Page 1

TUDELTA.17

DELTA. 17 26-05-2011 weekblad van de technische universiteit Delft

Deze week in Delta

Mimicking mangroves

Afscheid van een ‘koning’

SCIENCE:05

HEMELVAART

01

INTERVIEW: 10 INTERNATIONAL: 07

Delta 18 verschijnt op 9 juni

REPORTAGE: 13

Team ‘Academy Assistants’

Angstlaboratorium voor psychoses

Inschrijving minors aangepakt De inschrijving voor minors zal vanaf volgend jaar anders verlopen. Daarmee moeten problemen met overbelaste systemen die de toeloop op populaire vakken niet aankunnen, tot het verleden gaan behoren. SASKIA BONGER Bachelorstudenten, die maandag 2 mei om twaalf uur ’s middags klaarzaten om zich in te schrijven voor het minorvak van hun keuze, kunnen erover meepraten: de inschrijving voor minorvakken is dit jaar net als in 2010 problematisch verlopen. Een deel van de studenten kon anderhalf uur de website niet op. Toen het daarna wel lukte in het systeem te komen, hadden ze soms de pech dat de minor van hun keuze al vol zat. De studentenraad (sr) vindt die situatie ongewenst en wil het onderwerp op 26 mei bespreken met het college

‘De suggestie dat er niets is gedaan, is pertinent onjuist’ van bestuur (cvb). “Het is gewoon een kwestie van capaciteitsuitbreiding, die ons overigens vorig jaar al was toegezegd door de TU. Dat is niet gebeurd”, stelt sr-voorzitter Caroline Streng. Ron van Velzen, hoofd informatiemanagement van onderwijs en studentenzaken (O&S), bestrijdt dat. De capaciteit is wel uitgebreid, maar de toestroom was zo groot dat ‘de ictorganisatie vermoedt dat studenten gebruik hebben gemaakt van scripts om er voor te zorgen dat ze op het moment van openen de eersten waren voor inschrijving’. “Het aantal gelijktijdige aanvragen was zo hoog dat de situatie vergelijkbaar was met een denial of service attack.”

Overigens ging het al eerder mis, want al bij het inloggen ontstonden er – onvoorziene – problemen met de authenticatieserver. De studentenraad stelt dat zij de problemen meteen wilde melden bij O&S, maar dat de verantwoordelijken met vakantie waren. “De suggestie dat er niets is gedaan, is pertinent onjuist”, reageert Van Velzen. “Binnen enkele minuten is de ict-organisatie van de capaciteitsproblemen op de hoogte gebracht en is men gaan werken aan een oplossing.” Van Velzen stelt dat de huidige systematiek van ‘wie het eerst inschrijft heeft een plek’ en het beperkte aantal plekken bij sommige minors ook zonder technische problemen leidt tot een enorme stormloop in het systeem. Vandaar dat de minorinschrijving volgend jaar verandert. Studenten kunnen dan gedurende een bepaalde periode hun eerste en tweede keuze doorgeven. Daarna zal een computersysteem ‘random’ studenten indelen. “Vanzelfsprekend tot de maximumcapaciteit van een minor is bereikt”, voegt Van Velzen daaraan toe. Dat maximum aantal plaatsen is de studentenraad een doorn in het oog. Volgens de sr zijn sommige studenten zo wanhopig dat ze bereid hun medestudenten te betalen voor hun plekje bij de juiste minor. De raad schrijft aan het cvb dat er op de campus briefjes hingen van een student die 70 euro over had voor een plek bij de populaire minor international entrepreneurship and development. De sr vindt dat studenten altijd de minor van hun keuze zouden moeten kunnen volgen. Daarvoor moet de capaciteit van sommige vakken worden uitgebreid. En voor studenten die ‘middels een bepaalde minor willen schakelen naar een andere masteropleiding’ wil de raad een uitzonderingspositie. ‘Aangezien het om het toekomstperspectief van deze studenten gaat’ zouden zij gegarandeerd plek moeten krijgen.

Het plein voor IO was vorige week donderdag het strijdtoneel voor studententeams die deelnamen aan Summercue. Dit jaarlijks terugkerende evenement van studievereniging i.d. om de zomer aan te kondigen, had het thema ‘SOS Summer Rescue’ mee gekregen. Deze student in Thunderbirds-outfit deed zijn best om een pop te redden op de zeepbaan ‘Levend sjoelen’. In totaal konden de studenten dertien spellen doen, waarbij veel water, bier en vla werd gebruikt. De middag werd afgesloten met een barbecue en feest. (Foto: Hans Stakelbeek/FMAX)

Delftse wildwaterkampioenen halen nationale titel Zowel freestyle kajakker Casper van Kalmthout als slalomkanoër Robert Bouten haalde afgelopen weekend de nationale titel binnen. Dat gebeurde tijdens een groots kajakevenement op de Olympische wedstrijdbaan in Zoetermeer. Voor Van Kalmthout, die onlangs zijn bachelor bij Techniek, Bestuur en Management afrondde, was het zijn vijfde nationale titel op rij. Vorig jaar kostte het hem meer moeite dan anders, maar dit keer leek het een fluitje van een cent. In de eindscore had de baliemedewerker van sport en cultuur een dubbel aantal punten ten opzichte van de nummer twee. “Het

liep gewoon lekker en bij mijn concurrenten niet”, luidde zijn nuchtere verklaring. “Ik was net terug van de White Water Grand Prix in Canada. Daar heb ik zoveel op het water gezeten dat ik mij behoorlijk fit voelde. Vorig jaar had ik een gescheurd spiertje in mijn onderarm, waardoor het een stuk

’Ik ben blij dat het weer gelukt is’ stroever ging. Nu had ik kracht en energie genoeg voor de moeilijkere trucjes op het water.” Een dag later veroverde ook slalomkanoër Robert Bouten de nationale titel. Dat deed hij eerder al vijfmaal in de jaren 2005 tot en met 2009. De reeks werd in 2010 onderbroken toen hij de eer moest laten aan Bas Wesselink. Zondag pakte hij zijn titel terug. “Mijn eerste run ging meteen goed, dat was

een lekkere start. De tweede ging wat minder, maar uiteindelijk heb ik overtuigend gewonnen.” Daarmee troefde Bouten, die vanwege de voorbereiding op de Olympische Spelen van 2012 zijn studie werktuigbouwkunde op een laag pitje heeft gezet, zijn concurrenten Robin Knuivers (tweede) en Bas Wesselink (derde) af. Overigens had hij wel de meevaller dat een andere titelkandidaat, Maarten Hermans, op het appel ontbrak vanwege diens eindexamen. Nerveus zei Bouten niet te zijn geweest. “Ik had wel wat spanning, maar ik ben blij dat het weer gelukt is.” Binnenkort reist hij af naar het Spaanse Seu d’Urgell, waar van 9 tot 12 juni het EK plaatsheeft. “Ik heb nog nooit een EK-finale gehaald, dus dat wordt wel eens tijd”, aldus Bouten die zich drie jaar geleden wel al eens plaatste voor de finale tijdens de Olympische Spelen in Beijing. (JT)


DELTA. 17 26-05-2011 www.delta.tudelft.nl @tudelta delta@tudelft.nl

delta online Voetbalvrouwen De voetballende studentes van Ariston’80 schreven zaterdag een stukje geschiedenis. Zij wonnen de allereerste vrouweneditie van de Stad Delft Bokaal.

CampusTV Kijk naar filmpjes van feestende en kritische studenten op het studentengala Bal 11 op www.delta.tudelft. nl/23224. Zie ook de NovaBike, een motor gemaakt door studenten, die rijdt op bio-ethanol op www.delta. tudelft.nl/23230.

Tentamenfraude De toename in het aantal meldingen van tentamenfraude is voor de TU geen reden om extra maatregelen te nemen. “Er is geen toename in spieken en frauderen, er is een betere registratie”, zegt directeur onderwijs en studentenzaken Anka Mulder.

Rookkringen Wat voorheen alleen geoefende rokers voor elkaar kregen, deden TU-medewerkers vorige week donderdag aan de lopende band: kringetjes blazen. Lokale luchtbewegingen zijn bijvoorbeeld interessant voor de verspreiding van stankoverlast.

Wetenschapsquiz Waarom blijft kroepoek aan je tong plakken? Ruim driehonderd studenten, onderzoekers en prominenten deden vorige week mee aan de Wetenschapsquiz van ingenieursvereniging Kivi Niria. Delft werd tweede.

nieuws/column

02

Sport

Bachelorprijs

Beste docent

Het Groot Nederlands Studenten Kampioenschap komt er weer aan. Het driedaags sportevenement dat dit jaar voor de 53ste keer wordt gehouden, vindt plaats van 27 tot en met 29 mei in Utrecht. Op verschillende sportlocaties strijden zo’n vijftienhonderd studenten om de titel ‘Nederlands Studentenkampioen’. Daarnaast is er een algemeen klassement. De winnende stad mag zich een jaar lang studentensportstad van Nederland noemen.

Studenten met het beste bacheloronderzoek of -ontwerp maken kans op een prijs van vijftienhonderd euro: de Student Research Award. De prijs wordt uitgereikt tijdens de Student Research Conference op 23 en 24 november aan de Technische Universiteit in Eindhoven. Wetenschappers vanuit alle universiteiten selecteren het winnend onderzoek of ontwerp. Studenten kunnen tot 1 juli inzenden via de website van initiatiefnemer en universiteitenvereniging VSNU.

Studenten kunnen tussen 30 mei en 2 juni via hun studieverenigingen stemmen voor de docent van het jaar. Die verenigingen werken hierbij voor het eerst samen. Verkiezingen verlopen nog steeds per vereniging anders, bij de één met papiertjes, bij de ander via de mail. Maar de verkiezingsdata zijn nu in tegenstelling tot voorgaande jaren wel gelijk. En bijvoorbeeld promotiemateriaal is ook hetzelfde. Zo lukt het dit jaar ook Stylos (Bouwkunde) om mee te doen. Per faculteit zijn er in eerste instantie meerdere beste docenten, doordat per jaar en per afstudeer-

www.gnsk.nl

www.vsnu.nl/SRC

richting gekozen kan worden. Maar in september moet er bij iedere faculteit één beste docent overblijven. Die dingt mee naar de titel ‘beste docent van de TU’. Afgelopen studiejaar was dat dr.ir. Akke Suiker van Luchtvaarten Ruimtevaarttechniek.

‘In zichzelf gekeerde dj is niet leuk om te zien’ Studenten industrieel ontwerpen Ben van Wijk en Tim Janssen wonnen vorige week onder de naam Apenstreken de dj-contest voor het Zomerfestival op 10 juni. Daar mogen ze draaien. “We moeten vaker letten op hoe we ons profileren”, vertelt Van Wijk.

draait. We repeteren met onze eigen cd-spelers. We hadden er vier staan en een mixer, maar met de Kerst is alles gestolen. Inmiddels hebben we weer twee cd-spelers en binnenkort kopen we een nieuwe mixer.”

SASKIA BONGER

Ben van Wijk (links) en Tim Janssen. (Foto: Hans Stakelbeek/FMAX)

Wat voor stijl draaien jullie? “We mixen platen aan elkaar die we gedownload hebben. We begonnen drie jaar geleden met house, nu is het techhouse. Dat is minimalistischer muziek, abstracter en rustiger dan house. Het is een middenweg tussen techno en gewone house. We maken zelf nog geen muziek. Dat is ook totaal iets anders dan wat we tot nu toe gedaan hebben. Maar nu we een jaar lang in de dj-studio van het cultuurcentrum mogen, hebben we daar wel een kans voor.”

“We willen Gilbert Smink, ook TU-student, aansporen om weer met ons mee te doen. Hij draait de laatste tijd niet vaak meer. Maar met zijn drieën kunnen we meer afwisselen. We draaien altijd back to back, om de beurt. Gilbert draait rustiger dan ik, Tim juist harder. Met zijn drieën kunnen we een breder muziekspectrum beslaan. Zo kun je je set opbouwen, steeds harder naar de climax toe, om mensen aan het dansen te krijgen.”

Apenstreken is een trio, maar jullie deden met zijn tweeën mee aan de djcontest. Hoe zit dat?

Hoe is het om op zo’n podium te staan? “Het ergste dat mis kan gaan is dat platen niet gelijk lopen en van elkaar weglopen. Dat hoort het publiek ook,

het vloekt. Bij de dj-contest ging het allemaal lekker, liep alles mooi in elkaar over. Als je dat merkt, kun je meer ontspannen en zelf meedoen met de muziek. Eigenlijk doen we dat nooit, want je staat je zo te concentreren. Maar het is niet leuk om te kijken naar iemand die helemaal in zichzelf gekeerd met een koptelefoon op zijn hoofd stil staat. We moeten vaker letten op hoe we ons profileren.” Klagen je huisgenoten niet over de herrie die jullie maken? “Ik woon met Tim in een huis met nog vier anderen. We maken allemaal herrie en met repeteren staat de muziek niet harder dan als je normaal muziek

Je studeert industrieel ontwerpen. Als je zou mogen kiezen uit twee uitersten, welke wordt het dan: ontdekt worden op het Zomerfestival en daarna een grote carrière als dj, of je studie afmaken en een ongewisse toekomst tegemoet gaan als ontwerper. “Tot nu toe is het vooral een hobby geweest, al hebben we de laatste tijd steeds meer optredens. Het zou leuk zijn als we het als bijbaantje zouden kunnen hebben, maar mijn studie lijkt me een veiliger keuze.” Naast een optreden op het Zomerfestival hebben jullie een masterclass van dj Leroy Styles gewonnen. Wat hoop je van hem te leren? “Het is maar één middagje, dus ik zou al heel blij zijn met wat tips, die je in veel situaties kunt gebruiken.”

Zomerfestival, vrijdag 10 juni 16.00 tot 04.00 uur op het terrein van sport & cultuur met optredens van o.a. Go back to the Zoo, de Opposites, Dazzled Kid, Balthazar, Schradinova (van Room Eleven). Apenstreken draait back to back met dj Leroy Styles.

Fietsenmakers ‘TU-studenten kunnen geen band meer plakken’ ontdekte De Pers in een verslag over het bezoek van het Amsterdams Repaircafé aan het Mekelpark. De studenten deden hun naam als fietsenmakers geen eer aan.

Tweede studie Talentvolle studenten moeten zonder extra kosten twee masterstudies na elkaar kunnen volgen, vinden de Eerste Kamerfracties van SGP en ChristenUnie. Ze dreigen een wetsvoorstel over selectie aan de poort en verhoogd collegegeld te blokkeren.

Sjoemelende student Waarom zou de overheid een sjoemelende student harder bestraffen dan een sjoemelende uitkeringsgerechtigde? De voorgestelde boete voor fraude met de basisbeurs is te hoog, vindt de Raad van State.

Deurwaarder Steeds vaker moet de overheid een deurwaarder inschakelen om voormalige studenten hun studieschuld te laten afbetalen. Bijna één op de zes schuldenaren krijgt wel eens een brief van een incassobureau.

Achterklap Interessant stukje in Delta van vorige week. Ik bedoel natuurlijk de ultrakorte samenvatting van een interview met onze Wubbo Ockels in NRC Handelsblad van zaterdag 14 mei jl. Volgens Wubbo wordt de sfeer op de TU Delft gekenmerkt door drie woorden: jaloezie, trucjes en achterklap. Let wel, het gaat hier niet over de sfeer tussen de hoogleraren en de andere hooggeplaatsten in onze organisatie maar over de niveaus daaronder: ud’s, uhd’s, promovendi en de ondersteunende diensten. Nog een nuance is op zijn plaats: de drie sfeerbepalende elementen hebben betrekking op de houding van de onderliggende posities ten opzichte van de bovenliggende partijen. Wij, normale stervelingen, zijn dus jaloers op, halen trucjes uit met en zorgen voor achterklap over die mensen die in onze organisatie de dienst uitmaken. Ik heb niet het volledige interview gelezen maar soms zeggen drie woorden meer dan driehonderd. Allereerst kun je je afvragen of Wubbo het heeft over zijn eigen vakgroep, over zijn faculteit of echt over de gehele TU Delft. Misschien zijn er wel veel hoogleraren die denken ‘Speak for yourself, Wubbo’. Daarom kan het ook een persoonlijke kwestie zijn. Als je zoals Wubbo zelf zegt, een BN’er bent, dan kan dat natuurlijk kwaad bloed zetten en jaloerse gevoelens losmaken. Mij doet dat dan weer deugd. Blijkbaar gaat op onze TU Delft kwaliteit nogal altijd boven de mate van bekendheid gemeten aan, bijvoorbeeld, het aantal keren dat je op de tv bent. Opmerkelijk trouwens dat een hoogleraar als Ockels zoveel last heeft van de ondersteuning. Op mijn faculteit zijn er weinig hoogleraren die cijfers invoeren in Osiris, zelf hun reisdeclaraties invullen en frequent allerlei examencommissievergaderingen en minorbijeenkomsten bezoeken. Maar goed, het is niet verkeerd dat ook een hoogleraar

weet dat het lager geplaatste wetenschappelijk personeel vaak ook de ondersteuning moet ondersteunen. Trucjes vind ik lastiger te plaatsen. Politieke spelletjes vinden natuurlijk overal plaats maar ik denk toch dat dit voornamelijk in de hogere contreien plaatsvindt. Niets is zo funest voor je sectie als een hoogleraar die nog nooit van Machiavelli heeft gehoord en denkt dat de budgetten voor onderzoek op democratische wijze worden verdeeld. Dan blijkt dat hard werken voor goed onderwijs en hoogwaardige publicaties financieel bitter weinig voorstellen als het management heeft zitten slapen tijdens de MT-vergadering over de ‘verdeelsleutels’. En natuurlijk vindt er ook achterklap plaats. De echte besluitvorming in een organisatie vindt altijd op informele wijze plaats. Het inbrengen van halve waarheden en bijna-leugens is een vast onderdeel van dat proces. En daarom vraag ik mij opnieuw af of achterklap niets iets is wat voornamelijk boven op de apenrots plaatsvindt. Laat onverlet natuurlijk dat over de meeste hoogleraren smeuïge verhalen de ronde doen. Eh, sorry, dat was achterklap. Wat te doen met de drie woorden van Wubbo? Als Ockels echt zo lijdt en nooit zal wennen aan bureaucratie, adviseer ik hem ontslag te nemen. Daarmee treed hij in de voetsporen van een andere L&R-hoogleraar die niet tegen BN’ers als hoogleraar kon. En laat het college van bestuur uitzoeken of Ockels’ sfeerbeschrijving klopt. Patrick van der Duin is toekomstonderzoeker bij de sectie technology, strategy and entrepeneurship van de faculteit Techniek, Bestuur en Management.


