Issuu on Google+

TUDELTA.05

DELTA. 05 10-02-2011 weekblad van de technische universiteit Delft

Deze week in Delta

Designing toys for pigs

01

Boerenzoon in pak Ad van Wijk verlangt niet terug naar 'Boer zoekt vrouw'

SCIENCE:05

INTERVIEW: 10

NIEUWS: 03

INTERNATIONAL: 06

Rijksmonument als studentenkamer

REPORTAGE: 12

What's cooking? Ukrainian borsch

Prentencollectie TU Delft gedigitaliseerd

’Werkdruk omlaag door efficiency’ Onderwijs, onderzoek, acquisitie en projectbeheer kunnen efficiënter, vindt de ondernemingsraad. Dat moet de kwaliteit waarborgen nu het wetenschappelijk personeel steeds meer taken krijgt. SASKIA BONGER De werkdruk bij het wetenschappelijk personeel is hoog en zal de komende jaren verder toenemen, maakt de ondernemingsraad (or) op uit een eigen analyse van TU-statistieken. Onderwijs, onderzoek, acquisitie en projectbeheer moeten daarom efficiënter, vindt de or. Ze bestudeerde statistieken van de ontwikkeling van aantallen studenten, promovendi, en de omvang van het wetenschappelijk personeel (wp). Daarbij blijkt dat het aantal studenten en promovendi harder is gestegen dan de wetenschappelijke staf. Daar komt bij dat de TU bezuinigt op studentassistenten. ‘Dit is opvallend, omdat

Wetenschappelijk personeel krijgt steeds meer taken erbij zij juist een grote rol spelen bij het begeleiden van practica en projecten’, schrijft de or in een advies aan het college van bestuur (cvb). De or signaleert ook andere oorzaken van de toegenomen werkdruk. Zo zijn op een aantal faculteiten docenten als tutor aangesteld met het oog op het bindend studieadvies en kost het extra tijd om een vak in het Engels aan te bieden. De or stelt verder dat van het wp steeds meer scholing wordt geëist. Het moet bijvoorbeeld een basiskwalificatie onderwijs halen en eventueel een cursus Engelse taalvaardigheid volgen.

Daarbij moet het wp al zijn relevantie informatie op Blackboard plaatsen, digitaal onderwijsmateriaal ontwikkelen en ict in het onderwijs leren gebruiken. Ook moet de wetenschappelijke staf cijfers zelf invoeren in Osiris, en heeft de invoering van een centrale collegezalenpool tot gevolg dat docenten op verschillende locaties onderwijs moet geven en dus meer reistijd hebben. Verder moet steeds meer onderzoek gefinancierd worden uit de tweede en de derde geldstroom. Daarvoor moet wetenschappelijk personeel voorstellen schrijven, acquisitie doen en tijdschrijven. En dat alles met minder ondersteunend personeel dan voor de reorganisatie OOD uit 2005. Daar komt de herijking nog eens overheen. “Een deel van de wp-staf zal niet worden vervangen. Het is niet aannemelijk dat al hun taken ook vervallen. Dit betekent dat de overgebleven taken door het zittend personeel gedaan moeten worden”, schrijft de or. De ondernemingsraad pleit in haar advies niet voor meer wp, maar wel voor efficiënter werken. Ze vindt onder meer dat extra geïnvesteerd moet worden in digitalisering van het onderwijsmateriaal en dat digitale hulpmiddelen zoveel mogelijk samen met andere technische universiteiten ontwikkeld moeten worden. Ook het schrappen van keuzevakken verlaagt de werkdruk, vindt de or, net als het cvb. Dat schrappen moet volgens de or niet alleen gebeuren op basis van aantallen inschrijvingen, maar ook op basis van andere eisen als efficiency en actualiteit, om wp-staf niet te demotiveren. De or adviseert verder om promovendi masterstudenten te laten begeleiden. En wp-ers moeten beter geschoold worden ‘in het efficiënt beheren van onderzoeksprojecten’. Ook moet worden onderzocht of ‘de kosten van penvoerderschap van bijvoorbeeld EU-projecten wel opwegen tegen de baten’. “Op basis van dit onderzoek moet de TU Delft prioriteiten stellen”, aldus de or. Rector Luyben zegt eerst te willen nadenken en overleggen voordat hij reageert.

Ongeveer veertig internationale TU-studenten werden zaterdag op De Uithof in Den Haag getrakteerd op een schaatsclinic. Leden van Effe Lekker Schaatsen (ELS) probeerden hen het in hun clubnaam verwerkte gevoel over te brengen. Vanwege evenwichtsproblemen duurde het eerste rondje bij de meesten een kwartier, maar daarna ging het steeds sneller en beter. (Foto: Hans Stakelbeek/FMAX)

Meer ruimte voor selectie Universiteiten en hogescholen mogen voortaan met intakegesprekken studenten selecteren aan de poort. Studenten met een hbo-propedeuse worden niet meer automatisch toegelaten. Deze maatregelen heeft staatssecretaris Zijlstra dinsdag bekendgemaakt. Hij kondigt ze aan in de kabinetsreactie op de aanbevelingen van de commissie onder leiding van voormalig landbouwminister Cees Veerman. Zijlstra neemt de centrale aanbeveling van de commissie-Veerman over: de kwaliteit van het hoger onderwijs moet omhoog, vooral in het hbo. Selectiegesprekken kunnen daar een bijdrage aan leveren. Om daar tijd voor te hebben, wordt de uiterste inschrijfdatum vervroegd. In NRC Handelsblad zegt Zijlstra dat als een instelling ‘aan iemands papierwerk kan zien dat hij of zij bij uitstek

geschikt is voor een bepaalde opleiding’, een intakegesprek niet hoeft. ‘Maar dat is wat mij betreft uitzondering en geen regel. Voorop staat: niemand mag voor een opleiding geweigerd worden zonder dat hij een gesprek heeft gehad.’ Instellingen mogen ongeschikt geachte studenten niet alleen bot afwijzen, maar moeten een advies

Zijlstra trekt geen extra geld uit voor intakegesprekken geven waar de student wellicht beter op zijn plaats is. Zijlstra trekt geen extra geld uit voor intakegesprekken op instellingen. De tijd die zij daaraan kwijt zijn, betaalt zich volgens hem ‘aan het einde van de rit uit’. ‘Alle vergeefse inspanningen die nu worden besteed aan studenten die uiteindelijk toch afhaken, kunnen straks voor een groot deel achterwege blijven.’ Verder wil Zijlstra universiteiten meer ruimte bieden om hun promovendi

de status van bursalen te geven. In plaats van een salaris en een werknemersstatus mogen ze promovendi ook een studiebeurs geven, wat een forse besparing per promovendus oplevert. Ter bestrijding van de hoge uitval moeten scholieren beter worden begeleid bij hun studiekeuze. Sijbolt Noorda, voorzitter van de universiteitenkoepel VSNU, zegt dat universiteiten al hard werken aan de uitvoering van de plannen, maar het niet redden als er tegelijkertijd wordt bezuinigd. Paul Rullmann, lid van het college van bestuur van de TU, zegt dat intake en selectie bezien in de context van alle maatregelen ‘op zichzelf goed zijn’. “Het feit dat je als student uit een groep gepikt wordt, geeft motivatie. Aan de andere kant vereist selectie een grotere cultuuromslag. In het buitenland voelen universiteit en student zich samen verantwoordelijk voor het halen van het diploma.” (HOP, Hein Cuppen/Connie van Uffelen) www.delta.tudelft.nl/22593 en 22589 en 22590


DELTA. 05 10-02-2011

nieuws/column

02

Brieven Bouwkunde www.delta.tudelft.nl @tudelta delta@tudelft.nl

delta online Bonus-malusregeling Staatssecretaris Zijlstra van onderwijs wil kijken of instellingen die goed presteren beloond kunnen worden ten koste van instellingen waarvan de prestaties achterblijven. Hij denkt aan een bonus-malusprincipe.

Exacte masters Exacte masteropleidingen en onderzoeksmasters krijgen meer waardering van studenten en deskundigen dan de masteropleidingen van rechten- en letterenstudies. Dat blijkt uit de Keuzegids Masters 2011.

Studentenacties Studenten in Amsterdam voerden maandag actie tegen het onderwijsbeleid van het kabinet. Ze bezetten een gebouw en openden er ‘de universiteit van de toekomst’. Woensdag volgden Utrechtse studenten met een bezetting.

Hoogleraren Onderwijsminister Marja van Bijsterveldt ziet hoogleraren liever lesgeven dan protesteren. “Het gebeurt veel te weinig dat de professor echt een rol speelt in het onderwijs.”

Langstudeerdersboete De boete voor langstudeerders is waarschijnlijk in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel. Dat menen de Leidse staatsrechtsgeleerde Wim Voermans en zijn Tilburgse collega Maurits Barendrecht omdat de maatregel geen overgangsregeling kent.

Het project ‘Herbouwkunde: Schrijf een brief aan Bouwkunde’ heeft een nieuwe loot. Sinds 4 februari zijn online alle brieven te lezen die zijn verzameld door oud-Bouwkundestudenten Saskia Knoop en Barend Jan Schrieken. Zij namen kort na de brand die in het voorjaar van 2008 de faculteit Bouwkunde in de as legde het initiatief de herinnering aan het gebouw levend te houden. Via brieven aan Bouwkunde konden betrokkenen hun verhaal vertellen. Het was de bedoeling dat de brieven als boek zouden worden uitgegeven. Dat werd een soort postpakketje: een

kartonnen doosje met daarin brieven. Die bijdragen zijn nu te lezen via de direct na de brand in het leven geroepen website. Het gaat om zestig zeer persoonlijke brieven in een sobere vormgeving. Er zitten bijdragen bij van onder meer Francine Houben, Thijs Asselbergs, Carel Weeber, oudrector Jacob Fokkema en Knoop en Schrieken zelf.

www.herbouwkunde.nl

Eerstejaars Het aantal eerstejaarsstudenten aan de Nederlandse universiteiten was dit jaar iets lager dan in 2009. Na jaren van groei was er een daling van 2,7 procent. Bij de TU Delft daalde het aantal eerstejaars met bijna vijf procent naar het niveau van 2008.

Educatieve minor De recent ingevoerde educatieve minor voor bachelorstudenten is een voltreffer. Uit de eerste resultaten blijkt dat bijna zeventig procent binnen een jaar zijn lesbevoegdheid haalde. Eén op de vijf van hen heeft een (kleine) aanstelling op een school.

Dierproeven

YesDelft Students houdt woensdag een bijeenkomst over ondernemerschap. Op het programma staan bijdragen van Victor Muller (bestuursvoorzitter Saab en Spyker Cars), Gerwin Hoogendoorn (oprichter Senz) en Joe Wilson (directeur West-Europa van Microsoft). Zij geven hun visie op ondernemerschap en bedrijfsleven. Locoburgemeester Lucas Vokurka opent het forum.

Stichting Proefdiervrij is in actie gekomen tegen het voornemen van de TU Delft om proeven met dieren te mogen doen in het Reactorinstituut. TU-onderzoekers willen dieren injecteren met radioactieve stoffen. Dat schrijft de stichting op haar site. 'Het ministerie van economie, landbouw & innovatie (ELI) heeft een concept toezegging opgesteld voor de vergunningaanvraag. Daartegen kan bezwaar worden gemaakt. Dat heeft Proefdiervrij dan ook gedaan, er wordt namelijk gesteld dat het gaat om vermindering van proefdieren', aldus Proefdiervrij.

Bijeenkomst Ondernemerschap, woensdag 16 februari van 17.00 uur tot 19.30 uur. Vooraf inschrijven is verplicht. www.yesdelft.nl

‘Studenten zijn geen bierzuipende varkens’ Günther Sturms (32) wordt aanstaande zondag bevestigd als rooms-katholiek studentenpastor bij Motiv. Hij maakt zich zorgen dat studenten steeds minder tijd overhouden voor een brede ontwikkeling. “Deze mensen gaan wel de topfuncties in de samenleving bekleden.”

in bestuurtjes zitten. Dan komen hun zorgen naar boven. Hoe moeten we ons nog ontplooien, vragen ze zich af. Ik vind het prachtig dat ze zijn gaan protesteren in Den Haag, dat ze opkwamen voor hun rechten. Het is jammer en zorgelijk dat studenten straks geen foutje meer mogen maken. Ik vind dat er hard over ze wordt gesproken. Zo ga je toch niet met elkaar om? We zijn een poldermaatschappij, we praten met elkaar over wat belangrijk is. Het geld moet niet gaan regeren.”

SASKIA BONGER Motiv was vroeger het studentenpastoraat. U hebt zelf een rooms-katholieke achtergrond. In hoeverre komt dat nog naar voren in het werk van Motiv? “Wat ik doe heeft te maken met drijfveren, inspiratie en identiteit. We willen studenten laten nadenken over vragen als ‘wie ben ik?’ en ‘wat is mijn plek in de maatschappij?’. Dat doen we met trainingen, maar ook met persoonlijke gesprekken. Deze mensen gaan de topfuncties in de samenleving bekleden. Daarom is het belangrijk dat ze zich breed ontwikkelen, en dat ze weten dat wat ze doen niet op zichzelf staat. Als theologen zijn wij natuurlijk bezig met identiteit en omzien naar de ander, maar mensen zijn vrij om

Günther Sturms: “Ik vind dat er hard over studenten wordt gesproken.” (Foto: Hans Stakelbeek/FMAX)

over hun eigen inspiratie te spreken. Ik luister, zoek mee. Natuurlijk heb ik mijn eigen antwoorden, maar ook anderen moeten die voor zichzelf kunnen vinden.”

schap is een christelijk idee. Nederlanders beseffen vaak niet hoe christelijk onze maatschappij is. Maar ik ben ook een modern mens. Ik gebruik de woorden die studenten gebruiken.”

Dus u spreekt als studentenpastor niet zo gauw over Jezus, God of de bijbel? “We willen samen met studenten nadenken over de ethiek van techniek en de relatie tussen menselijkheid en techniek. Wij willen die menselijkheid niet verliezen. Niet-duurzaam is bijvoorbeeld geen optie. Omdat we een verantwoordelijkheid hebben voor volgende generaties. Dat rentmeester-

Hoe ziet u studenten? “Ik zie gedreven mensen met veel idealisme. Toegegeven, mensen die alleen leven voor geld zie ik niet bij Motiv. Maar ik maak er bezwaar tegen als studenten worden weggezet als bierzuipende varkens. We moeten vertrouwen hebben in de volgende generatie en daarmee in gesprek gaan. We hebben wekelijks lunches met studenten die

Geluksmasters Studenten die een master volgen die anderhalf jaar duurt (negentig studiepunten), hebben geluk. Volgens het wetsvoorstel van staatssecretaris Zijlstra wordt hun master voor het opleggen van een eventuele langstudeerdersboete gezien als tweejarig.

