Sirius Sights 2019

Page 1

SirIus Sights Connecting Minds for Future Needs

Market force driven healthcare or guided by government Guus Schrijver, former professor Public Health at UMC

The computer already knows how you feel Jan-Willem van ’t Klooster, PhD, Managing director BMS LAB, University of Twente

not only Together by a union but also by borders Paul Bernhard, Intern at EUREGIO


Overview Hi from the board The 45th board of Sirius wants to say hi and tell you a little about why we chose this theme for the Sirius Sights.

04

a Gamble with healthcare What if we choose to let the market decide how our healthcare system develops and the control is not in the hands of the government.

06 14

Robotsurgeries

The latest improvements if we are talking about surgery, robots and technology. Robots which can assist and even do complete operations are no longer science fiction, but something that is already happening today. 2

31

tackling climate change starts small

While the house of representatives is heavily debating about a climate deal, municipalities (gemeentes) are already trying to reduce their carbon footprint.


Equality for all Like the cast of Highschool Musical sang, we are all in this together! The government has a department for inequality, and someone from that department tells us about her job.

24

An everlasting and final yes We are not going to spoil anything about this story in this overview. We do advise you to have some tissues nearby in case of emergency.

36

Commissie We proudly present you the Sirius Sights of 2019. Our planning was a little bit different, but we are happy how the new layout turned out! We are currently at the start of a whole new academic year. Maybe you are just starting or are you already in your graduation year, whatever you are about to do, we hope you enjoy your year at the University of Twente, and we hope to see you at Sirius. The Sirius room is located at the TechnohalÂ

The EdiCie commision of 2018-2019 included the following Sirius members: Maartje Visschedijk Gijs van Pijkeren Annemieke Potze Vera Niessink Alex Krol And our supervisor Kevin Heerema. Liked the Sirius Sights? Consider joining our commision!

3


Introduction It is a pleasure to present to you a new edition of the Sirius Sights! In this number, the focus will be on Connecting Minds for Future Needs. The world is entirely based on knowledge and using that knowledge to make the world wealthier, better and to increase the quality of life. New inventions and technologies have followed upon each other at a high pace, and it still keeps accelerating. After WWII, the fridge was a groundbreaking invention which would change our way of living forever. A couple of decades later, the internet would be introduced to the public. Who would have imagined that the internet would not only be used widely but that it would also be close to controlling our society? Such technologies make our lives a lot easier, but they also bring a lot of new dangers and risks. One of the biggest challenges of new technologies that are continually accelerating is to keep up with the pace. It is difficult always to understand new technologies, and it is even harder to embed them in our system while ruling out flaws and risks at the same time. You could think of self-driving cars. Many companies are experimenting with self-driving cars, but we are still far from ready for them. Tesla already has vehicles on the road that can drive autonomous on highways, but the road infrastructure is a high burden for such companies to create a fully working car that can operate on all kinds of roads. Moreover, most laws still require the motorist to hold the steering wheel, even if the vehicle can drive autonomous on highways. Nowadays, artificial intelligence is at a high level, and it will increase even more in the upcoming decades. We tend towards letting machines think for us instead of using our intelligence and common sense. The challenges that come with new kinds of inventions and technologies requires for human-beings to use their common sense, knowledge and intelligence even more. We should always connect our minds and thoughts to use new technologies in the way we want and need it to use. If we can connect our minds in the right direction, we will be able to increase everyone’s quality of life. Even making the world a better place and anticipating for the needs of our future. This Sirius Sights highlights several different thoughts and opinions on how we can connect our minds for our future needs. Is new technology the answer? Or should we use traditional and existing systems? Enjoy reading this Sirius Sights!

4


5


“Hij greep niet in toen het Slotervaart ziekenhuis en het IJsselmeer ziekenhuis te Lelystad faillietgingen, want bij marktwerking hoort nu eenmaal dat instellingen failliet kunnen gaan.”

Én overheidssturing én marktwerking in de zorg?

ja graag!

6


De laatste tijd staat de in 2006 geïntroduceerde marktwerking ter discussie. VWS minister Hugo de Jonge (CDA) wil er weer vanaf. Zorgverzekeraars sluiten contracten met ziekenhuizen voor een periode van soms wel tien jaar. Gedurende die periode is er geen marktwerking en zijn ziekenhuizen verzekerd van omzet. Er zijn ook voorstanders om de marktwerking voort te zetten, waaronder minister voor Medische Zorg onder het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) Bruno Bruins (VVD). Hij greep niet in toen het MC Slotervaart in Amsterdam en het MC Zuiderzee in Lelystad failliet gingen, want bij marktwerking hoort nu eenmaal dat instellingen failliet kunnen gaan. Zelf kies ik voor een mengvorm van én marktwerking én overheidssturing. Ik licht deze opvatting toe en neem als voorbeeld de marktwerking tussen ziekenhuizen, zorgverzekeraars en patiënten.

Ziekenhuizen bieden vier groepen van diensten aan met elk eigen economische kenmerken: acute zorg, planbare zorg, chronische zorg en oncologische zorg. Acute zorg kan niet wachten. Die moet 24/7 beschikbaar zijn. Die beschikbaarheid veroorzaakt het grootste deel van de kosten van de acute zorg. Als een arts op de Spoedeisende Hulpafdeling om 2 uur ’s nachts gedurende tien minuten een wond hecht, liggen de directe kosten op twintig euro bij een uurloon van 120 euro. De kostprijs bedraagt evenwel honderden euro’s. Want die arts heeft in de nacht maar enkele patiënten. En alle kosten van die nachtdienst (8 x 120 euro) moet de zorgverzekeraar wel betalen. “Gratis bier bestaat niet.”, zo legde oud-VWS minister Edith Schippers uit. Overheidssturing is wat ik bepleit voor de acute zorg. De overheid kan dan de beschikbaarheid van SEH’s goed plannen net zoals ze dat doet met brandweerkazernes en ambulancezorg die ook spoeddiensten leveren.

Guus Schrijvers Gezondheidseconoom Oud-Hoogleraar Public Health - UMC Utrecht 7


De planbare zorg heet in de medische sector electieve zorg. Bij deze zorg gaat het om ingrepen die op afspraak plaatsvinden: heup-, knie- en staaroperaties bijvoorbeeld. Veelal is hier sprake van serieproductie: alle heupoperaties bijvoorbeeld op één dag in de week. Vaak zijn deze ingrepen per patiënt zeldzaam: een staaroperatie ondergaan patiënten maar één of twee keer in hun leven. Bij burgers bestaat, schat ik in, begrip en bereidheid, als zij wat verder moeten reizen. Dat is niet het geval voor acute zorg: die moet in de eigen stad of streek beschikbaar zijn. De planbare zorg betreft meestal eenvoudige ingrepen waarvoor heldere kwaliteitsnormen bestaan. Een knie-operatie hoort bijvoorbeeld na enkele weken reductie van pijn en vergroting van de mobiliteit op te leveren. In economische termen gezegd: er is sprake van een homogeen product. Hier levert marktwerking kwaliteitswinst op. Ook de doelmatigheid gaat omhoog als zorgverzekeraars selectief inkopen bij ziekenhuizen met grotere series en daardoor lagere kosten per patiënt. De chronische zorg berust bij én huisartsen én medisch specialisten of breder gezegd bij én eerste lijn én ziekenhuizen. Denk bij chronische aandoeningen aan mensen met diabetes, neurologische aandoeningen en zeldzame, erfelijke ziekten. Zij hebben baat bij goede medische diagnostiek, behandeling en medicatie. Maar ook maakt een groot deel van hen gebruik van hulpmiddelen als zoals rolstoelen en woningaanpassingen. Voor de medische zorg bestaan thans keten-DBC’s voor enkele ziektebeelden zoals diabetes, COPD en hartfalen. Daaruit wordt zowel huisartsenzorg als ziekenhuiszorg betaald. Deze DBC’s gelden een jaar. Eenvoudiger gezegd, voor deze chronisch zieken geldt een abonnementstarief dat na één jaar wordt verlengd. Uitbreiding van deze keten-DBC’s naar alle chronische aandoeningen ligt voor mij voor de hand. De sinds 2011 bestaande praktijk bij de genoemde aandoeningen heeft zich al bewezen. De oncologische zorg is de laatste groep van diensten die ziekenhuizen leveren. Zelden kan een kankerpatiënt terecht in één ziekenhuis. Ik illustreer dit met een voorbeeld. Een chirurg van het kleine ziekenhuis A stelt bij een vrouw de diagnose borstkanker. Zij opereert haar in het mammacentrum in het grotere ziekenhuis B. Daar vindt ook de toediening van chemoen hormoonkuren plaats. Bestraling vindt plaats in het radiotherapeutisch centrum van ziekenhuis C. Daarna vindt nacontrole plaats in ziekenhuis A. Een regiobudget voor alle oncologische zorg biedt hier uitkomst. Dat wordt toegekend aan de reeds bestaande regionale oncologische netwerken. Dat ontvangt het geld van zorgverzekeraars en geeft dat door aan de ziekenhuizen op basis van geleverde uren dienstverlening. Op dit moment bestaan twee scholen om het ziekenhuislandschap te veranderen. De eerste wil herstructurering. Zoals de regering Rutte-2 de langdurige zorg herstructureerde in één regeerperiode (2013-2017) en met nieuwe wetgeving, zo zou ook thans de ziekenhuizen moeten worden aangepakt. Ik ben daar tegen. Want dan ontstaat er een machtsstrijd en gaat de aandacht niet uit naar zorgvernieuwing en herinrichten van de vier soorten ziekenhuiszorg. De andere school is om te focussen op inhoudelijke samenwerking tussen ziekenhuizen en gelijktijdig de bekostiging stapsgewijs en zonder nieuwe wetten aan te passen. Dan gaat wat mij betreft de marktwerking omlaag bij de acute zorg en omhoog bij de planbare zorg. Keten-DBC’s en regiobudgetten krijgen geleidelijk aan de boventoon bij chronische respectievelijk de oncologische zorg.