DELTA. 17 26-05-2011

Borden

Belangenvereniging TU Noord ergert zich aan de palen met ‘buitenproportionele’ borden die op de ring rond de campus verrijzen. “Moet het zo groot? Zo veel? Heeft de TU daar echt overeenstemming over bereikt met de gemeente? En waarom zijn bewoners niet geïnformeerd?”, zegt Erik van Hunnik. “Is er een fundering aangebracht? Zijn de borden doorberekend op windbelasting? Zondag zwaaiden ze behoorlijk in de wind.” Volgens TUbeleidsmedewerker Serena van der Klugt zijn er uitgebreide constructieberekenin-

nieuws

gen gemaakt en is er een zware fundering onder de negentien autoborden. Die zijn groot omdat ze goed leesbaar moeten zijn en ze voldoen aan veiligheidseisen. Volgens Van der Klugt is zo’n bord niet bouwvergunningplichtig en is er een overeenkomst met de gemeente gesloten. Ook hoeft de vereniging volgens haar niet te vrezen voor bomen die het zicht op sommige borden wegnemen. “Misschien worden er alleen her en der wat takken verwijderd.” (Foto: TU Noord)

03 Teamwork

Bolkhuisch

Dutch Robotics? Delta Lloyd Solar Boat? Solar Decathlon - Revolt House? Of toch TU Delft iGem 2010? Vier teams, vier kansen op de UfD-E. ON Teamworkprijs. Woensdagmiddag 25 mei presenteerden deze vier teams zich voor een jury die daarna bepaalde welk team in de afgelopen periode de meest bijzondere en uitmuntende prestatie in teamverband verrichtte. Bij het ter perse gaan van deze Delta was die uitslag nog niet bekend, maar die is wel te vinden op universiteitsfonds.tudelft.nl.

En weer mag een Delfts huis zich ‘Studentenhuis van het Jaar’ noemen. Het Bolkhuisch aan de Coenderstraat wist de meeste stemmen te werven in de verkiezingen op studenten.net. De studenten winnen een compleet nieuwe witgoed-uitzet: een koelvriescombinatie, een wasdroger, een wasmachine, een televisie, een magnetron, een stofzuiger en een home entertainment system. Ook mogen de zeventien jongens en vier meisjes die in het Bolkhuisch wonen deze zomer hun huis verlaten voor een campingvakantie naar Italië.

kijk je nog eens of het inhoudelijk klopt, of het begrijpelijk is, of filmpjes werken.” De TU wil niet betuttelend zijn als het gaat om voorwaarden waaraan een cursus voor open courseware moet voldoen. “De docent bepaalt zelf of hij het kwalitatief goed genoeg vindt, maar wij kijken mee naar zaken als bijvoorbeeld copyright. Je moet toestemming hebben om bijvoorbeeld foto’s uit een krant te gebruiken.” Mulder zegt veel docenten te zien die het leuk vinden om hun onderwijsmateriaal op internet te zetten. “Docenten denken dat het veel tijd kost, maar dat is helemaal niet zo. Je hebt veel materiaal al digitaal. Ik dacht van tevoren dat mensen zouden denken: waarom zou ik materiaal weggeven? Maar dat is niet zo.” Ligt je materiaal zo niet op straat? “Daar geloof ik niet in. Je bent er als universiteit om mensen dingen te leren. Als MIT het gratis op internet zet, waarom zouden wij er dan geld voor vragen? Waarom zouden mensen betalen?” Nadelen ziet Mulder niet. “Je moet je blijven inzetten voor innovatie. Open courseware is geen doel op zich. Je moet er continu over blijven nadenken.” Inmiddels zijn er wereldwijd 266 organisaties die in totaal zo’n vijftienduizend cursussen via open courseware aanbieden. Het gaat onder meer om MIT, Korea University, Johns Hopkins, University of the Western Cape en Paris Tech. In Nederland doet behalve de TU Delft de Open Universiteit mee. Al deze instellingen zijn verenigd in het OpenCourseWare Consortium dat het gratis online beschikbaar maken van hoogwaardig onderwijsmateriaal als doelstelling heeft. Toen dit consortium drie jaar geleden werd opgericht, gaf iemand Mulder op om zich verkiesbaar te stellen. Tot haar verrassing werd ze als bestuurslid gekozen. Onlangs werd haar gevraagd zich ook verkiesbaar te stellen als president. “Daar moest ik wel over nadenken, want zoiets kost tijd. Ik heb het

op vragen over hun studie. “Daar moeten we ons op richten.” Terug naar Delft. Daar wil Mulder onderzoeken of er hele opleidingen van de TU op internet moeten komen. “Wat is de rol van universiteiten in de toekomst? In de Middeleeuwen was de professor een bron van informatie. Later waren het professoren, docenten en de bibliotheek. Nu is internet een ontzettend grote concurrent. Alles staat tegenwoordig online: foto’s, filmpjes en ook onderwijsmateriaal.” Dat roept de vraag op waarom mensen nog een opleiding zouden volgen aan een universiteit. “Daar moeten we als

Einde van de universiteit? Open courseware, het gratis en open beschikbaar stellen van cursussen op internet, neemt een hoge vlucht. Onlangs koos het internationale OpenCourseWare Consortium Anka Mulder tot president. Zij vertelt over haar plannen en waarom de TU cursussen gratis op internet zet.

van kwantiteit.” In eerste instantie focuste Delft op masteropleidingen die internationaal in de belangstelling staan. Een kwart van de Delftse masterstudenten en zestig procent van de promovendi komt immers uit het buitenland. Een voorbeeld is de mastercursus watermanagement. Die cursus wordt volgens de TU veel gebruikt door bedrijven in Nederland, maar is met financiële steun van het ministerie van economische zaken, landbouw en innovatie ook overgezet naar de Universiteit van Bandung in Indonesië. Een deel van het materiaal wordt hergebruikt, een deel wordt op maat gemaakt, met lokale voorbeelden.

Connie van Uffelen Open courseware. Het prestigieuze Massachusetts Institute of Technology (MIT) begon er tien jaar geleden mee vanuit ideële redenen en om de internationale positie van de universiteit te versterken. “Je bent een universiteit en dus in het leven geroepen om kennis te verspreiden en mensen op te leiden”, zegt Anka Mulder, directeur onderwijs en studentenzaken aan de TU Delft. De TU volgde vier jaar geleden met vakken binnen opleidingen. Soms zelfs compleet met oefentoets. Te zien zijn opnamen van collegerama, opdrachten, tentamens en uitwerkingen met antwoorden. Toch zet de TU niet zoals MIT alles op internet. “MIT heeft 25 man om dat te doen”, zegt Mulder. “Wij hebben de middelen daar niet voor en kiezen voor kwaliteit in plaats

‘Je bent een universiteit en dus in het leven geroepen om kennis te verspreiden en mensen op te leiden’ De cursussen van de TU zijn te vinden op ocw.tudelft.nl. Tussen oktober 2007 en oktober 2010 werd deze website 168 duizend maal bezocht. Wie die bezoekers zijn is moeilijk te onderzoeken, maar ze komen onder meer uit Nederland, de Verenigde Staten, India, China en het Verenigd Koninkrijk. “We weten niet waarvoor ze het gebruiken”, zegt Mulder. “Het MIT onderzocht dat en dacht dat het voornamelijk om docenten van buiten MIT zou gaan, maar de grootste doelgroep

bestond uit mensen die iets willen leren of geïnteresseerd zijn. Dat was verrassend.” Kort geleden heeft de TU de vijftigste cursus op de website geplaatst. Het betreft een introductie van de bachelorstudie technische bestuurskunde. Daarmee wil de TU aankomende studenten een realistisch beeld geven van de opleiding en ze helpen een opleiding te kiezen die bij ze past. “We willen studenten zo goed en zo reëel mogelijk voorlichten”, zegt Mulder. Uiteindelijk hoopt Mulder van alle veertien bacheloropleidingen aan de TU introducties op open courseware te publiceren. Dat kan volgens haar helpen bij aansluitingsproblemen van bijvoorbeeld hbo’ers, internationale studenten en vwo’ers. Er zijn dus ook minder altruïstische redenen, geeft Mulder toe: meer studenten trekken. Of dat lukt, is moeilijk te meten. “Soms hoor je studenten open courseware als reden noemen om hier te studeren. Ik weet in ieder geval zeker dat we hiermee de reputatie van de TU Delft versterken.” Dat is volgens Mulder wat de universiteit er zelf aan heeft. “De universiteit ontleent haar reputatie vaak aan onderzoek, maar hoe profileer je je onderwijs? Natuurlijk door de kwaliteit van je afgestudeerden. Open courseware is een middel om te laten zien hoe je onderwijs er uit ziet.” Dat zorgt ook meteen voor een ander voordeel voor de universiteit, vindt Mulder. “Je verbetert je onderwijsmateriaal. Als je het namelijk ter beschikking stelt van de hele wereld,

’De vraag naar onderwijs neemt toe, maar de middelen niet’

Muziek & chemie

Delfts studentenmuziekgezelschap Krashna Musika gaf zaterdag ter afsluiting van haar voorjaarstournee een concert in het Auditorium. Op de foto sopraan Markéta Mátlová. (Foto: Hans Stakelbeek/FMAX)

er met het college van bestuur over gehad en dat vindt het ook belangrijk. Ik word nu goed ondersteund.” Als eerste president van buiten de Verenigde Staten wil ze de focus verleggen van het aanbod naar de gebruiker van lesmateriaal. “Nu gaat het erom wat die gebruiker er mee gaat doen. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat hij het materiaal vindt en samen met andere studenten gaat gebruiken?” Mulder verwijst naar een initiatief als open study. Studenten kunnen elkaar op openstudy.com snel antwoord geven

'Docenten denken dat het veel tijd kost, maar dat is helemaal niet zo' universiteiten goed over nadenken”, zegt Mulder. “Studenten komen naar Delft omdat een diploma van de TU top is. Wij zijn geaccrediteerd, beoordeeld aan de hand van kwaliteitseisen. De toegevoegde waarde van de universiteit zit minder in het leveren van informatie, maar vooral in het helpen om te leren. In context. In het contact met medestudenten en in de waarde van een diploma. Je moet je alleen wel realiseren dat je rol als universiteit anders is.” Mulder wil kijken naar zogeheten blended learning: een mix van live en digitaal onderwijs door gebruik van ict. “We moeten nagaan of we het zouden willen om opleidingen echt alleen virtueel aan te bieden. Stel dat we de cursus watermanagement aan veel meer mensen willen aanbieden? Bijvoorbeeld aan studenten in Afrika en Azië die niet de tijd of het geld hebben om naar Nederland te gaan. Als je dat online kunt aanbieden moet je een betrouwbare manier zoeken om mensen goed te toetsen. Je wilt immers betrouwbare diploma’s met een hoge kwaliteit leveren.” Ook in het hoger onderwijs in Nederland kan blended learning een belangrijke rol spelen, meent Mulder. “De vraag naar onderwijs neemt toe, maar de middelen niet. En hoe organiseer je levenslang leren voor mensen die tien, twintig jaar geleden klaar waren met hun opleiding en toch weer willen leren? Dat valt niet mee.“

ocw.tudelft.nl openstudy.com


DELTA. 17 26-05-2011

science

opinion please

04

Tall ships in tight spots Increases in both ship sizes and traffic density in harbours necessitate better manoeuvrability of modern ocean giants. PhD researcher Serge Toxopeus improved manoeuvring simulations considerably, thus paving the way for less unwieldy designs. Jos Wassink

E-Car needs its Apps ‘The emergence of the electric car is leading to a suite of smartphone add-ons,’ writes New Scientist (14 May 2011). IDE researcher, Dr Sacha Silvester, agrees and adds: “Apps are crucial to compensate for the limited range.” The New Scientist article describes how the app for the full-electric Nissan Leaf recalculates your route and gives feedback on your driving style depending on the life left in the batteries and the mileage left to travel. And that’s not all. Drawing on a host of original ideas, apps will also help you plan your trip and navigate you through the hazards of running out of power by a host of original ideas, most of which couldn’t exist without mobile information technology. TU alumnus, Crijn Bouman (MSc), knows what it’s like to see your travel range plummeting. He is the founder of the company Epyon, which develops fast battery chargers for electric cars, and drives a Nissan Leaf himself. “We’ve calculated that if you fully turn on the air conditioner, you’re using 2 kilowatt. This reduces your travel range with 10 to 15 percent.” Bouman has an app on his smartphone that allows him to cool his car while it is still charging. “I haven’t used it yet, but in the summer I surely will.” Silvester, researcher at electric transport centre D-incert, thinks smartphone apps are necessary in trip planning: “It helps you make the planning based on the current charge; it knows where you can recharge and it can book a charging point for you at the destination.” Silvester says a peer-to-peer network is emerging with people who own a private charging point, but who want to make it publicly available to other e-drivers as well. An app can bring such people together and settle the accounts.” Bouman believes that in electrical transportation the challenges lie especially in the information technology, more so than in hardware technology. “Electric cars are like computers on wheels”, he says. “Apps and smartphones go very well together with them; they add to the high-tech feeling it is to drive electrical cars. Especially during the early stages, when recharging stations are scarce, apps can play an important role. Apps can help you to avoid running out of power, as they will tell you where to recharge your batteries. They make it more easy to employ the car in your daily life.” The rechargers that Epyon develops are all connected with one another via internet and are also able to communicate with smartphones. They recharge a battery to up to 80 percent in 15 to 30 minutes. “At the moment, a company is developing an app that will allow you to follow the recharging process on your smartphone,” says Bouman. “That way, while you’re sitting in the cafeteria of the fuel station you’ll know whether you have time to drink another cup of coffee or not. I think the app business for electrical cars will become booming.” “People will have to adapt their lifestyle to the electric cars,” Silvester believes, and this starts by coping with longer stops at recharging stations (as compared to gas stations). But far from being a nuisance, such electric charge shops could develop into temporary offices, in which you take a desk, get online and continue your work while your batteries get topped up. Silvester can imagine that such walk-in offices will flourish. (TvD/JW)

Simulations of a ship performing special manoeuvres like steering alternatively full port and starboard for about a minute, or steering full rudder and making a 360-degree turn, can go painfully wrong. In examples quoted by PhD researcher, Serge Toxopeus, the simulation underestimated deviations from the zigzag course by almost 30 percent, while overestimating the diameter of the narrowest turn by 46 percent. Toxopeus, who after graduation from TU Delft in 1996 went to work at the Maritime Research Institute Marin in Wageningen, set out to prove that the simulation could be improved if different input data were used. Traditionally, the input data describing the forces and moments on the ship’s hull are based on measurements made of a scale model in a large tank. It’s perhaps a bit confusing that what seems to be a calculation - a simulation - is in fact based on empirical data, but so it is. Nonetheless, tank tests provide a set of parameters that are used in simulations to calculate the forces on the ship’s hull and, hence, its trajectory through the water and manoeuvrability.

