__MAIN_TEXT__
feature-image

Page 1

Groninger Kerken 2 0 15

GRONINGER KERKEN

STICHTING OUDE

jul i

Themanummer Garmerwolde


inhoud

32 / 3 – juli 2015

Kees Kuiken

Groningen had al in de dertiende eeuw grote problemen met de ‘natte waterstaat’. In dezelfde tijd verrezen in het vruchtbare Woldgebied monumentale kerken. Die van Garmerwolde wist zich tot de dag van vandaag te handhaven.

Beschermheer Drs. M.J. van den Berg, Commissaris van de Koning in de provincie Groningen

Ruim zeven eeuwen natte voeten: rondom de 81 kerk van Garmerwolde 

Ada van Deijk

De kerk van Garmerwolde

83

In 2003 werd de kerk van Garmerwolde overgedragen aan de Stichting Oude Groninger Kerken. Eigenlijk is het een wonder dat deze kerk nog bestaat, want in 1858 dreigde ze gesloopt te worden. Er lagen zelfs al plannen voor nieuwbouw klaar, maar door gebrek aan geld kwam het niet zover. Gelukkig maar, want daardoor kunnen we dit laatromaanse pronkjewail nog altijd bewonderen.

De Stichting 

93

Interview · Nieuws · De kerk als podium · Excursies · Winkel · Mediatheek · Werk in uitvoering

Stichting Oude Groninger Kerken opgericht 13 mei 1969 Stichting Der Aa-kerk Groningen opgericht 1 maart 1985

Bestuur en directie P.M. de Bruijne, voorzitter C. Kool, secretaris J. Wolters, penningmeester E.A.M. Bulder, vice-voorzitter J.A. de Vries M. van Zanten P.G.J. Breukink, directeur Adres Coehoornsingel 14 9711 bs Groningen telefoon (050) 312 35 69 telefax (050) 314 25 84 e-mail info@groningerkerken.nl www.groningerkerken.nl iban: nl69 abna 0486 114 333 Redactieadres Coehoornsingel 14 9711 bs Groningen e-mail hillenga@groningerkerken.nl

Kees van der Ploeg

De twee restauraties van de kerk in Garmerwolde

109

De kerk van Garmerwolde is twee keer gerestaureerd – de eerste keer tijdens de Tweede Wereldoorlog, om het sinds het midden van de negentiende eeuw voortschrijdende verval tegen te gaan. Voor de tweede restauratie, in 2013-2014, vormde de achteruitgang van de gewelfschilderingen de directe aanleiding. Van deze gelegenheid is ook gebruik gemaakt om enkele minder gelukkige ingrepen van de eerste restauratie ongedaan te maken.

Redactie Groninger Kerken Dr. J.E.A. Kroesen, voorzitter Drs. M. Hillenga, secretaris Drs. R.H. Alma Drs. A. van Deijk E. Hofman MA J.F. Oldenhuis Dr. C.P.J. van der Ploeg Katern ‘De Stichting’ Martin Hillenga Donateurschap Minimaal ¤ 17,50 per jaar Tijdschrift ¤ 15,- per jaar

Omslag: De losstaande kerktoren van Garmerwolde. Foto archief Regnerus Steensma.

Drukwerk en verzending Zalsman Groningen, Groningen

Het tijdschrift Groninger Kerken is een uitgave van de Stich­ting Oude Gronin­ger Kerken. Het tijdschrift verschijnt viermaal per jaar. Abonnement, alleen voor dona­teurs van de Stichting Oude Gronin­ger Kerken, ¤ 15,00 per jaar. Nieu­we donateurs ont­vangen Gro­nin­ger Kerken het eerste jaar gratis.

issn 0169 - 3719

Advertenties Informatie en tarieven worden verstrekt door Stichting Oude Groninger Kerken telefoon (050) 312 35 69 contact Gerda Lüürssen, e-mail: info@groningerkerken.nl

Professionele Organisatie voor Monumentenbehoud (POM)

Opmaak en productie Ekkers & Paauw, Groningen


Kees Kuiken

Ruim zeven eeuwen natte voeten: rondom de kerk van Garmerwolde Eind oktober 1288 braken de dijken door. Het zeewater stroomde helemaal tot Garmerwolde en Woltersum.1 Al in de dertiende eeuw had Groningen grote problemen gehad met de ‘natte waterstaat’. In dezelfde tijd verrezen in het vruchtbare veenland, onder meer in Garmerwolde, monumentale kerken. De anonieme auteur die ons inlicht over de watersnood bij Garmerwolde woonde in het nabije klooster van Witte­ wierum. Hij was waarschijnlijk zelf ooggetuige van de over­ stroming en kende minstens één Garmerwolder edelman bij naam. Deze nobilis Eppo Stithenga trad eenmaal op als be­ schermer van het klooster en was in 1301 getuige toen Duurd Popenga, Richard Rizerda en 22 andere Garmerwolders met het klooster Ten Boer afspraken maakten over het dijkonder­ houd.2 Stithenga, Popenga en Rizerda zijn de vroegste bekende Garmerwolder dorpsnotabelen. We mogen aannemen dat ze kerkten in de monumentale laatromaanse kruiskerk die el­ ders in dit nummer wordt beschreven, want die wordt door bouwhistorici gedateerd tussen 1250 en 1275. Het dorp zelf is vermoedelijk niet veel ouder. Toch was het voormalige veen­ moeras (het ‘woldgebied’) ten noordoosten van Garmerwol­ de al omstreeks het jaar 1000 in cultuur gebracht en be­ woond. Dat Garmerwolde pas in de dertiende eeuw lijkt te zijn ontstaan, heeft te maken met de natte waterstaatsge­ schiedenis van het gebied.

81

Wandelende dorpen Het gebied van de huidige gemeente Ten Boer heette in de Middeleeuwen het ‘Vierendeel’.3 Op de kleigrond die we er nu kennen, lag ruim duizend jaar geleden een dikke laag vrucht­ baar veen. Ten noorden van Ten Boer lag in de tiende eeuw de bewoonde wierde Hemert. Vanaf de elfde eeuw komt de buur­ schap Hemerwolde ten zuidwesten van Hemert in de bronnen voor. 4 In het landschap is nog te zien dat omstreeks die tijd het veenmoeras tussen Hemert en Hemerwolde in cultuur is gebracht door het graven van evenwijdige afwateringssloten. Zo werd het minder nat en dus geschikt voor akkerbouw. De sloten liepen van het noordoosten naar het zuidwesten. Veen heeft een nare eigenschap: als het verdroogt, teert het weg. Daardoor kwam het maaiveld in het ontgonnen

1 Parochies in het westelijk Woldgebied. De kerken aangeven in rood zijn verdwenen; vernatting van het gebied, waarna de bewoners wegtrokken of een nederzetting niet tot wasdom kwam, is hiervoor een van de redenen. De kerk van Heidenschap werd in 1589 afgebroken, de inwoners kerkten daarna in Garmerwolde. Kaart op basis van Roemeling, ‘De “Wolde” parochies’.

1 H.P.H. Jansen en A. Janse, ed., Kroniek van het klooster Bloemhof te Wittewierum (Hilversum 1991) 470-471. 2 Jansen en Janse, Bloemhof 478-479; www.cartago.nl/oorkonde/ogd/0210. 3 Zie voor deze paragraaf W.A. Ligtendag, De Wolden en het water (Groningen 1995), samengevat door R.W.M. van Schaïk in: M.G.J. Duijvendak e.a., red., Geschiedenis van Groningen I. Prehistorie – Middeleeuwen (Zwolle 2008) 138-142. 4 Niet te verwarren met het verderop gelegen Emmerwolde of Lutjewolde (Ligtendag, De Wolden 59 nr. 28).


82

2 Garmerwolde op de manuscriptkaart van W.U. Huguenin, circa 1820. De verkavelingsrichting is noordoost-zuidwest, tot aan het dorp Noorddijk. Collectie Nationaal Archief.

woldgebied steeds lager te liggen. Opnieuw natte voeten dus, maar de ontginners wisten raad: ze verlengden hun slo­ ten en begonnen verderop in het veen opnieuw. Daar werden dan vaak ook nieuwe boerderijen gebouwd. We noemen dit ‘wandelende dorpen’. Zo lijkt bijvoorbeeld Hemerwolde vanuit Hemert in cultuur gebracht. Ook Garmerwolde is pas ontstaan toen de ont­ ginning al een stuk naar het zuidwesten was verplaatst. Mogelijk lag de oudere woonkern ter hoogte van de latere borg Gelmersma ten noordoosten van het dorp.5 Zolang het duurde, was het vruchtbare land erg winst­ gevend. Er was hoe dan ook genoeg geld in het jonge dorp om in de dertiende eeuw een van binnen en buiten rijk ver­

sierde kerk te bouwen. Maar ook in Garmerwolde bleek de economische bloei niet duurzaam. Uiteindelijk vernatte het land weer. Ontginnen verder naar het zuidwesten kon niet, want daar lag het dorp Noorddijk. Het land bij Garmerwolde was de eerste tijd nog bruikbaar als weiland en later als hooi­ land. Door betere organisatie van de waterstaat is de situatie op den duur verbeterd, maar de ‘gouden eeuw’ van het dorp was voorbij. Alleen de monumentale kerk getuigt daar nu nog van. Dr. Kees Kuiken (www.prosopo.nl) is historicus en sinoloog. In Groninger Kerken schreef hij eerder over middeleeuwse pasto­ rieën, memorie- en elitegrafcultuur en de 'Friese tijd' in Visvliet.

5 Aldus H. Feenstra, M. Hillenga en O. Doornbos, Ten Boer: één gemeente, negen dorpen (Bedum 2001) 21. De oudst bekende vermelding van Gelmersma is als ‘gerechtigde heerd’ (herenboerderij) in een klauwbrief van Ten Boer, Garmerwolde en Thesinge uit 1447 (W.J. Formsma e.a., De Ommelander borgen en steenhuizen (Assen 1987) 120).


Ada van Deijk

De kerk van Garmerwolde In 2003 werd de kerk van Garmerwolde overgedragen aan de Stichting Oude Groninger Kerken. Eigenlijk is het een wonder dat deze kerk nog bestaat, want in 1858 dreigde ze gesloopt te worden. Er lagen zelfs al plannen voor nieuwbouw klaar, maar door gebrek aan geld kwam het niet zover. Gelukkig maar, want daardoor kunnen we dit laatromaanse pronkjewail nog altijd bewonderen. Door de eeuwen heen bleef Gaarmwol een dorp van beschei­ den omvang; vandaag de dag telt het zo’n vierhonderdvijftig inwoners. Het is een dorp met een lange bewoningsgeschie­ denis, de eerste bewoners vestigden zich hier vermoedelijk al in de tiende eeuw. In die tijd was er geleidelijk een dik veen­ pakket op de oude kwelderklei ontstaan. Het begrip wolde verwijst naar dat veen, want het betekent ‘moeras’ ofwel ‘zompig bos’. De ontginning van dit woldgebied zorgde er­ voor dat het veen vrijwel geheel verdween, waardoor er een laag kleigebied overbleef. Het land leende zich voor zowel akkerbouw als veeteelt en dat bleef zo in de eeuwen die volg­ den. De strijd tegen het water speelde een grote rol in het gebied dat nu de provincie Groningen vormt. Stormvloeden

teisterden regelmatig de noordelijke kustgebieden. Ook Gar­ merwolde werd erdoor getroffen, de Sint-Maartensvloed in 1686 en de Kerstvloed in 1717 waren de laatste zware over­ stromingen. In 1717 kwam er één inwoner om, werden flink wat huizen verwoest en verdronken er 514 stuks vee.

Weinig florissant De akkerbouw en veeteelt vormden de belangrijkste be­ staansmiddelen. In 1829 noteert meester Gerrit Rijkens (17611840) in zijn schoolmeesterrapport dat er in Garmerwolde ‘voortreffelyke goede koeyen’ zijn ‘die alhier in de schone weiden, goed gedyen.’ Verder meldt hij dat de grond aan de noordkant van het Damsterdiep uit goede en vaste klei be­ staat. En inderdaad is die klei van uitstekende kwaliteit, als

1 Kerk en toren in de jaren 1930 gefotografeerd vanuit het noordwesten. Foto S.J. Bouma, collectie RHC Groninger Archieven (2138-4968).

