Issuu on Google+

verf&inkt magazine van de vereniging van verf- en drukinktfabrikanten VVVF - 21 - 2012

Heleen van Gent

zoekt de wereld af naar kleurentrends Vastgoedonderhoud:

Wie heeft de regie? Biocidenverordening: Eindelijk gelijk speelveld in EU Ons beroep op verf en drukinkt: Jabin de Jong (Valspar): ‘Veiligheid moet tussen de oren zitten’ De mens achter… Wedstrijdzeiler Geert Geelkerken: ‘Heb je wind tegen dan moet je overstag’ De Graaff (pensioenfonds) over herstelmaatregelen: ‘Pijn eerlijk verdeeld’ Kleurrijk verleden Ripolin: ‘makkelijk bedrijf en goed voor de arbeiders’


Vision on quality www.tqc.eu

N E D E R L A N D S E N I G E FA B R I K A N T VA N T E S T- E N M E E TA P PA R AT U U R VOOR DE VERFINDUSTRIE TQC

TQC

TQC

AUTOMATISCHE FILM APPLICATOR

AUTOMATISCHE CUPPING TESTER

WASBAARHEID / SLIJTVASTHEIDTESTER

Voor het aanbrengen van een uniforme, reproduceerbare filmlaag.

Voor het testen van coatings bij verschillende stadia van deformatie conform ISO 1520.

Voor het testen van bijv. coatings, inkten, textiel, hout en plastic op slijtvastheid.

• Geschikt voor folies en /of glazen, papieren, metalen ondergronden • Geschikt voor spiraalapplicatoren en / of standaard blok applicatoren • Intuïtieve bediening • Vele instelmogelijkheden

• Ergonomisch: tester instelbaar naar werkhouding • Led verlichting instelbaar in kleur en hoek voor optimale beoordeling testplaat • Deformatie vooraf instelbaar in mm

• Voor droge en natte testen • Test tot vier proefstalen tegelijk • Dubbele pomp voor simultaantest met twee verschillende testvloeistoffen

TQC

TQC

ASCOTT ANALYTICAL

TQC produceert instrumenten en toebehoren voor het testen van onder andere

AUTOMATISCHE VISCOSITEITSMETERS

CORROSIE TESTKASTEN

Diverse modellen voor het bepalen van de viscositeit in mPa·s, cP, cSt en KU (Krebs Units).

Voor versnelde corrosietesten.

• • • • • • • •

viscositeit dekkracht lopersvorming droogtijd slagvastheid natte laagdikte adhesie metamerie

• • • •

densiteit vloeiing maalfijnheid elasticiteit

TQC B.V. Nijverheidscentrum 14

• Volledig automatisch, dus zeer hoge reproduceerbaarheid • Ook handmatig instelbaar

2761 JP Zevenhuizen Nederland

• • • • • •

Vochtigheids corrosietest Zoutsproei corrosietest Cyclische corrosietest Alle modellen in div. maten leverbaar Modern vormgegeven Zeer gebruiksvriendelijk

T 31(0)180 - 63 13 44 F 31(0)180 - 63 29 17

E info@tqc.eu W www.tqc.eu


ons beroep op verf & inkt

Veiligheidsman Jabin de Jong:

In deze rubriek komen mensen aan het woord die beroepsmatig met verf & inkt van doen hebben en daar enthousiast over vertellen. Deze keer: de veiligheidsman.

‘Veiligheid moet tussen de oren zitten’

Jabin de Jong (1988) is bijna twee jaar ‘safety-officer’ bij Valspar BV in Lelystad. Het bedrijf produceert op jaarbasis miljoenen liters autolakken. Jabin ziet met een collega toe op naleving van de veiligheidsregels en -voorschriften, registreert en anticipeert ook op (bijna)-incidenten en geeft vorm en inhoud aan het veiligheidsbeleid. Onder meer in de opleidende sfeer, maar ook met andere initiatieven, die moeten bijdragen aan een veilige werkplek. Jabin volgde na de middelbare school de vierjarige opleiding ‘safety en security’ aan de Noordelijke Hogeschool in Leeuwarden (NHL). Te k s t : A n t o n S t i g

Foto: Pet van de Luijtgaarden

Ik ben bij Valspar gaan werken, omdat men daar een redelijk aantal incidenten op jaarbasis had. Er was dus ruimte voor verbetering. Bovendien is hier geen dag hetzelfde. En je hebt inspraak in de investeringen. Wat inhoudt dat je nadenkt over de vraag of met de aanschaf van een machine, of systeem de veiligheid van het bedrijf wel is gediend. Logisch, want je kunt wel roepen dat mensen veiliger moeten werken, maar als je ze niet de juiste middelen geeft

verf&inkt 21 - 2012

om veilig te werken, dan komt het niet van de grond.” “Valspar gaat al goed met veiligheid om. Het bedrijfsmotto luidt niet voor niets al jaren: ‘Niemand gewond, ons bedrijf gezond.’ Het belangrijkste aspect van veiligheid is vooral het bewustzijn van de mensen. Veiligheid moet vooral bij de mensen zelf tussen de oren zitten. En daar moet je dan ook naar handelen. Medewerkers bewustmaken van de risico’s, daar gaat het om. Daarom kennen we sinds

kort zelfs dagelijkse veiligheidspauzes, waarbij medewerkers aan het begin van hun shift gericht informatie krijgen over veiligheid. Geen overbodige luxe, want we werken dagelijks met tonnen aan gevaarlijke stoffen die ontvlambaar zijn.” “Waar in de afgelopen jaren nog sprake was van gemiddeld vijf meldingsplichtige letselincidenten op jaarbasis en een stuk of acht meldingsplichtige vloeistoflekkages, is sprake van een aanzienlijke daling. Met meldingsplichtig bedoelen we dat deze corporate (bij het hoofdkantoor in Amerika) gerapporteerd moeten worden. Genoemde cijfers zijn de laatste tijd bij lange na niet meer gehaald. Het laatste incident met verzuim of met een vloeistoflekkage is zelfs al meer dan een jaar geleden. Ook aan de opleiding en instructie van nieuwkomers, de uitzenden vakantiekrachten, is inmiddels iets gedaan. Uit de incidentenregistratie cijfers bleek dat daar nog wel winst te behalen viel. Daarom worden ze tegenwoordig niet meer meteen ingezet in de productie, maar krijgen eerst een week instructie en voorlichting. Scheelt stukken, want sinds de introductie een jaar geleden heeft zich geen enkel incident meer voorgedaan! Hoe je resultaat boekt in dit werk? Door vooral niet op te treden als politieman, maar als diplomaat. Door de mensen op de juiste wijze aan te spreken. Niet door de fabriekshal schreeuwen dat ze iets verkeerds hebben gedaan en ze voor schut zetten, maar ze in goed overleg laten inzien wat ze niet goed doen. Zo voorkom je ook dat je ze nog een keer moet aanspreken. Veiligheid moet tussen de oren zitten. Daar werken we bij Valspar elke dag aan.

3


4


inhoud 21 - 2012

Strijd om de regie

Verder in dit nummer:

Wie zit aan tafel met een woningcorporatie als een complex moet worden onderhouden of gerenoveerd? Als het aan de schilders ligt, pakken zij de regiefunctie. “Principieel sta ik er achter dat de oberliga van de onderhoudsbedrijven de regie in handen nemen”, reageert namens de verfindustrie Willem Karel, “maar de praktijk vraagt soms iets anders.” Positie en rol van ketenpartners lijken niet meer vanzelfsprekend, maar, zegt Fosag-bestuurder Gian Ernes: “Een strijd om de regie zou ik betreuren. We hebben elkaar nodig.” Pagina 12

3 Ons beroep op verf & inkt: de veiligheidsman 7 Voorwoord 9 Branchenieuws 15 Gespot 18 De mens achter: Geert Geelkerken 20 Pensioenen: Pijn eerlijk verdeeld 26 Jaarvergadering in beeld 30 Kleurrijk verleden: Ripolin 33 VVVF-nieuws

Gelijk speelveld In september 2013 wordt de bestaande biocidenrichtlijn vervangen door een verordening. Het Europees Parlement bereikte daarover eind januari overeenstemming. Belangrijkste winst voor de industrie: een gelijk speelveld in de 27 EU-lidstaten. Nadelen zijn er ook: de hoogte van de kosten voor toelating tot de hele EU is ongewis en er verdwijnen misschien stoffen die onder de richtlijn waren toegestaan. Pagina 16

Serieus De ontwikkeling van kleuren voor de verfindustrie is uitgegroeid tot een serieuze discipline waaraan vormgevers, modeontwerpers en architecten een belangrijke bijdrage leveren. Nieuwe ontwikkelingen in de maatschappij, zoals de opkomst van urban farming en social media, vormen een belangrijke inspiratiebron voor een scala aan kleuren en kleurpaletten. ‘Daarbij lopen wij minimaal twee jaar op de consument vooruit’, aldus Heleen van Gent, hoofd van het AkzoNobel Global Aesthetic Center in Sassenheim. Pagina 22

Nieuw verfje, nieuw lettertje Een nieuwe lente, een nieuw blad. Verf&Inkt heeft eens kritisch naar de kosten gekeken en de uitvoering versoberd. Niet dat we voorheen met geld smeten, maar als de branche, zoals nu, in zwaar weer verkeert, zou het van weinig inlevingsvermogen getuigen als we niet kritisch naar onszelf zouden kijken. Verf&Inkt is goedkoper geworden. Blijft wel zes keer per jaar verschijnen, maar tegen gereduceerd tarief. Tegelijkertijd hebben we de gelegenheid te baat genomen om de vormgeving te moderniseren. Een nieuw verfje, een nieuw lettertje. Om het toch een beetje lente te laten worden. De inhoud blijft wat-ie was: actueel, informatief, onderhoudend.

Jos de Gruiter hoofdredacteur degruiter@vvvf.nl

verf&inkt 21 - 2012

5


S A M E N W E R K I N G I S M E E R DA N E E N W O O R D. Sinds 2009 is Worlée distributeur voor het toenmalige Synthomer GmbH in het Duitstalige gebied. Het samengaan van Synthomer met PolymerLatex GmbH was de aanleiding, de strategische en regionale samenwerking tussen het nieuwe Synthomer en Worlée te versterken en uit te breiden. Ons productieprogramma aan polymeerdispersies breidt zich hierdoor verder uit, waardoor wij aanzienlijk meer oplossingen voor de verschillende toepassingen kunnen aanbieden. Als distributeur verzorgen wij de markten Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland en vanaf 1 januari 2012 ook de Beneluxlanden.

E. H. Worlée & Co. B. V. · Meenthof 17 A · NL-1241 CP Kortenhoef · Tel. +31 35 6561424 · Fax +31 35 6560694 · www.worlee.nl · worlee@worlee.nl


branchenieuws

voorwoord

Gele toekomst

Paintistanbul 2012 Op 13, 14 en 15 september wordt Paintistanbul 2012 gehouden. Paintistanbul is een congres en expositie van Bosad, de belangenorganisatie van de Turkse verfindustrie. Plaats van handeling is CNR EXPO Istanbul.

Aantal schilders in loondienst daalt Het aantal schilders dat in loondienst is bij schildersbedrijven is het afgelopen jaar met een procent gedaald. Dat blijkt uit gegevens van salarisverwerker CBBS. Het CBBS meet het aantal schilders in vaste en in tijdelijke dienstbetrekking van wie het loon door schildersbedrijven wordt uitbetaald. Dat aantal is in 1991 op 100 gesteld. Sindsdien houdt het salariskantoor een index bij. Eind 2010 stond de teller op 77, in januari 2012 op 72. Volgens het CBBS is de dalende trend de laatste jaren versterkt. In de cijfers zijn niet de schilders meegenomen die als uitzendkracht werken. Ook zzp’ers zitten niet in de getallen.

Topsectoren: verdubbeling aantal bètastudenten nodig Willen de topsectoren blijven groeien en bloeien, dan moeten per jaar 40.000 extra mensen komen werken in de bèta- en techniekhoek. Daarnaast zou in 2025 veertig procent van alle afgestudeerden een bèta-richting gevolgd moeten hebben. Momenteel ligt dat niveau rond 25 procent. Dat blijkt uit het Masterplan Bèta en Technologie Naar 4 op de 10 dat op 13 februari overhandigd is aan minister Verhagen van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie. Het plan is opgesteld door de negen topsectoren. Aanleiding voor het masterplan is het verwachte tekort van bèta’s en technici in de komende jaren.

1-component coating Rust-Oleum voldoet aan hoge ISO-normen Onafhankelijke tests hebben aangetoond dat NOXYDE, de unieke flexibele metaalcoating van Rust-Oleum Mathys, voldoet aan een levensduur van meer dan vijftien jaar in C5-M omgevingen, volgens ISO-12944 de hoogst mogelijke corrosieklasse. Daarmee is NOXYDE de eerste 1-component coating op waterbasis die dergelijke prestaties biedt. Andere producten op de markt voldoen eveneens aan de C5-M classificatie en bieden ook een levensduur van meer dan 15 jaar. Maar daarbij gaat het hoofdzakelijk om 2-componenten coatings op oplosmiddelbasis (epoxy/ polyurethaan). 4

verf&inkt 21 - 2012

Geen Elfstedentocht, carnaval voorbij: lente! En dus volop geel in de natuur en onze huizen. We zetten een bosje narcissen op tafel en voelen ons een beetje vrolijk worden, recessie of niet. Want geel maakt mensen blij, zoals ‘kleurentrendwatcher’ Heleen van Gent op de volgende pagina’s vertelt. Ik hoop dat de politici in het Catshuis ook een blij bosje op tafel hebben gezet. Ze vergaderen er deze maand om overeenstemming te bereiken over maatregelen die ons land door de tweede economische dip moeten loodsen. Geen sinecure, dus een beetje blijheid kunnen ze wel gebruiken. Waar ik vooral op hoop is dat ze besluiten nemen, geen halfbakken compromissen sluiten of problemen voor zich uit schuiven. Het pappen en nathouden heeft lang genoeg geduurd en we hebben de gevolgen ervan aan den lijve ondervonden. Niets werkt zo verlammend als onzekerheid. Ondernemers zijn gewend om ermee te leven en als geen ander zijn ze in staat erop te anticiperen, maar onzekerheden die uit de wereld geholpen kunnen worden, moeten uit de wereld geholpen worden, zeker als ze lang aanhouden. Als is het maar om te voorkomen dat de consument de hand op de knip blijft houden. De uitkomsten van het overleg van de heren in het Catshuis zullen vervelend zijn. Daarover hoeven we ons geen illusies te maken. De gevolgen van de schuldencrisis zullen voor iedereen voelbaar zijn. Maar alles is beter dan de verlammende onzekerheid. Alles? Er zijn wel grenzen. In zijn Fiscale agenda doet staatssecretaris Weekers (Financiën) voorstellen om het lage btw-tarief voor diensten als schilderswerk te verhogen met als uiteindelijk doel een uniform tarief. Ik heb het kabinet eerder verweten dat het ons in de kou heeft laten staan toen de recessie zich aandiende, maar dit is erger. Dit lijkt me niet de tijd om de branches die met bouw en onderhoud te maken hebben op te zadelen met een kostenverhoging van meer dan tien procent. Dat gaat werkgelegenheid kosten. Mijn voorjaarswensen zijn dus helder: neem de onzekerheid weg, tref maatregelen, maar heb eindelijk ook eens oog voor de precaire situatie waarin de bouw en aanpalende branches verkeren. Voor onze ‘gele’ toekomst. Marlies van Wijhe, voorzitter VVVF

7


Let our Chemistry work for you! Amongst many others

biocides

amino resins

Innovative Solutions HauptstraĂ&#x;e 81 D - 33647 Bielefeld

Tel +31 13 4688602 Fax +31 13 4688603

info@tennants.net www.tennants.net

Frisse kleuren, frisse krachten Als uitzendbureau begrijpen wij heel goed

SWA is arbeidsmarktspecialist in de techniek,

Vestigingen:

dat u per direct behoefte kunt hebben aan

dus ook in de inkt & verf-branche. U kunt bij

SWA Amsterdam

(020) 627 81 17

versterking. Als het gaat om de flexibele

ons terecht voor uitzending of detachering,

SWA Beverwijk

(0251) 27 88 10

inzet van arbeidskrachten, bent u bij SWA

maar ook voor loopbaanadvies, outplacement

SWA Breda

(076) 572 21 66

aan het juiste adres, want SWA weet van

en nieuwe instroom via leer/werktrajecten.

