Page 1

Nr 10 | Lokaal is het maandblad van de lokale besturen en verschijnt 11 x per jaar | VVSG vzw, Paviljoenstraat 9, 1030 Brussel | Afgiftekantoor Gent X | P2A9746

Lokaal

Kunst verlicht het verlies

Honderd jaar Vereniging

Internationaal lobbyen voor het lokale bestuur

Fost Plus evolueert niet mee


& Lichtgewicht, in enkele seconden opstelbaar en invouwbaar. Het ultieme stemhokje weegt slechts 16 kg en is zeer stabiel. Ook geschikt voor rolstoelgebruikers. Accessoires leverbaar zoals draaghoes, draadloze LED verlichting, gordijn etc. Ook stembussen met stembusbekleding en insert-houder. Invouwbare bewegwijzeringstandaards met draaibare pijl. & Bewezen succes. Met 20.000 verkochte ultieme stemhokjes in verschillende landen is in korte tijd een groot marktaandeel verworven. & Praktisch: Het ultieme stemhokje heeft ingevouwen een afmeting van 200 x 100 x 7,5 cm. Kan gemakkelijk worden getransporteerd en door ĂŠĂŠn persoon worden opgezet. Het ultieme stemhokje heeft opgebouwd de afmeting 2 mtr. x 1 mtr. x 1 mtr. en is voorzien van nylon montagedoppen met een beschermende, niet krassende toplaag. Het stemhokje is tevens te gebruiken als tentoonstellingspaneel en vitrine-display. Hiervoor zijn diverse accessoires beschikbaar.

Ingevouwen

Koppelbaar

www.youtube.com/watch?v=j1j9sH3NBmk

Van Beem & Van Haagen bv Tel: 0031 20 3140900 info@vbenvh.nl Voor meer info of een demo: Rob van Beem tel 0031 6 30395846

www.verkiezingen.vbenvh.nl


opinie

Pensioenbom

D

e lokale besturen worden als eerste overheidsniveau in alle hevigheid geconfronteerd met de spectaculaire stijging van de pensioenkosten van hun vastbenoemd personeel. In een tijd van krimpende inkomsten wegen deze toenemende pensioenuitgaven onevenredig zwaar op de lokale budgetten. De VVSG waarschuwt al twintig jaar in haar memoranda dat de pensioenschuld onhoudbaar zou worden. Achtereenvolgende regeringen en ministers hebben het probleem voor zich uit geschoven. (De laatste grondige ingreep gebeurde in 1994 met de wet-Willockx.) Omdat vanaf 2010 het omslagstelsel failliet dreigde te gaan, heeft de wet van 24 oktober 2011 het systeem gered door de werkgeversbijdragen op de lonen van de statutairen fors te verhogen en een deel van de kosten te herverdelen onder de lokale besturen via de invoering van een responsabiliseringsbijdrage als een soort gecorrigeerde solidariteit. Vakbonden, ministers en anderen beweren dat de stijgende kosten veroorzaakt worden door het toenemende aantal contractuele medewerkers in de lokale besturen. Een grondige analyse van het

stefan dewickere

Het is schrijnend te moeten vaststellen dat de Vlaamse en de federale overheid zo weinig solidariteit opbrengen met wat de lokale besturen overkomt. pensioendossier toont aan dat dit maar een zeer partiële verklaring is voor de spectaculaire stijging van de pensioenbijdragen. De hoofdoorzaken liggen elders. Neem bijvoorbeeld de sterk stijgende pensioenkosten voor de politiezones. Simulaties hebben uitgewezen dat de pensioenbijdragen daar zouden moeten stijgen van 27,5% naar meer dan 40% terwijl 98% van het personeel van de politiezones

vastbenoemd is. Het feit dat er in Vlaanderen ook meer dan twintig politiezones een responsabiliseringsbijdrage moeten betalen toont ten overvloede aan dat de kernoorzaak niet bij het aantal contractanten ligt, want die zijn er nauwelijks in de politiezones. De oorzaken zijn veeleer te zoeken in het vergrijzingsfenomeen in zijn geheel – een toenemend aantal gepensioneerden die langer leven – en in een aantal mechanismen van het personeelsbeleid en het pensioenstelsel zelf. Zonder volledig te zijn, wijzen we op volgende elementen: de loonevolutie en de perequatie, het veelvuldig laten meetellen van verlofstelsels als gelijkgestelde periodes voor de pensioenopbouw, contractuele jaren laten meetellen voor het overheidspensioen en de berekeningswijze van het pensioen op de laatste loopbaanjaren. We weten dat ook de gewestelijke en federale overheden de komende jaren met een pensioenbom geconfronteerd zullen worden, alleen is die veel meer verborgen dan bij de lokale besturen. Het is daarom schrijnend te moeten vaststellen dat de Vlaamse en federale overheid zo weinig solidariteit opbrengen met wat de lokale besturen overkomt. De lokale sector financiert de pensioenen van zijn statutairen volledig zelf, terwijl de federale staatskas voor de privépensioenen meer dan 30% bijlegt. Ook de pensioenen van de Vlaamse en federale ambtenaren worden grotendeels gefinancierd door de algemene inkomsten van de federale staat. De oplossingen om de stijgende pensioenkosten de komende jaren te beheersen, liggen in ingrepen in het openbaar ambt zelf: in de loonevolutie en in de pensioenberekening. Lokale besturen hebben daar geen enkele zeggenschap over, het zijn de gewesten en de federale overheid die daar (onder meer in Onderhandelingscomité A) initiatief moeten nemen. Is het te veel gevraagd dat de toezichthoudende Vlaamse en federale overheid hier de nodige solidariteit zouden opbrengen met de lokale besturen? Mark Suykens is VVSG-directeur

Lokaal november 2013

3


inhoud • november 2013 • nummer 10

special

20 Interview Annemarie Jorritsma ‘Internationaal lobbyen zodat lokaal gebeurt wat lokaal kan gebeuren.’

Als individuele gemeente kom je niet bij di Rupo of Barroso terecht, als vereniging van gemeenten lukt dat wel. Volgens Annemarie Jorritsma, voorzitter van de Nederlandse Vereniging en misschien binnenkort van de Europese Vereniging, moet je lobbyen op het niveau waarop gelobbyd moet worden. Ondertussen heeft de internationale vereniging ook een stem in de Verenigde Naties: ‘Er is een verschuiving aan de gang van het nationale niveau naar een lokale en regionale benadering.’

24 100 jaar Beweging van Lokale Besturen

24 De stelling van Lokaal ‘Er zijn uitdagingen genoeg binnen de eigen gemeente. Wij moeten ons niet bezig houden met Europa of ontwikkelingssamenwerking. Dat is geen taak voor de gemeente.’

26 Wereldcongres lokale besturen

30 Kennis over lokaal afvalbeleid delen met Zuid-Azië

32 De Frontlijner Erik Fuhlbrügge, Noord-Zuidambtenaar in Zoersel: Eerlijk handelen

In 1913 ontstond op het Internationaal Stedenbouwcongres in Gent niet alleen de internationale vereniging van lokale besturen, ook de Belgische Bond der Steden en Gemeenten zag toen het licht. De geschiedenis.

20

34

De Nepalese vereniging van gemeenten diende een project in om met een Europees fonds onder meer in Vlaanderen te leren over het afvalbeleid.

Lokaal is het maandblad van de lokale besturen Contact lokaal@vvsg.be, T 02‑211 55 44 Hoofdredacteur Marlies van Bouwel marlies.vanbouwel@vvsg.be Werkten mee aan dit nummer Redactie Johan Ackaert, Pieter Bos, Marleen Capelle, Pieter Plas, Jan Van Alsenoy, Bart Van Moerkerke Beeld Layla Aerts, Stefan Dewickere, Bart Lasuy, Nix, Uli Schillebeeckx, Karolien Vanderstappen, Vorm Ties Bekaert Druk Schaubroeck Met de steun van Belfius en Ethias, partners van de VVSG Advertenties Peter De Vester peter@cprojects.be, T 03-326 18 92

4 november 2013 Lokaal

Vacatures en abonnementen Nicole Van Wichelen nicole.vanwichelen@vvsg.be T 02-211 55 43 Prijs abonnement VVSG-leden: 68 euro VVSG-leden vanaf 10 ex. 55 euro Niet-leden: 125 euro Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten vzw Paviljoenstraat 9, 1030 Brussel T 02-211 55 00 • www.vvsg.be VVSG-bestuur Luc Martens, algemene voorzitter, voorzitter algemene vergadering en voorzitter directiecomité Kris Van Dijck, voorzitter raad van bestuur Rudy Coddens, voorzitter directiecomité afdeling OCMW’s Bart Somers, voorzitter afdeling veiligheidsdiensten

Ondertekende artikels verbinden alleen de auteurs. Reacties zijn welkom. De redactie zal deze naar eigen inzicht al dan niet opnemen, inkorten of er melding van maken. Niets uit deze uitgave mag worden gereproduceerd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, elektronische drager of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Verantwoordelijk uitgever Mark Suykens, directeur VVSG

In Borgloon zorgde een artistieke ingreep voor een nieuwe lectuur van de begraafplaats.

stefan dewickere

Honderd jaar beweging van lokale besturen


58

stefan dewickere

alex verhoeven layla aerts

stefan dewickere

62

3 opinie Pensioenbom 70 columnKleine geschiedenis van de gemeentehuisarchitectuur (1)

5 3 Praktijk uit Brugge De klant blijft koning, ook met dementie 5 4 Vrije tribune Vlaamse regering laat lokaal milieubeleid in de steek

bestuurskracht

6 Kort print & web, perspiraat, Nix 10 Mijn informatie moet onze informatie worden 12 Waalse gemeenten verplicht in evenwicht 14 Digitale informatie beheersbaar houden 16 De gemeenteraad van Geraardsbergen

beweging

57 Durven met dienstverlening 58 Netwerk We willen zo veel mogelijk van elkaar leren 60 ‘Gemeente met een hart’ worden 62 Nieuwe steunpunten VVSG ondersteunt kinderopvang en thuiszorg 66 Kort de laureaat, perspiraat

mens

& ruimte

68 agenda

34 Kunst met wortels 37 Begraven volgens de islamitische ritus 40 Honderd jaar begrafenissen en begraafplaatsen 42 Kort nieuws, print & web, oproepen 44 Composteren krijgt voorrang 46 Ontgoochelende voorstellen Fost Plus voor nieuwe erkenning 50 Verder dan de eigen grens bart lasuy

32

46

52 Lokale raad Wat is er nu aan van de klimaatverandering en welke onmiddellijke gevolgen kan dit hebben voor het gemeentelijke beleid?

Dit icoontje betekent dat u de pagina met de gratis Layar-app van de App Store of Google play kunt scannen om een filmpje te bekijken, meer achtergrondinformatie te vinden of rechtstreeks op een site te komen. Meer informatie op www.layar.com.

Lokaal november 2013

5


© FOD Kanselarij van de Eerste Minister-/: Marie-Jo Lafontaine/Marina Cox

bestuurskracht kort lokaal perspiraat

Portretfoto’s van de koning en koningin De Federale Overheidsdienst Kanselarij van de Eerste Minister laat weten dat de officiële portretten van koning Filip en koningin Mathilde verkrijgbaar zijn. Ze kunnen worden bekeken en besteld via www.fotos-monarchie.be. Op deze website vindt u ook alle informatie in verband met de verschillende formaten en leveringstermijnen. De FOD Kanselarij van de Eerste Minister bezit de auteursrechten over deze foto’s. Het hangen van portretfoto’s van het koningspaar, bijvoorbeeld in de gemeenteraadzaal, is een gebruik, geen verplichting. marian verbeek

Vragen of extra informatie: Infoshop, T 02-514 08 00 of info@infoshop.belgium.be

koen wouters -politie leuven

Privacycommissie vraagt debat over camera’s en drones De voorbije jaren zijn camera’s kleiner, mobieler en voor het brede publiek toegankelijker geworden. Minister Joëlle Milquet wil dergelijke camera’s onder de bestaande wetgeving laten vallen. De Privacycommissie stelt zich hier vragen bij. Op 2 oktober publiceerde de Privacycommissie een advies over een voorontwerp van wet van minister Milquet dat op korte termijn de Camerawet van 21 maart 2007 moet actualiseren en vereenvoudigen. In de wetsvoorstellen die eerder al in het parlement besproken werden, blijven de wijzigingen aan de Camerawet beperkt tot de mogelijkheid om mobiele ANPR-camera’s door de politiediensten te laten gebruiken buiten de omstandigheid van een grote volkstoeloop. De minister wil dit enkel onder bepaalde omstandigheden toelaten via de Camerawet, terwijl sommige parlementsleden liever alle vormen en omstandigheden van cameragebruik door politiediensten naar de Wet op het Politieambt willen overhevelen. Toch zijn er ook overeenkomsten in de verschillende teksten die de formaliteiten voor het tijdelijke, verplaatsbare of grootschalige cameragebruik door gemeentebesturen moeten vereenvoudigen. Wellicht moet alleen nog een omstandig trimestrieel verslag opgemaakt worden over het aantal keren en de plaatsen waar verplaatsbare camera’s in de gemeente gebruikt werden, zodat een advies van de gemeenteraad niet meer iedere keer nodig is. De Privacycommissie is zelfs voorstander van een jaarrapport, omdat een trimestrieel verslag de verantwoordelijke voor de verwerking volgens haar net meer werk zal bezorgen. 6 november 2013 Lokaal

Het wetsontwerp bevat nog enkele kleinere aanpassingen, waaronder cameragebruik door civiele veiligheidsdiensten en inspectiediensten, de mogelijkheid tot plaatsing van een mozaïekscherm bij de ingang van een besloten plaats, en een antwoordtermijn voor personen die de opgenomen beelden willen inzien. Wegens tijdgebrek vraagt het parlement enkel aan de Privacycommissie en de Raad van State advies. De verenigingen van steden en gemeenten kunnen dus geen advies geven, hoewel deze wijzigingen belangrijke gevolgen hebben voor het gemeentelijk cameratoezicht. tom de schepper

www.privacycommission.be Wet van 21 maart 2007 tot regeling van de plaatsing en het gebruik van bewakingscamera’s, BS van 31 mei 2007, Inforumnum‑ mer 219668. Wet van 12 november 2009 houdende wijziging van de wet van 21 maart 2007 tot regeling van de plaatsing en het gebruik van bewakingscamera’s, BS van 18 december 2009, Inforumnummer 243288. Wet van 5 augustus 1992 op het politieambt, BS van 22 december 1992, Inforumnummer 46223.


print & web

Ook dit jaar geen beperking op verkoop en gebruik wensballonnen? Tijdens de eindejaarsperiode 2011-2012 deden er zich incidenten voor met de zogenaamde wensballonnen, Sky Lanterns of UFO-ballons genoemd. Een aantal gemeenten vroeg daarom aan de VVSG om samen met de federale overheidsdiensten de mogelijkheid van een nationaal verbod op de verkoop of het gebruik van deze wensballonnen te onderzoeken. In 2012 vond veelvuldig overleg plaats tussen het Directoraat-Generaal van de Luchtvaart, de FOD Economie, de FOD Binnenlandse Zaken, Belgocontrol en de verenigingen van steden en gemeenten. Ze onderzochten de bestaande regelgeving betreffende de verkoop en het gebruik van wensballonnen in ons land en welke aanpassingen mogelijk zijn. Eind 2012 werd besloten een specifieke sensibiliseringscampagne op te zetten voor consumenten en gemeentebesturen. Daarnaast nam tijdens de voorbije oudejaarsperiode een veertigtal Vlaamse gemeenten een verbod op het gebruik van wensballonnen op in hun politieverordening. Andere gemeenten legden een toelating van het gemeentebestuur voor het gebruik ervan op. Daarnaast valt het grondgebied van 120 Vlaamse gemeenten (gedeeltelijk) samen met de veilige zones voor vliegverkeer rond (zweef)vliegvelden. In die zones, waaronder het hele Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, is het gebruik van wensballonnen steeds verboden. Voor de consument is het niet altijd mogelijk om te weten waar de wensballon opgelaten mag worden of welke gebruiksvoorschriften nageleefd moeten worden. Er werd gelukkig wel maar een beperkt aantal incidenten met wensballonnen vastgesteld. Op basis van die ervaringen beloofden de FOD

Economie en de FOD Binnenlandse Zaken een advies voor te leggen over een nationaal verkoopverbod aan de Commissie Veiligheid voor de Consumenten, en over een nationaal gebruiksverbod aan minister Milquet. Beiden hebben in tussentijd nog niet beslist of er nu met oud en nieuw een beperking op verkoop en gebruik van wensballonnen komt. Het Directoraat-Generaal van de Luchtvaart, dat voorstander is van een nationaal verbod, wou de beslissingen niet afwachten en heeft daarom in februari een rondzendbrief gepubliceerd met eigen richtlijnen. Zo mogen wensballonnen nooit opgelaten worden in veilige zones voor vliegverkeer, mogen ze geen metalen onderdelen bevatten, niet opgelaten worden bij een windkracht van meer dan 2 Beaufort, niet opgelaten worden bij regen of mist of in de buurt van brandbare constructies. Inbreuken daarop kunnen bestraft worden krachtens de luchtvaartwetgeving, en eventueel aanvullend volgens de straffen vermeld door de gemeentelijke politieverordening. tom de schepper

mobilit.belgium.be Omzendbrief van 1 augustus 2013 - Ref. GDF-12, Inforumnummer 275275.

Start onderhandelingen brandweerstatuut Op 21 oktober zijn de onderhandelingen gestart tussen de vertegenwoordigers van de gemeenten en minister Joëlle Milquet voor een nieuw brandweerstatuut. Namens de VVSG nemen de burgemeesters Bart Somers, voorzitter VVSG-afdeling Veiligheid, en Luc Martens, voorzitter VVSG-directiecomité, deel aan de besprekingen. In deze fase komen volgende vier onderwerpen aan bod: het nieuwe administratieve statuut, het nieuwe geldelijke statuut, de nieuwe arbeidstijdregeling voor de beroepsbrandweer en het statuut van de toekomstige zonecommandant. De besprekingen verlopen in een constructieve sfeer. De VVSG is verheugd met de extra 20 miljoen euro die de minister heeft binnengehaald tijdens het laatste begrotingsconclaaf en die vanaf 2014, bovenop de reeds beloofde middelen, gebruikt zal worden voor een verhoogde federale dotatie aan de prezones. Een nota met de verschillende VVSG-standpunten werd overhandigd aan de minister. Haar kabinet heeft zich geëngageerd om tegen 4 november op onze voorstellen te reageren. kris versaen

Vraagbaak lokaal personeelsbeleid De rechtspositieregeling voor personeelsleden van lokale besturen is ingewikkeld. Naast het onderscheid tussen vast benoemde en contractuele personeelsleden gelden nog veel andere wetten en rechtsregels. Politici en ambtenaren hebben niet de tijd om zich te verdiepen in allerlei detailkwesties, terwijl ze toch een gefundeerd perso‑ neelsbeleid moeten voeren. Ook personeelsleden die zich onheus behandeld voelen, kunnen niet altijd alles zelf uitzoeken. Dit werk biedt de niet-jurist een snel en beknopt maar praktisch ant‑ woord op de kwesties waarmee hij worstelt, met doorverwijzin‑ gen naar verdere informatie voor wie dat wenst. W. Appels, Vraagbaak lokaal personeelsbeleid: de rechtspositieregeling vertaald voor niet-juristen, Uitgeverij Larcier, Gent, 65 euro

Planlastvermindering in de praktijk Wat zal de impact van het Planlastendecreet van 15 juli 2011 zijn? De auteurs leggen de link met de beleids- en beheerscyclus en gaan na hoe de basisprincipes van de BBC het planlastende‑ creet ondersteunen. Ook de Vlaamse beleidsprioriteiten worden daarbij besproken. De auteurs geven aan welke sec‑ torale decreten zijn aangepast en brengen de impact van het bovenlokale beleid op de meer‑ jarenplanning in kaart. Hieruit kunnen lokale besturen inspiratie halen voor hun beleid, maar ook meteen alle prioriteiten bepalen. Een logboek helpt om de naleving van verplichtingen qua participatie af te toetsen en op te volgen. P. Dielis, J. Van Ouytsel, Planlastvermindering in de praktijk, Uitgeverij Vanden Broele, Brugge, 42 euro

Lokaal november 2013

7


bestuurskracht kort lokaal perspiraat

nieuws

“De oplossingen voor de problemen van morgen zijn in de steden te vinden. In Brussel kakelen ze veel te veel. Wij leggen de eieren.” Vincent Van Quickenborne (Open Vld), burgemeester van Kortrijk – Metro 7/10

“Veel milieuvriendelijke terminologie is ontstaan door een pervers geweten. Denk aan de auto. Wat biedt een milieuvriendelijke auto anders dan een vals excuus voor consumentisme? Van alle keuzes is géén auto rijden immers nog altijd de milieuvriendelijkste.” Piet Hein Eek, ontwerper van meubels uit afvalhout – De Morgen 19/10 “Gemeenteraadslid ben je niet in het stadhuis of op de gemeenteraad. Als ik het afgelopen jaar een ding heb geleerd, dan is het wel dat. Vanaf dag één word ik door mensen op straat makkelijker aangesproken. Het valt me op hoeveel wakkere Mechelaars er zijn die echt begaan zijn met hun stad.” Tom Kestens (stadslijst vld-groen-m+), gemeenteraadslid in Mechelen – Gazet van Antwerpen 19/10 “De politie evolueert meer en meer naar een kennispolitie. De investering in camera’s met nummerplaatherkenning past daarin. Die ondersteunen de politie bij haar taken. Uit statistieken blijkt dat zones er zo veiliger op worden. (…) In feite zijn de camera’s moderne stadswachters. Zij vervangen de poortwachters van vroeger.” Burgemeester Jan Vermeulen (CD&V) van Deinze – De Standaard 18/10 “In onder meer Nederland, Denemarken en Schotland staan ze op het vlak van fusies een heel stuk verder. Schotland bijvoorbeeld telt maar 30 gemeenten en Vlaanderen, dat meer dan vijf keer zo klein is, meer dan 300. Ik denk dat we in het fuseren van onze gemeenten in Vlaanderen een stapje verder moeten durven zetten.” Bernard Zwijzen van de Limburgse gemeentesecretarissen, zelf secretaris van Lummen – Het Belang van Limburg 18/10

8 november 2013 Lokaal

stefan dewickere

“Als een gemeenteraadslid in zijn neus peutert, wordt dat dan ook uitgezonden? We kunnen niet over één nacht ijs gaan in dit dossier. Eerst moeten we met alle belanghebbenden communiceren en gemeenten die nu al uitzenden, contacteren. Zo kunnen we leren uit hun ervaring.” Gemeenteraadsvoorzitter André Van Nieuwkerke (SP.A) van Brugge over het plan van de Stadsomroep om de gemeenteraadszitting live uit te zenden – De Standaard 21/10

Gemeenten volop aan de slag met voorbereiding nieuwe GAS-wet Op 1 januari 2014 treedt de nieuwe Wet op de Gemeentelijke Administratieve Sancties in werking. Die beschrijft de nieuwe procedures die gemeenten moeten toepassen als ze zelfstandig overlast op hun grondgebied willen bestraffen. Veel gemeenten en politiezones zijn met de voorbereiding daarvan bezig. Meestal zijn gemeenten de trekker in dit verhaal, soms ook politiezones, bijvoorbeeld wanneer de huidige politieverordening gemeenschappelijk is voor alle gemeenten van de politiezone. Er werd in een aantal gemeenten bovendien ook al zeer constructief overleg gepleegd met de jeugdraad over de inhoud van de huidige politieverordening en mogelijke aanpassingen daaraan. De gemeenteraad zal bij de goedkeuring van de herwerkte politieverordening immers moeten bepalen of die ook op minderjarigen van toepassing wordt, vanaf welke leeftijd dat dan zal zijn, wie tot bemiddeling mag overgaan en of in de alternatieve maatregel van gemeenschapsdienst voorzien zal worden. Daarnaast kan de gemeenteraad ook bepalen of er nieuwe inbreuken (zoals inbreuken op stilstaan en parkeren) in de herwerkte politieverordening worden opgenomen en wie dan tot de vaststelling daarvan zal mogen overgaan. Indien de gemeenteraad daarover dit jaar geen beslissingen meer kan nemen, blijft de

oude politieverordening van kracht, maar moeten de nieuwe procedures toegepast worden. Om gemeentebesturen te helpen, stelden de VVSG en het provinciebestuur VlaamsBrabant samen een herwerkt model van politieverordening op, samen met een toelichtende nota en een aantal modelbesluiten. Om de lokale jeugdraden te helpen bij het formuleren van een advies over het herwerkte model heeft de Vereniging van Vlaamse Jeugddiensten een nuttige brochure opgesteld over GAS en de jeugdraad. Het voorbereidende werk wordt echter in belangrijke mate belemmerd doordat er nog een tiental uitvoeringsbesluiten over de nieuwe wet ontbreken. De ontwerpteksten zijn klaar, maar ze zullen pas in november of later gepubliceerd worden. Daarnaast komen er nog rondzendbrieven van de minister van Binnenlandse Zaken en wellicht ook van de gerechtelijke overheden. Die zijn pas in 2014 klaar. tom de schepper

www.vvj.be/beleid-en-praktijk/gemeente‑ lijk-administratieve-sanctie www.vvsg.be/veiligheid/bestuurlijke handhaving Wet van 24 juni 2013 betreffende de ge‑ meentelijke administratieve sancties, BS van 1 juli 2013, Inforumnummer 273059.


print & web

De MAT-madammen van OCMW Kampenhout Naast secretaris Terry Horckmans zijn ook de financieel beheerder en de drie departementshoofden van het OCMW Kampenhout van het vrouwelijk geslacht. De verkiezingen leverden ook nog een vrouwelijke OCMW-voorzitter op. Qua leeftijd overbruggen ze drie decennia. De zes dames komen maandelijks samen. ren. Het organogram kreeg een update en weerspiegelt nu de werkelijke personeelsbezetting. Arbeidsreglement en rechtspositieregeling zijn nu aan de beurt voor een grondige herziening. Ook hier blijft verbindend werken tussen departementen de rode draad voor het MAT.

gf

Betrokkenheid bij de medewerkers staat voor dit managementteam centraal. Driemaal per jaar organiseert het team een personeelsbijeenkomst met een hapje en drankje. De ‘MAT-madammen’ willen hun medewerkers goed op de hoogte houden van alle projecten. Een goede interne communicatie is cruciaal in elke organisatie. De Communicatiememoborden worden intensief gebruikt, elk departementshoofd komt ook wekelijks in de collegadepartementen. Even langsgaan voor een vraag werkt onderlinge contacten in de hand: een kleine praktische input geeft vaak grote emotionele output. Hoewel er 128 medewerkers zijn, kent bijna iedereen elkaar. Het resultaat is een goede samenwerking en een aangename sfeer. Zelfevaluatie over de interne werking leverde 38 verbeterprojecten op, waarvan er enkele het voorbije jaar werden opgestart. Het team haalde de missie, visie en waarden van de organisatie van onder het stof om ze samen met de medewerkers te overdenken en opnieuw te formule-

Voor Peggy Heens (kinderopvang) en Griet De Coninck (interne zaken) staan van links naar rechts financieel beheerder Daisy Van Nuffellen, secretaris Terry Horckmans, Ingrid Jacobs (ouderenzorg) en Isabelle Van Passel (welzijn).

Voor ICT werd een externe systeembeheerder aangetrokken om het computerpark in orde te houden, vzw Smals zorgt voor de informatieveiligheid, en de organisatie sloot aan bij Virtuele Centrumstad Luchthaven. De medewerkers kregen een tweede

pc-scherm voor groter gebruiksgemak, en een nieuwe Outlookhandleiding op maat van de organisatie. Ook het woonzorgcentrum beende bij en startte met elektronische zorgdossiers. De uitwerking van een strategie en structuur voor documentbeheer is de eerste fase in een grondige hervorming van het papieren en digitale archief. Het woonzorgcentrum werd uit 21 kandidaten geselecteerd om samen met Diverscity aan de slag te gaan omtrent ‘werkbaarheid’: dit project gaat na hoe de arbeidsorganisatie zodanig kan worden aangepast dat de werkdruk substantieel afneemt, zonder dat men daarvoor meteen (bovennorm)personeel moet aanwerven. Ondertussen werkte het managementteam ook alle voorbereidingen af voor de BBC en de meerjarenplanning. Met niet minder dan twaalf lopende projecten lijkt in Kampenhout bewezen dat vrouwen twee (in dit geval zes) dingen tegelijk kunnen doen.

