Issuu on Google+

34567 1 SEPTEMBER 2011

WIE REGEERT DE WERELD?


34567

6

Oplage van elke uitgave: 42.162.000 IN 188 TALEN

SEPTEMBER 1, 2011

HET DOEL VAN DIT TIJDSCHRIFT, De Wachttoren, is Jehovah God, de Soevereine Heerser van het universum, te eren. Net zoals een wachttoren in de oudheid iemand in staat stelde iets al van verre te zien aankomen, zo laat dit tijdschrift ¨ de betekenis van het wereldgebeuren zien in het licht van de Bijbelse profetieen. Het troost mensen met het goede nieuws dat Gods koninkrijk, een echte regering in de hemel, binnenkort een eind zal maken aan alle slechtheid en de aarde in een paradijs zal veranderen. Het spoort aan tot geloof in Jezus Christus, die gestorven is opdat wij eeuwig leven kunnen krijgen en die nu in de hemel regeert als Koning van Gods koninkrijk. Dit tijdschrift wordt al sinds 1879 door Jehovah’s Getuigen uitgegeven en heeft geen politieke inslag. Het houdt zich aan de Bijbel als autoriteit. Dit tijdschrift is niet voor de verkoop bestemd maar wordt verschaft als onderdeel van een wereldwijd Bijbels onderwijzingswerk dat gesteund wordt door vrijwillige bijdragen. Tenzij anders vermeld, is de gebruikte Bijbelvertaling de Nieuwe-Wereldvertaling van de Heilige Schrift — met studieverwijzingen (uitgave 2004). De afkorting v.G.T. betekent „voor de gewone tijdrekening”. G.T. staat voor „van de gewone tijdrekening”. Waar de uitgever artikelen primair voor Jehovah’s Getuigen zelf bedoelt, zijn ze in een wat informelere stijl geschreven.

COVERSERIE 3 Zit er iemand achter al het kwaad? 4 Wie is de heerser van de wereld? 7 De heerser van de wereld ontmaskerd

VASTE RUBRIEKEN 10

Veelgestelde vragen

14

Wist u dit?

15

Nader dicht tot God — ’O Jehovah, gij kent mij’

& 16 Wat zegt Gods Woord?

— Hoe krijgt u een band met God?

24

Een brief uit Congo (Kinshasa)

30

Voor jongeren — Vals beschuldigd!

OOK IN DEZE UITGAVE 11 „De zeven vruchten” van het goede land

& 18 Olivetanus — „De nederige kleine vertaler” van de Franse Bijbel

´ Photo: Alain Leprince - La Piscine-musee, Roubaix / Courtesy of the former Bouchard Museum, Paris

21

Moet u belasting betalen?

26

Een man naar Jehovah’s hart


Zit er iemand achter al het kwaad? „I de bevelhebber van de VN-strijdkrachten in

K HEB de Duivel de hand geschud.” Dat zei

Rwanda toen hij terugkeek op het feit dat ze niet in staat waren geweest de genocide in 1994 in dat land te stoppen. Een andere ooggetuige zei over de ongelofelijke wreedheden die werden begaan: „Als iemand nog durft te beweren dat Satan niet bestaat, moet hij maar eens met me meekomen naar een massagraf in Rwanda.” Zijn zulke gruweldaden echt het werk van de Duivel? De meeste mensen zien zinloos geweld en wreedheid niet als het werk van een onzichtbare boze geest. Velen denken dat zulke dingen het gevolg zijn van het kwaad in de mens; dat onze eigen lage instincten er de belangrijkste oorzaak van zijn. Anderen zijn van mening dat een groep rijke, machtige personen, een soort duister wereldwijd netwerk, de mensen al tientallen jaren manipuleert en zo de wereld in hun macht heeft. En dan zijn er natuurlijk nog de mensen die de regeringen de schuld geven van al het onrecht en lijden. Wat denkt u? Waarom zijn kwaad, wreedheid, gruweldaden en lijden zo wijdverbreid, ondanks alle moeite die er gedaan wordt om ze tegen te gaan? Waarom lijkt de mensheid zich halsoverkop in de vernietiging te storten en niet te willen luisteren naar herhaaldelijke waarschuwingen? Zit daar iemand achter? Wie regeert de wereld eigenlijk? Het antwoord zal u misschien verbazen.

DE WACHTTOREN ˙ 1 SEPTEMBER 2011

3


niet kunnen geloven dat de Duivel een echte persoon is.

Wie is de heerser van de wereld?

W

AARSCHIJNLIJK hebt u nog nooit een van de leiders van de georganiseerde misdaad ontmoet. Wil dat zeggen dat ze niet bestaan? Topcriminelen zijn er heel goed in hun identiteit te verbergen of zelfs vanachter de tralies te opereren. Toch worden we door krantenkoppen over drugsoorlogen, prostitutienetwerken en mensenhandel, om maar een paar voorbeelden te noemen, herinnerd aan de verderfelijke invloed van deze criminelen en de afschuwelijke dingen die ze veroorzaken. Door het stempel dat ze op de maatschappij drukken, weten we dat ze bestaan. Gods Woord, de Bijbel, laat zien dat Satan een echte persoon is, die er als een machtige misdaadbaas op toeziet dat zijn wil door „leugenachtige tekenen” en „onrechtvaardig bedrog” wordt gedaan. De Bijbel zegt zelfs: „Satan zelf blijft zich veranderen in een engel des lichts” (2 Thessalonicenzen 2:9, 10; 2 Korin¨ thiers 11:14). Ook van deze topcrimineel kan het bestaan worden vastgesteld door de sporen die hij achterlaat. Maar de meeste mensen vinden het moeilijk in een onzichtbaar, slecht wezen te geloven. Laten we voordat we dieper ingaan op wat de Bijbel over de Duivel zegt, eens kijken naar een paar veelgehoorde bezwaren en misvattingen waardoor velen

34567

6

Wilt u meer informatie of een gratis Bijbelstudie? Schrijf dan naar het plaatselijke kantoor van Jehovah’s Getuigen. Een complete lijst met adressen vindt u op www.watchtower.org/ address.

4

˛ „Hoe heeft een liefdevolle God de Duivel kunnen maken?” Omdat de Bijbel zegt dat God goed en volmaakt is, lijkt het tegenstrijdig te denken dat hij een boosaardig wezen heeft gemaakt. Maar er staat niet in de Bijbel dat God dat heeft gedaan. Er staat juist over hem: „De Rots, volmaakt is zijn activiteit, want al zijn wegen zijn gerechtigheid. Een God van getrouwheid, bij wie geen onrecht is; rechtvaardig en oprecht is hij” (Deuteronomium 32:4; Psalm 5:4). Waar het om gaat, is de vraag of een volmaakt schepsel alleen maar het juiste kan doen. God heeft zijn schepselen niet als robots gemaakt maar ze een vrije wil gegeven: ze kunnen hun eigen keuzes maken. Volmaakte, met verstand begaafde schepselen (mensen of engelen) kunnen er dus voor kiezen het goede of het kwade te doen. Het zou niet logisch zijn als God zijn schepselen die morele vrijheid geeft en ze er tegelijkertijd van weerhoudt het slechte te doen, als ze daarvoor kiezen. Jezus noemde een geval van misbruik van de vrije wil toen hij over de Duivel zei: „Hij stond niet vast in de waarheid” (Johannes 8:44). Daaruit blijkt duidelijk dat degene die de Duivel werd, oorspronkelijk een volmaakt geestelijk schepsel was dat eens wel ’vaststond in de waarheid’.1 Jehovah God heeft zijn schepselen een vrije wil gegeven omdat hij van ze houdt en ze ver-

1 De reden waarom God de opstand van de Duivel niet meteen de kop heeft ingedrukt, kunt u lezen in hfst. 11 van het boek Wat leert de bijbel echt?, uitgegeven door Jehovah’s Getuigen.

Amerika, Verenigde Staten van: 25 Columbia Heights, Brooklyn, ¨ NY 11201-2483. Australie: PO Box 280, Ingleburn, NSW 1890. Bel¨ gie: rue d’Argile-Potaardestraat 60, B-1950 Kraainem. Canada: PO Box 4100, Georgetown, ON L7G 4Y4. Curacao, Nederlandse ¸ Antillen: PO Box 4708, Willemstad. Duitsland: D-65617 Selters. ¨ Frankrijk: BP 625, F-27406 Louviers Cedex. Groot-Brittannie: The ¨ Ridgeway, Londen NW7 1RN. Indonesie: PO Box 2105, Jakarta ¨ 10001. Italie: Via della Bufalotta 1281, I-00138 Rome RM. Nederland: Noordbargerstraat 77, NL-7812 AA Emmen. Nieuw-Zeeland: PO Box 75142, Manurewa, Manukau 2243. Portugal: Apartado 91, ´ P-2766-955 Estoril. Spanje: Apartado 132, 28850 Torrejon de Ardoz (Madrid). Suriname: PO Box 2914, Paramaribo. Zuid-Afrika: Private Bag X2067, Krugersdorp, 1740.

The Watchtower (ISSN 0043-1087) is published semimonthly by Watchtower Bible and Tract Society of New York, Inc.; M. H. Larson, President; G. F. Simonis, Secretary-Treasurer; 25 Columbia Heights, Brooklyn, NY 11201-2483, U.S.A., and in England by Watch Tower Bible and Tract Society of Britain, The Ridgeway, London NW7 1RN (Registered in England as a Charity). Uitgegeven door Wachttoren-, Bijbel- en Traktaatgenootschap, Noordbargerstraat 77, NL-7812 AA Emmen, Nederland. Christelijke Gemeente van Jehovah’s Getuigen (Verantwoordelijke uitgever: Marcel Gillet), Potaardestraat 60, ¨ B-1950 Kraainem, Belgie, PP-PB BRUXELLES X - BRUSSEL X No.10/667. 5 2011 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania. Alle rechten voorbehouden. Printed in Britain. Vol. 132, No. 17 Semimonthly DUTCH


trouwt. (Zie het kader „Kan een volmaakt schepsel onvolmaakt worden?” op blz. 6.) ˛

„De Duivel is een dienaar van God” Voor sommigen lijkt de Bijbel dit te suggereren in het boek Job. Een Bijbelcommentaar zegt dat „het omtrekken op de aarde” dat de Duivel deed, verwijst naar het werk van Perzische spionnen in de oudheid, die in dienst van de koning rondreisden en hem bericht uitbrachten (Job 1:7). Maar als de Duivel echt een spion van God was, waarom moest hij God dan uitleggen dat hij van „het omtrekken op de aarde” terugkwam? Het boek Job schildert hem niet af als een medestander

Is de Duivel een dienaar of een vijand van God?

van God maar noemt hem Satan, wat „Tegenstrever” betekent. Hij is dus Gods voornaamste vijand (Job 1:6). Waar komt dan het idee vandaan dat de Duivel een dienaar van God is? Al in de eerste eeuw van onze jaartelling ¨ zeiden apocriefe boeken zoals „Jubileeen” en „Gemeenschapsregel” van de Qumransekte over de Duivel dat hij met God onderhandelde en toch ondergeschikt was aan Zijn wil. De historicus J.B. Russell legt in zijn boek Mephistopheles uit dat de Duivel door de protestantse hervormer Luther werd beschouwd als Gods werktuig, „als een snoeimes of een schoffel waarmee hij zijn tuin bewerkt”. De

