Page 1

mei 2017

• Terrorisme, een aandachtspunt bij voorbereiding The Passion • Landelijke leerlijn brengt successen samen

vakblad voor brandweer, hulpverlening en rampenbestrijding

• Inventarisatie voor toekomstbestendige bluswatervoorziening

Brand in winkelcentrum Nijmegen is lastige klus

B&B Brand&Brandweer

www.brandenbrandweer.nl

5 jaargang 41


Fotograaf: Cees van der Wal

Foto-oproep aan alle lezers van Brand&Brandweer In het kader van het 40-jarige bestaan van uw Vakblad Brand&Brandweer, treft u als extraatje een door een B&B-lezer ingezonden foto op posterformaat aan. Ook voor het komende nummer zijn wij op zoek naar uw mooiste brandweeractiefoto’s! Heeft u recentelijk een prachtige actiefoto gemaakt en vindt u het leuk om die foto in posterformaat gedrukt te zien en naar alle B&B-abonnees verstuurd te krijgen? Stuur dan uw foto direct in en maak met uw inzending kans op een afdruk op A2-formaat! De condities zijn bij inzending als volgt: • U verleent Sdu (uitgever van Brand&Brandweer) zonder verdere voorwaarden het publicatierecht voor het plaatsen en/of afdrukken van uw actiefoto; • Alleen foto’s met een resolutie van minimaal 300 dpi komen in aanmerking;

Kijk voor meer informatie op www.sdu.nl

• De foto dient haarscherp te zijn; • Sdu maakt maandelijks een keuze uit de inzendingen en bepaalt - zonder verdere correspondentie daarover – welke foto voor vermenigvuldiging in aanmerking komt. Als u onder deze voorwaarden mee wilt doen, mail dan onder vermelding van ‘Posterfoto’ uw actiefoto naar b&b@sdu.nl en schrijf daarbij: • door wie de foto is gemaakt (naam van de fotograaf); • waar de foto is gemaakt (plaatsaanduiding); • wanneer de foto is gemaakt (datum); • wat op de foto is te zien (soort handeling, door wie uitgevoerd). We zien uit naar uw inzending(en)! Roel W. Roos, Sdu Uitgevers Uitgever Brand&Brandweer


INHOUD

nummer 5 mei 2017

Coverstory 10

32

Inbraakpreventie bemoeilijkt inzet bij brand winkelcentrum Nijmegen

Brandweer Nederland inventariseert de behoeftevraag en het beleid van de regio’s op het gebied van bluswatervoorziening. Casper Dollekamp deelt de eerste conclusies.

Een brand in winkelcentrum Weezenhof in Nijmegen in de nacht van 10 op 11 april wordt voor de ingezette brandweerlieden een lastige klus. Er zijn gasflessen aanwezig, de winkels zijn voorzien van veel inbraakwerende maatregelen en het communicatiesysteem functioneert slecht. 34

Artikelen 14

De gevolgen van de Omgevingswet voor de veiligheidsregio

40

Schoon werken in de regio’s Alle veiligheidsregio’s zijn de afgelopen jaren voortvarend met het schoon werken aan de slag gegaan. Waar hebben regio’s op ingestoken? En wat is inmiddels gerealiseerd? Vijf regio’s delen hun visie en werkwijze.

20

Terrorisme als aandachtspunt bij voorbereiding grote evenementen

Geprotocolleerd uitvragen zorgt voor constantere kwaliteit Bij de meldkamers brandweer in Alkmaar, Nijmegen en Den Haag worden spoedmeldingen geprotocolleerd uitgevraagd. De betrokkenen vertellen over hun ervaring.

43

Wat betekenen de aanslagen in het buitenland voor de voorbereiding van de gemeenten en hulpdiensten op grote evenementen? Bij The Passion in Leeuwarden zijn veiligheidsmaatregelen steeds verder aangescherpt, maar de normale risico’s vormen nog steeds de grootste risico’s. 27

Brandweercongres over de kracht van verbeelding Dromers, Doeners, Doorzetters is het thema van het Brandweercongres 2017 in de Efteling. De locatie nodigt volgens Olav Strotmann uit om vooruit te kijken en te inspireren. Hij geeft een eerste vooruitblik op het programma.

Met de komst van de Omgevingswet gaan taken, bevoegdheden, procedures en de informatievoorziening veranderen. Om zich goed voor te bereiden op de stelselherziening heeft Rotterdam-Rijnmond een analyse laten uitvoeren naar de impact van de Omgevingswet op haar organisatie. 16

Op naar een toekomstbestendige bluswatervoorziening

Leerpunten bij oefening aanslag met chemische strijdmiddelen Wat zijn de aandachtspunten bij een aanslag met chemische strijdmiddelen? Brandweer Nijmegen oefende een dergelijk scenario in samenwerking met Defensie.

Regionale successen komen samen in landelijke leerlijn Er wordt gewerkt aan een landelijke leerlijn over brandveiligheid voor basisschoolleerlingen. Niet één pakket voor heel Nederland, maar wel een bundeling van alle successen. Wat is de kracht van de pakketten die er op dit moment zijn? Op de cover: De brandweerlieden hebben enige tijd moeten wachten tot de brand bij winkelcentrum Weezenhof in Nijmegen in de nacht van 10 op 11 april uit het dak sloeg. Pas toen konden ze erbij. Fotografie: Roland Heitink, GelreNieuws.nl

Brand&Brandweer

Rubrieken 5 6 23 31 36 39

Van de redactie Actueel Brandweer Nederland Onder de Helm 40 jaar Oproep vakantiefoto’s

Sdu Uitgevers - nummer 5 mei 2017

3


000090.pdf 1

1/9/2017 11:25:47 AM

Gevaarlijke Lading is vernieuwd! Het online platform voor vervoer en opslag van gevaarlijke stoffen

Wat vindt u op de nieuwe Gevaarlijke Lading:  Europese regelgeving voor het

vervoer van gevaarlijke stoffen: ADR, RID, ADN, IMDG  Uitgebreide stofinformatie per

UN-nummer en/of stofnaam, per vervoerswijze  Praktijkinformatie, tools en

checklists (1000-puntentool, tabel(len) A in Excel-formaat, etc.)  Nieuws, blogs, artikelen en meer

Voor wie? Gevaarlijke Lading wordt gelezen door functionarissen bij transport- en opslagbedrijven, toezichthouders, overheden, incidentenbestrijdingsdiensten, toeleveranciers, producenten, opleiders, adviesbureaus en brancheverenigingen. Er zijn ook andere abonnementsvormen mogelijk zoals Wegvervoer, Binnenvaart, Spoorvervoer en Zeevervoer.

Ga voor meer informatie naar www.sdu.nl/gevaarlijkelading


VAN DE REDACTI E

Van zenden naar dialoog

V

an zenden naar dialoog. Dat is de boodschap die steeds meer terug te vinden is onze samenleving. Dit vertaalt zich bijvoorbeeld in de wijze waarop wet-en regelgeving met betrekking tot veiligheid wordt vormgegeven. Denk bijvoorbeeld aan de Omgevingswet die aanstaande is. In deze wet staat de burger centraal. Wat wil hij in zijn leefomgeving ontwikkelen en bereiken en hoe kunnen wij als overheid, als veiligheidsregio en als brandweer, hier ons steentje aan bijdragen. Redeneren vanuit de mogelijkheden voor onze inwoners in plaats van vanuit de onmogelijkheden vanuit de regelgeving. De dialoog met onze inwoners staat hierbij centraal. Hoe wij als brandweer omgaan met de inwoners van onze regio’s verandert hierbij wezenlijk in vergelijking met enkele jaren geleden. In al onze takken van sport staat de bedoeling meer en meer centraal. Waar doen wij ons mooie werk eigenlijk voor? Wat willen we bereiken? Willen we er alleen zijn om calamiteiten op te lossen of willen we breder kijken? Wat kunnen wij bijdragen aan de (brand)veiligheid voor de inwoners van onze regio?

