Reken Maar! verder 4 Oefenschrift A/B

Page 1

Oefenschrift A/B dit oefenschrift is van:

ISBN 978-90-306-9772-5 595972

vanin.be

4



Ik reken verder na leerjaar 3.

Getallenkennis Ik kies:

Ik kan:

Ik vond het:

Ik keek na.

Ik vond het:

Ik keek na.

Ik vond het:

Ik keek na.

Ik vond het:

Ik keek na.

1 gegevens uit diagrammen aflezen. *** 2 een getalraadsel oplossen. * 3 rekenen met breuken. **

Bewerkingen Ik kies:

Ik kan: 4 een rekentrucje uitproberen. ** 5 cijferen tot 1 000. *** 6 hoofdrekenen: alle bewerkingen tot 1 000. *** 7 rekenvragen oplossen. **

Meetkunde Ik kies:

Ik kan: 8 het spiegelbeeld tekenen. ***

Domeinoverschrijdende oefeningen Ik kies:

Ik kan: 9 de betekenis (en de functie) van getallen aanduiden. ** 10 logisch nadenken. ***

1


1

Gegevens uit diagrammen aflezen ***

8

Noteer bij elke uitspraak de juiste datum. Bekijk beide diagrammen aandachtig.

25 20 15 10 5

1

ju n 2 i ju n 3 i ju n 4 i ju n 5 i ju n 6 i ju n 7 i ju n 8 i ju n 9 i ju 10 ni ju ni

0

Dit is de warmste dag.

Dit is de natste dag.

Het is frisser dan gisteren, maar vandaag is het gelukkig droog.

Er viel 15 millimeter regen en het is minder dan 20 °C.

Er viel evenveel regen als eergisteren, nu is het wel wat warmer.

Er viel meer regen dan gisteren en het is ook frisser.

Dit is de op een na koudste dag.

Het is 4 graden warmer dan gisteren.

Het is 17 °C en er viel ongeveer 10 mm regen.

Er viel vandaag half zoveel regen als op de natste dag.

Het was vandaag 19 °C.

Doe nu zelf nog een uitspraak over 6 juni:

2

neerslag in mm

ju n 2 i ju n 3 i ju n 4 i ju n 5 i ju n 6 i ju n 7 i ju n 8 i ju n 9 i ju 10 ni ju ni

30

50 45 40 35 30 25 20 15 10 5 0

1

temperatuur in °C

Vertel iets over de temperatuur én over de neerslag!


2

Een getalraadsel oplossen * Welk getal zoeken we? Noteer.

Ik ben een even getal.

Ik ben kleiner dan 100.

Ik ben deelbaar door 8.

Ik heb evenveel T als E.

Ik ben

3

3b

.

Rekenen met breuken **

Bereken de prijs of teken het aantal stukken. Dit is een hele taart. Ze kost 12 euro.

Mien koopt deze stukken:

Mounir koopt deze stukken:

Welk deel van de taart is dat?

Welk deel van de taart is dat?

Hoeveel euro moet ze betalen?

Hoeveel euro moet hij betalen?

1 van de taart. 2 Teken het aantal stukken:

Mona moet â‚Ź 1,50 betalen. Welk deel van de taart koopt ze?

Maurice koopt

Teken het aantal stukken:

Hoeveel euro moet hij betalen?

3


4

Een rekentrucje uitproberen ** Reken uit. Noteer je lengte in centimeter.

Noteer het aantal kinderen in je klas.

Trek er 50 af.

Neem het vijfvoud.

Vermenigvuldig met 3.

Tel er 200 bij.

Tel er 150 bij.

Vermeerder met 5.

Trek er je lengte in centimeter af.

Deel door 5.

Deel door 2.

Trek er 40 af.

Als je juist hebt gerekend, lees je onderaan opnieuw je lengte in centimeter.

17a, 18a, 19a

5

Nu lees je onderaan het aantal personen in je klas met de juf of meester erbij.

Cijferen tot 1 000 ***

Verbeter de fouten in het huiswerk van Liam met groen.