83


84 2 Litho van de ‘plattegrond en opstand der kerk te Garmerwolde bij Groningen’ en de ‘klokketoren bij die kerk, afzonderlijk staande’. Uit: F.N.M. Eyck van Zuylichem, Les églises romanes du Royaume des Pays-Bas (1858). De auteur bezocht Garmerwolde juist voor de afbraak van het schip in 1859. Collectie RHC Groninger Archieven (1536-3188).

we naar de kerk kijken met haar prachtige, warmrode kloos­ termoppen. De grote stenen zijn naar alle waarschijnlijkheid in de directe omgeving gebakken en de kerk vormt zo een ondubbelzinnig bewijs van de welvaart die in de dertiende eeuw in dit gebied aanbrak. Het gebouw vertegenwoordigt een absoluut hoogtepunt van de bloeitijd van de laatromaan­ se periode, tot voor kort als romano-gotiek aangeduid. De bouwers die in Garmerwolde aan de slag gingen, leef­ den zich uit door de mogelijkheden van de baksteentechniek optimaal te benutten. De muren werden voorzien van ven­ sters en nissen, omgeven door rondstaven en in de nissen zelf kwamen levendige siermetselpatronen. De vrijstaande, robuuste klokkentoren daarentegen, die ten noordoosten van de kerk staat, is sober van opzet. De muren zijn vlak ge­ houden en bovenin bevinden zich rondbogige galm­g aten. Of de toren ouder is dan de kerk, is onduidelijk, in elk geval stamt hij ook uit de dertiende eeuw. Tot 1943 hingen hier twee zeventiende-eeuwse klokken, die toen door de Duitsers gevorderd werden. In de negentiende eeuw werd het bijzondere karakter van deze kerkbouw echter niet goed meer onderkend. Misschien kwam dat in Garmerwolde ook doordat de kerk er toen weinig florissant bij stond. In 1842 meldden de kerkvoogden over de toestand van de kerk: ‘op het onderhoud van de kerk kan veel aangemerkt worden’. Een jaar eerder was de toren weliswaar hersteld, maar de kerk zelf nog niet. Dat laatste gebeurde in 1845, waarna in 1848 een nieuw orgel besteld werd. Het bleef echter tobben met het onderhoud van het ge­ bouw. In 1855 concludeerde de kerkvoogdij dat het gebouw er zo slecht aan toe was dat het gesloopt moest worden. Architect J. Maris (1826-1899) te Groningen leverde een ont­ werp voor een nieuwe kerk aan, maar de kosten ervan vorm­ den een groot probleem. Uiteindelijk zag men daarom van de nieuwbouwplannen af en liet in plaats daarvan het schip van de oude kruiskerk afbreken. Dwarsschip, koor en de vrij­ staande klokkentoren bleven gespaard. Dat men met de in­ greep een bijzonder gebouw definitief verminkte, werd niet beseft. Zeker, er zullen ook mensen geweest zijn die het be­ sluit betreurden, maar zij waren in de minderheid. Verorde­ ningen op het gebied van monumentenzorg bestonden nog niet, waardoor de kerken min of meer vogelvrij waren. Pas enkele decennia later zou deze situatie veranderen, te laat dus voor de kerk van Garmerwolde.

Restauraties

3 Vragenlijst met betrekking tot het onderhoud van de kerk van Garmerwolde, ingevuld op 23 december 1842 door de kerkvoogden. Collectie RHC Groninger Archieven.

Na de afbraak van het schip in 1859 richtte men de ontstane T-vormige ruimte voor de hervormde eredienst opnieuw in. De nieuwe situatie beviel echter matig, zodat in 1886 beslo­ ten werd de dwarsarmen door middel van houten wanden van de middenruimte en het koor te scheiden. Hierdoor werd het ruimtelijk effect nog verder verstoord, een situatie die tot 1941 bleef voortbestaan. In dat oorlogsjaar begon onder leiding van architect A.R. Wittop Koning (1878-1961) een in­


85 4 Wellicht de oudste fotografische opname van de kerk van Garmerwolde, in 1899 gemaakt vanuit het noordwesten. Foto J.G. Kramer, collectie RHC Groninger Archieven (818-3989). 5 Kerk en toren vanuit het zuidoosten. De oostgevel van het koor is rijk gedecoreerd met een reeks boogjes gescheiden door zuilen (deels aangevuld bij de restauratie van 1941-1943). Foto archief Regnerus Steensma.


grijpende restauratie, die drie jaar in beslag zou nemen (zie hierover het artikel van Kees van der Ploeg, elders in dit nummer). Een grote ontdekking vormden de vroeg zestiende-eeuwse schilderingen die tijdens die restauratie tevoorschijn kwa­ men. Na de blootlegging werden ze ingrijpend gerestaureerd. Omdat de pleisterlagen en de schilderingen in de afgelopen decennia sterk waren aangetast, zijn ze in 2013-’14 gerestau­ reerd. Bij deze recente restauratie werden ook het meubilair en de vloer hersteld. Verder is de negentiende-eeuwse kleur­ stelling op banken en orgel teruggebracht: een imitatie in mahoniehout. De scheurvorming als gevolg van de aard­ bevingsschade is eveneens aangepakt.

Rondje om de kerk

86

Zoals gezegd vormt de kerk een fraai voorbeeld van de bloei­ periode van de laatromaanse baksteenbouw. Het gebouw wordt in de tweede helft van de dertiende eeuw gedateerd. Een rondje om de kerk laat een rijke en boeiende muurgele­ ding zien. De muren – behalve die aan de oostzijde, waar van de grond af oprijzende nissen voorkomen – zijn in een bene­ den- en bovenzone verdeeld. In de bovenzone bevinden zich de vensters en de nissen. Ook het schip toonde diezelfde opzet, zo blijkt uit het overgebleven gedeelte van de schip­ muren. De noord- en zuidzijde van de dwarsschiparmen hebben ook nog eens een rijk uitgevoerde topgevel met een klim­ mend rondboogfries dat een aantal nissen met siermetsel­ werk omvat. Bijzonder is de detaillering van de oostgevel van het koor: hier zien we een reeks boogjes die door rode zand­ stenen zuiltjes van elkaar gescheiden zijn. Een aantal zuiltjes dateert van de restauratie in de jaren veertig. De bogenreeks markeert niet alleen de overgang naar de topgevel, maar be­ nadrukt ook dat het hier om het koor gaat, het belangrijkste bouwdeel van de kerk. Zowel bij het dwarsschip als bij het koor komen enkele laag geplaatste vensters voor die aan voormalige altaren herinneren. Een beestenkop aan de noordzijde vormt de uit­ monding van de piscina die zich binnen bevindt. Dit was een nis waar onder meer het liturgisch vaatwerk werd gereinigd. De beestenkop is geen origineel middeleeuws exemplaar, maar werd tijdens de restauratie aangebracht. Het is een ko­ pie van die te Noordwolde, die uit de dertiende eeuw dateert.

Schilderingen van Joannis

6 De vrijstaande toren ten noordoosten van de kerk. Foto archief Regnerus Steensma.

Binnen heerst een serene sfeer, die niet alleen aan de ruimte­ lijke werking te danken is, maar ook aan de schilderingen die de gewelven en bogen sieren. De gehele ruimte wordt door meloenvormige koepelgewelven overdekt, waarbij opvalt dat sommige gewelfribben in het dwarsschip niet rond maar plat zijn. De schilderingen dateren waarschijnlijk uit het begin van de zestiende eeuw. Eronder werden sporen van een rode


7 De kerkklokken, uit 1604 en 1614, werden in 1943 nog één maal geluid, voordat ze werden afgevoerd. Alleen de oudste klok keerde na de oorlog terug. 8 ‘Joannis me fecit’: signatuur op de schildering van de Tenhemelopneming van Maria. Foto Aafje Bouwhuis / Nanon Journée

87


88 9 Schilderingen van de evangelisten met hun symbolen in de viering (het gedeelte waar schip en koor het dwarsschip kruisen): Marcus met leeuw en MattheĂźs met engel. Foto Mark Sekuur, collectie Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. 10 De piscina, het reinigingsbekken voor liturgisch vaatwerk, in de noordmuur van het koor. Foto archief Regnerus Steensma.


saus­laag met vlechtwerkpatronen aangetroffen alsook bak­ steenimitatiepatronen, die kort na de bouwtijd van de kerk werden aangebracht. De zestiende-eeuwse schilderingen laten in het noorde­ lijke dwarsschip scènes uit het leven van Maria (en Christus) zien: de Annunciatie, de Geboorte van Christus, de Aanbid­ ding door de drie koningen, het Sterfbed en de Tenhemel­ opneming van Maria. Wie goed kijkt, ziet bij deze laatste voorstelling een geknielde figuur met een opengeslagen boek. Daarin staat de signatuur van de schilder: ‘Joannis me fecit’ ofwel ‘Joannis heeft mij gemaakt’. In het zuidelijke dwarsschip zijn scènes uit het lijden van Christus verbeeld: zijn Gebed in de hof van Getsemane, Christus voor Pilatus, de Kruisiging en ten slotte de Opstan­ ding. Rondom de sluitringen van de gewelven zijn grote bloemkelken geschilderd. In de viering – het gedeelte waar schip en koor het dwarsschip kruisen – zijn de evangelisten met hun symbolen afgebeeld: Johannes met de adelaar, Lucas met de stier, Marcus met de leeuw en Mattheüs met de engel. Door hun aanwezigheid in het middelste gewelf verbinden zij de Mariacyclus aan de ene zijde en de Christus­ cyclus aan de andere zijde met elkaar. Met hun rol van evan­ gelist benadrukken ze zo de verkondiging van het heil door de Kerk. Waarschijnlijk werden de schilderingen in twee ver­ schillende perioden kort na elkaar uitgevoerd. Op de oost­ wand van het dwarsschip zijn nog een gordijnschildering en enkele wijdingskruisen zichtbaar. Interessant zijn ten slotte de wapenschilden met huismerk en bouwgereedschap op het gewelf in het noorderdwarsschip. De wandgeleding komt met de buitenzijde overeen, waar­ bij opvalt dat de bogen van de oostwanden van het dwars­

89

11 Uitmonding van de piscina aan het noordgevel van het koor. De zand­ stenen beestenkop is een kopie van die aan de kerk van Noordwolde. 12 De preekstoel uit 1740. Foto Duncan Wijting.


90

13 Zeventiende-eeuwse herenbank in het noorderdwarsschip na kleurherstel in 2014. Foto Duncan Wijting.

schip rijker uitgevoerd zijn. Daar stonden dan ook waar­ schijnlijk zijaltaren opgesteld, waaraan de lage vensters er­ boven nog herinneren. In de noordmuur van het koor zijn twee rechthoekige nissen te zien. Een ervan fungeerde als sacramentsnis, een muurkast waarin de geconsacreerde hostie werd bewaard. De dubbele sponning wijst daarop, want die maakt duidelijk dat deze nis met een deurtje dan wel traliewerk kon worden afgesloten. Oostelijker bevindt zich, verscholen, in deze wand nog de piscina, een reinigingsbek­ ken voor het liturgisch vaatwerk.

Meubilair Van het meubilair verdienen de kansel in de viering en de he­ renbank in het noorderdwarsschip de aandacht. De kansel dateert uit 1740 en is geplaatst tegen de westwand van de

viering. Deze wand ontstond nadat in 1859 het schip van de kerk was afgebroken. De panelen van de kanselkuip tonen snijwerk van bloemen en linten. De leuning van de kanseltrap is aan de onderzijde met een gordijn versierd dat door twee touwen wordt opgehouden. Het klankbord is niet oorspron­ kelijk. In het noorderdwarsschip staat een zeventiende-eeuwse herenbank. Het opzetstuk laat de wapens van het echtpaar Bernard Julsingh en Decia Heinsius zien. Zij erfden in 1665 de borg Gelmersma, ooit ten noordoosten van het dorp gelegen. Het fraaie snijwerk – met zwanen, dolfijnen en rozen – is verwant aan het snijwerk van de kansel in de Nieuwe Kerk te Groningen. Jammer genoeg is de snijder van dit werk on­ bekend, maar wel staat vast dat het omstreeks 1669 ver­ vaardigd is.


91

Bernard Julsingh was collator en kerkvoogd in de kerk. Tus­ sen 1667 en 1670 kocht hij vele rechten op, waardoor hij de invloedrijkste man in Garmerwolde werd. Ook de andere borg bij Garmerwolde, de Tackenborg, kwam in zijn bezit. Daarmee verdween de heersende positie van de familie De Mepsche. Later bleek Julsingh niet van onbesproken gedrag te zijn geweest: hij had land verkocht dat eigendom van de kerk was, maar de opbrengsten ervan in eigen zak gestoken. Het voormalige koor wordt volledig gedomineerd door het orgel. In 1848 kreeg P. van Oeckelen (1792-1878) van de kerk­ voogden – dezelfde heren die in 1842 de kerk in slechte staat achtten – de opdracht een nieuw orgel te bouwen. Het instru­ ment, dat zich op een galerij bevindt, werd in 1851 opgele­ verd. Tot dan bezat de kerk een bijzonder orgel uit het tweede kwart van de zestiende eeuw, dat in opdracht van de toen­ malige abt van Aduard was vervaardigd. Rond 1850 werd dit

instrument beschreven als ‘een alleszins bezienswaardig, doch nu aanmerkelijk vervallen orgel. Dit was voorzeker in die dagen een meesterstuk, zoo als men zelden in eene kerk te lande, aantrof.’ Ondanks deze lovende woorden besloot men het instrument door het imposante orgel van Van Oecke­ len te vervangen. Sinds kort heeft het instrument weer zijn oorspronkelijke kleurstelling terug.

Kout en styf In de kerk liggen en staan bezienswaardige grafzerken, maar de meest curieuze grafsteen is toch wel die van Hermannus Sebastiani (1577-1672) die bijna vijftig jaar predikant in Gar­ merwolde was. Hij begon zijn loopbaan in Siddeburen, daar­ na kwam hij naar Garmerwolde om er niet meer weg te gaan. Hij was hier de derde predikant na de Reformatie en spande zich in voor de opbouw van de kerkelijke gemeente. Al in 1614


lijk hoe deze tekst moet worden opgevat. Het gaat hier niet om stiekeme jaloezie en ook verkneukelde de schrijver zich niet over de trouwlustige dominee. Wat vooral in deze tekst tot uitdrukking komt, is het besef van de vluchtigheid van het leven. Het rijmdicht legt de nadruk op inkeer en zondebesef. Alles is ijdelheid oftewel vergankelijk, zo luidt de boodschap van deze grafzerk. De medaillons op de hoeken van de zerk versterken die gedachte ook nog eens: de hoeken bovenin tonen een jongeling en een oude man, terwijl de medaillons onderin een zandloper en een doodshoofd laten zien, symbo­ len van de vergankelijkheid van het leven. Wellicht zien we hier al een vroege uiting van het toen opkomende piëtisme, dat een vrome levenswandel en een meer gevoelsmatig ge­ loof voorstond. Al met al blijkt de kerk van Garmerwolde niet alleen een bij­ zonder gebouw, omdat ze een hoogtepunt vormt binnen de kerkelijke architectuur van de dertiende eeuw, maar ze boeit ook door het gedachtegoed dat terug te vinden is in de schil­ deringen, het meubilair en de grafzerken. De restauratie van het afgelopen jaar zorgde letterlijk en figuurlijk voor een nieuwe kleuring, gebaseerd op historisch bronnenmateriaal. Het maakt duidelijk dat geschiedenis nooit als voltooid verle­ den tijd kan worden beschouwd.

