Issuu on Google+

Van Meerle tot Veerle na(5)jaar • 2009 • jubileumeditie halfjaarlijks magazine over verfrissend vormingswerk in de Kempen

1


Vormingplus kempen creĂŤert die tot interactie en ontmoeting zetten van en met elkaar te leren rollen op te nemen: We adviseren 79, We signaleren 46, We stimuleren ontsluiten 92. Daarbij werken we ons naar iedereen, maar hebben We werken vanuit een duidelijke rond leerprocessen 83 We

2

schappelijke en Kempense) pols


15 & 96 dicht bij de mensen ruimten uitnodigen om mensen er zo toe aan te 7

We doen dat door verschillende

we stemmen af 52, We begeleiden 20, 26, We leiden toe en liefst samen met anderen 56. We richten extra aandacht voor doelgroepen 66. visie op leren en een sterke expertise houden de vinger aan de (maat72

3


Martine Coppieters coรถrdinator Vormingplus Kempen

4


Veertig jaar en enkele weken geleden weerklonk op een verre

Peace, love & happiness. wei

Na vijf jaar Vormingplus Kempen

vind je op de volgende bladzijden onze bescheiden Ode aan het Leven in onze regio. In die tijd hebben we onze weg gezocht tussen jou en de andere Kempenaars, tussen jouw organisatie en andere diensten. We laten daarbij schaamteloos het achterste van onze tong zien: de naïviteit van toen vertaalden we in eerlijk engagement. ‘Misschien vind je het wat soft wat ik hier ga zeggen...’ klinkt het wat verderop in een interview. Die wolligheid dachten we ontgroeid te zijn. In dit nummer van ons magazine zetten we onszelf in de etalage, vrank en vrij. We zochten een weg tussen wat bestond en wat nog komen moest, tussen traditie en vernieuwing, tussen meegaand knikken en eigenzinnig zelfvertrouwen. We zijn wie we zijn, maar we zijn ook hoe jij ons ziet. Zeg het ons als je ons ergens tegenkomt!

5


6


Onze formules Op de volgende pagina’s willen je laten kennismaken met onze aanpak. We vertrekken daarbij niet van onwrikbare axioma’s, maar wel van onze ervaringen, onze contacten, van onze projecten en activiteiten. Die hebben we regelmatig doorgepraat: in ons team, met onze algemene vergadering en de raad van bestuur. Stilaan raken de contouren afgelijnd: we presenteren ze op 6 pagina’s. En dan begint het verhaal van onze mensen. We hopen dat het je boeit!

7


Leren is belangrijk.

Om een diploma te halen bijvoorbeeld, om kans te maken op promotie of gewoon om bij te blijven in een wereld die alsmaar ingewikkelder wordt.

Maar leren kan zoveel meer zijn.

Het kan ook leuk zijn. En het geeft voldoening om dingen op te steken, het maakt je als persoon sterker. Het verandert je. Het geeft je de kans om anderen te ontmoeten. Je kan er nieuwe wegen mee inslaan ‌ Daarom wil Vormingplus Kempen zoveel mogelijk mensen aan het leren krijgen. Iedereen heeft recht op leren!

8


Leren bij Vormingplus gebeurt altijd uit vrije wil en in je vrije tijd. We zijn geen school. We werken ook niet met diploma’s. Je doet mee omdat je het interessant of plezant vindt. Je vindt ons daarom niet alleen in leslokalen. Ook op buurtfeesten, festivals of aan de keukentafel. Je kan overal leren en op heel veel manieren. Door mensen te bezoeken, door discussies te hebben, door dingen te bekijken, ‌ de mogelijkheden zijn eindeloos!

Vormi n gpl u s Kempen probeert i n de regi o zov e el mogel i j k ont m oet i n gspl a at s en tkunnen e scheppen waar mensen l e ren. Leren op de manivinden.er die wij belangrijk 9


Eén zaak staat bij Vormingplus wel voorop:

Je leert niet voor jezelf alleen. Je leert ook om er iets mee te doen, er mee aan de slag te gaan. Het moet je aanzetten om je omgeving te veranderen, te verbeteren eigenlijk. Misschien ga je er milieubewuster van leven, stimuleert het je om lid van een vereniging te worden of brengt het je meer in contact met de buren. Het kan allemaal. We werken daarom ook altijd in groep. Je leert met en van elkaar.

10

de honderden organisaties dies, We werken liefst samen men.t Cu entra, buurtcomité al actief zijn op het terrei jven,ltu… urc welkom. OCMW’s, verenigingen, bedridialoog eniedbuerendeenlenis gra onze We staan altijd open voor is een basisprincipe. ag krachten. Samenwerken


We stimuleren anderen dus om actief bezig te zijn met leerprocessen. We maken het bestaande aanbod bekend en proberen drempels weg te werken die het moeilijk maken om van dat aanbod gebruik te maken. En we zetten anderen aan om samen te werken rond leren, met ons of met anderen. Die samenwerking kan verschillende vormen aannemen: soms zetten we samen activiteiten op, vanaf het prille begin, dan weer werken we enkel samen rond de promotie of het zoeken naar begeleiders. Of adviseren we op andere vlakken. Er zijn veel mogelijkheden. We bekijken samen hoe we je het best kunnen helpen. Als we maar tot een beter aanbod komen: ruim aanwezig, toegankelijk voor iedereen, relevant ĂŠn interessant.

Jammer genoeg kunnen we ni e t i e dereen al t i j d en ov e ral hel p en. De keuzes dizoeken e we actmoetieefn welmakenke vrziagenjn gebaseerd op wat we i n de samenl e v i n g zi e n. We of behoeft e n i n de regi o worden geformul e erd. We zigatjnen,gevdeoeligtekortvooren siignnalheten. netVoorwerkmaatvanschappel i j k e t e ndensen. We zoeken de l e erkansen. We houden v o ort d urend de vinger aan de pols.

11


Ieder mens heeft een recht op leren. Vormingplus Kempen wil er in de Kempen toe bijdragen dat ieder mens dat recht ook kan uitoefenen. Vormingplus Kempen wil iedere mens gelijke kansen geven om zich maximaal te ontwikkelen als een zelfstandige, zingevende, creatieve, sociaal voelende en maatschappijbetrokken volwassene die kritisch denkt en voor zijn mening uitkomt. Al onze initiatieven komen tegemoet aan educatieve vragen en behoeften die leven bij de inwoners van de Kempen, van de centrumsteden tot de kleinste landelijke gemeente, van Meerle tot Veerle. Speciale aandacht hebben we voor maatschappelijk kwetsbare groepen en mensen met specifieke educatieve noden. We willen doelgroepen aanspreken die door andere educatieve instanties niet worden bereikt maar ook de werking met bereikte groepen uitbreiden en intenser maken.

12


We willen in de regio een betrouwbare, professionele en relevante partner zijn als het gaat om leerprocessen of als het gaat om samenlevingsthema’s die nieuwe leerprocessen vragen. Daarvoor hebben we twee troeven: • een sterke regionale inbedding

We hebben relaties met doelgroepen, organisaties, overheden. Relaties met maatschappelijk kwetsbare groepen en hun organisaties hebben daarbinnen een heel belangrijke plaats. We nemen deel aan en dragen bij tot een veelheid aan netwerken. • een sterke expertise rond leerprocessen

We hebben een visie op leren en vorming. We houden goed voor ogen wat we willen bereiken. Dat is ons uitgangspunt. Pas dan zoeken we open en onbevangen die verfrissende combinatie van methoden, die toelaat om dat ook echt te bereiken. ‘Vorm volgt functie’, noemen we dat. En niet andersom.

13


14


Gie Van den Eeckhaut voorzitter van Vormingplus Kempen

Samenwerken is ons ding Waar het hart van vol is, loopt de mond van over. Praat met Gie Van den Eeckhaut over onderwijsdecreten, leerprocessen en het recht op leren, en je bent voor een paar uur vertrokken. De voorzitter van de raad van bestuur van Vormingplus Kempen, die professioneel verbonden is aan de Katholieke Hogeschool Kempen, beheerst die materie als geen ander. “Dat is ook logisch. Het is mijn hobby én het is mijn beroep”, zegt hij, “ik heb er bij Vormingplus Kempen en bij de KHK mee te maken.” Hij weet er alles over en kent de kleinste details. Maar vraag hem niet hoe lang hij nu eigenlijk al voorzitter is van Vormingplus Kempen. Want bij eenvoudige, persoonlijke vragen wordt het heel stil. “Twee jaar? ... Drie? ... Nee, toch eerder twee... Hoewel... Ik weet het eigenlijk niet... Is dat belangrijk?”

Het interview met Gie Van den Eeckhaut kan niet beginnen voor hij me -naast duizend andere zaken- heeft bijgebracht wat het verschil is tussen formele en arbeidsgeoriënteerde leerprocessen, en hoe die zich verhouden tegenover de sociaal-culturele methodiek die zo typisch is voor de regionale volkshogescholen. De theorieles is best wel interessant, maar na een dik halfuur ben ik blij dat de snelcursus erop zit en dat het mijn beurt is om het gesprek te leiden en de vragen te stellen. Vormingplus Kempen bestaat vijf jaar. Je zou kunnen zeggen dat een pioniersperiode is afgelopen. Bekijk jij het ook zo? Gie: Na vijf jaar is het in elk geval een goed moment om eens even stil te staan en te evalueren. En ja: in feite is het een pioniersperiode die we afgesloten hebben. Want vijf jaar geleden werden de volkshogescholen compleet hervormd. Vroeger draaide alles rond een eigen cursusaanbod. Volkshogescholen waren cursuswinkeltjes. Iedereen

die wilde, kon er gaan shoppen. Decretaal werd dat helemaal herbekeken. Van de vormingshogescholen werd gevraagd om zich een beetje te herpositioneren. Om zich beter te integreren in de maatschappij en zich wat interactiever op te stellen. Ik denk dat we kunnen stellen dat van de dertien volkshogescholen die er bestaan in Vlaanderen en Brussel Vormingplus Kempen het roer het hardst heeft omgegooid. Wij zijn direct heel radicaal een andere koers gaan varen. Onze ‘core business’ bleef natuurlijk dezelfde: vormingswerk voor volwassenen. Maar al de rest veranderde. We hebben ons draaiboek volledig herschreven en zijn van nul opnieuw begonnen. Hoe kijk je terug op de voorbije vijf jaar? Gie: Met heel veel voldoening. De keuze om radicaal te breken met het verleden was de goede. We hebben het aangedurfd om te gaan experimenteren. Bij de start van

15


Vormingplus Kempen hebben we meteen aan de overheid gevraagd of het voor hen okee was dat we tijdens het eerste jaar helemaal niks zouden organiseren. Dat gaf ons de tijd en de vrijheid om te brainstormen, de markt te verkennen, en de vraag en het aanbod grondig te bestuderen. Daar hebben we goed aan gedaan. Vormingplus Kempen wilde immers aanvullend werken. Het zou geen enkele zin hebben om dubbel werk te doen. Ten eerste verlies je daar alleen maar tijd mee, ten tweede is het onze taak juist niet om als concurrent te gaan optreden van het reeds bestaande vormingswerk. Wij moeten al het andere onderwijs- en vormingswerk juist stimuleren; niet beconcurreren. Vandaar ook dat Vormingsplus Kempen zelf geen cursussen geeft. Niet een van onze educatieve medewerkers geeft opleidingen of cursussen. We hebben duidelijk gekozen voor een andere aanpak. We ondersteunen het bestaande aanbod en proberen het te verbeteren en toegankelijker te maken. We gebruiken onze middelen, onze ervaring, onze know-how en onze connecties om dat te doen. De Internationale Vrouwendag is daar een mooi voorbeeld van. Dat is een organisatie waarbij heel veel partners

16

Gie Van den Eeckhaut: De Vrouwendag was een mooi voorbeeld van onze kracht om te netwerken.

betrokken zijn. Vormingplus zou zich niet nuttig maken door de organisatie van de Internationale Vrouwendag over te nemen. Wel hebben wij ondersteunend gewerkt door alle partners die rond dat thema werken, te verenigen en een netwerk te creĂŤren. Het resultaat van die manier van werken is altijd groter dan de som van de aparte delen. We hebben het in de pioniersperiode al honderd keer ondervonden: samenwerking is ĂŠcht wel ons ding. Niks doen wij nog op eigen houtje. Door samen te werken houd je ook de vinger aan de pols en kan je sneller inspelen op nieuwe behoeftes. Je klinkt bijzonder positief. Maar elke opstartfase gaat ook steeds gepaard met kinderziektes en groeipijnen, zeker als je van de ene dag op de andere een totaal andere koers gaat varen. Waar sloegen jullie tijdens de pioniersperiode de bal mis? Of milder gesteld: wat had er de voorbije jaar beter gekund? Gie: (denkt lang na). We hebben onszelf niet veel te verwijten. Grote kemels hebben we in elk geval niet geschoten. Maar als ik toch een kritische noot moet maken: we zijn helemaal in het begin overenthousiast geweest. We hebben dat gelukkig snel ingezien en bijgestuurd.


In het opstartjaar hebben we intern een slogan gelanceerd: “We springen op alles wat beweegt”. We wilden onze pas verkregen vrijheid maximaal benutten. We wilden alles doen, en wel tegelijkertijd. Dat is natuurlijk begrijpelijk. De ‘joie de vivre’ van Vormingplus Kempen was zo enorm groot dat we ons nauwelijks konden inhouden. We waren zo dol als een kind in een snoepwinkel. Maar we ondervonden al snel dat ‘springen op alles wat beweegt’ niet haalbaar is en bovendien niet efficiënt. Het is veel beter om niet alles te willen doen. Je moet selecteren, weten wat je wil, en dan scherper zijn in de uitvoering en verwezenlijking. Daar bereik je veel meer mee dan met het springen op alles wat beweegt. De kwaliteit is belangrijker dan de kwantiteit. Op welk punt staat Vormingplus Kempen nu, na vijf jaar? Gie: De contouren zijn duidelijk geworden. Het terrein is grondig verkend. We weten nu wie er op het terrein rondloopt en wat, sedert onze nieuwe aanpak, onze positie is. Het veld is gekend, de spelers zijn gekend. Van daaruit kunnen we weer verder werken. Maar de contouren, de spelers en de onderlinge posities veranderen voortdurend. Dat is nu eenmaal het kenmerk van een snel evoluerende maatschappij. Hoe gaat Vormingplus Kempen daarmee om? Hoe kan je bijvoorbeeld beleidslijnen uitstippelen of een visie op langere termijn ontwikkelen als je tegelijkertijd de vaste bedoeling hebt om kort op de bal te spelen en in te gaan op nieuwe vragen, noden en behoeftes? Daarvoor kunnen we altijd terugvallen op een schema dat we voor onszelf hebben uitgetekend. Dat schema herinnert ons eraan wie we zijn en wat we doen. Binnen die lijntjes moeten we kleuren. Maar de kleuren die we willen gebruiken of die we nodig hebben, kiezen we zelf. Het zou een heel lange en technische uiteenzetting worden om het van naaldje tot draadje uit te leggen. Maar als ik een beetje kort door de bocht mag gaan, kan ik het goed samenvatten door te zeggen dat we ons werk op een andere manier afgebakend hebben. Vormingplus heeft niet de inhoud van het werk afgebakend, maar wél de manier waarop er gewerkt wordt. Zo kunnen we altijd snel inspelen op inhoudelijke veranderingen. En ondertussen

verandert er niets aan onze eigenheid, onze structuur, ons doel en onze manier van werken. We hebben er met andere woorden zelf voor gezorgd dat we zo flexibel mogelijk zijn. Dat was voor ons ook veel belangrijker dan inhoudelijk af te bakenen wat we willen doen en wat niet. Wat is volgens jou de komende jaren de grootste uitdaging voor Vormingplus Kempen? Gie: Da’s moeilijk te zeggen. We zullen wel voor meerdere uitdagingen komen te staan. Maar wat mij heel erg bezighoudt, is hoe het verenigingsleven er over een aantal jaar zal uitzien. Ook dat heeft weer alles te maken met de snel evoluerende maatschappij én met onze wil om de vinger aan de pols te houden. Kijk, de manier waarop jongeren tegenwoordig ‘netwerken’ staat haaks op de manier waarop wij dat vroeger deden. Mijn vrienden gingen naar dezelfde school als ik. Overdag zag ik hen en als ik ‘s avonds thuiskwam viel dat netwerk weg. Vandaag de dag gaat het juist andersom. Mijn dochter van negen heeft een eigen blog. Als zij thuiskomt van school, begint het netwerken pas. Het ligt voor de hand dat dat enorme gevolgen gaat hebben voor het verenigingsleven. Met een blog, Facebook, Twitter, ... maak je ‘vrienden’ over de hele wereld. Terwijl het verenigingsleven meestal juist louter lokaal actief is. Wat kunnen vrienden uit Hasselt, Gent en Parijs betekenen voor een lokale hobbyclub? Het is de taak van Vormingplus Kempen om dat in de gaten te houden er erop in te spelen, bijvoorbeeld door ons af te vragen hoe we de netwerking kunnen integreren in het verenigingsleven. Dat lijkt me een grote uitdaging. Een andere uitdaging lijkt me om jongeren en ouderen met mekaar in contact te brengen en daarrond ondersteunend te werken. Is het een prioriteit van Vormingplus Kempen om zich te profileren? Vormingswerk wordt nog vaak over dezelfde kam geschoren als het reguliere onderwijs. Vorming is vorming. Gie: Heb je nog een uurtje tijd? Nu kom je helemaal op mijn territorium terecht. Al 25 jaar houd ik mij bezig met de vraag: “Leren, wat is dat eigenlijk?” Leren en studeren wordt in onze samenleving inderdaad nog altijd als saai

17


Gie Van den Eeckhaut: Leren is ongelooflijk plezant. Niks leuker dan je blik verruimen!

beschouwd. Iets voor watjes die niks beters te doen hebben. Maar het tegendeel is waar. Leren is ongelooflijk plezant. Niks is leuker dan je blik verruimen. Alleen is leren zoveel meer dan boven een boek hangen. Een website onderhouden, teksten van je favoriete Amerikaanse of Britse band lezen... dat is ook allemaal leerrijk. Het reguliere onderwijs motiveert te weinig. Het is te veel bezig met de leerprocessen zélf. Vormingplus Kempen mag en zal die fout niet maken. Wij proberen mensen te prikkelen. Je bent een bezield voorzitter van Vormingplus Kempen. Is er nog tijd voor iets anders? Hoe veeleisend is het voorzitterschap?

18

Gie: Da’s een vraag waarop ik onmogelijk kan antwoorden. Ik kan mijn uren niet tellen, en dat wil ik trouwens ook niet doen. Bij de Katholieke Hogeschool Kempen ben ik met exact dezelfde dingen bezig dan bij Vormingplus Kempen: onderwijsdecreten, leermethoden, leerprocessen, en alles wat

daar van dichtbij en veraf mee te maken heeft. Ik zou dus kunnen antwoorden dat het voorzitterschap veel tijd vergt en dat ik er elke dag mee bezig ben. Maar ik kan even goed zeggen dat Vormingplus Kempen mij nauwelijks tijd en moeite kost, omdat ik me beroepshalve toch al focus op dezelfde zaken. Het is maar hoe je het bekijkt. 

Tekst: Roel Sels

|

Foto’s: Bart Van der Moeren


lijster

markante

uit het rece

cijfers

nte verleden

10 personeelslede n Vormingplus Kempen 27 gemeenten in het arrondissement Turnhout

top

11

pu

rachten

n voord

ingen e bliek lez

de duisternis rania (300) 1. Nacht van terrenwacht U ss lk Vo et m Olen, 2005 n ? Hoe ? Zo ! mans) (300) 2. Opvoede et Wendy Bos m 06 20 t, ou Oud-Turnh e SiberiÍ 3. Reportag len (183) met Martin Hey 08 20 n, le O igerswet burg (173) 4. De vrijwill rmingplus Lim Vo et m 06 20 Beerse, afscheid nemen 5. Leven met 65) Manu Keirse (1 Lille, 2006 met pubers ans (138) 6. Praten met Maurits Wysm et m 06 20 k, Arendon i-code 7. De Da Vinc ) met CCV (131 Westerlo, 2006 te groeien 8. Grenzen om (128) met Luc Waes Herentals, 2007 (120) 9. Eva’s rib Dirk Draulans et m 05 20 o, rl Weste te en de schrik 10. De schaam yser (118) et Diane De Ke m 07 20 e, le Kaster Kader Abdolah 11. Lezing met (113) Vorselaar, 2008

13 Vormingpluscen tra in Vlaanderen 14 leden Raad va n Beheer 45 leden Algemen e Vergadering 618 activiteite n in 2008 236 partners waarmee we samenw erkten in 2008 25 projecten in 20 08

22.147 deelnem

ers 2006-2008

19


Hoelang moet je opvolg Over het begeleiden van langlopende leerprocessen 20


Balen is één van de gemeenten in Vlaanderen waar je een Permanent Armoede Overleg (PAO) kan vinden, een orgaan van het OCMW dat gericht is op de aanpak van (kans-)armoede. Sinds kort neemt Gusta (laat ons haar zo maar noemen) deel aan dit overleg. Ze is een jaar of vijfenzestig en komt – zo noemt men dat dan – rechtstreeks uit de doelgroep. Gusta is daar niet toevallig beland. Ze is namelijk ook lid van ‘Club Actief’ een initiatief van Vormingplus Kempen en het Balense OCMW. Haar ervaringen in deze Club hebben haar aangezet om ook in het PAO actief te worden.

gen? 21


Kristel Vanhulle, educatief medewerkster bij Vormingplus Kempen, vertelde me dit verhaal. Ze begeleidt ‘Club Actief’ al meer dan twee jaar. De Club wil kansarmen warm maken voor cultuur en sport. Onder andere. Want er zijn nog andere doelstellingen. Ik kreeg een interessante en erg enthousiaste uitleg, daar niet van, maar mijn interesse werd pas echt gewekt toen ik haar vroeg wat het project had opgeleverd. Ze dacht even diep na en kwam dan met Gusta op de proppen. Wat aarzelend, maar tegelijk toch ook trots. Je voelde dat hier iets onder zat. Ik vind je voorbeeld iets ontroerend hebben. Iemand die van respectabele leeftijd is, kansarm, maar die toch besluit om in een officieel overlegorgaan te zetelen. Fantastisch. Toch leek je te twijfelen om het ter sprake te brengen. Waarom? Kristel: Je zou eens moeten weten hoe dikwijls we vragen krijgen als “wat heeft het opgeleverd?” of “wat zijn de resultaten?” Men wil dan dat je concrete zaken op tafel legt. Hard cijfermateriaal. Over hoeveel mensen je bereikt of over hoeveel tijd erin is gekropen. Op dat vlak kan ik geen spectaculaire cijfers voorleggen. Uiteindelijk zitten er ‘maar’ vijftien mensen in de Club … Ik begrijp wel dat men dat wil weten, maar toch. Het is eigenlijk oneerlijk. Je steekt veel tijd in iets dat vooral op lange termijn resultaten oplevert. De kern van ons werk draait ook om andere zaken. Door je werk zie je mensen veranderen, op allerlei vlakken. Soms klein, soms spectaculair. Soms zien ze het zelf amper. Maar ik ken ze al een tijdje en merk het wel op. Ik weet dat er iets veranderd is. Iets goeds. Zowel op individueel als op groepsvlak. Dat vind ik ook een resultaat. Het voorbeeld van Gusta toont dat duidelijk aan. Maar het blijft een feit dat je er heel wat Latijn in hebt gestoken: nu al 2,5 jaar om precies te zijn. Is het niet terecht dat daar vragen bij gesteld worden?

