__MAIN_TEXT__

Page 1

Jeugd Interventie Team

Samen zoeken naar de beste oplossing JIT en het Daklozenloket

Investeren in de jongeren van Den Haag JIT en ROC Mondriaan


Naiska: ‘Ik wil diploma’s halen. En ik droom er al jaren van om uitvaartondernemer te worden. Het lijkt me heel mooi om daarin mensen goed te begeleiden.’


Voorwoord

Samen voor resultaat Voor u ligt weer een nieuwe editie van het jit Magazine. Net als de vorige keer staat het vol verhalen uit de praktijk, over het mooie werk dat wij mogen doen in Den Haag. Dat doen wij, als jit, niet alleen. Dat doen wij sámen: In de eerste plaats samen met de jongeren. Door het sámen met de jongeren te doen, helpen we hen het beste. Door náást hen te staan en hen te leren hoe ze het zelf kunnen doen, in plaats van het over te nemen en vóór hen te beslissen. Dat is de essentie van ons werk. Samen met de jongeren betekent ook dat we samenwerken met ervaringsdeskundigen en dat we die inzetten om met hun hulp nog meer te betekenen voor de jongeren. We krijgen goede feedback en zien zo nóg beter wat de besluiten en het beleid dat wij uitvoeren betekenen in de praktijk en welke invloed het heeft op jongeren. Samen voor resultaat staat ook voor de manier waarop wij intern samenwerken; hoe we gezamenlijk, als collega’s en met onze gedragsdeskundigen, bijdragen aan methodiekontwikkeling. Hoe we onze interne processen en werkwijze continu verbeteren en de effecten meten. We stellen onszelf constant de vraag “hebben we het goed georganiseerd?”. ‘Samen voor resultaat’ is daarbij ons interne kompas. En tot slot is samenwerking vanuit partnerschap heel belangrijk voor ons; dat is dé manier waarop wij willen werken. Samen met de gemeente Den Haag, met fondsen uit Den Haag en omstreken, en samen met onze ketenpartners op het gebied van onder andere de jeugdzorg, het onderwijs, de ggz, lvb-problematiek en huisvesting. Met al die partijen willen we een partnerschap, waarin we ons realiseren dat iedereen vanuit een andere rol en vanuit zijn eigen verantwoordelijkheid werkt, maar dat we ook beseffen dat we het gezamenlijk moeten doen. Samen gaan we voor resultaat! Truus van Tiggelen directeur jit

Truus: ‘De ultieme droom is natuurlijk dat het JIT niet meer nodig is. Dat we het JIT kunnen opheffen, omdat de samenleving zo is ingericht, dat de jongere het zélf kan, zonder onze ondersteuning.’ Ze lacht, en vervolgt: ‘Maar ik heb ook een minder utopische droom, één die iets realistischer is. Mijn droom is dat we nóg meer gebruik maken van de ervaringen van de jongeren zelf, en van de inzet van ervaringsdeskundigen. Daar gaan we de komende jaren een slag in slaan, samen met onze ketenpartners.’


4


Inhoudsopgave

Inhoud 10 Sharissa wil meedoen

mee zorgt voor specialistische begeleiding van jongeren met een licht verstandelijke beperking. 18 Leren van elkaar

6

Bij co-living doen we het samen: gemeente en jit, statushouders en starters, ondernemers en de buurt. 22 ‘We hebben geen eigen winkeltje’

Een plek onder de zon

Bij jit Wonen leren jongeren zelfstandig wonen.

12

Van ‘moeten’ naar ‘MOED’

Jeugdzorg stopt als jongeren achttien worden. Maar wat dan?

32

Bij het spa wordt samengewerkt om jongeren te begeleiden richting werk (én opleiding). 34 Ervaringen van

jongeren in beeld

28

Investeren in de jongeren van Den Haag

Het roc Mondriaan is maar wat blij met de aandacht van het jit voor hun studenten. 5

Samen zoeken naar de beste oplossing

Het Daklozenloket maakt gebruik van de expertise van het jit. En omgekeerd.


JIT Wonen

Oumaima: ‘Het is mijn droom om ambulancechauffeur te worden. Samen met Fouzia heb ik alles al uitgezocht: welke opleiding nodig is, hoe veel geld dat kost, welke diploma’s ik moet hebben.’

6


JIT Wonen

Een plek onder de zon De begeleiders van het JIT bieden hulp aan jongeren tussen de 12 en 27 jaar uit Den Haag en omstreken. Ze ondersteunen jongeren bij het vinden van werk, de juiste opleiding of andere vormen van dagbesteding, ze helpen om financiĂŤn en administratie op orde te krijgen of bij het opbouwen van sociale contacten. Op alle leefgebieden kunnen de JIT medewerkers de jongeren ondersteunen. Dat gaat meestal in de vorm van ambulante begeleiding; bij de jongere thuis, of op een van de locaties van het JIT. Maar soms is er geen ‘thuis’, of zorgt de woonsituatie van de jongere voor (nog meer) problemen. In dat geval kan JIT Wonen uitkomst bieden. 7


JIT Wonen

gecoördineerd. Zo ging Oumaima naar de Opvoedpoli vanwege haar verslaving (dat werkte: ze stopte met blowen) en kreeg ze praktische hulp van Building Better People bij het aanleren van een normaal dag-nachtritme: als voorbereiding op het weer naar school gaan kon ze via bbp ’s ochtends sporten en leren op tijd uit bed te komen. Ook helpt het Jongeren Perspectief Fonds Oumaima bij het aanpakken van haar schuldenproblematiek. Dankzij het netwerk van de medewerkers van jit Wonen loopt dat allemaal soepel. Inmiddels is Oumaima klaar voor de stap naar zelfstandig wonen. Als ze daaraan denkt, wordt ze wel een beetje zenuwachtig. Maar Fouzia stelt haar gerust: ‘Er is altijd nazorg, we laten iemand echt niet zomaar gaan. We houden contact zodat we zeker weten dat alles goed gaat.’ Met die belofte is Oumaima gerustgesteld. Ze kijkt uit naar haar eigen huis. Begeleider Fouzia zegt trots: ‘Het is de bekroning op het harde werken van de afgelopen twee jaar!’

ls de begeleiders van het jit signaleren dat er op het leefgebied ‘wonen’ extra ondersteuning nodig is, worden de medewerkers van jit Wonen ingeschakeld. In een historisch pand aan de Amsterdamse Veerkade begeleiden zij jongeren die in meer of mindere mate hulp nodig hebben bij zelfstandig wonen. Het project bestaat uit drie onderdelen: er zijn zestien zogenaamde ‘Baseplekken’, waar jongeren wonen die intensieve begeleiding nodig hebben. Daarnaast zijn er 38 plekken voor jongeren met veel uiteenlopende ondersteuningsbehoefte, die uiteindelijk kunnen doorstromen naar een van de 23 zogeheten ‘Nextplekken’. De Next-plekken zijn bedoeld voor jongeren met minimale hulpvragen, die toe zijn aan en wachten op reguliere huisvesting. De negen medewerkers van jit Wonen bieden maatwerk in hun begeleiding. De behoefte aan dit soort woonplekken is groot: er staan tientallen jongeren op de wachtlijst en het duurt vaak maanden voordat er plek voor hen is.

‘Er is altijd nazorg, we laten iemand echt niet zomaar gaan. We houden contact zodat we zeker weten dat alles goed gaat.’

bekroning op het werk

De 27-jarige Oumaima is één van de bewoners aan de Amsterdamse Veerkade. Ze kwam in 2017 bij jit Wonen terecht nadat ze enkele maanden op straat had geleefd. Haar vaste begeleider Fouzia vertelt: ‘Ik herken Oumaima niet terug, ze is zó veranderd. In het begin kwam ze haar afspraken niet na. Maar nu neemt ze haar verantwoordelijkheid en pakt ze écht zaken aan, in plaats van er alleen maar over na te denken.’ In dat beeld herkent Oumaima zich goed: ‘Ik leefde in een isolement, had moeite met sociale contacten en had nergens zin in. Maar op een gegeven moment ging de knop om: ik was er klaar mee. Mijn motivatie is gegroeid en ik wil nu alle kansen pakken.’ Met hulp van Fouzia is ze begonnen aan een mbo-opleiding in de zorg, van waaruit ze wil doorstromen naar een opleiding verpleegkunde. Ze is zo gemotiveerd, dat ze zelfs al heeft uitgezocht hoe ze versneld haar opleiding kan afronden. De begeleiding richtte zich voor een groot deel op het wonen, met name het sámen wonen was af en toe lastig. De huisgenoot van Oumaima heeft andere ideeën over schoonmaken en hygiëne en dat zorgde bij beide voor discussies en frustratie. Daar zijn ze met hulp van hun begeleiders goed uitgekomen. ‘Ik heb geleerd geduld te hebben en vooral ook los te laten. Mijn manier is niet de manier van iedereen’, realiseert Oumaima zich nu. Vanuit jit Wonen wordt ook de andere ondersteuning

