Page 1

luisterend

‘Een moeilijke brief voor specialisten.’ Dat is voor velen de brief aan de Romeinen ten voeten uit. Wie evenwel de

leven

moed heeft de brief met open hart ter hand te nemen zal

Paulus probeert het evangelie stap voor stap uit te leggen aan ‘gewone’ mensen. Daarbij gaat hij in op allerlei mogelijke bezwaren die er tegen dit evangelie kunnen zijn, zowel vanuit de dagelijkse ervaring als ook vanuit

De studies in dit boek zijn bedoeld om de gebruiker binnen te leiden in deze praktische rijkdom van het evangelie en zo iets te laten proeven van de kracht van Gods genade.

Dr. Bernhard Reitsma studeerde theologie in Kampen, Apeldoorn, Utrecht en Leiden. In 1997 promoveerde hij in Leiden op het proefschrift ‘Geest en Schepping’. Hij woont en werkt in Libanon: hij is docent Systematische theologie en Nieuwe Testament aan de Near East School of Theology (NEST) en het Arab Baptist

bern h ard reit sma

een langgekoesterde traditie.

Romeinen

merken hoe verrassend praktisch en actueel deze is.

Romeinen De kracht van Gods genade

Theological Seminary (ABTS) in Beirut.

‘Luisterend leven’ is een reeks bijbelstudieboeken voor zowel persoonlijke stille tijd als voor gebruik

b ernh ard reit s ma

in de bijbelkring en staat onder redactie van drs. A. Romkes en ds. ir. N.M. Tramper.

NUR 707

www.uitgeverijboekencentrum.nl

Luisterend Leven-Romeinen.indd 1

4/27/09 11:51:09 AM


Luisterend leven De reeks ‘Luisterend leven’ brengt mediteren over en bestuderen van de Schrift bij elkaar. De serie begeeft zich in het spoor van het belijden van de kerk-der-eeuwen; in de gekozen opzet is aansluiting gezocht bij de Apostolische Geloofsbelijdenis. Zo komen de hoofdthema’s aan de orde, waarin het hart van het christelijk geloof klopt. De studies zijn eerst toegesneden op de persoonlijke overdenking en vervolgens op het gebruik in bijbelkringen. Ook bij de voorbereiding van preken bieden deze studies veel aanknopingspunten. ‘Luisterend leven’ staat onder redactie van drs. A. Romkes en ds. ir. N.M. Tramper. Reeds verschenen: Niek Tramper, Psalmen. Dicht bij God wonen (4e druk) Age Romkes, Matteüs. Thuiskomen in het Rijk van God (2e druk) Drs. Pieter L. de Jong, Genesis. Het begin van alles (2e druk) Harald Overeem, Kolossenzen. Met Christus geborgen in God (2e druk) Ad Verwijs, Handelingen. Werken aan de Weg Hetty Lalleman-de Winkel, Ezechiël. Van dood naar opstanding Nelly van Kampen-Boot, Petrus. Vreemdelingen ver van huis


Bernhard Reitsma

Romeinen De kracht van Gods genade

Derde druk

Uitgeverij Boekencentrum, Zoetermeer


www.uitgeverijboekencentrum.nl Derde druk 2009 Ontwerp omslag: Oblong, Jet Frenken ISBN 978 90 239 0859 3 NUR 707 Š 2001 Uitgeverij Boekencentrum, Zoetermeer Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieÍn, opnamen of op enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.


Inhoud I

Aanwijzingen voor het luisterende leven

7

II Inleiding op de brief van Paulus aan de christelijke gemeente van Rome

11

  1. Het evangelie Romeinen 1:1-17

15

  2. Zonde loont niet Romeinen 1:18-32; 2:17-29; 3:9-20

25

  3. Genade Romeinen 3:21-31; 4:1-8, 18-25

41

  4. Onpeilbare liefde Romeinen 5

53

  5. Het dilemma van de genade Romeinen 6

65

  6. De gelovige en de wet Romeinen 7; 8:1-4

77

  7. Leven door de Geest Romeinen 8

91

  8. En Israël dan…? Romeinen 9:1-5; 11:1-5, 11-36

107

  9. Genade in de praktijk Romeinen 12

121

10. Aanvaardt elkaar…! Romeinen 14-16

133

5


Ik geloof in God de Vader, de Almachtige, Schepper van hemel en aarde; En in Jezus Christus, Zijn eniggeboren Zoon, onze Here, die ontvangen is van de Heilige Geest, geboren uit de maagd Maria, die geleden heeft, onder Pontius Pilatus is gekruisigd, gestorven en begraven, nedergedaald ter helle, die op de derde dag is opgestaan uit de doden, die is opgevaren naar de hemel en zit aan de rechterhand van God, de almachtige Vader, vanwaar Hij komen zal om te oordelen de levenden en de doden. Ik geloof in de Heilige Geest; ik geloof een heilige, algemene en christelijke kerk, de gemeenschap der heiligen, de vergeving van de zonden, de wederopstanding van het vlees en het eeuwige leven.