VERSCHIJNT NU IN 188 TALEN: Acholi, Afrikaans, Albanees, Amharisch, Arabisch, Armeens, Armeens (weste´ lijk), Aymara, Azerbeidzjaans, Azerbeidzjaans (cyrillisch), Baule, Bemba, Bengali, Bicol, Birmaans (Myanmar), Bislama, Bulgaars, Cebuano, Chichewa, Chinees (traditioneel)7 (audio alleen in Mandarijn), Chinees (vereenvoudigd), ¨ Chitonga, Chuukees, Congo, Creools (Haıti), Creools (Mauritius), Creools (Seychellen), Deens7, Duits67, Efik, Engels67, Estisch, Ewe, Fiji, Fins7, Frans687, Ga, Georgisch, ´ Grieks, Groenlands, Guaranı687, Gujarati, Gun, Hausa, Hebreeuws, Hiligaynon, Hindi, Hirimotu, Hongaars67, Ibo, IJslands, Iloko, Indonesisch, Isoko, Italiaans67, Japans67, Joruba, Kanarees, Kaounde, Kazachs, Khmer (Cambod-

jaans), Kikongo, Kikuyu, Kiluba, Kimbundu, Kinyarwanda, Kirgizisch, Kiribatisch, Kirundi, Koreaans67, Kroatisch, Kwangali, Kwanyama, Lets, Lingala, Litouws, Lozi, Luganda, Lunda, Luo, Luvale, Macedonisch, Malagasi, Malayalam, Maltees, Marathi, Marshallees, Maya, Mixe, Mizo, ´ Moore, Ndebele, Ndonga, Nederlands67, Nepali, Niue¨ aans, Noors67, Nsema, Nyaneka, Oekraıens, Oezbeeks, Oromo, Ossetisch, Otetela, Palauaans, Pangasinan, Papiaments (Curacao), Pedi, Perzisch (Farsi), Ponapeaans, ¸ Pools67, Portugees687, Punjabi, Quechua (Ancash), Quechua (Ayacucho), Quechua (Bolivia), Quechua (Cuzco), Quichua, Rarotongaans, Roemeens, Russisch67, Samoaans, Sango, Servisch, Servisch (Latijns), Sesotho, Shona, Singa-

lees, Siswati, Sloveens, Slowaaks, Solomoneilandenpidgin, Spaans67, Sranantongo, Swahili, Tagalog7, Tahitiaans, Tamil, Tataars, Telugu, Tetum, Thais, Tigrinja, Tiv, Tokpisin, Tongaans, Totonaaks, Tshiluba, Tshwa, Tsjechisch7, Tsonga, Tswana, Tumbuka, Turks, Tuvaluaans, Twi, Tzotzil, Umbundu, Urdu, Uruund, Venda, Vietnamees, Wallisiaans, Waray-Waray, Wolaita, Xhosa, Yapees, Zande, Zapoteeks (Isthmus), Zoeloe, Zweeds7 6 Ook verkrijgbaar op cd. 8 Ook verkrijgbaar als mp3 op cd-rom. 7 Ook te downloaden als audiobestand op www.jw.org.


gedachte is dat „de schoffel het onkruid graag wil vernietigen”, aldus Russell, maar hij blijft in Gods machtige hand en doet zo wat God wil. Luthers leerstelling, later overgenomen door de Franse theoloog Calvijn, ging tegen het rechtvaardigheidsgevoel van veel mensen in. Hoe kon een God van liefde het kwaad niet alleen toelaten maar ook opzettelijk veroorzaken? (Jakobus 1:13) Deze leer, in combinatie met de verschrikkingen van de twintigste eeuw, maakt dat veel mensen niet in God en niet in de Duivel kunnen geloven. ˛

„De Duivel is gewoon het kwaad” Als de Duivel gewoon het kwaad in iemand is, zouden sommige Bijbelgedeelten bijna niet te begrijpen zijn. Met wie praatte God bijvoorbeeld in Job 2:3-6? Met het kwaad in Job, of misschien zelfs met zichzelf? En is het logisch dat God Job het ene moment prijst en hem het volgende moment door het kwaad op de proef laat stellen? Als we God zulke motieven zouden toeschrijven, zeggen we eigenlijk dat hij een verdorven wezen is, niet iemand „in wie geen onrechtvaardigheid is” (Psalm 92:15). God weigerde juist ’zijn hand uit te steken’ om Job iets aan te doen. De Duivel is dus duidelijk niet gewoon het kwaad of een duistere kant van Gods persoonlijkheid, maar een geestelijk wezen dat zichzelf in Gods tegenstander veranderde.

Wie is de heerser van de wereld? Tegenwoordig vinden veel mensen het ouderwets om in de Duivel te geloven. Maar er is geen andere bevredigende verklaring voor al het kwaad dat er is. Het is zelfs zo dat het ontkennen van het bestaan van de Duivel veel mensen ertoe heeft gebracht ook God en alle morele grenzen maar helemaal overboord te gooien. „De mooiste list van de duivel is u ervan te overtuigen dat hij niet bestaat”, schreef de negentiende-eeuwse dichter Charles-Pierre Baudelaire. De Duivel heeft door zijn identiteit te verbergen eigenlijk twijfels gezaaid over het bestaan van God. Als de Duivel niet bestaat, dan zou God toch verantwoordelijk zijn voor alle ellende? Dat is nu precies wat de Duivel mensen wil laten geloven. Net als een topcrimineel verbergt de Duivel zijn identiteit om zijn doel te bereiken. Wat is dat doel? De Bijbel antwoordt dat „de god van dit samenstel van dingen de geest van de ongelovigen heeft verblind opdat het verlichtende licht van het glorierijke goede nieuws over de Christus, die het beeld van God is, ¨ niet zou doorschijnen” (2 Korinthiers 4:4). ´ ´ Er blijft nog een belangrijke vraag over. Wat gaat God met dit geheimzinnige meesterbrein achter alle ellende en lijden doen? Dat staat in het volgende artikel.

Kan een volmaakt schepsel onvolmaakt worden? De volmaaktheid die God zijn met verstand begaafde schepselen gaf, is relatief. Hoewel Adam volmaakt was, moest hij binnen de fysieke grenzen blijven die zijn Schepper had vastgesteld. Hij kon bijvoorbeeld niet zonder schadelijke gevolgen aarde, grind of hout eten. Als hij de wet van de zwaartekracht had genegeerd en van een steile rots was gesprongen, zou hij zwaargewond geraakt of gestorven zijn. Zo kan ook geen enkel volmaakt schepsel (mens of engel) buiten Gods morele grenzen gaan zonder daar slechte gevolgen van te ondervinden. Als een met verstand begaafd schepsel dus zijn vrije wil misbruikt, vervalt ¨ hij makkelijk tot fouten en zonde (Genesis 1:29; Mattheus 4:4).


De heerser van de wereld ontmaskerd

’D

E HEERSER van deze wereld zal worden buitengeworpen’, zei Jezus. Later voegde hij eraan toe dat ’de heerser van de wereld geen vat op hem had’ en dat ’de heerser van deze wereld geoordeeld was’ (Johannes 12:31; 14:30; 16:11). Over wie had Jezus het? Uit wat Jezus over „de heerser van deze wereld” zei, blijkt duidelijk dat hij niet zijn Vader, Jehovah God, bedoelde. Wie is dan „de heerser van deze wereld”? Hoe zal hij „buitengeworpen” worden en wat betekent het dat hij „geoordeeld” is? „De heerser van deze wereld” maakt zich bekend Net zoals een topcrimineel het prachtig vindt om over zijn macht op te scheppen, deed de Duivel dat ook toen hij Jezus, de Zoon van God, op de proef stelde. Nadat hij Jezus „alle koninkrijken” op aarde had laten zien, deed hij hem dit aanbod: „Ik zal u al deze autoriteit en de heerlijkheid ervan geven, want ze is mij overgegeven, en ik geef ze aan wie ik ook wens. Indien gij daarom een daad van aanbidding jegens mij verricht, zal het alles van u zijn” (Lukas 4:5-7). Als de Duivel gewoon het kwaad is, zoals sommigen zeggen, hoe is deze beproeving dan te verklaren? Werd Jezus op de proef gesteld door een kwade gedachte of door een innerlijke onrust die hij misschien na zijn doop had? Hoe kan er dan gezegd worden dat er ’geen zonde in hem is’? (1 Johannes 3:5) Jezus ontkende niet dat de Duivel macht over de mensheid heeft, maar bevestigde dat juist door over hem te spreken als „de heerser van de wereld”. Hij noemde hem ook een „mensenmoordenaar” en een „leugenaar” (Johannes 14:30; 8:44, Herziene Statenvertaling).

Bijna zeventig jaar na Christus’ ontmoeting met de Duivel herinnerde de apostel Johannes christenen aan de grote invloed van de Duivel door te zeggen: „De gehele wereld ligt in de macht van de goddeloze.” Johannes zei ook dat hij „de gehele bewoonde aarde misleidt” (1 Johannes 5:19; Openbaring 12:9). De Bijbel leert dus dat een onzichtbare geest „de heerser van de wereld” is. Maar hoe ver reikt zijn invloed over de mensheid? De wereldheerser delegeert macht aan medestanders Toen de apostel Paulus schreef over de strijd die christenen voor hun geloof moeten voeren, zei hij duidelijk wie hun grootste vijanden zijn: „Onze strijd is niet tegen bloed en vlees, maar tegen de regeringen, tegen de autoriteiten, tegen de wereldheersers van deze duisternis, tegen de goddeloze geesten¨ krachten in de hemelse gewesten” (Efeziers 6:12). Het is dus niet een strijd tegen mensen, tegen „bloed en vlees”, maar een strijd tegen „goddeloze geestenkrachten”. Volgens de meeste moderne Bijbelvertalingen heeft de uitdrukking „goddeloze geestenkrachten” hier geen betrekking op het kwaad in het algemeen maar op slechte engelen, boze geesten. Sommige vertalingen hebben het over „de kwade geesten in de hemelsferen” (De Nieuwe Bijbelvertaling), „de geesten van het kwaad in de hemelse regionen” (Willibrordvertaling) en „de geestelijke en bovenaardse machten van het kwaad” (Groot Nieuws Bijbel). De Duivel oefent zijn macht dus uit via andere opstandige engelen, die „hun eigen juiste woonplaats [in de hemel] hebben verlaten” (Judas 6). DE WACHTTOREN ˙ 1 SEPTEMBER 2011

