Een donderslag bij heldere hemel

Page 1

HERDENKING OORLOGSSLACHTOFFERS 17 SEPTEMBER 1944

E D R E H · N HERINNERE

ORDING W T S U W E B N K EN ·

Een donderslag bij heldere hemel Nieuwe inzichten omtrent het bombardement op Zeelst op 17 september 1944

Heemkundekring Zeelst Schrijft Geschiedenis



Een donderslag bij heldere hemel Nieuwe inzichten omtrent het bombardement op Zeelst op 17 september 1944

17 September 2014 - bij gelegenheid van de onthulling van het monument ter nagedachtenis van de slachtoffers



Inhoud

V OO R W OO R D

Een donderslag bij heldere hemel. .

. . . . . . . . . . . . . .

5

. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

7

HOO F D S T U K 1

Vragen, vragen, vragen. . HOO F D S T U K 2

Het bombardement in grote lijnen. .

. . . . . . . . . . . .

19

. . . . . . . . . . . . . . . .

22

HOO F D S T U K 3

Het bombardement in detail. . HOO F D S T U K 4

Wat gebeurde er op de ochtend van 17 september?. .

.

33

. . . . . . . . . . . . . . . . . .

54

. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

64

B I J L A G E. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

66

B E G U N S T I G E R S. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

69

HOO F D S T U K 5

Bevrijding en herdenking. . HOO F D S T U K 6

Blijvend bewustzijn. .



V o o rw o o r d

Een donderslag bij heldere hemel Zondag 17 september 1944 leefden de mensen in Veldhoven toe naar de naderende bevrijding. De eerste berichten stroomden binnen dat die op handen was. Nietsvermoedend gingen de meeste Zeelstenaren naar ‘de leste mis’. Plotseling werd de zondagsrust verstoord door een bombardement dat Zeelst op zijn grondvesten deed schudden. 19 bewoners van Cobbeek en Heuvelstraat kwamen om door dit oorlogsgeweld. Het bombardement kwam als een donderslag bij heldere hemel. Als een bliksem zaaide het bombardement dood en verderf en liet een spoor van vernieling achter. Veel families werden hard getroffen en ook de buurt- en dorpsgenoten raakten volledig van slag. Op de plek van het bombardement houdt een monument de nagedachtenis aan het bombardement levend en toont het respect voor de slachtoffers en hun nabestaanden. 17 September 2014, 70 jaar na dato, houden het monument en een lespakket voor de Veldhovense scholen het besef levend dat vrijheid niet zo vanzelfsprekend is. En dan is er ook nog dit boek, een vervolg op het boek ‘Zeelst in oorlogstijd’ dat de stichting Zeelst Schrijft Geschiedenis publiceerde in 2004 met verslagen van ooggetuigen over hun ervaringen. In dit nieuwe boek staat veel nieuwe informatie en feitenmateriaal. Informatie die door Ruud Wildekamp van ‘Werkgroep Volkel’ in zijn lezing in 2011 heeft gepresenteerd. Met het voortschrijden van de tijd neemt het aantal nabestaanden en ooggetuigen af. Hun verhalen uit de eerste hand hebben wij in dit naslagwerk vastgelegd. Het hoe en waarom van dit bombardement wordt toegelicht, de impact van het bombardement op de bewoners komt aan de orde. De vrede is helaas niet zo vanzelfsprekend als wij dikwijls denken. Als bij donder en bliksem kan de samenleving totaal veranderen. Zie het drama met vlucht MH17 op 17 juli j.l. Dit boek wil herinneren, herdenken en het proces van bewustwording vasthouden.

5


Wij danken iedereen die hier aan heeft meegewerkt en in het bijzonder de ‘Documentatiegroep Volkel’, gevestigd in de Traditiekamer ‘Typhoon’ van vliegbasis Volkel en natuurlijk de nabestaanden en buurtbewoners voor hun gewaardeerde inbreng.

Stichting Zeelst Schrijft Geschiedenis Werkgroep herdenking bombardement 17 september 1944

6


HO o F D S T U K 1

Vragen, vragen, vragen Waarom werd het vliegveld Welschap nog gebombardeerd in september 1944? De Duitsers waren toch al weg. In Zeelst bliezen ze het patronaat nog op. Ze vluchtten in vrachtwagens met een Rode Kruis-embleem. Wisten de geallieerden dat niet? Had het verzet dat niet doorgegeven? Als het vliegveld het doel was, waarom dan bommen op Cobbeek en in de Heuvelstraat? Vlogen de vliegtuigen laag of juist heel hoog? De ooggetuigen waren het hierover vaak niet eens. Deze vragen worden al 70 jaar lang gesteld. Allerlei veronderstellingen en theorieën deden de ronde, maar echte antwoorden kwamen er niet. De discussies bleven. Contact met de ‘Documentatiegroep Volkel’ leert dat de geallieerde vliegers destijds zorgvuldig al hun operaties en de bijbehorende gegevens hebben vastgelegd. Bestuderen van deze gegevens maakt het mogelijk een groot aantal van de vragen nu na 70 jaar te beantwoorden en met bewijs te onderbouwen. Ook nu zijn er weer ooggetuigen en nabestaanden geïnterviewd om na te gaan of de gevonden gegevens kloppen met hun waarnemingen.

Heeft de ondergrondse een rol gespeeld bij het verzamelen van informatie? Bij de interviews van nabestaanden en ooggetuigen, zowel in 2014 als in 2004, werd vaak naar voren gebracht dat er niets is gedaan met de informatie dat het vliegveld door de Duitsers was verlaten. De ondergrondse zou dit al op tijd hebben doorgegeven. De ondergrondse in de vorm van PAN (Partizanen Actie Nederland) was na 17 september duidelijk zichtbaar aanwezig, van activiteiten eerder is weinig bekend. De PAN heeft zich niet bemoeid met het verzamelen van inlichtingen. De landelijk opererende verzets-/spionagegroep ‘Albrecht’ heeft het Nederlandse Bureau Inlichtingen in Londen bericht dat de vliegvelden in Zuidelijk Nederland waren ontruimd. Deze dienst voerde een geheel eigen beleid, zodat het maar de vraag is of de informatie door de Nederlanders is doorgegeven aan Engelse en Amerikaanse inlichtingendiensten en of dat nog op tijd was. Tenslotte blijft dan nog de vraag of die informatie als betrouwbaar werd beschouwd door de Engelsen en Amerikanen. Gezien het enorme belang van operatie Market Garden had het geallieerde opperbevel geen andere keus dan het vliegveld Welschap te laten bombarderen, omdat eventuele informatie in hun ogen niet 100% betrouwbaar was.

7


Situatie vóór 17 september. Bron: ‘Van Capitulatie tot Capitulatie’, D.A.van Hilten, Generaal-Majoor v/d Generale Staf B.D. (Sijthoff 1949)

De bevrijding van West Europa Na de landing van de geallieerden in Normandië op 6 juni 1944 was de Duitse tegenstand hevig. De verdere opmars verliep zeer moeizaam. Pas na het doorbreken van het front in de laatste week van juli kon men verder trekken in de richting van Parijs. Tegelijkertijd was het 2e Duitse leger omsingeld bij Falaise. Een groot deel van dit leger werd vernietigd in de periode tot 1 september. De opmars gaat nu snel: op 25 augustus wordt Parijs bereikt en op 1 september de Frans-Belgische grens, op 3 september wordt Brussel bevrijd en op 4 september volgt Antwerpen. In Nederland verwacht men de bevrijding binnen enkele dagen. De geruchtenstroom wordt zo sterk dat men denkt dat Breda al bevrijd is en de geallieerden op weg zijn naar Rotterdam. Daarbij gesteund door de uitzendingen van ‘Radio Oranje’ vanuit Londen. De vlucht van Duitsers en NSB-ers ten gevolge van de verhalen versterkt het idee dat de bevrijding een kwestie is van dagen.

8


De werkelijkheid is echter anders. De Duitsers beginnen zich aan het front te hergroeperen en gebruiken de Kempische kanalen om weerstand te bieden aan de geallieerde troepen. Deze zogenaamde Kampfgruppen worden samengesteld uit tegengehouden vluchtende Duitse soldaten. Zelfs matrozen uit de marinehavens in Frankrijk worden infanterist en luchtmachtpersoneel van opgeheven vliegvelden worden ‘Fallschirmjäger’. Deze eenheden worden vaak genoemd naar hun kommandant. Zij bieden eerst in België en later in Nederland hevige tegenstand aan de geallieerde troepen. De Kampfgruppen ‘Chill’ en ‘Walther’ zorgen er voor dat veel geallieerde troepen moeten worden onttrokken aan een verdere opmars. De snelle opmars komt tot een einde, net aan de Belgisch-Nederlandse grens.

Situatie op 17 september 1944. Bron: ‘Van Capitulatie tot Capitulatie’, D.A.van Hilten, Generaal-Majoor v/d Generale Staf B.D. (Sijthoff 1949)

9


‘Fliegerhorst Eindhoven’ vóór 17 september 1944 Begin augustus, het moment dat de geallieerden de Duitsers hebben verslagen in Normandië (Falaise), wordt ook het vliegveld Welschap al in staat van verdediging gebracht. Er worden versperringen en versterkingen aangebracht. Ook treft men voorbereidingen tot vernieling van de banen en de gebouwen. Het zware geallieerde bombardement van het vliegveld op 15 augustus en de lichtere op 18 en 26 augustus tasten de bruikbaarheid van het vliegveld, voor wie dan ook, ernstig aan. Op 1 september wordt van het Luftgau Belgien/Nordfrankreich het bevel ontvangen om de belangrijkste voorraden af te voeren naar Duitsland. Je moet dan denken aan reserveonderdelen, brandstof en smeermiddelen. Alleen het hoogst noodzakelijke om nog vliegtuigen te kunnen laten opstijgen en landen mocht achterblijven. Verder wordt de vernieling voorbereid van alles wat niet meegenomen kon worden. Op 2 september vertrekken al 40 wagons met materieel. Op 3 september volgt opnieuw een geallieerde luchtaanval. Engelse Lancaster bommenwerpers, 94 in totaal, werpen in drie golven overdag hun bommen af nadat 9 Pathfinder Lancasters het doel markeerden. Na 20 minuten is de aanval voorbij. Van enige verdediging van het vliegveld is geen sprake meer. Het luchtafweergeschut is juist een dag eerder ontmanteld. Het vliegveld wordt nu zo zwaar beschadigd dat het door de Duitsers evenals alle vliegvelden in zuidelijk Nederland wordt opgegeven. Een Britse verkenningseenheid telt op 19 september 1650 bomkraters. Een deel van de bommen valt buiten het vliegveld. Eén bom komt in de Bergen op Zoomstraat in Eindhoven terecht waarbij een huis wordt beschadigd. Op het Muggenhol in Zeelst komen 19 bommen neer maar daarbij vielen geen slachtoffers. Op maandag 4 september komt het bevel de toestellen terug te trekken achter de lijn Aken-Nijmegen. Alle vliegtuigbrandstof, smeermiddelen en munitie moet per spoor worden afgevoerd naar Mönchen-Gladbach. De laatste vliegtuigen vertrekken dezelfde dag nog vanaf een provisorisch ingerichte startbaan. De meeste tweemotorige toestellen vertrekken op 5 september. Deze dag staat bekend als “Dolle Dinsdag”. Al op 4 september worden enkele gebouwen en barakken in brand gestoken. In de nacht van 4 op 5 september komt het bevel om de voorbereide vernielingen uit te voeren. Om 1.30 uur volgt al de eerste ontploffing. Op 5 september gaan de explosies de hele dag door. Grote rookwolken zijn boven het vliegveld te zien.

