Page 1


OSO Tijdschrift voor Surinamistiek en het Cara誰bisch gebied 2010.2


In Oso worden Nederlandstalige bijdragen opgenomen over Suriname en het CaraĂŻbisch gebied die volgens de redactie voldoen aan de algemeen geldende normen voor wetenschappelijke artikelen. Uiteraard geeft de redactie van Oso ook ruimte aan bijdragen waarin ideeĂŤn naar voren komen en meningen worden geuit, waarmee zij het niet eens is. De verantwoordelijkheid voor de inhoud van de bijdragen in Oso berust bij de auteur(s).

Afbeelding omslag Trio-vrouw met mand met cassave in Kwamalasamuto (foto Peter Reimink 2008)


j aa r g a n g 2 9

2

OSO

oktober 2010

Tijdschrift voor Surinamistiek en het Cara誰bisch gebied


Inhoud 200 Voorwoord Sabine van der Greft

202 De zangvogelsport in Suriname; Lokale liefhebberij of cultureel erfgoed? Jolijn van Duijnhoven & Yvon van de Pijl

221 Pom, patat en pasta; Surinaamse publieke eetcultuur in mondiaal perspectief Dianca Schipper

238 ‘Zo moet dat ding’!; Vaderschap onder Creoolse mannen in Paramaribo Diana van Bergen & Sawitri Saharso

254 Suïcidaal gedrag van jonge Hindostaans-Surinaamse vrouwen in Nederland Peter Reimink

268 Kopen in het bos; De Trio-Inheemsen en landrechten in Suriname Vanessa Elisa Grotti

284 Incorporating the Akuriyo; Contact expeditions and interethnic relations in southern Suriname Lodewijk Hulsman

300 De Guiaansche Compagnie; Nederlanders in Suriname in de periode 1604-1617 Suze Zijlstra

315 Slaafse vrouwen in Suriname; De representatie van de verhouding tussen man en vrouw in vroegmoderne reisteksten Ruud Paesie

331 Expedities naar de Akuriyo van de Coppename in 1717

198

OSO Tijdschrift voor Surinamistiek en het Caraïbisch gebied 2010.2


Fred de Haas

348 Passie in het werk van Henry Habibe 359 Recensies Jules Sedney, De toekomst van ons verleden; Democratie, etniciteit en politieke machtshervorming in Suriname (door Walter Lotens); Edwin Kenneth Marshall, De arbeiders zijn me heilig. Fred Derby, vakbondsleider en politicus; Een biografie (door Peter Meel); Paul B. Tjon Sie Fat, Chinese New Migrants in Suriname; The inevitability of ethnic performing (door Harold Jap-A-Joe); Sharda RoelsmaSomer, De kwaliteit van hindoescholen (door Hans Ramsoedh); Toon Fey, Marrons van Suriname (door Wim Hoogbergen); Sinaya R. Wolfert, Curaรงao; religions, Rituals & Traditions (door Joop Vernooij); Afra Jonker, De Politiekapel van Suriname. DVD (door Ellen Klinkers). Tinde van Andel