7


¨ Het profetische Bijbelboek Daniel vertelt dat deze „wereldheersers” al sinds de oudheid macht uitoefenen over de wereld. De profeet ¨ Daniel was erg bezorgd om zijn volksgenoten die in 537 v.Chr. vanuit ballingschap in Babylon naar Jeruzalem waren teruggekeerd, en hij bad drie weken lang voor ze. Een engel die door God was gestuurd om de profeet gerust te stellen, vertelde hem waarom hij zo laat kwam: „De vorst van het koninklijke gebied ¨ van Perzie bood mij eenentwintig dagen lang ¨ tegenstand” (Daniel 10:2, 13). ¨ Wie was die ’vorst van Perzie’? De engel had het duidelijk niet over de Perzische ko¨ ning Cyrus, die Daniel en zijn volk gunstig gezind was. Trouwens, hoe zou een gewoon mens drie weken lang een geestelijk wezen ´ ´ ´ ´ kunnen tegenhouden als een engel in een nacht 185.000 sterke soldaten kan doden? (Je¨ saja 37:36) Deze vijandige ’vorst van Perzie’ moest wel een instrument van de Duivel zijn, een demon die de macht had gekregen over het gebied van het Perzische Rijk. Later in het verslag zei Gods engel dat hij weer tegen de ¨ „vorst van Perzie” moest vechten en ook tegen een andere demonenvorst, „de vorst van ¨ Griekenland” (Daniel 10:20). Wat kunnen we hieruit opmaken? Dat er inderdaad onzichtbare „wereldheersers” zijn, demonenvorsten die samen de macht over de wereld hebben onder hun leider, Satan de Duivel. Maar wat is altijd hun doel geweest? De wereldheerser laat zijn ware aard zien In het laatste boek van de Bijbel, Openbaring, vertelt Johannes dat Jezus, als de aarts¨ engel Michael, de Duivel en zijn demonen verslaat. Ook beschrijft hij welke rampzalige gevolgen hun verdrijving uit de hemel heeft: „Wee de aarde (...), want de Duivel is tot u neergedaald, en hij heeft grote toorn, daar hij weet dat hij slechts een korte tijdsperiode heeft” (Openbaring 12:9, 12). 8

DE WACHTTOREN ˙ 1 SEPTEMBER 2011

Hoe laat de Duivel die grote woede zien? De Duivel en de demonen gebruiken dezelfde soort tactiek als criminelen die in het nauw zitten. Ze zijn vastbesloten om de aarde en haar bewoners mee te sleuren in de vernietiging. De Duivel weet dat hij nog maar weinig tijd heeft. Daarom gebruikt hij een van de hoofdelementen van de maatschappij, de commercie, om een waanzinnige consumptiedrang te bevorderen die wereldwijd tot uitputting van de natuurlijke hulpbronnen en tot vernietiging van het milieu leidt, waardoor het voortbestaan van de mens wordt bedreigd (Openbaring 11:18; 18:11-17). Al vanaf het begin van de mensheid is de machtshonger van de Duivel ook terug te zien in religie en politiek. Het boek Openbaring schildert de politieke machten af als wilde beesten die van de Duivel „grote autoriteit” hebben gekregen. Ook wordt het schaamteloze bondgenootschap tussen religie en politiek beschreven als walgelijk geestelijk overspel (Openbaring 13:2; 17:1, 2). Denk eens aan de onderdrukking, de slavernij, de oorlogen en de etnische conflicten die in de loop van de eeuwen miljoenen levens hebben gekost. Kan iemand in alle eerlijkheid beweren dat de schokkende en afschuwelijke dingen die in de geschiedenis zijn gebeurd, gewoon het werk van mensen waren? Of waren ze het gevolg van manipulatie door onzichtbare boze geesten? In de Bijbel wordt de persoon die menselijke leiders en wereldmachten manipuleert ¨ duidelijk geıdentificeerd en ontmaskerd. Of het nu bewust gebeurt of niet, de maatschappij weerspiegelt de persoonlijkheid en de tactiek van haar heerser. Maar hoe lang zal de mensheid nog moeten lijden onder het bestuur van de Duivel? Het einde van de Duivel is in zicht Met Jezus’ komst naar de aarde waren de dagen van de Duivel en zijn demonen geteld.


Onder Christus’ liefdevolle bestuur zullen rechtvaardige mensen de aarde in een paradijs veranderen

Toen Christus’ volgelingen vertelden dat ze demonen hadden uitgeworpen, zei hij: „Ik zag Satan reeds als een bliksem uit de hemel gevallen” (Lukas 10:18). Daaruit blijkt dat Jezus al uitzag naar zijn overwinning over de heerser van de wereld, die plaats zou vinden wanneer Jezus in de hemel teruggekeerd zou ¨ zijn als de aartsengel Michael (Openbaring 12:7-9). Een grondige studie van Bijbelprofe¨ tieen maakt duidelijk dat hij die overwinning in 19141 of kort daarna in de hemel heeft behaald. Sinds die tijd weet de Duivel dat zijn vernietiging voor de deur staat. Hoewel de hele wereld in zijn macht ligt, zijn er miljoenen mensen die zich niet laten misleiden door zijn wanhopige pogingen ze in zijn greep te krijgen. De Bijbel heeft hun ogen geopend voor zijn ware identiteit en zijn bedoelingen (2 Ko¨ rinthiers 2:11). Ze putten hoop uit Paulus’ woorden aan zijn medechristenen: „De God die vrede geeft (...) zal Satan binnenkort onder uw voeten verbrijzelen” (Romeinen 16:20).2 De Duivel zal binnenkort aan zijn eind komen! Onder Christus’ liefdevolle bestuur zullen rechtvaardige mensen de aarde in een paradijs veranderen. Geweld, haat en hebzucht zullen voor altijd voorbij zijn. „De vroegere dingen zullen niet in de geest worden teruggeroepen”, zegt de Bijbel (Jesaja 65:17). Wat zal dat een opluchting zijn voor iedereen die zich losmaakt van de geheimzinnige heerser van de wereld en zijn macht! 1 Zie voor meer details over 1914 de appendix van het boek Wat leert de bijbel echt?, blz. 215-218. 2 Wat Paulus hier zegt doet denken aan de eerste Bijbelprofetie in Genesis 3:15, die over de uiteindelijke vernietiging van de Duivel gaat. Paulus gebruikte een Grieks woord dat „stukslaan of stampen” of „vertrappen” betekent (Lexicon Nieuwe Testament).


VEELGESTELDE VRAGEN Wat is Armageddon? ˇ Voor veel mensen roept het woord Armageddon beelden op van massale vernietiging: een kernoorlog, natuurrampen op grote schaal, of zelfs een ’milieu-Armageddon’, veroorzaakt door de opwarming van de aarde. Maar met het Bijbelse Armageddon wordt iets heel anders bedoeld. Het woord Armageddon (Har–Magedon) komt uit het Bijbelboek Openbaring. Het slaat op een unieke oorlog, „de oorlog van de grote dag van God de Almachtige”, waarin „de koningen van de gehele bewoonde aarde” gemobiliseerd worden voor een beslissende strijd met God. Ook heel wat andere Bijbelteksten verwijzen naar zo’n ¨ oorlog (Openbaring 16:14-16; Ezechiel 38:22, 23; ¨ Joel 3:12-14; Lukas 21:34, 35; 2 Petrus 3:11, 12). Wat gaat er in deze oorlog gebeuren? Openbaring zegt in symbolische taal: „De koningen der aarde en hun legers [werden] vergaderd om de oorlog te voeren tegen degene die op het paard zat en tegen zijn leger.” Deze ruiter is Gods Zoon, Jezus Christus, die door God is aangesteld om legioenen engelen aan te voeren op weg naar de overwinning op Gods vijanden (Openbaring 19:11-16, 19-21). Jeremia 25:33 laat zien hoe groot die vernietiging van de goddelozen zal zijn: „Zij die door Jehovah zijn neergeveld, zullen op die dag stellig van het ene einde der aarde helemaal tot het andere einde der aarde komen te liggen.” Waarom is Armageddon nodig? De naties weigeren Gods soevereiniteit te erkennen; ze verklaren zichzelf soeverein (Psalm 24:1). Hun uitdagende houding wordt beschreven in Psalm 2:2: „De koningen der aarde stellen zich op en de hoogwaardigheidsbekleders zelf hebben zich als ´ ´ een blok aaneengesloten tegen Jehovah en tegen zijn gezalfde.” Deze rebellen zijn te vergelijken met onverzettelijke krakers die zich niet alleen andermans bezit toe-eigenen, maar er ook achteloos mee om10

DE WACHTTOREN ˙ 1 SEPTEMBER 2011

springen en het vernielen. De naties vernielen de aarde en vervuilen het milieu. Gods Woord heeft ¨ deze bedroevende situatie voorspeld: „De natien ´ ontstaken in gramschap, en uw [Gods] gramschap kwam, en de bestemde tijd om (...) hen te verderven die de aarde verderven” (Openbaring 11:18). Armageddon is de manier waarop God het strijdpunt over wie het recht heeft om de hele mensheid te regeren, gaat oplossen (Psalm 83:18). Wanneer komt Armageddon? Gods Zoon zei duidelijk: „Van die dag en dat uur weet niemand iets af, noch de engelen der hemelen noch de ¨ Zoon, dan de Vader alleen” (Mattheus 24:36). Maar Jezus Christus, de Strijder-Koning, waarschuwde ook in verband met Armageddon: „Zie! Ik kom als een dief. Gelukkig is hij die wakker blijft” (Openbaring 16:15). Deze wereldwijde

’De zachtmoedigen zullen de aarde bezitten, en zij zullen hun heerlijke verrukking vinden in de overvloed van vrede’ oorlog houdt dus nauw verband met Christus’ ¨ tegenwoordigheid, die volgens Bijbelprofetieen nu een feit is. In Armageddon zullen alleen de onverbeterlijk slechte mensen worden vernietigd, en er zal een „grote schare” overlevenden zijn (Openbaring 7:9-14). Ze zullen meemaken dat deze woorden uitkomen: „Nog maar een korte tijd en de goddeloze zal er niet meer zijn; en gij zult stellig acht geven op zijn plaats, en hij zal er niet zijn. De zachtmoedigen daarentegen zullen de aarde bezitten, en zij zullen inderdaad hun heerlijke verrukking vinden in de overvloed van vrede” (Psalm 37:10, 11).


„DE ZEVEN VRUCHTEN” VAN HET GOEDE LAND

I

In deze tijd wordt nog steeds de uitdrukking „de zeven vruchten” gebruikt ¨ voor de producten van Israel. Ze worden soms op munten en postzegels afgebeeld als symbool van de vruchtbaarheid van het land. Hoe werden ze in Bijbelse tijden gekweekt? Welke rol speelden ze in het dagelijks leven? „Tarwe en gerst” Tarwe en gerst werden allebei in de herfst gezaaid, maar gerst was een maand eerder rijp. Een schoof van de eerste opbrengst van de gerstoogst werd tijdens het Feest van de Ongezuurde Broden, in maart of april, in de tempel als offer aan Jehovah aangeboden. Tijdens het Wekenfeest (Pinksteren), in mei, werd er een offer van tarwebroden aangeboden (Leviticus 23:10, 11, 15-17). ¨ Tot voor kort werd het graan in Israel met de hand gezaaid: de boeren hielden het zaad in een plooi van hun kleren en strooiden het in wijde bogen uit. Gerstekorrels konden gewoon op het land blijven liggen, maar tarwekorrels moesten bedekt worden. Ze werden de bodem in gewerkt doordat er trekdieren overheen liepen, of doordat het veld nog eens werd geploegd. In de Bijbel staat veel over het zaaien, oogsten, dorsen, wannen en malen van graan. Dat was allemaal zwaar werk. Het graan werd elke dag thuis tot meel gemalen, en daar werd dan brood van gebakken. Dat geeft Jezus’ instructie om te bidden om „ons dagelijks brood” meer beteke¨ nis (Mattheus 6:11, Herziene Statenvertaling). Brood van

T A R W E

G E R S T

¨ SRAEL wordt in de Bijbel beschreven als een land van heuvels en valleien, kustvlakten en hoogvlakten, rivieren en bronnen. Met zulke verschillende grondsoorten en klimaten, inclusief een droge woestijn in het zuiden en met sneeuw bedekte bergen in het noorden, bracht dit land een verscheidenheid ¨ aan gewassen voort. Mozes maakte de Israelieten enthousiast voor het ’goede land’ dat ze zouden krijgen door te zeggen dat het „een land van tarwe en gerst en wijnstokken en vijgen en granaatappels, een land van olierijke olijven en honing” was. Hij noemde dus specifiek zeven landbouwproducten (Deuteronomium 8:7, 8).


