Kunst Meester

Page 1

Kunst Meester!

In het werk van de leerlingen openbaart zich de wereld van het kind. Daar ligt het startpunt voor beeldend onderwijs. Kunst Meester! gaat over tekeningen, schilderijen en andere kunstwerken van kinderen en het vervolg erop. Kunst als middel om leerlingen in hun verkenning van de wereld verder te helpen.

K Kunstvakken

Kunst Meester!

K

Kunst Meester! Beeldende vorming: Over kinderkunst en meester(m/v)werk

Beeldend onderwijs op de basisschool gaat over het ontdekken van de wereld, ontdekken op een eigen wijze. Kinderen leren de vraag ‘Waar sta ik?’ te beantwoorden.

Leerkrachten maken het verschil; zij zijn in staat te kijken en te luisteren naar de leerling en die leerling verder te helpen. Beginnende en aankomende leerkrachten leren met dit boek hoe zij kinderen kunnen begeleiden in ‘verbeelden’. Zie de kindertekeningen - dus de leerlingen - die het startpunt zijn …In alles! De bijbehorende website www.kunstmeester.nl zit vol lesvoorbeelden, instructie filmpjes, artikelen en achtergronden.

Ino de Groot en Lourens van der Leij

Het boek zit vol verhalen uit de basisschool; vol lesideeën, voorbeelden en achtergronden. Een boek met theorie die het praktisch handelen ondersteunt. De ontwikkeling van het kind wordt centraal gesteld. Kunst Meester! behandelt de ontwikkeling van jonge kind naar oudere kind.

Ino de Groot en Lourens van der Leij


Kunst Meester!

Ino de Groot en Lourens van der Leij

14375_KunstMeester_boek.indb 1

07-06-13 13:18


COLOFON redactie Mondeljaa, Utrecht art direction Ineke de Graaff, Amsterdam ontwerp omslag en binnenwerk Studio Fraaj, Rotterdam beeld omslag Bade creatieve communicatie, Baarn

Over ThiemeMeulenhoff ThiemeMeulenhoff is dé educatieve mediaspecialist en levert educatieve oplossingen voor het Primair Onderwijs, Voortgezet Onderwijs, Middelbaar Beroepsonderwijs en Hoger Onderwijs. Deze oplossingen worden ontwikkeld in nauwe samenwerking met de onderwijsmarkt en dragen bij aan verbeterde leeropbrengsten en individuele talentontwikkeling. ThiemeMeulenhoff haalt het beste uit élke student. Meer informatie over ThiemeMeulenhoff en een overzicht van onze educatieve oplossingen: www.thiememeulenhoff.nl of via de Klantenservice 088 800 20 16 ISBN 978 90 06 95248 3

opmaak binnenwerk Imago Mediabuilders, Amersfoort

Eerste druk, eerste oplage, 2013 © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2013

Illustraties Anet Verdonk; Bas, Rosa en Sanne Hunziker; Liesbeth van den Berg; Bruno en Moos de Laat; Chris, Filip en Margriet van der Vegt; Floris en Lute Bulten; Ilja van der Wal; Jacqueline Bakker; Jeffrey Hendriks; Nadir Izmar; Jonas en Vincent Manschot; Muriël Sinke; Salomé de Bruijn; Patricia de Groot; Robin van de Meent; Ruben Ruijter; Myrthe van der Leij; Ino de Groot.

Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten

Met dank aan Hans Koopman, Martin Hunziker, Jacqueline Bakker, Marjanka van Maurik, Janneke Waelen, Guido Paap, Wouter Engelbart, Gera Woltjer, Liesbeth van den Berg, Brenda Kenter.

Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www. stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www. auteursrechtenonderwijs.nl. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.

Deze uitgave is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw voor het gebruikte papier op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.

14375_KunstMeester_boek.indb 2

07-06-13 13:18


Inhoud Woord vooraf  5 Inleiding  7 1 De kunst van het verbeelden  13 1.1 Wat is mooi (beeldend) o ­ nderwijs?  19 1.2 Geschiedenis van het beeldend onderwijs   26 1.2.1 Traditie van het namaken  27 1.2.2 Traditie van de formele aanpak  28 1.2.3 ‘Alles is goed’-traditie  30 1.2.4 De traditie van het verbeelden  32 1.3 Kerndoelen van het k­ unstonderwijs   34 1.3.1 Theorie in de onderwijspraktijk   40 1.4 Waarnemen   41 1.5 Leren   43 1.5.1 Lege-emmertheorie 45 1.5.2 Zoeklichttheorie 47 1.6 Proces van waarnemen  48 1.6.1 De vier van Doorman  50 2 Ontwikkelingslijnen in het leerproces  55 2.1 Leren begrijpen op een ­invoelende manier  55 2.2 Ontwikkelingslijnen   59 2.2.1 Ontdekkend tekenen  65 2.2.2 Laat het gebeuren  68 2.2.3 Verschillende ontwikkelingslijnen  69 2.3 Ontwikkeling in fases: Michael Parsons  72 2.3.1 De associatieve fase: kleuters  73 2.3.2 De fase van schema’s: middenbouw   79 2.3.3 De ‘mooifase’: de bovenbouw  83 2.3.4 De puberfase  91 2.3.5 De kunstenaarsfase  98 2.3.6 De hoogleraarfase  100 3 Kijken, begrijpen en genieten  103 3.1 De kunstles  104 3.1.1 De voorbereiding  105 3.1.2 Wennen aan kunst  106 3.2 Verhalen over kunstwerken  112 3.2.1 Kinderen uitdagen zelf te vertellen   115

