Page 1

Het is een ernstig probleem, met schadelijke gevolgen voor zowel de directe slachtoffers als voor de overige gezinsleden. Elk jaar zijn 50.000 kinderen slachtoffer van huiselijk geweld, 100.000 kinderen zijn getuige ervan. En nog eens 80.000 vrouwen zijn slachtoffer. Huiselijk geweld speelt zich echter vaak af achter de voordeur. De omgeving heeft wel vermoedens, maar er is meestal te weinig bewijs om in actie te komen. Bij slachtoffers speelt vaak schaamte een grote rol, waardoor de problemen langdurig verborgen blijven. Wat huiselijk geweld met je doet wil een bijdrage leveren aan meer openheid over dit thema. Aan de orde komen vragen als: wat is huiselijk geweld? In welke vormen komt het voor? En wat zijn de gevolgen? Om tenslotte in te gaan op de mogelijkheden voor behandeling en wat te doen in geval van nood. Het boek opent met een vijftal verhalen van slachtoffers en naastbetrokkenen, waarin ze vertellen over hun ervaringen met huiselijk geweld. De auteur richt zich op slachtoffers en daders, en op mensen in de directe omgeving (buren, familie, vrienden, pastoraat, school). Drs R.Timmerman (1967) is klinisch psycholoog/ psychotherapeut en gezinstherapeut. Hij is werkzaam bij Eleos, stichting voor gereformeerde geestelijke gezondheidszorg. De diepte-interviews in dit boek zijn verzorgd door Esther Gerritsen, in het kader van haar afstudeeropdracht aan de opleiding Maatschappelijk Werk en Dienstverlening aan de Christelijke Hogeschool Ede.

9 789023 916420

www.boekencentrum.nl

Roel Timmerman Wat huiselijk geweld met je doet

Huiselijk geweld bestaat al sinds het begin van de mensheid.

Wat

Roel Timmerman

huiselijk geweld met je doet


In de reeks ‘Wat … met je doet’ verschijnen praktische gidsen voor het omgaan met psychische vragen en problemen. De reeks staat onder eindredactie van Arthur Hegger. Reeds verschenen: Pieter Dingemanse, Wat burnout met je doet Arthur Hegger, Wat borderline met je doet Erry Pieters-Korteweg, Wat schizofrenie met je doet Kees Roest, Wat dwang met je doet


Roel Timmerman

Wat huiselijk geweld met je doet

Uitgeverij Boekencentrum, Zoetermeer


www.boekencentrum.nl

Ontwerp omslag: Toni Mulder ISBN 90 239 1642 5 NUR 770 Š 2005 Uitgeverij Boekencentrum, Zoetermeer Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieÍn, opnamen of op enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.


Ik ben lucht voor mijn vader in een hoekje getrapt en vergeten Ik ben niks Ik ben niemand en nergens toe in staat dan te janken in mijn slaap Zie mij, kijk maar goed van voor en van achter ik spring in het rond Maar daaronder, koud en kil Warmte ken ik niet want ik ben de lucht die ik adem niet waard

Overgenomen van www.kindermishandeling.nl met toestemming van NIZW Jeugd/Expertisecentrum Kindermishandeling.


Inhoud

Woord vooraf

9

DEEL 1 INTERVIEWS door Esther Gerritsen

13

Interview 1 Interview 2 Interview 3 Interview 4 Interview 5

15 25 34 42 50

Remco en Michiel Gert en Monique Anne Nienke Eva en Gerard

DEEL 2 HUISELIJK GEWELD, WAT IS ER AAN DE HAND? 1. Geweld achter de voordeur: de cijfers 2. Geweld door volwassenen 3. Geweld door kinderen 4. Gevolgen voor kinderen en volwassenen 5. Geweld in relatie tot christelijk geloof 6. Stoppen van huiselijk geweld 7. Wat kan de omgeving doen?