8


Nautus versterkt Gemeenten staan voor grote uitdagingen. Sociale vraagstukken die in de samenleving spelen en opgelost moeten worden. Waarbij de goede wil en intenties het geregeld afleggen tegen de weerbarstigheid van de dagelijkse praktijk. Nautus doorbreekt die status quo en brengt mensen in beweging Van de behoeften en wensen van inwoners, tot de soms tegenstrijdige belangen van de politiek, en de werkdruk van gemeentelijke specialisten: veranderopdrachten vragen om een grondige aanpak. Wij gaan voor impact. Bij gemeenten en in de samenleving. Het nemen van verantwoordelijkheid is hierbij een voorwaarde. Het creëert de ruimte om ambities, vergezichten en abstracties te vertalen, naar concrete en uitvoerbare plannen. Dit geeft ons energie. Waarmee we het vuur aanwakkeren bij anderen. Dit lukt ons alleen door innig samen te werken met gemeentelijke professionals. De mensen die het uiteindelijk moeten doen. Zo ontwikkelen we een werkbare oplossing die aansluit bij de realiteit van alledag. Dat is goed voor de organisatie én de maatschappij. Hoeveel verantwoordelijkheid wil je hebben? Werken bij Nautus is jezelf continu ontwikkelen in een beweeglijke omgeving. Waarin je zelf stuurt op resultaat. Zo krijg je de kans en verantwoordelijkheid een bijdrage te leveren aan de maatschappij. Elke dag weer. Eigenlijk is het alsof je bij ons regelmatig aan een nieuwe baan begint. De uitdagingen die je voor je kiezen krijgt bij verschillende gemeenten zijn steeds net even anders. Je verantwoordelijkheid? Die is wel altijd gelijk: heel groot. Vanaf je eerste dag krijg je het vertrouwen van de rest van het team en je opdrachtgevers. Mocht dit allemaal erg spannend klinken, dat klopt. Niet iedereen is dan ook geschikt om bij ons aan de slag te gaan. Durf jij het aan? Wij zijn regelmatig op zoek naar nieuwe collega’s. Ook naar starters op de arbeidsmarkt die geen of weinig ‘vlieguren’ als adviseur hebben gemaakt. Als junior adviseur coachen onze ervaren adviseurs je op inhoud en op je rol als professional en ontwikkel jij je werkende weg als adviseur op sociale vraagstukken. Wij nodigen je uit om eerst kennis te maken met ons team via onze website (https://nautus.nl/ team/). Durf je de uitdaging dan nog steeds aan? Wacht dan niet langer en stuur je motivatie en je CV naar werving@nautus.nl voor een open sollicitatie of een vrijblijvend kennismakingsgesprek.

9


A MESSAGE FROM THE NEW BOARD

For study association Sirius, the beginning of a new academic year mea board will take over the reins of the old board. The new board, the 46 th Sirius, consists of six people.

The 46 th board is excited to take over the reins of the 45 th board, and fun, educational and career related activities. But, we cannot organise on our own.

Therefore, we need many active members to help us organise the activit members. Because these active members work together in committees, t cooperate and connect their minds to organise unforgettable activities.

The ne w board is not the only thing that changed this year, also the loc Sirius room changed. The previous years the Sirius room was located in b u t f r o m t h i s a c a d e m i c y e a r o n t h e r o o m i s l o c a t e d i n t h e Te c h M e d C e n t TL1300). We hope to see all of you in our new Sirius room.

Nienke Pleijzier Chairman Sirius 46th board Commissioner Internationalisation 10


ns that a new h board of

d organise many these activities

ties for our they can

cation of the the Ravelijn, tre (room

a welcome to all Freshmen Another academic year is about to start. Some people have stood at this point numerous times already, while others experience the start of a new year at university for the first time. Nevertheless, for most of us, it is quite scary and exciting at the same time what the new year will bring us. The Kick-In has just passed, and now it is time for serious business. What you might not expect is that you’re going to learn a lot more than the knowledge that is written down in heavy books. The acquisition of new skills and competences will eventually prepare you for your future. You are going to interact with many people you haven’t met before, all with their own background. You are going to cooperate by doing research in project groups closely, and you might even join a sports-, student- or culture-association of your choice in Enschede. This Sirius Sights has been established by one of the committees of Sirius, the Editorial Committee or EdiCie in short. If you have participated in the Kick-In, you will have seen the name of Sirius before. However, it might still be a bit strange to you what a study association means. Every study programme at the UT has its own study association. Sirius represents the bachelor programmes Gezondheidswetenschappen and Management, Society & Technology and after several years, Sirius will still be there for you if you are a master student of Health Sciences, Public Administration and European Studies. Sirius is entirely run by students and for students of the study programmes mentioned before. The full-time board usually consists of six people, that keep a close relationship with the staff of the study programmes and it tries to represent the interests of our students at the UT. Besides the board, almost 100 members are active in several committees that organise exciting excursions and knowledge broadening lunch lectures, but also activities at which you can relax and forget about the stress of studying for a while. Chances are high that you will find your friend for life at Sirius! This year will be the first year that Sirius is located in the TechMed Centre. With a large room, many places to study and of course unlimited coffee and tea, it should be the place to go to in before and after lectures. And it is the place to have a chat with one of your fellow students! Our association is there for all students, no matter your personal opinions or preferences. We try to make your student life even more fun, and we’ll make sure that you don’t ever want to graduate!

11


ZeroPhobia: The future of self-guided therapy Extreme fears of certain items or situations, clinically referred to as ‘specific phobias,’ are one of the most common diagnoses in the world; in the Netherlands, 7.6% of individuals will experience a phobia in their lifetime (Wardenaar et al., 2017). Phobias can be incredibly debilitating - imagine being too afraid to stand on a balcony, or on a train platform, or work on the 17th floor of the building where your office is located. This fear of heights, or acrophobia, could be so severe that an individual could be unable to work or socialize. Additionally, evidence suggests that having a specific phobia could increase your risk for developing other forms of anxiety disorders as well as major depression (Choy, Fyer, & Goodwin, 2007). Fortunately, we do know how to treat specific phobias, like acrophobia. Cognitive Behavioral Therapy, or CBT, involves a technique referred to as exposure therapy. During exposure therapy, individuals are progressively exposed to feared situations. For acrophobia, this would mean starting with something small, like looking at pictures taken from great heights, eventually working up to physically standing on top of a tall building and looking down. Although research has shown that exposure therapy does effectively reduce their phobia, high-treatment costs and limited availability of mental health professionals causes many individuals not to receive treatment.

In recent years, Virtual Reality Exposure Therapy (VRET) has risen as a new way of conducting exposure therapy. Rather than physically standing on top of a building, a person with acrophobia could face their fear using virtual reality environments. Studies have shown that VRET is as effective as conventional exposure therapy (Fodor et al., 2018; Opris et al., 2012; Morina, Ijntema, Meyerbroker, & Emmelkamp, 2015). The equipment used for VRET, however, is very expensive, and VRET still involves a mental health professional therefore making VRET still relatively inaccessible. With all of this in mind, Dr Tara Donker had an idea: Do we really need expensive virtual reality equipment in order to effectively treat a phobia? What if we could use the fancy piece of technology almost all of us own: a smartphone? ZeroPhobia was developed in 2016 with the idea that individuals could treat their phobias at home using their smartphone devices as the screens to virtual reality glasses. Donker provided participants with basic cardboard frames to hold their phones while viewing the virtual reality environments, making the cost of equipment incredibly low. The app, ZeroPhobia, was created to be unguided, or not require a therapist to be involved in the treatment. A virtual therapist was designed instead to offer psycho-education and “guide” the participants through the treatment.