22

Kristel: Kijk, Vormingplus wil dat er in de Kempen meer en meer plaatsen komen waar je iets kan leren. En leren zien we heel ruim. Je leert niet alleen door naar studiedagen te gaan of ingewikkelde boeken te lezen. Zaken die je ervaart, waar je met je voeten in staat, daar leer je ook

van. Misschien nog wel het meest. Want die ervaringen blijven beter plakken. Een workshop ‘vergadertechnieken’ is ongetwijfeld nuttig, maar leer je niet meer door gewoon te vergaderen? Niet één keer natuurlijk, maar maandelijks? Straffer nog: zo’n workshop trekt alleen mensen aan die zich willen bijscholen, die open staan voor dit soort van vorming. Via Club Actief leren de leden ook vergaderen, al wordt het woord ‘vorming’ nooit gebruikt en wordt alles wat ludieker aangepakt dan in traditionele workshops. Daarom investeren we dus ook in procesmatige activiteiten. Activiteiten die één jaar duren, of twee of misschien zelfs vijf. Natuurlijk is dat veel tijd! Is dat een probleem? Volgens mij niet, want het levert ook veel op. Op menselijk vlak, op sociaal vlak én zelfs op maatschappelijk vlak. Overal zie je effecten. Maar je moet ze dan ook wel willen zien. De vraag zou eigenlijk moeten zijn: is er een alternatief? Kan je mensen deze dingen aanleren op een andere manier? Het effect op de deelnemers lijkt me duidelijk. Maar de sociale en maatschappelijke kant zeggen me minder. Kristel: Ik wil daarmee zeggen dat de mensen die meedoen aan zo’n project ook zaken terug geven aan hun omgeving. Aan de groep waarin ze zitten én aan de samenleving. Leren opkomen voor je mening, durven spreken in een groep, leren luisteren naar anderen of met elkaar in discussie gaan: je leert dit soort van dingen niet enkel voor jezelf. Mensen gaan daarmee aan de slag. Gusta zit nu in dat overleg. Ze draagt haar steentje bij. Het klinkt wat soft misschien, maar het is wel waar: Gusta bepaalt mee hoe het beleid er in Balen gaat uitzien. Dat bedoel ik met maatschappelijke effecten. Vergeet ook niet dat Gusta geleerd heeft dat je, als je wil, wel degelijk zaken kan veranderen. Daar dacht ze bij de start van het project helemaal anders over. Wie weet gaat ze zich in de toekomst nog op andere vlakken inzetten. In de buurtwerking bijvoorbeeld of door ergens vrijwilligerswerk te doen. Dat zijn allemaal zaken die we zien gebeuren. Ik kan veel voorbeelden geven à la Gusta. Opnieuw: is dit die investering waard? Ik denk het wel. Ik kan best begrijpen dat Vormingplus hierin investeert. Maar daardoor leg je meteen ook beslag op een

Kristel Vanhulle: Is veel tijd investeren een probleem? Volgens mij niet, want overal zie je de effecten ervan.


heel deel van je tijd. Tijd die niet onuitputtelijk is. Hoe lossen jullie dit op? Anders gesteld: als er zich straks tien activiteiten zoals Club Actief aandienen, moet je toch kiezen, niet? Kristel: Inderdaad. Voor de duidelijkheid wil ik ook vermelden dat we niet alléén dit soort van langdurige activiteiten doen. Het is slechts één van de manieren waarop we werken. Daarnaast hebben nog een hele reeks van andere activiteiten. Dat maakt de keuze nog moeilijker.

Hoe dan ook, de projecten - dat zijn die langer lopende zaken- vinden we belangrijk. We doen ze graag en steken er dus relatief veel tijd in. Dus wat je zegt klopt: we moeten kiezen. En kiezen is verliezen, dat moet je ons niet vertellen. We proberen dat zo goed mogelijk te doen. Hmm. Kan je dat niet concreter maken? Kristel: Niet alle vragen die we ontvangen, vragen om een intensieve begeleiding. Dat is een eerste filter.

23


Dan bekijken we welk probleem achter de vraag zit. Enfin, ‘probleem’ … het kan ook gaan om zaken waar men aan wil werken. In Balen wou men bijvoorbeeld komen tot een groep van kansarmen die het beleid mee vorm zou geven. Daar was niet echt sprake van een probleem. Maar het kan ook gaan om mensen die het sociaal contact in hun buurt willen verbeteren of een asielcentrum dat aansluiting zoekt tussen haar werking en de bewoners uit de gemeente. Voor ons is het belangrijk dat de vraag een maatschappelijke invalshoek heeft. We willen activiteiten begeleiden die een positief effect hebben op de samenleving. Als aan die basisvoorwaarde voldaan is, leggen we er een uitgebreidere vragenlijst naast. Daar staan dingen in als: met wie kunnen we samenwerken, kunnen we de activiteit later herhalen, hoeveel inzet wordt er juist gevraagd, enzoverder. De lijst helpt ons om keuzes te maken. Al geef ik meteen ook toe dat de uiteindelijke beslissing soms van kleine zaken afhangt. Zo zullen we bijvoorbeeld sneller ingaan op een vraag uit een gemeente waar we nog niets mee organiseren. Krijgen jullie trouwens veel vragen? Kristel: Er wordt toch regelmatig op onze deur geklopt. Soms effectief met de vraag om langdurig samen te werken, maar het gebeurt even vaak dat de eerste vraag iets helemaal anders is. Zo kan ik me herinneren dat er ooit een vraag is binnengekomen om fietslessen voor allochtone vrouwen te organiseren, ik weet zelfs al niet meer van wie. Of wij dat niet vlug konden doen. Natuurlijk konden we dat, maar we zagen al snel in dat we beter samenwerking zochten met andere partners. Daar is uiteindelijk een project uit gegroeid dat meer dan een jaar gelopen heeft en waar heel wat andere organisaties en vrijwilligers bij betrokken waren. Met veel succes. Het is ondertussen op verschillende plaatsen herhaald. Stel dat ik Vormingplus zover krijg om zo’n langdurig proces mee te doorlopen. Wat mag ik verwachten van jullie?

24

Kristel: Oei, daar is niet zo maar een antwoord op te geven. Dat verschilt enorm van project tot project. In sommige

gevallen zullen we een soort van trekkersrol opnemen, door de mensen samen te roepen en de vergaderingen voor te zitten. Maar het gebeurt even goed dat we meer op de achtergrond blijven en het groepsproces mee vormgeven of zoiets. Het kan eigenlijk alle kanten op gaan. Waar je wel op mag rekenen is dat we vanuit Vormingplus het totale opzet in het oog houden. Er zijn een aantal kernzaken die we regelmatig bevragen. Zoals de vragen “wat zijn we aan het doen?” en “bereiken we hier onze doelen mee?”. De vragen bevatten op hun beurt een reeks deelvragen, zoals “voelen de deelnemers zich verbonden met elkaar?” of “gebeurt de begeleiding op de juiste manier?” We hebben daar een handig instrument voor, met alle vragen op. Elke projectbegeleider bespreekt die vragen maandelijks met Martine, onze coördinator, en Jef, de educatie-ondersteuner. Zij hebben heel wat ervaring en knowhow, dus dat is zeker een steun. En als uit de bespreking blijkt dat er bijgestuurd moet worden, zorgt de begeleider ervoor dat dit ter sprake wordt gebracht in de groep. Vormingplus staat dus in voor het goede verloop van het proces? Kristel: Ja. Het is te zeggen: we proberen dat te bewaken. Dat is natuurlijk geen garantie dat elk proces goed afloopt. Dat kunnen we niet garanderen. En dat willen we ook niet, want dat zou betekenen dat we het proces te veel sturen. Wij willen enkel de kwaliteit van het proces bewaken, dat is misschien beter geformuleerd. Als je in zee gaat met ons, kan je ervan op aan dat we er werk van maken. We zullen het professioneel en ernstig aanpakken. Waarom willen jullie niet sturend werken? Iemand moet toch de lijnen uittekenen? Kristel: Gelijkwaardigheid, daar draait het om! Deelnemers zijn niet gelijk, ze hebben verschillende ervaringen en competenties en verschillende standpunten en visies. Dat is niet erg, integendeel. Maar ze maken allemaal deel uit van de groep en dus is hun inbreng even belangrijk. Je tekent dus samen de lijnen uit. Dat is het fundament waarvan we vertrekken. In heel onze werking trouwens, niet alleen in de langlopende zaken. En geloof me, een andere aanpak


werkt niet. Dat hebben we ook al, met scha en schande, ondervonden. Als je een groep te veel wil sturen in een richting die hen niet ligt, gaan je deelnemers lopen. Daar sta je dan met je sturing. Neen, ofwel doe je het samen ofwel begin je er beter niet aan.

daar stopt het dan ook. We proberen er zoveel mogelijk uit te leren en de volgende keer die fouten niet meer te maken. Meer moet dat niet zijn, volgens mij. Bedankt voor het gesprek en nog veel succes. ď Ž

Zijn er nog andere zaken die je zo, door scha en schande, hebt geleerd? Of die faliekant zijn afgelopen? Dat lijkt me een leuke afsluiter. Kristel (lacht): Leest Martine dit ook? Neen, serieus. Natuurlijk maken we ook fouten. Het zou maar erg zijn. Er zijn projecten geweest waar veel tijd in is gestoken, die we goed opgevolgd hebben, maar die toch de mist ingingen. Om allerlei redenen. Tsja. Dat is dan even vloeken, maar

Kristel Vanhulle (hier met Club Actief): Gelijkwaardigheid, daar draait het om. Deelnemers zijn niet gelijk, maar hun inbreng is even belangrijk.

25


Springlevende

Over het stimuleren van leren

26

Door het ontstaan van BelgiĂŤ werd de Kempen plots een grensstreek. Letterlijk een uiteinde van het land. Grensgebieden worden traditioneel gebruikt om bepaalde voorzieningen te huisvesten, zoals militaire domeinen, abdijen, gevangenissen of andere zorginstellingen. De Kempen vormt daar geen uitzondering op.


werkvormen

27


Zo vind je in Arendonk, in een voormalige Duitse munitieopslagplaats, een opvangcentrum voor asielzoekers. Acht jaar geleden deed dat z’n deuren open. Zouden de “Telouwerele’ers” en de bewoners van dat centrum ondertussen naar elkaar zijn toegegroeid? Een vraag voor Kristel Vanhulle, die bij Vormingplus Kempen werkt en van daaruit al een aantal jaren Color A’do begeleidt. Dat project probeert contacten te leggen tussen de Arendonkenaars en de bewoners van het asielcentrum. Ze wordt tijdens het gesprek geflankeerd door Jan Van Hout, de adjunct-coördinator van Vormingplus en de man die over de centen gaat. Een onderwerp dat ik ook ter sprake wil brengen. Maar eerst dus Color A’do. Kristel: Je kan gerust zeggen dat het contact prima is. Dat maakt het verhaal van Arendonk niet uitzonderlijk. Tien jaar geleden was er een groot tekort aan opvangplaatsen voor asielzoekers. Er werden dan extra plaatsen gecreëerd, waar de plaatselijke bevolking meestal – om het voorzichtig te zeggen – eerder wantrouwend tegenover stond. Nu, na al die jaren, zie je dat die mensen daar helemaal anders tegenaan kijken. Ook in Arendonk. Iets dat zich dus automatisch oplost. Waarom er dan een project rond opzetten? Kristel: Wacht. Mijn verhaal was nog niet af. Die verschuiving is er maar gekomen doordat de centra open staan voor betere contacten en er ook in investeren. Ze zetten daar bijvoorbeeld personeel op in. In Arendonk gingen ze nog verder en hebben ze onze hulp gevraagd. Dat is uitgegroeid tot een echte werking. Er zijn elke maand activiteiten en er is een groep vrijwilligers die alles mee uitwerkt. Bijna helemaal zelfstandig. Eind dit jaar stapt Vormingplus uit het project en dan zullen die vrijwilligers zelf verder werken, samen met Jasmine, die de zaak opvolgt voor het asielcentrum. Dat is wel uniek. Ik geloof niet dat er een ander asielcentrum is waar vrijwilligers zo���n werking dragen. Maar het is wel door hard en lang te werken dat we tot resultaten zijn gekomen. Het is niet zomaar ‘automatisch’ gebeurd. En de groep zal actief moeten blijven, anders verwatert het weer. Wat staat er zoal op het programma?

28

Kristel: Een avond rond Roma-zigeuners, filmvoorstellingen, een workshop djembé-spelen, uitstappen, kooknamiddagen, fotozoektochten, … De lijst is eindeloos. Noem het maar op. Jan: Het is een aanbod dat vergelijkbaar is met wat je bij andere verenigingen kan aantreffen. Niets speciaals eigenlijk, al ligt hier natuurlijk wel een accent op interculturaliteit: het leren kennen van elkaars cultuur. Het zou eigenaardig zijn als je daar niets rond zou doen, natuurlijk.

Vergelijkbaar met andere verenigingen zeg je. Dus eerder met een lage drempel, niet te moeilijk, hapklaar. Jan: Hmm. Hapklaar klinkt wat te negatief. Alsof dit soort van activiteiten minder waarde zouden hebben. Daar ga ik zeker niet mee akkoord. Je kan evenveel leren op kook- of knutselactiviteiten als op een avond over de metafysica van Heidegger. Het gaat over andere thema’s, maar de leerervaring kan even rijk zijn. Of rijker. Kristel: Dat is het oude onderscheid tussen cultuur met de grote of kleine ‘c’. Een opera is cultuur met de grote ‘C’, maar een fanfare zou ‘maar’ cultuur zijn met de kleine ‘c’. Jan: Juist. En ik geloof dat iedereen het er ondertussen over eens dat die discussie tussen elitaire en populaire cultuur weinig heeft bijgebracht. Ze hebben allebei hun plaats. Punt andere lijn. Kristel: Al blijft dat in de vormingswereld gevoelig liggen. Als je avondonderwijs volgt, stelt dat iets voor. Maar een cursus bloemschikken wordt veel minder serieus genomen. Om nog maar te zwijgen van workshops koken of dans. Daar is nog wel zoiets als leren met de grote en kleine ‘l’ of vorming met de grote en kleine ‘v’. Los van die discussie blijft het feit dat zo’n vormingsactiviteiten volk trekken. Anders zouden jullie in Arendonk niet elke maand iets organiseren. Dat verbaast me. Ik dacht dat die tijd voorbij was. Kristel: Absoluut niet! Onlangs heeft Humo nog een reeks gepubliceerd over lezingen in Vlaanderen. De conclusie daarvan was dat er nog altijd een enorm aanbod van die lezingen plaatsvond. En dan ging het nog niet over langer lopende activiteiten, zoals cursussen. Die werkvormen zijn duidelijk nog springlevend. Dat is ook onze ervaring in de Kempen. Jan: Ik moet zeggen dat dat ook mij verbaast. Je hoort overal verhalen dat mensen individualistischer zijn geworden, minder sociale contacten hebben, voor de teevee blijven hangen, het te druk hebben, … En toch zien we dat het traditionele vormingsaanbod floreert. Ik kan natuurlijk niet vergelijken met twintig jaar geleden, maar ik kan me niet voorstellen dat het toen veel hoger scoorde. Wat zijn de redenen voor die blijvende belangstelling? Is de Vlaming zo leergierig? Jan: Een wetenschappelijke verklaring heb ik niet. Ik denk dat de grote groep gepensioneerden zeker meespeelt. Die besteden een deel van hun tijd aan dit soort van activiteiten. Alhoewel ook de avondscholen, die toch een ander publiek trekken, niet te klagen hebben over te weinig volk. Kristel: Misschien speelt ook mee dat het thema ‘leren’ belangrijker wordt. Er wordt meer en meer gesproken over ‘levenslang en levensbreed leren’.


Jan: En ontmoeting natuurlijk. Je komt op die avonden andere mensen tegen, legt nieuwe contacten, … dat is zeker ook een factor. Een grote belangstelling, dus ik veronderstel dat Vormingplus hier op sterk op inspeelt? Jan: Toch eerder voorzichtig. Als iets succes heeft, als er veel rond gebeurt, hoeven we niet per se extra inspanningen te doen. Anders ga je de bestaande organisaties beconcurreren en dat willen we vermijden. Je kan dan beter inzetten op andere zaken. Kristel: Het is daarom ook dat we dit soort van activiteiten nooit helemaal alleen opzetten. We werken altijd samen met lokale partners. Cultuurdiensten, wijkverenigingen, bibliotheken, KAV’s, … iedereen die interesse heeft. Jan: Vormingplus heeft ook geen mensen in dienst die overal lezingen gaan geven of cursussen begeleiden. Veel andere Vormingpluscentra doen dat wel. Om dat echt rendabel te krijgen, moeten die lesgevers bijna continu op pad zijn. Je creëert een aanbod, vaak zonder echt te weten of de vraag zal volgen. Om dat dan weer op te vangen, moet je zelf op eigen houtje avonden gaan organiseren waar je personeel kan lesgeven. Allemaal toestanden die we willen vermijden. Als jullie de lesgevers niet leveren, waaruit bestaat de samenwerking dan? Waarom zou je met Vormingplus gaan samenwerken? Jan: Omdat we een interessante deal aanbieden. Wij zijn bereid tot 75% van de kostprijs van de lesgever te betalen, als de organisatie bereid is aan een aantal voorwaarden te voldoen. En die zijn? Jan: Het belangrijkste is dat de activiteit open staat voor iedereen. Niet enkel leden mogen welkom zijn. Deze voorwaarde is meestal geen probleem, omdat men daardoor ook nieuwe

mensen kan aantrekken. Tweede punt: de toegangsprijs. Die moet laag zijn. Avonden waarvoor je 10 euro betaalt, vallen dus uit de boot. Opnieuw is dat om iedereen kans te geven deel te nemen. En tot slot zijn er nog wat kleinere puntjes, zoals het bezorgen van een deelnemerslijst. Zaken die wij nodig hebben

Jan Van Hout:Je hoort overal dat mensen minder sociale contacten hebben, maar toch zien we dat het traditionele vormingsaanbod floreert.

29


Jan Van Hout: We zijn geen subsidiekanaal, al trokken we in 2008 zo’n 20.000 euro uit voor onze dienstverlening. Neen, we willen dat zoveel mogelijk organisaties met leren aan de slag gaan. (hier: Dixie Dansercour op de milieubeurs in Balen)

om onze administratie en onze subsidiërende overheid tevreden te houden. Bovendien staat de partner in voor de volledige praktische organisatie: van het vastleggen van de spreker en het voeren van de promotie tot het afsluiten van de zaal. Kristel: Misschien belangrijk om aan te vullen is dat niet alle activiteiten financieel ondersteund worden. Enkel diegene die onder de thema’s ‘interculturaliteit’, ‘participatie’, ‘duurzaamheid’ en ‘de Kempen’ vallen. Een workshop rond assertiviteit komt dus bijvoorbeeld niet in aanmerking. Een avond rond energiebesparing wel. Waarom slechts – en juist die – vier thema’s? Zoiets werkt tot beperkend?

