__MAIN_TEXT__
feature-image

Page 1

Groninger Kerken 2 0 15

GRONINGER KERKEN

STICHTING OUDE

a pr il

Synagogen in Groningen na 1945. De pijn van Jaap Meijer en de pen v a n S a u l v a n M e s s e l • ‘ S l a a n w ’ o p S i o n s p u i n d e o g e n ’. G r o n i n g e r kerken in oorlogstijd 1940-1945 • Warffums tufstenen kerk


inhoud Martin Hillenga

Synagogen in Groningen na 1945. De pijn van 41 Jaap Meijer en de pen van Saul van Messel Groningen was in de jaren na 1945 in de woorden van historicus en dichter Jaap Meijer (1912-1993) een ‘laand zunder jeudn’. Hoe in de naoorlogse jaren met synagogen werd omgegaan en welke emoties dat opriep wordt in deze bijdrage belicht aan de hand van gedichten van Meijer.

Lukas Kwant

‘Slaan w’op Sions puin de ogen’. Groninger kerken in oorlogstijd 1940-1945

50

Hoeveel mensen zullen na de bevrijding met deze dichtregel uit psalm 102 in gedachten naar het puin van hun kerkgebouw hebben gekeken? Aan het eind van de Tweede Wereldoorlog was het ieder duidelijk, dat het aantal verwoeste kerkgebouwen in vergelijking met oorlogen in vorige eeuwen buitenproportioneel groot was. In Groningen werd vooral de regio Delfzijl zwaar getroffen.

53

De Stichting 

Interview · Werk in uitvoering · De kerk als podium · Nieuws · Winkel · Educatie · Excursies · Interview · Mediatheek

Hidde Feenstra

Warffums tufstenen kerk

73

In het voorjaar van 2014 werden aan de kerk van Warffum reparaties uitgevoerd. Deze hielden onder andere in dat het pleisterwerk, dat het gebouw aan de buitenzijde bedekt, werd hersteld. Bij de verwijdering van gedeelten daarvan kwam tijdelijk het daaronder aanwezige muurwerk in het zicht. Zo werd ons een korte blik in de ontstaansgeschie­ denis van deze kerk gegund.

32 / 2 – april 2015

Stichting Oude Groninger Kerken opgericht 13 mei 1969 Stichting Der Aa-kerk Groningen opgericht 1 maart 1985

Beschermheer Drs. M.J. van den Berg, Commissaris van de Koning in de provincie Groningen Bestuur en directie P.M. de Bruijne, voorzitter C. Kool, secretaris J. Wolters, penningmeester E.A.M. Bulder, vice-voorzitter J.A. de Vries M. van Zanten P.G.J. Breukink, directeur Adres Coehoornsingel 14 9711 bs Groningen telefoon (050) 312 35 69 telefax (050) 314 25 84 e-mail info@groningerkerken.nl www.groningerkerken.nl iban: nl69 abna 0486 114 333 Redactieadres Coehoornsingel 14 9711 bs Groningen e-mail hillenga@groningerkerken.nl Redactie Groninger Kerken Dr. J.E.A. Kroesen, voorzitter Drs. M. Hillenga, secretaris Drs. R.H. Alma Drs. A. van Deijk E. Hofman MA Dr. K. Kuiken J.F. Oldenhuis Dr. C.P.J. van der Ploeg Katern ‘De Stichting’ Martin Hillenga Donateurschap Minimaal ¤ 17,50 per jaar Tijdschrift ¤ 15,- per jaar

Omslag: Detail van het interieur van de synagoge van Appingedam. Foto Omke Oudeman.

Drukwerk en verzending Zalsman Groningen, Groningen

Het tijdschrift Groninger Kerken is een uitgave van de Stich­ting Oude Gronin­ger Kerken. Het tijdschrift verschijnt viermaal per jaar. Abonnement, alleen voor dona­teurs van de Stichting Oude Gronin­ger Kerken, ¤ 15,00 per jaar. Nieu­we donateurs ont­vangen Gro­nin­ger Kerken het eerste jaar gratis.

issn 0169 - 3719

Advertenties Informatie en tarieven worden verstrekt door Stichting Oude Groninger Kerken telefoon (050) 312 35 69 contact Gerda Lüürssen, e-mail: info@groningerkerken.nl

Professionele Organisatie voor Monumentenbehoud (POM)

Opmaak en productie Ekkers & Paauw, Groningen


Mar tin Hillenga

1 Bovenste deel van de heilige ark in de synagoge van Appingedam, met afbeelding van de wetstafelen. Toen dr. Jaap Meijer de Damster synagoge in 1947 bezocht, lagen volgens zijn verslag in de ark vlugschriften met het opschrift ‘Jezus is overwinnaar’, in plaats van de torarollen. De opname toont de situatie van voor de restauratie in het voorjaar van 2015. Foto Omke Oudeman.

Synagogen in Groningen na 1945 De pijn van Jaap Meijer en de pen van Saul van Messel

laand zunder jeudn ik heb die van neudn ’k schrief mit dópkes om vingers om gedichtn te reudn

Groningen was in de jaren na 1945 in de woorden van Jaap Meijer (1912-1993) – in diens gedicht ‘Eerappellaand’ – een ‘laand zunder jeudn’. Hoe met Joods erfgoed werd omgegaan, en welke sentimenten dit opriep, is onderwerp van dit artikel.

Mediene Journaliste en schrijfster Pauline Broekema hield in 2013 de 4 mei-voordracht in de Nieuwe Kerk in Amsterdam. Het onderwerp van haar lezing ‘Geef mij onze klei maar!’ was het vooroorlogse leven in de mediene (de Joodse gemeenschappen buiten Amsterdam), in dit geval Groningen.1 De meest tastbare overblijfselen daarvan zijn enkele begraafplaatsen en synagogen. De goede luisteraar zal Appinge­dam herkend hebben in Broekema’s schets van ‘de synagoge met het blauwe plafond en, als met losse hand gestrooid, wat gouden sterren.’ De Damster sjoel is in het

bezit van de Stichting Oude Groninger Kerken, net als de synagoge in de Folkingestraat. Juist in de decennia na de Tweede Wereldoorlog gingen veel synagogen verloren. Nog geen handjevol resteert nog. De slordige omgang met dit erfgoed mag nu betreurd worden, maar restauratie zorgde aanvankelijk voor kritische stemmen. Een uitgesproken geluid kwam van historicus dr. Jaap Meijer, die zijn kritiek vervatte in gedichten geschreven onder het pseudoniem Saul van Messel.2 Een selectie daarvan is illustratie én leidraad voor deze verkenning van de complexiteit van de naoorlogse gedenkcultuur en de rol die monumenten daarin spelen.

1 De voordracht is te lezen op www.4en5mei.nl 2 Voor de complexe persoonlijkheid van Jaap Meijer is in dit artikel maar beperkt ruimte. Graag verwijs ik naar de biografie van Evelien Gans, waarvan ik ook dankbaar gebruik heb gemaakt: Jaap en Ischa Meijer. Een joodse geschiedenis 1912-1956 (Amsterdam 2008). De dichtbundels van Meijer zijn te lezen op www.joodsebibliotheek.nl.

41


2 Woning aan de Kreupelstraat (later Molenstraat) in Grijpskerk waarvan de joodse gemeenschap van 1879-1940 de linkerhelft als synagoge huurde, circa 1975. In de volksmond werd gesproken van de ‘Jeudenkoamer’. Collectie RHC Groninger Archieven (818-6568).

‘Onder leege wolkn’ fremdkörper

42

zee ’n geleerde spreker lést jeudn hebn hier zeker wést mor - zee hai - hail vrouger nait as joe dat mor wait

(uit: Inkele raais, 1984) De eerste Joden in Groningen vestigden zich in de zestiende eeuw. De oudste vermelding betreft Joest Muesken (in 1499 geboren in Praag), die in 1563 toestemming kreeg om zes jaar in Appingedam te wonen en daar een bank van lening te drij3 De synagoge van Winschoten, gebouwd in 1854, was vanaf 1948 in gebruik bij de Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt. Eerst had de vrijmetselaarsloge interesse voor het gebouw getoond. De opname werd begin jaren ’70 gemaakt. Foto M.A. Douma, collectie RHC Groninger Archieven (818-17917).

ven.3 Niet veel later vestigden zich de eerste Joden ook in de stad Groningen, maar omstreeks 1600 zijn die daar niet meer. Appingedam is daarom de enige plaats in de provincie met een ononderbroken joodse bewoningsgeschiedenis van de late middeleeuwen tot in de twintigste eeuw. Van groei van Joodse bevolking in Stad en Lande is pas sprake vanaf de late zeventiende eeuw. Joodse migranten vestigden zich overwegend in de Veenkoloniën. Maar ook elders in de provincie ontstonden kleine Joodse gemeenschappen (killes), evenals in de stad Groningen. Tot 1796, het jaar waarin burgerlijke gelijkstelling werd afgekondigd, waren vestiging en uitoefening van een beroep onderworpen aan toestemming van de autoriteiten. De negentiende eeuw geldt als relatieve bloeitijd van de mediene. In veel – grotere – dorpen in Ommelanden en Old­ ambt kwamen zelfstandige synagogen tot stand, waar men voorheen vergaderde in huiskamers. Niet zelden waren dit maar kleine zaalgebouwtjes, maar de synagogen van Gro­ ningen, Veendam en Winschoten waren toch indrukwekkend te noemen. In die laatste stad – en directe omgeving – woonden in het fin de siècle zo’n achthonderd Joden, tien procent van de bevolking. Winschoten, Mokum beis (twee), was na Amsterdam de stad in Nederland met percentueel het hoogste aantal Joodse inwoners.

vrijdagoavmd (1920)

brood onder servet deur moeke vold en noast de galle blaauw potje mit zolt

in golden schien zeegnt pabbe de wien: rezienn mit sokker waikelk in wotter

wie woonn op roemte onder leege wolkn ‘doe hèst ons oetverkoorn boovm ale volkn’

(uit: Hèlp mie t onthòln, 1977) Omstreeks deze tijd begon het aantal Joden in de mediene af te nemen door een trek naar de stad, een ontwikkeling die zich doorzette in de eerste decennia van de twintigste eeuw. In dorpen als Nieuweschans, Stedum, Uithuizen, Warffum, Winsum en Zuidbroek werden daarom de synagogen al vóór de oorlog gesloten.

3 J.H. de Vey Mestdagh, ‘De joodse gemeente van Appingedam’, in: Joden in Noord-Oost Groningen (Groningen 1980) 35-301


Moord De vervolging tijdens de bezetting decimeerde de Joodse gemeenschappen in de provincie Groningen. Nadat Joden vanaf juli 1940 steeds meer van het openbare leven waren uitgesloten, begonnen in het voorjaar van 1942 de eerste deportaties via Westerbork naar de vernietigingskampen in Oost-Europa. De laatste transporten vonden eind 1943 plaats; in december van dat jaar werd de synagoge in de Groninger Folkingestraat gesloten. Van de Groninger Joden overleefde slechts 22 procent de oorlog. Landelijk gezien had alleen Drenthe, met 20 procent, een nog geringer percentage overlevenden. 4 Ter illustratie: van de circa vijfhonderd Winschoter joden, keerden na de bevrijding maar ongeveer twintig terug.

Meijer / Van Messel Jaap (Jakob) Meijer groeide op in een arm Joods gezin in Winschoten. Na het overlijden van zijn vader in 1923 werd hij in 1926 naar Amsterdam gezonden om aan het Nederlands Is­raëlitisch Seminarium een opleiding tot rabbijn te volgen. Daarnaast studeerde hij geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. Als een van de laatste Joden in oorlogstijd promoveerde hij in 1941. Kort daarop werd hij leraar aan het Joods Lyceum, waar Anne Frank een van zijn leerlingen was. Met zijn echtgenote Liesje Voet en zoon Ischa (1943-1995) werd Meijer in 1943 gedeporteerd naar Westerbork, en van daar naar Bergen-Belsen. De trein voerde langs Meijers geboorteplaats:

bie langs 15-2-1944 doe leste traain dij mie bie winschoot langs noar schanze ridt lag onder dizze zulde locht mien jongestied dag dode pabbe doe ligst hail dicht bie woarhèn goan wie (uit: Ongeneeselk. Grunneger gedichten, 1985) Het gezin overleefde het concentratiekamp. Na de bevrijding hervatte Meijer zijn loopbaan als leraar en historicus, en

4 Dr. Jaap Meijer (1912-1993). Collectie Grunneger Cultuurcentrum, Scheemda.

werd hij – na een verblijf van twee jaar in Suriname als leraar en rabbijn – privaatdocent aan de Universiteit van Amsterdam. Zijn publicaties hebben vooral betrekking op de geschiedenis van het Nederlandse Jodendom. De Jodenvervolging bleef daarin buiten beeld; het thema zou wel een prominente plaats innemen in zijn gedichten. Meijers dichterschap dateert van later datum. In 1967 verschenen zijn eerste gedichten in het Nederlands, twee jaar later zijn debuut in het Gronings, zijn ‘voadertoal’. In deze gedichten, geschreven in een eigenzinnig ‘auditief’ Gronings, keerde hij terug naar wereld van zijn jeugd: ‘het joodse milieu waarin hij was opgegroeid, de taal, de cultuur en het landschap’. Maar deze band werd ook door gekenmerkt door ‘wat nog het beste te omschrijven valt als fantoompijn. Jaap Meijer kon niet goed meer mét Groningen, maar hij kon en wilde nog veel minder zónder.’5

körtmous vrouger komst nooit weer dust allinneg loater zeer (uit: Ongeneeselk. Grunneger gedichten, 1985). winschoten / envoi snijbonen en het joodse lot geur van mijn jeugd uit keulse pot (uit: Het geluid hing te trouwen, 1972).

4 Marnix Croes en Peter Tammes, ‘Gif laten wij niet voortbestaan’. Een onderzoek naar de overlevingskansen van joden in de Nederlandse gemeenten, 1940-1945 (Amsterdam 2004). 5 Evelien Gans, De weg terug. Het kantelend zelfbeeld van de joodse historicus Jaap Meijer (1912-1993) (Amsterdam 2003) 17-18. Meijer over zijn eigen dichterschap in: Pieter Jonker, Marga Kool en Adri Offenberg, Hou vremd ik blief. Saul van Messel, Joods dichter in het Nedersaksisch (Oosterwolde 1985).

43


5 (linksboven) Een groep Delfzijlster notabelen poseert in 1948 voor de voormalige synagoge, toen in gebruik als (gemeentelijke) bad­inrichting. Geheel rechts staat de badmeester. Collectie Gemeentearchief Delfzijl. 6 (links midden) De synagoge van Stadskanaal staat in 1964 in de stutten. Het gebouw werd door de kleine Joodse gemeenschap toen niet meer gebruikt. Men kwam samen in de onderwijzerswoning die voor de synagoge stond (rechts op de foto). Beide panden zijn afgebroken. Collectie RHC Groninger Archieven (818-13987). 7 (linksonder) De voormalige synagoge van Leek in 1971. Het gebouw werd na de oorlog verbouwd tot winkel met woonhuis. Het pand is in 1978 afgebroken. Foto M.A. Douma, collectie RHC Groninger Archieven (818-8498).

