Page 1

dichtbij, betrokken,

Jaarverslag 2011

betrouwbaar & betaalbaar

verzekeringen CoĂśperatie UnivĂŠ hypotheken pensioenen Regio+ U.A.

verzekeringen hypotheken pensioenen


JAARVERSLAG 2011 van COÖPERATIE UNIVÉ REGIO+ U.A.

M. DE KLERKWEG 1, 1703 DK HEERHUGOWAARD


INHOUDSOPGAVE Samenstelling bestuursorganen Verslag Raad van Bestuur Bericht van de Raad van Commissarissen Kerncijfers 2006-2011

1 3 29 34

Jaarrekening Geconsolideerde balans per 31 december 2011 Geconsolideerde winst-en-verliesrekening over 2011 Geconsolideerd kasstroomoverzicht Toelichting Toelichting op de geconsolideerde balans per 31 december 2011 Toelichting op de geconsolideerde winst-en-verliesrekening over 2011 Vennootschappelijke balans per 31 december 2011 Vennootschappelijke winst-en-verliesrekening over 2011 Toelichting op de vennootschappelijke balans per 31 december 2011 Toelichting op de vennootschappelijke winst- en verliesrekening over 2011

37 39 40 41 49 67 71 73 74 84

Overige gegevens Overige gegevens Controleverklaring van de onafhankelijke accountant

87 88

Totaal aantal pagina’s in dit rapport

89


Samenstelling bestuursorganen Gebaseerd op de situatie per 31 december 2011

Raad van Commissarissen De heer A.S.M. Molenaar De heer E.A.M. Karregat De heer drs S.A. van Duin De heer mr. H.F. Dijkstra De heer drs C.J.M. Kraakman

Bergen Edam Bergen Purmerend Alkmaar

Voorzitter Vice-voorzitter

Adviseur Raad van Commissarissen De heer P.H.G. van den Berge

Alkmaar

Ledenraad Mevrouw drs. A.C.M. van Aert De heer G. Bakker De heer J. Bakker De heer G. Ballast De heer C.H. Bos Mevrouw S. Brandsma-van der Kloet De heer A.J. van der Burg De heer J. Dogger De heer mr. M. van der Ent De heer M.W. Jimmink De heer J.C. de Jong Mevrouw T.A. Knoop-van der Steege De heer N. Koning De heer A.C. Koole De heer A. van de Kreeke De heer P.C. Nell De heer H. Onderwater Mevr. drs. M.H.P. van Onna De heer A.P. Pereboom De heer J. van der Straaten De heer A. Swiebel De heer J. Tamis De heer R. Velsink Mevrouw E. Verhage

Den Helder Nieuwkoop Den Helder Alkmaar Heerhugowaard Den Helder Zuidschermer Zuid-Scharwoude Amsterdam Krommenie Zevenhoven Zwolle Oudorp Uithoorn Edam Ursem Wormer Den Ilp Castricum Haarlem Amstelveen Alkmaar Dalfsen Heemskerk

1


De heer G.J. de Vries Mevr. P.J. de Wit Mevrouw M. van Wijk

Oudendijk Zwaag Nagele

Raad van Bestuur De heer F.C.J. Admiraal De heer J.F. Kluin De heer mr. R.A. de Ruiter MMO

Limmen Medemblik Haarlem

Voorzitter

2


Verslag Raad van Bestuur Historie De Onderlinge Verzekeringsmaatschappij Univé Regio+ U.A., opgericht op 1 oktober 1985 door de toenmalige Onderlinge Ziektekostenverzekering Noord-Holland-Noord U.A., heeft als doel haar (aspirant-)verzekerden verzekeringsproducten en diensten aan te bieden met een goede kwaliteit en tegen een zo laag mogelijke prijs. Als gevolg van een sterke groei en aanpassingen aan de wet- en regelgeving is per 1 januari 2005 een juridische en bestuurlijke herstructurering doorgevoerd. Hierbij zijn de verschillende activiteiten ondergebracht in aparte vennootschappen met als holding een Coöperatie. Van deze Coöperatie kunnen alle verzekerden die bij Univé Regio+ Brandverzekering N.V. een brandverzekering hebben, lid worden. Tevens is de bestuurlijke structuur aangepast naar een Raad van Commissarissenmodel. De dagelijkse leiding van de groep staat onder verantwoordelijkheid van het Bestuur, waarop toezicht wordt gehouden door de Raad van Commissarissen. Een afvaardiging van de leden wordt gevormd door een Ledenraad. Hierbij is beoogd de invloed van de leden op het beleid van de organisatie te versterken en effectiever te maken. Per 1 januari 2011 is Univé Regio+ gefuseerd met Univé Stellingland, waarbij de juridische naam ongewijzigd is gebleven. Univé Stellingland is voortgekomen uit Univé Zaanstreek, Univé De Ommering, Univé Volendam en Univé Landsmeer. De nieuwe fusieorganisatie heeft 18 vestigingen verspreid over het gezamenlijke werkgebied. Aangezien Univé Regio+ werkt met een regionale indeling, zijn vanuit het voormalig werkgebied van Univé Stellingland de regio’s Zaanstreek en Waterland toegevoegd. Het hoofdkantoor is gevestigd in Heerhugowaard.

De Univé Organisatie Coöperatie Univé Regio+ U.A. is een zelfstandig bedrijf en maakt deel uit van een landelijk samenwerkingsverband van zelfstandige Onderlingen die opereren in geografische werkgebieden. Deze Onderlingen zijn aangesloten bij Univé Verzekeringen. In 2006 is Univé Verzekeringen een juridische samenwerking aangegaan met VGZ, IZA en TRIAS (VIT). Daartoe is de overkoepelende coöperatie UVIT opgericht. Als gevolg van een herziening van de strategische uitgangspunten, is per 1 januari 2012 een ontvlechting overeengekomen tussen Univé Verzekeringen (het schadebedrijf) en Coöperatie VGZ (het zorgbedrijf). Hierbij is een separate juridische structuur en dito aansturing tussen het schadebedrijf en het zorgbedrijf ingericht, waarbij VGZ onder licentie zorgverzekeringen onder het label Univé levert.

3


Het samenwerkingsverband van Onderlingen biedt onder de merknaam ‘Univé’ exclusief brand-, schade-, en zorgverzekeringen aan. Een aantal van deze Onderlingen is gevestigd in aangrenzende regio’s. De contacten tussen deze Onderlingen verlopen in een collegiale sfeer. Er zijn ultimo 2011 22 (2010: 25) Onderlingen met ruim honderdvijftig verzekeringskantoren verspreid over heel Nederland.

Missie, visie, strategie Missie Univé Regio+ is een coöperatieve aanbieder van verzekeringen en aanverwante diensten en heeft één oogmerk, het belang van onze leden en klanten. Wij kiezen daarbij altijd voor individueel passende en goed betaalbare oplossingen. Visie Univé Regio+ wil dichtbij haar klanten staan, niet alleen fysiek, maar ook in de beleving van klanten. Daarvoor wil Univé Regio+ regionaal betrokken zijn. Het werkgebied van Univé Regio+ is zeer divers. De verschillen tussen de afzonderlijke gebieden wil Univé Regio+ tot speerpunt verheffen. Strategie De strategie van Univé Regio+ richt zich op drie pijlers: • Service: Univé Regio+ streeft naar een service die door de klant als uitstekend wordt ervaren en die beter is dan die van de concurrenten • Naamsbekendheid: Univé Regio+ wil regionaal werken en regionaal betrokken zijn bij haar leden en klanten • Distributie: Univé Regio+ wil zich onderscheiden door de verschillende mogelijkheden waarop de klant met Regio+ in contact kan komen. Distributiekanalen zijn de winkels, het Advies Centrum (telefonisch), adviseurs thuis of op locatie en internet. Op het moment van schrijven van dit jaarverslag wordt gewerkt aan het actualiseren en waar nodig ook het bijstellen van de Visie van Regio+. In het tweede kwartaal van 2012 zal de nieuwe Visie, als onderdeel van het meerjarenbeleidsplan, ter goedkeuring aan de Ledenraad worden voorgelegd.

4


Resultaten 2011 In 2011 heeft de financiële crisis zich verergerd. Begrotingstekorten van landen zijn een bron van zorg en in Europa wordt fors bezuinigd om de financiële huishouding weer in evenwicht te brengen. Deze financiële instabiliteit heeft zijn weerslag op banken en pensioenfondsen die worden geconfronteerd met aanvullende eisen om toekomstige verplichtingen veilig te stellen. Hierdoor staat het financiële vertrouwen in het monetaire eurosysteem fors onder druk en wordt zeer beperkt gehandeld in liquiditeiten tussen financiële instellingen. Univé Regio+ kent een prudent beleggingsbeleid, waardoor koersontwikkelingen in de aandelenmarkt nauwelijks invloed hebben op het financiële resultaat van Univé Regio+. In het beleggingsbeleid is onder meer vastgelegd dat uitsluitend wordt belegd in assets met een zeer laag risicoprofiel. Hierbij heeft Univé Regio+ met name gestreefd naar spreiding van het vermogen over diverse financiële instellingen. Gezien de instabiele ontwikkelingen bij banken zal tevens worden onderzocht of meer beleggen in obligaties een verlaging van het risicoprofiel kan betekenen. Door een stijgende rente op liquide middelen is de renteopbrengst op het uitgezette vermogen in vastrentende waarden gestegen. In 2011 is een gemiddeld resultaat op het belegde vermogen behaald van 2,6%. Het operationele resultaat van de Coöperatie Univé Regio+ is op een hoger bedrag uitgekomen dan vorig jaar. De hoger dan begrote schadelast is ruimschoots gecompenseerd door lager dan begrote bedrijfslasten en een vrijval van de schadeoverloop over 2010. Het uiteindelijk resultaat is uitgekomen op € 1.453.616 (vorig jaar € 609.704). Het verzekeringstechnische resultaat van Univé Regio+ Brandverzekering N.V. stond fors onder druk. De schade-uitkeringen ten laste van het huidig jaar zijn gedaald van € 5.086.518 in 2010 naar € 4.824.749 in 2011. Wel is het schadepercentage (schadelast ten opzichte van de premieinkomsten) nog steeds fors met 42% over 2011, met name door sneeuw (begin 2011) en wateroverlast (medio 2011). Daarentegen is het premievolume Brand gestegen met ca. 5%. Vooral de ledenactie met een eerstejaars korting op de inboedelverzekering heeft hier met ruim 1.800 nieuwe verzekeringen aan bijgedragen. Overige specifieke ontwikkelingen in de branche Brand worden verder in dit bestuursverslag toegelicht. De ontwikkeling bij Univé Zorgverzekeringen stond in 2011 in het teken van de ontvlechting van Univé Verzekeringen en Coöperatie VGZ. Hierbij is veel tijd en energie besteed aan het ontwikkelen van een nieuw samenwerkingsverband waarbij de basis is gelegd voor een Univé Zorgverzekering met een eigen ‘look and feel’, welke in licentie geproduceerd gaat worden door VGZ. Eind 2011 zijn de condities voor de nieuwe samenwerking door de Ledenraden geaccordeerd, zodat in 2012 hier nader invulling aan gegeven kan worden. Het aantal basiszorgpolissen binnen het werkgebied van Univé Regio+ is in 2011 licht gestegen naar 176.700 polissen. Belangrijk element hierbij is het ledencollectief voor de individueel particulier verzekerde. De hoogte van de korting op de basisverzekering is hierbij afhankelijk gesteld van het aantal schadeverzekeringen dat een verzekerde bij Univé heeft lopen. Daarnaast

5


telt een zorgverzekering ook mee voor de hoogte van de korting op de schadeverzekeringen. Deze systematiek is voor Univé Regio+ commercieel gunstig en heeft geresulteerd in een significant hogere productie van het aantal schadeverzekeringen. De landelijke bereidheid van verzekerden om te switchen van zorgverzekeraar is in de zorgperiode 2010-2011 beperkt gestegen ten opzichte van het voorgaande jaar (5,5%). Het aantal Univé variaverzekeringen is met 4,5% gegroeid (autoverzekeringen zijn gestegen met 0,6%). De stijging van de verdiende provisie bedroeg 1,6% (provisie autoverzekeringen is gestegen met 0,3%). De relatief lage groei van de provisie wordt met name veroorzaakt door een lage premiegroei in de branche motorrijtuigen. Univé Verzekeringen heeft eind 2011 een premieverhoging op de autoverzekeringen doorgevoerd, maar door dalende gemiddelde waarden van verzekerde objecten en hogere gemiddelde korting op de bonus-malus-ladders stijgt de premieopbrengst (en daarmee de provisieopbrengst) niet volledig mee met de polisgroei. Inmiddels heeft Univé per 1 januari 2012 haar autopremies wederom met 5% verhoogd. Op basis van de bezorgdheid die DNB heeft uitgesproken over de ontwikkeling van het technische resultaat van autoverzekeraars, is de verwachting dat concurrenten de premiestijging van Univé zullen navolgen. De inkomsten in de branche hypotheek/leven zijn conform begroting fors lager; er was sprake van een provisiedaling van circa € 400.000. Deze daling wordt met name veroorzaakt door het afschaffen van de bonusprovisies op uitvaartverzekeringen met ingang van 2011 en wijzigingen in provisiestructuren van de diverse producten. Zo wordt er in 2011 minder afsluitprovisie vergoed, maar meer doorlopende provisie. De operationele bedrijfslasten zijn ten opzichte van 2010 gedaald. Vooruitlopend op de uitkomsten van Focus Processen zijn, waar mogelijk, reeds uitgaven geschrapt. Daarentegen zijn extra kosten gemaakt in het kader van de voorbereidingen onder Focus Processen, waarbij tevens aandacht is gegeven aan de voorbereidingen op Solvency II. Per saldo zijn de kosten in 2011 gedaald. De eerste helft van 2012 zal in het teken staan van de herinrichting van de organisatie. Reeds in 2011 is aangevangen met het opnieuw in kaart brengen van alle processtappen, de risico’s die hiermee gemoeid zijn en het aantal medewerkers dat hierbij betrokken is. Bij deze herinrichting is beoogd de organisatie klantvriendelijker te maken, waarbij tevens wordt beoogd de procesgang effectiever en efficiënter te maken. Tevens is hierbij aandacht gegeven aan de voorbereidingen op Solvency II. Om dit proces vorm te geven en te implementeren is het externe bureau Mobilee ingehuurd. Verwacht wordt dat bij dit proces gedwongen ontslagen niet kunnen worden voorkomen, omdat op bepaalde plaatsen in de organisatie arbeidsplaatsen vervallen. Univé Regio+ heeft hierover in 2010 afspraken gemaakt met de Ondernemingsraad en de vakbonden en deze vastgelegd in een Sociaal Plan. Univé Regio+ heeft voor de hieruit voortvloeiende kosten een reorganisatievoorziening gevormd ad € 600.000. Overige specifieke ontwikkelingen van genoemde bedrijfsactiviteiten zijn verder in dit verslag weergegeven.

6


Regionale benadering Belangrijk aspect in de Missie en Visie van Univé Regio+ is de creatie van regio’s. Hoofdlijn van dit beleid is dat het grote werkgebied van Univé Regio+ wordt ingedeeld in kleinere, lokaal herkenbare werkgebieden, waarbij de Univé vestiging een prominentere positie speelt. Het hoofdkantoor in Heerhugowaard ondersteunt deze regio's. Een belangrijke rol in dit beleid is weggelegd voor de regiomanager, die vanuit een grote betrokkenheid Univé Regio+ in de locale samenleving profileert. Hierbij staan alle distributiekanalen ten dienste van de regio en worden acties en werkzaamheden in gezamenlijkheid tussen het hoofdkantoor en de regio gecoördineerd. Ultimo 2011 zijn 10 regio’s ingedeeld: Den Helder, Hoorn, HAL, Noord Kennemerland, Haarlem, Amsterdam, Het Groene Hart, Zaanstreek, Waterland en Zwolle. Een regiomanager stuurt 1 á 2 regio’s aan. Jaarlijks vindt per regio een bijeenkomst plaats waar locale aspecten en de betrokkenheid hierbij van Univé worden besproken. Hierbij zijn, naast de medewerkers van Univé Regio+, tevens leden van de Ledenraad aanwezig die woonachtig zijn in het desbetreffende deel van het werkgebied. Evenals vorig jaar is er in 2011 veel aandacht geschonken aan het vestigingenbeleid. Ter stimulering van de Missie en Visie worden vestigingen door een andere inrichting laagdrempeliger gemaakt. Tevens worden faciliteiten beschikbaar gesteld om de zelfredzaamheid van de klant voor eenvoudige schadeproducten te bevorderen. De vestigingen dienen zichtbaar te zijn in de regio. Jaarlijks worden enkele vestigingen getransformeerd naar het nieuwe vestigingenbeleid. Dit heeft ertoe geleid dat in 2011 de vestiging Wormer is geüpgrade en de winkel Haarlem is verhuisd naar een meer representatieve locatie. Ultimo boekjaar zijn winkels gevestigd in de volgende plaatsen: Alkmaar, Den Helder, Hoorn, Heerhugowaard, Limmen, Heemskerk, Haarlem, Amsterdam, Mijdrecht, Nieuwkoop, Wormer, Krommenie, Zaandam, Stompetoren, Purmerend, Landsmeer, Volendam en Zwolle. Ledenbeleid Ook in 2011 is er invulling vanuit de Missie gegeven aan het ledenbeleid van Univé Regio+. Dit heeft geresulteerd in de volgende zaken: 





Steuntjes in de rug. Mede op basis van input van de Ledenraad heeft iedere regio een drietal steuntjes (bijdragen aan lokale maatschappelijke doelen) uitgezet. In totaal zijn 24 steuntjes in de rug verstrekt, met een totale waarde van € 48.000. Deze steuntjes zijn in de regio onder regie van de regiomanager uitgereikt. Hier is veel publiciteit aan gegeven. Ledenvoordeelprogramma. Zowel op de website als in een tweetal ledenmagazines is aandacht gegeven aan het uitgebreidere ledenvoordeelprogramma. Zo konden leden aan andere leden diensten met voordeel aanbieden. Mede op verzoek van onze leden zijn ook brandblussers met korting aangeboden. Contact met leden(raadsleden). Frequenter wordt er contact gelegd met leden(raadsleden) over activiteiten in de regio. Zo zijn de ledenraadsleden ook allen uitgenodigd voor de regionale uitrollen van de Missie, Visie en Strategie.