Ondernemerschap

Wat zijn uw plannen voor de komende tijd? “Ik ben mijn inbreng in Motiv nog aan het ontdekken. Ik doe veel aan pr en geef trainingen. En ik heb samen met de drie christelijke studentenverenigingen en Studium Generale een lezingenreeks opgezet over onze Europese identiteit. Verder willen we binnenkort maaltijdgesprekken met phd’s gaan organiseren. Om ook met hen te spreken over wat hen beweegt. Het zijn superspecialisten die de hele dag met cijfertjes bezig zijn. Waarom doen ze dat? En waar lopen ze tegenaan?”

Günther Sturms wordt zondag 13 februari bevestigd in de Lutherse kerk in Delft, om 17.00 uur. www.motiv.tudelft.nl

van der duin

Afstuderen Sinds vijf jaar geef ik een vak waarin studenten leren een afstudeerdervoorstel te schrijven. Dit vak heeft mij ook veel geleerd. Zo leeft onder veel studenten het idee dat er een afruil is tussen de academische waarde en het praktische (lees: bedrijfsmatige) nut van een afstudeerscriptie. Dan blijkt ook dat veel studenten dit ogenschijnlijke dilemma oplossen door te kiezen voor de praktische waarde van hun magnum opus. Studenten zijn er erg op gesteld om hun ‘klant’, dat wil zeggen de fysieke plek waar ze hun afstuderen, tevreden te stellen. Al kan dat ook te maken hebben met de financiële vergoeding die soms ontvangen wordt. De afruil tussen wetenschap en praktijk is verkeerd, of eigenlijk, niet-bestaand. Immers: ‘Nothing as practical as a good scientific theory’, zei Kurt Lewin ooit. Met een goede scriptie snijdt het mes aan twee kanten. Het geeft inzicht in de wetenschappelijke kwaliteit en haalbaarheid van een bestaande theorie en het levert gevalideerde informatie op die van nut is voor een organisatie. Het is de uitdaging voor de student om beiden kanten met elkaar te verzoenen en op een hoger plan te brengen. Maar deze dialectische spanning wordt door weinig studenten begrepen en door nog minder opgelost. Het toenemende multidisciplinaire karakter van veel masteropleidingen maakt de zaak er niet beter op. Hoewel multidisciplinariteit op zichzelf verdedigbaar is, betekent dat een master die niet in het verlengde van de bachelor ligt, niet al te diepgravend kan zijn. Bij het afstuderen wordt dit probleem ‘opgelost’ door dan maar de praktische kant van de scriptie te benadrukken. De breedte van de studie komt dan tot uitdrukking in de praktische waarde ervan maar

voegt vervolgens wetenschappelijk weinig toe. Dit is geen pleidooi om afstudeerders alleen maar wetenschappelijke uitdagingen als afstudeeronderwerp te laten kiezen. Bedrijfskundige en maatschappelijke problemen kunnen zeer geschikt zijn als afstudeeronderwerp al is het alleen maar omdat veel organisaties juist graag iemand willen hebben die vanuit een academisch perspectief naar hun problematiek kan kijken. Praktische kennis hebben ze zelf genoeg en als dat voldoende was geweest dan hadden ze ook geen universiteit benaderd om hen te helpen. Studenten die toch blijven hangen in het praktische geef ik vaak het advies om in de envelop met de scriptie die naar de afstudeerorganisatie gestuurd wordt een factuur bij te voegen. Immers, de student heeft dan een prangend organisatorisch probleem opgelost maar niets toegevoegd aan de wetenschap. Dat noemen wij consultancy. De ironie gebiedt mij wel te zeggen dat veel studenten in het begin van hun afstuderen de ambitie neerleggen om een volledig nieuw model te ontwikkelen. De daarop volgende verzachtende woorden van de begeleiders slaat dan meestal volledig om in een voorstel dat vol zit met termen als ‘operationeel’ en ‘implementatie’. Misschien dat de vraag naar het beoogde academische karakter van hun scriptie meegenomen kan worden bij ‘selectie aan de poort’-gesprekken. Ik heb na vijf jaar geleerd dat het antwoord daarop gebruikt kan worden om te bepalen of studenten geschikt zijn voor het wetenschappelijk onderwijs. Patrick van der Duin is toekomstonderzoeker bij de sectie technology, strategy and entrepeneurship van de faculteit Techniek, Bestuur en Management.


DELTA. 05 10-02-2011

nieuws

Langstudeerders De TU Delft gaat door met de maatregelen tegen langstuderen die in januari bekend zijn gemaakt in het rapport-Brakels. Die maatregelen - onder meer het verhogen van de bsa-norm naar 45 studiepunten - waren opgesteld om het hoofd te bieden aan de door het kabinet aangekondigde boetes voor langstudeerders. De boete die de universiteiten zouden moeten betalen, is echter van de baan. Daar komt een korting van 190 miljoen euro voor in de plaats. Collegelid Paul Rullmann: “Wij blijven zeven jaar studeren het maximum vinden.” De voorzitter van de studentenraad, Caroline

03

Egypte Streng, zei eerder al te vrezen dat de TU de maatregelen doorvoert ‘ongeacht wat Den Haag beslist’. “Het feit dat een student straks een boete krijgt, motiveert al voldoende om te studeren. Als de Haagse plannen niet doorgaan, vraag ik me af of de TU het rapport nog wel moet invoeren.”

Studium Generale heeft een lezing over het eigen 65-jarig bestaan verschoven om in te spelen op de actualiteit. Maandagavond 14 februari geeft Midden-Oosten-deskundige van Instituut Clingendael Bertus Hendriks een lezing over de ontwikkelingen in Egypte, Tunesië en andere Noord-Afrikaanse landen. Hendriks zal de roep om nieuwe regeringen en meer vrijheid in perspectief plaatsen. Hij beantwoordt vragen als ‘wat we mogen verwachten in de nabije toekomst’ en of ‘die toekomst wordt bepaald door economische of religieuze motieven’. En ook: 'Hoe komt

Flirten het toekomstige politieke bestel er uit te zien: wordt het een regering naar Turks of naar Iraans model? Wat zijn de huidige Westerse belangen met Egypte en in hoeverre speelt Amerika een cruciale rol?' Of de lezing daadwerkelijk door zal gaan is afhankelijk van de actualiteit. 'Mocht Hendriks vanwege de actualiteit naar Hilversum geroepen worden dan zal de lezing worden verplaatst naar een ander moment', schrijft Studium Generale.

Valentijnsdag komt eraan en dus kun je misschien wel een workshop flirten gebruiken, dachten studievereniging Curius en Studium Generale. Zij nodigen flirtcoach Esther Popelier van de Flirt In Company daarom uit om op maandag 14 februari een workshop flirten te geven bij de faculteit Techniek, Bestuur en Management aan de Jaffalaan 5. De workshop is gratis, begint om 17.00 uur en is uitsluitend toegankelijk voor studenten. Aanmelden verplicht via de balie van Curius.

www.sg.tudelft.nl

‘Gaaf wonen' aan het Mijnbouwplein Het voormalige Laboratorium voor Technische Physica der Technische Hoogeschool Delft is omgetoverd in 95 zelfstandige studentenwoningen en vier bedrijfsruimten. Connie van Uffelen De eerste studenten ontvingen vorige week hun sleutels en zijn lyrisch. Het rijksmonument aan het Mijnbouwplein 11 maakt dan ook indruk. Imposante trappen met leuningen van gesmeed ijzer. Brede gangen met marmeren tegelwerk op de vloer. Enorme ramen in verdiepingen van vijf meter hoog. Marissa Dekker (21, technische bestuurskunde) kijkt vanuit haar zonnige driekamerwoning voor twee personen uit over bijna heel Delft. “Kijk eens hoeveel licht hier naar binnen komt. Het uitzicht is prachtig!” Ze komt uit een kamer vlakbij de Spoorsingel waarvoor een huisjesmelker 350 euro per maand vroeg. “Hij wilde geen huurverlaging geven, een heel gedoe was dat.” Nu deelt ze met een huisgenoot (‘niet mijn vriendje, maar ik ken hem van vroeger’) een woonkamer, keuken, douche en toilet. Daarnaast hebben ze elk hun eigen slaapkamer. Zij op een entresol. “We betalen met zijn tweeën 620 euro. Goedkoper dan mijn vorige kamer, groter, op een betere locatie, en zonder gedoe met mijn huisbaas.” Het verven van de vijf meter hoge

muren in de gezamenlijke kamer was wel even tobben. “Het plafond was gelukkig al wit.” Gordijnen hingen er ook al. Het monumentale gebouw is een blikvanger en moet een uniforme uitstraling hebben. Daarom moeten de gordijnen van huisvester Duwo blijven hangen. Dekker vindt het prima: “Heel fijn, ze kleuren mooi met de muren. Ideaal.” Het pand werd gebouwd tussen 1917 en 1930. Vanuit de vestibule komen bezoekers langs een portiersloge. Die bestaat uit een kamer voor de conciërge met daarachter een wachtruimte voor bezoekers en een doorgang naar de kamer van de conserva-

Wie hier een kamer bemachtigt, zou spontaan langstudeerder worden tor. In het centrale trappenhuis - in de vorm van een toren - hing ooit een slinger van Foucault die men graag zou willen terughangen. De slinger is echter zoek. Alle verdiepingen herbergen practicum- en leslokalen. Op de tweede verdieping is een grote collegezaal van acht meter hoog. Hij bood tot 1966 plaats aan driehonderd toehoorders. Daarna werd het pand een bedrijfsverzamelgebouw. De verlaten collegezaal klinkt hol. Alleen een oud krijtbord hangt er nog. ‘Jamal is een pannenkoek’, staat er opgekalkt. De zaal is straks geschikt als bedrijfsruimte. Tegenover de zaal ligt een bibliotheek met een houten kastenwand. Deze is van hetzelfde type als die in

Marissa Dekker is lyrisch over haar woning: “Kijk eens hoeveel licht hier naar binnen komt. Het uitzicht is prachtig!” (Foto: Hans Stakelbeek/FMAX)

de prepareerkamer. Sommige studenten krijgen straks dus antieke kasten. Andere woningen hebben balken van de kapconstructie. “Ik houd van balken en vides”, zegt Iris Jönsthövel (derdejaars student industrieel ontwerpen). “Ik ben erg van de architec-

tuur, daarom is het extra gaaf om hier te wonen.” Jönsthövel stofzuigt na dagenlang klussen haar tweepersoons studentenwoning. Ze woonde jarenlang in een studio van een studentencomplex aan de Duke Ellingtonstraat. “Ik fietste

hier altijd langs en dacht: ‘daar wil ik graag wonen, wanneer is het eindelijk af?’ Nu ga ik hier voor het eerst samenwonen.” Het is duidelijk: wie hier een kamer bemachtigt, zou spontaan langstudeerder worden.

ten van nu zijn meer gericht op leuke dingen van het leven.” Als een student lang over zijn studie heeft gedaan, vraagt P&O-medewerker Bakker altijd hoe dat komt. “Als iemand in 1990 begint met studeren en eindigt in 2003 en daartussen niks heeft gedaan, zijn we daar niet blij mee.” Zoiets kan te maken hebben met het verzorgen van zieke ouders, weet directeur Marja Oppenoorth van bemiddelingsbureau Supair. Zij helpt al veertien jaar studenten bij het vinden van een baan en heeft wel wat tips. “Ga nooit in je spijkerbroek naar een sollicitatie. Liever overdressed en met gepoetste schoenen. Mijn vader keek als aannemer altijd of mensen schone handen en gepoetste schoenen hadden. Je hoeft niet met vuile handen te solliciteren.” En de pasfoto van Doorgeest? “Nee, dat is Amerikaans of Duits”, vindt

Oppenoorth. Niet-relevante bijbaantjes? “Schrijf: ‘diverse bijbanen, onder andere’, en dan ook de periode waarin je ze had.” Sporten? “Hobby’s en interesses: altijd vermelden. Je krijgt een baan niet omdat je een studie hebt gedaan, je krijgt hem vanwege je persoon.”

Gezocht: geen vakkenvullers De Delftse Bedrijvendagen trokken de afgelopen week veel studenten op zoek naar werkgevers, maar wat zoeken bedrijven zelf eigenlijk? Ontplooiers of snelle afstudeerders? Corpsballen of alternativo’s? En hebben ze nog sollicitatietips? Nummertjes trekken om je cv te laten checken. Het gebeurt tijdens De Delftse Bedrijvendagen in de aula. Jasper Doorgeest wacht daarom maar even. Hij is vijfdejaars civiele techniek en begint aan zijn these, maar heeft zijn cv nog niet zo vaak hoeven opsturen. Aan medewerkers van Supair - een bemiddelingsbureau verbonden aan de TU – vraagt Doorgeest tips. “Moet ik wel of niet een foto bij mijn cv doen? En draagt informatie over sporten iets bij of niet? Moet ik bijbaantjes die niet relevant zijn voor het werk er nu opzetten of moet ik gewoon ‘diverse bijbanen’ melden?”