Synagogen Fantoompijn en Hassliebe werden door Meijer gevoeld op plekken die hij, zoals gezegd, goed kende uit zijn jeugd. Hij lijkt ze haast al om die redenen doelbewust te hebben opgezocht.

kenoal 1972

44

was vrouger hier gain sjoel vroag ik aan vremde vraauw voag wist heur haand: joa doaromtou de storm blast om t verloat as rogge bogt mien roggegroat

(uit: Ongeneeselk - Grunneger gedichten, 1977) Meijers eerste tocht langs alles wat verdwenen of vernield was, dateert al van kort na de oorlog. In 1946-1947 maakte hij voor het Nederlands Israëlitisch Kerkgenootschap een rondgang door Nederland om de schade aan het Joods cultuurbezit te inventariseren. Daarbij deed hij ook de provincie Groningen aan. Over bijvoorbeeld Oude Pekela, waar Meijers voorouders van vaderszijde vandaan kwamen, noteerde hij: ‘Vernielde synagoge! Bestemming? Contact niet mogelijk, door toevallige afwezigheid van de enige overgebleven Jood.’6

ommelanden/mei 1946

herinneringen her en der maar ik werd uitgeroeid één gele jodenster het koolzaad bloeit

(uit: Het heden laat verstek gaan, 1976) Het aantal overlevenden van de Sjoa was ook in andere plaatsen zo gering, dat instandhouding van een eigen synagoge onmogelijk was. In een enkel geval gaf het voor Joodse in6 Gans, Jaap en Ischa Meijer, 442-446, citaat op 444.


stanties zelfs al problemen om over het eigen bezit te kunnen beschikken. Toen het Opperrabbinaat in Amsterdam in 1945 bij burgemeester Van Julsingha van Delfzijl informeerde naar de synagoge, moest de burgervader melden dat het gebouw na 1942 door de Wehrmacht was verbouwd tot badhuis. Die functie hield ze na de bevrijding. De burgemeester liet weten: ‘Van deze inrichting wordt een druk gebruik gemaakt. Zij voorziet in een ware behoefte en wordt door de ingezetenen zeer op prijs gesteld. Mocht hieraan een einde worden gemaakt, dan zal dat voor de volksgezondheid naar mijn meening een ramp zijn, en zal zulks op de bevolking een onaangename indruk maken.’ Hij gaf het advies om als de Joodse gemeente eventueel een synagoge nodig heeft, ‘een ander gebouw of wel geheel nieuw gebouw’ in te richten.7 Zorgen om de volksgezondheid van de Delfzijlsters zullen van Joodse zijde geen rol hebben gespeeld om het gebouw in 1948 af te stoten. Meerdere synagogen kregen in de naoorlogse jaren een andere bestemming (zie het overzicht op pag. 49). Tot de eerste gegadigden behoorden in enkele plaatsen de Vrijgemaakten. Zij hadden zich in 1944 afgescheiden van de Gereformeerde Kerk en zochten voor hun samenkomsten een eigen onderkomen. Onder andere de synagogen van Hoogezand, Winschoten en Appingedam werden een lange reeks van jaren ingericht als Vrijgemaakt Gereformeerde kerk. Als Saul van Messel dichtte Meijer over dit hergebruik:

45

sjoel is kaark wörn

god hèt hier boomm kapt dat waitn mien woddels: mor dij tronkn dij blievm in mien bonkn

(uit: Ongeneeselk. Grunneger gedichten, 1985). In andere plaatsen – zoals Stadskanaal, Veendam en Ter Apel – werden synagogen afgebroken. De sjoels van onder meer Leens en Bourtange werden verbouwd tot woonhuis. In Leek werd de synagoge een winkel, tot ook dat pand uiteindelijk onder de slopershamer viel.

Restauratie Pas in de jaren zeventig kwam er – van niet-Joodse zijde – interesse en inzet voor het behoud van Joods cultureel erfgoed. Voor restauratie van de synagoge in de stad Groningen ijverde vanaf 1975 de Stichting Folkingestraat Synagoge. Het gebouw, dat na de oorlog onderdak had geboden aan een wasserij-stomerij en tezelfdertijd als kerk en vergaderzaal diende

8 Het desolate interieur van de voormalige synagoge van Nieuweschans, omstreeks 1970. Op de vrouwengalerij staat een kippenhok. Foto M.A. Douma, collectie RHC Groninger Archieven (818-10551) 9 De synagoge van Nieuweschans, na restauratie in gebruik bij een begrafenisondernemer als aula. De opname werd in 1973 gemaakt. Foto M.A. Douma, collectie RHC Groninger Archieven (818-10454).

7 J. Bottema, Zij waren onder ons. 300 jaar Joden in Delfzijl 1642-1942 (Delfzijl 1980).


voor het Apostolisch Genootschap, verkeerde in een erbarmelijke staat. Toen het pand in 1979 door de gemeente werd aangekocht en met de restauratie kon worden begonnen, was de synagoge – in de woorden van restauratie-architect A.Th. Dubbeling – geheel ‘verworden’. Een journalist maakte met hem een rondgang door het gebouw: ‘De muren zien er danig gehavend uit. Tijdens de afgelopen winter zat er op sommige muren een dikke korst ijs, die bij de dooi veel gipskapitelen naar beneden deed donderen. Veel schitterend mooi geglazuurde (Majolica) stenen in de galerij zijn door mokers kapot geslagen en her en der liggen scherven van de kostbare, gebrandschilderde ramen, die met stenen zijn ingegooid. Links voorin de zaal is het plafond naar beneden gekomen.’8 In 1981 was de restauratie voltooid en werd de synagoge opnieuw ingewijd. Kritische geluiden waren in het voortraject tot de restauratie te horen uit Joodse hoek. Het Nieuw Israelitisch Weekblad schreef in 1976:

46

10 De synagoge van Oude Pekela enkele jaren voor de afbraak in 1979.

‘Wat heeft het synagogegebouw in de rosse buurt van Groningen nog met een synagoge gemeen? Wat heeft een monument daar met waardigheid uit te staan? Is dat piëteit? [...]. Wie de synagoge van Groningen als gebouw wil

Op de achtergrond de toren van katholieke Sint-Willibrorduskerk. Foto M.A. Douma, collectie RHC Groninger Archieven (818-12400).

8 ‘Groninger synagoge verloederd’, Nieuwsblad van het Noorden, 24 maart 1979.

11 De synagoge aan de Folkingestraat in gebruik als stomerij Astra, omstreeks 1970. Collectie RHC Groninger Archieven (818-5212).


behouden ter wille van het stadsbeeld, de architectuur of wat ook, hij ijvert en voert actie. Maar laat de omgebrachte Joden daarbij met rust.’ In datzelfde jaar liet de stad-Groninger wethouder van Onderwijs en Cultuur Jacques Wallage een kritisch geluid met dezelfde strekking horen: ‘Wie meent dat de synagoge een symbool is van de weggevoerde Joden en het daarom in ere wil houden moet goed weten wat hij doet. In plaats van bij te dragen aan een analyse van de politieke en maatschappelijke oorzaken van de oorlog bevestigt hij een beeld van tragiek, van slachtoffer. Hij brengt het gebeurde onder in een permanente 4 mei: een nationale, a-politieke met schuldgevoelens overladen gebeurtenis, die maakt dat men wel de uitkomst van de oorlog, maar niet de oorzaak aan de orde stelt.’9

Bourtange gerestaureerd

niet meer passend in mijn landschap ontbeert die sjoel natuurlijke verwantschap met haar ruïne eindelijk vergroeid weet ik mij nu eerst uitgeroeid

47

(uit: Sjiwwe over sjoeltje, 1989) De synagoge van Bourtange was in 1974 een van de eerste Groninger plattelandssjoeltjes die werden gerestaureerd. Het initiatief hiertoe kwam van de Stichting Vesting Bourtange, in het kader van de algehele reconstructie van het voormalig vestingstadje.10 Juist tegen de restauratie van deze meest oostelijke synagoge in Nederland, na het herstel in gebruik als oudheidkamer en vanaf 1989 als ‘Joods Synagogaal Museum’, kwam Meijer herhaaldelijk in het geweer. Hij wijdde er onder andere de bundel Sjiwwe over sjoeltje (1989) aan: ‘Dit spoken-sjoeltje blijft me inspireren! Ook en vooral als sociologisch fenomeen.’11 In het voorwerk daarvan verwoordde hij een deel van zijn bezwaren als volgt: ‘wat vóór 1940 allang op weg was naar ondergang (los van de catastrofe), wat na 1945 definitief verleden was geworden, dat gaat nu een bloeiende toekomst tegemoet. As kiekkaaste. Veur de goijem [=niet-Joden]; den jeudn hewwe hier nait meer. Noa mien béste waitn.’

12 De voormalige synagoge aan het Marktplein in Bourtange in gebruik als woonhuis, omstreeks 1968. Collectie RHC Groninger Archieven (818-1746). 13 De gerestaureerde synagoge van Bourtange, 2008. Foto archief Regnerus Steensma.

De aantijging van geschiedvervalsing – ‘boerenbedrog’ in de woorden van Meijer – strekte zich volgens hem ook uit tot het bagatelliseren van het vooroorlogs antisemitisme. In dezelfde bundel staat:

vrijmoedige dialectiek

als de goijem vóór 1940 een klein beetje meer van alle joden zouden hebben gehouden hoefden ze na de oorlog niet zoveel van die paar overgeblevenen te houden

9 Beide citaten aangehaald uit: Stefan van der Poel, Honderd jaar Folkingestraat-synagoge (Groningen 2006). 10 Zie over de restauratie: G.S. Koeman-Poel, De Joden van Bourtange en Vlagtwedde... Een herinnering (Scheemda 1985). 11 Sjiwwe (ook sjivve) = letterlijk ‘zeven’. De term wordt gebruikt voor de zevendaagse rouwperiode voor naaste bloedverwanten volgend op een begrafenis.


Het thema hield Meijer al langere tijd bezig. In zijn eerste uitgave gedichten, Zeer zeker en zeker zeer (1967), ageerde hij al tegen de naoorlogse omarming van het Joodse volk:

filosemiet erger dan haat die beledigen kan: vriendschap waartegen ik mij niet verdedigen kan (uit: Zeer zeker en zeker zeer - Joodse gedichten, 1967)

14 Het Joods monument aan de Prins Bernhardlaan in Veendam staat ongeveer op de plek van de in 1953 afgebroken synagoge. Voor het gedenkteken, onthuld in 1967, zijn brokstukken van dat gebouw gebruikt. In 2002 is het monument aangevuld met een

Voor zichzelf zag Meijer de rol van boesjeude (‘boze jood’) weggelegd. Deze figuur waarmee Groningse kinderen van oudsher schrik werd aangejaagd, gebruikte hij als geuzennaam om een kritisch geluid te laten horen over de omgang met het Joods verleden door de ‘goijem’:

kiekkaaste/boesjeude 48

tuzn aal dode brokn leevmd museumstok ik speul hier ahasverus dij deur westerwolle trok noa meneuvels dij ’k muik loerde achterdochteg bezuik ask eevm nog duur tot aan sloetnsuur din gaait deure in ’t slöt mor ik blief spoukn leevmd lös blad löt oet joen doodnboukn (uit: Tougelieks, 1987) Bij degenen die zich, uit piëteit, inzetten voor het behoud van de synagoge, zorgde de toon voor een ‘flinke dreun, (...) die bij deze en gene nogal aangekomen is’.12

galerij met de namen van 198 vermoorde Joden uit VeendamWildervank. Foto Martin Hillenga.

Gedenkcultuur De omgang met synagogen kan niet los gezien worden van de gedenkcultuur die aan de oorlog verbonden is. De eerste gedenktekens die na de bevrijding verrezen, hadden een ‘algemeen’ karakter: ze legden de nadruk op het verzet en de slachtoffers van de bezetting, waarbij doorgaans geen aparte vermelding of plek was ingeruimd voor de slachtoffers van de Sjoa. Een omslagpunt vormen de jaren zestig en zeventig waarin het zelfbeeld van Nederland kantelde, mede onder invloed van Jac. Pressers indrukwekkende werk De Ondergang. De vervolging en verdelging van het Nederlandse Jodendom (1965), de tv-serie De Bezetting van Loe de Jong (1960-1965) en de berichtgeving over de Eichmann-proces in Israël (19611962).13 Het beeld van wie de slachtoffers waren, werd diverser, de Joden kregen in de gedenkcultuur een prominentere plek. Nadat eerder al gedenktekens op enkele Joodse begraafplaatsen waren geplaatst, kwamen nu ook in de openbare ruimte monumenten tot stand. In een plaats als Veendam werden daarvoor in 1967 de brokstukken van de afgebroken synagoge gebruikt.

nostalgie

jeudnmonumentn op riege wéér zo’n lözze flotter sjoels vernuuverd bie t stiege vaals as schoem op wotter

(Uit: Ongeneeselk. Grunneger gedichten, 1985) 12 ‘Een eerbewijs aan de joden van Bourtange’, Nieuwsblad van het Noorden, 29 januari 1985. 13 Zie hierover o.a. Ido de Haan, Na de ondergang. De herinnering aan de Jodenvervolging in Nederland 1945-1995 (Den Haag 1997) en Frank van Vree, In de schaduw van Auschwitz. Herinneringen, beelden, geschiedenis, (Groningen 1995).


Synagogen in de provincie Groningen jeudnmonument

vlaag in top mor grond blift kold doe komst mit zolt mor t aai is op

(uit: Ongeneeselk. Grunneger gedichten, 1985)

Het laatste blad De vrees van criticasters meer dan een generatie geleden dat de omgang met Joods cultureel erfgoed bepaald zou worden door het paradigma van de Sjoa, is goeddeels bewaarheid. Ook veel populaire geschiedschrijving ontkomt hieraan niet. Met het kantelend zelfbeeld in de jaren zestig en zeventig versplinterde ook de opvatting van het Nederlandse volk dat zich dapper teweer had gesteld tegen de bezetter. De reikwijdte van medeplichtigheid en daderschap kreeg geleidelijk aan wel steeds meer aandacht en diepte, maar dit blijft een secundair proces. Herdenkingscultuur is geen statisch gegeven. Nu ooggetuigen van de oorlog schaars aan het worden zijn, verandert ook deze. Opvallend is de groeiende aandacht voor het individuele verhaal. Veel nieuwere monumenten getuigen ervan en ook de ‘koepel’ van 4 mei staat hierdoor onder druk. Toepasselijk dichtte Meijer hierover:

seizoenopruiming/feuille morte

het laatste blad dat in de herfst zal vallen een unicum onder ontelbare getallen

want vreemd genoeg één is het laatste blad dan is de herfst voorbij en dat was dat

maar nooit zal iemand zo’n seizoen besluiten de blaren vallen en wij staan erbuiten

(uit: Tougelieks. Verzoamelde Grunneger gedichten 1977-1987, 1987)

Martin Hillenga (m.hillenga@gmail.com) is historicus en redactiesecretaris van Groninger Kerken.