V I J G E N

D R U I V E N

volkorentarwemeel of -gerstemeel was in Bijbelse tijden het hoofdvoedsel (Jesaja 55:10).

¨ 1 Druiven werden ook tot rozijnen gedroogd (2 Samuel 6:19).

12

DE WACHTTOREN ˙ 1 SEPTEMBER 2011

G R A N A A T A P P E L S

„Wijnstokken en vijgen en granaatappels” Nadat Mozes zijn volk veertig jaar door de woestijn had geleid, gaf hij ze een aanlokkelijk vooruitzicht: ze zouden de vruchten van het beloofde land mogen eten. Wat hadden de verkenners van het land veertig jaar daarvoor mee teruggenomen als bewijs dat het een vruchtbaar land was? „Een rank ´ ´ met een tros druiven” die zo zwaar was dat ze hem „aan een draagstok op twee van de mannen” moesten vervoeren. Ze brachten ook vijgen en granaatappels mee. Wat zal ¨ dat die Israelieten in de woestijn lekker gesmaakt hebben! Het was een voorproefje van alle goede dingen die nog zouden komen (Numeri 13:20, 23). Wijnstokken hebben constante zorg nodig: ze moeten gesnoeid worden, water krijgen en afgeoogst worden om vruchtbaar te blijven. Een goed onderhouden wijngaard op een helling had een beschermende muur, zorgvuldig aan¨ gelegde terrassen en een uitkijkhut. De Israelieten raakten goed bekend met het werk in een wijngaard en begrepen wat er zou gebeuren als hij werd verwaarloosd (Jesaja 5:1-7). Na de druivenoogst werden de trossen getreden in een kuip of geperst in een wijnpers. Het sap werd gekookt om siroop te maken, of men liet het gisten zodat het wijn ¨ werd. In Israel waren de omstandigheden ideaal voor het kweken van druiven en het maken van wijn.1 Mensen in een land waar geen vijgen groeien, kennen misschien alleen de gedroogde, platgedrukte variant. Rechtstreeks van de boom lijken het totaal andere vruchten: dan zijn ze zacht en sappig. Om ze langer te kunnen bewaren, moeten ze in de zon gedroogd en daarna verpakt worden. In de Bijbel worden ook wel „koeken van samen¨ geperste vijgen” genoemd (1 Samuel 25:18).


„Olijven en honing” De Bijbel bevat bijna zestig verwijzingen naar de olijf, een waardevolle bron van voedsel en ¨ olie. In de meeste delen van Israel zijn nog steeds olijfgaarden te vinden (Deuteronomium 28:40). Ook nu nog is de oogst in oktober in veel dorpen en steden een familieaangelegenheid. De oogsters slaan tegen de takken om de olijven eraf te schudden en verzamelen ze daarna. De olijven worden geconserveerd zodat het gezin er het hele jaar van kan eten, of ze worden naar een gemeenschappelijke oliepers gebracht. Bij archeologische opgravingen zijn honderden oude persen van verschillende typen gevonden. Nog altijd is het fascinerend de lichtgroene olie uit de pers te zien komen. De olie wordt verkocht of als jaarvoorraad voor het gezin gebruikt. Behalve als voedingsmiddel wordt olijfolie ook gebruikt als schoonheidsmiddel en als brandstof voor lampen. De honing waar Mozes over sprak kan bijenhoning zijn geweest, of een siroop van dadels of druiven. Siroop van deze vruchten wordt nog steeds vaak als zoetstof gebruikt. Maar de honing in de Bijbelverslagen over Simson en Jonathan was duidelijk wilde honing uit een honingraat (Rech¨ ters 14:8, 9; 1 Samuel 14:27). Een recente ontdekking van een bijenstal van ruim dertig bijenkorven in Tel Rehov in ¨ het noorden van Israel bewijst dat er zelfs al in de tijd van Salomo bijen werden gehouden. In deze tijd zal iedereen die over een kleurrijke markt in ¨ Israel loopt — met zijn bakkerijen en goedgevulde fruit- en groentekraampjes — een overvloed van ���de zeven vruchten” in de een of andere vorm aantreffen. Die zeven zijn natuurlijk maar een paar van de haast oneindige verscheidenheid aan levensmiddelen die plaatselijk worden geproduceerd. Moderne landbouwmethoden hebben het mogelijk gemaakt om uitheemse planten te verbouwen. Al die overvloed laat zien dat deze kleine strook land zijn reputatie als het ’goede land’ eer aandoet (Numeri 14:7).

H O N I N G

O L I J V E N

Als je de leerachtige schil van een rijpe granaatappel openbreekt, komen er honderden dicht op elkaar gepakte minivruchtjes tevoorschijn, klaar om zo te eten of uit te persen. Granaatappels zijn heerlijk, gezond en voedzaam. Dat ze ook vroeger gewaardeerd werden, blijkt uit het feit dat er decoraties in de vorm van granaatappels aan de zoom van een van de gewaden van de hogepriester zaten, en ook de zuilen van Salomo’s tempel waren ermee versierd (Exodus 39:24; 1 Koningen 7:20).


WIST U DIT?

From the book Wood’s Bible Animals. 1876

AFBEELDING VAN ¨ JUDAS DE MAKKABEEER, LYON (1553)

14

¨ Waarom gaf God de Israelieten in de wildernis kwartels te eten? ¨ ˇ Na de uittocht van de Israelieten uit schiereiland aan, dat hij gemakkelijk, Egypte gaf God ze twee keer een over- zelfs met de blote hand, kan worden ge¨ vloed aan vlees in de vorm van kwartels vangen. Zo werd hij voor Israel een welkom voedsel.” In het begin van de twin(Exodus 16:13; Numeri 11:31). Kwartels zijn kleine vogels: ze zijn on- tigste eeuw exporteerde Egypte jaarlijks geveer 18 centimeter lang en wegen zo’n drie miljoen kwartels voor conzo’n 100 gram. Ze broeden in veel de- sumptie. ¨ ¨ Beide keren dat de Israelieten kwarlen van West-Azie en Europa. Het zijn trekvogels; ze overwinteren in Noord- tels te eten kregen was het lente. Hoe¨ Afrika en Arabie. Tijdens de trek vliegen wel er dan regelmatig kwartels over ¨ ze in grote zwermen langs de oostkust het Sinaıgebied vlogen, was het Jehovan de Middellandse Zee en komen ze vah die veroorzaakte dat ’er een wind ¨ ¨ opstak’ om de vogels naar het Israelitiover het Sinaıschiereiland. Volgens de Bijbelse Encyclopedie met sche kamp te voeren (Numeri 11:31). Handboek en Concordantie „komt [de kwartel] in maart na zijn vlucht over de ¨ Rode Zee vaak zo uitgeput op het SinaıWat was het „inwijdingsfeest” dat in Johannes 10:22 wordt genoemd? ˇ De drie periodieke feesten die God de Joden wilde uitroeien, een heidens de Joden gebood te vieren — het Feest altaar bouwen boven op het altaar in van de Ongezuurde Broden, Pinksteren Jehovah’s tempel in Jeruzalem. Op dat en het Feest van de Inzameling — wer- altaar liet hij offers aan de Griekse God den respectievelijk vroeg in de lente, Zeus brengen. Dit incident lokte de Makkabese oplaat in de lente en in de herfst gevierd. Maar het feest in Johannes 10:22 werd stand uit. De Joodse leider Judas de ¨ in de winter gehouden en was een her- Makkabeeer heroverde Jeruzalem op de denking van de herinwijding van Jeho- Seleuciden, liet het ontheiligde altaar vah’s tempel in 165 v.Chr. Het duurde afbreken en bouwde er een nieuw alacht dagen en het begon op de vijf- taar voor in de plaats. Precies drie jaar entwintigste dag van de maand Kislev, nadat het altaar ontheiligd was, wijdde rond de tijd van het wintersolstitium of Judas de gereinigde tempel weer aan de winterzonnewende. Waaraan heeft Jehovah. Sinds die tijd wordt dit „inwijdingsfeest” (Hebreeuws: chanoekkah) het zijn ontstaan te danken? In 168 v.Chr. liet de Syrische Seleu- elk jaar in december door de Joden gecidische heerser Antiochus IV (Epipha- vierd. Tegenwoordig staat het bekend nes), die de religie en de gebruiken van als Chanoeka.

DE WACHTTOREN ˙ 1 SEPTEMBER 2011


NADER DICHT TOT GOD

’O Jehovah, gij kent mij’ „I wetenschap dat niemand om hem geeft of EMAND kan geen grotere last dragen dan de

hem begrijpt”, zei de auteur Arthur Stainback. Herkent u zich in die woorden? Hebt u weleens het gevoel dat niemand om u geeft of begrijpt wat u doormaakt, laat staan hoe u zich voelt? Dan kunt u zich troosten met deze gedachte: Jehovah geeft zo veel om zijn aanbidders dat hij alles opmerkt wat hun in het dagelijks leven overkomt. Davids woorden in Psalm 139 verzekeren ons daarvan. Overtuigd van Gods belangstelling voor hem zegt David: „O Jehovah, gij hebt mij doorvorst, en gij kent mij” (vers 1). David gebruikt hier prachtige beeldspraak. Het Hebreeuwse werkwoord dat met ’doorvorsen’ is vertaald, kan ook gebruikt worden voor het graven naar erts (Job 28:3), het verkennen van een land (Rechters 18:2), of het onderzoeken van de feiten bij een rechtszaak (Deuteronomium 13:14). Jehovah kent ons zo goed dat het is alsof hij elk aspect, elk detail van ons bestaan heeft onderzocht. Door het voornaamwoord „mij” te gebruiken leert David ons dat God persoonlijke belangstelling heeft voor zijn aanbidders. Hij doorzoekt ze en leert ze als persoon kennen. David zegt ook hoe grondig God ons onderzoekt: „Gijzelf zijt mijn neerzitten en mijn opstaan te weten gekomen. Gij hebt mijn gedachte van verre beschouwd” (vers 2). Jehovah ziet ons „van verre”, want hij woont in de hemel. Toch weet hij wanneer we gaan zitten, misschien na een lange dag, en wanneer we ’s morgens opstaan en aan onze dagelijkse bezigheden beginnen. Hij kent ook onze gedachten, verlangens en bedoelingen. Voelt David zich bedreigd door zo’n diepgaand onderzoek? Nee, hij vraagt er zelfs om (vers 23, 24). Waarom doet hij dat?

