Issuu on Google+

de dwaler #1 RIJNBOOG

De dwaler dwaalt, dat doet hij, maar verloren loopt hij nooit.

een poetische dwaaltocht door Rijnboog Arnhem


de dwaler #1 RIJNBOOG

De Dwaler is een visueel-literair project in Rijnboog. Door de ogen van de Dwaler leert men het gebied op een verrassende wijze kennen. Het project maakt deel uit van een serie van tijdelijke, culturele activiteiten die de sfeer van Rijnboog alvast verbeteren, vooruitlopend op de toekomstige plannen.


de dwaler

de dwaler

de dwaler Hij dwaalt. Niets meer, niets minder. Hij dwaalt, dat is wat hij doet. Hij zoekt de voetstappen die hier in de straten achter zijn gelaten. Nu en dan staat hij stil, laat hij zijn gedachten overspoelen door het water, meevoeren met de wind. Voorbijgangers geven flarden van gesprek prijs aan de open lucht. Hij hoort het aan, dwaalt verder. Hij graaft zonder spade het verleden in en mijmert soms over de morgen die nog komen moet. Zijn horizon is nu eens wijds, dan weer voelt hij het einde met de toppen van zijn vingers. De dwaler dwaalt, dat doet hij, maar verloren loopt hij nooit.

2

3


de dwaler

de dwaler

Het Plein Ontdoekt staat de toren er z贸 naakt besteigerd bij, dat elke keer als ik het plein kom opgelopen een zucht over mijn lippen kruipt. Niet omdat de schaamte plaats vervangt en mij de tenen ingekropen komt; de zomerjurk die dit gebouw tot goedkope sloer had opgedirkt deed pijn aan mijn vermogen de wereld zonnig in te zien en n贸g dank ik de storm die de knellende kledij met gretige vingers aan flarden heeft geklauwd. Nee, mijn zucht is van ontroering. Achter het stalen geraamte de kwetsbare stenen, als een binnenstebuiten gekeerd lichaam, het vlees van de kerk beschermd door skelet.

4

5


de dwaler

de dwaler

bij een boom achter tralies Wat deze boom misdaan heeft is mij ĂŠĂŠn groot raadsel, maar dat hij niet zonder zonden is bewijzen mij zijn tralies. Waarom anders zou men de vrije natuur beknotten met staal, de stam beperken in zijn gang, perk stellen aan zijn wortels? Zijn ketenen bewijzen mij zijn schuld, zijn kooi zijn dwaling, dit betakt en ombast stuk milieu moet een ongelikt stuk flora zijn. Dit is de stad; de natuur mag vrij zijn in de vrije natuur, maar als zij zich hier niet gedraagt, dan moeten wij haar temmen.

6

7


de dwaler

de dwaler

8

9


de dwaler

de dwaler

wanneer de markt wordt afgebroken is van verse vis nog enkel geur en graten over rest van schreeuwen uit rauwe kelen slechts de echo in het achterhoofd en van trotse trossen tomaten schiet niets over dan een rode vlek men verwijdert de zeilen van de beenderstellen, het plein raakt bezaaid met karkassen van kraampjes, na alle bedrijvigheid blijft ons het kerkhof. en als er dan ergens nog bloemen liggen dan zijn die voor mij; ook een restant, want al ben ik alleen nu ik was eerst een wij.

10

11


de dwaler

de dwaler

caffee Rijnboog (I)

hoezo altijd alsof jij nooit

Ze zag hem niet echt staan de oude man die over het water keek daarvoor was hij te oud maar ze wist hem te ontwijken stuurde bij, fietste langs hem terwijl ze met de andere hand nog snel een sms verzond

waarna ze de ontvanger met zestien uitroeptekens uitschold

w8ff kom zo

maar nu, op weg naar het cafĂŠ om haar relatie te beĂŤindigen (na anderhalve maand begon de sleur toch wel te trekken) vond ze dat je dat soort van gesprekken misschien beter oog in oog deed

en zo voort ging, blind voor elk obstakel op haar weg ze had de leeftijd dat de wereld nog voor haar opzij ging de leeftijd die elke vrouw op een dag met een klap verliest de klap van een botsing omdat niks meer wijkt, ontwijkt maar nu bezat het meisje deze bijzondere kracht nog die haar levend door het verkeer loodste terwijl ze steeds driftiger op haar scherm tikte

