InBusiness Elementaire kennis bedrijfseconomie 2 Theorieboek

Page 1



Elementaire kennis bedrijfseconomie 2


Colofon Over ThiemeMeulenhoff ThiemeMeulenhoff ontwikkelt zich van educatieve uitgeverij tot een learning design company. We brengen content, leerontwerp en technologie samen. Met onze groeiende expertise, ervaring en leeroplossingen zijn we een partner voor scholen bij het vernieuwen en verbeteren van onderwijs. Zo kunnen we samen beter recht doen aan de verschillen tussen lerenden en scholen en ervoor zorgen dat leren steeds persoonlijker, effectiever en efficiënter wordt. Samen leren vernieuwen. www.thiememeulenhoff.nl ISBN 9789006521979 1e druk, 1e oplage, 2020 © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2020

Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.

Deze uitgave is volledig CO2-neutraal geproduceerd. Het voor deze uitgave gebruikte papier is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.


Voorwoord Het middelbaar beroepsonderwijs verandert voortdurend onder invloed van maatschappelijke ontwikkelingen en in het bijzonder door de eisen die de beroepspraktijk aan de opleidingen stelt. Daartoe behoren nieuwe kwalificatiedossiers, maar ook ontwikkelingen zoals een breed eerste jaar voor economie opleidingen. Voor die opleidingen brengt ThiemeMeulenhoff nu de modulaire economie methode InBusiness uit: • Als vervolg op de methode BV in Balans voor de financiële beroepsopleidingen, is er nu InBusiness Financieel. • Als vervolg op de methode Rendement voor de commerciële beroepsopleidingen is er nu InBusiness Commercieel. InBusiness is opgebouwd uit een groot aantal leereenheden, die op drie verschillende manieren aangeboden worden: • Als hoofdstukken in een standaardboek met een vaste volgorde over één vakgebied of hoofdonderwerp; • Als hoofdstukken in een door de docent zelf samen te stellen Boek Opmaat, desgewenst met verschillende onderwerpen commercieel en financieel, in een zelf te bepalen volgorde; • Als complete leereenheden in de interactieve digitale leeromgeving eDition met directe feedback en resultatenoverzicht. Deze bevat de volledige theorie en alle opdrachten, zeer geschikt voor meer zelfstandig werken door studenten en voor afstandsonderwijs. De methode InBusiness is ontwikkeld door ervaren auteurs, die in de leereenheden een duidelijke verbinding leggen tussen theorie en praktijk. De didactische opbouw van elke leereenheid is gebaseerd op het zes-leerfasen model: Introductie, Theorie, Verwerking, Toepassing, Evaluatie/zelftoets, Toetsing. LET OP: Bij dit standaardboek behoort een basislicentie voor toegang tot de digitale leeromgeving eDition. Iconen helpen je daarbij op weg. Hiermee word je verwezen naar de digitale leeromgeving eDition, waar je de volgende onderdelen vindt die behoren tot de standaardinhoud van elke leereenheid van InBusiness Financieel: • Extra opdrachten (zoals extra kennisvragen, routineopgaven, praktijktaken en/of integrale casus) • Test je kennis en inzicht • Samenvattingsopdracht Hier krijg je een belangrijk advies voor de voortgang van jouw leerproces. De serie InBusiness is met de grootste zorg ontwikkeld. Wij hopen dat je met plezier met InBusiness werkt. Wanneer je vragen of suggesties hebt, neem dan contact met ons op. De auteurs en uitgever

3



Inhoudsopgave

Voorwoord

1

EKBE10  Bedrijfsresultaten voorcalculatie

7 Introductie 8 Theorie 10 1 Voor- en nacalculatie 10 2 Bedrijfsresultaat 12 3 Bedrijfsresultaat opsplitsen in transactie- en bezettingsresultaat 18 4 Bezettingsresultaten van fabricage en verkoop 20 5 Incidentele orders 21 Begrippen 24

2

EKBE11  Bedrijfsresultaten nacalculatie

25 Introductie 26 Theorie 28 1 Naculculatie 28 2 De standaardfabricagekostprijs 28 3 Calculatieverschillen 29 4 Oorzaken van prijs- en efficiencyverschillen 35 5 Bedrijfsresultaat voorcalculatorisch en nacalculatorisch 35 Begrippen 38

3

EKBE12  Investeren en financieren

39 Introductie 40 Theorie 42 1 Het financieel plan 42 2 Het investeringsplan nader bekeken 47 3 Het financieringsplan nader bekeken 53 4 Het eigen vermogen van een onderneming 56 5 Het vreemd vermogen van een onderneming 57 6 Leasing en factoring 64 Begrippen 66

4

EKBE13 Geldstromen 69 Introductie 70 Theorie 72 1 Vlottende activa en kortlopende schulden 72 2 Activiteitskengetallen van de voorraad 73 3 Activiteitskengetallen van de debiteuren 75 4 Activiteitskengetallen van de crediteuren 77 5 Liquiditeitsbalans en bepaling van de liquiditeit 79 6 Liquiditeitsbegroting 85 Begrippen 90

3

5


5

91 Introductie 92 Theorie 94 1 Het economisch resultaat van een eenmanszaak 94 2 De rentabiliteit van het eigen vermogen 96 3 De rentabiliteit van het vreemd vermogen 98 4 De rentabiliteit van het totale vermogen 99 5 Het verband tussen de rentabiliteiten 101 6 Solvabiliteit en liquidatiewaarde 102 Begrippen 105