6


I Aanwijzingen voor het luisterende leven ‘U wekt de mens op om vreugde te scheppen in het U aanbidden, want U hebt ons voor Uzelf gemaakt en ons hart blijft onrustig, totdat het rust vindt in U.’ Deze beroemde zin uit het begin van de belijdenissen van Augustinus is een juweel. Hij beschrijft zeer kernachtig het geheim van een mens: geschapen naar Gods beeld en bedoeld om in een hele persoonlijke relatie met de Schepper te leven. En alleen wanneer mensen werkelijk hun leven aan Hem geven, rust vinden in zijn nabijheid en Hem in woorden, denken en daden eren, komen ze tot hun bestemming. Zoals mensen die van elkaar houden ernaar verlangen dicht bij elkaar te zijn, zo verlangt God ernaar dicht bij ons te zijn en een bijzondere relatie met ons te hebben. Zo kan Hij ons ook als instrument in dienst nemen om zijn liefdesmuziek voor de wereld te spelen. Dit geheim van de mens vraagt om een leven dat open is voor Hem. Dat wil zeggen dat we een houding hebben waarin we ernaar verlangen zijn stem te horen; dat we als een bruid niets liever willen dan dicht bij de bruidegom te zijn. Dat is luisterend leven: verblijven in de tegenwoordigheid van God, erop gespitst zijn stem te verstaan. De kerk van Christus heeft in de Bijbel altijd op bijzondere wijze Gods stem vernomen. Het is zijn liefdesbrief aan ons. Luisterend leven betekent daarom de Woorden van de Bruidegom spellen en indrinken, erover nadenken en mediteren. Het betekent ook op die woorden reageren en eruit gaan leven. Dit boek wil een handreiking zijn voor het luisterende leven. Dat wordt op twee manieren uitgewerkt. Persoonlijk luisteren Aan elk bijbelgedeelte is een aantal meditatieve momenten gewijd, aangegeven met ‘dagen’. Die zijn bedoeld voor persoonlijke stille tijd, een afgezonderde tijd om stil te zijn voor God, Zijn Woord te horen, te bidden en na te denken. Het is niet eenvoudig die tijd te nemen, omdat er zoveel dingen zijn die ons elke dag weer in beslag nemen. Toch zijn dergelijke oases belangrijk om te kunnen 7


groeien in de relatie. Het zijn mogelijkheden om alle beslommeringen en verantwoordelijkheden bij God neer te leggen en ons leven weer in het juiste perspectief gaan zien. Het is een tijd om te horen hoe God naar ons kijkt, om te belijden wat niet goed is geweest, een tijd om onze dank te uiten. Wanneer er veel is dat ons afleidt, kan het goed zijn onze gedachten, lessen en gebeden op te schrijven. Dat kan helpen ons te blijven concentreren. Gebedshouding Het gebed is niet het gemakkelijkste onderdeel van de ‘stille tijd’. Vaak worden onze gedachten afgeleid. Om de concentratie te bevorderen zijn twee dingen van belang. Allereerst een besef van wat wij doen als we bidden. Het is voor alles een uiting van de bijzondere band met de Schepper. Een gesprek van hart tot hart, als kind met de Vader, als geliefde met de Bruidegom. Dat geeft een ontspannen luisterhouding. Daarnaast is een goede lichaamshouding van belang: rechtop zitten of staan, eventueel de handen gevouwen. Open handen, met de handpalmen naar boven zijn een teken van afhankelijkheid en verwachting. Als we de pijn en de schuld van ons leven voor God neerleggen, kunnen we eventueel onze handen samengeknepen houden (zie voor meer aanwijzingen R.J. Foster, De Nieuwe Levenswandel). Het is goed om van tevoren kort over ons gebed na te denken. Een goed middel om geconcentreerd te bidden is het gebed opschrijven. Voor elk meditatief moment worden in dit boekje enkele aanwijzingen gegeven. Men kan voor elke aangegeven ‘dag’ een half uur of drie kwartier reserveren, bijvoorbeeld eenmaal per week. Het is ook mogelijk om er dagelijks of meerdere keren per week een iets kortere tijd aan te besteden door bijvoorbeeld telkens één van de vragen bij ‘overdenken’ of één gebedspunt te nemen. Het is belangrijk om een goede balans te vinden tussen enerzijds een strak ‘stille tijd’-schema, dat kan gaan werken als een loden last en 8


anderzijds een ongestructureerde houding, waarin alle discipline verwatert en er geen vaste momenten met God meer zijn. De meditatieve momenten vormen de stille, persoonlijke voorbereiding op het samen luisteren. Beide gedeelten van dit boek kunnen los van elkaar worden gebruikt. Wanneer de persoonlijke Leren mediteren Mediteren, overdenken, betekent onze gedachten laten gaan over een woord of een stukje tekst. Associaties worden opgeroepen; beelden, gevoelens, situaties in ons leven. Hebben we er moeite mee? Worden we er blij van? Hoe klinkt Gods stem erin door? * mediteren over een woord of stukje tekst Aan de hand van een of meerdere kernwoorden kunnen vele gedachten worden opgeroepen. Bijvoorbeeld: Romeinen 1:16: ‘Want ik schaam mij het evangelie niet.’ Kan ik mij een situatie herinneren dat ik mij schaamde? Waarvoor schaamde ik me? Waarom? Hoe voelde het toen ik met schaamde? Hoe ging ik daarmee om? Hoe kan het dat Paulus zich niet schaamt voor het evangelie? Schaam ik mij voor het evangelie? Wat doet het mij als iemand zich voor mij schaamt? Waarom is het zo moeilijk om me niet te schamen voor het evangelie? * mediteren door vragen te stellen over een gedeelte Wanneer we over grotere gedeelten mediteren, kunnen we onszelf thematische vragen stellen als: wat leren we over God in dit gedeelte? Wat belooft Hij ons, wat vraagt Hij van ons? Wat herken ik van mezelf in dit gedeelte? * mediteren door te schrijven Een andere vorm van mediteren is een stukje tekst in eigen woorden opschrijven. Zo kunnen we een gedeelte van een psalm gebruiken om gedachten en gevoelens voor God neer te leggen. Door te schrijven kunnen we ook bidden of zingen! 9