– Fouzia, begeleider JIT Wonen

eigen keuzes maken

De 21-jarige Valentino is één van de andere bewoners bij jit Wonen. In 2016 vertrok hij vanuit Den Haag naar Antwerpen. Na twee jaar keerde Valentino terug, met lege handen en een lege bankrekening. Geen baan, geen inkomsten, en geen vaste woon- of verblijfplek. Via het Daklozenloket kwam hij in contact met het jit en al vrij snel werd hij verwezen naar jit Wonen. Omdat er op dat moment nog geen plek voor hem was, bivakkeerde hij tijdelijk bij familie. ‘Een paar maanden bij mijn vader op de bank, even bij mijn broertje in huis en ook nog een paar weken bij mijn zus.’ Niet de ideale omstandigheden om je leven weer op te bouwen. Gelukkig kon hij uiteindelijk één van de kamers aan de Amsterdamse Veerkade betrekken. Vooral omgaan met geld is een uitdaging. Als Valentino de stad in gaat, is het lastig om 8


JIT Wonen

Valentino enigszins bescheiden: ‘Ik wil gewoon in een leuk bedrijf werken, met leuke collega’s, met wie ik lekker kan kletsen. Ik droom niet zo heel erg wild.’

niet toe te geven aan de verleiding om nieuwe kleding kopen. ‘Ik let er dan totaal niet op wat ik uitgeef ’, weet Valentino van zichzelf. Hij is nu dan ook een traject gestart met de schulddienstverleners van het jit, om de schulden in kaart te brengen en een plan te maken voor een gezonde financiële toekomst. Begeleider Fouzia ziet zichzelf vooral als Valentino’s coach: ‘Valentino is een slimme jongen, hij overziet heel goed wat de gevolgen zijn van de keuzes die hij maakt. Daar help ik hem bij: we bespreken samen altijd vooren nadelen van de verschillende opties. Ik geef hem advies, maar hij neemt zelf de beslissing. En daar voelt hij zich dan ook verantwoordelijk voor.’ Valentino heeft al een aantal malen overwogen om weer op zichzelf te gaan wonen. Hij vertelt: ‘Daar heb ik het met Fouz over gehad, en ik heb het ook met mijn vader overlegd. Hij vond dat ik het moest doen.’ Met Fouzia had hij de voor- en nadelen op een rij gezet, en dat gaf de doorslag; het leek tóch verstandiger om eerst weer wat stabiliteit in zijn leven te brengen. Voorlopig blijft Valentino dus nog even aan de Amsterdamse Veerkade. Eigenlijk bevalt hem dat ook wel. Fouzia weet waarom: ‘Valentino is ook ongelooflijk sociaal. En er is hier altijd iemand aanwezig, zodat hij een praatje kan maken, en even kan kletsen in een ongedwongen sfeer.’ Een grote glimlach van Valentino bevestigt wat zij zegt. ★

Wethouder Kavita Parbhudayal Wethouder Zorg, Jeugd en Volksgezondheid

‘Het is mijn topprioriteit dat alle kinderen en jongeren in Den Haag zich gezond en veilig kunnen ontwikkelen en hun talent kunnen ontplooien. Als dat niet goed lukt, krijgen zij de zorg en ondersteuning die ze nodig hebben.’★

‘Als ik droom, dan zie ik een stad waarin alle kinderen en jongeren gelijke kansen krijgen, waar ze allemaal in vrijheid opgroeien en niemand jeugdhulp nodig heeft, want dat gun ik natuurlijk geen enkel kind en geen enkele jongere. Maar ik ben een realist, dus het is mijn ambitie om er in ieder geval alles aan doen dat we tegen elkaar kunnen zeggen dat we in Den Haag jeugdhulp bieden waar we echt trots op zijn.’ 9


MEE

Sharissa: ‘Ik wil een baan in de verpleging om mensen te helpen en te verzorgen. Dat kan ik best!’

Sharissa wil meedoen In 2016 verhuisde Sharissa van Suriname naar Nederland. Ze was toen zeventien jaar. Haar tante, bij wie ze ging wonen, zou van alles voor haar regelen: een opleiding, werk, fatsoenlijke huisvesting. Maar dat bleken loze beloften. Sharissa moest zich in de schulden steken om de kamerhuur aan haar tante te betalen. Ten einde raad wendde Sharissa zich tot het JIT. En vanuit het JIT kwam ze al vrij snel terecht bij MEE.

10


Mantra: niet opgeven!

Sharissa blikt terug: ‘Ik weet nog goed

hoe ik me toen voelde. Ik was doodsbang. Ik mocht niets van mijn tante. Als zij niet thuis was, zwierf ik soms hele dagen over straat, want een sleutel van het huis kreeg ik niet van haar.’ Het was een ellendige tijd. De hoop op een goede opleiding waarmee ze naar Nederland was gekomen, vervloog al snel. In 2017 was de maat vol voor Sharissa. Via een zoektocht op internet vond ze het jit. Nadat ze al haar moed bij elkaar had geraapt, stapte ze daar naar binnen en kwam ze terecht bij jit- begeleider Mehmet die haar begeleidde tijdens de wachtlijstperiode. Dat kan ze zich nog goed herinneren: ‘Ik zei “ik zit écht in de problemen” en hij heeft me toen met van alles geholpen. Een kamer zoeken, wat meubeltjes, een voedselpakket aanvragen. Ik had echt helemaal niets!’

Rajesh Rattansingh Consulent MEE

digde klant’, concludeert Rajesh. ‘Ze is altijd op tijd en vergeet nooit een afspraak. Geen strafblad, geen contacten met politie en justitie.’ Voor Sharissa is dat vanzelfsprekend. Ze wil iets bereiken, meedoen in de maatschappij en doet enorm haar best. Dat is wat Rajesh al zijn klanten – en dat zijn er inmiddels achttien vanuit de samenwerking tussen jit en mee – voorhoudt. ‘Niet opgeven’ is zijn mantra. Het andere: ‘Als je vastloopt moet je weten wat je moet doen en tijdig hulp inschakelen’. Dat doet Sharissa dan ook. Nu ze haar studentenkamer moet verlaten omdat haar opleiding is afgerond, klopt ze aan bij Rajesh. En daar is ze welkom. ‘Ik heb de casus afgesloten, zoals dat heet, maar als er een nieuwe hulpvraag is, dan gaan we meteen weer aan de slag. Ik ben een echte hyena; als er een probleem is, bijt ik me erin vast en laat ik niet los totdat het probleem is opgelost!’ ★

‘Hij heeft me met van alles geholpen. Ik had echt helemaal niets.’ – Sharissa over JIT begeleider Mehmet

snel schakelen

Sharissa kreeg Ellen als vaste trajectbegeleider vanuit het jit toegewezen. Die vermoedde al vrij snel dat er méér met Sharissa aan de hand was. Zij schakelde Rajesh in, consulent bij mee en gespecialiseerd in jongeren met een licht verstandelijke beperking (lvb). ‘We waren toen net een pilot gestart om de aandacht te vestigen op lvb-problematiek bij jongeren’, vertelt Rajesh, ‘en daar was ik voor aangenomen.’ Dankzij jarenlange ervaring in het veld en zijn passie voor het werken met jongeren, was deze baan hem op het lijf geschreven. ‘Ik ken het netwerk en de doelgroep als geen ander. Daardoor kan ik snel schakelen.’ mee liet Sharissa een test doen om te kijken wat haar niveau was. Uit de test werd een licht verstandelijke beperking duidelijk. ‘Nu weten we wat ze nodig heeft’, vat Rajesh het nut van een dergelijke test samen; begeleiding en verwachtingen worden aangepast aan Sharissa’s iq.

Mehmet Yildiz,

trajectbegeleider bij het JIT, kan zich Sharissa ook nog goed herinneren.

‘Toen ze op de wachtlijst stond voor begeleiding, heb ik alvast wat dingen voor haar geregeld. Ze had echt helemaal niets. Laatst kwam ik haar weer tegen. En ik ben blij om te zien dat het nu veel beter met haar gaat.’

niet opgeven

Ondanks haar beperking heeft Sharissa met goed gevolg de entree-opleiding voor verzorgende bij het roc afgerond. ‘Wat heeft zij hard gewerkt’ concludeerden de trajectbegeleider en Rajesh bij de diploma-uitreiking. ‘Ze is dan ook een voorbeel11


JIT MOED

Sufiyan: ‘Ik wil fotomodel worden’

Van ‘moeten’ naar ‘MOED’ 12


JIT MOED

Een jaar of drie geleden werd het project ‘MOED’ opgestart. MOED is speciaal bedoeld voor jongeren die in een vacuüm terecht dreigen te komen als de jeugdhulpverlening eindigt op het moment dat zij achttien worden. Inmiddels worden tientallen jongeren per jaar begeleid vanuit MOED en lijkt de preventieve aanpak te werken.