6

EKBE15 Ondernemingsvormen 107 Introductie 108 Theorie 110 1 Onderscheid tussen een natuurlijk persoon en een rechtspersoon 110 2 Natuurlijke personen 114 3 Rechtspersonen 120 4 Publicatieplicht 130 Begrippen 133

7

EKBE16  De zzp’er en zijn ondernemingsplan

135 Introductie 136 Theorie 138 1 Tien aandachtspunten voor de startende zzp’er 138 2 Het ondernemingsplan 142 3 Ondernemerskwaliteiten en vermogensverschaffers 145 Begrippen 146

Register

EKBE14 Winstgevendheid

147

6


FINANCIEEL

EKBE10

1

Bedrijfsresultaten voorcalculatie

Auteur Edward van Balen Eindredactie Pieter Mijnster

v1.0


EKBE10

Bedrijfsresultaten voorcalculatie

THEORIE

Introductie De uitdaging Een positief bedrijfsresultaat (winst) is nodig om de verstrekkers van het eigen - en vreemd vermogen van inkomen te voorzien. Ook is winst van belang voor de continuïteit van de onderneming. Als ondernemer maak je van te voren een planning van de productie en afzet. Bij de verwachte afzet hoort een verwachte omzet. De omzet, met andere woorden de opbrengst van de afzet, is natuurlijk nog geen winst. Je moet rekening houden met constante en variabele kosten bij het vaststellen van het te verwachten bedrijfsresultaat. Als je het over kosten hebt, dan gaat het bij de productie vooral om de hoeveelheid van materialen, arbeidsuren, grondstoffenprijzen en arbeidsloon. Ook maak je een keuze of je meer of minder dan de afzet gaat produceren. Alle berekeningen komen samen in een verwacht bedrijfsresultaat. Dat is je voorcalculatie. Later check je of de verwachtingen zijn uitgekomen. Door vooraf kosten te calculeren en die achteraf te vergelijken met de werkelijke gemaakte kosten, krijg je inzicht in de kwaliteit van de onderneming. Deze leereenheid gaat over de voorcalculatie voor het vaststellen van het te verwachten bedrijfsresultaat. Aan de slag: Uit de voorcalculatie blijkt dat het verwachte bedrijfsresultaat tegenvalt. Analyseer het bedrijfsresultaat en splits dit op in een transactieresultaat en bezettingsresultaten op productie en afzet. Kijk daarbij ook of een incidentele order het verwachte bedrijfsresultaat kan verbeteren.

Figuur 1

© Shutterstock

8


Leerdoelen Wat heb ik voor deze uitdaging nodig? Kennis: • Ik kan de begrippen bedrijfsresultaat, bezettingsresultaat, transactieresultaat, bezettingsgraad beschrijven. • Ik weet dat een onderneming de constante kosten terugverdient met de normale productie. • Ik weet dat een bezettingsresultaat positief of negatief kan zijn. Begrip: • Ik kan de berekening van het voorcalculatorisch bedrijfsresultaat toelichten. • Ik kan uitleggen hoe een bezettingsresultaat op productie of afzet ontstaat. • Ik kan toelichten dat een incidentele order het bedrijfsresultaat kan verbeteren. Vaardigheid • • • •

Ik kan de standaardkostprijs van een product berekenen. Ik kan op twee manieren een voorcalculatorisch bedrijfsresultaat berekenen. Ik kan bedrijfsresultaat, transactieresultaat en bezettingsresultaat berekenen. Ik kan vaststellen of een incidentele order wel of niet acceptabel is.

9


EKBE10

1

Bedrijfsresultaten voorcalculatie

Voor- en nacalculatie Voorcalculatie Als ondernemer is winst maken één van je doelen. Van tevoren maak je een plan om te kijken hoeveel winst je in een komende periode kan verwachten. Dit noem je het bedrijfsresultaat. Het verwachte bedrijfsresultaat kan je berekenen op basis van: • • • •

de productie; de afzet; de commerciële kostprijs en; de verkoopprijs.

Het vaststellen van het te verwachten bedrijfsresultaat doe je met een voorcalculatie.

Nacalculatie Aan het eind van de periode kijkt de ondernemer of het plan is uitgekomen. Je vergelijkt dan de werkelijke winst met de verwachte winst. Als er verschillen zijn, wil de ondernemer graag de oorzaken weten, om vervolgens te kijken wat hij met deze informatie de volgende keer eventueel anders kan doen. Achteraf maak je een nacalculatie om het behaalde resultaat te analyseren. Onthoud! • Door het maken van een voorcalculatie stel je vooraf het te verwachten bedrijfsresultaat vast. • Door het maken van een nacalculatie analyseer je achteraf het behaalde bedrijfsresultaat.

Praktijkvoorbeeld 1 Standaardfabricagekostprijs en werkelijke fabricagekosten Gegeven Uit een marktonderzoek van sportschoenenfabrikant SPORTA blijkt het volgende: • Voor de komende jaren verwacht de directie een afzet van 80.000 tot 100.000 paar schoenen per jaar. • De normale productieomvang is 100.000 paar schoenen. • De constante kosten zijn € 480.000. • De proportioneel variabele kosten zijn bij de normale productie van 100.000 paar schoenen € 250.000 per jaar. Gevraagd a Bereken de standaardfabricagekostprijs van een paar sportschoenen. b Bereken de werkelijke fabricagekostprijs van een paar sportschoenen bij een productie 80.000 paar. c Verklaar het verschil tussen de standaardfabricagekostprijs en de werkelijke fabricagekostprijs.