12


This year, Donker published her findings on the first ZeroPhobia app: participants with acrophobia who completed the 6 animated modules, including virtual reality exposures, experienced a significant reduction in their fear of heights, compared to participants who did not complete the program. Three months later, their symptoms were still reduced. This first publication showed that a low-cost, unguided app could be an effective treatment method for specific phobias; this ground-breaking finding means that accessible treatment for common phobias could be in the very near future. With such promising results, Donker has now moved on to begin researching other versions of ZeroPhobia. This summer, a study of ZeroPhobia: Fear of Flying will be opened. Like ZeroPhobia: Fear of Heights, participants in this program will be able to download an app with CBT modules, animated exposures, and 360° videos, all aimed at reducing fear of flying, or aviophobia. If you are interested in participating in the research of this new ZeroPhobia app, please contact Ms. Jamie Rhiannon Fehribach at j.r.fehribach@.student.vu.nl for more information.

Sources

Jamie Rhiannon Fehribach MSc Clinical and Developmental Psychopathology - Vrije Universiteit Amsterdam

13


U bent in goede (robot) handen Ruim twintig jaar geleden werd de da Vinci operatierobot voor het eerst ingezet om chirurgen te ondersteunen bij endoscopische chirurgie, ook wel kijkoperaties genoemd. De introducties van endoscopische chirurgie eind jaren 80 had de heelkunde al op revolutionaire wijze veranderd. Niet langer opereren via een grote snee in de buikwand, maar via een aantal kleine openingen van vijf tot tien millimeter. Door deze openingen werden buisjes ingebracht, de zogenoemde trocars. Via de trocars werd een endoscoop met camera in de buikholte gebracht, en lange dunne instrumenten om te opereren. De ingreep werd gevolgd via beeldschermen. Endoscopische chirurgie bracht belangrijke voordelen voor de patiĂŤnt. Er was aanzienlijk minder pijn, het herstel was sneller en het ziekenhuisverblijf werd korter. Daarnaast was er een groot esthetisch voordeel, en ontstonden er minder verklevingen en wondbreuken.

Prof. Dr. Ivo Broeders Gastroenterologische chirurg & Algemeen non-invasieve chirurg Hoogleraar Robotica University of Twente.

14


Voor de chirurg lag het anders. Opereren via kijkoperatietechniek bleek lastig. Het was wennen het tweedimensionaal beeldscherm en men keek niet meer met eigen ogen, maar via die van de cameraman. Deze bepaalt immers wat er in beeld gebracht wordt. Ook het werken met de chirurgische instrumenten bleek lastig. De trocars werken als een kantelpunt, een handbeweging naar boven betekent een instrumentbeweging naar beneden in het lichaam, links wordt rechts. Bovendien is er een schalingseffect als het kantelpunt zich niet halverwege het instrument bevindt, en heeft de chirurg last van wrijving van de kleppen van de trocars. Ook werden chirurgen vaak in een ongelukkige lichaamshouding gedwongen, wat leidde tot veel rug- en nekklachten. Deze beperkingen hadden hun impact op de toepassing , het ging snel bij de wat eenvoudigere operaties zoals galblaasverwijdering, maar introductie bij moeilijkere ingrepen zoals operaties voor dikke darm kanker verliep veel trager. Ondertussen werd er in de USA gewerkt aan een techniek om op afstand te kunnen opereren. Het was een experiment met als uitgangspunt om soldaten in oorlogsgebied ter plekke te kunnen behandelen, sneller en veiliger voor de operatieteams. Men noemde dit Telesurgery, chirurgie op afstand. In 1995 werd een proof of concept afgeleverd op Stanford University.

Telechirurgie bleek mogelijk, weliswaar via datakabels over een afstand van enkele meters. De reactietijd bleek namelijk onder de 16 milliseconden te moeten liggen om soepel te kunnen opereren. Telesurgery ging in de ijskast, en daar is het tot de dag van vandaag gebleven, voor grootschalige toepassing lijkt voorlopig geen markt te bestaan. Maar het concept wekte wel interesse voor andere toepassingen. Als je de chirurg van de operatietafel weg kunt halen, kun je een computer plaatsen tussen dokter en patiĂŤnt, en deze computer kan de chirurg dan ondersteunen bij het uitvoeren van de ingreep. Telesurgery werd aldus omgedoopt in computer aided surgery, en het concept werd ingezet om chirurgen te faciliteren bij endoscopische chirurgie. De operatie begint nog steeds met het plaatsen van de trocars, maar dan wordt een robot met vier armen naar de operatietafel gereden, en de armen worden gekoppeld aan de trocars. Een arm bedient de endoscoop, de overige drie chirurgische instrumenten. Er blijft dan een trocar vrij voor de operatieassistent. Na het koppelen trekt de chirurg de handschoenen uit en neemt plaats in de cockpit. Deze levert een haarscherp 3D beeld, waarbij de chirurg zelf de camera bedient. De computer rekent af met omkering van beweging en nadelige gevolgen van schaling en wrijving.

15


Daarnaast hebben de chirurgische instrument twee kleine gewrichten aan het uiteinde, waardoor men het gevoel krijgt weer met de polsen en handen vrij in de lichaamsholte te kunnen manoeuvreren, een geweldige toename in bewegingsvrijheid. Tenslotte was de lichaamshouding in de cockpit al een stuk natuurlijker, met een meetbare afname in rugklachten. De da Vinci robot werd in 1999 geĂŻntroduceerd, in eerste instantie voor hartchirurgie. Dit bleek complex, daadwerkelijk succes kwam pas toen urologen de robot gingen gebruiken voor de behandeling van prostaatkanker. Inmiddels wordt de robot gebruikt door chirurgen, urologen, gynaecologen en KNO artsen. Er staan wereldwijd inmiddels meer dan 5000 van deze systemen, en in 2018 zijn voor het eerst meer dan een miljoen mensen per jaar met behulp van deze robots geopereerd. Een technologische revolutie op de operatiekamer, en een gigantisch succes voor de producent. Zij wisten tot 2017 de markt exclusief te beheersen via een woud aan patenten. Inmiddels is er concurrentie op komst, en wordt er ook gekeken naar robots voor andere soorten operaties. Een mooi voorbeeld is de firma Microsure, een spin-off van de TU Eindhoven. Dit bedrijf ontwikkelt een robot voor microchirurgie. Er bleek echter niet uitsluitend lof voor het gebruik van de operatierobot. De bijkomende kosten zijn erg fors, en het bleek moeilijk om daadwerkelijke winst voor patiĂŤnt of gezondheidszorg aan te tonen in vergelijking met gewone kijkoperaties. Verzekeraars betalen de meerkosten dan ook niet meer, en de kosten komen ten laste van het ziekenhuis. Deze discussies, gevoerd op begrijpelijke gronden, blijken groei niet af te remmen. In 2019 zal de veertigste robot in Nederland geplaatst worden, en andere bedrijven gaan hun weg naar de markt vinden. De komende 10 jaar zullen staan in het teken van de introductie van artificiĂŤle intelligentie en big data analyse, en de robotsystemen zullen fungeren als het centrale brein voor de dataverwerking. De chirurg wordt dan ondersteund in handvaardigheid, maar ook in besluitvorming en continue bijscholing. De robot is niet meer weg te denken uit de operatiekamer van de nabije toekomst.

16


Sirius alumni vertelt: Onderzoek en advies “... ik ben er achter gekomen dat er buiten gemeenten, provincies en de Rijksoverheid ook binnen de commerciële sector nog voldoende werk is om met complexe maatschappelijke problemen aan de slag te gaan.”

Een tijdje geleden zat ik voor de verandering weer een keertje op Facebook. Naast talloze reclames en tag-je-maat-onzin zag ik dat Sirius op dat medium een stuk actiever is dan ik zelf ben. Mijn oog viel op een aankondiging van het bestuur dat er een lunchlezing werd georganiseerd over het leven na je studie. Ongeveer tegelijkertijd vroeg de EdiCie mij een stuk te schrijven over hoe verschillendeorganisaties werken aan maatschappelijke vraagstukken. De spreker van de lezing die ik hierboven noemde is een goede vriend en oud-bestuursgenoot van mij en ik sprak hem er onlangs - onder het genot van een biertje - op het terras nog over. Tijdens het gesprek zat ik bij mezelf te denken dat ik als bestuurskundestudent eigenlijk altijd heb gedacht bij de/een overheid terecht te komen. Het is anders gelopen, maar wel op een manier dat ik alsnog bezig kan met publieke vraagstukken, waarvoor ik ooit aan die studie ben begonnen.

Momenteel ben ik namelijk werkzaam bij een commercieel onderzoeksbureau gespecialiseerd in de publieke sector en in dit stuk wil ik laten zien waar wij mee bezig zijn met de grote publieke vraagstukken van deze tijd. Tijdens mijn zoektocht naar een afstudeeropdracht stelde een docent met een opdracht voor in samenwerking met I&O Research, een commercieel onderzoeksbureau hier in Enschede. Het onderwerp sprak me aan en de kwantitatieve invalshoek beviel me ook wel. Tijdens de stageopdracht klikte het bij beide partijen en boden ze mij een baan aan. Inmiddels zijn we drie en een half jaar verder en ben ik er achter gekomen dat er buiten gemeenten, provincies en de Rijksoverheid ook binnen de commerciële sector nog voldoende werk is om met complexe maatschappelijke problemen aan de slag te gaan.