10


Gebombardeerde startbanen van vliegveld Eindhoven. De startbanen zijn duidelijk zichtbaar.

In Eindhoven worden de grotere gebouwen die door de Duitsers zijn gebruikt in brand gestoken. Om 23.45 uur volgt een enorme explosie en gaat een grote voorraad bommen en munitie de lucht in. Als blijkt dat de geallieerden niet zo snel oprukken als gedacht, komen op 11 september de “Sprengkommandos� terug om hun werk verder af te maken. Op 11 en 12 september zijn steeds explosies te horen en stijgen opnieuw rookwolken op vanaf het vliegveld. Als op zaterdag 16 september blijkt dat de Duitsers weg zijn, trekken veel mensen naar het vliegveld om levensmiddelen en nog bruikbare spullen te halen.

11


Rookwolken boven het vliegveld als gevolg van de explosies en branden. Foto: Jan Henst

Een ooggetuige verslag “Op maandag 4 september zijn hier veel Duitse soldaten en is veel materiaal aanwezig, zelfs ontbreken de dames uit België en Frankrijk niet, die met de Duitsers terugtrekken. We hebben een onrustige nacht, maar op dinsdagmorgen is alles vertrokken. We krijgen de indruk bevrijd te zijn en ieder denkt, dat de Engelsen elk ogenblik kunnen komen. De Duitsers hebben tegen de morgen de 7 huizen van de Heistraat die ze onlangs in beslag hebben genomen, in vlammen doen opgaan. De explosies op het vliegveld zijn gedurende 10 dagen niet van de lucht en doen de huizen daveren op hun grondvesten, vooral ’s nachts is het soms vreselijk.” “De Duitsers geven aan de mensen verlof alles weg te nemen op het vliegveld, in het patronaat en in de huizen, die de Duitsers gebouwd hebben

12


langs de Kruisstraat. Bijna alle mensen hebben er gebruik van gemaakt en een ongelooflijke hoeveelheid en variëteit van voorwerpen meegenomen.” “Op dezelfde dinsdag ’s avonds kwart voor acht heeft het Sprengcommando van de Duitsers het Willibrordushuis in de lucht laten vliegen; 2/3 is verwoest en 1/3 is nog vrij gaaf. Veel schade aan de pastorie en aan de kerk (gebrandschilderde ramen).”

Het patronaat Het Sint Willibrordushuis in Zeelst, in de volksmond het patronaat, wordt tijdens de oorlog door de Duitsers gebruikt als vliegtuigwerkplaats. Alle gebouwen die de Duitsers in gebruik hadden, laten ze bij hun terugtocht niet onbeschadigd in handen van de geallieerden vallen. Vandaar dat op 4 september een deel van het patronaat wordt opgeblazen. De ‘Sprengkommandos’ komen later terug en op 12 september wordt het patronaat definitief vernietigd.

Het patronaat vóór de oorlog

13


Vervolg ooggetuige verslag “Op dinsdag 12 september te 5 uur hebben de Duitsers de rest van het patronaat opgeblazen. Ook de boerderij van de Eerw. zusters hebben ze afgestookt. Het was een geweldige vuurgloed, tot half een gebrand. Dit alles terwijl uit de richting Valkenswaard hevig kanongebulder wordt gehoord. Met dit al laten de Engelsen lang op zich wachten. Er heerst een zekere mate van anarchie.�

14


Deze filmbeelden geven de verwoesting van het patronaat goed weer: 2/3 deel is verwoest. Nog bruikbare spullen worden uit de puinhopen gered. Het ‘Sprengkommando’ vertrekt onder Rode Kruisvlag.. Bron: film familie Bazelmans, zie ook blz 54.

15


Market Garden Veldmaarschalk Montgomery had het plan opgevat om in Nederland snel door te stoten naar de grote rivieren, deze over te steken en richting Duitsland verder te gaan. Hij ging er van uit dat de Duitse weerstand was gebroken. In eerdere plannen was het zelfs de bedoeling om zowel richting Arnhem als richting Rotterdam/ Amsterdam te gaan 6 om samen met het U.S-leger in een grote tangbeweging het industieele hart van Duitsland te veroveren. Daarvoor vroeg Montgomery alle beschikbare middelen en manschappen. Montgomery kreeg op 10 september 1944 toestemming van Gene-raal Eisenhower om een afgeslankt plan uit te voeren. De voorbereidingstijd voor dit plan was één week. Het uiteindelijke plan, met de naam ‘Market Garden’ bestond uit twee delen. Het ene was om alle bruggen tussen het Belgische Leopoldsburg en Arnhem te bezetten, zodat ze niet konden worden opgeblazen. Hiervoor landden parachutisten en troepen in zweefvliegtuigen bij die bruggen. Deze luchtlandingsactie werd operatie Market genoemd. Tegelijkertijd rukten de grondtroepen vanuit Leopoldsburg op richting Eindhoven. Via Veghel, Grave en Nijmegen zou men doorstoten naar Arnhem. De grondactie heette operatie Garden.

De generaals Montgomery en Eisenhower. Bron: ‘Van Capitulatie tot Capitulatie’, D.A.van Hilten, Generaal-Majoor van de Generale Staf B.D. (Sijthoff 1949)

16


Luchtlandingen en het oprukken van de grondtroepen Bron: ‘Van Capitulatie tot Capitulatie’, D.A.van Hilten, Generaal-Majoor van de Generale Staf B.D. (Sijthoff 1949)

17


Om de landing met zo min mogelijk risico’s te laten verlopen moest eerst het Duitse afweergeschut bij de landingsplaatsen en de ruime omgeving daarvan op de vliegroutes worden uitgeschakeld. Bij Son moest de brug over het Wilhelminakanaal en bij Sint Oedenrode de brug over de Dommel onbeschadigd worden veroverd. Daartoe werden vroeg in de middag op 17 september luchtlandingen uitgevoerd door onderdelen van de 101st Air Born Division. Als voorbereiding hierop moest het vliegveld Welschap, met het afweergeschut daar om heen, worden uitgeschakeld.

18


HOO F D S T U K 2

Het bombardement in grote lijnen De gegevens van de geallieerden over het bombardement zijn zeer uitgebreid. Voor de lezer die alleen de grote lijn wil volgen is dit hoofdstuk bedoeld. Het volgende hoofdstuk beschrijft deze informatie in detail. Het luchtdoelgeschut staat rond een vliegveld, niet op het vliegveld zelf. Wil men het geschut uitschakelen, moeten plaatsen rondom het vliegveld worden gebombardeerd. De geallieerden hebben een lijst gemaakt van de plaatsen waar zij afweergeschut hebben waargenomen of waarvan zij vermoeden dat het zou moeten staan. De doelen voor vliegveld Welschap op deze lijst liggen om de startbanen heen (zie de afbeeldingen op blz. 24 en 25). Ze komen in grote lijnen overeen met een Duitse kaart waarop het afweergeschut staat aangegeven (blz. 26). Op het Heike wordt ĂŠĂŠn doel om te bombarderen aangegeven. Dit doel komt niet voor op de Duitse kaart. Dit is doel 2 op de afbeeldingen van blz. 24 en 25. Het bombardement is uitgevoerd door de Amerikaanse 8e luchtmacht. De vliegtuigen vlogen ongeveer 5 km hoog. Voor het doel op het Heike waren 6 vliegtuigen aangewezen die elk 30 bommen afwierpen. Er werden fragmentatiebommen gebruikt met een gewicht van 117 kg. Deze schakelen niet het geschut uit, maar wel de mensen die het geschut bedienen. Alleen als een vliegtuig goed kon aanvliegen mochten de bommen worden afgeworpen. De vliegtuigen die daar niet in slaagden hebben een rondje gevlogen en hebben daarna hun bommen afgeworpen. Uit de gegevens blijkt dat tussen deze twee bombardementen 17 minuten tijdverschil was De nabespreking van het bombardement met de bemanningen bij terugkomst in Engeland komt overeen met datgene wat de mensen op de grond hebben ervaren.

Een foto met een merkwaardig detail Uit de fotoverzameling van Riek Venmans-Renders, kwam een foto tevoorschijn van Cobbeek met op de achtergrond een merkwaardig detail. Op de achterkant staat 44 geschreven. De foto is gemaakt vanaf de straat voor de boerderij van

19


Een feestelijke foto met een merkwaardig detail

Adriaans die zelf niet te zien is op de foto. Wel is links het huis van Kanen te zien en rechts het huis van Van Hest. Wat verder is een boog van dennentakken met een plaat met ‘Hulde’ zichtbaar. De hele straat is versierd. Deze boog en versiering met boompjes met bloemen van het woonhuis tot de kerk was gebruikelijk bij een gouden bruiloft. Op Cobbeek 41, naast het huis van Van Hest, wat overeenkomt met de plaats van de boog, woonden Driekske Senders en Betje van Hoof. Zij stapten op 19 mei 1894 in het huwelijksbootje en waren op 19 mei 1944 dus 50 jaar getrouwd. Beide foto’s zijn van 19 mei 1944, ongeveer vier maanden voor de bevrijding. Rechtsboven op de bovenstaande foto, aan de horizon, is iets te zien dat er uit ziet als een lange buis met enkele donkere stukken aan de onderkant. Dit wordt nog duidelijker zichtbaar op de vergroting van dit deel van deze foto. Het vermoeden dat het gaat om een kanon wordt door deskundigen bevestigd. Het is de 88 mm FLAK (FLugzeug Abwehr Kanone) lucht afweergeschut. Omdat er wielen op dit kanon gemonteerd konden worden, was het snel te verplaatsen en heeft het misschien maar kort op Cobbeek of Heike gestaan. Het bomdoel op ’t Heike werd aangegeven als Light Gun (LG). Een 88 mm kanon is echter een Heavy Gun.

20


Het gouden bruidspaar Senders-van Hoof met hun familie

Links de vergroting van de foto waarop vermoedelijk een 88 mm FLAK kanon zichtbaar is.