12

het meisje schreeuwde stil wist een gesprek alleen getikt te voeren en had meningen die niet langer dan honderd zestig tekens waren

en ze remde, zette haar fiets tegen een lantaarn en staarde het raam van Caffee Rijnboog binnen, waar hij zat hij keek haar aan ze voelde haar mobieltje trillen ben je dr nou nou het werd eens tijd en zij, ze keek hem aan,

13


de dwaler

de dwaler

want oog in oog is wel zo netjes en ze tikte zonder op het scherm te kijken sorry het is voorbij ze wachtte even totdat hij het bericht geopend had bleek werd en haar aankeek het liefst pakte ze haar fiets nu reed ze uit zijn leven weg.

14

15


de dwaler

caffee RijNboog (II) De dwaler blijft staan voor een etalage. Merkwaardige winkel dit: in het raam staan geen objecten uitgestald, geen meubelstukken, witgoed of antiek, geen levensmiddelen, kledingrekken of mobiele telefoons. In plaats van dingen staan hier mensen tentoongesteld. Hij kijkt nog eens goed, ontegenzeggelijk mensen dit, ze gebaren naar elkaar en spreken woorden in een taal die hij verstaat. Maar nergens ziet hij een prijskaartje. Nergens een bordje uitverkoop of ‘nieuw en nu nog beter’. Geen ‘alles moet weg’ of ‘beschadigde exemplaren halve prijs.’

de dwaler

nog best iets op te kunnen brengen, wat kilometers op de teller maar geen zichtbare gebreken. Misschien moest hij zich eens laten taxeren, je weet nooit wanneer dat soort kennis van pas kan komen. Alles is economie en dan kan je maar beter je waarde weten; wat lever je op en wat kan je vragen? Hij wil al verder lopen wanneer twee bijzonder fraaie exemplaren zijn aandacht trekken. (Niet vanwege hun verschijningsvorm, die nogal alledaags is. Dat stelt hem gerust. Je hoeft geen extravagantie te vertonen om hier geëtaleerd te worden.) Nee, het zijn twee bijzonder normale mensen, een van het vrouwelijke en een van het mannelijke geslacht, die hier achter het raam daglicht vangen.

Hij denkt aan zijn eigen beschadigingen, voor welke bodemprijs hij de deur uit zou gaan. Voor een tweedehandsje denkt hij

Het gaat hem ook niet om het uiterlijk, maar om de situatie waarin ze zich begeven: het is een prachtige uitbeelding van een tweetal

16

17


de dwaler

de dwaler

dat op het punt staat weer ieder één te worden. Vraag hem niet hoe hij dat weet. Sommige dingen zie je gewoon. Een jongen, een meisje, een moment hiervoor hoorden ze bij elkaar, een moment hierna gaan ze ieder een andere kant op. Zo herkenbaar als liefde in de lente op een bankje in een park, is het moment dat een onherroepelijk en vaak eenzijdig vonnis over die liefde uitgesproken wordt. Zij schudt haar hoofd en hij, misschien in een poging die film te imiteren, die film die nog niet zo lang geleden zo’n indruk op hem had gemaakt, die ze samen hebben gezien toen, probeert hij het medelijden dat in zijn ogen staat tot een sprankel om te smeden. Een belofte. Hij hapert even, hervindt zich dan en zegt: “Maar als…” “Wat als?” snijdt zij zijn pas af.

18

19


de dwaler

de dwaler

“Als, ik bedoel, stel je eens voor…” Zij steekt haar hand op en hij zwijgt. Hier zijn ze eerder al geweest. De doodlopende weg. Uitgesleten van het heen en weer dat ze zo vaak al samen drentelden. Verbrande turf, hoort zij haar oma. As as as. As me kerel goud zou schijte, zou ik ’s nachts nog glinstere. Ze doet er niet meer aan, aan as, niet meer sinds het rookverbod. “Ik vind verbeelding maar een vreemde hobby.” Dat moet genoeg zijn. Al die dromen over toekomst. As. De vlam is opgebrand. “Je zal me altijd in je verleden hebben,” zegt ze, “maar een toekomst gaat niet meer.” Hij vraagt zich af wanneer relaties zo filosofisch zijn geworden. Waarschijnlijk nadat de ether open is gesteld voor commerciële zenders.