Leon Heuzels Onderzoeker en projectleider bij I&O Research

17


Kort door de bocht helpen wij als onderzoeksbureau voorgenoemde overheden, maar ook non-profitorganisaties, onderzoeksinstituten (denk aan het SCP) en andere organisaties in de publieke sector met het beantwoorden van beleidsvraagstukken en het leveren van informatie die methodologisch verantwoordbaar is. Een opdracht voor deze partijen kan beperkt blijven tot enkel het verzamelen van kwantitatieve of kwalitatieve data, maar doorgaans schrijven wij ook mee aan de rapportages en het beantwoorden van de onderzoeksvragen.

DE OVERHEID HELPEN BETERE KEUZES TE MAKEN De opdracht van onze klanten komt vaak voort uit een behoefte aan informatie om betere keuzes op beleidsgebied te kunnen maken. Wij voorzien daarin door bijvoorbeeld advies te geven over de onderzoeksopzet of de te gebruiken methoden, maar ook door zelf het veld in te gaan: inwoners peilen via vragenlijsten en interviews of door in gesprek te gaan met stakeholders. Voor wie bij het lezen van voorgaande zinnen met het zweet op de rug denkt aan zijn of haar bachelor- of masteropdracht: het doen van onderzoek is gelukkig een stuk leuker als je met een hele organisatie samen aan een opdracht kan werken.

“Denk je na het lezen van dit artikel nou van: hé, dit is iets waar ik echt nog nooit bij stil heb gestaan, maar het lijkt me wel interessant. Kruip dan eens achter LinkedIn en stuur me een berichtje.”

(1) Een samenvatting van dit artikel vind je met deze QR code

18


De maatschappelijke vraagstukken waar we ons op richten zijn divers. Ze variëren van vrij technische zaken als werkgelegenheid, koopstromen en filedruk, maar ook over sociale zaken als jeugdhulp, maatschappelijke opvang en discriminatie. Daarnaast heb je van tijd tot tijd nog de onderwerpen die op dat moment ‘hot’ zijn in de media, waarvoor we ook regelmatig peilingen en achtergrondonderzoek uitvoeren. Denk bij deze items aan de ‘seizoensgebonden’ Zwarte Pieten vuurwerk discussies, maar we zijn ook actief rondom verkiezingen en duurzaamheid. Een concreet voorbeeld van onze peilingen was te lezen op de voorpagina van de Volkskrant van 29 januari (2019) over rekeningrijden (1) . Uit ons onderzoek bleek dat een meerderheid van de Nederlanders positief staat tegenover rekeningrijden. Voor wie het niet kent: het gaat om het principe dat als je vaker de auto gebruikt, je ook meer belasting moet betalen. Het aanschaffen van een auto wordt – mits de wegenbelasting wordt verlaagd - daarmee goedkoper: ‘de gebruiker betaalt.’

Volgens voorstanders is dit goed vanuit sociaal oogpunt: een auto wordt voor mensen met een kleinere portemonnee betaalbaarder en tegelijk is het ook goed voor het klimaat: meer gebruik betekent meer betalen, dus hopen voorstanders dat veelgebruikers vaker de fiets of de trein zullen pakken. Opvallend was dat ook een groot deel van de VVD-kiezers – traditioneel een partij die groot tegenstander is van dit concept – ook wel iets in dit plan zag zitten. Op het moment van schrijven is het nog maar de vraag hoe deze discussie zich zal ontwikkelen (uiteindelijk zal er nog veel meer onderzoek door nog veel meer verschillende partijen naar dit onderwerp worden gedaan), maar wellicht dat door dit onderzoek een aantal neuzen de andere kant op zijn gaan staan. Denk je na het lezen van dit artikel nou van: hé, dit is iets waar ik echt nog nooit bij stil heb gestaan, maar het lijkt me wel interessant. Kruip dan eens achter LinkedIn en stuur me een berichtje. We zijn als bureau altijd wel geïnteresseerd in studenten met een hart voor de publieke zaak en staan altijd open voor een kop koffie om eens te praten over een afstudeeropdracht, ons kantoor is immers om de hoek.

19


the computer is sensing your stress

20


What happens when you are stressed? How is team performance influenced under high workload conditions? How can software detect and adapt to these situations? These are central research questions in a new research project at THE BMS LAB, the faculty lab where inclusive engineering and putting people first are key starting points. In the EFRO BCI Proeftuin (Brain computer interfacing test bed) project, 1.5 mEur is granted to research mental workload in the BMS Lab from 2019 onwards. It is the first large European funded project for the faculty lab BMS LAB. Research in the lab will focus on ‘brain computer interfacing’. This includes measuring mental effort, so that we can adapt computer programs according to the experienced workload. That means that the software you are using will in the future think along with you when the tasks at hand become too stressful, or too dull.

A few interesting techniques are used to detect this kind of phenomena. EEG and functional near-infrared spectroscopy (fNIRS), will be used to detect people’s workload and to determine how tasks could be changed to become easier, less stressful, or more interesting. Other biophysiological inputs such as GSR (galvanic skin response) and HRV (heart rate variability) are aligned with the fNIRS signals using specialized software, based on which algorithms are developed, trained and evaluated to recommend adaptions to the interfaces of software programs. To this end, experts from the department of research methodology, measurement and data analysis (BMS-OMD) and data science group (EWI-DS) are involved. Also, the lab is equipped with the necessary equipment, a.o. with a large 8K beamer setup.

21


We will test real-life scenarios and systems that companies already use but that can be adapted, because these companies are involved in the project. The partner companies are Thales Nederland, Noldus Information Technology, Artinis medical systems and VidiNexus. For example, one test is a control room scenario. In this scenario, operating software for command and control will be adapted based on perceived stress levels in multiple operators. In another scenario, smart interactive narrowcasting displays will be developed and tested to communicate adaptive content under different workload conditions. The project is scheduled to run until the end of 2021. The project budget is 1.5 million euro, of which 460.000 euro is funded by Operationeel Programma van het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) in Overijssel en Gelderland (OP Oost).

BMS LAB is the faculty-broad lab facility of the Faculty of Behavioural, Management and Social sciences (BMS). Since 2017, the lab fuels innovative and high-quality research and education in the BMS community, particularly connecting social sciences and technology. The lab possesses over 400 m2 of facilities. A wide variety of setups are possible through combining flexible space arrangements, various and portable measurement equipment and lab staff knowhow. Next to that, high quality (measurement) equipment can be borrowed for research and education. The lab also advises researchers and students, contributes to project proposals and project work, and assists in data management and computing power. An actual overview of facilities, equipment and software available for reservation is available within the signup procedure by scanning the QR code, or visit the lab staff in Cubicus B204.

Jan-Willem van ’t Klooster, PhD Managing director BMS LAB University of Twente

22


23


Sandrine Veening Beleidsmedwerker Emancipatie Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Weten-

24


Emancipatie en politiek De overheid wil gelijke rechten, kansen, vrijheden en verantwoordelijkheden voor vrouwen en mannen. De overheid werkt aan gelijke rechten voor lesbische vrouwen, homoseksuele mannen, biseksuelen, transgender- en intersekse personen (LHBTI’s). Tevens wil zij geweld en discriminatie tegen LHBTI’s voorkomen. Maar wat doet de overheid om dit te behalen? Een aantal vragen voor een medewerker bij het ministerie Onderwijs, Cultuur en Wetenschap afdeling emancipatie hierbij beantwoord.

25


Vertel eens wie je bent, wat voor werk je doet en welke taken je hebt! Mijn naam is Sandrine Veening, ik woon in Utrecht en Ik werk als beleidsmedewerker bij het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, bij de directie Emancipatie. Binnen de directie houden we ons bezig met de emancipatie van twee groepen in de samenleving: vrouwen en LHBTI’s. Mijn takenpakket is divers. Binnen het thema vrouwenemancipatie ben ik trekker van het programma Veilige Steden; een programma waarbij gemeenten plannen ontwikkelen om de veiligheid van vrouwen in de openbare ruimte te verbeteren. Ontzettend tof!

26

Daarnaast hou ik me onder andere bezig met de uitrol van maatregelen omtrent onnodige sekseregistratie, het tegengaan van stereotypering in het onderwijs en zit het dossier gender en gezondheid in mijn pakket. Je gaf aan dat je bent begonnen met deze functie rondom het Nashville debacle, hoe was dat voor je? Mijn eerste werkdag was de dag na het verschijnen van de Nederlandse vertaling van de Nashvilleverklaring. Super interessant en ik was des te gemotiveerder om aan de slag te gaan om mijn steentje bij te dragen aan de gelijke rechten van iedereen in Nederland.


