Page 1

Sjoerd & Suzie eieren en ruzie

Deel 1


Titel Sjoerd & Suzie, eieren en ruzie Auteur Collectief Linke Soep Tekeningen: Bram van Tergouw Š 2017, Collectief Linke Soep Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieÍn, opnamen of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever of auteur. 2


Collectief Linke Soep wenst je veel leesplezier! 3


4


Wat is dit voor een boekje? Wat je nu in handen hebt, is iets heel bijzonders. Het is het eerste deeltje uit de avonturenreeks van Sjoerd, Suzie en de kinderen. Wie zijn Sjoerd en Suzie? Sjoerd en Suzie zijn twee spreeuwen, die ooit erg verliefd op elkaar werden. En wat doe je dan als je een spreeuw bent? Dan bouw je een nest en dat leg je vol met eieren. Problemen Maar toen begonnen de problemen, want het tweetal kreeg bijna overal ruzie over. Dit werd zo hevig dat ze besloten uit elkaar te gaan. Een moedig en verstandig besluit, vooral omdat ze zich voornamen hun vijf kinderen wel samen op te voeden. In de boekjes lezen we over de geboorte en de opvoeding van de spreeuwenkinderen, of althans, over de pogingen daartoe. Wie zijn de kinderen? We maken in dit eerste deeltje kennis met nieuwsgierige en brutale Sas en Sjaak, lezen over Sjon en over zijn broedse zusje Suus en de gehandicapte Sis. Maar ook over Pa’s nieuwe vriendin de lijster Luus, en de grote liefde van Sas, de Halsbandparkiet Henri.

5


Het is lente in het Grote Bonte Bomen Bos. De zon schijnt tussen de jonge blaadjes door.

Allerlei kleuren groen. Op de grond, langs de vele bospaden, schieten de bloemen omhoog. Plop, plop, plop‌in de mooiste kleuren. Het bos krijgt weer kleur en begint te leven. Dieren springen in het rond en vogels beginnen de mooiste liedjes te zingen. Maar dat is nog niet alles. Het Grote Bonte Bomen Bos is niet zomaar bos. Het is er ook heel geheimzinnig. In het midden is een grote open plek waar veel dieren en vogels niet durven komen. Op die open plek gebeuren rare dingen, eng, vreemd en onverklaarbaar. Er woont daar iets‌Iets wat je niet ziet, maar af en toe wel hoort. Een heel bijzonder bos dus! 6


Niet ver van de open plek staat een oude kastanjeboom. Daar wonen Sjoerd en Suzie,

twee spreeuwen. Sjoerd, geboren en getogen in dit bos, is trots en stoer, maar vooral eigenwijs. Suzie komt uit een ander bos. Ze is zacht en lief, maar kan ook echt een krengetje zijn. Sjoerd en Suzie hebben elkaar ontmoet tijdens de trek vorig jaar. Tijdens de trek vliegen veel vogels, ook spreeuwen, voor de wintermaanden naar het warme zuiden. Ze houden niet zo van de winter. Sjoerd en Suzie werden smoorverliefd op elkaar en bouwden een nest, groot genoeg voor twee. En van het een kwam het ander‌ 7


Het is inmiddels lente geworden en dan leggen alle vogels een ei. Suzie niet, zij besloot er

vijf te leggen. Het vreemde was, dat Sjoerd en Suzie niet als trotse ouders op de rand van hun nest zaten. Nee, in tegendeel, de laatste tijd was er vaak geruzie. Niet zo maar ruzie, een vreselijk gekrijs. Veren vlogen in het rond! Ze pikten naar elkaar en sloegen met vleugels. Het ging maar door! ‘Spreeeuw, spreeeuw, klapperde klap, spreeuw!!!’ De andere bosdieren schrokken van dit lawaai en besloten eens een kijkje te gaan nemen. Eric-Jan Edelhert en Vincent Vos waren er het eerst. Even later kwamen ook Evelien Everzwijn en Kees Konijn kijken. ‘Wat is hier aan de hand?’ vroeg Evelien Everzwijn. ‘Spreeuw, spreeeuw, klapperde klap, spreeeeeeuw!’ klonk het weer uit de kastanjeboom 8


Zelfs Mannes Mol, blind, maar zeker niet doof, stak zijn kop uit de grond en zei: ‘Gaat het allemaal goed hier?’ Weer dat vreselijke gekrijs uit de arme oude kastanjeboom, die helemaal stond te schudden. ‘Nee, het gaat niet goed’, zei Evelien Everzwijn met haar zware stem. ‘Donder en Bliksem’, zei Eric-Jan Edelhert, ‘mijn gewei trilt ervan!’. ‘Ik krijg honger’, mompelt Vincent Vos en kijkt omhoog naar het nest en vervolgens opzij naar Kees. Zo dicht heeft hij nog nooit naast een konijn gestaan! ‘Vergeet het maar jochie!’, bromt Evelien Everzwijn. ‘Je laat dat konijn met rust, anders krijg je met mij te maken!’ Vincent Vos doet net alsof hij niets gehoord heeft, maar het huilen staat hem nader dan het kwijlen door de opmerking van Evelien Everzwijn. 9


