Issuu on Google+

MOBILE Duo Presentation

ALEX BAAMS 22.02.2014 – 05.04.2014

BR A M BR AA M Project Space Tilburg Gust van Dijk


SEA Foundation (SEA) is een privaat, non-profit, kunstenaarsinitiatief dat evenementen, residenties, tentoonstellingen en aan de beeldende kunst gerelateerde evenementen organiseert en coĂśrdineert. SEA ondersteunt en maakt ruimte voor productie, presentatie en onderzoek. Er is een residentie programma en een presententatie ruimte. In alle activiteiten van de organisatie is beeldende kunst het vertrekpunt. Worden verbanden gelegd, de grenzen afgetast en verbintenissen gesmeed. In de verschillende disciplines van hedendaagse cultuur plaatst SEA altijd de context en het idee voor het medium. SEA ontplooit wereldwijd activiteiten en genereert discussie. Door het blootleggen van culturele processen of hierin te interveniĂŤren vraagt SEA aandacht voor processen die zich richten op de huidige (nieuwe) sociale, politieke en ecologische kwesties. Door deel te nemen aan deze processen werkt SEA van binnen uit om ze productiever, zichtbaarder en meer solide te maken. SEA Foundation (SEA) is a private, non-profit, artist-run initiative that initiates and coordinates events, residencies and exhibitions. SEA provides on-going space for production, presentation and research, including residency spaces and a presentation space. In all their activities the organization is fueled by visual arts. Transgressing the boundaries between cultures and disciplines, SEA Foundation always puts context and the idea before the medium. By working in different cultural contexts worldwide, the foundation generates discussion by exposing and intervening within, as well as being part of, cultural processes that concentrate on current (emerging) social, political and ecological issues. SEA supports these processes in becoming more productive, visible and solid.


MOBILE Duo Presentation

22.02.2014 – 05.04.2014

ALEX BAA MS BR A M BR AA M


Het herkenbare en ruimte

The recognizable and/in space.

Allereerst is er de ruimte, een afgegrensde stukje oneindigheid, ingeperkt door de kamer zelf, geschapen door muren, vloer en plafond. En met daarin licht. En dat licht doorkruisend, loop jij, kijkend.

First, there is space: a bounded piece of infinity, contained by the room itself and created by its walls, its floors, its ceiling. And within this space, there is light. And traversing the light, there is you, observing the space.

Als het onbekende het bekende ontmoet loopt dat niet altijd even soepel. Het contact kan haperen, krassen, langs elkaar afglijden of hard tegen elkaar op botsen. En in dit contact ontmoet de combinatie, wat de uitkomst ook moge zijn, ook nog eens de toeschouwer die er het zijne van denkt. Of wellicht beter beschouwd: het is de toeschouwer zelf die de aard van het contact bepaalt. Hij weet immers wat onbekend is en wat bekend, zijn eigen associatievermogen maakt twee zaken al dan niet [compatible] met elkaar. Het is aan de kunstenaar om de vruchtbare grond voor associaties te herkennen en in te zaaien met zaken die in de perceptie van een ander kunnen haperen, krassen,

When the unfamiliar meets the familiar there is a certain risk that this combination does not always unfold in a fluid manner. The encounter can falter and croak, slip past each other or result in a head-on collision of a certain magnitude. And within this encounter, this combination, regardless of the outcome, also meets the spectator and his expectations. Or rather: it is the spectator who dictates the nature of the encounter. The spectator knows what is unfamiliar and what is familiar to him and it is through his associative ability that he judges whether or not these two are compatible. It is the artist’s job to recognize the fertile soil that creates these associations and to sow this