14375_KunstMeester_boek.indb 3

07-06-13 13:18


3.3 3.3.1 3.3.2 3.3.3 3.3.4 3.3.5 3.4 3.4.1 3.4.2 3.4.3 3.5 3.5.1 3.5.2 3.6 3.7 3.7.1 3.7.2 3.8

De kern van kunst beschouwen op de basisschool  116 Interpreteren van kunst  117 Het beschouwen begint altijd ergens   118 Receptief beschouwen   120 Semiotisch stadium van beschouwen  123 Stilistisch en iconografisch stadium van beschouwen  125 Het wezen van creativiteit  126 Zes bestandsdelen van creativiteit   126 De verbeelding aan de macht  131 Stimuleren van creativiteit  133 De instructieles   136 De verbeeldende instructie  136 De technische instructie  142 De opdracht  150 De doe-les   152 Begeleiden in de uitvoeringsfase  154 Ideeën voor een doe-les   157 De terugkijkles: reflecteren en beoordelen  159

4 Beeldend in de context van het Nederlands onderwijs  165

4.1 4.1.1 4.1.2 4.2 4.2.1 4.3 4.3.1 4.4 4.4.1 4.4.2 4.3.3 4.4.4 4.5

Kerndoelen en kinderen  165 Geschiedenis van de kerndoelen  166 Kerndoelen en de kunstvakken  167 Kunst en cultureel erfgoed ten dienste van het leren  170 Kennismaken met het cultureel erfgoed  171 Cultureel erfgoed versus b ­ eeldend onderwijs  173 Beleef cultuur  174 Discussie en debat  178 Is alles kunst?   180 Niet de natuur, maar de cultuur  181 Kwaliteit bestaat  182 Kunst en kwaliteit  184 Ontwikkeling van de leerkracht  185

Bronnen  189 Geraadpleegde websites  193 Over de auteurs  196 Register  197

14375_KunstMeester_boek.indb 4

07-06-13 13:18


Woord vooraf In dit boek zijn ‘de praktijk in de basisschool’ en ‘een theoretische onderbouwing’ (waaronder filosofische, pedagogische, sociologische, psychologische uitstapjes) voortdurend met elkaar verbonden vanuit onze visie op beeldend onderwijs in de basisschool. Vier hoofdstukken die gaan over mooi beeldend onderwijs; beeldend onderwijs verbonden aan het onderwijs in het algemeen. In deze visie zijn kinderen het uitgangspunt. Kinderen die – in principe – alles in zich hebben om uit te groeien tot wat ze in zich hebben.

Leerkrachten maken het verschil Mooi beeldend onderwijs gaat over onderwijs dat gegeven wordt door leerkrachten. Zij maken in ons verhaal het verschil. Zonder leerkrachten is onderwijs niet mogelijk, zonder leerkrachten lukt mooi onderwijs zeker niet. Want ‘onze’ ideale leerkracht luistert naar kinderen, is positief, gaat uit van mogelijkheden, is alert, is attent, is een leerkracht die vriendelijk is. Het is een leerkracht die kinderen leert ontdekken dat ze van zichzelf ‘mooi, wijs en knap’ zijn. Het onderwijs is een zoektocht naar dit ‘mens zijn’ en beeldend onderwijs is een heel krachtig middel om te ontdekken wie je bent in relatie met de wereld om je heen. Leerkrachten die uitgaan van de uniciteit van elk kind: zij leren kinderen hun hoofd boven het maaiveld uit te steken, om ‘lastig’ te zijn, om verder te kijken dan hun neus lang is, om eigen en wijs te zijn, om vragen stellen…

Vier hoofdstukken Dit boek gaat over leerkrachtgedrag én over de ontwikkeling van kinderen op de basisschool; over wat leerkrachten moeten weten om het beeldende vak verantwoord te kunnen geven. Om dit zo duidelijk mogelijk over te brengen hebben we het ingedeeld in de volgende vier hoofdstukken.

