Issuu on Google+

Het bijbelboek Handelingen is een verslag uit de

luisterend

eerste eeuw na Christus. Het vertelt hoe de gemeente van Jezus Christus is ontstaan en op welke manier

leven

het goede nieuws zich verspreid heeft in het hele

De gelovigen werden mensen van ‘de Weg’ genoemd. Het zijn mensen die God zoeken en Hem vinden in Jezus, die de Weg is. Zo worden de zoekers pelgrims die de smalle weg gaan en daar in alle moeilijkheden en gevaren Gods trouw ervaren en zien hoe de Hei-

Handelingen

Romeinse rijk.

lige Geest leidt.

staan heeft. Op de Weg wordt er gewerkt, door de Geest én door de gemeente. Dit bijbelstudieboek wil ons bij de hand nemen en laten zien dat de Geest werkt, dat Jezus Christus dezelfde is en dat God ons wil inschakelen om te werken aan de Weg.

Ds. Ad Verwijs is zendingspredikant in de Protestantse Kerk in Nederland. Hij is in 2004 namens de GZB uitgezonden naar

Ad Verwijs

Handelingen is een routekaart die de eeuwen door-

Handelingen Werken aan de Weg

Rwanda als toeruster, docent en predikant binnen de Anglicaanse Kerk in Rwanda (E.A.R.). ‘Luisterend leven’ is een reeks bijbelstudieboeken voor zowel persoonlijke stille tijd als voor gebruik in

Ad Verwij s

de bijbelkring en staat onder redactie van drs. A. Romkes en ds.ir. N.M. Tramper.

NUR 707

www.uitgeverijboekencentrum.nl

LL-Handelingen.indd 1

9/3/08 3:17:36 PM


Luisterend leven De reeks ‘Luisterend leven’ brengt mediteren over en bestuderen van de Schrift bij elkaar. De serie begeeft zich in het spoor van het belijden van de kerk-der-eeuwen; in de gekozen opzet is aansluiting gezocht bij de Apostolische Geloofsbelijdenis. Zo komen de hoofdthema’s aan de orde, waarin het hart van het christelijk geloof klopt. De studies zijn eerst toegesneden op de persoonlijke overdenking en vervolgens op het gebruik in bijbelkringen. Ook bij de voorbereiding van preken bieden deze studies veel aanknopingspunten. ‘Luisterend leven’ staat onder redactie van drs. A. Romkes en ds. ir. N.M. Tramper. Reeds verschenen: Niek Tramper, Psalmen. Dicht bij God wonen. Age Romkes, Matteüs. Thuiskomen in het Rijk van God. Bernhard Reitsma, Romeinen. De kracht van Gods genade. Drs. Pieter L. de Jong, Genesis. Het begin van alles. Harald Overeem, Kolossenzen. Met Christus geborgen in God. Hetty Lalleman-de Winkel, Ezechiël. Van dood naar opstanding. Nelly van Kampen-Boot, 1 Petrus. Vreemdelingen ver van huis.


Ad Verwijs

Handelingen Werken aan de Weg

Uitgeverij Boekencentrum, Zoetermeer


www.uitgeverijboekencentrum.nl

Ontwerp omslag: Oblong, Jet Frenken ISBN 978 90 239 2287 2 NUR 707 Š 2008 Uitgeverij Boekencentrum, Zoetermeer Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieÍn, opnamen of op enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.


Inhoud Woord vooraf

7

I. Aanwijzingen voor het luisterende leven

9

II. Inleiding op de Handelingen van de Apostelen

14

  1. Alle tijd van de wereld Handelingen 1:1-11

22

  2. In vuur en vlam staan Handelingen 2:1-6; 14-21; 37-40

31

  3. Hij-die-erbij-is redt! Handelingen 3:1-8; 4:5-12; 29-31

40

  4. Alles voor Hem Handelingen 2:41-47; 4:32-35; 4:36-5:5 en 5:11

49

  5. Eén mens maakt het verschil Handelingen 8:26-35; 9:1-6; 9:36-42

59

  6. Wordt vervolgd Handelingen 11:19-26; 12:1-2; 12:3-7 en 12-17

71

  7. Visserslatijn! Handelingen 15:1-5; 15:6-12; 15:22-33

81

  8. Zegen en vloek Handelingen 19:1-7; 19:13-17; 19:18-20

92

  9. Op weg Handelingen 20:17-21; 20:22-27; 20:28-32

101

10. De eindstreep Handelingen 28:11-16; 28:23-28; 28:30-31

111

Literatuur

121 5


Ik geloof in God de Vader, de Almachtige, Schepper van hemel en aarde; En in Jezus Christus, Zijn eniggeboren Zoon, onze Here, die ontvangen is van de Heilige Geest, geboren uit de maagd Maria, die geleden heeft, onder Pontius Pilatus is gekruisigd, gestorven en begraven, nedergedaald ter helle, die op de derde dag is opgestaan van de doden, die is opgevaren naar de hemel en zit aan de rechterhand van God, de almachtige Vader, vanwaar Hij komen zal om te oordelen de levenden en de doden. Ik geloof in de Heilige Geest; ik geloof de heilige, algemene kerk, de gemeenschap der heiligen, de vergeving van de zonden, de wederopstanding van het vlees en het eeuwige leven.


Woord vooraf Dat Handelingen een zendingsboek bij uitstek is, heb ik aan den lijve ervaren. In Colombia dienden we de presbyteriaanse kerk van 1996 tot 2001. De predikant van een van onze gemeenten, in Casa de Piedra, moest vluchten voor het geweld. Hij had dat al eerder meegemaakt met zijn gezin en had door Gods genade een nieuwe gemeente gesticht, die nu ook weer achtergelaten moest worden. Die zondag lazen we Handelingen 4:29, ‘Welnu Heer, sla ook acht op hun dreigementen en stel ons, uw dienaren, in staat om vrijmoedig over uw boodschap te spreken.’ De predikant vertrok met zijn gezin naar Aguadas de Pablo, waar weer een nieuwe en bloeiende gemeente ontstond. En we lazen Handelingen 8:4, ‘Degenen die verdreven waren, trokken rond en verkondigden het woord van God.’ Later, in 2001, leidde ik een conferentie voor predikanten in Cereté, in een gebied dat toen geteisterd werd door de guerrilla. We dachten samen na over de betekenis van Handelingen 20:24, waar Paulus zegt in zijn afscheid van de oudsten van Efeze: ‘Ik hecht echter niet de minste waarde aan het behoud van mijn leven, als ik mijn levenstaak maar kan voltooien en de opdracht kan uitvoeren die ik van de Heer Jezus ontvangen heb: getuigen van het evangelie van Gods genade.’ In datzelfde jaar, waarin in Colombia meer kidnappingen plaatsvonden dan in heel de rest van de wereld, werden we persoonlijk bedreigd met ontvoering van onze kinderen en met de dood. Op een dag ontvingen we een e-mail waarin ons werd meegedeeld dat het bestuur van de GZB ons ‘unaniem adviseerde’ terug naar Nederland te komen. Binnen drie weken stonden we op Schiphol en voelde ik me een huurling. Ik had mijn opdracht niet voltooid, Handelingen 20:24 voelde als een last. In augustus 2007 mocht ik in Kumbya, Rwanda, spreken op een conferentie voor zendingswerkers in Oostelijk Afrika. Ik kon voor het eerst Handelingen 20:24 weer als tekst gebruiken. Uit de context in Handelingen blijkt dat de Geest Paulus enerzijds 7


