Issuu on Google+

..

• \.

-Ot \ .


INHOUDSOPGAVE. REDACTIONEEL. PAG: 1 Jason Magazine is een tweemaandelijkse uitgave van de Stichting Jason, gericht op jongeren die zich interesseren voor internationale politiek. In elk nummer wordt aan de hand van een aantal artikelen getracht een evenwichtig en gevarieerd beeld te geven van een internationaal politiek vraagstuk. De redactie onthoudt zich hierbij van iedere politieke stellingname. Redactieleden kunnen echter wel op persoonlijke titel een artikel sc hrijven. Wie wil reageren op in Jason verschenen artikelen, of denkt zelf een bijdrage te kunnen leveren , wordt verzocht te schrijven naar: Redactie /secretariaat Jason, Laan van Meerdervoort 96

2517 AR Den Haag. Telefoo n: 070-605658. Postgiro: 3561025. Bank: 456855548. Overname van in Jason Magazine verschenen artikelen kan slechts geschieden in overleg met de redactie.

SCHULDENPROBLEMATIEK SLECHTS STUKJE VOOR STUKJE OP TE LOSSEN_ Een bewerking van een toespraak door minister van ontwikkelingssamenwerking drs. P. Bukman over de schuldenproblematiek, aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. PAG: 2 BRADY-PLAN EERSTE STAP OP WEG NAAR OPLOSSING. Analyse va n he t Brad y-plan door H a ns van der Lcc. re dact e ur van.lason Magaz inc.

PAG: 6

~

JASON TER PLEKKE. SCHULDENPROBLEMATIEK: ALLES DRAAIT OM GELD' Nieuwe rubriek over een bijzondere gebeurtenis, waar Jason Magazine bij aanwezig was. PAG:9

REDACTIE JASON-MAGAZINE Hoofdredacteur: Onno Maliepaard. Hans Paul Andriessen. Frank Kleibrink.

Alex Krijger. Hans van der Lee. Chiel de Leeuw.

Hu ib van Olden. Jaap Reerink. Teun Struycken.

DAGELIJKS BESTUUR Voo rzitte r: Drs. A.H. Gierveld. Vice-voorzitter: Drs. F.J.J. Princen. Secretaris: E. Flipse. Algemene Zaken: G. Klatte. Penningmeester: G. Vogels. Public Affairs: G. Frings. Fund Raiser: H.J. Laseur.

ALGEMEEN BESTUUR Mr. F.CM. Caris. Mr. P.H. Goedhart. Drs. M.CA.M Huisman. Drs. R. HiJlebrand. Drs. A.M . Knaapen.

O.M.H. Maliepaard. F.J. Marcus. R.H. van der Meer.

E.CH.M. van de Pas. Drs. J.C. de Vries.

Drs. D. H. Zandee. RAAD VAN ADVIES Prof. dr. W. Dekker, voorzitter.

JTh.J. van den Berg. J.M. Bik. Prof. mr. J.F. Glastra van Loon.

Drs. G.J.J .M. Hayen. C. C. van den Heuvel.

HAM. Hoefnagels. Mr. J.G.N. de Hoop Scheffer. R.D. Praaning.

Drs. W.K.N. Schmelzer. Prof. dr. A. va n Staden.

Prof. dr. H. W. Tromp. Prof. dr. P.M.E. Volten . Drs. L. Wecke.

ISSN 0165-8336

EUROPA IS VOOR DERDE WERELD AL JARENLANG EEN "FORTRESS". Interview met Kamerlid mevrouw E. L. Herfkens (PvdA) door Alex Krijger, redacteur van Jason Magazine. PAG: 10 EUROPA, OVEREENKOMST VAN LOMÉ EN DE SCHULDENLAST VAN AFRIKA. Mr. F. J. H. C. Smit, onderzoeker internationaal recht aan de Vrije Universiteit te Amsterdam, analyseert het belang van de Lomé-akkoorden. PAG: 13 ONDERHANDELEN OVER SCHULDEN VEREIST VEEL FINANCIEEL EN POLITIEK INZICHT. Interview met minister van staat jhr. mr. E. van Lennep, voormalig secretaris-generaal van de OESO, over Boskalis en Argentinië. Door Jaap Reerink, redacteur van Jason Magazine. PAG: 15 NEDERLANDSE BANKEN ZITTEN NIET VAST IN SCHULDENMOERAS. Interview met dr. Th. Beels, Directeur-Generaal Beleggingen en Effectenresearch en met Drs. W. Th. Veger, Afdelingsdirecteur Kas Sectie Buitenland Kredieten, beiden van de ABN, door Jason-redacteuren Onno Maliepaard en Jaap Reerink. PAG: 17 MEXICO MAAKT ERNST MET AANPAK VAN DE SCHULDEN. Interview mr. Jesus Silva-Herzog, minister van financiën van Mexico van 1982 tot 1986, door Jason Magazine-redacteur F. Kleibrink. PAG: 19


1

Geen winnaars

Rectificatie In hel art ikel va n de heer A.G. Went over Alba nië in het voorgaa nde nummer va n JM is op pagi na 23, rechterkolom. door een onzorgv uldigheid va n de redac tie een fout geslope n. Waa r gesproken wordt van "het Al banese Bar" had natuurlijk "het Joegoslavische Bar" moeten staan. Hel boekje

va n Ordeman deed dus bij de Joegoslavische douane de stoppen doorslaan , en niet

bij de Al banese. De evangeli ste werd dus als spionne voor Alban ië beschou wd. Als aa nvulling op zijn artikel laat de heer Went verde r weten, dat de grootste grief van de Albanezen ten aanzie n van Moskou is ve roorzaak t door de ontlu istering van Stalin. ingezet doo r Chroetsjov. Dat maakte de breuk definiti ef.

Menig topman in de internationale financiële wereld lopen nu nog de rillingen over het lijf, als hij terugdenkt aan augustus 1982, toen de Mexicaanse regering verklaarde dat zij niet langer in staat was om aan haar betalingsverplichtingen te voldoen. Plotsklaps werd men geconfronteerd met de zeer directe bedreiging die de schuldenlast van de Derde Wereld voor het internationale financiële systeem was gaan betekenen. In de jaren '70 begonnen de geïndustrialiseerde landen met het op grote schaal verstrekken van kredieten aan de ontwikkelings-Ianden in vooral Latijns-Amerika en Afrika beneden de Sahara. Zij baseerden zich daarbij op de gunstige verwachtingen voor de economische ontwikkeling van deze landen. De wereld recessie die aan het eind van het decennium inzette logenstrafte dit optimisme. De ontwikkelingslanden kregen te maken met verminderde mogelijkheden voor hun export naar het rijke Westen en met een stijgende rentevoet die de kredieten, zo overvloedig aan hen verstrekt, steeds duurder maakte. Hun schulden liepen hierdoor zeer hoog op. Met de kredieten hadden zij het paard van Troje in huis gehaald. De armen in de ontwikkelingslanden zijn de echte slachtoffers van de schuldencrisis. Aanpassingsmaatregelen die meestal als uitvloeisel van een beroep op IMF-kredieten worden genomen, hebben vaak zeer nadelige gevolgen voor de sociale omstandigheden in de desbetreffende landen. De lonen worden laag gehouden, terwijl de prijzen stijgen. Winnaars zijn er onder de belanghebbenden in de schuldenproblematiek niet aan te wijzen. De regeringen en de particuliere banken in de geïndustrialiseerde landen maken zich zorgen over de terugbetaling van de schulden. Toch zijn deze landen de eerst aangewezenen om de schuldencrisis, maar ook de daaruit voortvloeiende sociale problemen in de ontwikkelingslanden, te helpen bestrijden. Zij beschikken immers over veel verdergaande economische mogelijkheden dan de ontwikkelingslanden, terwijl zij ook de politieke besluitvorming in het IMF en de Wereldbank beheersen. In deze Jason Magazine treft u ook een nieuwe rubriek aan, genaamd "Jason ter Plekke". Deze rubriek is bedoeld voor korte impressies van conferenties en andere bijeenkomsten die zich met internationale problemen bezighouden. M. P. J. DE LEEUW


2

Schuldenproblematiek is slechts stukje voor stukje op te lossen In een toespraak aan de vrije universiteit te Amsterdam verleden jaar maart zette minister van ontwikkelingssamenwerking drs. P. Bukman de schuldenproblematiek op een bijzonder heldere wijze uiteen. Het navolgende artikel is een ingekorte en "up to date" gebrachte versie van die toespraak. Het schuldenprobleem is voor menig econoom een boeiend vraagstuk, omdat het als een octopus zijn tentakels naar welhaast elke geleding van de binnenlandse en buitenlandse economie uitstrekt. Het schuldenprobleem is ook een gecompliceerd vraagstuk, waarvoor geen simpele oplossingen aanwezig zijn. Het kan alleen bij stukjes en beetjes worden opgelost. Daar is veel inventiviteit en creativiteit voor nodig en die is gelukkig volop aanwezig. Een bekend misverstand is dat men uitgaat van één groot schuldenprobleem. Door steeds te spreken over de totale schuld , thans zo'n 1.200 miljard gulden voor alle ontwikkelingslanden tezamen, wordt het vraagstuk onhanteerbaar en daarmee onoplosbaar. In het verleden is al eens bepleit het schuldenvraagstuk in hapklare brokken te verdelen en voor elke brok de beste oplossing te zoeken. Dat gebeurt nu ook, zoals in de zogenaamde menu-benadering, welke onder andere wordt toegepast in de voorstellen van de Amerikaanse oud-minister van financiën Baker, en onlangs in aangepaste vorm in het plan Brady. TYPE SCHULDENLAND Zo wordt er tegenwoordig terecht onderscheid gemaakt naar het type schuldenland. Meer dan de helft van de totale buitenlandse schuld van de ontwikkelingslanden rust op ontwikkelingslanden die geen problemen hebben met het nakomen van hun schuldverplichtingen. Landen met echte schuldproblemen, dat wil zeggen rente- en aflossingsproblemen, moeten vooral worden gezocht in Latijns-Amerika en in Afrika ten zuiden van de Sahara.

Minister Bukman: "De milieuprobJematiek staal niet op de agenda, maar het is meer dan een modeverschijnsel. De meerderheid van de sprekers zal naar alle waarschijnlljkh eid toch aandacht schenken aan dit probleem ".

Vervolgens wordt onderscheid gemaakt naar het type schuld. De landen in Latijns-Amerika hebben vooral geleend bij commerciële instellingen, zoals banken, tegen commerciële rentetarieven. De schuldenlanden in Afrika staan daarentegen hoofdzakelijk in het krijt bij overheidsinstellingen en multilaterale financiële instellingen. De samenstelling van het schuldenpakket en van de schuldverplichtingen verschilt voorts van land tot land. Tenslotte verschilt van land tot land de schuldenlast in verhouding tot het opbrengend vermogen van dat land op langere termijn (vgL Bra-

zilië versus Tsjaad). De diversiteit van het vraagstuk is kennelijk zeer groot. Er is weliswaar een wijd verbreid schuldenprobleem, maar er zijn geen algemene oplossingen voor dit probleem voorhanden. Deze oplossingen zullen van land tot land, van type schuld tot type schuld variëren. SYMPTOOM Het schuldenprobleem is een symptoom van het feit dat er in de economische ontwikkeling van het schuldenland iets fundamenteel mis is. Een belangrijk onderdeel voor de oplossing van het schuldenvraagstuk is


3

AN(O NIiORIA da n ook het zogenaamde economische aanpassingsprogramma van het land in kwestie. Daarin is aangegeven langs welke wegen het schuldenland zijn economie struktureel wil hervormen om op den duur weer kredietwaardig te worden. Voor de fi nanciering van deze aanpassingsprogramma's hebben de schuldenlanden nieuwe leningen nodig, om bijvoorbeeld hun exportindustrie te versterken. Voor de oplossing van het schuldenvraagstuk is ook de internationale economische en financil!le ontwikkeling van groot belang. Schuldenlanden moeten in staat zijn nieuwe exportmarkten voor hun grondstoffe n en produkten te openen, nieuwe leningen tegen lagere rente aan te gaan, goedkoper kunnen importeren, enz. Groeien deze exportmarkten te traag, zoals thans het geval is, dan word t het voor de schuldenlanden wel heel erg moeilijk om "uit hun schulden" te groeien. De vier elementen - de situatie per land, de economische aanpassingspolitiek, het noodzak elijk fi nancieringsarrangement en het internationale klimaat - zijn de belangrijkste ingrediënten van de verschillende strategieën die tot nu toe zijn ontwikkeld voor de oplossing van het schuldenvraagstuk. In een aantal gevallen blijken deze ingrediënten nog niet het beoogde effect te hebben. Ook is onvoldoende aandacht besteed aan ongunstige bij-effecten, waardoor bijstellingen noodzak elijk zijn gebleken. ONTSTAAN Over het ontstaan van de schuldencrisis, met name van de landen in Latijns-Amerika, is al veel gezegd en geschreven. De schuldencrisis in Afrika en de oorzaken daarvan hebben veel minder aandacht gekregen. Deze geringere aandacht is deels te verklaren uit het feit dat de Afrikaanse schuldencrisis in tegenstelling tot de Zuidamerikaanse crisis niet als een bedreiging werd gezien voor het internationale financiële stelsel; zij zijn nominaal ook van een andere orde van grootte. Bovend ien schreeuwen commerciële instelling eerder moord en brand dan regeringen. De Zuidamerikaanse schuldencrisis vond voor een belangrijk deel zijn