21


HOO F D S T U K 3

Het bombardement in detail Op 16 september 1944 wordt om 23.05 uur BST (British Summer Time, dat is 00.05 uur Nederlandse tijd) door het hoofdkwartier van de achtste Amerikaanse luchtmacht (8th USAAF) per telex FIELD ORDER 1178 doorgegeven aan de 1st en 3rd Bombardment Division met de kop THE EIGHTH AIRFORCE WILL ATTACK THE FLAK BATTERIES AND INSTALLATIONS LISTED BELOW IN SUPPORT OF ALLIED OPERATIONS ON THE 17 SEPTEMBER 1944. (De achtste luchtmacht gaat de afweergeschutbatterijen en installaties die hieronder genoemd zijn aanvallen als ondersteuning van geallieerde operaties op 17 september 1944) De 8th US Army Air Force De 1st Bomb Division van de 8e luchtmacht van de USA wordt ingezet om het luchtafweergeschut uit te schakelen op de lijn Eindhoven - Arnhem. Daaronder viel ook het vliegveld Welschap en de landingszones voor de parachutisten. Dit is het grootste deel van Mission 637, dat verder bestond uit een aanval met 6 vliegtuigen op Eisenach in Duitsland. Onderstaande tabel geeft de opbouw van de 1st Bomb Division weer met haar taken op 17 september 1944. De Bomb Division bestaat weer uit Combat Wings en die vervolgens uit Bomb Groups. De nummering van deze onderdelen ziet er vreemd uit, maar dat is de bedoeling. Je moet de vijand niet wijzer maken dan nodig is. 8th USAAF 1st Bomb Division 40th Combat Wing Volkel /Grave

1st Combat Wing Eindhoven/Son

Hedel/Oirschot/Son

41th Combat Wing

94th Combat Wing Groesbeek

92nd Bomb Group

381st Bomb Group

303rd Bomb Group

351st Bomb Group

305th Bomb Group

398th Bomb Group

379th Bomb Group

401st Bomb Group

384th Bomb Group

457th Bomb Group

306th Bomb Group

De opbouw van de 1st Bomb Division

22


De doelen die gebombardeerd moeten worden De onderstaande tabel is een uittreksel uit de 1st BOMB DIVISION Field Order No 498; DATE 17 SEPT 1944. De doelen op het vliegveld Welschap en de omgeving zijn hierin opgenomen. Het gaat hier om de doelen van de 41st en 1st Combat Wing (CBW). Per regel gaat het over één doelpositie. De bommenwerpers waren B-17’s. In de bijlage is informatie over deze vliegtuigen te vinden.

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15

In de kolommen staan achtereenvolgens: Target: Map reference: Force: Unit: Group:

LG = Light Gun, HG = Heavy Gun Coördinaten van de doelen, in Nord de Guerre Grid (zie bijlage) Aantal vliegtuigen (A/C = Air Craft = vliegtuig) Combat Bomber Wing (41CBW = 41e Combat Bomber Wing) Bombardment Group (381A = 381e Bombardmentgroup, A geeft de groep van 6 vliegtuigen aan waarmee ze in formatie vlogen tijdens deze missie) A/C Bomb: Aantal vliegtuigen dat de bommen heeft afgeworpen Targ(et type): Type van het doel (PT = Point Target = puntvormig doel, ST = Surface Target = oppervlaktevormig doel) Bombs dropped: 180 x 260 = 180 bommen van 260 Lbs (Engelse pond is ongeveer 0,45 kg) Height in Feet: Vlieghoogte in voet ( 1 foot is ongeveer 30,5 cm) Time: Tijd van het bombardement in BST, British Summer Time. Dit was één uur vroeger dan de tijd in Nederland.

23


De coördinaten in Nord de Guerre kunnen worden omgerekend in de lengteen breedtegraden die algemeen in gebruik zijn (zie bijlage). Onderstaande tabel geeft voor de doelen (voorzien zijn van een rood nummer in de tabel op de vorige pagina) de omgerekende coördinaten weer. De doelnummers van 10 en hoger zijn vervangen door A t/m F. Doel 1 2 3 4 5 6 7 8 9 A B C D E F

Nord de Guerre qE361197 qE372163 qE368178 qE368182 qE372206 qE361197 qE365195 qE366192 qE384181 qE398190 qE382200 qE395195 qE379277 qE382193 qE388192

Breedtegraad 51° 27’ 11’’ N 51° 25’ 22’’ N 51° 26’ 10’’ N 51° 26’ 23’’ N 51° 27’ 41’’ N 51° 27’ 11’’ N 51° 27’ 05’’ N 51° 26’ 55’’ N 51° 26’ 21’’ N 51° 26’ 52’’ N 51° 27’ 23’’ N 51° 27’ 08’’ N 51° 31’ 31’’ N 51° 27’ 00’’ N 51° 26’ 57’’ N

Lengtegraad 5° 22’ 42’’ E 5° 23’ 45’’ E 5° 23’ 22’’ E 5° 23’ 21’’ E 5° 23’ 38’’ E 5° 22’ 42’’ E 5° 23’ 03’’ E 5° 23’ 09’’ E 5° 24’ 44’’ E 5° 25’ 55’’ E 5° 24’ 31’’ E 5° 25’ 39’’ E 5° 24’ 03’’ E 5° 24’ 32’’ E 5° 25’ 03’’ E

Deze coördinaten zijn als punten met een cijfer/letter ingevoerd op een kaart voor de situatie nu. Opvallend is dat doel 2 vlakbij de Heerbaan ligt, ver van de andere posities. Bedenk dat een doel wordt aangegeven in een vierkant van 100 bij 100 m.

5 A

6 1 7 8 4 3

E

9

2

24

B

D

10


5 A

6 1

B

7

D

E

8

4

10

9

3

2

Om de situatie in de oorlogsjaren te kunnen bekijken is er een stuk van een kaart overheen gelegd, die de situatie in 1944 weergeeft. Duidelijk is nu dat positie 2 op het Heike ligt, vlak bij de huidige Heerbaan, in het verlengde van een startbaan. De andere posities liggen meer op het vliegveld. Tussen de punten D, 8 en 9 zijn de startbanen avn toen goed te zien.

25


5 A B

16 7 8

D

4 3

E

10

9

2

Een Duitse kaart met de posities van het afweergeschut (FLAK) is over de oorspronkelijke kaart gelegd. Opvallend is dat de doelposities sterk overeenkomen met de posities van het afweergeschut. De Duitse kaart geeft echter geen afweergeschut aan voor doelpositie 2. In de tabel op pagina 23 wordt voor positie 2 wel geschut aangeven (3LG). Links van doelpositie 3 is nog een stelling met afweergeschut weergegeven. Dat was bij twee boerderijen op Habraken. In de ene boerderij woonde de familie Swinkels, die in de oorlogsjaren in Wintelre ging wonen. In de andere woonde Klaas de Lepper en zijn vrouw Marie met hun 16 kinderen. Hun dochter Bertha, die is getrouwd met Wim Waterschoot vertelt wel dat enkele zonen als knecht werkten bij andere boeren en niet meer thuis woonden. Ook vertelde ze over een batterij afweergeschut

26


vlak bij hun boerderij. Dat afweergeschut stond in een schuur en werd bij een alarm buiten opgesteld. Mogelijk is dat de verklaring dat dit geschut geen bomdoel was. Op 17 september is hier dus geen bom gevallen.

Bertha Waterschoot-de Lepper voor het schilderij van de boerderij van haar ouders op Habraken.

27


2

Doel 2 en de posities van Cobbeek en de Heuvelstraat

Het doel op ’t Heike De bemanningen van de bommenwerpers deden zelf waarnemingen van het neerkomen van hun eigen bommenlast. Na terugkeer in Engeland moesten zij hun waarnemingen rapporteren. Een bladzijde uit het verslag van die vliegtuigbemanningen van 17 september:

28


Uit de coördinaten is af te lezen dat punt 29 over doelpositie 2, op het Heike gaat. De vertaling luidt: Een licht kanon; G.S.G.S. 4083/51 - 372163 (a) Geen explosies gezien op de positie van het kanon. (b) Twee concentraties van meer dan 100 fragmentatie-explosies zijn gezien 200 meter ten oosten van de positie van het kanon verdergaand naar het noorden en noordoosten in het open veld en tussen de gebouwen aan de westkant van ZEELST. G.S.G.S. staat voor Geographical Section General Staff het nummer duidt op een kaart. In dit geval zuidelijk Nederland. Dit komt overeen met qE (zie bijlage) 372162 geeft de coördinaten aan. Het gaat hier maar over één kanon, terwijl er in de eerdere lijsten sprake is van 3 kanonnen (batterij). De omschrijving van het bombardement komt overeen met wat er is gebeurd. Bedenk dat naar het oosten betekent de richting van Heike, via Cobbeek naar de Heuvelstraat en het noorden en noordoosten links van deze lijn ligt.Daaronder staan nog twee regels die belangrijke informatie bevatten. Er staat 0951 hrs en 1008 hrs. Dit betekent dat er twee bombardementen zijn geweest, één om 9 minuten vóór 10 en 8 minuten over 10, Engelse tijd. Dat is 9 minuten vóór 11 en 8 minuten over 11 Nederlandse tijd. Wat SAV betekent hebben we niet kunnen vinden, FL staat voor Flight Level.

De hoeveelheid en de soort bommen In de lijst op pagina 23 is ook het aantal bommen per doel en het gewicht van de bommen weergegeven. Bij doel 2 staat in de kolom “Bombs Dropped” 180 x 260, wat betekent dat er 180 bommen van 260 LBS (Eng. Ponden = 117 kg) bestemd waren voor dit doel. Het ging om de M81 fragmentatiebom ook wel splinterbom genoemd. Elk vliegtuig werd geladen met 30 fragmentatiebommen, dus voor doel 2 in de lijst waren 6 bommenwerpers aangewezen. De bommen werden gecontroleerd losgelaten, zodat ze zouden vallen met een tussenruimte van 30 meter. De mantel van de bom is niet overal even dik. Zo ontstaan bij een explosie ringen, die ook weer in stukken breken. De ontsteker zit in de neuspunt van de bom en zorgt voor de explosie op het moment dat de bom de grond raakt.

M81 fragmentatiebom, ook wel splinterbom genoemd

29


De brokstukken van de fragmentatiebom vliegen dan in vooral horizontale richtingen weg met hoge snelheid. Voorbeeld van een bomscherf op ware grootte

Deze bommen waren niet bedoeld om het afweergeschut zelf te vernietigen maar om de bemanningen uit te schakelen. Men ging er van uit dat deze bemanningen niet konden worden vervangen voordat de luchtlandingen in de middag van 17 september zouden beginnen. De afbeelding hieronder laat zien wat een bombardement met fragmentatiebommen doet met een bos, in dit geval in Middelbeers.

Het effect van fragmentatiebommen in een bos

In de 1st Bomb Division Field Order van 17 september 1944 (pagina 23) is ook de vlieghoogte van de bommenwerpers af te lezen. Er staat 15.500 feet aangegeven. Dat is ongeveer 5 km. Over de vlieghoogte is door de ooggetuigen tegenstrijdige informatie gegeven. Er zijn getuigen die spreken over stipjes hoog in de lucht. Anderen echter spreken over vliegtuigen die zowat de toppen van de bomen raakten.

30


Totaaloverzicht van missie 637 Van de 875 B17’s hebben er 815 deelgenomen aan de bombardementen van de FLAK-batterijen. Zoals uit onderstaand overzicht blijkt hebben 6 vliegtuigen deelgenomen aan een bombardement op Eisenach (Duitsland). In het tweede deel staat de inzet van de jagers (fighters) van het achtste Fighter Command (VIII FC). Het is opgesplitst in de escorte voor de bommenwerpers en een voor de transportvliegtuigen met de parachutisten. Te zien is dat de jagers (P38’s en P47’s) voor een deel ook een bommenlast van M41 20lbs fragmentatiebommen meevoerden. Mogelijk dat deze op lage hoogte opereerden en dat het de vliegtuigen zijn die men laag bij de grond heeft waargenomen. E/A staat voor het aantal neergeschoten vijandelijke vliegtuigen. Vervolgens staan de verliezen. Twee kolommen gaan over de vliegtuigen. MIA is het aantal vermiste vliegtuigen, E is het aantal door de vijand neergeschoten vliegtuigen. De laatste drie kolommen gaan over personen; KIA (Killed In Action), WIA (Wounded In Action), MIA (Missed In Action).