2 ×

×

4

5 4

8

6

0

4

5

4 2

8

1

8

7

3

5

4

4

4

3

9

1

9

0

0

4

2

4

5

8

6

Welke tip zou jij Liam geven om die fouten te vermijden?

4

+

+

3

3

5

4

8

4

7

1

9

2

3

9

4

2

4

6

6

3


10b, 11b, 12, 13b-d, 14b-d

6

Hoofdrekenen: alle bewerkingen tot 1 000 ***

Los op. Kleur de uitkomsten in het rooster onderaan. 81 − 33 =

64 : 8 =

800 − 702 =

324 : 6 =

216 : 3 =

17 × 0 =

47 + 44 =

9×9=

4 × 28 =

869 − 841 =

25 + 59 =

6 × 21 =

120 : 5 =

4 × 11 =

168 : 4 =

18 : 2 =

695 − 599 =

240 : 5 =

98 : 7 =

6 × 18 =

379 − 291 =

100 : 25 =

680 − 645 =

54 : 3 =

8×8=

3×4=

7×7=

9×7=

800 : 100 =

602 − 578 =

0 × 102 =

588 − 561 =

13 × 8 =

13 × 4 =

70 : 10 =

225 : 5 =

77 − 21 =

160 : 5 =

168 : 8 =

100 − 28 =

96 : 6 =

7×8=

4 × 14 =

990 : 10 =

396 − 319 =

665 − 548 = 0 × 10 =

810

8

16

0

4

8

0

7

14

0

9

18

24

32

40

12

16

20

21

28

35

27

36

45

48

56

64

24

28

32

42

49

56

54

63

72

72

80

88

36

40

44

63

70

77

81

90

99

96

104

112

48

52

56

84

91

98

108

117

126

+

+

+

Heb je juist gekleurd? Dan zie je in elk rooster een getal. Tel die getallen bij elkaar. Hoeveel jaar word ik vandaag?

5


7

Rekenvragen oplossen ** Lees en los op. a

Lennert helpt aan de kassa van de scoutsfuif. Hij verkoopt 4 kaarten van 12 euro. Hij ontvangt 1 biljet van 50 euro, 1 van 5 euro en 3 munten van 1 euro. Wat moet hij doen?

b Lennert verkoopt 3 kaarten van 15 euro. Hij ontvangt 1 biljet van 20 euro en 4 biljetten van 5 euro. Wat moet hij doen?

c

8

Lennert verkoopt 18 kaarten van 9 euro. Hij ontvangt 8 biljetten van 20 euro en 10 munten van 20 cent. Wat moet hij doen?

Het spiegelbeeld tekenen ***

43

Teken het spiegelbeeld. De ruitjes helpen je daarbij. Je mag een spiegeltje gebruiken, als je dat makkelijker vindt.

s

6

s


9

1a

De betekenis (en de functie) van getallen aanduiden **

Ken jij deze verkeersborden? Kruis de juiste betekenis aan. Duiden deze getallen een hoeveelheid (H), rangorde (R), maatgetal (M) of code (C) aan? Kleur telkens het juiste vakje.

Hier moet je altijd 70 kilometer per uur rijden. Hier mag je niet meer dan 70 kilometer per uur rijden. Over 70 kilometer heb je je bestemming bereikt.

Sla rechtsaf om snelweg E40-E17 te bereiken. Nog 17 of 40 minuten tot je aan de snelweg bent. Op deze snelweg is de maximumsnelheid 40 kilometer per uur.

Over 100 minuten ben je bij een nooduitgang. Over 100 meter ben je bij een nooduitgang. Je vindt 100 meter verder naar links een nooduitgang.

Verboden voor voertuigen breder dan 350 centimeter. Verboden voor voertuigen lager dan 350 centimeter. Verboden voor voertuigen hoger dan 350 centimeter.

Je mag hier niet parkeren van de 1e tot de 15e van elke maand. Hier mogen minimaal 1 auto en maximaal 15 auto’s parkeren. Verboden te parkeren voor huisnummers 1 en 15 in deze straat.