M

‘Ik ben bij MOED because I’m all by myself. There is nobody else to help me’

oed begon als samenwerking tussen Jeugdbescherming West en het jit. Zo’n twee maanden vóór het einde van dat traject, zoekt dejeugdbeschermer contact met het jit. Op die manier wordt een warme overdracht voorbereid en kan er samen gekeken worden wat de jongere nodig had. In de laatste maand van het traject bij Jeugdbescherming West, start het jit met de begeleiding. Deze wordt vervolgens overgenomen in het vrijwillig kader. Inmiddels zijn ook het Nidos en de William Schrikker Stichting aangehaakt.

te maken. En nu moeten ze het ineens zelf doen. Van kinds af aan hebben ze al te maken gehad met hulpverlening, vaak vanwege problemen in de thuissituatie en ook door ggz-problematiek.’ Felicia vult aan: ‘En dan stopt de hulpverlening op hun achttiende. Of ze komen vrij uit de gesloten setting. Ineens moeten ze een zorgverzekering gaan afsluiten, toeslagen aanvragen, zelfstandig de huur overmaken. Dat is echt heel veel.’ Eén maand voordat de jongere achttien wordt, kan hij of zij een moed-traject starten. Want als dat niet gebeurt, weten Vanessa en Felicia uit ervaring, dan gaat het mis. ‘Anders zien we ze toch wel weer’, zegt Felicia, ‘maar dan zitten ze meestal al echt in de problemen. ’ De jongeren die in aanmerking komen voor een moed-traject, worden vrijwel meteen geholpen.

meer dan praktische problemen alleen

Wie de naam bedacht heeft, kunnen Felicia Coster en Vanessa van Keulen van het jit zich niet eens precies herinneren. Maar het komt voort uit het volgende: ‘De jongeren met wie wij werken komen zonder uitzondering uit een gedwongen kader. Daar moeten ze de hele tijd van alles. Op het moment dat ze achttien worden, is dat niet meer zo. En om dan te kiezen voor hulp, en vrijwillig hulp te accepteren, ja, daar is wel wat moed voor nodig.’ Zo verklaart Felicia de naam moed in hoofdletters. Vanessa en Felicia begeleiden, net als drie andere jit-medewerkers, met name jongeren in een moed-traject. Hun doel: met drie maanden intensieve begeleiding het leven van de jongere (weer) op de rails krijgen. In de negen maanden nazorg die erop volgen, houden ze in de gaten of alles goed gaat en de jongere het daarna zonder begeleiding kan. Gelukkig kunnen de drie maanden intensieve begeleiding verlengd worden met een periode van nog eens drie maanden. Dat is vaak ook wel nodig, want de jongeren hebben meer dan praktische problemen alleen. Vanessa geeft een korte beschrijving van de doelgroep: ‘Ze komen vaak uit een gesloten setting, waar van alles vóór ze besloten werd. Ze hebben nooit geleerd of de kans gekregen om zélf keuzes

veel mis bij de basis

Wat de succesfactor is? ‘Tijd!’, zegt Felicia zonder aarzelen. In moed hebben de begeleiders van het jit de tijd om met de jongere mee te gaan als die ergens heen moet, tijd om te helpen met het aanvragen van voorzieningen, tijd om te luisteren. Dat zorgt voor het opbouwen van een vertrouwensband. En dat is heel belangrijk. ‘Want’, zo vertelt Vanessa, ‘die jongeren zijn vaak echt beschadigd.’ Ze somt op: ‘politie, justitie, huiselijk geweld, ggz, verslaving, schulden, dat zijn allemaal dingen waar 13


JIT MOED

Vanessa: ‘Dat er voldoende passende huisvesting is voor jongeren. Écht passend.’ Felicia: ‘Dat het JIT niet meer nodig is!’ Felicia (l) en Vanessa (r)

Voldoende tijd is dé succesfactor

deze jongeren in hun gezinssuatie mee te maken hebben gehad.’ Ze zijn het erover eens; bij de basis van de doelgroep is veel mis. Ze hebben dan ook niet alleen met de jongere zelf te maken; de rest van het gezin – of wat daarvan over is – wordt ook betrokken bij het traject. Vanessa en Felicia komen vaak bij gezinnen thuis, soms ook samen. Zoals bij dat ene gezin bestaande uit een moeder en twee dochters. ‘En die vechthond’, herinnert Vanessa zich lachend, ‘die telkens bij mij op schoot wilde zitten omdat ’ie niet doorhad hoe groot hij eigenlijk was.’ In dat gezin was ook van alles mis, waardoor de moeder niet voor haar dochters kon zorgen. ‘Dat was heel triest, want die drie waren ook echt heel close met elkaar, zes handen op één buik. Maar het ging niet; er waren schulden, en het gezin dreigde uit huis gezet te worden. En de dochters konden ook niet zelfstandig wonen. We hebben toen uiteindelijk geregeld dat die meiden samen in een begeleide woonvoorziening van het Leger des Heils terecht konden, zodat hun woonsituatie stabiel was. En voor de moeder is door haar schuldhulpverlener een kleinere betaalbare woning gezocht, zodat zij niet op straat kwam te staan.’ Ook ouders zijn blij met de hulp. Lachend zegt Felicia: ‘Veel ouders willen ook zelf bij het jit.’

groeiende motivatie

Hoewel de ondersteuning vanuit moed voor de jongere niet verplicht is en zij er zelf voor gekozen hebben, lopen de meesten in het begin niet over van enthousiasme. Maar na een tijdje groeit de motivatie van de jongeren. Ze zien dat er stappen worden gezet, dat er iets verandert in hun leven en dat ze met hulp van de jit begeleider dingen voor elkaar krijgen. Felicia: ‘Vaak beginnen ze met een houding van ‘ik moet toch iets’, maar dan zien ze wat we doen en hoe we werken. We stellen de vraag wat zij zélf willen, en dat is nieuw voor hen. Er is vaak nog nooit naar hun mening gevraagd. Zo bouwen we een band op. “Jullie zijn heel anders dan ik had verwacht”, horen we dan later van de jongeren terug.’ Die vertrouwensband – iets wat veel jongeren van huis uit niet hebben meegekregen – zorgt er ook voor dat het contact soms ook voortduurt wanneer het traject al is beëindigd. Vanessa: ‘Van sommige van mijn voormalige cliënten hoor ik nog wel eens wat. We hadden een jongere die vanuit een heel heftige jeugd bij ons binnenkwam. Haar beide 14


JIT MOED

ouders waren verslaafd, zij was als baby verslaafd geboren. Toen ze aangemeld werd voor moed was haar vader net overleden aan een overdosis en had haar moeder ongelooflijk veel schulden gemaakt op haar naam. Tijdens het traject bij het jit begon ze met een opleiding Boekhouden. En raakte ze zwanger. Deze meid had zo’n grote drive om het anders aan te pakken; ze zette haar opleiding voort, met hulp van haar vriend. En met de kleine gaat het gelukkig goed.’ Vanessa zegt vol bewondering: ‘Zelf had ze geen goede start en dat is een understatement. Maar zij doet het als moeder echt 1000 keer beter dan haar eigen ouders.’ Af en toe ontvangt Vanessa nog een vraag van haar, via de app. ‘Het is niet eens dat ze die vraag zelf niet kan oplossen, maar het is vooral ook het gevoel dat ze bij iemand terecht kan. Dat is belangrijk. Ik zeg dan ook altijd tegen cliënten dat dat prima is. Zolang ik bij het jit werk, kunnen ze langskomen en mogen ze me appen.’ ‘En het mooie van dit werk is, dat dat kan!’, besluit Felicia. ★

Annette Breen, Jeugdbescherming West Vanwege haar achtergrond in de hulpverlening aan zwerfjongeren werd Annette Breen gevraagd om de samenwerking tussen Jeugdbescherming West en het JIT op te starten. Dat is inmiddels een aantal jaren geleden. Daar waar het destijds volop in de schijnwerpers stond, is het nu onderdeel van het reguliere proces. ‘We zijn er heel fanatiek mee begonnen, het kreeg van alle kanten aandacht. En nu loopt het; als wij jongeren krijgen die in aanmerking komen voor MOED, dan sturen we ze door. Het gaat prima zo’, concludeert ze tevreden. Eén van de belangrijkste criteria voor overdracht aan het JIT (‘een warme overdracht; we gooien niets over de schutting maar pakken de casus samen op’) is dat er geen andere hulpverlening op zit. Ook is het de bedoeling dat de jongere gemotiveerd is voor een traject bij het JIT. Dat is lang niet bij alle jongeren het geval, vertelt Annette: ‘Vaak vinden ze zichzelf volwassen als ze 18 geworden zijn, en willen ze alles zelf doen. En veel van de jongeren zijn ook gewoon hulpverleningsmoe.’ Toch wil ze haar best doen om jongeren in ieder geval te laten kennismaken met het JIT: ‘Als ze het JIT leren kennen, dan weten ze in ieder geval waar ze heen moeten op het moment dat ze wel vragen of problemen hebben.’ Ze is overtuigd van de meerwaarde van het JIT: ‘Het is een groot voordeel dat er geen wachtlijst is voor MOED. Het JIT kan echt helpen bij praktische problemen. Iedere jongere waar geen andere hulpverlening bij betrokken is, kan wel wat hulp gebruiken. Het zou voor iedereen goed zijn!’