Boven in de kastanjeboom gaat het gekrijs gewoon door. ‘Spreeeuw! Waarom mag ik geen

meisjesnaam verzinnen?’ schreeuwt Sjoerd. ‘Klapperdeklap, Klapperdeklap!!’ ‘Zo gaat dat nu eenmaal bij spreeuwen. Jij verzint de jongensnamen en ik de meisjesnamen!’ schreeuwt Suzie terug. ‘Wat kan mij het schelen hoe spreeuwen het doen, ik wil ook een meisjesnaam verzinnen!’ schreeuwt Sjoerd boos. ‘Spreeeeeeuw…als je zo blijft zeuren’ schreeuwt Suzie weer, ‘dan mag je helemaal geen naam verzinnen!’ Sjoerd, met een hele rooie kop, houdt even zijn snavel. Zo gaat het nu al dagen. Ruzie, ruzie en nog eens ruzie. Eerst over de boom, dan over het nest, later weer over het uitbroeden van de eieren een vervolgens over de namen van de kinderen. En dat terwijl er in hun nieuwe nest vijf mooie eieren lagen te wachten. Beneden bij de kastanjeboom staan de dieren nog steeds te kijken. 10


‘Donder en Bliksem’, zegt Eric-Jan Edelhert, ‘dat kan zo niet langer doorgaan!’ ‘Nee’, zegt Kees Konijn voorzichtig. ‘Helemaal mee eens’. Vincent de Vos mompelt ‘en ik heb nog steeds honger!’ De strenge blik van Evelien Everzwijn maakt daar weer snel een einde aan. Ik denk dat ik wel een oplossing weet’, gromt Evelien Everzwijn, ‘dit geruzie is niet goed voor alle jonge dieren in het bos. Wat moeten die er wel niet van denken?’ Ze gaat op haar achterpoten zitten en legt haar grote zwijnenkop in haar nek. ‘Hallo daar?’ roept Evelien Everzwijn. Geen antwoord. ‘Hallo daarboven!’ schreeuwt Evelien nu harder. Weer geen antwoord. Nu wordt Evelien een beetje boos en haalt diep adem. ‘Bbbbrullebrullebrul’ klinkt er keihard door het bos!! Dat werkt! De oude boom stond ervan te schudden! Bovenin dook Suzie geschrokken over haar eieren die bijna uit het nest vielen. 11


Sjoerd was door deze brul zijn evenwicht verloren en hing min of meer ondersteboven aan

het nest. Wat gebeurt hier?’ gilt Suzie. ‘Een aardbeving!’ gilt Sjoerd terug. Dan horen ze een stem onder aan de boom. ‘En? Wakker daarboven?’ zei een zware stem. Sjoerd en Suzie keken over de rand van hun nest naar beneden. Tot hun verbazing zagen ze een aantal dieren staan. ‘Kunnen jullie even naar beneden komen?’ vraagt Evelien Everzwijn vriendelijk. ‘Eh ja, natuurlijk’, zeggen Sjoerd en Suzie verbaasd. Ze fladderen langzaam en voorzichtig het nest uit. ‘Wat is er?’ vraagt Sjoerd eenmaal beneden aangekomen. ‘Ook zo geschrokken van die enorme herrie?’ ‘Nou’ zegt Suzie ‘mijn eieren vielen bijna uit het nest!’ 12


‘Nee hoor, donder en bliksem’ zegt Eric-Jan Edelhert, ‘dat was mevrouw Everzwijn, die even wilde laten weten dat wij hier beneden stonden’. ‘Ja’ zegt Evelien Everzwijn ‘ik zal me even voorstellen, ik ben Evelien Everzwijn en dit zijn Eric-Jan Edelhert, Vincent Vos, Kees Konijn en natuurlijk Mannes Mol’. Vincent Vos denkt: ‘Aha, twee gevleugelde hapjes voor het grijpen!’ Maar Evelien Everzwijn had die hongerige blik alweer gezien en ging met opzet op de uitgestoken nagels van zijn voorpoten staan. ‘Au, au, ja eh en ik ben Vincent’, gilde de vos het uit. Evelien Everzwijn glimlachte naar hem en zei: ‘Afblijven hè jochie!’ ‘Oh’ zegt Suzie ‘ik ben Suzie Spreeuw en dit is mijn man Sjoerd.’ ‘Aangenaam’, zegt Evelien Everzwijn, ‘ja eh, we wilden even weten of het wel goed ging daarboven, jullie maken zo’n herrie de laatste tijd!’ 13


Sjoerd en Suzie werden allebei rood om hun snavel. ‘Ja’ zegt Sjoerd voorzichtig, ‘we zijn

het niet zo eens met elkaar geloof ik.’ ‘Nou’ zegt Suzie, ‘dat klopt. ‘Als er eentje eigenwijs is, is hij het wel!’ ‘Oh nee’, denkt Sjoerd, ‘niet weer hè, het was net even rustig!’ Precies’, zegt Evelien Everzwijn, ‘het hele bos heeft er last van en het lijkt me ook niet leuk voor jullie en jullie aankomende kinderen. Maar ik denk dat ik jullie wel kan helpen’ ‘Helpen? Hoe wil je dat dan doen?’, zegt Suzie verbaasd. ‘Nou’ zegt Evelien Everzwijn, ‘ik ken iemand die in het noorden van het Grote Bonte Bomen Bos woont. Zijn naam is Koos Kraai en Koos is een hele wijze vogel’. ‘Koos spreekt vreemde talen en kan lezen en schrijven.’ ‘Spreeeuw’ zegt Suzie hoopvol, ‘lezen en schrijven. Dan moet je slim zijn! Misschien weet die Koos Kraai dan wel een oplossing!’ Maar Sjoerd is helemaal niet blij met die kraai! Hij heeft een pesthekel aan kraaien! ‘Allemaal dieven die kraaien’, moppert Sjoerd, ‘ze stelen als de raven!!’ 14