SWA Utrecht

(030) 232 61 40

werken. Zaken doen met SWA? Neem contact op met een van onze vestigingen of mail naar: info@weetvanwerken.nl weetvanwerken.nl


colofon

Verf&Inkt is een uitgave van de Vereniging van Verf- en Drukinktfabrikanten VVVF. De VVVF behartigt de belangen van de Nederlandse verf- en drukinktindustrie. Het blad wordt verspreid onder leden van de branche-organisatie en externe relaties. Verf&Inkt verschijnt zes keer per jaar. Verf&Inkt wil een opinieblad zijn. Dat betekent dat van VVVF-standpunten afwijkende meningen niet uit het blad geweerd worden. Redactie Jos de Gruiter (hoofdredactie), Adriaan van Hooijdonk, Annet Huyser (eindredactie), Hans Klip en Anton Stig Redactieadres Loire 150 2491 AK Den Haag Postbus 241 2260 AE Leidschendam 070 3378734 degruiter@vvvf.nl Vo r m g e v i n g GrafischeZaken, Den Haag Druk Deltahage, Den Haag Advertentie-acquistitie Mooijman Marketing & Sales, Julius Röntgenstraat 17 2551 KS Den Haag Telefoon 070 3234070 info@mooijmanmarketing.nl

© VVVF Alle rechten voorbehouden. Behoudens de door de Auteurswet 1912 gestelde uitzonderingen, mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd (waaronder begrepen het opslaan in een geautomatiseerd gegevensbestand) of openbaar gemaakt, op welke wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de VVVF.De bij toepassing van art. 16B en 17 Auteurswet 1912 wettelijk verschuldigde vergoedingen wegens fotokopiëren, dienen te worden voldaan aan de Stichting Reprorecht, Postbus 882, 1180 AW te Amstelveen.Hoewel aan de totstandkoming van deze uitgave de uiterste zorg is besteed, aanvaarden de auteur(s), redacteur(en) en uitgever geen aansprakelijkheid voor eventuele fouten of onvolkomenheden.

verf&inkt 21 - 2012

Branchenieuws

Worlée vertegenwoordigt producten Synthomer Sinds 1 januari vertegenwoordigt Worlée-Chemie GmbH uit Hamburg de productenrange van Synthomer Deutschland GmbH. Synthomer is een bekende op de markt van producten als acrylaten, verdikkingsmiddelen Polychloroprenen en Polyvinylacetaten. Het bedrijf brengt die op de markt onder merknamen als Synthomer, Lipaton, Plextol, Revacryl, Emultex, Rohagit en Lithene. Naast de verfindustrie zijn de bouw-, de textiel- en de papierindustrie belangrijke afnemers. “Met onze verkoopafdelingen voor Duitsland en Oostenrijk en onze dochterondernemingen in Zwitserland en de Benelux hebben onze klanten altijd competente regionale aanspreekpunten”, reageert een enthousiaste directeur Joachim Freude van Worlée-Chemie. “Onze afdeling voor toepassingstechnieken en ons grensoverschijdend productbeheer die wij bij onze producten aanbieden zorgen, samen met onze eigen grondstoffen, voor optimale oplossingen”, aldus Freude. Worlée-Chemie is een ruim 160 jaar oude fabrikant en handelsonderneming met vestigingen in Hamburg, Lauenburg en Lübeck. Het bedrijf levert grondstoffen voor de verf- en drukinktindustrie.

AkzoNobel neemt volledige controle over Metlac Group AkzoNobel versterkt zijn positie in de markt voor verpakkingscoatings door gebruik te maken van het recht om de resterende aandelen te kopen van Metlac, een Italiaanse verpakkingscoatingsproducent. Er zijn geen financiële details openbaar gemaakt. AkzoNobel is momenteel aandeelhouder van de Packaging Coatings Metlac Group, een positie die voortvloeit uit de overname van ICI in 2008. Met deze actie laat de onderneming zien dat zij zich sterk maakt om de coatings- en drukinktenmarkt voor metaalverpakkingen te ondersteunen, door de toekomst van een erkende leverancier veilig te

stellen. Het samengaan van de twee bedrijven biedt klanten waarde omdat ze kunnen profiteren van AkzoNobels wereldwijde aanwezigheid en de productportefeuille van Metlac. “Deze overname versterkt het aanbod voor onze klanten en sluit perfect aan bij de strategie om onze positie in de belangrijke markten te versterken”, aldus Leif Darner, lid van het Executive Committee verantwoordelijk voor Performance Coatings. De totstandkoming van de transactie hangt af van goedkeuring door de mededingingsautoriteiten. De onderneming verwacht de overname af te ronden in het tweede kwartaal van 2012.

Benoemingen bij Eskens Benelux Eskens Benelux heeft een aantal organisatiewijzigingen doorgevoerd. Aanleiding was de voorziene groei in de komende jaren. De directie van Eskens Benelux, bestaande uit Bas Seijsener en Joost Poot worden sinds 1 januari ondersteund door een nieuw managementteam bestaande uit Jelle-Julius Carter (salesmanager KMM), Remko Burggraaf (servicemanager KMM), Lex Kersing (salesmanager proces Nederland) en Dié Breugelmans (salesmanager proces België). Financieel manager is André van Santen. De focus van het nieuwe managementteam zal liggen op verdere ontwikkeling en groei van service, revisie en verkoopactiviteiten van Eskens Benelux. Eskens profileert zich steeds nadrukkelijker als ‘totaalleverancier’ voor de verf- en drukinktindustrie. Eskens is ook actief in de voedingsindustrie en farmacie. Het bedrijf telt meer dan 60 medewerkers die actief zijn in de Benelux, Polen en Engeland.

Jubileumeditie EMPACK 2012 Op 4 en 5 april vindt de tiende editie van EMPACK plaats in de Brabanthallen in ’s-Hertogenbosch. EMPACK 2012 presenteert de nieuwste trends en ontwikkelingen in verpakkingen & verpakkingsmaterialen, converting, verpakkingsmachines, controle- en inspectiesystemen, verpakkingsdiensten, codering, labeling en printsystemen.

4

9


24 May 2012 Amsterdam RAI

The

Career Event for

Life Sciences, Chemistry, Food & Pharma Organised for Students, Graduates and Young Professionals on a BSc, MSc and PhD level Main Sponsors Co-Sponsors

Host Sponsor

Program partner

Partners

NETWORK FOR FOOD EXPERTS

Media Partners

Exhibitors (status 2-2-2012)

(+ '

(QGRWKHOLXPLQ+HDOWK 'LVHDVH ,QWHUQDWLRQDO3K'3URJUDP'UHVGHQ

(+ '

(QGRWKHOLXPLQ+HDOWK 'LVHDVH ,QWHUQDWLRQDO3K'3URJUDP'UHVGHQ

Your logo here? www.bcfcareerevent.nl

Your logo here? www.bcfcareerevent.nl

Your logo here? www.bcfcareerevent.nl

For free entrance, register before March 31st and upload your CV

www.bcfcareerevent.nl Powered by:

Hyphen

Projects

Your logo here? www.bcfcareerevent.nl


Branchenieuws

Hendrik-Jan Verweij Onlangs is de directie van Remmers Bouwchemie aangevuld met Hendrik-Jan Verweij. Eddie Seinen, die sinds 1976 leiding geeft aan het bedrijf, zal binnen een aantal jaren van de pensioenregeling gebruik gaan maken. In aanloop naar dat moment deelt hij zijn taken als algemeen directeur van Remmers Bouwchemie met Verweij. Verweij is ruim 20 jaar actief in de branche van coatings en andere houtbeschermende stoffen. Hij is sinds 1 september 2010 werkzaam bij Remmers Bouwchemie in Hoogeveen en heeft, naast de houtdivisie, diverse andere onderdelen van Remmers onder zijn beheer. Verweij is lid van de Expert Groep Timmerindustrie van de VVVF.

de keuze van de constructies, de duurzame (verf)producten en tijdige inspecties is de conditie van het hout volgens de betrokken partijen in de ketensamenwerking voor minimaal 25 jaar gegarandeerd. Het Hout Garant Plan is een gezamenlijk initiatief van Wijzonol en verschillende gerenommeerde timmerfabrikanten, deurenfabrikanten, aannemers en schildersbedrijven. Het is een totaalconcept voor houten gevelelementen: van productie en montage tot en met inspectie en onderhoud. En dat voor een periode van minimaal 25 jaar. Timmerfabrikant, deurenfabrikant, aannemer, verffabrikant én schildersbedrijf nemen samen de volledige verantwoordelijkheid voor de levensduur van het geveltimmerwerk. Ook de houtproductie, de milieueffecten van het productieproces, de isolatiewaarde en veiligheid en de mogelijkheid van recycling wegen daarbij zwaar Het Hout Garant Plan zorgt ervoor dat opdrachtgevers te maken hebben met één centraal aanspreekpunt, die de werkvoorbereiding op zich neemt en toeziet op de voortgang en kwaliteit van het werk. Hiermee willen de gezamenlijke partners het Hout Garant Plan aan laten sluiten bij de groeiende interesse voor resultaatgericht vastgoedonderhoud.

Moeilijke tijden voor AkzoNobel Wijzonol: garantieplan geveltimmerwerk Verffabrikant Wijzonol introduceert, samen met verschillende partners uit de keten, een nieuw totaalconcept voor houten geveltimmerwerk onder de naam Hout Garant Plan. De 25 jaar garantie op de levensduur van het geveltimmerwerk moet een hoge mate van budgetzekerheid en lagere beheerkosten voor de opdrachtgever betekenen. Wijzonol wil met de ontwikkeling van het Hout Garant Plan de duurzaamheid van houten gevelelementen op een nog hoger niveau te tillen. Met

verf&inkt 21 - 2012

Moeilijke economische omstandigheden en hoge prijzen van grondstoffen hebben gezorgd voor een moeilijk kwartaal en een relatief zwak jaar voor verffabrikant AkzoNobel. De omzet steeg licht, maar de winst ging omlaag. Het bedrijf ziet kleine lichtpuntjes in 2012. AkzoNobel zag in de laatste drie maanden van 2011 de omzet met vijf procent stijgen tot 3,79 miljard euro, voornamelijk als gevolg van hogere prijzen. Het resultaat voor aftrek belastingen en afschrijvingen (de ebitda) daalde met twintig procent tot 301 miljoen euro. Onder de streep leed de onderneming een verlies van 62 miljoen euro. Dat laatste was onder meer een gevolg van enkele eenmalige posten en kosten die AkzoNobel moest maken voor herstructurering. De gestegen grondstofprijzen hadden een effect van één miljard euro op het resultaat van de grootste verfproducent ter wereld. AkzoNobel zegt echter het effect inmiddels bijna geheel te hebben geneutraliseerd door verhoging van de prijzen. Hiervan zou het bedrijf in 2012 de vruchten moeten plukken.

Bouw blijft in mineur De vooruitzichten voor de Nederlandse bouwsector blijven slecht. Eerdere voorspellingen van economisch herstel van de sector zijn achterhaald. Dat concludeert internationaal kredietverzekeraar Atradius in de Market Monitor van februari 2012. Daarin worden ontwikkelingen in de Europese bouwsector in kaart gebrahct. De financiële reserves van bouwbedrijven nemen af, terwijl banken nog steeds terughoudend zijn met het verstrekken van kredieten aan bedrijven of particulieren die een huis willen kopen. Bovendien zet de overcapaciteit in de bouw de marges onder druk. Ook het aantal claims op debiteuren in de bouwsector stijgt, meldt Atradius. Eerder was ook de Rabobank in haar ‘Construction Update’ negatief over de ontwikkelingen in de sector. De analisten van de bank stelden vast dat het voorzichtige herstel dat in 2011 was ingezet, niet doorzet in 2012. Leontien de Waal, bouwsector analist bij Rabobank, voorspelt een mogelijke krimp in Nederland van anderhalf tot twee procent in 2012. De combinatie van de schuldencrisis, bezuinigingen en een dreigende nieuwe recessie leiden tot massaal uitstel van investeringen. In Nederland is de druk op zowel de tarieven als de omzetvolumes nog steeds hoog. De Waal: “Efficiencyslagen zijn grotendeels al uitgemolken, het vet op de botten is verdwenen, dus is het wachten tot de consolidatiegolf verder op gang komt.” Daarbij is het uitzicht op krachtige groei in de komende jaren afwezig. Dat ziet Rabobank terug in de koersen van beursgenoteerde spelers; de verwachtingen ten aanzien van hun opbrengstengroei zijn laag. Rabobank ziet opnieuw een terugval van 45 procent de woningbouw. Verslechterde economische vooruitzichten zijn hiervan deels de oorzaak, maar daarnaast is er een noodzaak tot structurele hervormingen in de woningmarkt. Een integrale hervorming van de koop- en huurwoningmarkt is noodzakelijk voor het vlot trekken van de woningmarkt en dus het op gang houden van de bouwproductie, aldus de bank. Volgens kredietverzekeraar Atradius zijn de insolventiecijfers in de bouw - ondanks een lichte verbetering van het betalingsgedrag - negen procent hoger dan in 2009, het eerste crisisjaar voor de sector. Zo steeg het aantal incasso’s en kredietverzekeringsclaims - na een lichte daling gedurende de eerste negen maanden van 2011 – in de laatste maanden van het jaar significant. In januari 2012 lag het aantal incasso’s en claims zelfs twntig procent hoger dan in dezelfde periode vorig jaar. Naar verwachting neemt het aantal insolventies in alle subsectoren van de bouw - met uitzondering van onderhoud en renovatie - in 2012 dan ook toe.

11


verf & markt

‘Geen strijd, we hebben elkaar nodig als ketenpartners’

Wie heeft de regie in het

vastgoedonderhoud? Wie zit aan tafel met een woningcorporatie als een complex toe is aan groot onderhoud of moet worden gerenoveerd? Als het aan de schildersen onderhoudsbedrijven ligt, pakken zij de regiefunctie. “Principieel sta ik er achter dat de oberliga van de onderhoudsbedrijven de regie in handen nemen”, reageert namens de verfindustrie Willem Karel, “maar de praktijk vraagt soms iets anders.” Positie en rol van ketenpartners lijken niet meer vanzelfsprekend, maar, zegt Fosag-bestuurder Gian Ernes: “Een strijd om de regie zou ik betreuren. We hebben elkaar nodig.” Te k s t : J o s d e G r u i t e r F o t o’s : Pe t v a n d e L u i j t g a a r d e n

Willem Karel: “Principieel sta ik er achter dat de oberliga van de onderhoudsbedrijven de regie in handen nemen, maar de praktijk vraagt soms iets anders.”