10


Voor- en nacalculatie Uitwerking a De kostprijs is C/N + V/W. € 480.000 / 100.000 + € 250.000 / 100.000 = € 4,80 + € 2,50 = € 7,30. b Bij een productie van 80.000 paar sportschoenen zijn de variabele kosten per paar ook € 2,50. De totale variabele kosten bedragen 80.000 × € 2,50 = € 200.000. De totale constante kosten bedragen € 480.000. De totale kosten bedragen € 200.000 + € 480.000 = € 680.000. De werkelijke kostprijs bedraagt € 680.000 / 80.000 = € 8,50. c Omdat de normale productie niet is gehaald, moet je de constante kosten over minder producten verdelen. De werkelijke fabricagekostprijs wordt hoger. Praktijkvoorbeeld 1 laat zien dat het belangrijk is om de normale productie zo goed mogelijk in te schatten. Schat je deze te hoog in, dan valt de werkelijke kostprijs hoger uit dan dat je vooraf inschat. Conclusie: De standaardfabricagekostprijs is de basis van de berekening van de verkoopprijs, die bestaat uit de toegestane variabele en constante productiekosten. Voor het vaststellen van de standaardfabricagekostprijs is het van groot belang om de normale productie goed in te schatten.

Praktijkvoorbeeld 2 Variabele kosten en de standaardfabricagekostprijs Gegeven Prinsenland bv, producent van plakbandhouders, heeft de kostprijs voor het derde kwartaal vastgesteld op € 6 per plakbandhouder. Voor de berekening van deze kostprijs is gebruikgemaakt van de volgende gegevens: • De constante kosten per kwartaal zijn € 40.000. • De normale productie per kwartaal is 20.000 plakbandhouders. • De verwachte werkelijke productie voor het derde kwartaal is 22.000 plakbandhouders. • De totale variabele kosten zijn € 88.000 gedurende het derde kwartaal. • In het vierde kwartaal is de werkelijke productie 18.000 plakbandhouders. • De prijzen veranderen niet. Gevraagd a Bepaal voor het vierde kwartaal de totale variabele kosten. b Bepaal voor het vierde kwartaal de standaardfabricagekostprijs. Uitwerking a De variabele kosten per houder in het derde kwartaal waren € 88.000 / 22.000 = € 4. De totale variabele kosten voor het vierde kwartaal zijn 18.000 × € 4 = € 72.000. b De constante kosten per product zijn C / N = € 40.000 / 20.000 = € 2. De standaardfabricagekostprijs in het vierde kwartaal blijft € 6. Merk op dat de standaardfabricagekostprijs blijft gelijk ondanks dat het werkelijk aantal gemaakte producten minder is.

11


EKBE10

Bedrijfsresultaten voorcalculatie Uit praktijkvoorbeeld 2 blijkt dat de standaardkostprijs gelijk blijft ondanks dat de werkelijke productie in het vierde kwartaal verschilt van de productieomvang in het derde kwartaal. Zolang de normale productie niet wijzigt en ook de prijzen van de productiemiddelen gelijk blijven, verandert de standaardkostprijs niet.

2

Bedrijfsresultaat

2.1

Bedrijfsresultaat berekenen Een onderneming streeft naar winst. Deze winst noem je het bedrijfsresultaat. Je spreekt van resultaat, omdat het kan gaan om winst of verlies. Winst of verlies kun je aanduiden als een positief of een negatief resultaat.

Figuur 2 Stijgende omzet; stijgende winst?

Š Shutterstock

Het bedrijfsresultaat is de opbrengst van de verkochte producten, verminderd met de kosten van die verkochte producten. Het aantal verkochte producten noem je de afzet. Onthoud! Het resultaat is niets anders dan opbrengsten minus kosten.

Hoe je het bedrijfsresultaat berekent bij een normale productie en afzet lees je in het volgende praktijkvoorbeeld.

12


Bedrijfsresultaat

Praktijkvoorbeeld 3 Bedrijfsresultaat: Opbrengst minus kosten Gegeven Van onderneming Transax bv zijn de volgende gegevens bekend. • • • • • •

De variabele kosten per product zijn € 12. De totale constante kosten zijn € 150.000. De normale productie en afzet is 25.000 stuks. De verwachte werkelijke productie en afzet is 25.000 stuks. De verkoopprijs is € 25. Er zijn geen verkoopkosten.

Gevraagd Bereken het bedrijfsresultaat als verschil tussen opbrengsten en kosten. Uitwerking De opbrengst van de verkopen is 25.000 × € 25 =

625.000 – 300.000 € – 150.000 € 175.000 positief €

De totale variabele kosten zijn 25.000 × € 12 = De totale constante kosten zijn Het bedrijfsresultaat is:

Met andere woorden: De bedrijfswinst is € 175.000.

2.2

Transactieresultaat berekenen Je kunt het bedrijfsresultaat ook berekenen met behulp van het transactieresultaat en het bezettingsresultaat. Het transactieresultaat is het resultaat dat een ondernemer verdient door producten te verkopen en noem je daarom ook wel verkoopresultaat. Het resultaat bij transacties is de opbrengst van de verkopen minus de kostprijs van die verkopen. Weetje! Een ander woord voor een verkoop is een transactie.

Het transactieresultaat kan positief zijn en heet dan transactiewinst. Er is sprake van een verlies als het transactieresultaat negatief is.

Figuur 3 Deal!

