Page 1

t ransfer

vakblad over internationalisering in het hoger onderwijs engeland 3.526 euro

nederland 1.672 euro

duitsland

0 – 1.000 euro

vlaanderen 568 euro

frankrijk 174 euro

denemarken 0 euro

Europese collegegelden:

pieken en dalen

7

jaargang 18 | april 2011

voormalig ocw-topambtenaar: ‘verbied werving duitse studenten’ | universiteiten richten zich op arabische wereld | selectie garandeert internationaal

gehalte | india is buitenlandse delegaties moe | crisisplannen actueel door japan


7 Transfer is een onafhankelijk vakblad voor internationale samenwerking in het hoger onderwijs en onderzoek. Transfer is ook online: www.transfermagazine.nl. Transfer is een uitgave van de Nuffic, de Nederlandse organisatie voor internationale samenwerking in het hoger onderwijs. Verschijnt negen keer per jaar. Redactie Els Heuts (hoofdredacteur), Annelieke Slappendel en Elleke Bal Aan dit nummer werkten mee Annemieke Bosman, Wieneke Gunneweg, Bas Haring, Han van der Horst, Hoger Onderwijs Persbureau (HOP), Martine Postma, Robert Visscher Beeld Niels Bongers, Erik van der Burgt/ Verbeeld, Marleen Daniels/Hollandse Hoogte, Philip Driessen, Maartje Geels/ HH, Henriëtte Guest, Wieneke Gunneweg, Maarten Hartman, Erik Jansen, Serge Ligtenberg, Mikkel Ostergaard/HH, Franco Pagetti/HH, Fred Steenman/ANP, Yolande Willink/ArtEZ, Xinhua/eyevine/HH Redactieraad Riekele Bijleveld (Universiteit Twente), David Bohmert, Patrick Cramers (Codarts), Madeleine Gardeur (Rijksuniversiteit Groningen), Frans Godfroy, Joep Huiskamp (TU Eindhoven) Redactieadres Nuffic, Postbus 29777, 2502 LT Den Haag, tel.: 070 – 426 0126 / 426 0144/426 0122 fax: 070 – 426 0399 e-mail: eheuts@nuffic.nl, aslappendel@nuffic.nl, ebal@nuffic.nl website: www.transfermagazine.nl Abonnementen Transfer is gratis verkrijgbaar. Geïnteresseerden kunnen zich voor een gratis abonnement aanmelden via www.ikabonneermij.nl/transfer. Abonnementenadministratie DUO-tijdschriftenservice Postbus 681 3500 AR Utrecht tel.: 030 – 263 1089 Vormgeving en lay-out Sabrina Luthjens BNO en Christina Schürmann (www.makingwaves.nl) Druk Drukkerij Deltahage, Den Haag Overname artikelen Het overnemen en vermenigvuldigen van artikelen uit Transfer is slechts geoorloofd na schriftelijke toestemming van de hoofdredactie. Illustratie omslag Sabrina Luthjens Transfer 8, jaargang 18, verschijnt op 19 mei 2011

transfer

Mobiliteit en de belastingbetaler Al jaren worden kosten noch moeite gespaard om in Europa een hoger onderwijsruimte te creëren zodat jongeren moeiteloos over de grens kunnen studeren. En dat heeft zijn vruchten afgeworpen. Steeds meer studenten doen buitenlandse studie-ervaring op. Doel bereikt, zou je zeggen. Maar zo simpel is het niet. Want de fricties rond mobiliteit worden ook zichtbaarder en dan draait het vooral om geld. Zo wil Schotland paal en perk stellen aan het groeiend aantal EU-studenten dat daar komt studeren. Zij betalen er geen collegegeld, net zomin als de Schotten zelf. Onderwijsminister Russell sprak begin dit jaar zijn zorg uit over de ruim 75 miljoen pond die EU-studenten in het studiejaar 2009– 2010 hadden gekost en heeft de zaak aangekaart bij Europees Commissaris Androulla Vassiliou. Denemarken gaat streng de hand houden aan de financiering van het aantal uitwisselingsstudenten. Deense onderwijsinstellingen worden gekort op hun budget als zij meer inkomende dan uitgaande uitwisselingsstudenten hebben. Het argument is, net als in Schotland, dat de belastingsbetaler niet mag opdraaien voor de studie van buitenlandse studenten. Vlaanderen vreest voor een invasie van Nederlandse studenten, die ons land ontvluchten vanwege stijgende collegegelden. In Nederland is het grote aantal Duitse studenten dat hier komt studeren een terugkerend onderwerp van discussie. Voormalig OCW-topambtenaar Ferdinand Mertens betoogt in deze Transfer dat de werving van Duitse studenten absurd en maatschappelijk onaanvaardbaar is. Het moet verboden worden, vindt hij. “Duitse studenten oproepen om hier te komen studeren, op kosten van de Nederlandse overheid, heeft weinig te maken met internationalisering”, aldus Mertens. Het dient vooral het belang van universiteiten en hogescholen omdat zij voor deze studenten bekostiging ontvangen. “Maar het gaat ten koste van het macrobudget voor hoger onderwijs. En daar gaat gedonder van komen”, waarschuwt hij. De voormalig topambtenaar roept staatssecretaris Zijlstra op om snel actie te ondernemen. Zijlstra heeft Eurocommissaris Vassiliou in het kader van de consultatie over de modernisering van het Europees hoger onderwijs laten weten dat unbalanced mobility een issue is dat geadresseerd moet worden. Maar die discussie moet ook in Nederland gevoerd worden. els heuts eheuts@nuffic.nl


r

i n hou d

8

24-42

‘Werving van Duitsers is absurd en onverantwoord’ Ooit zette hij zich als topambtenaar in voor meer hogeronderwijssamenwerking met Duitsland. Maar het aantal Duitse studenten op Nederlandse universiteiten en hogescholen loopt inmiddels de spuigaten uit, vindt Ferdinand Mertens, hoogleraar overheidstoezicht aan de TU Delft. Hij bepleit een verbod op de werving van Duitse studenten. vakblad over internationalisering in het hoger onderwijs

12

18

22

Hoe slecht hebben Nederlandse studenten het eigenlijk? Nederlandse studenten klagen steen en been over de plannen van het kabinetRutte om meer studiekosten door studenten zelf te laten betalen. Maar zijn die klachten eigenlijk terecht als je de situatie in Nederland vergelijkt met die in andere Europese landen? Transfer legt de financiële rechten en plichten van Europese studenten naast elkaar en trekt conclusies.

Rotterdamse bedrijfskundigen houden het internationaal Internationale bedrijfskunde-opleidingen hebben moeite om in de praktijk de international classroom te creëren die ze op papier beloven. Zo niet de opleiding International Business Administration (IBA) aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Selectie aan de poort zorgt daar voor veertig nationaliteiten in de collegezaal.

India zit niet op de zoveelste delegatie te wachten Topinstituten in India krijgen soms wel drie buitenlandse delegaties per dag op bezoek, die allemaal samenwerking zoeken met het enorme land in opkomst. De Indiërs zelf worden een beetje moe van al die missies. Nederlandse instellingen zouden daarop moeten inspelen door bijvoorbeeld niet allemaal afzonderlijk op bezoek te gaan, vindt een Nederlandse kenner ter plaatse.

En verder 2 Colofon en redactioneel 4 Nieuwsberichten 11 Onderwijssamenwerking met Arabische wereld 16 Column Bas Haring 17 Japan onderstreept belang crisisplan 20 Nuffic jaarcongres: pleidooi voor taalbeleid op instellingen 25 Alumnus 26 Nuffic-adviesraad stelt zich voor 29 Vliegende Hollander 30 Pioniers in internationalisering 31 Agenda


n i euwsb er ic hten

Nog geen duidelijkheid voor NICHE NICHE-land. In Kosovo, Suriname en Nicaragua lopen nog geen projecten. Voor Colombia, Vietnam en Zuid-Afrika kondigt Knapen een overgangsregeling aan, gericht op ‘economische samenwerking in brede zin’. “Inperking van het aantal partnerlanden betekent niet dat in andere landen geen Nederlands ontwikkelingsgeld meer wordt geïnvesteerd”, schrijft de staatssecretaris. Die kunnen bijvoorbeeld geld krijgen uit de centrale programma’s en fondsen van Buitenlandse Zaken. “Het NFP en NICHE zijn ook een soort centrale fondsen”, zegt Houterman. “Maar die worden niet specifiek genoemd.” Hij verwacht dat er volgend jaar nog meer bezuinigd moet worden

Project ‘de Rode Loper’

op NFP en NICHE. “Dan zou het logisch zijn om in minder landen projecten uit te voeren.”  (AS)

krijgt vorm

Voorlichting over studies in Nederland moet in de toekomst via één webportaal plaatsvinden en het inschrijvingssysteem Studielink wordt mogelijk uitgebreid, zodat het beter kan worden ingezet voor de toelating van buitenlandse studenten. Met die maatregelen wordt het project ‘de Rode Loper’ steeds concreter ingevuld. Internationale studenten zijn in Nederland vaak wel tevreden over het onderwijs, maar niet over de bureaucratie rond toelating en inschrijving. In de internationaliseringsagenda Het Grenzenloze Goed werd daarom het project ‘de Rode Loper’ geïntroduceerd. Het ministerie van Onderwijs trok er bijna 1 miljoen euro voor uit. De Nuffic, VSNU, HBO-Raad, Studiekeuze123, Studielink, Kences, DUO en de IND zijn erbij betrokken. Op dit moment zijn er binnen ‘de Rode Loper’ vier deelprojecten, die medio 2012 moeten zijn afge-

4 | april 2011 | transfer

Studentes in Tanzania, nu nog een belangrijk NICHE-land.

Foto:Mikkel Ostergaard/HH

De lijst met landen die wat staatssecretaris Knapen betreft kunnen blijven rekenen op directe Nederlandse ontwikkelingssteun komt grotendeels overeen met de landenlijst van het NICHEprogramma. Verder durft Joep Houterman, directeur capaciteitsopbouw en beurzen van de Nuffic, nog geen conclusies te trekken uit de Focusbrief ontwikkelingssamen­ werking. Knapen wil het aantal partnerlanden terugbrengen van 33 naar vijftien. Van de huidige 23 landen die in aanmerking komen voor capaciteits­opbouw binnen NICHE schrapt hij Egypte, Guatemala, Kosovo, Nicaragua, Suriname, Zambia en Tanzania – een belangrijk

rond. Zo wordt er één webportaal ontwikkeld op Studyinholland.nl waar de internationale student terecht kan voor informatie over ­opleidingen in Nederland. Op dit moment geven zowel Studyinholland.nl als Studychoice.nl voorlichting over studiemogelijkheden in Nederland. Ook worden de datavergaringssystemen van Studiekeuze123 (de Nederlandse versie van Studychoice) en StudyinHolland geïntegreerd. Daarnaast wordt nagedacht over uitbreiding van het inschrijvingssysteem Studielink. Dit is nog niet gericht op het toelaten van buitenlandse studenten. Door een koppeling met het IND-systeem zouden studenten bijvoorbeeld makkelijker een verblijfsvergunning kunnen aanvragen.  (EB) Lees het programmaplan op www.nuffic.nl/rodeloper


Orange Carpet voor kunstproject ArtEZ De oranje loper die de Nuffic jaarlijks uitreikt, krijgt dit jaar een plekje in het international office van ArtEZ. De hogeschool won de Orange Carpet Award 2011 met het kunstproject Memento, volgens de jury ‘uniek’ en ‘innovatief’ en al gekopieerd in het buitenland. De prijs is bedoeld voor hogeronderwijsinstellingen die zich op bijzondere wijze inzetten voor het welzijn van buitenlandse studenten in Nederland. Buitenlandse – en inmiddels ook Nederlandse – studenten proberen in het kader van Memento hun persoonlijke herinneringen te visualiseren in een kunstwerk. Daarbij bespreken ze overeenkomsten en verschillen in de manier waarop ze zich dingen herinneren en in hoeverre culturele tradities daarin een rol spelen. De studenten passen verschillende technieken toe bij het vormgeven van hun herinneringen en organiseren zelf een internationale tentoonstelling van hun werk. Memento is wel heel specifiek op de kunstsector gericht, oordeelde de jury, maar kan toch als voorbeeld dienen voor andere instellingen. “Je kunt naar je specifieke doelgroep kijken en iets organiseren dat raakt aan de reden waarom de studenten naar jouw instelling zijn gekomen”, zei juryvoorzitter Joeri van den Steenhoven bij de prijsuitreiking.  (AS) Alle veertien inzendingen voor de Orange Carpet Award staan op

Foto: Yolande Willink/ArtEZ

www.nuffic.nl/orangecarpetaward

Een buitenlandse studente doet mee aan het kunstproject Memento.