,••

Verschillende gevolgen van de schuJdenprobJematiek op één foto bijeengebracht. Een Indiaanse verkoopster die voor de geslolen deuren van een bank haar produkten probeert te slijten, zodat zij weer een beetje geld heeft om van te kunnen leven.

oorsprong in de tweede helft van de jaren '70, toen er na de oliecrisis van 1974 een vloed van oliedollars beschi kbaar kwam. Deze oliedollars werden door de internationale banken via de eurodollarmarkt doorgesluisd naar onder andere de Zuidamerikaanse landen. In plaats van de economieën aan te passen aan de duurdere olie, werd de olieconsumptie met goedkope kredieten gefinancierd. In de jaren '70 nam de kredietexpansiejaarlijks toe met meer dan 25 procent. Nadat de inflatie in de OESOlanden in 1974 zijn hoogste punt bereikte, 13,5 procent, kreeg de inflaliebestrijding in hel beleid meer de overhand. Daardoor ging onder meer de rel!le rentevoet stijgen en vertraagde de economische groei. Veel Zuidamerikaanse landen speelden niet tijdig genoeg in op deze wijzigingen. Zij bleven op de oude

voet doorgaan duu rder wordende leningen af te sluiten. Daardoor was het haast onvermijdelijk dat zij op den duur in moeilijkheden moesten komen met het blijven voldoen van hun schuldverplichtingen. MEXICO'82 In 1982 zag Mexico zich genoodzaakt te bekennen dat het land niet langer in staat was om zijn schuldverplichtingen volledig na te komen. Het verzocht zijn crediteuren om onderhandelingen te openen ter herstrukturering van de buitenlandse schuld en ter her financiering van de schuldendienst. Voorts werd een beroep gedaan op het IMF voor een bijstandslening. Andere Zuidamerikaanse landen volgden het Mexicaanse voorbeeld . Daardoor werd de echte schuldencrisis openbaar. De schuldencrisis in de landen va n Sub-Sahara Afr ika is veel geleide lij-


4

ker ontstaan. De oorzaken van het Afrikaanse schulden vraagstuk liggen vooral in het strukturele vlak. De Afrikaanse landen waren in de jaren '70 voor hun ontwikkeling zeer afhan kelijk van importen, van bijvoorbeeld olie, reserve-onderdelen en voedsel. Hun economieën waren import-georiënteerd. Bovendien werden in de jaren '70 omvangrijke investeringsprogramma's opgezet die met buitenlandse ontwikkelingshulp werden gefinancierd en die later onvoldoende rendement bleken op te brengen. Deze onwikkelingen leidden ertoe dat de Afrikaanse landen steeds meer afhankelijk werden van buiten landse hulpverlening. In de jaren '70 werd deze afhankelijkheid twee en een half keer zo groot. Sinds 1980 hebben de Afrikaanse landen hun belangrijkste inkomstenbron , de export van grondstoffen, drastisch zien indrogen door de daling van grondstoffenprijzen. Daardoor daalden hun exportopbrengsten. Tenslotte trof de ene rampspoed na de andere het Afrikaanse continent, zoals droogte, voedseltekorten, verwoestijning, nog afgezien van de snelle bevolkingsgroei. SPIRAAL Uit dit beeld komt duidelijk naar voren dat de Afrikaanse landen geleidelijk aan in een neerwaatse spiraal zijn terechtgekomen. De stijgende schuldenlast is daarvan een uiting. Deze schuldenlast is vooral zo ernstig, omdat een stijgend aandeel van de schaarser wordende deviezen aangewend moest worden voor de schuldendienst. Een steeds groter aantal Afrikaanse landen was door deze ontwikkeling gedwongen om zijn toevlucht te nemen tot de Club van Parijs voor een officiële schuldenregeling. Deze Club is een informele bijeenkomst van vertegen woordigers van overheden-crediteuren met vertegenwoordigers van het schuldenland. In de Club wordt onderhandeld over herstrukturering van schulden aan overheidsinstanties. Het toenemend beroep op een schuldenregeling via de Club van Parijs kan het beste worden geïllustreerd aan de hand van de volgende cijfers: in 1973 kregen drie Afrikaanse landen een dergelijke regeling, in 1980

drie en in de periode 1982-1984 gemiddeld negen à toen Afrikaanse landen per jaar. In 1987 deden elf Afrikaanse landen een beroep op een regeling via de Club.

keling maakt duidelijk dat bij de oplossing van het schuldenvraagstuk de economische aanpassing in de schuldenlanden zelf zo'n centrale plaats inneemt.

WAAROM VAN SCHULDEN Zoals gezegd rust meer dan de helft van de totale buitenlandse schuld van ontwikkelingslanden op landen die weinig problemen hebben met het nakomen van hun schuldverplichtingen. Deze voornamelijk Aziatische ontwikkelingslanden hebben geen echte problemen, omdat zij hun economisch beleid hebben aangepast aan de gewijzigde internationale economische ontwikkelingen. Zij zijn daarin veelal succesvol geweest, getuige de grote overschotten op de handelsbalans en getuige het snelle industrialisatie-proces. Hun beleid was gericht op het stimuleren van de export van met name industrieprodukten. De snel stijgende exportopbrengsten stelden hen in staat hun schuldverplichtingen te blijven nakomen. In de landen van Zuid-Amerika stond het beleid meer in het teken van de importsubstitutie. Ter bescherming van de eigen industrie tegen concurrentie van buitenaf werden de importen zwaar belast. Dit tastte het concurrentievermogen van de Zuid-Amerikaanse exportindustrieën aan. Door de omvangrijke overheidstekorten in deze landen liep de rente op, en werd het aantrekkelijker om in het buitenland te lenen. Voorts verslechterde de ruilvoet in de jaren '79-'80, waardoor de Zuid-Amerikaanse munten sterk overgewaardeerd raakten. Deze ontwikkelingen leidden uiteindelijk de schuldcrisis in. In de Afrikaanse landen was na de onafhankelijkheid industrialisatie de belangrijkste doelstelling. Aanvankelijk verliep dit proces zeer succesvol, maar het begon in de jaren '70 mankementen te vertonen. Dit werd veroorzaakt door overgewaardeerde munten, importrestrikties, prijscontroles en nationalisaties in sommige landen. Veel staatsbedrijven bleken inefficiënte "witte olifanten" te zijn. De wereldwijde economische recessie als gevolg van de olieprijsverhoging in 1979 leidde uiteindelijk de schuldencrisis van Afrika in. Dit verschil is economische ontwik-

DE AANPAK Wanneer een land in betalingsbalansproblemen komt, verzoekt het om een bijstandslening van het IMF. Deze leningen hebben een korte looptijd. Het Fonds verstrekt deze leningen op voorwaarde dat het land aangeeft op welke wijze het betaIingsbalanstekort wordt teruggebracht. Toen in 1982 de schuldencrisis in Zuid-Amerika uitbrak, zijn de Zuidamerikaanse landen deze gebruikelijke gang naar het IMF gegaan. Zij stelden samen met het Fonds aanpassingsprogramma's op, waarin devaluatie van de munt, terugdringen van de importen, bevorderen van de exporten , verminderen van het overheidstekort en een financiële regeling met de schuldeisters centraal stonden. Zij onderhandelden met hun officiële crediteuren in het kader van de Club van Parijs, en met de commerciële crediteuren, in casu de banken, over herfinanciering van schulden. Door deze aanpak werd een grote internationale financiële crisis afgewend en kreeg het IMF een centrale rol in de aanpak van het schuldenprobleem toebedeeld. Hoewel deze aanpak in beperkte mate tot de beoogde betalingsbalansverbetering leidde, werd allengs duidelijk, dat een meer fundamentele benadering van het vraagstuk dringend geboden was. In 1985 zette de Amerikaanse minister Baker voor de jaarvergadering van IMF en Wereldbank zijn denkbeelden over zo'n fundamentele schuldenstrategie uiteen. De belangrijkste elementen van deze strategie waren voortzetting van het economisch aanpassingsproces door de schuldenlanden, meer aanpassingsfinanciering door de multilaterale financiële instellingen (IMF, WE, IADE), netto kredietverlening door de commerciële banken, alsmede een gunstig internationaal economisch klimaat. De Baker-strategie beoogde feitelijk dat de schuldenlanden in hun te ruime schuldenjas zouden moeten groeien. Hoewel deze strategie door alle be-


5

trokken partijen werd onderschreven, bleek al ras dat de banken niet bereid waren nieuwe leningen te verstrekken. Zij waren hooguit bereid oude leningen tegen meer soepele voorwaarden te verlengen. Zelfs gingen de kleinere banken ertoe over hun leningen tegen een lagere prijs te verkopen op de zogenaamde tweehandsmarkt in schuldtitels. In de schuldenlanden zelf groeide de weerstand tegen het straffe aanpassingsproces. Deze ontwikkelingen maak ten het noodzakelijk de Bakerstrategie op onderdelen aan te passen en aan te vullen. Inmiddels heet de nieuwe minister van financiën , Bra-

dey, in zijn eigen plan grotere armslag aan de schuldenlanden geboden. Door gedeeltelijke kwijtschelding van hoofdschulden te garanderen kan een klimaat van wederzijdse vertrouwen tussen de schuldenlanden en commerciële banken herwonnen worden.

WERELDBANK Terwijl bij de aanpak van de Zuidamerikaanse schuldenproblematiek het IMF een centrale rol speelt, heeft de Afrikaanse schuldenproblematiek de Wereldbank vanaf het begin van vooraanstaande funktie bekleed. Gezien het strukturele kara kter van de Afrikaanse problematiek is deze rol van de Bank ook begrijpelijk. De Afrikaanse noodkreten na twee jaar droogte en voedseltekorten in 1982-1 984 noopten de donorlanden tot snelle aktie om een ramp in Afrika te voorkomen. De Wereldbank stelde in september 1984 een gezamenlijk aktieprogramma voor SubSahara Afrika voor. In dit programma werden alle betrokkenen - Afrikaanse regeringen, donorlanden en internationale organisaties opgeroepen gezamenlijk aktie te ondernemen. Op schuldengebied stelde de Bank meerjarige schuldenregelingen voor, alsmede meer concessioneIe snel besteedbare hulp. De Wereldbank zelf stelde een speciale leningsfaciliteit in voor Sub-Sahara Afrika en gaf bij leningen van de Internationale Ontwikkelings Associatie (IDA) voorrang aan de Afrikaanse landen. Het IMF kreeg toestemming om een strukturele aanpassingsfaciliteit op te zetten ten behoeve van de lage inkomstenlanden. In 1986 vond een unieke gebeurtenis

Hel sch uJdenvraagslUk is een ernstig probleem en heeft ingrijpende sociale gevolgen.

plaats. In dat jaar werd een bijzondere zitting van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties (A VVN) geheel gewijd aan de problemen van Sub-Sahara Afrika. Tijdens deze bijeenkomst werd een gezamenlijk aktieprogramma aanvaard . De Afrikaanse landen verplichtten zich tot economische hervormingen; de donorgemeenschap committeerde zich tot het verstrekken van voldoende financiële middelen om de Afrikaanse hervorming te ondersteunen. Ondanks deze comm itteringen trad er nauwelijks een wezenlijke verbetering op in de schuldensituatie van Sub-Sahara Afrika. De Wereldbank berekende vorig jaar dat voor economisch herstel en voor vermindering van de schuldendienst tot een aanvaardbaar niveau (25 procent van de exportopbrengsten) de Afrikaanse schuldenlanden de komende jaren zo'n f 7 mld. per jaar een externe hulp nodig zullen hebben. Een belangrijk gedeelte hiervan wordt inmiddels gefinancierd via de reeds bestaande hulpverleningsprogramma's. Voor het resterende bedrag zijn nieuwe regelingen in de maak. BRON VAN ZORG Het schuldenvraagstuk is een ernstig probleem. Zoals door de Staatshoofden en Regeringsleiders van de zeven grote industrielanden is opgemerkt, "zijn de problemen van de schuldenlanden een bron van economische en politieke zorg en kunnen zij een bedreiging zijn voor de politieke stabiliteit in deze ontwikkelingslanden". In veel ontwikkelingslanden met

schuldenproblemen, zoals de landen in Zuid- en Midden-Amerika en de Filippijnen, is na jarenlange dictatuur het democratiseringsproces op gang gekomen. De bevolking in deze landen verwacht veel van bun nieuw verworven democratie. Het gevaar bestaat dat gebrekkige voortgang bij het oplossen van het schuldenvraagstuk dit democratiseringsproces kan schaden. Grote schuldenlanden zoals Mexico en Brazilië zijn in staat om verdere vooruitgang bij de oplossing van hun vraagstukken af te dwingen. De kleine schuldenlanden in Midden-Amerika en Afrika zijn daartoe veel minder in staat. Daardoor staan democratiseringsprocessen in deze landen aan grotere gevaren bloot. Om die reden moet het democratiseringsproces in deze landen met extra financiële hul p ondersteund worden. De landen in Sub-Saha ra Afrika maken een ernstige crisis door. Het inkomen per hoofd van de bevolking, dat gemidde ld al mi nder dan 800 gulden per jaar bedroeg, daalde met 25 proce nt. Gelukkig lijkt aan de economische neergang in Afr ika een einde te komen. Mede dankzij stringente aanpassingsprogramma's en de intensieve steun van de donorlanden lijkt er weer zicht te bestaan op enige economische groei, waarbij de sterke bevolk ingsgroei een probleem blijft. Het is thans zaak dit tere kasplantje te koesteren. De weg naar echt economisch herstel zal lang zijn. Extra maatregelen zullen nodig blijven, ook op schuldengebied . De nieuwe wegen die de Were ldbank wil inslaan bij de aanpak van de Afrikaanse problematiek, verdienen alle steun.


