden geveld? ‘What do you get when you cross a mentally ill loner with a society that abandons him and treats him like trash?’ vraagt Arthur Fleck, alias Joker, zichzelf af in een van de slotscènes van de gelijknamige film. De boodschap van de film lijkt duidelijk: als de maatschappij beter voor hem had gezorgd, was Fleck geen psychopathische massamoordenaar geworden. In sommige Amerikaanse bladen, maar vooral op sociale media, barstte het van kritiek. De film zou geweld romantiseren of ervoor zorgen dat mensen die zich identificeren met de hoofdpersoon aansporen het heft in eigen handen te nemen. Joker is niet het enige mikpunt van kritiek. Leden van de Duitse band Rammstein verkleedden zich in een videoclip over de geschiedenis van Duitsland als Joden in een concentratiekamp. Duitsers die zich afbeelden als slachtoffers van de Holocaust: smakeloos, volgens sommigen. Ook de literatuur blijft niet buiten schot. In 2017 kreeg de Vlaamse schrijver Griet op de Beeck het zwaar te verduren nadat ze in de roman ‘Het beste wat we hebben’ haar overleden vader beschuldigde van seksueel misbruik. Ze baseerde zich hierbij op onderdrukte herinneringen. Wat mag je in romans wel en niet zeggen over bestaande personen, zeker als zij geen weerwoord meer kunnen geven?

‘Kunst is een soort klankkast waar van alles weerklinkt.’ Of het nu om films, beeldende kunst, literatuur of games gaat: kunst ligt uit angst voor een negatieve impact op de maatschappij soms behoorlijk onder een vergrootglas. Zijn we vaker vanuit een moreel standpunt gaan oordelen over kunst, en zo ja, moeten we dat eigenlijk wel doen?

Boekenbank ‘De angst voor de negatieve gevolgen van ‘immorele’ kunst is van alle tijden’, vertelt Esther op de Beek, literatuurwetenschapper aan de Universiteit Leiden. In haar proefschrift onderzocht ze welke oordelen critici in Nederlandse dagbladen op boeken hadden. ‘Voor de 19e eeuw stond kunst veel meer dan nu in dienst van ideologische of religieuze overtuigingen. Pas aan het eind van die eeuw ontstond het idee dat kunst autonoom was.’ In deze visie neemt kunst een eigen plek in de samenleving in, onafhankelijk van de heersende normen en waarden van de maatschappij. Daardoor is het een soort klankkast waarin allerlei perspectieven weerklinken. Voor critici en kunstenaars is het autonomieprincipe vanaf de vorige eeuw leidend geweest, maar dat betekent niet dat kunst vanaf die tijd buiten schot bleef: ‘Vanaf het begin van de twintigste eeuw werd er nog steeds vanuit een bepaalde morele overtuiging geoordeeld’, vertelt Op de Beek. Zo bestond er tot 1970 een “Informatie Dienst Inzake Lectuur”, een katholieke recensiedienst die bepaalde ondeugdelijke boeken voor haar achterban verbood. ‘Als er in een roman werd gevloekt, of als aanhangers van een bepaald geloof verkeerd werden weggezet, was het een fout boek.’ De katholieke recensiedienst is inmiddels afgeschaft en er zijn geen recensenten die het nog wagen boeken voor hun lezerspubliek te verbieden. Toch kan het dat de autonomie van kunst tegenwoordig onder druk staat, denkt Op de Beek. ‘Vroeger was de kunstkritiek een klein domein van experts. Nu hebben heel veel mensen een mening over kunsten een podium om dat op te uiten.’ Deze ontwikkeling ziet kunsthistoricus Judith Noorman ook. ‘Het maakt niet uit waar je het over hebt: kunst, politiek, cultuur – iedereen mag


De kunst van kritiek P. 19

overal een mening over hebben. Dat is prima, maar een persoonlijke overtuiging is geen volwaardige kunstkritiek.’ Kritiek op kunstkritiek Een goede kritiek moet kunst namelijk op verschillende lagen kunnen duiden, vindt Noorman. Ze geeft aan de Universiteit van Amsterdam het vak Toegepaste kunstgeschiedenis, waarin studenten leren hoe ze een kunstkritiek moeten schrijven. In een goede recensie wordt een kunstwerk volgens Noorman eerder in een historische context geplaatst, gekeken naar de maatschappelijke relevantie of naar hoe een museum een werk presenteert. ‘Of iets moreel wel of niet deugt, is te persoonlijk, omdat het voor iedereen anders is. Een uitspraak als “Het is geen goede film, want misschien zet het aan tot geweld”, is alleen gebaseerd op eigen angsten, niet op feiten.’ Universitair docent Ivo Nieuwenhuis geeft het vak Kunstkritiek aan de Radboud Universiteit. Hij maakt tijdens colleges juist expliciet ruimte om te praten over moreel oordelen. Volgens Nieuwenhuis kijkt iedereen met een bepaalde set normen en waarden naar de wereld. Hij ziet het daarom als onvermijdelijk dat critici moreel oordelen.‘Ik geloof dat politiek en moraal overal te vinden zijn, dus ook in een kunstwerk. Kunst gaat namelijk juist heel erg over hoe wij bepaalde machtsverhoudingen of structuren in de wereld zien. Ik denk dus dat je een werk meer recht doet als je het moraliseert of politiek maakt.’ Nieuwenhuis is zelf actief als cabaretrecensent bij dagblad Trouw. ‘Het heeft wat mij betreft juist een meerwaarde om bloot te leggen dat bepaalde kunstwerken alleen maar over oude witte mannen gaan.’ In een recensie over een voorstelling van Theo Maassen oordeelt Nieuwenhuis bijvoorbeeld dat Maassen zich door zijn racistische en seksistische

grappen begeeft op een “platgetreden pad” en dat de grappen een teken zijn van “intellectuele luiheid”. ‘Sommige cabaretiers vinden het blijkbaar prima om bepaalde stereotypen in hun voorstelling te bevestigen. Door daar als recensent op te letten, maak je dat zichtbaar.’ Geen duidelijke boodschap Volgens Nieuwenhuis is zeggen dat de boodschap van een theaterstuk slecht is echter absoluut niet hetzelfde als vinden dat het niet gemaakt of getoond mag worden. ‘Maar vaak als je dat eerste zegt, interpreteren mensen het tweede. Moraliserende kunstkritiek roept soms weerstand op omdat mensen het zien als een opgeheven vingertje.’ In plaats van een moreel vingertje op te steken, wil Nieuwenhuis vooral duidelijk maken dat de meeste kunst geen eenduidige boodschap uitdraagt waarover geoordeeld kan worden. ‘Kunst is meerduidig en het heeft geen zin om te doen alsof alles heel uitgesproken één kant op wijst. Het is belangrijk om in een recensie ruimte vrij te maken voor dubbelzinnigheden. Je moet niet zo verkokerd zijn in je eigen visie. Kunst mag juist schuren of ongemakkelijk zijn, maar een recensent mag daar ook persoonlijke, ideologische opvattingen over hebben.’