7


Klanttevredenheid In 2011 maakte klanttevredenheid onderdeel uit van de variabele beloning van alle medewerkers in het bedrijf. Deze variabele groeide langzaam in 2011 naar een gemiddelde van 7,7 (vorig jaar 7,5). Naast de meting van de klanttevredenheid door een extern bureau, worden intern alle uitingen van ongenoegen geregistreerd. Dit moet leiden tot een structureel verbetermanagement. Toezichthouders In 2011 is er uit hoofde van de toezichtsrol geen contact geweest met De Nederlandsche Bank (DNB). Indirect is er wel contact geweest, met name ten aanzien van de herinrichting van Univé na de ontvlechting met VGZ en dan met name de positie en verplichtingen die de Onderlingen binnen de Centrale Organisatie hebben. Zowel met eigen adviseurs (KPMG) als in samenwerking met Univé Verzekeringen wordt nader invulling gegeven aan de eisen die Solvency II stelt aan een verzekeraar. Univé Regio+ heeft in 2011 veel aandacht geschonken aan verbeteringen en opmerkingen uit hoofde van de Compliance ‘nulmeting’ die zij heeft uit laten voeren door het bureau Heathfield. Vanaf 2012 zal dit proces worden aangevuld met acties die voortvloeien uit het voldoen aan de eisen die Solvency II stelt. Omdat de wet- en regelgeving, alsmede de maatschappelijke normen continu in beweging zijn, is het aandachtsgebied Compliance van groot belang voor Univé Regio+. Het toezicht van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) is ook in 2011 toegenomen. In 2011 is contact geweest met AFM in het kader van het aanpassen van de vergunningen als gevolg van de fusie. Univé Regio+ heeft wederom meegedaan aan het self-assessment van de Stichting Financiële Dienstverlening.

Ledenraad De Raad van Bestuur hecht grote waarde aan haar Ledenraad die zorg draagt voor de vertegenwoordiging van de brandleden. Er waren ultimo 2011 27 Ledenraadsleden actief. In januari 2011 zijn 5 Ledenraadsleden naar aanleiding van de fusie met Univé Stellingland toegetreden tot de Ledenraad van de Univé Regio+. Er zijn in 2011 2 reguliere Ledenraadvergaderingen gehouden, te weten op 23 mei en op 31 oktober. De belangrijkste onderwerpen tijdens deze vergaderingen zijn geweest: o Vaststellen Jaarrekeningen 2010 Coöperatie Univé Regio+ U.A. en Coöperatie Univé Stellingland; o Voorstel tot verlening van decharge aan Raad van Bestuur en de Raad van Commissarissen voor het gevoerde beleid cq. het gevoerde toezicht; o Voorstel tot verwerking resultaat (winstbestemming) en voorwaarden tot premierestitutie; o Halfjaarcijfers 2011; o Ledenmagazine 2011; o Ledenbeleid;

8


o Beleid van de Coöperatie en belangrijke ontwikkelingen, zoals traject ‘Huis op Orde’ en ‘Focus Processen’; o Ontwikkelingen centrale organisatie UVIT; o Harmonisatie vergoeding Ledenraad; o Beloningsbeleid Raad van Commissarissen; o Arbeidsvoorwaardenbeleid bestuurders Univé Regio+ Brandverzekering N.V.; o Goedkeuren Rooster van Aftreden Raad van Commissarissen en herbenoeming van de heer S.A. van Duin als lid van de Raad van Commissarissen; o Goedkeuren van Reglement Ledenraad en Rooster van Aftreden; o Herbenoeming van de externe accountant KPMG 2011. In de Ledenraadvergadering van 23 mei 2011 zijn de jaarrekeningen 2010 van de Coöperatie Univé Regio+ en de Coöperatie Univé Stellingland goedgekeurd. Hierbij was tevens aanwezig de externe accountant, de heer T. Reijns van KPMG. Op 23 mei 2011 zijn 3 Ledenraadsleden herkozen, te weten mevrouw M. van Wijk, de heer C. Bos en de heer R. Velsink. Op 31 oktober 2011 zijn de volgende Ledenraadsleden herkozen: mevrouw M. van Onna, de heer A. van der Burg en de heer M. Jimmink. Aansluitend op de Ledenraadsvergadering van 23 mei heeft de Algemene Ledenvergadering van Univé Regio+ plaatsgevonden. Op 17 januari 2011 heeft er een extra Ledenraadbijeenkomst plaatsgevonden. Deze bijeenkomst stond in het teken van een nadere kennismaking van de Ledenraadleden na de op 1 januari 2011 tot stand gekomen fusie. Tijdens deze extra bijeenkomst is door mevr. I. Duit van het NICE instituut een presentatie gegeven over de rol, functie en positie van de Ledenraad. Op 21 maart heeft er een ingelaste Ledenraadsvergadering plaatsgevonden. Tijdens deze bijeenkomst is de Ledenraad geïnformeerd over Solvency II en de impact hiervan voor Univé Regio+. Tevens is tijdens deze bijeenkomst afscheid genomen van de heer A.W. van der Vaart, die zich in 2011 niet meer herkiesbaar heeft gesteld.

9


Bedrijfsontwikkelingen Brandverzekeringen De brandactiviteiten zijn ondergebracht in Univé Regio+ Brandverzekering N.V. Verzekerden met een inboedel- en/of opstalverzekering kunnen lid worden van de Coöperatie Univé Regio+. Het technisch resultaat van de brandverzekeraar is lager uitgevallen dan verwacht. De premiegroei is 0,8% lager dan verwacht (circa € 80.000) en de schadelast circa € 100.000 hoger dan verwacht. Bij de schadelast moet wel de opmerking gemaakt worden dat de schadelast met betrekking tot het boekjaar 2011 circa € 635.000 hoger is uitgevallen dan begroot, maar dat dit in de jaarrekening grotendeels wordt gecompenseerd door een forse vrijval van de schadeoverloop over 2010 (€ 530.000). Goede instroom nieuwe verzekeringen In de zomer van 2010 is een nieuw brandproduct voor alle klanten geïntroduceerd en in 2011 is dit product opnieuw onder de aandacht gebracht van alle klanten van Regio+ die nog geen brandverzekering hadden. Deze actie heeft ruim 1.800 nieuwe verzekeringen opgeleverd. Totaal is over 2011 het polisbestand gegroeid met 3.200 brandverzekeringen. Hoge Schadelast De schade-uitkeringen ten laste van het huidig jaar zijn gedaald van € 5.086.518 in 2010 (schadelast van Regio+ en Stellingland gezamenlijk) naar € 4.824.749 in 2011. Wel is het schadepercentage (schadelast ten opzichte van de premie-inkomsten) nog steeds fors met 42% over 2011.

10


Schadecategorieën Er worden vier schadecategorieën onderscheiden: • De categorie “Brand”: omvat alle schades aan Inboedel en Opstal welke zijn veroorzaakt door brand in het opstal. • De categorie “Uitgebreide Gevaren” : is een rest categorie waar de meeste schadegevallen in terecht komen. Te denken valt aan waterschades als gevolg van lekkage van een wasmachine, schade als gevolg van inbraak, etc. • De categorie “Storm” : behelst uiteraard alle schades die zijn veroorzaakt door storm. Het KNMI bepaalt of er sprake is van een storm (kracht 7 op de windschaal van Beaufort). De categorie “Catastrofe” ziet toe op dekking bij extreme weersituaties. • De categorie “Glas” : ziet toe op alle glasschades aan het opstal, voor zover niet veroorzaakt door één van de andere categorieën. Dit betreft veelal kleinere schadebedragen. Brand Het netto schadebedrag is gestegen van € 1.046.158 (2010) naar € 1.185.785. In 2011 zijn er in totaal 4 grote brandschades gemeld (> € 50.000) met een totaal netto schadebedrag van circa € 485.000. Het aantal meldingen is ongeveer gelijk gebleven op 302 in 2011 (2010: 298). UG (uitgebreide gevaren) Binnen de branche UG is het netto schadebedrag uitgekomen op € 2.574.141. Dit is een daling ten opzichte van het bedrag in 2010 (€ 3.300.076). Het aantal meldingen is gestegen naar 3.090 in 2011 (2010: 2.991). Hierbij dient wel te worden opgemerkt dat in de schadelast over 2010 een forse boeking van de overloop was opgenomen, waarvan in 2011 circa € 500.000 is vrijgevallen. Storm Onze Onderlinge heeft in 2011 299 stormschademeldingen in behandeling genomen met een totale schaderaming van € 220.919. Een daling van het schadebedrag ten opzichte van dezelfde periode in 2010, toen er 217 stormschades werden gemeld met een totale schadelast van € 300.146. In 2011 is er één grote stormschade gemeld (€ 75.000), terwijl er in 2010 ook één grote stormschade was gemeld, maar dan voor een bedrag van circa € 135.000. Glas Het netto schadebedrag in 2011 (€ 297.400) is licht gedaald ten opzichte van het bedrag in 2010 (€ 320.709). Het aantal meldingen is wel gestegen van 1.067 meldingen in 2010 naar 1.146 meldingen in 2011. De daling van de gemiddelde schadelast wordt gerealiseerd door de ingebruikname van het zgn. Glasloket. Deelname aan dit door Compander uitgevoerde initiatief levert een verhoogd serviceniveau op richting klanten, een zeer efficiënt afhandelingproces met bijhorende servicelevelafspraken en een scherp uitonderhandelde basisprijs voor het geleverde glas.

11


12.000

Verzekerde kapitalen

Brand Storm 10.000

UG Glas

euro's x 1.000.000

8.000

6.000

4.000

2.000

0 2007

2008

2009

2010

2011

Verzekerde kapitalen ultimo boekjaar in miljoenen euro’s

Standenregister per 31 december (premie voor pakketkorting) 2011, inclusief fusie Univé Stellingland Bruto premie in euro’s 2009 2010

2011

Brand Storm Uitgebr. gevaren Catastrofe Glas

3.163.973 572.008 2.547.980 851 603.084

3.467.968 614.622 2.703.755 901 646.878

5.622.733 1.057.632 3.980.664 4.858 973.967

Totaal

6.887.896

7.434.126

11.639.754

Verzekerd kapitaal x € 1.000 2009 2010 6.294.691 6.287.746 6.203.237 134 3.900.930

6.780.234 6.772.762 6.688.641 136 4.191.884

2011 10.675.697 10.570.523 10.304.226 113 6.315.318

12


12.000

Ontvangen premie

Bedragen x â‚Ź 1000

Premie Herverzekering Schade eigen behoud 10.000

10.941

Schade t.l.v. Herverzekeraar

8.000 6.849 6.353 5.855

6.000

Euro's

5.269

4.262

4.229 4.000

2.763

2.262

2.506

2.000 1.074 581 453

0

535 171

0 2007

2008

578

639 44

2009

2010

2011

-16

-2.000

Brandportefeuille, 2011 inclusief fusie Stellingland Branche

Schadeaantallen 2009 2010 2011

Netto schadebedrag in euro’s 2009 2010 2011

Brand Uitgebreide gevaren Storm Glas

257 1.682 87 737

210 2.216 144 806

302 3.090 299 1.146

566.511 1.665.797 29.321 200.140

590.565 2.629.694 194.421 236.748

1.185.785 2.574.141 220.919 297.400

Totaal

2.763

3.376

4.837

2.461.770

3.651.428

4.278.245

13


Gemiddeld bruto-schadebedrag per branche 6.000

Brand

5.500

5.000

4.500

4.000 Brand 3.500

Euro's

Brand 3.000

2.500

2.000 Brand

Brand

1.500 Storm UG

1.000

500

UG Storm Glas

0 2007

UG Storm

Storm

Glas

Glas

2008

2009

UG UG Storm

Glas 2010

Glas 2011

14


Bemiddelingsactiviteiten Het aantal levens- en schadeverzekeringen dat via onze bemiddeling (Regio+ en Stellingland tezamen) is ondergebracht, is in het boekjaar toegenomen tot 303.304. De groei van Univévariapolissen bedraagt 10.563 (+4,5%). Voor levens- en schadeverzekeringen via derden is de groei niet te bepalen, omdat vanwege de fusie de vergelijkende cijfers ontbreken. Het aantal zorgpolissen via onze bemiddeling is gestegen van 171.752 in 2010 tot 176.797 ultimo 2011 (+2,9%).

Aantal posten in portefeuille 350.000

Brand Schade-leven

300.000

Zorg

303.304

250.000

217.492

206.610 200.000

176.787 151.855

150.794

150.000 100.000

88.948 61.604

58.630 50.000 0 2009

2010

2011

De bruto provisie-inkomsten (Univé Stellingland en Univé Regio+ tezamen genomen) uit bemiddelingsactiviteiten zijn gedaald van € 15.274.237 in 2010 tot € 15.202.081 in 2011 (daling 0,5%). • De groei van de variaprovisie komt voor 2011 uit op 1,6%. • Voor de overige bemiddelingsproducten is er sprake van een groei van 4,1% in 2011. • Voor de hypotheek/leven productie is er sprake van een provisiedaling van 28%. Deze daling wordt met name veroorzaakt door het afschaffen van de bonusprovisies met ingang van 2011 en wijzigingen in provisiestructuren van de diverse producten. Zo wordt er in 2011 minder afsluitprovisie vergoed, maar meer doorlopende provisie. • Voor de zorgverzekeringen er is een stijging van de inkomsten in 2011 van 3,3%. BEMIDDELINGSINKOMSTEN IN % PER BRANCHEGROEP Hyp./Leven 7,0%

Varia 45,6%

Ov. bemidd. 10,6%

Inkomsten in procenten per branchegroep: 2010 2011 Varia 44,6 45,6 Zorg 35,5 36,9 Hypotheek/Leven 9,7 7,0 Overige bemiddeling 10,1 10,6

Zorg 36,9%

15


Personeel en Organisatie Arbeidsmarkt In 2011 was de arbeidsmarkt redelijk toegankelijk. Voor specialistische functies, zoals MKB buitendienst bleek het onverminderd lastig te zijn om iemand te vinden die voldeed aan de door Univé Regio+ gestelde wensen. Voor functies waarvoor minder ervaring en opleiding vereist was, was het aanbod veel beter. Werving en selectie In 2011 kon de lijn worden doorgezet om de kosten voor werving en selectie aanzienlijk terug te dringen zonder dat dit ten koste ging van de kwaliteit van de invulling van de vacatures. Aan het eind van het jaar is een vacaturestop ingevoerd, vooruitlopend op eventuele gevolgen in de bezetting van het door te voeren traject Focus Processen, waarbij het Sociaal Plan van toepassing zal worden verklaard. Instroom en uitstroom Per 1 januari vond de formele samenvoeging plaats van het personeelsbestand van voormalig Univé Stellingland en Univé Regio+. De nieuwe organisatie startte 2011 met 254 medewerkers. In het jaar 2011 kwamen er in totaal 40 medewerkers in dienst en zijn er 52 medewerkers uit dienst gegaan. Daarmee kwam het totaal aantal medewerkers in 2011 op 242. Daarnaast werden in 2011 7 medewerkers aangenomen voor het Outboundteam (telefonisch uitbellen) en stopten er 14 met het werken bij het Outboundteam. Verloop Het verloop binnen de organisatie is in 2011 ten opzichte van 2010 gestegen van 16% naar 21%. (2009 14%, 2008 25%). Van de 52 medewerkers die uit dienst gingen, waren 20 van hen 1 jaar of korter in dienst. Twaalf medewerkers waren tussen 1 en 2 jaar in dienst en de 20 resterende medewerkers waren langer dan 2 jaar in dienst. Bij 18 van de 52 medewerkers was er sprake van uitdiensttreding op eigen verzoek. Bij 21 medewerkers werd een contract voor bepaalde tijd niet verlengd of werd het contract in de proeftijd beëindigd. In 13 gevallen was er sprake van uitdiensttreding op ons verzoek, of in onderling overleg. Het veel hogere verloop in 2011 is deels veroorzaakt door het besluit om contracten voor bepaalde tijd zoveel mogelijk niet om te zetten in vaste contracten. Naast in- en uitstroom zijn in 2011 10 medewerkers intern veranderd van functie en zijn met een aantal medewerkers individuele afspraken gemaakt om met begeleiding toe te groeien naar een andere functie. Organisatie De fusie met Univé Stellingland was een intensief traject. Eén van de belangrijke zaken was het met de Ondernemingsraden harmoniseren van alle personeelsregelingen zonder een directe inkomenscomponent. Ook zijn alle voorstellen gemaakt om te komen tot harmonisatie van

16


arbeidsvoorwaarden met een directe inkomenscomponent. Het overleg hierover zal in 2012 worden afgerond. Een ander belangrijk onderwerp was het ontwikkelen van beloningsbeleid en het aanpassen van de regeling Variabele beloning, waarbij aansluiting is gezocht met stringentere geldende regelgeving. Ook hiervoor geldt dat de uitvoering in 2012 zal plaatsvinden. Daarnaast is in 2011 een gedragscode opgesteld, waarin is vastgelegd dat de belangrijkste drijvers voor ons handelen worden gevormd door klantbelang, integer handelen en samenwerken. Opleidingen Ook in 2011 stonden de meeste opleidingsactiviteiten in het teken van het behalen van vakopleidingen en het voldoen aan de wettelijke vereisten voor Permanente Educatie. Met name bij het adviescentrum en op de vestigingen zijn medewerkers aan de slag gegaan met het behalen van WFT-diploma’s. Daarnaast heeft er een training in het voeren van selectiegesprekken plaatsgevonden en een training omgaan met ziekteverzuim. ARBO Vanaf 1 januari 2011 is onze bedrijfsarts elke week aanwezig om spreekuur te houden op kantoor. Daarnaast heeft de bedrijfsarts samen met een personeelsadviseur een training gegeven aan een grote groep leidinggevenden over hoe om te gaan met ziekteverzuim. Ziekteverzuim Het ziekteverzuim is in 2011 flink gestegen. Het gemiddelde verzuimpercentage is eind 2011 uitgekomen op 5,8% exclusief zwangerschapsverlof (2010 3,7%, 2009 4,3%) en op 7,9% inclusief zwangerschap. Wellicht is de aangegane fusie deels een verklaring voor deze ontwikkeling. Algemeen is bekend dat in een jaar voor een fusie het verzuim daalt, om na de fusie te stijgen. Opvallende ontwikkeling in het ziekteverzuim binnen onze organisatie is dat het aandeel langdurig zieken sterk is toegenomen. De reden van de uitval is in de meeste gevallen niet gelegen in het werk. De meldingsfrequentie is met 1.07 gedaald naar een niveau passend bij de organisatie van Univé Regio+. In 2011 zijn voor het eerst een aantal medewerkers doorverwezen naar een organisatie die medewerkers begeleidt en traint uit preventieve overwegingen. In 2011 heeft wederom één derde van de medewerkers het aanbod gekregen om aan het PAGO (Periodiek arbeids- en gezondheidskundig onderzoek) deel te nemen. Het aanbieden van een PAGO is verplicht voor een bedrijf als Univé Regio+. In de uitvoering biedt Univé Regio+ medewerkers een breder gezondheidsonderzoek dan verplicht aan. Het PAGO wordt op vrijwillige basis aangeboden. Veertig medewerkers hebben in 2011 ook daadwerkelijk deelgenomen aan het onderzoek en hadden een hoge waardering voor dit aanbod van de werkgever. Een aantal van hen zijn uit preventief oogpunt doorverwezen binnen de reguliere gezondheidszorg. Algemene aandachtspunten voor de organisatie vanuit het PAGO sloten aan bij de uitkomsten van voorgaande jaren, te weten werkdruk en het binnenklimaat.