Overzicht van mission 637. Bron: Freeman, R.A. The Mighty Eight, War Diary. New York, 1981

31


Hield men dan geen rekening met burgers op de grond? Om er op te wijzen dat de burgerbevolking moest worden ontzien was de volgende tekst opgenomen in de eerder genoemde FIELD ORDER 1178 van 16 september gericht aan de 1st en 3rd Bombardment Division. • BOMBS ARE NOT RELEASED UNLESS TARGETS ARE POSITIVELY IDENTIFIED AND GOOD VISUAL RUNS CAN BE MADE. (Bommen mogen niet worden losgelaten tenzij de doelen positief zijn geïdentificeerd en aanvliegen op zicht goed mogelijk is.) • CAUTION WILL BE EXERCIZED TO ASSURE THAT THE BOMBS FALL IN TARGET AREA AND DO NOT FALL ON ANY BUILT-UP AREAS. (Voorzichtigheid moet betracht worden om er zeker van te zijn dat de bommen in het doelgebied vallen en niet op bebouwd gebied.) • CREWS ARE REMINDED THAT TARGETS ARE LOCATED IN ENEMY OCCUPIED TERRITORY. (Bemanningen worden er aan herinnerd dat de doelen in door de vijand bezet gebied liggen.) De 1st Bombardment Division heeft deze FIELD ORDER omgezet in DIVISION FIELD ORDER No. 498. Ook in deze Field Order werd nadrukkelijk aangegeven dat men zeer zorgvuldig te werk moest gaan: • LAST RESORT NONE, REPEAT NONE. NO TARGETS OF OPPORTUNITY WILL BE BOMBED. (Geen noodoplossingen, herhaal geen. Er mogen geen gelegenheidsdoelen worden gebombardeerd.) • THESE TARGETS ARE IN THE VICINITY OF FRIENDLY TROOPS AND PEOPLES. (Deze doelen liggen in de buurt van eigen troepen en een bevriende bevolking.) • LEAD CREWS WILL BE MOST CAREFULLY SELECTED AND CAUTIONED THAT MISPLACED BOMBS MAY COURSE SEVERE CASUALTIES TO A FRIENDLY PEOPLE. (De bemanningen van de leidende vliegtuigen moeten zeer zorgvuldig worden gekozen en worden gewaarschuwd dat verkeerd afgeworpen bommen veel slachtoffers kunnen maken onder een bevriende bevolking.) 32


HOO F D S T U K 4

Wat gebeurde er op de ochtend van 17 september? Bij het huis van Bert en Hanneke Renders Via Radio Oranje was bekend dat geallieerde troepen vanuit België richting Valkenswaard trokken. Vader Renders wilde op de ochtend van 17 september voor de mis nog zijn zieke zus in Valkenswaard gaan bezoeken. Moeder wilde echter niet dat hij ging, zij vertrouwde het niet. Het gezin Renders had vijf kinderen. De jongens Jan, Wim en Piet en de meisjes Riek en Anna. De ouders Renders gingen naar de vroegmis terwijl intussen de jongens het vee verzorgden en de meisjes het ontbijt voorbereidden. Na het ontbijt gingen de kinderen naar de mis. Jan ging met zijn vriend Peter Coppelmans naar de mis van 10.00 uur in Meerveldhoven, de andere kinderen gingen naar de kerk in Zeelst. Jan zat op het klein seminarie in Zenderen (Overijssel). Hij had deze studie afgerond en wilde hierna rechten gaan studeren. Hij was thuis met vakantie. Tijdens de mis, gedurende de preek van pastoor van Welie, werd men in de kerk van Zeelst opgeschrikt door het enorme kabaal van een bombardement. Achter in de kerk werd geroepen dat Cobbeek was gebombardeerd. Veel mensen verlieten toen al de kerk en niet veel later stopte de pastoor met de mis. Piet en Wim Renders renden samen met Nard de Haas terug naar Cobbeek. Zij vonden vader Renders dood bij zijn huis. Buurtbewoners waren op zoek naar Hanneke Renders. Nard zei toen: “Ik vind het heel erg voor je Piet en ik kom direct terug, maar ik moet eerst naar huis naar ons Drieka, kijken hoe het bij ons thuis is”. Jan kwam na de mis in Meerveldhoven op de terugweg in de Polkestraat Jan Kanen tegen die op weg was naar familie in Meerveldhoven om slecht nieuws te gaan brengen. Deze vertelde hem dat het huis van Renders was getroffen en dat hun vader was geraakt. Jan Renders ging er van uit dat zijn vader gewond was. Toen hij thuis kwam, heeft hij zijn vader zien liggen, hij was dood. Jan wilde zijn moeder gaan zoeken en ging richting Adriaans. Op weg daarheen werd hem sterk afgeraden verder te gaan. Het zou afschuwelijk zijn wat daar te

33


Bert Renders en Hanneke Renders-Verhees

zien was. Jan is teruggegaan. Later werd het stoffelijk overschot van zijn moeder, Hanneke Renders-Verhees, gevonden in de puinhopen in een deel van de boerderij. Een bom is door het dak gegaan en binnen ontploft. Dochter Anna hoorde al in de kerk dat Cobbeek werd gebombardeerd en wilde direct naar huis. Onder de kerktoren zag ze Toon van Boekel, haar latere echtgenoot. Samen zijn ze richting Cobbeek gelopen. Halverwege de Heuvelstraat moesten ze schuilen achter een hoop stenen vanwege een tweede bombardement een kwartier later. Na die tweede aanval gingen ze verder maar werden aan het begin van Cobbeek tegengehouden, er zouden blindgangers liggen op Cobbeek. Van omstanders hadden ze al gehoord dat haar ouders beiden waren omgekomen. De stoffelijke overschotten werden opgebaard in de meisjesschool. De kinderen Renders mochten hun ouders niet meer zien.

Jan Renders

34


Bij ‘de’ hooimijt Net voor het eerste bombardement liep de schuilkelder van Adriaans al vol. Toen Martha van Gestel-Van der Linden met haar kinderen Tony, Frans en Hendrik daar aankwamen werd gezegd dat de schuilkelder van de familie Kanen nog leeg was. Nellie Kanen, die met haar moeder in de schuilkelder bij Adriaans zit, besluit mee te lopen om te zorgen dat ze de schuilkelder op tijd vinden. Jan van Gestel zit in de schuilkelder bij Adriaans. Hij weet nog niet waarom hij, als jongste kind, daar zit en niet bij zijn moeder, broers en zus is. Zijn vader heeft met Jan Sandkuijl in een greppel gelegen tijdens het bombardement om aan de scherven te ontkomen. Jan Sandkuijl werd in deze greppel getroffen en verloor een been. Buiten de schuilkelder liepen nog meer mensen op zoek naar een veilige schuilplek. Deze groep van in totaal 12 personen is niet naar de lege schuilkelder van Kanen gegaan maar heeft dekking gezocht in een hooimijt. Op één na vonden bij deze hooimijt allen de dood. Alleen Wim Adriaans overleefde zwaar gewond dit bombardement. De getroffenen, veelal ernstig verminkt, waren Martha van Gestel-Van der Linden met de drie kinderen en Nellie Kanen die net ervoor nog bij de schuilkelder van Adriaans waren. Ook Nellie van Bergen-Derks met drie kinderen, Albert, Theo en Trudy werden gedood. Verder het echtpaar Henk Aerts en Catharina Aertsd’Andrea dat de dagen ervoor per fiets uit Frankrijk voor het front uit was gevlucht en logeerde bij de familie Van Bergen.

Martha van Gestel-Van der Linden met de drie kinderen Tony, Frans en Hendrik.

35


Bidprentjes van Martha van Gestel-Van der Linden en de kinderen

36


Nellie van Bergen-Derks en twee van haar kinderen Bert(l) en Theo

Nellie Kanen

Naar de reden voor het schuilen in een hooimijt blijft het gissen. Volgens Fien Flament-Kanen was er plaats voor ongeveer tien personen in hun schuilkelder. Wim Adriaans vertelde dat Henk Aerts het initiatief had genomen om naar de hooimijt te gaan. Jan van Gestel zegt dat de twaalf uit de schuilkelder van Kanen zijn gevlucht omdat daar bommen vlakbij vielen.

37


Bij de schuilkelder van De Haas Nard de Haas was bij zijn huis toen het tweede bombardement losbarstte. Iedereen ging snel de schuilkelder in, de kinderen eerst. Op het moment dat hij zijn vrouw voor hem een duwtje naar binnen gaf, viel hij dodelijk getroffen achterover neer. Een splinter was via zijn arm door het hart gegaan en hij was op slag dood. Zijn dochter Maria vertelde: “Toen we na het bombardement uit de schuilkelder kwamen moesten we over hem heen stappen. Zijn zoon Huub zei later: “Vader mankeerde niks, je zag er niks aan. Hij had alleen een scherf in zijn rug”. Maria vertelde ook dat haar vader de slachtoffers bij de hooimijt nog heeft gezien.

Nard de Haas

Men wilde Nard meenemen naar de meisjesschool, maar zijn vrouw Drieka weigerde dit meerdere malen, ondanks dat er steeds sterker op werd aangedrongen. De volgende dag werd er Engels geschut geplaatst op Cobbeek dat ging schieten in de richting van Wintelre. De bevolking van Cobbeek werd geëvacueerd, maar Drieka bleef met de oudste kinderen thuis bij haar man die in huis was opgebaard.

Gesprek met Annie Docters-Aerts, een zus van Henk Aerts Ans Docters-Aerts was 12 jaar oud toen haar broer Henk omkwam bij het bombardement in Zeelst. Zij heeft vertelt over haar broer en schoonzus. Veel daarvan heeft zij later gehoord van haar ouders en oudste broers. Henk had een avontuurlijke inslag en besloot na het behalen van zijn HBS-diploma

38


Annie Docters-Aerts, een zus van Henk Aerts

naar Parijs te gaan om beter Frans te leren. Omdat er verre familie in Parijs woonde was dat, ondanks dat het oorlogstijd was, praktisch mogelijk. In Parijs ontmoette hij Catharine d’Andrea, een Italiaanse die al enige tijd in Parijs woonde na het overlijden van haar ouders. Ze trouwden in Parijs. Toen de geallieerde legers in 1944 Parijs naderden werd verwacht dat de Duitsers Parijs zouden verdedigen en dat daarbij ook burger slachtoffers zouden vallen. Achteraf gezien is dat meegevallen door de verstandige opstelling van de Duitse kommandant van Parijs. Henk en Catharine besloten om per fiets naar Nederland te gaan. Midden augustus zijn ze vertrokken en de moeilijke reis moet zeker meer dan tien dagen hebben gekost. Het gezin Aerts woonde in Heeze en telde 10 kinderen. Na de oudste drie, allen jongens waarvan Henk de derde was, kwamen er een aantal jaren geen kinderen en daarna volgden er nog zeven. Toen Henk en Catharine eind augustus begin september in Heeze aankwamen werd een slaapplaats voor hen gezocht. Vader was van mening dat een getrouwd stel over een eigen kamer moest kunnen beschikken. In zijn eigen huis kon hij dat niet bieden. De oplossing werd gevonden in Zeelst via de familie Adriaans. Een opa van Henk is jong gestorven en oma is hertrouwd met Tinus Adriaans, die op Cobbeek in Zeelst woonde. Oma was in 1940 al overleden.