HTC-ship model during manoeuvring test. (Photo: Marin)

Alternatively, one can calculate the forces on the hull under a certain course using computational fluid dynamics (CFD). Progress made in software and computing power now render this a feasible approach, although it still typically requires a couple of days to

Simulations of a ship performing special manoeuvres can go painfully wrong evaluate a hull design. Toxopeus has used both a physical and numerical model of a large container ship, called Hamburg Test Case (or HTC), to evaluate this numerical approach. He found that simulations based on the CFD data corresponded better with the tank tests than those based on empirical parameters. This means that a ship’s manoeuvring behaviour can

be forecast much more reliably while still under design, thanks to CFD. Does that mean that tank tests will become obsolete for testing ship designs? Absolutely not, says Professor Rene Huijsmans (Mechanical, Maritime and Materials Engineering), who was Toxopeus’ PhD supervisor. “CFD was used by Toxopeus in addition to tank tests, to determine a couple of parameters, which then could be used in a simulation. But to replace the entire tank test by CFD calculations is of another magnitude entirely, and way beyond today’s computational power.”

Serge Toxopeus, 'Practical application of viscous-flow calculations for the simulation of manoeuvring ships', 9 May 2011, PhD supervisor Prof. Rene Huijsmans.

Demo opens micro-workshop

Gerrit Kahlman: "We can operate at microscopic scale." (Photo: Tomas van Dijk)

The Electronic and Mechanical Support Division (Demo) opens a new workshop, specialising in manufacturing ultra fine mechanical prototypes for researchers. The new microcenter itself isn’t very large – how could it be – but it does house some of the world’s best machines for fine mechanics. “No one has a similar machine,” Demo’s director, Gerrit Kahlman, boasts, standing next to a micro-milling machine, a tiny cutter, only half a millimetre thick, which

rotates at more than 100,000 rpm. The material it must cut from the work piece lies underneath, like a fine layer of gold dust. The same room also houses a micro-drilling machine (which works by sparking away the material) and a spark-sawing machine. A vertical boring mill, and a micro-welding machine capable welding wires together down to 0.1 millimetres, complete the set. Most work done here is so fine that one needs a stereoscopic microscope to see any of the action or results. Only then does one see that a sharp-edged letter ‘T’ has emerged, for instance. The ‘T’ measures only half a millimetre and has been spark-drilled for demo purposes into a piece of metal.

The microcenter has been set up in response to the trend that Kahlman noticed in the demand for smaller, finer and evermore complex instruments. Demo has long been catering to the needs of Professor Henny Zandbergen (Applied Sciences), who requires very fine instruments for positioning and manipulating samples under the electron microscope. Another returning customer is Dr Paul Breedveld, from Mechanical, Maritime and Materials Engineering faculty, who, in his biomechanical engineering work, develops surgeon’s tools, especially for surgery of the eye, ear and brain, which requires ever-finer instruments. The microcenter is the keystone for Demo, says Kahlman. Demo can facilitate researchers in designing and building prototypes and research equipment, both in electronics and mechanics. “We can now operate anywhere in between the microscopic scale and that of the Ampelmann offshore platform.” Demo, which employs 90 people at various locations around campus, works primarily for (PhD)researchers and YesDelft startups, offering design and prototyping for half of the real costs, with the university financing the rest. (JW)

Opening Demo on Thursday, 26 May, at 15:30, by the Rector. Info: demo.tudelft. nl


DELTA. 17 26-05-2011

science

05

short news science Climate programme

3D stamps

Helicopter view

European partners, including TU Delft, started the climate research programme Actris with a kick-off meeting in Zurzach, Switzerland, last Wednesday. The programme aims to measure greenhouse gases, aerosols, clouds and radiation to support climate studies, in line with IPCC recommendations. Actris links stations with advanced atmospheric research instruments, says professor Herman Russchenberg, head of the DRI Environment. The TU will coordinate the Dutch part of the Actris programme.

The Netherlands Architecture Institute (NAI) and TNT Post have developed stamps with augmented reality. The stamps show five futuristic buildings designed by famous Dutch architects. When put in front of a webcam, these buildings will appear in 3D on the stamp. By moving the stamp, users are able to see the virtual building from different angles.

Students from the minor 3D Virtual Earth have designed a Google Maps web-mapping interface that allows you to fly virtually through Delft and view buildings from different angles. For this they used data - point clouds - obtained with a laser scanner from a helicopter. Dr Gerwin de Haan, expert in interactive data visualization, wants to extend the 3D world to the whole of the Netherlands.

bit.ly/lIOHPH

Photo Comic

The Science Centre has introduced another way of putting Delft inventions in the spotlight: a photo comic featuring TU researcher Dr David Abbink. A series of six comics will be published in the Dutch popular science magazine, Zo zit dat, (which roughly translates as: How it is), for kids aged 6 to 11. Abbink, with his youthful appearance and wild hair, makes regular appearances as a science presenter. He also researches haptic steering and gas pedals at 3mE.

Mimicking mangroves

bit.ly/mi2DP6 (Works with Firefox)

halfway

was developed earlier at TU Delft, and used it simulate the situation at the Dhamra Port. According to Suzuki, it is not well understood what happens when waves dissipate over vegetation fields, which renders it difficult to precisely predict how well these natural barriers protect coastal areas and how vulnerable the vegetation is. Until now, most research was conducted using relatively simple, one-dimensional models, he says. To add more realism and complexity to the model, Suzuki conducted experiments in a water tank in Delft, mimicking vegetation fields with thousands of rigid wooden cylinders. The movements of little plastic balls, which he added to the water, gave him an exact

With thousands of rigid wooden cylinders, Suzuki mimicked a mangrove forest. (Photo: Everglades National Park)

Tomohiro Suzuki mimicked waves hitting salt marshes and mangrove forests to better understand the hydrodynamic forces at play. Tomas van Dijk The port situated near the mouth of India’s Dhamra River was recently completed, yet it is already under threat. Lying just in front of the port is a mangrove island that dissipates the waves, thereby protecting a har-

bor that lacks artificial wave breakers. Tomohiro Suzuki (Civil Engineering & Geosciences faculty) however warns that the island might not be there forever. “The mangrove trees are susceptible to environmental changes,” he says. “Human activities such as dredging and increasing extreme events caused by climate change might alter the current situation.” The Dhamra Port is one of the case studies described in Suzuki’s thesis, ‘Wave dissipation over vegetation fields’, which the hydraulic engineer will defend on 30 May. Suzuki ameliorated a computer program called Swan (Simulating Waves Nearshore), which

'The mangrove trees are susceptible to environmental changes' picture of all the velocity fields. Finding the right little balls was quite a feat. “The experiments would have been very expensive if I had asked a chemical company to produce them for me. So instead I used bullets from an air gun - a child’s toy. The density of these bullets was slightly too high so I plunged them in candle grease,” the researcher explains, laughing. Suzuki discovered strong vortexes situated right in front of the vegetation - at the cliff – and behind the vegetation. “These vortexes might sweep away seedlings,” he says. “In view of conservation efforts, this is an interesting insight.”

cover It took him four months to grow the crystal, which now adorns the cover of his PhD thesis in real-life size. He took the photo himself, using some coloured filters for the effect. A friend of his, Daniel de Vos from DavoCreations, added light, smoke and lettering. A crystal grows, Dr Jan-Harm Urbanus explains, when the solution becomes over-satisfied due to evaporation, pHchange or temperature drop. This can happen in seconds (many small crystals) or in months. The essential thing is that the crystal be a very pure form of a certain chemical, in this case cinnamic acid. Urbanus works as a researcher in separation technologies at TNO in Delft. He

optimised crystallisation as a separation technology for the production of bio-based materials. Wood, corn or straw are typically converted into sugars, from which micro-organisms produce useful chemicals. Crystallisation can be used to extract the pure product from a solution. In practice, however, the crystals will not grow as long and as large as the one shown on the cover.

Dr Jan-Harm Urbanus defended his thesis on Monday 16 May 2011. PhD supervisors were Prof. P.J. Jansens and Dr. Joop ter Horst from Mechanical, Maritime and Materials Engineering.

Xiaohua Lian: “Cognitive radio will be the next thing.” (Photo: Tomas van Dijk)

Sensing free space Name: Xiaohua Lian (31) Nationality: Chinese Supervisor: Dr Homayoun Nikookar (Electrical Engineering, Mathematics and Computer Science Faculty) Subject: Array signal processing technique for cognitive radio Thesis defense: In one year “I work on a technique that will help improve the utilization of the electromagnetic radio spectrum. It’s called cognitive radio and is defined as an intelligent wireless communication system that is aware of its environment. You know the radio technologies 3G (3rd generation mobile telecommunications) and 4G? Well cognitive radio will be the next thing. Worldwide the spectrum is divided in bands which can be used under license by telecom companies, for instance. But with the ever-increasing demands of the electromagnetic radio spectrum, for mobile phones, and also many other appliances, like microwaves for instance, soon there won’t be enough spaces left in the spectrum. Most of the time however the spectrum is not being used efficiently. Here is an example: when you’re on the phone, you use it only about 30 percent of the time. You say ‘hi’ to someone, and then you wait for the other person to respond by saying ‘hi’. During that moment in between you are not really talking, but rather waiting, and it’s the same thing with spectrum usage. The whole spectrum is not occupied the whole time. Cognitive radio systems can sense the available free space of the spectrum and use it for their own communications. Of course, besides technical issues, there are a lot of juridical issues to be solved, and business models to be developed. Licensed users will not allow unlicensed users to use their band for free. To avoid interference with licensed users, cognitive radio systems use direction antennas that direct sharp beams towards their own users, and they then send so-called ‘nulls’ in the direction of the licensed users. A null is an area in an antenna’s radiation pattern where the signal is spatially cancelled out almost entirely. This transmission part is what my research is mostly about; more specifically, the topic is called ‘beamforming technique for cognitive radio transmission’. I employ array signal processing techniques to solve this problem. I do have a background in this field: before starting my PhD in Delft, I worked on this topic as a PhD student at the Nanjing University of Aeronautics and Astronautics, which is a military-oriented university. I felt settled in Nanjing, but decided to leave China and apply for a research job in Europe, because as a child I used to hear broadcasts on the radio about Chinese scientists who went abroad to study and then came back after a while to contribute more to our country again.” (TvD)


DELTA. 17 26-05-2011

international students

06

Talking point: actions have consequences As a student in this day and age, the great debate is that of langstudeerders (literally ‘long-studiers’, in English). For anyone lucky enough to have missed the debate thus far, it is basically one of the ways the Dutch government is planning to shore up its finances - by fining all students who take longer to complete their studies than the allotted amount of time. While there are many sides to the debate, it all boils down to this: they set a deadline and if you do not meet it, there are consequences. There are all sorts of deadlines in life. Catching a flight. A doctor’s appointment. Handing in an assignment on time…. Oh wait, here at the TU Delft, that last one doesn’t always apply. No, what happens too often is that while half the class spends sleepless nights trying to make sure the assignment is done before the deadline, the other half will simply ignore the deadline, take their time, and hand it in at their leisure. Is that really fair? Most people would say no. But apparently fair is not something all professors care about, because in most cases, there are no consequences for handing in late work. No points deducted, no refusal to take the work…nothing.

On the other hand, maybe that’s because they know what it feels like. While you may have been a little preoccupied with other matters, anyone who took an exam recently may have noticed this statement on their answer sheets: ‘The education and examination regulations stipulate that exa-

Wouldn’t a clear and concise description on the consequences of failing to meet a deadline result in improved performance? mination results will be made known within 20 working days’. Yes, approximately one month from the day you took it, you should be able to know whether all your hard work actually paid off. Admittedly, the anxious wait for the results can make it seem like time is moving at a snail’s pace, making one month feel like three. Even so, my experience has been that the amount of times this rule is actually followed is an exception, rather than the norm. Which then begs the question, what

is the point in having a regulation which is hardly ever followed? When it takes seven weeks for exam results to be made known (by which time you’ve already forgotten about ever taking the exam) – why aren’t there any consequences for those involved for not meeting the regulations? In this day and age, when the government has quite explicitly stated what will happen to students who do not meet their guidelines, wouldn’t it be nice if this was applied consistently at the TU? Wouldn’t a clear and concise description on the consequences of failing to meet a deadline result in improved performance on the part of both staff and students? It may even lead to a repeat of the momentous occasion when examination results were published within one week of taking the exam! But more importantly, perhaps students will learn that deadlines do actually mean something when the staff and administration adhere to them. (LM) Do you agree or disagree with the points raised in this week’s Talking Point? Let us hear your opinion: start or join the discussion in the Comments section of the online version of this article at: www.delta.tudelft.nl

WHAT'S COOKING

(Photo: Dhariyash Rathod)

Shrikhand Sweet little nothings at the end of a meal were never a norm in my gastronomical schedule, but there are some revelations that can change one’s mindset, or, in my case, add a sweet tooth. Sweets in India have their own big role, from occasions to celebrations, and each is marked by sugar and milk delights. Milk is a main ingredient in the Indian household and consequently many of our savored dishes are milk-based. I remember going over to a friend’s house once as a child, where my friend’s mother engaged us little children by serving us shrikhand with hot, handmade chapattis, which are flat cakes made of wheat flour. It was the first time I can remember eating shrikhand, and I was completely overwhelmed, from the wonderfully melting in the mouth texture to a taste not too sweet, yet satisfying the taste buds. Years later, it was Christmas time, and I was invited to dinner at the home of a Dutch family. In India, it’s a good custom to prepare something for the hosts, so I began thinking of preparing something interesting for this Dutch family. Being a novice at cooking elaborate meals, I asked my mother what I should prepare: she suggested making something sweet, like shrikhand, the one sweet dish I happened to love. She sent me her recipe for shrikhand, plus a few extra mother’s little secrets for preparing it just right. Following her recipe religiously, I was able to prepare the dish without too much sweat and effort. And best of all, the Dutch family liked as well when served during our memorable Christmas time dinner together. Shrikhand is a well-known and highly-loved dessert in India. It is commonly served as part of a vegetarian food in Indian restaurants and also very popular as part of wedding feasts. Saffron (Kesar) and cardamom are the best friends of any kind of sweet or dessert. Traditionally, shrikhand is made from hung curd, which can be a painful task to prepare as it takes hours to extract water content from the yogurt. But this recipe uses sour cream instead of yoghurt, which gives better texture and flavor to the shrikhand, while allowing you to make a perfect dessert in a very short time. For those who’d like to welcome friends over with a delicious serving of Shrikhand, one of India’s favorite deserts, just go to www.delta.tudelft.nl for the online version of this article and follow the simple step-by-step instructions. (DR)

(Photo: Elise Talgorn)

malone

Want something? Say something International students can get a raw deal in Delft. Spacebox residents pay €20 a month for kitchen utensils? I would be ashamed if I worked at Duwo. But if international students don’t speak out, nothing will change. I recently spent a day with Rector Magnificus, Karel Luyben, and was disappointed that with all the grumbling I hear, not even a dozen students bothered to show up to this special ‘meet the rector’ event organized for international students. But then one of the students who had a grievance about housing didn’t even want to tell the rector. “What can be done?” he asked. The answer is nothing – as long as that is the attitude students take. It’s not even that hard; just a tiny amount of leaning convinced Duwo to allow students to sublet their student housing, which wasn’t an option before. According to the Delft International Student Society (Diss), students can object to certain clauses in Duwo contracts, such as the one that allows Duwo personnel to enter a room any time they wish; Duwo is obligated to remove such a clause since it violates one’s privacy – but only if a student

asks. Duwo wants to keep its cash cow, and so will work with students and the university administration. Rector Luyben meets with TU Delft students at least four times a year, and at least once specifically with international students, in order to stay in touch with what’s important to us. Diss also wants to make change happen, but they admit it’s impossible if they’re the only ones making any noise. Rector Luyben is listening, Diss is listening, even Duwo is listening. But we’re not talking. Let me tell you how easy it is, based on my experience working for the US House of Representatives: just email Diss and the Rector’s office with an issue and your opinion. That’s all it takes. You can add more, but the only thing they need to know is what the issue is, and your stance on it. For instance: ‘Charging €20 every month for kitchen utensils is criminal. This should be changed.’ That can be the whole email, and that will give the appropriate people an idea of what is important to students, because in the end these are read in aggregate, as in, ‘we got 100 emails this week about kitchen utensils, and they all said the current policy is unaccepta-

ble.’ Do you know why Duwo wouldn’t dare charge Dutch students €20 a month for plates? Because they would have thousands of angry Dutch students and their parents calling Duwo’s office every day. So this is what I’d like you to do: go to the nearest computer, log onto the email program of your choice, and write an email to Diss and the Rector. Tell them one thing that really annoys you about the TU or about Duwo, or better, tell them three or four. Then, tell your friends what you did, and that they should write too, because if we want something, we have to say something. Devin Malone, a second-year MSc student of industrial ecology, is from Anchorage, Alaska.


