Issuu on Google+

verf&inkt magazine van de vereniging van verf- en drukinktfabrikanten VVVF - 22 - 2012

Duurzame drukinkt:

Grafisch ondernemer wil dialoog met fabrikant Nano-onderzoek: meer openheid nodig in de keten, kennisniveau te laag Ons beroep op verf en drukinkt: ‘Regeltjesman’ Peter Vriens: ‘Veiligheidsbladen lijken boekwerken te worden’ De mens achter… Verftechneut Jan Lindeboom: ‘Verf scoort al ruimschoots als het om duurzaamheid gaat’ Kleurrijk verleden Veluvine: arbeid ‘middel tot geluk’ De messen zijn geslepen: Nieuw cao-seizoen van start Arbocampagne gaat lawaai en stress te lijf Vergiftigingencentrum en verfindustrie: vertrouwen nodig ‘Groothandel onmisbaar, vernieuwing noodzakelijk’


Vision on quality www.tqc.eu

N E D E R L A N D S E N I G E FA B R I K A N T VA N T E S T- E N M E E TA P PA R AT U U R VOOR DE VERFINDUSTRIE TQC

TQC

TQC

AUTOMATISCHE FILM APPLICATOR

AUTOMATISCHE CUPPING TESTER

WASBAARHEID / SLIJTVASTHEIDTESTER

Voor het aanbrengen van een uniforme, reproduceerbare filmlaag.

Voor het testen van coatings bij verschillende stadia van deformatie conform ISO 1520.

Voor het testen van bijv. coatings, inkten, textiel, hout en plastic op slijtvastheid.

• Geschikt voor folies en /of glazen, papieren, metalen ondergronden • Geschikt voor spiraalapplicatoren en / of standaard blok applicatoren • Intuïtieve bediening • Vele instelmogelijkheden

• Ergonomisch: tester instelbaar naar werkhouding • Led verlichting instelbaar in kleur en hoek voor optimale beoordeling testplaat • Deformatie vooraf instelbaar in mm

• Voor droge en natte testen • Test tot vier proefstalen tegelijk • Dubbele pomp voor simultaantest met twee verschillende testvloeistoffen

TQC

TQC

ASCOTT ANALYTICAL

TQC produceert instrumenten en toebehoren voor het testen van onder andere

AUTOMATISCHE VISCOSITEITSMETERS

CORROSIE TESTKASTEN

Diverse modellen voor het bepalen van de viscositeit in mPa·s, cP, cSt en KU (Krebs Units).

Voor versnelde corrosietesten.

• • • • • • • •

viscositeit dekkracht lopersvorming droogtijd slagvastheid natte laagdikte adhesie metamerie

• • • •

densiteit vloeiing maalfijnheid elasticiteit

TQC B.V. Nijverheidscentrum 14

• Volledig automatisch, dus zeer hoge reproduceerbaarheid • Ook handmatig instelbaar

2761 JP Zevenhuizen Nederland

• • • • • •

Vochtigheids corrosietest Zoutsproei corrosietest Cyclische corrosietest Alle modellen in div. maten leverbaar Modern vormgegeven Zeer gebruiksvriendelijk

T 31(0)180 - 63 13 44 F 31(0)180 - 63 29 17

E info@tqc.eu W www.tqc.eu


ons beroep op verf & inkt

Wet- en regelgevingspecialist Peter Vriens:

In deze rubriek komen mensen aan het woord die beroepsmatig met verf & inkt van doen hebben en daar enthousiast over vertellen. Deze keer: de wet- en regelgevingspecialist.

‘Veiligheidsbladen lijken boekwerken te worden’

Peter Vriens (1956) werkt 25 jaar als wetgevingspecialist bij Rust-Oleum in Roosendaal. Zijn belangrijkste taak: het monitoren van Europese en nationale wet- en regelgeving rond verf in de 27 EU-lidstaten, zodat de producten van zijn werkgever terechtkunnen op alle exportmarkten. “Een baan voor doorzetters”, vindt hij zelf. Te k s t : A n t o n S t i g

Foto: Pet van de Luijtgaarden

Ik weet niet of er een specifieke opleiding voor bestaat, maar ikzelf ben er als het ware ingegroeid. Na mijn hbo-opleiding in de chemie begon ik op het laboratorium, ging vervolgens naar de technische serviceafdeling en ben toen ‘losgeweekt’ om deze taak op me te nemen. Qua wet- en regelgeving komt er al jaren ongelooflijk veel op de verf- en drukinktbranche af: honderden regeltjes en wetten sinds ik hier zit.” Hij haalt zijn informatie uit verschillende bronnen:

verf&inkt 22 - 2012

niet alleen uit Brussel en de lidstaten, maar ook van brancheorganisaties zoals de VVVF en CEPE. Daarnaast zijn er publicatiebureaus. “Het is al snel een dagtaak om al het relevante nieuws bij te houden”, heeft hij ervaren. “Gelukkig werk ik samen met een collega bij ons zusterbedrijf Mathys in België”, aldus de ‘regeltjesman’. “Ook techniekgerelateerde veranderingen kunnen effect hebben op het etiket of de samenstelling van een

product. Afgelopen jaar is bijvoorbeeld in Frankrijk een nieuwe wet geïntroduceerd, die een extra vignet op ons product nodig maakte. Zorg maar dat dat voor elkaar komt, anders kun je het op zo’n exportmarkt vergeten. Scandinavische landen zijn op dat front berucht. Daar zijn heel vaak aanvullingen nodig. In Denemarken moet er behalve een registratienummer bijvoorbeeld ook altijd een ventilatiecode op het product.” “Ik vind mijn baan een uitdaging. Het is zaak tijdig aan de bel te trekken als er veranderingen op stapel staan. We zullen wat dat betreft nog heel wat voor onze kiezen krijgen. Zeker als het gaat om de consequenties rond de nieuwe etiketteringrichtlijnen. En om de verplichte aanmelding en registratie van chemische stoffen die via REACH geregeld wordt. Ik vraag me af of we dat allemaal wel binnen de gestelde termijnen voor elkaar krijgen. En of het doel wel alle middelen heiligt. Persoonlijk zet ik daar soms vraagtekens bij en waarschijnlijk velen met mij. Veel klanten vinden de wet- en regelgeving overdreven. Weten soms niet hoe ermee om te gaan. Neem de veiligheidsbladen, die verplicht bij een product geleverd moeten worden. Dat lijken boekwerken te worden van honderden pagina’s. Ziet u die schilder op de steiger staan, met in de ene hand een kwast en in de andere zo’n veiligheidsblad? Dat werkt niet zo. Maar het wordt wel verplicht door Brussel. En uiteraard moeten wij dat slaafs volgen.” “Waaraan iemand moet voldoen om wet- en regelgevingspecialist te zijn? Je moet verstand hebben van verf, van verftechniek, van verftechnologie, de nodige scheikundige bagage hebben, een en ander van toxicologie weten, redelijk goed in je talen zitten en secuur kunnen werken. En je moet je werk een uitdaging vinden. En een doorzetter zijn. Want je kunt wel eens iets aankaarten in eigen bedrijf, waarvan niet iedereen direct het belang inziet. Dan zul je ze toch moeten overtuigen om problemen te voorkomen. Waarschijnlijk zit niet iedereen op zo’n baan te wachten!

3


inhoud 22 - 2012

Nanotechnologie: transparantie moet beter Dat er voor alle verschillende nanodeeltjes op korte termijn grenswaarden zijn, is een utopie. Dus tot er meer duidelijkheid is moeten verfindustrie en verwerkers het voorzorgprincipe hanteren. Dat valt te concluderen uit het onlangs met een eindrapport afgesloten onderzoek naar de gevaren van nanotechnologie in de verfindustrie. Andere conclusie: kennisniveau en transparantie in de keten zijn onvoldoende. Pagina 12

Verder in dit nummer: 3 Ons beroep op verf & inkt: de regeltjesman 7 Branchenieuws en voorwoord 9 Branchenieuws en colofon 11 Branchenieuws 15 VVVF-nieuws 20 De mens achter: Jan Lindeboom 22 Arbocatalogus en veiligheidscampagne 32 Kleurrijk verleden: Veluvine 34 Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum 36 Innovatie in de groothandel 38 VVVF-nieuws

Duurzame drukinkt Zoals zo veel andere bedrijfstakken is ook de grafische industrie bezig met duurzaamheid. En hoewel drukinkt verantwoordelijk is voor een relatief geringe milieubelasting, vragen hun afnemers in toenemende mate naar producten op plantaardige basis. Grafisch ondernemers kijken daarbij vol verwachting naar de drukinktindustrie. Pagina 16

Geslepen messen Half april startte het overleg over de nieuwe cao in de branche. Verf&Inkt laat de hoofdrolspelers van beide kanten aan het woord. VVVF-onderhandelaar Ben Berkel gaat niet voor de nullijn, vertelt hij, maar de loonstijging koppelen aan de inflatie noemt hij ‘onverantwoord’. FNV-onderhandelaar Nicole Boonstra wil juist wel dat de inflatie wordt gecompenseerd. “Wij verlangen niets extra’s”, zegt ze. “Het mag echter niet zo zijn dat werknemers de crisis betalen.” De messen zijn geslepen. Pagina 24

verf&inkt 22 - 2012

5


cilindrisch conisch rechthoek

pails

blikverpakking drums

vaten

vloeistof aerosols van 14 ml tot 220 liter

Mus Verpakkingen Blik bepalend

Mus Verpakkingen BV | Herfordstraat 9 | 7418 EX | NL - Deventer T +31 (0)570 629 229 | info@musverpakkingen.nl | www.musverpakkingen.nl


branchenieuws

voorwoord

Oost-Indisch

Nieuw verfbulletin Relius gaat zijn klanten op de hoogte brengen van alle nieuwe ontwikkelingen door middel van een nieuw verfbulletin: Vakkennis. Het nieuwe verfbulletin gaat in zijn geheel over Cool Colours, de nieuwe pigmenttechnologie van Relius.

Wijers vertrekt Op 1 mei vertrekt Hans Wijers als ceo bij chemieconcern AkzoNobel. Al in juni 2011 maakte het bedrijf bekend dat Ton Büchner, ceo van de Zwitserse machinebouwer Sulzer, hem zou opvolgen. Wijers was sinds 1 mei 2003 voorzitter van de Raad van Bestuur van AkzoNobel NV. Voor zijn komst naar het bedrijf was hij onder meer minister van Economische Zaken (voor D66) en als partner en later vice-president werkzaam bij de Boston Consulting Group. Nederlander Ton Büchner (civiele techniek TU Delft) trad in 1994 in dienst bij Sulzer. In 1996 vertrok hij naar Peking om leiding te geven aan het verkoopkantoor in China. In 1998 keerde hij terug naar Zwitserland. Hij werkte onder meer als president van Sulzer Turbo Services en Sulzer Pumps. In 2007 werd hij benoemd tot ceo van de beursgenoteerde multinational.

Inspectie controleert valgevaar Sinds medio april voert de Inspectie SZW extra controles uit op kleine bouwlocaties naar het veilig gebruik van ladders en rolsteigers. Jaarlijks komen er op bouwterreinen gemiddeld vijf mensen om het leven en houden er tientallen blijvend letsel over door een val van een ladder of steiger. Deze inspectieronde duurt drie weken en richt zich op de kleinere bouwlocaties in binnensteden. Het gaat daarbij om nieuwbouw, verbouw en onderhoud- en reparatiewerkzaamheden, ook bij particulieren. Dit werk wordt uitgevoerd door bouw- en aannemingsbedrijven, schilders en installateurs.

Global Paint Products: complimenten aan PPG “Onze kleurpasta in schenkzak voor het Color Matching system, winnaar van de Nedvang prijs ‘Aangepakt 2011’, heeft een multinational, PPG Coatings (Sigma), aangezet om deze verpakkingsinnovatie ook in te zetten. Zij hebben ook een pastazak ontwikkeld voor zowel alkyd als watergedragen kleurpasta’s.” Aldus Global Paint Products in een recent persbericht. “Wij zijn erg verheugd dat deze innovatie door anderen gevolgd wordt, waardoor onze visie over maatschappelijk verantwoord ondernemerschap nog breder uitgedragen wordt in onze branche, maar vooral het milieu hierbij de uiteindelijke winnaar is”, aldus het bedrijf uit Boven-Leeuwen. “Laten we hopen dat dit de aanzet is voor meer!” 4 verf&inkt 22 - 2012

Los van alle macro-economische ontwikkelingen is goed te zien dat wij als verf- en drukinktindustrie druk bezig zijn om te leren en te verbeteren. Waarom? Omdat we willen overleven als branche en duidelijk willen laten zien dat wij er toe doen. In deze uitgave wil ik een paar onderwerpen onder uw aandacht brengen. Om te beginnen het verhaal over de behoefte aan duurzame drukinkt. Ik moest opeens denken aan het menu in restaurant Ivy in Rotterdam (beloond met een Michelinster), waar het menu met inktvisinkt gedrukt was op een blad van ouwel. Maar dat terzijde. Het artikel staat stil bij een grote wens omtrent meer duurzame informatie van de leveranciers van drukinkt. Een belangrijk aandachtspunt dus, los van het feit dat ik niet gecharmeerd ben van het door de grafisch ondernemers bepleite keurmerk. Verder schrik ik wel een beetje van het feit dat in de verfbranche nog niet de helft van de bedrijven zich aan alle verplichtingen houdt als het gaat om informatieverstrekking aan het vergiftigingencentrum in Utrecht. Ook werk aan de winkel dus. Last but not least vraag ik uw aandacht voor de campagne voor gezond en veilig werken. Gehoorschade dreigt namelijk uit te groeien tot beroepsziekte nummer één en dan hebben we het nog niet eens over de twintigers van nu, die door hun oortelefoons soms al een gehoor van een vijftigjarige hebben. Om te voorkomen dat we straks alleen nog via gebarentaal met elkaar communiceren en niet meer kunnen luisteren naar heerlijke muziek of goeie conversaties kunnen voeren, is de campagne enorm belangrijk. Tegelijkertijd vraag ik me af of de campagne voor een deel van de huidige generatie politici niet te laat komt. Ik heb soms het vervelende gevoel dat zij in hun jonge jaren fikse gehoorschade hebben opgelopen, want ik heb niet het idee dat er een ‘open oor’ is voor de noden van de bouw en de verfindustrie. Maar het kan natuurlijk selectieve doofheid zijn. Of… hoe heet die vorm van doofheid ook al weer? Iets met Oost-indische inkt, meen ik. Marlies van Wijhe, voorzitter VVVF

7


W o r l é e S o l l A AT D e Z o N M A A r K o M e N ... en de regen, vorst en herfststormen, die het zand meedogenloos tegen de lak van de strandhuisjes laat schuren. Speciaal de WorléeSol NW serie staat voor siccatiefvrije formuleringen met uitstekende houtbeschermingseigenschappen. Sinds vele jaren adviseert Thijs N. onze klanten bij formuleringen op basis van WorléeSolen, onze op watergedragen alkydharsen. Intussen heeft WorléeSol zich bewezen als basis voor luchtgedroogde primers, dek- en moffellakken en wordt nog steeds verder ontwikkeld. Met WorléeSol E – een oplosmiddel- en emulgatorvrije variant – lukt het ons te voldoen aan de huidige VOC-voorschriften. Graag informeren wij u, hoe u WorléeSol optimaal kunt inzetten, of het nu gaat om bescherming van strandhuisjes tegen de elementen van de natuur of om decoratieve lakken voor binnenruimtes. Aanvragen kunt u zenden naar: worlee@worlee.nl

Thijs N., Laboratorium Manager bij Worlee E. H. Worlée & Co. B. V. · Meenthof 17 A · NL-1241 CP Kortenhoef · Tel. +31 35 6561424 · Fax +31 35 6560694 · www.worlee.nl · worlee@worlee.nl


colofon

Branchenieuws

DSM en AkzoNobel duurzaamste chemiebedrijven Verf&Inkt is een uitgave van de Vereniging van Verf- en Drukinktfabrikanten VVVF. De VVVF behartigt de belangen van de Nederlandse verf- en drukinktindustrie. Het blad wordt verspreid onder leden van de branche-organisatie en externe relaties. Verf&Inkt verschijnt zes keer per jaar. Verf&Inkt wil een opinieblad zijn. Dat betekent dat van VVVF-standpunten afwijkende meningen niet uit het blad geweerd worden. Redactie Peter Boorsma, Jos de Gruiter (hoofdredactie), Annet Huyser (eindredactie), Dorine van Kesteren, Hans Klip en Anton Stig Redactieadres Loire 150 2491 AK Den Haag Postbus 241 2260 AE Leidschendam 070 3378734 degruiter@vvvf.nl Vo r m g e v i n g GrafischeZaken, Den Haag Druk Deltahage, Den Haag Advertentie-acquistitie Mooijman Marketing & Sales, Julius Röntgenstraat 17 2551 KS Den Haag Telefoon 070 3234070 info@mooijmanmarketing.nl

© VVVF Alle rechten voorbehouden. Behoudens de door de Auteurswet 1912 gestelde uitzonderingen, mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd (waaronder begrepen het opslaan in een geautomatiseerd gegevensbestand) of openbaar gemaakt, op welke wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de VVVF.De bij toepassing van art. 16B en 17 Auteurswet 1912 wettelijk verschuldigde vergoedingen wegens fotokopiëren, dienen te worden voldaan aan de Stichting Reprorecht, Postbus 882, 1180 AW te Amstelveen.Hoewel aan de totstandkoming van deze uitgave de uiterste zorg is besteed, aanvaarden de auteur(s), redacteur(en) en uitgever geen aansprakelijkheid voor eventuele fouten of onvolkomenheden.

verf&inkt 22 - 2012

De Nederlandse chemiebedrijven DSM en AkzoNobel staan respectievelijk eerste en tweede in de afdeling chemie van The Sustainability Yearbook van SAM. Dit wereldwijde fonds voor duurzaam investeren publiceert jaarlijks, geholpen door accountantskantoor KPMG, een overzicht van de duurzaamste bedrijven in 58 sectoren. Beide bedrijven zijn volgens SAM gold class. Dat betekent dat zij qua duurzaamheid op het allerhoogste niveau opereren. Ook Bayer behoort tot die categorie. DSM wordt daarnaast betiteld als de sector leader die de standaard zet voor milieuprestaties, sociaal werkgeverschap en goed bestuur. Silver class zijn de in Nederland aanwezige bedrijven BASF en Dow. Voor zijn beoordeling keek SAM bij chemiebedrijven naar de criteria economische weerbaarheid, aandacht voor het milieu en sociaal werkgeverschap. De 57 beoordeelde chemiebedrijven scoren vrijwel allemaal hoge scores voor traditionele duurzaamheidcriteria als goed bestuur, gezondheid & veiligheid en milieubeleid. Het verschil tussen leiders en achterblijvers is vooral zichtbaar bij innovatiemanagement. Ook merkt SAM op dat de beste bedrijven niet alleen hun risico’s en kansen voor duurzaamheid in de gaten houden, maar ook in staat zijn hierop goed te reageren.