6

Brady-plan eerste stap op weg naar oplossing Op de gezamenlijke voorjaarsvergadering van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de Wereldbank in april is een principe-akkoord bereikt over schuldvermindering voor de (Latijnsamerikaanse ) landen die hun rente- en aflossingsverplichtingen niet kunnen nakomen. Terwijl de details nog uitgew erkt worden, komt nu al van alle k anten kritiek.

Dit artikel is geschreven door Hans van der Lee, redacteur van Jason Magazin e.

De kern van het Brady-plan - zo genoemd naar de nieuwe minister van financiën van de Verenigde Staten, Nicolas Brady - is vermindering van de uitstaande bankschulden van de grootste schuldenlanden. Dit op basis van vrijwilligheid. De schuldvermindering kan op allerlei manieren plaatsvinden: omzetting van schulden in obligaties of in investeringskapitaal, opkoop van schulden tegen grote korting, en verlaging van de rente op schulden. Tegelijkertijd zouden de commerciële banken nieuwe leningen moeten verstrekken. De bijdrage van IMF en Wereldbank zou dan bestaan uit het ter beschikking stellen van geld voor het opkopen van schulden, of het zich "garant stellen" voor de obligaties of voor de nieuwe leningen. Volgens het plan zullen beide instanties gedurende drie jaar minimaal $ 24 miljard per jaar beschikbaar stellen. Het plan blijft verder hameren op de absolute noodzaak van economische hervormingen in de schuldenlanden. De schuldenplannen moeten uiteindelijk leiden tot het herstel van de kredietwaardigheid van de Latijnsamerikaanse landen, waardoor deze weer in staat zijn gewoon op de kapitaalmarkt te lenen. Naast schuldvermindering, nieuwe leningen en economische hervormingen, zal echter ook het probleem van de kapitaalvlucht uit deze landen aangepakt moeten worden. Zonder dit verschijnsel zouden de schuldenproblemen van sommige landen kleiner zijn of zelfs niet bestaan hebben.

dietwaardigheid van de desbetreffende landen in luttele jaren hersteld

ECHO'S UIT VERLEDEN Voor wat betreft de eis van economi· sche hervormingen als voorwaarde

zou worden.

De vroegere Amerikaanse minister van fin anciën, James Baker,

voor deelname aan het Brady-plan kan gesteld worden, dat deze ook al in het Baker-plan te zien was. Op de IMF IWereldbankvergadering van 1985 presenteerde de toenmalige minister van financiën van de Verenigde Staten, James Baker lIl, een voorstel dat neerkwam op een internationale reddingspoging door de Wereldbank en particuliere banken van de zeventien middeninkomenslanden met zeer grote schulden. Het plan was gebaseerd op het idee dat de draagkracht van de ontwikkelingslanden aan de schuld aangepast kon worden, door het versnellen van de economische groei van die landen. Grondige sanering van de economie van de shculdenlanden en een kapitaalinjectie van $ 30 miljard zouden er in combinatie met een herstructurering van de rente- en aflossingsverplichtingen toe leiden, dat de kre-

Zoals overeengekomen legde de Wereldbank haar aandeel van $ 9 miljard op tafel, maar de commerciële banken weigerden over de brug te komen met het resterende bedrag van $ 21 miljard. De belangrijkste reden hiervoor was dat men twijfelde aan het realisme van het plan: Was $ 30 miljard voldoende om de beoogde groei van de economie en daarmee het herstel van de kredietwaardigheid te verwezenlijken? Bovendien bestond er bij de banken grote aarzeling om nog meer aan de probleem landen te lenen. Deze aarzeling werd verder versterkt door de relatief lage groei van de wereldeconomie en de dalende grondstoffenprijzen, waardoor die landen in moeilijkheden raakten. Het Bakerplan kan achteraf als een mislukking beschouwd worden, het raamwerk dat destijds werd uitgewerkt gaat echter straks ook op voor het nieuwe Brady-plan. RAAMWERK Met name aan de economische hervormingen die als voorwaarde gelden voor deelname aan het Bradyplan worden nog steeds dezelfde eisen gesteld: - Stimulering van de economische groei. - Aanpassing van de betalingsbalans. - Verlaging van de inflatie. De schuldenlanden moeten meer gaan vertrouwen op de marktsector van de economie voor vergroting van de werkgelegenheid, de produktie en de efficiency. Verder moet door


7

van de NMB, met een waarde in 1988 van $ 40 tot $ 50 miljard. Als het Brady-plan zo uitgevoerd wordt zoals het er nu uitziet, zal de tweedehands schuldenmarkt kleiner worden: nieuwe leningen zouden dan hun waarde moeten behouden, of liever nog vervangen moeten worden door directe investeringen in de schuldenlanden.

De huidige Amerikaanse minister van financiën, NichoJas Brady.

middel van belastinghervorming, aanpassing van de arbeidsmarkt en de ontwikkeling van fin anciële markten investeren aantrekkelijker gemaakt worden dan sparen. Tenslotte moeten er maatregelen genomen worden om buitenlandse investeringen aan te moedigen en de handel te liberaliseren. In het oude plan zou de ontwikkeling van dit marktgericht, groeigericht economisch beleid "beloond" worden met een verhoging van de leningen van de Wereldbank. Ook de commerciële banken zouden als steun voor de economische aanpassingsprogramma's van de schuldenlanden hun leningen verhogen. Waar het vorige plan uitging van het aanpassen van de draagkracht van de schuldenlanden aan de grootte van hun schulden door het stimuleren van de economische groei, gaat het nieuwe Brady-plan uit van het omgekeerde principe: Het aanpassen van de schulden aan de draagkracht van de schuldenlanden, door het afschrijven op de hoofdsom, of het verlagen van de rente op de hoofdsom. Om het maken van afzonderlijke afspraken tussen schuldenlanden en banken te voorkomen, staan er in de huidige schuldencontracten twee bepalingen: -"Sharing", wat wil zeggen datde huidige rente die uiteindelijk wél uitbetaald wordt naar evenredigheid over de verschillende banken moet worden verdeeld.

-"Negative pledge", wat wil zeggen dat landen nieuw uit te geven schuldpapier niet mogen garanderen.

Voor de verwezenlijking van het Brady-plan is het noodzakelijk dat de commerciële banken deze bepalingen uit hun schuldencontracten schrappen, omdat hier juist afzonderlijke regelingen getroffen moeten worden. SCHULDENMARKT Inmiddels is de waarde van de leningen die op de zogenaamde "tweedehands schuldenmarkt" verhandeld worden al gestegen, door het geloof dat het IMF en de Wereldbank zich garant zullen stellen voor nieuwe leningen aan de schuldenlanden. In het uiterste geval zou dit ertoe kunnen leiden dat het risico van de commerciële banken voor rekening komt van die beide instellingen, en daarmee uiteindelijk ook voor rekening komt van de belastingbetaler in de rijke landen. Amerikaanse banken, die verreweg de meeste leningen uit hebben staan, zijn blij met de verkapte vorm van garanties. De Europese landen hebben, onder leiding van minister van financiën Ruding - tevens voorzitter van het beleidsbepalende Interim Comité van het IMF - overwegende bezwaren tegen deze afwenteling van het risico van de banken. Twintig procent van die handel in buitenlandse schulden is in handen

REGENWOUD De huidige handel in schulden vindt onder andere plaats door middel van zogenaamde "debt fo r development swaps": Schulden worden met een aanzienlijke korting (60 tot 90 procent is normaal) opgekocht door de banken, om ze vervolgens weer door te verkopen aan de centrale bank van het land in kwestie. Dit onder de voorwaarde dat de oorspronkelijke (dus 100 procent) tegenwaarde in lokale valuta wordt gebruikt voor de financiering van ontwikkelingsprojecten, bijvoorbeeld ter bescherming van de tropische regenwouden in Latijns-Amerika. Het systeem heeft zijn nut in commerciële vorm al bewezen. Banken die de schulden opkopen aanvaarde n weliswaar een groot verlies, maar daar staat tegenover dat ze niet meer in onderhandeling hoeven te treden met wan beta lende ontwikkelingslanden. De landen zelf zien hun schulden afnemen en krijgen er investeringen voor terug. De investeerders die de schulden opkopen en vervolgens bij de centrale banken inwisselen, krijgen hierdoor een aantrekkelijke investeringspremie. Hetzelfde geldt voor de banken, die bemiddelen en coördineren. Op deze manier is de afgelopen jaren ongeveer $ 26 miljard van de buitenlandse schulden verdwenen. KAPITAALVLUCHT Een groot probleem bij de oplossing van de schuldenproblematiek is de vlucht van kapitaal uit de schuldenlanden. Vluchtkapitaal is in essentie geld van de Latijnsamerikaanse elite, dat verdwijnt naar banken, investeringen, of beleggingen in onroerend goed in de rijke landen. Tot nu toe is het laten wegstromen van geld uit Latijns-Amerika niet strafbaar. Maar de betekenis van kapitaalvlucht voor het ontstaan van het schuldenprobleem is zeker niet


8

gering geweest: zonder kapitaalvlucht zou de totale schuld van Argentinië, Brazilië, Mexico en Venezuela in 1985 een derde van het toenmalige totaal hebben bedragen. Voor Argentinië en Venezuela zou er zelfs geen schuldenprobleem hebben bestaa n. Een andere vraag is of en hoe vluchtkapitaa l kan bijdragen aa n de oplossing van het nu bestaande schuldenvraagstuk. Bij verrekening van het vluchtkapitaal met de buitenlandse schuld , wordt het probleem aanzienlijk vereenvoudigd : Voor Argentinië en Mexico word t het hanteerbaar, voo r Venezuela wordt het opgelost' (*)

Mexico is het land dat als eerste in aa nmerking komt voor het Bradyplan, en hoewel de onderhandelingen tussen de regering en de banken nog moeten beginnen, is het nu al duidelijk dat Mexico a ls "testcase" zal gaan fungeren. Hier zal voor het eerst de gelegenheid bestaan om te bekijken hoe de be langen van de diverse spelers met elkaar in overeenstemming gebracht kunnen worden. Het schuldenland wil af van het beslag dat de buitenlandse schuld op de economie legt, de banken willen de schulden uit de boeken verwijderen zonder er honderd procent verlies op te lijden. IMF en Wereldbank willen een bijdrage leveren zonder dat het etiket "garant stellen " gebruikt wo rd t. De belangrijkste factor in het geheel is echter de Amerikaa nse politieke angst voor chaos, gewe ld en zelfs revolutie, in een gebied dat nog steeds als "achtertuin" van de Verenigde Staten gezien wordt. Daarom is het Brad y-plan ontwikkeld. De Verenigde Staten hebben echter zelf niet voldoende financiële armslag, waardoor andere landen en de fin anciële instellingen in de verwezenlijking van het plan de leiding moeten nemen. De uiteindelijke financiële behoefte van Mexico is voornamelijk afhankelijk van de olie-inkomsten van het land. Naar alle waarschijnlijkheid zal deze behoefte voor 1990 om en nabij de $ 6 miljard bedragen. KRITIEK Na afloop van de IMF I Wereldbankvergadering van april jongstleden heerste er een ware euforie. Niet alleen bij de Latijnsamerikaanse rege-

ri ngen, maar ook bij de particuliere banken. Dit laatste dan vooral als gevolg van het geloof in de "garanties" van beide instellingen . Garanties die in Europa op grote bezwaren stuiten . De Verenigde Staten houden echter vol dat er van formele garanties voor het risico van de banken geen sprak e is.

Maa r er is nog andere kritiek. Met name de eenzijdige gerichtheid van het Brad y-plan op het wanbetalende Latijns-Amerika, die past in de "backya rd policy" van de Verenigde Staten om politieke en sociale onrust in dat werelddeel koste wat het kost te vermijden, ontmoet wereldwijd weinig begrip. In feite worden de landen die trouw aan hun rente- en aflossingsverplichtingen voldaan hebben in het plan volledig buiten beschouwing gelaten . Voor een land als India - met een schuld van $ 41 miljard - waarvan de schulden ook al niet op de tweedehands markt verhandeld worden een moeilijk te slikken zaak. Bovendien bestaat er in Afrika en Azië in het algemeen de angst dat de normale programma's van IMF en Wereldbank onder druk komen te staan, omdat de omvang vna de financiering van het nieuwe schuldenplan misschien niet goed in de hand gehouden kan worden .

HOEVEEL GELD Tenslotte kan ook nu weer de vraag gesteld worden: Hoeveel geld is er nodig om de economische vooruitzichten van Latijns-Amerika noemenswaardig te verbeteren? De vergroting van de geldvoorraad van het IMF, dat a fhankelijk is van de "inleg" van de lidstaten en zelf geen geldscheppende instantie is, is doorgeschoven naar de najaarsvergadering van IMF en Wereldbank. Schattingen van het effect van het plan 10(Jen momenteel uiteen van $ 10 tot $ 15 miljard per jaar. Bronnen in de Verenigde Staten gaan echter uit van een vermindering van de schuld met $ 70 miljard over een periode van drie jaa r. Dit zou dan twintig procent van de totale schuld van Latijs-Amerika zijn, die ongeveer $ 350 miljard bedraagt. Over het effect van het plan is nu nog geen duidelijkheid te verkrijgen. Wat wel duidelijk is, is dat het Brad y-plan geen oplossing van het schulden vraagstuk is, maa r slechts een eerste stap op weg naa r een oplossing.