Sufiyan werd eind 2018 door het Nidos bij MOED aangemeld.

15


Abdulrahman: ‘Ik ga me specialiseren in ondernemingsrecht. Ik wil een eigen bedrijf en als adviseur voor ondernemingen werken.’

16


Mahmoud: ‘Ik wil boekhouder worden. Ik houd van cijfers en rekenen, daar ben ik goed in.’

17


Co-living

Leren van elkaar In het grote witte gebouw naast station Laan van Nieuw-Oost-Indië was vroeger een ministerie gehuisvest. Tegenwoordig zijn het geen ambtenaren meer die er dagelijks in- en uitlopen. Het gebouw wordt sinds 2018 bewoond door bijna 90 jonge statushouders en zo’n 90 ‘starters op de Haagse woningmarkt’, zoals ze in jargon heten.

H

et is onderdeel van het project ‘coliving’ van het jit. Heel toepasselijk werd het oude ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gekozen als locatie. Toepasselijk, want het gaat in ‘co-living’ écht over sociale zaken. En gewerkt wordt er ook.

bewoners. ‘Pitztop’, waar een kapper zijn klanten knipt en anderen het vak leert, en ‘Mijn buuf ’, waar een groepje statushouders van gerecycled materiaal tassen maakt en zo werkervaring opdoet. ‘Het is nog duurzaam ook!’, zegt Hassan trots.

Hassan El Bouzidi is senior trajectbegeleider bij het jit en al sinds dag één betrokken bij co-living. Enthousiast vertelt hij over de achtergrond: ‘We konden bij de gemeente een plan indienen voor de opvang en begeleiding van jonge statushouders. Al vrij snel bedachten we dat we deze statushouders samen wilden laten wonen met studenten en starters op de woningmarkt. We hebben veel over het plan gesproken en uiteindelijk groen licht gekregen.’ Begin 2018 betrokken de eerste statushouders hun nieuwe woonruimte, korte tijd later deden ook de studenten hun intrek. Het pand is niet alleen gevuld met woonruimtes; op de bovenste verdiepingen zijn verschillende bedrijven gevestigd. In het souterrain zit een aantal sociale ondernemingen, al dan niet opgezet door en met de

Het team van Hassan bestaat uit vijf medewerkers van het jit, die gezamenlijk de statushouders begeleiden. ‘In het begin, toen de mensen hier net woonden, moesten we echt samen alles met hen doen: de ziektekostenverzekering regelen, financiën op orde krijgen, een taalschool uitzoeken. We werkten hierin heel goed samen met een aantal casemanagers van de gemeente. Zij stuurden richting opleiding, werk of vrijwilligerswerk en taal. Die samenwerking hielp enorm bij het wegnemen van bureaucratische hobbels. Daardoor liep het proces soepel en dat is echt één van de succesfactoren van het project.’ Ook de betrokkenheid van een aantal mensen met een stipbaan (Sociaal Traject in Perspectief ) is een voorbeeld van de samenwerking met de gemeente, die het project ten goede komt. Trajectbegeleider Kirsten legt uit:

sámen wonen

18


Mentaliteit: Let’s do it!

Mahmoud (l) en Abdulrahman (r)

vrienden voor het leven

‘Zeker in het begin, toen er nog geen studenten woonden, hadden de statushouders hele basale hulpvragen. We moesten zelfs laten zien waar de supermarkt en de bibliotheek zitten.’ Bij dat soort klussen konden de stip-collega ondersteunen. Nu hoeft dat niet meer, want de statushouders zijn al aardig wegwijs geraakt en bovendien zijn dat ook de dingen die ze samen met de andere bewoners kunnen doen. Het project is nu in een volgende fase terechtgekomen. De basisvoorzieningen zijn op orde en er komt steeds meer focus op datgene waar het project voor bedoeld is: co-living, oftewel, sámen wonen. Verschillende

Twee van de bewoners die samen wonen in co-living, zijn Abdulrahman en Mahmoud. Mahmoud kwam eind 2017 in Nederland en is afkomstig uit Syrië. De van oorsprong Somalische Abdulrahman woont al ruim tien jaar in Nederland, heeft de Nederlandse nationaliteit en studeert rechten aan de Haagse Hogeschool. Toen hij hoorde over de mogelijkheid om een kamer te huren en samen te wonen met jonge statushouders, wist hij meteen dat dat was wat hij wilde. Hij kiest de woorden om zijn motivatie te beschrijven heel zorgvuldig: ‘Ik heb zoveel hulp gehad toen ik hier net was. Dat wil ik graag aan iemand doorgeven. Ik wil iets betekenen voor een ander en zo ook een bijdrage leveren aan de samenleving. Ik wil een brug zijn naar hoe het hoort in Nederland.’ Mahmoud is blij met de hulp van Abdulrahman: ‘Hij helpt me met mijn huiswerk. Ik leer zo veel Nederlands van hem.’ Abdulrahman leert omgekeerd ook van Mahmoud; zijn schaakvaardigheden zijn enorm vooruitgegaan, dankzij de partijen die de jongens spelen. Ook koken en sporten ze vaak gezamenlijk, gaan ze naar de bibliotheek en de bioscoop, en doen ze samen boodschappen. ‘Wat ik zo knap aan Mahmoud vind’, beschrijft Abdulrahman, ‘is dat hij zo actief is. Hij speelt hockey in Wassenaar in een team met allemaal Nederlanders. Daar moet hij dus wel Nederlands spreken. Hij helpt op een manege in Wassenaar en mag in ruil daarvoor af en toe paardrijden. Hij doet enorm zijn best op school en zit vaak tot ’s avonds laat te studeren. Hij gaat echt met sprongen vooruit.’ De beide jongemannen kennen elkaar nog geen jaar, maar weten nu al dat ze vrienden voor het leven zullen zijn.

Hoe eerder je de taal spreekt, hoe gemakkelijker je mee kunt doen in de Nederlandse samenleving bewoners hebben elkaar al gevonden. Ze komen samen in hun eigen huiskamer die iedere unit van acht bewoners heeft, of ze ontmoeten elkaar in de gemeenschappelijke ruimte beneden. Er wordt samen gesport, gekookt en gegeten. De studenten helpen de statushouders bij hun huiswerk. Ze koken samen, maken afspraken over het huishouden en schoonmaakrooster. Alles zo veel mogelijk in het Nederlands. Want hoe eerder je de taal spreekt, hoe gemakkelijker het is mee te doen in de Nederlandse samenleving. 19


Co-living

vleeseters en vegetariërs

De Hollandse Robert kwam in mei 2018 aan de Anna van Hannoverstraat wonen. Hij was kort daarvoor verhuisd van Drenthe naar Den Haag, om daar te gaan werken voor de Rijksoverheid. Nadat hij een tijdje via Airbnb onderdak had gevonden, hoorde hij van een collega over co-living. Daar had hij wel oren naar: ‘Omdat ik nieuw was in Den Haag leek het me een stuk gezelliger dan alleen wonen.’ Het sociale aspect sprak hem ook aan: ‘Het leek me mooi om de statushouders een beetje te kunnen helpen. Dat zit me in het bloed. Ik ben een echt mensen-mens.’ Zijn beeld is bewaarheid: ‘We doen regelmatig dingen samen, we eten, gaan samen naar het strand, en ik help mijn huisgenoten soms met hun huiswerk.’ En omdat ze allemaal nieuw in Den Haag zijn, maken ze elkaar wegwijs in de stad. Michael uit Eritrea deelt zijn woongroep met drie landgenoten en vier Nederlandse vrouwen. Van samen eten is het nog niet gekomen. ‘Zij zijn allemaal vegetarisch’, verklaart Michael. En voor hem en de andere jongens is vlees een onmisbaar bestanddeel van de maaltijd. Wel heeft Michael met hen voor een aantal andere bewoners en enkele begeleiders een echte Eritrese koffieceremonie georganiseerd. ‘Dat doen we normaal gesproken

met familie, maar omdat we hier geen echte familie hebben, máken we familie.’ Michael en zijn huisgenoten delen keuken, woonkamer en sanitair. Dat leidt af en toe tot irritatie over bijvoorbeeld schoonmaken en opruimen. Daar springen de beheerder – in dienst van de verhuurder en aanspreekpunt voor de Haagse bewoners – en Chinaida Jeroe – begeleider van het jit voor de statushouders – op in: ‘We organiseren dan groepsgesprekken, waarbij we het gesprek begeleiden en zo gezamenlijk tot oplossingen komen,’ vertelt Chinaida. Sinds er schoonmaakroosters zijn, gaat het een stuk beter. Het is de ambitie van het jit om in deze nieuwe fase, nu iedereen zijn draai heeft gevonden, veel meer te gaan focussen op de groepsprocessen en –dynamiek die verbonden zijn aan samen wonen. Zowel Robert als Michael kijken daarnaar uit. ‘Ik zou willen,’ zegt Robert, ‘dat er meer momenten zijn om anderen te ontmoeten.’ Hij verheugt zich dan ook nu al op de uitnodiging voor een volgende koffieceremonie. ★ Ben je geinspireerd door het verhaal? Mail Mahmoud en Abdulrahman: ifkanolisha@hotmail.com

Michael: ‘Ik volg nu een opleiding bij het ROC, en ik wil verder leren. Ik wil een goede baan in de administratie.’