Kluthe deelt kennis Kluthe (Alphen a/d Rijn) deelt haar in zestig jaar tijd verzamelde kennis over de duurzame toepassing van chemische producten nu ook met een nieuwsbrief voor professionals in de metaal- en lakverwerkende industrie. Met het verschijnen van de eerste editie van In Process brengt Kluthe het denken in totaaloplossingen op een andere manier naar buiten. De nieuwsbrief zal drie keer per jaar verschijnen. Kluthe Benelux BV is een vooraanstaand producent van chemische producten en procédés voor oppervlaktebehandeling, zoals metaalbewerkingsvloeistoffen, metaalreinigers, ontvettingsmiddelen, fosfateringsmiddelen, lakverdunners, spoelverdunners, finishreinigers en ontlakkingsmiddelen. Ook voor spuitcabines en afvalwaterbehandeling voorziet Kluthe in een breed scala aan producten. Bedrijfstakken die de producten van Kluthe afnemen zijn onder meer de automobielindustrie, de toeleveringsindustrie, lakkerijen en de grafische sector. Kluthe Benelux BV is een dochteronderneming van het internationaal opererende Duitse Kluthe GmbH.

Wijzonol brengt schilders en opdrachtgevers samen De sessies voor schilders en opdrachtgevers, die Van Wijhe Verf onlangs onder de noemer ‘Wijzonol Experience’ organiseerde, blijken een schot in de roos. De breedgedragen conclusie aan het eind van beide dagen was dat een groot aantal schilders en opdrachtgevers wil toewerken naar een hechtere vorm van samenwerking. Zo wil men komen tot een langduriger samenwerking, meer transparantie en kwaliteitsborging. De deelnemers waren enthousiast over het initiatief en spraken unaniem de wens uit dat Van Wijhe er een vervolg aan zou geven. Die toezegging kregen ze: in het najaar komen er vervolgsessies. De komende weken worden besteed aan het nauwgezet onder de loep nemen van de ideeën en de haalbaarheid ervan om vervolgens te bekijken met welke partijen nader op de uitwerking ingezoomd kan worden. Los van de roep om een hechtere band tussen schilder en opdrachtgever was er bij de schilders zelf de roep om de kloof tussen jong en oud in het schildersbedrijf te verkleinen. Hiervoor werden verschillende ideeën geopperd, variërend van gemengde teams op opdrachten, het oprichten van een jongerenplatform, het runnen van leerbedrijven als echte bedrijven om zo het verschil tussen school en het echte bedrijfsleven te verkleinen, tot het opheffen van de verschillen in bedrijfskleding tussen jong en oud. Algemeen directeur Marlies van Wijhe van Van Wijhe Verf legt de oorspong van het initiatief als volgt uit: “Wij zien elke dag weer hoe ontzettend veel kennis en ervaring er aanwezig is bij de verschillende schakels in de keten en hoeveel profijt er nog te behalen valt als we dat meer met elkaar zouden delen. Vandaar ook dat we op het idee kwamen om een aantal partijen uit te nodigen om op onafhankelijk terrein aan de hand van een aantal concrete vraagstukken hun vakkennis met elkaar te laten delen. De resultaten waren boven verwachting. Hoewel het de eerste keer was dat we deze sessies organiseerden, heeft het gezamenlijk brainstormen praktijkgerichte vertrekpunten opgeleverd om gezamenlijk nog beter het hoofd te kunnen bieden aan de vele uitdagingen in de markt die er nu zijn.” Partijen die interesse hebben om ook deel te nemen aan deze praktijkgerichte denktank in oprichting, kunnen zich melden met een korte motivatie bij Wijzonol via cverbree@wijzonol.nl.

4

9


Optimaal voeden van mengers en processen

Automatisch efficiënt

Uw partner voor kunststof verpakkingen voor: · · · ·

Pigmentpasta Watergedragen autoreparatielak Verf Drukinkt

Zowel standaard standaard potten als speciaalverpakkingen. nagenoeg restloos Zowel potten als leegbare speciaalverpakkingen. Kom voor informatie en voorbeelden van 7 t/m 9 oktober naar naar onze 8408 opkijk deop Eurofinish Voor meer informatie en stand voorbeelden 09 in Gent of kijk op www.bema.nl . www.bema.nl Deltastraat 14, 4301 RC Zierikzee

Tel. +31 111 418807 info@bema.nl

ONLINE VERKOPING wegens FAILLISSEMENT COLWELL BVBA, machines voor productie van

Voedingssystemen voor mengers : AZO • betrouwbaar • nauwkeurig • economisch Bedrijfszekere en economische oplossingen voor de automatisering van uw grondstoffen en processen.

Kleurenstaalkaarten Ambachtsstraat 2 - 1840 Londerzeel (België)

AUTOM. VERFSPUITLIJNEN, doorvoerBr. 160 cm, w.o. lijn (‘03) met afrolhaspel, kettingtakel “Hitachi”, 4 droogkamers (infrorood & hete lucht), 3x rvs autom. spuitcabines, lasersnijmachine “Synrad”, droogoven, menginstallatie “Graco” Promix II; AUTOM. WICKET-DROOGMACHINE; 2x PAPIERSNIJMACHINES “Polar” 137 EMC-monitor en 92EM; kanteltafel en triltafels “Polar”; elektro-pneum. perforator “Durselen-KG”; verfshakers “Fast & Fluid”; REGENERATIEVE NAVERBRANDINGSINSTALLATIE “Eisenmann” 2600; luchtcompressors “Atlas-Copco”; etc.

BIEDEN ENKEL VIA INTERNET SLUITING: dinsdag 8

MEI vanaf 14u00

BEZICHTIGING: maandag 7 mei van 9u00 tot 16u00

FOTO’S / CATALOGUS / INFO op onze website AZO N.V. Katwilgweg 15 B-2050 Antwerpen Tel. : +32-3-250 16 00 Fax : +32-3-252 90 02

www.azo.be

www.TroostwijkAuctions.com


Branchenieuws

Opening gerevitaliseerd laboratorium Van Wijhe Van Wijhe Verf heeft op feestelijke wijze het ‘gerevitaliseerde’ R&D-laboratorium geopend. Met gastsprekers als Bernard Wientjes (VNO-NCW), trendwatcher Carl Rohde Jan van Betten van duurzaamheidorganisatie Nudge, werd stilgestaan bij het actuele onderwerp innovatie. VNONCW-voorzitter Wientjes verrichtte de officiële openingshandeling. Algemeen directeur Marlies van Wijhe sprak van “een mooi moment om te laten zien dat wij als verffabrikant proberen ons steentje bij te dragen aan een duurzame toekomst door producten te ontwikkelen die het milieu minder belasten en langer meegaan.” Ze noemde duurzaamheid ‘een must’. In het Zwolse R&D-lab zijn verfwetenschappers dagelijks in de weer met vernieuwing en verbetering van producten en processen. Een innovatie is voor Van Wijhe Verf pas duurzaam als het nieuwe of verbeterde product niet alleen bijdraagt aan het bedrijfsresultaat of een schoner milieu, maar als klanten er ook daadwerkelijk een beter product mee in handen krijgen. Met de vernieuwing van het lab levert Van Wijhe Verf een belangrijke bijdrage aan de continue ontwikkeling in het kader van de topsectoren chemie en high tech. Van Wijhe: “De VVVF wil dat Nederland in 2030 een sterke positie inneemt in biobased coatings. Als Van Wijhe Verf willen wij een voortrekkersrol in initiatieven rond duurzaamheid, milieu, veiligheid en gezondheid van mens en samenleving vervullen. Dat betekent dat wij juist ook in deze economisch moeilijke tijden in kennis en ontwikkeling moeten en willen investeren.“

Nieuwbouw naar dieptepunt

Opgesplitst per halfjaar blijkt dat in de eerste zes maanden van 2011 het aantal nog toenam met zes procent. In het tweede halfjaar zakte de bouwsector echter hard in, en werd er liefst negentien procent minder vergunningen verleend voor koop- en huurwoningen dan in 2010. De daling is verhoudingsgewijs ongeveer gelijk verdeeld over beide segmenten. In de laatste twee jaar vóór de economische crisis, 2007 en 2008, werden nog zo’n 87.000 vergunningen verstrekt. Het aantal gereedgekomen woningen nam wel licht toe, met drie procent. In totaal werden vorig jaar 57.703 woningen opgeleverd. De groei werd zowel bij huur- als koopwoningen gerealiseerd. De toename is toe te schrijven aan overheden, woningcorporaties en particulieren. Opdrachten van projectontwikkelaars leverden vrijwel evenveel koophuizen op als in 2010. Afgezet tegen eerdere jaren is het verval nog steeds groot. In 2007, 2008 en 2009 kwamen gemiddeld nog zo’n 80.000 huizen gereed. Die sterke daling laat zich verhoudingsgewijs veel meer voelen in het koopsegment dan in de huursector. Malaise Afgelopen maand maakte de Nederlandse Vereniging van Makelaars (NVM) cijfers bekend over de huizenkoopmarkt. Daaruit bleek dat het eerste kwartaal van 2012 het slechtste kwartaal voor de woningmarkt was sinds het uitbreken van de kredietcrisis. Het aantal transacties nam met 15,6 procent af ten opzichte van een kwartaal eerder. De prijs van de gemiddeld verkochte woning ging 2,8 procent omlaag ten opzichte van het kwartaal daarvoor. Het totaal aantal verkochte woningen door NVM-makelaars bedroeg 18.549.

verf&inkt 22 - 2012

Quantum Kapital neemt activiteiten over van BASF in Maastricht

Niet eerder werden er zo weinig bouwvergunningen voor nieuwbouwhuizen verleend als in 2011. Met een daling van negen procent ten opzichte van 2010 kwam het aantal uit op 55.804, tegenover 61.028 een jaar eerder. Sinds 1953 is dit niet zo laag geweest, zo meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

 

Quantum Kapital AG (hoofdkantoor in St. Gallen, Zwitserland) neemt de offset drukinktactiviteiten (IMEX) in Maastricht over van BASF Nederland. Quantum is een financieel investeerder, die gespecialiseerd is in de acquisitie en succesvolle ontwikkeling van niet-strategische onderdelen van grote bedrijven. De IMEX-acquisitie omvat de overname van de volledige offset drukinktproductie en de 57 BASF-medewerkers in Maastricht, die bij deze activiteiten betrokken zijn.

Chemie werft toptalent Veelbelovende studenten chemie aan de Universiteit Utrecht krijgen vanaf het studiejaar 2012-2013 de kans op een maandelijkse toelage van 500 euro. Het daaropvolgende studiejaar wordt een landelijk beurzenstelsel uitgerold. De beurs is een initiatief van de VNCI en wordt aankomend schooljaar uitgevoerd in samenwerking met de Universiteit Utrecht. Het plan is onderdeel van de inspanningen die het te verwachten tekort aan bèta’s en technici moet terugdringen. De beurs, een gift bovenop de bestaande studiefinanciering, is bedoeld om te laten zien dat chemie kansen biedt voor excellente studenten. Zij worden geselecteerd door de deelnemende chemiebedrijven die de maandelijkse toelage beschikbaar stellen. De chemische industrie en de universiteiten hopen met het initiatief de instroom van jongeren te bevorderen: eerst naar een studie en vervolgens naar een baan in de chemie. Voor de zogenoemde topsectorchemiebeurs komen volgend studiejaar maximaal vijf leerlingen in aanmerking die aan de Universiteit Utrecht gaan studeren. Vanaf het studiejaar 2013-2014 maken alle excellente scholieren kans op een beurs, mits zij een chemiegerelateerde opleiding gaan volgen aan een universiteit of hbo. Vanaf dat studiejaar komen maximaal 60 eerstejaarsstudenten (40 hbo en 20 wo) in aanmerking voor de extra beurs.

11


verf & innovatie

Onderzoek in verfketen: (on)schadelijkheid niet aangetoond, maar:

Meer

openheid over gebruik ‘nano’ nodig

Dat er voor alle verschillende nanodeeltjes op korte termijn grenswaarden zijn, is een utopie. Dus tot er meer duidelijkheid is moeten verfindustrie en verwerkers het voorzorgprincipe hanteren. Dat valt te concluderen uit het onlangs met een eindrapport afgesloten onderzoek naar de gevaren van nanotechnologie in de verfindustrie. Andere conclusie: kennisniveau en transparantie in de keten zijn onvoldoende. Te k s t : J o s d e G r u i t e r F o t o’s : Pe t v a n d e L u i j t g a a r d e n

12

“Er is relatief weinig kennis rond nanomaterialen bij werkgevers, werknemers en arbo- en milieumedewerkers. Bedrijven weten niet altijd of ze met nanoproducten werken; het is vrijwel nooit bekend of een eerder aangebrachte coating nanodeeltjes bevat of niet. Deze situatie is een gevolg van het feit dat er zeer beperkt informatie en kennis langs de productketen wordt verspreid. Daarnaast heeft ‘nano’ momenteel een vrij negatief imago en willen bedrijven liever niet als ‘nano’bedrijf te boek staan.” Deze maand kwam het eindrapport beschikbaar van een pilotproject in de verfketen. Het onderzoek was er op gericht zichtbaar te maken hoe het staat met informatie in de verfketen over het gebruik van nanomaterialen (deeltjes ter grootte van een miljardste deel van een meter) en over het bepalen en beheersen van eventuele risico’s. Het eindrapport concludeert dat gegevens die nodig zijn voor risicobeoordeling van verf met nanomaterialen schaars zijn. Ook over risicobeoordelingmethoden bestaat nog veel onzekerheid. In het rapport is daarom gewerkt met best beschikbare gegevens en bij twee verfproductiebedrijven zijn aanvullende blootstellingmetingen verricht. Het rapport adviseert voorzorg toe te passen. Dat wil zeggen: minimalisatie van blootstelling na te streven zolang onvoldoende data over risico’s beschikbaar zijn. Het rapport geeft aan bij welke activiteiten dit met name van belang is: het verpakken en storten van nanopoeders, het verspuiten van nanocoatings, het hanteren van afval en schoonmaak- en on-


verf & innovatie

Le Feber: ‘Het is duidelijk dat nanodeeltjes ander gedrag vertonen in het lichaam. Dat maakt het zeer waarschijnlijk dat ze een afwijkend toxicologisch patroon laten zien’ derhoudsactiviteiten. Niet voor alle nanodeeltjes zullen deze activiteiten een risico opleveren (dat is ook afhankelijk van de toxiciteit van de deeltjes), maar ze kennen wel een relatief hoge blootstelling, waardoor risico’s het eerst zullen optreden bij deze activiteiten. Voor nanozilveremmissies naar het milieu wordt in het bijzonder gewaarschuwd, met het oog op mogelijke resistentieontwikkeling bij bacteriën (nanozilver wordt ook toegepast als antibioticum). Overigens bleek het moeilijk bedrijven te vinden die mee konden doen in deze pilot. Het rapport geeft hiervoor verschillende verklaringen, waaronder het gebrek aan transparantie in de keten. Het pilotproject kwam tot stand op initiatief van het ministerie van Infrastructuur en Milieu (I&M) en de VVVF. Het onderzoek werd uitgevoerd door TNO, in samenwerking met IVAM/ UvA. Het werd gefinancierd door het ministerie. De onderzoekers pleiten voor grotere openheid over het gebruik van nanodeeltjes in grondstoffen en producten.

Voorzorgsprincipe Het onderzoek heeft zich gericht op nano titaniumdioxide (nano-TiO2) en nano zilver (nano-Ag), twee stoffen die ook bestaan in niet-nanovorm, maar die zo klein geproduceerd kunnen worden dat ze in dat geval als nano gekwalificeerd kunnen worden. In die vorm worden ze verwerkt in coatings. De potentiële risico’s die hierdoor ontstaan voor mens en milieu zijn beoordeeld op basis van beschikbare gegevens voor alle fasen uit de verfketen: productie van de deeltjes,

verf&inkt 22 - 2012

de productie van verf, de applicatie van verf en de levensduur van gecoate objecten. Ondanks de grote onzekerheden in data en methoden, zijn, aldus het eindrapport, zowel voor de werknemers die met nanodeeltjes werken als voor het milieu risicobeoordelingen uitgevoerd gebaseerd op de best beschikbare gegevens. Kwantitatieve blootstellingdata zijn zeer beperkt voorhanden. Hierdoor kon slechts voor enkele processtappen een kwantitatieve risicobeoordeling worden uitgevoerd. Voor de resterende processtappen is een kwalitatieve risicobeoordeling uitgevoerd met een methode (Stoffenmanager Nano) met een laag onderscheidend vermogen; er wordt nog aan de methode gewerkt om het onderscheidend vermogen te vergroten. De resultaten laten zien dat er processtappen zijn waarbij de blootstelling tot een niveau kan komen dat rond of boven de afgeleide grenswaarde ligt. Voor deze processtappen is het uiteraard belangrijk de blootstelling zo veel mogelijk te beheersen. Omdat voor de overige processtappen ‘slechts’ de best beschikbare gegevens zijn gebruikt en de risicobeoordeling dus met grote onzekerheid gepaard gaat, wordt geadviseerd voor alle processtappen het voorzorgsprincipe te hanteren door de blootstelling te minimaliseren.” Uit het rapport: “Ook de milieurisicobeoordeling is gebaseerd op best beschikbare gegevens gecombineerd met aannames. Uit de berekende indicatieve risicoquotiënten (PEC/NEC ratio’s) komt naar voren

dat er reden tot zorg zou kunnen zijn en dus reden om voorzorgsmaatregelen te treffen. Er wordt op basis van de gebruikte gegevens echter geen hard bewijs geleverd dat er echt sprake is van milieurisico’s.”