Belangrijkste literatuur

92

14 De grafzerk van Hermannus Sebastiani (1577-1672).

kwam zijn naam voor op een klok die hij samen met de toen­ malige collator en kerkvoogden schonk en die tot 1943 in de vrijstaande toren hing. Sebastiani was een gewaardeerd dominee, al komt dat niet zo tot uitdrukking in de tekst op zijn grafzerk die naast de ingang tegen de zuidmuur van het zuiderdwarsschip staat opgesteld. Weliswaar meldt het bovenste gedeelte hoe oud de pastor werd en hoe lang hij zijn ‘predighampts’ vervulde, maar het rijmdicht eronder belicht vooral een ander aspect: het feit dat hij maar liefst zesmaal trouwde. Toen Sebastiani in 1672 op 95-jarige leeftijd overleed, werd hem de volgende verzuchting in de mond gelegd: ‘Wat is wereldts vals bedryf, ick bracht ‘t aen ‘t 6 wyf en meende ‘t waer gewonnen. Nu ben ick kout en styf, hier onder leght myn lyf, als van de doodt verslonnen.’ Voor de moderne lezer is niet direct duide­

Y. Botke, ‘Inventaris van de archieven van de hervormde ge­ meente te Garmerwolde (1615-1964)’, Stuk 233, in: Archie­ venoverzicht Groninger Archieven, Groningen. Zie website: http://www.groningerarchieven.nl/onderzoek/archieven­ overzicht Wija Friso, ‘Vogels en bloemen in hout. De preekstoel in de Nieuwe kerk in Groningen en een opzetstuk met wapens op een bank in de kerk van Garmerwolde’, Groninger kerken 11 (1994) nr. 1, 20-24. M.D. Ozinga, De provincie Groningen, eerste stuk: Oost-Gro­ ningen (=De Nederlandsche monumenten van geschiedenis en kunst VI) (’s-Gravenhage 1940). Kees van der Ploeg, ‘Samenhangende beeldprogramma’s in Groninger kerken’, in: Rolf-Jürgen Grote en Kees van der Ploeg (red.), Muurschilderkunst in Nedersaksen, Bremen en Groningen, Vensters op het verleden (Groningen, 2001) 117122. Zie ook de catalogus hiervan: 69-71. Wendelien van Welie-Vink, ‘Mariacycli in de kerken van Lop­ persum en Garmerwolde’, Groninger kerken 27 (2010) nr. 2, 42-55.

Drs. Ada van Deijk studeerde Nederlands M.O. en kunst­ geschiedenis aan de Universiteit Utrecht. Ze specialiseerde zich in de middeleeuwse kerkelijke architectuur waarover zij regelmatig publiceert. Vooral de middeleeuwse kerken in Groningen hebben haar bijzondere aandacht.


De Stichting

juli 2015

In deze aflevering van ‘De Stichting’ leest u over het werk van de Stichting Oude Groninger Kerken en vindt u een selectie van de vele activiteiten in en rondom de Groninger kerken.

Bedevaart voor (A)theïsten III

Toch iets anders dan naar de kapper of het café. Veel mensen die een oude

Groninger kerk bezoeken, zeggen een soort van spirituele ervaring te hebben. Ook niet-gelovigen. Ze worden ‘geraakt’ door iets. ‘Opgetild’. Of ‘teruggevoerd in de tijd’. Groninger Kerken volgde een aantal van hen op hun ‘bedevaart’. Deze editie Marjoleine de Vos.

Marjoleine de Vos over het geluk van iets per ongeluks Interview: Frans Visser Marjoleine de Vos neemt me mee naar Tinallinge. Ze wil het slingeruurwerk laten zien dat hier lang geleden, mogelijk op aanwijzing van Christiaan Huygens, door een lokale smid is gemaakt. Het staat echter niet op de plek die ze zich herinnerde. Samen doorzoeken we de kerk. Via een houten trap komen we uiteindelijk in de bovenste regionen van de toren. Het is er aardedonker. Met het licht van mijn iPhone speuren we de ruimte af. Geen slingeruurwerk. We geven de zoektocht op. Marjoleine de Vos. Foto Jelte Oosterhuis.


zelfs ronduit onbeholpen. De tekeningen waren helemaal niet bedoeld om de eeuwen te trotseren. Daardoor is het of je de maker betrapt, ja, misschien is dat wel het geheim van de historische beleving. Misschien moet het iets per ongeluks hebben. Als muziek die uit een open raam komt en die je in het voorbijgaan overvalt.

Gerrit Krol Wat moet je doen voor zo’n historische beleving? De Vos: ‘Kennis helpt, denk ik. Twintig jaar geleden wist ik niet eens dat deze oude kerken nog bestonden. Een vriend had het over het dertiende-eeuwse kerkje in zijn dorp. Ik zei, je vergist je zeker. Maar hij vergiste zich niet. Basiskennis geschiedenis is dus wel handig. Ik had het geluk dat Gerrit Krol mij een jaar of vijftien geleden meenam voor een rondje langs enkele kerken. Ik woonde hier nog niet. Alles was zo anders dan in Holland, waar ik vandaan kwam. Je hebt mensen nodig die je op weg helpen, die je op bepaalde details wijzen. Langzaam maar zeker ga je meer zelf zien. Je moet het natuurlijk wel willen zien. Enige ontvankelijkheid kan ook geen kwaad.’

Prediker Marjoleine de Vos bij de kerk van Tinallinge. Foto Jelte Oosterhuis.

‘Wacht, ik heb nog iets anders’, zegt ze als we de trap weer afdalen. ‘Om het goed te maken.’ In de ruimte links van de ingang opent ze twee grote kastdeuren. Er komt geen kast tevoorschijn maar een wand met oud pleisterwerk, waarop primitieve tekeningen zijn te zien. Ze legt uit: ‘Die tekeningen stammen uit de Tachtigjarige Oorlog. Ze zijn van soldaten die hier waren gebivakkeerd. Ze kwamen tevoorschijn na de laatste renovatie. Je kunt niet eens meer zien wat ze er precies hebben opgekrast, of waar het voor bedoeld was, en toch voelen die soldaten zo dichtbij. Je trekt een deur open en baf, je kijkt opeens vier eeuwen terug in de tijd ... Tenminste zo werkt dat bij mij.’

Tijdmachine Even later zitten we op een bankje uit de wind, in de lentezon. Marjoleine de Vos is dichter en NRC-redacteur. In die volgorde? ‘In willekeurige volgorde’, zegt ze. ‘Nou ja, dit is metrisch beter.’ We praten over de historische beleving. De Vos: ‘Zo’n kerk is een tijdmachine. Neem de muur waar we voor zitten, die kloostermoppen! Die verplaatsen je toch meteen naar de tijd dat alles behalve deze kerk nog van hout was? Of neem dit hele dorp. Het kost geen enkele moeite je voor te stellen hoe het hier een eeuw geleden was. Met finesse heeft het niets te maken. Er zit weinig franje aan deze kerk. De soldaten­ tekening, die de beleving misschien wel het sterkst opriep, is

Marjoleine de Vos heeft vijftien jaar geschreven over koken en eten. Een generatie NRC-lezers ging door haar anders tegen deze alledaagse, aardse bezigheden aankijken. Eten kreeg iets dartels en verhevens tegelijk. Regelmatig doken er lokale ingrediënten op in haar kolommen. Onwillekeurig ontpopte ze zich als een soort ambassadrice van het Noorden. Daarnaast ging en gaat het over levensbeschouwing en levenskunst. Ik confronteer haar met een uitspraak die ze in een ander interview heeft gedaan: Doe wat je hand te doen vindt (Prediker 9:10). De Vos: ‘Ik ben niet gelovig, ik wil ook niet zeggen dat dit mijn lijfspreuk is. Maar eerlijk is eerlijk, in Prediker wordt het gewoon heel mooi gezegd. Dingen krijgen nu eenmaal pas betekenis als ze goed worden gezegd. Zonder betekenis wordt alles plat. Wat Prediker bedoelt? Iets als: ga aan het werk, doe je best! Volgens mij gaat het in het leven inderdaad om doen, zelf doen, liefst met een beetje aandacht en plezier. Jij zult nooit precies aan de lezer kunnen uitleggen hoe we hier tegen de kerk van Tinallinge hebben gezeten. Want dan moet je bijvoorbeeld ook uitleggen dat het gras daar, aan de overkant van de begraafplaats, net wat langer is en een beetje doorbuigt onder zijn eigen gewicht, waardoor het zonlicht anders wordt weerkaatst en er kleine lichtjes in schitteren ...’ Zelf gaan dus.


D e k e r k a l s p odium

In alle kerken die de Stichting Oude Groninger Kerken beheert, worden bijzondere activiteiten aangeboden. In deze rubriek lichten we een aantal daarvan uit. Voor een compleet en actueel overzicht kunt u terecht op www.groningerkerken.nl/agenda. Geen beschikking over internet? Neem dan contact op met het secretariaat van de Stichting. De medewerkers kunnen u van een papieren agenda voorzien.

Pastorie en kerk van Leegkerk. Foto Creative Commons/Hardscarf.

Symposium Vijf eeuwen protestantse pastorie Op 9 en 10 oktober organiseert de Stichting Oude Groninger Kerken in samenwerking met de Faculteit Godgeleerdheid en Godsdienstwetenschap van de Rijksuniversiteit Groningen in Leegkerk een tweedaags symposium over vijf eeuwen protestantse pastorieën in Noord-Nederland. Dit initiatief vindt plaats in het kader van Refo500, een gedenkplatform voor 500 jaar Reformatie, en het Van Tuikwerd-fellowship, dat tot doel heeft onderzoek naar het kerkelijk erfgoed in Groningen te stimuleren. De vaak monumentale ambtswoning van de predikant heeft een bijzondere rol gespeeld in de geschiedenis, onder meer als een culturele broedplaats: niet alleen werd er in de pastorie gelezen en gestudeerd, ook werd er wetenschap bedreven, evenals occultisme, en er werd literatuur en poëzie geproduceerd. In het verleden waren veel pastorieën tegelijk kleine boerderijen, later werd op veel plaatsen een grote landschapstuin aangelegd. Door de eeuwen heen was de pastorie steeds in een waas van mysterie gehuld. Tijdens dit symposium wordt duidelijk wat zich al die eeuwen achter de muren heeft afgespeeld. Ook is er aandacht voor de toekomst van de pastorie, die door de voortschrijdende ontkerkelijking in veel gevallen onzeker is geworden. Op het programma (zie www.groningerkerken.nl of www. ivcce.nl) staat een tiental lezingen door prominente onderzoekers. De eerste dag wordt afgesloten met een exclusieve lezing door theologe en ‘pastoriekind’ Jacobine Geel over het

bijzondere karakter van het leven in de pastorie. Op de tweede dag vindt een middagexcursie plaats langs drie interessante pastorieën in het Groningerland. De kosten voor deelname aan dit tweedaagse symposium bedragen ¤ 60,- (niet-donateurs betalen ¤ 75,-). Inbegrepen zijn toegang tot alle lezingen, koffie/thee en lunch op beide dagen en de excursie onder deskundige leiding. U kunt zich opgeven via de bon in het midden van dit tijdschrift. Wacht u er niet te lang mee, het aantal plaatsen is beperkt!

Peter de Grote Festival Het Peter de Grote Festival is het grootste kamermuziek­ festival van Noord-Nederland. In de tien dagen lang durende concertserie worden er circa 50 concerten georganiseerd, waar (inter)nationaal gerenommeerde musici veelzijdige programma’s uitvoeren. Ook in de kerk van Leegkerk is op zondag 19 juli een concert in het kader van dit festival, ‘Muziek en Poëzie’. Dichter Remco Ekkers draagt voor uit eigen werk en cellist Jan-Ype Nota zal hem muzikaal bege­ leiden. Meer informatie: www.peterdegrotefestival.nl.

Culturele zondagen in Leegkerk Ook in 2015 organiseren Bijzondere Locaties Groningen en de Culturele Onderneming weer Culturele Zondagen in de kerk van Leegkerk. Tijdens deze middagen komen zeer uiteenlopende onderwerpen aan bod. Kijk voor meer informatie in de agenda van BLGroningen: www.blgroningen.nl/ agenda.


D e k e r k a l s p odium

De kerk van Niebert, een van de locaties van Kunst in Kerkenpad. Werk van Joke Frima, te zien in de kerk van Marum.

Foto Omke Oudeman.

Kunst in Kerkenpad in het Westerkwartier

nen en buiten.’ Uw foto’s kunt u insturen via www.groningerkerken.nl/fotowedstrijd. Daar is ook alle deelname-informatie te vinden, als ook een overzicht van alle kerken in het bezit van de SOGK.

Wandelen, fietsen of toeren langs vijf middeleeuwse kerken met prachtige kunst. Dat kan in de maand juli op elke vrijdag, zaterdag en zondag, steeds van 13.30-17.00 uur. Deelnemend zijn de volgende kerken/kunstenaars: Tolbert/ Michiel Schrijver, Niebert/Yvonne de Hoop, Nuis/Joke Frima, Marum/glaskunst uit Tsjechië en Polen, Noordwijk/Theo Onnes. Galerie ROESD, gelegen op de route tussen de kerken van Tolbert en Niebert, fungeert als pleisterplaats. Van de exposerende kunstenaars zijn hier giclée’s (hoogwaardige reproducties) te bezichtigen én te koop. Er is een fietsroute beschikbaar, zodat u in het prachtige coulisselandschap van het Zuidelijk Westerkwartier van kerk naar kerk kunt fietsen. Rond iedere kerk bevinden zich ook gemarkeerde wandelroutes.