langs elkaar afglijden of hard tegen elkaar op botsen. En hoe negatief deze acties ook mogen klinken; zij zijn het die een werk tot leven kunnen wekken, die iets teweeg kunnen brengen in de toeschouwer. Om tot een vruchtbare associatiewereld te komen moet er allereerst sprake zijn van een mate van herkenbaarheid. Het totaal onherkenbare zal namelijk niets betekenend zijn, zelfs de meest abstracte vormen roepen associaties op. Deze associaties zullen dan vaak ook abstract zijn, direct op een zeker gevoel inspelen, en de stap van de herkenbare ‘buitenwereld’ overslaan. Het is dan ook maar de vraag of het totaal onherkenbare wel bestaat of anders of het totaal onherkenbare wel in kunst te vatten is. Hoe hard een kunstenaar zijn best ook zal doen, een totaal nieuwe kleur of vorm is niet te vinden. Wat de kunstenaar rest is een overlevering aan combinaties van herkenbare elementen. De vernieuwing zit dus niet in het bedenken van iets totaal nieuws, maar in het vernieuwend combineren van reeds bekende elementen; of die elementen nu uit de kunstwereld of uit de

soil with matter that can falter, croak, slip past each other and create the aforementioned head-on collision. However negative sounding these actions may be at first sight, it are these actions that can bring art to life and create something substantial in the spectator. First of all, in order to achieve a productive world of free association, a certain degree of the recognizable must be present in the work. The unknown, in fact, means nothing, since even the most abstract shapes and forms evoke associations. These associations will often share the same level of abstraction, directly anticipating a certain feeling, and thereby skipping over the notion of the recognizable associated with the ‘outside world’. Therefore, it remains questionable whether or not the total unknown even exists and, if it does, whether or not it can be apprehended in art. No matter how hard the artist tries, it will be impossible to discover a new colour or form. What remains is that the artist can only commit himself to forming new combinations within the range and tradition of already recognizable elements. In other words, artistic renewal does


alledaagse wereld afkomstig zijn, maakt dan ook niet uit. De bij elkaar gebrachte elementen maken dat de toeschouwer ze al dan niet vrijwillig combineert en zo een nieuwe associatie schept. Herkenbaarheid wordt dan uit de comfort zone van de toeschouwer geplaatst, omdat het verbindingen aanlegt met iets onverwachts. Soms is het voldoende om iets in de context van de kunstwereld - een expositieruimte - te brengen om tot vernieuwde associaties te komen, soms maakt de vernieuwende combinatie van een bepaalde vorm met een bepaalde inhoud vernieuwing, anders het mengen van verschillende vormen of inhouden onderling. Maar is vernieuwing dan zo belangrijk? Ja, maar dan niet per se het radicale omgooien van het roer – hoewel dat soms ook heerlijk kan zijn – maar vooral omdat kunst moet prikkelen en prikkeling kan alleen maar als de toeschouwer uit een staat van rust gehaald wordt, uit de neutraliteit van gewenning. Het herkenbare heeft in de werken van Alex Baams en Bram Braam onder meer de gedaante van een alledaagse beeldentaal. Baams

not originate from the discovery of something new, but from combining familiar elements in new and exciting ways. In this sense, it becomes redundant whether or not the elements originate within the artistic mind or can be found in everyday life. What matters is that the accumulated puts the spectator in the position to freely combine these elements and thus create a new association. Here, the familiar is placed outside of the viewer’s comfort zone because it makes a connection with the unexpected. Sometimes it suffices to place something within an artistic context - such as an exhibition space - to come to renewed associations, sometimes the renewed combination of certain objects with certain content is responsible for the creation of something new, and yet at other times renewal can be created by change of use, meaning and adding contents combined. But is artistic renewal really that important? Yes, but not in the sense that you radically have to change your perspective or outlook - however wonderful this can be sometimes - but rather in the sense that art should arouse and this incitement can only be achieved when the spectator is removed from