12

“Stadlander uit Bergen op Zoom pakt de zaken groots aan: de totale woningvoorraad moet naar gemiddeld energielabel B. Voor het grootschalig onderhoud wordt gekozen voor ketensamenwerking. Vijf gevelonderhoudsbedrijven voeren de regie in de uitvoering van een energieproject voor 1.000 woningen. Steeds meer corporaties leggen de bal bij schildersen onderhoudsbedrijven. Het leidt tot nieuwe samenwerkingsvormen met een overeenkomstig doel: lagere kosten en hogere kwaliteit.” Een trotse vermelding op de website van het activiteitenprogramma ‘Knap werk’, het op kwalitatieve en imagoverbetering van de schildersbranche gerichte initiatief van Fosag, FNV Afbouw & Onderhoud en CNV Schilders. Onder de vlag van ‘Knap werk’ willen de schilders- en onderhoudsbedrijven zich nadrukkelij-


verf & markt

stellingen van resultaatgericht onderhoud te halen. Ik zie wel een verschuiving in die zin dat fabrikanten hun oude rol, waarin ze corporaties adviseren over merken en systemen, verruilen voor advies aan schildersbedrijven. Dat betekent niet dat de markt voor de industrie verandert, het is alleen een andere manier van samenwerken in de keten. Een strijd om de regie zou ik betreuren. We hebben elkaar nodig als ketenpartners. We staan allemaal aan één kant als het erom gaat de opdrachtgever van dienst te zijn. In de oude situatie stonden we nog wel eens tegenover elkaar omdat de fabrikant de zijde van de opdrachtgever koos.” Ernes vindt de nieuwe rolverdeling om meer dan één reden logischer. “Laten we eerlijk zijn: als er iets fout gaat met een schilderwerk, dan ligt het doorgaans aan de verwerker. In een heel klein percentage van de probleemgevallen blijkt er iets te zijn met de verf. Dus is het aan het schildersbedrijf om verantwoordelijkheid te nemen. Tegelijkertijd legt dat bij de corporatie de verplichting om met een solide applicateur in zee te gaan: de claim kan niet bij de fabrikant gelegd worden. Daarnaast is het een logische rolverdeling omdat geen enkele fabrikant in staat is om 24 uur per dag aanwezig te zijn op een werk om er controle uit te oefenen. Het schildersbedrijf kan die controle wél inbouwen. Fabrikanten moeten die rol niet willen en het schilders- en onderhoudsbedrijf moet verder professionaliseren en die rol nadrukkelijker op zich nemen.” Niet elk schilders- en onderhoudsbedrijf kan die rol ten opzichte van woningcorporaties aan, erkent Ernes. “Er komt veel planning en organisatie bij kijken. Dat houdt in dat toch wel een bepaalde omvang noodzakelijk is.”

Bestaansrecht ker aanbieden als regisseurs in het vastgoedonderhoud. Wat betekent dat voor de traditionele adviesrol van de verffabrikanten?

Professionaliseren Gian Ernes is directeur-eigenaar van het 80 jaar oude Ernes Schilders in Heerlen. Daarnaast is hij bestuurslid van Fosag en van daaruit werkgeversvertegenwoordiger in de stuurgroep van Knap werk. Hij licht toe: “Uit onderzoek van drie jaar geleden bleek dat opdrachtgevers tevreden waren over de geleverde kwaliteit door de schilders- en onderhoudsbedrijven, maar er waren ook verbeterpunten: opdrachtgevers verwachten meer onderscheidend vermogen en professionaliteit bij planning en organisatie. Uit vervolggesprekken bleek dat woningcorporaties behoefte hebben aan een partij die

verf&inkt 21 - 2012

de regie op zich neemt bij onderhouds- en renovatiewerkzaamheden. Ze kunnen niet meer ondernemen zoals ze gewend waren, omdat ‘Den Haag’ de duimschroeven heeft aangedraaid. Dat houdt in dat ze efficiënter moeten werken bij het verbeteren van hun woningvoorraad. De verantwoordelijkheid voor die omvangrijke projecten leggen ze graag bij één partij. Schilders- en onderhoudsbedrijven komen daarvoor in hun visie als eerste in aanmerking. Het is een van de ambities van Knap werk om de branche daarbij te steunen.” De van oudsher belangrijke adviesrol van verffabrikanten komt daarbij niet onder druk te staan, verwacht Ernes. “Ik zie geen rol voor fabrikanten als het gaat om algemeen onderhoud en renovatie. De industrie moet schilders adviseren om het ze mogelijk te maken de doel-

Willem Karel is een bekend gezicht in de verf- en schildersbranche. Een man met uitgesproken ideeën, die ooit een groot onderhoudsbedrijf leidde en tegenwoordig aan het hoofd staat van de Nederlandse vestiging

4 Gian Ernes: “Laten we eerlijk zijn: als er iets fout gaat met een schilderwerk, dan ligt het doorgaans aan de verwerker. Dus is het aan het schildersbedrijf om verantwoordelijkheid te nemen”

13


verf & markt

van Caparol in Nijkerk. Zijn reactie op de plannen van Knap werk is knap helder: “Ik begrijp dat vastgoedonderhoudsbedrijven de regiefunctie zoeken. Ik vind het een logische ontwikkeling en ik ben er blij mee. Als je ergens de regie over wilt voeren, moet je over kennis beschikken, dus de ambitie van Knap werk zou moeten leiden tot kennisvermeerdering en professionalisering van de onderhoudsbedrijven. Dat is in het belang van de hele keten. We hoeven niet bang te zijn dat onze rol wordt gereduceerd tot leverancier van een potje verf, want we hebben elkaar in de keten hard nodig.” Op de vraag of dat het standpunt is van Caparol-directeur Willem Karel of van het lid Willem Karel van de werkgroep ketensamenwerking van de VVVF, antwoordt hij veelzeggend: “Het is een overtuigd standpunt van Willem Karel en een breed gedragen standpunt van de verfindustrie. Het is geen bedreiging voor de verfindustrie als de schildersbranche streeft naar een regiefunctie. Hoe meer ontwikkeling in kwalitatieve zin, hoe beter het is voor de keten. Alles wat wij er aan kunnen bijdragen, moeten we doen. Daarmee verzekeren we elkaars en ons eigen bestaansrecht.” De taak van de verfindustrie is ervoor te zorgen dat afwerkingsbedrijven optimaal geëquipeerd zijn voor hun taak, vindt hij. “Dat kan door prima producten te leveren, door de prestaties van die producten te verduidelijken en in de vorm van deskundig advies. De adviesfunctie zullen wij altijd houden en het maakt ons niet uit of we advies uitbrengen aan de opdrachtgever of aan de schilder. De regie- en adviesrol hoort misschien thuis bij de schilder, maar de praktijk is soms anders. Het is niet voor niets dat ik veertien man door het land heb rondrijden: als die geen toegevoegde waarde leveren zouden ze niet op de loonlijst staan.”

Inspanningsverplichting Nederland telt grofweg 13.000 schildersbedrijven. Vijftien jaar geleden was dat nog de helft. In dezelfde periode is het aantal ‘handjes’ licht gedaald tot zo’n 28.000. Er zijn dus minder schilders en meer bedrijven dan vijftien jaar geleden. De oplossing voor dat raadsel is snel gevonden: de sterke stijging van het aantal zzpers en flexkrachten tot wel 70 procent van de bedrijven in de branche. Van de schildersbedrijven kunnen er zo’n 200 gerekend worden tot de ‘top’: het zijn professioneel geleide ‘multi-approach’ onderhoudsbedrijven. Gezamenlijk tellen ze om en nabij de 10.000 medewerkers uit verschillende disciplines en ze hebben de afgelopen jaren een kwaliteitsslag gemaakt: ze zijn professioneler en vooral ‘breder’ geworden, ze bieden meer diensten aan op het gebied van woningbouw, -onderhoud en -reno-

14

vatie. ‘Ontzorgen’ van de opdrachtgever is hun ambitie. Karel: “Die bedrijven staan op het standpunt dat ze verantwoordelijk zijn voor meer dan 90 procent van het eindproduct en aanneemsom. Dus zeggen ze: als wij in hoge mate het eindresultaat bepalen, dan is het raar dat wij ons laten dicteren door de opdrachtgever die zich baseert op adviezen van de verffabrikant of de architect. Daardoor is het fenomeen prestatie-eisen-bestek ontstaan: het applicatiebedrijf doet een aanbieding, niet van een eenmalige inspanningsverplichting, maar van een periodieke resultaatverplichting, waarbij de regie en de verantwoordelijkheid bij het schildersbedrijf liggen. Deze ‘systeemgedachte’ is geëvolueerd tot resultaatgericht onderhoud, dat nog een stap verder gaat. Het etiket is veranderd, maar de kern is dezelfde gebleven. Deze hoog professionele bedrijven zijn normstellend voor de rest. Ze zijn voorlopers in de opwaartse trend in duurzaam en verantwoord ondernemen. Die ontwikkeling speelt zich af in de schildersbedrijfstak.”

Competentie Tegelijkertijd doen zich bij grote opdrachtgevers als de woningcorporaties veranderingen voor. Van semi-publieke organisaties, die zich primair richtten op sociale woningbouw, veranderden zij in private ondernemingen die hun aandacht in verhevigde mate richten op zaken als rentabiliteit, duurzaamheid, rentmeesterschap en kwaliteit. Karel: “Dat zou moeten leiden tot een toegenomen belangstelling voor resultaatgericht onderhoud met een periodieke resultaatverplichting aan de zijde van het onderhoudsbedrijf. Dat gebeurt ook, maar niet overal. Helaas zien we in de praktijk ook een omgekeerde beweging en wordt, vaak als gevolg van interne strubbelingen, teruggegrepen op een inspanningsverplichting, waarbij de prijs van de aangeboden dienst weer doorslaggevend is.” Cynisch: “Het argument is vaak dat men concurrentie onder de onderhoudsbedrijven wil stimuleren, maar in veel gevallen heeft het meer te maken met gebrek aan competentie aan de zijde van de opdrachtgever dan met concurrentieverhoging.” Karel gaat niet zo ver dat hij die keuze in alle gevallen afwijst.

Mild: “De schilder gebruiken als urenfabriek is niet bepaald de beste manier om innovatie tot stand te brengen. Je daagt hem niet uit om zijn meerwaarde te bewijzen. Maar ik vind het te kort door de bocht om te zeggen dat het nooit deugt. Als je het goed inricht, kan het ook functioneren.”

Oberliga Karel wil nog iets kwijt. “De aanname van sommige mensen dat verffabrikanten een te dikke vinger in de pap hebben bij regie en ontwerp, heeft alles te maken met de vraag vanuit de markt. In principe zou de rol van de verffabrikant beperkt kunnen blijven tot de productie van kwalitatief hoogwaardige, duurzame producten en maatwerk in adviezen aan de applicateur. Dat gezegd hebbende moet ik vaststellen dat een bedrijf als Caparol veertien mensen in de buitendienst heeft, die elke dag door het hele land heen adviezen verstrekken aan opdrachtgevers. Kennelijk kan niet iedere opdrachtgever functionele eisen en een beoogd eindresultaat definiëren. Er wordt ons om advies gevraagd en dat geven wij. Zo simpel is het. Principieel sta ik er achter dat de oberliga van de onderhoudsbedrijven de regie in handen nemen, maar de praktijk vraagt soms iets anders, vaak ruim voordat er een selectie is gemaakt in aanbestedingsvorm en uitvoerende partij. Naast corporaties die ons advies vragen zijn er ook verenigingen van eigenaren en institutionele beleggers, die beheersmaatschappijen inschakelen. Er zijn honderden producten, honderden ondergronden en honderden expositie-en verwerkingsomstandigheden. Je kunt niet verwachten dat leken zonder vakkennis de juiste keuze maken. Die vragen dus advies bij een gespecialiseerd bureau of bij de fabrikant. Het is niet anders. Als er geen behoefte zou zijn aan regie of de specifieke expertise van de verffabrikanten, zouden ze deze dienst niet aanbieden.”

Mooie vriendschap De verfindustrie adviseert graag, erkent Karel. “Niets is zo erg als in een te laat stadium geconfronteerd worden met schade en problemen. Advies vooraf kan dat voorkomen. Maar dat wil niet zeggen dat ik ten koste van alles wil vasthouden aan onze regiefunctie. Het is een kwestie


duurzaam onderhoud

Gespot van afstemming. Als het gebeurt in dialoog met de schilder: prima. Als een andere partij ons advies vraagt: ook goed, zolang competentie maar juist ingezet wordt ten behoeve van het gezamenlijke resultaat. En natuurlijk zit en er een commercieel kantje aan. Als we iemand adviseren en dat leidt tot een vruchtbare relatie waardoor we omzet realiseren, dan is dat een indirect effect en natuurlijk een beoogd resultaat. Laten we daar vooral niet geheimzinnig over doen.” Maar het lange-termijndoel is het gezamenlijk optrekken van partijen in de keten, benadrukt hij. “Synergie zoeken, kwaliteit verbeteren en de continuïteit dienen. Daar gaat het om. De klant kiest altijd een combinatie van product en dienst en hij beoordeelt het eindresultaat. Dat besef moet bij alle partijen in de keten in het DNA zitten. Ik zou daarom graag zien dat we in alle gevallen helderheid verschaffen over de vraag wie verantwoordelijk is voor wat en welke eisen we aan elkaar mogen stellen. Niets is zo schadelijk als wanneer de kitfabrikant, de verffabrikant, de timmerfabriek en de schilder naar elkaar gaan wijzen als zich ergens een probleem voordoet. Als je van mening bent dat een verf traag droogt of niet hecht op kit, nagel je collega in de keten niet publiekelijk aan de schandpaal, maar ga met hem in gesprek. Luister en analyseer de problemen waarmee je ketenpartner heeft af te rekenen. De optelsom van wederzijdse competentie leidt tot de best haalbare oplossing. Tegenstellingen creëren en benadrukken en vasthouden aan je beperkte eigen visie leidt alleen maar tot teleurstellingen. Realiseer je dat de klant het niet begrijpt als je elkaar de tent uitvecht. Het maakt een slechte indruk en zijn probleem wordt niet opgelost. Dus loop je het risico dat hij bij een volgende gelegenheid zegt: doe mij maar een kunststof kozijn. Dan hebben we allemaal verloren.” In dat licht: wat vindt u van de plannen van de timmerindustrie om verf te willen certificeren voor gebruik op kozijnen? “De behoefte aan certificering komt niet zelden voort uit teleurstelling. Het kan in een aantal gevallen logisch zijn. Ik snap dat een fabrikant een certificaat over de oorsprong van een product wil afgeven of dat je een bedrijf certificeert op procesniveau. Maar ik aarzel als je ketenpartijen die een relatief beperkte invloed hebben op een eindproduct gaat verplichten productcertificatie toe te passen. Ik zeg dat niet omdat we niet aan eisen zouden kunnen voldoen, want de in Nederland actieve verfindustrie levert topproducten. Mijn bezwaar is: we maken honderden verschillende producten, waarvan dan een groot deel gecertificeerd moet worden. Dan is een geweldige hoeveelheid werk, met bijkomende kosten,

verf&inkt 21 - 2012

waarvan de producten niet beter worden. Tussentijdse verbetering wordt niet gestimuleerd en het minimum eisenprofiel wordt de norm. Meerwaarde wordt dan niet meer betaald. Het lijkt me een veel vruchtbaarder oplossing als we in de keten overleg voeren, synergie zoeken door bundeling van competentie en een gezamenlijke resultaatverplichting afspreken.” Is het vertrouwen tussen ketenpartners voldoende om zulke afspraken te maken? “Ik zit in de werkgroep ketensamenwerking van de VVVF. Ik verwacht dat met vertrouwen, en respect een maximale samenwerking en aansluiting op elkaars processen tot stand komt. Dat is het uiteindelijke doel en ik zie dat we die kant op gaan. Ik heb er, kortom, alle vertrouwen in. We hebben met volwassen en geëvolueerde ketenpartners te doen.” •

Dieper in de keten Als het aan Willem Karel ligt wordt de ontwerpfase (architecten) toegevoegd aan de keten die nu begint bij de timmerfabriek en eindigt bij de schilder. “De architect zou de verantwoordelijkheid moeten nemen voor kosten en comfort gedurende de eerste twintig jaar exploitatie van een gebouw dat hij ontwerpt. We doen nu vaak alles verkeerd: we zijn een regenrijk land, maar we ontwerpen gevels zonder dakoverstek, met naar buiten draaiende ramen, we plaatsen de glaslat aan de buitenzijde en schilderen de kozijnen antraciet grijs. Omdat de ontwerper het zo bedenkt vanuit zijn visie op design. Dan weet je dus dat je veel onderhoudskosten kunt verwachten en een gebruiker vroegtijdig ontevreden raakt. Als we praten over duurzaamheid zouden we daarom dieper de keten in moeten gaan. Bij elke lijn op de tekentafel zou de architect moeten nadenken of zijn ontwerp duurzaam is en voldoet aan de functionele eisen van de klant. Zo diep moet je de keten ingaan om op termijn dingen te veranderen. Ook vanuit ecologisch perspectief hebben we de (resultaat-)verplichting om onderhoudsarm te ontwerpen. Al was het maar vanuit onze persoonlijke verantwoording in rentmeesterschap. Met een goed ontwerp is meer winst te behalen dan met een paar procent minder oplosmiddel of een marginaal hogere kwaliteit al dan niet gecertificeerde verf.”