De tendens in onze samenleving richt zich op samenwerking tussen partners waarbij op communityniveau wordt bijgedragen aan deze bedoeling. Het samen optrekken op lokaal niveau, het in dialoog met elkaar oplossen van problemen in de leefomgeving komt hierin al meer centraal te staan en raakt ook onze brandweerorganisatie. Van ons wordt verwacht dat we als een van de natuurlijke partners binnen deze communities een belangrijke rol gaan spelen. Immers, waar ligt de kennis over brandveiligheid? Bij ons. Waar ligt een wijd vertakt netwerk van vrijwilligers dat midden in de samenleving staat? Bij ons. Waardevolle elementen die maken dat wij een grote bijdrage kunnen leveren aan de veilige samenleving, een veilige regio.

Preventie-collega’s experimenteren met real-time dialoogsessies waarbij vragen over brandveiligheid en brandonveilige situaties op een laagdrempelige interactieve manier via social media worden beantwoord. Bij het overbrengen van de brandveiligheidsboodschap wordt direct aangesloten op de leefwereld van de ontvanger om het effect hiervan te vergroten. Nee, geen droge voorlichtingssessies maar samenkomsten waarbij het nuttige met het aangename wordt verenigd. Broodjes Brandweer en de Brandweerbingo zijn laagdrempelige en aansprekende activiteiten waarin met name de dialoog centraal staat. Natuurlijk zijn dit nog maar kleine voorbeelden in een groter plaatje. Een volgende stap in ons samenwerkend vermogen is wellicht nog te maken als we nadenken over het daadwerkelijk betrekken van onze inwoners bij de bestrijding van calamiteiten. Ook hier wordt op bescheiden schaal al mee geëxperimenteerd bijvoorbeeld door het laten verrichten van hand-en-spandiensten bij de ontruiming van verzorgingshuizen. Wellicht is hier nog winst te behalen via het gebruik van initiatieven als Ready2help, een netwerk van mensen zoals jij en ik, die bereid zijn anderen te helpen als dat nodig is. Of het nu gaat om wateroverlast, een verkeersinfarct of hulp bij vluchtelingen, bij Ready2Help kun je op je eigen manier een bijdrage leveren. Dit initiatief is ontstaan vanuit de samenwerking tussen verschillende partijen, in dialoog met elkaar. Ideeën waar we soms wat aan moeten wennen, (Wat moeten we met een OvD Vrijwilligers? Wij lossen het probleem wel op!) omdat deze ons uit onze comfortzone en vaste structuren haalt. Maar wel vaak ideeën die ertoe leiden dat wij ons meer bewust worden van onze veranderende rol en positie in de samenleving. Van zenden naar dialoog. Marcel van Galen

Gelukkig zien we deze ontwikkeling langzaam maar zeker een vlucht nemen. Enkele jaren geleden kwam het nog maar sporadisch voor dat wij actief aansluiting zochten bij onze samenleving, nu zien we dat in alle taken van ons brandweervak deze verantwoordelijkheid al meer wordt genomen. Repressieve collega’s trekken op met inwoners, zelfredzaam en niet-zelfredzaam, om met elkaar in de praktijk te beleven wat een brand inhoudt en wat het betekent, zodat je je ervan bewust wordt dat je niet altijd binnen een paar minuten de brandweer voor je deur hebt staan. En waar je als inwoner dus zelf je verantwoordelijkheid moet en kunt nemen. Daarnaast zijn dit ook fantastische leermomenten voor deze collega’s, omdat zij zich meer bewust worden van de (on)mogelijke situaties waar zij in onze snel veranderende en vergrijzende samenleving tegenaan lopen. Vaak worden deze oefeningen voorafgegaan door voorlichtingssessies waarin het gesprek met bewoners over brandveiligheid centraal staat. Deze zogenoemde maatschappelijke oefeningen zijn inmiddels binnen het hele land bekend.

Brand&Brandweer

Sdu Uitgevers - nummer 5 mei 2017

5


ACTU E EL

Fotografie: Ginopress

Pilot commandovoering van start In de veiligheidsregio’s Drenthe, Gelderland-Zuid, Haaglanden en Kennemerland start vanaf mei een pilot commandovoering. Gedurende een jaar wordt de commandovoering bij alle grootschalige incidenten in deze regio’s gevolgd. Voorafgaand aan deze pilot hebben alle OvD’s uit de regio’s een vijfdaagse bijscholing op dit thema gevolgd. Het programma van de bijscholing was gericht op het in de praktijk toepassen van situationele commandovoering, het Factfinding, Analyse, Besluitvorming, Communicatie en Monitoring (FABCM)model, het kwadrantenmodel en het kenmerkenschema. Tijdens de bijscholing was afwisselend aandacht voor theorie, inzichten, virtuele oefeningen en praktijktrainingen. Daarnaast was er ruimte voor reflectie en intervisie en konden de deelnemers werken aan hun eigen leerdoelen. De pilot moet uitwijzen in hoeverre de theorie van situationele commandovoering ook in de praktijk werkt.

Gelderland-Zuid dingt mee naar Don Berghuijs Award Met een innovatief idee op het gebied van cybersecurity dingt Veiligheidsregio Gelderland-Zuid mee naar de Don Berghuijs Award. Deze prijs wordt jaarlijks uitgereikt aan het meest innovatieve toepasbare project op het gebied van multidisciplinaire crisisbeheersing dat bijdraagt aan een veilige samenleving. Tijdens het Captains Dinner Veiligheid op 11 mei wordt de winnaar bekend gemaakt. ‘Hoe kunnen veiligheidsregio’s de samenwerking met stakeholders versterken zodat zij de effecten van cyberincidenten voor de burger kunnen minimaliseren, ondanks de toenemende hoeveelheid cyberincidenten?’ Dat was de innovatievraag waar Veiligheidsregio GelderlandZuid een idee voor heeft ontwikkeld. De regio wil een pilot van een kennisnetwerk organiseren waarin bedrijven, 6

nummer 5 mei 2017 - Sdu Uitgevers

kennisinstellingen en veiligheidsregio’s zitten. In een vertrouwelijke setting kunnen zij hun kennis, ervaring en hun aanvals- en verdedigingsinformatie delen, zodat vergelijkbare bedrijven, die bijvoorbeeld met gevaarlijke stoffen werken, en instellingen, bijvoorbeeld op het gebied van de zorg, inzicht krijgen in de dreigingen waarmee ze mogelijk op korte termijn kunnen worden geconfron-

teerd. Daaruit moet ook blijken hoe die het beste aangepakt kunnen worden. Met deze werkwijze hoeft niet ieder bedrijf of instelling het wiel opnieuw uit te vinden. Doel van het netwerk is om van elkaar te leren, zodat ieder voor zich beter in staat is cybersecurity te organiseren. Voor de veiligheidsregio’s biedt dit platform ook een goede ingang om zich beter voor te kunnen bereiden op incidenten die het gevolg zijn van cyberattacks. Bij het opzetten van dit netwerk krijgt Veiligheidsregio Gelderland-Zuid hulp van andere teamleden, waaronder het Nationaal Cyber Security Centrum.

