9789006978261_inkijkexemplaar

Page 1

Nederlands voor volwassen anderstaligen

Nederlands voor volwassen anderstaligen

Nederlands voor volwassen anderstaligen Vervolgmodule Inburgeringsexamen A1 - A2 Met IJsbreker+ leer je Nederlands. Je leert de taal om in Nederland te kunnen werken en wonen. Met IJsbreker+ kun je ook alles leren voor het inburgeringsexamen. Je kunt met IJsbreker+ veel zelf werken. Er zijn veel oefeningen op het online leerplatform. Je luistert er naar teksten en bekijkt video’s, je oefent online met woorden, met regels van de taal en spelling en je oefent met verstaan en nazeggen. In het boek oefen je vooral met lezen, spreken en schrijven. Dat doe je alleen of met andere cursisten en met de docent. Zo krijg je alles onder de knie!

Vervolgmodule Inburgeringsexamen A1 - A2

In dit boek werk je van niveau A1 tot niveau A2. IJsbreker+ bestaat uit 4 delen. Bij dit boek hoort het leerplatform nt2plus.nl.

DEEL 3

3205_NT2_Cover_IJsbreker+D3.indd All Pages

DEEL 3

A1 – A2

In samenwerking met de Afdeling Nederlands als tweede taal van de Vrije Universiteit in Amsterdam.

9 789006 978261

27/06/18 16:22


IJsbreker werkboek deel 3.indd 1

27/06/18 15:53


deel 3 Vervolgmodule Nederlands voor anderstaligen A1 - A2

IJsbreker werkboek deel 3.indd 1

27/06/18 15:53


COLOFON Didactisch concept Het didactisch concept van IJsbreker+ is ontwikkeld door de Vrije Universiteit Amsterdam, VU-NT2. Auteurs Fouke Jansen, Marijke Huizinga, Ellie Liemberg, Vita Olijhoek, Elizabeth Termeer, Germaine Trooster, Anja Valk. Herziening IJsbreker+ deel 3 is een samenvoeging en herziening van ­IJsbreker Plus Vervolgmodule dagelijks leven en Vervolgmodule werk en opleiding. De inhoudelijke redactie van de herziening is verzorgd door Vita Olijhoek, Anja Valk en Lotte Minnema, de eindredactie door Wilma Elsing.

Over ThiemeMeulenhoff ThiemeMeulenhoff ontwikkelt zich van educatieve uitgeverij tot een learning design company. We brengen content, leerontwerp en technologie samen. Met onze groeiende expertise, ervaring en leeroplossingen zijn we een partner voor scholen bij het vernieuwen en verbeteren van onderwijs. Zo kunnen we samen beter recht doen aan de verschillen tussen lerenden en scholen en ervoor zorgen dat leren steeds persoonlijker, effectiever en efficiënter wordt. Samen leren vernieuwen. www.thiememeulenhoff.nl

Redactie Lizet Penson, PenTaal Tekst en redactie, Sibculo

Dit boek wordt op twee manieren geleverd: - boek plus voucher: ISBN 978 90 06 97826 1 - boek plus licentie: ISBN 978 90 06 31262 1

Basisontwerp serie NT2+ Studio Fraaj, Rotterdam

Derde druk, eerste oplage, 2018

Vormgeving en opmaak Hannie van den Berg Grafische Vormgeving en DTP, Houten Fotografie Peter Bak - omslagfotografie Isis Vaandrager - styling t.b.v. de omslagfotografie Zie verder illustratieverantwoording op bladzijde 328. Online platform Enigmatry, Rotterdam Bij alle uitgaven van IJsbreker+ hoort een online leerplatform: www.nt2plus.nl Klantenservice uitgeverij ThiemeMeulenhoff 033 - 448 3700

© ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2018 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.

Deze uitgave is volledig CO2-neutraal geproduceerd. Het voor deze uitgave gebruikte papier is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.

IJsbreker werkboek deel 3.indd 2

27/06/18 15:53


INHOUD

05

HOOFDST UK 1

37

HOOFDST UK 2

67

HOOFDST UK 3

97

HOOFDST UK 4

133

HOOFDST UK 5

169

HOOFDST UK 6

209

HOOFDST UK 7

239

HOOFDST UK 8

271

HOOFDST UK 9

305

IJsbreker werkboek deel 3.indd 3

Overal kun je leren Even mijn e-mail lezen Wat doe jij in je vrije tijd? Kom je hier vaak? Alle oude verf moet eraf Lekker in de buitenlucht Hoe lang duurt dat allemaal? De operatie was een succes Een fijne baan Antwoorden

27/06/18 15:53


Leeswijzer In het boek staan bij de oefeningen kleine plaatjes. De plaatjes zeggen wat je moet doen of hoe je iets moet doen. Veel plaatjes komen terug in het online gedeelte van IJsbreker+.

Deze oefeningen doe je samen met de docent.

Deze oefeningen doe je alleen of met een groepje.

Hier oefen je met luisteren.

Hier oefen je met lezen.

Hier oefen je met spreken. Spreken doe je in tweetallen of in groepjes.

Hier oefen je met schrijven.

Deze oefeningen doe je online. Ga naar www.nt2plus.nl en kies IJsbreker+ Deel 3.

Deze oefeningen doe je buiten de klas of buiten de school.

Je gaat naar een video kijken met de docent en de groep.

IJsbreker werkboek deel 3.indd 4

27/06/18 15:53


HO OF DST UK 1

Overal kun je leren Dit hoofdstuk gaat over taal leren op school, thuis en op het werk.

IJsbreker werkboek deel 3.indd 5

27/06/18 15:53


6

HOOFDSTUK 1

OVERAL KUN JE LEREN

INTRO

Intro

1

Beantwoord de vragen. Wat kun je? Schrijf je antwoorden op de goede plaats in het schema.

Kun je …? Ja / Nee Van wie heb je Waar heb je het geleerd? het geleerd?

Vind je het moeilijk of makkelijk?

Vind je het leuk of niet leuk?

koken fietsen een andere taal spreken op de computer werken autorijden

IJsbreker werkboek deel 3.indd 6

27/06/18 15:53


HOOFDSTUK 1

2

OVERAL KUN JE LEREN

INTRO

7

Beantwoord de vragen. Je gaat werken met IJsbreker+ deel 3. Je spreekt dus al wat Nederlands. Zet een cirkel om jouw antwoord of antwoorden. Je kunt ook zelf een antwoord opschrijven.