Verrassen “Waar moet ik me tegenwoordig nog door laten verrassen?” (Koningin Beatrix op vragen van de pers of ze was verrast door Kamervragen van de PVV naar aanleiding van het dragen van een hoofddoek tijdens het bezoek van de vorstin aan de Grote Moskee in Abu Dhabi) Dik genoeg “It bûteniis is tusken de nul en fiif centimeter dik. Dat is lang net dik genôch” (Jan Oostenbrug, voorzitter van de Friesche IJsbond in het Friesch dagblad van 2 februari) Mogelijke spelbreker… “Voor het eerst is er vandaag op twee plekken in de route van de Elfstedentocht ijsdikte gemeten die voldoet aan de minimumvereisten voor de tocht. Het gaat om de rayons Bartlehiem en Birdaad, zo meldt de NOS. De gemeten diktes schommelen tussen 11 en 15 centimeter in Bartlehiem en 14 à 15 centimeter in Birdaard. Maar, zo bericht de omroep, ook in deze twee rayons is er erg dun ijs gemeten dat de 10 centimeter nog niet haalt. In andere gebieden liggen de diktes tussen de 8 en 13 centimeter. Mogelijke spelbreker is het weer. (Algemeen Dagblad van 8 februari) Mailen “Ik neem mijn iPad zelfs mee naar de kerk. Er staat een bijbel op. Nadeel is dat andere kerkgangers soms denken dat ik zit te mailen” (CDA-Kamerlid Ad Koppejan in Elsevier van 11 februari)

15


verf & veiligheid

Industrie en overheid ‘tevreden met kanttekeningen’

Nieuwe biocidenverordening creëert gelijk speelveld in EU In september 2013 wordt de bestaande biocidenrichtlijn vervangen door een verordening. Het Europees Parlement bereikte daarover eind januari overeenstemming. Belangrijkste winst voor de industrie: een gelijk speelveld in de 27 EU-lidstaten. Nadelen zijn er ook: de hoogte van de kosten voor toelating tot de hele EU is ongewis en er verdwijnen misschien stoffen die onder de richtlijn waren toegestaan. Te k s t : J o s d e G r u i t e r F o t o’s : Pe t v a n d e L u i j t g a a r d e n “We kunnen een paar kanttekeningen plaatsen, maar in algemene zin zal de Nederlandse industrie tevreden zijn. De belangrijkste winst is dat er in Europa een gelijk speelveld voor alle aanbieders ontstaat.” Aldus Frank Hes in reactie op het nieuws dat het Europees Parlement op 20 januari een akkoord bereikte over een nieuwe biocidenverordening. De verordening vervangt vanaf 1 september 2013 de bestaande richtlijn. Hes is coördinator van het Platform Biociden, de spreekbuis van de biocidenverwerkende industrie in het overleg met de overheid. Tevredenheid ook aan de andere zijde van de tafel, bij de Nederlandse overheid. “Harmonisatie van regelgeving is uitstekend en de procedures worden duidelijker”, reageert bijvoorbeeld beleidscoördinator Maartje Nelemans van het ministerie van Infrastructuur en Milieu. “Nederland was koploper als het gaat om uitvoering van de biocidenrichtlijn. Dat was nadelig omdat wij zorgvuldiger en duurder waren dan andere landen. Dat nadeel verdwijnt. Verder ben ik als vertegenwoordiger van de overheid blij met een aantal aanscherpingen in de verordening.”

Verboden De wet- en regelgeving rond biociden is van groot belang voor de verf- en drukinktindustrie. De sector gebruikt biociden als conserveringsmiddel en als toevoeging om producten bijzondere eigenschappen te geven, zoals bestrijding van schimmel, algen en houtrot. Biociden zijn in beginsel verboden. Ze mogen alleen op de markt gebracht

16

en gebruikt worden als de ‘bevoegde autoriteit’ daarvoor expliciet toestemming geeft. De voorwaarden waaronder biocide stoffen mogen worden gebruikt, zijn in alle gevallen nauwkeurig omschreven. Het beleid en de regelgeving rond biociden is gebaseerd op de Europese Biocidenrichtlijn. Deze trad in 1998 in werking. Nederland is een van de landen die de richtlijn onverkort omzette in nationale wet- en regelgeving. De richtlijn bood echter de mogelijkheid om bij wijze van overgangsmaatregel bestaande nationale wetgeving te

handhaven, ook als een lidstaat nauwelijks een biocidenregime kende. Omdat sommige EU-lidstaten daadwerkelijk van die mogelijkheid gebruikmaakten, is er in Europa al geruime tijd geen sprake van een gelijk speelveld. Dat gaat veranderen als de nieuwe verordening rechtskracht krijgt in alle lidstaten.

Overgangsartikel Voordat biociden op de markt mogen worden gebracht, moeten er twee dingen gebeuren: de werkzame stof moet Europees worden goedgekeurd en het product waarin de stof wordt toegepast, een biocide, moet een nationale toelating hebben. Op dit moment moeten er op grond van de richtlijn uit 1998 nog zo’n driehonderd stoffen worden beoordeeld. Het werkprogramma daarvan loopt nog zeker tien jaar door, zodat er een probleem ontstaat bij de inwerkingtreding van de verordening: al aangeboden maar nog niet toegelaten stoffen zouden worden beoordeeld op basis van de oude criteria. Zowel het Europees Parlement als de lidstaten vonden dat onwenselijk, want in de verordening zijn de eisen ten aanzien van milieu en gezondheid aangescherpt. Nelemans: “Sommige biociden mogen niet gebruikt worden vanwege milieu- of gezondheidsredenen tenzij ze een nijpend maatschappelijk probleem helpen oplossen. Bijvoorbeeld als er sprake is van een grote rattenplaag. Volgens de verordening blijft die mogelijkheid bestaan, maar de eisen zijn aangescherpt.”

Geschiedenis wetgeving Biociden zijn bestrijdingsmiddelen die buiten de landbouw worden gebruikt om ongedierte, rot en bederf te bestrijden. Voorbeelden van toepassing zijn desinfecterende zeep en rattengif en alles daar tussenin. De verfindustrie gebruikt de stoffen als conserveringsmiddel, maar ook in bijvoorbeeld aangroeiwerende verven voor schepen en antibacteriële verven voor onder meer ziekenhuizen. Biociden hebben dus positieve eigenschappen, maar omdat hun werking eruit bestaat dat ze levende organismen doden, vormen ze een potentieel gevaar voor mens, dier en milieu. Om resistentie bij te bestrijden organismen te voorkomen moeten biociden met mate en op de juiste, voorgeschreven manier worden gebruikt. Het beleid ten aanzien van biociden kent een lange voorgeschiedenis. Biociden vielen al decennialang onder de Bestrijdingsmiddelenwet en vallen thans onder de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden, die in oktober 2007 in werking is getreden. Deze wet is een uitwerking van de Europese biocidenrichtlijn uit 1998. Toen heeft Brussel de lidstaten tot begin 2000 de tijd gegeven om hun nationale wetgeving aan de Europese richtlijn aan te passen, met een overgangstermijn tot 2010 voor het beoordelen van de werkzame stoffen in Europees verband. Inmiddels is die overgangstermijn verlengd tot 2014, omdat het beoordelen van al die stoffen veel moeizamer op gang is gekomen dan werd verwacht. In september 2013 wordt de nieuwe biocidenverordening van kracht.


verf & veiligheid

Hes: “Ik sluit niet uit dat er stoffen verdwijnen die nu worden gebruikt.”

Nelemans: “Blij dat de mogelijkheid overeind is gebleven om een product te weigeren als er grote nationale belangen in het geding zijn, zoals de kwaliteit van het drinkwater.”

Dat zou tot de vreemde situatie leiden dat onder de oude richtlijn aangeboden stoffen worden goedgekeurd op basis van de richtlijncriteria terwijl dezelfde stoffen op basis van de nieuwe verordening niet goedgekeurd zouden worden. In de verordening is daarom een overgangsartikel opgenomen dat bepaalt dat lopende dossiers worden beoordeeld op basis van de nieuwe criteria, maar dat indieners hun aanvraag mogen aanpassen en nieuwe gegevens mogen aanleveren. De industrie heeft daartegen bezwaar gemaakt. Hes: “Dat is het veranderen van de spelregels tijdens de wedstrijd. Sommige aanvragen zouden met deze kennis domweg niet zijn ingediend.” Nelemans: “Er was geen andere oplossing. Wat heeft het voor zin om een stof op basis van de richtlijn toe te laten en dan geen toelating te krijgen voor het product waarin de stof is toegepast?” Immers : de toelating van het product gebeurt volgens de criteria van de verordening. ”

Hes: “De richtlijn gaat uit van een risicobenadering, de verordening kijkt naar het gevaar van een biocide stof, naar de inherente eigenschappen, ongeacht de blootstelling daaraan. In andere woorden: een stof kan in potentie schadelijk zijn, maar als er een kleine kans is dat hij in het milieu terechtkomt, dan is het risico voor het milieu klein. Dat uitgangspunt is, op aandringen van het Europees Parlement, verlaten. Er wordt straks alleen beoordeeld of een stof schadelijk is.” De Nederlandse overheid is tevreden over die beleidswijziging. Nelemans: “Elke stof kan in de afvalfase in het milieu terechtkomen. Er kan ook altijd wat misgaan. Er is nooit een optimale garantie dat het niet gebeurt.” Voor de verfindustrie kan die beleidswijziging gevolgen hebben, vreest Hes. “Vooral watergedragen verven vragen om meer conserveringsmiddelen (om schimmelvorming in de bus tegen te gaan). Ik sluit niet uit dat er stoffen verdwijnen die nu in de verfindustrie worden gebruikt.” De verordening leidt tot een aantal andere veranderingen. Zo kent ze een nieuwe procedure voor de toelating van minder schadelijke biociden. Deze is een stuk eenvoudiger dan de ‘normale’ toelatingsprocedure, en bedoeld om het gebruik van biociden met minder schadelijke stoffen te bevorderen. Nieuw is verder dat alle producten die biociden bevatten nu ook onder de regels van de verordening vallen (de zogeheten treated articles). De werkzame stoffen die in de producten gestopt worden, moeten in Europa toegestaan zijn voor dat gebruik in de betreffende productgroep. Als de producent de werking ervan claimt, moeten de werkzame stoffen worden vermeld op het etiket van het product. Als een producent biociden in zijn product stopt maar geen werking ervan claimt, moet het etiket voldoen aan de gewone etiketteringverplichtingen. De toezichthoudende instanties zullen monitoren of de regelgeving op dat terrein niet wordt overtreden.

Kosten Het grote voordeel van de verordening is stroomlijning van de wetgeving en de procedures in de 27 EU-lidstaten. Daarover zijn Hes en Nelemans het eens. Waar volgens de bestaande richtlijn per lidstaat een toelating, al dan niet met wederzijdse erkenning, moet worden aangevraagd, kan volgens de verordening op termijn in één keer toelating voor alle lidstaten worden verkregen. De beoordeling geschiedt door de European Chemical Agency (ECHA). Hes: “Gezien de kosten die daarmee gemoeid zullen zijn, is die optie vooral voor grotere bedrijven interessant. De ECHA moet kostendekkend werken, dus de kosten kunnen behoorlijk oplopen. Over de hoogte en de structuur daarvan hebben we nog geen duidelijkheid. Maar ik kan me voorstellen dat een MKB-bedrijf zijn product niet in alle 27 EU-lidstaten op de markt zal willen brengen.” Nelemans: “Voor zulke bedrijven is nationale toelating of wederzijdse erkenning aanvragen misschien een goedkoper alternatief.” Hes: “Onder de richtlijn kunnen bedrijven nu nog in diverse lidstaten zonder toelating op de markt zijn. Die mogelijkheid verdwijnt in elk geval.” Hoewel de industrie in grote lijnen instemt met de inhoud van de verordening, zijn er ook minpunten. Een in het oog lopende verslechtering is de gewijzigde benadering van de begrippen gevaar en risico.

verf&inkt 21 - 2012

Geen free riders Hes noemt het voorts positief dat de verordening free ridergedrag gaat bestrijden. “Zodra de verordening van kracht is mogen alleen werkzame stoffen worden gebruikt waarvan een dossier bestaat en die zijn toegestaan. Iedere aanbieder moet zich laten registreren en er mogen geen stoffen worden gebruikt, die worden betrokken van niet geregistreerde leveranciers.”

Het is hem daarnaast opgevallen dat de tekst van de verordening vaak expliciet aandacht besteedt aan nanoproducten of -technologie. “Er spreekt een zekere angst uit”, vindt hij. Nelemans: “Dat was de wens van het parlement. Nederland heeft er ook om gevraagd vanwege de onzekerheid rond nano. Er is veel meer onderzoek nodig.” Hes: “Voor de verfindustrie is dat belangrijk. Als zilver zou worden toegelaten, dan staat in de verordening uitdrukkelijk dat dit niet geldt voor nanozilver.. De verordening geeft ook een precieze definitie van nano. Hoewel de verordening in 2013 van kracht wordt, kan pas in 2017 een Europese toelating worden aangevraagd voor conserveringsmiddelen. Voor anti-fouling coatings wordt in 2017 bezien of aanvragen vanaf 2020 mogelijk wordt.

Kanttekeningen Blijft de conclusie dat zowel overheid als industrie tevreden zijn over de nieuwe verordening, zij het met kanttekeningen. Hes: “Ik heb er twee. De gevaarbenadering in plaats van de risicobenadering kan leiden tot het verdwijnen van stoffen en de kosten van centrale toelating zijn nog een onzekere factor.” Nelemans: “De overheid wilde duidelijker procedures, wilde dat er uitzonderingen mogelijk bleven voor lidstaten en was aarzelend over de centrale toelating. Dat is een extra procedure en het is de vraag of het een betere is dan wederzijdse erkenning. Het goede nieuws, naast duidelijker procedures, is de Europese harmonisatie. Nederland was in Europa voorloper op het gebied van de uitvoering van de biocidenrichtlijn. Dat was tevens een nadeel voor het bedrijfsleven, want we waren hier zorgvuldiger en duurder dan andere landen. Dat nadeel is straks verdwenen en dat is winst voor de industrie. Ik ben vooral blij dat de mogelijkheid overeind is gebleven om een product te weigeren als er grote nationale belangen in het geding zijn, zoals de kwaliteit van het drinkwater.” •

Platform Biociden Bij het Platform Biociden zijn ruim tien brancheorganisaties (leveranciers en gebruikers) aangesloten, waaronder de VNCI (chemische industrie), de VVVF, het Verbond van Handelaren in Chemische Producten (VHCP), de Nederlandse Vereniging van Zeepfabrikanten (NVZ) en de Koninklijke Vereniging van Nederlandse Papier- en kartonfabrieken (VNP). Verder maken er deel van uit Aqua Nederland (koelwaterbiociden), de HISWA, LTO, NVPB (plaagdierbestrijding), Scheepsbouw Nederland, VHN, VLK (lijm en kleefstoffen) en de VNPI (petroleumindustrie). Daarnaast enkele individuele ondernemingen. Via het platform kunnen zij zoveel mogelijk met één mond spreken. Ook functioneert het platform als aanspreekpunt voor de overheid. Coördinator van het platform is Frank Hes.