Nederland scoort in reputatieranking De laatste ranking van het blad Times Higher Education (THE) was teleurstellend voor Nederland: geen enkele Nederlandse universiteit stond in de tophonderd. Maar als het alleen gaat om de faam onder academici, ontstaat een heel ander beeld. Dan staan vier Nederlandse instellingen bij de beste honderd, blijkt uit de reputatie-ranking die onlangs voor het eerst werd gepubliceerd. Om de positie van instellingen op de algemene ranglijst te bepalen, vraagt THE elk jaar onder meer aan een selecte groep academici welke universiteit zij de beste vinden in onderzoek en onderwijs. Daarnaast spelen wetenschappelijke publicaties en de mate waarin die worden geciteerd, een rol in de uiteindelijke rangschikking. In de ranglijst 2010 woog de reputatie onder academici door een vernieuwde methodiek minder zwaar mee. THE heeft nu een speciaal klassement gepubliceerd met alleen het oordeel van de academici. De TU Delft staat daarin van alle Nederlandse universiteiten het hoogst: op plaats 49. Ook de universiteiten van Utrecht, Leiden en de Universiteit van Amsterdam staan in de tophonderd. Nederland doet het daarmee in de ranking even goed als Duitsland, Canada en Australië. De absolute toppers qua reputatie zijn de gebruikelijke grote namen uit de Verenigde Staten en Groot-Brittannië.  (AS)

transfer | april 2011 | 5


ac htergron d

Schotland bekijkt ‘servicekosten’ EU-student De Schotse onderwijsminister Michael Russell onderzoekt de mogelijkheid om EU-studenten ‘servicekosten’ te laten betalen. Hij wil zo het bedrag verlagen dat die studenten de Schotse belastingbetaler kosten. EU-studenten kostten Schotland vorig studiejaar volgens Russell ruim 75 miljoen pond (meer dan 80 miljoen euro). Europese wetgeving staat het niet toe dat zij collegegeld moeten betalen, als Schotten zelf dat niet hoeven. Russell zint op een manier om EU-studenten te laten betalen, zonder aan het gratis hoger onderwijs voor Schotten zelf te komen. Dat kan wel eens lastig worden. Een woordvoerder van eurocommissaris Vassiliou noemde het in The Guardian discriminerend als de servicekosten alleen voor buitenlanders zouden gelden. Onderwijs in Duitse OS juist speerpunt Terwijl Nederland bezuinigt op onderwijs binnen ontwikkelingssamenwerking, presenteerde Duitsland vorige maand juist plannen om hiervan een speerpunt te maken. De Duitse regering ziet onderwijs als katalysator om andere doelen van het ontwikkelingsbeleid te bereiken, zoals goed bestuur en duurzame economische groei. In de Duitse ontwerpstrategie 2010–2013 wordt het voornemen uitgesproken om de onderwijsbijdrage aan Afrika te verdubbelen, omdat daar het gebrek aan opleiding het grootst is. Daarnaast zijn betere samenwerking en uitgebreide evaluaties gewenst. Verder wil Duitsland in Brussel bepleiten dat onderwijs steviger wordt verankerd in het Europese ontwikkelingsbeleid. Voor het hoger onderwijs denkt Duitsland aan meer samenwerking tussen Duitse hogescholen en die in partnerlanden. Studiebeurzen moeten de mobiliteit van studenten uit ontwikkelingslanden vergroten. Om het hoger onderwijs in Afrika kwalitatief te verbeteren, wil Duitsland de Afrikaanse Unie steunen bij het oprichten van een pan-Afrikaanse universiteit. China wil dubbel zo veel buitenlandse studenten In 2010 telde China een recordaantal buitenlandse studenten, blijkt uit cijfers van het Chinese ministerie van Onderwijs. Maar de ambitie ligt veel hoger dan de ruim 265.000 internationale studenten van vorig jaar: in 2015 wil China er 350.000 trekken, het streefgetal voor 2020 is 500.000. Studentenmobiliteit is in China een van de pijlers van modernisering van het onderwijs, bleek uit een presentatie op de Going Global-conferentie van de British Council. Daarbij gaat het China niet alleen om kwantiteit, maar ook om kwaliteit. Naast betere dienstverlening en ondersteuning voor buitenlandse studenten moeten er meer Engelstalige opleidingen komen. Om uitgaande mobiliteit te bevorderen wil China de mogelijkheden onderzoeken om studiepunten mee te nemen en joint degrees aan te bieden samen met buitenlandse hogeronderwijsinstellingen. (AS)

6 | april 2011 | transfer

Foto: Fred Steenman/ANP

Buitenlands nieuws

Harm Beertema (PVV) is tegen het plan van Zijlstra.

Kamer akkoord met gelijke titulatuur De Tweede Kamer steunt de opvatting van staatssecretaris Zijlstra dat het verschil tussen bachelor- en mastertitels voor hbo’ers en academici moet verdwijnen. Het “gekunstelde onderscheid” brengt studenten in het buitenland volgens Zijlstra onnodig in de problemen, zei de staatssecretaris eind maart in een debat met de Tweede Kamer. Zijlstra noemde het Nederlandse verschil in graden “theoretisch” en “achterhaald”. Hij is niet bang dat het gelijktrekken van de titels tot een devaluatie van het universitaire diploma leidt: “Heel veel andere landen hebben het over ‘universities’ die minder niveau hebben dan onze hogescholen. Wij moeten op dit punt niet roomser dan de paus willen zijn.” De naam van de instelling moet het verschil in opleiding duidelijk maken. D66-Kamerlid Van der Ham vroeg daarom aan Zijlstra om te controleren of hogescholen zich daadwerkelijk ‘university of applied sciences’ noemen. CDA’er De Rouwe diende een motie in om een gestandaardiseerd diplomasupplement in te voeren wanneer het onderscheid in titulatuur vervalt. Die motie werd aangenomen. In het debat toonde alleen de PVV zich tegenstander van het plan. Kamerlid Beertema diende een motie in om het recht op het verlenen van een mastertitel alleen aan universiteiten te bieden. Zijlstra begreep daar weinig van; hogescholen bieden al langer professionele masters aan. (HOP)

Meer nieuws dagelijks op www.transfermagazine.nl


Europa wil

onderzoeksbeleid hervormen De Europese Commissie vraagt publiek advies over het effectiever verdelen van 143 miljard euro aan Europees onderzoeksgeld. Het dagelijks bestuur van de EU vindt dat het Europese onderzoeks- en innovatie­beleid radicaal anders moet en wil de beschikbare gelden, die nu over verschillende organisaties en programma’s zijn verspreid, onder één paraplu brengen. De commissie vindt het onderzoeks- en innovatiebeleid momenteel te ingewikkeld en bureaucratisch, blijkt uit het groenboek dat de basis vormt voor de consultatie. Ook zou het beleid concrete doelen missen en is er veel overlap tussen verschillende programma’s, zoals het Kaderprogramma voor onderzoek en technologie (budget voor zeven jaar:

53,3 miljard), het Kaderprogramma voor concurrentievermogen (3,6 miljard), de Structuurfondsen (86 miljard) en het Europees Instituut voor Innovatie en Technologie (309 miljoen). Tot 20 mei kunnen organisaties en individuen laten weten hoe dit beleid volgens hen kan worden verbeterd. De Europese Commissie verwacht veel respons omdat er grote behoefte is aan hervorming. Ann Mettler, directeur van de Europese denktank Lisbon Council, heeft al een voorzet gedaan. “We hebben veel sneller toegang nodig tot middelen”, schrijft zij op de Europese nieuwswebsite Euractiv.com. “Een innovatieve onderneming gaat geen formuliertjes invullen en vervolgens twee jaar wachten op geld.”  (EB)

Curaçao klaagt over Nederlandse stagiairs

Foto: Marleen Daniels/HH

Curaçao is in trek bij Nederlandse studenten.

Nederlandse stagiairs op Curaçao liggen onder vuur. Het Curaçaose parlementslid Jaime Cordoba vindt dat “hordes Nederlanders” stageplekken en banen van Curaçaose studenten inpikken. Hij wil maatregelen zodat studenten van eigen bodem voorrang krijgen. Volgens de Wereldomroep schreef Cordoba onlangs een brief aan de minister van Onderwijs over Nederlandse stagiairs. Hij zegt klachten te hebben ontvangen van Curaçaoënaars tegen wie is gezegd dat er geen plaats is om stage te lopen op Curaçao. Hoeveel Nederlandse stagiairs jaarlijks naar het eiland vertrekken, is moeilijk te berekenen. De Hanzehogeschool Groningen, een grote leverancier, telt er jaarlijks ongeveer veertig. Volgens stagecoördinator Marius Bremmer is het niet zo dat je op Curaçao struikelt over de Nederlandse stagiairs. “Maar het moeten er niet meer worden.” Bremmer maakt wel onderscheid tussen verschillende groepen stagiairs. “Artsen, marinebiologen, fysiotherapeuten, fiscalisten en diëtisten kunnen geen plekken van lokale studenten innemen, omdat die opleidingen niet worden aangeboden op het eiland. Bij rechten, bouwkunde, economie kan dat wel.” Maar volgens Bremmer zitten vooral mbo’ers in het vaarwater van lokale studenten. “Er is veel concurrentie in branches als de horeca, de bouw en het toerisme.”  (EB)

transfer | april 2011 | 7


i ntervi ew

vo ormali g

o cw

-to

pambten a a r

f e r d i n a n d

m e rte n s

:

‘Kwestie Duitse studenten gaat

Foto: Henriëtte Guest

tot gedonder leiden’

Midden jaren ’90 was hij bij het ministerie van Onderwijs de architect van het beleid om de hogeronderwijssamenwerking met onder meer de Duitse grensstreek te bevorderen. Maar dat beleid heeft op de instellingen verkeerde vormen aangenomen, meent oud-topambtenaar Ferdinand Mertens inmiddels. ‘Actieve werving van Duitse studenten moet verboden worden.’

8 | april 2011 | transfer


“Wir bieten Zukunft!” In een advertentie in het directeur-generaal en inspecteur-generaal op het Duitse weekblad Die Zeit van 3 maart maakt Fontys ministerie van Onderwijs – de stroom Duitse Hogescholen Duitse jongeren warm voor een studie studenten een halt wil toeroepen. In 1996 ontving in Nederland. Ze worden opgeroepen om naar de hij van de Duitse overheid het Bundesverdienstkreuz Tag der offenen Tür te komen. Op de internationale mit Stern voor zijn inspanningen om ondercampus in Venlo kunnen ze in het Duits negen opleiwijssamenwerking met Noordrijn-Westfalen, dingen volgen, blijkt uit de advertentie. “Die werving Nedersaksen, Bremen en Vlaanderen van de grond is absurd en maatschappelijk onverantwoord, maar te tillen. Mertens was de architect van dit zogevindt al ruim vijftien jaar plaats”, naamde grenslandenbeleid. Naast stelt Ferdinand Mertens (1946), ideële motieven, zoals het bevor“Europa vraagt ons oud-topambtenaar op het minisderen van samenwerking binnen terie van Onderwijs en sinds 2005 Europa, was doelmatigheid een helemaal niet om hoogleraar aan de TU Delft. reden. “Alle denkbare studies Mertens wijst erop dat Nederland werden in het grensgebied aangeDuitsers op te leiden. de opleiding van de Duitse boden, zodat studenten onbestudenten financiert. “Ik zie geen perkte mogelijkheden hadden. En Grensinstellingen doen enkele reden om Duitse studenten instellingen hoefden niet alle opleiop te roepen om hier, op kosten van dingen in huis te hebben”, aldus dat voor zichzelf” de Nederlandse overheid, te komen Mertens. studeren. Met internationalisering Een belangrijke voorwaarde heeft dit weinig te maken”, stelt was wel dat dit grensoverschrijhij. “Je ziet in geen enkel ander EU-land dat publiek dend verkeer in evenwicht moest zijn. De nota gefinancierde instellingen studenten uit de Europese Onbegrensd talent uit 1997 waarschuwde al dat Unie werven. Dat alleen al geeft te denken.” scheve verhoudingen ongewenste financiële Universiteiten en hogescholen ontvangen van gevolgen konden hebben. “Wij vonden dat het de overheid bekostiging voor hun studenten, per principe ‘geld volgt student’ moest gelden. Het zou student jaarlijks zo’n 6.000 euro. Dat bedrag krijgen dan voor de overheden niet hoeven uitmaken waar ze ook voor EU-studenten die hier komen studeren. iemand studeert: het land van herkomst draagt de Elke student meer betekent een proportionele verhofinanciële consequenties. Dat hadden we afgekeken ging van het instellingsbudget. Maar leidt tot een van de Scandinavische landen.” Op Europese schaal verlaging van het gemiddelde budget per student. bleek het echter een mission impossible te zijn om dit “Alleen de instellingen hebben belang bij het binnenprincipe in te voeren. “We kregen het in Europa niet halen van zo veel mogelijk EU-studenten. De import voor elkaar. Maar ook niet met de buurlanden.” van die studenten wordt uit de staatskas betaald en Zin en onzin de opbrengsten op korte termijn vallen toe aan de Het grenslandenbeleid was voor Nederlandse instellingen”, betoogt Mertens. Hij vindt het hoog hogescholen en universiteiten het sein om actief te tijd dat instellingen tot de orde worden geroepen. gaan werven bij de oosterburen. Zo adverteerde de Maar ook dat de doelstellingen van het internationa­ Universiteit van Amsterdam halverwege de jaren liseringsbeleid worden gepreciseerd. negentig in Duitse dagbladen voor haar faculteit Grenslandenbeleid Natuurwetenschappen. “Ik werd toen gebeld door In 2009–2010 studeerden in Nederland 54.000 een Duitse topambtenaar van het ministerie van internationale studenten voor een diploma. Het Onderwijs van Nedersaksen met de vraag of we geld gros daarvan (21.000) is Duits. Het aantal Duitse te veel hadden”, herinnert Mertens zich. “Hij begreep studenten stijgt al jaren. De verwachting is dat het niet dat wij Duitse jongeren aanmoedigden om bij er, bij ongewijzigd beleid, over drie jaar circa 40.000 ons te komen studeren.” zijn. “Je kunt deze zaak niet langer op zijn beloop Sindsdien is de werving onverminderd doorgegaan. laten. Hier gaat gedonder van komen”, waarschuwt Het aantal Duitse studenten is navenant gestegen. Mertens. “Zeker nu het budget voor hoger onderwijs “Begrijp me niet verkeerd”, zegt Mertens. “Ik ben er onder druk staat. Deze kwestie kan de betrekkingen een groot voorstander van dat studenten in Europa met Duitsland meer gaan hinderen dan verbeteren.” kunnen studeren waar ze willen. En ik draag internaHet is opmerkelijk dat juist Mertens – in de jaren tionalisering een warm hart toe, maar je moet zin en negentig plaatsvervangend secretaris-generaal, onzin goed van elkaar scheiden.”