30

Kristel: Die keuze heeft te maken met praktische en inhoudelijke keuzes. De praktische zijn het meest eenvoudig te begrijpen: we hebben gewoon niet genoeg geld om alles te ondersteunen. We moeten selectief zijn en vandaar dus maar vier thema’s. Het zijn juist die vier omdat we ze inhoudelijk belangrijk vinden. Zo is voor de buitenwereld meteen ook duidelijk waar we vooral rond werken. Jan: Je moet daarbij het totale plaatje goed in het oog houden. Het is niet de bedoeling dat Vormingplus elk initiatief in de regio ondersteunt. We zijn geen subsidiekanaal. Neen, we willen dat zoveel mogelijk organisaties met leren aan de slag gaan. Leren met de grote en kleine ‘l’. Het geld is een lokkertje. Het moet mensen stimuleren om ermee

te starten, om ze over de meet te trekken. Als ze geproefd hebben, ontdekken dat het leuk en leerrijk kan zijn, gaan ze er hopelijk meer mee bezig zijn. Dàt is het doel van die ondersteuning. Over welke bedragen praten we? Jan: De vraag waar iedereen op zit te wachten! Wel, in 2008 hebben we zo’n 20.000 euro uitgetrokken voor dit soort van stimulering. Toch al de moeite waard. Daar zitten wel ook de speciale gevallen in, zoals de samenwerkingen met kansengroepen. Die kunnen tot 100% ondersteuning ontvangen. Kristel: Maar de projecten zijn daar dan weer niet bijgeteld. Dus alle activiteiten die we met Color A’do hebben ingericht, komen uit een ander potje. Jan: Inderdaad. Lang lopende activiteiten, waar Vormingplus eerder een begeleidende rol speelt, krijgen eigen budgetten. Daar zetten we ook personeel op in. Dan praten we meteen over veel grotere bedragen. Maar de Vlaamse overheid verwacht van ons ook dat we hier op focussen. Stel dat het lokale Davidsfonds met Vormingplus een avond organiseert rond energiebesparing. Dat valt onder het thema ‘duurzaamheid’. Ze zorgen ervoor dat alle voorwaarden in orde zijn. Hoeveel geld ontvangen ze? Kristel: Ja, dat is natuurlijk afhankelijk van de kostprijs van de spreker. Sommige personen vragen tot 500 euro voor


de kijk van

Geert Van Autenboer (58)

vakbondsecretaris ABVV woont in Turnhout

een avond, anderen zijn bij wijze van spreken met een kilometervergoeding tevreden. Jan: Om toch een idee te hebben: reken voor de gemiddelde spreker toch maar zo’n 200 euro. Zeker als ze van wat verder moeten komen. Onze ondersteuning kan dus echt wel een verschil maken. Voor iedereen té enthousiast wordt, moet ik er wel aan toevoegen dat we ook nooit voor meer dan 200 euro ondersteunen. Kristel: Anders zou het geld snel op zijn. Jan: En als de pot op is, kunnen we je natuurlijk ook niet meer helpen. Als specialisten in de materie kunnen jullie vast afsluiten met wat handige tips voor een geslaagde vormingsavond. Kristel: Nodig een BV uit! Succes gegarandeerd. Martin Heylen of de Supernanny of zo. Jan: Maar wel opletten met je centen dan. BV’s kunnen prijzig zijn. Kristel: En zaken waarbij je actief bent zijn ook populair … dansen, koken, dat soort van dingen. Of dingen die in de actualiteit staan, zoals onlangs Low Impact Man. Jan: Maar dé gouden formule bestaat natuurlijk niet. Vaak krijgen we heel goede reacties op totaal onbekende sprekers. Er zijn zoveel factoren die meespelen. Soms is de lezing slecht, maar is het vragenrondje nadien zo interessant dat ze tot aan de toog blijven napraten. Dan is de avond ook geslaagd. Kristel: En de koffie niet vergeten! Jan: Absoluut. Als we dan toch een gouden raad moeten geven: leg je publiek in de watten! Koffie en een koekje erbij, dat doet wonderen. 

Ik heb Vormingplus leren kennen toen ik op allerlei maatschappelijke terreinen actief was, incl. de voorloper Elcker-Ik . Voor mij ligt de toekomst van de Vormingplus-centra in breed maatschappelijk vormingswerk, breed naar maatschappelijke thema’s en breed naar regionale spreiding. De Kempen lijkt me een regio waar verleden en toekomst elkaar versneld ontmoeten, waardoor ook de maatschappelijke belangstelling en nieuwsgierigheid alsmaar uitbreiden, maar ook de problemen. Ik herinner me van Vormingplus Kempen vooral de rijkdom aan thema’s en de creatieve manier van werken. Wijze raad? Dan zou ik Vormingplus Kempen suggereren om verder te gaan op de ingeslagen weg maar zorg te blijven dragen voor de nodige sociale, maatschappelijkkritische en onafhankelijke benadering. Als ik wat jaloers ben op Vormingplus Kempen, is het vooral op de manier waarop diverse ideeën, ook de kleine, omgezet worden in zinvolle en aantrekkelijke projecten.

31


32 ACTIVITEITEN VAN ANDEREN DIE WE TUSSEN 2008 EN 2009 BETOELAAGDEN


33


Samen leuke dingen doen? Makkelijk met ons!

Je leeft met andere mensen. Veel doe je samen: in je vereniging, met je buren, ... Vormingplus wil daar op inspelen. Want door in je vrije tijd samen dingen te ondernemen, door ideeĂŤn en ervaringen uit te wisselen, door te praten en te doen, wordt leven leuker. Dat vinden we belangrijk. Dat willen we stimuleren en ondersteunen. Met raad en daad. Soms op de voorgrond, maar vaak ook op de achtergrond. In de Kempen.

34


Werk je idee met ons uit... Mensen samenbrengen, is wat we doen. Samen met plaatselijke verenigingen, met je gemeente of met allerlei organisaties. We klaren samen uit wat we precies willen en we maken er iets apart van. Goede ideeën kunnen we een financieel duwtje geven. Wij zorgen ook voor een degelijke begeleiding en ondersteuning, voor ervaring en goesting, ... kortom: voor kwaliteit. Misschien wat voorbeelden: • een buurtbank in Olen enkele buren in de Olense Cité wilden elkaar beter leren kennen. Nu staat er een buurtbank in de wijk. Er ontstond een buurtcomité dat er allerlei activiteiten organiseert • een digitaal fotoarchief voor een Turnhoutse buurt in Zevendonk zorgden het buurtwerk, de lagere school en verschillende verenigingen voor honderden oude foto’s op de buurtsite • culturele activiteiten in het Arendonkse opvangcentrum films, kook- en crea-activiteiten brengen Arendonkenaars en asielzoekers bij elkaar • fietslessen organiseren voor volwassenen vrijwilligers maken allochtone vrouwen mobieler en onafhankelijker • spinnen in de straat Laakdalse straatbewoners leren elkaar kennen op de meest simpele manier: gewoon één zaterdagmiddag bij elkaar over de vloer komen!

...Of ga zelf aan de slag! Misschien werk je zelf liever je activiteit uit? Neem dan een kijkje op onze site. Daar vind je meer dan 400 cursussen, lezingen, workshops over van alles en nog wat. • interessant en degelijk • goedkoper Voor vele activiteiten betalen we tot 75% van de begeleidingskosten terug. Op onze site vind je stap voor stap terug hoe je dat rond krijgt. • met extra reclame Voor activiteiten die we ondersteunen, maken we ook reclame. Op verschillende websites, in de Streekkrant, in onze e-zine. Zo trek je misschien nieuwe mensen aan!

35


enkele voorbeelden Op onze site vind je dit vormingsaanbod dat door ons betoelaagd wordt. Vind je iets voor je organisatie? Zoek de details op onze site en maak een afspraak met de begeleiding. Nadien vul je online het aanvraagformulier in voor onze toelage. Vind je ergens een cursus, lezing of workshop die ook in dit lijstje zou passen? Die kunnen we ook betoelagen!

duurzaamheid

36

(van) Kippen houden kan iedereen (Verbouwing) zolder Aardige voeten Afval voorkomen en juist selecteren Agro-ecologie Avondwandeling: aandacht voor uilen en stilte Basiscursus ecologisch moestuinieren Basiscursus ecologische siertuin Basiscursus ecologische voeding Bezoek aan Hidrodoe Biobabbel, een avondje proeven en praten Bloembollen, de aankondiging van een langverwachte lente Bos: mag het iets meer zijn? De Eco-Droom-Boom- en Doe-workshop(s) De juiste plant op de juiste plaats! De praktijk van het duurzaam reizen De wereld op je bord Dilemma’s voor reizigers: wegwijs in duurzaam toerisme Duurzaam bosbeheer Duurzaam bouwen: duurder of goedkoper? Duurzaam onkruidbeheer Duurzaam sparen en beleggen Duurzaam zonder verduurzaming Duurzame aanbouw Duurzame mobiliteit voor iedereen: Samen onderweg Ecodriving Ecologische stedenbouw Ecologische voetafdruk Energie besparen met een investering van 0, 10, 100, 1000 en 10000 euro Energiebesparend wonen Energiebesparing bij jou thuis

Energiewandeling in het bos FSC en verantwoord bosbeheer Gemeentelijke mogelijkheden en voorbeelden voor duurzaam bouwen Genetisch gemanipuleerde gewassen Giftige stoffen Goed isoleren! Groendaken Groene stroom Heel wat gepraat over ons klimaat Hemelwater gebruiken Hoe bouwmaterialen beoordelen op vlak van milieu en gezondheid? Homo responsabilis Huis op het spel Individuele behandeling van afvalwater Infosessie particulier autodelen Inleiding in gezond en milieuverantwoord bouwen en wonen Kleinschalige waterzuivering Klimaat en energie Klimaat op drift Labels: soorten labels, hun waarde en vergelijking Lage-energiewoningen en passiefgebouwen in bio-ecologische houtskeletbouw Lage-energiewoningen en passiefgebouwen in strobalenbouw Landschapswandeling rond het thema stilte Lees eens een bos Lekker en gezond eten: Lekker en gezond eten: Diabetes type 2 Lekker en gezond eten: Hart- en vaatziekten Lekker en gezond eten: mijn ideale gewicht? Lekker en gezond: winkeloefening Low Impact Man Mens- en milieuvriendelijke smeermiddelen en brandstoffen

Moestuinieren zonder gif, lekkere biogroenten uit de eigen tuin Mogelijkheden van zonne-energie Na-isolatie Naar een gezond binnenmilieu Natuur en klimaat Natuur- en Tuin-ouders Natuurlijke ventilatie in bestaande gebouwen Oerbossen Op stap met de ecoloog Over spanning Plant eens een bos Proevertje ecologie Quiz-tig met water Raad en daad voor het klimaat Rationeel energiegebruik Rationeel watergebruik Rationeel watergebruik in huis Reiskriebels met grenzen: duurzaam reizen Siertuin zonder gif, omgaan met ongewenste gasten Soja, heilig boontje? Stiltewandeling - Natuurbeleving Stiltewandeling en vogelzang Tuin zonder groenresten Ventilatie Verwarmen Verwarmen met hout Water infiltreren? Zeker proberen! Wegwijs in Marokko Wereld-Duo Werken met natuurverven Workshop : Oefeningen i.v.m. duurzaam toerisme Workshop over duurzaam toerisme Zet je tanden in de natuur Zolder verbouwen Zorg voor waterkwaliteit


intercultureel Afrika, een continent zonder geschiedenis? Afrikaanse dans Afrikaanse dans met live percussiebegeleiding Afrikaanse parels en zelf een collier maken Afrikaanse percussie Afrikaanse percussie op djembé, de wereldmuziekacademie Afrikaanse verhalen, een interactieve vertelvoorstelling Centraal-Afrikaanse dans met live percussiebegeleiding Cyrillisch schrift Dafworkshop: Het ritme van je hart, het lied van de liefde Danzas Latinas: Salsa, Merengue & Cumbia De culturele factor: over cultuur en conflict De duivelsverzen van Salman Rushdie De Filippijnse taal De Irakese keuken De Kaukasus: een complex conflictgebied aan de rand van Europa De koran anders bekeken De Parel van het Soefisme De vrouw en de Islam De wereld in muziek De wording van het christendom Djembé Doem Doem Totaal Een asielzoeker in Belgie Een geschiedenis van de Arabische wereld Een Ontmoeting met Jezus in Christendom en Islam Fundamentalisme en wereldgodsdiensten Geschiedenis van de Balkan (19de en 20ste eeuw) God en het lijden

Hennaschilderen Het leven zoals het is... in een opvangcentrum voor asielzoekers Hoofddoek: breekijzer of symbool? Indonesisch koken Inleiding tot het Israëlisch-Palestijns conflict Interculturaliseren van mijn organisatie Intercultureel onderhandelen Interculturele spelen Internationale politiek: bespreken van teksten en artikels Introductie tot de leer van de Boeddha Kans-Rijk? Kennismaking met Afrikaanse Kunst Keramiek - Huacos maken Kundabuffi’s klanksprookjes en reisverhalen Latijns-Amerikaans dansen Maniok en patatten Marokkaans of Algerijns koken Mozaïek Muziek(instrument) maken - regenstok Noord-Zuid-Simulatieoefening Op de vlucht Rafa Rafa Sleutels tot het lezen van de Bijbel Tempeldansen uit het oude Egypte Tochten van Hoop in Brussel Traditionele Congolese muziek Verbeeldend omgaan met verschil Wat is integratie? Wereldkeuken in antropologisch perspectief Werkwinkel didgeridoo Werkwinkel djembé West-Afrikaanse dans Workshop percussie Workshop zandschilderen Ze kwamen uit het Oosten Zin en onzin van de interlevensbeschouwelijke dialoog

Zuid-Afrikaanse dans Zuid-Amerikaanse juwelen Zuid-Indische tempeldans Zuiderse smaken en lekkernijen

Participatie Armoede Armoedewerking van vzw De Fakkel en vzw De Dorpel De EU uitgedaagd De EU uitgelegd De Europese Unie: hoe werkt ze en wat doet ze? Democratie in crisis? Een open gesprek over Europa Ervaringen van een ex-gedetineerde Euro-Quest Europad Extra Large G4 Hoe werkt mijn gemeente? Is het Europees Parlement mijn vertrouwen waard? Kies-Keurig 2009 Politiek café: één rondje gemeente aub! Verkiezingen, een praktische handleiding Verschillende mogelijke thema’s i.v.m. armoede

Vrijwilligers Communicatie Communicatieve vaardigheden (klassieke methode) Communiceren kan je leren Efficiënt communiceren De kracht van het vragen stellen Prettig en efficiënt vergaderen Goed vergaderen geeft een kick

37


38

Vergaderen in de lokale vereniging Coachen en begeleiden van vrijwilligers Coaching van vrijwilligers Feedback geven aan (collega-)vrijwilligers Vrijwilligers motiveren Motiveren en begeleiden van vrijwilligers Feedback geven en krijgen Managen van de hedendaagse vrijwilliger Eerste Hulp voor Leidinggevers Spreken voor een groep Actief luisteren Assertief spreken Assertiviteitstraining Hoog tijd om tijd te maken Ik en mijn kernkwaliteiten Beter participeren door beter vergaderen Adviseurs adviseren BBB: burgers betrekken en behouden Eerste hulp bij adviesgevallen Inspraak, participatie en beleidsbe誰nvloeding: praktijklessen Vrijwilligers werven en onthalen Vrijwilligers werven en selecteren Werven en selecteren van vrijwilligers Drempels naar participatie in lokale verenigingen bij kansarmen Toegepaste groepsdynamica Conflictbemiddeling in je organisatie Conflicthantering in vrijwilligersorganisaties Omgaan met conflicten Zorgzaam omgaan met conflicten in het werken met vrijwiligers Omgaan met moeilijke mensen Omgaan met persoonlijkheidsverschillen tussen vrijwilligers Samenwerken als team Werken met groepen, groepsdynamica

Werken aan je team Samenwerken in een wereld van verschil Op zoek naar sponsoring: opstellen van een sponsordossier Papierwerk, reglementeringen en vergunningen Projectmatig werken Succesvol promotie voeren De regels van het spel: de wet op het vrijwilligerswerk Vrijwilligerswet uitgelegd


39 onze projecten tijdens de voorbije vijf jaar


Verenigingen zitten in

40


hetzelfde schuitje Op woensdag 22 april was dat ook letterlijk het geval. Op vraag van de Verenigde Verenigingen organiseerde Vormingplus Kempen een boottocht met de ‘L.oveboat’ (L.ove = Lokaal overleg verenigingen) op het Kempens Kanaal.

41


Afgevaardigden van tientallen verenigingen kregen de kans om mekaar beter te leren kennen, problemen te bespreken, oplossingen te bedenken, ervaringen uit te wisselen en doelstellingen te verfijnen... ‘Netwerken’ noemt men dat tegenwoordig. Moderator Johny Geerinckx verwoordde het als volgt: “Op deze boot zit alleen goei volk. Hier zijn we allemaal vrienden. De bedoeling is dat we mekaar beter leren kennen. Want we kunnen van mekaar leren en mekaars talenten gebruiken. Als ik jullie dus één raad mag geven: wissel telefoonnummers uit. Je weet nooit wat daar van kan komen.” Het boottochtje kaderde in de Yesss!-campagne die door de Verenigde Verenigingen was gelanceerd. De campagne is bedoeld als steun in de rug van het verenigingsleven. “Yesss, ik voel me goed. Het is mijn vereniging die ‘t hem doet” luidt de volledige slogan. Een positieve boodschap, maar is er anno 2009 nog wel een reden om het verenigingsleven door zo’n roze bril te zien? Wat is de positie van het vrijwilligerswerk in de 21ste eeuw? Slinkt het legertje vrijwilligers of groeit het juist aan? Hoe verhouden de verenigingen zich tegenover de lokale overheden, die steeds meer activiteiten (denk maar aan de vele stads-, dorps- en wijkfeesten) van de verenigingen lijken over te nemen? Is er plaats voor overleg? Telefoonnummers uitwisselen en netwerken is één ding, maar ook deze heikele kwesties moesten op de L.oveboat toch wel even aan bod komen.

42

“Nieuwe lokalen bouwen kost veel geld. De oplossing ligt in het dubbel gebruiken van bestaande lokalen. Scholen en academies lenen zich daartoe.”

Plaatselijke politiek en verenigingen Tijdens het debat werden de lokale overheden vertegenwoordigd door Hilde Plas van de Vereniging Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG) en Roel Tulleneers, cultuurfunctionaris in het Geelse cultuurcentrum De Werft. Bart Theys van KWB en Liesbeth de Winter van Federatie van Organisaties voor Volksontwikkeling (FOV) spraken namens de verenigingen. In zijn welkomstwoordje zette Bart Verhaeghe van de Verenigde Verenigingen al meteen de toon: “Ons platvorm ontstond in 2002. Heel oud zijn we nog niet, maar toch hebben we de overheid al kunnen overtuigen van ons belang. We zijn er best wel trots op dat de Vlaamse regering onze acties ondersteunt. De Verenigde Verenigingen wil het sociaal-cultureel middenveld samenbrengen. We hebben twee doelstellingen. Ten eerste willen we campagnes opzetten om het verenigingsleven te ondersteunen en daarnaast willen we ook beleidsmatig werken, als spreekbuis en lobby van de verenigingen. Dat is een groot werk, want verenigingen moeten tegenwoordig voor zichzelf durven opkomen. Ze moeten hun verantwoordelijkheid nemen. De lokale overheid heeft de verenigingen te lang doodgeknuffeld, bijvoorbeeld door middel van de beleidsplannen. Gemeenten begeven zich nu vaak op het terrein van de verenigingen. En ze hebben bovendien professionele diensten en personeel om allerlei activiteiten te organiseren. Verenigingen mogen zich daardoor niet laten verdringen. Ze moeten voor zichzelf opkomen en dat gebeurt bij voorkeur in goed overleg met de lokale overheid.” Daar knelt het schoentje. Niet alle verenigingen hebben een even goede relatie met de lokale overheid. Luc Luyten van vzw Kreatief in Beerse: “Ik praat nu gelukkig niet over onze eigen vereniging, maar er zijn voorbeelden genoeg te vinden van gemeentebesturen die een vereniging in hun eigen gemeente doodconcurreren. De achterliggende gedachte


is simpel: wat een mooie en winstgevende activiteit is voor een vereniging, kan dat ook zijn voor een lokale overheid. Nog veel winstgevender zelfs: want de lokale overheid kan de grote middelen inzetten bij een organisatie, terwijl een vereniging moet roeien met de riemen die het heeft. Als een wijkvereniging dit jaar een gezellig buurtfeestje organiseert en daarmee wat inkomsten genereert voor de clubkas, en volgend jaar neemt het gemeentebestuur de organisatie over, dan laten de gevolgen zich raden.” Voor verenigingen is het moordend als een gemeentebestuur een concurrent is in plaats van een partner.