Brand&Brandweer


Actueel

Fotografie: Ginopress

Minder ongevallen met voorrangsvoertuigen

Het aantal ongevallen met voorrangsvoertuigen is gedaald van 76 ongevallen in 2014 naar 31 ongevallen een jaar later. Rijden door rood licht blijft het grootste risico bij het besturen van een voorrangsvoertuig. Dat zijn de belangrijkste conclusies van het onderzoek Ongevallenstatistiek voorrangsvoertuigen 2014-2015 dat het Kenniscentrum Voorrangsvoertuigen van het IFV in april heeft gepubliceerd. In totaal waren er in deze twee jaren 107 ongevallen met voorrangsvoertuigen. In negentien gevallen ging dit om een ongeval met een brandweervoertuig. Bij 47 incidenten waren ambulances betrokken en bij 41 ongevallen politievoertuigen. Het Kenniscentrum Voorrangsvoertuigen geeft

aan dat dit verschil mogelijk te verklaren is door de grootte van het wagenpark, het aantal uitrukken en de kenmerken van de uitrukken. De ongevallen leidden tot een dodelijk slachtoffer en tachtig gewonden, waarvan 44 hulpverleners en 37 andere weggebruikers.

Nulmeting van de repressieve brandweerzorg in Caribisch Nederland De Inspectie Veiligheid en Justitie start voor het eerst een onderzoek naar de inrichting van de repressieve brandweerzorg op Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Het Brandweerkorps Caribisch Nederland (BKCN) is in 2010 gevormd. Voor die tijd kende elk eiland een eigen lokale brandweer. Met het onderzoek wil de Inspectie bepalen waar het BKCN staat in haar ontwikkeling en in hoeverre de inrichting van de repressieve brandweerzorg in Caribisch Nederland voldoet aan de geldende wet- en regelgeving. Hierbij wordt gekeken naar de opkomsttijden, de samenstelling van de brandweereenheden en de opleidingen van het personeel.

Brand&Brandweer

Uit het onderzoek blijkt verder dat bijna een derde van de ongevallen gebeurde binnen de bebouwde kom op kruispunten met verkeerslichten, waarbij de voorrangsvoertuigbestuurder door rood licht reed, terwijl de andere weggebruiker groen licht had. Wel is het aantal ongevallen van dit type gedaald ten opzichte van de periode 2010-2013. Inspanningen Het Kenniscentrum Voorrangsvoertuigen noemt de daling van het aantal ongevallen opvallend, maar of er sprake is van een trend of een incident is nog niet te zeggen. Wel zijn veel inspanningen geleverd om het aantal ongevallen met voorrangsvoertuigen terug te brengen. Zo zijn de brancherichtlijnen van brandweer, politie en ambulancezorg beter op elkaar afgestemd en is het sinds 1 april 2015 toegestaan om met optische en geluidssignalen op de openbare weg te oefenen. Bovendien zijn de uitkomsten van het eerdere onderzoek over de periode van 2010 tot 2013 verwerkt in de opleidingen voor bestuurders van voorrangsvoertuigen en er is een gedragscode ontwikkeld om ervoor te zorgen dat bestuurders zich zo voorspelbaar mogelijk gedragen in het verkeer. Tot slot is een publiekscampagne ontwikkeld om ook burgers bewust te maken van hun gedrag bij een naderend voorrangsvoertuig.

Sdu Uitgevers - nummer 5 mei 2017

7


ACTU E EL

Lezer beoordeelt Brand&Brandweer met een 7,6 Uit het lezersonderzoek dat de afgelopen periode is gehouden onder de abonnees van Brand&Brandweer blijkt dat de uitgave met een 7,6 goed wordt gewaardeerd. In 2014, toen het vorige lezersonderzoek is gehouden, was dit nog een 7,3. 83% van de abonnees geeft aan (zeer) tevreden te zijn over het vakblad vanwege het leerzame karakter en het brede aanbod aan onderwerpen. Daarnaast zijn uit het onderzoek enkele aandachtspunten naar voren gekomen. Rubrieken die bij de meeste lezers goed scoren zijn de brand van de maand, actueel en artikelen die gaan over repressie of techniek. Meer aandacht kan volgens de lezers worden besteed aan brandonderzoek, brandbestrijding en technische hulpverlening. Bovendien mogen voertuigen en inzetten nadrukkelijker aan bod komen. De resultaten uit het lezersonderzoek zijn waardevol en worden meegenomen in de verdere ontwikkeling en verbetering van Brand&Brandweer. Wij bedanken alle respondenten zeer hartelijk voor hun medewerking.

Gelderland-Zuid ontwikkelt handelingskaart voor verminderd zelfredzamen Het team Brandveilig Leven van Veiligheidsregio GelderlandZuid heeft een handelingskaart ontwikkeld met tips en adviezen op het gebied van Brandveilig Leven. Met deze handelingskaart krijgen zowel de wijkverpleegkundige als de cliënt praktisch toepasbare informatie over brandveiligheid. De informatie is toegespitst op personen die niet goed kunnen signaleren of zelfstandig kunnen vluchten bij brand en geeft aan wat zij dan wel kunnen doen. De handelingskaart is een van de uitkomsten van het minicongres Samenwerken aan Brandveilig Leven dat de regio in januari heeft georganiseerd. Het doel was om het netwerk rondom verminderd zelfredzamen in kaart te brengen en te komen tot een vorm van samenwerking tussen de verschillende netwerkpartners. Een van de zorggroepen in de regio is daarbij gekomen met een oproep om samen na te denken over een praktische manier om wijkverpleegkundigen te voorzien van informatie over brandveiligheid die relevant is voor hun cliëntgroep. De wijkverpleegkundigen komen immers bij de mensen thuis. De opgedane kennis kan dan eenvoudiger worden overgebracht op de cliënten van de organisatie, is het idee. De handelingskaart biedt deze mogelijkheid.

Menselijk handelen belangrijkste oorzaak fatale woningbranden De belangrijkste oorzaak van fatale woningbranden was vorig jaar het menselijk handelen. Dat blijkt uit het Jaaroverzicht fatale woningbranden 2016 van de Brandweeracademie. 33 branden hadden in 2016 een fatale afloop. In totaal vielen daarbij 38 dodelijke slachtoffers. Bij negentien procent van de branden bestond het menselijk handelen uit roken, in negen procent van de gevallen uit koken. Kijkend naar de meest voorkomende brandoorzaken wordt roken, gevolgd door een technische oorzaak in apparatuur. Dit was bij dertien procent van de branden de oorzaak. In een kwart van de gevallen is de fatale brand vorig jaar ontstaan in een stoel of bank en in de helft van het aantal branden is dat n de woonkamer geweest. Bij bijna drie op de tien fatale woningbranden heeft het meer dan een half uur geduurd voordat de brandweer is gealarmeerd. Uit het jaaroverzicht blijkt bovendien dat bij een kwart van de fatale woningbranden vorig jaar de brand bij aankomst van de brandweer al was gesmoord. In één geval is de brand door binnentreden van de brandweer weer opgelaaid. In bijna de helft van alle fatale woningbranden is de brand beperkt gebleven tot de ruimte waar het is ontstaan. In negentien procent van de gevallen zelfs tot voorwerp waarin de brand is ontstaan. 8

nummer 5 mei 2017 - Sdu Uitgevers

Brand&Brandweer


Actueel

[Fotografie: Brandweer Nederland]