en de gezamenlijke luisterhouding met elkaar verbonden worden, zullen we evenwel nog meer gaan verstaan en ervaren van de breedte en de lengte en de diepte en de hoogte van de liefde van Christus. Samen luisteren In het tweede deel van elke studie wordt een handvat gegeven voor het samen luisteren naar het Woord van God in het verband van een gemeentekring. Een verhaal of een stukje bezinning vormt telkens het voorportaal waardoor we de studie worden binnengeleid. De aantekeningen helpen bij de voorbereiding van de kringstudie en de vragen dienen om het gesprek op gang te brengen. Het doel bij dit alles is vooral, dat het Woord zelf aan het woord komt en dat daardoor God zelf tot ons zal spreken. Samen luisteren kent drie fasen: 1. Luisteren en kijken: onze eigen gedachten zoveel mogelijk tot zwijgen brengen en ontvankelijk worden voor de woorden en zinnen in de tekst 2. Luisteren en horen: ontvankelijk worden voor de boodschap van het gedeelte. Wat heeft de schrijver, en daarachter, wat heeft de Heilige Geest er in dĂ­e omstandigheden mee willen zeggen? 3. Luisteren en gehoorzamen: wat wil de Heilige Geest ons nĂş laten horen? Wat wil Hij dat we met het gehoorde doen? In de studievragen zijn de drie stappen teruggebracht tot twee: luisteren naar de tekst (vooral fase 1 en 2) en luisteren en horen (vooral fase 2 en 3). Zie voor meer aanwijzingen bij het lezen en bestuderen van de Bijbel in kringverband: N.M. Tramper, Het Woord in de kring (Zoetermeer 20023). Persoonlijke voorbereiding De studies in dit boekje zijn ook geschikt om te gebruiken bij de voorbereiding van een preek of studie voor een groep. Een goede (s)preker probeert eerst zelf te horen wat de Geest tot de gemeente zegt, voordat hij of zij dit ook daadwerkelijk doorgeeft. Spreken volgt op de stilte van het luisteren. 10


II Inleiding

op de brief van gemeente van rome

Paulus

aan de christelijke

Het zijn niet de minsten die door deze brief radicaal op een nieuwe weg zijn gezet. Augustinus hoorde in geestelijke nood een kind in zijn spel zingen: neem en lees. Toen hij per gratie Romeinen 13 opsloeg, vond hij diepe vrede. Voor Maarten Luther ging het paradijs open toen hij de Romeinenbrief las en herlas en door Gods genade eindelijk ging verstaan, terwijl John Wesley op zijn beurt zich volkomen overgaf aan Christus toen hij Luthers getuigenis naar aanleiding van de Romeinenbrief onder ogen kreeg. En toen Karl Barth – een belangrijk Duits theoloog uit deze eeuw – op papier zette wat deze brief hem gedaan had en wat hij ervan geleerd had, werden velen met hem aangenaam verrast. De impact die deze mensen op de kerk van alle tijden gehad hebben, is slechts een vage echo van de kracht van de brief zelf. Het evangelie naar de beschrijving van Paulus Op het eerste gezicht lijkt ‘Romeinen’ erg moeilijk en dogmatisch. Wie het evenwel aandurft om de brief (met enige hulp) toch te gaan lezen, zal tot zijn verrassing merken hoe verfrissend actueel deze is. Dan wordt ook wel duidelijk dat het hier niet gaat om een algemene, christelijke dogmatiek. Voor Paulus waren er hele specifieke redenen om de gelovigen in Rome te schrijven. Om te beginnen waren er in het algemeen in verschillende gemeenten van Christus vragen bij het evangelie dat Paulus bracht. Paulus verkondigt het evangelie aan niet-joden, zonder te eisen dat ze eerst jood worden om in dat evangelie te kunnen delen. Dat was voor veel van zijn joodse medegelovigen net een brug te ver. God heeft toch een verbond met Israël gesloten en Christus is toch de Messias van Israël? Maar dan moeten de niet-joden toch eerst toetreden tot dit volk van God, voor ze kunnen delen in het volle heil? Kortom, brengt Paulus niet een verkeerd evangelie? Op deze tegenwerpingen gaat Paulus in zijn brief aan de Romei11