transfer | april 2011 | 9


Een aantal hogescholen in de grensstreek, zoals Saxion, Fontys, de Hogeschool Arnhem Nijmegen en de Hanzehogeschool, verzorgt ook Duitstalige opleidingen, uitsluitend bestemd voor Duitse studenten. Ook daarvoor is de belangstelling al jaren enorm. Vorig jaar april hadden zich bijna achthonderd Duitsers aangemeld voor de Saxion-opleiding SozialPedagogik, terwijl er maar 250 plaatsen beschikbaar waren. “We doen dit niet om onze studentenaantallen te verhogen. Europa vraagt dit van ons”, antwoordde de opleidingsdirecteur toentertijd op de vraag van Transfer of dergelijke opleidingen te verantwoorden zijn in een tijd van bezuinigingen. “Onzin”, reageert Mertens. “Europa vraagt dit helemaal niet van ons. De grensinstellingen doen dit om hun eigen toekomst veilig te stellen. Ze verkopen dit beleid onder het mom van europeanisering en globalisering. Wie er kanttekeningen bij plaatst, wordt weggezet als ‘bekrompen denker’.”

Zelfregulering De vraag dringt zich op waarom dit onderwerp niet eerder is aangekaart. Volgens Mertens komt dat doordat de ‘gewone burger’ niet weet dat EU-studenten op kosten van de Nederlandse overheid een opleiding volgen en doordat de belangen van onderwijsinstellingen te groot zijn. “Ik heb deze kwestie in de jaren negentig al besproken met Arie van der Hek, destijds voorzitter van de HBO-raad. Hij dacht dat we er met een vorm van zelfregulering binnen een halfjaar uit zouden zijn. Maar het hbo kwam er niet uit.” Ook toenmalig Onderwijsminister Ritzen, die onlangs afscheid nam als collegevoorzitter van de Universiteit Maastricht (UM), kaartte destijds de zaak aan in de Tweede Kamer. Hij vond daar geen gehoor. Na zijn vertrek bij het departement, in 2001, volgde Mertens de zaak niet meer, tot hij twee jaar geleden weer advertenties zag in een aantal Duitse media. “Ik dacht: iemand moet dit toch aan de kaak stellen.” Wat zou er volgens hem moeten gebeuren? “Het is voor Duitse studenten inmiddels een gangbare route om hier te komen studeren. Dat hebben we over onszelf afgeroepen en dat kun je niet meer terugdraaien. Bovendien is het vrije verkeer van personen een groot goed. Maar de actieve werving moet je verbieden op straffe van budgetkorting. En de Duitstalige opleidingen moeten tussen nu en vier jaar worden afgeschaft.” Ook moeten de Nederlandse overheid en de instellingen zich afvragen hoeveel EU-studenten ze willen bekostigen en opleiden. “Willen wij een universiteit

10 | april 2011 | transfer

die straks voor driekwart uit grenslandenstudenten bestaat?” Mertens doelt op de UM, ook wel de grootste Duitstalige universiteit buiten Duitsland genoemd. Sinds augustus voert de instelling overigens een offensief om Britse studenten binnen te halen als gevolg van de verdrievoudiging van de college­gelden In het Verenigd Koninkrijk per 2012. In verschillende Nederlandse en Britse media maakt de universiteit reclame voor het veel goedkopere Nederlandse onderwijs. Nu studeren in Maastricht ongeveer vijftig Britten. Maar dat moeten er volgens de instelling snel honderden worden. Ook de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) heeft een agent gezet op de werving van Britse studenten. “Bij ons ging de vlag uit toen we hoorden dat het Britse college­geld zo omhoog ging”, aldus een woordvoerder vorige maand in het AD.

Rekening sturen Ferdinand Mertens ziet maar een oplossing voor de kosten die verbonden zijn aan de grootschalige instroom van Duitse en andere EU-studenten. “Het collegegeld moet kostendekkend worden. Uiteindelijk zul je daarop uitkomen, want je kunt als landen geen rekeningen naar elkaar gaan sturen, zeker niet wanneer je studenten eerst uitnodigt om hier te komen studeren”, voorspelt hij. Nederlandse studenten zouden volgens hem een deel van het collegegeld gecompenseerd kunnen krijgen via een sociaal leenstelsel. Een ander aanknopingspunt ziet Mertens in de kabinets­reactie op het rapport-Veerman. Staatssecretaris Zijlstra pleit daarin voor een bekostigingssystematiek die meer stuurt op kwaliteit en missie dan op studentenaantallen. “Het begrip macrodoelmatigheid is terug van weggeweest”, concludeert Mertens. “Dat refereert aan de logica van het geheel en is een begrip waarmee de plannen en intenties van afzonderlijke instellingen overstegen kunnen worden. Dat biedt een opening om het werven van EU-studenten te stoppen. Zijlstra moet dit snel oppakken.”

els heuts Lees de reactie van Sander van den Eijnden, algemeen ­directeur van de Nuffic, op het betoog van Ferdinand Mertens op www.transfermagazine.nl


actu eel

Universiteiten halen banden aan met Arabische

wereld

Vijf Nederlandse universiteiten gaan flink inzetten op universitaire samenwerking met de Arabische wereld. Zij hebben hun krachten gebundeld in het Holland Arab Education Consortium (HAEC). De universiteiten van Maastricht en Groningen plaatsen zelfs gezamenlijk een hogeronderwijs­ attaché op de ambassade van Riyadh, Saoedi-Arabië. conferentie plaats van de Arab European Universities Association, waar veel universiteitsbestuurders uit de Arabische wereld aanwezig zullen zijn.

Attaché

Foto: Franco Pagetti/HH

De King Saud University in Riyadh.

Deze attaché zal regelmatig contact hebben met de vijf universiteiten van HAEC, waar naast Groningen en Maastricht ook Twente, Wageningen en Leiden aan deelnemen. Het doel van HAEC is het uitbreiden van onderzoekssamenwerking en het gezamenlijk werven van studenten in het Midden-Oosten en de Golfregio. In de Arabische wereld wordt op dit moment fors geïnvesteerd in het opleiden van de eigen bevolking, vertelt Madeleine Gardeur, adviseur internationale zaken van de RUG en een van de initiatiefnemers van HAEC. “Voorheen werd er veel kennis ingekocht. Maar er komt ooit een einde aan hun olievoorraad en dat houden ze in hun achterhoofd.” HAEC richt zich vooralsnog op Saoedi-Arabië, Oman, de Verenigde Arabische Emiraten, Egypte, Jordanië en Syrië. In deze landen zijn veel beurzen beschikbaar waarmee duizenden high-potentials in het westen kunnen studeren. Er is in de regio volgens Gardeur een groeiende interesse voor Europa. “Het ligt vergeleken bij Amerika om de hoek en onze culturen zijn al eeuwenlang met elkaar verweven.” De vijf universiteiten van het consortium presenteren zich van 19 tot 21 april gezamenlijk op een onderwijsbeurs in Riyadh. In juli vindt in Groningen een

Het plaatsen van een onderwijsattaché in Riyadh is een idee van Maastricht en Groningen. De medische centra van deze universiteiten voeren in Saoedi-Arabië al een aantal grote projecten uit. Zo is Maastricht de spil in het opzetten van een nieuwe medische faculteit en helpt Groningen bij het ontwikkelen van een medisch curriculum. De universiteiten ontvangen daarnaast ieder jaar tientallen Saoedische geneeskundestudenten. “Voor ons en voor Maastricht is het belangrijk om iemand ter plaatse te hebben die ons gezicht kan laten zien, bij lopende projecten betrokken is en deze kan uitbouwen”, vertelt Gardeur. De attaché wordt aangesteld door de universiteit van Groningen en medegefinancierd door Maastricht. Het ministerie van Onderwijs betaalt de zogeheten ‘uitzendkosten’ van de medewerker. In 2008 bezochten elf instellingen voor hoger onderwijs Saoedi-Arabië en meerdere Golfstaten, tijdens een missie die gedeeltelijk door de Nuffic werd georganiseerd. Hoe kijkt de Nuffic aan tegen een initiatief als HAEC? Sander van den Eijnden, algemeen ­directeur, reageert: “Saoedi-Arabië is voor weinig instellingen een interessant land. Die paar universiteiten investeren daar nu in en dat vind ik consistent. Het is een ingewikkeld land en daarom is het verstandig dat ze aansluiting zoeken bij de Nederlandse vertegenwoordiging.” De Nuffic doet andere dingen, zegt Van den Eijnden. “Wij helpen het Nederlandse hoger onderwijs zich als geheel te positioneren. Onze kantoren zijn gevestigd in landen die voor het hoger onderwijs meer in de breedte interessant zijn. Bovendien werven wij geen studenten.”

elleke bal transfer | april 2011 | 11


ac htergron d

nederland 1.672 euro

vlaanderen 568 euro

denemarken 0 euro

eu ropese

tr en d

:

stu d e nte n

ga a n

m e e r

b e ta l e n

Student in Nederland Langstudeerders gaan een ‘Halbe­heffing’ betalen, de basisbeurs voor de masterfase verdwijnt. De plannen van het kabinet­Rutte brachten tienduizenden betogers op de been. Maar heeft de Nederlandse student vergeleken met ‘lotgenoten’ elders in Europa veel te klagen?

Studeren is investeren luidt de titel van de beleidsnotitie waarin staatssecretaris Halbe Zijlstra vorige maand zijn plannen voor aanpassingen in de studiefinanciering ontvouwde. De basisbeurs voor bachelorstudenten blijft bestaan, maar voor de masterfase komt er een leenstelsel. Zijlstra’s collega in Groot-Brittannië lijkt er net zo over te denken: die geeft universiteiten de mogelijkheid om vanaf 2012 het collegegeld voor bachelorstudenten te verhogen tot ruim 10.000 euro. Nee, dan Denemarken. Studeren kost de Denen niets, ze krijgen zelfs beurzen van een kleine 700 euro op de koop toe. Daar zal menig Europees student jaloers op zijn. Want al is het collegegeld in veel Europese landen doorgaans stukken lager dan in Engeland, beurzen zijn vaak slechts weggelegd voor studenten uit de laagste inkomensgroepen en bedragen vaak niet veel meer dan 300 euro per maand. De diversiteit in Europa is, kortom, groot. Het is ook lastig om de situatie in verschillende landen te verge-

12 | april 2011 | transfer

lijken, omdat er meer variabelen zijn dan alleen de hoogte van collegegeld en beurzen (zie tabel, p.14). Toch ziet Ben Jongbloed, onderzoeker van het Center for Higher Education Policy Studies (CHEPS) van de Universiteit Twente, een trend: collegegelden worden hoger, maar daar staan beurzen tegenover voor studenten die het echt nodig hebben. “Deels uit noodzaak wordt steeds meer naar privaat rendement van hoger onderwijs gekeken. Het idee is toch dat studenten later goed terechtkomen en navenant een bijdrage mogen leveren.”