Ruimte en lokalen Anita Olieslaegers van VIVA-SVV Grobbendonk bevestigde dat de lokale overheid vooral een ondersteunende rol zou moeten spelen. “Onze vereniging doet het goed. Bij elke activiteit zie ik weer een hoop blije gezichten. Daar doe je het als vrijwilliger trouwens voor. Maar VIVA-SVV heeft een probleem dat het zelf niet kan oplossen. We hebben geen geschikt lokaal voor onze activiteiten. Cultuurhuis De Volle Vaart biedt geen uitweg voor

ons. Die zalen zijn te duur en bovendien ook te groot.” Hilde Plas van de Vereniging Vlaamse Steden en Gemeenten pikte daar op in: “Het lokalenprobleem is wellicht het meest voorkomende probleem bij de verenigingen. Een oplossing ligt niet altijd voor de hand, want het mag duidelijk zijn dat niet elke gemeente geld heeft om alle verenigingen in een eigen lokaal te kunnen onderbrengen. Het is zelfs nog erger: heel veel lokalen die vandaag gebruikt worden, werden gebouwd in de jaren zeventig. Ze zijn dus dertig jaar oud en dringend aan vernieuwing toe, ook al omdat de bezoekers -terecht overigens- nu meer comfort willen dan dertig jaar geleden. De norm ligt op alle vlakken hoger, ook op het gebied van wetgeving. Veel van die oude lokalen voldoen niet meer. Het aanpassen of vernieuwen ervan kost al handenvol geld. Dat is voor de meeste gemeenten al zo’n zware uitgavepost dat het bouwen van nieuwe lokalen er niet echt inzit. Een oplossing kan gevonden worden in het dubbel of zelfs driedubbel gebruiken van een lokaal. Vooral scholen en academies lenen zich ertoe. Wat gebeurt daar na de normale uren? Weinig. Veel ver-

43


enigingen zouden daar terechtkunnen, al geef ik toe dat het niet altijd even simpel is in verband met afspraken en verantwoordelijkheden. Voor een lokaal dubbel gebruikt kan worden, moeten de verschillende partners mekaar willen verstaan en sluitende afspraken kunnen maken.” Toch zijn er ook zaken die de lokale overheden kunnen doen. “In ons geval zouden ze onze boodschap en onze vraag naar eerlijke handel mee kunnen uitdragen”, zegt Patrick Vermeulen van de Oxfam Wereldwinkel in Vosselaar. Eenzelfde geluid horen we bij Greet Urkens van de OudTurnhoutse compostmeesters. “Onze boodschap moet zoveel mogelijk verspreid worden. Daar kan de gemeente bij helpen.”

44

“Verenigingen hebben politici met lef nodig. En in een democratie kun je daar zelf voor zorgen. Het is een kwestie van kiezen voor de goei”

Ondersteuning is broodnodig Tot slot is er nóg een probleem waar zowat alle verenigingen mee kampen; zelfs de verenigingen die op geen enkel vlak kunnen klagen over de gemeentelijke steun. Greet Urkens: “We zijn best tevreden met de steun die we krijgen van de gemeente. Maar die steun mag niet wegvallen!” De angst om materiële steun, een lokaal of subsidies te verliezen zit er bij de meeste verenigingen goed in. “We redden het wel, zolang de gemeente ons wat betoelaagt”, is een vaak gehoorde klacht, “maar elk jaar is het opnieuw


bang afwachten of we nog wel opnieuw subsidies krijgen, en hoeveel.” Het is voor een vereniging moeilijk om op die manier een toekomst op lange termijn uit te stippelen.

Praten met verenigingen Communiceren met de overheid lijkt de beste manier om problemen op te lossen. Of beter zelfs: om ze te voorkomen. Maar die communicatie verloopt nogal stroef. Cultuurfunctionaris Roel Tulleneers: “Als er een beleidsplannen wordt opgemaakt, zijn er inspraakmomenten voorzien voor de verenigingen. Die inspraakmomenten zijn zelfs verplicht. Ze bestaan dus overal. Alleen moeten wij in Geel telkens vaststellen dat er niet veel verenigingen op af komen. Ik leg daarvoor de schuld niet alleen bij de verenigingen, hoor. Misschien moeten we die inspraakmomenten gewoon anders aanpakken en anders organiseren. We zijn immers altijd bereid om naar de wensen en de noden van de verenigingen te luisteren. Maar dat wil nog niet zeggen dat het altijd makkelijk is om hen tegemoet te komen. Neem nu de activiteiten die we in cc De Werft organiseren. Die zijn veelomvattend: muziek, theater, literatuur, vorming, dans, ... het kan haast niet anders of we komen daar vroeg of laat mee in het vaarwater van een vereniging. Maar het is in de praktijk ook bijna ondoenbaar om dat te voorkomen en vooraf te overleggen met de verenigingen, omdat we op twee verschillende snelheden werken. Een cultuurcentrum moet zijn optredens minstens een jaar op voorhand boeken. Verenigingen spelen meestal veel korter op de bal.” Het lijkt wel alsof het verenigingsleven het zwaar te

verduren krijgt en er in de 21ste eeuw nauwelijks nog een plaats is weggelegd voor het socio-culturele middenveld. Maar de cijfers spreken dat tegen. Liesbeth De Winter van de Federatie van Organisaties voor Volksontwikkeling: “Op dit ogenblik telt een gemeente gemiddeld vijftig socioculturele verenigingen. Ik verwacht zelfs dat dat aantal nog gaat stijgen. De nieuwe generatie jongeren die zich zopas heeft aangediend, is erg beloftevol. Het is lang geleden, maar er is weer sprake van een ‘we-generation’, die zich wil verenigen”. Bart Theys van de KWB temperde het enthousiasme: “Er zijn inderdaad hoopvolle signalen. Maar in onze organisatie zien we toch dat het ledenaantal vermindert én veroudert.” Liesbeth De Winter stelde nog een andere verschuiving vast: “De burger is de jongste tientallen jaren geëvolueerd van een initiatiefnemer naar een consument. Hij wil nog wel deelnemen aan activiteiten, maar ze niet meer organiseren.” Het slotwoord was voor Hilde Plas van de VVSG: “Geen enkele gemeente in Vlaanderen kan zonder het verenigingsleven. Dat moet elk gemeentebestuur beseffen. Het socio-culturele leven zit in onze wortels, onze genen. Het is de taak van de VVSG om gemeenten ertoe aan te zetten om de dialoog aan te gaan met de verenigingen. Maar om uit je ivoren toren te kruipen en te luisteren naar wat anderen te vertellen hebben, is lef nodig. Politici met lef: daar hebben verenigingen nood aan. En in een democratie kun je daar zelf voor zorgen. ‘t Is gewoon een kwestie van kiezen ‘voor de goei’!” 

45


Aandacht ! Aandacht ! Over het nut van signaleren in het sociaal-cultureel werk

46


Via de oude Heirbaan kan je vanuit Arendonk naar Oud-Turnhout rijden. Als je met de fiets bent tenminste, want auto’s mogen enkel vanuit de andere richting komen. De verbinding is populair. Open velden en naaldbossen, geen bewoning. En dan, als je er bijna bent, zie je hem staan. Een enorme mast die boven het landschap uittorent. Rood en wit gestreept, net een vuurtoren. Een duidelijker contrast met de omgeving is nauwelijks denkbaar. Geen idee waarom de mast juist hier moet staan en waarom hij zo moet opvallen. Maar het beeld sluit wonderwel aan bij mijn reisdoel: te weten komen waarom Vormingplus Kempen zichzelf een signaalfunctie geeft.

47


Viviane Schuer en Jef Van Eyck lijken me echte Kempenaars. Het nuchtere, no-nonsense-type. Beide voeten stevig op de grond. Genre ‘doe maar gewoon, dat is al gek genoeg’. Viviane is educatief medewerker bij Vormingplus Kempen en Jef is daar educatie-ondersteuner. Samen zijn ze goed voor meer dan een halve eeuw ervaring in het sociaalcultureel werk. Gepokt en gemazeld, zoals men zegt.

Jef Van Eyck: Vormingplus wil dingen verbeteren in de samenleving. Het is evident dat je daarom anderen inschakelt om de problemen aan te pakken.

Signaleren is de aandacht op iets vestigen. Op dingen die fout lopen, op onrechtvaardigheden. Het is iets dat ik eerder verbind aan actiegroepen dan aan een Vormingplus-centrum. Jef: Toch is er een fundamenteel verschil. Actiegroepen – het woord zegt het zelf – zijn gericht op ageren. Ze willen één concreet probleem aanpakken en oplossen. Dat is hun enige bestaansreden. Bij Vormingplus ligt dat helemaal anders. Viviane: Signaleren hoeft trouwens niet alleen negatief te zijn, in de zin dat je zaken die slecht lopen aan de kaak stelt. Je kan ook goede voorbeelden laten zien, positieve verhalen brengen. Signaleren zien jullie dus breed. De vraag blijft waarom Vormingplus dit doet. Viviane: Als je in het veld staat, stelt die vraag zich niet. Neem het project dat we doen rond vrijwilligers. Hoe zijn we daar mee gestart? We hoorden van alle kanten dat het traditionele vrijwilligerswerk onder druk kwam te staan. Om het probleem goed in kaart te brengen hebben we een literatuurstudie laten uitvoeren en met alle betrokkenen een symposium rond het thema gehouden. Goed, je krijgt dan een heleboel informatie waarmee je aan de slag kan. Maar - en nu komt het - het is meteen ook duidelijk dat je als Vormingplus Kempen al die knelpunten niet zelf kunt oplossen. Dus moet je dat wel melden! Jef: Enfin, echt verplicht ben je dat natuurlijk niet. Maar als je serieus met je werk bezig bent, ben je moreel verplicht om dat te doen. Vormingplus is een organisatie die dingen wil verbeteren in een samenleving. Het is evident dat je, om een maximaal effect te hebben, anderen inschakelt die beter geplaatst zijn om de problemen aan te pakken. Of hen minstens op de hoogte brengt van de situatie. Is het dan voldoende om signalen te geven? De schuiven van de beleidsmakers puilen uit met aanbevelingen en suggesties. Kan je niet beter actief zijn en lobbyen?

48

Viviane: We zijn geen lobby-organisatie. De kern van wat we doen, heeft met leren te maken. We zijn een vormingsorganisatie.


Jef: We moeten dat toch eens goed kaderen, voor alle duidelijkheid. Ik begin bij het begin. Vormingplus is betrokken op de samenleving. We hebben een maatschappelijke functie. We staan met onze voeten in een samenleving en willen die mee vorm geven. Dat is één. Maar … omdat onze kernopdracht educatief is – daar worden we voor gesubsidieerd – gebeurt dat vorm geven vanuit het leerperspectief. We focussen op leerprocessen, juist omdat we een vormingsinstelling zijn. We zijn niét de organisatie die eerst en vooral maatschappelijke problemen wil oplossen. Dat is punt twee. In onze werking – en zo komen we bij het laatste punt – gaan we inspelen op wat in die maatschappij leeft. We doen dat op verschillende manieren. Bijvoorbeeld door er een project rond op te richten of door er vormingen rond

te organiseren. Hoe we dat doen, is nu niet zo belangrijk. Wél belangrijk is dat als we op een bepaald moment merken dat het nuttig is om anderen in te schakelen of te overtuigen, we dat niet zullen nalaten. Zo is het dus perfect mogelijk dat we signalen geven aan een overheid, of zelfs dat we zouden lobbyen. Viviane: Onze voorzitter gebruikt daarvoor een omschrijving die uit de architectuurwereld komt, namelijk ‘vorm volgt functie’. Als je een huis bouwt en pas nadien vraagt hoeveel slaapkamers er eigenlijk in moesten komen, ben je verkeerd bezig. Eerst moet je nadenken: wat wil je doen? Wat wil je veranderen? Dat is de functie. Als dat duidelijk is zoek je de meest geschikte methode om dat doel te realiseren. Dat is de vorm. Die vorm kan dus ook lobbywerk zijn.

Viviane Schuer: ‘Vorm volgt functie’, zegt onze voorzitter. Eerst moet je nadenken over wat je wil doen, vóór je de methode kiest.

49


Hoe dikwijls maken jullie gebruik van die vorm, dat lobbywerk? Viviane: Volgens mij hebben we dat nog niet gedaan. Jef: Ik denk het ook niet. Lobbywerk is ook extreem. Als je een lijn trekt met aan de ene kant ‘signaleren’ en aan de andere kant ‘lobbyen’, komen we zelden over het midden. Onze werking signaleert vooral, wat ook logisch is. In projecten, vertegenwoordigingen, ontmoetingen, … botsen we op situaties die we dan elders melden. Signaleren vloeit voort uit andere activiteiten; het staat er nooit los van. Zijn de effecten zichtbaar? Reageert het beleid op signalen? Jef: Dat zijn twee verschillende dingen. Viviane: Ja, want je gaat ervan uit dat je enkel naar beleidsmensen signalen kan geven. Maar dat gaat veel ruimer! Je brengt vooral andere organisaties en mensen op de hoogte. Daar zitten we bij de kern van het signaleren. Jef: Neem het voorbeeld ‘Toegankelijke Cultuur’ in Geel. Dat is een project waarin een aantal organisaties bepaalde doelgroepen, zoals mensen met een mentale achterstand, naar de voorstellingen van het cultuurcentrum proberen te krijgen. Een schitterend voorbeeld van cultuurparticipatie. Het project is een enorm succes, zit goed in elkaar, werkt uitstekend. Allemaal positief. Maar... geen enkel van de betrokkenen had er al aan gedacht om dat voorbeeld écht in de kijker te zetten. Daarom hebben wij ervoor gezorgd dat er een studiedag rond gehouden werd en dat er een handleiding is gemaakt over het project. Door dat te doen, geven we iedereen een signaal: wil je aan cultuurparticipatie werken? Kom eens in Geel kijken! Daar ligt een fantastisch voorbeeld voor het oprapen. Viviane: Eigenlijk zijn al onze toonmomenten – dat zijn activiteiten waarop we aan het ruime publiek laten zien waar we mee bezig zijn - een soort van signalen. Jef: En om terug bij je vraag te komen: ja, als we dingen signaleren, zien we effecten. Iemand in het veld pikt de ideeën wel op of gaat aan de slag met een goed voorbeeld. Het is zeker niet nutteloos om te doen, als dat de achterliggende vraag is. De achterliggende vraag was misschien ook waarom juist Vormingplus hiermee moest bezig zijn. Dan komen we terug op de vraag of andere spelers niet beter geplaatst zijn. Maar het antwoord daarop is ondertussen al gepasseerd.

50

Jef: Het antwoord vloeit voort uit wat juist gezegd is. Eén: natuurlijk zijn een aantal andere organisaties soms beter geplaatst dan wij. De vrijwilligersproblematiek moet bijvoorbeeld ook opgenomen worden door Socius of door de koepels van de grote vrijwilligersorganisaties zoals KWB of OKRA. Voor hen

behoort dat meer tot hun kerntaken. Twee: dat mag ons niet beletten om onze eigen rol te blijven spelen en te blijven inzetten op dat signaleren. We hebben wel degelijk een plaats daarin. Viviane: Juist omdat we een goed contact hebben met wat op het veld leeft. We hebben nu eenmaal ook van alles om de aandacht op


te vestigen. Misschien moet je het allemaal ook niet te moeilijk maken: waarom zouden we het niet doen? Zoveel moeite vraagt het nu ook weer niet. Jef: Ik weet alvast één ding. Als blijkt dat het aangewezen is en we zouden het niet doen … dan zijn we pas fout bezig, niet? 

51


52


L’union fait la force Over samenwerken en de baas willen spelen Fotograaf Nick Hannes en journalist-schrijver Tom Naegels trokken naar de Kilimanjaro, de hoogste berg van Afrika. Niet zozeer om dit prachtig stuk natuur in beeld te brengen, maar om het toerisme zelf onder de loep te nemen. Ze zoemden in op de inheemse dragers die de toeristen bijstaan bij de beklimming. Het resultaat zijn schrijnende verhalen en confronterende beelden, maar ook hoopvolle getuigenissen. Ze verwerkten ze in de tentoonstelling ‘Muilezels op de bergflank’. De voorbije maanden passeerde de tentoonstelling ook in de Kempen, in maar liefst zes gemeenten, die dan nog aan elkaar grenzen ook. Toeval? Janna Janssens werkt sinds kort bij Vormingplus Kempen. We ontmoeten haar eind juni in de kleine en bloedhete kantoren van de organisatie in Turnhout. Zij zou ons meer moeten kunnen vertellen over de tentoonstelling. ‘Muilezels op de bergflank’ was achtereenvolgens te zien in de bibliotheken van Grobbendonk, Herentals, Herenthout, Lille, Olen en Vorselaar. Daar zit duidelijk een plan achter en er wordt gefluisterd dat jij daar voor iets tussen zit. Janna: Dat klopt. Vormingplus werkt al een tijdje met deze bibliotheken samen. Twee keer per jaar komen we samen om te bekijken welke vormingsactiviteiten we kunnen opzetten. Ik verzamel wat voorstellen en die worden dan besproken. Voor dit jaar is onder andere deze tentoonstelling uit de bus gekomen. Tom Naegels komt bovendien zelf in drie gemeenten een lezing geven over zijn tocht.

Ik heb de indruk dat dit soort van samenwerkingen niet zo vaak voorkomen. Klopt dat? Janna: Misschien wel. Ik heb daar niet zo’n goed zicht op. In het noorden van de Kempen bestaat er wel een samenwerking tussen de bibs van Baarle-Hertog, Baarle-Nassau, Rijkevorsel, Merksplas en Hoogstraten. Ze noemen zichzelf ‘Benebib’. Hun samenwerking gaat ook veel verder. Ze hebben bijvoorbeeld een gezamenlijke website. Maar buiten Benebib heb ik geen weet van andere samenwerkingen tussen bibs. Is dat niet eigenaardig? Zo’n samenwerking heeft toch alleen maar voordelen, niet? Janna: Samenwerken met andere organisaties is niet vanzelfsprekend. Dat is één van de zaken die we met Vormingplus al geleerd hebben in ons korte bestaan. Er zijn daarvoor een hele reeks oorzaken aan te halen, maar dat is in dit verhaal niet zo belangrijk. Wat wél belangrijk is, is dat Vormingplus

53


ervan overtuigd is dat samenwerking inderdaad een meerwaarde kan opleveren voor alle partners. Eendracht maakt macht. Deze samenwerking tussen de bibliotheken is daar een goed voorbeeld van. Ook de Vlaamse overheid denkt er zo over. In meer en meer decreten duiken bepalingen op die organisaties stimuleren – of in sommige gevallen zelfs verplichten – om samen te werken. Zo kunnen bibliotheken die over de grenzen van de gemeentes heen samenwerken extra subsidies krijgen. En in ons decreet staat dat we in de regio een coördinerende rol moeten opnemen. Niet enkel naar bibliotheken toe, maar bijvoorbeeld een overleg tussen verenigingen die met globalisering bezig zijn, kan ook een zeer zinvolle samenwerking zijn! Bij coördinatie denk ik aan ‘baas zijn over’. Dat gaat een hele stap verder dan samenwerking. Janna: Niet mee akkoord. Het gaat er inderdaad om wat je onder ‘coördinatie’ verstaat. Voor Vormingplus Kempen is dat een heel breed begrip: als je organisaties samenbrengt, met hen werkt rond een gezamenlijke activiteit of afspraken maakt rond welke initiatieven waar zullen plaatsvinden, dat is allemaal coördineren. Er moet helemaal geen sprake zijn van een hiërarchie. Niemand staat boven een ander; elke partner is gelijk. Dat is de basishouding van waaruit we werken. Ik kan me trouwens niet voorstellen dat ik aan andere organisaties zou moeten gaan zeggen wat ze wel of niet moeten doen. Ze zouden nogal lachen. En terecht. Bij Vormingplus spreken we dan ook niet over coördineren, dat heeft een negatieve bijklank. We gebruiken het woord ‘afstemmen’. Dat geeft beter weer wat we doen. We brengen mensen en organisaties in de streek samen,

54

Janna Janssens: Vormingplus is ervan overtuigd dat samenwerking een meerwaarde kan opleveren voor alle partners. De samenwerking tussen de bibliotheken is daar een goed voorbeeld van.

organiseren overleg en proberen – als men dat vraagt afspraken te maken. Als zij na een tijdje op eigen houtje deze samenwerking verder zetten, zijn wij heel tevreden! Dus als ik als cultuur- of milieudienst graag afspraken wil maken met de collega’s uit een andere gemeente, kan ik daarvoor terecht bij Vormingplus Kempen? Janna: Ja, maar er is wel een belangrijke voorwaarde. Het moet iets te maken hebben met vorming, of beter: leren. Vormingplus is namelijk een vormingsinstelling. Als je milieudienst graag een afspraak wil maken met een buurgemeente over de aankoop van een gezamenlijke grasmaaier, zijn ze op het verkeerde adres. Maar als ze samen met een andere gemeente een cursus wil inrichten rond energiebesparing of een milieubeurs wil opzetten, mogen ze altijd bellen. Krijgen jullie veel van die vragen? Janna: Te weinig, vind ik. Dat komt omdat we momenteel enkel partners samenbrengen als ze daar uitdrukkelijk om vragen. Wij zullen zelf nooit het initiatief nemen. Dat zou teveel de indruk geven dat we de zaken naar ons toetrekken, ‘baas’ spelen en dat imago is het laatste wat we willen. Maar dat was ondertussen al duidelijk, niet? Absoluut. Jullie zijn dus voorzichtig en wachten de vragen af. Maar daarnet zei je ook dat samenwerking niet vanzelfsprekend is in het veld. Is het resultaat dan niet dat er vele kansen onbenut blijven? Want nu lijkt, een uitzondering hier en daar, niemand initiatief te nemen. Janna: Dat klopt. En dat is inderdaad jammer. Want door met elkaar afspraken te maken, doe je wel degelijk je voordeel. Een ander voorbeeld maakt dat snel duidelijk: de cultuurdienst van Kasterlee organiseert sinds kort een vormingsdag voor hun verenigingen. Die kunnen dan workshops volgen rond zaken als de vzw-wetgeving, het bereiken van nieuwe vrijwilligers of vergadertechnieken. Voor een relatief kleine gemeente is zo’n dag een kostelijke zaak. Vandaar dat ze bij ons gepolst hebben of we geen partners kennen. Wij gaan nu voor hen op zoek naar andere gemeenten die willen samenwerken. Met een beetje geluk kunnen volgend jaar ook mensen uit bijvoorbeeld


Oud-Turnhout aan deze dag deelnemen. Goed nieuws voor cultuurdienst in Kasterlee, want ze kunnen de kosten delen. Goed nieuws ook voor de mensen uit Oud-Turnhout, want ze kunnen voortaan vorming volgen. En ook de gemeente Oud-Turnhout zal niet klagen, want ze hebben hun mensen een nieuw aanbod kunnen presenteren. Iedereen tevreden! Vormingplus ook? Jullie hebben namelijk nogal wat werk: op zoek gaan naar partners, het overleg organiseren en al het praktische werk uitvoeren. Janna: Hola, zover gaat onze inzet niet. Het praktische werk blijft waar het is: bij de partners. Zij zorgen dus voor de promotie, het contacteren van lesgevers of het vastleggen van het lokaal. Vroeger droegen we ook op dit vlak ons steentje bij, maar daar zijn we ondertussen van teruggekomen. Dat vraagt veel te veel tijd. Nu leggen we ons toe op de dingen waar we goed in zijn, zoals in de samenstelling van het programma .Want we hebben een goed zicht op wat er leeft in het vormingslandschap. Of in het zoeken naar partners omdat we kunnen terugvallen op een uitgebreid netwerk aan contacten in de Kempen.