Appingedam   Bouwjaar 1801. Bij de bevrijding in 1945 beschadigd door granaatinslag. Na herstel tot 2012 in gebruik bij de Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt. In 2010 overgenomen door de Stichting Oude Groninger Kerken. Bourtange   Bouwjaar 1842. In 1951 verbouwd tot woonhuis. Restauratie in 1974, daarna oudheidkamer en toeristisch informatiecentrum. Sinds 1989 in gebruik als Joods Synagogaal Museum. Delfzijl   Bouwjaar 1888, nieuwe voorgevel in 1931. Tijdens de bezetting verbouwd tot badhuis voor de Wehrmacht. Na de bevrijding in gebruik als gemeentelijke badinrichting. Van 1982-2011 onderkomen van het Leger des Heils. Nu weer in het bezit van de gemeente Delfzijl, die er in 2014 een Gemeentelijk Informatiecentrum inrichtte. Een werkgroep is voornemens hier een museale presentatie over het joods verleden van Delfzijl in te richten. Groningen   Bouwjaar 1906. In 1952 verkocht en in gebruik als wasserij en vergaderplaats Apostolisch Genootschap. Aankoop door gemeente en restauratie van 1979-1981. Na herinwijding in gebruik als synagoge en tentoonstellingsruimte. In 2008 overgenomen door de Stichting Oude Groninger Kerken. Grijpskerk   Bouwjaar onbekend, inwijding 1879. Na de oorlog verbouwd tot woonhuis, in 1978 gesloopt. Hoogezand   Bouwjaar 1854. Na de oorlog verkocht en in gebruik bij de Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt. In 1958 afgebroken en vervangen door nieuwbouw. Leek   Bouwjaar 1910. In 1950 verbouwd tot groentewinkel; in 1978 gesloopt voor aanleg winkelcentrum. Leens   Bouwjaar 1885, herbouw na brand in 1909. Gedurende de bezetting zwaar beschadigd. Na de oorlog verbouwd tot woonhuis. Nieuweschans   Bouwjaar 1802 (?). Sinds 1925 niet meer in gebruik als syna49 goge, verkocht in 1934 aan particulier die de ruimte gebruikte als schuur/ garage en als varkens- en kippenhok. In 1972-73 gerestaureerd en geschikt gemaakt als aula. Tegenwoordig ontvangstruimte. Oude Pekela   Bouwjaar 1884. In 1950 samen met de onderwijzerswoning verkocht aan de katholieke parochie en korte tijd in gebruik als onderkomen voor de katholieke padvinderij. Gemeente eigenaar in 1975; ondanks voorgenomen instandhouding sloop in 1979. Stadskanaal   Bouwjaar 1860. Tot 1958 in gebruik bij de Joodse gemeente, daarna verkocht aan de gemeente Onstwedde. Samenkomsten vonden daarna tot 1964 plaats in de verbouwde onderwijzerswoning. Ook dit gebouw werd aan de gemeente verkocht. Beide panden zijn gesloopt om plaats te maken voor een winkelcentrum. Stedum   Bouwjaar 1890, verbouwing 1925. Al voor de oorlog niet meer in gebruik als synagoge. In 1952 verkocht en in gebruik als garage. Daarna gesloopt. Ter Apel   Bouwjaar 1883. In 1949 verkocht aan de gemeente Vlagtwedde; later gesloopt. Uithuizen   Bouwjaar 1887. In gebruik tot 1930. Afbraak in 1933. Veendam   Bouwjaar 1892. In 1951 aangekocht door de gemeente. Vermoedelijk korte tijd gebruikt als kerk. In 1953 afgebroken voor de aanleg van een ontsluitingsweg voor Plan-Zuid (Bendikstraat). Warffum   Vanaf 1856 huiskamersynagogen aan: Pastorieweg 30, vanaf ca. 1910 in het pand Oosterstraat 38 en van 1920-1929 in het pand Torenweg 8. Winschoten   Bouwjaar 1854. Van 1945-1994 in gebruik bij Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt, nadien galerie. Winsum   Bouwjaar 1879. In 1934 verkocht en vanaf het jaar erop in gebruik als buurt- en verenigingsgebouw. Verbouwing (‘modernisering’) in 1969, waarbij het interieur geschonden werd; restauratie in 2010-2011. Zuidbroek   Bouwjaar 1883. In 1934 na samenvoeging van de Joodse gemeente met Hoogezand gesloopt.


Lukas Kwant

Groninger kerken in oorlogstijd 1940-1945

‘Slaan w’op Sions puin de ogen’ Hoeveel mensen zullen niet in 1944/45 met deze dichtregel uit psalm 102 in gedachten naar het puin van hun kerkgebouw hebben gekeken? Aan het eind van de Tweede Wereldoorlog was het ieder duidelijk, dat het aantal verwoeste kerkgebouwen in vergelijking met oorlogen in vorige eeuwen buitenproportioneel groot was.

De oorlog nabij? Overheidsmaatregelen voor 1940

50

Eeuwenlang is er naar gestreefd kunstobjecten bij rampen en gevechtshandelingen in veiligheid te brengen. In de Eerste Wereldoorlog wordt men zich door de vernietigingskracht van modern wapentuig er van bewust, dat monumentale gebouwen gevaar lopen. Dat besef heeft de historische gebouwen van Ieper, die vrijwel tot de grond werden kapotgeschoten, en enkele Franse kathedralen, die zwaar werden gehavend, niet gered. Na deze oorlog probeert men (internationaal) re-

gels op te stellen om in tijden van oorlog monumenten van grote historische waarde te ontzien. In 1929 vraagt de minister aan de Rijkscommissie voor de Monumentenzorg om voorstellen voor bescherming van monumenten in oorlogstijd. De voorzitter van deze commissie, Jan Kalf, komt in 1938 met een aantal aanbevelingen: het verwijderen van houten steigers, ontruimen van zolders, brandvrij maken van houten zoldervloeren door er zand of beton op aan te brengen en het aanbrengen van blusinrichtingen. Kalf is realistisch genoeg om te weten dat in oorlogstijden het

1 J. Kalf, Bescherming van kunstwerken tegen oorlogsgevaren (’s-Gravenhage 1938) 36.

1 Oorlogsschade aan kerk en toren van Bierum, 1945. Collectie Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.


militair belang zal prevaleren. Vooral kerktorens moeten als het als uitkijkpost ontgelden en worden kapot geschoten. ‘Tegen dit laatste valt misschien weinig te doen, maar stellig kan, bij tijdig overleg, in plaatsen waar meer torens zijn, het militair gebruik tot enkele worden beperkt, zoodat de vijand geen reden heeft de andere te vernielen….’1 In 1939 komt een definitieve lijst tot stand van te beschermen gebouwen die niet voor militair gebruik mogen worden ingericht. Voor de stad Groningen zijn dat het Goudkantoor, de Martinitoren en -kerk en de Nieuwe Kerk. Daarnaast wordt een lijst samengesteld van klokkenspelen en kerkorgels. In de provincie Groningen betreft dit twee Hemonycarillons (van de Martinitoren en van Middelstum) en 26 orgels. Alle betrokken kerkbesturen krijgen in augustus 1939 een document met het verzoek dit op te hangen op een zichtbare plaats. In vier talen staat hierop aangegeven dat het orgel een historische waarde heeft en gespaard dient te blijven. Eenzelfde procedure wordt gevolgd bij de torenklokken. In Groningen hebben vooral A. Pathuis, hoofdarchivaris van het Rijksarchief, en jhr. Rh. Feith, als vertegenwoordiger van de Rijksmonumentenzorg, bij de inventarisatie daarvan een rol gespeeld. Op verschillende plaatsen in Nederland wordt gestart met beschermende maatregelen zoals het aanbrengen van blus­ installaties, brandwerende deuren en muren. Waardevolle 3 Tiel 1944. Dit zag Jan Kalf in 1938 al aankomen: torens die als uitkijkpost worden gebruikt. Op de door artillerie zwaar gehavende toren bevinden zich nog de Duitse wachthuisjes. De opname werd gemaakt kort voor de instorting van de torenkop. Collectie auteur.

2 Het nog aanwezige viertalige document (1939) in de Der Aa-kerk, waarin gewezen wordt op de monumentale waarde van het orgel. Foto auteur.

interieurstukken in kerkgebouwen, zoals grafmonumenten, worden bedekt met staal, hout en zandzakken. Het monument voor De Ruyter in de Nieuwe Kerk in Amsterdam verdwijnt zelfs achter een gemetselde muur van baksteen. Ten slotte wil men mensen inschakelen om in geval van nood te helpen bij het voorkomen van verdere schade en het redden van kunstvoorwerpen. Voor de monumentale kerken wordt in 1939 gedacht aan instelling van een vrijwillige wacht van tenminste 24 man in drie ploegen. In het hervormde Gro­ ninger Kerkblad wordt hiertoe een oproep gedaan. De respons is niet groot: slechts twee mensen melden zich. Verwachtte men voorlopig geen oorlog of zag men de zin er niet van in?

Confronterende vernietiging. Mei 1940 en de oorlogsjaren Bij de Duitse inval in mei 1940 wordt naar verhouding maar weinig verwoest. De grote uitzonderingen zijn Rotterdam en Middelburg. In beide steden is dan nog weinig gedaan aan beschermende maatregelen. Juist op 14 mei, de dag van het bombardement, zou men in de Rotterdamse Laurenskerk 4 De betonvloer boven het gewelf en het orgel van de Sint Bavo te Haarlem om het instrument tegen brisantbommen te beschermen. Foto auteur.

51


52

starten met het ommantelen van de marmeren grafmonumenten. Te laat. Ze worden vrijwel onherstelbaar beschadigd. Sprakeloos kijkt men in de ruïne naar de zandsteen van de pilaren en torenhuid. Door het brandende hout van de daken en de bouwsteiger om de toren is de steen haast verpulverd. Men heeft nog niet direct door dat voor grote delen van de kerk instorting dreigt. Bij een storm in het najaar van 1940 bezwijken de pilaren van het middenschip. Er is één meevaller: door een pas aangelegde betonvloer in de toren is het vuur niet doorgedrongen in de torenkop. Die blijft, met het Hemony-carillon, gespaard. In de Groninger Martinitoren wordt in 1940 aan de bovenkant van de tweede trans ook een dergelijke betonvloer gestort. Het oorlogsverloop kenmerkt zich door een toenemende grimmigheid. Steeds meer Duitse binnensteden zonder duidelijke militaire betekenis (zoals Lübeck op 28 maart 1942!) worden in de luchtoorlog getroffen door bombardementen. Hoe Duitse leidinggevenden en militairen in bezet gebied met hun verontwaardiging hieromtrent omgaan, is zeer verschillend. Op 1 juni 1942 kondigt rijkscommissaris Seyss-Inquart een bouwstop af. De achterliggende redenen waren de ma­ teriaalschaarste, de aanleg van de Atlantikwal en de Arbeits­ einsatz. Maar voor restauratiewerk is er een mogelijkheid tot ontheffing. De Duitse Beauftragte, dr. F. Plutzar, antwoordt dat hij ieder afzonderlijk geval zal bestuderen. Met de aantekening ‘dat wij, Nederlanders, niet uit het oog moesten verliezen dat er in het Reich zoveel monumenten door de bombardementen worden vernield dat het toch niet aanging dat hier alles gerestaureerd zou worden.’2 Een milde reactie, zeker als je er bij bedenkt dat van de vijftig ontheffingsaanvragen er maar vier worden geweigerd. Ook de restauratie van de Martini mag gecontinueerd worden. Op 21 juli 1942 wordt de Metallgutverordnung afgekondigd: voor de Duitse oorlogsindustrie moeten torenklokken worden afgestaan. In de eerste maanden van 1943 neemt dat zijn beslag. De klokken van de Martinitoren mogen – dankzij de Ortskommandant – blijven hangen.

De geallieerde opmars in Zuid-Nederland Als in september 1944 de geallieerde opmars na D-Day Nederland bereikt, lijkt het er op dat de strijd snel gestreden is. Maar de grote rivieren vormen een belangrijke barrière; van september 1944 tot aan maart 1945 wordt aan weerszijden een heftige strijd gevoerd. Veel kerken lopen schade op of worden verwoest. De houding van een vernielzuchtige Duitse bevelhebber in Limburg en Noord-Brabant3 staat lijnrecht tegenover die van de hierboven genoemde Beauftragte Plutzar. Hij laat voor het opblazen van torens zware springladingen aanbrengen. En wel zo, dat de toren precies op de kerk te2 E.O.M. van Nispen tot Sevenaer, ‘Monumentenzorg en oorlogsschade’, Jaarboek Monumentenzorg 1995, 33. 3 Idem, 39. Deze bevelhebber was een zekere Rittmann, die zelfs een andere officier aanstelde om zijn doel te verwezenlijken.

5 Groningen, mei 1940. Een Duitse militair wandelt kort na de Duitse inval door de Oosterstraat. Op de achtergrond de Martinitoren in restauratie. Collectie auteur. 6 De Laurenskerk in Rotterdam, mei 1940. Pilaren en zandsteen­ bekleding van de toren zijn aangetast door de hitte van de brand na het bombardement van 14 mei. Collectie auteur.


De Stichting

a p r il 2 0 1 5

In deze aflevering van ‘De Stichting’ leest u over het werk van de Stichting Oude Groninger Kerken en vindt u een selectie van de vele activiteiten in en rondom de Groninger kerken.

Bedevaart voor (A)theïsten II

Toch iets anders dan naar de kapper of het café. Veel mensen die een oude

Groninger kerk bezoeken, zeggen een soort van spirituele ervaring te hebben. Ook niet-gelovigen. Ze worden ‘geraakt’ door iets. ‘Opgetild’. Of ‘teruggevoerd in de tijd’. Groninger Kerken volgde drie van hen op hun ‘bedevaart’. Deze editie wetenschapshistoricus en wetenschapssocioloog Trudy Dehue.

Trudy Dehue over het schokje dat iedereen zou moeten kunnen ervaren Interview: Frans Visser We zitten met prof. dr. G.C.G. (Trudy) Dehue in eetcafé Eisseshof in Niehove en kijken uit op de hervormde kerk. Dehue (1951) vertelt met ingehouden plezier. Ze heeft een moeilijk verklaarbare liefde voor oude Groninger kerken ontwikkeld. Ook ontpopt ze zich steeds meer als ambassadeur van het Groninger erfgoed. ‘Hoeveel mensen ik al niet de provincie in heb gesleept! Iedere gast die ik voor mijn werk naar Groningen lok, krijgt een fietstour langs enkele mooie wierdekerkjes. En dan te bedenken dat ik ben geboren in Den Bosch en opgegroeid in Limburg.’ Trudy Dehue bij de kerk van Niehove. Foto Ronny Benjamins.


De Nicolaaskerk van Oldenzijl. Foto Trudy Dehue.

vig, al heeft ze wel eerste communie gedaan in Maastricht. Ze weet ook niet goed hoe de psychologische wetenschap tegen spirituele ervaringen aankijkt. Dat sommige bezoekers van oude Groninger kerken zeggen iets speciaals te ervaren, neemt ze ter kennisgeving aan. We hebben duidelijk minder vertrouwd terrein betreden. Dan maar even over naar haar wetenschappelijke carrière.

Betere Mensen

Dehue kwam halverwege de jaren zeventig met twee vrienden in een Volkswagenbusje van Maastricht naar Stad. Ze ging werken in de jeugdpsychiatrie, stapte na enkele jaren over naar de collegebanken en studeerde in 1985 af in psychologie en filosofie. ‘In die tijd had ik nog niet zoveel met het landschap, hoor. Het waaide hier altijd zo. Iedere keer als ik in Groningen op het perron stapte, had ik het gevoel weer teruggeblazen te worden in de trein. Pas toen ik na mijn studie mijn man ontmoette in Amsterdam en kwam te wonen in Amersfoort, ontstond er een verlangen naar het Groninger land. In weekenden en vakanties huurden we vaak een grote boerderij aan het Reitdiep bij Schaphalsterzijl. Met de fiets hebben we het hele Reitdiepdal uitgekamd. Zo moeten we ook ooit in Niehove terecht zijn gekomen.’