‘Oké,’ geeft Evelien Everzwijn toe ‘kraaien zijn geen lieverdjes, maar Koos is anders, hij is zeer geliefd bij de dieren in het noorden.’ ‘Nou ja’, zegt Suzie, ‘misschien moeten we hem dan maar om raad vragen.’ ‘Welja’ moppert Sjoerd nog steeds ‘alsof die kraai naast de deur woont, het is zeker een halve dag vliegen!’ ‘Dat valt wel mee hoor’, zegt Evelien Everzwijn, ‘ik loop het in een paar uur en ik ga wel mee om jullie de weg te wijzen. Maar het is nu te laat. Het is beter om morgenvroeg weg te gaan’. Zo gezegd, zo gedaan. 15


De volgende dag hadden Sjoerd en Suzie afgesproken met Evelien Everzwijn bij hun

eigen boom. Eigenwijze Sjoerd wist natuurlijk zelf weer de weg, maar Suzie vond het veiliger om Evelien Everzwijn te volgen. ‘Hallo, goedemorgen’, Evelien meldt zich, ‘zijn jullie er klaar voor?’ ‘Goedemorgen’ zegt Suzie, ‘we zijn er klaar voor!’

Suzie heeft Miep Mus, het buurmeisje, gevraagd om op de eieren te passen. En dat vond Miepie maar wat leuk! ‘Goed’ zegt Evelien Everzwijn, ‘laten we maar gaan.’ ‘Tjilp, tjilp’, roept Miepie, ‘goede reis hè!’ 16


.

Zo vertrok het vreemde stel richting noorden, een everzwijn met de twee spreeuwen op

haar rug. Op zich was het niet zo’n lange reis, maar wel gevaarlijk. Suzie vond het maar wat fijn dat Evelien Everzwijn erbij was. Zo’n zwijn geeft toch een veilig gevoel want wie doet je wat! Sjoerd was niet blij, maar ja, Sjoerd hè… Het gezelschap liep over Het Gekronkelde Bospad, een eng pad met veel laaghangende takken en dichte struiken. Daarna moesten ze nog een stukje langs de Open Plek. Zo kwamen ze sneller bij de Hoge Houten Brug die over de Smalle Blauwe Beek lag. Toen nog een stuk door het Donkere Dennenbos. Best spannend zo op de rug van een everzwijn! Sjoerd en Suzie keken hun ogen uit onderweg. Hier waren ze nog nooit geweest. ‘We zijn er bijna hoor’ zei Evelien Everzwijn opeens. ‘Fijn’ zei Suzie. ’Ja, op naar die ouwe kraai’, mopperde Sjoerd. ‘Zien jullie die oude eikenboom daar in de verte?’ vroeg Evelien Everzwijn. ‘Daar woont Koos’. ‘Hmm, Koos Eikelenboom’ mompelde Sjoerd maar gelukkig hoorde niemand dat. 17


Bij de eikenboom zat Koos al breeduit te wachten met een groot boek onder zijn vleugel

en een klein brilletje op zijn grote snavel. ‘Dag Evelien’, zei Koos. ‘Zijn dat nou de vogeltjes waar je over verteld hebt?’ ‘Ja’, zei Evelien Everzwijn ‘dit zijn nou Sjoerd en Suzie Spreeuw.’ ‘Hallo’ zei Suzie zachtjes terwijl ze met bewondering naar de grote zwarte vogel keek. ‘Hoi’, zei Sjoerd stoer en dacht aan wat die Koos net gezegd had. ‘Vogeltjes? Wat denkt die ouwe eikelkraai wel!!’ 18


Koos pakte het boek onder z’n vleugel en keek erin, een beetje schuin door zijn gekke

brilletje. ‘Ik denk dat ik wel een oplossing heb gevonden’ zei Koos. ‘Zeker na het verhaal van Evelien Everzwijn, over al die herrie en dat geruzie.’ Suzie keek wat beduusd en hield haar vleugels vast. Sjoerd keek de andere kant op en dacht ‘Eikelmuis!’ ‘Ik denk’ sprak Koos met deftige stem, ‘dat jullie het beste uit elkaar kunnen gaan. Ieder een eigen nest, maar wel straks samen jullie vogeltjeskinderen opvoeden. Lijkt jullie dat een goed idee?’ ‘Vogeltjeskinderen???’ gromde Sjoerd onhoorbaar. Suzie zucht even en zegt: ‘Ja, dat zou wel het beste zijn denk ik.’ Sjoerd maakt een wegwerpgebaar met zijn vleugel en zegt: ‘Oké, dan kan ik weer gaan verhuizen, bedankt hè!’ 19


‘Kom op Sjoerd,’ zegt Evelien, ‘zo erg is dat toch niet? Het is het beste voor jullie allebei en voor jullie aankomende kinderen.’ ‘Oh, ja’, zegt Sjoerd, ‘en wie verzint dan de namen voor die vijf?’ ‘Laten we daar niet moeilijk over doen’, zegt Koos. ‘Sjoerd verzint de jongensnamen en Suzie de meisjesnamen.’ Evelien Everzwijn, die stil heeft staan luisteren, zegt met een blij gezicht: ‘Nou mooi. Bedankt Koos. Ik denk dat we een goede oplossing gevonden hebben. We moeten maar weer eens gaan. Het is nog een eind lopen en over een paar uur wordt het al donker.’ ‘Dat is goed’, zegt Koos en tot Sjoerd en Suzie: ‘Nou, vogeltjes, maak er nu het beste van en zorg goed voor de kleintjes!’ ‘Dank u wel’, zegt Suzie ‘en tot ziens’. ‘Bedankt’, mompelt Sjoerd wat zachter en denkt: ‘Als ie nog een keer ‘vogeltjes’ zegt, sla ik zijn brilletje van zijn snavel!’ En zo vertrok het gezelschap weer richting huis. Evelien Everzwijn had besloten iets harder te lopen, maar met hun nageltjes goed in de vacht van het everzwijn, lukte het Sjoerd en Suzie nog net om te blijven zitten. 20


