Issuu on Google+

verf&inkt magazine van de vereniging van verf- en drukinktfabrikanten VVVF - 26 - 2013

Decorative paints in de VS:

Geen plek voor importmerken Finnen tappen drukinkt uit een boom Ons beroep op verf en drukinkt: De tramspuiter De mens achter… Stefan van Strien, de man van Strikolith

Kleurrijk Verleden: Hoe de Sikkensprijs naar de hippies ging Jaarvergadering in tekst en beeld Omgaan met gevaarlijke stoffen: kansen voor verbetering Toekomstig specialist ‘speld in hooiberg’? Problemen rond website Veiligmetverf.nl lijken opgelost Leegstand ‘Eigenlijk hebben we van alles te veel’ Wie durft er aan de kartonnen verfpot?


Vision on quality www.tqc.eu

N E D E R L A N D S E N I G E FA B R I K A N T VA N T E S T- E N M E E TA P PA R AT U U R VOOR DE VERFINDUSTRIE TQC

TQC

TQC

AUTOMATISCHE FILM APPLICATOR

AUTOMATISCHE CUPPING TESTER

WASBAARHEID / SLIJTVASTHEIDTESTER

Voor het aanbrengen van een uniforme, reproduceerbare filmlaag.

Voor het testen van coatings bij verschillende stadia van deformatie conform ISO 1520.

Voor het testen van bijv. coatings, inkten, textiel, hout en plastic op slijtvastheid.

• Geschikt voor folies en /of glazen, papieren, metalen ondergronden • Geschikt voor spiraalapplicatoren en / of standaard blok applicatoren • Intuïtieve bediening • Vele instelmogelijkheden

• Ergonomisch: tester instelbaar naar werkhouding • Led verlichting instelbaar in kleur en hoek voor optimale beoordeling testplaat • Deformatie vooraf instelbaar in mm

• Voor droge en natte testen • Test tot vier proefstalen tegelijk • Dubbele pomp voor simultaantest met twee verschillende testvloeistoffen

TQC

TQC

ASCOTT ANALYTICAL

GLANSMETERS

AUTOMATISCHE VISCOSITEITSMETERS

CORROSIE TESTKASTEN

Voor het meten van mat, zijde- en hoogglans oppervlakten

Diverse modellen voor het bepalen van de viscositeit in mPa·s, cP, cSt en KU (Krebs Units).

Voor versnelde corrosietesten.

• Drie modellen: SoloGloss 60°, Duogloss 60°/20°, Polygloss 60°/20°/85° • Uniek in stabiliteit en robuustheid • Geïntegreerde kalibratie standaard • Voldoet aan alle gangbare normen (muv 45°hoek) • Incl. Ideal Finish Analysis software

TQC B.V. Molenbaan 19

• Volledig automatisch, dus zeer hoge reproduceerbaarheid • Ook handmatig instelbaar

2908 LL Capelle a/d IJssel Nederland

• • • • • •

Vochtigheids corrosietest Zoutsproei corrosietest Cyclische corrosietest Alle modellen in div. maten leverbaar Modern vormgegeven Zeer gebruiksvriendelijk

31(0)10 - 79 00 100 31(0)10 - 79 00 129

info@tqc.eu www.tqc.eu


ons beroep op verf & inkt

Fernando Hodge de tramspuiter:

In deze rubriek komen mensen aan het woord die beroepsmatig met verf & inkt van doen hebben en daar enthousiast over vertellen. Deze keer: de tramspuiter.

‘Ik herken mijn tram, omdat’ie zo mooi glimt’

Fernando Hodge (1969) werkt sinds drie jaar als tramspuiter bij HTM-Railmaterieel in Den Haag. Daarvoor was hij er zeven jaar storingsmonteur, gespecialiseerd in onderstellen. Hij behaalde zijn vakdiploma als spuiter, niveau 2, via een opleiding bij het Regionaal Opleidingscentrum Mondriaan. Om ‘eerste’ spuiter te worden, wil hij ook niveau 3 van deze beroepsopleiding gaan volgen. In de HTM-remise aan de Werf, werken de schadeherstellers nauw samen met de monteurs, die samen ruim tweehonderd trams hebben te onderhouden van zowel HTM als RandstadRail. Te k s t : A n t o n S t i g

Foto: Pet van de Luijtgaarden

Mijn schoonvader, gepensioneerd trambestuurder zei: ’Waarom kom je niet bij de HTM? Dat is een prima bedrijf met mooie banen.’ Klopt als een tram, kan ik achteraf zeggen! Ik weet nu alles van onderstellen. Toch had ik die tramonderdelen na zeven jaar wel gezien en was toe aan een nieuwe uitdaging. Voordeel van deze baan is dat het resultaat van je werk zichtbaar is. Heb je een onderstel gerepareerd, dan zie je er niks van. Maar als ik nu een tram met een bekend nummer tegenkom in de stad, kan ik tegen mijn dochter zeggen: ‘Kijk, die tram heb ik van de week nog gespoten.’ ‘Hoe weet je

verf&inkt 26 - 2013

dat?’, vraagt ze. ‘Omdat’ie zo mooi glimt’, zeg ik dan!” ‘’De meeste schades ontstaan doordat veel automobilisten nog gauw even voorlangs willen. Wagens van RandstadRail vind ik het leukst om te doen, omdat ze meerkleurig zijn. Bovendien is de voorste cabine van polyester. Ook de voorkanten van de HTM-trams zijn dat sinds een jaar. Als die in de kreukels binnenkomen is het een ware kunst om ze weer in de oude vorm terug te brengen. Een uitdaging ook. Zijn de beschadigingen te overzien, dan doen we het plaatwerk zelf. Met dank aan plamuur en heel veel schuren. Gecompliceerde

schade betekent werk voor weer andere specialisten. Soms moeten er compleet nieuwe delen aangelast worden.” “De meeste tijd zit in het voorbereidende werk. Schuren en plamuren bijvoorbeeld. Leuk en minder leuk werk, het hoort er allemaal bij. Wat dacht je van het afplakken? Daar kan soms op zich al meer dan een dag werk in zitten. Maar een glimmend eindresultaat, daar doe je het uiteindelijk voor! Met eersteklas materiaal. Toen we de trams van RandstadRail in onderhoud kregen, werkten we nog met hun eigen primer en hun eigen lak. Tegenwoordig gebruiken we hetzelfde materiaal dat we ook al voor onze eigen HTM-trams gebruiken: plamuur, primer en tweecomponentenlak van Nederlands fabricaat. Prima spul. Droogt veel sneller!“ “Wat ik storend vind, is graffiti. Als er weer eens eentje is ondergekliederd, zijn wij de klos. Het lijkt wel of het meer en meer gebeurt. En dat Den Haag daar patent op heeft. We hebben er vrijwel dagelijks mee te maken. Eerst proberen we het er af te krijgen met een gel. Anders is het weer schuren en overspuiten. Doodzonde van onze tijd, waar blijkbaar niet veel aan is te doen. Maar, zeg ik dan, er zitten toch camera’s in de wagens? Stuur de beelden naar de omroep om de daders te kunnen pakken. Laat ze hier maar eens komen boenen, schuren en poetsen.” “Als ik nog een zakker veroorzaak, een zichtbare oneffenheid, is het meestal een kwestie van wegpoetsen. Liever een paar zakkers dan dat ik schraal spuit. Dan heb je echt een probleem. Op niveau 3 mag je ook aan spot-repair doen: beschadigingen aan de lak op al gespoten grote vlakken onzichtbaar zien te verwerken. Doe ik nu al, want ik ben leergierig. En perfectionist. Toen ik net begon, kon ik gelijk aan de bak en heb alle zijkanten van de oude HTM-trams opnieuw gespoten in rood en beige. Toen heb ik vele kilometers gemaakt. Dan krijg je het ook snel in de vingers. Misschien mogen we in de toekomst ook bussen gaan doen. Niks op tegen. Dat maakt je werk nóg veelzijdiger.

3


inhoud 26 - 2013

Amerika: volwassen markt zonder trends AkzoNobel heeft onlangs de huisverfdivisie Decorative Paints voor 1,05 miljard dollar afgestoten aan concurrent PPG. Wat voor speelveld keert het Nederlandse chemieconcern de rug toe? Analyse van een volwassen markt zonder noemenswaardige trends. Pagina 12

Structureel personeelstekort Ondanks de crisis hebben de meeste technische bedrijven nu al moeite om mensen voor bepaalde gespecialiseerde functies te vinden. Door vergrijzing en ontgroening loopt het structureel tekort de komende jaren alleen maar op naar meer dan 150.000 mensen voor technische beroepen, stelt het Platform Bèta Techniek. Dit gaat des te meer knellen wanneer de economie - het moet toch ooit eens gebeuren - weer opkrabbelt. Deze ontwikkeling gaat niet voorbij aan de verf- en drukinktindustrie, zo blijkt uit een kleine rondgang langs bedrijven. Pagina 16

Verder in dit nummer: 3 Ons beroep op Verf & Inkt: de tramspuiter 7 Branchenieuws en voorwoord 9 Branchenieuws en colofon 11 Branchenieuws 20 Veiligmetverf.nl aangepast 22 De mens achter: Stefan van Strien 24 Onderzoek: niet-verblekende kleur 26 Blij met verf uit karton? 28 Fins onderzoek: inkt uit bomen 30 Jaarvergadering 2012 in beeld 35 Gespot 36 Kleurrijk Verleden: Sikkensprijs naar hippies 41 Gastcolumn Dirk van Well 42 VVVF-verenigingsnieuws

Van alles te veel Het aantal leegstaande kantoren in ons land neemt toe. Beleggers, makelaars, advies- en ingenieursbureaus zoeken naar oplossingen om deze panden een nieuwe bestemming te geven. Maar dat blijkt in de praktijk, onder meer door rigide bestemmingsplannen van gemeenten, niet mee te vallen. Bovendien gaat het niet alleen om kantoorpanden. “Er zijn ook te veel kerken, musea, theaters en ziekenhuizen die een nieuwe functie nodig hebben”, stelt Cuno van Steenhoven, voorzitter van het dagelijks bestuur van DTZ Zadelhoff. Pagina 38

verf&inkt 26 - 2013

5


Vakkennis Gekwalificeerde verpakkingsdeskundigen Vakkundig advies over verpakkingsvraagstukken Ervaren team met vakkennis over logistiek, techniek, marketing en producten

Snelle levering Vandaag besteld, morgen in huis Levering vanuit voorraad binnen 24 uur In combinatie met kleine orderaantallen brengt dit flexibiliteit

Flexibele aantallen Verschillende en aangepaste ordergrootheden Blisterverpakkingen Euro pallets Omverpakken naar dozen

Warehousing Magazijnruimte voor dedicated stock Opslag andere producten dan uw eigen Alle producten handig op ĂŠĂŠn plek

Mus Verpakkingen cans & closures

Bezoek ons op de

Empack 2013 in Den Bosch. Stand A211

Mus Verpakkingen BV | Herfordstraat 9 | 7418 EX | NL - Deventer T +31 (0)570 629 229 | info@musverpakkingen.nl | www.musverpakkingen.nl


branchenieuws

voorwoord

Es geht los!

Leroy opvolger Warnon bij CEPE Technisch directeur Jacques Warnon van de Europese koepelorganisatie van de verf- en drukinktindustrie CEPE wordt deze maand opgevolgd door de Belg Didier Leroy. Leroy werkte de afgelopen jaren bij bedrijven op het terrein van bestrijdingsmiddelen. Warnon ging eind 2012 met pensioen. Hij was in zijn functie sinds 1999 actief voor de Europese verf- en drukinktindustrie.

Nanodeeltjes schadelijk voor regenworm Blootstelling aan nanodeeltjes kan ernstige gevolgen hebben voor de regenworm. Dat blijkt uit recent promotieonderzoek van Merel van der Ploeg, uitgevoerd bij Alterra Wageningen UR en Wageningen Universiteit. Van der Ploeg onderzocht onder andere het effect van koolstofnanodeeltjes C60 op regenwormen. Hieruit bleek dat blootstelling aan deze deeltjes kan leiden tot lagere voortplanting en groeisnelheid en hogere sterfte onder regenwormen. De onderzoekster constateerde tevens dat het huidweefsel en de darmwand beschadigd waren en dat er sprake leek te zijn van onderdrukking van het immuunsysteem. Soortgelijke resultaten behaalde zij bij blootstelling van regenwormen aan zilver-nanodeeltjes. Nanotechnologie heeft een grote potentie om bij te dragen aan oplossingen van maatschappelijk problemen. “Maar”, waarschuwt Nico van den Brink, co-promotor en wetenschappelijk onderzoeker bij Alterra, “zonder een goede inschatting van mogelijk negatieve gevolgen voor de gezondheid van mens en milieu, zou de maatschappelijke acceptatie van deze nieuwe technologie kunnen tegenvallen. Het onderzoek van Van der Ploeg draagt bij aan het onderbouwen van de afweging van de risico’s voor het milieu.”

AkzoNobel verkoopt Decorative Paints AkzoNobel heeft half december de verkoop bekendgemaakt van Decorative Paints Noord-Amerika aan PPG Industries. Met de transactie is een bedrag van 1,05 miljard dollar gemoeid. De afronding wordt verwacht in het tweede kwartaal van dit jaar. Decorative Paints Noord-Amerika had in 2011 een omzet van 1,5 miljard dollar, ongeveer zeven procent van AkzoNobels totale omzet in dat jaar. AkzoNobel behoudt een sterke aanwezigheid in Noord-Amerika met de Performance Coatings en Specialty Chemicals activiteiten. In 2011 was daarmee een gezamenlijke omzet gemoeid van meer dan 2,7 miljard dollar. Er werken 5.000 mensen. In een perscommuniqué laat de onderneming weten dat Decorative Paints Noord-Amerika is verkocht nadat het bedrijfsonderdeel in vier jaar tijd significant is verbeterd. AkzoNobel heeft de strategische keuze gemaakt de Decorative Paints-activiteiten te concentreren op haar belangrijke markten in Europa en sterke posities in regio’s met hoge groei. De cashopbrengst van circa 875 miljoen dollar wordt gebruikt om de strategie van de onderneming te ondersteunen. Onderdeel hiervan zijn investeringen in organische groei voor AkzoNobel en het verlagen van de schuld. Meer informatie over AkzoNobels prioriteiten wordt gegeven tijdens de strategie update op 20 februari 2013. 4 verf&inkt 26 - 2013

De verkoop van AkzoNobels Amerikaanse activiteiten aan PPG was de afgelopen weken het heftigste nieuws uit onze branche, vooral vanwege het gigantische bedrag dat met de transactie was gemoeid. Voor Verf&Inkt was het in elk geval een reden om in dit nummer de Amerikaanse markt onder de loep te nemen. Dat leidt tot een interessante houtskoolschets van een grote, maar behoorlijk uitgekristalliseerde markt. Interessant vond ik het daarbij te lezen dat een kleine Nederlandse speler als Baril grootse plannen heeft om juist in de VS marktaandeel te winnen. Zo blijken er overal in de wereld kansen te liggen voor innovatieve bedrijven die het lef hebben om er op uit te gaan. Van de binnenlandse markt hoeven we nog niet veel te verwachten. Na drie crisisjaren (en een overheid die op de handen blijft zitten) is het niet te voorzien dat de Nederlandse economie - en dan met name de bouw en de huizenmarkt - dit jaar zal aantrekken; daar helpt zelfs een nieuwe monarch niets aan. Export en innovatie blijven dan ook de sleutelwoorden, naast ketensamenwerking en duurzaamheid. Wat dat betreft is er in de eerste maand van 2013 al heel wat op de rails gezet. Zo ligt er een samenwerkingsafspraak met de NBvT (timmerindustrie) en zijn er voorbereidingen getroffen om dit jaar te komen tot een wetenschappelijk verantwoorde definitie van duurzame verf en het ontwikkelen van instrumenten om dat objectief vast te stellen. In elk geval kunnen we vaststellen dat we één ‘hoofdpijndossier’ met succes hebben afgerond: per 1 januari 2013 is ons bedrijfstakpensioenfonds opgegaan in het grote, stabiele pensioenfonds voor de grafische industrie. We mogen de direct betrokkenen uit de branche en niet in het minst Gerben Dijkstra van het VVVF-bureau in Den Haag dankbaar zijn voor de geslaagde afronding van hun vele en vaak gecompliceerde werk. Ze hebben er de pensioenaanspraken van veel gepensioneerden en nu nog werkenden mee veiliggesteld. Eenzelfde woord van dank wil ik richten aan de collega’s en bureaumedewerkers die zich hebben ingezet om ‘Veilig met verf’ op een werkbare manier in stand te houden. Niemand zou gebaat zijn bij een nieuwe, gecompliceerde uitvoering, die de rompslomp vergrootte, maar de veiligheid verminderde. In dit nummer ook een ruime terugblik op onze jaarvergadering van december 2012. Ik kijk daar met veel genoegen op terug. We hadden een paar prachtige sprekers en we luidden Marlies, mijn voorganger, uit, die terugkeek op drie jaar crisisvoorzitterschap. Uiteraard hoop ik op een beter gesternte en vanzelfsprekend zal ik er aan proberen bij te dragen dat we de crisis achter ons laten, onder meer door te werken aan sociale innovatie, door innovatie te stimuleren en door de vakopleidingen nieuw leven in te blazen (zie elders in dit nummer). ‘It giet oan’ lijkt er dit jaar weer niet in te zitten, maar als oosterling roep ik dan maar: ‘Es geht los!’ Met nieuw elan, innovatie (lees het boeiende interview met onderzoeker Alfons van Blaaderen) en het ontwikkelen van nieuwe producten en nieuwe markten moet het mogelijk zijn in 2013 gezamenlijk eerste stappen uit de crisis te doen. Als nieuwe VVVF-voorzitter wil ik daaraan mijn beste krachten wijden. Kwalificaties waarop u mij mag afrekenen zijn enthousiast, betrokken en gemotiveerd. Ben Berkel, voorzitter VVVF

7


Al meer dan 20 jaar de verwerker van verf & inkt afvalstoffen die vrijkomen bij de leden van de VVVF ATM Vlasweg 12, 4782 PW Moerdijk www.atmmoerdijk.nl Tel: 0168-389289 Fax: 0168-389270 Contactpersonen: John van den Berg (06-51422067) & Ron van Verk (06-51124004)


colofon

Branchenieuws

Reach functioneert goed; mkb blijft zorgenkind Verf&Inkt is een uitgave van de Vereniging van Verf- en Drukinktfabrikanten VVVF. De VVVF behartigt de belangen van de Nederlandse verf- en drukinktindustrie. Het blad wordt verspreid onder leden van de branche-organisatie en externe relaties. Verf&Inkt verschijnt zes keer per jaar. Verf&Inkt wil een opinieblad zijn. Dat betekent dat van VVVF-standpunten afwijkende meningen niet uit het blad geweerd worden. Redactie Jeroen Ansink (correspondent New York), Peter Boorsma, Jos de Gruiter (hoofdredactie), Adriaan van Hooijdonk, Marloes Hooimeijer, Annet Huyser (eindredactie), Hans Klip en Anton Stig Redactieadres Loire 150 2491 AK Den Haag Postbus 241 2260 AE Leidschendam 070 3378734 degruiter@vvvf.nl Vo r m g e v i n g GrafischeZaken, Den Haag Druk Deltahage, Den Haag Advertentie-acquistitie Mooijman Marketing & Sales, Julius Röntgenstraat 17 2551 KS Den Haag Telefoon 070 3234070 info@mooijmanmarketing.nl

© VVVF Alle rechten voorbehouden. Behoudens de door de Auteurswet 1912 gestelde uitzonderingen, mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd (waaronder begrepen het opslaan in een geautomatiseerd gegevensbestand) of openbaar gemaakt, op welke wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de VVVF.De bij toepassing van art. 16B en 17 Auteurswet 1912 wettelijk verschuldigde vergoedingen wegens fotokopiëren, dienen te worden voldaan aan de Stichting Reprorecht, Postbus 882, 1180 AW te Amstelveen.Hoewel aan de totstandkoming van deze uitgave de uiterste zorg is besteed, aanvaarden de auteur(s), redacteur(en) en uitgever geen aansprakelijkheid voor eventuele fouten of onvolkomenheden.

verf&inkt 26 - 2013

“Reach functioneert goed en presteert op alle doelen die op dit moment bereikt kunnen worden.” Dat schreef de Europese Commissie op 5 februari in haar evaluatie van de Europese wetgeving voor de registratie en evaluatie van chemicaliën. Zij vindt het daarom niet nodig om Reach aan te passen. Het midden- en kleinbedrijf blijft niettemin een zorgenkind, vooral nu er ook stoffen geregistreerd moeten worden die het mkb in relatief kleine hoeveelheden maakt of verhandelt. Aan de ene kant zijn zij minder goed op de hoogte van hun verplichtingen, aan de andere kant drukken de kosten zwaar op kleine chemiebedrijven. De Europese Commissie stelt daarom een aantal oplossingen voor om het kleinere bedrijven makkelijker te maken, zoals lagere kosten voor registraties en meer ondersteuning vanuit de Europese Unie. Cefic, de Europese koepelorganisatie van de chemische industrie, benadrukt dat de komende periode het moment van de waarheid wordt voor kleinere bedrijven. “Het verslag maakt treffend duidelijk dat tijdens de volgende fases duizenden (middel)kleine bedrijven die niet bekend zijn met de wetgeving geconfronteerd worden met de immense uitdagingen die deze met zich meeneemt”, schrijft zij in haar persbericht. “Aangezien de kosten voor het voldoen aan Reach de voorspellingen van de Europese Unie al ontstijgen, zal het mkb meer ondersteuning moeten krijgen om te voorkomen dat zij in het proces verstikken.” Cefic is tevreden dat de commissie lovend is over de voordelen voor de gezondheid en het milieu van Reach. Vooral de ontsluiting van informatie over stoffen krijgt een grote pluim. Niettemin delven twee andere doelen van Reach het onderspit: vergroten van het concurrentievermogen en innovatie. Cefic-directeur Hubert Mandery stelt: “Het is duidelijk dat bedrijven die in Europa opereren dubbel geraakt worden op het gebied van concurrentievermogen, aangezien ze betalen voor de kosten van Reach-dossiers, terwijl de rest van de wereld deze vervolgens gratis kan gebruiken.“ De koepelorganisatie maakt zich er daarom sterk voor dat de Europese Commissie veel aandacht besteedt aan de invloed van Reach op concurrentievermogen en innovatie.

singen, topman van BCD Holdings. Familiebedrijven zijn volgens hem de kurk waarop de Nederlandse economie drijft. De ondernemer prijst de familiebedrijven als ondernemingen die over het algemeen niet te veel leningen hebben uitstaan, veel eigen vermogen bezitten en gericht zijn op langjarige groei. Bij het beoordelen van de bedrijven keek de jury onder meer naar de vraag of een bedrijf goed wordt geleid en of er voldoende rekening wordt gehouden met maatschappelijke aspecten. Ook werd de financiële duurzaamheid van het bedrijf doorgelicht en werden innovatie en groei beoordeeld. “Het familiebedrijf is voor de werkgelegenheid en economische waarde veel belangrijker voor Nederland dan men denkt en verdient meer waardering en ondersteuning op maat. Dit geldt ook voor de maakindustrie, waar een belangrijk deel van de technologische vernieuwing vandaan komt”, reageerde algemeen directeur Marlies van Wijhe van Van Wijhe Verf. Naast Gassan Diamonds en van Wijhe waren Agio Sigaren in Duizel, Dutch Flower Group in Aalsmeer, bouwbedrijf Hurks in Eindhoven en Markeur Groep in Alphen aan den Rijn genomineerd.

