Herplaatsing collectie voormalig Museum Nusantara

Page 16

HERPLAATSING COLLECTIE VOORMALIG MUSEUM NUSANTARA DELFT

HERPLAATSING COLLECTIE VOORMALIG MUSEUM NUSANTARA DELFT

Indonesië’. Hierdoor kwam ‘een belangrijke collectie beschikbaar voor het publieke domein in Indonesië’. Dat kon ‘dankzij het structurele en intensieve samenwerkingsverband’ tussen Museum Volkenkunde en MNI. Er ging ‘geen kennis verloren: de collectie en de informatie daarover’ zouden ‘volledig online beschikbaar’ komen. Door de gekozen herbestemmingsroute bleef ‘het museale deel van de collectie onder professionele museale condities bewaard’ en was ‘het toegankelijk in het publiek domein en beschikbaar voor onderzoek, studie en publieksactiviteiten zoals tentoonstellingen’. De gemeente Delft, het Rijk (via het Mondriaan Fonds), de betrokken musea en enkele fondsen investeerden ‘fors’, zodat de collectie, binnen de bestaande mogelijkheden, ‘de best mogelijke toekomst’ kreeg. Het Projectplan omvatte puntsgewijs: • de verhuizing van een klein deel van de collectie naar Museum Prinsenhof Delft en van de rest naar een tijdelijk depot; • de inventarisatie en de selectie van de collectie volgens een nog op te stellen waarderingskader en beschermwaardigheidstoets; • de overdracht van beschermwaardige objecten aan het Rijk; • de repatriëring van de niet-geselecteerde objecten naar de landen van herkomst; • de inrichting van een interactieve website Nusantara online, die de collectie integraal digitaal toegankelijk hield voor publiek.

Erfgoed Delft en Museum Volkenkunde - voor het gemak hierna al NMVW genoemd, hoewel dat pas op 1 april 2014 ontstaat - werken als uitvoeder en adviseur nauw samen. Erfgoed Delft is penvoerder. In een Stuurgroep bewaken de directeuren van beide instellingen en hun projectleiders de kwaliteit, de voortgang, de financiën en de communicatie over het traject. Daaronder kwam een Werkgroep, die verantwoordelijk is voor de dagelijkse gang van zaken en zou bestaan uit de projectleider van Erfgoed Delft en die van het NMVW, aangevuld met het Hoofd Collecties van het NMVW. De Werkgroep stelde subgroepen in met deskundigen uit beide instellingen voor deelonderwerpen zoals registratie en waardering. De Stuurgroep en de Werkgroep worden bijgestaan door externe adviseurs. Om zeker te zijn dat de ontzameling correct en transparant zou verlopen, zullen zij de Ethische Commissie voor Musea van de Museumvereniging om advies vragen over een dispensatie van de LAMO (zie 1.3.) en de Ethische Commissie van de SVCN om advies over het plan in het algemeen en de repatriëring in het bijzonder. Het Projectplan voorziet een rol voor twee ministeries: het ministerie van OCW (RCE) en het ministerie van Buitenlandse Zaken (Afdeling Internationaal Cultuurbeleid in Den Haag en de Nederlandse ambassade in Jakarta voor de repatriëring). Tot slot, noemt het Projectplan de Indonesische ambassade als te raadplegen partner bij het zoeken naar mogelijkheden voor repatriëring. Werkgroepleden bespraken met Museum Bronbeek of deze ook partner zou worden, onder meer vanwege de nauwe verwantschap met Museum Nusantara, zijn militair-historische kennis en

28

29