57 59 66 86 93 100 111 125

Bijlage 1 Literatuur Bijlage 2 Adressen Bijlage 3 Gevoelsthermometer

129 131 135


Woord vooraf

Nog steeds bestaat er een groot taboe rond geweld in huis, net zoals in de jaren zeventig rond incest het geval was. Evenals bij incest denken we vaak dat huiselijk geweld in onze eigen omgeving niet voorkomt. Dat komt ook doordat we er onze beelden bij hebben. Bijvoorbeeld dat het vooral om mishandelende vaders en partners in de verpauperde wijken van de grote stad gaat. Niets is minder waar. Geweld blijkt overal voor te komen, nog veel vaker dan we denken. Sterker nog: geweld is eigenlijk heel dichtbij. Want wie heeft als ouder niet de ervaring dat je je kind wel achter het behang kunt plakken omdat het weer niet luistert? Dat je uit onmacht een klap verkoopt of met een deur slaat? Of dat je zomaar, in een onbewaakt ogenblik, een erg kwetsende opmerking maakt? Geweld is niet simpel. Het gaat vaak niet om één dader en één slachtoffer, hoewel ik er in dit boek wel zo over zal schrijven. Meestal is het een proces waarin meerdere ‘partijen’ hun aandeel hebben. Dat maakt het voor zowel betrokkenen als de omgeving vaak zo complex. Huiselijk geweld is ingewikkeld omdat het vaak veel tegenstrijdige gevoelens oproept, vooral bij slachtoffers. Voor de buitenwereld is het eenvoudig: je gaat toch gewoon bij je partner weg als hij je regelmatig slaat? Voor betrokkenen zelf is het vaak niet zo simpel, want de meeste daders hebben ook leuke en aardige kanten. Of slachtoffers ontdekken dat ze ondanks alles moeilijk zonder hun partner kunnen leven. Moeders en vaders vinden het moeilijk om bij hun partner weg te gaan omdat het voor de kinderen grote consequenties heeft. Zo zijn er tal van dilemma’s die deze problematiek vaak zeer complex maken. Voor al die mensen die in meer of mindere mate huiselijk geweld hebben meegemaakt, is dit boek geschreven. Ter her-


10 kenning, maar ook om hen te helpen. Dat is niet eenvoudig, eigenlijk is gespecialiseerde hulp noodzakelijk. Het boek is ook bedoeld voor al die anderen, die niet persoonlijk het slachtoffer zijn van huiselijk geweld, maar wel vermoedens hebben over de situatie bij de buren of bij vrienden of familie. Voor leerkrachten die zich ernstig afvragen wat ze aan moeten met het kind dat altijd blauwe plekken heeft. En voor pastores en ambtsdragers in de kerk die signalen krijgen over geweld in gezinnen. Binnen veel instellingen voor geestelijke gezondheidszorg is het ongebruikelijk om daders te behandelen. Meestal is er vooral aandacht voor slachtoffers. Door mijn werk met daders van seksueel misbruik was voor mij de stap om met daders van huiselijk geweld te gaan werken kleiner. Justine van Lawick, relatie- en gezinstherapeut van het Lorentzhuis in Haarlem, heeft mij en mijn collega’s geholpen en geïnspireerd om onze weg in deze ingewikkelde materie te vinden. Van haar leerden we patronen in geweld te ontdekken en met een ogenschijnlijk eenvoudige ingreep geweld meer onder controle te krijgen. Samen met de gezinstherapeuten Jan Jaap Pols, Greta Fonville en Arend ten Brinke leerde ik in gezins- en relatiegesprekken – met vallen en opstaan – hoe je zowel slachtoffers als daders respectvol kunt blijven benaderen. Door er samen veel over door te praten en behandelingen te durven starten, vonden we steeds meer onze weg in deze weerbarstige problematiek. Ik heb diep respect voor de mensen die in deel 1 hun verhaal hebben verteld. Juist omdat geweld zo veel oproept. Het was voor hen lang niet altijd gemakkelijk om alles weer naar boven te halen. Hun verhalen geven het boek echter meer inhoud, omdat ze laten zien wat huiselijk geweld is en wat de gevolgen ervan zijn. Ik ben hen dankbaar voor het feit dat ze hieraan hebben meegewerkt. Esther Gerritsen heeft de verhalen van de geïnterviewden uitgewerkt. Tevens mocht ik voor hoofdstuk 4 van deel 2 onder andere gebruik maken van haar afstudeerscriptie. Voor dit alles ben ik haar zeer erkentelijk. Rien Geluk hielp me aan ideeën voor hoofdstuk 5 en mijn vader, emerituspredikant, heeft dat hoofdstuk vanuit theologisch oogpunt kritisch meegelezen. Jan Jaap Pols heeft mee-