Niet uit de verf Op het eerste gezicht is het ontbreken van een keiharde conclusie over de (on)schadelijkheid teleurstellend. Al sinds de eerste studies naar de mogelijk schadelijke gevolgen van nanodeeltjes wordt die vraag niet eenduidig beantwoord. Toch ziet onderzoeker Maaike le Feber (TNO) winstpunten. “Bij nanodeeltjes is het een probleem om de toxiciteit te testen. Testen uitgevoerd met nano-TiO2 van bijvoorbeeld 30nm zonder coating kunnen een heel andere uitslag geven dan nano-TiO2 van 70 nm met coating. En we noemen beide deeltjes gewoon titaniumdioxide. Om een goede risicobeoordeling te kunnen doen moet je precies weten wat er toxicologisch is getest en waaraan je in de praktijk wordt blootgesteld. Helaas ontbreekt deze informatie meestal. Wat we met de pilot hebben willen doen is bekijken welke informatie er wél en welke er niet is en of je op basis hiervan een risicobeoordeling kunt doen.” En wat zegt die risicobeoordeling dan; hoeveel zekerheid geeft die? Le Feber: “Het rapport geeft een goed en compleet overzicht van de beschikbare informatie in de verfke-

4

13


verf & innovatie

ten. Blootstellingdata zijn over het algemeen schaars en daarom was het een doel van het project om die boven water te krijgen voor de verschillende handelingen in het productie- en applicatieproces. Dat is niet erg uit de verf gekomen omdat we maar bij twee bedrijven hebben kunnen meten en dat waren allebei productiebedrijven. Helaas is het niet gelukt te meten bij applicateurs.” Wat heeft het onderzoek wel aangetoond? Le Feber: “Het is duidelijk dat nanodeeltjes ander gedrag vertonen in het lichaam. Dat maakt het zeer waarschijnlijk dat ze een afwijkend toxicologisch patroon laten zien.” De TNO-onderzoeker acht het dan ook onwenselijk om badinerend over de schadelijkheid van nanodeeltjes in producten te spreken. “Er vinden op het ogenblik veel onderzoeken plaats, voornamelijk op Europese schaal. Het is te hopen dat daaruit snel meer duidelijkheid komt, zodat we grenswaarden kunnen vaststellen. Maar zolang we niet zeker weten hoe het precies zit met de toxiciteit, moeten we ons goed beschermen, te beginnen aan de bron, vervolgens met technische hulpmiddelen en als dat niet mogelijk is moet blootstelling gereduceerd worden door organisatorische maatregelen. Als laatste redmiddel kunnen persoonlijke beschermingsmiddelen gebruikt worden.” Bescherming is in zijn algemeenheid belangrijk bij verfproductie en -applicatie, benadrukt ze, maar zeker als het gaat om activiteiten die een verhoogd risico van blootstelling met zich meebrengen, zoals storten van nanopoeders, verspuiten van nanocoatings en mogelijk ook het schuren van geverfde delen, al lijkt het er bij deze laatste activiteit op dat er geen additioneel risico is door de aanwezigheid van nanodeeltjes in een coating.

Ingekapseld Stafmedewerker Sociale Zaken Gerben Dijkstra (VVVF) had gehoopt op hardere conclusies. “Er is niet vastgesteld dat nanodeeltjes uitermate gevaarlijk zijn, maar er is geen wetenschappelijke zekerheid. Dat is jammer.

14

Het onderzoek bevestigt de uitkomst van eerdere onderzoeken, zoals het literatuuronderzoek van IndusTox uit 2009.” Het rapport van IndusTox gaf aan dat het risico van menselijke blootstelling aan nanodeeltjes bij het produceren en aanbrengen van verf en drukinkt klein is doordat nanodeeltjes in verf en drukinkt altijd ingekapseld zijn in een matrix. Voor werknemers van verf- en inktproducenten, industriële en professionele verwerkers en eindgebruikers blijft er een potentieel risico van blootstelling bestaan bij het omgaan met en het verwerken van de materialen. Of als gevolg van het vrijkomen van nanodeeltjes door afslijting (bijvoorbeeld eroderen bij zelfreinigende verf) en na verwijdering in de afvalfase. IndusTox deed de aanbeveling een voorzorgsprincipe te hanteren om gezondheidsrisico’s te voorkomen. Het VVVF-bestuur nam die aanbeveling over en adviseerde zijn leden conform de aanbeveling te handelen. Op de VVVF-website is het standpunt van de brancheorganisatie te lezen: ‘De VVVF vindt dat verf- en drukinktfabrikanten die grondstoffen van nanogrootte gebruiken dit moeten doen onder beheerste condities, bijvoorbeeld in gesloten systemen of met gebruik van afdoende persoonlijke beschermingsmiddelen. Zij zouden een op nanodeeltjes gerichte risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) dienen uit te voeren.’

Kennisniveau onvoldoende Dijkstra: “Als aanvulling daarop wijst het pilotproject nu concreet op blootstellinggevaren bij activiteiten als het storten van poeder met nanodeeltjes en het spuiten van verf. Maar de verfindustrie ziet innovatieve toepassingsmogelijkheden voor coatings met nanomaterialen en zit zo langzamerhand te springen om betrouwbare grenswaarden. Dan weten zowel fabrikanten als verwerkers waar ze aan toe zijn.” Een van de belangrijke conclusies van het onderzoek is dat het kennisniveau in de keten niet is zoals het zou moeten zijn. Le Feber: “Met name de applicateurs weten niet goed genoeg of ze met nanocoatings bezig zijn en wat ze dan

moeten doen. Je moet je überhaupt beschermen als je met coatings werkt, en het is maar de vraag of je je extra moet beschermen als je met nano werkt. Men lijkt er liever niet over te willen praten en dat is verkeerd. Transparantie is belangrijk. Niet alleen om te waarschuwen, maar ook om aan te geven waar de risico’s wel meevallen.” De onderzoeker is van mening dat iedere partner in de keten zijn afnemer niet alleen zou moeten vertellen dat het geleverde product nanodeeltjes bevat, maar ook hoe daarom met het product moet worden omgesprongen. Voor Dijkstra ligt daar ook een grote verantwoordelijkheid voor grondstofleveranciers. Le Feber: “Inderdaad. De producent moet aangeven welke nanodeeltjes in zijn product zitten en hoe je daarmee moet omgaan. Er zullen voorlopig geen grenswaarden zijn, dus grondstoffabrikanten moeten vertellen: ik lever jou een poeder met nanodeeltjes, houd er rekening mee dat als je dat poeder stort, want er kan blootstelling optreden. Richt je proces goed in en bied je medewerkers maximale persoonlijke bescherming. Op die manier begeleidt hij het nanodeeltje de keten in.” Daarnaast roept ze industrie en schildersbedrijven op om deel te nemen aan NanoNextNL, een consortium van meer dan honderd bedrijven, universiteiten, kennisinstituten en universitaire medische centra dat zich richt op onderzoek in het gebied van de micro- en nanotechnologie, onder andere blootstellingsonderzoek op de werkplek. De VVVF stelt het eindrapport beschikbaar voor alle leden en heeft vorig jaar de leden een voorbeeldbrief gezonden om aan de grondstofleverancier te richten. Op Europees niveau is een handleiding ‘Veilig werken met nanodeeltjes’ ontwikkeld. •


vvvf verenigingsnieuws

Campagne Gezond en Veilig werken 25 juni: Coatings Care bijeenkomst VVVF-leden vinden veilig, gezond en milieuverantwoord ondernemen belangrijk. Daarom organiseert de VVVF een Coatings Care bijeenkomst voor haar leden op 25 juni 2012 in Nieuwegein. Tijdens de bijeenkomst zullen de leden geïnformeerd worden over de laatste ontwikkelingen op het gebied van duurzaamheid (nationaal en internationaal) in de verf- en drukinktindustrie en bij grondstofleveranciers. Daarnaast zal uitleg worden gegeven over de LCA-analyse en de toepasbaarheid ervan in de verf- en drukinktindustrie.

Invoering aangepast VVVF-logo Het VVVF-logo is aangepast. Het aangepaste logo zal stapsgewijs worden ingevoerd.

Actualisatie Stoffenmanager De Stoffenmanager voor de verf- en drukinktindustrie is geactualiseerd. Het gebruiksgemak is hierdoor toegenomen. Verder is het ‘Overzicht met grenswaarden oplosmiddelen’ aangepast. De wijzigingen zijn door de Werkgroep van Deskundigen Stoffen van de VVVF opgesteld. Ze zijn vastgesteld door de Werkgroep Arbocatalogus van de VVVF. Dit kan inhouden dat enige blootstellingsberekeningen voor afdelingen in de bedrijven moeten worden aangepast. De VVVF houdt de leden op de hoogte over de Stoffenmanager via de VVVF-ledensite.

verf&inkt 22 - 2012

Tijdens de bijeenkomst Arbocatalogus en Stoffenmanager werden leden geïnformeerd over de campagne ‘Gezond en veilig werken in uw en ons belang’, waarbij aandacht werd gevraagd voor een veilige werkomgeving in de verf- en drukinktindustrie. De eerste brochure werd overhandigd en de bijbehorende posters waren voor het eerst zichtbaar. De VVVF-leden zullen individueel verder invulling geven aan deze campagne.

VeiligmetVerf.nl VeiligmetVerf.nl is de website van de VVVF waarmee VeiligheidsInformatieBladen (VIB’s) van verfproducten van de leden kunnen worden gedownload. De website is van start gegaan in 2005 en is nu gedateerd. Op korte termijn zal een geheel geactualiseerde versie beschikbaar komen. Het wordt dan voor de verfhandel en voor eindgebruikers eenvoudiger om VIB’s op te sporen en te downloaden. Naast VIB’s wordt ook de mogelijkheid aangeboden om WerkplekInstructieKaarten (WIK’s) te downloaden. Een WIK geeft in korte bewoordingen, en met behulp van pictogrammen, weer hoe veilig met een product moet worden gewerkt. De ECHA (het Europese Chemicaliënbureau) heeft in december vorig jaar de guidance voor het opstellen van VIB’s gepubliceerd. In het vorige nummer van Verf&Inkt is daaraan aandacht besteed. In de guidance staat vermeld dat het downloaden van een VIB door een eindgebruiker niet gezien wordt als een actieve invulling van de verplichting om aan een eindge-

bruiker een VIB ter beschikking te stellen. De VVVF onderzoekt, samen met de ministeries van SZW en I&M, de mogelijkheden om hiervoor een oplossing te vinden. Het voorstel is om de eindgebruiker eigenaar te maken van de database van VeiligmetVerf. nl waarop de VIB’s zijn te vinden. Dit houdt in dat de eindgebruiker gratis de beschikking krijgt over een eigen digitale ‘kast’ waarin hij altijd het door hem gewenste VIB kan vinden. Het voordeel voor de leveranciers van een product is dat het uploaden van een VIB naar de database van de eindgebruiker gezien kan worden als een actieve invulling van de brengplicht. Indien deze aanpak wordt toegestaan, zorgt dat er voor dat de verspreiding van VIB’s veel efficiënter en met aanzienlijk lagere administratieve lasten kan plaatsvinden. Ook de administratieve inspanningen van de eindgebruiker zullen sterk verminderen, zeker als hij gebruik maakt van de mogelijkheid om WIK’s te downloaden van de producten die hij dagelijks in gebruik heeft.

Webinar Registratie stoffen onder REACh VVVF-leden kunnen via CEPE deelnemen aan een webinar over de registratiefase van stoffen onder REACh voor 1 juni 2013.

ECHA-lijst stoffenregistratie onder REACh voor 2013 ECHA heeft een lijst gepubliceerd van stoffen die geïdentificeerd zijn om te worden geregistreerd door producenten en importeurs voor de tweede registratiefase van REACh, uiterlijk voor 31 mei 2013.

Dashboard op ledensite De VVVF zal binnenkort starten met een nieuwe functie op de ledensite: het ‘dashboard’. Met de dashboardfunctie is het voor het management van leden mogelijk om inzicht te krijgen of bepaalde medewerkers essentiële berichten over belangrijke thema’s (zoals wet- en regelgeving, arbeidsvoorwaarden etc.) ontvangen en of ze deelnemen aan bepaalde werkgroepen, issuegroepen of secties van de VVVF. De dashboard-‘tool’ is alleen beschikbaar voor een beheerder die wordt aangesteld door de directie of het management van een VVVF-lidbedrijf. Nadere informatie: Catelijne Hopmans, hopmans@vvvf.nl.

Onderzoek naar de succesfactoren onderneming Ondernemers die hun bevlogenheid aan anderen weten over te dragen hebben een aantoonbaar beter bedrijfsresultaat en doen het op maatschappelijke en ecologische criteria beter dan collega’s die daar niet in slagen. De issuegroep Werk & Arbo van de VVVF wil inventariseren hoe bedrijven op deze wijze hun prestaties kunnen verbeteren.

Sociale innovatie Op initiatief van de VVVF zijn de caopartijen met elkaar in gesprek gekomen over sociale innovatie. Sociale innovatie is vernieuwing van het arbeidsproces met als doel de arbeidsproductiviteit en de arbeidsparticipatie te verhogen. Investeren dus in mensen en organisatie. De VVVF en vakbonden hebben ieder een voorstel geformuleerd voor de aanpak van sociale innovatie. Dit onderwerp zal in 2012 (en volgende jaren) verder worden uitgewerkt.

15


verf & veiligheid Drukinkt & Duurzaamheid

Behoefte aan betere informatie over duurzame drukinkt

Grafisch ondernemer

wil dialoog met fabrikant

Zoals zo veel andere bedrijfstakken is ook de grafische industrie bezig met duurzaamheid. En hoewel drukinkt verantwoordelijk is voor een relatief geringe milieubelasting, vragen hun afnemers in toenemende mate naar producten op plantaardige basis. Grafisch ondernemers kijken daarbij vol verwachting naar de drukinktindustrie. Te k s t : J o s d e G r u i t e r F o t o’s : Pe t v a n d e L u i j t g a a r d e n

“Veel drukkerijen zijn bezig om intern hun zaken op orde te krijgen wat betreft duurzaamheid en milieu. Dat was hard nodig. Als ik kijk naar mijn eigen bedrijf: vijftien jaar geleden waren wij ook smeerpoetsen. Maar dat hebben we aangepakt. We zijn nu wat betreft duurzaamheid een heel eind op streek. Dat betekent dat je verder gaat zoeken en dan kom je onder meer uit bij de drukinkten die je gebruikt. En dan stokt het: de informatievoorziening is onvoldoende en je komt er gewoon niet achter welke stoffen er in de inkt zitten.” Enzo Marsiglia van drukkerij Brummelkamp uit Hoofddorp verwoordt de zorgen van een grote groep ondernemers uit de grafische industrie. Zoals Raymond Wensing van FWa Drukwerk uit Zoetermeer: “Als ik kijk naar websites over drukinkt, dan lees ik iets over bio of soja, maar veel duidelijkheid wordt niet gegeven.” Of directeur Jacco van Mierlo van het gelijknamige familiebedrijf in Heeze: “De tussenhandel heeft weinig verstand van de inkten die hij verkoopt. Dus kijk ik naar de datasheets. Los van het feit dat die vrijwel altijd in het Engels zijn, is de informatie erg summier.

16

Er staan wat kreten op, maar nauwelijks cijfers over de hoeveelheden stoffen.” Drie grafisch ondernemers, drie wensen. In toenemende mate worden ze geconfronteerd met vragen van klanten om een duurzaam of CO2-neutraal product te leveren, maar door gebrek aan informatie van toeleveranciers zijn ze er niet zeker van dat hun producten voldoen aan de wens van de afnemer. Marsiglia: “Ik koop bij een inktleverancier een hoeveelheid inkt en op de verpakking staat bio. Als ik vervolgens vraag wat dat inhoudt, dan krijg ik een warrige uiteenzetting. Dat maakt het lastig. Ik kan mijn klant geen verhaal over drukinkt vertellen.”

Laaghangend fruit Het is niet zo dat de georganiseerde drukinktindustrie het vraagstuk negeert. “De Europese drukinktindustrie produceerde vorig jaar 500.000 ton op basis van minerale oliën. De helft daarvan kan op basis van plantaardige grondstoffen, maar we komen nog niet verder dan 80.000 ton”, sprak bijvoorbeeld VVVFvoorzitter Marlies van Wijhe tijdens de jaarvergade-


Drukinktverf & Duurzaamheid & veiligheid

Raymond Wensing FWa Drukwerk Zoetermeer

Jacco van Mierlo Drukkerij van Mierlo Heeze

Henk Griffioen KVGO

Familiebedrijf met twaalf man personeel in de drukkerij. Drukt in waterloos offset. “Sommige klanten willen in hun drukwerk zichtbaar maken dat het in waterloos offset is gedrukt. Het FSC-certificaat (garantie dat voor de papierproductie gebruik is gemaakt van verantwoord beheerde bossen – red.) is geen issue meer. Dat is bijna standaard. Alle drukinkten die wij gebruiken zijn op basis van soja-olie.”