Hoofdstuk 1 In hoofdstuk 1 beantwoorden we de vraag waarom ‘verbeelden’ noodzakelijk is in het basisonderwijs. Verbeelden in de zin van eigen antwoorden geven met beeldende middelen. Verbeelden is van belang omdat het aansluit bij begrippen als ‘zelfontplooiing’ en ‘zelfverwezenlijking’. Voor zelfontplooiing en zelfverwezenlijking heb je een heel leven nodig. Zelfontplooiing en zelfverwezenlijking in het klein gaan over ‘verbeelden’: jezelf uiten op jouw eigen wijze, jouw eigen manier. Je durven uiten op jouw eigen manier is niet vanzelfsprekend, kinderen zullen dit moeten leren. Tijdens de lessen beeldend onderwijs leren kinderen mogelijkheden zien, leren kinderen uit te proberen, leren kinderen te doen (durven), leren kin-

5

14375_KunstMeester_boek.indb 5

07-06-13 13:18


deren door andermans ogen te kijken… Ze leren dat er meer waarheiden bestaan…, de randen van wat ‘moet en zal en voorgeschreven staat’ op te zoeken. Kinderen leren de plekken op te zoeken die onzeker maken, dat ‘iets nieuws’ niet fout is, maar juist noodzakelijk, dat fouten maken gewoon mag, dat fouten maken onderdeel is van leren: leren leerlingen stralend falen…

Hoofdstuk 2 Hoofdstuk 2 gaat over ontwikkelingslijnen, over het verschil van leren tussen jongens en meisjes, over differentiaties. Een leerkracht moet de ontwikkelingslijnen kennen (Piaget) om als leerkracht te kunnen inschatten wat de volgende stap (opdracht/vraag) is waarmee je jouw leerling uitdaagt (Vygotski). Een leerkracht moet de ‘kaders van ontwikkelen en leren’ kennen en herkennen om te snappen dat er buiten die kaders heel veel mogelijk is! Het doel van dit hoofdstuk is studenten/leerkrachten duidelijk te maken dat er heel veel kennis nodig is van en over kinderen, van ontwikkelingslijnen, van leerlijnen en van allerlei (vakspecifieke) onderwijszaken om te beseffen dat ‘alleen de uitdaging om de volgende stap te zetten’ ertoe doet.

Hoofdstuk 3 Hoofdstuk 3 gaat over creativiteit en over het ontwikkelen van creativiteit. Het gaat erover hoe kinderen zich uiten, hoe kinderen terugkijken op hun eigen beeldend werk. Het doel van dit hoofdstuk is dat studenten begrijpen dat creativiteit in alles zit, niet alleen in kunnen tekenen, kleien of anders crea. Creativiteit is een manier van denken, van handelen, van zijn. Creativiteit heeft te maken met uithoudingsvermogen, met geloof het goede te doen, met onderzoek, met moed, met anders zijn, met…. Creativiteit is beseffen dat ‘zien’ verband houdt met ‘weten’.

Hoofdstuk 4 Hoofdstuk 4 gaat over normen en eisen van het vak ‘beeldend’ in het algemeen. Kerndoelen die richting geven, kennisbasis die ingevoerd is, over cultureel erfgoed en hoe de andere vakken vanuit kunst en cultureel erfgoed kunnen worden benaderd en hoe beeldend geïntegreerd kan worden in andere lessen. Het doel van dit hoofdstuk is dat studenten en leerkrachten beseffen dat beeldend onderwijs een manier is om in de wereld te staan: open, verwonderend, oprecht en betrokken.

Tot slot We willen inspireren, onderbouwen en mooi onderwijs voor elkaar krijgen… mooi beeldend onderwijs. Daarom schreven we dit boek. Lourens van der Leij en Ino de Groot, April 2013

6

14375_KunstMeester_boek.indb 6

07-06-13 13:18


Moos de Laat, 3½ jaar: verfhanden.

Inleiding

Het is niet eerlijk Na het lezen van dit boek kun je mooie verantwoorde beeldende lessen geven op de basisschool: ❍❍ ‘mooi’ in de zin dat je kinderen aanzet tot verbeelden; ❍❍ ‘mooi’ in de zin dat kinderwerk tot verrukking leidt (‘Kijk eens wat ik heb gemaakt!’); ❍❍ ‘mooi’ in de zin dat de leerling door het werk iets meer snapt van zichzelf (de wereld in zichzelf) en de wereld buiten zichzelf; ❍❍ ‘mooi’ in de zin van het plezier dat kinderen beleven aan creëren: het plezier van ‘het maken’. Je kunt jouw lessen beeldend na het lezen van dit boek verantwoorden: je snapt na het lezen van dit boek waarom je ‘voor mag doen’; waarom aanwijzen tijdens het spreken over kunst en eigen werk van belang is, dat je eindeloos mag (door)vragen en dat − hoewel veel kan − lang niet alle antwoorden goed zijn. Je snapt na het lezen van dit boek dat beeldende lessen ‘de thuishaven’ zijn voor alle andere vakken. Beeldende lessen gaan namelijk over rekenen en wiskunde, beeldend en Nederlands zijn tweelingzusters, beeldend en aardrijkskunde, geschiedenis en natuur & techniek en zelfs beeldend en

7

14375_KunstMeester_boek.indb 7

07-06-13 13:18


bewegingsonderwijs hebben elkaar nodig. Deze vakken kunnen niet zonder elkaar. Margriet heeft haar robot getekend, een bewijs dat beeldend en techniek samengaan (figuur 0.1). Met een meer beeldende insteek wordt het werk spannender: bijvoorbeeld ‘Hoe zou Margriet kunnen tonen dat deze robot een leesrobot voorstelt?’