20

21


de dwaler

de dwaler

Pas als we het ergens in een ondertitel hebben gelezen is het waar, al het andere is amateurisme. De jongen wil boos worden, maar daar zweeft haar hand weer. De klaar-over die bepaalt wanneer het groen wordt. Ze bedenkt zich dat ze voortaan haar mannen wat ouder moet kiezen. Hou me dan tegen, denkt ze, ik ben je moeder niet. Sinds wanneer is respect zo belangrijk, niemand durft je de kleren meer van het lijf te scheuren. “Ik hoop dat mijn herinnering hetzelfde blijft,” het is alsof de jongen dit al zo vaak heeft gerepeteerd, alsof hij het zelf niet meer gelooft, maar dat het iets is dat je moet zeggen, alsof je er over hebt nagedacht, “want jij bent nu al iemand anders.” Je moest eens weten, denkt ze, je moest eens weten hoe gelijk je hebt.

22

23


de dwaler

Ze doet haar mond open, niet meer om iets te zeggen, maar om in haar broodje te bijten. Wat valt er nog te zeggen. Als we alles zouden kauwen, zouden we elkaar misschien beter begrijpen. Ach, ze snapt het zelf niet eens. Ze kauwt en ze voelt hoe de jongen tegenover haar, ondanks zichzelf, de deur dicht trekt. En ze hoopt dat hij de nooduitgang kan vinden. Merkwaardige winkel dit, denkt de dwaler en loopt weg. Hij vraag zich af hoe lang de aangeboden waren houdbaar zijn.

de dwaler

het water (I) ooit soepel in gewrichten thans knarst mijn elke stap en ook wat ik van de wereld weet is minder wrikbaar dan voorheen toen mijn mening nog niet gestold en mijn blik nog niet verzadigd was maar wie mij ondanks al mijn jaren de aderen steeds vol doet stromen is de blonde Lorelei, die mij, achter haar bocht verscholen nog altijd schipbreuk lijden laat

het water (II) Niet lang, vast niet, niet lang. de zon breekt op het oppervlak de scherven worden meegevoerd het water de weg naar wijde zee naar vreemde talen en verlangens

24

25


de dwaler

de dwaler

26

27


de dwaler

de dwaler

het water (III) Een zwemmer gooit zijn natte handdoek over de druppels op zijn huid, wrijft het water terug zijn lichaam op, kruipt achterwaarts de oever af, slaat een aantal slagen, laat zijn spieren zich vol zuurstof zuigen. De kou van de Rijn dringt langzaam uit zijn lijf. De rivier stijgt weer stroomopwaarts, door Duits en Frans en Zwitsers land, wordt de bergen ingezogen, vriest een alp op, gletsjert terug de oorsprong in, of regent op, omhoog een wolk in, drijft terug tot waar dan ook ter wereld, tot waar ze in nevelen uiteen dampt. Tot waar ze terugslaat op de huid van witvellige toeristen die een salto, achterwaarts, de duikplank op, proberen, waar ze druppels vormt die traag hun eigen zoutspoor likken, die dik de poriĂŤn weer worden ingeslikt en onderhuids liggen te wachten.

28

29


de dwaler

de dwaler

de weerdjes hier lag weide tussen water en stad een groene baan langs een stenen hart en later stond hier een krotvol slop een open riool langs een stenen flop nu ligt hier enkel de gehaaste pas van al wie hier op doortocht was

30

31


de dwaler

de dwaler

32

33


de dwaler

de dwaler

dit is het theater

voetgangersstoplicht

Dit is het theater, waar de schoonheid tiert de pracht die je niet eten kan maar zonder welke je niet leven kan.

Het zijn collega’s maar ze zien elkaar nooit. Want als groen aan het werk is, is het pauze voor rood. Of zouden ze zich, als er niemand kijkt, bezatten in de kroeg?

Dit is het theater, waar de vrijheid tiert, het vuur dat in je borstkas vlamt die lustig langs je lippen likt. Dit is het theater, waar de liefde tiert, die je eten is, die je drinken is. Dit is het theater dat het leven viert, dit is het theater, waar het altijd tiert.