Het gemeentelijk dwangbevel Een gemeente hoeft niet alle personen die retributies niet betalen, voor de rechtbank ter verantwoording te roepen. Artikel 94, 2° van het Ge‑ meentedecreet bepaalt dat de financieel beheerder van een ge‑ meente tegen wanbetalers een dwangbevel kan uitvaardigen bij niet-fiscale schuldvorderingen, op voorwaarde dat ze onbetwist en opeisbaar zijn. In welke geval‑ len dit kan, hoe de procedure verloopt, welke stappen u moet ondernemen en wat de voor- en nadelen zijn van het dwangbe‑ vel, wordt in dit boek stap voor stap uitgelegd. De lezer krijgt daarnaast digitale toegang tot modellen en voorbeelden, niet-gepubliceerde rechtspraak en praktische bijlagen. Het boek bevat een handige bladwijzer met een overzichtsschema van de procedure. C. Janssens, Het gemeentelijk dwangbevel, Uitgeverij Die Keure, Brugge, 37 euro

isabelle van passel

nix

Lokaal november 2013

9


bestuurskracht informatiebeheer

Mijn informatie moet onze informatie worden Lokale besturen lijken te verdrinken in de steeds aanzwellende gegevensstromen. Informatie zit verspreid over steeds meer digitale documenten, e-mails, databanken en toepassingen. De druk om werk te maken van een beter informatiebeheer stijgt, maar hoe dat moet is vaak minder duidelijk. De I-scan 2.0 geeft een vernieuwende kijk op het informatiebeheer vanaf de werkvloer. tekst pieter sellenslagh en liesbet groffils beeld stefan dewickere

H

et I-scanproject, een samenwerkingsverband tussen de Universiteit Gent, de VVSG, V-ICT-OR en CORVE, ontwikkelt een nieuw ondersteuningsaanbod voor informatiebeheer bij lokale besturen. Hiervoor schuiven de onderzoekers mee aan op de werkplek van uitvoerende medewerkers. Daar vragen ze hun te tonen hoe ze effectief informatie opzoeken, welke programma’s ze gebruiken en hoe ze informatie opslaan en verwerken. Tijdens een focusgesprek met de diensthoofden bekijken de onderzoekers hoe ze informatiebeheer aansturen in hun dienst. Die werkwijze levert een zicht op een soms erg rauwe realiteit. Medewerkers beheren ‘hun’ informatie hoofdzakelijk volgens eigen inzicht en vermogen. Dat leidt soms tot versnippering over een

reeks verschillende bronnen. Die autonomie bij medewerkers gaat vaak samen met een zeer beperkte sturing vanuit de organisatie of de diensthoofden. Organisatiebrede systemen zoals een intranet of centrale adressenlijsten kennen wisselend succes.

danks de ongestructureerde aanpak is de dienstverlening meestal doeltreffend en klantvriendelijk. De oplossing ligt erin zich toe te spitsen op de bestaande beleidsambities van het lokale bestuur. In een workshop met medewerkers uit verschillende lagen van de organisatie

Anton Jacobus: ‘Medewerkers moeten leren zich met de hele organisatie te vereenzelvigen, en niet enkel met hun dienst.’ Dat praktijkbeeld botst intuïtief met het ideaal van een gestructureerd informatiesysteem. Maar is die praktijk altijd problematisch? Dat hoeft niet, on-

wordt per doelstelling gekeken hoe de ambities zich verhouden tot de bestaande praktijk, om dan van daaruit praktische en toepasbare verbetersuggesties op maat van de organisatie uit te werken. Ten slotte maken we per doelstelling een analyse en stellen we concrete aanbevelingen op, die we in een heldere presentatie toelichten. Van het eiland Izegem stelde zich kandidaat als pilotgemeente voor de I-scan 2.0, want secretaris Anton Jacobus had goede ervaringen met de I-scan van de Hogeschool Gent een paar jaar geleden. Anton Jacobus: ‘We hebben daar toen veel uit gehaald, we konden onze werking bijschaven. Nu waren we er ons van bewust dat ons informatiebeheer nog in de kinderschoenen stond. Dat werden we sterk gewaar toen we de ambitienota schreven in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen. Het was opvallend hoe infor-

10 november 2013 Lokaal


matiebeheer in alle beleidsdomeinen als belangrijk thema terugkeerde. Bijna alle diensten wezen op problemen in verband met informatiedoorstroming of op een gebrek aan informatie.’ In de eerste fase gingen de onderzoekers bij zes uitvoerende medewerkers kijken hoe ze dagelijks omgingen met informatie en stelden ze vragen aan de diensthoofden. Er haperde wel een en ander. Dat was voor stafmedewerker Elisabeth Wiels niet het verrassende: ‘De grote waarde van deze scan zat in de manier waarop alles zo grondig gestructureerd en objectief in kaart werd gebracht en aangevuld met suggesties van prioritaire verbeterpunten.’ Het was ook opvallend dat weinig mensen zichzelf als deel van de oplossing zagen. Anton Jacobus: ‘Weinig medewerkers vragen zich af of de oplossingen die ze voor hun taken uitwerken wel goed zijn voor de hele organisatie. Mensen zitten nog sterk op hun eiland. Sommigen dachten ook eerst dat ze er niets mee te maken hadden, pas nu beseffen ze dat de informatie die zij beheren ook doorstroomt naar de rest van de organisatie.’ Elisabeth Wiels vindt het ook belangrijk dat de studie niet in de eerste plaats over ICT ging: ‘Mensen denken nog dikwijls dat problemen eenvoudig door digitalisering opgelost kunnen worden, terwijl in de praktijk blijkt dat sommige toepassingen niet goed of zelfs helemaal niet worden gebruikt.’ Afspraken afdwingen Door de I-scan 2.0 werd het de secretaris van Izegem ook duidelijk dat bepaalde afspraken sterker moeten worden doorgedrukt. Anton Jacobus: ‘We moeten duidelijk formuleren wat we willen, iedereen informeren en duidelijk maken waarom we dat willen en dan zeggen: “Nu moet je dit naleven.” Die stap hebben we nog niet gezet maar hij is wel opgenomen in onze projectnota.’ Zo gebruikt Izegem een centrale projectmap bij grote projecten, daarin wordt alle informatie één keer opgeslagen: plannen, verslagen en andere documenten. Volgens Elisabeth Wiels gebeurt dit tot nu toe op vrijwillige basis bij sommige projecten. ‘We willen die werkwijze nu

sterker opleggen aan de mensen en misschien zelfs bekijken of we dit technisch kunnen afdwingen. Ons notuleringsprogramma CEBAN is een goed voorbeeld van hoe die dwang kan werken. Mensen zijn verplicht om het te gebruiken omdat

scan 2.0 samengevoegd met de resultaten van het traject servicedesign in een grote projectnota waarmee we nu voort zullen werken.’ Het is dus een breed opengetrokken project. ‘We zullen niet enkel onze ba-

Elisabeth Wiels: ‘Mensen denken nog dikwijls dat problemen eenvoudig door digitalisering opgelost kunnen worden, terwijl in de praktijk blijkt dat sommige toepassingen niet goed of zelfs helemaal niet worden gebruikt.’ ze anders geen beslissingen kunnen voorleggen aan het college. Bij andere, minder dwingende projecten zal dat meer opvolging en bijsturing vergen.’ Met het vernieuwde e-loket registreert Izegem niet alleen klachten en meldingen, maar volgt ze ook op. ‘In eerste instantie levert dat een betere manier voor de burgers om hun meldingen in te geven, maar de grote uitdaging ligt op een ander vlak. We moeten de communicatie tussen de diensten zo organiseren dat de opvolging grondig gebeurt,’ zegt Anton Jacobus. ‘Dat heeft dus meer te maken met de structuur van de diensten en de dagelijkse samenwerking. Daarnaast komen veel meldingen ook via burgemeester en schepenen binnen. Het zou ideaal zijn als ook zij gebruik konden maken van dit systeem.’ Breed proces De I-scan is vooral een bewustwordingsproces, mensen moeten leren dat het niet over ‘hun’ informatie gaat maar over ‘onze’ informatie. Anton Jacobus: ‘Medewerkers moeten leren zich met de hele organisatie te vereenzelvigen, en niet enkel met hun dienst. In die zin past dit in een breder traject waar we al enkele jaren mee bezig zijn. We trachten de blik van onze medewerkers wat te verruimen. Dat deden we door mensen van hoog tot laag te betrekken bij de opmaak van de ambitienota. De eerste I-scan heeft daaraan bijgedragen, evenals ons traject servicedesign. Ook deze procedure sluit daarbij aan. We hebben de resultaten van de I-

lies anders inrichten met een scheiding tussen front-, mid- en backoffice maar we maken ook werk van de organisatiestructuur, personeelsinzet en openingsuren. Ook de inzet van ICT-middelen, de manier waarop we omgaan met informatie en de verbetering van de workflow bekijken we,’ vertelt Elisabeth Wiels. ‘Die hele vernieuwde werkwijze willen we ondersteunen door de aankoop van een ICT-toepassing voor document- en workflowbeheer en met een beperkte contactendatabank. Dit wordt een omslachtige zaak, maar het is noodzakelijk om bepaalde processen te informatiseren, pas dan kunnen we echt stappen vooruit zetten. We beseffen wel dat we niet moeten proberen alle processen te informatiseren. Soms is het sop de kool niet waard.’ Daarnaast wordt op het gebied van vrije tijd de dienstverlening zo ver mogelijk digitaal gemaakt, met indien nodig assistentie voor mensen die daar niet mee kunnen werken. Het belangrijkste is dat alles stap voor stap gebeurt. We willen vooral vorderen in zaken die echt belangrijk zijn of waar grote risico’s bestaan. Andere zaken kunnen vaak een stuk pragmatischer benaderd worden. We mogen niet vergeten dat de bulk van onze dienstverlening erg goed verloopt.’ Pieter Sellenslagh en Liesbet Groffils zijn onderzoeksmedewerkers I-scan aan de Hogeschool Gent www.iscan.be of via iscan@ugent.be

Lokaal november 2013

11


bestuurskracht financieel beleid

Waalse gemeenten verplicht in evenwicht De Waalse gemeenten ontsnappen niet aan de Europese begrotingsregels. Er verandert voor hen op korte tijd wel zeer veel. Een blik op de nieuwe budgettaire verplichtingen bezuiden de taalgrens. tekst ben gilot

E

r werden ongetwijfeld veel wenkbrauwen gefronst in juli, toen de rondzendbrieven met de budgetonderrichtingen voor 2014 en de rapporteringsverplichtingen bij de Waalse gemeenten in de bus vielen. De rondzendbrieven bevatten namelijk enkele grondige wijzigingen. Net zoals de Vlaamse moeten de Waalse budgetten volgens bepaalde voorschriften worden opgesteld. Maar er zijn grote verschillen. Waalse gemeenten passen bijvoorbeeld de beleids- en beheerscyclus niet toe. Zij kennen het algemeen reglement op de gemeentelijke comptabiliteit, het systeem dat alle Belgische gemeenten tot voor kort hanteerden. De circulaire met de budgetonderrichtingen voegt daar een resem nieuwe voorschriften aan toe. Die nieuwe voorschriften vinden hun oorsprong in de strengere begrotingsregels van de Europese Unie. Europa kijkt sinds de financiële crisis van 2008 steeds strenger toe op de budgettaire en schuldsituatie van de verschillende lidstaten. Ook de lokale besturen ontsnappen daar niet aan. In Lokaal 7 van 2013 kon u al lezen wat dat voor de Vlaamse lokale besturen betekent. Maar ook de Waalse zien dus een en ander veranderen. Een van de belangrijkste nieuwigheden heeft betrekking op het financiële evenwicht. Traditioneel zijn Waalse budgetten in evenwicht als de ontvangsten de uitgaven van de gewone dienst (de cou-

12 november 2013 Lokaal

rante werking) dekken. Dezelfde vereiste geldt ook voor de buitengewone dienst, die onder andere de investeringen en de leningen bevat. Daarvoor mogen de gemeenten het gecumuleerde resultaat van voorgaande jaren in rekening brengen. De Waalse minister van Lokale Besturen nodigt de gemeenten in zijn rondzendbrief uit om met het gecumuleerd resultaat geen rekening te houden, waardoor ze een evenwicht in het eigen dienstjaar, voor de ontvangsten en uitgaven van 2014 dus, moeten bereiken. Gemeenten die daar niet in slagen, zullen zich niet alleen moeten verantwoorden. Ze zullen ook een plan moeten voorleggen dat loopt tot het jaar waarin de gemeente wel een evenwicht op het eigen dienstjaar zal hebben. Volgens Belfius laat 41% van de Waalse gemeenten voor het budget van 2013 een tekort op het eigen dienstjaar optekenen. De rondzendbrieven leggen gemeenten met een tekort op het eigen dienstjaar nog een veel strakker keurslijf op. Deze gemeenten zien verschillende van hun uitgaven begrensd. Zo mogen hun per-

soneelsuitgaven maar met 0,75% boven op de index stijgen. Op verschillende oorzaken van de stijgende personeelskosten heeft een individueel bestuur echter amper greep. Zo zullen bij ongewijzigd personeelsbeleid de personeelsuitgaven in ieder geval nog stijgen als gevolg van sectorale akkoorden, baremieke verhogingen en pensioenbijdragen. Maar ook de stijging van hun werkingsuitgaven wordt beknot. De werkingsuitgaven (de uitgaven voor bijvoorbeeld gas, elektriciteit, kleine benodigdheden) mogen in 2014 maximaal 2% stijgen tegenover 2012. Behalve op de werkings- en de personeelskosten zet de Waalse minister ook een rem op de leningsuitgaven van lokale besturen. Deze beperking treft alle gemeenten, dus ook de gemeenten die een overschot op het dienstjaar laten optekenen. Besturen mogen alleen nieuwe leningen aangaan voor zover de totale kapitaalaflossingen, voor oude en nieuwe leningen samen, niet uitkomen boven een maximumbedrag per inwoner. Dat bedrag slaat op het ‘gehele’ lokale bestuur;

Behalve op de werkings- en de personeelskosten zet de Waalse minister ook een rem op de leningsuitgaven van lokale besturen.


Gewestelijke verschillen De begrotingsregels tussen Vlaamse en Waalse lokale besturen variëren sterk. Elk gewest is namelijk verantwoordelijk voor de lokale besturen op zijn grondgebied. Dat maakt dat ook de omzetting van de Europese begrotingsregels kan variëren. Een kort overzicht. Vlaamse gemeenten

Waalse gemeenten

Meerjarige projectie

6 jaar

3 jaar (6 jaar vanaf 2014)

Verzenden van een ontwerp van het bud‑ get van jaar N

/

Vóór 1 oktober N-1

Tussentijdse rapportage

Elke drie maanden

/

Verzenden van een ontwerp van de jaar‑ rekening van jaar N

/

Vóór 15 februari N+1

Vaststelling van de jaarrekening van jaar N

Vóór 1 juli N+1

Vóór 1 juni N+1

Financieel evenwicht

Jaarlijks positief resultaat op kasbasis, een positieve autofinancieringsmarge op het einde van het meerjarenplan

Jaarlijks een evenwicht eigen dienstjaar

Begrenzing van de uitgaven

/

Begrenzing van uitgaven van personeel, werking en leningen

gemeente, OCMW, politie en verzelfstandigde entiteiten worden dus samengenomen. De hoogte van het maximumbedrag is afhankelijk van het feit of er een evenwicht op het eigen dienstjaar is. Bij gemeenten met een evenwicht is dat bedrag beperkt tot 180 euro per inwoner per jaar of tot het gemiddelde van de kapitaalsaflossingen van de laatste vijf jaar. De leningsmarge van gemeenten zonder evenwicht is beperkt tot 165 euro aan leningsuitgaven per inwoner per jaar. Aangezien gemeenten vooral lenen om te investeren kan dit boven op de gekende financiële uitdagingen waar lokale besturen voor staan, een bijkomende rem zetten op de Waalse overheidsinvesteringen. De Waalse lokale besturen zullen ook niet mogen talmen bij het opstellen van

het budget. Al vóór 1 oktober (!) van het voorgaande jaar moeten ze een eerste ontwerp van budget naar de Waalse regering sturen. Europa wil namelijk voor 15 oktober een zicht hebben op de plannen van de lidstaten. In welke mate zullen die eerste ontwerpen overeenkomen met het uiteindelijke budget? In de meeste besturen zijn in oktober de meeste belangrijke budgettaire knopen nog niet doorgehakt. De budgetten moeten namelijk pas ten laatste op 31 december goedgekeurd worden door de raad. Ook deze datum is belangrijk. Er zijn namelijk geen voorlopige twaalfden mogelijk indien er geen budget goedgekeurd is voor eind december. Toch moet Europa beslissingen nemen op basis van de op die manier aangeleverde cijfers. Samen met het budgetont-

werp zullen de besturen dit jaar ook een meerjarige financiële projectie van hun geplande investeringen en personeelsbeleid voor de komende drie jaar moeten verzenden. Vanaf 2014 moet de financiële projectie zes jaar beslaan. De projectie dient eveneens om aan de Europese rapportageverplichtingen te voldoen. Besturen zullen ook niet mogen talmen wanneer het budgetjaar voorbij is. De Waalse regering verwacht namelijk al een eerste ontwerp van de jaarrekening op 15 februari. Vraag is of dit de laatste wijzigingen zullen zijn die de lokale besturen onder impuls van Europa opgelegd krijgen. Ben Gilot is VVSG-stafmedewerker financieel beleid

advertentie

Absoluut schoon, zelfs voor het milieu

DAT IS ONS ULTIEME DOEL

WWW.WMPROF.COM Lokaal november 2013

13


bestuurskracht archiefbeleid

Digitale informatie beheersbaar houden Volgens een recente enquête groeit de digitale overheidsinformatie in een middelgrote Vlaamse stad elke vier jaar met 400 procent. Deze aangroei beheersbaar houden, vergt dus een inspanning. Digitaal Archief Vlaanderen wil overheden hierbij helpen door diensten aan te bieden die het beheer van digitale informatie ondersteunen en ze vindbaar, raadpleegbaar en betrouwbaar houden. tekst luc truyens beeld stefan dewickere

D

igitale informatie is kwetsbaarder dan informatie op papier. Gegevensdiefstal, schending van privacy- of auteursrecht zijn problemen die meteen in het oog springen. Maar digitale informatie is ook afhankelijk van snel evoluerende technologie en van kwetsbare dragers. Ze is daardoor ook zelf zeer kwetsbaar, wat we ondervinden wanneer onze harde schijf crasht, cd’s of dvd’s onleesbaar blijken of het nieuwe boekhoudsysteem de gegevens uit het oude systeem weigert. Niet alleen zijn veel organisaties zich te weinig bewust van de risico’s die verbonden zijn aan het bewaren van digitale informatie, er is ook een sterke impact op de dagelijkse efficiëntie. ‘Omdat onze digitale dossiers in stukjes op verschillende plaatsen zitten, gaat een dossier opzoeken in het papieren archief op dit moment sneller,’ zegt Carine Goossens, gemeentearchivaris van Beveren. Kenniswerkers besteden vandaag twintig procent van hun tijd aan zoeken naar bestaande informatie. Hoe minder informatie in de organisatie volgens heldere principes wordt beheerd, hoe hoger de inspanning om ze terug te vinden. Of zoals Willy Vallaey, stadsarchivaris in Roeselare, het samenvat: ‘Iemand die een cursus Word volgt, leert het product wel kennen, maar

Kenniswerkers besteden twintig procent van hun tijd aan zoeken naar bestaande informatie.

Meer weten?

Uitgeverij Politeia heeft twee vakpublicaties voor u. Wie klasseert, die vindt – In dit losbladige werk, dat vorig jaar werd vernieuwd, komen alle fa‑

14 november 2013 Lokaal

cetten van archiveren aan bod. Handboek informatiemanagement – Dankzij dit losbladig werk kunt u de informatiehuis‑ houding in uw organisatie be‑ ter, sneller én goedkoper orga‑

niseren. Het boek behandelt de informatie-audit, juridische en financiële aspecten, open sour‑ ce, cloud computing, e-govern‑ ment… www.politeia.be


leert daarom niets over het beheren van informatie.’ Overheden moeten hun informatie bewaren zolang deze administratief of juridisch nuttig is, de bewaartermijnen kunnen oplopen tot meerdere decennia – een eeuwigheid in de digitale wereld. De rechtsgeldigheid van die digitale informatie is bovendien niet altijd even helder. Tegelijk wordt digitale overheidsinformatie via websites, foto- en videomateriaal, sms’jes, Twitterberichten, steeds ruimer verspreid. Bovendien verwacht de Europese Commissie dat overheden hun digitale archieven openstellen voor commercieel of niet-commercieel hergebruik, om zo de ontwikkeling van informatiediensten te faciliteren. De burger verwacht steeds meer digitaal met de overheid te communiceren en is verrast wanneer hij (digitale) archiefdocumenten niet digitaal kan inkijken. Volgens een enquête van de VVSG in 2008 beschikte maar de helft van de gemeenten over een archiefdienst. In de andere gevallen was archiveren een taak van de secretaris, een secretariaatsmedewerker of – meestal – niemand. Vandaag zien we daarin weinig verandering. De omslag naar een gedigitaliseerde administratie is grotendeels gemaakt, maar die digitale informatie wordt zelden duurzaam beheerd. Voor Vlaams minister Geert Bourgeois is informatie een van de belangrijkste bedrijfsmiddelen waarover de overheid beschikt. ‘Met het Digitale Archief Vlaanderen kunnen we digitale overheidscommunicatie op een betrouwbare manier bewaren, verrijken, verbinden en ontsluiten.’ Digitale duurzaamheid Om de bedrijfsvoering efficiënt in te richten moet digitale overheidsinformatie bruikbaar, leesbaar, betrouwbaar en vooral ook terug te vinden zijn. Het archief is niet langer de finale stap in de levenscyclus van informatie. Een digitale informatiestrategie grijpt van bij de creatie in op informatieprocessen en het digitaal archief wordt een informatieknooppunt dat de efficiëntie van de organisatie ondersteunt. Volgens de Antwerpse stadsarchivaris Inge Schoups werkt deze

strategie: ‘Diensten die wijzigingen op het vlak van automatisering of werkorganisatie overwegen, betrekken ons spontaan bij het uittekenen van een oplossing. Ze zien het belang van de archivaris om de levenscyclus van informatie op lange termijn en in een brede context te bekijken.’ Dit vraagt zowel archivistische expertise als investeringen in infrastructuur en oplossingen. Het is op deze laatste twee terreinen dat het project Digitaal Archief Vlaanderen dienstverlening wil ontwikkelen voor alle zorgdragers, de Vlaamse besturen die onder het Archiefdecreet vallen. Modellen uit het buitenland to-

lige opslag mogelijk maakt, software om de digitale informatie op te laden en van context te voorzien zodat deze makkelijk kan worden teruggevonden en interpreteerbaar blijft, maatregelen om formaatwijzigingen en slijtage van informatie tegen te gaan, automatische signalisatie van wat vernietigd kan worden… de inspanning om dit binnen de eigen organisatie te organiseren valt volledig weg zodat de zorgdrager zich kan concentreren op de eigen kerntaken en de verbetering van interne informatieprocessen. Om de operationalisering van het Archiefdecreet te ondersteunen zal de

De omslag naar een gedigitaliseerde administratie is grotendeels gemaakt, maar die digitale informatie wordt zelden duurzaam beheerd. nen aan dat gezamenlijke investeringen in ondersteuning van duurzame digitale informatie kostenefficiënter zijn en een grotere slaagkans hebben dan individuele oplossingen. De Vlaamse overheid onderzoekt met het project Digitaal Archief Vlaanderen de haalbaarheid van een gemeenschappelijk aanbod van digitale archivering voor alle overheden. Dit dienstenaanbod verlaagt de drempel om digitale informatie te beheren en versterkt de rechtsgeldigheid. Via klankbordgroepen werden de behoeften van de verschillende overheden – van gemeenten tot agentschappen van de Vlaamse overheid – gecapteerd, zodat de dienstverlening tegemoet kan komen aan de grote diversiteit binnen het overheidslandschap. ‘Ik heb in ieder geval de indruk dat de projectgroep luistert naar de input van de verschillende betrokkenen. We zijn benieuwd naar de resultaten,’ zegt Jan Godderis die bij de stad Gent instaat voor de e-strategie. De zorgdrager blijft bestuurlijk verantwoordelijk voor het archief, onder andere voor beslissingen omtrent vernietiging of openbaarmaking. Met de dienstverlening van Digitaal Archief Vlaanderen kan de zorgdrager echter de technische ondersteuning van het digitale archiefbeheer uitbesteden. Infrastructuur die vei-

Vlaamse overheid een steunpunt oprichten. Samen met het Digitaal Archief Vlaanderen zal dat ook de expertise betreffende digitale archivering bij zorgdragers verhogen en hen begeleiden in het veranderingstraject, door vorming te geven, richtlijnen op te maken of goede praktijken te presenteren. Zo wil de Vlaamse overheid de aanwezige expertise maximaal benutten en een draagvlak creëren voor het aanbod van Digitaal Archief Vlaanderen. Daarmee blijft de vinger aan de pols van de instellingen en kan het dienstenaanbod van Digitaal Archief Vlaanderen afgestemd worden op hun behoeften en op de veranderende technologie. De flexibiliteit van dit model biedt elke overheid ook de mogelijkheid autonoom te beslissen welke dienstverlening uit het aanbod ze wil opnemen. Het project zelf wordt voorgesteld op 21 november, in maart 2014 wordt een plan van aanpak en voorstel tot bedrijfsmodel voorgelegd aan de Vlaamse regering, die een beslissing zal nemen over de toekomst van het project. Luc Truyens is projectmanager Flanders Digital Archive (DAV) www.bestuurszaken.be/digitaal-archiefvlaanderen Zie kalender p. 68-69 voor het consultatiemoment op 21 november te Leuven.

Lokaal november 2013

15


de gemeenteraad van Geraardsbergen

Voor iedereen een boterham met choco De agenda is beperkt, vijftien punten waarvan de meeste zonder meer worden goedgekeurd. Maar als er gediscussieerd wordt, dan gaat het er behoorlijk hevig aan toe. Spek en bonen, schandalig, onwaarheden, zeer laag allooi: de krachttermen vliegen over en weer tussen meerderheid en oppositie.

tekst bart van moerkerke beeld stefan dewickere

D

e pot op, dat is de slogan op het foldertje dat voor het begin van de gemeenteraadszitting van oktober wordt uitgedeeld aan de trappen van het Geraardsbergse stadhuis. Bij nader inzien gaat het niet over een of andere protestactie van ontevreden burgers, maar over de campagne van Oxfam Wereldwinkels naar aanleiding van de Week van de Fair Trade. Wie komend weekend met een lege chocopot naar de wereldwinkel gaat, kan die inruilen voor een pot fair trade chocopasta. En als proevertje krijgt iedereen ook nog een zakje met een boterham met choco. Als de raadszitting straks uitloopt, zal niemand honger hebben. De ruimtelijke schikking in de raadzaal is zeer merkwaardig. De acht raadsleden

16 november 2013 Lokaal

van de SP.A zitten aan een tafel in het midden van de zaal, aan drie zijden geflankeerd door hun collega’s. Voorzitter Johan Vanden Herrewegen (CD&V) fietst vlot door de eerste vijf agendapunten. Dan komt hij aan de ‘princiepsbeslissing inzake de intentie tot stopzetting van het dienstenchequebedrijf’. Burgemeester Guido Depadt (Open VLD) geeft een korte toelichting. De stad heeft sinds 2003 een dienstenchequebedrijf. Dat lijdt al vijf jaar een aanzienlijk verlies. Op 9 september was er een gemeenteraadscommissie over het voornemen van het college om de activiteiten van het bedrijf over te hevelen naar een private partner. ‘Nu vragen we aan de raad de formele beslissing om het dienstenchequebedrijf stop te

zetten en de verdere afhandeling van het dossier toe te wijzen aan het college.’ Inhoud en vorm Meteen willen enkele oppositieleden het woord. Danny Van Autryve (SP.A) diept de brief op die het stadsbestuur aan de klanten van het dienstenchequebedrijf stuurde en waarin de privépartner wordt voorgesteld. ‘Communiceren voordat de gemeenteraad beslist heeft, getuigt van weinig respect. Ik heb de indruk dat wij er voor spek en bonen bijzitten.’ Zijn partijgenote Emma Van der Maelen stelt het nog wat scherper: ‘Dit is schandalig. Wat doen wij hier

nog?’ Johan Piron (N-VA) zegt dat zijn partij achter het voorstel van het college staat, maar dat ze het eens is met de opmerking van de vorige sprekers. Burgemeester De Padt repliceert dat er op de gemeenteraadscommissie was gezegd dat er al voorwaardelijk gecommuniceerd zou worden naar het personeel en de klanten van het dienstenchequebedrijf. ‘In de brieven wordt bovendien verwezen naar de gemeenteraad van vanavond. En waarom hebben wij al gecommuniceerd? Omdat sommigen geruchten en onwaarheden verspreiden die verwarring


bij het personeel veroorzaken. De toeleiding van de personeelsleden naar nieuw werk en de dienstverlening aan de klanten zijn voor ons de belangrijkste punten. Ik heb overigens bij de diensten nagevraagd hoeveel gemeenteraadsleden het dossier over de overname en de overnameprocedure hebben opgevraagd. Nul. De oppositie heeft het blijkbaar alleen over de vorm, niet over de inhoud.’ Waarop Emma Van der Maelen opwerpt dat de burgemeester op de gemeenteraadscommissie heeft gezegd dat de inhoudelijke discussie gesloten was. ‘Dit is te zot voor woorden.’ Sche-

pen Ann Panis (Open VLD) treedt de burgemeester bij en vindt de kritiek van de oppositie van ‘zeer laag allooi’. Emma Van der Maelen laat zich niet van haar stuk brengen. ‘Als er dan toch nog inhoudelijk gediscussieerd mag worden, wil ik aan het college vragen of er ook bij gemeenten en OCMW’s met een niet-verlieslatend dienstenchequebedrijf is geïnformeerd hoe zij werken. Ik denk dat het college enkel het afstootspoor heeft onderzocht.’ Guido De Padt wijst erop dat niets een raadslid ervan weerhoudt zelf onderzoek en navraag te doen. Waarop de pittige discussie

wordt gesloten met een stemming: 21 ja-stemmen en acht neen-stemmen van de SP.A. Lege maag Daarmee is de belangrijkste strijd van deze raad gestreden. Er komt nog een handvol opmerkingen op de vernieuwde handelsvisie die schepen Véronique Fontaine (Open VLD) voorstelt en op het voorstel om eenrichtingsverkeer in te voeren in de Reepstraat, maar die leiden niet tot een debat die naam waardig. De interpellaties brengen enkele interessante onderwerpen aan: kinderen die met een lege maag en een lege brooddoos naar school

komen, de beveiliging van het stedelijke intranet en de website, de afgifte van asbest op het containerpark, de verkoop van persoonsgegevens door steden en gemeenten, het verkleinen van de voedselafvalberg, het bekendmaken van activiteiten van deelgemeenten op de stedelijke website. Er wordt rustig en constructief van gedachten gewisseld. Misschien kunnen meerderheid en oppositie straks toch nog samen een boterhammetje met choco eten.