375 Suriname door de ogen van een achttiende-eeuwse biologiestudent 385 Berichten Irene Rolfes

389 Recente publicaties I Suriname II Nederlandse Antillen en Aruba

402 Adressen auteurs

Inhoud

199


Voorwoord

it varianummer bevat tien bijdragen. Sabine van der Greft opent met een artikel over een Surinaams fenomeen dat in reisgidsen, buitenlandse kranten en televisieprogramma’s veel aandacht krijgt: de Surinaamse zangvogelsport. De auteur bespreekt de culturele betekenis van deze sport en besteedt daarnaast aandacht aan de mogelijkheid van plaatsing van de zangvogelsport op de UNESCO-lijst voor immaterieel werelderfgoed. In de tweede bijdrage bespreken Jolijn van Duijnhoven en Yvon van der Pijl een smakelijke bezigheid in Suriname: de publieke eetcultuur. Ondanks de vele verschillen in het multiculturele Suriname vinden Surinamers in de liefde voor eten een grote gemene deler. De auteurs signaleren ontwikkelingen in Suriname die wijzen op constructie van een ‘eenheidsidentiteit’ dóór en in eten. De (vermeende) invloed van mondialisering op de publieke eetcultuur van Paramaribo is het centrale thema. Dianca Schipper beschouwt in haar artikel hoe Creoolse mannen de eigen rol in de zorg en opvoeding van hun kinderen zien, hoe zij zelf de band met hun kinderen ervaren en wat hun kinderen voor hen betekenen. In veel wetenschappelijke literatuur is het beeld over Creoolse mannen en vaders dat ze onverantwoordelijk gedrag vertonen door als partner ontrouw te zijn en niet of onvoldoende aan het huishouden en de zorg voor vrouw en kinderen bij te dragen. Diana van Bergen en Sawitri Saharso behandelen vervolgens suïcidaal gedrag van jonge Hindostaans-Surinaamse vrouwen in Nederland. Zij gaan in op de vraag in hoeverre deze groep in vergelijking met autochtone Nederlandse en andere migrantenvrouwen vaker overgaat tot suïcidaal gedrag en op de relatie tussen suïcidaal gedrag (zonder dodelijke afloop) en etnische afkomst. In de vijfde bijdrage, van de hand van Peter Reimink, staat de strijd van de Trio-Inheemsen in het diepe zuiden van Suriname om hun leefgebied tegen pananakiri (mensen van buiten) te beschermen centraal. De auteur beschrijft lokale percepties en overwegingen van Trio ten aanzien van het landrechtendebat en de zich steeds meer opdringende mogelijkheden om te komen tot meer economische ontwikkeling. Vanessa Elisa Grotti bespreekt de relaties tussen de sedentaire Trio en de nomadische Akuriyo in het zuiden van Suriname sinds het einde van de jaren zestig. Begin jaren zeventig werd het merendeel van de nomadische Akoerio overgebracht naar Trio-dorpen waaronder Tëpoe aan de Tapanahony. De auteur richt zich op de ontwikkeling van een

D

200

OSO Tijdschrift voor Surinamistiek en het Caraïbisch gebied 2010.2


duale hiërarchie tussen beide groepen, inferioriteit van de Akuriyo in de zichtbare wereld (het Trio-dorp) versus hun superioriteit in het woud. In het zevende artikel behandelt Lodewijk Hulsman de handel van Nederlanders met Indianen in Suriname in de periode 1604-1617, een tijdvak dat tot op heden sterk onderbelicht is in de historiografie over Suriname. In deze handel vervulde De Guiaansche Compagnie een belangrijke rol. Op basis van verslagen van deze Compagnie schetst de auteur een beeld van Suriname waar kleine groepen Europese mannen leefden tussen Indianen waarmee zij handelden en exportgewassen plantten. De achtste bijdrage, van de hand van Suze Zijlstra, handelt over de representatie van Inheemse vrouwen in Suriname in Nederlandse vroegmoderne reis- en landbeschrijving waarbij zij ingaat op de rolverdeling in het gezin en de kraam en opvoeding van de kinderen. De auteur vergelijkt deze beschrijvingen met de latere beelden van slavenvrouwen in dezelfde vroegmoderne literatuur over Suriname om verschuivingen in perspectief te plaatsen en het uitgangspunt van auteurs beter te kunnen duiden. Ruud Paesie beschrijft in het negende artikel twee expedities naar de Akuriyo van de Coppename in 1717. De twee journalen van bei­de expedities zijn uniek historisch en antropologisch materiaal en behoren tot de eerste beschrijvingen van de Akuriyo. Beide journalen zijn als transcriptie in de bijdrage van Paesie opgenomen. In de laatste bijdrage van Fred de Haas staat de poëzie van de Arubaanse dichter Henry Habibe centraal. Habibe schrijft zijn gedichten voornamelijk in het Papiamentu, incidenteel ook in het Spaans en Nederlands. In zijn bespreking gaat De Haas in op de verwantschap tussen de inspiratie en de beelden van Habibes liefdespoëzie en een aantal Spaanse en Zuid-Amerikaanse geestverwanten. Deze aflevering van Oso wordt zoals gewoonlijk afgesloten met de rubrieken Recensies, Berichten en Lijst van recente publicaties. Hans Ramsoedh Hoofdredacteur

Hans Ramsoedh Voorwoord

201

OSO jaargang 29 nummer 2  

Bekijk de inhoudsopgave en inleiding van de hoofdredacteur van het oktobernummer van 2010.

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you