Fotowedstrijd: herhaalde oproep U kunt nog tot 16 augustus uw foto’s uploaden om kans te maken op plaatsing op onze kerkenkalender 2016. En o ja, er zijn natuurlijk ook leuke prijzen te winnen. Iedereen mag meedoen, donateur of niet, als het maar een foto is of foto’s zijn van SOGK-kerken. Het thema is dit jaar: ‘De kerken bin-

ZomerJazzFietsTour Op zaterdag 29 augustus gaat de 29ste editie van de ZomerJazzFietsTour van start. Langs een prachtige route door het Reitdiepgebied ten noordoosten van Groningen kan een keus gemaakt worden uit concerten in middeleeuwse kerken en in boerenschuren. Volgens beproefd recept kan de per fiets de nieuwe jazz worden verkend. Meer informatie: www.zjft.nl

Pelgrimeren in Noord-Groningen Te voet beleef je de wereld zoals de meeste mensen die ooit voor ons hebben geleefd. Wandelen wordt ook wel het tempo van de ziel genoemd. Met deze eigentijdse pelgrimage over historische paden leggen we afstanden af van 5-8 km per keer en bezoeken we minimaal één middeleeuwse kerk per route. Wandel op de zondagmiddag met ons mee tijdens de maandelijkse pelgrimstochten door Noord-Groningen. Voor agenda en aanmelding: www.groningsepelgrimage.nl/ programma-2015/


Open Monumentendag De Open Monumenten Dag, waarop traditiegetrouw ook de nodige kerken hun deuren openstellen, vindt dit jaar plaats op zaterdag 12 en zondag 13 september. Het thema dit jaar is ‘Kunst en ambacht’. Kijk voor uitgebreide informatie op www.omd.nl.

Schrijver in de kerk Naar beproefd recept, maar een nieuwe locatie: de komende editie van Schrijver in de kerk vindt op zondag 4 oktober plaats in de juist gerestaureerde en verbouwde kerk van Klein Wetsinge (Valgeweg 12). Bij het ter perse gaan van dit blad was de naam van de literaire gast nog niet bekend; kijk voor recente informatie op www.groningerkerken.nl. Aanvang: 15.00 uur (kerk open 14.30 uur).

Lutje Marten Toonder in Breede

In navolging van de succesvolle expositie ‘Ode aan Tinge’ in de kerk van Hornhuizen, organiseert Landmerken nu een expositie in de kerk van Breede. Het thema, ‘Een van de zonen van het dorp’, wordt hier ingevuld met Marten Toonder sr. (1879-1965) die opgroeide bij zijn grootouders in Warffum. Dit huisje aan de Westervalge is het ankerpunt van het boek Eiland in de verte dat hij samen met zijn zoon Jan Gerhard schreef. Lutje Marten Toonder ging naar het schooltje in Breede. In de kerk aldaar zijn herinneringen uit zijn jeugd te zien en ook wordt er een aantal (rand)activiteiten georganiseerd. Leuk is ook de Marten Toonderwandeling, 6 kilometer Toon‘Lutje’ Marten Toonder (1879-1965), middelpunt van de Landmerken-expositie in Breede.

Carlijn Renders, ‘Enode’.

derherinneringen. De routebeschrijving is verkrijgbaar in de kerk en bij de SOGK. De tentoonstelling in de kerk van Breede is in het weekend geopend van 13.00-17.00 uur, de toegang is gratis. Op overige dagen haalt u de sleutel bij het sleuteladres. De tentoonstelling is te zien van zaterdag 12 september t/m zondag 11 oktober 2015. Voor meer informatie: www.landmerken.nl.

3 x 3 in de Remonstrantse kerk ‘Een nieuwe gelegenheid om je werk te laten zien’. Met deze uitnodiging benaderden Minke van der Velde en Geert La­ meris een aantal beeldend kunstenaars om werk tentoon te stellen in de BLOB: de aanbouw van de Remonstrantse kerk aan de Coehoornsingel in Groningen. Een aantal van de genodigde kunstenaars kenden Geert en Minke van eerdere activiteiten als het festival Terug naar het begin, de Tuin & Kunst Tiendaagse en het project Spolia rond de tiende sterfdag van dichter C.O. Jellema. Het aantal kunstenaars, de meesten zijn afgestudeerd aan de Academie Minerva in Groningen, werd uitgebreid met enkele enthousiaste collega’s. Samen maakten zij kennis met de BLOB en waren onder de indruk van de mogelijkheden. Het licht, de bijzondere indeling en ruimte, inspireerden tot deelname. Vanaf medio mei kunt u kennis maken het concept 3 x 3: drie maanden, drie kunstenaars, drie verdiepingen. Het werk van Carlijn Renders, Faisel Saro en Antonia Rehnen is tijdens kantooruren te bezichtigen. Maar kijk ook op de websites van de kunstenaar en zie hoe verrassend hun werk is. Ga daarvoor naar carlijnrenders.com, faiselsaro.com en antonia­ rehnen.com. Locatie: Remonstrantse kerk Groningen, Coehoornsingel 14, Groningen. Open op werkdagen van 9.0016.30 uur, gratis entree; graag even aanbellen.


D e k e r k a l s p odium

D igi ta a l Digitaal A4’tje Om het probleem te ondervangen van mensen die graag Groninger kerken bekijken, maar slechts over weinig tijd beschikken en toch niks van een kerk willen missen, vindt u in een aantal van onze kerken een A4’tje met daarop een plattegrondje met de highlights. Deze worden in overleg met de plaatselijke commissies opgesteld en vervolgens maken wij (volgens een vast format) een dergelijk tweezijdig A4’tje. Even plastificeren en klaar! Maar in het digitale tijdperk hebben we ook een soort App ontwikkeld waarmee u door een QR-code met de smartphone te scannen dezelfde in­ formatie krijgt, en meer. Zo kunt u bijvoorbeeld nu ook een korte in­leiding over de kerk beluisteren of het orgel horen spelen. In onze pilotkerk Vierhuizen kunt u zelfs de luidklok horen.

Het interieur van de kerk van Zuurdijk. Foto Jan Hovinga.

Hogelandsymfonie – 24 uur muziek in Zuurdijk Het ziet er feestelijk uit in Zuurdijk. Het kerkje is mooi uit­ gelicht. Tussen de kerk en de bomen rondom de kerk is een installatie gemaakt van blauw textiel en kleine geluidsspeakers. Rondom en in de kerk beland je in een fantasie­ wereld van klank. In de kerk hoor je het orgel, maar het geluid wordt live opgenomen en bewerkt. Zoals een elektrisch gitarist zijn snaargeluid met effecten verandert, wordt nu het orgelgeluid van Zuurdijk vertraagd, herhaald en veranderd. Soms lijkt het rockmuziek, dan weer jazzy, dan weer klassiek. Muzikanten zwerven rond en door de kerk, net als het publiek, door een landschap van klank. Het orgelgeluid klinkt overal subtiel door en vermengt zich met de omgeving. De Hogelandsymfonie duurt 24 uur en begint op zaterdag 22 augustus om 16.00 uur. De symfonie is gemaakt om doorheen te wandelen; om je van het geluid in de kerk naar het geluid om de kerk te bewegen. Driemaal bereikt de symfonie een climax: zaterdagavond rond 21.00 uur, zondagochtend rond 7.30 uur een vroege vogelconcert en zondagmiddag rond 14.00 uur. Na afloop van het vroege vogelconcert is er een molenontbijt. Opgave noodzakelijk. Organist en componist Jacob Lekkerkerker, bedenker van de symfonie, is onderscheiden met onder andere de Sweelinck-Mullerprijs, de Jur Naessens Muziekprijs en de Schnitgers Droomprijs voor innovatieve projecten met het orgel. Greetje Bijma is een zangfenomeen met inmiddels een grootse carrière achter zich die haar bracht tot in Carnegie Hall. Oene van Geel is een begenadigd altviolist en onder meer winnaar van de Boy Edgarprijs, Alfredo Genovesi ten slotte is een elektronisch muzikant uit de Amsterdamse underground scene, die de afgelopen jaren wereldwijd optrad als muzikaal begeleider van moderne dans. De Hogelandsymfonie is een initiatief van de plaatselijke Commissie Zuurdijk, Stichting Oude Groninger Kerken en Dorpsbelangen Zuurdijk: www.zuurdijk.org

Levensverhalen online Op 5 mei werd de synagoge van Appingedam na restauratie en verbouwing in gebruik genomen. Een van de nieuwe onderdelen vormt de boekenkast met 56 levensverhalen – persoonlijke boeken over Joodse Damsters. Onderzoek hiervoor werd gedaan door kunsthistorica Benthe van Aalst. In totaal zijn er 93 levensverhalen geschreven. Deze zijn alle te lezen op de website www.synagogeappingedam.nl. Het is heel goed denkbaar dat u bij het lezen van de ver­ halen aanvullende informatie heeft. De verhalen zijn open en mogen verder groeien. Wanneer u over relevante infor­ matie beschikt, kunt u dan een mailtje sturen naar: info@ synagogeappingedam.nl. De kast met levensverhalen in de synagoge van Appingedam.


E xcur s ie s

Schnitger in Groningen Arp Schnitger geniet bij veel orgelliefhebbers een cultstatus. Zijn werk was en is van grote invloed op orgelmakers en organisten. Wat maakt zijn instrumenten zo inspirerend, soms zelfs dwars door latere stilistische veranderingen heen? De Stichting Oude Groninger Kerken is bijzonder trots dat zij vijf belangrijke instrumenten van deze vermaarde Europese orgelbouwer mag beheren en laten klinken. In 2014 schreef Cees van der Poel het boekje Naam & Faam – Vijf Schnitgerorgels in Groningen en daarom organiseert de SOGK op vrijdag 9 oktober een begeleide orgel­ excursie naar een aantal van deze orgels in Groningen. Zo komen we onder andere in Uithuizen, Godlinze en Eenum. Deze drie orgels worden uitgebreid beschreven in boven­ genoemd boekje, maar ze met eigen ogen zien en vooral met eigen oren horen, is natuurlijk een heel ander verhaal. Cees van der Poel en een van de leden van onze orgel­ commissie begeleiden deze tocht. Prijs: ¤ 37,50 niet-donateurs SOGK en donateurs SOGK ¤ 30,00. (inclusief lunch). Start Hoofdstation Groningen 10.30 uur, retour daar circa 17.00 uur. Opgave via info@groningerkerken.nl, telefonisch op 050 - 312 35 69 of via het antwoordkaartje in het midden­ katern van dit tijdschrift.

Het Schnitgerorgel (1704) in de kerk van Eenum. Foto’s Omke Oudeman.


Wink e l Donateurs krijgen 20% korting op alle artikelen uit onze (web) winkel. Bezoek onze webwinkel via www.groningerkerken.nl/winkel om het totale aanbod te bekijken.

Groninger Kleibossen – groene parels in het agrarische cultuurlandschap Kleibossen zijn vanaf de jaren zeventig van de vorige eeuw aangeplant op diverse locaties in het kleigebied van Noord-Groningen. Inmiddels zijn de oudste bossen circa 40 jaar oud. Ze hebben zich ontwikkeld tot gevarieerde en structuurrijke bossen met een rijke flora- en fauna. Albert-Erik de Winter struint al ruim tien jaar door deze bossen om de soortenrijkdom vast te leggen. In het boek Groninger Kleibossen – groene parels in het agrarisch cultuurlandschap deelt hij zijn kennis. Het boek bevat informatie over het rijke planten- en dierenleven, de (cultuur)historie en de recreatieve betekenis van de Groninger kleibossen en is voorzien van fraaie natuur- en landschapsfoto’s. Een aantal ommetjes nodigt de lezer uit ook zelf op onderzoek te gaan en te ontdekken hoe mooi de kleibossen zijn. Prijs ¤ 15,00 (donateurs 20% korting)

De wandelaar is een weeskind van de romantiek Wie zich even wil bevrijden uit de houdgreep van de beschaving, trekt zijn wandelschoenen aan. Al na een paar stappen voelt hij het juk van zijn schouders glijden en maakt een gevoel van vrijheid zich van hem meester. Het wandelen is in korte tijd geweldig populair geworden. Maar ook vroeger maakte men graag voettochten en misschien wel om dezelfde redenen: men wilde de stad ontvluchten en zich in een decor van bossen, akkers en beekjes ontspannen en bezinnen. In deze uitgave geeft Gerrit Jan Zwier – zelf een enthousiast wandelaar – amusante en leerzame verslagen van zijn uitstapjes en omzwervingen door de noordelijke vier provincies van Nederland. Geregeld slaat hij een zijpad in naar het werk van grote natuurvrienden als Jac.P. Thijsse en dominee Craandijk, maar ook eigentijdse flierefluiters en dwaallichten passeren de revue. Prijs ¤ 16,50 (donateurs 20% korting)

Het Groningen Boek Het Groningen Boek geeft een kleurrijk beeld van het rijke verleden van de stad, de provincie en de Groningers. Aan de hand van tien thema’s, waaronder land en water, stad, werk, ontspanning en religie, worden stad en lande op illustratieve en herkenbare wijze in beeld gebracht. Het is een toegankelijk en handzaam bladerboek dat de lezer meevoert naar typisch Groninger zaken uit heden en verleden. De ‘Olle Grieze’, de heilige Walfridus van Bedum, het peerd van ome Loeks, rode bakstenen kerken, dichter des vaderlands Driek van Wissen, gasboringen, Bommen Berend en herenboerderijen. Het boek beschrijft vele aspecten van het weidse landschap rondom ‘ain wondre stad’. Kortom, er gaat niets boven Groningen. Prijs ¤ 14,95 (donateurs 20% korting)

Dat tere leven – Verildis Reeks 7 De Verildis Reeks is een initiatief van Stichting Oude Groninger Kerken. In deze reeks verschijnen teksten die onderdeel waren van culturele evenementen, door de Stichting georganiseerd. Dat tere leven is geschreven door Pauline Broekema. Zij sprak de lezing uit bij de heropening van de synagoge in Appingedam op 5 mei 2015. Prijs ¤ 4,00 (donateurs 20% korting) Zo bestelt u: elders in dit tijdschrift vindt u de bestelkaart van onze winkel. Vul deze in, plak er een postzegel op en doe deze op de bus. U ontvangt uw bestelling dan zo snel mogelijk thuis. Verzend- en administratiekosten zijn ¤ 5,- per bestelling. Bij uw bestelling zit een nota voor uw betaling. De inkomsten komen ten goede aan de Stichting Oude Groninger Kerken. Wanneer u meer informatie wilt over uw bestelling kunt u contact opnemen met het bureau van de Stichting, (050) 312 35 69. Alle uitgaven zijn ook te koop via onze webwinkel: www.groningerkerken.nl/winkel


Orgelexcursie Schnitger in Groningen

Symposium Vijf eeuwen protestantse pastorie

vr 9 oktober

vr 9 en za 10 oktober

(a.u.b. aankruisen)

naam 

m v

naam 

adres

adres

postcode

postcode

woonplaats

woonplaats

e-mail

e-mail

telefoonnummer

telefoonnummer

, van wie  donateurs

Totaal aantal personen niet-donateurs en

Kosten voor donateurs ¤ 30,- en voor niet-donateurs ¤ 37,50 (inclusief lunch).