David weet dat Jehovah zijn aanbidders met goede bedoelingen onderzoekt. Hij zinspeelt daarop met de woorden: „Mijn op weg zijn en mijn uitgestrekt liggen hebt gij afgemeten, en met al mijn wegen zijt gij vertrouwd geraakt” (vers 3). Elke dag ziet Jehovah ’al onze wegen’: de fouten die we maken en het goede dat we doen. Concentreert hij zich op het slechte of op het goede? Het Hebreeuwse woord dat met ’afmeten’ is vertaald, kan ziften of wannen betekenen, net zoals een boer het onbruikbare kaf van het waardevolle koren scheidt. In het Hebreeuws kan de uitdrukking voor ’vertrouwd raken’ ook „als kostbaar bezien” betekenen. Als Jehovah onderzoekt wat zijn aanbidders elke dag zeggen en doen, bewaart hij het goede omdat hij hun inspanningen om zijn wil te doen, kostbaar vindt. Psalm 139 leert ons dat Jehovah heel veel om zijn aanbidders geeft. Hij doorzoekt ze en waakt over ze bij hun dagelijkse bezigheden. Hij weet dus met welke problemen ze te maken hebben, en hij begrijpt de emotionele pijn die ze daardoor kunnen voelen. Wordt u ertoe bewogen die zorgzame God te aanbidden? Dan kunt u er zeker van zijn dat hij uw werk en de liefde die u voor zijn naam toont, nooit zal ver¨ geten (Hebreeen 6:10).

BIJBELLEESGEDEELTE VOOR SEPTEMBER: ˛ Psalm 119-150

DE WACHTTOREN ˙ 1 SEPTEMBER 2011

15


WAT ZEGT GODS WOORD? Dit artikel gaat in op vragen die bij u opgekomen kunnen zijn en laat zien waar u de antwoorden in uw bijbel kunt vinden. Jehovah’s Getuigen zouden die antwoorden graag met u bespreken.

Hoe krijgt u een band met God? 1. Luistert God naar alle gebeden? Jehovah nodigt alle mensen uit om tot hem te bidden (Psalm 65:2). Maar hij luistert niet naar ¨ alle gebeden. Toen de Israelieten bijvoorbeeld slechte dingen bleven doen, weigerde God naar hun gebeden te luisteren (Jesaja 1:15). Ook de

gebeden van een man die zijn vrouw slecht behandelt, kunnen worden belemmerd (1 Petrus 3:7). Maar God luistert wel naar grove zondaars die berouw hebben. (Lees 2 Kronieken 33:9-13.)

2. Hoe moeten we bidden? Het gebed is een voorrecht en een onderdeel van onze dienst voor Jehovah, en daarom moeten we al¨ leen tot hem bidden (Mattheus 4:10; 6:9). Omdat we onvolmaakt zijn, moeten we in Jezus’ naam bidden, want hij is de aangewezen „weg” (Johannes 14:6). Jehovah wil niet dat we geschreven of uit ons hoofd geleerde gebeden opzeggen; hij wil dat we vanuit ons ¨ hart bidden. (Lees Mattheus 6:7; Filippenzen 4:6, 7.) Onze Schepper kan zelfs stille gebeden horen (1 Sa¨ muel 1:12, 13). Hij nodigt ons uit bij elke gelegenheid te bidden, zoals aan het begin en aan het eind van de dag, voor het eten en als we problemen hebben. (Lees ¨ Psalm 55:22; Mattheus 15:36.)

3. Waarom komen christenen samen? Het is niet makkelijk een band met God te krijgen, want veel mensen om ons heen geloven niet in God en maken zijn belofte van een vredige aarde belache¨ lijk (2 Timotheus 3:1, 4; 2 Petrus 3:3, 13). Daarom hebben we aanmoedigende omgang met geloofsgenoten ¨ nodig. (Lees Hebreeen 10:24, 25.) Vrienden maken onder mensen die van God houden, brengt ons dichter bij hem. De vergaderingen van Jehovah’s Getuigen geven u de gelegenheid om van het geloof van anderen te leren. (Lees Romeinen 1:11, 12.)


4. Hoe brengt mediteren ons dichter bij God? U kunt een band met Jehovah krijgen door diep na te denken over wat u uit zijn Woord hebt geleerd. Laat uw gedachten gaan over wat hij gedaan heeft, wat hij van ons vraagt en wat hij belooft. Als u daar onder gebed diep over nadenkt, krijgt u oprechte waardering voor Gods liefde en wijsheid. (Lees Jozua 1:8; Psalm 1:1-3.) U kunt alleen een band met God hebben als u hem vertrouwt, als u geloof in hem hebt. Maar geloof is iets dat leeft, dat verzorgd moet worden. U moet uw geloof constant voeden door steeds te onderzoeken waarom ¨ u iets gelooft. (Lees 1 Thessalonicenzen 5:21; Hebreeen 11:1, 6.)

5. Wat zal een band met God voor u doen? Jehovah zorgt voor mensen die van hem houden. Hij beschermt ze tegen alles wat hun geloof en hun hoop op eeuwig leven in gevaar kan brengen (Psalm 91:1, 2, 7-10). Hij waarschuwt ons voor leefstijlen die onze gezondheid en ons geluk bedreigen. Jehovah leert ons de beste manier van leven. (Lees Psalm 73:27, 28; Jakobus 4:4, 8.)

Zie voor meer informatie hoofdstuk 17 van dit boek, uitgegeven door Jehovah’s Getuigen.

WAT LEERT DE BIJBEL ECHT?

17


Olivetanus „De nederige kleine vertaler” van de Franse Bijbel Het was 13 september 1540. De politie doorzocht het huis van Collin Pellenc. In een geheime kamer vonden ze een paar verdachte documenten, waaronder een groot boek. Op de tweede bladzijde stond: „P. Robert Olivetanus, de nederige kleine vertaler”. Het was een waldenzische bijbel! Collin Pellenc werd gearresteerd, veroordeeld voor ketterij en levend verbrand.

N DIE tijd maakte de katholieke kerk in Frankrijk, en ook in de rest van Europa, jacht op hervormers met de bedoeling hun ’bedrieglijke’ leerstellingen uit te roeien. Een van de hervormers, de toegewijde Guillaume Farel, was vastbesloten de Franssprekende wereld te overtuigen van de denkbeelden van Maarten Luther, een leidende figuur in de Reformatie. Fa´ rel, afkomstig uit de provincie Dauphine in het zuidoosten van Frankrijk, wist dat de gedrukte bladzijde een belangrijke rol speelde in deze ideologische oorlog. Om zijn missie uit te voeren had hij pamfletten en traktaten nodig, en ook bijbels. Maar wie zou dat allemaal betalen? Misschien wel de waldenzen, een onafhankelijke religieuze groepering die zich bezighield met het prediken van de Bijbel.

Een synode in Chanforan Half september 1532 hielden de waldenzische barben (predikanten) een synode in Chanforan, een gehucht in de buurt van Turijn ¨ (Italie). Al verscheidene jaren waren er contacten geweest tussen de waldenzen en leiders van de Reformatie. Daarom werden Farel en enkele anderen voor de synode uitgenodigd. De waldenzen wilden weten of hun eigen leerstellin18

DE WACHTTOREN ˙ 1 SEPTEMBER 2011

gen overeenkwamen met die van Luther en zijn volgelingen.1 In Chanforan sprak Farel met overredingskracht. Toen de waldenzische barben hem hun oude, handgeschreven bijbels in hun eigen dialect lieten zien, wist hij ze ertoe over te halen het drukken van een Franse Bijbel te financieren. ´In tegenstelling tot de vertaling van ` Lefevre d’Etaples uit 1523, die op het Latijn gebaseerd was, moest deze Bijbel uit het Hebreeuws en Grieks worden vertaald. Maar wie kon dat? Farel kende zo iemand. Zijn naam was Pierre Robert, maar hij stond bekend als Olivetanus.2 Hij was een jonge leraar uit de Noord-Franse ¨ regio Picardie. Deze Olivetanus, een neef van Johannes Calvijn, was een vroege hervormer en een betrouwbaar man. Hij had ook een aantal jaren in Straatsburg gewoond, waar hij een grondige studie maakte van de talen van de Bijbel. 1 Zie voor meer informatie over de manier waarop de waldenzen uiteindelijk door de Reformatie werden opgeslokt De Wachttoren van 15 maart 2002, blz. 20-23. 2 Hij heette eigenlijk Louys Robert, maar hij nam de voornaam Pierre aan. De bijnaam Olivetanus slaat waarschijnlijk op de grote hoeveelheden olijfolie die hij als lampolie gebruikte op zijn lange werkdagen.

ˆ Archives de la Ville de Neuchatel, Suisse /Photo: Stefano Iori

I


´ Left photo: Alain Leprince - La Piscine-musee, Roubaix / Courtesy of the former Bouchard Museum, Paris ´ ´ Center and right: Societe de l’Histoire du Protestantisme Francais, Paris ¸

Net als Farel en veel anderen was Olivetanus naar Zwitserland gevlucht. Zijn vrienden smeekten hem het vertaalproject aan te nemen. Nadat hij meerdere keren had geweigerd, stemde hij er uiteindelijk in toe de Bijbel „aan de hand van het Hebreeuws en het Grieks in het Frans” te vertalen. Tegelijkertijd stelden de waldenzen vijfhonderd van de achthonderd gouden kronen — een fortuin! — beschikbaar die nodig waren om het drukken te financieren.

De kraai en de nachtegaal Vroeg in 1534 trok Olivetanus zich in de Alpen terug en begon hij met zijn werk, omgeven door zijn „stille leraren”, zijn boeken. Zijn bibliotheek zou elke hedendaagse geleerde jaloers maken. Hij had Syrische, Griekse en Latijnse Bijbelvertalingen, rabbijnse commentaren, Chaldeeuwse grammaticaboeken, en nog veel meer. Het belangrijkste was een recente Venetiaanse uitgave van de oorspronkelijke Hebreeuwse tekst van de Bijbel. Olivetanus baseerde zijn vertaling van het zogenoemde Nieuwe ´ Testament op de Franse ` tekst van Lefevre d’Etaples, hoewel hij ook vaak de Griekse tekst van de Nederlandse geleerde Erasmus raadpleegde. Olivetanus’ woordkeus was er vaak op gericht de invloed van de katholieke kerk te verkleinen. Hij gebruikte bijvoorbeeld „opziener” in plaats van „bisschop”, „geheim” in plaats van „mysterie”, en „gemeente” in plaats van „kerk”. Bij het zogenoemde Oude Testament was Olivetanus vastbesloten het oorspronkelijke Hebreeuws woord voor woord te vertalen. Hij

zei voor de grap dat Hebreeuws in het Frans vertalen net zoiets was als „een lieflijke nachtegaal het lied van een schorre kraai te leren zingen”! In de Hebreeuwse tekst kwam Olivetanus duizenden keren de naam van God in de vorm van het Tetragrammaton tegen. Hij koos ervoor het te vertalen met „De Eeuwige”, wat later algemeen gebruikt zou worden in Franse protestantse Bijbels. Maar op verschillende plaatsen koos hij voor „Jehovah”, bijvoorbeeld in Exodus 6:3. Opvallend is dat hij op 12 februari 1535, na slechts ongeveer een jaar, zei dat hij klaar was met zijn werk! Hij gaf toe dat hij „dit juk [van het vertaalwerk] al lang alleen droeg”, en daaruit kunnen we opmaken dat hij al veel langer met dit moeizame werk bezig was en het in 1534/1535 afmaakte. „Ik heb mijn best gedaan”, zei hij bescheiden. Nu moest de eerste Franse Bijbel die grotendeels uit de oorspronkelijke talen was vertaald alleen nog maar gedrukt worden.