• Noot: Morgan Guara nty Trust Company: LOC Capi ta) Flight. In World Fma nciaJ Markets. Ne w

Vork. maa rt 1986.

Onder-minister van finan ciën Mulford. de man die gezien wordt als het brein achter het Br,'1dy-plall.


9

JASON

TER

PLEKKE

Schuldenproblematiek: alles draait om geld! Van 20 tot en met 22 maartjl. vond in het RAl Congrescentrum te Amsterdam de dertigste jaarvergadering van de InterAmerican Development Bank (lDB) plaats. Op de agenda van deze conferentie stonden een voorstel tot kapitaalvergroting van de IDB, alsmede het recent geïntroduceerde Brady-plan. Jason Magazine-redacteuren Frank Kleibrink en Hans van der Lee maakten voor u een korte impressie. Het voorspel van de conferentie was al op donderdag van start gegaan met een bijeenkomst van de Raad van Bestuur van de !DB. Zaterdagavond verzorgde de ABN in het Concertgebouw voor de deelnemers aan de jaarvergadering een concert van het Residentie-orkest. Voor het gebouw uitte een groep demonstranten door middel van gezang en spandoeken haar zorg over de afbraak van het tropisch regenwoud. Na afloop van het concert vond een van de vele recepties plaats. [n deze informele sfeer benaderden wij de heren Iglesias, president-directeur van de lOB, en minister Bukman. leider van de Nederlandse delegatie. Over de rol van Nederland in de lOB wilde minister Bukman het volgende kwijt: die is bescheiden. Het aandeel van het totale kapitaal dat voor rekening van Nederland komt. is klein. Verder zei de minister dat door spanningen tussen de VS en de landen van Latijns-Amerika de invloed van de "non-regionals", zoals Nederland, soms groter kan worden. Ondanks de groter wordende aandacht voor de milieuproblematiek, stond dit punt niet op de agenda. In aanwezigheid van Hare Majesteit Koningin Beatrix, werd de vergadering op maandag officiëel geopend. Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Claus schonk in zijn openingstoespraak veel aandacht aan het milieu. De prins ageerde tegen het Europees economisch protectionisme, en in deze context plaatste hij vraagtekens bij "Europa 1992". Aan de andere kant zou een goed geïntegreerd Europa kunnen dienen als voorbeeld en

'..,., ~. Inter-Amerlcan ':,. . Development ~~,\'!t Iï) Bank ~~\.!, 'I@

~\',.li' ~

"

/'

stimulans voor economische integratie in Latijns-Amerika. Met name in deze regio zal de milieuvervuiling op langere termijn de economische groei, en welvaart en welzijn negatief beïnvloeden. De geïndustrialiseerde landen zijn volgens prins Claus het meest verantwoordelijk voor de internationale verslechtering van het milieu. Het milieuvraagstuk is grensoverschrijdend en dus is een internationale aanpak noodzakelijk. Verder bepleitte hij het gebruik van "debt for nature swaps". Hierbij worden schulden van ontwikkelingslanden met grote korting opgekocht door commerciële banken, om ze vervolgens terug te verkopen aan de centrale bank van het ontwikkelingsland. Dit gebeurt onder voorwaarde dat de tegenwaarde in lokale valuta wordt gebruikt voor de financiering van milieuprojecten, bijvoorbeeld ter bescherming van de regenwouden. Ten slotte benadrukte de prins dat de "nieuwe democratiën" van LatijnsAmerika de aandacht en steun van de rest van de wereld verdienen. Eerder op de dag werd minister van financiën Ruding - tevens voorzitter van het beleidsbepalend Interim Comité van het IMF - voor het volgende jaar gekozen tot Voorzitter van

de Raad van Bestuur van de lOB. De resultaten van de conferentie zijn als volgt samen te vatten: - Een vergroting van het kapitaal van de !DB met 26.5 mrd. US $, tot 60 mrd US$. - Een vierde deel van de leningen van de lOB wordt gekoppeld aan de economische aanpassingsprogramma's van de Wereldbank (zgn. sectorleningen). - Er wordt binnen de lOB een afdeling opgezet die de ecologische gevolgen van projecten gaat onderzoeken. - Verder werd er een voorstel ingediend om de stem verhouding te wijzigen ten gunste van Europa en J apan. De president van de [DB. Enrique V.

IgJesias.


10

Europa is voor Derde Wereld al jarenlang een "fortress" In 1992 vervallen de binnengrenzen van de EG. Buiten de EG bestaat veel vrees voor een zogenaamd "Fortress Europa". Wat gaat 1992 betekenen voor de relatie met de Derde Wereldl anden? Hoe denkt "Brussel" het schuldenvraagstuk te gaan aanpakken? Een deskundig parlementariër op dit terrein is mevrouw E. L. Herfkens van de PvdA. In een speech op de conferentie "Europa 1992 en de Derde Wereld" (4-11-1988) stelde zij: "De EG staat met de rug naar de wereld,geobsedeerd door de interne markt. De opbouw van "fortress Europe" voorspelt weinig goeds voor de ontwikkelingslanden".

Dit artikel is geschreven door Alex Krijger. redacleur van Jason Magazine.

Jason: Vanwaar uw affiniteit met de schuldenproblematiek?

den niet in staat worden gesteld handelsdeviezen te verdienen, om zo hun schulden af te lossen. Als het gaat om financieel-monetair beleid - de instrumenten die je op dat terrein hebt om de schuldenproblematiek op te lossen - heeft E uropa geen recht van spreken. Het is binnen de EG niet één geharmoniseerd terrein. Iedereen heeft een eigen buiten lands-financieel beleid. Elk land is lid van het IMF en Wereldbank. In die organisaties bestaat in feite geen Europese stem".

Herfkens: "Direct na mijn afstuderen ben ik gaan werken voor Buitenlandse Zaken. Daar was ik verantwoordelijk voor de financiële hulp aan Latijns-Amerika in de jaren zeventig. In dat kader was het al volstrekt duidelijk voor mensen die zich met dat soort zaken bezighielden, dat het de verkeerde kant op zou gaan. Sinds ik in 1981 kamerlid ben, besteed ik veel van mijn tijd aan de schuldenproblematiek".

Zou er dan een Europese coördinatie op buitenlands financieel-monetair terrein moeten zljn?

Hoe komt het dat de schuldenproblenlatiek nu zo'n "hoL-issue"isgewor-

den? Herfkens: "Het wordt steeds duidelijker dat het weinig zin heeft om over de ontwikkeling van de Derde Wereld te praten; over de wereldeconomie als zodanig en mogelijkheden van groei; over de liberalisering van de wereldhandel in kader van de Uruguay-ronde, als je dit probleem niet oplost". ROL VAN EUROPA

Als we kJjken naar de relatie EG en de Derde Wereld in het kader van de schuldenproblematiek: ex-OESO topman Jhr. Mr. E van Lennepstelde vorig jaar dat er geen bereidheid zou bestaan bij Europa om de politiek van bescherming van de eigen markt

PvdA·KamerJid mevrouw E. Herfkens.

te laten varen. Hij concludeerde derhalve dat er weinig hoop was voor een oplossing van het schuldenvraagstuk. Deelt u zijn mening? Herfkens: "Ik ben het volkomen met hem eens. De politieke agenda's zijn gericht op Europa 1992. In dat kader is de zelfvoorzieningsgraad van Europa, niet alleen voor landbouwprodukten maar ook op industrieel terrein, aan het groeien. Intussen is de ruimte op de Europese markt voor ontwikkelingslanden al een jaar of tien aan het krimpen. Nou, daar kun je uit afleiden dat ontwikkelingslan-

Herfkens: "Dat hangt af van de bereidheid van de verschillende Europese partners. Nederland is het meest conservatieve land ter wereld op dit terrein. Ruding is terughoudender dan Brady en diens voorganger Baker. Je kunt je dus afvragen watje ermee verdient om Europa met één stem te laten spreken, als binnen de EG enkele lidstaten vooruitgang belemmeren door hun opstelling". PROTECTIONISME

U stelt dat de ontwikkelingslanden hun aandeel op de Europese markt verliezen als gevolg van het toegenomen protectionisme. De EG handelt volgens u in strijd met de afspraken van de Uruguay-ronde, waar voor


11

Het aanpassingsbeleid van hel IMF raakt de armste bevolkingsgroepen dubbel zo hard.

protectionism e een "rollback " werd overeengek om en. Bestaat er in de ontwikkelingslanden een vrees voor h et "Fortress Europe"? Herfkens: "Die vrees ten aanzien van Europa leeft in sterkere mate dan ten aanzien van de VS. "Fortress Europe" was al een probleem voordat hier over 1992 werd gesproken. Op uw vraag wat de EG dan moet doen hebben wij de ged~chte uitgewerkt van een Brady-plus en een Toronto-plus. Toronto staat voor de G7-overeenstemming in Toronto over Sub-sahara en andere armste ontwikkelingslanden. Voor deze landen moet er een geheel eigen benadering zijn. V riend en vijand zijn het er over eens, dat zij nooit in staat zullen zijn hun schulden af te betalen. Deze landen moeten hun schulden worden kwijtgescholden". "Daarnaast is er het probleem van de commerciële schulden van met name de landen in Latijns-Amerika, maar ook de Filipijnen en een aantal boven de Sahara liggende Afrikaanse landen. Voor deze landen moet er een ander beleid zijn, omdat het hier puur commerciële bankschulden betreft. Minister Brady heeft voor de doorbraak gezorgd door te erkennen dat de verdere opeenstapeling van schulden door leningen uitzichtloos

is. Schuldenreductie werd daarmee bespreekbaar en voorstellen die al jaren werden bepleit werden ineens respectabel. Maar het Brady-plan is niet genoeg: het moet Brady-plus zijn". "Het feit dat crediteuren - regeringen van rijke landen - een actieve rol moeten spelen is het eerste punt van dat plus. Overheden van rijke landen kunnen het niet aan de banken overlaten, omdat je anders in een "free-rider" systeem terechtkomt. Dat wil zeggen dat als één bank tot afschrijving komt, de vorderingen van de andere banken meer waard worden. Op dit punt heb ik een diep meningsverschil met Ruding. Ten tweede moeten er veel meer publieke middelen beschikbaar worden gesteld. Een van de ideeën waar ik al jaren campagne voor voer is dat de Wereldbank een faciliteit instelt voor schuldenreductie, die als katalysator op de tweedehandsmarkt zou kunnen opereren. Tot dusver hebben iemand in ontwikkelingslanden of de ontwikkelingslanden zelf profijt getrokken van de kortingen die vrijkwamen als gevolg van het opkopen van de schulden op de tweedehandsmarkt". "Het gaat nu om het ontwikkelen van mechanieken, waardoor schul-

den landen zelf C.q. de mensen in die landen, het voordeel krijgen van het bestaan van die kortingen op de tweedehandsmarkt. Een van die ideeën daarvoor is dus zo'n schuldenfaciliteit bij de Wereldbank. Velen zijn voor zo'n instelling, Amerikaanse congresleden incluis. Ruding verzet zich echter ook op dit punt, omadt hij vindt dat multilaterale organisaties zich hier verre van moeten houden, omdat de markt het probleem moet oplossen". ROL VA N LOMÉ

Zijn de overeenk omsten van Lom é geen geschikt middel voor ontwikk eling van de Derde Wereld door de EG? Herfkens: "Deze akkoorden zijn volkomen irrelevant. Lomé -gaat voornamelijk over hulpverlening en ontwikkelingshulp is nog geen zeven procent van de deviezen-inkomsten van de ontwikkelingslanden. De overige 93 procent moeten zij uit de export kunnen verdienen. En zover e r in Lomé ooit mooie doelstellingen hebben gestaan, zijn deze niet bereikt. Er ligt bijvoorbeeld in vastgelegd dat de EG zich verplicht om de industrialisatie in de ACP-landen te


12

op de betalingsbalans worden gecreëerd en zo de schulden snel kunnen worden afbetaald. Zo'n honderd landen staan nu onder IMF -controle en deze moeten dus allemaal grondstoffen exporteren op korte-termijn. Daar is simpelweg geen markt voor' De markten die er traditioneel waren krimpen in door het toegenomen protectionisme en door de bio-technologische ontwikkeling in de rijke landen. De vijfde factor kan dus pas slagen, als op de andere vier voortgang wordt geboekt".

Minister Ruding, volgens mevrou w Herfkens nier achterlijk maa r "hoogst conservatief' :

bevorderen; er heeft de laatste acht à tien jaar juist deïndustrialisatie plaatsgevonden. Kortom, het is voor een deel lippendienst en voor de rest uitsluitend ontwikkelingshulp, en dat is een irrelevant instrument is als je het hebt over de handelsproblematiek en schuldenproblematiek". Het IMF ziet vijf factoren ter oplossing van h et schuldenprobleem. Ten eerste: herstel van de economisch e groei op het n oordelijk halfrond; ten t weede: de rente m oet internationaal omlaag; ten derde: h et herstellen van de grondstoffenpnjzen; ten vierde: da t het protectionisme van de rijke landen wordt gek eerd; ten vijfde: de aanpassing in de Derde Wereldlan den zelf Wat is er concreet m et deze vijfgebeurd?

