Page 1

Aarden: een Tussenthuis voor de laatste levensfase, een plek om te sterven in de stad Afstudeerproject Academie van Bouwkunst Amsterdam genomineerd voor de Archiprix 2015

VANDERSALM architectuur - interieurarchitectuur - maquetteatelier


Locatie Tussenthuis binnen Historis ch stadscentrum Zwolle.


De historische vestingstad Zwolle kent een rijk verleden aan gasthuizen die verspreid door de stad eeuwenlang deel hebben uitgemaakt van de stedelijke en sociale structuur. In 1306 werd het eerste gasthuis gesticht en de aanwezigheid van verschillende gasthuizen in de binnenstad van Zwolle reikt tot halverwege de 20e eeuw. Het Tussenthuis plaatst zich in de traditie van deze cultuurhistorische kernwaarden. Het Tussenthuis wordt een nieuw gasthuis; een plek in de binnenstad van Zwolle waar mensen kunnen verblijven om hun laatste levensfase door te brengen in een geaarde leefomgeving; een plek om te sterven in de stad. Specifiek aan dit Tussenthuis is de mogelijkheid om er met een partner of het gehele gezin te verblijven. Voor een tijdsduur van zo’n drie maanden kunnen deze gasten, ondersteund door een medische staf, verzorgers en vrijwilligers tezamen met hun dierbaren de laatste levensfase in alle rust ‘beleven’. De term Tussenthuis staat tevens symbool voor het moment tussen dit leven en een volgende wereld. De locatie van het Tussenthuis bevindt zich in het hart van het grootste binnenstedelijke saneringsgebied in de historie van Zwolle. Tijdens de jaren ’60 moest zo’n vijfde deel van het historisch stadscentrum aan de noordzijde plek maken voor stadsvernieuwing. Dit gebied heeft vandaag de dag nog steeds geen aansluiting gevonden met de historische stad, die in zijn morfologie teruggaat tot de 12e eeuw. De maat, schaal en verhoudingen van de huidige complexen laten zien dat de stad een geheugen heeft, en weerbarstig blijft in het erkennen van de nieuwe korrelgrootte. Deze weerbarstigheid is nog steeds voelbaar, waarmee je zou kunnen stellen dat dit deel van de stad niet kan aarden. De architectuur van het ‘tussen’ en het historisch stedelijk landschap hebben samen met de onderliggende morfologie van de locatie de ordening voor het Tussenthuis gevormd. Het thema aarden heeft een uiting gekregen in de rituelen, de materialisering, de tektoniek, de stedenbouwkundige inpassing en de landschappelijke opzet van het complex. Want buiten het feit dat dit Tussenthuis voor mensen is, is het ook een Tussenthuis voor de flora en fauna van de historische ‘stenen stad’. Door nissen, randen, sparingen en nestelgelegenheden te maken kan ook het bestaande en omringende stedelijk landschap aarden. Dieren komen overwinteren en planten en insecten kunnen de muren van het complex letterlijk bewonen. Het Tussenthuis is dus gemaakt van muren die door hun opbouw tegelijkertijd weer een Tussenthuis zijn voor het lokale landschap met zijn bewoners. Zo wordt een plek van de dood tevens een plek van het leven, en de massa die ruimte maakt tevens de ruimte die massa maakt: wederkerige afhankelijkheid en wederkerige noodzakelijkheid. Tijdens het verblijf in het tussenthuis worden herinneringen gemaakt door de pijn en het verdriet van het verliezen van een dierbare. Daarnaast worden er ook herinneringen gemaakt door de waardevolle momenten met elkaar: de geluiden van de keuken, de spelende kinderen in de kamer, de bloemen in de knop, het getjilp van de mussen, het laatste samenzijn. Kortom, ook na het verblijf in het tussenthuis blijven de gebouwen en het landschap een waarde vertegenwoordigen in iemands leven. Het worden monumenten voor de herinnering aan een dierbare die overleden is. Zo krijgt het complex in de stad langzaam dezelfde waarde als de gasthuizen van weleer; ze koesteren de herinneringen van mensen die in een geaarde omgeving hun laatste levensdagen met elkaar konden doormaken. Een essentiële plek in de stad, een essentiële plek voor de stad.


Ruimtelijke hiërarchische opbouw: van omsloten domein naar een architectonisch ‘tussen’. De verhoudingen van de grotere volumes zorgen voor schaal, geleding en plasticiteit. Bij de inzet van een volume als ontsluiting van het domein ontstaat er intermediaire ruimte; het domein als overgang tussen stad en verblijf met een specifieke zintuiglijke stedelijke ervaring.