Toen ze bij de Open Plek kwamen gebeurde er iets engs. Uit de verte, klonk een geluid

waar je veren van overeind gaan staan! Wat is dat?’, zegt Suzie met een bibberende stem. ‘Toch niet weer die Kraai hè’, zegt Sjoerd. ‘Nee, dat denk ik niet’, zegt Evelien Everzwijn, ‘ik heb het wel vaker gehoord, maar wat het is weet ik niet! Ik zal nog wat harder gaan lopen. Hou je goed vast!’ Even verderop verdwijnen ze weer het bos in en horen het enge gekrijs langzaam zachter worden. ‘Hier mogen onze kinderen nooit komen’, zegt Suzie tegen Sjoerd, ‘veels te gevaarlijk!’ In de verte zien ze hun eigen kastanjeboom. Gelukkig, weer thuis. Miepje Mus is blij ze weer te zien, want dat gehang op die eieren ging haar toch een beetje vervelen. ‘Hé Miepie’, zegt Suzie, ‘alles goed gegaan met de eieren?’ ‘Ja’ zegt Miepje, ‘het zijn er nog steeds vijf, maar ze kraken en bewegen wel een beetje!’ 21


‘Wat!!’ roept Suzie, ‘echt waar?’ Suzie zat al op het nest en spreidt haar vleugels over de eieren. ‘Nog één nachtje goed warm houden en dan is het zover’ denkt ze. Plek in het nest is er voor Sjoerd niet meer. ‘Nou ja, dan kan ik er vast aan wennen’, denkt hij ‘Morgen ga ik op zoek naar een ander nest. Een oud kraaiennest misschien…’ Na een nacht die voor Suzie veel te lang duurde, is het lentezonnetje weer langzaam opgekomen. Suzie schudt haar veren en staat op om naar haar eieren te kijken. Echt veel verschil met gisteravond is er niet, behalve dan dat gaatje in elk ei! ‘Gaatje!! Gaatje!’ roept Suzie hard. ‘Ze gaan uitkomen!!’ ‘Sjoerd, Sjoerd? Waar zit je? Je kinderen komen, eh…eruit bedoel ik!’ Sjoerd schrikt wakker van Suzies geroep en zegt: ‘Wat nou?? Had ik net een lekker takje gevonden!’

22


‘Sjoerd!’, roept Suzie weer ‘de eieren komen uit! Kom snel!’ Nu begrijpt Sjoerd pas wat er aan de hand is en vliegt naar zijn…oh nee, haar nest. ‘Zo’, zegt Sjoerd, ‘die willen er echt uit!’ En inderdaad, een klein half uurtje later, liggen er vijf kale, nog hulpeloze vogeltjes op elkaar gestapeld in het nest. ‘Oh, wat leuk!’, gilt Suzie. ‘Ja leuk’, zegt Sjoerd, ‘moet je die bekkies eens zien, net op de wereld en nu al honger!!’ ‘Sjoerd?’, vraagt Suzie, ‘had jij dat lijstje namen meegenomen bij Koos vandaan?’ ‘Ja’, zegt Sjoerd, ‘dat ligt daar’ en hij wijst in het nest. Suzie pakt de lijst en begint hardop te lezen ‘Oh nee’, bedenkt ze zich opeens ‘zijn het nou jongens of meisjes?’ De mannen blijven in de minderheid, dat had Sjoerd allang gezien. Het zijn drie meiden en twee jongens. ‘Oké’, zegt Suzie, ‘daar gaan we: Truus, Hermelien, Nora, Greetje, Kosalientje, Koos, Henk, Jan, Gijs’ Suzie stopte ‘wat een rare namen zijn dit zeg!’

23


‘Ja, dat kun je wel zeggen’, zucht Sjoerd ‘maar vind je dat gek? Deze namen heeft die gekke kraai allemaal verzonnen!’ Hmm’, zegt Suzie, ‘weet je, eigenlijk had ik zelf al een aantal namen verzonnen.’ ‘Wil je ze horen?’ ‘Nou, laat horen!’, zegt Sjoerd. ‘Voor de meisjes had ik Sas, Suus en Sis en voor de jongens Sjaak en Sjon’, zegt Suzie trots. Sjoerd moet even nadenken maar tot zijn eigen verbazing is hij het eigenlijk wel eens met Suzie. ‘Ja, leuk’, zegt Sjoerd, ‘dat worden ze!’ Ook Suzie is verbaasd, geen ruzie deze keer! Maar echt veel tijd om daarvan te genieten is er niet! Want die kale bekkies blijven maar open gaan! Ze hebben honger, veel honger en eigenlijk aldoor honger. Suzie vliegt af en aan om die bekkies te vullen. ‘Hé Sjoerd!’, roept Suzie pissig, ‘ga jij ook nog wat te eten zoeken voor je kinderen of moet ik alles zelf doen? ‘Ja, hallo zeg’, zegt Sjoerd, ‘en mijn eigen nest dan? Ik mag toch niet in jouw nest? En trouwens, er is niet eens genoeg ruimte!’ 24