Sla over 9 meter linksaf om naar Eeklo te rijden. Sla over 9 minuten linksaf om naar Eeklo te rijden. Sla linksaf om op de weg naar Eeklo (de N9) te komen.

H

R

M

C

H

R

M

C

H

R

M

C

H

R

M

C

H

R

M

C

H

R

M

C

H

R

M

C

H

R

M

C

Ken je ook de betekenis van deze borden? *** Opgelet! De weg stijgt hier met 12 %. Opgelet! Enkel toegang voor kinderen met meer dan 12 %. Opgelet! Over 12 meter gaat het bergop.

Verboden toegang over 5,5 kilometer. Verboden voor meer dan 5 volwassenen en 5 kinderen. Verboden voor voertuigen zwaarder dan 5,5 ton.

7


10

Logisch nadenken *** Wat is de waarde van de bollobo’s? Voor elke rij en boven elke kolom staat een getal. Dat is de som van de waarde van de bollobo’s in die rij of die kolom. Bereken hoeveel iedere bollobo waard is.

320

250

250

290

360

280

340

320

260

270

Tip: start met de tweede kolom.

Noteer hier de waarde van elke bollobo:

=

8

=

=

=

=


Ik reken verder na blok 1.

Getallenkennis Ik kies:

Ik kan:

Ik vond het:

Ik keek na.

Ik vond het:

Ik keek na.

Ik vond het:

Ik keek na.

1 getallen tot 1 000 afronden. ** 2 tellen tot 1 000 met sprongen. *** 3 een breuk nemen van een hoeveelheid, een grootheid of een getal. *** 4 getalraadsels oplossen. ***

Bewerkingen Ik kies:

Ik kan: 5 optellen en aftrekken tot 1 000. **

Meten en metend rekenen Ik kies:

Ik kan: 6 maateenheden correct gebruiken en herleidingen uitvoeren. * 7 de tijdsduur berekenen en de datum noteren. **

9


1 a

Getallen tot 1 000 afronden ** Tussen welke tientallen ligt het middelste getal? Vul in. Omkring het tiental waarop je moet afronden.

750

b

<

753

<

<

555

< <

760

<

864

<

<

<

484

<

936

<

<

525

<

735

<

<

897

<

Schat het bedrag. Kleur de juiste schatting. Alicia kocht schoolgerief. Bereken in een schatting hoeveel Alicia in totaal zal moeten betalen. Rond de prijzen af tot op een tiental. € 290

10

boodschappenlijst

prijs per stuk

1 vulpen

29 euro

1 wereldbol met licht

199 euro

1 zakrekenmachine

39 euro

1 passer

24,95 euro

4 schriften

5,99 euro

afgeronde prijzen

€ 300

€ 310


2 a

Tellen tot 1 000 met sprongen *** Tel met sprongen. Vul de ontbrekende getallen aan. 1 000

955

940

895

603

627

635

659

675

900

375

b

Kleur de puzzelstukken die dezelfde sprong maken in dezelfde kleur.

872

980

970

785

– 10

874 780 870 +5 960 795 876 +2

950 790

11


3 a

3a-c

Een breuk nemen van een hoeveelheid, een grootheid of een getal ***

Teken het geheel. =

4 5

=

=

2 = 3

=

b

1 3

=

4 10

2 4

Vul de tabel verder aan. Lien sorteerde haar 720 stripboeken. 1 • van haar strips zijn van W817. 4 1 • van haar strips zijn van Kiekeboe. 3 • 60 strips zijn van Suske en Wiske. •

De overige boekjes zijn van Urbanus.

reeks

breuk

Urbanus

1 .

Suske en Wiske

. 12

Kiekeboe

. .

W817

. .

Totaal:

12

2 5

aantal stripboeken

60

720


4

Getalraadsels oplossen ***

Ik ben de som van 490 en het getal dat 9 groter is. Ik ben

.

Als je mij halveert en er dan 540 bij optelt, krijg je 620. Ik ben

.