Minder schilders in loondienst Met een sterke daling in december is de gemiddelde bezettingsgraad van schildersbedrijven in het afgelopen jaar met vijf procent afgenomen, meldt de Schildersvakkrant op basis van onderzoek van salarisadministrateur CBBS. Enkele jaren geleden is het op dat moment actieve aantal werknemers geïndexeerd op 100. Uit de laatste gegevens blijkt dat in december 2012 de index was gedaald naar 68, een recorddaling van acht procent in een maand tijd.

Van Wijhe bijna beste familiebedrijf Gassan Diamonds uit Amsterdam is half januari tijdens de conferentie Big Improvement Day uitgeroepen tot het beste familiebedrijf van Nederland. Verffabrikant Van Wijhe uit Zwolle hoorde bij de zes genomineerden. De verkiezing is een initiatief van John Fentener van Vlis-

4 9


W O R L É E C RY L V O O R E E N O P T I M A A L R E S U LTA AT. Bij het passeren van een tankwagen zie je meestal alleen maar de achterkant. Wat was de indruk? Als het aan Sascha K. ligt wordt de achterkant van de tankwagen, voor een optimale bescherming tegen opspattend vuil, voorzien van een lak op basis van WorléeCryl A. Deze heeft een uitstekende hechting op staal, aluminium en zelfs op verzinkte oppervlakten. WorléeCryl A staat voor oplosmiddel houdende en water gebaseerde acrylaat polyolen in 2-componenten systemen en is uitermate geschikt in hoogwaardige primers, fillers en industriële lakken. Bij de keuze van bindmiddelen gelieve u contact op te nemen met: worlee@worlee.nl

Wij zien u graag op de European Coatings Show 2013 Hal 7 stand 533.

Sascha K., Leerling bij Worlee Lauenburg E. H. Worlée & Co. B. V. · Meenthof 17 A · NL-1241 CP Kortenhoef · Tel. +31 35 6561424 · Fax +31 35 6560694 · www.worlee.com · worlee@worlee.nl


Branchenieuws

Verfindustrie zoekt topwetenschappers Verf tegen ijsvorming op vliegtuigvleugels Het Japanse JAXA (Japan Aerospace Exploration Agency) en de universiteit van Tokyo hebben een verflaag ontwikkeld die ijsvorming op vliegtuigvleugels voorkomt. Tot nu toe wordt aangroeiend ijs bestreden met behulp van mechanische en tijdelijke chemische oplossingen. Met de Japanse vinding worden op PTFE (polytetrafluorethyleen) gebaseerde microdeeltjes ter grootte van vijf tot dertig micrometer in een verfbare emulsie gebracht. Deze waterafstotende verf is aan te brengen op het gehele toestel. Het ijsvrij houden van vliegtuigen is van belang, omdat ijsvorming het vleugelprofiel kan veranderen, waarmee de veiligheid in het geding komt.

Ondernemingsprijs voor Ursa Paint Ursa Paint Quality and Environment uit IJmuiden is de winnaar geworden van de IJmond Ondernemingsprijs 2012 in de categorie MKB Groot. De prijs werd uitgereikt tijdens de jaarlijkse netwerkbijeenkomst IJmond Onderneemt. De verffabrikant was en is, aldus de jury, een pionier die al jaren het hoofd boven water houdt in een moeilijke markt. Het familiebedrijf is zelfs normstellend in zijn niche. Ursa heeft verder een uitstekend milieubeleid en is onderscheidend dankzij zijn unieke bedrijfsfilosofie, aldus nog steeds het juryrapport. Met name die laatste kwaliteit is een belangrijke voorwaarde om genomineerd te worden voor de IJmond Ondernemingsprijs. Ursa Paint is actief met vier merken: Aquamarijn Natuurverf, Rigo Wandstyling, Evert Koning Schildersverven en Rigo Special Coatings. Voorzitter Hans Biesheuvel van MKB Nederland overhandigde de prijs aan de winnaars in de verschillende categorieën.

verf&inkt 26 - 2013

De VVVF doet door middel van een zogenoemde ‘call for Papers’ een oproep aan topwetenschappers om de nieuwste technologische ontwikkelingen te delen met de verfen drukinktindustrie. Op 25 april 2013 organiseert de VVVF in samenwerking met de Nederlandse Vereniging van Verftechnici de eerste Coatings Innovatiedag, waarbij wetenschappers, onderzoekers en technici een pitch kunnen houden. Doel van de Coatings Innovatiedag is de bevordering van kennisoverdracht tussen aanbieders van kennis en de verf- en drukinktindustrie. De VVVF wil de leden op de hoogte brengen van de laatste ontwikkelingen en

kennisinstellingen de kans bieden zich te presenteren. De VVVF hoopt met deze dag een match tussen de kenniswereld en de industrie tot stand te brengen. De verfindustrie is een sector die snel innoveert. Er ligt een ambitieuze doelstelling om in 2030 vijftig procent van de coatings in Nederland op basis van biologische grondstoffen te maken. Bij technologische ontwikkelingen kijkt de bedrijfstak onder andere naar smart coatings, biobased coatings en natuurlijke polymeren. Ook onderzoekt de sector de mogelijkheid om verfrestanten te recyclen.

Training Duurzaam Ondernemen Sikkens

Hollywood Sign nieuw in de verf

In samenwerking met 2lead4us en ondersteund door. MVO Nederland heeft Sikkens een dag durende training Duurzaam ondernemen ontwikkeld voor professioneel schilders. De training wordt op verschillende data en locaties in Nederland gehouden. In de middag worden deelnemers mee op reis genomen door een specialist uit de schilderswereld, die zijn ervaringen op het gebied van duurzaamheid deelt met de cursisten. Vertegenwoordigers van 2lead4us Sikkens vertalen duurzaamheid naar de wereld van de schilder. Nadere informatie: http://www.sikkens.nl/nl/Sustainability/training.

De Hollywood Sign, de bekende letters in de heuvels buiten Los Angeles, heeft onlangs een schilderbeurt ondergaan. Daarvoor was bijna 1.365 liter witte verf nodig. Voor de toeristische trekpleister, die dit jaar zijn negentigste verjaardag viert, was het de eerste renovatie in 35 jaar tijd. De vijftien meter hoge letters op de flanken van Mount Lee, boven ‘sterrenwijk’ Hollywood, werden in 1923 opgericht. Ze moesten het vastgoedproject Hollywoodland promoten. De laatste vier letters werden in de jaren veertig weggehaald. De overgebleven letters raakten in verval, tot een aantal donateurs in de jaren zeventig elk een letter adopteerden om ze te renoveren.

800 bezoekers bij SigmaCongres Sigma Coatings organiseerde op donderdag 24 januari een succesvol SigmaCongres met als thema ‘Vandaag Over Morgen’. Ruim 800 directeuren en CEO’s van woningbouwcoöperaties, zorg-, onderwijs- en overheidsinstellingen, technische adviesbureaus, aannemers, vastgoedonderhoudsbedrijven, institutionele beleggers, architecten, grote schildersbedrijven en brancheorganisaties lieten zich in Hangaar 2 in Katwijk inspireren over duurzaam creëren, leven en werken. Trendwatcher Farid Tabariki, architect Ashok Bhalotra, hoogleraar Paul Iske, duurzaamheidsgroeroe Ruud Koornstra en inspirator Miles Hilton Barber hielden hun gehoor voor dat ze buiten de gebaande paden moeten treden om vandaag én morgen te groeien en succesvol te zijn – zowel persoonlijk als zakelijk.

11


verf & export

Decorative paints in de Verenigde Staten:

‘Geen plek voor importmerken’ AkzoNobel heeft onlangs de huisverfdivisie Decorative Paints voor 1,05 miljard dollar afgestoten aan concurrent PPG. Wat voor speelveld keert het Nederlandse chemieconcern de rug toe? Analyse van een volwassen markt zonder noemenswaardige trends. Te k s t : J e r o e n A n s i n k

12

De US Paint and Coatings Industry Market Analysis (2010-2015) had het twee jaar geleden al voorspeld: 2012 zou het jaar worden voor consolidatie in de Amerikaanse verfmarkt. In november nam marktleider Sherwin-Williams uit Ohio voor een slordige 2,3 miljard dollar het Mexicaanse Comex over, producent van in Amerika populaire merken als Color Wheel, Frazee, Kwal en Parker. Op de valreep van het nieuwe jaar maakte Valspar uit Minnesota bekend de verffabrieken van gereedschappenfabrikant Ace te zullen kopen. En vlak voor Kerst droeg het Nederlandse chemieconcern AkzoNobel zijn steentje bij door de Amerikaanse huisverftak van de hand te doen. Decorative Paints North America, bekend van onder meer het merk Glidden, werd voor 1,05 miljard dollar verkocht aan PPG uit Pennsylvania. De consolidatiegolf heeft tot gevolg dat meer dan driekwart van de Amerikaanse markt voor thuisverven nu in handen is van slechts vier spelers: Sherwin-Williams, PPG, Masco uit Nevada en Benjamin Moore uit New Jersey. Producenten als Valspar en Ace, RPM uit Ohio en True Value uit Illinois nemen nog eens grofweg tien procent voor hun rekening. AkzoNobel lijkt niet er rouwig om dat Glidden, dat het 2008 nog had overgenomen van het Britse conglomeraat ICI, na vier jaar weer van de hand is gedaan. In een persbericht lichtte het concern toe dat de opbrengst van de verkoop onder meer gebruikt zal worden voor in-


verf & export

wijst dat meer mensen hun huis renoveren. Producenten van decorative coatings pikken hier automatisch een graantje van mee, zegt Pilcher. “Er is een directe correlatie tussen het bruto binnenlands product, de bouw en de verfindustrie. Dus zolang de economie in de lift zit, groeit de decoratieve verfmarkt mee.” Het herstel biedt kansen voor producenten die specifiek aan schildersbedrijven leveren, zoals PPG en SherwinWilliams. “De verhouding tussen professionals en doehet-zelvers is sinds de crisis afgenomen van 62 tot 55 procent. Nu de economie weer aantrekt zullen dit soort kostenbesparende maatregelen minder nodig zijn. Bovendien gaan er de komende jaren steeds meer babyboomers met pensioen. Die hebben ook de neiging om hun klussen uit te besteden.” Spectaculair zullen de cijfers echter niet zijn: tussen nu en 2015 voorspelt Pilcher voor de hele sector een jaarlijkse omzetgroei van rond de drie procent. Decoratieve verf is met andere woorden een volwassen, stabiele markt, met relatief beperkte groeikansen.

Zonne-energie

vesteringen in organische groei en het verlagen van de schuld. Tijdens de strategie update van 20 februari zal meer tekst en uitleg volgen. George Pilcher, vice-president van marktonderzoeker ChemQuest Group uit Ohio en hoofdauteur van de 800 pagina’s tellende marktanalyse, heeft er echter zo zijn vraagtekens bij. “Glidden is jarenlang een zorgenkindje geweest. Net nu het merk voor het eerst in meer dan een decennium winst maakt, wordt de boel verkocht.”

Stabiele markt Wat zegt het terugtrekken van AkzoNobel over de vooruitzichten van decorative paints, dat met een omzet van tien miljard dollar en een productievolume van 2,5 miljard liter de helft van de Amerikaanse verfmarkt uitmaakt? Op het eerste gezicht lijkt Akzo’s timing inderdaad wat vreemd: na jaren van diepe crisis begint de Amerikaanse bouw, de grootste afnemer voor de thuisverven, zich juist weer te herstellen. Bij de doe-het-zelfwinkels op Manhattan zijn ze op een doordeweekse ochtend in ieder geval weer terug in het straatbeeld: kluitjes immigranten die geduldig wachten totdat een aannemer met een pick-uptruck ze een tijdelijke klus aanbiedt. Niet alleen de markt voor particuliere woningen zit in de lift, het commerciële vastgoed lijkt eveneens een comeback te maken. En ook de door Harvard University ontwikkelde Leading Indicator of Remodeling Activity (LIRA) noteert weer hoger, wat erop

verf&inkt 26 - 2013

Dat wil niet zeggen dat er geen technologische vernieuwingen zijn die de concurrentieverhoudingen binnen de sector op scherp kunnen zetten. De overkoepelende National Paint and Coatings Association in Washington DC onderscheidt verschillende ontwikkelingen die mogelijk tot nieuwe trends kunnen leiden. Zo wordt er gewerkt aan smart coatings die roest of andere vormen van corrosie kunnen opmerken en daarop kunnen reageren. Daarnaast worden er verven voor daken ontwikkeld die zonne-energie kunnen omzetten in elektriciteit. Dan zijn er nog de zogeheten antibacteriële coatings, die bedoeld zijn om microben die op het oppervlak neerstrijken, te detecteren en te doden. Volgens Pilcher zal het echter nog vijf tot tien jaar duren voordat dergelijke innovaties gemeengoed zijn. “Deze ontwikkelingen worden geïnspireerd

door wat technologisch mogelijk is, en niet zozeer door waar de consument voor wil betalen.” Dat geldt ook voor verven met een lagere concentratie aan volatile organic compounds (voc’s): organische chemicaliën die bij kamertemperatuur vrijkomen in gasvorm, zoals formaldehyde. Bedroeg het aantal voc’s van oudsher nog vijftig gram per liter, inmiddels is het technologisch mogelijk om dat terug te brengen tot vijf gram per liter. Pilcher: “Zodra één fabrikant daar mee begon, moest de rest wel volgen. Maar voor consumenten is de belangrijkste factor of ze de voc’s kunnen ruiken of niet. Als dat niet het geval is, maakt het ze niet uit.” De trend wordt evenmin voortgedreven door strengere regelgeving. Pilcher: “Bedrijven hebben zich eerder laten leiden door de vréés daarvoor.” Die angst is tot nog toe ongegrond gebleken: op het milieugebied zijn er momenteel geen wetsvoorstellen van betekenis. Zelfs Californië, toch de meest vooruitstrevende staat als het gaat om milieubeleid, heeft verffabrikanten nog niet verplicht om voc’s tot hooguit vijf gram per liter terug te brengen. De behoefte aan duurzaamheid speelt evenmin een grote rol, aldus Pilcher: “Uit studies blijkt dat 83 procent van de Amerikanen weliswaar voorstander is van groene producten, maar slechts zeventien procent is bereid om daar meer voor te betalen. En zelfs dan haakt de meerderheid af als de prijs meer dan vijf procent hoger is.” Eventuele veranderingen zullen hooguit voortvloeien uit een praktische beslissing van de verffabrikanten, denkt Pilcher. “Het heeft weinig zin om verf met een hoge concentratie voc’s aan te blijven bieden als je tegelijkertijd ook een lijn met weinig of geen voc’s kan produceren.”

Marketingtruc Een van de weinige vernieuwingen die wel gesteund worden door de markt zijn de zogeheten self-priming paints. Deze toplaag die dekt zonder grondverf werd enkele jaren geleden geïntroduceerd door het merk

De Amerikaanse verfmarkt valt in drie delen uiteen: Architectural of Decorative Coatings, huis-tuin-en-keukenverven die worden gebruikt in de bouw, verven voor Original Equipment Manufacturers (OEM), die direct aan fabrieken (zoals de auto-industrie) worden verkocht, en Special Purposes-verf, die gebruikt wordt voor speciale doeleinden, zoals het onderhoud van industriële complexen en de belijning voor snelwegen. In de Amerikaanse verfindustrie ging vorig jaar zo’n 23 miljard dollar om, waarvan iets minder dan helft voor rekening kwam van de decorative verven, een derde werd omgezet door OEM-coatings en twintig procent door de special purposes. Anders dan in decorative paints zijn in de andere twee sectoren wel importmerken actief. In de top tien van grote spelers staan maar liefst vijf buitenlandse ondernemingen, waaronder de Duitse concerns BASF en Henkel, het Indiase Kansai, en het Japanse Nippon Paint. Ook AkzoNobel is ondanks het afstoten van decorative paints nog steeds een belangrijke speler in de OEM en special purposes. De industrie heeft de laatste jaren een aantal tegenslagen ondervonden, waaronder stijgende prijzen van petrochemische grondstoffen en hogere transportkosten. Toch verwacht het marktonderzoeksbureau SBI uit New York dat de omzet van de verfindustrie in 2021 de dertig miljard dollar zal benaderen.

4 13


Cenomic™ 3 – innovative and efficient. Bühler provides unique expertise in the field of wet grinding and dispersing technology. With its new full-volume bead mill Cenomic™ 3, Bühler presents a solution that cuts costs in the production of protective coatings, paints, gravure inks, bulk materials and many other fields. The system also helps in achieving higher productivity from a smaller mill volume with an optimum flow capacity. Furthermore, due to the minimal specific energy requirement, the Cenomic™ 3 provides a cost efficient solution for your wet grinding and dispersing processes. www.buhlergroup.com/cenomic

Visit us at European Coatings Show, Nürnberg, Germany, 19–21 March 2013, hall 6.0, stand 211

Cenomic™ 3 High productivity: Energy saving technology through highly efficient EcoMizer™ grinding discs. The extended residence time improves the product quality and productivity. Operationally safe: The SCS™ bead separation system in combination with the large surface of the SuperScreen guarantees high flow rates with outstanding process safety. Service friendly: Unique cleaning feature for the screen to guarantee high availability of the machine. Easy access to the inner surface without draining of the beads! Metal-free grinding: Special DraisElast™ coating of inner parts. Wear-proof elastic material for metal-free processing and no discoloration.

Innovations for a better world.


verf & export

Behr, dat eigendom is van Masco. In een land waar veel doe-het-zelvers vaak niet de moeite nemen om het te schilderen oppervlak af te schuren, laat staan in de grondverf te zetten, voldeed deze innovatie aan een duidelijke vraag. Sindsdien heeft bijna elke grote fabrikant een eigen lijn van grondverfloze producten. Toch is het nog niet duidelijk in hoeverre deze nieuwe vinding de verfindustrie daadwerkelijk zal veranderen. De self-primers zijn niet alleen duurder, ze dekken ook minder oppervlak, waardoor meer product nodig is voor hetzelfde resultaat. Pilcher: “Je bespaart er zeker tijd mee, maar ik ben er niet zo zeker van of dit een technologische stap voorwaarts is. Het lijkt me eerder een innovatie op marketinggebied.” Het concurrentielandschap van decoratieve verven zal daarnaast hooguit nog indirect worden beïnvloed, bijvoorbeeld door vernieuwingen in de nieuwbouw. Zo worden houten planken, die kwetsbaar zijn voor rotting en termieten, steeds vaker vervangen door platen van fibercement, een materiaal dat bestaat uit een mengeling van zand, cement, en cellulosevezels. Pilcher: “Fibercement werd tien jaar geleden nog nauwelijks gebruikt, maar in 2010 kwam het al voor in acht procent van de nieuwbouwprojecten.” Het nieuwe materiaal gaat ook de concurrentie aan met vinyl, maar anders dan kunststof moet fibercement wél geschilderd worden. “Daar zit dus nog een mogelijkheid tot groei”, aldus Pilcher.