Doorgeest heeft zojuist een lezing van multinational Fugro gevolgd. Dat bedrijf zoekt mensen die communicatief ingesteld zijn, zegt Wouter Sotthewes, offshore geotechnisch ingenieur bij Fugro. “Voor mij persoonlijk is communicatie tussen offshore en kantoor belangrijk.” Sotthewes is afgestudeerd in veldwerk in Tanzania. “Ik ben gewend om als eerste op een plek data te verzamelen. Bij Fugro is het belangrijk om een avontuurlijke instelling te hebben en inventief en flexibel te zijn. Je moet in staat zijn overal te werken in een klein lab op een schip.” Studenten hoeven geen corpsballen te zijn. Niet per se jasje dasje. “Je moet juist ook je overall aan kunnen trekken”, zegt Sotthewes. “We hebben een laagdrempelige cultuur.” Dat geldt ook voor het bedrijf IHC-Merwede met zijn scheepswerven. “Wij hebben geen pakkencultuur”, zegt

adviseur personeel en organisatie (P&O) Arja Hotting. Bij sollicitaties let zij vooral op enthousiasme. “Wij geven niet meteen wilde salarissen en leaseauto’s: het gaat ons om je motivatie.” Het bedrijf heeft liever mensen die snel klaar zijn met hun studie, dan langstudeerders die veel bestuurlijk werk hebben gedaan. “Liever relevante ervaring of een leuke afstudeeropdracht”, zegt Hotting. “Je kunt - als je naast je studie tijd hebt - beter bij ons vakken vullen dan bij Albert Heijn, met alle respect.” Studenten van nu zijn lekker mondig, vindt Wil Bakker. Zij is medewerker P&O bij het Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium (NLR). “Je kunt merken dat er iets aan communicatieve vaardigheden wordt gedaan. De ouderwetse student, die vooral was gericht op zijn studie en niet op de mens, bestaat niet meer. Studen-

Connie van Uffelen


DELTA. 05 10-02-2011

science

opinion please

04

Down to earth Engineers like to tinker with fancy devices. Yet some are specialised in taking stuff apart. Part two in a series about demolishers and recyclers: Glare. Tomas van Dijk

The hunt is on Nasa’s Kepler mission has discovered its first Earthsized planet candidates, and the first candidates in a habitable zone, or so New Scientist and Nature magazines reported last week. The findings are based on the results of observations by Nasa’s Kepler space telescope, conducted between 12 May and 17 September 2009. Kepler’s field of view, which covers approximately 1/400 of the sky, observes more than 156,000 stars virtually continuously. Based on Kepler’s data, Nasa scientists identified 1,235 planet candidates. Of these planets, 54 are situated in habitable zones in relation to their stars, where liquid water – and thus perhaps life - could potentially exist. “They selected a direction rich in stars that are comparable in size with our sun, or smaller,” explains Professor Imke de Pater (Aerospace Engineering). The reasons for this were pragmatic: planets rotating around larger stars are harder to detect, and small stars tend to form stable planetary systems. The Kepler space telescope detects planets around stars by using a method that measures small dips in the star’s brightness. This observational method was first proposed by Nasa’s Dr Bill Borucki, who had to convince many people that his method would actually work. “The difference in brightness is extremely small,” explains Prof. De Pater, as she scrolls through the Nature article on her laptop. A planet passing in front of a star may reduce its brightness by as little as 0.005 percent. “I wouldn’t have liked to work out the observations,” she says, “but I do enjoy the results.” A selection of the newly found planets has subsequently been observed by larger, Earth-based telescopes as well. Here the observational method used is to measure the rotation speed of the planets (by measuring the Doppler shift in stellar absorption lines). Combined with the angular velocity, which follows from the observed periodicity of the planet around its star, the velocity allows scientists to calculate the mass. Based on the amount of dimming in the starlight, scientists can then determine the planet’s diameter and thus calculate its density. As of yet there is no information available about the planets’ atmospheres, although Prof. De Pater believes that some day it should be possible to use spectroscopy for detecting the presence of certain elements in a planet’s atmosphere. Absorption lines should show up in the star’s spectrum when the planet passes in front of the star. Spectroscopic analysis of the atmospheres of Earth-like planets could well become the next major space mission. “These Kepler findings will undoubtedly give rise to new mission proposals,” Prof. De Pater believes. One of Kepler’s findings is six confirmed planets orbiting a sun-like star, named Kepler-11, located approximately 2,000 light years from Earth. This is the largest group of planets orbiting a single star yet discovered outside our solar system. All six of the confirmed planets have orbits smaller than Venus’, and five of the six have orbits smaller than Mercury’s. The Kepler-11 findings were published in the February 3rd issue of the journal Nature. “This is a very special discovery,” says exo-planets expert Daphne Stam, who works for the Netherlands Institute for Space Research and is one of the teachers of the MSc planetary science programme at the faculty of Aerospace Engineering. “These planets are orbiting so closely to one another that they influence each other’s orbit,” she explains. “It’s therefore also possible to calculate their mass.” Researchers can deduce the sizes of the planets from their speed of rotation and the decreases in the star’s brightness when the planets pass in front of them. By combining this information with the mass, they can calculate the density of the planets and subsequently deduce what the planets are made of. “In this star system all information comes together,” Stam concludes. (TvD/JW)

They have been in the air for just a few years, but already researchers are thinking of ways to dismantle the A380 aircraft. The material, Glare (GlAss REinforced fibre metal laminate), which the A380s are largely made of, is what the scientists are interested in. Because of Glare’s lightweight, aircraft made of this material are more efficient, which benefits the environment. But can this material also be properly recycled? Scientists disagree on this matter. PhD researcher Guoliang Zhu, of the Metals Production, Refining and Recycling group (EEMCS faculty), pulls a crucible out of the furnace in his laboratory and shows what a small piece of freshly baked or ‘thermo delaminated’ A380 hull looks like. The crucible holds eight, thin aluminium sheets and shreds of glass fibre. Most of the epoxy - the third component in Glare went up in smoke during the two hours of baking at 480°C. The aluminium is of such high quality that after being refined it can still be used for the production of new Glare, Zhu says. He also believes that the pieces of glass fibre can be reused - not for Glare, but rather for the production of glass-reinforced composites, which have many uses, including in boats and cars. Yet to be certain Zhu must still test how strong the fibres are. For now, the only scrap pieces of the material available are the rare leftovers from the production of airplane components, like the windows, which are cut out of the hull. Nevertheless, Zhu, and his supervisor, Professor Yongxiang Yang, believe efforts must now be made in order to ensure the recycling technique is ready before the airplanes are retired, which is expected to be in 30 to 40 years from now. What’s more, the scientists believe that research into this technique should start early, as this will allow the manufacturers to anticipate the recycling process. Aircraft manufactu-

Giving new meaning to the term ‘cradle to cradle’. Glare was developed in Delft and now Delft researchers are trying to recycle it. (Photo: Tomas van Dijk)

rers could then, for instance, consider using a certain type of rivet that would facilitate the recycling process. “To what extent the rivets contaminate the aluminium is something I’ll also investigate,” says Zhu, who began his research one year ago. Dr Erik Tempelman, a researcher at the faculty of Industrial Design Engineering, also experimented with the recycling of Glare during his PhD research in the 1990s. Among his research activities, Tempelman studied a cryogenic delamination technique: he froze

'The aerospace industry prefers virgin materials to eliminate all risks of contamination' small pieces of Glare by pouring liquid nitrogen (at a temperature of -196°C) over the material and then crunched it up. Since the pieces were full of thermal tension – the aluminium wanting to shrink more than the epoxy fibre - they were reduced to scattered bits. “It was very exciting research,” he says, laughing. “You had to be really careful with the nitrogen or else you’d loose your hands.” Tempelman, who stresses that he is in fact a great fan of Glare, has strong doubts about the economic viability of the recycling process: “Sure, technically speaking, it’s easy to recycle the material, but it’s the economics that makes it difficult. For instance, to make thermal delamination economically interesting you would have to use enormous ovens. Yet keeping ovens that contain tons of Glare at

such high temperature for two hours costs a lot of energy.” Prof. Yang doesn’t agree: “I estimate that the thermal energy from the epoxy combustion will supply sufficient heat for the delamination process. If the thermal delamination and alloy refining are operated in an integrated plant, the process energy flow can be optimised so that the net energy consumption would be very low.” In contrast to Zhu and Prof. Yang, Tempelman does not believe the aerospace industry will ever use the recycled 2024 Al alloy (the aluminium used in Glare) to produce new Glare. “The aerospace industry prefers virgin materials to eliminate all risks of contamination,” Tempelman says. “Aluminium aerospace wastes can therefore only be recycled into non-aerospace applications.” Moreover, Tempelman adds that recycled aluminium from Glare is also problematic for non-aerospace applications. The material contains an unusually high copper content and is therefore less formable, which is advantageous for aerospace applications, but not for most other applications. And, unfortunately, copper is difficult to remove. Understandably, the material is currently being dumped or stored. “But landfill will probably be prohibited in the future,” Prof. Yang says, adding that he believes the aerospace industry will eventually have to deal with stricter recycling rules.

The Airbus A380 at the 2005 Paris Air Show (Salon International de l’Aéronautique et de l’Espace, Paris-Le Bourget). (Photo: Didier Duforest)


DELTA. 05 10-02-2011

science

05

short news science Hermetic space

Solar home

Sensitive layer

Suitable swimsuits

The reactor institute has put into service some new cubicles for performing experiments in oxygen-less atmospheres. Long, hermeticallysealed gloves enable researchers to handle materials during experiments. The custom-made cubicles are the first product produced by technostarter company, GloveQb. Dr Stefan Eijt (Applied Sciences) appreciates the custom-tailored work space. The new cubicles will be used for research on nanoparticles for hydrogen storage.

At Utrecht’s Bouwbeurs expo, held for 7-12 February, TU Delft researchers and designers have presented their first design for a floating solar home. The flat, circular home floats on water and revolves with the sun, or vice versa if the inhabitants so desire. The ReVolt House is the Delft entry for the Solar Decathlon 2012, a worldwide university competition for designing self-sustaining, solar-powered homes.

Researchers in Professor Lis Nanver’s micro-electronics department (EEMCS) have created the world’s most sensitive photodiode. It can be used with electrons with an energy level of less than 200 electron volts. “The diodes currently on the market only work efficiently with electrons from 1000 eV upwards,” says Prof. Nanver. The diode consists of a layer of silicon that has a layer of boron - only a few nanometres thick - on top of it, created by chemical vapour deposition.

Professional swimmers and their coaches are often confused by hype and marketing and cannot make up their minds about what swimwear suits them best. Measurements conducted last week at the Eindhoven Swimlab however have now provided them with hard data, instead of myth. TU Delft researchers from the faculty of Industrial Design Engineering performed 3D body scans of the swimmers. The scans help choose the best fitting suit, while a time-series also reveals the training results. Swimming coach Jacco Verhaeren is delighted with this science-based approach.

Anca Middelkoop-Anastasopol will be the first user. (Photo: Tomas van Dijk)

www.revolthouse.com

Pigs may play

halfway

Boredom among pigs in overcrowded piggeries quickly leads to tail biting, fights and injuries. A toy for pigs, designed by Beatrijs Voorneman, may offer some distraction. “The pigs destroy everything.”

Enabling collective intelligence

Jos Wassink Originally, Beatrijs Voorneman (MSc) wanted to design children’s toys. Her thesis supervisor, Dr Pieter Desmet (Industrial Design Engineering), had another proposal. The Lifestock Research Centre at Wageningen University was looking for a distraction for pigs in the farming industry. “I’m not going to design for pigs,” was Voorneman’s initial reaction, regarding the offer as something of an insult. But on second thought, the idea didn’t’ seem so absurd. Piglets and children might be more alike than previously assumed. The design process would require her to delve into the foreign, and normally closed, world of the intensive farming industry in order to study the pigs’ behaviour. Voorneman could develop empathy for the animals, just as she would’ve done with children. In short, she rather courageously accepted the challenge. “I vividly remember the sound of the pig pens - and the smell!” Voorneman exclaims, some six months later. She joined a veterinarian on his monthly

Beatrijs with reference person. (Photo: Tomas van Dijk)

visitations to piggeries in Brabant. She noticed that most of the farmers were interested in the pigs’ growth, health and reproduction, but that the natural behaviour of the animals was generally beyond their scope of interest. The only distraction on offer in the pens was the mandatory hanging chain, whose spell over the pigs had long since vanished. At a petting zoo (called ‘Pig’s Paradise’), Voorneman

The Sproot. (Design: Beatrijs Voorneman)

watched the animals play and enjoy life. She observed their characteristics as curious and opportunistic, but also that they easily became bored. She identified rooting as the most typical behaviour, in which the pigs explore and plow the soil and their surroundings with their hypersensitive snouts. Consequently, Voorneman’s design a pile of differently shaped layers of various edible materials - was made for rooting pleasure. Playfully named the Sproot, it also makes sounds when a pile is dropped. And the pigs like that, too. Eventually the layers will be eaten and destroyed, as is everything else in the pig pen, but if it lasts for at least three months then that’s sufficient, because the pigs will have ‘moved on’ to something else by then. Beatrijs Voorneman, ‘Improving the welfare of pigs’, January 2011, supervisors Dr Pieter Desmet and Dr Marieke Sonneveld.

cover “One of my students made the photo,” says Dr Jeroen Breukels (Aerospace Engineering). “Or perhaps I did, during one of the test flights of the kiteplane. On the right side, I replaced the photo with the multi-body simulation model of the kite that we used to calculate its performance. I like the image because it shows that we have used an engineer’s approach to kite design and not trial and error, which is what kite factories typically do. But for industrial purposes, like energy harvesting and sail-supported transport, the requirements are more stringent and a more scientific approach is required. So we calculated the performance of the design, predicted its behaviour and then tested our calcu-

lations in a wind tunnel in Stuttgart, Germany. The measurements matched our predictions within a 10 percent margin. I’m now moving on to another field, but the software that I developed together with my students - the Kite Simulation Toolbox - is being used for several other studies, such as the inflatable wind turbine and the boat tail for reducing drag behind trucks. Non-specialists can use it on a standard PC.” (JW)

Jeroen Breukels, ‘An Engineering Methodology for Kite Design’, 21 January 2011, PhD supervisor Professor Wubbo Ockels and Professor Bob Mulder.

Name: Chris Davis (31) Nationality: US citizen Supervisor: Professor Gerard Dijkema (faculty of Technology, Policy and Management) Subject: Examining ways to enable diverse researchers to better understand complex systems spanning many knowledge domains. Thesis defense: In 18 months “Researchers should use web technology to do better science. It’s mindblowing that Wikipedia surpassed the size of Encyclopedia Britannica in just a few years. Can we connect the scientific world in a similar way? This is badly needed because many of the problems today are beyond the scale of a single mind. Take for instance climate change. You can be the most brilliant engineer, but if you don’t know anything about social science or economics you will not understand what is happening. Can we connect the right pieces of knowledge to better understand what’s happening in the world? I believe we can. Let me give an example of a successful project using web technology. A year ago I helped a group of industrial ecology students with a project to evaluate eco-industrial parks. These industrial clusters are meant to operate more sustainably than normal industrial parks. The students used a wiki as a research platform, and in only two months this page became the largest resource of information about this topic. Researchers from over 56 countries visited the site! Behind the scenes, advanced Semantic Web technology connects information that’s spread over multiple wiki pages. This makes visualization possible; in this case we created a dynamically generated map of the parks. At a conference where I showed the map, even leading researchers kept on spotting interesting things, something that was impossible when these things were still disguised in 200+ wiki-pages. This is a cool example about how science benefits from web technology, but I believe this is merely the beginning. I see two big problems with how people do research at the moment. The first one is that they often execute repetitive tasks by hand that computers are more suitable for. Also, people often have to recompile information that others have already gathered. It’s like we want to build a skyscraper, but we keep having to rebuild the bottom floors. There are a lot of tools out there that can really aid science and help us grow something much bigger, but they’re only slowly being adopted. If we want to understand Chris Davis. (Photo: Tomas van Dijk) the world, we need to get better at complex data management and the techniques for both extracting data and doing interesting things with it. We’re very lucky, as the technology to achieve this is there already. My question is how can we get people more engaged in it?” (MS)


DELTA. 05 10-02-2011

international students

06

Talking point: international (un)employment

(Illustration: Gerrit Rijken)

”A popular, recurring discussion topic during the international ‘Reading the paper with the Rector’ sessions is part-time employment for non-EU students. While international students can legally work up to 10 hours per week here, most in fact find it virtually impossible to find part-time jobs. The Rector’s answer is always the same: studies are difficult, tuition high for non-EU students, the university is concerned that part-time jobs will take away from the students’ study time. Okay, but is the Rector also worried that some of his students must illegally work longer hours in poor conditions for little pay because they don’t have alternatives? Dutch immigration laws make it hard for non-EU students to find legal work: the 10-hour working permit is given to the employer, not the student, the application process long and tedious, and permits given for just one year. Indeed, whenever the question of non-EU student employment on campus comes up, TU Delft takes the ‘our hands are tied/blame the IND policy’ approach. But is there really nothing one of Holland’s most prestigious, politically and corporately well-connected universities can do to help its international students with

part-time employment? Most student assistant or project mentor vacancies don’t require knowledge of Dutch and are well-suited for capable international students. If the minimum 12 hour/week load is re-distributed to fit a 10-hour working schedule, and the job recruitment process begins several weeks earlier, TU Delft could then

The university must help international students gain legal part-time employment during their study years apply for working permits for non-EU students without any problems. The course schedule and content is known well in advance, so why the February mentors can’t be recruited in September? Giving all students equal employment opportunities will eventually lead to an improved quality of student assistants, and thus to educational quality. In large student cities like Utrecht, student job agencies supported by the university apply for work permits for international students, helping

them find work that doesn’t require Dutch. In contrast, the only student job agency on TU Delft’s campus only accepts Dutch-speaking applicants. TU Delft must pressure such student job agencies to recruit non-Dutch speaking students for jobs that don’t require Dutch, thus giving TU Delft’s international students a powerful, supportive voice in such matters. A part-time job is part of student life, allowing students to meet new people and gain practical work experience. Moreover, part-time jobs supplement the students’ monthly budgets, lightening their study debt and/or the cash sink in parental wallets, which for many international students - for whom study grants/loans are limited or nonexistent - means the difference between being able to finish or not finish their studies. The university must stop pretending the problem doesn’t exist and instead help international students gain legal part-time employment during their study years. (OM) Do you agree or disagree with the points raised in this week’s Talking Point? Let us hear your opinion: start or join the discussion in the Comments section of the online version of this article at: www. delta.tudelft.nl

what's cooking?