‘In Joker wordt duidelijk dat je als publiek moeilijk kan inschatten wat realiteit is.’ Ook Op de Beek vindt het belangrijk te benadrukken dat kunst altijd meerdere lagen heeft. ‘In Joker wordt duidelijk dat je als publiek moeilijk in kan schatten wat realiteit is. Het kan goed zijn dat de hoofdpersoon zich de steun en sympathie die hij uiteindelijk toch van de maatschappij krijgt verbeeldt. Sommige kijkers willen dat misschien niet begrijpen, of zijn bang dat anderen het niet zo opvatten.’ Wellicht vinden mensen het onprettig om zich te verplaatsen in het hoofd van Joker, net zoals mensen het immoreel vonden om te lezen vanuit het perspectief van Humbert in de Russische roman Lolita, waarin Humbert verliefd is op de twaalfjarige Lolita. Volgens Op de Beek is deze oefening in verplaatsing juist belangrijk. ‘Als er in een boek racistische of seksistische personages voorkomen, is de belangrijkste vraag niet of het werk racistisch of seksistisch is, maar wat de reacties op deze stemmen zeggen over de maatschappij. Ik denk dat het belangrijk is dat kunst een prikkelende ruimte blijft waarin je lastige kwesties kunt benoemen, omdat het verplaatsen in deze kwesties idealiter leidt tot wederzijds begrip.’


De kunst van kritiek/ANS-online P. 20

Ruimte voor discussie Ook Noorman benadrukt het belang van discussie over de interpretatie van kunst. ‘Een moraliserende reactie vanuit de maatschappij zou vooral moeten leiden tot goed nadenken. Mensen kunnen zich afvragen waarom ze op die manier reageren, maar musea kunnen bijvoorbeeld ook stilstaan bij de manier waarop ze kunstwerken weergeven.’ Zo schrapte het Amsterdams Museum de term “Gouden Eeuw”. Schilderijen die onder die term worden tentoongesteld, laten volgens het museum te vaak maar één perspectief op de zeventiende eeuw zien: die van pracht en praal, ook al ging deze welvaart ten koste van een deel van de mensheid. Door zulke werken in een juiste historische context te plaatsen, krijgen bezoekers de kans om een weloverwogen oordeel te vellen. Bovendien is veel kunst ambigu en daardoor niet in één boodschap te vatten. Soms heeft het medium grenzen: naast een bioscoopfilm kan je niet zo makkelijk een bordje ophangen. Bij gebrek aan een bordje om kunst mee in een context te plaatsen, zouden regisseurs met een interview kunnen proberen om de interpretatie van hun werk te sturen. De kans is echter klein dat dit de kijker bereikt.

‘Hoe kleiner het bereik, hoe controversiëler een kunstwerk kan zijn.’ Dat terwijl juist het publiek bij grote, commerciële producties als Joker talrijk is. Wellicht dat de angst voor de film daarom extra groot is: ‘De kans dat er in zo’n groot publiek een jongetje – want het zijn vaak mannen – zit die denkt: goed idee, ik lijk wel op die man, ik ga ook rondschieten, is een stuk groter dan bij een kleine, obscure productie’, aldus Noorman. Ook Nieuwenhuis merkt dat de kritiek toeneemt naarmate het bereik groter is. ‘Hoe kleiner het bereik, hoe controversiëler een kunstwerk kan zijn. Soms lees je in een ontoegankelijker werk iets heel extreems, waar niemand over valt.’ Wil je dus echt een controversiële boodschap kwijt, giet het dan in complexe poëziebundel die niemand koopt. ANS

ANS

ONLINE ANS-Online is het digitale zusje van het papieren blad met dagelijks studentennieuws en eigen rubrieken. Hieronder lees je over de hoogtepunten van de afgelopen tijd en de onderwerpen om de komende periode naar uit te kijken. Spijt van SSH&- beleid? Het zal geen enkele Nijmeegse student zijn ontgaan: de SSH& heeft vanaf juli 2020 een nieuw beleid. Vers studerende Nijmegenaren zullen de methode waarbij iedereen evenveel kans maakt op een kamer toejuichen. Ouderejaars die jaren wachttijd hebben gespaard zien juist hoe de droom van een nieuw paleisje in rook opgaat. Verrassend genoeg bleef het commentaar niet bij wat vastgeroeste studenten. Ook de leden van de Tweede Kamer hebben lucht gekregen van de regeling, en die zijn niet bij met de plotselinge wijziging. Binnenkort worden hier dan ook Kamervragen over gesteld. Mysterie in Nijmegen Lanceer een spannende video, bouw een stellage en plak de stad vol met mysterieuze briefjes en QR-codes en je hebt de formule om studenten uit heel Nijmegen in de greep te hebben. Hoewel er zeventien dagen waren uitgetrokken voor het hele raadsel van het stadsspel ‘mystery of the city’, stonden de eerste speurders al binnen 24 uur op de stoep bij de eindlocatie. De vijftig masterminds die als eerste het mysterie oplosten ontvingen daarmee een ‘golden ticket’ voor een exclusief evenement. Wat dat precies is en hoe nu verder, dat blijft nog even een mysterie. Levende verhalen Op zaterdag 23 november vindt in Bibliotheek De Mariënburg de derde editie plaats van de Human Library Nijmegen. Op deze dag kan je in de bibliotheek een gesprek aangaan met mensen met een interessant verhaal, zogenaamde ‘levende boeken’. Iemand met niet-aangeboren hersenletsel bijvoorbeeld, een kind van een NSB’er of een ex-verslaafde. ANS gaat op pad en ‘leest’ de boeken met aandacht: je moet deze immers nooit beoordelen op zijn kaft. Op de hoogte blijven van al het studentennieuws? Check dan www.ans-online.nl of volg ANS op Facebook, Instagram en Twitter.