tegenhoudt en hem anderzijds leidt naar Jeruzalem en Rome, naar gevangenschap. Verwarrend, ‘God moves in a mysterious way.’ Maar Hij gaat door en ik wil niets liever dan daar deel van uit maken. Ds. Niek Tramper heeft geholpen met het redigeren van dit boek. Ik heb er veel van geleerd Niek, hartelijk bedankt daarvoor. Omdat ik geleerd heb m’n schoonouders niet tegen te spreken, bedank ik ze hier niet voor het meelezen van het concept. Mijn lieve vrouw Lisette dank ik voor haar vriendschap en hulp, niet alleen tijdens het schrijven van dit boek, maar in ons hele huwelijk en in het bijzonder in de bediening die de Here God ons samen heeft toevertrouwd. Ik wil dit boek opdragen aan Lisette en aan onze drie jongens, Marijn, Teun en Joop. Ik houd van jullie. Dit boek is geschreven in de hoop dat de lezer door het lezen en de meditatie van het boek Handelingen aangeraakt zal worden door de Geest die zo ongekend zijn weg gaat. Ik hoop dat de manier waarop Lucas spreekt over het werk van Jezus je zal motiveren om Hem met je hele hart te volgen en dat het verlangen in je hart zal groeien om met andere mensen de liefde van God de Vader te delen. Kigali, Rwanda, juli 2008 Ad Verwijs

8


I Aanwijzingen voor het luisterende leven

God kennen God is hoorbaar en zichtbaar in de wereld om ons heen. In de natuur heeft Hij zijn handtekening gezet (zie Psalm 8). Het kleine insect onthult de ragfijne precisie van de instrumentmaker. Sneeuwtoppen reflecteren zijn grootheid en zuiverheid. Storm en bliksem herinneren aan zijn verwoestende kracht. In de natuur zien we God als in een gebroken spiegel. We weten nog niet wie Hij werkelijk is. Is Hij een mystieke gloed die door alles heen gloeit, de hemel, de aarde, de mensen en de bomen? Of is Hij de oneindig verre en ondoorgrondelijke, die op afstand zijn wil aan mensen oplegt? Niet alleen de natuur, ook de geschiedenis laat ons iets van God zien. Maar wat in de geschiedenisboekjes staat, is lang niet altijd het spoor dat Gods vinger door de tijd trekt. De geschiedenis onthult niet alleen G贸ds daden, maar ook de hoogte en diepte van de mens en de afgronden van demonische machten. In wat wij persoonlijk ervaren, mogen we vaak de hand van God zien. Maar er is geen isgelijkteken tussen onze levensgeschiedenis, onze ervaringen en gevoelens en Gods hand. God spreekt God laat zich vooral kennen in wat Hij zegt. Hij spreekt nog steeds tot ons in wat Hij vroeger heeft gesproken. Hij heeft zich in de loop van de geschiedenis geopenbaard aan mensen, tot hun verbazing en soms verbijstering. Hij kwam het leven van mensen binnen, zoals bij Abraham, Mozes, David, Jesaja, Matte眉s, Paulus en veel andere profeten en apostelen. Zij zijn getuige geweest van Gods stem en zijn er diep door aangeraakt. Onder de leiding van de Heilige Geest is de openbaring van God door de eeuwen heen opgeschreven. (De verzameling boeken die zo is ontstaan, noemen wij de Bijbel.) In de Bijbel ontmoeten we God zoals Hij werkelijk is, hoewel we Hem ten diepste niet kunnen begrijpen. We kunnen Hem loven en 9


tot Hem bidden, of over Hem nadenken. Maar God is veel groter dan wij met ons verstand of gevoel kunnen bevatten. Naarmate Hij zich meer laat kennen, zal het ontzag voor Hem groeien. Dit boekje is een handreiking voor luisterend leven, leven met een open oor voor wat God tot ons te zeggen heeft. Dit wordt in elk hoofdstuk telkens op twee manieren uitgewerkt: eerst voor persoonlijke overdenking en daarna voor een bijbelkring. Deze twee delen vullen elkaar aan. Het persoonlijk luisteren vormt een goede voorbereiding op de bijbelkring. Omgekeerd zal bij de kringstudie ieders persoonlijke voorbereiding meeklinken, zonder dat alles wat ieder in zijn of haar ‘stille tijd’ ontdekt heeft uitvoerig besproken wordt. Persoonlijk luisteren Elk hoofdstuk begint met een paar gedeelten voor persoonlijke ‘stille tijd’, dat is een afgezonderde tijd op een stille plek om God te laten spreken door zijn Woord, om te bidden en na te denken. Het is niet altijd eenvoudig om los te komen van de dagelijkse beslommeringen, om de stroom van gedachten in te dammen. Gebedshouding Het gebed is niet het gemakkelijkste onderdeel van de ‘stille tijd’. Vaak worden onze gedachten afgeleid. Een goede lichaamshouding bevordert de concentratie: rustig zitten of staan, eventueel de handen gevouwen. Open handen, met de handpalmen naar boven, zijn een teken van afhankelijkheid en verwachting. Het is goed om van tevoren kort over ons gebed na te denken. Waarvoor willen we danken of bidden? Een goed middel om geconcentreerd te bidden, is het gebed opschrijven. De eeuwen door hebben mensen dit gedaan. We kunnen nog steeds veel van hen leren. Elk stil moment van Woord en gebed is een stukje rust in de drukte van de week, een oase in de wildernis van verantwoordelijkheden 10