Ik ben 25 minder dan het dubbel van 125. Ik ben

.

Ik ben het verschil van 950 en het tienvoud van 45. Ik ben

.

Mijn viervoud is het derde deel van 360.

Mijn tweevoud is het vierde deel van 1 000.

Ik ben

Ik ben

.

Als je een vijfde deel van mij halveert, krijg je 100. Ik ben

.

.

Ik ben het quotiĂŤnt van het vijfvoud van 200 1 en van 10. 6 Ik ben .

13


5 a

Optellen en aftrekken tot 1 000 ** Vul de ontbrekende cijfers in op de stippen.

b

.

.

8

.

9

.

6

.

9

+

2

3

2

.

.

1

.

2

.

2

1

3

2

.

1

2

9

1

.

9

0

2

5

3

2

1

2

4

4

0

2

+

Controleer deze oefeningen en verbeter als dat nodig is.

9

7

3

2

1

3

2

5

4

4

6

8

7

2

1

6

6

4

7

+

juist / fout

6 a

.

23

7

juist / fout

juist / fout

Maateenheden correct gebruiken en herleidingen uitvoeren *

Schrijf de juiste maateenheid.

Deze palmboom is in werkelijkheid 25

hoog.

Kangoeroes springen soms tot

De hoogte van twee kinderen

3

is in werkelijkheid ongeveer

hoog.

310

14

hoog.


b

Meet of teken de lijnstukken en noteer op twee manieren. •

[AB] meet

cm of

dm en

cm.

A •

[CD] meet

B cm of

dm en

cm.

C •

Teken het lijnstuk [EF]. Het is 2 cm langer dan 1 dm. [EF] meet

c

D

cm of

dm en

cm.

Noteer de naam en de lengte van de kinderen. Rangschik ze dan van klein naar groot.

Naam: Lengte: • • • •

cm

cm

cm

Lars is drie keer een halve meter en 2 cm groot. Hij skatet links van Emma. Jordy skatet niet naast Lars en is 7 cm kleiner dan anderhalve m. Renske skatet uiterst rechts. Ze is met haar 1 m en 51 cm het grootste meisje van de groep. Emma is 1 dm kleiner dan Jordy. <

d

cm

<

<

Los op. 1 dm = 2m+ 250 cm − 35 dm +

cm +

1 dm 2

cm = 25 dm m = 5 dm cm = 5 m

m − 4 dm = 60 cm 7 dm +

cm = 4 m

1 m− 2

cm = 1 dm

250 cm +

dm = 5 m

15


7 a

28

De tijdsduur berekenen en de datum noteren **

Los op. Onze juf is een echte wereldreizigster. Ze vertelde ons in het begin van dit schooljaar waar ze wanneer heeft gewoond. In welk jaartal of hoeveel jaar geleden was dat?

b

c

d

Twee jaar geleden woonde ze in Zuid-Afrika.

Dat was in

De vijf jaren daarvoor woonde ze in Italië.

In

In 2010 woonde ze in Frankrijk.

Dat is

geleden.

In 1996 is ze voor de eerste keer naar het buitenland getrokken. Haar eerste bestemming was Zweden.

Dat is

geleden.

verhuisde ze naar Italië.

Hoeveel maanden zijn er ... tussen 1 september en 30 juni?

maanden

van 1 oktober tot 31 maart?

maanden

van 1 januari tot 30 september?

maanden

Hoeveel weken zijn er ... van 17 januari tot 7 februari?

weken

van 30 oktober tot 13 november?

weken

van 3 juli tot 28 augustus?

weken

Noteer de verkorte datum. Vandaag is het 3 dagen voor 1 mei 2024. Over 30 dagen is het ... . Over 3 maanden is het ... . 7 maanden geleden was het ... .

16

.


Ik reken verder na blok 2.

Getallenkennis Ik kies:

Ik kan:

Ik vond het:

Ik keek na.

Ik vond het:

Ik keek na.

Ik vond het:

Ik keek na.