Reportage

ZWOELE STRIJKERS EN SCHELLE BLAZERS

Op 21 december treedt het Nederlandse Studenten Jazz Orkest (NSJO) op in het Nijmeegse poppodium Doornroosje. TweeĂŤndertig musici trekken het hele land door voor audities en repetities, om uiteindelijk op te treden in zes verschillende steden. ANS nam een kijkje achter de schermen bij de voorbereidingen voor de Nederlandtour van het NSJO.


Zwoele strijkers en schelle blazers Tekst: Celis Tittse en Floor Toebes/ Foto’s: Ted van Aanholt P. 22

In een muziekcentrum in hartje Utrecht loopt het storm: de audities van het Nederlands Studenten Jazz Orkest (NSJO) zijn in volle gang. Het NSJO is een nationaal studentenjazzensemble dat elk jaar toewerkt naar een week lang optreden in zes verschillende studentensteden. De muzikanten spelen in grote zalen zoals Doornroosje, Tivoli en de Melkweg. Het is niet voor iedereen weggelegd om op deze podia te spelen: van de ruim 70 auditanten komen er slechts 32 in het orkest. Er wordt streng geselecteerd en ieder jaar zijn er nieuwe audities, ook wanneer je al eerder hebt meegespeeld. Reden genoeg voor Nijmeegse auditant Joos Munneke om zenuwachtig te zijn. Nog een beetje gespannen maar vooral opgelucht loopt de hij de koffiekamer in. ‘Hoe ging het?’, vraagt bestuurslid Jorine Oosting. Iemand anders schenkt slappe koffie voor hem in terwijl hij nog een beetje wiebelend op zijn benen antwoordt: ‘wel goed, geloof ik.’ Hij maakt de stoel vrij van flyers voor hij gaat zitten. De ontvangstruimte is bezaaid met NSJO-stickers, -vlaggetjes en -posters. Ondanks de studentikoze uitstraling, is het NSJO een behoorlijk serieuze organisatie waar bestuursleden hun handen vol aan hebben. Vanaf maart zijn ze al druk in de weer om niet alleen concertzalen, het vervoer en verblijf te regelen, maar ook om auditanten te werven, een dirigent aan te stellen en twee beroepssolisten te vinden die meespelen.

‘De houterige strijkers moeten soms nog een beetje loskomen in de heupen.’ Ratatouille aan instrumenten Een landelijke tour georganiseerd door studenten klinkt als een rampenplan. Er kunnen een hoop praktische dingen misgaan, zoals het vinden van genoeg slaapplekken. De grootste uitdaging ligt echter ergens anders volgens Oosting: ‘We hebben een bijzondere samenstelling van muzikanten. Het NSJO bestaat namelijk uit zowel bigbandspelers als strijkers, iets wat zelden voorkomt.’ Het bestuurslid gebaart naar de cellokisten, gitaartassen en blaaskoffers die tegen de muur staan opgesteld. ‘Onder studenten zijn de klassieke wereld en de jazzwereld nog weinig gemengd. Daarom is het een hele opgave om het orkest tot één geheel te brengen.’ Oosting lacht: ‘de houterige strijkers moeten soms nog een beetje loskomen in de heupen.’ Nadat de strijkers zijn ontdooid, is het de beurt aan het toekomstige publiek. Het is namelijk de bedoeling om jazzmuziek te spelen waar studenten goed op kunnen dansen. Het orkest speelt om die reden toegankelijke stukken voor het publiek, maar het repertoire is niet eenvoudig voor de musici. ‘Voor studenten is dit het hoogste niveau binnen de bigbands in Nederland’, vertelt auditant Munneke. ‘Eén stap


Zwoele strijkers en schelle blazers P. 23

verder bestaan de ensembles vrijwel alleen uit beroepsmuzikanten.’ Om auditie te doen wordt er daarom wel wat gevraagd van de deelnemers: ‘Je moet drie stukken spelen, waarvan er twee zijn gekozen door de jury en je mag er één zelf kiezen. Twee weken geleden kreeg ik de bladmuziek en kon ik beginnen met oefenen.’ Vleeskeuring in de kelder De Utrechtse Laurens Haverkate doet vandaag als laatste auditie. Vorig jaar zat hij zelf in het bestuur, maar dat is geen garantie om in het orkest te komen. Als veteraan is hij te vinden in de koffiekamer. Hij is geanimeerd in gesprek, maar als het bijna tijd is, slaan de zenuwen toe en begint ook hij onrustig te ijsberen. Dan haalt bestuurslid Oosting hem op en dalen ze af naar de kelders van het oude gebouw. Haverkate duikt snel één van de twee ruimtes in om nog vlug te oefenen. Dan opent de tweede deur en een zenuwachtige auditant loopt haastig naar buiten. Daarachter is de jury zichtbaar: twee bestuursleden en dirigent Nils van Haften. Als iedereen zit, is het tijd om te starten. ‘Voor welke positie doe je ook alweer auditie?’, vraagt Van Haften. Haverkate wil dit jaar leadtrombone spelen in plaats van bastrombone. ‘Gewoon, iets nieuws leek me wel leuk’, legt hij zenuwachtig uit. De jury knikt en Haverkate mag beginnen met spelen. ‘Zonder backingtrack klinkt het misschien een beetje gek, verklaart hij voordat hij een jazzmelodie inzet. De dirigent tikt mee op de maat en leest nauwkeurig of de auditant alle noten goed volgt. De andere juryleden noteren af en toe iets op een beoordelingsformulier. Daarna volgen twee fragmenten met achtergrondmuziek. Hele nummers kan Haverkate niet uitspelen vanwege de geringe tijd van de auditie. Aan het eind krijgt hij een uitbundig applaus en de jury stelt hem gerust. Haverkate bedankt de jury en het hele gezelschap loopt naar boven. De auditiedag zit erop. Arrangeren kun je leren Nadat de jury en het bestuur hebben besloten wie er wel en niet in het orkest komt, verschuift de aandacht naar wat ze gaan spelen. Student Data Science aan de RU en oprichter van de Studenten Bigband Nijmegen (SBBN), Berend van Deelen, is één van de groep arrangeurs van dit jaar. ‘Het houdt in dat ik voor elke muzikant de bladmuziek schrijf, zodat iedereen precies weet wat hij moet spelen’, vertelt hij. In het gesprek vallen de grote handgebaren op. Dit jaar speelt hij na drie keer auditie te hebben gedaan ook mee als muzikant in het orkest. ‘En dit wordt mijn derde jaar dat ik voor het orkest arrangeer.’ Van Deelen is vooral gepassioneerd over zijn bezigheden bij het NSJO. ‘Ik ga mijn studie wel afmaken en er een parttimebaan in het werkveld bij zoeken. Daarnaast kan ik me volledig storten op de muziek. Aan de financiële onzekerheid van de muziekwereld heb ik minder behoefte.’ In zijn studententijd wil hij blijven arrangeren.