Vader op zoon Het is echter de vraag of Europa hier een graantje van kan meepikken. Met het terugtrekken van AkzoNobel lijkt decorative paints voornamelijk een Amerikaans onderonsje te zijn geworden. Na de verkoop van het Mexicaanse Comex zijn er in de sector hoegenaamd geen buitenlandse spelers meer. “Ze zijn mij in ieder geval niet bekend”, zegt Pilcher. Dat is voor een deel historisch bepaald. De Amerikaanse verfindustrie is vanwege de uitgestrektheid van het land en de hoge transportkosten van oudsher enorm versnipperd. De markt mag voor bijna negentig procent in handen zijn van een handjevol spelers, daaronder zitten naar schatting nog zevenhonderd tot duizend kleinere fabrikanten, die al sinds jaar en dag een trouwe schare volgers hebben. Pilcher: “Neem Harrison paint uit Canton Ohio, al 85 jaar producent van industriële coatings. Die houdt er een lijn huisverven op na met de naam Dutch Standard. Dat merk

verf&inkt 26 - 2013

is onbekend in de rest van het land, maar wordt in centraal-Ohio van vader op zoon gebruikt. Een bedrijf met zo’n traditie is ontzettend moeilijk te beconcurreren. Ik kan me ook niet voorstellen waarom een importmerk dat zou proberen.” De loyaliteit aan lokale fabrikanten is zo groot dat zelfs nationale producenten moeite hebben om zich in bepaalde gebieden in te vechten. Zo worden westelijke staten als Californië, Nevada, New Mexico, Arizona, Washington en Oregon nog steeds gedomineerd door regi-

onale merken als Kelly-Moore, Vista en Dunn-Edwards. Pilcher: “Dergelijke spelers leveren voor negentig procent aan professionele schilders. Die eisen een hoge mate van expertise en zijn ontzettend loyaal. In andere delen van het land zijn de regionale fabrikanten inmiddels verdreven door de nationale spelers. Maar in het westen blijkt dat toch niet zo makkelijk.” De huidige consolidatiegolf zal hier op termijn wellicht verandering in kunnen brengen. Sherwin-Williams krijgt dankzij de overname van Comex aan de westkust bijvoorbeeld toegang tot een keten van Frazee-winkels van waaruit ook de professionele markt kan worden bediend. Toch staat de uitkomst nog lang niet vast, denkt Pilcher. “De komende jaren hebben Sherwin-Williams en PPG hun handen vol aan het integreren van hun acquisities. Zolang ze gedwongen zijn om naar binnen te kijken, hebben de regionale spelers vrij spel.” •

Baril Coatings groeit in VS Baril Coating is een relatief kleine (60 man) fabrikant van coatings voor staalconservering in Den Bosch, Etten-Leur en Angola (Indiana, Amerika). Het bedrijf is al een aantal jaren actief in de VS en boekt er uitstekende resultaten. “We halen er zo’n 30 procent van de omzet”, vertelt Baril-directeur Geert Duijghuisen, “en we streven naar 50 procent.” In eerste instantie verbaasde hem het besluit van AkzoNobel om de Amerikaanse activiteiten te verkopen, maar bij nader inzien heeft hij er begrip voor. “Aanvankelijk dacht ik: wat vreemd, want AkzoNobel heeft de ambitie de grootste van de wereld te zijn, dan mag je op de Amerikaanse markt niet ontbreken. Maar ze verkopen de ‘me too-’ en bouwverven. Dat is niet de meest interessantste markt. Je concurreert met andere grote fabrikanten als PPG, Sherwin Williams en Diamond Vogel.” En dus zijn de marges smal, bedoelt hij te zeggen. Ook de aard van producten is anders dan in Europa. Maar hij wil niet speculeren. “Ik ken hun motieven niet. Ik heb wel gelezen dat ze een groot bedrag hebben afgeschreven op 2012 en misschien moet dat gecompenseerd worden. Zo bezien lijkt het alsof de aandeelhouders tevreden gesteld moesten worden. Maar uiteindelijk maakt het me niet veel uit; concurrenten zul je altijd blijven houden en het is goed dat het er veel zijn. Dat houdt de diversiteit erin en biedt veel kansen je te onderscheiden. Baril richt zich op de markt van staalconservering en is daarin succesvol. Duijghuisen: Onze afnemers zitten in de industrie en in de metaalsector, die onderdelen maken voor bijvoorbeeld liftschachten, constructies voor gebouwen, containers, openbare verlichting, stadions, bruggen, landbouwmechanisatie, portalen, kranenbouw e.d. Een brede afzetmarkt dus. Het voordeel van de Amerikaan is dat hij sneller dan de Europese afnemer bereid is innovatieve producten te kopen en toe te passen. Onze nieuwe, gepatenteerde coatinglijn DCC, die supersnel droogt en gebruikmaakt van vocht uit de lucht als derde component, doet het daar heel goed.” Baril heeft er zelfs voor gekozen om lokaal te produceren. “We wilden de doorlooptijd verkorten en flexibeler zijn. Bovendien wilden we af van het inklaringsgedoe. We kwamen mensen tegen met wie het klikte en we konden een fabriek in Angola (Indiana) overnemen. Dat hebben we gedaan. We verkopen tot in Mexico.” Hij noemt de Amerikaanse markt “interessant en spannend”. “Het is goed voor de weerbaarheid als je op verschillende markten actief bent, maar het is ook domweg leuk om te doen. Ik let wel op de centen, maar het is ook een mooie uitdaging. We zijn er de afgelopen jaren met twintig procent gegroeid, ondanks de crisis. Als je goeie accounts weet te vinden en mensen de juiste oplossing weet te bieden, kun je ook in een neerwaartse economie groeien.” Duijghuisen ziet Amerika niet als alternatief voor de krimpende Europese markt. “Wij groeien ook nog in Nederland en in Oost-Europa. In de bouw gaat het slecht, maar er zijn nog nichemarkten die kansen bieden. Zeker in de metaalindustrie.”

15


verf & opleiding

Specialistisch medewerker in verf en drukinkt:

Zoeken naar speld in de hooiberg Hoe kun je als bedrijf inspelen op het groeiende tekort aan goed gespecialiseerd technisch personeel? Wat is daarbij de rol van opleidingen? We vroegen het aan een aantal werkgevers en betrokkenen. Het grootste knelpunt blijkt de beschikbaarheid van labmedewerkers. Te k s t : H a n s K l i p Fotografie: Pet van de Luijtgaarden

Ondanks de crisis hebben de meeste technische bedrijven nu al moeite om mensen voor bepaalde gespecialiseerde functies te vinden. Door vergrijzing en ontgroening loopt het structureel tekort de komende jaren alleen maar op naar meer dan 150.000 mensen voor technische beroepen, stelt het Platform Bèta Techniek (zie kader). Dit gaat des te meer knellen wanneer de economie - het moet toch ooit eens gebeuren - weer opkrabbelt. Deze ontwikkeling gaat niet voorbij aan de verf- en drukinktindustrie, zo blijkt uit een kleine rondgang langs bedrijven.

Aantrekkelijke werkzaamheden Van Wijhe Verf is een van de weinige leden van de VVVF die tegen de stroom in roeit. Het bedrijf heeft onlangs een nieuw kleurrijk pand betrokken en vorig jaar het gehele laboratorium gerevitaliseerd. Van Wijhe Verf levert verf voor professionele schilders, timmerfabrieken en consumenten. Vanwege de groei zijn er regelmatig nieuwe mensen nodig. Voor de meeste functies gaat dat vrij gemakkelijk. Zo meldden zich onlangs veel geschikte kandidaten voor de functie van chef van een productie unit. Het gaat vooral om wat de werkgever zelf te bieden heeft, zegt Christian Rooth, manager Personeel & Organisatie. “Mensen richten zich toch vooral

16


verf & opleiding

ingeschakeld en ons netwerk aangeboord. Daarna hebben we nog een uitgebreide campagne met fullcolour advertenties in printmedia gevoerd. Dit heeft ten slotte tot het gewenste resultaat geleid.”

Naar een hoger niveau

op het soort werkzaamheden dat ze gaan doen. Zijn die aantrekkelijk? Het is voor wie solliciteert ook een prettige gedachte dat ons bedrijf het in deze tijd nog steeds zo goed doet.” De uitzondering op de regel is het laboratorium. Hiervoor is het wel erg lastig om goede medewerkers te vinden. Rooth: “Van Wijhe Verf maakt het verschil met kwaliteitsverven. Daarom hebben we een relatief groot lab nodig. Je kunt bijvoorbeeld productiemedewerkers wel uit andere sectoren halen en in de verfproductie wegwijs maken. Laboratoriumwerk vereist echter specialistische kennis over verf maken. Die kennis is schaars. Wij zijn altijd geïnteresseerd in goede laboranten. We stellen hoge eisen aan onze medewerkers en doen geen concessies bij het aantrekken van nieuw personeel. We richten ons voornamelijk op de Nederlandse arbeidsmarkt. Nederlands is de voertaal in ons bedrijf. Het spreekt voor zich dat een goede communicatie en samenwerking essentieel zijn om goede resultaten te bereiken.” Van Wijhe Verf heeft ruim een jaar geleden tegelijkertijd vier vacatures voor labmedewerkers uitgezet. Het is uiteindelijk gelukt om die te vervullen. Dat heeft wel moeite gekost, zegt Rooth. “Het blijkt zeer lastig te zijn om deze categorie medewerkers te vinden. Wij hebben gespecialiseerde wervingsbureaus

verf&inkt 26 - 2013

Bij Anker Stuy Verven in Terwispel, fabrikant van professionele watergedragen verven en lakverven, wordt veel energie gestoken in het zo goed mogelijk organiseren van de vaste club van medewerkers. Volgens P&O-manager Kimm Stelwagen is het de bedoeling om het bedrijf naar een hoger niveau te tillen. “Wij zijn druk bezig met optimalisatie van arbeidsprocessen. We zetten onze medewerkers zo slim mogelijk in. De mensen op de productieafdeling worden breder inzetbaar gemaakt. De vaste productiemedewerkers werken flexibeler.” Anker Stuy Verven werft nog wel voor een R&D-specialist. Deze vacature staat al lang open, zegt Stelwagen. “Wij zoeken naar een rechterhand voor het hoofd van het laboratorium, iemand die de ambitie heeft om uiteindelijk zelf hoofd te worden. We hebben op allerlei manieren gezocht: via headhunter- en adviesbureaus, websites en ons netwerk. We zijn in contact gekomen met verschillende geschikte mensen. Toch blijkt het in deze tijd niet makkelijk om de overstap vanuit een vast dienstverband naar een ander bedrijf te maken. Ook speelt het ons mogelijk parten dat wij in het noorden van het land zitten. Dat is voor veel mensen geen aantrekkelijke regio.” Om in de toekomst aan geschikte mensen voor het lab te komen, gaat Stelwagen kijken of het mogelijk is om studenten van de universiteit en het hoger beroepsonderwijs kennis te laten maken met het bedrijf en mogelijk er af te laten studeren. “We kunnen hopelijk op deze manier enthousiaste studenten een baan aanbieden.”

Goed anticiperen Het relaas van David Dumas van drukinktproducent Flint Group komt aardig overeen met de twee verhalen uit de verfbranche. Het wereldwijd opererende bedrijf heeft in ons land vier vestigingen. Dumas heeft als HR-adviseur de vestigingen in Winschoten (75 medewerkers) en Deventer (tien medewerkers) onder zijn hoede. Hij heeft te maken met een luxeprobleem, zegt hij zelf. “De vestigingen leveren drukinkt voor de verpakkingsindustrie. Deze markt groeit ook in de huidige crisistijd. Er komen wat mensen bij, al moet je niet aan een groot aantal denken. Wij hebben onder meer aan enkele uitzendkrachten een contract aangeboden.” Het personeelsbestand is redelijk vergrijsd, vervolgt Dumas. “Wij zullen de komende jaren vrij veel mensen moeten vervangen. Dat is voor het laaggeschoolde productiewerk niet zo moeilijk, zeker niet met de huidige

ruime arbeidsmarkt. Het belangrijkste criterium is de arbeidsethos die iemand heeft. Geschikte mensen voor het laboratorium en de salesafdeling vind je ook nu niet één-twee-drie. Daarvoor maken we, afhankelijk van de functie, incidenteel gebruik van headhunterbureaus. Ook kijken we naar de doorgroeimogelijkheden van medewerkers. Wij moeten goed anticiperen want anders komen we hierbij echt in de problemen.” De vestigingsmanager in Winschoten maakt veel werk van een toekomstklare organisatie. Daarvoor is waarschijnlijk een procesengineer nodig. Het wordt volgens Dumas niet eenvoudig om de juiste persoon te vinden. “Idealiter heeft de procesengineer tien tot vijftien jaar ervaring, maar je moet net tegen zo’n persoon aanlopen. We maken meer kans als we op zoek gaan naar een relatief jong iemand met vijf tot tien jaar ervaring.”

Geen specialisatie Een serieus probleem voor de verf- en drukinktindustrie is het niveau van de leerlingen van het beroepsonderwijs. De makke is dat op de branche gerichte beroepsopleidingen ontbreken, zegt Rooth (Van Wijhe). “Op universitair niveau is er een Engelstalige, sterk theoretisch gerichte opleiding in coating technology. Daarbij werken verschillende technische universiteiten met elkaar samen. Een dergelijke specialistische opleiding ontbreekt bij het mbo en het hbo. Hier zijn de technische studies tegenwoordig vrij algemeen.” John den Boef, manager bij verfproducent PPG Coatings Nederland, valt hem bij. Hij verzorgt opleidingen van de VAPRO (aanbieder van branchegerichte opleidingen voor operators en technici), zowel bij zijn eigen bedrijf als bij andere bedrijven. Den Boef wijst erop dat bij de vestiging van PPG in Amsterdam nogal wat Franse R&Dspecialisten werken. “Zij hebben in hun eigen land een meer specifieke opleiding voor verfchemie gevolgd. Zo’n opleiding hebben wij in ons land niet, maar zou er wel moeten zijn. In ieder geval bij het hbo. In de hboopleidingen voor chemie zijn er ook geen modules voor verf. Geen toeval dus dat PPG als mondiaal bedrijf mensen uit het buitenland haalt.”

Devies Zelf trainen en ontwikkelen is dus het devies voor werkgevers. Anker Stuy Verven investeert stevig in de ontwikkeling van het huidige personeel, zegt Stelwagen. “Wij gaan met behulp van opleidingsbudgetten structureel op alle afdelingen ontwikkeling doorvoeren.” Stelwagen is verder van plan de banden met het ROC en de hogeschool in de regio aan te halen. “We willen meer studenten kennis laten maken met verf, onder meer door lezingen op school te houden.” Bij de Flint Group volgen weinig mensen een opleiding,

4

17


THE CAREER

EVENT FOR

BIO, CHEMISTRY, FOOD & PHARMA

Ontmoet Chemie Talent Een Posterpresentatie op BCF Career Event Een Vacatureplaatsing op BCFjobs.nl Voor slechts € 500

Ontmoet 2.000 hoogopgeleiden uit Chemie en Life Sciences tijdens BCF Career Event en plaats een vacature t.w.v. € 225 op BCFjobs.nl, de grootste carrièresite uit de sector met 33.000 bezoekers per maand! Neem contact op via info@bcfevent.nl of bel 035-6230781 voor de voorwaarden.

Partner

Gold Sponsors

Silver Sponsors

www.bcfcareerevent.nl THE CAREER EVENT FOR 30 MEI 2013 AMSTERDAM RAI BIO, CHEMISTRY, FOOD & PHARMA


verf & opleiding

vertelt Dumas. “Wij trainen en coachen vooral intern. Het doorontwikkelen van medewerkers is een speerpunt in ons beleid. Maar het mag niet te veel kosten, is de opvatting. Ik ben er voorstander van dat we meer investeren in mensen die we voor de organisatie willen behouden.” Dumas vindt tevens dat de drukinktbedrijven meer moeten nadenken over hoe ze jongeren kunnen interesseren voor de techniek. “Dat geldt ook voor onszelf. Wij doen nauwelijks iets aan voorlichting bij opleidingen. We zijn bij de Flint Group nu wel actief bezig met stages.”

Behoefte van branche Branchegerichte cursussen zijn er in verschillende soorten en maten. Labmedewerkers kunnen bij Reed Business Opleidingen CV1A en CV1B volgen. Voor productiemedewerkers zijn er de opleiding Verfvakman en de training Kleurmaken. VAPRO verzorgt deze cursussen in samenwerking met de VVVF. Luuk Bouwman, consultant bij VAPRO, licht toe: “De opleiding Verfvakman is ongeveer tien jaar geleden echt vanuit de behoefte van de branche ontwikkeld. De diepgang is vergelijkbaar met een mbo-opleiding op niveau 3. De opleiding is echter niet inwisselbaar voor een mbo-diploma.” De opleiding Verfvakman bestaat uit vijf modules met groepsbijeenkomsten en praktijkopdrachten. Een probleem is dat het lesmateriaal op enkele onderdelen verouderd is, zegt Bouwman. “Ik ben nu met de VVVF in gesprek over hoe we de opleiding het beste up-to-date en dus zo aantrekkelijk mogelijk kunnen maken.”

Volwaardig vakman Den Boef is een warm pleitbezorger van het opleiden van productiemedewerkers. Mede door zijn inspanningen heeft het grootste deel van het productiepersoneel van PPG de afgelopen jaren de opleiding Verfvakman gevolgd. “Mensen werden bij het inwerken kunstjes aangeleerd die ze moesten beheersen. Maar zij wisten eigenlijk niet wat verf is en welke chemische principes erachter zitten. Door de opleiding gaan operators dit beter begrijpen en worden zij trots op wat ze doen. Want dat was weg. Ik begin daarom mijn cursus altijd met te vragen: voel je je een volwaardig vakman?” Bij een aantal kleine bedrijven heeft Den Boef het gehele personeelsbestand opgeleid. “Ik heb dan alle mensen, van directie tot werkvloer, bij elkaar. De rode draad is de ketting van werkzaamheden. Vertel maar: wat zijn je eigen werkzaamheden? Zo leren de mensen heel veel van elkaar. Ik vind dat elk bedrijf dit zou moeten doen.”

Mooie taak voor P&O Zowel de opleiding Verfvakman als de training Kleurmaken wordt in company gegeven. Bij de opleiding Verfvakman is ook open inschrijving mogelijk. De interesse hiervoor is echter gering, zegt Bouwman. “Wij starten een open training al bij zeven à acht deelnemers. Dat aantal hebben we al jaren niet gehaald.” Volgens Rooth staat of valt het met bedrijven die willen investeren in

verf&inkt 26 - 2013

mensen. “Zij zouden elkaar veel meer moeten opzoeken en ervoor zorgen dat er gezamenlijk wel voldoende deelnemers voor zo’n cursus zijn. Dat is een mooie taak voor P&O’ers. De VVVF steunt deze oplossing.” Bouwman vertelt tot slot nog over een andere opleiding van VAPRO die in het huidige tijdsgewricht interessant is voor de verf- en drukinktindustrie. “Wij hebben een leergang ontwikkeld om de gevolgen van uitstroom door vergrijzing op te vangen. Hoe voorkom

je dat kennis verdwijnt als een zeer ervaren medewerker met pensioen gaat? Een deel van de medewerkers beschikt over onvoldoende communicatieve en sociale vaardigheden om kennis goed over te dragen. Ook het schrijven van duidelijke en begrijpelijke werkinstructies is een vak apart. Je kunt hieraan wat doen door coaching en training. Wij willen werkgevers wakker maken. Het wegvloeien van kennis kan de doodsteek voor je bedrijf zijn!” •

‘Wij zijn al een stukje opgeschoten’ Een structureel tekort aan werkenden in technische beroepen dat de komende jaren oploopt tot boven de 150.000. Ruim tweederde van de technische bedrijven voorziet dan ook moeilijkheden met het werven van adequaat personeel. Zeker omdat in de industriële economie de vergrijzing groter is dan in andere sectoren: 43 procent van de werknemers is ouder dan 45 jaar. Deze cijfers komen van het Platform Bèta Techniek. Dit platform heeft de ambitie dat 40 procent van alle afgestudeerden - van vmbo tot en met wetenschappelijk onderwijs - een bètatechnische opleiding heeft genoten. Er zijn daarom diverse programma’s in het leven geroepen om de interesse van jongeren voor techniek te stimuleren. Het percentage van 40 procent is nodig om in de toekomst aan de vraag vanuit het bedrijfsleven te voldoen. Zover is het nog lang niet: nu is er sprake van 25 procent. Toch is Beatrice Boots, directielid van het Platform Bèta Techniek, niet somber gestemd. “Tien jaar geleden volgde slechts vijftien procent van de jongeren een technische opleiding. We zijn al een stukje opgeschoten, maar hebben natuurlijk ook nog een stuk te gaan.” De problemen zijn het kleinst in het hoger beroepsonderwijs en het wetenschappelijk onderwijs, zegt Boots. “Vooral bij universiteiten stijgt de deelname aan bètaopleidingen fors. Dat komt omdat meer jongeren instromen én zij vaker kiezen voor techniek.” Bij het vmbo en mbo is juist sprake van een omgekeerde trend: het aantal leerlingen neemt af en techniek is niet erg populair. Hier zijn de problemen dan ook zeer groot. Boots: “Geregeld hoor ik mensen uit bedrijven verzuchten: kwamen de lts en mts maar terug. Dat is ‘wishful thinking’. Je merkt wel dat opleidingen onduidelijk en onherkenbaar zijn geworden, mede door de enorme schaalvergroting bij roc’s. Je ziet nu een ontwikkeling terug naar kleinschaliger onderwijs en duidelijker blokken. De richting techniek krijgt een helderder profiel.” Vroeger waren bedrijfsleven en onderwijs gescheiden werelden, vertelt Boots. “Die situatie is verdwenen. Beide partijen zijn steeds meer bereid om samen initiatieven te nemen. Mooie voorbeelden zijn de Centra voor Innovatief Vakmanschap voor het mbo en de Centres of Expertise voor het hbo.” Mkb-bedrijven kunnen volgens Boots een belangrijke bijdrage leveren. “Laat jezelf zien! Stuur medewerkers naar mbo-opleidingen om te vertellen over de nieuwste technieken in de branche. Leerlingen vinden dat erg leuk, als je maar een link legt met hun interesse voor innovatie. In het mbo en hbo is ook veel belangstelling voor stages in het mkb. Dat je hierin veel investeert, zullen je medewerkers goed begrijpen. Je werkt aan hun eigen opvolging.” Boots wijst tot slot op het Techniekpact dat in april wordt gepresenteerd. “Dit pact borduurt voort op de aanpak met negen topsectoren. Bedrijfsleven, onderwijs en overheid maken concrete afspraken over onder meer stageplekken en baangaranties.” Nadere informatie: www.platformbetatechniek.nl en www.topsectoren.nl.