39


In tegenstelling tot de jongsten hadden de oudste drie kinderen Aerts een goed contact met de familie Adriaans door de bezoeken en mogelijk logeerpartijen in de jaren ’30. Henk en Catharine konden op Cobbeek logeren bij de familie van Bergen “tot het allemaal voorbij was”. Vrijwel alle nabestaanden/ooggetuigen hebben het over een Franse vrouw die op Cobbeek was omgekomen. Dat zal veroorzaakt zijn door het feit dat Henk en Catherine onderling Frans spraken. In die tijd was Frankrijk en Italië allebei ver weg. Bij het bombardement was Catharine op slag dood. Henk overleefde zwaargewond bij de hooimijt en werd naar het Binnenziekenhuis in Eindhoven gebracht. Daar is hij op 23 september, twee dagen na zijn 21e verjaardag overleden. Ook door het bombardement op Eindhoven op 19 september was de chaos en hectiek in het ziekenhuis enorm groot. Er was gebrek aan alles. De familie Aerts heeft altijd het idee gehad dat Henk onder normale omstandigheden niet aan zijn verwondingen zou zijn bezweken. .

Henk en Catharine Aerts

Catherine was op 19 september met de andere slachtoffers in Zeelst begraven. Pas in de namiddag van 19 september werd Heeze bevrijd en hoorde de familie Aerts wat er in Zeelst was gebeurd. Die avond hebben vader en de oudste broer Theo in Eindhoven Henk kunnen bezoeken.

40


Na zijn overlijden werd Henk naar Heeze gebracht. Het was de bedoeling van de familie Aerts om Henk daar, samen met zijn vrouw Catharine te begraven. Pastoor van Welie van Zeelst was van mening dat Henk in Zeelst bij de andere slachtoffers moet worden begraven. Men is het nooit eens geworden, zodat Henk Aerts in Heeze begraven ligt en Catharine in Zeelst is gebleven. Dat Henk in Parijs contact heeft gehad met zijn familie in Heeze blijkt uit de bijdrage in de poĂŤziealbum van Annie Docters-Aerts van zowel Henk als Catharine. Ook stuurden zij een herinneringsprentje bij haar plechtige communie in 1944.

41


Relaas van Tonny en Frits Nouwens, toen 11 en 12 jaar oud Kees Nouwens, hun vader, was op Cobbeek in gesprek met Martha van Gestel-Van der Linden. Zij zei tegen hem: “Ik heb het er niet op, ik ga naar de schuilkelder”. “Dan ga ik op huis aan”, zei Kees. Voor hij thuis was moest hij al in een mangat schuilen en heeft hij in een sloot gelegen met Harrie Sanders uit de Molenstraat. Nolleke verloor een vinger bij het bombardement. Voor hij thuis kwam had Kees al slachtoffers van het eerste bombardement gezien. Er lagen drie blindgangers op straat bij hun huis en nog enkele achter het huis. De gezinsleden waren in de buurt van de eigen kelder gebleven, die gebruikt kon worden als schuilkelder. Toen het tweede bombardement kwam ging Kees met zijn vrouw en de kinderen die thuis waren opnieuw de kelder in. Cor en Jan gingen als laatsten en zeiden nog: “Kijk daar in de wei vallen de koeien dood neer.” Na het tweede bombardement ging Kees Nouwens op de fiets op zoek naar dochter Tonny en zoon Frits, die in Zeelst naar de kerk waren. Zij hadden bij het eerste bombardement de kerk verlaten. Ter hoogte van de kruising Heuvel, Heuvelstraat, Binnenweg en Kapelstraat moesten zij schuilen voor het tweede bombardement in de kelder van dokter Janssen. Toen ze verder wilden gaan na het bombardement werden ze tegengehouden door Peerke van de Ven en Piet van Eeten vanwege de gebeurtenissen in de Heuvelstraat. Op dat moment kwam hun vader Kees Nouwens aanrijden.

Tonny van Kasteren-Nouwens en Frits Nouwens

42


Onderweg hoorden zij van de slachtoffers in de Heuvelstraat en op Cobbeek. In de Heuvelstraat zagen ze dat Jan van Asperdt naar huis werd gedragen en vooraan op Cobbeek dat er nog werd gezocht naar Hanneke Renders-Verhees. De volgende dag vertelde iemand aan Kees Nouwens dat er een nieuw bombardement zou volgen. Kees aarzelde geen moment en vertrok met zijn gezin naar Vessem. Onderweg moest hij zijn fiets nog afgeven aan een overijverig lid van de PAN. In de kelder van brouwerij De Gouden Leeuw was onderdak voor het gezin Nouwens. In plaats van de oorlogshandelingen te ontlopen waren ze in de gevechten rond Vessem, Wintelre en de Beerzen beland en moesten ze vijf dagen in deze kelder blijven. Tonny had haar poĂŤzie album uit 1941 nog. Daarin staat ook een pagina die door Tony van Gestel op 11 jarige leeftijd is beschreven.

43


Op d’n Hoogepat Wim van Laarhoven was thuis en plaagde zijn zus Frieda door steeds stukjes appel te pikken, appels die geschild werden voor de appelmoes. Op een zeker moment stuurde ze hem quasi-boos weg. Hij vertrok lachend naar zijn vriend Noud Louwers die een paar huizen verder woonde in de Heuvelstraat. Samen zijn ze de Hoogepat ingelopen om te zien wat er op het vliegveld gaande was. De dan 11 jarige Ad Senders en zijn vriend Piet Vercoelen verlieten het huis van Piet in de Korteweg. Ze zagen veel mensen van de Hoogepat komen die keken naar het bombardement op het vliegveld. Deze liepen terug omdat het dichterbij kwam. Op de hoek met de Heuvelstraat werden ze gewaarschuwd door Jan van de Ven, beter bekend als Jan Klaassen, dat het gevaarlijk was. Piet ging terug, maar Ad is toch de Hoogepat opgegaan. Verderop is een kruising van de Hoogepat, die doorliep naar de Djept en het pad achter de tuinen van de Heuvelstraat dat uitkwam bij de Kiosk. Ad ging op die kruising een paar meter naar links. Hij zag Wim van Laarhoven en Noud Louwers, die veel verder op de Hoogepat waren doorgelopen, ook terugkomen. Van de eerste tijd daarna herinnerde Ad zich niets meer. Noud en Wim zag hij het ene moment nog, het volgende moment waren beiden dood.

Noud Louwers

Ad werd gevonden tegen de heg tussen de tuin van Tops en het pad. De hoge heg was nog maar minder dan een halve meter hoog. Waarschijnlijk is Ad door de druk van de explosie omver geblazen en zijn de scherven die de heg verkleinden over hem heen gegaan. Door de klap is hij bewusteloos geraakt. Hij herinnert zich dat zijn buurman Piet Rijkers hem eerst naar huis droeg en vervolgens

44


Wim van Laarhoven

naar de dokter. Hij had een verwonding aan zijn knie. De daar aanwezige verpleegster constateerde dat zijn knie nog pijnloos te bewegen was en verbond de wond. Na een paar dagen begon de wond te zweren. Er bleek een splinter in te zitten, die Ad er zelf heeft uitgepeuterd. Daarna genas de wond voorspoedig.

Ad Louwers de broer van Noud kwam bij de familie van Laarhoven zeggen dat hun zoon Adriaan dood op de Hoogepat lag. “Dat kan niet”, zei moeder Nel van Laarhoven, “die loopt daar op d’n hofpad”. Ongerust ging ze toch mee en zag daar Ad Senders gewond in een beukenheg liggen en daarna haar zoon Wim. Ze omhelsde hem en zei: ”Maar jongen toch!”. Meteen daarna werd ze door een kapelaan weggevoerd. Wim werd overgebracht naar de meisjesschool. Noud Louwers was al op een ladder naar huis gedragen. Tinus Louwers, de vader van Noud, stond niet toe dat zijn zoon wordt meegenomen. Noud werd thuis opgebaard tot de begrafenis twee dagen later.

Achter in de Heuvelstraat Jan van Asperdt stond te kijken naar de vliegtuigen die het eerste bombardement uitvoerden. Tinie de Wit en zijn zus Maria stonden bij hem. “Je moet niet bang zijn, dit zijn onze bevrijders”, zei Jan tegen hen. Jan stak met Tinie de Heuvelstraat over en gingen een pad tegenover de Polkestraat in. Maria ging terug naar huis. Ook Grardje van Laarhoven stond daar te kijken. Daar in dat pad achter de huizen van de Heuvelstraat kon je de vliegtuigen beter zien. Zij namen aan dat het vliegveld werd aangevallen. Vlakbij in zijn tuin stond Jan Verwimp al te kijken met een kind van hem op de arm. Toen de bommen waren gevallen was Jan dood. Hij lag op zijn

45


kind, dat niets mankeerde. Jan van Asperdt en Tinie de Wit waren zwaargewond. Jan is zwaargewond naar huis gebracht en daarna nog naar het ziekenhuis, waar hij bij aankomst bleek te zijn overleden. Voor Tinie de Wit, werd geoordeeld, zou vervoer naar het ziekenhuis niet meer baten. Hij is nog naar villa ’t Jekt van Frans Bazelmans gebracht. Daar is hij om ongeveer 14.00 uur overleden.Siraar, de vader van Tinie, had een goed contact met de sigarenfabrikant vanwege hun gezamenlijke belangstelling voor de duivensport. Grardje van Laarhoven overleefde het bombardement, hij had alleen een gat in zijn hoed. In zijn tuin op enkele tientallen meters van deze slachtoffers werd Jan van Emden door scherven getroffen, waardoor hij een arm verloor. Dora, de vrouw van Jan gaat later bij overburen van Asperdt vertellen welk onheil hen is overkomen, niet wetend welke ramp dit gezin heeft getroffen.

Jan van Asperdt, Jan Verwimp en Tinie de Wit.

46


Bij de familie Waterschoot Dit verhaal is opgetekend uit gesprekken met Gerda en Wim Waterschoot, toen 17 en 13 jaar oud. De familie Waterschoot woonde op het Heike. Vader was in 1938 overleden en moeder had de zorg voor 9 kinderen thuis. Vijf waren er al getrouwd. Op het Heike waren in de beginjaren ’40 op last van de Duitsers de daken lager gemaakt. De zwaarbeladen bommenwerpers die Engeland gingen bombarderen hadden moeite om voldoende hoog over de boerderijen te vliegen. Het Heike lag immers in het verlengde van de startbaan. Gevolg hiervan was dat de ruimte in huis veel kleiner werd en dat het dak steeds weer lekte.

De boerderij van Waterschoot, met het verlaagd dak, net na de oorlog.