Bart Van Moerkerke redacteur van Lokaal

Lokaal november 2013

17


Advertorial

“Balieplein in Genk is fiere en kleurrijke manifestatie van gemeentelijke dienstverlening” Klantgeleiding sterk gesupporteerd door JCC Software

Het is een zonnige dag als de pleinen van Genk hun terrasjes gevuld weten met een bonte schakering van genietende mensen. En pleinen kent Genk. In zijn ontwikkeling als een van de centrumsteden van Vlaanderen heeft de stad gekozen voor een ruime stedenbouwkundige infrastructuur. Voorzichtige hoogbouw wordt rijkelijk omlijst met leefruimte. Brede lanen, moderne stadspleinen, aantrekkelijke shoppingmalls en vriendelijke stadsparken, waarin artistieke zonnewijzers wijzen op de vluchtigheid der tijden, geven de stad allure. Genk kent – met zijn vroegere mijnbouw en Fordfabrieken –

of af te geven. Sommige spreekruimtes zijn transparant,

een dominante historische ontwikkeling, waarin migratie

voor de lichtere gesprekken, andere daarentegen solide en

en economie hand in hand liepen. De stad echter heeft

geluiddicht voor de meer gecompliceerde ontmoetingen

zich in voor- en tegenspoed verdienstelijk ontwikkeld

tussen de politieke en gemeentelijke medewerkers

en groeit nog altijd. Ook haar bewoners, voor de helft

van Genk en zijn burgers. 56 medewerkers zijn er

bestaande uit (eerdere generaties) mediterrane mensen,

verantwoordelijk voor 461 producten en diensten. In de

mogen zich verheugen in een moderne gastvrije gemeente,

eerste vier maanden van zijn bestaan heeft het Balieplein

met diversiteit en educatie als het mooiste synoniem

bijna veertigduizend bezoekers geregistreerd. Dat is

voor integratie. Onmiskenbaar belangrijk, want Genk

nog minus het aantal visites aan het digitale loket en de

biedt verblijf aan 107 nationaliteiten.

maandelijks ruim drieduizend telefonische contacten via het Klanten Contactcentrum (KCC). Kortom, Genk zet alle

Van dienstgericht naar klantgericht

kanalen in om zijn klantgerichte optie waar te maken.

Hoe gastvrij deze Belgisch Limburgse gemeente is, bewijst ook het Balieplein. Dit plein, gesitueerd in het hart van het Stadhuis, heeft geen uitbundige terrasjes. Wel worden de wachtmomenten voor zijn jaarlijks ruim 120 duizend bezoekers ruimschoots gewaardeerd met een open, warm en kleurrijk interieur. Uitgangspunt is dat de gemeentelijke organisatie zich expliciet heeft bekeerd van dienstgericht naar klantgericht. Een rondleiding over het Balieplein door Patrick Crijns (Applicatieverantwoordelijke bij de afd. Aanbod Dienstverlening) en Luc Stinissen (Stafmedewerker Procesontwikkeling bij de afdeling Ontwikkeling Dienstverlening) toont dat niets aan het toeval is overgelaten. “Daarvoor zijn dan ook”, zo weet Stinissen met trots te melden, “alle betrokken belangenverenigingen geraadpleegd, zoals de gehandicaptenraad.”

Beste vergelijking nagestreefd “JCC Software was al een keer bij ons geweest, om zich voor te stellen!” Zo herinnert Patrick Crijns zich nog

Genk zet alle kanalen in

goed. “Toen was er nog geen reden tot verder zakelijk

Het Balieplein, het centrum dus van de gemeentelijke

contact. Dat veranderde toen wij voor het Balieplein en

dienstverlening, functioneert vanaf april 2013 in zijn

klantgerichtheid kozen. Voor deze twee opties zijn we via

huidige hoedanigheid. Het plein biedt met 28 balies en

een offerteaanvraag in het Bulletin der Aanbestedingen

diverse gespreksruimten alle mogelijkheden om de

de markt op gegaan. En wederom was het Nederlandse

burgerklanten snel en efficiënt van dienst te zijn.

JCC Software met zijn klantgeleidingssysteem G-BOS in

Snelbalies zijn er om gemeentelijke producten op te halen

beeld. Nu als een van de drie aanvragers van het bestek.

18 november 2013 Lokaal


Onze opdracht was tevens een proof of concept, ofwel in gewoner Vlaams, om een praktijkgerichte demonstratie te geven van de eisen en voorwaarden die in het bestek waren gedefinieerd. Daarmee zouden we in staat zijn om de beste vergelijking te maken tussen product, bedrijf en hun bereidwilligheid met ons mee te ontwikkelen.”

Betrokkenheid doorslaggevend Luc Stinissen heeft als deelnemer van het acht personen tellend, multidisciplinaire aanbevelingscomité de presentaties ervaren van de geïnteresseerde leveranciers. “Het resultaat is, kort weergegeven, dat wij het onbetwiste gevoel hadden dat klantgeleiding het sterkst wordt gesupporteerd door JCC Software. Een andere, meer op

doorverwijzen. Vervolgens is op een tiental grote schermen,

een universele leest geschoeide, leverancier toonde ook

verspreid over het gehele Balieplein, exact te zien waar

een goed product, maar veel meer standaard en veel

en wanneer de burger aan de beurt is. Het wachten op

minder betrokken dan het ‘maatwerk’ en de persoonlijke

het plein wordt, naast de aanwezigheid van rijk gevulde

aanpak van JCC. En dat is voor ons doorslaggevend

lectuurbakken, tevens verzacht door aanvullende

geweest. Wij willen niet alleen een klantgeleidingssysteem,

informatie op de schermen. Zo passeren regelmatig

we willen ook een leverancier die met ons meedenkt in ons

aankondigingen van promotieactiviteiten van en in Genk.

streven om onze doelstellingen naar optimale klantgerichtheid te realiseren. En die, nu en in de toekomst, past in onze zeer individuele en persoonsgerichte dienstbaarheid.”

Tip voor andere gemeenten De afgelopen jaren is er hard gewerkt aan het realiseren van een hogere klantgerichtheid in Genk. “Die is er nu.

JCC Software strak georganiseerd

We hebben echter afgesproken om het functioneren van

Crijns weer: “Wat ons ook is opgevallen, is de strakke

het Balieplein met alle medewerkers wekelijks te

werkwijze van JCC Software. De projectmatige implemen-

evalueren. Daar komen nog regelmatig verbeterpunten

tatie van de applicatie was perfect georganiseerd.

en aanbevelingen uit. Niet echter over het functioneren

Aan alles was gedacht. Dus kan ik na vijf maanden dat de

van het G-BOS, ons klantgeleidingssysteem.

applicatie hier nu draait, niets anders zeggen dan dat onze

De tevredenheid daarover is heel hoog.” Luc Stinissen

keuze alleen maar is bevestigd. De applicatie heeft zich,

heeft nog een tip voor andere gemeentebesturen.

sinds de installatie, zeer stabiel getoond, zonder uitval.

“Op maandag 29 april 2013 is de dienstverlening gestart

Op dit moment zijn er zelfs al gesprekken over de toekomst

op het Balieplein. Op de vrijdag daarvoor hebben we een

waar we het maken van afspraken willen koppelen aan

grootschalige test gehouden, waarbij de medewerkers

outlook en aan het reserveren van de ruimten daarvoor.

burgers imiteerden. De oefening verliep voorbeeldig.

Die gesprekken zijn aantrekkelijk nu JCC Software heeft

Echt een aanrader omdat we daarmee het gehele functio-

besloten om een medewerker in zuidelijk Nederland en

neren van het Balieplein tot in de details hebben getest.”

België te detacheren. Korte lijnen, daar zijn we hier erg op gesteld!”

Genk is, zoals gezegd, zeer content met de Oldenzaalse leverancier van het klantgeleidingssysteem G-BOS.

Ook letterlijk kleurrijke dienstverlening

Ook JCC Software echter mag zich buitengewoon

Genk heeft geen aanmeldzuilen. De gemeente kiest er

gewaardeerd voelen om zijn producten en diensten in een

bewust voor om alle bezoekers van het Balieplein zich te

zo kleurrijke en dienstbare omgeving te mogen aanbieden!

laten melden aan de ONTHAAL-balie. Een medewerkster selecteert vervolgens eenvoudig een van de op haar beeldscherm gepresenteerde gekleurde vlakken. Die kleuren corresponderen met die van de diverse balies. De link tussen de burger en zijn balie is daarmee snel gemaakt. Overigens is er een top tien van de meest voorkomende zaken, zodat de medewerkster nog sneller kan Zutphenstraat 59 7575 EJ Oldenzaal (NL) t: +31 (0)541 62 70 62 f: +31 (0)541 62 70 68 e: info@jccsoftware.be www.jccsoftware.be Lokaal november 2013

19


Annemarie Jorritsma: ‘De lokale besturen zijn geen uitvoeringsloket van een ander niveau, het is anders met andere verantwoordelijkheden. Die lokale autonomie en decentralisatie zijn onze voortdurende zorg.’

Een filmpje van dit interview kunt u op www.vvsg.be bekijken of op uw smartphone via de layarapp die u kunt downloaden.


special

100 jaar internationale vereniging interview Annemarie Jorritsma

Internationaal lobbyen zodat lokaal gebeurt wat lokaal kan gebeuren In de hele wereld worden gemeenten belangrijker, ook de koepels van gemeenten. ‘Je moet lobbyen op het niveau waarop gelobbyd moet worden. Als individuele gemeente kom je niet bij Barroso terecht, wel als Europese koepel van gemeenten, en ondertussen heeft de internationale vereniging ook een stem in de Verenigde Naties,’ zegt Annemarie Jorritsma die het als burgemeester gewend is op internationaal topniveau te onderhandelen. tekst marlies van bouwel beeld stefan dewickere

A

nnemarie Jorritsma is burgemeester van Almere, voorzitter van de Vereniging van Nederlandse gemeenten, kandidaatvoorzitter van de Raad der Europese Gemeenten en Regio’s (CEMR) en actief binnen de wereldwijde vereniging, de Verenigde Steden en Lokale Besturen (UCLG). Als burgemeester vindt ze haar aanwezigheid op al die fora zeer relevant: ‘Je moet lobbyen op het niveau waarop gelobbyd moet worden, de VNG doet dat voor de Nederlandse gemeenten op het niveau van het rijk, hetzelfde geldt voor de CEMR die het best geplaatst is om de belangen van de gemeenten in Europa te behartigen bij het Europese Parlement, de Europese Commissie en het Comité van de Regio’s. Dat is dus heel relevant. Het is voorbehouden voor een burgemeester, ik ben blij dat ik het mag doen.’ Over welke belangen gaat het dan op Europees niveau? ‘Zeventig tot tachtig procent van de wetgeving die op de gemeenten afkomt, is afkomstig van Europa. Het is dus van belang tijdig op de hoogte te zijn van al wat belangrijk is voor gemeenten. Denk maar aan milieu, veiligheid of justitie. Voor een wet op de ge-

luidshinder moet de wetgeving zo uitgeschreven zijn dat gemeenten ze ook kunnen uitvoeren. In de CEMR komen burgemeesters en wethouders maar ook ambtenaren samen. Het is efficiënter dat niet door elk land apart te laten doen, je kunt dat beter gezamenlijk doen, dan komt iedereen aan zijn trekken. Omdat de CEMR de club van al die koepelverenigingen is, kun je iets verwezenlijken en bij José Manuel Barroso binnenkomen.’ ‘Een aantal landen is altijd meer geïnteresseerd in dat internationale niveau. De VNG is altijd een trekker geweest. Samen met Frankrijk, Duitsland en Engeland is Nederland van de Europeanen relatief het meest actief, ook internationaal. Dat zal wel komen omdat we een handelsnatie zijn, maar ook op het vlak van ontwikkelingssamenwerking lopen we meestal voorop. Ook onze gemeenten zijn internationaal zeer actief. Ze hebben samenwerkingsverbanden met gemeenten in Oost-Europa maar ook met ontwikkelingslanden. Het is dan niet meer dan logisch dat ook hun organisatie dat doet. Daarnaast moet elke gemeente nadenken hoe ze internationaal op de kaart kan komen. Bovendien is internationaal denken ook van belang omdat in het gros van de steden veel mensen wonen die er niet geboren zijn.’ Lokaal november 2013

21


special

100 jaar internationale vereniging interview Annemarie Jorritsma

Er is een verschuiving aan de gang van het nationale niveau naar een lokale en regionale benadering. U bent kandidaat voor het voorzitterschap van de CEMR? ‘Dan zou dat voor de eerste maal een vrouw zijn, dat is natuurlijk prettig. De verkiezing vindt plaats op 2 december in Praag, voorlopig is er nog geen tegenkandidaat. Er ligt veel werk te wachten. De CEMR staat ook voor veranderingen, tot nog toe waren de kantoren over Parijs en Brussel verspreid, nu liggen ze nog alleen in Brussel. Ik hoop dat het meer dan een efficiëntiewinst betekent. In Brussel kun je goed lobbyen richting Commissie en Parlement, we kunnen dat daar nog beter vormgeven en meer resultaten laten zien. Zo kunnen we het draagvlak van de CEMR bij de verenigingen vergroten. Helaas doen we dit op een financieel moeilijk moment, we kunnen echt niet meer contributie vragen aan de verenigingen van landen in grote problemen zoals Griekenland, Spanje, Portugal of Italië.’ Voor welke uitdagingen staat de CEMR nog? ‘Naast het lobbywerk in het Europees Parlement en de Commissie bij al die wetgeving, moeten we ook ijveren voor deregulering: wat kan beter lokaal dan op Europees niveau? Ik herinnerde me nog dat in de tijd dat ik minister van Verkeer en Waterstaat was in het Europees Parlement een debat heerste over de risico’s van kinderen die op straat spelen. Dat is toch helemaal geen thema voor het Europees Parlement! Evenmin voor het nationale parlement. Dat is gemeentelijke materie en dus moet het debat op dat niveau worden gevoerd en op dat niveau moet eventueel regelgeving volgen. Laat lokaal wat lokaal kan en zorg dat daar de verantwoordelijkheid ligt. De lokale besturen zijn geen uitvoeringsloket van een ander niveau, ze zijn anders, met andere verantwoordelijkheden. Die lokale autonomie en decentralisatie zijn onze voortdurende zorg.’ Tegelijkertijd wint het lokale bestuur aan belang. Hoezo? ‘Er is een grote beweging aan de gang, meer en meer gaan mensen in de stad wonen. Was het platteland lang de motor van de economie, nu is dat de stad. In ontwikkelingslanden is de trek naar de stad een probleem voor wie op het platteland achterblijft en de stad moet het lokale bedrijfsleven stimuleren. Dat is meestal een lokale en geen nationale aangelegenheid. Als medeoverheid willen we serieus worden genomen. Wij horen erbij net zoals de nationale overheden, zeker als het over de agenda van de toekomst gaat. En als de trend zich doorzet en in 2030 zeven22 november 2013 Lokaal

tig procent van de wereldbevolking in de stad woont, heeft dat gigantische consequenties voor de lokale besturen.’ Doet de CEMR ook aan ontwikkelingssamenwerking? ‘CEMR is lid van Platforma dat in Europa lobbyt op het terrein van ontwikkelingssamenwerking, zo geven we in Europa vorm aan een gezamenlijk voorstel voor de Commissie. Op dit moment speelt het sterk, we moeten het Platformaproject erdoor krijgen zodat de expertise van gemeenten in het Noorden elders gebruikt kan worden. Met andere CEMR-afgevaardigden had ik daarover begin oktober een gesprek met de Europese Commissaris voor Ontwikkeling Andris Piebalgs in Rabat.’ Want toen kwam de UCLG bijeen, de Verenigde Steden en Lokale besturen. ‘De UCLG vertegenwoordigt zowel de gemeenten in het Noorden als die van het Zuiden. Het is ook een ontmoetingsplek voor gemeenten uit het Zuiden en het Noorden. Dat is interessant, je krijgt prachtige debatten en je ziet overal dat de invloed van de steden op het beleid groeit, net zoals hun verantwoordelijkheid. Op die meetings kun je kennis uitwisselen. Inmiddels hebben we de VN kunnen overtuigen dat de UCLG geen ngo is maar een medeoverheid en dat we dus niet als een ngo behandeld moeten worden maar als een overheid die almaar belangrijker wordt en een almaar belangrijker rol heeft in bijvoorbeeld ook de economie.’ En zijn de gemeenten uit de andere continenten daarin goed vertegenwoordigd? ‘De UCLG probeert elke keer op een andere plaats te vergaderen. De vorige keer in Mexico waren de Zuid-Amerikaanse gemeenten zeer goed vertegenwoordigd. Het is dus een strategische keuze om landen actiever te maken. Nu in oktober in Rabat waren er veel Afrikaanse gemeenten en je ziet dat er in Afrika ook VNG-achtige koepelverenigingen ontstaan die lokale overheden helpen besturen en zich meer profileren. Op het vlak van lokale besturen valt er in Afrika nog veel te doen, daarom zijn er veel gemeenten in Europese landen die een relatie onderhouden met een Afrikaanse gemeente om er mee te werken aan de basisadministratie, water en sanitaire installaties. Voor Afrika is het van levensbelang om de deskundigheid van de gemeenten te gebruiken, veel interessanter en veel goedkoper dan dure consultants. Het praktische denken is in gemeenten zeer groot.’


Omdat de CEMR de club van al die koepelverenigingen is, kun je iets verwezenlijken en bij José Manuel Barroso binnenkomen. Ook pakweg Zoersel heeft een interessante band met een stad in Benin waar tot voor kort nauwelijks een lokaal bestuur bestond. ‘Almere heeft een stedenband met Kumasi in Ghana, het is als ontwikkelingssamenwerking begonnen. Nu nog zijn er scholenprojecten en is er een stichting. Maar we hebben ook een groot project om er de basisadministratie op orde te krijgen: hoe in je de retributie voor afvalophaling of waterleiding? Mijn ambtenaren kunnen hun met relatief weinig geld leren hoe ze iets op een efficiënte manier moeten opstellen. En het leuke ervan is dat de ambtenaren van belasting of ICT, die in tegenstelling tot de ruimtelijke planners normaal in het stadhuis opgesloten zitten, nù ook eens buitenkomen. Voor hen is het een enorme verrijking. Het is ook een zeer gedragen project en het gaat behoorlijk breed. Ook de criticasters, mensen die normaal niet geloven in ontwikkelingssamenwerking, zijn enthousiast want ze zien dat het werkt, dat het een effect heeft op het bestuur daar.’ Benjamin Barber zei laatst in Lokaal dat burgemeesters de wereld kunnen redden. Denkt u dat ook? ‘Het lijkt me wat te optimistisch dat de burgemeesters de wereld zouden kunnen redden. Maar ik zie wel hoe serieus Kadir Topbaş, de burgemeester van Istanbul en voorzitter van de UCLG, genomen wordt in de Verenigde Naties. Je ziet ook dat het leiderschap van burgemeesters van neem nou New York, Londen of Parijs een bepalende factor is geworden voor de kracht van de stad, het is een belangrijke economische factor en in die zin heeft Benjamin Barber zeker gelijk. Zij, die burgemeesters, zijn de trekkers van de economie. De nationale en ook de Europese overheid moeten zich veel meer gaan beperken tot het aangeven van de kaders waarbinnen de steden zullen opereren. Ik zie het ook elders in het buitenland. Zo heb ik pas voor de Amsterdamse regio Japan bezocht, ik heb er geen enkele nationale minister ontmoet maar wel burgemeesters van de zeven regio’s. Er is een verschuiving aan de gang van het nationale niveau naar een lokale en regionale benadering. Op zo’n seminarie in Osaka of Tokio dien ik de Nederlandse zaak door over de nationale vestigingsfactoren te spreken, maar tegelijk vertel ik ook waarom het zo leuk is in de Amsterdamse regio.’ ‘Barber heeft ook gelijk dat burgemeesters heel praktisch moeten zijn. Ik heb ervaring op het nationale niveau, maar als burgemeester sta je zoveel dichter bij de mensen en de

uitvoering. Op nationaal niveau praat je met belangenbehartigers, op lokaal niveau met mensen die met hun voeten in de klei staan, mensen die het werk uitvoeren, en dan voel je meteen waar de problemen zitten. Je bent dichter bij de bron, je kunt hen ook makkelijker op hun verantwoordelijkheid aanspreken. Ze noemen ons niet voor niets de eerste overheid. En er komt meer op ons af. Het klimaatbeleid, het energiebeleid, het worden meer en meer lokale aangelegenheden. Zeventig procent van de energie wordt ook lokaal gebruikt. Daarom moeten gemeenten meer slagkracht hebben want lokale initiatieven zijn onmisbaar voor het aanpakken van het klimaatprobleem. Net zoals een positief vestigingsbeleid, zo staat het nu heel positief om een groen bedrijventerrein in te richten waar enkel energieneutrale bedrijven met de modernste technologie gevestigd zijn. Dat gebeurt echt lokaal.’ Maar ondertussen moeten gemeenten meer doen met minder middelen? ‘De nationale overheid schuift de bezuinigingen het liefst door naar het lagere echelon. Wat onze nieuwe koning de participatiesamenleving noemt, is prachtig, maar dat deden we toch ook al lang? We zijn er al druk mee bezig, we willen al zo lang de rijksoverheid helpen.’ ‘Nu komen de bezuinigingen en die wens samen. De afgelopen halve eeuw hebben we veel taken op onze schouders genomen. In de jaren zestig, zeventig was tachtig procent van de bevolking laag opgeleid, de overheid moest voor hen zorgen. Nu ligt het opleidingspercentage andersom maar toch doen we in Nederland nog precies hetzelfde. Voor hoger opgeleide mensen is dat betutteling, je moet hen meer aan het stuur krijgen. Als een burger meer kwaliteit verwacht omdat hij het zelf beter zou kunnen, laat hem dan ook een aantal dingen zelf doen. Dat is de participatiemaatschappij. Werd in de verzorgingsmaatschappij alles voor u geregeld, in de participatiemaatschappij gebeurt dat nog alleen als u het niet kunt. Anders is dat niet meer te betalen. Moet de overheid de schoonmaakhulp bij mensen betalen? Is dat echt logisch? Natuurlijk moet dat voor sommige mensen, maar nu is het een verkregen recht voor iedereen en dat is niet logisch. Het is toch raar dat we het zo organiseren dat de ramen van ouderen nu vaker gelapt worden dan toen ze jonger waren en het zelf moesten (laten) doen.’ Marlies van Bouwel is hoofdredacteur van Lokaal

Lokaal november 2013

23


special

100 jaar internationale vereniging

100 jaar beweging van lokale besturen in Vlaanderen, België, Europa en de wereld

Links: De IULA in 1948. De vereniging werd gesticht tijdens de wereldtentoonstelling van 1913 in Gent. Advocaat Emile Vinck (boven) stichtten dan ook de VBSG. Emile Braun (rechts) opende als Gents burgemeester de stichtingsvergadering van de IULA en was de eerste voorzitter van de VBSG.

de stelling:

‘Er zijn uitdagingen genoeg binnen de eigen gemeente. Wij moeten ons niet bezig houden met Europa of ontwikkelingssamenwerking. Dat is geen taak voor de gemeente.’

24 november 2013 Lokaal

Akkoord, gemeentes hebben zelf meer dan genoeg taken. Flyman 1955

Initiatief op bovenlokaal niveau waar lokaal bestuur op inhaakt kan ook aangepast antwoord bieden op eigen uitdaging? Frank Verheijden

Omdat je Europees beleid uiteindelijk moet uitvoeren op lokaal niveau. Laat dus je stem horen en bereid je tijdig voor. Joke Hofmans

Europa én ontwikkelingssamenwerking voor gemeenten... zeker! Er zijn zelfs beleidsvelden voor. Katrien Geens


Koepelverenigingen van steden en gemeenten hebben sinds hun ontstaan steeds – zij het met wisselende accenten – de dubbele functie van kennisverstrekker en belangenbehartiger voor lokale overheden vervuld. Vandaag zijn zij uitgegroeid tot goed georganiseerde ‘bewegingen’, ‘kennismakelaars’ en ‘platformen’ van en voor lokale besturen. De Vlaamse, Belgische, Europese en internationale koepelorganisaties weerspiegelen elkaar qua werking niet zomaar. Hun bestaan maar ook hun ontstaansgeschiedenis is nauw met elkaar verbonden. ‘Onze’ Vlaamse en Belgische lokale bestuurders speelden daarbij een grotere rol dan velen vermoeden. Niet toevallig bestaan zowel de Belgische als de internationale beweging van lokale besturen dit jaar honderd jaar, ze ontstonden allebei op hetzelfde ogenblik op dezelfde plek: in Gent. Vanwaar komen al deze koepelbewegingen, wat bindt ze, en waar staan ze vandaag? tekst pieter plas beeld archief

Gemeenten kunnen van elkaar leren. Een gemeentelijke Noord-Zuid-wisselwerking dicht bij de burger is zeker waardevol. Bart Verdeyen

EU voorziet heel wat middelen voor steden (zoals ‘Smart Cities’ initiatief) => niet minder, maar meer met EU bezig zijn (zie #euopendays) Luc Wittebolle

de stelling voor december:

Samenwerking botst op grenzen. Fusies zijn beter.

Twitter uw mening met #vvsgstelling

Lokaal november 2013

25


special

100 jaar internationale vereniging

K

oloniale en regionale oorlogen en wijdverspreide sociale onrust, maar ook de Wereldtentoonstelling van 1913 vormen de achtergrond waartegen de International Union of Local Authorities (IULA) – oorspronkelijk de Union Internationale des Villes (UIV) – tot stand kwam tijdens het Internationaal Stedenbouwcongres, dat toen van 27 juli tot 1 augustus plaatshad te Gent. Toenmalig burgemeester van Gent Emile Braun opende de stichtingsbijeenkomst van deze eerste internationale beweging van gemeenten, met vertegenwoordigers van stadsbesturen uit alle werelddelen. Het initiatief was een antwoord op de ongeziene verstedelijking die door de industrialisatie in een onherroepelijke stroomversnelling was gekomen. Vanuit de premisse dat ‘alles gebeurt in de stad’ moest de nieuwe vereniging – lang vóór de Verenigde Naties – een zenuwcentrum voor internationale relaties en gedecentraliseerde samenwerking worden, ze zou samenwerking tussen gemeenschappen in naam van democratie en vreedzame verstandhouding promoten, ten behoeve van de opbouw en het bestuur van de steden. De Eerste Wereldoorlog maakte meteen een einde aan de formele contacten tussen gemeenten in België, Frankrijk, GrootBrittannië, Zwitserland en Duitsland. Prille activiteiten van ‘peace building’ tussen steden, regio’s en landen werden opgeschort. In de jaren 1920 werden inspanningen ondernomen voor een herlancering van de beweging. In de periode

tot het einde van de jaren 1930 kwamen op de congressen van de IULA (telkens in Europese steden) belangrijke thema’s ter sprake: lokale bestuursfinanciën en economische ondernemingen, verzekeringen, lokaal management, opleiding en ontwikkeling van gemeentepersoneel, kennisvergaring over gemeenten, politieke cultuur in het lokale bestuur, de rol van de lokale besturen in de bestrijding van werkloosheid, en acties van lokale besturen tegen milieuvervuiling en -degradatie. De Tweede Wereldoorlog schortte de activiteiten opnieuw op.

Toen de CERM in 1951 werd opgericht, gebeurde dat met de gedachte dat Europa na de Tweede Wereldoorlog moest worden opgebouwd vanuit sterke, onafhankelijke lokale overheden. Verzoenings- en vredesprocessen tussen regio’s en steden van verschillende naties stonden centraal op de IULA-congressen van 1947 (Parijs) en 1949 (Genève). Vanaf de jaren 1950 profileert IULA zich als belangrijkste internationale koepel en belangenbehartiger van lokale overheden. De organisatie vertegenwoordigt de belangen van het lokale bestuursniveau op nationale en internationale fora en platformen, waaronder de VN en de Europese Unie. Ze speelt een belangrijke rol in opleiding en organisatieontwikkeling voor lokale bestuurders. Op Frans initiatief wordt naast de IULA in

De UCLG begon met haar stichtingscongres in Parijs in 2004, de volgende Wereldcongressen hadden plaats in het ZuidKoreaanse Jeju in 2007, in Mexico-Stad in 2010 en in het Marokkaanse Rabat begin oktober 2013. Om de drie jaar worden op de World Council de grote thema’s voor het lokale bestuursniveau aan de orde gesteld.

26 november 2013 Lokaal

1957 de Fédération Mondiale des Villes Jumelées opgericht, later de Fédération mondiale des Cités Unies of FMCU genoemd. Deze organisatie, die leden uit vooral Europa, Afrika en Latijns-Amerika groepeert, gebruikt twinning (jumelage, verzustering) tussen steden als instrument voor ‘vrede door onderling respect, begrip en samenwerking’. Nondiscriminatie, bilinguïsme en solidariteit worden er hoog in het vaandel gedragen. Zo kwam in 1959 zelfs een jumelage (officieel een vriendschapsprotocol) tussen Dijon en Stalingrad tot stand.