Zwoele strijkers en schelle blazers P. 24

‘Bij het schrijven van een arrangement is de uitdaging de samenklank van de musici. Om die mooi te laten klinken heb je kennis van ieder instrument nodig.’ De partituur moet speelbaar zijn voor de muzikanten, maar de helft van de stukken wordt gearrangeerd door studenten. Om ook bij die arrangementen de hoge kwaliteit te waarborgen, organiseert het NSJO een ‘arrangers masterclass’ waarin de studenten worden begeleid door een professionele arrangeur om zo een goed mogelijk stuk te schrijven voor het orkest. ‘Over het algemeen doen alleen conservatoriumstudenten mee aan die masterclass’, geeft Van Deelen aan. Hij is als RU-student een uitzondering op de regel. Razende repetitie ‘One, two, three, and’- Het orkest zet in en muziek vult de ruimte. Het is drie weken na de audities: het repetitieweekend is begonnen. In de kleine repetitiestudio is Munneke te herkennen en ook de bestuursleden spelen mee. Haverkate is echter nergens te bespeuren: blijkbaar is hij niet toegelaten. Dit weekend oefent het NSJO twee volle dagen in de kelder van het conservatorium van Amsterdam. Het orkest speelt acht uur achtereen met slechts een aantal korte pauzes tussendoor. Hoe serieus ze dan ook zijn, het blijven studenten. Aan hun bleke gezichten is af te lezen dat ze nog brak zijn van een wilde uitgaansnacht. Ondanks hun vermoeidheid, deinzen de muzikanten regelmatig mee op de maat terwijl ze een rumba doorspelen. Ze kirren ‘Arriba!’ en

maken allerlei tropische geluiden. Dirigent Van Haften lacht: ‘Dat staat er niet, jongens!’ In alle ernst spelen de studenten door. Af en toe worden ze onderbroken met aanwijzingen van de dirigent zoals: ‘Hier moeten jullie crescendo spelen’ of ‘op deze noot moet de nadruk komen.’ Na een korte koffiepauze zijn ook de student-arrangeurs van de masterclass aanwezig. Zij zijn gekomen om specifieke aanwijzingen te geven en vragen van het orkest te beantwoorden. Die zijn er veel: om de haverklap springt iemand op met de vraag of een noot een accent moeten krijgen of met de opmerking dat een partij wel heel moeilijk is. ‘Ik denk dat er tien trompettisten in Nederland zijn die dit kunnen spelen’, geeft de leider van de blazerssectie, Joost Hooyman, bijvoorbeeld aan. ‘En degenen die dit kunnen, zitten hier niet’, betoogt hij. Het orkest lacht om Hooymans felheid en de arrangeur geeft toe: ik heb het jullie misschien te lastig gemaakt. Op de planken De tweede repetitiedag zit erop. Na het weekend gaan de leden hun eigen pad voordat ze weer samenkomen voor de repetitieweek over vier weken. In die zeven dagen sluiten ze zichzelf van de buitenwereld af om de puntjes op de ‘i’ te zetten, onder begeleiding van de dirigent en een aantal beroepsmuzikanten. Daarna trekken ze het land in om hun doel waar te maken: het maken van jazzmuziek dat het publiek in beweging brengt. ANS


Column Roel van Koeverden P. 25

bijna weekend?

Vier het bij BUUR! Elke donderdag tussen 15:00 en 18:00 drink je onze wisselbieren met 20% korting. De bieren wisselen mee met het seizoen, dus verwacht veel herfsten winterbieren! BUUR is de plek in Brakkenstein waar je kan borrelen, lunchen, dineren of flexwerken. Je vindt ons direct achter de campus. BUUR, Deken Hensburchstraat 2, 6525 VJ Nijmegen. Ingang tegenover speeltuin Brakkefort | www.buurbrakkenstein.nl

DE LOFTROMPET Waar de pessimistische student slechts een ononderbroken modderstroom van alledaagse misère ziet, ziet columnist Roel van Koeverden juist ook goudklompjes voorbij drijven die het dagelijks leven van een student weer een stukje mooier maken. Iedere ANS vist hij zo’n pareltje op en schrijft hij er een column over. Als een studie een tapijt in een studentenhuis zou zijn, dan zou er bij iedere studie wel die ene vlek zijn die je na vijftien minuten keihard schrobben nog niet weg hebt gekregen en waarvan je twijfelt of je hem überhaupt ooit nog weg zult krijgen. Er is bij iedere studie wel dat ene horrorvak waarbij de voorste helft van de collegezaal gevuld is met pensioengerechtigde studenten die al met hun 83ste poging voor Thermodynamica, Corporate Finance, Burgerlijk Recht of wat voor universitaire misère dan ook bezig zijn. Tegen zulke vakken kun je je gelukkig bewapenen, namelijk met oude tentamens. Over de anonieme weldoeners die dit spul de digitale wereld in slingeren mag wel eens de loftrompet worden gestoken. Wie de anonieme barmhartige Samaritanen in kwestie zijn, weet niemand. Zou het die eenzame nerd zijn die bij colleges altijd vooraan zit, alles overtypt wat de docent zegt en in een goede bui om 3 uur ’s nachts een zooi oude tentamens uploadt op zijn zolderkamertje? Of zou het een sympathieke professor zijn die het oefenmateriaal voor het publiek ter beschikking stelt? Wellicht zijn het wel die antieke alumni die surveilleren bij tentamens en na afloop de hele boel scannen en online zetten. Het antwoord blijft in het midden, maar het staat buiten kijf dat sommige vakken erg lastig te halen zijn zonder oude tentamens. Zelf heb ik vakken gevolgd (statistiek o.a.) waar ik ondanks vijftien uur per week blokken nog geen snars van begreep. Zelfs toen ik netjes alle colleges had gevolgd en de beschikbare oefenopdrachten had gemaakt, had ik amper een coherent beeld van wat het vak inhield en verpestte ik iedere berekening die van me werd gevraagd. Pas toen ik de oude tentamens in handen kreeg, kon ik een beeld vormen van wat er van me verlangd werd. Als een geconditioneerd aapje leerde ik me aan om telkens bij dezelfde soort vragen dezelfde antwoorden op te hoesten, maar dan met andere cijfertjes. En zo – ik ben er niet trots op, maar die studiepunten verlies je toch niet meer – heb ik nog tal van andere vakken gehaald. Dus wanneer er op Osiris verschijnt dat je Stochastic Operations Management of wat voor ellende dan ook gehaald heb, denk dan even aan die anonieme weldoener, doe een gebedje of een rituele dans, offer een geit of deel zelf een tentamen!