nen in. Om duidelijk te maken wat hem drijft, zet hij nog eens grondig uiteen waar het hem bij dit evangelie om gaat. Alles draait om Christus, de verlosser van de wereld. Hij is het centrum van Gods heilsplan. En dít evangelie kan niet in strijd zijn met Gods verbond met Abraham. Integendeel, het is er de vervulling van. Want God had aan Abraham beloofd, dat in hem alle volken gezegend zouden worden. Dat gaat in de bediening van Paulus nu in vervulling. God is de God van de hele schepping en niet slechts van zijn volk Israël. Hiermee staat of valt voor Paulus het ware evangelie. Want als het evangelie niet voor de heidenen is bedoeld, dan is Christus niet de Messias van de wereld en is God ontrouw aan zijn eigen beloften uit het Oude Verbond. Met andere woorden, het gaat er in Romeinen niet om of Paulus het bij het rechte eind heeft. De aard van het evangelie zelf is in het geding en daarmee of God zich werkelijk in Christus geopenbaard heeft. Er zijn verschillende redenen waarom Paulus dit alles in de brief aan Rome aan de orde stelt. 1. Om te beginnen speelt deze kwestie waarschijnlijk ook in Rome. Het is zelfs mogelijk, dat de spanning tussen de ‘sterken’ en de ‘zwakken’ te maken heeft met de verhouding tussen de joden-christenen en de heiden-christenen. De verhouding tussen beide groepen en hoe men met elkaar omgaat heeft alles te maken met de aard van het evangelie. ‘Aanvaardt elkaar zoals ook Christus ons aanvaardt heeft’ (15:7). 2. In de tweede plaats heeft Paulus de hulp van de gemeente nodig. Hij heeft het plan opgevat om zijn zendingswerk in Spanje voort te zetten (15:24). Hij wil Rome graag tot uitvalsbasis maken voor zijn verdere reizen en verwacht van de gemeente daarvoor concrete hulp. Op die hulp kan hij redelijkerwijs alleen rekenen, indien de gemeente het evangelie dat Paulus brengt, erkent als het evangelie van God. Ze zullen vanzelfsprekend niet iemand op reis sturen die een dwaalleer brengt. Daarom gaat hij uitvoerig in op de bezwaren die er tegen dit evangelie zouden kunnen zijn. 3. Tot slot vraagt Paulus om voorbede voor zijn bezoek aan Jeruzalem (15:30). Hij wil daar eerst de opbrengst afdragen van de collecte die onder de heiden-christenen voor de moeder12


gemeente in Jeruzalem is gehouden (Rom. 15:25). Zijn komst naar Rome zal mede afhangen van de uitkomst van dit bezoek, want Paulus is er helemaal niet zeker van, dat de collecte zal worden geaccepteerd. Hij is zelfs niet zeker of hij wel weer uit Judea kan terugkeren (Rom. 15:31). Ook nu gaat het Paulus om veel meer dan een persoonlijke aangelegenheid. Opnieuw staat het evangelie zelf op het spel. Wanneer de gemeente in Jeruzalem de collecte niet accepteert, worden daarmee impliciet de heiden-christenen als broeders en zusters afgewezen. Maar als dat waar is, is God niet langer de God van de hele schepping. Paulus strijdt voor het ware evangelie, de waarachtige God, die zich in Christus bekendgemaakt heeft aan de hele wereld. De brief aan de Romeinen is als het ware een vingeroefening voor de discussies die Paulus in Jeruzalem te wachten staan. Alle thema’s die in de brief aan de orde komen, zoals gerechtigheid (hoofdstuk 3, 6, 10), geloof (hoofdstuk 4), de wet (hoofdstuk 7), zonde (hoofdstuk 5-7), genade (hoofdstuk 5, 6), de schepping en de Geest (vooral hoofdstuk 8) hebben op de een of andere manier te maken met de vraag naar de reikwijdte van het evangelie, of anders gezegd, met de vraag naar de verhouding tussen Israël en de volken in Gods heilsplan. Expliciet komt deze thematiek aan de orde in de hoofdstukken 9-11, die daarom wel als de climax van de brief worden gezien. Omdat de brief aan de Romeinen een eenheid vormt met een duidelijke opbouw, is ervoor gekozen om zo veel mogelijk de hele brief aan bod te laten komen, liever dan een selectie te maken van enkele kernstukken (in sommige gevallen is bij het begin van een hoofdstuk een selectie uit de bijbelgedeelten afgedrukt). Daarmee bevatten sommige hoofdstukken meer stof dan misschien op een kringavond is te bevatten. Het is aan de kring om of selectief met de stof om te gaan of meerdere avonden met één hoofdstuk bezig te zijn. Romeinen 10, dat overigens veel besproken wordt in de literatuur, komt minder uitvoerig aan de orde, omdat – weliswaar in een ander verband – verschillende zaken al eerder thematisch zijn besproken. 13


Romeinen 1:1-17

  1 Paulus, een dienstknecht van Christus Jezus, een geroepen apostel, afgezonderd tot verkondiging van het evangelie van God,   2 dat Hij tevoren door zijn profeten beloofd had in de heilige Schriften   3 aangaande zijn Zoon, gesproten uit het geslacht van David naar het vlees,   4 naar de geest der heiligheid door zijn opstanding uit de doden verklaard Gods Zoon te zijn in kracht, Jezus Christus, onze Here   5 door wie wij genade en het apostelschap ontvangen hebben om gehoorzaamheid des geloofs te bewerken voor zijn naam onder al de heidenen,   6 tot welke ook gij behoort, geroepenen van Jezus Christus   7 aan alle geliefden Gods, geroepen heiligen, die te Rome zijn: genade zij u en vrede van God, onze Vader, en van de Here Jezus Christus.   8 In de eerste plaats dank ik mijn God door Jezus Christus over u allen, omdat in de gehele wereld van uw geloof gesproken wordt.   9 Want God, die ik met mijn geest dien in het evangelie van zijn Zoon, is mijn getuige, hoe ik onophoudelijk te allen tijde bij mijn gebeden uwer gedenk, 10 biddende, of mij eindelijk door de wil van God eens een weg gebaand moge worden om tot u te komen. 11 Want ik verlang u te zien om u enige geestelijke gave mede te delen tot uw versterking, 12 dat is te zeggen: onder u mede bemoedigd te worden door elkanders geloof, van u zowel als van mij. 13 Doch ik stel er prijs op, broeders, dat gij weet, dat ik dikwijls het voornemen heb opgevat tot u te komen - waarin ik tot nu toe verhinderd ben - om ook onder u enige vrucht te hebben, evenals onder de andere heidenen. 14 Van Grieken en niet-Grieken, van wijzen en onwetenden ben ik een schuldenaar. 15 Vandaar mijn bereidheid om ook u te Rome het evangelie te brengen. 16 Want ik schaam mij het evangelie niet; want het is een kracht Gods tot behoud voor een ieder die gelooft, eerst voor de Jood, maar ook voor de Griek. 17 Want gerechtigheid Gods wordt daarin geopenbaard uit geloof tot geloof, gelijk geschreven staat: De rechtvaardige zal uit geloof leven.