Vanaf de jaren tachtig wordt de werking van de IULA gedecentraliseerd en krijgen regionale afdelingen van de internationale beweging vorm. De exponentieel toegenomen verstedelijking noopt in 1985 tot de oprichting van de World Association of Major Metropolises, kortweg Metropolis, ter bevordering van de samenwerking, uitwisseling en solidariteit tussen grote steden. En terwijl het neoliberalisme de wereld verovert, voelen lokale besturen en hun beweging steeds dringender de behoefte ‘de stemmen van onderen’ te laten horen op een globaal niveau. Vanaf het begin van de jaren negentig zet het unificatieproces in. Op 1 ja-

Wereldcongres lokale besturen in Rabat


nuari 2004 fuseren IULA, FMCU en Metropolis tot de huidige United Cities and Local Governments (UCLG), met hoofdkantoor in Barcelona. De UCLG verenigt wereldwijd 112 nationale associaties van lokale besturen en daarnaast ook duizend steden als directe leden, in zeven regionale afdelingen. De organisatie vertegenwoordigt zo de facto meer dan de helft van de wereldbevolking, en profileert zich – onder andere als erkend waarnemer bij de VN – als stem en belangenbehartiger van het democratische lokale zelfbestuur. Vanuit de vaststelling dat we in het tijdperk van de stad en in een stedelijke wereld leven – het huidige adagium ‘The city is almost everything to us – so is its governance’ vormt daarbij nog steeds een echo van het ‘Alles gebeurt in de stad’ van 1913 –, zet UCLG zich in voor het lokale bestuur als meest burgernabije vorm van bestuur, dat het best geplaatst is om de problemen van burgers en gemeenschap te lenigen en hun welzijn te verzekeren. De versterking van de democratie en van de samenwerking tussen steden, de modernisering van het lokale management, burgerparticipatie, dienstverlening, efficiëntie en transparantie, en partnerschap tussen lokale en andere overheidsniveaus zijn de belangrijkste werkterreinen van de UCLG, naast mensenrechten, armoedebestrijding, nutsvoorzieningen, multiculturaliteit en duurzame ontwikkeling. Via hun nationale verenigingen (waaronder de VBSG, zie verder) zijn de Europese lokale besturen in de UCLG verte-

In 2050 zullen er zes miljard mensen in de steden wonen en drie miljard op het platteland. In beide gevallen staan de loka‑ le besturen voor enorme uitda‑ gingen. Hoe moeten de steden de grote instroom van nieuwe inwoners opvangen, hoe kan vermeden worden dat de fave‑ la’s in de megasteden nog toe‑ nemen, hoe kan volwaardige huisvesting gecreëerd worden

genwoordigd door de Raad van Europese Gemeenten en Regio’s (CEMR). CEMR: de gemeenten in Europa en Europa in de gemeenten In de koepelorganisatie CEMR komen twee belangrijke aspecten van de ‘Europese beweging van lokale besturen’ samen: enerzijds de onderlinge verbondenheid en samenwerking tussen Europese lokale besturen, en anderzijds het invoeren van en lobbyen over Europese regelgeving op lokaal vlak – een dimensie van lokaal beleid die met de voortschrijdende Europese integratie alleen maar aan belang heeft gewonnen. Hoewel de CEMR in 2011 pas zijn zestigste verjaardag vierde, waren de kiemen voor een Europees netwerk van gemeenten al gelegd met de stichting van de IULA en door samenwerkingsverbanden tussen Europese gemeenten – in niet onbelangrijke mate de Belgische, Franse en Nederlandse – in de schoot van de internationale beweging. Maar toen de organisatie in 1951 werd opgericht door een vijftigtal burgemeesters uit België en zeven andere landen, gebeurde dat met de gedachte dat Europa na de Tweede Wereldoorlog moest worden opgebouwd

vanuit sterke, onafhankelijke lokale overheden. De klemtoon lag nadrukkelijk op het respect voor de autonomie van de lokale besturen. Met de start van een Europees jumelageprogramma wou men in eerste instantie de gemeenten bij het ontstaan van het nieuwe Europa betrekken, de verzustering van gemeenten moest de Europese integratiegedachte bevorderen door een Europese dimensie in het lokale bestuur in te bouwen. In een groeiend aantal gevallen overstegen de jumelages het symbolische niveau en gingen partnergemeenten naast burgers ook bestuurlijke kennis en ervaring uitwisselen. Dat jumelages gemeenten tot promotoren van de Europese eenmaking maken, heeft evengoed te maken met het feit dat de Europese integratie in toenemende mate de ontwikkeling van de gemeenten stuurt. Geschat wordt dat tot 80% van de Europese regelgeving onderhand doorwerkt tot op het lokale niveau. Daarnaast is de EU een bron van financiële ondersteuning voor lokale en regionale initiatieven geworden, wat lokale besturen ertoe noopt hun belangenbehartiging uit te breiden tot de Europese instellingen. Zo komt het dat de CEMR in de jaren negentig – toen binnen de EU ook het Co-

De lokale overheden staan in het Verdrag van Lissabon woordelijk naast de nationale en regionale overheden: een duidelijke erkenning van het lokale bestuursniveau in het EU-beleid.

voor de miljoenen mensen in de steden en op het platteland, hoe kan de armoede bestreden worden in de steden maar ze‑ ker ook op het platteland? Het motto van het wereldcongres in het Marokkaanse Rabat van begin oktober luidde ‘Imaginer la Société, Construire la Dé‑ mocratie’. Er waren meer dan drieduizend burgemeesters en vertegenwoordigers van na‑

tionale verenigingen van ge‑ meenten uit alle werelddelen aanwezig. Er namen ook zes vertegenwoordigers uit België deel aan de debatten en werk‑ groepen. Opvallend is dat over de hele wereld blijkt dat de nationale staten er niet in slagen de gro‑ te wereldproblemen adequaat te bestrijden: noch op het vlak van de Millenniumdoelstel‑

lingen noch op het terrein van de klimaatveranderingen noch voor vredesonderhandelingen boeken de nationale regerin‑ gen voldoende vooruitgang. De gemeenten moeten meer dan ooit het initiatief nemen om de klimaatverandering om te buigen, om de armoede en ongelijkheid terug te dringen, om huisvesting voor iedereen te realiseren (HABITAT III in

Lokaal november 2013

27


special

100 jaar internationale vereniging

mité van de Regio’s werd opgericht – van koepel voor jumelages is uitgegroeid tot een federatie van nationale verenigingen van gemeenten met twee kernopdrachten: ten eerste, de belangen van de lokale besturen verdedigen in de Europese politiek en bij de Europese instellingen en via de nationale verenigingen ook bij de nationale overheden, en ten tweede, fungeren als platform voor samenwerking en het delen van kennis en ervaring tussen de verenigingen van lokale besturen in Europa. Dat de lokale overheden in het Verdrag van Lissabon (13 december 2007) voor het eerst woordelijk naast de nationale en regionale overheden worden geplaatst, is een duidelijke indicatie van de erkenning van het lokale bestuursniveau in het EU-beleid. Ook de Raad van Europa, die de Europese integratie nastreeft door de bevordering van de democratie en de mensenrechten en nu 47 lidstaten telt, richt zich trouwens sinds zijn oprichting als aparte instelling in 1949 op de lokale besturen. De Raad vaardigde het Charter voor lokaal zelfbestuur (1985) uit, dat gebruikt wordt als instrument voor het ‘meten’ van het democratische gehalte in een land. De beweging in België Gedurende diezelfde Wereldtentoonstelling en datzelfde Internationale Stedenbouwcongres waarop ook de IULA werd opgericht, werd op 29 juli 1913 tijdens een vergadering op het stadhuis in Gent de Vereniging van Belgische Steden en Gemeenten in het leven geroepen. Het initiatief kwam van Emiel Vinck, advocaat,

2016!) en om een vredesmenta‑ liteit bij de burgers te creëren. De nationale staten geraken steeds meer vervreemd van de echte behoeften van de burgers, ze zijn niet in staat gebleken een stabiele economische en finan‑ ciële omgeving te creëren om de grote problemen van deze tijd te bestrijden. Decentralisering van bevoegdheden en middelen naar het lokale bestuursniveau 28 november 2013 Lokaal

gemeenteraadslid te Brussel en senator. Toentertijd had men het over de ‘Bond der Belgische Steden en Gemeenten’. Het essentiële doel van de nieuwe vereniging werd als volgt omschreven: ‘de studie van en het zoeken naar gemeentelijke documentatie en het verstrekken aan haar leden van alle inlichtingen die voor hun bestuur en voor de ontwikkeling van de gemeenten nuttig kunnen zijn’. Aanvankelijk werkte Vinck helemaal alleen en telde de VBSG maar een tiental leden, namelijk – een beetje voorspelbaar – de grote steden. Dit aantal groeide echter zeer snel aan. In 1973 (voor de gemeentefusies) waren 2120 van de 2359 gemeenten lid, in 1988 groepeerde de Vereniging 580 van de 589 (gefuseerde) gemeenten en telde ze 62 medewerkers. Sinds 1965 kent de Vereniging een aparte afdeling voor de OCMW’s (vroeger de Commissies van Openbare Onderstand). In 1977 werd de structuur van de vereniging aangepast aan de federalisering van het land en kregen regionale afdelingen vorm. De vzw Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG vzw) werd op 24 september 1993 boven de doopvont gehouden, tegelijk zagen de Brusselse (VSGB) en Waalse (UVCW) verenigingen het levenslicht. Na twintig jaar telt de huidige VVSG vzw een 125tal medewerkers. De hoofdopdracht van ‘onze’ Vereniging is, zoals ook die van de internationale en Europese koepelverenigingen, in honderd jaar wezenlijk onveranderd gebleven: de leden informeren en adviseren

is op vele plaatsen in de wereld aan de orde. Waar men essen‑ tiële bevoegdheden aan steden en gemeenten heeft gegeven, is er wel vooruitgang geboekt. Het subsidiariteitsbeginsel moet niet alleen met woorden beleden worden maar vooral met concrete daden! Duurzame ontwikkeling moet vooral con‑ creet gestalte krijgen dicht bij de burgers op het lokale niveau.

en (in toenemende mate) de belangen van het lokale bestuursniveau behartigen. Als maatschappelijke beweging van het lokale bestuur komt de VVSG op voor sterke lokale besturen die optreden als eerstelijnsoverheid in het belang van de lokale gemeenschap. In haar concrete actie en visieontwikkeling gaat de Vereniging uit van het subsidiariteitsbeginsel met het vergroten van de lokale beleidsruimte, het versterken van de lokale democratie, het verhogen van de kwaliteit van de lokale beleidsvoering, het streven naar duurzame ontwikkeling op het lokale en mondiale niveau. Vooral de belangenbehartiging voor het lokale bestuursniveau vergt een volgehouden inspanning, grote alertheid en deskundigheid. Telkens opnieuw (bij politie- en brandweerhervorming, grond- en pandenbeleid, woonzorgdecreet, in toenemende mate ook voor Europese dossiers) moet het subsidiariteitsbeginsel fors verdedigd worden tegen een veel te centralistische aanpak. De vzw Vereniging van Belgische Steden en Gemeenten functioneert vandaag nog als een overlegorgaan tussen de Vlaamse, Waalse en Brusselse Vereniging. Waar er consensus is, treden zij samen op betreffende federale materies (politie, brandweer, OCMW’s). De VBSG coördineert daarnaast vooral de vertegenwoordiging van de verenigingen in de Europese koepel CEMR en de internationale vereniging UCLG. Op die manier vertegenwoordigt ze ook de belangen van de Vlaamse lokale besturen op het Europese en internationale vlak.

In Rabat werd ook een nieuw wereldbestuur verkozen, dat het lokale bestuursniveau ver‑ tegenwoordigt bij de Verenigde Naties en bij Habitat III, met vertegenwoordigers uit alle we‑ relddelen. Burgemeester Kadir Topbaş van Istanbul blijft de ko‑ mende drie jaar algemeen voor‑ zitter. Europa wordt vertegen‑ woordigd door de burgemeester van Bordeaux, Alain Juppé.

Burgemeesters van het Ecua‑ doriaanse Quito, het Russische Kazan, het Chinese Guangzhou, Parijs en uit de Seychellen, Marokko en Canada vervolle‑ digen het Uitvoerend Bureau van de Conseil Mondial. In 2016 heeft het volgende wereldcon‑ gres plaats in het Colombiaanse Bogota. Mark Suykens is VVSG-directeur


Sterke lokale besturen in crisistijd De context mag dan ingrijpend veranderd zijn, het gevoel van globale crisis en een verscherpt bewustzijn van het belang van lokale bestuurskracht daarin, is in 2013 haast in dezelfde mate aanwezig als in 1913. Vandaag lijkt bovendien het lokale bestuursniveau wereldwijd aan belang te winnen: op bestuurlijk en beleidsmatig vlak worden stilaan verschuivingen in focus naar het lokale niveau merkbaar, gelijklopend met de demografische ontwikkeling waardoor het merendeel van de wereldbevolking onderhand in steden en stadsregio’s woont. Dat feit, samen met de bestuurlijke eigenheid van steden en gemeenten, ontlokte aan politoloog-visionair Benjamin Barber in Lokaal de uitspraak dat ‘enkel de steden en hun burgemeesters de crisis kunnen oplossen’. Het is duidelijk

dat het belang van netwerken van lokale besturen en bestuurders in deze context – voor samenwerking, kennisdeling, belangenbehartiging en de versterking van het democratisch zelfbestuur – alleen maar zal toenemen. Sterke lokale besturen zullen dus belang blijven hebben bij sterke verenigingen, op alle niveaus. In dat verband vermelden we nog drie grote tendensen die in de loop van de geschiedenis kenmerkend zijn gebleven voor de relatie tussen lokale besturen en hun koepelverenigingen: Tijdens economische crisissen was het belang dat werd toegekend aan intergemeentelijke netwerken, altijd zeer hoog, in contact treden met internationale associaties was ook een middel om tastbare middelen te verkrijgen. Lokale besturen hebben altijd een beroep gedaan op hun koepelverenigin-

gen om zich af te zetten tegen de invloed van de eigen nationale centrale overheden. Periodieke intensifiëringen van het engagement van lokale besturen in hun internationale netwerken dienen vaak benchmarking met het oog op vernieuwing (nieuwe besturen profileren zich steunend op internationale voorbeelden), of legitimering (bestaande besturen rechtvaardigen zich door te verwijzen naar internationale voorbeelden). Evengoed kunnen ze gericht zijn op internationale solidariteit met gemeenten in de problemen, op het aantrekken van investeringen en toerisme voor de eigen gemeente, of nog op het verwerven van aanzien als opstap naar… een rol in de eigen nationale overheid.

Pieter Plas is redacteur van Lokaal

advertentie

Lokaal november 2013

29


special

100 jaar internationale vereniging gemeentelijke koepels werken samen

Kennis over lokaal afvalbeleid delen met Zuid-Azië Behalve dan dat het om heel dichtbevolkte gebieden gaat en om veel meer en complexer afval, worstelen veel gemeenten in het zuiden van Azië met dezelfde problemen als Vlaanderen enkele decennia geleden. In een uitwisselingsproject bezocht een delegatie van lokale besturen uit Bhutan, Nepal, India, Bangladesh en Sri Lanka eind september onze containerparken voor een introductie in het Vlaamse afval- en materialenbeleid. Het bezoek maakt deel uit van een meerjarenproject dat de Europese Unie subsidieert. tekst lieselot decalf beeld christof delatter

V

oor er in Vlaanderen sprake was van afvalbeleid, had elke gemeente één of meer stortplaatsen. Het vuilnis werd bij de mensen thuis opgehaald en daarheen gebracht. Halverwege de jaren zestig werd duidelijk dat de gevolgen voor het leefmilieu groot waren, en de beschikbare ruimte voor nieuwe stortplaatsen werd almaar kleiner hoewel de afvalberg groeide. En zo kreeg het afvalbeleid in Vlaanderen vorm. Gemeenten gingen samenwerken in intercommunales om samen te investeren in afvalverwerking, het saneren van stortplaatsen, het oprichten van containerparken en het uitwerken van preventieprogramma’s. De Vlaamse overheid ontwikkelde een beleidskader. Bij voorbereidende vergaderingen en bezoeken in Dhaka North City Cooperation (Bangladesh) en Matale (Sri Lanka) begin dit jaar, merkten we dat het zuiden van Azië met dezelfde problemen worstelt als Vlaanderen enkele decennia geleden. Er zijn wel enkele grote verschillen: het gaat over heel dicht bevolkte gebieden, over veel grotere hoeveelheden en complexere soorten afval in vergelijking met het Vlaanderen van de jaren zestig. Het bezoek begint dan ook bij een zeer acuut probleem waar veel van onze collega’s in de wereld mee worstelen: het saneren van een stortplaats. Tijdens de rondlei‘Plastieken zakken zijn hier verboden’ staat er te lezen op de toegangspoort van een lagere school in Matale (Sri Lanka). Ouders en kinderen worden gevraagd om geen plastieken zakjes te gebruiken voor het verpakken van het middageten. Het project in Dhaka wil de aparte inzameling van gft opstarten op een lokale markt.

30 november 2013 Lokaal

ding op de site van de intergemeentelijke maatschappij voor openbare gezondheid Imog in Moen, krijgen de bezoekers de grotendeels afgewerkte stortplaats te zien – in oorsprong een met huishoudelijk afval opgevulde kleiput. Het storten gebeurt hier op een gecontroleerde manier, met de folies en kleilagen. Boven op het afgewerkte deel zijn zonnepanelen geplaatst, zodat ook deze beschikbare ruimte haar steentje kan bijdragen aan de productie van groene energie. Opzij van de stortplaats wordt in rechthoekige vijvers het vocht dat aan de stortplaats onttrokken wordt, gezuiverd. We zien riet, groen en vogels. De plek ademt een rust uit die niet te vergelijken is met de stortplaatsen die we in Azië zagen. Al bij de eerste stappen op de heuvelrug van de stortplaats, wordt me duidelijk dat het begeleiden van dit bezoek minstens even confronterend zal zijn als het bezoek dat we een half jaar geleden brachten aan Zuid-Azië.

Het containerpark Het containerpark van Harelbeke is een inzamelplaats voor huishoudelijk afval zoals Vlaanderen er veel kent. Netjes gerangschikte containers op een verharde ondergrond, vriendelijk personeel dat de weg wijst naar de juiste bak. Inwoners rijden af en aan met tuinafval, oud papier en een afgedankte radio. Ik zie dat de containerparkwachters veiligheidsschoenen dragen, over stevige en weersbestendige werkkledij beschikken. Wellicht vallen dergelijke vanzelfsprekende en zelfs wettelijk verplichte details vooral op bij wie de informeel georganiseerde sorteerders in Azië hun werk met de blote hand heeft zien doen. Ik kijk met een aantal bezoekers mee in de bakken van het milieustraatje: afgedankte tapijten, een kubieke meter kurken en een zak vol lege yoghurtpotjes. Enkele palletboxen met kleine afgedankte elektronische apparaten wachten op afvoer en ontmanteling. Enkele


bezoekers lijken zich af te vragen waar het afval op dit nette containerpark nu eigenlijk te vinden is. De aparte overdekte zone voor klein gevaarlijk afval zoals verven, spaarlampen, injectienaalden in naaldcontainertjes en batterijen is relatief nieuw voor hen. In situaties waar een dergelijke aparte inzameling niet bestaat, houdt het beheer van afval meer risico’s in. ‘Afvalbeheer’ gaat net door die mix voor heel wat van de bezoekers dus hand in hand met ‘gevaarlijk’. Wie zonder handschoenen en veilig schoeisel PET-flessen verzamelt op de stortplaats, loopt bijvoorbeeld een pak fysieke risico’s. Daarom organiseren een aantal lokale besturen ondersteuning voor de mensen die in de informele sorteersector werken. Ze krijgen handschoenen, laarzen en mondmaskers ter beschikking. En fluohesjes zodat ze zichtbaar zijn voor de vrachtwagenbestuurders die aan en af rijden om hun lading te lossen. Er is een vaccinatieschema om mensen te beschermen tegen ziekten als tetanus en hondsdolheid. Aan de sorteerband Als gevaarlijk afval zich kan vermengen met ongevaarlijk afval, krijgt het bezoek aan de sorteerinstallatie voor pmd een andere betekenis. De lege flessen, drankkartons en blikken schuiven over de band voorbij onder het waakzame oog van de sorteerders. Elk van hen haalt er specifieke onderdelen uit: witte PET-flessen, HDPE-flacons… Iemand van de delegatie uit Buthan spreekt me aan en vraagt een beetje verontwaardigd

waarom de mensen aan de sorteerband geen mondmasker en geen schorten dragen. Voor deze medewerkers zijn speciale handschoenen en een veiligheidsbril verplicht, maar ik heb me nog nooit vragen gesteld over mondmaskers en schorten. Elke dag ligt een pakket verse werkkledij klaar, voorzien door de werkgever. Een schort om over je eigen kleren te dragen, is dus niet nodig en eventuele loshangende linten zijn misschien zelfs gevaarlijk met een voorbijrollende sorteerband vlak voor je. Mondmaskers zijn overbodig in de goed verluchte sorteerhal, waar van geurhinder of onbekende dampen geen sprake is. De te sorteren stromen zijn schoon: het gaat om verpakkingsmateriaal afkomstig uit huishoudens, en door de goed ingeburgerde en gratis kga-inzameling krijgen deze medewerkers eigenlijk niet te maken met de risico’s van gevaarlijk afval. Ik vertel over het takenpakket van de preventieadviseur, die voor elke activiteit binnen de intercommunale een risicoanalyse opstelt en bepaalt welke beschermingsmiddelen nodig zijn voor het personeel. We bekijken dezelfde sorteerband duidelijk vanuit een andere context. Over thuiscomposteren en afvalpreventie Verder maakt het programma tijd voor de vele afvalpreventie-initiatieven van de voorbije jaren. Van prentenboeken over het werk van de vuilnisman over milieuzorg op school tot opleidingen voor compostmeesters: het zijn voorbeelden die op eenvoudige wijze te kopiëren zijn. In Sri Lanka zagen we al composthoekjes in de schooltuin en een schoolreglement dat het gebruik van wegwerpzakjes voor de middagcurry verbiedt. Duidelijk het equivalent van de boterhammendoosactie die de Vlaamse schoolkinderen kennen. Dhaka werkt aan de selectieve inzameling van gft op de dagelijkse markt in een bepaalde wijk. Via wijkcompostering zou dit afval dan weer bruikbaar moeten worden in kleine ‘stadsbouw’projecten. Uiteindelijk vinden lokale besturen van overal zich in vergelijkbare thema’s. Hoe kunnen we mensen motiveren om hun afval in de vuilnisbak te gooien? De groep debatteert over het engageren van vrijwilligers om hun me-

SUNYA-project De VVSG is partner in het SUNYAproject, dat afval vermijden, her‑ gebruik, sorteren en recycleren centraal zet. Het Europese fonds waaruit de middelen komen, legt een sterke nadruk op het uitwisse‑ len van kennis en ervaringen tussen lokale besturen. De indiener van het project is dan ook de Nepalese ge‑ meentenvereniging (Municipal As‑ sociation of Nepal, MuAN). Uit de vijf deelnemende Zuid-Aziatische landen zijn telkens enkele gemeen‑ tebesturen vertegenwoordigd, sa‑ men met partners uit Oostenrijk en Duitsland.

deburgers in te wijden in de wondere wereld van thuiscomposteren, kippenprojecten en zwerfvuilacties. Intergemeentelijke organisatie van afvalbeheer Ten slotte zijn er veel vragen over de beleidsmatige kant van het afvalbeleid. Het concept intergemeentelijke samenwerking is relatief onbekend, maar het bezoek van die dag toont letterlijk wat de samenwerking tussen buurgemeenten in beweging kan zetten. De deelnemende lokale besturen uit Zuid-Azië zijn minder dan de Europese partners vertrouwd met een sterk aanwezige overheid. Het is een overheid die een materialendecreet, uitvoeringsbeleid en uitvoeringsplan voor huishoudelijke afvalstoffen op papier zet en zo het wettelijke kader creëert waarbinnen de gemeenten en intercommunales zich organiseren. Een deel van de middelen die hiervoor nodig zijn, haalt de overheid traditioneel bij de inwoners via belastingen. In Azië ontstaan allerlei informele netwerken die ervoor zorgen dat verkoopbare afvalstromen zoals papier en karton of kunststoffen toch gesorteerd worden en naar recyclage gaan. Door te vertrekken van die reeds bestaande sterke punten, hopen de lokale besturen de huidige inzamelsystemen wat te stroomlijnen en te professionaliseren. Lieselot Decalf is VVSG-stafmedewerker afvalbeleid

Lokaal november 2013

31


mens & ruimte de frontlijner

Eerlijk handelen Noord-Zuidambtenaar Erik Fuhlbrügge brengt het hele jaar rond het Zuiden in Zoersel, hij was ook de gangmaker voor de stedenband met Bohicon in Benin: ‘We vullen er echt een leemte op. Een gemeente weet hoe een lokaal bestuur het beste met inwoners omgaat, hoe een bestuur is georganiseerd en hoe je participatie mogelijk kunt maken. Onze gemeente gelooft erin en je ziet dat het werkt.’ tekst marlies van bouwel beeld stefan dewickere

‘In ’98 deed ik mijn stage als opvoeder bij de Zoerselse politie. Dat eerste contact met de gemeente was zo positief dat ik in de zomer daarop hoofdmonitor van de jeugdwerking werd. Daarna kon ik aan de slag bij de sociale dienst waar we ook aan drugpreventie deden en waar ik tien procent van mijn tijd besteedde aan het secretariaat voor de Derde Wereldraad. Ondertussen zijn we vijftien jaar verder, diensten veranderden en nu ben ik zo goed als voltijds bezig met ontwikkelingssamenwerking, al springen mijn collega en ik ook voor elkaar in.’ ‘In Zoersel is er een heel actieve wereldraad die elke maand samenkomt. Ik ondersteun hun werking en activiteiten. Hierbij is het zoeken naar een evenwicht: ik doe het liefst zo weinig mogelijk zodat de vrijwilligers zelf verantwoordelijkheid opnemen, zo zijn ze actiever. Dit najaar werken we rond fair trade, Zoersel is al zes jaar fairtradegemeente. Een vrijwilligster van Iedereen Mondiaal richt workshops biobier in voor de leden van alle adviesraden. Biobier is bio en lokaal en dus fair trade, dat verband leggen we almaar meer, het verhaal past in elkaar. De 11.11.11-actie nemen de 32 november 2013 Lokaal

vrijwilligers in handen, ik ondersteun hen praktisch door de broodzakken op te halen en onder de bakkers te verdelen en ik zorg voor de affiches. Daarna volgt de Kerstmarkt, een solidariteitsmarkt met het ene jaar de focus op projecten in de vierde wereld, het andere jaar in de derde wereld. Mensen die zelf een project in het Zuiden hebben, de zogenaamde vierdepijlerprojecten, kunnen dat komen voorstellen via een stand op de Kerstmarkt. Ze kunnen ook elk jaar een aanvraag indienen bij de Wereldraad en subsidie krijgen als Zoersels project. We hebben er dit jaar veertien: van regenwateropvang in een school in Senegal tot composttoiletten in Kameroen of palliatieve zorg in Bolivia. Ze moeten natuurlijk aan een aantal criteria voldoen. De evaluatie is aan de Wereldraad. Het budget voor ontwikkelingssamenwerking bedraagt in Zoersel 0,7 procent van het gemeentelijke budget.’ ‘Jaarlijks hebben we een Fairtradepersoneelsdag, we ontvangen de nieuwe inwoners ook met fairtradeproducten en tussen de krokusvakantie en Pasen staat in ons voorjaarsproject een thema of land in de kijker zoals vrouwen in de Sahel,

water of volgend voorjaar onze nog nieuwe stedenband met de stad Bohicon in Benin. We richten dan workshops in voor het vijfde en zesde leerjaar van de basisscholen, er zijn kookworkshops of creatieve workshops. Daarnaast richt de Wereldraad een van de zomerse vrijdagavonden van Parkplezier in met standjes van Oxfam en de vierdepijlerprojecten. Die hele avond gaat over ontwikkelingssamenwerking. En dan is er ook nog het informatiestandje samen met de Wereldwinkel op de jaarlijkse braderij.’ ‘De stedenband die we sinds oktober 2011 met Bohicon hebben, is er vooral op mijn initiatief gekomen, in samenspraak met de Wereldraad en een ambtelijke groep collega’s. Het is een andere manier van ontwikkelingssamenwerking, net zoals die vierdepijlerprojecten ook heel anders zijn dan die van de ngo’s of staten onderling. We vullen hier echt een leemte op. Een gemeente weet hoe een lokaal bestuur het beste met inwoners omgaat, hoe een bestuur is georganiseerd en hoe je participatie mogelijk kunt maken.’ ‘Bohicon wil vooral op onderwijs mikken want van de 200.000 inwoners zijn


Erik Fuhlbrügge: ‘Ik doe het liefst zo weinig mogelijk zodat de vrijwilligers verantwoordelijkheid opnemen.’

er 140.000 kinderen. Er zijn geen minerale rijkdommen, onderwijs is er de sleutel tot ontwikkeling. In Benin werden pas zes jaar geleden lokale besturen opgericht. Er bestaat nog veel onenigheid over bevoegdheden zoals het centrale bevolkingsregister. Onze besturen komen overeen qua ambtelijk apparaat, al telt Zoersel maar 21.000 inwoners. Zij zijn nu bezig met de ICT-inrichting, met steun van Duitse ontwikkelingshulp en dankzij de kennisuitwisseling met onze ICT-afdeling. Omdat ze met hetzelfde worden geconfronteerd, kan onze ICT’er gemakkelijk tips geven over bijvoorbeeld het afschermen van rechten. Een ngo staat daar niet bij stil.’ ‘Er was wel een bibliotheek, die dateerde net zoals de bibliothecaris nog uit de communistische periode maar ze is nu mooi op dreef. Bohicon is een nieuwe bibliotheek aan het bouwen met internetaansluitingen en een computerruimte zoals wij voor Digidak hebben. Onze bibliothecaris is met die van Bohicon Afrikaanse kinderboeken gaan kopen. De meeste Afrikaanse kinderen zien pas boeken in de middelbare school, nu zijn er kisten samengesteld die onder het beheer van de bibliothecaris tussen vijf lagere

scholen worden uitgewisseld. Het is nog een proefproject, het is de bedoeling dat de kisten bij alle scholen terechtkomen. Bohicon regelt zelf het vervoer.’ ‘Anderzijds werkt die stedenband hier sensibiliserend. Onze bibliothecaris vond het maar normaal dat je een boek kon pakken als je dat wilde, terwijl dat in Benin echt niet het geval is. Ook onze ICT’er is ondertussen gebeten door het Afrikaanse virus. Het relativeert ons leven in Zoersel, een belangrijke vorm van wederkerigheid. Dankzij de stedenband beseffen we beter wat we in handen hebben om een gemeente te besturen en wat er gebeurt als je dat niet hebt. Elk jaar is er minstens één werkbezoek heen en weer.’ ‘Net zoals de jeugdconsulent de band vormt tussen het gemeentebestuur en de jongeren, ben ik de verbinding tussen het gemeentebestuur en de vrijwilligers van de Wereldraad. Het werk is heel afwisselend: ik ben heel praktisch bezig, ik werk intens samen met vrijwilligers en met het beleid, ik heb internationale contacten en ik organiseer workshops. Dit is ronduit ideaal.’ Marlies van Bouwel is hoofdredacteur van Lokaal