17


Medezeggenschapsorgaan De samenstelling van de Ondernemingsraad bestond eind 2011 uit: de heer P. Meijns (voorzitter), de heer H. Jansen (secretaris), de heer P. Wortel, de heer P. Schilder, de heer M. Keyner, de heer S. Smit, de heer E. Ruitenberg-Elders en mevrouw A. Smit. Mevrouw I. Kielstra (vice-voorzitter) heeft in november 2011 aangegeven dat zij haar zetel wenste op te geven. Op verzoek van de Ondernemingsraad is het mandaat verlengd opdat de geplande verkiezing van 2011 verschoven wordt naar april 2012. In het kader van de fusie is begin 2011 het traject van de harmonisatie van arbeidsvoorwaarden vervolgd. Hier waren Ondernemingsraad, FNV Bondgenoten en Directie bij betrokken. Gestart is met de harmonisatie van de secundaire arbeidsvoorwaarden. Er zijn hiertoe 5 bijeenkomsten georganiseerd, welke in juli 2011 hebben geleid tot een overeenkomst. In totaal zijn 31 personeelsregelingen geharmoniseerd, zoals bijdrage zorgpremie, reiskosten woon-werk en overig, telefoonkosten, auto van de zaak, werktijden, HR cyclus, opleidingsregeling, vaste onkostenvergoeding, verlofregelingen, aanpassing arbeidsduur. In september 2011 heeft de heer E.A.M. Karregat als vice-voorzitter namens de Raad van Commissarissen een regulier OR-Directieoverleg bijgewoond. In het boekjaar 2011 hebben er zeven reguliere overlegvergaderingen plaatsgevonden tussen de Ondernemingsraad en het Bestuur. Tijdens deze overlegvergaderingen zijn onderwerpen besproken als voortgang fusie, voortgang focus 2011, Arbojaarverslag, beheerst beloningsbeleid en de ontwikkelingen bij de Centrale Organisatie. In april 2011 zijn in een informeel overleg de jaarcijfers 2010 alsmede de begroting 2011 door het Bestuur aan de OR-leden toegelicht. Het Bestuur heeft de constructieve wijze waarop de OR-leden het traject van de harmonisatie arbeidsvoorwaarden heeft behandeld, bijzonder op prijs gesteld.

18


Vooruitzichten 2012 2012 zal een veelomvattend jaar worden. Naast de implementatie van de herinrichting van de organisatie (Focus Processen) zal ook het meerjarenbeleidsplan opnieuw worden herijkt. Daarnaast zullen er veel inspanningen gemoeid zijn bij de opbouw van de nieuwe Univé Centrale Organisatie. Bij de herijking van het meerjarenplan zal worden verder gebouwd op de regionale strategie vanuit het vorige meerjarenplan. Het herijkte meerjarenplan zal nader toegespitst worden op de relatie met leden en de creatie van een waardepropositie; op welke aspecten moet Univé Regio+ zich richten en kan zij zich onderscheiden in de markt. Hierbij zal tevens aandacht worden geschonken aan moderne communicatiemiddelen. Vanaf 1 januari 2012 zal de ontvlechting tussen Univé en VGZ een feit zijn. Doordat beide organisaties een zelfstandig bestuur krijgen, kunnen de verschillende aandachtsgebieden, schade en zorg beter behartigd worden. Het gevolg van de ontvlechting voor de Univé-organisatie is dat alle ondersteunende diensten opnieuw moeten worden ingericht. Evenals bij de herinrichting van Univé Regio+ zal hierbij de nadruk liggen op effectiviteit, efficiency en klantbelang. De economische situatie zal ook in 2012 lastig zijn. Doordat de overheid gedwongen wordt om de financiële huishouding op orde te brengen, zal dit gepaard gaan met impactvolle bezuinigingsmaatregelen. Dit zal invloed hebben op het inkomen van de Nederlandse burger. De koopkracht zal derhalve gaan dalen. Daarnaast is de positie van financiële instellingen, zoals banken en pensioenfondsen, fragiel. De vermogensposities moeten worden versterkt waardoor kredietverlening, de aanjager van economische groei, stagneert. Deze situatie is voor bepaalde Eurolanden nog meer van toepassing dan voor Nederland. Met name de PIIGS-landen (Portugal, Italië, Ierland, Griekenland en Spanje) hebben het zeer moeilijk om hun financiële huishouding op orde te krijgen. Het hierin slagen zal tevens de handhaving van de euro in de huidige vorm betekenen. Door deze ontwikkelingen wordt bij Univé Regio+ zeer kritisch naar het beleggingsbeleid gekeken zodat, waar mogelijk, risico’s zoveel mogelijk kunnen worden gemitigeerd. Ook de verzekeringssector wordt geconfronteerd met stringentere eisen die door de toezichthouders worden gesteld. Univé Regio+ staat onder toezicht van zowel De Nederlandsche Bank (verzekeringsbedrijf) als de Autoriteit Financiële Markten (bemiddelingsbedrijf). Beide toezichthouders stellen steeds hogere eisen aan de interne bedrijfsvoering. Deze komen met name tot uitdrukking in de Solvency II-regelgeving die vanaf 2014 van kracht wordt. De gehele Univé organisatie heeft zich geconformeerd aan de volwaardige Solvency II-uitgangspunten. Deze uitgangspunten hebben betrekking op de hoogte en samenstelling van het vermogen (pillar I), de integere en beheerste bedrijfsvoering (pillar 2), waaronder specifieke Solvency II-functies en de Own Risk and Solvency Assessment (ORSA) en tenslotte de rapportagevereisten (pillar III). De voortgang en het resultaat van dit proces zullen op centraal niveau worden gecoördineerd. Op basis van de uitkomsten uit een eerdere QIS-5 studie en een externe analyse die Univé Regio+ heeft laten uitvoeren op haar interne organisatie, mag worden verwacht dat Univé Regio+, gezien haar interne ontwikkelingen, ruimschoots en tijdig aan de gestelde eisen zal voldoen.

19


Ondanks de lastige economische vooruitzichten is het bedrijfsplan van Univé Regio+ gericht op een verdere groei. De verwachting is echter dat dit groeipercentage lager zal zijn dan in voorgaande jaren, gezien alle extra interne inspanningen die de organisatie zal moeten verrichten in het kader van de herinrichting. Daarnaast zal de ondersteuning in producten en diensten door Univé Verzekeringen beperkt zijn vanwege haar eigen interne ontwikkelingen. Daarentegen heeft Univé een sterk merk dat een aantrekkelijke propositie biedt voor haar leden en toekomstige klanten. Ook zal de regionale strategie van Univé Regio+ verder worden ontwikkeld en zal waar mogelijk de herziene waardepropositie leiden tot een toename van de klantenbinding. Hierdoor wordt meer betrokkenheid bij het maatschappelijke verkeer beoogd. Dit zal, in combinatie met een strategie waarbij de klant centraal staat, moeten leiden tot een hogere productie en versterkte klantentrouw. Tevens staat in het bedrijfsplan omschreven dat groei en behoud zullen worden bewerkstelligd door middel van een verdere polisverdieping bij onze bestaande klanten en tevens door de klantloyaliteit te vergroten. Hierbij zullen klanten met meerdere verzekeringen specifiek worden benaderd en worden gewezen op het premie-voordeelplan (hoe meer verzekeringen, hoe hoger de kortingen). 2012 zal ook in het teken staan van stimulering van het Univé brandproduct. Verdere groei in de branche Brand zal dan ook een van de factoren zijn om de continuïteit van de organisatie op langere termijn veilig te stellen. Daarnaast blijft schadepreventie en schadesturing zeer belangrijk. Een nieuw te vormen kwaliteitsbureau zal hierbij structureel de kwaliteit van de brandportefeuille beoordelen en auditen. Het eigen behoud voor schades eigen rekening wordt jaarlijks vastgesteld op basis van het statistische optimum dat geldt voor de brandportefeuille van Univé Regio+. Dit betekent voor 2012 dat het eigen behoud voor de branche brand inclusief uitgebreide gevaren daalt naar € 225.000 (was € 250.000) per risico en het risico voor storm per gebeurtenis wordt verhoogd naar € 1.550.000 (was € 1.450.000). Evenals vorig jaar zal door middel van het ledenbeleid toegevoegde waarde worden gegeven aan het lidmaatschap bij Univé Regio+. Hierbij zijn diverse initiatieven van toepassing waaronder het ‘steuntje in de rug’, waarbij leden een financiële bijdrage kunnen geven aan vooraf geselecteerde goede doelen, en het ontwikkelen van voordelen voor leden. Deze initiatieven zullen in 2012 geëvalueerd worden en indien gewenst bijgesteld. De waardepropositie, die in 2012 zal worden bepaald, kan hierbij eveneens van invloed zijn. Tevens zullen, evenals in het vorig jaar, regiobijeenkomsten worden gehouden waarbij ook de Ledenraad betrokken zal worden. Voor hypotheek- en levenproducten is voor 2012 een lagere opbrengst begroot. De markt voor levenproducten krimpt en de door kredietverstrekkers vergoede provisies worden over een steeds langere termijn uitgekeerd. Provisies op complexe producten zullen op basis van wet- en regelgeving vanaf 2013 niet meer toegestaan zijn. Univé Regio+ biedt nu reeds, vooruitlopend op deze ontwikkelingen, dergelijke producten aan op basis van een vast tarief. Op langere termijn zal gestreefd worden naar een prijs die significant lager is dan de meeste andere aanbieders.

20


Voor wat betreft de varia inkomsten is een lichte groei geprognosticeerd. De concurrentie in met name de branche autoverzekeringen is de afgelopen jaren zeer hevig gebleken. Door stijging van de kosten en schadelast, in combinatie met lagere rendementen op belegd vermogen, zijn verzekeraars, op aangeven van DNB, de premies aan het verhogen. Ook Univé Verzekeringen heeft haar premies in 2011 verhoogd en zal dit begin 2012 nogmaals doen. Aangezien de provisie voor Univé Regio+ een afgeleide is van het premievolume zijn hogere inkomsten voor varia begroot. Daarentegen is de verwachting dat de groei in aantallen door een verminderde concurrentiepositie lager zal zijn dan gerealiseerd in het verleden. Voor de zorgperiode 2011-2012 wordt een iets hoger switchgedrag van zorgklanten verwacht. Door alle inspanningen rondom de ontvlechting tussen Univé en VGZ, is tijdens de zorgpiek minder marketingaandacht geconstateerd aangaande het Univé zorgproduct. Andere aanbieders van zorgverzekeringen zijn meer zichtbaar in de media en introduceren speciale acties bij de overgang naar hun zorgverzekering. Het aantal zorgverzekerden en dito inkomsten zullen daarom naar verwachting licht dalen. De komende jaren staan tevens in het teken van het nadrukkelijker positioneren van Univé Regio+ als zakelijke dienstverlener om van hieruit het marktaandeel verder uit te breiden. In het kader van Focus Processen zal de interne organisatie slagvaardiger worden gemaakt, waarbij geclusterde klantsegmenten separaat zullen worden bediend. Hierdoor zal het kwaliteitsniveau van de dienstverlening verder worden verhoogd. Ook zullen de Ondernemersdesks te Heerhugowaard en Zwolle worden geïntegreerd in het geüpdate winkelconcept. De vestiging Heerhugowaard zal daarom in 2012 worden verbouwd. Ook de vestiging in Alkmaar zal conform het nieuwe winkelconcept worden ingericht. Hierbij zal worden gezocht naar een andere locatie. Gezien de ontwikkelingen waar Univé Regio+ in 2012 mee zal worden geconfronteerd, zal aan overnames van portefeuilles in principe geen hoge prioriteit toegekend worden. Wel zal worden gekeken of er samenwerkingsverbanden kunnen worden opgestart met als doel bedrijfsprocessen efficiënter in te richten of ter bevordering van de marktbewerking. Univé Regio+ is actief betrokken bij het behandelen van schades door hiervoor erkende bedrijven, met als doel de schadelast objectief vast te stellen en de gevolgschade zoveel mogelijk te beperken. Door de Centrale Organisatie worden deze ontwikkelingen gestimuleerd door middel van risicoparticipatie indien schades in relatie tot de premies een gunstige tendens vertonen. Ook is de organisatie initiatiefnemer en actief betrokken in overlegorganen en werkgroepen om schades in natura te laten herstellen.

21


Samengevat kan worden gesteld dat 2012 een zeer uitdagend jaar zal worden in de verdere ontwikkeling van Univé Regio+. In een dynamische marktomgeving zullen de interne bedrijfsprocessen opnieuw worden ingericht, waarbij veel inspanningen van de organisatie worden verwacht. Er zal dan ook dit jaar een groot beroep worden gedaan op de medewerkers om dit traject succesvol te kunnen voltooien. Ook zal Univé Regio+ geconfronteerd worden met een Centrale Organisatie die haar aandacht vestigt op het verteren van de ontvlechting met VGZ. Zij zal hierbij vanaf de basis een ondersteunende organisatie gaan opzetten en ter verlaging van de operationele kosten de organisatie efficiënter herinrichten. De verwachting is dat door deze inspanningen de service naar de Onderlingen in 2012 op een lager dan gewend niveau zal uitkomen. Het uiteindelijke doel is dat er een slagvaardigere Centrale Organisatie zal ontstaan die producten gaat leveren op minimaal een marktconform niveau, zodat dat de succesvolle wijze van ondernemen ook in de komende jaren kan worden voortgezet. Daarnaast zullen de ontwikkelingen met de Centrale Organisatie veel van de Regio+ organisatie vragen. De inrichting van het ‘nieuwe Univé’ zullen de basis vormen voor de toekomst van de gehele Univé-organisatie. De belangen van Univé Regio+ zullen hierbij goed behartigd moeten worden. Daarom zal Univé Regio+ waar mogelijk nauw betrokken zijn bij de vele overleggroepen om haar positie veilig te stellen. Groeipotentieel is in het werkgebied zeker aanwezig, hetgeen met name gebaseerd is op het grote marktaandeel van zorgverzekeringen waarop cross-sell activiteiten zullen plaatsvinden. Voor 2012 is een gemiddelde groei van ca. 3% geprognosticeerd. Hierbij wordt een vergelijkbaar resultaat verwacht als in 2011.

22


Toepassing Governance Principes Algemeen De Governance principes, hierna de Code, is opgesteld door het Verbond van Verzekeraars. De Code is van toepassing op alle verzekeraars die beschikken over een vergunning verleend op grond van de Wet op het financieel toezicht (WFT). Aangezien aan Univé Regio+ Brandverzekering N.V. een dergelijke vergunning is verleend, is de Code ook voor haar van toepassing. Het doel van de Code is de vastlegging van basisnormen voor een maatschappelijk verantwoord ondernemingsbeleid van verzekeraars. De gedragscode schetst een kader waaraan de leden van Het Verbond invulling geven. De Code staat niet op zichzelf, maar maakt deel uit van het volledige stelsel van nationale, Europese en internationale wet- en regelgeving, jurisprudentie en codes, dat in zijn geheel wordt bezien. Iedere verzekeraar vermeldt elk jaar in zijn jaarverslag op welke wijze hij de principes van de Code in het voorafgaande jaar heeft toegepast en zet, indien van toepassing, gemotiveerd uiteen waarom een principe eventueel niet (volledig) is toegepast. Bepalend voor de werking van de Code is niet de mate waarin deze naar de letter wordt nageleefd, maar de wijze waarop met de intenties van de Code wordt omgegaan. De Raad van Bestuur heeft een verantwoordelijkheid voor de evenwichtige afweging van de belangen van alle bij de verzekeraar betrokken partijen zoals zijn klanten, leden en medewerkers. Hierbij wordt rekening gehouden met de continuïteit van de verzekeraar, de maatschappelijke omgeving waarin de verzekeraar functioneert en wet- en regelgeving en de codes die op de verzekeraar van toepassing zijn. Reglementen Univé Regio+ heeft naar aanleiding van de juridische fusie met Univé Stellingland door het bureau Loyens & Loeff haar reglementen laten aanpassen. Hierbij zijn tevens de aspecten van de Code verwerkt. Deze reglementen zijn opgesteld ten behoeve van de: Raad van Bestuur, Raad van Commissarissen, Audit Commissie, Remuneratie Commissie en Ledenraad. In afwijking van de Code zijn al dan niet de volgende zaken in de reglementen verwerkt. •

In het reglement van de Raad van Commissarissen is een statutair aantal commissarissen variërend tussen 3 en 7 leden opgenomen. In de Code artikel 2.1.2 is opgenomen dat er een ‘voldoende’ aantal leden van de Raad van Commissarissen dient te zijn en is dit aantal zonder restricties. Univé Regio+ onderschrijft dat de kwalitatieve invulling van de Raad van Commissarissen belangrijker is dan een kwantitatieve invulling. Bij de samenstelling van de Raad heeft zij zich dan ook op dit aspect toegespitst. De statutaire limiet van het aantal commissarissen is derhalve niet van invloed geweest op de samenstelling. In de Code artikel 3.2.3 is opgenomen dat de Raad van Bestuur een moreel-ethische verklaring tekent. Daarnaast is in artikel 3.2.4 opgenomen dat deze verklaring wordt vertaald naar een leidraad voor het handelen van alle medewerkers. Aan deze artikelen zal in 2012 nader invulling worden gegeven.

23


In de Code artikel 4.1 is opgenomen dat de Raad van Bestuur, en binnen de Raad primair de voorzitter, verantwoordelijk is voor het vaststellen, uitvoeren, monitoren en waar nodig bijstellen van het algehele risicobeleid van de verzekeraar. Binnen de taak- en functieverdeling van de Raad van Bestuur is dit specifieke aandachtsgebied verdeeld naar individuele leden. Uiteindelijk is de gehele Raad gezamenlijk verantwoordelijk voor het risicomanagement. In de Code artikel 4.5 is opgenomen dat de verzekeraar een Product Goedkeuringsproces heeft. Univé Regio+ is aangesloten bij de Coöperatie Univé Verzekeringen, waarbij alle aangesloten Onderlingen, met hun eigen brandverzekeringsmaatschappijen, in gezamenlijkheid brandverzekeringen ontwikkelen. Binnen dit samenwerkingsverband heeft Univé Regio+ conform de formuleafspraken zeggenschap om producten al dan niet goed te keuren. Hierbij bepaalt zij zelfstandig haar premiestelling en stelt zij, waar mogelijk, haar voorwaarden vast.