Hedkens: "Op het eerste punt geheel niets; de rente is zelfs gestegen (2); de g rondstoffenprijzen zijn op het laagste nivo sinds de depressie van de jaren dertig (3); de GA TI heeft zelf in Montreal vastgesteld dat het protectionisme van de rijke landen is toegenomen, terwijl de Derde Wereldlanden braaf hun markten openden (4). Op het gebied waar de rijke landen voor verantwoordelijk zijn, is dus sinds 1982 geen moer gebeurd. Dan blijft over de vijfde factor, daar is verschrikkelijk veel gebeurd totdat de dood er letterlijk op volgde' Het IMF verplicht de schuldenlanden tot herstructurering van de economie ter bevordering van de korte-termijn export, waarmee snel overschotten

Zoals u het n u stelt zou je m oeten geloven dat " Brussel" een spelletje speelt.

Herfkens: "Zeker. Europees Commissaris Willy de Clercq was tamelijk hypocriet toen hij riep dat het "Fortress Europe" onzin was. Maar ondertussen zei diezelfde De Clercq over bijvoorbeeld het Multivezel-akk oord: "Europa 1992 betekent waarschijnlijk dat het protectionisme zal gaan toenemen". Natuurlijk is de EG-commissie in zekere mate de speelbal van de lidstaten en met name de zuidelijke lidstaten zijn protectionistisch ingesteld". MARSHALL-PLAN In 1947 hebben de VS West-Europa er in één maal boven op geholpen m et het Marshall-plan. Waarom is een soortgelijke actie anno 1989 niet nog eens m ogelijk?

Herfkens: "Er bestaat simpelweg geen politieke wil om het geld hiervoor op tafel te leggen. De meeste landen houden zich niet aan de minimale afspraken in de VN om 0,7 procent van het BNP aan ontwikkelingssamenwerki ng te besteden". Zijn wij als EG zelf slachtoffer van de huidige situatie?

Herfkens: "Er zijn onderzoeken die aantonen dat nu al tienduizenden banen in de EG verloren zijn gegaan omdat onze export naar bepaalde schuldenlanden in elkaar is geklapt". Verwacht u op k orte termijn een verandering van het EG-beleid ten aanzien van de Derde Wereld en de schuldenproblem atiek ?

Herfkens: "Wat je nu ziet is dat Brad y is gekomen met dat plan waarbij schuldenreductie uit de taboesfeer is gehaald. Voorheen was alleen Frankrijk bereid binnen de EG over dit soort problematiek te praten. Nu de Amerikaanse regering zo'n plan lanceert kunnen andere landen zich e r moeilijk aan onttrekken. De uitkomst van de vergadering van IMF e n Wereldbank begin april heeft aangetoond dat Ruding, maar ook de Britten, nog enigszins gesputterd hebben. Desondanks bestond er toch brede overeenstemming over het feit dat er schuldenreductie moet plaatsvinden. De invulling van de overeenstemming is mede door het optreden van Nederland en de Britten nog niet compleet. Concluderend zie je dus een verandering van het EG-beleid ten aanzien van de schuldenproblematiek, als gevolg van de Amerikaanse opstelling in deze. Wederom is het dus zo, dat de EG niet met êén stem spreekt, maar dat er nu afzonderlijk in alle lidstaten gesproken wordt over zaken als schuldenreductie".

"Het belangrijkste, waar ik overigens nog het grootste verschil van mening met Ruding over heb, is het " voorwaarden-beleid". Dit wil zeggen dat IMF en Wereldbank in hun voorwaarden bij leningen aan ontwikkelingslanden het begrip ontwikkeling gereduceerd hebben tot hun betalingsbalans en hun schulden-dienstenratio. Het voorwaarden beleid van IMF en Wereldbank heeft mechanismen in zich, waardoor per definitie inkomensverschillen vergroot worden. Op het moment dat je loonbevriezing als vast punt in je voorwaardenpakket hebt zitten, dan zijn daar de elites in die landen uitermate content mee. Als je ontwikkelingslanden fo rceert te bezuinigen op onderwijs, volksgezondheid, dan tref je daarbij iedereen, behalve de elite, die zijn eigen privé-scholen en privé-klinieken heeft. Het aanpassingsbeleid heeft dan ook als onvermijdelijke uitkomst, dat de inkomensverschillen toenemen en er een groeiende verpaupering optreedt van de armste lagen der bevolking". Is Ruding dan zo ach terlijk ?

Herfkens: "Neen, alleen hoogst conservatief" .


13

Europa, Overeenkomst van Lomé en de schuldenlast van Afrika De totale schuld van de groep van landen in Mrika, het Caraibisch gebied, en de Stille Zuidzee (1), w aarmee de EG de Overeenkomst van Lomé heeft gesloten, bedraagt $ 112,5 miljard (2). Binnen deze groep nemen de landen ten zuiden van de Sahara met een schuld van $ 102 miljard (waarvan 57 procent tegenover buitenlandse overheden en internationale organisaties ) de belangrijkste plaats in. De EG poogt (op bescheiden schaal) de last van deze schuld te verlichten en de nadelige gevolgen ervan op te vangen.

Deze bijdrage is va n de hand van Nlr. F. J. H. C. Sm it. onderzoeker in ternationaal recht aan de Vnje Universiteit

LOMÉ De steun van de EG is gericht op vermindering van het nijpende tekort op de betalingsbalans. Daarnaast tracht zij de nadelige gevolgen op te vangen van de inkrimping van de invoer naar de Afrikaanse landen tot een peil, waarbij de minimale behoeften, zowel die van gezinnen en bedrijven als de benodigde investeringen en het onderhoud van een minimale infrastructuur, niet langer kunnen worden gedekt. Daarbij maakt de EG gebruik van de haar binnen de Overeenkomst van Lomé ten dienste staande mogelijkheden. Deze zijn voornamelijk gebaseerd op de samenwerking op handelsgebied enerzijds en op de financiële en technische steun anderzijds. De commerciële samenwerking bestaat uit douanetariefpreferenties die meebrengen dat bepaalde produkten (soms tot een bepaalde hoeveelheid beperkt) van oorsprong uit een ACSland tegen een lager douanetarief mogen worden ingevoerd dan van elders afkomstige goederen. Belangrijker is de financiële en technische steun van de EG die bestaat uit het STABEX-systeem, dat ervoor zorgt dat een deel van een daling van de opbrengst van de uitvoer van landbouwgrondstoffen wordt vergoed door de Gemeenschap (375 miljoen ECU (4) in 1988); voedselhulp (220-250 miljoen ECU per jaar voor Afrika) en sectoriële invoerprogramma's, welke gericht zijn op sectoren van import als die van grondstoffen, onderdelen, kunstmeststoffen, insec-

ticiden, benodigdheden ter verbetering van de medische zorg en het onderwijs (200 miljoen ECU). De sectoriële invoerprogramma's worden uitgevoerd in de Afrikaanse landen die structurele aanpassingen aanbrengen; en zij moeten voorkomen dat het economische en sociale leven in dat land van deze aanpassingen al te nadelige invloed ondervindt.

Het onvermogen van de Afrikaanse landen om de buitenlandse leningen tijdig af te lossen en de rente te voldoen is zo langzamerhand een probleem van geweldige omvang geworden. Het zwaarst belast zijn de arme Afrikaanse landen (3) waar de rente en aflossing vijftig procent van de waarde van de uitvoer bedragen. Als gevolg van deze schuldenlast is een ernstig tekort op de betalingsbalans van de betrokken landen ontstaan. Tot welk tekort naast de schuldenlast, vooral ook de vermindering van de inkomsten uit export van grondstoffen (vanwege een daling van de prijzen op de wereldmarkten) en de ontoereikende aanvoer van financiële middelen uit het buitenland bijdragen. De situatie in de Afrikaanse landen ten zuiden van de Sahara, en met name die in de arme landen. verschilt van die in de arme landen in andere regio's. De Afrikaanse landen zijn afhankelijker van grondstoffen (andere dan olie) als bron van buitenlandse inkomsten en afhankelijker van buitenlandse invoer voor consumptie en investeringen. In de Afrikaanse landen is het naar verhouding slechter gesteld met de infrastructuur. de gezondheidszorg en het onderwijs. In de periode waarin een groot gedeelte van de schulden is ontstaan (van ongeveer 1970 tot begin jaren tachtig), hebben de arme Afrikaanse landen bovendien een veel minder sterke groei van het BNP gekend dan de arme landen in andere regio's.

te Amsterdam. Hlj bereidt een proef-

sch rift voor over de Overeenkomst \'an Lomé en de mensenrechten.

SCHOKBREKER In feite vangt de EG met deze invoerprogramma's als een "sociale schok breker" de nadelige gevolgen op van de structurele aanpassingen die het IMF en de Wereldbank als voorwaarde aan het verlenen van steun verbinden. In december 1987 heeft de EG aan de gelden die op grond van de Overeenkomst van Lomé worden besteed aan sectoriële invoerprogramma's een bedrag van 100 miljoen ECU toegevoegd ten behoeve van de arme landen met zware schuldenlast ten zuiden van de Sahara. Hiertoe werd besloten nadat de noodzaak van steun was onderkend tijdens de economische Topconferentie van de zeven rijkste industrielanden in Venetië in juni 1987. Omdat de toevoeging is bedoeld als steun voor die landen die - veelal op last van de Wereldbank en het IMF - structurele aanpassingen aanbrengen en zij past in het kader van de maatregelen die de Wereldbank en het IMF nemen , voert de Commissie deze programma's in sa-


14

_ .. -,

THE EU ROPEAN COMMUNITI

...-

TU E 66 ACP STATES AIOOO<A AJrTICIUA . . . . . .UDA

............

......,.

~

-

.IT~

CAMIlIOOOI

-- ..

... ..aADOI

IIUZI

.,..,.. Rep.1

-.:0

............-

"""YrIIO(

""""",,l

Gener~

CUfTIIAL MMe.N

0Il'U0UC CIWI COM)IOOI

s.e,.unel

of !hol "CP GroIIp of SUlt. Av.nue Georgu H'I\fi. 4 51

1200 S"..... I. 8elgium

Ttl.; 1339600

........

CONGO

OOTI

ST. VINCENT . TH E GRENADINES SAO TOME & PRINCI PE SENEGAL SfYCHElLE$ SIER"A LEDN E SOLOMON ISLANDS

JAM.tCA, kENV. KIRIBATI LfIOTHO UH"'A MADAGASC.R MAlAWI MAU MAU.UT.NI. MAUNn US MOZAMBIQUE

OOTIWAHA

........ '.10 -.....

I TAI,Y

GAMIIA OH.N. ORENADA OUINEA OUINEA .'SSAU OUVANA

D'fYOI"E

"c

KA EOUATOItIAl QUlNEA

fTMIOI'IA fUI

.....,..

SOMALIA aUOAN SURINAME 8WAZlLAND T.NZANIA

TOOO TONGA TR'NIDAD • TOIAGO

TUVAlU

UOA''''

'101" HIOIRIA

WE.nRN SAMOA

VANU.TU

PAPUA NEW GUIHEA

ZAHI.

RWAH ... IT. CHIHSTOPHEA. NEVIS

>AM'" ZIMBABWE

ST. WC'"

ACP COUNTRIES

c

0

' :'~,. ....

EUROPE OF THE TWEL VE

FRA NCE

p,..,. _

Soorr>t,,, ."d A",.,CtIC l .. ",o"e. _

Sr" ..... Sr'" .... Sr.,.....

Sr ' '''''''''''l

'''''',0<",'

f , .fI(~ P~"" .. a W"'~I

.-

A",,,,

(e.,,-. C"' lÇao S, "".. ,'" S -

~ Ion

Ne .. C_....,~""""", ... ,,'fI(~

,_.

tov.'5fH' coun"'" _ '.''',0<",'

NeI .... IInd~

Mlyon.

/Ow .......

UN ITEO KINGOO M

NETHERLANDS

rr""'OI.tII C~II~" ..sl SI

'UW". ,.,."".

landse overheden tegenover welke schulden zijn aangegaan belangrijk. In dit verband is de bilaterale steun naar aanleiding van de reeds genoemde economische Topconferentie in Venetië en de daarop volgende in Toronto van belang; daar is aangespoord tot kwijtschelding van schulden, verlaging van rentetarieven en omzetting van kortlopende in langlopende leningen. Dan is er nog de "Club van Parijs" bestaande uit buitenlandse overhed en die schuldeiser zijn en die op verzoek van een schuldenland bereid zijn tot herstructurering van schulden. Sedert midden 1987 is binnen deze "Club" afgesproken de standaard terugbetalingstermijn voor geherstructureerde schulden te verlengen. Het is duidelijk dat de Afrikaanse schuldenlast op internationaal niveau grote, geheel verdiende, aandacht krijgt. Daarbij speelt de EE een rol, onder andere als "sociale schokbreker" van de nadelige gevolgen van structurele aanpassingen. Bij de huidige, elke vijf jaar weerkerende, onderhandelingen over een nieuwe Overeenkomst van Lomé, neemt de steun voor die Afrikaanse landen die structurele aanpassingen aanbrengen een belangrijkere plaats in dan voorheen. Deze nieuwe plaats lijkt alleszins gerechtvaardigd.

v~9'"

lol.nct1o

C1vlnlf> I.lanll~

I.lIrland 1.1..",.

DE NMA RK

!Co.;""r "'."'9

"' ",arCIIC "'''''o<v """"n0.:.." t .. ",o<v

,p«~'

,.1"'0'" ....,~

o.nm...~ ! P"c ... n "'and

Gt ..nllf>(l

SI +-1e1a"i"'" deP"""'lf>C''I$ t", -. _ CIICO. ,0/.".1> t ..