Daar ligt onze meerwaarde. In principe kan elke organisatie zelf partners zoeken en samenwerken rond leren. In een ideale wereld is het zo eenvoudig. Maar de praktijk ziet er anders uit. Als we met Vormingplus hier wat aan kunnen veranderen, zijn we volgens mij niet slecht bezig. Ben je tevreden met een verandering “hier en daar”? Mik je niet hoger? De vraag is dan hoe je de vraag naar afstemming gaat stimuleren. Janna: We hebben hier geen doelen vooropgesteld, als je dat bedoelt. We willen geen 10 of 100 afstemmingsactiviteiten hebben. Het principe blijft dat we alleen op vraag werken. Maar ik denk wel dat we meer moeten investeren in de bekendmaking van wat we doen. Teveel mensen denken dat we alleen projecten of lezingen organiseren. Maar laat het duidelijk zijn dat we veel meer doen! Dit gesprek kan misschien al een eerste promotiestukje zijn. Iedereen die zich herkent in wat verteld is of geïnteresseerd is om samen met andere mensen of organisaties iets te doen rond vorming: neem contact op! Niet twijfelen, gewoon doen. 

Janna Jansen: Coördineren, doen we niet. Eerder afstemmen: we brengen mensen en organisaties uit de streek samen, organiseren overleg en proberen afspraken te maken.

55


Het gevecht om de gracht Over het bouwen van bruggen

56


Het is een heel eind rijden, van Meerle tot Veerle. Vooral op de kleinere wegen maak je kennis met de Kempen uit de boekjes. Uitgestrekte velden, hier en daar wat bos en een vlakke horizon, regelmatig onderbroken door een kerktoren met wat bebouwing er rond. Torens die allemaal op elkaar lijken. Veel torens ook, omdat er nu eenmaal veel gehuchten zijn. Niemand heeft ze ooit geteld, maar de kaap van de honderd wordt makkelijk gepasseerd. En elk gehucht staat op z’n zelfstandigheid. Onderlinge rivaliteiten zijn dan ook legio. In elk dorpscafé kan men er straffe verhalen over vertellen. Interessant gegeven om daar, als organisatie die regionaal moet werken, mee om te gaan. Vormingplus Kempen is zo’n organisatie.

57


Viviane Schuer (educatief medewerkster bij Vormingplus) moet je niets vertellen over die verschillen. Ze komt uit Laakdal, een gemeente die in 1977 plots het leven zag toen de overheid besloot het aantal gemeenten drastisch te beperken. Viviane: Laakdal is de samenvoeging van de vroegere gemeenten Vorst, Veerle en Eindhout. Veerle is zelf ook het resultaat van een fusie, want tot 1970 was Varendonk, dat er nu deel van uitmaakt, een zelfstandige gemeente. Veerle heeft ook een apart gehucht: Veerle-Heide. Vorst bestaat dan weer uit Vorst zelf en Meerlaar. Indrukwekkend!

Viviane Schuer: Bruggen slaan, het leggen van verbindingen, is voor Vormingplus heel belangrijk.

58

Viviane: Nog meer dan je denkt, want als je het hele verhaal moet horen, moeten we nog verder gaan. Neem Varendonk. Wel daar vind je Varendonk zelf, Blaardonk en Watereinde. We praten dus drie gehuchten in een gebied dat nog geen 4 km² groot is. Dat is geen uitzonderlijke situatie. De Kempen is één groot lappendeken. Het is bekend dat die dorpen of gehuchten niet altijd even goed met elkaar kunnen opschieten. Viviane: Heel zeker. Dat gaat vaak een hele tijd terug in de geschiedenis. Er zitten echt historische, eeuwenoude vetes tussen. Iemand die meer vertrouwd is met de Kempense geschiedenis zal daar van alles kunnen over vertellen. Speelt dat nu nog of is dat eerder iets folkloristisch? Viviane: Dat speelt zeker nog. Ga maar eens naar het voetbal kijken. Derby’s trekken altijd meer volk. Op sommige plaatsen speelt men er ook op in. Zo wordt de grens tussen het centrum van Dessel en het gehucht Witgoor gevormd

door een gracht. De chiro’s van beide kampen organiseerden dan een ‘Battle of the gracht’, een spelletjesdag met hun leden. De overwinnaar was een jaar lang heerser over de gracht. Wees er maar zeker van dat voor de deelnemers geen spelletje was! Dat gaat op leven en dood, bij wijze van spreken. Het zit eigenlijk overal. Ik ken iemand uit Turnhout die bevriend raakte met een meisje uit Kasterlee, de buurgemeente. Commentaar dat ze daar op kreeg! Toch niet met een gast uit Turnhout, die dikke nekken? Zijn er in Kastel geen goei kerels meer? (lacht) Voorbeelden zat. Ik veronderstel dat dit ook een invloed heeft op de manier waarop jullie als Vormingplus werken. Viviane: Natuurlijk. We respecteren die eigenheid, maar tegelijk zijn we grote voorstanders van samenwerking. Wij niet alleen trouwens, ook de bovenlokale overheden stimuleren dat. Dat is ook een goed idee. Je kan nu eenmaal meer bereiken als je verenigd bent. Veel gemeentes zien dat ook in. Je merkt dat het aantal samenwerkingen langzaam maar zeker toeneemt, op alle vlakken. Dat bruggen slaan, het leggen van verbindingen, is voor Vormingplus heel belangrijk. En dan praat ik niet alleen over het intergemeentelijk aspect. Waar zijn er in de Kempen dan nog bruggen te slaan? Viviane: Ook binnen de gemeenten zelf is er werk aan de winkel. De gehuchten, wijken of parochies kwamen al aan bod. Maar er zijn ook de levensbeschouwelijke grenzen. Of om het wat simpel te zeggen: de grenzen tussen katholieken, socialisten, liberalen en vrijzinnigen. Die zijn van nature uit ook niet geneigd tot samenwerking. Zeker in de iets grotere centra, zoals Turnhout, Geel of Herentals, doet die situatie zich voor, al mogen we de situatie ook weer niet overdrijven. Maar je kan er toch S-plus tegenkomen en Okra, twee organisaties die zich richten naar senioren. In de kleinere dorpen speelt dat minder, gewoon omdat de christelijke verenigingen daar vaak een monopolie hebben. Maar dat brengt me meteen tot andere bruggen die gebouwd kunnen worden: die binnen de zuilen. In veel dorpen of gehuchten zal je niet zo vlug een gezamenlijke activiteit van de KAV en de KVLV tegenkomen. Of de samenwerking binnen de werksoorten. Bibliotheken


werken soms samen, maar het kan zeker beter. De cultuur- en gemeenschapscentra zitten in het zelfde schuitje. En – als kers op de taart – moet ik natuurlijk ook de samenwerking vermelden over alle grenzen heen. Een natuurvereniging en een organisatie voor mensen met een verstandelijke beperking die de handen in elkaar slaan. Of alle verenigingen in één dorp, van de fanfare tot de turnkring, die samen het 800-jarig bestaan van de gemeente gaan vieren. Het gebeurt dus. Maar nog te zeldzaam, naar mijn mening. En er is dus nog veel werk aan de winkel voor Vormingplus Kempen. Viviane: We moéten die bruggen niet slaan, laat dat duidelijk zijn. Niemand vraagt dat van ons. Maar we vinden het wel plezant. Het levert altijd leuke, inspirerende activiteiten en ervaringen op. Wij zijn dus helemaal voor. Maar we forceren natuurlijk niets. Als partners er zin in hebben, zoveel te beter. Als dat niet het geval is … jammer maar helaas. We zullen wel altijd een lijntje uitgooien, in de hoop dat men toehapt. Zo zijn we dan ook weer. Hebben jullie zelf succesverhalen? Viviane: Zeker. Veel van onze projecten slaan dwarsverbindingen tussen organisaties. Ik werk zelf ook mee aan het Platform Vrouwenkracht Kempen. Dat groepeert vijftien organisaties uit heel de regio, van het meest diverse pluimage: gaande van het ABVV en ACV, over de KAV en Linx+ tot de vrouwenraad van Herentals, de wereldraad van Westerlo tot een lokale vereniging van allochtone vrouwen. En dat marcheert uitstekend. Het is fantastisch om te zien hoe die elkaar vinden. Want – en dat wil ik hier ook wel eens zeggen – zo vanzelfsprekend is dat allemaal niet. Het is vlug gezegd: laat ze maar eens samenwerken. Tot je er aan moet beginnen! En hoe begin je daaraan? Viviane: Goede contacten uitbouwen, mensen zoeken die er open voor staan en er gewoon invliegen! Alles begint natuurlijk met tijd en moeite. Dat moet je er altijd insteken, maar dat is met alles, niet? De mensen komen niet automatisch rond de tafel zitten. Maar eens je een groepje hebt, moet je in actie schieten. Niets werkt niets zo motiverend als een geslaagde activiteit! Of het moest een geslaagd interview zijn! Bedankt voor het gesprek en nog veel succes met de bruggenbouw. 

de kijk van

An macharis (34)

coördinator Citizenne (Vormingplus Brussel) woont in Denderbelle Mijn relatie tot Vormingplus Kempen: professioneel, als collega uit het verre Brussel. De toekomst van de Vormingplus-centra ligt voor mij in vorming aansluitend bij de leefwereld en behoeften van groepen mensen. Dit impliceert creatief en experimenteel vormingswerk dat buiten de lijntjes kleurt en al zeker buiten het klas/cursuslokaal en de traditionele opvattingen over leren. De Kempen lijkt me een regio waar het leuk toeven is. Een regio ook met een specifieke identiteit en samenhorigheid waar Vormingplus sterk kan op inspelen. Ik herinner me van Vormingplus Kempen vooral het creatief denken en doen rond vormingswerk; de innovatieve projecten zoals ‘Spinnen in de Straat’. Ook het zich profileren als Kempische organisatie vind ik zeer sterk. Wijze raad? Dan zou ik Vormingplus Kempen suggereren om zich volledig te concentreren op haar core-business en zich niet te laten af- of verleiden om een ander pad in te slaan. Als ik wat jaloers ben op Vormingplus Kempen, is het vooral op de leuke sfeer, de visievorming, het enthousiasme, de geworteldheid in de regio, de creativiteit, …

59


60


Een dagje vrouwenkracht Tekst: An Olaerts Foto’s: An Nelissen

Op de programmablaadje stond een cementen overwinningsbeker. Er klom een vrouw bovenop, in een gele jurk. Op haar schouders wiebelden twee vrouwen. En daarbovenop hield er zich nog eentje vast. Het was de folder van Vrouwenkracht oftewel de Internationale Vrouwendag op 8 maart in Turnhout. Het was in het Paterspand te doen, van tien tot halfacht, met muziek, tips, informatie, wandelingen en verhalen uit de hele wereld. Van vrouwen voor vrouwen. En mannen.

61


62

De folder maakt duidelijk wat Vrouwenkracht is: feest in het Paterspand, feest met een randje. Want een beker van cement blinkt niet en aan de grote overwinning zijn vrouwen nog lang niet toe. Daarvoor is er nog te veel ongelijkheid, zijn er nog te veel klachten. Op de tweede verdieping hangen ze aan de kapstok: vier burka’s uit Afghanistan, om eens te proberen hoe het is om de wereld door een lichtblauw gaasje te bekijken. Rita Broeckx uit Retie neemt de proef op de som en past. “Wacht”, zegt haar zus Mia, “je doet hem scheef aan. Het roostertje zit fout. Je moet hierdoor kijken.” Ze friemelen met de blauwe stof tot het goed zit. Daarna wil het gezelschap weten hoe het is onder de burka. “Warm”, klinkt het vanonder het nylon. “Ik krijg hier amper asem.” De moeder van de gezusters besluit: “Wij zijn niet speciaal feministen, maar een beetje aandacht voor de vrouwen mag wel. Daarom zijn we vandaag hier. Het verhaal dat we daarnet gehoord hebben was de moeite. ”

emancipatie. (Veel te gevaarlijk in Afhanistan!) Wel om samen thee te drinken, te naaien of te leren lezen. Wie haar avonturen wil horen, moet zich reppen naar Zaal Norbertus. De zaal is stil. Turnhout kijkt naar de foto’s van Kaboel. Jennie vertelt over de levens onder de burka’s. Burka’s komen in kleuren. Lichtblauw is normaal. Wit is vrouwen die net een zoon baarden. Bruine burka’s zijn voor eeuwig ongehoorzame vrouwen. Bij een steniging wordt een vrouw tot aan de schouders begraven. Stenen hebben een diameter van minstens zes centimeter. Jennie heeft de plaatselijke mullah omgekocht met 300 euro, een Afghaans jaarloon. In ruil ondertekende de mullah een Perzisch contract waarin stond dat hij in de moskee nooit meer zou preken tegen de vrouwen. Er waren namelijk klachten over de vrouwen die uit het centrum naar buiten wandelden. Sommige mannen stoorden zich aan de vrolijkheid onder hun burka’s. Ze zouden zich wellicht dood ergeren in Turnhout.

Witte burka’s

Bleke brownies

Jennie Vanlerberghe is een felle madam uit de Vlaanders. Ze heeft een vrouwencentrum opgericht in Afghanistan. Niet om er te preken over

Het is druk in het Paterspand. Er huppelen kleine kinderen met ballonnen over het kiezelpad en bij de ingang staan heel veel damesfietsen met


boodschappenmandjes en zakken aan weerskanten. Aan de ontvangsttafel zit een damestrio van Viva-SVV. “De rode tegenhanger van de KAV”, lachen ze. “Maar het verschil telt hier vandaag niet. Vandaag is een vrolijke dag. Internationale vrouwendag is één verjaardag voor alle vrouwen tegelijk, over de hele wereld. Dat doet me wat”, zegt Jefke Malfait. Ze heeft een roze pluimpje achter de badge van Vrouwenkracht gestoken. En ze snoept van de koekjes die iemand van Vormingplus heeft gebakken. “Behalve lekker, weet ik niet hoe ik de koekjes moet noemen. Bleke brownies? Of iets wat op peperkoek lijkt? Zolang het smaakt, maakt het niet uit.” Het had gerust het adagium kunnen zijn voor het publiek in het Paterspand, mensen in alle maten en soorten: slanke meisjes, volslanke vrouwen, mannen met baarden, mannen met staartjes. Ze nemen allemaal een kijkje in de patio waar vijftien organiserende organisaties zichzelf voorstellen. Het gaat zusterlijk van christelijk over socialistisch naar liberaal en los van de politiek met 11.11.11 of Wereldsolidariteit.

Lillend billenvlees In het kerkgebouw van wijlen de bruine paters gaat het intussen hard. Famba speelt ten dans. En Famba, dat zijn 15 trommelvrouwen en drie danseressen à la carnaval in Rio, maar dan zonder bikini’s en lillend billenvlees. Nochtans is Braziliaanse percussie wél de specialiteit van Famba. In plaats van pluimen in de poep zijn de accessoires roze beenverwarmers, fluffy boa’s en glitterzonnebrillen. Fiesta feminista is de slogan. De Famba-leden zijn allemaal lesbisch of biseksueel. “Hoeft niet per se”, zeggen ze. “Het is alleen wel zo. Het enige wat verplicht is, is vrouw zijn. En eventueel moet je kunnen verdragen dat iedereen denkt dat je lesbisch bent. We zijn vijf jaar geleden begonnen om lawaai te kunnen maken op betogingen. Hoe maak je anders een minderheid zichtbaar!” En of we de dames nu willen excuseren. De Fambamobiel staat buiten te draaien. Het zijn drukke dagen voor de drumband. “We moeten dit weekend op drie plaatsen gaan spelen voor de Internationale Vrouwendag.”

Dertien in april Nele Van Hout en Lise Heireman zijn twee vriendinnen. Ze worden allebei dertien in april en zitten parels te rijgen aan een tafeltje. Voor de meisjes ligt het schema van de diamantknoop: op, onder, in, uit en door, door. De papa van Nele werkt bij Vormingplus Kempen. Daarom zijn ze hier. Ongelijkheid tussen mannen en vrouwen? De meisjes liggen er niet van wakker. “We zien er anders uit”, zeggen ze. “Maar we zijn wel gelijk. Feminisme? Nee, we weten niet wat dat wil zeggen. Het lijkt een beetje op féminin uit de Franse les. Misschien dat we dat nog ooit leren in de godsdienstles?” Dalia Basurco doet de meisjes de diamantknoop nog een keer voor. Dit is een workshop over Peru: Raiz Andina, wortel uit de Andes in het Nederlands. Dalia doet de uitleg. Ze werd geboren in Peru, vroeger het kloppend hart van het Incarijk in Zuid-Amerika. Lang geleden kwam ze naar Brussel om te studeren. “En ik maar bellen met mijn mama om te zeggen dat ik terug naar huis wilde”, zegt ze. “Het monster van alleen te zijn? Ken je dat? Maar na een feest met folkloredans kwam ik iemand tegen die mijn man werd. Later”, lacht ze. “Want ik had toen nog wel een lief in Peru.” Na veel vijven en zessen trouwde Dalia Basurco. Nu woont ze in Mortsel en zit ze er in de gemeenteraad. “Straks komt mijn man me ophalen. Als de match van Westerlo gedaan is.” (lacht)

De bus van 9.15 Op het podium kondigt Annemarie Picard kordaat het optreden aan van De valse teefjes, vrouwen met veel noten op hun zang zeggen ze zelf. Ze staan met hun sacoche op het podium en laten zich begeleiden door een viool, een accordeon en een kleine tuba. Johan Luyckx en zijn echtgenote zitten samen met hun kleinzoon Milan aan een tafeltje. Ze drinken koffie en eten een broodje. “Het is een goed plan om de positie van de vrouw onder de aandacht te brengen”, zegt Johan. “Tenslotte is de achterstelling van loon naar werken er nog altijd.”

63


“Weet je wat zo goed is aan deze dag?”, zegt de aanschuivende Tilly Thimm, “de verhalen die je hier hoort, komen uit eerste hand, rechtstreeks van de vrouwen in de Dominicaanse Republiek, Roemenië of Afghanistan. Ik krijg er een raar gevoel van. Ik kan maar niet begrijpen hoe er op sommige vrouwen wordt getrapt. Kindermachines, meer zijn ze op sommige plaatsen niet. Maar het is vandaag niet allemaal ellende hoor! Er gebeuren hier ook leuke dingen. Je kunt je hier goed amuseren. Ik kan het weten want ik heb vandaag om kwart over negen de bus al genomen in Mol. Mijn man kon niet meekomen, want hij wilde het podium van de harmonie helpen afbreken. Gisteren heb ik voor hem een grote kom maaltijdsoep gemaakt om mee te nemen. Ook als ik er niet bij ben, zal hij niets tekortkomen.”

64

Dingen in drie stukken Tilly Thimm is de oudste dochter van dertien Duitse kinderen. Ze is opgegroeid in Kassel. “Verder kwam het Belgische leger niet”, lacht ze. “Mijn man was er militair en ik ben samen met hem afgezwaaid. Nu woon ik al 45 jaar in Mol. Mijn hobby is bakken. Ik bak alles: taart, cake en dingen die in drie stukken zijn gevallen.” Maar wat Tilly niet vertelt is dat ze een doorgewinterde vrijwilliger is. Vandaag wordt namelijk een boek voorgesteld over de Kempense Vrouwenkracht. Daarin staan 21 portretten van vrouwen die zich kosteloos inzetten voor anderen. Tilly staat erin. En haar foto staat op de tentoonstelling die doorlopend te bezoeken valt. Het verhaal van Tilly staat op pagina 87. “Het is gewoon een kwestie van vrije tijd”, zegt ze. “Al moet ik toegeven dat het soms te veel is om in de tijd te kunnen. Maar ik doe het graag.” Gevraagd naar het vrijwilligerswerk dat ze doet, antwoordt ze dat het te veel is om op te sommen. Lezen gaat sneller. En dus lezen we dat ze al 23 jaar weegmoeder is bij Kind & Gezin, dat ze een hobbyclub leidt, dat ze drie keer per week handmassages geeft aan de bewoners van het rusthuis, dat ze haar man helpt in de harmonie en dat ze bij toneelgroep De roodborstjes zit. Tilly vindt dat we er geen poeha rond moeten maken. Ze doet het gewoon graag. Net zoals de anderen in het boek. Eentje van hen is op het podium geklommen. Ze heet Barabara Dex en ze sluit Vrouwenkracht anno 2009 af met luide stem. Als ik naar buitenga, passeer ik langs Marc Dex. Hij zit aan een tafel te glimmen van trots. Voor hem ligt een stapeltje cd’s van zijn dochter. Raar dat mannen geen internationale dag voor zichzelf hebben, denk ik. Maar onderweg naar het station lees ik op de ruit van een kapsalon: Iedere woensdag mannendag. 


de kijk van

Bart verhaeghe (34)

beleidsmedewerker ‘de Verenigde Verenigingen’ woont in Gent Ik heb Vormingplus leren kennen toen we Vormingplus Kempen als lokale partner bereid vonden tot het organiseren, in samenwerking met andere verenigingen, van een L.ove (lokaal overleg verenigingen). De Kempen lijkt me een regio waar fijne, creatieve, nononsense mensen wonen en heel veel beweegt op vlak van verenigingsleven. Ik herinner me van Vormingplus Kempen vooral de rijkdom aan thema’s en de creatieve manier van benadering De kracht van Vormingplus is dat ze -althans in de Kempen- een brede blik heeft op de verenigingswereld en vele contacten in het veld. Ik mis daarbij soms wel openheid naar Vormingplussen in andere regio’s en het overnemen van goede voorbeelden van elkaar.