In Pirots werkplaats Nu verscheen Pierre de Wingle, bijgenaamd Pirot Picard, een hervormingsgezinde drukker en een vriend van Farel, op het toneel. Nadat hij door de katholieke kerk uit Lyon was verˆ jaagd, had hij zich in 1533 in Neuchatel (Zwitserland) gevestigd. Met geld van de waldenzen had hij grote hoeveelheden ’opruiend’ materiaal gedrukt. Uit zijn werkplaats kwamen bijvoorbeeld aanplakbiljetten waarin de mis werd veroordeeld, en sommige daarvan kwamen bij de katholieke koning Frans I van Frankrijk terecht. DE WACHTTOREN ˙ 1 SEPTEMBER 2011

19


´ ´ Societe de l’Histoire du Protestantisme Francais, Paris ¸

Opnieuw zette De Wingle zijn persen in beweging, deze keer om een Bijbel te drukken! Om het proces te versnellen liet hij twee persen elk bedienen door vier of vijf arbeiders, die het zetwerk deden en de vellen drukten. Uiteindelijk, in „het jaar 1535, op de vierde juni”, tekende De Wingle de uitgeverspagina van Olivetanus’ Bijbel. In zijn voorwoord droeg Olivetanus zijn werk op aan de arme gelovigen die „uitgeput en zwaarbelast” waren door „zinloze tradities”. Het eindresultaat voldeed aan alle verwachtingen. De schoonheid en eenvoud van de Franse tekst werd nog vergroot door een helder, sierlijk gotisch schrift in twee kolommen, verdeeld in hoofdstukken en alinea’s. De kanttekeningen getuigen van het vakmanschap van de vertaler. Het werk wordt ook verfraaid door inleidende woorden, appendices, tabellen en gedichten. Aan het eind staat een kort, rijmend acrostichon dat onthult: „De evangeliserende waldenzen gaven dit juweel aan alle mensen.”

Een meesterwerk, en toch een mislukking Het werk van Olivetanus, eens geminacht, wordt nu door iedereen als een waar meesterwerk erkend. Zijn tekst werd zelfs drie eeuwen lang als basis voor protestantse Bijbels gebruikt. Er werden ongeveer duizend exemplaren van Olivetanus’ Bijbel gedrukt, maar ze verkochten niet goed. Er was geen goedwerkend distributienetwerk en ook maakte de Franse taal in die tijd een snelle verandering door. Daarnaast was een groot boek van vijf kilo niet het ideale formaat voor rondtrekkende predikers of voor mensen die het in het geheim wilden lezen. Ondanks het feit dat een van de bijbels zijn weg naar Collin Pellenc in Frankrijk had gevonden, zoals in de inleiding werd gezegd, was Olivetanus’ Bijbel commercieel gezien eigenlijk een mislukking. In 1670, bijna anderhalve ` eeuw later, had een boekwinkel in Geneve er nog steeds een te koop staan. „Niemand uit Nergens” Toen Olivetanus zijn missie had volbracht, verdween hij weer uit beeld. Onder schuilnamen herzag hij zijn Nieuwe Testament en delen van het Oude Testament. Hij legde zich ook toe op zijn andere passie: lesgeven. Als toegewijd leraar gaf hij een nieuwe editie uit van zijn boek „Onderwijs voor kinderen”, met morele lessen en Franse leeslessen, helemaal op de Bijbel gebaseerd. Een van de pseudoniemen die hij aannam was Belisem de Belimakom, wat „Niemand uit Nergens” betekent. Olivetanus was nog maar net in de dertig toen hij in 1538 stierf, mogelijk in Rome. In deze tijd zijn niet veel mensen zich bewust van de belangrijke rol die deze jonge geleerde uit ¨ Picardie bij de verspreiding van de Franse Bijbel heeft gespeeld. Zijn naam staat zelden of nooit in naslagwerken. Waarschijnlijk zou Louys Robert, „de nederige kleine vertaler” bijgenaamd Olivetanus, daar best tevreden mee geweest zijn!


MOET U

E

BELASTING BETALEN?

R ZIJN maar weinig mensen die graag belasting betalen. Velen vinden dat hun be¨ lastinggeld verspild wordt door inefficientie, verduistering of regelrechte fraude. Anderen hebben morele bezwaren. De inwoners van een plaats in het Midden-Oosten zeiden bijvoorbeeld: „We gaan niet de kogels betalen waarmee onze kinderen gedood worden.” Zulke gevoelens staan niet op zichzelf en zijn ook niet nieuw. De hindoeleider Mohandas Gandhi bracht zijn gewetensbezwaren als volgt onder woorden: „Hij of zij die, direct of indirect, een militaristische staat ondersteunt, deelt in de zonde. Elke man, oud of jong, deelt in de zonde door met het betalen van belasting de staat te onderhouden.” Ook de negentiende-eeuwse filosoof Henry David Thoreau voerde morele gronden aan om te verdedigen waarom hij weigerde de belasting te betalen die voor oorlog zou worden gebruikt. Hij vroeg: „Moet de burger, al is het voor even en in de geringste mate, zijn geweten overlaten aan de wetgever? Waarom heeft iedereen dan een geweten?” Deze kwestie is voor christenen van belang, want de Bijbel leert duidelijk dat ze in alles een goed geweten moeten behouden (2 Timo¨ theus 1:3). Aan de andere kant wordt in de Bijbel ook erkend dat regeringen het recht hebben om belasting te heffen: „Iedere ziel zij onderworpen aan de superieure autoriteiten [de overheid], want er is geen autoriteit dan door God; de bestaande autoriteiten zijn door

God in hun relatieve posities geplaatst. Daarom bestaat er een dwingende reden voor dat gij in onderworpenheid zijt, niet alleen vanwege die gramschap, maar ook vanwege uw geweten. Want daarom betaalt gij ook belastingen; want zij zijn Gods openbare dienaren, die juist dit doel voortdurend dienen. Geeft aan allen wat hun toekomt: aan hem die vraagt om de belasting, de belasting” (Romeinen 13:1, 5-7). Daarom stonden de eerste-eeuwse christenen bekend als trouwe belastingbetalers, ook al ging er een aanzienlijk bedrag naar het leger. Dat geldt ook voor Jehovah’s Getuigen in deze tijd.1 Hoe is deze schijnbare tegenstrijdigheid te verklaren? Moet een christen zijn geweten negeren wanneer de aanslag in de bus valt?

Belasting en geweten Dat een deel van de belasting die de eersteeeuwse christenen betaalden naar het leger ging, is belangrijk in dit verband. Het is namelijk precies de kwestie die Gandhi en Thoreau er later toe bracht op grond van hun geweten bepaalde belastingen niet te betalen. Christenen gehoorzaamden het gebod in Romeinen 13 niet alleen om straf te vermijden, maar ook „vanwege [hun] geweten” (Romeinen 13:5). Het geweten van een christen dwingt hem dus belasting te betalen, zelfs als 1 Zie voor meer informatie over de reputatie van Jehovah’s Getuigen als belastingbetalers De Wachttoren van 1 november 2002, blz. 12 §15, en 1 mei 1996, blz. 16 §7. DE WACHTTOREN ˙ 1 SEPTEMBER 2011

21


die gebruikt wordt om dingen te ondersteunen waar hij het zelf niet mee eens is. Om deze schijnbare tegenstrijdigheid te begrijpen, moeten we iets belangrijks in gedachte houden over ons geweten, de innerlijke stem die ons vertelt of onze daden goed zijn of slecht. Iedereen heeft zo’n innerlijke stem, zoals Thoreau al zei, maar die stem is niet per se betrouwbaar. Als we willen doen wat God vraagt, moet ons geweten met zijn morele normen overeenstemmen. We moeten ons denken en onze zienswijze vaak bijstellen om ze overeen te laten komen met die van God, want zijn gedachten zijn superieur (Psalm 19:7). Daarom moeten we proberen te begrijpen hoe God over menselijke regeringen denkt. We zagen al dat de regeringen in Romeinen 13:6 „Gods openbare dienaren” worden genoemd. Wat betekent dat? Het komt er eigenlijk op neer dat ze de orde handhaven en nuttige diensten voor de samenleving verrichten.

„Betaalt caesar terug wat van caesar, maar God wat van God is” Copyright British Museum

We moeten onze zienswijze in overeenstemming brengen met die van God, want zijn gedachten zijn superieur

op de een of andere manier schuldig maken aan burgerlijke ongehoorzaamheid, bijvoorbeeld door te weigeren belasting te betalen. En als u nu nog steeds vindt dat het verkeerd is belasting te betalen waarmee oorlog wordt ondersteund, net zoals Gandhi dat vond? Bekijk het eens zo: als we op een hoger punt staan, kunnen we een gebied beter overzien. Zo beziet God alles vanuit een veel hoger standpunt, en als we dat beseffen is het makkelijker om onze denkwijze aan die van hem aan te passen. God zei via de profeet Jesaja: „Zoals de hemelen hoger zijn dan de aarde, zo zijn mijn wegen hoger dan uw wegen, en mijn gedachten dan uw gedachten” (Jesaja 55:8, 9).

Zelfs de meest corrupte regeringen voorzien vaak in diensten als postbezorging, openbaar onderwijs, brandbestrijding en wetshandhaving. Hoewel God zich volledig bewust is van de gebreken van door mensen ingestelde regeringen, laat hij ze een tijdlang bestaan en wil hij dat we belasting betalen uit respect voor zijn regeling. Maar God zal menselijke regeringen niet voor altijd laten bestaan. Hij gaat ze allemaal vervangen door zijn hemelse koninkrijk en uiteindelijk alle schade die menselijk bestuur door de eeuwen heen heeft aangericht, onge¨ ¨ daan maken (Daniel 2:44; Mattheus 6:10). In de tussentijd wil God niet dat christenen zich

Absolute macht? Wat de Bijbel over het betalen van belasting leert, betekent niet dat menselijke regeringen absolute macht over hun onderdanen hebben. Jezus leerde dat God deze regeringen beperkte macht geeft. Toen hem werd gevraagd of God het betalen van belasting aan het toenmalige Romeinse bewind goedkeurde, antwoordde hij met de wijze uitspraak: „Betaalt caesar terug wat van caesar, maar God wat van God is” (Markus 12:13-17). De overheid — gesymboliseerd door „caesar” — maakt munten en bankbiljetten en stelt de waarde ervan vast. Dus vanuit Gods standpunt bekeken heeft ze het recht om dat geld terug te vragen in de vorm van belasting. Maar

22

DE WACHTTOREN ˙ 1 SEPTEMBER 2011


Jezus liet zien dat „wat van God is” — ons leven en onze aanbidding — door geen enke¨ le menselijke instantie opgeeist mag worden. Als menselijke wetten of voorschriften botsen met Gods wetten, moeten christenen „God als regeerder meer gehoorzamen dan mensen” (Handelingen 5:29). Christenen in deze tijd kunnen soms verontrust zijn over de manier waarop met hun belastinggeld wordt omgegaan. Toch doen ze geen pogingen om invloed uit te oefenen op regeringsmaatregelen door zich ertegen te verzetten of door te weigeren belasting te betalen.