Wat me opviel was hoe ontzettend rustig mijn collega’s waren en eigenlijk sinds het verschijnen van de verklaring zijn geweest. Ik merkte een enorme drive om door te gaan op de ingeslagen weg. Echt tof. Tegelijk was het ook ontzettend interessant om opeens zo dichtbij het vuur te zitten en me op die plek te begeven waar het allemaal gebeurt. Dat is één van de redenen waarom ik graag bij de Rijksoverheid wilde werken. Toen ’s avonds “mijn” minister opeens bij Jinek zat, dacht ik echt: Wow, ik werk gewoon voor haar. Super tof. Ik was, en ben nog steeds, super trots om juist bij deze directie te werken omdat ik er van overtuigd ben dat iedereen het verdient om zichzelf te kunnen zijn. Ongeacht sekse, kleur of overtuiging.

Denk je dat vanuit elke studie/beroep kan bijdragen aan emancipatie in de Nederlandse samenleving? Absoluut. Je hoeft geen beleidsmedewerker bij de Directie Emancipatie van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap te zijn om verschil te kunnen maken. Ik geloof heel sterk dat iedereen dat kan en dat we niet moeten onderschatten wat we voor iemand anders kunnen betekenen. Hoe groot of klein dat misschien ook lijkt. Na de studie bedrijfskunde kun je op het kantoor zorgen voor een fijne en veilige werksfeer voor je collega’s, bijvoorbeeld. Tegelijk is het bij sommige beroepen vanzelfsprekender om bezig te zijn met mensenrechten. Toch is dat wat mij betreft absoluut geen vrijbrief voor mensen die niet in de “mensenrechtensector” werken om er niets mee te doen. Als een business analist ben je net zo goed onderdeel van deze maatschappij en heb je net zo goed verantwoordelijkheden richting collega’s.

27


Connecting minds for future Needs een blik terug en vooruit! Een mooi jaarthema van Sirius Sights, waar ik met plezier een bijdrage aan wil leveren. Het jaar 1978 ligt al ver achter ons, maar was voor mij de start van de nieuwe studie en 3e lichting van de nog experimentele nieuwe faculteit Bestuurskunde aan de toen geheten Technische Hogeschool Twente. Op de middelbare school heb ik als klassenvertegenwoordiger al enigszins kennis kunnen maken met bestuurlijke processen, inspraak en verantwoordelijkheid dragen. Thema’s die mijn interesse hadden en hebben. Met de kernvakken Recht, Economie, Sociologie en Politicologie heeft de opleiding mij veel gebracht in mijn loopbaan. Bij toeval ben ik al voor mijn afstuderen onder dak gekomen bij mijn oude stage aanbieder, de Kamer van Koophandel, in die tijd in Hengelo gezeteld. Deze Zelfstandige Bestuurs Organisatie, bracht werkgevers- en werknemersorganisaties bijeen (connecting minds) op regionaal niveau en voert taken uit op het kruisvlak tussen bedrijfsleven en overheden. Naast de handelsregistertaken en de bedrijfsvoorlichting zijn met name de beleidsadviserende en belangenbehartigende taken richting overheden naast de regiostimulering, de terreinen waar ik actief op mocht zijn.

Future needs Het thema milieu is voor het bedrijfsleven, met name het MKB, een lastig dossier. Als KvK hebben we aan de basis gestaan voor de oprichting van een regionale BedrijfsMilieuDienst waar aangesloten bedrijven beroep konden doen op ingehuurde expertise. Ook de bodemsaneringsproblematiek, na rapporten van de commissie Oele stevig op de landelijke agenda gekomen, was een lastige. Ook hier hebben Connecting Minds (via de KvK) kunnen bijdragen aan de oprichting van de Stichting Bodem Sanering Bedrijfsleven Overijssel om bedrijven met deskundigheid te kunnen adviseren en begeleiden.

28


Waterschappen hebben als hoofdtaken te zorgen voor simpel gezegd het houden van droge voeten en het zuiveren van water. Via de KvK worden vertegenwoordigers van het bedrijfsleven benoemt die met name toezien op de zuiveringstaak die zo zakelijk mogelijk tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten moet worden uitgevoerd. Ik heb het genoegen gehad namens de KvK 10 jaar deel uit te mogen maken van het Algemeen Bestuur van het Waterschap Regge en Dinkel. Een bestuurlijk gremium waar vertegenwoordigers van boeren, natuurbeheerders, bedrijven en inwoners (connecting minds !) bijeen komen om de beleidskaders vast te stellen en toe te zien op de uitvoering. Ook heden ten dage nog een belangrijk bestuurlijk lichaam die een grote rol heeft in Future Needs, tegengaan van verdroging en opvang pieken in de neerslag door klimaatverandering. KVK is sedert 2014 een uitvoeringsdienst geworden van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat en zet vooral in op digitale dienstverlening voor ondernemers.

Voor mij persoonlijk een goed moment om mij ook anders maatschappelijk in te zetten, namelijk als volksvertegenwoordiger in de Enschedese gemeenteraad. Namens het CDA mag ik in onze 4 koppige fractie bezig houden met o.a. de beleidsvelden Werk en Inkomen en Ruimtelijke Ordening, gebieden waar nadrukkelijk Future Needs aan de orde zijn. Samen verantwoordelijk zijn met een grote taak voor het maatschappelijk middenveld, biedt naar onze visie de beste mogelijkheid Minds te Connecten om tijdig in Future Needs te voorzien. Tenslotte mag ik ook deel uit maken van de Enschedese Rekenkamercommissie die met beleidsevaluatie onderzoeken vooral lering wil trekken naar de toekomst. Naast het volgen van trends en zoveel mogelijk anticiperen in beleid, blijven leren van fouten maar ook succesvolle aanpakken uit het verleden, een goede basis voor de toekomst. Ton ten Vergert CDA gemeenteraadslid Enschede Woordvoerder voor Werk en Inkomen, Ruimtelijke Ordening en Mobiliteit

29


JOIN US I N E XPLO RI N G

thale sc aree r s.nl

A WORLD O F

POSSIBILITIES

LOCATED IN HENGELO, HUIZEN, EINDHOVEN AND DELFT

150 INTERNSHIPS AND GRADUATION ASSIGNMENTS EVERY YEAR

THE MOST ATTRACTIVE EMPLOYER OF HIGH TECH JOBS IN THE FIELD OF SAFETY AND SECURITY

ACTIVE IN DEFENCE, TRANSPORTATION SYSTEMS AND CYBER SECURITY

30


bronckhorst en duurzaamheid De gemeente Bronckhorst is een gemeente in de Achterhoek. De gemeente heeft niet zo veel inwoners (36.000) maar behoort met een oppervlakte van 28.643 hectare (zeg maar 4.100 voetbalvelden) en een omtrek van 108 km gemeentegrens, wel tot de grotere gemeenten in Nederland. In verhouding tot het oppervlak heeft de gemeente niet veel inwoners, ongeveer 36.000. Door bevolkingskrimp neemt dit aantal snel af. Zo zijn de afgelopen 15 jaar al 10 van de eens 30 basisscholen door een tekort aan leerlingen gesloten. Samen met 6 collega’s werk ik voor de gemeente aan het thema Duurzaamheid. Binnen dit thema komt een breed scala aan onderwerpen voorbij. Wij hebben dit samengevat in drie groepen: Energie, Biodiversiteit en Klimaat. Iedere collega pakt een onderwerp op. Zelf ben ik vooral bezig met het behoud van grondstoffen (het verminderen van de hoeveelheid restafval) en klimaat. Grootste uitdaging is het betrekken van onze inwoners bij deze thema’s. Slechts een klein deel is vanuit intrinsieke motivatie betrokken bij de verschillende onderwerpen. Het gros komt in actie om het moment dat maatregelen vanuit het eerder tot stand gekomen beleid daadwerkelijk tot plannen komt. Iedereen wil over op schone energie, maar die windmolen die hoeft toch niet in onze gemeente te staan! Onlangs dus 150 gele hesjes in de raadvergadering waarin dit aan de orde was. Op dit moment werk ik zelf aan de klimaatstresstest. Iedere gemeente moet vanuit het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie 2018 ( www. ruimtelijkeadaptatie.nl) voor eind dit jaar in beeld brengen welke gevolgen de klimaatverandering op het grondgebied van de gemeente heeft.