Profijt In andere Europese landen loopt het evenwel niet zo’n vaart. Duitsland is bijvoorbeeld zeer gematigd als het om collegegeld gaat. Áls Duitse deelstaten al collegegeld kennen – en dat is steeds minder het geval – dan bedraagt het maxi-


engeland 3.526 euro

duitsland

0 – 1.000 euro

frankrijk 174 euro

heeft het eigenlijk best goed maal duizend euro per jaar. In Vlaanderen ligt het Niet helemaal verrassend kiest ook de European bedrag niet hoger dan 570 euro, Deense en Zweedse Students Union (ESU) voor die invalshoek. “Onderwijs studenten betalen in eigen land helemaal geen colleis een publieke verantwoordelijkheid”, vindt voorgegeld. zitter Bert Vandenkendelaere. “De opbrengst is voor “In Nederland is het collegegeld vanuit Europees het individu kleiner dan voor de maatschappij. Hoe perspectief best aan de maat”, zegt Jongbloed. “Maar meer burgers hoger onderwijs hebben genoten, des te niet in verhouding tot het profijt groter is de welvaart, des te gezonder dat je ervan hebt. De samenleen minder crimineel is de maat“De Nederlandse ving betaalt hier grofweg 80 schappij. Daarom moet de overheid procent van een opleiding. zorgen voor gelijke toegang, zonder samenleving betaalt Veel studies tonen aan discriminatie.” Het argument dat onderwijs voor dat het individuele iedereen toegankelijk moet zijn, grofweg 80 procent van rendement van een jaar speelt een grote rol in de Duitse hoger onderwijs 8 tot discussie over collegegeld. Volgens een opleiding” 12 procent is aan hogere Noordrijn-Westfalen zijn er lonen. Als je dat vergelijkt aanwijzingen dat meer mensen uit met de 1 tot 2 procent rente die je lage inkomensgroepen aan een opleiding zouden tegenwoordig op een spaarrekening krijgt, dan is dat zijn begonnen als er geen collegegeld werd geheven. behoorlijk.” Maar CHEPS-onderzoeker Jongbloed noemt het een Noordrijn-Westfalen, dat onlangs besloot de misvatting dat het hoger onderwijs toegankelijker Studiengebühren weer af te schaffen, wijst juist op de wordt als het collegegeld nul is. “In Scandinavië voordelen voor de maatschappij. De Duitse deelstaat zie je soms weer capaciteitsproblemen. Dan kom haalt een onderzoek van de OESO aan, waaruit blijkt je alleen op de universiteit als je heel goed bent en dat elke student de belastingbetaler later ongeveer vallen kinderen uit bepaalde milieus buiten de boot, 150.000 euro oplevert, doordat studenten een kleidoordat ze niet de juiste vooropleiding hebben en nere kans op werkloosheid hebben en meer belasting minder gestimuleerd zijn door hun ouders.” betalen.

transfer | april 2011 | 13


Een verhoging van de financiële bijdrage die studenten zelf moeten leveren, leidt volgens Jongbloed soms tot een schrikreactie, maar niet tot leegloop van universiteiten. “Australië heeft de collegegelden in de jaren negentig fors verhoogd. Toch bleven de studenten binnenstromen. En ook in Engeland nam hun aantal toe, ondanks stijgende fees. Ik denk dat studenten best de baten van hoger onderwijs inzien en bereid zijn een bijdrage te doen.”

du itsl an d: ‘eigen bijdrage voor mensama altij den’ Denny Chen volgt in Berlijn twee studies voor de prijs van een. Collegegeld betaalt hij niet, wel 270 euro per semester voor een lokale ov-kaart en een bijdrage aan Studentenwerk. Die organisatie regelt onder meer culturele en financiële voorzieningen voor studenten, maar ook goedkope maaltijden in de mensa. “De Duitse

Minder risico’s

studiefinanciering, Bafög, is afhankelijk van het inkomen

De ESU is eigenlijk volledig tegen collegegeld, benadrukt voorzitter Vandenkendelaere. “Maar als het niet anders kan, dan moet er een goed beurssysteem tegenover staan, zodat de verdeling fair is.” Jongbloed pleit ervoor de kosten van de studie voor iedereen gelijk te houden en mensen uit lage inkomensklassen over de drempel te trekken met beurzen. “Je kunt het geld maar een keer uitgeven, dus je moet zorgen dat het terechtkomt bij mensen die het echt nodig hebben. Dat gebeurt in Engeland ook: universiteiten die een hoog collegegeld rekenen, moeten dat voor een deel steken in beurzen voor lagere inkomensgroepen. Een deel van de studiefinanciering wordt zo aan de instellingen ­overgelaten.”

van de ouders. De helft is een lening. Het is een iets minder sociaal stelsel dan in Nederland, al is de basisbeurs daar ook niet heel hoog. Bafög aanvragen is een complex proces: studenten moeten elk jaar opnieuw de inkomensgegevens van hun ouders ­opgeven.” Vrijwel iedereen die Chen kent, werkt naast de studie. “Je wordt een beetje als lui gezien als je geen bijbaan hebt. Lenen doen Duitsers niet graag. Banken bieden wel leningen voor studenten, maar daarvan wordt weinig gebruikgemaakt. Het is dus een beetje van de ouders, een beetje Bafög en een beetje werken. En het scheelt dat je weinig boeken hoeft te kopen, omdat de bibliotheek vaak honderd exemplaren heeft.”  (AS)

Nederland

Kosten

Beurs

Lening

collegegeld € 1.672

basisbeurs voor iedereen € 266 p.m. (uitwonenden), max. 4 jaar, voorwaarde: diploma in 10 jaar

lening max. € 288 p.m. collegegeldkrediet max. € 143

bij laag inkomen evt. aanvullende beurs € 241 Engeland

Duitsland

Vlaanderen

Collegegeld variabel, bachelor max. € 3.526

maintenance grant bij laag inkomen, max. ca. € 3.115, bij maximum collegegeld dan ook tuition fee bursary minimaal ca. € 345

maintenance loan , afhankelijk van omstandigheden, max. ca. € 5.187 (uitwonend buiten Londen)

collegegeld in 5 van 16 deelstaten, max. € 1.000

Bafög bij laag inkomen, max. € 597, helft lening

helft bedrag Bafög, rentevrij

Semesterbeitrag (o.a. voor voorzieningen via Studentenwerk)

eventueel aanvullende beurs bij hoge woonkosten

instelling bepaalt studiegeld, op basis van aantal studiepunten, max. € 568,

studietoelage bij laag inkomen, € 234 – € 3.622 en afhankelijk van studiepunten in het voorgaande studiejaar

voor student met studietoelage € 80 – € 100

tuition fee loan voor iedereen

Bildungskreditprogramm max. € 7.200 soms renteloze studielening via instelling

evt. toelage via instelling

Frankrijk

droits d’inscription € 174 (licence / bachelor), € 237 (master)

studiebeurs bij laag inkomen, variërend van kwijtschelding collegegeld tot € 460 p.m. (9 maanden per jaar)

bancaire lening met staatsgarantie, max. € 15.000

Denemarken

geen collegegeld, geen ziektekostenverzekering

beurs, ca. € 662 p.m. ( uitwonenden) max. nominale studieduur + 1 jaar

staatslening, max. ca. € 339 per maand

14 | april 2011 | transfer

’completion loan’ voor afronden studie, max. 1 jaar ca. € 875 euro


Die maatregel stelt Vandenkendelaere niet gerust. “Ondanks die beurzen blijft het zo dat veel studenten een schuld aangaan. Je weet niet hoeveel mensen daardoor van een studie afzien. Mensen met een lagere sociaal-economische achtergrond willen minder financiële risico’s nemen en een lening blijft een lening, ondanks eventuele voordelen die ertegenover staan.” Nu al is het collegegeld voor bachelorstudenten in Engeland met ruim 3.500 euro meer dan twee keer zo hoog als in Nederland. Het is moeilijk te zeggen of dat een barrière vormt voor potentiële studenten, vindt Ton van den Bremer, masterstudent aan de universiteit van Oxford. “Het is lastig om een vergelijking te trekken tussen de Nederlandse en Engelse collegebanken, omdat universiteiten hier studenten selecteren. Het is ook de vraag of hoger collegegeld mensen tegenhoudt: je hoeft het niet in je zak te hebben, want je betaalt het pas na afloop van de studie.”

Niet enorm ambitieus Het valt Van den Bremer wel op dat Britse studenten veel meer dan hun Nederlandse collega’s bezig zijn met het financieren van hun studie. “In de lange zomervakanties en de periode rond kerst wordt gewerkt om geld binnen te slepen. Dat was al zo toen ik zes jaar geleden in Engeland begon en tuition fees ongeveer 40 procent hoger waren dan het collegegeld in Nederland.” Nederlandse studenten in Kopenhagen en Berlijn melden ook dat vrijwel iedereen daar een bijbaantje heeft, ook al betalen studenten daar geen collegegeld en is de Deense studiebeurs relatief riant (zie kaders). Welbeschouwd is het in Nederland zo slecht nog niet. Dankzij de basisbeurs zijn studenten minder afhankelijk van hun ouders dan bijvoorbeeld in Vlaanderen of Spanje, merken Nederlandse studenten in die landen op. Ben Jongbloed heeft wel het gevoel dat de basisbeurs in de toekomst kan gaan verdwijnen. “Het gaat vooral de Angelsaksische kant op, ook in Nederland.” Vanuit Brits oogpunt zijn de Nederlandse plannen niet enorm ambitieus, zegt Ton van den Bremer. “Het zijn relatief milde maatregelen.” Alleen vanuit Kopenhagen klinkt, bij monde van student Gijs Stevers, een ander geluid: “Gezien de veranderingen die er in Nederland aankomen, is het in Denemarken veel beter.”

annelieke slappendel

d e n e ma r k e n: ‘veel geld van bijbaan kwi jt a a n b e l asti n g’ De ‘Scandinavische droom’ – goed geklede mensen, mooie natuur, gratis onderwijs en zorg – trok Gijs Stevers naar Kopenhagen. “Zeker voor Deense studenten is het hier erg goed. Ze betalen geen collegegeld, geen zorgverzekeringspremie en ze krijgen per maand zo’n 700 euro studiefinanciering. Maar ze moeten er nog veel bij werken, want met die beurs kom je in Denemarken niet ver. De prijzen zijn hier anderhalf tot twee keer zo hoog als in Nederland. Een kamer kost hier al snel 500 euro, een brood 4 tot 5 euro, een biertje 7 euro.” Over wat je naast je studie verdient, moet je volgens Stevers 30 tot 35 procent belasting betalen. “Toch is het hier gebruikelijk om als student vijftien tot twintig uur per week te werken. Er zijn veel studiegerelateerde bijbanen, bijvoorbeeld bij Shell.” Stevers schat dat je in Nederland als student zo’n 10 euro per uur verdient, in Denemarken 20. “Studenten leven heel riant. We kunnen geld uitsparen door evenementen op de universiteit bij te wonen, want na afloop is er altijd gratis eten en gratis bier.”  (AS)

vl a a n d e r e n: ‘als student r i j k e o u d e rs

mo e t j e h e b b e n’

Het lage ‘schoolgeld’ van zo’n 500 euro was voor Chantal Schinkels reden om in Antwerpen te gaan studeren. “De Nederlandse student is beter af qua studiefinanciering”, heeft ze gemerkt. “Als Vlaamse student moet je rijke ouders hebben.” In Vlaanderen komen ouders in aanmerking voor kinderbijslag en belastingaftrek. Is het gezinsinkomen lager dan 3.600 euro, dan krijgt de student een toelage en korting op het schoolgeld. “Beursstudenten kunnen ook voor de halve prijs een kamer op de campus huren. Maar de meesten wonen thuis, die kom ik als ‘kotstudent’ nauwelijks tegen”, vertelt Schinkels. Ze was verbaasd over de andere cultuur in Vlaanderen. “Studenten die op kot wonen, krijgen alles van hun ouders, inclusief kleding en reizen. Ik betaal alles zelf. En waar Nederlandse studenten in het weekend vaak teruggaan om te werken, is het hier minder logisch dat je een bijbaantje hebt: je kunt 23 dagen in de zomer werken en 23 dagen daarbuiten zonder dat het gevolgen heeft

Met dank aan NEWS (Nederlandse Wereldwijde Studenten)

voor het belastingtarief. Wil je meer werken, dan zijn er minder baantjes beschikbaar: een ‘jobstudent’ is weinig aantrekkelijk voor werkgevers.”  (AS)

transfer | april 2011 | 15


C

O

L

U

M

Schuld

Foto: Maarten Hartman

Dit is mijn laatste column voor Transfer en hiermee is mijn schuld ingelost. Ik had een schuld. Afgelopen lente – die van een jaar terug – werd ik gebeld toen ik in de kantine van mijn universiteit met studenten aan het overleggen was. Normaal neem ik in die omstandigheid mijn mobiel niet op, maar om de een of andere reden toen wel. “De meneer van het geluid staat klaar en wil graag uw microfoon even testen. Er is wat haast bij want u moet over tien minuten op. Waar bent u overigens? We hebben u nog nergens kunnen vinden.” Een golf adrenaline spoot mijn lichaam in. Op?! Ik moet op? Waar dan? En voor wie? Het bleek dat ik voor het jaarcongres van de Nuffic een lezing zou verzorgen, zo had ik toegezegd. Maar door een ingewikkelde communicatiefout had ik de afspraak uit mijn agenda geschrapt. Onterecht. Een paar honderd man zat in Utrecht op mij te wachten, terwijl ik in Leiden was. De vreemdste oplossingen spookten door mijn hoofd: van videolinks tot helikopters, maar uiteindelijk is mijn bijdrage gewoon afgeblazen. Dat was verstandig, maar ik heb er een nacht niet van kunnen slapen. Wat kon ik doen om het weer goed te maken? En mijn voorstel was drie columns. Dit is column drie. De afsluitende column waarmee ik mijn schuld inlos. Hebben studenten ook schuld? Na hun studie hebben de meeste studenten een financiële schuld. Ze hebben geleend en moeten het geleende terugbetalen. Maar hebben ze ook echt schuld? Zijn ze tot iets verplicht