(a.u.b. aankruisen)

m v

Ik geef me/ons op voor 9-10 oktober

, van wie  donateurs

Totaal aantal personen niet-donateurs en

Kosten voor donateurs ¤ 60,- en voor niet-donateurs ¤ 75,-.

bestelkaart

Xxxik word donateur Poëziemarathon ja, met de bus Xxx do januarivan cultureel erfgoed in Groningen is ook mij Het30 behoud

Ik bestel:

(a.u.b. aankruisen)

veel naamwaard. 

Groninger Kleibossen – groene parels in het agrarische cultuurlandschap Prijs ¤ 15,00 (donateurs 20% korting) aantal

m v Daarom word ik donateur van de Stichting Oude Groninger Kerken. adres De minimale donatie bedraagt ¤ 17,50 per jaar. Het eerste jaar ontvang ik het tijdschrift Groninger Kerken postcode gratis. Ik wacht met betalen op de nota. woonplaats

(a.u.b. aankruisen)

De wandelaar is een weeskind van de romantiek Prijs ¤ 16,50 (donateurs 20% korting) aantal

naam  e-mail adres

m v

Het Groningen Boek Prijs ¤ 14,95 (donateurs 20% korting) aantal

woonplaats Totaal aantal personen , van wie donateurs ik reserveer  2-persoonskamer(s) e-mail Kosten. ik reserveer  1-persoonskamer (s) (toeslag  40,00 p.p.p.k.) geboortedatum

Dat tere leven – Verildis Reeks 7 Prijs ¤ 4,00 (donateurs 20% korting) aantal

telefoonnummer postcode

De kosten bedragen ¤ 192,50 p.p. dit is inclusief busreis, telefoonnummer overdag / ’s avonds overnachting, lunch, koffie/theepauzes, entree museum en rondleiding(en). Het diner is voor eigen rekening. Deze busexcursie is exclusief voor donateurs bedoeld.

vul a.u.b. ook de achterzijde in


Stichting Oude Groninger Kerken Coehoornsingel 14 9711 bs Groningen

Stichting Oude Groninger Kerken Coehoornsingel 14 9711 bs Groningen

Plak hier uw postzegel

Plak hier uw postzegel

bestelkaart

î Žm î Žv naam 

adres

postcode

woonplaats

handtekening

telefoonnummer overdag

Plak hier uw postzegel

Plak hier uw postzegel

Stichting Oude Groninger Kerken Coehoornsingel 14 9711 bs Groningen

Stichting Oude Groninger Kerken Coehoornsingel 14 9711 bs Groningen

e-mail


Me di at he e k

De mediatheek is toegankelijk voor een breed publiek: voor donateurs van de stichting, voor leerlingen of studenten die informatie zoeken voor werkstuk, spreekbeurt of scriptie,

Garmerwolde Over sommige kerken van de Stichting is in de mediatheek bedroevend weinig documentatie is te vinden. Daartoe behoort de kerk van Garmerwolde bepaald niet. ‘Uitgebreid zoeken’ op plaatsnaam in de online catalogus van de mediatheek levert 73 hits op. Het overgrote deel betreft beeld­ materiaal en het geschrevene heeft vooral betrekking op restauratie en op de vele muur- en gewelfschilderingen in de kerk. Een selectie. Als eerste een ‘gouwe ouwe’, letterlijk en figuurlijk want dit restauratiedagboek heeft eerder in deze rubriek gestaan (GK 2012, nr. 3): ‘Afschrift van het dagboek van de restauratie van de kerk en toren der Ned. Hervormde Kerk te Garmerwolde’. Het betreft een gedetailleerd verslag van de restauratie in de jaren 1942-’45. Het dagboek is als pdf te downloaden. De kerk van Garmerwolde. Restauratie-visies in de eerste helft e van de 20 eeuw (J. Bok, 2012) is een bachelorscriptie in het kader van de opleiding Kunstgeschiedenis/Architectuur­ geschiedenis aan de Vrije Universiteit Amsterdam. De auteur beschrijft de geschiedenis van de kerk van Garmerwolde, een aantal restauratievisies uit het begin van de vorige eeuw, en gaat vervolgens in op het herstel van het kerk­ gebouw in de jaren 1942-’45. Archiefonderzoek naar de kerk te Garmerwolde (W. Friso, 2011). Het onderzoek betreft de periode 1859 -2011. De gegevens van dit onderzoek zijn ontleend aan RHC Groninger Archieven waar zich het archief van de Nederlands Hervormde Gemeente Garmerwolde bevindt, en uit de panddossiers uit het archief van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Amersfoort. Het rapport is als pdf te downloaden.

voor mensen die monumenten een warm hart toedragen. De catalogus is online te raadplegen: www.groningerkerken.nl/ mediatheek

Het Onderzoek naar de schilderingen op de gewelven in de kerk (M. Bakker, 2010) betreft de staat en kunsthistorische waarde van de schilderingen in de kerk. Ook dit rapport is als pdf te downloaden. Meer over de schilderingen en dan vooral in beeld, is te zien en lezen in het Rapport conservatie gewelf- en muurschilderingen NH kerk Garmerwolde (A. Bouwhuis en N. Journée, 2014). Delen van dit rapport zijn als pdf te downloaden. De Kleurverkenningen NH kerk Garmerwolde (K. Veldman en J. Veltman, 2013) zijn gedaan naar aanleiding van de restauratie van het kerkinterieur in 2013. De laatste vier onderzoeken zijn allen gedaan in opdracht van de Stichting Oude Groninger Kerken. ‘Op kerkenpad in negentiende-eeuws Groningen’ (A. van Deijk, GK 2013, nr. 3) is een ietwat afwijkende, maar mooie afsluiter. Hier valt te lezen dat de gemiddelde negentiende-eeuwer maar weinig geïnteresseerd was in de oude middeleeuwse kerken, wat menig kerkgebouw (gedeeltelijk) de kop kostte. In de tweede helft van de negentiende eeuw kwam hierin verandering, mede dankzij Frans Eyck van Zuylichem. Het artikel gaat dan ook over hem, waarbij de kerk van Garmerwolde meerdere malen in beeld komt. Zo heeft Eyck in 1850 de intacte kruiskerk kunnen bewonderen, maar negen jaar later was het schip gesloopt. Dankzij geldgebrek werd sloop, om plaats te maken voor nieuwbouw, voor­ komen. Wanneer u zelf de titels wilt bekijken dan kan dat via www. groningerkerken.nl/mediatheek.

Kerk en toren van Garmerwolde uit het zuidoosten. Foto Elmer Spaargaren.


Nie u w s Herstelfonds Getroffen Kerken maakt een vliegende start

Overdracht kerken Leermens, ’t Zandt en Zeerijp

Door een schenking van 100.000 euro van een donateur maakt ons nieuwe Fonds Getroffen Kerken een vliegende start. Dit fonds is bedoeld om de historische en esthetische kwaliteit van de getroffen kerken in het aardbevingsgebied, na het door de NAM gefinancierde schadeherstel, te behouden en te versterken. Het eerste project van het fonds is het terugbrengen van de oorspronkelijke kleurstelling in de gereformeerde kerk van Westeremden uit 1934. Een al lang gekoesterde wens waarvoor geen subsidie beschikbaar is, maar die door dit nieuwe fonds toch werkelijkheid wordt! Het werk zal gecombineerd worden met het schadeherstel. De actie Kerkbehoud van onze stichting in oktober van dit jaar zal in het teken staan van het Fonds Getroffen Kerken. Wij zijn ervan overtuigd dat onze donateurs en vrienden ruimhartig zullen bijdragen om de belangrijke en geliefde kerken in het aardbevingsgebied in ‘topconditie’ te brengen en daarmee de inwoners en gebruikers van die monumenten een hart onder de riem te steken.

Op 22 april droeg de Hervormde wijkgemeente Maarland haar kerken van Leermens, ’t Zandt en Zeerijp, met de bijbehorende kerkhoven, over aan de Stichting Oude Groninger Kerken. Tegelijkertijd werden de kerkhoven van Godlinze en Oosterwijtwerd overgedragen; de toren van ’t Zandt behoort al sinds februari 2014 tot het bezit van de SOGK. Na vele eeuwen deze monumentale gebouwen in eigendom te hebben gehad en het beheer en onderhoud te hebben uitgevoerd, heeft de kerkenraad moeten besluiten tot deze stap. De voornaamste reden hiervoor is dat de onderhoudskosten niet meer op te brengen zijn. Ook de activiteiten rondom het beheer en onderhoud vragen dermate veel tijd en energie, dat de kerkrentmeesters van Maarland erdoor overbelast dreigden te raken. Tot slot trokken de aardbevingen, die bepaald niet aan deze kerken voorbijgaan, een zware wissel op de kerkrentmeesters. De overdracht van de Petrus en Pauluskerk van Loppersum vindt op een later tijdstip plaats in verband met de afDe dertiende-eeuwse Jacobuskerk van Zeerijp. Foto Duncan Wijting.


Restauratie van de speeltrommel in Middelstum. Foto Marten Lenstra.

ronding van restauratiewerkzaamheden en het herstel van bevingsschade. Met deze overdracht heeft de SOGK tachtig kerken, twee synagogen, 53 kerkhoven/begraafplaatsen en acht (vrijstaande) torens in haar bezit.

Middelstum weer bij de tijd De restauratie van de speeltrommel in de toren van de Hippolytuskerk in Middelstum is in volle gang. Niet alleen de speeltrommel, in 1857 geleverd door Petrus van Oeckelen, wordt gerestaureerd. Ook het nog steeds in de toren aanwezige uurwerk uit 1561 wordt hersteld, op de oude plek gezet en weer in gebruik genomen. Moderne techniek zorgt ervoor dat in Middelstum na de restauratie altijd bij de tijd is. Voor de bespeling van de klokken van het Hemonybeiaard, op het hele en halve uur, wordt deze weer voorzien van vallende hamers die zorgen voor een betere klank. De nu nog aanwezige elektromagnetische hamers worden verwijderd. Naar verwachting zijn de werkzaamheden half juli 2015 afgerond. Dan staat er op de uurwerkzolder van de Hippolytuskerk een goed geconserveerde, werkende en te bezichtigen installatie. Met deze restauratie wordt bereikt dat uurwerk en speeltrommel bewaard blijven voor komende generaties. De uurwerkzolder is goed bereikbaar en ruim genoeg voor bezichtiging. De Commissie Hemonybeiaard Middelstum is van plan in de toekomst bezichtiging te stimuleren. Voor meer informatie: www.carillonmiddelstum.nl.

Klein Wetsinge voortaan ‘mooie kamer’ mét uitzicht Op 26 juni werd de kerk van Klein Wetsinge na een restauratie en verbouwing officieel geopend, gereed voor een nieuwe toekomst. De kerk is nu niet alleen een ‘mooie kamer’ voor het dorp en de directe omgeving maar zal deze functie voortaan ook vervullen voor een grotere omgeving. Iedereen kan nu naar boven lopen om het uurwerk te bekijken en te genieten van het panoramisch uitzicht over het Reitdiepgebied. De kerk wil ook graag het vertrekpunt zijn voor een wandeling of een fietstocht door de omgeving. Dit hoeft niet op een lege maag, in de kerk bestaat de mogelijkheid tot het gebruiken van regionale producten. Voor de elektrische fiets is er een oplaadpunt gerealiseerd.