Zestig jaar oud familiebedrijf. Zes man personeel. “Ik ervaar een toenemende vraag naar bio drukinkt. We leggen zelf de lat ook hoog. Ik denk dat we nadrukkelijk tien procent duurzame inkten gebruiken zonder kobalt en zulk soort zaken. We streven ernaar dat percentage op te voeren.”

Brengt grafisch ondernemers in contact met elkaar. Was betrokken bij de oprichting van de tien duurzaamheidkringen in het land. “Duurzaamheid is een groot item in de grafische industrie. We timmeren daarmee te weinig aan de weg.”

ring van de VVVF in december. Ze noemde het een uitdaging om meer plantaardige drukinkt te produceren. Want daarvoor is een vruchtbare voedingsbodem, meent ook Stefan Romijn, adviseur duurzaam ondernemen bij Stimular. “Klanten zullen er steeds meer naar vragen. Drukkerijen hebben ook weer klanten die zeggen: ik wil dat je drukt met plantaardige inkt of CO2-neutrale inkt. Een drukkerij kan dat alleen maar doen als zijn drukinktleveranciers die inkten kunnen leveren. Ik ben ervan overtuigd dat de vraag de komende jaren zal toenemen.” Stimular werd in 1990 opgericht door bedrijfsleven en overheden. Het stimuleerde de eerste tien jaar het midden- en kleinbedrijf alleen op het gebied van afval- en emissiepreventie, energiebesparing en milieuzorg. Sinds 2000 breidt de stichting haar werkterrein uit naar duurzaam ondernemen. Ook het Koninklijk Verbond van Grafische Ondernemingen (KVGO) stimuleert haar leden op het gebied van duurzaam ondernemen. Door het land heen bestaan tien duurzaamheidkringen, waarin bij elkaar zo’n honderd ondernemingen elkaar helpen op het

duurzaamheidpad. “Duurzaamheid is een groot item in de grafische industrie”, stelt Henk Griffioen van het KVGO. “Het laaghangend fruit is inmiddels wel geplukt. Uit geluiden van leden begrijpt hij dat de behoefte aan kennis over de samenstelling van inkten en de beschikbaarheid van plantaardige inkten breed leeft. Op een totale drukorder is inkt maar een klein deel, maar steeds meer klanten vragen om honderd procent schoon drukwerk en diverse drukkerijen willen zich onderscheiden met duurzaamheid. Bovendien is de samenstelling van drukinkt voor de voedselveiligheid van belang als hij wordt gebruikt op verpakkingen.”

vijftien euro inkt wel voor de meeste milieubelasting.” De drie grafisch ondernemers en de KVGO-bestuurder zitten op uitnodiging van Verf&Inkt aan tafel voor een gesprek over duurzame drukinkt. En net als de ‘groenste’ verf blijkt ook de milieuvriendelijkste drukinkt niet altijd als ‘duurzaam’ gekwalificeerd te kunnen worden. Het productieproces en het transport spelen een belangrijke rol. Wensing: “Het gaat per definitie om kleine hoeveelheden product, dus voor de CO2-voetafdruk maakt het relatief veel uit waar de inkt vandaan komt en hoe hij is geproduceerd. De inkt moet op een duurzame manier gemaakt en vervoerd zijn. Als je plantaardige inkt uit Japan laat komen, sla je misschien de plank mis. De samenstelling is niet van ondergeschikt belang, maar het gaat wel om het totale traject.” Stimular-adviseur Romijn zei vorig jaar in Verf&Inkt al iets vergelijkbaars in andere woorden: “Op dit moment vragen opdrachtgevers massaal om CO2-reductie. Als je kijkt naar drukwerk, dan zorgt inkt maar voor één tot drie procent van de uitstoot. Maar de carbon footprint van drukinkt omvat meer dan het product zelf. Aan inkt

verf&inkt 22 - 2012

Benzineslurper Marsiglia is lid van een van de KVGO-duurzaamheidkringen. Hij is het niet met Griffioen eens dat drukinkt een onbeduidende schakel vormt in de totale drukopdracht. “Het moment waarop ik wit papier vies ga maken, is wel het moment waarop ik geld ga verdienen”, vertelt hij plastisch. “In die zin is het geen kleine schakel. In een order van duizend euro zit misschien voor vijftien euro inkt, maar naar verhouding zorgt die

4

17


Evonik is one of the world‘s leading specialty chemicals companies. We also have investments in the energy and real estate sectors. Our specialty chemicals activities address economic megatrends. Evonik Degussa International AG is the European sales arm of our chemical business. Vital to our international sales team are those colleagues working in the field. This position is home office based in the Netherlands you’ll be responsible for the sales development for the Business Unit Inorganic Materials – Business Line Functional Silanes. For the support of our sales team in the Netherlands, we are looking for an

Sales Manager for the BENELUX (m/f) Responsibilities • You will be responsible for the sales development in specific industrial areas in the Netherlands, Belgien and Luxemburg. • You will be activ in branche organizations • You will maintain and improve the relationships with existing customers • You will identify and develop new business opportunities in industrial markets (competitive accounts, new applications) • You will work closely together with other members of the sales team, customer service and marketing in order to ensure optimization of our complete service offering to the customers • You will develop a personal planning and report back to the European sales management about your field activities, business opportunities and competition Requirements • University degree in chemistry • Minimum of 5 years experiences in Sales and Sales Management • Very good relationship with customers (Internal & External) • Experience in dealing with Chemical, Coatings, Adhesives & Sealants and Life science industries. • IT knowledge • Able to travel inside and outside of the Netherlands • Fluent dutch (verbal and written) • Fluent in English and German • Additional languages beneficial especially French What we offer • A varied range of duties, with a high degree of independence • Fully funded induction • An international and dynamic setting • Good social and secondary benefits What we offer • A varied range of duties, with a high degree of independence • Fully funded induction • An international and dynamic setting • Good social and secondary benefits Your application Interested? Then apply today via our online careers portal at www.evonik.com/careers. Happy to answer your questions is Annette Fink, TELEPHONE +41 44 2743 132 VACANCY REFERENCE NUMBER EU - 3717 Evonik Degussa International AG Zollstrasse 62 CH 8005 Zürich


Drukinkt & Duurzaamheid

Enzo Marsiglia Drukkerij Brummelkamp Hoofddorp Offsetdrukkerij met twaalf man personeel. Milieuzorg staat hoog op de agenda. Mist duidelijkheid over de samenstelling van zijn drukinkt. “Er staat bio op de verpakking, maar ik weet niet wat het inhoudt. Er is geen standaard voor duurzame inkt.”

zit ook transport vast: van grondstoffen naar de fabriek en vandaar naar afnemers en eindgebruikers. Medewerkers komen met de auto naar het werk. Vervoer is een thema. Je kunt de milieu-impact ook verminderen door te kijken naar je vrachtwagens.” Wensing: “Een klant van ons wilde het duurzaamste van het duurzaamste hebben. Maar ze kwam het werk wel halen in een aftandse benzineslurper. Dan is je duurzaamheidwinst heel betrekkelijk.”

Keurmerk Van Mierlo: “Duurzaam drukken betekent dat je een stuk drukwerk in de grond moet kunnen stoppen en dat er geen enkele belasting van het milieu plaatsvindt. Dus ook de inkt zou niet vervuilend mogen zijn. Er moeten dus geen aardolie en geen metalen zoals kobalt in verwerkt zijn.” Griffioen: “En met plantaardig ben je er nog niet. Als je sojavelden gebruikt om inkt te maken in plaats van voedsel, dan kun je je afvragen of je goed bezig bent.” Hij wijst er op dat het KVGO een zogenoemde climate calculator heeft ontwikkeld waarmee de duurzaam-

verf&inkt 22 - 2012

heid van een product kan worden vastgesteld. “Dan hebben we wel de basisgegevens van alle elementen nodig”, benadrukt hij. “Er zou een inkt profile moeten komen”, denkt hij, “net als er papier profiles bestaan.” Voor Jacco van Mierlo zijn de wensen duidelijk. “De vragen waarmee we zitten zijn: wat zit er in de inkt die we kopen, geef ons fatsoenlijke Nederlandstalige datasheets en ontwikkel een keurmerk voor bio-inkt.” Romijn wijst op de duurzaamheidkringen uit de grafische industrie. “Zo’n initiatief zou ook in de drukinktindustrie mogelijk zijn. Daarin kunnen ondernemingen hun problemen voorleggen en van collega’s horen hoe zij het hebben aangepakt. Maar we kunnen ook denken aan een keurmerk, scans, kennisverspreiding en natuurlijk de milieubarometer (een online meetin-

strument dat de milieukosten en de milieubelasting van een bedrijf zichtbaar maakt – red.). Van Mierlo: “Ik denk dat de inktfabrikant die zich opwerpt als fabrikant van duurzame inkten, zich onderscheidt en een goede toekomst tegemoet gaat.” Griffioen: “Het is moeilijk, want je hebt ook te maken met de tussenhandel, die een en ander moet organiseren, maar het komt allemaal wel in beweging.” Marsiglia: “Ik zou in elk geval een oproep willen doen om samen met de inktleveranciers en de fabrikanten een open gesprek te voeren.” •

Bassi (Europese drukinktindustrie): ‘Eerst onderzoek naar gevolgen’ “De milieubelasting van drukinkt is te verwaarlozen in verhouding tot die van gedrukte verpakkingen en drukwerk in zijn algemeenheid. Dat gezegd hebbende staat de Europese drukinktindustrie open voor samenwerking met alle partijen in de keten, dus de grafische industrie moet zich geen zorgen maken. We gaan graag met haar in gesprek” Zo reageert dr. Silvio Bassi, voorzitter van de Technische Commissie van EuPIA, de Europese organisatie van drukinktfabrikanten op de oproep van de grafisch ondernemers in dit artikel om tot een dialoog te komen. Bassi, tevens responsible care coördinator bij drukinktfabrikant Flint Group Italia, wijst er vervolgens op dat het vervangen van minerale grondstoffen in drukinkt door biogrondstoffen niet mag leiden tot veranderde stabiliteit en verslechterde kwaliteit. “Bovendien moet niet uit het oog verloren worden dat grootschalige omschakeling naar biodrukinkt geen succes wordt als de markt die producten niet omarmt.” Een derde overweging noemt Bassi de beschikbaarheid van biogrondstoffen. “Er bestaan natuurlijk al drukinkten op basis van soja-olie, maar als de Europese drukinktindustrie massaal zou overstappen op soja-olie als grondstof, dan zou dat mogelijk leiden tot tekorten voor de voedselproductie in Zuid-Azië en daar misschien hongersnood veroorzaken voor duizenden tot honderdduizenden mensen.” Bassi pleit daarom voor een breed duurzaamheidsonderzoek naar de technische, economische en sociale gevolgen van het overschakelen op bio drukinkten. VVVF-directeur Martin Terpstra vult aan: “De wens van de grafische industrie om met drukinktfabrikanten in gesprek te gaan over duurzame inkt, is gerechtvaardigd. In nauwe samenspraak met EuPIA gaat de VVVF graag in op de uitnodiging van het KVGO.”

19


De mens achter

Jan Lindeboom te vroeg gestopt?

‘Fulltime werken en niets afbouwen is misschien vragen om problemen’ Na een kwart eeuw aan het front te hebben gewerkt bij familiebedrijf Van Wijhe, moet Jan Lindeboom (1947) nog wennen aan zijn nieuwe rol als pensionado. Want, zo heeft de man met passie voor verf al ontdekt: je komt je dagen niet alleen door met liefhebberijen als schaatsen, fietsen, kanoën, wandelen en tuinieren. “Fulltime werken, niks afbouwen en dan opeens stoppen is misschien ook vragen om problemen.” Te k s t : A n t o n S t i g Foto: Pet van der Luijtgaarden

En dat terwijl hij vier keer per jaar aan ‘ontwikkelingshulp’ doet bij een oude klant van zijn vroegere werkgever, een verffabriek in Indonesië. Hij verricht er hand- en spandiensten als adviserend projectleider. “Heel leuk om daar tussen een groep van jonge, enthousiaste mensen iets te kunnen betekenen.” Misschien is hij wel te abrupt gestopt, stelt hij met leedwezen vast. “Fulltime werken, niks afbouwen en dan opeens stoppen is misschien ook vragen om problemen.” Hij heeft erover nagedacht. “Ik heb altijd met veel plezier bij Van Wijhe gewerkt, ben altijd aan het front actief geweest. Ik zou me dan ook geen plek op de achtergrond kunnen voorstellen.” Stellig: “Kan ik niet, wil ik niet. Dan wordt mijn frustratie te groot. Dus punt erachter. Al blijven we natuurlijk goede vrienden. Want wat ik ook doe, ik zal nooit iets aanpakken wat tegen de belangen van Van Wijhe ingaat. Daarvoor is het bedrijf mij veel te lief.” Om evenwel meer zinnigs om handen te hebben staat ‘water- en buitenmens’ Lindeboom altijd open voor suggesties van vrienden, bekenden en oud-collega’s. Hij zou bijvoorbeeld ‘best iets willen doen’ voor Natuurmonumenten. “Als gids of zo. Het moet zich allemaal nog een beetje plooien.”

20

Net thuis uit Indonesië, waarbij deze keer ook zijn vrouw heeft kunnen kennismaken met het management van de ‘grootste lokale verfproducent’ van dat land, stort de verftechneut zich nu maar weer even op het digitaliseren van een grote lading fotonegatieven; veelal plaatjes van zijn talrijke reizen over de wereld, die voortkwamen uit zijn laatste functie bij Van Wijhe: het wereldwijd aan de man brengen van het Ralston verfmengsysteem van Van Wijhe. Ralston is een nog onder oud-directeur Dick van Wijhe opgestarte poot. De kracht van het idee is dat met een paar basisproducten duizenden kleurvarianten op maat in huis gehaald kunnen worden. ‘’Een geweldige oplossing voor een logistiek probleem”, vat Lindeboom samen. ‘’Vroeger had een verffabriek veertig kleuren waar iedereen gelukkig mee gemaakt kon worden. Maar tegenwoordig moet een klant uit duizenden kleuren kunnen kiezen. Het antwoord: een kleurenmengsysteem.”

Foute boel De in Zutphen geboren Frederik-Jan Lindeboom, zoon van kleermaker Lindeboom, kwam in 1987 bij Van Wijhe in dienst als hoofd van het laboratorium. Met dank aan de Zutphense lijmfabriek Strucol (later National Starch &

Chemical), waar hij na zijn middelbare schoolopleiding als laborant in dienst kwam en in deeltijd verder mocht studeren. Inmiddels weet Jan als afgestudeerd analist, maar ook als chemicus van de hoed en de rand. De stap van lijm naar verf is volgens hem geen grote geweest. “Ik zeg altijd: verf hoeft maar aan één kant te plakken. Maar als het net als lijm aan twee kanten gaat plakken, is het foute boel!” Hij solliciteerde eind jaren tachtig toen de Zutphense lijmfabriek in Amerikaanse handen kwam. “Bij het gesprek met Dick (van Wijhe - red.) klikte het meteen”, weet hij nog. Al bracht dat op uitdrukkelijk verzoek van de Van Wijhe-directeur wel een verplichte verhuizing met zich mee.

Staphorst Het werd Staphorst. Jan en zijn vrouw wonen nog altijd naar volle tevredenheid in dit door geloof en klederdracht bekende dorp. Ook al zijn hun beide dochters, dertigers nu, inmiddels uitgevlogen naar Arnhem en Canada. De voorzichtige vraag of toevallig ook ‘het geloof’ de familie in Staphorst heeft gebracht, vindt Jan geen rare associatie. Want zodra ergens zijn woonplaats ter sprake komt, wordt hij daarover bijna


De mens achter

Jan Lindeboom: “Verf hoeft maar aan één kant te plakken. Maar als het net als lijm aan twee kanten gaat plakken, is het foute boel!”

standaard bevraagd. Nee, ze wonen er om een heel rationele reden: huizen boven Zwolle waren destijds ‘aanmerkelijk goedkoper’ dan ten zuiden. “Maar zonder gekheid: ik ben hier op een woensdag wezen kijken, de dag erop mijn vrouw, en op vrijdag was de koop rond! Nooit spijt van gehad, heerlijke woonomgeving, alles binnen handbereik. En we houden van de natuur. Zitten op nog geen twintig kilometer van de ‘Wieden’ bij Giethoorn. Twintig kilometer de andere kant op heb je de Dwingelse Hei. En dankzij de snelweg zit je in amper tien minuten in Zwolle en in een uur en een kwartier in Amsterdam. Wat wil een mens nog meer?”

Aardje naar vaartje Met name de jongste dochter heeft vaktechnisch een aardje naar haar vader. Ze is biochemicus. Heeft bij een door vader Jan gepropageerde buitenlandse stage - ‘altijd goed voor je cv’ - een Canadees uit Saskatoon ontmoet. Ze is inmiddels met hem getrouwd en heeft een ‘fantastische baan’ in haar nieuwe vaderland, waar ze alweer elf jaar vertoeft. Als Jan het mocht overdoen, zou hij zelf ook biochemicus worden. Hij

verf&inkt 22 - 2012

vindt dat een biochemicus een beter antwoord heeft op het actuele vraagstuk van duurzaaamheid. Hij formuleert duurzaamheid zelf vooral als het zoveel mogelijk minimaliseren van het gebruik van niet-herwinbare grondstoffen. “Verf kan daar zeker in bijdragen. Een product dat in de buitenwereld vaak als chemisch wordt gezien en dus vies en slecht zou zijn voor het milieu. Maar intussen is het een prachtig product dat niet alleen beschermt, maar ook nog eens verfraait.” Lindeboom wil graag een wereld doorgeven die ‘beter is, maar in elk geval niet slechter als gevolg van mijn aanwezigheid en handelen.’ Iets waarin hij in zijn eigen carrière zegt te zijn geslaagd. “Verf scoort nu ook al ruimschoots als het om duurzaamheid gaat.”

we Bord van de VVVF mocht ontvangen. ‘’Op eigen front heb ik altijd gezegd: je mag een klant alles beloven. Maar je moet het ook technisch kunnen waarmaken.” Lindeboom heeft daarom een voldaan gevoel over hetgeen de branche in het algemeen en Van Wijhe Verf in het bijzonder technisch hebben bereikt. De branche zal, de huidige crisis ten spijt, nog veel verder komen. En dat er licht gloort aan het einde van de tunnel, weet hij uit ervaring, zeker. Hij verheugt zich alweer op zijn volgende werkbezoek aan Indonesië, later dit jaar. “Verf is gelukkig geen vak dat je in twee weken overbrengt. Het is een wijze van denken en formuleren. Nooit klaar, altijd in ontwikkeling en het kan altijd beter.”