1 informatie uit een lijngrafiek aflezen. ** 2 een lijngrafiek tekenen. *** 3 een breuk omzetten naar een (gemengd) getal. *** Bewerkingen Ik kies:

Ik kan: 4 het gemiddelde berekenen. * 5 hoofdrekenen: vermenigvuldigen tot 1 000. *** 6 cijferen: vermenigvuldigen tot 1 000. ***

Meten en metend rekenen Ik kies:

Ik kan: 7 de digitale klok lezen tot op het uur. ** 8 uitspraken in verband met inhoudsmaten beoordelen. * 9 rekenen met inhoudsmaten. *** 10 hoeken meten in graden. **

17


1

Informatie uit een lijngrafiek aflezen **

8

Lees de uitspraken. Noteer bij elke grafiek de naam van het juiste openluchtzwembad. •

In De Waterparels waren de bezoekers er dit jaar al erg vroeg bij. Daarna daalde het aantal zwemmers echter snel.

De Molen is het kleinste van de vier openluchtzwembaden. Tijdens de topmaanden waren er toch veel bezoekers!

In De Reddingsboei waren er in september ongeveer evenveel zwemmers als in juni. In mei stond de teller op 3 265 bezoekers.

De Badboot ontving in mei 3 275 bezoekers. In oktober kwam er amper een tiende van het aantal zwemmers van in augustus.

Zwembad:

Zwembad: aantal bezoekers

aantal bezoekers

10 000

10 000

8 000

8 000

6 000

6 000

4 000

4 000

2 000

2 000

0 mei

jun

jul

aug

sep

okt

Zwembad:

0 mei

18

jul

aug

sep

okt

sep

okt

Zwembad: aantal bezoekers

aantal bezoekers

10 000

10 000

8 000

8 000

6 000

6 000

4 000

4 000

2 000

2 000

0 mei

jun

jun

jul

aug

sep

okt

0 mei

jun

jul

aug


2

a

Een lijngrafiek tekenen ***

8

Teken de lijngrafiek en beantwoord de vragen. • Geef het aantal volwassenen weer met een blauwe lijngrafiek. • Zet het aantal kinderen om in een groene lijngrafiek. Gebruik daarvoor dezelfde assen. Kijk naar het voorbeeld.

Aantal bezoekers bib Lovendegem volwassenen

kinderen

ma

45

50

di

34

30

wo

55

55

do

19

14

vr

30

35

za

45

45

zo

26

32

60 50 40 30 20 10

ma

b

di

wo

do

vr

za

zo

Beantwoord de vragen. •

Hoeveel kinderen gingen er vrijdag naar de bib?

Op welke dag kwamen de meeste volwassenen?

Op welke dag(en) kwamen er evenveel kinderen als volwassenen?

Op welke dag(en) kwamen er minder kinderen dan volwassenen?

Doorheen de week ... kwamen er steeds meer mensen naar de bib. kwamen er steeds minder mensen naar de bib. was het aantal bezoekers erg schommelend.

19


3

Een breuk omzetten naar een (gemengd) getal ***

3d Vul in.

Kies telkens twee verschillende cijfers als teller en noemer. Welke breuken kun je allemaal tevoorschijn toveren? Noteer. . .

. .

. .

. .

. .

Welke breuk kun je omzetten naar gehelen? Kleur ze groen en noteer de gehelen in het vak eronder.

Welke breuken kun je omzetten naar gemengde getallen? Kleur ze blauw en noteer de gemengde getallen in het vak eronder.

Welke breuken kun je niet omzetten? Kleur ze rood en laat het vak eronder leeg.

Zet een kruisje bij de grootste breuk.

22

Het gemiddelde berekenen *

Bereken. Vandaag werden er in het ziekenhuis 8 meisjes geboren. Wat is hun gemiddelde lengte? Bewerking:

Antwoord:

Ik ben 44 jaar.

Ik ben 29 jaar.

Ariana Marit Leyla India

50 cm 52 cm 48 cm 51 cm

Ziya Mila Sanaa Dunia

51 cm 54 cm 53 cm 49 cm

b De gemiddelde leeftijd van deze vrienden is 32 jaar. Hoe oud is de loopster? Bewerking:

Antwoord:

20

9

Omkring de kleinste breuk.

