Issuu on Google+

Jaaroverzicht 2009

de Volksbond


Geachte lezer, beste geïnteresseerde in de Volksbond, Empowerment en cliëntparticipatie zijn belangrijke elementen van de visie en missie van Stichting Volksbond Amsterdam. Daarom hebben we besloten dit jaaroverzicht in nauwe samenwerking met cliënten samen te stellen en aan u te presenteren. Empowerment en cliëntparticipatie zijn onmisbaar in het bereiken van duurzame verzelfstandiging van onze cliënten. Door daadwerkelijk te participeren in de samenleving worden kansen gevonden en benut zodat mensen zich kunnen ontwikkelen en ontplooien. Binnen de Volksbond vinden op alle locaties en op verschillende wijze participatieactiviteiten plaats. Samen met onze cliënten ontwikkelen we projecten, formuleren we beleid en geven we nieuw aanbod vorm. In dit jaaroverzicht lichten we vier voorbeelden uit. We hopen u hiermee een inkijkje te geven in hoe cliëntparticipatie binnen de Volksbond gestalte krijgt. Uiteraard is de inzet van de medewerkers van de Volksbond onontbeerlijk voor het slagen van empowerment- en participatiedoelstellingen. Het is niet altijd makkelijk ‘oude patronen’ los te laten. Met trots kan ik benadrukken dat de medewerkers van de Volksbond zich energiek en betrokken inzetten om deze doelstellingen samen met cliënten te halen. Ze zijn zich bewust van de meerwaarde die actieve deelname van cliënten voor zowel cliënten als organisatie met zich mee brengt. De Raad van Bestuur dankt haar cliënten, medewerkers, de clientenraad en de kerngroepen, de ondernemingsraad, haar ketenpartners en overige betrokkenen voor hun bijzondere inzet. Carmen Salvador, directeur/bestuurder Stichting Volksbond Amsterdam

3


PAJA Simone “Het heeft mij een gezicht gegeven binnen de hulpverlening”. Simone heeft naar aanleiding van PAJA ook op landelijk niveau mee gedebatteerd over zwerfjongeren. “PAJA zit blijvend bij veel mensen in hun hoofd”.

Het PAJA-project leidt cliënten op tot auditoren. De deelnemers, jongeren in dit geval, keuren de kwaliteit van de voorzieningen/diensten en brengen hun kennis direct in praktijk. Daarvoor gaan ze in gesprek met de bewoners/cliënten en de begeleiders en geven, na een analyse van de uitkomsten van de interviews, aan wat ze graag verbeterd zien. Alle aspecten van het wonen in een voorzienig worden hierbij betrokken en besproken met medewerkers en leiding. Faciliteiten en functionaliteit van het gebouw, gedrag en bejegening. Het project omvat ook een herkeuring ofwel evaluatie na 6 maanden. Dit is het moment om te kijken of de aanbevelingen uit de audit, het zogenaamde ‘reparatieplan’ is uitgevoerd, bijgesteld moet worden of nog bijzondere aandacht vraagt. Deelnemers zijn bij de uitvoering van het project ondersteund door het Projektenburo en het Verwey-Jonker Instituut. Carmen (directeur/bestuurder Volksbond en initiatiefnemer), Aziza (Projektenburo) en Simone (bewoner Bertolt Brecht Huis) vertellen over hun betrokkenheid bij het project.