In ontwikkeling Als verftechneut is Lindeboom ook jarenlang bestuurlijk actief geweest in talrijke VVVF-commissies, zoals de commissie Milieu- en Arbeidshygiëne , Omgevingsvraagstukken en Verfclassificatie. Zaken waarin hij zich vijftien jaar heeft kunnen manifesteren, maar waarin hij ook heeft kunnen ‘sturen.’ Dat hij van nut is geweest, bleek ook bij zijn afscheid toen hij het Blau-

21


verf & veiligheid

Campagne voor gezond en veilig werken gestart

Lawaai en stress te lijf

In maart startte de VVVF, samen met vakcentrales FNV, CNV en De Unie, een campagne om aandacht te vragen voor een veilige werkomgeving in de verf- en drukindustrie. Tegelijkertijd is de arbocatalogus van de branche uitgebreid met de onderdelen werkdruk en geluid. Dat is hard nodig, stelt arbeidshygiënist Geek van der Zalm. “Gehoorschade dreigt uit te groeien tot beroepsziekte nummer één.” Te k s t : Pe t e r B o o r s m a F o t o’s : Pe t v a n d e L u i j t g a a r d e n Voordat hij staatssecretaris van Sociale Zaken werd, had hij er zelf nog nooit van gehoord, erkende Paul de Krom ruiterlijk in het huisblad van VNO-NCW: hij wist niet wat een arbocatalogus was. Maar inmiddels is de staatssecretaris helemaal gecharmeerd van het concept. De arbocatalogus is in 2007 geïntroduceerd door De Krom’s voorganger Van Hoof. Het idee is dat werkgevers en werknemers in een branche zelf regels opstellen voor de arbeidsomstandigheden in hun branche. Kan ook de Inspectie SWZ – de voormalige Arbeidsinspectie – zich hierin vinden, dan zijn dat voortaan de regels die voor die betreffende branche gelden. Groot voordeel is dat de regels beter aansluiten op de situatie op de werkvloer, dan wanneer het rijk de regels centraal vaststelt. En volgens De Krom is het ook de bedoeling dat bedrijven, die werken met een catalogus, minder bezoek krijgen van de Inspectie SZW. In branches zonder arbocatalogus hanteert de Inspectie SWZ ‘de stand der techniek’ als criterium om de arbeidsomstandigheden te beoordelen. De uitkomst van dergelijke inspecties zijn echter veel minder voorspelbaar. Inmiddels zijn er 146 branches met een arbocatalogus, die in totaal vier miljoen werknemers raken. Ook de verfen drukinktindustrie beschikt sinds 2010 over een eigen catalogus. Begonnen werd met de onderdelen ‘machineveiligheid’ en ‘blootstelling aan oplosmiddelen’. Via

22

de website www.vvvf.dearbocatalogus.nl kunnen bedrijven, maar ook ondernemingsraden en werknemers, op eenvoudige wijze nagaan wat mogelijke risico’s zijn op een bepaald gebied, wat de wetgeving daarover zegt en welke (branche)oplossingen er voorhanden zijn.

Toegankelijk Gerben Dijkstra, issuemanager Werk en Arbo van de VVVF, legt uit dat is geprobeerd de website zo toegankelijk mogelijk te maken en verschillende lagen aan te brengen. “Iemand die aan een afvulmachine staat, moet snel kunnen zien wat voor hem de risico’s zijn en wat hij er aan kan doen. Tegelijkertijd moeten ook specialisten op de website terechtkunnen om voor hen relevante informatie op te halen”, aldus Dijkstra, die opmerkt dat ook de Inspectie SWZ tevreden is over de website. Vanaf het begin was het de bedoeling de arbocatalogus verder uit te breiden. Een werkgroep onder leiding van Herman van den Berg en van De IJssel Coatings - bestaande uit vertegenwoordigers van FNV Bondgenoten en de VVVF - heeft het instrument nu uitgebreid met de onderdelen ‘werkdruk’ en ‘geluid’, twee hot items in de branche. Voor het onderdeel geluid is veel gebruikgemaakt van de input van Geek van der Zalm, arbeidshygiënist van AkzoNobel in Sassenheim.


verf & veiligheid

Van der Zalm: ‘Ik kom jongeren tegen van 22 met het gehoor van een vijftigjarige’

Beroepsmatige slechthorendheid staat in de top drie van de meest gemelde beroepsziekten, maar is volgens Van der Zalm hard op weg naar de nummereen-positie. “De jongere generatie is opgegroeid met iPods en oortelefoons. Dat is funest voor hun gehoor. Ik kom jongeren tegen van 22 met het gehoor van een vijftigjarige. Dan hebben ze nog geen dag in de fabriek gestaan. Veel mensen weten niet wat geluid precies is. Laat staan dat ze weten welke risico’s daaraan zijn verbonden.”

Binnenoor Frequente blootstelling aan hoge geluidsniveaus vernietigt de buitenste haarcellen in het binnenoor, waardoor de gehoorscherpte afstompt. Vroeg of laat ontstaan daardoor problemen met het verstaan van andere mensen. Maar er zijn meer risico’s, aldus Van der Zalm. Op korte termijn leidt lawaai ook tot schrikreacties, hogere hartslag of hoofdpijn. Op de lange termijn kan het ook leiden tot chronische stressverschijnselen of depressie. Het vervelendste is de constantie ‘piep’ die er kan ontstaan. “Dat gaat dag en nacht door; het heeft mensen tot zelfmoord gebracht.” Bedrijven doen er daarom goed aan bewustwording te vergroten en gehoorschade te voorkomen. Dat kan door het geluidsniveau terug te brengen door stillere

verf&inkt 22 - 2012

machines aan te schaffen. In de verf- en drukinktindustrie produceren de directe productiemachines zoals dissolvers, mengers en andere dispergeermachines veel geluid. Tijdens het etiketteer- en afvulproces veroorzaken de blikken op de lopende band lawaai. Verder dragen ook pompen, stof- en dampafzuiging en afvulmachines bij aan de totale geluidsbelasting. Daar is wat aan te doen, aldus Van der Zalm. “Zo hebben we hier in Sassenheim een programma om ervoor te zorgen dat op geen enkele werkplek het geluidsniveau boven de 80 decibel uitkomt. Maar van nieuwe machines verwachten we dat ze niet meer dan 75 decibel produceren, een geluidswaarde die niet tot gehoorschade leidt.”

Omkasten Andere oplossingen bestaan uit het omkasten van bijvoorbeeld een dekseloplegger. Het kan ook helpen een ruimte met veel tegels en gladde muren te voorzien van materialen die het geluid dempen. In laatste instantie kan er gedacht worden aan persoonlijke beschermingsmiddelen voor de medewerkers. Dat kunnen oordopjes zijn. Die brengen de hoeveelheid geluid met ongeveer 10 dB omlaag. Verder zijn er otoplastieken: van kunsthars gemaakte oordopjes die individueel worden aangemeten aan de hand van een

wasafdruk van de gehoorgang. Deze zijn zeer comfortabel en gaan lang mee. De geluidsdemping is instelbaar van 5 tot 30 dB(A). Van der Zalm: “Het gaat erom bewustwording te creëren. Want doof worden is één ding. Een constante piep wens je niemand toe.” •

Tijdens de bijeenkomst Arbocatalogus & Stoffenmanager in maart is de VVVF samen met FNV Bondgenoten, CNV Vakmensen en De Unie ook de campagne ‘Gezond en veilig werken in uw en ons belang’ gestart. De campagne vraagt aandacht voor een veilige werkomgeving in de verf- en drukinktindustrie. Er zijn posters en brochures gemaakt om het thema nog eens goed op het netvlies te krijgen van bedrijven én medewerkers. Daarnaast is er ook een nieuwe versie van de Stoffenmanager gepresenteerd; een praktisch digitaal instrument bedoeld om na te gaan of in een ruimte het risico bestaat dat er een norm wordt overschreden bij het gebruik van grondstof A in machine B als twee medewerkers daar vier uur per dag verblijven. Posters en brochures zijn op te vragen bij het secretariaat van de VVVF.

23


verf & arbeidsvoorwaarden

Cao-onderhandelaar Nicole Boonstra (FNV Bondgenoten):

‘Het mag niet zo zijn dat werknemers de crisis betalen’ De VVVF en drie vakbonden onderhandelen over een nieuwe collectieve arbeidsovereenkomst. FNV Bondgenoten wil een loonstijging die de inflatie compenseert. “Wij verlangen niets extra’s”, zegt Nicole Boonstra. “Het mag echter niet zo zijn dat werknemers de crisis betalen.” Te k s t : H a n s K l i p Foto: Pet van de Luijtgaarden “Ha, zonnetje in huis.” Een oud-collega begroet Nicole Boonstra enthousiast wanneer zij door de gangen van het hoofdkantoor van FNV Bondgenoten in Utrecht loopt. De bestuurder Industrie maakt een blijmoedige indruk. “Ik ga nooit met tegenzin naar mijn werk. Ook niet wanneer me een dag met moeizaam overleg te wachten staat.” Boonstra werkt sinds 1998 bij FNV Bondgenoten. Zij was lange tijd actief als cao-onderhandelaar in de dienstensector en de handel. Ruim twee jaar geleden stapte ze over naar de industrie. Boonstra is verantwoordelijk voor onder meer de verf- en drukinktindustrie. Hier is net het overleg voor een nieuwe collectieve arbeidsovereenkomst gestart. FNV Bondgenoten heeft een aantal voorstellen voor aanpassing van de oude cao op tafel gelegd. Deze voorstellen komen van de leden, vertelt Boonstra. “Wij hebben een cao-commissie waarin kaderleden

24

uit diverse bedrijven zitten. Zij hebben conceptvoorstellen opgesteld. Alle leden konden hun input geven. De cao-commissie heeft de voorstellen daarna definitief vastgesteld.” Wat is de belangrijkste eis? “Onze leden vinden loon het allerbelangrijkste. De lonen in de sector zijn niet de allerhoogste in Nederland terwijl de kosten voor mensen behoorlijk oplopen, vooral door allerlei overheidsmaatregelen. Het is voor hen wezenlijk dat zij een goede loonsverhoging krijgen. De inflatie is 2,5 procent. Dat percentage vragen we. Wij verlangen dus niets extra’s.” U stelt voor om de loonontwikkeling in vijf andere cao’s te volgen. Waarom? “Het knalt in de onderhandelingen tot nu toe elke keer


verf & arbeidsvoorwaarden

Boonstra: ‘Het is belangrijk dat sociale innovatie kostenneutraal is. Het mag geen bezuiniging zijn’ verf&inkt 22 - 2012

op het loon. De cao voor de verf- en drukinktindustrie is geen grote cao. Het volgen van andere cao’s heeft voordelen. Werknemers weten dan van tevoren wat ze krijgen en werkgevers wat ze kwijt zijn. Dat haalt veel druk van de ketel. Wij hoeven niet eindeloos te praten over een loonsverhoging en kunnen onze energie besteden aan inhoudelijke zaken, zoals sociale innovatie en het pensioen. Hoe de sector volgt, vinden we minder belangrijk. Wij stellen voor om uit te gaan van het gemiddelde van vijf marktconforme bedrijfs- en branche-cao’s. Maar het kan bijvoorbeeld ook de CBSindex zijn. We kunnen deze afspraak voor een termijn van vijf jaar maken. Ik merk wel hoe de VVVF reageert op ons voorstel. Wij vinden het een mooi idee.”

Overleg gestart Op 16 april is het overleg gestart voor een nieuwe cao in de verf- en drukindustrie. De huidige overeenkomst is formeel beëindigd, maar wordt nog even voortgezet. De interviews met Nicole Boonstra en Ben Berkel (elders in dit nummer) vonden plaats aan de vooravond van de onderhandelingen. Zij vertellen over de inzet van FNV Bondgenoten en VVVF. Aan de cao-onderhandelingen doen ook CNV Vakmensen en De Unie mee. De overeenkomst geldt voor ruim 3.000 werknemers in de sector. AkzoNobel en PPG vallen erbuiten; deze bedrijven hebben een eigen cao.

4 25


Let our Chemistry work for you! Amongst many others

biocides

amino resins

Innovative Solutions HauptstraĂ&#x;e 81 D - 33647 Bielefeld

Tel +31 13 4688602 Fax +31 13 4688603

info@tennants.net www.tennants.net

Frisse kleuren, frisse krachten Als uitzendbureau begrijpen wij heel goed

SWA is arbeidsmarktspecialist in de techniek,

Vestigingen:

dat u per direct behoefte kunt hebben aan

dus ook in de inkt & verf-branche. U kunt bij

SWA Amsterdam

(020) 627 81 17

versterking. Als het gaat om de flexibele

ons terecht voor uitzending of detachering,

SWA Beverwijk

(0251) 27 88 10

inzet van arbeidskrachten, bent u bij SWA

maar ook voor loopbaanadvies, outplacement

SWA Breda

(076) 572 21 66

aan het juiste adres, want SWA weet van

en nieuwe instroom via leer/werktrajecten.

SWA Utrecht

(030) 232 61 40

werken. Zaken doen met SWA? Neem contact op met een van onze vestigingen of mail naar: info@weetvanwerken.nl weetvanwerken.nl


verf & arbeidsvoorwaarden

Bij het vorige cao-overleg vond de VVVF dat u koos voor geld in plaats van banen. Verwacht u nu niet hetzelfde verwijt? “Die kritiek is kort door de bocht. Mensen hebben recht op een goed inkomen. Je kunt mensen niet voortdurend op nul of bijna nul zetten. Dan blijft de sector ver achter. Je moet ervoor zorgen dat de arbeidsvoorwaarden in de toekomst nog voldoende aantrekkelijk zijn.” De situatie bij de bedrijven is allesbehalve rooskleurig. Er is nu een dubbele dip. Moet je de lonen dan niet aanpassen? “Natuurlijk kijken we in elke sector hoe het gaat. Als bedrijven grote winsten maken, kun je iets extra’s vragen. Dit is hier niet mogelijk. De sector heeft het al een aantal jaren moeilijk. Dat is voor een deel gerelateerd aan de malaise in de bouw. Het mag echter niet zo zijn dat werknemers de crisis betalen. Je kunt het ondernemersrisico niet neerleggen bij werknemers.” Bij de vorige cao duurde het ruim een jaar voordat VVVF en bonden het eens waren. De sfeer daalde tot onder het vriespunt. Kunnen jullie nu weer door één deur? “Ja. Wij hebben elkaar sindsdien een aantal keren gesproken en wederzijds een toelichting gegeven. Het was een inhoudelijk conflict, geen persoonlijk. Dat moet je scheiden. Je moet zakelijk omgaan met elkaar. Uiteindelijk ga je bij een conflict toch weer om tafel zitten. Altijd. Ik heb nog nooit anders meegemaakt. Ik hoop wel dat we er ditmaal snel uit zijn.” Wat zijn nog meer belangrijke thema’s in het overleg? “Werknemers willen een persoonlijk opleidingsbudget. Scholing vindt nu vooral plaats binnen bedrijven, gericht op het eigen bedrijfsproces. Mensen hebben behoefte aan ruimere scholing om door te groeien. Zij zijn zo breder inzetbaar binnen de gehele sector. Dat is de laatste jaren volgens ons wat erbij ingeschoten. Wij stellen een bedrag per jaar of twee jaar voor. Een ander thema is het seniorenbeleid. Mensen moeten langer doorwerken. Hoe zorg je ervoor dat mensen het volhouden? Ik wil

verf&inkt 22 - 2012

hierover graag met werkgevers verder praten. We kunnen het onderwerp meenemen bij sociale innovatie.” Nog andere onderwerpen die u wilt noemen? “Wij vragen eigenlijk helemaal niet zoveel in deze cao-onderhandelingen. De meeste voorstellen zijn vrij beperkt. Ik wil nog het voorstel noemen dat bedrijven een gehandicapte jongere met een Wajonguitkering in dienst nemen. De werkgever neemt hiermee zijn maatschappelijke verantwoordelijkheid. We willen in deze cao beginnen met bedrijven die meer dan honderd werknemers hebben. Lukt het bij hen, dan bekijken we de volgende keer of het bij kleinere bedrijven ook mogelijk is.” Hoe loopt het met sociale innovatie? “Wij hebben in de laatste cao afspraken gemaakt, maar het heeft daarna een tijd stilgelegen. Onze aandacht ging uit naar andere onderwerpen zoals pensioen. We hebben nu tegen elkaar gezegd dat we verder gaan, al moeten we er wel tijd voor kunnen vrijmaken. Sociale innovatie is een zeer breed begrip. We moeten prioriteiten stellen. Met welke onderwerpen beginnen we? Het is geen traject dat we even in een namiddag doen. Wij moeten de piketpaaltjes heel goed zetten. Volgens mij zijn er diverse onderwerpen waarover werkgevers en werknemers het aardig met elkaar eens zijn. Bijvoorbeeld levensfasebewust personeelsbeleid en zeggenschap over arbeidstijden. Het is belangrijk dat sociale innovatie kostenneutraal is. Het mag geen bezuiniging zijn.” Wat vindt u van het personeelsbeleid van de bedrijven in de sector? “Dat verschilt erg per bedrijf. Wij krijgen soms klachten dat de cao niet wordt nageleefd of de pensioenpremie niet wordt betaald. Als ik vergelijk met de sectoren waar ik eerder actief was, valt het mee. Mensen bellen ons vooral bij problemen. Dat kan een verkeerde indruk geven. Ik bezoek elk jaar een of twee bedrijven om een realistisch beeld te krijgen. Zo was ik onlangs bij Van Wijhe in Zwolle. Gewoon een heel mooi bedrijf. De mensen bij Van Wijhe zijn enthousiast over hun werk.”