IoM _

.- .... ..-.1tM .,.,.. 01 _ _ _ ' _ ...... ",

n..C_ .. _ _

-.

IrOm • ..-..,ofeourc..

w."'-"", .....

T_ .... _ ............. '--"'....

men werking met deze twee instellingen uit. Aldus kan de steun van de EEG niet los worden gezien van die van het IMF en de Wereldbank. Van de door het IMF genomen maatregelen tegenover de Afrikaanse landen ten zuiden van de Sahara is de verhoging van de middelen van de faciliteiten (onder andere: "Enhanced Structural Adjustment Facility") voor structure-

of_~

_ _ .....

""""._01....·"" ·"'·..,·'"

Ie aanpassingen in december 1987 een goed voorbeeld. De Wereldbank heeft een speciaal hulpprogramma ("Special Program of Assistance") ingesteld en het Afrikaanse Ontwikkelingsfonds uitgebreid. BILATERALE HULP Naast deze multilaterale steun is ook de bilaterale steun van de buiten-

Gegevens otlileend aa n: World Debt Tables 19881989: The \Vorld Bank en The Courie r (ACP-EEC - uitgegeven door Dieter Frlsch (Comm issie der

EG)

Noten I) De zogenaamde ACS-landen. voornamelijk voormalige koloniën van de Eu ropese lidstaten . 2) Eén .$ is f2. 13 (30 maart 1989). 3) Met een BNP van minder dan .$ 425 per jaar per hoofd van de bevolking. 4) Ee n ECU isf2 .35 (30 maart 1989) .


15

Onderhandelen over schulden vereist veel financieel en politiek inzicht Begin jaren tachtig voltooide het Nederlandse bedrijf Boskalis een pijpleiding (lengte 1800 km) in Argentinië. De betaling bleef uit. Welke belangen stonden er op het spel in de ,,,Zaak Boskalis',? Wat maald een goede onderhandelaar? Jaap Reerink, redacteur van J ason Magazine sprak hierover met jhr. mr. E. van Lennep. Van Lennep voerde de onderhandelingen namens Nederland. Hij behoort tot de weinige figuren van internationaal formaat, die ons land heeft voortgebracht. Jason: Wie h ebben direct belang bij een finan ciële regeling? Van Lennep: "De gebruikelijke constructie bij zo'n project is dat de betaling gaandeweg gebeurt. De maatschappij die het project heeft uitgevoerd blijft eigenaar en verhuurt het aan de uiteindelijke afnemer. In dit geval zou de Argentijnse Staatsgasmaatschappij vijftien jaar lang gas afnemen van Cogasco, de vennootschap die Boskalis in Argentinië had opgericht. Daarna zou Cogasco de pijpleiding in eigendom overdragen aan Argentinië. Een consortium van banken, waarbij de Amro als leider optrad, financierde het project. Met de "huurpenningen" van de gasleveranties zou Cogasco haar schuld bij de banken afl osssen. De banken verzekerden 95 procent van hun risico bij de Nederlandsche Credietverzekerings Maatschappij, die het herverzekerde bij de Staat". "Net toen het contract zou beginnen te lopen, kwam Argentinië in schuldenmoeilijkheden. De pijpleiding functioneerde tot ieders tevredenheid , maar de Argentijnse gasmaatschappij maakte de gelden niet over. Erger nog, Boskalis moest nog meer geld in Cogasco pompen om de gasleveranties voort te zetten en om het personeel te betalen. Er waren dus van Nederlandse zijde drie belanghebbenden bij een financiële regeling: I) De banken voor vijf procent van het totale bedrag IJ 2 miljard). 2) Boskalis, dat in verhouding tot haar kapitaal een groot eigen risico had in het project.

Minister van staal jhr. mr. E. van Lennep. voormalig secretaris-generaal van de OESO.

3) De Staat als herverzekeraar van 95 procent van de bankvorderingen". ONDERHANDELINGSPOSITIE Hoe was Uw onderhandelingspositie? Van Lennep: "Als crediteur konden w ij het onderpand - de pijpleiding - moeilijk weghalen. In die zin was onze onderhandelingspositie zwak. Daar kwam bij dat wij van mening waren dat het niet doelmatig zou zijn het contract wegens wanprestatie te ontbinden en de gasleveranties stop te zetten. Dan zouden wij helemaal geen geld meer zien". "Anderzijds was een zekere onderhandelingspositie hierin gelegen, dat de pijpleiding het grootste buitenlandse contract van Argentinië was. De financiële wereld keek gespannen toe. Als Argentinië zich zuiver negatief zou opstellen, zouden het IMF en de banken hun conclusies snel trekken: de broodnodige buitenlandse investeringen zouden dan uit-

blijven. Met enige bescheidenheid konden wij dat wapen spelen". Speelden bepaalde ontwikkelingen in Aigentinië, zoals de Falklandsoorlog en de overgang naar de dem ocratie een rol in deze affaire? Van Lennep: "Gedurende de jaren zeventig en daarna heeft Argentinië zich sterk bewapend. Niet zozeer voor de Falklands, maar oorspronkelijk voor een eventuele oorlog met Chili over een grensverschil. De hoge militai re uitgaven hebben de economie en de betalingsbalans veel schade berokkend . Men kan echter niet stellen dat het "Boskalisprobleem" is ontstaan door de Falklands. De overgang naar de democratie heeft hier geen rol gespeeld. Bij een machtswisseling komt het voor dat het nieuwe regime weigert oude contracten na te komen. Argentinië echter, heeft ten aanzien van dit project van meet af aan gezegd dat zij de verplichtingen, die de dictatuur was aangegaan met het buitenland , volledig erkende". VOORKEUR Argentinië had en heeft veel schuldeisers. Probeerde u op eigen houtje geld los te krijgen of werkte U sam en m et andere crediteuren ? Van Lennep: "Dat is een belangrijk punt. Ons nationale recht kent een faillissementsrecht. Als een debiteur zijn schulden niet betaalt, wordt hij failliet verklaard . Eén van de beginselen is de gelijkheid van crediteuren. Er is één curator die uit de boedel alle schuldeisers gelijkelijk voldoet, tenzij zij een uitdrukkelijke preferentie hebben. Internationaal is er iets wat er op lijkt, het algemeen crediteuren overleg. In deze zogeheten Club van Parijs zijn de crediteurlanden overeengekomen dat zij ten aanzien van achterstallige schulden geen eigen afspraken met de debiteur maken. In het geval van Boskalis konden wij dus ten aanzien van de achterstallige betalingen geen gunstiger voorwaarden bedingen dan de andere crediteuren. Wij hebben wel onderhandeld over de omvang van de achterstallige schuld . Daar waren meningsverschillen over. Tevens hebben wij een eigen regeling ge-


16

troffen voor onze toekomstige vorderingen op Argentinië. Dat kon binnen het kader van de afspraken die Nederland had gemaakt in de Club van Parijs". De Schatkist schoot er uiteindelijk bij in. Een deel van Boskalis' vordering werd zo afgewenteld op de belastingbetaler.

Van Lennep: "Dat is zo. Het was voor de minister van financiën buitengewoon moeilijk aan te kondigen dat er misschien vijfhonderd miljoen moest worden toegelegd op een exportcontract van Boskalis. Zeker in het licht van een ombuigingsbeleid, waarbij iedere miljoen bezuinigingen met enige pijn moest worden doorgedrukt. Als Argentinië nooit meer een cent zou betalen, kon de schade oplopen tot 2,5 miljard. Zover komt het echter nooit: je kunt altijd wel een deal sluiten. Die vijfhonderd miljoen waren overigens niet verloren, daar

hebben wij juist over onderhandeld". "Dat de belastingbetaler de dupe zou zijn, is een niet geheel juiste weergave. De Staat betaalde weliswaar als verzekeraar de schade uit, maar streekjarenlang premies op zonder iets uit te keren. De belastingbetalers dragen als groep een risico, dat zij aanvaarden tegen een premie. Alleen in de periode dat de schuldenproblematiek in Zuid-Amerika de kop opstak, liep het schadebedrag plotseling op. Het ministerie van financiën heeft toen besloten de premies te verhogen. Tevens werd het beleid verscherpt: geen herverzekering meer van export-contracten met landen die hun schulden niet betalen".

COMMERCIEEL RISICO Welk belang heeft de Nederland bij het herverzekeren van zo 'n project?

Van Lennep: "De bevordering van de export. De Staat beoogt de risico's, die specifiek samenhangen met het feit dat aan het buitenland geleverd wordt, te neutraliseren. Wanneer een bedrijf baggerwerkzaamheden in Friesland uitvoert, ligt het debiteurenrisico in Nederland. Doet een ondernemer dat in Argentinië, dan heeft hij met een vreemde te maken. Het commerciële risico is groter. De

banken hadden het project niet gefinancierd, als Boskalis geen exportkredietverzekering had gekregen. Overigens waren alle concurrende offertes afkomstig uit landen die een of andere vorm van export kredietverzekering kennen".

"Als vanzelf spelen ook politieke factoren een rol. Het kabinet heeft destijds overwogen of het verstandig was een dergelijk groot contract te herverzekeren. Argentinië was namelijk toen een militaire dictatuur. In het belang van de werkgelegenheid is de herverzekering goedgekeurd. In andere landen ging het net zo. Het ging tenslotte om een pijpleiding, niet om wapens. Boskalis had de goedkoopste offerte en heeft daardoor het contract gewonnen". Waren er politieke" waakhonden " in uw delegatie die u konden terugfluiten of had u een vrij mandaat?

leen met ambtenaren te onderhandelen: uiteindelijk neemt de president de politieke beslissing om bepaalde concessies te doen". "Tenslotte is van belang dat de onderhandelaar intellectueel, economisch, financieel en politiek voldoende inzicht heeft om een debat te kunnen voeren. Ik heb het nu gesimplificeerd, maar het was een buitengewoon ingewikkelde zaak. De onderhandelingen hebben drie jaar geduurd. Ik heb met talloze juristen, fiscalisten , ingenieurs etc. besprekingen gevoerd om er beweging in te krijgen. Vaak zaten wij met een man of twintig te overleggen welk standpunt wij bij de volgende bespreking moesten innemen. Verder is het belangrijk te weten op welk momentje tot een deal kunt komen. je moet weten: wat willen die Argentijnen en wat kunnen wij nog meer willen". GROTE LIJNEN

Van Lennep: "Voor de algemene richtlijnen overlegde ik natuurlijk met de minister van financiën. Hij moest het geheel immers in de Kamer verdedigen. Maar terugfluiten deed ik zelf. De minister heeft mij tenslotte aangesteld omdat hij aannam dat ik voldoende politiek inzicht had om op het juiste moment zijn instructies te vragen". Hoe belangrijk is de persoon van de onderhandelaar? Van Lennep: "Zeer belangrijk. Mijn taak was niet beperkt tot het onderhandelen met Argentinië. De schatkist, banken en Boskalis hadden verschillende belangen. Ik moest die tot een synthese brengen voor een Nederlands standpunt. Het klinkt zonderling, maar de onderhandelingen binnen de delegatie waren vaak zwaarder dan die met Argentinië. Als onderhandelaar stond ik boven de partijen. Zij moesten erop kunnen vertrouwen dat ik objectief al hun belangen in acht nam". "In de tweede plaats moest ik bij de Argentijnen de indruk wekken dat ik werkelijk voor alle partijen sprak. De persoon van de onderhandelaar betekent datje het op het juiste, hoogste niveau brengt. Bij mijn eerste bezoek aan Argentinië ben ik dan ook door president Alfonsin ontvangen. Het heeft daar geen zin om al-

Men zegt dat u een man van de grote lijnen bent. Met details (specifieke bedragen) houdt u zich niet bezig. Waarom doet de Nederlandse regering toch een beroep op u in zaken waar veel geld mee gemoeid is?

Van Lennep: "Ik ben inderdaad niet iemand die zich om enge-sector problemen bekommert. Ik houd mij bezig met algemeen beleid, dat is mijn vak. De regering heeft mij uitgezonden om te onderhandelen, niet over twee of tien miljoen, maar over een miljard. Er is geen tegenstelling tussen geld en grote lijnen. Er waren enorme economische belangen in het geding en die werden in geld uitgedrukt". Bent U tevreden over het resultaat van Uw inspanningen?

Van Lennep: "Naar mijn mening hebben wij een goede, faire regeling getroffen. Wij hebben overeenstemming bereikt over de omvang van de achterstallige schuld. De pijpleiding is verkocht aan de Argentijnse staat en daar hebben wij een nieuwe schuldregeling voor getroffen. De minister, bankiers en Boskalis waren tevreden. Het was het uiterste dat wij eruit konden slepen. Helaas is Argentinië weer in de modder gezakt; op dit moment betalen zij niet".