Zicht op de nieuwe Kleine Aa vanaf de Broerenkerk.


Het Tussenthuis zoekt verankering in de historische lijnen van de locatie om zo als nieuwe ingreep een volgende laag van betekenis te geven voor dit deel van de historische binnenstad.

Verblijven gezien vanaf de Krabbestraat.

Binnen deze verankering is de ruimtelijke organisatie gebaseerd op de morfologische herinnering van de plek; een ruimtelijk voelbare aansluiting op de reeds aanwezige historische bebouwing.


Situatiemaquette schaal 1 : 500: het Tussenthuis genesteld tussen de oude morfologische stedelijke structuur.

Kadastraal Minuutplan 1832: verkavelingsstructuren zichtbaar gevormd door de waterlopen van de Grote- en Kleine Aa


Bestaande situatie

Onderliggende morfologie

Intermediaire hofruimtes als omsluiting

Hofruimtes onsluiten de verblijfsruimtes

Buffer tussen openbare binnenruimte en verblijven

Patio’s voor verblijfsruimtes

Lagere aanwezige peilhoogte doorvoeren

Binnenruimte wordt openbare binnentuin

Landschappelijke inleidingen en buffers

Aansluiting van het Tussenthuis op de context: entree van de publieke binnentuin voor de Librije


Overzichtsmaquette schaal 1 : 100.

Noordhof gezien in de richting van het entreegebouw.


3.

4. 2.

Plattegrond van het Tussenthuis.

Zuidhof gezien vanaf ĂŠĂŠn van de vijfpersoons verblijven.

9.

7.

1. 6.

4.

4.

4.

5.

5.

5.

8.

1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.

entree Tussenthuis gezamenlijke woonkamer / gastenverblijf kantoor / verblijf personeel en vrijwilligers tweepersoons verblijf vijfpersoons verblijf kapel hofruimte noord hofruimte zuid publiek toegankelijke binnentuin


Binnentuin in de herfst


Een tuin voor de stad, een plek om te gedenken. Vanuit de morfologische betekenis van de vroegere begraafplaats kunnen nabestaanden bloemen zaaien. Met iedere persoon die in het Tussenthuis komt te overlijden wordt het landschap gelaagder in diversiteit en betekenis. De eigenschappen van de verschillende planten en bloemen zorgen 50 van de 52 weken per jaar voor een breed scala aan kleuren en texturen. Een keer per jaar wordt de tuin gemaaid en begint de cyclus opnieuw.

1. Binnentuin - herinneren

De randen en borders om de binnentuin verzorgen het voedsel voor de vele vogels en kleine stadsdieren van het Tussenthuis. De samenstelling van de beplanting zorgt tevens voor de benodige privacy tussen de publieke binnentuin en de patio’s van de verblijfsruimtes. De grotere fruitbomen en kruidenplanten refereren naar de vroegere kloostertuin van de Broerenkerk en vormen de wanden tussen de volumes waardoor de ‘buitenkamers’ worden omsloten.

Door de samenstelling van de de plantensoorten ontstaan er tussen de seizoenen bijzondere transities in het landschap.

2. Borders / patio’s - delen


De beplanting rond het Tussenthuis zorgt voor een zachte overgang tussen de hofruimtes en de straat. De muren zijn met hun diepe voegen, gaten en kieren een ideale ondergrond voor de klimplanten. De bloemen in de borders prikken door de bladerbedden heen en bodembedekkers omzomen de paden van de hofruimtes.

3. Hofruimtes / borders - buffer

De Zilverlindes maken de ruimte langs de Kleine Aa door hun brede kruinen intiemer. De grassen en bloemen langs de oever en de borders bieden plek aan de vele dieren en vogels. Deze borders vormen tevens de inleiding van het complex en zijn ook de beschutting voor het laatste afscheid bij de kapel.

4. Kleine Aa - ontvangst en afscheid


Fragmentmaquette schaal 1 : 20: doorsnede over de bedkamer van het tweepersoons verblijf. Het basement is aan de buitenzijde opgetrokken uit een Zwolse Vestingsteen met diepliggende voegen. Vanaf de inspringing op de verdieping wordt er doorgestapeld met een kleiner Vechtformaat, deze is vol en zat gemetseld. De nestkasten vormen op een aantal plekken boven de ramen op de verdieping de beĂŤindiging van de muur. Eiken balklagen liggen op de inspringing van de verdiepingen, waardoor de muur niet wordt onderbroken en als hele entiteit de ruimte blijft omsluiten. De constructieve lijn van de geisoleerde gevelstenen hebben een Rc-waarde van 5,5 die tezamen met het ‘brown roof’ zorgen voor een degelijk thermische schil.