Tot slot, hoe gaat het met de Nieuwe Vakbeweging? “Ik ben hiervan een groot voorstander. Jetta Klijnsma (Tweede Kamerlid van PvdA die leiding geeft aan de kwartiermakers - red.) presenteert rond 1 mei haar bevindingen. Die worden voorgelegd aan de FNVbonden. Zij moeten aangeven hoe ze erover denken. In juni kan de nieuwe beweging worden opgericht. De bonden die ja zeggen, gaan samen verder. In 2013 heffen deze bonden zichzelf op en worden ze opgenomen in de nieuwe beweging. Of sommige bonden een andere richting opgaan? Dat moeten we afwachten, maar ik denk het eigenlijk niet. Uiteindelijk willen alle bonden hun krachten bundelen. Ik hoop van ganser harte dat er straks een mooie, grote vakbeweging staat.” •

Cao-eisen FNV 1. De loonontwikkeling wordt gekoppeld aan de ontwikkeling in vijf marktconforme bedrijfs- en branche-cao’s. Welke cao’s dat zijn, wordt nader bepaald. 2. De jeugdlonen verdwijnen geleidelijk. 3. Elke werknemer krijgt een persoonlijk opleidingsbudget. De werknemer gebruikt het bedrag voor externe, vakgerelateerde scholing. 4. In het kader van leeftijdsfasebewust personeelsbeleid past werk zoveel mogelijk bij de levensfase. Werknemers kunnen vrije dagen kopen of verkopen. 5. Werkgevers verhogen hun bijdrage in de aanvullende ziektekostenverzekering van 10 naar 20 euro per maand. 6. Werkgevers storten een bedrag in de nieuwe vitaliteitsspaarrekening van werknemers. 7. Een bedrijf met meer dan honderd werknemers neemt een jonge arbeidsgehandicapte met een Wajong-uitkering in dienst. 8. Uitzendkrachten vallen meteen onder de cao.

27


verf & arbeidsvoorwaarden

Cao-onderhandelaar Ben Berkel (VVVF):

’Onverantwoord om loonstijging altijd te koppelen aan inflatie’ De onderhandelingen voor een nieuwe cao zijn net begonnen. De VVVF volgt twee sporen: een sobere cao voor twee jaar en het instellen van een werkgroep die zich bezighoudt met sociale innovatie. VVVFonderhandelaar Ben Berkel wil een zekere loonstijging afspreken in ruil voor het versoberen van een aantal andere arbeidsvoorwaarden. “Dan nemen de loonkosten slechts minimaal toe.” Te k s t : H a n s K l i p

28

Al twaalf jaar lang leidt vicevoorzitter Ben Berkel de onderhandelingsdelegatie van de VVVF. De nieuwe cao wordt zijn achtste. Berkel behartigt twee belangen. “Ik zit niet alleen aan tafel voor de werkgevers, maar ook voor de werknemers. Zij maken de bedrijfstak. We hebben dus een wederzijds belang met de vakbonden.” Berkel is directeur van Drywood Coatings in Enschede. Wie met hem praat, merkt in alles de liefde voor het verfvak. Die is met de paplepel ingegoten. Zijn vader werkte 46 jaar bij Holst, zoals het bedrijf vroeger heette. Berkel: “Hij ontwikkelde in de jaren zestig watergedragen verven voor buitentoepassingen op hout. Puur vanuit een kwaliteitsfilosofie, want over arbo en milieu werd toen nog niet gesproken. Watergedragen verfsystemen voor hout zijn sindsdien de basis van het bedrijf. Daarom is de naam 23 jaar geleden veranderd in Drywood Coatings.”


verf & arbeidsvoorwaarden

Wientjes pleit daar ook voor. Ik verwacht echter dat wij wel iets gaan doen. We willen een bepaalde loonstijging afspreken. In ruil daarvoor willen we enkele andere arbeidsvoorwaarden wat versoberen, zodat de loonkosten slechts minimaal toenemen. Een tweejarige cao creëert rust. Dan kunnen we onze energie steken in sociale innovatie.” De vakbonden willen een loonstijging die de inflatie compenseert. Zij wijzen erop dat overheidsmaatregelen werknemers zwaar treffen. “Het kan niet zo zijn dat het bedrijfsleven de gaten vult die ontstaan door bezuinigingsmaatregelen van de overheid. Het is onverantwoord om de loonstijging altijd te koppelen aan de inflatie. Dat is funest voor de internationale concurrentiepositie van de Nederlandse maakindustrie. Je kunt de loonstijging niet of nauwelijks compenseren met omzetstijging. De meeste bedrijven mogen al blij zijn wanneer ze er niet op achteruit gaan. Andere maatregelen als nog meer efficiency houden ook een keer op. Hierover hebben wij bij de vorige cao-onderhandelingen uitgebreid gediscussieerd met de bonden. Wij kwamen er toen lange tijd niet uit.” Volgens de bonden kun je het ondernemersrisico niet bij werknemers neerleggen. “Het is heel gemakkelijk om te zeggen dat de eigenaar de verantwoordelijkheid draagt voor het reilen en zeilen van het bedrijf. Het tegendeel is waar op de werkvloer. Je runt samen een bedrijf. Werkgelegenheid is het belangrijkste. Als je alle kosten bij de onderneming neerlegt, komt de continuïteit in gevaar.” Dreigt niet het risico dat de branche wat betreft arbeidsvoorwaarden minder aantrekkelijk wordt om te werken? “Wij vragen als werkgevers ons steeds af: is de branche In 1988 ging Ben Berkel zelf bij het bedrijf aan de slag. Samen met Gerrit Westera nam hij in 1999 Drywood Coatings over. Er werken nu 34 mensen. “Wij proberen door innovatie, flexibiliteit en klantgerichtheid steeds een voorsprong te houden. Ons devies is: what you want, is what you get.” Berkel merkt aan den lijve hoe lastig de situatie in de branche is. “De timmerbedrijven zijn onze belangrijkste klanten. Zij lopen niet weg bij ons, maar doen minder of vallen om. De bouw heeft het niveau van 1953 bereikt. Dat was indertijd zelfs een slecht jaar! De drukinktindustrie heeft het ook niet gemakkelijk.” Is de situatie slechter dan twee jaar geleden bij de vorige cao-onderhandelingen? “Ja. De VVVF-leden worden van alle kanten belaagd door ontwikkelingen die ze niet kunnen beïnvloeden.

verf&inkt 22 - 2012

Niet alleen weegt de economische crisis zwaar door, ook de grondstoffenprijzen stijgen enorm. Bedrijven kunnen deze niet volledig compenseren in hun eigen prijzen. De cao voor de bereide verf- en drukinktindustrie geldt vooral voor familiebedrijven. Zij zijn superzuinig op hun medewerkers. Wij hebben dus een dubbel perspectief bij het cao-overleg. We willen ervoor zorgen dat bedrijven goed kunnen draaien en dat de werkgelegenheid behouden blijft.” De VVVF heeft als inzet een sobere cao, bij voorkeur met een looptijd van twee jaar. Waar denkt u dan aan? “In een aantal andere branches en bedrijven zeggen de onderhandelaars van de werkgevers: we gaan keihard voor de nullijn. VNO-NCW voorzitter Bernard

Overleg gestart Op 16 april is het overleg gestart voor een nieuwe cao in de bereide verf- en drukindustrie. De huidige overeenkomst is inmiddels formeel afgelopen, maar wordt nog even voortgezet. De interviews met Ben Berkel en Nicole Boonstra (elders in dit nummer) vonden plaats aan de vooravond van de onderhandelingen. Zij vertellen over de inzet van de VVVF en FNV Bondgenoten. Aan de cao-onderhandelingen doen ook CNV Vakmensen en De Unie mee. De overeenkomst geldt voor ruim 3.000 werknemers in de sector. AkzoNobel en PPG hebben een eigen cao.

4 29


Want to focus on your profession?

Safety is

OUR PROFESSION Steeds meer moderne bedrijven in de industriële sector werken met gevaarlijke producten en chemische stoffen. De sector ziet zich geconfronteerd met steeds stringentere wettelijke eisen die in de bedrijfsvoering de nodige aandacht vergen. De opslag en distributie van deze stoffen brengen risico’s en forse investeringen met zich mee. Wanneer u niet de vereiste kennis in huis heeft

of liever de ‘focus on your profession’ legt, is uitbesteden een voor de hand liggende keuze. Safety is our profession. Wij leveren de specialist die u de zekerheid geeft die nodig is. In Van den Anker vindt u een partner die uw vertrouwen waarmaakt. Naast onze logistieke diensten biedt ons transport- en kennisnetwerk u grote voordelen.

vandenAnker.com

Centrum voor Onderzoek en Technisch advies Uw partner voor onafhankelijk onderzoek en testen van coating producten en/of systemen.

COT bv Jan Tademaweg 40 2031 CV HAARLEM T 023 - 531 95 44 F 023 - 527 72 29 E info@cot-nl.com I www.cot-nl.com

□ □ □ □ □ □ □ □

Onderzoek en testen van coatings Corrosie testen Qualicoat, Qualanod en Qualisteelcoat Onderzoek en testen van bouwmaterialen Trouble shooting Printerkeuringen COT-kwaliteitswaarborgsysteem Beleidsstudies

Onze opdrachtgevers zijn o.a. verffabrikanten, kitfabrikanten, printerfabrikanten, oliemaatschappijen, ministeries, consumentenorganisaties, handelsondernemingen, industrie, applicatie en aannemingsmaatschappijen, detailhandel en rechtbanken.


verf & arbeidsvoorwaarden

‘Wanneer we de loonstijging van andere branches en bedrijven zouden volgen, hebben we geen invloed meer op de grootste post van de loonkostensom’ aantrekkelijk als het gaat om de lonen? Maar ook bijzonder belangrijk: is een stijging van het loon mogelijk? De vakbonden zien dat wel in, maar toch blijft het eenzijdige verhaal van loonstijging de boventoon voeren. De vorige keer escaleerde het overleg in een langdurig inhoudelijk conflict. Uiteindelijk vonden we elkaar in een nullijn voor het eerste jaar van de cao en 2,5 procent erbij plus een eenmalig bedrag in het tweede jaar van de cao. De sfeer is gelukkig inmiddels weer beter, maar het conflict dreigt steeds terug te komen zolang de crisis voortduurt. Veel bedrijven hebben trouwens aanvullende arbeidsvoorwaarden. Denk bijvoorbeeld aan een ruime toepassing van salarisschalen en extra periodieken. Dat wordt wel eens vergeten. De verf- en drukinktindustrie is nog steeds een aantrekkelijke branche om te werken. De lonen en andere arbeidsvoorwaarden zijn goed, zowel binnen als buiten de cao.” FNV Bondgenoten komt met het voorstel om bij de loonstijging vijf andere nog te bepalen cao’s te volgen. Ziet u zo’n idee zitten? “Nee. Wij kijken naar het complete beeld van de loonkosten. Neem de herstelmaatregelen voor het pensioen. Daar zijn we met de bonden soepel uitgekomen. Wij hebben als werkgevers bewust tijdelijk de verhoging van de pensioenpremie op ons genomen. Dat is een onderdeel van de totale financiële afspraken over arbeidsvoorwaarden binnen de sector. Wanneer we de loonstijging van andere branches en bedrijven zouden volgen, hebben we geen invloed meer op de grootste post van de loonkostensom. We kunnen dan nauwelijks nog branchespecifieke afspraken over andere arbeidsvoorwaarden maken. Koppeling is daarom uit den boze.” U pleit ervoor om andere arbeidsvoorwaarden te versoberen om zo loonstijging mogelijk te maken. Welke arbeidsvoorwaarden heeft u voor ogen? “Wij kunnen binnen de cao enorm veel doen om de

verf&inkt 22 - 2012

kosten voor niet-verrichte arbeid te verminderen. Een paar voorbeelden. Is een werknemer langdurig ziek? Dan heeft hij recht op 70 procent van het loon in het eerste jaar. De VVVF-leden vullen dat bedrag aan tot 100 procent. In de cao staat ook dat een werknemer van 62 jaar 144 uur mag opnemen. Hij krijgt dan 85 procent loon doorbetaald. Een 63-jarige heeft zelfs recht op 288 uur. Als we zulke kosten investeren in verrichte arbeid, kunnen we een grote vooruitgang boeken. Natuurlijk zijn goede afspraken nodig voor als iemand ziek wordt. Die wil ik behouden. Maar laten we kritisch kijken naar andere regelingen voor nietverrichte arbeid. Wij kunnen dat in het kader van sociale innovatie oppakken.” Sociale innovatie is het tweede spoor in het caovoorstel van de VVVF. Wat wilt u bereiken? “Wij vinden sociale innovatie enorm belangrijk. We willen een paritaire werkgroep instellen. Hierin zitten vertegenwoordigers van werkgevers en werknemers. Daarnaast zijn we zelf van plan een branchegerichte ondernemingsraad op te richten. Deze klankbordgroep is breed samengesteld: van uitvoerende medewerkers tot voorzitters van ondernemingsraden. Zij denken met de VVVF mee over de invulling van onderwerpen als flexibiliteit, levensfasebewust personeelsbeleid en scholing. Het gaat om een langetermijnvisie. Binnen de paritaire groep maken we afspraken. Beschouw sociale innovatie als een voortschrijdend proces.” Krijgen jullie de bonden mee met sociale innovatie? “FNV Bondgenoten en CNV Vakmensen hebben eind 2011 een eigen startnotitie over sociale innovatie gemaakt. Hun standpunten hebben erg veel raakvlakken met de onze. Ik zie sociale innovatie als een oplossing met allerlei mogelijkheden. We kunnen er in de toekomst de voorkant van de krant mee halen!”

U volgt aan het eind van het eind jaar Marlies van Wijhe op als voorzitter van de VVVF. Heeft u er met de tegenwind nog wel zin in? “Ja, ik vind het fantastisch om voorzitter van deze club te worden. Het is een enorme uitdaging. Marlies doet uitstekend werk om onze sector op de wereldkaart te zetten. Zij is een heel goede netwerker en bereikt daarmee veel. Ik wil deze lijn doortrekken, in samenwerking met de vele actieve en kundige mensen in de bedrijven en op het VVVF-bureau. Vooral door aandacht te besteden aan innovatie en verdieping van de lobby. Ik wil met tastbare resultaten laten zien dat de verf- en drukinktindustrie een supermooie branche is!” •

Cao-voorstellen VVVF - Een sobere cao, bij voorkeur met een looptijd van twee jaar. Een tweejarige cao zorgt voor een langere periode van rust op het terrein van arbeidsvoorwaarden en creëert duidelijkheid over de hoogte van de loonkosten in de komende twee jaar. - Instellen van een paritaire Werkgroep Sociale Innovatie. Deze werkgroep komt met aanbevelingen aan de cao-partijen. De VVVF is van plan om een eigen klankbordgroep voor sociale innovatie in te stellen: de bedrijfsondernemingsraad (BOR). De BOR draagt voor de VVVF-delegatie prioriteiten op het gebied van sociale innovatie aan en komt met suggesties voor de uitwerking. In de BOR zitten twee HR-functionarissen en tien vertegenwoordigers van de werknemers (vanuit diverse achtergronden).

31


kleurrijk gekleurdverleden verleden

Veluvine: Nederland telde ooit honderden verffabrieken en ambachtelijke verf- en drukinktmakers: van kleinschalige familiebedrijven tot robuuste ondernemingen met industriële potentie. ‘Kleurrijk Verleden’ gaat terug in de tijd en verhaalt op basis van fragmenten uit de rijke geschiedenis van de Nederlandse verf- en drukinktindustrie. In deze aflevering verffabriek ‘De Veluvine’ uit Nunspeet.

‘arbeid geen doel, maar een middel tot geluk’

“Ik stichtte ‘De Veluwe’ die moest worden een modelinrichting, waar de fijnste verf onder de voor werklieden gunstigste arbeidsvoorwaarden zou worden gemaakt, terwijl de werklieden gelegenheid zou worden verschaft aandeelhouder te worden: het mededeelhebberschap of met een vreemd woord: co-partnership. Daar stond ik. Een nieuw artikel - de Japanlak - een nieuwe firma. Nieuwe arbeidsvoorwaarden. In een nieuwe, velen onbekende streek. Geduld overwint veel - echter niet alles.” Deze en andere volzinnen staan opgetekend in een lijvig boek dat vorig jaar van de pers kwam, over ‘Nunspeet en de Veluvine, geschiedenis van de mij ‘De Veluwe’ in de periode 1895-1987. Het gaat om een Japanlak- en verffabriek met een paar - zeker voor die jaren - niet vanzelfsprekende doelen in de statuten. Statuten die meer zeggen over de sociale bewogenheid van de eigenaar en oprichter van het bedrijf dan over de producten die er gemaakt werden. In het boek overigens niets over het gelijknamige en nog actieve VVVF-lidbedrijf met dezelfde naam: Veluvine uit Breda. Volgens de samenstellers, omdat de bedrijfshistorie louter is toegespitst op de periode Nunspeet.