Door gehoorzaam belasting te betalen, houden christenen een goed geweten voor God en laten ze zien dat ze op zijn zorg vertrouwen

Dat zou neerkomen op een gebrek aan vertrouwen in Gods oplossing voor de problemen van de mensheid. Ze wachten geduldig totdat God ingrijpt door middel van het bestuur van zijn Zoon, Jezus, die zei: „Mijn koninkrijk is geen deel van deze wereld” (Johannes 18:36).

De voordelen Het heeft verschillende voordelen te doen wat de Bijbel over het betalen van belasting leert. U vermijdt de straf die wetsovertreders krijgen, en u hoeft ook niet bang te zijn om gepakt te worden (Romeinen 13:3-5). Belangrijker nog, u houdt een rein geweten voor God en eert hem doordat u zich aan de wet houdt. Zelfs als u financieel verlies lijdt vergeleken met mensen die bepaalde belastingen achterhouden of zelfs frauderen, kunt u vertrouwen op Gods belofte dat hij voor zijn trouwe aanbidders zal zorgen. De Bijbelschrijver David zei het zo: „Eens was ik een jonge man, ook ben ik oud geworden, en toch heb ik geen rechtvaardige volkomen verlaten gezien, noch zijn nageslacht zoekende brood” (Psalm 37:25). Tot slot geeft het u innerlijke vrede als u het Bijbelse gebod om belasting te betalen begrijpt en opvolgt. God houdt u niet verantwoordelijk voor wat de overheid met uw geld doet, net zoals de wet u niet verantwoordelijk houdt voor wat uw huisbaas met uw huurgeld doet. Stelvio, die in Zuid-Europa woont, vocht voordat hij de Bijbelse waarheid leerde kennen jarenlang voor een politieke omwenteling in zijn land. Hij legde uit waarom hij daarmee gestopt is: „Ik moest toegeven dat mensen niet in staat zijn gerechtigheid, vrede en broederschap op aarde te brengen. Alleen Gods koninkrijk kan echt een andere en betere samenleving brengen.” Als u trouw ’God terugbetaalt wat van God is’, kunt u dezelfde overtuiging hebben. U zult de tijd meemaken waarin God de hele aarde een rechtvaardige regering geeft die alle door menselijk bestuur veroorzaakte schade en onrecht ongedaan zal maken.


EEN BRIEF UIT

CONGO (KINSHASA)

In de schaduw van de Berg van Vuur

D

E ZON die opgaat boven de stad Goma schildert de lucht oranjeroze. Elke dag worden we begroet door een adembenemend uitzicht op de Nyiragongo, een van de meest actieve vulkanen ter wereld. Uit de open krater stijgt constant een rookpluim op, die ’s nachts rood kleurt door de lava in de krater. In het Swahili wordt de berg Mulima ya Moto, Berg van Vuur, genoemd. De laatste grote uitbarsting van de Nyiragongo was in 2002. Veel buren en vrienden van ons hier in Goma zijn toen alles kwijtgeraakt. In sommige buurten waar mijn man en ik evangelisatiewerk doen, lopen we op een geribbelde bodem van gestolde lava, en dan probeer ik me voor te stellen hoe het zou zijn om op de maan te lopen. De mensen zijn precies het tegenovergestelde van de harde lava. Ze zijn levendig, zachtaardig en staan open voor het goede nieuws. Dat maakt de prediking in de schaduw van de Berg van Vuur zo leuk. Het is zaterdagmorgen, en ik zie vol verwachting uit naar wat we gaan doen. Mijn man en ik gaan met vrienden die op bezoek zijn en andere zendelingen prediken in het vluchtelingenkamp Mugunga, even ten westen van de stad. Veel mensen daar zijn ge24

DE WACHTTOREN ˙ 1 SEPTEMBER 2011

vlucht voor gewelddadige aanvallen op hun woonplaats. We laden de vrachtwagen vol Bijbelse lectuur in het Frans, Swahili en Kinyarwanda. Dan gaan we op weg. Terwijl we over de Route Sake hobbelen, komt de stad tot leven. Jonge mannen rijden op hun zwaarbeladen chukudus (handgemaakte houten steppen voor het vervoer van goederen). Vrouwen in felgekleurde wikkelrokken lopen elegant langs de kant van de weg met grote vrachten op hun hoofd. De motortaxi’s rijden af en aan om mensen naar hun werk en naar de markt te brengen. In het hele gebied staan bruinzwart gebeitste houten huizen met blauwgeverfd lijstwerk. We komen aan bij de Koninkrijkszaal in Ndosho, waar we andere Getuigen van Jehovah treffen die ook in het kamp gaan prediken. Ik vind het ontroerend om jongeren, weduwen, wezen en gehandicapten te zien, die soms heel wat hebben meegemaakt. Maar ze hebben een beter leven gekregen doordat ze Bijbelse principes zijn gaan volgen. Hun Bijbelse hoop is springlevend en ze popelen om die aan anderen te vertellen. Na een korte bespreking van opbeurende Bijbelteksten die


we de mensen kunnen laten lezen, gaan we met 130 man in vijf minibussen en een terreinvrachtwagen op weg. Ongeveer een halfuur later komen we bij het kamp aan: honderden witte tentjes op een lavaveld. In het midden staan rijen openbare toiletten en gemeenschappelijke plaatsen om de was te doen. Overal zijn mensen: ze wassen, ze koken, ze doppen bonen en ze vegen het stukje grond voor hun tent. We maken kennis met Papa Jacques, die de leiding heeft over een deel van het kamp. Hij maakt zich zorgen over de opvoeding van zijn kinderen in deze moeilijke tijd. Hij is heel blij met het boek Wat jonge mensen vragen — Praktische antwoorden en zegt dat hij het graag wil lezen en dan met kleine groepjes wil bespreken wat hij heeft geleerd. Even verderop komen we bij Mama Beatrice. Ze vraagt ons waarom God lijden toelaat. Ze denkt dat ze door God gestraft wordt. Haar man is in de oorlog omgekomen, haar dochter is een alleenstaande moeder die haar best doet om haar kindje in het kamp op te voeden, en haar zoon is een paar maanden geleden ontvoerd. Ze heeft geen idee waar hij is. Het droevige verhaal van Mama Beatrice doet me denken aan Job. Hoe moet hij zich gevoeld hebben toen hij al dat vreselijke nieuws kreeg? We laten haar zien hoe het komt dat er zo veel lijden is en verzekeren haar dat wat ze meemaakt geen straf van God

is (Job 34:10-12; Jakobus 1:14, 15). We vertellen ook wat God binnenkort door middel van zijn koninkrijk op aarde gaat veranderen. Langzaam komt er een glimlach op haar gezicht, en ze zegt dat ze zeker de Bijbel zal blijven bestuderen en God om hulp zal blijven vragen. Iedereen heeft van de dag genoten, en we voelen allemaal dat Jehovah ons echt heeft geholpen de mensen hoop te geven en op te beuren. Als we uit het kamp vertrekken, houden veel bewoners hun boeken, tijdschriften en folders omhoog terwijl ze ons uitzwaaien. Op weg naar huis heb ik tijd om na te denken over deze bijzondere dag. Ik voel me heel dankbaar. Ik denk aan de waardering van Papa Jacques, de opluchting in de ogen van Mama Beatrice, de stevige handdruk van een oude vrouw die alleen maar tegen me kon glimlachen. Ik denk aan de jongeren die verstandige vragen stelden en hun leeftijd ver vooruit waren. Ik bewonder de veerkracht van de mensen, die nog steeds kunnen lachen ondanks onvoorstelbare ellende. In dit deel van de wereld doen ook veel anderen oprecht moeite om mensen die het moeilijk hebben te helpen. Ik vond het vandaag echt een voorrecht om mensen aan de hand van de Bijbel de blijvende oplossing voor hun problemen te laten zien. Ik voel me heel gelukkig omdat ik mee mag doen aan het grootste geestelijke hulpverleningsprogramma dat de wereld ooit zal kennen. DE WACHTTOREN Ë™ 1 SEPTEMBER 2011

25


Een man naar Jehovah’s hart W

AT komt er bij u op als u aan de Bijbelse figuur David denkt? Zijn overwinning op de Filistijnse reus Goliath? Zijn tijd als vluchteling in de woestijn toen koning Saul hem wilde doden? Zijn zonde met Bathseba en de moeilijkheden die hij daardoor te verduren kreeg? Of misschien de gedichten die hij onder inspiratie van God schreef en die we in het Bijbelboek Psalmen kunnen lezen? Davids leven was vol voorrechten, triomfen en tragedies. Maar wat ons vooral in hem ¨ aanspreekt, is wat de profeet Samuel over hem zei: hij zou ’een man aangenaam naar ¨ Jehovah’s hart’ zijn (1 Samuel 13:14). ¨ Samuels profetie kwam uit toen David nog maar een jongen was. Zou u niet graag beschreven worden als een man of vrouw naar Jehovah’s hart? Wat valt er dan te leren van Davids leven, vooral van zijn jeugd, dat u kan helpen zo iemand te worden? Zijn familie en zijn werk ¨ Isaı, vader van David en kleinzoon van Ruth en Boaz, was waarschijnlijk een gelovig man. Toen David, zijn zeven broers en zijn ¨ twee zussen nog jong waren, heeft Isaı ze de wet van Mozes onderwezen. In een van zijn psalmen noemt David zich de zoon van Jehovah’s slavin (Psalm 86:16). Daaruit hebben sommigen geconcludeerd dat ook Davids moeder, van wie de naam niet in de

26

DE WACHTTOREN ˙ 1 SEPTEMBER 2011


Bijbel staat, een positieve invloed op zijn geloof heeft gehad. Een Bijbelgeleerde zegt: „Uit haar mond heeft hij waarschijnlijk voor het eerst de wonderbaarlijke geschiedenis gehoord van Gods volk”, inclusief het verhaal van Ruth en Boaz. De eerste keer dat we David in de Bijbel tegenkomen, is hij een jonge herder die de taak heeft voor de schapen van zijn vader te zorgen. Dat betekende waarschijnlijk dat hij lange dagen en nachten in zijn eentje op het open veld doorbracht. Probeert u zich daar eens een voorstelling van te maken. Davids ouders woonden in Bethlehem, een stadje hoog in het bergland van Juda. De steenachtige velden rond Bethlehem brachten volop koren voort. Op de minder steile hellingen en in het dal lagen boomgaarden, olijfbossen en wijngaarden. In Davids tijd werden de onontgonnen hogere hellingen waarschijnlijk gebruikt om er vee te laten grazen. Daarachter lag de woestijn van Juda. Davids werk was niet ongevaarlijk. In deze heuvels kwam hij oog in oog te staan met een leeuw en met een beer die een schaap uit

de kudde wilden stelen.1 De moedige David ging achter de rovers aan, doodde ze en be¨ vrijdde het schaap uit hun bek (1 Samuel 17:34-36). Misschien is hij in die periode van zijn leven zo handig geworden met de slinger. Niet ver van zijn woonplaats lag het gebied van Benjamin. Mannen van die stam konden stenen slingeren ’tot op een haar en misten niet’. David kon dat ook (Rechters ¨ 20:14-16; 1 Samuel 17:49). Hij gebruikte zijn tijd goed Over het algemeen leidde een herder een rustig en eenzaam bestaan. Maar David 1 De Syrische bruine beer, die vroeger in Palestina voorkwam, woog gemiddeld zo’n 140 kilo en kon met zijn enorme klauwen een mens of een dier doodslaan. Leeuwen kwamen in dat gebied ooit veel voor. Jesaja 31:4 zegt dat zelfs „een volledig aantal herders” niet in staat zou zijn een „jonge leeuw met manen” van zijn prooi weg te jagen.