Hiervoor heeft het rijk al een leuke tool beschikbaar: de klimaateffectatlas ( www.klimaateffectatlas. nl ). Op deze site kun je voor je eigen woonplek zien welke gevolgen overstroming, wateroverlast, droogte en hitte hebben. Met een projectgroep werken we dit verder uit. Voor ons grondgebied is overstroming bijvoorbeeld wel een dingetje. De gemeente ligt aan de IJssel, in de toekomst zijn dijkdoorbraken niet ondenkbaar. Een beetje dijkdoorbraak kan in het gebied langs de IJssel voor een waterdiepte van 5 meter zorgen: je zult er maar wonen. Aan ons de opdracht om deze risico’s in beeld te brengen. Is het handig een verzorgingshuis te plannen in een erg stedelijke omgeving waar de gemiddelde temperatuur veel hoger wordt dan in een groene omgeving? Wat doen we met dat bedrijventerrein in het gebied waar grote kans is op wateroverlast? Op dit moment komen we nog niet met oplossingen maar brengen we vooral de gevolgen in kaart. De volgende stap wordt een flinke uitdaging, hoe betrekken we de inwoners hierbij. In juni organiseren we, samen met het waterschap, een Klimaatdag. Naast een informatiemarkt hopen met sprekers als Lodewijk Hoekstra en Helga van Leur mensen te enthousiasmeren om naar het gemeentehuis te komen. Hopelijk lukt het. Het werken bij een kleinere gemeente maakt dat je betrokken wordt bij een breed scala aan onderwerpen. Je bent meer generalist dan specialist. Het ene moment zit je aan tafel met wethouders en raadsleden, het andere moment ben je in gesprek met een inwoner over de locatie van een ondergrondse container. Die afwisseling spreek mij aan, ik ga (bijna) iedere dag fluitend naar mijn werk.

Martin Niessink Beleidsadviseur Afval en grondstoffen bij gemeente Lochem en gemeente Bronckhorst 31


brain stimulation Eliciting a finger movement by delivering a magnetic field that is applied from outside the brain. Science fiction? No. By applying noninvasive brain stimulation (NIBS) it is possible to modulate activity in specific areas in the brain and manipulate cognitive functions. Without causing harm to the subject, of course. Reason enough to look into the possibilities this method has to offer. Because, hypothetically, could it be possible to use NIBS as a treatment for people that suffer from the consequences of brain injury?

32


Since several years I do scientific research at InteraktContour, and as an external PhD I am connected to Maastricht University. InteraktContour is a healthcare organization in the eastern and middle parts of The Netherlands, and is specialized in supporting and treating people with acquired brain injury. Cognitive, emotional and behavioral problems are common after acquired brain injury and can persist long term. You can imagine that these problems often have a considerable impact on the lives of people with brain injury and their families, as they interfere with many aspects of daily and social functioning.

Neglect, an attentional disorder NIBS is already being used to treat several neurological and psychiatric disorders that are accompanied by a pathologically increased or decreased activity in a specific brain region, such as depression. I am curious if NIBS can also provide a way ahead for people with acquired brain injury. Specifically, in my research I focus on one specific disorder that is common after unilateral stroke, and that is visuospatial neglect. Patients with neglect fail – or are much slower – to shift their attention to and detect targets in one side of space (usually the side opposite to their brain lesion; the contralesional side).

Each year, approximately 45,000 people in The Netherlands suffer from stroke, and visuospatial neglect affects 25-30% of stroke patients. My question is, whether NIBS can be used to correct this visuospatial attention bias typically seen in neglect patients.

Future hopes Based on the theoretical background and research that has already been done in healthy volunteers, tCS has the potential to promote functional recovery of people with neglect symptoms following stroke. Only (research in) the future will tell if tCS will become a powerful therapeutic tool to treat the consequences of brain injury.

The theory behind it So, in a very small nutshell, how does NIBS work then? Previous electroencephalography (EEG) studies with healthy participants have linked attention shifts to certain EEG oscillations in the occipitoparietal cortex. The emergence of a novel NIBS technique, namely transcranial Current Stimulation (tCS), now allows to modulate these brain oscillations directly. Therefore, tCS has the potential to influence cognitive processes, such as spatial attention processes.

Marij Middag-van Spanje PhD researcher at InteraktContour and Maastricht University Department of Cognitive Neuroscience Faculty of Psychology and Neuroscience

33


Hoe zeker is mijn toekomst? De organisatie van werk verandert. Het vaste contract was lange tijd de norm op de arbeidsmarkt. Het bood stabiliteit en zekerheid aan werkgevers en werknemers. Sinds de jaren negentig is die zekerheid steeds minder vanzelfsprekend geworden. Het aandeel werkenden met een vast contract is in de afgelopen decennia afgenomen. Daarvoor in de plaats kwamen verschillende soorten flexibele contracten en zzp’ers. De bijbehorende onzekerheid is ongelijk verdeeld. Vooral groepen met een minder sterke arbeidsmarktpositie, zoals jongeren en laagopgeleiden, werken relatief vaak op basis van een flexibel contract. Voor beleidsmakers is de toenemende ongelijkheid en onzekerheid op de arbeidsmarkt een uitdaging. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat de arbeidsmarkt ook in de 21ste eeuw zekerheid en kansen biedt aan iedereen? Is de toenemende flexibilisering wel door beleid te beïnvloeden? Of is deze ontwikkeling een gegeven in een arbeidsmarkt die snel verandert door globalisering, robotisering en digitalisering? Interessante vragen waar ik mij als econoom en jurist bij het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in heb mogen verdiepen. De sterke flexibilisering van de Nederlandse arbeidsmarkt is internationaal opvallend. In omliggende landen die met dezelfde trends en ontwikkelingen te maken hebben doet deze zich niet of in veel mindere mate voor. Dat betekent dat de manier waarop we de Nederlandse arbeidsmarkt hebben ingericht een rol speelt. Onderzoekers wijzen erop dat de kosten en risico’s die aan het vaste contract verbonden zijn, het aangaan van een vast contract minder aantrekkelijk maakt voor werkgevers. Flexibele contracten bieden werkgevers een aantrekkelijker alternatief voor het vaste contract en zijn verplichtingen zoals hoge ontslagbescherming, transitievergoedingen en loondoorbetaling bij ziekte.

34


Als beleid bijdraagt aan de ongelijke verdeling van zekerheden, dan kan beleid ook bijdragen aan het herstellen van de balans op de arbeidsmarkt. In een team beleidsmedewerkers heb ik gewerkt aan het wetsvoorstel ‘Arbeidsmarkt in balans’ dat inmiddels is aangenomen door de Eerste Kamer en op 1 januari 2020 in werking treedt. De wet verkleint de kosten en risico’s tussen vast werk en flexwerk. Hierdoor krijgen mensen in een kwetsbare positie meer perspectief, terwijl tegelijkertijd flexwerk mogelijk blijft. Het aangaan van een vast contract wordt aantrekkelijker gemaakt voor werkgevers. Bijvoorbeeld door een lagere WW-premie bij vaste contracten en doordat werkgevers in de toekomst ook bij het beëindigen van een tijdelijk contract een transitievergoeding moeten betalen. Deze wet zet een belangrijke stap naar een nieuwe balans op de arbeidsmarkt. Maar de arbeidsmarkt is daarmee niet af. Het blijft belangrijk om na te denken over de toekomstige inrichting van de arbeidsmarkt aangezien de manier waarop we werken blijft veranderen. Wat betekent dat voor de toekomstige inrichting van het arbeidsrecht, de sociale zekerheid en het belastingstelsel? Dit blijft een interessante vraag voor beleidsmakers om kritisch over na te denken. Daarmee is er een zekerheid: ook in de toekomst is er voor beleidsmedewerkers werk op de arbeidsmarkt.

Matthijs Willemse-Jacobson Beleidsmedewerker bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Senior beleidsadviseur bij het Ministerie van Financiën

35


Hartje zomer, 2009. Begin augustus. Nederland viert vakantie. We zitten in het zacht roze ochtendlicht op zijn kamertje, in een achteraf hoek van de verpleegafdeling. Hij is doodziek en net 32 jaar. Ik zit naast zijn moeder en vriendin. Achter mij, met ingehouden adem, de coassistent en verpleegkundige. De man zit weggedraaid van ons, aan zijn tafel. Zichtbaar benauwd, de handen voor de ogen geslagen. Ik kijk naar zijn gebogen rug en tel zijn ademfrequentie. 30? 35 keer per minuut. Het raam staat open. Een zoete zomergeur valt binnen. Het contrast tussen dat prachtige buiten en de rauwe werkelijkheid binnen overvalt me. Weken ervoor had ik hem bekend dat ik hem graag mocht. Ik had dat achteraf niet zo professioneel gevonden. Maar hij had het erg gewaardeerd. Een charmant type. Het type dat de gangmaker is op net wat te saaie feestjes. De dood is altijd rauw. Maar de dood van iemand die zo jong is en zo midden in het leven staat is een gruweldaad van de natuur. Dat voelde ik ook. “Natuurlijk neem ik dit mee naar huis”, had ik de co-dokter in alle eerlijkheid geantwoord. Hij heeft een grote tumor in zijn long met uitzaaiingen in zijn botten, lever en hersenen. “Ook in mijn hoofd?”, had hij zich vertwijfeld afgevraagd toen ik de MRI-cerebrum had voorgedraaid. De laatste maanden hadden we chemokuur op chemokuur geprobeerd. Hoogleraren hadden zich ermee bezig gehouden. Niets hielp. De angst was continu voelbaar geweest. Dexamethason. Pemetrexed. Etoposide. Erlotinib. En nog wat exotische namen. Zinloos. De kanker woekerde zonder genade voort en had zijn eens zo imposante lichaam afgetakeld tot de gebroken man die voor ons zat. De laatste weken was hij erg benauwd geworden. Eigenlijk wilde hij niet meer liggen, omdat hij dan het gevoel kreeg te stikken. Het kwam doordat uitzaaiingen in zijn hartzakje er meedogenloos voor zorgden dat een fatsoenlijke terugstroom van bloed naar het hart onmogelijk was. Fatsoen, een woord dat in het vocabulaire van kanker ontbreekt. De laatste twee dagen nestelde hij zich aan een eettafel. En daar zit hij nu, 24 uur per dag, hij slaapt met zijn hoofd op de tafel. Toen ik zei dat ik het mensonterend vond, had hij bits gereageerd: “Ik blijf tot het laatste moment bij mij vriendin. Met mijn volle bewustzijn”. Hij had de morfine al ontelbare keren geweigerd, ondanks de uitleg dat hij er niet suffer van zou worden. Stoicijns had hij niets meer gezegd. Zijn karakter, hoe stom ik zijn weerstand tegen morfine ook vond, dwingt respect af. Zijn vriendin keek me aan. Eind 20, prachtige vrouw. Zij hield zijn hand vast. Een gebroken gezicht. Ze stelde de vraag waar dit gesprek eigenlijk om begonnen was. “Kan het nog? Kunnen wij nog trouwen?”