Oranje vlam Wat maakt Niehove voor haar bijzonder? ‘Ik denk niet dat ik de juiste persoon ben om iets over kerkenbouw of de inrichting of zo te zeggen. Wat mij raakt is vooral de buitenkant. Hoe de zon op die roodbruine bakstenen kan vallen. En hoe je zo’n kerk dan als een oranje vlam ziet oplichten aan de horizon. En hoe je, naarmate je dichterbij komt, merkt hoe de kerk is gepositioneerd in het dorp. Hier in Niehove is dat van zo’n schoonheid. In die volmaakte groene cirkel van het kerkhof, de kring van bebouwing daaromheen ook precies in de juiste verhoudingen, en dan de radiale paden die van de wierde aflopen, zo de oneindigheid in. Die weidsheid, hè, dat is het grote verschil met het heuvellandschap waarin ik ben opgegroeid.’ Op onze vraag of ze haar kennismaking met Niehove als een spirituele ervaring zou omschrijven, is ze op haar hoede. ‘Dat hangt ervan af hoe je dat definieert.’ Zelf is ze niet gelo-

In 1995 werd Dehue hoogleraar Theorie en geschiedenis van de psychologie aan de RUG. In 2008 oogstte ze veel publiciteit en waardering met haar boek De Depressie-epidemie. Recent herhaalde ze dat succes met Betere Mensen, ondertitel: over gezondheid als keuze en koopwaar. De wetenschapstheoretische werken raakten een snaar, omdat ze een (verontrustend) antwoord geven op de vraag hoe het kan dat in een rijk en gelukkig land als Nederland zóveel mensen rondlopen met een depressie of een andere geestelijke stoornis. Dehue betoogt dat we steeds minder tolerant worden voor wie afwijkt van de norm en dat onze samenleving ongezonde druk uitoefent op het individu om een ‘beter mens’ te worden. Het denkwerk voor beide boeken is voor een belangrijk deel op het Groningerland verricht. Dehue woont in de stad, maar heeft haar plattelandsidylle gerealiseerd in Oldenzijl, op een steenworp van de kerk. Die wordt beheerd door de Stichting Nicolaaskerk Oldenzijl. ‘Wat er dus op neerkomt dat heel veel mensen in het dorp meewerken om de kerk te behouden. Wij proberen ook onze bijdrage te leveren.’

Schokje Pratend over Oldenzijl verandert de behoedzame wetenschapster weer snel in de enthousiaste kerkenambassadeur. Ze is trots op haar kerk, wil er heel graag een foto van geplaatst zien bij het interview. Ten slotte wil ze toch wel iets met ons te delen dat misschien in de buurt komt van een spirituele ervaring. ‘Een tijdje terug hadden mijn man en ik de kookbeurt voor een bepaalde dorpsactiviteit. Op enig moment tijdens de voorbereiding loop ik met een schaal eten om de halfronde romaanse apsis en opeens, ik weet niet waarom, misschien was het de late zon die daar scheen, opeens werd ik overspoeld door het besef dat er al achthonderd jaar mensen met schalen eten konden hebben rondgelopen op deze plek. Dat er even zo’n schokje door je heen gaat. Dat moet toch het besef zijn onderdeel te zijn van iets groters, van een lange keten met elkaar verbonden mensen. Dat zal ook wel de reden dat we dit allemaal doen. Ik zou niet durven beweren dat Nederland een gelukkiger land werd als iedereen wat vaker oude Groninger kerken ging bezoeken. Maar ik vind wel dat we de kerken moeten behouden, opdat mensen in ieder geval de kans hebben dit te ervaren.’


We r k in ui t voe r ing Broerstraat 6

Damster sjoel wordt Bijzondere Locatie De sjoel van Appingedam is een van de weinige synagogen in de Ommelanden die in de naoorlogse decennia werd gespaard voor de sloopwoede. Het interieur bevat zelfs nog tal van authentieke elementen. Vanaf 1801 was de synagoge, met de nabijgelegen school en rabbinaatswoning, bijna anderhalve eeuw het hart van de joodse gemeenschap van Appingedam. Dát verhaal wordt straks verteld in een ‘nieuwe’ Bijzondere Locatie. Bouwkundige Christiaan Velvis van de SOGK is projectleider van de restauratie en herinrichting van het gebouwencomplex. ‘De synagoge is onderdeel van wat we de Damster kerkencarrousel noemen: vier kerkgebouwen krijgen hierin een andere bestemming. In de voormalige synagoge was sinds eind jaren veertig de Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt gevestigd. Die is inmiddels verhuisd naar de gereformeerde kerk aan de Dijkstraat. Die kerk, een ontwerp van Egbert Reitsma, is vorig jaar gerestaureerd. Nu is het de beurt aan de synagoge, sinds eind 2010 eigendom van de Stichting. Het herstel gaat gepaard met een functieverandering, namelijk erfgoedlogies en kleinschalig ontmoetingscentrum met een culturele invulling. De exploitatie vindt plaats onder de paraplu van Bijzondere Locaties Groningen, een dochterorganisatie van de SOGK.’ Opschrift boven de toegang van de synagoge. Foto Omke Oudeman. (onder) De synagoge van Appingedam in 2011. Foto Omke Oudeman.

Plannen De pen van Velvis schiet heen en weer over de bouwtekeningen, om uit te leggen wat er tijdens de lopende restauratie gebeurt: ‘De synagogeruimte wordt geschikt gemaakt voor culturele activiteiten. Min of meer recente wijzigingen worden daarbij ongedaan gemaakt.’ Helaas zijn er geen foto’s


Het interieur van de synagoge gezien naar het oosten, 2011. Bij de restauratie verdwijnen de banken, daterend uit de jaren ’70, om de ruimte geschikt te maken voor multifunctioneel gebruik. Eén van de oorspronkelijke banken, nu in Museum Stad Appingedam, keert terug naar de oude plek. Foto Omke Oudeman.

van de vooroorlogse toestand van het interieur. ‘Als die nog eens tevoorschijn zouden komen, zou dat wel heel erg mooi zijn’, aldus Velvis. ‘We hebben ons moeten behelpen met de reconstructie van bouwsporen. Ook enkele foto’s uit 1970 bieden houvast voor de werkzaamheden. De ruimte wordt op een aantal punten teruggebracht naar de situatie van vóór dat jaar, toen de synagoge “gemoderniseerd” werd. Zo wordt de doorgang naast de arke weer dichtgezet, en de arke zelf, waarin de Torarollen werden bewaard, wordt weer opengemaakt. Ook keren de paneeldeuren onder de vrouwengalerij terug. De balustrade daarvan wordt teruggebracht naar de oorspronkelijke toestand.’

Verhalen Een prominente plek in de ruimte is weggelegd voor een – verplaatsbare – boekenkast, vormgegeven door het bureau 212 Fahrenheit. Daarin is plaats voor 56 persoonlijke boeken met de levensverhalen van 56 Joodse Damsters. Kunsthistorica Benthe van Aalst deed hiervoor jaren archiefonderzoek en interviewde tal van (oud-)inwoners van Appingedam. ‘Samen vertellen de boeken het verhaal van de joodse gemeenschap aan de vooravond van en tijdens de Tweede Wereldoorlog. De boeken zijn nadrukkelijk niet “af”. Bezoekers hebben de gelegenheid om de levensverhalen steeds aan te vullen met hun eigen herinneringen en kennis.’

Erfgoedlogies Bij de verbouwing wordt de joodse school, gelegen direct achter de synagoge, geschikt gemaakt als kleinschalig erfgoedlogies voor twee tot vier personen. Voor de zorg voor de gasten en de programmering in de synagoge is recent een beheerder aangetrokken, Heidi Renkema. Zij zal dit voorjaar haar intrek nemen in de aan de straatzijde gelegen rabbinaatswoning. Het vernieuwde gebouw opent op 5 mei de deuren. Daarmee is niet alleen een goede herbestemming gevonden voor een waardevol pand of een kwaliteitsimpuls gegeven aan het cultureel aanbod in Appingedam. ‘Bezoekers uit en van buiten de stad kunnen vanaf die tijd een nog beter beeld krijgen van de rijke en gevarieerde geschiedenis van Appingedam, bijvoorbeeld aan de hand van een van de nieuw ontwikkelde wandelroutes die langs de synagoge voeren.’ (midden) De heilige arke, ingepakt tijdens de herstelwerkzaamheden. De doorgang aan de rechterzijde is op deze foto al dichtgezet. (onder) Onder de vrouwengalerij wordt de oorspronkelijke paneelwand weer hersteld.


D e k e r k a l s p odium Orgeldag Noord-Nederland Tijdens de Orgeldag Noord-Nederland, dit jaar op zaterdag 9 mei, staan de deuren van tal van kerken open voor orgelliefhebbers. Zij kunnen de – anders soms moeilijk toegan­ kelijke – instrumenten niet alleen beluisteren, maar ook bespelen. De werkplaatsen van orgelmakers Mense Ruiter (Zuidwolde) en Van der Putten (Finsterwolde) zijn deze dag tevens toegankelijk voor het publiek. Aanmelden is wel noodzakelijk. Kijk voor meer informatie, zoals kosten van deelname en het overzicht van geopende kerken, op www.hinszorgelleens.nl.

Schrijver in de kerk Op zondag 19 april is Auke Kok onze tiende Schrijver in de kerk. Kok is non-fictieschrijver, journalist en columnist. Voor meerdere boeken ontving hij een prijs of nominatie, zoals voor zijn veelgeprezen De Verrader. Leven en dood van Anton van der Waals. Locatie: De Amshoff, P. Venemakade 93 Kiel-Windeweer. Aanvang: 15.00 uur (kerk open om 14.30 uur), einde 17.00 uur. Prijs: ¤ 17,50 (inclusief hapje/drankje, maar exclusief maaltijd). Aansluitend een hapje en een drankje tot uiterlijk 18.00 uur. Opgave: via de mail info@groningerkerken.nl of 050 - 312 35 69. NB: Wanneer u aansluitend wilt blijven dineren in De Amshoff, moet u dit zelf reserveren bij het restaurant. Dit kan telefonisch 0598 - 491066 of per mail info@de-amshoff.nl.

Tentoonstellingen toegangsgebouw Remonstrantse kerk De Stichting laat vanaf 2015 jaarlijks vier exposities zien in het glazen toegangsgebouw. Gestart wordt steeds met een tentoonstelling ‘De remonstrantse kerk als schatkamer’, waarin roerende (kerk)goederen getoond worden, vaak voor het eerst. Tot en met 30 april zijn onder andere te bekijken het oorspronkelijk uurwerk, de oude wijzerplaat en de fraaie

In alle kerken die de Stichting Oude Groninger Kerken beheert, worden bijzondere activiteiten aangeboden. In deze rubriek lichten we een aantal daarvan uit. Voor een compleet en actueel overzicht kunt u terecht op www.groningerkerken.nl/agenda. Geen beschikking over internet? Neem dan contact op met het secretariaat van de Stichting. De medewerkers kunnen u van een papieren agenda voorzien.

zeventiende-eeuwse avondmaalstafel uit de Mariakerk van Oosterwijtwerd. Daarnaast is uit de Der Aa-kerk afkomstig een fragment van een muurschildering van een van de vieringpijlers en een fragment van een beeldhouwwerk dat tijdens de restauratie van 1978-79 onder de vloer werd aangetroffen. De rest van het jaar zal gevuld zijn met drie exposities van elke keer drie kunstenaars. De SOGK heeft Minke van der Velde en Geert Lameris gevraagd hiervoor kunstenaars uit te no­digen. Ben je belangstellend, neem dan contact op met minke@geertlameris.nl. Locatie: Remonstrantse kerk Groningen, Coehoornsingel 14, Groningen. Open op werkdagen van 9.00-16.30 uur, gratis entree; graag even aanbellen.

Symposium ‘De Ondernemende Vrijwilliger’ 13 Mei is de oprichtingsdatum van de Stichting Oude Gro­ ninger Kerken. Op deze ‘verjaardag’ zetten we dit jaar onze vrijwilligers in de schijnwerpers. De Stichting drijft immers op de betrokkenheid en inzet van meer dan zeshonderd mensen, actief in diverse commissies. In het symposium staat ‘de ondernemende vrijwilliger’ centraal. Om draagvlak te behouden voor kerken, is het belangrijk dat deze gebruikt worden en functioneren in het hart van de (lokale) gemeenschap. Dat vraagt veel van betrokkenen. Hoe blijf je als vrijwilliger open en creatief? Hoe kun je kansen benutten? Tijdens dit symposium vragen we een aantal sprekers om in te gaan op deze onderwerpen. Ook willen we de bezoekers inspireren met fraaie voorbeelden van vrij­ willigersinitiatieven. U bent van harte welkom! Meer infor­ matie volgt op www.groningerkerken.nl

Festival Terug naar het begin Hoe geven we oude Groninger kerken een nieuwe functie? Tegen de achtergrond van bevingen en krimp wordt deze vraag steeds belangrijker. Vinden we het belangrijk dat we de culturele rijkdom van Groningen laten zien en aan­ trekkelijk maken? Terug naar het begin beantwoordt deze vraag met een prachtig festival, op zaterdag 16 mei. Met Appingedam als cultureel hart volgt het publiek het programma van kerk naar kerk door het wierdelandschap: van een spannend orgeldialoog van Orgel Vreten in Tjamsweer, naar Wirdum voor poëtische voordrachten door Toon Tellegen, om vervolgens te genieten van theater op het land van ‘Orgel Vreten’ in de kerk van Tjamsweer tijdens Terug naar het begin.


De kerk van Thesinge, locatie van het Stichtingsconcert op 7 juni. Foto Omke Oudeman.

veehouders Wesselingh. De voorstellingen worden afgewisseld met lezingen, zoals natuurlijk die van Henk van Os en Marjoleine de Vos. De Friese Fadozangeres Nynke Laverman, bekend om haar melancholie, poëzie en het gevoel van wierden en de zee, sluit het festival ’s avonds af. Voor meer informatie over programma en kaartverkoop: www.terugnaarhetbegin.nl. Op 5 en 6 juni aan de voet van de toren van ’t Zandt: TorenPOB. Foto Omke Oudeman.

TorenPOB ’t Zandt TorenPOB is een tweejaarlijks multicultureel festival dat op 5 en 6 juni 2015 voor de derde keer georganiseerd wordt onder de toren van ’t Zandt. TorenPOB staat voor Platteland Ontmoet Buitenland. Het is de bedoeling om de mensen op het Groninger platteland in contact te brengen met andere culturen, in de vorm van zang, dans en culinaire hoogstandjes. Meer informatie: www.torenpob.com.

Kerken van het Hogeland Galerie Het Raadhuis in Eenrum werkt samen met de SOGK in de thema-expositie ‘Kerken van het Hogeland’. De prachtige Hogelandster kerken zijn als bakens in het landschap en vormen de inspiratie voor veel mensen, kunstenaars in het bijzonder. Galeriehoudster Ankie Onnes verzocht daarom dertien kunstenaars werk te maken geïnspireerd op de kerken van Eenrum, Pieterburen, Saaxumhuizen, Vierhuizen, Wehe-den Hoorn, Westernieland en Zuurdijk. De SOGK maakte een fietsroute die de zeven kerken verbindt en start bij de expositie in Galerie Het Raadhuis. De feestelijke opening van de expositie is op zondag 10 mei in de kerk van Eenrum. Voor amateurschilders wordt op 10, 11, 24 en 25 april een schilderworkshop georganiseerd, waarbij de kerken van Saaxumhuizen en Vierhuizen centraal staan. Kunstenaars en docenten Theo Onnes en Antje Sonnenschein begeleiden de workshops. Vanaf 8 mei t/m 21 juni worden de gemaakte werken geëxposeerd in de beide kerken. Tijdens de openingstijden van de galerie (vrijdag t/m zondag van 13.0017.00 uur) zijn ook beide kerken geopend. Meer informatie: www.galeriehetraadhuis.nl.