4


PAJA: Participatie Audit Jongeren Amsterdam Simone: “Tijdens het project zie je dat begeleiders anders met je omgaan. Ze kijken meer naar de mogelijkheden van de cliënt”. Het project heeft Simone het gevoel gegeven meer invloed te hebben, en daarmee de touwtjes meer in eigen hand. “Wij helpen nu zelf mee aan de ontwikkelingen binnen ons huis”. Het idee achter de opzet van PAJA is tweeledig. PAJA wil cliënten en hun mening zichtbaar maken (empowerment). Tegelijkertijd wil het project het werkpatroon van de hulpverlener doorbreken. Tijdens de traditionele opleiding hebben hulpverleners geleerd vanuit ‘geven’ te denken. Dit impliceert ook dat de hulpverlener ‘overneemt’ van de cliënt. Dit heeft een remmend effect op diens zelfsturing en zelfredzaamheid. In het model van PAJA nemen cliënten, jongeren in dit geval, de actieve rol over. Zij geven aan wat wel en niet werkt voor hen. Het was een bewuste keuze juist jongeren te vragen om deel te nemen. “Jongeren zijn de meest veeleisende cliënten binnen de Volksbond. En het meest moeilijk tevreden te stellen.’’ Carmen: “Alles moet binnen een week geregeld zijn, een huis, werk. De jongeren willen snelle resultaten, dat hoort nu eenmaal bij jongeren”. De succesvolle uitvoering van het PAJA project bij deze ‘moeilijke’ doelgroep levert het bewijs dat de aanpak werkbaar is voor alle doelgroepen. Aziza vult aan dat het juist in de leeftijdsfase van jongeren een belangrijke ontwikkeling is geweest. “Jongeren zijn zich nog aan het vormen. Het is mooi ze in deze fase, door PAJA, in een andere rol te plaatsen”. Worden zwerfjongeren wel serieus genomen? “Ja, echt wel. Al onze punten zijn serieus genomen en daar waar het kon, ook opgepakt”, verzekert Simone. Aziza is van mening dat juist het aspect herkeuring, onderdeel van het totale keuringsproces, hier een cruciale rol in speelt. In de periode tussen keuring en herkeuring hebben jongeren de gelegenheid zich verder persoonlijk te ontwikkelen. Hierdoor zijn ze goed voorbereid op de herkeuring. Daar waar ander projecten “ophouden en klaar zijn”, gaat PAJA door. Ook het feit dat er veel media aandacht uit is gegaan naar dit project en de betrokken jongeren, is iets wat Simone als heel waardevol ziet.

Ze voelt dat ze eer hebben van hun werk. Voor de trainingen in het kader van PAJA is bewust voor een ‘neutrale’ plek gekozen. Even ‘uit de eigen setting’. Het werd het Centraal Bureau van de Volksbond, dat gaf de deelnemers gevoelsmatig meer status. Simone: “Je had er de rust en ruimte om te werken. Je had ook het gevoel dat je letterlijk boven de directie zat. Hier gebeurt alles en ze weten ook dat je boven zit”. Voor de hulpverleners was het een geschikte omgeving om ‘uit hun rol te stappen’. De audits zelf zijn wel op de locaties afgenomen: “Juist beter, je kunt dan meer dingen aangeven en ook letterlijk laten zien”. Voor Aziza waren de belangrijkste resultaten de groei die ze toen en nu nog steeds ziet bij de deelnemers. De jongeren hebben geleerd positief bezig te zijn. Dit inzicht passen ze nu toe, waar ze ook zitten. Carmen: “Het primaire doel was het empoweren van de deelnemers, het maakt me plaatsvervangend trots te zien dat dit ook gelukt is”. De attitude van medewerkers ten opzichte van cliënten is ook veranderd. Het contact gaat nu verder en dieper. Medewerkers hebben in de praktijk gezien dat jongeren veel meer kunnen. Maar ook wat ze van de jongeren kunnen leren. De kwaliteiten die jongeren tentoonstellen is echt een eyeopener voor mensen. “Door het project leer je met jezelf omgaan. Het leert je rustiger te worden”. PAJA heeft de aanmoedigingsprijs gewonnen tijdens de uitreiking van de Altijd Onderwegprijs1. Was het spannend om prinses Maxima daar te ontmoeten? “Ja, heel erg, heel erg spannend”. Simone krijgt opnieuw kippenvel als ze denkt aan het moment dat ze naast Maxima op het podium staat. “Ik stond te trillen op mijn benen. Het is zo’n lieve, warme vrouw. Het is gewoon écht een mens”. Aziza en Simone zijn eensgezind waar het de hechtheid van de PAJA-groep betreft. PAJA was niet alleen een project, er is ook een steunnetwerk door ontstaan. “Persoonlijke ontwikkeling is daar zo belangrijk in geweest”. ______________________________________________________________________________

1

De Altijd Onderwegprijs is een initiatief van Stichting Zwerfjongeren Nederland en is een Stimuleringsaward van 10.000 Euro voor beste zwerfjongerenprojecten. De Altijd Onderwegprijs is een gezamenlijk initiatief van Stichting Zwerfjongeren Nederland en Het Maagdenhuis.

5


FILMSCHOOL “Je hoeft niet alleen maar te filmen. Er is voor iedereen iets te doen dat past binnen de groep”.