verveelde zich niet. De vredige stilte gaf hem heel veel gelegenheden om na te denken. Het lijkt aannemelijk dat enkele van Davids bespiegelingen in zijn psalmen op zijn jeugd terug te voeren zijn. Heeft hij op rustige momenten stilgestaan bij de plaats van de mens in het heelal en de wonderen van de hemel: de zon, de maan en de sterren, „het werk van [Jehovah’s] vingers”? Heeft hij op de velden rond Bethlehem nagedacht over het vruchtbare land, het rund- en kleinvee, de vogels en „de dieren van het open veld”? — Psalm 8:3-9; 19:1-6. Door zijn achtergrond als herder heeft David Jehovah’s zorg voor zijn trouwe aanbidders vast nog intenser gevoeld. Daarom zong hij: „Jehovah is mijn Herder. Mij zal niets ontbreken. In grazige weiden doet hij mij neerliggen; aan waterrijke rustplaatsen voert hij mij. Al wandel ik ook in het dal van diepe schaduw, ik vrees niets kwaads, want gij zijt met mij; uw stok en uw staf, die vertroosten mij” (Psalm 23:1, 2, 4). Misschien vraagt u zich af wat dit allemaal met u te maken heeft. Een van de redenen waarom David een hechte vriendschap met Jehovah had en een man naar zijn hart genoemd kon worden, was dat hij diep en serieus had nagedacht over Jehovah’s schepping en over zijn band met hem. Hebt u dat ook gedaan? Hebt u zich er weleens toe bewogen gevoeld de Schepper te loven en te prijzen nadat u diep had nagedacht over een aspect van zijn schepping? Voelde u een sterke liefde voor Jehovah toen u zijn eigenschappen herkende in de manier waarop hij voor de mensen zorgt? Om die waardering voor hem te gaan voelen, moet u er natuurlijk de tijd voor nemen om te 28

bidden en in alle rust stil te staan bij zijn Woord en zijn schepping. Zulke overdenkingen kunnen u helpen Jehovah heel goed te leren kennen en van hem te gaan houden. Iedereen, jong en oud, kan dat voorrecht hebben. David had waarschijnlijk van jongs af aan een hechte band met Jehovah. Hoe weten we dat? David wordt tot koning gezalfd Toen bleek dat koning Saul ongeschikt was om Gods volk te leiden, zei Jehovah tegen ¨ Samuel: „Hoe lang zult gij nog rouw dragen over Saul, terwijl ik hem daarentegen heb verworpen, zodat hij niet meer als koning ¨ over Israel zal regeren? Vul uw hoorn met olie ¨ en ga heen. Ik zal u naar Isaı, de Bethlehemiet, zenden, want onder zijn zonen heb ik ¨ mij een koning uitgezocht” (1 Samuel 16:1). ¨ Toen Samuel in Bethlehem aankwam, ¨ vroeg hij Isaı zijn zonen te roepen. Wie moest ¨ Samuel tot koning zalven? Toen hij de oudste


zag, de knappe Eliab, dacht hij: dat is hem. Maar Jehovah zei: „Kijk niet naar zijn uiterlijk en naar zijn rijzige gestalte, want ik heb hem verworpen. Want God ziet niet zoals de mens ´ ziet, want de mens ziet datgene wat zichtbaar is voor de ogen; maar wat Jehovah aangaat, hij ziet hoe het hart is.” Jehovah wees ook Abinadab, Samma en nog vier broers af. „Ten ¨ ¨ slotte zei Samuel tot Isaı: ’Zijn dit alle jongens?’ Hierop zei hij: ’De jongste is er tot nu toe buiten gelaten, en zie! hij weidt de scha¨ pen’ ” (1 Samuel 16:7, 11). ¨ Isaı lijkt met zijn antwoord te zeggen: ’David kan onmogelijk degene zijn die u zoekt.’ Als de jongste en minst opvallende van het gezin had David de taak gekregen om voor de schapen te zorgen. Maar God had hem uitgekozen. Jehovah kan in het hart kijken, en hij zag blijkbaar iets heel waardevols in deze ¨ jongen. Dus toen Isaı David had laten halen, ¨ zei Jehovah tegen Samuel: „’Sta op, zalf hem, ¨ want hij is het!’ Bijgevolg nam Samuel de hoorn met olie en zalfde hem te midden van zijn broers. En van die dag af werd de geest van Jehovah ten aanzien van David werk¨ zaam” (1 Samuel 16:12, 13). Hoe oud David toen precies was, staat niet in de Bijbel. Maar een tijdje later dienden de drie oudste broers, Eliab, Abinadab en Samma, in Sauls leger. Misschien waren de andere vijf daar nog te jong voor. Het kan zijn dat ze nog geen twintig waren, de leeftijd waarop ¨ mannen in Israel in het leger gingen (Nume¨ ri 1:3; 1 Samuel 17:13). In ieder geval was David nog heel jong toen Jehovah hem uitkoos. Maar blijkbaar had hij al een goede geestelijke instelling. Hij had kennelijk een hechte band met Jehovah, die hij had gekregen door na te denken over wat hij over hem wist. Jongeren in deze tijd moeten daar ook toe aangemoedigd worden. Als u kinderen hebt, moedigt u ze dan aan over geestelijke dingen na te denken, dankbaar te zijn voor Gods schepping en te bestuderen wat de Bijbel over

de Schepper zegt? (Deuteronomium 6:4-9) En als je nog jong bent, doe je dat dan uit jezelf? Bijbelse lectuur zoals De Wachttoren en Ontwaakt!1 is bedoeld om je te helpen. Hij was een talentvol harpspeler Net zoals de tekst van veel van Davids psalmen iets vertelt over de tijd dat hij herder was, deed de muziek dat waarschijnlijk ook. Natuurlijk is er niets bewaard gebleven van de oorspronkelijke muziek waarop deze religieuze liederen werden gezongen. Maar we weten wel dat de componist een geweldig musicus was. De reden waarom David bij de kudde werd weggeroepen om voor koning Saul te werken, was juist dat hij zo’n talent¨ vol harpspeler was (1 Samuel 16:18-23).2 Waar en wanneer had David dat geleerd? Vermoedelijk in de tijd dat hij de schapen hoedde op het veld. En we hebben echt niet veel fantasie nodig om ons voor te stellen dat hij zelfs al zo jong vanuit zijn hart lofliederen voor zijn God zong. We moeten niet vergeten dat hij juist om zijn toewijding en geestelijke instelling door Jehovah werd uitgekozen en aangesteld. Er is ook veel te vertellen over wat David later heeft gedaan. Maar zijn hele leven wordt gekenmerkt door de instelling die hij in zijn jeugd op de velden rond Bethlehem al had. De woorden in Psalm 143:5 waarmee hij Jehovah toezong, zouden heel goed naar die tijd kunnen verwijzen: „Ik heb gedacht aan dagen van weleer; ik heb gemediteerd over al uw activiteit; gaarne heb ik mij steeds in´ tens beziggehouden met het werk van uw handen.” De warmte van deze psalm en van veel andere psalmen van David is inspirerend voor iedereen die graag iemand naar Jehovah’s hart wil zijn. 1 Uitgegeven door Jehovah’s Getuigen. 2 De adviseur van de koning, door wie David aanbevolen werd, zei ook dat hij een intelligent spreker en een welgebouwd man was, en dat Jehovah met hem was ¨ (1 Samuel 16:18). DE WACHTTOREN ˙ 1 SEPTEMBER 2011

29


VOOR JONGEREN

Vals beschuldigd! JOZEF — DEEL 2 Instructies: Doe dit studieproject in een rustige omgeving. Stel je tijdens het lezen van de teksten voor dat je zelf bij de gebeurtenis aanwezig bent. Zie wat er gebeurt. Hoor de mensen praten. Voel met ze mee. Laat het verhaal tot leven komen. Hoofdpersonen: Jozef, Potifar, en zijn vrouw Samenvatting: Jozef wordt onterecht gevangengezet, maar Jehovah helpt hem.

– ANALYSEER DE GEBEURTENIS. LEES GENESIS 39:7, 10-23. Welke emoties hoor je in de stem van Potifars vrouw als ze Jozef vals beschuldigt? 



Beschrijf hoe de gevangenis er volgens jou uitzag.





Hoe werd Jozef in het begin in de gevangenis behandeld? (Hint: zie Psalm 105:17, 18.)





— GRAAF DIEPER. Als Jozef geen sterk geloof had gehad, welke verkeerde conclusie had hij dan kunnen trekken toen hij maar steeds niet werd vrijgelaten? (Hint: zie Job 30:20, 21.)





Hoe weten we dat Jozef Jehovah niet de schuld gaf van zijn ellende? (Hint: zie Genesis 40:8; 41:15, 16.)





Welke eigenschappen kunnen Jozef geholpen hebben zijn onterechte gevangenschap te doorstaan? (Hint: lees de volgende teksten en denk erover na: Micha 7:7; Lukas 14:11; Jakobus 1:4.)





30

DE WACHTTOREN ˙ 1 SEPTEMBER 2011


Wat heeft Jozef in de gevangenis geleerd, en wat kan hij daar later aan gehad hebben? (Hint: zie Genesis 39:21-23; 41:38-43.) 



˜ PAS TOE WAT JE HEBT GELEERD. SCHRIJF OP WAT JE HEBT GELEERD OVER . . .

welke voordelen het heeft als je de moed niet opgeeft.







wat je van moeilijkheden kunt leren.







Jehovah’s hulp tijdens beproevingen.







EEN VERDERE TOEPASSING. Ben je ooit in een situatie geweest waarin je het moeilijk had en eenzaam was? Hoe heeft Jehovah je toen misschien toch geholpen? (Hint: ¨ lees 1 Korinthiers 10:13 en denk erover na.) 



™ WELK ASPECT VAN DIT VERSLAG SPREEKT JE HET MEEST AAN, EN WAAROM?

BIJBEL,

VRAAG ER DAN EEN AAN JEHOVAH’S GETUIGEN, OF LEES HEM ONLINE OP

www.watchtower.org °



HEB JE GEEN




Zit er iemand achter al het kwaad in de wereld? ZIE BLADZIJDE 3-9.

Photo: Alain Leprince ´ - La Piscine-musee, Roubaix / Courtesy of the former Bouchard Museum, Paris

¨ Wat zijn „de zeven vruchten” die van Israel „een goed land” maakten? ZIE BLADZIJDE 11-13.

Lees hoeveel moeite een Franse vertaler lang geleden deed om de Bijbel in de volkstaal te vertalen. ZIE BLADZIJDE 18-20.

Welke rol speelt het geweten van een christen bij het betalen van belasting? ZIE BLADZIJDE 21-23.

Kunt u net als David iemand naar Gods hart worden? ZIE BLADZIJDE 26-29.

Wilt u graag bezocht worden?

www.watchtower.org

wp11 09/01-O


Wie regeert de wereld?