© Shutterstock

13


EKBE10

Bedrijfsresultaten voorcalculatie

Transactieresultaat vaststellen Allereerst kijk je naar de opbrengst van de verkopen en naar de kostprijs van de verkopen. • De opbrengst van de verkopen = afzet x verkoopprijs. • De kostprijs van de verkopen = afzet x commerciële kostprijs Het verschil tussen de opbrengst van de verkopen en kostprijs van de verkopen is de winst! Maar je kunt ook anders beredeneren. Wat is de winst van één product? Als je dat weet, dan bereken je de het transactieresultaat als volgt: • De afzet × de winst per product = transactieresultaat Onthoud! Transactieresultaat = opbrengst van de verkopen – kostprijs van de verkopen of Transactieresultaat = afzet × winst per product

Het volgende praktijkvoorbeeld maakt dat duidelijk.

Praktijkvoorbeeld 4 Transactieresultaat op twee manieren vaststellen Gegeven Van onderneming Transax bv zijn de volgende gegevens bekend: • • • • • •

De variabele kosten per product zijn € 12. De totale constante kosten zijn € 150.000. De normale productie en afzet is 25.000 stuks. De verwachte werkelijke productie en afzet is 25.000 stuks. De verkoopprijs is € 25. Er zijn geen verkoopkosten.

Gevraagd Bereken het transactieresultaat op twee manieren: Uitwerking Manier 1: Opbrengst – kosten De kostprijs bedraagt C / N + V / W = € 150.000 / 25.000 + € 12 = € 6 + € 12 = € 18. De verkoopprijs is € 25. De opbrengst van de verkopen is 25.000 × € 25 =

De kostprijs van de verkopen is 25.000 × € 18 =

Het transactieresultaat is

625.000

– 450.000 175.000 positief

Manier 2: Afzet × winst per product De winst op één product bedraagt € 25 – € 18 = € 7. Transax bv verkoopt 25.000 producten. Het transactieresultaat is dan: 25.000 × € 7 = € 175.000 positief.

14


Bedrijfsresultaat

Transactieresultaat is nog geen bedrijfsresultaat! Je mag het transactieresultaat geen bedrijfsresultaat noemen. Je moet namelijk ook nog kijken naar het bezettingsresultaat.

Voorcalculatie

Overbezettingsverlies

Het transactieresultaat is niet (altijd) gelijk aan het bedrijfsresultaat.

Prijsverschil

Standaardkostprijs

Afzet

Standaardprijs

Bedrijfsresulaat

Onderbezettingsverlies

Bezettingsresultaat Calculatieverschil

Efficiencyverschil Nacalculatie

Figuur 4

2.3

© Tiekstramedia

Bezettingsresultaat berekenen Verwachte productie en normale productie Het is mogelijk dat de verwachte productie en verwachte afzet niet gelijk is aan de normale productie en normale afzet. Dan heb je een probleem met de kostprijs. De kostprijs bereken je namelijk met de normale productie en afzet. Maar als de verwachte productie groter of kleiner is dan de normale productie en afzet, dan maak je met de commerciële kostprijs een foutje. In de kostprijs zit C / N. Als het verwachte aantal producten afwijkt van het normale aantal, dan is de kostprijs niet goed en is dus ook het transactieresultaat niet goed. Als je toch met het transactieresultaat wilt werken, moet je het behaalde resultaat corrigeren. Hiervoor bereken je het bezettingsresultaat.

Bezettingsresultaat Een bezettingsresultaat ontstaat als de verwachte of werkelijke productie of afzet afwijkt van de normale productie of afzet. Dit heeft tot gevolg dat er een verlies of winst ontstaat op de gemaakte constante kosten. Voor het bezettingsresultaat van de fabricageafdeling moet je het volgende weten: • normale productie N • constante fabricagekosten C • verwachte productie W Opmerking: Bij het berekenen van het bezettingsresultaat vraag je je eigenlijk af: ‘Heb ik alle constante kosten wel terugverdiend?’

Het volgende praktijkvoorbeeld laat zien hoe je het bezettingsresultaat berekent. 15


EKBE10

Bedrijfsresultaten voorcalculatie

Praktijkvoorbeeld 5 Bezettingsresultaat berekenen Gegeven Van de onderneming Van Essen bv is het volgende bekend. • • • • •

De totale constante kosten zijn € 400.000 per kwartaal. De normale productie is 100.000 stuks per kwartaal. In kwartaal 2 is de productie 100.000 stuks. In kwartaal 3 is de productie 90.000 stuks. In kwartaal 4 is de productie 120.000 stuks.

Gevraagd a b c d

Bereken het constante-kostentarief. Bereken het bezettingsresultaat in kwartaal 2. Bereken het bezettingsresultaat in kwartaal 3. Bereken het bezettingsresultaat in kwartaal 4.

Uitwerking a Het bedrag dat je voor de dekking van de constante kosten in de kostprijs berekent, is het constante kostentarief C / N. Dat bedraagt € 400.000 / 100.000 = € 4. Met andere woorden: als de werkelijke productie 100.000 producten is, levert dat 100.000 × € 4 = € 400.000 op en dan zijn de constante kosten terugverdiend. b In kwartaal 2 is de productie 100.000 stuks. Door de productie van 100.000 stuks, is de dekking voor de constante kosten: 100.000 × € 4 = € 400.000. Dit is gelijk aan de constante kosten en is er dus geen bezettingsresultaat in kwartaal 2. c In kwartaal 3 is de productie 90.000 stuks. Door de productie van 90.000 stuks, is de dekking voor de constante kosten: 90.000 × € 4 = € 360.000. De constante kosten zijn echter € 400.000. Er is in kwartaal 3 sprake van een negatief bezettingsresultaat van € 40.000. d In kwartaal 4 is de productie 120.000 stuks. Door de productie van 120.000 stuks, is de dekking voor de constante kosten: 120.000 × € 4 = € 480.000. De constante kosten zijn slechts € 400.000. Er is in kwartaal 4 sprake van een positief bezettingsresultaat van € 80.000. Berekening in schema Productie en afzet