Michael (l) en Robert (r)

20


Mentaliteit: Let’s do it!

‘Het was best spannend of het zou lukken’ Saskia Schoolland is namens de gemeente Den Haag programmamanager in de Taskforce Statushouders. Vanuit die functie is zij nauw betrokken bij de nieuwe aanpak voor statushouders op SOZA1. Zij blikt terug op de samenwerking en de resultaten.

Daar zit nu onder andere een kapper, er wordt Nederlandse les gegeven en er wordt gepingpongd. In het atelier dat er zit worden tassen gemaakt, samen met statushouders, en de opbrengsten komen ten goede aan vluchtelingenkampen op Lesbos. Door MRP/VORM, de eigenaar van het gebouw, is een programmamaker aangesteld. Zij organiseert allerlei events zoals themadiners waar statushouders en Hagenaars aan deelnemen. Daardoor staan er allerlei onalledaagse ontmoetingen die het blikveld verruimen. Voor ons als gemeente is het vooral van belang dat statushouders zo snel mogelijk de taal leren, een opleiding doen, aan het werk zijn en zich thuis voelen in Den Haag. Door deze bijzondere samenwerkingen boeken we hier nu goede resultaten mee. We hebben als gemeente veel geïnvesteerd en het was best spannend of het zou lukken. Maar mede dankzij de goede samenwerking met alle partijen – het jit, de projectontwikkelaar en eigenaar, de ondernemers, de buurt – hebben we het toch voor elkaar gekregen!’

‘Oorspronkelijk was het de bedoeling om aan de Anna van Hannoverstraat 350 statushouders te huisvesten, in zogenaamde ‘onzelfstandige woonlocaties2’. Omdat de plannen werden aangepast en we minder alleenstaanden hoefden te huisvesten, hadden we hier de kans om een andere aanpak te kiezen. Daarbij volgden we drie sporen: Via co-living wilden we jonge statushouders samen laten wonen met studenten en starters op de woningmarkt. De statushouders kunnen zo sneller deel gaan uitmaken van de Haagse samenleving: ze bouwen een lokaal netwerk op en leren de samenleving en cultuur beter kennen en maken zich de taal sneller eigen. Als je nieuw bent in Nederland komen er ook heel vaak zaken op je af. Daarom wilden we de statushouders zó begeleiden dat ze zo snel mogelijk hun weg zouden vinden in Den Haag en bij de verschillende instanties. Dat doet het jit, in samenwerking met een team vanuit de gemeente Den Haag dat zich specifiek richt op begeleiding naar werk en opleiding. Die samenwerking met de korte lijntjes bleek een magische combi. De statushouders hebben vaste contactpersonen, die ze op weg kunnen helpen, met wie ze een vertrouwensrelatie opbouwen en die hen kunnen coachen; zo bouwen ze een toekomst op in Den Haag. Tenslotte wilden we ook zo snel mogelijk inzetten op ondernemerschap, verbinding met de buurt en een ontmoetingsplek. Dit is ANNA & Co geworden; een ‘maatschappelijke broedplaats’ waar bedrijfjes zitten onder de voorwaarde dat zij de statushouders een stap verder helpen. 1 

Saskia:

‘Als het aan mij ligt wordt anna&Co echt een stedelijke hub, met de sfeer van ‘Student Hotel’, met een verbinding tussen de ondernemers en de bewoners. Een levendige en bruisende ontmoetingsplaats, waar mensen elkaar inspireren, waar mensen van alles samen doen: werken, wonen, leven, ontspannen en elkaar leren kennen. Het is mijn droom dat de bewoners die er nu zitten op een gegeven moment uitvliegen naar een stad die ze hebben leren kennen door hun tijd hier, via het netwerk dat ze hier hebben opgebouwd. Dit moet een plek zijn voor jonge statushouders, een plek die hen op weg helpt, naar een nieuwe toekomst.’

SOZA is de door de eigenaar van het gebouw gekozen naam en staat voor Sociaal & Zaken.

2

‘Onzelfstandige woonlocaties’ zijn locaties waar bewoners hun eigen (slaap)kamer hebben, en waar gedeelde voorzieningen zijn zoals een gemeenschappelijke woonruimte, keuken en badkamer.

21


Arbeidsparticipatie

Laagdrempeligheid en wijkgericht werken zijn de sleutelbegrippen bij het SPA, of voluit Servicepunt Arbeid. Jongeren uit de wijk kunnen er met en zonder afspraak terecht. Voor bijvoorbeeld advies bij het vinden van de juiste baan of opleiding, een sollicitatietraining of hulp bij het maken van een CV, of ondersteuning om belemmeringen weg te nemen die het zoeken naar werk in de weg staan. Zo wordt gewerkt aan een beter perspectief op de arbeidsmarkt. Vanaf het begin werkt het SPA samen met allerlei andere organisaties die in de wijk actief zijn. Zo ook met het JIT.

‘We hebben geen eigen winkeltje’ De vruchtbare samenwerking tussen het JIT en het SPA

Nadir Abdelmoumen Accountmanager SPA

Bijna vier jaar geleden sloeg de vlam

in de pan in de Haagse Schilderwijk. Er waren relletjes die flink uit de hand liepen. Toen toenmalig burgemeester Van Aartsen en toenmalig wethouder Baldewsingh de wijk in gingen om in gesprek te gaan met de relschoppers – bijna allemaal jongeren die afkomstig waren uit de wijk zelf –, concludeerden ze dat er veel aan de hand was. Jongeren hadden niets te doen, het ontbrak hen aan zinvolle dagbesteding zoals werk en opleiding. De onvrede kwam voort uit een gebrek aan toekomstperspectief en mogelijkheden. Vanuit de wens én noodzaak om dáár verandering in te brengen, startte de gemeente in 2016 met het eerste Servicepunt Arbeid, speciaal voor jongeren, aan de Vaillantlaan. Inmiddels is er ook een vestiging in het Haagse Laakkwartier en een aan de Leyweg.

iedereen welkom voor advies

Het jit is één van de vaste samenwerkingspartners van het spa. Iedere donderdag is Mehmet Yildiz of een van zijn collega-trajectbegeleiders van het jit aanwezig voor het inloopspreekuur. Dat het jit ook betrokken werd, was een logische stap, vertelt Nadir Abdelmoumen. Nadir is als accountmanager wijkaanpak verantwoordelijk voor het contact met de netwerkpartners uit de wijk. De organisaties die kunnen helpen om het doel te bereiken – jongeren begeleiden richting werk en/of opleiding – heeft hij goed in beeld. ‘We hebben de hele sociale kaart van de wijk doorgespit en bekeken met wie we zouden kunnen samenwerken. Daar stond het jit natuurlijk ook bij.’ 22


De samenwerking tussen het JIT en het SPA

kom voor advies.’ De gedachte daarachter is dat wanneer jongeren de stap hebben genomen om naar het spa te komen, je niet wilt dat ze teleurgesteld raken en afhaken. Er zitten ingewikkelde casussen tussen, van wie vooraf duidelijk is dat ze meer tijd gaan kosten dan er beschikbaar is bij de spa-medewerker. Dan wordt al snel de samenwerking met het jit gezocht. Rachida: ‘Als er bijvoorbeeld psychische problemen zijn en problematische schulden, en als de het voor de jongere lastig is om naar het spa te komen. Vanuit hun functie hebben zij meer ruimte in hun caseload.’ Mehmet Yildiz Trajectbegeleider JIT

‘We helpen elkaar om ons gemeenschappelijke doel te bereiken: de jongeren ondersteunen! De samenwerking is echt fijn.’