‘Eerst je kinderen eten geven’, roept Suzie met een bek vol eten.‘Ja, ja’, moppert Sjoerd, ‘en vannacht zeker weer op een tak slapen?’ ‘Allemaal de schuld van die zwarte dief Koos’, dacht Sjoerd. ‘Nou en’ zegt Suzie, ‘wat is er mis met een tak? Daar slaap je toch al je hele leven op?’ En weer stopt ze hongerig schreeuwend bekje vol eten. ‘Hmm’, denkt Sjoerd, ‘ da’s waar, maar ik ben nu aan een nest gewend!’ Dan vliegt hij weg, toch maar eerst op zoek naar eten voor dat stelletje hongerlappen. Er brak een zware tijd aan voor Sjoerd en Suzie. Sjoerd moest én op zoek naar een nest én tegelijk ook nog zijn kids van eten voorzien. Snavels vol muggen en ander insecten gaan er bij die kleintjes naar binnen. Suzie brak alle records. Als het mugje nog maar half in een snaveltje was verdwenen, kwam ze al aan met de volgende, en dat vijf snaveltjes lang! Sjoerd had niet zo’n tempo, maar deed wel zijn best. Althans, dat dacht hij… 25


Dankzij de goede zorgen van Suzie groeiden de vijf peuters als kool. Van rustig in het nest liggen was dan ook geen sprake meer. Suzie werd moe, mager en kreeg een slecht humeur van al dat heen en weer gevlieg. En dat liet ze merken ook! Niet echt vrolijk zei ze: ‘Hé, daar heb je hem weer eens een keer!’ En tegen de kleintjes: ‘Deze vogel, die ééns per dag een dooie vlieg brengt, is jullie vader jongens!’ Daar was Sjoerd natuurlijk niet blij mee! Sas, de brutaalste van het stel, zat regelmatig vleugelstrek-en vliegoefeningen te doen op de rand van het nest. Tot grote ergernis van Sjaak en Sjon, de mannen van het stel, die de rand van het nest maar doodeng vonden. Ondertussen vloog Sjoerd een beetje doelloos door het bos, nog steeds op zoek naar een geschikt nest. Moe landde hij in een nest in een kale eikenboom. ‘Nee’, denkt hij, ‘dit kan niet waar zijn! Een nest met verdiepingen en leeg nog wel! Een stapelnest. Gaaf! Dit is het! Zeker weten!’, zegt hij hardop ‘Plek genoeg voor de kinderen!’ 26


En weg is Sjoerd. Snel naar Suzie om het goede nieuws te vertellen. Suzie is blij voor

Sjoerd. ‘Fijn dat het je toch nog gelukt is’, zegt ze ‘maar we hebben nog wel een probleem want hoe krijgen we de kinderen daar?’ ‘Wat dacht je van vliegen?’, merkt Sjoerd droog op. ‘Ja, dat snap ik ook wel bijdehandje’, zegt Suzie ‘maar dan moeten ze toch eerst leren vliegen!’ ‘Nou’, zegt Sjoerd, ‘ik denk dat ze nu wel aan hun eerste vliegles toe zijn. Laten we maar gelijk beginnen!’ Sjoerd roept zijn kinderen: ‘Hé, kids, kom eens allemaal hier langs de rand staan!’ ‘Gaan we leren vliegen, pappa?’ roepen de kids in koor. ‘Ja, maar niet allemaal tegelijk, dus eerst luisteren!’ Sas’, zegt Sjoerd, ‘jij mag eerst!’ Nou, Sas wilde wel en voordat Sjoerd ook maar iets had kunnen zeggen, had ze zich over de rand van het nest laten vallen en dook als een volleerd vlieger tussen de takken door. Met een mooie boog landde ze weer in het nest. ‘Gaaf! Cool, pa!’ hijgde Sas. ‘Ja, eh…goed zo Sas, dat lijkt er al op’ zegt Sjoerd. 27


‘Uitslover!’ gilden Sjaak en Sjon tegelijk. Voordat Sjoerd iets kon zeggen, waren ook de twee jongens het nest uitgedoken.‘Sjoerd’, zegt Suzie angstig, ‘let je nog op?’ ‘Waar moet ik op letten?’, zegt Sjoerd, ‘ze vliegen beter dan ik!’ Even later doken ook Sjaak en Sjon weer beheerst in het nest terug. ‘Zo, dat is kicken, pa!’ Sjoerd zucht en zegt: ‘Suus, nu jij!’ ‘Moet dat echt?’, vraagt Suus en ze kruipt nog wat verder het nest in. ‘Ja’, zegt Sjoerd, ‘kom op de rand zitten en hup...vliegen!’ Nou, hup deed Suus inderdaad. Maar om nou te zeggen dat ze haar vleugels meteen goed gebruikte is een ander verhaal. Suus landde op een paar takken lager, zonder ook maar één vleugel uitgestoken te hebben! ‘Au’, zei ze ‘da’s hard!’ Wat versuft kijkt ze om zich heen. ‘Suus!’, gilt Sjoerd naar beneden, ‘vleugels gebruiken!!’ Suus laat zich van de tak vallen en beweegt haar vleugeltjes. 28