100.000

Doorberekende constante kosten Werkelijke constante kosten

Bezettingsresultaat

100.000 × € 4

400.000

400.000

€ -

90.000 × € 4

360.000

400.000

120.000 × € 4

480.000

400.000

16

– 40.000 nadelig € 80.000 voordelig


Bedrijfsresultaat

2.4 Formule voor het bezettingsresultaat Omdat de berekening van het bezettingsresultaat vaak voorkomt, is het handig om met een formule te werken. In de formule heb je de W (werkelijke of verwachte productie of afzet), N (normale productie of afzet) en C (constante kosten) nodig om het bezettingsresultaat te kunnen berekenen: Onthoud! De formule voor het berekenen van het bezettingsresultaat: (W – N) × C / N.

In het eerste deel van de formule stel je vast of er een verschil is tussen de werkelijke en de normale productie of afzet. In het tweede deel van de formule vind je het tarief dat nodig is per product voor het dekken van de constante kosten. Opmerking: Als er een verschil is tussen N en W, dan is er sprake van een bezettingsresultaat. Als W = N, dan is er geen bezettingsresultaat.

Praktijkvoorbeeld 6 Bepaal het bezettingsverschil met de formule Gegeven Van de vof Dulk en Zoon zijn de volgende gegevens bekend. • • • • •

De totale constante kosten zijn € 60.000 per kwartaal. De normale productie is 10.000 stuks per kwartaal. In kwartaal 2 is de productie 10.000 stuks. In kwartaal 3 is de productie 9.000 stuks. In kwartaal 4 is de productie 12.000 stuks.

Gevraagd a Bereken het bezettingsresultaat in kwartaal 2 met een formule. b Bereken het bezettingsresultaat in kwartaal 3 met een formule. c Bereken het bezettingsresultaat in kwartaal 4 met een formule. Uitwerking a Het bezettingsresultaat is (W − N) × C / N. (10.000 − 10.000) × € 60.000 / 10.000 = 0 × € 6 = € 0 b Het bezettingsresultaat is (W − N) × C / N. (9.000 − 10.000) × € 60.000 / 10.000 = − 1.000 × € 6 = € – 6.000 c Het bezettingsresultaat is (W − N) × C / N. (12.000 − 10.000) × € 60.000 / 10.000 = 2.000 × € 6 = € 12.000 Onthoud! Als W > N, is het bezettingsresultaat positief. Er is dan sprake van een overbezettingswinst. Als W < N, is het bezettingsresultaat negatief. Dan heb je te maken met een onderbezettingsverlies.

17


EKBE10

Bedrijfsresultaten voorcalculatie

Variabele kosten doen niet mee! De variabele kosten staan niet in de formule. Dat is logisch, want variabele kosten kunnen nooit leiden tot een onderbezettingsverlies of een overbezettingswinst, omdat ze altijd afhangen van de verwachte (werkelijke) productie. Opmerking: Een bezettingsresultaat kun je alleen berekenen als je te maken hebt met constante kosten!

Figuur 5

3

© Roel Seidell

edrijfsresultaat opsplitsen in transactie- en B bezettingsresultaat Als een ondernemer inzicht heeft hoe het bedrijfsresultaat is samengesteld en weet waarom de winst anders is dan verwacht, dan kan hij belangrijke beslissingen nemen en controle over het bedrijf krijgen. Het gaat dan om meer informatie dan alleen maar opbrengsten minus kosten. Dat zie je bij Andragon bv in prakijkvoorbeeld 7.

Praktijkvoorbeeld 7 Het transactieresultaat, bezettingsresultaat en bedrijfsresultaat Gegeven Andragon bv verwacht voor het komende jaar het volgende: • • • • • •

De variabele kosten per product zijn € 24. De totale constante kosten zijn € 250.000. De normale productie en afzet is 25.000 stuks. De verwachte werkelijke productie en afzet is 24.000 stuks. De verkoopprijs is € 40. Er zijn geen verkoopkosten.

18


Bedrijfsresultaat opsplitsen in transactie- en bezettingsresultaat Gevraagd a b c d

Bereken het verwachte bedrijfsresultaat als verschil tussen opbrengst en kosten. Bereken het verwachte transactieresultaat. Bereken het verwachte bezettingsresultaat. Bereken het verwachte bedrijfsresultaat.

Uitwerking a Bedrijfsresultaat De opbrengst van de verkopen is 24.000 × € 40 =

960.000

De totale variabele kosten zijn 24.000 × € 24 =

– 576.000

De totale constante kosten zijn

– 250.000

De verwachte winst = bedrijfsresultaat

134.000

b Transactieresultaat De kostprijs bedraagt C / N + V / W = € 250.000 / 25.000 + € 24 = € 10 + € 24 = € 34. De opbrengst van de verkopen is 24.000 × € 40 =

960.000

De kostprijs van de verkopen is 24.000 × € 34 =

– 816.000

De verwachte transactiewinst is

144.000

c Bezettingsresultaat De constante kosten bedragen € 250.000. De doorberekende constante kosten bedragen 24.000 × € 10 = € 240.000. Er is een verwacht bezettingsresultaat van € 240.000 - € 250.000 = € 10.000 negatief. d Transactieresultaat – Bezettingsresultaat = Bedrijfsresultaat Transactieresultaat:

144.000

Bezettingsresultaat:

– 10.000

Bedrijfsresultaat

134.000

(zie antwoord a)

Berekening in schema Opbrengst verkopen

24.000 × € 40

960.000

Kostprijs verkopen

24.000 × € 34

816.000

144.000

Transactieresultaat Bezettingsresultaat

– 1.000 × € 10 € – 10.000 €

Bedrijfsresultaat

134.000

Doordat de werkelijke productie en afzet lager is dan de normale productie en afzet, is de kostprijs eigenlijk niet meer goed. De kostprijs is vooraf vastgesteld op basis van de normale productie en afzet. Omdat de kostprijs ‘verkeerd’ is, is ook de kostprijs van de verkopen ‘verkeerd’, met als gevolg dat ook de transactiewinst ‘verkeerd’ is. Daarom moet je het bezettingsresultaat berekenen als correctie op de ‘verkeerde’ transactiewinst. Opmerking: Bij Andragon bv kan deze informatie leiden tot het aanpassen van de normale productiehoeveelheid. Hierdoor verandert ook het constante-kostentarief, met alle gevolgen van dien! Met dit inzicht in het ontstaan van het bedrijfsresultaat kan de directie uiteraard ook andere besluiten nemen.

19


EKBE10

4

Bedrijfsresultaten voorcalculatie

Bezettingsresultaten van fabricage en verkoop Tot nu toe was de productie gelijk aan de afzet. Maar wat als deze niet aan elkaar gelijk zijn? Er ontstaan dan verschillende bezettingsresultaten. Je moet dan de constante kosten splitsen in constante kosten van de fabricageafdeling en de constante kosten van de verkoopafdeling. Na het berekenen van het transactie- en bezettingsresultaat kun je het bedrijfsresultaat bepalen. Het verwachte bedrijfsresultaat is immers de som van het (verwachte) transactieresultaat en het (verwachte) bezettingsresultaat. Weetje! Als de productie groter is dan de afzet, neemt de voorraad toe. Als de productie kleiner is dan de afzet, neemt de voorraad af.

Een kijkje in de keuken bij Cork bv laat zien hoe je bezettingsresultaten op fabricage en verkoop apart kunt berekenen.

Praktijkvoorbeeld 8 Bedrijfsresultaat; afzet groter dan de productie Gegeven Van Cork bv zijn de volgende gegevens bekend: • • • • • • • •

De variabele fabricagekosten per product zijn € 22. De totale constante fabricagekosten zijn € 200.000. De variabele verkoopkosten per product zijn € 2. De totale constante verkoopkosten zijn € 50.000. De normale productie en afzet is 50.000 stuks. De werkelijke productie is 47.000 stuks. De werkelijke afzet is 52.000 stuks. De verkoopprijs bedraagt € 35.

Gevraagd a b c d e f g

Bereken de standaardfabricagekostprijs. Bereken de verkoopkosten en de commerciële kostprijs. Bereken het transactieresultaat. Bereken het bezettingsresultaat van de fabricage-afdeling. Bereken het bezettingsresultaat van de verkoopafdeling. Bereken het bedrijfsresultaat. Geef de berekening van het bedrijfsresultaat schematisch weer.

20


Incidentele orders Uitwerking a De standaardfabricagekostprijs bedraagt: C / N + V / W = € 200.000 / 50.000 + € 22 = € 4 + € 22 = € 26. b De verkoopkosten per product bedragen: C / N + V / W = € 50.000 / 50.000 + € 2 = € 1 + € 2 = € 3. De commerciële kostprijs bedraagt € 26 + € 3 = € 29. c De opbrengst verkopen bedraagt 52.000 × € 35 = € 1.820.000. De kostprijs van de verkopen bedraagt 52.000 × € 29 = € 1.508.000. Het transactieresultaat bedraagt € 1.820.000 − € 1.508.000 = € 312.000. d De werkelijke productie bedraagt 47.000 stuks. De normale productie is 50.000 stuks. (W − N) × C / N fabricage = (47.000 − 50.000) × € 4 = − 3.000 × € 4 = € 12.000 negatief. e De werkelijke afzet bedraagt 52.000 stuks. De normale afzet is 50.000 stuks. (W − N) × C / N verkoop = (52.000 − 50.000) × € 1 = 2.000 × € 1 = € 2.000 positief. f Het bedrijfsresultaat is € 312.000 − € 12.000 + € 2.000 = € 302.000. g Opbrengst verkopen 52.000 × € 35 € 1.820.000 Kostprijs verkopen 52.000 × € 29 € 1.508.000 Transactieresultaat € 312.000 Bezettingsresultaat fabricage – 3.000 × € 4 € – 12.000 Bezettingsresultaat verkoop 2.000 × € 1 € 2.000 Bedrijfsresultaat € 302.000

5

Incidentele orders Soms krijgt een onderneming de kans om producten te verkopen op een markt waar ze eigenlijk nooit zaken doet. Je spreekt van een incidentele order wanneer een onderneming buiten de gebruikelijke afzet om een eenmalige order ontvangt uit een ander afzetgebied dan waar de onderneming gewoonlijk haar producten verkoopt. De prijs die de onderneming bij zo’n incidentele order vraagt mag daarom afwijken.

Minimale verkoopprijs bij eenmalige order Voor normale klanten moet een onderneming een prijs hebben die boven de commerciële kostprijs ligt. Bij een incidentele order hoeft dat niet. Er is wel een prijs waaronder de onderneming de order niet meer accepteert. Dat is de minimale verkoopprijs.