speelt in op de herkenbaarheid in de toeschouwer door middel van het weergeven van gebruiksvoorwerpen, Braam gebruikt architectuur en schept hiermee een wereld vergelijkbaar met de wereld op straat, in een stad. Beiden gieten dit herkenbare in een esthetische vorm en context die het vervreemdt, die de aandacht die door het herkenbare is gegrepen nog verder vastdraait, omdat men in zijn perceptie niets liever wil dan het bewust waargenomene een plaats te geven. Chaos moet geordend worden, dat is het streven, of men dat nu wil of niet. Alex Baams verstoort de gangbare waarneming door het juxtapositioneren van realistisch weergegeven voorwerpen. Wat schijnbaar niets met elkaar te maken had, krijgt ineens verband. Of hadden de afzonderlijke objecten wel al verband? Het maakt uiteindelijk niet uit, want het verband wordt zelfs met terugwerkende kracht nog door het bekijken gevormd. Daarnaast wordt ook de schilderkunst zelf bevraagd, zowel in vorm als in inhoud. Strak realisme lijkt niet mogelijk te zijn, gezien de vertwijfeling waarmee penseelstreken zijn aangebracht;

his state of tranquillity that often forms his habitual state of being. Both Baams and Braam play with the notion of recognisability by modelling this concept into a more common language of imagery. Baams taps into the viewer’s sense of recognisability by displaying in paint common objects and material while Braam reflects on architectural changes in city-scapes and re-uses this language of imagery. Both pour this notion of recognisability into an aesthetic mould and alienating context, thereby tightening (and re-affirming) the attention that was originally grabbed by the recognizable. Because, when it comes to perception, one wants nothing more than to familiarize the consciously perceived. Whether one wants it or not, we strive to regulate the chaos. By juxtaposing realistic depiction in a different manner, Baams disturbs common perception. Seemingly unrelated and independent objects suddenly gain a new connection. Or did this connection already exist? Ultimately the answer to this question does not matter, because, one could argue that, the act of viewing already forms a connection.


lijnen zijn niet kaarsrecht, het detail is niet eindeloos zoals dat in het echt wel is. Schilderkunst blijft een vereenvoudiging van de fysieke werkelijkheid, maar tegelijkertijd maakt ze de waarneming complexer. Ze roept immers vragen op, ze maakt bewust van wat men nu eigenlijk ziet. Het is disfunctioneel zien van normaliter functionele inhoud. De vorm is niet complementair met de inhoud, de abstractie is verborgen achter een naar binnen lokkende alledaagse beeldentaal. En dat maakt de werken interessant, dat zorgt voor een spanning die onoplosbaar en dus blijvend is. Waar Baams het herkenbare voornamelijk in de objectkeuze zoekt, daar vind je als toeschouwer het herkenbare in Braams werk met name in de vorm. Men zou zelfs kunnen stellen dat er in Braams werk nauwelijks object te vinden is; de vorm overheerst. Dit is natuurlijk toe te schrijven aan een verschil in abstractie, waarbij de architectuur - waaruit Braam zijn werk ontleent - weinig op heeft met het figuratieve, maar geheel zijn eigen beeldentaal heeft gecreëerd. De architectuur, in zijn abstractie,

Beside this, Baams also questions the art of painting itself, in both content and expression. Pure realism does not seem to be possible seeing the hesitance with which brush strokes are applied to the canvas; the lines are not perpendicular and details are not as infinite as they are in reality. Painting remains a simplification of our physical reality, but at the same time it makes the act of perception more complex. The art of painting raises questions and it makes us aware of what we actually see. It is a dysfunctional way of seeing normally functional content. Here, shape does not complement its content and the abstraction is hidden behind an inwards enticing/alluring and common language of imagery. It is through this that the works become interesting, and create a tension that is unsolvable and therefore lasting. Where Baams searches for ‘the recognizable’ through his choice of objects and their various relations, ‘the recognizable’ in Braams work is found through its expression in particular. One could even argue that the object is barely present within the work of Braam; expression dominates. This could be credited


spreekt zichzelf aan. Maar Braam is geen architect en zijn installaties zijn geen gebouwen, dus wat betekent dat voor de waarneming? Allereerst verliest de aard van functionaliteit, aan de architectuur eigen, zijn geldigheid; in deze uiting wordt niet gewoond of gewerkt. Wat overblijft is een onbewoond monument, als een nieuwe ruïne, waarvan de vorm sprekender is dan de oorspronkelijke inhoud, de functionaliteit. Dit geldt ook voor Baams’ werk, dat zijn immers ook van functionaliteit gestripte objecten door ze simpelweg enkel weer te geven. Maar anders dan in de figuratieve aanpak van Baams, zien we in de werken van Braam niet direct een ‘afbeelding van’, maar een nieuw geschapen object, wat overigens niet wil zeggen dat figuratieve werken geen nieuwe objecten zijn; het afgebeelde bestaat buiten de werken, terwijl Braam het door hem afgebeelde ter plekke creëert in zijn werk.