19


verf & veiligheid innovatie

Nieuwe vorm voldoet aan brengplicht

Problemen rond website Veiligmetverf.nl opgelost De problemen rond de website Veiligmetverf.nl lijken opgelost. In samenwerking met programma Slim geregeld, goed verbonden (Sggv) van het ministerie van Economische Zaken wordt een aanpassing van de informatiesite gerealiseerd, waarmee de verfindustrie en de verfhandel kunnen voldoen aan de wettelijke plicht om veiligheidsinformatie bij de eindgebruiker te brengen.

20

De website Veiligmetverf.nl bestaat al geruime tijd als informatiebron voor de professionele schilder. De site biedt, naast veiligheidsinformatiebladen, algemene informatie over veiligheid, gezondheid en het milieu. De industrie voldeed daardoor vele jaren aan haar plicht om de gebruiker te informeren over de samenstelling van haar producten en mogelijke gevaren bij applicatie, ook naar de mening van de Nederlandse overheid met wie de VVVH en de VVVF een afspraak hadden: de leden waren weliswaar formeel in overtreding, maar hun gedrag werd gedoogd als hun VIB’s op veiligmetverf.nl stonden. Met de invoering van Reach, de Europese verordening 1907/2006, ontstond een in de ogen van de Nederlandse overheid onoverkomelijk juridisch probleem. Reach geeft een Europees wettelijk kader voor het veilig omgaan met chemische stoffen en preparaten. Een belangrijk onderdeel van de verordening is de communicatie van veiligheidsinformatie door de keten heen, van producent van de stof, via de producenten en distributeurs van geformuleerde producten, naar de professionele eindgebruiker. Het belangrijkste communicatie-instrument daarvoor is het veiligheidsinformatieblad (VIB). De verffabrikant is verplicht een VIB van zijn product op te stellen en aan de eerstvolgende partij in de keten ter beschikking te stellen voorafgaand åån of tijdens levering van het product. De eerstvolgende


verf verf&&veiligheid innovatie

brengsysteem gemaakt. De aanpassing wordt op dit ogenblik getest en zal naar verwachting de komende weken operationeel worden. Het eerste probleem ligt veel moeilijker. De Europese Unie is hier de wetgever en heeft kennelijk moeite te aanvaarden dat het instrument van het VIB in bepaalde sectoren niet functioneert. Op korte termijn lijkt het probleem niet bespreekbaar. De VVVF heeft zich ook dit probleem aangetrokken en heeft een oplossing. In de laatste versie van www. veiligmetverf.nl (sinds september 2012) kan de eindgebruiker ook een Werkplek Instructie Kaart (WIK) downloaden van een product. De WIK van een product is een samenvatting van het VIB en geeft alleen de informatie die nodig is op de werkplek over preventieve maatregelen of voor het treffen van maatregelen in het geval van een incident. De WIK heeft in het kader van Reach echter geen legale status.

Slim geregeld

partij kan een grossier zijn die op zijn beurt dezelfde verplichting heeft het VIB ter beschikking te stellen aan zijn klant, bijvoorbeeld de schilder.

Brengplicht Met de term ‘ter beschikking stellen’ heeft de wetgever een actieve brengplicht van elke schakel in de keten bedoeld. Het uiteindelijke doel is dat het VIB ook in een lange productketen bij de eindgebruiker terechtkomt. Dat bleek in de praktijk onhaalbaar. Er doken twee problemen op. Ten eerste speelt het VIB in praktijk geen rol bij het treffen van maatregelen die nodig zijn bij het veilig werken met preparaten door de professionele eindgebruiker. Het VIB is voor veel groepen eindgebruikers van verf niet hanteerbaar en niet toegankelijk en schiet daarom zijn doel voorbij. Ten tweede stroomt het VIB niet door: distributie en handel weten goed om te gaan met honderden producten voor verschillende markten, maar niet met de eisen ten aanzien van commercieel vreemde documenten en de disproportionele hoge administratieve lasten die ze met zich meebrengen. Zij kunnen daardoor geen invulling geven aan de actieve brengplicht van het veiligheidsinformatieblad. Door de fysieke omvang van het VIB (die kan oplopen tot honderden bladzijden sinds de introductie van het ‘uitgebreide VIB’) is het probleem nog groter.

verf&inkt 26 - 2013

Voor het tweede probleem had de VVVF al sinds 1997 een oplossing, eerst in de vorm van de Verffax en daarna met een website Veiligmetverf.nl. De oplossing bestaat er uit dat VVVF-leden (verffabrikanten) VIB’s van verfproducten op een centrale, collectieve database hebben opgeslagen. Eindgebruikers kunnen zo op een eenvoudige manier, op één internetadres en met behulp van een sterke zoekmachine, het VIB vinden dat ze nodig hebben. Tot 2011 stond de Nederlandse overheid op het standpunt dat de leden van VVVF en VVVH die aan dit systeem deelnamen gevolg gaven aan hun verplichting om het veiligheidsblad ‘ter beschikking te stellen’. Door recente besluiten van de Europese Commissie zegt de Nederlandse overheid deze positie niet meer te kunnen behouden. De EU wil strikt de hand houden aan de actieve brengplicht van de ene schakel naar de volgende in de keten.

Aangepast Veiligmetverf.nl wordt daarom zodanig aangepast dat op basis van verkoopgegevens uit de verkoopadministratie van leden een e-mail met het VIB (of een zogenoemde deep link, een link die direct gekoppeld is aan het VIB op de website van de verfleverancier) naar de koper zal worden gestuurd. Van een haalsysteem wordt een

De afspraken zijn tot stand gekomen door samenwerking binnen de casus Reach van het programma Slim geregeld, goed verbonden (Sggv) van het ministerie van Economische Zaken. De stuurgroep van deze casus is onder voorzitterschap van hoogleraar Europees milieurecht Han Somsen gevormd door de brancheorganisaties VNCI (chemische industrie), VVVF (verf- en drukinktindustrie), Fosag (brancheorganisatie schildersbedrijven) en de departementen IenM, SZW en EZ. Het programma Slim geregeld, goed verbonden van het ministerie van Economische Zaken heeft publiekprivate ketens ondersteund bij het substantieel verlagen van regeldruk voor ondernemingen en verbetering van efficiency en dienstverlening door overheden. Het programma loopt van januari 2009 tot december 2012. Informatie over de casussen en de methodiek voor ketensamenwerking die binnen Sggv is ontwikkeld, blijft na voltooiing van het programma nog enige tijd beschikbaar via de website www.sggv.nl. VVVF-directeur Martin Terpstra reageert: “De VVVF is verheugd dat binnenkort Veiligmetverf.nl het mogelijk maakt dat de leden van VVVF en VVVH voldoen aan de wettelijke brengplicht van het VIB. Mede dankzij het Sggv is duidelijk geworden dat ons systeem, dat in de kern een digitale verspreiding van het VIB via de website van de branchevereniging is, een effectief en relatief goedkope weg is voor het verspreiden van het VIB door de ketens heen. We zijn er ook trots op dat ons systeem als voorbeeld wordt gegeven voor het bedrijfsleven.” •

21


De mens achter

Sierpleisterfabrikant Stefan van Strien (Strikolith)

‘Veerse jongen’ met zwak voor zijn vak en lak aan het pak Stefan van Strien verschilt nauwelijks van zijn gepensioneerde vader en oprichter Jo van Strien van het familiebedrijf Strikolith in Raamsdonksveer: ook een Bourgondische,‘Veerse jongen’ vol Brabantse gemoedelijkheid en gezelligheid. Hij speelt weliswaar geen accordeon in een Zydecoband zoals zijn vader, maar beoefent wel een andere ‘Bourgondische hobby’: hij kookt in ondernemersverband. Spécialité du Chef: het dessert. Voor een rechtgeaarde fabrikant van sierpleisters natuurlijk geen kunst. Te k s t : A n t o n S t i g Foto: Pet van der Luijtgaarden

The Social Cookingclub, waarvan hij lid is - ‘verboden voor vrouwen’ - is te vinden in Geertruidenberg en telt zo’n twintig ondernemers. Met, volgens Stefan, ongeacht de branche waaruit zij afkomstig zijn, allemaal hun eigen problemen. “Want in ondernemersland is het natuurlijk crisistijd voor ons allemaal. Maar problemen koken we op zo’n avond als het ware weg.” De in Raamsdonk geboren Brabander vindt dat ‘hartstikke leuk’ om te doen. “Dat ik toetjesspecialist ben is misschien ook wel aan me te zien! Zonder gekheid: zo’n specialist ben ik nou ook weer niet. Thuis heb ik nog nooit een pan aangeraakt. Maar op de kookclub hebben we gelukkig heel professionele begeleiding.”

Zwak voor het vak ‘De zoon van’ lijkt op meer fronten op zijn vader. Zo hebben beiden een zwak voor het stukadoorsvak. Een ambacht waarin hij als klein ventje al een zakcentje heeft bijverdiend. Met dank aan lokale zzp’ers die hem op sleeptouw namen. Om hem praktisch wijzer te maken in een ambacht dat hem al met de paplepel was ingegoten. “Er zijn mensen die stukadoors nog zien als een slag apart. Meestal tamelijk recht voor hun raap. In mijn ogen zijn het vooral keiharde werkers. Jongens die gemeen hebben dat ze iets moois van hun werk willen maken. Als

22

de witte voetafdrukken en de stofwolken na een klus zijn verdwenen, komt geheid iets fraais tevoorschijn: strakke vlakken die een ruimte altijd meerwaarde geven. Een vak waarin uiteraard het nodige is geïnnoveerd, maar in de basis nog precies hetzelfde is gebleven als honderd jaar geleden. Een echt ambacht en mooi werk!”

Lak aan het pak Dat Stefan net als zijn vader lak aan het pak heeft, is in de afbouwbranche niet bijzonder. Voor hemzelf is casual dagelijkse kost, omdat hij zich daarin gemakkelijk voelt. Een familietrek: “De meeste mensen uit de branche kennen mijn vader ook niet anders dan in spijkerbroek.” Veel belangrijker vindt hij de klik tussen mensen. “De wil er samen iets van te maken, elkaar te helpen, iets te gunnen. Wat dat betreft ga ik altijd uit van het goede in de mens. In pak of niet. Totdat het tegendeel is bewezen.” Gehuwd en vader van een dochter van zeven, nam Stefan in 2002 het bedrijf van zijn vader over. De oorsprong van Strikolith gaat terug naar de jaren zeventig van de vorige eeuw. Vader Jo kocht in de tijd een garage in Oosterhout om daar ’s avonds de ‘bouwpappen’ te mixen die hij een dag later als stukadoor bij zijn klanten zou uitsmeren. Met dank aan een bij een Brabantse bakker op de kop getikte deegmachine. En met hulde aan de opa van Stefan, die

het apparaat met veel technisch vernuft wist om te bouwen tot bruikbare mixer. De vraag naar de sierpleisters van Van Strien wordt echter zo groot, dat de ondernemende stukadoor zich genoodzaakt ziet te verhuizen naar industrieterrein Dombosch in Raamsdonksveer, waar hij Strikolith op de kaart zet, waar nog altijd jaarlijks gemiddeld 10.000 ton pleistergrondstof wordt geproduceerd en waar het personeelsbestand is verdubbeld tot vijftig man.

Enige met ambitie Thuis bleek Stefan overigens de enige met ambitie om het bedrijf (net twee maanden ouder dan hijzelf - hij is van 6 december 1971) van zijn vader over te nemen. Met HTS Bedrijfseconomie en de TMS Businessschool van de TU Twente als geestelijke bagage, zegt hij van huis uit in elk geval nooit te zijn gepusht. “Ik denk dat ik er na mijn studiejaren ook gevoelsmatig aan toe was. Het voelde gewoon goed. En mijn zus had er geen trek in.” Als het om pushen gaat, zou zijn eigen vader hem, vermoedt Stefan, liever hebben besmet met zijn muziekvirus. “Als accordeonist is hij namelijk altijd gek geweest, en nog, van Zydeco-muziek uit Louisiana. En van z’n eigen River Zydeco Band waarmee hij nog regelmatig optreedt. En nu hij met pensioen is, en in Raamsdonksveer, ‘ZydecoZity’, ook zijn eigen geluidsstudio heeft -


De mens achter

“Elk Oudjaar denk ik: volgend jaar ga ik weer toeren, maar het komt er niet van.”

The Swamp Studio - kan het voor hem niet stuk op muzikaal gebied.” Zelf ooit pianostudent, houdt Stefan het slechts bij het beluisteren van muziek, van klassiek tot populair en alles daar tussenin, met een voorkeur voor blues en rock. “Heb eigenlijk altijd muziek op. Behalve tijdens interviews!”

People manager Positief ingesteld, soms wel een beetje naïef en te goed van vertrouwen, maar boven alles makkelijk in de omgang met mensen, heeft Stefan als ‘people manager’ een broertje dood aan hiërarchie, aan rangen en aan standen. Maar zoekt intussen wel mensen om zich heen met een goed ontwikkeld verantwoordelijkheidsgevoel, die weten wat ze te doen staat in hun functie. De verschillen tussen hem en zijn vader schetsend, ziet hij zijn voorganger vooral als pionier. En als ‘uitvinder’. Van woongrind bijvoorbeeld. Van Strien Junior daarentegen is meer een organisator en ‘een bouwer met expansiedrift.’ Wat inmiddels vorm

verf&inkt 26 - 2013

heeft gekregen met een aantal nieuwe Strikolithvestigingen in onder meer Duitsland, Engeland en België. “Want”, zo is Stefans gedachtegang sinds zijn aantreden, “je moet op meerdere benen durven staan om risico’s te spreiden.”

Passie: Harley Davidson Als algemeen directeur is Stefan momenteel vooral op het commerciële en organisatorische front in touw. Van hot naar her reizend is hij gemiddeld een week per maand onderweg. Ook doet hij bestuurswerk voor de stichting Garantiefonds en het platform Producenten Gepleisterd Bouwen. Alle verplichtingen samen maken dat het voormalig lid en penningmeester van de motorclub Breda zijn Harley Davidson al een poosje niet van stal heeft kunnen halen. Het is zijn passie en uitlaatklep, maar van rijden komt het niet vaak meer. “Elk Oudjaar denk ik: volgend jaar ga ik weer toeren.” De laatste keer was bij wijze van eerbetoon toen in clubverband een medelid uitgeleide werd gedaan bij de uitvaart. Wat hem zo aantrekt in een

Harley? “Het ruige, het stoere, misschien wel het onoverwinnelijke. Ten minste, dat gevoel bekruipt je als je met elkaar op pad bent. Dan maakt het ook niet uit wat je bent: bouwvakker, advocaat of pastoor. Als groep heb je wel een gemeenschappelijke noemer: de passie die je deelt voor de motor. Tenminste, zo voelt dat.” Hij heeft gewoond in Engeland en Duitsland, maar hij is blij met zijn huidige ‘thuis’: op zijn vertrouwde geboortegrond in Raamsdonk, een gemoedelijke, van oorsprong katholieke, agrarische gemeenschap van handwerkers en van harde werkers. Dat met het minstens zo katholieke Raamsdonksveer en het overwegend protestantse Geertruidenberg intussen de gemeente Geertruidenberg is geworden. Onderlinge verschillen zijn er volgens Stefan nog zeker in deze gemeente, die dit jaar 800 jaar stadsrechten herdenkt. Verschillen die zich met name uiten rond carnavalstijd. “Tenminste, zo beweren wij onder elkaar nog wel eens gekscherend: het is in Geertruidenberg pas echt carnaval als er ook Veerse jongens bij zijn om het gezellig te maken!”

23


verf & innovatie

Toponderzoeker Alfons van Blaaderen kan

‘Kleuren maken die nooit vervagen’ Het blauw van pauwenveren of van sommige vlinders en kevertjes is een structurele kleur; anders dan bij pigmentkleuren wordt er geen licht opgenomen, maar weerkaatst. Daardoor behouden dergelijke ‘structurele kleuren’ hun kleur, miljoenen jaren lang. Het Debye Institute for NanoMaterials Science onderzoekt mogelijkheden om dergelijke structurele kleuren te genereren. Wanneer kunnen we de eerste coatings met altijd vaste kleur verwachten? Volgens toponderzoeker Alfons van Blaaderen kan het al. Alleen de prijs is nog een obstakel. Te k s t : Pe t e r B o o r s m a Fotografie: Pet van de Luijtgaarden

croscopisch kleine deeltjes die zeer regelmatig liggen gerangschikt en die het licht op een bepaalde manier weerkaatsen. Door de interactie van het licht met de structuur van de regelmatige deeltjes worden bepaalde golflengten selectief uitgedoofd en vermengd met direct gereflecteerd en verstrooid licht. Typerend is dat de kleur erg afhankelijk is van de hoek van het invallend licht, zoals goed te zien is bij het parelmoer van een oesterschelp of bij olie die op het water ligt. De kleur maakt onderdeel uit van de structuur van het materiaal. Dat betekent dat zolang de regelmaat in de structuur heel blijft, ook de kleur in tact blijft.

Pauwen Kleuren die nooit vervagen of vergelen, kleuren blauw die tienmaal zo intens zijn als de blauwe verf die nu verkrijgbaar is. Volgens Alfons van Blaaderen, hoogleraar in de scheikunde én natuurkunde aan het Debye Institute for NanoMaterials Science in Utrecht, hoeft het helemaal niet zo lang te duren voordat er coatings met dergelijke kleuren op de markt zijn. “De techniek is er al. Het gaat er vooral om, de toepassing zo te verbeteren dat het ook prijstechnisch interessant is om ze op de markt te brengen.” Van Blaaderen heeft het over structurele kleuren. De meeste kleuren die we om ons heen zien, danken hun

24

kleur aan pigmenten. Pigmenten geven kleur doordat ze een deel van het licht absorberen, waardoor het oog alleen het niet opgenomen licht waarneemt. Maar juist omdat pigmenten licht - energie - opnemen, worden ze ook afgebroken, waardoor de kleur vervaagt. Structurele kleuren echter behouden hun kleur.

Parelmoer Structurele kleuren, of fotonische kristallen zoals de structuren in de technische literatuur worden genoemd, geven kleuren dankzij interferentie-effecten. In feite gaat het om een driedimensionale pakking van mi-

Dat dat zo is wordt bewezen door Afrikaanse besjes de pollia condensata - die hun oorspronkelijke structurele kleur blauw zeker vijftig jaar behouden, een kleur die overigens tien keer intenser en helderder is dan welke pigmentkleur dan ook. Tijdens de jaarvergadering van de VVVF in december liet Van Blaaderen een opgegraven kevertje zien van 47 miljoen jaar oud, dat nog steeds zijn oorspronkelijke, levendige kleur heeft. In de natuur zijn nog meer voorbeelden te vinden van structurele kleuren, zoals de veren van kolibries en pauwen, sommige vlinders en het gesteente opaal. “Ook alle kevers die er metallisch uitzien, hebben


verf & innovatie

‘…het cijfer ‘50’ op een 50-eurobiljet bestaat uit structurele kleuren, zij het dat de inkt met simpele technieken gemaakt is…’ structurele kleuren. Het zijn heel mooie reflecterende kleuren. Een heel groot deel van het licht - 40 procent - kaatst als kleur weer terug”, aldus Van Blaaderen. Ook in verf kun je kleuren genereren door de verstrooiing van het licht te beïnvloeden. Dat kan door te structureren op nanoschaal; een gemengd fysisch en chemisch proces, waarbij de chemici zorgen voor de bouwstenen - de deeltjes - en de fysici zorgen dat die zichzelf zo organiseren - kristalliseren - dat het gewenste effect optreedt.

