Page 22

column

Aanvoelen & Aansluiten In het afgelopen jaar heeft een aantal lesgevers in onze organisatie aangegeven dat zij graag een bijscholing of cursus willen volgen over het omgaan met kinderen met gedrag- en of leerproblemen. Als reden gaven zij aan dat zij ervaren dat zij steeds meer te maken krijgen met ‘speciale’ kinderen in hun lesgroepjes. Dit komt overeen met de tendens die ook elders wordt gesignaleerd. Deze ‘speciale’ kinderen hebben niet allemaal een diagnose of label waar wij van weten. Dat is niet verwonderlijk, vaak worden leerproblemen of gedragsproblemen zichtbaar wanneer kinderen 4 tot 5 jaar zijn en gaan deelnemen aan onderwijs: op school, in het zwembad of bij sportclubs.

overleg met de ouders gekozen voor een kleinere lesgroep met aangepast programma. Maar wel binnen onze eigen organisatie. Deze vorm van ‘passend onderwijs’ is ook te zien in het onderwijs op de basisscholen. Ook hier worden kinderen met speciale kenmerken niet zonder meer verwezen naar scholen voor speciaal onderwijs. Kinderen met kenmerken van ADHD of autisme krijgen extra leerhulp binnen de normale groepen op de basisschool. Hiervoor wordt geld beschikbaar gesteld zodat de leerkracht kan bepalen wat er nodig is om die extra begeleiding te bieden. Bovendien wordt de leerkracht ondersteund door de Interne Begeleider in de omgang met het ‘speciale’ kind.

Om aan de vraag van bovengenoemde lesgevers tegemoet te komen, hebben wij besloten om een intern scholingstraject aan te bieden. Tijdens de bijeenkomsten wordt gesproken over de kenmerken van kinderen met bijvoorbeeld ADHD en stoornissen in het autistisch spectrum. Heel bewust wordt daarbij ook gekeken naar de positieve aspecten die gepaard gaan met deze kenmerken. Van kinderen met ADHD kun je zeggen dat ze erg druk zijn, maar liever spreken we over hun enthousiasme en creativiteit. Kinderen met stoornissen in het autistisch spectrum hebben moeite met het communiceren in bepaalde situaties en relaties. Zij hebben echter ook oog voor detail en kunnen makkelijk systematisch ordenen. Hierdoor kunnen zij beter dan gemiddeld ‘out of the box’ denken en handelen.

Een heel verschil met zo’n 15 jaar geleden. In die tijd werden kinderen met een ‘label’ sowieso verwezen naar scholen voor Speciaal Onderwijs. Onze zoon zat toen op de basisschool in het dorp waar wij wonen. Een actieve, enthousiaste en spontane vent die moeite had met het vele stilzitten en luisteren in het schoolsysteem dat daar gehanteerd werd. Hij had geen diagnose of label, maar was wel vaak erg aanwezig door zijn drukke gedrag. En dus lastig voor de juf van de klas, die daarover vaak haar beklag deed aan ons. Aangezien onze zoon steeds minder blij werd door deze situatie zijn wij gaan kijken naar een school die misschien beter geschikt voor hem zou zijn. Zo kwam hij terecht op een basisschool waar gewerkt werd volgens het principe van Ervaringsgericht Onderwijs. De lessen waren daar heel anders ingericht. Niet alleen maar zitten en luisteren maar vooral ook veel samen ontdekken, werken en bezig zijn. Begrijpelijk dat hij zich daar veel prettiger voelde, hij mocht eindelijk ook dingen dóen! Behalve de andere wijze van werken was er nog een groot verschil met zijn vorige school: boven alles werd het welbevinden en de betrokkenheid van kinderen als doel gesteld. Dit betekent dat de leerkrachten steeds hun best doen om zo goed mogelijk aan te sluiten bij de eigenheid van elke kind en van daaruit aanbieden wat nodig is voor ontwikkeling, leren en groeien. Het zwemonderwijs van onze organisatie is al sinds jaren ingericht vanuit bovenstaande waarden. Tegenwoordig is deze wijze van zwemonderwijs in Nederland bekend als ErvaringsGericht ZwemOnderwijs. Met betrokkenheid en welbevinden als uitgangspunten, in het vertrouwen dat van daaruit kinderen optimaal leren en dus ook op de meest makkelijke en plezierige manier leren zwemmen. Uiteraard vind ik het helemaal fijn nu ik tijdens de interne scholing merk dat dit gedachtengoed al zo verankerd is bij onze lesgevers. Uit alle gesprekken blijkt dat ieder van hen probeert om hier zo goed mogelijk invulling aan te geven.

Er worden tijdens de scholing veel verhalen gedeeld over gebeurtenissen tijdens de lessen en daarin schuilt een grote kracht. Hieruit blijkt steeds weer dat het gaat om het opbouwen en onderhouden van een goede relatie tussen lesgever en kind. Lesgevers vertellen elkaar over de momenten in hun lessen waarop het écht moeilijk was en krijgen van collega’s tips en handvaten aangereikt vanuit eigen ervaringen. Tijdens de gesprekken wordt steeds duidelijker dat er geen standaard methode is voor het omgaan met ‘speciale’ kinderen. Het wordt ook duidelijk dat het wel van groot belang is of het de lesgever lukt om er op zo’n moment écht en volledig te zijn voor het kind en zich te verplaatsen in diens gevoelens. Vanuit dit aanvoelen van wat nodig is, kan hij of zij zo goed mogelijk aansluiten bij wat er op dat moment nodig is om het kind goed te begeleiden. In onze organisatie zwemmen ‘speciale kinderen’ zoveel mogelijk in de reguliere lesgroepen. Binnen die groepen krijgen zij de ruimte om in eigen tempo te werken en leren. Pas wanneer blijkt dat dit voor het desbetreffend kind niet de goede keuze is, wordt er in

22

zwembadbranche

Profile for LMCG

ZwembadBranche #38  

38e editie van het magazine voor professionals in de zwembranche (april 2013)

ZwembadBranche #38  

38e editie van het magazine voor professionals in de zwembranche (april 2013)

Profile for vakbladen