We r k in ui t voe r ing

Kneuzingen en blauwe plekken: Uithuizen in de steigers Wie momenteel de kerk van Uithuizen bezoekt, waant zich niet meteen in een kerkgebouw. Een steigervloer deelt het gebouw horizontaal in tweeën. De planken, aangebracht op een hoogte van zo’n twee meter, beschermen de zeventiende-eeuwse herenbanken. De preekstoel, het befaamde Schnitgerorgel en de rouwborden zijn omhuld door plastic. Omdat haast alle kleuren aan het oog zijn onttrokken, lijkt de ruimte wat steriel, misschien een beetje op een ziekenzaal. Op een tafel liggen bovendien mondkapjes, scalpels en injectiespuiten. Het koor is het jongste deel van de kerk. Omstreeks 1450 werd het aan het dertiende-eeuwse schip gebouwd. De gewelfschilderingen dateren van niet lang daarna. Zo’n 563 jaar na de bouw, waagde een journalist van Trouw zich op de gewelven: ‘Op de donkere zolder van de Jacobikerk van Uithuizen lopen koster Rolf Veenstra en kerkbeschermer Jur Bekooy over twee smalle planken. Met een zaklamp schijnt Veenstra op een scheur in een van de zeven grote grijze gewelven onder Gezicht richting ingepakt orgel. Foto Jelte Oosterhuis.

hen. De schade ontstond na twee aardbevingen die Uithuizen begin februari troffen. Bekooy gaat op zijn knieën zitten en tuurt naar de dunne zwarte groef die van boven tot beneden loopt. “Het is een verse scheur”, constateert hij.’ Aanleiding voor dit bezoek in 2013 waren de aardbevingen. De krant deed er verslag van onder de titel ‘Als de kerk staat te beven’. Twee jaar na deze rondleiding bezoeken we de kerk opnieuw, nu met bouwkundigen Jur Bekooy en Marcel van Santen.


Jur Bekooy (links) en Marcel van Santen op een steiger in het koor. Foto Jelte Oosterhuis.

Kneuzingen De afgelopen jaren is er veel aanvullende kennis over de effecten van de bevingen verworven. ‘We weten nu bijvoorbeeld dat er ook iets gebeurt met de plasticiteit van de ondergrond’, vertelt Jur Bekooy. ‘De schade treedt op in twee

fasen: direct na de beving, maar ook gedurende de periode daarna.’ De ontstane schade typeert Bekooy als ‘kneuzingen’: ‘Zo’n robuust gebouw kan heel wat hebben. We hebben niet te maken met botbreuken, maar met wat ik kneuzingen

De scheuren als gevolg van de aardbevingen volgen de structuur van het achterliggend metselwerk. Foto Jelte Oosterhuis.


Marcel van Santen wijst op een aangetaste steen in de noordmuur. Foto Jelte Oosterhuis.

en blauwe plekken wil noemen. Maar wat de toekomst zal brengen, is natuurlijk onduidelijk. Zeker nu duidelijk is dat de schade zich voltrekt over een langere periode.’ Wat die schade is, laat zich met het blote oog wel vaststellen. De schilderingen worden getekend door scheuren die het patroon van het onderliggende metselwerk volgen. De restauratoren gaan de ‘incidenten’ te lijf door loszittende fragmenten weer te fixeren. Ze doen dit met een minerale injectiemortel, die met handkracht wordt ingepompt. De mortel is op sterkte gekozen, zodat deze niet sterker of zwakker is dan het bestaande, aansluitende (metsel)werk. Daarbij documenteren de restauratieschilders ook wat zij onder de kalklagen tegenkomen. In het schip kwam bijvoorbeeld heel even schilderwerk uit de dertiende eeuw, in de vorm van baksteenimitatie, aan het licht. Juist deze combi­ natie van herstel en documentatie maakt het werk moeilijk. Wat de huidige werkzaamheden in Uithuizen vooral duidelijk maken, benadrukt Bekooy, is dat bevingsherstel méér is dan alleen het taxeren en repareren van schade.

Van de nood een deugd De herstelwerkzaamheden nemen een langere periode in beslag. Nadat in februari – als onderdeel van een provinciale protestactie – in Uithuizen de noodklok letterlijk werd geluid, verschenen in voorjaar de steigers. Ze blijven staan tot in augustus.

Van de nood wordt echter ook een deugd gemaakt. De steigers kunnen tevens gebruikt worden om het reguliere onderhoud uit te voeren. In Uithuizen bestaat dat onder andere uit schilderwerk buiten, aan kerk en toren. Een probleem apart zijn de stenen aan de buitenmuren. Marcel van Santen illustreert dat treffend door met zijn vingers even tegen een kennelijk verdachte steen te tikken: een scherf schiet het kerkhof op, geschrokken pissebedden zoeken een veilig heenkomen. ‘Bij de restauratie meer dan vier decennia geleden, is een te harde specie gebruikt. De stenen kunnen daardoor het vocht niet meer op natuurlijke wijze kwijt, waardoor er her en der stukjes los gaan zitten, of zelfs uit de muur springen. De specie wordt op die plaatsen vervangen door een zachtere kalkmortel, zodat het probleem zich niet meer voordoet.’

Herstelfonds Tot slot wordt de mogelijkheid aangegrepen om de kerk weer in ‘topconditie’ te brengen. Dit is mogelijk door het nieuwe Fonds Getroffen Kerken, waarvoor door een donateur recent de basis is gelegd door een royale schenking. De gift is bedoeld om de ‘historische en esthetische kwaliteit’ van door de aardbevingen getroffen kerken te versterken, naast het schadeherstel. In Uithuizen betreffen de werkzaamheden het bijwerken van schilderingen die zijn aangetast door uittredend vocht en zout.

De Stichting is een uitgave van de Stichting Oude Groninger Kerken. Dit katern verschijnt vier maal per jaar, los en als onderdeel van het tijdschrift Groninger Ker­ken, voor donateurs van de stichting. • Redactie: Martin Hillenga • Vormgeving en productie: Ekkers en Paauw • Drukwerk en verzending: Zalsman Groningen • Adres: Coehoornsingel 14, 9711 bs Groningen • telefoon (050) 312 35 69 • e-mail: info@groningerkerken.nl • www.groningerkerken.nl


Kees van der Ploeg

De twee restauraties van de kerk in Garmerwolde De kerk van Garmerwolde is twee keer ge­­res­ taureerd – de eerste keer tijdens de Tweede Wereldoorlog, om het sinds het midden van de negentiende eeuw voortschrijdende verval tegen te gaan. Voor de tweede restauratie, die in 20132014 plaatsvond, vormde de achteruitgang van de gewelfschilderingen de directe aanleiding. Van deze laatste gelegenheid is verder gebruik

109

gemaakt om enkele minder gelukkige ingrepen van de eerste restauratie ongedaan te maken.

Verval In de jaren veertig van de negentiende eeuw werd het hoog­ nodige herstel aan kerk en toren uitgevoerd, maar veel meer dan lapwerk kan dat niet zijn geweest, althans wat de kerk betreft, want het gebouw vertoonde al snel weer gebreken. Dat verhinderde echter niet dat in de jaren 1848-1851 door Petrus van Oeckelen een groot orgel werd gebouwd in de koortravee van de kerk. Het bestek voor het orgel vermeldt dat het oude orgel pas mocht worden afgebroken wanneer het nieuwe gereedgekomen was, terwijl uit het bestek van de afbraak in 1859 sprake is van de ‘vloering in het oosteinde onder het orgel’ – kennelijk stond het daar toen al.1 Toch werd in 1859 het uit twee gewelfvakken bestaande schip als­ nog gesloopt. De overblijvende ruimte zou immers nog groot genoeg zijn voor de kerkelijke gemeente. De kansel uit 1740 werd centraal tegen de nieuwe westelij­ ke afsluitwand opgesteld. Waarschijnlijk dateert ook de nieu­ we bekroning van het klankbord uit deze tijd. Voordien stond

1 De kansel (1740) tegen de in 1859 aangebrachte nieuwe westelijke afsluitwand. Op deze foto uit 1935 is ook het bij de restauratie in 1943 opgeruimde doophek deels zichtbaar. Collectie Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

2 Foto van het avondmaalsensemble in het restauratiedagboek uit 1943.

1 RHC Groninger Archieven, toegang 233, Hervormde gemeente Garmerwolde, 1615-1964, inventarisnummer 61 (bestek voor het orgel) en toegang 1099, Gedeputeerde Staten van de provincie Groningen (brief van de kerkvoogdij aan GS met bestek voor de sloop van het schip en bijbehorende werkzaamheden). Alle archiefdocumenten worden opgesomd, besproken en voor een deel ook getranscribeerd en afgebeeld in: W. Friso, Archiefonderzoek naar de kerk te Garmerwolde, 2011, 4 dln., Stichting Oude Groninger Kerken, Mediatheek, sign. 01.841-garm.


3 (linksboven) Kerk en toren in 1934 gefotografeerd vanuit het noordoosten, met in de oostgevel van het koor de in 1859 aangebrachte hoofdingang. Collectie Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. 4 (rechtsboven) Het exterieur vanuit het westen, 1938. Tussen de steunberen bevond zich tot 1859 het uit twee traveeën bestaande schip van de kerk. Collectie Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

110 5 (rechtsonder) ‘Ruïne-romantiek’: bij de restauratie van 1943 werden de oostelijke aanzetten van het afgebroken schip in oude bakstenen opnieuw opgemetseld. Foto archief Regnerus Steensma. 6 (linksonder) Blik op de gewelven na de sloop van de kap. Foto genomen vanaf de toren tijdens de restauratie van 1941-1943.


hier een engel met doodskop en zeis, maar die was al voor 1834 verdwenen, aangezien deze toen in een kist op de zol­ der van de pastorie werd bewaard.2 Op enige afstand werd rond de preekstoel een halfrond doophek aangebracht. In de jaren voor de in 1941 begonnen restauratie vond hier de avondmaalsviering plaats.3 Hierbij moet het echter om een meer recente verandering gaan, want een foto uit het restau­ ratiedagboek, waarin de situatie voor 1941 is vastgelegd, laat zien dat in het zuidelijk dwarspand met deze zelfde banken, waarvan er tot dan toe meer moeten zijn geweest dan de restauratie heeft overgelaten, onderdeel vormden van een samenhangend avondmaalsensemble. 4 Vermoedelijk is dit meubilair al in 1818 geplaatst – daarop wijst ook de empire-­ stijl waarin het is uitgevoerd.5 Het ligt voor de hand om naar analogie van voorbeelden elders te veronderstellen dat het eerst in de koortravee was opgesteld, om na de plaatsing daar van het orgel naar het zuidtransept te worden ver­ plaatst. Ook de bankenblokken van 1859 werden in een ma­ honiekleur geschilderd, zoals die een paar jaar tevoren ook bij het orgel was toegepast. In het noordelijk dwarspand vond de herenbank uit 1669 een nieuwe plek als afsluiting van een der bankenblokken.6 Het naastgelegen bankenblok kreeg een opzetstuk dat van dat op de herenbank was afgeleid, terwijl de deur aan het eind van het gangpad daartussenin ook een eigen opzetstuk kreeg. In de andere transeptarm, waar geen herenbank stond, wer­ den de banken op een vergelijkbare wijze opgesteld. Hieruit blijkt dat men, ondanks de gedeeltelijke sloop van het ge­ bouw, met een zeker historisch en stilistisch besef de her­ inrichting van de kerk ter hand had genomen. Nogal in tegen­ stelling met deze respectvolle houding werden in 1886 de uit­ einden van beide dwarspanden op een weinig elegante manier afgetimmerd. Op enig moment in het begin van de twintigste eeuw, maar blijkens interieuropnamen uit 1934 in elk geval voor of op zijn laatst in dat jaar, zijn deze schotten weer ver­ wijderd. Verder bleef de kerk bijna een eeuw ongewijzigd, al ging de bouwkundige staat door gebrek aan geregeld onder­ houd geleidelijk opnieuw achteruit. In de jaren dertig van de twintigste eeuw werd duidelijk dat ingrijpend herstel onvermijdelijk was. Daarom werden plan­ nen gemaakt voor een algehele restauratie. Door de inmid­ dels uitgebroken oorlog liep de uitvoering hiervan weliswaar vertraging op, maar uiteindelijk heeft deze, hoewel getem­ poriseerd door de toenemende materiaalschaarste en uitval

7 Het interieur gezien naar het noordwesten, 1934. Collectie Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

van personeel, in de jaren 1941-1943 onder leiding van de architect A.R. Wittop Koning toch haar beslag gekregen.

A.R. Wittop Koning, architect en restaurator Adrianus Rudolphus Wittop Koning (1878-1961) was afkom­ stig uit Rotterdam, waar zijn vader een betrekking als inge­ nieur bij de Dienst Gemeentewerken had.7 Na een eerste op­ leiding aan de Teekenacademie in zijn geboortestad kwam hij in 1902 in dienst bij de vooraanstaande architect Karel de Bazel, die zijn bureau in Bussum had. Diens stijl, waarin de expressieve mogelijkheden van de baksteen werden benut, was van beslissende invloed op Wittop Konings eigen werk: men vergelijke alleen maar een van zijn eerste grote opdrach­ ten, het imposante kantoor van de Amsterdamsche Bank (1922, beschadigd in 1945 en vervolgens gesloopt) met De Bazels kantoor van de Nederlandsche Heidemaatschappij in Arnhem (1912-1914) of diens gebouw voor de Nederlandsche Handel-Maatschappij in Amsterdam (1919-1926). Net als De Bazel hield hij zich ook met meubelontwerpen bezig, onder meer voor de Groninger meubelfabriek J.A. Huizinga.

2 RHC Groninger Archieven, toegang 233, Hervormde gemeente Garmerwolde, 1615-1964, inventarisnummer 38. Gezien de genoemde attributen is het overigens twijfelachtig of het werkelijk om een engel ging. 3 Vgl. R. Steensma, Het gebruik van de hervormde kerken in Groningen: een onderzoek inzake het huidige gebruik van de oude Groninger kerken alsmede, alsmede van de recent gebouwde hervormde kerken (Groningen 1974) 44. 4 Dit dagboek in afschrift bij Stichting Oude Groninger Kerken, Mediatheek, sign. 01.433-garm. 5 RHC Groninger Archieven, toegang 233, Hervormde gemeente Garmerwolde, 1615-1964, inventarisnummer 76. Vgl. verder Friso, Archiefonderzoek (zie noot 1), 3, 9. 6 Vgl. Wija Friso, ‘Vogels en bloemen in hout’, Groninger Kerken 11 (1994) 20-24, hier 22-24. 7 Biografische gegevens in hoofdzaak ontleend aan P. Brood e.a. (red.), Nieuwe Groninger Encyclopedie, 3 dln. (Groningen 1999) dl. 3, 10151016, lemma ‘Wittop Koning, A. Rudolf.’