DELTA. 17 26-05-2011

international students

07

‘From the tap to the lab’ The Royal Dutch Academy of Science (KNAW) has created a special ‘Akademie Assistenten’ programme that involves MSc students in scientific research, with an eye toward interesting them future scientific careers. Instead of working typical student part-time jobs in shops or bars, student academy assistants are paid to conduct research at some of the country’s leading labs and institutions. AAFKE VAN DEN BERG Students participating in this new programme work as a research assistants, and are called ‘Akademie Assistenten’ (or ‘Academy Assistants’ in English. All Dutch faculties can apply for this grant, which is subsidised by the Dutch Ministry of Education. Professor Rob Mudde, the director of education at the faculty of Applied Sciences (AS) from 2006-2010, applied on behalf of the AS faculty. Presently, 12 TNW MSc students are working as Academy Assistants. “Professor Karel Luyben and I realized that this was a great opportunity to give talented students an extra challenge. They can really experience the deceptions and the euphory that are part of doing research,” Prof. Mudde explains. “Some students are hesitant to start a PhD because they think four years is a long time. In fact, a PhD is over in the blink of the eye. Other students doubt their capabilities. But any student graduating with good marks at TU Delft should be able to obtain a PhD degree. By working as an Academy Assistant students can experience all aspects of science and decide whether doing a PhD fits their interests.” But isn’t there plenty of time to consider doing a PhD during the master thesis project, the MEP? “It is better to decide whether you consider doing a PhD before starting a MEP,” Prof. Mudde continues. “When a student knows he or she has an interest in doing a PhD, the student and supervisor can take that into account when doing the MEP. Another advantage of working as an Academy Assistant is the opportunity to look around in more different research groups.”

Broader view International students, Matthew Pierotti (23, Applied Physics), and Sumit Sachdeva (24, Biochemical Engineering), are working together as Academy Assistants in the bionanoscience department of the Nynke Dekker lab. “We’ve been working there since September 2010. We’re tracking small particles in 3D,” Sachdeva says. Both students had their own reasons for applying for the Academy Assistants programme. Sachdeva: “This project isn’t exactly my field, which makes it interesting and gives me a broader view. Of course the money involved also made it attractive.” Pierotti realized that it was a chance to develop research skills that are not necessarily taught in classes: “I developed practical skills like calibration

news in brief New appointment The OpenCourseWare Consortium recently elected Anka Mulder, the Director of Education and Student Affairs at TU Delft, as its new president. In this consortium, 260 educational institutions endorse the objective of making highquality educational material available free of charge online. Mulder says she intends to explore blended learning: a mix of live and digital education via ict. That could be an option for students in Africa and Asia who do not have time or money to travel to the Netherlands for study. “If we can offer them online education about, for example, watermanagement, we should find a reliable way to test their knowledge,” Mulder says.

Minor overload

TU Delft’s student Academy Assistants: Aris Goulas, Paul Derewonko, Santosh Gurunath, Sundararamen Ganesh, Gerwin Koolstra, Matthew Pierotti, Aafke van den Berg and Sumit Sachdeva. (Photo: Hans Stakelbeek/FMAX)

and applications of Matlab.” But why would a student apply for this programme and not for one of the other challenging programmes, like an honours track in the Bachelor’s programme? Prof. Mudde explains: “This project is special, because the students get paid. Instead of doing a job at the local supermarket students can earn money in a useful way.” Or, as the KNAW described it, students go from the tap (working in bars and pubs) to the lab. Gerwin Koolstra (21, Applied Physics) worked in the Nynke Dekker lab. He studied how the structural properties of DNA change when small molecules bind to it. Koolstra would have applied even when the job wasn’t paid: “But only if there would be another form of reward, like credit points, because doing research takes a lot of time.” Prof. Mudde explains that the honours

'They can really experience the deceptions and the euphory that are part of doing research' tracks and the programme for Academy Assistants have a common goal. “We want to encourage students to get the most out of their education,” he says. “With these programmes we hope to change the current academic culture at TU Delft. Students spend a lot of time on committees and other activities outside their education. We want to encourage students to spend more time on their education.” In 2009, when the first group of Academy Assistants applied, Prof. Mudde noticed that there were much more international students than Dutch students interested in this job. He believes this discrepancy is culture related. “I think that international students tend to improve their CV by doing activities related to education, while Dutch students improve their CV by doing activities outside their education.” Before receiving a grant from the KNAW each interested faculty had to write a proposal. “There was much competition with other universities,” Prof. Mudde explains. “Therefore we wanted to write an exclusive proposal. We decided that the Academy Assistants had to work in groups in a multidisciplinary environment. The students should be forced to work outside their own discipline.” He smiles: “The Committee Akademie-Assistenten was very enthusiastic about our plan.” But that first group of students immediately encountered the difficulties of

the plan, he adds, because students had to devote lots of time to understanding the subject, which was not their own discipline. Consequently, progress slowed. “This made the motivation of both supervisors and students go down, Prof. Mudde admits. “So this year students are working on disciplines more related to their studies.”

Professional According to Sachdeva, this year’s programme was still challenging. “Especially the physics part was difficult, because I had no experience working with optics,” Sachdeva says, but adds that it was enjoyable working in a group. “It was very useful to work together. When one of us was busy studying, the other could continue working on the project”. Koolstra also appreciated the group work: “It’s nice to exchange ideas.” Part of the Academy Assistants programme involved a workshop held in September, focusing on working in multicultural environments. “This workshop was redundant, though” Pierotti says, “since we already had such workshops during the Introduction Week for international students. The good part of this meeting and the project was to meet fellow students from all over the world in a professional light, related to my studies. The best way of learning how to work in an international environment is being exposed to it.” Prof. Mudde doesn’t agree that the workshop was redundant, however. “International students have to adapt to a new culture,” he says. “The best way to learn this is to repeat and practice. I experienced how difficult it is to adapt to a different culture when I was working in Japan.” What will happen to the Academy Assistants programme in the coming years? “For next year we have several new research subjects and supervisors,” Prof Mudde says. “Dr Martin Rohde (RRR/Physics of Nuclear Reactors) will take my place as the organiser of the project. It’s good for me to stop before organising this becomes a routine. The grant is finished by August 2012. After that the KNAW hopes that each faculty will continue the project on its own budget.” The Academy Assistants of this year are about to finalize their projects. Pierotti and Sachdeva are now attending meetings to discuss the conclusions on their report. They both say that they certainly hope to continue doing scientific research. www.knaw.nl/akademieassistenten

The procedure for registering for minors will change as of next academic year. It is hoped that this will solve the problem of overloaded systems that cannot cope with the rush on popular subjects. This peak load problem is primarily caused by the ‘first come, first serve’ principle. Because of that principle, hundreds of Bachelor’s students wanted to log on at the same time on May 2, the registration date. The system could not handle this mass action and partly shut down. By the time the system was fully functioning again, a number of students found out that the minor of their choice was full. As of next academic year, students can submit their first and second choices over a longer period of time, and in the end a computer system will randomly select the students.

Telecoms The Dutch government will take action against the country’s leading telecom companies. Economic Affairs Minister, Maxime Verhagen, stated that he not allow telecom companies to charge their customers extra fees for using internet services via their mobile phones that allow them to make free phone calls, nor will these telecom companies be permitted to block internet services, like Skype. The telecom companies planned to start charging people who use applications for texting or telephoning via third-party internet services, and not via the telecom company’s own network

Ban lifted Thanks to concerns about Iran’s alleged nuclear programme, Iranian Foreign Minister, Ali Akbar Salehi, is now once again free to travel in the European Union. He had been banned from traveling in the EU, but EU representative now want to engage Iran in discussions about their nuclear projects, so the ban was lifted. Dutch Foreign Minister Uri Rosenthal initially supported the travel ban on Salehi, but has reversed his position, stating: “We want to and, indeed, we have to do business with him [Salehi], because he’s Iran’s foreign minister now.” Anti-Islam Freedom Party MP, Wim Kortenoeven, attacked the government’s about-face: “This is a country set on destroying the West. You shouldn’t negotiate with a regime like that; you should cut yourself off from it.”

First female Julie Pietrzak has been appointed Antoni van Leeuwenhoek professor at the faculty of Civil Engineering and Geosciences (CEG). With this appointment, Pietrzak, a specialist in fluid mechanics, becomes the faculty’s first female professor. Antoni van Leeuwenhoek professorships are personal professorships that allow excellent young scientists to focus exclusively on teaching and research. Pietrzak, who is British, studied oceanography at the University of Wales, Swansea (1982), where she also completed a PhD in 1987. She was then a researcher at Delft Hydraulics, the University of British Columbia, the Danish Meteorological Institute, the Danish Hydraulic Institute and International Research Centre for Computational Hydrodynamics, before coming to TU Delft in 1999, where she served successively as a research scientist (faculty of Aerospace Engineering) and as an assistant professor at CEG. Since 2000, she’s been an associate professor in the fluid mechanics section of CEG’s Hydraulic Engineering department.

Culture good Research at the Norwegian University of Science and Technology has found that men who enjoy cultural activities, like watching ballet or visiting art museums, are more likely to be happy with their lives and enjoy good health than men who don’t enjoy cultural activities. The research study’s lead author, Koenraad Cuypers, and his colleagues collected data on the activities, life satisfaction levels, perceived health, anxiety and depression of 50,797 adults living in Nord-Trondelag County, in Norway. The researchers controlled for factors like income and education, but nevertheless found that cultural participation proved good for the well-being of both genders.

Men who enjoy cultural activities, like watching ballet or visiting art museums, are more likely to be happy with their lives and enjoy good health than men who don’t enjoy cultural activities. (Photo: Carlton Forbes)


DELTA. 17 26-05-2011

lifestyle

08

Een keuken vol jongens Het studentenhuis op de Oude Delft 35 bestaat 120 jaar. Ter ere van dit 24ste huislustrum nodigden de twintig bewoners vorige week alle oud-huisgenoten uit. Pieter Snoeck (24), student Bouwkunde: “De oudste oud-bewoners zijn ergens in de tachtig en hebben de oorlog meegemaakt.” Floortje d’Hont De studenten beweren na eigen onderzoek in het oudste studentenhuis van Nederland te wonen, maar helemaal zeker weten ze dat niet. “We hebben de almanakken van de studentensteden doorzocht, maar we konden geen ouder studentenhuis vinden dan het onze,” zegt Snoeck. Dat betekent dat ‘Omega Ksi’, zoals de bewoners het huis noemen, in elk geval één van de oudste corpshuizen is. Behalve hond Butch, zijn alle bewoners lid van het Delftsch Studenten Corps (DSC). 120 jaar, dat is een hoop geschiedenis voor een studentenhuis. Merk je daar veel van? Niet echt, op het eerste gezicht. Maar gedurende de rondlei-

ding komen de tradities aan het licht. Sommige kamers hebben namen: de Duiventil, de Portier. Foto’s van oud-huisgenoten en krantenknipsels hangen aan de muren. Er is een ‘Stripotheek’, een indrukwekkende collectie stripboeken die vrijwel niet gelezen wordt. “Alleen de Rooie Oortjes-sectie is nog populair”, zegt Snoeck. De studenten weten maar weinig over de geschiedenis van het huis. “Dat is het leuke aan dit lustrum”, vindt Snoeck. “De oud-huisgenoten hebben zoveel verhalen. De oudste oud-

‘Als er een meisje mee naar huis komt, wordt er creatief naar oplossingen gezocht’ bewoners zijn ergens in de tachtig en hebben de oorlog meegemaakt.” Over de rol van het studentenhuis in de oorlog doen verschillende verhalen de ronde. “Er wordt gezegd dat het hele huis in het verzet zat, volgens anderen waren dat maar een paar huisgenoten. Veel van de verhalen worden door oude mannen aan de borreltafel verteld en moeten misschien met een korreltje zout genomen worden”, vindt Snoeck. En: “We zouden eigenlijk moeten beginnen met de aanleg van een archief.”

Vroeger kende het huis ook een nestor en een nestrix; een inwonend stel dat een aantal verantwoordelijke taken had, zoals het beheren van de huisrekening. Nu doen de jongens dat zelf en is de nestorwoning deels een gemeenschappelijke ruimte met televisies en heel veel banken. Ook de keuken, de bar en de tuin zijn gemeenschappelijk. “We zitten bijna nooit op onze kamer”, zegt Snoeck. De keuken is inderdaad vol met jongens; ze zijn aan het opruimen voor het feest morgen. Het zwembad in de tuin heeft donkerbruin water. “Het is nog te koud om te zwemmen, maar met mooi weer is het schoon.” Gelukkig ligt er een deksel op. Als je net wordt ingestemd in een huis waar negentien andere jongens wonen, kan dat overweldigend zijn. Maar de scheiding tussen het voorhuis en het achterhuis, maakt het behapbaar, vindt Snoeck. In het voorhuis worden ruime kamers gedeeld door de bewoners. Dat is volgens Snoeck nog ‘goed te doen’. Als er een meisje mee naar huis komt, wordt er creatief naar oplossingen gezocht. “Er is altijd wel ergens een bed leeg.” In het achterhuis wonen de oudere studenten, met allemaal een eigen kamer. “Zij zijn al serieuzer met hun studie bezig en hebben geen behoefte meer aan de chaos en het keren.” Het keren, het omdraaien van de matras van de huisgenoten die al slapen na een nacht drinken, kennen meerdere Delftse studentenhuizen. Vaak is dat verworden tot ‘slechts’ wakker maken. De achterhuisbewoners kennen een aantal privileges, volgens Snoeck. Terwijl voorhuisbewoners een aantal keer per week op ‘de zaak’ (het DSC) moeten eten, blijven de jongens van het achterhuis thuis. “Het is te druk om elke dag te koken voor twintig man. En het is belangrijk dat je als jongerejaars op de zaak bent,” zegt Snoeck. “Je leert daar mensen kennen, dat maakt de studententijd veel leuker.” Na afloop van het lustrumfeest rapporteert Snoeck een geslaagd lustrum. “Het ging tot ’s ochtends door. Er waren honderd oud-huisgenoten, de oudsten woonden hier in de jaren zestig.” En verder? “Er hing een ‘tranquilo’ sfeertje.” Tot over vijf jaar.

sport

Bianca Willems van DST Pegasus in actie op de evenwichtsbalk. Zij was een van de ongeveer honderd deelnemers aan het NSK meerkamp in sporthal De Buitenhof. (Foto: Hans Stakelbeek/FMAX)

Met een 5-2 zege in en tegen Waalwijk maakte de herenhockeyploeg van DSHC zondag haar aan het begin van het seizoen gestelde doel waar: onmiddellijke terugkeer naar de eerste klasse. Na de wedstrijd bleek bovendien dat naaste concurrent Pollux verloren had, zodat naast rechtstreekse promotie ook de afdelingstitel definitief binnen was. “We hebben in Waalwijk dus maar ons kampioensfeestje gevierd”, aldus Luit Italianer, een van de vijf doelpuntenmakers. De wedstrijd zelf verliep voorspoedig, al kwam Waalwijk, nog in de race voor de tweede promotieplek, van 0-3 nog even terug tot 2-3. Volgend seizoen wil DSHC een rol spelen in de top van de eerste klasse, ontvouwt Italianer de plannen. “Er komen waarschijnlijk een paar spelers van Victoria naar DSHC ter versterking”, zegt de aanvaller die zelf naar Amsterdam vertrekt. Zondag wordt de kampioensviering in eigen kring dunnetjes overgedaan rondom de laatste thuiswedstrijd in Delft. De voetballers van vierdeklasser Ariston’80 willen ook graag promoveren. Zaterdag begonnen zij de nacompetitie met een 2-1 nederlaag bij Woubrugge. Vlak voor rust, bij een 1-1 tussenstand, ontving doelman Michel van Geel na een botsing de rode kaart op advies van de assistent scheidsrechter. “Onbegrijpelijk voor iedereen”, aldus de verbolgen coach Arjan van der Meijde, die het niet meezat: “Ik zat met drie geblesseerde reservekeepers, dus de kleine Bart van Lakwijk uit het derde moest op de goal.” Toen ook Michiel Biesheuvel na rust na tweemaal geel mocht vertrekken kon een tweede tegentreffer niet uitblijven. In de return, zaterdag in Delft, heeft Van der Meijde niettemin alle vertrouwen. Tegen de honderd turners en turnsters kwamen zaterdag naar Sporthal De Buitenhof voor het door DST Pegasus georganiseerde NSK meerkamp. Een op rolletjes verlopend evenement, aldus Jochem Kempe namens de nog jonge Delftse studentenvereniging. De mannenmeerkamp bestond uit de onderdelen vloer, voltige, ringen, sprong, brug en rek. Jérome Potma (niveau 3) kon als enig lid van Pegasus een gouden medaille om zijn nek hangen. In de hoogste herencategorie (1) viel Pegasus in de prijzen met zilver voor Daan Vermeij en gedeeld brons voor Jimmy Munnix en Ariën de Bok. Witek Nawara won zilver bij de heren 2. Bij de dames, een vierkamp over sprong, brug, balk en vloer, wonnen Carla Velraeds (niveau 3), Charlotte Zohlandt (4) en Max Fleer (6) allen zilver. (JT) Tips? Jimmy.tigges@hetnet.nl