Er wordt niet alleen met externe partners gewerkt, ook intern, vanuit de gemeente, zijn veel partijen betrokken: de sociaal casemanagers, de leerplichtambtenaar, ambtenaren van de dienst ocw (Onderwijs, Cultuur en Welzijn) die onder andere ‘voortijdig schoolverlaten’ en de ‘beroepsbegeleidende leerweg’ in hun pakket hebben. Ook is er vanuit de gemeente veel aandacht voor maatschappelijke ondersteuning van de jongeren. Daarom zit Rachida Aboutaleb, consulent maatschappelijke ondersteuning, al vanaf de start van het spa in 2016 twee dagen per week aan de Vaillantlaan. De jongeren die zij krijgt aangemeld, hebben zonder uitzondering te maken met multiproblematiek. Rachida valt haar collega Nadir bij in zijn pleidooi voor samenwerking en een integrale aanpak: ‘Als consulent maatschappelijke ondersteuning kijk ik heel breed. Tijdens de intake komt er heel veel aan de orde; ik maak een plaatje van het inkomen, kijk of er toeslagen zijn waar de jongere voor in aanmerking komt en of er sprake is van schulden of beslaglegging, en wat de woonsituatie is. Eerst stabiliseren aan de voorkant, zoals dat heet.’ Daarbij houdt Rachida altijd de vraag in haar hoofd wat er nodig is om het hoofddoel te bereiken. Ze benadrukt het belang van samenwerking. Dat komt de cliënten ten goede. ‘We hebben geen eigen winkeltje’, zo omschrijft Rachida, ‘maar werken hier samen voor de jongere.’ Het spa is specifiek bedoeld voor jongeren tussen de achttien en 27 jaar met een afstand tot de arbeidsmarkt, vertelt Nadir, en hij somt de kenmerken op: ‘Vanuit het spa bedienen we de kwetsbare doelgroepen. Het gaat om Haagse jongeren zonder startkwalificatie, jongeren met een uitkering en jongeren met multiproblematiek. Die kunnen wij ondersteunen vanuit het spa. Veel van hen komen uit de wijk. Maar’, zo vervolgt hij, ‘iedereen is wel-

– Rachida

Rachida Aboutaleb Consulent maatschappelijke ondersteuning SPA

korte lijnen

Dat er veel tijd nodig is voor een goede begeleiding van de doelgroep van het spa, wordt door Mehmet beaamd. Hij is dan ook blij met de samenwerking, wanneer hij wordt ingeschakeld door de medewerkers van de gemeente. Omgekeerd gaat hij ook regelmatig met ‘zijn’ jongeren naar de Vaillantlaan. Vanaf zijn uitvalsbasis – het jit aan de Hobbemastraat – ligt dat bijna letterlijk op een steenworp afstand. De fysieke afstand en het goede contact dat is opgebouwd zorgt ervoor dat partijen elkaar snel weten te vinden. ‘We hebben korte lijnen’, zegt Mehmet en illustreert dat met een voorbeeld: ‘Laatst had ik een jongere die door omstandigheden zijn bbl-leerplek was kwijtgeraakt. Ik heb toen contact opgenomen met het 23


Arbeidsparticipatie

spa en we konden meteen actie ondernemen en iets regelen, waardoor hij zijn opleiding wel kon voortzetten.’ Rachida bevestigt het belang van het persoonlijke contact tussen de verschillende medewerkers: ‘We helpen elkaar om ons gemeenschappelijke doel te bereiken: de jongeren ondersteunen! De samenwerking is echt fijn.’ Dat heeft geleid tot meerdere succesvolle plaatsingen in onder andere de horeca, de zorg, de detailhandel en de logistiek, waar jongeren nu aan het werk zijn via het spa. Ook wordt er samengewerkt in zogenaamde ‘speedmeets’ met potentiële werkgevers, waar deze zichzelf presenteren en met jongeren in gesprek gaan. Daaruit is een mooi project ontstaan waarbij jongeren aan de slag kunnen in een (bij)baan bij McDonalds. De fastfood-restaurants zijn een populaire sector voor een bijbaantje. Maar het favoriete traject van Nadir is toch wel dat van de Leer Werk Makelaar. Hij legt uit: ‘Daarin combineren jongeren een baan, bijvoorbeeld als beveiliger bij een ministerie, met een opleiding in de beveiliging bij het roc. De insteek is mooi, omdat de jongeren zo de kans krijgen zich te blijven ontwikkelen, doordat ze vier dagen werken en ook nog een dag naar school gaan. Zo kunnen ze geld verdienen én tegelijkertijd een diploma behalen.’ 'we gooien de deur nooit dicht'

De laagdrempeligheid is echt belangrijk, benadrukt Mehmet nogmaals. ‘We hebben veel te maken met jongeren zonder startkwalificatie. Door omstandigheden zijn ze uitgevallen op school en zijn ze vastgelopen in hun ontwikkeling. Dat vergroot de afstand tot de arbeidsmarkt. Ook zijn ze daardoor niet altijd sociaal vaardig en gaat er wel eens wat mis met afspraken. Juist omdat ze zonder afspraak kunnen binnenlopen, raken we ze niet kwijt.’ De drie denken terug aan een meisje dat moeite had met afspraken en liever niet op kantoor kwam. Haar begeleider vanuit het jit ging dan ook vaak op huisbezoek tot ze een relatie kreeg met een man die schulden had en het er binnen die relatie niet altijd even zachtzinnig aan toeging. Toen haakte ze af. ‘Ze zei dat ze geen hulp nodig had’, herinnert Mehmet zich. Maar na een tijdje stond ze toch weer bij het spa op de stoep. Dat past bij de ervaringen die ook Rachida heeft. ‘We zien ze altijd weer terug’, zegt ze met een lach. ‘En dat is prima’, besluit Mehmet, ‘want we gooien de deur nooit dicht.’ ★

Mehmet Trajectbegeleider: ‘Mijn droom is dat jongeren goed terechtkomen. Dat ze hun doelen bereiken met onze ondersteuning. Ik wil zo graag dat ik ze later tegenkom, en dat ze dan bijvoorbeeld tegen me zeggen “ik werk nu bij de NS als onderhoudsmonteur”.

24


De samenwerking tussen het JIT en het SPA

Andriana: Ik wil een eigen kinderdagverbijf runnen. Daarvoor wil ik een diploma halen en daarnaast ervaring opdoen bij een kinderdagverblijf.

25


26


Kamil: ‘Ik wil eigen werk en een eigen woning'

27


Het Daklozenloket

Sinds een jaar of twee werken Samira Fakher en Elly Aben intensief samen in de hulpverlening aan dakloze jongeren. Samira doet dat vanuit de gemeente Den Haag als ‘regisseur Jeugd en Maatschappelijke Ondersteuning’, Elly is manager jit. Met hun teams zetten zij zich in om de ondersteuning van dakloze jongeren gezamenlijk zo effectief mogelijk vorm te geven.

H

Samen zoeken naar de beste oplossing

et Daklozenloket – voorheen bekend als ccp (Centraal CoördinatiePunt) – speelt vaak een centrale rol hierin. Daar meldt de jongere zich met een vraag voor een daklozenuitkering en een zorgpas, waarmee er toegang is tot de maatschappelijke opvang. De screeners van het Daklozenloket kijken wat de best passende zorg is; vrijwel altijd zit achter de vraag om geld nóg een scala aan andere hulpvragen. Vaak ook worden de jongeren aangemeld door een ‘buitenbegeleider’; een externe professional die betrokken is bij hulpverlening aan de jongere.

De samenwerking tussen het Daklozenloket en het jit dateert van vóór hun tijd, maar dat er zo intensief wordt samengewerkt is relatief nieuw. Sinds 2017 zijn Samira en Elly elkaars counterpart en aanspreekpunt. En hoewel er best wat verschillen bestaan tussen beide organisaties – bijvoorbeeld op het gebied van werkwijze of visie – noemen ze de samenwerking allebei goed. Dat komt ook omdat ze daar zelf veel in investeren en elkaar vertrouwen: ‘We spreken eenmaal per twee maanden af; we zien elkaar niet alleen als er dingen fout gaan. Voor de relatie is het belangrijk dat je elkaar opzoekt en dat je elkaar in de ogen kijkt,’ bena-

Investeren in samenwerking

‘Als een jongere zichzelf meldt of door een buitenbegeleider wordt aangemeld, dan is het jit de voorliggende partij om mee samen te werken,’ vertelt Samira. De samenwerking met het jit is zo georganiseerd dat er tijdens het gesprek bij het Daklozenloket al contact wordt gelegd met het jit en er een afspraak wordt gemaakt met een van de jit medewerkers. ‘Dat werkt drempelverlagend voor de jongeren, als ze meteen een naam ontvangen en weten met wie ze de intake zullen hebben’, legt Samira uit. Elly knikt bevestigend. 28

Elly: ‘Dat er genoeg betaalbare, zelfstandige woonruimte voor jongeren komt en dat ook landelijke en stedelijke bestuurders zich hiervoor inzetten. Er liggen veel kansen!’


De samenwerking tussen het JIT en het Daklozenloket

jongeren. Daar zijn we sámen met de ambtenaren naar op zoek. We proberen hierin creatief te zijn.’ Ook woningbouwcorporaties werken daarin mee. Tegelijkertijd heeft Elly ook zorgen. Marktwerking draagt bij aan een spanningsveld, waarin partijen keuzes maken uit concurrentieoverwegingen, en het belang van de jongere kan daardoor ondergesneeuwd raken. Ze zou graag meer samenwerking zien tussen alle stakeholders, inclusief de vastgoedeigenaren en projectontwikkelaars. Samira onderkent het belang van de samenwerking onder andere in de ‘Opgave zorg en wonen’, zoals die door de gemeente is geformuleerd. Daar worden al wel stappen in gezet. ‘We willen niet meer alleen maar kijken waar lege plekken zijn en aan welke criteria een jongere moet voldoen om op die plek te kunnen wonen. We willen juist kijken hoe we het zo kunnen organiseren dat de jongere daar kan wonen. Welke hulp is er nodig, welke begeleiding moeten we bieden om de plek passend te maken? Dat zijn de vragen. Er wordt met een andere bril naar de plekken gekeken,’ vertelt Samira. Elly is het daar roerend mee eens, en zegt er vol overtuiging bij: ‘Dat kunnen we samen doen, als stad. Want het zijn niet de jongeren van Samira of Elly, het zijn de jongeren van Den Haag.’