17


De mens achter

Wedstrijdzeiler Geert Geelkerken (International Paint):

‘Heb je wind tegen, dan moet je overstag’ Geert Geelkerken (1948) weet veel van jachtlakken, staalcoatings, van smeermiddelen, ja zelfs van kaarsen, maar minder van carrièremaken. Laat staan bewust. Bij zijn pas derde werkgever International Paint - is hij weliswaar opgeklommen tot de spreekwoordelijke generaal, toch ziet hij zichzelf eerder als een ‘sergeant-majoor achter de troepen.’ En geeft mensen liever als coach een duwtje in de rug. Om aldus samen effectiever jachtlakken en staalcoatings aan de man te kunnen brengen. Zijn motto: laveren waar nodig, maar altijd een oogje in het zeil blijven houden. Te k s t : A n t o n S t i g Foto: Pet van der Luijtgaarden

Zeiljargon is de in Reeuwijk woonachtige directeur niet vreemd. De echtgenoot van Hanny en vader van zoon Ard en dochter Erika is gek van zeilen, net als vrouw en kinderen. Begin volgend jaar gaat hij met pensioen. Dan is er meer tijd de actieve watersport en daaraan verwante bezigheden, zoals besturen, organiseren en jureren van zeilwedstrijden Geelkerken stapte voor het eerst in een bootje toen hij vijftien was. Werd later (bestuurs)lid van de in zijn woonplaats Reeuwijk gevestigde ‘Roei- en Zeilvereniging Gouda.’ En is sindsdien niet meer van boord gegaan. Bovendien doet hij aan wedstrijdzeilen. En nog fanatiek ook. Staat er ergens in den lande een kampioenschap op het spel , dan gaat de zestienkwadraat BMzeilboot op de trailer achter de auto en rijdt de familie er gemotiveerd naartoe. Gaat het echt ergens om, dan gaat geheid zoon Ard als bemanningslid mee. Niet de eerste de beste; vorig jaar werd hij zelfs nog derde bij het wereldkampioenschap in de Flying Dutchman-klasse. Bij de gewone zeilwedstrijden gaat Geerts vrouw Hanny mee. In welke samenstelling ook, de familie valt regelmatig in de prijzen. “Voor de goede orde”, heft kapitein

18

Geert de vinger, “mijn vrouw is net zo fanatiek, maar laat de kampioenschappen liever aan Ard en mij over. Dat hebben we al een jaar of zeventien geleden zo met elkaar afgesproken. Dat neemt niet weg dat we een van de weinige echtparen zijn die nog op relatief hoge leeftijd aan wedstrijdzeilen doen. En vergis je niet: meestal nog in de voorste gelederen ook!”

Ondernemen als zeilen Geert ziet ook zijn werk als een vorm van zeilen. “Heb je wind tegen dan moet je overstag. Doorlopend keuzes maken, de koers verleggen om toch doelen te kunnen bereiken.” International Paint, onderdeel van AkzoNobel, is een gespecialiseerde verkooporganisatie. Levert verfsystemen en oplossingen, die boten, maar ook staalconstructies zoals sluizen en bruggen moeten beschermen. “Eén van de goeie eigenschappen van staal is dat het roest’’, stelt chemisch analyticus Geelkerken met voldoening vast. “Wij verkopen in wezen geen verf, maar bescherming.” Met coatings, die straks misschien zelfs 50 jaar tegen een stootje zullen kunnen, verwacht hij. Kwestie van tijd. Net als het weer aantrekken van de

markt. Waar de markt van jachtlakken momenteel stokt, gaat het bij de industriële coatings ‘gestaag door.’ Althans, zo lang er niet bezuinigd wordt op het onderhoud aan infrastructurele werken. En op investeringen, zoals in de energiemarkt en in de petrochemische industrie. ‘’Rijkswaterstaat heeft daar buiten alleen al minstens een miljoen of vijf aan vierkante meters aan staal liggen. Die hoeven weliswaar niet elk jaar geschilderd te worden, maar het moet wel altijd een keer gebeuren.”

Geboren in Den Haag Geelkerken zwaait de scepter over een kleine zestig man personeel. Nicolaas Gerardus, zoals zijn doopnamen luiden, werd in 1948 in Den Haag geboren als zoon van een in het Haagse ziekenhuis Zuidwal praktiserend chirurg. Geert groeide op in een gezin met zes kinderen. Toen hij vier was, verhuisde het gezin - met vier zussen en een broer - naar Gouda: vader had gekozen voor een baan bij het toenmalige Iterson-ziekenhuis, inmiddels het Groene Hart Ziekenhuis. Geert begon als krullenjongen op het laboratorium van een lokale kaarsenfabriek, maar daar zag daar niet het


De mens achter

Geert Geelkerken: “Wij verkopen geen verf, maar bescherming”

licht. Een paar bedrijfsopleidingen verder nam hij het onderzoekwerk serieuzer en volgde de HTS-opleiding analytische chemie aan het Van Hoff-instituut in Rotterdam. Bij zijn tweede werkgever kon de ‘ing’ doen wat hem zo na aan het hart lag: als analytisch techneut onder de mensen zijn, praten, technische know how uitwisselen, ze met raad en daad adviseren, kortom ervoor zorgen dat het zijn clientèle voor de wind zou gaan. Het betrof een baan als service-engineer bij Cincinnati Milacron. Dat bedrijf maakt onder meer gereedschapsmachines voor het boren, fresen en het verspanen van metalen en hield er ook een divisie smeermiddelen op na. Bij machines die smeermiddelen behoefden, kon men Geert als technisch vraagbaak laten opdraven. Al snel werd hij als commerciële man verantwoordelijk voor meerdere landen, zoals Zwitserland, de Benelux en - weer later - een aantal Oost-Europese landen.

Bootjesfreak Halverwege de jaren tachtig vond hij min of meer de baan van zijn leven. Als ‘bootjesfreak’ kon hij zijn ge-

verf&inkt 21 - 2012

luk niet op toen hij bij International Paint de boer op mocht met jachtlakken. “Schitterende baan! Ik reisde naar de mooiste plekjes op de wereld, er zijn maar weinig luxe jachten, die ik niet een keer van binnen heb gezien of waar ik niet op heb mogen meevaren. En je begrijpt, ik kon met eigen ogen zien waar mooi zeilwater was te vinden!” Na twaalf jaar commercie in de jachtlakken volgde de interne overstap naar de divisie industriële coatings, waarvan Geert aanvankelijk ‘niet meteen enthousiast’ kon worden. Totdat hij daar ook de integratie mocht begeleiden na de bedrijfsovername door AkzoNobel.

Geen carrièreplanner Tien jaar geleden werd hij directeur in Rhoon, maar hij heeft nooit aan carrièreplanning gedaan, stelt hij vast. “Blijkbaar heb ik bij alle drie de werkgevers wel steeds uitgestraald dat ik niet te beroerd ben om te werken. Verder denk ik dat ik in staat en bereid ben nieuwe dingen aan te pakken, naar oplossingen te zoeken en probeer met zinnige antwoorden te komen. Dan gaat het allemaal redelijk vanzelf”, blikt hij terug. Rela-

tiverend: “Je kunt het ook anders zien. Je hebt zo’n beetje de meeste grijze haren en dan word je kennelijk geacht wat te weten!” Geelkerken, bestuurlijk actief in meerdere VVVFissuegroepen, is blij dat Nederland op het gebied van de anti-foulings Europese wetgeving krijgt opgedrongen nadat ‘Den Haag’ niet in staat is gebleken dat te regelen. “Als we samen een pad hadden kunnen uitstippelen waar ook de industrie mee had kunnen leven, hadden we elk doel kunnen bereiken. Als dat pad maar reëel is.” Recent heeft hij zich in VVVF-verband sterk gemaakt voor een duurzaam inkoopbeleid bij de overheid. “Jammer van alle moeite en kosten die we daar in hebben gestoken”, zegt hij met de nodige frustratie terugblikkend nu concrete vervolgstappen zijn uitgebleven. “We weten met z’n allen dat we de aarde langzaamaan uitputten, dat we daar een keer mee moeten stoppen en ook dat dat nog een langdurig proces kan zijn. Maar, zeg ik dan, je moet ook als overheid hoe dan ook ergens beginnen. We komen er nooit met achterover leunen.”

19


verf & pensioen

Voorzitter Joanne de Graaff van bedrijfstakpensioenfonds over de extra herstelmaatregelen:

‘De pijn is eerlijk verdeeld’ Voor het tweede opeenvolgende jaar heeft het Bedrijfstakpensioenfonds Verf- en Drukinktindustrie extra herstelmaatregelen genomen. Pijnlijk maar noodzakelijk, vindt voorzitter Joanne de Graaff. “Ze maken terugkeer naar de middenmoot mogelijk.” Er wordt ook een fusietraject ingezet met PGB, het pensioenfonds voor de grafische bedrijven. Te k s t : H a n s K l i p Foto: Pet van de Luijtgaarden

Het Bedrijfstakpensioenfonds Verf- en Drukinktindustrie verkeert nog steeds in zwaar weer. De eurocrisis die het voorzichtige economische herstel in Nederland de kop indrukte, heeft de financiële situatie van het fonds geen goed gedaan. De dekkingsgraad (indicator voor de dekking van de huidige en toekomstige verplichtingen) was eind januari 91,6 procent. Dat is ver onder de minimumnorm van 105 procent die De Nederlandsche Bank (DNB) hanteert. Het fondsbestuur kwam onlangs - net als vorig jaar - met extra herstelmaatregelen. De premie is dit jaar verhoogd van 29 naar 30 procent van de pensioengrondslag. Werkgevers betalen de stijging in 2012. De pensioenopbouw is verlaagd van 2,21 naar 2,04 procent. Ook worden de aanspraken van werknemers en de uitkeringen van gepensioneerden in 2013 mogelijk verlaagd. De maatregelen zijn pijnlijk maar noodzakelijk om de dekkingsgraad te verhogen, vertelt Joanne de Graaff. Zij is onafhankelijk voorzitter van het fonds. “Wij vinden het natuurlijk erg vervelend dat we deze maatregelen moeten nemen. Maar ze zijn nodig voor een gezonde toekomst van het fonds. We waarborgen zo de belangen van werkgevers, werknemers, pensioengerechtigden en slapers (ex-deelnemers van wie de pensioenaanspraken blijven staan - red.).”

20

Waarom zijn de extra maatregelen nodig? “In 2008 is de dekkingsgraad buitensporig gedaald: van 132 naar 82,5. Wij hebben toen in opdracht van DNB een herstelplan voor vijftien jaar opgesteld. We evalueren jaarlijks of de maatregelen in dit plan voldoende zijn. Helaas bleken nu aanvullende maatregelen nodig. Dat komt vooral door de erg lage rente en het feit dat Nederlanders gemiddeld langer leven. Door de extra maatregelen stijgt de dekkingsgraad naar 104,5 procent aan het eind van 2013. Het fonds voldoet hiermee aan de eisen van DNB.”

van de laatste drie maanden. Dat biedt enig soelaas. De dekkingsgraad wordt wat hoger. Hoe lang dit mogelijk is, moeten we afwachten.”

Hoe is de situatie vergeleken met andere pensioenfondsen? “Het fonds bevindt zich aan de onderkant. Wij streven ernaar om terug te keren in de middenmoot. Dat is lastig maar haalbaar. Daarom nemen we met pijn in het hart de extra maatregelen.”

Wat is de meest ingrijpende maatregel? “De verlaging van de pensioenopbouw van 2,21 naar 2,04 procent. Het is nu een tijdelijke maatregel van een jaar. De gevolgen vallen dan mee. Het zit er echter in dat de verlaging structureel wordt. Dan telt het aanzienlijk door. Ik wil een kanttekening maken. De regeling van 2,21 procent is erg riant. Ook 2,04 procent is nog een goede regeling.”

Hoe zit het met de rente? Daarover is in pensioenland veel te doen (zie Verf&Inkt 13). “DNB schrijft de te gebruiken rente voor. Ze is onder druk van de kredietcrisis erg laag. De dekkingsgraad wordt hierdoor negatief beïnvloed. In december en januari mochten wij uitgaan van de gemiddelde dagrente

U noemt ook het feit dat wij steeds langer leven. Dat is toch niks nieuws? “Nee, maar de overheid heeft de consequenties voor pensioenfondsen lang voor zich uitgeschoven. De gemiddelde leeftijd waarop Nederlanders overlijden, is nu bijgesteld. We leven gemiddeld wel drie à vier jaar langer. De financiële verplichtingen worden dus hoger.”

Waarom komt de premieverhoging volledig voor rekening van de werkgevers? “Dat is besloten aan de cao-tafel. Anders zouden werknemers dubbel worden aangeslagen. De pijn is nu eerlijk


verf & pensioen

meer. Voor ons gaf de doorslag dat PGB een betere toekomstverwachting heeft met weer de mogelijkheid van indexatie. Vóór 1 juli moeten we alle officiële stappen zetten om in 2013 samen te kunnen gaan. Daarna moeten we allerlei praktische zaken regelen. In het vierde kwartaal van dit jaar zal blijken of de voorgenomen fusie kan doorgaan.” Waarom kiest het bestuur eigenlijk voor een fusie? ‘Hiermee vergroten we de basis. Omdat het Bedrijfstakpensioenfonds Verf- en Drukinktindustrie klein is, zijn de kosten per deelnemer bijzonder hoog. Volgens De Nederlandsche Bank heeft een fonds geen bestaansrecht als het belegd vermogen minder dan een miljard euro is. Ons fonds zit met 160 miljoen euro ver onder deze grens. Het PGB heeft een belegd vermogen van meer dan elf miljard euro.”

verdeeld. De premie van 30 procent is wel echt de top. Uiteindelijk komt het uit de loonruimte, dus ten laste van de huidige actieven.” Wanneer gaat de verlaging van aanspraken en uitkeringen per 1 april 2013 niet door? “Wij delen de zorgen van deelnemers en ouderenbonden. We proberen daarom de voorgenomen verlaging niet door te laten gaan. De situatie moet zich dan wel in 2012 verbeteren. Het ziet er helaas niet zo goed uit. Naar verwachting zal de rente niet vlug stijgen. En we worden alleen maar ouder. De beurzen zijn erg wispelturig, maar dat is niet de grootste angst. Een fusie kan wel mogelijkheden bieden.” Die fusie hangt al enige tijd in de lucht en zou op 1 januari 2013 een feit zijn. Is de kogel door de kerk? “Wij hebben net besloten om een fusietraject in te zetten met PGB, het pensioenfonds voor de grafische bedrijven. We hebben met veel verschillende fondsen gesproken. Uiteindelijk ging de keuze tussen twee fondsen: een groot en een klein. Beide hebben voor- en nadelen. Zo kunnen wij bij het grote fonds PGB de eigen regeling grotendeels handhaven, maar we hebben geen bestuurlijke verantwoordelijkheid

verf&inkt 21 - 2012

De professionaliteit van het bestuur is een ander aandachtspunt. Hoe zit het daarmee? “Er ligt bij de Tweede Kamer een wetsvoorstel waarin hoge eisen aan bestuurders worden gesteld. Terecht! Wat minstens zo belangrijk is: iemand moet er tijd voor vrijmaken. Wij hebben binnen ons bestuur stappen gezet bij het vergroten van de professionaliteit. Ik ben aangesteld als betaald voorzitter. Dat is vrij uniek. De drie vertegenwoordigers van de bonden zijn tegenwoordig fulltime pensioenbestuurders. Zij zitten bij meerdere fondsen in het bestuur. Voor werkgeversvertegenwoordigers is het lastiger. Zij moeten het bestuurslidmaatschap combineren met hun dagelijkse werkzaamheden. Helaas zijn nu slechts twee van de drie werkgeverszetels bezet. Wat dat betreft is de fusie met een groot fonds een uitkomst.” Wat heeft het pensioenakkoord en de verhoging van de pensioenleeftijd voor gevolgen? “De pensioenfondsen zouden vanaf 2014 de maatregelen uit het pensioenakkoord moeten hanteren. Er zijn echter nog veel zaken te regelen. Ik betwijfel daarom of 2014 haalbaar is. In het nieuwe stelsel wordt de onzekerheid over pensioenen groter. Je moet een goed evenwicht zoeken tussen de grootte van het risico en de hoogte van de premie. Dit wordt vooral een besluit van de cao-tafel. Vooruitlopend op het pensioenakkoord heeft minister Kamp van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een verhoging van de pensioenrichtleeftijd vastgelegd. De fondsen gaan vanaf 2014 uit van 67 jaar in plaats van 65 jaar.” •