Er waren honderd oud-huisgenoten op het lustrumfeest. (Foto: Sam Rentmeester/FMAX)

time out

Keep the change Geen student die in de horeca werkt omdat het zo goed betaalt; van de fooi moet je het hebben. Tijdens de Nacht van de Fooi, deels georganiseerd door Delftse studenten, doneert de Delftse horeca alle fooien aan het goede doel. Voor wat, hoort wat. Dus krijgen horecabezoekers komende zaterdag in ruil voor hun fooi een mooi feestje voorgeschoteld in de Delftse binnenstad. Her en der spelen bandjes en op de Beestenmarkt is een loterij van door Delftse winkels gedoneerde spullen en high teas en wines van Leonidas. In het geval van de Vergulde Pauw dubbel winst, want de glow in the dark-ballen die de winkel verloot voor het goede doel, zijn gemaakt door kinderen in derdewereldlanden. De eerste Delftse Nacht van de Fooi, in 2007, bracht zo al 20 duizend euro op. En er blijft niks aan de strijkstok hangen, belooft de organisatie – die trouwens elk jaar anders van samenstelling is. Dit jaar helpen vierdejaars luchtvaart- en ruimtevaarttechniek Maxim Vos en eerstejaars techni-

sche bestuurskunde Veerle Berghuis en Manique Hendriks mee namens de TU. Belangeloos, net als de rest van het team, tot de sitebouwers en roadies voor de podia aan toe. Sterker nog: aan het eind van de nacht wordt elke euro verdubbeld en geschonken aan HIV/Aids-voorlichting door Dance4Life in Peru, de bouw van een crèche bij een vrouwenvakschool in Mali en de uitbreiding van een bestaande bibliotheek tot educatief ITcentrum op het Indonesische eiland Batam. Ook Afri-can krijgt geld, een project dat twaalf Keniaanse vrouwen opleidt om wasbaar maandverband te gaan produceren. Evenals het Ethiopische Respo trouwens, dat beweeg- en sportactiviteiten aan jongeren met een handicap biedt. Je zou er bijna nú nog een bijbaan in de horeca voor regelen. Maar aan de andere kant: flink drinken helpt ook, met een bezoek aan het eindfeest in Speakers toe. Proost! (JH)

Nacht van de fooi, op zaterdag 28 mei van 15.45 tot 23.30 uur. Daarna eindfeest in Speakers. www.nachtvandefooi.nl

Stephan


DELTA. 17 26-05-2011

lifestyle

09

Fascisme in noten Er zijn gezelliger onderwerpen dan de negatieve beïnvloeding van de menselijke psyche en de kracht van groepsdruk. Daar kun je een statement tegen maken, maar doe het dan vrolijk: zing het! Theaterproductie, het theatergezelschap van Virgiel, zet in Theater De Veste een musicalversie van The Wave op de planken. Jorinde Hanse Nou ja, vrolijk is misschien wat vergezocht om The Wave te beschrijven. Verrassend is het wel, zo’n lichtvoetig genre voor zo’n zwaar onderwerp. “Toch zijn we niet de eerste die het doen”, relativeert Corneel van der Pol van de Theaterproductie-commissie en derdejaars technische natuurkunde. “In Canada is het verhaal voor het eerst uitgevoerd als musical en in Breda heeft ‘ie ook al op de planken gestaan.” Onder leiding van regisseur Serge van Marion (officieel aangenomen via een sollicitatieprocedure; de Virgilianen wilden wel graag kwaliteit) hebben de Delftenaren het stuk wél een beetje naar hun hand gezet. “Zo speelt het zich niet af op een middelbare school, maar in een masterclass voor high potentials”, vertelt Van der Pol. “En hoewel het verhaal eigenlijk verwijst naar de opkomst van Hitler, maken wij het actueel.” Bovendien is het musicalgenre studentikozer dan een film of toneelstuk, denkt hij. “Het is interactiever. We hebben een band, dansers… Voor de studenten zelf ook het leukst om in te spelen.” In het oorspronkelijk en waargebeurde verhaal van The Wave wil een geschiedenisleraar op een Amerikaanse middelbare school door middel van een experiment laten zien hoe een man als Hitler aan de macht heeft kunnen komen. De leraar, in het herschreven

apps

Scoren voor punten Een beetje TU-student wil scoren. Je studieprestaties zijn meetbaar, maar hoera: je seksprestaties nu ook! En… je kunt er nog een strip van maken ook.

Een half jaar lang, twee dagen per week repeteerde de cast van Theaterproductie voor The Wave. (Foto: Hans Stakelbeek/FMAX)

Delftse stuk gespeeld door laatstejaars technische bedrijfskunde Frank Pijnenborg, begint een project, The Wave. Dat is bedoeld om leerlingen een betere werkhouding en teamspirit aan te leren, zegt hij. Binnen een mum van tijd is de hele school in de ban van The Wave, en worden kritische medescholieren die weigeren zich bij het gezelschap te voegen, verketterd en getreiterd. Op de meeste middelbare scholen is de film nog steeds een verplicht onderdeel van het lesprogramma, maar kende iedereen bij Virgiel het verhaal?

‘We zeggen wel dat WOII nooit meer kan gebeuren, maar is dat wel zo?’ “Niet iedereen”, geeft Van der Pol toe. “Dus hebben we ‘m met z’n allen gekeken; eerst de Amerikaanse versie uit 1981, daarna de Duitse remake ‘Die Welle’ uit 2008. Die Welle is een stuk rauwer. In de Amerikaanse versie draait één van de leerlingen op een gegeven moment helemaal door; in de Duitse versie schiet hij zichzelf door zijn hoofd.” De studenten vonden het thema wel zo actueel: “Met de Tweede Wereldoorlog in het achterhoofd roepen we allemaal wel dat zoiets nooit meer kan gebeuren, maar is dat eigenlijk wel zo? Daar willen we het publiek over laten nadenken.” Tijdens de repetities zochten de stu-

denten zelf uit hoe zij het verhaal wilden brengen. Onderzochten hun karakters: wat zou hun personage nou echt doen? “Daarvoor is professionele begeleiding wel echt nodig”, weet Van der Pol. “Behalve Serge van Marion helpt regieassistent Leonie Overgaag bij The Wave; zij loopt stage bij ons voor haar theateropleiding. En onze dirigent, Haldor Doekes, doet het conservatorium in Rotterdam.” Niet alle studenten hebben bovendien evenveel theaterervaring. “Sterker nog: Frank heeft nog nooit iets met theater gedaan voordat hij deze rol kreeg. Dit was zijn laatste kans; over een paar maanden is hij afgestudeerd.” Die audities waren trouwens – zoals elk jaar wanneer er een nieuwe cast wordt gezocht - al in december; eind december was de eerste repetitie een feit. Sindsdien werken de acteurs twee keer per week aan de musical; de band en de dansers één keer. Een hoop tijd voor een voorstelling die uiteindelijk maar twee dagen te zien is. “Dat is waar”, geeft Van der Pol toe, “maar vaker krijgen we de zaal gewoon niet vol. We laten nog wel wat liedjes horen tijdens de Owee – een mooie manier om te laten zien dat we bij Virgiel echt nog wel wat meer kunnen dan alleen feesten.”

The Wave, woensdag 8 en donderdag 9 juni in Theater De Veste. Kaarten bestellen kan via www.theaterproductie.nl.

Hadden ze dit nu maar bedacht toen je zeventien was. Toen je dacht dat elke vent een machine was en elke vrouw een ervaren criticaster. Natuurlijk weet je nu best dat zelfs Don Juan zijn mindere dagen had, en dat je heus zo gek niet presteert tussen de lakens. Maar geef toe: voor een echte Delftenaar is het een rustgevende gedachte dat je je bedprestatie nu kunt meten. Installeer Sex Track (met het bijbehorende seksclubachtergrondje) op je telefoon, leg hem op je bed of bank (tab even op je voorkeursplek) en… start! O, en

Sex track Leuk ***** Handig ***** Bediening ***** Prijs € 2,39 Platform iPhone, iPod Touch, iPad

ga niet meteen voor de finish, want als je de meting na twintig seconden stopt, denkt de app dat er iets mis gaat. Vervolgens krijg je resultaten op het gebied van tijdsduur, snelheid, intensiteit en hoeveelheid. Geen zorgen: je kunt ze op prioriteit rangschikken. Des te groter de kans dat je de maximale ‘Sextrackium’-score haalt in plaats van het laagste ‘Bronze’. Want ja, dat maakt uit: je kunt je score namelijk meteen delen via de sociale netwerksites en e-mail. Beetje bang dat je afglijdt, zo tijdens tentamentijd of andere stressvolle situaties? De coach helpt je op weg en relativeert: hoe ‘slecht’ is je performance nu echt ten opzichte van vorige keren? Een app voor de pure fun waar eigenlijk maar één ding op is aan te merken: je kunt natuurlijk óók gewoon naar je sekspartner kijken. Die vindt trouwens hoogstwaarschijnlijk behalve jouw prestaties, nog een ding heel belangrijk: humor tussen de lakens. Installeer dus meteen de fotoapplicatie Halftone. Daarmee bewerk je je eigen plaatjes tot Marvell-achtige strips. Kan met je standaard vakantieof stapplaatjes, maar hoe stoer is het om als superheld met je boxer op je enkels te staan? (JH)

Halftone Leuk ***** Handig ***** Bediening ***** Prijs € 0,79 Platform iPhone, iPod Touch, iPad

sportgek

Susan Houterman (dans en fitness) Susan Houterman zit in het demoteam Mixed Up, een zevental danseressen dat alle aan dans gerelateerde sporten promoot die sport & cultuur aanbiedt. De TU sponsort de groep met kleding en gratis sportkaarten. Soms mogen ze naar een event toe waar ze les krijgen van bekende Nederlandse choreografen. Houterman, teamlid vanaf de oprichting in 2007, danste al sinds haar lagereschooltijd. “Eén keer per week met vriendinnen in een zaaltje in de judoschool, daar deden we een soort streetdance. Later ging ik ook gogo dance en step aerobics doen. Toen ik in Delft kwam werden daar pas in mijn tweede jaar dit soort lessen aangeboden.” Tijdens een streetdanceles werd de oprichting van een demonstratieteam aangekondigd waarvoor auditie gedaan kon worden.

Het showelement sprak haar aan. Ze gaf zich op en werd aangenomen, het eerste optreden was op het IO-festival van 2007. Sindsdien verscheen het team bij gelegenheden als Trend Event en het TU-zomerfestival. Het gezelschap traint wekelijks anderhalf uur in een danszaal op het cultuurcentrum. In het begin bedacht een docente de choreografie,

‘Het applaus, in combinatie met de adrenaline, geeft een enorme kick’

Susan Houterman: “Het is een van de weinige sporten waarbij je na vijf minuten knallen helemaal kapot kan zijn.” (Foto: Hans Stakelbeek/FMAX)

nu doen ze dat zelf. “De muziek mixen we ook zelf. Eerst kiezen we de nummers uit na een hele middag luisteren, daarna zoeken we naar danceremixen op internet. Er gaat wat tijd overheen voordat een showtje klaar is.” In de shows van zo’n vijf minuten worden dansstijlen gepresenteerd als step aerobics, gogo dance, samba-aerobics en streetdance. En ja, dat valt zeker onder sport: “Omdat je spierpijn krijgt en er moe van wordt. Het is een van de weinige sporten waarbij je na vijf

minuten knallen helemaal kapot kan zijn. Het applaus, in combinatie met de adrenaline, geeft een enorme kick. Net als het gevoel dat je snel iets aanleert met zijn allen. Het fijne van een team is ook dat je een afspraak maakt om te gaan sporten. Daar krijg je ook nog het sociale aspect bij.” Incidenteel volgt ze wel eens een spinning- of bodypowerles, maar sporten zonder dansaspect motiveren haar niet. “Als ik bij fitness op de fiets zit merk ik dat ik op het ritme van de muziek ga trappen. Het voelt heel erg vrij wat we doen en toch is het heel inspannend. Je gebruikt al je spieren, het houdt je soepel.” Sport is voor Houterman pure ontspanning. Als ze een beetje down is en gaat dansen, wordt ze daar na anderhalf uur weer vrolijk van. Na haar afstuderen in september zal ze zeker zoeken naar een dansschool die iets dergelijks aanbiedt. Mede door haar aanstaande vertrek zoekt Mixed Up trouwens nieuwe mensen.


DELTA. 17 26-05-2011

interview

10


DELTA. 17 26-05-2011

interview

11

’Studenten zijn het zout in de pap’ Als secretaris van de universiteit ben je een ‘opbouwende middenvelder’, vindt Hans Krul. Een middenvelder die geen spelverdeler moet willen zijn, want dan brand je op. Na bijna veertien jaar trouwe dienst aan de TU wordt Krul volgende maand gemeentesecretaris in Delft. Connie van Uffelen Gefeliciteerd met uw nieuwe functie als gemeentesecretaris. Hebt u lang geaarzeld? “Ik zit tien jaar in mijn huidige functie en dan ga je eens om je heen kijken. Je moet niet te lang wachten, anders ben je te oud om nog te switchen. Delft is interessant met zijn kennisstadambities.” Wat trekt u aan in de functie van gemeentesecretaris? “Het is weer een dubbelfunctie: je bent gemeentesecretaris en algemeen directeur. Je hebt de eindverantwoordelijkheid van het ambtelijk apparaat, dat is wel een verschil met hier. Je hebt een bredere bestuurlijke thematiek, breder dan onderwijs, en je zit in een meer politieke omgeving met de gemeenteraad. Wij proberen als TU ook een meer samenhangende kennisregio te maken door met Leiden en Rotterdam in gesprek te zijn. Er is relatief weinig samenhang. Rotterdam en Den Haag gingen hun eigen weg. Ik noem dat altijd maar ‘het Nootdorp moet zelfstandig blijven’syndroom. Ieder voor zich. De buitenwereld holt door en wij zijn maar met onszelf bezig. Daar zie je nu een kentering in, zowel bij kennisinstellingen als bij overheden. Bij Brussel gaat het over regio’s. De gemeente wil dat de gemeentesecretaris zich meer dan voorheen oriënteert op versterking van de kennisregio.” Delft Kennisstad leeft absoluut niet bij Delftenaren, bleek in 2005 uit een onderzoek van Nyfer. ‘Voor de meeste studenten is het een ver-van-mijn-bed-show’, zei u zelf in Delta. “Ja, dat zie je in Leiden ook: een deel van de bevolking is kennisminded en een deel zegt: wat moet ik er mee? Dit college van burgemeester en wethouders zet duidelijk in op de kenniseconomie. Na Amsterdam heb je hier in Delft de grootste creatieve industrie. Die is vooral technologisch georiënteerd. Dat komt door de TU natuurlijk, met haar industrieel ontwerpers en architecten. We hebben veel ict- en hightechbedrijfjes. Veel spin-off. Technopolis is daar belangrijk voor. Daar kan ik vanuit mijn nieuwe rol ook weer een bijdrage aan leveren.” Welke gevolgen heeft uw overstap voor de relatie tussen de gemeente en de TU? Die relatie was een tijd niet zo denderend. “Positief hoop ik. De belangen van de TU en de stad lopen parallel. Daar zie ik geen tegenstelling in. Je hebt elkaar hard nodig om een kenniseconomie van de grond te krijgen. Ik denk dat het alleen maar goed is als er dan dit soort bewegingen zijn van mensen die de organisaties van beide kanten goed kennen en die relatie goed kunnen houden.” Bij uw aantreden als hoofd van de stafeenheid juridische zaken in 1997 schudde u wekenlang handen. ‘Een plezierige bezigheid. Ik heb nog niets gedaan dus iedereen vindt mij aardig’, zei u destijds. Geldt dat nog steeds denkt u? (Lacht) “Dat denk ik niet. Je krijgt ook wel eens vervelende reacties. Al dan niet anoniem. Je kunt het nooit voor iedereen goed doen. De TU is een redelijk politieke omgeving met veel belangen. Je ontkomt er niet aan dat je mensen onbedoeld tegen schenen schopt, omdat je standpunt niet met dat van hen strookt. Dat nemen ze niet altijd in dank af. Als mensen aan je integriteit gaan twijfelen is dat niet leuk. Gelukkig zijn dat grote uitzonderingen. Het is meestal een bepaald type mensen dat weinig geloof heeft in het systeem.” Mensen met wie u samenwerkt, vinden u in ieder geval een harde werker, een goede jurist en joviaal. Ook bent u nogal eens breedsprakig: afspraken met u lopen regelmatig uit. Kunt u in één woord zeggen wat uw grootste uitdaging wordt bij de gemeente? “In één woord? Er is daar een grote reorganisatie aan de gang en Delft heeft de ambitie een omslag te maken van een uitvoeringsgemeente naar een regiegemeente. De gemeente doet heel veel dingen zelf: musea, zwembaden en dergelijke. Een aantal zaken wordt verzelfstandigd. Dat vergt een omslag. Grootste uitdaging is om daar vorm en inhoud aan te geven.” Hoe kijkt u aan tegen de samenwerking van de TU Delft met Rotterdam en Leiden? “Die samenwerking is er al behoorlijk. Wil je goed bijblijven in de kenniswedloop, dan denk ik dat het een goede zaak zou zijn als we die samenwerking verder kunnen intensiveren. Je hebt drie universiteiten en twee medische centra op gemiddeld zeventien kilometer van elkaar. Sowieso moet je altijd in allianties met andere kennisinstellingen en met de industrie gaan zitten. Langs die manier komt het geld steeds meer beschikbaar. Dat spel kun je nog veel beter spelen vanuit die gezamenlijkheid.” Bestaat de TU Delft over tien jaar nog als zodanig? “Als je één universiteit zou worden, dan is er geen TU Delft meer. Dan zou je bijvoorbeeld een Delft Institute of Technology heb-