16 | april 2011 | transfer

om hun schuld in te lossen? Zoals ik mij tot iets verplicht voelde? Zijn studenten bijvoorbeeld moreel verplicht werk te zoeken dat een relatie heeft met de studie die zij hebben gedaan? Of zijn zij verplicht iets te doen met een eventuele buitenlandse uitwisseling die zij hebben genoten? De middelbare school geeft een dergelijke, eventuele, schuld sowieso niet: de middelbare school is verplicht. Niemand kan er iets aan doen de middelbare school gevolgd te hebben en dus geeft die school geen schuld. Maar een studie? Of een uitwisseling met het buitenland? Ik krijg de indruk dat “men” – media, politiek, etcetera – studenten steeds meer een schuld aanpraat: “U heeft een studie genoten en moet er dus wat mee doen.” Alsof een dergelijke plicht bestaat. Alsof de student op het moment van afstuderen direct een schuld heeft. Ik geloof niet in deze schuld. Wat mij betreft hebben studenten het prachtige geluk gehad te kunnen studeren en vertrouw ik er op dat ze dat beter wél dan niet hadden kunnen doen. Wat ze ook later met hun studie aanvangen. Ik geloof sowieso niet zo in schuld. Maar ik heb hem wel nu ingelost.

bas haring Bas Haring is filosoof, informaticus, columnist en schrijver van kinderboeken en populair wetenschappelijk werk. Hij is als hoogleraar verbonden aan de Universiteit Leiden.

N


actu eel XXX

‘Japan maakt duidelijk:

behoefte aan nationaal crisisplan’ De rampspoed die Japan trof zorgde op de international offices van hogescholen en universiteiten in Nederland voor veel onrust. In alle haast werden studenten en medewerkers in Japan gelokaliseerd en

Foto: Xinhua/eyevine/HH

soms ook geëvacueerd. De roep om een nationaal crisisplan wordt luider.

Karin Paardenkooper, hoofd van het international office van de Universiteit Twente, vertelt waarom de ramp in Japan haar op het idee bracht van een nationaal calamiteitenplan. Toen de omvang van de ramp op vrijdag 11 maart duidelijk werd, stelde haar universiteit meteen twee protocollen in werking: een centraal crisisplan en het plan van het international office. Medewerkers gingen direct in verschillende databases speuren naar gegevens van studenten en medewerkers. Er bleken twee studenten en een medewerker in het land te zijn. Daar werd contact mee gelegd. Alle drie wilden zij op de betreffende vrijdag niet meteen terugkeren. De student die op zijn stageadres vlakbij Tokio aan het programmeren van een robot werkte, wilde zijn robot niet zomaar achterlaten. En de medewerker wilde ook liever verder werken aan zijn onderzoek. “Op maandag hebben we ze opgeroepen om terug te komen”, zegt Paardenkooper. De onderzoeker stribbelde nog tegen. “Hij wilde alleen dat we een doos jodiumpillen zouden opsturen”. In goed overleg verlieten ze uiteindelijk alle drie het land. “Maar ook dat ging niet zomaar”, zegt Paardenkoper. “Want de treinen reden niet, de benzine was op en vliegtickets waren schaars.” De situatie leidde bij het hoofd van het international office tot veel vragen. “Bij ons verbleven er maar drie mensen in Japan, maar in Leiden waren het er 31. Ik had er niet aan moeten denken dat er een studiereis in dat gebied was gepland. Ik vroeg me af: hoe pakken

andere onderwijsinstellingen dit aan? Tot waar reikt mijn verantwoordelijkheid? Wat als ze niet terug hadden gewild?”

Gebrekkige registratie Paardenkoper wil na Japan in Twente een aantal verbeteringen doorvoeren. “Onze twee crisisplannen sloten niet goed op elkaar aan”, vertelt ze. “Verantwoordelijkheden liepen door elkaar heen.” En in de emergency formulieren die voor vertrek door de medewerker en studenten waren ingevuld ontbraken gegevens. Verder wijst ze op een probleem waar veel instellingen mee kampen: het gebrek aan een eenduidig registratiesysteem waaruit in één oogopslag duidelijk wordt welke studenten en medewerkers waar zitten. “Er wordt gewerkt aan een landelijk systeem, Osiris, maar dat zal voor 2013 niet af zijn.” Hoe om te gaan met calamiteiten is een terugkerend onderwerp in de internationalisering. Op de jaarlijkse dag van het stagenetwerk Cospa stond dit thema vorig jaar centraal. En bij het hogescholenoverleg HIB is onlangs een werkgroep crisismanagement opgericht. Volgens Paardenkoper moeten er nationale richtlijnen komen waar alle instellingen gebruik van kunnen maken. Ze wijst naar de NAFSA, de Association of International Educators. “Zij hebben al lang algemene richtlijnen ontwikkeld. Nederland zou daar een voorbeeld aan moeten nemen.”

elleke bal transfer | april 2011 | 17


ac htergron d

s electi e

h elpt

b ij

vormi n g

i nte r n ati o n a l

c l as s ro om

Veertig nationaliteiten in Internationale bedrijfskunde-opleidingen hebben moeite om een evenwicht te vinden tussen de aantallen buitenlandse en Nederlandse studenten. De Rotterdamse opleiding International Business Administration (IBA) is een uitzondering. Selectie aan de poort garandeert daar een écht internationaal samengestelde groep studenten.

Critici uitten in het vorige nummer van Transfer hun vooral in de grensregio, kampen. Duitsers moeten zorg: het internationale karakter van internationale een gemiddeld cijfer dik boven de acht halen om bedrijfskunde-opleidingen in Nederland dreigt te in aanmerking te komen voor een plaats, weet verwateren. Steeds meer Nederlandse studenten Meijdam. overspoelen de populaire studies. Bij sommige opleiHet selectieproces bij IBA bestaat uit verschillende dingen komt nog maar 15 procent van de studenten stappen. De Erasmus Universiteit bekijkt allereerst uit het buitenland. Terwijl de centraal of de vooropleiding van business-opleidingen zich juist laten een student van voldoende niveau “Wij weten dat in het voorstaan op hun international is, dat wil zeggen: minimaal 6 classroom. vwo. “Is dat het geval, dan sturen verleden behaalde resultaten we de aanvraag door naar IBA”, Die problemen spelen niet bij International Business vertelt EUR-admission officer een uitstekende garantie Administration (IBA) aan de Anja Veerman. “Daar bekijken ze Erasmus Universiteit Rotterdam. hoe internationaal de studenten voor de toekomst bieden” Daar is de helft van de studenten zijn – dit moeten de studenten buitenlander en zijn er maar liefst motiveren. Vervolgens kijken we veertig verschillende nationalinaar de eindexamencijfers, in het teiten. Hoe IBA dat voor elkaar krijgt? De opleiding bijzonder die voor Engels en wiskunde. Dat moeten selecteert bewust op nationaliteit. zevens of hoger zijn. Studenten die de TOEFL- of Sinds het studiejaar 2005/2006 doet IBA mee aan IELTS-test afleggen, dienen op alle subonderdelen ‘Ruim baan voor talent’, het project dat een aantal voldoendes te scoren. Dan weten we zeker dat opleidingen in het hoger onderwijs laat experimeniemand zowel goed Engels schrijft als spreekt.” teren met selectie aan de poort. “We mogen helemaal Geen laatbloeiers zelf studenten selecteren”, zegt IBA-directeur Adri In de praktijk zijn de toelatingseisen streng. Meijdam. Studenten die eindexamen doen op een internaDuitsers tionale school, dienen van het maximale aantal van Naast IBA doen ook de University Colleges van 45 punten er minimaal 33 te halen. Omgerekend Utrecht, Maastricht en Middelburg mee met ‘Ruim naar vwo is dat hoger dan een gemiddelde van 7,5. baan voor talent’. Het kabinet liet onlangs weten het Meijdam: “Wij weten dat in het verleden behaalde beleid te willen voortzetten. Dat voornemen werd in resultaten een uitstekende garantie voor de toekomst Rotterdam met gejuich begroet. bieden. De afgelopen jaren bleek dat een deel van de Door specifiek te selecteren op nationaliteit, zorgt studenten met dertig punten, afviel. Er zijn natuurlijk IBA dat er jaarlijks in de groep van driehonderd studenten die laat op gang komen. Die krijgen door tot 350 studenten bijvoorbeeld niet meer dan 45 deze maatregel bij ons geen kans. Maar we sluiten Duitse studenten worden toegelaten. Meijdam: liever laatbloeiers uit, dan dat we internationale “Anders wordt die groep te groot.” Zo voorkomt studenten naar Rotterdam halen die een grote kans IBA het probleem waarmee veel andere opleidingen, hebben om te falen.”

18 | april 2011 | transfer


de collegezaal Nederlandse studenten mogen wettelijk niet worden geweigerd bij opleidingen zonder numerus fixus, die overheidssubsidie ontvangen. “Dat doen wij dus ook niet”, zegt Meijdam. “De selectie geldt alleen voor het Engelstalige programma.”

Onlogische regel Overigens selecteerde IBA haar studenten ook al vóórdat ‘Ruim baan voor talent’ er was. Vanaf het ontstaan van de opleiding (in 2000) tot 2005 gold er een numerus fixus voor IBA. “Geïnteresseerden moesten zich voor 15 mei aanmelden bij Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO). Daar werd geloot”, vertelt Meijdam. IBA mocht zelf 50 procent van de studenten decentraal selecteren. “Maar niet op cijfers, want die woog DUO al mee bij de loting. Wij vonden dit een onlogische regel. De deadline zat ons ook dwars: veel studenten leren op 15 mei voor hun eindexamen.” Selectie aan de poort vindt ook plaats bij twee andere Rotterdamse opleidingen, vertelt admission officer Veerman. “De international bachelor Communication and Media hanteert het numerus-fixusmodel, met daarbinnen 50 procent decentrale selectie, zoals IBA eerder ook deed. De international bachelor Economics and Business Economics (IBEB) heeft een soort Engelstalig ‘honours track’ gemaakt binnen de Nederlandstalige opleiding Economie. Bij IBEB worden studenten binnen drie maanden na aanvang doorgeselecteerd op kwaliteit en nationaliteit.” Over de hoeveelheid extra werk die de selectie oplevert, klagen Meijdam en Veerman niet. Veerman: “Dat valt heel erg mee. We kunnen inmiddels goed het niveau van vooropleidingen inschatten. En verder hebben we het extra werk over voor de kwaliteit en de nationaliteiten die we ervoor terugkrijgen.” Illustratie: Niels Bongers

In 2010 kreeg IBA 716 aanmeldingen. Daarvan waren er 548 toelaatbaar – een deel van de aanvragers moest nog een extra middelbareschooldiploma of een wiskundetoets halen. Uiteindelijk werden 315 studenten toegelaten. Vooral de wiskunde-eis is voor veel aankomend studenten een lastige hobbel. Is er twijfel over het wiskundeniveau van internationale studenten, of hebben ze (net) niet voldaan aan de eis van minimaal een zeven, dan kunnen zij een door IBA ontwikkelde toets doen. “We hebben wereldwijd ongeveer vijftig locaties waar studenten terechtkunnen, meestal internationale scholen. We laten studenten alleen zo’n toets maken, als ze daadwerkelijk in aanmerking komen voor een plek”, zegt Veerman. Bijna honderd studenten doen jaarlijks de toets. Daarvan haalt ongeveer eenderde, ook na herkansing, lager dan een zeven; zij vallen af. Nederlandse studenten die afvallen voor het Engelstalige programma, worden wel toegelaten tot de Nederlandstalige bachelor, vertelt Meijdam.

robert visscher

transfer | april 2011 | 19


r eportage

kwesti e

-e

ngels

domi nant

o p

n u f f i c

-ja

a rco n g r e s

‘Instellingen moeten adequaat Over de verengelsing van het hoger onderwijs is al veel gezegd en geschreven. Toch kwamen er op het Nuffic-jaarcongres een aantal nieuwe gezichtspunten naar voren. Zo schiet de Engelse taalvaardigheid van Nederlandse studenten vaak tekort voor de masterfase. Maar in visitaties wordt dat aspect niet meegenomen.