‘Warempel, ik vlieg’ denkt ze verbaasd. ‘Nu weer naar boven’, roept Sjoerd. ‘Kom op Suus, je kan het!’ roepen Sas, Sjaak en Sjon in koor. En na wat onrustig gefladder, landt ook Suus weer in het nest. ‘Goed zo!’ zegt Sjoerd. ‘Sis, nu jij!’ Met moeite lukt het Sis om op de rand van het nest te komen.. ‘Oh, wat hoog’, piept Sis met een hoog stemmetje. ‘Valt wel mee hoor’, zegt Sjoerd ‘vliegend ben je zo beneden. Goed je vleugels gebruiken hè’, en Sjoerd geeft Sis een klein duwtje. ‘Ooooh!’, klinkt het en weg is Sis. En hoe! Met haar vleugels stijf tegen haar lichaampje stort Sis het nest uit richting de met mos begroeide bosbodem. Mos is zacht en veerkrachtig! ‘Plof’ Sis is geland, dat heeft iedereen gezien en gehoord! Boven in het nest horen ze een piepend stemmetje van beneden: ‘Pa, heb ik het goed gedaan zo?’ 29


Sjoerd is al onderweg naar beneden. ‘Zo moet het dus niet hè’, zegt Sjoerd, beneden

aangekomen. ‘Je moet je vleugels gebruiken de volgende keer!!’ ‘Oh, vleugels’, zegt Sis. Er zit voor Sjoerd niets anders op dan met Sis in zijn snavel weer naar het nest terug te vliegen.

‘Die kleine is een stumpertje hè’, zegt Suzie, als ze Sis zo in vaders snavel ziet bungelen. ‘Die heeft niet genoeg eten gehad’. ‘De jongste is altijd wat trager’, zegt Sjoerd. ‘Ja’, zegt Suzie, ‘zeker met zo’n vader!’ ‘Wat bedoel je daar mee?’, moppert Sjoerd. ‘Niks hoor’ glimlacht Suzie. Uiteindelijk lukt het alle kinderen om in de lucht te blijven en dan breekt de dag aan dat ze voor het eerst met Sjoerd mee kunnen. 30


‘Is je nest een beetje op orde en kunnen de kinderen daar een beetje fatsoenlijk slapen?’ vraagt Suzie. ‘Met mijn nest is niets mis’ zucht Sjoerd en roept zijn kids: ‘Zijn jullie er klaar voor?’ Nou, dat zijn ze! Sas en Sjaak zijn al een keertje stiekem heen en weer geweest, maar dat weet Sjoerd niet! Alleen Sis is nog niet zo ver... Als ze eenmaal in de lucht is blijft ze wel hangen, maar ze heeft nu eenmaal wat moeite met opstijgen. Suzie, die op de rand van het nest zit toe te kijken, moet erom lachen. ‘Dit wordt niks’ zucht Suzie, die het gespartel van Sis zorgelijk aankijkt. ‘Gaan jullie maar vast hoor, ik vlieg wel met Sis mee’, roept Suus, die het koffertje van haar zusje erbij heeft genomen. ‘Nee, wacht maar even’, zegt Sjoerd, ‘dat lukt nooit zo met die kleine’, en weg is hij. 31


Binnen een paar minuten is Sjoerd weer terug met een soort hele lange worm in zijn

snavel. ‘Nou Pa, we hebben echt geen honger hoor’, zegt Suus ‘daar had je beter mee aan kunnen komen toen we nog klein waren, ha,ha!’ ‘Dit kun je ook niet eten’, zegt Sjoerd tegen zijn brutale dochter. ‘Wat is het dan?’ wil Suus weten. ‘Zo krijgen we je zussie wat makkelijker mee’, zegt Sjoerd, terwijl hij Sis in het touwtje hijst. Hij heeft gelijk. Sis laat zich over de rand van het nest vallen en bungelt eerst nog een beetje hulpeloos onder Sjoerd. Maar dan slaat ze haar vleugeltjes uit en met dit beetje hulp vliegt ook Sis. Sas en Sjaak waren al vertrokken. Sjoerd riep ze nog na: ‘Recht zoals die gaat, jongens!’ ‘We weten de weg hoor’, roept Sas nog terug maar dat ontging Sjoerd. Zo vertrekt de hele club dan uiteindelijk toch nog richting Sjoerd’s nest, achter Sas en Sjaak aan. Suzie zwaait nog met haar vleugel, maar dat zien ze niet meer, ook niet het traantje wat van haar snavel rolt. 32


De

maanden vliegen voorbij in het Grote Bonte Bomen Bos en de kinderen ook. Doordeweeks zorgt Suzie voor de vijf opgroeiende kids, en in de weekenden heeft Sjoerd zijn gezin. Dan had Suzie even haar vleugels vrij. Sjoerd heeft het stapelnest prachtig opgeknapt. Beneden is het woon- en speelgedeelte en boven het slaapgedeelte. In en om het nest is er voor de kinderen voldoende ruimte om te spelen. Sas, altijd lekker ontdeugend, speelde vaak met haar broertjes en maakte maar al te graag de buurt onveilig. En daar werkte Sjaak en Sjon maar al te graag aan mee! Sis en Suus bleven vaak wat meer in het nest rondhangen. Ze waren niet zo avontuurlijk als de drie anderen. Maar iedereen had het naar zijn zin. Het leven in het bos was mooi‌ En Sjoerd? Hoe ging het met hem? Goed! Sjoerd had het wel erg druk gehad met klussen aan zijn nest en het geven van vlieglessen maar inmiddels had ook hij een eigen, gezellig plekje onder de zon. 33


De laatste paar weekenden zat hij dan ook als trotse vader op de rand van het nest en genoot van zijn spelende kinderen. Maar toch…door de week voelde hij zich vaak eenzaam in het grote stapelnest. Dan ging hij vaak een eindje vliegen en zocht wat gezelschap. En dan werd het weer weekend en ging hij de kinderen halen.