Ve l u v i n e B r e d a Veluvine in Breda is tegenwoordig gespecialiseerd in de productie en ontwikkeling van wegenverven, thermoplastische en op tweecomponenten gebaseerde wegmarkeringsproducten, die naar alle hoeken van de wereld worden geëxporteerd. Beide bedrijven hebben echter wel hun naam en hun roots gemeen. Hun oprichter huldigde bijvoorbeeld het credo dat arbeid niet het doel van ons leven is, maar slechts middel om tot een gelukkig en nuttig bestaan

32

Deze foto siert de cover van het nieuwe boek De Maatschappij ‘De Veluwe’ met daarop het fabrieksgebouw in Nunspeet anno 1915 (collectie Jan Plender).

te geraken. Die man was François Adriaan Molijn junior, een bijzondere ondernemer. Iemand die er aan het eind van de negentiende eeuw weinig voor voelde om in het door zijn vader opgerichte bedrijf Japanlak- en vernisfabriek F.A. Molijn & Co in Rotterdam aan de slag te blijven.

Persoonlijke idealen François ondertekent in augustus 1894 de documenten waarin hij en Willem Frederik Zetteler bevestigen dat hun vennootschap in Rotterdam officieel is ontbonden. De ‘zoon van’ koopt in Nunspeet grond met opstallen uit de erven Vitringa waarmee hij grootse plannen heeft. Het gaat om landgoed ‘De Groote Bunte’, waar hij ook gaat wonen met zijn vrouw. Niet alleen om er zijn Japanlakfabriek op te zetten en kwalitatief goede verfproducten te maken, maar ook om er idealistisch

te ondernemen. Inclusief de bouw en exploitatie van woningen voor zijn personeel, de opzet van een personeelsvereniging, een badhuis, een wasserij, een levensmiddelenwinkel, een gaarkeuken waar maaltijden voor het personeel centraal konden worden bereid, een heuse bedrijfsboerderij en zelfs een zuivelfabriek. Dat alles ter meerdere eer en glorie van zijn werknemers en de Nunspeter gemeenschap. In 1910 had hij al 63 medewerkers.

Oud Gedenkboek als basis Het boek, waarin dit alles in geuren en kleuren wordt verteld, is mede het resultaat van aanvullend speurwerk van de Heemkundige Vereniging Nuwenspete met vicevoorzitter Jan Plender als initiatiefnemer en samensteller. Basis voor de nieuwe uitgave was het ‘Gedenkboek van de N.V. Maatschappij De Veluwe


kleurrijkverleden verleden gekleurd

Een kijkje op de afdeling ’Japanlakverven’ omstreeks 1896 (Streekarchivariaat NW Veluwe, Nunspeet).

1895-1945’, aangevuld met wetenswaardigheden tot ruwweg de jaren tachtig van de twintigste eeuw. In zeer gedetailleerde hoofdstukken, die stuk voor stuk een aparte aflevering in deze rubriek zouden rechtvaardigen. Zoals deze aflevering over oprichter François Molijn. Volgens boeksamensteller Plender was Molijn junior zijn tijd ver vooruit en ‘een zeer sociaal mens.’ Een belangrijk vertrekpunt voor Molijn was het co-partnership. Dat maakte het werknemers bijvoorbeeld mogelijk om als aandeelhouder van de ‘Maatschappij’ een huis te kopen van het kapitaal dat zij hadden vergaard. De helft van het personeel heeft daadwerkelijk van die mogelijkheid gebruikgemaakt. Verder kwamen groenten en aardappelen uit eigen bedrijfstuin en maakten een kippenfokkerij en een varkensmesterij deel uit van de Maatschappij. Daarnaast kende het bedrijf al een pensioen-, zieken-, overlijdens- en ongevallenkas. Vanzelfsprekend

Reclame uit vervlogen jaren.

verf&inkt 22 - 2012

De harde werkelijkheid was echter ook dat hij op een gegeven ogenblik door zijn vader werd teruggeroepen om thuis in eigen bedrijf de handen uit de mouwen te steken.

Ondervindingrijke man De potmolenafdeling waar per pot een bepaalde kleur werd gemalen (collectie Jan Plender).

werd er ook nog verf gemaakt, volgens doel nummer één van de statuten ‘verf van uitstekende kwaliteit’.

Co-partnership De op 25 maart 1853 in Rotterdam geboren zoon van François Adriaan Molijn en Elizabeth Buisman is een telg uit het gelijknamige geslacht van vernisstokers. François zou al op jonge leeftijd in het bedrijf van zijn vader treden, zo was het plan. “Hij had echter eigenschappen die aanvankelijk zijn relatie met de vernisstokerij tot een wat los verband maakten”, zo luidt de cryptische omschrijving in het boek over de beoogde opvolger van Molijn senior. Anders gezegd: de jongeman koesterde artistieke verlangens en hij was niet van talent gespeend. Daarom mocht hij van zijn ouders naar Parijs, waar hij volgens de geschiedschrijvers niet alleen zijn artistieke dorst heeft gelest, maar waar hij ook in aanraking kwam met ‘bewegingen op politiek, economisch en sociaal terrein’. “Zijn denken moet door de woelingen van die dagen sterk beïnvloed zijn. Wantoestanden moeten hem zijn opgevallen en hij zal kennis gekregen hebben van kritische uitingen van personen die in verschillende richtingen voor reformatie ijverden.”

Uit bewaard gebleven notities van lezingen van de jonge Molijn, blijkt hoe hij in het leven stond. “Op een leeftijd waarop men er tegenwoordig over zou denken mij voor voortgezet onderwijs naar school te sturen”, zo vertelde hij bijvoorbeeld, “werd ik opgenomen in de firma van mijn vader, een ondervindingrijke man, in het vak grijs geworden. De eerste vijftien jaar was ik meestal op reis voor de zaak. Soms twee tot drie maanden lang. Jong, ambitieus en zonder zorg heb ik op die reizen vele en goede zaken gedaan en veel goede vrienden onder mijn afnemers gemaakt.” Toen hij 32 jaar was, kwam daar een einde aan. Omstandigheden maakten dat hij ‘het leiderschap der fabriek’ op zijn schouders moest nemen. Tot die tijd gewend aan een ‘vrij leventje’ en altijd op reis, was hij ineens genoopt om ’s morgens om zeven uur de eerste te zijn en ’s avonds om zes uur de laatste om de fabriek te verlaten. In de acht jaar die hij er werkt, leert hij ook de werknemers kennen. En komt tot de ontdekking hoe slecht de meesten ontwikkeld zijn. Wat kennelijk veel indruk op hem maakt is het moment dat hij een werknemer vraagt hem te helpen een ketel op te tillen: “Kom kerel”, roept hij, “pak toch eens op, net als ik.” Waarop de werknemer hem antwoordt: “Ja, maar ik heb geen biefstuk gegeten, zoals jij!” De opmerking is er mede debet aan dat hij de sociale bakens gaat verzetten. Het boek (€ 32,50 ex. verzendkosten) is nog beperkt verkrijgbaar. Informatie: j.plender@planet.nl.

Samenstelling: Anton Stig 33


verf & veiligheid

NVIC: Verffabrikanten laks met verstrekken productinformatie

Vergiftigingencentrum en industrie:

vertrouwen nodig Verf verfraait en beschermt, maar soms ziet een kind nog andere toepassingsmogelijkheden: verven staan hoog op de lijst huishoud- en doe-het-zelfproducten waarmee vergiftigingsongelukken gebeuren, zeker bij kinderen tot twaalf jaar, weten ze bij het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum (NVIC) in Utrecht. Om hulpverleners van dienst te kunnen zijn, moet het NVIC alles weten over de samenstelling van het product. Dat levert soms conflicten op. Te k s t : J o s d e G r u i t e r Foto: Pet van de Luijtgaarden

34

Ruim 40.000 telefoontjes kregen ze vorig jaar. En nog eens 4.500 informatieverzoeken via internet. Meer dan 120 spoedeisende vragen per dag van huisartsen en specialisten over de vergiftigingsgevallen die ze onder ogen kregen. Met drugs experimenterende pubers, suïcidale volwassenen met overdoses medicijnen of onderzoekende kinderen die een stof hadden binnengekregen die niet voor consumptie is bedoeld. Binnen drie tot vijf minuten moet de bemanning van het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum (NVIC) in zulke gevallen de arts kunnen vertellen wat de ernst, de symptomen en de behandelmogelijkheden zijn van de vergiftiging. Belangrijke voorwaarde: het product, met al zijn ingrediënten, moet bekend zijn bij het NVIC. De meeste hulpvragen hebben betrekking op geneesmiddelen, daarna volgen huishoudmiddelen en doe-het-zelfproducten. Daar valt verf ook onder, benadrukt Pieter Brekelmans, projectleider productnotificatie van het centrum. Brekelmans is verantwoordelijk voor het verzamelen van productgegevens en heeft jaren geleden het initiatief genomen voor digitalisering van het aanleverproces. “Verven staan hoog op de lijst als het gaat om vragen over ongelukken met kinderen tussen de nul en twaalf jaar”, vertelt hij. Hij bedoelt maar: het is van het grootste belang dat de verfindustrie hem informeert over de samenstelling van haar producten.

Digitalisering De aanlevering van de samenstelling van gevaarlijke producten met het doel professionele hulpverleners van dienst te zijn, heeft een lange voorgeschiedenis. Het NVIC bestaat ruim 50 jaar, maar pas in 1988 werd in Brussel overeenstemming bereikt over de zogenoemde Richtlijn gevaarlijke preparaten. De richtlijn verplichtte EU-lidstaten een instantie aan te wijzen waar gegevens over potentieel gevaarlijke producten werden verzameld. In het Warenwetbesluit Deponering Informatie Preparaten wordt het NVIC hiervoor aangewezen. Eind 1995 gingen de werkzaamheden op basis van het Warenwetbesluit van start. Het Warenwetbesluit verplicht: “...degene die preparaten voor het eerst in de handel brengt of heeft gebracht, informatie te verstrekken aan het Nationaal

Vergiftigingen Informatie Centrum ten aanzien van die preparaten met betrekking tot de behandeling van vergiftigingen, welke in ieder geval omvatten een specificatie van de samenstelling en de gegevens van medischtoxicologische aard…” “Dat liep niet meteen van een leien dakje”, herinnert Brekelmans zich. “Een aantal branche-organisaties had om verschillende redenen bezwaren. De verfindustrie wees er bijvoorbeeld op dat de bestaande Veiligheidsinformatiebladen al voldoende informatie over de mogelijke toxiciteit van een product verschaffen. Daarnaast wezen ze erop dat ook zij niet altijd op de hoogte waren van de samenstelling van mengsels die ze in hun producten verwerkten. Tot slot wezen ze op de vertrouwelijkheid van recepturen.” Een aantal jaren geleden trad het NVIC opnieuw in overleg met een aantal branches, waaronder de VVVF. Brekelmans: “We zagen ook aankomen dat de Richtlijn gevaarlijke preparaten per 1 juni 2015 wordt vervangen door de dwingender CLP-verordening. Daarmee is elke vrijblijvendheid verdwenen.” Partijen kwamen tot overeenstemming over de gewenste kwaliteit van de productinformatie en de procedure. Branches zouden hun leden op het hart drukken zich te houden aan de meldingsplicht. “We maakten het bedrijven ook gemakkelijker”, vertelt Brekelmans. “We maakten het mogelijk om de informatie digitaal aan te leveren, bijvoorbeeld in de vorm van het Veiligheidsinformatieblad plus informatie over de samenstelling.” Met succes: in dertien jaar ‘papieren’ aanmelding verzamelde het centrum informatie over 8.000 producten, de digitalisering leidde in twee en een half jaar tot aanmelding van 31.000 producten.

Eenrichtingverkeer Er lijkt dus reden voor tevredenheid. “Helaas”, reageert Brekelmans. “De medewerking vanuit een aantal branches is teleurstellend. In de verfindustrie bijvoorbeeld heeft minder dan de helft van de bedrijven zich aan alle verplichtingen gehouden. Dat betekent tegelijkertijd dat de andere helft dat, ondanks de wettelijke verplichting, niet heeft gedaan.”


verf & veiligheid

‘Verf hoog op de lijst vergiftigingen met doe-hetzelfproducten’ ervaringen van de afgelopen jaren stemmen ons vooralsnog positief. Kortom, we hebben best vertrouwen in het bedrijfsleven, maar er moet ook nog wat groeien, om het zo te zeggen.”

Handhaven

Brekelmans (NVIC): “We hebben best vertrouwen in het bedrijfsleven, maar er moet ook nog wat groeien, om het zo te zeggen.”

De Groot: “Hoewel het digitale registratieproces een aanzienlijke verbetering is ten opzichte van de papieren aanmelding, is het voor bedrijven een arbeidsintensief werkje.”

Brekelmans en zijn projectmedewerker Ronald de Groot hebben enerzijds begrip voor de terughoudendheid van de in gebreke blijvende bedrijven, anderzijds wijzen ze op de wettelijke verplichting en het grote maatschappelijke nut van aanmelding. De Groot: “Hoewel het digitale registratieproces een aanzienlijke verbetering is ten opzichte van de papieren aanmelding, is het voor bedrijven een arbeidsintensief werkje. Iemand moet alle productinformatie verzamelen en via een website bij ons registreren. Anderzijds is het wettelijk verplicht en kan het levens redden. We worden bijvoorbeeld ook geraadpleegd bij grootschalige incidenten.” Brekelmans wil verder graag mogelijk wantrouwen wegnemen. “De informatie die aan ons wordt toevertrouwd is voor niemand toegankelijk. Niemand zal ons bellen met de smoes dat een kind een verfproduct heeft ingeslikt en dat het noodzakelijk is om de precieze receptuur te melden. En in het onwaarschijnlijke geval dat we zo’n vraag zouden krijgen, geven we geen antwoord. Het is ook niet zo dat een concurrent via de digitale database bij de informatie kan komen. Zelfs de leverancier van de informatie kan niet opvragen wat hij heeft gemeld. Als je iets wil veranderen of toevoegen, meld je dat aan, maar de informatie komt niet terug. Het is eenrichtingverkeer.”

Om zijn woorden kracht bij te zetten: “Ik ben ICT-coördinator van het NVIC en dus verantwoordelijk voor de kwaliteit van de informatiesystemen en de vertrouwelijkheid. Bedrijven kunnen mij op de kwaliteit aanspreken. Of vragen om een audit van het systeem door een onafhankelijke partij.”

verf&inkt 22 - 2012

Vertrouwen moet groeien Doorvragen leert dat omgekeerd het vertrouwen van het NVIC in de industrie verbetering behoeft. De vergiftigingendeskundigen vragen de fabrikanten niet alleen om de mogelijk schadelijke stoffen in hun producten, ze willen ook weten welke niet-toxische stoffen in de receptuur zijn verwerkt. Er is niet veel fantasie voor nodig om te begrijpen dat zo’n vraag niet direct het enthousiasme bij bedrijven aanwakkert. “We hebben te maken met gevallen waarin mensen geen normaal gebruik hebben gemaakt van een product. Dat betekent dat elke stof, in principe schadelijk of niet-schadelijk, een rol kan spelen”, verdedigt Brekelmans de keuze van het NVIC. “Van water kun je doodgaan. Als je er maar genoeg van binnenkrijgt. Het is de dosis die de schadelijkheid bepaalt. Daarom willen we alles weten. De ervaringen uit het verleden met het aanleveren van productinformatie van de juiste kwaliteit heeft ons vertrouwen geen goed gedaan. Maar de

Blijft de vraag waarom het vergiftigingencentrum in gebreke blijvende bedrijven niet harder aanpakt. De wet legitimeert dat per slot van rekening. Brekelmans: “Op dat punt zijn we nog niet. We zijn in 2009 met de nieuwe site en digitale aanmelding begonnen. Wij hebben dit jaar als doel gesteld dat de deelnemende overlegpartijen eind 2012 ver boven de 90 procent moeten zitten met hun aanmeldingen. De handhavende partij is de nieuwe Voedsel- en Warenautoriteit (nVWA), maar die heeft onvoldoende mogelijkheden om alle bedrijven te controleren. Maar hopelijk zijn de brancheverenigingen zelf in staat hun leden tot actie te bewegen, dan hoeven we dat instrument niet in te zetten. Het zou eigenlijk ook te zot voor woorden zijn: het gebeurt op basis van een Europese verordening, die verdwijnt niet meer, het is dus een wettelijke plicht, eind 2012 hebben bedrijven drie en een half jaar gelegenheid gehad om te rapporteren. Bovendien kunnen we er levens mee redden en hebben wij van onze kant alles in het werk gesteld om het bedrijven zo gemakkelijk mogelijk te maken.” De Groot: “Daar komt bij dat we in de toekomst, als er sprake is van Europese harmonisatie, in staat zijn om in opdracht van bedrijven onderzoek te doen naar de gevolgen van incidenten met bepaalde producten of productgroepen in alle 27 EU-lidstaten. Voorwaarde is dan wel dat we alle gegevens tot onze beschikking hebben.” • Nadere informatie: http://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/660100005.html (NVIC jaaroverzicht 2010) https://www.productnotificatie.nl (onderwerpen Contact en Notification Requirements) http://www.rivm.nl/Onderwerpen/Onderwerpen/V/ Vergiftigingen/Productnotificatie (algemene info)

35


verf & markt

Klantgedrag verandert sterk

‘Groothandel

onmisbaar, maar vernieuwing

is noodzakelijk’

Onderzoeksinstituut TNO en het Nederlands Verbond van de Groothandel (NVG) hebben een Branche Innovatie Contract (BIC) gesloten, dat nieuwe impulsen moet geven aan innovatie in de groothandel. Bijvoorbeeld op het gebied van logistiek, transport en voorraden. Walther Ploos van Amstel,

De groothandelssector staat op een kritiek punt, aldus Ploos van Amstel. “De groothandel is onmisbaar, maar moet zich vernieuwen om ook in de toekomst een belangrijke rol te spelen.” De leider van het BIC onderscheidt drie grote veranderingen waar groothandels in de bouw – en dus ook de verf – mee te maken krijgen. “Het klantgedrag verandert sterk: grootschalige nieuwbouw maakt plaats voor renovatiewerk. Dat zie je onder andere bij woningbouwcorporaties, die minder geld hebben voor nieuwbouw en meer investeren in renovatie van het bestaande woningbestand.” Daarnaast zorgt de toename van het aantal zelfstandigen zonder personeel op de bouwplaats voor een enorme versnippering van het aantal zendingen. “De leveringskosten exploderen. Nu al zijn vier op de tien vrachtwagens en busjes in de stad voor de

logistiek expert en docent aan de Vrije Universiteit, leidt het project. Te k s t : D o r i n e v a n K e s t e r e n F o t o’s : Pe t v a n d e L u i j t g a a r d e n

36

Het BIC in 2012 De initiatiefnemers van het BIC hebben vorig jaar twee rapporten gepubliceerd: een over duurzaamheid en een over samenwerking. In 2012 is er een aantal workshops en bijeenkomsten. Walther Ploos van Amstel: “Eerst organiseren we een serie rondetafelbijeenkomsten in een kleiner verband om met de groothandels en producenten over de toekomst te praten. Zo krijgen we een nog beter beeld van de problemen waar de sector tegenaan loopt.” Op 21 juni vindt de Nationale Voorrraaddag plaats, waar meer dan driehonderd bedrijven aanwezig zullen zijn en kennis over voorraadbeheer wordt gedeeld. In het najaar is er een groot congres voor de groothandels, waar de bevindingen van het BIC aan de orde komen en best practices getoond worden.

bouwplaats. Kort door de bocht: een lange rij bijna lege busjes en vrachtauto’s rijdt achter elkaar de stad in. Dat kan in de toekomst niet meer, want de steden gaan op slot. Over enkele jaren moet al het vervoer in de stad schoon, veilig en stil zijn, wat een stuk duurder is. Groothandels en distributeurs die hun wagenpark vernieuwen, moeten daar nu al op inspelen met bijvoorbeeld elektrische voertuigen.” De derde grote verandering voor de groothandel is de vergrijzing van het personeelsbestand. “Een groot deel van de chauffeurs gaat de komende jaren met pensioen. Dan kun je dus niet doorgaan met business as usual.” Ploos van Amstel benadrukt dat het niet gaat om tijdelijke fenomenen: de bouwmarkt is veranderd en dat zal zo blijven. Groothandels moeten zich daarom de komende tijd opnieuw gaan positioneren. “Met de BIC proberen wij ervoor te zorgen dat de bedrijven op een andere manier naar de markt gaan kijken om hun goede positie te behouden en de slagvaardigheid te vergroten.”