Technische doorsnede: binnentuin - gastenverblijf - hofruimte - straat

1:1 gevelfragmenten v.l.n.r.: muur bg (Zwolse vestingsteen + Vechtformaat) - muur vd (Vechtformaat + prefab) - plafond (Vechtformaat + opgelegd eiken plafond) - kapel (prefab lamellen + eiken kolommen)


Tweepersoons verblijf (1:200) De twee hoofdruimtes van de tweepersoonsverblijven zijn georiënteerd op het zuid-westen. Qua organisatiestructuur zijn de verblijven zo opgezet dat de begane grond de zorgfunctie vervult en de verdieping een plek is waar de partner zich terug kan trekken. Er kan op deze wijze altijd zorg verleend worden zonder dat een derde persoon de privéruimte hoeft te betreden. De patio op de begane grond functioneert als verlengstuk van de bedruimte. De verdieping voorziet in een klein appartement waar de partner kan verblijven wanneer de zorg tijdelijk wordt overgenomen. Ook deze ruimte staat in nauw contact met de patio en de binnentuin. Door de positie van de gevelopeningen in combinatie met de oriëntatie op het zuid-westen ontstaat er automatisch de benodigde privacy tussen de verschillende vertrekken van het Tussenthuis.


Vijfpersoons verblijf (1:200) Ook bij de vijfpersoonsverblijven is de bedkamer georiĂŤnteerd op het westen waarbij dezelfde regels worden aangehouden voor de zorgverlening. De woonkamer/keuken vouwt zich om de bedkamer heen zodat de patiĂŤnt altijd onderdeel blijft van het gezinsleven. Een verpleegkundige, arts of vrijwilliger kan middels de andere entree van de bedkamer de benodigde zorg verlenen zonder in te hoeven breken in het gezinsleven. Verschillende maatwerk interieuronderdelen bieden plek aan de meegenomen spullen. Op de verdieping zijn de slaapkamers rond de hoofdslaapkamer gesitueerd als kleine bedsteden. Wanneer een gezin het gevoel wil hebben in de nachten dichter bij elkaar te willen zijn, kunnen de deuren ten opzichte van elkaar worden open geschoven. De zichtlijnen die zo ontstaan bieden weer verschillende blikken op de hofruimte, de binnentuin en de patio.

Begane grond van het vijfpersoons verblijf


Kapel (1:200) Uiteindelijk betekend het verblijf in het Tussenthuis dat het leven op korte termijn eindig is. Een plek waar je tezamen met familie en vrienden afscheid kan nemen van een geliefde is dan ook onmisbaar. Tenslotte heb je de periode in het Tussenthuis met elkaar ‘beleefd’. De kapel gaat uit van hetzelfde basement als de verblijven; een grof gemetselde Zwolse vestingsteen met eikenhouten deuren. Echter de opbouw van de kapel is een combinatie van eikenhouten stijlen en liggers met een prefab betonnen lammellenstructuur aan de buitenzijde. De kapel krijgt door de dag heen met het wisslende daglicht een specifieke atmosfeer. De intimiteit en het gedimde licht die ontstaan door de houten constructie geeft de bezoeker ruimte voor herdenken en herinneren. Met elkaar om de kist voor het laatste afscheid alvorens de kist wordt weggedragen door de uitgang; van het laatste tussen naar een nieuwe wereld.

De uitgang van de kapel; vertrekken door een andere deur als dat je als gast bent binnegekomen.


De kapel: een plek voor afscheid, het moment van het laatste ‘tussen’.


VANDERSALM architectuur - interieurarchitectuur - maquetteatelier Esdoornstraat 3 8021 WB, Zwolle 038 - 7601283 06 - 41374918 mail@vandersalm-aim.nl www.vandersalm-aim.nl

Aarden; een Tussenthuis voor de laatste levensfase, een plek om te sterven in de stad.  

VANDERSALM-aim Esdoornstraat 3 / 8021 WB / Zwolle / 038-7601283 / mail@vandersalm-aim.nl / www.vandersalm-aim.nl

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you