De filmschool biedt cliënten van de Volksbond een vorm van hoogwaardige dagbesteding. Tijdens de lessen leren deelnemers, onder leiding van een ervaren docent, stapsgewijs filmen, editen, monteren en presenteren. De filmschool is door cliënten zelf bedacht en sluit aan op hun wensen. De filmschool heeft al een aanzienlijk aantal films geproduceerd. Ook in opdracht. Een selectie van deze films kunt u bekijken op onze website. Met Pino (docent), Alex, Jan en Eggie (deelnemers) praat ik over hun ervaringen.

6


De Filmschool is er voor iedereen. Eggie is van het begin af aan “blind voor haar omgeving” als ze start met filmen. “Ik vindt dat ik er talent voor heb en dat mag ik best zeggen!”. Eggie heeft in de filmschool iets gevonden dat ze echt leuk vindt. “Er zit een verborgen talent in mij”. Eggie ziet wel toekomst in het filmen. Een betaalde opleiding waar zij verder mee kan. Bijvoorbeeld voor het schrijven van een eigen script. Eggie is opgegeven door de dagactiviteitenbegeleider van het FSH. Over haar eerste echte film zegt ze: “Als je filmt zit je in een andere wereld. Alles wat er om me heen gebeurt vergeet ik dan”. Jan neemt deel aan de filmschool vanuit een DWI traject. “Mijn deelname heeft geen vrijblijvend karakter”. Jan vindt dit wel prettig. “De filmschool biedt uitdaging voor jezelf en ik vind het prettig enige kennis van zaken te hebben”. Alex volgde in Rusland een opleiding tot cineast/scriptwriter. Alex ziet de filmschool als een hobby en een mogelijkheid verder te leren en zich te professionaliseren. De filmschool is opgezet voor iedereen. “Iedereen die wil meedoen, kan meedoen. Het helpt natuurlijk wel als je er interesse voor hebt”. Pino vertelt dat de filmschool gewoon van start is gegaan. Niet aan de hand van een concreet plan, maar met een goedkope camera in de hand en volgend aan de wensen van cliënten.

zijn allemaal leuke mensen die ik lesgeef. Dit zijn juist de interessantere mensen van de maatschappij. Omdat ze allemaal veel hebben meegemaakt”. Tijdens de lessen leren deelnemers, naast het filmen zelf, monteren (editen). Er worden opdrachten besproken, zowel eigen werk als voorbeeldfilms. Deelnemers leren van elkaars werk, luisteren naar elkaar en wisselen verbeterpunten met elkaar uit. Of iedereen kan leren filmen, vindt Alex vooral afhangen van de mate waarin mensen geïnspireerd en geënthousiasmeerd zijn. Alex ziet filmen als een “kwestie van kunst”. Jan legt uit dat er veel verschillende dingen te doen zijn binnen de filmschool. “Je hoeft niet alleen maar te filmen. Er is voor iedereen iets te doen dat past binnen de groep”. Het belangrijkste is dat “iedereen welkom is en zich welkom voelt bij de filmschool”. Opdrachten en ideeën komen uit verschillende hoeken. Pino verzorgt een deel van de opdrachten. Deelnemers brengen ook vaak zelf ideeën in. De filmschool krijgt ook opdrachten van externen. Voordat de filmschool hiermee aan de gang gaat, wordt met de opdrachtgever gesproken over het doel en de inhoud van de film. Jan geeft aan het leuk te vinden te werken aan opdrachten. Juist het feit dat een opdracht gepaard gaat met eisen en een deadline, geeft het uitvoeren hiervan extra prikkelends. “Het maakt het leuk”. Jan, Alex en Eggie zetten Pino vandaag nog even extra in het zonnetje. Zij vinden Pino “professioneel en ervaren en we hopen veel meer mooie films en documentaires samen met hem te maken!”.

Binnen de filmclub kijkt men goed naar de verschillende niveaus van de deelnemers. Je hoeft nooit een camera vastgehouden te hebben. Deelnemers geven aan het prettig te vinden dat de SVA deze mogelijkheid biedt. De filmschool is laagdrempelig en zeer toegankelijk. Motto van de filmschool is: Van filmen leer je kijken. Voor Pino komt de vraag om les te gaan geven op een mooi moment in zijn leven. Na 28 jaar als cameraman rond de wereld te hebben gereisd, zocht Pino wat meer ‘vaste grond onder de voeten’. Lang filmen werd met een versleten ruggenwervel een belasting voor hem. Pino kan op deze wijze het lesgeven opbouwen. Hij voert nog steeds op freelance basis filmwerkzaamheden uit. Pino vindt het “hartstikke leuk!” les te geven aan deze bijzondere doelgroep. “Het

7


PAJA was niet alleen een project, er is ook een steunnetwerk door ontstaan. “Persoonlijke ontwikkeling is daar zo belangrijk in geweest”. De filmschool is opgezet voor iedereen. “Iedereen die wil meedoen, kan meedoen. Het helpt natuurlijk wel als je er interesse voor hebt”.