3

1

Hoe heb je Nederlands geleerd? a op een cursus in Nederland b op een cursus in mijn eigen land c van mijn familie d op mijn werk e zelf

f

2

Wat vind je moeilijk om te leren? a een brief of e-mail lezen b Nederlanders verstaan c met Nederlanders spreken d woorden goed uitspreken

e woorden en zinnen schrijven

f

3

Waarom wil je nog beter Nederlands leren? a Ik moet het inburgeringsexamen doen. b Ik wil goed werk vinden. Dat kan alleen als ik beter Nederlands spreek. c Ik wil mijn kinderen kunnen helpen op school. d Ik wil een opleiding gaan doen. e Ik wil beter met mijn buren en vrienden kunnen praten.

f

Kijk in dit hoofdstuk. Praat samen over de vragen. 1 2 3 4

IJsbreker werkboek deel 3.indd 7

Waar gaat het hoofdstuk over, denk je? Is dit hoofdstuk belangrijk voor je? Waarom wel of niet? Kijk naar de Taalwijzers. Waar gaan ze over? Welke vind je moeilijk of juist makkelijk? Waarom denk je dat? Wat wil je leren?

27/06/18 15:53


8

HOOFDSTUK 1

OVERAL KUN JE LEREN

LES 1

Les 1

Zelfstandig Lezen Lesrooster lestijden vak lokaal maandag 9.15 - 10.45 uur Nederlandse les lokaal 12 10.45 - 11.00 uur pauze 11.00 - 12.00 uur Nederlandse les lokaal 12 dinsdag woensdag

9.15 - 10.45 uur 9.15 - 10.45 uur

beroepenoriĂŤntatie* sollicitatiecursus**

lokaal 16 lokaal 16

-

donderdag

9.15 - 10.45 uur 10.45 - 11.00 uur 11.00 - 12.00 uur

Nederlandse les pauze Nederlandse les

lokaal 14

vrijdag

-

lokaal 14

* periode 1: 25 augustus - 30 september ** periode 2: 2 oktober - 4 november

IJsbreker werkboek deel 3.indd 8

27/06/18 15:53


HOOFDSTUK 1

Woorden de les het vak 1

OVERAL KUN JE LEREN

LES 1

9

het lesrooster de periode

Lees de vragen. Zoek de antwoorden in de leestekst Lesrooster. Zet een cirkel om het goede antwoord. Maak de oefening in 7 minuten. 1

Op welke dagen hebben de cursisten les? a Op dinsdag, woensdag en donderdag. b Op maandag, dinsdag en donderdag. c Op maandag, woensdag en donderdag.

2

In welk lokaal is de Nederlandse les op maandag? a In lokaal 12. b In lokaal 14. c In lokaal 16.

3 Welk vak hebben de cursisten in lokaal 14? a Nederlandse les.

b Beroepenoriëntatie. c Sollicitatiecursus.

4 Hebben de cursisten op dinsdag een pauze? a Ja, van kwart voor elf tot elf uur. b Nee, de cursisten hebben geen pauze op dinsdag. 5

Hoe laat begint op dinsdag de cursus beroepenoriëntatie? a Om kwart voor elf. b Om kwart over negen. c Om kwart voor negen.

6

Hoe laat eindigt op dinsdag de laatste les? a Om kwart voor elf. b Om kwart over negen. c Om kwart voor tien.

7 In welke periode krijgen de cursisten beroepenoriëntatie? a In de periode van 25 augustus t/m 30 september. b In de periode van 2 oktober t/m 4 november. 8 Het is 18 oktober. Welke cursus is er in lokaal 16? a Beroepenoriëntatie. b Sollicitatiecursus.

IJsbreker werkboek deel 3.indd 9

27/06/18 15:53


10

HOOFDSTUK 1

OVERAL KUN JE LEREN

LES 1

Luisteren Les 1 heeft twee luisterteksten. De teksten staan op de computer. - Linksaf de gang in - Hoe lang duurt de cursus?

Online

Maak alle online oefeningen van les 1.

Taalwijzer In of uit op/af

Je loopt de trap op, naar boven.

Je moet daar naar beneden, de trap af.

in/uit

Je loopt de trap op, en dan linksaf de gang in. De trap? De gang uit, en dan rechtsaf.

tot Je loopt tot het eind van de gang. Daar zie je de trap.

2

Zet een cirkel om het goede antwoord. 1 Ik ga naar boven. Ik loop de trap … a af b op 2 We gaan naar beneden. We lopen de trap … a af b op 3 Ze gaat naar binnen. Ze loopt het lokaal ... a in b uit 4 Je gaat naar huis. Je loopt de school … a in b uit 5 Mijn vriend brengt mij naar school. Hij loopt mee ... de ingang. a op b tot

IJsbreker werkboek deel 3.indd 10

27/06/18 15:53


HOOFDSTUK 1 OVERAL KUN JE LEREN

LES 1

11

Taalwijzer Boven of beneden boven beneden naast tegenover

Lokaal 17 is boven. De kantine is beneden, bij de ingang. Lokaal 1 is naast de ingang. Lokaal 17 is tegenover het computerlokaal.

congiĂŤrge

ingang

lokaal 1

kantine

computerlokaal

lokaal 17

lokaal 16

lokaal 15

lokaal 2 lokaal 14 lokaal 13 lokaal 3 lokaal 12 lokaal 4 begane grond

3

De ingang van de school is boven. Lokaal 13 is beneden. Het computerlokaal is naast lokaal 16. Lokaal 4 is tegenover de kantine.

waar / niet waar waar / niet waar waar / niet waar waar / niet waar

Kijk naar je eigen school. Zet een cirkel om jouw antwoord. 1 2 3 4

IJsbreker werkboek deel 3.indd 11

eerste verdieping

Kijk naar de plattegrond. Zet een cirkel om het goede antwoord. 1 2 3 4

4

lokaal 11

De ingang van mijn school is beneden. Mijn leslokaal is boven. Naast mijn leslokaal is de trap. Tegenover mijn leslokaal is de kantine.

waar / niet waar waar / niet waar waar / niet waar waar / niet waar

27/06/18 15:53


12

HOOFDSTUK 1

OVERAL KUN JE LEREN

LES 1

Spreken/gesprekken voeren 5

Werk samen. Kijk naar de plattegrond. Beantwoord de vragen.

congiërge

ingang

lokaal 1

kantine

computerlokaal

lokaal 17

lokaal 16

lokaal 15

lokaal 2 lokaal 14 lokaal 13 lokaal 3 lokaal 12 lokaal 4 begane grond

1 2 6

lokaal 11 eerste verdieping

Je bent in lokaal 2. Je wilt naar het computerlokaal. Hoe moet je lopen? Je bent in lokaal 16. Je wilt naar de kantine. Hoe moet je lopen? Je kunt de volgende woorden gebruiken: in – uit – op – af – boven – beneden – naast – tegenover – rechtsaf – linksaf – rechtdoor.