Nationale identiteitscrisis Tekst: Julia Meilink/ Illustratie: Roos in ‘t Velt P. 26

Tijdsgeest

NATIONALE IDENTITEITSCRISIS In Tijdsgeest wordt iedere editie het verleden, heden en de toekomst van een fenomeen of ontwikkeling besproken. Deze editie: De kijk op Nederlands nationalisme.

Vijfentwintig jaar geleden werd een middelbare scholier in elkaar geslagen omdat er een klein Nederlands vlaggetje op zijn rugzak was geborduurd. Zijn klasgenootjes vonden namelijk dat hij een neonazi was. Hoewel nationalisme in Nederland vóór de 21ste eeuw als iets extreems werd gezien en zelfs gelijk kon worden gesteld aan neonazisme, wordt nationalisme tegenwoordig als veel gangbaarder gezien en kan het ook op meerdere manieren worden geïnterpreteerd. Hoe heeft de kijk op Nederlands nationalisme zich door de jaren heen ontwikkeld? Verleden: Alles veranderde toen Duitsland aanviel In de 18de eeuw stelde de Duitse filosoof Johann Gottfried von Herder dat de mensheid was opgedeeld in volken die allemaal een unieke en onveranderlijke identiteit hadden. Ondanks dit unieke karakter waren volken gelijk aan elkaar. De grondbeginselen van nationalisme zoals we het nu kennen werden met die theorie geboren. In Nederland werd die ‘identiteit’ opnieuw uitgevonden na de onafhankelijkheid van het Koninkrijk der Nederlanden in 1813. De overheid probeerde dat in te vullen door de uniekheid van Nederland te promoten via nationale helden uit veelal de Gouden Eeuw, zoals Rembrandt van Rijn en Michiel de Ruyter. Burgers bleken zich echter veel sneller verbonden met elkaar te voelen door deel te nemen aan activiteiten, vertelt Anne Petterson, universitair docent Cultuurgeschiedenis en Politieke Geschiedenis aan de Radboud Universiteit (RU): ’Het uitdossen in oranje kleding voor de verjaardag van de koning is bijvoorbeeld een traditie die al uit de negentiende eeuw stamt. Deze was erg succesvol onder de bevolking.’ ‘Het oorspronkelijke idee van nationalisme zoals Herder het had geformuleerd, vermengde tussen de Eerste en Tweede Wereldoorlog met de Duitse racistische theorie’, vertelt historicus en politicoloog Kemal Rijken. Na de wereldoorlogen zagen zowel burgers als overheid in wat er kon gebeuren als nationalisme te ver zou worden doorgetrokken en vooral de westerse, blanke identiteit als superieur zou worden gezien. Daarnaast werd de passieve houding die veel Nederlanders hadden aangenomen tijdens de Duitse bezetting als ‘fout’ gezien en er kleefde een smet aan nationalistische opvattingen. In de tweede helft van de 20ste eeuw lag de ideologie dan ook in de taboesfeer en was de ‘goede’ Nederlander synoniem voor de niet-nationalistische Nederlander.

Heden: Nationalisme uit de taboesfeer Onze huidige kijk op nationalisme is gevormd door de gebeurtenissen eind jaren 90 en begin jaren 0, waarin de opkomst en dood van politicus Pim Fortuyn een grote rol speelden. ‘Het leek destijds, in de politieke voorspoedstijden van de Paarse kabinetten, alsof alles perfect en goed was, maar onder het oppervlak broeide het. Er waren ergernissen over integratie en migratie’, vertelt Rijken. Voorheen wilden mensen een ‘goed’ standpunt innemen, wat impliceerde dat zij een coulante houding tegenover migratie moesten aannemen. Fortuyn was een islamcriticus en stelde juist dat er een strenger immigratiebeleid moest komen. De xenofobie die men ook bij Fortuyn zag, is essentieel voor de definitie van nationalisme, stelt Marcel Lubbers, hoogleraar Sociologie aan de RU: ‘Nationalistische partijen koppelen de Nederlandse identiteit aan iets dat zij uniek vinden, zoals bijvoorbeeld geschiedenis. Externe factoren vormen dan een bedreiging voor het authentieke.’ Rechts-nationalistische partijen vallen daarbij vooral terug op het construct van het positieve verleden van Nederland, vaak de Gouden Eeuw. Lubbers benadrukt dat niet alleen partijen, maar ook stemmers selectief omgaan met de criteria van die identiteit: ‘Kiezers die heel trots zijn op bepaalde delen van de geschiedenis van Nederland, stemmen vaker op de nationalistische partijen. Maar, verhoogde trots op andere zaken met betrekking tot het vaderland, zoals de Nederlandse kunst, verhoogt de kans op een nationalistische stem niet.’ Na het overlijden van Fortuyn kwamen stemmers terecht bij de PVV en het FvD, die tegenwoordig samen 22 zetels en dus gezamenlijk een flinke achterban hebben. Zij vertegenwoordigen net als Fortuyn het nationalisme en koppelen dat aan populisme, het uitgesproken willen opkomen voor de ‘gewone man’.