Proof of principle Hoewel veel van de kennis en techniek voorhanden is, durft Van Blaaderen nog geen voorspelling te geven wanneer de huiseigenaar zijn voordeur kan schilderen met verf met een structurele kleur. “Wij stoppen bij de proof of principle: voor ons is het voldoende aan te tonen dat het kan. Het is dan aan de industrie om wat met die uitvinding te doen. Ik kan wel zeggen dat ik dertien jaar geleden heb voorspeld dat elektronische inkt wel eens een markt zou kunnen worden. Ik ben toen voor gek verklaard, maar tegenwoordig wordt het in iedere e-reader toegepast.” Vooralsnog is vooral de prijs een obstakel. “Wij werken ook voor de chipsindustrie. Daar gaat het over zo weinig materiaal dat de prijs er nauwelijks toe doet. Dat is bij coatings natuurlijk anders; daar zijn de hoe-

verf&inkt 26 - 2013

veelheden veel groter.” Van Blaaderen verwacht dat structurele kleuren het eerst in niches van de verf- en inktindustrie worden toegepast, waarbij er maar kleine hoeveelheden materiaal nodig zijn of waarbij het opnieuw opbrengen van kleur heel lastig is. Iets waarvoor hij met bedrijven overigens graag een pilot project zou willen opzetten. “Maar we maken bijvoorbeeld al deeltjes met alleen een schilletje van titaandioxide, waardoor je veel minder van deze dure grondstof nodig hebt.” Er zijn overigens al wel enkele toepassingen van structurele ‘kleuren’, zoals een anti-reflectiecoating van DSM. Ook het cijfer ‘50’ op een 50-eurobiljet bestaat uit structurele kleuren, zij het dat de inkt met simpele technieken gemaakt is. En er moet een model Mercedes bestaan waarbij ‘structurele kleur’ een optie is. Dat is dan nog wel een kleur die varieert met de lichtinval: kijk je er van boven op, dan zie je de kleur blauw, kijk je zijwaarts, dan zie je de kleur groen. Maar het mooiste voorbeeld van een structurele kleur is volgens Van Blaaderen dat van de morpho, een vlinder uit de Zuid- en Midden-Amerikaanse regenwouden die vanuit alle hoeken blauw is, ongeacht de lichtinval. Zo fel dat het dier tot op een kilometer afstand te zien is. “Dat is heel moeilijk na te maken want om een regelmatige kleur te krijgen, moet je juist variëren in de regelmaat van de deeltjes.” •

Computers die werken op licht Naast het onderzoek naar structurele kleuren werkt Alfons van Blaaderen ook aan de ontwikkeling van optische vezels van polymeren met hierin ingebouwd fotonische kristallen die het mogelijk maken ook binnenshuis netwerken voor optische signalen aan te leggen. “Glasvezelkabels komen niet verder dan tot de meterkast. Daar worden de optische signalen omgezet in elektrische signalen. Als je die omzetting kunt uitstellen tot aan de computer, maakt dat de communicatie heel veel sneller.” Het einddoel van Van Blaaderen is echter het ontwikkelen van chips die werken met optische in plaats van elektrische signalen. “Anders dan elektrische signalen verstoren lichtsignalen elkaar niet. Rekenen zou dan in drie dimensies kunnen, waardoor computers enorm veel sneller worden.” De ontwikkeling van polymere vezels en chips die met licht werken valt onder het toegepast onderzoek van het Debye Institute for NanoMaterials Science. Daarnaast wordt er ook fundamenteel onderzoek gedaan naar en met colloïdale deeltjes als modelsysteem voor atomaire en moleculaire processen zoals bijvoorbeeld kristallisatie.

25


verf & innovatie

Kwart duurzamer dan bestaande verpakkingen

Kartonnen verfpot:

wie durft?

Een machine die jaarlijks 1,5 miljoen kartonnen verfpotten kan produceren. Nee, het is geen fabeltje: die machine staat in Zaandam – klaar voor gebruik. Maar grote verffabrikanten durfden de sprong van metalen of plastic verfverpakking naar kartonnen pot niet aan. Dus zoeken uitvinder en partners een andere weg om ‘hun kindje’ alsnog groot te zien worden. Ondernemer Rien de Wolf: “We richten ons nu op de kleinere verffabrikanten.” Te k s t : M a r l o e s H o o i m e i j e r Foto: Pet van de Luijtgaarden

In 2007 mondde een brainstorm tussen Hans Keijzer, directeur Innovatie bij hout-, papier- en kartonproducent Stora Enso, en uitvinder Henk Schram uit in het lumineuze idee een kartonnen verfpot te ontwerpen. Een pot die aanzienlijk duurzamer moest worden dan de traditionele metalen en plastic verfverpakkingen. De twee innovatiezoekers waren elkaar op het spoor gekomen door Syntens, het innovatiebureau van het ministerie van Economische Zaken. Keijzer licht toe: “Kartonnen verfverpakkingen bestonden nog nergens ter wereld. Er zijn wel verpakkingen voor andere producten die enigszins vergelijkbaar zijn, zoals de koker waarin Pringles-chips verpakt zijn, of de verpakkingen voor vruchtensappen. En we kennen de bag-in-box waar wijn soms in verpakt wordt, met dat kraantje. Maar in een zak wijn ga je niet roeren, in een pot verf wel.” Het eerste prototype van Schram was in 2009 gereed. Jaren van uitvoerig testen en uitontwikkelen van de productiemiddelen verder, met de benodigde investeringen van Schram en Stora Enso van ruim een miljoen euro, voldoet de 1-literpot inmiddels aan alle eisen om watergedragen verven in te verpakken. “Zolang er maar geen oplosmiddelen in zitten”, zegt Schram. Het omhulsel van de pot bestaat uit een kartonnen koker van Stora Enso, een laagje polyetheen en een heel dun laagje aluminiumfolie - voor de waterbestendigheid en het buitenhouden van

26

UV-straling. De deksel, ring en bodem worden gemaakt van polypropyleen. En er is lijm nodig om de verschillende laagjes en elementen aan elkaar te bevestigen. Ook de luchtdichtheid is volgens Keijzer dik in orde: “Je hebt toch te maken met meer aanhechtingen dan bij een plastic pot die, behalve de deksel, uit één geheel wordt geperst. Maar Henk heeft al een paar jaar kartonnen potten staan met watergedragen verf erin en weegt die steeds om te zien of er geen verf verdampt. En dat zit goed.”

1,5 miljoen potten Schram, die patent heeft op de kartonnen verfpot, kan met de machine die in de productiehal van zijn bedrijf HenCa Verf in Zaandam staat op jaarbasis 1,5 miljoen 1-li-

terpotten maken. “Dit aantal kan nog verder omhoog als de prototypemachine verder uitgewerkt wordt”, vertelt hij. De prijs van de kartonnen pot zal die van een metalen of plastic pot volgens Keijzer niet veel ontlopen. Er is ook al een machine die op termijn 2,5-literpotten kan fabriceren, maar de 1-literpot gaat nu voor. Die machine had al lang moeten draaien, maar helaas haakte Stora Enso vorig jaar af. Het bedrijf wilde niet langer investeren in de verfpotinnovatie en ontbond de licentie die het met Schram had afgesloten voor de vermarkting op de Europese en Noord-Amerikaanse markt. Reden: verfgiganten durfden er toch niet aan en productie op grote schaal - het doel van Stora Enso - zou er voorlopig niet van komen. Volgens Keijzer durven de grote bedrijven ‘niet te ver uit het raam te gaan hangen’. Ze willen volgens hem weliswaar hun milieudoelstellingen halen, maar ze nemen liever ‘kleine stapjes dan een grote sprong’. “Een eco-efficiencytest toonde aan dat onze verpakking een carbon footprint heeft die 25 procent gunstiger is dan de bestaande verpakkingen. Dat verschil kun je niet wegwerken door meer gerecycled plastic in de plastic potten te gebruiken, waaraan de bedrijven toch de voorkeur geven. De kartonnen potten kunnen bovendien vrij eenvoudig op locatie worden vervaardigd, wat het aantal transportbewegingen enorm reduceert. Maar het feit dat onze verpakking uit vijf componenten bestaat, vonden ze


verf & innovatie

bezwaarlijk. De innovatierichtlijnen willen immers dat de materialen zo homogeen mogelijk zijn.” Des te spijtiger, vindt Keijzer, omdat de pot geheel recyclebaar is. “In Barcelona heeft Stora Enso een fabriek staan die soortgelijke producten - de Tetra Pak-verpakkingen van bijvoorbeeld sinaasappelsap - volledig kan recyclen. Het verbranden van het plastic levert genoeg energie op om het papier én het aluminium terug te winnen. Natuurlijk, dit blijft een tussenstap, op lange termijn is het ideaalplaatje dat de verpakking gewoon bij het oud papier kan en het verfrestant door de gootsteen.” Schram: “De pot is nog altijd voor verbetering vatbaar. Zo zou het natuurlijk mooi zijn als het omhulsel uit minder laagjes kan bestaan: karton met één binnenlaag. Voor dat soort ontwikkelingen is tijd nodig.”

Nieuwe poging Die tijd was uitvinder Schram door de grote verfbedrijven en door Stora Enso niet gegund, maar wie denkt dat de kartonnen verfpot nu ten dode is opgeschreven, heeft het mis. De Amsterdamse ondernemer Rien de Wolf heeft het stokje van Keijzer overgenomen en richt zich samen met Schram nu op de kleinere verffabrikanten. De Wolf runt naast zijn winkel in Amsterdam, waar hij vrijetijdsartikelen (camping, watersport) maar ook standaardverven verkoopt, zijn bedrijf De Wolf Interactive BV voor duurza-

verf&inkt 26 - 2013

me producten, zoals zonnepanelen, accu’s en nu dus ook kartonnen verfpotten. De Wolf: “Ik ken Hans Keijzer ook persoonlijk en ben vanaf het begin enthousiast over het concept: van karton een potje maken en daar verf in stoppen. Het is een gemiste kans van de grote bedrijven. Ik ben ervan overtuigd dat consumenten klaar zijn voor duurzame verf én voor duurzame verfpotten. Aangezien zij door de crisis schilderwerk ook steeds vaker zelf gaan doen, is het een interessante doelgroep.” De Wolf heeft inmiddels een verkennend gesprek gehad met Ursa Paint, producent van duurzame verven. Binnenkort moet duidelijk worden of Ursa Paint het aandurft om zijn producten in de kartonnen verfpot te verpakken. Of misschien zijn er wel meerdere kleine fabrikanten die afzonderlijk van elkaar niet zo’n grote verpakkingsbehoefte hebben, maar met elkaar willen investeren in de machine. Keijzer rekent voor: “De machine kost 200.000 euro en de set mallen die je nodig hebt voor het spuitgietwerk van ringen, deksels en bodem kost 80.000 euro.” Maar er zijn meer mogelijkheden volgens De Wolf: “We kunnen ook zelf duurzame verf inkopen, in onze eigen kartonnen potten verpakken en onder eigen naam op de consumentenmarkt verkopen.” En hoewel de weg naar de markt lang, kostbaar en hobbelig is, blijft uitvinder Schram van één ding overtuigd: “De kartonnen verfpot is een geweldig product.” •

Verf door de brievenbus Dat uitvindersbloed altijd blijft stromen, blijkt uit de nieuwste verfverpakking van Henk Schram: verf in brievenbusverpakking. Waar de kartonnen verfpot nog op de markt moet komen, verzendt HencaVerf nu al verf naar zijn klanten in speciale spoutbags, een stazak met schenkdop. De inhoud is volgens Schram gemakkelijk te mengen door het zakje te kneden. Na dosering van de gewenste hoeveelheid in een bakje, sluit de schroefdop de zak af. De verpakking is - in tegenstelling tot de kartonnen pot - ook geschikt voor verven mét oplosmiddelen. Niet alleen de verpakking maar ook de bijbehorende vulmachientjes zijn Schrams eigen ontwerp. Klanten bestellen de verf via zijn webwinkel en krijgen de verf, bij hoeveelheden tot 700 ml, in brievenbusverpakking toegezonden. Schram: “Vandaar onze kreet ‘Bij iedere klus onze verf door uw brievenbus’. Ook deze verpakking is, net als onze kartonnen pot, een stuk duurzamer. Zo geeft de stazak minder afval.” Meer informatie: www.hencaverf.com.

27


Drukinkt & duurzaamheid

Schonere drukinkt uit hemicellulose geschikt voor verpakkingen

Finland haalt

inkt uit bomen Drukinkt uit bomen? Laura Kela, verbonden aan VTT Technical Research Centre of Finland, heeft bewezen dat het kan. De inkt is schoner dan traditionele inkten en daardoor zeer geschikt voor de verpakkingsindustrie. Kela: “Het hangt nu van de industrie af wanneer inkt op basis van hemicellulose op de markt komt.” Te k s t : M a r l o e s H o o i m e i j e r Fotografie: Pet van de Luijtgaarden Hemicellulose, daar draait het allemaal om in het onderzoek van de Finse onderzoekster Laura Kela van VTT Technical Research Centre of Finland. Kela onderzocht of deze polymeer, die een bijproduct is van de productie van papierpulp uit bomen, als grondstof voor drukinkt kan dienen. Door gebruik te maken van hernieuwbare grondstoffen als hemicellulose kan inkt immers milieuvriendelijker worden geproduceerd. In november publiceerde ze een optimistisch artikel over haar onderzoeksresultaten in het tijdschrift Printing Inks. Waar de hemicellulose in het productieproces van papier nu nog vooral wordt gebruikt om te verbranden, om zo in de benodigde energiebehoefte te voorzien die nodig is om van hout pulp te maken, is het volgens haar heel goed mogelijk deze in de toekomst als bindmiddel voor inkt te gebruiken. Uit één ton pulp kan circa vijf kilo hemicellulose worden gehaald; uit de totale pulpproductie zo’n 960.000 ton. Kela: “De verwachting is zelfs dat de beschikbaarheid van hemicellulose nog verder groeit als het gebruik van speciale pulp - zoals opgeloste, gebleekte pulp voor textiel - verder toeneemt.”

CO2-voetafdruk Hoewel nog niet in systematisch onderzoek aangetoond, lijken inkten op basis van hemicellulose volgens de onderzoekster biologisch afbreekbaar en niet giftig. Bovendien heeft deze biologische grondstof geen voedingswaarde en gebruik is daarmee geen bedreiging

28

voor de mondiale voedselvoorziening. Kela: “Voorberekeningen laten zien dat de CO2-voetafdruk van inktbindmiddel op basis van hemicellulose kleiner is dan van bindmiddel op basis van polyacrylaat. Het is een bijproduct uit het productieproces van pulp met veel potentie voor de inktindustrie.” In het laboratorium testte Kela de hemicellulose als bindmiddel voor inkt op waterbasis (40 procent op hemicellulose gebaseerd bindmiddel in een wateroplossing). De inkt werd geprint en gehecht aan oppervlaktes van karton en plastic, en gaf op het oog goede printkwaliteit. Ook hemicellulose (tien procent derivaat in water) als vernis op gecoat papier, karton en plastic gaf goed resultaat: glans en wateroplosbaarheid werden op alle oppervlakten beter. “We hebben het bindmiddel getest met commerciële pigmenten en we hebben met hemicellulose recepten voor flexo-inkt op waterbasis gemaakt, zowel warmte-uithardbaar als UVdrogend. Alle inkten waren stabiel en zagen er goed uit. Bijkomend voordeel van de UV-drogende inkt was de beperkte geur.”

Verpakkingsindustrie De duurzame inkt kan volgens het Finse onderzoek goed van pas komen voor de verpakkingsindustrie. Zeker aan verpakkingen voor levensmiddelen worden omwille van de voedselveiligheid speciale materiaaleisen gesteld: de materialen mogen niet toxisch zijn, maar moeten wel een goede beschermfunctie hebben. Bovendien kijkt


drukinkt & duurzaamheid

Laura Kela: ’Het hangt nu van de industrie af wanneer inkt op basis van hemicellulose op de markt komt’

de verpakkingsindustrie steeds meer of een verpakking biologisch afbreekbaar is. Milieuvriendelijke inkt verhoogt volgens het onderzoek zowel de veiligheid als de duurzaamheid van verpakkingen. Waarbij Kela wel opmerkt dat de inkt ‘nog’ geen goedkeuring heeft voor gebruik in de voedingsindustrie, zoals van de FDA (Food and Drug Administration). Ondertussen onderzoekt VTT nog meer toepassingsmogelijkheden. “Naast de mogelijkheid om met de inkt via flexografie karton en papier te bedrukken, onderzoeken we hoe we de hemicellulose zo kunnen modificeren dat die ook geschikt is voor inkt om op flexibele verpakkingen te printen. En mogelijk kan de inkt straks ook gebruikt worden in inkjetprinters.” Uit eerder onderzoek bleek volgens Kela al hoe bijproducten van papierproductie, zoals natuurlijke harsen, van pas kunnen komen in bindmiddelen. Bijvoorbeeld om verf waterafstotender te maken. Er is in eerder onderzoek al eens inkt op waterbasis gemaakt met hemicellulose en dennenhars.

Op de markt In het ideale plaatje zijn er volgens het Finse onderzoekscentrum diverse partners betrokken om productie en gebruik van inkt uit bomen te realiseren: de pulpproducent die voor de ruwe hemicellulose zorgt, de chemische industrie om de hemicellulose te modificeren tot bindmiddel, de inktproducent om bindmiddel en pigment in kwaliteitsinkt om te zetten, de pigmentproducent om geschikte pigmenten te leveren en

verf&inkt 26 - 2013

de verpakkingsindustrie die de inkt gaat gebruiken. Kela hoopt dat de toepassing van hemicellulose voor inkt binnenkort vanuit de onderzoeksfase in de ontwikkelfase terecht mag komen. “Mochten genoemde partners een ontwikkelproject willen starten, dan doet VTT graag mee. Het hangt nu van de industrie af wanneer inkt op basis van hemicellulose op de markt komt.” Zowel de grondstof hemicellulose als het hieruit gemodificeerde bindmiddel kan volgens haar prima in Europa worden geproduceerd. “Dit kan ook in Nederland, als een pulpproducent en een chemiecon-

cern de samenwerking zoeken. VTT is geïnteresseerd hierover met Nederlandse ketenpartners in gesprek te gaan.” Ook niet onbelangrijk in dit verband: hoe duur zal de inkt uit bomen zijn? “Dat is op dit moment onmogelijk om te zeggen; het hangt onder meer af van wie de producenten zijn en wat hun productiecapaciteit is. Op lange termijn is de verwachting dat de prijs gelijk is aan de huidige, commerciële bindmiddelen voor inkt.” •

Drukker zoekt duurzame inkt Vorig jaar april berichtte Verf&Inkt (nummer 22) al over de wenselijkheid van meer duurzame inkten. De grafische industrie dringt hier meer en meer op aan bij de drukinktindustrie, omdat klanten van de drukkerijen steeds vaker vragen om volledig duurzaam drukwerk. De grafisch ondernemers willen ook beter weten uit welke bestanddelen de inkt is vervaardigd; ze menen dat die informatie nog vaak te wensen overlaat. Hoewel drukinkt verantwoordelijk is voor een relatief geringe milieubelasting, zijn ook de VVVF en de Europese organisatie van drukinktfabrikanten EuPIA het erover eens dat de keten gezamenlijk op zoek moet gaan naar meer duurzame inkten. De twee organisaties zijn hierover in gesprek met het Koninklijk Verbond van Grafische Ondernemingen (KVGO). Inkten kunnen milieuvriendelijker worden door bijvoorbeeld minder gebruik te maken van minerale oliën en meer van plantaardige grondstoffen, zoals hemicellulose (zie hoofdartikel). Overigens is het daarbij van belang dat gebruik van plantaardige grondstoffen voor inkt de mondiale voedselvoorziening niet in het gedrang brengt, zoals bij gebruik van sojaproducten. En de milieuwinst vervliegt ook wanneer er weliswaar duurzame grondstoffen worden gebruikt, maar deze van ver gehaald worden (gebruik van brandstof voor transport) of dat de verwerking van de grondstoffen tot inkt veel CO2-uitstoot veroorzaakt.