Werk samen. Cursist 1 denkt aan een plaats in de school. Cursist 2 stelt vragen over de plaats. Weet cursist 2 aan welke plaats cursist 1 denkt? Je kunt bijvoorbeeld vragen: • Is het boven? Is het beneden? • Is het aan het begin van de gang? Is het aan het eind van de gang? • Is het naast de kantine? Is het in de kantine? • Is het voor cursisten? Is het voor docenten? Is het voor vrouwen of voor mannen?

IJsbreker werkboek deel 3.indd 12

27/06/18 15:53


HOOFDSTUK 1 OVERAL KUN JE LEREN

7

LES 1

13

Werk samen. Voor deze oefening heb je Werkblad 1 nodig. Daarop staan een rooster en twee kaartjes met vragen. Cursist 1 krijgt kaartje A, cursist 2 krijgt kaartje B. De cursist die de vragen moet beantwoorden, heeft het rooster. Voer een goed gesprek. Cursist 1 werkt bij een school. De telefoon gaat. Luister naar de vragen van cursist 2. Kijk op het rooster en geef antwoord. Cursist 2 belt de school en stelt de vragen op kaartje B. Wissel daarna van beurt. Cursist 2 werkt op school en cursist 1 stelt de vragen op ­kaartje A.

Hoe ging het gesprek? Beantwoord de vragen. 1 2 3 4

Begon het telefoongesprek goed? Zeiden jullie allebei je naam? Hebben jullie een goed einde gemaakt aan het telefoongesprek? Waren de vraag en het antwoord helemaal duidelijk? Zeiden jullie ‘u’ of ‘je’?

Schrijven 8

Werk samen. Schrijf een briefje op je school. Je ziet je docent Nederlands in de gang. De docent vraagt: ‘Wil je iets voor me doen? We zitten vandaag in een ander lokaal. Niet boven in lokaal 14, maar beneden, in lokaal 5. Wil jij dat op een briefje schrijven en op de deur van het lokaal hangen? Bedankt hoor!’ Schrijf het briefje. Gebruik de naam van je eigen groep en de naam van je docent.

Beste cursisten,

Controleer je tekst. Begrijpen de cursisten en je collega’s waar ze naartoe moeten? Heb je hoofdletters en punten geschreven? Welke woorden heb je misschien fout geschreven? Zoek ze op in het woordenboek. Verbeter de fouten. Zie je geen fouten meer? Geef de tekst aan de docent.

IJsbreker werkboek deel 3.indd 13

27/06/18 15:53


14

HOOFDSTUK 1

9

OVERAL KUN JE LEREN

LES 1

Werk samen. Schrijf een briefje op je werk. Het is vandaag 2 januari. Het nieuwe jaar is begonnen. Morgenmiddag is er voor alle collega’s een nieuwjaarsfeestje op het werk. Je werkgever vraagt of je een briefje voor de collega’s op het bord wilt hangen. Het feestje is boven in de koffiekamer en het ­begint om vier uur ’s middags. Schrijf het briefje.

Beste collega’s,

Controleer je tekst. – – – – –

Begrijpen de cursisten en je collega’s waar ze naartoe moeten? Heb je hoofdletters en punten geschreven? Welke woorden heb je misschien fout geschreven? Zoek de fout geschreven woorden op in het woordenboek. Verbeter de fouten. Zie je geen fouten meer? Geef de tekst aan de docent.

Praktijk 10

Werk je? Loop je stage? Bekijk je werkrooster. Wat staat er op je werkrooster? a op welke dagen ik moet werken b hoeveel uren per week ik moet werken c hoe laat ik moet beginnen d hoe laat ik klaar ben e hoe laat ik pauze heb f hoeveel geld ik krijg g Werk je niet? Loop je ook geen stage? Vraag dan of je het werkrooster mag zien van iemand die werkt. Beantwoord daarmee de vragen.

IJsbreker werkboek deel 3.indd 14

27/06/18 15:53


HOOFDSTUK 1 OVERAL KUN JE LEREN

LES 2

15

Les 2

Zelfstandig Luisteren Les 2 heeft twee luisterteksten. De teksten staan op de computer. - Is leren moeilijk? - Ik vond niks echt makkelijk

Online

IJsbreker werkboek deel 3.indd 15

Maak alle online oefeningen van les 2.

27/06/18 15:53


16

HOOFDSTUK 1

OVERAL KUN JE LEREN

LES 2

Taalwijzer Ik vind ... Ik vind Nederlands leren moeilijk. Een nieuw leven beginnen in een ander land, dat vond ik moeilijk. Ze vonden mijn Nederlands niet goed.

1

Kies jouw antwoord. Je mag ook zelf een antwoord opschrijven. 1 Lekker weer, hè? a Ja, ik vind het heerlijk vandaag. b Nou, ik vind het maar koud.

c

2 Vind je Nederlands nog steeds moeilijk? a Ja, dat vind ik wel. b Nee, ik vind het makkelijk.

c

3 Hoe vind je jouw buren? a Ik vind mijn buren vriendelijk. b Ik vind ze vreselijk.

c

4 Vind je je koken leuk om te doen? a Ja, erg leuk. b Nee, ik kook liever niet.

c

5 Welk werk vind jij leuk? a Nou, buiten werken vind ik leuk. b Ik blijf liever thuis.

IJsbreker werkboek deel 3.indd 16

c

27/06/18 15:53


HOOFDSTUK 1 OVERAL KUN JE LEREN

LES 2

17

Spreken/gesprekken voeren 2

Werk samen. Wat vind jij? Voorbeelden > Vind je Nederlands een moeilijke taal? < Ja, heel moeilijk. > Hoe vind je dit boek? < Ik vind dit boek prachtig.

Cursist 1 stelt de vragen. Cursist 2 geeft antwoord. – – – –

Cursist 2 stelt de vragen. Cursist 1 geeft antwoord. – – – –

3

Vind je je werk interessant? Hoe vind je je buren? Wat vind je leuk op school? Vind je het moeilijk om thuis met de Nederlandse taal te oefenen?

Bespreek de vragen met de groep. 1 2 3 4

IJsbreker werkboek deel 3.indd 17

Vind je de les interessant? Hoe vind je de andere cursisten? Wat vind je leuk op je werk? Vind je het moeilijk om Nederlands te schrijven?

Wat vind je moeilijker: dingen leren uit een boek of dingen leren als zwemmen en fietsen? Vind je het lezen van kranten of boeken een goede manier om Nederlands te leren? Vind je alle woorden opzoeken in het woordenboek een goede manier om Nederlands te leren? Wat vind jij moeilijk in het Nederlands? De uitspraak van het Nederlands? ‘De’ en ‘het’? Of vind je andere dingen moeilijk?