Utrecht wint met WhatsApp de Gouden Rookmelder Veiligheidsregio Utrecht heeft tijdens de Expertdag van de Nationale Brandpreventieweken de Gouden Rookmelder gewonnen. De regio won met het project WhatsApp waarbij burgers de brandweer via het sociale medium vragen kunnen stellen over brandveiligheid. Deze vragen worden via WhatsApp persoonlijk beantwoord. De Zilveren Rookmelder is gewonnen door Veiligheidsregio ZaanstreekWaterland met het project Brandweer VR Experience. Brandweer Twente en Gelderland-Midden hebben de Bronzen Rookmelder ontvangen voor het project de Brandweer Bingo. ‘We zijn erg blij’, zegt Ivonne Vliek van Veiligheidsregio Utrecht. ‘Het is mooi om deze waardering te krijgen. Als we zien hoe we de mensen met dit project bereiken en hoe ze reageren, dan weten we dat dit echt werkt.’ ‘Dit zijn de initiatieven die het verschil maken’, aldus Hilda Raasing, portefeuillehouder Brandveilig leven van Brandweer Nederland. ‘Overal in het land werkt de brandweer aan meer veiligheid. En het leuke is: er wordt daarbij steeds meer onderling samengewerkt. Daarmee maken we grote stappen. Alle drie genomineerde projecten helpen mensen concreet verder.’

Brand&Brandweer

Sdu Uitgevers - nummer 5 mei 2017

9


bran d van de maan d

Inbraakpreventie bemoeilijkt inzet bij brand winkelcentrum

10

nummer 5 mei 2017 - Sdu Uitgevers

Brand&Brandweer


bran d van de maan d

Vanaf het moment dat de brand uit het dak slaat, kan van bovenaf worden geblust. Fotografie: Roland Heitink, GelreNieuws.nl

Brandweerlieden staan voor een lastige klus als in de nacht van 10 op 11 april brand uitbreekt in een van de winkels in winkelcentrum Weezenhof in Nijmegen. Dit wordt onder andere veroorzaakt door de mogelijke aanwezigheid van gasflessen, de inbraakwerende maatregelen die winkeliers hebben genomen om hun winkel te beveiligen en een ruimte tussen het plafond en het dak waardoor de brand simpel kan uitbreiden. Bovendien ondervinden eenheden last van een slecht functionerend communicatiesysteem.

Brand&Brandweer

Sdu Uitgevers - nummer 5 mei 2017

11


Fotografie: Ginopress

bran d van de maan d

De manschappen proberen de brand in de overdekte promenade tegen te houden.

Door jildou visser

E

erste bevelvoerder Gerald Heusingveld wordt die nacht om 1.42 uur gealarmeerd voor een brand gebouw in de Weezenhof. Aanrijdend hoort hij dat de politie melding maakt dat er al vlammen uit het dak komen. Ter plaatse doet hij met de nummer 1 een rondomverkenning. ‘Het dak van de leegstaande Spar was iets hoger dan de rest van het winkelcentrum. Op die scheidslijn brandde het. Tijdens de verkenning zagen we bij de zijingang van de overdekte promenade een vlammenzee achter de glazen pui. Ik had het idee dat de slagerij, waar de brand was uitgebroken, een gecombineerde ruimte was met de Spar. Pas later bleek dat niet zo te zijn.’ Hij stuurt zijn manschappen de voormalige supermarkt in. Zij zien binnen alleen bruinachtige rook, nog niets frustrerend. ‘Het waren dus twee losse ruimten.’ Na de rondomverkenning overweegt Heusingveld op te schalen naar grote brand, maar doet dit nog niet. ‘De tweede bevelvoerder en ik hadden de hoop dat we de brand snel konden blussen. Hij zou met zijn manschappen aan de voorkant een snelle binnenaanval doen, ik aan de achterkant. Op die manier konden we naar elkaar toe werken en de brand snel onder controle krijgen. Dat was ons plan.’ Dat pakt anders uit. Als de manschappen van de eerste TS toegang willen forceren tot het brandende pand, stuitten ze op meerdere inbraakwerende maatregelen. Het kost ze veel tijd om naar binnen te kunnen. Op dat moment horen ze dat in de slagerij waarschijnlijk meerdere gasflessen liggen. ‘Dat belemmerde onze aanvalsweg. Het brandde binnen flink, met de aanwezigheid van de gasflessen was het te gevaarlijk om daar naar binnen te gaan’, aldus Heusingveld. Inmiddels is ook Officier van Dienst (OvD) Paul van Ooijen ter plaatse. Hij spreekt met de eerste en de tweede bevelvoerder. ‘Op mijn vraag of ik dacht dat ze de brand gingen houden, liet de tweede bevelvoerder weten dat ik maar beter op kon schalen. 12

nummer 5 mei 2017 - Sdu Uitgevers

Daarom heb ik opgeschaald naar zeer grote brand.’ De manschappen van de eerste TS proberen ondertussen om toegang te verschaffen tot een bloemenwinkel, om daar van binnenuit de brand tegen te houden. Hoogwerkers proberen de brand van bovenaf te stoppen. Ook bij de bloemenwinkel stuiten ze op de nodige inbraakwerende maatregelen. ‘We hebben eerst met slijpschijven en de rescuezaag het rolluik verwijderd. Vervolgens stuitten we op een gelaagd raam en daarna nog rolkarren. In het stalen rolluik zitten massieve scharnierpennen, daar kon zelfs de rescuezaag niet doorheen komen’, vertelt Heusingveld. Doordat het een tijd duurt voordat de brandweerlieden naar binnen kunnen, kan de brand zich ongestoord verder door het dak uitbreiden. ‘Tussen het dakbeschot en het plafond zat een loze ruimte, daar liep de brand doorheen. Doordat je lang bezig bent ergens binnen te komen, ga je in tijd-tempo achter de feiten aanlopen. We hebben toen besloten in te zetten op een stoplijn bij de overdekte winkelpromenade’, aldus Van Ooijen. ‘We hebben gaten in het plafond van de overdekte passage gezaagd om een stoplijn te creëren. Op deze wijze konden we met lage drukstralen de onderkant van het dakbeschot preventief natmaken voor het naderende vlamfront. De bedoeling was om de brand vervolgens uit het dak laten komen.’ ‘Wij moesten even niets doen, zodat de brand goed uit kon slaan en wij erbij konden komen. Je merkt dat dat lastig is. Ik heb manschappen er een paar keer op moeten wijzen dat ze moesten stoppen met blussen’, vult Heusingveld aan. Als het dak goed is doorgebrand en bij de stoplijn de brand tegengehouden kan worden, weten de brandweerlieden dat ze de boel onder controle hebben. De Lidl aan de andere kant van de overdekte promenade kan worden behouden. Van Ooijen: ‘Daarna was het nog een kwestie van afblussen.’ Aflossen Rond half acht in de ochtend wordt afgeschaald en worden de eenheden die bezig zijn met nablussen, afgelost. In een van de

Brand&Brandweer


Fotografie: Veiligheidsregio Gelderland-Zuid

bran d van de maan d

Een plattegrond met de ingezette eenheden. Het grote blok aan de linkerkant is de leegstaande Spar. Het blok met lichte schade is de Lidl.