die soms zwaar op ons drukken. Er wordt tijd uitgetrokken om na te denken over het leven, om te horen wat God van ons vraagt, om te belijden wat scheefgetrokken is in ons bestaan. Het is goed om iets van wat we beluisteren en belijden op te schrijven. Augustinus, die leefde rond het jaar 400, heeft al schrijvend zijn omgang met God onder woorden gebracht. Daaruit zijn de Belijdenissen voortgekomen, die tot op de dag van vandaag voor veel mensen een bron van troost zijn. Voor elk meditatief moment worden enkele aanwijzingen gegeven. Voor elke aangegeven ‘dag’ van het eerste deel van een bijbelstudie kun je een half uur of drie kwartier uittrekken, en dat bijvoorbeeld driemaal per week. Of je kunt gedurende een week dagelijks aandacht geven aan één van de vragen of gebedspunten behorende bij één dag. Het is belangrijk om een goed plan te ontwikkelen met vaste momenten in de week en je er dan ook aan te houden. De meditatieve momenten vormen de stille, persoonlijke voorbereiding op het samen luisteren in de kring. Overdenking en studie sluiten op elkaar aan. Persoonlijke overdenking effent de weg naar meer intensieve studie. In beide wil God zijn stem laten horen. De gezamenlijke studie hóeft niet te volgen op de persoonlijke meditatie, maar dit is wel aan te bevelen. Leren mediteren Mediteren, overdenken betekent dat we onze gedachten laten gaan over een woord of een stukje tekst. Associaties worden opgeroepen; beelden, gevoelens, situaties in ons leven. Hebben we er moeite mee? Worden we er blij van? Hoe klinkt Gods stem erin door? * mediteren over een woord of een stukje tekst Laten we als voorbeeld een zin uit Matteüs 1:21 nemen, ‘Want Hij is het, die zijn volk zal redden van hun zonden (nbg-51).’ Bij elk woord kunnen we even stilstaan. Waarom moet ik voor mijn redding bij Jezus zijn? Hoe kom ik bij Hem terecht, hoe wil Hij mij ontmoeten? Behoor ik tot zijn 11


volk? Waaruit blijkt dat? Kunnen andere mensen dat aan mij merken? Wat houdt zijn redding in? Hoe ervaar ik dat? Van welke zonden wil Hij mij redden? Kan ik die zonden ook aan Hem overgeven en loslaten? Enzovoort. Het kan helpen om je gedachten voor jezelf op te schrijven. * mediteren door vragen te stellen over een groter gedeelte We kunnen ook mediteren door onszelf vragen te stellen bij een bijbelgedeelte. Bijvoorbeeld: hoe komt God in dit gedeelte naar voren? Of: welke gedachten en gevoelens van de schrijver kan ik ook op mezelf toepassen? In elk bijbelgedeelte kunnen we als het ware God ontmoeten en twee dingen aan Hem vragen: ‘Wie bent U?’ en ‘Wat wilt U dat ik doen zal?’ (vergelijk Handelingen 9:3-6). * schrijvenderwijs bidden of zingen Een andere vorm van mediteren is een stukje tekst in eigen woorden opschrijven. Zo kunnen we een gedeelte uit de Bijbel gebruiken om onze gedachten en gevoelens voor God neer te leggen. Door te schrijven kunnen we ook bidden of zingen! Samen luisteren In het tweede deel van elke studie wordt een handvat gegeven voor het samen luisteren naar het Woord van God, in het verband van een bijbelstudiekring. Een verhaal of een stukje bezinning vormt de introductie. De aantekeningen bij de verzen helpen bij de voorbereiding van de kringstudie en de vragen dienen om het gesprek op gang te brengen. In het luisteren naar de Bijbel en naar elkaars inzichten ontdekken we de stem van God. De vragen zijn telkens in twee groepen ingedeeld onder de kopjes luisteren naar de tekst en luisteren en horen. Bij de eerste reeks van vragen gaat het vooral om een grondig lezen van de tekst. Begrijpen we wat er gezegd wordt? Wat is de boodschap van het gedeelte? Wat heeft de schrijver, en daarachter, 12


wat heeft de Heilige Geest er in díe omstandigheden mee willen zeggen? Bij de tweede groep vragen maken we de vertaalslag naar vandaag. Wat is de blijvende betekenis van dit gedeelte? Wat is de relevantie voor ons leven? Wat zou het effect van deze bijbelstudie kunnen zijn op mijn beleving, denken, spreken en handelen? Het zal duidelijk zijn dat er op veel vragen meer dan één antwoord mogelijk is, afhankelijk van de persoonlijke omstandigheden. Het gaat – zeker bij de tweede reeks van vragen – dan ook niet om het vinden van het ‘juiste’ antwoord, maar om het uitwisselen van gedachten om elkaar te helpen groeien in geloof en gehoorzaamheid. De vragen willen stimuleren tot zelfstandig bijbelonderzoek en tot een goed gesprek rondom de Bijbel. Zie voor meer aanwijzingen bij het lezen en bestuderen van de Bijbel in kringverband: Niek Tramper, Het Woord in ons Midden. Handreiking voor het luisterende leven. In de werkplaats van de Heilige Geest De studies zijn ook geschikt als voorbereiding op een preek, een meditatie of een bijbelstudie voor een grote groep. Al mediterend en studerend komt de voorganger de werkplaats van de Heilige Geest binnen en vindt er het nodige gereedschap om zich voor te bereiden op de verkondiging. Want zelf intens luisteren gaat vooraf aan het spreken.

13


II Inleiding op de Handelingen van de Apostelen

De naam De naam ‘Handelingen van de Apostelen’ is vanaf de tweede eeuw de titel van het bijbelboek dat het ontstaan en de groei van de gemeente van Jezus Christus beschrijft. ‘Handelingen’ is in de oudheid de verzamelnaam van boeken die het leven van een persoon of van een volk gedetailleerd beschrijven met de bedoeling zo de waarheid aan het licht te brengen. Het boek van de Romeinse historicus Seutonius, De Vita Caesarum, waarin hij het leven van twaalf Romeinse keizers beschrijft, is een voorbeeld van een ander boek ‘Handelingen’ uit de eerste eeuw. Het boek Handelingen beschrijft niet alleen de daden van de apostelen, maar daar doorheen ook het werk van de Heer Jezus Christus. Jezus wordt beschreven als de Levende, die zijn gemeente sticht en door de Heilige Geest de hele wereld verandert. Schrijver Lucas, de schrijver van het boek Handelingen, was een begaafd man. Het is zeker dat hij arts en schrijver was, maar er wordt ook beweerd dat hij als hobby schilderde. Je gelooft het als je zijn boeken leest, die beeldend geschreven zijn en veel kunstschilders inspireerden. In zijn boeken schildert hij het Licht van de wereld: Jezus. Hij heeft z’n naam mee: Lucas is een koosnaam, afkomstig van Lucius dat ‘wit’ of ‘verlicht’ betekent. De Handelingen van de apostelen en het Evangelie volgens Lucas zijn door dezelfde schrijver geschreven en vormen een tweeluik. Handelingen 1:1 begint dan ook met de woorden ‘in mijn eerste boek...’ Lucas was een arts (Kol. 4:14) en is volgens de traditie afkomstig uit Antiochië. Hoewel zijn naam nergens in het Evangelie naar Lucas of in Handelingen voorkomt, wordt hij als de schrijver van beide boeken gezien. Al vóór het jaar 200 na Chr. wordt zijn naam aan het Evangelie verbonden door Irenaeus en komt zijn naam 14


voor in een lijst van nieuwtestamentische boeken (in het fragment van Muratori van omstreeks 170 na Chr.). De schrijver heeft een groot deel van Paulus’ reizen meegemaakt (hij gebruikt dan de ‘wij’-vorm en schrijft dus in de eerste persoon meervoud, vergelijk Hand. 16:10-17, 20:5-21:18, 27:1-28:16). Paulus noemt hem in de brief aan Filemon ‘mijn medearbeider’ en schrijft aan Timoteüs dat Lucas als enige bij hem gebleven is, nadat anderen hem verlaten hadden (2 Tim. 4:11). Lucas staat niet alleen als arts en schrijver bekend, maar ook als historicus van formaat. Geleerden zeggen dat Lucas’ kennis van de geschiedenis en oog voor historische details niet geëvenaard wordt tot aan de komst van Eusebius, de vader van de kerkgeschiedenis, aan het eind van de derde eeuw na Christus. Geadresseerde Wie is Theofilus, tot wie Lucas zich in het voorwoord van z’n beide boeken richt? Omdat de naam Theofilus ‘vriend van God’ betekent, denken sommigen dat het een fictieve persoon is, zodat Handelingen gericht is aan elke lezer die zich een vriend van God weet. In het Evangelie volgens Lucas heet Theofilus ‘hooggeacht’ te zijn. Het Griekse woord voor ‘hooggeacht’ (kratistos , de overtreffende trap van ‘sterk’ of ‘machtig’) wordt buiten het boek Lucas enkel in Handelingen gebruikt, waar Felix en Festus beiden ‘hooggeacht’ worden genoemd. De nieuwtestamenticus F.F. Bruce schrijft dat Lucas zijn kunde als historicus vooral bewijst door het juiste gebruik van de ingewikkelde titels. Het ligt daarom voor de hand niet aan een fictieve figuur te denken, maar aan iemand van zeer hoge stand. Theofilus is mogelijk tot geloof gekomen, want de in het Evangelie gebruikte titel ‘hooggeachte’ wordt in de aanhef van Handelingen niet meer gebruikt. Dit geeft de indruk dat hij in de periode tussen het schrijven van het boek Lucas en het boek Handelingen tot geloof is gekomen. Hij was waarschijnlijk al ‘doopleerling’, Lucas schrijft in zijn Evangelie dat hij Theofilus onderwezen heeft (Lucas 1:4). De historicus Josephus schrijft dat Theofilus ben Ananus hogepriester was in Jeruzalem. Hij bekleedde dat ambt van 37-41 na 15


Chr. en hij was waarschijnlijk de man die Paulus toestemming gaf om de gemeenten te vervolgen. Hij was de zoon van Annas en de zwager van Kajafas. Als voormalig hogepriester stond hij in hoge achting en was hij dus de aanspreektitel waard. Het is dus mogelijk dat Lucas aan deze Theofilus schrijft, maar zeker is dat niet1. Het zou verklaren waarom Lucas meer aandacht schenkt aan de tempel dan de andere evangelisten. Zijn Evangelie begint in de tempel met Zacharias, de rechtvaardige priester. Als enige evangelist vertelt hij van Simeon en Hanna die aanbidden in de tempel en van Jezus die als twaalfjarige jongen in de tempel zit en daar onderwezen wordt in de dingen van zijn Vader. Wel zeker is het, als je kijkt naar de structuur, de inhoud en het doel van het boek, dat Lucas de gemeente van Christus over de schouder van Theofilus mee laat lezen. Datum Er worden twee mogelijke data genoemd waarop Lucas Handelingen geschreven zou hebben: in het jaar 63 na Chr. (dus twee jaar na de aankomst van Paulus in Rome, Hand. 28:30) of na het jaar 70 na Chr. Voor de vroege datering pleit het feit dat het niet zeker is of Lucas afwist van de grote brand in Rome en de daaraan verbonden christenvervolging of van de verwoesting van de tempel in Jeruzalem in het jaar 70 na Christus. Wellicht heeft Lucas zijn boek later geschreven. Hij sluit Handelingen af in Rome, omdat dit past in het geografische kader dat hij zelf aangeeft in Handelingen 1:8. Structuur De meest gebruikte indeling op het boek Handelingen volgt de structuur van Handelingen 1:8. Daar zegt de Heer tot zijn discipelen dat ze getuigen zullen zijn in Jeruzalem, Judea en Samaria en tot aan de einden van de aarde. Anderen gebruiken als basis voor de indeling van Handelingen de 1

16

Zie voor een uitwerking van deze theorie Richard Anderson ‘Theo­ philus: A Proposal,’ Evangelical Quarterly 69 (1997): pag. 195-215­­.


verschillende samenvattingen en evaluaties die in het boek voorkomen, die Lucas als markeerpunten gebruikt om een gedeelte af te sluiten en een nieuw gedeelte te beginnen. Een voorbeeld van zo’n samenvatting is Handelingen 6:7 ‘Het woord van God vond steeds meer gehoor, zodat het aantal leerlingen in Jeruzalem sterk groeide; ook een grote groep priesters aanvaardde het geloof.’ Deze samenvattingen werken als een soort hoofdstukindeling binnen het boek Handelingen. Op basis van deze beide gegevens zien we de volgende structuur in het boek Handelingen: A. In Jeruzalem

Handelingen 1:1-8:4

1. De begindagen 2. Vervolging en voortgang

Handelingen 1:1-6:7 (markeerpunt - 6:7) Handelingen 6:8-9:31

B. In Judea en Samaria Handelingen 8:5-12:25 (markeerpunt - 9:31) 3. Verdere voortgang Handelingen 9:32-12:24 (markeerpunt - 12:24) C. Tot aan de uiteinden van de aarde (1) Handelingen 13-19:20 4. Eerste zendingsreis, Apostelconvent Handelingen 12:25-16:5 (markeerpunt - 16:5) 5. Tweede en derde zendingsreis Handelingen 16:6-19:20 (markeerpunt - 19:20) D. Tot aan de uiteinden van de aarde (2); Rome Handelingen 19:21-28:31 6. Reis naar Rome

Handelingen 19:21-28:31 (markeerpunt - 28:31)

17


Structuur van Handelingen samen met het Evangelie van Lucas De geografische structuur van Handelingen is gespiegeld in het Evangelie van Lucas. D. Rome Luc. 2:1 en 3:1 C. Galilea ‘der heidenen’ Luc. 4-8:50 B. Judea en Perea, Samaria Luc. 8:51-19:27 A. Jeruzalem Luc. 19:28-24 Jezus’ herhaalde opdracht Luc. 24, Hand. 1 A’. Jeruzalem Hand. 1:1-8:4 B’. Judea en Samaria Hand. 8:5-12:25 C’. Zendingsreizen naar de heidenen Hand. 13-19:20 D’. Rome Hand. 19:21-28:31 Een dergelijke structuur wordt in de literatuurwetenschap en de exegese een chiasme genoemd, naar de vorm van de Griekse letter Chi, die er uitziet als onze letter X. Met dit chiasme wordt niet enkel de geografische beweging weergegeven, maar laat Lucas ook zien hoe God met alle volken begint (de volkstelling) en via de heidenen zich richt op Israel, op de zeventig die werden uitgezonden, op de twaalf discipelen en uiteindelijk op de ware Israëliet (‘strijder voor God’) Jezus Christus. Vanuit Hem waaiert het evangelie naar alle volken. Deze structuur heeft ongeveer dezelfde functie als het onderstrepen of vet drukken van een belangrijk gedeelte in een document vandaag de dag. Lucas wil duidelijk maken wat hij belangrijk vindt en zet dat op een opvallende manier in het centrum. Op die manier laat Lucas zien dat de twee boeken een eenheid vormen en zijn de opstanding en hemelvaart van Jezus samen met de zendingsopdracht in Lucas 24:47-49, die herhaald wordt in Handelingen 1:8, het middelpunt van Lucas’ werk. Waar het Lucas om gaat, is dat deze heilsfeiten samen met de zendingsopdracht het middelpunt van de wereldgeschiedenis vormen. Het is opvallend dat Lucas het middelpunt van het chiasme accentueert door de zendingsopdracht te herhalen, zodat deze als een soort spiegel werkt. Door dit te doen, brengt Lucas de periode 18


waarop Jezus op aarde heeft geleefd en gewerkt tot en met zijn opstanding onder in het tijdperk van het Oude Testament. Daarmee zegt hij dat de komst van de Messias Jezus het Oude Testament vervult en dat het startschot voor de zending een nieuw tijdperk inluidt, samen met de uitstorting van de Heilige Geest en de daaraan verbonden geboorte van de gemeente. Doel van het boek Handelingen Als Handelingen verfilmd zou worden, zou het niet voor alle leeftijden geschikt zijn. Er worden mensen vervolgd, gemarteld en gedood. Handelingen is een spannend bijbelboek waar vaart in zit én waarover is nagedacht. Welke doelen had Lucas voor ogen met het schrijven van het boek? Lucas wil zijn lezers allereerst bemoedigen dat God dóórgaat met zijn werk, ook als de gemeente lijdt. De volgelingen van Jezus weten dat de dreiging reëel is, maar geven het uit handen aan God. ‘Welnu Heer, sla ook nu acht op hun dreigementen en stel ons, uw dienaren, in staat om vrijmoedig over uw boodschap te spreken door ons bij te staan’ (Hand. 4:29-30a). God werkt inderdaad op een soevereine manier in het hele boek. Hij leidt ongelovigen zodat ze Jezus als Heer erkennen en Hij leidt de gemeente op iedere bladzij van het boek. Maar daarin wordt de gemeente zelf voor de volle honderd procent ingeschakeld. Dat idee wordt door Lucas kernachtig samengevat in het woord van Jezus: ‘Wanneer de Geest over jullie komt, zullen jullie kracht ontvangen en Mijn getuigen zijn.’ Lucas geeft verder een nauwgezette beschrijving van het ontstaan van de gemeente. Door het met zijn Evangelie te verbinden, maakt hij de voortgaande lijn duidelijk en verbindt hij de komst van Jezus naar deze aarde met het ontstaan van de gemeente en het apostolische getuigenis dat er nieuw leven is in zijn naam. De eerste gemeente werd door veel mensen als een sekte gezien en Lucas wil door zijn verslag dat beeld bijstellen. Handelingen is daarom ook een zogenaamd apologetisch geschrift, waarin het geloof verdedigd wordt naar Joden en Romeinen toe die zich kritisch opstellen tegenover de gemeente en het christelijke geloof. 19


Maar het gaat in Handelingen in de eerste plaats om Jezus. Het Evangelie ging over wat Hij begon te doen (Hand. 1:1); Hij gaat nu verder met zijn werk, Hij sticht zijn gemeente (1:3) en is de levende Heer en Heiland die de kerk regeert door zijn Woord en door de Heilige Geest (1:11). Inhoud Het gaat in Handelingen dus om Jezus en om wat God de Vader doet in Hem. Hij is de Messias, de Gezalfde. Als Jezus in het Lucasevangelie in de synagoge van Nazaret is (Luc. 4:18-19), leest hij uit het bijbelboek Jesaja: ‘De Geest van de Heer rust op Mij, want Hij heeft Mij gezalfd. Om aan armen het goede nieuws te brengen heeft Hij Mij gezonden, om aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken en aan blinden het herstel van hun gezichtsvermogen, om onderdrukten hun vrijheid te geven, om een genadejaar van de Heer uit te roepen.’ Dat genadejaar van de verlossing uit de slavernij is in Jezus aangebroken. Zoals de Heer Jezus met de Geest gezalfd was, zo wordt in Handelingen de gemeente gezalfd om zijn werk voort te zetten. Het gaat in heel het boek Handelingen om de voortzetting van het werk van Jezus en om de verkondiging dat God vol van genade is en dat het Koninkrijk in Jezus is aangebroken. Dat gebeurt door de verkondiging van de Naam van Jezus, door de boodschap dat vergeving van zonden en een nieuw leven nu mogelijk is als je je hoop stelt op Hem. Dat geloof wordt heel praktisch ingevuld in het boek Handelingen en alle grote thema’s van het Lucasevangelie komen terug in het boek Handelingen. Het citaat uit Jesaja dat door Jezus in de synagoge wordt voorgelezen, stopt abrupt midden in een zin. In Jesaja 61:2 loopt de zin dóór en wordt niet enkel het genadejaar van de Heer uitgeroepen, maar ook ‘de dag van de wraak van onze God’. Jezus kiest ervoor dat niet te lezen in de synagoge, omdat zijn eerste opdracht niet het verkondigen van Gods wraak is, maar juist van Gods genade. Hetzelfde accent vind je in het boek Handelingen, waar de gemeente erop gericht is om door de verkondiging Gods genade centraal te stellen. Dat betekent niet dat de gemeente zich niet bewust is van de dag 20