Trekker van de kar “Ik heb van mijn werk mijn hobby gemaakt.” Joanne de Graaff (64) is onlangs met prepensioen gegaan, maar niet van plan om rustig achterover te leunen. Zij geeft vanuit haar eigen bedrijf HandsonPension advies over pensioenvraagstukken. Ook is ze werkgeversvoorzitter van het Bedrijfstakpensioenfonds voor de Zoetwarenindustrie. De Graaff werd in juli 2012 op interim-basis voorzitter van het Bedrijfstakpensioenfonds Verf- en Drukinktindustrie. Met ingang van dit jaar is ze onafhankelijk voorzitter zonder stemrecht. “Ik ben trekker van de kar. Ik breng veel professionaliteit in en zit dicht op de uitvoering. Het is een prachtige uitdaging om het pensioenfonds naar een gezonde toekomst te leiden.” De Graaff typeert zichzelf als een regeltante. “Ik zeg graag wanneer iets goed gaat. Ik zeg ook klip en klaar wanneer iets niet goed gaat.”

Korting bij 100 fondsen Bij 103 pensioenfondsen dreigt in 2013 een korting op de pensioenen. Dat hebben toezichthouder De Nederlandsche Bank (DNB) en de Pensioenfederatie bekendgemaakt. De mogelijke korting raakt volgens DNB 7,5 miljoen werknemers, gepensioneerden en zogenoemde slapers (mensen die van baan zijn veranderd, maar nog wel een pot met geld bij hun oude werkgever hebben staan). De fondsen moeten korten omdat hun financiële positie achterblijft bij het beoogde herstel. Zo’n 340 fondsen dienden in 2009 een herstelplan in bij DNB. Zij moeten eind 2013 weer een dekking hebben van minimaal 105 procent (tegenover elke euro aan toekomstige verplichtingen moet 1,05 euro in kas zitten). Maar 103 fondsen lopen dus achter bij het uitgestippelde herstelpad. Hun dekking is op dit moment slechts 80 tot 100 procent. Op 31 december 2012 wordt bekeken of de fondsen weer op hun herstelpad zitten. Mocht de eurocrisis worden opgelost, dan zou de rente kunnen stijgen, waardoor de financiële positie van de fondsen fors verbetert. Dan kan de korting van tafel. In die zin is de aangekondigde korting volgens deskundigen vooral een psychologische dreun. Het vertrouwen in het ‘goudgerande’ Nederlandse pensioenstelsel loopt een flinke deuk op.

Meer weten? Kijk op www.verfpensioen.nl

21


verf & trend

‘Trendwatcher’ Heleen van Gent (AkzoNobel Global Aesthetic Center):

‘Met onze kleuren lopen we op de consument vooruit’

twee jaar

De ontwikkeling van kleuren voor de verfindustrie is uitgegroeid tot een serieuze discipline waaraan vormgevers, modeontwerpers en architecten een belangrijke bijdrage leveren. Nieuwe ontwikkelingen in de maatschappij, zoals de opkomst van urban farming en social media, vormen een belangrijke inspiratiebron voor een scala aan kleuren en kleurpaletten. ‘Daarbij lopen wij minimaal twee jaar op de consument vooruit’, aldus Heleen van Gent, hoofd van het AkzoNobel Global Aesthetic Center in Sassenheim. Te k s t : A d r i a a n v a n H o o i j d o n k F o t o’s : Pe t v a n d e L u i j t g a a r d e n

“Er zijn geen lelijke of verkeerde kleuren, het gaat om de kleurencombinaties. En zolang je daar op een serieuze manier met veel liefde en toewijding aandacht aan besteedt, is er veel, heel veel mogelijk. Maar het blijft natuurlijk een kwestie van smaak. Geel maakt over het algemeen de meeste mensen blij, maar als je er niet van houdt, heb je er waarschijnlijk een heel andere associatie bij”, aldus Heleen van Gent, directeur van de interne kleur, trend en designafdeling van de verfmerken van AkzoNobel.

Ander perspectief Kleur speelt al jaren een belangrijke rol in haar leven. Na een studie aan de Academie voor de Beeldende Kunsten in Den Haag, werkte ze onder meer als styliste en redacteur bij Libelle. Daar was ze acht jaar verantwoordelijk voor de pagina’s met interieur- en kleuradviezen. Vervolgens stapte ze over naar een vergelijkbare baan bij

22

het tijdschrift vtwonen van uitgeverij Sanoma. In deze periode werkte ze veel samen met de mensen van het AkzoNobel Aesthetic Center in Sassenheim. De samenwerking vloeide voort uit een deal die Flexa, een van de merken van AkzoNobel, in 2006 met de Finse uitgeverij afsloot om het marktaandeel te vergroten. Onderdeel van deze strategie was een innige samenwerking met verschillende lifestylebladen, zoals Ouders van Nu, Cosmopolitan en vtwonen. Tijdens de nieuwe campagne werden de verschillende doelgroepen heel gericht benaderd door middel van inserts in magazines. Elk insert bevatte tien kleine kleurstalen die passend waren bij de verandering in het leven van de desbetreffende doelgroep. Denk bijvoorbeeld aan de komst van een baby of de aanschaf van het eerste huis. Potentiële kopers kwamen zo thuis al op ideeën en konden de kleuren desgewenst al combineren. De alliantie met commerciële partners, zoals het kinderwarenhuis Kids Factory en De Hypotheker zorgden op hun


verf & trend

Dé kleur van 2012 is ‘blushy, lively red’

beurt voor extra branding en zichtbaarheid bij andere mogelijke geïnteresseerde afnemers. De strategie bleek succesvol, want Flexa wist het marktleiderschap te herbevestigen.

Inspiratie Toen Van Gent twee jaar geleden als directeur van het Aesthetic Center werd gevraagd, was de overstap snel gemaakt. “Het is leuk om voor dezelfde consumentengroep vanuit een ander productperspectief te werken. Bovendien is het idee om voor een wereldwijde markt een creatief product te ontwikkelen een enorme uitdaging.” Een groot deel van haar leven staat dan ook in het teken van inspiratie opdoen. En er achter zien te komen wat er over een aantal jaar in de hoofden van de consumenten speelt in de tientallen landen waar AkzoNobel actief is. Om nieuwe ontwikkelingen in levensstijlen en trends in kaart te brengen die vervolgens in een scala aan kleuren en kleurenpaletten worden vertaald. Inspiratie komt bij haar op verschillende manieren. Bijvoorbeeld door een bezoek aan internationale evenementen, zoals de designbeurs in Milaan, of dichterbij huis, tentoonstellingen van het Nederlands Architectuur Instituut in Rotterdam. “Het is belangrijk dat mijn collega’s en ik voeling blijven houden met de laatste trends op het gebied van mode, vormgeving, architectuur, kunst en media. Daarom lees ik veel nationale en internationale kranten en tijdschriften. En reis ik regelmatig. Zo ben ik in het najaar nog naar Jakarta, Singapore en Kuala Lumpur geweest. Een bijzonder inspirerende trip, waarbij ik met name in Singapore werd verrast door het kleurgebruik in de vele nieuwe wooncomplexen die daar worden gebouwd. De schaalgrootte van deze gebouwen, brengt met zich mee dat de architecten heel bewust met kleur omgaan. Zo hebben alle flats een andere schakering in het kleurenpalet, waardoor een levendige en dynamische omgeving ontstaat waar mensen zich thuisvoelen. Maar ook dichter bij huis, kom ik soms bijzonder, opvallend en verrassend kleurgebruik tegen. Zo

4

verf&inkt 21 - 2012

23


Optimaal voeden van mengers en processen

Automatisch efficiënt

s

lgen o v s r aie a w n e Kleur Ral systeem het type 1 `7,25 pr. st.

vanaf 1000 st. `4,00

type 3 `18,00 pr. st.

vanaf 1000 st. `10,00

NIEUW Colors dard n a t S British 6 kleuren 47 vanaf `29,75 P.O. Box 35 3840 AA Harderwijk The Netherlands

info@hellemakleurkaarten.nl www.hellemakleurkaarten.nl

kleurenwaaiers

kleurkaarten

tel. +31(0)341 - 42 70 72 +31(0)341 - 41 33 00 fax +31(0)341 - 42 49 00

showkaarten

pastilles

viscositeit Voedingssystemen voor mengers : AZO • betrouwbaar • nauwkeurig • economisch Bedrijfszekere en economische oplossingen voor de automatisering van uw grondstoffen en processen.

AZO N.V. Katwilgweg 15 B-2050 Antwerpen Tel. : +32-3-250 16 00 Fax : +32-3-252 90 02

www.azo.be

Viscositeit Concentratie Dichtheid Refractie Index Reologie

Anton Paar Benelux BVBA Maagd Van Gentstraat 12 B-9050 Gentbrugge +32 (0) 9 280 83 20 Anjerstraat 2A 5102 ZA Dongen +31 (0) 162 319250 Info.be@anton-paar.com www.anton-paar.com


verf & trend

reed ik een tijdje terug langs een jarenzeventigflat in Leiden. Normaal gesproken zijn dat grauwe, grijze gebouwen. Maar bij deze flat was de zijkant volledig kobaltblauw. Geweldig! Ik vind het sowieso een goede ontwikkeling dat architecten tegenwoordig veel meer gebruik maken van kleur. NEXT architecten heeft bijvoorbeeld in Almere een gebouw ontworpen met een opvallende kleur die zich voegt naar de groene omgeving.”

Internationale bijeenkomst Van Gent staat in haar zoektocht naar inspiratie niet alleen. Samen met haar negen collega’s van het Aesthetic Center, allen met een creatieve achtergrond, organiseert zij één keer per jaar een bijeenkomst met experts van buiten. “Daarvoor inviteren we onder meer architecten, modeontwerpers, docenten van designacademies en vormgevers uit verschillende landen. Samen bespreken we de belangrijkste trends op hun vakgebied. Het resultaat publiceren we ieder jaar in onze ‘ColourFutures’. Een uitgebreid boekwerk waarin wij één overkoepelende trend beschrijven en fotografen, die wij vervolgens weer onderverdelen in vijf subtrends. Het ‘Notebook ColourFutures’ is een samenvatting hiervan. De trends vertalen we vervolgens in kleuren en kleurenpaletten.” Ze pakt het Notebook erbij en legt uit wat we in 2012 kunnen verwachten. “Het overkoepelende thema voor dit jaar is ‘Possibilities’. Daarmee borduren we voort op het thema van vorig jaar ‘Appreciation’. In grote lijnen komt het er neer op dat we dit jaar veel meer de schoonheid gaan inzien van het alledaagse. Eenvoud en puurheid staan daarbij centraal. Mensen omringen zich liever met één of twee bijzondere, mooie objecten waarvoor eerlijke en aardse materialen worden gebruikt, zoals wol en hout.”

Nieuwe ontwikkelingen De overkoepelende trend ‘Possibilities’ valt vervolgens weer uiteen in vijf subtrends: ‘Delicate Mix’, ‘One Small Seed’, Living scrapbook’, Different Worlds’ en ‘Redis-

verf&inkt 21 - 2012

covered Heroes’. Het Notebook beschrijft in bloemrijke volzinnen waar de trends voor staan en welke invloed dit volgens AkzoNobel op toekomstig kleurgebruik heeft. Uit de teksten in het boek blijkt dat het internationale gezelschap zich laat inspireren door nieuwe ontwikkelingen in de maatschappij, zoals urban farming en de opkomst van social media, als Facebook en LinkedIN. Neem bijvoorbeeld ‘One Small Seed’. Het idee achter deze trend is dat de natuur ons kan helpen als wij daar zelf een bijdrage aan leveren. Denk aan de groeiende belangstelling voor ‘urban farming’. Over tien jaar woont de helft van de wereldbevolking in steden, dus het is geen gek idee om er voedsel te produceren. In de VS gebeurt dat al op grote schaal, bijvoorbeeld in Detroit. Fabrieken die als gevolg van de crisis hun deuren hebben moeten sluiten, zijn daar omgebouwd tot stadsboerderijen, die vers en biologisch voedsel produceren voor de lokale bevolking. Ook in Amsterdam en Rotterdam zijn de eerste stadsboerderijen inmiddels geopend. Deze trend komt tot uiting in een kleurenpallet met onder meer zachte, groene pastelkleuren en om het contrast te vergroten donkere, kleiachtige varianten. Die leiden samen tot een ‘indoor garden of delight’. De opkomst van social media, waar iedereen zijn of haar persoonlijke voorkeuren met de wereld kan delen, resulteert in een kleurenpallet van ‘vrolijke, maar volwassen pasteltinten ‘ Kleuren die vooral werden gewaardeerd door het wereldberoemde Amerikaanse ontwerpduo Charles en Ray Eames. ‘Modern, maar niet mainstream’, aldus de beschrijving in het Notebook. Dé kleur van 2012 is ‘blushy, lively red’ omdat het volgens AkzoNobel symbool staat voor alle nieuwe mogelijkheden die dit jaar in zicht komen. Een kleur die ons eraan herinnert dat we niet op zoek moeten gaan naar eenvoudige oplossingen, maar ons moeten richten op het onbekende waar talloze nieuwe ideeën liggen te wachten tot ze worden ontdekt. Rood is bovendien een krachtige signaalkleur die wereldwijd verschillende symbolische betekenissen heeft. Zo associëren Chinezen rood vooral met

geluk, terwijl de kleur in India staat voor inzicht en wijsheid. In veel westerse landen is rood de kleur van passie, kracht en feest. En omdat we rood niet kunnen ontkennen, is het tevens een kleur die voor gevaar waarschuwt. De grote vraag is uiteraard of de voorspelde trends ook daadwerkelijk aanslaan in de praktijk. Dat is volgens Van Gent wel degelijk het geval. ‘Door de samenwerking met verschillende bladen en andere partijen zorgen wij er voor dat de kleuren gaan leven en dat mensen ze ook daadwerkelijk aanschaffen. We lopen daarbij minimaal twee jaar voor op de consument’. Tegelijkertijd ondervindt de verfdivisie van AkzoNobel de effecten van de crisis, bleek in oktober vorig jaar tijdens de presentatie van de cijfers over het derde kwartaal. Een afname van de economische groei en de aanhoudende schuldencrisis in Europa, weerhoudt consumenten in met name Westerse landen ervan geld uit te geven aan bijvoorbeeld verf en meubels, waar ook de lakken van AkzoNobel voor worden gebruikt. Door een terugval in de decoratieve vervendivisie van 25 procent in het derde kwartaal, daalde de nettowinst in die periode naar 149 miljoen euro, van 238 miljoen euro in dezelfde periode in 2010. Het bedrijf heeft vooral last van hoge grondstofprijzen. Zo is een van de belangrijkste basisstoffen, titaniumdioxide, de afgelopen jaren ruim 90 procent duurder geworden.

