Chipka november 2016

Page 35

Bij veel Aalstenaars nog steeds bovenaan het lijstje met favoriete gerechten van vroeger: hutsepot. Uiteraard bij voorkeur volgens Aalsters recept, de ‘natte’ hutsepot. Als ‘slow cooking’ vandaag hip is, dan wordt het hoog tijd dat we dit gezonde stoofpotje terug onder de aandacht brengen.

Met een klein hongertje bellen we aan bij Jo Vlasschaert (83) in de Watertorenstraat. De Watertorenwijk kent een bijzondere traditie. De Sint-Maartensjaarmarkt op 11 november verenigt elk jaar tal van families en daar hoort een goeie portie hutsepot bij. Hutsepot eet je niet alleen, dat is een sociale aangelegenheid. Zo’n gerecht is ook niet op één, twee, drie klaar. Op het moment van ons bezoek is Jo al een dag aan het werk. Alleen al het kuisen van de groenten duurt makkelijk 3 uur. Misschien laten veel mensen om die reden het gerecht links liggen, of ze bereiden het enkel bij een speciale gelegenheid en in familiale kring. Zo gaat het ook bij Jo. 2 x per jaar “Ik maak twee keer per jaar hutsepot”, vertelt Jo. “Met Carnaval en met de Jaarmarkt. Dan komt de hele familie hier samen: kinderen, kleinkinderen met hun lief en achterkleinkinderen.” Jo’s vrouw Hilda en dochter Veerle knikken instemmend: “33 man! Allemaal komen ze, zelfs één van onze kleinkinderen die al jaren in Noord-Holland woont komt elk jaar langs. Het voordeel aan hutsepot is dat ze niet allemaal tegelijk moeten eten. De ene komt en de andere gaat, je kunt dat de hele dag door serveren. Onze familie is groot en hangt goed aan mekaar, het houdt ons samen.” Verlakte kom Sinds zijn pensioen zwaait Jo de plak in de keuken. De kok stopt ons een briefje in de hand met de ingrediënten, stuk voor stuk in ‘Oilsjterse vocabulaire’. We lezen ‘ajoin’, ‘savoei’, ‘raupen’, en houden even halt bij ‘persenaukel’. “Pastinaak," zegt Jo, “een

vergeten groente. Die groenten zijn allemaal courant te verkrijgen vanaf november, hutsepot is een typisch wintergerecht. Ik kook ze in een verlakte kom, die is beter voor de smaak dan een vuurvaste ketel in inox. Daarna moet je het een nachtje laten trekken, ook dat is beter voor de smaak. Let wel, tijdens het afkoelen moet je regelmatig roeren, zodat alles gelijkmatig afkoelt, anders wordt het gerecht zuur. Om diezelfde reden mag je je kookpot ook niet laten trekken op een koude vloer.” Alles van het varken De hutsepot van Jo is eigen recept. “Bij ons thuis kenden we die traditie niet. Bij Hilda thuis wel, zij groeide op aan de Watertoren. Ik het dus geleerd ‘van horen en zien’. Voor mij moet een goeie hutsepot dik zijn, je moet de groenten goed zien liggen. Het mag niet alleen soep zijn. Je mag ook vooral niet besparen op vlees. Bij mij gaat alles erin, ook de varkenspoten en -staart. Die zijn niet meer overal verkrijgbaar. Mensen eten dat niet meer. Ik heb hier ook een potje smout voor op de boterham. Ook dat vind je amper nog.” Kemel van Jeroen Meus Ook het brood op tafel heeft Jo zelf gebakken. Van thuis uit was hij patissier. Ook over Aalsterse vlaaien kan hij dus een mondje meepraten. We krijgen de juiste ingrediënten gedicteerd. “De juíste, want ik kan me wel eens ergeren aan tv koks die foute info geven. Jeroen Meus schoot vorig jaar nog zo’n kemel. Hij voegde siroop toe en dat doe je nooit! Wel kandijsuiker, foelie en kaneel. Echte Aalsterse vlaaien worden gemaakt met mastellen. Die zijn kruidig van smaak. Ze worden gebakken en geroosterd en nadien in kokende melk verbrijzeld.”

35