Page 1

r ktobe o | Jg 01

2015

Verschijnt twee keer per jaar | Jg. 1 nr. 01 | Dag van de Zorg vzw, Lievestraat 6, 9000 Gent

Dag van de Zorgmagazine over uitdagingen in zorg en welzijn

De toekomst van ouderenzorg 7 VERSCHILLENDE ZORGAANBIEDERS GAAN MET ELKAAR IN DEBAT

16

18

28

38

ERVARINGS­DESKUN­DIGEN AAN HET WOORD Deelnemers Dag v/d Zorg getuigen

DE WELZIJNSSECTOR Een jaar van voorbereiding

ZELFSTURENDE TEAMS Het Wit-Gele Kruis kiest voor een nieuwe aanpak

PROJECT SOET Telegeneeskunde voor IVF-patiënten


COLOFON inMotion is het magazine van Dag van de Zorg vzw. inMotion verschijnt twee keer per jaar. Redactie: Evelien Chiau Vormgeving: Karlien Beaumont en dotplus Coördinatie: Els De Smedt Werkten mee aan dit nummer: Karlien Beaumont, Stefaan Couvreur, Nico De Fauw, Els De Smedt en Geert Van Hijfte Fotografie: Evelien Chiau, Peter De Schryver, Geert Van Hijfte en met dank voor de ingezonden foto’s Verantwoordelijke uitgever: Geert Van Hijfte, Lievestraat 6, Gent Wenst u InMotion toegestuurd te krijgen of een adreswijziging door te geven, contacteer dan Karlien Beaumont, karlien@dagvandezorg.be. Met dank aan onze partners: KBC, Spa, SD Worx en Flanders Care

OVER UITDAGINGEN IN ZORG EN WELZIJN p zondag 20 maart 2016 vindt de vijfde editie van Dag van de Zorg plaats. Tijdens de jaarlijkse opendeurdag roept Dag van de Zorg zorg- en welzijnsvoorzieningen op om de deuren open te stellen voor het grote publiek. Op die manier kan de zorg­gebruiker met eigen ogen zien hoe het Vlaamse zorglandschap volop in beweging is, hoe het zorgaanbod verandert, en welke centrale positie de patiënt, bewoner of cliënt inneemt. Het gloednieuwe magazine inMotion neemt de lezer mee langs het parcours dat (sociale) ondernemers aflegden in hun zoektocht naar extra uitdagingen en opportuniteiten voor de toekomstige zorg in Vlaanderen. We belichten innovaties en tendenzen in het aanbod aan producten en diensten. Alle sectoren komen hierbij aan bod: ziekenhuizen en woonzorgcentra, geestelijke gezondheid en welzijn, thuiszorg, witte economie en onderwijs. We gaan op zoek naar kruisbestuivingen en trachten in een aantal cases, getuigenissen en interviews ideeën aan te reiken die andere zorgspelers kunnen inspireren en aanmoedigen om aan de slag te gaan. Veel leesplezier. Geert Van Hijfte, Voorzitter Dag van de Zorg vzw


INMOTION

INHOUD 04 - JESSA STAAT VOOR WARME ZORG Innovatie in ziekenhuizen

08 - DAG VAN DE ZORG IN BEWEGING De zorgsector in motion

10 - DE TOEKOMST VAN OUDERENZORG 7 verschillende zorgaanbieders gaan met elkaar in debat

15 - 12 TIPS Hoe organiseer je een succesvolle opendeurdag?

16 - ERVARINGSDESKUNDIGEN AAN HET WOORD

DAG VAN DE ZORG, VIJF JAAR MUZIEK

Deelnemers Dag van de Zorg getuigen

19 - AANMEREN BIJ DE KADE Zorg op maat van mensen

ag van de Zorg viert in 2016 zijn lustrum. Dat er na vijf jaar muziek in de Dag van de Zorg zit, bewijst de stijgende belangstelling. Met inMotion komt er nu ook een magazine op de markt dat een profes­ sionele blik op de zorgwereld werpt. Wat ik op prijs stel, is dat het blad inzoomt op het aanbod van alle sectoren. Van ziekenhuizen over ouderenzorg tot geestelijke gezondheidszorg. Elk stuk van de zorgpuzzel is onmisbaar om pasklaar op de hedendaagse noden van de cliënten in te spelen. inMotion kan de impact van de Dag van de Zorg nog vergroten door de innovaties van de zorgeconomie in de kijker te zetten bij een professioneel publiek. Bedrijven kunnen elkaar leren kennen, en samenwerken, ook met verschillende kennisinstellingen. Als Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin ben ik telkens weer getroffen door het enthousiasme dat van de Dag van de Zorg uitgaat. Ik roep iedereen op om 20 maart 2016 een kijkje achter de zorgschermen te nemen. Net zozeer hoop ik dat u massaal de deuren openzet voor de duizenden bezoekers die hun interesse tonen in de manier waarop we in Vlaanderen dag in dag uit de zorg verzorgen en verbeteren. Jo Vandeurzen Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin

20 - BINDKRACHT Een thuis voor iedereen

24 - SUMMER SCHOOL IN GENT Studenten verpleegkunde van over de hele wereld wisselen ervaringen en kennis uit

27 - SIMULEREN MET HOOGTECHNOLOGISCHE POPPEN Hogeschool VIVES is voorloper in simulatieonderwijs

28 - ZELFSTURENDE TEAMS Het Wit-Gele Kruis kiest voor een nieuwe aanpak

32 - DE OPMARS VAN EHEALTH Changing Healthcare

37 - DE ZANDKORREL Winnaar Rode Kruis-Vlaanderen award 2014

38 -PROJECT SOET Telegeneeskunde voor IVF-patiënten

41 -MEDTECH FLANDERS Medische technologie van Vlaamse bodem wil groeien

3


4

JESSA STAAT VOOR INNOVATIE IN ZIEKENHUIZEN


INMOTION

5

WARME ZORG Het Jessa Ziekenhuis in Hasselt staat bekend om haar vele innovatieve projecten op medisch vlak. Yves Breysem is er algemeen directeur. Hij staat voor Dag van de Zorg even stil bij de gezondheidszorg van vandaag, en van morgen.

et welke innovatieve projecten is Jessa momenteel bezig?

Dr. Yves Breysem: “We zijn op verschillende vlakken bezig. Er is heel veel te doen rond de communicatie met en informatieverstrekking naar de patiënt. Momenteel zijn we vooral bezig met hoe we de stem van de patiënt kunnen laten horen in ons ziekenhuis. Enkele jaren geleden zijn we op verschillende afdelingen gestart met spiegelgesprekken. Die gesprekken bestaan uit een patiënt die enkele weken ervoor uit het ziekenhuis werd ontslagen, het verplegend personeel, en de artsen van de afdeling waarop de patiënt in kwestie verbleef. Daarnaast maken we deel uit van het proefproject van de koepels betreffende stakeholderoverleg: zorgnet Icuro. Dankzij dit project zitten we sinds twee jaar op regelmatige basis samen met de mutualiteiten, patiëntenverenigingen, en huisartsen. Tijdens zo’n vergadering bespreken we zaken zoals het ontslagmanagement, de strategie van het ziekenhuis, enzovoort. Dat zorgt vaak voor onverwachte maar zeer nuttige feedback. We hebben eveneens een project opgezet om de informatie met de huisdokters via geïnformatiseerde weg te laten verlopen. Die communicatievorm willen we vanaf volgend jaar ook

invoeren in het contact met de patiënten. Uiteraard spelen ook sociale media bij ons een belangrijke rol. Dit vooral om voldoende informatie naar buiten te brengen, om de maatschappij te informeren over wat wij aanbieden binnen ons ziekenhuis.”

KWALITEIT DANKZIJ SAMENWERKING Op welke manier wordt binnen Jessa de kwaliteit van de zorg gemeten? “We zitten met Jessa momenteel als enige Vlaamse ziekenhuis in een derde accrediteringsproject met NIAZQmentum (het internationaal accreditatieprogramma voor zorginstellingen, nvdr). Daarnaast nemen we ook deel aan VIP2, het Vlaams indicatorenproject van de overheid. Hierbij zijn er enkele kwaliteitsindicatoren afgebakend waarmee we als ziekenhuis verschillende onderdelen van onze kwaliteit kunnen meten en uitdrukken in een cijfer. Jessa ziekenhuis heeft ook zelf een complicatieregistratiesysteem ontwikkeld. Dit systeem is ontstaan dankzij een samenwerking tussen onze medische directie, de artsen, en de IT-dienst. Met behulp van al deze mogelijkheden proberen wij de processen van de zorg in ons ziekenhuis zo optimaal mogelijk te maken.”

Hoe gaan jullie om met de vele besparingen in de zorgsector? “Samen met de andere Limburgse ziekenhuizen hebben we ons gegroepeerd binnen HospiLim, een vereniging die in het leven is geroepen om met verschillende andere zorginstellingen samen aankopen te kunnen doen. Momenteel bestuderen we ook hoe we samen het ganse logistieke gebeuren kunnen uitwerken. Tegelijk zijn we ons ook met onze buurziekenhuizen aan het structureren in een netwerk om de zorgprocessen te optimaliseren en op die manier nog efficiënter te kunnen werken.”

Met behulp van al deze mogelijkheden proberen wij de processen van de zorg in ons ziekenhuis zo optimaal mogelijk  te maken.


Een wakkere kijk op zorg. KBC blijft investeren in een wereld vol verandering. Als sectorspecialist zijn we daarom graag uw partner in al uw bank- en verzekeringszaken.

KBC Social Profit staat voor u klaar.


INMOTION

De patiënt zal veel beter begeleid moeten worden in zijn volledige zorgproces, ook buiten het ziekenhuis. De hele zorgsector zal een nieuwe omkadering krijgen. Hoe zorgen jullie ervoor dat de patiënt ook na zijn opname nog goed opgevolgd wordt? “Het ontslag van de patiënt begint vaak al van bij opname. We vinden het ook heel belangrijk dat mensen gedurende hun verblijf erg goed en uitgebreid worden geïnformeerd. Dit gebeurt voornamelijk door de verpleegkundigen en sociale dienst van het ziekenhuis. We hebben een zeer goed contact met verschillende thuisverpleging- en thuiszorgdiensten. Zij komen vaak, zeker bij oudere patiënten, langs in het ziekenhuis. Niet enkel om zich voor te stellen aan de patiënten in kwestie, maar ook om actief mee te vergaderen. Waar we in de toekomst graag ook naartoe willen, is dat patiënten die langdurige behandelingen (zoals bijvoorbeeld beroertezorg) moeten volgen meer op maat begeleid worden. Ik denk dan aan een soort zorgregisseur die erop toeziet dat alle informatie heel makkelijk gedeeld kan worden.”

DE ZORG VAN MORGEN Welke evoluties zal de zorg volgens u nog doormaken de komende jaren? We zijn op dit moment volop bezig met de transparantie binnen de zorg en in ziekenhuizen. Dat zal enkel groeien in de toekomst. Er is zonder twijfel een verdere centralisatie van technologie en hoogtechnologische zorg op komst. Ik ben ervan overtuigd dat de zorg dichtbij de patiënt zal blijven. Ziekenhuizen zullen regionaal zeer verspreid blijven, maar er zal veel vaker gewerkt worden vanuit een netwerk. Iets dat in vele gevallen ook over het hoofd wordt gezien, maar toch ontzettend belangrijk is, is de integratie van het artsencorps in het hele

ziekenhuisgebeuren. Nu komen artsen vaak hun taak uitvoeren en blijven die heel erg op hun eigen eiland zitten. Volgens mij is het cruciaal dat zij mee het beleid gaan bepalen. Uiteindelijk is er ook het hele zorgcontinuüm dat voortdurend in verandering is. De hele zorgsector zal meer en meer deel gaan uitmaken van een ketenzorg waarin het ziekenhuis een moment zal zijn waar de patiënt af en toe gebruik van zal kunnen maken. Zeker in het kader van chronische aandoeningen en kankerzorg. De patiënt zal veel beter begeleid moeten worden in zijn volledige zorgproces, ook buiten het ziekenhuis. De hele zorgsector zal een nieuwe omkadering krijgen.”

Dokter Breysem, als je Jessa kort mag omschrijven, welke woorden komen dan onmiddellijk in u op? “Warme zorg. Daar staan we voor.”

Dat is heel mooi, zeker in de koude maanden die eraan komen. Bedankt voor dit gesprek!

CEO Yves Breysem

7


DAG VAN DE ZORG IN BEWEGING 8

STARTDAGEN Meer dan 120 organisaties schreven zich reeds in voor Dag van de Zorg.

ZORG IN BEWEGING

OP DAG VAN DE ZORG

Na het grote succes en de massale mediabelangstelling van de voorbije edities gaat de 5de editie van Dag van de Zorg door op zondag 20 maart 2016. Voor de eerste keer is er één centraal thema: Zorg in beweging. Het zorglandschap is volop in verandering. ‘Zorg in beweging’ staat voor innovatie, trans­parantie, preventie, actie, samenwerking, ...  In aanloop naar de opendeurdag van 20 maart 2016 zet Dag van de Zorg samen met de deelnemers verschillende acties op rond dit thema. Meer dan ooit worden de deelnemende organisaties de ambassadeurs van de campagne.



Ook dit jaar verwelkomt Dag van de Zorg alle deelnemers op een boeiende startdag met tal van tips, goede praktijkverhalen en do’s-anddon’ts. Deelnemers ontmoeten en inspireren er elkaar. Bovendien komen er twee sterke externe communicatiespecialisten spreken. Bart Van Doorne, gewezen hoofdredacteur van VTM Nieuwsdienst en van De Morgen, over Storytelling en Content Communi­ cation en Ann Luyten, pers- en media­manager bij Rode KruisVlaanderen, over omgaan met pers en crisis­communicatie. De startdagen gaan door op 27 oktober in Mechelen en op 29 oktober in Gent.

TWEEDE DAG VAN DE ZORGCONGRES

Op dinsdag 15 maart 2016 organiseert Dag van de Zorg vzw het congres ‘Zorg in beweging’. Dit in het auditorium van KBC in de Havenlaan te Brussel. Na de succesvolle eerste editie van het congres ‘Angels & Robots’ in 2015 met boeiende keynotes, inspirerende cases en soms verrassende getuigenissen zullen we jou ook op 15 maart 2016 weten te boeien. Het concept blijft behouden maar inhoudelijk hebben we deze keer als thema: ‘Zorg in beweging’. We zijn momenteel volop bezig met het invullen van het programma, maar kunnen wel alvast enkele mooie namen prijs geven! Journalist Freek Braeckman zal de moderatie op zich nemen en Arnoud Raskin (Streetwize) is een van de hoofdsprekers. Inspirerende cases en verhalen mogen we onder andere verwachten van de broers Luc (Stop Darmkanker) en Patrick (Vlaams Patiëntenplatform) Colemont, Dirk Oosterlinck (Embracelet) en Maud Vanhauwaert (schrijver & tekst­ performer). Ook Vlaams Minister Jo Vandeurzen zal aan het woord komen. Daarnaast zal tijdens het congres ook de laureaat van ‘Zorgverhaal van het jaar’ bekendgemaakt worden. Een initiatief van het Rode Kruis-Vlaanderen, Dag van de Zorg en het Leuvens Instituut Voor Gezondheidszorgbeleid. Goed voor een prijs ter waarde van € 10.000.


INMOTION

zorg verhaal v/h jaar

RODE KRUIS EN DAG VAN DE ZORG

SLAAN DE HANDEN IN ELKAAR Rode Kruis-Vlaanderen en Dag van de Zorg organiseren in samenwerking met het Leuvens Instituut voor Gezondheidszorgbeleid van de KU Leuven het ‘Zorgverhaal van het jaar’.

EEN INSPIREREND VERHAAL Het ‘Zorgverhaal van het jaar’ is een inspirerend, authentiek verhaal van een kleine of grote organisatie die zich elke dag met veel ‘goesting’ inzet om de beste zorg te bieden aan de cliënt, patiënt of bewoner. Een zoektocht naar een ‘successtory’, waarbij goed management en leiderschap in de zorg een verschil maken voor de patiënt.

KWALITEITSVOLLE ZORG De winnaar van het ‘Zorgverhaal van het jaar’ wordt op 15 maart 2016 bekendgemaakt tijdens het Dag van de Zorgcongres en ontvangt een geldprijs van € 10.000 om het project verder uit te bouwen. Met de prijs wil Rode Kruis-Vlaanderen kwaliteit, innovatie en duurzaamheid in de zorg- en welzijnssector stimuleren. De winnaar van het ‘Zorgverhaal van het jaar’ staat dan ook model voor kwaliteitsvolle zorg: doeltreffend en doelmatig, tijdig en veilig, met een meerwaarde voor de patiënt.

WIE KAN DEELNEMEN? Elke voorziening die deelneemt aan Dag van de Zorg 2016 kan exclusief aan deze wedstrijd deelnemen. Dien uw zorg­verhaal in vóór 15 december en registreer jouw zorgverhaal via deze link: www.rodekruis.be/zorgverhaal. Het interview met Joris Rombaut (De Zandkorrel), de winnaar van de vorige editie, vind je op pagina 37.

KANGOEROEBEURS De Kangoeroebeurs is een tweejaarlijks terug­kerende hulpmiddelenbeurs voor kinderen en jongeren met een beperking. Voor de volgende editie gooien de organisatioren het over een andere boeg en maken ze er een heuse zorgbeurs van. Het nieuwe aanbod van de beurs is verdeeld in vier grote thema’s. ‘Zorg & info’, ‘Spel & leren’, ‘Hulpmiddelen’ en ‘Vrije tijd’. Aan de typische kindvriendelijke sfeer verandert er niets. Ontdekken, uitproberen, informeren en inspireren blijven natuurlijk centraal staan. In 2016 sluit de Kangoeroebeurs aan bij Dag van de Zorg en zetten we samen onze schouders onder dit initiatief. De Kangoeroebeurs gaat door op 18 en 19 maart 2016 in de Gemeente­hal­ len, Kloosterstraat 34, 9840 Merelbeke. Meer info op beurs.dekangoeroe.be.

DEELNEMEN

IN 2016 NOG TWIJFELS OM DEEL TE NEMEN? Kom gerust een kijkje nemen op een van de startdagen. Je kan inschrijven via karlien@dagvandezorg.be. Inschrijven voor deelname aan Dag van de Zorg kan nog tot 15 december via www.dagvandezorg.be/inschrijven.

MEER INFORMATIE OVER DAG VAN DE ZORG? Stuur een mailtje naar info@dagvandezorg.be of bel 09-224 06 84.

9


10

7 VERSCHILLENDE ZORGAANBIEDERS GAAN MET ELKAAR IN DEBAT

DE TOEKOMST

OUDER

Het is een zonnige septembervoormiddag wanneer we elkaar ontmoeten in dienstencentrum Groen Zuid te Antwerpen. Voor we in debat gaan over de toekomst van de ouderenzorg in Vlaanderen, maken we een wandeling door de prachtige Hobokense Polder die zich vlakbij bevindt. Daarna schuiven we samen aan tafel om enkele pittige stellingen te bespreken onder leiding van Bernadette van den Heuvel, medewerker van Vlaams minister voor Welzijn Jo Vandeurzen. Of het nu aan de frisse lucht of de verse koffie lag, het vurige enthousiasme van onze deelnemers zorgde voor een boeiend en leerrijk gesprek. Heeft ouderenzorg in zijn huidige vorm nog een toekomst? Is het nog zinvol om ouderenzorg te onderscheiden van andere zorg?

Klaartje: “Volgens mij is het wellicht zo dat we inderdaad veel meer gemengde doelgroepen gaan hebben. Dat in een huidige setting niet enkel bejaarden, maar ook jongeren en gezinnen zullen wonen.” Johan: “Ik denk wel dat bepaalde leeftijdsgroepen elkaar gaan blijven opzoeken. Daar zijn volgens mij ook geen problemen mee. Daarnaast kan ik me ook voorstellen dat niet iedereen even graag met ouderen werkt, net zoals niet

iedereen even graag met kinderen werkt. Ook dat lijkt me niet onbelangrijk.” Klaartje: “Belangrijk is natuurlijk ook dat je specialistische zorg op een kwalitatieve manier kan blijven organiseren. De zorg is inderdaad vermaatschap­ pelijkt en buurtgericht, maar er zal nog steeds een luikje specialistisch blijven. Vroeger had je in de ouderenzorg twee keuzes: of je ging naar een rusthuis, of je bleef thuis. Ik denk dat er zich tussen die twee keuzes een heel gamma bevindt dat we pas sinds kort aan het exploreren zijn. Maar sommige zorg is wel degelijk zo specialistisch dat je die, als je het kostenefficiënt bekijkt, wel moet gaan clusteren.”

Luc: “Je ziet ook een totaal nieuw type van woonomgevingen ontstaan. Vroeger speelden kinderen op straat, de voorbije jaren moest je elders heen gaan om hen vrije speelruimte te gunnen. We hebben een periode gekend waarin iedereen heel individueel gaan wonen is. Dat zie je in onze verkavelingen en onze buurten. Dat is nu aan het veranderen. Vandaag worden opnieuw buurten gecreëerd waar kinderen buiten kunnen spelen, waar mensen echt samenleven op straat. In zo’n type buurt kan je zorg ook op een andere manier inbrengen. Er is volgens mij dus een evolutie gaande die ervoor zal zorgen dat we over enkele jaren heel wat andere zorgvormen zullen kennen. Tegelijk deel ik ook de mening dat


11

INMOTION

VAN

RENZORG Wie is wie? Bernadette van den Heuvel, kabinetsmedewerker Evi Beyl en Joke Vandewalle, VVSG Filip Mallems, Zorgsaam (WZC St-Eligius) Harlinde Exelmans, Familiehulp Johan Demuynck, Zorgbedrijf Antwerpen Klaartje Theunis, Zorgnet Icuro Luc Van Moerzeke, Vulpia Geert Van Hijfte, Dag van de Zorg Nico De Fauw, Dag van de Zorg

bepaalde zorgberoepen zo specifiek zijn dat hun expertise essentieel is voor een goede zorg.”

Klaartje: “Als ik kijk naar mijn eigen leefomgeving, dan geloof ik niet dat alles op gemeentelijk niveau kan gebeuren.”

Harlinde: “Leeftijd zal in de toekomst niet langer bepalend zijn voor de organisatie van zorg. Wel de woon­ situatie in combinatie met de nood aan zorg en ondersteuning.

Joke: “Er is natuurlijk een groot verschil tussen het gemeentelijk niveau betrekken en hen meteen laten instaan voor alles. Het lijkt me veel essentiëler om samenwerking te realiseren, waarbij je weet wie je kan aanspreken binnen je gemeente.

De lokale overheid zou hier veel duide­lijker een regierol moeten krijgen. Maar die regierol sluit een actorrol zeker niet uit.” Luc: “Ik denk dat er altijd een rol zal blijven bestaan voor de centrale overheid, om een aantal parameters te bewaken. Als we dertig jaar terug in de tijd gaan, zien we een pak minder

(DE)CENTRALISEREN In Nederland en in Denemarken heeft het beleid beslist om de lokale overheid de hele care te laten ontwikkelen en ondersteunen. Kan dat ook in Vlaanderen?

Alles kan altijd beter. Maar we doen het absoluut niet slecht.”


12

Bernadette van den Heuvel

Klaartje Theunis

Johan Demuynck

kwaliteit. De uitdaging ligt ‘m volgens mij vooral in het evenwicht vinden tussen wat er precies centraal en decentraal kan gebeuren. Maar volledig decentraliseren, daar heb ik behoorlijk wat bedenkingen bij.” Evi: “Er komt heel wat kijken bij de organisatie en ondersteuning van ouderenzorg. Volgens mij zitten er zeker kansen bij het ruimer inschakelen van de lokale besturen. Het hoeft daarbij niet te gaan om het decentraliseren van één taak, of meteen alle taken. Het belangrijkste is dat de steden en gemeenten zelf gerichte keuzes kunnen maken.” Filip: “Er zal in de eerste plaats vooral nood zijn aan een mentaliteits­ verandering. Pas dan kunnen we onze krachten bundelen, en echt gaan kijken wié er in welke buurt welke zorg nodig heeft. Dubbele stoeltjes zijn daarin zeer moeilijk. In veel gemeenten is het zorgbeleid vandaag de dag afgestemd op de profileringsdrang van de politieke partij die erachter zit. Dat belemmert ons momenteel heel erg.” Luc: “Ik deel die mening volledig. Er zijn een aantal voorbeelden in Vlaanderen, waarbij de gemeente zorgt voor overleg en zich daarbij minder naar voor stelt als actor en meer als regisseur. Dit doen ze door alle actoren samen aan tafel te zetten en het zorgaanbod in hun gemeente in kaart te brengen. Hierdoor kunnen ze de zorg beter op elkaar afstemmen. Ik geloof erin dat dit de beste manier van werken is. Dat vraagt vooral de moed om over onze muren heen te kijken en onze zwaktes toe te geven.” Filip: “De centrale overheid zou hierin een voortrekkersrol moeten spelen. Zij zouden bevoegdheden beter moeten

Joke Vandewalle

verdelen, en gemeentes aanmoedigen om op dergelijke manier samen te werken met allerlei zorgactoren. Dat gebeurt nu nog veel te weinig, en dat zorgt voor heel wat onduidelijkheid. Die onduidelijkheid opheffen, kan volgens mij de dynamiek die Luc aanhaalt véél meer aanzwengelen.” Evi: “Ik geloof meer in een maximale ondersteuning door de centrale overheid. Onder maximale ondersteuning begrijp ik het wegwerken van de verschillende drempels uit de regelgeving die het samenwerkingspotentieel verhinderen.” Joke: “Ik denk dat het beleid vanuit de overheid vooral richting moet geven, en je lokaal moet kunnen kiezen hoe je dat verder aanvult. Op dit moment zijn we allemaal wat aan het zoeken naar onze eigen weg. Het samenwerken wordt niet echt gestimuleerd. De overheid hamert vandaag vooral op de realisatie van het aantal bedden of uren, terwijl goede zorg zo veel meer inhoudt.” Klaartje: “Zoals ik eerder ook al aanhaalde, is sommige zorg zo specialistisch dat je die wel moet gaan samenvoegen. En in dat opzicht lijkt het me ook de vraag of elke gemeente wel nood heeft aan die specialistische zorg. Daarmee bedoel ik zeker niet dat we alles moeten samenvoegen, maar wel dat sommige zaken volgens mij beter supragemeentelijk georganiseerd kunnen worden.” Johan: “Gemeenten in België zijn volledig anders georganiseerd dan gemeenten in Nederland of Denemarken. Zo heeft een gemeente in Nederland nooit minder dan 100.000 inwoners. Alleen al daardoor lijkt het mij onmogelijk om op correcte wijze de vergelijking te maken met België. Daarnaast is er ook nog het feit dat


13

INMOTION

Luc Van Moerzeke

Evi Beyl

Nederland zijn carebeleid niet gelokaliseerd heeft om een betere zorg te kunnen voorzien, maar wel omwille van besparingsmaatregelen. En dat is de zorg daar absoluut niet ten goede gekomen. Vlaanderen is eigenlijk een groot dorp. In Parijs alleen al wonen meer mensen dan in heel Vlaanderen, terwijl de stad ook maar één burgemeester heeft. Daarom zou ik, gezien onze demografie, zeker opteren voor een centrale besturing. Als we over een ander land zouden spreken, zou mijn standpunt wellicht ook anders zijn. Het debat gaat voor mij niet zozeer over lokaal versus delokaal, maar eerder over hoe je grondgebied eruitziet en waar je bevolking zich bevindt. Dat is in Vlaanderen helemaal anders dan in Nederland of Denemarken.”

TE KLEIN VERSUS TE GROOT Is deze stelling correct: ‘Vlaanderen is overvol aan woongelegenheden voor ouderen. In de toekomst zullen we de residentiële capaciteit moeten afbouwen in plaats van opbouwen.’? Luc: “Ik denk niet dat er een teveel aan capaciteit is, maar ik denk wel dat we de huidige capaciteit beter kunnen benutten. De positie van woonzorgcentra moet herbekeken worden. Zij kunnen meer fungeren als kenniscentrum, logistiek platform, of uitvalsbasis. Op die manier kan de expertise die zich in een woonzorgcentrum bevindt veel makkelijker gedeeld worden met andere actoren.” Filip: “We moeten ook realistische toekomstperspectieven bieden. Het volledige vermaatschappelijken van zorg is een utopie. Niet alle zorg kan aan huis geleverd worden, hoe graag we dat ook

Harlinde Exelmans

Filip Mallems

We moeten ook realistische toekomstperspectieven bieden. Het volledige vermaatschappelijken van zorg is een utopie. zouden willen. Ik heb ook de indruk dat Vlamingen nog heel erg vasthouden aan hun gemeente, en het lijkt me dus ook belangrijk dat we blijven instaan voor voldoende gespreide zorgvoorzieningen.”

geval kan je dan partners zoeken om mee samen te werken of zetten OCMW’s en lokale besturen intergemeentelijke samenwerkingsverbanden op. Deze tendens zien we meer en meer.”

Harlinde: “Woonzorg en -ondersteuning, inclusief thuiszorg, moet minstens ook lokaal georganiseerd blijven. Ondersteunende activiteiten kunnen wel gecentraliseerd georganiseerd worden.”

Is het de taak van de overheid om daarin een sturende rol op te nemen?

Kunnen kleine organisaties te klein zijn, en grote te groot?

Johan: “Zonder twijfel. Om te vergelijken met een voorbeeld: de topmannen van ABInbev zijn al lang niet meer bezig met bier. Als degene die aan de top staat geen zicht meer heeft op wat er onderaan gebeurt, dan heb je een probleem binnen de zorgsector. Bij te kleine organisaties is het precies omgekeerd. Daar heb je het risico dat je afhankelijk bent van enkele witte raven. Te klein of te groot: beiden hebben hun nadelen en risico’s.” Joke: “Kleine diensten zijn vaak wel ingebed in een groter geheel van bijvoorbeeld een OCMW waar ook heel wat expertise voor handen is. Heel kleine diensten hebben het soms praktisch wel moeilijk. Als je slechts een klein team hebt, is de organisatie van de zorg niet altijd even gemakkelijk bij onverwachte personeelswissels bijvoorbeeld. In zo’n

Luc: “Ik denk dat de overheid vooral moet waken over de kwaliteit, en dat we die kwaliteit misschien nog beter moeten definiëren. Dat alleen al is een enorme uitdaging, want wàt is kwaliteit precies? Stel die vraag aan vijf mensen, en je krijgt 5 compleet verschillende antwoorden. We moeten methoden ontwikkelen die gericht en aantoonbaar zijn, waarmee je als actor actief kan handelen en door de overheid objectief beoordeeld kan worden. Maar ook dat is opnieuw een evenwichtsoefening: waar vinden de actoren en de overheid elkaar, en hoe kunnen ze elkaar tegemoet komen? Volgens mij moet vooral die dialoog opener gebeuren. In het verleden zat elke partij in een eigen, goed ommuurd, hok. De ander werd aanzien als vijand. Laat ons daarmee stoppen en een warme oproep doen aan elke actor om zich wat kwetsbaarder op te stellen. Alleen maar zo kunnen we echt rond de tafel gaan zitten.” Filip: “Er moet een zekere zorgfinaliteit gegarandeerd worden, en de criteria daarvoor moeten inderdaad vanuit de


14 

overheid komen. Ik denk, net als Luc, dat een gebrek aan samenwerking tussen verschillende actoren vaak voor minder kwaliteit zorgt.” Harlinde: “Volgens mij moet de overheid niet louter tussenkomen in wat betreft zorgfinaliteit, maar moet ze ook het overzicht behouden op vlak van kostenefficiëntie en continuïteit van het aanbod.”

INSPRAAK Een compleet ander thema: hoe staan jullie tegenover gebruikers en mantelzorgers in de Raad van Bestuur van zorgvoorzieningen?

Bernadette: “Eén woord om de toekomst van ouderenzorg te beschrijven.” Luc en Joke: “Samen.” Nico: “Vertrouwen.” Harlinde: “Persoonsgericht.” Geert: “Inclusie.” Filip en Evi: “Netwerk.” Johan: “Klantgericht.” Klaartje: “Realisme.”

Harlinde: “Dit is meteen een specifieke vorm van inspraak, maar ik denk dat de sector ook erg veel inspiratie heeft om die op andere manieren te organiseren. Ik ben er wel degelijk van overtuigd dat dergelijke integraties momenteel te weinig gebeuren. Dat die inspraak het beste gerealiseerd wordt door gebruikers in de Raad van Bestuur te plaatsen, is nog maar de vraag. Volgens mij zijn er betere manieren.” Johan: “Precies. De vraag is niet zozeer of gebruikers een plek kunnen krijgen in de Raad van Bestuur, de vraag is op

welke manier voor het meeste inspraak gezorgd kan worden.” Joke: “Ik volg mijn collega’s. Sommige gebruikers liggen niet wakker van alles wat er in een Raad van Bestuur wordt besproken, maar vinden het veel belangrijker om zaken die voor hen essentieel zijn te kunnen meegeven. Je moet als dienst op zoek gaan naar een creatieve manier om mensen inspraak te geven in situaties waarin ze ook daadwerkelijk inspraak willen.” Harlinde: “Nu blijft de inspraak die gebruikers hebben vaak beperkt tot eigen zorg. Daar mag de uitdaging voor mij wat groter. “ Filip: “Wie zien hoe langer hoe meer voorbeelden van zorgaanbod dat georganiseerd wordt door gebruikers en mantelzorgers. Mensen die de handen in elkaar slaan en zelf een woonvorm inrichten op maat zijn nog relatief nieuw, maar daaraan merk je wel hoe belangrijk eigen inspraak voor veel mensen is.” Luc: “Inspraak op elk niveau is niet eens zo belangrijk, inspraak die reëel georganiseerd wordt des te meer. Je kan kiezen voor een vals gevoel van zeggenschap, of je kan kiezen om écht te luisteren naar je. Dat laatste is enorm zinvol, daar kan je als voorziening ontzettend veel uit leren. Maar je moet het wel willen organiseren.” Evi: “We moeten ook voorzichtig zijn met de term ‘inspraak’. Volgens mij is het in heel wat gevallen zelfs een pak belangrijker om mensen goed te informeren en nauw te betrekken bij de opvolging.”

Is Vlaanderen een goede plek om oud te worden?

Luc: “We stellen ons aanbod vaak in vraag, maar eigenlijk vind ik het hier écht wel goed oud worden. Zeker als we om ons heen kijken, naar naburige landen, vind ik dat we echt trots mogen zijn op wat we de voorbije jaren bereikt hebben.” Harlinde: “Het is aan de burger, de cliënt, om deze vraag te beantwoorden. We hebben een breed aanbod, een toegankelijk aanbod, een behoorlijke laagdrempeligheid en vrij betaalbare zorg. En toch blijven er altijd uitda­ gingen voor de zorgactoren.” Joke: “Alles kan altijd beter. Maar we doen het absoluut niet slecht.”


INMOTION

HOE ORGANISEER JE EEN SUCCESVOLLE OPENDEURDAG? WE HEBBEN NIETS TE TONEN VEEL MEER DAN JE DENKT...

HET VRAAGT VEEL INSPANNING HET ZIJN ALTIJD DEZELFDE MENEN ENERGIE CORRECT, MAAR... SEN DIE KOMEN DENK EENS AAN...

01. BEWONER WORDT GASTHEER en ontvangt op een afgeproken moment bezoekers in zijn eigen flatje of kamer.

05. Een VERWENMOMENT voor de medewerkers: een lunch, vieruurtje, cadeautje of voetmassage tussendoor kan wonderen doen.

02. Medewerkers zijn de beste AMBASSADEURS en vertellen graag met passie over hun job.

06. Dag van de Zorg is een ideaal moment om aan FONDSEN­ WERVING te doen. Laat serviceclubs of potentiële sponsors kennis maken met een professionele, enthousiaste en gastvrije organisatie.

03. Op Dag van de Zorg is het FEEST. Bezoekers voelen zich welkom bij een kop koffie, een hapje en een drankje. Een DJ, een bandje, een optreden van bewoners zorgt altijd voor een gezellige sfeer. 04. Is het moeilijk om de dagdagelijkse werking te laten zien? Gebruik dan BEELDMATERIAAL zoals foto’s, filmpjes of GETUIGENISSEN van cliënten/bewoners en hun familie.

07. Een TENTOONSTELLING en/of VERKOOP van eigen creaties zorgt niet alleen voor een extra aandachts­ trekker maar kan ook de kas spijzen.

12 TIPS

08. Een PARTNERORGANISATIE met info­ standje brengt zijn eigen bezoekers mee. 09. WERK SAMEN met andere deelnemende organisaties in de buurt. Via een uitgestippelde wandel- of fietsroute (eventueel met wedstrijd) wisselen jullie bezoekers uit. 10. Nodig mensen PERSOONLIJK uit. Denk aan buren, VIP’s,/politici, leveranciers, vrijwilligers, collega-voorzieningen, doorverwijzers, schoolverlaters, jeugdbeweging, ... Geef hen een aparte ontvangst en rondleiding. 11. Zorg voor een duidelijke signalisatie. Hang de spandoeken tijdig op, zodat TOEVALLIGE PASSANTEN op de hoogte zijn. 12. Kondig je UITGEBREID PROGRAMMA aan in je folder, je advertentie in de krant, op de website en in je uitnodigingen. Is er kinder­animatie: laat het weten, dan trek je gezinnen met kinderen aan. Heb je een jobstand, zorg dat schoolverlaters je vinden.

15


ERVARINGSDESKUNDIGEN 3 DEELNEMERS VAN DAG VAN DE ZORG GETUIGEN

ORGANISATIE:

vzw Asster ADRES:

Campus Stad, Halmaalweg 2, 3800 Sint-Truiden Campus Melveren Melveren-centrum 111, 3800 Sint-Truiden NAAM:

Jaak Poncelet FUNCTIE: Algemeen directeur

HOEVEEL KEER DEELGENOMEN? Asster heeft reeds tweemaal deel­ genomen aan Dag van de Zorg: in 2012 in Campus Stad, in 2013 in Campus Melveren. Dit jaar doen wij met beide campussen mee.

(GEMIDDELD) AANTAL BEZOEKERS? Er zijn telkens ontzettend veel bezoekers komen opdagen. We hebben, zowel in 2012 als in 2013, 1.500 bezoekers verwelkomd. Vele mensen hebben de Dag van de Zorg aangrepen om kennis te maken met Asster.

WELKE DOELSTELLINGEN WAREN VOOROPGESTELD? 1. Informeren over de infrastructuur en de werking van het psychiatrisch ziekenhuis Asster en het zorgaanbod naar diverse doelgroepen (kinderen, jongeren, ouderen, ...). 2. Bijdragen aan een positieve beeld­vorming over geestelijke gezondheidszorg. 3. Informeren over de diverse beroepsgroepen en jongeren warm maken voor een beroep in de zorg.

WAT WAS ER ZOAL TE BELEVEN? De bezoekers kregen toegang tot een aantal gloednieuwe afdelingen, waar­ onder de pas gerenoveerde afdeling voor kinder- en jeugdpsychiatrie. Iedereen maakte op een aangename manier kennis met de werking van de verschillende zorgclusters en afdelingen. De diverse therapieprogramma’s, maar ook de werking van bijvoorbeeld de mobiele teams die zorg aan huis leveren vanuit Reling, werden uitvoerig toegelicht. We hebben steeds een ruim aanbod van kinder­animatie voorzien, evenals een hapje en een drankje. Voor iedere bezoeker lag een verrassing klaar.

HOOGTEPUNT(EN) OP DAG VAN DE ZORG? De vele aangename en positieve reacties van de bezoekers vormden een aaneenschakeling van hoogtepunten. Het doet

AAN HET ontzettend deugd om te voelen dat er zo veel interesse en waardering voor de werking van Asster is.

(3) PRAKTISCHE TIPS VOOR NIEUWE DEELNEMERS?

1. Begin op tijd met de voorbereiding. 2. Bied de bezoekers de mogelijkheid om vragen te stellen. Werk daarom niet met te grote groepen. 3. Zorg voor een goede bewegwijzering en een logisch traject.

WAT IS JE MOOISTE HERINNERING AAN DAG VAN DE ZORG? Op de laatste editie hebben we een boodschappenboom opgesteld waarop bezoekers reacties konden neer­ schrijven. Het lezen van al die berichten deed ontzettend deugd.

WAAR ZOU JE ZELF GRAAG EENS OP BEZOEK GAAN EN WAAROM? De crisiseenheid voor intensieve psychia­trische behandeling van het psychiatrische ziekenhuis Heilig Hart te Ieper lijkt me ontzettend boeiend om eens te bezoeken.

WAAROM MOETEN WE OP 20 MAART ZEKER BIJ JULLIE LANGSKOMEN? We willen de bezoekers verrassen met de werking van het psychiatrisch ziekenhuis vandaag de dag. Focus zal ook liggen op hoe ‘gewoon bijzonder gewoon’ de mensen zijn die bij ons terecht komen. Er zal een tentoon­ stelling zijn met kunst van psychia­ trische patiënten en een duiding van elk kunstwerk. Echt de moeite waard!

HEB JE NOG EEN ‘ZORG’WENS? Door onze medewerking aan Dag van de Zorg hopen we ons steentje bij te dragen aan een positief beeld en elan rond geestelijke gezondheid en de ‘psychiatrie’. We willen een antwoord bieden op de negatieve ideeën en beelden, en het taboe rond geestelijke gezondheid doorbreken.


INMOTION

WOORD Familiehulp ADRES:

Koningsstraat 294, 1210 Brussel NAAM:

San Cooreman FUNCTIE:

Manager marketing en communicatie HOEVEEL KEER DEELGENOMEN? Familiehulp was er reeds bij op de eerste editie van Dag van de Zorg in 2012. 2016 wordt dus onze vijfde deelname.

(GEMIDDELD) AANTAL BEZOEKERS? Moeilijke vraag. Elk jaar kiezen we immers voor een ander ‘format’. We zetten onze deuren ook op verschillende locaties open. Zo was het meer dan ‘gezellig druk’ toen we 300 bezoekers over de vloer kregen in ons opleidingscentrum. Maar ook 30 buurtbewoners die de weg vinden naar ons regiokantoor kunnen een verschil maken voor onze lokale werking. Zeker is dat wij elke editie zonder aarzelen geslaagd kunnen noemen.

WELKE DOELSTELLINGEN WAREN VOOROPGESTELD? Familiehulp wil in eerste instantie het grote publiek laten kennismaken met haar ruime en gevarieerde aanbod van thuiszorg en -ondersteuning. We leggen daarbij zoveel mogelijk de klemtoon op ‘de beleving’. Ook al is dat niet evident omdat ons werk zich grotendeels bij de mensen thuis afspeelt. Tijdens de Dag van de Zorg proberen we ons toch echt te ‘tonen’. Daarnaast laten we graag aan potentiële medewerkers zien hoe plezant het is om bij Familiehulp te werken.

WAT WAS ER ZOAL TE BELEVEN? De Dag van de Zorg 2015 stond in het teken van onze kleinschalige dagver­ zorgingshuizen NOAH. Met de actie

‘Kom op de koffie!’ bereikten wij heel wat mantelzorgers, (nieuwe) cliënten en hun doorverwijzers. In onze NOAH’s staat ‘het elkaar ontmoeten’ centraal. Bij een gezellige babbel met taart konden onze bezoekers letterlijk en figuurlijk proeven van de huiselijkheid en de warme aandacht die wij te bieden hebben. Een ludieke ‘selfie-actie’ waarbij zij 1 maand later een gepersonaliseerde postkaart in de bus kregen maakte het plaatje compleet.

HOOGTEPUNT(EN) OP DAG VAN DE ZORG? Stel die vraag aan 10 van onze medewerkers en bezoekers en je krijgt vast de meest uiteenlopende antwoorden. Eenieder beleeft ‘zijn’ Week of Dag van de Zorg. Dat maakt het ook zo boeiend. Persoonlijk heb ik erg genoten van de pretoogjes van onze cliënten in NOAH Putte toen Janine Bisschops vorig jaar mét Familiehulp-schort de keuken in dook om hen te verwennen met lekkernijen. Want zoals een ongetwijfeld trouwe fan opmerkte: Janine, die voelt zich overal thuis.

(3) PRAKTISCHE TIPS VOOR NIEUWE DEELNEMERS? 1. Begin tijdig aan de voorbereiding. 2. Maak dankbaar gebruik van de ervaring en knowhow van de organisatoren van Dag van de Zorg. 3. Geniet samen met je medewerkers en je bezoekers van de mooiste dag van ’t jaar!

WAT IS JE MOOISTE HERINNERING AAN DAG VAN DE ZORG? Daar overheerst voor mij toch het warme gevoel als ik ’s avonds na een drukke dag dwars door Vlaanderen terugblik op de gedrevenheid en goesting waarmee mijn collega’s zich inzetten om hun dagelijkse werk te tonen.

WAAR ZOU JE ZELF GRAAG EENS OP BEZOEK GAAN EN WAAROM? De zorg, daar moet je door gebeten zijn om er in te werken. Ik ben dan ook erg nieuwsgierig naar tal van zorgactoren. De geestelijke gezondheidssector spreekt mij erg aan. Of doe mij misschien het iets bloederige werk in de operatiezaal, dat mag ook.

WAAROM MOETEN WE OP 20 MAART ZEKER BIJ JULLIE LANGSKOMEN? Het thema ‘In beweging’ is Familiehulp op het lijf geschreven. Innovatie en samenwerking staan hoog op onze agenda, niet alleen binnen de thuiszorg maar ook met actoren uit de ruime sector. We laten dat op 20 maart graag concreet zien.

HEB JE NOG EEN ‘ZORG’WENS? Dat we met zijn allen onze passie voor mensen en zorg mogen behouden. En dat we daarvoor de nodige mensen en middelen ter beschikking krijgen. Meer moet dat niet zijn, toch?

Janine Bisschops op bezoek bij een dagverzorgingstehuis van Familiehulp

ORGANISATIE:

17


18

2015 IS VOOR DE

WELZIJNSSECTOR

EEN JAAR VAN VOORBEREIDING

WAT WAS ER ZOAL TE BELEVEN ? l l

Gezellige cafetaria Kinderanimatie Sollicitatiestand Stand voor nieuwe ouders met rondleidingen op vaste uren l Uitleg in de leefgroepen l Blik in onze keuken l Standen door partnerorganisaties: scholen voor volwassen onderwijs, Provinciaal Centrum voor Buitenschools Opvang, CKG, …. l l

ORGANISATIE:

Kinderdagverblijf Familia ADRES:

Halmstraat 3, 3600 Genk NAAM:

HOOGTEPUNT(EN) OP DAG VAN DE ZORG?

Elke Van Damme

Alles!

FUNCTIE: Directeur

(3) PRAKTISCHE TIPS VOOR NIEUWE DEELNEMERS?

HOEVEEL KEER DEELGENOMEN? Deze Dag van de Zorg wordt onze derde keer.

(GEMIDDELD) AANTAL BEZOEKERS? Zo’n 400-tal.

WELKE DOELSTELLINGEN WAREN VOOROPGESTELD? 1. Communiceren naar de doelgroep (nieuwe ouders, potentiële nieuwe medewerkers, …) 2. Imagebuilding bij een breed publiek (buren, familie van medewerkers, familie en vrienden van huidige ouders, toeleiders, potientiële nieuwe ouders, ….) 3. Presenteren als mogelijke werkgever 4. Met een werkgroep voorbereiden vergroot de motivatie bij de medewerkers en is positief voor de sfeer. 5. Medewerkers de kans geven hun werkplek te tonen aan familie.

1. Begin tijdig met de voorbereiding. 2. Betrek medewerkers. 3. Betrek partners.

WAT IS JE MOOISTE HERINNERING AAN DAG VAN DE ZORG? De dynamiek die dit teweegbrengt bij het volledige medewerkersteam.

WAAROM MOETEN WE OP 20 MAART ZEKER BIJ JULLIE LANGSKOMEN? Kinderdagverblijf Familia is een zeer dynamische organisatie die de afgelopen jaren sterk gegroeid is en verschillende initiatieven nam op vlak van kinderopvang voor kinderen tussen 0 en 12 jaar. Ook op het vlak van tewerk­stellingsprojecten werden nieuwe initiatieven genomen. Deze groei en het feit dat we de komende jaren een vrij grote uitstroom verwachten van medewerkers die 47 jaar geleden mee aan de wieg stonden van het kinderdag­ verblijf, maakt dat we de komende jaren op zoek zullen gaan naar nieuwe medewerkers. Een bewust en positief personeels­beleid vanaf de aanwerving is dan ook een van de speerpunten van ons beleid.

Op dit moment bereiden de verschillende organisaties en voorzieningen zich volop voor op de Persoonsvolgende Financiering. In de loop van 2016 worden de eerste Persoons­volgende Budgetten voor niet-rechtstreeks Toegankelijke hulp toegekend. Persoonsvolgende Financiering betekent dat elke persoon met een beperking recht heeft op een eigen budget, waardoor hij zelf kan kiezen welke ondersteuning hij wil. Omdat voorzieningen dus meer begeleiding en opvang op maat zullen aanbieden, zijn ze alvast gestart met een soepeler aanbod van hun verschillende diensten. Hierna volgt een gesprek met Paul, een enthou­siaste directeur die de nieuwe uitdagingen wel ziet zitten en met Nadia, een gedreven moeder die niet bij de pakken bleef zitten.


INMOTION

“Zoals schepen aanmeren aan de kade, hun ladingen lossen en nieuwe ladingen inschepen, zo meren kinderen, jongeren en volwassenen aan de kade van ons ondersteunings- en expertise­netwerk aan.” Dat is de eerste zin uit het hart­verwarmende missiestatement van vzw De Kade uit Brugge. Vzw De Kade bestaat uit 3 scholen voor buiten-­ gewoon onderwijs, een revalidatie- en hoorcentrum en het begeleidingscentrum Spermalie - Het Anker. Dag van de Zorg sprak met Paul Bulckaert, algemeen directeur van het begeleidingscentrum.

AANMEREN BIJ ZORG OP MAAT VAN MENSEN

Welke zorg biedt De Kade precies aan?

Paul Bulckaert: “De Kade is ontstaan uit een fusie tussen Spermalie en Het Anker. De doelgroepen van het begeleidingscentrum zijn kinderen en volwassenen met een auditieve en communicatieve beperking, visuele beperking of autisme, en kinderen en jongeren met gedrags- en emotionele problemen. Als enige voorziening in Vlaanderen hebben we een specifieke werking voor doofblinde kinderen en volwassenen. Dit is een van onze specialisaties, net als ondersteuning voor mensen met auditief of visueel meervoudige beperkingen, of mensen met autisme die normaal begaafd zijn.” Voor heel veel kinderen en jongeren is er een intense samenwerking is er een intense samenwerkung en afstemming tussen zorg en onderwijs. Enkele units werken zelfs volledig geïntegreerd

EEN NIEUW ZORGMODEL Hoe zijn jullie sinds de fusie gegroeid als organisatie? “We hebben in de eerste jaren na onze fusie heel sterk geïnvesteerd om de aanwezige expertise en deskundigheid aan te passen aan het vernieuwde zorglandschap. Sinds ongeveer een jaar ontstaan her en der in de organisatie tal van innoverende initiatieven. Tot vorig jaar boden we alle klassieke erkenningsvormen: een (semi)-internaat, een thuisbegeleiding, een dagcentrum en een tehuis voor niet-werkenden. Die hebben we nog altijd, maar we zijn intussen een FAM (flexibel aanbod meerderjarigen) in de volwassenenzorg en MFC (multifunctioneel centrum) voor minderjarigen geworden. Daarnaast hebben we nu ook drie thuisbegeleidingsdiensten. Eén voor mensen met een auditieve of communicatieve beperking, één voor mensen met een visuele beperking en één voor kinderen en jongeren met gedrags- en emotionele problemen. We willen ter gelegenheid van Dag van de Zorg ook niet tonen hoe we het al jaren doen, we willen tonen hoe we steeds meer aan het vernieuwen en innoveren zijn. Je kan een begeleidingscentrum waar meer dan 600 mensen werken niet zomaar in een handomdraai omschakelen naar een compleet

19

DE KADE ander zorgmodel. Dat vergt tijd en inspanning, en veel geduld. We hebben in dat kader een aantal projecten lopen waar ik bijzonder trots op ben.”

Welke projecten zijn dat dan precies? “We hebben een klooster in Knokke laten verbouwen tot studio’s. Daar gaan we de zorg opstarten voor 12 mensen die geen al te intensieve zorg nodig hebben, maar wel een basiszorg. We gaan er werken met een stuk individuele ondersteuning en een netwerk van contacten in de buurt, bestaande uit de reguliere zorg, begeleid werk, de gemeenschap, enzovoort. Daarnaast participeren we in een cohousingproject in het centrum van Brugge, waarin ouders van jongeren met een beperking zelf geïnvesteerd hebben in de aankoop van 4 studio’s. Wij hebben ons geëngageerd om daar zorg aan te bieden en een stuk permanentie en nabijheid te creëren.”

COMMUNICATIE IS CRUCIAAL Jullie zijn ook heel erg bezig met communicatie op zowel in- als extern vlak. Vertel daar eens wat meer over. “Wat betreft interne communicatie hebben we een eigen communicatiesysteem ontwikkeld waarop we wekelijks mededelingen plaatsen voor onze medewerkers, over wat er allemaal beweegt in de organisatie. Sinds kort hebben we een gelijkaardig systeem ontwikkeld voor ouders. Anderzijds hebben we een specifieke tijdschrift waarin we heel praktische informatie geven over omgaan met een visuele beperking. Daar werken ouders zelf ook heel actief aan mee. Op andere plaatsen zijn er tijdschriften waar bewoners zelf aan meewerken. Steeds meer evolueert dit naar digitale nieuwsbrieven of andere vormen van digitaal communiceren We zien dat communicatie erg belangrijk is om onze gebruikersgroepen te betrekken. Zo hebben we ook verschillende gebruikersraden, opgedeeld in zes cellen. Een van die raden bestaat louter uit jongvolwassenen met autisme die reflecteren over de ondersteuning die het begeleidingscentrum biedt. Ik vind zoiets als directielid ontzettend inspirerend.”


20

“Wat als ik er zelf niet meer ben?� Nadia met haar dochter Sara in de serre bij hen thuis.


21

BIND

INMOTION

KRACHT EEN THUIS VOOR IEDEREEN

Dag van de Zorg ging langs bij Bindkracht, een vzw die momenteel ontzettend druk bezig is met de bouw en opstart van een huis met woon- en zorgomgeving voor mensen met een verstandelijke en/of fysieke handicap. Met hun huis willen ze een warme, geborgen, veilige plek vormen voor mensen met een beperking.

et initiatief komt van Nadia Quintens, zelf moeder van twee kinderen, waaronder een dochter, Sara, met een diep verstandelijke beperking. Samen met Frank Cuyt, voormalig directeur van het Vlaams Welzijnsverbond, en Rob Heirbaut, peter van vzw Bindkracht en zelf vader van een zoon met een beperking, spreken we af bij Nadia en haar vriend Luc thuis. Dit is de plek waar het idee rond Bindkracht geboren werd en de kans kreeg om uit te groeien tot wat het vandaag is. En dat voel je: niet vaak word je ergens zo hartelijk en warm onthaald. En dat gevoel wil het team achter vzw Bindkracht ook geven aan hun toekomstige bewoners.

VAN PRIL IDEE NAAR SUCCESVOL PROJECT Om maar meteen in huis te vallen: wat heeft jullie ertoe aangezet om een project als vzw Bindkracht uit de grond te stampen?

Nadia: “Het klinkt misschien wat luguber, maar het basisidee is ontstaan in de zoektocht naar een antwoord op de vraag: ‘Wat als ik er zelf niet meer ben?’ Mijn dochter Sara is met haar beperking niet onder te brengen in één bepaald hokje, en daardoor heb ik ook niet de indruk dat ze in een van de huidige, bestaande opvangopties terecht kan. Of beter gezegd: dat ze in geen van de bestaande opties echt helemaal past. We willen dat Sara ook in de toekomst nog zorg op maat kan krijgen, en niet zomaar ergens wordt opgevangen. Ook als ik er niet meer ben, wil ik dat zij een thuis heeft waar ze zich goed

Uiteindelijk zullen alle personeels­ leden, het netwerk van onze bewoners, en de vrijwilligers een verbindende puzzel vormen om iedere bewoner een zo aangepast mogelijk traject te kunnen aanbieden.

kan voelen. Dat heeft me gedreven om op zoek te gaan naar een alternatieve oplossing. In dat kader zijn we vrij vaak op prospectie geweest naar Nederland, waar er heel wat dynamiek is rond dit soort opvangmogelijkheden binnen leefgemeenschappen. We hadden dus heel snel het idee om zelf een huis te bouwen, maar de kostprijs ervan was zes jaar geleden nog compleet onbetaalbaar, waardoor we verplicht waren om te blijven zoeken naar een andere oplossing. Tot ik plots bericht kreeg vanuit het kabinet van minister Vandeurzen dat het licht voor de persoonsgebonden financiering op groen stond. Kort daarop kreeg ik een telefoontje van Landense aannemer Karel Kaspers, die zich spontaan aanbood om in te staan voor de bouw en voorfinanciering van het huis, omdat hij zelf een nichtje heeft met een beperking. Die twee zaken waren voor ons voldoende om de sprong te wagen en van start te gaan met onze vzw.”

Hoe is de vzw van daaruit verder gegroeid?

Nadia:“Ik werk al jaren als docente aan de Sociale School in Heverlee, en kende van daaruit twee oud-leerlingen die altijd gezegd hadden dat ze heel graag wilden meewerken aan een project als dit. Ik besloot contact op te nemen met hen, en zo zijn we eigenlijk gestart. Van daaruit is alles in een stroomversnelling gekomen. We beseften hoe belangrijk steun vanuit onze omgeving zou zijn, en zijn dus meteen begonnen met


22

We willen echt denken vanuit krachtgericht werken: iedereen heeft zijn eigen talent(en). 

onze bekendmaking op regionaal vlak: de kunst- en cultuurraad, de jeugdraad, de ouderenraad, de welzijnsraad, … Dat loonde onverwachts snel: toen we onze eerste benefiet – een simpel eetfestijn – organiseerden, telden we meer dan 600 aanwezigen. Dat moedigde ons enorm aan om ons draagvlak verder te verspreiden. Van daaruit kwam ook het idee om ons project te verbinden aan een aantal bekende mensen, en ik weet niet meer hoe ik het precies heb aangedurfd om Rob hierover aan te spreken, maar ik heb het toch maar gedaan (lacht).” Rob:“Ik kende het project al, maar dat wist Nadia op dat moment niet. Ik heb zelf ook een zoon met een beperking, die momenteel naar een semi-internaat gaat voor niet-schoolgaanden. Quinten is nu zeventien, maar zo’n internaat loopt slechts tot eenentwintig, wat dus betekent dat onze opvang over enkele jaren volledig wegvalt. In eerste instantie kreeg ik van Nadia gewoon de vraag om het peterschap voor vzw Bindkracht op te nemen, om de vzw extra bijstand te geven en bekender te maken naar een ruimer publiek. Het was pas enkele maanden later dat we uiteindelijk besloten hebben om binnen het huis ook een plek voor Quinten te voorzien. Het project van vzw Bindkracht past perfect in wat Goedele (Devroy, mama van Quinten, nvdr) en ik in gedachten hebben voor de toekomst. We weten ook maar al te goed dat er in het reguliere opvangnet de eerstkomende jaren geen plaats zal zijn voor onze zoon, of althans niet in de buurt. En dat nam ons laatste beetje twijfel helemaal weg.”

SAMEN AAN DE SLAG Op welke ondersteuningen doen jullie verder nog beroep?

Nadia:“Impuls is een vormingsvzw die gespecialiseerd is in krachtgericht werken, waarderend werken en verbindende communicatie. Zij helpen ons met de professionele ondersteuning van de ouders van onze bewoners.

Voor het bewonerstraject werken we samen met Resonans vzw, de Brabantse dienst voor thuisbegeleiding, die ondersteuning biedt aan minderjarige en meerderjarige personen met een mentale, motorische, meervoudige beperking, een niet aangeboren hersenletsel met al dan niet bijkomende emotionele of gedragsproblemen. Via hen hebben we een vacature geplaatst voor deze begeleiding, en op die manier hebben we twee mensen gevonden die onze bewoners nu al zullen begeleiden in de aanloop naar hun nieuwe woonsituatie. Tot slot werken we ook heel nauw samen met vzw GiPSo, een advies- en coachingsorganisatie die woon- en dagbestedingsinitiatieven voor mensen met een beperking in Vlaanderen ondersteunt. Zij vinden het net als wij erg belangrijk dat personen met een beperking en hun netwerk zelf de regie in handen hebben en blijven houden. We hebben uitgerekend dat we minstens vijf voltijdse personeelsleden moeten aannemen, en zullen daarnaast ook nog samenwerken met Solidariteit voor het Gezin. Zij voorzien voor ons een vast team dat zal meegroeien met vzw Bindkracht. Uiteindelijk zullen alle personeelsleden, het netwerk van onze bewoners, en de vrijwilligers een verbindende puzzel vormen om iedere bewoner een zo aangepast mogelijk traject te kunnen aanbieden.

HET HUIS Het gebouw is momenteel nog in volle aanbouw, maar kunnen jullie ons toch al wat meer vertellen over de inrichting?

Nadia:“We hebben pas de plannen van de aannemer ontvangen. Omdat de tuin lager ligt dan het straatniveau, hebben we geopteerd voor een gebouw met een -1. Deze wordt ingericht met een snoezelruimte en enkele zorgkamers: ruimtes die perfect op een -1 passen. De gelijkvloers zal bestaan uit een leefruimte, een personeelsruimte, en een crearuimte. Ook toegankelijk vanaf het

gelijkvloers: een erg ruim dakterras, voldoende aangepast om de veiligheid van de bewoners te garanderen. De verschillende verdiepingen zijn opgedeeld in zorgkamers, studio’s en appartementen. De appartementen zijn voornamelijk bedoeld om bewonershulpen aan te trekken. We hopen op minstens een tweetal individuen of koppels die in het huis willen komen wonen met de bedoeling om zich – in ruil voor huurvermindering – een stuk te engageren naar de doelgroep toe. Dat engagement kan zich vertalen op verschillende manieren: nachtverpleging assisteren indien nodig, helpen bij de bereiding van het avondmaal, wat extra taken op vlak van onderhoud, noem maar op. Mensen met een hoge zorgnood zullen voornamelijk de kamers op het eerste verdiep innemen, zodat ze nooit ver verwijderd zijn van de personeelsruimte. Het gebouw zal ook volledig uitgerust zijn met de nodige domotica, beveiliging, voorzieningen voor personen met een beperking.”

ENGAGEMENT OP MAAT De steun van de gemeenschap is duidelijk een belangrijk waarde binnen vzw Bindkracht. Welke waarden zijn verder nog belangrijk voor jullie? Hoe willen jullie deze inzetten in het project?

Nadia:“We hebben drie uitgangspunten die voor ons ontzettend belangrijk zijn: solidariteit, inclusie en eigen regie. Wat de eigen regie betreft, willen we iedereen de kans geven hun eigen plek te vinden in de voorziening, elke bewoner, elke ouder de kans geven om zelf te beslissen waar hun bijdrage aan en in het huis start en stopt. De solidariteit zal vooral liggen in het delen van de zorg en de financiering. We hebben plek voor vijftien mensen, met drie onderverdelingen. Een groep met een zware zorgnood die quasi permanent in huis blijft, een groep die overdag meestal in het huis verblijft maar ook nog aan veel inclusieve activiteiten deel zal nemen, en daarnaast ook nog een groep die een dagbesteding heeft buitenshuis. Tot slot rest er ons de inclusie­ gedachte, die we ook zo breed mogelijk willen uitdragen. We hebben bijvoorbeeld een grote Bindkracht-tuin, Het Kleine Paradijs, waarvoor mensen spontaan hun hulp aanbieden om die in orde te brengen. Daarnaast zijn er ook


INMOTION

Mogen we het zo stellen dat eigenlijk iedereen kan en mag meewerken aan Bindkracht vanuit zijn of haar eigen engagement?

Nadia:“Zeker. Zo merken we dat bijvoorbeeld broers of zussen van onze bewoners zich erg graag willen engageren, maar dit zonder hun eigen leven volledig te moeten aanpassen. Als iemand bereid is zich elke maand enkele uren in te zetten, is dat voor ons prima. Dan zorgen wij voor de omkadering. Dat geeft iedereen de kans om iets te doen, of dat nu veel of weinig is. Als je uiteindelijk tien mensen hebt die zich elke maand even willen inzetten, heb je al heel wat. We zien ook dat we, projectgebonden, al meer dan honderd vrijwilligers hebben. Tot nu loopt dat dus ontzettend vlot, en dat hadden we helemaal niet verwacht. Ook de jeugd, de vrijwilliger van de toekomst, wil zich graag inzetten. Zo zijn we reeds gaan praten in verschillende scholen, en kregen we daaruit een voorstel om een buddy­ project op te starten.” Luc:“Op ons tweede benefiet hadden we meer dan duizend aanwezigen. We hadden mensen uit het dorp ook gevraagd om dessert te voorzien, zodat we een desserten­ buffet konden aanleggen. We hadden voor minstens tweeduizendvijfhonderd mensen taart, geloof ik. Dat hadden we zelf absoluut niet verwacht.”

Wat we wel zouden kunnen aanhalen, is dat de zwakte van jullie project ligt in de sterkte van de mensen die ermee bezig zijn.

Nadia:“Net daarom zijn we nu ook volop bezig met het noteren en het bijhouden van onze ervaringen, zodat het voor projecten in de toekomst makkelijker wordt. Als wij een soort blauwdruk kunnen aanleveren, zonder te zeggen hoe het echt moet, is het voor aankomende projecten een pak makkelijker om van start te gaan. We hebben deze zomer ook samen met een aantal andere, gelijkaardige projecten beslist om een Vlaams platform op te richten om zo het positieve en aanmoedigende verhaal van vzw Bindkracht verder uit te dragen. We willen graag onze ervaringen delen.”

Frank, we hebben jou vooral heel aandachtig en geboeid zien luisteren. Wat vind je ervan, dat ervaringsdeskundigen zelf zo’n huis inrichten? Frank:“Het verschil met klassieke projecten in de profes­ sionele zorg is inderdaad eerder groot. De ontstaans­ geschiedenis is natuurlijk ook volledig anders. Ik moet eerlijk toegeven dat ik vol bewondering sta voor de deskundigheid achter vzw Bindkracht. De manier waarop het zorgconcept uitgedacht werd is bovendien niet enkel heel deskundig, maar ook enorm mooi. Vzw Bindkracht kijkt eerst naar de noden van de mensen en pas dan hoe ze de woning daarop kunnen aanpassen, en dat is ongezien in de traditionele zorg.

Frank Cuyt (links) en Rob Heirbaut

veel mensen die ons uit het niets aanspreken met vragen over hoe ze mee kunnen helpen aan het project. Daarom hebben we besloten te werken met zowel persoonsgebonden als projectgebonden vrijwilligers. Daarnaast willen we ook onze eigen bewoners inzetten in de gemeenschap, zo kunnen ze bijvoorbeeld boodschappen doen voor ouderen of zieken.”

23


24

SUMMER SCHOOL

IN GENT Hogeschool Gent organiseert, samen met Flanders Knowledge Area, elk jaar een Summer School voor studenten verpleegkunde. Het thema van de voorbije zomercampus: Evidence-based practice in health care: Improving outcomes and quality of life. Wij spraken op een zonnige namiddag in augustus af met Liesbeth Van Hecke, opleidings­voorzitter verpleegkunde aan HoGent, en Rilke Broeckaert, medewerker Internationa­lisering aan HoGent, en kregen de kans om studenten van over de hele wereld te ontmoeten. Aan hen vroegen we wat de grootste verschillen en gelijkenissen zijn tussen hun en ons land, op vlak van verpleegkunde.

VAN EUROPA NAAR AFRIKA EMMANUEL, DAVID EN AMELIA, OEGANDA Het verschil met ons land is vast het grootste. Wij kennen geen gezondheidsverzekering. Iedere patiënt staat in voor de betaling van zijn eigen zorg. Deze bedragen kunnen vreselijk hoog oplopen, waardoor veel mensen zich de zorg die ze eigenlijk nodig hebben niet kunnen veroorloven. Daarnaast is er ook nog het probleem dat de meeste ziekenhuizen in ons land geen toegang hebben tot de medische apparatuur die nodig is voor bepaalde ingrepen. Hierdoor moeten patiënten vaak noodgedwongen worden overgebracht naar Europa, de VS, of Azië. Maar ook dat is onbetaalbaar voor de meeste inwoners. Kwalitatieve gezondheidszorg is in Oeganda extreem duur.

YVES, BELGIË Ik was erg onder de indruk van de lezing die


25

INMOTION

De leerlingen en leerkrachten van de Summer School 2015.

NATALIA, SPANJE

STUDENTEN VERPLEEGKUNDE VAN OVER DE HELE WERELD WISSELEN ERVARINGEN EN KENNIS UIT

Terwijl de geneeskunde bij ons elke dag verder evolueert, merk je dat er in Oeganda nog steeds heel wat bevolkingsgroepen zijn die vasthouden aan hun oude gewoonten. Hun ‘helers’ zijn er heilig: vooral de oudere bevolking gelooft niet in nieuwe medische ontwikkelingen.

BERNHARD, VERENIGDE STATEN Je moet elke handeling ontzettend goed kunnen uitleggen, verkopen haast. Dat zijn wij in het Westen niet gewend. Mensen komen naar het ziekenhuis, hebben een bepaalde behandeling nodig, ondergaan die, en klaar. Maar wanneer je van hieruit vertrekt naar een land als Oeganda, moet je je patiënten daar overtuigen van het feit dat jouw behandeling beter is dan de klassieke geneeswijze die ze gewend zijn. Je moet bijna de strijd aangaan met een methode waarvan je weet dat ze niet – of slechts beperkt – werkt.

UTE, BELGIË Ook qua takenpakket is het verschil enorm. Ikzelf studeer logopedie, en dat is in Oeganda iets compleet onbekend. De verpleging staat er, samen met een kinesist, in voor alles wat niet tot het takenpakket van de dokters behoort. Van spraak­ therapie tot verzorging tot ergotherapie: het komt allemaal op hun schouders terecht.

NIKA, KROATIË

de Oegandese studenten eerder deze week al gaven. De sociale structuur in hun land zit enorm ongewikkeld in elkaar. Ik vind het erg knap dat elk jaar studenten van bij ons naar Oeganda afzakken om stage te lopen. Zo lang je in de hoofdstad blijft, vallen de verschillen op vlak van zorg nog behoorlijk mee. Maar eens je verder afzakt naar de buitenwijken, kan ik me inbeelden dat het als Europese student een ontzettend zware taak is om je aan te passen.

HANNAH, GROOT-BRITTANNIË Ik denk dat je, om naar zo’n land af te zakken, enorm veel zelfvertrouwen moet hebben. En vooral heel zeker zijn over wat je doet als verpleegkundige. Niet alleen moet je alles wat je doet heel goed kunnen verdedigen en uitleggen, je krijgt er ook een pak meer verantwoordelijkheid dan je als Westerse student gewend bent.

SABRINA, GROOT-BRITTANNIË Bovendien moet je soms erg creatief uit de hoek komen om een oplossing te vinden voor een gebrek aan medisch materiaal. Onze hospitalen zijn uitgerust met het nieuwste van het nieuwste, alles functioneert steeds zoals het hoort en is perfect steriel. Voor ons is dat normaal, maar dat is lang niet overal ter wereld zo.

Terwijl we in het Westen meer gericht zijn op transdisciplinaire zorg, wordt in Oeganda veel meer gehandeld vanuit een interdisciplinaire opvatting. Maar zelfs in Europa merk je dat bepaalde bevoegdheden minder aandacht krijgen dan anderen. Bij ons in Kroatië bijvoorbeeld, is ergotherapie erg weinig bekend. We hebben er wel opleidingen en programma’s voor, maar haast niemand weet wat het precies inhoudt. Ikzelf leer hier nog elke dag bij over wat een ergotherapeut nu eigenlijk doet. En zelfs logopedie, wat ik zelf studeer, is bij ons lang niet zo bekend en toegankelijk als hier in België.

LEREN VAN ELKAAR HANNAH, GROOT-BRITTANNIË Wat me hier al is opgevallen, is hoe ontzettend veel we bijleren van elkaar, enkel door over onze studies te praten en ervarin-

Onze hospitalen zijn uitgerust met het nieuwste van het nieuwste, alles functioneert steeds zoals het hoort en is perfect steriel. Voor ons is dat normaal, maar dat is lang niet overal ter wereld zo.


26 Als er iets is dat in dit gesprek benadrukt werd, is het wel hoe belangrijk communicatie in de zorgsector is. Zowel om te leren, als om de zorgbehoevende een zo goed mogelijke zorg toe te kennen. Als ik de studenten en hun coördinator Liesbeth vraag of dat een correcte conclusie is, zijn ze het daar volmondig mee eens. Er lijkt een innovatieve golf door de verpleegkunde te stromen waarbij er vooral een verschuiving plaatsvindt van theorie naar praktijk. De studenten drukken me gauw op het hart dat ook theorie heel belangrijk blijft, maar dat ze wel erg blij zijn met deze evolutie. Er wordt meer gewerkt vanuit het individu, minder vanuit een tekstboek, en dat wordt door alle partijen aangemoedigd.

gen uit te wisselen. Elk land heeft zijn eigen regels, prioriteiten, job­ beschrijvingen, noem maar op.

Werkten mee aan dit artikel: Amelia Naturinda (Nursing, University of Uganda), Ana Serrano Orihuel (Nursing, San Juan de Dios College), Bernhard Rauch (Speech Language Pathology, New York University), David Francis Olebo (Lecturer in Public Health, University of Uganda), Emmanuel Kimera (Researcher in Public Health, University of Uganda), Hannah Little (Adult Nursing, University of Nottingham), Marta Inigo Pérez (Nursing, San Juan de Dios College), Natalia Fernández Vásquez (Nursing, San Juan de Dios College), Nika Vukelic (Speech Language Pathology, University of Zagreb), Sabrina Carter (Mental Health Nursing, University of Nottingham), Ute Dehouwer (Logopedie, Hogeschool Gent), Yves Bauwens (Verpleegkunde, Hogeschool Gent)

SABRINA, GROOTBRITTANNIË Ik ben me hier ook een pak bewuster geworden van hoe zorg in elk land zo verschillend en tegelijk toch grotendeels hetzelfde is. (Alle studenten rond de tafel knikken hierbij hevig.) Communicatie blijkt overal essentieel. Zonder goede communicatie is goede zorg onmogelijk. Het grootste verschil tussen Groot-Brittannië en België zit hem volgens mij in de opleiding. Terwijl Belgische studenten pas specialiseren aan het einde van hun opleiding, kies je bij ons je specialisatie aan het begin. Ik koos bijvoorbeeld voor psychiatrische verpleegkunde, waardoor ik niet altijd op de hoogte ben van alle medische termen die hier in België bij de basis­ opleiding horen.

THEORIE VERSUS PRAKTIJK ANA EN MARTA, SPANJE In Spanje lijkt het onderwijs meer op het Belgische systeem. Wij specialiseren ook pas naar het einde van onze opleiding toe, en krijgen een pak minder praktijkstage dan onze Britse collegae. Net als in België is onze opleiding nog steeds erg gericht op theoretische kennis, veel meer dan op het omgaan met patiënten. We zien wel een verschuiving richting meer stage en minder theorie, maar nog lang niet genoeg als je ’t mij vraagt.

HANNAH, GROOT-BRITTANNIË Wij werken in Groot-Brittannië inderdaad een stuk praktijk­ gerichter, maar dat is sinds kort zo. Het onderwijssysteem heeft bij ons een draai van 360° gemaakt op dat vlak. We gebruiken ook een compleet andere terminologie dan de Belgen. Woorden zoals ‘ziekte’, ‘mentale stoornis’ en ‘patiënt’ zijn bij ons uit den boze. Een van de eerste dingen die wij aanleren in onze opleiding, is dat de verhouding tussen de zorgbehoevende en de verzorger steeds moet uitgaan van een samenwerkingsperspectief. Het is belangrijk dat de zorgbehoevende steeds zelf kan beslissen welke zorg hij al dan niet wil ontvangen. Als iemand zichzelf constant omschreven ziet en hoort als zijnde ‘patiënt’, dan zal die persoon zich vaak nog kwets­ baarder en zieker voelen louter door de beschrijving alleen.

NIKA, KROATIË Ik vind dit een erg boeiend onderwerp. Het is fascinerend om te horen hoe Britse studenten daar dag in dag uit mee bezig zijn in hun opleiding, terwijl wij het daar in Kroatië nauwelijks over hebben. En dan heb ik het niet louter over de terminologie, maar ook over de hele benadering van patiënten. Het wordt af en toe wel eens vermeld, maar binnen onze opleiding hebben we nog nooit zo’n interessant gesprek gehad over dit thema. We bestuderen enorm veel boeken en cases, en onze theoretische kennis is wellicht prima, maar ik denk dat we dat specifieke leren omgaan met mensen wel een stukje ontbreken in Kroatië. En dat vind ik best jammer, want die benadering lijkt me net een heel belangrijk iets, als je werkt in de zorgsector.

COMMUNICEREN ALS ESSENTIE BERNHARD, VERENIGDE STATEN Ook in Amerika ontbreekt die specifieke opleiding voor een correcte benadering van patiënten momenteel nog grotendeels. Het thema wordt wel behandeld in de lessen, maar enkel bij bepaalde docenten. Het is geen vak op zich, en het wordt dus ook lang niet zo uitgebreid behandeld.

UTE EN YVES, BELGIË In België staan we geloof ik dichter bij het Britse model. Dankzij onze vele practicums, leren we ook meteen hoe te communiceren. Na het uitwerken van een case, wordt deze ook vaak nagebootst in een rollenspel. Soms komen er zelfs verpleegkundigen en dokters langs in de lessen, om samen met ons over een case na te denken. Op die manier leren we ook in het klaslokaal hoe er geconverseerd wordt op de werkvloer.

SABRINA, GROOT-BRITTANNIË In Groot-Brittannië gaan we zelfs nog een stapje verder: bij ons komen ook service users (de Britse term voor patiënten, nvdr) langs op school. We krijgen dan de kans om met hen te praten over hoe ze het liefst worden aangesproken en behandeld, wat vaak tot erg leerrijke inzichten leidt.


INMOTION

27

SIMULEREN MET

HOOGTECHNOLOGISCHE HOGESCHOOL VIVES IS VOORLOPER IN SIMULATIEONDERWIJS

Binnen de veilige muren van de hogeschool biedt VIVES met haar High Fidelity Patiënt Simula­ toren een realistische leeromgeving aan om toekomstige zorgverleners zo goed mogelijk voor te bereiden op de echte werkplek. Simulatieonderwijs legt niet alleen de nadruk op vaardigheden, maar de studenten leren ook klinisch redeneren, communiceren, organi­ seren en coördineren, multidisciplinair samen­ werken en probleem­ oplossend denken.

POPPEN

e poppen waarvan gebruik wordt gemaakt, hebben waarheidsgetrouwe fysiologische reacties en kunnen zelfs communi­ ceren. De simulatoren komen als het ware tot leven, vertonen wisselende vitale parameters, spreken en reageren op de acties van de deelnemers aan het scenario. Zo leren studenten in kleine groepjes hoe ze kunnen reageren op specifieke situaties. Een video­ camera registreert de oefening, waarna een uitgebreide nabespreking plaats vindt. “De klemtoon ligt hier op de leerkansen van de participanten,” zeggen Martine Dorme en Lana Glorieux, coördinatoren van het simulatieonderwijs bij VIVES. “De simulatiepoppen SimMom en SimNewB zorgen voor realistische simulaties van bevalling en opvang van de neonaat. Hierbij kunnen een niet complexe bevalling, maar ook alle mogelijke complicaties gesimuleerd worden. Met de SimMan en SimJunior kunnen allerlei scenario’s binnen verschillende verpleegkundige settings worden gesimuleerd. Dit gaat van zowel een scenario binnen de thuisverpleging, een patiënt op een PAAZ afdeling tot patiënten op intensive care. Om de realiteit te waarborgen worden ook multidisciplinaire scenario’s gedraaid met studenten verpleegkunde, studenten geneeskunde en studenten sociaal agogisch werk.” Naast de High Fidelity Patiënt Simulatoren is het simulatiecentrum ook volledig uitgerust met alle high tech randapparatuur zoals monitoring, defibrillator, respirator, spuit en volumetrische pompen en een CTG toestel. De simulatiecentra zijn er niet alleen voor de studenten. Ook organisaties uit de gezondheidszorg kunnen de simulatielokalen gebruiken als zij op zoek zijn naar realistische scenario’s waarin allerlei protocollen op een veilige manier kunnen worden geoefend. De hogeschool biedt zelfs volledige scenario’s op maat aan die aansluiten bij de werksituatie.


28 Katlyn Colman, algemeen directeur Wit-Gele Kruis

ZELFSTURENDE HET WIT-GELE KRUIS KIEST VOOR EEN NIEUWE AANPAK

TEAMS Zelfsturende teams: je hoort Om meteen met de deur in huis te vallen: zelfsturende teams binnen het steeds vaker. Maar wat de zorg, wat houdt dat precies in? houdt dat nu precies in? Katlyn: “Werken met zelfsturende teams vooral eigenaarschap geven aan de En hoe voer je zoiets door is zorgverstrekkers. Je geeft je werknemers binnen je organisatie? Bij het het vertrouwen de zorg voor de patiënt Wit-Gele Kruis is zelfsturend of cliënt van A tot Z op te nemen. Zo neemt ieder vanuit zijn eigen personeel intussen een vaste deskundigheid en vanuit een vertrouen onmisbare waarde wensrelatie met de werkgever en de collega’s een verantwoordelijke rol op. geworden. Dag van de Zorg Om dat in goede banen te leiden, is ging langs bij algemeen het ontzettend belangrijk dat je alles zo organiseert dat je werknemers dat directeur Katlyn Colman, ook ten volle kunnen doen. En nog en vroeg naar haar ervaringen belangrijker is dat je daarbij vertrekt van een gedeelde passie voor de zorg en de met deze nieuwe manier zorgbehoevende.” van werken. Hoe lang loopt het project van zelfsturende teams al bij jullie?

“De denkoefening loopt al sinds 2011, maar de echte start is pas begonnen in 2013. We hebben 2012 volledig benut om alle voorbereidingen te doen, samen met

onze personeelsleden. We hebben intussen een vijftigtal zelfsturende teams, met elk een tiental verpleegkundigen.”

ANGST EN ENTHOUSIASME Hoe reageerde het personeel op deze beslissing? “De basis is gegroeid vanuit alle collega’s samen, die zelf aangaven dat onze manier van werken moest veranderen. Natuurlijk is het zo dat, wanneer er dan echt beslist wordt om zo’n intensieve verandering door te voeren, mensen op erg veel verschillende manieren gaan reageren. Je hebt mensen die echt bang zijn van verandering. ‘Kan ik dat wel? Wil ik dat wel? Gaat ons dat wel lukken?’ Daarnaast heb je ook mensen die dolgelukkig zijn en toejuichen dat ze eindelijk voluit kunnen gaan. Dan heb je ook nog degenen die het allemaal op zich laten afkomen, en de hardnekkige pessimisten die ervan


29

INMOTION De eerste teams, onze expeditieteams, hebben we een vol jaar ontwikkelsessies aangeboden. Over het vaktechnische, over wat zelfsturing precies is, over de resultaten die we ermee kunnen bereiken, over de opvolging, wat het ook mag zijn. In die voorbereiding leer je het zuiver theoretische model, maar ben je ook je eigen geest en elkaars enthousiasme aan het kneden.

overtuigd zijn dat het nooit zal lukken. Je hebt dus een heel scala aan reacties, net als in de maatschappij. Verandering doet, hoe dan ook, erg veel met mensen. Daarom dat wij, gedurende het hele veranderingstraject, in de eerste plaats heel veel zorg aan elkaar hebben besteed.

Hoe voer je dat in bij je werknemers, zo’n complete ommezwaai? “We hebben die eerste jaren enorm veel geïnvesteerd in het samen spreken over wat onze visie is, en wat we samen willen bereiken. Daarnaast hebben we een grote verantwoordelijkheid gegeven aan onze werknemers. Eens we beslist hadden wat we wilden, hebben we aan onze werknemers gevraagd hoe ze dat zelf wilden aanpakken. Daarvoor zijn we ons gaan organi­ seren in een aantal werkgroepen, waarin we thematisch nagedacht hebben over hoe we de nieuwe thuisverpleging wilden inrichten. Dit op verschillende niveaus en met verschillende thematieken: de mens, de cultuur, de structuur, de

buitenwereld, noem maar op. We hebben daar eigenlijk een dik jaar heel erg hard aan gewerkt. Voor je echt start, heb je een hele geestelijke ontwikkeling samen doorgemaakt. Wij werken met vier verschillende fases. De eerste fase gaat voornamelijk om het vak inhoudelijk en technisch leren kennen. Daar heb je nog een vrij sturende leiding, die helpt met de coördinatie en dergelijke. In de tweede fase gaan collega’s elkaar ontdekken door samen dingen te organiseren. In de volgende stap gaan we daar nog verder in, en in de finale fase handelt ieder personeelslid vanuit een soort ondernemerschap. Op die manier evolueren we geleidelijk van het sturende leiderschap naar het ultieme coachende leiderschap. De uitdaging binnen onze organisatie is dat elk team een ander maturiteitsniveau heeft en dat de coach ook zijn stijl moet aanpassen aan dat team. De mensen die voor een functie als coach wilden gaan, hebben we een tweejarig opleidingstraject aangeboden.

Want het is niet omdat je een goeie leidinggevende bent, dat je ook het juiste profiel hebt om coach te worden. Daar is niets mis mee, maar dat is gewoon een compleet andere functie. Wij hebben gekozen om absoluut geen leidinggevende meer in het team te plaatsen, maar voor een coach die naast het team ter beschikking staat. De eerste leidinggevende boven de zelfsturende teams, is meteen het directieniveau. De tussenlagen zijn weggenomen.

ZELFSTURING ALS MIDDEL Waar worden zelfsturende teams binnen het Wit-Gele Kruis precies ingezet? Gaat dat louter om de verpleegteams? “Nee, wij zien het ruimer. De hoofddoelstelling waren de verpleegteams, maar uiteindelijk kies je voor zelfsturende teams omdat die passen in je visie en de missie van je bedrijf. Er zijn bedrijven waarvoor zelfsturende teams geen


30

We hebben er zelfs een eigen werkwoord voor: doenken. Een contaminatie van doen en denken. En wij willen nu allen samen doenken. 

geschikte oplossing zullen zijn voor hun doelstellingen. Wij hebben binnen onze missie gekozen om totaalzorg te realiseren. Om dit tot stand te laten komen, moeten onze verpleegkundigen op het terrein samenwerking met andere actoren kunnen realiseren. Als je dat wil bereiken, moet het personeel een vrij groot mandaat hebben, zodat ze zelf op korte termijn beslissingen betreffende hun patiënt kunnen en mogen nemen. Zelfsturing voor onze verpleegteams was dus een logische stap op weg naar onze essentiële doelstelling. Een middel als het ware. Het is voor ons geen must om ook de rest van de organisatie zelfsturend te maken. Daarom dat we het echt per functie bekijken. Op dit moment kiezen we ervoor om zelfsturende teams in te voeren daar waar we vinden dat zelfsturing het juiste antwoord is om een goede service te bieden. Er zijn bij ons in de organisatie nog een drietal teams die niet zelfsturend werken, omdat het voor hun processen en het eindresultaat niet aangewezen is, of omwille van het maturiteitsniveau dat we vandaag hebben, of de complexiteit. De opdracht van je team bepaalt of je al dan niet zelfsturend zal werken.”

Wat is volgens jou het grootste voordeel en het grootste nadeel aan zelfsturend werken? “Het grootste voordeel is dat je veel meer in staat bent om echt je doelstellingen te gaan bereiken. Dat je geen inspannings-, maar resultaatgebonden overeenkomst aangaat met elkaar. Daardoor krijg je een veel eerlijkere manier van samen­ werken. Finaal heeft de patiënt daar ook het meeste aan. En dat is natuurlijk onze hoofddoelstelling. Een nadeel is dat het van iedereen op de werkvloer een erg grote bereidheid vraagt om alle veranderingen door te voeren. Wij hebben een hele generatie aan werknemers die in een totaal ander concept zijn opgegroeid. Onze mensen hebben echt keihard moeten knokken. We vroegen ook niet niets: hun volledige denken moest worden aangepakt.

Mensen die hier reeds 30 jaar aan de slag zijn, zijn ook al 30 jaar gewend om te luisteren naar anderen, en om hun eigen wijsheid en kennis zo veel mogelijk voor zich te houden. En dan komt de directie plots zeggen: ‘Nu moét je voor jezelf en de organisatie denken!’ We hebben er zelfs een eigen werkwoord voor: doenken. Een contaminatie van doen en denken. En wij willen nu allen samen doenken. Als je al je hele leven te horen hebt gekregen dat je ondergeschikt bent aan iemands gezag, is dat helemaal niet vanzelfsprekend. Maar zelfs zij die het ’t moeilijkst hadden, hoor je nu steeds heel kordaat zeggen dat ze nooit meer terug wilden naar het oude systeem.

POSITIEVE REACTIES Hebben jullie ook al reacties ontvangen van jullie gebruikers? “Er zijn momenteel net twee wetenschappelijke onderzoeken lopende. Eén daarvan wordt uitgevoerd door KULeuven en behandelt de vraag of deze werkvorm een invloed heeft op productiviteit. Ons doel was de kwaliteit verbeteren, maar als de productiviteit er ook door stijgt, is dat natuurlijk meegenomen. Een ander onderzoek doen we zelf, met ondersteuning van professor Sermeus en professor em. Heyrman van KULeuven en professor Annemans van UGent. Dit onderzoek gaat dieper in op de vragen of mensen dankzij deze werkvorm langer thuis kunnen wonen, of hun levenskwaliteit hiermee verhoogt, en of het ervoor zorgt dat gezondheidszorg maatschappelijk financierbaar is. Eind 2016 publiceren we de resultaten van deze onderzoeken. Goed of niet goed: dat maakt niet uit. Waar we vandaag op vertrouwen, zijn de reacties van onze gebruikers en collega’s zorgactoren. Iets waar we onverwacht veel positieve reacties op krijgen: we delen postkaartjes uit met een foto van het team dat instaat voor een bepaalde cliënt. We horen van onze

verpleegkundigen dat ze bij een last minute vervanging vaak toch al een soort van vertrouwensband lijken te hebben met de cliënt, omdat die hen herkent ‘van op het kaartje’. Een van onze cliënten deed onlangs een hele mooie uitspraak: ‘Ik ben content, want nu heb ik ze altijd allemaal bij mij. En ik weet dat, als ik ze nodig heb, ik maar hoef te bellen naar het nummer op mijn kaartje, en ik zeker bij een van die tien terechtkom.’ Vroeger wisten mensen vaak niet wie ze aan hun deur zouden krijgen. En dat was ook iets dat we vaak opnieuw te horen kregen: dat cliënten het WitGele Kruis globaal als zeer kwalitatief omschreven, maar ze alle wissels tussen verpleegkundigen eigenlijk echt niet fijn vonden. Het is natuurlijk een van onze troeven, dat we zorg 24 uur op 24 en 7 dagen op 7 aanbieden, maar dat zorgde er in het verleden dus ook voor dat er veel vervangingen waren. Ons personeel kan natuurlijk geen 24 uur op 24 werken, zij hebben ook nood aan vrije tijd, verlofperiodes, en zijn ook wel eens ziek. Dat is iets dat we opgelost hebben met de zelfsturende teams. Er zijn nog steeds veel wissels, maar wel door dezelfde gezichten. En dat maakt een enorm verschil, zo blijkt. Ook vanuit de ziekenhuizen en de huisartsen horen we een overwegend positieve toon: naar de ziekenhuizen toe hebben we aparte zelfsturende teams die instaan voor het ontslag uit het ziekenhuis. Zij zijn gespecialiseerd in complexe verpleegtechnieken en staan in voor de vorming van de wijkteams. Ook zij vormen een vast gezicht, maar dan voor de specialisten en kunnen vanuit de vertrouwensrelatie op een deskundiger manier instaan voor een naadloze overgang van de tweede- en derdelijns naar de eerstelijnssituatie. Met behulp van die aanpak slagen we erin om samen in te staan voor totaalzorg, vanuit een holistisch mensbeeld. Eigenlijk horen we overal alleen maar positieve reacties: en dat doet echt deugd.


INMOTION

ZELFSTURENDE TEAMS

Filip Van Laecke, Sectorverantwoordelijke Social Profit SD Worx

GOED VOOR LEIDINGGEVENDE ÉN MEDEWERKER igenaarschap, vertrouwen en verantwoordelijkheid. Het zijn sleutelwoorden als men het heeft over zelfsturende teams. En precies deze sleutelwoorden blijken een positieve impact te hebben op de gehele organisatie, leidinggevende en medewerker. Leiderschap in organisaties blijft onwezenlijk belangrijk. Het is een stuwende kracht. Het heeft een sterke impact op anderen. Het draagt bij tot de goede coördinatie van activiteiten en mensen. En laten we vooral ook niet vergeten dat sterk leiderschap gepaard gaat met een inspirerende visie op business en buitenwereld. De vraag is alleen bij wie we al deze verschillende ‘kaarten’ van leiderschap leggen. Dat hoeft niet altijd de klassieke ‘leidinggevende’ te zijn. Bij zelfsturende teams zijn de leiderschapskaarten (coach, manager, inspirator, motivator, visionair, …) herschikt volgens de talenten van de teamleden. Op die manier kunnen we het aanwezige talent in de organisatie alleen maar beter benutten. Twee elementen zijn uitermate

belangrijk als we willen werken met zelfsturende teams: de sterkte van elk individu én dat van het team in haar geheel. Hoe kan elk individu het best tot zijn recht komen? Werkbaar werk – een term die ook zijn weg naar het politieke discours heeft gevonden – ervaren werknemers als zinvoller. Het daagt hen uit om te blijven groeien, maar spreekt tegelijk hun competenties aan en biedt in die zin zekerheid en comfort. Een sterk betrokken medewerker is drie keer waardevoller voor de organisatie dan een niet-geëngageerde collega, zo blijkt uit een engagementsonderzoek dat SD Worx in 2015 uitvoerde. Erg geëngageerde medewerkers hebben een sterkere band met de cliënt/patiënt, zijn energieker en loyaler. Ze geloven meer in de organisatie en zijn gedroomde ambassadeurs. Ook ‘interafhankelijkheid’ is een essentiële factor bij zelfsturende teams. Niet alleen is de sterkte van de schakels van een ketting kritisch, ook de mate waarin ze aan elkaar bevestigd zijn, maakt dat een ketting het houdt of breekt. Zo ook met zelfsturende teams en de complementariteit van hun diverse talenten.

MIEKE VAN GRAMBEREN EN TOM VAN ACKER, FLANDERS SYNERGY

GEEN DIKKE DOSSIERS, WEL EEN WARME BAND De omgeving dwingt de zorgorganisaties om hun manier van organiseren in vraag te stellen. De zorgvragen nemen toe, ze worden ook complexer en vergen een snelle afstemming tussen verschillende zorgactoren. Vele organisaties willen opnieuw de patiënt centraal stellen. Wat daarbij opvalt is toch de ambitie om tot minder referentiefiguren te komen per patiënt. In zekere zin wordt de echte zorgrelatie opnieuw herontdekt. Geen dikke dossiers, maar wel een warme band. Daarnaast is er ook een toenemende zorgvraag, wat de sector dwingt om hun manier van werken in vraag te stellen. Dat zie je ook bij het Wit-Gele Kruis. Zij vangen de complexiteit die vanuit de omgeving op hen afkomt op door kleinere eenheden met grote vrijheidsgraden en resultaatsgerichtheid te creëren. Als je nadenkt over een nieuwe manier van organiseren, dan moet je even alle huidige werkvormen en systemen durven loslaten. Je moet als het ware gaan ontwerpen met je hoofd in de wolken. Je moet durven kijken naar de toekomst zonder je af

te vragen of je plannen wel mogelijk zijn. Mocht het Wit-Gele Kruis dat niet gedaan hebben, zouden zij nooit bereikt hebben wat ze vandaag bereikt hebben. We staan ook voor een uitdaging om mensen langer te laten werken. Binnen de zorgsector zegt zo’n 35% van de werknemers dat werken tot aan hun pensioen haalbaar lijkt, maar dan wel mits aangepast werk. Bij hervormingen is het dus niet enkel belangrijk dat je gaat kijken naar de beste oplossing voor de gebruikers, maar ook naar de beste arbeidsomstandigheden voor de werknemers. En zelfsturende teams lijken de oplossing voor beide gevallen. Het Wit-Gele Kruis is echt de pionier hierin. Een sterke visie, een grote gedragenheid vanuit het directieteam, investering in sociale dialoog, betrokkenheid van zowat alle medewerkers. Zij zijn uiteindelijk gekomen tot een zeer mooi organisatiemodel en kunnen daarin een voorbeeld zijn voor andere zorgorganisaties.

31


32

VAN CHANGING HEALTHCARE

ag van de Zorg sprak met Saskia Timmer, directeur van de Nederlandse organisatie Changing Healthcare. Saskia is zorginnovator en veranderkundige (Master in Management and Innovation) en van origine zorgverlener. Ze heeft 15 jaar gewerkt in verschillende zorgsectoren. In haar loopbaan is ze altijd actief geweest met innovatie en verbetering van de zorg en opleiden van zorgverleners. Afgelopen jaren heeft ze vele vernieuwende initiatieven ontwikkeld en begeleid op het gebied van eHealth implementatie en kennis足 ontwikkeling.

Potentieel. Dat is het.


33

DE OPMARS INMOTION

EHEALTH Hoe lang ben jij al bezig met eHealth? Saskia: “Ik was in 2007 betrokken bij een zorgorganisatie voor volwassenen en jongeren met autisme. Zij wilden een app ontwikkelen, en dat werd mijn eerste project. Toen ontdekte ik het potentieel van technologie voor de zorgsector. Ik merkte hoe veel zo’n app kon betekenen op vlak van zelfredzaamheid voor iedereen die een beperking heeft. Ik ben later ook verantwoordelijk geworden voor de hele eHealthstrategie binnen die organisatie, heb het beleid er volledig opgezet en uitgebouwd en deed in de tussentijd ook nog onderzoek. Op die manier heb ik ontzettend veel geleerd over de verschillende vormen en mogelijkheden van eHealth.”

Welke evoluties heb je de voorbije jaren gezien op vlak van eHealth? “eHealth was in eerste instantie nog heel erg analoog. Meer dan een soort digitale tekstboek was het niet. Dat is tegenwoordig al helemaal anders. De toepassingen zijn nu veel meer multi­ mediaal. Beeldmateriaal en interactiviteit worden steeds belangrijker. Een tweede ontwikkeling die ik opmerk, is dat eHealth steeds meer een onderdeel begint uit de maken van de hedendaagse zorg. Vroeger stond eHealth niet in, maar naast de zorg, als een soort extra dienstverlening. Nu gaan we het steeds meer integreren. In 2010 heb ik een onderzoek gedaan naar de relatie tussen eHealth en empowerment. Daaruit kwamen heel wat boeiende bevindingen. Eén daarvan was dat heel weinig sectoren van elkaar leren. In de ouderenzorg was men voornamelijk bezig met beeldbellen, terwijl men in de geestelijke gezondheidszorg vooral bezig was rond online interventies. Ze hadden beiden hun eigen programma’s en toepassingen, en daar bleven ze bij. Vandaag de dag zie je veel meer dat al die sectoren naar elkaar toegroeien. Dat is dus ook enorm geëvolueerd.”

Welke evoluties verwacht je de komende jaren nog te zien?

“Toen we begonnen met eHealth was de focus erg gericht op ontwikkelingen. En dat is in al die jaren eigenlijk nog niet veel veranderd. Maar de toepassingen die men voor het eerst ontwikkelt, staan nog heel veraf van de toepassingen die men in de praktijk gaat gebruiken. We hebben intussen al heel wat theoretisch en technisch materiaal dat nog aan de praktijk getoetst moet worden. Dus laten we dat maar eens gaan doen. Daarnaast verwacht ik ook heel wat evoluties op vlak van dataverzameling. Onze smartphones kunnen veel meer meten dan wij denken. Het langdurig monitoren en verzamelen van data kan leiden tot heel wat nieuwe resultaten. Nu komt het erop aan die meetresultaten te verwerken tot een overzicht waar een arts iets mee kan.”

Denk je dat mensen bang zijn om gebruik te maken van eHealth­ applicaties omdat ze bang zijn voor privacylekken? “Je hoort dit inderdaad regelmatig, maar volgens mij is het een argument dat makkelijk gebruikt wordt om geen andere uitleg te moeten bedenken. Volgens mij willen de meeste hulp­ verleners geen gebruik maken van eHealth omdat ze het gewoon niet kennen. Het is een nieuw instrument voor de zorg. En iets nieuws ga je pas gebruiken als je het een toegevoegde waarde vindt. Het belangrijkste is dus dat we mensen de meerwaarde laten zien of ervaren. En dat is waarom wij vooral focussen op opleidingen. Zo kunnen we meteen de potentie en de meerwaarde van een bepaalde applicatie laten zien.”

Nog een allerlaatste: omschrijf eHealth met één woord. “Potentieel. Dat is het.”

We hebben intussen al heel wat theoretisch en technisch materiaal dat nog aan de praktijk getoetst moet worden. Dus laten we dat maar eens gaan doen.


Medical Staffing Interim Services S&R – Assessment – Outplacement

x-ca re. be | it-plan et . be | h r- p l a n et . be


INMOTION

35

Een app voor mensen met zelfdodingsgedachten en hun omgeving? Het bestaat. BackUp biedt een aantal tools voor mensen met zelfdodingsgedachten en richt zich expliciet op de omgeving van mensen die (mogelijk) aan zelfdoding denken. De applicatie geeft je tips hoe signalen te herkennen, hoe het gesprek aan te gaan, en de mogelijkheid om hoopvolle zaken te delen om zo anderen te ondersteunen.

ONLINE PRATEN OVER ZELFMOORD 1813 LANCEERT TWEEDE APP

“Het luik voor mensen met zelfdodingsgedachten bestaat uit 4 onderdelen,” vertelt Kirsten Pauwels van het Vlaams Expertisecentrum Suïcidepreventie. “Ten eerste is er de mogelijkheid om snel in contact te komen met je belangrijkste contactpersonen, ook wel BackUps genoemd. Ten tweede zijn er BackUpkaarten die je helpen herkennen wanneer het mis gaat en tonen hoe je rustiger kan worden. Het derde onderdeel is de BackUpbox. Hier kan je zelf je eigen hoopvolle momenten, muziek, foto’s, enzovoort toevoegen. Ten slotte kan je met de app een safetyplan maken dat je helpt crisis­ momenten door te komen.” De onderdelen van de app werden niet lukraak gekozen, maar zijn wetenschappelijk onderbouwd. BackUp werd uitgebreid getest, zowel door experten op het vlak van de preventie van zelf­doding als door mensen met zelf­ dodingsgedachten, die de app gedurende een week konden uitproberen. Belangrijk om te onthouden, is dat BackUp geen vervanging is voor (professionele) hulpverlening. Wel is het naast de andere mogelijkheden een extra tool

ZELFDODING

die mensen kan helpen om crisismomenten te overbruggen en die aanmoedigt om over zelfdodingsgedachten te praten. Zo wordt de stap naar hulpverlening opnieuw wat kleiner gemaakt. Zelfmoord 1813 is bovendien van plan om het digitale platform de komende jaren nog verder uit te bouwen. BackUp is niet de eerste app die ze op de markt brengen. Begin vorig jaar lanceerde terreinorganisatie Zorg voor Suïcidepogers ook al On Track Again, een app voor jongeren die een zelfdodings­ poging hebben ondernomen. Een chatservice heeft het Centrum ter Preventie van Suïcide al sinds 2005. Toen slechts twee avonden per week, maar dat bleek al gauw te weinig. Amper anderhalf jaar na de start bleek de online hulpverlening van Zelfmoord 1813 al aan haar maximumcapaciteit te zitten. Vandaag kunnen mensen met

zelfdodingsgedachten elke avond tussen 19u en 21u30 terecht op zelfmoord1813.be. Het chatprogramma is op die manier beveiligd dat geïnteresseerden volledig anoniem kunnen chatten, en er na het gesprek geen enkel spoor achterblijft op de gebruikte computer. Ook Werkgroep Verder, de terrein­ organisatie voor nabestaanden na zelfdoding, gaat elke laatste woensdagavond van de maand online. “Er zijn verschillende redenen waarom we naast onze offline gespreksgroepen ook een online gespreksgroep in het leven hebben geroepen,” zegt Livia Anquinet, coördi­ nator bij Werkgroep Verder. “Voor sommigen is het om één of andere reden moeilijk om naar een gespreksgroep te komen: de data passen niet, het vervoer ligt moeilijk, of er is geen oppas voor de kinderen. Anderen praten gewoon liever anoniem of hebben behoefte aan een bijkomend contact met lotgenoten, naast de gewone gespreksgroepen.”

Download nu gratis op iOS en Android www.zelfmoord1813.be/BackUp


zorg verhaal v/h jaar

Doe mee en win €10.000! Rode Kruis-Vlaanderen en Dag van de Zorg organiseren in samenwerking met het Leuvens Instituut voor Gezondheidszorgbeleid het ‘Zorgverhaal van het jaar’. Elke voorziening die deelneemt aan Dag van de Zorg 2016 kan exclusief aan deze wedstrijd deelnemen. Op dinsdag 15 maart 2016 wordt de laureaat tijdens het Dag van de Zorgcongres bekendgemaakt. Het ‘Zorgverhaal van het jaar’ ontvangt een geldprijs van €10.000 om het project verder uit te bouwen. www.rodekruis.be/zorgverhaal www.dagvandezorg.be

We zijn op zoek naar inspirerende verhalen van kleine en grote organisaties die zich elke dag met veel goesting inzetten om de beste zorg te bieden aan cliënt, patiënt of bewoner. Een structurele samenwerking met andere zorgactoren en een focus op innovatie zijn een extra troef. Het ‘Zorgverhaal van het jaar’ staat model voor kwaliteitsvolle zorg: doeltreffend en doelmatig, tijdig en veilig, met een meerwaarde voor de patiënt. Doe mee aan onze award! Ga snel naar www.rode kruis.be/zorgverhaal en dien uw zorgverhaal in voor 15 december. We zijn benieuwd naar jullie bijdrage. Veel succes!


INMOTION

37

DE ZANDKORREL WINNAAR RODE KRUIS-VLAANDEREN AWARD 2014

AANGEPASTE OPVANG VOOR MENSEN METJONGDEMENTIE

De award van de voorbije editie van ‘Zorgverhaal van het jaar’ ging naar het project De Zandkorrel, dat met aangepaste opvang voor mensen met jongdementie de jury wist te raken. Dit initiatief kreeg vooral veel lof voor zijn creativiteit om binnen de huidige regelgeving voor deze problematiek oplossingen te zoeken, met een eigen gepaste omkadering van orthopedagogen, leefgroepbegeleiders en psychologen.

Het maakt me kwaad als mensen zeggen dat iedereen wel eens iets vergeet. Ik weet dat er iets niet pluis is in mijn hoofd, maar dat geloven ze niet. Katrien, 57 jaar

inds november 2013 is in het WZC Sint-Elisabeth te Eeklo een aparte vleugel voorbehouden voor jonge mensen met dementie. Er zijn tien kamers in totaal, waarvan negen voor residentieel verblijf en één voor kortverblijf. Overdag kunnen ook gasten van het dagverzorgingscentrum aansluiten. Het idee voor het centrum kwam er na een Leuvens symposium over jongdementie in 2007. Er was op dat moment zowel een gebrek aan residentiële opvang als een gebrek aan opvang thuis. Mensen met jongdementie konden eigenlijk nergens terecht. Dat was voldoende voor WZC Sint-Elisabeth om een interne werkgroep op te starten rond deze problematiek. De werkgroep had geen achterliggende expertise, maar wel bijzonder veel enthousiasme. Om een kwalitatieve opvang te kunnen voorzien, werd er eveneens een externe Vlaams-Nederlandse werkgroep opgericht waarbij verschillende zorgpartners samen rond de tafel zaten. Ze lieten zich ondersteunen door enkele Vlaamse en Nederlandse professoren om zo de best mogelijke zorg op maat te kunnen uitbouwen. “De Zandkorrel was het eerste initiatief in België dat speciale opvang organiseert voor mensen die voor hun vijfenzestigste met de diagnose dementie geconfronteerd worden,” zegt directeur Joris Rombaut. “Behoud van autonomie staat centraal in de begeleiding. We werken vooral ondersteunend. De cliënt krijgt zoveel mogelijk de vrijheid om zijn eigen keuzes te maken.” Omdat begeleiding op alle vlakken van het dagelijkse leven cruciaal is, beschikt het centrum niet enkel over opvoeders en leefgroepbegeleiders, maar ook over een logopedist, kinesitherapeut, ergotherapeut en verpleeg- en zorgkundigen. Het centrum heeft een eigen muziek-, relaxatie- en fitnessruimte. Eén tot twee dagen per week zakken enkele residenten af naar de welkomboerderij in Oosteeklo. De ultieme droom van De Zandkorrel is om voor jongdementie tot een correcte en snelle diagnose te komen, een betaalbare residentiële zorg te kunnen aanbieden en een netwerk te kunnen uitbouwen zodat blinde vlekken in het zorglandschap verdwijnen.


38

Gemiddeld moeten vrouwen per behandeling zo’n 4 tot 5 keer een echo ondergaan. Als ze dat voortaan zelf kunnen doen, kan dat heel wat stress, tijd, en geld besparen. Prof. dr. Jan Gerris (UZ Gent) en Johan Berlaen (Fertihome)


39

INMOTION

PROJECT

SOET

TELEGENEESKUNDE VOOR IVF-PATIËNTEN

Dag van de Zorg ging langs in het UZ Gent om er te praten met prof. dr. Jan Gerris, kliniekhoofd van de afdeling reproductieve geneeskunde, en Johan Berlaen, CEO van Fertihome, over het project SOET, een van de demoprojecten van Flanders Care. Wat dat project precies inhoudt, leest u in het bijhorende interview.

at is SOET?

Prof. dr. Jan Gerris: “SOET staat voor self-operated endovaginal telemonitoring. In het kader van in vitro­ bevruchting moeten vrouwen frequent echo’s krijgen om de groei van hun follikels te volgen. Dat is een absoluut noodzakelijk onderdeel van ovariële evaluatie die op zich niet moeilijk is, maar wel een grote inspanning vraagt van alle actoren. Zowel van de vrouw en haar partner, die vaak de afstand van en naar het ziekenhuis moeten overbruggen, als van het ziekenhuis zelf, waar dikwijls een overflow van patiënten in de wachtzaal zit. De idee die aan de basis van SOET ligt, is of we vrouwen kunnen aanleren

om zelf beelden te maken met behulp van een vaginale sonde en een dedicated tablet die de beelden automatisch doorstuurt naar haar dokter. Deze kan op zijn beurt op grond van die beelden de follikels meten en de vrouw in kwestie advies geven omtrent de dosis hormonen. Gemiddeld moeten vrouwen per behandeling zo’n 4 tot 5 keer een echo ondergaan. Als ze dat voortaan zelf kunnen doen, kan dat heel wat stress, tijd, en geld besparen.”

Hoe lang werken jullie nu met SOET?

Prof. dr. Jan Gerris: “Het heeft enkele jaren geduurd alvorens we zo’n patiëntvriendelijke oplossing vonden als deze. We gebruiken SOET nu ongeveer een jaar. Gedurende dat jaar heb ik ongeveer 80 cyclussen gevolgd.”

Alle betrokken partijen winnen: de patiënt bespaart stress, tijd, transportkosten en indirecte kosten, de overheid kan een forfait betalen aan de ziekenhuizen per stimulatie zodat een IVF cyclus integraal forfaitair op stabiele en voorspelbare wijze correct kan gefinancierd worden (medicatie en labokosten zijn reeds forfaitair, de echo’s hebben een specifiek nomenclatuurnummer), het ziekenhuis werkt vlotter (kan sneller nieuwe patiënten zien), de industrie produceert een ‘product’.

WANTROUWEN EN WETGEVING Hoe staat het met de eerste bevindingen?

Prof. dr. Jan Gerris: “Voor de echte klinische resultaten, wil ik eerst 100 patiënten behandeld hebben. Maar mijn voorlopige indrukken zijn dat er op pakweg 100 cycli een tiental mensen toch minstens één keer zijn moeten langskomen voor een opname. Dit niet omdat het systeem gefaald heeft, maar omdat de vrouw in kwestie in de buurt was en toch graag een echo liet maken ter geruststelling. Of omdat sommige vrouwen op onvoorspelbare manier een zeer zwakke ovariële respons hebben met slechts een tweetal zichtbare follikels. Op zo’n moment is het een kwestie van medische verantwoordelijkheid om je patiënt uit te nodigen voor een controle. Als mensen geen psychologische wezens zouden zijn, zouden de testresultaten wellicht onfeilbaar zijn gebleken. Maar mensen maken zich nu eenmaal zorgen en hebben soms nood aan bevestiging. SOET is ook geen systeem dat ontwikkeld is om in alle omstandigheden, bij elke patiënt te gaan gebruiken. Het project is er in de eerste plaats gekomen omdat het de behandeling bij heel wat vrouwen vergemakkelijkt, omdat de patiënt de beelden kan maken waar en wanneer ze wil. Of dat nu op zakenreis,


40

Zo lang er geen juridisch sluitende regeling en (liefst budgetneutrale) financiering rond bestaat, zal het project zich niet ten volle kunnen ontwikkelen.

op vakantie of gewoon thuis is. Hetzelfde geldt voor de behandelende arts. Het is een technologie, maar ook een manier om de patiënt actief te betrekken bij de behandeling. En dat is grotendeels waar het in onze huidige tijdsgeest om draait: een manier vinden waarop deze beide assen elkaar kunnen kruisen.

Met zulke bevindingen staat SOET ongetwijfeld een succesvolle toekomst te wachten. Of vrezen jullie toch voor wantrouwen van de patiënt?

Prof. dr. Jan Gerris: “Vlamingen hebben inderdaad een behoorlijke dosis wantrouwen. Veel meer dan mijn Nederlandse patiënten. Dat heeft ook veel te maken met het feit dat we in Vlaanderen nog niet zo fel bezig zijn met telegeneeskunde als in Nederland. Maar de grootste weerstand tegen een vlotte implementatie aan het systeem, ligt voorlopig nog bij de artsen zelf. Dit voornamelijk omdat ze het systeem niet kennen, en omdat er op dit moment nog geen juridisch sluitende terugbetaling is voor een dergelijke manier van behandelen. SOET is een toepassing van tele­ geneeskunde. Wanneer een patiënt op consultatie komt in het ziekenhuis, krijgt die een terugbetaling. Bij telegenees­ kunde is dat voorlopig nog niet zo. We hebben de vraag reeds gesteld aan een aantal vertegenwoordigers van de

Sonaura, het thuisechotoestel dat ontwikkeld werd voor project SOET.

overheid zoals het ministerie van Sociale Zaken, het RIZIV, en de mutualiteiten. In het kader van de veranderingen in de ziektezorg en de financiering ervan, lijkt het me alleen maar voordelig om tele­geneeskunde een echte kans te geven. Dat draait vooral om een change of mentality, en dat ligt gevoelig. Het kostenplaatje is nochtans veel kleiner dan een echo in het ziekenhuis: werknemers moeten geen verlof nemen om naar de gynaecoloog te gaan, zelfstandigen verliezen geen kostbare tijd, mensen moeten geen uren in de file staan. Maar zo lang er geen juridisch sluitende regeling en (liefst budgetneutrale) financiering rond bestaat, zal het project zich niet ten volle kunnen ontwikkelen.”

DE TOEKOMST VAN TELEGENEESKUNDE Welke andere vormen van tele­geneeskunde zullen volgens jullie in de komende jaren nog verder ontwikkelen?

Johan Berlaen: “Volgens mij zijn er twee belangrijke aspecten. Enerzijds zullen we meer en meer proberen om preventief de signalen van de patiënt op te vangen. Dit gekoppeld aan big data: hoe meer je meet, des te vroeger je een bepaalde problematiek kan ontdekken. Men zal volgens mij steeds meer en meer aandacht besteden aan de analyse van deze gegevens. Het preventieve luik zal meer aandacht krijgen, met als hoofddoel mensen sneller, beter, en goedkoper te kunnen helpen. Als je vandaag een dokter of ziekenhuis bezoekt, is dat omdat je al ziek bent. Vele ziektes komen echter niet zomaar uit het niets. Ik denk dat, mits een goede opvolging en analyse van de reeds bestaande technologische mogelijkheden en de bijhorende big data, je al heel wat zaken voortijdig kan ontdekken. Daarnaast heb je ook het aspect van de nazorg. Mensen moeten postchirurgicaal vaak nog maandenlang worden

opgevolgd. Vooral voor ouderen betekent dit vaak dat ze ook maandenlang in het ziekenhuis moeten verblijven. Ook daar kan de technologie een groot verschil betekenen in het comfort van de patiënt. Zo zouden mensen prima sneller naar huis kunnen met behulp van de technologie. Je kan mensen beter medisch opvolgen zonder dat ze zich constant moeten verplaatsen. Het hele zorgcontinuüm moet eigenlijk herbekeken worden. Wat kan een patiënt zelf doen? Wat kan ambulante verpleging doen? Wat kan eerstelijnszorg doen? Wat kan een specialist in het ziekenhuis doen? De taken zullen in de toekomst voor iedereen veranderen, om zo een nog betere zorg te implementeren.” Prof. Dr. Jan Gerris: “Een andere optie voor SOET is dat we het systeem niet louter laten toepassen door patiënten zelf, maar door professionals uit hun eigen omgeving. Ik denk dan aan huisartsen, thuisverpleegkundigen of vroedvrouwen. Heel wat echo’s gebeuren de dag van vandaag toch reeds door vroedvrouwen. In principe mag dat niet, maar in vele centra gebeurt doet het wel, onder medische supervisie. Vroedvrouwen doen dat ook gewoon goed, ik zou dus niet weten wat ik er tegenin kan brengen. In die hoedanigheid kan het eventueel een optie zijn om een soort “vliegende vroedvrouw” op pad te sturen. Iemand die met één toestel een tiental echo’s per dag zou kunnen maken en vervolgens de beelden doorstuurt naar een expert centrum waar het advies wordt gegeven. De performantie van zo’n klein toestel kan uiteraard niet tippen aan de echomachines die het ziekenhuis ter beschikking heeft, maar dat is voor dergelijke zaken ook absoluut niet nodig.”


INMOTION

41

Pascal Verdonck, gedelegeerd bestuurder, en Karin Scheerlinck, voorzitter raad van bestuur

MEDTECH FLANDERS MEDISCHE TECHNOLOGIE VAN VLAAMSE BODEM WIL GROEIEN

MedTech Flanders brengt Vlaamse bedrijven die medische technologieën ontwikkelen samen met onderzoekers en partnerorganisaties. Hun missie: een MedTech-ecosysteem uitbouwen dat een belangrijke economische toegevoegde waarde heeft voor Vlaanderen en de productie en daarmee ook de export van Vlaamse medische spitstechnologie op vijf jaar tijd verdubbelen.

e MedTechsector is van de belangrijkste takken uit de medische industrie. De sector staat in voor de ontwikkeling van software en toestellen voor medische beeldvorming, nierdialyse of implantaten. Vlaanderen speelt hier momenteel slechts een beperkte rol in, en daar wil MedTech Flanders iets aan doen. “De organisatie steunt op drie belangrijke pijlers,” zegt Karin Scheerlinck, CEO Surgi-Tec en voorzitter raad van bestuur. “De ondersteuning en groei van de reeds bestaande bedrijven, het opstarten van nieuwe activiteiten door artsen, technologie-experts en ondernemers samen te brengen, en het overbrengen van de technologie naar de patiënt.”

“MedTech Flanders is in de eerste plaats een sterke cluster van Vlaamse bedrijven en organisaties die elkaar positief stimuleren en hun kennis, apparatuur en netwerk delen. Bovendien kunnen we door samen te werken ook een belangrijke schaalvergroting realiseren. Dat kan van belang zijn wanneer onze bedrijven op zoek zijn naar nieuwe werkkrachten of extra kapitaal; of wanneer we als groep in dialoog willen treden met de diverse overheden in ons land,” zegt prof. Pascal Verdonck, gedelegeerd bestuurder van MedTech Flanders. “Uiteraard staat het belang van de patiënt centraal in alles wat we doen: we willen er immers voor zorgen dat zij makkelijker en sneller toegang krijgen tot al die levensreddende technologie die in Vlaanderen wordt ontwikkeld.” www.medtechflanders.be


Ontdek het volledige gamma

Voor meer info, gelieve contact op te nemen met StĂŠphanie Coudenys via s.coudenys@spawater.com

Avertentie_120x167.indd 2

www.spa.be 23/09/15 11:55


Verse producten en lekkere gerechtjes, dat is ook zorgen voor elkaar.

Ontdek al onze recepten en winkels op sparretail.be


Nichekantoor met focus op:

De Gendt

› Overheid (lokaal, provinciaal, De Gendt

ADVOCATEN

ADVOCATEN

regionaal & federaal)

› Ziekenhuis & ouderenzorg › Non-profit & vzw › Arts & verpleegkundige Tom De Gendt

Steven Matheï

dr. Wim Van Hecke Yannick Matthys

Raf Giagnacovo

Alexander Timmermans

Tamara Heyninck

De Gendt Advocaten Sint-Geertruiabdij 8 bus 2 3000 Leuven t 016 22 86 64 f 016 29 94 04 info@degendtadvocaten.be www.degendtadvocaten.be

Advies, consulting & bijstand voor: › Publiek recht zorgbedrijven, overheidsopdrachten, PPS, verzelfstandiging, rechtspositie ambtenaren, OCMW-decreet, gemeentedecreet, EHRM, Raad van State, autonoom gemeentebedrijf, gemeentelijke vzw ...

› Gezondheidsrecht ziekenhuiswet, woonzorgdecreet, ziekenhuisfinanciering, erkenning, programmatie, medische raad, aansprakelijkheid, tucht, K.B. nr. 78. RIZIV/DGEC, VIPA, geneesmiddelen, patiëntenrechten, euthanasiewet, privacy, OCMW-verenigingen, fusie, groepering, associatie ...

› Vennootschapsrecht & vzw-recht oprichting, reorganisatie, ontbinding en vereffening, fusie, artsenassociatie, vrijwilligers ...

› Fiscaal recht fiscale optimalisatie, geschillen met de fiscus ...

› Intellectueel recht domeinnaam, logo, merk, auteursrecht, portretrecht, Sabam, billijke vergoeding ...

2016 inmotion oktober jg 01