27/06/18 15:53


18

HOOFDSTUK 1

OVERAL KUN JE LEREN

LES 2

Schrijven 4

Chofa Prapat mag van haar werkgever een computercursus doen. Ze heeft een inschrijfformulier ingevuld. Bekijk het formulier. Beantwoord de vragen.

Inschrijfformulier Voorletter(s)

Chofa

Naam

Prapat

Straat

Karnemelkweg

Postcode

3062

Woonplaats

Rotterdam

Land

Nederland

Geboortedatum

17

Telefoon

06-05191334

Cursus

06

 man  vrouw  nummer   40

Computercursus

Ik wil met de cursus beginnen  direct

S per  1

1

2019

Betaalt uw werkgever de cursus? Vul dan in: Bedrijfsnaam

Kaasfabriek Gouda

Adres

Noordstraat 3

Postcode

2411 AA

Plaats

Bodegraven

1 Wat heeft Chofa niet goed ingevuld?

2 Wanneer gaat ze met de cursus beginnen?  3 Wie betaalt de computercursus?

IJsbreker werkboek deel 3.indd 18

27/06/18 15:53


HOOFDSTUK 1 OVERAL KUN JE LEREN

5

LES 2

19

Vul het inschrijfformulier in. Je wilt op maandag 3 maart van dit jaar met een ­ computercursus beginnen. Je werkgever betaalt. Vul in: • naam, adres en geboortedatum van jezelf • de naam van de cursus • de datum waarop je met de cursus wilt beginnen • naam en adres van je werkgever (als je werkt). Of de naam en het adres van de school (als je niet werkt).

Inschrijfformulier Voorletter(s) Naam

Straat

Postcode

 man  vrouw  nummer

Woonplaats Land Geboortedatum Telefoon

Cursus

Ik wil met de cursus beginnen  direct

 per

Betaalt uw werkgever de cursus? Vul dan in: Bedrijfsnaam

Adres

Postcode

Plaats

Controleer alles. In een formulier mag je geen fouten schrijven.

IJsbreker werkboek deel 3.indd 19

27/06/18 15:53


20

HOOFDSTUK 1

OVERAL KUN JE LEREN

LES 2

Met de docent Spreken/gesprekken voeren 6

Werk samen. Lees het gesprek eerst zelf. Lees het dan samen hardop. Cursist 1 is een cursist. Cursist 2 is een docent. Gesprek Cursist Docent Cursist Docent Cursist Docent

7

Pardon, mag ik u iets vragen? Ja natuurlijk. Ik werk op donderdag tot zeven uur. Dan kan ik niet op tijd in de les zijn. Hoe laat ben je er dan? Om half acht. Dat is goed.

Werk samen.Voor deze oefening heb je werkblad 2 nodig. Op het werkblad staat een rooster. Lees de situaties. Kies situatie 1 of 2. Situatie 1 Myriam begint met een cursus Nederlands. Ze gaat ook stage lopen. Myriam kan haar zoontje van maandag tot en met donderdag naar de crèche brengen. 1 Bekijk het lesrooster van Myriam. Op welke dagen moet Myriam stage lopen én op haar zoontje passen? 2 Hoe kan ze dat veranderen? 3 Cursist 1 is Myriam. Cursist 2 is de leidster op de crèche. Voer samen een gesprek. Situatie 2 Brahim Sakkaki wil een cursus Nederlands doen. Brahim werkt op maandag, dinsdag en woensdag alleen ’s ochtends. Op donderdag en vrijdag werkt hij ’s avonds. 1 Bekijk het lesrooster van Brahim. Op welke avond moet Brahim naar school en werken? 2 Hoe kan Brahim dat veranderen? 3 Cursist 1 is Brahim en cursist 2 is de werkgever van Brahim. Voer samen een gesprek.

8

Met de groep. Luister nu naar de gesprekken van de andere cursisten. Beantwoord de vragen. 1 2 3 4

IJsbreker werkboek deel 3.indd 20

Kan cursist 1 goed vertellen wat het probleem is? Zegt cursist 1 wat hij of zij graag wil veranderen? Geeft cursist 2 een goed antwoord? Kun je het gesprek goed verstaan?

27/06/18 15:53


HOOFDSTUK 1 OVERAL KUN JE LEREN

9

10

LES 2

21

Bespreek de antwoorden met de groep. 1

Luister naar de cursisten in de groep: a Ze spreken soms te snel. b Ze spreken soms te langzaam. c Ze spreken soms de woorden niet goed uit. d Ze zeggen soms geen goede zin. e Ik kan ze soms niet goed horen.

ja / nee ja / nee ja / nee ja / nee ja / nee

2

Luister naar jezelf: a Ik spreek soms te snel. b Ik spreek soms te langzaam. c Ik spreek soms de woorden niet goed uit. d Ik zeg soms geen goede zin. e De andere cursisten kunnen mij soms niet goed horen.

ja / nee ja / nee ja / nee ja / nee ja / nee

Met de groep. Bespreek de vragen. 1 2 3 4 5

Heb je wel eens gewerkt in je eigen land? Wat deed je? Hoe heb je dat werk geleerd? Op school? Van je vader of moeder? Kun je dat werk ook in Nederland gaan doen? Vertel waarom wel of niet. Als je dat werk wel in Nederland kunt doen, moet je dan nog extra dingen leren? Als je dat werk niet in Nederland kunt gaan doen, wat wil je dan voor werk doen?

Praktijk 11

Maak vragen. Zoek daarna in de school een cursist die al goed Nederlands spreekt. 1 Vraag wat de cursist het moeilijkst vindt bij het leren van het Nederlands. Hoe ga je dat precies vragen? Schrijf de vraag op.

2 Vraag ook wat de cursist makkelijk vindt. Hoe ga je dat precies vragen?

3 Wat vond de cursist eerst moeilijk maar nu makkelijk? Hoe ga je dat precies vragen?

4 Welke antwoorden geeft de cursist? Schrijf de antwoorden op.

IJsbreker werkboek deel 3.indd 21

De cursist vindt moeilijk:

De cursist vindt makkelijk:

De cursist vond eerst moeilijk maar nu makkelijk:

27/06/18 15:53


22

HOOFDSTUK 1

12

OVERAL KUN JE LEREN

LES 2

Je wil leren autorijden. Daarom ga je rijlessen nemen. Op internet vind je een inschrijf- formulier van een autorijschool. Vul het formulier in. Persoonlijke gegevens Achternaam Voornaam Geslacht  man  vrouw Geboortedatum

Straat Nummer Postcode Woonplaats Telefoon Telefoon mobiel E-mail Op welke dagen en tijden kunt u rijlessen volgen?  maandag  ’s ochtends  dinsdag  ’s ochtends  woensdag  ’s ochtends  donderdag  ’s ochtends  vrijdag  ’s ochtends  zaterdag  ’s ochtends

 ’s middags  ’s middags  ’s middags  ’s middags  ’s middags  ’s middags

Heeft u al eerder rijlessen gehad?  nee

 ja, namelijk

lesuren

Heeft u al eerder rij-examen gedaan?  nee

IJsbreker werkboek deel 3.indd 22

 ja, namelijk

(datum)

27/06/18 15:53


HOOFDSTUK 1

OVERAL KUN JE LEREN

LES 3

23

Les 3

Zelfstandig Lezen 1

Beantwoord de vraag. Hoe goed ken je het woord ‘werk’? Kies jouw antwoord. a Ik ken het woord ‘werk’ heel goed. b Ik ken het woord ‘werk’ goed. c Ik ken het woord ‘werk’ een beetje.