11 gedacht met hoofdstuk 6 en mijn buurvrouw Nellie (Horden), zoals mijn kinderen haar altijd noemen, heeft diverse hoofdstukken kritisch meegelezen. Arthur Hegger gaf als eindredacteur van deze serie nog diverse tips om het boek voor een breed publiek toegankelijk te maken. Ik ben hen allen dankbaar voor het inhoudelijke en opbouwende commentaar dat ze geleverd hebben. Niet in de laatste plaats wil ik mijn vrouw bedanken voor het stimuleren tot het schrijven van dit boek en voor het redigeren tot een leesbaar geheel. Roel Timmerman


DEEL I

INTERVIEWS


1 Remco en Michiel

DE VADER VAN REMCO (51) EN MICHIEL (46) VERANDERDE VAN EEN LIEFHEBBENDE MAN IN EEN AGRESSIEF MENS. NADAT HIJ VOORGANGER WERD IN EEN KERKELIJKE GEMEENTE, BEGON HIJ REMCO ZWAAR TE MISHANDELEN. HIJ BEDREIGDE OOK DE ANDERE KINDEREN, MAAR DIE SLOEG HIJ NIET. DE ANDERE GEZINSLEDEN HIELPEN REMCO NIET. ZIJN MOEDER WAS NEGEN VAN DE TIEN KEER AANGEVER VAN HET GEWELD. REMCO VOELDE ZICH ALTIJD VEILIG BIJ GOD. HIJ EN ZIJN JONGSTE BROER MICHIEL HEBBEN NOG ALTIJD MOEITE MET DOMINANTE MENSEN.

Remco: Ons gezin bestond uit onze ouders en zes kinderen. Onze ouders en een zusje zijn inmiddels overleden. Voordat Michiel werd geboren, woonden we in het zuiden van het land. Ik heb heel gelukkige herinneringen aan die tijd. Mijn vader was beroepsmilitair, commandant van de brigade. Hij was een lieve vader en had alle aandacht voor ons, al had hij wel driftige trekjes. We gingen uit traditie naar een kerk met een reformatorische achtergrond. We zijn daar als kind ook gedoopt. Toen ik vijf jaar was, kreeg mijn vader contact met een andere kerkelijke gemeente. Hij kwam tot bekering en vanaf dat moment is hij een beest geworden. Ik kan het niet anders zeggen. Hij werd na een paar jaar voorganger van deze gemeente en was een zeer geliefd spreker. Hij sprak ook in andere gemeenten. Het was een heel rare overgang. Al heel snel begon hij te slaan. Hij sloeg alleen mij, de andere kinderen niet. Ik denk dat hij liever één kind sloeg dan alle zes. Het leek of hij in twee werelden leefde. In de samenkomst moest hij een bepaald imago ophouden. Hij moest als man van God toegankelijk zijn en had veel gesprekken met mensen. Zij kwamen ook bij ons thuis en als zij weg waren, zocht hij een gelegenheid om mij in elkaar te meppen. Hij pakte een gummiknuppel, een stoffer of een bezem en sloeg me echt helemaal in elkaar. Dat was een soort uitlaatklep voor hem. Het is ook wel te begrijpen: hij


16

DEEL I – INTERVIEW 1

had zoveel spanningen. Hij leefde enerzijds in de militaire wereld en anderzijds in de wereld van het geloof. Hij bedreigde mijn broers en zussen ook altijd. Hij heeft hun wel eens een schoen naar het hoofd gegooid, maar nooit geslagen. Michiel: Nee, hij heeft mij nooit geslagen, maar de dreiging en de intimidatie vond ik heel beangstigend. Toen ik een jaar of 14 was, ben ik een keer met wat jongens op een verboden terrein geweest. We waren aan het struinen en donderjagen. Je mocht er niet komen, dus het was een beetje spannend. ’s Avonds kwam er een wijkagent bij ons op bezoek. Die dacht dat wij suikerbieten hadden gestolen en dat wij hadden ingebroken in een caravan op dat terrein. De volgende dag moest ik bij mijn vader komen. Dat gesprek was heel intimiderend. Het was een soort verhoor. Ik had niets gedaan, maar dat leek er bij hem niet in te gaan. Ik was verontwaardigd en boos, omdat hij mij niet geloofde. De grote ogen van mijn vader leken dwars door mij heen te kijken. Dat heb ik beangstigend gevonden.

‘Willem, hij is weer vervelend geweest…’ Remco: Wanneer mijn vader uit zijn werk thuis kwam, ging hij altijd naar mijn moeder in de keuken. Zij zei dan tegen hem: ‘Willem, hij is weer vervelend geweest.’ Ik probeerde me te herinneren wat ik verkeerd zou hebben gedaan. Misschien had ik niet goed afgewassen of was ik iets vergeten. Mijn vader had de gewoonte mij in zulke gevallen naar het toilet te schoppen en te slaan. Hij pakte een gummiknuppel die je helemaal dubbel kunt buigen. Hij mepte mij net zo lang, totdat ik met mijn hoofd tussen de muur en de toiletpot klem kwam te zitten. Daar genoot hij van, dat kon ik zien. Daarna schopte hij mij de trap op. In de trap zat een hoek. Hij sloeg me altijd zo, dat ik klem kwam te zitten tussen twee traptreden. Ik denk echt dat je nog een deuk in die traptrede kunt zien. Hij bleef maar schoppen. Ik werd dan zo bang voor hem dat ik, in plaats van mezelf los te rukken uit die traptrede, mijn hoofd juist verder duwde totdat ik geen kant meer op kon. Wanneer ik eindelijk de moed had gevonden om weg te lopen, kwam hij me achterna, naar het balkonkamertje, en mepte me nog een aantal keer. Zodra ik los kon komen, sprong ik vanaf het balkon drie meter naar beneden, op de grond. En dan was ik weg. Dit herhaalde zich vrijwel iedere dag.


Remco en Michiel

17

Als mijn vader ’s avonds een keer thuis was, kon hij zomaar midden in een gesprek opstaan, mij een wenk geven en dan herhaalde zich dat. Altijd eerst naar het toilet en dan naar de hoek van de trap enzovoort. Mijn broer die boven mij zit, vertelde me later dat dit ook gebeurde op de vreemdste momenten. Bijvoorbeeld als het heel gezellig was, wanneer we met elkaar chocolademelk zaten te drinken. Soms begon hij me gewoon te meppen waar zij bij waren. Zonder speciale aanleiding. En anders zocht hij wel een aanleiding. Op een avond vierden we de verjaardag van mijn broer. Ik hief mijn glas naar mijn vader om te toosten. Ik moest meteen mee naar buiten. Hij zei dat ik hem voor gek zette. ‘Je denkt zeker dat dit ongestraft kan?’ zei mijn vader. Hij nam me mee naar het balkonkamertje en mepte me weer overal. Het moeilijkste was dat ik vervolgens alleen op mijn kamer moest zitten, terwijl ze beneden plezier met elkaar hadden. Ik geloof dat hij daarvan genoot. Het is raar, maar waar. Hij deed dat heel bewust. Wanneer ik in bed lag, kon mijn vader om een uur of drie ’s nachts boven komen. Hij had dan de gewoonte een tijdlang met zijn gummiknuppel op mijn hoofd te slaan. Dat was heel verwarrend, want ik lag net lekker te slapen. Daarna ging hij weer slapen en lag ik een uur wakker. Ik denk dat dit zich zeker ieder weekend herhaalde. Dit zijn dingen die ik nooit meer vergeet. De gewelddadigheid zelf was heel lastig, maar dat onverwachtse was veel erger. Ik zal nooit begrijpen waarom hij dit deed. Ik zal het ook nooit accepteren.

Ik was verschrikkelijk bang voor hem Mijn probleem was, dat ik hem op de een of andere manier uitdaagde, ondanks dat ik verschrikkelijk bang voor hem was. Ik weet nog goed dat ik een zesdehands fiets had gekregen en die tegen het huis aanzette. Mijn vader kwam thuis en sloeg me werkelijk overal. Hij zei dat ik nooit meer de fiets op de hoek van het huis mocht zetten. De volgende dag zette ik die fiets weer tegen de hoek van het huis. Niet eens expres, al dacht ik wel: ik doe dat gewoon en u kunt de pest krijgen. Ik gaf hem dus een aanleiding en dan was het écht verschrikkelijk wat hij deed. Hij werd helemaal dol en begon te vloeken, te schelden, te schreeuwen en te slaan. Ik herinner me ook die keer dat het fototoestel van mijn vader het niet deed. Hij zwiepte de camera rond aan het hengsel en


18

DEEL I – INTERVIEW 1

gooide hem in het weiland. Vervolgens begon hij mij te meppen, omdat dat fototoestel kapotging. Die man was kennelijk zo ziek in zijn hoofd dat hij, wanneer er iets verkeerds ging, dit meteen met mij associeerde. Ik voelde me altijd schuldig. Ik móest wel iets verkeerds gedaan hebben, anders zou hij dit niet doen. Dat was voor mij als klein jongetje erg moeilijk, want ik begreep de aanleiding niet. Ik kocht wel eens een rolletje snoep voor mijn vader. Ik hoopte dat hij dan van mij zou gaan houden. Ik wilde zijn liefde kopen. Ik verwachtte niet eens dat hij zou stoppen met slaan. Ik gaf hem het rolletje snoep en dacht dat het weer goed was tussen ons. Hij nam het genadig van mij aan, maar vond toch wel dat ik een klotejong was. Dezelfde avond kreeg ik weer op mijn mieter. Ik wilde altijd graag een hond hebben. We hebben zes weken een hond gehad. In die weken heeft hij mij vrijwel niet geslagen. Hij sloeg de hond. Na zes weken was dat beest zo verknipt, dat hij naar iedereen begon te grommen en te bijten en toen weer het gezin uit moest. Voor mij begon de terreur weer van voren af aan.

Ik zocht overal veilige plekjes Het maakt je leven wel heel lastig. Ik zocht allemaal veiligheden op, had overal veilige plekjes. Samen met mijn vriendjes had ik een hut in het weiland, in een soort greppel. Daar zat ik vaak. Ik vond het heerlijk om op kleine plekjes te zijn. Ik praatte met God in die hut en in het weiland. Ik praatte met God in het kolenhok. Op die momenten kon mijn vader me niet pakken. Ik kan me herinneren dat ik een keer in het kolenhok zat en mijn vader hoorde aankomen. In mijn verbeelding kon ik zijn geur ruiken, zijn ademhaling horen, maar hij zag me niet. Jonge, wat was dat een kick! Ik wist dat God mij beschermd had, zodat die klootzak mij niet kon pakken. Dit heb ik honderden keren meegemaakt. Ik ervoer God dan. Ook als mijn vader met zijn gummiknuppel in de nacht naar me toe kwam. Dan lag ik te praten met God. Ik zei dan: ‘U bent mijn echte vader, hij is een klootzak.’ Nu vind ik het nog steeds prettig om alleen in kleine kamertjes te zitten en met God te praten. Misschien denken andere mensen: die vent is gek geworden. Maar ik ben niet schizoïde geworden, gelukkig! Ik heb altijd met God geleefd. Tot op de dag van vandaag voel ik me ontzettend veilig bij Hem. Als ik dat niet


Remco en Michiel

19

had gehad, had ik niet meer geleefd. Dat is mijn sterke overtuiging.

Niemand heeft me ooit geholpen Het hele gezin vond het heel erg naar wat er gebeurde, maar niemand heeft me ooit geholpen. Ik werd ook door de anderen als buitenbeentje behandeld. Ik heb het niet over Michiel, hij was toen nog te klein. Mijn oudere broers en zussen waren meesters in het ontduiken en ontwijken van mijn vader. Ik lag met drie broers op één kamer en ’s avonds in bed waren we wel eens aan het donderjagen. Mijn vader kwam dan naar boven met een stoffer of een gummiknuppel. Hij begon altijd mij te meppen, omdat ik het gedaan zou hebben. Mijn broers lieten dit gebeuren. Zelfs als het niet zo was, zeiden zij dat ik het gedaan had. Ik was er op een bepaalde manier ook wel aan gewend. Het klinkt raar, maar ik neem het hun niet kwalijk. Ze waren gewoon bang. Hij pakte mij toch altijd al. Ik weet niet waarom. Dat is een vraag die me nog altijd bezighoudt. Ik lokte het uit, zei hij altijd. Misschien omdat ik een soort tegenstand bood, wat mijn broers en zussen niet deden. Ik werd kwaad, hoewel ik bang was voor zijn klappen en vooral voor de geur die hij bij zich droeg. Hij stonk zo. Als hij boos was, begon hij vreselijk te zweten en kreeg een rode kop. Dat zagen de anderen natuurlijk ook. Logisch dat zij dachten: we zeggen wel dat Remco het gedaan heeft. Op een dag toen het gevroren had, moest hij spreken in een gemeente verderop. Eén van mijn broers vertelde dat hij een visioen had dat onze vader een ongeluk zou krijgen. Daarom gingen wij een bidstond voor hem houden, zodat hij veilig zou aankomen. Een aantal jaren geleden vroeg ik aan die broer of hij destijds echt visioenen had. Hij vertelde dat hij deze had verzonnen om een goede beurt te maken bij onze ouders. Zij vonden hem heel vroom en heilig. Hij was de bink. Hij was toen tien jaar en heel creatief in dat soort dingen. Mijn oudste broer heb ik ooit een keer, heel voorzichtig, gevraagd waarom hij niet voor mij in de bres is gesprongen. Hij zei toen dat hij het zich niet meer kon herinneren. Terwijl onze vader al lang dood is, is hij nog steeds bang om hem te verraden.