to a difference of abstraction whereby architecture - Braam’s main inspiration for his works - refrains itself from the figurative and creates its own imagery. In this abstraction, architecture speaks to itself. But Braam is not an architect and his installations cannot be translated to common buildings, so what does this mean in terms of our perception? First of all, the nature of functionality common to architecture, loses its validity; these forms of expression are not meant to live or work in. What remains is an uninhabited monument, a new type of ruin of which the manner of expression is more striking than the original content and functionality. This metaphor can also be applied to the works of Braam: what is displayed in his work are objects, stripped of their functionality and merely portrayed as they are. But other than the more figurative approach seen in the work of Baams, the work of Braam does not display a ‘’representation of’’’ but rather a creation of a new type of object. But this does not mean that the figurative works are not new objects. Here, the depicted exists outside of the work, while Braam creates the depicted on the spot through his work.


Tijd en imperfectie

Time and Imperfection

Ten tweede is er de tijd, een voorwaartse stroom die alles en iedereen meesleurt, eenrichtingsverkeer in onze perceptie. In de tijd vinden we actie, beweging, zelfs voelbaar in stilstaande objecten.

And second, there is time. A continuous stream that takes each and every one hostage and forms a one-way street in our perception. In time we find action and movement that is even sensible in stationary objects.

Baams verstilt vluchtige momenten door ze te styleren. Voorwerpen waar onze ogen normaal gesproken niet verrast overheen glijden, worden door de schilderkunst ‘kijkobjecten’, bevroren in tijd en ruimte. De vluchtigheid van het waarnemen zelf wordt zo opgeheven; het is geen kijken meer om enkel objecten te kunnen lokaliseren ter gebruik of verwerping, maar een kijken om het kijken zelf. Met name traditionele schildertechnieken – olieverf, realisme – hebben bewezen dat ze tijdsbestendig zijn. En ook in inhoud speelt tijd een rol: Baams aanvankelijke idee voor het drieluik getiteld 2013 is twee maanden voor de afgelopen jaarwisseling voortgekomen uit ideeën die de

Baams pauses volatile moments by sculpting them. Common objects, that pose no surprise to our everyday eyes, become “objects of inspection”, frozen in time and space. The evanescence of the act of observing in itself is thereby annulled; it no longer entails the act of merely localizing objects simply to use or discard them, but it becomes the act of observing for observing’s sake. In particular, traditional techniques in painting such as oil-paint and realism, have proven that they can stand the test of time. And when it comes to content, time plays an important part. Baams initial idea for the triptych 2013 originated three months before the end of last year out of a collection of ideas about the year 2013 that


kunstenaar nog kwijt wilde over het jaar 2013. In zijn eigen woorden zijn het ‘terugblikken op het jaar, stukjes vergeten schilderijen, werkjes die [hij] nog graag had willen maken in 2013’. Hij voegt eraan toe dat het idee speelde ‘om na deze werken de beeldbank in [mijn] hoofd helemaal leeg en schoon te hebben voor een fris 2014’. Braam daarentegen maakt monumenten die stukjes van een verleden in zich meedragen; foto’s van elders - van muurmaterialen uit Berlijn - en van eerder, als door tijd gevormde aardlagen op elkaar gestapeld. In andere werken worden zijn installaties door natuur overgenomen. Zijn werk laat sporen zien, verwijzingen naar verleden tijd zichtbaar in het heden. Geen bevriezing van een moment, maar eerder een resultaat van een moment, een bewijs van tijdsverloop dat al plaats gevonden heeft. Zijn verstilling in tijd is een verstilling als gevolg van immobiliteit van het object zelf; gebouwen als verankerde monumenten, al dan niet aangetast door de tijd. Bram Braam en Alex Baams kenden elkaar niet voordat ze samen de