Bezinnen Om de toekomst met vertrouwen tegemoet te kunnen zien, adviseert Ploos van Amstel de groothandels zich te bezinnen op de strategie. “Ze moeten terug naar de basis. Het gaat om de vraag: wat voegen we toe aan de markt? Veel groothandels willen van alles een beetje: lage prijs, specialistische kennis en individuele service. Dat zal in de toekomst niet gaan.” Volgens de universitair docent kunnen groothandels kiezen tussen drie modellen: customer intimacy – een langetermijnrelatie met de klant opbouwen en individuele service bieden – product leadership, waarbij de groothandel op innovatieve wijze met nieuwe producten de klanten aan zich probeert te binden en operational excellence, waarbij de focus ligt op een betrouwbare kwaliteit voor een aantrek-


verf & markt

Ploos van Amstel: “Het is een reëel gevaar dat niet-gespecialiseerde bedrijven zich op de verfgroothandel storten en er met de buit vandoor gaan.”

kelijke prijs. Van hieruit moeten zij bepalen welke oplossingen het beste bij het eigen bedrijf passen. Op het gebied van vervoer kunnen groothandels denken aan volumebundeling. Stedelijke bevoorradingscentra van waaruit gespecialiseerde bedrijven het vervoer binnen de stad organiseren bijvoorbeeld, of samenwerking met andere leveranciers. “Groothandels bundelen hun volumes niet graag met hun concurrenten, maar er zijn genoeg voorbeelden van geslaagde combinaties. Denk aan het Centraal Boekhuis of de samenwerking in de tuinbouwsector. Dankzij intensieve samenwerking is die laatste sector, ook in de backoffice, wereldwijd ongelofelijk succesvol. Daar kunnen verfgroothandels een voorbeeld aan nemen.” Ook voorraadbeheer is onderdeel van het BIC. “Daar is veel winst te behalen, op financieel gebied, maar zeker ook als het gaat om de CO2-footprint. De voorraad levert een grote bijdrage aan de emissieuitstoot van de groothandel, voornamelijk door derving en incourante voorraden. Daarom richt het BIC zich ook op een betere interne prestatiemeting van de voorraad. Scherpere interne prestatiemetingen hebben een direct effect op de efficiency van de organisatie.”

Branchevervaging Hij waarschuwt de verfgroothandel, omdat het niet ondenkbaar is dat er branchevervaging ontstaat in andere sectoren van de groothandel. “Het is een reëel gevaar dat niet-gespecialiseerde bedrijven zich op de verfmarkt storten en er met de buit vandoor gaan. Dat is ook gebeurd op de markt voor kantoorartikelen, waar er nog maar een paar grote spelers zijn overgebleven. Dat is te vermijden, maar dan moeten we wel durven innoveren en investeren in de toekomst. De groothandel mag niet in een tunnelvisie blijven hangen.” •

verf&inkt 22 - 2012

Nijhuis (Habeco): ‘Leren van andere bedrijfstakken’ Als algemeen directeur van de merkonafhankelijke verfgroothandel Habeco, met elf filialen in Midden- en OostNederland, is Edward Nijhuis betrokken bij het opstarten van het BIC tussen TNO en de NVG. “Het idee erachter is goed. We kunnen als branche ons voordeel doen met de expertise van TNO en leren van de ervaringen in andere bedrijfstakken.” Vervoersproblematiek, voorraadbeheer en duurzaamheid zijn volgens Nijhuis de logistieke uitdagingen voor de groothandels. “In het oosten en het midden van het land lopen wij niet zozeer aan tegen grootstedelijke vervoersproblemen, maar de kosten per order stijgen. Dat komt doordat de verfbranche voor een groot deel uit kleine schildersbedrijven bestaat en het aantal zelfstandigen zonder personeel steeds verder groeit. Zij vertegenwoordigen een belangrijk omzetaandeel in de markt, dat we graag willen blijven bedienen. Helaas zorgt de kleinere ordergrootte ervoor dat de prijs per levering omhoog gaat.”

Vervoersbewegingen Het bundelen van vervoersbewegingen is een manier om de kosten te drukken. Nijhuis kan zich dat niet zo goed voorstellen met concurrerende bedrijven, maar wel met andere, branchevreemde, partijen. “We zouden samen met leveranciers van andere bouwmaterialen het vervoer kunnen verzorgen. Maar er zijn ook andere intelligente oplossingen: bij grote opdrachten kun je bijvoorbeeld een container op de bouwplaats plaatsen. Zo kan er meteen een startvoorraad neergezet worden en hoef je niet voor elke pot verf een aparte rit te maken. Hiermee beperk je het aantal vervoersbewegingen en de vervoerskosten.” Voorraadbeheer is een belangrijk aandachtspunt in het BIC. De verfgroothandel van Nijhuis heeft een breed assortiment van allerhande producten op voorraad. “Dat is nodig omdat wij garanderen dat producten die voor 11 uur besteld worden, mits op voorraad, nog op dezelfde dag op het werk geleverd worden.” Habeco heeft aan de ene kant te maken met een concrete vraag naar specialties en gangbare materialen en aan de andere kant met verffabrikanten die nieuwe producten op de markt willen brengen. “Uit bedrijfseconomisch oogpunt en het oogpunt van duurzaamheid – afval, houdbaarheid en derving – is de hoogte van de voorraad beperkt. Daarom bestaat er altijd een zekere spanning tussen de wensen van de fabrikanten en de mogelijkheden van de groothandel.”

CO2-prestatieladder Nijhuis denkt dat de groothandel nog genoeg winst kan halen. Hij doelt dan bijvoorbeeld op prestatiemetingen. “De CO2-prestatieladder, die een aantal aannemers en opdrachtgevers hanteren, wordt in onze branche nog niet toegepast. Hoe effectiever onze opslag en vervoer, hoe kleiner onze CO2-uitstoot. Daarnaast proberen we ook op andere vlakken duurzamer te werken, bijvoorbeeld door een geautomatiseerd bestel- en facturatiesysteem te introduceren. Op deze gebieden ben ik in elk geval erg benieuwd naar de voorstellen van het BIC.”

37


vvvf verenigingsnieuws

Informatiebijeenkomst Arbocatalogus en Stoffenmanager Nieuwe Europese richtlijn Industriële Emissies De richtlijn Industriële Emissies is een nieuwe Europese richtlijn die diverse richtlijnen in de EU over emissie van stoffen integreert, waaronder de emissie van vluchtige organische stoffen. De richtlijn zal in de Nederlandse wetgeving worden geïmplementeerd via het Activiteitenbesluit. Voor de verf- en drukinktindustrie en haar afnemers is de integratie van het Oplosmiddelbesluit in de richtlijn van belang. De VVVF houdt de leden op de hoogte over dit onderwerp via de VVVF-ledensite.

Jaarverslag 2011 De VVVF is druk bezig met de productie van het VVVF-jaarverslag 2011. In het jaarverslag worden de activiteiten en resultaten van 2011 zichtbaar en wordt informatie gegeven over de VVVF-thema’s, waaraan het kernverhaal over de VVVF en de sector ten grondslag ligt. Het VVVF-jaarverslag 2011 zal verspreid worden in juni 2012.

Certificering tanks De BRL K903 gaat over certificering van bedrijven en materialen voor boven- en ondergrondse opslag van stoffen en mengsels. De BRL is opgesteld door KIWA en wordt momenteel aangevuld voor opslag van stoffen en mengsels die onder meer in de verf- en drukinktindustrie worden gebruikt. De KIWA gaat ervan uit dat in de toekomst het bevoegd gezag bij vergunningverlening zal vragen om certificaten van boven- en ondergrondse tanks. Dit is de reden voor de VVVF om deel te nemen aan het opstellen van een aanvulling van de BRL. Het doel is om de eisen t.a.v. certificering zo beperkt mogelijk te houden. Nadere informatie: Gerrit Jonkers, jonkers@vvvf.nl.

38

Op 27 maart 2012 hield de VVVF voor haar leden de Informatiebijeenkomst Arbocatalogus & Stoffenmanager. Plaats van

handeling was het Veerhuis te Nieuwegein. De Arbocatalogus biedt een overzicht van praktische hulpmiddelen die de gezondheidsrisico’s in verf- en drukinktbedrijven tot een minimum beperken. Tijdens de bijeenkomst hield Pieter van Noord (AWVN) een presentatie over de Arbocatalogus. Aansluitend droegen Christie van Wendel de Joode (Sun Chemical) en Geek van der Zalm (AkzoNobel) praktijkvoorbeelden aan. Ten slotte vertelde Henri Heussen (Arbo Unie) over de stand van zaken rond de Stoffenmanager.

Politiek akkoord Biocidenverordening Het Europees Parlement heeft ingestemd met de tekst van de Biocidenverordening. In juni/ juli 2012 wordt de publicatie van de Verordening in het Publicatieblad van de EU verwacht en op 1 september 2013 wordt de verordening rechtstreeks van kracht in alle lidstaten. De verordening heeft voor de verf- en druk-

inktindustrie gevolgen voor onder meer de wederzijdse erkenning van toelatingen in Europa, voor de mogelijkheid voor bedrijven om een Europese Toelating te verwerven en voor de behandelde artikelen en etikettering. De VVVF houdt de leden op de hoogte over dit onderwerp via de VVVF-ledensite.

Bundel Transportinformatiebladen versie 3 De bundel Transportinformatiebladen is aangepast. Er zijn correcties en aanvullingen doorgevoerd als gevolg van commentaren van leden. De derde versie van de bundel is in digitale vorm beschikbaar op de ledensite van de VVVF.

VVVH-jaarvergadering Veel VVVF-leden waren aanwezig bij de VVVH-jaarvergadering op 15 maart 2012 in Regardz Event Center Mariënhof. Corné Geerts (vice-voorzitter VVVH) hield een welkomstwoord. Aansluitend was er een presentatie van Ruud Maas (FOSAG) en Marjet Rutten (schrijfster van o.a. het boek ‘Van Yab Yum, uitdagende visies voor de bouw, installatie en vastgoedsector in 2025’).

Bedrijfstakpensioenfonds en cao-overleg Het bedrijfstakpensioenfonds heeft, net als veel andere fondsen, aanvullende maatregelen moeten nemen omdat de dekkingsgraad eind 2011 verder was weggezakt. Cao-partijen zijn in januari aanvullende maatregelen overeengekomen. Uitsluitend in het jaar 2012 wordt het opbouwpercentage verlaagd van 2,21 naar 2,04 procent

van de pensioengrondslag. Zoals eerder afgesproken gaat de premie per 1 januari 2012 omhoog van 29 naar 30 procent. In het jaar 2012 komt deze premieverhoging volledig voor rekening van de werkgevers. De deelnemers, gepensioneerden en aangesloten ondernemingen zijn hierover door het fonds schriftelijk geïnformeerd.

Enquête Performance Indicators De VVVF neemt deel aan het Coatings Care programma. Dit is een initiatief van verf- en drukinktproducenten en -leveranciers over de gehele wereld, en staat voor het streven naar voortdurende verbeteringen op het gebied van veiligheid, gezondheid en milieu en het geven van informatie hierover. Door elk jaar de gegevens over veiligheid, gezondheid en milieu op te vragen bij VVVF-

leden door middel van de enquête Performance Indicators (PI), worden resultaten zichtbaar. De resultaten van 2011 worden gepubliceerd in het hoofdstuk over Coatings Care in het VVVF-jaarverslag 2011. De resultaten worden gebruikt om invulling te geven aan het beleid van de verf- en drukinktindustrie in Nederland op het gebied van duurzaam ondernemen.

Eupia update guidlines drukinkten Eupia heeft verschillende guidlines geactualiseerd. Het betreft onder meer de guidline voor food packaging, good manufacturing food packaging en het leaflet direct food contact. De guidlines zijn beschikbaar op de publieke en/of ledensite van Eupia.

@verfeninkt De VVVF is sinds kort actief op het twitteraccount @verfeninkt. Meld u ook aan!


Caldic is een distributeur, die met vooruitstrevende en gerenommeerde producenten uw oplossingen zoekt en vindt.

Cytec Surface Specialities is één van die vooruitstrevende producenten. Zij produceren bindmiddelen en additieven en kunnen samen met Caldic en U een oplossing vinden voor low-VOC en watergedragen formuleringen. Voor meer informatie en eventuele afspraken kunt u contact opnemen met één van onze productmanagers: t.vanoers@caldic.nl

Recruitmentspecialist in chemie & life sciences

Explore your Talent

Scientist Coatings Bedrijf In meer dan 100 landen werken de mensen van Ashland Inc. aan specialty chemicals en technologieën om een bijdrage te leveren aan het creëren van nieuwe en verbeterde producten voor vandaag en duurzame oplossingen voor morgen. Onze chemie wordt elke dag gebruikt in toepassingen voor onder andere automotive, voedsel en dranken, persoonlijke verzorging, geneesmiddelen en papier.

Functie Voor deze uitdagende en afwisslende functie werk je aan het: • Ondersteunen van de verkoop en ontwikkeling van coating additieven door het ontwikkelen en testen van watergedragen coatings. • Verlenen van technische sales service support en trouble shooting, maar ook het ondersteunen van proefproducties. • Plannen, uitvoeren en leiden van projecten. • Interactie met klanten ter ondersteuning van nieuwe producten.

CheckMark is al meer dan 15 jaar gespecialiseerd in werving & selectie en detachering van MBO’ers, HBO’ers en Academici in en rond het laboratorium. Wij werken binnen het brede werkveld van de Chemie en Life Sciences. We bemiddelen zowel starters als ervaren professionals. Voor Ashland zoeken we momenteel een:

With good chemistry great things happen.

TM

Functie eisen • Bachelor of Master in de chemie en minimaal 3 jaar ervaring met het formuleren en testen van watergedragen decoratieve coatings. • Ervaring met het onderhouden van klantcontact, zowel binnen technische als commerciële organisaties. • Goede mondelinge en schriftelijke vaardigheden zowel in het Engels en Nederlands. Kennis van Duits is een pluspunt.

Voor meer informatie over deze functie kun je contact opnemen via ons algemene telefoonnummer 0182 – 590 210 of mailen naar Manoe@checkmark.nl. Om direct te solliciteren of voor ons totale vacature aanbod kun je kijken op www.checkmark.nl 088-020 advertentie B197xH131-4.indd 1

17-04-12 12:06


‘s Werelds eerste

Cradle to Cradle CertifiedCM blikverpakking voor de verfindustrie

Meer informatie:

Certificaat is behaald door

Uw verf in een Cradle to Cradle® gecertificeerde blikverpakking Blikverpakkingen zijn de meest gerecyclede verpakkingen in Nederland. Blik kan eindeloos gerecycled worden zonder kwaliteitsverlies. Blikverpakkingen zijn daarom zeer duurzaam. Er is nu zelfs een serie gedecoreerde en gecoate blikverpakkingen voorzien van een Cradle to Cradle® certificering. Dat betekent dat de blikverpakking en de gebruikte materialen veilig zijn voor mens en milieu en gerecycled kunnen worden zonder kwaliteitsverlies. Zo wordt afval weer grondstof. Blikverpakkingen met een Cradle to Cradle® certificaat zijn de verpakkingen van de toekomst.

Zandvoortstraat 69 T +31 (0)255 510 409

1976 BN IJmuiden F +31 (0)255 512 801

The Netherlands info@hildering.com

www.hildering.com


VVVF Verf&Inkt 22 (april 2012)