Ten aanzien van de 5 benoemde onderdelen van de Code, hebben in 2011 de volgende ontwikkelingen plaatsgevonden. 1. Raad van Commissarissen In het kader van de fusie tussen Univé Regio+ en Univé Stellingland, is de samenstelling van de Raad aangepast. Hierbij zijn de criteria complementariteit en diversiteit van groot belang geweest. Ter bevordering van de deskundigheid heeft een aantal leden in 2011 deelgenomen aan het WFTPE programma voor Commissarissen en Bestuurders, welke is gegeven door het Nederlands Instituut voor het Bank-, Verzekerings- en Effectenbedrijf (NIBESVV). Deze cursus is georganiseerd op initiatief van de Federatie van Onderlinge Verzekeringsmaatschappijen (FOV). De overige leden zullen deze cursus in 2012 gaan volgen. De financiële vergoedingen van de leden van de Raad van Commissarissen zijn bij aanvang van de fusie geharmoniseerd. Hierbij heeft het externe bureau HAY een weging gemaakt van de zwaarte van de functies van de leden en hiervoor een kader voor een financiële vergoeding aangegeven. 2. Raad van Bestuur In het kader van de fusie tussen Univé Regio+ en Univé Stellingland, is de samenstelling van de Raad aangepast. Op basis van kennis en ervaring, zijn de aandachtsgebieden van de individuele leden opnieuw verdeeld. Ter bevordering van de deskundigheid heeft een lid in 2011 deelgenomen aan het WFT-PE programma voor Commissarissen en Bestuurders, welke is gegeven door het NIBESVV. Deze cursus is georganiseerd op initiatief van het FOV. De overige leden zullen deze cursus in 2012 gaan volgen. Daarnaast zal in 2012 een individueel opleidingsplan worden opgesteld, welke de individuele kennis van het aandachtsgebied van het lid en complementariteit tussen de leden zal moeten vergroten. De financiële vergoedingen van de leden van de Raad van Bestuur zijn bij aanvang van de fusie geharmoniseerd. Hierbij heeft het externe bureau HAY een weging gemaakt van de zwaarte van de functies van de individuele leden en hiervoor een kader voor een financiële vergoeding aangegeven.

24


3. Risicomanagement In het kader van Solvency II zal meer gestructureerd invulling gegeven gaan worden aan risicomanagement. Aan de hand van een bovenliggende Governance Statuut, zal ook voor de sleutelfunctie “Risicomanagement” een charter worden uitgewerkt waarin invulling wordt gegeven aan deze belangrijke rol. Ook voor de overige Solvency II-rollen Compliance officer, Auditor en Actuaris worden afzonderlijke charters opgesteld, op basis van hetzelfde Governance Statuut. Door deze separate benoemingen zal de juiste aandacht geschonken worden aan deze specifieke aandachtsgebieden. Onder leiding van KPMG zal hier in 2012 invulling aan gegeven worden. Univé Regio+ kent deze rollen nu in meer of mindere mate, waarbij aandachtsgebieden bij bepaalde medewerkers zijn samengevoegd. 4. Audit Er is op dit moment (nog) geen specifieke interne auditfunctie aanwezig. Hier zal in het kader van de invulling van de Solvency II-rollen in 2012 invulling aan gegeven worden in samenwerking met KPMG. Voor de Auditfunctie geldt hetzelfde als voor de Risicomanagement functie. Het betreft één van de sleutelfuncties waarvoor een apart charter wordt opgesteld dat is gebaseerd op het Governance Statuut. De systematische controle op de beheersing van de risico’s vindt plaats op de afdelingen. De uitkomsten hiervan worden door een onafhankelijk medewerker beoordeeld en besproken met de desbetreffende leidinggevende. Daarnaast heeft de externe accountant in het kader van haar tussentijdse controle diverse deelwaarnemingen uitgevoerd ter beoordeling van de opzet en het bestaan van de AO/IC. 5. Beloningsbeleid In het kader van de fusie tussen Univé Regio+ en Univé Stellingland is het algemene beloningsbeleid in 2011 opnieuw vormgegeven. Hierbij is aansluiting gezocht met het Besluit Beheerst Beloningsbeleid Wft. Dit beloningsbeleid is ontworpen om de lange termijn strategie van Univé Regio+ te ondersteunen. Het is in het belang van de leden van Univé Regio+ dat de continuïteit van de organisatie gewaarborgd blijft. Dit is het beste te waarborgen door het dienen van de belangen van de leden. Daarom wordt er naar gestreefd de meest tevreden leden te hebben ten opzichte van organisaties met een vergelijkbare dienstverlening. Klantbelang en het ondersteunen van de continuïteit van de organisatie door het nastreven van gematigde duurzame groei, zijn belangrijke pijlers van ons beloningsbeleid

25


Naast het algemene beloningsbeleid is een beloningsbeleid specifiek voor de Raad van Bestuur opgesteld. In dit nieuwe beloningsbeleid geldt als uitgangspunt: een norm vast inkomen dat ligt tussen de mediaan en het eerste kwartiel van financiële instellingen die qua omvang en complexiteit vergelijkbaar zijn met Univé Regio+. Voor individuele leden van de Raad van Bestuur kan het basissalaris in 2011 en volgende jaren afwijken van deze norm vast inkomen, aangezien bestaande aanspraken uit het verleden (arbeidsrechtelijke) gerespecteerd dienen te worden. De Raad van Commissarissen streeft er naar het basissalaris van de individuele leden van de Raad van Bestuur zo spoedig mogelijk op het gewenste niveau te brengen. De Raad van Commissarissen heeft de bevoegdheid een variabele beloning toe te kennen van maximaal 10% van het vaste jaarinkomen. Deze variabele beloning wordt toegekend indien naar het oordeel van de Raad van Commissarissen sprake is van uitstekende prestaties. Voor de variabele beloning geldt dat: een deel van de variabele beloning is gekoppeld aan financiële doelstellingen en gebaseerd op de resultaten van de onderneming als geheel en een deel van de variabele beloning is gekoppeld aan persoonlijke doelstellingen (niet zijnde financiële doelstellingen). Er is momenteel nog geen regeling getroffen voor een variabele beloning gebaseerd op lange termijn doelstellingen. Conform de huidige Statuten van Univé Regio+ worden de statutaire bestuurders benoemd voor onbepaalde tijd. De statutaire bestuurders worden benoemd door de Ledenraad uit een bindende voordracht door de Raad van Commissarissen. Er is geen ontslagvergoeding vastgesteld. Overeengekomen is dat, indien de arbeidsovereenkomst eindigt op initiatief van Univé Regio+, dan wel onder omstandigheden of door handelen, dat voor rekening en risico van Univé Regio+ dient te komen, zonder dat dit ontslag zijn uitsluitende of voornaamste reden vindt in handelingen of nalatigheid van de bestuurder en/of hij niet meer voldoet aan de normen van externe toezichthouders, de bestuurder gerechtigd zal zijn tot een vergoeding, die in onderling overleg dan wel door een rechter zal worden vastgesteld. Uitgangspunt is dat een falende bestuurder niet wordt beloond.

26


Risicomanagement Om de risico’s die Univé Regio+ loopt te onderkennen, beheren en beheersen, wordt een stelsel van systemen, procedures, rapportages en controles gehanteerd. Het afgelopen jaar zijn er stappen gezet om de risico’s in kaart te brengen en te monitoren. Vanuit het proces ‘Focus Processen’ zijn alle processen hernieuwd in kaart gebracht, waarbij specifiek is gekeken naar de administratieve organisatie en interne controles. De risico’s binnen Univé Regio+ worden beheerd op basis van het ‘three Lines of defence model’. • De eerste ‘line of defence’ wordt beheerd door de lijnorganisatie. Vanuit de afdelingen worden interne controlemaatregelen en steekproeven uitgevoerd ten behoeve van een adequate bedrijfsvoering; • De tweede ‘line of defence’ betreft de risicomanager die de afdelingen ondersteunt en adviseert bij de integratie van processen in de organisatie; • De derde ‘line of defence’ betreft de auditor die periodiek de effectiviteit van de interne processen en controles beoordeelt. Bij Univé Regio+ is de tweede en derde line of defence geïntegreerd in één specifieke functie. In het kader van de herinrichting van de organisatie zal in 2012 tevens aandacht worden gegeven aan de specifieke Solvency II-rollen, waarbij risk en audit gescheiden van elkaar zullen opereren. Bij de totstandkoming van deze Solvency-II inrichting is adviesbureau KPMG betrokken. Risico’s kunnen worden onderverdeeld in het marktrisico, kredietrisico, liquiditeitsrisico en het verzekerings(technisch)risico. De risico’s die voortvloeien uit verzekeringsproducten hebben betrekking op de toereikendheid van de verzekeringspremies en de voorzieningen met betrekking tot de verzekeringsverplichtingen en vermogenspositie, alsmede de onzekerheid met betrekking tot het toekomstig rendement op investeringen van de verzekeringspremies. Het vermogen van de groep is met name ondergebracht in de Coöperatie Univé Regio+ en Univé Regio+ Brandverzekering N.V.

27


In gezamenlijkheid met Univé Stellingland heeft Univé Regio+ in 2010 meegedaan aan een door DNB gecoördineerde QIS-studie (Quality Impact Study). Deze studie geeft input aan de financiële aspecten (Pilar I) van de richtlijn Solvency II, die vanaf 2014 operationeel wordt. In 2011 heeft een dergelijke studie niet plaatsgevonden. Gezien de positieve uitkomsten vanuit het onderzoek in 2010, de positieve bedrijfsresultaten in 2011 en het herinrichten van bepaalde balansposities, wordt verwacht dat aan de Solvency II-eisen ruimschoots zal worden voldaan. In overleg met DNB is bepaald dat Univé Regio+ Brandverzekering N.V. een solvabiliteit zal aanhouden van 150% van de Solvency Capital Requirement (SCR). Heerhugowaard, 23 april 2012 Raad van Bestuur F.C.J. Admiraal

mr. R.A. de Ruiter MMO

J.F. Kluin

28


Bericht van de Raad van Commissarissen De Raad van Commissarissen heeft kennis genomen van het jaarverslag van de Coöperatie Univé Regio+ U.A. over het boekjaar 2011 en heeft de jaarrekening over 2011 goedgekeurd. De jaarrekening is door KPMG Accountants N.V. gecontroleerd en van een accountantsverklaring voorzien. De Raad van Commissarissen adviseert de Ledenraad de jaarrekening vast te stellen en de resultaatbestemming te aanvaarden conform het voorstel van de Raad van Bestuur om het in het boekjaar 2011 behaalde resultaat aan de algemene reserves toe te voegen. Wijze van functioneren De Raad van Commissarissen heeft tot taak toezicht te houden op het beleid van de Raad van Bestuur en op de algemene gang van zaken in de Coöperatie en de met haar verbonden ondernemingen. Daarnaast staat de Raad van Commissarissen de Raad van Bestuur met raad terzijde. Bij de vervulling van haar taak richt de Raad van Commissarissen zich naar het belang van de Coöperatie en de met haar verbonden ondernemingen en weegt daartoe de in aanmerking komende belangen van bij de Coöperatie betrokkenen af. Toezicht Het toezicht van de Raad van Commissarissen betreft onder andere: • realisatie van doelstellingen van de Coöperatie; • strategie en risico’s verbonden aan de ondernemingsactiviteiten; • opzet en werking van de interne risicobeheersing- en controlesystemen; • proces van financiële verslaglegging; • naleving van de wet- en regelgeving; • ledenbeleid en verhouding met de leden; en • de voor de onderneming relevante maatschappelijke aspecten van ondernemen. Nadere regels omtrent de wijze van vergaderen, de besluitvorming en de werkwijze zijn vastgelegd in de statuten van de Coöperatie en het reglement van de Raad van Commissarissen. Activiteiten in 2011 De Raad van Commissarissen is in 2011 drie keer in vergadering bijeen geweest in aanwezigheid van de Raad van Bestuur en de Ledenraad. Tevens is er in 2011 door de Raad van Commissarissen acht keer vergaderd met de Raad van Bestuur. Daarnaast heeft de Raad van Commissarissen zeven keer – voorafgaand aan een formele vergadering van de Raad van Commissarissen – intern overleg gevoerd zonder de aanwezigheid van de Raad van Bestuur. Tevens zijn er andere bijeenkomsten geweest waarbij de Raad van Commissarissen geheel of gedeeltelijk aanwezig was. Zo is er in 2011 een keer een vertegenwoordiger van de Raad van Commissarissen aanwezig geweest bij een bijeenkomst van de Ondernemingsraad en meermaals bij bijeenkomsten van DNB omtrent nieuwe wet- en regelgeving en deskundigheidsvereisten voor bestuurders en toezichthouders. Tevens was de RvC vertegenwoordigd bij de

29


Afdelingsvergadering Coöperatie Univé U.A., afdeling Univé Regio+ en bij diverse centraal in Nederland georganiseerde informatiebijeenkomsten. De fusie tussen de Coöperatie Univé Stellingland en Univé Regio+ per 1 januari 2011 die geleid heeft tot de huidige organisatie en de gevolgen hiervan voor organisatie en strategie, zijn (nagenoeg) elke vergadering aan de orde gekomen. Hetzelfde geldt voor de zorgwekkende internationale economische situatie, de ontwikkelingen op het gebied van de wet- en regelgeving in de verzekeringsmarkt en de impact daarvan op de organisatie, strategie en het verdienmodel van de Coöperatie. Andere belangrijke onderwerpen, die op de agenda hebben gestaan van de vergaderingen van de Raad van Commissarissen zijn: • het ledenbeleid; • de impact van de marktontwikkelingen en de wet/ en regelgeving op de strategie van de onderneming; • Missie Visie Strategie 2012-2017; • de veranderingen in de Centrale Organisatie van de Coöperatie Univé; • het beloningsbeleid voor de gehele organisatie, waarbij de hulp is ingeroepen van externe adviseurs; • de harmonisering van de arbeidsvoorwaarden; • de jaarcijfers 2010 en de kwartaalcijfers 2011; • de mogelijkheden en de risico’s van het beleggingsklimaat; • de selectie van een vermogensbeheerder; • de Corporate Governance van de onderneming; • en investeringen. Vanaf het fusiemoment is de Raad van Commissarissen in de huidige samenstelling van start gegaan. Er is een rooster van aftreden vastgesteld en inmiddels in werking getreden. Tevens zijn er aandachtsgebieden per lid van de Raad van Commissarissen vastgesteld: • • • • • •

Verzekeringstechnische zaken Financiën Centrale organisatie/ juridische zaken Algemeen management en P&O Marketing & Ledenbeleid Aanspreekpunt bestuurders

- A.S.M. Molenaar - S.A. van Duin en E.A.M. Karregat - H.F. Dijkstra en C.J.M. Kraakman - H.F. Dijkstra - C.J.M. Kraakman en A.S.M. Molenaar - A.S.M. Molenaar en E.A.M. Karregat

De Raad van Commissarissen heeft na de fusie besloten dat het na ten minste één jaar in de nieuwe samenstelling haar eigen functioneren en dat van de individuele commissarissen zal evalueren. Inmiddels is besloten dat deze evaluatie uiterlijk eind april 2012 plaats zal vinden. De samenstelling van de Raad van Commissarissen is ten tijde van de fusie met zorg vastgesteld. In het afgelopen jaar is nogmaals de samenstelling en het gewenste profiel van de Raad van Commissarissen besproken en vastgesteld. De conclusie was dat de huidige samenstelling een

30


goede balans is van verschillende achtergronden, ervaringen en opleidingen van de individuele leden. De Raad van Commissarissen laat zich regelmatig adviseren door derden, waaronder de heer P.H.G. van den Berge, die vanwege zijn achtergrond en ervaringen binnen de verzekeringsbranche en specifiek binnen de Univé organisatie ook in 2011 weer een belangrijke adviesbijdrage heeft geleverd. Commissies De Raad van Commissarissen heeft twee commissies benoemd, te weten een Auditcommissie en een Remuneratiecommissie. Voor elk van deze commissies zijn reglementen opgesteld die bepalen wat de rol van de betreffende commissie is, haar samenstelling en op welke wijze zij haar taak uitoefent.

Auditcommissie De Auditcommissie bestaat uit drie leden: S.A. van Duin (voorzitter), E.A.M. Karregat (lid) en P.H.G .van den Berge (adviseur). De taken van de commissie zijn onder meer: • • • •

het monitoren van het financiële verslaggevingsproces; het monitoren van de doeltreffendheid van de interne beheersingssystemen; het monitoren van de wettelijke controle van de jaarrekening; het beoordelen van de onafhankelijkheid en het functioneren van de externe accountant.

De Auditcommissie is in 2011 vier keer bijeen geweest. Tijdens deze bijeenkomsten zijn o.a. de volgende onderwerpen besproken: • • • • • • • • • •

Bespreken van het accountantsverslag met KPMG; Bespreken van de jaarrekeningen van Univé Regio+ en aangesloten ondernemingen; Bespreken van het controleplan opgesteld door KPMG; Voorstel beleggingsbeleid; Risicomanagement; Voortgang Compliance inzake de inrichting van Compliance en de incidentrapportages; Concept Governance en Compliance statuut; Voortgang traject hermodulering processen; Voortgang van de actiepunten voortkomend uit de 0- en 1-meting van de Heuperman rapportages; Ontwikkelingen in de Centrale Organisatie.

In drie Auditcommissie vergaderingen zijn de heren T. Reijns en J. Dik van KPMG aanwezig geweest. Er zijn geen gesprekken geweest met de toezichthouders DNB of AFM.

31


Remuneratiecommissie De Remuneratiecommissie, bestaande uit de heer H.F. Dijkstra (voorzitter), de heer C.J.M. Kraakman (lid) en de heer A.S.M. Molenaar (lid), richt zich ter voorbereiding van de Raad van Commissarissen op de remuneratie van de leden van de Raad van Bestuur en de leden van het management team. Daarnaast stelt de Remuneratiecommissie onder andere de selectiecriteria en benoemingsprocedure op van commissarissen en de leden van de Raad van Bestuur. De Remuneratiecommissie is in 2011 vijf keer bijeengekomen en heeft buiten deze formele bijeenkomsten veelvuldig informeel overlegd en via telefonisch en via e-mail contact gehad. Er zijn nieuwe (geharmoniseerde) arbeidsovereenkomsten met de leden van de Raad van Bestuur besproken en overeengekomen. Er zijn op basis van een extern onderzoek nieuwe maatstaven voor het beloningsniveau vastgesteld en er zijn functioneringsgesprekken met de leden van de Raad van Bestuur gevoerd, waarover is gerapporteerd aan de Raad van Commissarissen. Beloningsbeleid Al enige tijd is er een maatschappelijke discussie gaande over het beloningsbeleid van financiële instellingen, waarbij er vaak kritische opmerkingen worden gemaakt over het beloningsbeleid van sommige financiële instellingen. In navolging daarvan vereist DNB het vaststellen van beheerst beloningsbeleid, waaraan in 2011 is voldaan. Binnen de Coöperatie is geen sprake van een beloningsstructuur die tot het nemen van onverantwoorde risico’s zou kunnen leiden. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar een toelichting op de Governance Principes in dit verslag. Samenstelling Raad van Commissarissen Overeenkomstig de statuten en het vastgestelde rooster van aftreden, trad in 2011 als lid van de Raad van Commissarissen de heer S.A. van Duin, commissaris van de Coöperatie sinds 2005, af. De heer Van Duin is in de vergadering van de Ledenraad van 31 oktober 2011 met unanieme stemmen herbenoemd. Het volledige rooster van aftreden is als volgt: Naam

Aangetreden in

Eerste (her)benoeming

Herbenoeming door fusie

Volgende herbenoeming

Uiterste jaar van aftreden

S.A. van Duin C.J.M. Kraakman A.S.M. Molenaar H.F. Dijkstra E.A.M. Karregat

2005 2005 2006 2011 2011

2007 2009 2010 2011 2011

2011 2011 2011 2011 2011

Oktober 2015 Mei 2013 Mei 2014 Januari 2015 Januari 2015

2017 2017 2018 2023 2023

32


Jaarrekening en resultaatbestemming Overeenkomstig het bepaalde in artikel 23 lid 3e van de statuten legt de Raad van Commissarissen de door de Raad van Bestuur opgemaakte jaarrekening ter vaststelling voor aan Ledenraad. Mede gezien de in dit verslag opgenomen goedkeurende accountantsverklaring van KPMG Accountants adviseert de Raad van Commissarissen de Ledenraad de jaarrekening overeenkomstig vast te stellen. Conform artikel 43 van de statuten adviseert de Raad van Commissarissen u het besluit van de Raad van Bestuur goed te keuren om het uit de jaarrekening blijkende resultaat ad. â‚Ź 1.453.616 toe te voegen aan de algemene reserves. Heerhugowaard, 23 april 2012 Raad van Commissarissen A.S.M. Molenaar, voorzitter E.A.M. Karregat, vice voorzitter drs. S.A. van Duin mr. H.F. Dijkstra drs. C.J.M. Kraakman

33


Kerncijfers 2006 - 2011 (x 1.000 in euro’s)

2006

2007

2008

2009

2010

2011

Stand premie brand per 31-12

5.225

5.823

6.378

6.888

7.434

11.640

Bruto schadebedrag

1.642

2.212

2.762

2.506

4.229

4.278

Schade eigen rekening

1.558

2.262

2.592

2.462

3.651

4.278

Bruto inkomsten uit bemiddeling a)

10.273

11.399

12.504

12.320

11.996

15.164

Eigen vermogen

10.029

12.318

15.320

16.378

16.368

25.480

Beheerskosten

9.596

11.718

13.066

14.617

15.160

20.020

Resultaat voor belasting

4.129

3.013

2.862

1.423

1.695

1.939

430

2006

2007

2008

2009

2010

2011

46.570

50.500

56.386

58.630

61.604

88.948

Aantal bemiddeling Univé b)

122.002

149.901

158.557

168.565

176.888

247.820

Aantal bemiddeling Leven c)

10.394

19.469

21.912

23.448

25.433

34.902

Aantal bemiddeling Derden b)

25.340

12.250

13.634

14.597

15.171

20.312

-

-

-

150.794

151.855

176.787

129

140

151

171

169

209

Premierestitutie

Portefeuille omvang Aantal polissen brandverzekering

Aantal polissen Zorg d) Aantal personeelsleden (gem.)

a) exclusief participatieprovisie b) met ingang van 2007 heeft er een verschuiving van 13.500 doorlopende reispolissen Univé van bemiddeling derden naar bemiddeling Univé plaatsgevonden c) met ingang van 2007 worden ook 6.000 polissen van Reaal in de systemen van Univé Regio+ geregistreerd d) met ingang van 2009 wordt door Univé het aantal polissen Zorg geregistreerd. Voor 2009 was dit het aantal verzekerden, waardoor vergelijkende cijfers van 2006 t/m 2008 ontbreken in dit overzicht.

34


35


+

COÖPERATIE UNIVÉ REGIO U.A., HEERHUGOWAARD

JAARREKENING 2011 van COÖPERATIE UNIVÉ REGIO+ U.A.

M. DE KLERKWEG 1, 1703 DK TE HEERHUGOWAARD

36


+

COÖPERATIE UNIVÉ REGIO U.A., HEERHUGOWAARD

GECONSOLIDEERDE BALANS PER 31 DECEMBER 2011 (voor winstbestemming)

A c t i v a 2010

2011 €

VASTE ACTIVA

Immateriële vaste activa Goodwill (1) Materiële vaste activa Gebouwen (2) Overige vaste bedrijfsmiddelen (3)

11.111 8.493.511 2.103.708

28.151 8.043.272 2.101.942

10.597.219 Financiële vaste activa Effecten (4) Deposito’s (5) Beleggingen in groepsmaatschappijen en deelnemingen (6) Leningen (7) Latente belastingvordering (8)

10.145.214

3.787.095 4.015.356

2.379.042 15.107

849.911 1.536.495 551.305

750.677 1.857.952 450.791 10.740.162

5.453.569

VLOTTENDE ACTIVA

Vorderingen Vorderingen uit directe verzekering (9) Belastingen (10) Overlopende activa (11)

3.034.891 88.816 617.104

2.768.387 813.110 517.354 3.740.811

4.098.851

Liquide middelen (12)

21.731.211

25.463.501

Totaal activa

46.820.514

45.189.286

37


+

COÖPERATIE UNIVÉ REGIO U.A., HEERHUGOWAARD

P a s s i v a 2010

2011 € Eigen vermogen (13) Herwaarderingsreserve Statutaire reserve Wettelijke reserve deelnemingen Onverdeelde winst

870.752 20.855.918 2.300.000 1.453.616

€ 870.752 20.246.214 2.300.000 609.704

25.480.286 Technische voorzieningen Niet-verdiende premies en lopende risico’s (14) Te betalen schaden (15)

4.889.025 1.386.647

24.026.670

4.653.946 1.477.519 6.275.672

Niet-technische voorzieningen Latente belastingverplichtingen (16) Provisies (17) Overige voorzieningen (18)

763.669 4.092.972 1.954.349

Langlopende schulden (19) Kortlopende schulden Schulden uit directe verzekering (20) Belastingen en premies sociale verzekeringen (21) Overlopende passiva (22)

Totaal passiva

6.131.465 897.878 4.287.052 1.221.266

6.810.990

6.406.196

146.586

156.116

5.800.049

5.714.376

1.001.479 1.305.452

1.063.338 1.691.125 8.106.980

8.468.839

46.820.514

45.189.286

38


+

COÖPERATIE UNIVÉ REGIO U.A., HEERHUGOWAARD

GECONSOLIDEERDE WINST-EN-VERLIESREKENING OVER 2011 2010

2011 € Opbrengst uit verzekeren (1) Ontvangen premies Herverzekeringspremies Mutatie catastrofevoorziening Schaden

10.940.948 (1.075.230) − (4.278.244)

10.428.405 (1.173.131) 1.490.000 (4.967.089) 5.587.474

5.778.185

Opbrengsten uit bemiddeling (2)

15.163.826

14.729.048

Totale baten

20.751.300

20.507.233

Bedrijfskosten (3) Personeelskosten Acquisitiekosten Afschrijvingen Bijzondere waardevermindering Overige bedrijfskosten

Overige baten en lasten (4)

Financiële baten en lasten (5) Resultaat voor belastingen Vennootschapsbelasting (6) Resultaat na belastingen

13.327.636 598.703 775.700 131.250 5.186.762

13.110.908 661.206 1.111.349 − 5.896.012 20.020.051

20.779.475

405.448

533.398

1.136.697

261.156

802.371

724.653

1.939.068

985.809

(485.452) 1.453.616

(376.105) 609.704

39


+

COÖPERATIE UNIVÉ REGIO U.A., HEERHUGOWAARD

KASSTROOMOVERZICHT 2010

2011 € Beginstand liquide middelen

25.463.501

Kasstroom uit operationele activiteiten: Bedrijfsresultaat (excl. beleggingsresultaat) 1.136.697 Afschrijvingen 869.474 Mutaties in voorzieningen 683.210 Toename vorderingen uit directe verzekeringen (266.504) Mutatie latente belastingen (234.723) Mutatie overlopende activa (99.750) Mutatie schulden uit directe verzekering 85.673 Mutatie belastingen en sociale premies 662.435 Mutatie overlopende passiva (385.673) Vennootschapsbelasting (485.452) Financiële baten en lasten 802.371

22.090.566 261.156 853.071 (301.106) (107.703) 687.758 48.793 132.812 (22.481) (108.728) (376.105) 724.653

2.767.758 Kasstroom uit investeringsactiviteiten: Investeringen in financiële vaste activa Desinvesteringen in financiële vaste activa Investeringen in immateriële vaste activa Investeringen in materiële vaste activa Desinvesteringen in materiële vaste activa Mutatie herwaarderingsreserve

(5.507.536) − − (1.436.313) 131.874 −

1.792.120

− 2.263.456 (25.000) (1.029.896) 282.703 86.000 (6.811.975)

Kasstroom uit financieringsactiviteiten: Mutatie leningen u/g Aflossingen leningen o/g Mutatie langlopende schulden

Eindstand liquide middelen

− 321.457 (9.530)

1.577.263

− 13.082 (9.530) 311.927

3.552

21.731.211

25.463.501

Het kasstroomoverzicht is opgesteld op basis van de indirecte methode.

40


+

COÖPERATIE UNIVÉ REGIO U.A., HEERHUGOWAARD

TOELICHTING

Algemeen Op 15 oktober 2010 heeft er in het handelsregister deponering plaatsgevonden van een verklaring conform artikel 2:63b lid 2 BW, waarin wordt verklaard dat Coöperatie Univé Regio+ voldoet aan de vereisten van een structuurcoöperatie. Grondslagen van consolidatie In de geconsolideerde jaarrekening van Coöperatie Univé Regio+ zijn begrepen: - Coöperatie Univé Regio+ U.A. en haar 100% dochterondernemingen, gevestigd te Heerhugowaard: - Univé Regio+ Brandverzekering N.V. - Univé Regio+ B.V. - Univé Regio+ Organisatie B.V. - Mijn Adviseur B.V. - Totaaladviseur B.V. - Kivas Assurantie Management B.V. Bij de consolidatie zijn de onderlinge verhoudingen waar nodig geëlimineerd. Verslaggeving De verslaggeving is gebaseerd op de algemeen geldende richtlijnen voor financiële verslaggeving, zoals opgenomen in Titel 9 BW 2. De rapporteringsvaluta van de jaarrekening van Coöperatie Univé Regio+ U.A. is de euro. Alle gegevens zijn absoluut. Fusie Per 1 januari 2011 zijn Coöperatie Univé Regio+ U.A. en Coöperatie Univé Stellingland U.A. een juridische fusie aangegaan. Coöperatie Univé Stellingland U.A. is als gevolg van de fusie opgehouden te bestaan. De fusie is uitgevoerd conform de ‘pooling of interest’ methode. Daarbij zijn de activa en passiva van de gevoegde rechtspersonen, alsmede hun baten en lasten over het boekjaar 2011 en over ter vergelijking toegevoegde voorgaande boekjaar 2010, in de jaarrekening van de gevoegde rechtspersonen opgenomen als ware de voeging vanaf het begin van die boekjaren reeds een feit. Coöperatie Univé Regio+ U.A. heeft met ingang van 1 januari 2011 het vermogen van Coöperatie Univé Stellingland U.A. verkregen onder algemene titel. De leden van Coöperatie Univé Stellingland U.A. zijn met ingang van 1 januari 2011 lid van Coöperatie Univé Regio+ U.A.

41


+

COÖPERATIE UNIVÉ REGIO U.A., HEERHUGOWAARD

Overzicht van ingebrachte activa en passiva per 1 januari 2011: Coöperatie Univé Regio+ U.A.

Coöperatie Univé Stellingland U.A.

Totaal

Immateriële vaste activa Materiële vaste activa Financiële vaste activa Vorderingen Liquide middelen

8.706 7.271.263 1.617.758 3.218.124 20.093.315

19.445 2.873.951 3.835.811 880.727 5.370.186

28.151 10.145.214 5.453.569 4.098.851 25.463.501

Totaal activa

32.209.166

12.980.120

45.189.286

Eigen vermogen Technische voorzieningen Niet-technische voorzieningen Langlopende schulden Kortlopende schulden

16.367.887 4.474.346 5.199.084 156.116 6.011.733

7.658.783 1.657.119 1.207.112 − 2.457.106

24.026.670 6.131.465 6.406.196 156.116 8.468.839

Totaal passiva

32.209.166

12.980.120

45.189.286

Coöperatie Univé Regio+ U.A.

Coöperatie Univé Stellingland U.A.

Totaal

4.048.140 11.988.953 (15.160.083) 364.129 453.531 (431.383)

1.730.045 2.740.095 (5.619.392) 169.269 271.122 55.278

5.778.185 14.729.048 (20.779.475) 533.398) 724.653 (376.105)

1.263.287

(653.583)

609.704

Overzicht van het resultaat van boekjaar 2010:

Opbrengst uit verzekeren Opbrengsten uit bemiddeling Bedrijfskosten Overige baten en lasten Financiële baten en lasten Vennootschapsbelasting Netto resultaat

42


+

COÖPERATIE UNIVÉ REGIO U.A., HEERHUGOWAARD

Stelselwijziging gebouwen Univé Stellingland hanteerde voor haar coöperatie het verzekeringsmodel o.b.v. RJ 605. De verantwoording van ‘Gebouwen in eigen gebruik’ viel daarmee onder RJ 213, waardering tegen actuele waarde zonder afschrijvingen. Univé Regio+ hanteert voor haar coöperatie het reguliere model, waardoor ‘Gebouwen in eigen gebruik’ onder RJ 212 valt. Vanwege de fusie per 1 januari 2011 tussen Univé Stellingland en Univé Regio+ dienen ook de gebouwen van Univé Stellingland te worden gewaardeerd conform RJ 212. Dit leidt tot een herziening van de waardering van de gebouwen van Univé Stellingland met terugwerkende kracht per 1 januari 2010. Daarnaast is na verwerking van de fusie de herwaarderingsreserve beoordeeld en hieruit is een correctie naar voren gekomen ad € 270.241. De correctie betreft een aanpassing in het beginvermogen per 01-01-2010, waarbij de herwaarderingsreserve is opgewaardeerd ten laste van de algemene reserve. Het effect van deze stelselwijzigingen op het eigen vermogen 2010 en het resultaat 2010 bedraagt: Eigen vermogen per 31-12-2010 voor stelselwijziging Af: effect stelselwijziging Eigen vermogen per 31-12-2010 na stelselwijziging

€ 24.083.774 € 57.104€ 24.026.670

Resultaat over 2010 voor stelselwijziging Af: effect stelselwijziging Resultaat over 2010 na stelselwijziging

€ € €

666.808 57.104609.704

Schattingswijzigingen In 2011 heeft er een schattingswijziging plaatsgevonden voor de afschrijvingen van de gebouwen van (oud) Univé Regio+. Vanwege een veranderd inzicht is er een restwaarde opgenomen en is de afschrijvingsduur aangepast. Gebruik van schattingen en veronderstellingen bij de opstelling van de financiële overzichten De opstelling van de jaarrekening vereist dat Coöperatie Univé Regio+ U.A. schattingen en veronderstellingen maakt die van invloed zijn op de gerapporteerde activa en verplichtingen en de gerapporteerde baten en lasten over de verslagperiode. Het betreft met name het vaststellen van de verzekeringstechnische voorzieningen. Hierbij worden de situaties beoordeeld, gebaseerd op beschikbare financiële gegevens en informatie. Hoewel deze schattingen met betrekking tot actuele gebeurtenissen en handelingen naar beste weten van het management worden gemaakt, kunnen de feitelijke uitkomsten afwijken van die schattingen.

43


+

COÖPERATIE UNIVÉ REGIO U.A., HEERHUGOWAARD

De schattingen en onderliggende veronderstellingen worden voortdurend beoordeeld. Herzieningen van schattingen worden opgenomen in de periode waarin de schatting wordt herzien en in toekomstige perioden waarvoor de herziening gevolgen heeft. Voor een nadere uiteenzetting van deze waarderingsgrondslagen wordt verwezen naar de betreffende toelichting op de jaarrekening en naar de onderstaande informatie. Kasstroomoverzicht Het kasstroomoverzicht wordt opgesteld volgens de indirecte methode waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen kasstromen uit operationele-, investerings- en beleggings- en financieringsactiviteiten. Bij de kasstroom uit operationele activiteiten wordt het resultaat na belastingen gecorrigeerd voor baten en lasten die niet hebben geresulteerd in ontvangsten en uitgaven in hetzelfde boekjaar en voor mutatie´s in voorzieningen en overlopende posten. In het kader van het kasstroomoverzicht bestaan liquide middelen uit kasgelden en bij banken op rekening-courant beschikbare gelden. Bij uitkering van eerder als schuld opgenomen dividend, wordt het uitgekeerde dividend afzonderlijk verantwoord als kasstoom uit financieringsactiviteiten en niet in de mutatie kortlopende schulden zoals opgenomen onder kasstoom uit operationele activiteiten. Verzekeringscontracten Verzekeringscontracten zijn die verzekeringspolissen die een significant verzekeringsrisico dragen. Als een algemene richtlijn merkt Univé Regio+ Brandverzekering N.V. een verzekeringsrisico aan als significant indien de mogelijkheid bestaat dat zij naar aanleiding van het zich voordoen van een verzekerde gebeurtenis uitkeringen moet doen die aanzienlijk hoger liggen dan de betaalde premie. Schadeverzekeringen De schadeverzekeringen die Univé Regio+ Brandverzekering N.V. afgeeft zijn die verzekeringscontracten die niet in verband met het leven of overlijden van verzekerden een dekking geven. Deze contracten kennen grotendeels een kortere periode waarin gebeurtenissen zijn verzekerd. De schadeverzekeringscontracten van Univé Regio+ Brandverzekering N.V. zijn in de productgroepen ‘Andere schaden aan zaken’ en ‘Geldelijke verliezen’.

44


+

COÖPERATIE UNIVÉ REGIO U.A., HEERHUGOWAARD

Grondslagen van waardering Voor zover niet anders vermeld zijn de activa en passiva tegen de nominale waarde gewaardeerd. Immateriële vaste activa De onder de immateriële vaste activa opgenomen goodwill wordt gewaardeerd tegen aanschaffingsprijs, verminderd met jaarlijkse afschrijvingen, gebaseerd op een afschrijvingspercentage van 33¹/3%. Materiële vaste activa De gebouwen worden gewaardeerd tegen actuele waarde minus afschrijvingen. De overige materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen aanschaffingsprijs, verminderd met jaarlijkse afschrijvingen, gebaseerd op de volgende afschrijvingspercentages: • verbouwingen: 20 %; • computerapparatuur: 33¹/3%; • kantoorinventaris: 20%; • overige vaste bedrijfsmiddelen: 20%. • vervoermiddelen: 20%.

Financiële vaste activa De deelnemingen worden in de balans opgenomen tegen de netto-vermogenswaarde. De langlopende vorderingen worden opgenomen tegen nominale waarde, waar nodig met een afwaardering voor oninbaarheid. Bij de consolidatie zijn onderlinge transacties, vorderingen en schulden geëlimineerd. De resultaten van overgenomen vennootschappen worden in de geconsolideerde winst- en verliesrekening verantwoord vanaf het tijdstip van opneming in de groep. Effecten De aandelen en obligaties worden gewaardeerd tegen actuele waarde, volgens de notering op de Amsterdamse Effectenbeurs. Zowel gerealiseerde als niet-gerealiseerde winsten en -verliezen worden verantwoord in de resultatenrekening. Beleggingen in groepsmaatschappijen en deelnemingen Het aandeel in het ledenkapitaal van Redutch is gewaardeerd tegen kostprijs. De jaarlijkse renteopbrengsten worden verantwoord in de resultatenrekening.

45


+

COÖPERATIE UNIVÉ REGIO U.A., HEERHUGOWAARD

Leningen Op basis van de richtlijn voor financiële instrumenten RJ 290 zouden de leningen gewaardeerd moeten worden tegen geamortiseerde kostprijs. Volgens de overgangsbepaling in deze richtlijn behoeft de waardering van financiële instrumenten die voor 1 januari 2007 zijn aangegaan niet te worden herzien. De leningen worden derhalve gewaardeerd tegen nominale waarde. Latente belastingvordering De hoogte van deze latente belastingvordering heeft betrekking op het verschil tussen de commerciële en fiscale waardering van de VUT-voorziening, de voorziening inzake toekomstige gratificaties en op het verschil tussen de commerciële en fiscale afschrijving van goodwill en gebouwen. De vordering is berekend op basis van het nominale vennootschapstarief voor de tijdelijke verschillen tussen fiscaal en commercieel (op basis van een belastingtarief van 25%). Vorderingen De vorderingen zijn gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, voor zover niets te amortiseren valt komt de geamortiseerde kostprijs overeen met de nominale waarde, onder aftrek van voorzieningen wegens oninbaarheid. Liquide middelen De liquide middelen zijn gewaardeerd tegen reële waarde, die overeenkomt met de nominale waarde. Technische voorzieningen Niet-verdiende premies en lopende risico’s Niet-verdiende premies Betreft de in het verslagjaar in rekening gebrachte premies (inclusief kortingen en toeslagen) ter zake van risico’s die op het volgende verslagjaar betrekking hebben. Te betalen schaden Betreft de nog niet afgewikkelde schaden van het boekjaar. Het aandeel van de herverzekeraar in de overlopende schaden is op de voorziening in mindering gebracht.

46


+

COÖPERATIE UNIVÉ REGIO U.A., HEERHUGOWAARD

Niet-technische voorzieningen Latente belastingverplichtingen Dit betreft de latente belastingverplichting inzake de fiscale egalisatiereserve, de catastrofevoorziening en op het verschil tussen de commerciële en fiscale afschrijving van ICT, inventaris en overige vaste bedrijfsmiddelen. De verplichting is berekend op basis van het nominale vennootschapstarief voor de tijdelijke verschillen tussen fiscaal en commercieel (op basis van een belastingtarief van 25%). Provisies Dit betreft een voorziening in verband met het risico van terugboeking in de terugboekingsperiode voor het product leven. Deze is gebaseerd op een jaarlijkse procentuele toevoeging van de omzet ‘leven’, onder aftrek van de daadwerkelijke royementen in enig jaar. Jaarlijks wordt de voorziening getoetst op toereikendheid. Tevens is een voorziening getroffen voor het niet-verdiende deel van de ontvangen beheerprovisie. Overige voorzieningen Voorzieningen zijn gevormd voor specifieke risico’s die samenhangen met en voortvloeien uit het bedrijfsgebeuren. In dat kader zijn voorzieningen gevormd ter zake van groot onderhoud, reorganisatie, VUT-toezeggingen, een verlieslatend contract en verplichtingen voor toekomstige gratificaties.

Langlopende schulden Op basis van de richtlijn voor financiële instrumenten RJ 290 zouden de langlopende schulden gewaardeerd moeten worden tegen geamortiseerde kostprijs. Volgens de overgangsbepaling in deze richtlijn behoeft de waardering van financiële instrumenten die voor 1 januari 2007 zijn aangegaan niet te worden herzien. De langlopende schulden worden derhalve gewaardeerd tegen nominale waarde. Schulden uit directe verzekering en overlopende passiva De schulden uit directe verzekering en overlopende passiva zijn gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, voor zover niets te amortiseren valt komt de geamortiseerde kostprijs overeen met de nominale waarde.

47


+

COÖPERATIE UNIVÉ REGIO U.A., HEERHUGOWAARD

Grondslagen van resultaatbepaling Opbrengsten De ontvangen premies, de opbrengsten uit bemiddeling en andere baten worden verantwoord in het jaar waarop zij betrekking hebben. Beheerprovisie wordt verantwoord overeenkomstig de verdienperiode. Schaden Schaden worden als last verantwoord in het jaar waarin deze zich hebben voorgedaan. Bedrijfskosten De kosten worden op basis van de historische kostprijs verantwoord en toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Afschrijvingen De afschrijvingen worden berekend op basis van de hiervoor weergegeven percentages. FinanciĂŤle baten en lasten Waardeveranderingen van beleggingen worden direct in het resultaat genomen. De verwerking van renteopbrengsten in de winst- en verliesrekening ter zake obligaties aangehouden tot einde looptijd en gewaardeerd op basis van geamortiseerde kostprijs geschiedt op basis van de effectieve rente. Bijzondere waardeveranderingen worden direct in de winst- en verliesrekening verantwoord. Belastingen De belastingen worden berekend op basis van het resultaat, rekening houdend met fiscale regels.

48


+

COÖPERATIE UNIVÉ REGIO U.A., HEERHUGOWAARD

TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE BALANS PER 31 DECEMBER 2011

Immateriële vaste activa Goodwill (1) De goodwill betreft de aanschaf van verzekeringsportefeuilles in 2008 en 2010. Deze goodwill wordt lineair afgeschreven in drie jaar. 2011 2010 € Stand per 1 januari Bij: aankoop portefeuille Af: afschrijvingen Stand per 31 december Cumulatieve aanschafwaarde Cumulatieve afschrijvingen Stand per 31 december

28.151 − (17.040)

291.453 25.000 (288.302)

11.111

28.151

69.241 (58.130)

404.241 (376.090)

11.111

28.151

49


+

COÖPERATIE UNIVÉ REGIO U.A., HEERHUGOWAARD

2011

2010

Gebouwen (2) Cumulatieve aanschafwaarde per 1 januari Cumulatieve afschrijvingen per 1 januari

8.495.000 8.730.000 (451.728) (219.073)

Boekwaarde per 1 januari

8.043.272

Mutaties: Investeringen Afwaardering Mutatie herwaarderingsreserve na taxatie Afschrijvingen

8.510.927

612.000 (131.250) − (30.511)

− (149.000) (86.000) (232.655)

(450.239)

(467.655)

Cumulatieve aanschafwaarde per 31 december Cumulatieve afschrijvingen per 31 december

9.107.000 8.495.000 (613.489) (451.728)

Boekwaarde per 31 december

8.493.511

8.043.272

De afwaardering ad € 131.250 betreft de afwaardering van pand Purmerend van verkoopwaarde naar executiewaarde, dit uit prudentieoverwegingen.

50


+

COÖPERATIE UNIVÉ REGIO U.A., HEERHUGOWAARD

2011

2010

Overige vaste bedrijfsmiddelen (3) Cumulatieve aanschafwaarde per 1 januari Cumulatieve afschrijvingen per 1 januari Boekwaarde per 1 januari Mutaties: Investeringen Desinvesteringen aanschafwaarde Desinvesteringen cumulatieve afschrijvingen Afschrijvingen

4.293.014 3.949.324 (2.191.072) (2.176.461) 2.101.942

824.313 1.029.896 (131.874) (686.206) 110.084 646.243 (800.757) (660.854) 1.766

Cumulatieve aanschafwaarde per 31 december Cumulatieve afschrijvingen per 31 december Boekwaarde per 31 december

1.772.863

329.079

4.985.453 4.293.014 (2.881.745) (2.191.072) 2.103.708

2.101.942

51


+

COÖPERATIE UNIVÉ REGIO U.A., HEERHUGOWAARD

Hieronder volgt een uitsplitsing van overige vaste bedrijfsmiddelen naar categorie: Verbouwing € Cumulatieve aanschafwaarde per 1 januari 2011 Cumulatieve afschrijvingen per 1 januari 2011 Boekwaarde per 1 januari 2011

717.637

584.007

268.197

Boekwaarde per 31 december 2011

1.750.039

1.139.519

Vervoersmiddelen €

Overige €

455.071

592.510

(424.592)

(221.647)

(276.500)

615.336

353.165

233.424

316.010

129.566 − − (249.943)

122.264 − − (197.643)

− (118.056) 96.266 (72.609)

136.783 − − (113.059)

(120.377)

(75.379)

(94.399)

23.724

900.021

337.015

729.293

(622.235)

(197.990)

(389.559)

277.786

139.025

339.734

1.879.605

(287.315) (1.384.646) 852.204

ICT

777.757

(133.630) (1.134.703)

Mutaties: Investeringen 435.700 Desinvesteringen aanschafwaarde (13.818) Desinvesteringen cum. afschrijv. 13.818 Afschrijvingen (167.503) Cumulatieve aanschafwaarde per 31 december 2011 Cumulatieve afschrijvingen per 31 december 2011

Inventaris

494.959

52


+

COÖPERATIE UNIVÉ REGIO U.A., HEERHUGOWAARD

2011

2010

Financiële vaste activa Effecten (4) Obligaties tot einde looptijd Aandelen in handelsportefeuille

3.280.585 506.510

1.826.627 552.415

3.787.095

2.379.042

Obligaties tot einde looptijd Stand per 1 januari Bij: aankopen Bij: niet-gerealiseerde waardeveranderingen Af: gerealiseerde waardeveranderingen Af: verkoop/vrijval obligaties

1.826.627 1.781.344 1.772.809 941.985 26.009 39.590 (3.283) (47.212) (341.577) (889.080)

Stand per 31 december

3.280.585

1.826.627

De nominale waarde van de per 31 december 2011 aanwezige obligaties bedraagt € 3.120.000. De gemiddelde rating van de obligaties per 31 december 2011 is A+. Toelichting renterisico obligaties Rentepercentages van 1% tot 2% van 2% tot 3% van 3% tot 4% van 4% tot 5% van 5% tot 6% van 6% tot 7% van 7% tot 8% van 8% tot 9%

Totaal

Aflossingsdata € 400.000 € 150.000 € 600.000 € 670.000 € 900.000 € 150.000 € 200.000 € 50.000

€ 3.120.000

2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 Totaal

€ 700.000 € 270.000 € 100.000 € 250.000 € 300.000 € 400.000 € 300.000 € 200.000 € 150.000 € 150.000 € 100.000 € 200.000 € 3.120.000

53


+

COÖPERATIE UNIVÉ REGIO U.A., HEERHUGOWAARD

2011

2010

Aandelen in handelsportefeuille Stand per 1 januari Bij: aankopen Bij: niet-gerealiseerde waardeveranderingen Af: gerealiseerde waardeveranderingen Af: verkoop aandelen

552.415 2.180.239 − 176.807 8.810 39.157 (215) (1.851) (54.500) (1.841.937)

Stand per 31 december

506.510

552.415

De kostprijs van de per 31 december 2011 aanwezige beleggingen bedraagt € 547.907. De certificaten zijn gegarandeerd tot een bedrag ad € 397.500 indien deze tot het einde van de looptijd (2012 en 2014) worden aangehouden. Deposito’s (5) ING ABN Amro

4.000.000 15.356

− 15.107

4.015.356

15.107

849.911

750.677

849.911

750.677

1.536.495

1.857.952

1.536.495

1.857.952

Beleggingen in groepsmaatschappijen en deelnemingen (6) Aandeel ledenkapitaal Redutch

Leningen (7) Hypothecaire leningen

54


+

COÖPERATIE UNIVÉ REGIO U.A., HEERHUGOWAARD

Hypothecaire leningen De hypothecaire leningen zijn verstrekt aan (ex)-personeelsleden en relaties en hebben een gemiddelde resterende looptijd van 19 jaar. De rentepercentages variëren van 3,1% tot 6,6%. Het verloop gedurende het boekjaar wordt als volgt weergegeven: € Stand per 1 januari 2011 Af: aflossingen 2011

1.857.952 (321.457)

Stand per 31 december 2011

1.536.495

Het maximale kredietrisico op de hypothecaire leningen, zonder rekening te houden met onderpand, bedraagt € 1.536.495; dit komt overeen met de boekwaarde op de balans.

2011

2010

Latente belastingvordering (8) Latente belastingvordering

551.305

450.791

551.305

450.791

De hoogte van deze latente belastingvordering heeft betrekking op het verschil tussen de commerciële en fiscale waardering van de VUT-voorziening, de voorziening inzake toekomstige gratificaties, de voorziening provisies en op het verschil tussen de commerciële en fiscale afschrijving van goodwill en gebouwen. De vordering is berekend op basis van het nominale vennootschapstarief voor de tijdelijke verschillen tussen fiscaal en commercieel (op basis van een belastingtarief van 25%).

55


+

COÖPERATIE UNIVÉ REGIO U.A., HEERHUGOWAARD

2011 €

2010 €

Vorderingen Vorderingen uit directe verzekering (9) Premiedebiteuren Vorderingen op derdemaatschappijen

2.920.318 114.573

2.581.095 187.292

3.034.891

2.768.387

Het maximale kredietrisico op de vorderingen uit directe verzekering, indien het risico niet tijdig teruggelegd is bij de maatschappij, bedraagt € 3.034.891; dit komt overeen met de boekwaarde op de balans. Belastingen (10) Vennootschapsbelasting Dividendbelasting Omzetbelasting

88.816 − −

792.484 20.554 72

88.816

813.110

419.268 74.714 24.021 49.164 49.937

243.043 45.304 20.404 92.935 115.668

617.104

517.354

Overlopende activa (11) Rente bank Rente obligatieleningen Rente ledenrekening Univé Her Vooruitbetaalde kosten Overige vorderingen

Liquide middelen (12) Rabobank ABN Amro ING SNS Bank SNS Regiobank Kas

12.287.811 4.664.581 6.234.501 13.879.937 3.165.642 5.334.177 33.994 1.338.964 8.423 240.001 840 5.841 21.731.211 25.463.501

56


+

COÖPERATIE UNIVÉ REGIO U.A., HEERHUGOWAARD

Eigen vermogen (13) Voor een toelichting op het eigen vermogen wordt verwezen naar de toelichting op de vennootschappelijke balans per 31 december 2011.

2011

2010

Technische voorzieningen Niet-verdiende premies en lopende risico’s (14) Niet-verdiende premies

4.889.025

4.653.946

4.889.025

4.653.946

Overige €

Totaal

Premie

Pakket kortingsreserve

Niet-verdiende premies Stand per 1 januari 2011 Af: vrijval

4.653.946 4.302.661 (4.653.946) (4.302.661)

277.088 (277.088)

74.197 (74.197)

Bij: dotaties

− 4.889.025

− 4.513.078

− 295.682

− 80.265

Stand per 31 december 2011

4.889.025

4.513.078

295.682

80.265

De voorziening niet-verdiende premies heeft een kortlopend karakter.

57


+

COÖPERATIE UNIVÉ REGIO U.A., HEERHUGOWAARD

2011

2010

Te betalen schaden (11) Te betalen schaden Schadebehandelingskosten

1.369.072 17.575

1.477.519 −

1.386.647

1.477.519

Te betalen schaden 2011

Brand U.G. Glas Storm

2010

Bruto

Aandeel herverz.

Netto

Bruto

Aandeel herverz.

Netto

183.116 1.014.592 45.667 125.697

− − − −

183.116 1.014.592 45.667 125.697

407.313 1.544.010 46.222 178.168

(698.194) (290.881) − 1.544.010 − 46.222 − 178.168

1.369.072

1.369.072

2.175.713

(698.194) 1.477.519

58


+

COÖPERATIE UNIVÉ REGIO U.A., HEERHUGOWAARD

Het verloop van de voorziening is als volgt:

2011

Stand 1 januari Uitkeringen Dotatie

2010

Bruto

Aandeel herverz.

Netto

Bruto

Aandeel herverz.

Netto

2.175.713 (1.574.187) 767.546

(698.194) 681.963 16.231

Stand 31 december 1.369.072

1.477.519 1.229.181 (892.224) (1.185.752) 783.777 2.132.284

(15.000) 1.214.181 15.000 (1.170.752) (698.194) 1.434.090

1.369.072

(698.194) 1.477.519

2.175.713

De stand per 1 januari 2011 is niet geheel afgewikkeld vanwege een aantal openstaande schades uit 2010 waarvoor de te overleggen stukken benodigd voor uitbetaling nog niet verkregen zijn.

Schadebehandelingskosten Dit betreft de behandelkosten voor nog niet afgehandelde schadedossiers.

2011

2010

Latente belastingverplichtingen (16) Latente belastingverplichtingen

763.669

897.878

763.669

897.878

Dit betreft de latente belastingverplichting inzake de waardering van obligaties, de fiscale egalisatiereserve, de catastrofevoorziening en op het verschil tussen de commerciële en fiscale afschrijving van ICT, inventaris en overige vaste bedrijfsmiddelen. De verplichting is berekend op basis van het nominale vennootschapstarief voor de tijdelijke verschillen tussen fiscaal en commercieel (op basis van een belastingtarief van 25%).

59


+

COÖPERATIE UNIVÉ REGIO U.A., HEERHUGOWAARD

2011

2010

Provisies (17) Beheerprovisies Levenprovisies

3.588.516 504.456

3.732.889 554.163

4.092.972

4.287.052

Beheerprovisies Hieronder is opgenomen een voorziening die getroffen is voor het niet-verdiende deel van de ontvangen beheerprovisie. De voorziening heeft een kortlopend karakter. Stand per 1 januari Af: Vrijval Bij: Dotatie Stand per 31 december

3.732.889 3.344.684 (3.732.889) (3.344.684) 3.588.516 3.732.889 3.588.516

3.732.889

Levenprovisies Hieronder is opgenomen een voorziening in verband met het risico van terugboekingen in de terugboekingperiode. Deze voorziening heeft een verwachte looptijd van vijf jaar.

Stand per 1 januari Af: terugboekingen/vrijval Bij: dotatie Stand per 31 december

2011

2010

554.163 (110.128) 60.421

569.112 (140.958) 126.009

60.421

554.163

60


+

COÖPERATIE UNIVÉ REGIO U.A., HEERHUGOWAARD

2011

2010

Overige voorzieningen (18) VUT-voorziening Voorziening groot onderhoud Reorganisatievoorziening Verlieslatend contract Overige voorzieningen

308.846 964.874 600.000 28.625 52.004

397.161 771.591 – – 52.514

1.954.349

1.221.266

Op basis van de CAO voor Zorgverzekeraars is een VUT-/prepensioenregeling toegezegd aan een gedeelte van het personeel. De feitelijke toezegging is afhankelijk van leeftijd en dienstjaren. In het verleden werden de verplichtingen door middel van premiebetaling ondergebracht bij de Stichting Bedrijfspensioenfonds Zorgverzekeraars. De regeling is ingrijpend gewijzigd, waardoor een deel van de verplichtingen thans voor rekening van de werkgever komt. Op basis hiervan is in 2001 besloten een VUT-voorziening te vormen. In 2006 zijn de VUT-regelingen opnieuw ingrijpend gewijzigd en deze wijzigingen zijn verwerkt in de voorziening. Het bedrag is gebaseerd op de contante waarde van de toekomstige verplichtingen voor zover deze op basis van de huidige inzichten kunnen worden bepaald. De voorziening wordt gevormd voor werknemers die binnen een termijn van vijftien jaar gebruik zouden kunnen maken van de VUT-regeling, mits de wet- en regelgeving hiervoor in de toekomst ruimte laat. Daarnaast heeft Univé Regio+ Organisatie B.V. heeft in het kader van VUT-toezeggingen aan één van haar bestuurders een voorziening opgenomen die opgebouwd is uit de contante waarde van toegekende VUT-afspraken op balansdatum. De stand van de voorziening bedraagt ultimo 2011 € 308.846. Het verloop van de voorziening is als volgt: 2011 2010 €

Stand per 1 januari Af: onttrekkingen Bij: dotatie aan voorziening Bij: mutatie voorziening

397.161 (57.417) − (30.898)

385.413 (65.492) 83.776 (6.536)

Stand per 31 december

308.846

397.161

61


+

COÖPERATIE UNIVÉ REGIO U.A., HEERHUGOWAARD

Univé Regio+ heeft in 2004 door een bouwkundig adviesbureau een overzicht laten opstellen van de verwachte renovatiekosten aan het pand te Heerhugowaard voor een periode van 25 jaar. Op basis hiervan is in 2004 een voorziening groot onderhoud gevormd, waarbij jaarlijks 4% van de totale renovatiekosten ad € 2.082.661 aan de voorziening wordt toegevoegd. Daarnaast is per 1 juli 2007 de tweede fase van het pand in Heerhugowaard gereed gekomen. In 25 jaar zullen de verwachte renovatiekosten van deze fase ad € 1.681.994 aan de voorziening worden toegevoegd. Ultimo 2010 heeft er ook een dotatie aan de voorziening plaatsgevonden inzake de panden Den Helder en Limmen voor de jaren 2009 en 2010, en voor de panden Zaandam, Stompetoren, Wormer en Volendam voor het jaar 2010. De verwachte renovatiekosten voor de laatst genoemde panden bedragen totaal € 1.278.511. Hierover wordt jaarlijks 4% van de totale renovatiekosten aan de voorziening toegevoegd. Het verloop van de voorziening is als volgt:

2011

2010

Stand per 1 januari Bij: Dotaties Af: Onttrekkingen

771.591 201.725 (8.442)

570.094 209.345 (7.848)

Stand per 31 december

964.874

771.591

Univé Regio+ heeft per 31 december 2011 een reorganisatievoorziening gevormd ad € 600.000 in verband met de kosten voortvloeiende uit het wijzigen van activiteiten en managementstructuren op diverse afdelingen. De looptijd van deze voorziening is maximaal één jaar. Univé Regio+ heeft in 2011 de vestiging in Haarlem verhuisd naar een nieuwe locatie. Ten behoeve van de resterende huur van de oude locatie is een voorziening gevormd ad € 28.625. De looptijd van deze voorziening is maximaal twee jaar tot 2013.

62


+

COÖPERATIE UNIVÉ REGIO U.A., HEERHUGOWAARD

De overige voorzieningen betreft een voorziening voor bestaande verplichtingen voor toekomstige gratificaties. Het karakter van deze voorziening is langlopend. Het verloop van de voorziening is als volgt:

2011

2010

Stand per 1 januari Af: onttrekkingen Bij: mutatie voorziening

52.514 (4.476) 3.966

51.986 (5.579) 6.107

Stand per 31 december

52.004

52.514

114.362 32.224

123.892 32.224

146.586

156.116

Langlopende schulden (19) Vooruitontvangen provisie Lening Coöperatie Univé Verzekeringen

Door de Coöperatie Univé Verzekeringen B.A is de toekomstig te ontvangen provisie op polissen van personeelsleden van de Centrale Organisatie in 2009 in één keer afgekocht. Deze afkoopsom ad € 142.952 bijdrage is gepassiveerd en wordt in vijftien jaar geamortiseerd ten gunste van de winst-en-verliesrekening volgens de lineaire methode. Door de Coöperatie Univé Verzekeringen B.A is inzake de liquidatie van het Ondernemingspensioenfonds Univé een renteloze lening verstrekt ad € 32.224. Univé Regio+ Organisatie B.V. behoeft geen zekerheden te verstrekken. Het leningsbedrag zal worden afgelost uit in de toekomst door Univé Regio+ Organisatie B.V. van de pensioenverzekeraar te ontvangen kortingen op de actuarieel te betalen premie.

63


+

COÖPERATIE UNIVÉ REGIO U.A., HEERHUGOWAARD

2011

2010

Kortlopende schulden Schulden uit directe verzekering (20) Rekening courant verhouding Univé Schade Vooruit ontvangen premies Afrekening herverzekeringspremies

3.159.987 2.428.067 211.995

3.017.846 2.462.931 233.599

5.800.049

5.714.376

2011

2010

Belastingen en premies sociale verzekeringen (21) Loonheffing en sociale lasten Assurantiebelasting

749.925 251.554

845.595 217.743

1.001.479

1.063.338

64


+

COÖPERATIE UNIVÉ REGIO U.A., HEERHUGOWAARD

2011

2010

Overlopende passiva (22) Reservering vakantiedagen Salarissen Reservering resultaatafhankelijke uitkering personeel Afrekening EVA 4e kwartaal 2011 UVIT kosten zorgpiek 2011 Accountantskosten Uitzendkrachten Pensioenkosten Portikosten Bankkosten 4e kwartaal 2011 Verzekeringspremies Juridische advieskosten Kosten fusiefeest Onderzoekskosten beloningsbeleid Onderzoekskosten Adviescentrum Kosten cultuuronderzoek Energie Overige te betalen facturen

207.010 180.590 100.000 85.734 58.081 39.092 31.811 29.419 29.187 15.223 12.500 − − − − − − 516.805

229.896 181.876 30.000 81.307 77.133 19.122 63.758 67.800 20.882 16.371 124.551 60.000 55.000 53.000 52.000 22.000 12.734 523.695

1.305.452

1.691.125

65


+

COÖPERATIE UNIVÉ REGIO U.A., HEERHUGOWAARD

Niet uit de balans blijkende verplichtingen Huur gebouwen Univé Regio+ is huurverplichtingen ad € 281.725 per jaar aangegaan, welke lopen tot en met 31 augustus 2015. Bedrijfsauto’s Op balansdatum heeft Univé Regio+ Organisatie B.V. leaseverplichtingen ten behoeve van bedrijfsauto’s met een gemiddelde looptijd van 21 maanden en een gemiddelde maandtermijn van € 28.999 inclusief omzetbelasting. Terrorismepool In verband met onverzekerbaarheid van terrorisme is Univé Regio+ Brandverzekering N.V. lid van de Nederlandse Herverzekeringsmaatschappij voor Terrorismeschaden N.V. (NHT). De NHT biedt herverzekeringsdekking voor terrorismeschaden tot maximaal € 1 miljard per kalenderjaar. De eerste layer hiervan - tot € 400 miljoen - betreft een gepoolde capaciteit, opgebouwd door de aangesloten verzekeraars. Het aandeel van Univé Regio+ Brandverzekering N.V. in deze eerste layer bedraagt € 272.103. In geval van een gedekte schade bij de NHT is dit het maximumbedrag dat Univé Regio+ Brandverzekering N.V. in enig jaar als gevolg van terrorisme aan eigen risico draagt, ongeacht of de schade haar eigen polishouders of die van andere bij de NHT aangesloten verzekeraars treft. Wel dient in dit kader te worden opgemerkt dat de herverzekeringsdekking bij de NHT slechts dan kan worden aangesproken op het moment dat in enig jaar het totaal van alle terrorismeschaden in Nederland de marktfranchise van € 7.500.000,- overschrijdt. Indien deze marktfranchise in enig jaar niet wordt overschreden kan er voor individuele verzekeraars desondanks nog steeds recht bestaan op een vergoeding bij de NHT, namelijk indien de schade van een verzekeraar meer bedraagt dan de individuele franchise van deze verzekeraar. De individuele franchise per verzekeraar bedraagt 2,5% van zijn premie-inkomen, met een minimum van € 50.000,-. Met betrekking tot het boekjaar 2011 bedraagt de individuele franchise van Univé Regio+ Brandverzekering N.V. € 255.475. Het Kantoor Beheer B.V. Coöperatie Univé Regio+ heeft een 40% belang in Het Kantoor Beheer B.V. Het eigen vermogen van de deelneming Het Kantoor Beheer B.V. bedraagt volgens de laatst beschikbare jaarrekening ultimo 2002 € 601.120 negatief. Bij besluit van de algemene vergadering van aandeelhouders van 24 maart 2004 is de ontbinding van Het Kantoor Beheer B.V. aangenomen. Op dit moment is de vennootschap nog steeds in staat van liquidatie.

66


+

COÖPERATIE UNIVÉ REGIO U.A., HEERHUGOWAARD

TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE WINST-EN-VERLIESREKENING OVER 2011

Opbrengst uit verzekeren (1) Onder premies wordt verstaan de in het verslagjaar aan leden in rekening gebrachte premies.

Bruto premies Af: herverzekeringspremies Bij: mutatie catastrofevoorziening Af: schaden Opbrengst uit verzekeren

2011

2010

10.940.948 (1.075.230) − (4.278.244)

10.428.405 (1.173.131) 1.490.000 (4.967.089)

5.587.474

5.778.185

2010

2011

Schaden

Bruto schaden

Aandeel herverzekeraar

Schaden eigen rekening

Schaden eigen rekening

Brand 1.157.246 Uitgebreide gevaren 3.139.493 Storm 213.412 Glas 314.598 Vrijval overschot ramingen voorgaande jaren (546.505) 4.278.244

− − − − −

1.157.246 1.044.932 3.139.493 3.405.330 213.412 314.634 314.598 321.622 (546.505) (119.429)

4.278.244

4.967.089

In het herverzekeringscontract dat voor 2011 met herverzekeraar Redutch is afgesloten is het eigen risico voor de branches Brand en UG € 250.000 (2010: € 130.000 bij Univé Regio+ en € 250.000 bij Univé Stellingland) per risico; voor de branche Storm € 1.450.000 (2010: € 915.000 bij Univé Regio+ en € 450.000 en Univé Stellingland) per gebeurtenis. Voor de branche Glas is geen herverzekeringscontract afgesloten.

67


+

COÖPERATIE UNIVÉ REGIO U.A., HEERHUGOWAARD

2011 €

2010 €

Opbrengst uit bemiddeling (2) Provisie schade, leven, varia, bemiddeling, reis en zorg Bij: - vrijval voorziening niet-verdiende beheer provisie Af: - dotatie voorziening niet-verdiende beheer provisie - dotatie voorziening leven provisie

15.079.874 15.243.262 3.732.889 3.344.684 (3.588.516) (3.732.889) (60.421) (126.009) 15.163.826 14.729.048

Bedrijfskosten (3) Salarissen Sociale lasten Pensioenlasten Overige personeelskosten Opleidingen

9.870.353 1.252.801 864.342 1.148.461 191.679

9.419.376 1.315.837 982.885 1.200.519 192.291

13.327.636 13.110.908

..............................

Acquisitiekosten Afschrijving immateriële vaste activa Afschrijving materiële vaste activa

598.703

..............................

17.040 758.660

288.303 823.046

775.700

Huisvestingskosten Kantoorkosten Doorbelaste kosten UVIT Overige kosten

661.206

..............................

..............................

Bijzondere waardevermindering

..............................

131.250

1.111.349

..............................

..............................

..............................

1.137.084 552.224 2.347.878 1.149.576

1.154.591 707.191 2.467.174 1.567.056

5.186.762

..............................

5.896.012

..............................

20.020.051 20.779.475

68


+

COÖPERATIE UNIVÉ REGIO U.A., HEERHUGOWAARD

Personeelsgegevens Het gemiddeld aantal medewerkers in fulltime eenheden gedurende 2011 bedroeg 209 (2010: 217). Er waren in 2011 geen medewerkers in het buitenland werkzaam.

Medewerkers commercieel Medewerkers administratief

135 74 209

2011

2010

Overige baten en lasten (4) Participatieprovisie Winstuitkering Ledenrekening Redutch Bonusvergoeding schadesturing Bonus ruitschade 2008 en 2009 Diverse baten Diverse lasten

279.157 99.234 4.657 − 22.400 −

421.862 22.196 4.720 35.850 67.257 (18.487)

405.448

533.398

525.897 72.858 70.546 24.021 100.826 5.138 (3.498) 34.819 (20.726) 5.400 27.283 (40.193)

477.371 1.878 80.553 20.404 66.218 49.823 (49.063) 78.748 (15.650) 5.400 10.251 (1.280)

802.371

724.653

Financiële baten en lasten (5) Interest bank Interest deposito’s Interest hypotheken UG Interest ledenkapitaal Redutch Interest obligaties Ontvangen dividend Gerealiseerde koersverschillen Niet-gerealiseerde koersverschillen Kosten transacties effecten Huuropbrengsten Diverse financiële baten Diverse financiële lasten

69


+

COÖPERATIE UNIVÉ REGIO U.A., HEERHUGOWAARD

Vennootschapsbelasting (6) De in de consolidatie betrokken entiteiten vormen fiscaal één eenheid, de fiscale eenheid Coöperatie Univé Regio+ U.A. Het fiscale resultaat van de fiscale eenheid Coöperatie Univé Regio+ U.A. en de te betalen belasting daarover is als volgt te specificeren: 2011

2010

Resultaat voor belasting Verschillen fiscale winstberekening

1.939.068 1.232.013

985.809 (1.934.179)

Belastbaar bedrag

3.171.081

(948.370)

Hierover verschuldigde belasting Vennootschapsbelasting voorgaande boekjaren Mutatie latente belastingen Vennootschapsbelastinglast

782.770 13.673 (310.991)

(241.834) (42.717) 660.656

485.452

376.105

70


+

COÖPERATIE UNIVÉ REGIO U.A., HEERHUGOWAARD

VENNOOTSCHAPPELIJKE BALANS PER 31 DECEMBER 2011 (voor winstbestemming)

A c t i v a 2010

2011 €

VASTE ACTIVA

Materiële vaste activa Gebouwen (1) Overige vaste bedrijfsmiddelen (2)

8.493.511 1.964.684

8.043.272 1.741.023 10.458.195

Financiële vaste activa Effecten (3) Deposito’s (4) Deelnemingen (5) Leningen (6) Latente belastingvordering

3.002.115 2.000.000 10.397.887 − 19.085

9.784.295

− − 9.361.828 983.743 272.607 15.419.086

10.618.178

VLOTTENDE ACTIVA

Vorderingen Belastingen (7) Overlopende activa (8)

Liquide middelen (9)

Totaal activa

88.816 395.114

813.110 175.225 483.930

988.335

8.454.207

11.667.465

34.815.418

33.058.273

71


+

COÖPERATIE UNIVÉ REGIO U.A., HEERHUGOWAARD

P a s s i v a 2010

2011 € Eigen vermogen Herwaarderingsreserve (10) Statutaire reserve (11) Wettelijke reserve deelnemingen (12) Onverdeelde winst

870.752 20.855.918 2.300.000 1.453.616

€ 870.752 20.246.214 2.300.000 609.704

25.480.286 Voorzieningen Latente belastingverplichtingen Deelnemingen (13) Overige voorzieningen (14)

193.280 − 993.499

24.026.670 346.862 965.743 771.591

1.186.779 Kortlopende schulden Rekening courant verhoudingen (15) Overlopende passiva (16)

Totaal passiva

7.788.109 360.245

2.084.196 6.387.311 560.096

8.148.354

6.947.407

34.815.419

33.058.273

72


+

COÖPERATIE UNIVÉ REGIO U.A., HEERHUGOWAARD

VENNOOTSCHAPPELIJKE WINST-EN-VERLIESREKENING OVER 2011 2010

2011 €

Huuropbrengsten (1)

2.557.632

2.183.111

Totale baten

2.557.632

2.183.111

Bedrijfskosten (2) Personeelskosten Afschrijvingen Overige bedrijfskosten Bijzondere waardevermindering Doorbelaste bedrijfskosten

Overige baten en lasten (3)

2.125.018 755.275 3.350.411 131.250 (4.193.148)

1.195.231 726.817 2.069.563 − (1.633.880) 2.168.806

2.357.731

7.713

2.571

396.539

(172.049)

Financiële baten en lasten (4)

139.074

64.305

Resultaat voor belastingen

535.613

(107.744)

(135.199)

(99.565)

400.414

(207.309)

Vennootschapsbelasting Resultaat na belastingen Resultaat deelnemingen (5)

1.053.202

817.013

Resultaat na belastingen

1.453.616

609.704

73


+

COÖPERATIE UNIVÉ REGIO U.A., HEERHUGOWAARD

TOELICHTING OP DE VENNOOTSCHAPPELIJKE BALANS PER 31 DECEMBER 2011 Totaal €

Gebouwen (1) Cumulatieve aanschafwaarde per 1 januari 2011 Cumulatieve afschrijvingen per 1 januari 2011

8.495.000 (451.728)

Boekwaarde per 1 januari 2011

8.043.272

Mutaties: Investeringen Afwaardering Mutatie herwaarderingsreserve na taxatie Afschrijvingen

612.000 (131.250) − (30.511) (450.239)

Cumulatieve aanschafwaarde per 31 december 2011 Cumulatieve afschrijvingen per 31 december 2011

9.107.000 (613.489)

Boekwaarde per 31 december 2011

8.493.511

De afwaardering ad € 131.250 betreft de afwaardering van pand Purmerend van verkoopwaarde naar executiewaarde, dit uit prudentieoverwegingen.