Mama’s Ukrainian borsch There is an old Ukrainian joke that goes: - ‘Old man, you drink a lot of vodka, don’t you?’ - ‘Not at all…only when I eat borsch.’ - ‘And how often do you eat borsch?’ - ‘Three times a day.’ Vodka aside, this joke illustrates the relationship most Ukrainians have with this traditional rich vegetable stew: my father remembers a time when borsch was eaten three times a day in a typical village household, and my grandfather had to have it every day for lunch, accepting no substitutes and refusing to acknowledge the existence of any other soups. In fact, borsch has its own niche category in Ukrainian cuisine: never insult borsch by calling it soup. Borsch is borsch and nothing else. It’s like a Curry in India or Plov in Azerbaijan: the centerpiece of national cuisine, and there are literally hundreds of ways to make it. An old proverb says that there are as many borsch recipes as there are women in Ukraine: each housewife makes it her own. Vegetarian borsch is typically served as a warm appetizer, while borsch with meat or fish can be a full meal; borsch with mushrooms or beans is typically eaten during the Lent; and borsch with an extra dollop of sour cream for breakfast is an excellent hangover remedy. Borsch is a very warming and filling dish, but very healthy at the same time as it mostly consists of vegetables. It is cooked in the tradition of family-style sharing: in gigantic pots, enough to last a large family for several days. And don’t worry about the leftovers—borsch only gets better after a few days, once it has absorbed all of the vegetable flavors, and it will stay good for up to a week. The five basic ingredients—beets, carrots, potatoes, cabbage, and onion—are available at all times of the year, and in a snowy place like Ukraine it can easily turn a boring bland table into a colorful feast. Just imagine, you come home from the freezing cold day of hard work and there waiting for you on the table is a plate of warm borsch, with a bit of garlic and a shot of vodka on the side! For those of you drooling in anticipation of making this hearty dish, just go to www.delta.tudelft.nl and this article’s online version for the step-by-step recipe instructions for making my Mama’s superb vegetarian borsch soup!

(Text/Photo: Olga Motsyk)

malone

Tuition hike not so bad “There’s lots of outrage among Dutch students right now about proposed changes to the university tuition fee structure. Because the public coffers are empty, the government is looking for ways to balance its budget. One proposal is to raise tuition by €3,000 for students studying in their seventh year or beyond at university. Students are outraged, because no one likes having things taken away from them. But not only is this not as bad as Dutch students might think, it might actually be better. While €4,700 sounds like a lot of money, try telling that to international students, who’ll pay €12,500 at TU Delft next year, and between €14,200 and €19,100 at Leiden University. And that’s for every year of our study, not just the seventh year! Plus, university is both a both personal and professional investment. University grads earn substantially more than those without degrees, and even if you take an extra year to finish your studies, the Dutch government lets you repay your loan at 1.5% interest. Forcing Dutch students to consider what they really want to study,

why they want to study and how they’ll finish ‘on time’ could in fact be better for everyone - not just the government’s budget. If Dutch students know they must pay more to study longer, they might take some time off before university to work, create, travel… or any other pursuits that helps give perspective to life and what one wants out of it. In the US, as in Holland, people traditionally go straight to university after high school, which isn’t the best choice for many people. If students are forced to be more serious about their studies, maybe it’ll force more introspection, and maybe there won’t be so many Dutch students who say: ‘If you get a 7, you studied too hard’. In other words, maybe a study ethic will rise. If you’re going to complain, then at least bring constructive alternatives to the table: it’s a much better way of bargaining than simply giving the government the middle finger. After all, the cuts aren’t because the government is evil, but because they’re backed into a budgetary corner. For example, I went to school in Washington state, where students pay between $800 and $6,000 per year

in tuition, depending on your income. If your family is low-income, you actually get paid to go to school. If your family is wealthy, you pay the full amount. If you’re somewhere in between, you pay in between. Not only is this type of payment schedule more equitable for everyone than a flat rate, but it benefits the government’s budget as well. Of course, no one wants to give up something they have, but it’s also true that Dutch youth can no longer be students until they’re 30 at the same time as old people also want the government to pay for everything. So to all my Dutch friends, don’t be sad, you still have it pretty good. At least you don’t get suckered into paying €400 a month to live in a motherf*#%ing spacebox! But that’s a subject for another column.” Devin Malone, a second-year MSc student of industrial ecology, is from Anchorage, Alaska.


DELTA. 05 10-02-2011

international students

07

Life after Delft: fighting ‘dark forces’ Plamen Manoilov looks back fondly on his time spent at TU Delft in 2005 as a Socrates exchange student at the faculty of EEMCS. The years since however have challenged the electrical engineer and assistant professor at Bulgaria’s Ruse University. DAVID MCMULLIN Today Plamen Manoilov (55) soldiers on as best he can as an assistant professor at Ruse University (RU), in Ruse, Bulgaria, a city situated on the banks of the Danube river. Until recently, he worked in RU’s department of communication technique and technologies, but since January 2011, following internal strife within his previous department, he has moved to the department of informatics. Back in 2005, Manoilov spent half a year as a Socrates exchange student in Delft, where he worked at the faculty of Electrical Engineering, Mathematics and Computer Science in a group, headed by Professor Leon Rothkrantz, which focused on Human Machine Interaction. At TU Delft Manoilov was particularly involved in research related to a Brain-Computing Interface project. After leaving TU Delft in 2005, where did you go? “I went back to my previous position of assistant professor, which could only be changed to associate professor after having a PhD diploma. As I was a PhD student at that time, in 2005, the most important thing for me was to first finish my PhD thesis. Following Professor Rothkrantz’s advice I continued my research on a BrainComputing Interface and finished my PhD work in 2008.” What have been the high or low points of your professional career since leaving TU Delft? “After I’d received my PhD, the head of

my department and the dean did their best to stop my career. And they did this very successfully: in comparison with my colleagues, who presented their PhD works after me, some of them are already associate professors while I’m still an assistant professor. Moreover, there were two books that I wrote - as co-author with colleagues – that were stopped from being published, and there was one project that I applied for that they rejected, even breaking the normal procedure to do so. Every new academic term they’d schedule me to teach students different subjects - this way I’d lose my time in having to prepare for these new subjects. Last year I started some court cases against them. As a result, I had to change my department and faculty. These were the bad things.” And the good things? “Well, in 2009 I won a project from the internal fund for scientific research. The topic was about modeling DSP devices by VHDL. VHDL is a language for programming programmable hardware logic. I was invited to give a presentation of what I’d done on this project at an EU-sponsored meeting in Bucharest, which was attended by people from Ireland, Germany, France, Holland and Romania. There, some Romanian colleagues made me a proposal to take part in an international project from the Cross Border Cooperation program. I agreed.” And this was successful? “Yes, in December of last year that international project I wrote with the Romanian colleagues won and will be funded. The project itself is for 1 million euros. There are five partners in it. I’m a coordinator for Ruse University. Our part is funded for approximately 49,000 euros. I’m proud, because this is the first international project I’ve won.” How did your experience at TU Delft in 2005 help you in your career back in Bulgaria? “At TU Delft I saw many useful things that I tried to apply in my work. The most important thing I saw there were hard working people - both resear-

news in brief Tougher admissions chers and students. I think I too worked hard at TU Delft. This helped me most after returning to Bulgaria.” Over the past five years, have you ever thought about returning to TU Delft to work again? Or have you worked someplace else outside of Bulgaria since? “I didn’t try to work in another country outside Bulgaria, because I was busy finishing my PhD thesis. About TU Delft, I think I wasn’t invited back because of lack of funds.” Is the reality for a country like Bulgaria in terms of technological education simply to serve as a source of brain drain for richer western countries, where Bulgaria’s best and brightest young students must go to develop to their full potential? “Yes, it’s very sad but true. Looking to my own professional experience, I understand these young Bulgarians.” In the interview with you published in Delta back in 2005, you were very positive about the Netherlands and TU Delft. Do you still feel that way? “I will forever respect the Dutch people. About TU Delft I’m still very positive. I respect people that do their work professionally. I can say this for all the people that I worked with at TU Delft – starting with Professor Rothkrantz, colleagues, system administrators, the secretary….” If you had to sum up your feelings about your post-TU Delft professional career in one word, what would it be? “Fighting. Fighting against the ‘dark forces’.”

Dutch universities and polytechnic will be allowed to select students according to admissions interviews with prospective students. Dutch students who possess hbo-propedeuse diplomas will no longer be automatically admitted. State secretary Halbe Zijlstra announced these measures last Tuesday, in reaction to recommendations put forward by a committee led by the former Agriculture Minister, Cees Veerman. By instituting more stringent admission procedures, the quality of Dutch higher education is expected to increase.

Iran lawsuit In a move bound to interest TU Delft’s sizeable Iranian student community, the Dutch Parliament adopted a motion to study the feasibility of filing a lawsuit against Iran at the International Court of Justice. The move stems from the Iran government’s decision to deny the Dutch embassy in Iran permission to assist Dutch citizens who also hold Iranian nationality. Dutch-Iranian human rights activist, Abdullah al-Mansouri, currently imprisoned in Iran, has been denied Dutch consular assistance.

Workload The workload of the TU Delft’s academic teaching staff is high and will increase, says the Works Council. The council therefore advises TU Delft’s Executive Board to take some efficiency measures. TU Delft, for instance, should not develop digital academic teaching resources alone, the council suggests, but rather do so in partnership with other universities of technology. The council moreover states that PhD students should be allowed to supervise MSc students.

Government cash Good news for students contemplating starting their own companies. The Dutch government has announced plans to invest hundreds of millions of euros into nine specific sectors over the coming years and offer 500 million euros in tax breaks to small businesses. The nine chosen sectors are: water, agri-food, horticulture, high-tech, life sciences, chemistry, energy, logistics and creative industries. These sectors will receive an investment of 1.5 billion euros annually, starting in 2015. Moreover, an innovation fund will be established, allowing companies to borrow funds for certain business ventures.

Ladies’ night On Tuesday evening, 15 February, TU Delft will host its second annual ‘Ladies Night’, when various prominent alumni and staff - including Hester Bijl, the first female professor at the faculty of Aerospace Engineering, and Civil Engineering alumnus Karin Sluis - will talk about their experiences as female engineering students and their work in a technical environment.

ladiesnight.tudelft.nl

The interview with Plamen Manoilov published in Delta in 2005 can be read online at: delta.tudelft.nl/14540

Professor of ports Tiedo Vellinga has been appointed a part-time professor of Ports & Waterways at the CEG faculty. He succeeds Professor Han Ligteringen, who retired last year. Professor Vellinga’s duties will include the planning and design of infrastructures for the benefit of maritime and inland shipping. As a professor of Ports & Waterway, he will closely collaborate with the Port of Rotterdam, which aims to become the world’s smartest and most sustainable port.

Weed pass International students in Eindhoven may not receive OV passes to ride buses and trains for free, but at least they won’t need a special ‘weed pass’ to buy marijuana if they’re so inclined. Eindhoven city council rejected a plan to implement a ‘weed pass’ scheme for the purchasing of marijuana in the city’s ‘coffeeshops’. The scheme would have limited the sale of cannabis to Dutch residents only. The move was intended to help reduce the problems of violent crime in the city associated with the tens of thousands of ‘drug tourists’ from neighbouring Belgium and Germany who annually flock to the city to buy marijuana legally.

Mobile monument

Plamen Manoilov. (Photo: Courtesy of P. Manoilov)

The medieval Bagijnetoren (Bagijne tower), situated in the centre of Delft, was moved on Wednesday. The ancient, 280-ton tower, which was built around year 1500 and is now a national monument, had to be moved in order to protect it from construction works currently underway on a new railway tunnel intersecting the city. A high-powered, hydraulic lifting machine will move the tower some 15 meters from its present location in a complex operation that has involved the National Cultural Heritage Service and the city archaeologist in its year-long preparations. Delft formally became a city in 1246, and this decree included the rights to build walls around the city for protection. The Bagijnetoren was originally an observation tower and later became part of the city’s defences. The tower will be returned to its original location when the tunnel works are completed this summer.


DELTA. 05 10-02-2011

lifestyle

08

’Confrontatie is verrijking’

Reinder Bil: “Wrijving is goed, dat houdt je warm.” (Foto: Hans Stakelbeek/FMAX)

Bètastudies staan niet bekend om hun filosofische inslag. Voor wie net is afgestudeerd en verdieping zoekt, is een studiebeurs van de stichting Thomas More een optie. TU-alumnus Reinder Bil dompelde zich twee jaar onder in de filosofie. SASKIA BONGER Wat is belangrijk? Waar geloof ik in? Wat is waarheid? Het waren grote vragen die Reinder Bil als student bezig hielden. Niet voor niets typeert hij zijn studententijd in Delft als roerig. Hij voelde een voortdurende onrust. Nu hij wat verder is in zijn leven, is de onrust er nog steeds. Maar de filosofie heeft Bilt ‘begrippen en denkconcepten meegegeven, die hem helpen structuur aan te brengen en vragen te begrijpen’. Niet om antwoorden, maar om verdieping te vinden. En een balans tussen vertwijfeling aan de ene kant en berusting en gemakzucht aan de andere kant. Als student volgde Bil filosofievakken bij de onlangs afgezwaaide Tho-

mas More-hoogleraar Pieter Anton van Gennip. Het deed hem hunkeren naar meer verdieping. Vanaf het derde studiejaar bij civiele techniek had hij twijfels over zijn studie, die hij als eenzijdig ervoer. Via Van Gennip kwam Bil de stichting Thomas More en de studiebeurs op het spoor. Juist de combinatie binnen deze katholieke stichting van religie en filosofie trok hem aan. “De religie kan op de filosofie tegen hebben dat ze het geloof ondermijnt. Andersom kan de filosofie beweren dat religie een

‘De waarheid ligt dus altijd in het verschiet’ overbodig verschijnsel aan het worden is. Die extremen zijn wat mij betreft onhoudbaar. De open benadering die ik zocht, vond ik bij de stichting. De insteek is niet antwoorden geven, maar het denken op gang brengen.” Met de studiebeurs ter waarde van vijfduizend euro kunnen pasafgestudeerden van alle universiteiten en hogescholen een jaar lang filosofie studeren aan een katholieke universiteit. Daarvoor moeten ze een soort sollicitatieprocedure doorlopen. Daarna stellen ze samen met een coördinator hun eigen studieprogramma samen.