8


Gerrit vindt de kerngroep een goede manier om tot elkaar te komen. “Alles wat we bespreken, bespreken we hier en niet in de wandelgangen”. “Alle verhalen hebben invloed op je. Soms voel je je machteloos”. Door na te bespreken met elkaar hebben we deze ervaringen ook weer los kunnen laten”.

9


KERNGROEP “Als je voor jezelf op kan komen, ben je zelfstandig”

Een kerngroep is een overlegvorm van en voor cliënten van de Volksbond. Samen met een teamleider of begeleider(s) worden diverse onderwerpen besproken die voor de locatie(s) van belang zijn. Kerngroepen spelen een belangrijke rol in de vastlegging van locatiebeleid. Op de kleinere locaties worden bewonersvergaderingen georganiseerd. In navolging van de succesvolle lancering van de Kerngroep in het Fokke Simonsz Huis in 2008, zijn in 2009 op alle locaties kerngroepen gevormd. Op het moment van schrijven (2010) kijken we naar de ontwikkelingen die de kerngroep van De Brecht heeft doorgemaakt. Dit doen we samen met: Ingrid (teamleider), William, Gerrit en Johnny (bewoners) De Brecht is een Regionale Instelling voor Beschermd Wonen (RIBW). Een woonvoorziening voor mensen met chronisch psychiatrische problemen die intensieve woonbegeleiding nodig hebben.

10


Het belang van de kerngroep. Gerrit omschrijft de kerngroep als: informatief: “je doet kennis op en wordt er mondiger van”. Voor Johnny is de kerngroep heel belangrijk. Het gaat immers om de belangenbehartiging van cliënten. Voor Ingrid zit het belang juist in het verkrijgen van informatie ván cliënten. Input, wensen en behoeften van cliënten horen, daar kan ze iets mee. Bovenal draait de kerngroep vooral om gelijkwaardigheid. Er word gezamenlijk gesproken over bijvoorbeeld onderwerpen als: hoe kan samengewerkt worden aan een veilige en leefbare omgeving. Cliënten leren hierdoor in een groep, samen te werken, hun mening te uiten en naar elkaar te luisteren. Je leert elkaar aan te spreken op gedrag. Gerrit vertelt dat er binnen de kerngroep nog wordt gesproken over de wijze waarop je elkaar aanspreekt. Gerrit vindt het bijvoorbeeld ‘zwaarder wegen’ en effectiever als een mentor een medebewoner aanspreekt op diens gedrag. Ingrid zou graag zien dat cliënten elkaar meer aan (leren) spreken op elkaars gedrag. Samen wordt nagedacht over een werkwijze waarbij iedereen zich prettig voelt. De kerngroep bespreekt diverse onderwerpen die binnen het huis belangrijk zijn. Voor alle bewoners dus. Onderwerpen als drugs- en alcohol beleid maar ook hygiëne en financiën komen binnen de kerngroep aan de orde. Voor het bespreken van sommige onderwerpen worden ook externen bij de vergadering uitgenodigd. Om een goed inzicht in het thema te krijgen. De kerngroep maakt over deze onderwerpen afspraken of beleid die voor de hele Brecht gelden. De kerngroep is er voor alle bewoners. Soms wordt gekeken of cliënten wel in ‘dezelfde werkelijkheid’ leven. Het is belangrijk dat cliënten in staat zijn mee te denken over onderwerpen die alle cliënten betreffen. In de kerngroep wordt niet gesproken over individuele belangen. Gerrit vindt de kerngroep een goede manier om tot elkaar te komen. “Alles wat we bespreken, bespreken we hier en niet in de wandelgangen”.