Figuur 6 Dekt de incidentele order de variabele kosten plus extra kosten?

21

© Shutterstock


EKBE10

Bedrijfsresultaten voorcalculatie Bij extra kosten kun je denken aan kosten die je moet maken in verband met extra arbeidskosten, extra verpakkingskosten of transportkosten. Onthoud! De minimale prijs voor een incidentele order is de som van de variabele kosten plus de extra kosten die je moet maken voor deze eenmalige order.

In praktijkvoorbeeld 9 zie je hoe je de winst bij incidentele orders berekent.

Praktijkvoorbeeld 9 Incidentele order wel of niet accepteren? Gegeven De onderneming Skill bv met een normale productie en afzet van 10.000 eenheden Boors per jaar heeft de verkoopprijs van dat product als volgt vastgesteld. Variabele kosten

7,50

Constante kosten

2,00

Winst

1,50

Verkoopprijs

11,00

Een onderneming in Zuid-Amerika wil 800 producten Boors kopen tegen een prijs van € 7,75 per stuk. Dit is een eenmalige order. Andere Zuid-Amerikaanse afnemers zijn er niet. Skill bv kan de order maken binnen de bestaande capaciteit en zonder overwerk. Skill bv gaat er verder van uit dat zij de normale productie en afzet in het lopende jaar bereikt. Gevraagd a Gaat de directie van Skill bv deze order accepteren? b Bereken de eventuele winst op deze incidentele order. Uitwerking a Skill bv moet € 7,50 variabele kosten per eenheid maken om een eenheid te produceren. De minimale verkoopprijs bedraagt daarom € 7,50 terwijl de verkoopopbrengst € 7,75 is. De order is dus acceptabel. Dat komt doordat de onderneming er nog € 7,75 - € 7,50 = € 0,25 aan verdient. b De winst op deze order bedraagt dus 800 × € 0,25 = € 200. Opmerking: Als Skill bv verder geen extra kosten hoeft te maken, dan is het aantrekkelijk om deze incidentele order te accepteren. Moet Skill bv extra kosten maken, bijvoorbeeld voor transport naar Zuid-Amerika, dan moeten die minder dan € 200 bedragen om deze order nog winstgevend te laten zijn.

De extra order in het voorbeeld van Skill bv heeft geen invloed op de constante kosten, omdat er voldoende productiecapaciteit aanwezig is. De constante kosten blijven daardoor gelijk. Je moet natuurlijk wel voorkomen dat de Zuid-Amerikaanse afnemer deze artikelen in jouw normale afzetgebied voor een lagere prijs gaat verkopen. Wanneer deze importeur met dit product in zijn land succes heeft en bijvoorbeeld jaarlijks 10.000 eenheden Boors wil kopen, is er natuurlijk geen sprake meer van een incidentele 22


Incidentele orders order. In dat geval moet de onderneming de normale productieomvang met 10.000 eenheden product verhogen en gaat de kostprijs omlaag omdat C / N lager wordt. De Zuid-Amerikaanse afnemer moet dan een hogere prijs betalen voor het product en de bestaande afnemers een lagere prijs. Door de incidentele order is de productiecapaciteit beter benut. Door de extra winst op de incidentele order is het bedrijfsresultaat gestegen.

23


EKBE10

Bedrijfsresultaten voorcalculatie

Begrippen Afzet

Aantal verkochte producten.

Bedrijfsresultaat

Opbrengst van de verkochte producten verminderd met de kosten van die verkochte producten.

Bezettingsgraad

Mate waarin een onderneming de productiecapaciteit benut.

Bezettingsresultaat

Verlies of winst op de constante kosten doordat de werkelijke productie of afzet afwijkt van de normale productie of afzet.

Constante kostentarief

Bedrag aan constante kosten in de kostprijs.

Incidentele order

Order die een onderneming, buiten de gebruikelijke afzet, eenmalig ontvangt uit een ander afzetgebied dan het gebied waar de onderneming gewoonlijk haar producten verkoopt.

Integrale kostprijs

Kostprijs die zowel de variabele als de constante kosten bevat.

Nacalculatie

Vaststelling van de werkelijke winst aan het eind van een periode.

Normale productie

Productie waarmee de onderneming de constante kosten wil terugverdienen.

Onderbezettingsverlies

Verlies dat je lijdt doordat de totale constante kosten hoger zijn dan het bedrag dat je met de verwachte werkelijke productie terugverdient.

Overbezettingswinst

Winst die je behaalt doordat de totale constante kosten lager zijn dan het bedrag dat je met de verwachte werkelijke productie terugverdient.

(Standaard)fabricagekostprijs

Toegestane productiekosten (variabel + constant) voor het maken van een product of uitvoeren van een dienst.

Standaardhoeveelheid

Toegestane hoeveelheid die je gebruikt om de standaardkosten vast te stellen.

Standaardkostprijs

Toegestane kosten van een product of dienst.

Standaardprijs

Prijs die je gebruikt om de standaardkosten vast te stellen.

Transactie

Ander begrip voor een verkoop.

Transactieresultaat

Opbrengst van de verkopen minus de kostprijs van die verkopen.

Voorcalculatie

Begroting van de verwachte winst aan het begin van een periode.