29


jaarvergadering 2012

‘We zullen aan de bak moeten’ Duurzaam ondernemer Stef Kranendijk (Desso), gelauwerd onderzoeker Alfons van Blaaderen (Debye Institute), innoverend topman Feike Sijbesma (DSM), de jaarrede van scheidend voorzitter Marlies van Wijhe en de vele informele contacten: de VVVF-jaarvergadering in december 2012 had een volle en kwalitatief hoogwaardige agenda. Op deze pagina’s een verslag en de foto’s als duurzame herinnering. Te k s t : J o s d e G r u i t e r F o t o’s : J a n W i l l e m S c h o u t e n ( J a w s M e d i a ) “Hier sta ik dan. De laatste dag waarop ik mij crisisvoorzitter mag noemen. Helaas omdat mijn voorzitterschap voorbij is, niet omdat de crisis ten einde is.” Zo opende Marlies van Wijhe haar laatste jaarrede tijdens de algemene ledenvergadering van de VVVF in december 2012. Ze blikte terug op een memorabele voorzittersperiode. Ze noemde het “drie opzienbarende jaren”. “Kort na het uitbreken van de financiële crisis in 2008 werd er al gesuggereerd dat we wel eens met een double dip te maken zouden kunnen krijgen. Inmiddels zitten we geloof ik in de derde dip, maar ik ben de tel een beetje kwijtgeraakt. Niet dat het veel uitmaakt, want voor de verf- en drukinktindustrie vormen de afgelopen drie jaar één lange dip. Onze bedrijfstak heeft te kampen gehad met omzetdalingen tot wel 30 procent en sluipenderwijs is het aantal medewerkers gezakt van ruim zesduizend naar amper vijfduizend. En dat in drie jaar tijd.” Van Wijhe noemde dat cijfers die de ernst van de crisis weergeven. Ze herhaalde haar teleurstelling dat de overheid de bouw en als afgeleide daarvan de verfindustrie, in de kou heeft laten staan. “Er zijn wel maatregelen genomen om de infrastructuur - de wegenbouw - te helpen, maar behalve onze wegenverffabrikanten hadden wij daar niet zo veel aan. De btw-verlaging op onderhoudswerk was een stap in de goede richting. Die heeft de aannemers en onderhoudsbedrijven enigszins geholpen. De verfindustrie heeft er marginaal baat bij gehad. De overheid had het probleem van de bouw veel serieuzer moeten

30

nemen in plaats van het te bagatelliseren. Tegelijkertijd zit de woningmarkt nog net zo op slot als de afgelopen jaren. Dat is een slechte zaak voor verffabrikanten die leveren aan de bouw.”

Boekhouders Ze had kort hoop geput, vertelde ze, uit het regeerakkoord van het huidige PvdA-VVD-kabinet. “Want daarin leken positieve elementen te zitten. We hebben als VVVF zelfs een persbericht de wereld ingestuurd waarin we schreven dat het akkoord de verf- en drukinktindustrie perspectief bood. Het scheppen van duidelijkheid over de

Intrinsieke kleuren Hoogleraar Alfons van Blaaderen van het Debye Institute for Nano Materials Science in Utrecht doet fundamenteel onderzoek naar de zelforganisatie van deeltjes op atomair en nanoniveau. Hij legde de aanwezigen uit hoe zijn instituut probeert de kleinste deeltjes van materialen te herschikken zodat de eigenschappen veranderen. In de verre toekomst (zie elders in dit blad) zou die techniek kunnen leiden tot verven met een intrinsieke kleur, die niet met het verstrijken van de jaren vervaagt. Als voorbeeld toonde hij een 500 jaar oude vrucht die nog altijd zijn originele kleurintensiteit heeft.

hypotheekrente noemden we een eerste belangrijke stap om de woningmarkt weer in beweging te krijgen. Maar toen ontstond de commotie over de zorgpremie en bleek dat we niet over alle elementen uit het akkoord goed waren geïnformeerd. In zijn totaliteit bleek het regeerakkoord daarna een drama en zakte het vertrouwen van ondernemers en consumenten ver weg. Om uit een crisis te komen moeten mensen vertrouwen in de toekomst hebben, moeten ze geld willen uitgeven en moeten ze willen investeren. Dat hadden de boekhouders in Den Haag even vergeten. Na de zwakke start van dit kabinet zal het weer even duren voordat het vertrouwen is teruggekeerd.” De scheidend VVVF-voorzitter wilde echter niet te lang stilstaan bij de crisis en de Haagse politiek. “Dat weten we nu wel en erover praten, helpt ons niet verder.” Ze noemde de verfbranche een branche die van aanpakken houdt en steeds op zoek is naar nieuwe ontwikkelingen en initiatieven. Dat hebben we het afgelopen jaar weer kunnen zien. Bijvoorbeeld op het gebied van duurzaamheid, “een maatschappelijk zeer relevant thema, en een van de terreinen waarop de verf- en drukinktindustrie haar toegevoegde waarde kan laten zien.”

Verfrestanten Ze sprak haar tevredenheid uit over de overeenkomst die OnderhoudNL (FOSAG) en VVVF eind 2012 tekenden over samenwerking op het gebied van duurzaam onderhoud aan gebouwen en infrastructuur. “Doel is om samen tot een algemeen erkende definitie van duurzaam onderhoud te komen en tot afspraken over de vraag hoe duurzaam onderhoud verder kan worden bevorderd”, aldus Van Wijhe. “Naar de mening van FOSAG en VVVF dient, om tot duurzaam onderhoud te komen, te worden gekeken naar alle elementen die daaraan bijdragen, zoals ondergrond, verf en applicatie, en niet geïsoleerd naar een van die elementen.” Van Wijhe wees ook op het VVVF-initiatief om oude verfrestanten in te zamelen en te hergebruiken. “Het idee is even simpel als doeltreffend. We willen ongebruikte restanten van muurverven, die iedereen heeft staan in kel-


jaarvergadering 2012

ders en schuren, verwerken tot grondstof voor nieuwe verf. De milieuwinst daarvan kan oplopen tot ruim 70 procent.”

Technische innovatie Er is de afgelopen jaren ook veel gebeurd op het terrein van technische innovatie, hield Van Wijhe haar gehoor voor. “VNCI en VVVF hebben, met steun van TNO, de ambitie geformuleerd dat in 2030 de helft van de verf die in Nederland wordt afgezet volledig biobased is. De uitdaging die wij onszelf hebben opgelegd is producten te maken met een performance die minstens gelijkwaardig is aan de verf die op petrochemie is gebaseerd. Ook bij deze transitie wil de VVVF de afnemers en hun brancheverenigingen nauw betrekken, zodat Nederland over 30 jaar bekendstaat als hét biobased verf producerend land van de wereld.” Ook de mogelijkheden en problemen van nanotechnologie werden belicht. “We hebben als verfindustrie enerzijds te maken met de mogelijkheden die nanodeeltjes bieden voor productinnovatie. Daar zijn prachtige dingen mee te doen. Maar het is een drie-eenheid: profit, people, planet. We hebben dus ook oog voor de risico’s bij het verwerken van nanodeeltjes en we doen dus vol overtuiging mee aan onderzoek en aan de maatschappelijke dialoog. Nanotechnologie is een opkomende technologische ontwikkeling met vaak ongekende mogelijkheden. Bij nanotechnologie gaat het om het ontwerpen, bouwen en manipuleren van materie op de schaal van nanometers, één miljardste van een meter. Daardoor kunnen aan materialen nieuwe eigenschappen gegeven worden en dat brengt nieuwe producten binnen handbereik. Lakken met nanodeeltjes zorgen voor een krasvrije bescherming, werken brandwerend, waterafstotend of ze helpen de droogtijd verkorten of werken antibacterieel. Allemaal prachtige toepassingsmogelijkheden.”

Gevaren Maar de VVVF heeft ook deelgenomen aan het project Kennisdelen Nanotechnologie, waarbij in de praktijk is gekeken op welke momenten tijdens de productie en het gebruik van lakken met nano mens en milieu worden blootgesteld aan nanodeeltjes, welke gevaren daaraan

verf&inkt 26 - 2013

mogelijk zijn verbonden en welke lessen daaruit kunnen worden getrokken. Van Wijhe: “De conclusie was helder. We weten nog niet alles, laten we daarom uitgaan van het voorzorgsprincipe. Dat houdt in dat we maatregelen nemen om blootstelling aan ‘vrije’ nanodeeltjes te vermijden. De VVVF adviseert daarom haar leden en haar afnemers om dit principe als uitgangspunt te nemen voor het treffen van maatregelen Dat betekent werken onder beheerste condities, bijvoorbeeld in gesloten systemen of met gebruik van afdoende persoonlijke beschermingsmiddelen. Ik ben ervan overtuigd dat wij op deze wijze én innovatief én zeer ver-

Staalconservering “Als ik praat over technologische innovatie, dan mag ik een belangrijke andere poot van de verfindustrie niet vergeten: de staalconservering”, aldus Van Wijhe. “Ik bedoel: duurzaamheid betekent ook de levensduur van grote infrastructurele werken en andere kostbare investeringsgoederen en productiemiddelen waarborgen. En van oudsher zijn coatings daarvoor het geëigende middel. Onze keuze om te participeren in het Kennisnetwerk Staalconservering zorgt ervoor dat we met de partners in de keuze oplossingen zoeken en producten leveren die deze duurzaamheid verbeteren.”

antwoord omgaan met de nieuwe mogelijkheden die de kleinste deeltjes ons bieden.” Van Wijhe blikte tevreden terug op de link met de Topsector Chemie, die de verfindustrie in 2012 tot stand bracht. “Het feit dat we onder de noemer van het topsectorenbeleid kunnen functioneren, verstevigt het fundament onder onze innovatie-activiteiten. Ik memoreer ook graag dat twee verffabrikanten deelnemen aan het initiatief Chemiebeurs, een initiatief dat veelbelovende chemiestudenten een steuntje in de rug geeft in de vorm van een extra beurs. En dat alles met het doel meer chemiestudenten te lokken en daarmee de kweekvijver met toekomstig toptalent te vullen”, aldus Van Wijhe.

Sociale innovatie Naast technische innovatie is sociale innovatie een onderwerp waarmee de vereniging zich bezighield en gaat bezighouden. Van Wijhe zei erover: “Mijn opvolger als VVVF-voorzitter, Ben Berkel, heeft zich er in het overleg met de vakbonden met grote regelmaat sterk voor gemaakt om dit onderwerp op de agenda te krijgen. Ik hoop van harte dat we in het overleg tot vruchtbare gesprekken en dito afspraken komen, in het belang van werkgevers en werknemers in onze bedrijfstak.” Ze wees voorts op de Stoffenmanager en de Arbocatalogus die beide in 2012 tot voltooiing kwamen. Ze complimenteerde de vertegenwoordigers uit de branche die zich hebben beziggehouden met de hervorming van ‘Veilig met verf’.

4

31


Frisse kleuren, frisse krachten Als uitzendbureau begrijpen wij heel goed

SWA is arbeidsmarktspecialist in de techniek,

Vestigingen:

dat u per direct behoefte kunt hebben aan

dus ook in de inkt & verf-branche. U kunt bij

SWA Amsterdam

(020) 627 81 17

versterking. Als het gaat om de flexibele

ons terecht voor uitzending of detachering,

SWA Beverwijk

(0251) 27 88 10

inzet van arbeidskrachten, bent u bij SWA

maar ook voor loopbaanadvies, outplacement

SWA Breda

(076) 572 21 66

aan het juiste adres, want SWA weet van

en nieuwe instroom via leer/werktrajecten.

SWA Utrecht

(030) 232 61 40

werken. Zaken doen met SWA? Neem contact op met een van onze vestigingen of mail naar: info@weetvanwerken.nl weetvanwerken.nl

CLASSIFICATIE MEUBELLAKKEN HECHTING KRASVASTHEID STOOTVASTHEID SLIJTVASTHEID VOCHTIGE WARMTE DROGE WARMTE COLD-CHECK TEST VERKLEURING CHEMICALIËNRESISTENTIE DOORBLOEDEN VERLIJMING KLEUR EN GLANS MICROSCOPIE

SHR biedt technologische ondersteuning bij alle aspecten van het afwerken van meubels en interieurbouw elementen. Als onafhankelijke partner voor productontwikkeling, advisering, testen en schade-expertise maakt SHR op projectbasis een modern laboratorium voor u toegankelijk. Onze medewerkers ontsluiten ruime expertise op het vlak van bestaande toepassingen en kennis van nieuwe ontwikkelingen voor u. Uitgangspunt voor de onderzoeksvoorstellen die SHR maakt zijn internationale standaarden, maar voor specifieke vragen en productvergelijk worden ook op maat testprocedures ontwikkeld. INNOVATIE DOOR KENNIS

Nieuwe Kanaal 9b ● Postbus 497 ● 6700 AL Wageningen Tel: (+31) 0317 467 366 ● Fax: (+31) 0317 467 399 W: www.shr.nl ● E: info@shr.nl


jaarvergadering 2012

“Het was zo goed geregeld met onze website Veiligmetverf.nl”, aldus Van Wijhe. “Maar toen veranderde de Nederlandse overheid van gedachten. Bij nader inzien was ze van mening dat het jarenlang bestaande ‘gedoogbeleid’ - als ik dat zo mag noemen - niet voortgezet kon worden en dat we als uitvloeisel van de Europese regelgeving onze veiligheidsinformatiebladen tot bij de eindgebruiker moesten brengen. Hem als het ware de gebruiksaanwijzing in handen moesten stoppen. Dat zou leiden tot onwerkbare situaties, waarin bij wijze van spreken elke pot verf vergezeld zou moeten gaan van een pak papier waar je U tegen zegt. Dat kwam het veilig omgaan met verfproducten helemaal niet ten goede. Ik blijf van mening dat er niets mis was met de oorspronkelijke opzet en dat die niet heeft geleid tot onveilige situaties, maar uiteindelijk moeten ook wij gewoon aan de wet voldoen. Dat doen we nu, en ik hoop dat de overheid, of die nou in Brussel, Den Haag of bij u op het gemeentehuis zit,

ervan heeft geleerd dat wetten en maatregelen in eerste instantie aan het beoogde doel moeten beantwoorden en daarnaast in de praktijk uitvoerbaar moeten zijn.”

Pensioengelden Een paar weken na de jaarvergadering werden de pensioenverplichtingen en –aanspraken uit de branche overgeheveld van het eigen bedrijfstakpensioenfonds naar het fonds van de grafische industrie. Van Wijhe noemde het “een belangrijke stap om de pensioenen van onze medewerkers veilig te stellen.” Ze feliciteerde alle betrokkenen die zich met de overstap hebben bemoeid. “Een heidens ingewikkelde klus”, aldus de afscheid nemend voorzitter. Ze sprak de hoop uit nog vele jaren samen te werken met haar opvolger, directeur-oprichter Ben Berkel van coatingfabrikant Drywood uit Enschede. “Ben neemt het stokje van mij over in een roerige periode, want helaas is

Drukinktindustrie De VVVF organiseert ook de drukinktindustrie. Van Wijhe riep haar jaarrede van een jaar eerder in herinnering. Daarin stelde ze vast dat de Europese drukinktindustrie jaarlijks zo’n 500.000 ton inkt op basis van minerale oliën produceert. “Ik vertelde dat daarvan 250.000 ton vervangen zou kunnen worden door plantaardige oliën en dat dit aandeel tot dat moment niet hoger was dan 80.000 ton. Onder meer door een artikel in ons magazine Verf&Inkt is de vraag vanuit de grafische sector duidelijk geworden. De partijen hebben elkaar gevonden en de afzetmogelijkheden worden duidelijk.”

er nog geen uitzicht op fundamenteel herstel van de economie. Ik las afgelopen week dat de omzet in de bouw in het derde kwartaal opnieuw is gedaald, en wel met ruim vier procent ten opzichte van dezelfde periode in 2011. Het aantal faillissementen onder de bouwers steeg met 25 procent, terwijl het aantal banen daalde met 17.000 tot 355.000. Vooral bouwers van woningen en bedrijfsgebouwen hebben het zwaar. Zij zagen de omzet sinds het begin van het jaar met negen procent teruglopen. Het aantal bouwvergunningen voor woningen en winkels daalde met respectievelijk 36 procent en 43 procent. Dat is het recente verleden, maar het CBS, dat deze cijfers heeft verzameld, is ook somber gestemd over de nabije toekomst voor de bouwers. Nieuw werk lijkt voorlopig niet voorhanden. De verwachtingen voor met name de burgerlijke en utiliteitsbouw zijn negatief, aldus het CBS.”

Aan de bak We zullen dus aan de bak moeten, concludeerde Van Wijhe. “Dat is een opdracht voor ieder van ons, voor iedere fabrikant van verf of drukinkt. Maar dat is ook een opdracht voor ons gezamenlijk, als branche, als VVVF. Wij zullen nog beter dan in het verleden moeten communiceren over onze producten en onze activiteiten. We zullen op nog meer vlakken samenwerking moeten zoeken, precies zoals we dat in gang hebben gezet op het gebied van ketensamenwerking. Met DKS bijvoorbeeld, het ondernemersplatform voor Duurzame Keten Samenwerking (DKS) waarin de VVVF samenwerkt met vier brancheorganisaties, om duurzame en innovatieve oplossingen bij houten gevelelementen te promoten. De VVVF en een partner als de FOSAG zijn in mijn ogen de laatste tijd al flink naar elkaar toe gegroeid. Dat vind ik een positieve ontwikkeling. We moeten voorts onze activiteiten optimaal synchroniseren met die van onze Europese koepelorganisatie CEPE en onze banden met VNO-NCW in Nederland verstevigen.” “We moeten aandacht houden voor maatschappelijke thema’s en voor onze rol in het maatschappelijk debat. We zullen moeten aanvaarden dat sommige van onze initiatieven op korte termijn niet profijtelijk lijken. Het hergebruik van verfrestanten kost ons misschien op korte termijn omzet. Hetzelfde geldt voor producten waarvan de prestaties zodanig zijn verbeterd dat ze de afnemer in staat stellen de onderhoudsfrequentie te verlengen.

4

verf&inkt 26 - 2013

33


Optimaal voeden van mengers en processen

TITANIUM DIOXIDE • EFFECT PIGMENTEN ORGANISCHE PIGMENTEN • IJZEROXIDES

Automatisch efficiënt

Reitsma & Koree BV importeert hoogwaardige pigmenten voor een aantrekkelijke prijs uit China naar Europa. Wij vertegenwoordigen toonaangevende Chinese producenten van titanium dioxide, ijzeroxides, organische pigmenten en effect pigmenten. Ga naar www.reitsma-koree.com voor een uitgebreid overzicht van ons product assortiment. Reitsma & Koree BV • P.O.B. 56684 • 1040 AR Amsterdam • Nederland +31(0)203377464 • +31(0)620003947 • info@reitsma–koree.com • www.reitsma–koree.com

Infor Blending Branchespecifieke soft (semi-) procesindustri

Voedingssystemen voor mengers :

Handige sof twar MSDS-en e voor in a Europese ta lle len.

ERP | BEHEER GEVAARLIJKE STOFFEN | LIMS

AZO • betrouwbaar • nauwkeurig • economisch Bedrijfszekere en economische oplossingen voor de automatisering van uw grondstoffen en processen.