Nationale identiteitscrisis P. 27

Toekomst: Bedreigingen beleven ‘Kiezers die niet op nationalistische partijen stemmen, staan negatiever tegenover nationalistische partijen dan tegenover andere willekeurige partijen’, vertelt Lubbers. Hoewel een deel van de stemmers het nationalisme de afgelopen jaren dus heeft omarmd, staat een groot deel er behoorlijk afwijzend tegenover. Dat maakt het minder waarschijnlijk dat mensen die ideologie in de toekomst massaal gaan aanhangen. Maar, dat wil niet zeggen dat Nederlanders niet vaderlandslievend zijn en dat dit niet terugkomt in de politiek: het CDA wil bijvoorbeeld dat kinderen het Wilhelmus op school leren. Of de animo daarvoor in de toekomst groter wordt, is echter een heel andere vraag dan die over het nationalisme. Bij vaderlandsliefde wordt eerder de trots op het land benoemd, terwijl nationalistische partijen dat waarop zij trots zijn ook willen beschermen tegen het ‘vreemde’. De vraag is daarbij vooral wie en wat onder die Nederlandse identiteit wordt gerekend en wat als bedreigend daarvoor. Lubbers licht dat toe: ‘Nationalistische partijen formuleren continu nieuwe dreigingen voor de authentieke identiteit. Ooit werden bijvoorbeeld Surinamers als een bedreiging voor de Nederlandse identiteit gezien, nu zien mensen dat nauwelijks meer zo.’ Petterson stelt dat Europa ook een bedreiging voor het nationale verhaal zou kunnen zijn: ‘Los van politiek moet je de eigen identiteit openstellen of daar een stukje van opgeven om Europees burger te worden.’ Als de Europese Unie (EU) machtiger wordt, zullen nationalistische partijen daar dan ook heftig op reageren, maar wat als de EU kleiner wordt? Volgens Lubbers zal dat weinig uitmaken: ‘Dan gaan nationalisten weer andere bedreigingen voor het land ervaren.’ ANS

1760: Johann Gottfried von Herder introduceert de term ‘Volksgeist’, waarin wordt gesteld dat ieder volk zowel uniek als gelijkwaardig is. 1813: Onafhankelijkheid Koninkrijk der Nederlanden na verslaan Napoleon.

1969: ‘Goed-fout’-frame wordt maatschappelijk gangbaar na groot wetenschappelijk werk van historicus Loe de Jong.

2002: Pim Fortuyn wordt vermoord op het Media Park. te Hilversum


Kamervragen Tekst: Wietse Dwars/ Foto’s: Floor Toebes P. 28

KAMERVRAGEN

In Kamervragen gaan twee studenten op ontdekkingstocht in elkaars kamer en speculeren ze over de persoonlijkheid, activiteiten en vreemde trekjes van de bewoner. Kunnen ze uitvinden wat voor persoon er achter de kamer schuilgaat? Deze editie: Boet en Saskia. Boet op bezoek bij Saskia Boet loopt met een enthousiaste pas de trap op naar de eerste verdieping van Saskia’s huis. ‘Deze kamer is een stuk netter dan die van mij.’ Hij stelt daarmee ook gelijk vast dat de kamer die hij zojuist heeft betreden een vrouwenkamer is. ‘Ik heb namelijk nog nooit een zo mooi opgeruimde mannenkaBoet mer gezien.’ De boel is inderdaad heel netjes ingericht: het tweepersoonsbed is opgemaakt en de boeken op het bureau liggen keurig opgestapeld. ‘De plantjes maken het erg gezellig’, zegt hij terwijl hij naar de groene varens in de vensterbank wijst. ‘Eerst de boekenstapel maar eens inspecteren.’ Het lijkt erop dat de bewoonster Duits aan het leren is. Boet vermoedt op basis van de aanwezige boeken ook een interesse in politiek. Hij is echter het meest geïnteresseerd in de bovenste plank: ‘Veel leesboeken, fantasy en dergelijke. Dat kan ik wel waarderen’, zegt hij tevreden.

De rest van het bureau trekt ook zijn aandacht. Blijkbaar is de bewoonster vergeten om haar to-do-lijstje uit te wissen. “Journalism uitschrijven”, staat er rood onderstreept. ‘Die heeft er geen zin meer in.’ De aandacht van Boet wordt opeens getrokken door een lange stok met een net er aan. ‘Is dat een stick voor, hoe heet deze sport ook alweer?’ Een bronzen medaille met het woord “lacrosse” erop geeft het weg. ‘Ze zal daar vast goed in zijn, anders word je niet zomaar derde’, concludeert hij. Met een kijkje in de kast vindt hij een aardig stapeltje sportkleding. Hij is onder de indruk. ‘Als ik het zo zie, sport ze echt elke dag.’ Naast sport lijkt ze ook van reizen te houden. Op een prikbord ziet Boet een afbeelding van de rode draak van Wales met ernaast een bijbehorend treinticket. Het lijkt erop dat er meer afbeeldingen horen te hangen. ‘Maar daar zal ze zelf wel opstaan, daarom heeft ze die natuurlijk weggehaald.’ Al met al voelt Boet zich geïnspireerd door de nette inrichting. ‘Ik moet mijn kamer ook zo goed gaan onderhouden.’ Hij controleert nog even snel de kleine lades voor verborgen duistere geheimen maar helaas valt er niets opmerkelijks te vinden. ‘Die heeft ze goed verstopt’, grapt hij.