Kleur ziekenhuis Tegelijkertijd blijft de onderneming op zoek naar markten waar het toekomstige groei kan realiseren. Ook daarbij zijn Heleen van Gent en haar team betrokken. Zo heeft Sikkens in samenwerking met specialisten uit de zorgsector het Healthcare concept ontwikkeld. Dat heeft onder meer geresulteerd in de ontwikkeling van een speciale binnenmuurverf, op waterbasis en met actieve zilverionen, die er toe bijdraagt dat bacteriën zich niet meer kunnen vermenigvuldigen in ziekenhuizen en andere zorginstellingen. “Door de vergrijzing is de gezondheidszorg een groeiende sector. Wij hebben onder meer gekeken welke kleuren je het beste kunt gebruiken om een routering aan te geven. Oudere mensen zien over het algemeen wat slechter en minder kleur, dus het is belangrijk dat je felle kleuren gebruikt’. Ook over de meest geschikte kleuren voor een ziekenhuiskamer of een wachtkamer is goed nagedacht. ‘In het algemeen gebruik je voor een ziekenhuiskamer geen harde, heldere kleuren. Maar in ruimtes, zoals een wachtkamer, waar mensen maar even zijn, kun je je weer meer permitteren met kleur. Het belangrijkste uitgangspunt voor ons is hoe de ruimte wordt gebruikt. Daar passen we de kleuren op aan.” De trends op kleurengebied worden overigens niet door een panel getest. “Bij AkzoNobel testen we heel veel, maar dat gaat in dit geval niet op. We starten met een groep collega’s en experts van buiten die er op een hoger conceptueel niveau over nadenken, maar gaan verder uit van onze eigen kracht. Natuurlijk kun je iedereen er iets van laten vinden, maar dan wordt het middle of the road. En dat past weer niet bij een trend.” •

25


jaarvergadering

Zorgen om economie kleuren geanimeerde jaarvergadering grijs F o t o’s : Pe t v a n d e L u i j t g a a r d e n

‘Leuk en geanimeerd’ moest het worden, stelde dagvoorzitter Peter van Ingen vast bij aanvang van de VVVFjaarvergadering in december. Maar juist die ochtend had directeur Coen Teulings van het Centraal Planbureau de publiciteit gezocht met zijn boodschap dat zijn prognose voor de economische ontwikkeling in 2012 “donkergrijs maar niet inktzwart” was. De CPB-econoom voorzag een krimp van een procent en een naar vier procent oplopend financieringstekort. Echt leuk kon het toen niet meer worden, maar dankzij de inleidingen

26

van voorzitter Marlies van Wijhe, de gastsprekers Bert Jan Lommerts, Aad Kuiper en Petra de Boevere en de discussie met de ‘zaal’ werd het in elk geval een geanimeerde en informatieve bijeenkomst. Van Wijhe stelde, aan de vooravond van haar laatste jaar als voorzitter, vast dat de verf- en drukinktindustrie te kampen heeft met een van de ergste crises uit haar geschiedenis. Ze memoreerde de crisis in de bouwnijverheid met grote omzetdalingen in de verfindustrie als gevolg, de nood-

zakelijke technologische veranderingen als gevolg van veranderende Europese regelgeving en de stijgende grondstofprijzen. Ze sprak daarbij haar teleurstelling uit over het optreden van de overheid, die geen maatregelen heeft genomen om de zorgen van de bedrijfstak te verlichten. “Het kabinet heeft niets gedaan met onze waarschuwingen, de politiek deed niets om te voorkomen dat het uit de hand liep. De overheid had de problemen van de bouw- en aanverwante sectoren veel serieuzer moeten nemen”, vond ze. De tijdelijke verla-


jaarvergadering

ging van het btw-tarief op onderhoudswerk heeft aannemers en onderhoudsbedrijven geholpen, zei ze. “De verfindustrie heeft er maar marginaal baat bij gehad.” Ze sprak de vrees uit dat 2012 “vanwege de vele en grote onzekerheden” ook een lastig jaar zou worden.

Eigen boezem Wat betreft de ‘technologische crisis’ stak de voorzitter de hand in de eigen boezem. “We hebben de effecten van de Verfrichtlijn 2010 duidelijk onderschat”,

verf&inkt 21 - 2012

erkende ze. “Dat geldt voor de investering van tijd en middelen om de nieuwe verven te realiseren, maar ook voor de gevolgen van de veranderde recepturen voor onze eindgebruikers. De nieuwe verven vragen om een andere laagdikte en hebben een ander drogingsgedrag. We hebben ervan geleerd dat we nieuwe producten meer in samenspraak met onze klanten moeten ontwikkelen.” Over de grondstoffencrisis zei Van Wijhe: “Er zijn grote tekorten, onder andere aan titaan dioxyde. Verschillende leveranciers bezig met uitbreiding van hun capaciteit,

maar die zal pas op zijn vroegst eind 2012 gerealiseerd zijn. In de tussentijd hebben we als fabrikanten last van schaarste. Beschikbaarheid en prijs vormen een probleem. We kunnen nu eenmaal niet alle prijsstijgingen doorberekenen aan onze klanten.” De VVVF-voorzitter noemde het voorts een uitdaging om meer plantaardige drukinkt te produceren. “We maken 500.000 ton op basis minerale oliën. De helft daarvan kan op basis van plantaardige grondstoffen, maar we komen nog niet verder dan 80.000 ton.”

4

27


Infor Blending Branchespecifieke soft (semi-) procesindustri

Handige sof twar MSDS-en e voor in a Europese ta lle len.

ERP | BEHEER GEVAARLIJKE STOFFEN | LIMS

Uw partner voor kunststof verpakkingen voor:

Recepturen, Berekening VOS-gehalte, Pigment/Vulstof-verhouding Tracking and Tracing, Analysecertificaat, MSDS, REACH, GHS ........?

Pigmentpasta Watergedragen autoreparatielak Verf Drukinkt

Zowel standaard standaard potten als speciaalverpakkingen. nagenoeg restloos Zowel potten als leegbare speciaalverpakkingen.

Dan weten wij waar het over gaat! IT-partner voor automatisering van al uw bedrijfsprocessen. Wij bieden volledig geïntegreerde ERP of deeloplossingen in de branches: ⇒ Chemie & Verf ⇒ Farmacie & Voedingssuplementen ⇒ Voeding & Drank ⇒ Verzorging & Cosmetica

Kom voor informatie en voorbeelden van 7 t/m 9 oktober naar naar onze 8408 opkijk deop Eurofinish Voor meer informatie en stand voorbeelden 09 in Gent of kijk op www.bema.nl . www.bema.nl

Blending Nederland BV Hakgriend 18 3371 KA Hardinxveld-Giessendam +31 184 490 367 www.blending.nl

Blending_ADV_1210.indd 1

· · · ·

Deltastraat 14, 4301 RC Zierikzee

Tel. +31 111 418807 info@bema.nl

11/26/10 1:36:57 PM

For the best results, let Eskens handle your colors! d i s p e n s i n g . m i x i n g . s h a k i n g

Eskens Benelux B.V. T: + 31 172 430181 Eskens Benelux nv T: + 32 15 451500 info@eskens.com w w w. e s ke n s . c o m


jaarvergadering

Tot slot sprak ze de hoop uit dat in 2012 het onderwerp ‘sociale innovatie’ aan bod komt in het overleg met de vakbonden, beloofde ze nieuw onderzoek naar de mogelijkheden van hergebruik van verfafval en benadrukte ze het belang van ketensamenwerking voor technologische innovatie die gericht is op verduurzaming.

Social media Het programma van de VVVF-jaarvergadering was goedgevuld. Na Marlies van Wijhe was de microfoon

verf&inkt 21 - 2012

voor drie gastsprekers. Directeur Bert Jan Lommerts van Latexfalt (lid van het topteam Chemie) hield een enthousiasmerend verhaal over valorisatie van innovatie. Hij riep de verfindustrie op te participeren in de activiteiten van de topsector Chemie. Vice-president Aad Kuiper van Hunter Douglas (VVVFlid HCI maakt deel uit van de groep) poneerde de stelling dat alleen innovatieve, duurzame en samenwerkende bedrijven uiteindelijk overleven. Petra de Boevere ten slotte kreeg de lachers op haar

hand met haar ervaringen rond social media. Haar slijterij in Breskens floreert dankzij haar nadrukkelijke aanwezigheid op Twitter, Facebook en Hyves. Een kort onderzoek leerde haar dat de verfindustrie nog niet erg actief is in sociale netwerken. Ze adviseerde daarin snel verandering te brengen om de boot niet te missen. •

29


kleurrijk gekleurdverleden verleden

Ripolin: Nederland telde ooit honderden verffabrieken en ambachtelijke verf- en inktmakers: van kleinschalige familiebedrijven tot robuuste ondernemingen met industriële potentie. ‘Gekleurd Verleden’ gaat terug in de tijd en verhaalt op basis van fragmenten uit de rijke geschiedenis van de Nederlandse verf- en inktindustrie. In deze zestiende aflevering: verffabriek ‘Ripolin’ uit Hilversum.

‘Over de industriële geschiedenis van Hilversum hoor je nog wel eens dingen vertellen die niet helemaal kloppen. Zo wordt gedacht dat de verffabriek van Ripolin, ooit één van de grootste chemische bedrijven in Hilversum, opgericht zou zijn door een meneer Riep. Dat was niet het geval.’ Aldus Egbert Pelgrim, auteur van een artikel over de ontstaansgeschiedenis van verffabriek Ripolin. Toch blijkt de naam van de fabriek en die van de heer Riep onlosmakelijk met elkaar verbonden. In deze aflevering een antwoord op de vraag waarom. Volgens het artikel in het Hilversums Historisch Tijdschrift ‘Eigen Perk’ verrijst verffabriek Ripolin eind negentiende eeuw in de nabijheid van de Larenseweg in Hilversum. Van de eerste fabriek uit 1887 moeten we ons volgens de scribent zeker ‘geen al te grote voorstelling’ maken: niet meer dan een stenen loods van 360 vierkante meter. Parallel met de groei van het bedrijf zouden echter in de loop der jaren nog tal van gebouwen volgen. Uit de paperassen van vergunningaanvrager, J.H. Vossen, directeur van de NV Nederlandsche Stoomverffabriek, valt snel op te maken wat de plannen in die tijd zoal behelzen. De fabriek wil schildersverven in droge (poeder)vorm maken en heeft daarvoor behalve de ‘eigenlijke fabrieksruimte’ ook nodig: een kantoor, laboratorium, magazijn, molenvertrek, machinekamer en ketelhuis met schoorsteen.

Te k l e i n De fabriek wordt in 1890 overgenomen door Otto Wilhelm Briegleb, ‘koopman en financier’ te Amsterdam. Deze Duitser heeft samen met landgenoot dr. Carl Julius Ferdinant Riep al een verffabriek in bezit: de Haarlemse

30

‘makkelijk bedrijf en goed voor de arbeiders’

Technisch directeur dr. Fritz Johannes Wilhelm Julius Riep (1867-1957; foto collectie mw. Abspoel-Riep, Bussum).

Stoomverffabriek, waarvan heer Riep de technisch directeur is. Het tweetal probeert kort voor 1890 een nieuwe verffabriek op te zetten in Ouder Amstel. Dat wordt geen succes: boeren tekenen bezwaar aan. Riep, de in 1835 in Küstrin in Pruisen geboren doctor in de chemie, verhuist in mei 1891 naar Hilversum, waar hij bij de verffabriek een huis voor zichzelf laat bouwen. Carl experimenteert al vroeg met de fabricage van ‘strijkklare lakverf’: verf die kant-en-klaar in blikken kan worden verkocht, waardoor de schilders onder meer verlost zijn van het tijdrovende mengen. Als bedenker van dat proces wordt Riep gezien als de aangewezen persoon om de verdere uitbreiding van de fabriek gestalte te geven. In jaren, waarin tevens een begin wordt gemaakt met de productie van vernis.

verpakking en etiket. Over de vraag waar de naam Ripolin vandaan komt, lopen de meningen uiteen. Zodra de eigenaar van de Hilversummer verffabriek, O.W.G. Briegleb, rond de eeuwwisseling (1897) zaken doet met een Lefranc in Parijs, heet de firma officieel ‘Le Ripolin, Société anonyme Française de peintures, laques et d’enduits sous-marins, Lefranc et Briegleb.’ Lefranc beschikt dan ook over een fabriek waar die ‘enduits’, oftewel plamuren worden gemaakt. Volgens auteur Pelgrim is de naam ‘Ripolin’ echter al sinds 1890 als ‘soortnaam’ in gebruik voor de strijkklare verven en was Ripolin in feite de eerste fabriek in ons land die zijn bedrijfsnaam ook als merknaam gebruikte. Pelgrim: “Vermoedelijk is het Briegleb geweest die de naam Le Ripolin heeft bedacht. Waarschijnlijk ter ere van Riep wiens ontdekking zo tot bloei van het bedrijf had bijgedragen. Verfransing door het toevoegen van lin (van het Franse huile de lin, lijnolie) ligt voor de hand.” Volgens de beschrijver van de Ripolinhistorie is er nog een andere verklaring in omloop: de naam zou

Eigen slogan en beeldmerk Lange tijd heeft Ripolin reclame gemaakt met een eigen beeldmerk in de vorm van een drietal schilders met de tekst: geld verdienen, zelfstandigheid en zekerheid. Een boodschap die natuurlijk vooral is gericht aan het adres van de beroepschilders. Dat beeldmerk zie je in allerlei variaties terugkomen op

Het schilderende trio van Ripolin: geld verdienen, zelfstandigheid en zekerheid (collectie E.J. Pelgrim, Hilversum).


kleurrijkverleden verleden gekleurd

Het Ripolin-complex in circa 1913 (collectie: J. Siewers, Laren).

ook kunnen zijn ontstaan uit de samenvoeging van de naam Riep en ‘Lina’, de roepnaam van Carl Rieps vrouw Caroline. Hoe dan ook, Ripolin zou een begrip worden in de verfwereld.

Camouflageverf Dat het Ripolin vaak voor de wind gaat,valt af te leiden uit de diverse uitbreidingen op het Ripolin-complex zelf. Over het wel en wee van Ripolin tijdens de Tweede Wereldoorlog is weinig bekend. Volgens auteur Pelgrim wordt er in die jaren “zoals in vele fabrieken veel voor de Wehrmacht gemaakt. Vooral camouflageverf.“ Na de Tweede Wereldoorlog maakt het bedrijf opnieuw groei door als verf niet meer op de bon is. Waar voor de crisisjaren nog een man of 120 emplooi vinden bij de fabriek, werken er in de jaren vijftig nog slechts een man of 40-50, van wie ongeveer de helft op kantoor en in het laboratorium. De groei van Ripolin versnelt door een aantal fusies met verf- en aanverwante fabrieken in Frankrijk, zoals Georget (gespecialiseerd in drukinkt), Freitag (bouw- en anticorrosieve verf), Helic van Cauwenberghe (industriële verven), Duco (o.a. autolakken). Ripolin zelf blijft vooral gespecialiseerd in schilders- en muurverven, maar beschikt door de fusies over een veel groter productengamma. Het concern RipolinGeorget-Freitag groeit in de jaren zeventig van de twintigste eeuw uit tot ‘de grootste zelfstandige verffabriek in Europa’ met circa 50 fabrieken in 35 landen.