van het oordeel. Petrus zet zelfs de komst van de Geest op de Pinksterdag in het licht van de wederkomst, in Handelingen 2:17-21. Waar het Lucas om gaat, is dat de verkondiging van de gemeente gaat over het genadejaar, over de komst van het Koninkrijk, over de keer die God brengt in de geschiedenis door zijn Zoon Jezus naar deze aarde te zenden. Die bevrijdende boodschap moet worden verkondigd. De gemeente vandaag wordt betrokken bij die opdracht. Als Lucas het in Handelingen 1 over zijn ‘eerste boek’ heeft, gebruikt hij in het Grieks het woord protos dat aangeeft dat zijn Evangelie het eerste van meerdere boeken is en niet het woord proteros (‘vorige’). Daarmee zegt hij eigenlijk: ook het tweede boek wordt vervolgd. Dat het boek een vervolg heeft, blijkt ook uit het einde. De Geest gaat door, ‘ongehinderd’. Het is ongetwijfeld de bedoeling van Lucas dat wij, als gemeente, het stokje overnemen en weer dóórgeven tot aan de wederkomst. In dát kader staat de zendingsopdracht van Handelingen 1. ‘Wat staan jullie naar de hemel te kijken? Deze Jezus zal terugkomen!’

21


1. Alle tijd van de wereld I

Persoonlijk luisteren

Het boek Handelingen is zonder twijfel een van de spannendste boeken van de Bijbel. Het is het verhaal van de volgelingen van Jezus. De naam van het boek die wij kennen, Handelingen van de apostelen, is daarom wat mager. Het gaat om méér, het gaat om de Geest die aan het werk is in de gemeente van Jezus Christus en het gaat om de manier waarop het evangelie de wereld verandert. De volgelingen van Jezus zijn niet te stuiten, ze kunnen het niet nalaten om anderen te vertellen van wat Jezus heeft gezegd en gedaan. En je vraagt je af wat het geheim daarachter is. Waarom trotseren ze tegenwerking en gaan ze met vreugde op weg langs hete en stoffige wegen? Waarom zijn ze bereid om vervolging te doorstaan en bidden ze voor hun vijanden? Het geheim daarachter is het werk van de Heilige Geest. De Geest overtuigt hen, helpt hen en leidt hen en dankzij de Geest is er maar één verlangen in hun hart: God eren met heel het hart en het evangelie van de Zoon overal bekendmaken. De eerste dag − Wachttijd (1:1-5) Informatief In Rwanda en in andere ontwikkelingslanden moet je vaak uren wachten of in de rij staan. Als westerling vind ik dat maar niks, want ‘je moet je tijd toch nuttig besteden’ en om die reden heb ik altijd wel een boek of wat werk bij de hand om ‘zinvol’ te wachten. De discipelen krijgen de opdracht om te wachten, het is een gebod van Jezus. Dat wachten is verwachten, zoals wachten dat eigenlijk voortdurend is in de Bijbel. Simeon en Anna wachtten op de komst van Jezus, ze hadden geduld en het werd beloond! De discipelen wachtten op de belofte van de Vader, zoals Jozef van Arimathéa het Koninkrijk verwachtte en wij als gemeente de Zoon uit de hemel verwachten. 22


Wachten als gelovige is dus zinvol, zeker als het om de belofte van de Vader gaat. Een belofte is een woord van de Heer waarop je kunt bouwen, waarop je je leven kunt inrichten. Wachten op God is een zinvolle tijdsbesteding omdat je op Hem kunt vertrouwen! Overdenken a. Lees Handelingen 1:1-4 nog eens door en let daarbij op alles wat Jezus doet voor zijn discipelen vóórdat Hij afscheid van hen neemt. Wat valt je op in de manier waarop Jezus zijn discipelen voorbereidt op de komst van de Geest? b. De apostelen zijn uitgekozen door Jezus (vers 2, vergelijk Luc. 6:13). De Statenvertaling gebruikt hier het woord ‘uitverkoren’. Wat kun je aan de hand van Handelingen 1 over de betekenis van dit woord zeggen? c. Johannes de Doper zei al in Lucas 3:16-17 dat Jezus zou dopen met de Heilige Geest en met vuur. Hier wachten de discipelen op die belofte. Hoe ervaar je de vervulling van deze belofte in je eigen geloofsleven? d. Jezus heeft het over het Koninkrijk van God. Lucas gebruikt die term vaak (Luc. 8:10; 9:11; 18:29; Hand. 1:3; 8:12 en 19:8). Wat wordt er volgens jou, als je deze teksten doorleest, bedoeld met ‘Koninkrijk van God’ en wat leer je daarvan? Gebed 3 Het is Pinksteren geweest, de Geest is gekomen, maar gelukkig gaat Gods werk dóór. In hoeverre verlang jij in je eigen leven naar het werk van de Geest van God? Zou je zelf een tijd van wachten en verwachten apart kunnen zetten en dat verlangen naar het werk van de Heilige Geest in je leven bij de Here God kunnen brengen? 3 Je hebt ongetwijfeld vrienden of familieleden die de beloften kennen, maar het geloof in de Gever en de vervulling ervan niet kennen of zijn kwijtgeraakt. Schrijf de namen op van deze mensen die je lief zijn en bid voor hen.

23


De tweede dag − Kwalitijd (1:6-8) Informatief In Jezus’ antwoord op de vraag van de discipelen of het Koninkrijk nú wordt hersteld, gebruikt Lucas twee woorden voor tijd: chronos en kairos. Wellicht ken je het laatste woord en heb je wel eens gehoord dat mensen het over een ‘kairos-moment’ hadden. In de nbg-vertaling zijn deze woorden vertaald met ‘tijden en gelegenheden’. Het eerste woord dat Lucas gebruikt, chronos, duidt meestal een langere periode aan. Lucas gebruikt het onder andere in Lucas 20:9 en Handelingen 1:21. Zo kan chronos de hele periode aangeven van het planten, laten uitspruiten, bevloeien en onderhouden van fruitbomen in een wijngaard. Kairos zou eerder gebruikt worden om aan te geven dat het fruit geoogst wordt. Het eerste begrip is meer kwantitatief, het tweede kwalitatief. In het verband van Handelingen zou je het wachten van de discipelen op de uitstorting van de Heilige Geest met chronos kunnen aangeven, terwijl de werkelijke vervulling van de belofte in Handelingen 2 een ‘kairos-moment’ is. Het Pinksterfeest is oorspronkelijk in het Jodendom een oogstfeest, een kairos-moment. De vervulling van het Koninkrijk ligt in het verlengde daarvan. Overdenken a. De discipelen vragen de Heer Jezus in vers 7 hoe het nu zit met het Koninkrijk. Ze hebben het onderwijs van de Heiland op dit gebied blijkbaar onvoldoende begrepen. Welk idee hebben de discipelen gehad bij het Koninkrijk van God? Waaraan denk jij concreet als je hoort of leest over het Koninkrijk? b. De discipelen zijn getuigen. Een getuige is iemand die iets ervaren heeft, wat hij vervolgens met autoriteit kan doorvertellen. De discipelen zijn ooggetuigen, zij hebben Jezus na de opstanding met eigen ogen gezien, Hem aangeraakt en ervaren. Normaal gesproken kunnen enkel diegenen die iets lijfelijk hebben meegemaakt optreden als getuigen, maar in Handelingen worden ook christenen die Jezus nooit lijfelijk hebben ontmoet getuigen van zijn opstanding (zie o.a. 8:1 en 4). Zie jij jezelf ook als getuige? 24


Waarom wel of niet? Hoe zou jij jouw taak als getuige invulling willen geven in de toekomst? c. ‘Kracht van omhoog’ is nodig om te getuigen. Wat voor invloed heeft de kracht van de Heilige Geest op jouw relatie tot God en tot mensen om je heen? Gebed 3 Dank de Here God dat Hij getuigen op weg stuurt om de medemens in woord en daad het goede nieuws te brengen. Dank concreet voor enkele mensen aan wie je nu in het bijzonder denkt. 3 Bid dat de Here je leven zal vervullen met kracht van omhoog. Bid dat je leven zó vervuld mag zijn van de Heilige Geest van God, dat je tot bloei mag komen en vrucht zult dragen en anderen zult zegenen. 3 Bid voor je medechristenen die hun ‘Jeruzalem’ verlaten hebben en de grenzen zijn overgegaan om in een andere cultuur God te dienen en gestalte te geven aan de zendingsopdracht. De derde dag − Tussentijd (1:9-11) Informatief Je hoort nogal eens de kritiek dat christenen te veel met het hoofd in de wolken lopen om zo zelfs het zicht op de werkelijkheid te verliezen. Karl Marx zei daarom dat het geloof als een opium werkt voor het volk; het is een zoethoudertje. In werkelijkheid werkt het andersom. Lucas gebruikt vier keer de uitdrukking ‘naar de hemel’ in de verzen 10 en 11. De discipelen staren ‘naar de hemel’ als Jezus wordt opgenomen, nadat een wolk het zicht op Hem wegnam. De discipelen richten hun blik naar de hemel, maar ze krijgen, om met C.S. Lewis te spreken, de aarde voor de voeten geworpen. De aandacht wordt door de twee engelen teruggebogen naar de werkelijkheid: ‘Deze Jezus zal wederkomen.’ En impliciet begrijp je dat ze zeggen: ga nu eerst maar eens aan het werk met die opdracht. De vreemde wetmatigheid dat gerichtheid op de hemel je met twee voeten op de aarde doet staan, zien we ook in het Onze Vader: ‘Uw wil geschiede, in de hemel, alzo ook op de aarde.’ 25


Overdenken a. Tijd is een belangrijk gegeven in dit hoofdstuk. In het Westen is tijd geld. De Argentijnse schrijver José Ingenieros schrijft dat tijd zelfs met geld niet te koop is. ‘Misschien kun je tien schatten verzamelen gedurende je leven, maar met die tien schatten kun je je leven niet opnieuw beginnen.’ Neem de tijd om na te denken over de vraag hoe je je leven en je tijd in Gods hand zinvol kunt invullen. b. De tussentijd is vol van de zendingsopdracht. Dat is hier zo, dat is zo in de evangeliën waar gezegd wordt dat de Heer terug zal komen als het evangelie overal verkondigd is en dat is zo in de brieven van het Nieuwe Testament. In hoeverre bepaalt de wederkomst jouw agenda vandaag? Zijn er dingen die je zou moeten veranderen in je leven als je denkt aan de wederkomst? Gebed 3 Vaak zijn we of maken we ons erg druk in Nederland. Leg je agenda voor de Here God neer en vraag of Hij meester van je tijd wil zijn. 3 Dank God dat tijd in bijbels licht zinvol is. 3 Bid om de spoedige wederkomst en bid dat de kerk wereldwijd mag leren om zó op te zien naar de hemel, dat we de aarde voor onze voeten geworpen krijgen. II Samen luisteren Onthaasten Mensen op het zuidelijke halfrond weten vaak van wachten. In Rwanda zegt men: ‘Als je geduld hebt, kun je een kalfje melken.’ Wachten bergt een belofte in zich. Dat is zeker zo in de Bijbel. Wachten is geen doelloze of nutteloze bezigheid. De veertig dagen die Jezus had met zijn discipelen na zijn opstanding worden zinvol ingevuld. Deze veertig dagen doen denken aan de veertig jaren die Mozes moest wachten op God. Hij hoedde de schapen van Jethro, maar ondertussen kneedde God hem en werd hij voorbereid op zijn taak. In de theologie wordt dit proces retardatie genoemd. God ver26


traagt je leven voor een periode. En dus moet je onthaasten en je op de Heer richten. Augustinus, de bekende theoloog van de vroege kerk, vergelijkt dit proces met het spannen van de pijl op de boog. De pijl wordt op de boog gelegd en naar achter getrokken. Dat gaat langzaam en rustig en zo ver mogelijk, in de verwachting dat hij daarna doelgericht wegsnort. Het is goed te leren wachten op God. Het is goed je te laten kneden. Ook het wachten van de discipelen werd beloond. Ze bleven niet verweesd achter. De discipelen ervaren wat Mozes en het volk ervoeren in de woestijn. Ze zien en horen dat God niet alleen spreekt in het verleden, maar dat het ook nu zo is dat Hij spreekt met een mens. Dat Hij ons niet alleen laat in de woestijn van het leven, maar dichtbij ons is. Dat ervaar je door je te richten op Jezus, de Heer. Als je je richt op Jezus zal ook de Geest werken in je hart. Zoals Jezus zei: ‘Rivieren van levend water zullen stromen uit het hart van wie in Mij gelooft’ (Joh. 7:38). Wachten is dus geen passief wachten, maar actief. Het is je richten op alles wat God heeft gedaan en doet. Het is je richten op Jezus de Heer en op dat wat God je laat horen in zijn Woord. Het is verwachten dat God een doel heeft met je leven. En in dat actieve wachten mag je voluit vertrouwen op Gods belofte. Als er Iemand doet wat hij belooft, is God het! Aantekeningen 1-3. De inleidende woorden van het boek Handelingen lijken sterk op de eerste verzen van Lucas, die ook gericht zijn aan Theo­ filus. Dat eerste boek gaat over alles wat Jezus begonnen is te doen en te leren. Woord en daad gaan samen. In het tweede boek, Handelingen, wordt duidelijk dat Hij het werk van zijn handen afmaakt. Theofilus (‘vriend van God’) was onderwezen in al deze dingen in Lucas’ eerste boek. Lucas gebruikt voor het woord onderwijzen in het evangelie (1:4) de term katecheo, waar ons woord catechese van is afgeleid. Handelingen 1:2 geeft in de oorspronkelijke Griekse volgorde een samenvatting van wat volgt, van Handelingen 1:3-11. Handelin27


gen 1:8 is ook een samenvatting van de inhoud die volgt, zie de uitleg daar. Jezus leerde door woord en daad … ‘tot de dag waarop Hij in de hemel werd opgenomen, nadat Hij de apostelen die Hij door de Heilige Geest had uitgekozen, had gezegd wat hun opdracht was’; de hele periode na zijn opstanding werd blijkbaar gebruikt om de discipelen te onderwijzen. 4-5. Het ontvangen van de belofte van de Vader is synoniem met de doop met de Heilige Geest (vers 5) en het ontvangen van de kracht van de Geest (vers 8). Johannes de Doper leerde al dat Jezus zou dopen met de Heilige Geest en met vuur (Matth. 3:11; Marc. 1:8; Lucas 3:16 en Joh. 1:33). Jezus herhaalde dat Hij het was die de Geest zenden zou (Joh. 14:16 en 26, Luc. 24:49). In Handelingen 1 zien we de herhaling van de belofte met haar vervulling in hoofdstuk 2. 6-8. De discipelen hebben na al het onderwijs van de Heer Jezus nog niet helder hoe het Koninkrijk komen zal. ‘Heer, gaat u dan binnen afzienbare tijd het koningschap over Israël herstellen?’, vragen ze aan de Heiland. Ze verwachten dat Jezus een politiek en nationaal Rijk realiseren zal, in hun eigen tijd. Dat is niet verwonderlijk. In het Oude Testament lezen we hoe de Here God Israëls Koning is (Ex. 15:18). Het Koninkrijk werd heel concreet en plaatselijk verwacht. Uit Jezus’ antwoord blijkt hoe Hij de hele wereld op het oog heeft. Zijn antwoord is tevens een samenvatting van de inhoud van het boek Handelingen: ze getuigen in Jeruzalem (Hand. 2-7:60), in Judea en Samaria (8:1-12:24) tot aan de einden van de aarde (12:25-eind). 9-11. De wolk die Jezus wegnam van hun ogen zal ongetwijfeld verband houden met de shekinah, de zichtbare manifestatie van de Here God tijdens de woestijnreis (Ex. 40:34). Tijdens de verheerlijking op de berg werd Jezus samen met drie discipelen ook omringd door een wolk (Marc. 9:7). De wolk wordt in het boek Exodus keer op keer in verband gebracht met de heerlijkheid van de Heer en zijn leiding aan het volk. Hier in Handelingen heet de wolk Jezus letterlijk welkom. Zoals de King James vertaalt: ‘He was taken up; and a cloud received him out of their sight’ (‘Hij werd opgenomen en een wolk ontving Hem, uit hun gezichtsveld’). 28


Vragen voor bespreking in de kring Luisteren naar de tekst 1. Jezus geeft een opdracht aan zijn discipelen, de zendingsopdracht. Lees vers 8 nog eens samen over. Is het wel een opdracht, waarom zegt Hij het zó en wat zegt dat ons? 2. Wat betekent het dat de discipelen samen wachtten en wat zegt dat ons nu? 3. Johannes de Doper gebruikt twee beelden als hij het heeft over de belofte: water en vuur. Wat denk je dat hij bedoelt te zeggen met deze beelden? In hoeverre merk je dat het gedoopt zijn met water en vuur in de zin waarin Johannes het bedoelde ook werkelijkheid is in je eigen leven en wat betekent dat dan praktisch? Luisteren en horen 4. De discipelen worden opgeroepen om te getuigen van Jezus. In het Grieks wordt het woord martus gebruikt, waar ons woord ‘martelaar’ van is afgeleid. Getuigen is direct verbonden met lijden en met het leven en sterven van Jezus. Hij wordt in Openbaring 1:5 dan ook ‘de betrouwbare Getuige’ genoemd. In hoeverre zijn wij bereid om in die dubbele zin Jezus na te volgen en getuigen te zijn? 5. De zendingsopdracht is direct verbonden met de belofte van en de vervulling met de Heilige Geest. Hoe zie je dat in onze tijd? 6. De uniciteit van de Heer Jezus Christus staat buiten kijf in het boek Handelingen. Hij is het die verkondigd wordt, in Hem is het leven. Hij staat in het centrum van de zendingsopdracht, ook als de discipelen die herhalen in Handelingen 10:42-43. Ga na of dat ook voor jou geldt. Probeer er samen over na te denken hoe we als gemeente van Christus hieraan invulling kunnen geven in onze samenleving, waar geen absolute waarheid geaccepteerd wordt. We moeten doen wat voor de hand ligt: we plaatsen gebed weer in de context waar het thuishoort, namelijk Gods Woord. Gebed is niet iets wat wij uitdenken om Gods aandacht te trekken of om wat van Hem gedaan te krijgen. Gebed is ant-woord. Het eerste woord is Gods Woord. Gebed is altijd woord van mensen, nooit het eerste, het voornaamste woord; het is nooit het initiërende

29


en scheppende woord, gewoon omdat wij nooit de eerste of de voornaamste zijn. We doen het gebed geen recht als we het benaderen als iets wat het niet is, zelfs wanneer we ons realiseren dat het gebed heilig en verheven is. Wat we feitelijk doen, is dat we het gebed tot een middel maken waarmee we de goden manipuleren. Daarmee wordt het dan een werktuig dat ontmenselijkt en misschien zelfs verdoemt [...]. Daarom is het noodzakelijk dat we in onszelf het besef gaan ontwikkelen dat het gebed een geheel andere kwaliteit heeft, het ant-woordkarakter. Anders zijn we, voor we het goed en wel beseffen, bezig met verbale afgodendienst en de daarbij behorende consequenties. [...] Het eerste woord is overal en altijd Gods Woord aan ons, niet dat van ons aan Hem. Eugene H. Peterson, Dragende delen.

30


Handelingen