2

Lees de tekst ‘Hoe goed ken je dit woord?’ op de volgende bladzijde. Het is een test over het woord’ werk’. 1 Maak de test. Hoeveel punten heb je gehaald? Schrijf het op: _______ punten 2

IJsbreker werkboek deel 3.indd 23

Hoe goed ken je het woord ‘werk’ echt? a Ik ken het woord ‘werk’ heel goed. b Ik ken het woord ‘werk’ goed. c Ik ken het woord ‘werk’ een beetje.

27/06/18 15:53


24

HOOFDSTUK 1

OVERAL KUN JE LEREN

Test

LES 3

werk

Hoe goed ken je dit woord?

Voor elk goed antwoord krijg je 1 punt.

1 Kun je dit woord goed uitspreken? 2 Kun je zeggen wat het woord betekent? 3 Kun je dit woord uit je hoofd opschrijven? 4 Is het ‘de werk’ of ‘het werk’? 5 Ken je het werkwoord dat bij dit woord hoort? 6 Kun je een zin maken met dit woord? 7 Kun je twee nieuwe woorden maken met dit woord? Bijvoorbeeld: werkdag huiswerk

Tel de punten. Eén of twee punten: Drie of vier punten:

Jammer! Je kent dit woord nog niet zo goed. Je kent dit woord goed.

Vijf punten of meer:

Gefeliciteerd! Je kent dit woord erg goed!

Woorden kennen uitspreken

3

de test het voorbeeld

uit het hoofd

Werk samen. Maak een test over het woord ‘beroep’. 1 Kun je dit woord goed uitspreken?

ja/nee

2 Kun je zeggen wat het woord betekent?

_______________________________________

__________________________________________________________________________________

3 Kun je dit woord uit het hoofd opschrijven? _______________________________________ 4 Is het ‘de beroep’ of ‘het beroep’?

_______________________________________

5 Weet je het meervoud van dit woord?

_______________________________________

6 Kun je een vraag maken met dit woord?

_______________________________________

__________________________________________________________________________________

Tel de punten. Hoe goed ken je het woord? a Ik ken het woord ‘beroep’ heel goed. b Ik ken het woord ‘beroep’ goed. c Ik ken het woord ‘beroep’ een beetje.

IJsbreker werkboek deel 3.indd 24

27/06/18 15:53


HOOFDSTUK 1 OVERAL KUN JE LEREN

LES 3

25

Luisteren Les 3 heeft een luistertekst. De tekst staat op de computer. - Woorden leren

Online

Maak alle online oefeningen van les 3.

Taalwijzer Die en dat die de tekst

> Vond je de luistertekst moeilijk?

< Nee, die vond ik makkelijk. de docent > Heb je mijn docent gezien? < Nee, die heb ik niet gezien. de collega’s > Waar zijn je collega’s? < Die zitten nog in de kantine dat het woord het rooster het werk

Een nieuw woord? Dat zoek ik op in het woordenboek. Er is een nieuw rooster. Dat staat op internet. Ik heb leuk werk. Dat wil ik altijd blijven doen.

• Bij de-woorden gebruiken we ‘die’. • Bij het-woorden gebruiken we ‘dat’.

4

Welk woord hoort bij ‘die’ of ‘dat’? Zet er een streep onder. 1 Ik heb nieuwe kleren gekocht. Een wollen trui, die was heel goedkoop en erg mooi. 2 Een mooi katoenen overhemd. Dat kostte maar vijftien euro! 3 Ik heb ook een mooie leren jas gezien, maar die was te duur voor mij. 4 En ik heb mijn oude spijkerjasje nog. Dat zit lekker en staat leuk. 5 Ken je de dochter van Rabia? Je weet wel, die hier vlakbij woont. 6 Ze werkt in een groot restaurant. Dat wil ik wel eens zien. 7 Er werken daar wel tien koks. Die ken ik niet allemaal, maar sommige ken ik wel. 8 Ze kan heel lekker koken. Ze maakt tomatensoep, nou, die is heerlijk!

IJsbreker werkboek deel 3.indd 25

27/06/18 15:53


26

HOOFDSTUK 1

OVERAL KUN JE LEREN

LES 3

Spreken/gesprekken voeren 5

Werk samen met drie andere cursisten. Bespreek de vragen. Wat denk je? 1 2 3 4 5

Wie kent meer woorden: iemand die veel tv-kijkt of iemand die nooit tv-kijkt? Wie kent meer woorden: iemand die de krant leest of iemand die niets leest? Wie kan beter Nederlands spreken: iemand die werkt of iemand die thuis blijft? Welk woord kun je beter onthouden? Een woord dat je veel hoort of een woord dat je nooit hoort? Welk woord kun je beter onthouden? Een woord van je werk of een woord uit de krant?

6 Hoeveel woorden ken je in je eigen taal, denk je? a 500 c 10.000 b 1000 d 50.000 7 Hoeveel woorden ken je in het Nederlands, denk je? a 250 c 1000 b 500 d 2000 6

Werk samen. Lees de situaties. Bedenk bij elke situatie een goede vraag. 1 2 3. 4.

7

Je werkt in een supermarkt. Je chef zegt dat je moet helpen lossen. Je weet niet wat ‘lossen’ betekent. Wat vraag je? Je werkt in de thuiszorg. Op je werklijst staat dat je de keuken een kleine beurt moet geven. Je begrijpt niet wat je moet doen. Wat vraag je? De buurvrouw belt bij je aan. Ze vraagt of je iets voor haar wil doen. Maar ze praat zo snel. Je begrijpt er niets van. Wat zeg je? Een vriendin belt je op. Ze is ziek en vraagt of je hoestdrank wil halen. Je weet niet wat dat is. Wat vraag je?