AZO N.V. Katwilgweg 15 B-2050 Antwerpen Tel. : +32-3-250 16 00 Fax : +32-3-252 90 02

www.azo.be

Recepturen, Berekening VOS-gehalte, Pigment/Vulstof-verhouding Tracking and Tracing, Analysecertificaat, MSDS, REACH, GHS ........? Dan weten wij waar het over gaat! IT-partner voor automatisering van al uw bedrijfsprocessen. Wij bieden volledig geïntegreerde ERP of deeloplossingen in de branches: ⇒ Chemie & Verf ⇒ Farmacie & Voedingssuplementen ⇒ Voeding & Drank ⇒ Verzorging & Cosmetica Blending Nederland BV Hakgriend 18 3371 KA Hardinxveld-Giessendam +31 184 490 367 www.blending.nl


duurzaam onderhoud

Welke bedrijfstak doet zoiets, zou je je kunnen afvragen. Wie doet dingen die de afzet onder druk zet? Juist in een toch al moeilijke tijd. Nou, wij. Want niets doen kost ons op lange termijn meer dan een deel van de omzet: dan prijzen we ons uit de markt. Dat zijn belangrijke overwegingen bij al ons handelen. Per slot van rekening vormen wij geen actiegroep die vrijblijvend leuke dingen kan doen, maar zijn wij vertegenwoordigers van bedrijven met elk zijn eigen verantwoordelijkheid. Bij alles wat wij doen moet naast onze maatschappelijke rol de continuïteit van ons bedrijf voorop staan.” Van Wijhe eindigde met een positieve boodschap. “Ik ben ervan overtuigd dat wij, hoe moeilijk het momenteel misschien ook is, uit deze crisis zullen komen en een duurzame toekomst tegemoet gaan. Duurzaam in de zin dat we blijvertjes zijn en duurzaam in de zin van sustainable, zoals de Angelsaksen zeggen. Ten tijde van de eerste Oliecrisis zei toenmalig minister-president Joop den Uyl dat de wereld nooit meer zou worden zoals hij was. Hij doelde op de gevolgen van de toen sterk stijgende olieprijs. Dat was

Gespot in de jaren ’70 van de vorige eeuw. Ik denk dat Den Uyl te vroeg was met zijn waarschuwing, want zeker in de jaren ’90 hebben we weer lang gedacht dat de bomen tot in de hemel groeiden. Maar sterker dan ooit tevoren leeft nu het besef dat we inderdaad stappen moeten zetten om onze wereld leefbaar te houden. De verf- en drukinktindustrie kan in dat proces een vooraanstaande rol spelen.” •

Sijbesma (DSM): ‘Je kunt jezelf niet succesvol noemen in een mislukte wereld’ DSM-topman Feike Sijbesma was gastspreker op de VVVF-jaarvergadering. Hij wees de aanwezige verf- en drukinktfabrikanten op de urgentie om over te stappen op duurzame producten en productiemethoden. “We leven in een gekke tijd”, zei hij. “Over 500 jaar kijken mensen terug en verbazen zich erover dat wij in het fossiele tijdperk leefden. Door de eeuwen heen maakten mensen gebruik van de hernieuwbare grondstoffen wind, zon, aarde en water. 150 jaar geleden zeiden we opeens: dat gaan we anders doen en gebruikten we olie en gas als grondstof voor producten en energie. En over nog eens 150 jaar is dat afgelopen. Niet omdat fossiele grondstoffen dan zijn uitgeput, maar omdat winning te veel kost of het milieu te veel schaadt. Per slot van rekening eindigde het stenen tijdperk ook niet omdat er geen stenen meer waren.” Ook de verf- en drukinktindustrie zal moeten stoppen met het produceren van producten die gebaseerd zijn op fossiele grondstoffen, aldus Sijbesma. “Duurzaamheid verkopen zonder in te leveren op prestatie, dat is waar het om gaat.” De DSM-topman vertelde dat tien procent van de 24.000 DSM-medewerkers actief zijn op de gebieden R&D en innovatie. De vroegere Staatsmijnen heeft in zijn 110-jarig bestaan twee belangrijke transformaties doorgenaakt: van mijnbouw naar (bulk)chemie en van chemie naar life sciences en materials sciences. De discussie over aandeelhouders- tegenover stakeholdersbelang noemde hij achterhaald. “DSM is er niet op de eerste plaats om aandeelhouders tevreden te houden. Als groot bedrijf heb je een bredere verantwoordelijkheid”, was zijn boodschap. Met een onuitgesproken verwijzing naar de olieramp in de Golf van Mexico met het Deep Water Horizon-platform voor de zuidkust van de Verenigde Staten: “Als de activiteiten van een bedrijf enorme impact hebben, bijvoorbeeld als je door een fout te maken bij olieboorwerkzaamheden een deel van een continent voor langere tijd onbewoonbaar kan maken, dan heb je een grote verantwoordelijkheid. Je kunt als bedrijf alleen overleven als je die verantwoordelijkheid accepteert, als je je realiseert dat het om alle stakeholders gaat.” Sijbesma noemde als voorbeeld de productie van een weinig winstgevend medicijn. “Je kunt daarmee niet stoppen vanwege de lage winstgevendheid als groepen patiënten van dat medicijn afhankelijk zijn.” Ook noemde hij medewerkers belangrijker eigenaren van een bedrijf dan aandeelhouders. “Aandeelhouders stoppen geld in een bedrijf, soms maar voor een enkele dag. Medewerkers stoppen vaak hun hele leven in een onderneming.” De maatschappelijke verantwoordelijkheid van een bedrijf gaat ver, als het aan Sijbesma ligt. “De hoofddoelstelling van een groot bedrijf moet zijn dat de mensen op aarde het goed hebben en dat ook in de toekomst zullen hebben. Ons mission statement is daarover helder: DSM is er om technologie in te zetten met het doel het leven op aarde te verbeteren. Je kunt jezelf niet succesvol noemen in een mislukte wereld.” Sijbesma’s inleiding werd voorafgegaan door een verhaal van voorzitter van de raad van bestuur Stef Kranendijk van tapijtfabrikant Desso. Hij hield als gastspreker een inspirerend verhaal over het proces van zijn bedrijf naar de productie van vloertegels, die na gebruik worden teruggenomen en hergebruikt.

verf&inkt 26 - 2013

April is minder mei “De verschuiving van Koninginnedag naar Koningsdag op 27 april heeft grote voordelen: 27 april valt minder in de meivakantie dan 30 april” (Voorzitter Michiel Zonnevylle van de Koninklijke Bond van Oranjeverenigingen in een reactie op het verdwijnen van Koninginnedag op 30 april) Somberen “Wim Boonstra van de Rabobank vindt dat gepensioneerden niet moeten somberen want ‘we hebben het beste pensioenstelsel ter wereld’. Ja, we hebben ook de hoogste dijken, daar kan ook best wat vanaf, hè Wim!” (Columnist en oud-bewindsman Marcel van Dam in De Volkskrant van 31 januari) Huishouden “Ik denk dat Nederlandse vrouwen veel te veel willen. Een perfect huis, een goede baan, tijd voor de kinderen en dan ook nog vrijwilligster bij de hockeyclub. Je moet keuzes maken. Ik was dolblij dat ik van dat huishouden af was. En je moet jong kinderen krijgen, dat is een enorm voordeel, dan heb je in de tijd dat het erom spant qua carrière je handen vrij.” (Commissaris der Koningin in de provincie Zeeland Karla Peijs, in De Telegraaf van 2 februari) Mager “Gerard van Olphen, de nieuwe bestuursvoorzitter van SNS Reaal, heeft er ogenschijnlijk nogal wat voor over om crisismanager te worden. Als bestuurslid van verzekeraar Achmea verdiende hij in 2011 bijna 1,5 miljoen euro. Als opvolger van de opgestapte Ronald Latenstein doet hij financieel een forse stap terug. Van Olphen gaat een magere 550.000 euro verdienen.” (De Volkskrant van 2 februari 2013) Michelinster “De excellente middelbare scholen van het ministerie scoorden bij mij vooral zesjes. De minister wil met deze lijst excellentie bevorderen, maar hier krijgt de middelmaat een Michelinster.” (Hoogleraar onderwijssociologie Jaap Dronkers van de Universiteit Maastricht in dagblad Trouw van 5 februari. Dronkers geeft scholen in het voortgezet onderwijs al jaren een rapportcijfers. Hij reageert op het lijstje ‘excellente scholen’ van staatssecretaris Hans Dekker van OC&W).

35


kleurrijk gekleurdverleden verleden

Nederland telde ooit honderden verffabrieken en ambachtelijke verf- en inktmakers: van kleinschalige familiebedrijven tot robuuste ondernemingen met industriële potentie. ‘Kleurrijk Verleden’ gaat terug in de tijd en verhaalt op basis van fragmenten uit de rijke geschiedenis van de Nederlandse verfen inktindustrie. In deze aflevering: de historie van de in 1960 voor het eerst uitgereikte ‘Sikkensprijs’ van de toenmalige Sikkens Lakfabrieken in Sassenheim.

‘Sikkens Lakfabrieken’ uit Sassenheim heeft ruim een halve eeuw geleden (1960) de ‘Sikkensprijs’ in het leven geroepen. Een onderscheiding die nog altijd bestaat. Sikkens-directeur A. Mees was de grote inspirator en de prijs was (en is) bedoeld om mensen te stimuleren het (kunstzinnige) leven meer kleur te geven. Daardoor vielen veelal kunstenaars en architecten in de prijzen. Tot het jaar 1970: toen vielen ‘de hippies’ in de prijzen. Maar daarmee rees ook een probleem: welke hippie zou als vertegenwoordiger met die eer mogen strijken? Het jubileumboek ‘200 jaar Sikkens’ (geschreven door Jan van der Steen) doet daarover fijntjes uit de doeken dat het maatschappelijk en politiek ‘gewaagd’ was ‘de hippies’ in die tijd met de prijs te verblijden. Toch hadden de hippies de prijs volgens de toenmalige jury in 1970 wel degelijk verdiend. “Als waardering en stimulans voor een uitbundig gebruik van kleur als ludiek aspect in de menselijke samenleving”, zo heette het. Waarmee volgens de kenners “een daadwerkelijke bijdrage was geleverd aan de integratie van kleur en ruimte.” Wie de prijs in ontvangst moest nemen, bleek nog een gedoe. Moest de prijs naar het centrum aller hippies, het begrip ‘Paradiso’ in Amsterdam met zijn bonte voorgevel, of bijvoorbeeld naar iemand als Heinz Edelman, die de tekenfilm ‘The Beatle Yellow submarine’ had gemaakt? Of moesten er, zoals in het Sikkens-jubileumboek wordt aangehaald, in Amsterdam en in andere hoofdsteden simpelweg toverballen worden rondgedeeld met een wikkel die verklaarde dat ‘dit’ de Sikkensprijs was?

Affiche als oplossing Volgens de geschiedschrijving koos de commissie uiteindelijk voor de vervaardiging van een Sikkensprijs

36

Hoe de Sikkensprijs naar de hippies ging

De cover van de hippiebrochure die in de jaren zeventig van de vorige eeuw naar jongerencentra werd gestuurd als alternatief voor het aan een individuele hippie uitreiken van de Sikkensprijs.

in de vorm van drukwerk dat vervolgens zijn weg vond naar onder meer jongerencentra. Maar hoe zagen dat drukwerk, die brochure of dat affiche er in het echt uit? En wat stond er zoal in of op? Navraag bij Sikkens in Sassenheim levert in eerste instantie niet meer op dan een verwijzing naar de organiserende Foundation achter de Sikkensprijs. En ook deze komt aanvankelijk niet veel verder dan de veronderstelling dat het ‘wellicht’ zou moeten gaan om een afbeelding uit eigen archief van een hippievrouw; een schaars geklede dame, maar verder zonder concrete aanwijzing dat de foto zou zijn gemaakt in het kader van bedoelde Sikkensprijs, moet ook Daniel Bouw van de Sikkens Foundation beamen. Zou het drukwerk van toen helemaal nergens meer in de burelen van Sikkens zijn te traceren? Een paar mails en telefoontjes verder komt vanuit Sassenheim het verlossende antwoord: er is wat gevonden! Het blijkt te gaan om een combinatie van een brochure en een affiche. Een deels uitvouwbaar drukwerk met allerlei bijzonderheden. Dat begint al bij het omslag dat uit stof blijkt te zijn vervaardigd met op voor- en achterpagina een kleurig beeld van een op John Lennon lijkend persoon,

en tal van andere foto’s uit de hippietijd. Gelardeerd ook met fragmenten uit (song-)teksten van Bob Dylan, John Cage en Timothy Leary, maar bijvoorbeeld ook met een gedicht van Simon Vinkenoog. “Een juweeltje en de moeite van het zoeken waard”, vindt Daniel Bouw van de Sikkens Foundation. De Sikkensuitgave van toen is gemaakt naar grafisch ontwerp van Jan van Toorn.

Motivatie In de brochure, uiteraard, in de spelling van die tijd, een uitvoerig antwoord op de vraag waarom de hippies voor de Sikkensprijs zijn uitverkoren. “De jury van de Sikkensprijs wil uiting geven aan zulk een positieve waardering door de prijs toe te kennen aan die groepen, die in hun verschijning en aktiviteit, door een uitbundig gebruik van kleur, een bijdrage leveren tot versterking van het ludieke element in, respektievelijk zelfs als protest tegen onze samenleving. “Zij heeft deze waardering vorm gegeven in deze publikatie, die dit verschijnsel signaleert met de motivering: “Als waardering en stimulans voor een uitbundig gebruik van kleur als een ludiek aspekt in de menselijke


kleurrijkverleden verleden gekleurd

samenleving, waardoor een daadwerkelijke bijdrage wordt geleverd aan de integratie van kleur en ruimte”, aldus de toen zevenkoppige jury.

tisch kunstenaar Constant Nieuwenhuis, de HEMA, grafisch ontwerper Jaap Drupsteen, Donald Judd en de Zwitsers/Franse architect Le Corbusier.

Geschiedenis De oorsprong van de Sikkensprijs zelf gaat terug naar de jaren waarin directeur en chemicus drs. A.M. - August Mees nog aan het roer staat. Het initiatief van Mees zou vooral zijn voortgekomen uit zijn belangstelling voor beeldende kunst, maar ook vanwege zijn positie in een bedrijf dat de toon moet zetten in kleur. Mees brengt na de Tweede Wereldoorlog zijn bedrijfsbeleid ook steeds nadrukkelijker in verband met het nieuw élan van kunst en cultuur. Sikkens verkoopt verf, verf is kleur en kleur zit in de lift. Vooral na de grauwe oorlogs- en naoorlogse jaren. Kleur is in staat het leven mooier te maken. Bij de door Sikkens gesponsorde tentoonstelling ‘Kleur’ in het Stedelijk Museum in Amsterdam wordt eind jaren vijftig bekendgemaakt dat er een Sikkensprijs komt. Een geldprijs van tweeduizend gulden die jaarlijks zou worden uitgereikt voor een enkel kunstwerk, of voor een oeuvre waarin de synthese tussen kleur en ruimte tot stand is gebracht.

Rietveld eerste winnaar De eerste prijs die in 1960 in Sassenheim wordt uitgereikt gaat naar architect en meubelmaker Gerrit Rietveld. De jury roemt het in 1924 in Utrecht gebouwde Schröderhuis “waarin de elementen der compositie door primaire kleurbehandeling zijn geaccentueerd in hun architectonische betekenis”. In de eerste jaren gaat de aandacht van de beslissers achter de Sikkensprijs vooral uit naar de functie van kleur en het effect

verf&inkt 26 - 2013

Foundation

daarvan op mens en omgeving. Kleur, en daarmee de Sikkensprijs, heeft dan een min of meer opvoedende waarde. Eind jaren zestig verandert de koers onder invloed van het maatschappelijke klimaat: de Sikkensprijs moet maatschappelijk relevant zijn, is de overtuiging. De doelstelling wordt als volgt geformuleerd: “Het stimuleren van de sociale, culturele en wetenschappelijke ontwikkelingen in de samenleving, waarbij kleur als medium een specifieke rol speelt”. Een formulering die tot op de dag van vandaag nog opgeld doet. Want ook heden ten dage is de inmiddels tweejarige prijs nog altijd bedoeld “als blijk van waardering voor die kunstenaars, architecten en vormgevers die een werk hebben gecreëerd, waarin een synthese van ruimte en kleur is verwezenlijkt”. Vroegere prijswinnaars die volgens de jury allen “baanbrekend werk verrichtten op het gebied van kleurtoepassing” zijn - naast Rietveld - architect Aldo van Eyck, plas-

Door een statutenwijziging die het bestuur “meer operationele armslag” moet bieden, is de Stichting Sikkensprijs in 1987 omgevormd tot Sikkens Foundation. De Foundation opereert als “een onafhankelijke culturele stichting met als doel het stimuleren van sociale, culturele en wetenschappelijke ontwikkelingen in de samenleving waarbij kleur een specifieke rol speelt”. Het afgelopen najaar ging de Sikkensprijs - een kristallen prisma als symbool van het fenomeen kleur - naar Bridget Riley. Zij wordt gezien als een van de belangrijkste Britse beeldende kunstenaars van deze tijd. Met name “voor de consistente manier waarop zij haar in de laatste vijf decennia kleur gebruikt in haar werk”. “De zuiverheid, subtiliteit en precisie van haar kleurgebruik hebben geleid tot een sensationeel oeuvre, waaruit een nieuwe generatie kunstenaars inspiratie haalt. Tegelijkertijd heeft zij aangetoond in staat te zijn een breed publiek aan te spreken met haar abstracte werk”, aldus de motivering van de jury. De prijs bestond verder uit het faciliteren van een tentoonstelling met werk van Riley in het Haags Gemeentemuseum, die 6 januari dit jaar afliep en vele bezoekers heeft getrokken.

Te k s t e n s a m e n s t e l l i n g : A n t o n S t i g F o t o’s : b e d r i j f s a r c h i e f S i k k e n s / Sikkens Foundation 37


verf & markt

Het Nieuwe Werken en de crisis eisen hun tol

‘Over tien jaar staat de helft van het huidige kantooroppervlak leeg’ Het aantal leegstaande kantoren in ons land neemt toe. Beleggers, makelaars, advies- en ingenieursbureaus zoeken naar oplossingen om deze panden een nieuwe bestemming te geven. Maar dat blijkt in de praktijk, onder meer door rigide bestemmingsplannen van gemeenten, niet mee te vallen. Bovendien gaat het niet alleen om kantoorpanden. “Er zijn ook te veel kerken, musea, theaters en ziekenhuizen die een nieuwe functie nodig hebben”, stelt Cuno van Steenhoven, voorzitter van het dagelijks bestuur van DTZ Zadelhoff. Te k s t : A d r i a a n v a n H o o i j d o n k Fotografie: Pet van de Luijtgaarden Wanneer je met de auto door een willekeurig kantorenpark van een gemiddelde Nederlandse stad rijdt, springen de vele borden van makelaars die kantoorruimte aanbieden meteen in het oog. De stijgende leegstand leidt tot steeds goedkopere kantoren voor bedrijven. Alles bij elkaar daalde de prijs van een werkplek de afgelopen jaren met enkele honderden euro’s. Alleen op A1-locaties, zoals de Amsterdamse Zuidas en rond Utrecht Centraal, lijken makelaars en beleggers nog goede zaken te kunnen doen. Uit recente cijfers van DTZ Zadelhoff, een van de grootste spelers in ons land op het gebied van commercieel vastgoed, blijkt dat er in totaal 48 miljoen vierkante meter kantoorruimte is. Daarvan werd op 1 januari van dit jaar acht miljoen vierkante meter te huur of te koop aangeboden. Ruim zeven miljoen vierkante meter staat leeg en wacht op een nieuwe huurder, een nieuwe bestemming of in het ergste geval sloop. Volgens Cuno van Steenhoven is het lastig om een vergelijking met het buitenland te maken. “Nederland heeft een

38

transparante markt in vergelijking met de ons omringende landen. Daar worden de cijfers niet zo goed bijgehouden. Ook hanteren ze in het buitenland vaak andere definities, waardoor het ingewikkeld is om een goed beeld van de leegstand te krijgen.”

Nieuw record Voorzitter Elco Brinkman van Bouwend Nederland stelt dat vijftien procent van het kantorenoppervlak in ons land gedeeltelijk leegstaat. Het aantal kantoorgebouwen dat in zijn geheel leeg staat, ligt volgens hem echter een stuk lager. “Wanneer je naar de grootstedelijke regio’s in het buitenland kijkt, is dat niet heel anders. Ook Londen en Parijs kennen een forse leegstand.” De Nederlandse Vereniging van Makelaars kan geen actuele informatie geven omdat de afdeling Data & Research momenteel druk bezig is om informatie te verzamelen en te interpreteren. Maar uit de cijfers over de eerste helft van 2012 blijkt dat de markt voor kantoren verder in de problemen is geraakt. Het direct beschikbare aanbod van

leegstaande en nog te verhuren kantoorruimten steeg met bijna zeven procent tot 7,62 miljoen vierkante meter, een nieuw record. Daarnaast heeft de kantorenmarkt volgens Leading professional Real Estate & Facility Management Rinus Vader van advies- en ingenieursbureau Royal HaskoningDHV ook nog eens te maken met verborgen leegstand. Dat wil zeggen dat er fte’s of werkplekken zijn geschrapt terwijl het kantooroppervlak gelijk is gebleven. “Maar zolang het huurcontract doorloopt, zijn er niet zoveel prikkels om de leegstand te laten zien. Bijvoorbeeld door twee van de vijf verdiepingen uit gebruik te nemen en in onderhuur aan te bieden.” Hij gaat ervan uit dat in het ergste geval binnen tien jaar de helft van alle gebouwde kantoren in ons land wel eens leeg zou kunnen staan.

Andere huisvestingsvraag Maar hoe heeft het zover kunnen komen? Is de leegstand tijdelijk of zijn er domweg te veel kantoorgebouwen? Eisen het Nieuwe Werken en de crisis hun tol? Daarover zijn


verf & markt

Cuno van Steenhoven

Elco Brinkman

Rinus Vader

de meeste partijen het met elkaar eens. Brinkman: “Het gaat voor een deel om conjuncturele leegstand, maar er is ook structureel sprake van overaanbod. Veel bedrijven zijn door de crisis ingekrompen. Daarom hebben ze minder kantoorruimte nodig. Bedrijven die overstappen op het Nieuwe Werken zorgen voor een meer structureel effect op de leegstand. Bovendien verhuizen bedrijven vaak naar meer passende huisvesting. De eisen die gebruikers aan kantoren stellen veranderen immers snel. De ruimte die zij achterlaten wordt niet meer zo makkelijk gevuld omdat er door de crisis minder startende bedrijven zijn.” Van Steenhoven stelt dat er de afgelopen jaren veel te veel kantoorruimte is gebouwd in ons land. “Er was voor de crisis meer dan genoeg geld beschikbaar op de kapitaalmarkten. Veel gebruikers vinden het nu eenmaal prettig om in een nieuw pand te zitten en de markt heeft daarop ingespeeld.” Kantoren ontwikkelen zich volgens hem meer en meer tot omgevingen waar mensen elkaar ontmoeten en samenwerken. Met horeca, winkels en andere voorzieningen binnen handbereik. Ook het toenemend aantal zzp-ers heeft een hele andere huisvestingsvraag dan een organisatie met veel eigen werknemers op een eigen plek. Een aantal kantoorformules speelt hier goed op in, zoals Spaces, Regus, Seats to meet, maar ook een hotelketen als Van der Valk. “Hoeveel kantoor wilt u bij de koffie”, is volgens Van Steenhoven de centrale vraag.

een kwalitatieve behoefte die door het bestaande aanbod niet kan worden geboden, maar dit brengt de oplossing van de leegstand van meer dan zeven miljoen vierkante meter niet dichterbij.” Vader bevestigt de ontwikkeling dat er een groeiende behoefte is aan een andere kantooromgeving. Dat heeft alles te maken met de aard van de werkzaamheden. “Administratief werk is steeds meer geautomatiseerd. En professioneel routinewerk, zoals het maken van tekeningen en berekeningen, besteden we tegenwoordig uit aan landen als India. Daar komen jaarlijks 50.000 hoogopgeleide ingenieurs op de arbeidsmarkt die allemaal goed Engels spreken. De kantoorbanen die hier overblijven zijn voornamelijk functies waarbij veel denkwerk en creativiteit komt kijken. Deze mensen hebben vooral behoefte aan kantoren die ontmoeting, interactie en creativiteit faciliteren. Ik vergelijk het wel eens met de Herensociëteit van vroeger of het Grand Café van vandaag. Voor dit soort kantoren is de juiste locatie, bijvoorbeeld dichtbij een centraal station, echter essentieel”

aan de orde. “Maar het is wel belangrijk dat gemeenten snelheid maken om leegstaande kantoren, maar ook andere panden, een nieuwe bestemming te geven. Er staan ook steeds meer winkels leeg in binnensteden. Daar kun je woningen van maken.”