Nie u w s Stichtingsconcert

Anker in Engelbert

E UD O N G KE N R I E T R K ICH E T G S NIN O GR

Tijdens het jaarlijkse Stichtingsconcert worden traditie­ getrouw werken van J.S. Bach ten gehore gebracht, dit maal in de kerk van Thesinge. Musica Antiqua Nova nodigde daartoe het Ensemble Rood Hout uit. Dit trio bestaat uit Linde Schinkel – sopraan, Nienke van der Meulen – barok­ hobo, en Gerben Budding – klavecimbel. De muziek voor dit programma is afkomstig uit verschillende cantates en de Hohe Messe voor sopraan en barok­ hobo, hobo d’amore of hobo da caccia. Linde Schinkel vertelt u de verhalen achter de aria’s, Nienke van der Meulen geeft een toelichting over de barokhobo’s die ze gebruikt en Gerben Budding vertelt u over de bijzondere composities. Zij hebben dit programma als titel meegegeven ‘Frost und Winde geht zu ruh’. Datum: zondag 7 juni, aanvang 15.00 uur. Donateurs van de SOGK krijgen ¤ 5,00 korting op de toegangsprijs.

Op 7 mei geeft strafadvocaat Wim Anker op uitnodiging van de Culturele Commissie een lezing in de kerk van Engelbert. Hij spreekt dan over de rol, taak en attitude van de straf­ pleiter, over in de samenleving heersende vooroordelen en over ethische grenzen. Anker gaat verder in op interessante en spraakmakende zaken uit het verleden en heden. Na 45 minuten is er een pauze, daarna is er volop gelegenheid tot het stellen van vragen. Datum: donderdag 7 mei, aanvang 20.00 uur. Entree: ¤ 10,-. Reserveringen i.v.m. verwachte grote belangstelling uitsluitend telefonisch: 050 - 541 55 49. De kerk van Engelbert.

r a a j

2 r e d n e kal

Fotowedstrijd kerkenkalender 2016 Ook voor het jaar 2016 geeft de Stichting een kerkenkalender uit. Hiervoor roepen wij zoals altijd de hulp in van (amateur)fotografen om foto’s te maken van de kerken en kerkhoven van de SOGK. Het thema voor 2016 is: ‘De kerken binnen en buiten’. Uw foto’s kunt u uploaden voor 16 augustus via www.gro­ ningerkerken.nl/fotowedstrijd. Daar is ook alle deelname-­ informatie te vinden, als ook een overzicht van alle kerken in het bezit van de SOGK.

e v n O

r

gb n a v

Social media en Groninger kerken Niet meer weg te denken uit onze dagelijkse praktijk: social media. Social media is de verzamelnaam voor alle internettoepassingen waarmee het mogelijk is informatie met elkaar te delen op een gebruiksvriendelijke en vaak leuke wijze. Dit kan informatie in de vorm van tekst zijn maar ook geluid en beeld. Bij de Stichting Oude Groninger Kerken zijn we vooral actief op Twitter, Facebook en LinkedIn. Op Twitter hebben we inmiddels ruim 1700 ‘volgers’, op Facebook 950 ‘vind-ikleuks’ en op LinkedIn ruim 200 ‘followers’. Ieder kanaal vertelt een eigen boodschap en heeft ook zijn eigen publiek. Misschien behoort u hier ook al toe? Praat ook met ons mee en/of volg op een van onze socialmediakanalen: www.twitter.com/groningerkerken www.facebook.com/groningerkerken www.linkedin.com/company/stichting-oude-groninger-kerken

a


Wink e l Donateurs krijgen 20% korting op alle artikelen uit onze (web) winkel. Bezoek onze webwinkel via www.groningerkerken.nl/winkel om het totale aanbod te bekijken.

Groningen 40-45 De foto’s in Groningen 40-45 vertellen het verhaal van stad en provincie Groningen in oorlogstijd. Ze werden onder andere gemaakt door persfotografen, onderduikers, verzetsmensen, Duitse soldaten, politieagenten, NSB’ers, evacués en geallieerde bevrijders. Uiteraard pakten ook ‘gewone Groningers’ de camera om het gewone leven onder ongewone omstandigheden vast te leggen. Het overgrote deel van de ruim 140 geselecteerde foto’s werd nooit eerder gepubliceerd. Ze zaten zeventig jaar verborgen in particuliere fotoalbums of archieven. Samen met krantenberichten, dagboekfragmenten en persoonlijke herinneringen brengen ze de jaren 1940-1945 op ooghoogte in beeld. prijs ¤ 24,95 (donateurs 20% korting)

prijs ¤ 4,95 (donateurs 20% korting)

GRONINGER KERKEN

Deze vernieuwde kerkenkaart geeft u weer een totaaloverzicht van alle objecten van de Stichting. Met behulp van de kaart zijn alle gebouwen eenvoudig te vinden; op de achterzijde zijn in het kort enkele bijzonderheden van de kerken beschreven. Bij de kerkenkaart vindt u een lijst met sleuteladressen, waarop vermeld staat waar u moet zijn om de gebouwen van binnen te bekijken. Verder geeft de kaart nog enkele fiets- en wandelroutes van de Stichting aan, die langs de verschillende bezienswaardigheden voeren en waarvan routebeschrijvingen gedownload kunnen worden.

Kerken in Groningen

STICHTING OUDE

Kerkenkaart

Op pad langs blikvangers in het Groninger landschap

Historische atlas van de Bijbel De Historische atlas van de Bijbel is een fascinerende ontdekkingsreis door de meest invloedrijke verzameling geschriften uit de westerse geschiedenis, van de schepping tot het Nieuwe Testament. Dit boek plaatst de gebeurtenissen en de mensen die de Bijbel in hun sociale en geografische context, en geeft nieuwe inzichten in de geschriften. Met honderd indrukwekkende kaarten en schema’s die laten zien hoe volkeren zich verplaatsten en hoe naties zich ontwikkelden. Meer dan honderd kleurenfoto´s en afbeeldingen van archeologische vindplaatsen en voorwerpen en een gedetailleerde tijdlijn die de gebeurtenissen laat zien die het Heilige Land hebben gevormd. prijs ¤ 14,95 (donateurs 20% korting)

Werkmanjaar 2015 – Onder de weg en over de locht Streektaaldichter Jan Siebo Uffen en componist Ellen Dijkhuizen maakten een nieuwe liederencyclus naar de beroemde Chassidische Legenden van H.N. Werkman. Van deze liederen werd een muziekvoorstelling samengesteld, die op 19 april in première gaat in de synagoge van Groningen om vervolgens te worden opgevoerd op verschillende locaties in Wehe den Hoorn, Winsum, Appingedam en Oldenzijl. Bij de voorstelling verschijnt ook een prachtig uitgevoerd boek van Philip Elchers met de druksels van Werkman, de gedichten van Jan Siebo Uffen in het Gronings en het Nederlands en een cd met een uitvoering van de liederencyclus. prijs ¤ 16,50 (donateurs 20% korting)

Zo bestelt u: elders in dit tijdschrift vindt u de bestelkaart van onze winkel. Vul deze in, plak er een postzegel op en doe deze op de bus. U ontvangt uw bestelling dan zo snel mogelijk thuis. Verzend- en administratiekosten zijn ¤ 5,- per bestelling. Bij uw bestelling zit een nota voor uw betaling. De inkomsten komen ten goede aan de Stichting Oude Groninger Kerken. Wanneer u meer informatie wilt over uw bestelling kunt u contact opnemen met het bureau van de Stichting, (050) 312 35 69. Alle uitgaven zijn ook te koop via onze webwinkel: www.groningerkerken.nl/winkel


Zomerdachtochten 2015 za 4 juli, wo 8, wo 15, wo 22, wo 29 juli

Excursie Natuur op kerkhoven (a.u.b. aankruisen)

naam 

m v

za 27 juni 

naam 

adres

adres

postcode

postcode

woonplaats

woonplaats

e-mail

e-mail

telefoonnummer

telefoonnummer

, van wie  donateurs

Totaal aantal personen niet-donateurs en

Ik geef me/ons op voor  4 /  8 /  15 /  22 /  29 juli

(a.u.b. aankruisen)

Totaal aantal personen

m v

, van wie  donateurs

Kosten voor donateurs ¤ 30,- en voor niet-donateurs ¤ 37,50 (inclusief lunch).

 Ik stap op de bus bij het NS Hoofdstation om 8:00 uur.  Ik stap op de bus bij Nieuweschans om 8:30 uur.  Ik neem deel aan de gezamenlijke lunch (middagmaaltijd). NB! De kosten van de catering zijn niet inbegrepen. Kosten voor donateurs ¤ 30,- en voor niet-donateurs ¤ 45,-.

bestelkaart

Xxxik word donateur Poëziemarathon ja, met de bus

Ik bestel:

Kerken in Groningen

Groningen 40-45 prijs ¤ 24,95 (donateurs 20% korting) aantal

Xxx do januarivan cultureel erfgoed in Groningen is ook mij Het30 behoud (a.u.b. aankruisen)

veel naamwaard. 

m v Daarom word ik donateur van de Stichting Oude Groninger Kerken. adres De minimale donatie bedraagt ¤ 17,50 per jaar. Het eerste jaar ontvang ik het tijdschrift Groninger Kerken postcode gratis.

GRONINGER KERKEN

STICHTING OUDE

Ik wacht met betalen op de nota.

Op pad langs blikvangers in het Groninger landschap

Kerkenkaart prijs ¤ 4,95 (donateurs 20% korting) aantal

woonplaats

(a.u.b. aankruisen)

naam  e-mail adres

m v

telefoonnummer postcode Historische atlas van de Bijbel prijs ¤ 14,95 (donateurs 20% korting) aantal

Werkmanjaar 2015 – Onder de weg en over de locht prijs ¤ 16,50 (donateurs 20% korting) aantal

vul a.u.b. ook de achterzijde in

woonplaats Totaal aantal personen , van wie donateurs ik reserveer  2-persoonskamer(s) e-mail Kosten. ik reserveer  1-persoonskamer (s) (toeslag  40,00 p.p.p.k.) geboortedatum

De kosten bedragen ¤ 192,50 p.p. dit is inclusief busreis, telefoonnummer overdag / ’s avonds overnachting, lunch, koffie/theepauzes, entree museum en rondleiding(en). Het diner is voor eigen rekening. Deze busexcursie is exclusief voor donateurs bedoeld.


Stichting Oude Groninger Kerken Coehoornsingel 14 9711 bs Groningen

Stichting Oude Groninger Kerken Coehoornsingel 14 9711 bs Groningen

Plak hier uw postzegel

Plak hier uw postzegel

bestelkaart

î Žm î Žv naam 

adres

postcode

woonplaats

handtekening

telefoonnummer overdag

Plak hier uw postzegel

Plak hier uw postzegel

Stichting Oude Groninger Kerken Coehoornsingel 14 9711 bs Groningen

Stichting Oude Groninger Kerken Coehoornsingel 14 9711 bs Groningen

e-mail


E duc at ie Masterclass ‘De kerk als geschiedenisboek’ Op 20 mei is in de kerk van Garmerwolde de laatste masterclass ‘De kerk als geschiedenisboek’, bedoeld voor leerkrachten en cultuurcoördinatoren. Onderwerp is de geschiedenis van oude kerken, en hoe je aan het gebouw de eeuwen als het ware af kunt lezen. Anne Baljeu, theoloog en kenner van kerken en kerkinterieurs, vertelt over kerkenbouw vanaf de middeleeuwen. Agmar van Rijn gaat vervolgens in op hoe je de kerk een rol kunt geven in de onderwijspraktijk. De masterclass is in principe ontworpen voor leerkrachten, en wil basiskennis over kerken bieden. Mocht u als kerk­ beheerder geïnteresseerd zijn, dan kunt u zich opgeven via vanrijn@groningerkerken.nl. Deelname is gratis.

Educatie is een speerpunt in het beleid van de Stichting Oude Groninger Kerken. We besteden uiteraard veel aandacht aan onze eigen kerken, maar onze inzet voor educatie gaat over alle kerkgebouwen in de provincie Groningen. De Stichting vindt het belangrijk om mensen al jong te informeren over het kerkelijk cultuurhistorisch erfgoed. De educatieve activiteiten sluiten aan bij de tegenwoordige aandacht voor erfgoededucatie op scholen. Op deze manier hoopt de Stichting een bouwsteen te leveren voor draagvlak in de toekomst.

Digitale module bij ‘BOUWWERK’ Vorig jaar lanceerde de Stichting in samenwerking met het Wetenschapsknooppunt Noord Nederland het nieuwe educatieve programma ‘BOUWWERK’, dat klassen kunnen volgen in de kerk van Leegkerk. Bouwkundige aspecten van de kerk staan in dit programma centraal. Vele klassen deden inmiddels mee. Inmiddels is er een digitale module in de maak, die gemaakt wordt dankzij het prijzengeld van de Willem Wolffprijs (voor geschiedenis der techniek), en een bijdrage van het SNSfonds Eemsmond. In de digitale module kunnen kinderen in de rol van de bouwkundige stappen, en keuzes maken met betrekking tot onderhoud, herbestemming, restauratie en instandhouding. Dit voorjaar is het spel klaar.

Nieuwe samenwerking met Alfasteunpunt Het Alfasteunpunt is een onderdeel van de Rijksuniversiteit Groningen dat zich richt op scholieren van de middelbare school. Het steunpunt wil scholieren interesseren voor de studies rondom cultuur en maatschappij van de RUG, en doet

Pagina uit de nieuw ontwikkelde digitale module voor ‘BOUWWERK’.

dat onder meer door het geven van ondersteuning bij het schrijven van profielwerkstukken. De Stichting Oude Groninger Kerken en het Alfasteunpunt bieden een nieuw inhoudelijk onderwerp voor het profielwerkstuk, met als titel ‘De kerk: maak er wat van!’ De vraag hoe je kerken kunt blijven gebruiken staat daarin centraal. Leerlingen worden uitgedaagd om na te denken over actuele onderwerpen als leegstand, herbestemming en het exploiteren van een monumentale kerk, en daarvan verslag te doen in het profielwerkstuk. Verschillende middelbare scholen zullen de komende jaren met dit onderwerp aan de slag gaan. Meer informatie op: www.rug.nl/alfasteunpunt. Deelnemende schoolklas aan ‘BOUWWERK’ in de kerk van Leegkerk.


E xcur s ie s

Kerk en kerkhof van Termunten, één van de bestemmingen van de ‘Oosterhorntocht’. Foto Omke Oudeman.