Er wordt wel eens beweerd dat tegenstellingen elkaar opheffen, of dat we ons aangetrokken voelen door iemand die van ons verschilt, maar als dat niet voor magneten geldt, waarom dan wel voor ons? De man in het rood en de man in het groen. Zouden ze elkaar ontmoeten, het wordt geen gezellige avond. De ene vrij en altijd in beweging, altijd haast en ga maar door. De ander star en autoritair, als hij kijkt staat de wereld stil, als hij in de buurt is gaat er niemand voort. Ze zouden geen gesprek kunnen voeren, de een zou ratelen en over zijn woorden blijven struikelen,

34

35


de dwaler

de dwaler

de ander zou enkel stiltes laten vallen. Beiden zijn zonder elkaar zonder betekenis, maar met elkaar beginnen ze niets. Alleen in hun pas de deux, waarbij de ĂŠĂŠn verdwijnt wanneer de ander verschijnt, kunnen ze in de werkelijkheid functioneren. Zij hebben niet de buffer van het oranje licht, de gedemilitariseerde zone waarin de waarheid aan hun beider zijden staat en paradox mag zijn. Het is alleen rood of groen, lopen of stilstaan, zwijgen of doorgaan.

36

37


de dwaler

de dwaler

het dagelijkse testament

bij de helstraat

aan alles dat hij achterlaat is hoe men de mens herkent zo is het afval van de stad haar dagelijkse testament

Het goede voornemen schurkt zo vaak tegen de zondeval al aan, de beste bedoelingen stranden niet zelden in ellende, de liefde ligt lepeltje lepeltje met bodemloze haat en maar vijf minuten stappen van het paradijs staan de poorten van de hel. Maar hier in deze hel is de lucht niet aan het zicht onttrokken, hier in deze hel is het licht niet van ons weggevlucht, hier in deze hel mogen wij naar boven kijken, hier in deze hel ligt er hoop in elke zucht.

38

39


de dwaler

de dwaler

OP EEN ROLLUIK Sommige mensen beschermen hun huis als een fort, sluiten al het onverwachte buiten met een druk op de knop, een rolluik om de wereld op afstand te houden. Voor sommige mensen houdt de wereld bij de voordeur op, als ze naar buiten stappen verdwijnen ze in het zwarte gat van de straat.

40

41


de dwaler

de dwaler

zo draagt de stad mijn DNA Dit is mijn stad. Ik ken iedere plek, iedere schaduw, iedere geur. De geur van nat cement. En in de zomer smeltend asfalt. Een dikke, trage geur. De ene geur van een stad in opbouw, de andere van een smeltende stad. Opkomst en ondergang, altijd in beweging, en daartussenin loop ik. Ik zet mijn voetafdrukken in het smeltende asfalt, mijn negatief staat stil op straat, op de hielen gezeten door het verkeer. Ik beklim bouwterreinen, loop tussen de steigers en staketsels, spuug tussen de spouwmuren. Zo draagt mijn stad mijn DNA.

42

43


de dwaler - straatbeelden

de dwaler - straatbeelden

• Oude Oeverstraat 9

25 37

Vossenstraat •

• Langstraat

• Weverstraat

Nieuwstraat •

• Broerenstraat

24

21 Bolwerk •

Koningstraat •

2

Nieuwstraat •

33

• Kerkstraat

Kleine Oord •

• Weerdjesstraat Vossenstraat •

• Bakkerstraat

• Rijnkade

• Trans

• Helsteeg

• Trans

6

9

5

11

• Trompetstraat Rodenburgstraat •

28

• Turfstraat

42

14

32

• Paradijs 19

• Markt

23 8 Ariën Verhoefstraat •

• Eusebiusplein

41

Prinsenhof •

31

Prinsenhof •

• Eusebiusplein • Rijnkade • Oranjewachterstraat

44

45


de dwaler - straatflarden

de dwaler - straatflarden

Broerenstraat

Trompetstraat

Rodenburgstraat

Rijnkade

Rodenburgstraat

Rijnkade

Nieuwstraat / Rijnkade

Helstraat

Nieuwstraat

Trans

Rodenburgstraat

Trans

46

47


de dwaler #1 RIJNBOOG

Een project van DTO-Transitieteam Edwin Verdurmen, Peter Groot Tekst: Jibbe Willems Ontwerp & fotografie: www.sinds 1416.nl Š 2013 Het project De Dwaler en deze publicatie zijn in opdracht van Rijnboog Arnhem tot stand gekomen


de dwaler #1 RIJNBOOG DTO-Transitieteam Jibbe Willems Sinds 1416 Rijnboog Arnhem Š 2013


de dwaler - #1 Rijnboog