Samira: ‘De ultieme droom is natuurlijk dat er geen dakloze jongeren meer zijn. Een dak boven je hoofd, een veilige plek om op te groeien is een basisbehoefte en ik vind het schrijnend dat niet iedereen dat heeft.’

drukt Elly. ‘Omdat we de verbinding zoeken vanuit het gezamenlijke doel, is het mogelijk de visieverschillen te overbruggen.’ Samira: ‘We stellen elkaar de vraag “waarom doe je het zus of zo?” en gaan terug naar het doel van de samenwerking.’ ‘Dit is mijn stuk, dat is jouw stuk’

Dat vertaalt zich terug in de dagelijkse praktijk van de werkvloer. Samira en Elly signaleren ook daar een verandering: ‘Er is een beweging naar de jongeren toe. Eerst werd er gedacht vanuit gescheiden verantwoordelijkheden, “dit is mijn stuk, dat is jouw stuk”, maar nu is dat anders. Er wordt nu veel meer gedacht vanuit het belang van de jongere en wat de organisaties daar gezamenlijk in kunnen betekenen,’ zo beschrijft Samira die verandering. Vanuit haar rol als opdrachtgever wil ze dat er gedaan wordt wat nodig is. Als dat betekent dat het een keer anders moet, dan moet dat. Die flexibiliteit is soms nodig om de juiste ondersteuning te kunnen bieden. Daarbij is het belangrijk dat je elkaar kent en dat je weet wat je aan elkaar hebt. ‘We zijn allemaal eigen organisaties, met eigen verantwoordelijkheden’, vult Elly aan, ‘en om het doel te bereiken, om daar sámen aan te werken, is het nodig om je te verplaatsen in de opdracht van de ander. Medewerkers zijn kritisch, bijvoorbeeld als er bij het Daklozenloket nogmaals formulieren moeten worden ingevuld. Ze zeggen dan “ik heb die informatie toch al aangeleverd’. Ik probeer dan uit te leggen dat het nodig is, om het werken voor de ander mogelijk te maken.’ ‘Wij vormen de smeerolie’, zegt Samira lachend. En vanwege de goede relatie werkt dat prima.

Paul Blokhuis In maart 2019 lanceerde staatssecretaris Paul Blokhuis het ‘Actie-programma dak- en thuisloze jongeren’. Daarin staat dat het kabinet de komende jaren de 11.000 dak- en thuisloze jongeren tussen de achttien en 27 jaar van straat wil halen. ‘In een welvarend land als Nederland zou geen enkele jongere op straat moeten leven of noodgedwongen steeds op wisselende plekken verblijven’, zegt de staatssecretaris. Wethouder Bert van Alphen van maatschappelijke opvang heeft direct daarop aan de staatssecretaris laten weten graag bij dit actieprogramma aan te sluiten, door pilotgemeente te worden.

Opgave zorg en wonen

Door de tijd heen is er ook het een en ander veranderd in het beleid. Elly: ‘Ik merk dat er nu veel meer aandacht is voor betaalbare huisvesting voor 29


Het Daklozenloket

Zo op het oog is niet te zien hoe ingewikkeld de situatie van de 23-jarige Dyana is. Ze ziet er stralend uit, is vlot gekleed en lacht vriendelijk. Maar schijn bedriegt; Dyana’s verhaal is niet zo vrolijk als haar uiterlijk doet vermoeden. Via onder andere het Veiligheidshuis kwam ze bij het jit terecht. Samen met Erik Groene, trajectbegeleider bij het jit, doet Dyana haar relaas.

‘Ik was zo moe’

De 23-jarige Dyana reisde vier jaar geleden vanuit Homs, Syrië, naar Nederland. Ze kwam samen met haar pasgeboren baby. De vader van het kind was al enkele maanden eerder vanuit Syrië naar Nederland gevlucht. Hun tweede kind werd in Den Haag geboren. Het huwelijk hield echter geen stand; Dyana wilde scheiden maar kwam daardoor op straat te staan. Kapper

Inmiddels bivakkeert ze al ruim een jaar bij verschillende vrienden. De kinderen verblijven bij hun vader, in het huis waar hun moeder eerst ook

woonde. Het contact tussen Dyana en haar ex-man verloopt moeizaam. Via de gemeente kwam Dyana bij het Veiligheidshuis terecht, en vanuit daar werd ze verwezen naar het jit. In eenvoudig Nederlands – af en toe hakkelend vanwege de zenuwen en de emoties, maar ook omdat ze slechts zes maanden taalles heeft gehad – vertelt ze: ‘Ik kreeg een email met een adres. En daar ging ik naartoe.’ Het adres bleek van het jit te zijn, waar ze werd opgevangen door trajectbegeleider Erik Groene en ondersteunt hij Dyana waar hij maar kan. Eén van de eerste dingen waar hij zich meteen voor inzette was de aanmelding bij het Daklozenloket. Dyana was daar 30


De samenwerking tussen het JIT en het Daklozenloket

‘Ik kreeg een email met een adres. En daar ging ik naartoe.’ Bert van Alphen Wethouder Den Haag

al eerder geweest, in haar eentje, maar mede vanwege de taalbarrière keerde ze toen onverrichterzake terug. ‘Ik was zo moe’, omschrijft ze haar gevoel van destijds. Dyana is vooral blij dat Erik haar helpt met alle praktische zaken. En dat zijn er nogal wat, te beginnen met een inschrijfadres, dat gekoppeld is aan de daklozenuitkering. Want zonder adres geen verzekeringen, geen inkomen en ook geen opleiding. Met gevoel voor understatement beschouwt hij zijn werkzaamheden bij het jit: ‘Er is altijd wat te doen.’ Ze pakken het stap voor stap aan: ‘Eerst maar eens vaste grond onder de voeten’, zegt Erik nuchter. Zo werken ze langzaam toe naar een van de doelen die bijdragen aan verbetering van de situatie. Zoals een eigen plek om te wonen, zodat de jonge moeder weer herenigd kan worden met haar kinderen. En daarna? ‘Dan wil ik graag kapper worden!’ klinkt het hoopvol. ★

Tussen 2006 en 2010 was Bert van Alphen al eens wethouder in Den Haag. Vanaf 2018 is hij weer wethouder. Net als destijds heeft hij ook nu weer maatschappelijke opvang in zijn pakket. Wat heeft hij zien veranderen? Wat is er nu anders in Den Haag dan tien jaar geleden? Wat is veranderd in het Haagse beleid en in de maatschappij? En wat is zijn droom voor de toekomst? Wethouder Van Alphen: ‘Destijds was er een tekort aan opvangplekken, er was simpelweg geen bed om te slapen. Nu is het grote probleem dat de uitstroom stokt: er zijn te weinig huizen beschikbaar voor mensen die ná de eerste opvang toe zijn aan een zelfstandiger woonvorm. Daarnaast werken we hard aan verbetering van de huidige opvang; kleinschaliger en meer maatwerk. Een economisch dakloze heeft, bijvoorbeeld, andere ondersteuning nodig dan iemand die geestelijk in de war is en verslaafd. Dat is ook anders dan tien jaar geleden; het aantal ‘verwarde personen’, mensen met een GGZ-probleem, is fors toegenomen. Er wordt een groter beroep gedaan op zelfredzaamheid en een sociaal netwerk van mensen, maar je ziet dat dit niet altijd werkt. Hierdoor komen mensen op straat terecht die tien jaar geleden in de GGZ werden opgevangen.’ ★

‘Ik zou willen dat we ons dit meer realiseren dat de scheidingswand tussen een eigen huis en de straat dun is; het kan iedereen gebeuren. Dus niet veroordelen en ‘zoek het zelf maar uit’, maar juist meer begrip voor en compassie met elkaar. En van daaruit samenwerken aan oplossingen.’

31


ROC Mondriaan

Investeren in de jongeren van Den Haag Vlak achter station Hollands Spoor, aan de Waldorpstraat, staat een van de gebouwen van het ROC Mondriaan. Dankzij de kenmerkende Mondriaan-kleuren is het niet te missen, en ook meteen duidelijk dat het onderdeel is van het grootste opleidingencentrum van Den Haag en omgeving. Op de derde verdieping bevindt zich de School voor Retail. Hier leren zo’n 600 studenten de vaardigheden die zij nodig hebben om later een baan in de Retail te krijgen, van assistent-verkoper tot ondernemer of manager van een onderneming.