Reinder Bil koos na zijn afstuderen 2008 voor Tilburg. “Ik zocht overzicht. Daarom koos ik vakken over de geschiedenis van de filosofie. Maar ik volgde ook vakken over secularisatie en Kant.” De TU-alumnus stapte er met grote verwachtingen in, op zoek naar niets minder dan de waarheid. Het leverde hem het inzicht op dat je nooit alles weten kunt. En ‘dat je de waarheid meer op het spoor bent dan dat je deze in handen hebt’. “De waarheid ligt dus altijd in het verschiet en ik geloof dat ik wel op een goed spoor zit.” Bil werkt bij Vitens, waar hij zich als projectleider onder meer bezighoudt met het beheer van de veertigduizend kilometer waterleiding van het bedrijf. Voor Bil is deze baan een mooie combinatie van zijn studie civiele techniek en zijn filosofische inslag. “We moeten telkens nadenken over hoe we ons bezit beheren. Dat gaat vaak op een wat abstracter niveau. Want wat zijn je waarden en hoe weeg je die tegen elkaar af? Is klantvriendelijkheid bijvoorbeeld belangrijker, of milieu? En welke effecten hebben die waarden op het onderhoud?” Bil raakte gegrepen door de filosofie en wil dit gaan studeren zo gauw hij er tijd voor kan vinden. “Weet je wat ik het engste vind in de samenleving? Een gebrek aan reflectie op wat je zelf vindt. Maar juist door reflectie kun je hele interessante gesprekken voeren. Uitkomen voor je eigen (gelovige) standpunten, maar deze ook durven bevragen: dat is de kunst. Ik zie verschillen en confrontatie daarin als een verrijking. Wrijving is goed, dat houdt je warm.”

Net afgestudeerden kunnen zich voor 30 april 2011 aanmelden voor een studiebeurs van de stichting Thomas More. www.thomasmore.nl/beurzen

Reinder Bil studeerde in 2008 af op een formule die het speuren naar lijken in het water nauwkeuriger maakt. www.delta.tudelft.nl/18104

time out

Blij met de blues Podia door de hele stad, overal muziek en een biertje in je hand. Als je ooit een reden hebt om het weekend in Delft te blijven is het nu, tijdens het De Koninck Bluesfestival. Aan blues kleeft een oubollig imago van oude mannen met trompetten en rokerige kroegen. Niks mis mee, maar wel volledig onterecht. Blues kan namelijk ook ontzettend rock ’n roll zijn. En dat is precies wat het De Koninck Bluesfestival zo leuk maakt: je vindt er de meest uiteenlopende optredens (57 om precies te zijn), in 29 kroegen door de hele stad. Je kunt natuurlijk zelf een heel programma samenstellen en doelgericht de stad door sjezen, maar dé manier om van het festival te genieten is eigenlijk op de bonnefooi. Gewoon beginnen in een willekeurig deelnemend café en vanaf daar maar zien waar de wind je voert. Zo stuit je op optredens van Arthur Ebeling (De Joffer op vrijdag), Tim O’Connor (De Doerak op zaterdag), Groover (De Klok op zaterdag) en Bradley’s Circus (De V op zaterdag). En het mooiste: het is allemaal gratis.

Officieel begint het festival al op donderdagavond, met een optreden van de Stefan Schill Band in Speakers. En wil je behalve een kroegentocht op goede muziek – zoals het gros van de 25 duizend bezoekers het festival aanpakt - net iets meer uit het evenement halen? Doe dan mee aan de bluesquiz op vrijdag, of volg een workshop op zaterdag. Gewoon onderuit zakken kan ook, bij de bluesfilm in filmhuis Lumen op zondag. Het kan niet op; je bent nog nooit zo blij geweest dat je de blues had. Voor degenen die de blues snel zat zijn, wordt zaterdag 12 februari in het Congregatiegebouw aan de Brabantse Turfmarkt het jaarlijkse Futpopfestival gehouden. Zes bands treden er op met uiteenlopende muziekstijlen: van klezmer tot punk en elektrorock. De bands zijn Sisters of Pleasure (15.00), Wasted Away (16.00), Klezkous (17.00), Agent Starfish (20.30), Killionair (21.30) en Noodrem (22.30). De toegang is gratis. (JH)

De Koninck Bluesfestival, op vrijdag 11 en zaterdag 12 februari in de binnenstad. Toegang gratis. www.delftblues.nl Futpot; zaterdag 12 februari, Congegratiegebouw. Aanvang 15.00 uur. Toegang gratis.

sport

Buitenlandse TU-studenten konden zaterdag onder vakkundige begeleiding ondervinden hoe het is om op schaatsen te staan. (Foto: Hans Stakelbeek/FMAX)

Tijdens een clinic van studentenschaatsvereniging ELS op De Uithof in Den Haag konden buitenlandse TU-studenten zich zaterdag een typisch Nederlandse sport eigen maken: schaatsen. Er kwamen ongeveer veertig geïnteresseerden op deze sportieve ‘inburgeringscursus’ af, bedoeld “om ze een beetje een Nederlands gevoel te geven”, aldus event coördinator van Sport & Cultuur, Anuschka Ishwardat. De clinic was geslaagd, vertelt bestuurslid Roos Goll. “Grappig: over het eerste rondje deden sommigen een kwartier, maar daarna ging het steeds beter. Vooral het evenwicht houden bleek in het begin heel moeilijk. We zijn meer dan twee uur bezig geweest, ze wilden niet van het ijs af.” Om het Hollandse gevoel af te maken was er na afloop een samenzijn met warme chocolademelk. Als het aan ELS ligt wordt de clinic een jaarlijks terugkerend fenomeen. Volgens Ishwardat zijn er plannen om ook iets dergelijks te organiseren op het gebied van zwemmen en wielrennen: “Maar die plannen zijn op dit moment nog niet concreet.” ELS heeft op korte termijn nog een clinic voor TU-medewerkers op het programma staan en is daarnaast bezig met het opzetten van een hardloopwedstrijd voor Kika, de organisatie die zich bezighoudt met bestrijding van kinderkanker. Je moet wat om de winter door te komen. Zo vermeien de hockeyers zich gedurende de traditioneel lange winterstop in de zaal. De heren van DSHC sloten zaterdag hun indoor competitie af met een gelijkspel tegen stadgenoot Ring Pass (5-5) en een minimale nederlaag tegen HDS (3-2). Het gevolg was een vierde plaats in de eindrangschikking van een poule van zes teams. De dames van DSHC verloren een dag later op het sportcentrum met 2-0 van Pollux, maar behaalden wel drie punten door een 4-3 zege op Zoetermeer. Ook zij verkeren in de middenmoot. De heren van Dopie, uitkomend in de derde klasse, staan met nul punten troosteloos onderaan. Er werd weliswaar eenmaal gewonnen (3-2 tegen Westland), maar het team werd ook getrakteerd op drie minpunten. De Virgilianen hebben dit seizoen geen vrouwenteam afgevaardigd naar de zaalcompetitie. ‘Roeigeweld op de Schie’. Met deze onheilspellende maar goedbedoelde slogan vestigt Proteus de aandacht op de Van Oord Winterwedstrijden, de traditionele opening van het roeiseizoen in Delft. In het laatste weekend van februari worden op het Schiekanaal ongeveer vierhonderd boten verwacht voor een race over vijf kilometer. (JT) Tips? Jimmy.tigges@hetnet.nl

Stephan


DELTA. 05 10-02-2011

lifestyle

09

Popmusical voor studenten

apps

Een studentenhuis is soms net familie: je hebt de inwoners niet altijd voor het uitkiezen. Een broeinest van liefde, leed en onderhuidse spanningen. En tja, dat kan weleens knallen. Oók in de popmusical ‘Stationsstraat 169huis’ van M-Lab.

iScience als Binas

Jorinde Hanse Het is niet echt een studentengenre, musical. Los van een incidentele aflevering ‘Glee’ – want dat is gewoon hartstikke camp mét herkenbare liedjes – ziet de gemiddelde student liever een lekker concert. Maar dat maakt ‘Stationsstraat 169huis’ juist zo leuk: eigenlijk is het gewoon een toneelstuk met een live band die tussendoor optreedt. In de musical is dan ook geen musicalster te vinden, hij bestaat vooral uit een sterrencast met spelers uit de tven theaterwereld, onder wie Nyncke Beekhuyzen (‘Verborgen gebreken’, ‘Lotte’), Dorien Haan (‘Doe Maar’), Rein Hofman (‘Ja zuster, Nee zuster’) en Maria Noë (‘Pipi zet de boel op stelten’). “Ik heb nog nooit in een musical gespeeld”, bekent acteur Erik Willems aan Musicalworld. “Ik heb er afgelopen zomer zelfs pas voor het eerst één gezien.” Aan Stationsstraat 169huis wonen vijf studenten. Suus (Dorien Haan), een psychologiestudent die vooral met zichzelf in de knoop zit, de neurotische cardioloog Saskia (Nyncke Beekhuyzen), de naïeve Femke (Maria Noë) uit de provincie, Harry (Rein Hofman) en de homoseksuele Pim (Erik Willems). Pim heeft net zijn vriendje verloren en daardoor staat een kamer leeg in huis. De studenten gaan op zoek naar een nieuwe bewoner, maar lopen in hun zoektocht aan tegen één en al onvermogen. “Want hoe doe je dat, dood?”, vragen de bewoners zich af. Vooral door het te negeren, denken ze, met alle emotionele gevolgen van dien. “Uiteindelijk is de musical vooral een tragikomedie over een groepje

Biertje? De studenten aan Stationsstraat 169huis doen alles om maar niet over gevoel te hoeven praten. (Foto: Bob Bronshoff)

mensen dat zo goed en zo kwaad als dat gaat probeert samen te leven in hun minimaatschappijtje”, volgens Willems. Want tussen de oude meubels en pizzadozen in hun woonkamer praten ze over alles, behalve over het enige belangrijke: wat iedereen voelt en denkt. Scriptschrijver Eva Mathijssen kwam met het idee voor deze musical toen ze zelf studeerde aan de toneelschool. Hij was in 2008 al even te zien op

Het studentenhuis als minimaatschappij de locatie van M-Lab in AmsterdamNoord, een ‘laboratorium voor musicals, waar jonge makers hun productie kunnen uitproberen’. Die versie is nu bewerkt voor een theatertournee, waarbij de spelers begeleid werden door onder anderen Paul de Munnik (van Acda). En dat merk je, want de liedjes vertellen – erg à la Acda en De Munnik - een verhaal op zich. Het zijn losstaande scènes, die de emoties onder de verhaallijn verwoorden. Resultaat: een soort popconcert tussen het spel door, dat het verhaal gek genoeg niet doorbreekt, maar verdiept. De spelers zingen dan ook toepasselijk met de microfoons in hun hand; die geven een veel beter geluid

naast een luidruchtige band en zorgen meteen voor een lekker popgevoel. De muzikanten zitten bovendien gewoon op het podium. “Als onderdeel van het meubilair”, zegt Noë, “alleen maakt dit meubilair geluid.” Spannend, want de acteurs mogen dan geen musicalsterren zijn, zangers zijn ze óók niet. Toch zorgt dat nergens voor ongemakkelijke valse noten. Maar voor het gemiddelde popliedje heb je dan ook geen daverende stem nodig, en van een cast die is opgeleid aan kleinkunst- en toneelacademies mag je een dergelijk niveau ook wel verwachten. ‘169huis’, zoals de spelers de popmusical gemakshalve noemen, is pas de derde M-Lab-productie op tournee. Maar wie eerder al naar ‘Into the Woods’ of ‘Urinetown’ (Zeikstad) is geweest (of gewoon even op YouTube kijkt), weet dat een avond M-Lab altijd leuk is. Al is het maar om te proeven van dat eigen, heerlijk vernieuwende musicalgenre.

De Binas, wie kent hem nog? Het boekje dat iedere middelbare scholier gebruikt en waar alles instaat wat je niet uit je hoofd hoeft te weten. iScience is een soort Binas op hoger niveau. Helaas is gebruik van telefoons tijdens de meeste tentamens verboden, maar voor alle andere momenten kan de app een handige uitkomst bieden. iScience bevat heel veel basisformules op het gebied van wiskunde, natuurkunde en scheikunde. Zo’n beetje alle formules die nodig zijn om analyse 1 tot en met 4 probleemloos te halen zijn terug te vinden, maar ook een handig overzicht van het Griekse alfabet is present. Dynamica, elektriciteit, vloeistofmechanica en kinematica zijn een aantal van de beschikbare natuurkundeonderwerpen.