... en van

roel tulleneers

cultuurfunctionaris cc de Werft Geel woont in Meerhout Ik heb Vormingplus leren kennen toen we in de Werft met diverse partners startten met het sociaal-artistieke project Die Andere Thuismatch - Replay. Dit bleek geen eindpunt, maar een startpunt voor een doorgedreven en elkaar versterkende samenwerking. Door Vormingplus Kempen kunnen we de projecten die we opzetten een niveau hoger tillen met daarbij een sterk proces en eindproduct gericht op de verhoging van de cultuurparticipatie van de inwoners van de regio. De kracht van Vormingplus Kempen is dat het mensen bij elkaar kan brengen en ‘andere’ inzichten kan aanleveren. Vormingplus helpt mee vastgeroeste denkkaders te doorbreken. Daarnaast zijn het zeer sterke netwerkers en zeer straffe procesbegeleiders. Ik mis daarbij soms wel ... na 15 minuten nadenken: taart op tafel tijdens een vergadering.

65


Sorry voor de drempel! Over het bereiken van doelgroepen

Zomer. Het woord hoeft maar op te duiken of er komen haarscherpe beelden voor je ogen. Vakantie, een fel zonnetje en een fris drankje. De zee misschien en blote voeten die door het warme, mulle strand struinen. Of één van de vele festivals, met hun mensenmassa, waar je de bassen in je buik voelt trillen en de beroemdheden plots binnen handbereik lijken te komen. Op het podium van de Turnhoutse Vrij-dagen kan je daarbij getuige zijn van een wat vreemd schouwspel. Naast Koen Wauters of een andere Bart Peeters staat een tolk die de liedjes ter plaatse vertaalt voor doven en slechthorenden in het publiek. Een initiatief waar die zeer over te spreken zijn. Zou Vormingplus Kempen dat ook al gehoord hebben?

66

We praatten met Martine Coppieters, de coördinator, en Wim De Belder, die verantwoordelijk is voor de dienstverlening.

Wim de Belder: Als puntje bij paaltje komt, is iedereen lid van zo’n bijzondere doelgroep.


67


Martine: We vinden het inderdaad belangrijk dat iedereen zijn of haar weg kan vinden naar vorming. Aan de mensen voor wie die stap, om welke reden dan ook, niet zo evident is, willen we extra aandacht besteden. Vroeger omschreven we die groep wel eens als ‘mensen met een educatieve achterstand’, maar dat is eigenlijk niet zo’n goede definitie. Wim: Iedereen denkt bij die laatste omschrijving meteen aan kansarmen of laaggeschoolden. Maar onze benadering is breder. Het zijn niet alleen de kansarmen die moeilijk hun weg vinden naar de plaatselijke bibliotheek of naar het cultureel centrum. Ook mensen met een verstandelijke handicap of allochtonen zijn ondervertegenwoordigd in de cijfers. Het is duidelijk dat die niet allemaal een educatieve achterstand hebben. Ook bij onze doven was er geen sprake van enige achterstand. Martine: Neen, het gaat dus om iedereen die drempels ervaart. Al voeg ik er meteen aan toe dat we binnen die groep de maatschappelijk kwetsbare groepen nog meer in het vizier houden. Maatschappelijk kwetsbare groepen, dat zijn dan bijvoorbeeld laaggeschoolden, kansarmen of allochtonen?

Tolken tijdens activiteiten. Iets dat je ook bij Vormingplus Kempen tegenkomt? Martine: Nee, wat dat betreft kunnen we hier een voorbeeld aan nemen. Heel onze sector trouwens, want bij mijn weten zijn initiatieven als dit eerder uitzondering dan regel. Wat je wel hebt, zijn verenigingen van doven of slechthorenden. Die organiseren voor hun leden allerlei activiteiten. Wim: Zo hebben we al samengewerkt met Kemados, de Kempense Maatschappij voor Doven en Slechthorenden. We hebben met hen een avond rond de Islam opgezet. Een tolk vertaalde wat de lesgeefster vertelde.

68

Ik meen begrepen te hebben dat Vormingplus toch extra inzet op dit soort van doelgroepen, niet?

Wim: Ach, het is bon ton om het over ‘bijzondere doelgroepen’ te hebben, maar wij gebruiken dat woord niet. Want over wie hebben we het dan eigenlijk? Als puntje bij paaltje komt, is iedereen lid van zo’n bijzondere doelgroep. Ga maar na: tot pakweg je dertigste ben je lid van de doelgroep jongeren of jongvolwassenen. Daarna kom je in de groep van de piekuurleeftijd, de mensen met een gezin die nergens tijd voor hebben. Als je 60+ bent, kom je in de doelgroep senioren. En tussendoor ben je tegenwoordig lid van de medioren. Bovendien heb je nog de allochtonen, de alleenstaanden, de kansarmen, de holebi’s, de vrouwen, de gedetineerden, de mensen met een beperking, ... de lijst is bijna eindeloos. Martine: Het is onbegonnen werk om met al die groepen te werken. Vandaar onze keuze om géén keuze te maken, maar zo breed mogelijk te gaan en de focus te leggen op die educatieve drempel. En, zoals gezegd, daarbinnen te focussen op allochtonen, kansarmen en laaggeschoolden. En gedetineerden, niet te vergeten.


Gezonde voeding: een vormingsreeks van Logo Noorderkempen samen met Vormingplus Waarom ook die laatste groepen? De overheid wil toch dat de aandacht vooral gaat naar interculturaliteit, het vervlechten van de verschillende culturen. Martine: Huidig (tijdens het afnemen van het interview was nog niet bekend wie de volgende minister van Cultuur zou worden, nvdr) Vlaams minister van Cultuur Anciaux is daar

inderdaad een groot voorstander van. En we luisteren goed naar wat onze subsidiegever zegt (lacht). Maar eerlijk, ook zonder hem zouden we rond het thema werken. We sluiten namelijk aan op zaken die leven in de maatschappij of in de regio. Zo kom je natuurlijk uit bij interculturaliteit. Het is hét moment om daar mee aan de slag te gaan. Als je dat niet doet, mis je enorme kansen. Wim: Een overheid maakt die analyse ook. Een minister zuigt dat niet zomaar uit z’n duim. Het is dus niet vreemd dat we bij hetzelfde uitkomen. Martine: En de kansarmen en laaggeschoolden verdienen onze aandacht omdat daar zéér duidelijk is dat ze problemen hebben om leerervaringen op te doen. De focus op gedetineerden tenslotte heeft te maken met de regio waarin we zitten. In het noorden van de Kempen bevinden zich vier penitentiaire instellingen, wat uniek is in Vlaan-

deren. Als organisatie die inspeelt op wat in de regio leeft, kunnen we daar niet aan voorbijgaan. Voor al deze groepen zetten jullie dus speciale activiteiten op? Wim: Daar moeten we genuanceerd op antwoorden. Ja, in de zin dat we inderdaad aparte leerprocessen voor hen inrichten. We hebben verschillende projecten gedaan met alle groepen die zonet zijn opgesomd. Maar tegelijk hebben we ook andere activiteiten die bedoeld zijn voor het ruime publiek, maar waar we hen toch bij betrekken. Kan je dat wat verder toelichten? Wim: Een buurtproject zoals ‘Spinnen in de straat’ richt zich naar alle mensen in een bepaalde straat of wijk. Kort samengevat komt het hier op neer: een paar mensen zetten hun huis een namiddag open en iedereen kan komen buurten. Wel, toen we dat in Laakdal organiseerden, was de plaatselijke woning van het LokaalOpvangInitiatief (een LOI, dat op vraag van de federale overheid instaat voor de opvang van een beperkt aantal kandidaat-politiek vluchtelingen) één van de huizen die bezocht konden worden. Zo werk je op een heel natuurlijke, ongedwongen manier aan

69


Point Zero: multimediaal project met vrouwen uit de hele wereld in Villa Mescolanza, Turnhout.

interculturaliteit, met allochtonen én autochtonen. Maar het project zelf was geen speciale activiteit voor allochtonen. Het was zelfs geen activiteit die we onder het thema interculturaliteit plaatsen. Martine: De aandacht voor die groepen loopt als een rode draad doorheen heel de werking. Je vindt er sporen van terug op de meest onverwachte plaatsen. Zo maken we in onze Algemene Vergadering plaats voor organisaties die met deze doelgroepen werken. Omgekeerd engageren we ons bijvoorbeeld ook in het bestuur van het Centrum voor Basiseducatie in de Kempen, dat zich richt naar laaggeschoolden. Die bindingen zijn belangrijk om goed te weten wat er leeft, waar er zich problemen of uitdagingen situeren en om vlot te kunnen samenwerken. Kan je nog wat voorbeelden geven van deze aandacht?

70

Wim: In het dienstverleningssysteem komt dat het best

tot uiting. Via dat systeem kunnen organisaties een groot deel van de kosten die ze moeten betalen aan lesgevers, bij ons recupereren. Ze moeten wel aan wat voorwaarden voldoen. Eén daarvan is dat de activiteit open moet staan voor iedereen die wil deelnemen. De tweede is dat de inkomprijs betaalbaar moet zijn. Twee maatregelen die de drempel wegnemen of verlagen. Maar het gaat nog verder. Organisaties die met de mensen werken die we op het oog hebben – de mensen die toch drempels ervaren – kunnen extra ondersteuning krijgen. In sommige gevallen betalen we tot 100% van de educatieve kosten. Die zaken hebben wel degelijk effect. We werkten in de dienstverlening samen met verenigingen waar armen het woord nemen, met OCMW’s, met een organisatie die werkt met mensen met een verstandelijke beperking, … Nog te weinig naar mijn zin, maar het gaat de goede weg op.


Martine: Een totaal ander voorbeeld, kwestie van het totale gamma wat in beeld te brengen. We zijn momenteel aan het bekijken of we onze website gebruiksvriendelijker kunnen maken voor laaggeschoolde mensen. We wachten daarvoor op een instrument dat de Katholieke Hogeschool Kempen ontwikkelt met de mensen van Wablieft, een krant geschreven in eenvoudig Nederlands. Ook dat is aandacht hebben voor mensen die vorming volgen niet evident vinden. Jullie spreken van een rode draad in de werking. Wie bewaakt die draad? Want ervaring leert dat dit soort van beeldspraak vaak wordt gebruikt – “het zit altijd in ons achterhoofd”, “het duikt overal op” – als niet duidelijk is wie er mee bezig is of welk beleid er precies rond gevoerd wordt. Martine: Alles wat we aangehaald hebben, staat klaar en duidelijk in onze missie- en visietekst. Het is mijn taak als coördinator om te bewaken dat zich dat vertaalt in de

werking. We doen dat, net zoals bij andere zaken die we belangrijk vinden, door er in onze beleidsplannen concrete doelstellingen op te plakken. Dat zijn punten die we willen bereiken. Zo hebben we momenteel een doelstelling die vraagt dat 30% van de activiteiten die we jaarlijks doen, opgezet moet zijn met een organisatie die werkt met een kansengroep. Die doelstelling hebben we altijd al gehaald. Maar zelfs zonder die cijfers zie je meteen dat Vormingplus Kempen hier veel mee bezig is. Blader maar eens door onze projecten op de website, dat zegt toch genoeg? Het is overduidelijk één van onze rode draden. We ademen dat uit. Wim: Wat we momenteel niet doen, Martine, is een lijstje aanleggen van àl de zaken die we daarrond doen. Ze zijn er wel, jij en ik kennen ze, maar als er een interviewer langskomt, kan het handig zijn een kant-en-klare lijst te hebben met realisaties. Een interviewer of iemand anders: dat vinden ze allemaal handig. 

Arendonkse KVLV-vrouwen koken Irakees is het Fedasil-centrum

71


72


Zonder wortels komt een boom niet tot bloei Over Vormingplus en de samenleving Sinds vijf jaar zijn er dertien Vormingpluscentra. Omdat hun werking heel Vlaanderen en Brussel bestrijkt, is er dus altijd een centrum bij je in de buurt. Een beetje zoals je overal een bibliotheek kan vinden. Of niet? Want als je in de bib van Wemmel binnenkomt, kan je boeken en cd’s ontlenen. Net als in de bib van Herentals of Hoogstraten. Maar in Vormingplus Brugge kan je niet voor hetzelfde terecht als bij hun collega’s in de Kempen. De centra zijn duidelijk geen kopieën van elkaar; elk heeft zijn eigen, unieke werking. Dat verschil is er, volgens hun website, omdat elke regio andere uitdagingen heeft. Benieuwd wat ze daar mee bedoelen. Jef Van Eyck gaat me wegwijs maken in de werking van Vormingplus Kempen. Vooral de manier waarop het centrum inspeelt op die zogenaamde regionale uitdagingen, staat op het programma. Maar eerst ligt er een dringender vraag op de tong. Jef, jouw officiële functie bij Vormingplus Kempen is educatie-ondersteuner. Ik zal eerlijk zijn, dat is een job waar ik nog nooit van heb gehoord. Jef: Jij bent niet de enige! Ik denk dat ik een uniek geval ben in Vlaanderen. Maar toch dekt de titel redelijk goed de lading. Wat doe ik? Ik ondersteun de medewerkers en de organisatie bij het uitwerken van de educatieve activiteiten die we organiseren.

Als iemand die praktische hulp biedt? Of hoe moet ik dat zien? Jef: Met de praktische zaken ben ik minder bezig. Ik help één - door de educatieve medewerkers mee te coachen, dat is het agogisch luik van de functie, en - twee - door linken te leggen tussen onze omgeving en de werking. Dat is het luik netwerking. Ik vermoed dat dit tweede luik de reden is waarom juist jij dit gesprek voert. Jij bent de man die weet wat er in de regio leeft? Jef: Dat is toch de bedoeling. Het gaat ook verder dan de regio. Als Vormingpluscentrum moet je een zicht hebben op wat leeft in de regio én in de ruime samenleving. Dat de

73


vergrijzing voor de deur staat of dat meer en meer mensen niet meer mee kunnen in de computerwereld, ... dat zijn dingen die je moet weten. Waarom? Dat ligt voor de hand: omdat je er verdorie mee aan de slag moet in je werking! Moet dat echt? Of is dat iets waar Vormingplus Kempen voor kiest?

Jef Van Eyck: Wat de socioculturele sector uniek maakt, is haar inding met de maatschappij.

74

Jef: Iedereen die actief is in de sociaal-culturele sector moet daar volgens mij mee bezig zijn. Wat deze sector juist uniek maakt, is haar binding met de maatschappij. Mensen die samen vorm geven aan zichzelf en aan de samenleving, dat is de definitie van sociaal-cultureel werk. Die verbinding kom je ook nergens anders tegen. Wat is het verschil tussen een kookcursus bij ons en in het avondonderwijs? Het onderwijs speelt in op individuele vormingsvragen. Willen mensen leren koken? Dan richten ze een cursus in, laten de leerlingen examens afleggen en klaar is kees. Weeral wat koks erbij. Een goede sociaal-culturele werker

start toch anders. Louter inspelen op individuele behoeften is nooit voldoende. Als we door een kookcursus mensen terug met elkaar in contact brengen, of er een buurtwerking nieuw leven mee in kunnen blazen ‌ dan pas wordt het interessant. De doelen zijn dus niet hetzelfde. Of waarin verschilt de koffietafel bij de KVLV met een gewoon terrasje? De werking van de KVLV stopt niet bij het aanbieden van wat gezelligheid. Ze willen met hun activiteiten mensen bij elkaar brengen, ontmoeting stimuleren om van daar uit samen een rol te spelen. Het uitgangspunt, kortom, is àltijd dat je de maatschappij mee vorm wil geven, wil verbeteren. Altijd? In het aanbod dat jullie organiseren kan ik dat toch niet altijd terugvinden. Jef: Neen? Ik denk nochtans dat we niet zo slecht scoren. Ik zie in de vormingskalender toch lezingen staan over


spiritualiteit of insectendeterminatie. Waar is daar de band met de maatschappij? Jef: Ja, maar dat zijn activiteiten van andere organisaties! Wij maken daar gewoon reclame voor. Een activiteit waarbij wij betrokken zijn, zal die band wél hebben. Ga maar na. Het best zie je dat eigenlijk bij de projecten. Sommige daarvan zijn er pal op: in het project Leren Fietsen bijvoorbeeld hebben we - het is te zeggen: onze vrijwilligers - allochtonen leren fietsen. Daarmee sloegen we twee vliegen in één klap. Het was een bijzonder geslaagde interculturele activiteit én een concrete vraag van de allochtone gemeenschap werd aangepakt. Drie vliegen eigenlijk, want de allochtonen wilden leren fietsen om een typisch Kempens probleem de kop in te drukken. Hier zijn de af te leggen afstanden namelijk redelijk groot en het openbaar vervoer laat vaak te wensen over. Kunnen fietsen bevordert dus hun mobiliteit, hun kansen op tewerkstelling én hun persoonlijke actieradius. Of neem het project rond Stilte, waarmee we een thema op de kaart hebben gezet dat wel ergens leefde bij een aantal mensen en organisaties uit de regio, maar waar nog niemand z’n schouders had ondergezet. Maar goed, die succesverhalen nemen niet weg dat we nog altijd beter kunnen scoren. En we gaan dat ook doen, want we hebben daarvoor een ruime basis ontwikkeld. Kan je dat laatste toelichten? Jef: De vraag is: hoe kom je tot een ideaal aanbod? Ideaal in de zin dat het maatschappelijk én regionaal geweldig relevant is, iets dat op maat geschreven is van wat er leeft? Wel, geloof me, dat komt niet door het raam naar binnen waaien tijdens een of andere brainstormsessie! Je moet daar actief achter zoeken. En hoe doe je dat? Door met je beide voeten in die regionale en maatschappelijke realiteit te gaan staan. Je moet zeer goed weten wat er leeft. Je kan het vergelijken met een stevige boom. De werking van een Vormingpluscentrum moet diep geworteld zijn in de maatschappij, zoals een eik dat is in de grond. Als dat niet het geval is, kan je werking nooit echt tot bloei komen. Meer nog, als je wortels niet goed vast zitten, kan elk windje je omver blazen. Daarom is het noodzakelijk om te investeren

in wat wij netwerking noemen. Het is de enige manier om een fatsoenlijke, degelijke werking uit te bouwen. Eigenlijk is het de logica zelf: wil je een maatschappelijke rol spelen? Luister dan naar wat er in die maatschappij leeft! En – en nu kom ik tot mijn punt – ik vind dat Vormingplus Kempen op dit vlak al veel en goed werk verricht heeft. Het feit dat er iemand in dienst is zoals ikzelf, die de maatschappelijke en regionale input verzamelt, zegt al genoeg. Onze boom staat stevig; de basis is goed. Het is enkel een kwestie van tijd om de effecten daarvan nog beter te zien in de werking. Hoe doe je dat, die wortels diep in de grond krijgen? Hoe plaats je jezelf in die regionale en maatschappelijke actualiteit. Jef: Bij ons is dat het resultaat van jaren werk. We hebben daar serieus in geïnvesteerd sinds de oprichting. En hoe doen we dat? Wel, de informatie wordt op verschillende manieren verzameld. Er is niet één grote, handige truc. Het start door gewoon de actualiteit aandachtig te volgen, via kranten of media. Zo kom je heel wat te weten over wat er leeft in een maatschappij. Maar daar mag het niet bij stoppen. Je leest nog wat meer, je bent alert voor wat er gebeurt, je brengt hier en daar een bezoekje en je steekt je licht op bij allerlei mensen en organisaties. Een groot deel van die informatie is toch beschikbaar, niet? Dat de vergrijzing er aan komt, is bijvoorbeeld algemeen bekend. Jef: Dat klopt. De grote maatschappelijke verschuivingen kom je snel te weten. Socius, onze koepelorganisatie, doet daar trouwens zelf ook onderzoek naar. Ze spelen die info door naar heel de sector. Punten die van daaruit naar voor zijn gekomen, is onze aandacht voor de thema’s ‘interculturaliteit’, ‘participatie’ en ‘duurzaamheid’. Iedereen die de actualiteit wat volgt, zal zich niet verbazen over die keuzes. Die informatie ligt voor het rapen. Het probleem ligt meer op regionaal vlak. Daarover is de informatie veel schaarser en dus moeilijker te vinden. En dan komen de persoonlijke contacten bovendrijven. Dat is, voor dit soort van achtergrondinformatie, veruit de belangrijkste bron. Zo proberen we in onze Algemene