24


FINANCIEEL

EKBE11

2

Bedrijfsresultaten nacalculatie

Auteur Edward van Balen Eindredactie Pieter Mijnster

v1.0


EKBE11

Bedrijfsresultaten nacalculatie

THEORIE

Introductie De uitdaging Het is belangrijk om je administratie op orde te hebben. Het geeft je veel inzicht in de bedrijfsvoering van de onderneming. Door vooraf kosten te calculeren en achteraf te vergelijken met de werkelijke gemaakte kosten, krijg je inzicht in de kwaliteit van de onderneming en van de werknemers in het bijzonder. Verschil in gemaakte kosten gedurende een periode kan duiden op veranderde inkoopprijzen. Maar het is ook mogelijk dat er meer of juist minder grondstof is gebruik dan was gepland. Een te hoog verbruik van uren of grondstoffen kan ook een aanwijzing zijn dat werknemers minder efficiĂŤnt te werk gaan met grond- en hulpstoffen of met eigen arbeidsuren. Analyse van behaalde resultaten, zeker bij afwijkende cijfers bij de nacalculatie ten opzichte van wat vooraf is berekend, geven de ondernemer handvaten voor het maken van belangrijke beslissingen voor zijn of haar bedrijf. Meten = Weten Weten = Verbeteren

Aan de slag: Uit de nacalculatie blijkt dat het bedrijfsresultaat tegenvalt en dat er een bezettingsresultaat en een negatief calculatieverschil is over de afgelopen periode. Analyseer het bedrijfsresultaat en splits dit op in een transactieresultaat en een bezettingsresultaat en geef daarbij ook aan welke prijs- en/of efficiencyverschillen een rol hebben gespeeld bij dit tegenvallende resultaat.

Figuur 1

Š Shutterstock

26


Leerdoelen Wat heb ik voor deze uitdaging nodig? Kennis: • Ik kan de begrippen bedrijfsresultaat, bezettingsresultaat, transactieresultaat. prijsverschil, efficiencyverschil beschrijven. • Ik weet dat een onderneming de constante kosten terugverdient met de normale productie. • Ik weet dat het calculatieverschil bestaat uit efficiencyverschillen en prijsverschillen. Begrip: • Ik kan het verschil aangeven tussen de standaardhoeveelheid en de werkelijke hoeveelheid. • Ik kan het verschil aangeven tussen de standaardprijs en de werkelijke prijs. • Ik kan de oorzaken aangeven voor verschillen tussen de standaardkosten en de werkelijke kosten. Vaardigheid • Ik kan het bedrijfsresultaat, het transactieresultaat en het bezettingsresultaat bepalen. • Ik kan het efficiencyverschil en het prijsverschil berekenen.

27


Elementaire kennis bedrijfseconomie 2

THEORIEBOEK FINANCIEEL NIVEAU 3&4

InBusiness Financieel Dit boek is onderdeel van InBusiness, een modulaire methode voor mbo economie. Een breed aanbod van leereenheden dekt alle onderwerpen voor de commerciële en financiële opleidingen. In de serie InBusiness Financieel worden leereenheden aangeboden voor dekking van het kwalificatiedossier Financieel administratieve beroepen. Elementaire kennis bedrijfseconomie 1 bevat negen leereenheden die de theorie behandelen met betrekking tot alle belangrijke kostensoorten. Ook onderwerpen als eenvoudige kostprijsberekeningen, inclusief afschrijvingen en break-evenanalyse komen aan bod.

Als docent kun je bovendien een keuze maken uit het totale aanbod leereenheden van InBusiness en die samenstellen tot een boek OpMaat. Digitaal is de methode beschikbaar voor scholen als Totaallicentie (volledig digitaal) of als Verwerkingslicentie (opdrachten digitaal, theorie op papier) in de interactieve leeromgeving eDition.

• MET ING O EV

InBusiness bevat leereenheden die geschikt zijn voor de kwalificaties: - Financieel administratief medewerker (crebo: 25139) - Bedrijfsadministrateur (crebo: 25138) - Junior assistent-accountant (crebo: 25140)

LEEROM INE G NL

• MET ING O EV

Digitaal, boeken of blended InBusiness Financieel is leverbaar op papier, volledig digitaal en als combinatie van beide (blended). De theorieboeken geven een heldere uitleg over de verschillende onderwerpen. Bij het theorieboek wordt een basislicentie geleverd, met extra theorie en opdrachten aangeboden in de interactieve digitale leeromgeving eDition. De werkboeken bevatten oriëntatievragen, kennisvragen, routineopgaven, praktijktaken en een integrale casus.

LEEROM INE G NL

De methode is compleet en van hoge kwaliteit. InBusiness is samen met docenten ontwikkeld, inhoudelijk sterk, prettig leesbaar, visueel aantrekkelijk en voldoet aan de eisen van de kwalificatiedossiers en aan de exameneisen.

Elementaire kennis bedrijfseconomie 2 THEORIEBOEK

Bewezen didactiek De methode InBusiness is ontwikkeld door ervaren auteurs, die in de leereenheden een duidelijke verbinding leggen tussen theorie en praktijk. De didactische opbouw van elke leereenheid is gebaseerd op het bewezen effectieve zes-leerfasen model: 1 Introductie 2 Theorie 3 Verwerking 4 Toepassing 5 Evaluatie/zelftoets 6 Toetsing

Auteurs: Edward van Balen Pieter Mijnster Theo van de Veerdonk Eindredactie: Pieter Mijnster

Master_Financieel_A4 EKBE2-theorie.indd All Pages

4/12/2020 16:19


Issuu converts static files into: digital portfolios, online yearbooks, online catalogs, digital photo albums and more. Sign up and create your flipbook.