Figuur 0.1 Margriet van der Vegt, 7 jaar: projectboek over techniek. Beeldend onderwijs gaat over de wereld verkennen, de wereld om het kind heen én de wereld in het kind. Kijk eens naar de foto waar Bas een spin tekent; dan zie je biologie en beeldend samengaan (figuur 0.2). Het wordt spannender als Bas de spin zou tekenen als culinaire fijnproever; geen gewone spin maar een echte Basspin die heel erg houdt van ijsjes, snoep en… Zo kruipt Bas in de huid van de spin en verbindt hij de spin aan zichzelf. Hoe zou zo’n Basspin eruit zien?

8

14375_KunstMeester_boek.indb 8

07-06-13 13:18


Figuur 0.2 Bas Hunziker, 7 jaar: spin. We vragen je iets tegenstrijdigs te doen tijdens de beeldende lessen: aan de ene kant vragen we je voor te zeggen, instructie te geven, te vertellen hoe het werkt, hoe het moet. Zonder instructie zullen de leerlingen alles zelf moeten uitzoeken. En dat ‘alles zelf uitzoeken’ lijkt niet de bedoeling. Het wiel hoeft namelijk niet nog eens uitgevonden te worden. We vragen je cultuur en techniek door te geven. Aan de andere kant vragen we je afstand te nemen: kijkend, vragend en luisterend naar de leerling, die leerling de ruimte te geven die het aankan. We vragen je om een ogenschijnlijke chaos te organiseren waarin elk kind tot zijn recht komt. We vragen je soms wél in te grijpen en soms juist níét, we vragen … heel veel. Loslaten om kinderen zelf te laten nadenken, om ze zelf te laten ontdekken wat wel en niet werkt. Om ze te laten ontdekken wat mooi is en lelijk of juist niet… Het is bijna niet eerlijk om dit alles van een (startende) leerkracht te vragen! Het is een open deur: basisonderwijs – onderwijs aan kleuters tot prepubers – is anders dan onderwijs in het voortgezet onderwijs. Het beeldende vak wordt dan ook anders in de basisschool benaderd dan in het voortgezet onderwijs. De leerlingen in de basisschool zitten aan het begin van hun ontwikkeling en ze hoeven nu nog niet te beheersen wat jij – als jongvolwassene – al wel kan en hebt geleerd. Je hoeft als student of als leerkracht niet creatief te zijn om mooie beeldende lessen te geven. Natuurlijk is het wel handig creatief te zijn, noodzakelijk is het NIET! Kunstzinnig zijn als leerkracht kan juist onhandig zijn in de basisschool. Je verwacht (onwillekeurig) van kinderen dat ze aan jouw norm gaan voldoen, je kunt te veel van hen verlangen.

9

14375_KunstMeester_boek.indb 9

07-06-13 13:18


Je moet echter wel een paar (tekentechnische) basisprincipes onder de knie hebben die van belang zijn op de basisschool: ĂŠĂŠn daarvan is het principe van perspectief (figuur 0.3). Verderop in dit boek worden al deze principes duidelijk uitgelegd. Je kunt ook een kijkje nemen op de website.

Figuur 0.3 Het principe van perspectief.

10

14375_KunstMeester_boek.indb 10

07-06-13 13:18


1

De kunst van het verbeelden

1 De kunst van het verbeelden

Rosa Hunziker, 4 jaar

We onderzoeken in dit hoofdstuk vanuit verschillende invalshoeken wat goed beeldend onderwijs nu eigenlijk is en wat je ermee bereikt. Dat de leerkracht hierbij het verschil maakt, staat voor ons vast. Kerndoelen en vakdoelen zijn kaders die bepalend zijn en op basis van die kaders tonen we een lesschema van de ultieme beeldende les; zie ook par. 4.1.1. We bespreken een aantal tradities die nog steeds te herkennen zijn in beeldende lessen op de basisschool. Uit die tradities worden die elementen gepakt die hun waarde bewezen hebben en vanuit de kerndoelen en vakdoelen als noodzakelijk worden geacht voor beeldend onderwijs. Het onderwerp ‘waarnemen’ heeft een dominante plek in dit hoofdstuk; waarnemen lijkt een verbindende factor. Aan het einde van het hoofdstuk geven we een samenvatting van waar het om moet gaan tijdens de beeldende les. Deze samenvatting is gebaseerd op het werk van Joop Doorman, hoogleraar in de filosofie, die voor de basisschool onder andere vier hoofddoelen van het vak heeft geformuleerd. En met zijn kernachtige uiteenzetting komen we weer terug bij het begin van het hoofdstuk.