75


Vergadering mensen te betrekken uit allerlei sectoren, gaande van het onderwijs en de cultuursector, over de lokale overheden tot leden van verenigingen. Een bonte, maar erg inspirerende combinatie. Daar hebben we al veel aan gehad. Ook via de samenwerking met heel veel lokale actoren, waar we bewust op inzetten, bouw je goede contacten op. En – zeker niet te vergeten - we hebben de voorbije twee jaar ook sterk geïnvesteerd in een uitgebreide regionale bevraging. In alle 27 gemeenten van de Kempen zijn we gaan praten met de mensen die het cultuur- en sociaal beleid vorm geven. We hebben toch gepraat met zo’n 150 personen. Dat leverde zo’n 80 uren interview op, met een schat aan informatie. Ze hebben ons onder andere verteld welke trends en ontwikkelingen ze verwachten en op welke manier Vormingplus daar een rol in zou kunnen spelen. Kijk, op die manier krijg je die wortels diep in de grond. Door er in te investeren. Twee vragen duiken daar bij op. Over de resultaten van die bevraging wil ik het straks hebben. Mijn eerste vraag is wat fundamenteler: waarom verzamelt elk centrum die regionale informatie apart? Is de verscheidenheid tussen de regio’s zo groot? Liggen er werkelijk andere uitdagingen in de Kempen dan in Limburg? Jef: Absoluut. Een eenvoudig voorbeeld. In de Kempen zijn er vier penitentiaire instellingen. Zo’n grote concentratie vind je nergens anders terug. Het gevolg is dat wij daar tijd voor vrijmaken. Maar je hoeft het zelfs niet zo ver te zoeken: Hasselt en Hoogstraten zijn allebei steden, maar het is glashelder dat die niet met dezelfde problemen geconfronteerd worden. Net zoals Brussel toch iets anders is dan Turnhout. Je moet niet gestudeerd hebben om dat te begrijpen. Elke regio en elke plaats heeft z’n eigenheid en z’n eigen uitdagingen. Die lokale realiteit moet je kennen. Soms gaat het ook om kleine zaken: plaatselijke gevoeligheden die leven, persoonlijke zaken die spelen. Terreinkennis is o zo belangrijk. Let wel: ik zeg niet dat er geen overeenkomsten zijn tussen verschillende regio’s. Zo maken Nederlandse inwijkelingen

76

een steeds groter deel uit van de bevolking in de grensgemeentes van de regio Kempen. Dat is een gegeven dat ongetwijfeld ook speelt in Wuustwezel en Essen, die in de regio van Vormingplus Antwerpen liggen. Vraag twee dan. Wat heeft die uitgebreide regionale bevraging opgeleverd? Wat zijn de verwachtingen en welke vragen of uitdagingen gaan jullie aanpakken? Jef: Vragen waarop ik het antwoord helaas niet kan geven. Gewoon omdat het onderzoek nog volop bezig is. Tegen dit najaar zouden de eerste resultaten bekend moeten zijn. We gaan die dan gebruiken om ons volgend beleidsplan mee vorm te geven. Het is nu al wel duidelijk dat we zullen moeten kiezen uit een hele waslijst van mogelijke activiteiten. De oefening zal erin bestaan na te gaan welke items op die lijst terugkomen. Als er in Ravels, Grobbendonk en Herselt gelijkaardige vragen opduiken, is er een bredere maatschappelijke basis om er mee aan de slag te gaan. De kans wordt dus groter dat we er iets mee gaan doen. Want – maar dat behoeft geen toelichting waarschijnlijk – niet alle vragen kunnen we aanpakken. Ik kan dus over een paar maanden nog eens langskomen. Jef: Om de resultaten van het onderzoek bekend te maken aan het grote publiek, mikken we op het voorjaar van 2010. Kort nadien zullen ook de eerste effecten ervan in onze werking zichtbaar worden. Want we hebben nu wel heel de tijd gepraat over de binding van Vormingplus met de Kempen en met de samenleving, maar je mag niet vergeten waar dat verbond toe leidt: concrete activiteiten die ook iets teruggeven aan die omgeving. Laat ik er mijn boom maar weer eens bijhalen. Goede, diepe wortels zorgen voor vruchtbaarheid en stabiliteit. Dat is één. En de eikels die zo kunnen groeien, vallen vroeg of laat op de grond en verrijken op hun beurt de grond weer. Net zoals onze werking de samenleving voedt waarop ze steunt. Voilà, een mooie cirkeltje, met een mooie beeldspraak erboven op! 


77


78


Kennis en ervaringen moet je delen Overal rijzen consultancybureaus als paddenstoelen uit de grond. Je kan het zo gek niet bedenken maar over zowat alles kan je momenteel wel van iemand goede raad krijgen als je worstelt met een probleem. Meestal treffen we dergelijke bureaus of instanties aan in eerder economisch gerelateerde contexten en ook in de hulpverlening. Niets dus voor een instelling als Vormingplus of toch? We trokken naar Vosselaar, de thuishaven van Martine Coppieters, de coördinator van Vormingplus en vroegen haar of adviesverlening gerekend kan worden tot één van de taken van de organisatie. Adviesverlening lijkt me niets voor een organisatie als Vormingplus. Of toch? Martine: Volmondig, toch wel ! Het lijkt op het eerste gezicht misschien niets voor ons maar je staat ervan versteld hoeveel vragen er op ons afkomen uit het veld die je gerust tot adviesverlening kan rekenen. Regelmatig gaan we op pad om her en der mensen bij te staan en advies te geven over hoe hun ideeën uit te werken. En dat is vaak een erg boeiend proces. Je wordt immers telkens met andere vragen en contexten geconfronteerd. Het is steeds een leuke uitdaging om hiermee creatief aan de slag te gaan en mensen op weg te zetten. Jullie worden dus her en der wel eens gevraagd om advies te geven, begrijp ik. Ik lees hierover echter niets in jullie communicatie. Maak je er bewust geen reclame voor? Martine: Een goede vraag. Het klopt inderdaad dat we er totnogtoe niet mee uitpakken of het in de kijker zetten.

Dat we advies geven en hier, zoals je zegt, regelmatig voor gevraagd worden, is eigenlijk organisch gegroeid. Sinds een tweetal jaren komen die vragen op ons af. Mensen vragen ons om eens mee na te komen denken over hoe ze bijvoorbeeld een bepaald idee dat ze hebben, kunnen uitwerken, welke vormingsactiviteiten ze best uitkiezen voor een bepaalde doelgroep, hoe ze een groep mensen kunnen samenbrengen rond een bepaald thema en noem maar op. Aangezien we erg gevoelig zijn voor wat er leeft in onze regio en elke vraag die op ons afkomt, dan ook goed willen oppakken, zijn we op die vragen ingegaan. Meestal blijft het bij één of twee keer mee komen nadenken maar soms duurt het ook langer. Wat we wel vaststellen, is dat we steeds meer en meer gevraagd worden om advies te geven vandaar dat we er ook over moeten nadenken hoe we dit een plaats gaan geven in onze werking. Maar dat is nu even ter zijde.

79


Vertel eens iets over zo’n langer lopend advies? Martine: Wel, begin 2007 had ik een overlegvergadering met mensen die actief zijn in de gevangenissen van de Noorderkempen. Ik vertelde hen dat één van onze thema’s ‘participatie’ is. Meteen was hun interesse gewekt. Toeval wou dat ook zij op dat moment bezig waren met dit thema maar dan in een gevangeniscontext. Ze vertelden me dat ze nood hadden aan ondersteuning op het vlak van visie-ontwikkeling hierover en vroegen me dan ook of ik hen daarbij wou helpen. Dat leek me een erg interessante vraag en ik ben er dan ook op ingegaan. Er werd een heuse denkgroep ‘Participatie in de gevangenissen’ opgestart waarvan ik de begeleiding opnam. We hadden meerdere denksessies en lieten ons inspireren door iemand van Samenlevingsopbouw Vlaanderen die heel wat expertise binnenbracht. Ik vind het wat vreemd dat je aan de slag ging met professionals? Ik dacht dat jullie zich eerder richten op burgers in hun vrije tijd? Kan je dat eens wat uitleggen? Martine: Ik begrijp dat je wat in de war bent. Het klopt dat onze doelgroep alle volwassen burgers in het arrondissement Turnhout zijn. Je zou dan kunnen besluiten dat we iets met de gedetineerden zelf moeten doen. En dat zou Martine Coppieters: We vinden het onze opdracht om dingen uit te proberen en die ervaringen te delen met het veld.

80

natuurlijk ook kunnen. Toch kiezen we ervoor om professionals die werken met deze groep, te adviseren en te ondersteunen omdat we erin geloven dat dit een effect heeft op hun werk met de doelgroep. We kunnen en moeten immers niet alles zelf willen doen. De mensen die dag in dag uitM in een gevangenis werken, weten beter dan wie ook, wat kan en wat niet. Met ons advies kunnen ze aan de slag in hun werksituatie en zo beogen we een eerder onrechtstreeks effect van ons werk bij de gedetineerden. Heb ik het juist voor als ik zeg dat Vormingplus wil uitgroeien tot een soort van consultancybureau? Martine: Dat lijkt me momenteel wat hoog gegrepen. We dromen er wel van om langzaamaan uit te groeien tot aanspreekpunt of anders gezegd, draaischijf te worden voor het sociaal-culturele veld in onze regio. Als iemand iets wil doen rond vorming, zouden ze de reflex moeten hebben om bij ons aan te kloppen. Samen kunnen we dan bekijken hoe we kunnen helpen. En dat kan op veel verschillende manieren. Het hangt echt van de vraag en de context af. Wat zeker is, is dat we de kennis die we in de afgelopen jaren hebben opgebouwd, willen delen met iedereen die hier interesse voor heeft. We vinden het onze opdracht om


Martine Coppieters: Ons concept ‘Leren fietsen’ nam VDAB Turnhout over. Met succes!

dingen uit te proberen, te experimenteren als je wil, en de ervaringen die we opdoen, te delen met het veld. Kan je hiervan eens een voorbeeld geven? Martine: Zoals ik net zei, maken we in onze werking volop gebruik van onze zogenaamde ‘laboratoriumfunctie’. We ontwikkelen en experimenteren met nieuwe werkvormen en manieren van aanpak. Als die succesvol zijn, dan willen we dit graag delen met anderen. Zo hebben we al verschillende publicaties op de markt gebracht, zeg maar, handboeken of draaiboeken die stap voor stap uitleggen hoe je zelf aan de slag kan gaan. Meestal koppelen we er ook een studiedag aan vast. Dit is eigenlijk ook een soort van advies in die zin dat we natuurlijk hopen dat anderen met onze goede praktijken in hun context aan de slag gaan. Als ze dit doen, kunnen ze ook steeds bij ons terecht voor bijkomende uitleg. Advies staat hier dus duidelijk voor kennisdeling. En dat werkt ook in de praktijk? Martine: Zeer zeker. Een aantal van onze praktijken zijn al gekopieerd door anderen en met succes! Als ze ergens vast zitten, staat onze deur open om hen verder te helpen. Zo startte VDAB Turnhout onlangs met het project ‘Leren fietsen’, een concept dat door Christa, één van onze educatieve medewerkers, werd uitgewerkt. Op vraag van

VDAB nam Christa deel aan een aantal voorbereidende vergaderingen en nadat VDAB het project een eerste keer had georganiseerd, werd ze ook betrokken bij de evaluatievergadering. Op deze manier brengen we een interessante wisselwerking tot stand tussen onze sector, het sociaalcultureel volwassenenwerk en VDAB, die zich binnen de sector van de formele educatie situeert. Nog een laatste vraagje. Hoe belangrijk denk je dat die adviesverlenende functie in de toekomst wordt? Martine: Dat is geen eenvoudige vraag. Zoals je intussen allicht begrepen hebt, werken we bijna altijd op vraag van het veld. We merken dat de vraag naar advies stijgt van jaar tot jaar. Hoe belangrijk die taak wordt, is moeilijk in te schatten. Het is alleszins onze intentie om zo kwaliteitsvol mogelijk in te spelen op de vragen die op ons afkomen. Belangrijk hierbij is de draagkracht van ons team in het oog te houden. We hebben immers een uitgebreide opdracht en moeten bewust kiezen waarop we zullen inzetten. Het mag duidelijk zijn dat adviseren zeker één van de dingen zal zijn. Hoeveel tijd we hiervoor zullen reserveren, is iets om over na te denken richting volgende beleidsperiode en daar gaan we de komende maanden ook volop over debatteren. Je hoort er dus nog van ! 

81


82


De Buurtbank Mensen ontmoeten elkaar op de meest vreemde plekken. Vaak staat daar wel een bank. Die doet dan dienst als rustplaats, als ontmoetingsplaats of als een plek om lekker te genieten. Banken brengen mensen bij elkaar. De voorbije jaren kwamen er in de Kempen enkele banken bij, onder meer in Olen, Balen en binnenkort ook Merksplas. Vormingplus had daar wat mee te maken. Christa doet het verhaal. Christa: Ja, nu staan er al twee banken in het kader van ons project rond de buurtbanken, maar de volgende jaren verwachten we er naast die van Merksplas nog in Hoogstraten en Herselt. Wat wou Vormingplus eigenlijk met die buurtbanken in de Kempen bereiken? Christa: Enkele jaren terug groeide ons plan om gedurende vier jaren telkens twee banken in de Kempen te laten plaatsen. Het gaat ons niet zomaar om die banken, maar om het hele proces daarrond. We willen in de buurt rond die bank terug leven brengen, we willen er mensen terug met elkaar in contact brengen. Daarom kiezen we ervoor om gemeentebesturen achter het project te krijgen. Anders beginnen we er niet aan. Daar zit ook een praktische kant aan: een bank moet immers geplaatst worden op openbaar terrein. Nadien moet er soms nog voor onderhoud gezorgd worden. Bij de aanvang wilden we gemeenten er ook toe aanzetten om banken in hun beleid op te nemen.

Kunnen alle gemeenten bij jullie terecht? Christa: In principe wel. We hebben hen in een brief gevraagd of ze zin hadden om een buurtbankproject in hun gemeente op te zetten. We vragen de gemeente om heel actief mee te werken. Bij de opstart hebben we de provincie mee op de kar getrokken. De provincie boodt de gemeenten aan om op hun verschillende toeristische plekken gratis banken te plaatsen. In de promotiecampagne daarvoor besteedde ze ook aandacht aan ons project. De provincie zorgde voor een subsidie. Toch beperken we het aantal gemeenten dat we begeleiden. We willen elk project zo goed mogelijk doen, en dan moeten we eenmaal de tijd en de moeite die we er willen insteken, begrenzen. Maar het is een degelijk experiment: we willen ervoor zorgen dat er rond elke bank een buurtwerking ontstaat. Die mensen kunnen dan zelfstandig verder, zonder onze begeleiding.

83


Wat doen jullie dan concreet? Christa: Oh, dat hangt af van buurt tot buurt. In Olen brachten we de verschillende bewoners van een oude fabriekswijk bij elkaar. Rond die bank hebben we veel vergaderd. Mettertijd namen de bewoners verschillende taken van ons over: vergaderingen bijeenroepen, een vergaderagenda opmaken, verslagen versturen… In Balen kenden we al een aantal mensen met veel ervaring in het vrijwilligerswerk. De begeleiding verliep daar totaal anders. In Merksplas was er een wedstrijd voor buurtbankideeën. De respons was vrij groot. Er kwamen een dertigtal reacties uit verschillende wijken binnen. De buurt die de bank won, werd doelbewust gekozen door de wedstrijdjury: het ging om de Steenweg op Beerse, een langgerekte straat met huizen van de sociale woningmaatschappij en enkele woonhuizen. De buren kenden er elkaar niet. Toch kwam er op de eerste vergaderingen veel volk opdagen en was ieder enthousiast. In de vakantie hielden ze er een Zomerse Zondag, een klein buurtfeest. Binnen enkele maanden wordt er de bank ingehuldigd. De gemeente Merksplas heeft de andere wijken die zich kandidaat stelden allemaal een brief gestuurd. Voor sommige buurten beloofden ze om een bestaande bank bijvoorbeeld op te knappen, of om bij een nodige heraanleg van een straat ook een bankplek te voorzien. Maar als ik het goed begrijp, zijn het voor jullie altijd tijdelijke projecten? Christa: Dat klopt! Als de bank er eenmaal staat en als er nog wat buurtactiviteiten gepland worden, trekken wij ons terug. Eens het zover is, hebben we samen al wel een hele weg afgelegd. Doorheen het project vergaderen we zo vaak, dat we aanvoelen wanneer de bewoners verder kunnen. We zijn geen tuinmeubelfirma die even een bank komt plaatsen. Het proces met de mensen komt voor ons op de eerste plaats: veel praten, samen kiezen, samen Op deze plek in Merksplas komt de bank beslissen, … zodat er een basis is gelegd om verder te werken. We bekijken het als een heus leerproces voor de buurt. Het draait om menselijke relaties, om vaardigheden als luisteren, praten, kiezen en beslissen, om afspraken te maken of om verantwoordelijkheden opnemen.

merksplas 84


Als we binnen enkele jaren terugkijken naar de plekken waar een bank kwam, willen we er nog buurtleven zien. Dat wordt de toets van ons project. Als we zo’n buurtbankproject afronden, nemen we de ervaringen over op een andere plek. We steken immers zoveel energie in een buurt, dat we die best kunnen recycleren. We kunnen zo bij de overheid aantonen dat deze manier van werken zinvol is. Ik merk ook dat doorheen zo’n project nieuwe vragen opduiken om met andere mensen of instanties samen te werken. 

Olen Het laatste Balense dorp vóór je in Limburg belandt, is Schoorheide. Daar werd op de Internationale Dag van de Buren een buurtbank ingehuldigd. De groep bewoners gaf zich de naam ’t Pleintje. Ze ontwierpen de buurtbank zelf. Het feest begon onder een druilerige hemel, maar die kon de mensen niet binnenhouden. Burgemeester Johan Leysen knipte officiëel het lint door. De G-Band speelde de laatste wolken weg. In Schoorheide heeft ‘t Pleintje voortaan een plek om leven in de buurt te brengen. Tina: Ik vond het een goed project omdat je onder de mensen bent en zo toch wat buren leert kennen. We lachen heel wat af en maken flink wat plezier. Je leert er samen iets organiseren en rekening te houden met de anderen. Zo is er voor iedereen wat wils. Het is zeker een aanrader om eens mee te komen doen. Sonja: Ik vond de begeleiding van Vormingplus goed. Het is goed om te weten dat er een organisatie is met hetzelfde ideaal als ik: mensen terug gezellig bijeen krijgen. Zo zouden er meer organisaties en mensen moeten zijn. Het is ook een leuke groep. Ik ken ondertussen de mensen al goed. We kunnen al eens discussiëren, maar ook gewoon gezellig keuvelen.

balen

85


86


87


88


Stop je activiteit in UiT Enkele maanden terug pakten jullie uit met een nieuwe naam. Waarom? Sinds vorig jaar is CultuurNet Vlaanderen bezig met de uitbouw van een landelijk UiTnetwerk in samenwerking met steden, gemeenten en regio’s. Dit netwerk wil méér mensen méér goesting geven om meer “UiT” te gaan. Ondertussen doen al meer dan 80 lokale overheden mee en er komen er elke maand bij. Door culturele evenementen in te bedden in een ruimer vrijetijdsconcept (‘UiT’), moet de keuze voor cultuurparticipatie evidenter en laagdrempeliger worden. Vandaar komt dan ook de naam van de nieuwe website, UiTinVlaanderen.be. De site is de opvolger van het vroegere cultuurweb.be en is dé plek waar je alles kunt vinden wat in Vlaanderen en Brussel gebeurt: van opera tot amateurtoneel en van cursus tot sportevenement. Jullie site kreeg er ook een pak nieuwe mogelijkheden bij. In een oogopslag kun je zien wat er allemaal te beleven valt in Vlaanderen en Brussel. Vier hoofdrubrieken maken de start van je zoektocht makkelijker: ‘kijken en luisteren’, ‘doen’, ‘bezoeken’ en ‘UiT met kinderen’. Daaronder vind je

onder meer muziek, nachtleven, tentoonstellingen, festivals, theater, sportevenementen en cursussen. Bij elk UiTevent krijg je ook suggesties aangeboden: meer activiteiten in dezelfde regio, meer van hetzelfde genre, de meest aangeklikte activiteiten, de top 5 van de media, eetadresjes in de buurt en routeplanners. Indien voorhanden, krijg je ook persartikels, YouTube-video’s, achtergrondinformatie van Wikipedia of Flickr-foto’s te zien. Er zijn ook een aantal nieuwe interactieve mogelijkheden en gepersonaliseerde services, waarvoor je je eerst even registreert. Dan kun je onder meer punten en commentaar geven aan activiteiten, maar ook evenementen toevoegen aan je eigen Outlook- of andere agenda, of tips delen met je vrienden via Facebook, Twitter, MySpace of Netlog. Voor wie niet weet waar te beginnen, zorgt onze redactie elke week voor een aantal prikkelende UiTtips. Tweewekelijks is er ook de UiTmail, die overzicht de leukste events in heel Vlaanderen tot in je mailbox brengt. Waarvoor kunnen lokale verenigingen de UiTdatabank gebruiken? Elke lokale vereniging die een activiteit of evenement organiseert, kan dit gratis promoten via de UiTdatabank. Eenmaal

89


de activiteit is ingevoerd, kan ze opgepikt worden door de meer dan 160 publicatiekanalen die van de databank gebruik maken. Dit is niet alleen UiTinVlaanderen.be maar ook nationale en regionale media zoals nieuwsblad.be, De Standaard online, de Zone-magazines, de websites van de VRT-zenders, Gazet van Antwerpen en Het Belang van Limburg. En tot slot ook in tal van stedelijke en gemeentelijke kalenders, van UiT in Antwerpen tot UiT in Zwevegem en van UiT in Zomergem tot UiT in Asse. Het gaat niet alleen om online agenda’s maar ook tal van gedrukte UiTagenda’s, in allerhande infokranten en magazines. Waarom moet iemand bij jullie een account aanmaken? Zowel voor UiTinVlaanderen.be als voor het invoeren van gegevens op UiTdatabank.be heb je een login en een paswoord nodig. Voor de databank is de reden van praktische aard: op basis van die login kunnen we contact opnemen of berichten sturen en kan de invoerder ook zelf zijn ingevoerde activiteiten beheren. De account voor UiTinVlaanderen dient om je een gepersonaliseerde service te kunnen bieden: om deel te nemen aan de vele wedstrijden, om punten en commentaar te kunnen geven bij activiteiten, evenementen toe te voegen aan je eigen agenda (Outlook, Yahoo, Google, ...) en UiTtips te ontvangen op maat van je persoonlijke interesse via de service ‘UiTzoeker’. Een veelgehoorde kritiek was vroeger dat het invoeren van activiteiten vrij stroef en ingewikkeld verliep. Is dat nog zo? Hoe kunnen mensen leren de databank onder de knie te krijgen?