WIE IS HANS KRUL? Hans Krul (1954) had al een carrière achter de rug als jurist en beleidsmedewerker bij het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en als afdelingshoofd bij de Arbeidsvoorzieningsorganisatie, toen hij in 1997 hoofd juridische zaken werd bij de TU. Drie jaar later werd hij secretaris van de universiteit: een functie waarin hij onder meer directeur bestuursondersteuning en secretaris van het college van bestuur en van de raad van toezicht was en intensief betrokken was bij strategische projecten als Technopolis en de samenwerking met Leiden en Rotterdam. Hij ziet zichzelf als een ‘bestuurlijke verkeersagent’, dienend en opererend achter de schermen. Krul is getrouwd, golft, skiet en is dol op Whisky: zijn kat. (Foto’s: Sam Rentmeester/FMAX)

ben. Je houdt natuurlijk altijd een technologische campus met de naam Delft. Delft en techniek: dat zal altijd blijven bestaan, maar het kan anders georganiseerd zijn. Kijk naar de University of California: Los Angeles en San Francisco zijn zelfstandig maar zitten wel in een holdingmodel. Dat is een ander model dan fuseren. Je kunt ook zeggen: we maken één strategie met zijn drieën en qua organisatie laten we alles hetzelfde. Juridisch heb je heel veel opties, maar je wilt de synergie natuurlijk maximaal benutten. Bijvoorbeeld naar de EU toe.” Wat was uw dieptepunt? “Poeh. Frustrerend is dat steeds als je hard gewerkt had aan een plan - zoals de OOD (Organisatie Ondersteunende Diensten, red.) - er een of andere regeringsmaatregel dwars door heen kwam. Je bent jaren bezig om geld vrij te spelen voor versterking van de primaire processen en dan: pats… is dat geld weer weg. Die onvoorspelbaarheid. Elke keer moet je vanwege dat geld de boel op stelten zetten. Nu ook: dan zeggen ze: we gaan eerst bezuinigen want dat is goed voor u. Goed voor de kwaliteit. Sorry, dat gaat er bij mij niet zo in. Ze gooien eerst een granaat naar binnen en dan zeggen ze: ‘Goh ja dat is wel een beetje uitgebrand hier. Nou, weet je wat: over drie jaar heb je weer een prachtig opgeknapt verblijf. En dat is beter dan wat u had.’ Maar ja, ik zit dan wel twee jaar in een wat mindere omgeving. Dat is gewoon doodzonde. Juist op een moment dat alle energie naar Europa en naar samenwerking moet gaan, moet je weer heel veel energie stoppen in interne processen.”

Je ziet dat ook aankomen met het geld dat wordt vrijgespeeld met de herijking. “Ja, maar ook dan geldt weer net als bij de OOD: het is maar goed dat we ons huiswerk hebben gedaan, want het geld raak je altijd kwijt. Dan zeggen ze in Den Haag: het komt terug, maar ja. Dan komt er minder terug. En hoe komt het terug? Je moet maar zien dat het terugkomt. Begrijpen ze dan niet waar we mee bezig zijn? Kom eens kijken wat er aan de hand is.” U hebt meerdere collegebesturen meegemaakt. Hoe was de sfeer? “Over het algemeen goed. Ik heb met alle collegeleden een goede band gehad, maar het is geen geheim dat de samenwerking van het college van bestuur onder Nico de Voogd onderling niet zo goed ging. Er waren tussen alle collegeleden verschillen van inzicht over strategie. Er was te weinig eenheid van visie en strategie.” Hoe zit dat met het huidige college? “Uitstekend. Collegeleden moeten er alles aan doen om dat ook goed te houden. Anders kun je niet succesvol zijn.” U bent enorm betrokken bij studenten. Oras benoemde u tot erelid en noemt u ‘een ontzettende koning’. “Koning?” (Lacht). “Dat begrip zegt mij niet zoveel. Een van de leukste dingen van mijn werk vind ik het contact met studenten. Studenten zijn het zout in de pap. Juist ook collegeleden steken veel tijd in het onderhouden van een goede relatie met studenten. En dat heb ik ook altijd heel belangrijk en leuk gevonden. Die band met Oras is begonnen toen ik met studenten heb onderhandeld over het reglement van de studentenraad. Als je ziet wat ze allemaal kunnen en doen met studentenverenigingen. Daar heb ik bewondering voor. Studenten denken out of the box. Erg leuk om mee te vertoeven. Erg inspirerend.” Wat zou u uw opvolger aan de TU willen meegeven? “Je moet je open stellen voor alle groepen in de universiteit, zodat je je intermediaire rol optimaal kunt vervullen. Je probeert zaken te harmoniseren. Fricties vermijden. Wat ik vind is uiteindelijk niet interessant. Je probeert de verschillende actoren goed te laten samenwerken binnen de universiteit.” Is dat soms niet lastig? “Ja, maar dat is juist de sport. Dat vind ik juist de lol. Je mag je met alles bemoeien: vastgoed, studenten, medewerkers, science park, de relatie met de gemeente, Den Haag. Je komt een heleboel interessante mensen tegen. En die jongelui ook nog. Wat wil je nog meer? Studenten zal ik het meest missen. En dan zeggen zij meteen: ja maar je hebt Stip bij de gemeente. Dat is zo, maar ik blijf erelid van Oras. Dat gaat nooit verloren.”


DELTA. 17 26-05-2011

loopbaan

12

Pragmatisch duurzaam Anke van Hal is duurzaamheidprofessor bij uitstek. Op de faculteit Bouwkunde én op Nyenrode helpt zij studenten en het bedrijfsleven de juiste balans te vinden tussen zaken doen en duurzaamheid. Haar ideaal: grootschalige vraag creëren voor ecologisch verantwoorde bouwprojecten. Martine Zeijlstra De ene helft van de week is Van Hal te vinden op Nyenrode Business Universiteit. Met hun polo’s en nette overhemden zijn de studenten hier de accountants en managers van de toekomst. Op maandag en dinsdag is Van Hal op de faculteit Bouwkunde bij de sectie housing, om haar TUstudenten te doordringen van het belang van verduurzaming van bestaande woningbouw. Op het eerste gezicht zijn de twee werelden erg verschillend, maar Van Hal maakt die verschillen zo klein mogelijk. Geen wilde ecologische bouwplannen die ontzettend goed voor het milieu zijn, maar waar slechts een select groepje gebruik van maakt. En van groots opgezette nieuwbouwprojecten waar veel geld mee wordt verdiend zonder oog voor het milieu wordt Van Hal ook niet vrolijk. Dus leert zij haar TU-studenten hoe zij zowel duurzaam kunnen bouwen als geld verdienen met projecten. En brengt zij vanuit Nyenrode professionals uit het bedrijfsleven haar duurzaamheidideeën in de praktijk. Tijdens haar studententijd in de jaren tachtig was duurzaamheid jammer genoeg ‘geen onderwerp’ op de universiteit, zegt ze. “Mijn ouders hebben zelf hun eigen huis gebouwd toen ik vijftien was. Samen met mijn vader heb ik de tekeningen

‘Veel duurzaamheidideeën worden niet in de bouwpraktijk doorgevoerd omdat de gewone bouw niet de juiste prikkels krijgt’ gemaakt. Mijn vader was toen al met energiebesparing bezig. Ik raakte gefascineerd door de combinatie wooncomfort en energiebesparing.” Ondanks de weinige aandacht voor het onderwerp lukte het Van Hal om in 1989 op het duurzaam bouwen af te studeren. Ze studeerde af op een moment dat het net als nu crisis was. Maar kwam geen moment zonder werk te zitten. Ze zag een advertentie bij de gemeente Delft voor een medewerker energiebesparing en solliciteerde. “Een maand of drie voordat ik afstudeerde, was ik al aan het werk. Het klikte ontzettend goed. Mijn collega’s zaten in de zaal tijdens mijn afstuderen.” Een van haar eerste projecten was om er voor te zorgen dat gewone bouwers ook ecologisch gingen bouwen. “Best lastig, want hoe realiseer je dat? De gewone bouw denkt vaak dat duurzaamheid extra kost. Ik wilde de hele wereld duurzamer krijgen, maar houd niet van afdwingen. Ik vond het een sport om naar milieumaatregelen te zoeken die mensen niet alleen waardeerden om het sparen van het milieu.” Als voorbeeld noemt Van Hal haar werkzaamheden vanuit Boom Delft

voor het GWL-terrein in Amsterdam. “Het initiatief tot die ecowijk kwam van bewoners uit de buurt. Ik vormde als milieuadviseur een brug tussen bewoners en de gemeente, die door de bewoners niet zo werd vertrouwd. Nu, ruim tien jaar later, is het nog steeds een heel populaire wijk. Dat komt vooral door het autovrije karakter en de gemeenschappelijke moestuinen. Die zijn als milieumaatregelen in het plan gebracht maar hebben er vooral toe geleid dat het een heel veilige wijk voor kinderen is waar iedereen elkaar buiten ontmoet en elkaar kent.” Na haar tijd bij Boom Delft verhuisde Van Hal naar het oosten van het land en constateerde dat de gewone bouw op de oude voet doorging ondanks de ecologische voorbeeldprojecten in het hele land. “Ik wilde heel graag weten waarom al die projecten geen navolging kregen”, zegt Van Hal. Ze promoveerde om daar meer duidelijkheid in te krijgen. “Ik kwam erachter dat veel duurzaamheidideeën niet in de bouwpraktijk worden doorgevoerd omdat de gewone bouw niet de juiste prikkels krijgt om veranderingen door te voeren. Het is heel belangrijk welke informatie wordt gegeven en wie het verhaal brengt. Ik heb er mijn specialisatie van gemaakt hoe organisaties werken, hoe de communicatieoverdracht plaats vindt en samenwerkingen tot stand komen.” De vraag ‘hoe krijgen we de reguliere bouwpraktijk enthousiast voor duurzaamheid’ leidde er ook toe dat Van Hal samen met een aantal collega’s het tijdschrift Puur Bouwen begon. In het tijdschrift informeerde ze de hele bouwketen over de aantrekkelijkheid van duurzaam bouwen. Ze liet niet alleen de voorstanders maar ook criticasters aan het woord. Het tijdschrift hield geregeld debatten in de vorm van een degenduel, bijvoorbeeld over de voor- en nadelen van ventilatiesystemen met warmteterugwinning. “De voorstanders van het woordgevecht vonden het een goed functionerend energiebesparend systeem en verdedigden dit standpunt met verve. De tegenstanders vreesden gezondheidsproblemen als gevolg van slecht onderhoud door bewoners. De toenmalige rijksbouwmeester Jo Coenen kwam er in die rol bijvoorbeeld achter dat hij veel duurzamer bezig was dan hij zelf vermoedde.” Na haar promotie volgde Van Hal haar man naar de Verenigde Staten. Daar ging ze door met het zoeken naar concrete antwoorden op haar promotieonderzoeksvraag. “Ik kwam erachter dat Amerikanen veel pragmatischer met het onderwerp duurzaamheid omgaan. De deskundigen predikten geen duurzaamheid zoals wij, maar zochten gericht naar aansluiting bij dat wat de mensen in de bouw dagelijks bezig houdt. In Amerika was het motto: het maakt niet uit waarom ze duurzaam bouwen, als ze het maar doen. Als de voornaamste prikkel geld verdienen is, moet je ze helpen geld te verdienen met duurzaamheid. In Nederland was geld verdienen aan duurzaamheid vloeken in de kerk.”

Naam: Anke van Hal (46) Woonplaats: Maartensdijk Verliefd/verloofd/getrouwd: Getrouwd, twee dochters (16 en 13) Studie: Bouwkunde Afstudeerrichting: Architectuur Afstudeerjaar: 1989 Loopbaan: Van 1989 tot 1993 werkte Anke van Hal bij de gemeente Delft. In 1993 stapte ze over naar Boom Delft, waar ze tot 1996 bleef. In 1995 zette ze samen met collega’s het tijdschrift Puur Bouwen/Puur Wonen op. Van 1996 tot 2000 deed ze haar promotieonderzoek aan de TU Delft. In 2006 richtte ze haar eigen adviesbureau op. Van 2007 tot nu werkt ze als hoogleraar bij de TU Delft en Nyenrode. (Foto's: Hans Stakelbeek/FMAX)

Het zorgde voor een omslag bij Van Hal. Terug in Nederland stortte zij zich op businessmodellen die er voor zorgen dat maatregelen gericht op een beter milieu zakelijk belang in de hand werken. Toen ze werd gepolst voor een leerstoel duurzaamheid bij de TU Delft werkte ze net twee dagen in de week bij Nyenrode. Met haar Delftse studenten en promovendi en haar relaties in het bedrijfsleven vanuit Nyenrode werkt ze nu aan een groot project gericht op de bestaande woningvoorraad. “Veel woningen die in de jaren zestig uit de woonbouwfabriek zijn gerold, kan men niet allemaal slopen en vervangen. Dat is geen optie, je moet er iets mee doen. Met zowel studenten als promovendi als mensen uit de praktijk zoek ik samen met de overheid uit

‘In Nederland was geld verdienen aan duurzaamheid vloeken in de kerk’ hoe we die woningen zo snel mogelijk kunnen verduurzamen. Dat vraagt om veel technische kennis van mijn Delftse studenten. Maar het is ook een goede casus voor Nyenrode. Want als woningcorporaties dat soort woonblokken aanpakken moet dat behalve op een slimme, snelle milieuvriendelijke manier ook op een financiële aantrekkelijke en sociale wijze gebeuren. Bewoners moeten zo min mogelijk uit hun eigen omgeving worden gehaald. Als je alles zoveel mogelijk prefabriceert en niet alleen rekening houdt met

milieuthema’s als energiebesparing maar met alle bewonerswensen kan dat. Bijvoorbeeld door een soort Lego-pakket te ontwikkelen. Alle aanpassingen aan de huizen zijn dan niet hetzelfde, maar je kunt het als Lego-stenen zelf samenstellen. Op die manier proberen we nu in verschillende delen van het land steeds clusters van vierhonderd woningen in een keer aan te pakken en dat scheelt veel tijd en geld. En reduceert het ongemak van de bewoners.” Voor haar studenten is dit soort praktijkgericht onderzoek heel leerzaam, vindt Van Hal. “En voor de praktijk is het van belang omdat de grote bouwopgave van de toekomst in de bestaande bouw ligt” Duurzaamheid is in de loop der jaren steeds belangrijker geworden, zegt Van Hal. “Als ik terugkijk, is er veel veranderd. Energiebesparing heeft meer aandacht gekregen en is vaak standaard geworden. Het besef is gegroeid dat onze bronnen schaars worden. Duurzaamheid is geen gril meer. Voor veel bedrijven in de bouwsector is duurzaam bouwen zelfs een overlevingsstrategie geworden. Daarom vind ik het ook zo wonderbaarlijk hoe de politiek met het onderwerp omgaat. In de bouw is duurzaamheid steeds normaler geworden, maar de politiek lijkt het niet meer zo belangrijk te vinden. Het zou fijn zijn als daar wat meer enthousiasme zou zijn voor het onderwerp. Dat trekt ook de behoudend ingestelde partijen eerder over de streep.”


DELTA. 17 26-05-2011

reportage

13

In therapie met avatars Fobieën en psychotische stoornissen bestrijden met virtuele technieken. Dat is de tak van sport van dr.ir. Willem-Paul Brinkman van de faculteit Elektrotechniek, Wiskunde en Informatica. U hebt natuurlijk nergens last van. Dat dacht onze verslaggever ook.