Directeur Marcel en zorgcoach/ docent Heleen

‘Ze heten niet voor niets het Jeugd Interventie Team’

Eind vorig jaar startte een samenwerking

tussen ROC Mondriaan en de gemeente Den Haag, bedoeld om het voortijdig schoolverlaten terug te dringen. Daar wilden Marcel van der Kooij, directeur van de School voor Retail en Heleen Hisgen, docent en tevens zorgcoach, graag aan meedoen. Zij drongen er meteen op aan dat het jit betrokken zou worden. En zo geschiedde.

bij sprake is van problemen die niet op of door school gecoacht kunnen worden. Tot nu toe waren dat er vier, van alle studenten die Heleen als zorgcoach onder haar hoede heeft. Die multicomplexe gevallen hebben vaak te maken met een ‘thuissituatie’, zoals Heleen het enisgzins verhullend uitdrukt. De toelichting laat niets aan de verbeelding over: criminaliteit, problemen met politie of justitie, verslaving en/of schulden in het gezin worden door haar gesignaleerd. Als dat het geval is, neemt ze contact op met het jit. Door de in de pilot gemaakte afspraken hebben zij ruimte om er meteen mee aan de slag te gaan.

‘JIT voor de multicomplexe gevallen’

‘Het is eigenlijk een pre-pilot,’ verduidelijkt Marcel, ‘bedoeld om de kaders vast te stellen. Wat moeten we doen, wat is er nodig? Maar we zijn wel meteen gestart met het jit.’ Als het nodig is kan Heleen twee professionals van het jit inschakelen. Ze laat zich lovend uit over hoe het gaat: ‘Het jit is een van de weinige partijen die meteen paraat staan.’ Het is gelukkig maar bij een beperkt aantal gevallen nodig dat het jit wordt ingeschakeld. Dat gebeurt alleen bij ‘multicomplexe gevallen’, waar32


De samenwerking tussen het JIT en ROC Mondriaan

De jit-begeleiders die de telefoon pakken om bijvoorbeeld toeslagen aan te vragen waardoor geen schulden ontstaan of waardoor de zaken niet escaleren, de gesprekken die zij met of namens de jongere voeren met instanties; het zijn allemaal elementen die bijdragen aan het succes. Het jit doet daarmee volgens Marcel z’n naam eer aan: ‘Het zijn écht interventies die ze plegen. Ja, ’beschouwt hij, ‘ze heten niet voor het niets het Jeugd Interventie Team.’ Die interventies zijn allemaal van grote waarde. Maar wat ook telt, benadrukt Marcel, is de aandacht die daarmee gegeven wordt aan de studenten. ‘Dat betekent heel veel voor hen; als iemand échte aandacht voor hen heeft, en actie onderneemt om hobbels en drempels weg te nemen. Want hobbels en drempels werken verlammend, zeker op deze leeftijd.’ Heleen sluit zich daarbij aan: ‘De aandacht die naar deze jongeren gaat, dat is iets heel positiefs.’ Ze betoogt vol vuur: ‘De jongeren verdienen die aandacht, ze verdienen het dat we in hen investeren!’ ★

Hoewel in deze vorm de samenwerking nog maar kort bestaat, zijn er volgens Heleen zeker al successen behaald. Ze vertelt over één van haar studentes bij wie sprake was van een ‘thuissituatie’. Het meisje werd financieel uitgebuit door familieleden, ze groeide op in een criminele sfeer en was thuis niet veilig. Het lukte haar om te verhuizen, maar daarmee waren de problemen nog niet voorbij. Om de problemen het hoofd te kunnen bieden, vluchtte ze in de softdrugs. ‘Toen ik hiervan hoorde wist ik dat dit typisch een geval was voor het jit en die sprong er meteen in.’

‘Hobbels en drempels werkend verlammend op deze leeftijd’ aandacht

De succesfactoren vallen gemakkelijk te destilleren uit de voorbeelden die Heleen beschrijft: ‘Bij het meest recente geval waar ik het jit voor inschakelde, ging het om één van mijn beste studenten. Omdat het gezin problemen had met justitie, dreigde er een uithuiszetting. Dat zou deze student geen goed doen. Toen heb ik de hulp van het jit ingeroepen. Die gingen meteen in gesprek en dit gaf de student weer vertrouwen. Uiteindelijk kon de uithuiszetting voorkomen worden!’

33


Ervaringen van

De ervaringen van de jongeren vormen belangrijke input voor ons. Door te vragen hoe zij onze ondersteuning ervaren, kunnen we ons beleid continu blijven verbeteren. We leren veel van de feedback van jongeren en ervaringsdeskundigen. Ook hier geldt: we gaan samen voor resultaat! We hebben de afgelopen periode aan 124 jongeren gevraagd wat er goed gaat en wat er beter kan, in de vorm van een cliënttevredenheidsonderzoek. Dat deden we bij de statushouders van co-living, de bewoners van de Amsterdamse Veerkade (JIT Wonen) en bij de jongeren die vanuit één van de JIT-locaties ambulante begeleiding ontvangen. Het gemiddelde cijfer? Een 8.9! En daar zijn we trots op.

Veel gaat goed, soms kan het (nog) beter! Jongeren hechten aan

34


124 jongeren

Cliënttevredenheid JIT Zuid en JIT Noord jongeren Het eerste contact met het JIT was prettig

Helemaal eens Eens

8,8

Neutraal Oneens Helemaal oneens

De werkrelatie met mijn begeleider is prettig

9,2

Mijn begeleider zet zich volledig in

9,4

Alles gebeurt in samenwerking en overleg met mij

9,1

Ik ben tevreden over het resultaat van de doelen

8,6

Mijn begeleider is deskundig

9,1

Het JIT heeft mij geholpen om verder te kunnen

8,8

en

Wat moeten we beter doen volgens jonger

“Meer computers om achter te werken”

en

Wat moeten we blijven doen volgens jonger

“Afspraken worden snel gepland en jullie komen meteen in actie”

35


Ervaringen van

Cliënttevredenheid JIT co-living Het eerste contact met het JIT was prettig

Helemaal eens Eens

8,7

Neutraal Oneens Helemaal oneens

De werkrelatie met mijn begeleider is prettig

9,4

Mijn begeleider zet zich volledig in

9,1

Alles gebeurt in samenwerking en overleg met mij

9,1

Ik ben tevreden over het resultaat van de doelen

8,6

Mijn begeleider is deskundig

9,1

Het JIT heeft mij geholpen om verder te kunnen

9,0

Wat moeten we beter doen volgens jongeren

Wat moeten we blijven doen volgens jongeren

“Beter toezien op de schoonmaaktaken”

“Als ik het niet weet dan helpt zij mij, ik kan altijd langskomen”

36


124 jongeren

Cliënttevredenheid JIT Wonen Het eerste contact met het JIT was prettig

Helemaal eens Eens

8,6

Neutraal Oneens Helemaal oneens

De werkrelatie met mijn begeleider is prettig

8,6

Mijn begeleider zet zich volledig in

9,1

Alles gebeurt in samenwerking en overleg met mij

9,1

Ik ben tevreden over het resultaat van de doelen

9,0

Mijn begeleider is deskundig

8,0

Het JIT heeft mij geholpen om verder te kunnen

9,0

en

Wat moeten we blijven doen volgens jonger

en

Wat moeten we beter doen volgens jonger

“Communicatie, informeren en altijd alles in overleg”

“Gelijke behandeling, regels gelden voor iedereen” 37


Daniel ‘Mijn doel in het leven is ondernemer worden en een bedrijf neerzetten. Ik wil graag een werkgever zijn die goed is voor het personeel. Daarnaast is mijn doel voor mijn priveleven om genoeg inkomen te vergaren om ruim en zonder zorgen te kunnen leven. Het liefst met m'n eigen gezinnetje.


Peace out. Uitgave van het Jeugd Interventie Team Uitgave 2019 Het JIT wordt mede mogelijk gemaakt door ★ Stichting Boschuysen ★ Fonds 21 ★ Fonds 1818 ★ Stichting Haags Groene Kruis Fonds ★ KANSfonds ★ Jeugdvakantieloket ★ Aegon ★ Pro Juventute Steunstichting ’s-Gravenhage ★ Stichting Kinderzorg Den Haag-Rotterdam ★ Sociale Fondsen Den Haag ★ Fundatie van den Santheuvel, Sobbe ★ Stichting Liduina Fonds ★ Stichting Weeshuis der Doopsgezinden ★ Stichting JONG ★ Stichting Levi Lassen ★ Stichting Zonnige Jeugd ★ Fonds Schiefbaan Hovius ★ Dirk Bos Fonds ★ W. G. Van der Boor’s Ondersteuningsfonds ★ Vrienden van Xtra

Oplage 150 Teksten Via Mirella Modellen Ghizlane · Naiska · Mark · Oumaima Valentino · Sharissa · Sufiyan Abdulrahman · Mahmoud Michael · Andriana · Kamil · Chamo Daniel · Dyana Fotografie Erik Groene Ontwerp Studio Maanzaad


www.hetjit.nl jit is onderdeel van xtraplus

Profile for studiomaanzaad

JIT Magazine 2019  

Het JIT Magazine verschijnt 1 x per jaar.

JIT Magazine 2019  

Het JIT Magazine verschijnt 1 x per jaar.

Advertisement