Zo zou het kunnen gaan Je weet waarschijnlijk dat veel kinderen uit zichzelf – zonder onderwijs – vogels kunnen tekenen; heel simpel door een ‘V’ (figuur 1.0). Dit schema is

13

14375_KunstMeester_boek.indb 13

07-06-13 13:18


(in varianten) universeel. Natuurlijk is het een cliché, natuurlijk is een ‘V’ geen weergave van de werkelijkheid.

Figuur 1.0 Jacqueline Bakker, 10 jaar: vogels. Alles wat kinderen maken is steeds het startpunt voor de volgende stap. Of kinderen nu krassen, in schema’s tekenen, of wat dan ook − het is het startpunt voor het beeldend onderwijs. Zo is de ‘V’ dus het startpunt van vogels tekenen. In het volgende voorbeeld zie je hoe door jouw begeleiding het kind steeds een volgende stap maakt. Als je kijkt naar de tekeningen van vogels van Rosa en Bas (figuur 1.1 t/m 1.4), zie je een ontwikkeling in weergeven van vogels. Het begeleiden van deze ontwikkeling is nodig: daar ligt het werk van de leerkracht. Van eenvoudig naar steeds complexere weergave.

Figuur 1.1, 1.2 en 1.3 Rosa Hunziker, op 4-, 5-, 6-jarige leeftijd: vogels.

Figuur 1.4 Bas Hunziker, 9 jaar: vogels.

14

14375_KunstMeester_boek.indb 14

07-06-13 13:18


Er komt een kind bij je met een stralend gezicht en een tekening. Je ziet vogel; het is de beroemde V-vorm: het schema voor vogel. Je kijkt aandachtig, je denkt natuurlijk even in stilte na over hoe je het kind een volgende stap kan laten maken. Twee vleugels zie je in de tekening. En dat is de aanleiding om jouw handen als een vogel over elkaar te leggen (figuur 1.5). De vingers zijn de vleugels en de duimen op elkaar is de kop en je speelt dat de vogel vliegt. Het kind doet natuurlijk mee… twee vliegende vogels. Je beleeft de vogel, je speelt en al spelend benoem je de kop, de snavel, de vleugels en telkens maak je de koppeling naar de tekening. Van driedimensionaal naar het platte vlak: ‘kijk hier de ene vleugel en de andere op de tekening; net als de ene hand als vleugel en de andere.’ Het kind wordt zich al spelend bewust. Je legt jouw handen weer in vogelstand en je laat nu de duimen als een bek bewegen. ‘Welk geluid maakt jouw vogel?’ vraag je aan het kind en samen tjilp je, kras je, fluit je… steeds de snavel bewegend. Je zweeft, je vliegt, je scheert met grote snelheid… ‘vrij als een vogel’. Vervolgens kun je het kind vragen stellen: ‘Kunnen vogels horen? Kunnen ze zien? Hebben vogels een neus?’ Langzaam maar zeker zal het kind zich op deze manier bewust worden van de kop van de vogel met snavel en ogen en later van poten, veren, van poten met tenen en nagels. Als leerkracht ben je voortdurend bezig met vragen, benoemen, aanwijzen, vertellen en vooral met het kind beleven, ervaren, doen … Spelen is zo leren. Door jouw vragen komen de verhalen die je vervolgens weer gebruikt om de volgende stap te maken. En door jouw interventie is de volgende tekening spannender, uitgebreider, realistischer, maar bovenal bevredigender voor de leerling (figuur 1.6).

1 De kunst van het verbeelden

Figuur 1.5 De handen als vleugels.

15

14375_KunstMeester_boek.indb 15

07-06-13 13:18


Op een gegeven moment praat je over verschillende soorten vogels. Over wat nu het verschil maakt tussen deze vogels. En zo kom je weer te praten over snavels, poten en nagels en veren… de overeenkomsten en de verschillen. Sommige kinderen weten veel van een bepaald dier. Van een dier dat fascineert, bestuderen kinderen elk detail. Zo’n leerling kan jou zonder probleem het verschil tussen ‘bont boertje’, een ‘soldatenara’ en een Figuur 1.6 Bas Hunziker, 10: vogel ‘blauwvoorhoofd-amazone’ uitlegmet worm in de bek. gen, terwijl jij als leerkracht met je mond vol tanden staat. Die kennis zie dan terug in tekeningen. Ook zonder gedetailleerde kennis van deze vogels zijn papegaaien ook voor andere kinderen interessant: zij kennen het dier als de sprekende vogel met zijn prachtige gekleurde veren en vervaarlijke snavel (figuur 1.7). En dan herinnert een kind zich de ara’s die hij in de dierentuin heeft gezien. En deze mogen natuurlijk niet weg vliegen… Het startpunt om vogels te tekenen kan ook heel anders zijn. Floris tekende al als 3-jarige heel andere vogels (in schema) dan de vogel in de beroemde V-vorm. Met een heel ander startpunt is er een andere weg te belopen (figuur 1.8).