Lokaal november 2013

33


34 november 2013 Lokaal


mens & ruimte publieke ruimte

Kunst met wortels Een begraafplaats: een plek die weinig associaties oproept met hedendaagse beeldende kunst. En toch zorgt een recente artistieke ingreep in Borgloon voor een nieuwe lectuur van die ruimte. Het geheim: het kunstwerk wortelt er in een sociaal proces. tekst david vande cauter beeld bart lasuy

B

orgloon bouwde in 2009 een nieuwe centrale begraafplaats op een afstand van de verschillende dorpskernen. Strak, sober en functioneel maar met weinig ziel. Hoe konden de inwoners van de verschillende deelgemeenten zich verbonden voelen met deze nieuwe centrale plek? En hoe viel een persoonlijk gevoel van verlies en verwerking hier te combineren met een universeel gegeven van rouw? Een artistieke ingreep, los van levensbeschouwelijke symbolen, bood een antwoord en gaf legitimiteit aan de nieuwe begraafplaats. Beleidsvisie Emmy Vandersmissen zette als cultuurbeleidscoördinator van Borgloon het traject op en werkt nu in Genk. Ze maakt duidelijk: ‘Kunst in de publieke ruimte gedijt lokaal binnen een integrale beleidsvisie. Wat willen we als stad aanvangen met onze verschillende publieke ruimten? Lang niet op elke plek is kunst een goed antwoord. Indien het wel een mogelijkheid is, stellen we enkele basisvragen. Is de ingreep op die plek zinvol en is de locatie ervoor niet inwisselbaar? Wat met het tijdsperspectief: wordt het een tijdelijke of permanente ingreep? Betrokken inwoners zorgen voor een draagvlak. Maar is de herkenning breed genoeg? We krijgen regelmatig vragen

van betrekkelijk homogene groepen die “hun” kunstwerk ergens gerealiseerd willen zien. Daar gaan we voorzichtig mee om. Een scherpe identificatie met een kunstwerk kan ook mensen uitsluiten of zelfs afschrikken.’ Draagvlak door betrokkenheid In Borgloon stond vzw De Nieuwe Opdrachtgevers (DNO) in voor de begeleiding. Via bemiddeling realiseert DNO samen met kunstenaars en opdrachtgevers hedendaagse beeldende kunst. Op deze manier is een draagvlak voor elk kunstwerk verzekerd door een participatief proces. De groep opdrachtgevers in Borgloon bestond uit vrijwilligers van een bestaande werkgroep beeldende kunst, aangevuld met onder anderen de lokale begrafenisondernemer, de moreel consulenten van diverse religieuze en vrijzinnige strekkingen en de directeur van het lokale deeltijds kunstonderwijs. Een diverse groep met een groot netwerk. Thérèse Legierse van DNO vertelt waarom voor een participatieve formule met kunst in de publieke ruimte voldoende tijd genomen moet worden: ‘Je kunt als opdrachtgever voor een kunstwerk enkel refereren aan wat al bekend is. Het is de taak van DNO om de blik te verruimen en een woordenschat aan te bieden om over kunst te praten. Een Lokaal november 2013

35


mens & ruimte publieke ruimte

concrete duiding van wat hedendaagse beeldende kunst allemaal kan zijn, naast het klassiek-figuratieve, opent de ogen al. Zo komen we stapsgewijs tot een heldere opdrachtformulering. Welke soort ingreep is er volgens die bepaalde groep zinvol op die plek en welke kunstenaar komt hiervoor in aanmerking?’ Net zo-

Lokaal wereldberoemd Elke gemeente telt kunstenaars, die meestal graag aan de slag gaan in eigen stad of dorp. Maar zijn ze altijd de juiste persoon voor die specifieke opdracht en plek? Thérèse Legierse vertelt hoe ze – vaak op een andere manier – mee bij de zaak betrokken worden: ‘Wederzijds respect is een sleutelwoord. Dat krijg je door een scherpe rolverdeling en door de juiste verwachtingen te creëren. Misschien is een lokale kunstenaar wel de aangewezen persoon voor een bepaalde opdracht. Misschien ook niet. De zorg voor het eindresultaat en dus voor de juiste kunstenaar primeert. In Borgloon zat er iemand in de opdrachtgeversgroep die zelf artistieke ambities heeft. Door deze expertise serieus te nemen en hem – niet als uitvoerend kunstenaar – nauw bij het proces te betrekken, werd hij dé lokale gesprekspartner van de uiteinde-

David Orye: ‘Ik had een klein beeldje meegenomen dat ik graag in het groot gerealiseerd zag op de begraafplaats. Het resultaat is iets totaal anders dan ik in gedachten had. Gelukkig!’ als de andere aanwezigen had begrafenisondernemer David Orye tijdens de eerste vergadering wel een eigen ideetje over het uiteindelijke resultaat: ‘Zo had ik een klein beeldje meegenomen dat ik graag in het groot gerealiseerd zag op de begraafplaats. Thérèse heeft ons – aan de hand van dikke kunstboeken – getoond wat kunst in de publieke ruimte allemaal kan zijn. Zo kwamen we uit bij kunstenaar Wesley Meuris met wie het dadelijk klikte. Het resultaat is iets totaal anders dan ik in gedachten had. Gelukkig!’ 36 november 2013 Lokaal

lijke kunstenaar Wesley Meuris. Resultaat: een sterke tandem.’ Financieel en beleidsmatig vertakken Kunst in de publieke ruimte vraagt een langetermijnperspectief. Verschillende partners engageren zich voor lange tijd, ook financieel. Zo kunnen de budgetten over verschillende jaren samengeteld worden. Dankzij een brede lokale vertakking komt er veel energie en een rijk netwerk vrij. Lokale kmo’s bieden vaak materialen aan tegen een scherpe

prijs, denken mee na over de realisatie en voeren gratis grond- of hoogtewerken uit. Daarnaast bestaan ook de mogelijkheden van sponsoring en subsidiëring. Bij de realisatie en het onderhoud van een kunstwerk in de publieke ruimte haken verschillende beleidsdomeinen en disciplines in elkaar. Naast de culturele spelers leveren meestal de groendienst, dienst openbare werken, stedenbouw en ruimtelijke ordening een bijdrage. In Borgloon kreeg kunstenaar Wesley Meuris de steun van een architect, gezien de technische complexiteit van het werk. De technische dienst van de stad staat in voor het onderhoud. Dynamiek ‘Memento’ van Borgloon staat vandaag aan de rand van het kerkhof. Een uitnodiging voor een moment van bezinning voor wie dat wil. Bij de feestelijke inhuldiging hoorde ook een expo van rouwkaartjes. Een verwoed verzamelaar en kunstenaar Meuris vonden elkaar in een gedeelde passie die ze samen vorm gaven. Memento creëert betekenis en dynamiek. Scholen bezoeken de begraafplaats en het kunstwerk. De erfgoedgidsen van Borgloon lopen ook langs het werk. De opdrachtgeversgroep zet haar missie voort en kiest voor nieuwe kunstvormen. Een nieuw project – in verband met het rouwproces – zal resulteren in een podiumvoorstelling of een theatrale ingreep. Memento staat als sobere monolithische ingreep mooi in relatie met de aanplantingen op de begraafplaats. Dit zijn deels fruitbomen die refereren aan de fruitteelt in Haspengouw. De cyclus van vrucht dragen, afsterven en opbloeien is een sprekend beeld op deze plek. David Vande Cauter is stafmedewerker publiekswerking bij LOCUS vzw Dit artikel kwam tot stand naar aanleiding van de gesprekken tijdens een driedaags leertraject over hedendaagse beeldende kunst in de publieke ruimte, begin juli 2013. Organisatie: LOCUS, het steunpunt voor lokaal cultuurbeleid, en vzw De Nieuwe Opdrachtgevers.


mens & ruimte integratiebeleid

Begraven volgens de islamitische ritus Het aantal inwoners dat een islamitische begrafenis wil, is in Vlaanderen voorlopig beperkt. Maar het staat vast dat het de komende jaren zal toenemen. Moslims van de tweede en zeker van de derde generatie zullen steeds vaker in ons land begraven willen worden. Gemeenten doen er goed aan nu al over deze toekomstige vraag na te denken, zeker als ze een vernieuwing van hun begraafplaatsen of de aanleg van een nieuwe plannen. tekst bart van moerkerke beeld kruispunt m-i

N

agenoeg alle moslims die momenteel in ons land overlijden, worden naar hun land van herkomst gerepatrieerd en daar begraven. Zeker voor de migranten van de eerste generatie is dat vanzelfsprekend, de band met hun geboorteland is nog zeer sterk en daarom hebben ze meestal ook een verzekering voor repatriëring afgesloten. De mensen van de tweede en de derde generatie zullen veel vaker hier begraven willen worden. Ze zijn in Vlaanderen geboren en getogen, hebben niet meer zo’n hechte band met het land van hun (groot)ouders, veel van hun familie-

leden en nabestaanden leven hier. Nu al worden overleden kinderen dikwijls zo dicht mogelijk bij hun woonplaats begraven zodat hun ouders het graf kunnen bezoeken. Ook moslims die uit OostEuropa zijn gemigreerd, willen vaak hier een laatste rustplaats. Momenteel hebben twintig Vlaamse gemeenten op een van hun begraafplaatsen een perceel waar moslims begraven kunnen worden. En het is duidelijk dat gemeenten die er nog geen hebben in de toekomst steeds vaker de vraag zullen krijgen om er ook een aan te leggen. Hoe beginnen ze daar het best aan?

Geen afzonderlijke toegang Het is om te beginnen belangrijk te weten dat een gemeente niet verplicht is op haar begraafplaats een perceel voor moslims aan te leggen. Het decreet van 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging legt die verplichting niet op, de rondzendbrief beveelt het wel aan. ‘Net zoals sommige gemeenten afzonderlijke perken hebben voor zusters van een congregatie of voor oud-strijders is het ook perfect mogelijk op een begraafplaats een perceel aan te leggen waar mensen volgens de islamitische ritus begraven worden,’ zegt Martine Verbeek, ondervoorzitter van de Vlaamse Vereniging van Ambtenaren en Beambten van de Burgerlijke Stand en medewerker van de dienst Burgerlijke Stand van Zwijndrecht. ‘Dat perceel kan met een haagje of op een andere manier wat afgescheiden worden van de rest van de begraafplaats, maar het kan geen afzonderlijke toegang krijgen. Het blijft dus een deel van de openbare begraafplaats. De neutraliteit van de gemeente laat ook niet toe dat het perk exclusief wordt voorbehou-

Net zoals sommige gemeenten afzonderlijke perken hebben voor zusters van een congregatie of voor oud-strijders is het ook perfect mogelijk op een begraafplaats een perceel aan te leggen waar mensen volgens de islamitische ritus begraven worden.

Lokaal november 2013

37


mens & ruimte integratiebeleid

Meestal Roma Begrafenisondernemer Willy Brys verzorgt jaarlijks enkele begrafenissen volgens de islamitische ritus. ‘De mensen van Turkse en Marokkaanse origine worden door‑ gaans gerepatrieerd, de moslimbegrafenissen hier zijn meestal van Roma. De familie spreekt een imam aan, zij doen de rituele wassing en de kisting van de overledene. Wij doen aangifte van het overlijden bij de burgerlijke stand, zorgen voor de lijkwade en de kist, en staan in voor het vervoer van de overledene naar de moskee en later naar de begraafplaats. Uiteraard verwijderen we daarbij het kruis dat op de lijkwagen staat. Op de begraafplaats houden we ons op de achtergrond. Volgens de islamiti‑ sche ritus maakt de familie zelf het graf dicht.’

den voor moslims. In de hypothetische situatie dat een niet-moslim vraagt om op die plek begraven te worden, kan de gemeente dat niet weigeren. Hetzelfde geldt voor de vraag van een moslim om bijvoorbeeld tussen katholieken begraven te worden.’

jaar, die op initiatief van de nabestaanden verlengd kan worden, is voor veel moslims een aanvaardbare oplossing. Er zijn natuurlijk ook gemeenten die niet met concessies werken en waar de graven, ten vroegste na een periode van tien jaar, geruimd kunnen worden. Het

De islam beschouwt het graf als het goed van de dode. Elke moslim heeft dus een eigen graf, dat volgens de regels niet geruimd kan worden en dat in zuivere grond ligt. Dialoog aangaan Moslims begraven hun doden in principe zo snel mogelijk. In België kan dat ten vroegste 24 uur na de aangifte van het overlijden. Na het overlijden wast de familie het lichaam volgens een bepaald ritueel. Nadien wordt het in een lijkwade gewikkeld. Het decreet van 2004 staat het begraven in een lijkwade toe. Het lichaam wordt begraven op de rechterzijde, met het gezicht in de richting van Mekka. Dat wil zeggen dat een gemeente het perk, als dat ruimtelijk en esthetisch mogelijk is, het best inricht om aan dat voorschrift tegemoet te komen. Overleg met de imam en de moslimgemeenschap is in dezen aangewezen. De islam beschouwt het graf als het goed van de dode. Elke moslim heeft dus een eigen graf, dat volgens de regels niet geruimd kan worden en dat in zuivere grond ligt. Hier duiken natuurlijk wel mogelijke problemen op waarover een gesprek met de moslimgemeenschap nodig is. Martine Verbeek: ‘Een eeuwigdurende concessie is niet mogelijk, maar een concessie van dertig of vijftig 38 november 2013 Lokaal

is niet mogelijk om voor het islamitische perceel een uitzondering toe te staan: ofwel worden er concessies toegekend voor alle graven ofwel voor geen enkel. Over dit punt moet dus duidelijk gecommuniceerd worden. En ook het begraven in zuivere grond is lang niet altijd mogelijk, zeker nu veel gemeenten op hun begraafplaatsen met plaatsgebrek kampen. Graven worden na een bepaalde periode geruimd en de site wordt opnieuw gebruikt.’ Op het graf van een moslim wordt geen grafmonument geplaatst, alleen een eenvoudige steen of een houten paal. Nu hebben sommige gemeenten een reglement voor grafmonumenten waarin bijvoorbeeld de breedte, de hoogte, de lengte van het monument zijn opgenomen. Die gelden in principe ook voor de moslimgraven. Ook daarover is overleg nodig met de moslimgemeenschap.

op de begraafplaats van de deelgemeente Beveren. Er is plaats voor tachtig graven, momenteel zijn er vijf kinderen en twee volwassenen begraven. Wim Vercruysse van de dienst Burgerzaken: ‘Voor alle graven verlenen we concessies tot maximaal vijftig jaar, ook voor de twee oostelijk georiënteerde percelen. Die zijn aangelegd op reine grond. Het gaat om een uitbreiding van de begraafplaats, op die plek werd nooit eerder iemand begraven. Er zijn geen voorwaarden voor grafmonumenten op de twee perken. Ze zijn met een haag omheind, maar ze hebben geen eigen toegang.’ Op de begraafplaats van BeringenMijn is er al vele decennia een perk voor islamitische overledenen. Het perceel is sinds enkele jaren met een haag van de rest van de begraafplaats afgescheiden, er loopt een paadje door. De plaatselijke begrafenisondernemer weet perfect hoe hij de begrafenissen volgens de islamitische ritus moet organiseren. Toch worden ook in Beringen de meeste moslims na hun overlijden gerepatrieerd. ‘Behalve voor alleenstaanden zonder familie en kleine kinderen vinden hier amper islamitische begrafenissen plaats,’ zegt Guy Vanderlinden van de Beringse integratiedienst. ‘We hebben ruim 600 plaatsen op twee percelen, waarvan er 170 ingenomen zijn. Er is nog veel ruimte over, maar ik verwacht wel dat de vraag zal toenemen. We staan concessies toe voor een periode van dertig jaar die verlengd kunnen worden. Daar wordt door de moslimgemeenschap geen punt van gemaakt. We hebben een reglementering voor grafmonumenten. We plaatsen een betonnen sokkel voor de grafstenen, behalve op het perceel voor de moslimgraven, al zien we dat steeds meer kindergraven een zerk hebben. We hebben een zeer goed contact met de moslimgemeenschap, er is veel wederzijds begrip.’ Bart Van Moerkerke is redacteur van Lokaal Het Kruispunt Migratie-Integratie vzw heeft

Roeselare en Beringen De stad Roeselare heeft sinds een vijftal jaar twee percelen voor wat ze oostelijk georiënteerde graven noemt. Ze liggen

net de brochure ‘Islamitisch begraven in Vlaanderen. Inspiratie voor lokaal overleg’ uitgebracht. Ze is beschikbaar op www.kruispuntmi.be.


BESTEL NU!

Iedereen mee met de BBC Bart Kaesemans Met medewerking van Jan Leroy (VVSG) en Rudi Hellebosch (ABB)

Nog al te veel wordt de beleids- en beheerscyclus gezien als een zaak van enkelen. Niets is echter minder waar: de BBC is een verhaal van en voor iedereen van het bestuur. Om deze reden publiceert Uitgeverij Politeia de brochure

‘Mee met de BBC. De beleids- en beheerscyclus voor iedereen’     

De BBC uitgelegd in klare taal Geen enkele voorkennis nodig Medewerking van VVSG en ABB Gebruiksvriendelijk formaat Uiterst voordelige prijs

Toegankelijk voor iedereen!

Minder dan € 2 per exemplaar

De brochure wordt verkocht in pakketten van 20 exemplaren. VVSG-leden betalen per pakket € 39, niet VVSG-leden betalen € 49.

Wees helemaal mee met de BBC: bezoek onze gratis website www.meemetdebbc.be en volg ons op Twitter via @MeemetdeBBC.

BESTELKAART

Ja, ik bestel

.......

pakketten van ‘Mee met de BBC. De beleids- en beheerscyclus voor iedereen’ aan € 39* (VVSG-leden) / € 49* (niet VVSG-leden). Een pakket bevat 20 exemplaren.

Bestuur/Organisatie: .........................................................................

Politeia

Naam: ...............................................................................................

Ravensteingalerij 28 1000 Brussel

Functie: ............................................................................................

Fax: 02 289 26 19 Tel.: 02 289 26 10

Datum en handtekening

E-mail: .............................................................................................. Tel.: .................................................................................................. Adres: ............................................................................................... BTW: .................................................................................................

Of bestel via website: www.politeia.be e-mail: info@politeia.be

* Prijs inclusief btw, exclusief verzendingskosten, geldig tot 31.12.2013. Uw gegevens worden door ons in een bestand bijgehouden en niet doorgegeven aan derden. Overeenkomstig de wet op de privacy hebt u inzage- en correctierecht.

Lokaal november 2013

39


terugblik op 100 jaar Vereniging van Belgische, 20 jaar Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten

1

S

inds 1804 heeft elke gemeente verplicht een gemeentelijk kerkhof, ofwel een voor alle erediensten van de gemeenten ofwel een gezamenlijke begraafplaats met aparte afdelingen. De Belgische grondwet hief een en ander op, maar was niet echt duidelijk. Pas in 1971 kwam er een einde aan de confessionele begraafplaatsen. Sindsdien kunnen begraafplaatsen ook intergemeentelijk zijn. Lijkverbranding is pas sinds 1932 toegelaten, al dateerde een eerste wetsvoorstel al van 1908. Pas sinds 1971 is cremeren gelijkgesteld aan begraven. Daardoor moet elke begraafplaats over een columbarium,

2

een urnenveld en een strooiweide beschikken. Sinds 2001 mogen de nabestaanden de as van de overledene mee naar huis nemen of thuis uitstrooien. Crematoria kunnen enkel opgericht en beheerd worden door een gemeente of een intercommunale. Cremeren geraakt almaar meer ingeburgerd. In het jaar 1990 waren er in Vlaanderen nog geen 10.000 crematies, in 2012 waren dat er al 36.860, zowat een op drie overledenen wordt gecremeerd.

Honderd jaar begraven en 4

3

40 november 2013 Lokaal

5


6

cremeren 1 1951 – Begrafenis in Meensestraat, Overleie. Stadsarchief Kortrijk, Collectie Anckaert, © beeldbank.kortrijk.be/erfgoed 2 1915 – Het laatste afscheid @ Stadsarchief Lokeren 3 1945 – Begrafenis van een gesneuvelde soldaat. © Heemkundige kring De Kluis. 4 1958 – Begrafenis Sint-Augustinuskerk, SintKatelijne-Waver – gehucht Elzestraat © www.beeldbankskw.be 5 1967- Begrafenis oud-strijder René Van Den Bulcke, als achttienjarige werd hij in 1915 opgeëist door het Franse leger. © Collectie werkgroep Landskouter, Oosterzele. 6 1975 - Kerkhofbediende verstrooit as op de strooiweide op het Brugse kerkhof in de Kerkhofblommenstraat in Assebroek. @Stadsarchief Brugge, Verz. J. A. Rau 7 1928 – De begrafenisstoet van kardinaal Désiré-Joseph Mercier passeert de Mechelse Grote Markt en slaat de Bruul in. © Stadsarchief Mechelen – www.beeldbankmechelen.be 7

Lokaal Lokaalnovember november2013 2013

41


mens en ruimte kort lokaal nieuws

Armoede, een onrecht

Zet je schrap, plant je hielen in onze rijke aarde en luister met gans je vlezig lichaam naar mijn wrang en scherp verhaal dat in al zijn woorden schaamte braakt. En zie en ruik en voel en hoor tot in de kluizen van je kleinste vezels hoe wij door de dagen dansen met een overvloed die alles tart, hoe wij vetgemest en zonder schaamte vegeteren op verre schrale bodems die wij bestelen tot ze totaal uitgeput de dood ingaan. En weet dat ook binnen handbereik pijn en honger wordt geleden, dat tot op de draad versleten kleren met neergeslagen ogen worden gedragen, dat ziektekiemen ongenadig woekeren bij gebrek aan centen voor een dokter. Kom tot het ontnuchterend besef dat de slogan ‘Eigen portemonnee eerst’ ons verblindt en deuren gesloten houdt voor mensen met een andere kleur, dat ook in je eigen buurt honger dagelijks op het menu van medemensen staat en vlakbij in Wallonië één kind op vier het met een schamel pakje chips moet doen om de schooldag door te komen. Ik, ik klop me nederig op de borst met een mea culpa die me neerslaat tot ik beschaamd en nederig kniel voor hen die onze welvaart nooit zullen mogen kennen. Vervloek en verdrijf met mij alle goden en machtigen der aarde die dit grote onrecht dulden, duw, stamp de Gouden Kalveren met je scherpste hakken in de aarde en open samen met de ware god die Liefde heet je overvloed en hart. En durf vooral jezelf weg te schenken, room ongeremd je eigen rijkdom af.

willie verhegghe stadsdichter van Ninove 17 oktober 2013

42 november 2013 Lokaal

gf

Gedicht gemaakt voor de Werelddag Verzet tegen Armoede

Kinderarmoedefonds: lokale projecten tegen kansarmoede Het Kinderarmoedefonds roept burgers, organisaties, ondernemingen en overheden op om kinderarmoede weg te werken. Het fonds wil vernieuwende projecten steunen voor kansarme gezinnen met kinderen tot drie jaar. Lokale projecten waarbij organisaties samenwerken voor en met kansarmen, kunnen gedurende minstens drie jaar substantiële financiële ondersteuning krijgen. Het fonds wil ook meer maatschappelijke mobilisatie voor kinderarmoedebestrijding creëren, naast het noodzakelijke structurele werk van diverse overheden. De projecten met goede resultaten worden nadien ingebed in het structurele armoedebestrijdingsbeleid van de lokale,

Vlaamse en federale overheden. Daarom is het belangrijk dat projecten samenwerken met hun lokale overheid, om zo de kansen op duurzame inbedding te vergroten. Aangezien de focus op emancipatie en participatie van mensen in armoede ligt, brengen deze projecten minstens twee organisaties samen, waarvan minimaal één organisatie mensen in armoede groepeert. De projectoproep zal in 2014 worden gelanceerd. Het Kinderarmoedefonds wordt beheerd door de Koning Boudewijnstichting, die er dankzij haar jarenlange expertise garant voor staat dat het geld bij de juiste projecten terechtkomt. pieter plas

www.kinderarmoedefonds.be

Tot 13 januari 2014 Energie voor iedereen! Deze oproep richt zich op het versterken van vernieuwende projecten die energiearmoede in België bestrijden. Geselecteerde projecten nemen deel aan een opleidingsprogramma over sociaal ondernemerschap en krijgen financiële steun. www.kbs-frb.be


print & web

Opnieuw meer gezinnen bedreigd met uithuiszetting In 2012 werden in Vlaanderen 13.571 huurders bedreigd met uithuiszetting, 800 meer dan in 2011. Veel mensen met een laag inkomen slagen er niet in de huur te betalen. De VVSG herhaalt daarom haar eis om de laagste inkomens op te trekken tot minstens het niveau van de Europese armoedegrens. De OCMW’s doen ook een oproep aan alle verhuurders om in het huurgarantiefonds te stappen dat in 2014 van start gaat. Dat is nu nog te vrijblijvend. De OCMW’s verdienen ook een betere ondersteuning. In 2012 werden in Vlaanderen 13.571 huishoudens bedreigd met uithuiszetting, dat zijn 261 gezinnen per week. Het zijn er bijna 800 meer dan het jaar voordien. Het gaat dan om huurders waarvan de verhuurder naar het vredegerecht stapt om het huurcontract te laten ontbinden, vaak omdat de huur niet betaald wordt. Het vredegerecht verwittigt de OCMW’s in de hoop dat zij nog een oplossing kunnen vinden maar doorgaans is het conflict dermate geëscaleerd dat een oplossing moeilijk wordt. Vaak eindigt het geschil met een uithuiszetting. Mensen komen dan terecht bij familie, vrienden, crisisopvang of ten slotte, de straat. Het inkomen van veel van deze huurders is te laag om basiskosten als huur en energie te betalen. Voor wie van een leefloon of een andere minimumuitkering moet leven, is de huurlast een te grote hap uit het budget. OCMW’s geven ook tussenkomsten in de huur maar dit lost de problemen niet ten gronde op. Bovendien hebben mensen vaak ook andere schulden zoals voor nutsvoorzieningen of ge-

zondheidszorgen. Daarom pleit de VVSG voor een verhoging van de minima tot minstens de Europese armoedegrens. De VVSG doet ook een oproep aan alle verhuurders om toe te treden tot het Huurgarantiefonds dat in 2014 van start gaat. Verhuurders zullen dan 75 euro per huurcontract in dat fonds kunnen storten in ruil voor een (tijdelijke) bescherming tegen wanbetaling van hun huurders terwijl laatstgenoemde zich aan een afbetalingsplan moet houden dat door de vrederechter wordt opgelegd. Om te vermijden dat de ene huurder beter beschermd is dan de andere, zou het goed zijn indien alle verhuurders toetreden. De VVSG pleit er ten slotte voor dat de Vlaamse overheid werk maakt van ondersteuning van de OCMW’s in deze dossiers. De OCMW’s zijn de geschikte partner om mensen met woonproblemen te begeleiden en oplossingen te zoeken, maar investeren in oplossingen, vergt ook een investering in de OCMW’s. Nu is er in geen enkele ondersteuning voorzien. nathalie debast

L117* … een jeugdbibliothecaris op de Boekenbeurs woensdag 6 november van 13 tot 18 uur

gf

Uitgekeken op je leesvoer? Of behoefte aan een privégids? Grijp je kans: *leen eens even een jeugdbibliothecaris om samen op zoek te gaan naar dat ene boek dat écht bij jou past. Gratis en voor niets, op woensdag 6 november van 13 tot 18 uur op de Boekenbeurs in Antwerpen. De Vlaamse Bibliotheken zijn terug op de Boekenbeurs. Niet als standhouder, maar als gids – in vier zalen tegelijk. Dertig jeugdbibliothecarissen uit heel Vlaanderen lenen zichzelf uit aan de jeugdige Boekenbeursbezoeker. Ze peilen naar hun leesinteresse en leeservaring en gaan dan samen op zoek naar een boek naar hun hart. Advies op maat, los van elke commerciële of ideologische druk. Zoals ze dat elke dag doen in de 313 Nederlandstalige openbare bibliotheken van Vlaanderen en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. www.bibnet.be, www.locusnet.be

Zorginstellingen in de diverse takken van het recht Elke verzorgingsinstelling moet wetgeving in acht nemen over bouwvergunningen, milieucer‑ tificaten, vennootschappen, enzovoort. Dit werk geeft een zo volledig mogelijk overzicht van de wetgeving die de verschil‑ lende verzorgingsinstellingen moeten respecteren. Het bundelt, vergezeld van grondig en helder commentaar, alle relevante wet- en regelgeving in verband met zorginstellingen in brede zin, met bijzondere aandacht voor regelgeving voor ziekenhuizen en rusthuizen, en dit ten behoeve van zowel stafleden en bestuurders als hun externe raadgevers. D. Fornaciari, T. Goffin, S. Tack, Wet en duiding: Zorginstellingen in de diverse takken van het recht, Uitgeverij Larcier, Gent, 125 euro tad woons

smal bouwen, ruim wonen 21 inspirerende verbouwmodellen

Brochure: Smal bouwen, ruim wonen De dienst wonen van de Stad Gent stelde een brochure samen met 21 creatieve (ver)bouwmo‑ dellen, die aantonen dat een smalle rijwoning fraai renoveren perfect mogelijk is. De nadruk ligt op licht, lucht en ruimte. De brochure inspireert kandidaatverbouwers voor lichte verbou‑ wingen, zware verbouwingen én nieuwbouw. Elk ontwerp bevat een grondplan per verdieping, een doorsnede van het gebouw, een zicht op de voor- en achter‑ gevel en een driedimensionale kijk op de woning. Bij twaalf ontwerpen staat bovendien een gedetailleerde kostenraming en een berekening van de energie‑ prestaties. www.gent.be/wonen

Lokaal november 2013

43


mens & ruimte afvalbeleid

Composteren krijgt voorrang Net als bedrijven zijn lokale besturen verantwoordelijk voor de correcte inzameling en verwerking van het afval dat vrijkomt bij de werking van hun diensten. Wat doet een gemeente met bladeren, snoeihout, plantenresten en maaisel? Niet alle gangbare praktijken volgen de filosofie van het materialendecreet, de opvolger van het oude afvalstoffendecreet. tekst lieselot decalf beeld stefan dewickere

P

apier en karton op administratieve diensten apart houden, pmd inzamelen in de kantine van de technische dienst of tl-lampen gescheiden houden van het restafval, het zijn hopelijk al ingeburgerde handelingen. Maar bij het beheer van openbaar domein ontstaat ook veel groenafval. Groenafval vermijden en hergebruiken Het materialendecreet verschuift de blik van afvalstoffen naar grondstoffen en materialen. De wetgever geeft de voorkeur aan hergebruik van materialen en past dit ook toe op het groenafval om de biologische kringloop zo veel mogelijk te sluiten. Toegepast op de ladder van Lansink of de afvalhiĂŤrarchie voorkomen we dus in de eerste plaats groenafval door in bloemenperken te kiezen voor vaste

In de bestekken voor de groenwerken kan de gemeente opleggen dat de aannemer verwerkingsbewijzen voor het vrijgekomen groenafval aflevert aan de gemeente.