Kantoren transformeren Wanneer dit soort multifunctionele gebouwen op binnenstedelijke en stationslocaties in de grote steden liggen, is er volgens hem meer dan genoeg interesse van potentiële gebruikers. “Sinds vorig jaar verdelen wij het aanbod in drie categorieën: kansrijk, kanshebbend en kansarm. Uit de top 20 kantoortransacties van 2012 blijkt dat elf kantoren ten aanzien van de verhuurbaarheid vooraf als kansrijk zijn geduid, acht kantoren als kanshebbend en één kantoor als kansarm. Het feit dat maar liefst acht bedrijven werden gevestigd in een nieuwbouwkantoor is veelzeggend. Er is

verf&inkt 26 - 2013

Sloop of herbestemmen Maar wat moeten we doen aan de leegstand die alleen maar toe lijkt te nemen? Slopen of herbestemmen? En wat zijn de gevolgen van die keuzes? “Sloop is in sommige gevallen een reële optie”, meent Van Steenhoven. “Wanneer je geen nieuwe huurders kunt vinden of het pand een nieuwe bestemming kunt geven, blijven er weinig andere opties over. Maar laten we eerst maar eens beginnen om geen nieuwe kantoorpanden te bouwen. Dat maakt het probleem alleen maar groter.” Brinkman pleit ervoor om het van geval tot geval te bekijken. “Er wordt nu flink ingezet op herbestemming. Of dat reëel is hangt af van een aantal factoren, zoals de technische staat van een gebouw, de locatie en of er een markt is voor een andere bestemming. Voor een aantal kantoren zal ook een grondige renovatie uitkomst kunnen bieden. Maar voor een deel van de kantoren is sloop de enige mogelijkheid.” Een bouwstop is volgens hem niet

Ingewikkeld traject De gedetailleerde bestemmingsplannen van gemeenten spelen volgens Vader een ‘funeste’ rol om leegstaande panden een nieuwe bestemming te geven. Net als de taxatiemethodes die momenteel gebruikelijk zijn. “Veel kantoren staan op kavels die uitsluitend een kantoorbestemming hebben. Dat was vroeger een borg voor de waardevastheid. Maar nu eigenaren of vastgoedontwikkelaars op zoek gaan naar andere functies, zoals woningen of hotels, blokkeren gedetailleerde bestemmingsplannen deze ontwikkelingen.” Daar komt bij dat het een ingewikkelde procedure is om leegstaande panden een nieuwe functie te geven in verband met het omgevingsrecht. “Bovendien is het ook een politiek onvoorspelbaar traject dat veel tijd in beslag kan nemen. Sommige gemeenten, zoals Utrecht, geven de bewoners inspraak en hebben dit in bovenwettelijke regelingen verankerd. Maar om een kantoorpand een nieuwe bestemming te geven, is er juist snelheid nodig.”

Taxatiemethode Daarnaast pleit Vader voor een andere manier van taxeren, de zogeheten highest en best use-methode. Royal HaskoningDHV zoekt hierbij naar de hoogste waarde in nieuwe gebruiksfuncties van een leegstaand kantoorpand, zoals een hotel , woningen of een conferentiecentrum . De investeringskosten voor transformatie zijn hierin meegenomen. Op deze manier is de haalbaarheid en de reële waarde in één keer duidelijk. Vooraf brengt het advies- en ingenieursbureau de vraag naar verschillende gebruiksfuncties in kaart, zodat de haalbaarheid ook daadwerkelijk haalbaar wordt en de getaxeerde waarde daadwerkelijk is te realiseren. “Een leegstaand gebouw

4

39


Want to focus on your profession?

Safety is

OUR PROFESSION Steeds meer moderne bedrijven in de industriële sector werken met gevaarlijke producten en chemische stoffen. De sector ziet zich geconfronteerd met steeds stringentere wettelijke eisen die in de bedrijfsvoering de nodige aandacht vergen. De opslag en distributie van deze stoffen brengen risico’s en forse investeringen met zich mee. Wanneer u niet de vereiste kennis in huis heeft

of liever de ‘focus on your profession’ legt, is uitbesteden een voor de hand liggende keuze. Safety is our profession. Wij leveren de specialist die u de zekerheid geeft die nodig is. In Van den Anker vindt u een partner die uw vertrouwen waarmaakt. Naast onze logistieke diensten biedt ons transport- en kennisnetwerk u grote voordelen.

vandenAnker.com

t k n i & f r e v ma

gin vereni van de gazine

erfg van v

kin en dru

ktfabr

e paints in

ikante

2013 - 26 n VVVF

de VS:

voor Geen plekerken importm

Decorativ

n boom inkt uit ee ppen druk Finnen ta kt: in uk dr en ep op verf Ons berosp uiter De tram achter… De mens n Strien, Stefan vavan Strikolith de man

Uw partner voor kunststof verpakkingen voor: · · · ·

Pigmentpasta Watergedragen autoreparatielak Verf Drukinkt

Zowel standaard standaard potten als speciaalverpakkingen. nagenoeg restloos Zowel potten als leegbare speciaalverpakkingen. Kom voor informatie en voorbeelden van 7 t/m 9 oktober naar naar onze 8408 opkijk deop Eurofinish Voor meer informatie en stand voorbeelden 09 in Gent of kijk op www.bema.nl . www.bema.nl Deltastraat 14, 4301 RC Zierikzee

Tel. +31 111 418807 info@bema.nl

s kkensprij Hoe de Si verleden: Kleurrijkhippies ging naar de eld kst en be ering in te Jaarvergad fen: of st ke lij et gevaar Omgaan mor verbetering rg’? kansen vo in hooibe list ‘speld ig specia Toekomst ite bs rond we Problemenverf.nl Veiligmetgelost lijken op k d ‘Eigenlij Leegstanwe van hebben veel’ te alles kartonnen er aan de Wie durft verfpot?

Advertentie plaatsen? Mooijman Marketing & Sales Telefoon 070 3234070 info@mooijmanmarketing.nl


gastcolumn

taxeren op niet bestaande inkomsten is tenslotte minder betrouwbaar dan taxeren op een gebruiksfunctie waar wel vraag naar is”, aldus Vader. “Taxeren op een andere manier, leidt al snel tot een te hoge waarde in de boeken.” De markt om kantoorpanden een nieuwe bestemming te geven, komt volgens hem pas echt in beweging als de gebouwen die overtollig zijn een prijs hebben waarvoor rendabel is te transformeren naar een andere functie. “Daarom is het zo belangrijk om de highest en best usemethode te gebruiken. Interessant is dat inmiddels hiervoor ook hypotheekbanken ons benaderen”, aldus Vader. Van Steenhoven is het met hem eens dat het vaak erg ingewikkeld is om leegstaande kantoorpanden een nieuwe bestemming te geven. “Wanneer je er bijvoorbeeld woningen van wilt maken, moet je aan allerlei eisen voldoen ten aanzien van ventilatie, brandveiligheid etc. Daardoor blijft er eigenlijk geen waarde over voor het bestaande kantoor.” De overheid onderzoekt momenteel of de regels kunnen worden versoepeld, maar het blijft volgens hem in de praktijk erg lastig om leegstaande kantoorgebouwen een nieuwe bestemming te geven.

Kansen voor

verbetering ken. Vervolgens wordt van bedrijven verwacht dat ze grenswaarden voor deze stoffen vaststellen. Het afleiden van kwalitatief goede grenswaarden is werk voor specialisten. Uiteraard zullen de nodige maatregelen moeten worden genomen indien werknemers risico’s lopen als gevolg van blootstelling en zal het beleid moeten worden geborgd.

Niet alleen kantoorpanden Hij benadrukt dat er in ons land voor veel meer soorten gebouwen een nieuwe functie moet worden gevonden. “Eigenlijk hebben we van alles te veel. Of het nu om kerken, theaters, musea of ziekenhuizen gaat, er is te veel aanbod in vergelijking met de vraag. Ik vergelijk het wel eens met de jaren ’70. Toen hadden we nog veel staal- en textielfabrieken en scheepswerven. Die zijn al lang gesloopt of hebben een andere bestemming gekregen. Zo gaat het ook met de kantoren. Het is een natuurlijk gegeven dat zaken komen en gaan. Als je een kantoor 25 jaar kunt verhuren is dat een hele prestatie, want voor de meeste kantoren is dat de maximale levensduur.” Royal HaskoningDHV is volgens Vader op verschillende locaties in ons land bezig om gebouwen een nieuwe functie te geven. “Zo hebben we een paar jaar geleden in Alkmaar voor de Jozefkerk en in Den Haag voor de Emmaüskerk een oplossing bedacht voor de toenemende behoefte aan kleinere ruimten voor bijeenkomsten. Ook zijn de installaties gemoderniseerd. De gekozen ingreep maakt de kerk tevens meer geschikt voor hedendaagse vieringen. Momenteel zijn we bezig met een plan voor woningen in een kerkgebouw.” Een ander voorbeeld is de voormalige koekjesfabriek van Verkade in Den Bosch die is veranderd in een multifunctioneel kunstencentrum. “Recent hebben we een plan ontwikkeld om een voormalige fabriek en kantoren van NXP om te bouwen tot Noviotech Innovation Centre, een laboratorium- en cleanroomgebouw voor starters en grote researchbedrijven in de bio-industrie. Nu zijn we bezig om te kijken of we militair erfgoed, zoals vrijkomende kazernes, een nieuwe bestemming kunnen geven.” •

verf&inkt 26 - 2013

De inspectie van SZW heeft aangekondigd de handhaving van het beleid rond blootstelling gevaarlijke stoffen te intensiveren. Dit is hard nodig, blijkens de laatste inspectieresultaten. Afgaande op de Sectorrapportage Aardolie, Chemie, Farmacie, Kunststof en Rubber 2012, waarbij ook is gekeken naar de naleving van de regels uit hoofdstuk 4 van het Arbobesluit door de verf- en drukinktsector, bleek dat zo’n 60 procent van de bedrijven in deze sector de regels niet goed naleeft. Leden van brancheorganisaties zoals de VVVF deden het weliswaar beter dan niet-georganiseerde bedrijven, maar nog steeds was bijna de helft in overtreding. Van bedrijven wordt dan ook wel veel gevraagd; ze moeten hun stoffen en mengsels in kaart brengen en vaststellen welke van deze stoffen risico’s voor werknemers kunnen veroorzaken. Het gaat daarbij overigens niet alleen om de gevaarlijke stoffen in de zin van CLP maar ook stoffen die tijdens de verwerking, dus door de omstandigheden, risico’s kunnen veroorza-

Vanwege het verhoudingsgewijs groot aantal gevaarlijke stoffen waarmee in de sector wordt gewerkt staat de verfsector voor een extra uitdaging. Toch zie ik voldoende kansen voor de sector om haar prestaties te verbeteren; met het hanteren van de met vakbonden overeengekomen, en door het ministerie van SZW getoetste arbocatalogus is een groot deel van het werk al gedaan. De inspectie adviseert bedrijven die met een groot aantal stoffen werkt, het werk te prioriteren. De door SZW ontwikkelde zelfinspectietool helpt de ondernemer bij het doorlopen van een eenvoudig stappenplan, waarmee aan dit onderdeel van het arbobeleid kan worden voldaan. Reach zou, zo niet nu al, dan althans toch op termijn, de gegevens moeten leveren op basis waarvan grenswaarden kunnen worden vastgesteld. Inmiddels heeft SZW een Handreiking gepubliceerd over de relatie tussen ReachH en Arbo. De verfsector kan op deze manier in korte tijd zijn prestaties flink verbeteren. Dit is goed, niet alleen voor de sector (betere cijfers) en ondernemer (het voorkomen van sancties), maar vooral voor de werknemer. • drs. Dirk van Well, beleidsmedewerker Stoffen van de VNCI

41


vvvf verenigingsnieuws

Workshop 2 Biobased Coatings: 7 maart Coatings Innovatie Dag 25 april Op donderdag 25 april 2013 organiseert de VVVF in samenwerking met de Nederlandse Vereniging van Verftechnici (NVVT) de eerste Nederlandse ‘Coatings Innovatie Dag’ bij Evoluon in Eindhoven. Het is een dag van en voor iedereen die te maken heeft met Coatings Innovatie; van kenniswereld tot verf- en drukinktindustrie. Naast een aantal interessante sprekers en inspirerende pitches, wordt gelegenheid geboden om tijdens de netwerkborrel informatie uit te wisselen tijdens de postersessie over nieuwe technologische ontwikkelingen en aansprekende innovatieve projecten. Voor meer informatie of aanmelding: VVVF (info@vvvf.nl of 070 4440 680).

Marlies van Wijhe: voorzitter CAO-delegatie Marlies van Wijhe, tot in december 2012 voorzitter van de VVVF, is voorzitter geworden van de CAO-onderhandelingsdelegatie. Robbert van der Eijk (directeur/eigenaar van De IJssel Coatings BV) zal Ben Berkel (in december benoemd tot VVVF-voorzitter) opvolgen als lid van de delegatie. Robert Groot (Hempel) is op de algemene ledenvergadering van 2012 benoemd tot voorzitter van de sectie PC en als bestuurslid. Hij volgt hiermee Geert Geelkerken (International Paint) op. Geelkerken is per 1 februari 2013 met pensioen gegaan. Bestuurslid Michel Kranz neemt het onderwerp Veiligmetverf.nl in zijn portefeuille over van Geert Geelkerken.

Workshops over kleur De Nederlandse Kleurenschool organiseert een aantal workshops over kleur, kleurkenmerken en kleurtoepassing. Voor meer informatie: www.nederlandsekleurenschool.nl.

42

VVVF, VNCI en TNO organiseren een serie van drie workshops over biobased coatings voor VVVF- en VNCI-leden. In de workshop, die heeft plaatsgevonden op 22 november 2012 bij TNO in Eindhoven, is een eerste aanzet gegeven om de ontwikkelingen rondom biobased coatings in kaart te brengen. Op basis van de conclusies uit deze eerste workshop en een enquête onder de deelnemers is geconstateerd dat de kennisbehoefte onder bedrijven zeer divers is en direct gerelateerd aan eigen portfolio. Daarnaast is geconstateerd dat de tijdschaal waarop de diverse coatings biobased kunnen worden geproduceerd nogal verschillend is. Aangezien de ontwikkelingen voor alkyd- en acrylaatverf het verst zijn, én deze worden toegepast in een grote hoeveelheid verf (bouwverven), is het mogelijk om voor deze coatings op korte termijn grote stappen te zetten in de richting van biobased.

In de tweede workshop op 7 maart 2013, bij TNO in Eindhoven, ligt de focus op alkyd- en acrylaatverven en zal gezamenlijk worden bepaald wat er voor nodig is om deze coatings biobased op de markt te krijgen. Hierbij is niet alleen aandacht voor de binders, maar ook voor de overige componenten. In de derde workshop zal aandacht worden besteed aan andere binders dan alkyd en acrylaat. In deze laatste workshop (in mei 2013) zal bekeken worden welke vervolgstappen (projecten?) noodzakelijk zijn om de deelnemende bedrijven in staat te stellen de stap naar biobased coatings te maken. Dit betreft dan zowel coatings die op korte termijn biobased geproduceerd kunnen worden als de coatings waarvoor de termijn langer is. Voor de workshop 2 Biobased Coatings op 7 maart 2013 kunnen VVVF- en VNCI-leden zich aanmelden via de VVVF (info@vvvf.nl of 070 4440 680).

Afvalbeheersbijdrage Het kabinet heeft besloten om per 1 januari 2013 de Verpakkingenbelasting om te zetten in een verplichte Afvalbeheersbijdrage. Deze bijdrage is aanmerkelijk lager dan de oude belasting. Helaas wordt de administratieve belasting niet lager

want in de wijze van aangifte doen verandert er niets. Voor 1 april 2013 moet de opgaaf over 2013 bij het Afvalfonds binnen zijn en de aangifte over 2012 bij de Belastingdienst.

Melding van ongevallen vervoer gevaarlijke stoffen Ongevallen tijdens vervoer van gevaarlijke stoffen moeten direct worden gemeld en gerapporteerd aan de Inspectie ILT (Inspectie Leefomgeving en Milieu (voorheen VROMinspectie)). Het niet melden en rapporteren

van dergelijke ongevallen/incidenten is een overtreding ingevolge de Wet Economische Delicten (WED) en is dus strafbaar. Inspectie ILT gaat extra handhaven m.b.t. naleving meld- en rapportageplicht.

SEPA: het nieuwe betalingsverkeer De interne Europese markt voor betalingsverkeer is van kracht! Overgaan op Europese betaalproducten wordt niet langer aan de markt overgelaten. Met ingang van 1 februari 2013 is één Europese betaalmarkt (de Single Euro Payments Area oftewel SEPA) een feit geworden. Nu werken de nationale

girale betaalproducten en automatische incasso niet meer, ongeacht of je in eigen land of naar andere landen betaalt of geld wilt ontvangen. Elke onderneming die wil blijven betalen of geld ontvangen, zal per 1 februari 2014 klaar moeten zijn met de aanpassingen die de overgang naar SEPA vraagt.

Performance Indicators 2012 Coatings Care De VVVF heeft de leden verzocht om de enquêtegegevens inzake de Performance Indicators (PI’s) voor 1 maart 2013 aan te leveren ten behoeve van het Coatings Care-gedeelte in het Jaarverslag 2012. Het VVVF jaarverslag 2012 zal naar verwachting in juni 2013 verschijnen.

Ledenonderzoek De VVVF is bezig met de uitvoering van een ledenonderzoek. De leden kunnen hierbij aangeven in hoeverre ze tevreden zijn met het functioneren van de bestaande structuur binnen de VVVF en de behaalde resultaten.

ANW-hiaatverzekering Veel nabestaanden van werknemers die voor hun 65ste komen te overlijden hebben waarschijnlijk te maken met een ANWhiaat. Dit hoeft geen probleem op te leveren als de nabestaande zelf een behoorlijk inkomen heeft. Is dat niet het geval, dan is een ANW-hiaatverzekering sterk aan te bevelen. De VVVF heeft daarom de leden medio januari geïnformeerd over een aanbod voor de werknemers om, vrijwillig en voor eigen rekening, een ANW-hiaatverzekering af te sluiten.

PGS 15 PGS 15, de richtlijn voor de opslag van verpakte gevaarlijke stoffen, is op 10 december 2012 aangepast. Van alle PGSrichtlijnen is de PGS 15 voor de verf- en drukinktindustrie de belangrijkste richtlijn m.b.t. opslag. Er zijn twee belangrijke wijzigingen: CMR-stoffen worden anders ingedeeld, en een regelgeving voor de bedrijfsbrandweer komt te vervallen.

@verfeninkt Volg ons op Twitter


It’s time to take control of colour

Caldic levert direct uit voorraad:

Caldic, distributeur in de verf- en drukinktindustrie levert alle ingrediënten die u nodig heeft. Wij vinden samen met de producent de juiste oplossingen op maat.

010 - 7117 268 / 010 - 7117 286 TiO2@caldic.nl www.caldic.com

Voorraadbeheersing d.m.v. TDF MODULA

afvullen coaten dispergeren doseren drogen engineren granuleren homogeniseren malen mengen mixen regenereren reinigen verpakken

• Gravimetrisch (bv. basis) en volumetrisch (bv. kleurpasta) • TDF = tinting during filling Eskens Benelux B.V. T: +31 172 430181 info@eskens.com

verwarmen zeven

Eskens Benelux N.V. T: +32 15 451500 www.eskens.com

Al meer dan 110 jaar uw vertrouwde servicepartner! ESKENS_ADV_0411_1.indd 1

4/14/11 5:01:00 PM


Bezoek ons op stand 7.201 op de European Coatings Show 2013 (19 t/m 21 maart) in Nürnberg.

100% recyclable tin can

Tintercan - om uw kleurpasta te verpakken • Volledig te legen (uitneembare bodem): spaart geld en milieu • Houdt de kleurmengmachine schoon: geen geknoei over de spindel • Handsfree op canister te plaatsen: bespaart operator tijd Vraag informatie en/of een monster aan via info@hildering.com.

Zandvoortstraat 69 | 1976 BN IJmuiden | The Netherlands T +31 (0)255 510 409 | F +31 (0)255 512 801 | info@hildering.com

www.hildering.com


VVVF Verf&Inkt 26 (februari 2013)