Figuur 1.7 Jacqueline Bakker, 11 jaar: Figuur 1.8 Floris Bulten, 3 jaar: vogels. papegaaienboom.

16

14375_KunstMeester_boek.indb 16

07-06-13 13:18


Er zitten uilen in de bomen achter de school. De leerlingen staan met hun neuzen tegen de ruiten. Prachtige beesten, mooier dan uit de films van Harry Potter. Ze beginnen over uilen te praten en ieder half uur kijken de meeste kinderen naar buiten om zich ervan te vergewissen dat de uilen er nog zitten. Deze dag staat in het teken van de uil. Rosa en Bas zijn onder de indruk. Zij gaan thuis tekenen: de uil van school (figuur 1.9 en 1.10). Ze zitten samen aan tafel te tekenen. Twee resultaten alle twee beeldschoon!

1 De kunst van het verbeelden

Figuur 1.9 Rosa Hunziker, 6 jaar: uil.

Figuur 1.10 Bas Hunziker, 11 jaar: uil.

Startpunt Het kind is vanaf het begin volledig toegerust voor zijn eigen ontwikkeling en van binnenuit gemotiveerd om te leren, te ontdekken en te verbeelden. Dat wat er al is, moet dus worden aangesproken en uitgedaagd. Als het nodig is, kun je als leerkracht het duwtje geven om tot een volgende stap te komen. Tekeningen geven heel veel informatie over wat een kind al weet en snapt: een pracht van een startpunt. Kijk naar de prachtige tekening van Margriet (figuur 1.11). De tekening vertelt iets over haar denken: de donkere wolken geven regen, er is zon en dus een regenboog! En Margriet kan ook nog gewoon door haar deur naar binnen zonder haar hoofd te stoten‌ en van binnen kan ze door het raam naar buiten kijken, al is het raam wel wat hoog. Maar dat is niet onlogisch, zeker niet als het een wc-raampje is.

17

14375_KunstMeester_boek.indb 17

07-06-13 13:18


Figuur 1.11 Margriet van der Vegt, net 7 jaar: huis met regenboog Dit boek gaat over beeldend onderwijs aan kinderen van 4 tot 12 jaar. In de loop van het boek worden er tal van belangrijke vragen gesteld en behandeld. Denk aan vragen als: ❍❍‘Wat hebben kinderen nodig?’ ❍❍‘Waar zijn kinderen gevoelig voor?’ ❍❍‘Waar staan kinderen in hun ontwikkeling?’ ❍❍‘Welke mogelijkheden hebben kinderen?’ ❍❍‘Hoe verhoudt het beeldende zich met de andere vakken?’ ❍❍‘Hoe past een en ander in het verhaal van het kind?’ ❍❍Enzovoort.

18

14375_KunstMeester_boek.indb 18

07-06-13 13:18


1.1 Wat is mooi (beeldend)

­onderwijs?

Het denken begint heel fundamenteel Wil je iets zeggen over beeldend onderwijs, dan zal je iets moeten weten over onderwijs in het algemeen. Ideeën zijn onderling met elkaar verbonden: van het een komt het ander. Onderwijs is dynamisch en de ene stap volgt op de andere. Je kunt vragen stellen bij de uitgangspunten en doelen van onderwijs: fundamentele vragen waar we amper bij stilstaan: ❍❍Is het onderwijs er om je op te leiden tot beroep of functie? ❍❍Is het onderwijs er om je op te laten groeien tot een staatsburger? ❍❍Is het onderwijs er om je voor te bereiden op het vervolgonderwijs? ❍❍Is het onderwijs meer een opvoedingsinstituut waar het gaat om de gehele persoon, het kind? Waar zaken als leren samenwerken, zelfstandig worden, creativiteitsontwikkeling belangrijk zijn. ❍❍Waarom is er eigenlijk zoiets als onderwijs?