44 november 2013 Lokaal

planten in plaats van voor jaarlijks te vervangen eenjarige bloemen. Vervolgens is het belangrijk het groenmateriaal zo veel mogelijk te hergebruiken op de plaats waar het ontstaat. Dat kan bijvoorbeeld door paadjes onkruidvrij te houden met verhakseld snoeihout. De volgende trede van de ladder is het gebruik van groenafval om er een nieuw product van te maken. In Vlaanderen is de selectieve inzameling van groenafval voor compostering al jaren ingeburgerd. Onze bodem kan de voedingskwaliteiten die in compost aanwezig zijn goed gebruiken. Enkel in specifieke situaties kan verbranding van groenafval in vergunde installaties toegelaten worden. Verbranding van groenafval in open lucht strookt al helemaal niet met het materialenbeleid, al is de wetgeving

hierover wat gefragmenteerd en onduidelijk. In 2014 zou dit opgelost moeten raken met een verduidelijking en verstrenging in de VLAREM-wetgeving voor het verbranden van afvalstoffen in open lucht. Wel composteren, niet verbranden Veel groendiensten leveren hun groenafval af bij de composteringsinstallatie waar ook het huishoudelijk groenafval naartoe gaat. Dit is het groenafval dat ingezameld wordt op het containerpark of aan huis bij de inzamelrondes voor snoeihout. In veel gevallen is de gemeente zelfs vennoot van de composteringsinstallatie, omdat die opgericht werd en beheerd wordt door de intercommunale voor afvalbeheer waarvan zij deel uitmaakt. Op het containerpark


wordt het groenafval vaak in twee of drie verschillende stromen apart gehouden: fijn materiaal zoals maaisel en bladeren, daarnaast snoeihout en ten slotte grote boomstronken en wortelhout. Opsplitsen heeft een aantal logistieke voordelen. Maaisel moet wegens zijn hoge vochtgehalte zeker tijdens de zomer bijvoorbeeld sneller afgevoerd worden dan wortelhout. Voor de composteringsinstallatie draagt de aparte aanlevering van ver-

verbrandingsverbod geldt voor groenafvalfracties. Snoeihout moet, voor zover het niet als mulchingmateriaal wordt gebruikt, worden afgevoerd naar een composteringsinstallatie. Ook als derden de snoeiwerken uitvoeren, is een gemeente verplicht ervoor te zorgen dat zij bij de afvoer en de verwerking van het groenafval de wetgeving respecteren. In de bestekken voor de groenwerken kan de gemeente opleggen dat de aannemer ver-

Enkel in specifieke situaties kan verbranding van groenafval in vergunde installaties toegelaten worden. Verbranding van groenafval in open lucht strookt al helemaal niet met het materialenbeleid. schillende stromen bij tot de optimale mengeling van groenafval. Door de financiële stimuli voor groene stroom is het de laatste jaren echter financieel interessanter geworden snoeihout aan energieproducenten te verkopen dan het naar de composteringsinstallaties te brengen. In een aantal gevallen heeft de voorsortering van het groenafval op het containerpark of de gemeentelijke werf dus niet alleen de bedoeling om het de composteerder gemakkelijk te maken. Bij grote onderhoudswerken aan laanbomen of parken en natuurgebieden komt veel snoeihout vrij. Ook hiervan is geweten dat het niet altijd bij de composteerders terecht komt. Dit is een overtreding op het Vlarema, het uitvoeringsbesluit van het Materialendecreet, aangezien er een

werkingsbewijzen voor het vrijgekomen groenafval aflevert aan de gemeente. Op sommige momenten kan een composteerder meer houtig materiaal ter beschikking hebben dan hij voor een goede compostering kan gebruiken. Hij kan dit dan zelf afvoeren naar energieproducenten, op voorwaarde dat de OVAM hiervoor een afwijking op het verbrandingsverbod verleent. Compostering draagt bij tot hernieuwbare energieproductie Na onderzoek is enkele jaren geleden gebleken dat een deel van het snoeihout dat ingebracht wordt in het composteringsproces, op het einde overblijft. Bij het zeven van de uitgerijpte compost komt dit materiaal dan naar boven. Dit

wordt zeefoverloop genoemd. Een gedeelte gebruikt men opnieuw in het composteringsproces, maar dit is niet met alle zeefoverloop mogelijk. Uit het onderzoek bleek dat dit hout weinig toegevoegde waarde had voor het composteringsproces. Daarop heeft de Vlaamse overheid besloten dat het overschot aan zeefoverloop kan worden gebruikt voor de productie van hernieuwbare energie. Correcte verwerking groenafval prioriteit bij milieu-inspectie Het illegaal afvoeren van snoeihout voor de productie van groene stroom verontrust de composteerders. Ze vrezen dat ze binnenkort te weinig houtig materiaal binnenkrijgen zodat ze hun groenafval niet meer goed zullen kunnen composteren. Net door de aanwezigheid van hout kunnen de lastiger te verwerken stromen zoals maaisel ook een verwerkingskans krijgen en is de biologische kringloop rond. In samenwerking met de OVAM heeft de milieu-inspectie daarom besloten een reeks controles uit te voeren bij bedrijven die vergund zijn voor de opslag van groenafval. Daaruit blijkt dat sommige bedrijven inderdaad het snoeihout verkopen aan energieproducenten en het zachte materiaal illegaal onderploegen op akkers of het onbeheerd opslaan. Op financieel vlak betekent dit dubbele winst: geen kosten voor de compostering en een opbrengst voor het verkopen van het financieel interessante snoeihout. Lieselot Decalf is VVSG-stafmedewerker afvalbeleid

Oostende houdt zo veel mogelijk groenafval in de biologische kringloop ‘Bij het onderhoud van stra‑ ten, lanen en parken proberen we in eerste instantie een deel van het groenafval ter plaat‑ se te hergebruiken,’ zegt Nick Vermael, diensthoofd bij de directie openbaar domein in Oostende. Enkele taken zijn uitbesteed, zoals het maaien van bermen en het scheren van hagen. In het bestek staat dat de aannemer van die taken

verplicht is om de stad ver‑ werkingsattesten te bezorgen. ‘Dit zou een grote stimulans moeten zijn om dit groenafval in de richting van composte‑ ring te sturen. Het maaien van de sportvelden is uitbesteed aan iemand die dit gras ge‑ bruikt om zijn schapen te voe‑ deren. Het gras van de sport‑ terreinen is een pak schoner dan dat van bermen omdat er

amper zwerfvuil aanwezig is. Je kunt het dus met een gerust hart aan dieren voorschotelen.’ Een aantal andere taken in ver‑ band met groenbeheer doet de stad zelf, zoals bloemenperken aanplanten en bomen rooien. ‘Na het rooien verhakselen we een deel van de takken. Dit hakselhout gebruiken we dan om op bepaalde groenzones de groei van onkruid tegen te

gaan. Ook afgevallen bladeren worden zo om dezelfde reden hergebruikt.’ De grootste tak‑ ken en de stam van de bomen worden verzaagd en verkocht aan de inwoners. Wat niet op‑ nieuw ter plaatse in de kring‑ loop wordt gebracht, gaat naar de composteringsinstallatie van het intergemeentelijk sa‑ menwerkingsverband waar Oostende vennoot van is.

Lokaal november 2013

45


mens & ruimte afvalbeleid

Ontgoochelende voorstellen Fost Plus voor nieuwe erkenning Als het van Fost Plus afhangt, hoeven lokale besturen niet veel verbeteringen te verwachten in het systeem voor inzameling van huishoudelijk verpakkingsafval. Toch kan het volgens gemeenten veel beter. Fost Plus heeft pas zijn erkenning opnieuw aangevraagd maar voegt er weinig vernieuwende voorstellen aan toe. Erger nog, de basisfinanciering van wat gemeenten en intercommunales doen dreigt te verminderen, terwijl er nauwelijks beleidsruimte zou bijkomen voor betere dienstverlening. tekst christof delatter beeld alex verhoeven

F

De pmd-sorteerboodschap blijft voor veel mensen te complex. Gemeenten en intercommunales moeten er onder bedreiging met bestraffing streng op toezien dat alle inwoners het pmd correct sorteren.

46 november 2013 Lokaal

ost Plus staat in voor de uitvoering van de terugnameplicht van huishoudelijk verpakkingsafval. Het verenigt de bedrijven die verpakkingen op de markt brengen en zorgt ervoor dat die aan de wettelijke verplichtingen omtrent verpakkingsafval voldoen. Met de bijdragen van het zogenaamde groene punt die Fost Plus bij zijn leden int, zet het zijn dienstverlening op: de selectieve inzameling en recyclage van verpakkingsafval. Een belangrijk element daarin is de samenwerking met de gemeenten en intercommunales. Fost Plus vergoedt de gemeenten en intercommunales voor de inzameling, sortering en recyclage van glas, pmd en de verpakkingsfractie in het papier en karton. De precieze spelregels van de samenwerking tussen lokale besturen en Fost Plus worden door de drie gewesten samen vastge-


legd in een vijfjaarlijkse erkenning. Deze zomer diende Fost Plus een aanvraag in om zijn erkenning te vernieuwen voor de periode 2014-2018. Die aanvraag wordt wellicht niet zo rampzalig als die andere grote ‘14-18’, maar vrolijk worden we er toch niet van. De samenleving evolueert, Fost Plus niet. Gemeenten en intercommunales stellen de laatste jaren belangrijke evoluties vast. De bevolking vergrijst en verkleurt. De traditionele communicatie en dienstverlening laten stilaan van hun pluimen. Diverse doelgroepen blijken moeilijker bereikbaar dan vroeger of dan gedacht. Fost Plus verplicht lokale besturen de inzameling van verpakkingsafval strak te organiseren. Ook wie om gegronde redenen afwijkt van de voorgeschreven scenario’s krijgt hiervoor geen behoorlijke vergoeding. Glasbollen zijn bijvoorbeeld een performant systeem om glas in te zamelen, maar trekken tegelijk allerhande ander afval aan. De pmd-sorteerboodschap blijft voor veel mensen te complex. Gemeenten en intercommunales moeten er onder bedreiging met bestraffing streng op toezien dat alle inwoners het pmd correct sorteren. Achteraf blijven ze echter vaak met geweigerde zakken zitten die op straat blijven slingeren. Hoe dichter bevolkt de zone, hoe groter dit probleem. Het ruimtelijk beleid in Vlaanderen zet om diverse redenen net in op verdichting. De problemen vanwege de moeizame inzameling van verpakkingsafval worden er dus niet minder op. Als antwoord op die tendensen schroeft Fost Plus de nu al ontoereikende basisfinanciering terug. Afwijkingen op de basisscenario’s worden onderworpen aan zeer strenge voorwaarden. Voor het broodnodige scala aan communicatieacties is geen groei gepland. Meer centen voor wie meer opruimt? Voor de algemene administratieve opvolging van de inzameling van verpakkingsafval ontvangen intercommunales een algemene vergoeding die forfaitair wordt berekend, de zogenaamde ‘vergoeding voor kosten voor projectopvolging’. Met die centen moeten gemeenten en intercommunales onder meer de pro-

blemen en klachten betreffende geweigerde pmd-zakken opvolgen. Belangrijk detail: die vergoeding houdt geen rekening met de kosten die lokale besturen hebben voor het opruimen van de geweigerde pmd-zakken. Ze is met andere woorden nu al ontoereikend. Desondanks stelt Fost Plus voor die vergoeding nog te verlagen. De vereniging van de verpakkers stelt voor om lokale besturen die erin slagen het percentage slecht gesorteerd pmd laag te houden, extra cen-

de basisdienstverlening behoren. Terwijl uit analyses al is gebleken dat de burger daar het vaakst papier en karton en pmd naartoe brengt. Fost Plus is wel bereid de container en de afvoer van het containerpark te blijven financieren, maar het wil duidelijk af van de (nu fors ontoereikende) vergoeding die het geeft voor het gebruik van dat containerpark. Fost Plus toont in zijn aanvraag nauwelijks intenties om vernieuwende inzamelscenario’s te accepteren. De inter-

De inzamelscenario’s blijven zo goed als ongewijzigd. Wel is Fost Plus van oordeel dat de containerparken niet langer tot de basisdienstverlening behoren. ten te geven. Die bonus-malusregeling wil Fost Plus ook toepassen voor wie erin slaagt de sites met de glasbollen netjes te houden. Wie meer energie steekt in het weigeren van zakken met te veel ander afval, krijgt dus een hogere premie. De keerzijde van de medaille is wellicht dat in dergelijke gevallen de opruimkosten van geweigerde pmd-zakken ook zullen stijgen. De bonus/malus voor glas komt in de plaats van de huidige (ontoereikende) tien cent per inwoner per jaar die intercommunales krijgen voor extra inspanningen voor het rein houden van de glasbolsites. Van een te lage maar zekere forfaitaire vergoeding wil Fost Plus dus overschakelen op een hogere maar zeer onzekere premie, die gebaseerd is op toevalligheden. De netheid van de sites wordt namelijk steekproefgewijs om de zoveel maanden opgevolgd. Is de site toevallig net daarvoor schoongemaakt, kan de premie meevallen. Maar evengoed kan ze zwaar tegenvallen als een onverlaat net daarvoor een sofa naast de glasbol heeft gedumpt. En van gemeenten en intercommunales verwacht Fost Plus daarenboven dat ze in de toekomst een deel van die (ontoereikende) vergoeding doorstorten aan de ophaler. Verpakkingen inzamelen bij hoogbouw en op het containerpark De inzamelscenario’s blijven zo goed als ongewijzigd. Wel is Fost Plus van oordeel dat de containerparken niet langer tot

communale Interza testte de afgelopen jaren met succes speciale containers voor hoogbouw, met specifieke inwerpopeningen. Fost Plus wil die nu ook elders toelaten, maar enkel in de ‘steden’. Nochtans komen allerhande vormen van dichte bebouwing en hoogbouw overal in Vlaanderen voor. De verdere uitrol van ondergrondse inzamelcontainers als alternatief voor de visueel storende bovengrondse glasbol komt nauwelijks ter sprake. De toenemende ergonomische problemen bij de papier- en kartoninzameling blijken niet van tel: ruimte om na te denken over de introductie van een recipiënt voor papier en karton is er niet. Of althans, toch niet met financiering door Fost Plus. Geen extra inspanning voor communicatie Voor communicatie stelt Fost Plus hetzelfde bedrag voor als vijf jaar geleden. Ondertussen zijn er wel al vijf indexaanpassingen geweest. Het voorstel van Fost Plus voor de periode 2014-2018 is met andere woorden lager dan wat nu van toepassing is. Toch weet iedereen dat om dezelfde resultaten te blijven halen, de communicatie-inspanningen de komende jaren zullen moeten toenemen. De bevolking diversifieert. Sommige doelgroepen zijn moeilijker bereikbaar. Blijven werken met de traditionele kalenders, folders en websites is ontoereikend, en nieuwe mogelijkheden moeten worLokaal november 2013

47


mens & ruimte afvalbeleid

De ergonomische problemen bij karton- en papierinzameling nemen toe.

hoging van de vergoede opruimbeurten van de glasbolsites (nu beperkt tot eenmaal per week). Nochtans zijn dat gefundeerde wensen uit het werkveld dat dagelijks verpakkingsafval inzamelt.

den onderzocht. Eigenlijk zijn meer inspanningen nodig in plaats van de door Fost Plus voorgestelde afbouw. Ten slotte legt Fost Plus zelf ook weinig

complexiteit van de sorteerboodschap te doen. Fost Plus vertoont weinig ambitie en verbintenissen tegenover de eigen leden-verpakkers. Geen spoor van een

We missen voorstellen om bijvoorbeeld het probleem met sluikstorten rond glasbollen weg te werken, of ideeën om iets aan de complexe sorteerboodschap te doen. ondernemingszin aan de dag. We missen voorstellen om bijvoorbeeld het probleem met sluikstorten rond glasbollen weg te werken, of ideeën om iets aan de 48 november 2013 Lokaal

mogelijke structurele uitbreiding van de plasticfractie in de blauwe zak, van de mogelijke introductie van een sorteerlogo op verpakkingen of van een ver-

Een lichtpuntje Voor de zogenaamde artikel 8-stromen verhoogt Fost Plus zijn vergoeding van de (fors ontoereikende) 50% van de referentiekosten naar (een ontoereikende) 100% van die berekende referentiekosten. Het gaat om ‘extra’ verpakkingen die gemeenten vaak inzamelen op de containerparken, zoals piepschuim of bloempotjes. Die vergoeding blijft men wel berekenen als een gemiddelde van de allerlaagste prijzen, en dus blijft de mate waarin ze echt de gemiddelde reële kosten vertegenwoordigt sterk bediscussieerbaar. En voor gemeenten die glas aan huis inzamelen omdat ze van geen bollen willen weten, verhoogt Fost Plus marginaal haar bijkomende vergoeding boven op de referentiekosten. Die vergoeding blijft niettemin duidelijk onder de effectieve kosten voor glasinzameling aan huis. Kortom: de erkenningsaanvraag van Fost Plus is een ontgoochelend document. Nauwelijks vernieuwing, verdere beperkingen inzake dienstverlening en een afname van de basisfinanciering. Die voldeed in het verleden eigenlijk al niet voor tal van activiteiten die nochtans rechtstreeks te maken hebben met de inzameling van het huishoudelijke verpakkingsafval. De gewesten wacht nu de moeilijke opdracht om voor het einde van dit jaar tot een eensgezinde visie te komen. Het einddocument zal hopelijk een kiem bevatten voor de versterking van de inzameling van verpakkingsafval. En het zal hopelijk het principe ‘de vervuiler betaalt’, in dit geval de producent van verpakkingen, eer aan doen. Christof Delatter is VVSG-stafmedewerker afvalbeleid


Public waste PartnershipS: u wint drie keer! U wilt het afvalbeheer in uw gemeente doeltreffend en professioneel aanpakken? Dát verwachten de inwoners van u. De milieuoverheid eist dat u haar wetgeving naleeft. Specialistenwerk dus. U kunt twee dingen doen. Ofwel gaat u in zee met een partner die alle lasten van u overneemt. Ofwel houdt u een deel van het werk in eigen beheer. Twee perfecte oplossingen! Wanneer u kiest voor Indaver en haar Public waste PartnershipS wint u op drie vlakken: ■

■ ■

U krijgt de beste oplossingen voor de verwerking van uw afval, organisatie en verwerkingsinstallaties. U bepaalt in alle vrijheid op welke manier u met ons wilt samenwerken. U bewaart zelf de controle over de opdracht.

Lees meer op onze website of neem contact met ons op voor meer uitleg. info@indaver.be

Tel. +32 15 28 80 24

www.indaver.be www.indaver.com

Toonaangevend in duurzaam afvalbeheer


mens & ruimte ruimtelijk beleid

Verder dan de eigen grens

Er zijn almaar meer Antwerpenaars. Om hen te kunnen huisvesten moet de stad verdichten en ook over de eigen stadsgrens durven kijken. Niet alleen Antwerpen staat voor dit ruimtelijke vraagstuk, het is exemplarisch voor de evolutie van de stedelijke kernen in Vlaanderen. tekst koen raeymaekers beeld stad antwerpen

S

inds 2006 is het Ruimtelijk Structuurplan Antwerpen het richtinggevende kader voor de ruimtelijke projecten in Antwerpen en voor de werking van de stedelijke administratie. Na zeven jaar heeft het plan zijn deugdelijkheid meer dan bewezen. Toch is het aan een update toe. Er zijn maatschappelijke veranderingen die bij de opmaak van het structuurplan niet voorzien konden worden. Zo ligt de verwachte toename van de Antwerpse stadsbevolking een pak hoger dan oorspronkelijk berekend: tegen 2030 worden er 100.000 nieuwe inwoners verwacht. En ook op het vlak van ecologie, gezondheid, geluid en luchtkwaliteit heeft onderzoek de laatste tijd aandachtspunten opgeleverd die in 2006 nog niet bekend waren. Onderzoek naar een verdere duurzame stadsverdichting en -vernieuwing drong zich dus op.

50 november 2013 Lokaal

Naar de vernevelde stadsrand Omdat de stad binnen de Singel de laatste decennia onder impuls van projecten als Stad aan de Stroom en Culturele Hoofdstad van Europa een ware renaissance heeft meegemaakt, komt die ei-

heen gekeken, naar de vernevelde stadsrand, die niet echt ‘stad’ maar evenmin echt ‘buiten’ is. Een wereld die je nog het best als een lappendeken kan omschrijven, met een eigen morfologie, waar nog wel plaats voor verdichting is. Een wereld die in de loop van de vorige eeuw grotendeels vorm kreeg door de collectieve woondroom van een eigen ‘huis-tuingarage’ en waar volledig andere accenten liggen dan in de binnenstad. De genereuze aanwezigheid van sportvoorzieningen en open groene ruimte is daar slechts één voorbeeld van.

Voor het eerst wordt er over de Ring en de administratieve stadsgrenzen heen gekeken, naar de vernevelde stadsrand, die niet echt ‘stad’ maar evenmin echt ‘buiten’ is. genlijk niet meer in aanmerking voor een nog verdere verdichting. De gerenoveerde historische kern en 19de-eeuwse gordel binnen de Singel raken zo stilaan vol. Voor het eerst wordt er dus over de Ring en de administratieve stadsgrenzen

Onder de naam LaboXX hebben de dienst Stadsontwikkeling en het team Stadsbouwmeester onlangs een oproep gelanceerd voor ontwerpend onderzoek naar die diffuse 20ste-eeuwse wijkengordel rond Antwerpen. LaboXX ver-


enigt in dat ontwerpend onderzoek twee doelstellingen: een verdichtingsstrategie uitwerken met het oog op de komende bevolkingsaangroei en een ruimtelijke visie ontwerpen voor de stadsvernieuwing van de 20ste-eeuwse gordel. De oproep komt geen minuut te vroeg. Er begint de laatste tijd van alles te bewegen in de voorstad – merkwaardig genoeg vooral naar aanleiding van allerlei mobiliteitsprojecten. De ‘vertramming’ en ‘verfietsing’ van verschillende randzones begint hier en daar tot duurzame ontsluiting te leiden. Deze evolutie

wordt voorlopig nog niet beantwoord door stedenbouwkundige vernieuwingsprojecten. Er is dus dringend een coherente langetermijnvisie nodig voor de vernieuwing (én verdichting) van dit gebied, waarvan de eerste generatie inwoners stilaan uitsterft. Een complete metamorfose Omdat de opdracht voor LaboXX een open onderzoeksvraag is, blijven eindconclusies en verdere uitwerkingen voorlopig nog onzeker. Deze specifieke formule van ontwerpend onderzoek is

De 20ste-eeuwse suburbia-gordel zal zich moeten klaarmaken voor de transformatie naar een multiculturele stad met betaalbare woningen.

in ieder geval een erg dynamisch proces. Uit alle kandidaten worden vier ontwerpteams geselecteerd. Elk team moet een realistische verdichtingsstrategie en stadsvernieuwingsvisie uitwerken en brengt zijn eigen ‘bril’ mee naar de onderzoekstafel. De selectieprocedure is ondertussen begonnen. Op de Werelddag voor Stedenbouw zal Antwerps stadsbouwmeester Kristiaan Borret de ontwerpteams bekendmaken die aan het ontwerpend onderzoek zullen meewerken. Wat de uitkomst ook moge zijn, de onderzoekers moeten in ieder geval rekening houden met een paar prangende vragen. Zoals de al vermelde stijgende huisvestingsbehoeften – volgens één raming zou het gaan om 30.000 tot 50.000 woningen, waarvan er zo’n 17.500 à 37.500 door de stadsrand opgevangen

advertentie

Graven doe je met zorg !

Vermijd schade aan kabels en leidingen

Denk aan je veiligheid en die van anderen

Beperk hinder tot een minimum

Lees onze brochure op www.eandis.be > Leveranciers

9030671_Kabelbeschadiging_b186xh130.indd 1

05-02-13 2013 14:16 Lokaal november 51


mens & ruimte lokale raad

mens & ruimte ruimtelijk beleid

Wat is er nu aan van de klimaatverandering en welke onmiddellijke gevolgen kan dit hebben voor het gemeentelijke beleid? Het International Panel on Climate Change (IPCC) stelt dat de opwarming van het klimaat ondubbelzinnig vast staat. Het IPCC is een wereldwijde samenwerking van wetenschappers. Op 27 september 2013 werd een samenvatting voor beleidsmakers gepubliceerd. Voor de gemeenten is een belangrijk gevolg dat we rekening zullen moeten houden met heviger neerslag bij het ontwerpen van de publieke ruimte en onze regenwaterinfrastructuur want het verschil in neerslag tussen droge en natte regio’s en tussen natte en droge seizoenen zal toenemen. Deze veranderingen in de globale watercyclus zullen niet uniform zijn. Extreme neerslag zal tegen het einde van de eeuw zeer waarschijnlijk meer frequent en meer intens voorkomen in de meeste landmassa’s in de middelste breedtegraden (dus ook België) en in de natte tropische regio’s. Op basis van neerslagmetingen in Ukkel wordt tijdens de laatste twintig jaar in Vlaanderen al een stijging van de extreme neerslag vastgesteld in de winter. Ook berekenden wetenschappers van de KULeuven dat de zomerbuien intenser zullen worden, waardoor de kans op wateroverlast uit de regenwater - en rioolsystemen en de regenwatergevoelige waterlopen zal vergroten. Het ter plaatse vasthouden en infiltreren van het regenwater is een van de mogelijke maatregelen bij deze zomeronweders.

Mail uw vraag over aanpassin-

gen aan de klimaatveranderingen naar christophe.claeys@vvsg.be

52 november 2013 Lokaal

Gent 12 november

Werelddag voor Stedenbouw: Waar ligt de grens? De verdichting van de Antwerpse gordel is maar één van de vele verhalen die op de Werelddag aan bod komen. Ook David Miet zal praten over verdich‑ tingsscenario’s voor de stadsrand. Grensverleggend ruimtegebruik zien we in IBA Parkstad, werken rond openbaarvervoersknooppunten in Zwitserland en in Vlaanderen. Maar er zijn ook nieuwe strategieën voor het niemands‑ land van de open ‘restruimten’. En hoe staat het met intergemeentelijke bedrijventerreinen en de bedrijvigheid in de stad? Ook het dorp en de stad van de 21ste eeuw staan in de spots. www.vrp.be

zouden moeten worden. En dan is er ook de ingrijpende verschuiving in de bevolkingssamenstelling. Volgens de prognoses verschuift de verhouding autochtoon/allochtoon van de huidige 67/33 naar 40/60. Nu de vernieuwde binnenstad opnieuw als een magneet begint te werken op een kapitaalkrachtige, overwegend ‘Vlaamse’ middenklasse, is het gevaar niet denkbeeldig dat stijgende huisprijzen de sociaal zwakkere bevolkingsgroepen naar ‘buiten’ zullen drijven. De 20ste-eeuwse suburbia-gordel zal zich dus ook moeten klaarmaken voor de transformatie naar een multiculturele stad met betaalbare woningen. Ter vergelijking: Bernardo Secchi en Paola Viganó, de auteurs van het Ruimtelijk Struc-

tuurplan Antwerpen, omschreven dit gebied destijds als ‘een territorium van bewoonde plekken met problemen van verval, veroudering en segregatie’. Er is dus werk aan de winkel voor LaboXX. Dit is allerminst een exclusief Antwerpse aangelegenheid. De 20ste-eeuwse ‘tussenstad’, die uitgerafeld ligt tussen de historische stadskernen en de verkavelingswijken, vind je overal in Vlaanderen terug. Misschien niet als een heuse ‘gordel’ zoals in Antwerpen, maar toch duidelijk herkenbaar en met een gemeenschappelijke behoefte aan transformatie. Koen Raeymaekers is hoofdredacteur van Ruimte (VRP)


mens & ruimte praktijk

BRUGGE - Mensen met dementie willen graag zo lang mogelijk deel blijven uitmaken van de maatschappij. Ze willen blijven meetellen, aangesproken worden, volwassen benaderd worden. Mensen met dementie en hun mantelzorgers kunnen dit niet alleen. Ze hebben de hulp van vrienden en familie nodig, maar ook van vertrouwde personen zoals handelaars en de loketbedienden van de bank, de post of het gemeentebestuur. De documentaire Klant blijft Koning geeft weer wat zij voor mensen met dementie kunnen betekenen.

De klant blijft koning, ook met dementie

layla aerts

Klant blijft koning toont wat een dementievriendelijke lokale economie kan betekenen en brengt de relatie van de handelaar met de persoon met dementie in beeld.