Tour des Cimetières De ‘Tour des Cimetières’, de serie (bus)rondleidingen langs begraafplaatsen in samenwerking met Arriva Touring, is onderhand een klassieker geworden. Nieuw is de ‘Oosterhorntocht’, een excursie door een bijzonder gebied met een bijzonder verhaal. Deze voert op donderdag 21 mei langs de kerkhoven van Farmsum, Weiwerd, Wagenborgen, Termunten, Oterdum, Heveskes en eindigt in Solwerd. De prijs voor deelname bedraagt ¤ 42,50 (inclusief lunch). Op donderdag 9 juli herhalen we het succesnummer van vorig jaar, de ‘Langs kromme lijnen-tocht’ door het Middag-­

Humsterland, met onder andere bezoeken aan Fransum – waar we met een korte inleiding beginnen – Ezinge en Oldehove. De prijs van deze tocht bedraagt ¤ 47,50 (inclusief lunch). Bij beide tochten vertrekken we om 10.00 uur bij het Hoofdstation in Groningen. Voor meer informatie kijkt u op www.groningerkerken.nl. Aanmelden kan per e-mail via touring.groningen@arriva.nl of tijdens kantooruren op 0505260268. Hier kunt u ook meer inlichtingen krijgen over de genoemde tochten.

Grafstenen op de verhoogde dijk die het kerkhof van het voormalige Oterdum bedekt.


Traditionele Ostfriesland Zomerdagtochten 2015 Voor dit jaar staat er wederom een interessante zomerdagtocht op het programma. Op zaterdag 4 juli en op de woensdagen 8, 15, 22 en 29 juli 2015 zal de landsgrens worden overgestoken om in de omgeving van Friedeburg een viertal kerken te bezoeken. Bij het ter perse gaan van dit nummer van het tijdschrift kon de keuze van de kerken nog niet definitief worden vastgelegd. Het is echter de bedoeling om de kerken van Horsten, Etzel, Marx en Zetel te bezoeken. De excursie kan alleen per bus gemaakt worden. De vertrektijd is telkens om 8.00 uur vanaf het Hoofdstation in Groningen (bij ‘t Peerd van Ome Loeks) of om 8.30 uur, net als tijdens voorgaande edities, bij de voormalige grenspost Nieuweschans, aan de snelweg (= afslag Bunderneuland) gelegen. De kosten bedragen ¤ 30,- voor donateurs en ¤ 45,voor niet donateurs. Iedere excursiedeelnemer ontvangt in de bus een mapje met kerkbeschrijvingen. De excursiebus wordt omstreeks 20.00 uur weer terugverwacht in Groningen. Het excursieprogramma kent pauzes voor koffie en middagthee. Het is bovendien mogelijk om tussen de middag deel te nemen aan een gezamenlijke maaltijd. Let wel, de catering is niet bij de prijs inbegrepen en kan op het Duitse platteland dikwijls alleen contant worden afgerekend! Opgave via de aanmeldingskaart in dit nummer, te versturen per gewone post. Plaatsing geschiedt op volgorde van binnenkomst. Deelnemers ontvangen per gewone post een bevestigingsbrief en vervolgens een nota. Het secretariaat van de SOGK verzorgt de deelnemersadministratie, de uitvoering van de excursie op de dag zelf, wordt verzorgd door leden van de excursiecommissie. De organisatie behoudt zich het recht van programma­ wijzigingen voor, als omstandigheden ter plaatse daartoe noodzaken. Denkt U aan het meenemen van uw paspoort of id-kaart!

Albert-Erik de Winter, projectleider bij Landschapsbeheer Groningen, treedt op als gids tijdens de busexcursie Natuur op kerk­ hoven en begraafplaatsen in Groningen. Foto Ietse Jan Stokroos.

(boven) De 12e-eeuwse Sint-Marcuskerk van Marx (Ostfriesland), een van de voorgenomen bestemmingen tijdens de Zomerdagtocht. Foto Harm Hofman. (onder) Het interieur van de Sint-Martinuskerk van Etzel. Foto Harm Hofman.

Busexcursie Natuur op kerkhoven en begraafplaatsen in Groningen Onlangs verscheen Rust, oud groen en stenige biotopen – natuur op kerkhoven en begraafplaatsen in Groningen. Dit deeltje uit de kerkhovenreeks werd geschreven door Albert-Erik de Winter, tevens de gids bij deze excursie. Kerkhoven en begraafplaatsen hebben onmiskenbaar een grote cultuurhistorische waarde, maar deze terreinen zijn ook in ecologisch opzicht erg waardevol. Ze vormen het leefgebied voor tal van plant- en diersoorten. Zowel op het platteland als in het agrarisch gebied zijn deze terreinen groene oases die bruisen van het leven. Albert-Erik de Winter neemt ons mee naar een aantal van deze terreintjes om ons dit te laten ervaren. We beginnen de excursie op begraafplaats Selwerderhof in Groningen, na een rondwandeling zetten we koers naar Pieterburen waar we Domies Toen en het kerkhof bij de Petruskerk gaan bekijken. Hier gebruiken we ook de lunch. In de middag gaan we nog naar Den Andel, om te zien hoe het de gierzwaluwen bij de kerk vergaat om de excursie af te sluiten op Klein Maar­ slag – een heel bijzonder kerkhof zonder kerk. Datum: zaterdag 27 juni. Start op het Hoofdstation in Groningen om 10.00 uur, daar zijn we om ca. 17.00 uur terug. De kosten voor deelname zijn ¤ 37,50, donateurs van de SOGK betalen ¤ 30,00. Opgave via info@groningerkerken.nl , telefonisch op 050 - 312 35 69 of met het antwoordkaartje in het middenkatern van dit tijdschrift.


Warm gebaar voor een ijsheilige

‘Legaat bij leven’ voor de Pancratiuskerk van Godlinze Wie via het torenportaal de kerk van Godlinze betreedt, staat meteen oog in oog met Sint Pancratius, de beschermheilige. De schildering is onderdeel van een kleurrijk, overwegend zestiende-eeuws beeldprogramma in de gewelven, dat in hoge mate het karakter van de kerk bepaalt. Maar wie deze indruk wil opdoen, moet eerst langs de twee twintigste-eeuwse ‘schutspatronen’ van de kerk: het echtpaar Hoeksema dat zich al enkele decennia inzet voor de Glinster kerk en tevens sleuteladres is. De Hoeksema’s vertellen graag over de kerk. In het interieur van hun woning aan de Terpweg neemt deze ook een pro­ minente plek in: aan de wand hangt een foto van meneer Hoeksema bij het torenuurwerk, daarnaast de oorkonde behorend bij de Koninklijke onderscheiding die mevrouw Hoeksema-du Pui in 2009 kreeg voor haar inzet voor onder meer de Stichting Oude Groninger Kerken.

Noodkap Beiden weten zich nog goed te herinneren hoe de kerk er in een verder verleden bijstond. Meneer Hoeksema is een geboren en getogen Godlinster, mevrouw Hoeksema vestigde zich begin jaren zeventig met haar eerste echtgenoot in de

Foto Jelte Oosterhuis.

voormalige pastorie. ‘Het dorp heeft altijd aangevoeld als een warme deken, bij trouw en vooral ook rouw’. De kerk, het middelpunt van het dorp op de nog intacte wierde, werd toentertijd amper nog gebruikt door de gecombineerde hervormde gemeente ‘De Wierden’. ‘Binnen in het gebouw regende het net zo hard als buiten, en toen er tijdens de kerstviering in 1980 ook nog eens iemand door de vloer zakte, ging het gebouw op slot’, vertelt mevrouw Hoeksema. De overdracht aan de Stichting Oude Groninger Kerken had inmiddels, in 1979, plaatsgehad, maar voor de broodnodige restauratie ontbraken aanvankelijk nog de middelen. Eerste prioriteit was het voorkomen van verdere schade aan het interieur, waaronder het Schnitgerorgel uit 1704. ‘De


Het echtpaar Hoeksema-du Pui op weg naar de kerk.

Sint-Pancratius, de patroon van de kerk, is afgebeeld in het westelijk gewelf.

Foto Jelte Oosterhuis.

De schildering dateert uit het tweede kwart van de 16e eeuw.

noodkap van de juist voltooide restauratie van de zijbeuk van de Martinikerk verhuisde daarvoor naar Godlinze. Pas een paar jaar later kwam er geld voor het daadwerkelijk herstel omdat de minister hiervoor een pot creëerde van 10 miljoen gulden, als er bij de werkzaamheden tenminste langdurig werklozen zouden worden ingeschakeld.’

Tijd

Stippelwerk Het is vooral mevrouw Hoeksema die enthousiast rondleidt door de kerk. ‘De schilderingen kwamen bij de herstelwerkzaamheden van 1984 tot 1986 aan het licht. In de 1920 waren ook al stukjes ervan blootgelegd, maar kennelijk vond men het te duur worden om de hele witte kalklaag te verwijderen.’ De kleuren zijn overweldigend. ‘We hebben wel eens Australische bezoekers gehad, en die vergeleken het stippelwerk meteen met Aboriginalkunst’. Een eerdere ‘ontdekking’ was het orgel: ‘In het dorp was van mond tot mond al overgeleverd dat Schnitger het instrument had gebouwd, maar sommige deskundigen wilden daar niet aan. Tot dat het originele aanbestedingscontract opdook.’ Meneer Hoeksema houd zich bij de rondleiding wat op de achtergrond. ‘Ik ben vooral machinist op het uurwerk. En klokluider’.

Maar het uurwerk is de laatste tijd met regelmaat van slag. ‘Het kost me moeite om iedere keer de klim omhoog te maken’. Het echtpaar heeft dan ook wel eens zorgen over de toekomst. ‘Het is moeilijk om vrijwilligers te vinden die dit werk kunnen overnemen. Mensen hebben tegenwoordig te weinig tijd, met al die tweeverdieners’. En dat terwijl de Hoeksema’s zelf hun zorg voor de kerk altijd hebben weten te combineren met hun werk bij het Biologisch Centrum van de RUG en de Draka in Delfzijl. De betrokkenheid bij de kerk leidde recent tot een unicum in het 46-jarig bestaan van de Stichting Oude Groninger Kerken: bij leven werd al een deel van het vermogen bestemd voor de Stichting. Een effectenportefeuille werd per 1 januari overgedragen, het echtpaar Hoeksema geniet daarvan nog wel het vruchtgebruik. Een speciaal fonds op naam – Hoeksema-du Pui – moet het onderhoud van kerk en orgel van Godlinze ook in de toekomst garanderen. Ook hun graven op de begraafplaats van Godlinze vallen hier onder. Niet alleen een uniek, maar vooral een warm gebaar.


Me di at he e k

De mediatheek is toegankelijk voor een breed publiek: voor donateurs van de stichting, voor leerlingen of studenten die informatie zoeken voor werkstuk, spreekbeurt of scriptie,

Onze kerken tijdens de Tweede Wereldoorlog Op zoek naar documentatie over oorlogsschade aan Groninger kerken is de ‘oogst’ in de mediatheek mager. Zegt dit iets over de relatief weinige schade die kerken hebben opgelopen? Of zegt dit iets over het geringe aantal documenten dat erover is gepubliceerd, óf juist over het geringe aantal dat de mediatheek bezit?

voor mensen die monumenten een warm hart toedragen. De catalogus is online te raadplegen: www.groningerkerken.nl/ mediatheek

In het boek Weiwerd Heveskes Oterdum. De verdwenen dorpen van de Oosterhoek is te lezen dat de kerk van Weiwerd aan het einde van de Tweede Wereldoorlog zwaar beschadigd werd en vervolgens in 1947 weer netjes gerestaureerd. Veel meer over het wel en wee van de kerken tijdens WO II staat er niet in. Hetzelfde steekproefsgewijs in andere uitgaven over streekgeschiedenis. De periode tussen 1940 en 1945 komt zeer zeker aan de orde, maar veel over oorlogsschade aan de kerken is er niet in terug te lezen. Opmerkelijk is het restauratiedagboek van de kerk van Garmerwolde. Deze kerk werd in de oorlogsjaren uitgebreid gerestaureerd. En het was zeker niet de enige kerk die in de oorlogsjaren werd opgeknapt. In Herleefde schoonheid. 25 Jaar Monumentenzorg in Nederland 1918 – 10 mei – 1943 wordt bijvoorbeeld de laatromaanse kerk te Bozum (Friesland) genoemd (restauratie 1941-43). Of de hervormde kerk te Deventer (1942- 43). Sowieso werd tijdens de oorlog al begonnen met het herstel van verwoeste monumenten en de wederopbouw van getroffen binnensteden. De Tweede Wereldoorlog leidde zelfs tot de eerste wettelijke monumentenbescherming in Nederland. Mooi beschreven in de uitgave Monumenten en oorlogstijd. Jaarboek Monumentenzorg 1995. Weliswaar staat hierin veel schade in woord en beeld, maar de nadruk ligt op de bescherming van monumenten. En hoe was het met de luidklokken? Adjunct Rijksinspecteur Kunstbescherming J.W. Janzen heeft zijn persoonlijke ervaringen opgetekend in een 61 pagina’s tellend Overzicht klokkenvordering 1942. De eerste aantekening dateert van 11 april 1939, wanneer de directeur van het Rijksbureau van de Monumentenzorg schrijft dat het geschatte gewicht van 3.000.000 kg aan klokken te laag is. Op 27 oktober 1941 is er sprake van een brief waarin het geschatte gewicht is bijgesteld naar 3.425.959 kg. Hiervan zou 25% aan gewicht gespaard mogen worden. De brief eindigt met de opmerking dat ‘het afnemen der klokken grote beroering zal verwekken’. Van geheel andere inhoud, maar ontroerend om mee af te sluiten, is het boek Een Groninger pastorie in de storm. Het verhaal van de verzetsstrijd van dominee B.J. Ader, destijds predikant te Nieuw Beerta, opgetekend door zijn vrouw J.A. Ader-Appels. Dominee Ader bezorgde honderden Joodse landgenoten een schuilplaats, hetgeen hem uiteindelijk zijn leven kostte.

De in 1944-1945 verwoeste hervormde kerk van Kerkdriel (Gelderland). Bron: Jaarboek Monumentenzorg 1995.

De Stichting is een uitgave van de Stichting Oude Groninger Kerken. Dit katern verschijnt vier maal per jaar, los en als onderdeel van het tijdschrift Groninger Ker­ken, voor donateurs van de stichting. • Redactie: Martin Hillenga • Vormgeving en productie: Ekkers en Paauw • Drukwerk en verzending: Zalsman Groningen • Adres: Coehoornsingel 14, 9711 bs Groningen • telefoon (050) 312 35 69 • e-mail: info@groningerkerken.nl • www.groningerkerken.nl


8 Ruïne van de kerk te Helden (Limburg) na het opblazen van de toren, waarbij doelbewust ook de kerk werd vernield. Foto collectie auteur.

7 Westerwijtwerd, februari 1943. Nog een laatste foto met de klok voordat deze wordt opgehaald. De klok uit 1630 keerde overigens na de bevrijding terug in Westerwijtwerd. Collectie auteur.

recht komt: ‘Die kerels moeten in geen honderd jaar meer een kerk hebben’. Alleen al in Limburg worden 48 kerktorens opgeblazen. 4 In Nijmegen worden delen van de stad door Duitse militairen in brand gestoken. Dorpen en steden lijden maandenlang onder de verwoestende gevechtshandelingen. Artillerievuur wordt gericht op kerktorens omdat deze als uitkijkpost worden gebruikt. De kerktorens van Tiel en Rhenen worden daardoor zo zwaar beschadigd, dat instortende delen de kerk ruïneren.

te zien is hoe dicht de bebouwing tegen de toren aan stond. Collectie auteur.