winkels woedt dan nog een gasbrand. ‘Het wachten was op Liander. Toen zij rond acht uur het gas hadden afgesloten, kon ook dat brandje worden geblust. Verder zijn we de afgebrande delen met een kraan gaan slopen om zo goed te kunnen nablussen’, vertelt OvD Ronald Fortuin. Hij heeft die ochtend Van Ooijen afgelost. In de ochtend komen steeds meer winkeliers naar het winkelcentrum. Zij zitten met de nodige vragen en emoties. ‘Ik heb daarop contact gezocht met de gemeente. In de loop van de ochtend hebben we een informatiebijeenkomst georganiseerd. In overleg hebben we de winkeliers waarvan de winkel is behouden, toen ook de gelegenheid gegeven in de winkel te kijken. Doordat de brand op zijn einde liep, had ik de tijd en ruimte om aandacht te besteden aan de winkeliers. Het is fijn dat je in zo’n fase ook aandacht kunt hebben voor de mens achter de brand.’ Communicatie Een van de aandachtspunten tijdens de inzet is volgens Heusingveld de communicatie. ‘Wij werken sinds kort met de apparatuur die uit de aanbesteding IBARC2 is gekomen. De aansluiting van de oortjes op deze nieuwe portofoons moet nog worden gefinetuned. Dat betekent dat de communicatie via de nieuwe digitale portofoons nog niet altijd even goed werkt. Bij deze inzet zorgde dat voor problemen. We verstonden elkaar niet. Dat betekende dat ik tijdens de inzet vaak fysiek naar mijn mensen toe moest lopen. Dat werkt niet fijn. Waar je normaal via de porto makkelijk en snel een commando kan geven en dat wordt opgevolgd, zie je dat zodra je erheen loopt datzelfde commando leidt tot discussie. Bovendien ben je even uit je eigen focus. Ik stond, zeker in de beginfase toen de OvD er nog niet was, op een afstand om een goed beeld te krijgen en overzicht te houden. Dat ben je even kwijt in de tijd dat je naar je manschappen toeloopt.’ Heusingveld laat weten dat na deze brand is besloten tijdelijk over te stappen op analoge communicatiemiddelen. ‘Er wordt samen

Brand&Brandweer

met de leverancier hard gewerkt aan de finetuning. Zodra de aansluiting van de oortjes op de nieuwe portofoons goed werkt, kunnen we eindelijk met de nieuwe apparatuur aan de slag.’ Situationele commandovoering Van Ooijen heeft eerder dit jaar in het kader van een pilot een training situationele commandovoering gevolgd. ‘Dat kon ik bij deze brand goed toepassen. In de training kwam duidelijk naar voren dat je altijd goed vooruit moet kijken. Welke situatie heb je over een kwartier, half uur of een uur? Op basis van die inschatting heb ik opgeschaald naar zeer grote brand. Ik wilde niet achter de feiten aan gaan lopen.’ Daarnaast past hij tijdens de inzet nadrukkelijk de methodiek van swarming toe. ‘Ik heb mijn bevelvoerders echt hun eigen ding laten doen en onderling de inzet laten afstemmen. Daardoor kon ik zelf de focus houden op de hoofdzaken en een stukje veiligheid. Dat werkte goed. Op deze manier werkten we voorheen ook wel, maar minder bewust. Dan was ik eerder geneigd om bijvoorbeeld een bevelvoerder die ik niet ken, iets meer te controleren. Dat heb ik nu niet gedaan.’ Leerpunten Een van de leerpunten die Van Ooijen heeft overgehouden aan deze inzet is dat informatie die binnenkomt, altijd moet worden geverifieerd. ‘Zo kregen we via de OvD-P te horen dat er mogelijk een behoorlijk aantal gasflessen in de slagerij stond. Het is voor mij lange tijd onduidelijk geweest of dit daadwerkelijk zo was. Dat heeft deels de inzet bepaald. Als achteraf was gebleken dat er geen gasflessen stonden, waren we misschien wel naar binnen gegaan. Later hoorden we van het Team Brandonderzoek dat er tien gasflessen stonden. Er is dus goed gehandeld, maar zoiets wil je graag tijdens de inzet hebben bevestigd.’ ■

Sdu Uitgevers - nummer 5 mei 2017

13


regelgevi ng

De gevolgen van de Omgevingswet voor de veiligheidsregio Bij toezicht en handhaving is een integrale aanpak vereist. Rotterdam-Rijnmond moet, nog meer dan al wordt gedaan, samenwerken met externe partijen, bijvoorbeeld met de DCMR. Fotografie: Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond

Veiligheidsregio’s maken zich klaar voor de komst van de Omgevingswet. Op 1 januari 2019 treedt hij in werking. Taken, bevoegdheden, procedures en de informatievoorziening veranderen. Net als de samenwerking met overheden, partners, bedrijven en burgers. Om zich goed voor te bereiden op de stelselherziening in het omgevingsrecht heeft Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond een analyse laten uitvoeren naar de impact van de Omgevingswet op haar organisatie. Door Casper Ferwerda

D

e Omgevingswet brengt een aantal ingrijpende wijzigingen mee voor wie zich bezighoudt met de fysieke leefomgeving. Vereenvoudiging en sturen op maatschappelijke doelstellingen spelen een centrale rol. De overheid moet samen met burgers, bedrijven en andere partijen de doelen van de leefomgeving formuleren en erop toezien dat ze worden behaald. Meer samenwerking, oftewel netwerksturing. Dit vergt een andere manier van werken. De Omgevingswet gaat uit van co-creatie, met een gedeelde verantwoordelijkheid op het gebied van veiligheid en eigen verantwoordelijkheid voor de initiatiefnemers. Er moet ook meer samenhang komen tussen de verschillende domeinen, bijvoorbeeld bij de advisering over veiligheid, gezondheid en duurzaamheid. Verder gaat het meer om vertrouwen dan om controle, waardoor het aantal activiteiten waar een vergunning voor nodig is, afneemt. En gemeenten kunnen dankzij decentralisatie meer maatwerk gaan leveren. Stip aan de horizon ‘Wij wilden graag meer inzicht krijgen in de gevolgen van de Omgevingswet’, vertelt Hans Broekhuizen, programmamanager van Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond. ‘De Omgevingswet vraagt namelijk een andere, integrale benadering. In onze regio werken we steeds meer samen met partners, zoals de DCMR en de GGD, waarmee wij ons goed willen voorbereiden op de komst van de Omgevingswet. Het leek ons goed om een externe partij in kaart te laten brengen wat deze wet precies betekent en om vast 14

nummer 5 mei 2017 - Sdu Uitgevers

te stellen of wij op de goede weg zijn.’ M&I/Partners is in 2016 daarvoor geselecteerd. ‘De eerste stap was om tafel gaan om een stip aan de horizon te zetten en de ambities in kaart te brengen’, blikt adviseur Arend de Jong van M&I/Partners terug. ‘Welke rol wil Rotterdam-Rijnmond in 2019 en daarna spelen?’ ‘Over de ambitie hoefden we niet lang na te denken’, zegt Broekhuizen. ‘Wij willen dan nog steeds een betrouwbare en vanzelfsprekende partner zijn als het gaat om fysieke veiligheid. De partij waar het bevoegd gezag naartoe gaat voor informatie en advies over het voorkomen van branden, rampen en crisis en voor toezicht en handhaving. De vraag was of we dit met de komst van de Omgevingswet kunnen blijven waarmaken.’ Naar de voorkant De rol van kennispartner blijft met de komst van de Omgevingswet bestaan. ‘Het samenspel verandert per 2019’, zegt Renee Linck, als organisatieadviseur verbonden aan M&I/Partners. ‘Het gaat niet alleen om adviseren, maar om co-creatie tussen initiatiefnemers, belanghebbenden en de overheid bij het vaststellen van de omgevingsvisie en het omgevingsplan. Hierdoor is een beweging naar de voorkant in het beleidsproces noodzakelijk. Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond moet bij de planologische ontwikkelingen al betrokken zijn, zoals bij het ontwikkelen van de omgevingsvisie.’ Broekhuizen spreekt van een cultuuromslag. ‘Wij produceren jaarlijks duizenden, mogelijk meer dan tienduizend schriftelijke adviezen over fysieke veiligheid. Met de Omgevingswet gaat het straks niet om advisering alleen. Wij zullen aan de voorkant de