Einde verfproductie In 1975 verhuist Ripolin naar Amersfoort (kantoor) en Barneveld (magazijn). Waarmee een eind komt aan bijna negentig jaar verfproductie in Hilversum. Aan-

verf&inkt 21 - 2012

Verfblik van Ripolin met het bekende beeldmerk (foto: Mediamiek).

vankelijk is het nog de bedoeling de productie weer ter hand te nemen in Barneveld, maar zover komt het uiteindelijk niet. Het concern waar Ripolin in de jaren zeventig deel van uitmaakt, wordt opgeslokt door ‘Chimie de France’, het Franse equivalent van onze DSM, zo schrijft Pelgrim daarover. In 1979 verhuizen zowel kantoren als magazijn naar Lelystad, om in 1988 weer uit te wijken naar Amsterdam. “Het ging toen nog slechts om een verkoop- en distributieorganisatie; de verf zelf kwam toen allang uit het buitenland. Onder meer uit België en Frankrijk.

Ripolin geweldig De namen Ripolin en Riep zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden geweest. In de loop der jaren hebben er meerdere leden van de familie Riep aan het roer gestaan van de onderneming. Auteur Pelgrim deed nog eens een oproep in De Gooi- en Eemlander waarop hij respons kreeg van een oud-werknemer – de heer Demeijere – die tussen 1924 en 1934 bij Ripolin had gewerkt en er al op veertienjarige leeftijd aan de slag was gegaan op de verpakkingsafdeling. Demeijere vertelt

dat ‘De Ripolin’ een geweldige bedrijf was. Maar ook een fabriek die bekendstond als ‘makkelijk.’ “Het werk was niet al te zwaar. En je werd er ook niet de hele dag opgejaagd. De oliekokerij was eigenlijk de enige afdeling waar het werk zwaar en vies was.” In de jaren dat Demeijere er werkte, werden nog werkweken gemaakt van 48 uur. Inclusief vijf en een half uur op de zaterdag. Volgens Demeijere was het ook een gezellig bedrijf. En goed voor zijn werknemers, die vaak 25 tot zelfs meer dan 40 jaar in dienst waren: ze verdienden een goed loon en er werden zelfs huizen voor ze gebouwd. Onder meer langs de Naarderweg, de Ripolinstraat, de Radiostraat en op de Geuzenweg. De heer Prikke, chef van Demeijere, woonde bijvoorbeeld in een huis recht tegenover de ingang van de fabriek. ‘Dividend’ werd elk jaar door directeur Riep persoonlijk aan het personeel uitgekeerd, herinnerde Demeijere zich nog. “Dan zei hij meestal zoiets van: ik heb nog wat in een donker hoekje gevonden.” Ook het pensioen was geregeld en vakanties werden doorbetaald. “Drie dagen per jaar vrij met dubbel loon voor die dagen. Daar waren arbeiders van andere fabrieken wel eens jaloers op”, aldus Demeijere.

Samenstelling: Anton Stig met dank aan Egbert Pelgrim

31


Hoe veilig werkt u? Het werken met verf kan bij verkeerd gebruik leiden tot gezondheidsklachten en onveilige situaties. Voor u als professionele schilder is het dan ook belangrijk om te weten hoe u veilig kan werken met een verfproduct.

Welke voorzorgsmaatregelen moet u treffen om onveilige situaties en gezondheidsklachten te voorkomen en hoe moet u handelen bij een bepaalde calamiteit? U vindt dit terug in het veiligheidsinformatieblad van het verfproduct en in de verkorte informatie per productgroep.

Kijk snel op:

www.veiligmetverf.nl

Een initiatief van verffabrikanten (VVVF) en verfgroothandelaren (VVVH).


vvvf verenigingsnieuws

Blauwe Borden voor Jan Lindeboom en Robert van Westerhoven VVVF in actie tegen verbod op passief beschikbaar stellen VIB Het Europees Chemicaliënagentschap ECHA heeft de Guidance on the Compilation of Safety Data Sheets, version 1.0 gepubliceerd. In de gids is uitvoerig vermeld hoe veiligheidsinformatiebladen (VIB’s) of safety data sheets (SDS’s) moeten worden opgesteld volgens de REACh-verordening. In hoofdstuk 3.13 van de guidance is informatie vermeld over het digitaal versturen van VIB’s of SDS’s . Het versturen van VIB’s in de vorm van e-mail met een pdf-bijlage is toegestaan. Er is nu discussie over het sturen van een email met een zogenoemde deep link naar het gewenste VIB op de website van de leverancier zal worden toegestaan. Een deep link is een link in een e-mailbericht die direct het VIB download van de website van de leverancier. Een ander belangrijk punt: het zogenoemd passief beschikbaar stellen van VIB’s is niet toegestaan. Een fabrikant die zijn VIB’s louter op een website ter beschikking stelt, voldoet dus niet aan de wettelijke eisen. De VVVF voert thans overleg met de betrokken ministeries over de gevolgen hiervan voor www.veiligmetverf.nl. In de huidige tijd, waarin de omvang van VIB’s mogelijk tot enige honderden pagina’s kan oplopen voor een verfproduct of voor een drukinkt, is digitale terbeschikkingstelling van VIB’s de enige reële optie. De VVVF hoopt dat de Europese Commissie en de ECHA, het Europese Chemicaliënbureau, zullen besluiten om het beschikbaar stellen van VIB’s zo eenvoudig mogelijk te maken. CEPE onderneemt, samen met andere Europese koepelorganisaties, actie om dit doel te bereiken.

verf&inkt 21 - 2012

In verband met zijn pensionering op 1 januari 2012 heeft Jan Lindeboom op 20 december zijn afscheid gevierd als adjunct-directeur laboratorium bij Van Wijhe Verf in Zwolle. Tijdens een drukbezochte receptie in de Zwolse Agnietenberg is hem het Blauwe Bord van de VVVF uitgereikt. De VVVF geeft daarmee uiting aan haar waardering voor Lindebooms grote bijdrage aan de activiteiten voor de vereniging. Lindeboom is meer dan vijftien jaar actief lid geweest van diverse commissies en werkgroepen. Als groot deskundige op het gebied van verftechnologie heeft hij inbreng gehad in onder meer de Commissie Milieu- en Arbeidshygiëne, de COT-commissie Kwaliteitsomschrijvingen, de Beleidscommissie Omgevingsvraagstukken, de commissie Reductie VOS in de timmerindustrie, de Commissie Verfclassificatie, de TC Bouwverven en de TC en Expertgroep Timmerindustrie. Ook aan Robert van Westerhoven is het begerenswaardige Blauwe Bord uitgereikt. Dat gebeurde tijdens het besloten deel van de algemene ledenvergadering van de VVVF op 14 december. De onderscheiding

werd hem toegekend vanwege zijn grote verdiensten voor de VVVF. De directeur van verffabriek Ursa Paint in IJmuiden heeft eind vorig jaar afscheid genomen als werkgeversvertegenwoordiger in het bestuur van het Bedrijfstakpensioenfonds. Hij is zestien jaar bestuurslid geweest, waarvan twaalf als (werkgevers-)voorzitter. Daarnaast is hij dertien jaar lid geweest van de Financiële Commissie van de VVVF, waarvan twee als voorzitter. Ten slotte is hij vijf jaar lid geweest van de issuegroep Werk & Arbo. Met name in het voorzitterschap van het bedrijfstakpensioenfonds heeft Van Westerhoven veel tijd en energie geïnvesteerd. VVVF-stafmedewerker Sociale Zaken Gerben Dijkstra: “In een ver verleden heeft toenmalig minister Gerrit Zalm zich eens laten ontvallen dat het bestuur van een bedrijfstakpensioenfonds in elk geval uit vier personen moest bestaan: dan konden ze tijdens vergaderingen tenminste klaverjassen. Tegenwoordig kost het besturen van een pensioenfonds zeer veel tijd. VVVF-leden, deelnemers en gepensioneerden zijn Robert dan ook heel veel dank verschuldigd.”

Pilotproject kennisdelen nano in de verfketen Uit het in 2009 gepubliceerde onderzoeksrapport van IndusTox blijkt dat het risico van menselijke blootstelling aan nanodeeltjes bij het produceren en aanbrengen van verf en inkt klein is doordat nanodeeltjes in verf en drukinkt ingekapseld zijn in een matrix. Om die conclusies aan de praktijk te toetsen heeft het VVVF-bestuur besloten te participeren in het pilotproject Kennisdelen nano in de verfketen. In het kader van dit project (opgezet in samenwerking met onder meer VNO-NCW en de ministeries van Infrastructuur en Milieu en Sociale Zaken en Werkgelegenheid) zou via blootstellingmetingen bij enkele VVVFleden en verfgebruikers nagegaan worden of er sprake is van blootstelling aan nano tijdens de productie en het gebruik van verfproducten die nano bevatten. Dit project is nu ten einde. Begin 2012 zal naar verwachting het projectverslag gereed zijn en worden verspreid onder de VVVF-leden.

@verfeninkt Tijdens een drukbezochte receptie in de Zwolse Agnietenberg is aan Jan Lindeboom het Blauwe Bord van de VVVF uitgereikt.

Robert van Westerhoven kreeg het Blauwe Bord uitgereikt door Marlies van Wijhe, voorzitter VVVF.

De VVVF is sinds kort actief op het twitter account @verfeninkt. Meld u ook aan!

33


vvvf verenigingsnieuws

Overleg duurzaam onderhoud VVVF-FOSAG/NOA De VVVF heeft op 7 februari 2012 constructief overleg gevoerd met FOSAG/NOA om te komen tot een gezamenlijke visie op duurzaam onderhoud. De organisaties gaan een gezamenlijk beleidsdocument over het onderwerp opstellen.

CLP etikettering van niet-transparante ADR-vrije buitenverpakkingen In december 2008 is de CLP-verordening van kracht geworden. Een van de artikelen van de verordening (art 33, lid 2) bepaalt dat niet-transparante ADRvrije buitenverpakkingen van een CLPetiket dienen te worden voorzien vanaf 1 januari 2015. Circa 80 procent van de producten (verf, drukinkt, kit en lijm) valt niet onder het ADR. De verplichting heeft grote gevolgen voor fabrikanten (aanpassingen van verpakkingslijnen) en voor de grossiers (etiketteren van transportverpakkingen). De VVVF houdt de leden op de hoogte over dit onderwerp via de VVVF-ledensite.

VVVF: geen kostenverhoging schilder- en stukadooronderhoud door BTW-verhoging Partijen in de woonbranche roepen het kabinet op om geen drastische kostenverhogingen door te voeren in het schilder- en stukadooronderhoud. De ver-

34

eniging van woningcorporaties Aedes, VvE-Belang, Koninklijke FOSAG/NOA en de VVVF wijzen er in een gezamenlijke verklaring op dat schilder- en stukadooronderhoud een groot onderdeel uitmaakt van het onderhoud aan woningen. Jaarlijks is daarmee in ons land meer dan een miljard euro gemoeid. In de woonbranches samen werken 50.000 mensen. De organisaties reageerden met deze oproep op de Fiscale agenda die staatssecretaris Weekers op 15 februari 2012 met de Tweede Kamer besprak. Hierin doet hij voorstellen om het lage BTW-tarief te verhogen met als uiteindelijk doel een uniform tarief. Lukt dit laatste niet, dan stelt hij voor om de lage BTW-tarief van zes procent zo veel mogelijk op te trekken naar negentien procent. “Het is nu niet de tijd om de woonbranches op te zadelen met een kostenverhoging van meer dan tien procent. Deze bedrijfstakken staan al onder druk en vrezen verder verlies van omzet en werkgelegenheid. Wij moeten dreigende verpaupering van ons woningbezit geen kans geven”, aldus FOSAG-voorzitter Ruud Maas.

Minimumloon per 1 januari 2012 De (wettelijke) bruto minimumlonen zijn gewijzigd per 1 januari 2012. De verf- en drukinktindustrie is voor caowerknemers gebonden om zich te houden aan de salarisschalen zoals vermeld in de cao. De VVVF houdt de leden op de hoogte over dit onderwerp via de VVVFledensite.

Informatiebijeenkomst Arbocatalogus & Stoffenmanager Op 27 maart 2012 houdt de VVVF een informatiebijeenkomst over de Arbocatalogus en de Stoffenmanager voor de VVVF-leden. Onderwerpen die aan bod zullen komen: de arbowetgeving en arbo-onderwerpen zoals blootstelling aan oplosmiddelen, machineveiligheid, psychosociale arbeidsbelasting en geluid. De uitnodiging wordt binnenkort via de ledensite verstuurd.

PGS-15-richtlijn opslag gevaarlijke stoffen vernieuwd

Cees Pille nieuwe stafmedewerker

De PGS 15 (Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen) is vernieuwd. De PGS 15 bevat de regels voor de opslag van verpakte gevaarlijke stoffen. Goed gebruik van deze regels moet er voor zorgen dat bedrijven een ‘aanvaardbaar beschermingsniveau voor mens en milieu’ bereiken. De vernieuwde PGS 15 is tot stand gekomen met vertegenwoordigers vanuit het bedrijfsleven (VNO-NCW en MKB Nederland), werknemers (vakcentrale MHP) en overheden (NVBR, IPO, VNG, Arbeidsinspectie en VROM). De VVVF houdt de leden op de hoogte over dit onderwerp via de VVVF ledensite.

Per 1 januari is Cees Pille in dienst getreden bij de VVVF. Pille is branchecoördinator lijmen en kitten voor de VLK en issuemanager voor branchebrede thema’s voor de VVVF, in het bijzonder voor Duurzaam Ondernemen en Technologische Innovatie. Pille (1970) heeft een studie Economie aan de Erasmus Universiteit gevolgd en voor diverse branche- en ondernemersorganisaties gewerkt. Voor zijn overstap naar de VVVF was hij werkzaam bij VNO-NCW. Hij was daar directeur van Jong Ondernemen - een stichting die jaarlijks twintigduizend jongeren leert

ondernemen - en eerder secretaris bij VNO-NCW West, de regionale vereniging van VNO-NCW in de Randstad. Pille was er verantwoordelijk voor de belangenbehartiging en het ledencontact in de Rotterdamse regio. Pille werkte voorts voor het AVBB, de rechtsvoorganger van Bouwend Nederland en hij was secretaris van FOA, het samenwerkingsverband van FOSAG en NOA.

www.vvvf.nl De externe website van de VVVF wordt momenteel geactualiseerd met aanvullende informatie. Neemt u een kijkje. Indien u suggesties heeft neemt u dan contact op met de VVVF (info@vvvf.nl).


VLCI levert boosting R&D services voor coatings!

Door de combinatie van kennis en High Throughput screening, optimaliseren en versnellen we coating ontwikkelingen voor u! Science Park 406 | 1098 XH Amsterdam | info@vlci.biz

www.vlci.biz

Caldic, de distributeur die werkt aan meerwaarde voor al uw grondstoffen. Wilt u met ons sparren, meer informatie of een offerte? Kijk op www.caldic.com of stuur een e-mail naar coatings@caldic.nl, wij nemen direct contact met u op.


COLORCAN laat uw product opvallen in het schap Nieuw binnen onze succesvolle COLORCAN-serie is de mogelijkheid om uw blikverpakking te voorzien van een full colour folie, mat of glanzend. Dankzij de 7 kleurendruk zijn er onbeperkte kleurcombinaties mogelijk, waaronder alle metaalkleuren. Het folie kan zelfs (deels) transparant gemaakt worden waardoor u op unieke wijze gebruik kunt maken van de uitstraling van het blik zelf. Ook bij kleine drukoplages maakt COLORCAN het mogelijk om uw producten in de hoogst denkbare kwaliteit te verpakken.

Zandvoortstraat 69 T +31 (0)255 510 409

1976 BN IJmuiden F +31 (0)255 512 801

The Netherlands info@hildering.com

www.hildering.com


VVVF Verf&Inkt 21 (februari 2012)