4

a

2

. .

Klaar? •

6


5

Hoofdrekenen: vermenigvuldigen tot 1 000 *** Los op en kleur juist. Ayoub en Anna spelen een spelletje zeeslag. Los de vermenigvuldigen op en kleur telkens het product op het juiste speelveld. Raak? Kleur groen. Mis? Kleur blauw. Speelveld van Ayoub 250 175 340 666 200 150 750 909 800 420

75

300

180 484 570 816

63

117 420 651

273 640 600

275 800 410 411 835 300 540 720

315 650 770 120 270 864 545 900

385 125 200 420 120 500 338 753

630 110 240 542 180

756 180

240 770 105 618 810 750 460 600

840 810 360 440 740

350 246 610 150 716 272 413 230

54

312

60

353 450 205 445

90

Speelveld van Anna

90

56

530 108 100

250 380

11

310 111 290 633 320

280 245 990 105 540 720 340 820

424 939 123 177 270 144 999

710 468 360 600 314

450 700 408 612 590 120 900 640

0

560

60

Hiermee zoekt Ayoub de boten van Anna:

Hiermee zoekt Anna de boten van Ayoub:

34 × 10 = 340

10 × 31 =

5 × 60 =

7 × 90 = 630

6 × 52 =

4 × 150 =

7 × 55 =

106 × 4 =

20 × 9 =

70 × 6 =

30 × 8 =

251 × 3 =

2 × 125 =

3 × 303 =

50 × 15 =

117 × 0 =

10 × 10 =

84 × 10 =

42 × 10 =

3 × 90 =

8 × 100 =

30 × 15 =

2 × 175 =

20 × 45 =

3 × 50 =

20 × 27 =

121 × 4 =

9 × 50 =

40 × 18 =

9 × 52 =

8 × 102 =

23 × 10 =

9 × 40 =

160 × 4 =

70 × 6 =

137 × 3 =

7 × 35 =

5 × 109 =

20 × 30 =

8 × 40 =

0

Wie laat alle boten van de ander zinken en wint het spel?

21


6

Cijferen: vermenigvuldigen tot 1 000 *** Vul de ontbrekende cijfers aan.

1 ×

7

.

8

.

4

3 .

0

.

×

2

29d

.

6

.

. 3

.

7

×

2

6

4 .

.

4

7

6

De digitale klok lezen tot op het uur **

Eerlijk of liegbeest? Kleur het juiste vakje.

22

Op mijn verjaardag mocht ik opblijven tot 12 uur ’s nachts.

Om 4 uur in de namiddag dronk ik een brikje fruitsap.

Om 9 uur ’s ochtends las ik een interessant boek.

eerlijk

eerlijk

eerlijk

eerlijk

liegbeest

liegbeest

liegbeest

liegbeest

Om 3 uur in de namiddag oefende ik op mijn dwarsfluit.


8

Uitspraken in verband met inhoudsmaten beoordelen *

24

Kan het wel of niet? Kruis aan. Dat kan wel.

Dat kan niet.

een kookpot gevuld met 30 deciliter soep 40 liter water in een volle badkuip het zwembad van de stad, gevuld met 300 liter water een fles water van anderhalve liter ongeveer 3 deciliter in een blikje frisdrank 500 centiliter benzine in een volle tank een kwart liter sap van één citroen

9

a

b

Rekenen met inhoudsmaten ***

24

Reken uit. Noteer de oplossing. 2 cl + 5 dl =

cl

1 cl + 4 l =

cl

8 l − 3 cl =

cl

9 dl − 5 cl =

cl

4 × 25 cl =

dl

8 × 5 dl =

3l:5=

dl

2l:4=

dl

1 l + 4 cl + 5 dl =

cl

8 cl + 3 l =

cl

7 l − 2 dl − 8 cl =

cl

6 l − 6 cl =

cl

6 × 15 cl =

dl

8 × 125 cl =

l

10 l : 8 =

cl

4l:5=

l

Zet alles eerst om naar de gevraagde maateenheid, als dat kan. bv. 2 cl + 5 dl = ......... cl 2 cl + 50 cl = 52 cl

dl

Lees en los op. George drinkt elke dag 2 liter water. •

In zijn drinkbus kan 5 deciliter. Hoeveel volle drinkbussen zijn dat? Bewerking: Antwoord:

In zijn glas kan 20 centiliter. Hoeveel volle glazen zijn dat? Bewerking: Antwoord:

23


10

32, 35

Hoeken meten in graden **

Meet de hoeken van deze driehoeken en noteer de resultaten op de juiste plek in de tabel. Bereken dan de som van de hoeken van elke driehoek. A

C B 2

C A 1 3 B

C

A

B

hoek Â

hoek B̂

hoek Ĉ

driehoek 1

°

°

°

°

driehoek 2

°

°

°

°

driehoek 3

°

°

°

°

Maak in elke driehoek de som van de hoeken! Wat valt je op?

som

Kijk nu in werkschrift A op blz. 72 nr. 6. Maak ook daar de som van alle hoeken. Klopt je ontdekking nog steeds? ja nee

24


Ik reken verder na blok 3.

Getallenkennis Ik kies:

Ik kan:

Ik vond het:

Ik keek na.

Ik vond het:

Ik keek na.

Ik vond het:

Ik keek na.

Ik vond het:

Ik keek na.

1 getallen tot 10 000 ordenen. *

Bewerkingen Ik kies:

Ik kan: 2 hoofdrekenen: natuurlijke getallen tot 1 000 delen. **

Meten en metend rekenen Ik kies:

Ik kan: 3 kloklezen tot op 1 minuut. *** 4 nauwkeurig tekenen en rekenen tot op de mm. **

Meetkunde Ik kies:

Ik kan: 5 vierhoeken tekenen en onderzoeken. ***

25


1

a

Getallen tot 10 000 ordenen *

1a-b

Vul aan. Schrijf passende cijfers op de vlekken. 9 875 < 9 940 < 9 942 < 9 945 < 9 950 5 895 > 8

9<

6 995 > 5 7 895 < 5 495 < 9 989 < 9 2 560 <

b

c

5 2> 8

>25

<

95 > 89

5

Kijk goed naar de vergelijkingstekens!

> 2 589

1 < 8 995 < 9 543

8 4<

93 > 5 892

<

00 < 8

9 > 8 888

8<

99 <

00 < 5 501

0<

95 < 9

99 < 2

0<2

9

> 9 995 1 < 2 650

Welk getal ligt precies in het midden? 8 250

9 750

5 000

10 000

9 840

9 920

6 000

8 250

5 500

7 000

8 975

9 025

Maak met de vier cijfers telkens het grootste en het kleinste getal. Rangschik de getallen zoals gevraagd.

5

1

8

9

1

6

< 2

8

26

7

0

7

> 9

>

5

0

1

9

>


2

a

14d

Hoofdrekenen: natuurlijke getallen tot 1 000 delen **

Reken uit en geef elke ballon de juiste kleur. quotiënt bevat 2 H

quotiënt bevat 5 E

quotiënt bevat 1 H

quotiënt bevat 6 T

910 : 2 =

760 : 8 =

917 : 7 =

738 : 2 =

796 : 4 =

726 : 3 =

834 : 3 =

780 : 5 =

585 : 9 = 868 : 4 =

528 : 8 =

975 : 3 =

684 : 3 =

720 : 4 =

27


b

Zoek de ontbrekende factor. Kijk goed naar het voorbeeld. Doe het zo! 4 × ... = 720 720 : 4 = (400 : 4) + (320 : 4) = 100 + 80 = 180 9 × ... = 549 4 × ... = 368 5 × ... = 625 6 × ... = 840 4 × ... = 508 7 × ... = 882 3 × ... = 753 8 × ... = 984

c

Reken uit en verbind de opgaven met de juiste ‘restzak’. Kijk naar het voorbeeld. Eén ‘restzak’ blijft over. Doe het zo! 429 : 4 = 107 r 1

2

3 232 : 9 =

1

328 : 5 =

4

539 : 6 =

7 28

506 : 4 =

5


3

Kloklezen tot op 1 minuut ***

29d-f

Kleur telkens drie vakken die bij elkaar horen in dezelfde kleur. Start telkens bij een analoge klok en stop bij een digitale klok. Er blijven drie vakken leeg. 11

Over 1 uur en 59 minuten gaan we eten.