Zo uitgebreid als wis- en natuurkunde zijn vertegenwoordigd, zo weinig aandacht wordt besteed aan scheikunde. Het periodiek systeem is zeer uitgebreid aanwezig, net als de eigenschappen van aminozuren en DNA-bouwstenen, maar daar blijft het bij. Er bestaan meerdere apps die veel uitgebreider zijn in de scheikundige basis, zoals ‘Everything Chemistry’ (€0,79) en ‘Organic Chemistry Essentials’ (gratis). Nog een groot pluspunt van iScience is dat het mogelijk is om formules bij elkaar in een favorietenlijst op te nemen. De favorietenlijsten kunnen naar pdf worden geëxporteerd, zodat de overzichten met relevante formules gemakkelijk uit te printen zijn vanaf de computer. iScience wordt zo nu en dan ge-update, dus de kans is aanwezig dat binnenkort meer volledigheid wordt geboden in alle onderdelen, inclusief scheikunde. Het handigste is uiteindelijk toch om alles bij elkaar in één app te hebben. (MP) Leuk ***** Handig ***** Bediening ***** Prijs € 1,59 Platform iPhone/iPad

‘Stationsstraat 169huis’ door M-Lab. Op 11 en 12 februari in het Oude Luxor Theater, Rotterdam. Daarna onder andere te zien in het Chassé Theater Breda (16 februari), de Leidsche Schouwburg (19 februari) en Diligentia Den Haag (22 februari). www.m-lab.nl

delftse klanken

Muziek van het gevoel ‘De band van Ome Barend’ worden ze ook wel genoemd, het zigeunerorkest Pipacs van DSC. Of, in het Hongaars: Bárend Bácsi banda. Het verhaal gaat dat Barend Vieveen, behalve timmerman aan de toenmalige TH ook begenadigd cimbalist en violist, op een koude winternacht in 1959 op weg naar huis een fiets met een slag in het wiel op straat zag liggen. Onderaan het talud zag hij een jongeman zijn roes uitslapen, een vioolkist angstvallig tegen de borst gedrukt. Hij nam hem mee naar huis. Uit de kennismaking met deze heer J. Ankersmit ontstond Pipacs, Hongaars voor klaproos. Een smeuïg verhaal, maar in werkelijkheid ontmoetten de twee elkaar op een bankje in Scheveningen en liftte de een mee op de Solex van de ander. Dat vertelde Ankersmit althans onlangs nog aan huidig eerste violist Imre Gelens, momenteel de trotse bespeler van de aan Pipacs geschonken viool van wijlen Ome Barend Vieveen. Het orkestrepertoire bestaat voornamelijk uit ouderwetse zigeunermuziek, zoals die een halve eeuw geleden floreerde. Hongaarse, Russische, Roemeense en Jiddische muziek, variërend van een rustige lassan tot

Pipacs houdt de zigeunermuziek levend, van slepende melodieën tot opzwepende ritmes. (Foto: Sam Rentmeester/FMAX)

een swingende cszardas. “Elk jaar worden er wel een of twee eerstejaars een tijdje ingewerkt”, zegt Gelens. “Juist vanwege die doorwisseling bestaat het orkest nog steeds en houden we die muziek in stand.” De kwaliteit werd hoog gehouden door contacten

met professionele zigeunermuzikanten als Gregor Serban en Tata Mirando. Gemiddeld veertig optredens geeft Pipacs per jaar. “We spelen op bruiloften, feesten, dieetjes. Vaak voor wat oudere mensen, vooral uit het oud-ledencircuit.” Regelmatig

gaat het gezelschap in Hongarije op les bij de echte zigeunermuzikanten. “Daar leren we veel van. Optreden doen we daar gratis, we komen er om te zien hoe het moet. Ze vinden het daar leuk dat jonge mensen hun muziek nog spelen en dan nog wel uit het buitenland.” In 2000 speelde de toenmalige bezetting zelfs voor de Hongaarse televisie. “Zigeunermuziek is puur. Het is muziek van het gevoel, van slepende melodieën tot opzwepende ritmes. Er zit een Balkanbeat in, waar de achterbeat vandaan komt zoals die nu in housemuziek voorkomt.” Die ritmes komen niet van drums, maar van bas, gitaar, piano en cimbaal. Met de klarinet, de cello en de altviool zorgt de cimbaal voor de typische zigeunerklank. “Het is een trapeziumvormige bak waarin snaren zijn gespannen. Je bespeelt ze handmatig met stokjes. Onze huidige cimbalist Stefan Heijboer moest het eerst leren, maar hij pikte het snel op.” Van de oude zigeunermuziek bestaat geen notenschrift. “We spelen van cd’s en leren het via masterclasses. De rode draad door de muziek staat vast, maar je kunt altijd je eigen interpretatie erin kwijt.” (JT)


DELTA. 05 10-02-2011

interview

10


DELTA. 05 10-02-2011

interview

11

‘Het energiebeleid is boterzacht’ De boerenzoon draagt nu een net pak, maar hij praat nog altijd recht voor zijn raap. Energiegoeroe, ondernemer en duurzame missionaris prof.dr. Ad van Wijk is sinds 1 januari deeltijdhoogleraar future energy systems bij Technische Natuurwetenschappen. Jos Wassink U werkt als energieprofessor in een gebouw waar twee megawatt aan reactorwarmte de lucht in wordt geblazen. Wat vindt u daar van? “Ik vind elke vorm van energieverspilling zonde, want een duurzaam energiesysteem begint met het tegengaan van verspilling. Het is dus jammer als warmte de sloot in loopt.” Uw motto luidt ‘duurzame energie voor iedereen’. Waar komt die missie vandaan? “Net na mijn afstuderen vond een brede maatschappelijke discussie plaats over energiebeleid. We hadden in de jaren zeventig net de energiecrisis gehad en de eerste energienota van Lubbers was verschenen. Hierin stond dat er veel kerncentrales moesten komen, omdat men vreesde zonder olie en gas te komen zitten. Ik vroeg me toen af of je de energiebehoefte met wind en zon kon invullen. Dat was toen voornamelijk een theoretische kwestie, want van de rol die wind had gespeeld vanaf de gouden eeuw was niet veel meer over. Ik ben toen een onderzoek begonnen naar de mogelijkheden van windenergie. Al gauw kwam ik erachter dat ik niet alleen wilde studeren, maar het ook in praktijk wilde brengen. Zo was er een boer die in een nieuwe schuur graan wilde drogen en hij vroeg of dat met zonnewarmte kon. We hebben toen bij hem onder het dak een luchtkanaal getimmerd met drie zwartgeverfde planken. Dat kanaal warmde de lucht alvast op voordat het door een gasbrander op de eindtemperatuur werd gebracht. En zo bespaar je eenvoudig vijftig procent.” Wat betekende dat voor u? “Mij werd toen duidelijk dat we enorm inefficiënt met energie omgaan. Er is veel duurzame energie beschikbaar, maar hoe maak je daarmee efficiënte en goedkope energiesystemen? Die vraag was het startpunt voor het bedrijf Ecofys, dat ik in 1984 met een oud-studiegenoot opzette. Sindsdien is de noodzaak van duurzame energie steeds duidelijker geworden, vanuit eindigheid van fossiele bronnen, geopolitieke afhankelijkheid en milieu. Vanuit dat besef heb ik die missie geformuleerd voor mijn bedrijf en eigenlijk ook voor mezelf: een duurzame energievoorziening voor iedereen.” U schrijft in uw boek over uw jeugd op de boerderij met tot eind jaren zestig alleen maar duurzame energie. Dat is toch niet iets waar u naar terug verlangt? “Ik ben inderdaad opgegroeid op de boerderij en dat was zeker geen luxe. Ondanks de nostalgie van ‘Boer zoekt vrouw’ moet je daar niet naar terug verlangen. Het was gewoon hard werken en een relatief oncomfortabel leven. Je sliep boven de koeien en al was hun warmte in de winter wel prettig, je dekens waren de volgende ochtend toch bevroren.” In de tussentijd zijn we erg verwend geraakt met airco’s en centrale verwarming, een of twee auto’s en veel elektronica. Is die levensstandaard te dekken met duurzame energie? “Het is eenvoudig te realiseren met duurzame energie. De hele wereldbevolking kan dan nog vier, vijf keer groeien en zich dezelfde levensstandaard aanmeten als bij ons. Niet de behoefte aan energie neemt toe, maar aan energiediensten. Maar niemand beseft hoe inefficiënt onze energievoorziening is. Een automotor bijvoorbeeld heeft een efficiency van 15 tot 20 procent, de rest is warmte. Bij de omzetting naar de wielen raak je nog een factor twee kwijt. Dat zit je op 7 tot 8 procent rendement. Maar het ergste is dat je een ton staal verplaatst om – in mijn geval - honderd kilo ergens te krijgen. Dat kan allemaal een stuk beter. Elektromotoren bijvoorbeeld hebben een rendement van 90 tot 95 procent.” En zo’n elektrisch autootje kan misschien ook lichter? “Ik ben bezig geweest met de ontwikkeling van een elektrische auto, de Quicc. Natuurlijk, de accu’s hebben een fors gewicht, maar door andere materialen te gebruiken kan de totale massa met de helft minder. Een ander voordeel is dat je met een elektromotor de wielen direct kunt aandrijven zodat je geen overbrenging nodig hebt. Dat scheelt alweer een factor twee in het rendement. In totaal zijn we al een factor 8 efficiënter. Dat is ook typisch de inhoud van mijn leerstoel, want ik kijk naar hoe je het hele systeem efficiënter en duurzamer krijgt. Samen met collega’s op de TU onderzoeken we dan welke technologieën daarvoor geschikt zijn.” U zoekt ook verbindingen met andere faculteiten op de TU? “Ja, het is de bedoeling te onderzoeken hoe dit soort toekomstige energiesystemen er uit kunnen gaan zien. Het is niet alleen technologisch onderzoek. Het gaat evenzeer om infrastructuur en financiering.” Hoe kan de overheid duurzame energie effectief stimuleren? “Ik vat dat op als vraag naar duurzame energiesystemen, want het

WIE IS AD VAN WIJK?

Als boegbeeld en oprichter van het groene energiebedrijf Econcern werd Ad van Wijk enkele jaren geleden een bekende Nederlander (Topman van het jaar 2008) die op radio en televisie en in kranten mocht uitleggen hoe groene energie en geld verdienen goed samen konden gaan. In 2009 ging Econcern ten onder aan de kredietcrisis en aan de (tijdelijk) lage olieprijzen. Ad van Wijk (geboren in 1956) studeerde natuurkunde aan de universiteit Utrecht (afgestudeerd in 1983) en leidde er tien jaar lang een onderzoeksgroep op het gebied van duurzame energie. Hij promoveerde in 1990 op een proefschrift over windenergie. In 1984 was Van Wijk mede-oprichter van het bedrijf Ecofys, dat vijftien jaar later zou uitgroeien tot Econcern – een holding die zonneparken opzette in Spanje, een biomethanol fabriek in Delfzijl begon en het offshore windpark Prinses Amalia bouwde. Na het faillissement zijn vrijwel alle onderdelen onder andere eigenaars voortgezet. (Foto’s: Sam Rentmeester/FMAX)

gaat net als bij de elektrische auto om meer dan alleen de energiebron. De overheid kan reguleren en normen stellen, bijvoorbeeld aan het energiegebruik van woningen. Ook aan apparaten zou je als overheid eisen moeten stellen. Het is te gek voor woorden dat je een waterbed op de markt kan brengen dat 1500 kilowattuur op jaarbasis gebruikt (40 procent van het gemiddelde gezinsgebruik per jaar, red.).” Moet de overheid ook eisen stellen aan de energiemaatschappijen over het aandeel duurzame energie? “Ja, dat kan en dat helpt. In een aantal landen gebeurt dat ook. Nederland heeft gezegd dat het naar twintig procent duurzame energieproductie wil in 2020, alleen is daar nooit een sanctie aangehangen. In België en Engeland krijgen energiemaatschappijen een boete als ze niet aan de norm voldoen. Het Nederlandse beleid is dus boterzacht en zal niet werken. Ander voorbeeld: Engeland investeert ondanks bezuinigingen van honderd miljard euro toch tien miljard in offshore windparken omdat men verwacht dat wind op zee een goedkope duurzame energiebron wordt. Maar ook omdat het de eigen industrie steunt. Daar pleit ik in Nederland ook voor.” Zijn we daar niet een beetje laat mee? Net al we de ontwikkeling van de ‘gewone’ windturbine aan de Denen hebben overgelaten? “Je moet niet alleen denken aan de ontwikkeling van de windturbine, want een derde van de kosten zit in de turbine, een derde in de fundatie en een derde in de kabels en de infrastructuur. En dan heb je nog het operationele onderhoud. Voor plaatsing, kabels leggen en onderhoud heeft Nederland een groot potentieel. Daar zijn we niet te laat mee, maar het zou fijn zijn als er een beetje thuismarkt was.”

U hebt met Econcern, waartoe Ecofys was uitgegroeid, een miljoenenbedrijf opgezet. Dat is in 2009 uiteengevallen. Dat moet voor u een flinke klap zijn geweest. Hoe houdt u dan toch de motivatie vast? “Natuurlijk heb ik nagedacht na het faillissement, maar ik wil nog steeds voor die missie staan. Ik denk dat verduurzaming van de energievoorziening een belangrijk maatschappelijk probleem is. Ook denk ik dat ik kennis en ervaring heb om daar een steentje aan bij te dragen. Dus daar ga ik toch graag weer mee door.” Ziet u zichzelf meer als hoogleraar of als ondernemer? “Beide eigenlijk. In het begin van mijn carrière was ik naast mijn bedrijf werkzaam aan de universiteit. Er moet nog veel innovatie en vernieuwing plaatsvinden. Niet alleen technologisch, maar ook financieel en juridisch. Onderzoek en ontwikkeling op die terreinen is van groot belang en daar wil ik graag aan bijdragen. In mijn bedrijf was ik niet alleen ceo, maar ook medevormgever van de innovatie. Dus zowel in het bedrijf als aan de universiteit bemoei ik me met de vormgeving van de duurzame energievoorziening. En met de realisatie ervan.” U vormt eigenlijk een verbinding tussen universiteit en ondernemingen? “Ja, ik heb een groot netwerk in het bedrijfsleven en ik wil het onderzoek naar de bedrijven brengen. Dat gebeurt in mijn ogen nu nog veel te weinig. Universiteit en bedrijfsleven zijn nog te veel gescheiden werelden. De universiteit heeft veel kennis die op toepassing wacht, maar in het bedrijfsleven is ook veel praktische kennis aanwezig.” U zit hier nog maar een maand, maar weet u al waarmee u op de TU aan de slag wilt? “Ik pak er twee dingen uit. Energie is een speciaal aandachtsgebied van de TU. Daarom vind ik dat de TU op termijn de meest energiezuinige en groene universiteit moet zijn. Maar daar bestaat hier helemaal geen plan voor. Practise what you preach, zou ik zeggen.” En het tweede punt? “Er zijn duizenden initiatieven van mensen die met windmolens, zonnepanelen of biomassa hun eigen energie willen opwekken en verkopen. Maar het ontbreekt hen vaak aan kennis. Ik wil een cursus opzetten over hoe je je eigen duurzame energiebedrijf start.” Voor wie is die cursus bedoeld? “Voor studenten, maar ook voor gemeenteambtenaren, boeren en bedrijven die hun eigen energievoorziening willen opzetten. Er zijn tienduizenden mensen met dit soort dingen bezig.”