Brand&Brandweer


regelgevi ng

dialoog moeten aangaan en in een vroeg stadium mee gaan denken met ontwikkelingen.’ Ook de toezicht- en handhavingsfunctie gaat veranderen, blijkt uit de analyse van M&I/Partners: van controle naar vertrouwen. Burgers en bedrijven krijgen meer ruimte om activiteiten te ontplooien, waarbij de gemeente een uitnodigende rol vervult. Er is minder toestemming vooraf nodig, algemene regels zorgen voor kwalitatieve veiligheidsnormen. ‘Het aantal vergunningaanvragen zal daardoor afnemen’, voorspelt De Jong. ‘Voor ongeveer zestig procent van de activiteiten vervalt de vergunningsplicht. De toetsing is straks achteraf.’ Hierdoor worden meldingen belangrijker, vult Broekhuizen aan. ‘Onze toezichthoudende rol blijft bestaan, maar we moeten meer afgaan op meldingen en controleren of alles klopt.’ Hij voegt er met een knipoog aan toe: ‘Vertrouwen is goed, maar controle blijft nodig.’ Samenwerken, intern en extern Bij toezicht en handhaving is een integrale aanpak vereist. Rotterdam-Rijnmond moet, nog meer dan al wordt gedaan, samenwerken met externe partijen. Bijvoorbeeld met de DCMR, de GGD, Havenbedrijf Rotterdam, waterschappen, woningcorporaties en de Gezamenlijke Brandweer. ‘Afgelopen februari tekende de veiligheidsregio met de GGD en de DCMR een intentieverklaring om de onderlinge samenwerking rond de implementatie van de Omgevingswet optimaal te organiseren’, aldus Linck. ‘Een dergelijk commitment is belangrijk voor de samenwerking, het benoemt de gezamenlijke ambities en ieders bijdrage. Tegelijk heeft iedere organisatie ook de eigen opgave om samenwerkingsvaardig te worden. Daarbij gaat het onder andere om het maken van interne werkafspraken rond die samenwerking en het opleiden van medewerkers. Het is daarnaast van belang dat de interne verbinding goed is georganiseerd.’ De Jong: ‘De samenwerking in netwerken is belangrijk omdat hier nieuwe rollen worden ontwikkeld. Daarom hebben we groepsbijeenkomsten gehouden met de diverse afdelingen om te praten over ieders bijdrage. Wij adviseren de veiligheidsregio ook om vooral te participeren in pilots met andere partijen.’ Daar is de regio volgens Broekhuizen al enige tijd actief mee bezig. ‘We zijn er voor de Omgevingswet-analyse, in 2015, mee begonnen. We hebben nu meer dan tien pilots lopen, bijvoorbeeld over risicogerichtheid in preventieadvies. Veelal zijn ze op initiatief van de gemeente opgezet, voor hen verandert het meest.’ Ook intern, binnen de veiligheidsregio, moet een en ander wijzigen. De veranderende rol vraagt immers ook nieuwe competenties van medewerkers. De regio moet dus ook het personeelsaspect op orde krijgen. ‘Dit geldt vooral voor de adviserende rol’, aldus De Jong. ‘Er is meer advisering aan de voorkant nodig. Relatiebeheer is essentieel om de vertrouwenspositie uit te bouwen. Daarnaast vraagt de Omgevingswet meer integraal denken en beoordelen in toezicht en handhaving.’ Volgens M&I/Partners is bij Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond al een goed beeld van de gevraagde competenties, maar zijn die nog niet allemaal ingevuld. Broekhuizen: ‘Momenteel worden aan de hand van de Omgevingswet landelijk profielen voor medewerkers opgesteld. Wij kijken eerst of we de nieuwe type medewerkers intern kunnen vinden. Wellicht zullen er collega’s omgeschoold of bijgeschoold moeten worden. Het aantrekken van nieuwe mensen is ook mogelijk.’ De dienstverlening van de veiligheidsregio is nu georganiseerd rond verschillende netwerken, constateerde M&I/Partners.

Brand&Brandweer

Volgens de onderzoekers een pluspunt, omdat de nieuwe dienstverlening zich juist in netwerken moet ontwikkelen. ‘De interne verbinding moet worden versterkt onder meer door middel van portfoliomanagement’, aldus Broekhuizen. ‘Dit is essentieel om goed te kunnen blijven adviseren.’ Digitaal loket De Omgevingswet brengt tevens de komst van het Digitaal Stelsel Omgevingsrecht (DSO) met zich mee. Ook hier heeft M&I/ Partners naar gekeken. ‘Een lastig punt en een flinke uitdaging’, stelt Broekhuizen. Het digitale loket waarmee de veiligheidsregio, gemeente, DCMR, GGD en andere partijen informatie kunnen vergaren en delen, een belangrijk aspect voor betere samenwerking, is nog niet volledig uitgewerkt. ‘De veiligheidsregio kan aan de slag om de informatiehuishouding klaar te maken voor uitwisseling met ketenpartners’, aldus De Jong. ‘Dat levert direct winst op. Dit begint met het standaardiseren van informatie.’ Broekhuizen: ‘De ontwikkeling van het DSO tot een goed en veilig systeem is in 2019 niet klaar, zoveel is duidelijk. Dat loopt tenminste door tot 2024. Tot die tijd gaan we waarschijnlijk werken met een ontwikkelvariant.’ Managementgame Omgevingswet Broekhuizen: ‘Een aantal uitkomsten wisten we wel, maar het is mooi dat er bevestiging is en een aantal zaken nu zwart op wit staat. We nemen de adviezen over en hebben inmiddels zes deelprogramma’s opgezet voor de verdere ontwikkeling, bijvoorbeeld voor het op orde krijgen van de informatievoorziening, de multi-advisering en het personeel. Op 1 januari 2019 zijn we nog niet klaar, maar staan we wel klaar. Ik denk dat dan tachtig procent goed is geregeld. Ik kan elke veiligheidsregio een analyse aanraden. Ik hoor van andere regio’s dat zij ook al lessen trekken uit onze analyse.’ ■

Sdu Uitgevers - nummer 5 mei 2017

15


person eel & org an isati e

Ambassadeurs van het schoon werken project in Friesland spreken over de te nemen maatregelen. Fotografie: Veiligheidsregio Fryslân

Schoon werken in de regio’s Bijna drie jaar geleden bleek uit steeds meer buitenlandse onderzoeken dat rook schadelijk is. Niet alleen het inademen, maar ook het contact van rook en roet met de huid, vergroot het risico op kanker. Regio’s zijn voortvarend met het onderwerp aan de slag gegaan en het schoon werken is geïntroduceerd. Waar hebben regio’s op ingestoken? En wat is inmiddels gerealiseerd? Vijf regio’s delen hun visie en werkwijze. Door JILDOU VISSER