14


1. Het evangelie I Persoonlijk luisteren De eerste dag – Aangenaam kennis te maken (1:1-7) Informatief Zoals altijd begint Paulus zijn brief met een groet. Meestal doet hij dat betrekkelijk kort, maar dit keer stelt hij zichzelf uitvoeriger voor. Natuurlijk zal dat te maken hebben met het feit dat Paulus nog nooit in de gemeente van Rome is geweest. Maar het heeft ook te maken met de weerstand die hij ontmoette, omdat hij het evangelie aan niet-joden bracht. Terwijl in onze tijd zending onder Israël een punt van discussie is, lag in Paulus’ tijd het tegenovergestelde erg gevoelig. Moeten de heidenen niet eerst jood worden om de God van Israël te kunnen dienen? Paulus wordt door de situatie uitgedaagd zich grondig te verantwoorden over zijn missie onder de heidenen. Daarom introduceert hij zich uitvoeriger dan anders en benadrukt hij dat hij door God zelf tot deze taak geroepen is. Overdenken a. Stel, iemand vraagt je in één zin uit te leggen wat je gelooft. Wat zou je antwoorden? Misschien kun je voor jezelf een paar gedachten opschrijven. Lees nu nog eens de verzen 3 en 4. Je zou dit een samenvatting kunnen noemen van ‘Paulus’ geloof’. Wat valt je op als je jouw samenvatting naast die van Paulus legt? b. Paulus noemt de Romeinse gelovigen ‘geliefden Gods’, mensen die door God geliefd zijn en daarom – zo kun je tussen de regels door proeven – ook door Paulus. Hoe denk je dat God over jou denkt? Kun je geloven dat God tegen jou zegt: ‘Ik hou van je, je bent mijn geliefde?’

15


Gebed Je bent begonnen met het lezen van de brief aan de Romeinen. Vraag de Here God om inzicht in wat je leest, zodat je het evangelie dat Paulus uitlegt, beter zult gaan begrijpen en het je leven zal vernieuwen. Bid dat je God op nieuwe wijze mag leren kennen in Jezus Christus en door de Heilige Geest.  ‘Genade en vrede zij u…’ Je zult je brieven misschien niet gauw zo beginnen. Maar er zijn vast mensen die je deze genade en vrede zou willen wensen. Denk eens na over iemand die je graag zou willen zegenen en draag hem of haar op in je gebed. De tweede dag – Een voorbeeld voor de wereld (1:8-15) Informatief Het is bij ontmoetingen in het Midden-Oosten gebruikelijk, dat er eerst rustig de tijd genomen wordt om elkaar te begroeten. Je zult zelden meemaken dat iemand na het noemen van zijn naam direct terzake komt. De onderlinge relatie is zo belangrijk dat daar eerst uitvoerig aandacht aan moet worden besteed. Banden worden opnieuw aangehaald en versterkt. En indien men elkaar niet kent, moet er eerst kennis worden gemaakt. Je moet toch weten wie je voor je hebt en uit welke familie hij of zij komt. Iets van een dergelijke begroeting vind je terug in de eerste vijftien verzen van de brief van Paulus aan de Romeinen. Nadat hij zich heeft voorgesteld (vs. 1-7), gaat hij nu uitvoeriger in op zijn relatie met de gemeente. En al is hij persoonlijk nooit in Rome geweest, toch is hij intens op de gemeente betrokken. De band is hartelijk en warm. Deze familie van God is een voorbeeld voor de wereld (vs. 8). Het geloof in Christus maakt vreemden tot broers en zussen. Dat wil Paulus concretere vorm geven door de gemeente te bezoeken. Juist Rome, als ‘niet-Israëlitisch’ gebied, behoort immers tot ‘zijn’ zendingsveld (vs. 5). Overdenken a. Een dergelijk compliment krijgen we als gemeente niet elke dag: ‘in de gehele wereld wordt over uw geloof gesproken’ (vs. 8). Wat is het geheim van de gemeente van Rome? Hoe 16


staat jouw gemeente bekend? Zou je daar zelf iets in kunnen betekenen? b. Het is opvallend, dat Paulus zo’n warme en hartelijke relatie heeft met een gemeente die hij nauwelijks kent en waar hij nog nooit geweest is. Heb je zelf wel eens ervaren dat er een bijzondere band was met christenen die je eigenlijk niet goed kende? Wat is het geheim van zo’n relatie? c. Paulus dankt eerst voor de gemeente, daarna is er ook een gebed. Elders schrijft hij: ‘Bidt zonder ophouden, dankt onder alles’ (1 Tess. 5:17, 18). Vind je het moeilijk om geregeld tijd te nemen om voor je gemeente te danken en te bidden? Is het makkelijker voor je gemeente te bidden of te danken? Waarom? Gebed Formuleer voor jezelf minstens één dankpunt voor je gemeente en minstens één gebedspunt.  Alles in deze introductie draait voor Paulus in wezen om Christus. Bid dat Hij niet alleen in je gemeente, maar ook in je eigen leven steeds meer centraal komt te staan en dat je leven meer en meer toegewijd zal zijn aan Hem. De derde dag – De kracht van God (Rom. 1:16, 17) Informatief In de verzen 16 en 17 rondt Paulus zijn introductie af. Hij gaat nu over op de uitleg van het evangelie dat hij brengt. In twee verzen vat hij dat samen en geeft daarmee eigenlijk al de kern van de hele brief weer. Dít is nu het evangelie van God waar Paulus voor staat en waar hij zich niet voor hoeft te schamen. God zelf staat erachter en Jezus Christus is er het middelpunt van. Paulus is niet bezig zijn eigen ideeën aan de man te brengen. Hij is een gezondene van God en God zelf zal wel bevestigen dat dit evangelie het ware is. Door dít evangelie heen werkt God met kracht. Het gaat in de kern hierom: ieder die gelooft in Jezus Christus, zowel jood als niet-jood, is gered, die deelt in het echte en eeuwige leven van Christus. Met nadruk stelt Paulus enerzijds dat Christus gekomen is voor de hele wereld; ook zij die niet van joodse 17


afkomst zijn, mogen bij God horen. Anderzijds blijft gelden dat de volgorde in Gods plan niet veranderd is: het is eerst de jood en dan de Griek. Vanuit Israël trekt het heil heel de wereld door en via de wereld moet het – zo zullen we later zien (11:25-36) – dan ook weer terugkeren naar Israël. Overdenken a. Elke christen kent het gevoel wel. Het kan soms heel moeilijk zijn om over Christus te spreken. Er kunnen meerdere belemmeringen zijn, maar schaamte is er zeker één van. Wanneer Paulus schrijft dat hij zich niet voor het evangelie schaamt, zou dat betekenen dat Paulus het nooit moeilijk gevonden heeft om over Jezus Christus te praten? Hoe zou hij persoonlijk met belemmeringen omgegaan zijn? b. Het evangelie is een kracht Gods. Dat is voor Paulus duidelijk. Hij is tegen zijn bedoelingen in door God krachtig in zijn nekvel gegrepen, terwijl hij de christenen vervolgde (Hand. 9:1-19a). Hij heeft vervolgens krachtig leren zien dat het evangelie niet alleen voor Israël is, maar voor de hele wereld. En dagelijks heeft hij de kracht van God ervaren en aan het werk gezien. Kun je iets van de kracht van God aan het werk zien in je eigen leven? Waar wel, waar niet? Gebed Paulus benadert de gemeente als gelovigen, dat wil zeggen als mensen die bij Jezus Christus horen, geliefden Gods. Hoe ligt dat voor jezelf? Kun je zeggen dat je bij Christus hoort? Waarom wel/niet? Spreek je vragen uit voor God en belijd je onzekerheid voor Hem. Vraag eventueel iemand die je vertrouwt, om er met je over te praten en met je te bidden.  Neem de tijd om al biddend te mediteren over de kracht van God. Vraag Hem je te laten zien wat Hij in je leven wil doen. II Samen luisteren Luther Iemand die naar eigen schrijven zeer bijzonder de kracht van het evangelie heeft ervaren, was Maarten Luther. Het was met name 18


de brief aan de Romeinen die daarbij een grote rol speelde. Jarenlang had hij de verzen 16 en 17 uit hoofdstuk 1 beleefd als een enorme last. Hij haatte dat zinnetje ‘de gerechtigheid Gods’. Volgens de gangbare theologie in zijn dagen betekende dat immers dat God de goeden zegent en degenen die niet aan zijn eisen voldoen, straft. En dat betekende weer, dat Maarten als zondaar onder het oordeel en de straf van God viel. Hij was verloren. Wat hij ook probeerde, boetedoening, zichzelf pijnigen, in het klooster gaan, het was nooit genoeg in verhouding tot de eis van God. Door zijn best te doen zou hij nooit recht tegenover God komen te staan. Hij werd er wanhopig van. Je kunt begrijpen dat voor Luther het paradijs openging, toen hij na lang mediteren eindelijk begreep dat hij de tekst verkeerd las. De gerechtigheid van God is geen straffende, maar een reddende gerechtigheid. Niet de veroordeling staat centraal, maar de vergeving. Die gerechtigheid schenkt God weg aan wie het evangelie aangaande Jezus Christus gelooft. Luther hoefde niet langer zijn best te doen om God tevreden te stellen. ‘De rechtvaardige zal uit het geloof leven.’ Daarom zal hij ook uit het geloof leven. Aantekeningen 1 Paulus beschrijft zichzelf met voor ons niet-alledaagse woorden. ‘Dienstknecht’, ofwel ‘slaaf’, en ‘geroepen apostel’ (gezondene). Toen er nog geen telefoon bestond en post niet werd rondgebracht, werden slaven gebruikt om boodschappen over te brengen. Zij waren boodschappers, die door hun meester als een soort levende e-mail op pad werden gestuurd om zijn woorden letterlijk over te brengen. Ze mochten niets aan de tekst veranderen. Hoe gering hun eigen betekenis als slaaf misschien ook was, zo kregen de woorden die ze brachten, wel een enorm gezag. Want het waren niet hun eigen ideeën, maar die van de meester zelf. Achter de slaven stond zijn gezag. Zo beschouwt Paulus zich als iemand die door Jezus zelf geroepen en gezonden is om getrouw de woorden van zijn Meester over te brengen. Hij spreekt met de volmacht van Christus zelf. 3, 4 Jezus Christus is naar de mens gesproken geboren in de familie van David (vgl. Mat. 1:1-17). Daarmee is evenwel nog niet alles gezegd. Zijn goddelijke afkomst is ook niet zo direct van 19


zijn aardse leven af te lezen. Wie herkent in een gekruisigde man nu de Zoon van God? Daarom heeft God Hem als zodanig aangewezen. Allereerst door Hem de ‘geest der heiligheid’ te geven, dat wil zeggen de geest die heilig maakt, ofwel de Heilige Geest. Daarmee zette God Zelf als het ware zijn stempel op Jezus. ‘Deze is mijn Zoon’, de Messias (vgl. Mat. 3:17). Vervolgens heeft Hij dit bevestigd, door Jezus – door diezelfde Geest – op te wekken uit de dood (vgl. Rom. 8:11). ‘Verklaard Gods Zoon te zijn in kracht’ betekent dus niet, dat God de mens Jezus van Nazareth na de opstanding tot Zoon heeft aangenomen, maar dat Hij Hem toen als Zoon heeft aangewezen en bekendgemaakt. 5. Met ‘gehoorzaamheid des geloofs’ bedoelt Paulus geen ‘werkheiligheid’, alsof alleen die mensen behouden worden die nooit zonde doen. De nadruk ligt niet op ‘gehoorzaamheid’, maar op ‘geloof’. Paulus wil mensen tot geloof in Jezus brengen. Die gehoorzaamheid zijn mensen God en zijn Zoon verschuldigd. Natuurlijk uit zich dat ook in een leven naar zijn wil. Dat gaat samen. 7 ‘Genade’ zouden we het hart kunnen noemen van het evangelie dat Paulus brengt. Als zegengroet wenst hij de gemeente de liefde van God toe. Genade is de glimlach van God over ons leven, zijn onverwachte, maar onvoorwaardelijke en diepe acceptatie van ons gebroken en zondige bestaan. Dat maakt blij. In de bijbelse grondtalen heeft de stam van het woord genade dan ook met blijdschap en vreugde te maken. Het evangelie is de blijde boodschap dat we door Jezus Christus ‘geliefden Gods’ zijn. Als je in die genade deelt, ervaar je ook ‘vrede’. Dat is wat anders dan een ‘vredig gevoel’ of dan wat de machthebbers van de wereld nastreven. Vrede is het herstel van het leven zoals God het bedoeld heeft. Zonder oorlog, maar ook zonder ongerechtigheid, armoede, vluchtelingen, stress, overspanning, ziekte of verdriet. En hoewel we daar nu al iets van mogen proeven, zal het vrederijk echt volledig aanbreken wanneer Christus terugkomt (vgl. Op. 1:4; 21:1-5). 8 Met ‘de gehele wereld’ bedoelt Paulus vooral het Romeinse Rijk en de gelovigen die daar zijn. Zij spreken met lof en dank over de plaats die de gemeente van Rome inneemt. 20


11 Paulus wenst de gemeente niet alleen de genade van God toe, maar verlangt er ook naar om iets van die genade met de gemeente te delen. ‘Geestelijke gave’, ‘charisma’, is hier alles waarmee Paulus en de gemeente elkaar kunnen bemoedigen in het geloof. In Romeinen 12 komt hetzelfde begrip voor met een veel specifiekere betekenis, namelijk als ‘gave van de Geest’. 16 ‘Behoud’, letterlijk ‘bevrijding’ of ‘redding’, is een begrip dat we makkelijk kunnen reserveren voor ‘de hemel’, voor een soort geestelijk paradijs na dit leven. Paulus gebruikt het veelmeer als beschrijving van het leven zoals God het bedoeld heeft. Een leven waar de macht van de zonde, de dood en het lijden gebroken is. Het gaat daarbij niet alleen over onze ziel, maar over alle facetten van ons leven, inclusief ons lichaam (vgl. Rom. 8:23). Zelfs de schepping is er bij betrokken. Van deze verlossing is Jezus het geheim. Als Hij terugkomt, zullen we er ten volle in delen. In de hemel, maar niet minder op de (nieuwe) aarde. 16, 17 ‘Ik geloof van wel.’ Dat zeg je al gauw, wanneer je iets niet zeker weet. Nog zo’n uitspraak: ‘Geloven doe je in de kerk, hier moet je het zeker weten.’ Allemaal signalen, dat we de betekenis van het begrip ‘geloof’ zijn kwijtgeraakt. ‘Geloven doe je, omdat je God niet kunt zien.’ Op zich is dat natuurlijk waar, maar geloven in de Bijbel betekent juist dat je zeker weet dat wat God zegt, waar is (Hebr. 11:1). Dat je absoluut zeker bent dat je bij Jezus Christus hoort. Geloof is de lege hand die Gods gave, Jezus Christus, ontvangt. Het is niets anders dan ‘ja’ zeggen op vers 4, ‘het is echt waar’. 17 Gerechtigheid is een kernbegrip in het Oude en Nieuwe Testament. Het is het leven in de rechte verhouding met God, de naaste en de schepping, waar alles in ‘orde’ – ‘Gods orde’ – is. In dit vers ligt de nadruk op de relatie met God. Waar die weer goed is en de zonde vergeven, daar begint het nieuwe – rechte – leven.