111


8 Gewelfschildering van Christus voor Pilatus kort na de ontdekking in 1941, vóór restauratie.

112

In 1917 vestigde Wittop Koning zich als zelfstandig architect in Groningen, waar hij een telg van de vooraanstaande Gro­ ninger familie Rengers Hora Siccama huwde. Dat zal er naast zijn gedegen vakkennis toe hebben bijgedragen dat hij al snel prestigieuze opdrachten ontving, zoals voor het ge­ noemde bankkantoor, maar ook voor een reeks villa’s in Helpman en Haren voor de Groningse elite. Elders in het land bouwde hij eveneens riante woonhuizen. Historisch geïnteresseerd als hij was, ontwikkelde Wittop Koning daarnaast als eerste architect in Groningen ook een uitgebreide restauratiepraktijk, te beginnen in 1931 met de kerk van Zandeweer, waar het bouwkundig herstel ingrijpend was, maar het interieur werd gerespecteerd zoals het was. In 1937 restaureerde hij de Menkemaborg in Uithuizen. Deze was hard aan herstel toe, na van 1902 af leeg te hebben ge­ staan en door de erfgenamen van de laatste bewoner in 1921 aan het Groninger Museum te zijn geschonken. Terwijl voor het hoofdgebouw constructief herstel de leidraad was, werd zeer krachtdadig ingegrepen in het voormalige schathuis, dat tot theeschenkerij en woning van de beheerder werd inge­ richt. Wittop Koning vernieuwde de voor- en de noordelijke zijgevel volledig in een historiserende trant. Voor de zijgevel lag dat voor de hand, aangezien daar oorspronkelijk een gro­ te landbouwschuur op het schathuis had aangesloten – daar stond alleen een provisorische afsluitwand. Niettemin werd

ook de lage voorgevel op een nogal eigengereide wijze aan­ gepast, zonder veel rekening te houden met de historische gegevens die het oorspronkelijke muurwerk bevatte. Die aan­ pak vinden we ook bij veel van zijn latere kerkrestauraties, waaronder die van Garmerwolde.8

Garmerwolde 1941-1943 Ook al stond in Garmerwolde het constructief herstel voorop, Wittop Koning bracht ook aan en in het gebouw sterke wijzi­ gingen aan. Om te beginnen heeft hij, zoals sinds het begin van het restauratietijdperk in de tweede helft van de negen­ tiende eeuw de gewoonte was, de mogelijk al rond 1500 ver­ grote vensters in hun oorspronkelijke vorm gereconstrueerd, terwijl ook de in 1859 in de koorgevel aangebrachte hoofd­ ingang werd dichtgezet – sindsdien betreedt men de kerk weer via de toegangsdeuren in de dwarspanden. Wie foto’s van de kerk vanuit het westen voor de restaura­ tie bekijkt, ziet dat het schip geheel was verdwenen, terwijl tegenwoordig de westelijke hoeken hiervan nog overeind blij­ ken te staan, evenals de op de dichtgezette viering aanslui­ tende muurgedeelten met daarin een gedeeltelijke dagkant van de meest oostelijke vensters van het schip. Het gaat hier echter om geheel uit oude bakstenen nieuw opgemetselde onderdelen, kennelijk bedoeld om een indruk te geven van het verdwenen schip, maar het is toch vooral een uiting van

8 Zie Kees van der Ploeg, ‘Kerkrestauraties in Groningen tot ongeveer 1955’, in: Regnerus Steensma, Harry Boerema en Kees van der Ploeg (red.), Kerkrestauraties in Groningen. Studies voor Harry de Olde bij zijn afscheid als voorzitter van de Stichting Oude Groninger Kerken, Zutphen 2002, 11-30, hier 25-29.


in die tijd allang achterhaalde ruïne-romantiek. Na een halve eeuw verwering ziet dit alles er volkomen overtuigend uit als een echt overblijfsel en zonder de oude opnamen zouden we voetstoots aannemen dat het inderdaad om de restanten van het schip ging. Tussen die beide nieuw-oude muurpartijen heeft de architect nog een laag dienstgebouwtje zonder ver­ binding met de kerk zelf toegevoegd, terwijl hij de beide smalle vensters daarboven in de negentiende-eeuwse wand heeft dichtgezet. De inwendige veranderingen waren deels een gevolg van het herstel van de muren: daarvoor moesten de banken die daartegenaan waren geplaatst, worden losgehaald. Vervol­ gens werden ze niet in de oude opstelling teruggezet, maar per arm telkens tot één blok samengevoegd, dat vanaf beide kanten toegankelijk was en dus los van de muren kwam te staan. Uit praktisch oogpunt was daar wel wat voor te zeg­ gen: juist in de betimmering van de massieve wanden ont­ wikkelen zich betrekkelijk gemakkelijk en vooral ook onge­ zien zwam en schimmel die het houtwerk ernstig aantasten, al is dat met geregelde controle en vroegtijdig ingrijpen goed tegen te gaan. Bij recentere restauraties, zoals die in Noord- en Zuid­ broek, is aan het bankenplan juist niets gewijzigd en in Zandeweer had Wittop Koning dit ook gerespecteerd. Het lijkt er daarom sterk op dat hij sindsdien vooral om esthetische redenen de wanden geheel vrij heeft willen maken. Dat was voor P.B. Offringa, die zijn vorming als restauratiearchitect op het bureau van Wittop Koning had gekregen, inderdaad de voornaamste overweging om bij de door hem in 1962-1966 uitgevoerde restauratie van de kerk in Zeerijp de banken los te halen van de wand, waardoor ook daar het middenpad kwam te vervallen. In Zeerijp werd daarmee onnodig afbreuk gedaan aan de zeventiende-eeuwse inrichting. In Garmer­ wolde lag het in zoverre wat ingewikkelder dat het hier om een situatie ging die was ontstaan bij de grote veranderingen in het midden van de negentiende eeuw, maar die men toen welbewust op de protestantse inrichtingspraktijk van de ze­ ventiende en achttiende eeuw had laten aansluiten. Middenpaden verlenen een heldere structuur aan de ruim­ te, terwijl aaneengesloten bankenblokken al gauw een logge indruk geven. Dat werd in dit geval nog verergerd door de historisch in het geheel niet te verantwoorden lichtgroene kleur die de banken nu kregen. Naar het schijnt ging Wittop Koning hierbij af op het advies van de Groninger kerkhisto­ ricus prof. dr. G.A. Lindeboom, op wiens aanraden ook in de kerk van Vierhuizen de banken groen werden geschilderd – in de Groninger restauratiewereld heeft dit ‘Lindeboom-groen’ een zekere reputatie verworven. Ook bij latere restauraties zou de architect voor zulke niet historisch verantwoorde kleuren een voorkeur aan de dag leggen, bijvoorbeeld in Hol­

113

9 (boven) Christus voor Pilatus (zie afb. 8). Te zien is dat de afbeelding in sterke mate is aangevuld c.q. overschilderd door restaurator Jansen. Bovendien zijn een grauwsluier en scheurvorming manifest. Foto archief Regnerus Steensma. 10 (onder) Bij de conservering in 2013 bleek onder de ingrepen uit 1941-1943 nog veel origineel schilderwerk aanwezig. Vergelijk met de vorige afbeelding: er is geheel links zelfs een extra hoofd zichtbaar geworden.

wierde, waar hij de banken ook tot grote vrijstaande blokken samenvoegde en ze blauw liet schilderen.9 In Garmerwolde is bij een latere verfbeurt een donkerder tint groen aange­ bracht. In het geval van Garmerwolde hadden de veranderingen in elk geval voor een deel ook te maken met de vondst van een reeks gewelfschilderingen uit het begin van de zestiende eeuw – het is aannemelijk dat met de sloop van het schip een deel van het beeldprogramma met bijvoorbeeld Hemelvaart en Pinksteren verloren is gegaan. Ondanks de moeilijke tijd waarin de restauratie plaatsvond, lukte het met de steun van

9 De ingrijpende wijzigingen aan het interieur voerde de architect in Holwierde door tegen de uitdrukkelijke wil van de kerkelijke gemeente. Het is de bedoeling bij de nu in voorbereiding zijnde nieuwe restauratie de ongewenste aspecten van Wittop Konings ingrepen zoveel mogelijk ongedaan te maken.


11 Sterfbed en Tenhemelopneming van Maria (detail) met ondertekeningen / schetslijnen in rood krijt, aangetroffen tijdens de restauratie in 2013.

114

het Rijksbureau voor de Monumentenzorg de kunstschilder Gerhard Jansen, die zich had gespecialiseerd in het restau­ reren van muurschilderingen, de hele reeks systematisch te laten blootleggen en vervolgens te restaureren – gezien de toenmalige omstandigheden een bewonderenswaardige prestatie. Wittop Koning streefde ernaar de schilderingen in de gerestaureerde ruimte optimaal tot hun recht te laten komen en daartoe diende de architectuur als drager van die schilderingen ten opzichte van het meubilair verzelfstandigd te worden.

Restauratie 2013-2014 De voornaamste aanleiding voor de recente restauratie in eigen regie door de Stichting Oude Groninger Kerken, met Christiaan Velvis als verantwoordelijke, vormde de achteruit­ gang van de in 1941-1943 aangebrachte pleisterlaag, die naar de opvatting van die tijd een nogal grove structuur had ge­ kregen.10 In de loop van de jaren was hierop een soort van grauwsluier ontstaan, die niet alleen in esthetisch opzicht nadelig was, maar vooral ook materieel een bedreiging vorm­ de voor de schilderingen, doordat voor een betere verwerking hierin waarschijnlijk caseïne en lijnolie waren verwerkt; bei­ de zijn nu eenmaal instabiele natuurproducten, die op den duur tot schimmelvorming, respectievelijk vergeling leiden. Bij onderzoek bleek bovendien dat onder de door Jansen aan­ gebrachte retouches nog aanzienlijk meer van het oorspron­ kelijke schilderwerk bewaard was gebleven dan op het eerste gezicht zichtbaar was, al dreigde dit wel los te raken. Verder deed zich in het pleisterwerk scheurvorming voor. Uitgaande van de hierdoor onvermijdelijk geworden werkzaamheden aan de schilderingen zelf, uitgevoerd door restauratoren Aaf­ je Bouwhuis en Nanon Journée, kon nu ook worden nage­ dacht over de wandafwerking in de rest van de kerk, waar

geen schilderingen zaten. Duidelijk was dat in plaats van de grijzige pleister een warmere, enigszins ivoorkleurige scha­ kering een veel betere en vooral ook historisch goed te ver­ antwoorden context aan de schilderingen zou bieden. Hoewel uit onderzoek ook in de jaren veertig al genoeg­ zaam gebleken was dat middeleeuwse kerkinterieurs altijd van een gepleisterde afwerklaag waren voorzien, heeft Wit­ top Koning vanuit een esthetische voorkeur voor de onbe­ werkte baksteen die historisch niet valt te rechtvaardigen, maar gezien zijn jaren op het bureau van De Bazel wel begrij­ pelijk is, kraalprofielen, bogen en zelfs een enkel muurvlak geheel laten ontpleisteren. Weggekapte schalken van de vieringpijlers werden in schoonwerk weer opgemetseld. Uit foto’s in het zorgvuldig bijgehouden restauratiedagboek, dat nu bij de Stichting Oude Groninger Kerken berust, blijkt dat tot aan deze eerste restauratie het gehele interieur was be­ pleisterd. Een paar andere tijdens deze werkzaamheden gemaakte opnamen laten zien dat het om maar enkele dunne pleister­ lagen ging – een aanwijzing te meer dat dit de oorspronkelij­ ke toestand weergeeft. In de begeleidende tekst in het res­ tauratiedagboek is verder sprake van restanten van kleuren op deze profielen, maar ook wordt daar geconstateerd dat het patroon hiervan zich niet meer laat reconstrueren. Op de bogen van het gewelf is zo’n kleurpatroon echter wel aan­ gebracht. Was het patroon hier dan wel te reconstrueren, of achtte men wegens het verband met de schilderingen zo’n kleurpatroon hier onontbeerlijk? Het gevolg is geweest dat de oorspronkelijke visuele sa­ menhang tussen de gewelfzone en de verticale muurgedeel­ ten daaronder doorbroken is. Het onderlinge kleurverschil van de ontpleisterde bakstenen en hun nogal grove textuur is een verdere aanwijzing dat vanaf het allereerste begin van volledige bepleistering sprake zal zijn geweest. De foto’s van voor de restauratie laten duidelijk zien dat daarmee de verti­ caliteit van de uit een reeks van kolonnetten samengestelde muurpijlers veel beter tot zijn recht kwam en logisch overging in de gebogen lijnen van de gewelfzone. Hoewel er dus veel voor pleitte om deze in de jaren veertig ten onrechte als schoonwerk behandelde gedeelten van een nieuwe bepleistering te voorzien, is daar na discussie met de Rijksdienst Cultureel Erfgoed van afgezien. Sommige over­ wegingen daarbij waren wel heel pragmatisch: bepleistering kost geld en, eenmaal bepleisterd, zijn naar voren springen­ de delen als kolonnetten onderhoudsgevoelig. Vervolgens was er het historische argument dat die ontpleistering inmid­ dels deel is geworden van de geschiedenis van het bouw­ werk. De vraag is evenwel of een betrekkelijk recent begane vergissing werkelijk zo’n integraal onderdeel van de geschie­ denis van het bouwwerk is dat daarvoor andere minstens zo

10 Margreet Bakker heeft in 2010 een voorbereidend onderzoek naar de schilderingen uitgevoerd: Stichting Oude Groninger Kerken, Mediatheek, sign. 01.232-garm.


valide overwegingen, als hierboven aangegeven, zouden moeten wijken. Bovendien maakt het dan een wat willekeu­ rige indruk dat een andere ingreep door Wittop Koning in het interieur, de kleurgeving van het meubilair, na ampele discussie uiteindelijk wel ongedaan is gemaakt.