Het Expertisecentrum Demen‑ tie Foton, het overlegplatform dementie, het samenwer‑ kingsinitiatief eerstelijnsge‑ zondheidszorg (SEL) en het stadsbestuur van Brugge hebben de handen in elkaar geslagen om van Brugge een dementievriendelijke stad te maken en het taboe omtrent dementie te doorbreken. ‘Als stadsgemeenschap kunnen we deze ziekte helpen dragen,’ zegt schepen Martine Matthys. ‘Verenigingen, buurtwinkels, supermarkten, plaatsen van openbare dienstverlening, cafés en restaurants kunnen

ervoor zorgen dat mensen met dementie erbij blijven horen.’ Al deze personen kunnen helpen om de ziekte draaglijker te maken. ‘Veel medewerkers uit de dienstensector en han‑ delaars gaan al goed om met mensen met dementie en dat verdient ook een vermelding,’ zegt Claire Meire, consulent bij Foton Brugge. ‘Vriendelijk‑ heid kost geen geld en mensen met dementie waarderen dat even sterk als andere klanten. Maar ze hebben soms bijzon‑ dere behoeften. We willen de handelaars, de winkeliers en de dienstensector daarom uitno‑

digen solidair met hen te zijn.’ De gloednieuwe documen‑ taire Klant blijft Koning vertelt in vier korte, levensechte verhalen wat handelaars en winkeliers kunnen betekenen voor mensen met dementie en hun omgeving. Ivan blijft trouw zijn vaste café bezoeken waar hij altijd zijn middagpauze nam toen hij nog in de haven werkte. Christiane gaat nog steeds naar haar vaste kapster die met haar ook over vroeger praat. Met een hulpbriefje gaat Frans naar de apotheek zijn medicijnen halen. Nico haalt nog elke dag zijn krant ondanks

het feit dat hij moeite heeft om zijn geld te vinden. Klant blijft koning toont wat een dementievriendelijke lokale economie kan beteke‑ nen en brengt de relatie van de handelaar met de persoon met dementie in beeld. De film nodigt handelaars, winke‑ liers en horeca-uitbaters uit om de raamsticker van de geknoopte zakdoek in hun zaak aan te brengen als teken van solidariteit. Hij situeert zich in Brugge maar is inspirerend voor elke gemeente in België, Europa en wereldwijd. Daarom is de twintig minuten durende documentaire ondertiteld in het Nederlands, Engels, Frans en Duits. Ze is een realisatie van Foton, Expertisecentrum Dementie en initiatief van Familiezorg West-Vlaanderen vzw. veerle baert

De dvd bestellen kan bij fotondoc@dementie.be, Expertisecentrum Dementie Foton, Biskajersplein 2, 8000 Brugge, T 050-44 67 93 De dvd kost 15 euro, exclusief eventuele verzendingskosten. Er is een voordeeltarief voor grotere afnames.

Lokaal november 2013

53


mens en ruimte vrije tribune

Op maandag 7 oktober viel een deprimerend bericht in de mailboxen van de lokale milieuambtenaren. De milieumail van de VVSG kopte: ‘Geen milieuconvenant meer’. Daarmee valt het doek over een instrument dat al sinds 1991 richting geeft aan het lokale milieubeleid.

Lokaal milieubeleid in de steek gelaten

vrije tribune

D

at het milieuconvenant of ‘samenwerkingsovereenkomst’, zoals het instrument sinds 2002 heette voor verbetering vatbaar was, is een understatement. Er bestaat geen gemeentelijke milieuplanner die zich niet geërgerd heeft aan de overmaat aan regels en regeltjes voor allerhande inhoudelijke en procedurele zaken. Daar waar van gemeentes verwacht wordt dat ze integraal werken, zag de behandelende Vlaamse ambtenaar dikwijls enkel zijn eigen kokertje. Veel milieuambtenaren zullen niet rouwig zijn dat het schrijfwerk en de administratieve formaliteiten wegvallen. Maar de financiële ondersteuning die dit convenant voor het lokale milieubeleid bood, was natuurlijk wel welkom. Tegenover de basisverplichtingen stond een forfaitair bedrag, dat hielp om het basisniveau aan milieubeleid van de lokale besturen op te krikken en stabiel te houden. In gemeentes die via het onderscheidingsniveau een duurzaamheidsambtenaar aan het werk konden zetten, zagen allerhande interessante initiatieven het licht. Want een goed milieubeleid is dikwijls meer een kwestie van ‘tijd kunnen besteden aan’ dan ‘geld hebben voor’. Menig milieuambtenaar heeft ook interessante projecten op het budget kunnen krijgen met de wortel van de projectsubsidie uit de samenwerkingsovereenkomst. In de huidige tijden van besparingen dreigt deze stopzetting belangrijke gevolgen

54 november 2013 Lokaal

te hebben voor het lokale milieubeleid. Nochtans was een opvolger voor de samenwerkingsovereenkomst al aangekondigd, weliswaar in een soort welles-nietesspelletje. De afschaffing van het milieuconvenant kwam voor het eerst ter sprake in het witboek interne staatshervorming, waarbij het geld van het convenant zou gaan naar milieuhandhaving op Vlaams niveau en subsidiëring van rioleringswerken (waar dit bedrag een druppel op een hete plaat vormt). Die intentie kwam daar onverwacht uit de lucht vallen, waarschijnlijk een ingeving van het moment in een of andere nachtelijke vergadering. In elk geval was hierover vooraf geen enkele vorm van overleg met de gemeenten. Bovendien miste de milieusector even later de boot van de beleids- en beheerscyclus. Om de planlasten te verminderen stelde Vlaanderen voorop dat alle rapportage en ondersteuning via dit kanaal zou kunnen verlopen. Maar waar sectoren als sport, cultuur en jeugd wel aan bod kwamen, werd milieu niet in de BBC opgenomen. Na veel protest beloofde de minister kort daarna toch met een deel van de beschikbare middelen een soort ‘milieuconvenant light’ te maken. Behalve dat het onaangenaam was dat het over beperktere middelen ging, was het nieuwe concept eigenlijk wel verdedigbaar. Het zou een projectenveloppe worden, met een bedrag dat elke gemeente kon inzetten op

zes door Vlaanderen geselecteerde thema’s. De projecten moesten een voldoende schaalgrootte hebben en een duidelijke impact. Het bood de kans om duidelijke en eigen beleidskeuzes te maken, op maat van de eigen gemeente, met beperkte administratieve formaliteiten. Een verademing na het puntjes sprokkelen met kleine initiatieven en van alles wel iets doen, zoals het vroeger dikwijls was. Maar de Vlaamse regering gooit toch het kind met het badwater weg en brengt het al uitgewerkte en aangekondigde alternatief niet op de agenda. Van behoorlijk bestuur gesproken… Vlaanderen rekent nu op de maturiteit van het lokale beleid om het thema milieu niet te laten vallen. Waar geëngageerde ambtenaren actief zijn, en een beleidsploeg die niet alleen over duurzame ontwikkeling praat omdat het nu eenmaal hip is, hoeven we wellicht niet te pessimistisch te zijn. Maar in veel andere gemeenten zal het belang van het milieubeleid wellicht pijlsnel dalen. In een periode waarin het steeds duidelijker wordt dat we onze aarde aan het opsouperen zijn, is deze Vlaamse beleidskeuze niet uit te leggen. Het lokale milieubeleid wordt zo in de steek gelaten. Maarten Tavernier is diensthoofd milieu in een West-Vlaamse gemeente en schreef dit opiniestuk in eigen naam.


NIEUW IN HET VVSG-POLITEIAFONDS!

EUROPA, KANSEN VOOR LOKALE BESTUREN In deze nieuwe pocket gaat auteur Betty De Wachter dieper in op de mogelijkheden die Europa biedt aan lokale besturen. Uiteraard komen Europese subsidies aan bod, maar er wordt vooral op een praktische manier en met voorbeelden nagegaan hoe besturen te werk kunnen gaan om een Europese financiering van hun projecten te verkrijgen. Betty De Wachter wijst er echter op dat Europa meer is dan centen alleen en legt uit hoe de Europese regelgeving elke dag rechtstreeks of onrechtstreeks invloed uitoefent op de lokale agenda. Ten slotte licht de auteur een tipje van de sluier op wat betreft toekomstige Europese programma’s zoals de Europese structuurfondsen, het Plattelandsontwikkelingsfonds, Horizon 2020 enzovoort.

BESTELKAART

Ja, ik bestel

De pocket geeft een antwoord op vragen zoals: • Hoe kunnen gemeenten samenwerken om Europese programma’s uit te voeren? • Welke stappen moet een lokaal bestuur ondernemen bij het indienen van een Europees project? • Met welke valkuilen moet u rekening houden? • Waarom is een subsidiescan nuttig? • Welke programma’s zijn interessant voor lokale besturen?

Doelgroepen: Burgemeesters, schepenen, gemeente- en OCMW-secretarissen, medewerkers van de gemeentelijke dienst cultuur, jeugd, internationaal, lokale economie, AGB’s, intercommunales…  Bekijk de volledige inhoudstafel op www.politeia.be. Auteur Betty De Wachter is diensthoofd en stafmedewerker VVSGinternationaal.

....... ex. van Europa, kansen voor lokale besturen*, ISBN 978-2-509-01794-9, 25 euro* per ex. voor VVSG-leden (29 euro* per ex. voor niet-leden)

Naam: ...............................................................................................

Uitgeverij Politeia Ravensteingalerij 28 1000 Brussel

Datum en handtekening

Functie: ............................................................................................ Bestuur/Organisatie: ......................................................................... Tel.: .................................................................................................. E-mail: ..............................................................................................

Fax: 02 289 26 19 Tel.: 02 289 26 10 Of bestel via website: www.politeia.be e-mail: info@politeia.be

Adres: ............................................................................................... BTW: .................................................................................................

* Prijzen btw inclusief en exclusief verzendingskosten. Prijzen geldig tot 31.12.2013. Consulteer www.politeia.be voor actuele prijzen. Uw gegevens worden door ons in een bestand bijgehouden en niet aan derden doorgegeven. Overeenkomstig de wet op de privacy heeft u inzage- en correctierecht.

Lokaal november 2013

55


Publilink Explore Convergent dienstenplatform voor de overheid

Š Belgacom 2013. Belgacom NV van publiek recht, Koning Albert II-laan 27, B-1030 Brussel.

Elke dag meer mogelijkheden


beweging actualiteit

stefan dewickere

stefan dewickere

stefan dewickere

stefan dewickere

stefan dewickere

Dienstverlening: heel veel durf en inspiratie

Ruim 400 durvers in dienstverlening tekenden present op de inspiratiedag over dienstverlening op 10 oktober in Gent. Tof Thissen, directeur van het Nederlandse Kwaliteitsinstituut Nederlandse Gemeenten, legde meteen de lat hoog. ‘Betrokken en nabij, maar slim georganiseerd,’ zo moet dienstverlening zijn. Houthalen-Helchteren, Oostkamp, Gent en Genk presenteerden hoe ze deze visie concretiseren in hun nieuwe dienstverleningsconcept. Beerse, Geraardsbergen, Geel en anderen inspireerden dan weer met toonaangevende praktijken op het vlak van lokaal sociaal beleid en vrije tijd. Bovenal werden concrete strategieën en methodieken uitgewisseld: servicedesign (Izegem), kwaliteitsmanagement en lean (Waregem), procesefficiëntie (Mechelen), van website naar digitaal platform (Antwerpen), de I-scan om informatie te stroomlijnen (Gent) of coproductie van dienstverlening met burgers (Sint-Niklaas). Als het op dienstverlening aankomt, hanteren lokale besturen een hoge standaard. Een dag met veel enthousiaste mensen. ‘Naar huis met een hoofd vol ideeën voor onze gemeentelijke dienstverlening. Graag nog een koffertje met tijd mee om alle nieuwe ideeën uit te voeren,’ tweette Hilde Mariën, gemeentesecretaris van SintKatelijne-Waver. Met dank aan de partners Design Vlaanderen, Belgacom, Mechelen en Eandis. mattie jacobs

Lokaal november 2013

57


beweging netwerk

We willen zo veel mogelijk van elkaar leren Drie keer per jaar komt het netwerk van Vlaamse preventieambtenaren samen bij de VVSG in Brussel. VVSG-stafmedewerker Nadja Desmet vroeg de Brugse preventieambtenaar Koen Timmerman om in Lokaal hun verhaal te vertellen. De kracht van dit netwerk schuilt in het uitwisselen van de praktijkervaring die dan de basis wordt voor de belangenbehartiging. tekst marlies van bouwel beeld stefan dewickere

58 november 2013 Lokaal

Nadja Desmet is VVSG-stafmedewerker veiligheid

‘Eind 2010 was er geen duidelijkheid over de voortzetting van de strategische veiligheids- en preventieplannen. Daardoor dreigden ook de contracten van de preventieambtenaren stopgezet te worden. We kregen allerlei signalen van hen, dus hebben we het initiatief genomen om iedereen eens uit te nodigen. Die eerste vergadering zijn we met een blanco blad begonnen: wat verwachten jullie van het netwerk, wie wordt voorzitter? Het komt erop neer dat ik nu onze drie bijeenkomsten per jaar modereer en dat we samen de agenda opmaken. Op die eerste vergadering hebben we ook een lijst opgesteld met thema’s en die werken we nog altijd verder af. Omdat het toen niet duidelijk was hoe lang de financiering nog zou lopen, was er dringend lobbywerk vandoen. Om de belangen van de lokale besturen goed te behartigen heb je gegevens nodig. Door samen te komen ken ik de verhalen uit de praktijk en als het kabinet me dan vraagt om concreet te formuleren wat er stroef loopt, kan ik zo uit de losse pols de situatie in een van onze gemeenten vertellen. Er komen zo veel thema’s op ons af, in het netwerk kun je dan de toetsing doen: in welke mate spelen die thema’s ter plaatse echt wel of niet zozeer? Er is veel mogelijk

op het vlak van overlast- en criminaliteitspreventie. We kijken veel meer beleidsmatig dan puur juridisch, we zoeken goede praktijken op en brengen mensen eventueel met elkaar in contact. Of neem de BBC, waarvoor de lokale besturen nu volop overuren draaien. De federale overheid weet niet wat de BBC voorstelt, Vlaanderen stelt de regels op waarmee de lokale besturen moeten werken. We brengen dat thema op het netwerk en je ziet hoe verhelderend het werkt te horen hoe andere gemeenten ermee omgaan, welke logica zij gebruiken. Soms relativeert dat ook de dingen. We volgen de methodiek van het netwerk, de mensen geven zelf de input, de VVSG komt hier niet met informatie, we proberen wel een dynamiek te stimuleren zodat de preventieambtenaren met elkaar contact leggen en houden. Als ik me overbodig kan maken, ben ik geslaagd. Anderzijds haal ik uit het netwerk zelf de nodige input voor mijn lobbywerk en voor de samenwerking met VVSG-collega’s die met andere thema’s bezig zijn, bijvoorbeeld afval, drugs of integratie. En in het handboek gemeentelijke administratieve sancties steek ik de ervaringen en beleidsvisie van de preventieambtenaren.’


Koen Timmerman is preventieambtenaar in Brugge

‘Vijftien jaar geleden werd ik preventieambtenaar in Brugge. En net zoals mijn collega’s heb ik het altijd druk. Jarenlang hebben we op ons eigen eilandje het warme water uitgevonden, er waren maar weinig gelegenheden om elkaar te zien. We hadden gehoopt dat de federale overheid die ons financiert, aandacht zou hebben voor regelmatige ontmoeting. Dat gebeurde in de beginperiode nog af en toe, maar gaandeweg vervaagde het helemaal. Er was behoefte aan een breder forum om kennis en meningen uit te wisselen. Vier jaar geleden stelde de VVSG dan dit collega-netwerk voor en het was meteen een schot in de roos. Het beantwoordde aan een zeer concrete behoefte om samen standpunten te bepalen. In die tijd was er nogal wat onzekerheid over de federale financiering van ons werk. Je kon als gemeente dan wel een ongeruste brief sturen maar er was toen een veel krachtiger signaal nodig. Onder de koepel van de VVSG was het beter om met een gezamenlijk standpunt naar buiten te komen. Bovendien stonden we zo mee op de eerste rij en kregen we meteen alle informatie uit eerste hand. Bovendien is de ambtelijke logica van de federale of Vlaamse overheid vaak niet eenvoudig in overeenstemming te brengen met de lokale realiteit. Die bekommernissen van ons moeten meegenomen worden naar boven, naar de administraties of tot bij de minister. Dat doet Nadja. Tegelijkertijd is dit een soort intervisiegroep, we kunnen samen stoom aflaten over gezamenlijke frustraties en bekommernissen of inspireren elkaar over goede praktijken. En het fijne is dat de VVSG dan vraagt of ze iets moet doen met die bezorgdheden. Soms wel, soms niet, zo dringt de minister bijvoorbeeld aan om te werken aan radicalisering, maar dat blijkt in heel wat gemeenten toch geen echt probleem te zijn. Nadja kan vanuit dat overzicht mee helpen wegen op de beleidskeuzes bij de federale overheid. Op zo’n dag leer ik veel bij. Vandaag is dat CPTED: crime-prevention through environmental design. Ik vond dat al wel interessant maar ik had de tijd nog niet gevonden om me daar in te verdiepen. Via mijn collega van Mechelen krijg ik nieuwe inzichten en concrete suggesties, die neem ik mee naar Brugge om te kijken waar we ze kunnen toepassen. Daar kun je dus iets mee doen, dat is zeer concreet en daardoor zeer inspirerend. Het is goed om te leren dat je met bescheiden ingrepen soms mooie resultaten kunt boeken. Dankzij dit netwerk weet ik wat actueel is, wie waarmee bezig is en krijg ik aanvulling op mijn inzichten. Bovendien merk ik hier dat we er niet alleen voorstaan, dat we samenwerken in het lokale beleid. Maar er zijn zeker nog stappen te zetten: alles kan beter en dat leer je vaak van je collega’s uit andere steden.’ Lokaal november 2013

59


beweging VVSG en gemeente met een hart

VVSG-directeur Annelies Van der Donckt ontvangt samen met Veerle Cortebeeck een oorkonde van het Rode Kruis.

‘Gemeente met een hart’ worden Op 11 oktober gaven de VVSG-medewerkers bloed, de VVSG mag zich nu een Onderneming met een hart noemen. Ook de lokale besturen kunnen hun steentje bijdragen. Iedereen heeft zeventig procent kans ooit bloed nodig te hebben, toch geeft amper drie procent van de Belgen bloed. Er valt dus nog veel te doen. tekst veerle cortebeeck beeld stefan dewickere

H

et Rode Kruis en de VVSG willen de lokale besturen aanmoedigen om Gemeente met een hart te worden. Rode Kruis-Vlaanderen zet zich dagelijks in om voldoende en veilig bloed in te zamelen en dit aan de ziekenhuizen te bezorgen. Zo wil het garanderen dat levensreddende bloedproducten beschikbaar zijn wanneer dit nodig is. Iedereen die tussen achttien en zeventig jaar oud is en in goede gezondheid verkeert, mag bloed geven. In de permanente zoektocht naar nieuwe, vrijwillige bloeddonoren vraagt Rode Kruis-Vlaanderen behalve aan scholen, ondernemingen en verenigingen ook steun aan de lokale besturen. Het Rode Kruis is ervan overtuigd dat lokale besturen een belangrijke rol kun-

60 november 2013 Lokaal

nen spelen bij de donorwerving. Een lokaal bestuur kan ondernemingen, scholen, verenigingen en sportclubs op het

de gemeentelijke communicatiekanalen ter beschikking stellen om de bevolking over bloedinzamelingen te informeren, een bezoek brengen aan de lokale bloedinzameling samen met de lokale pers of de eigen medewerkers aansporen om minstens één keer per jaar bloed te geven. In ruil mag de gemeente zich een Gemeente met een hart noemen. Er zijn al enkele lokale besturen in dat geval: Sint-Niklaas, Kortrijk, Gent, Aalst, Lebbeke, Zelzate, Gent, Roeselare, Oos-

Het Rode Kruis is ervan overtuigd dat lokale besturen een belangrijke rol kunnen spelen bij de donorwerving. Gerichte acties kunnen het aantal donoren opkrikken. grondgebied aanspreken. Gerichte acties kunnen het aantal donoren van de gemeente opkrikken. Enkele voorbeelden: eens per jaar samen zitten met de Rode Kruis-afdeling en de plaatselijke verenigingen om initiatieven ter promotie van de bloedinzamelingen op te zetten,

tende, Antwerpen, Geel, Lier, Mechelen, Turnhout, Wielsbeke, Balen, Tielt-Winge, Lubbeek, Tongeren... In Mechelen kwam het Rode Kruis op 2 juli bloed inzamelen in het stadhuis. Niet alleen het stadspersoneel, maar ook dat van het OCMW, brandweer, politie en stedelij-


Mattie Jacobs ziet of alles goed gaat met collega Inge Ruiters terwijl Nathalie Debast het niet kan laten even een tweet de wereld in te sturen.

ke vzw’s kon deelnemen. Hoewel de inzameling plaatsvond aan het begin van de zomervakantie, meldden er zich een zeventigtal donoren aan voor een bloedgift. 36 onder hen kwamen zelfs voor de allereerste keer bloed geven. ‘We zijn ervan overtuigd dat deze bloedinzameling alleen nog maar kan groeien. We hopen dan ook van harte dat we er minstens een keer per jaar met de stad Mechelen en het OCMW een mogen organiseren,’ zegt Nele de Vos van het Rode Kruis. In de gemeente Wielsbeke zit bloed geven al langer in de lift, onder meer door de samenwerking tussen de plaatselijke

Rode Kruis-afdeling en het gemeentebestuur. Zo maken bijvoorbeeld de inzamelingen van augustus deel uit van het programma van de Wielsbeekse Feesten. Penningmeester van de lokale Rode Kruis-afdeling Frédéric Depypere: ‘Sedert 2009 ondersteunt de gemeente de bloedinzamelingen in de maand augustus. Hiermee werd een bijdrage geleverd aan de stijging van het aantal bloedgiften in Wielsbeke: van 246 in 2008 tot 631 in 2012. Een ander element in dit succes is de verdubbeling van het aantal bloedinzamelingen per jaar: twee in Wielsbeke, twee in St.-Baafs-Vijve en twee in Ooigem. Na zes inzamelingen

Format Gezonde Gemeente In Lokaal 7 van dit jaar presenteerden we in het artikel ‘Hoe gezond is uw gemeente?’ het format Gezonde Gemeente van het Vlaams Instituut voor Gezondheidspromotie en Ziektepreventie (VIGeZ). Gemeente met een hart sluit aan bij dit bredere format, waarin een integrale strategie voor gezonde burgers wordt uitgewerkt. De VVSG raadt de lokale besturen die het charter Gezonde Gemeente ondertekenden aan om de initiatieven in het kader van de bloedinzamelingen van het Rode Kruis als acties binnen het format Gezonde Gemeente te beschouwen. www.gezondegemeente.be

staat de teller dit jaar ondertussen op 476 bloedgiften. Hiermee zijn we goed op weg om in 2013 het aantal bloedgiften van 2012 te evenaren of zelfs te verbeteren. Hierbij een warme oproep aan iedereen om op de novemberinzamelingen massaal bloed te komen geven.’ De VVSG steunt de actie van het Rode Kruis. De VVSG-medewerkers gaven op vrijdag 11 oktober dan ook het startschot en het goede voorbeeld door zelf bloed te geven op de lokale bloedinzameling in Schaarbeek. Veerle Cortebeeck, stafmedewerker lokaal gezondheidsbeleid: ‘Het was voor mij de eerste keer dat ik bloed gaf en ik stond ervan versteld hoeveel je kan betekenen door een kleine moeite. Bovendien was het zelfs een aangename ervaring dankzij de enthousiaste ploeg van het Rode Kruis!’ Voor meer informatie over Gemeente met een hart, stuurt u een mail naar bloed@rodekruis.be met vermelding ‘Gemeente met een hart’. Veerle Cortebeeck is VVSG-stafmedewerker lokaal gezondheidsbeleid

Lokaal november 2013

61


beweging nieuwe steunpunten

VVSG ondersteunt kinderopvang en thuiszorg Met het Steunpunt Kinderopvang en het Netwerk Thuiszorg wil de VVSG de belangen van de lokale besturen blijven verdedigen, de ondersteuning aan verantwoordelijken kinderopvang en thuiszorg versterken en zo inzetten op efficiëntie en competentieverhoging. De VVSG wil ook een stevig netwerk van lokale mandatarissen en verantwoordelijken geïnteresseerd in kinderopvang en thuiszorg opzetten. tekst ann lobijn en tine devriendt beeld layla aerts en bart lasuy

W

at is belangrijk voor zowel stedelingen als plattelanders? Veilige wegen, vlotte afvalophaling, een goed ontwikkeld containerpark, aantrekkelijke ontspanningsmogelijkheden? Uiteraard. Maar inwoners willen vooral ook kinderopvang, die bovendien betaalbaar is en voldoende kwaliteit, veiligheid en geborgenheid biedt zodat jonge ouders hun kind er met vertrouwen kunnen achterlaten. Volgens een enquête liggen mensen vooral wakker van het gebrek aan kinderopvang. Maar geldt dat ook voor de lokale mandataris? Pluspunten van kinderopvang Baby’s en peuters in goede kinderopvangvoorzieningen verbeteren hun maatschappelijke kansen: ze presteren later beter op school, ze functioneren sociaal beter, ze hebben meer kans later een baan te vinden en daar meer te verdienen dan kleintjes die thuisblijven. Nog belangrijker is dat vooral kinderen in achterstandsituaties van de kinderopvang profiteren. Een voldoende aanbod kinderopvang (zowel van baby’s en peuters als van schoolgaande kinderen) is ook goed voor de economie en dus voor de gemeentelijke inkomsten. Want wie werkt, heeft geen uitkering nodig en betaalt belastingen. Rol lokale besturen De ambitie om genoeg, goede en betaalbare kinderopvang op het grondgebied te realiseren stelt een lokaal bestuur voor veel uitdagingen. Hoe kun je ouders helpen een kinderopvangplaats te vinden? Zal het gemeente- of OCMW-bestuur het lokale loket kinderopvang vorm geven,

62 november 2013 Lokaal


binnen het sociaal huis misschien? Hoe zorg je er mee voor dat de kinderopvang op het grondgebied veilig is? Hoe zorg je mee voor voldoende aanbod? Maar hoe zorg je er ook voor dat schoolgaande kinderen naschools en op vakantiedagen veilig en goed opgevangen worden? Hoe zorg je ervoor dat zelfstandige ondernemers in de kinderopvang financieel overleven en dat de kinderopvang betaalbaar blijft voor ouders? Hoe zorg je ervoor dat voorzieningen lokaal kunnen samenwerken en hun aanbod op elkaar kunnen afstemmen? Of dat het lokaal overleg kinderopvang een actieve adviesraad wordt? Hoe zorg je er ten slotte voor dat de eigen kinderopvangvoorzieningen van het gemeente- of OCMW-bestuur zo efficiënt en competent mogelijk werken? Cel wordt Steunpunt Kinderopvang De VVSG heeft al jaren een actieve werking voor kinderopvang: besturen kunnen er terecht met hun vragen over het lokale kinderopvangbeleid, verantwoordelijken van kinderopvangvoorzieningen kunnen VVSG-vorming over bijvoorbeeld kwaliteitsbeleid en -inspectie volgen of informatievergaderingen over het Vlaamse beleid kinderopvang bijwonen. Misschien bent u wel ingeschreven op een van de ontbijtvergaderingen over kinderopvang in november. Op diverse overlegstructuren over kinderopvang is de VVSG uitgenodigd. Zo kan zij opkomen voor de belangen van de lokale besturen. Deze werking van de VVSG in de Cel kinderopvang werd mogelijk door de talrijke lokale besturen die al jaren een extra lidmaatschapsbijdrage betalen. Sinds 2006 biedt de VVSG ook extra ondersteuning aan de diensten voor onthaalouders georganiseerd door lokale besturen. Met de subsidie voor samenwerking waar diensten sinds 2006 recht op hebben, kon de VVSG vijf medewerkers aanwerven die de dienstverantwoordelijken in hun dagelijkse opdrachten ondersteunen. Dit jaar bouwt de VVSG haar kinderopvangondersteuning aan de lokale besturen verder uit met de VIA 4-middelen managementondersteuning. Op 1 november wordt de Cel kinderopvang binnen de VVSG opgedoekt; al wat de VVSG voor kinderopvang doet,

valt voortaan onder het Steunpunt Kinderopvang. Wie binnen een lokaal bestuur geïnteresseerd is in kinderopvang, kan deelnemen aan en terugvallen op dit steunpunt. Het blijft de belangen van de lokale besturen inzake kinderopvang behartigen, duidelijke standpunten formuleren, mondelinge en schrifte-

ook in expertise in het financiële beleid, het personeelsbeleid en in technische aspecten zoals voedselveiligheid en infrastructuur in een kinderopvangvoorziening. Binnenkort kunt u dus bij de VVSG zowel terecht voor planadvies, als voor advies bij het uitrollen van de nieuwe gids voedselveiligheid of over het

Op 1 november wordt de Cel kinderopvang binnen de VVSG opgedoekt; al wat de VVSG voor kinderopvang doet, valt voortaan onder het Steunpunt Kinderopvang. lijke antwoorden geven op vragen van mandatarissen en leidinggevenden van lokale besturen, informatievergaderingen organiseren, duidelijke teksten en modeldocumenten opmaken, vorming en regionale ondersteuningspunten organiseren, ervaringsuitwisseling tussen lokale besturen mogelijk maken. Naast de regionale ondersteuning aan verantwoordelijken in diensten voor onthaalouders, georganiseerd door lokale besturen, komt er nu ook regionale ondersteuning van initiatieven voor buitenschoolse kinderopvang en kinderdagverblijven. Zwaartepunt van deze ondersteuning worden het kwaliteitsbeleid en het pedagogisch beleid, naast de meer algemene ondersteuning over de dagelijkse werking van een kinderopvangvoorziening. Behalve in regionale ondersteuning investeert de VVSG de VIA 4-middelen

financiële beleid. Maar de VVSG werkt ook aan een instrument om op termijn verschillende aspecten van de werking (zoals personeelsaantallen, uitgaven en ontvangsten, openingsuren of prestaties) te vergelijken met andere lokale besturen. Het VIA 4-akkoord en vooral de middelen managementondersteuning zijn bedoeld om de voorzieningen kinderopvang te versterken, zowel op het niveau van het management (professionalisering, een performant HR-beleid), als in hun dienstverlening (kwaliteit en efficiëntie). Het versterkt zo de positie van de openbare kinderopvang. Op de ontbijtvergaderingen die de VVSG in november 2013 organiseert, kunt u kennis maken met de werking van het Steunpunt Kinderopvang. Als u er deze keer niet bij bent, krijgt u later nog de kans.