the artist still wanted to explore further. In his own words they form a “retrospect on 2013, consisting out of pieces of forgotten paintings and works that he had wished he was able to create in 2013. To this he adds that he was toying with the idea to“ clear out the image-library in his head after completing these works in order to start 2014 with a clear and refreshed mind.” On the other hand, Braam creates monuments that carry little pieces of the past with them; photographs taken elsewhere - of wall-materials from Berlin - as well as photographs from the past, carefully stacked on top of each other like strata shaped by time. In other works his installations are taken over by nature. His work shows traces, references to the past made visible in the present. Not the freezing of a single moment in time, but rather the result of an instant, evidence of the passing of time that already took place. His conception of ‘freezing in time’ is one that results from the immobility from the object itself; buildings as fixed monuments, whether or not affected by time. Upon entering the exhibition space,


expositieruimte betraden en het was meteen al duidelijk dat het contrast tussen beiden groot was: een figuratieve schilder tegenover een bouwer van architectonische installaties. Materiaal verschilt, werkwijze verschilt, objectkeuze verschilt, mate van abstractie verschilt. Toch hoefde er niet heel diep onder dit oppervlakte gezocht te worden om een verwantschap te ontdekken, een verwantschap dat onderhuids al voelbaar was - ze delen niet voor niets dezelfde ruimte - dat zelfs als door de kunstenaars expliciet gemaakt was. “[De] imperfectie in architectuur van grootstedelijke omgevingen tonen een abstract tijdbeeld waarin de gebouwen staan. Een schakel tussen heden en verleden. Een interesse gaat uit naar de imperfectie van onze stedelijke omgeving, de edgy-sides in ons staatmilieu en de tegenhanger hier van - “het streven naar perfectie” herontwikkelingen van gebieden, gentrificatie, nieuwbouw, renovatie.” - Bram Braam “De manier waarop ik het schilderambacht inzet zingt continu rond falen en slagen. De uitvoering van het realisme vraagt perfectie maar lijdt,

Bram Braam and Alex Braams did not know each other and, from the start, the contrast between them could not be bigger: a figurative painter opposite a designer of architectonic installations. This implies a difference in material, method, object choice and level of abstraction. Still, the surface needs to be barely scratched to find common ground in an already present relationship: the sharing of the same exhibition space. (The) Imperfection in metropolitan architecture shows an abstract era in which these buildings reside. A link between present and past. My current interest goes to the imperfection of our metropolitan areas, the edgy-sides in our street environment and its counterpart, “the strive for perfection”, the redevelopment of areas, gentrification, development and renovation.” - Bram Braam. “The way in which I insert the craft of painting feels like a continuous balancing act between failing and succeeding. The execution of realism asks for a certain level of perfection but, partly due to my own naivety and impatience, it suffers from visible mistakes. It is not my ambition to be


mede door mijn naïviteit en ongeduld tot zichtbare foutjes. Het is niet mijn ambitie om een perfect streng realistische schilder te zijn, mijn onzekerheid, naïviteit en ongeduld mogen zichtbaar blijven. [...] Bij mij krijgt de toeschouwer menselijke rauwheid te zien. Lijntjes die niet scherp zijn en niet helemaal strak strak, onzekerheden.” - Alex Baams, 2013 Beide kunstenaars zeggen een fascinatie te hebben voor imperfectie. Alex Baams in de zin dat hij niet streeft naar honderd procent realisme, dat dat juist menselijkheid toont en Bram Braam omdat imperfectie verleden toont in het heden. Imperfectie ontmaskert de menselijke ambitie, toont menselijk en onze onoverkomelijke onderwerping aan natuur en verval.

a perfectly strict realistic painter: my insecurity, naivety and impatience may remain visible […] With me the spectator gets to see human rawness. Lines that are not sharp and certainly not precisely precise: insecurities.” Alex Baams, 2013. Both artists claim to have a fascination for imperfection. Alex Baams in the sense that he does not pursue a hundred percent realism because that is exactly what shows humanity, and Bram Braam because imperfection shows the past in the present. Imperfection unmasks the human ambition, shows humanity and our insurmountable subjugation to nature and decay.