Fryslân: Bewustwording en ambassadeurs eiligheidsregio Fryslân heeft in eerste instantie ingezet op het creëren van bewustwording. Daarnaast wordt in de regio ieder voertuig voorzien van een cleaning kit waarmee brandweerlieden na een inzet zichzelf kunnen schoonmaken en de regio heeft voor iedereen een tweede bluspak besteld. ‘Dat moet via een aanbesteding, dus het duurt nog even voor we die echt binnen hebben’, vertelt Nick Kits van Veiligheidsregio Fryslân. ‘Het belangrijkste is dat collega’s het belang inzien van schoon werken. Voordat we allerlei materialen aanbieden, willen we dat iedereen weet waarom we inzetten op

V

16

nummer 5 mei 2017 - Sdu Uitgevers

schoon werken. Daarom hebben we eerst een serie informatiebijeenkomsten georganiseerd voor bevelvoerders. Tijdens die bijeenkomsten heeft Frans van der Veen uit Gooi en Vechtstreek, vanuit zijn eigen ervaring verteld wat rook met je lichaam doet en hij heeft praktische en herkenbare voorbeelden en tips gegeven hoe je je gedrag aan kunt passen. Iedereen heeft weleens zijn of haar helm als tas gebruikt, dat is herkenbaar. Op het moment dat je ziet wat voor vieze spullen je erin legt en je de helm later zo weer op je hoofd zet, ga je nadenken. Dat slaat aan. De bevelvoerders gaven aan dat hun ploeg de presentatie ook moest zien, daarom hebben we de afgelopen maanden dezelfde bijeenkomsten georganiseerd voor de manschappen.’

Brand&Brandweer


Fotografie: Veiligheidsregio Gelderland-Midden

person eel & organ isati e

Na iedere bijeenkomst wordt gevraagd wie ambassadeur wil worden voor het project schoon werken. De ambassadeurs denken mee over hoe het vervolgtraject voor schoon werken in de regio kan worden vormgegeven. Kits: ‘We hebben nu iets meer dan vijftig ambassadeurs, verspreid over de regio. Dit zijn zowel manschappen als bevelvoerders. We gaan samen met de ambassadeurs uitdenken en uittesten welke maatregelen we gaan nemen en wat we daarvoor moeten faciliteren. We hebben budget en willen dit effectief inzetten. Het moet praktisch toepasbaar zijn. De ambassadeurs hebben daar inzicht in. Die ideeën werken we verder uit in de projectgroep. Daar zitten bijvoorbeeld ook medewerkers van planvorming, huisvesting, materieelbeheer en vakbekwaamheid aan tafel. De dingen die we doen, hebben immers ook gevolgen voor hun afdeling.’ Daarnaast zorgen de ambassadeurs volgens Kits voor draagvlak op de posten. ‘Samen werken we naar het einddoel toe. Schoon moet het nieuwe stoer worden.’ Haaglanden: Basis Ontsmettingseenheid In Veiligheidsregio Haaglanden wordt veel geïnvesteerd in het reinigen van brandweerpersoneel op locatie. De regio heeft hiervoor in samenwerking met leveranciers de Basis Ontsmettingseenheid (BOE) ontworpen en laten bouwen. ‘Dit is een vrachtwagen met dichte bak, met in de opbouw twee verwarmde wasstraten met alle faciliteiten die nodig zijn om schoon te worden’, begint teamleider materieel Arwin van de Zande. ‘Aan de buitenzijde van de opbouw is een wasbak voor de eerste reiniging van handen en gezicht. De eerste grove vervuiling van de uitrukkleding wordt buiten het voertuig verwijderd met een straal van de TS. De eerste stap is de kleedruimte. Hier kunnen gebruikers alle kleding uitdoen en in een waszak stoppen. Die waszak wordt gesloten en in de afgesloten ruimte onder de bank gedaan. Vervolgens stappen ze onder de douche. In de derde ruimte ligt een kledingpakket, bestaande uit een shirt, trainingspak, muts, slippers en een handdoek. In de laatste ruimte kunnen ze zichzelf registreren en hebben we eventueel nog reserve uitrukkleding en schone ademluchttoestellen en maskers.’ De uitrukkleding in de BOE is aanwezig voor noodgevallen, laat Van de Zande weten. Iedereen in Haaglanden heeft twee sets uitrukkleding. ‘Op het moment dat beide sets in de was liggen, krijg je een reservepak uitgereikt. Zo is iedereen na een incident direct weer inzetbaar.’ De vervuilde uitrukkleding wordt met de BOE naar de wasserij gebracht. Nadat ze gewassen zijn, worden ze door de koude logistieke dienst weer teruggebracht naar de juiste kazerne. ‘Iedere brandweerman of -vrouw heeft een eigen kledingnummer. Dit kledingnummer staat op alle kledingstukken (helm, firehoods, jassen en broeken), zodat we weten wat van wie is’, legt Van de Zande uit. ‘Daarnaast zit in ieder kledingstuk ook een RFID-tag (RadioFrequentie ID). Deze tag correspondeert met het kledingnummer, de gegevens van de kleding en de onderhoudshistorie. Zo kunnen we de kledingstukken scannen en snel terugbezorgen.’ Het grote voordeel van de BOE is volgens Van de Zande dat de vervuiling van bijvoorbeeld rook en roet echt op de plaats van het incident blijft. ‘We vertrekken schoon naar de incidentlocatie en keren schoon weer terug, blootstelling van het personeel wordt zo beperkt mogelijk gehouden en we voorkomen secundaire besmetting van voertuig en kazerne. Doordat we ter plaatse kunnen douchen, hoeven we in de kazernes ook geen aanpassingen te maken. De hele kazerne is schoon gebied.’ De BOE wordt in juni in gebruik genomen. De eenheid wordt dan standaard gealarmeerd vanaf middelbrand en is op verzoek beschikbaar.

Brand&Brandweer

Deze poster hangt op iedere kazerne in Gelderland-Midden.

Gelderland-Midden: praktisch en laagdrempelig Na de bijeenkomsten bij het IFV een paar jaar geleden is in de regio een projectgroep opgericht. ‘Wij zijn begonnen met de vraag wat schoon werken betekent voor onze organisatie. In het hele traject heeft maximaal draagvlak bij ons voorop gestaan. Daarnaast willen we maximale voorzieningen treffen om zo schoon mogelijk te kunnen werken. Maar we willen ook niet doorslaan, daarom hebben we sommige vraagstukken geparkeerd’, vertelt projectleider Evert-Jan Veldhuizen van Brandweer Gelderland-Midden. ‘Er zijn bijvoorbeeld nog veel vraagtekens als het gaat om de mate van bescherming die ons bluspak biedt tegen rook en roet. En over de mate van vervuiling van onze onderkleding. Het IFV doet daar onderzoek naar, die resultaten wachten we eerst af.’ Eén van de uitgangspunten binnen de regio is volgens Veldhuizen dat de posten en de TS schoon zijn en blijven. ‘Dat nemen we ook mee in de warme RI&E.’ Om dat te kunnen realiseren heeft de regio vijf arbeidshygiënebussen besteld waarin schone bluspakken, handschoenen en nekflappen liggen en waarin brandweerlieden zich kunnen omkleden. In tegenstelling tot Fryslân en Haaglanden heeft Gelderland-Midden ervoor gekozen om niet standaard voor iedereen een tweede bluspak aan te schaffen. ‘In overleg met de leveranciers hebben we besloten af te stappen van de persoonsgebonden bluskleding. Negentig procent van de personen past prima een standaard confectiemaat, daarom hebben we in de bus standaard maten bluspakken. De overige tien procent houdt wel de eigen persoonsgebonden kleding. Zij krijgen een tweede pak’, aldus Veldhuizen. ‘Het is te kostbaar om voor iedere brandweerman of -vrouw in onze regio een tweede pak te kopen. Veel van de posten hebben niet zoveel uitrukken. Zij zouden er

Sdu Uitgevers - nummer 5 mei 2017

17


Weet u hoe u een binnenbrand effectief en veilig kunt bestrijden?