17

Nederlandse banken zitten niet vast in schuldenmoeras Een groot deel van de buitenlandse schuld van Zuidamerikaanse landen bestaat uit bancaire leningen. Hoe zijn de commerciële banken in dit schuldenmoeras geraakt? Welke oplossingen zien zij op lange termijn? Jason-redacteuren Onno Maliepaard en Jaap Reerink voerden bij de ABN Bank een gesprek met Dr. Th. Reels, Directeur-Generaal Beleggingen en Effectenresearchs en met Drs. W. Th. Veger, Afdelingsdirecteur Kas Sectie Buitenland Kredieten. Jason: Heeft de ABN veel leningen aan schuldenlanden verstrekt? Veger: "Zoals dat bij de meeste Nederlandse banken het geval is, is de betrokkenheid van de ABN gering. In het verleden zijn wij conservatief geweest. Kredieten hebben wij slechts mondjesmaat verleend. Het totale bedrag dat wij hebben uitstaan, staat in geen verhouding tot ons balanstotaal". "Voor de grote Amerikaanse banken ligt dat anders. Vooral aan ZuidAmerika hebben zij bedragen uitstaan die het eigen vermogen vaak ver overtreffen, zelfs tot tweehonderd procent. Daarentegen vormen de bedragen die Westeuropese banken hebben uitstaan slechts een fractie van het eigen vermogen, een en· kele uitzondering daargelaten. In vaktermen: de Amerikaanse banken hebben een grotere mate van "exposure" dan de Westeuropese". Hoe verklaart u dat verschil in "exposure"?

Beels: "Zuid-Amerika is een belangrijk exportgebied van de VS. Veel meer dan bijvoorbeeld voor Europa of Japan. In de jaren '70 hadden de Amerikanen er belang bij, ZuidAmerika in haar expansie tegemoet te komen. Toen zijn er op grote schaal leningen verstrekt". Veger: "Amerikaanse ondernemingen zijn traditioneel sterk vertegenwoordigd in landen als Mexico, Brazi lië en Argentinië. De aanwezigheid van veel Amerikaanse bedrijven in

die landen heeft er logischerwijze toe geleid, dat hun huisbankiers zich daar ook gevestigd hebben". "QUICK BUCK" We kunnen ons niet aan de indruk onttrekken dat veel van zulke banken er een "quick buck" Llhhebben willen slaan. Veger: "Ik geloof niet dat dat één van de belangrijkste beweegredenen is geweest voor het verstrekken van leningen. Wel doet zich in de VS het verschijnsel voor dat als iets goed gaat, veel mensen "copy cat" spelen. U moet bedenken dat de banken in de jaren '70 veel positieve signalen uit Latijns-Amerika ontvingen. Relatief hoge groeipercentages, rijke olievondsten etc. Er was dus reden voor voorzichtig optimisme. In de VS is het ook een soort modeverschijnsel geweest, maar toch kan men niet van blindelingse kredietverlening spreken. Wel is er een aantal banken geweest, dat over de schreef is gegaan. Zuidamerikaanse landen hebben, wat betreft het terugbetalen van schuld, een slechte staat van dienst. De statistiek van de afgelopen 160 jaar wijst uit dat bijvoorbeeld Peru honderd jaar op tijd betaalde, en dus zestigjaar "in default" was. Normaliter verschaft een commerciële bank geen lening aan een cliënt die één op de drie keer niet op tijd betaalt". Zijn de schuldenlanden op lange termijn in staat alles af te betalen? Veger: "Die mogelijkheid bestaat, als

D" W Th. Veger.

er aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. Het huis moet economisch op orde worden gebracht. Belangrijk zijn onder meer een evenwichtige begrotingspolitiek en een opvoering van de export. Er zijn lichtpuntjes. Brazilië bijvoorbeeld heeft in het verleden veel geleend voor importsubstitutie, terwijl het zich nu meer op de export richt. In het noorden van Mexico zijn bedrijven die vrijelijk goederen kunnen importeren, deze bewerken, en weer exporteren: dat zijn de zogenoemde Maquiladoras",

Beels: "Het hangt ook af van externe factoren , zoals de grondstoffenprijzen, de koers van de dollar, de rentestand, en de groei in de OESO-landen. Omdat de meeste leningen zijn afgesloten in dollars, is de koersdaling van deze valuta voordelig geweest voor de schuldenlanden. Daarentegen zijn de grondstoffenprijzen, die ook in dollars luiden, de laatste jaren gedaald. Dat heeft bijgedragen tot de problematiek, omdat veel schuldenlanden afhankelijk zijn van de export van delfstoffen". "Verder is het van belang dat het vluchtkapitaal terugkeert. Er is veel kapitaal uit Zuid-Amerika weggetrokken. Het gaat erom een zodanig beleid te voeren, dat de inwoners weer vertrouwen krijgen en hun geld terugboeken. Een generaal pardon voor degenen die illegaal geld uitgevoerd hebben, zou helpen. Toen Chirac premier was, heeft Frankrijk een soortgelijke regeling voor zwartgeldhouders getroffen. De maatregel had echter weinig succes. De presi-


18

Dr. Th. Beels.

dentsverkiezingen stonden voor de deur en dientengevolge heerste er onzekerheid over het beleid in de toekomst. Vertrouwen blijft essentieel". SCHULDDELGING Welke mogelijkheden ziet U voor schulddelging? Veger: "Afgezien van kwijtschelding zijn er verschillende )Uethoden. In Mexico boden de banken schuld aan tegen korting (discount). De Mexicaanse staat gaf in ruil obligaties terug, die indirect door de Amerikaanse schatkist gegarandeerd zijn. Op die manier verkregen de banken meer zekerheid, terwijl Mexico door de discount van 29 procent een deel van haar schuld kwijt was". "In Brazilië waren er tot voor kort maandelijkse veilingen. De banken boden schuld aan in ruil voor lokale munteenheden (Cruzados). Er werd geboden bij afslag. Brazilië kon op deze manier met eigen valuta's een deel van haar eigen buitenlandse schuld terugkopen. De Cruzados die op deze manier vrijkwamen, werden aangewend voor investeringen in het land zelf. Hoewel de banken ook hier een stukje van hun vorderingen moesten inleveren door de discount, waren zij wel van moeilijk inbare leningen af". "Dit soort programma's zorgen voor schuldenvermindering zonder dat er één dollar het land uitgaat. Uitgedrukt in een percentage van de totale buitenlandse schuld heeft zo'n schuldconversie weinig om het lijf, maar het gaat hier toch om aanzienlijke bedragen. Zo heeft Brazilië voor zo'n vijf à zes miljard dollar schuld omgezet in Cruzados, op een totale buitenlandse schuld van 122 miljard".

Banken en schuldenlanden voeren een schier eindeloze reeks herstructureringsonderhandelingen. Ontbreekt er een lange-termijnaanpak? Veger: "Bij een herstructurering wordt afgesproken wat de terugbeta-

lingstermijn wordt voor schulden die al afgelost hadden moeten zien. Vaak wordt een nieuw rente-percentage vastgesteld. Ook verstrekken de banken "new money", dat wil zeggen dat er nieuwe leningen worden afgesloten. Zo kwamen de banken in oktober '88 met Brazilië overeen dat dit land zijn officiële schulden binnen negentien jaar terugbetaalt. Bij die gelegenheid werden er nieuwe leningen ter waarde van 5,2 miljard verstrekt". "Er is sinds kort sprake van een zekere realiteitszin bij de banken. Wij begrijpen nu dat wij ons geld nooit binnen zes jaar terugzien. Drie jaar geleden was een herstructurering met een termijn van negentien jaar ondenkbaar. Dat is erg lang. Zo'n termijn is niet normaal voor een commerciële bank. Wij geven immers leningen en zien dan graag op tijd ons geld terug". EIGEN HACHJE Probeert elke bank zijn eigen hachje te redden ? Beels: "Meestal is er een of andere vorm van samenwerking. Tijdens zo'n herstructurering treden de banken collectief op: zij vormen een syndicaat. Een grote bank treedt op als leider en voert de onderhandelingen. City-Corp, een Amerikaanse bank, heeft dat vele malen gedaan. De ABN is te klein om de eerste viool te spelen. Sommige banken zullen de voorstellen die het syndicaat aan het schuldenland doet te verstrekkend vinden. Zij stappen er dan uit en proberen op eigen houtje een regeling te treffen".

"Ook hebben de meeste banken zelf voorzieningen getroffen. In Nederland heeft een bank een Voorziening Algemene Risico's. Dat zijn reserveringen voor moeilijk lopende kredieten, zowel binnenlandse als buitenlandse. Deze voorziening biedt de mogelijkheid sommige schulden af te schrijven. Elk jaar wordt er meer voor gereserveerd".

In hoeverre heeft de nationale overheid invloed op het verstrekken van leningen door banken? Beels: "Als de Nederlandse overheid wil dat bepaalde projecten in ontwikkelingslanden worden uitgevoerd,

kan zij een lening geheel of gedeeltelijk garanderen via de Nederlandse Credietverzekerings Maatschappij. De garantie kan oplopen tot 90 à 95 procent van de lening. Vanwege het geringe risico wordt het dan aantrekkelijk voor een bank de lening te verstrekken". "De beslissing aan wie te lenen en hoe, ligt bij de bank. Daar heeft de overheid geen invloed op; er is geen meldingsplicht voor kredietverlening. Een bank kan hoogstens een berisping achteraf krijgen voor kredietverleningen die de vastgestelde normen van De Nederlandse Bank (DNB) overtreffen. Om dan uitgenodigd te worden "to drink a glass of sherry at the Central Bank", zoals dat vroeger werd genoemd, is het ergste wat een bankier kan overkomen. Als een bank een berisping heeft gekregen, publiceert DNB dat in haar jaarverslag. Namen worden niet genoemd, maar voor ingewijden is raden niet moeilijk".

Wat is het beleid van de ABN ten aanzien van de schuldenlanden ? Veger: "Dat een land grote schulden heeft, betekent niet dat er niets te verdienen valt. Onze op twee na grootste buitenlandse vestiging is Brazilië met 1120 werknemers. Door de hyperinflatie (vorige jaar negenhonderd procent) wordt onze portefeuille wel om de maand geheel vernieuwd. De inflatie werkt ook in het voordeel van de banken: door het aanhouden van liquide middelen verklaar je jezelf bankroet op termijn. Je kunt het beter naar de bank brengen". "In diverse landen werken wij mee aan schuldconversieprogramma's. Voor een substantiële schuldvermindering of een hapklare oplossing kunnen wij echter niet zorgen, daarvoor leggen wij ook te weinig gewicht in de schaal". Beels: "Uiteindelijk zijn herstructurering, kwijtschelding, schuldconversie etc. maar partiële oplossingen. Voor de allesomvattende problemen van de ontwikkelingslanden, waar de schuldenproblematiek slechts een onderdeel van is, zullen andere en nieuwe wegen gevonden moeten worden. Hier ligt een duidelijke taak voor de ontwikkelde industriële landen".


19

Mexico maakt ernst met aanpak van de schulden Mexico vormt al jaren een uitgesproken voorbeeld van een schuldenland. Wat maakt nu juist Mexico tot een voorbeeld, en welke stappen onderneemt dit land om deze problematiek op te lossen? Om op deze en andere vragen een antwoord te krijgen sprak Jason Magazine-redacteur F. Kleibrink met mr. Jesus Silva-Herzog, minister van financiën van Mexico van 1982 tot 1986. Het gesprek vond plaats tijdens een buffet in het NMB-hoofdkantoor te Amsterdam. In dit door luxe, kunst en delicatessen gevulde gebouw ging het gesprek paradoxaal genoeg over de schuldenproblematiek. Omgeven door de mondiale financiële top, die zich na een door de NMB georganiseerd seminair "Restoring Financial Flows to Latin America" met een drankje en een hapje ontspande, was Sil va-Herzog bereid J ason Magazine kort te woord te staan. Hij was zichtbaar vermoeid door een lezing eerder op de dag en de vele eerdere interviews. Volgens de Mexicaanse ex-minister is zijn land inderdaad een uitsproken voorbeeld van een schuldenland. Hiervoor zijn een aantal factoren aan te wijzen. Allereerst kende Mexico vanaf de jaren '50 tot het midden van de jaren '70 een grote economische groei, van ongeveer zes procent per jaar. De inflatie was laag en monetair voerde Mexico een gezonde politiek. OLIE EN DOLLARS "In het midden van de jaren '70 vonden twee belangrijke gebeurtenissen plaats. De eerste was de vondst van olie en de tweede was dat de regering van Echevarria zich inliet met een verandering, die tot actieve overheidsparticipatie in de economie leidde. Door enerzijds de vondst en export van olie en anderzijds de grote hoeveelheid liquide middelen van de westerse banken, waardoor grote leningen aan Mexico verstrekt werden, kon uitgebreide economische modernisering plaatsvinden. Door het verkrijgen van leningen liep de

de staat in de landbouwsector. Met name het teruglopen van de particuliere investeringen en later zelfs een groeiende kapitaalvlucht zijn voor schuldenlanden nadelig. Er zijn volgens de heer Herzog een drietal factoren verantwoordelijk voor de uiteindelijke schuldencrisis van augustus 1982: - de daling van de olieprijzen; - het oplopen van de schulden waardoor rente op oude schulden met nieuwe leningen werd afgelost; - de toenemende kapitaalvlucht. Een gesprek met M. R. Jesus SiJvaHerzog, voormalig minister van Financiën van Mexico. Foto: F. KJeibrink

totale buitenlandse schuld van Mexico tussen 1970 en 1980 op tot 100 miljard US $". (zie fig. 1). Met de ontdekking van olie en de verandering in het regeringsbeleid veranderde in het midden van de jaren '70 ook het internationale economisch klimaat: de rente steeg, de prijzen van de Mexicaanse exportartikelen, met name olie, daalden en de export werd steeds minder gehinderd door protectionistische maatregelen. De olie-export kon zo tussen 1972 en 1982 toenemen, terwijl in dezelfde periode de schuld verdrievoudigde! Volgens de heer Herzog werden in de binnenlandse politiek bovendien foutieve stappen ondernomen, zoals regulering van de binnenlandse industrie. Dit leidde tot verminderde efficiëntie van de particuliere investeringen en een toenemende rol van