ALEX BAA MS Alex Baams (1988) creates paintings, installations, poetry and short stories. within his artistry his main focus is painting, resulting in figurative pieces. In his work he tends to expose the poetic value of everyday life, combining ready-made materials and recognizable imagery with a realistic painting style. whether it’s a collage-like painting or packing materials used as his canvas, Baams’s work is characterized by a sense of capturing easily relatable objects. The artist states that these captured objects, initally disposable or at least transient, are given a sense of self-conciousness, a characteristic which originates from the viewer, not from the pieces themselves.

Baams’s artistic process balances on the fine line between vanity and the imperfection of realism, often exhausting the artist himself. He sees artistry as a continual cycle of failure and success; realism demands perfection, which is impossible due to naivity and lack of patience. He describes his relationship with art as a love/hate relationship; initial ideas and concepts can be crystal clear, but realizing them can feel like a stressful chore. This might be a reason Baams sometimes takes a step away from the material or visual and finds himself writing poetry and short stories. Artistic errors need to be visible to be able to recognize human rawness. Alex wants people to see failure in keeping control and the resulting rigidity of his art. This insecurity can be found within the work’s aesthetics, which is easily accessable due to a superficial


lack of abstraction in the choice of every-day objects. As a viewer you are being led to a bifurcation: the comfortable, the known on one side and the disturbing of the impossibilities of realism in art on the other. Other than the world directly around him, Baams draws inspiration from artists like RenĂŠ Magritte and Andrei Roiter.

Alex Baams finished the AKV|St.Joost in 2010 and his work got nominated for the Royal Award for Modern Painting in 2012.


BR A M BR AA M Bram Braam (1980) is born and raised in the Netherlands, but currently lives and works in Berlin. His work consists of sculptures and installations, inspired by modern architecture, constructivism, Bauhaus and De Stijl.

Berlin has been a leading factor within this exhibition. Braam describes it as a city that has been subjected to change throughout its entire history, in which the title of the shown installation Transition of structures - applies to quite literally. Combining materials, and in this case especially actual pictures from wall textures in Berlin, he tends to create contrasts between the old and the new, the rough and the smooth, and together an agglomeration of textures is being created. The architectural installation “How long is now?Transition of structures” will be transformed continuously. The installation will change in form in subsequent phases of the project in successive exhibitions. Construction and parts of the installation will organically change in the course of time, as exhibition location will differ. Inspiration for the installation was drawn from “Metabolism”, an architectural movement that sprang up in the 1960s in Japan. As its biological name suggests, the movement contends that buildings and cities should be designed in the same organic way that life grows and changes by repeating metabolism. The movement was


actually a response to the static post war western architecture. The Metabolists concentrated on hope for a dynamic architectural and city development, allowing for simultaneous movements parallel to the evolution of modern society. The ideas of metabolism and a city being an organic organism are united to one concept of a city that is not changing in a linear way but is transforming continuously in an organic way.

Bram Braam graduated from AKV|St.Joost in 2009. His work got nominated for the Lucas Prize (Den Bosch) in 2009 and he won the Jung Art Prize (Berlin, together with Chris Bierl) in 2011.


Artists Alex Baams www.alexbaams.com

Bram Braam www.brambraam.com

Curator Riet van Gerven Designer JinHee Kwon www.a-text-forms.com

Text and poems Robert Proost www.robertproost.nl

Curatorial assistant Kim Pattiruhu www.kimpattiruhu.nl

Translation Heleen Klomp Without our volunteers, who give their time and energy towards the support of visual arts, our activities could not be possible. Š 2014 SEA Foundation www.seafoundation.eu Project Space Tilburg - Gust van Dijk Tivolistraat 22, 5017HP Tilburg, The Netherlands Tel +31(0)5444495


Š 2014 SEA Foundation www.seafoundation.eu


MOBILE - Alex Baams / Bram Braam - exhibition text booklet