De grond die hoorde bij de boerderij lag voor een groot deel ‘binnen d’n draad’ van het door de Duitsers afgebakende vliegveld. Zo had men een aardig idee wat er zich daar afspeelde. Enkele dagen voor 17 september kreeg Bert, de oudste zoon die in militaire dienst was geweest, het idee dat er weer iets ging gebeuren op het vliegveld. Er werd besloten om de koeien uit de wei mee te nemen naar de stal. Moeder Waterschoot bleek het er niet mee eens te zijn toen ze er thuis mee aankwamen. De stal was nog niet klaar voor de koeien, vond ze. Maar omdat ze er toch al waren werden ze toch op stal gezet. Op de ochtend van 17 september waren 6 kinderen thuis; de rest was met moeder naar de kerk. Toen er al bommen vielen wilden de zes vanuit het woonhuis via de stal naar de schuur. In de pakken stro dacht men het veiligst te zijn. Daarvan verwachtte men ‘weerstand’ tegen de scherven. In de koestal merkten zij dat verder gaan niet mogelijk was door het stof en rondvliegende scherven. Ze zijn daar blijven staan tot het bombardement voorbij was. Toen bleek dat Gerda een scherf

47


V.l.n.r. Jo, Bertha, Wim, en Gerda Waterschoot in oogsttijd bij een hangar op het vliegveld.

in haar scheenbeen had, ter hoogte van haar enkel. De anderen waren ongedeerd. Ook bij de koeien bleef de schade beperkt, relatief gezien. ÉÊn koe verloor een stuk van de staart en een andere had een scherf in een bil. In de woonkamer bleef niets heel. Alles was doorzeeft met scherven en niet meer bruikbaar. In een kleerkast waar ze even tevoren nog voor stonden waren alle jurken horizontaal doormidden gesneden. De stapeltjes kleding leken onbeschadigd, maar als je de kleding uitvouwde zat alles vol gaten. Een reclamebord voor Swiftschoenen, aan de gevel van de boerderij, werd zo zwaar beschadigd dat dit het einde betekende van de overeenkomst met de fabrikant. Het paar schoenen elk jaar kwam niet meer.

V.l.n.r. Wim, Bert en Harrie met hun hond Wilson. En het reclamebord dat beschadigd werd.

48


Wim Waterschoot voor het schilderij van de boerderij van zijn ouders

Buiten waren vele ondiepe kuilen te zien op de plaatsen waar de bommen waren gevallen. Het zand uit die kuilen had gezorgd voor het stof, waardoor je niets meer kon zien tijdens het bombardement. Verderop in de weiden waar tevoren nog koeien stonden zag je alleen nog kadavers. Van de anderen die uit de kerk kwamen, hoorden ze wat er was gebeurd aan de voor hen andere kant van Cobbeek. Op de weg bij Nouwens lagen blindgangers op de weg. Er werd besloten thuis te blijven omdat ze toch niets konden doen. In de loop van de middag zag men de transportvliegtuigen met parachutisten overkomen en de zweefvliegtuigen.

Inschattingsfout Uit verschillende gesprekken met ooggetuigen en nabestaanden blijkt dat velen het idee hadden dat de bommen recht boven hen werden losgelaten en vrijwel onmiddellijk beneden waren. En dat het dus goed was als je niet gezien werd en zo geen doelwit vormde. Het was voor de bevolking van Zeelst de eerste keer dat men een bombardement vanaf grote hoogte meemaakte. De werkelijkheid is dat de bommen vanaf die hoogte er ruim een halve minuut over doen om beneden te komen. Intussen bewegen ze ook horizontaal verder. In het begin met de snelheid van het vliegtuig (ca. 360 km/h = 100 m/s) en dan met wat afnemende snelheid als gevolg van de luchtweerstand. Dat betekent dat de bommen al werden losgelaten

49


op enkele kilometers voordat de vliegtuigen over het doel vlogen. Een uitspraak over overvliegende vliegtuigen: “Die doen ons niks meer, die zijn voorbij” geeft aan hoe verkeerd men dit inschatte.

Na de middag komen de transportvliegtuigen met parachutisten over Oerle op weg naar Son. Foto: Jan Henst

Gewonden Dat er later weinig over de gebeurtenissen van 17 september is gesproken is ook af te leiden uit de kennis die er over de gewonden was bij nabestaanden en ooggetuigen, en dus bij alle inwoners van Zeelst. Men wist vaak wel van enkele gewonden, maar niemand kon een totaaloverzicht geven. Alleen de gevallen van grote verminking kon iedereen wel noemen. In die gevallen waarbij het ziekenhuis geen rol had gespeeld was de informatie alleen in kleine kring bekend.

Een brug te ver In het boek ‘Een brug te ver: operatie Market Garden september 1944’ van de Amerikaan Cornelius Ryan wordt aandacht besteed aan steden en dorpen die schade opliepen door de geallieerde operatie. Een stukje, rond bladzijde 195 van de Nederlandse vertaling, gaat over de gebeurtenissen in Zeelst. Er staan zaken in

50


die redelijk kloppen, maar ook die sterk afwijken van wat er is gebeurd. Het is duidelijk dat Ryan zijn informatie niet uit de eerste hand heeft gekregen. Toch willen wij u dit stukje niet onthouden: Sommige steden en dorpen vlak bij de voornaamste ‘Market-Garden’ doelen leden even ernstige schade als de doelen zelf en beschikten over weinig of geen reddingsdiensten. Vlakbij Zeelst, ongeveer acht kilometer ten westen van Eindhoven, had Gerardus de Wit tijdens de bombardementen beschutting gezocht in een bietenveld. Er was geen luchtalarm gegeven. Hij had vliegtuigen hoog in de lucht gezien en plotseling regende het bommen. De Wit, die op bezoek wilde gaan bij zijn broer in Veldhoven, zes kilometer naar het zuiden, was omgekeerd, van zijn fiets gesprongen en in een langs de akker lopende greppel gedoken. Hij had nog maar één streven: zo vlug mogelijk terug naar zijn vrouw en elf kinderen. Hoewel de vliegtuigen nog steeds mitrailleerden, besloot De Wit het risico te nemen; voorzichtig keek hij over de rand van de greppel en zag dat “zelfs de bladeren verschroeid waren”. Hij liet zijn fiets liggen, klauterde uit de greppel en holde dwars door het open veld. Toen hij het dorp naderde, begreep hij dat de bommen, die waarschijnlijk bedoeld waren geweest voor het even buiten Eindhoven gelegen vliegveld Welschap, het kleine Zeelst hadden getroffen. De Wit zag slechts ruïnes; verscheidene huizen stonden in brand, andere waren ingestort, en de bewoners stonden versuft kijkend en huilend in het rond. Een van De Wits kennissen, mevrouw Van Helmont, een weduwe, zag hem en smeekte hem met haar mee te gaan om een laken over een dode jongen heen te leggen. Met tranen in haar ogen verklaarde ze dat ze het zelf niet kon doen. Het kind was onthoofd, maar De Wit zag dat het een zoontje van zijn buurman was. Vlug bedekte hij het lijk. “Ik keek nergens meer naar. Ik probeerde alleen maar zo vlug mogelijk thuis te komen.” Toen hij zijn eigen huis naderde, probeerde een buurman, die aan de andere kant woonde, hem tegen te houden. “Ik bloed dood!” riep de man. “Ik ben geraakt door een bomsplinter.” Op dat ogenblik zag De Wit zijn vrouw, Adriana, op straat staan huilen. Ze holde op hem toe. “Ik dacht dat je nooit terug zou komen!” riep ze tegen hem. “Kom vlug mee. Onze Tiny is getroffen!” De Wit liep langs zijn gewonde buurman heen. “Ik dacht alleen nog maar aan mijn veertienjarige zoon. Toen ik bij hem kwam, zag ik dat zijn hele rechterzij open lag en zijn rechterbeen bijna doormidden was. Hij was nog volledig bij bewustzijn en vroeg om water. Ik zag dat zijn rechterarm verdwenen was. Hij vroeg me

51


naar zijn arm en om hem gerust te stellen, zei ik: ‘Je ligt erop’.” Juist toen De Wit naast de jongen neerknielde, arriveerde er een dokter. “Hij zei tegen me dat ik maar niet meer moest hopen; onze jongen zou sterven.” De Wit tilde zijn zoon op en ging op weg naar de sigarenfabriek ‘Duc George’, waar een rode-kruispost was ingericht. Voordat hij de fabriek bereikte, stierf het kind in zijn armen. Uit: ‘Een brug te ver: operatie Market Garden september 1944’ van Cornelius Ryan, Orginiele titel: ‘A Bridge too Far’[vert. uit het Engels: T Stam] Hilversum

In de bewoordingen van Thieu Vlemmix Thieu Vlemmix is tijdens zijn zoektocht naar verhalen van de Zeelsternaren ook de gebeurtenissen van 17 september 1944 tegengekomen. Hij schreef hierover het volgende: Deze Godsdag, zoals de zondag ook wel werd genoemd, was - niet anders dan gewoonlijk- rustig en ingetogen begonnen. Bij uitzondering zou het ditmaal echter een rust blijken te zijn, welke op het punt stond van ontmaskering. De zon bescheen de daken van de eenvoudige arbeiderswoningen op de westelijke uitvalsweg de Heuvelstraat in de richting van het Cobbeek, maar vertoonde al een valse schittering. Zo tegen het middaguur en van het ene op het andere moment, was de lucht vervuld van dreigend kabaal. De serene kalmte maakte binnen het tijdsbestek van luttele seconden plaats voor chaos en paniek. De ochtendmis had bijna het ite misa est en de slotzegening bereikt; ergens dichtbij klonk ineens het angstaanjagende geluid van gierende bommen, welke zwaar insloegen en het kerkvolk letterlijk verlamde. De schrik galmde langs de muren, scherend voorbij de Lijdensweg van Christus, verder door de kerkspelonken heen. Nadat het besef was doorgedrongen dat er iets heel ergs moest zijn gebeurd, zetten de mensen zich massaal in beweging. Naar buiten toe. De haastige weg in looppas terug naar huis ging, voor degenen die richting de Heuvelstraat en naar het Cobbeek liepen, langs dode en verminkte lichamen en vernielde huizen. Ogen tastten vluchtig de puinhopen af, op zoek naar het eigen huis, de familie of buurtgenoten. Bijna 20 mensen uit onze buurt schoten er het leven bij in. Tot op de dag van vandaag heeft dat zijn wonden en lege plekken in onze dorpsgemeenschap achter gelaten. Arnold Molenaar was er zelf bij. Zijn getuigenis: “Ik was welgeteld 12 jaar oud. We zaten in de kerk toen het begon. De paniek was groot. Iedereen wilde tegelijk door de smalle zijdeuren (de hoofdingang

52


was dicht) naar buiten. Daar aangekomen, renden mijn broer en ik door de Binnenweg richting de Valgaten, om daar ter bescherming in de kuilen te gaan liggen. Op dat ogenblik was - wat wel het laatste oordeel leek - plots afgelopen. De herrie verstomde en we keken verdwaasd om ons heen. Mijn vader lag, zo zag ik, boven op een bomscherf die dwars door hem heen leek te zijn gegaan. Dat bleek gelukkig niet zo. Behalve gesprongen ruiten, was met ons huis niets aan de hand. Dezelfde middag nog, verscheen er onverwacht een paard met platte wagen aan de straateinder. Bij het naderen bleken de lakens op de kar dieprood gekleurd te zijn, doordrenkt van het bloed afkomstig van de mensen die eronder lagen. Dat macabere beeld maakte op mij toen een diepe indruk en ik ben het nooit meer kwijtgeraakt”. En uit zijn boek ‘Opnieuw zongen de Druïden’ nog een citaat: ‘Langzaam en bijna geluidloos gleed het lugubere geheel door de verder vrijwel uitgestorven straat. De hoefijzers van het klossende paard tikten monotoon op de straatstenen; het holle geluid vormde een naargeestig teken van leven. Een droevige optocht was op weg naar het klooster op de Blaarthemseweg waar de doden zouden worden opgebaard…’.