SOCIALE ONRUST "De ernst van de crisis van augustus 1982 is voor Mexico, maar ook voor veel andere Latijnsamerikaanse landen die in het Mexicaanse kielzog mee werden gezogen, nu nog te voelen. Tussen 1982 en 1989 vond geen reële groei plaats en met name in de sociale sector is een grote achteruitgang waar te nemen. Het inkomen per hoofd van de bevolking daalde met tien procent, de lonen met veertig procent en het percentage werklozen lag zelfs hoger' (zie fig. 2). Met de recente gebeurtenissen in Venezuela in het achterhoofd, weten we nu dat deze politiek gemakkelijk tot sociale onrust of erger had kunnen leiden". Toch zijn volgens de heer Herzog zeker ook positieve tendensen waarneembaar. Zo kende Mexico tussen 1978 en 1981 een van de hoogste economische groeicijfers ter wereld. Deze groei werd onder meer gefinancierd met behulp van buitenlandse leningen. Ook aan ontwikkelingen op andere terreinen, zoals mo-


20 UNEMPlOYMENT RA IE ANO CHANGES IN REAl WAGES 1977-1987 (PERCENTAGES)

10,------------------,

5

dernisering van de oliesector, waardoor de productie van een tot drie miljoen barrels per dag kon worden opgevoerd, de ontwikkeling van urbanisering, landbouw en electriciteitsvoorzieningen hebben buitenlandse leningen bijgedragen. "Ik denk dat men kan stellen dat de westerse banken in de jaren '70 te gemakkelijk geld leenden. De gevolgen hiervan zijn voor Mexico en Latijns-Amerika nu duidelijk waar te nemen. De schuldenproblematiek is voor de hele regio rampzalig en een oplossing, ondanks het recent geïntroduceerde Amerikaanse voorstel, lijkt op korte termijn een utopie", aldus de heer Herzog. ROL VAN EUROPA "Natuurlijk doen wij al het mogelijke om de schulden terug te dringen. Mexico heeft altijd een pioniersfunctie vervuld bij onderhandelingen over schuldenproblematiek en intern doet de regering al het mogelijke om de situatie te verbeteren. Vanaf 1982 hebben interne economische aanpassingen en herziening van de traditionele Latijnsamerikaanse economische politiek plaatsgevonden. De hele regio onderkent de noodzaak tot liberalisering van de economie en het stimuleren van de export. Bron: Economie and Soda! Progress in Larin America. 1988 Report. TOTAl EXTERNALOEBT. 1978-1987 120

..--------f' ,--' 80 70

100

60 80

50

60

40

40

:::-

30 20

20

10

0

0 78 7980 81 82 83 84 85 86 87

o

in de westerse wereld. Het Bradyplan is echter een stap in de goede richting.

-5

·10

-15

- 20+-~~~~~~~~~

77 78 79 80 81 82 83 84 85 86 87 -

Unemploymenl

-

Rea/~

es

Bron: Economie and Socia/ Progress in Latin America. 1988 Report.

De rol van de geïndustrialiseerde landen is met name bij het liberaliseringsproces van groot belang. Niet alleen de Latijnsamerikaanse landen, maar met name Europa moet hieraan meewerken. Door het Europees protectionisme zijn de Latijnsamerikaanse landen, maar ook de Afrikaanse ontwikkelingslanden, gestuit op een reeks maatregelen die de export beperkten. Hierdoor nam de reële schuld van deze landen alleen maar toe. Het protectionisme van Europa bedreigt echter ook de werkgelegenheid in Europa. Door de schulden in de Latijnsamerikaanse landen is het reëel te besteden inkomen gering. Hierdoor is er nauwelijks sprake van een afzetmarkt voor westerse exportproducten. Op langere termijn zal hierdoor structurele werkloosheid in deze landen optreden",

"Ondanks deze "gespannen" economische situatie is er in de westerse wereld over het algemeen te weinig aandacht voor de schuldenproblematiek. De laatste maanden, door opleving van de IDB en de nieuwe Amerikaanse voorstellen, verandert dit. De Mexicaanse regering staat dan ook positief tegenover het Bradyplan: nog meer schuld is niet hetjuiste antwoord om de schuldenproblematiek op te lossen: het antwoord moet in groei en gezamenlijke verantwoordelijkheid van de schuldenlanden en de westerse wereld liggen".

Outstandlflg Debl

Debt

as

% ol GDP

Interest Payments as % of Exports

LEGIO VOORSTELLEN De voorstellen om de schuldencrisis op te lossen zijn echter legio. Wat tot nu toe ontbrak, was de politieke wil

De heer Herzoh: "Ik denk ook dat het Brady-plan voor een belangrijk deel beïnvloed en gestimuleerd is door de Mexicaanse politiek. Zoals ik al zei heeft de Mexicaanse regering grootschalige binnenlandse hervormingen doorgevoerd, waardoor de buitenlandse schuld met meer dan vijftig procent is gereduceerd, de inflatie is beperkt, de grootte van het ambtenarenapparaat is teruggebracht en veel van de overheidssector is geprivatiseerd. Gezien de resultaten van deze hervormingen en de introductie van het Brady-plan zijn, denk ik, de volgende drie basiselementen noodzakelijk om tot een oplossing van het schuldenprobleem te komen: - een voortzetting van het proces van economische hervormingen in Latijns-Amerika; - mechanismen om de totale schuld te verminderen; - het stimuleren van nieuwe investeringen in de schuldenlanden". "Een ander probleem waar de gehele wereld mee te maken heeft is de milieuvervuiling. De Mexicaanse regering is uitermate verontrust over deze problematiek. Mexico-City is een van de dichtst bevolke steden ter wereld met een totaal aantal inwoners van bijna achttien miljoen. In het verleden heeft de Mexicaanse regering, net als andere landen, te weinig aandacht geschonken aan bescherming van ons milieu. Nu realiseren wij ons echter dat milieubescherming niet alleen noodzakelijk, maar zelfs onontkomelijk is. De noodzaak ons milieu te beschermen, zal echter een oplossing van het schulden vraagstuk vertragen. Ondanks deze factoren ben ik positief over de toekomst van Latijns-Amerika. Ik ben ervan overtuigd dat we een nieuw stadium in de schuldenproblematiek betreden. De nieuwe voorstellen indiceren het belang dat de westerse wereld aan een oplossing van de problematiek hecht. Bovendien heeft Mexico grondstoffen , arbeidskracht en bovenal is de wil aanwezig om Mexico tot een economisch gezond functionerend land te maken",


WAT IS JASON J ason is in 1975 opgericht door een aantal jongeren om te voorzien in een duidelijke behoefte van jongeren aan evenwichtige informatie over internationale vraagstukken . J ason is niet gebonden aan enige politieke partij en heeft geen levensbeschouwelijke grondslag. J ason informeert op twee manieren. Ten eerste door de uitgifte van dit blad, dat eens per twee maanden verschijnt. In elk nummer staat een internationaal-politiek thema centraal. Recente thema's waren het milieu, Noord-Ierland, de Amerikaanse verkiezingen, het Jaar van de Vrede, en de problemen op de Balkan. Ten tweede informeert Jason door het organiseren van tal van activiteiten, zoals conferenties, debatten, lezingen, studiedagen, simulatiespelen, uitwisselingen en de buitenland-borrel. De activiteiten van Jason hebben veel belangstelling gekregen van jongeren, maar ook van de nationale en regionale pers. Voor wie een meer compleet overzicht wenst van de activiteiten van Jason ligt op het secretariaat van Jasan informatie-materiaal gereed.

Voor nadere informatie kunje ook de volgende contactpersonen bellen: AMSTERDAM: Jur Botter

Vcchlslraal 176-2 1079 JV 020-4W4 3 DELFr: Steven Kroon

V. IlIC)swyckstraat 66 2613 RT 015-126765

IJ~'I EGEN :

Ban Dricsscn V. Oldcnbamc\'cltstraal 24 6512 AX 080-241 05 1 ROTTERDAM : 10l1n Meier

Heer Gilkssl raal 26 0 10-4525484 ,krocll BoOi

DEN HELDER :

Allard lVagclllakcr Marinapark 189 1785 DE 02230-32519 EINDHOVEN:

Eric Jansen Jan Tooropslram 18 5642 AK

0-10-81 75 JO

I-I ('{' m sk('r~stra al

IO-I- tl

010--1659221 N IJENRODE: Jan Hein -\Ifrink

Nicu\' Nijcnrodc 48 362 I MC BrcukcJcn 03-162-62588R BRED~

Arnaud D l/poJll

GRONINGEN:

Patricia Alma Cochoornsingcl 7

971 1 BM 050-1-16348 LEIDEN: Erwin Flipsc

Houtstraat 3 071-14085 1 UTR ECHT:

PClra van HiJst Kapclslraal 6-1 3572 C 030-733327 TILBU RG:

Pasbaan II-F -181 1 GM 076-219283

ENSCHEDE Maarten Wijnheimer Emmastraat 143 7511 BB 053-308280 DEN HAAG Caroline van der Sluys Herengracht 11k 25 11 EG 070-602241

HalT) Ra ~ makers Wilhclm inapa rk 27 5041 EB 0 13--133200

r--------------------------------------------------------------------------. 89 / 2

Ik abonneer mij hierbij op Jason Magazine en ontvang tegen betaling van I 30.- zes nummers in de komende twaalf maanden.

Naam: Adres: Postcode/Woonplaats: ......... ,........ , .. , ... ... ... :.................................... , Telefoon: (U wordt verzocht te wachten met betaling totdat u een acceptgirokaart wordt toegezonden)


INDEXJASON '88-'89

Dr. E. \'éln de BJir

r.laeht en de onmacht van de Amerikaanse president.

88/3. Noord-Ierland: Toekomst zonder toekomst? S.1m Muller

Verlammend verleden houdt Noord-Ierland diep ve rdeeld.

AJex Krijger:

Noord-Ierland arme uithoek van Europese Gemeenschap.

Brian Renner: (ilJterview)

"Zolang cr geweld is. blijven de troepen in Noord -Ierland",

1. Taylo!" (inl(>rviC II')

.,Geweld van de IRA versterkt posit ie van de protestanten"

Af/ton Seelen

"B ritten moeten goedschiks of kwaadschiks weg uit Ierland"

fjfllel'vÎew) Fri!s Beuriek: (1l1lerl'ie ll 'j

.. Jongeren naar Nederland halen om elkaar ech t te [eren kennen"

Allafl Reeve: (intervie\ \')

.. Het is alt ijd geoorloofd om RUC -leden dood te schieten"

Dr. A.

L1/11I1UYS:

Ruziënd op de achterbank. Ame rikaanse kielers en kandidaten in 1988.

ann() MaJiep.1,ud:

Republikeinen e n Democraten : Waar staan ze voor in 198B?

Hi/fls-Paul A m /n essen

Verhouding me! Eu ropa speelt in campagnes geen grote rol

en Aldrik G ien'eld: Mr. F.

I'c1/J

Roo.\':

Amerika en de angst voor het "Fort ress Europc"

88/6.1988: Het jaar van de vrede. De fl. IV. Hou lI'eJing:

Veiligheid. conflict. samenwerking: vaste elementen in bewegend beeld.

M arl in SOllllller

Zuid -Afrika kan akkoord op drie punten blokkeren

(illtl't'I'if'\\ "J

Jori:;; Vc/'srccg:

(ilJten/Jó\ ,)

Akkoord over Afghanista n blauwdruk voor de vrede'?

88/4. De binnenkant van Buitenlandse Zaken.

D ick A Leurdijk'

Rol van Verenigde Naties bij regionale conflicten,

Chiel de Leeuw:

Van gezant aan 't hof tot moderne diplomaat. Het "diplomatieke recht" en de Weense Conventie van 1961.

Drs, L. Wecke: Iinten'ie w )

Vrede en veiligheid zIJn niet identiek,

Drs. F von der Dunk: Ch. de Leeuwen H P. Af)dric.~.~ef):

Een d iplomaat zit niet alleen prettig aan de rand van zwembad .

89 /1. Herlevend nationalisme op de Balkan. Raymond Del r('z:

(If/!erl'ie ll'.ç)

A Gierveld'

De Nederlandse diplomatie tussen traditie en ambi Ue,

Mr, L. J, Brink/lOnt: (ifltelTiew)

Bij de diplomatie gaat het om de manie r wa<lrop je het zegt.

Verwarde situ"tie in Kosovo heeft com plexe geschiedenis.

Prof.dr.5.Alexandrescu: Ceaucescu's Roemenië: een dodelijke utopie , Prof d l', F de Jong:

Turkse moslims en moslimse minde rheden in BulgariJe,

Prol 1. MencIngel':

Joegoslavie op kruispunt van he r vormingen en ve r v<ll.

88/5. De race naar het Witte Huis. zonder make-up bekeken. DI', G, fnvin en dr, R. Allde \\'eg:

Enkele kanttekeningen bij wedloop na;lr Wiul' Huis

Dolf Went'

Albanië, even Intrigere nd als mysterieus. op weg naar .. :'

AE.

Gorb<11sjov en de veiligheid van Balkan en :>'Ilddellandse Zee.

Drougo.~"

,----------------------------------_ . .. -------------------------------------, Kan ongefr. verzonden worden.

JASON ANTWOORDNUMMER 2187 2501 WBDENHMG


Jason magazine (1989), jaargang 14 nummer 2