36

Minuten lang hadden we gepraat over het einde. Over zijn dood die nabij was. “Het daverende slotcouplet is dus aanstaande” had hij het beeldend, pijnlijk, samengevat. Hij had ronduit toegegeven dat het erop zat. Eindelijk. Het sterven was al lang begonnen en hij keek me mistroostig aan. Hij wist het al lang. Mijn ogen gleden langs het kaartje om zijn arm. Hij had het zelfde geboortejaar als ik. Ik wist dat maar al te goed. 1977. “Natuurlijk gaan we regelen dat jullie hier kunnen trouwen”, had ik gezegd. “Maar dan moet het wel een beetje snel. Eigenlijk gewoon heel snel. Vandaag. Geen dag later”. Ik had werkelijk geen flauw benul of dat wel kon. Daar staan we dan. Op de gang. De coassistent belt direct het gemeentehuis van het nabijgelegen dorp. We krijgen de afdeling burgerzaken aan de lijn en ik zet mij schrap voor allerlei bureaucratische rompslomp en godweet-wat-voor belachelijke vragen. De werkelijkheid is totaal anders. Na het hele verhaal gedaan te hebben, blijkt dat alle deuren direct opengaan. De burgemeester wordt voor de nodige handtekeningen uit een belangrijk raadsoverleg gebeld. Een leger ambtenaren is acuut beschikbaar voor raad en daad. “Paspoorten niet aanwezig?”, vraagt de mevrouw van de gemeente. “Boeie”, zegt ze in een adem. Wow. Binnen nog geen 50 minuten regelen we samen een hele trouwceremonie inclusief getuigen en een trouwambtenaar. Het hoort vast allemaal niet bij mijn taakomschrijving. Maar ‘what the hack’. Dezelfde middag kunnen ze trouwen. Ondertussen rukt de halve facilitaire staf van het ziekenhuis uit om een stilteruimte om te toveren tot complete trouwkapel. De keuken maakt een taart. Ongelooflijk. Dit is zorg. Dit is zoveel zorg. De zon zakt langzaam achter de bomen in de verte. In het zachte schijnsel staat ze naast hem. Hij zit, benauwd. Intens gelukkig. Hun handen gevouwen. Het maakt een onuitwisbare indruk. In de enkele maanden van zijn ziekte hebben zij een indrukwekkend niveau van eenwording bereikt. Vol kracht en liefde stemmen ze in met de huwelijksbelofte en zweren trouw tot ver, ver na de dood. Aan het einde rest niets dan liefde. De coassistent wenkt mij. Een betraand gezicht. Samen lopen we weg. We huilen. Op de gang. Dat mag als professional natuurlijk vast niet. Het interesseert me geen fluit. Diezelfde nacht overlijdt hij. Aan tafel. Naast zijn vrouw. Sander de Hosson Longarts bij Wilhelmina Ziekenhuis Assen Auteur van het boek Slotcouplet


Slotcouplet

Disclaimer: Deze foto hoort niet bij het verhaal, maar past er wel heel goed bij

37


Be kind to your neighbours Paul Bernhard Intern at EUREGIO Student at University of MĂźnster

38


Connecting minds for future needs. Connecting people for future needs. Connecting a region for future needs. That could be the slogan of the EUREGIO. What is EUREGIO? Technically seen, EUREGIO covers a cross-border area of around 13,000 km² in the DutchGerman border region. Almost 3.4 million inhabitants live in the area. We also like to say: EUREGIO is the best of two worlds! Explained in a nutshell, EUREGIO is a cross-border public entity, working on ever and always growing cross-border cooperation and mutual understanding between Germany and the Netherlands in this border area. EUREGIO is working for and with its members: 129 municipalities, districts and ‘waterschappen’ in different projects and fields, as economy and labour market, spatial planning, culture and society. The physical border doesn’t really exist anymore. Within the European single market we can cross the border easily on a daily basis, while living in an integrated cross-border area. Though the psychological border still exists and needs to be overcome. Psychological borders are soft boundaries. Soft boundaries, you might wonder. Well, think about barriers like language or culture. Germans and Dutch are good neighbours but nevertheless there are differences that can be obstacles you have to vanquish if you want to get people from both countries connected with each other. And that is what EUREGIO wants. From its very beginnings in the 1950ies, EUREGIO connects people in a political, socio-cultural or socio-economic context. Think of border commuters. In this region people have accepted jobs in the neighbouring country for centuries. Dialect (“platt”) was the common language spoken and understood in the cross-border area. Only with modern social security systems and people speaking less dialect nowadays, the border has become less permeable. EUREGIO encourages cross-border work en cross-border entrepreneurship.

However, it is of crucial importance for commuters to get tailormade information at the GrensInfoPunt EUREGIO (https://grenzinfo.eu/nl/) before starting a job, an enterprise of moving to the neighbouring country, in order to prevent issues due to social security of tax system differences. Cross-border cooperation is a long process, but with enthusiasm and obstinacy and, most important, the will of people in both countries, these soft borders will transform to bridges in order to approach and trust each other. Alfred Mozer, EUREGIO pionier of the first hour, once said: “People have to get to know each other in order to work together”. Border regions are areas full of opportunities, if you dare taking a look over the fence, this extends your radius of action from a half circle to a 360° circle. People living in a border region who understand their neighbours’ culture and even speak their language, are ready for a future in a flourishing integrated region where the national border won’t represent a hurdle anymore. EUREGIO stands for cross-border connection. Connecting minds from both countries for future needs! (www.euregio.eu)

39


Mobile brain activity for Freezing of Gait in Parkinson’s disease Imagine that during walking, all of a sudden your feet stop moving and get glued to the ground. Patients with Parkinson’s disease can experience this debilitating phenomenon, called freezing of gait. Freezing and balance disturbances result in increasing number of falls and the feeling of insecurity during walking. Here we describe some exciting new research! The University of Twente, Radboud University and several regional companies join forces to enhance our knowledge regarding the brain activation patterns involved in freezing of gait and balance problems, with the goal to lead to novel personalized treatments for patients with Parkinson’s disease. Here are some clever ways we use to measure brain activation patterns related to walking. Simulate gait MRI scanners are commonly used to measure brain activity during function (fMRI), although the inability to move in these scanners makes it difficult to investigate gait disturbances. Therefore, the Biomedical Signals and Systems group of the University of Twente (UT), and the department of Biophysics of the Radboud University (RU) evaluated a pedal paradigm to simulate walking in a stationary MRI set-up. The system consists of a bed with two pedals, just like the gas and brake pedals of a car, mounted at one end of the bed. By alternating depression of the left and right pedals, the subject can ‘walk’ trough a hallway in a virtual environment. If freezing of gait during this simulated walking is similar to freezing during daily life, the pedal paradigm will be a promising solution for gait-related fMRI experiments in Parkinson’s disease.

Mobile gait-measurements Within the new PROMPT-project (Personalized care and Research On Motoric-dysfunctioning for Patient-specific Treatments), the UT and RU collaborate with companies to develop new techniques for measuring brain activity during walking. ANT Neuro, works on mobile EEG devices including new types of electro-physiological sensors for long-term recording during daily activities. Another company collaborator, Artinis, is specialized in functional near infrared spectroscopy (fNIRS). fNIRS consists of transmitters and receivers placed on a similar head cap to EEG. Based on the differences of infrared light between the emitted and received light, the oxygenation of the blood (an indirect measure of the brain activity) within the cortex can be calculated. The EEG and fNIRS systems will be used during gait-related experiments, to enhance knowledge on the neural mechanisms involved in freezing of gait and balance-related problems in Parkinson’s disease for the improvement and development of (personalized) treatments. There is a strong interest in detecting, or even predicting, the occurrence of freezing episodes. Adjusting your steps to external cues, like lines on the floor or the beep of a metronome, reduces the freezing-severity in some patients. Although these cues are promising, continuous exposure to these cues diminishes the beneficial effect over time. (Besides, you can imagine that a beeping metronome might be annoying after some hours!) Therefore, it is desirable to predict the occurrence of a freezing episode, and present external cues only when necessary.