Door cliënten mondiger te maken, hebben ze ook meer te zeggen, dit maakt bewoners zichtbaar”. Aanschuiven bij de kerngroep is altijd mogelijk, want: “iedere bewoner is hier welkom”. De kerngroep van De Brecht is medio 2009 gestart. Af en toe schuiven er mensen aan of vallen zij af. Dit geeft de dynamiek van een groep weer. Het was een bewuste keuze de kerngroep klein te beginnen. Op deze manier kan je “eerst uitproberen hoe het werkt samen”. De vaste leden Gerrit en Johnny zijn door Ingrid gevraagd zich aan te sluiten bij de kerngroep. In het geval van Gerrit was een toepasselijke vraag de aanleiding hem te vragen. Ingrid: “Hij stelde mij een vraag over een onderwerp dat De Brecht betrof. Ik heb Gerrit toen direct gevraagd of dit geen mooie gelegenheid was deze vraag in te brengen in de kerngroep, en zo is de bal gaan rollen”. Gerrit en Johnny hebben op hun beurt weer andere bewoners gevraagd lid te worden, zoals William. Voor sommige bewoners is het lastig altijd aanwezig te zijn. Cliënten die last hebben van wisselende stemmingen bijvoorbeeld, zijn niet altijd in staat een vergadering bij te wonen. Hier wordt binnen de kerngroep niet moeilijk over gedaan. De kerngroep komt eens per week bij elkaar. Een prettige frequentie, vinden de deelnemers. “Er gebeurt een hoop in een week, dingen die de bewonersgroep betreffen”. Bij de opzet van een vaste structuur voor de kerngroep is gekozen voor een duidelijk en vast moment in de week. Vandaag ontbreekt een vaste deelnemer, Rick. De reden van zijn afwezigheid is niet bekend, dit baart zorgen. De andere leden vinden het wel van belang dat Rick genoemd wordt, hij hoort bij de kerngroep.

Ook Johnny is hier heel stellig in: “je praat mét mensen, niet over mensen”. Ingrid vult aan dat de kerngroep vooral is opgezet om cliënten meer invloed te geven. “Het is jullie huis.

11 9 5


CTO Cliënttevredenheidheidsonderzoek

Elke twee jaar houdt SVA een cliënttevredenheidsonderzoek, conform de eisen die HKZ hieraan stelt. In 2007 voerden externen dit onderzoek uit. In 2009 besloot de Clientenraad (CR) van de Volksbond dit onderzoek grotendeels zelf uit te voeren. Ze ondervroegen cliënten van de Volksbond naar hun mening over het wonen bij de Volksbond. Ed en Paul, voorzitter en secretaris van de CR, vertellen over de aanpak van de CR.

12


Mensen kunnen hun verhaal kwijt. Ed: “Sommige interviews duurden wel anderhalf uur! We hebben heel veel informatie gehoord en er veel uit kunnen halen. Ook hele levensverhalen werden gedeeld. Soms was het alsof ze bijna stikten in een verhaal”. Over inhoud en doel van het cliënttevredenheidsonderzoek (CTO) vertelt Paul het volgende. “Het verschil met een onderzoek van een extern bureau zit vooral in de inhoud. Dit onderzoek is écht gericht op de problematiek van onze cliënten. Op het bestaansrecht van cliënten en op wat de CR voor cliënten kan betekenen. Een onderzoek van ‘cliënt tot cliënt’ vindt plaats op basis van gelijkwaardigheid. Een dergelijk onderzoek vormt dan ook de “thermometer van de organisatie”. Welke resultaten behalen jullie die anderen niet behalen? “Cliënten zijn opener”. Er is een basis van vertrouwen. “De mensen ken je al. Het werkt gewoon beter als jij daar vandaan komt waar zij ook vandaan komen”. Bij iemand van buiten hebben cliënten meer het gevoel dat een vreemde in hun wereldje komt snuffelen. Ook laten cliënten in dat geval niet het achterste van hun tong zien als het om de organisatie gaat. Zo’n groot onderzoek voer je niet zomaar uit. Wat was de inbreng van de CR hierin? De investering die de CR als het meest waardevol ziet is de eigen inbreng in de inhoud van het onderzoek. Ze hebben gelet op toepasbaarheid en helder taalgebruik en bondigheid. “Taalgebruik is veranderd zodat een en ander voor de cliënt begrijpelijk is. Kort en krachtig”.