De Martini staat nog. De stad Groningen

10 De uitgebrande Hoofdwacht met de houten steigers van de Martinitoren

Eenzelfde lot bleef de stad-Groninger kerken bespaard, nadat de stad vanaf vrijdag 13 april 1945 onder vuur lag. Na afloop van de strijd op 16 april wordt de Grote Markt vrijgegeven voor het publiek. Overal klinkt het verbaasd: ‘De Martini staat nog!’ 5 Net als de kerk met het bijzondere orgel. Dat de Martinitoren er nog steeds staat, heeft verschillende oorzaken. Vóór 1940 verdwijnt al de bebouwing rondom de toren. De Hoofdwacht wordt bij de restauratie in 1898-99 aan de torenzijde ingekort. In 1937-38 worden twee panden, die aan de westzijde tegen de toren staan, gesloopt. Sindsdien staat de toren geheel vrij, waardoor de kans op overslaand vuur aanmerkelijk verminderde. Een ander gevaar betreft de houten – en dus brandbare – steigers. Pas geplaatst eind 1942, dus in oorlogstijd. Maar men kende toch de risico’s? In 1940 bevinden die steigers zich rond het tweede vierkant en achtkant. In 1942 is men

4 A. van Rijswijck, De verwoeste kerken van Limburg (Roermond 1946) 16. 5 J.J. Leeninga en E. Jac. Westra, En tóch staat de Martini (Groningen 1945). De titel van dit boek is haast spreekwoordelijk geworden.

69

9 Een luchtfoto van de Martinikerk en toren noordzijde (ongeveer 1935) waarop

kort na de bevrijding. Collectie auteur.


11 Termunten, circa 1937. Door de hoge ligging was de kerk een makkelijk doelwit voor de strijdende partijen. Collectie auteur.

70 12 Termunten. Kerkinterieur voor de brand met het unieke Matthias

13 Termunten. Kerkinterieur na de brand in 1945. Collectie RHC

Amoororgel (1739). Collectie Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

Groninger Archieven (818-14659).


met de restauratie van dit torendeel gereed. Uitgerekend dan wordt de bouwstop afgekondigd. Een brief gaat naar Den Haag, waarop de verplaatsing van de steiger naar het onderste vierkant wordt aangedrongen. Genoemde motieven: er vallen brokken natuursteen uit de onderste geleding wat levensgevaarlijk is. Een brandende steiger op de huidige plaats ‘zal onder die omstandigheden ook een bedreiging voor de spits kunnen vormen. Wellicht acht dr. J. Kalf dit punt ook wel zeer van betekenis.’6 Kalf was tegen steigers: ‘De ervaring in Reims en bij de hal in Yperen [=Ieper] heeft geleerd, dat zij, bij een bombardement in brand geschoten, veel ernstiger schade veroorzaken dan projectielen’.7 Maar de toestemming wordt verkregen. Dat in 1942 bouwmateriaal schaars is en het risico van inbeslagname van het hout voor militaire doelen groot, zal zeker hebben meegespeeld. Verder blijkt uit de argumentatie dat men wel rekening hield met een bombardement, maar niet met een enorme vuurzee van de omliggende bebouwing. Een derde aspect is de gematigde houding van Duitse bevelhebbers en militairen in de stad. In 1940 installeren de Duitsers een luchtwachtpost in de toren. In 1943 wordt ontdekt, dat daarbij een vat benzine van 200 liter en 12 kilo springstof aanwezig is. Direct wordt op een lager gelegen vloer dertig centimeter zand gestort en met ijzeren rijplaten bedekt. In 1944 wordt duidelijk, dat de Duitsers de springstof willen gebruiken om de communicatiepost op te blazen. Voorzichtig wordt contact gezocht met Ortskommandant Horn. Toestemming wordt verkregen om een uitsteeksteiger te bouwen om het vat benzine en de motor van het aggregaat naar beneden te laten komen.8 Bij de aanvang van de gevechten rondom de stad krijgt echter niet de Ortskommandant, maar een Kampfkommandant de leiding. In de chaos tijdens de gevechten is niet helder te krijgen wie welke opdracht heeft gegeven. Maar op vrijdagavond 13 april wordt het vat benzine met een katrol naar beneden getakeld. Een arbeider laat een deel van de brandstof in het riool lopen. Op 14 april worden winkelpanden in de Guldenstraat en Waagstraat in brand gestoken. Ook hier is typerend voor de Duitse leiding, dat blussingswerk wordt toegestaan om een belangrijk monument als het Goudkantoor te redden. Zondag 15 april wordt op de Aa-kerktoren geschoten, waarbij de kerk een voltreffer krijgt. Van de Martinitoren wordt de motor conform de afspraak door Duitse militairen van de uitsteeksteiger naar beneden geworpen en de zendapparatuur beneden met handgranaten vernietigd. De lont naar de explosieven wordt niet aangestoken. Vooral na 21:00 uur worden de noord- en oostwand van de 6 RHC Groninger Archieven, toegang 543 inv. 547. 7 Kalf, Bescherming van kunstwerken, 24. 8 E.O. van der Werff, Martini, kerk en toren (Assen/Groningen 2003) 62, 65. 9 W.K.J.J. van Ommen Kloeke, De bevrijding van Groningen (Assen 1945) 105-106.

Grote Markt in brand geschoten.9 Dichtbij de toren staan de brandende Hoofdwacht en – aan de westzijde – de bontzaak van Vopel. Nadat de Duitse weerstand is gebroken, gaat een brandweerploeg uit Assen onder levensgevaarlijke omstandigheden – in de Sint Jansstraat zijn nog Duitsers – het vuur in de brandende Hoofdwacht te lijf. Ze weet ternauwernood te voorkomen dat het vuur overslaat op de houten steiger. De puzzelstukjes van de torenredding passen achteraf gezien maar net in elkaar.

In de vuurlinie. Gevechten in de provincie

Direct na verovering van de stad Groningen ontstaat in de provincie een onduidelijke situatie. In sommige dorpen ziet men de ene dag een Canadees voertuig en de volgende dag vluchtende Duitse militairen, op weg naar hun laatste vesting: Delfzijl. In september 1944 wordt door de Duitsers al beseft dat op termijn Delfzijl zal worden belegerd. Delfzijl is door haar ligging strategisch belangrijk en kan als buffer dienen om een Duitse aftocht via de Eems te dekken. Grote delen land ten zuidwesten van Appingedam worden daarom geïnundeerd. De Canadezen zijn daardoor gedwongen om over de flanken aan te vallen. Door landmijnen, mitrailleurnesten, tankgrachten, prikkeldraadversperringen, maar vooral door de kanonnen van vier kustbatterijen en kanonneerboten op de Eems, maken de Canadezen moeizaam vorderingen. Op het eiland Borkum staat het zwaarste geschut. Dat mengt zich met zijn 28 cm-granaten in de strijd. Vooral Appingedam wordt getroffen. Vijf granaten belanden in Middelstum; een blindganger slaat dwars door het dak van de gereformeerde kerk en belandt in een muur. 15 Middelstum, zuidmuur van de gereformeerde kerk. Aan de scheuren in de muur was nog lange tijd zichtbaar waar een 28cm-granaat uit Borkum terecht was gekomen. Onder grote publieke belangstelling werd de niet ontplofte granaat, gelukkig zonder ernstige gevolgen, door een boer met zijn paard uit de muur getrokken. Ook dit spoor is inmiddels door restauratiewerkzaamheden verdwenen. Foto auteur.

71


14 De kerk van Weiwerd met oorlogsschade, 1945. Collectie auteur.

72

Veel grotere schade levert de strijd van 23 april tot 2 mei op. Boerderijen, huizen, molens en kerkgebouwen rondom Delfzijl worden zwaar getroffen. Kerktorens worden ook hier gebruikt als uitkijkpost. De torens van Farmsum, Uitwierde en vooral Bierum worden daarom beschoten door artillerie. Ook de kerken en/of torens van Appingedam, Borgsweer, Eenrum, Finsterwolde, Heveskes, Holwierde, Krewerd, Loppersum, Marsum, Oosterwijtwerd, Oterdum, Solwerd, Uitwierde, Weiwerd, Wirdum en Woldendorp (gereformeerde kerk) worden licht tot ernstig beschadigd. De hervormde kerken van Woldendorp en Termunten branden geheel uit. In Nederland is de schade aan kerkgebouwen buitenproportioneel groot te noemen. Maar de vernielingen in de provincie Groningen vallen naar verhouding mee.10 Van de 296 aanwezige luidklokken in 1940 blijven er 130 – vooral van vóór 1600 – gespaard.11 Van de in 1938 door Kalf genoemde monumenten gaat alleen het orgel van Termunten verloren.

Wat blijft: de herinnering Direct na de oorlog worden provisorisch beschermende maatregelen getroffen. Kleinere schade wordt hersteld. Door gebrek aan bouwmaterialen komen uitgebreide herstelwerkzaamheden pas in 1946/47 op gang. Bij grote schade krijgen deze het karakter van een totale restauratie, zoals in Bierum, Holwierde, Termunten en Woldendorp. De kerken van Oter-

dum en Weiwerd worden opgeknapt, maar zijn inmiddels gesloopt. Verschillende monumenten en gedenktekens worden geplaatst die ons aan de strijd herinneren. In de kerk van Holwierde hangen bijvoorbeeld een gedenkbord en een bord met bijzonder opschrift uit 1945.12 Zeventig jaar na dato zijn rond Delfzijl nog verschillende bunkers te zien die bij de strijd een rol speelden. Maar aan kerkgebouwen is door restauraties weinig meer te ontdekken wat herinnert aan de oorlog. Op sommige plekken zijn in muren nog inslagen zichtbaar van beschietingen, zoals aan de Martinitoren. Ook enkele klokken van het Martinicarillon laten schade zien. Sommige torens, waaronder die van Tolbert, tonen nog een litteken op de plaats waar de klok in 1943 door de muur is getrokken. Nu nog zichtbare herinneringen, die langzamerhand zullen vervagen door de adem van de tijd. Lukas Kwant (Witterstraat 21, 9401 se Assen; ldkwant@ gmail.com) studeerde geschiedenis aan de Noordelijke Hogeschool en is werkzaam in het onderwijs. Zijn interesses omvatten onder andere kerkgebouwen in Nederland die door branden/rampen zijn getroffen en de stad Groningen in de jaren 1940-1945; over deze onderwerpen verzamelt hij foto’s en documentatie. Hij is medeoprichter van de Stichting Noorderbegraafplaats Assen.

10 E. van Blankenstein, Defensie- en oorlogsschade in kaart gebracht (1939-1945) (Zeist 2006). Rapport Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed: http://cultureelerfgoed.nl/publicaties/defensie-en-oorlogsschade-in-kaart-gebracht-1939-1945 11 A. Rots en H. de Olde, So menichmael ghij hoort den helderen clockenslach. Een inventarisatie van luid- en speelklokken in de provincie Groningen (Groningen 2005) 23. 12 E. de Boer, ‘Een mysterieuze inscriptie in de kerk van Holwierde’, Groninger Kerken 22 (2005) nr. 4, 121-122.


Hidde Feenstra

Warffums tufstenen kerk In het voorjaar van 2014 werden aan de oude (hervormde) dorpskerk van Warffum reparaties uitgevoerd. Deze hielden onder andere in dat het pleisterwerk, dat het gebouw aan de buitenzijde bedekt, werd hersteld. Bij de verwijdering van gedeelten daarvan aan de noord- en zuidzijde kwam tijdelijk het daaronder aanwezige muurwerk in het zicht. Zo werd ons een korte blik in de ontstaans­ geschiedenis van een kerk gegund, die in het midden van de negentiende eeuw nog werd geroemd als een ‘zeer oud’, maar ‘fraai’ gebouw, één van de ‘schoonste dorpskerken’

73

van Groningerland.1

Kerkvoogden met esthetisch gevoel Over het uiterlijk van de Middeleeuwse kerk te Warffum is uit schriftelijke bronnen het een en ander bekend, maar de negentiende-eeuwse bepleistering maakt dat de hedendaagse beschouwer daar niet veel van ziet. Bij een restauratie in 1972 werd de westtoren uit 1638 ontpleisterd, zodat de oranjerode baksteen weer zichtbaar is, bij zeer helder weer zelfs vanaf de duinen op Schiermonnikoog. De kerk zelf heeft in de tweede helft van de negentiende eeuw door twee grote re­ novatiebeurten een totale gedaantewisseling ondergaan. De schipmuren werden opgetrokken tot dezelfde hoogte als die van het gotische, vijfzijdig gesloten koor, het dak van schip en koor onder één nok gebracht en met leien bedekt. In de schipmuren werden aan beide zijden vier vensteropeningen in gotische stijl ingebroken, zoals die in het koor reeds aanwezig waren. Zij werden alle voorzien van gietijzeren vensterharnassen. De regelmatige plaatsing hiervan in het muurwerk van het schip hield geen rekening met de oorspronke­ lijke, romaanse vensterindeling. Door het aanbrengen van blokvormig pleisterwerk, dat thans lichtokergeel is geschilderd, en passende omlijstingen van de toegangsdeuren aan 1 A.J. van der Aa, Aardrijkskundig Woordenboek der Nederlanden (14 dln. Gorinchem 1839-1851) dl. 12, 99.

1 De kerk van Warffum uit het oosten. Foto auteur. 2 De westtoren wordt ontdaan van de pleisterlaag tijdens de restauratie begin jaren ’70. Collectie Instituut voor Christelijk Cultureel Erfgoed, RUG.


de zuidkant en in het koor, kreeg de kerk een neogotische uitstraling.2 Het is opvallend dat voor deze cosmetische ingreep, die voornamelijk zou zijn ingegeven door de wens de (ver)bouwsporen van vele eeuwen weg te werken, de neogotiek werd gekozen. Deze stond destijds sterk in de belangstelling, met name in rooms-katholieke kring. De Warffumer Hervormde gemeente, die in de negentiende en vroege twintigste eeuw tot de rijkste in de provincie Groningen behoorde, combineerde hiermee vooral het nuttige met het (esthetisch) aangename. Men kan op grond van het resultaat de kerkbestuurders uit die tijd een zekere culturele belangstelling zeker niet ontzeggen. Bij de grote ‘restauratie’ van 1895 was de Warffumer notaris mr. A.J. Jansenius de Vries president-kerkvoogd. Hij bewoonde een in die tijd door hem gebouwde villa in eclectische stijl. Mogelijk had ook de toenmalige predikant Enno Doedes Lichtenvoort, afkomstig uit door de Verlichting beïnvloede hogere burgerkringen in de stad Groningen, bij deze vernieuwingen een belangrijke stem in het kapittel. In de­ zelfde tijd werd ook de door deze bewoonde, in oorsprong middeleeuwse pastorie geheel verbouwd in een overeenkomstige stijl.3

‘In oorsprong een zeer oud, doch fraai gebouw’ Een van de vragen die de Groninger Commissie van Onderwijs in 1828 aan de plaatselijke onderwijzers in de provincie Groningen voorlegde, was: ‘Is er ook dufsteen of duifsteen aan uwe kerk?’ Deze vraag maakte deel uit van een enquête, met de bedoeling om op grond van de antwoorden daarop een soort geografisch-historisch leerboek voor het lager onderwijs samen te stellen.4 Uit het antwoord dat de Warffumer koster-schoolmeester-organist Römelingh daarop gaf blijkt dat dit inderdaad het geval was en in antwoord op de vraag

74

3 Schipmuur noordzijde. Foto auteur. 4 Zuidelijke schipmuur met de tufstenen afsluitboog van een romaans venster en daaronder een met baksteen dichtgemetselde laatromaanse raamnis. Foto auteur. 5 Lapwerk uit verschillende perioden in diverse steensoorten… Foto auteur.