12

1 2

10

3

9 8

4 7

6

Over 3 uur en 25 minuten is het bedtijd.

5

De speeltijd begon 2 minuten geleden.

11

12

1

11 2

10

3

9 8

4 7

6

Over 5 en een half uur gaat mijn wekker.

5

12

3

9 8

4 6

5

1 2

10

3

9 8

4 7

12

2

Over 36 minuten begint het nieuws op VRT.

11

11

1

10

7

Ik begon 46 minuten geleden aan mijn huiswerk.

12

6

5

1 2

10

3

9 8

4 7

6

5

11

12

1 2

10

3

9 8

4 7

6

5

29


4

a

Nauwkeurig tekenen en rekenen tot op de mm ** Meet en reken uit. Tom en Bas testen de remmen van hun fiets uit. Remspoor van Tom:

cm

Remspoor van Bas:

cm

Wie had het langste remspoor? Hoeveel bedraagt het verschil tussen beide remsporen? Zijn de beide remsporen samen langer of korter dan 1 m? De beide remsporen zijn

b

dan 1 m.

Vul aan. De som van twee stenen is telkens de steen erboven.

2 dm

km

12 mm

450 m 2 mm

dm

5 cm

1

25 mm 1 cm 4 mm

30

2 500 cm

9 14

8 dm 7 cm 2 mm

10

dm


5

a

Vierhoeken tekenen en onderzoeken ***

38, 39

Maak je eigen Mondriaan door de opdrachten nauwkeurig uit te voeren.

Teken links bovenaan een gele rechthoek met een lengte die dubbel zo lang is als de breedte van 3 cm en waarvan er één reeds getekend is.

Onder de gele rechthoek teken je een rood vierkant met een zijde van 8 cm.

Rechts bovenaan vervolledig je de blauwe ruit.

In de hoek rechts onderaan teken je een zwarte vierhoek die grenst aan de ruit, het vierkant en het kader.

31


b

Omkring de meest passende naam bij de uitspraken. waar 4 hoeken overstaande hoeken gelijk 4 gelijke zijden 4 rechte hoeken overstaande zijden gelijk 1 paar evenwijdige zijden 2 paar evenwijdige zijden

X X X X X X X

vierhoek rechthoek

vierkant

4 hoeken overstaande hoeken gelijk 4 gelijke zijden 4 rechte hoeken overstaande zijden gelijk 1 paar evenwijdige zijden 2 paar evenwijdige zijden

c

X X X X

32

rechthoek ruit

rechthoeken in deze figuur.

X X X X X X X ruit

waar 4 hoeken overstaande hoeken gelijk 4 gelijke zijden 4 rechte hoeken overstaande zijden gelijk 1 paar evenwijdige zijden 2 paar evenwijdige zijden vierhoek vierkant

niet waar

rechthoek

niet waar

Hoeveel rechthoeken tel je in deze figuur?

Ik tel

4 hoeken overstaande hoeken gelijk 4 gelijke zijden 4 rechte hoeken overstaande zijden gelijk 1 paar evenwijdige zijden 2 paar evenwijdige zijden

vierkant

X X X

vierhoek

waar

vierhoek

ruit

waar

vierkant

niet waar

niet waar

X X X X X X X rechthoek ruit

Let op, niet alle vierhoeken zijn rechthoeken, maar alle vierkanten zijn wel rechthoeken!



Oefenschrift A/B dit oefenschrift is van:

ISBN 978-90-306-9772-5 595972

vanin.be

4