Ad van Wijk, ‘Hoe kook ik een ei – Een frisse kijk op duurzame energie voor iedereen’, Uitgeverij MGMC, € 4,95


DELTA. 05 10-02-2011

reportage

12

Digitaal monnikenwerk De TU Delft heeft veel Nederlandse en buitenlandse cultuurhistorie in huis. Onlangs verschenen zestienhonderd oude prenten op watwaswaar.nl. Op de TU-site staan ze ook, samen met zevenhonderd Nederlandse kaarten. Allemaal beschreven. Een monnikenwerk. huizen, haar raadhuis en verdere openbare gebouwen, haar woon- en bedrijfshuizen’. Voor zijn werk verzamelde Peters prenten van stadsplattegronden en stadsgezichten van Nederlandse steden. Maar omdat hij die bij antiquariaten en veilingen vaak in bundels moest kopen, ontstond een bonte verzameling topografie en tekeningen over België, Frankrijk, Duitsland, Engeland, Italië en de Oudheid. Smeenk: “Peters had die bijvangst kunnen doorverkopen, maar deed dat niet.” Op Peters tachtigste verjaardag kwam de verzameling voor vijftienduizend gulden in bezit van de toenmalige Afdeling der Bouwkunde van de Technische Hogeschool Delft. De waarde van de prenten vindt Suijker moeilijk in te schatten. Hij noemt een bedrag van ‘enkele tonnen’. De aankoopprijs was destijds een schijntje, maar ook geldt dat prenten in het verre verleden met de beste bedoelingen zijn opgeplakt voor gebruik door wetenschappers en studenten. Dat leidde tot schade.

“Wij hadden ons als opdracht gesteld zo precies mogelijk de geografische plaats aan te duiden.” Daarnaast gaven ze aan wie de graveur was, wie het wanneer had gepubliceerd, wat voor prent het was, waar het op was gedrukt, een kernwoord en een beschrijving van wat de prent toont. Zeker wat betreft de bijvangst was dat een taaie klus, al kenden Wegner en Smeenk de Peterscollectie door hun werk bij Bouwkunde goed. Beneden in het Trésor tonen Suijker en Smeenk waar ze het soms mee moesten doen. “Kijk”, wijst Smeenk, “hier is een hoekje af. Dan zie je maar een deel van de tekst die iets kan zeggen over de herkomst. We letten altijd op het onderschrift. Hier staat ‘Vue du chateau de Spietz’. Is dat Zwitserland, Oostenrijk? Met die gegevens ga je aan de slag.” Verwijzingen op internet leidden vaak naar prenten uit boeken die op de TU zelf aanwezig waren, zoals die van de Bouwkunde-bibliotheek die tegenwoordig in het Trésor staan.

Afbeeldinghe van de Nieu geinventeerde en geoctroyeerde SLANG – BRANDSPUYTEN, Vertoonende des zelfs Figuur en manier van gebruyk. Ets en gravure op papier getekend door Jan van der Heiden, afkomstig uit zijn boek ‘Beschryving der nieuwlyks uitgevonden en geoctroyeerde slang-brand-spuiten’, in 1690 uitgegeven door Jan Rieuwertsz.

Erik Huisman Paul Suijker, projectleider multimedia portal van de universitaire bibliotheek, schetst kort zijn betrokkenheid bij de prenten. “Onderdeel van het multimedia portal is het bouwen van een repository – zeg maar een bergplaats – voor het cultureel erfgoed van de TU Delft. Dat kwam in een stroomversnelling na de brand bij Bouwkunde. We kregen subsidie voor het digitaliseren van collecties.” Een ervan is de diacollectie van Bouwkunde. Die was bij de brand nat geworden en beschadigd. “Een andere is de collectie Peters”, vertelt Suijker, “een ongeveer achtduizend prenten tellende verzameling die de Bouwkundebrand overleefde. De prenten lagen in

een van de zijvleugels, een meter van de brandschade. Het tapijt was omgekruld, maar de prenten lagen ongeschonden in een kluis en stalen lades.” Nu rusten ze veilig in het Trésor van de universiteitsbibliotheek. Chris Smeenk, de gepensioneerde bibliothecaris van Bouwkunde, deed met Jan Wegner, oud universitair hoofddocent geschiedenis van de nederzetting, het monnikenwerk. Dankzij hen zijn de Peters-prenten beschreven en kunnen deze in hoge resolutie op internet worden gezet. “Weinig mensen weten dat wij zo’n gevarieerde collectie prenten hebben”, zal Suijker veel later tijdens de rondgang in het Trésor opmerken. “Dat willen we via onze site en watwaswaar uitdragen.”

Smeenk, ook na bijna zeven jaar nog helemaal vol van het werk, weet bij elke prent wel een verhaal te vertellen. Noem een plaats, een prent, een

De mensen weten niet dat wij aan de TU zo’n gevarieerde collectie prenten hebben boek, een drukker en hij associeert er lustig op los. Zijn verhaal begint bij de collectie van C.H. Peters (1847 – 1932), architect en rijksbouwmeester en onder meer bekend van het boek ‘Nederlandsche stedenbouw; de stad met hare kerken, kloosters en gods-

Leidschendam, sluis gezien vanuit het noordoosten. Kleurenlitho op papier gepubliceerd door C.W. Mieling tussen 1825 en 1900.

Maria de Medicis bezoekt Amsterdam. Ets op papier getekend van Simon de Vlieger, afkomstig uit ‘Medicea hospes, sive Descriptio publicae gratulationis, qua Reginam Mariam de Medicis excepit Senatus populusque Amstelodamensis’ van C. Barlaeus, uitgegeven door Joan en Cornelis Blaeu in 1638.


DELTA. 05 10-02-2011

reportage

13

Leidschendam, sluis gezien vanuit het westen. Getinte litho op papier van Jan Weissenbruch, gepubliceerd door C.W. Mieling tussen 1850 en 1900.

Maar Smeenk en Wegner reisden ook regelmatig naar andere bibliotheken en raadpleegden de beroemde stedenatlas van Bleau, die bekendstaat als de Google Earth van de zeventiende eeuw. In het begin leverde internet vaak weinig op en viel Smeenk terug op zijn kennis en het inzicht dat hij geleidelijk kreeg in de stijl van de makers van de prenten die hij moest beschrijven. “Een beetje gokken en dan bladeren.” In het Trésor toont Smeenk hoe dat ging. “Hier staan honderden plaatjesboeken”, zegt hij terwijl hij een boek uit de kast trekt. Hij wordt meteen dolenthousiast: toevallig bevat zijn voorbeeldboek een uitklapbare prent

van vijf keer de boekbreedte. Vrijwel al de prenten zijn inmiddels op hoge resolutie gefotografeerd en daardoor via ver inzoomen op detailniveau te bekijken. Smeenk móet dat even laten zien met een prent van een kas-

De herkomst van prenten achterhalen is soms gokken en bladeren teel, waar je bij wijze van spreken de gezichtsuitdrukking van de twee mannetjes op de brug kunt aflezen. Het fotograferen was net als het beschrij-

ven van de prenten monnikenwerk. Niet alleen door het aantal prenten, maar ook doordat sommige platen wel twee meter lang waren. “Dan is het een kwestie van plat op de grond leggen, in gedeelten fotograferen door telkens de camera en lampen te verplaatsen en ‘m uiteindelijk in de computer weer aan elkaar plakken”, legt Suijker uit. Inmiddels staan zestienhonderd Nederlandse prenten uit de collectie op multimedia.tudelft.nl en wiewaswaar. Op de TU-site staan daarnaast zevenhonderd Nederlandse kaarten. Dit jaar komen er op beide sites 2300 Nederlandse prenten bij. De TU-site wordt bovendien verrijkt met 4500 Europese prenten en ‘een beetje Mid-

den-Oosten’, aldus Suijker. De prenten zijn op de TU-site te bekijken met ‘een sobere interface, want het materiaal en de mogelijkheid van inzoomen moeten het werk doen’. Een voorlopig laatste stap is de integratie komend jaar van de prentencollectie in Discover. “Dat is de nieuwe zoekomgeving van de bibliotheek, met daarin informatie over de boeken, artikelen en het beeldmateriaal dat de bibliotheek beheert en waarin je met één zoekingang kunt werken”, schetst Suijker met enige trots. Smeenk heeft even later, in het Trésor een dergelijk gevoel. “Dit stapeltje platen moeten we nog doen”, toont hij, terwijl hij de verleiding niet kan weer-

Zieric-Zee, aen de Zee Syde. Ets en gravure uit 1696, afkomstig uit ‘Nieuwe Cronyk van Zeeland enz.’ van M. Smallegange, in 1696 uitgegeven door Johannes Meertens.

staan er een prent van het Pantheon uit te vissen. “Een echte Piranesi”, zegt hij. Hij legt hem terug en vertelt: “Zo slaan we ze na beschrijving op: elke prent tussen zuurvrij vloeipapier en in een speciale zuurvrije kartonnen map in degelijke ladekasten.”

multimedia.tudelft.nl Zoekterm: prentenkabinet www.watwaswaar.nl


DELTA. 05 10-02-2011

mededelingen

14

Maken jullie kans op de UfD-E.ON Teamworkprijs? Zijn jullie een team studenten en medewerkers van de TU Delft, dat in de afgelopen periode een bijzondere en uitmuntende prestatie heeft verricht? Meld je dan nu aan voor de UfD-E.ON Teamworkprijs en maak kans op de hoofdprijs van maar liefst â‚Ź 10.000,-. Meer informatie en de voorwaarden kun je aanvragen via: ufonds@tudelft.nl. Meer weten over het grootste energiebedrijf van Europa? Kijk dan op www.eon-benelux.com.

2011013_EON_AD TEAMWORKPRIJS 264X383.indd 1

04-02-11 09:23


DELTA. 05 10-02-2011

mededelingen

15

Agenda

TUdelta.05 > Jaargang 43 Delta is het informatie- en opinieblad van de TU Delft, verzorgd door een journalistiek onafhankelijke redactie.

> Redactie

Frank Nuijens, (hoofdredacteur), Katja Wijnands, Dorine van Gorp, (eindredactie), Saskia Bonger, Tomas van Dijk, Erik Huisman, Connie van Uffelen, Jos Wassink (verslaggeving).

> Medewerkers

Willemijn Dicke, Patrick van der Duin, Robbert Fokkink, Jorinde Hanse, Dap Hartmann, Auke Herrema, Floortje d'Hont, David McMullin, Maaike Muller, Miranda Pieron, Merel Segers, Ionica Smeets, Jimmy Tigges, Stephan Timmers, Ellen Touw, Robert Visscher, Martine Zeijlstra.

> Foto‘s Sam Rentmeester/ Hans Stakelbeek (FMAX).(info@fmax.nl)

Donderdag 10 februari

Spinningmarathon ‘Love your heart’ Spin mee voor de Nederlandse Hartstichting! Wanneer: Waar::

14 februari 2011, 17:00-21:00 uur Unit Sport, Mekelweg 8, Delft

Schrijf je in via de website van Sport & Cultuur of bij SportsArt Jan Koster. De marathon is voor elk niveau sporter geschikt. Contributie: € 5,00 of meer per uur.

www.sc.tudelft.nl

twitter.com/tudelft_sc

> Vormgeving & Lay-Out Liesbeth van Dam > Mededelingen Martin Kers (m.kers@tudelft.nl) > Redactieraad dr. B.B. Scholtens (voorzitter), G.K. Berghuijs, MSc, prof.dr. M.J. van den Hoven, mr. J.J.M. Kok, R.H.G. Meijer, T. Niks, ir. M. Persson, C.J.M. Pieters, prof. dr. B.J. Thijsse, dr.ir. C.A.J.R. Vermeeren > Redactie-adressen Universiteitsbibliotheek Kamer 0.18-0.28 Prometheusplein 1 2628 ZC Delft Postbus 139 2600 AC Delft Tel. 015-278 4848 E-mail: delta@tudelft.nl www.delta.tudelft.nl > ISSN 0169-698x > Druk

Wegener Nieuwsdruk Twente, Enschede

> Oplage 12.000 > Advertenties H&J uitgevers Postbus 101 2900 AC Capelle aan den IJssel Tel. 010-451 55 10 Fax 010-451 53 80 E-mail:delta@henjuitgevers.nl www.linkmagazine.nl > Abonnement Een abonnement kost 37,50 en kan elk moment ingaan. > HOP Delta werkt samen met het Hoger Onderwijs Persbureau Hein Cuppen, Bas Belleman, Marijke de Vries Tel. 071-523 6151 Fax 071-523 2138 E-mail hop@xs4all.nl > Copyright Delta Auteursrecht voorbehouden. Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de hoofdredacteur artikelen, schema‘s of illustraties geheel of gedeeltelijk over te nemen en/of openbaar te maken, in enigerlei vorm of wijze.

Outsite 20.00-22.00 uur - Outsite start vandaag met een nieuwe kennismakingsgroep homoseksuele, biseksuele en lesbische jongeren uit Delft en omgeving. Op acht avonden praat je onder andere over coming-out, verliefdheid, vriendschap, uitgaan, acceptatie, discriminatie en seks. Meedoen is gratis en vrijblijvend, meld je aan door een mail te sturen naar kennismakingsgroep@homodelft.nl.

Vrijdag 11 februari Wetenschapsagenda • 10.00 uur – Reaching ultra low Phosphorus concentrations by filtration techniques. Promotie van ir. S.M Scherrenberg. Promotor: prof.ir. J.H.J.M. van der Graaf. • 12.30 uur – Physiology and robustness of Saccharomyces cerevisiae at near-zero specific growth rates. Promotie van ir. L.G.M. van Dijk (Boender). Promotor: prof.dr. J.T. Pronk. • 15.00 uur – Intreerede van prof.ir. L.M. Immer, faculteit Civiele Techniek en Geowetenschappen.

Zondag 13 februari

Aankondigingen Algemeen Humanity in Action Van 2 juni tot en met 3 juli zal in Amsterdam het Humanity in Action zomerprogramma plaatsvinden. Tien studenten uit Nederland, tien studenten uit de Verenigde Staten en 3 studenten uit Bosnie-Herzegovina zullen zich bezig houden met onderwerpen als mensenrechten en minderheden. Aanmelden kan tot 7 februari. Meer informatie is te vinden op www.humanityinaction.org.

andere faculteit. De concerten zullen afgesloten worden op 27 maart met een kamermuziekconcert. Aanmelden kan via krashna@tudelft.nl. Informatie: www.krashna.nl, tel. 0152782925. Nationale Studentenenquete Maak kans op een iPad! Geef jouw mening over je studie en doe mee aan de Nationale Studentenenquete via www.nse.nl.

careersupport@tudelft.nl Website: www.studentandcareersupport.tudelft.nl; http://careercentre.tudelft.nl. Online huurprijs check Is jouw huurprijs redelijk? Check www.huurcommissie. nl voor meer informatie en om helderheid te krijgen over huren en geschillen tussen huurder en verhuurder.