1 De kunst van het verbeelden

Achter de vraag hoe onderwijs moet worden gegeven gaat een wereld van ideeën schuil. Men wil bijvoorbeeld iets bereiken met een vak. Vanuit deze gedachte is het dan logisch dat er vakdoelen geformuleerd worden. Doelen die een bepaalde richting opgaan. Voor beeldend onderwijs bekent dit, dat het gaat over ‘verbeelden’, ‘reflecteren’ en ‘kennismaken met kunst’: de drie kerndoelen voor beeldend. Dit zijn dus zaken die belangrijk gevonden worden voor de basisschool, zaken die voortkomen vanuit idealen, kennis die voorkomt uit algemene pedagogische en didactische uitgangspunten. Die ideeën zijn vanuit een bepaalde traditie/tijd gevormd. Het is handig te weten waar die ideeën vandaan komen, hoe het denken van nu voortborduurt op verworvenheden uit het verleden. Kennis van het verleden plaatst de (kern)doelen namelijk in een context en wat je op de basisschool ziet gebeuren, krijgt zo een plek in die traditie.

Opdracht 1.1 Volgens artikel 28 uit het Kinderrechtenverdrag van de Verenigde Naties heeft ieder kind recht op onderwijs. Het uitgangspunt hiervoor is de gedachte: ‘kennis is macht’. Is kennis inderdaad macht? Waarom wel/niet? Anno 2013 geldt op grond van de Leerplichtwet dat een kind vanaf het moment dat het 5 jaar wordt, verplicht is om naar school te gaan. Deze verplichting loopt tot het einde van het schooljaar waarin het kind 16 jaar wordt.

19

14375_KunstMeester_boek.indb 19

07-06-13 13:18


Leerplicht De leerplicht bestaat in Nederland sinds 1900. Vanaf die tijd gingen alle kinderen (ook de meisjes) vanaf hun 6e verjaardag verplicht naar school. In de periode voor 1900 gingen lang niet alle kinderen naar school. Dat was voorbehouden aan kinderen uit de hogere standen. Het onderwijs heeft dus een emancipatorische functie. Sinds 1900 krijgt ieder kind in Nederland in principe de kans om op en door school te leren, om zich te ontwikkelen, zichzelf te ontplooien: kennis voor het hoofd en kennis voor het hart. De basisschool heeft naast kennisoverdracht een vormende, opvoedende rol.

onderwijs er om de maatschappij te ‘dienen’. Wat is hierbij dan de rol van het beeldend onderwijs? Schasfoort haalt de typering van tekenen en handvaardigheid aan die voorafgaat aan de kerndoelen. ‘Bij het onderwijs in tekenen en handvaardigheid maken kinderen kennis met verschillende mogelijkheden om zich in beelden uit te drukken. Daarnaast leren ze beeldende uitingen van anderen te begrijpen en leren ze genieten van beeldende producten’ (Schasfoort, 2011).

Deze omschrijving geeft ruimte voor reflecteren over kunst, voor onderricht in het leren begrijpen van kunstwerken door te filosoferen over ideeën van mensen en door kritisch te leren kijken naar hun beelduitingen. Deze visie verschilt sterk van die uit de 19e eeuw: voor schoolgaande meisjes werd in 1878 ‘nuttig handZo zorgt onderwijs niet alleen voor werken’ namelijk een verplicht vak de emancipatie van het individu, en in 1889 werd tekenen van maar is het ook noodzakelijk voor eenvoudige geometrische vormen een een goede samenleving in de verplicht vak. Een 13-jarige moest bij toekomst. Hiervoor wordt het begrip het verlaten van de school een ‘burgerschapsvorming’ gebruikt: eenvoudige stoof, emmer of fles ‘naar kinderen leren hoe de spelregels van de natuur’ kunnen tekenen. de democratie werken, en ze oefenen De maatschappij is sinds de 19e er ook mee. Kinderen leren om de eeuw veranderd en daarmee verandemocratie te waarderen en te derden ook de school en het beelrespecteren. Op die manier is dend onderwijs. ‘De basisschool is geen eilandje los van de samenleving, maar staat midden in de samenleving. Naast het individuele belang van elk kind is er ook een algemeen belang om een samenleving in de toekomst draaiende te houden’ (Stilma, 2011).

20

14375_KunstMeester_boek.indb 20

07-06-13 13:18


Opdracht 1.2 Welke rol zou je het beeldend onderwijs in de 21e eeuw willen geven in het licht van het ‘dienen van de maatschappij’?

Creativiteit heeft de toekomst!

Het unieke van beeldend onderwijs is dat kinderen eigen antwoorden leren geven: eigen antwoorden met beeldende middelen. Binnen de kaders van de ‘opdracht’ leren kinderen de grenzen op te zoeken, leren ze verder te kijken dan het gangbare, leren ze nieuwe combinaties te maken, de wereld naar hun hand te zetten. Creativiteitsontwikkeling is denken in mogelijkheden, zoeken naar mogelijkheden, zien van mogelijkheden.