“Ik ben het zat om de negatieve aspecten van het gebruik van Engels in het hoger onderwijs te blijven benadrukken. Meertaligheid moet, dus laten we doorgaan met de bestaande praktijk”, concludeerde de Groningse taalgeleerde Kees de Bot tijdens de slotdiscussie van het Nuffic-jaarcongres, dat half maart plaatsvond in de Beurs van Berlage in Amsterdam. Thema van het congres was de meerwaarde van meertaligheid voor het hoger onderwijs. Maar de discussies, lezingen en workshops spitsten zich vooral toe op het gebruik en de kwaliteit van het Engels en de gevolgen daarvan voor de kennisoverdracht. “Nederlanders overschatten hun kennis van vreemde talen. Docenten hebben vaak niet door dat ze niet goed Engels spreken”, zei de Amerikaans-Nederlandse historicus James Kennedy in zijn keynote speech. Ook de Engelse taalvaardigheid van Nederlandse studenten houdt volgens Kennedy doorgaans niet over. “Vijftig tot zeventig procent van de Nederlandse studenten doet niet mee aan discussies, zelfs als zij volledig Engelstalige programma’s volgen.”

Te optimistische kijk Die waarneming werd bevestigd door De Bot, hoogleraar toegepaste taalwetenschap aan de Rijksuniversiteit Groningen. In de workshop Kennisoverdracht en taal­ beheersing zette hij een aantal bevindingen op een rij, ontleend aan vier Nederlandse onderzoeken naar het gebruik van Engels in het hoger onderwijs. Zo blijken docenten een te optimistische kijk op hun Engelse

20 | april 2011 | transfer

“Je bent niet per se een goede docent als je de taal goed spreekt”


taalbeleid maken’ taalvaardigheid en de effectiviteit van het onderwijs in het Engels te hebben. Maar een betere didactiek blijkt een tekort aan taalvaardigheid te kunnen compenseren. Toch wijst onderzoek uit dat docenten geen behoefte hebben aan taal- of didactische training. Opvallend is dat docenten nogal terughoudend zijn om aan dit soort onderzoeken mee te werken. Overigens beperken de onderzoeken zich tot de universiteiten, over hogescholen zijn geen gegevens bekend. Studenten vinden dat er minder stof wordt behandeld doordat de docent in het Engels langzamer praat. En minimale uitspraakproblemen van docenten roepen bij hen al veel ergernis en negatieve reacties op. De Bot beaamde dat het Engels van Nederlandse studenten vaak van te laag niveau is voor een Engelstalige master. Het zou goed zijn als daar meer op werd geselecteerd, zoals dat bij buitenlandse studenten gebeurt, vond hij. Maar ondanks al deze kanttekeningen heeft anderstalig onderwijs geen aantoonbare negatieve effecten op de kennisoverdracht, zei de taalwetenschapper.

Foto: Erik Jansen

Geen expliciete eisen Opmerkelijk is dat de kwaliteit van kennisoverdracht in een vreemde onderwijstaal formeel geen rol speelt bij visitaties en beoordelingen van de NederlandsVlaamse accreditatieorganisatie NVAO. In de beoordelingskaders zijn hiervoor geen expliciete eisen of criteria vastgesteld. Dat is zelfs niet het geval bij de beoordeling van het bijzondere kwaliteitskenmerk internationalisering, vertelde Sietze Looyenga van de stichting Quality Assurance Netherlands Universities (QANU). Toch besteden visitatiecommissies in de praktijk wel degelijk aandacht aan een vreemde onderwijstaal, stelde Looyenga. “Er wordt gekeken naar de beheersing van de vreemde taal door docenten en de mogelijkheden om hun taalvaardigheid te verbeteren. Als zich echt een probleem voordoet met de kwaliteit van kennisoverdracht, dan komt dat wel aan het licht, in de onderwijsevaluaties of in een visitatie.” In dat kader noemde hij een masteropleiding politicologie die er bewust voor heeft gekozen om het onderwijs in het Nederlands te verzorgen, omdat Engels ten koste van de discussies en geschreven teksten zou gaan. Visitatiecommissies hechten er dus belang aan dat docenten het Engels voldoende beheersen, bleek uit

het verhaal van Looyenga, maar kijken niet of nauwelijks naar de vaardigheden van studenten op dit gebied. Brits onderzoek toont aan dat het niet handig is als docenten het Engels perfect beheersen. Voor buitenlandse studenten is een native speaker vaak moeilijker te volgen. “Ik probeer als docent mijn moeite met de taal niet te verbergen om zo de studenten die niet perfect Engels spreken, te stimuleren toch mee te doen. Je bent niet per se een goede docent als je de taal goed spreekt. Interactie met je student is de crux”, vertelde Fenna van Nes, docent Ergotherapie aan de Hogeschool van Amsterdam, die de rol van de docent in meertalig onderwijs belichtte. Belangrijk is volgens haar dat een docent rekening houdt met de diversiteit in een internationale klas. Bijvoorbeeld door in te spelen op de verschillende contexten waarin een student in de toekomst de kennis gaat toepassen.

Gelopen race James Kennedy merkte tijdens zijn speech al op dat meertaligheid gereduceerd is tot Engelstaligheid. Frans en Duits spelen een steeds kleinere rol in het onderwijs. Illustratief daarvoor was de relatief lage opkomst bij de workshop over buurtalenonderwijs. Petra van Dijk van de Nederlands-Franse academie hamerde daarin op het belang van Frans. “Er is voldoende belangstelling om met Frankrijk samen te werken, maar dat wordt vaak belemmerd door onvoldoende kennis van de taal. Nederlandse studenten kiezen er niet vaak voor om in Frankrijk te gaan studeren. Ik vrees dat dat een gelopen race is.” Een medewerker van de Hogeschool Zuyd in Limburg wees op de specifieke ligging van zijn instelling, grenzend aan een Frans- en een Duitstalig gebied. “Bij een aantal opleidingen zouden wij daar meer op moeten inspelen. Maar hoe overtuig ik mijn manager daarvan? Frans en Duits worden bij ons uit het curriculum geschrapt.” Een adequaat taalbeleid lijkt het antwoord. Linda van den Bosch, algemeen secretaris van de Nederlandse Taalunie, pleitte daarvoor tijdens de afrondende paneldiscussie. “Dat moet een verplicht onderdeel worden bij instellingen. Nu is zo’n beleid er doorgaans niet. De Taalunie is graag bereid om regelmatig een congres over dat onderwerp te organiseren.”

els heuts

transfer | april 2011 | 21


Foto’s: Wieneke Gunneweg

ac htergron d

Een studente bij de JNU universiteit in Delhi.

plei do oi

vo or

meer

samen we r k i n g

i n

co ntact

m e t

i n d i a

India is moe van al die buitenla Nederlandse universiteiten en hogescholen gaan dit jaar massaal ‘op missie’ naar India om samenwerkingspartners te zoeken. Wat vinden de Indiërs van al die aandacht? En valt het hun wel uit te leggen dat er de ene week bezoek uit Amsterdam komt, en de week daarna uit Rotterdam?

Een snoepreisje was het niet, de reis die medewerkers van de Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR) begin februari maakten naar India. Onder leiding van college­voorzitter Pauline van der Meer Mohr trok voor het eerst een universiteitsbrede delegatie naar het Aziatische land in opkomst. In zes dagen tijd werden Delhi en Mumbai aangedaan, werden een kleine twintig instituten bezocht, science dinners voor alumni en relaties bijgewoond, twee Memoranda of Understanding (MoU) ondertekend en op de valreep ook nog een Letter of Intent. Vermakelijk was de Indiase reis wel. De bijeenkomsten op de instituten hadden soms wat weg van een Italiaanse bruiloft: bedienden liepen in en uit met thee, gefrituurde hapjes en flesjes water. Onderzoekers – de vrouwen vrijwel allemaal in

22 | april 2011 | transfer

traditionele sari – werden constant mobiel gebeld en verlieten dan de zaal, om vervolgens ook weer terug te komen. De sfeer was steeds heel prettig: de Indiërs bleken een vergelijkbaar gevoel voor humor te hebben als de Nederlanders. Volgens Theo Groothuizen, gastheer van de Nederlanders ter plaatse, is het in- en uitlopen ook zeker geen uiting van onverschilligheid, maar eerder van gewenning. “De topinstituten krijgen soms wel twee of drie delegaties per dag.”

Heftig concurreren Groothuizen is nu vierenhalf jaar counselor science & technology op de Nederlandse ambassade in de Indiase hoofdstad Delhi. Hij heeft gezien hoe de belangstelling voor India vanuit het Nederlandse


zou komen. Dat is funest, meent hij. “Je kunt niet met lege handen aankomen en denken: ‘Wat is het leuk hier met al die vrolijke kleurtjes.’ Je zit aan tafel met belangrijke partijen en verpest het ook voor andere Nederlandse instellingen als je onvoorbereid op bezoek komt”, aldus Groothuizen, die de missies vooraf, tijdens en achteraf ondersteunt.

Nederigheid

De delegatie van de Erasmusuniversiteit op weg naar de residentie van de ambassadeur.

andse delegaties hoger onderwijs de afgelopen jaren is toegenomen. 2011 is het voorlopige hoogtepunt, met missies van de Universiteit van Amsterdam en de EUR inmiddels achter de rug, en de universiteiten van Maastricht, Twente, Wageningen en misschien Delft nog op de rol. Utrecht was eind vorig jaar al in India, en Groothuizen verwacht de UvA en de EUR nog dit jaar terug. Verder brengen dit jaar ook alle hbo-opleidingen informatica gezamenlijk een bezoek. Voldoende belangstelling van Nederland voor India dus. Maar is dat wederzijds? Ja en nee, zegt de Nederlandse counselor. De Indiërs zijn zeker geïnteresseerd in de kennis en kunde die aanwezig is in de rest van de wereld. Maar ze zullen alleen een vergelijkbare missie naar Nederland sturen, als er eerder al goede contacten zijn gelegd. “In die positie zijn ze”, weet Groothuizen. Hij benadrukt dat Nederland ‘heftig moet concurreren’ om een voet tussen de deur te krijgen en te houden. Focus en goede voorbereiding zijn daarbij volgens hem de belangrijkste uitgangspunten. Niet zelden zag Groothuizen een delegatie arriveren, die geen idee hadden wat ze kwam doen en waar ze terecht

De UvA beet dit jaar als bezoeker uit Nederland het spits af. “Wij waren met een kleine delegatie onder leiding van collegevoorzitter Karel van der Toorn”, vertelt Anouk Tso, beleidsadviseur internationalisering. “De missie was verkennend bedoeld, maar we hebben bewust gekozen om maar drie steden – Delhi, Mumbai en Bangalore – te bezoeken en te kijken naar substantieel onderzoek, niet alleen voor individuele onderzoekers, maar passend bij het onderzoeksbeleid van de UvA.” Tso bespeurde enige vermoeidheid bij de Indiërs in het contact met de zoveelste buitenlandse delegatie. “Je merkt bij sommigen dat zij hooguit een korte pitch willen aanhoren en aan cherry picking willen doen. Heel terecht overigens”, meent ze. Ook de Rotterdammers kregen een klein lesje nederigheid. Na een vluchtige kennismaking in zijn kantoor vroeg de grote baas van een medische onderzoeksinstelling in Delhi aan collegevoorzitter Van der Meer Mohr: “Uit welk land kwam u ook al weer?” De gesprekken met de onderzoekers daarna verliepen overigens weer in een prettige sfeer en leidden tot aanknopingspunten voor samenwerking.

Arrogant Volgens counselor Groothuizen is er bij de Indiase instellingen inderdaad sprake van een zekere MoU-moeheid. Als de samenwerking niet concreet iets oplevert, zit India niet altijd meer op buitenlandse partners te wachten. “Indiërs kunnen het zich permitteren om arrogant te zijn en te vragen wat de ander te bieden heeft.” Alleen door loyaliteit te tonen en ook wat terug te doen, krijg je volgens Groothuizen in India zaken van de grond. Verder denkt hij dat Nederlandse instellingen er verstandig aan zouden doen meer samen te werken bij hun reizen naar India. Het valt in het enorme land

transfer | april 2011 | 23


niet te begrijpen dat er vanuit het kleine Nederland de ene week een delegatie uit Amsterdam komt en de week daarna een uit Rotterdam. Terwijl alle bezoekers hetzelfde willen: samen onderzoek doen, promovendi naar Nederland halen en toegang tot data. Maar niet alle instellingen zijn enthousiast over zulke brede missies. Tso, van de UvA, gelooft er bijvoorbeeld niet in. “Afstemming op inhoud is noodzakelijk, niet op bestemming”, meent zij. “Dus niet afdwingen dat alle veertien universiteiten samen naar India gaan, maar wel samengaan als er sprake is van aanvullende expertise. Dan is het belangrijk om consortia te vormen. Wij moeten ook aan onze reputatie denken als het gaat om het onderzoek waar wij goed in zijn; het is niet in ons voordeel om met partners op stap te gaan die niet hoog staan in de rankings.”

aanvullen. Die schaalvergroting kan strategisch gunstig uitpakken.” Van Griethuysen is wat sceptischer over de samenwerking binnen Nederland. “Samenwerking tussen de universiteiten is essentieel, maar op een of andere manier komt het in Nederland niet van de grond. Onderzoekers zien het wel zitten, maar als puntje bij paaltje komt is er geen bestuurlijk draagvlak.”