Saskia op bezoek bij Boet ‘Dat was wel een creepy entree’, is het eerste dat Saskia durft te zeggen zodra ze de gang binnenstapt. Ze is zojuist binnengelaten door de huisgenoot van Boet met de waarschuwende woorden: ‘We doen alsof we samen gaan studeren want anders wil de hospice jullie niet binnen Saskia hebben.’ Dat klinkt al veelbelovend. Saskia is echter niet afgeschrikt. Ze loopt voorzichtig de oude hal binnen. ‘Het lijkt hier wel een museum.’ De benedenverdieping is rijkelijk ingericht met antieke meubels en bovenaan de trap staat een Romeins borstbeeld dat de toegang tot het paleisje van Boet bewaakt. Als Saskia de kamer binnenloopt, valt haar mond open van verbazing. ‘De tijd heeft hier stilgestaan’, brengt ze verbluft uit. Behoedzaam, alsof ze bang is om iets kapot te maken, loopt ze verder naar binnen. Net als in de rest van het huis staat er veel antiek. Alleen de her en der neergegooide moderne spullen en het matras op de grond verraden dat

er waarschijnlijk geen bejaarde, maar een jonge student woont. Rechts van het matras staat een houten ladder die naar het dakraam gaat. Saskia grinnikt: ‘Een brandbare brandtrap. Strak plan.’ Er hangt een colbertje aan de trap waaruit ze opmaakt dat ze in de kamer van een man is. Haar blik verschuift naar de boekenkast. ‘Kijk, daar maak je me blij mee.’ Nieuwsgierig begint Saskia titels te lezen. ‘Psychologie en iets over geschiedenis’, even denkt ze na, ‘misschien iets voor een leraar?’ Al snel vindt ze het “Handboek voor Leraren”. Ook staan er Finse boeken bij. ‘Misschien dat hij een uitwisselingsstudent is?’ Dan vindt ze een Finse Donald Duck met daarin een Nederlandse vertaling van een paar woorden. ‘Hij zal de Finse taal wel proberen te leren.’ Ze loopt door naar de volgende kast. Aan de verzameling drankflessen is op te maken dat de bewoner van gezelligheid houdt. ‘Of hij is een alcoholist.’ Op de grond ziet ze een stel ijshockeyschaatsen en een paar noren. ‘Hij zal dus een schaatser of een ijshockeyspeler zijn. En dan eentje met een actief seksleven.’ Ze wijst lachend naar het pakje condooms dat naast het matras klaar staat voor gebruik. ‘Misschien dat hij daarom geen “vrienden” mee mag nemen.’


Kamervragen P. 29

VRAGENUURTJE Tijd voor de confrontatie: hadden de studenten het bij het juiste eind of sloegen ze de plank compleet mis?

‘Onder het genot van een biertje in het Cultuurcafé krijgen Saskia (21, vierdejaars Politicologie) en Boet (18, lerarenopleiding Geschiedenis) eindelijk de kans om elkaar te leren kennen. ‘Je kamer was heel interessant’, begint Saskia, ‘maar de rest van het huis was nog veel interessanter. Net een museum.’ Boet grijnst en bevestigt dat ze niet de eerste is die dat opmerkt. Hij huurt de kamer van een oude, demente vrouw die ook in het huis woont. ‘Het is redelijk goedkoop omdat wij als huurders eigenlijk gewoon als haar oppas worden ingezet. We zijn er een beetje ingeluisd.’ Dan gaat er plots een lichtje branden. ‘Is er bij jou niet nog wat vrij?’ Helaas voor Boet woont Saskia in een meidenhuis. Bij het raden van het studiejaar had Boet weinig succes. Hij gokt op een tweedejaars student maar Saskia is al vier jaar bezig. De mate van netheid bleek gelukkig een goed criterium om haar geslacht te bepalen. Ze geeft wel toe dat ze voor dit bezoek extra netjes heeft opgeruimd. ‘Valsspelen dus’, grinnikt Boet met een knipoog. ‘Ik mag hopen dat die derde plaats met Lacrosse niet ook door valsspelen is verkregen?’ Saskia kan erom lachen. ‘Nee, dan was ik wel eerste geworden. Ik train twee keer per week met daarnaast nog een wekelijkse wedstrijd.’ Boet laat met een kort fluitje blijken dat hij onder de indruk is. Zelf speelt hij, zoals eerder gegokt, ijshockey, hoewel spelen volgens hem een overstatement is. ‘Ik heb tot nu toe vier keer in mijn leven op het ijs gestaan. Ik had daarvoor nooit eerder iets van hockey, ijshockey of schaatsen gedaan, dus je kunt je vast voorstellen hoe goed dat gaat.’ Met een brede glimlach wordt er nog een biertje besteld om het laatste mysterie fatsoenlijk op te kunnen lossen. ‘Vanwaar het Fins in de Donald Duck?’ is Saskia’s laatste vraag. Boet antwoordt met een verhaal over zijn vriendin die hij in Finland op het vliegveld heeft ontmoet. Voor haar probeert hij nu Fins te leren. Saskia vindt het een schattig verhaal. ‘Ik ben zelf een jaar naar Wales geweest, maar ik heb helaas geen Britse Romeo als souvenir mee terug kunnen nemen.’ ANS


HANS als/ Colofon P. 30

34e jaargang

ANS ZOEKT MEDEWERKERS! Vind jij het leuk om te schrijven, illustreren, websites bouwen of fotograferen? Kom dan langs op ons kantoor (onder het Gymnasion) of stuur een mail naar redactie@ans-online.nl.

Hoofdredactie Myrte Nowee en Floor Toebes Redactie Noah Kleijne, Julia Meilink en Inge Spoelstra Medewerkers Sofie Bongers, Wietse Dwars, Aaricia Kayzer, Frederieke Taheij, Jesse Timmermans, Celis Tittse en Thom Wijenberg Illustraties Joost Dekkers, Carlijn Planting, Jochem Snijders, Inge Spoelstra en Roos in ‘t Velt Foto’s Ted van Aanholt, Julia Meilink, Floor Toebes en Samet Yigit Voorpagina Timon Vader Middenpagina Gigi van Grevenbroek

Columnisten Naomi Habashy en Roel van Koeverden Eindredactie Jackie de Bree, Joep Dorna, Julia Mars, Dennis van der Pligt, Jean Querelle, Jeyna Sow, Vincent Veerbeek en Irene Wilde Crypto Pelle Hoek en Jelle Siemes Cartoon Noah Kleijne Ontwerp Marloes de Laat en Roel Vaessen Lay-out Floor Toebes Dagelijks bestuur Rik van de Kolk (voorzitter), Umut Sahin (secretaris) en Agnes Hermans (penningmeester)

Druk MediaCenter Rotterdam Uitgave, abonnementen en advertentie-acquisitie Stichting MultiMedia: stichtingmultimedia@gmail.com Redactieadres Heyendaalseweg 141 6525 AJ Nijmegen Tel: 06-36458763 Mail: redactie@ans-online.nl

Het Algemeen Nijmeegs Studentenblad is een onafhankelijk blad dat gratis in de binnenstad en op de Radboud Universiteit Nijmegen wordt verspreid. Het verschijnt 7 keer per jaar in de maanden september t/m juni.