53


HO o F D S T U K 5

Bevrijding en herdenking Bij de bevrijding van Veldhoven op 18 september 1944 was het dorp Zeelst nog helemaal in rouw vanwege de slachtoffers die er de dag daarvoor waren gevallen bij het bombardement op Cobbeek en in de Heuvelstraat. Ook op de filmbeelden die er zijn van de intocht van Engelse tanks in Zeelst op 19 september, zie je geen volksvreugde zoals bijvoorbeeld in Eindhoven toen de geallieerden daar binnentrokken.

Binnentrekkende Engelse tanks op 19 september (uit film familie Bazelmans)

Vanaf het begin heeft Zeelst veel aandacht geschonken aan beide gebeurtenissen: de herdenking van de doden en het vieren van de bevrijding, op 2 aaneengesloten dagen in september, net zoals dit nu in heel Nederland op 4 en 5 mei gebeurt.

54


Monument Vanuit de gemeenschap komen meteen na de oorlog initiatieven naar voren om op het kerkhof een monument te maken ter nagedachtenis van de gesneuvelden. In de aantekeningen van de pastoor van Zeelst lezen we dat in 1946 het monument voor de oorlogsslachtoffers zijn voltooiing nadert. Architect C. Geenen uit Eindhoven heeft hiervoor een ontwerp gemaakt. Het is kunstvol en sober. De gelden zijn bijeengebracht door de parochianen, de nabestaanden van de slachtoffers hebben een bijdrage gedaan voor de afzonderlijke graven. In 1947 komt het monument gereed.

Het grafmonument met afzonderlijke grafstenen voor de slachtoffers.

Bevrijdingsoptocht In september 1945 wordt al een comité opgericht ter opluistering van het bevrijdingsfeest op 18 september. Initiatiefnemers zijn Frans Bazelmans, de lord, dokter Janssen, Johan Bazelmans van ’t Honk, Cees van den Bosch en Jan Tendijck. Het wordt een uitgebreid programma. De optocht telt liefst 46 deelnemers: iedere buurt en iedere vereniging doet mee. Vanwege de ontreddering van sommige wegen is de route door het dorp beperkt tot Broekweg, Heuvel, Kapelstraat, Polkestraat, Heuvelstraat, Binnenweg, Blaarthemseweg, Kruisstraat, Heistraat, Muggenhol, Heuvel. De dag wordt afgesloten met vreugdevuren en ‘verbranding van de kwelgeest van de voorbije jaren’.

55


Alle Zeelstenaren worden gevraagd mee te helpen voor een bevrijdingsfeest ‘dat klinkt als een klok’.

56


De optocht met ‘taferelen van den bevrijdingsdag’ trekt door de versierde straten van Zeelst.

57


De beoordeling van de aan de optocht deelnemende groepen.

58


59


1949: Eerste lustrumfeest Bevrijding In 1949 lezen we dat in 1947 en 1948 een volksfeest is georganiseerd als deel van het Veldhovense Oranje comité. “Feesten is een uiting van cultuur en dat goed feesten een kunst is die Eindhoven niet meer verstaat. Zeelst kan dat wel en dat is in 1948 gebleken met de jubileumfeesten gecombineerd met de feesten van de harmonie”. Het eerste lustrum van de bevrijding in 1949 wordt weer uitbundig gevierd. Vlaggen in heel het dorp blijven halfstok tot na de dodenherdenking op zaterdag 17 september 6 uur. Er is een etalagewedstrijd van de winkeliers. Alle huizen worden versierd. In het rondschrijven van het organisatiecomité lezen we: “In Zeelst kunnen wij op een enorme belangstelling rekenen, want de overige dorpen van onze gemeente doen weinig of niets. Met ons allen zullen wij in Zeelst tonen dat wij het wel op prijs stellen dat we bevrijd zijn, dat we hulde willen brengen aan de offers van miljoenen mensen over de gehele wereld en van tienduizenden Nederlanders. Zij hebben de bevrijding zelf niet meer gezien maar hebben deze voor ons verworven. Wij zullen eerst hen gedenken om dan onze vreugde op grootse en gepaste wijze tot uiting te brengen”. Op zaterdag 17 september is de dodenherdenking. En op zondag de Hoogmis uit dankbaarheid, volksdansen, fakkeloptocht, militaire taptoe”. Bij de stemming door de vertegenwoordigers van de Zeelster verenigingen wordt de optocht, zoals die 5 jaar eerder werd gehouden, echter geschrapt uit het feestprogramma: het is teveel werk en komt teveel neer op een paar mensen.

Herdenking in 1950 Bij de organisatie van de herdenking in 1950 wordt opgemerkt dat het programma in vergelijking met het lustrum van 1949 beperkt mag worden genoemd. Zondag 17 september: plechtige dodenherdenking in de kerk en ’s avonds een optocht met vlaggenparade. Met op het kerkhof een declamatie van Frans Bazelmans van ‘Jaargetijde’ van Guido Gezelle met de plechtige belofte: “Deze bloemen zullen verwelken, maar onze gedachtenis zal blijven voortleven”. Bij UNA is een gecostumeerde voetbalwedstrijd. En later op de avond kan er gedanst worden met medewerking van de boerinnenbond, VKAJ en gymnastiekverenigingen. Op 18 september zal de rijvereniging de reveille blazen vanaf de kerktoren, waarna een H. Mis uit dankbaarheid. ’s Avonds is er een kinderoptocht met prijzen. Op de provisorische kiosk is ’s avonds een muzikale aanbieding, te besluiten met een

60


taptoe door de rijvereniging en het Philips Tamboer- en Klaroencorps. In de krant lezen we de volgende dag: “Het concert ’s avonds was wat later begonnen: de harmonie moest eerst Sub Umbra in Meerveldhoven een serenade brengen en het Philips Tamboer- en Klaroencorps was niet verschenen omdat ze vergeefs op de bus hadden staan te wachten. Dit was al de derde keer dat hen dat was overkomen.”

1952: nieuw organisatiecomité In 1952 gaan Janus Rommers, Harrie Franssen samen met Cees van den Bosch het nieuwe organisatiecomité vormen. In het Memoriaal van de harmonie van de hand van Jan van den Bosch uit 1971, lezen we op blz. 69 dat de herdenking van de doden van 17 september twaalf jaar een traditie is geweest. Ongetwijfeld bedoelt hij hiermee dat gedurende twaalf jaar de herdenking van de slachtoffers op 17 september, een gevolg had met aansluitende bevrijdingsfeesten.

Declamatie door Frans Baselmans. Verder zien we onder andere (v.l.n.r.) de muzikanten Jac Bogers en Frans Toonders, wethouder Sjeng Nabben, gemeentesecretaris van de Laar, Frans Bazelmans, Janus Rommers, wethouder Wim van Nuenen, Harrie Franssen en Cees van den Bosch.

61


1994: nieuw monument Het uit 1947 daterende monument blijkt slecht bestand tegen de weersinvloeden. In 1994 wordt het, na 50 jaar, vervangen door een nieuw monument, geschonken door de fa. Kluijtmans uit Eindhoven. Bij de herdenking wordt de H. Mis opgeluisterd door het Veldhovens Mannenkoor. Na de mis is er een stille tocht naar het kerkhof waar de grafsteen met daarop de namen van de slachtoffers wordt onthuld.

62


2004: herdenking met boek Tien jaar later in 2004 vindt opnieuw een bijzondere herdenking plaats van het bombardement 60 jaar geleden. Na de H.Mis en de gang naar het kerkhof zijn de nabestaanden in het patronaat tezamen voor een koffiemaaltijd. Aansluitend wordt een tentoonstelling bezocht en het boek ‘Zeelst in Oorlogstijd’ aan de aanwezigen uitgereikt. Hierin zijn veel persoonlijke verhalen van de nabestaanden opgenomen.

Tijdens een korte plechtigheid op het kerkhof legt burgemeester Sjraar Cox een krans bij het monument van de slachtoffers.

Zeelst Schrijft Geschiedenis bepleit in dat jaar bij het gemeentebestuur een monument op de plek waar de bom in 1944 insloeg: het oude Cobbeek.

63


HO o F D S T U K 6

Blijvend bewustzijn Sinds de herdenking in 2004 leeft bij de Zeelster gemeenschap de gedachte om een blijvend gedenkteken te plaatsen voor de 19 burgerslachtoffers van het bombardement op 17 september 1944, nota bene daags voor de bevrijding van Veldhoven en daarmee ook Zeelst. De meest voor de hand liggende locatie is de plek waar de meeste slachtoffers vielen: het voormalige buurtschap Cobbeek, het huidige City-Centrum. Dankzij de inspanning van donateurs en andere betrokkenen kunnen wij, de Stichting Zeelst Schrijft Geschiedenis, bij gelegenheid van de 70-jarige herdenkingsbijeenkomst op 17 september 2014 de Veldhovense gemeenschap een monument aanbieden dat de herinnering aan het bombardement op Zeelst levend houdt. Het monument wil een blijvend bewustzijn uitdragen van het leven dat kostbaar is en de vrijheid die gekoesterd wordt. Het recht op leven in vrijheid kan jou van het ene op het andere moment worden ontnomen als een donderslag bij heldere hemel. In de 2e helft van 2013 werden vage plannen concrete ideeën en werd een werkgroep gevormd van zes leden die deze wens van velen waar maakten. Op 29 januari 2014 kreeg het project een ‘go’. De onderwerpen die in het monument zouden moeten terugkomen: • 17 september 1944 • 19 slachtoffers genoemd bij naam • de meeste slachtoffers vielen onder een hooimijt • de wanhoop • het bombardement • een signaal dat wij allen vrede in de wereld willen De werkgroep benaderde enkele beeldend kunstenaars onder wie de Zeelstenaar Wil Dams. Hij bleek al jaren een idee te hebben voor een monument. Zijn verbeelding van een blikseminslag op Cobbeek en de Heuvelstraat kon een donderslag bij heldere hemel niet beter uitbeelden.

64


Voor ons plan kregen we volop medewerking van de gemeente. In eerste instantie van de verantwoordelijke wethouder, en vervolgens het college van B en W: het initiatief bleek perfect te kunnen worden opgenomen in de plannen om de noordentree van het City Centrum haar definitieve aanzicht te geven. De noordentree ligt dicht bij de plaats van het bombardement en het is er druk. Veel centrumbezoekers en passanten zouden het monument de aandacht geven die het verdient. Het monument wordt geplaatst in een plantsoen met banken. Helaas niet meteen op haar definitieve plek als gevolg van de werkzaamheden die nodig zijn voor de herinrichting van de noordentree en verdere aanpassingen van de omgeving. Maar ook die tijdelijke locatie maakt deel uit van het gebied waar het bombardement plaatsvond. Uiteraard brengen wij veel dank aan Wil Dams die onze wens op een perfecte manier wist uit te beelden. Het monument, de locatie en de omgeving die het krijgt, dragen bij aan de bezinning op de vrijheid die wij genieten en die wij moeten koesteren.

Het monument, een kunstwerk van Wil Dams, ter nagedachtenis van de slachtoffers van het bombardement, krijgt een plek in het centrum van Veldhoven.