Veranderingen aan het interieur Bij de restauratie onder leiding van Wittop Koning is, zoals gezegd, het meubilair fors gewijzigd. Zo is, met de hartelijke instemming van het toenmalige Rijksbureau voor de Monu­ mentenzorg, het negentiende-eeuwse doophek verwijderd en uiteindelijk geheel verdwenen. Deze wijziging liet zich bij de recente restauratie natuurlijk niet meer ongedaan maken, maar voor het overige zou een herinrichting van de viering het gewenste multifunctioneel gebruik van de kerkruimte zeker niet bevorderen. Wel kon de kleurstelling van het hele meubilair meer in overeenstemming met de oorspronkelijke situatie worden gebracht. Dit betekende voor de herenbank en de kansel handhaving van de natuurlijke houtkleur, al had men, om het meubilair visueel tot een eenheid te maken, deze onderdelen bij de herinrichting in 1859 waarschijnlijk ook geverfd. Onder Wittop Koning waren kansel en heren­ bank echter van deze verflaag ontdaan. De overgebleven los­ se banken waren eveneens overgeschilderd, maar daaronder kon de oorspronkelijke mahonie-kleurige afwerking worden vastgesteld, die vervolgens is teruggebracht. Ook van de grote bankenblokken die Wittop Koning uit het bestaande negentiende-eeuwse meubilair had samengesteld, kon na onderzoek een vergelijkbare kleurstelling worden gerecon­ strueerd. Het door Van Oeckelen in 1851 voltooide orgel is bij de restauratie in de jaren veertig met voorbijgaan aan het stijl­ eigene van de bouwtijd in een ivoorwit geschilderd. De orna­ mentiek, voor zover niet verguld, kreeg een veelkleurige uit­ monstering, waarschijnlijk om een goede afstemming met de kleuren van de toen net blootgelegde en gerestaureerde ge­ welfschilderingen te verkrijgen. Hierdoor was echter het zorgvuldig ontworpen lijnenspel in late empire van het front, dat de opbouw in een hoofd- en bovenwerk helder weerspie­ gelt, wezenlijk aangetast. Uit onderzoek was inmiddels ko­ men vast te staan dat de kas oorspronkelijk een maho­ niekleur had en dat de ornamentiek verguld was, zoals bij het orgel dat Van Oeckelen in diezelfde tijd in de kerk van Usquert bouwde. Toen bleek dat het restauratiebudget dit toeliet, is besloten het oorspronkelijke uiterlijk te reconstrueren, waar­ bij ook de balustraden van het orgelbalkon, die Wittop Koning om onbegrijpelijke redenen van een traliewerk had voorzien, weer zijn dichtgezet en eveneens mahoniekleurig geschilderd. Het resultaat van al deze ingrepen is dat de in­ richting nu weer een veel grotere samenhang vertoont en de sobere deftigheid uitstraalt die de ruimte na 1859 moet hebben gekenmerkt. Het orgel zelf wacht nu nog op verder herstel, maar dat zal naar verwachting binnen afzienbare tijd

115

12 Het Van Oeckelen-orgel (1851) werd bij de restauratie in de jaren veertig in een ivoorwit geschilderd. Toestand in 2000. Collectie Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.


13 Orgel en banken na kleurherstel, 2014. Foto Duncan Wijting.

116

kunnen plaatsvinden. Daarmee wordt dan eindelijk dit instru­ ment, waarvan Klaas Bolt al jaren geleden het grote belang heeft onderkend, gerehabiliteerd – het zal de klinkende afsluiting van de restauratie betekenen. Toen de viering bij de werkzaamheden in 1941-1943 vrijwel geheel was ontruimd, waardoor de kansel meer dan voor­ heen ging domineren, werd daar een nieuwe stenen vloer gelegd. Inmiddels waren de tegels zozeer beschadigd dat ook hier ingegrepen moest worden. Hoewel met het oog op de akoestiek een houten vloer hier mogelijk verkieslijker was geweest, is om budgettaire redenen voor herstel van de be­ staande situatie gekozen. Dat vooral de spreekakoestiek te wensen overliet, blijkt uit de vele gedaanteverwisselingen die het achttiende-eeuwse klankbord in de loop van de twintigste eeuw heeft onder­ gaan. Al voor de restauratie door Wittop Koning moet de geluidssituatie problematisch zijn geweest, zoals blijkt uit foto’s waarop het klankbord op een nogal primitieve wijze aan alle zijden met planken is vergroot. Het spreekt vanzelf dat Wittop Koning die heeft verwijderd, maar in de jaren vijf­ tig of zestig probeerde men de nog steeds onbevredigende situatie opnieuw te verbeteren, nu door een enorm vierkant paneel onder het oorspronkelijke klankbord aan te brengen. Of de verstaanbaarheid er werkelijk door is verbeterd, is twijfelachtig, maar lelijk was het in elk geval wel. Met een moderne geluidsinstallatie zijn de problemen nu voorgoed verholpen.

In de kerk zijn geen geelkoperen kronen of negentiende-­ eeuwse lichtarmaturen meer aanwezig – op oude foto’s zien we alleen melkglazen hanglampen, die in het begin van de twintigste eeuw in gebruik kwamen, maar deze zijn bij de res­ tauratie in 1941-1943 door modernere exemplaren vervangen. Kort geleden heeft de plaatselijke gemeente een verplaats­ bare, op de vloer staande verlichting aangeschaft. Het nadeel hiervan is dat de lichtbron nu wel heel laag zit, terwijl histo­ risch gezien een lichtval meer van bovenaf de voorkeur ver­ dient. Daarom is bij de laatste restauratie een strak vorm­ gegeven variant op de traditionele lichtkroon aangebracht, telkens vanuit de kruin van het gewelf iets boven de geboorte van de gewelven hangend. Deze lichten de gewelven van onderen aan, terwijl een krans lampen daaronder de bene­ denruimte verlicht. Afgezien van mogelijke nieuwe schade door de aardgaswinning, is de kerk van Garmerwolde nu ge­ reed voor de volgende halve eeuw in haar bestaan, mits voor een continue goede ventilatie wordt gezorgd – bij gebouwen als deze kerk blijven de massieve muren, waarvan de middel­ eeuwse baksteen nu eenmaal zachter is dan de moderne baksteen, altijd gevoelig voor de inwerking van vocht. Dr. Kees van der Ploeg (c.p.j.van.der.ploeg@rug.nl) doceert architectuurgeschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen en de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij schreef verschillen­ de artikelen over Groninger kerken, onder meer in dit tijd­ schrift.


Onderhoud & beheer

Verbouw

Restauratie

Boerbouw Groningen B.V. Haven Zuidzijde 7 9679 TD Scheemda Postbus 17 9679 XG Scheemda +31 (0)597 551 909 info@boerbouw.nl www.boerbouw.nl

Nieuwbouw

rd

Aa

Groningen B.V.

a

h ssc

ing

v be

de

Postbus 5086 9700 GB Groningen

T 050-2100194 M 06-26888044

Het succes van automatisering Het klinkt misschien wat vreemd, maar… Het succes van automatiseren begint met koffie drinken bij de klant. Vanaf de start hanteert Arrix Automatisering deze aanpak. Je moet immers eerst een goed beeld vormen van de klantsituatie, voordat er gedacht kan worden aan automatiseren. Naast het persoonlijk contact is klare taal een onmisbaar gegeven. Onze medewerk(st)ers gebruiken geen ingewikkelde ICT-termen, maar communiceren in begrijpelijk Nederlands. De klant staat bij Arrix centraal en wij verplaatsen ons graag in zijn situatie (“Voelen hoe het voelt”). Daarmee creëren wij altijd een win-win-situatie. Meer weten? Kijk op onze website naar onze relatiegedreven aanpak of bel geheel vrijblijvend voor een persoonlijk gesprek. Het succes van automatiseren begint met koffiedrinken… Heideanjer 2, Drachten, T. 0512 - 543 221, Meer weten? www.arrix.nl

www.tomfeith.nl info@tomfeith.nl


DAN

r 0 5 MEER

Jaa

E R VA

RING

Van Lierop Conserveert & Herstelt Hout | Verdrijft Vocht

Van Lierop Van Lierop

Een gezonde kijk op onroerend goed Onderzoek op (hout)aantasting | Houtinsectenbestrijding Zwamsanering | IsochipsÂŽ-kruipruimteisolatie | Vochtwering Kruipruimterenovatie | Houtrestauratie met epoxytechniek Heteluchtmethode | Zuurstofarmeluchtmethode Kelderafdichting | Inspectieabonnementen Vestigingen Noord: Alphen a.d. Rijn | Heerhugowaard | Assen | Vestigingen Zuid: Boxtel | Echt | Mechelen (B) |

www.vanlierop.nl Van Lierop

Van Lierop Van Lierop

Orgel te Tolbert. Gerestaureerd in 2001

Het Lohman-orgel in de Middeleeuwse kerk te Zuidwolde

MENSE RUITER orgelmakers b.v. Oosterseweg 13 9785 AD Zuidwolde (Gron.) Tel. 050-3010550 - Fax 050-3010560 E-mail: info@menseruiter.nl www.menseruiterorgelmakers.nl

0172 43 35 14

0411 63 26 47


Al jaren vertrouwd partner van de SOGK vertrouw ons ook úw bouwwerk bouw werk toe!

H. Pot bouwbedrijf (ver)bouwen met overleg Onderhoud, verbouw, renovatie, nieuwbouw en alle materialen voor de doe-het-zelver

Hoofdweg 25 9795 pa Woltersum (050) 502 15 55 www.bouwbedrijfpot.nl

Schildersbedrijf  W. Dijkema Noorderstraat 5 9989 AA Warffum telefoon (0595) 42 22 67 Ook leveren wij professionele verven, dubbele beglazing, voorzetramen en alle bijkomende schildersmaterialen

De Schilder, de beste vriend van je huis

Met een passie voor panden met geschiedenis 050 403 14 83 info@laurenshout.nl www.laurenshout.nl

Timmer- en restauratiewerken AdvLaurenshout_OGK_2013.indd 1

|

Interieur ontwerp en uitvoering

|

Deskundig in duurzaam (ver)bouwen 23-01-13 10:00


VASTGOED ONDERHOUD

BEGLAZING, WANDAFWERKING, DEALER VAN RUYSDAELGLAS, INDUSTRIEEL SPUITWERK, RESTAURATIE & HOUTRENOVATIE

Neem contact op met Robert van der Maar op 050-549 41 71 Koldingweg 15 • 9723 HL Groningen • Fax 050-549 46 31 • E-mail info@vdmaar.nl • Website www.vdmaar.nl

Naamloos-2 1

06-02-12 21:2


Bouwbedrijf W.H. Blokzijl Hoofdweg 154 Blijham Telefoon 0597 - 56 12 25 fax 56 12 83 Utiliteitsbouw Restauratie Particuliere bouw Houtskeletbouw Onderhoud Renovatie Verbouw

Voor al uw bouwwerken

Voor al uw - voegwerken - voegwerkrestauratie - gevelreiniging Noordveenkanaal n.z. 21 7831 aw Nieuw Weerdinge tel. 0591 - 522 258 / 522 770

Door jarenlange ervaring in renovatie en restauratie kunnen wij de schade aan uw gebouw of woning vakkundig en duurzaam herstellen. Onze vaklieden wonen en werken in uw regio en spreken de ‘toal’. Zij staan voor u klaar! www.brandsbouw.nl 050-57 57 800

Kieler Bocht 33, 9723 JA Groningen


H C

oveniersbedrijf oen Overdevest Leens Wierde 4 tel. 0595-571187

www.overdevesthoveniers.nl VCA gecertificeerd. Erkend Hovenier. Groenkeur gecertificeerd bedrijf.

Lid VHG

Ontwerp, aanleg,

onderhoud, (sier)bestrating en complete terreininrichting

Voor: * een compleet tuinontwerp en/of beplantingsplan * complete terreininrichting * de aanleg van uw tuin * onderhoud aan uw tuin b.v.: - renovatie - voor- of najaarsbeurt - maandelijks onderhoud - wekelijks maaien van uw gazon - gazononderhoud zoals bemesten en verticuteren (mosbestrijding) - enz. * snoeien van bomen en heesters * kappen van bomen * plaatsen van schuttingen, pergola’s, tuinhuisjes, bielzen, hekwerken enz. * aanleg van sierbestrating, grindpaden, schelpenpaden, enz. * aanleg van vijvers * het leggen van graszoden * ontwateren v/d tuin d.m.v. drainage * levering van bomen, heesters, coniferen, vaste planten, haagen bosplanten, potgrond, bemeste tuinaarde, gedroogde koemest, kunstmest en alle tuinmaterialen.

HOLS TEIN

re s t a u ra t ie a rc h it e c t u u r Kantoren Insulinde Bankastraat 42 J 9715 CD Groningen tel.: 050 5770059 fax: 050 5771904 info@holstein-restauratie.nl www.holstein-restauratie.nl

Profile for Annemieke Woldring

Groninger kerken - julinummer 2015  

Dit julinummer is een themanummer over Garmerwolde. Het bevat artikelen van Kees Kuiken, Ada van Deijk en Kees van der Ploeg.

Groninger kerken - julinummer 2015  

Dit julinummer is een themanummer over Garmerwolde. Het bevat artikelen van Kees Kuiken, Ada van Deijk en Kees van der Ploeg.

Advertisement

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded