Issuu on Google+

verf&inkt magazine van de vereniging van verf- en drukinktfabrikanten VVVF - 02 - 2008

Special

Jaarvergadering 2008 Kredietcrisis Recessie Innovatie? Kuijken: ‘Demografische factor maakt deze crisis anders dan vorige’ Van Wijhe: ‘Verpakkingsbelasting even in de ijskast a.u.b.’ Kamminga (FME-CWM): ‘Niet al te somber’ Portret Jaap Vos ‘VVVF te bescheiden’

Robert van Westerhoven (bedrijfstakpensioenfonds) werkt aan herstelplan Innovatie in verf ‘altijd kleine stapjes geweest’ Zijn nanodeeltjes gevaarlijk?


Al 20 jaar de verwerker van de afvalstoffen die vrijkomen bij de leden van de VVVF

Afvalstoffen Terminal Moerdijk BV Vlasweg 12, 4782 PW Moerdijk www.atmmoerdijk.nl Tel: 0168-389289 Fax: 0168-389270 Contactpersoon: John van den Berg (06-51422067) ATM is een

bedrijf.


productnieuws

Foto: Mediamiek

Verfindustrie: ‘beregoed’ als waterwerkenspecialist De Nederlandse verfindustrie, van oudsher specialist in het conserveren van weg- en waterbouwwerken, zou zich veel meer op de internationale markt moeten etaleren met deze specialiteit. Met name waar het gaat om de bescherming van waterbouwkundige werken, zoals bruggen en sluizen en dergelijke. “Internationaal zouden de verfboeren daar een veel steviger rol in moeten pakken. Ik heb de indruk dat we kansen missen.” Dat is althans de stellige overtuiging van de bij SigmaKalon (PPG) afgezwaaide managing director Jaap Vos, die meent dat Nederland ‘verschrikkelijk goed’ is op dit vakgebied. Hij zegt het in een interview met Verf & Inkt elders in dit blad. “Daarom,” aldus de oud-voorzitter van de verfbranche, “zouden we bij wijze van spreken achter Arcadis aan moeten reizen om in het door overstromingen geplaagde New Orleans te vertellen hoe het moet op dat gebied. We zijn er namelijk beregoed in!” Meer over de afgezwaaide manager uit de verfbranche zie ook de hartpagina’s van dit nummer. Maar de meeste artikelen staan deze keer in het teken van de ledenvergadering van 11 december. Het thema aldaar: Innovatie in een economische recessie – hollen of stilstaan? verf&inkt 02 - 2008

3


colofon

Verf&Inkt is een uitgave van de Vereniging van Verf- en Drukinktfabrikanten VVVF. De VVVF behartigt de belangen van de Nederlandse verf- en drukinktindustrie. Het blad wordt verspreid onder leden van de brancheorganisatie en externe relaties. Verf&Inkt verschijnt zes keer per jaar. Verf&Inkt wil een opinieblad zijn. Dat betekent dat van VVVF-standpunten afwijkende meningen niet uit het blad geweerd worden. Redactie Peter Boorsma, Jos de Gruiter (eindredactie), Marloes Hooimeijer, Anton Stig Redactieadres Loire 150 2491 AK Den Haag Postbus 241 2260 AE Leidschendam Telefoon 070 3378734 degruiter@vvvf.nl Redactieraad Nienke Groen, Ingeborg van Honschooten, Anja Jesserun, Bianca Maton, Leo Reichert, Eli Roodbeen, Martin Terpstra (directeur VVVF), Jaap Vos Vormgeving GrafischeZaken, Den Haag Druk Drukkerij Groen, Leiden Advertentie-acquisitie Mooijman Marketing & Sales, Julius Röntgenstraat 17 2551 KS Den Haag Telefoon 070 3234070 info@mooijmanmarketing.nl © VVVF Alle rechten voorbehouden. Behoudens de door de Auteurswet 1912 gestelde uitzonderingen, mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd (waaronder begrepen het opslaan in een geautomatiseerd gegevensbestand) of openbaar gemaakt, op welke wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de VVVF. De bij toepassing van art. 16B en 17 Auteurswet 1912 wettelijk verschuldigde vergoedingen wegens fotokopiëren, dienen te worden voldaan aan de Stichting Reprorecht, Postbus 882, 1180 AW te Amstelveen. Hoewel aan de totstandkoming van deze uitgave de uiterste zorg is besteed, aanvaarden de auteur(s), redacteur(en) en uitgever geen aansprakelijkheid voor eventuele fouten of onvolkomenheden.

4

inhoud

02 - 2008

Herstelplan voor pensioenfonds De heftige financiële storm die momenteel door de wereld raast, laat ook het Bedrijfstakpensioenfonds voor de Verf- en Drukinktindustrie niet ongemoeid. De dekkingsgraad daalde tot onder de kritische grens van 105 procent. Maar volgens voorzitter Robert van Westerhoven, in het dagelijks leven algemeen directeur van UrsaPaint in IJmuiden, is er géén reden tot paniek. ‘We werken aan een herstelplan om zo snel mogelijk weer boven de 105 te komen.’ Pagina 16

Economische recessie Bouw, doe-het-zelf-markt en industrie zijn de belangrijkste afnemers van verf. Bij elkaar zijn ze goed voor 89 procent van de binnenlandse afzet. Het is dan ook van belang hoe de voormannen van deze sectoren naar de ontwikkelingen in 2009 kijken. Als hun analyses worden bewaarheid, ziet het er voor de Nederlandse verffabrikanten niet eens slecht uit. Voorzitter Jan van Walsem van de schildersorganisatie FOSAG voorziet een korte dip en ‘metaalwerkgeversvoorman’ Jan Kamminga (gastspreker tijdens de VVVF-ledenvergadering van 11 december) denkt dat de verfindustrie ‘niet al te somber’ hoeft te zijn. Pagina 22

Gevaarlijke nanodeeltjes Bij innovatie wordt tegenwoordig al snel gedacht aan nanotechnologie. Ook in de verfindustrie. Door toevoeging van nanodeeltjes kunnen verven gemaakt worden met heel bijzondere eigenschappen, van zelfherstellende verven tot volstrekt transparante coatings. Maar onderzoekers en pressiegroepen beschuldigen de industrie ervan bewust niet te reppen van de risico’s en verwijzen naar drama’s zoals met asbest. Hebben zij een punt? Deskundigen spreken zich uit. Pagina 26


voorwoord

Verder in dit nummer: 6 Branchenieuws 9 Onzekere tijden voor branche 12 Bouwverf: zonder schilder geen innovatie 14 Gespot 20 Portret: Jaap Vos 25 Gastcolumn: Toon Wennekers (FNV) 30 VVVF-Verenigingsnieuws

Een bijzonder jaar

Aan het eind van het jaar is het een logisch moment zowel terug te kijken als vooruit te kijken. Wat betreft het terugkijken hebben we een bijzonder jaar gehad dat absoluut anders gelopen is dan dat we in het begin van het jaar gedacht hadden. We begonnen in een positief economische stemming, werden in de eerste helft van het jaar geconfronteerd met sterk stijgende grondstofprijzen, maar goede marktontwikkeling in vrijwel alle sectoren. Na de zomer bleek het economische plaatje door de kredietcrisis volledig anders. Met name in een aantal marktsectoren stortte de vraag snel in. Een grote uitdaging voor onze industrie om hiermee om te gaan en met name ook het komende jaar weer tot goede resultaten te komen. Op onze jaarvergadering zullen er ongetwijfeld behartenswaardige zaken aan de orde komen, met name wanneer we ook over de innovatieve kant van onze industrie spreken. Ook in economisch moeilijke tijden zijn aspecten als bescherming, verfraaiing en kleurgeving door de vele producten van onze industrie dringend gewenst. Ik wil graag aan het einde van het jaar alle betrokkenen bij de VVVF, zowel van binnen als buiten de organisatie, hartelijk danken voor hun inzet en bijdrage gedurende het afgelopen jaar. Ook de start van dit nieuwe beleid is een duidelijk signaal van de vitaliteit en kracht van onze bedrijfstak . Wij hebben veel te bieden. Ik wens u allen goede feestdagen en een kleurrijk 2009. Kees Kuijken, voorzitter VVVF

verf&inkt 02 - 2008

5


branchenieuws

Meer blauw op straat

Grote opdracht uit India voor Wilhelm Niemann

De politie in Haarlem is op zoek naar twee overvallers, die zijn bespoten met blauwe verf. Het duo probeerde dinsdagavond een tankstation in de Noord-Hollandse hoofdstad te overvallen. Een pompbediende liet zich echter niet intimideren, maar spoot blauwe verf in hun richting. Een van de twee heeft waarschijnlijk verf in zijn gezicht gekregen. Volgens de politie is de verf niet afwasbaar en zal hij van de huid van de overvaller moeten afslijten. De twee kregen in ieder geval verf op hun donkere kleding en hoofddeksel. Ze hadden zich vermomd om herkenning te voorkomen. De politie denkt dat ze ongeveer zeventien jaar oud zijn. Het duo verliet het tankstation zonder buit.

Restauratieproductie fors minder De productie op de markt voor restauratie en onderhoud van monumenten zal zich in 2009 en 2010 handhaven op het huidige niveau van 475 miljoen euro. Vanaf 2011 treedt echter een scherpe daling van de restauratieproductie op als gevolg van veranderingen in het subsidiebeleid. Aldus het Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid (EIB). In 2013 komt het productievolume naar verwachting uit op 325 miljoen euro (in prijzen van 2007). Dat is ruim 30 procent onder het huidige niveau. Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van de Vakgroep Restauratie, de brancheorganisatie van de grote restaurerende bouwbedrijven in Nederland. De financiering van de instandhouding van monumenten verkeert in een overgangsfase. In plaats van het verstrekken van financiële bijdragen aan restauraties van monumenten, wordt nu een stelsel ingevoerd waarin het bevorderen van onderhoud centraal staat. De bedoeling daarvan is om op langere termijn de kosten van instandhouding terug te dringen. Tot en met 2010 komen nog veel restauraties tot uitvoering op basis van subsidietoezeggingen uit het verleden. In de afgelopen jaren heeft het rijk veel extra subsidie beschikbaar gesteld om bestaande restauratieachterstanden weg te werken. Nederland telt 51.000 rijksmonumenten en 39.000 gemeentelijke monumenten. Een beperkt deel van de restauratieproductie wordt zonder rijksbijdrage uitgevoerd.

6

Wilhelm Niemann Maschinenfabrik uit Melle heeft een grote opdracht verworven in Azië. Wilhelm Niemann levert zes zogenoemde Kreissdissolvers met een vermogen van 315 kW/430 pk en nuttige tankinhoud van 15.000 liter voor een nieuwe fabriek, die verffabrikant Asian Paints Ltd bouwt in de buurt van Delhi. Volgens Asian Paints gaat het om de grootste verf- en lakfabriek ter wereld met een capaciteit van twee miljoen kilo verf per dag. De machines van

Wilhelm Niemann zijn geschikt voor zowel watergedragen- als oplosmiddelhoudende verven en coatings. De machines zullen in het voorjaar van 2009 de fabriek in Melle verlaten. De verffabriek in India moet voor het eind van 2009 operationeel zijn. Wilhelm Niemann Maschinenfabrik is een fabrikant van hoogwaardige machines voor de verf-, coating- en chemische industrie. Het familiebedrijf levert meer dan 45 jaar over de hele wereld dissolvertechniek.

Nieuwe watergedragen lakverf van Trimetal Door gebruik te maken van de zogenoemde Tribidetechnologie, heeft Trimetal Bouwverven een watergedragen lakverf ontwikkeld voor de professionele schilder. Het product, Permacryl, heeft een laagdiktebereik dat tot twee maal zo hoog kan zijn als traditionele watergedragen producten. Hiermee is de lakverf onder meer geschikt voor onderhoud (kleurwisselin-

gen). Bovendien bereikt de schilder met deze eenvoudig te verwerken lakverf een goede kantendekking. Permacryl is te gebruiken als éénpotsysteem op houten ondergronden; voor kale delen is geen aparte grondverf nodig. Naast onderhoud zijn toepassingen dan ook te vinden in nieuwbouw op geprofileerd werk. (Bron: de Schildersvakkrant.nl)


branchenieuws

Innovatieve houten brug bij Sneek verduurzaamd met nieuw procedé Onder grote belangstelling is eind november over de A7 bij Sneek de eerste brug ter wereld van accoyahout geplaatst. Het kunstwerk verbindt de wijken Duinterpen en Lemmerweg Oost met elkaar. Titan Wood uit Arnhem leverde het duurzame hout. Bij de materiaalkeuze ging de voorkeur van de opdrachtgevers, provincie Friesland gemeente Sneek en Rijkswaterstaat, al snel uit naar accoya, vanwege de bewezen duurzaamheid. Om tachtig jaar levensduur te garanderen wordt hout gebruikt, verduurzaamd volgens een nieuw procedé: acetyleren. In 2005 schreef de gemeente Sneek een prijsvraag uit voor het meest originele en bruikbare viaductontwerp over de A7 in Sneek. De jury bestond uit; provincie Fryslân, ge-

ZZP-er: nog geen Last van recessie meente Sneek, Rijkswaterstaat, een tweetal bewoners uit Sneek, Commissie Welstand, een architect uit de stad en een onafhankelijke architect. Zij maakten de keuze voor het ontwerp van een houten viaduct van architectenduo Achterbosch Architectuur / Onix, samen OAK architecten. Na vijf jaar voorbereiding begon aannemer Schaffitzel in januari 2008 begonnen met de bouw van de brug. De brug van twaalf meter breed, 32 meter lang en zestien meter hoog, is geschikt voor de hoogste verkeersklasse van zestig ton. Naast de houten opbouw bestaat de brug ook nog eens uit een stalen brugdek van 150 ton. In totaal is 690 kubieke meter accoya-hout uit een Nieuw-Zeelands productiebos gebruikt.

AkzoNobel bouwt verffabriek in India Verf- en chemieconcern AkzoNobel gaat in de omgeving van Bangalore in India een nieuwe verffabriek bouwen. AkzoNobel streeft naar een aanzienlijke toename van de omzet in India. De omzet bedraagt nu 200 miljoen euro. De fabriek wordt gebouwd op een bestaand fabrieksterrein van het bedrijf en creëert enkele tientallen banen. AkzoNobel speelt in op de groeiende vraag naar elektronische producten zoals mobiele telefoons en laptops. De pro-

ducenten daarvan doen een beroep op de verffabrikant. AkzoNobel noemt de aanwezigheid op de Indiase markt een van de voordelen van het samengaan met ICI in 2007. De komende jaren wordt van de Europese en Amerikaanse markten nauwelijks groei verwacht, waardoor het belang van opkomende markten toeneemt. De integratie van AkzoNobel met ICI in India is in volle gang. AkzoNobel heeft in India momenteel zo’n 1.500 werknemers.

Grafische sector waarschuwt tegen scherper beleid kredietverzekeraars De verscherpte opstelling van kredietverzekeraars is een bedreiging voor de grafimediasector. Dat heeft voorzitter Klaas Koekkoek van het KVGO minister Van der Hoeven (EZ) laten weten. Koekkoek wijst de minister op de gevaren van het afknijpen van de kredietstroom voor de grafische bedrijfstak: “Deze verscherpte opstelling betekent in de praktijk dat opdrachten later of geheel niet gegund worden. Dit betekent feitelijk een rem op het economisch functioneren van de bedrijven”, aldus Koekkoek. “Met deze extra rem op de economische ontwikkeling wordt de economische positie van onze ledenbedrijven extra negatief beïnvloed.”

verf&inkt 02 - 2008

Zelfstandigen Zonder Personeel (ZZP-ers) merken weinig tot niets van de economische recessie. Sommigen zeggen zelfs meer werk te krijgen dan voorheen. Ruim de helft verwacht ook in de nabije toekomst geen negatief effect van de recessie op hun werk. Dit blijkt uit onderzoek van Nationale Nederlanden en belangenorganisatie ZZP Nederland onder ZZP-ers. De recessie schrikt ZZP-ers niet af. Als ze op dit moment weer voor de beslissing zouden staan om voor zichzelf te beginnen, dan zou 95 procent dit onder de huidige marktomstandigheden weer doen, zo blijkt uit het onderzoek. Een kwart van de ZZP-ers verwacht wel dat klanten nu kritischer worden.

Goedkope zelfhelende verf een feit? Onderzoekers van de Britse University of Warwick hebben een goedkope manier gevonden om zelfhelende verf te maken, zo hebben zij laten weten. Met deze uitvinding horen krassen op de auto binnenkort wellicht tot het verleden. Er wordt al langer onderzoek gedaan naar nanomaterialen met een zelfhelend vermogen en er bestaan al zulke materialen, maar die hebben het nadeel dat ze vaak erg duur zijn. Het zelfhelende polymeer van de Britse onderzoekers zou minder duur zijn om te produceren. Met een relatief eenvoudig proces hebben de onderzoekers kleine polymeerbolletjes gecoat met siliconen nanodeeltjes. De polymeerbolletjes worden in suspensie gebracht in water, waarna de siliconen nanodeeltjes hieraan worden toegevoegd. De nanodeeltjes binden zich aan de polymeerbolletjes. Vervolgens moeten de polymeerbolletjes uit het water worden gevist. De siliconen op de polymeerbolletjes geven het materiaal het zelfhelende vermogen. Behalve voor verf die zichzelf herstelt van kleine krassen, kan het materiaal volgens de chemici ook gebruikt worden voor slimme verpakkingen. De gecoate polymeerbolletjes zijn namelijk in staat om bepaalde hoeveelheden lucht of water in een bepaalde richting door te laten. Zo kan overtollige lucht de verpakking wel uit, maar niet naar binnen. De bevindingen van de Britse chemici staan gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Journal of the American Chemical Society. (Bron: technischweekblad.nl).

7


actueel

‘Overheid kan helpen: verpakkingsbelasting in de ijskast’

2008 teleurstellend 2009 wordt moeilijk 2010 mogelijk beter Wat zijn de gevolgen van de economische crisis voor de verf- en drukinktindustrie en in welke mate beïnvloedt de conjuncturele dip de innovatie-inspanningen van de bedrijfstak. Die onderwerpen staan centraal tijdens de VVVF-jaarvergadering van 11 december. VVVF-voorzitter Kees Kuijken en zijn beoogd opvolger Marlies van Wijhe kijken naar 2009 en verder.

Te k s t : J o s d e G r u i t e r - F o t o : Pe t v a n d e L u i j t g a a r d e n

2007 was een uitstekend jaar voor de Nederlandse verfen drukinktindustrie. De omzet van verfproducenten en –importeurs steeg met elf procent ten opzichte van 2006. De export steeg daarbij relatief gezien sterker dan de omzet op de binnenlandse markt. De totale omzet bedroeg 1,1 miljard euro. De producenten en importeurs van drukinkt noteerden in 2007 een gezamenlijke omzet van bijna 120 miljoen euro. De totale omzet van de Nederlandse verf- en drukinktindustrie kwam daarmee uit op ruim 1,2 miljard euro. 2007 was daarmee het derde achtereenvolgende jaar na 2004 waarin een flinke omzetstijging werd gerealiseerd. In het VNCI-maandblad Chemie magazine van februari 2008 liet VVVF-voorzitter Kees Kuijken daarover optekenen: “Het afgelopen jaar was goed, zowel voor de Nederlandse als de Europese verfindustrie. In het algemeen gaat de branche redelijk gelijk op met de algemene economische ontwikkeling. We zijn afhankelijk van investeringsmogelijkheden en onderhoudsbudgetten. Hetzelfde geldt in wezen voor de drukinktindustrie. Die heeft de afgelopen jaren wel te maken gehad met de invloed van nieuwe informatie- en communicatietechnologie. De grafische industrie kampte met een verschuiving van advertenties van gedrukte communicatie naar internet, maar langzamerhand dringt het besef door dat een investering in gedrukte reclame meer oplevert dan in de digitale variant. De opkomst van digitale communicatie met de bijbehorende losse printers voor gebruikers,

8

heeft daarnaast geleid tot andere soorten en andere verspreidingskanalen van inkt. En tot slot is de verplaatsing van drukwerk naar lage-lonen-landen tot staan gebracht. Kwaliteit en flexibiliteit liggen in Nederlandse bedrijven toch op een hoger niveau dan in het voormalige Oostblok. Een zelfde ontwikkeling zie je in de scheepsbouw, ook een groot afnemer van coatings. Twintig jaar geleden gingen we ervan uit dat de scheepsbouw in Nederland ten dode was opgeschreven, nu hebben de meeste werven weer volle orderportefeuilles.” Na het goede 2007, het jaar waarin tevens grote concentraties in de verfindustrie plaatsvonden (AkzoNobel nam ICI over en SigmaKalon werd overgenomen door het Amerikaanse PPG) was er begin 2008 geen enkele reden om aan te nemen dat die opgaande lijn in 2008 tot staan zou worden gebracht. Maar al snel veranderden de marktomstandigheden. In het k ielzog van de olieprijs stegen de kosten van de belangrijkste grondstoffen van de verfindustrie met vele procenten (en gingen niet, anders dan de olieprijs, omlaag) en later in het jaar deed de kredietcrisis zijn intrede met alle economische gevolgen voor vrijwel alle sectoren van dien. 2008 werd uiteindelijk dus een teleurstellend jaar, al zijn er per sector verschillen. Zo zullen de gevolgen van de crisis zich in de ene branche eerder aandienen dan in de andere. Verffabrikanten die in hoofdzaak aan de industrie (auto’s, vrachtwagens, machines) leveren, worden direct geconfronteerd met de

afzetproblemen die hun afnemers nu al ondervinden. Fabrikanten die vooral aan de (nieuw)bouw leveren zullen in een later stadium de gevolgen merken. Zo is 2008 voor fabrikanten die aan de grote industrie (coil) en de autoindustrie leveren een teleurstellend jaar geworden. De industrie heeft in het laatste kwartaal van 2008 te maken met vraaguitval tot 30 procent. Als gevolg van de kredietcrisis en de daaruit voortvloeiende problemen rond de financiering van grote projecten, is een deel van de bouw teruggevallen, maar over het algemeen hebben fabrikanten van bouwverven (nieuwbouw en onderhoud) nog niet eens een echt slecht jaar gehad. Ook voor de eerste helft van 2009 zijn de orderportefeuilles in dat segment nog redelijk gevuld, al moet rekening gehouden worden met een afname van de oplevering van nieuwbouwwoningen met 30 procent, een stagnerende verkoop van bestaande huizen en terughoudende woningcorporaties. Aan de positieve zijde van de balans staat het werk dat voortvloeit uit lopende onderhouds- en renovatiecontracten. Negatief zijn de nog altijd hoge grondstofprijzen. Wo n d e r l i j k j a a r Voorzitter Kees Kuijken van de VVVF kijkt met verbazing terug op het afgelopen jaar. “Wonderlijk hoe je een jaar vol vertrouwen begint, na een paar maanden te kampen krijgt met stijgende grondstofprijzen, waaraan bedrijven hun beleid moeten aanpassen om daarna in enkele weken alles op zijn kop te zien staan door de kredietcrisis.” Kuij-


actueel Kuijken: “Wonderlijk hoe je een jaar vol vertrouwen begint, na een paar maanden te kampen krijgt met stijgende grondstofprijzen, waaraan bedrijven hun beleid moeten aanpassen om daarna in enkele weken alles op zijn kop te zien staan door de kredietcrisis.”

overheersende gevoel is onzekerheid. We weten niet wat ons staat te wachten, maar de kans dat het zal meevallen lijkt me niet zo groot. Tot nu toe is het te overzien en lees ik her en der dat Nederland wat minder getroffen zal worden dan het eurogebied in het algemeen. Dus als die verwachting uitkomt en wij het beter doen dan andere landen in het eurogebied, komen we misschien niet diep in de min. Maar ik ben er zeker niet gerust op dat het zich volgens dat scenario zal afspelen. Bovendien zegt het niet alles dat de Nederlandse economie wat steviger staat dan andere landen. Onze bedrijven exporteren ook en afhankelijk van de producten en de landen waarheen wordt geëxporteerd, zal dat in meer of mindere mate moeilijker worden in 2009.” Ontslagen

ken denkt dat het lopende jaar, een kleine daling te zien zal geven in volume en een heel kleine plus in prijs. “Ik schat dat we alles bij elkaar uitkomen op nul, waarbij we de nul in volume met rode inkt schrijven en in prijs met zwarte inkt, want we hebben hier en daar toch een kleine prijsstijging kunnen doorvoeren. Afgezet tegen de elf procent groei in 2007 betekent dat dus dat 2008 een

verf&inkt 02 - 2008

teleurstellend jaar wordt. En ik verwacht dat 2009 ook moeilijk wordt. Sommige bedrijven merken de gevolgen van de crisis al, andere zullen er in de loop van 2009 mee worden geconfronteerd.” Over de diepte en de lengte van de conjuncturele terugval durft de VVVF-voorzitter geen uitspraak te doen. “Als ik dat wist, zou ik een rijk man zijn. Maar het algemeen

“En wat de lengte van de dip betreft geldt dezelfde onzekerheid. Ik lees alleen wel dat diverse mensen verwachten dat we in het vierde kwartaal van 2009 uit het dal komen. Daar kan ik me iets bij voorstellen. Daarna zal 2010 mogelijk weer wat beter worden dan 2009. Maar intussen moeten we rekening houden met de mogelijkheid van faillissementen en ontslagen.” Een probleem dat bovenop de gevolgen van de kredieten economische crisis komt, is het gegeven dat veel bedrijven al bedolven worden onder nieuwe wetten en regels, zoals de VOC-(oplosmiddelen)wetgeving, waardoor complete productassortimenten moeten worden vervangen voor het jaar 2010. Kuijken: “Het is inderdaad niet alleen de economische teruggang, het is een heel palet van zaken die op ze afkomen. Daardoor krijgen bedrijven het heel moeilijk. Vooral middelgrote en kleinere bedrijven die zich niet duidelijk gespecialiseerd hebben of een duidelijke eigen identiteit hebben in de vorm van een sterke product-markt-combinatie of onvoldoende hun eigen sterkte of begrenzingen kennen, kunnen het moeilijk krijgen. Grotere bedrijven natuurlijk ook, maar die hebben in de breedte meer mogelijkheden om te corrigeren, maar ook daar kunnen arbeidsplaatsen verloren gaan en zal er geknepen worden op de kosten.

4 9


actueel

‘Verf is misschien niet sexy, maar we staan wel met twee benen op de grond’

Ik ben bang dat het aantal werkenden in de verf- en inktindustrie als gevolg van de omstandigheden omlaag zal gaan.” Dilemma En dat brengt de bedrijfstak voor een vervelende afweging: ontgroening en vergrijzing leiden tot een afnemende beschikbaarheid van gekwalificeerd personeel. Bedrijven moeten extra inspanningen verrichten om nieuwe mensen binnen te halen en de bestaande arbeidspopulatie binnen te houden. Moet je in zulke omstandigheden mensen ontslaan? “Dat is inderdaad een groot dilemma”, vindt Kuijken. “Je wilt eigenlijk geen ervaren, goed opgeleide medewerkers kwijt die je over twee jaar misschien weer hard nodig hebt. De demografische factor maakt deze crisis anders dan de vorige.” Kuijken is dan ook voorstander van het verruimen van de mogelijkheid om tijdelijk werktijdverkorting mogelijk te maken, waarbij de niet-gewerkte uren worden gecompenseerd uit de WW-middelen. “Als we de mensen die ene dag vervolgens bijscholen, snijdt het mes aan twee kanten.” De VVVF-voorzitter begrijpt echter niet waarom minister Donner van Sociale Zaken en Werkgelegenheid het openstellen van de ‘WW-potten’ zo beperkt. “Er moet sprake zijn van een omzetdaling van meer dan dertig procent en er kan maar tot 1 januari een beroep op worden gedaan. Ik denk dat een omzetdaling van 25 procent net zo desastreus is en dat de gevolgen van de crisis voor diverse bedrijven en bedrijfstakken pas veel later tot uiting zullen komen. Dan voldoet de maatregel niet.” Dat de crisis ook gevolgen zal hebben voor innovatieinspanningen van de branche verwacht Kuijken niet. “Zeker als de conjunctuur in 2010 weer beter wordt, moeten we daarmee doorgaan, al is het maar omdat we in 2010 geconfronteerd worden met een aantal wettelijke verplichtingen. Bij innovatie wordt vaak in eerste instantie gedacht aan nanotechnologie, maar de wetgever verplicht ons bijvoorbeeld verven voor de bouw

10

en de doe-het-zelf-schilder op de markt te brengen waarin minder oplosmiddelen zijn verwerkt. Dat is een grote uitdaging, want verf die gebruikt kan worden in koude omstandigheden - een belangrijke wens van de schildersbranche - bevat vaak extra oplosmiddelen.” Ongelukkig moment De kredietcrisis had voor de verfbranche niet op een ongelukkiger moment kunnen komen, vult Marlies van Wijhe aan. In 2000 volgde zij haar vader Dick van Wijhe op als algemeen directeur van Van Wijhe Verf BV in Zwolle, in grootte de derde verffabriek van Nederland na AkzoNobel en PPG (Sigma Kalon) en de grootste zelfstandige van het land. “De afgelopen twee jaar werden we sluipenderwijs al geconfronteerd met oplopende grondstofprijzen. Anders dan de prijs van ruwe olie is de prijs van veel grondstoffen helemaal niet gedaald. In het beste geval zijn de prijzen gestabiliseerd. Daarbij kwam een grote hoeveelheid regels waaraan we in 2010 moeten voldoen. Dat vraagt fikse investeringen in R&D en marktintroductie. En als klap op de vuurpijl krijgen we nu te maken met de economische gevolgen van de kredietcrisis.” Ze heeft hem niet voorspeld, maar helemaal onbegrijpelijk vindt ze de crisis niet. “Het kussen moest een keer opgeschud worden. Een aantal ontwikkelingen vind ik ook niet verkeerd. Zaken als die equityfondsen, dat zijn toch luchtbellen? Wat dat betreft ben ik blij om ‘in de verf’ te zitten. Dat is misschien niet zo sexy, maar we staan wel met twee benen op de grond.” Van Wijhe, VVVF-bestuurslid en beoogd opvolger van Kees Kuijken als voorzitter, is er niet gerust op dat de conjuncturele neergang niet langer dan zo’n anderhalf jaar gaat duren. “Er zijn twee scenario’s: óf het gaat volgend jaar al aantrekken, of het wordt een crisis als in de jaren zeventig, die over een langere periode voor narigheid zal zorgen. Ik hoop natuurlijk dat het een korte recessie wordt, maar ik sluit niet helemaal uit dat het langer gaat duren.”

Maar de overlevingskansen van de branche schat ze ook in dat geval hoog in. “Veel bedrijven in de verfindustrie bestaan al een eeuw en in die periode hebben ze heel wat crises overleefd. Dus deze komen we ook wel door.” Een voordeel daarbij is dat de branche nooit extreme pieken of dalen doormaakt, denkt ze. “Het suddert zo’n beetje. Branches als de IT of de auto-industrie reageren heel snel en heftig op conjuncturele verschillen. De verfindustrie heeft dat niet. Als mensen een verhuizing uistellen, besluiten ze misschien om de boel op te knappen. En daar hoort een schilderbeurt bij. De neergang wordt dus voor een deel gedempt.” Elders in dit nummer spreekt FOSAG-voorzitter Jan van Walsem de verwachting uit dat het wel zal meevallen voor de verfbranche: woningcorporaties hebben voldoende geld om het onderhoud op peil te houden en de overheid heeft de ambitie uitgesproken om opdrachten naar voren te halen. “Ik hoop dat de overheid die ambitie inderdaad waarmaakt.” En dan de exportmarkten. Wordt het daar niet moeilijker dan op de binnenlandse mark?. Volgens veel voorspellingen slaat de crisis in Nederland minder hard toe dan in andere landen. “Ik denk dat alles staat of valt met risicospreiding. Een goed ondernemer zorgt ervoor dat hij verschillende klantengroepen heeft en bij voorkeur in eigen land en in andere landen. Duitsland en Spanje gaan momenteel erg slecht, in Amerika moet je nu ook niet zijn. Maar in Azië liggen dan weer kansen. We moeten dus goed kijken hoe de verschillende markten zich ontwikkelen. Dat is een uitdaging. En klantenrelaties zijn erg belangrijk. Als je zaken doet met klanten die stevig in hun schoenen staan, dan sta je zelf ook sterker. En nooit je innovatie-inspanningen verminderen. Je innoveert voor de periode ná de crisis en nu heb je er misschien meer tijd voor. De verfindustrie moet een sterke branche zijn en geen branche die het moeilijk krijgt bij tegenwind.”


actueel Van Wijhe: “Verpakkingsbelasting even in de ijskast.”

‘Bang dat aantal werkenden in verfbranche omlaag gaat’

hooguit vacatures onvervuld laten en meer werken met tijdelijke krachten. Besturen van grotere bedrijven zullen hun aandeelhouders tevreden moeten houden. Dus ik deel de zorg van Kees Kuijken dat het aantal werkenden in de verf- en inktindustrie als gevolg van de crisis omlaag zal gaan.” Met het vooruitzicht dat de branche ze misschien over twee jaar weer hard nodig heeft. “Ja. Daarom heeft de minister van Sociale Zaken Overheid zijn voorstel voor werktijdverkorting gedaan. Jammer genoeg is het voor de verfindustrie niet erg bruikbaar. Ik sprak er laatst met een van mijn klanten over en die zei: ‘ik weet nu al dat ik volgend jaar een derde van mijn mensen niet aan het werk kan houden, maar toch kan ik geen gebruikmaken van de regeling. Want dan moet ik vóór 1 januari aantonen dat ik in 2009 drie maanden geen werk heb’. Minister Donner heeft een generieke maatregel genomen zonder rekening te houden met de verschillen per bedrijfstak. Voor de verfindustrie komen de problemen namelijk pas volgend jaar. Door de aard van onze producten merken wij de eerste gevolgen altijd pas als andere bedrijfstakken al midden in de problemen zitten.”

Hoeveel vlees hebben verffabrikanten volgens u aan de botten? Kan de gemiddelde fabrikant een mindere periode, met een lagere afzet en misschien lagere prijzen, overleven? “De afgelopen drie jaar zijn niet slecht geweest en het familiebedrijf – waarvan er veel zijn in de verfindustrie – gaat doorgaans voorzichtig met de verdiende centjes

verf&inkt 02 - 2008

om. Zulke bedrijven hebben vaak ook lange en hechte banden met hun medewerkers. Beursgenoteerde bedrijven hebben een andere positie: zij hebben te maken met aandeelhouders die naar rendementen kijken. Dus de kleinere familiebedrijven zullen ervoor kiezen om tijdelijk genoegen te nemen met lagere winsten als ze daarmee hun medewerkers kunnen behouden. Ze zullen

Welke maatregel zou de verfbranche wél helpen? “De overheid zou een paar verplichtingen kunnen temporiseren. En een heel concrete: ze zou de verpakkingsbelasting even in de ijskast kunnen stoppen. Dat is een geweldige administratieve last en kan een bedrijf zomaar een ton op jaarbasis kosten, waar niets tegenover staat. En laat ze ons dan een refund geven van de dit jaar al geïnde gelden. Ik snap best dat de hulp in eerste instantie naar de banken is gegaan, maar een maatregel als de verpakkingsbelasting levert het milieu niets op en spekt de staatskas met vele miljoenen. Ik zou zeggen: stop ‘m in de ijskast, haal hem eruit als het economisch wat beter gaat en noem hem dan anders. Die kleine beetjes helpen ons nu.” •

11


interview

Bedrijfs werkt

12


interview

Voorzitter Van Westerhoven: Geen paniek

takpensioenfonds aan herstelplan De heftige financiële storm die momenteel door de wereld raast, laat ook het Bedrijfstakpensioenfonds voor de Verf- en Drukinktindustrie niet ongemoeid. De dekkingsgraad daalde tot onder de kritische grens van 105 procent. Maar volgens voorzitter Robert van Westerhoven, in het dagelijks leven algemeen directeur van UrsaPaint in IJmuiden, is er géén reden tot paniek. “We werken aan een herstelplan om zo snel mogelijk weer boven de 105 te komen.”

Eind vorig jaar eindigde het Bedrijfstakpensioenfonds voor de Verf- en Drukinktindustrie nog met een dekkingsgraad van 132 procent. Ofwel, zou ruimschoots alle pensioenen kunnen uitkeren en daarnaast nog een buffer hebben om eventuele tegenvallers op te kunnen vangen. Van Westerhoven: “Die buffer is de afgelopen periode snel opgesoupeerd. We zijn onder de minimale dekkingsgraad van 105 procent gedoken en hebben dit - zoals verplicht - aangegeven bij De Nederlandse Bank (DNB). Inmiddels werken we aan een herstelplan.” Volgens de voorzitter van het fonds had de duikvlucht twee oorzaken. “Ten eerste is de aandelenmarkt in elkaar geklapt. Het fonds belegt circa 30 procent van zijn vermogen in aandelen Een waardedaling van 50 procent betekent dus een fors verlies. Maar er speelde nog iets anders. Als pensioenfonds ga je bij het berekenen van je dekkingsgraad uit van een toekomstig rendement. Tot vorig jaar was dit de vaste rekenrente van de DNB: vier procent. Maar toen heeft de DNB besloten dat we voortaan uit moeten gaan van de marktrente, die de afgelopen tijd sterk is gedaald. We hebben daardoor twee keer de kous op de kop gekregen.” IJsland

Te k s t : M a r l o e s H o o i m e i j e r F o t o’s : Pe t v a n d e L u i j t g a a r d e n

Normaal gesproken krijgen pensioenfondsen van het rijk drie maanden de tijd om met een herstelplan te komen als ze in de problemen zijn geraakt, maar vanwege de uitzonderlijke situatie heeft de minister ze uitstel gegeven tot 1 april. “We nemen die tijd om met een goed gefundeerd herstelplan te komen. Doel daarvan is om zo snel mogelijk terug op een dekkingsgraad van 105 procent te komen en van daaruit op langere termijn richting de - door actuaris geadviseerde - 118 procent te klimmen. Zodat we weer een buffer voor de toekomst hebben.” “We moeten nu reageren om op lange termijn onze continuïteit te behouden. Je moet dus ook verder kijken dan de risico’s over één of twee jaar. Je kunt wel besluiten minder in aandelen te beleggen, om op korte termijn het risicoprofiel te verkleinen, maar dan bouw je op lange termijn ook onvoldoende nieuwe buffers op. Het is aan de vermogensbeheerder om binnen de door het bestuur gestelde marges het geld goed weg te zetten. Ons fonds werkt met enorm gespreide beleggingen. Niet alles in aandelen, maar ook in vastrentende obligaties. En een deel van het vermogen zit ‘vast’ in illiquide onroerend goed en hypotheken. De beleggingen staan uit over de hele wereld, maar níet in IJsland!” Premieverhoging Het pensioenfonds gebruikt de buffer bijvoorbeeld voor de indexatie van uitgekeerde pensioenen. Ofwel, verhoging van het pensioen om prijsstijgingen te compenseren. Dat zit er voor het komend jaar niet in. “Wij werken met voorwaardelijke indexatie: compen-

4 verf&inkt 02 - 2008

13


‘We hebben twee keer de kous op de kop gekregen’

Van Westerhoven: “Er is nog altijd een pensioenpot van 100 miljoen euro, dus deelnemers die er binnenkort uitgaan hoeven zich zeker geen zorgen te maken”

Pensioenfonds moet groeien Het aantal werkgevers dat is aangesloten bij het Bedrijfstakpensioenfonds voor de Verf- en Drukinktindustrie is tussen 2004 en 2007 gedaald van 68 naar 59. Het aantal deelnemers steeg wel licht, van 1.609 naar 1.628. Om in de toekomst voldoende slagkracht te hebben zet het fonds momenteel in op het binnenhalen van de circa dertig gedispenseerde ondernemingen uit de branche. Zij hadden hun pensioenvoorziening al bij een pensioenverzekeraar geregeld vóór de verplichtstelling van het bedrijfstakpensioenfonds in 1980 en zijn daarom vrijgesteld van verplichte deelname. Voorzitter Van Westerhoven: “Een pensioenfonds valt of staat met de collectiviteit. Hoe groter het aantal deelnemers, hoe groter de weerbaarheid. Al gaat dat in deze tijd van economische crisis niet helemaal op, want ook de grote pensioenfondsen krijgen zware klappen. Een aantal van de gedispenseerde werkgevers heeft zich inmiddels al bij ons aangesloten, en het is mijn overtuiging dat dit ook voor de meeste andere een raadzame beslissing is. De regelgeving wordt steeds complexer en de administratieve druk hoger. Werkgevers die bij het pensioenfonds zijn aangesloten, hebben daar geen omkijken naar. Bovendien willen de meeste verzekeraars liever af van de kleine pensioenfondsjes.” Daarnaast onderzoekt het bestuur samenwerking met andere bedrijfstakpensioenfondsen, eveneens om de collectiviteit te versterken. “Wat mij betreft komt die samenwerking er zo snel mogelijk. We denken aan aanpalende sectoren, zoals de chemie. Het voordeel daarvan is dat we ongeveer een gelijk referentiekader hebben, de CAO’s liggen vaak dicht tegen elkaar aan. Maar ook samenwerking met branchegerelateerde fondsen is een optie, van de verfgroothandel bijvoorbeeld.” Een bijkomend, niet onbelangrijk, voordeel van een groter pensioenfonds is volgens Van Westerhoven dat daarmee de vijver van bestuursleden groeit. Het bestuur bestaat standaard uit vier leden van werkgeverszijde en vier van werknemerszijde. Om het jaar leveren zij de voorzitter. “Toen ik vijftien jaar terug in het bestuur kwam, was ik nog helemaal blanco op pensioengebied. Dat kan niet meer, en terecht. Maar door de strenge eisen aan het bestuur - de DNB ziet nauwlettend toe op de bekwaamheid - en de complexe regelgeving, is de spoeling van geschikte bestuurders wel erg dun geworden.”

verf&inkt 02 - 2008

satie is geen recht, maar een extra als de beleggingswinsten dat toelaten. Dat is op het moment niet het geval. Dit nadeel is voor pensioenontvangers voor een jaartje nog wel te overzien, maar als we langere tijd niet kunnen indexeren wordt het vervelender. Dat is nu nog afwachten.” Zoals het ook nog even afwachten is met hoeveel procent de pensioenpremie in 2009 zal stijgen. “Premieverhoging per 2009 is onvermijdelijk, maar we proberen het zo minimaal mogelijk te houden. Het toekomstig pensioeninkomen moet niet te veel ten koste gaan van het huidige besteedbaar inkomen. Van deelnemers én werkgevers, die allebei 50 procent van de premie moeten ophoesten. Momenteel worden de diverse scenario’s doorberekend om straks een goede keuze te kunnen maken. Zodra hier meer over bekend is worden alle deelnemers en werkgevers uiteraard op de hoogte gebracht.” Een pluspunt van het Bedrijfstakpensioenfonds voor Verf- en Drukinktindustrie is dat de verhouding tussen deelnemers en pensioenontvangers nog redelijk op peil is. In 2004 waren er bijvoorbeeld 1.609 deelnemers en werden er 772 pensioenen uitgekeerd (totaal: 2,1 miljoen euro) en in 2007 respectievelijk 1.682 en 870 (totaal: 2,7 miljoen euro) Van Westerhoven: “Ik had verwacht dat het aantal actieven terug zou lopen vanwege de automatisering en efficiency verbetering in de sector, maar de cijfers wijzen anders uit. We hebben nog steeds jonge mensen nodig, die dus ook nog een heel werkend leven lang premie gaan betalen. Fondsen met veel gepensioneerde deelnemers hebben na de financiële crisis een heel andere horizon voor zich, omdat ze de pensioenpremie niet langer als middel hebben om de schade te herstellen.” Maar ook de verf- en drukinktindustrie krijgt de komende tien jaar te maken met de gevolgen van de vergrijzing. Op het ogenblik is veertien procent van de werknemers in de bedrijfstak 55 jaar of ouder. Dit is ongunstiger dan de situatie op de totale arbeidsmarkt in Nederland, waar elf procent van de werknemers ouder is dan 55 jaar. 100 miljoen Tot nu toe valt de onrust over de pensioenen in de sector mee. “Ik krijg hooguit vragen van mijn medewerkers, omdat ze weten dat ik voorzitter ben van het pensioenfonds. Ik wil de situatie helder neerzetten, maar ook benadrukken dat paniek echt niet nodig is. Er is nog altijd een pensioenpot van 100 miljoen euro, dus deelnemers die er binnenkort uitgaan hoeven zich zeker geen zorgen te maken.” • Zie voor informatie over het Bedrijfstakpensioenfonds voor de Verf- en Drukinktindustrie: www.verfpensioen.nl

15


de mens achter...

Jaap Vos zegt verfwereld tabee:

‘VVVF zou zich meer als marktleider moeten gedragen’ Afgezwaaid als managing-director bij SigmaKalon (PPG) zal het voor de in de verfbranche als bezige baas te boek staande Jaap Vos (58) niet meevallen om de versnelling een tand of wat lager te zetten. Nee, wees niet bang dat de bij Sigma als krullenjongen begonnen bouwspecialist van weleer, die het diplomaloos toch mooi schopte tot in the board, ineens in een groot zwart gat zal vallen. De oud-voorzitter en tevens bestuurslid van de VVVF zal zijn dagen heus wel nuttig doorkomen nu hij als het ware gaat pre-vutten. Te beginnen in de vorm van een sabbatical year. “Maar het wordt de komende tijd toch een beduidend ander tempo,” zo weet hij al bij voorbaat. “Een periode ook, waarin ik weer zal moeten leren tijd voor mezelf te nemen. Weer eens in een mooi boek te duiken bijvoorbeeld.” Te k s t : A n t o n S t i g - F o t o : Pe t v a n d e L u i j t g a a r d e n Jaap vertelt het allemaal op zijn praatstoel aan de keukentafel in Tull en ’t Waal, een dorpsgemeenschap in het hartje van de Hollandse Waterlinie. Op een grijze middag in een fortrijk rivierenlandschap luisteren meer dan een paar journalistieke oren nieuwsgierig naar wat de verfbaas van weleer - inmiddels baas in eigen keuken - zoal te vertellen heeft. Max, de hond des huizes, die warempel iets weg heeft van een Golden Retriever, is ook van de partij. Op zijn twaalfde misschien niet de kwiekste meer, maar braaf luisteren doet het beest als geen ander. Houdt de oren doorlopend gespitst. Vooral als zich ook nog een fotograaf meldt en er sprake van is dat het gezelschap de kuierlatten neemt richting dijk. Fotograaf en gereedschap gaan het gezelschap alvast voor met een grote bus. En wat doet de rest…? “Laten we maar gaan lopen. Kun je vanaf vandaag misschien alvast aan een nieuw dagritme wennen, een beetje acclimatiseren,” oppert de vragensteller. Dat is niet tegen doveMaxoren gezegd! En het baasje volgt! Spraakwaterval Samen aan de wandel buiten, in het binnendijkse, groene rivierenlandschap dat dankzij een paar vernuftige systemen en schuiven binnen de kortste keren blank kan worden gezet om de vijand in gaar te laten soppen, is ook de spraakwaterval van Jaap niet mis. Van het verhaal van de kapper om de hoek tot en met de koers die de verfindustrie zou moeten varen, hij raakt niet zo snel uitgepraat. Daar is ook wel een verklaring voor, zo blijkt. Jaap is iemand, die, zo zegt hijzelf, altijd pratend tot een standpunt moet komen. Gehuwd en vader van twee, inmiddels de dertig gepasseerde zonen, heeft Jaap, naast de IVA Driebergen (‘Instituut voor

16

Autobranche & Management’), niet veel meer onderwijs genoten dan de lagere school. “Allemaal verprutst”, zo flapt hij er ontwapenend uit. Maar dat het qua opleiding misschien niet allemaal uit de verf is gekomen, doet helemaal niks af aan hetgeen hij in de verfwereld heeft bereikt. Op zijn zestiende begonnen in het garagebedrijf gaat hij al snel als vertegenwoordiger bij Sigma aan de slag. Ook al heeft hij dan, zoals hij het zelf uitdrukt ‘de ballen verstand van verf.’ Gerichte scholing op de bedrijfsschool, bijscholing en zijn natuurlijke aanleg voor een vlotte babbel doen de rest. Zo raakt hij al snel ingeburgerd in de wereld van de bouw. Zelfs tot in het ziekenhuizenwezen waar in die jaren een schaalvergroting aan de gang is; een tel uit je winst voor de verfliters van Sigma. Core business Dat de bouw min of meer ook zijn persoonlijke core business is gebleven, blijkt ook wel uit het verdere verloop van zijn carrière in de verf. Hij schopt het uiteindelijk tot divisiemanager bij Sigma. Bij de Totalfina combinatie SigmaKalon wordt hij vervolgens gevraagd een divisie te leiden voor Noord-Europese landen als Denemarken, Duitsland, Nederland en België, inclusief de doe-het-zelf markt en alle daarin gevestigde productie- en distributiebedrijven. In die hoedanigheid maakt hij tevens deel uit van de raad van bestuur van de verfgigant met behalve een miljoenenomzet ook nog eens zo’n twaalfduizend man personeel. SigmaKalon, inmiddels aangekocht door Bain Capital en het management, werd omgevormd tot een zeer succesvolle verfindustrie. In januari van het afgelopen jaar nam PPG,

een grote Amerikaanse in coatings gespecialiseerde onderneming, SigmaKalon over. Vos, die dat fusietraject van nabij heeft meegemaakt, begeleid en gecoördineerd, denkt dat dit uiteindelijk geen slechte zet is geweest, waarover hij uren zou kunnen praten. Feit is dat Nederland, van oudsher een sterk verfland, nu weliswaar deels onder Amerikaanse vlag ‘goed in verf is en blijft’ met twee toppers van eigen bodem (Sigma en Akzo) in de top drie op wereldniveau. Zelf VVVF-bestuurder Behalve dat Jaap Vos in de jaren negentig een termijn voorzitter is van de VVVF als brancheorganisatie, is hij eigenlijk al vanaf de jaren tachtig als bestuurslid actief geweest. Vanwege zijn kennen en kunnen op dat gebied onder meer als lid van de Bouwcommissie. Zelf vertegenwoordiger van een relatief grote speler op de binnen- en buitenlandse verfmarkt - Sigma - kan hij slecht tegen de veronderstelling als zou binnen de VVVF vooral de belangen van de grote jongens worden gediend. “Net een besmettelijke ziekte die regelmatig terugkomt, maar ik vind het lariekoek,” zo reageert hij. Resumerend zegt Vos juist de indruk te hebben dat er door de jaren heen “een sterke, betrouwbare VVVF is ontstaan, die bijvoorbeeld ook op een gezonde wijze kan afwegen wat lokaal moet worden aangepakt of internationaal.” Tot de twee, zoals hij noemt ‘dikke issues’ uit zijn eigen voorzitterstijdperk behoren onder meer ‘het milieu’ en in het bijzonder (vooral aan de deco-kant) het reduceren van de hoeveelheid oplosmiddelen. “Ofwel heel schilderend Nederland – en ik vind dat wij als VVVF daarin mede het initiatief hebben gehad – op waterdragende verf zien over te krijgen.” Vos is trots dat


de mens achter...

Ehhh….hoe moeten we ons dat precies voorstellen? Met alom dijken van dijken om ons heen in het rivierenlandschap, staat Jaap stil en wijst op een groene kleibult in de verte waarover een auto hoog langs de rivier snelt. “Als daar morgen een Volvo van de dijk valt en er vallen doden bij, dan zal er niet gauw iemand Volvo daar de schuld van geven. Want een Volvo is een Volvo en die is veilig, toch? Omdat je dat imago al hebt en ook kan waarmaken, loop je geen risico. Is dat niet het geval, dan ben je eigenlijk al bij voorbaat schuldig. Let wel: de VVVF werkt zeer zorgvuldig en doet alles om geen fouten te maken. Maar uiteindelijk is de organisatie toch te bescheiden. Dat heeft als risico dat andere mensen in jouw domein stappen en jou gaan vertellen hoe wereld in elkaar zou moeten zitten.” E e n b e v l o g e n Vo s

“Er zijn oudgedienden die de resultaten met oplosmiddelhoudende verven nog altijd beter vinden dan met de nieuwe, maar ik zie de verschillen niet. Tenminste, als het goed gebeurt”

de branche daarin goed is geslaagd. “Het kon ook niet langer zoals het ging,” meent hij. De selfmade man is dan ook blij dat vandaag de dag elke schilder ‘binnen’ met verf op waterbasis aan de slag is. “Toch wel een grote verandering geweest. In de loop der jaren hebben we hetzelfde bij de timmerindustrie gedaan weten te krijgen” De oud-VVVF-voorzitter vindt dat de verfindustrie dat ook moreel verplicht was. De Sigma-vertegenwoordiger van weleer realiseert zich dat niet iedereen binnen de branche daar hetzelfde over denkt. “De verfwereld is een traditionele wereld en verandert bij sommigen heel langzaam. Er zijn dan ook nog oudgedienden die de resultaten met oplosmiddelhoudende verven nog altijd beter vinden dan met de nieuwe. Maar ik zie de verschillen niet. Tenminste, als het goed gebeurt.” Boodschap Een boodschap richting VVVF heeft hij ook. De brancheorganisatie zou zich eens wat meer als ‘marktleider’ moeten

verf&inkt 02 - 2008

gedragen. De opzet van dit op de buitenwacht gerichte magazine vindt hij bijvoorbeeld ‘een goede eerste stap.’ “Maar,” zo stelt hij, “als marktleider moet je dominant aanwezig zijn. Niet arrogant doen, maar er wel zijn. Wat dat betreft vind ik de VVVF nog wel eens te bescheiden. Ik begrijp het dilemma wel, want de belangen lopen sterk uiteen. Maar als je te dienstverlenend bent en te vriendelijk naar de buitenwereld, kom je altijd een in een reactieve positie terecht. Dat je je als het ware altijd moet verdedigen tegen maatregelen van een ander. Ik zeg: kom zelf met een verhaal. Bijvoorbeeld hoe je tegen het milieu aankijkt, tegen maatschappelijke toestanden, begrippen als duurzaamheid. Duw ze naar voren en heb daar gerust een mening over. En roep als het effe kan enigszins harder dan de politiek om je heen. Dan zul je zien dat er minder mensen van buitenaf jou gaan vertellen hoe het moet. Is er dan een keer een crash of een voorval dat verkeerd uitpakt, dan is je reputatie al zo sterk dat je nauwelijks het risico loopt dat er negatief over je wordt gepraat.”

De bevlogenheid waarmee Vos over de verfwereld predikt, doet de vraag rijzen of hij er op zijn 58-ste niet te vroeg is uitgestapt. Hij gelooft stellig van niet. “Qua timing was de beslissing prima. Toen de overname eenmaal achter de rug was en ik in de wetenschap verkeerde dat mijn opvolger klaar stond, vond ik dat mijn tijd gekomen was. Als je niet meer het gevoel hebt dat je voor toegevoegde waarde kunt zorgen, moet je consequent zijn en daaruit je conclusies trekken. Daarom heb ik ontslag genomen. Voor de goede orde: niet als ridder te voet, want ik ben er best redelijk uit gekomen. Ik heb met mezelf afgesproken dat ik nu eerst een jaartje voor mezelf neem en tussendoor dingen oppak die ik leuk vind. Zolang die zaken maar niet op werk gaan lijken!” Zo is hij bijvoorbeeld al gevraagd om via de Kamer van Koophandel in Utrecht starters te begeleiden. Rotary Het tot dan veelal passieve lid van de lokale Rotaryclub (Houten), wil zijn tijd ook meer gaan benutten om sociaalmaatschappelijk bezig te zijn: geld bij elkaar zien te scharrelen voor goede doelen. Bijvoorbeeld door het organiseren van truckersdagen of charitydiners. En momenteel is hij druk doende om in hetzelfde Houten een hospice van de grond te krijgen. Het gaat om een initiatief van Jaaps vrouw. Doel van het nieuw te bouwen centrum is de verzorging en begeleiding van terminale patiënten. Een project waarmee miljoenen zijn gemoeid. Ooit nog eens actief worden in de verfwereld, lijkt er niet in te zitten. “Ik wil mijn opvolgers niet voor de voeten lopen. Ik heb daar ook goede afspraken over gemaakt. Ik doe het alleen als ze me vragen...” En dan weer bulderend van de lach: “Maar als ze verstandig zijn doen ze dat niet!”

17


praktijk

Kamminga (industrie): ‘Niet al te somber’ over verfindustrie

‘Schildersbaas’ Van Walsem ziet ‘geen grote ellende’ op verfbranche afkomen Bouw, doe-het-zelf-markt en industrie zijn de belangrijkste afnemers van verf. Bij elkaar zijn ze goed voor 89 procent van de binnenlandse afzet. Het is dan ook van belang hoe de voormannen van deze sectoren naar de ontwikkelingen in 2009 kijken. Als hun analyses worden bewaarheid, ziet het er voor de Nederlandse verffabrikanten niet eens slecht uit. Voorzitter Jan van Walsem van de schildersorganisatie FOSAG voorziet een korte dip en voorzitter Jan Kamminga van FME-CWM (gastspreker tijdens de VVVF-ledenvergadering van 11 december) denkt dat de verfindustrie ‘niet al te somber’ hoeft te zijn.

Te k s t : J o s d e G r u i t e r - F o t o’s : Pe t v a n d e L u i j t g a a r d e n

‘De omzet van de Nederlandse verfproducenten en –importeurs steeg in 2007 met elf procent ten opzichte van het jaar ervoor tot een totaal van 1,1 miljard euro. De afzet steeg met vier procent naar ruim 316.000 ton. Daarmee werd de in 2004 ingezette stijgende lijn vastgehouden.’ Aldus de brochure ‘Feiten en cijfers 2007’ van de VVVF, die in oktober werd verspreid. Dat de “in 2004 ingezette stijgende lijn” ook volgend jaar wordt vastgehouden is niet waarschijnlijk. Dat is tegen het licht van krediet- en economische crisis tenminste niet waarschijnlijk. Het blijkt ook uit gesprekken met twee voormannen van bedrijfstakken die voor een belangrijk deel de afzet van de verfindustrie bepalen: voorzitter Jan van Walsem van de Koninklijke FOSAG (schilders- en onderhoudsbedrijven) en voorzitter Jan Kamminga van de Vereniging FME-CWM (onder meer basismetaal, machinebouw, elektrotechniek, elektronica, industriële automatisering en toelevering). De kredietcrisis en de onafwendbare conjuncturele dip die daarvan het gevolg is, zal ook de verf- en drukinktindustrie raken. Voor de schildersbranche waren 2006, 2007 en 2008 goede jaren. “Zo’n 85 procent van ons werk zit in het onderhoud en die markt was groeiend”, legt FOSAG-voorzitter van Walsem uit. “Maar ik denk dat we er niet aan ontkomen dat het volgend jaar minder wordt”, vervolgt hij. Om er aan toe te voegen: “Het is alleen de vraag of dat heel verschrikkelijk is. Onze bedrijven konden de afgelopen jaren moeilijk aan schilders komen. Een beetje rust op de markt kan geen kwaad.” Van Walsem denkt ook niet in desastreuze getallen als hij bet over omzetdaling heeft. “De grote opdrachtgevers voor

18

schildersbedrijven zijn overheid en woningcorporaties. De overheid heeft de ambitie uitgesproken om te blijven uitbesteden en de corporaties zitten goed in hun middelen. Wat zal teruglopen zijn de nieuwbouw en de particuliere markt. En we zullen natuurlijk een verschuiving zien: schildersbedrijven die zich traditioneel op de nieuwbouw richten, gaan op zoek naar andere opdrachtgevers.”

Mr. Jan van Walsem, zoon van een ondernemer in de installatiebranche, ex-ondernemer in het familiebedrijf en ex-politicus, werd in 2003 voorzitter van de FOSAG. Onder voorzitterschap van de man die notarieel recht studeerde en aanvankelijk een loopbaan in het notariaat ambieerde, zetten schilders de weg in van ambachtelijk vakmanschap naar ondernemerschap. In dezelfde periode verbeterde de relatie tussen FOSAG en VVVF. Een van de vruchten van die samenwerking is de ontwikkeling van winterharde verf, waardoor de 10.000 winterwerklozen in de schildersbranche tot het verleden behoren. Van Walsem: “Nu is het zaak de opdrachtgevers te overtuigen. Schilderwerk in de winter is niet duurder, kwalitatief niet minder en het is sociaal: van de 10.000 tijdelijk werkloze schilders uit het verleden zijn er nu misschien nog 1.000 over.” In het nieuwe beleidsplan van de organisatie krijgt de schilder een regierol als onderhoudsdeskundige. De organisatie verenigt 2.800 schildersbedrijven.

En een andere verschuiving: de particulier die zelf maar weer de ladder opklimt of een goedkope klusjesman inschakelt? “Die verschuiving zal misschien plaatsvinden en de particuliere markt is niet onbelangrijk voor het schildersbedrijf. Daarom hebben we hard gevochten voor het lage BTW-tarief voor woningen van vijftien jaar en ouder. Die regeling loopt tot 1 januari 2011 en mag wat mij betreft geprolongeerd worden wegens succes. Voor dat bedrag kiest de particulier toch liever voor de vakman dan voor de klusser. Hij zal hooguit zelf de ladder opgaan, maar schilderen is wel een vak hoor.” Tien procent lager De in de FOSAG georganiseerde ondernemingen (90 procent van de bedrijfstak) zetten jaarlijks zo’n 2,5 miljard euro om. Die omzet zou volgend jaar weleens tien procent lager kunnen uitkomen, voorziet Van Walsem. “Tien procent. Niet meer”, durft hij te verfijnen. “Waarom zo stellig? Omdat de grote opdrachtgevers zullen blijven komen.” Dan: “Maar tien procent is natuurlijk wel een behoorlijke daling, zeker na een periode van onafgebroken groei.” Het is ‘natte-vinger-werk’ geeft hij ruiterlijk toe, maar het oud-D66-Kamerlid – FOSAG-voorzitter sinds 2003 – denkt dat de markt al in de tweede helft van 2010 zal herstellen. “Ik verwacht dat opkomende landen als China het vliegwiel weer in gang zetten. Je kunt onderhoud ook niet blijven uitstellen: dan doe je aan kapitaalvernietiging. En als ik praat voor de Nederlandse markt: we staan er natuurlijk niet slecht voor. Er doen nu allerlei doemscenario’s de ronde, zoals over de pensioenen. Maar als ik kijk naar de positie van de gezamenlijke pensioenfondsen: er komt jaarlijks


praktijk “Schildersbedrijven hebben geen grote reserves, maar ze zijn wel flexibel. Zulke bedrijven vallen niet snel om”

daar de factor arbeid in onze bedrijfstak verregaand is geflexibiliseerd. Vroeger hadden we 30.000 schilders in vaste dienst, tegenwoordig zijn dat er 25.000. Het verschil is dat er nu 5.000 ozp-ers (ondernemers zonder personeel – red.), payrollers en andere tijdelijke krachten zijn.” U klinkt behoorlijk optimistisch! “Absoluut. Dit gaat voorbij. Het duurt misschien anderhalf jaar, maar dan zijn we door het dal. Dat geluid hoor ik ook van anderen. Ik kom weinig mensen tegen die denken dat het vanaf nu tien jaar slecht zal gaan. Natuurlijk zijn er ook doemdenkers die de huidige situatie vergelijken met de crisis uit de jaren dertig van de vorige eeuw. Maar daarvoor zijn er te veel verschillen. De onderliggende fundamenten van de economie zijn nu veel gezonder. Ook al omdat arbeidsmarkt veranderd is en we geen massale werkloosheid zullen krijgen waardoor mensen hun huizen moeten verkopen en dat soort dingen. Dat was eind jaren zeventig wel anders. Toen was bovendien de rente boven de tien procent. Op dit ogenblik is alleen het vertrouwen even weg. Alles wat ik zeg staat of valt natuurlijk met het overeind blijven van ons financiële systeem, maar daar wordt van alles aan gedaan, dus ik ga er van uit dat we daarin slagen. 25 miljard aan premie binnen en ze keren 20 miljard uit. Als ik kijk naar ons eigen pensioenfonds, dan is het enige probleem dat we op dit moment misschien geen inflatiecorrectie kunnen toepassen op de uitgekeerde pensioenbedragen. Maar dat halen we wel weer in. Het fonds bestaat tachtig jaar en over die periode is er altijd geïndexeerd. In het slechtste geval is het niet direct gebeurd, maar en paar jaar later. Dat zou nu ook kunnen gebeuren.” “Ik voorzie ook geen massa-ontslagen: de arbeidsmarkt wordt tegenwoordig meer beïnvloed door demografische dan door conjuncturele ontwikkelingen. Samenvattend: ik zie absoluut geen grote ellende op ons afkomen. En na 2010 zal de conjunctuur zich herstellen. De economische fundamenten zijn goed, het is alleen jammer dat Bush het toezicht op het kredietwezen heeft verruimd, waardoor de banken er een zooitje van konden maken en de hele wereldeconomie in de problemen is gestort.” Maar toch: tien procent omzetverlies, wat betekent dat voor de schildersbranche? Kunnen bedrijven dat opvangen? “Schildersbedrijven hebben geen grote reserves, maar ze zijn wel flexibel. Zulke bedrijven vallen niet snel om. Ook de bedrijven die wij ‘groot’ vinden, zijn naar mkb-maatstaven aan de kleine kant: we hebben er een vijftigtal met honderd man personeel of meer.” “Qua werkgelegenheid zie ik ook geen rampen. De branche kent een jaarlijkse uitstroom van tien tot twaalf procent per jaar. Die moet dus worden aangevuld. Dat is een moeilijke opgave, want het potentieel, jongeren tussen de zestien en achttien jaar, vormt een groep waar veel branches op zitten te wachten. Ik voorzie dus geen massa-ontslagen, temeer

verf&inkt 02 - 2008

Dat gaat op voor de Nederlandse markt, maar er zijn ook verffabrikanten – waaronder heel grote – die exporteren. Zien de exportmarkten er niet slechter uit?De auto-industrie loopt flinke klappen op. “Het beeld op buitenlandse markten is erg wisselend. Nederlandse verffabrikanten maken vooral autoreparatielakken en leveren minder aan de auto-industrie. Dus dat effect zal gering zijn. Een grote fabrikant als AkzoNobel levert mondiaal, dus die zal te maken krijgen met geografische verschillen. In de VS wordt bij wijze van spreken geen lik verf meer gegeven. Als een Amerikaanse huiseigenaar zijn hypotheek niet meer kan betalen, levert hij zijn sleutel in en is hij vrij van schulden. Dat is een kenmerkend verschil met Nederland, waar de eigenaar aansprakelijk blijft voor zijn schuld. De Amerikaan gaat een poosje in een mobil home wonen en wacht tot het hem beter gaat. Omdat veel mensen dat doen zitten de banken met een overschot aan huizen die steeds minder waard worden. En banken gaan die huizen echt niet onderhouden. Dat betekent dat de Amerikaanse markt tijdelijk minder interessant is, maar een wereldspeler kan zijn aandacht verleggen naar markten als Brazilië en China, die nog wél goed zijn. Daarnaast hebben grotere verffabrikanten een redelijke buffer om een tijdelijke neergang op te vangen. Ik denk dus dat het allemaal wel zal meevallen.” Dus geen oproep aan de overheid om te hulp te schieten? “Ik ben niet zo voor overheidssteun, ik vind dat we moeten kijken wat we zelf kunnen. De overheid heeft flink ingegrepen in de financiële sector. Ik denk dat verschillende branches, ook die van ons, zichzelf moeten kun-

Bouw verwacht moeilijk jaar Als gevolg van de kredietcrisis en de sterke groeivertraging van de Nederlandse economie zijn de vooruitzichten voor de bouwproductie in korte tijd belangrijk verslechterd. Dat stelde het Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid (EIB) afgelopen maand. De EIB voorziet dat de bouwproductie in 2009 en 2010 cumulatief met tien procent zal dalen. “Dat is een productieverlies van ruim vijf miljard euro”, aldus de EIB. In 2008 realiseerde de sector nog een groei van één procent. De komende twee jaar zal de werkgelegenheid in de sector met vijf procent teruglopen, zo verwacht het EIB. Dat is een verlies van ruim 20.000 arbeidsjaren. In eerste instantie zullen flexibele arbeidskrachten daarvan de dupe worden. “Er zijn 14.000 bedrijven actief in de bouw waaronder veel MKB-bedrijven” vertelt EIB-directeur Van Hoek. “Het zou kunnen leiden tot faillissementen en verlies van werkgelegenheid bij de toeleveranciers.’’ De onderzoekers van het EIB concluderen dat er vanaf 2011 weer productieherstel zal optreden, waarbij het herstel van de werkgelegenheid met enige vertraging zal volgen. Volgens de EIB is het ‘doemscenario’ van begin jaren 80 van de vorige eeuw een onwaarschijnlijkheid, aangezien de uitgangspositie nu beter is. Begin jaren tachtig van de vorige eeuw was sprake van een “guur economisch klimaat, met een werkloosheid van tien procent. De reële rente steeg scherp en de huizenprijzen gingen nominaal met 35 procent omlaag”, aldus het EIB.

nen redden. Wat ik wel vraag is dat ze hun eigen bestedingen op peil houden. Meer zullen wij niet vragen.” Kamminga: moeilijk kwartaal Voorzitter Jan Kamminga van de industriële werkgeversvereniging’ FME-CWM (metaal-, kunststof-, elektronica- en elektrotechnische industrie en aanverwante sectoren) presenteerde niet zo lang geleden de jongste resultaten van zijn jaarlijkse FME-Conjunctuurenquête. De thermometer van een branche, waaraan de verfindustrie een procent of zeven van de jaaromzet levert. De vooruitzichten gaven een wisselend beeld te zien, maar waren niet dramatisch. Zo

4

19


praktijk

werd voor 2009 een omzetgroei verwacht van 1,6 procent. Dat was gelijk aan de omzetgroei voor heel 2008. In de eerste helft van 2008 was nog sprake van een stijging van 7,3 procent, in 2007 werd een omzetgroei behaald van 7 procent. De exportverwachtingen werden niet als slecht beoordeeld: verwacht werd een groei voor 2009 van 3,8 procent, vooral dankzij opkomende markten. Flink minder dan 2007 (12,2 procent groei), maar beter dan 2008 (3,5 procent). Van de FME-leden verwachtte 69 procent een stijging dan wel gelijkblijvende omzet in 2009, terwijl 31 procent een omzetdaling zei te verwachten. Uit onze conjunctuurenquête bleek verder dat in het derde kwartaal van 2008 een orderverlies is geleden van 3,8 procent. Hoewel 40 procent aangaf dat de orderontvangst was afgenomen, liet een meerderheid van 60 procent weten dat de orderontvangst was gelijkgebleven of zelfs toegenomen. Als het gaat om het aanvragen van nieuwe kredieten, verwachtte 48 procent van de ondervraagden geen negatieve effecten van de financiële crisis te zullen ervaren. De overige 52 procent dacht dat de crisis de kredietaanvraag negatief zou gaan beïnvloeden. Toch dacht niet meer dan een vijfde van die groep dat er sprake zou zijn van een sterk negatief effect. Voor Kamminga reden om nog geen twee maanden geleden te concluderen dat er reden was voor optimisme. Maar veranderingen gaan vandaag-de-dag met de snelheid van het licht. Puinhoop “Afgelopen zomer dachten we nog dat de problemen van de kredietcrisis aan de reële economie voorbij zouden gaan en dat alleen de banken er een puinhoop van hadden gemaakt”, illustreert Kamminga. “Deze crisis wijkt vooral af van de vorige doordat de omstandigheden wekelijks en soms bijna dagelijks wijzigen. Zelfs in september nog dachten belangrijke sectoren van de industrie dat zij een goedgevulde orderportefeuille hadden. Voor sectoren die langlopende orders kennen, zoals de scheepsbouw en de toelevering aan de energiesector, geldt dat nog steeds, maar andere sectoren zien de problemen snel toenemen. De orderontvangst is in oktober en november aanzienlijk afgenomen. Bedrijven proberen nu wat te schuiven met orders, zodat ze met gebruik van feest- en snipperdagen het eind van het jaar halen in de hoop dat de markt in het nieuwe jaar weer een beetje aantrekt. Maar de vooruitzichten zijn niet goed, dus ik vrees dat we in februari of maart echte problemen kunnen verwachten. Het respijt dat je met het vooruitschuiven van werk kunt verdienen, stopt een keer. Dat betekent dat we een moeilijk eerste kwartaal van 2009 moeten vrezen. En dan moeten bedrijven maatregelen nemen om de kosten te drukken. Dat betekent de eerste ontslagronden.” U bent dus somberder dan twee maanden geleden. Naar aanleiding van de uitkomsten van de con-

20

die tijd hebben ze misschien iets anders gevonden. “Dat is waar. Crises zijn nooit vergelijkbaar. Tijdens de diepgaande crisis van eind jaren zeventig en begin jaren tachtig kampten we in Nederland met torenhoge rentes, dalende huizenprijzen en massawerkloosheid. Nu is de rente historisch laag en heeft ze de neiging om te dalen. De problemen bestaan er tegenwoordig uit dat huiseigenaren die een woning hebben gekocht, hun eigen huis niet snel kwijtraken. Daarom neemt vrijwel iedereen het zekere voor het onzekere en gaat pas kopen als het eigen huis is verkocht. En op de arbeidsmarkt zitten we met de krankzinnige situatie dat we aan de ene kant structureel een tekort aan technisch personeel hebben en aan de andere kant conjunctureel een overschot. Daarom hebben we aangedrongen op het beschikbaar stellen van de WW-middelen om tijdelijke werktijdverkorting mogelijk te maken, zodat bedrijven de moeilijke periode kunnen overbruggen. Die tijd kan nuttig besteed worden om medewerkers bij te scholen. Ik verwachtte veel van zo’n maatregel, maar ik ben een beetje teleurgesteld dat de geïntroduceerde maatregel maar loopt tot 1 januari.”

‘Na 2010 zal de conjunctuur zich herstellen’ junctuurenquête zag u nog reden voor optimisme. “Mijn leden zijn somberder geworden en ik dus ook.” U vreest ontslagen, maar is een ander verschil met vorige crises niet dat de arbeidsmarkt nu wezenlijk anders is? De mensen die nu worden ontslagen zijn over een jaar misschien weer hard nodig. En tegen

Jan Kamminga startte in 1969 als makelaar in Groningen. Van 1976 tot 1986 was hij tevens lid van het hoofdbestuur van de VVD, vanaf 1981 als voorzitter. Van 1989 tot 1996 was hij voorzitter van het Koninklijk Nederlands Ondernemers Verbond (KNOV) en zijn opvolger MKB-Nederland. Van 1997 tot 2004 was hij Commissaris van de Koningin in Gelderland. Sinds 1 januari 2005 is hij voorzitter van de FME-CWM (Vereniging van ondernemingen in de metaal-, kunststof-, elektronica- en elektrotechnische industrie en aanverwante sectoren). De organisatie is gevestigd in Zoetermeer en telt zo’n 3.000 leden. Kamminga treedt op als gastspreker tijdens de VVVF-ledenvergadering op 11 december.

En dat een afzetdaling van 30 procent moet worden aangetoond? “Dat vind ik niet zo erg. Een afzetdaling van twintig procent levert problemen op, maar bedrijven in de industrie hebben behoorlijk vlees op de botten. De afzet was een paar jaar geleden bijwijze van spreken 80, ze steeg naar 140 en daalt dan naar 110. Dat zijn ontwikkelingen die een sterk bedrijf even kan opvangen, maar als het veel meer wordt, gaat het echt ten koste van het bestaan en dat zouden we niet moeten willen.” Hebben er zich al bedrijven uit uw branche aangemeld voor werktijdverkorting? “Concreet nog niet veel, misschien enkele tientallen. Op een totaal van vele duizenden bedrijven is dat niet veel. Ik heb bedrijven geadviseerd in scenario’s te denken: welke maatregelen moet ik treffen bij welke omstandigheden? Bedrijven zien nu de orderomvang tien tot twintig procent teruglopen, de volgende fase treedt in als de daling naar 30 of 40 procent gaat. Dat is nog niet op grote schaal aan de orde.” Voor 1 januari moeten bedrijven beslissen of ze een beroep doen op de regeling van minister Donner. Dat is kort dag. “Ik ga er van uit dat we in de loop van de maand met de minister het verloop van de regeling evalueren en dat er een mogelijkheid is om haar te verlengen. Ik kan me niet voorstellen dat het kabinet massa-ontslagen op zich af wil laten komen.” Het is koffiedik kijken, maar met welke termijn houdt u rekening als het gaat om de lengte van de conjuncturele neergang?


Gespot “Ik ben optimistisch onder één voorwaarde: we moeten met elkaar het bankensysteem op orde krijgen. Als ik kijk naar de onderliggende economische realiteit, dan is er geen reden voor een langdurige crisis: we hebben in Nederland een goede industrie, er wordt veel geïnnoveerd, we hebben gekwalificeerde mensen en opkomende markten. In Rusland stijgen de salarissen binnenkort voor de tweede keer met tien procent, Chinezen krijgen steeds meer te besteden, India en Brazilië doen het goed, kortom: over hele wereld neemt de welvaart toe. Alleen door de ellende met banken hebben we te maken met een terugslag. Daarom verwacht ik dat de reële economie zich vrij snel herstelt.” Kwam nog een akkefietje tussendoor tussen u en kredietverzekeraar Atradius, die met een pennenstreek 20.000 bedrijven op de zwarte lijst had gezet omdat ze als gevolg van de kredietcrisis en de economische achteruitgang niet meer kredietwaardig zouden zijn. U was daar erg boos over. “Ik was vooral boos over het gemak waarmee er zomaar een streep werd gezet door 20.000 bedrijven zonder enige aankondiging en onderbouwing. Na contact met Atradius werd duidelijk dat bedrijven ook wel wat laks waren geweest met het leveren van actueel cijfermateriaal. In spannende omstandigheden is dat natuurlijk wel van belang. Als de hele wereld instort, moeten ze natuurlijk maatregelen nemen. Anders gaan ze failliet en daar heeft niemand wat aan. Ik heb beloofd onze leden te wijzen op dat belang en Atradius beloofde genuanceerder naar de cijfers te kijken.” En de overheid zou een deel van de garantiestelling voor haar rekening moeten nemen. “Minister Bos heeft nog maar kort geleden de Nederlandse banken voor enorme bedragen garanties verstrekt. Ook verzekeraars kunnen een beroep doen op die garantiefondsen. Wat let Atradius bij minister Bos aan te kloppen als het behoefte heeft aan een warme jas en muts voor de winter? De overheid kan natuurlijk met spoed de garantieregelingen voor kredietverlening aan bedrijven verbeteren, want ook dat laat nu te wensen over.” Dit is een verf- en inktblad en u bent gastspreker tijdens de VVVF-ledenvergadering, dus: wat gaan verf- en inktfabrikanten merken van de problemen in uw sector? “Ik denk dat het wel meevalt, dat de sector niet al te somber hoeft te zijn. Ik sluit me daarvoor aan bij wat Jan van Walsem zegt. Huizenbezitters gaan hun huis verbeteren en verfraaien. Schilderen is dan een relatief betaalbare manier om snel mooie resultaten te boeken. De vermindering van opdrachten in de nieuwbouw zal waarschijnlijk niet helemaal, maar wel voor een deel worden gecompenseerd door werk in het onderhoud.” En in uw eigen sector? “De industrie is niet de belangrijkste afzetmarkt voor de verfindustrie, dus daar zullen de gevolgen ook wel mee-

verf&inkt 02 - 2008

Industrie krimpt fors De activiteit van de Nederlandse industrie is in november naar een recorddieptepunt gezakt. Dat blijkt uit de maandelijkse inkoopmanagersindex van de Nederlandse Vereniging voor Inkoopmanagement (NEVI), die begin deze maand werd gepubliceerd. De index staat nu op het laagste niveau sinds het onderzoek in 2000 begon. Uit de jongste peiling blijkt onder meer dat het aantal orders uit binnen- en buitenland in recordtempo is afgenomen. De index is afgelopen maand uitgekomen op 38,7 tegen 45,3 in oktober. Een stand onder de 50 betekent dat de industrie krimpt.

vallen. Maar als wij geen opdrachten krijgen, is er ook niets te spuiten en te schilderen.” Naast de gevolgen van de economische crisis staat tijdens de VVVF-ledenvergadering innovatie centraal. Moeten we dat even vergeten in een tijd van economische recessie? “Opverend: “Dat is een levensvoorwaarde, nee: een overlevingsvoorwaarde. Nederland kan alleen zijn welvaartsniveau handhaven als we beter zijn dan andere economieën. Niet goedkoper, want die slag winnen we nooit, maar beter en slimmer. Goede logistiek, afspraken nakomen, hoge productie, slim produceren en vernieuwen. Dat zijn de steekwoorden. China en India hebben daar nog geen tijd voor. Verstandige bedrijven verminderen hun innovatie-verrichtingen niet. Dan weet je namelijk zeker dat je het loodje legt. Dat geldt ook voor kleinere bedrijven. Vergeet niet: de meeste innovaties en de meeste toepasbare innovaties komen uit het mkb. Vaak worden ze daar overigens niet gezien als innovatie. Dan gaat het om een kleine aanpassing om tegemoet te komen aan een probleem van de klant. 95 procent van de innovaties gaat om kleine verbeteringen, waarbij de ondernemer echt niet ’s avonds thuiskomt met het verhaal dat hij die dag heeft geïnnoveerd. En vaak vraagt hij er ook geen subsidie voor. De innovaties uit de grote labs zijn natuurlijk ook belangrijk, maar vaak blijven die op de plank liggen tot de markt er rijp voor is. Heel belangrijk dat ze tot stand komen, maar mijn advies is altijd: vergeet de mkb-er niet die zonder al te veel grote verhalen een verbetering tot stand brengt die bij wijze van spreken de volgende dag toepasbaar is.” •

Volgeboekt “Er zijn ook mensen die profiteren van de situatie. De schilder die ik sprak, zei baat te hebben bij de crisis. Mensen verkopen niet, maar onderhouden hun huis nu. Hij zat helemaal volgeboekt voor de komende tijd” (Notaris Ed Engelen uit Smilde, op de juridische nieuwssite Novocatie van 30 oktober) • Daadkracht “Het getuigt van daadkracht dat wij in staat zijn iets te bedenken dat binnen een half jaar leidt tot 50 euro op de bankrekening. U kunt lokaal deze actie promoten als PvdA-actie. Zo zal het succes op uw lokale afdeling uitstralen” (Staatssecretaris Aboutaleb van Sociale Zaken over het kabinetsbesluit minima in december een extra uitkering van 50 euro te verstrekken, in een vertrouwelijke email aan lokale PvdA-bestuurders) • Initiatiefrijk “Ondernemers zijn initiatiefrijk en dit is een creatief initiatief” (Directeur Lodewijk van der Grinter van Koninklijke Horeca Nederland over caféhouders in Den Bosch die vanaf 14 november roken in hun etablissement weer toestaan, op Radio 1) • Maar… “Er is ruimte voor een omroep waar rechtsdenkende mensen hun verhaal kunnen doen zonder steeds te moeten beginnen met ‘ik wil niet discrimineren, maar…’” (Ronald Sörensen, politicus voor Leefbaar Rotterdam en initiatiefnemer van de omroep in oprichting Populistische Omroep Nederland, op 20 november op radio 1) • Spelfouten “Mijn grootste mislukking is dat ik dyslectisch ben en daardoor diverse spelfouten heb gemaakt tijdens het tatoeëren” (Tatoeëerder en schilder Henk Schiffmacher in HP/ De Tijd van 21 november)

21


achtergrond

Jan Lindeboom (Ralston) en Elco Fritzsche (Sikkens) over vernieuwing in bouwverven

Zonder schilder geen innovatie Wil Nederland zijn vooraanstaande positie in de verfwereld behouden, dan zal de industrie zich moeten blijven vernieuwen. Hoe staat het eigenlijk met de vernieuwing in de bouwvervenmarkt? Verf & Inkt voeg het aan twee ervaren specialisten van Sikkens en Ralston. “Ik hoop dan ook dat na 2010 – als de regelgeving tot rust is gekomen – er meer ruimte komt voor innovatie, met meer focus op toegevoegde waarde.” Te k s t : Pe t e r B o o r s m a - F o t o’s : Pe t v a n d e L u i j t g a a r d e n Over één ding zijn Elco Fritzsche van Sikkens Bouwverven en Jan Lindeboom van Ralston het roerend eens: Nederland is een verfland bij uitstek. Door het bijzondere klimaat, dat maakt dat hout binnen de kortste keren wegrot als het niet beschermd wordt. Doordat in Nederland alles er mooi uit moet zien en ‘strak in de verf’ moet zitten. En misschien zelfs wel omdat de wetgeving altijd net iets strenger is dan in andere landen. Met een paar zeer grote bedrijven en een sterk bezet middenveld speelt Nederland dan ook een vooraanstaande rol in de verfwereld. Of Nederland die positie kan behouden hangt in sterk af van de mate waarin de industrie er in slaagt te blijven vernieuwen. De afgelopen jaren zijn er veel nieuwe producten ontwikkeld voor industriële toepassingen. Maar hoe staat het eigenlijk met de innovatie op het gebied van de bouwverven?

in overleg met overheden over wet- en regelgeving. Wat verstaan Fritzsche en Lindeboom eigenlijk onder innovatie? “In de kern is innovatie het leveren van toegevoegde waarde”, aldus Lindeboom. “De hele verfindustrie vraagt zich voortdurend af hoe ze toegevoegde waarde in de markt kunnen brengen om zo een voorsprong te nemen op de naaste concurrenten. Dat kan gaan om een nieuw product, maar ook om een nieuwe vorm van applicatie of distributie. In principe is overal in de keten – van grondstof tot aan de al opgebrachte verf – innovatie mogelijk. Je kijkt naar de producteigenschappen van je eigen producten, maar ook naar andere manieren om de schilder te kunnen helpen. Als het zich maar vertaalt in een meerwaarde van de klant.”

Ervaring

Fritzsche: “Voor ons is er sprake van innovatie als er wordt voldaan aan twee voorwaarden. De vernieuwing moet een voorsprong geven op de concurrentie, en het moet voldoen aan een behoefte in de markt. Innovatie kan een nieuw product zijn. Het kan ook een concept zijn zoals het PowerPaint Support TM ‘Levensduurmodel’, waarmee een schilder zijn opdrachtgever precies kan voorrekenen wanneer hij wat moet laten schilderen. Gaat het om productinnovatie, dan moet het innovatieve van het nieuwe product herkenbaar zijn in het product en voor de klant.” De manier waarop in 2006 Rubbol XD is gelanceerd, is volgens Fritzsche een goed voorbeeld. “Al in 1993 – lang voordat de wetgeving zich aankondigde - zijn we gaan kijken hoe we producten konden ontwikkelen met minder oplosmiddelen. Een verantwoordelijkheid die Akzo Nobel graag inneemt. We zijn begonnen met ons topproduct:

Jan Lindeboom werkt al meer dan twintig jaar ‘in de verf’, waarvan achttien jaar als hoofd van het lab van Van Wijhe Verf in Zwolle. Sinds een jaar houdt hij zich bezig met kleur en technologie en de verkoop van Ralston, het internationale merk van Wijzenol, in Azië. Een aantal maal per jaar is hij te vinden in Sri Lanka, Indonesië en China, waar Ralston samenwerkt met lokale productiebedrijven. Elco Fritzsche doet, na ruim twintig jaar bij AkzoNobel, waar hij een groot aantal functies heeft doorlopen, qua ervaring niet onder voor Lindeboom. Sinds 2005 maakt hij deel uit van het management team. Als technical manager Sikkens Bouwverven houdt hij zich onder meer bezig met productontwikkeling, de samenwerking tussen de laboratoria en marketing, innovatie en klachten en is hij namens Sikkens en de VVVF gesprekspartner

22

Vo o r w a a r d e n

Rubbol SB. Uitgangspunt was dat het nieuwe product niet alleen minder oplosmiddelen mocht bevatten, maar ook beter moest zijn, met een hogere duurzaamheid. Een nieuwe standaard in de markt van morgen.Omdat er echter geen geschikt bindmiddel voorhanden was, hebben ons eigen bindmiddel ontwikkeld. Het eerste product was tien jaar later al gereed maar we wilden er absoluut zeker van zijn dat de nieuwe coating minimaal de kwaliteit van Rubbol SB zou hebben. Uiteindelijk heeft dat geresulteerd in de introductie in 2006 van Rubbol XD, op basis van een nieuw, door ons ontwikkeld bindmiddel, STaR. Het nieuwe product gaat niet alleen langer mee, er is ook nog eens veel minder product nodig. Bovendien voldoet het al aan de eisen ten aanzien van hoeveelheid VOC (vluchtige organische componenten – red.) voor 2010.” Lindeboom heeft wel twijfels bij de vlucht die het begrip ‘innovatie’ heeft genomen. “Het is een containerbegrip geworden. Bijvoorbeeld op het gebied van bindmiddelen heeft er wel degelijk vernieuwing plaatsgevonden, vaak onder druk van nieuwe regelgeving. Maar het heeft nog geen betere of sneller drogende verf opgeleverd.” Regelgeving In een interview in het blad Chemie magazine van de VNCI begin dit jaar erkende VVVF-voorzitter Kees Kuijken dat er van de wet- en regelgeving een stimulans uitgaat om producten te ontwikkelen met minder oplosmiddelen. De keerzijde is volgens Kuijken dat bedrijven hun r&dcapaciteit voor een belangrijk deel moeten inzetten op het halen van de voorgeschreven normen. “In plaats van onderzoek te doen naar innovaties is een deel van het lab bezig met vergaderen, de Staatscourant lezen en formulieren invullen.”


achtergrond

Lindeboom (Ralston): “Innovatie is niet zozeer iets tastbaars, het zit veel meer in de waarden en het denken van de organisatie.”

Lindeboom herkent dat beeld. “Regelgeving kan innovatie stimuleren, maar ook blokkeren. Het gaat ten koste van de vrijheid om te innoveren omdat je moet gaan voldoen aan de eisen van de overheid. We moeten naar verven met minder oplosmiddel, iets waarvan je je sowieso kunt je afvragen of dat wel positief uitvalt voor het milieu als je de hele life cycle in beschouwing neemt. De wens van de overheid om wat te doen aan de meest zichtbare dingen heeft ondertussen veel aandacht opgeslurpt. Ik hoop dan ook dat na 2010 – als de regelgeving tot rust is gekomen – er meer ruimte komt voor innovatie, met meer focus op toegevoegde waarde. Dat er smart coatings komen die goedkoper zijn, minder arbeid vergen of langer meegaan.” Fritzsche denkt dat regelgeving wel een grote invloed heeft gehad op de vernieuwing van verven. Verven met minder oplosmiddelen en hoge duurzaamheid in het dekkende als transparante verfassortiment voor op hout en metaal. In andere assortimenten is de autonome vernieuwing gewoon doorgegaan. Zo is er een spuitbare verf voor hout en steenachtige ondergronden gekomen: efficiencyproducten die het mogelijk maken om repeterend werk snel met veel minder ‘overspray’ te voorzien van een verfsysteem. , Voor vloeren van parkeergarages is er nu een tweecomponentensysteem dat het mogelijk maakt de vloeren van een parkeergarage in één nacht te voorzien van een slipvaste vloerafwerking. Schilders Als het gaat om innovatie in bouwverven wordt ‘de schilder’ vaak genoemd als belemmerende factor. Schilders zouden strak blijven vasthouden aan hun manier van werken en niets willen weten van nieuwigheden.

Schilders hebben volgens Lindeboom inderdaad de reputatie conservatief te zijn. “De kwast is al sinds 1500 in gebruik. Maar we moeten wel beseffen dat schilders zich in een spagaat bevinden tussen enerzijds vakmanschap en kosten. Een verf die twee keer zo lang mee gaat, betekent voor de schilder de helft minder omzet. Maar juist omdat we met verf een halffabrikaat leveren ontkomen we er niet aan intensief met andere partijen in de keten samen te werken.”

‘De kwast is al sinds 1500 in gebruik’ Fritzsche gelooft niet dat schilders geen duurzame verf zouden willen. Het klopt inderdaad dat vijftien procent van de kosten van een schilderbeurt bestaat uit verf en 85 procent aan arbeidskosten. “Maar als een schilder met ons ‘Levensduurmodel’ kan uitleggen aan een beheerder van een gebouw dat hij in 25 jaar één of meer schilderbeurten kan uitsparen, heeft hij er een vaste klant bij. Want 60 à 70 procent van het onderhoudsgeld van de beheerder gaat immers op aan schilderen. Daarnaast is er nog steeds een groot tekort aan kwaliteitsschilders om al het beschikbare schilderwerk uit te voeren.”

Het is wel erg belangrijk schilders mee te nemen in nieuwe ontwikkelingen en ze de tijd te gunnen aan nieuwe applicatietechnieken te wennen, zo heeft Fritzsche gemerkt. “We hebben leergeld betaald met de snelle introductie van watergedragen verven in 2000. Toen is er branchebreed de fout gemaakt de schilders met de nieuwe watergedragen verf te ‘overvallen’. Schilders maar ook opdrachtgevers waren er gewoon nog niet klaar voor. Daarnaast kregen High solid verven bij schilders ook een slechte naam. Precies daarom zijn we al in 2006 gekomen met een verf die het zelfde appliceert als de traditionele verven en een hoogglanzend strak eindresultaat geeft en ook al VOC 2010-compliant is. De goede manier van opbrengen is alleen net even anders - zo moet je goed opletten dat je de verf niet te dik opbrengt en daarnaast is een goede aandacht en zorg voor de ondergrond met name bij grofporige houtsoorten essentieel. Maar applicateurs hebben wel vier jaar de tijd om met het nieuwe product te leren werken.” Organisatie Wil innovatie kans van slagen hebben, dan moet het volgens Lindeboom meer zijn dan beleden beleid. “Innovatie moet goed zijn ingebed in de organisatie. Iedereen binnen organisatie moet kien zijn op verbeteringen.” Hij vindt dat medewerkers alert moeten zijn bij alles wat ze zien of horen en bij gesprekken die ze opvangen. “Vaak ontbreekt ook de durf om iets helemaal anders te doen. Zeker in een strak geleide organisatie is innovatie heel lastig. Innovatie wordt te vaak gezien als iets tastbaars of de taak van een afdeling. Innovatie zit veel meer in de waarden en het denken van de organisatie.”

4

verf&inkt 02 - 2008

23


Hoe veilig werkt u? Het werken met verf kan bij verkeerd gebruik leiden tot gezondheidsklachten en onveilige situaties. Voor u als professionele schilder is het dan ook belangrijk om te weten hoe u veilig kan werken met een verfproduct. Welke voorzorgsmaatregelen moet u treffen om onveilige situaties en gezondheidsklachten te voorkomen en hoe moet u handelen bij een bepaalde calamiteit? U vindt dit terug in het veiligheidsinformatieblad van het verfproduct en in de verkorte informatie per productgroep. Kijk snel op:

www.veiligmetverf.nl Een initiatief van verffabrikanten (VVVF) en verfgroothandelaren (VVVF).

       !

    


achtergrond

Fritzsche (Sikkens): “De beschikbaarheid van grondstoffen en bindmiddelen zal een bottleneck worden en dus moeten we blijven zoeken naar nieuwe producten of nieuwe concepten.”

Fritzsche is ervan overtuigd dat een groot concern als AkzoNobel zijn klanten moet kennen maar ook vooruit moet durven denken. “Je moet out of the box kunnen denken over applicaties en systemen. AkzoNobel kan het zich niet veroorloven om in de middenmoot terecht te komen. Sikkens wil een innovatief merk zijn, maar dat moet je dan wel invullen en inderdaad met innovatieve producten of concepten komen. Je moet het beter doen dan de concurrent. En dan kun je niet volstaan met het ontwikkelen van nieuwe producten op basis van de bestaande grondstoffen. Dat is onvoldoende onderscheidend.” Maar als dat een belangrijke voorwaarde is, is het voor een kleinere speler als Van Wijhe Verf dan wel mogelijk om gelijke tred te houden op het gebied van innovatie? “Van Wijhe wordt zeker niet weggespeeld”, antwoordt Lindeboom resoluut. “We kunnen alleen niet alles doen. Kleine fabrikanten kunnen niet terugvallen op een groot centraal laboratorium. Van Wijhe heeft dertig mensen in het lab op een totaal personeelsbestand van 180. Dat is relatief veel en dat moet je natuurlijk wel op de een of andere manier kunnen terugverdienen. Daarom geldt: hoe kleiner de speler, hoe meer focus er nodig is.” Soms heeft het volgens Lindeboom ook voordelen klein te zijn. “We zijn veel flexibeler en de lijnen naar de afnemers zijn veel korter. Het domste dat we kunnen doen is naar de grote broers kijken; je moet je op de een of andere manier blijven onderscheiden.” Ook Fritzsche ziet dat kleinere bedrijven in nichemarkten met producten komen waar grotere concerns niet op focussen. “Maar een grote firma heeft wel de moge-

verf&inkt 02 - 2008

lijkheid capaciteit op het lab te krijgen. Daarnaast zijn grote spelers minder afhankelijk van bijvoorbeeld de bindmiddelen die op de markt worden aangeboden.” Kleine stapjes Zijn er de komende jaren nog grote doorbraken te verwachten als het gaat om innovatie in bouwverven? “Ja”, zegt Fritzsche zonder enige aarzeling. “De beschikbaarheid van grondstoffen en bindmiddelen zal een bottleneck worden en dus moeten we blijven zoeken naar nieuwe producten of nieuwe concepten. In Nederland beschikken we nog niet over een winterverf die VOC 2010 compliant is. Een grote uitdaging voor ons. We komen in 2009 met een innovatieve oplossing hiervoor. Of zouden we niet samen met de schilders en de leveranciers nieuwe vormen van afscherming moeten ontwikkelen en om maar een schot voor de boeg te geven: Moeten we niet ook ’s zomers afgeschermd gaan werken?”. Dat zou pas een novum zijn.” Lindeboom verwacht de komende jaren geen grote doorbraken op het gebied van bouwverven. “Als techneut zie ik wel dat kleine gimmicks worden uitvergroot. Neem bijvoorbeeld het Decorad-project; een stralingsdroge verf die met behulp van een stralingslamp binnen 10 minuten droog is. Natuurlijk doen marketeers er alles aan om dat als een radicale vernieuwing te presenteren. Maar het is de vraag of je dat een doorbraak kunt noemen. De laatste doorbraak was in de jaren dertig, met de introductie van de alkydharsen. De ontwikkelingen in de verf zijn nooit spectaculair geweest; het gaat altijd in kleine stapjes.” •

Innovatie in crisistijd In tijden dat de journaals worden gedomineerd door items over de kredietcrisis dringt de vraag zich op wat de gevolgen zullen zijn van deze crisis voor innovatie. “Natuurlijk moet een bedrijf rendabel genoeg zijn om capaciteit vrij te maken voor de ontwikkeling van nieuwe producten of concepten”, oordeelt Elco Fritzsche van Sikkens Bouwverven. “Het is de vraag of dat specifiek met deze crisis te maken heeft. Voor ons geldt in ieder geval dat we onze kracht als innovatief bedrijf altijd willen waarmaken. En juist in crisistijd kunnen wij ons daarin onderscheiden.” “De crisis heeft geen invloed op de academische geldstromen; de wetenschap zal zich in ieder geval blijven ontwikkelen”, zegt Rolf van Benthem, die zich als hoogleraar coating technology vooral bezig houdt met het ontwikkelen van zelfherstellende coatings. “Natuurlijk is academisch onderzoek nog geen innovatie. Maar ik kan me goed voorstellen dat als er geloof en vertrouwen is in eigen technologie, er juist een goede periode aanbreekt voor innovatie. Als het wat minder gaat en de dagelijkse gang van zaken wat minder aandacht opslorpt, is er meer tijd om na te denken over vernieuwing.”

25


innovatie

Discussie over de beloftes van nanotechnologie

Verzwijgt de industrie de risico’s van het werken met nanodeeltjes? Bij innovatie wordt tegenwoordig al snel gedacht aan nanotechnologie. Ook in de verfindustrie. Door toevoeging van nanodeeltjes kunnen verven gemaakt worden met heel bijzondere eigenschappen, van zelfherstellende verven tot volstrekt transparante coatings. Maar onderzoekers en pressiegroepen beschuldigen de industrie ervan bewust niet te reppen van de risico’s en verwijzen naar drama’s zoals met asbest. Hebben zij een punt?

Te k s t : Pe t e r B o o r s m a F o t o’s : Pe t v a n d e L u i j t g a a r d e n

Dat nanotechnologie tot de verbeelding spreekt en dat er veel van verwacht wordt is zeker. Nanotechnologieën kunnen bijdragen aan versterking van de economische structuur en de economische concurrentiepositie, zo stelde het kabinet twee jaar geleden in een visiedocument. Het kabinet verwacht zelfs dat nanotechnologieën oplossingen kunnen bieden voor problemen op het gebied van milieu, volksgezondheid, voeding, duurzame energie en veiligheid. Nanodeeltjes zijn minuscule stofjes, niet groter dan een duizendste deel van de doorsnede van een menselijk haar; één nanometer is één miljoenste van een millimeter. Nanodeeltjes komen van nature voor en kunnen ook ontstaan bij verbrandingsprocessen zoals in dieseluitlaatgassen of bij het branden van een waxinelichtje. Nanodeeltjes kunnen ook ontworpen worden in een laboratorium. Ze kunnen dan heel andere eigenschappen hebben dan de oorspronkelijke grotere deeltjes van dezelfde stoffen en dat maakt allerlei nieuwe toepassingen mogelijk, Gesproken wordt al over waterzuiveringsmethoden, het opruimen van olievlekken, conservering van voedsel en de productie van bijzondere medicijnen. Superkrasvast Ook de verfindustrie heeft grote belangstelling voor nanotechnologie, want ook voor deze sector lijkt de nieuwe technologie veel moois in petto te hebben. Het gaat dan vooral om toevoeging van nanodeeltjes aan coatings, waardoor deze bijzondere eigenschappen krijgen. Door toevoeging van bewust geproduceerde nanodeeltjes zouden bouwverven zelfherstellend kunnen worden. Coatings kunnen zelfreinigend, superkrasvast of superwaterafstotend worden. Ook antibacteriële verf voor ziekenhuizen behoort tot de mogelijkheden en zelfs verven met zonnecellen zijn denkbaar. Fotokatalytische verf wordt al volop toegepast. VVVF-voorzitter Kees Kuijken verwacht dat als alle beloften uitkomen die aan nanotechnologie worden verbonden, de sector een mooie tijd tegemoet gaat. Maar hij voelde zich in februari ook geroepen de verwachtingen wat te tempe-

26

ren: “We kijken naar de mogelijkheden, maar ook naar de mogelijke risico’s.” Want juist die bijzondere eigenschappen van de nanodeeltjes zouden ook nieuwe en nog niet goed begrepen risico’s kunnen opleveren voor het menselijk lichaam. Sommige onderzoekers en pressiegroepen betichten de industrie ervan de risico’s van het werken met nanodeeltjes voor de gezondheid bewust te verzwijgen. Begin dit jaar suggereerde FNV-federatiebestuurder Leo Hartveld dat de industrie het niet zo nauw neemt met de gezondheid van de medewerkers. Hij stelt dat het bedrijfsleven geheimzinnig doet over de risico’s van nanotechnologie. “Schijnbaar is er veel te verbergen”, oordeelde hij toen een gepland bezoek aan een laboratorium van AkzoNobel op het laatste moment werd afgezegd. Verzekeringen van overheid, bedrijfsleven en kennisinstellingen dat ook de risico’s worden onderzocht, worden lang niet altijd geloofd. Afgelopen maand nog pleitte de Amerikaanse hoogleraar milieugezondheidswetenschappen Ellen Silbergeld voor veel meer geld voor onderzoek naar de risico’s van nanotechnologie. De overheden hebben volgens haar niets geleerd van eerdere introducties van nieuwe technologieën zoals die van bestrijdingsmiddelen, asbest, lood, genetisch gemodificeerde organismen of gentherapie. “De enige die van de debatten hebben geleerd, is de industrie. Die is zo stil als een muis en voert de technologie geruisloos in”, aldus Silbergeld in een interview in de Volkskrant. Ve r z w i j g e n Is het nu inderdaad zo dat de industrie de risico’s van het werken met nanodeeltjes verzwijgt? “We zijn wel degelijk druk doende de risico’s in kaart te brengen en ook intern de awareness te verhogen. We gaan niet alleen uit van de voordelen, maar proberen ook de andere kant mee te nemen”, reageert Germ Visser, spokesperson nanotechnologies van DSM, dat onder meer ®claryl produceert, een coating met een nanostructuur die maakt dat het licht niet wordt weer-


innovatie

‘Ngo’s en industrie moeten het eens worden over veilig gebruik van nanodeeltjes’

kaatst maar wordt doorgelaten, waardoor de coating volstrekt transparant is. “Dat de industrie risico’s verzwijgt, is te vergezocht”, zegt ook Frans Jongeneelen van het bureau IndusTox Consult, dat bedrijven, branches en overheden ondersteunt en adviseert op het gebied van arbeidstoxicologie. “Inmiddels zijn er veel groepen bezig met het in kaart brengen van de risico’s, maar er is nog geen volledig overzicht.” Blootstelling aan nanodeeltjes is op zich niet nieuw. Bij verbrandingsprocessen komen immers vaak nanodeeltjes vrij, zoals bij het lassen of in een dieselmotor. Jongeneelen: “We weten dat synthetische nanodeeltjes zich kunnen verplaatsen in het lichaam en de hersenen kunnen binnendringen. We weten alleen niet hoe dat gebeurt. De risico’s lijken vooral te zitten in het inademen van nanodeeltjes, meer dan in huidblootstelling of orale opname. Maar precies weten we dat nog niet.” Daarbij is het ene deeltje het andere niet. Hoe minder oplosbaar, hoe groter het risico voor de gezondheid, aldus Jongeneelen. Ook de vorm van deeltjes speelt een rol. Zo wordt het steeds duidelijker dat blootstelling aan carbon nanotubes - minuscule maar zeer sterke koolstofbuisjes die bijzonder goed geleiden en kunnen worden toegepast in bijvoorbeeld elektronica – erg gevaarlijk kan zijn. Jongeneelen: “Nanotubes van een bepaalde lengte en een bepaalde diameter hebben dezelfde verschijningsvorm als asbestvezels. Er zijn inmiddels studies die wijzen op asbestachtige effecten. Maar dat heeft dus vooral te maken met persistentie en de fysieke verschijningsvorm, niet zozeer met de chemische samenstelling.” Overigens wordt er in de verfindustrie niet gewerkt met nanotubes. Life cycle Nanodeeltjes zouden op verschillende momenten een probleem kunnen opleveren. Om bij verf te blijven: bij de productie van de benodigde nanodeeltjes of bij de toevoeging aan de coating, bij het aanbrengen van de verf en de latere fases van de life cycle van het product, zoals bij schuren of afbranden.

verf&inkt 02 - 2008

Om het zekere voor het onzekere te nemen – het ‘voorzorgsprincipe’ – geschiedt de productie en toevoeging van nanodeeltjes in een volledig afgeschermde omgeving. Als het goed is, vindt er ook registratie plaats van de werknemers die met de deeltjes werken. Het productieproces blijft volledig contained totdat de nanodeeltjes zijn opgenomen in een zogenaamde ‘matrix’, een vloeistof of een vast materiaal waar de deeltjes niet uitkunnen. Zo gebeurt dat ook bij de productie van ®claryl bij DSM. Medewerkers in de verfindustrie lopen volgens Visser dan ook geen bijzonder gevaar, omdat de deeltjes dan al in een matrix zijn opgenomen. “De nanodeeltjes kunnen daar niet uit. Ook niet als eenmaal opgebrachte lakken worden geschuurd, zo blijkt uit onderzoek van de Duitse VVVF, het Verband der deutschen Lackindustrie. Ondertussen heb je dan wel een verf die veel harder en krasvaster is.” Visser vindt dat er veel te makkelijk beweerd wordt dat ‘deeltjes vrijkomen’. “Natuurlijk moet je voortdurend nagaan wat de risico’s zijn en het is goed dat er nu specifieke standaard tests in ontwikkeling zijn. Nu is het vaak zo dat bijvoorbeeld de industrie een en dezelfde uitslag ziet als gunstig terwijl de actiegroepen dezelfde uitslag zien als bewijs van hun stelling. Verschillende tests geven verder zeer uiteenlopende resultaten. En vaak worden proeven gedaan met onwerkelijke hoeveelheden. Bij één onderzoek zijn er zoveel deeltjes in de neus van ratten ingebracht dat ze waarschijnlijk gewoon door verstikking om het leven zijn gekomen.” Jongeneelen van Industox is minder stellig. Dat als de deeltjes eenmaal vastzitten in een matrix er geen gevaar aan blootstelling meer is, klinkt hem logisch in de oren. “Maar wat gebeurt er als de verf wordt afgebrand? Komen de deeltjes dan alsnog los? En wat gebeurt er als het product bij de afvalverwerking terechtkomt? Eigenlijk zou de keten – van productie tot recycling - van ieder afzonderlijk product moeten worden geanalyseerd en getest.” Het is volgens Jongeneelen altijd al zo geweest dat stoffen met nieuwe eigenschappen in het systeem terechtkomen voordat er aandacht is voor de nieuwe effecten en

4 27


s

gen l o v s ier a a w n Kleure Ral systeem het type 1 `7,25 pr. st.

vanaf 1000 st. `4,00

type 3 `18,00 pr. st.

vanaf 1000 st. `10,00

NIEUW Colors ard d n a t S British 6 kleuren 47 vanaf `29,75 P.O. Box 35 3840 AA Harderwijk The Netherlands

info@hellemakleurkaarten.nl www.hellemakleurkaarten.nl

kleurenwaaiers

kleurkaarten

tel. +31(0)341 - 42 70 72 +31(0)341 - 41 33 00 fax +31(0)341 - 42 49 00

showkaarten

pastilles


de klant

‘Kop in het zand steken is het domste wat je nu kunt doen’

de risicovolle eigenschappen. Dat is ook het geval geweest bij het onderzoek naar de hormoonverstorende eigenschappen van stoffen. “Net als de dopingcontrole loopt de toxicologie altijd achter de feiten aan.” Zonnecrème Visser van DSM vindt dat er in iedere situatie een afzonderlijke afweging gemaakt zou moeten worden. Neem de toevoeging van nanodeeltjes titaanwit aan zonnecrème, waardoor de bescherming tegen uv-stralen enorm verbetert. “Die crème is uit en te na getest. En zeker is dat als je in Australië woont, je beter díe zonnecrème kunt gebruiken dan de ouderwetse zonnecrème. Het mogelijke risico van de nanodeeltjes valt in het niet bij het risico van huidkanker bij het niet gebruiken van de nieuwe crème.” Het is volgens Visser niet moeilijk om meer vragen te stellen dan je kunt beantwoorden. “Daarom is het belangrijk dat er consensus komt onder alle stakeholders over de vraag hoe veilig om te gaan met nanodeeltjes. Gelukkig wordt hier door de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) hard aan gewerkt. Twee werkgroepen hebben veertien representatieve materialen geselecteerd voor onderzoek die tot in de finesse worden gekarakteriseerd. Op heel veel eindpunten worden die vervolgens toxicologisch onderzocht. Dat gaat helaas enkele jaren duren. Maar het is wel nodig dat we het eens worden over verantwoorde productie én gebruik van nanodeeltjes om te voorkomen dat we blijven soebatten over de uitkomsten van onderzoek.” Ook Jongeneelen wijst er op dat het toxicologisch onderzoek niet stilstaat. Sinds kort is de blootstelling aan heel kleine deeltjes ook te meten, hoewel die techniek nog wel gevalideerd moet worden. “En misschien moeten we wel tot nieuwe standaarden komen. Stofblootstelling wordt altijd beoordeeld op gewicht per kubieke meter. Maar dat gaat voor nanodeeltjes niet meer op. Daarbij is het aantal veel bepalender dan het gewicht.” Jongeneelen kan zich wel wat voorstellen bij aparte regelgeving voor introductie van producten met nanodeeltjes, zoals die er ook is voor de introductie van geneesmid-

verf&inkt 02 - 2008

delen, bestrijdingsmiddelen en radioactieve stoffen. Maar los daarvan zou het goed zijn als de hele industrie een generieke aanpak ontwikkelt om tot een optimale beheersing te komen. Een gezond-verstandbenadering op basis van wat we nu weten. Of alle aandacht voor de risico’s van nanodeeltjes terecht is of dat er sprake is van een hype zullen we in de toekomst pas weten. Zeker is wel dat je kop in het zand steken het domste is wat je nu kunt doen.” •

SER-advies In september heeft minister Donner van Sociale Zaken de Sociaal-Economische Raad (SER) advies gevraagd over de mogelijkheden om blootstelling aan nanodeeltjes op de werkvloer te voorkomen. Zolang mogelijke risico’s niet duidelijk zijn, vindt Donner het belangrijk dat het bedrijfsleven voorzorgsmaatregelen neemt om blootstelling van werknemers aan nanodeeltjes te minimaliseren. In Nederland werken ongeveer 250 bedrijven met nanotechnologie. Zeker 400 mensen bij bedrijven en kennisinstellingen werken daadwerkelijk met de nanodeeltjes. Dit aantal zal naar verwachting snel toenemen. Bijna alle bedrijven en instellingen die werken met nanodeeltjes, nemen nu al maatregelen om blootstelling te beperken. Het gaat dan vooral om ventilatie en persoonlijke beschermingsmiddelen. Het advies van de commissie Arbeidsomstandigheden van de SER komt naar verwachting begin komend jaar naar buiten.

29


vvvf verenigingsnieuws

Eerste ‘Verf&Inkt’ voor minister Van der Hoeven

Foto: Pet van de Luijtgaarden

Uit handen van voorzitter Kees Kuijken van de Vereniging van Verf- en drukinktfabrikanten (VVVF) ontving minister Maria van der Hoeven van Economische Zaken op 20 november het eerste exemplaar van het nieuwe VVVFtijdschrift Verf&Inkt. Het blad wordt verspreid onder lidbedrijven van de VVVF en externe relaties. Kuijken wees na de overhandiging op het belang van de Nederlandse verf- en drukinktindustrie voor de Nederlandse economie. De branche, met wereldspelers als AkzoNobel en PPG en verder veel MKB-bedrijven die zich met succes op nichemarkten richten, zet jaarlijks 1,2 miljard euro

om en biedt werk aan ruim 6.000 mensen. De bedrijfstak stopt al een groot aantal jaren veel geld en energie in de ontwikkeling van duurzame verven en drukinkten, waarbij veel aandacht wordt geschonken aan milieu- en gezondheidsaspecten. Kuijken wees de minister op de inspanningen van de branchevereniging om de Nederlandse kennisinfrastructuur beter toegankelijk te maken voor haar MKB-leden. Minister Van der Hoeven prees de branche voor het feit dat ze zich staande houdt op de internationale markt en dat de Nederlandse verfindustrie behoort tot de grotere in Europa. Ze zei het te betreuren dat rond nanotechnologie veel angst wordt verspreid, terwijl ze in haar ogen vooral kan leiden tot betere producten. De minister beloofde de VVVF-delegatie komend jaar kennismakingsbezoeken te brengen aan een tweetal verffabrieken. Op de foto v.l.n.r.: minister Van der Hoeven, VVVF-voorzitter Kees Kuijken en VVVF-directeur Martin Terpstra.

Het eerste nummer van Verf&Inkt is in groten getale verspreid onder lidbedrijven. Dat leverde een enkele vraag op: of er niet teveel exemplaren naar elk adres waren verzonden. Nee, het was geen vergissing. Verf&Inkt is niet alleen voor de directie of de inkoper. Het blad mag door iedereen gelezen worden. Bedrijven die meer exemplaren per keer willen ontvangen, kunnen dat per e-mail kenbaar maken via degruiter@vvvf.nl.

VVVF achter initiatief ‘Chemie is overal’ Onder de noemer ‘Chemie is overal’ startte de Regiegroep Chemie, een groep kopstukken van kennisinstellingen en bedrijfsleven, afgelopen jaar een traject om een eenduidig en helder beeld van de chemische sector in Nederland neer te zetten. Onder auspiciën van de Regiegroep worden activiteiten ontplooid die moeten leiden tot verbetering van de beeldvorming van de bedrijfstak. Omdat de doelstellingen, zoals verbetering van de zichtbaarheid en het imago, aansluiten bij de wensen van de verf- en drukinktindustrie, heeft de VVVF besloten zich achter het initiatief te scharen. De VVVF houdt daarbij wel nadrukkelijk in het oog of de belangen van de verf- en drukinktindustrie, de zichtbaarheid en het verspreiden van eigen boodschappen niet ondersneeuwen in het chemie-initiatief. Het imagotraject startte met een zogenoemde corporate story. Dit overkoepelende verhaal is als brochure naar duizenden werknemers uit de industrie, het onderwijs en het onderzoek gestuurd. Inmiddels is er ook een vertaling

30

van de corporate story gemaakt naar de sectoren onderwijs, onderzoek en industrie. In korte folders onderstrepen verhalen van medewerkers de kernwaarden van de sectoren. Het doel van de publicaties is om de interne ambassadeurs van de chemie (zoals onderzoekers, docenten, bedrijfsmedewerkers en communicatiefunctionarissen) te informeren en te enthousiasmeren om over hun vak te praten. De kernwoorden trots, innovatie en belang voor de samenleving komen daarom regelmatig terug in de teksten. De folders vormen een onderdeel van de ‘digitale gereedschapskist’ die het projectteam van ‘Chemie is overal’ beschikbaar stelt aan bedrijven en instellingen, waarna deze het materiaal intern en extern kunnen verspreiden. Daarnaast leggen de brochures aan mensen van buiten de chemische sector uit wat de chemie doet en hoe zij menig steen bijdraagt aan de maatschappij, het milieu en de economie.

Statutenwijziging CEPE In de laatste General Assembly van CEPE eind september in Berlijn konden de voorstellen voor statutenwijziging niet formeel worden aangenomen doordat de besluitvorming niet voldeed aan de eisen die de Belgische wetgeving daaraan stelt. Vandaar dat CEPE op 18 november een buitengewone ledenvergadering hield. Deze keer op Belgische bodem en in aanwezigheid van een Belgische notaris. Alle leden van de VVVF zijn tevens lid van CEPE en konden schriftelijk hun gewogen stem uitbrengen. Alle voorstellen die CEPE aan haar leden deed, werden aangenomen. Eén daarvan betreft de mogelijkheid voor een lid van CEPE de directeur van zijn nationale vereniging een onbeperkte machtiging te geven om hem op de ledenvergadering te vertegenwoordigen en namens hem zijn stem uit te brengen.

Voorlichting over EU-GHS van start Op 25 november 2008 is de overheid officieel gestart met haar communicatiecampagne over EU-GHS. EU-GHS is de nieuwe verordening van de EU over indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengesels. De werkelijke naam van de verordening is Classification, Labelling and Packaging (CLP). Iedereen die met chemische stoffen en mengsel omgaat krijgt er mee te maken. Voor onder meer de verf- en drukinktindustrie betekent het dat in fasen de nieuwe etikettering moet worden ingevoerd. Voor stoffen gaat de verordening in 2010 in, voor mengsels in 2015. De overheid heeft een nationale helpdesk ingesteld sinds 25 november 2008. Nadere informatie is te vinden op de website www.ghs-helpdesk.nl.

Coatings Care bijeenkomsten 2008 Op 25 (Zwolle) en 27 november (Dordrecht) vonden de jaarlijkse regionale Coatings Care bijeenkomsten plaats . Deze bijeenkomsten zijn bedoeld voor directeuren en stafmedewerkers van VVVF-leden die belast zijn met de zorg voor kwaliteit, arbeidsomstandigheden en milieu in hun bedrijf. Onder leiding van dagvoorzitter Arnold van Westerhoven kwamen voor een belangstellend gehoor vooral praktische onderwerpen aan de orde. Voor de pauze toonden Erik de Muyck (hearing coach) en Geek van der Zalm (arbeidshygiënist en preventiemedewerker bij Akzo Nobel Car Refinishes) de noodzaak aan van een bedrijfsbeleid gericht op behoud van een goed en gezond gehoor op de werkplek. Na de pauze demonstreerden Henri Heussen en André Winkes (consultants Arbo Unie) samen met de aanwezigen en met behulp van laptops hoe de “stoffenmanager” in de praktijk werkt. Het bepalen van de blootstelling aan oplosmiddelen en andere stoffen kan op verschillende manieren worden uitgevoerd. Dit kan door metingen te verrichten die kostbaar zijn en veel tijd kosten. Het is echter ook mogelijk om de blootstelling te bepalen door gebruik te maken van software tools zoals de Stoffenmanager. Gebruik van een Stoffenmanager leidt er toe dat het in veel gevallen niet meer nodig is dat bedrijven metingen uitvoeren. Het is de bedoeling om een voor de branche aangepaste stoffenmanager op te nemen in de arbocatalogus voor de verfen drukinktindustrie die in de maak is. De Stoffenmanager is ontwikkeld in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Verf- en drukinkt halveert energieverbruik in zes jaar De Nederlandse verf- en drukinktfabrikanten hebben in 2007 hun energieverbruik voor het zesde achtereenvolgende jaar teruggebracht en in die periode vrijwel gehalveerd. In zes stappen daalde het verbruik van 625 kWh per ton product in 2001 tot 322 kWh in 2007. Dat blijkt uit de jaarlijkse Coatings Care rapportage. De bedrijfstak zette ook op andere onderdelen mooie prestaties neer. Zo daalde het gebruik van gevaarlijke stoffen verder van 3,4 procent in 2001 tot 1,0 procent (2007) van het totale verbruik aan stoffen. In dezelfde periode daalde de VOS-emissie

van 0,50 procent ten opzichte van het productievolume in 2001 naar 0,12 procent in 2007. De gegevens zijn afkomstig van 83 verf- en drukinktfabrikanten en –importeurs. Bij elkaar produceerden de bedrijven 529.363 ton verf en inkt. Dat is het grootste productievolume van de afgelopen jaren. De bedrijfstak telde in 2007 6.071 medewerkers. Zij werden aan minder vluchtige organische stoffen blootgesteld dan in 2005 en 2006. Het ziekteverzuim daalde naar het laagste percentage (5,15 procent) sinds 2002 (7,64 procent).


CA L CIUM CA R B O N AT E [in nature, in life]

Paints, Coatings, Adhesives

Customer Focus

Printing Inks

Sustainability

Omya is a global producer of calcium carbonate. With over 120 years experience in mineral sourcing and production Omya’s knowledge of calcium carbonate and its use is unparalleled. Omya’s Applied Technology Services will help you to improve your performance. We understand your needs. Worldwide. www.omya.com



VVVF Verf&Inkt 2 (december 2008)