Willem-Paul Brinkman: "We hadden liever wat meer doorsnee ogende avatars willen gebruiken om de virtuele wereld natuurlijker te laten lijken. (Foto’s: Sam Rentmeester/FMAX)

Tomas van Dijk Gespannen tuur ik, blanke Europeaan, van onder mijn masker door naar een beeldscherm waarop mijn hartslag en zweetproductie grillige patroontjes creëren. Ik ben net in een virtuele wereld een kroeg binnengestapt bomvol mensen met een Noord-Afrikaans uiterlijk. En het wordt nog erger. Willem-Paul Brinkman heeft net op een knopje gedrukt waardoor de weinig resterende blanken het opeens voor gezien houden en hun biezen pakken. De lege stoelen vullen zich gestaag met Noord-Afrikaanse avatars die de kroeg binnenwandelen. Gelukkig; de sensoren aan mijn vingers geven geen gekke signalen door, ook niet als ik met behulp van een joystick de nieuwe cafébezoekers heel dicht benader en oogcontact maak. Ik voel me bij mensen met een andere huidskleur niet minder op mijn gemak. Ik wist het al, maar nu is het bewijs geleverd. Het patroon op het beeldscherm blijft hetzelfde. “Dat dacht je maar”, lacht Brinkman, die het experiment in een geheel verduisterde kamer in het gebouw van Elektrotechniek, Wiskunde en Informatica (EWI) begeleidt. “De patronen van je hartslag en zweetproductie veranderen wel degelijk. Ze worden iets onregelmatiger. Maar dat kun je met het blote oog niet zien. We hebben computerprogramma’s die dat analyseren.” Brinkman kan vakjes aanvinken op het scherm, met teksten als ‘huilen’, ‘boos’, ‘gespannen’, waarna langs een tijdsbalk het gedrag van de proefpersoon gemarkeerd wordt. Dat kan helpen om achteraf te reconstrueren wat de meest penibele situaties waren. Die afgang blijft me bespaard; er valt dit keer niets aan te vinken. De Delftse onderzoeker ontwikkelt zogenaamde Vret-systemen (Virtual Reality Exposure Therapy) waarmee mensen met hun angststoornissen, zoals vliegangst, hoogtevrees of claus-

trofobie, of psychotische stoornissen zoals paranoia, kunnen leren omgaan. Hij nam het onderzoeksproject, dat al bijna tien jaar loopt, in 2007 over van dr.ir. Charles van der Mast. Een van de eerste producten die uit het angstlaboratorium voortkwamen

Een drukke omgeving en mensen van een andere etniciteit zijn twee factoren die kunnen leiden tot psychoses was een trillende vliegtuigstoel. Twee economyclassstoelen in de hoek van het laboratorium herinneren nog aan de tijd dat Brinkman en zijn collega’s hiermee experimenteerden. Samen met de Universiteit van Amsterdam en de stichting Vliegangstbestrijding Leidse Universiteit en KLM (stichting Valk) ontwikkelden de Delftenaren een systeem waarbij mensen met vliegangst zich met een virtualreality-helm, typische geluiden die bij het vliegen horen en de trillende stoel, echt in de lucht wanen. Zodoende wennen ze aan de sensaties en komen ze over hun angst heen. Het systeem wordt volop gebruikt door stichting Valk, vertelt Brinkman.

tuele wereld te reconstrueren en de mensen eraan bloot te stellen, kunnen de psychiaters de psychotische symptomen beter onderzoeken, en de patiënten uiteindelijk beter helpen, zo is het idee. Maar de virtuele kroeg bevindt zich nog in de pilotfase. Het moet allemaal nog enger. Patiënten vinden het heel beangstigend om lang aangekeken te worden. Die optie moet toegevoegd worden. En het moet ook mogelijk worden om een simpel gesprekje te voeren. “Met het ontwikkelen van een echte behandelmethode zijn we nog jaren zoet”, vertelt psychiater dr. Wim Veling. “We hebben nu onderzocht wat er gebeurt als we mensen blootstellen aan een drukke omgeving en aan mensen van een andere etniciteit, twee factoren waarvan bekend is dat ze kunnen leiden tot psychoses. De

resultaten zijn veelbelovend: paranoïde mensen lijken hetzelfde te reageren op situaties in de virtuele wereld als in de echte wereld.” De wetenschappers voerden het experiment uit met vijftien patiënten en met 24 blanke Europese studenten en medewerkers van de TU Delft. Zij moesten allemaal door de kroeg wandelen en – als een soort afleiding -op zoek gaan naar cijfertjes die vijf willekeurige bezoekers op hun borst hadden gekregen. “In de test met gezonde proefpersonen heb ik de rollen omgedraaid”, legt Brinkman uit. “Hier is de stressfactor de hoeveelheid Noord-Afrikanen in plaats van blanken, aangezien ik als proefpersonen vooral blanken tot mijn beschikking had. Maar het principe blijft hetzelfde.” De kleine toename in grilligheid van hartslag en zweetproductie die Brinkman waarnam nadat hij alle gegevens van alle Delftse proefpersonen op een hoop had gegooid en geanalyseerd, dienen als ijkpunt. De uitschieters van patiënten kunnen daar straks tegen worden afgezet. “Een soort echo”, noemt Veling die metingen. Zijn collega prof.dr. Mark van der Gaag legt uit: “We hebben miljoenen jaren in clans geleefd met slechts enkele honderden mensen. Als gevolg daarvan zit ons brein waarschijnlijk zo in elkaar dat we heel snel in staat zijn om te bepalen wie bij de groep hoort en wie niet.” Het onderzoek moet uiteindelijk leiden tot een middel voor cognitieve gedragstherapie, waarbij, in de woorden van de psychiaters, ‘de wereld de spreekkamer wordt binnengehaald’. “Nu vertellen patiënten ons achteraf dat ze bang waren toen ze bijvoorbeeld in de tram zaten omdat ze het gevoel hadden dat ze werden aangekeken”, vertelt Van der Gaag. “Of ze hoorden flarden van gesprekken en ze dachten dat het over hen ging. In zulke gevallen vluchten ze weg uit de situatie.” “In de virtuele wereld sporen we ze aan om anders te reageren. De drempel om nog een halte langer in de tram te blijven zitten – we willen ook een

Nog enger De laatste tijd werkt Brinkman vooral aan programma’s als de virtuele kroeg die mensen met problemen op het sociale vlak moeten helpen. Hij werkt daarbij samen met onderzoekers van het psychiatrisch instituut Parnassia. “Zij hebben veel patiënten van Noord-Afrikaanse afkomst met een psychose”, vertelt Brinkman. “Die patiënten hebben waanbeelden dat anderen hen kwaad willen doen en ze zijn vooral achterdochtig ten opzichte van mensen buiten hun eigen etnische groep.” Door de sociale omgeving in een vir-

Patiënten worden in een virtuele wereld blootgesteld aan een sociale omgeving.

virtuele wereld in de tram maken - is lager, omdat je weet dat er geen werkelijk gevaar is. De patiënt merkt dan dat iemand op een gegeven moment toch wegkijkt en er eigenlijk niets aan de hand is.” De virtuele werelden zien er nog wel heel nep uit. Moet daar ook niet verder aan gesleuteld worden? “Het fotorealisme is van geen enkel belang”, zegt Van der Gaag. “Als de juiste angstprikkels (cues) er maar inzitten. Neem het systeem tegen vliegangst; daarbij krijg je een helm op waardoor je een beeld ziet met oude vga-kwaliteit. Als je langs de verkeerstoren vliegt, zie je alleen maar blokjes. Dat lijkt helemaal nergens op. Toch gaven mensen over in een emmertje.”

‘Paranoïde mensen lijken hetzelfde te reageren op situaties in de virtuele wereld als in de echte wereld’ Wat verder opvalt aan het experiment is dat de avatars er bijzonder knap uitzien. Hebben de Delftse onderzoekers als een stel nerds hun droomvrouwen (en mannen) geprogrammeerd? En zou dat dan ook niet de reden zijn dat mijn hartslag iets onregelmatiger wordt, vraag ik hoopvol? Die lichte paranoia, hoe natuurlijk die ook schijnt te zijn, blijft immers een beetje gênant. “Nee, daar ligt het niet aan”, lacht Brinkman. “Al is het wel zo dat we liever wat meer doorsnee ogende avatars hadden willen gebruiken om de virtuele wereld natuurlijker te laten lijken. Maar we hadden geen keus. We hebben deze avatars gekocht van een Amerikaans bedrijf. Andere poppetjes had dat bedrijf niet. En het kost heel veel tijd en geld om ze zelf te maken.” Dit stuk verscheen eerder in Delft Integraal 02/2011.


DELTA. 17 26-05-2011

TUdelta.17 > Jaargang 43 Delta is het informatie- en opinieblad van de TU Delft, verzorgd door een journalistiek onafhankelijke redactie.

> Redactie Frank Nuijens, (hoofdredacteur), Katja Wijnands, Dorine van Gorp, (eindredactie), Saskia Bonger, Tomas van Dijk, Erik Huisman, Connie van Uffelen, Jos Wassink (verslaggeving). > Medewerkers Willemijn Dicke, Patrick van der Duin, Robbert Fokkink, Jorinde Hanse, Dap Hartmann, Auke Herrema, Floortje d'Hont, David McMullin, Jeroen Peters, Merel Segers, Ionica Smeets, Jimmy Tigges, Stephan Timmers, Ellen Touw, Robert Visscher. > Foto‘s Sam Rentmeester/ Hans Stakelbeek (FMAX).(info@fmax.nl) > Vormgeving & Lay-Out Liesbeth van Dam > Mededelingen Martin Kers (m.kers@tudelft.nl) > Redactieraad dr. B.B. Scholtens (voorzitter), G.K. Berghuijs, MSc, prof.dr. M.J. van den Hoven, mr. J.J.M. Kok, R.H.G. Meijer, T. Niks, ir. M. Persson, C.J.M. Pieters, prof. dr. B.J. Thijsse, dr.ir. C.A.J.R. Vermeeren > Redactie-adressen Universiteitsbibliotheek Kamer 0.18-0.28 Prometheusplein 1 2628 ZC Delft Postbus 139 2600 AC Delft Tel. 015-278 4848 E-mail: delta@tudelft.nl www.delta.tudelft.nl > ISSN 0169-698x > Druk Wegener Nieuwsdruk Twente, Enschede > Oplage 12.000 > Advertenties H&J uitgevers Postbus 101 2900 AC Capelle aan den IJssel Tel. 010-451 55 10 Fax 010-451 53 80 E-mail:delta@henjuitgevers.nl www.linkmagazine.nl > Abonnement

Een abonnement kost 37,50 en kan elk moment ingaan.

> HOP Delta werkt samen met het Hoger Onderwijs Persbureau Hein Cuppen, Bas Belleman, Marijke de Vries Tel. 071-523 6151 Fax 071-523 2138 E-mail hop@xs4all.nl > Copyright Delta Auteursrecht voorbehouden. Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de hoofdredacteur artikelen, schema‘s of illustraties geheel of gedeeltelijk over te nemen en/of openbaar te maken, in enigerlei vorm of wijze.

Voor advertenties bel met:

H & J Uitgevers Postbus 101 2900 AC evers_2x70_zw-w 14-05-2004 Capelle aan den IJssel

vertenties bel met:

T (010) 451 55 10 F (010) 451 53 80 E delta@henjuitgevers.nl

itgevers 101

aan den IJsel

451 55 10 451 53 80 Neem contact op met Hennie de Ruyter of Mireille van Ginkel voor nadere informatie. @henjuitgevers.nl

ntact op met Hennie de Ruyter of eille van Ginkel voor nadere informatie

mededelingen

14

Agenda Donderdag 26 mei

Zondag 29 mei

Kivi Niria Students Delft 18.30-21.30 hrs - Civil engineer Anton Frima, graduate at Delft University of Technology, talks about his experiences as a field logistician for Doctors without Borders. Anton worked for a total of 16 months in the organisation’s projects in Somalia and Pakistan where he was in charge of the technical, financial and logistical aspects related to a wide range of medical services. Currently, Anton works at the organisation's head office in Amsterdam. Participation in this activity is free of charge. Registration is mandatory via www.kns-delft. nl.

International Student Church 11.30 hrs - Celebrating the resurrection. Students of all denominations are invited to our ecumenical
service every Sunday at Raamstraat 78, followed by tea/coffee. The services are led by the chaplains Reverend W. Stroh and Father Avin, and are supported by student leaders. More information on www.iscnetherlands.nl.

Zaterdag 28 mei Koffie en Thee 15.00-17.00 uur Producten die u dagelijks tegenkomt. Maar waar komen deze planten vandaan? Hoe groeien ze, hoe worden ze geoogst? Heeft u wel eens van luwakkoffie gehoord? Op al deze vragen kunt u antwoord krijgen in de Botanische Tuin van de TU Delft. Gratis toegang en proeven van diverse koffieen theesoorten.

Rock'n Roll Dance Evenings 20.00-22.00 hrs - Come and discover four steps style rock and roll dance every Sunday evening, at the Culture Center with Rock‘n Delft! Every week you discover new moves during the first hour. Then you are invited to stay and practice what you learned. Everyone can come; with or without dancing skills, alone or with a partner, it is really for everybody! Practical info: 1h course, 1h free dance, at TU Delft Culture Center, Mekelweg 8-10 – free entrance. http:// rockndelft.blogspot.com

Maandag 30 mei Wetenschapsagenda • 10.00 uur - Tethers in Space - A Propellantless Propulsion

Announcements Students International Student Chaplaincy Looking for a home away from home, trying to make new friends, interested in intercultural and interfaith activities, needing some inner peace, searching for more than academic challenges? Check the website of the International Student Chaplaincy, www. iscnetherlands.nl, to learn about their wide range offer. Student and Career Support The student psychologists and the central student and careers counselors are located at Jaffalaan 9A. There is some English career information and a vacancy wall in the information centre. Office hours: Monday-Friday from 9.00-17.00 hrs. You can direct your inquiries or make an appointment at the Front Office or by phone: 015-2788004. For an initial appointment with one of the student psychologists you

should first come to one of the open office hours: every day from 11.30-12.30 hrs. The open office hours of the Student counselors are on Tuesdays from 11.30-12.30 hrs and the Career counselors are on Tuesdays and Thursdays from 11.30-12.30 hrs. More information on www.studentandcareersupport.tudelft.nl or http:// careercentre.tudelft.nl. International Office The International Office, Jaffalaan 9a/visitor’s entrance at Mekelweg, office opening times Monday to Friday 9.00–17.00 hrs. Appointments and enquiries can be made by email: internationaloffice@tudelft.nl or by phone: 015-2788012.

In-orbit Demonstration. Promotie van ir. M. Kruijff. Promotoren: prof.dr. E.K.A. Gill en prof.dr. W.J. Ockels. • 12.30 uur – Wave Dissipation over Vegetation Fields. Promotie van T. Suzuki, MEng. Promotoren: prof.dr.ir. M.J.F. Stive en prof.dr.ir. W.S.J. Uijttewaal. • 15.00 uur - Large-scale turbulence structures in shallow separating flows. Promotie van ir. H. Talstra. Promotoren: prof.dr.ir. W.S.J. Uittewaal en prof.dr.ir. G.S. Stelling.

systems. Promotie van P. Matgen, Diplome d’ingenieur. Promotor: prof.dr.ir. H.H.G. Savenije. • 12.30 uur - Hardware Acceleration of Bioinformatics Sequence Allignment Applications. Promotie van L. Hasan, MSc. Promotor: prof. dr.ir. H.J. Sips. • 15.00 uur - Efficient Execution of Video Applications - on Heterogeneous Multiand Many-Core Processors. Promotie van A. Pereira de Azevedo Filho, MSc. Promotor: prof.dr. B.H.H. Juurlink.

Kivi Niria 18.00-20.30 uur – Vanavond zal het debat Politiek en Techniek plaatsvinden in het Kivi Niria gebouw, Prinsessegracht 23, Den Haag. De toekomst van het techniekonderwijs en het rapport Veerman staan centraal. Oo Karel Luyben, rector magnificus van de TU Delft, zal een bijdrage leveren aan het debat. Aanmelden kan via boukebosgraaf@kiviniria.nl.

Dinsdag 7 juni

Maandag 6 juni Wetenschapsagenda • 10.00 uur – Towards the integration of remote sensing observations with operational flood forecasting

Stichting Delftse Natuurwacht zoekt vrijwilligers voor het begeleiden van activiteiten met kinderen van 8-14 14:02 Pagina 1 jaar. www.natuurwacht.nl, 0152783086 of j.f.m.molenbroek@ tudelft.nl.

Literaire Salon 20.00 uur – Salomon Kroonenberg, emeritus hoogleraar geologie aan de TU Delft, is te gast in het leescafé van DOK, Vesteplein 100, Delft naar aanleiding van zijn nieuwe boek ‘Waarom de hel naar zwavel stinkt’. Kaarten zijn verkrijgbaar via info@deomslagdelft. nl voor 13,50 euro per stuk.

Zomerfestival

Wetenschapsagenda • 10.00 uur - 13C labeling studies in the central metabolism of Penicillium chrysogenum. Promotie van ir. Z. Zhao. Promotor: prof.dr.ir. J.J. Heijnen. • 15.00 uur - Agent-based Modeling of Culture's Consequences for Trade. Promotie van ir. D. Verwaart. Promotor: prof.dr. C.M. Jonker.

in samenwerking met Kivi Niria MarTec, Damen Shipyards en de TU Delft het symposium ‘Fast Ships: The Need for Speed’. Het symposium vindt plaats in Collegezaal A van de faculteit Werktuigbouwkunde, Maritieme Techniek en Technische Materiaalwetenschappen van de TU Delft. Toegang gratis. Aanmelden via e-mail: congres@ kiviniria.nl.