90

De UiTdatabank, de vroegere CultuurDatabank, is ontwikkeld met het oog op een zo volledig mogelijk en attractief overzicht van wat er te beleven valt in Vlaanderen. Daardoor zijn er heel wat mogelijkheden om extra informatie in te geven, die evenwel niet allemaal verplicht zijn. We hebben ondertussen ook een eenvoudige invoermodule (“invoeren op 1-2-3”) waarmee heel wat vlotter kan ingevoerd worden dan in de beginjaren. Daarnaast organiseren we regelmatig gratis open invoeropleidingen in Brussel. Meer info, handleidingen en trainingsfilmpjes zijn te vinden op www.allesoveruitdatabank.be/handleidingen.

Maar de huidige databank begint stilaan metaalmoeheid te vertonen en is niet meer aangepast aan de verwachtingen op vlak van snelheid en gebruiksgemak. Daarom zijn we volop bezig met de ontwikkeling van een nieuwe en betere versie van de databank. Die zou klaar moeten zijn tegen eind 2009. Ook de uitwisseling met andere databanken en publicatiekanalen moet dan eenvoudiger worden. Heb je een rijtje tips om veel aandacht te krijgen voor je activiteit op UiTinVlaanderen.be? Voer je activiteit zo vroeg mogelijk in in de databank, minimaal 4 weken vooraf. Hoe vroeger, hoe meer kans dat je gezien wordt. De deadline voor maandmagazines die hun gegevens uit de databank halen, is meestal 6 weken vooraf. Hoe rijker je activiteit is ingevoerd, hoe hoger je scoort in de overzichtspagina’s. Zorg dus voor een afbeelding, een korte beschrijving en zo volledig mogelijke praktische informatie. Gebruik een relevante, prikkelende titel. “Tentoonstelling” is niet voldoende, zo zijn er duizenden. Besteed voldoende aandacht aan een goede korte beschrijving. Deze verschijnt zowel in printagenda’s als online wanneer iemand een zoekopdracht start. Deze beschrijving is vaak bepalend of mensen meer te weten willen komen over je activiteit. Kunnen mensen online tickets kopen? Voer dan indien mogelijk een exacte weblink in die de surfer onmiddellijk op de juiste plaats brengt om te bestellen. Een link naar de homepage van je website betekent immers dat hij of zij helemaal opnieuw moet beginnen zoeken; dat vergroot de kans op afhaken. Als je vrijkaarten hebt om weg te geven, kan je activiteit kan ook op de wedstrijdpagina van UiTinVlaanderen.be komen. Contacteer daarvoor redactie@uitinvlaanderen.be. Eens ingevoerd, duurt het nog enkele dagen vóór de activiteiten online verschijnen. Hoe komt dat? Onze talrijke gemeentelijke en stedelijke partners werken mee om de kwaliteit van de gegevens te bewaken. Elke ingevoerde activiteit wordt daarom eerst ‘gevalideerd’ door de gemeente waar deze plaatsvindt. Dit gebeurt op (bijna)


dagelijkse basis, maar niettemin ontstaat hierdoor een vertraging zodat het soms 2 à 3 dagen kan duren eer de activiteit effectief zichtbaar wordt. Wordt de UiTdatabank veel geraadpleegd? De UiTdatabank zelf is niet bedoeld voor het publiek, het is enkel de verzamelplaats van de informatie. De ingevoerde evenementen worden opgehaald uit de databank en gepubliceerd in meer dan160 kanalen: websites en magazines, maar ook digitale informatiezuilen, digitale TV en de iPhone. Onze eigen website UiTinVlaanderen.be bereikt, enkele maanden na de lancering, al zo’n 9.000 à 10.000 unieke bezoekers per dag. Het gratis e-zine UiTmail heeft meer dan 50.000 trouwe abonnees. Met welke Kempense gemeenten werken jullie momenteel samen? Er zijn activiteiten uit zowat alle Kempense gemeenten te vinden in de UiTdatabank. Een aantal gemeenten zijn al UiTpartner, wat betekent dat ze actief meewerken aan de verzameling en promotie van het lokale activiteitenaanbod: Hoogstraten, Vorselaar, Herentals, Herselt, Turnhout en Kasterlee. Ook andere gemeenten hebben al interesse getoond: er lopen actieve gesprekken met onder meer Rijkevorsel, Beerse, Vosselaar, Lille, Grobbendonk, Hulshout, Ravels, Arendonk, Oud-Turnhout, Mol, Geel en Westerlo. Een actueel overzicht van het UiTnetwerk van steden en gemeenten is steeds te vinden op onze website www.uitnetwerk.be/partners. 

UiTdatabank op Vormingplus-site Op www.vormingpluskempen.be vind je rechts een zoekschermpje van UiTinvlaanderen.be. Daarmee kun je op zoek naar alle vormingsactiviteiten in de regio: cursussen, workshops, lezingen...  Dat kan op allerlei manieren: op de postcode of de naam van je gemeente, met trefwoorden of de datum. Als je met je activiteit op onze site gevonden wilt worden, moet je ze bij het invoeren aanvinken als een ‘educatieve activiteit’.

de kijk van

Bart Wuyts (43)

streekmanager Kempen bij SPK (gedetacheerd vanuit Philips) woont in Hoogstraten Ik heb Vormingplus leren kennen toen ik streekmanager werd en mijn weg zocht tussen de vele boeiende Kempense organisaties. De toekomst van de Vormingplus-centra ligt voor mij in het voortdurend vertalen van relevante maatschappelijke thema’s in verstaanbare mensentaal, en daarrond creatieve processen opzetten met en voor ‘de gewone man’. De Kempen lijkt me een regio waar veel ingrediënten aanwezig zijn om een voorbeeldregio te worden op het vlak van duurzaamheid. Ik herinner me van Vormingplus Kempen vooral de knappe, originele kleinschalige projecten die in de Kempen gerealiseerd zijn van Meerle tot Veerle, en een prachtige brochure over ‘stilte’. Wijze raad? Dan zou ik Vormingplus Kempen suggereren om verder te doen zoals ze bezig zijn. Als ik wat jaloers ben op Vormingplus Kempen, is het vooral op haar competentie om de organisatie en haar projecten op een knappe, eerlijke en integere wijze in woord en beeld te brengen.

91


De permeabiliteit van een kantoor 92


Vormingplus Kempen lijkt soms wat op een honingraat met bezige bijen. De koningin stuurt hen met duidelijke orders op pad. Een zonnewende later keren ze terug van hun kruisbestuivingen, wat uitgeteld door het voortdurend gezoem. Turnhout is hun uitvalbasis, maar met het werk bestrijken ze het hele veld van de Kempen. Van Meerle tot Veerle, van Balen tot Hulshout. Daarom kunnen ze niet anders dan veel praten, veel schrijven, veel lezen, veel denken, veel aanvoelen. Met wat goede wil kan je dat communicatie noemen: informatie laten doorsijpelen door het membraan van de kantoormuren. Dirk Raeymaekers verzorgt de communicatie bij Vormingplus Kempen. Zie je door de bomen nog het bos? Dirk: Het is inderdaad geen makkie om elke dag opnieuw en beter uit te leggen wat we doen. Eerst zit je al met de schaalgrootte: de Kempen is nu eenmaal geen voorschoot groot. Het arrondissement met z’n 27 steden en gemeenten is evenmin een natuurlijk geheel en geeft de bewoners weinig identiteit. RTV covert wel dagelijks het regionieuws, maar Hoogstratenaren hebben geen affiniteit met het wel en wee van inwoners van Heultje. Een andere moeilijkheid is dat wat we doen niet zo makkelijk over te brengen is. We doen een heleboel niet-tastbare dingen: praten, netwerken, vergaderen, organiseren... Niet onmiddellijk het leukste of het meest aansprekende. Maar die beperkingen geven net de zin om het even anders te proberen.

Veel mensen kennen blijkbaar Vormingplus door jullie magazine. Dirk: Dat klopt, wij zijn ‘die van da schoon boekske’. Ons magazine is inderdaad ons paradepaardje. Het enige nadeel is dat het halfjaarlijks verschijnt. We steken veel energie in de artikels: we trachten telkens enkele projecten te beschrijven, we kijken in de Kempen naar aansluitende initiatieven, ... We maken het boekje bijna helemaal in eigen huis. Vormingplus heeft van in het begin veel aandacht gehad voor de communicatie. Een nieuwe organisatie op regionaal niveau ingang doen vinden, kan je inderdaad alleen maar met een doorgedreven promotie én door degelijk werk af te leveren. Mensen worden overspoeld door een berg prikkelende informatie. Het vrijetijdsaanbod is de voorbije decennia ook flink gegroeid. Aan de andere kant is het doelpubliek enorm gesegmenteerd: denk maar aan de gradaties die je in de seniorengroep vindt of aan de verschillende kansengroepen. Dat maakt het niet makkelijk om steeds de juiste toon vanuit een organisatie met een eigen activiteiten- en een projectenaanbod te vinden. De overheid geeft ons daarbij nog de opdracht om het ‘bovenlokale’ vrijetijds-

Onze flyers, folders, boekjes, magazines: downloadbaar op Calameo (http://bit.ly/HHep4)

93


aanbod bekend te maken en te promoten. Communicatie valt op die manier niet weg te denken uit onze werking. Van bij het begin verkoos Vormingplus Kempen iemand vrij te stellen voor dat werk. Dat getuigde in die tijd van inzicht en daadkracht en daarmee was Vormingplus ongetwijfeld een trendsetter in het vormingswerk. Dan moet je die opdrachten Onze filmpjes vind je op Vimeo (http://bit.ly/hLyBb)

ook nog waarmaken... Dirk: Maar dat hoeven we niet alleen te doen. De verschillende verenigingen en organisaties waarmee we samenwerken, bieden ons een prima inrijpoort. Zij kennen hun afgelijnd publiek door en door, en ze weten hoe dat best aangesproken kan worden. Denk maar aan het Centrum voor Basiseducatie, een buurtwerk, organisatieondersteuners van het justitieel welzijnswerk, vererigingen waar armen het woord nemen, ... Wij kunnen aanvullend werken met onze knowhow en onze batterij aan communicatiemiddelen. We trachten ook bij nieuwe projecten zo snel mogelijk alle aandacht te geven aan de communicatie die we daarrond willen voeren. Eén van onze mantra’s ‘Vorm volgt functie’ is daarbij erg toepasselijk: het doelpubliek, het project en de communicatie moeten dezelfde lucht ademen en beelden delen. Zit er een lijn in die promotie?

94

Dirk: Tja, we volgen een communicatieplan dat nauw aansluit bij het beleidsplan. Daarin zitten we mooi op schema. In grote lijnen komt het erop neer dat we in onze communicatie herkenbaar en dicht bij ons publiek willen staan: zo proberen we bijvoorbeeld veel lokale, herken-

bare foto’s te gebruiken. We proberen ook eenvoudige, begrijpelijke teksten te schrijven. En hoewel dit nummer misschien net het tegendeel bewijst, willen we ook weinig navelstaren. In onze promotie staan activiteiten, projecten of partners centraal. We laten mensen liever zelf vertellen. Wordt bij julie ook alles meer digitaal? Drukwerk neemt doorheen onze communicatie nog altijd een belangrijke plaats in. Naast ons magazine hebben we nog de maandelijkse Streekkrantadvertentie, voor projecten hanteren we nog vaak flyers en affiches. Bij de afronding van zo’n project maken we soms nog een boekje met onze ervaringen. Maar elk drukwerkje wordt op het internet ondersteund. We steken veel werk in onze site: die bevat honderden activiteiten. Organisatoren kunnen online een toelageformulier invullen; vormingsdiensten kunnen hun aanbod zo goed als rechtstreeks invoeren. We vinden het belangrijk dat onze projecten op onze site ook zichtbaar worden. De laatste tijd maakten we ook voor projecten die zich daartoe leenden een aparte site: we werkten bijvoorbeeld even samen met de Geelse Dienst SamenlevingsOpbouw aan de communicatie rond een buurtproject voor het Velleke, of aan de site rond de Vrouwendag, eentje over het project Toegankelijke Cultuur, over de buurtbanken in de regio, over Color A’do ... Op onze Facebookpagina zeggen we regelmatig wat we samen met anderen organiseren. Onze maandelijkse e-zine sturen we naar zo’n 1.500 abonnees. Een hele drukte, eigenlijk. Het lijkt me heel gevarieerd werk. Dirk: Dat is het zeker. Voor de communicatie van de Vrouwendag hebben we bijvoorbeeld lang vergaderd om alle promotiekansen op te lijsten en uit te werken. Die plannen overlegden we telkens met het Platform Vrouwenkracht Kempen, dat instond voor de organisatie. We hadden ook een flink budget, waarmee we o.a. advertenties in de Gazet van Antwerpen, een promofilmpje op RTV en op het Open


Doekfestival, busstickers, affiches en flyers, ... aanmaakten. De grote publieksopkomst valt grotendeels toe te schrijven aan de flinke media-aandacht. Voor de promotie van het projectboekje over ‘Spinnen in de Straat’ maakte RTV een reclameclipje waarin Pol Goossen meespeelde. Met zo’n dingen experimenteren we graag: daarmee kunnen we aftasten wat werkt en niet werkt op regionale schaal. We doen daarbij graag beroep op fotografen of illustratoren uit de regio. Ze zijn aanspreekbaar en bereikbaar. En degelijkheid maakt vaak het verschil. We vragen RTV regelmatig om een clipje te maken over onze projecten voor hun Jan Publiek-programma. Hun ploeg doet dat professioneel en relatief goedkoop. Nadien krijgen we dat filmpje op dvd en plaatsen we het op onze site. Mooi materiaal om onmiddellijk te laten zien wat we waar doen!

Praatpunt: samenwerken met verschillende organisaties verkleint de kloof met je doelpubliek.

En nog plannen zat?

Enkele projectsites:

Dirk: Natuurlijk! Ons communicatieplan moet nog verder uitgevoerd worden. Eén van de acties daarin is bijvoorbeeld dat we de lokale advertentiekrantjes en ledenbladen degelijk willen inventariseren. Hoe dichter we bij geïnteresseerde lezers kunnen raken, hoe beter. We hebben ook laten onderzoeken hoe bekend we zijn in de regio. Als we die resultaten hebben, kunnen we daaraan beginnen sleutelen. Na 2010 maken we een update van ons communicatieplan. Ik zou dat graag doen met andere communicatiemensen uit de regio: uit de 27 gemeenten, uit welzijnsdiensten, cultuurdiensten, uit de reclamewereld... We richten ons immers vaak op dezelfde bewoners met gelijkaardige boodschappen. Misschien kunnen we elkaar versterken en ondersteunen. 

• www.buurtbank.be • www.spinnenindestraat.be • www.color-ado.be • www.vrouwenkracht.org • www.toegankelijkecultuur.be

95


96 organisaties waarmee we in 2008 samenwerkten


97


Onze Raad van Bestuur Myriam Bergmans * Sofie De Keuster * Bieke Dierckx Assunta Geens * Igor Geubbelmans * Mieke Hens Herman Heyns * Wendy Mercelis * Lut Mertens Ayse Onlen * Gie Van den Eeckhaut * Hilde Van Laer * Nico Verhoeven * Luc Wilms zetelen daarnaast ook in de algemene vergadering: Jeroen Berens * Ivan Biegs * Jef Bollen * Ouafa Bouqadida * Inge DefrĂŠ * Guy Dens Bart Gaublomme * Hugo Haegemans * Natalie Haeseldonckx * Gert Hurkmans Arlette Laenen * Abelhafid Lakrimi * Lieve Leppens * Jefke Malfait Marjolijne Milbou * Mati Mommaerts * Staf Pelckmans * Hilt Rigouts Kristof Rombouts * Marthe Rombouts * Bart Theys * Chika Unigwe Geert Van Autenboer * Pascale Van Bael * Patricia Van den Broeck Greet Van der Heyden * Ilse Van Gorp * Erwin Vandenbergh * Frans Vangenechten Jef Verrydt * Mon Verrydt

98


Praktisch

colofon Dit is een uitgave van Vormingplus Kempen vzw

Wil je dit tijdschrift voortaan gratis thuis ontvangen? Iets niet duidelijk? Op zoek naar vorming? Een leuk project in gedachten? Meer info nodig over een activiteit?

Vormingplus Kempen vzw Otterstraat 109 bus 4 (eerste verdieping) 2300 Turnhout

Openingsuren elke werkdag van 9 tot 17 uur telefoon fax e-mail web bank

014 41 15 65 014 41 05 77 info@vormingpluskempen.be www.vormingpluskempen.be 646-0124040-88

Hoe inschrijven? De activiteiten in onze kalender worden georganiseerd door verschillende organisaties. Schrijf altijd in bij de organisatie die vermeld staat bij de activiteit! Wacht niet te lang met inschrijven: de plaatsen zijn vaak beperkt.

Vormingplus Kempen • is een pluralistische organisatie • is erkend door het Ministerie van Cultuur als Volkshogeschool voor het Turnhoutse arrondissement • is erkend door de Vlaamse regering als opleidingsverstrekker in het systeem van opleidingscheques • wordt gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap, afdeling Cultuur • is lid van de Federatie van Organisaties van Volksontwikkelingswerk.

Het team van Vormingplus Kempen Coördinator Martine Coppieters (martine.coppieters@vormingpluskempen.be) Adjunct-coördinator Jan Van Hout (jan.van.hout@vormingpluskempen.be) Communicatiemedewerker Dirk Raeymaekers (dirk.raeymaekers@vormingpluskempen.be) Administratie en logistiek Lieve Decoster (lieve.decoster@vormingpluskempen.be) Educatieve medewerkers regio oost: Kristel Vanhulle (kristel.vanhulle@vormingpluskempen.be) regio noord: Christa Truyen (christa.truyen@vormingpluskempen.be) regio west: Janna Janssens (janna.janssens@vormingpluskempen.be) regio zuid: Viviane Schuer (viviane.schuer@vormingpluskempen.be) educatie-ondersteuner: Jef Van Eyck (jef.van.eyck@vormingpluskempen.be) dienstverlening: Wim De Belder (wim.de.belder@vormingpluskempen.be)

Zelf iets organiseren? Bekijk ons activiteitenaanbod op www.vormingpluskempen.be, onze website. Daar vind je cursussen, workshops en voordrachten. Een flink aantal daarvan betoelagen we zelfs. Lees meer daarover op onze website www.vormingpluskempen.be of bel 014 41 15 65

Adresgegevens Gegevens die we noteren als je je inschrijft of als je informatie aanvraagt, komen in het adressenbestand van Vormingplus Kempen. Ze worden gebruikt om je op de hoogte te houden van ons programma en je te verwittigen als er iets wijzigt. We kunnen ze ook doorgeven aan anderen die interessante informatie voor je hebben. Als je dat liever niet wil, laat het ons even weten (wet van 8 december 1992 op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer).

Opmaak eindredactie & opmaak: Vormingplus Kempen fotografie en illustratie: An Nelissen, Bart Van der Moeren, Sarah Van den Elsken, Marc Vervoort, Sophie Loomans, Seppe Van Buggenhout, flickr.com (moqub, furryscaly, learningtour, luc lagay), Janna Janssens, Geert Maes druk: drukkerijmaes.be verantwoordelijke uitgever: Martine Coppieters, p/a Otterstraat 109, 2300 Turnhout

99


Vormingplus Kempen vzw is de regionale volkshogeschool voor het Turnhoutse arrondissement.

We zetten leerprocessen op in de Kempen. Het uithangbord van die processen zijn onze projecten. We begeleiden verschillende projecten van verenigingen, buurten, gemeenten, ... Meestal draaien ze om participatie, interculturaliteit of duurzaamheid. We ondersteunen daarnaast verenigingen en groepen bij het organiseren van activiteiten, zowel financieel als promotioneel. Die kunnen daarbij putten uit onze uitgebreide databank cursussen, lezingen en workshops.

100

Wil je op de hoogte blijven van wat we doen? Maak je op onze site abonnee op ons maandelijks e-zine.


Van Meerle tot Veerle na(5)jaar 2009