Werkgroepen kwaliteit De VVSG organiseert al enkele jaren werkgroepen kwaliteit voor verantwoordelijken kinderopvangvoorzieningen. Elke erkende kinderopvangvoorziening moet immers een kwaliteitshandboek hebben en een kwaliteitsbeleid voeren. In de vorming gaan de verantwoordelijken, onder begeleiding van een VVSG-mede‑ werker, aan de slag met het kwaliteitshandboek. Eén voor één worden de diverse ver‑ plichte procedures uit het kwaliteitshandboek onder de loep genomen: wat schrijft de regelgeving voor? Wat zijn relevante en SMART-geformuleerde doelstellingen voor deze procedure? Bereiken we deze doelstellingen? Welke werkwijze hanteren we in de kinderopvangvoorziening? Hoe kunnen we aan de inspectie aantonen dat de doelstellingen bereikt zijn? Binnen de werkgroep kwaliteit wordt er ook expliciet stilgestaan bij de zelfevaluatie. Voor verantwoordelijken in kinderopvangvoorzieningen georganiseerd door lokale besturen zal de deelname aan de werkgroepen kwaliteit in de toekomst gratis zijn.

Lokaal november 2013

63


beweging nieuwe steunpunten

Thuiszorgdiensten Elk gemeentebestuur, elk OCMW heeft te maken met een groeiende vraag naar zorg voor de ouderen en andere zorgbehoevenden. De meeste ouderen willen zo lang mogelijk in hun vertrouwde omgeving blijven wonen, liefst thuis maar vooral in de buurt. Het belang van de buurt en nabijheid voor de ouderen, onderstreept ook het belang om naar lokale oplossingen voor de zorgbehoevenden te zoeken. Het lokale bestuur heeft dus alle belang bij een toegankelijk, goed en divers aanbod van thuiszorgdiensten in de eigen gemeente. Gezinszorg, een schoonmaakdienst, een klusdienst, maaltijdbedeling, een mindermobielencentrale, een lokaal dienstencentrum: bijna elk OCMW of gemeentebestuur biedt wel een of andere thuiszorgdienst aan. Uitdagingen thuiszorg Thuiszorgdiensten staan vandaag voor grote uitdagingen. Het begrip vermaatschappelijking van de zorg verwijst naar de betrokkenheid van de lokale samen64 november 2013 Lokaal

leving bij de ondersteuning van de zorgvrager. Vrijwilligers- en buurtwerk komen hier in beeld. Maar ook de gewone hulp- en dienstverlening die snel en gericht kan worden ingezet. Lokale dienstencentra kunnen een belangrijke rol spelen om deze vermaatschappelijking te faciliteren. Hoe kunnen we het netwerk van de ouderen en zorgbehoevenden versterken? Hoe kunnen we de lokale dienstencentra ondersteunen om het informele buurtzorgnetwerk te activeren? Kwetsbare personen zoeken almaar meer hun toevlucht bij de thuiszorg: psychiatrische cliĂŤnten, personen met een handicap, personen met dementie. Dit

vraagt bijkomende expertise van verantwoordelijken, begeleidende medewerkers, centrumleiders en verzorgenden. Gezinszorg en thuiszorg vereisen bovendien steeds meer flexibiliteit. De zorgbehoevende vraagt geen standaardpakket van vier uur hulp meer, maar flexibele hulp, ook op tijdstippen die buiten de gewone werkdagen vallen. Hoe spelen we hier als openbare thuiszorgdienst het best op in? Hoe kunnen we dit verenigen met de rechtspositieregeling van het lokale bestuur? Hoe plannen we deze diensten het best in? Thuiszorg staat niet op zich. Samenwerking, zorgcontinuĂŻteit, woonzorg-

De meeste ouderen willen zo lang mogelijk in hun vertrouwde omgeving blijven wonen, liefst thuis maar vooral in de buurt. Het lokale bestuur heeft dus alle belang bij een toegankelijk, goed en divers aanbod van thuiszorgdiensten.


zones en woonzorgnetwerken zijn belangrijk voor de toekomst van de zorg. Hoe kunnen we het zorgaanbod in de gemeente verbeteren en op elkaar laten aansluiten? Bovendien is er de vraag naar efficiëntie en schaalgrootte, onder meer om te voldoen aan de erkenning voor een dienst gezinszorg en aanvullende thuiszorg. Op welke manier kunnen OCMW’s samenwerken om aan die norm te voldoen? Hoe kunnen we ondanks de budgettaire moeilijkheden toch een toegankelijk thuiszorgaanbod van goede kwaliteit garanderen in onze gemeente, ook voor de meest kwetsbaren? Lerend Netwerk Het Netwerk Thuiszorg zoekt samen met de lokale besturen naar oplossingen voor deze belangrijke uitdagingen. Met zulke lerende netwerken willen we nog meer inzetten op de kennis en expertise van de lokale besturen zelf. Lokale besturen zijn immers elkaars beste leerschool. Samen nemen we de uitdagingen aan! Met het Netwerk Thuiszorg bouwen we voort op de traditie van regionale steunpunten. Daar staat ervaringsuitwisseling centraal. Verantwoordelijken krijgen de kans om collega’s te ontmoeten, ervaringen te delen en zo nieuwe inzichten en een grotere deskundigheid te

verwerven. We bestuderen de actuele beleidsthema’s en reserveren ruimte voor vragen en knelpunten in de werking hieromtrent. De agenda wordt op basis van de actualiteit en de suggesties van de deelnemers opgesteld. Volgens de deelnemers van het ondersteuningspunt gezinszorg en aanvullende thuiszorg is dit interessante vorming omdat ze zelf een groot stuk van de agenda bepalen en het programma volledig overeenkomt met de inhoud van hun werk. In 2014 richten we – in samenwerking met de Vlaamse Vereniging van Dienstencentra – de regionale ondersteuningspunten voor lokale dienstencentra op. Via ervaringsuitwisseling en vorming zullen de centrumleiders elkaar inspireren om de werking van de lokale dienstencentra te versterken en het buurtnetwerk te activeren. De regionale werking van het Netwerk Thuiszorg wordt versterkt met een regionale medewerker in elke provincie. Daarnaast zetten we ook extra expertise in voor financieel beleid, personeelsbeleid, kwaliteitszorg en procesbegeleiding over samenwerking tussen thuiszorgdiensten. Via dataverzameling willen we voor de thuiszorgdiensten de verschillende aspecten van de werking vergelijken met andere besturen (bereikte doelgroe-

pen, personeelsaantallen of prestaties). We breiden het vormingsaanbod voor de thuiszorgdiensten uit om in te spelen op de actuele uitdagingen: er komen vormingsmomenten om de werking voor specifieke doelgroepen te verbeteren (zoals psychiatrische patiënten), vorming voor verantwoordelijken over personeelsbeleid en andere aspecten in verband met leidinggeven. We stemmen het vormingsaanbod af op de behoeften die de openbare thuiszorgdiensten zelf aangeven. Het Netwerk Thuiszorg blijft net als het Steunpunt Kinderopvang de belangen van de lokale besturen behartigen, standpunten formuleren, vragen van lokale besturen mondeling en schriftelijk beantwoorden en informatievergaderingen organiseren. Binnenkort kunnen de verantwoordelijken van de dienst terecht op de website www.netwerkthuiszorg.be voor informatie, het vormingsaanbod, modeldocumenten en goede praktijken. Ann Lobijn en Tine De Vriendt zijn VVSG-stafmedewerkers, respectievelijk voor kinderopvang en thuiszorg www.steunpuntkinderopvang.be www.netwerkthuiszorg.be

Vlaams Intersectoraal Akkoord – 4 (VIA 4) De werkgeversorganisa‑ tie VVSG vzw, de drie repre‑ sentatieve vakorganisaties (ACV-OD, ACOD en VSOA) en de Vlaamse Regering als sub‑ sidiërende overheid hebben in 2013 een akkoord bereikt over het vierde Vlaams Intersecto‑ raal Akkoord voor de socialprofit-/non-profitsectoren in de publieke sector (VIA 4) voor de periode 2011 tot 2015. De VIA-sectoren (publiek en privaat) zijn goed voor zo’n 107.923,84 door Vlaanderen gesubsidieerde VTE die aan het werk zijn in onder andere de gezinszorg en aanvullende thuiszorg, de kinderopvang, de bijzondere jeugdzorg, de

voorzieningen voor personen met een handicap en de vrije‑ tijdsdiensten. 18,33% daarvan werkt in de openbare sector. Voor het totale pakket aan maatregelen in de private en openbare socialprofit- en non-profitsector is binnen het VIA4 een budget vrijgemaakt voor uitbreiding, kwaliteits‑ verbetering en koopkracht. Concreet wordt dit budget, voor de publieke sector, be‑ steed aan managementon‑ dersteuning of ondersteuning en begeleiding van de verant‑ woordelijken in de openbare voorzieningen kinderopvang en de openbare thuiszorg‑ diensten. Professionaliteit en

kwaliteitsverbetering staan voorop. Daarnaast gaat het geld naar vorming, training en opleiding. Begeleiders in de kinderopvang zonder kwa‑ lificatie kunnen met behoud van loon en tijdens de werk‑ tijd in het volwassenenon‑ derwijs de opleiding begelei‑ der kinderopvang volgen. De kosten van de vervanging van de medewerker worden ge‑ dragen door GSD-V. Idem voor schoonmaakhulpen in de dien‑ sten thuiszorg (niet de dien‑ stenchequeondernemingen) die de opleiding polyvalent verzorgende en zorgkundige kunnen volgen. Dit zal effec‑ ten hebben op de instroom en

de doorstroom in de secto‑ ren. Daarnaast zullen binnen Diverscity minivormingen ont‑ wikkeld worden voor specifie‑ ke thema’s waarmee diensten kinderopvang en thuiszorg dan zelf aan de slag kunnen. Daarnaast dient het budget ook voor de koopkrachtverho‑ ging van de medewerkers. De lokale besturen kunnen de ter beschikking staande middelen voor hun bestuur investeren in een verhoging van de tweede pensioenpijler en/of de maal‑ tijdcheques van de perso‑ neelsleden in de VIA-diensten.

Lokaal november 2013

65


perspiraat

beweging in de prijzen

“Steeds meer huurders worden bedreigd met uithuiszetting. Het echte probleem ligt bij de laagste inkomens, die te laag zijn en moeten worden opgetrokken tot minstens het niveau van de Europese armoedegrens. Het zijn niet zozeer de huurprijzen die te hoog zijn, maar de hap van het inkomen die naar de huur moet gaan die te groot is. (…) De OCMW’s stellen alles in het werk om huurders te begeleiden zodat ze in hun woning kunnen blijven. Maar ze krijgen daarvoor geen enkele ondersteuning van de Vlaamse overheid.” VVSG-stafmedewerker Nathalie Debast – De Standaard 21/10 en Het Belang van Limburg 22/10

Prijs Bouwmeester

“Ik ben dit beu en denk erover om juridische stappen tegen de federale overheid te ondernemen. In de tien maanden dat ik schepen ben, is het misschien al de tiende keer dat er moeilijkheden opduiken. Daarom zal ik via de VVSG het probleem aankaarten en bekijken of we met enkele steden en gemeenten samen kunnen reageren.” Mechels schepen voor Burgerzaken Marc Hendrickx (N-VA) wil andere gemeenten mobiliseren tegen aanhoudende problemen met het rijksregister – De Standaard 15/10 “Armoedebestrijding mag niet verglijden in een systeem van liefdadigheid. Maar het gaat hier om een én-énverhaal. We willen dat iedereen zijn steentje bijdraagt, maar dat ontslaat de overheid natuurlijk niet om andere maatregelen te nemen. Het Kinderarmoedefonds zal ook een einde maken aan de versnippering van heel wat lokale projecten.” VVSG-stafmedewerker Nathalie Debast naar aanleiding van de oprichting van het Kinderarmoedefonds – De Standaard 17/10

66 november 2013 Lokaal

daniel geeraerts

“Het initiatief van de intercommunale Limburg.net om één afvalfactuur op te stellen voor elk gezin is een goede stap naar administratieve vereenvoudiging. (…) Toevallig valt de intercommunale in Limburg samen met de provincie en de VlaamsBrabantse stad Diest. De andere intercommunales in Vlaanderen maken ook werk van een uniform en transparant systeem, maar die zullen minder in het oog springen.” VVSG-stafmedewerker en coördinator Interafval Christof Delatter – Belga 17/10

De Prijs Bouwmeester 2013 ging naar de stad Gent voor de heraanleg van het Emile Braunplein, de stad Deinze voor haar stadskernvernieuwing, en de gemeente en het OCMW van Oostkamp voor het bestuurs- en dienstencentrum Oostcampus.

Oostkamp maakt van een logistiek centrum publiek domein.

Gent, Deinze en Oostkamp tonen aan dat een lokaal bestuur creatief met het centrum van stad of dorp kan omgaan en hoe een uitgesproken visie daarbij hand in hand gaat met ontwerpende creativiteit. De Prijs Bouwmeester wordt uitgereikt door de Vlaamse regering op initiatief van Vlaams minister van Bestuurszaken Geert Bourgeois en Vlaams Bouwmeester Peter Swinnen. Hij bekroont publieke en semipublieke bouwheren met niet enkel aandacht voor het resultaat maar vooral voor het vaak complexe proces dat daaraan voorafgaat. De prijs wordt jaarlijks uitgereikt, telkens in drie wisselende categorieën. Voor deze zevende editie werden dertig projecten ingediend voor één of meer van de categorieën ‘Reconversie’, ‘Stedelijk Landschap’ en ‘Collectief Wonen’. Oostkamp haalde het in de eerste categorie, de keuze om gemeentehuis, OCMW en administratie in een voormalige industriële loods onder te brengen, is op zijn minst ongewoon. Bovendien maakt Oostcampus niet alleen van een logistiek centrum publiek domein, het is ook een gedurfd nieuw

ijkpunt. Zowel Deinze als Gent dong mee naar de prijs Stedelijk Landschap. In Deinze wordt de Leie opnieuw de drager van de openruimtestructuur. Hieraan is een intens proces gekoppeld, waardoor de visie gedragen wordt door de gemeente. Over het Emile Braunplein, de Korenmarkt en de open ruimte tussen de historische torens van Gent is al veel inkt gevloeid. Het project is de uitkomst van een zorgvuldige interpretatie van het bestaande stedelijke landschap, maar voegt tegelijk totaal nieuwe en onverwachte elementen aan de verstoorde geschiedenis toe: de ‘green’ waarvan de contour een echo van een kerkhoftuin is, een klokkenstoel als nieuw landmark en de imposante stadshal. De categorie collectief wonen kreeg geen nominaties omdat het nog wachten is op een doorbraak van nieuwe vormen van collectief opdrachtgeverschap. De drie laureaten ontvangen elk een officiële plaquette en mogen het logo ‘Prijs Bouwmeester 2013’ gebruiken als keurmerk voor hun project en bouwheerschap. marlies van bouwel


Cera-prijs voor virtueel huis van onthaalouder Hoe stel je de diverse veiligheidsbepalingen waaraan een woning van een onthaalouder moet voldoen, eenvoudig voor? Die vraag formuleerde de VVSG als onderzoeksopdracht in het kader van de Cera Award. Eindejaarsstudente Anne Suy (Master Industriële Wetenschappen, KU Leuven/campus Lessius) doorploegde voor een antwoord op deze vraag de complexe regelgeving over veiligheid in de kinderopvang en vertaalde die in een eenvoudig bruikbare tool, met correcte informatie: het virtuele huis van de onthaalouder. 3D-beelden zeggen meer dan duizend woorden, dus oordeel zelf op virtueelhuisonthaalouder.vvsg.be. Het project overtuigde de jury en kreeg de Cera-prijs 2013. Het virtuele huis van de onthaalouder toont de bezoekers in de verschillende ruimtes in de woning (woonkamer, keuken, slaapkamer en tuin) alle veiligheidsaspecten die belangrijk zijn voor een veilige kinderopvang in een gezinswoning. Ook voor (toekomstige) ouders kan de website interessant zijn om de eigen woning onder de loep te nemen. De Cera Award biedt een hefboom voor technologische innovatie in de socialprofitsector en brengt studenten met een technisch profiel in contact met de socialprofitsector. De studenten gaan in het kader van een eindwerk, een ontwerpopdracht of een stage aan de slag in een socialprofitorganisatie en scherpen zo hun sociale, communicatieve en creatieve vaardigheden aan. ann lobijn

virtueelhuisonthaalouder.vvsg.be

adv KUL Themis_90x130mm.indd 1

kies nu voor de

VVSG solidariteits-

agenda

2014

voor een sterk lokaal bestuur

SolidariteitsAgenda2014_226x362outl_2008.indd 1

20/08/13 11:51

4/10/13 10:19

• een agenda met de correcte gegevens van meer dan duizend federale, Vlaamse en provinciale diensten die te maken hebben met het lokale bestuur • een agenda met de data die belangrijk zijn voor lokale besturen, zoals wanneer u welke vlag moet uithangen • een agenda in handig formaat (17,5 op 22,5 cm) met overzicht per week en een leeslint • een Solidariteitsagenda ten voordele van Oxfam-Solidariteit. • een agenda die zijn prijs meer dan waard is, en met korting voor groepsaankopen van meer dan vijf stuks: - 15,99 euro voor VVSG-leden, Plaats vandaag nog uw bestelling met korting: 13,11 euro Viviane Arents, T 02-211 55 19, viviane.arents@vvsg.be - 18,49 euro voor niet-leden, Ingrid Vankelecom, T 02-211 55 20, ingrid.vankelecom@vvsg.be met korting: 15,61 euro Btw en verzending inbegrepen.

VVSG vzw, Paviljoenstraat 9, 1030 Brussel

Uw personeelsadvertenties in Lokaal, VVSG-week én op de VVSG-website inlevering personeelsadvertenties voor

Lokaal 11 (decembernummer) – 7 november 2013 Lokaal 1 (januarinummer) – 9 december 2013

informatie

nicole.vanwichelen@vvsg.be T 02-211 55 43

Lokaal november 2013

67


beweging agenda

Gent 5 november

De Stad Gent legt op deze Studiemiddag in twee workshops uit hoe u een goed formulier maakt volgens het principe van de Klantgerichte, Unieke en Simpele (KUS) dienstverlening. Inschrijven via Gentinfo op 09-210 10 10. Leuven 7 november Hasselt 12 november

Vakantiewetgeving in lokale besturen Een aanrader voor wie niet enkel een correcte verwerking ambieert maar ook vlot wil antwoorden op veel voorkomende vragen van personeelsleden over hun vakantierechten en vakantiegeld. www.vvsg.be Brussel 7 november

Externe audit

Eind 2013 start een externe audit die onderzoekt hoe ver lokale besturen staan met hun verplichte interne controle. Dit seminarie geeft antwoorden op de vragen die dit met zich meebrengt. www.vvsg.be

stefan dewickere

Studiemiddag Administratieve Vereenvoudiging: KUS uw formulieren

Politieke Academie

Sluit nog snel aan op de laatste locaties van de Ronde van Vlaanderen! De uitgaven stijgen, inkomsten dalen en toch moet er ook beleid worden gevoerd. Tijdens de Ronde van Vlaanderen die de VVSG dit najaar op vijf plaatsen organiseert, krijgen lokale beleidsmakers de kans om over hun (ontwerp)keuzes van gedachten te wisselen met collega-bestuurders. Dit kan lokale politici sterken in hun argumentatie, maar ook nog nieuwe ideeën aanreiken. Daarnaast speelt deze Ronde van Vlaanderen in op sectorale beleidsontwikkelingen en actuele beleidsvraagstukken zoals de omgevingsvergunning, de invoering van de externe audit, de rol van een OCMW-raadslid in individuele dossiers, de financiering van de ambtenarenpensioenen en meer en ander openbaar vervoer. Elke avond begint om 18.45 uur. Om 21.30 uur sluiten we af. • 5 november, Malle, Provinciaal Vormingscentrum, Smekenstraat 61 • 7 november, Leuven, Provinciehuis Vlaams-Brabant, Provincieplein 1 • 18 november, Roeselare, Cultuurcentrum De Spil, H. Spilleboutdreef 1 • 20 november, Gent, Zebrastraat, Zebrastraat 32 • 26 november, Houthalen-Helchteren, Cultuurcentrum Casino, Varenstraat 22a www.vvsg.be

Gent 12 november

Werelddag van de Stedenbouw: Waar ligt de grens? Experts uit binnen- en buitenland buigen zich over de prangende ruimtelijke vragen van vandaag. Vragen waarop de Werelddag creatieve antwoorden wil bieden. www.vrp.be Mechelen 13 november Tienen 2 december

Functioneringsgesprekken voor ploegbazen Voor ploegbazen die motiverende functioneringsgesprekken willen voeren en dit willen leren vanuit de eigen praktijk. www.vvsg.be

68 november 2013 Lokaal

Hasselt 14 november

Basisvorming Wet van 2 april 1965 De wet van 2 april 1965 (welk OCMW is bevoegd en wie draagt de kosten) blijft actueel. Met praktijkvoorbeelden ontdekken de deelnemers stap voor stap de hoofdregel en de uitzonderingen. www.vvsg.be Antwerpen 18 november

Omgaan met alcohol- en drugsproblemen bij OCMW-cliënten Als maatschappelijk werker kunt u een belangrijke rol spelen in het kader van de

alcohol- en drugthematiek: deze opleiding sterkt u daarin. www.vvsg.be Gent 19 november

Overtuigend en constructief gesprekken voeren Als u geen clïenten maar externe instanties (Bijzonder Comité, Raad) moet overtuigen, dan hebt u ook vaardigheden nodig om zo’n onderhandelingsgesprek te voeren. www.vvsg.be


Vlaanderen/Brussel/Wallonië 19 november

Bezoekendag OCMW/CPAS: same same but different OCMW’s uit de drie gewesten gaan op deze dag op bezoek bij elkaar om praktijken en ervaringen uit te wisselen. www.vvsg.be Leuven 21 november

Digitaal Archief Vlaanderen: consultatiemoment lokale besturen Digitaal Archief Vlaanderen ondersteunt overheden bij het beheer van digitale

informatie en nodigt lokale besturen uit op een strategisch consultatiemoment. www.bestuurszaken.be/ consultatiemoment Gent 27-30 november

Eurocities 2013: ‘Smart citizens’ Geen slimme steden zonder slimme burgers! De jaarlijkse conferentie van Eurocities onderzoekt hoe we innovatie en technologie kunnen inzetten ten dienste van de burger en van een meer inclusieve en duurzame samenleving. www.eurocities.eu

Gent 28 november

AGIV-Trefdag 2013 Met een uitgebreid aanbod aan informatiesessies en een grote beursvloer is de AGIV-Trefdag het ideale moment om kennis te maken met al wat nieuw is in de wereld van GIS en geo-data. www.agiv.be Leuven 2 december

Schermen in de publieke ruimte Studiedag over media in de stad; hun opportuniteiten en bekommernissen. www.mediastad.be

Studiedag - Een toekomst voor parochiekerkgebouwen

bart lasuy

Kerk zoekt toekomst Kom op 2 december naar deze dag en leer bij over de kerkelijke organisatiestructuur en de financiering van de kerkbesturen en kerkgebouwen, denk mee over de toekomst van de parochiekerkgebouwen in uw gemeente en laat u inspireren door de ervaringen in andere gemeenten. Roeselare, 2 december. Inschrijven kan via www.vvsg.be

“Bedankt voor de zeer interessante inspiratiedag! Ik sta te popelen om mijn collega’s te informeren vandaag.” Katrien Verbouw

Lokaal november 2013

69


column Pieter Bos

V

roeger was een gemeentehuis gewoon een gemeentehuis. Het opschrift stond wel in steen gekapt op de gevel, maar ook zonder dat was het gebouw gemakkelijk herkenbaar. Alleen al door zijn ligging. Die was logisch: in het midden van het dorp, naast of tegenover de kerk. Drempelvrees was toen nog een deugd en dus kwam de burger er alleen in via een arduinen trap die de verhoudingen didactisch duidelijk maakte. Dat werd binnen ruimschoots goedgemaakt door een sfeer die vaak ronduit huiselijk was. Met een kamer voor de gemeentesecretaris, een voor de burgemeester en een voor de champetter of commissaris. Daarnaast was er de raadzaal, een wat grotere kamer om te vergaderen of volk te ontvangen. Wie het grondplan had, had meteen ook het organogram van de gemeente. Maar er kwamen van langsom meer ambtenaren. Waar ooit transparantie en orde regeerden, kwam een labyrint voor opstellers en klerken in vijftig tinten grijs. Kamers werden opgedeeld in kamertjes, kamertjes in cellen. Het gemeentehuis werd vergroot met achterbouwseltjes die op hun beurt werden uitgebreid met koterij. Alles werd met elkaar verbonden respectievelijk van elkaar gescheiden door deuren te plaatsen of ze net met kasten te barricaderen. De indeling was een afspiegeling van de dynamiek: de laatst bijgekomen diensten waren letterlijk en figuurlijk het meest achtergesteld, wat in de praktijk betekende dat de sociale dienst het moeilijkst bereikbaar was. Zo onoverzichtelijk de oorzaak was, zo onoverzienbaar waren de gevolgen. Sommige ambtenaren werden letterlijk uit het oog verloren en pas bij hun pensionering teruggevonden. Anderen konden nog gelokaliseerd worden dankzij het belletje van hun Olivetti – al moest daarvoor soms dagenlang geduld geoefend worden. Maar de hokjes muteerden ook in hokjesdenken dat immuun bleek voor reorganisaties. Alsof dat alles nog niet erg genoeg was, werden brandveiligheid en hygiëne uitgevonden. Achteraf bekeken had men gewoon een rookverbod kunnen uitvaardigen en ambtenaren kunnen leren hun fruit elders te versnijden. In plaats daarvan deed men het ergste wat men kan doen. Men vroeg architecten het probleem op te lossen. In normale omstandigheden zou-

70 november 2013 Lokaal

den die gedaan hebben wat architecten altijd doen als ze hun gang mogen gaan: het werk van hun voorgangers teniet doen en het gemeentehuis met al z’n aanbouwsels en aangroeisels met de grond gelijk maken, maar hier zaten de ambtenaren in de weg, dus moesten ze hun duivels elders loslaten. Daardoor kwamen nieuwe gemeentehuizen veelal terecht op door God verlaten plekken, ver van het centrum. Dat men sommige van die nieuwe constructies ter compensatie ‘administratief centrum’ noemde, was een schrale troost. En het vergrootte alleen de verwarring. Maar verder waren die gemeentehuizen ‘nieuwe stijl’ uiteraard toonbeelden van klantvriendelijkheid. De trappen van weleer waren vervangen door hellende vlakken waarover bezoekers van november tot april hun nek konden breken. Als alternatief was er een lift die in de regel defect was of geblokkeerd met pallets kopieerpapier – een truc die in het jargon bekend staat als ‘Schindlers list’. Op de dagen dat de lift wel bruikbaar was, blokkeerde hij halfweg tussen de eerste en de tweede verdieping. Ook binnen hadden de architecten alles compleet herdacht. Doordat alle diensten nu even belangrijk waren, vermeden ze angstvallig elke zweem van hiërarchie. Concreet betekende dit dat de bezoeker verwelkomd werd met een batterij pijlen met kleefletters. Natuurlijk was er maar één pijl echt nodig. Die met ‘On h al’ erop. Maar als een gemeente dan eens een forum heeft om te tonen wat ze in huis heeft, mag ze die kans niet laten liggen. Eenmaal het onthaal ontdekt, wachtte de bezoekers een blij weerzien. Het landschap dat ze buiten misten, bleek nu in het gebouw te zitten. De vermetele architect had de ambtenaren uit hun hokjes bevrijd, zodat ze nu vrijelijk tussen hun landschapskantoren konden bewegen. Zo maakte de ene onvindbaarheid naadloos plaats voor de volgende. Bovendien bleek het open landschap op communicatief vlak alleen zijn gelijke te vinden in een druk bevolkte volière. Het maakte dat sommige medewerkers – asociale sujetten of echte werkmieren? – zich verschansten achter muren van dossiers en klasseermappen. De geschiedenisboeken zwijgen er in alle talen over, maar feit is dat zij daarmee de aanzet gaven tot het idee van het papierloze bureau – en dus van de informaticarevolutie. Maar daarover later meer.

karolien vanderstappen

Kleine geschiedenis van de gemeentehuisarchitectuur (1)


Pensioenen en salarissen.

2013

Hebt u nog een

klare kijk?

UNIEKE OPLOSSINGEN OP MAAT VOOR UW INSTELLING Om de pensioenlast van uw instelling efficiënt en duurzaam te plannen hebt u een globale en optimale visie nodig. Publi-Plan is een uniek concept dat u geïntegreerde oplossingen biedt om de beste beslissingen te kunnen nemen. Meer info? 011 28 23 90 of publi-plan@ethias.be

Surf ook naar www.ethiasservices.be Ethias Services NV. Ondernemingsnummer 0825.876.113. Contact : Prins-Bisschopssingel 73 – 35000 HASSELT

Services


Ontdek de alternatieve verbinding met de Kruispuntbank en het Rijksregister Voordeliger en extreem betrouwbaar

Onze nieuwe, rechtstreekse verbinding tussen uw gemeente en de Kruispuntbank en het Rijksregister is aanzienlijk goedkoper dan wat u elders op de markt vindt. Bovendien is ze supersnel, extreem betrouwbaar, makkelijk uitbreidbaar en beschikbaar voor één of meerdere locaties. Laat u overtuigen van de technische kwaliteiten en het financiële voordeel. Uw gemeentebegroting kan er alleen maar wel bij varen.

Rijksregister

Kruispuntbank

Uw gemeente

0800 66 066 telenet.be/kruispuntbank Telenet for reliable Business

2013lokaal10  
Advertisement