International Office Student and Career Support Het International Office, JafStudent and Career Support is falaan 9a, is op werkdagen een onderdeel van de dienst geopend van 9.00-17.00 uur. Onderwijs en Studentenzaken. Je kunt ook vragen stellen via Studenten Het omvat de diensten van de internationaloffice@tudelft.nl studentendecanen, de studenof telefonisch (015-2788012) De Delftse Bedrijvendagen een afspraak maken. De Delftse Bedrijvendagen vin- tenpsychologen, en het Career Centre met studiekeuzeadviden vanaf februari weer plaats seurs en loopbaanadviseurs Studium Generale en is de grootste technische carrièrebeurs van Nederland en en het informatiecentrum. Het Het bureau Studium Generale, informatiecentrum in de hal op Jaffalaan 5, is van maandag vindt elk jaar plaats in de Aula de begane grond is geopend op t/m donderdag geopend van van de TU Delft. Deze beurs is werkdagen van 9.00–17.00 uur. 9.00–17.00 uur. Je kunt ook speciaal gericht op de Delftse Er is documentatie beschikbaar vragen stellen via studiumgestudent en biedt een grote over onder andere WO- en HBO- nerale@tudelft.nl of telefovariëteit aan bedrijven en nisch een afspraak maken via instellingen. Schrijf je nu in op opleidingen, arbeidsmarkt, studie- en beroepskeuze, 015-2783258. http://ddb.tudelft.nl. buitenlandse studies, enz. Bij de balie of telefonisch kun je Krashna Campusconcerten afspraken maken met een van Delta Bespeel je een instrument of de medewerkers. kun je zingen, en heb je zin Voor de studentenpsychologen Inleveren kopij om ook eens te musiceren op geldt dat het eerste contact Bijdragen van faculteiten, je eigen faculteit? Dat kan loopt via het Open Spreekuur diensten en overigen voor in de periode tussen 7 en 27 de rubriek 'Agenda' in Delta maart, want dan zullen voor de elke werkdag van 11.30-12.30 uur. De studentendecanen, de ontvangt de redactie graag tweede maal de Krashna Camloopbaanadviseurs en de stuper e-mail: delta@tudelft. pusconcerten plaatsvinden. nl. Bijdragen dienen zo Diverse kamermuziekensembles diekeuzeadviseur houden een beknopt mogelijk te zijn. krijgen dan de gelegenheid om inloopspreekuur op dinsdag en donderdag van 11.30-12.30 De redactie behoudt zich in het openbaar te musiceren, uur. het recht voor om in te voornamelijk in het klassieke korten. Aanleveren vóór genre. In totaal acht concerten Bezoekadres: Jaffalaan 9a vrijdag 14.00 uur. zullen dan plaatsvinden tijdens (ingang Mekelweg); tel. 015H&J Uitgevers_2x70_zw-w 14-05-2004 2788004. E-mail: studentand- 14:02 Pagina 1 de lunchpauze, steeds op een

Voor advertenties bel met:

T (010) 451 55 10

T (010) 451 55 10 F (010) 451 53 80 E delta@henjuitgevers.nl

Neem contact op met Hennie de Ruyter of Mireille van Ginkel voor nadere informatie. F (010) 451 53 80 E delta@henjuitgevers.nl

Neem contact op met Hennie de Ruyter of met Mireille van Ginkel voor nadere informatie

Maandag 14 februari Wetenschapsagenda • 12.30 uur – Organisatorische condities voor een wendbare overheid het ruimtelijk ontwikkelingsbeleid als context. Promotie van ir. R.G. Mierop. Promotor: prof.dr. P. Drewe.

Studium Generale 20.15 uur - Actualiteitslezing: op deze avond zal een onderwerp uit de kranten van de laatste week worden behandeld. Het Prinsenhof, Oude Delft 183B – toegang gratis.

Woensdag 16 februari Yes!Delft 17.00 uur – Vandaag organiseert Yes!Delft een Entrepreneurship Forum in de Aula van de TU Delft. Onder andere Victor Muller van Saab/Spyker Cars zal komen spreken. Aanmelden kan via www.yesdelft. nl/eforum.

Kouwenhoven. • 12.30 uur – System-Level Design Space Exploration of Reconfigurable Architectures. Promotie van ir. K. Sigdel. Promotor: prof.dr.ir. H.J. Sips. • 15.00 uur - Efficient remeshing and analysis views for integration of design and analysis. Promotie van drs. M. Sypkens Smit. Promotor: prof.dr.ir. F.W. Jansen. Kivi Niria 16.00-18.00 uur – Kivi Niria Students Delft organiseert i.s.m. De Hypotheker in de Universiteitsbibliotheek een Hypotheken workshop. In deze workshop, afgestemd op studenten en starters op de huizenmarkt, zal de spreker in gaan op alle zaken die komen kijken bij het afsluiten van een hypotheek. Registratie via www.kns-delft.nl.

Studium Generale 8.15 pm – ‘Robots: a new type of companion’ by Maria Gini. How can we make robots to be our daily partners? We must program them to interact with us and understand what we want from them. Easy? Not quite. Exciting? Yes! DOK, Vesteplein 100 – entrance free. Stukafest Stukafest is kort voor studentenkamerfestival. Dit jaar zullen er 13 kamers zijn waarin driemaal een optreden uitgevoerd wordt. Deze variëren van luchtacrobatiek, verschillende soorten muziek, cabaret tot toneel en meer. De avond wordt in het Flora theater afgesloten met een feest waarop nog meer artiesten hun kunsten zullen vertonen. Zie www.stukafest.nl voor meer informatie.

Donderdag 17 februari Wetenschapsagenda • 10.00 uur – Optical Properties of Semiconductor Quantum Dots. Promotie van U. Perinetti, Laurea di dottore. Promotor: prof.dr.ir. L.P.

Delta Inleveren kopij Bijdragen van faculteiten, diensten en overigen voor de rubriek 'Agenda' in Delta ontvangt de redactie graag per e-mail: delta@tudelft. nl. Bijdragen dienen zo beknopt mogelijk te zijn. De redactie behoudt zich het recht voor om in te korten. Aanleveren vóór vrijdag 14.00 uur.

Alle promoties, intree- en afscheidsredes genoemd in deze agenda vinden, tenzij anders vermeld, plaats in de Aula van de TU, Mekelweg 5, Delft.

Announcements Students Student and Career Support The student psychologists and the central student and careers councilors are located at Jaffalaan 9A. Office hours: Monday-Friday from 9.00-17.00 hrs. You can direct your inquiries or make an appointment at the Front Office or by phone: 015-2788004. For an initial appointment with one of the student psychologists you should first come to one of the open office hours: Tuesdays and Thursdays from 11.30-

12.30 hrs. The open office hours of the Student and Career counselors are on Tuesdays from 11.30-12.30 o’clock. More information on www.studentandcareersupport.nl. International Student Chaplaincy Looking for a home away from home, trying to make new friends, interested in intercultural and interfaith activities, needing some inner peace, searching for more than academic challenges? Check the website of the International

Student Chaplaincy, www. iscnetherlands.nl, to learn about their wide range offer. International Office The International Office, Jaffalaan 9a/visitor’s entrance at Mekelweg, office opening times Monday to Friday 9.00–17.00 hrs. Appointments and enquiries can be made by email: internationaloffice@tudelft.nl or by phone: 015-2788012.

Minimaatjes AC-HOP de vakbond voor Universiteitspersoneel. Voor informatie kijk dan op www. AC-HOP.nl.

Voor advertenties bel met:

H & J Uitgevers H & J Uitgevers Postbus 101 Postbus 101 2900 AC 2900 AC Capelle aan den IJsel Capelle aan den IJssel

International Student Church 11.30 hrs - Students of all denominations are invited to our ecumenical
service every Sunday at Raamstraat 78, followed by tea/coffee. The services are led by the chaplains Reverend W. Stroh and Father Avin, and are supported by student leaders. More information on www.iscnetherlands.nl.

• 15.00 uur - Vervanging van witte Belgische steen; Materiaalkeuze bij restauratie. Promotie van ir. W.J. Quist. Promotor: prof.ir. R.P.J. van Hees.

‘Man waar ben je?’ 15de Mannendag Delft op 19 maart 2011. Thema: De verantwoordelijkheden van de man. Sprekers: Prof. Schuurman en Bert Reinds. Info en aanmelden: info@cmdelfland.nl of 0153693596.

Yoga geeft je rust, leert je ontspannen en je eigen grenzen zoeken in een fraai zaaltje in gebouw Delftstede, Phoenixstraat 66. Informatie: www.johanmolenbroek. nl/yoga, 015-2783086 of j.f.m.molenbroek@tudelft.nl.

Spelregels minimaatjes. Minimaatjes zijn niet toegankelijk voor het bedrijfsleven. Voor commerciële aanbiedingen en advertenties: H&J Uitgevers (adres in colofon). Minimaatjes zijn maximaal 200 tekens lang. Inleveren vóór vrijdag 14.00 uur via e-mailadres delta@tudelft.nl.


DELTA. 05 10-02-2011

lifestyle

16

jessica van den doel

Dufterikken

de Huisjongste de Huisjongste Luc van Wanrooij is dit jaar begonnen met Bouwkunde en is gaan wonen op BT43, een gemengd Virgielhuis aan de Brabantse Turfmarkt. Het huis heet eigenlijk nog steeds BT33, naar het oude adres. Onder de vijftien bewoners zijn er drie huisjongsten. Zij moeten zorgen voor schone theedoeken, het buiten zetten van de vuilnis en oud papier, maar de regels zijn niet erg streng. De reclamezuil van de kaasboer is waarschijnlijk door een huisgenoot meegenomen en in zijn kamer gezet, maar Van Wanrooij heeft geen idee door wie. (Foto: Sam Rentmeester/FMAX)

”Fietsenmaker nodig?” Mijn beeld van Delft werd in mijn eerste week als management trainee bij de TU meteen bevestigd. Mijn antwoord was dus automatisch “nee dank je.” Ik heb me namelijk ooit zes jaar als Leids kippetje geïdentificeerd. Wat ik niet had verwacht, is dat de Dufterikken zich al om negen uur ’s morgens zouden aanbieden. Na mijn ontkennende antwoord stond ik even later toch met een kaartje in mijn hand: ‘your bike our care - rental and repair’. Ik liep gegeneerd weg bij de fietsenstalling. Wat was daar nou net gebeurd en wat had ik gemist? Als Leidse student heb ik geleerd dat je geen pils maar bier bestelt en dat een pannenlap een omgeslagen trui is. Daarnaast is er ingehamerd dat een ‘fietsenmaker’ een mannelijke student uit Delft is (ook wel bekend als Dufterik) en dat hij altijd op zoek is naar contact met het andere geslacht. Door dit leermomentje bij de fietsenstalling weet ik nu dat ik mijn verwachtingen over de TU Delft misschien toch moet aanpassen. Delft is voor mij niet langer de plek waar alle gewillige mannen zich ophouden. Die bevinden zich namelijk op feestjes en niet in de library.

Naast deze vervelende reality check over mijn nieuw verworven dagbesteding, zijn er natuurlijk ook veel positieve kanten aan het forensen naar Delft. Ik hoop dat veel andere verwachtingen over de TU gewoon waar blijken te zijn. Bijvoorbeeld mijn visioenen over eindejaarsuitkeringen, wekelijkse borrels en hippe mobieltjes. Maar ook het idee dat de TU Delft innovatief en oplossingsgericht is. Dit laatste was een van de voornaamste redenen waarom ik hier wil werken. Keer op keer zag ik deze positieve kreten op websites tijdens mijn voorbereidingen op de sollicitatie. Toch bedenk ik nu: iets wat je pretendeert te zijn moet je niet hoeven zeggen. En ook: alles wat je zegt is niet alleen waar omdat je het zegt. Mensen weten wie en wat je bent juist door alles wat je doet, anders doe je het niet goed. Ik hoop dat ik de genoemde innovativiteit en oplossingsgerichtheid wel snel kan bevestigen. Ik houd je op de hoogte. Jessica van den Doel is onlangs begonnen als trainee bij de TU Delft Library. Ze is een nieuwe columnist voor Delta.

tekentafeltalenten

Weg met het stoommandje Een vette bek is zó passé; wie een beetje meegaat met de tijd, stoomt zijn eten. En op trends moet je inspringen als ontwerper. Dus kwam IO-student Kay van ’t Hof met zijn duurzame Steamer op de proppen. Jorinde Hanse Nee, een gezondheidsfreak is Kay van ’t Hof (24) niet. Wel een groot voorstander van duurzaamheid. “Voor mijn bachelor-eindproject wilde ik dus een zo duurzaam mogelijk product ontwerpen, waarbij ik elk aspect vanuit duurzaamheidsoptiek benaderde.” Een uitdaging voor de student. Want niet alleen had hij nog nooit zo duurzaam ontworpen, ook het bedrijf waar-

voor hij zijn opdracht deed, keukengereifabrikant Royal VKB, was daar niet bewust mee bezig. Om dicht bij de doelgroep van zijn bedrijf te blijven, bekeek Van ’t Hof trends in de samenleving op het gebied van voedsel. En wat hij, niet geheel verrassend, ontdekte: mensen gaan daar steeds bewuster mee om. “Dat bewustzijn op het gebied van eten en duurzaamheid vond ik goed met elkaar rijmen”, aldus de student. En wat is nou gezonder dan je voedsel stomen? Zijn Steamer was geboren. Maar ja, wat voegt nóg een stoomapparaat toe aan het gigantische assortiment aan stoompannen, -mandjes en –ovens? “Een hoop”, denkt de IO’er. “De elektrische stoomapparaten van de grote fabrikanten zijn niet bepaald duurzaam geproduceerd. Bovendien verbruiken ze elektriciteit, wat nog altijd een stuk minder milieuvriendelijk is dan het gebruik van gas. Dan kun je wel een bamboe stoommandje van de toko gebrui-

Het deksel van Kay van ’t Hofs Steamer dient meteen als bord. (Foto: Hans Stakelbeek/FMAX)

ken, maar dat past niet echt in de westerse samenleving. Het heeft een slechte kwaliteit, is moeilijk schoon te maken en is ook nog eens ontzettend gebruiksonvriendelijk, want heb je weleens geprobeerd er een passende pan onder te vinden?” Bovendien, ontdekte de student: mensen weten in the-

orie wel dat gestoomd eten gezonder en hartstikke hip is, maar in de praktijk gooit bijna iedereen zijn vis nog gewoon in een plens Croma. “Dus moest ik een product ontwerpen dat meer aansluit op het Westen én de gebruiker stimuleert om het te gebruiken.” Het resultaat is op zijn minst vernuftig

te noemen. De Steamer past op de meeste standaard pannen. En ben je klaar met stomen? Dan dient het deksel meteen als bord of opdienschotel. Het is zelfs bijna niet meer mogelijk om hem, weggestopt in de keukenkast, te vergeten; de stomer is namelijk zo ontworpen, dat hij als schaal of object op tafel bewaard kan worden. Wat je noemt een totaalontwerp, dat Van ’t Hof dan ook een 9,5 opleverde. “Ik ben nu met Royal VKB aan het kijken of het commercieel haalbaar is om hem te produceren”, vertelt hij. “Ook onderzoeken we de productiemogelijkheden van een verantwoord geproduceerde bamboe versie van mijn ontwerp in Azië.” En vanavond gooit hij zijn groenten natuurlijk in de stoompan? “Nou”, lacht Van ’t Hof, “door mijn eindproject probeer ik dat inderdaad vaker. Het is namelijk niet alleen gezonder, maar ook nog eens onwijs lekker.”

kriep


Delta TU Delft