2 Lit.: C.G. Reinders, ‘Een en ander uit de geschiedenis en het gebruik van de Hervormde kerken van Warffum en Breede’, in: W. Duinkerken e.a. red., De Historie van Warffum, Breede en Rottumeroog (Hoogezand 1989) 64-74; C.G. Reinders e.a., Ecclesia Warffumensis. Een en ander uit de geschiedenis van de grote kerk van Warffum (z.p. z.j.). 3 Teun Juk, Warffum en Breede. Sporen uit het rijke verleden van twee kerkdorpen op het Groningse Hoogeland (Warffum 2006) 204-205, 235-236; Jonn van Zuthem, Harde grond. Kerkelijke verhoudingen in Groningen 1813-1945 (Assen 2012) 164, 165, 237, 244, 271. Over de familie Lichtenvoort: W. Duinkerken, Sinds de Reductie in Stad en Lande van Groningen (2 dln. Bedum 1991, 1992) I, 262; J.K.H. van der Meer, Patriotten in Groningen 1780-1795 (Assen 1996) 183, 342 noot 34. 4 P.Th.F.M. Boekholt en J. van der Kooi (red.), Spiegel van Groningen. Over de schoolmeesterrapporten van 1828 (Assen 1996) 1 en vlgg. 5 ‘De grootte der dufsteenen aan onze Kerk is mij door den timmerman opgegeven op 31 cm lengte, 15½ cm breedte en 7½ cm dikte’ (Groninger Archieven, toegangsnr. 890: Arch. Districtsschoolopzieners op het lager onderwijs (1803) 18121857, nrs. 6-12. Zie ook http://www.groningerarchieven.nl/ bronbewerkingen/schoolmeesterrapporten, geraadpleegd 9.9.2014. De transcriptie van de ‘schoolmeesterrapporten’ laat hier en daar te wensen over.


hoe groot die tufstenen dan wel waren, gaf hij een nauwkeurige beschrijving.5 Deze informatie wijkt licht af van de uitkomst van een opmeting door mij aan de noordzijde van het schip: hier bedraagt de lengte 0,30 tot 0,35 m, de breedte (kopse kant) ca 0,15 m, de hoogte ca 0,09 m. Het muurwerk bestaat uit een onregelmatig metselverband van ongelijk lange strekken, soms afgewisseld door koppen (afb. 3). Het zou als kistwerk zijn uitgevoerd, met – onder andere – ‘gerolde keistenen’ als vulling.6 Over de mate waarin de schipmuren van de Warffumer kerk uit tufsteen zijn opgetrokken bestond tot op heden geen eenheid van opvatting, maar op grond van de recente waarnemingen mag men ervan uitgaan dat zij geheel uit tufsteen bestaan. In die toestand waren zij omstreeks 1850 ook nog te bewonderen.7 Het beste was dit te zien aan de zuidzijde, waar ook sporen van latere veranderingen aan de dag traden. Zo was naast het vierde spitsboograam vanaf het westen de tufstenen rondboog van het oorspronkelijk kleine, romaanse venster nog te zien. Van dit type is aan de noordwestzijde van

6 Dichtgemetselde noorddeur van het schip met linksboven het restant van de deurboog. Foto auteur.

7 Plattegrond van het kerkschip ca. 1700. De noorddeur is boven in het midden aangegeven. Collectie RHC Groninger Archieven (493-75).

75

6 Harry de Olde, ‘Tufstenen kerken in Groningen’, Groninger Kerken 19 (2002) 4-30, daar 12, 13-14; Hermann Haiduck, Beginn und Entwicklung des Kirchenbaus im Küstengebiet zwischen Ems- und Wesermündung bis zum Anfang des 13. Jahrhunderts (Aurich 1992) 35-36. 7 Haiduck, Beginn und Entwicklung, 64, tegen de suggestie bij Reinders, ‘Een en ander’, 64; Van der Aa, Aardrijkskundig Woordenboek, dl. 12, 99; Juk, Warffum en Breede, 196. Vgl. ook C.H. Peters, Oud Groningen. Stad & Lande (herdr. Groningen 1973) 80.


Renaissance

8 Zuidoostelijke koormuur met zandstenen speklaag en sporen van reparaties. Foto auteur.

76

het kerkschip na de 19e-eeuwse verbouwingen tot op heden één gehandhaafd gebleven. Het oorspronkelijke romaanse venster aan de zuidzijde was in een latere fase mogelijk naar beneden verlengd in laatromaanse (romanogotische) stijl; van dit type is er aan de uiterste zuidwestzijde van de kerk nu nog één aanwezig. Ten slotte werd dit tweede raam dichtgezet met een kleinere baksteen toen de opening voor het (neo)gotische spitsboogvenster werd ingebroken (afb. 4). Her en der was lapwerk in baksteen van verschillend formaat zichtbaar, wat ook verklaart waarom predikant en kerkvoogden in de negentiende eeuw voor een totale bepleistering zullen hebben gekozen (afb. 5).8 Ongeveer in het midden van de noordelijke schipmuur was in het tufstenen muurwerk onder het tweede spitsboogvenster vanaf het westen een dichtgemetselde ingang te zien (afb. 6). Van de deurboog was het onderste deel behouden. Het bestaan van deze ingang was wel bekend, maar niet wanneer deze buiten gebruik werd gesteld en dichtgemetseld. In elk geval functioneerde de noorddeur blijkbaar nog in de tijd rond 1700, want zij is afgebeeld op een plattegrond van het kerkschip en een kaart waarop enkele bezittingen van de Warffumer familie Van Bolhuis zijn afgebeeld. Op deze kerkplattegrond staat de huidige zuidelijke ingang niet afgebeeld (afb. 7).9

Hoe de oorspronkelijke koorsluiting er uitzag, is onbekend. Voor de veronderstelling dat dit een – al dan niet inspringende – halfronde romaanse absis zou zijn geweest, bestaan geen bewijzen. Speculatief is ook dat deze direct vervangen zou zijn door het bestaande gotische koor.10 Het is goed mogelijk dat er nog een laatromaanse tussenfase heeft bestaan, niet ondenkbaar gelet op de vergroting van de venster­ openingen van het kerkschip, die daaraan dan werden aan­ gepast. De gotische koorsluiting met mooi afgewerkte stenen netgewelven en steunberen aan de buitenzijde wordt laat gedateerd.11 De zestiende-eeuwse datering vindt onder­ steuning in de aanwezigheid van een zandstenen speklaag in het muurwerk onder het zuidoostelijke raam, die op renaissance-invloed lijkt te wijzen. Zo moet het ensemble nog drie eeuwen later op door de romantiek beïnvloede beschouwer indruk hebben gemaakt.12 De muren onder dit venster zijn uitgevoerd in een grote baksteen, maar vertonen nogal wat sporen van reparaties (afb. 8). Aan de noordzijde kwamen tijdelijk zogenoemde rooswinkels in het zicht.

Ten slotte: een stuk van de legpuzzel Slechts een klein moment was het in de afgelopen zomer mogelijk een blik op de gevarieerde bouwgeschiedenis van de oude Warffumer dorpskerk te werpen. Er was haast bij, want op dat moment waren werklieden al bezig de blootliggende muurgedeelten weer met een pleisterlaag te bedekken. Hoewel het te vroeg is om op grond van deze momentopname een reconstructie van het kerkgebouw vóór 1850 te maken, voegen de waarnemingen een waardevol stuk aan de puzzel toe! Dr. Hidde Feenstra (bandix@hetnet.nl) is freelance-historicus met vooral Noord-Nederland en Noord-Duitsland als werkterrein. Zijn bijzondere belangstelling geldt daarbij het Waddengebied.

8 Over de toestand van het muurwerk aan de binnenzijde van het schip in 1862 zie Juk, Warffum en Breede, 197. 9 Groninger Archieven, toegangsnr. 493, Arch. Families Van Bolhuis, Arkema en Van Zeeburgh 1603-1927, nr. 95; J. W. van Veen, ‘De heren Van Bolhuis’, in: W. Duinkerken e.a. (red.), De Historie van Warffum, Breede en Rottumeroog (Hoogezand 1989) 132-138, afb. 1. 10 Reinders, ‘Een en ander’, 65; Reinders e.a., Ecclesia Warffumensis, 9. 11 Reinders, ‘Een en ander’, 65; Juk, Warffum en Breede, 198-199. 12 Van der Aa, Aardrijkskundig Woordenboek, dl 12, 99. Vgl. nog het oordeel van de rijksbouwmeester C.H. Peters in Peters, Oud Groningen, 80.


Nieuwbouw Verbouw Renovatie Restauratie

Haven Zuidzijde 7 9679 TD Scheemda Tel. 0597-55 19 09 Fax: 0597-55 29 98 E-mail: info@boerbouw.nl www.boerbouw.nl

Postbus 5086 9700 GB Groningen

T 050-2100194 M 06-26888044

Het succes van automatisering Het klinkt misschien wat vreemd, maar… Het succes van automatiseren begint met koffie drinken bij de klant. Vanaf de start hanteert Arrix Automatisering deze aanpak. Je moet immers eerst een goed beeld vormen van de klantsituatie, voordat er gedacht kan worden aan automatiseren. Naast het persoonlijk contact is klare taal een onmisbaar gegeven. Onze medewerk(st)ers gebruiken geen ingewikkelde ICT-termen, maar communiceren in begrijpelijk Nederlands. De klant staat bij Arrix centraal en wij verplaatsen ons graag in zijn situatie (“Voelen hoe het voelt”). Daarmee creëren wij altijd een win-win-situatie. Meer weten? Kijk op onze website naar onze relatiegedreven aanpak of bel geheel vrijblijvend voor een persoonlijk gesprek. Het succes van automatiseren begint met koffiedrinken… Heideanjer 2, Drachten, T. 0512 - 543 221, Meer weten? www.arrix.nl

www.tomfeith.nl info@tomfeith.nl


DAN

r 0 5 MEER

Jaa

E R VA

RING

Van Lierop Conserveert & Herstelt Hout | Verdrijft Vocht

Van Lierop Van Lierop

Een gezonde kijk op onroerend goed Onderzoek op (hout)aantasting | Houtinsectenbestrijding Zwamsanering | IsochipsÂŽ-kruipruimteisolatie | Vochtwering Kruipruimterenovatie | Houtrestauratie met epoxytechniek Heteluchtmethode | Zuurstofarmeluchtmethode Kelderafdichting | Inspectieabonnementen Vestigingen Noord: Alphen a.d. Rijn | Heerhugowaard | Assen | Vestigingen Zuid: Boxtel | Echt | Mechelen (B) |

www.vanlierop.nl Van Lierop

Van Lierop Van Lierop

Orgel te Tolbert. Gerestaureerd in 2001

Het Lohman-orgel in de Middeleeuwse kerk te Zuidwolde

MENSE RUITER orgelmakers b.v. Oosterseweg 13 9785 AD Zuidwolde (Gron.) Tel. 050-3010550 - Fax 050-3010560 E-mail: info@menseruiter.nl www.menseruiterorgelmakers.nl

0172 43 35 14

0411 63 26 47


Al jaren vertrouwd partner van de SOGK vertrouw ons ook úw bouwwerk bouw werk toe!

H. Pot bouwbedrijf (ver)bouwen met overleg Onderhoud, verbouw, renovatie, nieuwbouw en alle materialen voor de doe-het-zelver

Hoofdweg 25 9795 pa Woltersum (050) 502 15 55 www.bouwbedrijfpot.nl

Schildersbedrijf  W. Dijkema Noorderstraat 5 9989 AA Warffum telefoon (0595) 42 22 67 Ook leveren wij professionele verven, dubbele beglazing, voorzetramen en alle bijkomende schildersmaterialen

De Schilder, de beste vriend van je huis

Met een passie voor panden met geschiedenis 050 403 14 83 info@laurenshout.nl www.laurenshout.nl

Timmer- en restauratiewerken AdvLaurenshout_OGK_2013.indd 1

|

Interieur ontwerp en uitvoering

|

Deskundig in duurzaam (ver)bouwen 23-01-13 10:00


VASTGOED ONDERHOUD

BEGLAZING, WANDAFWERKING, DEALER VAN RUYSDAELGLAS, INDUSTRIEEL SPUITWERK, RESTAURATIE & HOUTRENOVATIE

Neem contact op met Robert van der Maar op 050-549 41 71 Koldingweg 15 • 9723 HL Groningen • Fax 050-549 46 31 • E-mail info@vdmaar.nl • Website www.vdmaar.nl

Naamloos-2 1

06-02-12 21:2


Bouwbedrijf W.H. Blokzijl Hoofdweg 154 Blijham Telefoon 0597 - 56 12 25 fax 56 12 83 Utiliteitsbouw Restauratie Particuliere bouw Houtskeletbouw Onderhoud Renovatie Verbouw

Voor al uw bouwwerken

Voor al uw - voegwerken - voegwerkrestauratie - gevelreiniging Noordveenkanaal n.z. 21 7831 aw Nieuw Weerdinge tel. 0591 - 522 258 / 522 770

Door jarenlange ervaring in renovatie en restauratie kunnen wij de schade aan uw gebouw of woning vakkundig en duurzaam herstellen. Onze vaklieden wonen en werken in uw regio en spreken de ‘toal’. Zij staan voor u klaar! www.brandsbouw.nl 050-57 57 800

Kieler Bocht 33, 9723 JA Groningen


Hoveniersbedrijf Coen Overdevest Leens Wierde 4 tel. 0595-571187

www.overdevesthoveniers.nl VCA gecertificeerd. Erkend Hovenier. Groenkeur gecertificeerd bedrijf.

Lid VHG

Ontwerp, aanleg,

onderhoud, (sier)bestrating en complete terreininrichting

Voor: * een compleet tuinontwerp en/of beplantingsplan * complete terreininrichting * de aanleg van uw tuin * onderhoud aan uw tuin b.v.: - renovatie - voor- of najaarsbeurt - maandelijks onderhoud - wekelijks maaien van uw gazon - gazononderhoud zoals bemesten en verticuteren (mosbestrijding) - enz. * snoeien van bomen en heesters * kappen van bomen * plaatsen van schuttingen, pergola’s, tuinhuisjes, bielzen, hekwerken enz. * aanleg van sierbestrating, grindpaden, schelpenpaden, enz. * aanleg van vijvers * het leggen van graszoden * ontwateren v/d tuin d.m.v. drainage * levering van bomen, heesters, coniferen, vaste planten, haagen bosplanten, potgrond, bemeste tuinaarde, gedroogde koemest, kunstmest en alle tuinmaterialen.

WWW.TERUGNAARHETBEGIN.NL

HOLS TEIN

re s t a u ra t ie a rc h it e c t u u r Kantoren Insulinde Bankastraat 42 J 9715 CD Groningen tel.: 050 5770059 fax: 050 5771904 info@holstein-restauratie.nl www.holstein-restauratie.nl

Profile for Annemieke Woldring

Groninger Kerken april 2015  

Dit is het aprilnummer 2015 van het tijdschrift Groninger kerken. In dit nummer aandacht voor: Synagogen in Groningen na 1945. De pijn van J...

Groninger Kerken april 2015  

Dit is het aprilnummer 2015 van het tijdschrift Groninger kerken. In dit nummer aandacht voor: Synagogen in Groningen na 1945. De pijn van J...

Advertisement

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded