Issuu on Google+

ViB

Verantw. uitgever : Dirk Schoeters, Ommeganckstraat 35, 2018 Antwerpen

VAKBOND IN BEWEGING

België - Belgique P.B. Antwerpen X 8/6342 AFGIFTEKANTOOR ANTWERPEN X

Toelatingsnummer P408993

VERSCHIJNT DRIEMAANDELIJKS • NR. 66 17e JAARGANG • JULI/AUG/SEPT 2010


INHOUD

ViB VAKBOND IN BEWEGING

Nr. 66 - 17e jaargang JULI/AUG/SEPT 2010 Prijs:  0,75 Jaarabonnement: 3 Driemaandelijks tijdschrift van Linx+ ABVV-Regio Antwerpen In samenwerking met ABVV seniorenwerking Verantwoordelijke uitgever: Dirk Schoeters Ommeganckstraat 35 2018 Antwerpen

8

10

Redactieadres: Ommeganckstraat 35 2018 Antwerpen (03)220 67 11 peter.dekort@abvv.be Medewerkers aan dit nummer: Marina Van den Bulck Patrick Van Laer Staf Van Gorp Erwin Madereel Marcel Beerlandt Frans Robson Gorik Cools

6

Vormgeving: Romain De Fleurquin Albert Balboa llustratie cover : ABVV, gewest Antwerpen

16

19

INHOUD    REDACTIONEEL   3 Solidariteit WEEK VAN DE DIALOOG   4 Stad Antwerpen werkt aan het klimaat GESCHIEDENIS   6 Minerva, de Antwerpse Rolls Royce KINDEREN VAN SEMINI   8 Willy Vandersteen



VAKBOND IN BEWEGING 66

125 JAAR BWP 10 Louis Major (deel 1) ONGEWONE MENSEN 16 Palit Ismet VLAAMS ABVV-CONGRES 19 Gesprek met Caroline Copers IN MEMORIAM 23 Wilfried Schoepen overleden

FILMRUBRIEK 24 Shirley Adams FILMFESTIVAL 25 7 dagen Sociale Film

Ondertekende teksten geven uitsluitend de mening weer van de auteur en binden geenszins de organisatie.


REDACTIONEEL

SOLIDARITEIT solidarity solidaritat solidarność solidarita Solidarität solidarnost dayanışma ความสมัครสมา solidaritet solidariedade солидарность solidaridad mshikamano Ook in dit zomernummer van Vakbond in Beweging kijken we even terug in de tijd: Willy Vandersteen bracht jarenlang Antwerpen kleurrijk in beeld in zijn stripverhalen, de automobiel-glorietijd van Minerva is niet weg te denken uit de geschiedenis van onze stad, Louis Major is dat niet uit onze syndicale en ook politieke geschiedenis. Diegenen onder ons die wat jonger zijn krijgen hiermee een bouwsteentje mee om beter te begrijpen waarom we fier mogen zijn op onze eigen geschiedenis. In het kader van 125-jaar socialisme willen we ook nog in volgende nummers hierbij stilstaan. In ons interview met Palit Ismet geven we een Antwerps-Turkse duizendpoot een stem. Een recht voor de raap-stem van een sportieve en syndicale activist die zich elke dag inzet voor jongeren, lang niet alleen Turkse jongeren. Met Caroline Copers, algemeen secretaris van het Vlaams ABVV, kijken we terug op het Vlaams ABVV-congres in mei met daarin een aantal opmerkelijke thema’s en keuzes voor de toekomst van onze vakbond. Een goede sociale film, een vleugje poëzie, een oproep voor een democratische stem voor het Antwerpse klimaatplan, meer informatie over een aantal nieuwe activiteiten van onze afdelingen, stofferen opnieuw een Vakbond in Beweging die bij elkaar wordt geschreven door onze vrijwilligers. Met de zomer kwam ook de wereldbeker voetbal, de Tour de France, … en praten we ondertussen alweer over andere zaken dan de economische crisis of de politieke aardverschuiving op 13 juni. Die dag werden de verkiezingsresultaten tientallen keren een tsunami genoemd. Alsof we machteloos stonden tegenover een natuurramp die ons gewoon overkwam. Evenveel analyses als er mensen zijn volgden daarna. De ene al wat meer weloverwogen dan de andere. En dan wachten we nu op een nieuwe regering, met een ander beleid. Als mensen voor verandering stemden op 13 juni, dan is het absoluut onduidelijk hoe die verandering er zal uitzien. Heel wat kiezers weten niet voor welk programma ze nu eigenlijk gestemd hebben. Is dat nieuws? Neen. Zullen heel wat mensen bedrogen uitkomen of zich bedrogen voelen? Ja, want als je een rijk, zelfvoldaan en vooral Vlaams Vlaanderen wil, waarin diegenen die het goed hebben het ook eeuwig blijven goed hebben, dan kan je niet anders dan bedrogen uitkomen. En kan je ook weer de volgende keer zeggen: ziedewel, alle politiekers zijn zakkenvullers. Zo hollen de gelukkige resultanten van de welvaartstaat zichzelf verder uit. Ik heb die zin vier keer moeten lezen voor ik hem min of meer begreep. Ik denk dat je bedoelt dat “Op die manier zetten de zelfvoldane exponenten (een resultante is een wiskundige term) van de welvaartstaat diezelfde welvaarstaat op losse schroeven”. De werkgevers gaven alvast een duidelijke voorzet aan de informateur en zetten ‘egoïsme’ hoger op de politieke agenda. Met een boekje in cadeauverpakking van Ayn Rand, de ideologe van het ongebreidelde kapitalisme naar Amerikaans model. De werkgeversorganisaties voelen zich met deze verdere verrechtsing in de ‘winning mood’, zoveel is duidelijk. Zo weten we ook weer dat onze tegenmacht broodnodig is. Waarom we moeten oproepen voor meer solidariteit. In honderd talen als het moet. En ook dus: solidarité. Marina Van den Bulck

VAKBOND IN BEWEGING 66




WEEK VAN DE DIALOOG

STAD ANTWERPEN WERKT AAN HET KLIMAAT



De stad werkt op dit moment aan de opmaak van een Klimaatbeleidsplan wat tegen eind 2010 klaar moet zijn en wil hier zoveel mogelijk bewoners bij betrekken.

andere manier bevraagd over het klimaatplan. Ook ABVV-regio Antwerpen verleent haar medewerking via de deelname aan een stedelijke werkgroep rond dit thema.

Begin 2009 ondertekende het stadsbestuur het Europese Burgemeesterconvenant. Daardoor verbindt de stad zich tot het behalen van een aantal ambitieuze doelstellingen; tegen 2020 wil het stadsbestuur tot een reductie van de CO2uitstoot komen van minimaal 20% t.o.v. 1990. Het gaat hier niet enkel om de CO2uitstoot van de eigen stedelijke diensten (de stad wil hier komen tot een vermindering van 30%), maar ook deze van de bedrijven en van de inwoners. Om tot een goed plan te komen, wil de stad zoveel mogelijk partners betrekken. Vertegenwoordigers van bedrijven, milieuverenigingen, maatschappelijke ngo’s, vakbonden en uiteraard ook de bevolking zelf wordt op een of

Sinds de docufilm “An Inconvenient Truth” van Al Gore weten we dat we er met z’n allen minder CO2 uit zullen moeten stoten om zo de klimaatopwarming te stoppen. Het is daarom goed om weten dat de stad al heel wat milieubevorderende premies in het leven geroepen heeft waar je als particulier rechtstreeks kan van genieten. Zo kan je een gratis energiescan laten uitvoeren, waarmee je kan bepalen hoe energiezuinig je woning is en welke maatregelen je kan nemen om dit te verbeteren. Er zijn ook premies voor de aanleg van een groendak, energiepremies voor bijvoorbeeld de isolatie van je woning, de installatie van zonnepanelen, het plaatsen van een condensatieketel, het plaatsen van

VAKBOND IN BEWEGING 66

Klimaat, duurzame energie en jezelf…?


WEEK VAN DE DIALOOG

HET OPENBAAR VERVOER, EEN GOED ALTERNATIEF

hoogrendementsbeglazing, e.d. Stel dat je hier echt iets aan wil doen, maar je hebt niet onmiddellijk geld beschikbaar, dan kan je bovendien een goedkope (2%) of afhankelijk van je inkomen - zelfs een renteloze lening voor energiebesparende maatregelen krijgen. Ook heel eenvoudige dingen kunnen heel veel effect hebben! Elke kilometer dat je niet met je auto aflegt, maar wel te voet, per fiets of met het openbaar vervoer, vermindert de CO2-uitstoot aanzienlijk. Tenslotte heb je ook een betekenisvolle rol als militant. Amper 27% van de bedrijven zet het thema duurzame ontwikkeling op de bedrijfsagenda. Het thema milieu en energiebesparing agenderen via CPBW en OR verplicht de werkgevers hier werk van te maken!

Week van de Dialoog In het kader van het Klimaatbeleidsplan organiseert Stad Antwerpen van zaterdag 2 tot zaterdag 9

oktober 2010 voor de tweede opeenvolgende keer een zogenaamde “Week van de Dialoog”. Met zo’n week wil de stad in gesprek treden met haar inwoners en dus ook de participatie van de burger verhogen. Vorig jaar werd de Week van de Dialoog opgebouwd rond de herinrichting van de Scheldekaaien. Dit initiatief “Kaaien op Tafel” kende een groot succes: er werden bijna 100 gesprekstafels gehouden en de deelnemende burgers stelden 543 aanbevelingen voor. Stad Antwerpen kreeg er zelfs de Thuis in de Stad-prijs voor van de Vlaamse Gemeenschap, die hiermee opmerkelijke en innovatieve stedelijke projecten wil stimuleren. Dit jaar gaat de Week van de Dialoog dus over het klimaat. De deelnemers zullen van gedachten kunnen wisselen en voorstellen aanreiken over verschillende onderwerpen die in thema’s kunnen onderverdeeld worden: woningbouw, consumptiegedrag, mobiliteit, duurzame energie (opwekking en verbruik), e.d.

De ideeën die tijdens de “tafels” verzameld worden, kunnen geïntegreerd worden in het uiteindelijke Klimaatbeleidsplan. Interessant is dat deze acties gericht kunnen zijn op een welbepaalde straat, een buurt of district; maar ook naar een bedrijf, een doelgroep of een vereniging. De Week van de Dialoog wordt op verschillende plaatsen in de stad georganiseerd. Indien je interesse hebt om deel te nemen, stuur dan een mailtje naar stedelijkwijkoverleg@stad.antwerpen.be of bekijk de website www.antwerpen.be/klimaat (vanaf 15 augustus beschikbaar). Heb je vragen over wat je als militant kan doen i.v.m. milieu op je bedrijf, neem dan contact op met: ABVV-regio Antwerpen Dienst Ondernemingen Gorik Cools, coördinator Ommeganckstraat 35 2018 Antwerpen Tel. 03-220 66 05 dienst.ondernemingen.antwerpen@ abvv.be

VAKBOND IN BEWEGING 66




GESCHIEDENIS

MINERVA De Antwerpse Rolls Royce Antwerpen is altijd al een autostad geweest, we hoeven maar aan Ford of General Motors te denken. Ford werd grotendeels naar Genk overgeplaatst. GM is altijd een begrip geweest in onze stad. Al van voor de Tweede Wereldoorlog stonden assemblagegebouwen op het Antwerpse Zuid. Vanaf 1951 verhuisde GM naar de Noorderlaan. Boven General Motors hangen nog steeds dreigende sluitingswolken. De vakbonden, en vooral het ABVV, leveren strijd voor het behoud van Opel, zoals de fabriek nu genoemd word. General Motors weg uit Antwerpen? Ondenkbaar! Maar niets is ondenkbaar. Ooit had Antwerpen haar eigen auto, de Minerva, en die verdween ook. ONTSTAAN VAN MINERVA In 1895 startte Silvain de Jong te Antwerpen met de constructie van fietsen. Vanaf 1900 schakelde hij over naar bromfietsen. In 1903 ontstond de ‘Societé Minerva’ gevestigd in de Karel Oomsstraat. De stichter van dit alles, Silvain de Jong werd in 1868 in Amsterdam geboren uit een Joodse familie, die later naar België uitweek. Deze merkwaardige man was een selfmade man. Op 17-jarige leeftijd keerde hij de school de rug toe, zonder enige doorgedreven technische of financiële bagage. Na een baan als journalist, waarbij hij het geluk had om nuttige contacten met de financiële wereld aan te knopen, begon hij dus samen met twee broers in 1895 fietsen te bouwen onder de merknaam Mercury. Twee jaar later stapte hij op wegens meningsverschillen en stichtte een nieuwe zaak. De nieuwe merknaam was Minerva, genoemd naar de godin van de wijsheid en de techniek. Maar hij droomde van motorisering. DE MINERVA-AUTO In 1905 werd gestart met de eigenlijke automobiel productie. Men opteerde voor een luxevoertuig. De fabriek neemt een snelle uitbreiding, mede door de successen in internationale wedstrijden. In 1906 telde de onderneming 1200 arbeiders en werden er 600 wagens en 3000 motoren per jaar geprodu-



VAKBOND IN BEWEGING 66

ceerd. in 1908 kende Minerva een spectaculaire opgang van Minerva toen de schuivenmotor (een motor zonder kleppen) op de markt kwam. Minerva werd de grootste autofabriek in het land met 1600 arbeiders. NA WERELDOORLOG I Na de oorlog, waarin de Minervafabriek zwaar beschadigd werd en veel machines vernietigd waren, begonnen voor Minerva de glorierijke jaren twintig. Het automerk oogstte wereldfaam. Het succes van Minerva was vooral toe te schrijven aan de verhoogde vraag naar automobielen door de toename van het beschikbaar inkomen enerzijds (zeker niet van de werkende klasse) en aan de uitvoer, vooral naar de VS, anderzijds. Bovendien was het een wagen met een zeer goede reputatie. De Minerva bezat niet alleen een sterke motor, maar ook een sterk koetswerk. Destijds ging het verhaal de ronde dat, wanneer een Minerva tegen een kaaipaal botste, niet de auto maar de paal eraan was. In 1925 produceerde het bedrijf 2500 auto’s. In 1929 had de fabriek 6000 arbeiders en 800 bedienden in dienst. De totale bedrijfsoppervlakte bedroeg 192.500m². Hiervoor waren verschillende kapitaalverhogingen noodzakelijk, vooral door de voorthollende inflatie en de voortdurende aangroei van de bedrijfsruimte en bijhorend machi-

nepark. Deze financiering gebeurde via verschillende aandelenuitgiftes. Minerva deed beroep op particuliere investeerders en banken. Hiervoor werd Banque d’Outremer aangesproken, die meteen de grootste belangengroep werd. Vader en zoon Marquet werden aangeduid als vertegenwoordigers in de beheerraad. Hierdoor kregen zij steeds meer greep op de onderneming, alhoewel zij geen ervaring hadden in de automobielwereld. Het kwam tot een machtsstrijd met de familie de Jong, die het pleit verloren. Sylvain de Jong werd begin 1928 ziek en hij moest het beheer van een onderneming die hij tot volle bloei had gebracht en die op dat moment 6800 arbeiders tewerkstelde, overlaten aan anderen. Hij overleed het jaar daarop tengevolge van zijn ziekte. Naar analogie van het merkteken van Rolls Royce, dat na het overlijden van de stichter niet meer rood maar zwart gekleurd werd, werd de godin Minerva op de radiator niet langer naar rechts afgebeeld, maar keek zij vanaf dan de linkerkant uit. Vader Marguet was de nieuwe voorzitter van de Raad van Bestuur, terwijl zijn zoon afgevaardigd bestuurder werd. Deze nieuwe leiding kon verder bouwen op de erfenis van haar voorgangers. DE AUTOFABRIEK MINERVA Het bedrijf produceerde uitsluitend luxevoertuigen. Kwaliteit was steeds het hoogste gebod bij Minerva. Daarom werd de serieproductie volgens het systeem van de lopende band afgewezen, want alleen een artisanale werkmethode kon de hoogste kwaliteit leveren. Men deed hierbij beroep op vaklui die hun opleiding in de eigen vakschool kregen. Zij mochten een stuk pas afleveren wanneer het grondig nagezien of getest was. Voldeed het niet helemaal, dan werkten ze het bij of maakten ze een nieuw onderdeel aan. Voor iedere taak werd een maximale tijd toegewezen. Heel de productie werd haast per uur uitgedokterd. Toch kon men auto’s op dergelijke manier bouwen en rendabel maken. In de periode kort voor de Eerste Wereldoorlog werd jaarlijks minstens 2 miljoen BF winst


GESCHIEDENIS gemaakt, wat tot bijna 30 miljoen opliep tot voor de wereldcrisis van 1929. Precieze cijfers over het juiste aantal geproduceerde Minerva’s zijn niet gekend. Door de overname in 1934, de oorlogsjaren en het faillissement van 1938 zijn de archieven van de firma geleidelijk verloren gegaan. Toch zijn schattingen mogelijk op basis van cijfers uit tijdschriften en krantenartikels uit die periode. Met zekerheid weet men dat in de periode voor 1909, minder dan 500 auto’s per jaar werden gebouwd. In het jaar 1913 werden er 3000 onderstellen gebouwd. Pas eind 1919 kon er opnieuw geleverd worden. CRISIS Na 1930 werd door de wereldwijde economische crisis een neerwaartse spiraal ingezet, waarbij vanaf 1932 minder dan 2000 auto’s per jaar werden geproduceerd. En toch slaagde Minerva erin één van de meest prestigieuze auto’s ooit te maken. De financiële moeilijkheden werden steeds groter en de luxewagens te duur. In 1934 werd het bedrijf onder curatele geplaatst. Omdat de fabriek nog over heel wat onderdelen beschikte, die waardeloos dreigden te worden, bleef men op beperkte schaal produceren. Op 8 november 1934 werd het faillissement uitgesproken om het een maand later te herroepen. Er werden nog Minerva’s verkocht door de groep Imperia. Tot in de jaren ’50 werden nog jeeps aan de man gebracht onder de naam Minerva. Een andere reden voor de verdwijning van de Minerva-auto was dat meerdere buitenlandse merken zich in Antwerpen begonnen te vestigen vanaf het begin van de twintiger jaren. HET ARCHIEF Hoeveel Minerva’s er zijn overgebleven, is niet geweten. Van andere merken uit die periode zijn alle overlevende wagens geregistreerd. Andere merken hadden merkenclubs, daar was veel geld mee gemoeid. Bij Minerva was dit niet het geval. Bovendien waren de wagens van Minerva niet altijd gemakkelijk te lokaliseren door de sterke geografische spreiding van de toenmalige export. Men is echter vrij zeker van enkele honderden overlevende wagens. Vanuit de wetenschap dat er enkele tienduizenden werden geproduceerd, is een overlevingsratio

van enkele procenten gerechtvaardigd, doch al bij al een laag cijfer. Minerva in Antwerpen Al is de fabriek verdwenen, de naam bleef verderleven in Antwerpen. Aan het begin van het Zuiderterras staat de krijgshaftige dame Minerva van Marcello Mascherini, met haar helm op het hoofd en een schild en lans in de hand. Zij was oorspronkelijk de Romeinse godin van de ambachtslieden. Later werd ze vereenzelvigd met de Griekse Athena en promoveerde ze tot krijgsgodin en schutpatrones van kunsten en wetenschappen. En aan de overkant

van de Schelde zend de grote Radio Minerva populaire muziek uit. Deze geliefde radiozender heeft als logo dezelfde beeltenis als de vroegere auto’s. Staf Van Gorp Geraadpleegde literatuur: Minerva vandaag – Philippe Boval en Albert Valcke Antwerpen 1830-1980: Catalogus gelijknamige tentoonstelling Waar is de tijd? Antwerpen – delen 17 en 28 Antwerpse Standbeelden – Piet Schepens

MINERVA 8 AL 1931

MINERVA AC HIBBARD AND DARRIN 1925

MINERVA RACEWAGEN

VAKBOND IN BEWEGING 66




KINDEREN VAN SEMINI (13)

WILLY VANDERSTEEN

ZIJN JEUGD Willebrord Jan Frans Vandersteen werd geboren op het Stuivenbergplein op 15 februari 1913 en groeide op in de Seefhoek. Zijn vader was een beeldhouwer/ornamentmaker. De tekenaanleg en fantasie waren al tijdens zijn kinderjaren opvallend. Hij tekende wielerwedstrijden op de stoep van de August Sniedersstraat en bedacht verhalen en toneelstukjes, die zijn kameraadjes naspeelden. Hij verslond boeken en droomde op school regelmatig weg tijdens de lessen geschiedenis. Toen hij leerde over de kruistochten, trok hij met zijn schoolgenoten verkleed als ridders naar de kerk om er zich te laten zegenen. De onderpastoor verklaarde hen echter dat het Heilige Graf reeds bevrijd was. Van zijn leraren kreeg hij vaak te horen dat het enige waar hij in uitblonk, tekenen, opstellen en schrijven was, maar dat hij daar nooit zijn brood mee zou kunnen verdienen. Na de school volgde Willy Vandersteen avondlessen aan de Antwerpse Academie voor Schone Kunsten. Tegelijk hielp hij zijn vader in zijn werkatelier en leek het er op dat hij zijn vader zou opvolgen. Door de moderne, doch sombere architectuur



VAKBOND IN BEWEGING 66

van de art dèco die toen zijn intrede deed, geraakte de ornamentkunst uit de mode. Vandersteen besloot dan maar om decorateur te worden. Als etalageontwerper bij l’Innovation kreeg hij de opdracht een model uit een Amerikaans modetijdschrift op een paneel over te tekenen. Toen hij het tijdschrift in handen kreeg, stuitte hij per toeval op een artikel over strips. Dit boeide hem zo dat hij besloot om striptekenaar te worden. ZIJN VROEGE CARRIÉRE Onder het pseudoniem ‘Wil’ tekende Vandersteen ‘De lollige avonturen van Pudifar’ voor Wonderland, een kindereditie van het blad “De Dag” op woensdag. Tijdens de bezetting waren alle Amerikaanse strips door de nazi’s verboden en daarom was de hoofdredacteur zeer blij met het werk van een Vlaming. Om aan de werkkampen van de Duitsers te ontsnappen diende hij een veiliger beroep te zoeken. Zo vond hij een baan als grafiek-omzetter in een landbouw- en voedingsbedrijf. Hij vond dit zo saai, dat hij uit verveling begon te tekenen in de marges van de bladen. Deze tekeningen vielen bijzonder in de smaak van zijn

collega’s en zijn baas, uiteindelijk mocht hij het vakblad van de slagers illustreren. Ook de wacht- en vergaderzalen mocht hij onder handen nemen. Hij kwam ook in contact met J.Meuwissen, een Nederlander die het blad Bravo uitgaf. Door het verbod op Amerkiaanse strips was deze op zoek naar Vlaams en Nederlands tekentalent. Vandersteen mocht nu wekelijks een pagina vol tekenen met Sindbad de zeerover, Thor de holbewoner en Lancelot. Het waren stuk voor stuk onhandige, maar charmante stripverhalen die de lezers op de lachspieren werkten. Op een dag, bij een vlucht tijdens een bombardement op de stad ontmoette hij een oude vriend die uitgever was en vroeg hem of hij voor hem een volledig stripalbum wou tekenen. In een week tijd tekende Vandersteen een heel album rond Pivo, het houten paard. Het album verscheen pas later wegens papiergebrek. Hij werd wel betaald en kreeg de opdracht nog twee albums te tekenen. SUSKE EN WISKE Met de ervaringen die hij had opgedaan, trok Willy Vandersteen in 1944 naar de Standaard Uitgeverij met een nieuw stripverhaal rond twee nieuwe figuren: Suske en Wis-


KINDEREN VAN SEMINI (13) slechts twee kleuren (zwart en een rode stuntkleur). De huidige nummering van de reeks begint daarom vanaf albumnummer 67. Alle voorgaande albums werden wel allemaal overgenomen in de vierkleurendruk onder de naam De Rode Reeks. In 1974 gaf Willy Vandersteen Suske en Wiske uit handen. Paul Geerts zou de reeks voortzetten, vanaf 1988 sporadisch afgewisseld, door Marc Verhaegen. In 2005 werd deze aan de deur gezet, wegens ernstige meningsverschillen over een Suske en Wiske album rond de Holocaust.

ke. Naar Amerikaans model wou hij zijn stripfiguren in de krant laten verschijnen, zodat ze een vast publiek zouden vinden. Het duurde een jaar vooraleer de uitgever beslist het verhaal te publiceren. Op 30 maart 1945 was het stripverhaal voor het eerst in de krant te lezen, zij het onder de naam Rikki en Wiske. Het werd meteen een succes. De herkenbare situatie, het Antwerpse taalgebruik, het volkse karakter, de humor, de spanning en knipoogjes naar de naoorlogse actualiteit vielen bijzonder in de smaak van het lezerspubliek. Vandersteen zelf was niet zo gelukkig met dit eerste avontuur. Vooral de naam Rikki vond hij niet volks genoeg. Rikki was bovendien de oudere tienerbroer van Wiske, terwijl hij liever een jongen die even oud was dan Wiske als tegenspeler zag. Zo verscheen dus Suske op het toneel in het tweede verhaal. Suske en Wiske, samen met de bijkomende figuren, zoals Tante Sidonia, Lambik en Jerom, kenden zo’n succes, dat mensen enkel die kranten kochten waarin deze helden verschenen. Andere kranten namen eveneens stripverhalen op om de concurrentie aan te kunnen. Zo maakte Willy Vandersteen de weg vrij voor Marc Sleen, Jef Nys en anderen. Vandersteen tekende alles zelf, maar gezien het grote succes kon hij het werk niet meer alleen aan en zo ontstond studio Vandersteen. Van 1959 tot 1967 verschenen de albums van Suske en Wiske in

STIJL Veel van de verhalen van Vandersteen bevatten humor en spanning en spelen zich meestal af in een historisch kader. Suske en Wiske put ook graag uit oude volkslegenden en sagen. Tot midden jaren zestig werd er in Suske en Wiske ook af en toe naar de actualiteit verwezen. De ondertoon van veel albums was dan ook maatschappijkritisch . ANDERE REEKSEN In 1954 begon Vandersteen de reeks Bessy, die duidelijk gebaseerd was op de gekende filmhond Lassie. Maar hij liep reeds jaren met het idee rond over een ridderreeks. Van jeugdschrijver Leopold Vermeiren kreeg hij de toestemming diens romanfiguur De Rode Ridder te gebruiken. Daarnaast gaf hij nog andere, minder bekende reeksen uit, meestal gebaseerd op boeken die hij als kind graag las. AANGEBRAND? In 2005 staken geruchten de kop op dat Willy Vandersteen betrokken zou geweest zijn bij de culturele collaboratie. In de periode dat er een gat was in het werk van Vander-

steen, half 1942 tot voorjaar 1943, was onder de naam Kaproen een striptekenaar actief met een gelijkaardige stijl. Deze viel op door zijn antisemitische en nazistische spotprenten, die werden gepubliceerd in ‘Volk en Staat’, ‘De Nationaal-Socialist’ en de brochure ‘Zoo zag Brussel de Dietsche militanten van de Dietsche Militie – Zwarte Brigade’. Het bewijs dat Vandersteen deze Kaproen was, kon nooit worden geleverd. Enkel de timing en de tekenstijl wezen hier op, evenals het feit dat hij tekende voor De Dag. EINDE Op 28 augustus 1990 overleed Willy Vandersteen. In zijn testament stond dat hij wenste dat zijn werk zou worden verder gezet. Zijn werk behoort tot het Vlaamse culturele erfgoed en zijn nog steeds de meest geliefde tekenverhalen. STAF VAN GORP

HET PROVINCIAAL KINDERMUSEUM IN KALMTHOUT

VAKBOND IN BEWEGING 66




125 JAAR BWP DE GROTE VOORVECHTERS VAN HET SOCIALISME (DEEL 1)

LOUIS MAJOR in de vooroorlogse periode

Een naam die zowel verbonden is met de socialistische vakbond als met de partij is zeker Louis Major. Joos Florquin had een interview met Louis in een uitzending van “Ten huize van” voor de openbare omroep. Graag brengt VIB u enkele fragmenten uit deze uitzending van 6 april 1967. Louis Major woonde toen nog op een appartement aan het stadspark in Antwerpen, schuin tegenover de voormalige FOB kliniek van de socialistische mutualiteiten. Hier vinden we vandaag nog het standbeeld van Louis terug. We flitsen terug in de tijd naar 1967 en “kijken” naar fragmenten uit deze legendarische uitzending van “Ten huize van Louis Major”. Joos Florquin: U wordt dit jaar 65. Beschouwt u deze leeftijd, die voor velen een grens is, als een spijtige fataliteit? Louis Major: Als ik het goed begrijp hebt u hiermee academisch gezegd dat ik in de naaste toekomst met pensioen ga of mijn pensioen krijg... tenminste dan toch als algemeen secretaris van het ABVV. Ik kom er rond voor uit dat ik niet graag ga, maar het is een principe in de vakbeweging dat wie 65 wordt, pensioen krijgt. Ik heb die stelregel altijd voor iedereen toegepast en nu geldt hij ook voor mij. Objectief gezien is het wel goed: de algemeen secretaris van een groot vakverbond heeft een enorme verantwoordelijkheid, die dagelijks nog groter wordt. Het is dan ook redelijk dat een jongere generatie naar voren kan treden, die wellicht beter de dagelijkse verantwoordelijkheid in de snelle evolutie aankan. JF : U ziet er anders nog bijzonder fit uit voor een vijfenzestigjarige! LM: Ik heb niet te klagen ook al heb ik al twee jaar geen vakantie meer gehad. Maar er zijn nog heel wat andere taken waarmee ik me beter zal kunnen bezighouden als ik ge-

10

VAKBOND IN BEWEGING 66

pensioneerd vakbondsleider ben. Ik ben nog volksvertegenwoordiger, voorzitter van het Sociaal Economisch Comité, een der drie organen van de Europese Gemeenschap, voorzitter van Heropbeuring en Sana de Mick in St. Job, voorzitter van de Socialistische Antwerpse turnvereniging, er is nog de Arbeidersopvoeding...

atheneum te gaan. Maar het was 1914, de oorlog brak uit, de scholen waren gesloten en verder moest ik meehelpen, na de dood van mijn vader, om de kost voor het gezin te verdienen, zodat er van voortstuderen niks in huis kwam.

JF: U werd geboren in Oostende en bent dus wel een authentieke West-Vlaming. Heeft die kwaliteit of dat kenmerk u in uw carrière gediend of gehinderd?

LM: Visser, maar in 1908 was hij ermee opgehouden en was meestergast geworden bij N.V. De Cloet, een bekend baggerbedrijf. Mijn vader was een vent met vrije gedachten, hij was trouwens liberaal, wat in die tijd voor een visser een uitzondering was. Wel was hij bijgelovig, zoals alle vissers. Zo ben ik met hem en ook met moeder, die wel gelovig was, vaak op bedevaart geweest naar het kapelletje van Bredene. Dat vissers zo bijgelovig zijn heeft zijn reden: als ze in gevaar zijn telt er maar een ding en dat is OnzeLieve-Vrouw. Ze beloven dan een bedevaart of om het even wat en als ze veilig thuiskomen houden ze altijd hun woord, ook als ze verder nooit naar de kerk gingen. Dat is nu natuurlijk veranderd omdat het varen veiliger is geworden: de boten zijn beter, er is radio aan boord en zo meer.

LM: Eerder gediend zou ik zeggen, als we tenminste aanvaarden dat het voor de West-Vlamingen karakteristiek is koppig en vasthoudend te zijn. Ik kom uit een vissers- en zeeliedenfamilie en dat volk is gewoon hard te werken. Het is ook gewoon beslissingen te treffen omdat het op zee in een moeilijk ogenblik moet handelen zonder raad te kunnen vragen. Dat is wel iets dat mij in mijn leven sterk geholpen heeft. JF: U genoot dus alleen lager onderwijs. LM: Alleen de lagere gemeenteschool. Toen ik klaar was, kreeg ik van de stad een beurs om naar het

JF: Wat was het beroep van uw vader?


125 JAAR BWP JF: Wat hebt u dan gedaan in de oorlog?

coöperatief: dat is wel curieus als entree maar zo is het gebeurd.

JF: Wat gebeurde er dan na de Arbeidershogeschool?

LM: Wij woonden in het etappegebied (deel van een gevechtsterrein ) en mijn vader werd door de Duitsers opgeëist om te gaan vissen in het belang van de ravitaillering (voedselvoorziening). Hij is in 1916 verdronken. Ik was toen 14 jaar. Thuis was er moeder, die praktisch blind was en dan nog haar vader, die 88 jaar oud was en van de reuma met krukken ging. Mijn grootvader was trouwens een zeer typische figuur: hij was een heel goeie smid en revolutionair ingesteld: hij kende niet veel van politiek maar de Jesalisten, zoals hij ze noemde, waren de goei! Wij waren dus zeer arm en ik was verplicht de kost te gaan verdienen. Ik mag zeggen dat dit feit de richting van mijn leven heeft bepaald. Want toen kort daarop de scholen toch heropend werden, kon ik niet studeren onder de druk van economische omstandigheden terwijl anderen, die niet graag studeerden maar geld hadden, toch naar school gingen. Dat is wel de essentiële reden waarom ik socialist ben geworden. Ik kende niets van de socialistische beweging, ik had er zelden of niet over horen spreken. Maar vanaf toen werd ik geobsedeerd door de vraag: hoe of wie kan dat veranderen, wat moet er gedaan worden om deze ongelijkheid van vertrekpunt ongedaan te maken en aan iedereen gelijke kansen te geven? Ik ben dan beland bij het socialistisch

JF: Hoe zat het toen met de politieke activiteit?

LM: Dan heb ik vier maanden in mijn oud vak gewerkt om me een nieuw kostuum te kunnen kopen, want het enige dat ik had was tot op de draad versleten! Ik wilde daarvoor van mijn moeder geen geld aannemen, omdat ze zich al genoeg opoffering had getroost om me naar school te laten gaan. Ik vond gemakkelijk werk bij een oude patroon, want ik had een specialiteit: sonnerie en lustrerie, waarvoor ik in 1920 en 21 lessen had gevolgd in de technische school Carels te Gent.

LOUIS MAJOR EN ECHTGENOTE

LM: Via het coöperatief werd ik lid van de vakbond. Toen de Jonge Wacht werd opgericht, ging ik naar de stichtingsvergadering en werd daar onmiddellijk gekozen tot lid van het bestuur. De vinger zat in het raderwerk. Ik speelde een rol in de turnbeweging en in 1921 werd ik secretaris van het Comité voor Arbeidersopvoeding, die daar uitstekend werkte. We hadden daar ook een socialistische toneelgroep die goed presteerde en waaruit o.m. Hector Camerlinck is gekomen. Ik heb daar nog meegespeeld in een stuk van Daan Boens: Cypriaanse dood. JF: U bent dan toch nog maatschappelijk assistent geworden. LM: Dat heb ik te danken aan Daan Boens, die toen socialistisch volksvertegenwoordiger was. Hij is het die mij, tegen de beslissing van het partijbestuur in, gezegd heeft: ge moet naar de Arbeidershogeschool in Brussel. De partij in Oostende was echter te arm om die studie te betalen en zo heb ik dan een examen afgelegd om een beurs van de textielcentrale te krijgen. Zoals ik daarnet al vertelde, heb ik ze gekregen en kon tien maanden gaan studeren. Die Arbeidershogeschool was gesticht door Hendrik de Man.

JF: Maar we vinden u in 1925 toch als secretaris van de Belgische Transportarbeidersbond West-Vlaanderen. Dat was uw eerste officiële functie? LM: Ja, dat is zo gegaan. Ik had met Daan Boens een overeenkomst gesloten, dat ik geen vaste betrekking zou moeten aanvaarden in de vakbeweging, omdat ik meende dat ge dan uw mening niet meer mocht zeggen en ik stond daar op. Nu nog altijd trouwens. Ze zeggen van mij daarom dat ik direct en onbewimpeld mijn mening zeg. Het wordt gewoonlijk wel wat sterker uitgedrukt. Miel van Vlaenderen, de voorzitter van de Jonge Wacht in Oostende die veel invloed op me had, overtuigde mij toch vast secretaris te worden. Hij gebruikte een lokmiddel dat ook pakte. Ik mocht eerst voor acht maanden naar Antwerpen gaan om er heel de organisatie van het transport met al zijn vertakkingen te bestuderen en ‘s avonds kon ik dan de Volkshogeschool volgen, wat ook weer gebeurde. Ik heb in Antwerpen nog les gehad in internationaal recht van Lode Craeybeckx, literatuur van Lode Baekelmans, enz. Een man die in die tijd een grote indruk op mij gemaakt heeft, is Chris Malkman. Hij was nationaal secretaris van de Transportarbeiderbond, Belg geworden Hollander en een zeer bevoegde vent. Hij is het die de basis heeft gelegd van het contract Holvoet, dat de arbeidersregeling in de haven van Antwerpen bepaalt. Hij was absoluut geen spreker, maar knap en intelligent. Hij had het voor mij en ik kreeg van hem zelfs de sleutel van de bibliotheek in zijn bureau, waar anders niemand aan mocht komen. ‘Voor jou alles, jochie’, zei hij vaak.

VAKBOND IN BEWEGING 66

11


125 JAAR BWP

OP BEZOEK BIJ DE RODE VALKEN

JF: In 1929, u was toen 17, was u landelijk leider van de Rode Valken. Wat was de bedoeling van die beweging? LM: Ik heb van in den beginne in de socialistische jeugdbeweging gestaan. We hadden trouwens in Oostende een sterke jeugdgroep. Naar het voorbeeld van Nederland en Duitsland, die een nieuwe richting voor de jeugd hadden aangegeven, wilde men ook in België de bestaande Jonge Wachten omvormen tot de nieuwe Arbeidersjeugd, dus van een politieke groep een culturele maken. Dat ging niet zonder enige strubbelingen en ik heb dan getracht te verzoenen. De Rode Valken vormden een deel van deze Arbeidersjeugd: ons streven was onszelf om te vormen, we wilden onszelf opvoeden tot betere mensen. We droegen velouren broeken en kielen als uiting van opstand tegen de verburgerlijking van de maatschappij, we wilden meer in contact leven met de natuur. Op zeker ogenblik werd er dan een permanent secretariaat opgericht van de Arbeidersjeugd: voorzitter was Gust de Muynck, secretaris was Tuur de Swemer en als leider van de Rode Valken was ik het derde lid van het dagelijks bestuur. Buiten die jongeren, die zeer bedrijvig waren en achteraf beschouwd ook een grote invloed hebben gehad, was er in Oostende nog een jongsocialistische groep, die zeer actief was en waaruit heel wat figuren zijn gekomen. We hadden elke week een

12

VAKBOND IN BEWEGING 66

voordracht of debat en daarvoor konden we de meest diverse mensen samenbrengen: mensen uit het onderwijs evengoed als studenten en dokwerkers. Deze studiekring heeft een grote stuwkracht gegeven aan mijn vorming want om een voordracht te kunnen geven moest ge het probleem eerst instuderen.

het VNV fascistisch of niet?”. Het was op dat ogenblik de vraag of de Vlaamse Beweging de stap naar het fascisme zou zetten. Er waren twee tendensen: Herman Vos en Staf Declercq. Het is trouwens toen dat Vos en Firmin Mortier naar het socialisme zijn overgegaan. Begrijp me nu goed: wij zijn altijd sterk Vlaamsgezind geweest, al de jonge mensen van toen trouwens. We voelden dat talenprobleem zeer sterk aan als een soort klassenonderscheid dat men wilde maken. In Oostende voelden we dat nog beter aan dan in de rest van West-Vlaanderen omdat de liberale en conservatieve katholieke bourgeoisie toen altijd Frans sprak. Alleen in de gemeenteraad sprak men Nederlands omdat het moest. Dat zat er in Oostende zo diep in dat er op zeker ogenblik in de stad een zeer vooruitstrevende linkse intellectuele kring bestond, waar iedereen Frans sprak omdat ze het van huis uit zo hadden geleerd. In 1930 is daar grote discussie over geweest in de partij. Wij in Oostende hebben elf juli gevierd in het volkshuis en de leeuwenvlag hing tussen onze rode vlaggen op het spreekgestoelte.

JF: Hoe stond u tegenover de Vlaamse actie?

JF: In 1936 nam u de leiding van de Havenarbeiderbond in Antwerpen na een langdurige staking, waarin u een vooraanstaande rol hebt gespeeld?

LM: Ik ben altijd zeer scherp democraat geweest en ik heb dat in effectieve bokspartijen scherp uitgevochten met de dinaso’s. Dat ging scherp tegen scherp omdat ik en heel mijn kring van mening was, dat het verkeerd was de volledige democratische rechten te geven aan hen, die de democratie wilden vernietigen. Dat is een zeer scherpe strijd geweest vooral in het arrondissement Oostende-Diksmuide, waar er veel dinaso’s (Verbond van Dietsche Nationaal Solidaristen was een autoritaire, met het fascisme verwante politieke beweging) waren en waar de beweging goed georganiseerd was. Ook tegen het VNV (Het Vlaamsch Nationaal Verbond of VNV was een rechtsradikale ook soms als fascistische bestempelde Vlaams-nationalistische partij) heb ik sterke actie gevoerd, wat trouwens in 1930 nog is uitgelopen op een debat in het Vlaams Huis te Gistel tussen Van Steenlandt, de leider van de Zwarte Brigade, en mij over het thema: “Is

LM: Ik werd dat op 1 mei 1937 en wel op deze manier… Er was in Antwerpen een staking uitgebroken, die uitgelokt was door het dagblad De Dag. Vrijwel alle stakers lazen De Dag en zeer weinigen De Volksgazet. Tijdens een zware discussie in het stakerscomité liet ik gelden dat zolang de arbeiders De Dag zouden blijven lezen, er geen eind zou komen aan de staking. Er moest aan de arbeiders gezegd worden, dat het moest gedaan zijn. Ik kreeg als antwoord: waarom zegt u het hun niet? Ik had evenwel geen enkele functie in Antwerpen, ik zat nog altijd in West-Vlaanderen. Er werd dan overeengekomen dat ik op een meeting in het Sportpaleis voor 16.000 arbeiders de groet uit WestVlaanderen zou brengen. Ik heb in die ‘Groet’ de arbeiders er flink van langs gegeven, ik heb hun de les gespeld en gezegd wat niet goed was. In ‘t bijzonder verweet ik ze dat ze bijna allen een fascistisch dagblad lazen, dat mede aan de basis van de staking lag. Die harde taal viel


125 JAAR BWP

in goeie aarde. De arbeiders gingen naar ‘t bestuur en zeiden: wij moeten die hebben, die ons uitgekleed heeft. Die durft en dat is de man om met de patroons te gaan praten. Ik liep met dat voorstel niet zo op: het was een zeer belangrijke post en daarbij een moeilijke en delicate opdracht. Ik aanvaardde toch op voorwaarde dat Filemon de Wit en Frans Dolens, de leiders in Antwerpen, naar Oostende zouden gaan zeggen waarom ik naar Antwerpen moest komen, want dat nieuws durfde ik zelf niet meedelen. Dat is dan ook zo gebeurd maar niet volgens het voorziene plan. Op de dag van de vergadering was het café bomvol, maar geen mens wilde naar de zaal, waar de twee afgevaardigden zouden spreken: ze wilden die twee niet horen. Toen de twee afgevaardigden de zaal verlieten, trok al het volk met mij naar de zaal. Ze hadden voor mij een schilderij gekocht, een zicht op Oostende, en ze wilden me dat geven maar daar mochten die van Antwerpen niet bij zijn! JF: Hoe is het dan in Antwerpen verlopen? LM: Ik vond daar een boel moeilijkheden. In het bestuur waren alle tendensen vertegenwoordigd: socialisten, drie soorten communisten, drie soorten trotskisten. De activiteit van het bestuur bestond erin te discussiëren, brochures uit te geven

en artikels te schrijven om de andere strekkingen aan te vallen. Maar de reële zaken van de dokken bespreken, deden ze niet. Ik ben dan eenvoudig begonnen met dat bestuur af te schaffen. Ik kreeg natuurlijk het verwijt dat ik dat recht niet had. Ik antwoordde: “Dat is zo, ge hebt gelijk, maar ik moet het bestuur uitnodigen en als ik het niet doe, blijft het bestuur bestaan maar het komt niet bijeen”. Ik heb dan een kern gevormd van 200 propagandisten, ernstige mensen die de belangen van de arbeiders behartigden. We hebben alle moeilijkheden overwonnen en de gezonde syndicalistische geest kunnen herstellen. Dat is natuurlijk ook weer niet zo maar gegaan. Er waren daar heel wat ongezonde praktijken, die moesten afgeschaft worden, o.m. een ongezond systeem van een soort steekpenningen. Zo komt er mij op zekere dag een mannetje geld vragen, waarop hij helemaal geen recht had. Ik weiger zonder meer en het woedende kereltje zegt bedreigend als hij weggaat: “We zullen mekaar wel vinden”. Het ventje had drie broers die nogal invloed hadden aan de haven. Na enkele dagen breekt er zonder reden een staking uit bij wat wij noemen de mineraalmannen, de ertsschippers dus. Meer dan zevenhonderd arbeiders kwamen voor het gebouw betogen. Ik ga buiten en zie daar dat manneke bij de stakers staan. Ik ga ernaar toe, pak hem vast, steek hem de lucht in en zeg tot de arbeiders: “voor de vieze praktijken van dit manneke hier, gaat gij in staking!” De harde en klare taal haalde het weer maar daar is natuurlijk wel een beetje durf voor nodig. Ik zou u in dat verband nog andere staaltjes kunnen vertellen. In de tijd van de crisis moesten de werklozen om zeven uur ‘s morgens gaan stempelen en om negen uur werden ze dan pas uitbetaald. Dat betekende dat 4000 man in de straat in onmogelijke condities twee uur moesten wachten op hun geld. Ik heb kunnen regelen dat ze direct na zeven uur hun geld konden krijgen. Maar toen ze nog om negen uur pas hun geld kregen, kwamen tegen elf uur langs de uitgang de seigneurs binnen: de kampioenen van de catch, de boksers, de coureurs en die gingen met een nonchalant gebaar iedereen voor. Ik kon dat niet verteren en ik ging op die mannen toe om hun te zeggen dat het moest gedaan zijn. Ik voelde mij tegen-

over die potige jongens nu ook niet zozeer op mijn gemak, al had ik in mijn strijd tegen de dinaso’s wel goed leren vechten, maar ik rekende op al de wachtenden achter mij, die mij normaal gesproken moesten steunen. De zware jongens zijn er niet meer doorgekomen. Het vraagt wel wat lef eer ge zo orde krijgt: het zijn brutale mensen maar in de grond zijn ze goed. Het was bij hen maar te halen met rechtvaardigheid: ze apprecieerden het dat er voor en door niemand een uitzondering werd gemaakt, dat iedereen op gelijke manier werd behandeld en dan kreeg ge het recht ook wat tegen hen te zeggen. Maar het is geen gemakkelijke periode geweest. Ge kreeg met alle soorten dingen moeilijkheden. Op zekere dag komt een afgevaardigde van de streek Booischot/Heist-op-den-Berg en zegt: “De Christelijken hebben een vlag gekregen, wij moeten er ook een hebben. Als ge ze niet geeft, dan gaan we over naar de Christelijken.” Ik vraag hun: “met hoeveel man zijt ge?” Antwoord: “tien”. Ik zeg: “als ge met 30 zijt, krijgt ge een vlag”. Het heeft niet lang geduurd of ze waren met dertig. Ik heb daar in die streek van Booischot trouwens veel gewerkt. Ik heb er ook eens met Ward Hermans een groot debat gehad over Vlaamse Beweging en Democratie. We hadden daar ook zeer nauwe kontakten met het Boerenfront, met wie we goed samenwerkten. De oorlog heeft dat allemaal afgebroken. Samenstelling Marcel Beerlandt Met dank aan de archieven van VRT en AMSAB. VIB nr 67 : vervolg “Ten huize van Louis Major” (oorlog en naoorlogse periode)

VAKBOND IN BEWEGING 66

13


AANKONDIGINGEN

COVENTRY

Het hart van het industriële Engeland Van woensdag 3 november tot zondag 7 november 2010 Prijs: Van € 335 tot € 350 /pp PROGRAMMA Woensdag 3 november 2010: Inchecken tussen 16u00 en 17u00 in de terminal van P&O te Zeebrugge. Afvaart van het schip om 18u15 Van 18u15 tot 22u00 is het restaurant open. Men kan er terecht voor een 5-gangen buffet diner met uitgebreide keuzemogelijkheden: van heerlijke vlees- en visgerechten tot vegetarische en oriëntaalse schotels of een kindermenu. Je kan doorlopend terecht in één van de bars, voor allerlei drankjes of je kan je kans wagen aan de speeltafels in het casino, in de shops leuke spulletjes kopen of een film meepikken in de bioscoop. Donderdag 4 november 2010: Van 06u30 tot 07u45 Engelse tijd wordt in het restaurant een overheerlijk en stevig Engels ontbijt geserveerd, met talloze variaties voor elk wat wils Om 08u00 aankomst in de haven van Hull. De bus die ons 3 dagen zal vergezellen staat klaar. Om 12u00 aankomst in Coventry, de stad die op 14 november 1940, niet alleen in de geschiedenisboeken maar ook in de woordenboeken kwam. Op één nacht werd het centrum totaal verwoest door een bombardement en Hitler vond het werkwoord COVENTRIEREN uit wat gelijk stond met Ausradieren: uitgommen, uitwissen. Zeker te bezoeken is DE KATHEDRAAL. Van het middeleeuwse gebouw is alleen de toren en het uitgebrande omhulsel overgebleven en zo behouden. Aanpalend is naar het ontwerp van Sir Basil Spence de nieuwe kathedraal opgetrokken in roze-grijze zandsteen waarin hij de geest van de gotiek trachtte te verwezenlijken met moderne materialen en bouwtechnieken. Het interieur wordt gedomineerd door de kleuren van het enorme wandtapijt van Graham Suterland achter het altaar en de kleurschakeringen van de lichtinval door de verborgen glas-in-lood ramen. Aan de buitenmuur van het gebouw uit 1962 een St. Michael en de duivel in brons van Jacob Epstein Coventry was het centrum van eerst de fiets industrie, dan de auto-industrie (denk maar aan British Leyland, Jaguar enz) en tenslotte de vliegtuig industrie (oa De Haviland). Van dit alles is weinig overgebleven maar het TRANSPORT MUSEUM is zeker de moeite waard. Hoewel het centrum door het bombardement is verwoest zijn er nog heel interessante OUDE GEBOUWEN rond het centrum overgebleven die een wandeling zeker de moeite waard maken. Bovendien is het interessant de overblijfselen te zien van de ideale stad die men in de jaren ‘50 in het centrum wilde bouwen, op het blanke canvas van de gebombardeerde stad. Inchecken in hotel. Vrijdag 5 november 2010 Om 9u00 vertrekken we naar Dudley waar we een bezoek brengen aan het Black Country Living Museum. Het museum van “Het zwarte land”, zoals deze streek noemt,

1

VAKBOND IN BEWEGING 66

heeft een vaste collectie van wat de industrie hier vroeger maakte. Bovendien is er een openluchtmuseum van een stadje eind 1800, begin 1900, gelegen aan de samenvloeiing van enkele kanalen die de slagaders van de oude industrie waren. De woningen en gebouwen zijn in de streek afgebroken en steen voor steen op deze plek terug opgebouwd. De bewoners zullen u tonen hoe de mensen er vroeger leefden en werkten. Ga ook eens met een narrowboat onder de heuvel van Dudley waar steenkool en kalksteen rechtstreeks uit de mijn ondergronds op de schepen geladen werden. Men kan er ook een steenkool drift mijn bezoeken en ziet er een full sized replica van de eerste Newcomen stoommachine uit 1712. Zaterdag 6 november 2010 Uitchecken uit hotel. Vertrek naar Coalbrookdale, de wieg van de eerste industriële revolutie.In 1709 werden hier de eerste cokes gebruikt in de hoogovens, werden de eerste ijzeren rails gemaakt, en de eerste ijzeren brug (1779)Er is zo veel te zien: het ijzermuseum, de teermijn, de pijpenmakerij, de fabriek van Coalportporselein, de oude hoogovens, de brug. Het hele gebied is door de UNESCO uitgeroepen tot wereld erfgoed. Wij moeten ons beperken en bezoeken het Jackfield Tile Museum waar de tegeltjes gemaakt werden die een zo kenmerkend uitzicht geven aan de huizen van eind 19e en begin 20e eeuw. Natuurlijk gaan we ook de brug uit 1779 bekijken, en nemen er het middagmaal. Daarna vertrekken wij richting Hull. Om 18u15 vertrekt het schip vanuit Hull richting Zeebrugge. Op het schip hervatten we hetzelfde scenario van de eerste avond: uitgebreid lekker eten en daarna ontspanning en ontmoeting. Zondag 7 november 2010 Van 06u30 tot 07u45 staat het uitgebreid Engels ontbijt klaar in het restaurant. Rond 08u00 varen we Zeebrugge binnen. Info en inschrijvingen: LINX+, Watteeuwstraat 10 te 1000 Brussel T: 02 289 01 81 info@linxplus.be


AANKONDIGINGEN

Fanny en Luc fietsen voor Peru Gezondheid is een basisrecht voor iedereen!  Toch is dit niet zo vanzelfsprekend als je in Peru woont.  Meer dan de helft van de 26 miljoen Peruanen, hebben geen toegang tot basisgezondheidszorg. Een kwetsbare groep zijn de koffieboeren die in afgelegen subtropische gebieden leven. De VoorZorg provincie Antwerpen heeft een partnerschap met het Peruaanse “Junta Nacional de Café” (JNC), het Nationale Koffieverbond, partner van fos-socialistische solidariteit. In september wordt een medische campagne georganiseerd in Cuzco-Quilabamba, een moeilijk bereikbaar junglegebied. Met de steun van VoorZorg provincie Antwerpen gaat een team van 40 dokters en medisch personeel dan zelf ter plaatse om de mensen gratis medische hulp te verstrekken. Op 3 dagen tijd verwachten we zowat 2 500 personen van alle leeftijden met de meest uiteenlopende gezondheidsproblemen. Loketbediende in Mechelen Fanny Daems en haar partner Luc doen hier nog een schepje bovenop! Tussen 17 april en 30 september leggen zij 10 250 km af met de fiets richting de Noordkaap en terug om geld in te zamelen voor de koffieboeren en hun families in Peru. Bij hun thuiskomst eind september 2010 hopen ze fos een mooie extra cheque te overhandigen. Met dit geld kan fos speciale EHBO-kits aankopen voor de verschillende koffiecoöperatieven in de regio’s. Dit gaat samen met een opleiding zodat de koffieboeren de inhoud van die eerste hulp sets optimaal kunnen gebruiken. Je kan Fanny en Luc op de voet volgen en aanmoedigen via hun blog: http://fannyenluc.wordpress.com.

Hoe kan u uw steentje bijdragen? Gedurende de fietstocht zullen in alle kantoren van De VoorZorg spaarvarkens staan ten voordele van dit project.  Elke eurocent is welkom in die bussen. Uw bijdrage storten kan ook op rekeningnummer 000-0000074-74 of BE16 0000 0000 74 74/BPOTBEB1 van fos-socialistische solidariteit, Grasmarkt 105 bus 46, 1000 Brussel, met vermelding van ‘Fietsen voor Peru’.  Wil u een fiscaal attest voor stortingen vanaf 30 euro? Stort dan uw gift via het rekeningnummer. Meer info: www.fos-socsol.be of www.socmut.be

VAKBOND IN BEWEGING 66

15


ONGEWONE MENSEN

Gesprekken met (on)gewone mensen (deel 16)

PALIT ISMET In onze beweging kom je dagelijks in contact met allerlei mensen. Gewone mensen die er nu en dan bovenuit steken. Figuren die in hun dagelijkse doen en laten iets betekenen voor onze beweging. Nu en dan wil je deze personen wel eens leren kennen: hun inzet, gedrevenheid en achtergrond. Daarom deze gesprekken met (on)gewone mensen. VIB: Palit, je bent serieus actief in de Turkse gemeenschap van Antwerpen en Berchem?

Vandaag hebben wij het over een militant van Turkse origine Palit Ismet. Palit slaagt er niet alleen binnen zijn gemeenschap en de vakbond, maar ook naar kansarme jongeren in om een waardevolle input naar integratie te leveren. l VIB: Vertel eens iets over jezelf? Palit: Ik ben in België geboren en een Antwerpenaar. Ik heb eerst studies gedaan maar heb toch gekozen te gaan werken op mijn 18e. Spijtig genoeg had ik mijn diploma nog niet behaald. Na twee jaar werken zag ik het nut van een diploma toch in en ben via avondschool informatica gaan studeren. Hier was ook een pakket arbeidersrecht in voorzien. Dat kon ik goed gebruiken in mijn vakbondswerk. Momenteel werk ik 13 jaar in een bedrijf te Kontich dat gespecialiseerd is in drukkerijafwerkingen. Dit bedrijf is al 4 keer van naam én van eigenaar veranderd. Nu is het een KMO geworden en terug in Belgische handen. Vroeger waren wij een multinational die verlieslatend was omdat de winsten doorgesluisd werden naar de Nederlandse eigenaars.

16

VAKBOND IN BEWEGING 66

Palit: Ja dat klopt. Ik ben door mijn delegé-zijn bij de vakbond ook actiever geworden in mijn gemeenschap. Het is zo dat hierdoor meer en meer werkmakkers naar me toe kwamen met specifieke vragen. Vooral nieuwkomers hadden veel problemen met het Nederlands. Mijn ouders bvb waren van de eerste generatie. Zij werkten 16 uren en sliepen 8 uren. Ze dachten dat door heel hard te werken ze veel geld konden verdienen. Het enige wat zij in feite wilden, was graag terugkeren naar hun geboorteland. Dat is uiteindelijk nooit gebeurd, vandaar dat ze nog hier zijn. VIB: Ik vernam dat het in de grafische nijverheid het ook niet zo best gaat.

Palit: Dat klopt, het gaat moeilijk in de grafische. Nu is er wel een evolutie aan de gang. Men gaat meer naar printmail. VIB: Wat betekent “printmail“? Palit: Dat betekent dat wij niet meer met persen maar wel met grote printmachines werken. Deze full color printers kunnen een 30 à 40 duizend bladzijden op A2 formaat drukken. Dit systeem is niet alleen goedkoper voor de klanten, maar ook kwalitatief heel sterk. VIB: Dus het bedrijf volgt de trend van de nieuwe technologieën. Palit: Deze hebben ook naar arbeid toe voordelen. De nieuwe toepassingen in het bedrijf vergen werknemers om de apparaten te bedienen. Als vakbondsman ben ik tegen robots. Ik wil nog altijd liever met mensen werken. VIB: Ben je als militant enkel actief in de grafische of ben je ook nog actief in andere sectoren? Palit: Ja, ik krijg ook vragen van mensen van de Turkse gemeen-


ONGEWONE MENSEN schap uit andere bedrijven bvb New Holland, GM enz. Zij hebben natuurlijk hun eigen afgevaardigden maar toch komt het vaak voor dat men iemand opzoekt van de eigen gemeenschap. De vakbond geeft ons als allochtonen ook de nodige kansen. Vroeger bestond de vrees en de vraag of we wel mochten milliteren in de vakbond . Nu staat de deur ver open. VIB: Je bent actief in het ABVV. Voel je je werkelijk aangetrokken door onze ideologie? Palit: Socialisme ja. Ik volg op de voet ook de stellingen van de SP.a over onze gemeenschap, maar ben nog geen lid. Mijn ouders waren roodgezind toen ze hier zijn toegekomen en nu stemmen zij nog steeds voor de SP.a. VIB: Hadden je ouders in Turkije ook de gelegenheid om socialist te zijn? Palit: Ook in Turkije stemden ze links tot 1974. Dan namen militairen de macht. Ik ben hier geboren en getogen als socialist. VIB: De stap naar het ABVV was dus een logische keuze. Maar hoe krijg je Turken syndicaal actief? Palit: Ik zou willen aanraden aan mijn collega’s een militantenopleiding te volgen. Dit is mogelijk via “Vorming & Actie” of hun eigen centrale. Die opleidingen zijn van levensbelang! Zonder ben je nergens. Er zijn heel wat Turken tewerkgesteld in de bouw, schoonmaak. Velen hebben een job betaald door dienstencheques, etc. Een groot aantal onder hen spreekt amper Nederlands. Aan deze mensen sturen wij nieuwsbrieven in het Turks. Deze brieven hebben veel succes en de volgende maanden gaan we dit verder zetten. Zo zal de volgende nieuwsbrief gaan over vakantiegeld. Ik hoop dat we dit in de toekomst zeker kunnen blijven doen. In het begin was dit niet gemakkelijk. De eerste generatie was laag geschoold en wist niets van vakbonden in België. De tweede generatie is maar tot 14 jaar naar school geweest en de meesten zijn in de voetsporen van hun vader gestapt. Dus direct gaan werken en geld ver-

dienen. De derde generatie studeert nu meer. Dit leidt hen naar een ander leven. Ze worden mondiger en stappen sneller naar bvb de vakbond om een gesprek aan te gaan. VIB: Antwerpen heeft een stevige deuk in zijn reputatie gekregen als gastvrije stad toen Hans Van Themsche een racistische aanslag pleegde op 2 vrouwen en een klein meisje. Hoe stond je daar tegenover? Palit: Het was niet Antwerpen dat in mijn ogen een slechte naam kreeg. Het is niet omdat er een dol gedraaide onnozelaar met een geweer tekeer gaat, een vrouw en een kleuter dood schiet en een Turkse levensgevaarlijk raakt, dat de ganse Antwerpse gemeenschap daar voor moet boeten. Dit gaat om één dader en ik hoop dat het bij die ene blijft. De enige reputatie die geraakt is, is die van de partij Het Vlaams Belang. VIB: Je bent heel actief in buurten sportbewegingen, alsook met jeugdwerkingen. Vertel eens. Palit: Ik heb van mijn 8 tot mijn 28 jaar gevoetbald bij Berchem Sport. Daarna voetbalde ik bij Turkspor. Na een jaar kreeg ik spijtig genoeg een langdurige sportblessure. De voorzitter van Turkspor heeft me toen gevraagd om hem te helpen op organisatorisch vlak. Daar ging ik graag op in en ben er toen in geslaagd een éérste Europese Turkse damesvoetbalploeg op te richten. De speelsters bestonden uit zowel Belgische als Turkse dames. Ik kreeg veel lof maar eigenlijk evenveel kritiek… zoals: waarom moeten vrouwen voetballen? Zou ik er niet beter mee stoppen, want dat mocht toch niet?! Vrouwen kunnen niet voetballen… enz. Wij zijn nu aan ons tweede speelseizoen bezig. Regelmatig worden er vriendschappelijke matchen gespeeld in de Ardennen. VIB: “Turkspor” is dat uitsluitend voetbal of zijn er nog andere takken? Palit: In het begin was er naast voetbal ook muzieklessen, de Turkse stadslessen en folklore. De laatste jaren is dit echter verwaterd en nu zijn we vooral bezig met voetbal. VIB: Zijn hier veel jongeren bij

betrokken? Palit: We zijn gestart met vijf ploegen. De reserve ploeg en nog wat jeugdploegen. Maar een goede 4e provinciale moet ± 12 à 13 ploegen hebben. Ik ben toen gaan verkennen op het Zuid, Antwerpen Noord, Berchem enz. Ik vroeg of die kinderen bij ons mochten spelen. Dit kon zonder dat ze lidgeld moesten betalen en wij zorgden ook voor de voetbalkledij. Alleen hun schoenen moesten ze zelf kopen. Al de rest was allemaal voorzien door de club. Het doel was om deze kinderen van de straat te houden. In de plaats daarvan stonden ze een drietal dagen per week op een echt voetbalveld en in het weekend konden ze een match spelen. Zo slaagden wij erin deze jongeren in de goede richting te laten evolueren en kregen ze de kans een goede vriendschap met anderen op te bouwen. Alle kinderen die kwamen, kregen bovendien na de match een drankje op kosten van de vereniging. Toen ik twee jaar bij Turkspor bezig was, hadden we 19 ploegen en de damesploeg. In totaal 350 spelers en elke ploeg had 1 delegee en 1 trainer. Turkspor bestaat vandaag uit verscheidene nationaliteiten: Turken, Belgen, allochtoon of autochtoon, het maakt niet uit… VIB: Hoe zat het met de ouders en het clubgebeuren? Palit: Dat is ook gegroeid. Ik heb ook een zoon en ga naar elke training en match. Het gebeurt dat men de avond ervoor belt met de vraag “kan jij mijn zoon meenemen”. Het klinkt eigenaardig maar dat kan voor mij niet. Ouders moeten hun verantwoordelijkheid tegenover hun kinderen opnemen. Een kind van 6 kan zich niet zelf aan of uitkleden na een wedstrijd. De trainer of bestuursleden zijn geen babysit. Elke maand was er vergadering met de ouders van de spelers. Ik stond er op dat vader of moeder aanwezig was. VIB: Als ik het goed hoor worden ouders steeds betrokken in de werking. Palit: Dit is absoluut noodzakelijk. Uiteindelijk zetten de kinderen hun ouders aan om aanwezig te zijn. Ik heb niet graag dat jonge kinderen ‘s morgens om 8u00 de tram moeten nemen zonder begeleiding van

VAKBOND IN BEWEGING 66

17


ONGEWONE MENSEN één van de ouders en van Berchem of het Zuid naar Antwerpen linkeroever moeten komen. Dat kan niet. Ik ben mee aansprakelijk voor wat er zich op het veld afspeelt, maar niet voor wat er tijdens de verplaatsing of buiten het veld gebeurd. VIB: Het is wel streng, maar interessant. Palit: Dat zijn regels die de club bij elkaar moeten houden. Ouders

moeten beseffen dat zij de grote opvoedende taak hebben, niet alleen de maatschappij. VIB: Wat is je gedrevenheid, je motivatie om je zo in te zetten naar je gemeenschap toe, de jongeren, de vakbond? Palit : Waarom ik dit doe? Wel, omdat ik mijn vrije tijd niet wil besteden in een café of voor de TV. Ik zou zo niets geven aan de samen-

leving. Ik heb een opleiding kunnen volgen om iets te bereiken in dit leven. Daarom doe ik dit en ik hou van mensen. Daarom wil ik nuttig zijn en helpen. Als wij het niet doen, wat gaat er dan met de jongeren gebeuren? Marcel Beerlandt Erwin Madereel

YORK

Het hart van het industriële Engeland Van woensdag 3 november tot zondag 7 november 2010 Prijs: Van € 135 tot € 160 /pp Vanuit Zeebrugge varen we op donderdag 4 november 2010 naar de Noord-Engelse havenstad Hull, van waaruit we twee interessante mogelijkheden voor een dagtrip aanbieden. Je kan kiezen tussen: -het middeleeuwse stadje “York” -een begeleide busrondrit langs een streep zand, zee en klif, een stukje van de Yorkshire coastline. PROGRAMMA Donderdag 4 november 2010: -Inchecken tussen 16u00 en 17u00 in de terminal van P&O te Zeebrugge. -Afvaart van het schip om 19u00 -Van 18u15 tot 22u00 is het restaurant open. Men kan er terecht voor een gangenbuffetdiner met uitgebreide keuzemogelijkheden: van heerlijke vlees- en visgerechten tot vegetarische en oriëntaalse schotels of een kindermenu. -Je kan doorlopend terecht in één van de bars, voor allerlei drankjes of je kan je kans wagen aan de speeltafels in het casino, in de shops leuke spulletjes kopen of een film meepikken in de bioscoop. Vrijdag 5 november 2010: -Van 06u30 tot 07u45 Engelse tijd wordt in het restaurant een overheerlijk en stevig Engels ontbijt geserveerd, met talloze variaties voor elk wat wils. -Om 08u00 aankomst in de haven van Hull. De bussen voor de diverse bestemmingen staan klaar. Om 18u15 vertrekt het schip terug vanuit Hull richting Zeebrugge. Op het schip hervatten we dan hetzelfde scenario van de vorige avond: uitgebreid lekker eten en daarna ontspanning en ontmoeting. Zaterdag 6 november 2010: -Van 06u30 tot 07u45 staat het uitgebreid Engels ontbijt klaar in het restaurant. Om 08u30 komen we aan in Zeebrugge.

1

VAKBOND IN BEWEGING 66

Info en inschrijvingen: LINX+, Watteeuwstraat 10 te 1000 Brussel T: 02 289 01 81 info@linxplus.be


VLAAMS ABVV CONGRES

GESPREK MET CAROLINE COPERS ‘Een sterke vakbond maken we samen’ Naar aanleiding van het statutair congres van het Vlaams ABVV, dat doorging op 7 en 8 mei 2010, hadden we een gesprek met algemeen secretaris Caroline Copers. Over het voorbije congres en de toekomstplannen van het Vlaams ABVV voor de komende vier jaar…

ViB: Bij vorige congressen van het Vlaams ABVV kwam er wel eens de kritiek dat de thema’s zich afspeelden boven de hoofden van de militanten. Die kritiek was er bij dit congres nauwelijks of niet. Waaraan is dat te danken? Caroline: Om te beginnen hebben we bewust gekozen voor thema’s die dicht bij de vloer staan. Maar daarom waren het nog geen gemakkelijke thema’s. Aanvankelijk had ik meer weerstand verwacht bij een thema als werkbaar werk, waar

eigenlijk heel de discussie over langer werken aan gekoppeld is. Al tijdens de voorbereidende vergaderingen met de militanten bleek echter hoe groot de bereidheid is hierover een genuanceerd debat te voeren. Dat heeft me toch wel aangenaam verrast. ViB: Het congres is intensief voorbereid met veel militanten. Komt er een even intensieve nazorg nu het congres afgelopen is? Caroline: Dat is een zeer pertinen-

te vraag. We moeten er vooral over waken, ook met de eigen diensten, dat we dit nu niet alleen vertalen in één projectennota en een jaarplanning voor het Vlaams ABVV Bureau. We zullen daar ruimer over moeten communiceren naar al onze militanten. We moeten ook geregelder een stand van zaken geven in plaats van eenmaal om de vier jaar. Onze nieuwe website kan daarin een rol spelen als toegankelijk doorgeefluik. ViB: Er zijn op dit congres ruim 160 actiepunten goedgekeurd. Dat wil dus zeggen dat er de komende vier jaar gemiddeld één actiepunt per werkweek te realiseren valt. Is dat wel realistisch? Caroline: Niet als je het zo stelt. Maar er zitten ook heel wat actiepunten in op langere termijn: werkbaar werk gaan we niet honderd procent gerealiseerd hebben binnen vier jaar, en ook de armoede zal jammer genoeg nog niet de wereld uit zijn tegen dan... We zullen voor elk actiepunt moeten zien binnen welke termijn we wat kunnen aanpakken. Een aantal acties kunnen we heel snel op gang trekken, bijv. de samenwerking met de armenverenigingen of de rechtengids. We vragen ook een aantal zaken aan het federaal ABVV, dus daar zullen we zelf achter de veren moeten zitten. ViB: Zijn sommige actiepunten niet te vaag geformuleerd om ze echt in daden te kunnen omzetten? Neem nu punt 15.4: “Het Vlaams ABVV vraagt bijzondere aandacht voor de gepensioneerden, vooral wat betreft de betaalbaarheid van de rusthuisfactuur gekoppeld aan de pensioenuitkering.” Dat klinkt allemaal nogal vrijblijvend. Caroline: Omdat pensioenen federale materie is, hebben we daar vanuit het Vlaamse beleidsniveau geen rechtstreekse impact op. Wat we wel kunnen doen, is dit meenemen in onze seniorenwerking én het op de agenda zetten van het federale ABVV. Dat is dus niet zo vrijblijvend als het misschien lijkt.

VAKBOND IN BEWEGING 66

19


VLAAMS ABVV CONGRES

ViB: Laten we even dieper ingaan op de vier thema’s. Armoedebestrijding is het eerste actiepunt. Is dat toeval? Caroline: Dat was om verschillende redenen geen toeval. Om te beginnen ergeren we ons al een tijdje aan het cliché van “het rijke Vlaanderen”, terwijl de armoede schrijnend blijft. De crisis maakt het leven van mensen in armoede nog veel moeilijker dan het al was. Het Vlaamse beleid maakt onvoldoende werk van armoedebestrijding of besteedt er vooral lippendienst aan. Die achterkant van de medaille wilden we onder de aandacht brengen. Bovendien is 2010 het Europees jaar tegen armoede. We voeren trouwens al enkele jaren mee actie op 17 oktober – internationale dag tegen de armoede - door aan ABVVgebouwen lakens te hangen om mensen symbolisch aan armoede te laten ontsnappen. De contacten met armenverenigingen hebben onze ogen geopend over de acuutheid van het probleem. In feite waren we er syndicaal slechts indirect mee bezig rond goede werkomstandigheden of goede verloning of goede sociale uitkeringen.

20

VAKBOND IN BEWEGING 66

ViB: Er is op dit congres beslist dat delegees mee ingeschakeld zullen worden om armoederisico’s bij hun collega’s te detecteren. Verandert dat iets aan de reële situatie van mensen die in armoede leven? Caroline: Toch wel. Laat me twee voorbeelden geven. We gaan onze leden beter informeren over de armoederisico’s van bepaalde loopbaankeuzes, zoals minder werken of loopbaanonderbreking. Op die manier willen we preventief vermijden dat men in armoede terechtkomt. Ander voorbeeld: zelfs als ze een job hebben, worden mensen in armoede constant met problemen geconfronteerd die een gevolg zijn van die armoede: problemen met deurwaarders, problemen met slechte huisvesting, problemen op school… Dat leidt er dan toe dat ze afwezig blijven op hun werk omdat ze die problemen moeten gaan oplossen. Als je niet weet dat daar een armoedeprobleem achtersteekt, dan liggen zo’n mensen binnen de kortste keren buiten, want bedrijven hebben daar in hun personeelsbeleid weinig oog voor. Onze delegees kunnen dat helpen verhinderen door ervoor te zorgen dat er goede afspraken worden gemaakt.

ViB: Veel van onze leden - 1 op 4 - worden met armoede geconfronteerd. Moeten we dan vaststellen dat we tot vandaag tekort geschoten zijn in het informeren van onze leden over armoederisico’s? Caroline: Da’s een moeilijke vraag. Ik denk niet dat we tekortgeschoten zijn in de informatie op zich. Vanuit de werklozendiensten, juridische diensten en eerstelijnsdiensten van de centrales wordt er altijd correcte informatie gegeven over tijdelijke werkloosheid, over ziekteverzekering, over werkloosheid, over loopbaanonderbreking, over je rechten als je deeltijds gaat werken, enz. Alleen hebben we die informatie nooit systematisch gebracht met de waarschuwing erbij van let op, want die of die situatie waar je inzit zou op termijn wel dit of dat effect kunnen hebben. Dat zijn we eigenlijk maar gaan beseffen door de discussies met de ervaringsdeskundigen van de armenverenigingen. ViB: Het congres keurde ook een amendement goed om vermogens en rijkdom in kaart te brengen. Wat is daarvan de bedoeling?


VLAAMS ABVV CONGRES Caroline: Dat heeft alles te maken met onze visie op herverdeling. Je kan het armoedeprobleem niet in zijn globaliteit aanpakken als je geen idee hebt van hoe de inkomens verdeeld zijn in Vlaanderen, van hoe de herverdeling gebeurt en of die rechtvaardig is. Juist door dat te meten kan je vaststellen waar de onrechtvaardigheden zitten en moet het de bedoeling zijn dat de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen. Ook de eis voor vermogensbelastingen kadert daar in. ViB: Over naar het volgende thema ‘werkbaar werk’. Daar staat dat we niet willen blijven steken in de fase van bevragingen over stress en werkdruk, maar een syndicaal antwoord willen geven. Hoe dan? Caroline: We horen vaak de kritiek dat we heel goed zijn in het meten van de problemen, maar nooit echt concrete oplossingen bieden. Voor werkbaar werk schuiven we nu verschillende pistes naar voren die voortbouwen op bestaande instrumenten - want we moeten niet altijd het warm water willen uitvinden - zoals leeftijdsbewust personeelsbeleid en leeftijdsanalyses in ondernemingen. Dat zijn eigenlijk al instrumenten waarmee je in de ondernemingsraad de discussie kan opstarten. In feite is er een ganse waaier van syndicale antwoorden: combinatie werk-privé, het recht op levenslang leren, nieuwe vormen van arbeidsorganisatie zodat ouderen het fysiek en psychisch langer kunnen volhouden en daardoor ook langer aan de slag zullen blijven. ViB: Kadert de vraag voor een statuut van werknemer in nood daar ook in? Caroline: We zijn duidelijk in wat we niet willen: het brugpensioen afschaffen en de pensioenleeftijd verhogen, de klassieke patronale en politieke dada’s, zeg maar. Maar wat willen we dan wel? Met het statuut van werknemer in nood willen we een aantal rechten openen die moeten vermijden dat werknemers te vroeg opgebrand geraken. Wat die rechten moeten zijn - extra verlofdagen, taakvariatie, mentorschap - hebben we nog niet expliciet bepaald. Dat is discussiestof, eerst binnen het Vlaams ABVV aangezien het congres beslist heeft dat statuut eerst te willen onderzoeken op zijn haalbaarheid en

invulling, en vervolgens voor het sociaal overleg met bedrijven, sectoren en de overheid. Ik ben er van overtuigd dat binnen 10 jaar werk op een heel andere manier georganiseerd zal zijn dan vandaag. ViB: Op vorige congressen werd een stevige lans gebroken voor collectieve arbeidsduurvermindering, 35-urenweek, vierdagenweek. Daar is nu geen sprake meer van? Caroline: Ook deze discussie moet veel genuanceerder gevoerd worden. Daar waar het kan: graag, maar je kan arbeidsduurvermindering niet lineair toepassen voor alle sectoren door mekaar. Iedereen die ooit al cao’s en herstructureringen onderhandeld heeft, weet dat dat utopie is. Sterker nog: vandaag zie je dat bedrijven arbeidsduurvermindering vaak terugschroeven wanneer de stimulansen van de overheid - de lastenverlagingen die bedrijven kunnen krijgen - uitdoven. Daar staat tegenover - en of we dat nu leuk vinden of niet: het is wel een realiteit - dat de individuele vormen van arbeidsduurvermindering op maat van werknemers hoge toppen scheren. Dat wil zeggen dat daar een behoefte voor is. Je kan dat niet zomaar allemaal afschaffen en vervangen door een lineaire collectieve arbeidsduurvermindering of een lineaire vierdagenweek, die voor de ene misschien goed zal uitkomen en voor de andere meer problemen zal creëren dan oplossen om werk met privé te kunnen combineren. ViB: Eén van de goedgekeurde amendementen gaat over de media: “Als vakbond moeten we erop toezien dat de media hun informatieverplichting correct invult.” Wat betekent dat? Caroline: De publieke opinie wordt vandaag aangestuurd vanuit een zeer rechtse invalshoek. Kijk naar de beeldvorming over de economische crisis, de pensioendiscussie, de banken, de protesten in Griekenland, de vakbonden, … Je hoort altijd dezelfde groep economen en academici met altijd dezelfde eenzijdige boodschap. De meer progressieve stemmen, acties en campagnes van vakbonden, ngo’s en middenveld komen amper aan bod in de media. En als ze al aan bod komen, is dat met de nodige dedain. Bij de openbare om-

roep VRT valt het nog mee, maar als je bepaalde kranten of tijdschriften openslaat en je weet niet beter, dan wordt je wereldbeeld toch wel heel erg mismeesterd. ViB: We hebben ook een eigen tijdschrift: De Nieuwe Werker (DNW). Dat moet voor de volgende sociale verkiezingen een eigentijds magazine worden. Het is niet de eerste keer dat het congres zo’n upgrading van het ledenblad vraagt. Waarom zou het deze keer wel lukken? Caroline: DNW is al van uitzicht gemoderniseerd en de drukkwaliteit is verbeterd, maar het feit dat die eis op alle congressen blijft terugkomen, wil toch wel zeggen dat het nog steeds niet goed genoeg is voor de leden en de militanten. Er zijn nog heel wat verbeteringen mogelijk, dus laat ons de sociale verkiezingen van 2012 aangrijpen om nog meer uitstraling aan DNW te geven. Uit onze ledenbevraging blijkt trouwens dat de leden en militanten nog steeds graag papieren informatie krijgen en het belang van DNW wordt hoog ingeschat. ViB: Een van de discussiepunten op het congres ging over de financiering van de jongerenwerking. Is daar klaarheid in? Caroline: We gaan het debat daarover verder voeren. Er is een principiële bereidheid om een eventuele syndicale financiering te willen bekijken. Dat is belangrijk, want de gemiddelde leeftijd van onze leden ligt rond 45 jaar, van de militanten tussen 45 en 50 jaar. We mogen de jongeren dus niet vergeten. En je jongeren meenemen in je organisatie wil zeggen dat je er moet in investeren. ViB: Ook de ouderen willen we niet verliezen. De senioren willen graag een luidere stem in het ABVV. Caroline: De seniorencommissie is de voorbije congresperiode terug op de kaart gezet, met jaarthema’s, interne werkgroepen, colloquia, … Er wordt heel structureel gewerkt rond thema’s die senioren aanbelangen: gezondheidszorg, energie, armoede, … Die politiek-syndicale werking gaan we verder uitbouwen. We moeten ook extra vorming voorzien, want veel senioren hebben een mandaat in een seniorenraad of een of andere overleginstantie. Maar dat geldt eigenlijk voor alle geman-

VAKBOND IN BEWEGING 66

21


VLAAMS ABVV CONGRES dateerden die namens het ABVV zetelen: we moeten er beter voor zorgen dat die mensen weten met welke standpunten ze daar naartoe gaan. ViB: Ook het belang van de werklozencomités wordt opnieuw benadrukt, hoewel dat even op de helling leek te staan. Caroline: We hebben nooit gezegd: schaf die werklozencomités gewoon af. We zeggen wel: neem die mee op in een ruimere aanpak van hoe wij vandaag omspringen met werkzoekenden. Werklozencomités bestaan vandaag trouwens niet in alle zes ABVV-gewesten. We zijn als ABVV-delegatie in de raad van bestuur van de VDAB vragende partij om signalen te krijgen over wat er misloopt met de VDAB, maar we krijgen die signalen zelden of nooit vanuit de werklozencomités. Uiteindelijk zijn we geland op het principe dat de werklozencomités belangrijk blijven, maar niet het enige kanaal zijn om de stem van de werkzoekende te laten weerklinken. Die stem is en blijft belangrijk, alleen heb je daar ook andere werkingen voor, zoals Kopa en de Bijblijfwerking. En je hebt er ook andere instrumenten voor, zoals enquêtes. We hebben de werkzoekenden in 2007 rechtsreeks bevraagd en de VDAB heeft daar zeer letterlijk rekening mee gehouden. ViB: Voor deelnemers aan de syndicale vorming komt er een vormingspaspoort. Wat gaat daarin staan? Militanten kunnen Caroline: nu vorming volgen bij hun centrale en interprofessioneel via Vorming&Actie. Die twee circuits willen we maximaal op elkaar afstemmen. Alle spelers op het syndicaal vormingsveld moeten kunnen zien wie welke vormingen al gevolgd heeft en welke nog niet. Daar dient zo’n vormingspaspoort voor. Uiteindelijk moet dit resulteren in meer opleidingen op maat. ViB: Er komt ook een nieuwe service voor werknemers: loopbaandienstverlening. Caroline: De tijd dat iemand 40 jaar in hetzelfde bedrijf bleef werken is al lang voorbij. Het Vlaams ABVV wil werknemers gedurende hun ganse loopbaan ondersteunen in de keuzes die ze maken: van werk naar werk, van opleiding naar

22

VAKBOND IN BEWEGING 66

werk, van werk naar opleiding, van de ene sector naar de andere. Willen we werknemers voor zo’n begeleiding verplichten naar een commercieel kantoor te gaan waar ze centen moeten neertellen om te horen zeggen of ze nog “iets waard zijn”, of willen we hen een ondersteunende service aanbieden in de vertrouwde syndicale context? Dat was een van de belangrijkste discussiepunten op dit congres. Als vakbond willen we meer doen dan informatie geven over je rechten als werkloze of over je loon en je arbeidsvoorwaarden. We vinden dat echt wel de dienstverlening van de toekomst: mensen persoonlijk kunnen adviseren over de stappen die ze kunnen zetten en mee bekijken wat de consequenties kunnen zijn van bepaalde keuzes die ze willen maken - denk aan het armoedeverhaal. ViB: Binnen vier jaar, in 2014, is er opnieuw een Vlaams ABVVcongres waar het rapport van deze actiepunten zal worden gepresenteerd. Van welke punten hoop jij dat ze tegen dan absoluut gerealiseerd zijn? Caroline: Er zijn er vele, ik zal even overlopen per congresthema. De armoedetoets moet gerealiseerd zijn. Er moeten stappen voorwaarts gezet zijn om armoede tegen 2017 te halveren, zoals de decenniumdoelen vragen. Rond werkbaar werk hoop ik dat de werkgeversorganisaties bereid zijn om de discussie over langer werken eindelijk eens af te wenden van alleen maar een kostenverhaal. Inzake werkbaarheid hoop ik dat we goede akkoorden kunnen afsluiten onder de sociale partners over tal van maatregelen die het moeten mogelijk maken dat mensen het langer met plezier volhouden. Hoewel in het Vlaams regeerakkoord staat dat er rond werkbaarheid sociaal overleg moet georganiseerd worden, is daar momenteel weinig animo voor bij de werkgevers.

Ik hoop dat er bij de Vlaamse overheidsinstellingen - De Lijn, de VRT, de VDAB - geen grote stappen achteruit worden gezet omwille van de blinde besparingswoede die vandaag dreigt. Die houdt zware risico’s in voor een kwalitatieve, betaalbare en toegankelijke openbare dienstverlening en voor een gezond personeelsbeleid. In het hoofdstuk ‘Sterk ABVV’ is loopbaandienstverlening zeer belangrijk, de syndicale financiering van de jongerenwerking en de geïntegreerde aanpak van de vorming. ViB: Dat is een hele boterham. Caroline: Er is inderdaad veel werk aan de winkel en we gaan niet op onze lauweren rusten. Nu komt het erop aan met iedereen binnen het ABVV - leden, militanten, delegees, secretarissen, personeelsleden - deze papieren standpunten en actiepunten in daden om te zetten. Want een sterke vakbond, die maken we samen! ViB: Slotvraag: Heb je ook nog vakantievooruitzichten vooraleer het nieuwe werkjaar er aankomt? CAROLINE: Ik kijk zeker uit naar een voor mij ideale vakantie…een beetje reizen in het buitenland en ook thuis genieten. We gaan met de kinderen en kleinkinderen naar New York en volgens jaarlijkse traditie gaan we ook nog op tocht met vrienden op de moto. Verder hoop ik maximaal te kunnen genieten van onze tuin en te leven van een lekker ontbijt naar een lekkere avondmaaltijd. Met tussendoor véél lezen, heerlijk niets doen, wat fietsen, en vooral een leuke tijd beleven met familie en vrienden. ViB wenst je nog een heel fijne vakantie! Wil je meer weten over het Vlaams ABVV en alles weten over de actiepunten voor de volgende vier jaar: kijk dan op de vernieuwde website www. vlaamsabvv.be


IN MEMORIAM

Tweeling introvert telkens ik jou aankijk en dan zie hoe ik mij verweven weet met jouw blik en die als mijn ziel even zwijgzaam is als bedampt EEN LACHENDE WILFRIED OMRINGT DOOR ZIJN VRIENDEN

WILFRIED SCHOEPEN PLOTS OVERLEDEN

Op 12 juni 2010 namen wij ontroerd afscheid van Kd.Wilfried Schoepen die onverwachts thuis te Borsbeek was overleden. Niemand had dit verwacht en kon het moeilijk geloven. Wilfried zette zich in als bestuurslid bij onze Vriendenkring en als Moezelkenner had hij samen met zijn echtgenote Reinilde nog een reisje voor ons ingericht naar de Moezel. En het was af (zie foto). Wij genieten er nog van na. Dat Wilfried zich vanuit de syndicale jeugd en later als BBTK-secretaris heeft ingezet op syndicaal vlak weet eenieder maar ook op politiek vlak zette hij zijn beste beentje voor als gemeenteraadslid in Borsbeek. Wilfried werd 64 jaar. Mag het een troost zijn voor Reinilde en de familie dat ook zijn vrienden en kameraden hem niet vlug zulllen vergeten. Nog veel sterkte. Het Bestuur van de Vriendenkring

weet ik dat we zijn zoals we altijd waren ondeelbaar – of, als van een lier: het boeiend liefdesspel van de snaren gelijk lopend, gelijk trillend maar als bij wonder toch gestemd – als jij en ik lier – oud snaarinstrument

F. J. Robson

Bedrijfsbezoek ECOVER Linx+ organiseert een geleid bedrijfsbezoek aan ECOVER te Malle op

donderdag 14 oktober 2010 om 14u00 Ecover is een internationaal bedrijf actief in de productie van ecologische was- en reinigingsmiddelen, dat in 1980 in België werd opgericht. Van bij de start was Ecover een koploper en een pioniersbedrijf. Ecover producten zijn gemaakt op basis van hernieuwbare plantaardige grondstoffen en mineralen. Zij worden op een ecologisch, economisch en sociaal verantwoorde wijze geproduceerd, in een unieke ecologische fabriek. Eerlijk en open, met respect voor mens, dier en milieu. Dit bezoek met een groen en sociaal verhaal past perfect binnen ons gedachtengoed!

Prijs: €2 per persoon Info en inschrijvingen: Adviespunt, Ommeganckstraat 35, 2018 Antwerpen Tel. 03 220 66 13 of adviespunt.antwerpen@abvv.be VAKBOND IN BEWEGING 66




FILMRUBRIEK

SHIRLEY ADAMS onderweg van school naar huis om onverklaarbare redenen een schot in de nek en is een groot deel van zijn lichaam verlamd. Haar man kon het niet meer aanzien en gaf er de brui aan, soms stuurt hij nog wat geld maar niet genoeg om te overleven. Donovan heeft er al verscheidene zelfmoordpogingen opzitten omdat hij zijn handicap niet wil aanvaarden. Shirley kan dan ook amper de eindjes aan mekaar knopen en is genoodzaakt om eten te stelen uit de supermarkt. Steeds hollend achter de feiten probeert zij er het beste van te maken maar heel deze situatie eist veel van haar energie en inzettingsvermogen.

“Shirley Adams” is een Zuid-Afrikaanse vrouw die er moederziel alleen voorstaat. Dag in dag uit zorgt zij voor haar gehandicapte zoon, heeft geen werk dus ook geen geld. Het weinige spaargeld dat ze had is allemaal opgegaan in de medische kosten van haar zoon Donovan. Tot voor tien maanden zag haar leven er helemaal anders uit. Toen was zij nog gelukkig getrouwd en had een gezonde zoon die toen nog een sprankelende toekomst had. Een revolverschot heeft hier allemaal een einde aan gemaakt. Donovan kreeg

Dan komen er verschillende lichtpuntjes die telkens een sprankeltje hoop geven. De blonde Tamsin wil haar diensten gratis aanbieden aan Shirley en Donovan. Zij is immers therapiste en kan zo haar leerstof in praktijk omzetten en kan zij de moeder wat ontlasten van haar zware taken. Eerst staat Shirley hier zeer argwanend tegenover, zij zal zelf wel haar boontjes doppen, maar moet toch inzien dat dit contact haar zoon goed doet. Donovan begint stilletjes aan terug op te leven. Dan krijgt Shirley het bericht dat de dader is gevonden van de schietpartij. Zij moet zich aanbieden in de rechtbank om het proces te volgen maar krijgt te kampen met onthutsende confrontaties die zij liever verzwijgt aan haar zoon. Het leven gaat stilletjes aan verder,

de wonden kunnen niet geheeld worden maar de steun aan elkaar is dikwijls een pleister op de wonde. Dan krijgt Shirley weer een emotionele schok te verwerken… Deze eersteling van Oliver Hermanus is direct een schot in de roos. Pragmatisch brengt hij het verhaal van een emotionele getormenteerde moeder die met alle moed van de wereld zich heeft moeten neerleggen bij de feiten die haar overkomen zonder haar eergevoel te verliezen. Dag in dag uit verzorgd zij haar zoon. Deze rol wordt indringend vertolkt door de bekende Zuid-Afrikaanse actrice Denise Newman, ook gekend uit de film “Forgiveness”. Haar zoon Donovan wordt uitgebeeld door Keenan Arrisson, pas afgestudeerd maar is reeds bijna in de prijzen gevallen met zijn afstudeerfilm “Ongeriewe”, geselecteerd voor de competitie voor De Gouden Palm 2006 te Cannes voor Beste Kortfilm. Het is misschien een vreemd feit maar Oliver Hermanus heeft deze film kunnen maken dankzij Roland Emmerich, regisseur van “2010”, “Godzilla”, e.d., die hem een studiebeurs aanbood om een film te maken op de Londense Filmschool. Toch is dit een zeer indringende film geworden dat naar het einde toe steeds aangrijpender wordt. Steeds worden er nieuwe elementen toevoegd die de volledige waarheid blootleggen. Hermanus baseerde zich hiervoor op waargebeurde feiten, een verhaal dat zijn zuster ooit vertelde aan het avondmaal, feiten die zij effectief had meegemaakt tijdens haar stage. Films zoals “Shirley Adams” zijn niet echt vrolijke prenten. Verwacht dan ook niet dat je lekker ontspannen uit de filmzaal komt. Hermanus filmt deze sociaal realistische prent met enige oprechtheid en is een ode aan elke vrouw, elke moeder! Deze film zal in de komende maanden een beperkte bioscooprelease kennen en zal te zien zijn op verschillende festivals. Nadien zal deze uitkomen op dvd. Patrick Van Laer

24

VAKBOND IN BEWEGING 66


FILMFESTIVAL

Zeven dagen sociale film in Antwerpen Van donderdag 7 oktober tot en met woensdag 13 oktober 2010 organiseert Filmhuis Klappei in samenwerking met o.a. Linx+ ABVV Antwerpen en vzw Curieus de week van de sociale film. Filmhuis Klappei is niet aan zijn proefstuk bezig wat betreft het organiseren van de week van de sociale film. Jaar na jaar programmeren ze films met een sociale inslag waarin de arbeiderswereld van over de hele wereld en het belang van solidariteit centraal staan.

wedstrijden georganiseerd. De sluiting van de mijn betekent voor deze muzikanten-mijnwerkers meteen ook het einde van hun sociaal leven. Een zeer ontroerende maar krachtige film in een regie van Mark Herman met in de hoofdrol een schitterende Pete Postlethwaite

DE HELAASHEID DER DINGEN

Een greep uit het programma:

BRASSED OFF

Gunther Strobbe, 13, woont samen met z’n vader en drie nonkels bij zijn grootmoeder. Hij wordt er dagelijks geconfronteerd met ontzaglijke volumes alcohol, vrouwen versieren en schaamteloos nietsdoen. Alles wijst er op dat Gunther hetzelfde lot beschoren is. Of kan Gunther toch ontsnappen aan de helaasheid der dingen?

DAS WEISSE BAND Brassed Off is een Britse film uit 1996 die gaat over de Thatcheriaanse jaren in Groot-Brittannië. Tijdens de zwaarste economische recessie van de tweede helft van de 20ste eeuw wordt beslist de resterende koolmijnen te sluiten, wat grote sociale drama’s tot gevolg heeft. Thatcher slaagde erin “de Unions” de vakbonden te breken door hen een wettelijk statuut op te leggen die hun jaarrekeningen moesten publiceren. Daarvoor waren zij nog gewoon een privé-organisatie waardoor de inhoud van de stakerskassen niet bekend was. Van het moment dat de vakbonden hun bezittingen moesten declareren, wist de overheid hoe lang de vakbonden de stakende mijnwerkers nog met stakingsgeld kon uitbetalen. De regering wachtte lang genoeg om toe te geven, tot de stakerskassen leeg waren en alle weerstand gebroken. Deze film belicht dit sociaal drama vanuit de invalshoek van de sociale kant: aan elke mijn was vroeger een fiere muziekkapel verbonden en onderling werden muziek-

Net voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in een rustig prostestants Duits boerendorp houden de notabelen de gemeenschap in hun greep. De jongeren in het dorp proberen een eigen orde te stellen tegenover de verkrampte burgerorde. Een aantal mysterieuze gebeurtenissen die steeds meer neigen naar rituele straffen doen het dorp opschrikken. De schoolleraar observeert en onderzoekt de gebeurtenissen en komt steeds dichter bij de verschrikkelijke waarheid.

FEESTAVOND WEEK VAN DE SOCIALE FILM EN AANBOD ABVV Op maandag 11 oktober zal in de Roma een feestavond plaatsvinden met de prijsuitreiking voor de beste sociale film. Linx+/ABVV selecteert ook een aanbod uit de week van de sociale film en zal deze aanbieden aan een vriendenprijsje. Houdt De Nieuwe Werker in het oog voor ons aanbod en meer nieuws over de week van de sociale film.

VAKBOND IN BEWEGING 66

25


AANKONDIGINGEN

Wandel- en Fotozoektocht doorheen Oud-Antwerpen Familiale wandelzoektocht georganiseerd door afdeling “Centrum” Deelnameprijs: € 3 /deelnemingsformulier Afstand: ± 5 km Vertrek en eindpunt: Grote Markt Prijsuitreiking: 30 oktober 2010

Jos Kalhen Renaat Veremansstraat 6/64 te 2030 Antwerpen. GSM: 0475 55 51 68 of 0478 95 07 51 Verantwoordelijke inrichters: Staf Van Gorp en Jos Kalhen Controle: Eugeen Strijbosch, José Van Rompaey en Frank Piepers

Formulieren zijn verkrijgbaar van juli tot en met september 2010 bij: Café Den Bengel Grote Markt 5 te 2000 Antwerpen Tel.: 03 233 32 90 Open van maandag tot zondag vanaf 09u00 ABVV adviespunt Ommeganckstraat 35 te 2018 Antwerpen T: 03 220 66 13 adviespunt.antwerpen@abvv.be Open maandag, dinsdag, donderdag en vrijdag van 08u30 tot 12u00 Woensdag open van 14u00 tot 18u30

Vrijdag 17 september 2010

LEDENDAG VOOR DE SENIOREN VAN HET ABVV

Op vrijdag 17 september 2010 organiseert de stad Antwerpen een seniorendag in de ZOO aan een voordelig toegangstarief. Het ABVV maakt van deze gelegenheid gebruik om onze gepensioneerde leden in de bloemetjes te zetten. Tickets zijn te koop aan €3 ipv €5 én we nodigen ook onze leden uit om gratis een drankje te komen nuttigen aan onze stand op de verenigingenmarkt. Let wel, dit aanbod geldt enkel voor onze gepensioneerde leden. Niet-leden kunnen ook bij ons terecht voor een toegangsticket aan €5. Info en reservaties bij het ADVIESPUNT Ommeganckstraat 35 (1e verdieping) 2010 Antwerpen Tel 03 220 66 13 adviespunt.antwerpen@abvv.be Kaarten zijn ter beschikking vanaf 1 september 2010. Betalingen bij Adviespunt zijn enkel mogelijk via Bancontact of via overschrijving op rekeningnummer 132-5201931-56



VAKBOND IN BEWEGING 66


REPORTAGE 1 MEI 2010

VAKBOND IN BEWEGING 66

27


!LGEMENEINKOM`  ,EDEN3 0LUS !"66 SENIORENWERKINGEN6RIENDENKRING¦$E-ICK§ `  2ESERVATIEENINFO

PRESENTATIE0ATRICK/NZIA

„$IRK6AN6OOREN

„7IM3OUTAER „.ICOLE(UGO

„,OU2OMAN"AND EN.ADIA „'OLDEN-EMORIES 3INGERS

3ENIOREN SHOW aanvang 14.30 u. - deuren 13.30 u.

Zondag 17 oktober ’10

!LGEMENEINKOM`  ,EDEN3 0LUS !"66 SENIORENWERKINGEN 6RIENDENKRING¦$E-ICK§` 



6OORMEERINFOEN RESERVATIEKUNTU BELLENNAAR

er d a r n a a Een

PRESENTATIE,UC#AALS

„,IZ,ARSSEN

„,AURA,YNN

„!NDREI,UGOVSKI

„,OU2OMAN"AND EN.ADIA „'OLDEN-EMORIES 3INGERS

3ENIOREN SHOW

Informatie: Adviespunt, Ommeganckstraat 35, 2018 Antwerpen (eerste verdieping) T: 03 220 66 13 KAARTEN VERKRIJGBAAR VANAF 1 SEPTEMBER 2010

aanvang 14.30 u. - deuren 13.30 u.

Vrijdag 15 oktober ’10


Vakbond in beweging 66 | 2010