Europa

De Rotterdammers hebben daarom hun blik over de Nederlandse grenzen geworpen richting samenwerking met andere Europese universiteiten. Van Griethuysen: “Waarom zouden we op het gebied van global health niet ook samenwerken met interessante partijen in Europa?” Ze komt daarmee tegemoet aan de oproep van Philippe de Taxis du Poët, science & techno­ Grabbelton logy counselor van de Europese Unie Ook de EUR, bij monde van “Zodra de universiteiten het in India. Hij sprak tijdens het bezoek Marjolein van Griethuysen, director van de Rotterdamse delegatie aan de continent verlaten, vergeten Europese ambassade in Delhi zijn International Affairs & Innovation, gelooft niet in brede missies. “Je verbazing uit over al die individuele ze Europa en treden op gaat met een grabbelton op reis: Europese universiteiten die India er is geen inhoudelijke focus en met hun bezoeken overspoelen. namens zichzelf” je komt niet op de juiste plekken “Universiteiten hebben de mond vol binnen.” De Erasmus Universiteit van Europa, totdat ze het continent gaat volgens Van Griethuysen verlaten. Dan vergeten ze Europa bijvoorbeeld ook niet mee met brede VSNU-missies spontaan en komen ze allemaal namens zichzelf op als de universiteit inhoudelijk geen aanknopingsbezoek”, aldus De Taxis du Poët. Hij werkt daarom hard aan een European Innovation punten ziet. “Je bent tijdens zo’n missie zo zwak als House. Dat – voorlopig virtuele – instituut moet de zwakste schakel.” zowel voor de Indiërs als voor Europese universiDat betekent niet dat de universiteiten altijd alleen teiten één loket voor samenwerking gaan vormen. De willen opereren. Tso geeft een voorbeeld van Taxis du Poët pleit ervoor om ook een fysieke post inhoudelijke samenwerking die momenteel wordt van een Europese universiteitskoepel op te zetten. verkend. De medische centra van Amsterdam en “Krachten bundelen maakt de Europese universiUtrecht hebben beide global health als speerpunt en teiten zichtbaarder en geeft ze meer impact dan geïsoverkennen binnenkort of er mogelijkheden zijn om leerde initiatieven.” samen op te trekken in India. De EUR laat weten dat ook Rotterdam hierin een rol wil spelen. Tso: “Wij wieneke gunneweg staan open voor samenwerking als we elkaar kunnen

24 | april 2011 | transfer


a lumn us

‘Ik heb vooral

kritisch leren denken’

Een studie in het buitenland kan je leven en loopbaan een nieuwe impuls geven. Dat merken veel buitenlanders die hier langere of kortere tijd hebben gestudeerd. Hoe vergaat het ze nu? Transfer praat bij met negen alumni. Oegandees Paul Kibwika (45) studeerde Technology and Agrarian Development in Wageningen en doceert nu aan de Makarere Universiteit in zijn thuisland.

Kibwika werkte al aan een universiteit in zijn geboorteland Oeganda, toen hij naar Nederland vertrok. Hij was leraar landbouwkunde aan de Makarere Universiteit, de grootste en op een na oudste hogeronderwijsinstelling van het land. “Maar ik vond dat ik niet genoeg academische vaardigheden had. Ik wilde een nieuwe impuls geven aan mijn carrière”, zegt hij. Toen hij hoorde van opleidingen aan de Wageningen Universiteit, waarvoor een volledige studiebeurs beschikbaar was, was hij direct enthousiast. “De studieplekken werden ondersteund door de Rockefeller foundation. Van vrienden die in Wageningen hadden gestudeerd, hoorde ik goede verhalen en dat inspireerde mij naar Nederland te gaan.” Oktober 2002 landde hij op Schiphol. “De studie in Wageningen heeft mijn carrière vergaand beïnvloed. Ik heb vooral kritisch leren denken. Hoe je een onderwerp van verschillende kanten kan belichten en dat er niet één goed antwoord is. We mochten ook met de professor in discussie gaan en met argumenten zijn of haar visie weerleggen. In Afrika kregen we op een volstrekt andere manier les. We leerden maar één perspectief.” Wat hij in Wageningen leerde, brengt Kibwika als docent landbouwkunde aan de Makerere Universiteit nu in de praktijk. Daar geeft hij sinds zijn afstuderen in november 2006 les. “Ik doceer nu op dezelfde manier en laat veel ruimte voor verschillende perspectieven en discussie.”

Naast lesgeven verricht Kibwika ook veel ondersteunende werkzaamheden. “Ik adviseer lokale NGO’s over strategieën. Ik organiseer workshops voor ze. En zet nu bijvoorbeeld een netwerk van organisaties op die zich met plantkunde bezighouden. Ik leer ze beter samenwerken en systematisch doelen stellen. Ik denk bij deze werkzaamheden altijd terug aan een tiendaags seminar in Wageningen. Daar leerden we om mensen en bedrijven systematisch te helpen hun doelen te formuleren en te bereiken.”

In weer en wind In Nederland wilde Kibwika niet blijven. “Ik wilde mijn net opgedane kennis delen in Oeganda. Mijn familie en vrienden waren hier ook. Het was geen optie om in Nederland te blijven. Ik kom er nog wel vaak. Ik wil met universiteiten in Tanzania, Kenia en Oeganda samenwerken met Wageningen. We willen hier graag aan capaciteitsopbouw doen met behulp van hoogleraren uit Wageningen die onze promovendi in Afrika onderwijzen.” Als Kibwika in Nederland is, huurt hij altijd een fiets. “Die mis ik het meest! In Oeganda kan je niet fietsen. Er zijn geen speciale paden waardoor het te gevaarlijk is. Gelukkig ben ik regelmatig in Nederland en dan zit ik in weer en wind op de fiets.”

robert visscher Meer weten over internationale alumni en hun ervaringen? Kijk op www.hollandalumni.nl transfer | april 2011 | 25


ac htergron d

n u ffic

l a at

zic h

b ijsta an

d o o r

z eve n

d e s ku n d i g e n

Adviesraad is klankbord,

spie

De Nuffic heeft onlangs een adviesraad ingesteld. De zeven leden gaan onder leiding van oud-staatssecretaris Nebahat Albayrak meedenken over de koers en activiteiten van de Nuffic. Transfer stelt de leden in de

26 | april 2011 | transfer

Foto: Eric van der Burgt/Verbeeld

Foto: HenriĂŤtte Guest

Fotot: Serge Ligtenberg

komende nummers voor. Wat moet de adviesraad volgens hen beslist op de agenda zetten?


egel en ambassadeur Nebahat Albayrak, Tweede-Kamerlid PvdA Doordrongen van het feit dat kennismigranten en buitenlandse studenten meer dan ooit van levensbelang voor Nederland zijn, wordt Nebahat Albayrak (1968) graag voorzitter van de Nufficadviesraad. “We redden het niet met homegrown kennis. Buitenlands talent is onmisbaar voor onze concurrentiekracht”, constateert ze. “Als staatssecretaris van Justitie heb ik me daarom ingespannen om de drempels voor buitenlandse studenten en kenniswerkers te verlagen. Dat was vóór de economische crisis. De noodzaak van kennismigratie is sindsdien alleen maar groter geworden. Maar kennismigratie gaat niet vanzelf. Zo is het aantal buitenlandse studenten in Nederland nog steeds relatief laag. Dat moet echt veranderen en kan een belangrijke target worden voor de post-crisisperiode.” Albayrak beschouwt zichzelf als een ‘product van internationalisering’. Tijdens haar Leidse studie internationaal en Europees recht verbleef ze periodes in Turkije en Parijs. “Het is zo belangrijk om een tijdje mee te draaien in een andere internationale setting. Het heeft mijn blik op de wereld verruimd om tijdens zo’n verblijf in het buitenland te ervaren hoe Nederland zich verhoudt tot de rest van de wereld. Ik pluk daarvan nog dagelijks de vruchten.” De Nuffic kent ze nog uit haar studententijd. “Het is een laagdrempelige organisatie die goed bekend staat in binnen- en buitenland. Men beschikt over veel data waarmee je trends op het gebied van internationalisering kunt blootleggen.” Het Kamerlid heeft ook een advies: “In nationale debatten zou de Nuffic vanwege deze feitenkennis een prominentere rol kunnen spelen.”

EU-concurrentie Een thema dat Albayrak beslist op de agenda van de adviesraad wil zien, is samenwerking binnen Europa. “Een van de kernthema’s op het gebied van internationalisering”, meent ze. “Maar we laten daar nog zo veel liggen. De EU-landen beconcurreren elkaar meer dan dat ze samenwerken.” Het falen van de Blue Card is voor haar daarvan een bewijs. Het was de bedoeling dat een kenniswerker

na twee jaar verblijf in een EU-land, ook zou mogen werken in een ander land van de Europese Unie. “Helaas is dat niet gelukt. Op dat terrein hebben we niet veel bereikt. Ook de mobiliteit van de EU-student blijft achter bij de ambities. Terwijl de internationalisering van Europa zo belangrijk is.” Een uitgebreid interview met Nebahat Albayrak is te lezen in Transfer 1, september 2009 via www.transfermagazine.nl

Joeri van den Steenhoven, voorzitter Nederland Kennisland “Ik vind het altijd een goed teken als organisaties toelaten dat zo’n gezelschap scherp met ze meedenkt”, zegt Joeri van den Steenhoven (1971). Als voorzitter van de onafhankelijke denktank Nederland Kennisland adviseert hij overheden, organisaties in de publieke sector en ngo’s over innovatiestrategieën en de kennissamenleving. De rol van vrijdenker wil hij ook in de adviesraad op zich nemen. “De Nuffic heeft veel reguliere taken die uitgevoerd moeten worden. De meerwaarde van een adviesraad is dat die de vrije rol kan pakken. Wij kunnen nieuwe inzichten presenteren en vragen opwerpen.” Van den Steenhoven denkt dat hij in de raad meer vanuit studenten zal denken dan vanuit de onderwijsinstellingen, gezien zijn ervaring als vice-voorzitter van de Landelijke Studentenvakbond en de jonge organisatie waarin hij nu werkt.

Jeugdwerkloosheid Een vraag die hem interesseert, is of er niet op een andere manier naar mobiliteit moet worden gekeken. Van den Steenhoven is groot voorstander van meer mobiliteit en beziet dat thema, doordat hij ook bestuurder is bij de Europese denktank Lisbon Council, vanuit Europees perspectief. “Ik vind dat er veel meer economische logica moet komen in het bevorderen van mobiliteit. Het kan bijvoorbeeld een oplossing zijn voor jeugdwerkloosheid. In Spanje is die hoog. Misschien kan een Spanjaard na de middelbare school veel beter in de Randstad gaan studeren en daarna hier gaan werken. En een Nederlander uit Drenthe kan op zijn beurt misschien beter naar