40


Several research groups have already tried to predict freezing episodes using motion sensors or EEG alone with varying results. The PROMPT-project, however, aims to optimize the prediction of freezing episodes by adding wearable motion sensors to a combined EEG-fNIRS system. By integrating these measurements, the advantageous characteristics of these systems will be combined, and hopefully, lead to a good prediction of freezing of gait. Home-based study A frequently encountered problem is that people behave differently in a laboratory environment than at home. Therefore, the next step is to move from the laboratory environment to the home-environment. Within the PROMPT-project itself, experiments will be performed in the new e-health Living lab of the UT. This laboratory consists of a living room, kitchen and bedroom and gives the opportunity to monitor patients during their daily life routines. The AI company Orikami is developing a mobile application for monitoring patients in their home. This company focusses on digital biomarkers which give insights on a person’s state of healthy. Monitoring patients at home using mobile applications (that will be tested first in the e-health lab experiments), will be helpful for personalized diagnostics and treatments in the future.

Our vision Imagine the future where we can predict a freezing episode from a couple of sensors and where we know exactly which patients benefit from visual cues and which patients benefit from auditory cues! Then, visual cues could be automatically projected on the floor from, for example, laser cue shoes, or the patient’s favorite song with a nice beat starts playing automatically from their mobile phone’s speakers. If we can achieve this, we can increase the quality of life of patients with Parkinson’s disease. This research is financed by the European fund for regional development (EFRO) OpOost and Interreg/Mind and grants from NWO. Janne Heijs PHD Student at University of Twente

41


Shaping the future with Agile project management “The future starts today” and “change is the only constant” who has not heard these quotes? Project management is an area of expertise which primarily focuses on the controlled realization of change. Change through which we leave the past behind and through which we shape the future.

The change also means uncertainty. Uncertainty meaning we do not know what will become and how it will unravel in the future. This uncertainty is mainly combatted in classical project management via elaborated designs, procedures and structures. Even today is this a sufficient approach when it is clear how the change – for example, a new building – should look like. The world, however, is more complex and then producing a result in one go becomes more difficult. Because of this increasing difficulty, change is increasingly tackled with an Agile method of working. This can be done in the way that Agile was initially meant – in particular at software development – but the application of the Agile Manifesto is much broader than just its original field of use. More often than not is working via project and working via Agile seen as opponents, but especially the combination can be powerful. The Agile Manifesto People and interactions over processes and tools Useful results over extensive documentation Customer collaboration over contract negotiation Responding to change over following a plan The Manifesto sounds beautiful, but also creates challenges. Standard processes, documentation, contracts and plans are rigid but transparent, human interaction, collaboration, and adapting to change usually asks a lot more from individuals and teams.

42

This aspect makes Agile more interesting for the modern and ever higher educated individual, who wants to contribute to the realization of change. Partly because the problems that need tackling become more complex, which demands a bundling of (cognitive) strengths, “collective intelligence”, connecting minds. However, “collective intelligence” alone does not produce results, to get results, the Agile method of working is added. Notable characteristics are: working in a rigid cadence, rigid teams, producing results in short cycles and working from priority setting. A Minimum Viable Product (MVP) is the first step in this process. A working result that shows the first contours of the solution is produced in a short time and gives an impression if the result satisfies the expectations. The next step is to expand the MVP where via priority setting by the “problem owner” is decided which aspects of the problem will be tackled and experienced first. This way, the product ‘grows’, and a lot of practical results are produced and tested from the start. It will form the basis for the solution to “the problem” or how to fill in the question of change.


This approach affects that clarity and certainty can no longer be derived from only the design, plan and planning of a project. Associates are being challenged to think in small steps. The result is not designed beforehand. For this reason, a commonly supported vision of achieving the goal becomes very important. The shared vision can be used to test if the already created results contribute to the end goal. The shared vision is also used to check if the created results are a good step, and if ‘good’ is already ‘good enough’. Clients and project managers will have to find other ways to control and steer the process towards a satisfactory result, and this requires precision and trust. Teams build on knowledge and expertise flourish in an environment in which their responsibilities and freedom are very clearly defined. Because of this reason, the usage of the Agile way and bundling knowledge and challenging intelligence requires another kind of leadership. A type of leadership that can define the boundaries in which the team and the team members can show their responsibility and creativity. Leadership is no longer “command and control”, but is about letting go, trusting and steering on a longterm vision or result. The focus for the leader shifts towards facilitating in order to let everybody’s qualities come to maximal fruition. Only then can teams – connected minds – solve future and more complex problems quickly and effectively.

Poster

Website

43


The future of public health in the Netherlands As many other European countries, The Netherlands is facing an aging population. The age structure will change drastically over the coming 25 years. We will live longer, average life expectancy will reach almost 86 years, and we will see the generation of baby boomers reaching high ages. The number of people over 90 years of age will almost triple to 340 thousand persons between 2015 and 2040. In general, the prospects of future health are good in the Netherlands; most people will feel healthy and are less restricted by activity limitations. However, The Netherlands will also be facing a number of major future challenges. To some extent, this is the other side of the coin: the more people will survive diseases and thus live longer, the more people will struggle with chronic diseases. The number of people with arthrosis will have doubled in 2040 compared to 2015 and dementia will then -by far- cause the highest mortality and the highest burden of disease. In addition, people are increasingly suffering from multiple diseases at the same time. It is not just medical issues that are increasing, either; social issues are increasing as well. The number of lonely older people is on the rise. Older people live independently more often, and often live alone.

44


Henk Hilderink Project Leader Public Health Foresight Report 2018 Marieke Verschuuren Advisor International Affairs for the Public Health and Health Services Domain Both work for the RIVM National Institute for Public Health and the Environment 45


All these development in future health will increases the pressure on the entire health care system, from informal care to primary care and from emergency care to nursing home care. Health care expenditures will increase by 2.9 percent per year on average, reaching 174 billion euros in 2040. That is double the amount compared to 2015. A third of this growth is the result of the ageing population and population growth, while two-thirds can be attributed to other factors such as technology. Technological developments, including (often expensive) new medicines, are responsible for a sharp increase in health care expenditures for, for example, cancer treatment. In 2040, health care expenditures for cancer treatment will be more than four times the amount spent in 2015. Comparing all health sectors, expenditures for care for older people are increasing most rapidly: from 20 percent of the total health care expenditures in 2015 to 25 percent in 2040.

From an absolute perspective, this will mean an increase from 17 billion to 43 billion. Pressure will not only increase on formal care, but on informal care as well. That is the result of more and more seniors living independently. The number of single older people will also increase. At the same time, the ratio between people over 85 and people between 50 and 64 – the generation of children that can take care of the people over 85 – will shift from 1 to 10 now down to 1 to 4 in 2040. This means that there will be fewer children who can take care of their parents in future.

Want to read more? Scan this QR code!

46


The four-year Public Health Foresight Study (VTV) provides a broad and integrated picture of the above described future developments for public health and health care in the Netherlands. Based on such an integrated picture, and the input from citizens, health professionals and students most important societal challenges were identified. These challenges include: •

• •

Cardiovascular diseases and cancer are health conditions that continue to occur frequently, will still be the cause of the majority of deaths in 2040, and have a major impact on patients’ lives; The group of older people living independently who have dementia and other complex problems is increasing significantly; Mental pressure on teenagers and young adults is increasing, and this may have consequences for their psychological health.

These challenges are complex in nature. They have multiple causes and targeting them demands the involvement of various types of professionals from various areas of health care and policy. These types of problems require an integrative and personal approach. Many different parties within the public health domain need to be involved. In addition, it requires a wide-ranging collaboration also across the lines of public health and health care. Integrative policy not only requires local collaboration, but also collaboration between government ministries, especially when dealing with the physical and social living environment. Given the challenges, technology could make a huge difference for our public health and could radically change health care. The use of technology in health care is increasing, but digitisation in particular is proceeding at a slower pace than in other domains of our day-to-day life. It is clear that tackling these challenges is not an easy task, and requires the involvement of many not only policy makers but we all will have a task in this.

47


Sirius Sights en haar redactie (EdiCie) aanvaardt geen aansprakelijkheid voor mogelijke fouten/tekortkomingen en neemt geen verantwoordelijkheid/aansprakelijkheid voor de inhoud en/of juistheid van informatie van websites van derden waarnaar dit magazine zogenaamde QR codes heeft opgenomen. Tevens probeert de EdiCie verstrekte informatie zo actueel, volledig en accuraat te houden, maar kan niet garanderen dat deze informatie actueel, compleet en/of accuraat is en kunnen aan dit magazine geen rechten worden ontleend


Issuu converts static files into: digital portfolios, online yearbooks, online catalogs, digital photo albums and more. Sign up and create your flipbook.