Maar dit weekend lijkt alles anders te gaan. Suzie en de kinderen zitten al een tijdje te wachten, maar geen Sjoerd. ‘Wat gaan we nou krijgen?’, denkt Suzie. Ook de kinderen worden ongeduldig. ‘Waar blijft Pa?’, zegt Sas, ‘We zijn er klaar voor!!’ ‘Als er maar niets gebeurd is’, zucht Suus ongerust. Sis mompelt: ‘Als het nog lang duurt ga ik slapen.’. ‘Gaan jullie maar naar bed hoor’, zegt Suzie een uurtje later, ‘die komt niet meer!’ ‘Ja nou, lekker 34 zeg!’, roept Sas kwaad ‘dat doe ik niet hoor, beloofd is beloofd!’


‘Dat moet je maar tegen je vader zeggen’, zucht Suzie. ‘Dat zal ik ook wel doen ook!’, zegt Sas boos. ‘Hé, daar komt ie aan!’, roept Sjon. En inderdaad, daar komt Sjoerd aanvliegen. ‘Hè, hè’, klaagt Sas. Suzie duwt haar opzij en hipt op de rand van het nest. Hoog op haar poten wacht ze op Sjoerd, die slordig op het nest landt. Sjoerd ziet er moe uit. ‘Zo, meneer Spreeuw, dat is lekker op tijd!’, zegt Suzie. Sjoerd, die even op adem moet komen, mompelt: ‘Ik weet het. Sorry’ ‘Ja, dat is makkelijk gezegd, je kinderen zitten al uren te wachten’, bromt Suzie. ‘Gaan we nou Pa?’, vraagt Sas ongeduldig en zegt tegen haar zusje: ‘Wakker worden Sis, we gaan geloof ik!’ ‘Wou je nou nog gaan dan?’, vraagt Suzie ‘het wordt zo donker!’ ‘Dat duurt nog wel even hoor’, zegt Sjoerd en tegen de kinderen: ‘Vooruit jongens, pak je spullen, we gaan!’ 35


Suzie blijft het een slecht idee vinden, Sjoerd niet. Sas ook niet. Zo vertrekken ze toch

nog. Sas en Sjaak voorop, Sjon en Suus er iets achter en Sjoerd met Sis, aan het touwtje natuurlijk, achteraan. Sjoerd kijkt nog even achterom en roept: ‘Maak je maar geen zorgen, dit gaat helemaal lukken!’ ‘Ja, ja, dat zal wel’ zucht Suzie, maar dat kan Sjoerd al niet meer horen. Eenmaal op Sjoerd’s stapelnest aangekomen zegt Sjoerd: ‘Oké jongens, het is al laat. Jullie gaan nu wel meteen naar bed!’ ‘Maar het is nog niet eens donker!’, roepen Sas en Sjaak in koor. ‘Maar wel bijna en ik moet nog wat doen. Echt, jullie moeten nu gaan slapen!’ zegt Sjoerd. ‘Nou, mooie boel hier!’ Sas is het er duidelijk niet mee eens. ‘Ja, lekker’, vindt Sis die haar kop al in de veren steekt en tegen Suus aankruipt. ‘Slaap lekker allemaal!’ roept ze enthousiast.

36


Maar Sjaak en Sjon denken daar anders over. ‘Als Pa beneden is gaan we keten hoor’

zegt Sjaak zacht tegen z’n broertje. En ook Sas ziet dit helemaal zitten! ‘Paps, ze maken lawaai! Sis kan niet slapen!’ roept Sis. ‘Snavels dicht!’, roept Sjoerd naar boven. ‘Slapen nu!!’ Na een tijdje is het eindelijk rustig boven in het stapelnest. Dat is maar goed ook, want Sjoerd wil even alleen zijn. Nou, niet echt alleen, maar alleen met zijn bezoek! Ja, ja, Sjoerd krijgt bezoek! Onze Sjoerd is verliefd en heeft Luus uitgenodigd. Luus is heel bijzonder, zeker voor een spreeuw, want Luus is een hele andere vogel; Luus is een lijster! Sjoerd doet z’n veren netjes en stoft nog snel even het nest aan. Dat doet hij voor Luus, want lijsters zijn nu eenmaal heel erg netjes! ‘Zo’ denkt Sjoerd en gaat op de rand van het nest zitten wachten. ‘Laat Luus maar komen!’

37


De volgende morgen zijn Sas, Sjaak en Sjon al vroeg uit de veren en gaan direct naar

beneden. Meestal is Sjoerd ook vroeg wakker, maar deze keer zit hij nog te snurken met zijn kop diep in de veren. ‘Wat is hier gebeurd?’ roept Sas. ‘Het ziet er niet uit hier!’ ‘Gaaf’ roept Sjaak, ‘Allemaal vreemde veertjes! Waar komen die vandaan?’ ‘Wat heb je gedaan gisteravond, Pa?’ vraagt Sjon. Sjoerd, die langzaam wakker wordt en nog wat veertjes van zich afschudt, zegt slaperig: ‘Luus?’ ‘Suus?” zegt Sas ‘Nee, Suus is nog boven bij Sis, Pa!’ ‘Nee, niet Suus, maar Luus!’ mompelt Sjoerd dromerig. ‘We hebben hier geen Luus. Pa, je droomt nog!’ zegt Sas en tegen haar broers: ‘Kom op jongens, we gaan spelen, Pa is nog niet helemaal wakker!’ 38