transfer | april 2011 | 27


Madrid gaan omdat een opleiding daar beter op zijn onzekere, want ze zijn bang voor studievertraging. Ik wensen aansluit.” hoop dat de Nuffic universiteiten hierin kan onderVan den Steenhoven ziet een grote rol weggelegd steunen. Door bijvoorbeeld instellingen informatie voor de Nuffic in het weghalen van te bieden over de toegevoegde waarde barrières die mobiliteit hinderen, van een buitenlands studieverblijf.” “In nationale debatten Informatie verstrekken ziet Eijlander zoals het gebrek aan informatie over buitenlandse studies. “Een als een van de kerntaken van de zou de Nuffic vanwege Nuffic. In deze sobere tijden moet de Nederlandse middelbare scholier weet niet dat andere Europese onderwijsNuffic zich bij die kerntaken houden, haar feitenkennis instellingen hem misschien veel meer vindt hij. “Dus kijken waar je goed te bieden hebben.” Ook de moeilijkin bent en dat vervolgens op de beste een prominentere rol heden met het waarderen en erkennen manier uitvoeren.” van buitenlandse diploma’s en studieBredere horizon kunnen spelen” punten noemt hij als voorbeeld van Een onderwerp dat hij graag aan de een barrière. “Dat zijn vaak lange orde wil stellen in de adviesraad, is processen, heel traag en bureaucrade positie van Nederlandse universiteiten in Europa. tisch.” Van den Steenhoven is een van de initiatief“Als universiteit moet je steeds Europeser gaan nemers van de Kafkabrigade, opgericht om ‘bureaudenken. Het gaat er voor ons niet meer alleen om cratische toestanden’ te onderzoeken. “Misschien hoe je je verhoudt tot Nederlandse instellingen, maar kan de Nuffic zo’n debat voeren over de bureaucratie bijvoorbeeld ook tot de London School of Economics rondom waardering en erkenning op internationaal en andere prestigieuze business-opleidingen in gebied.” Europa. Dat heeft consequenties voor de accenten in Een uitgebreid interview met Joeri van den Steenhoven is te lezen in je onderzoeksbeleid, maar ook voor het onderwijs. Transfer 3, november 2010 via www.transfermagazine.nl Je horizon moet nu veel breder zijn en die ontwikkeling is de laatste paar jaar versterkt. Dat sluit natuurlijk ook aan op de discussie over profilering van Philip Eijlander, instellingen, naar aanleiding van het rapport van de rector magnificus Tilburg commissie-Veerman. Daarin wordt het vraagstuk van profilering duidelijk benoemd. Dat moet niet alleen “Ik ben rector magnificus van Tilburg vanuit de Nederlandse context worden bekeken, maar University, beheer de portefeuille internationalisezeker ook vanuit Europees perspectief.” ring en ik kom veel in het buitenland. Ik heb daardoor Een uitgebreid interview met Philip Eijlander is te lezen in Transfer 4, zicht op de belangrijke onderwerpen op het gebied december 2009 via www.transfermagazine.nl van internationalisering”, antwoordt Philip Eijlander (1957) op de vraag wat zijn toegevoegde waarde voor elleke bal en els heuts de nieuwe adviesraad is. Hij hecht veel belang aan internationalisering en wil daarom graag meedenken over de koers en de activiteiten van de Nuffic. a dvi e s ra a d n u f f i c Maar er zijn meer redenen. “De adviesraad lijkt mij een boeiend gezelschap en ik denk daar mensen De adviesraad komt enkele keren per jaar bij elkaar en bestaat uit: te ontmoeten die wellicht met dezelfde vragen worstelen als ik.” Zo worstelt Eijlander met de Nebahat Albayrak – (voorzitter) – lid Tweede Kamer stagnerende mobiliteit, vertelt hij. “In het huidige Kristel Baele – lid college van bestuur Hogeschool van Arnhem en politieke klimaat is er enorm veel druk om snel te Nijmegen studeren. De Universiteit van Tilburg heeft een Jan Anthonie Bruijn – hoogleraar Immunopathologie LUMC en voorzitter ambitieus beleid ontwikkeld om haar studenten programmaraad Europees Platform buitenlandervaring te laten opdoen. De uitgaande Philip Eijlander – rector magnificus Tilburg University mobiliteit is daardoor ook toegenomen. Maar nog Anton Hemerijck – decaan faculteit sociale wetenschappen Vrije steeds hebben te weinig studenten relevante buitenUniversiteit Amsterdam landervaring. En ik verwacht dat hun aantal weer Ineke van der Linden – voorzitter domein Economie en Management, gaat afnemen. Studenten kiezen het zekere voor het Hogeschool van Amsterdam Joeri van den Steenhoven – voorzitter Nederland Kennisland

28 | april 2011 | transfer


vl i egen de

holl an der

‘Ze verwachtten dat

ik alles zou voorkauwen’

Robbert Duvivier (26) heeft voor zijn promotie-onderzoek naar medisch onderwijs aan de Universiteit Maastricht een aantal maanden les gegeven in Saoedi-Arabië. Hij hielp de geneeskundestudenten van het Sulaiman Al Rahji College in Bukairiya te leren volgens Maastrichts model: zelfstandig, maar met overleg.

Foto: Philip Driessen

op initiatief van de Saoedische koning Abdullah zelf. Gemiddeld komen er ieder jaar zo’n veertig Arabische studenten in Maastricht geneeskunde studeren. Twee jaar terug is het plan gerezen om het Maastrichtse model op een universiteit in Saoedi-Arabië in te voeren. De steenrijke sjeik Sulaiman Al Rahji heeft de kosten daarvoor op zich genomen, vermoedelijk omdat hij zijn geboorteregio wilde stimuleren. Of hij de wens koestert om via de moderne denkprocessen in de hoofden van zijn studenten ook bij te dragen aan een opener cultuur, daarnaar kan ik alleen maar gissen. Over dat soort dingen wordt in Saoedi-Arabië niet zomaar gepraat, al is uit de ontwikkelingen in andere Arabische landen inmiddels gebleken dat zoiets wel degelijk gaande is, natuurlijk. “Toen de Universiteit Maastricht in 1974 de studie geneeskunde wilde oprichten, kreeg ze daarvoor van het ministerie van onderwijs alleen geld als die vakgroep zich wist te onderscheiden van de zeven al bestaande medische faculteiten. Zo is het zogenoemde “probleemgestuurd onderwijs” ingevoerd, een nieuwe manier van leren die op dat moment in Canada goede resultaten boekte, maar die hier nog onbekend was. Bij probleemgestuurd onderwijs wordt het leerproces omgedraaid: in plaats van eerst je anatomieboek in je hoofd te stampen en vervolgens je kennis in de praktijk te brengen, ga je uit van het ziektegeval zelf en ontdek je al onderzoekend, in nauw overleg met je medestudenten, wat er met een patiënt aan de hand is. Daarvoor moet je zelfstandig durven denken en intuïtief te werk durven gaan. Dat vinden studenten in het vrije westen soms al moeilijk, laat staan jongeren uit een hiërarchische, traditionele samenleving als die van Saoedi-Arabië.Ik heb het altijd fascinerend gevonden dat de Universiteit Maastricht uitgerekend met dat land de afgelopen vijf jaar zo’n nauw samenwerkingsverband is aangegaan, nog wel

Voorkauwen Het was mijn taak om mee te helpen het Maastrichtse onderwijsmodel op het Sulaiman Al Rahji College in te voeren. Afgelopen herfst heb ik de eerste lichting geneeskundestudenten onder mijn hoede genomen. Dat viel ze aanvankelijk wel tegen. Ze verwachtten van mij als leermeester dat ik alle antwoorden zou voorkauwen en hadden er geen idee van hoe ze die zelf konden vinden. Maar uiteindelijk hebben ze een fantastische ontwikkeling doorgemaakt. Met pijn in het hart heb ik afscheid van hen genomen. Ik wil dolgraag nog eens terug om te polsen hoe het de studenten tijdens hun opleiding verder is vergaan, maar privé heb ik er weinig te zoeken. Saoedi-Arabië kent een sterke familiecultuur, waar je als de ongebonden westerling die ik ben, niet in past. Stap je voor de gezelligheid een restaurantje binnen, dan schrikt iedereen zich een hoedje. Niemand eet daar alleen, maar altijd met zijn familie. Zorgvuldig van elkaar gescheiden door kamerschermen, om de vrouwen te behoeden voor de ogen van vreemden.”

annemieke bosman

transfer | april 2011 | 29


p ion i ers

i n

i nter national i s e r i n g

Breed denkende

vrouw van de wereld Al lang voordat internationalisering in het hoger onderwijs werd wat het nu is, waren er personen die zich sterk maakten voor meer internationale samenwerking in onderwijs en wetenschap. Historicus en Nuffic-medewerker Han van der Horst portretteert negen pioniers in internationalisering. Deze keer

Foto: Maartje Geels/HH

Hilda Verwey-Jonker, die in de jaren twintig actief was in het internationale studentenwerk.

Op haar oude dag werd dr. Hilda Verwey-Jonker (1908–2004) door de voorvrouwen van de tweede feministische golf behandeld als oermoeder van hun beweging. Dat kwam doordat zij zich decennialang had ingezet voor gelijke beloning voor mannen en vrouwen, altijd haar eigen brood had verdiend en meisjes aanspoorde om economisch onafhankelijk te blijven van hun mannen. Maar Hilda Verwey-Jonker heeft meer gedaan. Zij was een invloedrijk lid van de Sociaal-Economische Raad. Ze behoorde tot de groep vernieuwingsgezinde socialisten die in 1946 de Partij van de Arbeid oprichtten in de hoop daarmee een einde te maken aan de godsdienstige verzuiling in Nederland. Zij was de eerste Nederlander die afstudeerde in de sociologie en ook de eerste die erin promoveerde. In 1971 was zij de eerste in Nederland die een onderzoek over allochtonen uitvoerde. En dan blijkt deze veelzijdige vrouw zich ook nog te hebben beziggehouden met zaken die wij tegenwoordig met internationale studentenmobiliteit associëren. Afkomstig uit een zeer progressief nest werd de nog ongetrouwde Hilda Jonker actief in de Sociaal Democratische Studenten Clubs, een aan de SDAP gelieerde organisatie met in het hele land

30 | april 2011 | transfer

enkele honderden leden. In haar recente dissertatie beschrijft historica Margit van der Steen hoe Hilda Jonker in 1928 namens de Nederlandse clubs toetrad tot het ‘executief komitee’ van de Internationale Socialistische Studentenfederatie, die lidorganisaties had in heel Europa. Daardoor raakte ze betrokken bij de internationale congressen die deze federatie organiseerde. Dat van 1928 was in Brussel. Thema: het koloniale vraagstuk. Hilda Jonker zorgde ervoor dat een studievriend daar het woord mocht voeren. Dat was Mohammed Hatta, voorzitter van de Perhimpoenan Indonesia, de nationalistisch gezinde vereniging van Indonesische studenten. Later zou hij samen met Soekarno de onafhankelijkheid van Indonesië uitroepen.

Russische revolutie In 1929 moest Hilda samen met de grande dame van het Nederlandse socialisme, Henriëtte Roland Holst, zorgen dat Angelika Balabanoff het visum kreeg dat zij nodig had om het volgende congres toe te spreken. Balabanoff was van Oekraïense afkomst, maar in Italië geboren en getogen. Zij had een wezenlijke rol gespeeld in de Russische revolutie, maar zich van Lenin en de zijnen afgekeerd toen deze de tirannieke kant opgingen. Jonker was van Balabanoffs innerlijke kracht diep onder de indruk, leren we uit het mooie boek van Van der Steen. Het waren vrouwen als zij waaraan zij haar leven lang een voorbeeld nam. Haar periode in het internationale studentenwerk heeft Hilda Verwey-Jonker altijd behoed voor een exclusief Nederlandse zienswijze. Zij bleef een vrouw van de wereld, die dacht in breed, grensoverschrijdend perspectief.

han van der horst


A G E N D A

Het jaarcongres van de HBO-raad op 19 april in Amersfoort heeft als titel Gekozen... en dan? De sprekers zijn Paul Schnabel, Pieter Broertjes en Femke Halsema. Internationalisering is een van de congrestracks. Meer informatie en aanmelden op www.hbo-raad.nl/jaarcongres-2011

De tweedaagse Nuffic-cursus Immigratieprocedures buitenlandse onderzoekers en gastdocenten vindt plaats op 19 en 20 mei. Medewerkers personeelszaken of international offices kunnen hier basiskennis opdoen over de procedures die van toepassing zijn. Meer informatie en aanmelden via www.nuffic.nl/cursussen

april

2011 mei

2011

‘Hans de Wit over het einde van internationalisering’, is de teaser van de conferentie van de Academic Cooperation Association (ACA), van 22 tot 24 mei in Wenen. Het thema is The ­excellence imperative. World-class aspirations and real-world needs. Meer informatie en aanmelden via www.aca-secretariat.be Vancouver vormt dit jaar het toneel voor de conferentie van NAFSA, met als titel Innovation and Sustainability in International Education. Van 29 mei tot 3 juni worden daar meer dan achtduizend geïnteresseerden verwacht. Meer informatie en aanmelden op www.nafsa.org/annualconference/ default.aspx De EUA presenteert haar Review of international higher education rankings tijdens een seminar voor genodigden getiteld Getting to grips with rankings op 17 juni in Brussel. Meer informatie op http://www.eua.be/rankings-seminar.aspx

juni

2011

Zomercursussen in Damascus Het Nederlands Instituut voor Academische Studies in Damascus (NIASD) organiseert twee zomercursussen: • Interculturele communicatie, van 26 juni tot 7 juli. Deze cursus staat open voor alle Nederlandse bachelor- en masterstudenten en kan 5 ECTS opleveren. Deelnemers ontvangen een reader en maken een opdracht ter voorbereiding op de cursus. • Arabisch, van 14 juli tot en met 10 augustus. Er zijn vier niveaus bij deze intensieve cursus, variërend van absolute beginner tot advanced. Wie al enige kennis van het Arabisch heeft wordt daarop getest om een juiste indeling te kunnen maken. De kosten bedragen 700 euro (exclusief huisvesting), 850 euro (verblijf bij Syrisch gezin / medestudenten) of 1000 euro (kamer in appartement). Aanmelden is nog mogelijk tot 10 mei. Meer informatie via www.niasd.org

transfer | april 2011 | 31


De Nuffic feliciteert

ArtEZ hogeschool voor de kunsten met het winnen van de Orange Carpet Award 2011

De Orange Carpet Award is de prijs voor een hogeronderwijsinstelling die zich op een bijzondere manier inzet voor het welzijn van haar internationale studenten.

Foto boven, v.l.n.r.: Joeri van den Steenhoven (voorzitter Nederland Kennisland en juryvoorzitter), Heba Mashhour (Coรถrdinator International Office ArtEZ) en Hanneke Teekens (directeur Communicatie, Nuffic). Fotograaf: Erik Jansen

Foto onder: Internationale studenten werken aan het MEMENTO-project van ArtEZ hogeschool voor de kunsten.

Fotograaf: Yolande Willink

Jaargang 18, Transfer 7  

Europese collegegelden: pieken en dalen - Voormalig OCW-topambtenaar: 'Verbied werving Duitse studenten' - Universiteiten richten zich op Ar...

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you