65


B ijlage

Nord de guerre grid Gebruikte plaatscoördinaten door de geallieerden in de Tweede Wereldoorlog. Al in de Eerste Wereldoorlog was er een behoefte aan een coördinatensysteem om posities vast te leggen. Dit was nodig voor artilleriebeschietingen en voor de luchtverkenning met vliegtuigen en zeppelins. Toen is men al begonnen aan zo’n systeem voor het noordelijke gebied van Frankrijk en voor België. In de periode tussen de beide wereldoorlogen is het systeem verder uitgebreid en uitgewerkt voor heel Europa door de Fransen en de Engelsen. Voor afzonderlijke delen van Europa zijn kaarten gemaakt. Voor midden- en west Europa is dat de Nord de guerre zone. Dit is de uitbreiding van de oorspronkelijke oorlogsgebied in België en het noorden van Frankrijk. Europa is in tien van zulke zones verdeeld. Een zone werd verdeeld in vierkanten van 500 x 500 km en voorzien van een (kleine) letter. Zo’n vierkant werd weer opgesplitst in vierkanten van 100 x 100 km en voorzien van een hoofdletter. De I werd hierbij overgeslagen. Zuidoost Nederland wordt aangegeven met qE. 100 km

qE 16,3 km 37,2 km 100 km

Een positie wordt vastgelegd met de afstand vanaf de westrand van dit kleinere vierkant in oostelijke richting en de afstand vanaf de zuidrand in noordelijke richting. Deze afstand wordt vastgelegd in honderden meters. qE 372 163 ligt in Zuid-Nederland op 37,2 km van de westelijke rand en 16,3 km van de zuidelijke rand van het vierkant qE. De nauwkeurigheid waarmee een positie kan worden aangegeven is 100 x 100 meter. Op de website www.echodelta.net/mbs/eng-translator.php kunnen deze coördinaten worden omgerekend in de algemeen gebruikte coördinaten in lengte- en breedtegraden die nu worden gebruikt op kaarten en door GPS.

66


De vliegtuigen De bommenwerper, de B 17 Flying Fortress (‘vliegend fort’) Deze 4-motorige lange afstand bommenwerper was al voor de Tweede Wereldoorlog ontworpen door Boeing. In de loop van de oorlog zijn er steeds nieuwe versies ontwikkeld om het toestel nog beter geschikt te maken voor zijn taken en om het toestel beter te kunnen verdedigen. Hierbij kun je denken aan verbeterde motoren en meer en beter geplaatste geschutskoepels. Het toestel wordt ‘vliegend fort’genoemd vanwege de eigen verdediging met geschutskoepels. Deze bevonden zich boven en onder, links en rechts, en voor en achter in het toestel zodat er geen blinde hoeken waren waarin een vijandelijke jager kon aanvallen zonder zelf beschoten te worden.

B 17 Flying Fortress bommenwerper

De bemanning Uiteindelijk bestond de bemanning uit 10 personen: een commandant/piloot, een co-piloot, een bommenrichter/frontschutter, een boordwerktuigkundige, een navigator/radio operator, de staart-, buik-, rugschutters en de bak- en stuurboordschutters. De schutters waren onderofficieren, de anderen officieren. Het waren vaste bemanningen per toestel, die goed op elkaar ingespeeld waren.

67


Prestaties Het toestel kon een snelheid van 460 km/u halen en een hoogte bereiken van bijna 11 km. De actieradius was ongeveer 3000 km bij een bommenlast van ruim 2000 kg. Een grotere bommenlast ging ten koste van de actieradius. Deze bommenwerpers bombardeerden vaak van hoogten van 5 à 6 km.

Escorte van jagers De bommenwerpers vlogen in formaties. Deze waren zo uitgekiend dat ze elkaar beschermden met hun geschutkoepels en niet hinderden door in elkaars schootsveld te vliegen. Na missies met zware verliezen door Duitse jagers in 1943 besloot men de verdediging uit te breiden met een escorte van jagers. Dit waren de P-51 Mustang en de P-47 Thunderbolt, voorzien van een afwerpbare brandstoftank (heenweg) om de actieradius van de bommenwerpers te kunnen evenaren. Deze maatregel verkleinde de verliezen aanzienlijk. Verder werd de P-38 Lightning ingezet als duikbommenwerper/jager.

Engelse toestellen De AVRO Lancaster werd ontwikkeld aan het begin van de Tweede Wereldoorlog. Tot deze in 1941 in productie kwam leverden de Amerikanen B-17’s aan de Engelsen. Na Pearl Harbor kwamen de B-17’s naar Engeland met Amerikaanse bemanningen. De Engelsen gingen vliegen met de Lancaster. De Lancaster kon minder hoog vliegen dan de B-17, zo’n 8 km. De bommenlast kon echter wel 10.000 kg zijn. De Engelsen maakten minder vaak gebruik van een escorte van jagers.

68


BEGUNSTIGERS

Dankwoord Onze dank gaat uit naar de bedrijven, organisaties en particulieren die door hun financiële bijdrage en/of een bijdrage in natura het ons mogelijk maakten om: - het monument te plaatsen en op gepaste wijze aan de bevolking van de gemeente Veldhoven aan te bieden, - dit boek uit te geven, - lesmateriaal voor de basisscholen aan te bieden, - het herdenkingsprogramma uit te voeren. Adm Kantoor W. Soetens A.M.C. Adriaans H. Aerts-Hurkmans Amigos Bbq Restaurant ASML Netherlands BV F.J. van Asperdt H.C.F. van Asperdt-De Wit Baetsen Groep W.F. Bataille J.H. Biemans N.P.H.C. van den Bliek M.A.P.M. van Boekel-Mühlradt A.H.D.M. Bolsius-Franssen P.A. Boogers Van de Boomen Bouw H.J. Boonstra-Mulder W.J.C.M. van den Bosch C.F.A. Boumans-Willems G. Braam-van Lieshout J.M.J. Bressers-van de Schans Café De Kleine Man Café Den Hoek Café Manhatten Café Sint Joris Café ’t Stuupke

Cafetaria Zilst CityCentrum Veldhoven J.G.M de Cortie Gebr. Couwenberg W. Dekker-’t Hart J.C. van Delft-Dams DIABO BV J.J.M. Docters-Aerts Docters Banden Documentatiegroep Volkel Eliëns Carwash Area Fasterix BV J.M Flament-Kanen Gemeente Veldhoven J.A.C. van Gestel-Schoenmakers Get Bannered Reclameproducties Van de Gevel Internationaal Bouwtransport B. van Glabbeek GroenRijk de Heikant L.C. de Haas H.C.P. van der Heijden Henri Kox Makelaardij C.G.T.M. van Hout T.J. Jacobs-Olislagers. H.G.J.M. Janssen

69


K.P.J. Zeelst P. Smits A.M.G. Kanen-van Hoof G.M.W.A. Snelders A.A. Kapteijns F.B.W.J. Sprengers M. Kerkhofs-Coppelmans Stichting Dodenherdenking Veldhoven M.F.A.M. van Keulen Stichting DELA Fonds J.C.A. KrĂźger Stickercompany T. Kouwenberg J.J.M. Kusters STIWOT H.M. van Laarhoven Tazelaar Bouwadviesburo B.J.J. Lamers-van Keulen Theater De Schalm J.W.N. Legius-Franssen T.J.W.H. Tops-de Wit J.P.J.M. van Lieshout-Jacobs A.J.M.G. Veraart A.J.C.M. van Lieshout-van Gestel G.M.C. Verberne A. van der Linden-Tops Verdaat Veldhoven B.V. Van der Linden Accountants BV T. Vissers-Hoendervangers M. van Lisdonk-Jacobs M.C.A. Vlemmix L.J. Loijen C. Vorstenbosch VOF I.T. van de Looij P.F.F.C. de Vries A.H.J. Lukassen-van Asperdt de Waterslaper M.F.G. van der Maden P.J. van der Weijden R.W.J. van der Maden Wijkplatform Zeelst F.J.C. van der Maden J.M.N. de Wit J.W. Meijberg-Duquesnoy G.J.D.B. de Wit C.E.J. Moors J. Wittenboer-van Kraaij H.G.C. Neggers-van de Donk W.J.M. van de Oever Van Oorschot Bouwtechniek en BouwAdvies BV Purple Vision MultiMedia Rabobank Eindhoven-Veldhoven J. Renders M.A.A. Renders erven van H.M. Venmans-Renders Restaurant De Bengel Rombouts Showequipment B.V. A.M.J. van Rooij Rotary Club Eindhoven Welschap O.A.F.M. van der Sanden T.J. Sanders M.C.A. Senders

70



COLOFON

Een donderslag bij heldere hemel Nieuwe inzichten omtrent het bombardement op Zeelst op 17 september 1944 Uitgave Heemkundekring Zeelst Schrijft Geschiedenis Projectgroep Werkgroep herdenking bombardement 17 september 1944: Jan Bressers, Jan van Gestel, Jac van Lieshout, Mieke van Lisdonk-Jacobs, Tiny Renders en Grard Snelders ProjectcoÜrdinatie Tiny Renders en Grard Snelders Teksten Albert van Boekel, Jan Bressers, Jac van Lieshout, Tiny Renders en Grard Snelders Eindredactie Jac van Lieshout Vormgeving Jan Keeris Omslagontwerp Antoine van Rooij Drukwerk Drukkerij Coppelmans, Eersel De uitgever heeft er naar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden. Dat kan via via info@zeelstschrijftgeschiedenis.nl Š2014 Heemkundekring Zeelst Schrijft Geschiedenis ISBN www.zeelstschrijftgeschiedenis.nl



Een donderslag bij heldere hemel Nieuwe inzichten omtrent het bombardement op Zeelst op 17 september 1944

Tien jaar geleden schonk Zeelst Schrijft Geschiedenis aandacht aan het bombardement op 17 september 1944. Bij dit bombardement waren 19 doden te betreuren op Cobbeek en in de Heuvelstraat. n het patronaat was een tentoonstelling ingericht en daarnaast werd een boek en een DVD uitgebracht Uit dat eerste boek en ook uit de interviews met nabestaanden komt het gevoel van de betrokkenen naar voren dat bij dit bombardement sprake moet zijn geweest van een noodlottige vergissing. “De bommen waren voor het vliegveld bedoeld, hier stond niets wat gebombardeerd zou moeten worden, dus moest het wel een navigatiefout of iets dergelijks zijn geweest”. Onlangs hebben wij de beschikking gekregen over de militaire gegevens van de geallieerden uit die tijd. Uit die militaire gegevens blijkt de werkelijke reden: de geallieerden gingen uit van Duits afweergeschut op ’t Heike. Dit geschut moest worden uitgeschakeld in de voorbereiding van de operatie Market Garden. In het boek wordt hier tot in detail op ingegaan. Vanwege stadsuitbreiding is van het oude Cobbeek thans niets meer te zien. Wat bleef is het grafmonument op het kerkhof in Zeelst en de herinneringen van de nabestaanden en ooggetuigen. De grootste ramp in de gemeente Veldhoven is voor haar inwoners thans niet zichtbaar. Naast het uitbrengen van dit boek en een lespakket voor de basisscholen schenkt het de Heemkundekring Zeelst Schrijft Geschiedenis veel voldoening dat zij, 70 jaar nadat het bombardement plaatsvond, aan de Veldhovense gemeenschap een kunstwerk kan aanbieden als blijvende herinnering aan de gebeurtenis.

Heemkundekring Zeelst Schrijft Geschiedenis


Millions discover their favorite reads on issuu every month.

Give your content the digital home it deserves. Get it to any device in seconds.