De leden zien het persoonlijk afnemen van de enquêtes en de vergoeding die deelnemers ontvingen als de twee grote succesfactoren. “Mensen kunnen hun verhaal kwijt en het is toch weer een pakje shag”. In totaal zijn 137 cliënten ondervraagd. Ter vergelijking: tijdens het onderzoek in 2007, volledig uitgevoerd door een extern bureau, waren dit er 54. “We hebben hierdoor een veel beter beeld van de gevoeligheden die spelen op een locatie”. Over de uitkomsten: als groot verbeterpunt t.o.v. 2007 noemen de geïnterviewden de veiligheid binnen de locaties. Bijna alle cliënten voelen zich veiliger. Dit is een grote opsteker voor de teams. En voor de inzet van de verschillende kerngroepen. De kerngroepen besteden op elke locatie aandacht aan gedrag, sfeer in huis en verantwoording. Hierdoor is de sociale cohesie en de veiligheid binnen voorzieningen sterk toegenomen. In 2011 weer? “Ja!”. “We hebben ons nu een nog beter beeld gevormd naar wat ze willen dat je vraagt”. Tussen de woorden door kan een goede luisteraar veel informatie vergaren. Deze kennis wordt dan ook meegenomen in het onderzoek dat voor 2011 op de rol staat. Maar dan wel “zonder dat het ellenlange interviews worden”. De opzet blijft kort en krachtig, meer specifiek. De leden van de CR hebben ook veel persoonlijk informatie vergaard. “Alle verhalen hebben invloed op je. En gaan je niet in de koude kleren zitten. Soms voel je je machteloos. Door na te bespreken met elkaar hebben we deze ervaringen ook weer los kunnen laten”.

Daarnaast is veel tijd geïnvesteerd, in o.a. voorbereiding, het (meerdere malen) bezoeken van locaties en het afnemen van de enquêtes zelf. Ook zijn alle leden getraind in het afnemen van de enquêtes. Om deelname aantrekkelijker te maken was er sprake van een open ‘spreekuur’. De leden van de CR hebben ook een vergoeding van € 5,weten te bedingen voor alle deelnemers. De leden van de CR hebben drie weken achter elkaar de verschillende locaties bezocht. “Soms zaten er al echt rijen deelnemers op ons te wachten”.

13


Kerncijfers structureel aanbod Voorzieningen

24-uurs opvang

Aantal

Aantal

plaatsen

overnachtingen

Cliënten man

vrouw

man

2008

vrouw

2008

2009

2008

2009

2009

FSH

60

60

20849

20637

90%

10%

90%

10%

BBH

30

30

10117

10192

64%

36%

62%

38%

Het Westhuis

23

23

8370

8355

69%

31%

74%

26%

De Brecht

25

27 miv 1/1/9

8792

10606

83%

17%

82%

18%

81%

19%

RIBW’s

35 miv 1/9/9 Akerwateringstraat

25 miv 1/10/9

1685

Begeleid wonen Kazerne

9

9

100%

Volwassenen

2438

2498

Kinderen

1619

2014

Sarphatistraat 102 1e Helmer

70%

30%

6

6

2075

2140

79%

21%

79%

21%

10

10

3605

3553

76%

24%

79%

21%

Dagbesteding

Ambulante woonbegeleiding Aantal bezoeken

2008

Aantal ingeschreven cliënen

Aantal plaatsen inloop/trajecten

2009

2008

2009

2008

2009

DBP

31470

34621

795

855

51

51

CPS

18600

16932

251

379

90

90

14

100%

Aantal bezoeken

Aantal ingeschreven cliënten

2008

2009

2008

2009

1716

1300

30

40


Financiën 2008-2009 BATEN

2008

2009

subsidies

Euro

Euro

gemeente amsterdam

2.841.960

3.418.490

zorgkantoor-AWBZ

3.922.617

4.585.488

overige subsidies

79.229

112.563

TOTAAL SUBSIDIES

6.843.806

8.116.541

eigen bijdragen cliënten

490.713

495.364

donaties en giften

4.493

510

overige inkomsten

198.269

258.736

financiële baten en lasten

10.077

13.772

TOTAAL OVERIGE INKOMSTEN

703.551

768.382

7.547.357

8.884.923

personeelskosten

5.125.802

5.452.528

verzorgingskosten

508.830

520.877

huur en leasing

585.717

701.696

onderhoud en energiekosten

520.052

549.343

algemene kosten

465.842

455.998

afschrijvingskosten

199.724

226.730

7.405.967

7.907.172

141.390

977.751

overige inkomsten

TOTALE BATEN

LASTEN

TOTALE LASTEN

SALDO BATEN EN LASTEN

15


Colofon Uitgave van

Stichting Volksbond Amsterdam Sarphatistraat 104-B 1018 GV Amsterdam

Telefoon

020 421 24 24

Fax

020 421 24 25

E-mail

info@volksbond.nl

Redactie

Carmen Salvador Merel Groeneveld

Vormgeving

Elise Bakker Grafisch Ontwerp www.ebgrafisch.nl


Volksbond Jaarverslag 2009 def