1 De kunst van het verbeelden

‘Hoofd, hart en handen’ zijn allemaal nodig om onderwijs mooi en evenwichtig te laten zijn. Dat was oorspronkelijk de gedachte van de antroposofen en zij gaven het vorm in hun onderwijsstroming. Het hoofd staat in dit antroposofische voor denken, het hart voor voelen en de handen zorgen voor de nodige actie. Inmiddels is dit idee door het onderwijsveld overgenomen. Beeldende lessen gaan over denken over kunst, denken over hoe te verbeelden, denken over het proces van maken. Beeldende lessen gaan over voelen: het in een kunstwerk kruipen en beleven wat het doet en het zich bewust worden van het eigen gevoel om dat vervolgens vorm te geven. Beeldende lessen gaan over handen: er moet verbeeld worden… Als hoofd hart en hart verbonden worden met kennis, attitude en vaardigheid, dan komen competenties in zicht.

Opdracht 1.3 a Wat is kennis? b Wat is voor jou kennis voor het hart? Hoe passen de kunstvakken daar bij? Licht je antwoord toe. Kunstenaars hebben een functie in de wereld. Om te beginnen tonen zij de wereld in al haar lagen en hoedanigheden, maar daarnaast plaatsen kunstenaars overal vraagtekens bij. Door die vraagtekens te zetten helpen ze de wereld vooruit. Het werk van kunstenaars laat de wereld (de maatschappij, de samenleving) een spiegel zien. In die zin kunnen kunstwerken ook lastig zijn; soms zijn ze een luis in de pels. Kunstenaars zoeken met hun kunstwerken de grenzen op, vragen steeds naar het waarom achter het waarom. Kunst en kunstenaars tonen zo de gebieden waarover in maatschappelijk opzicht nagedacht dient te worden… ook al schuren die gebieden en voelen ze onaangenaam. Beeldend onderwijs leert kinderen juist dat gebied aan de grenzen te onderzoeken: daar waar het gebeurt, daar waar de toekomst ligt! Dat de kunstvakken van belang zijn, is heel mooi duidelijk gemaakt in een prentenboek van Leo Lionni.

21

14375_KunstMeester_boek.indb 21

07-06-13 13:18


Opdracht 1.4 Lees het volgende fragment uit ‘Frederick’ van Leo Lionni. ‘… Terwijl alle andere muizen hard bezig zijn een wintervoorraad aan te leggen, verzamelt Frederick zonnestralen, kleuren en woorden. Als in de winter de voorraad voedsel geslonken is, weet Frederick de andere muizen op de been te houden met de door hem verzamelde zonnestralen, kleuren en woorden…’ (Biblion recensie, Redactie) Waartoe dienen volgens jou de kunstvakken op school?

Doel en middel Grofweg zijn er twee stromingen te onderscheiden binnen het beeldend onderwijs. ❍❍Kunst als middel. Hierbij gaat om doelen als waarnemen, samenwerken, creativiteitsontwikkeling, zelfontplooiing. Kunst en kunstbeschouwing op zichzelf zijn niet zo van belang. Kunst is een middel en het zelf maken (van ‘kunst’) is een middel om het kind te helpen zichzelf en de wereld te ontdekken. Deze stroming wordt ook wel de ‘pedagogische’ stroming genoemd. ❍❍Kunst als doel. Het gaat om doelen als de artistieke vermogens ontwikkelen en kunst maken. Kunst vanuit de eisen die de kunstwereld stelt: het esthetische. Kunstgeschiedenis, kunstfilosofie en het zelf maken van kunst vormen de onderdelen daarvan. Deze stroming wordt ook wel de ‘kunstgerichte’ stroming genoemd. Beide stromingen zijn zichtbaar in allerlei onderwijsvormen. Er lijkt een ontwikkeling van ‘middel’ naar ‘doel’ zichtbaar te zijn naarmate de leerling ouder wordt en de opleiding specifieker: op de basisschool wordt kunst veelal als ‘middel’ gezien, op de kunstacademie als ‘doel’. Ertussenin zit het voortgezet onderwijs, waarin de opvatting over de plek van kunst in het onderwijs langzaam maar zeker verschuift van ‘middel’ naar ‘doel’.

In de klas Er worden heel veel termen gebruikt om het vak te duiden. Er wordt gesproken over tekenen, handvaardigheid, textiele werkvormen en allerlei combinaties. Wij gebruiken ‘beeldend’, ‘beeldende vorming’. Beeldend omvat tekenen, handarbeid, textiele werkvormen, foto en film (animaties). Beeldend onderwijs is een onderdeel van cultuuronderwijs.

Het gaat om de uitvoering Lessen die leerlingen in actie doen komen, zijn altijd goed. Lessen die leerlingen tot verbeelding aanzetten, zijn beter. Lessen die leerlingen aanzetten om met zichzelf en elkaar over eigen en andermans werk in gesprek te gaan, zijn mooi. Lessen die leerlingen liefde voor kunst helpen

22

14375_KunstMeester_boek.indb 22

07-06-13 13:18


Issuu converts static files into: digital portfolios, online yearbooks, online catalogs, digital photo albums and more. Sign up and create your flipbook.