CRYPTO

Crypto P. 31 P. 31

1

2

3

4

5 6 7

8

9 10 11 12

13

De oplossingen van het cryptogram in de tweede ANS vind je op ans-online.nl Voor de laatste crypto van 2019 kun je vier kaarten voor de kerstmarkt ‘Feest van Licht’ ter waarde van 10 euro per stuk winnen! Vanaf 20 december opent Museumpark Orientalis in de Heilig Landstichting (dichtbij Nijmegen) twee weken lang Europa’s grootste kerststal. Het ideale uitje in jouw studentstad!

14

15

16

17 18

Kans maken? Stuur dan voor 12 december de oplossing naar redactie@ans-online.nl. P.S.: niet zo goed in crypto’s of ben je te laat? Speciaal voor lezers van het Algemeen Nijmeegs Studentenblad biedt Orientalis een kortingscode aan van 10% op de entreeprijs! Ga dan naar feestvanlicht.nl en voer de code FVLANS19 in!

HORIZONTAAL: 2. SOMMIGE POLITICI VINDEN HET ALLEMAAL EEN HELE BEVALLING. (6) 3.BETALEN OM EEN RIVIER OVER TE STEKEN. (4) 4. REEDS EEN KOFFIEBEDRIJF, DAT IS DE AFSPRAAK. (4) 7. IK VANG NET OP: ENGELAND, KOM TERUG EN HOUD OP! (8) 8. IN DE RIJ VOOR HET MORTUARIUM. (8) 10. GELIJK AAN EEN OMGEKEERDE ZEEHOND. (5) 11. KAMERS DIE WEGGAAN. (10) 12. NIET EEN PAAR. (7) 13. POLITICI DIE VOEDSEL WILLEN BEHOUDEN? (13) 14. VERWARDE MURDERNEEF STOND AAN DE BASIS VAN DE BREXIT. (10) 18. DE BRITTEN GINGEN ER NIET MEE. (7). VERTICAAL: 1. VADER VAN DE MUNT. (6) 2. KLINKT ALSOF ENGELSEN KONDEN STEMMEN OP EEN BLAADJE. (5) 3. IN DE EERSTE PLAATS. (7) 5. IS KORTWEG EEN SOORT STAAT VOOR URINEPRODUCENTEN. (12) 6. DEBATTEREN IN EEN BIERWONING? (9) 9. BIJ ONRUST VERLANG JE IETS TE BESTELLEN IN EEN VREEMDE TAAL. (5) 15. TWIJFEL OVER VERLATING. (2) 16. AFKOMSTIG VAN LADDERSPORTEN, DUS GEEN EUROPEEAAN MEER? (9) 17. MAANDELIJKSE MACHTHEBBER. (3)


VAN DE BAAN Tekst: Thom Wijenberg/ Foto: Ted van Aanholt

etrokken?

Wie: Max Roelofs (23), vijfdejaars Geneeskunde Bijbaan: Strategoleraar, 25 euro per uur Vertel, hoe ben je in hemelsnaam Strategoleraar geworden? ‘Een jaar of zeven geleden begon ik via een app Stratego te spelen, van oorsprong een bordspel dat draait om bluf en strategie. Een tegenstander stelde voor dat ik mee zou doen aan een livetoernooi. Toen heb ik me aangemeld voor het NK, dat voor iedereen toegankelijk is. Geheel tegen mijn verwachtingen in eindigde ik ergens in het midden van de eindstand. Daarna ben ik echt intensief gaan spelen en op de ranglijst geklommen. Op een gegeven moment vroeg een tegenstander of ik hem tegen betaling via Skype wat wilde leren over het spel. Daar had ik eigenlijk nog nooit over nagedacht, maar het bleek heel leuk zijn om te doen.’ Wie wil er nou voor Strategoles betalen? ‘Het merendeel van mijn leerlingen bestaat uit volwassenen tussen de 30 en 50 jaar. Vaak staan ze nog laag op de digitale ranglijst en willen ze graag hogerop komen. Ik heb leerlingen van over de hele wereld, van een Texaanse redneck tot een bekende Tsjechische concertpianist. Die laatste was een tijdje in Zuid-Amerika. Toen hij tussen twee concerten door terugging naar zijn vijfsterrenhotel, gaf ik hem Strategoles.’

Hoe ziet zo’n les er eigenlijk uit? ‘Via Skype is het mogelijk om je scherm te delen. Hierdoor kan ik de partijen zien die mijn leerlingen spelen. Ik kijk altijd eerst een potje mee, waardoor ik kan inschatten op welke gebieden er verbetering mogelijk is. De ene leerling vindt het bijvoorbeeld lastig om sterke opstellingen te maken, de ander is niet zo goed in bluffen. Ik richt mijn lessen in rondom dat soort problemen. Ook maak ik zelf lesmateriaal met hypothetische situaties en puzzels. In tegenstelling tot schaken en dammen bestaat zoiets namelijk nog niet voor Stratego.’ Ben jij dan de enige Strategoleraar ter wereld? ‘Dat zit er dik in, ja. De Strategogemeenschap is erg klein, zeg een stuk of duizend spelers, dus veel vraag naar een leraar is er niet. Iedereen kent de spelers in de hoogste regionen van de ranglijsten. Zo was ik drie jaar geleden op het WK Stratego in Griekenland. De aanwezigen herkenden mij allemaal van het internet. Voor mij waren het volstrekt vreemden. Ze sloegen hun armen om me heen en vervolgens maakten hun vrouwen een foto van ons. Ik voelde me op dat moment wel een beetje een celebrity.’ ANS

Meer lezen over Stratego? Lees de reportage over het NK Stratego op www.ans-online.nl

Profile for Algemeen Nijmeegs Studentenblad (ANS)

ANS Verenigt  

ANS verenigt is de derde editie van ANS 2019-2020

ANS Verenigt  

ANS verenigt is de derde editie van ANS 2019-2020

Advertisement