74


+

COÖPERATIE UNIVÉ REGIO U.A., HEERHUGOWAARD

Overige vaste bedrijfsmiddelen (2)

Totaal € Cumulatieve aanschafwaarde per 1 januari 2011 Cumulatieve afschrijvingen per 1 januari 2011

ICT

Overige

717.637

(1.344.104)

(133.630)

1.741.026

752.814

Mutaties: Verkrijging aanschafwaarde van Univé Regio+ Organisatie BV Verkrijging cum. afschrijving van Univé Regio+ Organisatie BV Investeringen Desinvesteringen aanschafwaarde Desinvesteringen cum. afschrijv. Afschrijvingen

Boekwaarde per 31 december 2011

3.085.130

Boekwaarde per 1 januari 2011

Cumulatieve aanschafwaarde per 31 december 2011 Cumulatieve afschrijvingen per 31 december 2011

Verbouwing Inventaris

1.041.906

777.757

547.830

(519.089)

(424.592)

(266.793)

584.007

522.817

353.165

281.037

708.133

44.681

(628.704) 824.313 (13.818) 13.818 (724.765)

− 435.700 (13.818) 13.818 (167.503)

(618.997) 129.566 − − (246.560)

− 122.264 − − (197.643)

(9.707) 136.783 − − (113.059)

223.658

268.197

(27.858)

(75.379)

58.698

4.648.439

1.139.519

900.021

729.294

(622.235)

(389.559)

277.786

339.735

(2.683.755) 1.964.684

1.879.605

(287.315) (1.384.646) 852.204

494.959

75


+

COÖPERATIE UNIVÉ REGIO U.A., HEERHUGOWAARD

2011

2010

Financiële vaste activa Effecten (3) Obligaties tot einde looptijd Aandelen in handelsportefeuille

2.882.505 119.610

− −

3.002.115

Obligaties tot einde looptijd De nominale waarde van de per 31 december 2011 aanwezige obligaties bedraagt € 2.720.000. De gemiddelde rating van de obligaties per 31 december 2011 is A+.

Toelichting renterisico obligaties Rentepercentages van 2% tot 3% van 3% tot 4% van 4% tot 5% van 5% tot 6% van 6% tot 7% van 7% tot 8% van 8% tot 9%

Totaal

Aflossingsdata € 150.000 € 600.000 € 670.000 € 900.000 € 150.000 € 200.000 € 50.000

€ 2.720.000

2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 Totaal

€ 300.000 € 270.000 € 100.000 € 250.000 € 300.000 € 400.000 € 300.000 € 200.000 € 150.000 € 150.000 € 100.000 € 200.000 € 2.720.000

76


+

COÖPERATIE UNIVÉ REGIO U.A., HEERHUGOWAARD

2011

2010

Aandelen in handelsportefeuille Stand per 1 januari Bij: aankoop van Univé Regio+ Brandverzekering N.V.

− 119.610

− −

Stand per 31 december

119.610

De kostprijs van de per 31 december 2011 aanwezige beleggingen bedraagt € 121.579.

2011

2010

Deposito’s (4) ING

2.000.000

2.000.000

77


+

COÖPERATIE UNIVÉ REGIO U.A., HEERHUGOWAARD

Totaal

Univé Regio+ Brandverzekering

Univé Regio+

Univé Regio+ Mijn Organisatie Adviseur €

Deelnemingen (5) Boekwaarde per 1 januari 2011 Af: ontvangen dividend Bij: resultaat deelneming Bij: afwaardering tot nihil Af: conversie lening in agio Boekwaarde per 31 december 2011

9.361.828 – 1.053.202 – (17.143) 10.397.887

7.229.656 – 800.788 – –

1.395.023 – 134.835 – –

737.149 – 83.191 – –

– – 34.388 – (17.143)

8.030.444

1.529.858

820.340

17.245

Coöperatie Univé Regio+ U.A. is de aandeelhouder van Mijn Adviseur B.V. De deelneming wordt in de balans opgenomen tegen de netto-vermogenswaarde, bepaald volgens eerder genoemde grondslagen.

2011

2010

Leningen (6) Achtergestelde lening Mijn Adviseur B.V.

983.743

983.743

Coöperatie Univé Regio+ U.A. had een achtergestelde lening verstrekt om het weerstandsvermogen van Mijn Adviseur B.V. te versterken. Op 1 december 2011 heeft er een conversie plaatsgevonden, waarbij de achtergestelde lening is omgezet in aandelenkapitaal.

78


+

COÖPERATIE UNIVÉ REGIO U.A., HEERHUGOWAARD

2011

2010

Vorderingen Belastingen (7) Vennootschapsbelasting Dividendbelasting Omzetbelasting

88.816 – –

792.484 20.554 72

88.816

813.110

261.900 74.714 46.533 11.967

128.046 – 37.432 9.747

395.114

175.225

3.635.720 2.996.590 1.779.480 33.994 8.423

5.599.403 2.627.263 3.276.375 – 164.424

Overlopende activa (8) Rente bank Rente obligaties Vooruitbetaalde facturen Overige vorderingen

Liquide middelen (9) ABN Amro Rabobank ING Bank SNS SNS Regio Bank

8.454.207 11.667.465

79


+

COÖPERATIE UNIVÉ REGIO U.A., HEERHUGOWAARD

2011 €

2010 €

Eigen vermogen Herwaarderingsreserve (10) Stand per 1 januari Af: mutatie boekjaar

870.752 –

956.752 (86.000)

Stand per 31 december

870.752

870.752

Statutaire reserve (11) Stand per 1 januari Bij: resultaat vorig boekjaar

20.246.214 18.502.553 609.704 1.743.661

Stand per 31 december

20.855.918 20.246.214

Wettelijke reserve deelnemingen (12) Stand per 1 januari Bij: mutatie boekjaar

2.300.000 –

2.300.000 –

Stand per 31 december

2.300.000

2.300.000

De wettelijke reserve betreft een wettelijke reserve inzake de deelneming Univé Regio+ Brandverzekering N.V. De wettelijke reserve deelneming wordt gevormd tot het bedrag van de vereiste solvabiliteit van haar dochtermaatschappij Univé Regio+ Brandverzekering N.V. Dit bedrag kan niet worden vrij worden uitgekeerd door Univé Regio+ Brandverzekering N.V. aan Coöperatie Univé Regio+ U.A.

80


+

COÖPERATIE UNIVÉ REGIO U.A., HEERHUGOWAARD

2010

2011 €

Voorzieningen Voorziening deelneming (13) Mijn Adviseur B.V.

965.743

965.743

Coöperatie Univé Regio+ U.A. is de aandeelhouder van Mijn Adviseur B.V. Omdat het eigen vermogen van de deelneming negatief is, is dit belang gewaardeerd op nihil en is een voorziening deelneming gevormd, voor het gedeelte dat niet in mindering kon worden gebracht op de rekening courant verhouding.

Overige voorzieningen (14) Voorziening groot onderhoud Verlieslatend contract

964.874 28.625

771.591 –

993.499

771.591

81


+

COÖPERATIE UNIVÉ REGIO U.A., HEERHUGOWAARD

Univé Regio+ heeft in 2004 door een bouwkundig adviesbureau een overzicht laten opstellen van de verwachte renovatiekosten aan het pand te Heerhugowaard voor een periode van 25 jaar. Op basis hiervan is in 2004 een voorziening groot onderhoud gevormd, waarbij jaarlijks 4% van de totale renovatiekosten ad € 2.082.661 aan de voorziening wordt toegevoegd. Daarnaast is per 1 juli 2007 de tweede fase van het pand in Heerhugowaard gereed gekomen. In 25 jaar zullen de verwachte renovatiekosten van deze fase ad € 1.681.994 aan de voorziening worden toegevoegd. Ultimo 2010 heeft er ook een dotatie aan de voorziening plaatsgevonden inzake de panden Den Helder en Limmen voor de jaren 2009 en 2010. De verwachte renovatiekosten bedragen respectievelijk € 76.782 en € 113.702. Hierover wordt jaarlijks 4% van de totale renovatiekosten aan de voorziening toegevoegd. Het verloop van de voorziening is als volgt:

2011 €

2010 €

Stand per 1 januari Bij: Dotaties Af: Onttrekkingen

771.591 201.725 (8.442)

570.094 209.345 (7.848)

Stand per 31 december

964.874

771.591

Univé Regio+ heeft in 2011 de vestiging in Haarlem verhuisd naar een nieuwe locatie. Ten behoeve van de resterende huur van de oude locatie is een voorziening gevormd ad € 28.625. De looptijd van deze voorziening is maximaal twee jaar tot 2013.

82


+

COÖPERATIE UNIVÉ REGIO U.A., HEERHUGOWAARD

2011 €

2010 €

Kortlopende schulden Rekening courant verhoudingen (15) Rekening courant Univé Regio+ B.V. Rekening courant Univé Regio+ Brandverzekering N.V. Rekening courant Univé Regio+ Organisatie B.V. Rekening courant Mijn Adviseur B.V.

7.203.230 4.732.855 (322.578) (62.287) 912.048 1.432.786 (4.591) 283.957 7.788.109

6.387.311

Over de rekening courant verhoudingen wordt een rente van 3-maands Euribor +2% berekend. De vergelijkende cijfers over 2010 bestaan uit de rekening courant verhoudingen van Coöperatie Univé Regio+ en Coöperatie Univé Stellingland tezamen.

2011 €

2010 €

Overlopende passiva (16) Accountantskosten Verzekeringspremies Energie Juridische advieskosten Kosten fusiefeest Onderzoekskosten beloningsbeleid Onderzoekskosten Adviescentrum Kosten cultuuronderzoek Overige te betalen facturen

39.092 12.500 7.798 – – – – – 300.855

19.122 124.551 12.734 60.000 55.000 53.000 52.000 22.000 161.689

360.245

560.096

83


+

COÖPERATIE UNIVÉ REGIO U.A., HEERHUGOWAARD

TOELICHTING OP DE VENNOOTSCHAPPELIJKE WINST-EN-VERLIESREKENING OVER 2011 2011

2010

Huuropbrengsten (1) Doorbelaste huisvestingskosten Ontvangen huren

2.552.232 5.400

2.177.711 5.400

2.557.632

2.183.111

2.125.018

1.195.231

Bedrijfskosten (2) Doorbelaste personeelskosten

2.125.018

..............................

Afschrijving materiële vaste activa Huisvestingskosten Kantoorkosten Overige kosten

755.275

..............................

1.136.128 63.435 2.150.848

943.115 70.151 1.056.297

3.350.411

Af: interne doorbelasting bedrijfskosten

726.817

..............................

..............................

Bijzondere waardevermindering

1.195.231

..............................

131.250

..............................

2.069.563

..............................

..............................

(4.193.148) (1.633.880)

..............................

..............................

2.168.806

2.357.731

De bijzondere waardevermindering ad € 131.250 betreft de afwaardering van pand Purmerend van verkoopwaarde naar executiewaarde, dit uit prudentieoverwegingen.

84


+

COÖPERATIE UNIVÉ REGIO U.A., HEERHUGOWAARD

Ten laste van het boekjaar kwam ter bezoldiging van de leden van de Raad van Commissarissen € 127.927 (2010: € 79.157). De bestuurskosten bedroegen € 593.602 (2010: € 703.280). De in het boekjaar ten laste gebrachte accountantshonoraria bedroegen € 65.267. Dit betreffen kosten ten behoeve van de controle van de jaarrekening. In de doorbelaste personeelskosten is een bedrag van € 95.599 opgenomen inzake de verwachte reorganisatiekosten. De reorganisatievoorziening is opgenomen in de jaarrekening van Univé Regio+ Organisatie B.V.

2011

2010

Overige baten en lasten (3) Overige baten

7.713

2.571

7.713

2.571

Financiële baten en lasten (4) Interest bank Interest deposito Diverse financiële baten Diverse financiële lasten Interest interne rekening courant verhoudingen en achtergestelde lening

298.243 39.600 26.661 (40.162)

249.266 – 10.232 –

(185.268)

(195.193)

139.074

64.305

134.835 800.788 34.388 83.191

213.829 628.123 (16.088) (8.851)

Resultaat deelnemingen (5) Univé Regio+ B.V. Univé Regio+ Brandverzekering N.V. Mijn Adviseur B.V. Univé Regio+ Organisatie B.V.

1.053.202

817.013

85


+

COÖPERATIE UNIVÉ REGIO U.A., HEERHUGOWAARD

Ondertekening Heerhugowaard, 23 april 2012 Raad van Bestuur F.C.J. Admiraal

mr. R.A. de Ruiter MMO

J.F. Kluin

Raad van Commissarissen A.S.M. Molenaar mr. H.F. Dijkstra drs. S.A. van Duin E.A.M. Karregat drs. C.J.M. Kraakman

86


+

COÖPERATIE UNIVÉ REGIO U.A., HEERHUGOWAARD

OVERIGE GEGEVENS

Statutaire winstbestemming In artikel 29 van de statuten wordt de bestemming van het resultaat als volgt geregeld: 1. de winst staat ter beschikking van de algemene vergadering; 2. uitkeringen kunnen slechts plaatshebben voor zover het eigen vermogen groter is dan het gestorte en opgevraagde deel van het kapitaal, vermeerderd met de reserves die krachtens de wet moeten worden aangehouden; 3. uitkering van de winst geschiedt na vaststelling van de jaarrekening waaruit blijkt dat zij geoorloofd is; 4. de algemene vergadering kan besluiten tot het doen van tussentijdse uitkeringen, mits aan het vereiste van het tweede lid is voldaan blijkens een tussentijdse vermogensopstelling; 5. een uitkering in strijd met het tweede of vierde lid moet worden terugbetaald door de aandeelhouder of andere winstgerechtigde die wist of behoorde te weten dat de uitkering niet geoorloofd was; 6. de vordering van de aandeelhouder tot uitkering van dividend vervalt door een tijdsverloop van vijf jaren. 7. de vennootschap zal haar dividendbeleid zodanig inrichten dat uitsluitend dividend zal worden uitgekeerd indien de omvang van de algemene reserve van de vennootschap, na de uitkering van dividend, tenminste gelijk zal zijn aan de benodigde solvabiliteit uit hoofde van de Wet op het financieel toezicht, te vermeerderen met een bedrag hetwelk door het bestuur van de vennootschap, na goedkeuring van de raad van commissarissen, zal worden vastgesteld aan de hand van de alsdan vigerende risicoanalyse, welke risicoanalyse ten behoeve van de vennootschap ieder jaar zal worden vastgesteld. Omtrent bestemming van een eventueel positief resultaat, besluit de Ledenraad op voorstel van het Bestuur, gehoord de Raad van Commissarissen.

Voorstel winstbestemming Het Bestuur stelt voor het positieve resultaat ad â‚Ź 1.453.616 ten gunste van de algemene reserve te brengen.

87


+

COÖPERATIE UNIVÉ REGIO U.A., HEERHUGOWAARD

1

CONTROLEVERKLARING VAN DE ONAFHANKELIJKE ACCOUNTANT

Aan: Raad van Bestuur en Raad van Commissarissen van Coöperatie Univé Regio+ U.A. 1.1

Verklaring betreffende de jaarrekening

Wij hebben de in dit rapport opgenomen jaarrekening 2011 van Coöperatie Univé Regio+ U.A. te Heerhugowaard gecontroleerd. Deze jaarrekening bestaat uit de geconsolideerde en enkelvoudige balans per 31 december 2011 en de geconsolideerde en enkelvoudige winst-en-verliesrekening over 2011 met de toelichting, waarin zijn opgenomen een overzicht van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en andere toelichtingen. 1.1.1

Verantwoordelijkheid van het bestuur

Het bestuur van de entiteit is verantwoordelijk voor het opmaken van de jaarrekening die het vermogen en het resultaat getrouw dient weer te geven, alsmede voor het opstellen van het jaarverslag, beide in overeenstemming met Titel 9 Boek 2 van het in Nederland geldende Burgerlijk Wetboek (BW). Het bestuur is tevens verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing als het noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten. 1.1.2

Verantwoordelijkheid van de accountant

Onze verantwoordelijkheid is het geven van een oordeel over de jaarrekening op basis van onze controle. Wij hebben onze controle verricht in overeenstemming met Nederlands recht, waaronder de Nederlandse controlestandaarden. Dit vereist dat wij voldoen aan de voor ons geldende ethische voorschriften en dat wij onze controle zodanig plannen en uitvoeren dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de jaarrekening geen afwijkingen van materieel belang bevat. Een controle omvat het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging van controle-informatie over de bedragen en de toelichtingen in de jaarrekening. De geselecteerde werkzaamheden zijn afhankelijk van de door de accountant toegepaste oordeelsvorming, met inbegrip van het inschatten van de risico’s dat de jaarrekening een afwijking van materieel belang bevat als gevolg van fraude of fouten. Bij het maken van deze risico-inschattingen neemt de accountant de interne beheersing in aanmerking die relevant is voor het opmaken van de jaarrekening en voor het getrouwe beeld daarvan, gericht op het opzetten van controlewerkzaamheden die passend zijn in de omstandigheden. Deze risico-inschattingen hebben echter niet tot doel een oordeel tot uitdrukking te brengen over de effectiviteit van de interne beheersing van de entiteit. Een controle omvat tevens het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving en van de redelijkheid van de door het bestuur van de entiteit gemaakte schattingen, alsmede een evaluatie van het algehele beeld van de jaarrekening. Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is om een onderbouwing voor ons oordeel te bieden.

88


+

COÖPERATIE UNIVÉ REGIO U.A., HEERHUGOWAARD

1.1.3

Oordeel

Naar ons oordeel geeft de jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en samenstelling van het vermogen van Coöperatie Univé Regio+ U.A. per 31 december 2011 en van het resultaat over 2011 in overeenstemming met Titel 9 Boek 2 BW. 1.2

Verklaring betreffende overige bij of krachtens de wet gestelde eisen

Ingevolge artikel 2:393 lid 5 onder e en f BW vermelden wij dat ons geen tekortkomingen zijn gebleken naar aanleiding van het onderzoek of het jaarverslag, voor zover wij dat kunnen beoordelen, overeenkomstig Titel 9 Boek 2 BW is opgesteld, en of de in artikel 2:392 lid 1 onder b tot en met h BW vereiste gegevens zijn toegevoegd. Tevens vermelden wij dat het jaarverslag, voor zover wij dat kunnen beoordelen, verenigbaar is met de jaarrekening zoals vereist in artikel 2:391 lid 4 BW. Amstelveen, 23 april 2012 KPMG ACCOUNTANTS N.V.

A.J.H. Reijns RA

89


Regio+ Univé

Coöperatie Univé Regio+ U.A. M. de Klerkweg 1 Postbus 171, 1700 AD Heerhugowaard 072 - 502 45 50 plus@unive.nl

Univé Amsterdam • Univé Den Helder • Univé Groene Hart • Univé Haarlem • Univé HAL Univé Hoorn • Univé Noord-Kennemerland • Univé Waterland • Univé Zwolle • Univé Zaanstreek

verzekeringen hypotheken pensioenen

jaarverslag unive regio+ 2011  

jaarverslag unive regio+ 2011

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you