20

DEEL I – INTERVIEW 1

Hoe kon een liefhebbende moeder haar zoon verraden? De rol van mijn moeder vind ik moeilijk te beschrijven. Ze was een heel lieve vrouw. Maar negen van de tien keer was zij de aangever van het geweld. Ik begreep niet hoe een liefhebbende moeder haar zoon kon verraden. Zij zat eigenlijk met hem in het complot. Ze was heel onderdanig ten opzichte van mijn vader. Ook zij werd door hem gedomineerd. Michiel: Een voorbeeld van de onderdanigheid van ma is het verhaal van de rammelende cassetterecorder in de auto. Mijn ouders gingen met de auto op vakantie. Mijn moeder hield de hele weg haar voet tegen die cassetterecorder aan, zodat hij niet rammelde. Anders zou pa boos worden. Haar voet was blauw aangelopen. In plaats van hem vragen de cassetterecorder te repareren, loste zij het probleem op deze manier op. Hij sloeg haar niet. Soms gooide hij wel een schoen naar haar of naar een van de kinderen. Mijn moeder zorgde ervoor dat zij onderdanig bleef, want anders kon ze niet met hem omgaan. Remco: Wanneer mijn vader met zijn schuddende wangen voor de gemeente stond, en zei: ‘Halleluja, prijs de Heer, God leeft en Jezus is liefde,’ dacht ik er nooit over na dat dit vreemd was. Ik vond dat volstrekt normaal. Wat ik wel raar vond, was dat hij, als hij zondagochtend om tien uur moest spreken, me om half tien nog even pakte. Dan vloekte hij werkelijk alles bij elkaar. Daar begreep ik niks van. Dat gebeurde niet iedere zondag, maar wel vaak. Het gekke vond ik ook dat al die vrome mensen van de kerk, die bij ons thuis kwamen, er nooit wat van gezegd hebben. Je kon het echt wel aan mij zien als ik geslagen was. Ik had schaafwondjes en rode plekken. Soms kon hij zijn woede niet inhouden en sloeg me zelfs waar anderen bij waren. Er zijn mensen die heel veel hebben geweten en nooit een hand hebben uitgestoken.

Tegen Ria kon hij niet op Ik heb op veel middelbare scholen gezeten. Ik miste overal de aansluiting, omdat ik niet durfde. Toen moest ik een baantje zoeken, maar dat lukte ook niet. Uiteindelijk ben ik bij de marechaussee terechtgekomen. Daar ben ik toch wat meer man geworden. Op mijn zestiende heb ik mijn vrouw, Ria, leren kennen. Zij had en


Remco en Michiel

21

heeft een heel sterk karakter. Vanaf die tijd heeft mijn vader mij nooit meer geslagen. Hij was bang voor haar. Ik vergeet nooit meer dat hij aan tafel zei: ‘Ik zou maar uitkijken om Remco wat aan te doen, anders vermoordt Ria je.’ Dat is heel grappig. Tegen Ria kon hij niet op, ook mentaal niet. Anders zou hij waarschijnlijk wel doorgegaan zijn met slaan. Mijn vader was, voor hij voorganger werd, nooit in mij geïnteresseerd. Wanneer ik iets vertelde, maakte hij dat belachelijk. Toen ik 14 jaar was, vroeg een man die ik kende, of ik mee ging op de brommer. Die man zat achter mij. We waren nog geen honderd meter op weg of hij begon aan mijn geslachtsdelen te zitten en me te zoenen. Ik vond dat verschrikkelijk en reed meteen de brommer terug. Dus ik was best wel strijdvaardig. Tien jaar geleden heb ik dit aan mijn vader verteld. Toen zei hij: ‘Geef me het adres van die kerel en ik vermoord hem.’ Ik denk dat dit het enige blijk van liefde is geweest dat ik ooit van hem heb gehad. Dit vond ik zo geweldig! Hij geloofde me! Hij vond dit ook echt verschrikkelijk! Een paar jaar later ben ik naar een therapeut gegaan. Onder meer omdat ik geen boosheid en drift kende. Dat liet ik niet toe. Ik heb mijn kinderen nooit één keer geslagen. Het praten met deze therapeut heeft me enorm geholpen. Ze zei tegen me dat ik een hoop echte liefde in me had. Maar ik heb ook gezien dat ik wel degelijk boosheid in me heb. Ze heeft me geholpen om daarmee om te gaan.

Waarom heeft u me altijd zo verschrikkelijk geslagen? Toen ik met deze gesprekken bezig was, wilde ik graag met mijn vader hierover praten. Hij was inmiddels bijna tachtig jaar. Ik durfde dat niet zo goed alleen en heb Michiel gevraagd mee te gaan. Michiel is niet alleen mijn broer, maar ook mijn allerbeste vriend. We kunnen met elkaar praten over hoe het vroeger was. Hij heeft alles heel goed meegekregen, ook al was hij erg jong. Wij zijn dus samen naar onze vader gegaan. Ik wilde hem drie vragen stellen: Waarom schreeuwde u altijd zo? Waarom had u een hekel aan me? En waarom heeft u me toch altijd zo verschrikkelijk geslagen? Bij hem aangekomen, begonnen we eerst over koetjes en kalfjes. We merkten dat hij al een beetje kriegelig werd. Toen we deze vragen stelden, begon hij op zijn stoel te draaien. Ik hield aan, want ik wilde antwoord hebben. Ik heb het niet gekregen.


22

DEEL I – INTERVIEW 1

Michiel: We wilden niet aan de kant gaan voor zijn dominantie. Alleen: deze vragen mochten niet gesteld worden. Toen we ze toch stelden, raakte hij helemaal in zichzelf gekeerd. Remco: Hij zweeg en dat vond ik eng. We hebben daar zeker twintig minuten gezeten, terwijl wij elkaar af en toe aankeken. We zaten er heel ongemakkelijk, maar wij hadden de situatie in de hand. Die kick zal ik nooit vergeten. Ik was volwassen geworden (ik was al dik 40 jaar): op een gegeven moment stond hij op en wilde me weer gaan slaan. Hij nam die houding aan, maar is toch weer gaan zitten en zei dat wij eruit moesten. Hij probeerde de macht en controle terug te krijgen. Er was geen ruimte voor gesprek. Uiteindelijk zijn we vertrokken, want het liep op niets uit. Michiel: Daar zit ook mijn frustratie, dat je niet met hem in contact kon komen. Ook onze oudere broer Herman vond dit heel erg. Hij heeft Remco zijn excuses aangeboden, omdat hij hem vroeger niet geholpen heeft. Herman is na ons bezoek ook bij hem langs geweest. Pa is toen opnieuw kwaad geworden en is tegen Herman in vechthouding gaan staan, maar hij heeft dat niet doorgezet. Latere pogingen van ons zijn niet geslaagd. We wilden dat hij zou toegeven dat hij fout was. We wilden kijken wat er bij hem aan ten grondslag lag. We weten dat hij zelf door zijn eigen vader flink mishandeld is met een stoffer en dat hij de zolder opgeslagen is. Hij kon wel mooie verhalen over zijn jeugd vertellen, over leuke dingen die hij deed met de boot bijvoorbeeld. Dan raakte je met hem in gesprek. Toen is dit verhaal heel even aan de orde geweest.

We hebben het gedurfd We zijn dus nooit met hem in gesprek gekomen, maar ik ben blij dat we het in ieder geval aangekaart hebben. We hebben het gedurfd om door zijn dominantie heen te breken. Dat deden we eerst niet, omdat we bang waren. Ik heb nog steeds de neiging om voor dominante mensen aan de kant te gaan. Maar ik durf daar nu in ieder geval iets mee te doen. Remco: Soms heb ik nog steeds het gevoel dat mijn vader even vanuit de hemel komt om me weer te meppen.

Ik wil je vergeven Remco: Ik ging een keer in de drie maanden bij mijn ouders op bezoek, uit schuldgevoel. Onze moeder overleed en onze vader


Remco en Michiel

23

wilde daardoor niet meer verder leven. Maar hij kon maar niet doodgaan. Ik zag zijn doodstrijd. Ik had het idee dat ik tussen hem en de Schepper in stond. Hij was al heel erg dement. Hij wist niet meer zo goed wie ik was. Toen kreeg ik een lumineus idee. Ik ging naar hem toe en ben op de rand van zijn bed gaan zitten. Ik heb zijn hand in mijn handen genomen. Toen heb ik gezegd dat hij me heel veel aangedaan heeft en dat hij dat niet had moeten doen. Maar het is gebeurd en ik zei: ‘Hoewel u mij niet om vergeving vraagt, wil ik u vergeven.’ Hij kreeg een behoorlijk helder moment. Ik zei tegen hem: ‘Ik neem aan dat u naar God wilt en ik heb het gevoel dat ik tussen u en God in sta. Ik wil toch een gebaar naar u maken.’ Dat begreep hij. Hij pakte mijn beide handen. Ik zei tegen hem dat ik hem wilde vrijzetten en loslaten. Hij heeft toen tien minuten mijn handen vastgehouden, zonder iets te zeggen. Het was totaal niet bedreigend, dat was heel mooi. Toen ik wilde weggaan, bleef hij mij vasthouden. Ik ben na vijf minuten toch vertrokken en heb gezegd: ‘Pa, ik ga nu weg, gaat u maar fijn naar God; ik hoop dat u het goed heeft.’ Dat kwam echt uit mijn hart, uit pure bewogenheid voor een man die aan het eind van zijn leven was gekomen. Twee maanden later was hij dood. Ik ben voor die tijd niet meer bij hem geweest, dat kon ik niet opbrengen.

God heeft me beschermd en getroost God is in elke situatie bij me geweest. Hij heeft me altijd beschermd en getroost. Dat ontroert me nog steeds. Wanneer ik na mijn dood bij Hem kom, zal ik Hem wel een paar vragen willen stellen. Maar God heeft zich voor mij als Vader betoond. Ik voel me een kind van God en zo geaccepteerd door Hem. Daarom heb ik mijn hele leven ingericht om Hem te dienen. Doordat ik zelf geleden heb, heb ik heel veel oog gekregen voor het lijden van andere mensen. Een aantal jaren geleden is mij gevraagd voorganger te worden. Ik zie het als een gave van God dat ik liefde mag brengen aan anderen, liefde die ik zelf zo gemist heb. Michiel: Voor mij ligt dit iets anders. Ik begreep de preken van mijn vader vaak niet en ik heb het idee dat anderen dat ook hadden. Het was nogal ingewikkeld. Remco: Dat was voor iedereen zo. Michiel: Ik leefde me uit in muziek maken, maar veel dingen mochten niet. Bijvoorbeeld liedjes zingen in een andere kerk,


24 omdat dat een foute kerk zou zijn. Je werd heel erg aan banden gelegd. Er werd sterk benadrukt wat goed was en wat niet. Totdat ik ging lezen. Ik probeerde het geloof terug te brengen tot iets tastbaars. Wanneer je gelooft, ga je naar de hemel; zo niet, dan ga je naar de hel. Dat gaat er bij mij niet in. Ik vind daar een soort oneerlijkheid in zitten en ook angst. Ik ontdekte dat het geloof deels gebaseerd is op angst. Dat vind ik niet goed. Remco en ik denken daar verschillend over. Dat is wel leuk, we kunnen er heel goed met elkaar over praten en er grappen over maken. Remco: Ik heb aan mijn opvoeding overgehouden dat ik altijd probeer zo gelukkig mogelijk te zijn en anderen daarin mee te nemen. Met God is er altijd een uitweg. Ik heb ook mijn zorgen en frustraties, maar ik heb geleerd me te ontspannen, ondanks veel druk. Ik probeer echt te zijn. Wanneer mensen erg dominant zijn, heb ik de neiging me terug te trekken en laat ik niets van mezelf merken. Ik heb nog steeds de angst dat ik het nooit goed doe. Bijvoorbeeld als ik moet preken. Ik hoop altijd dat iemand achteraf tegen me zegt dat ik het goed gedaan heb. Maar ik moet altijd beredeneren dat ik het wel goed doe en ik geen straf van God krijg. Michiel: Ik ben een meegaand type geworden. Ik heb een feilloos gevoel ontwikkeld voor de boodschap achter de boodschap. Het lukt me heel gemakkelijk om dicht bij mensen te staan. Bij ons thuis heb ik gemist te leren hoe je contact maakt met de mensen om me heen. Ik denk dat dit ertoe geleid heeft dat ik daar erg nieuwsgierig naar ben en dat ik dat contact dan ook zoek in mijn beroep of ergens anders in.


Wat huiselijk geweld met je doet  

Een fragment

Advertisement
Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you