Werk samen. Kijk naar de woorden en beantwoord de vragen. 1 het bedrijf 4 de afdeling

2 de werkgever

5 de werknemer

8 de baan 1 Hoeveel woorden ken je?

3 het hoofd

6 de vergadering

9 de opleiding

7 de chef

10 de leidinggevende

woorden.

2 Welke woorden ken je niet? Vraag het eerst aan andere cursisten. Gebruik de volgende vragen:

IJsbreker werkboek deel 3.indd 26

Vragen: • Wat betekent …? • Weet jij wat ... betekent? • Een …, wat is dat?

27/06/18 15:53


HOOFDSTUK 1 OVERAL KUN JE LEREN

8

LES 3

27

Werk samen met drie andere cursisten. Lees wat Abderrahim, Eva, Alia en Paul zeggen. Bespreek daarna de vragen. Abderrahim zegt: Ik zoek alle woorden op die ik niet ken. En die leer ik. Eva zegt: Ik zoek nooit woorden op. Ik onthoud woorden als ik ze vaak hoor of zie. Alia zegt: Ik leer woorden die bij elkaar horen. Losse woorden kan ik niet leren. Paul zegt: Ik leer de woorden uit het boek. En ik praat veel met Nederlanders. 1 2 3 4

Op wie lijk jij het meest bij het leren van nieuwe woorden? Op Abderrahim, op Eva, op Alia of op Paul? Hoe leer je nieuwe woorden: luister je alleen of schrijf je de woorden ook op? Leer je de voorbeeldzin? Schrijf je het woord in je eigen taal er ook bij? Wat voor een woordenboek heb je? Zoek je vaak woorden op in je woordenboek? Heeft iemand uit jullie groepje een goede tip om woorden te leren? En een tip om moeilijke woorden te onthouden?

Schrijven 9

Wat betekenen de woorden van oefening 7 in je eigen taal? Zoek ze op in een (digitaal) woordenboek. Schrijf de betekenis op in je eigen taal. 1

6

2

7

3

8

4

9

5

10

Welke woorden hoor je soms op je werk, op school of op straat?

Praktijk 10

Kijk vanavond 15 minuten naar de Nederlandse televisie of lees een krant. Heb je meer Nederlands geleerd? Beantwoord de vragen. 1 Welke nieuwe woorden heb je geleerd? Schrijf er vijf op.

__________________________________________________________________________________

2 Heb je geleerd hoe je een woord moet uitspreken? Welk woord?

__________________________________________________________________________________

3 Heb je geleerd hoe je een woord moet schrijven? Welk woord?

__________________________________________________________________________________

4 Heb je een nieuwe zin geleerd? Welke zin?

__________________________________________________________________________________

5 Wat heb je nog meer geleerd?

IJsbreker werkboek deel 3.indd 27

__________________________________________________________________________________

27/06/18 15:53


28

HOOFDSTUK 1

OVERAL KUN JE LEREN

LES 4

Les 4

Zelfstandig Lezen De brug was open en mijn band was lek Zomaar te laat komen op je werk of op een afspraak: dat kan echt niet! Je moet altijd vertellen waarom je te laat bent. Je moet een goed excuus hebben. En als je geen goed excuus hebt, kun je een smoes bedenken. Sommige smoezen zijn heel oud. Wij vertelden ze toen we kinderen waren, en de kinderen van nu vertellen ze nog steeds. Er zijn goeie smoezen, en slechte smoezen. ‘De klok was kapot’; ‘mijn band was lek’; ‘de brug was open’: zulke dingen gelooft een leraar misschien wel. Maar: ‘Er was een oud vrouwtje gevallen op straat; ze had haar been gebroken en ik moest haar naar het ziekenhuis brengen’: zo’n verhaal gelooft toch niemand! Volwassen mensen vertellen ook smoezen, net zo als kinderen. Iemand die een half uur te laat komt op zijn werk, kan zeggen: ‘Het spijt me vreselijk, maar ... de tram reed niet’, of, ‘er was geen taxi’, of, ‘er was een ongeluk gebeurd, en ik heb een uur in de file gestaan.’ Dat hoeft niet waar te zijn. Wie zal het zeggen? Zulke smoezen zijn goede smoezen! Alleen: als je te vaak smoezen vertelt, gelooft niemand je meer. Ook niet als je smoezen heel goed zijn.

IJsbreker werkboek deel 3.indd 28

27/06/18 15:53


HOOFDSTUK 1 OVERAL KUN JE LEREN

Woorden bedenken de brug het excuus de leraar 1

net zo als nu de taxi

LES 4

29

volwassen het ziekenhuis zulk

Lees de tekst ‘De brug was open en mijn band was lek’. Beantwoord de vragen. 1 Welke zin is waar? a Een smoes is: precies vertellen waarom je te laat bent. b Een smoes is: iets vertellen wat niet waar is. 2 Wat is een goede smoes? a Als iedereen gelooft was je zegt. b Als niemand gelooft wat je zegt. 3 Wie vertellen smoezen? a alleen kinderen

2

b alleen volwassenen c kinderen en volwassenen

Werk samen met twee andere cursisten. Lees samen de tekst ‘De brug was open en mijn band was lek’ nog een keer. Bespreek de vragen. 1 2 3 4 5

Wat vind jij een goede smoes? Geef een voorbeeld uit de tekst. Bijvoorbeeld: De brug stond open. Of: Mijn band was lek. Wat vind jij een slechte smoes? Geef een voorbeeld uit de tekst. Welke smoezen uit de tekst ken je uit jouw taal? Vind je het leuk dat mensen smoezen vertellen? Of vind je het vervelend? Vertel je zelf ook wel eens een smoes? Wanneer? Wat zeg je dan?

Luisteren Les 4 heeft een luistertekst. De tekst staat op de computer. - Twee gesprekken

Online

IJsbreker werkboek deel 3.indd 29

Maak alle online oefeningen van les 4.

27/06/18 15:53


30

HOOFDSTUK 1

OVERAL KUN JE LEREN

LES 4

Taalwijzer Als Als maakt twee zinnen aan elkaar. Je moet bellen als je niet kunt komen. Ik onthoud woorden als ik ze vaak hoor. Als je geen goed excuus hebt, kun je een smoes bedenken. Als je de hele dag Nederlands hoort, leer je het opeens veel vlugger. • In de zin na ‘als’ staan de werkwoorden aan het einde: Je moet bellen als je niet kunt komen. Ik onthoud woorden als ik ze vaak hoor.