Donderdag 9 juni Wetenschapsagenda • 10.00 uur - Characterization of Low-dimensional structures by Advanced Transmission Electron Microscopy. Promotie van E. Yücelen, MSc. Promotor: prof.dr. H.W. Zandbergen. • 12.30 uur - Self-Spacing Algorithms for Continuous Descent Approaches. Promotie van ir. A.C. in ‘t Veld. Promotor: prof.dr.ir. M. Mulder. • 15.00 uur - Human response to aircraft noise. Promotie van M. Kroesen, MSc. Promotor: prof.dr. G.P. van Wee. Froude Symposium 13.00-18.00 uur - Vandaag organiseert Scheepsbouwkundig Gezelschap William Froude

Delta Inleveren kopij Bijdragen van faculteiten, diensten en overigen voor de rubriek 'Agenda' in Delta ontvangt de redactie graag per e-mail: delta@tudelft. nl. Bijdragen dienen zo beknopt mogelijk te zijn. De redactie behoudt zich het recht voor om in te korten. Aanleveren vóór vrijdag 14.00 uur.

Alle promoties, intree- en afscheidsredes genoemd in deze agenda vinden, tenzij anders vermeld, plaats in de Aula van de TU, Mekelweg 5, Delft.

Location: Division re Cultu & ts Spor Mekelweg 8-10 Delft

Dazzled Kid The Opposites Go back to the Zoo Balthazar

Kite Baskerville live | Schradinova | Lola Flexican & MC Sef | Zwart Licht XL And much more! ‘n roll, lounging, And also: 1980s/’90s disco, silent disco, rock a special children’s street theatre, delicious food and drinks and ulator and much programme with swimmingpool, surf sim more activities.

Minimaatjes AC-HOP de vakbond voor Universiteitspersoneel. Voor informatie kijk dan op www. AC-HOP.nl.

Wetenschapsagenda 12.30 uur - Structure and dynamics of hydrogen in nanocomposite solid acids for fuel cell applications. Promotie van ir. W.K. Chan. Promotor: prof.dr. F.M. Mulder.

Woensdag 8 juni

Spelregels minimaatjes. Minimaatjes zijn niet toegankelijk voor het bedrijfsleven. Voor commerciële aanbiedingen en advertenties: H&J Uitgevers (adres in colofon). Minimaatjes zijn maximaal 200 tekens lang. Inleveren vóór vrijdag 14.00 uur via e-mailadres delta@tudelft.nl.

Tickets: €10, @door: €15 Selling points: Sport & Culture Desk, TU Delft Library Desk

Presale starts 13 may!* * Don’t forget to bring your campuscard. For each campuscard 2 additional guest tickets may be purchased by students and 5 by employees. Free entrance for children under the age of 12.

www.zomerfestival.tudelft.nl

Advertentie.indd 1

19-5-2011 8:20:05


DELTA. 17 26-05-2011

mededelingen/opinie

15

Handen gewassen? Check! Heeft het zin om voor een operatie met het operatieteam een lijstje tamelijk triviale punten af te vinken? Chirurg Atul Gawande raakte overtuigd van het nut van zulke checklists en beschrijft zijn zoektocht naar de best mogelijk lijst in ‘Het checklist-manifest’. Ionica Smeets Het boek begint met een anekdote over een man die is neergestoken op een gekostumeerd bal. Hij heeft een kleine steekwond en lijkt niet erg zwaar gewond, dus er wordt geen haast gemaakt bij de eerste hulp. Maar ineens raakt de man in kritieke toestand en in de operatiekamer vindt de chirurg een groot bloedbad in de buikholte. De kleine steekwond blijkt

dertig centimeter diep, achter de ruggengraat is de aorta geraakt. De man kan op het nippertje gered worden, maar alles zou een stuk beter zijn gegaan als iemand even had gevraagd waarmee deze man was neergestoken. Hij was namelijk aangevallen met een bajonet, een steekwapen dat bijna nooit wordt gebruikt in Amerika. Behalve dan bij ruzies op een gekostumeerd bal met iemand die verkleed is als soldaat. Chirurg Atul Gawande betoogt aan de hand van dit soort anekdotes dat het onvermijdelijk is dat artsen af en toe fouten maken. Hun werk is zo gecompliceerd en gespecialiseerd dat het onmogelijk is om alles te overzien. In 2006 werd Gawande door de Wereldgezondheidsorganisatie gevraagd om te helpen bij een wereldwijde campagne ter vermindering van onnodige schade bij operaties. In ‘Het checklist-manifest’ beschrijft hij hoe hij tot de conclusie kwam dat checklists de beste oplossing zijn en hoe hij op zoek ging naar een zo goed mogelijke lijst. Hij vertelt bijvoorbeeld het succesver-

haal van het John Hopkins ziekenhuis dat met een eenvoudige checklist op de intensive care het aantal infecties drastisch verlaagde. Op die lijst stonden vijf actiepunten in de categorie ‘handen wassen’. Door die vijf punten voor elke handeling één voor één af te strepen, werden er veel minder fouten gemaakt. Gawande geeft ook voor-

Ook voor wie geen zin heeft om checklists te gebruiken staan er meer dan genoeg inspirerende voorbeelden in beelden van succesvolle checklisten uit de luchtvaart, bouwwereld en sterrenrestaurants. Hij herhaalt steeds dat complexe problemen niet door een centrale leiding kunnen worden opgelost. Prachtig is het verhaal over Wal-Mart dat onorthodox handelde om burgers te helpen na de orkaan Katherina. De directie gaf de opdracht

‘Doe vooral wat de situatie verlangt’ en richtte zich zelf op het stellen van doelen, bijhouden van de voortgang en communicatie. ‘Het checklist-manifest’ is een vlot geschreven betoog vol pakkende verhalen. Gawande laat zien hoe kleine, schijnbaar triviale veranderingen grote gevolgen kunnen hebben. Ook voor wie geen zin heeft om checklists te gebruiken staan er meer dan genoeg inspirerende voorbeelden in.

Smaakt dit naar meer? Het besproken boek is te vinden op de leestafel in de bibliotheek.

Atul Gawande – ‘Het checklist-manifest, over de juiste manier van werken’, Uitgeverij Nieuwezijds, ISBN 9789057123238, 208 blz. € 19,95.

Aankondigingen Sports & Culture

Algemeen Schrijfwedstrijd ‘Religie: weg van het midden?’ Gaat het in de religie om een leven in balans, het bewandelen van ‘de weg van het midden’ of moeten we juist het radicale pad kiezen? Dat is het onderwerp van de VolZin-opinieprijs 2011. De schrijfwedstrijd staat open voor alle leeftijden. Schrijf een persoonlijk getoonzet essay of betoog van maximaal 1700 woorden. Inzending kan tot 1 juli, via e-mail aan: redactie@volzin.nu, in Word, o.v.v ‘opinie-prijs’ en personalia. Inzenders dingen mee naar een eerste, tweede en derde prijs van 1000, 500 en 300 euro en publicatie in VolZin.

Studenten London Banking Tour De Financiele Studievereniging Amsterdam zal in september wederom naar London gaan om een aantal grote banken te bezoeken met 24 ambitieuze studenten. Je kunt je nu inschrijven op www.londonbankingtour.nl.

Endeavour Awards De Endeavour Awards biedt studentende mogelijkheid om te studeren, onderzoek te doen en zich professioneel te ontwikkelen in Australië. De inschrijving sluit op 30 juni. Zie www.study-in-australia. org/netherlands/scholarships/ voor meer informatie.

loopt via het inloopspreekuur dagelijks van 11.30-12.30 uur. De studentendecanen houden een inloopspreekuur op dinsdag van 11.30-12.30 uur, de loopbaanadviseurs en de studiekeuzeadviseur houden een inloopspreekuur op dinsdag en donderdag van 11.30-12.30 uur.

Student and Career Support Student and Career Support is een onderdeel van de dienst Onderwijs en Studentenzaken. Het omvat de diensten van de studentendecanen, de studentenpsychologen, en het Career Centre met studiekeuzeadviseurs en loopbaanadviseurs en het informatiecentrum. Het informatiecentrum in de hal op de begane grond is geopend op werkdagen van 9.00–17.00 uur. Er is documentatie beschikbaar over onder andere WO- en HBOopleidingen, arbeidsmarkt, studie- en beroepskeuze, buitenlandse studies, en promoveren. Ook is er een vacaturewand. Bij de balie of telefonisch kun je afspraken maken met een van de medewerkers. Voor de studentenpsychologen geldt dat het eerste contact

Bezoekadres: Jaffalaan 9a (ingang Mekelweg); tel. 0152788004. E-mail: studentandcareersupport@tudelft.nl; careercentre@tudelft.nl; studiekeuzevragen@tudelft.nl. Website: www.studentandcareersupport.tudelft.nl; http:// careercentre.tudelft.nl. Online huurprijs check Is jouw huurprijs redelijk? Check www.huurcommissie. nl voor meer informatie en om helderheid te krijgen over huren en geschillen tussen huurder en verhuurder. International Office Het International Office, Jaffalaan 9a, is op werkdagen geopend van 9.00-17.00 uur. Je kunt ook vragen stellen via internationaloffice@tudelft.nl

of telefonisch (015-2788012) een afspraak maken. Studium Generale Het bureau Studium Generale, Jaffalaan 5, is van maandag t/m donderdag geopend van 9.00–17.00 uur. Je kunt ook vragen stellen via studiumgenerale@tudelft.nl of telefonisch een afspraak maken via 015-2783258.

Delta Inleveren kopij Bijdragen van faculteiten, diensten en overigen voor de rubriek 'Agenda' in Delta ontvangt de redactie graag per e-mail: delta@tudelft. nl. Bijdragen dienen zo beknopt mogelijk te zijn. De redactie behoudt zich het recht voor om in te korten. Aanleveren vóór vrijdag 14.00 uur.


DELTA. 17 26-05-2011

lifestyle

16

tekentafeltalenten

Spelen brengt verlichting Warm weer en lange avonden – dé gelegenheid voor een lekker potje voetbal buiten. Of trefbal. Nee, tikkertje. Het maakt niet uit: op het led-verlichte speelveld van IO-student Victor Schade kan het allemaal. Jorinde Hanse

de Huisjongste front office Marjo Vos (50) werkt als assistent catering manager in het bedrijfsrestaurant van IO. In het team van zes of zeven dames is zij de ‘vliegende keep’: een combinatie van leidinggeven en bijspringen waar nodig. Ze werkt al 21 jaar in verschillende TU-gebouwen. Begonnen bij Materiaalkunde, daarna Civiel, Bouwkunde, TBM en nu IO. Elke keer is ze meeverhuisd naar de nieuwe baas, nu Sodexo. De sfeer in het team is volgens haar prima. Als ze iets mocht verbeteren zou dat vooral liggen in het mooier presenteren van de etenswaren, iets meer toe naar het ‘La Place’-idee. (Foto: Sam Rentmeester/FMAX)

jessica van den doel

De coassistent ‘Je bent trainee, wat leuk! En wat studeer je dan?’ Grrr. Ik wil bij dezen even duidelijk maken dat alle managementtrainees die je tegenkomt afgestudeerd zijn. Onder wie een aantal in twee studies. Enkelen hadden in hun eerste jaar ook al flink wat werkervaring en iedereen heeft een assessmentdag met intelligentietests, presentaties en communicatieworkshops doorstaan. Het managementtraineeship houdt in dat je drie keer een jaar lang een project doet op verschillende afdelingen. Daarnaast volg je trainingen in onder andere projectmanagement en communicatie. Je functiecompetenties waarop je wordt afgerekend zijn dezelfde als die van een projectleider. Blijkbaar kunnen we de inhoud van het managementtraineeship echter niet altijd even goed overbrengen.

Naaste collega’s merken dat je je werk goed doet, uitdagingen zoekt en betrouwbaar bent. TU-breed denkt men nog steeds dat je stage loopt. Toen ik laatst mijn werkplek binnenliep, verzocht de bewaking me vriendelijk het gebouw te verlaten omdat de library nog niet open was. Voor studenten dus. Aan de ene kant ontzettend vleiend (alhoewel het in Delft helaas niet meteen betekent dat mensen je jonger schatten dan 28) en aan de andere kant frustrerend. Als jonge hond op de werkplek wil je heel veel, je wilt je bewijzen en je hebt eerder moeite met nee zeggen dan met overwerken. Daarnaast ben je echter nog steeds nieuw, je maakt fouten en hebt zeker nog niet de routine van een doorgewinterde professional. Ook heb je veel vrijheden als trainee. Er worden je heel veel kansen

aangereikt en het enige wat je hoeft te doen is ze te grijpen. De TU investeert in je in de vorm van een selectieprocedure, coördinator en trainingen. Maar de kans bestaat dat je na drie jaar weer net zo makkelijk op straat staat. Je wordt niet opgeleid tot een bepaalde functie maar moet na drie jaar verschillende projecten gewoon ergens solliciteren. Zo voelt het inderdaad als een snuffelstage. En dat is jammer. Jammer voor de TU die goede werknemers nodig heeft en jammer voor trainees die een leuke werkplek willen. Gelukkig werd bij de aanmelding voor de traineeshipreünie naast allerlei trivia ook om een salarisindicatie gevraagd. En wat blijkt? Trainees gaan vaak een succesvolle goedbetaalde carrière tegemoet. Al is dit is meestal niet op de TU.

Eigenlijk wilde Victor Schade (22) voor zijn bachelor-eindproject bij IO een op Pacman geïnspireerd, driedimensionaal doolhof bouwen met dynamische ‘pakkers’ in de vorm van led-tegels. Leuk voor opdrachtgever gemeente Delft, dacht hij, want leuk voor elke leeftijd. In theorie dan. “In de praktijk spelen natuurlijk vooral kinderen buiten.” Dus besloot hij zijn model tweedimensionaal te testen op een Delftse basisschool. “Met ducktape en stoepkrijt tekende ik een doolhof op het plein en drukte de kinderen op het hart dat ze niet over de lijnen mochten lopen – dat kan in een driedimensionaal doolhof tenslotte ook niet. Mijn bedoeling was eigenlijk een spel te creëren waarin die ‘pakkers’ de kinderen achterna zouden zitten; een soort live Pacman. De test was dan wel tweedimensionaal, maar wat bleek: het ‘platte’ model op de grond werkte net zo goed! Toen besloot ik het zo te houden”, vertelt Schade. “Maar ja, alleen een real-life Pacman is wel een beetje saai: op een gegeven moment kennen de kinderen het wel.” Hij nam een enorme gok en besloot op de valreep – twee weken voor zijn eindpresentatie – zijn hele idee om te gooien. “Ik dacht: ik maak het veld flexibel door middel van led-strips die gekleurde, verlichte lijnen kunnen vormen. Dan kunnen de gebruikers er elk speelveld van maken dat ze willen.” Dilo - Dynamische Instelbare Led-Ondergrond voluit - was geboren. Het klinkt bijna als een gekoesterd robotspeeltje. “Maar het was wel twee weken keihard stressen”, lacht de student. Het is een wat ‘rare weg’ om je bachelor-eindproject te doorlopen, vindt hij zelf. Niet alleen door die radicale omslag aan het eind, maar ook omdat hij zijn ontwerpproces helemaal niet zo ver had uitgedacht als veel andere studenten. “Het is wat meer in de conceptfase gebleven, ik heb bijvoorbeeld minder uitgebreid naar het kostenplaatje gekeken.” Toch leverde hij zijn ontwerp zelfverzekerd af, puur op intuïtie. “Het voelde gewoon goed”, zegt hij. “Het heeft veel potentie, zeker omdat ik ook heb voorgesteld om Dilo in te zetten in het bewegingsonderwijs. In mijn beschrijving had ik hem tussen twee basisscholen gepland – dan kunnen dus heel veel mensen er eindeloos veel kanten mee uit.” Slimme zet, want in het beoordelingsteam zat onder anderen iemand van de gemeente Delft, die zelf uit de gymwereld kwam. Schade kreeg er een 7,5 voor. “Wel met de tip om Dilo interactief te maken, zodat de lijnen op de gebruiker reageren – mocht ik hem ooit doorontwikkelen. Nou, dat komt dan helemaal goed: ik ben net aan mijn master design for interaction begonnen.”

Victor Schade nam op de valreep een flink risico, en besloot zijn driedimensionale concept om te gooien tot een multifunctioneel speelveld met led-verlichting. (Foto: Hans Stakelbeek/FMAX)

kriep

Delta TU Delft  

Newspaper Technical University Delft

Delta TU Delft  

Newspaper Technical University Delft

Advertisement