Vragen voor bespreking in de kring

Luisteren naar de tekst 1. Welke karakteristieken van het evangelie komen in dit gedeelte naar voren? 2. Paulus introduceert zich in deze inleiding. Bespreek de woor21


den die hij gebruikt om zijn persoon en werk te beschrijven. Hoe ziet Paulus zichzelf en wat is zijn roeping? 3. Wat zou Paulus met vers 9, ‘ik dien God met mijn geest in het evangelie van zijn Zoon’, aan de gemeente van Rome duidelijk willen maken? 4. ‘Gerechtigheid’ is een sleutelbegrip in 1:16, 17, evenals ‘geloof’. Kun je aangeven hoe deze twee begrippen met elkaar verbonden zijn en wat dat betekent? Waarom is die verbinding belangrijk? Luisteren en horen 5. Paulus ziet zichzelf duidelijk als een evangelist, die mensen vertelt over Jezus. Moeten wij allemaal als Paulus zijn, of is er verschil? Hoe zien wij onszelf en onze taak in het Koninkrijk? 6. De brief aan de Romeinen worstelt met de vraag: voor wie is het evangelie bedoeld? Is het alleen voor de joden of ook voor de niet-joden? Anders gezegd: aan wie moet het evangelie verteld worden? We kunnen onszelf die vraag – maar dan breder – ook stellen: voor wie zouden wij een getuige van het evangelie kunnen zijn, een leesbare brief van Christus? 7. Praat eens met elkaar door over de betekenis van het begrip ‘geliefden Gods’. 8. Het is bijzonder te zien hoe hartelijk en warm de band tussen Paulus en deze voor hem onbekende gemeente is. Paulus ziet er naar uit om de gemeente te ontmoeten om elkaar te bemoedigen en op te bouwen in het geloof. In Romeinen 15:24 spreekt hij zelfs uit dat hij van de gemeente hoopt te ‘genieten’. Herken je iets dergelijks in je eigen gemeente of in de kring waar je bij hoort? Hoe zou jezelf aan een dergelijke gemeenschap vorm kunnen geven? 9. Welke rol zou de kring in het geheel van de gemeente kunnen spelen om de gemeenschap te bevorderen?

22


Ik wilde werkelijk Paulus’ brief aan de Romeinen begrijpen. Maar wat mij daarvan afhield was niet zozeer koude voeten, als wel die ene uitdrukking in het eerste hoofdstuk: ‘Want gerechtigheid Gods wordt daarin geopenbaard’ (Rom. 1:17). Ik had namelijk een hekel aan die uitdrukking ‘gerechtigheid Gods’, omdat ik geleerd had dat dat zijn eigen gerechtigheid is, de maatstaf waarmee Hij zondaars straft. Hoewel ik als monnik een vlekkeloos leven leidde, voelde ik dat ik een zondaar was, met een slecht geweten voor God. ik kon ook niet geloven dat ik Hem met mijn werken behaagd had. In plaats van de rechtvaardige God die zondaar straft lief te hebben, haatte ik Hem eigenlijk… Ik wilde wanhopig graag weten wat Paulus met die passage bedoelde. Ten slotte mediteerde ik dag en nacht over het verband van die woorden, ‘gerechtigheid Gods wordt daarin geopenbaard, zoals geschreven staat: de rechtvaardige zal uit geloof leven,’ en ik begon die ‘gerechtigheid Gods’ op te vatten als die waardoor de rechtvaardige leeft door Gods gave (geloof); en die zin ‘de gerechtigheid Gods is geopenbaard’ begreep ik als de passieve rechtvaardigheid waardoor de genadige God ons door geloof rechtvaardigt, zoals geschreven staat, ‘de rechtvaardige zal uit geloof leven’. Dit gaf mij meteen het gevoel alsof ik opnieuw was geboren, en alsof ik door een open poort het paradijs zelf was binnengegaan. Vanaf dat moment zag ik de hele Schrift in een nieuw licht… en waar ik eerst een hekel had gehad aan die uitdrukking ‘gerechtigheid Gods’, begon ik die nu lief te hebben en te prijzen als een van de heerlijkste woorden, zodat dit gedeelte van Paulus voor mij werkelijk een toegangspoort tot het paradijs werd. Martin Luthers ‘Woord vooraf bij de Latijnse werken’ (1545); D. Martin Luthers Werke: Kritische Gesamtausgabe 54 (Weimar: Böhlau, 1938) 269.25-30; 272.3-21 Geciteerd in Alister E. McGrath, Christelijke theologie. Een introductie (Kok, Kampen 1997). 23


Romeinen 3:9-20   9 Wat dan? Worden anderen boven ons gesteld? In geen enkel opzicht; wij hebben immers tevoren Joden zowel als Grieken beschuldigd, dat zij allen onder de zonde zijn, 10 gelijk geschreven staat: Niemand is rechtvaardig, ook niet één, 11 er is niemand, die verstandig is, niemand, die God ernstig zoekt; 12 allen zijn afgeweken, tezamen zijn zij onnut geworden; er is niemand, die doet wat goed is, zelfs niet één. 13 Hun keel is een open graf, met hun tong plegen zij bedrog, addergif is onder hun lippen; 14 hun mond is van vloek en bitterheid vol; 15 Snel zijn hun voeten om bloed te vergieten, 16 verwoesting en ellende zijn op hun wegen, 17 en de weg des vredes kennen zij niet. 18 De vreze Gods staat hun niet voor ogen. 19 Nu weten wij, dat de wet, bij al wat zij zegt, tot hén spreekt, die onder de wet zijn, opdat alle mond gestopt en de gehele wereld strafwaardig worde voor God, 20 daarom, dat uit werken der wet geen vlees voor Hem gerechtvaardigd zal worden, want wet doet zonde kennen.

24

Romeinen  

Een inkijkexemplaar

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you