3

Maak de zinnen af. Kies een goede zin uit het rijtje. Schrijf de zin op. 1 Ik ga met de fiets naar mijn werk als

het mooi weer is. (a)

2 Als ik een nieuw woord hoor, 3 Ze draagt bedrijfskleren als 4 Je moet even bellen als 5 Ik schrijf een nieuw woord op als 6 Als je naar school gaat, 7 Als ze te laat op haar werk komt, a b c d e f g

IJsbreker werkboek deel 3.indd 30

... het mooi weer is. ... je later komt. ... ik het nog niet ken. ... ze moet werken. ... schrijf ik het op in mijn schrift. ... dan vertelt ze altijd een smoesje. ... dan moet je je boek meenemen.

27/06/18 15:53


HOOFDSTUK 1 OVERAL KUN JE LEREN

LES 4

31

Spreken/gesprekken voeren 4

Werk samen. Lees de situaties. Bedenk samen een goede smoes. 1 2 3

Je komt vandaag weer op school. Je bent de vorige les niet geweest. Je hebt ook niet opgebeld. Welke smoes vertel je? Je loopt stage in een fabriek. Je staat bij een machine. Je wilt even een sigaret gaan roken, maar dat mag niet. Als je wegloopt van de machine, ziet de chef je weggaan. Hij vraagt: ‘Waar ga je naartoe?’ Welk smoesje vertel je? Je werkt met een leuke collega op de broodafdeling van een supermarkt. De collega wil tien minuten eerder naar huis, want ze is jarig. Ze heeft niet gevraagd of het mag. Als je collega weg is, komt het hoofd van de afdeling. Ze vraagt: ‘Waar is je collega?’ Welke smoes vertel je?

Werk samen. Lees de zinnen die hieronder staan. Wat vinden jullie? En wat vinden de meeste Nederlanders, denk je? Bespreek de vragen. 5

Je moet altijd precies op tijd komen: jullie vinden... de meeste Nederlanders vinden... ja nee ja nee op je werk     op een feestje     op school     bij de dokter     bij vrienden     Als je niet kunt komen, of niet op tijd kunt komen, moet je opbellen en vertellen wat er aan de hand is: jullie vinden... de meeste Nederlanders vinden... ja nee ja nee naar je werk     naar een feestje     naar school     naar de dokter     naar vrienden    

IJsbreker werkboek deel 3.indd 31

27/06/18 15:53


32

HOOFDSTUK 1

6

OVERAL KUN JE LEREN

LES 4

Werk samen. Lees de gesprekken eerst zelf. Lees ze dan samen hardop. Gesprek 1 docent cursist docent cursist docent cursist docent

Met Inge Hoogendijk. Ja, met Nurten Demir. Ik kan vandaag niet komen, want ik ben ziek. O, wat vervelend voor je. Wat heb je? Nou, verkouden, hoofdpijn … Ga lekker in bed liggen. Beterschap en bedankt voor het bellen. Dank je wel. Dag. Dag.

Gesprek 2 docent cursist docent cursist docent cursist

Met Inge Hoogendijk. Met Moussa. Ik moet zo naar de dokter, dus ik kom niet op school. O, ben je ziek? Nou, ik heb al twee dagen oorpijn. Het gaat niet over. Hè, wat vervelend. Sterkte, en hopelijk tot morgen. Ja, tot morgen.

docent

Dag.

Voer nu zelf zo’n gesprek.

Schrijven 7

Werk samen. Lees de situatie en bekijk het formulier. Bespreek samen de vragen. Situatie Samir Jaric werkt in een supermarkt. In juni is hij twee dagen ziek. De afdeling personeels­zaken stuurt hem een herstelformulier. Dat is een formulier dat je moet ­invullen als je ziek bent geweest op je werk. Je moet het formulier op je werk inleveren als je weer beter bent.

Formulier herstel na ziekte Mevrouw / de heer

S. Jaric

Unit / afdeling

Aardappelen/Groente/Fruit

Functie Assistent-verkoopmedewerker Wegens ziekte verhinderd sinds: 17

juni

Is hersteld met ingang van:

19 juni

Akkoord handtekening:

S. Jaric

Dit formulier pas invullen wanneer u hersteld bent. Inleveren bij Ingrid de Vries (afdeling personeelszaken).

IJsbreker werkboek deel 3.indd 32

27/06/18 15:53


HOOFDSTUK 1 OVERAL KUN JE LEREN

LES 4

33

Samir was ziek op 17 juni. Wanneer ging hij weer werken? Op welke afdeling werkt hij? Wat is het beroep van Samir? Aan wie moet hij het formulier geven?

8

Lees de situatie. Vul het herstelformulier in voor jezelf. Situatie Je was vorige week donderdag en vrijdag ziek. Maandag was je weer beter. Kijk in je agenda voor de datum. Vul het formulier in.

Formulier herstel na ziekte Mevrouw / de heer

Unit / afdeling

Functie Wegens ziekte verhinderd sinds: Is hersteld met ingang van: Akkoord handtekening: Dit formulier pas invullen wanneer u hersteld bent. Inleveren bij Ingrid de Vries (afdeling personeelszaken).

IJsbreker werkboek deel 3.indd 33

27/06/18 15:53


34

HOOFDSTUK 1

OVERAL KUN JE LEREN

LES 4

Met de docent

Taalwijzer De verleden tijd Je vertelt iets over vanochtend, over gisteren, over vorige week of vorig jaar. Gebruik dan de verleden tijd. Een nieuw leven beginnen in een ander land, dat vond ik moeilijk. Ik dacht dat ik in Nederland ook als timmerman kon werken. Wij vertelden smoezen toen we kinderen waren. Het werkwoord in de verleden tijd heeft twee vormen: enkelvoud en meervoud. enkelvoud: meervoud: ik, je, u, hij, ze we, jullie, ze vinden vond vonden denken dacht dachten kunnen kon konden vertellen vertelde vertelden zijn was waren • Je kunt de verleden tijd van de werkwoorden in een (digitaal) woordenboek vinden.

9

Lees de zinnen. Welke tijd is het? Nu of verleden tijd? nu verleden tijd 1 Wij krijgen een nieuw rooster voor de les.   2 Ik kreeg een ander rooster op mijn werk.   3 Ik vond het vreselijk!   4 Ik kon al timmeren toen ik veertien was.   5 Ik kan nog steeds niet fietsen.   6 In mijn eigen land had ik een grote keuken.   7 In Nederland heb ik een klein keukentje.   8 Vroeger werkte ik in een fabriek.   9 Mijn hele familie werkt in de schoonmaak.  