Als even later Suus en Sis ook beneden zijn, beslist Sjoerd zijn kinderen bij elkaar te

roepen. Wanneer ze allemaal gezellig op een hoopje in het nest zitten zegt Sjoerd: ‘Ik moet jullie even wat vertellen. Gisteravond heb ik bezoek gehad van een vogel…ze heet Luus en is mijn vriendin. Ze is een lijster!’ Het is nog nooit zo stil geweest in het nest. Maar dan komen de vragen. ‘Een vreemde vogel zeker hè?’ , vraagt Sjon en tegen zijn zus: ‘Vandaar die veertjes!’ Maar Sas luistert niet naar haar broer. Sas denkt na en begrijpt iets niet: ‘Hoezo vriendin? Wat is dat nou? Je hebt Ma toch?’ ‘Suzie is jullie moeder’, zegt Sjoerd, ‘en dat zal ze altijd blijven. Maar we hadden vaak ruzie en daarom was het beter om apart te wonen. 39


‘Hier alleen in dit nest is het zo eenzaam en toen kwam ik Luus tegen.’ ‘Leuk’ zegt Suus met glimmende oogjes, ‘en ga je daar ook eieren mee leggen?’ ‘Nee hoor’, zegt Sjoerd, ‘voorlopig niet. Ik heb jullie toch!!’ ‘Ja, dat dacht ik ook’, zegt Sas die er nog niet helemaal uit is. ‘Gaaf hoor! Een vriendin!’, zegt Sjaak en tegen zijn zus: ‘Kom op, we gaan weer naar buiten!’ Maar Sas heeft nog een vraag: ‘Komt ze hier wonen?’. Sjoerd moet lachen en zegt: ‘Nee hoor, voorlopig niet, ze heeft een eigen nestje.’ ‘Maar waar is ze nu dan?’, wil Sas nog weten. ‘Naar haar eigen nest’, zegt Sjoerd. ‘Ja, slapen zeker hè? Ze zal wel moe zijn!’, zegt Sjon. ‘Gaan we slapen?’, vraagt Sis. ‘Nee, Sis, we gaan niet weer slapen, we gaan spelen!’, zegt Sas. ‘Kom op!!’ En weg zijn ze alle vijf. 40


Een paar uur later vliegen de kids moe van het spelen terug naar Sjoerd’s nest. Maar

wat is dat? Er zit een vreemde vogel op het nest! Is dat nou Luus? Is dat een lijster? En waar is Sjoerd? Die zien ze niet! Wat heeft de vreemde vogel met Pa gedaan? Met z’n vijven landen ze in de boom niet ver van het nest. Daar gaan ze eens goed zitten kijken naar de vreemde vogel. ‘Als dat Luus is, dan vind ik haar raar!’ zegt Sas. ‘Hoezo?’ wil Sjaak weten. ‘Ze heeft een raar kleurtje’ zegt Sas. ‘Ik vind haar mooi’, zegt Sjon en die veren komen hem ook bekend voor! Sas wil nog iets zeggen, maar zover komt ze niet want de vreemde vogel met het rare kleurtje praat!! ‘Hallo’ zingt het door het bos ‘ik ben Luus.’ ‘Wauw!’, zegt Sjaak ‘Wat een stem!’ ‘Oeps!’, zegt Sas. ‘Cool!’ zegt Sjon. ‘Sjoerd is even wat te eten 41 halen hoor, hij komt zo terug’, jubelt de stem verder.


‘Asjemenou’, zucht Suus. Sis zegt niks. Sis is moe. Sas springt op een takje dichterbij het nest en vraagt: ‘Ben jij echt Luus?’ ‘Ja, meissie, ik ben Luus.’ ‘Ben jij Pa z’n vriendin?’, wil Sas nog weten. ‘Eh…’, de vreemde vogel weet even geen antwoord. ‘Wij zijn Sjoerd’s kinderen!’, zegt Sas trots en wijst op haar broers en zussen die geleidelijk ook wat dichterbij zijn gekomen. ‘Dan heeft Sjoerd mooie kinderen’, zegt Luus vriendelijk.’ ‘En ook een mooie vriendin’, mompelt Sjon zachtjes, zodat Luus het niet kan horen. Dan is het stil in het nest. Iedereen lijkt even uitgepraat. Maar gelukkig, daar komt Sjoerd, die weet wel hoe het verder moet. Vaders weten namelijk altijd hoe het verder moet…Toch? Of Sjoerd echt wel weet hoe het verder moet kun je lezen in het tweede deel van Sjoerd en Suzie, kinderen en ruzie. 42


Wat je nu in handen hebt, is iets héél bijzonders! Het is het eerste deel van de

avonturenreeks Sjoerd en Suzie en de kinderen. Sjoerd en Suzie zijn twee vogels, en wel spreeuwen. Ooit stichtten ze als verliefd stel een gezin, maar al voor het uitkomen van de eieren was er herrie in het nest. Na bemiddeling van Koos Kraai besloot het stel te scheiden van ‘voedsel en nest’, maar wel op zo’n manier dat de toekomstige kleintjes daar zo min mogelijk hinder van zouden ondervinden. En zo betrok Sjoerd een eigen nieuw nest in een mooie eik, terwijl Suzie in de oorspronkelijke ‘kastanje’ kon blijven wonen. Samen brengen ze met wisselend succes vijf kinderen groot. Geen eenvoudige opgave aangezien niets 'menselijks' de kinderen vreemd is.

© 2017, Collectief Linke Soep 43

Sjoerd & Suzie, eieren en ruzie  

Deel 1

Sjoerd & Suzie, eieren en ruzie  

Deel 1

Advertisement