IJsbreker werkboek deel 3.indd 34

27/06/18 15:53


HOOFDSTUK 1 OVERAL KUN JE LEREN

LES 4

35

Spreken/gesprekken voeren 10

Werk samen. Lees het gesprek eerst zelf. Lees het dan samen hardop. Cursist 1 is de werknemer, cursist 2 is de werkgever. Werknemer Goedemorgen. Werkgever Goedemorgen? Ik kan beter goedemiddag zeggen. Waar was je? Werknemer Ik stond op het station. De trein reed niet. Werkgever Waarom heb je niet gebeld! Je weet toch dat je moet bellen! Werknemer Ja, ik weet het. Sorry. Maar mijn mobiel lag thuis. Werkgever Op het station is toch ook een telefoon? Werknemer O ja, vergeten. Het spijt me. Werkgever Dit is de tweede keer deze maand. Als je nog een keer te laat komt, dan kun je vertrekken. Werknemer Ja, natuurlijk. Ik zal op tijd komen.

11

Werk samen. Lees de situaties. Wat zeg je als je te laat komt? Wat zegt de ander, denk je? Situatie 1 Je komt te laat op je werk want de trein had vertraging. Je kunt zeggen:  De werkgever zegt:  Situatie 2 Je komt te laat op school want je kind is ziek en je moest een oppas zoeken. Je kunt zeggen:  De docent zegt:  Situatie 3 Je komt te laat op een afspraak want er was een file door de sneeuw en je mobiel was leeg. Je kunt zeggen:  De ander zegt:

12

Werk samen. Voor deze oefening heb je werkblad 3 nodig. Op het werkblad staat een situatie in een hotel. Lees de situatie. Maak een gesprek.

13

Met de hele groep. Luister naar de gesprekken. Bespreek de vragen.

– – – –

IJsbreker werkboek deel 3.indd 35

Kun je het gesprek goed verstaan? Hoor je dat de werkgever boos is? Hoor je de werknemer ‘u’ zeggen? Vertelt de werknemer een smoes?

27/06/18 15:53


36

HOOFDSTUK 1

14

OVERAL KUN JE LEREN

LES 4

Werk met drie andere cursisten. Bespreek de vragen. Bespreek jullie antwoorden daarna met de hele groep. 1 2 3 4 5

In Nederland is op tijd komen heel belangrijk. Hoe is dat in je eigen land? Kom jij vaak te laat op je werk, op school of op een afspraak? Wat kan er gebeuren als je vaak te laat komt? Ken je collega’s op je werk die vaak ziek zijn? Geloof je dat altijd? Gebruik jij ziek zijn soms als smoesje? Gebruik jij soms het smoesje dat je de Nederlandse taal niet goed begrijpt?

Praktijk 15

Ken je een man of vrouw met leuk werk? 1 2

Ga naar hem/haar toe. Maak een praatje over zijn/haar werk. Je kunt bijvoorbeeld vragen: a Wat is de naam van je beroep? b Wat moet je precies doen?

c d e f g h

Waar heb je het geleerd? Moet je veel Nederlands kennen voor dit beroep? Wat vind je het leukste van dit werk? Wat vind je minder leuk? Wat zijn je werktijden? Kom je soms te laat op het werk? Wat zegt je baas dan?

Terug op school. Vertel de andere cursisten over het beroep van deze man/vrouw.

Tot slot Met de docent

Kijk naar de video ‘De muziekschool’. Bespreek de vragen. 1 2 3 4 5 6 7 8

Ken je het instrument dat Harun speelt? Ken je de andere instrumenten die je in de video ziet? Hoe lang speelt Harun al baglama? Waarom zei zijn lerares dat Harun les kon gaan geven? Wat vindt Harun leuk aan lesgeven? Hoe heeft Harun geleerd om les te geven? Harun zegt: ‘Ik leer zelf altijd nieuwe dingen.’ Hoe leert hij dat dan? Welke taal spreekt Harun in zijn lessen?

Online toets

IJsbreker werkboek deel 3.indd 36

Maak de online toets van hoofdstuk 1.

27/06/18 15:53


H OOF DST UK 2

Even mijn e-mail lezen Dit hoofdstuk gaat over televisie, krant en internet.

IJsbreker werkboek deel 3.indd 37

27/06/18 15:53


38

HOOFDSTUK 2

EVEN MIJN E-MAIL LEZEN

INTRO

Intro

1

Beantwoord de vragen. 1 Heb je vandaag met iemand gebeld? Met wie? 2 Heb je gisteren het nieuws gezien? 3 Heb je deze week een e-mail gekregen? Van wie? 4 Heb je vorige week post gekregen? Van wie? 5 Krijg je wel eens post of een e-mail van je werk of school? Waar gaat het dan over?

6 Kijk je vaak op internet? Voor welke dingen?

IJsbreker werkboek deel 3.indd 38

27/06/18 15:53


HOOFDSTUK 2

2

EVEN MIJN E-MAIL LEZEN

INTRO

39

Beantwoord de vragen. Wat doe je in het Nederlands? En wat doe in je eigen taal? Zet kruisjes. a televisie kijken b bellen c de krant lezen d op internet kijken e e-mailen f naar de radio luisteren

3

in het Nederlands      

in mijn eigen taal      

Kijk in dit hoofdstuk. Praat samen over de vragen. 1 2 3

Waar gaat het hoofdstuk over, denk je? Is dit hoofdstuk belangrijk voor je? Waarom wel of niet? Kijk naar de Taalwijzers. Waar gaan ze over? Welke vind je moeilijk of juist makkelijk? Waarom denk je dat?

4 Wat wil je leren?

IJsbreker werkboek deel 3.indd 39

27/06/18 15:53


Nederlands voor volwassen anderstaligen

Nederlands voor volwassen anderstaligen

Nederlands voor volwassen anderstaligen Vervolgmodule Inburgeringsexamen A1 - A2 Met IJsbreker+ leer je Nederlands. Je leert de taal om in Nederland te kunnen werken en wonen. Met IJsbreker+ kun je ook alles leren voor het inburgeringsexamen. Je kunt met IJsbreker+ veel zelf werken. Er zijn veel oefeningen op het online leerplatform. Je luistert er naar teksten en bekijkt video’s, je oefent online met woorden, met regels van de taal en spelling en je oefent met verstaan en nazeggen. In het boek oefen je vooral met lezen, spreken en schrijven. Dat doe je alleen of met andere cursisten en met de docent. Zo krijg je alles onder de knie!

Vervolgmodule Inburgeringsexamen A1 - A2

In dit boek werk je van niveau A1 tot niveau A2. IJsbreker+ bestaat uit 4 delen. Bij dit boek hoort het leerplatform nt2plus.nl.

DEEL 3

3205_NT2_Cover_IJsbreker+D3.indd All Pages

DEEL 3

A1 – A2

In samenwerking met de Afdeling Nederlands als tweede taal van de Vrije Universiteit in Amsterdam.

9 789006 978261

27/06/18 16:22


Issuu converts static files into: digital portfolios, online yearbooks, online catalogs, digital photo albums and more. Sign up and create your flipbook.