Brandbestrijding: → Wanneer kies je voor HD, en wanneer vooral niet? → Ventilatie: wanneer is het zinvol, wanneer gevaarlijk? → Waarom is verkennen zo belangrijk? → Wat is nog veilig en gezond, waar liggen grenzen, hoe verloopt herstel?

Bestel direct op sdu.nl/brandbestrijding


Fotografie: Veiligheidsregio Gelderland-Midden

person eel & organ isati e

Frans van der Veen deelt zijn ervaring tijdens de theateravonden in Veiligheidsregio Gelderland-Zuid.

nauwelijks gebruik van maken. Door na een inzet het vieze pak in te leveren en een schone mee te nemen, maken we efficiënter en slimmer gebruik van de bluskleding. Bovendien scheelt het veel logistieke bewegingen. De gewassen kleding hoeft immers niet naar iedere afzonderlijke post te worden teruggebracht.’ Gelderland-Midden heeft drie incidenttypen vastgelegd waarbij schoon werken niet of nauwelijks mogelijk is en waar maatwerk noodzakelijk is. Veldhuizen: ‘Daarbij gaat het om natuurbranden, incidenten op snelwegen en oud en nieuw. Bij natuurbranden zie je in de praktijk dat we vaak in en uit de TS stappen, de TS wordt dan altijd vies. Onze bus mag niet met zwaailichten en sirenes rijden en dus niet over de vluchtstrook. Bij filevorming na een incident kan de bus niet op de incidentlocatie komen. Tot slot rijden we tijdens oud en nieuw vaak van incident naar incident. Schoonmaken na iedere inzet is dan niet mogelijk. Een schoonmaakactie van de post en TS is daarvoor de oplossing. We gebruiken ons gezonde brandweerverstand.’ Gelderland-Zuid: Theatervoorstelling Veiligheidsregio Gelderland-Zuid heeft op een niet-alledaagse wijze ingezet op bewustwording. In samenwerking met Arbo on Stage heeft de regio ervoor gekozen een theatervoorstelling op te zetten met sketches over het thema schoon werken. De voorstelling is vier keer in het theater uitgevoerd. Meer dan de helft van de repressieve brandweerlieden uit de regio heeft de voorstelling bezocht. ‘In de sketches hebben we situaties uitvergroot en ludiek neergezet om ook discussie in de zaal uit te lokken’, vertelt Pamela Meijs, projectleider arbeidshygiëne bij Veiligheidsregio Gelderland-Zuid. ‘Naast de sketches heeft brandweercollega Frans van der Veen zijn verhaal verteld over het belang van schoon werken en hadden we een interview-achtige setting met een bedrijfsarts en een toxicoloog over het onderwerp. De hele avond stond in het teken van bewustwording. Met name de sketches zorgden voor reactie uit de zaal. Dat was ook de bedoeling, want aan de hand van de sketches wilden we in gesprek met de collega’s.’ Hoewel uit sommige hoeken kritiek klinkt op de avond in het theater is volgens Meijs ook veel bereikt met de voorstellingen. ‘Het onderwerp is hierdoor echt gaan leven. Er wordt nog regelmatig terugverwezen naar de voorstelling. Dat het indruk heeft gemaakt is ook gebleken uit de evaluatie die we na afloop hebben gehouden.’ Op dit moment zet de regio vooral in op het aangrijpen van natuurlijke momenten om het onderwerp opnieuw onder de aandacht te brengen. Meijs: ‘We hebben een animatiefilm gemaakt die we bijvoorbeeld voorafgaand aan een realistische oefening kunnen

Brand&Brandweer

laten zien. Daarnaast hebben we twee arbeidshygiënevoertuigen aangeschaft. Bij incidenten kan deze op verzoek van de bevelvoerder of de OvD ter plaatse komen. De voertuigen zijn verwarmd en verlicht, zodat brandweerlieden zich aan boord kunnen omkleden. In de voertuigen hebben we schone bluspakken, onderkleding, ademluchttoestellen en nekflappen. De vieze materialen nemen we mee terug.’ De arbeidshygiëne-eenheid is sinds oktober operationeel en is tot maart al ruim veertig keer uitgerukt. Zuid-Limburg: Sanitaire faciliteiten In opleidings- en oefencentrum Margraten van Veiligheidsregio Zuid-Limburg zijn de sanitaire voorzieningen vernieuwd. ‘In SFTYcoll-verband, een netwerk van publieke trainingscentra, hebben we het stoplichtmodel bedacht’, vertelt Luc Valent van Veiligheidsregio Zuid-Limburg. ‘Op de oefenterreinen hebben we groene, oranje en rode zones ingericht. In de rode zone moet je alle beschermende middelen gebruiken. In de oranje zone hangt het van de situatie af en moet je dus goed kijken wat nodig is. In de groene zone ben je altijd veilig. Met die introductie hebben wij ook onze sanitaire voorzieningen vernieuwd, zodat je van vies gebied ook stapsgewijs weer teruggaat naar schoon gebied. Collega’s noemen het ook weleens de wasstraat.’ Na een oefening in het rode gebied betreden de brandweerlieden volledig aangekoppeld de nieuwe sanitaire voorzieningen om onder de stortdouche eerst het grootste vuil af te spoelen. Vervolgens kunnen ze de ademlucht afdoen en deze in een transportkist leggen. Daarna volgt de laarzenspoelmachine en worden de handschoenen gewassen. Als laatste kan het uitrukpak worden uitgedaan en in een waszak in een rode container worden gestopt. De helm, laarzen en handschoenen worden in een gesloten plastic zak in een doorgeefluik gezet. ‘Dan verlaat je de rode zone. In de oranje zone wordt de overall uitgedaan, die kan in de container met het oranje deksel. Dan is het tijd om te douchen. Na de douche kom je in de groene zone, oftewel in de schone kleedruimte, en trek je schone kleren aan. Vervolgens pak je de gesloten zak met je helm, laarzen en handschoenen buiten uit het doorgeefluik’, legt Valent uit. ‘We gaan stapsgewijs weer van rood naar groen. Het opleidings- en oefencentrum is een van de eerste dingen die we hebben aangepakt, omdat we het belangrijk vinden dat nieuwe collega’s het schoon werken direct goed aanleren. De school moet het goede voorbeeld geven.’ ■

Sdu Uitgevers - nummer 5 mei 2017

19


risicobeh eersi ng

Terrorisme, een aandachtspunt bij voorbereiding grote evenementen Na de aanslagen in onder andere Parijs, Brussel, Londen en Stockholm is een terroristische aanslag een van de scenario’s waar gemeenten en veiligheidsregio’s bij grote evenementen rekening mee moeten houden. Wat betekent dit voor de voorbereiding erop? Bij The Passion in Leeuwarden op 13 april waren alle mogelijke maatregelen getroffen. ‘We hebben de veiligheidsmaatregelen in de loop van de tijd steeds verder aangescherpt’, vertelt Claire de Jong, senior beleidsadviseur veiligheidszaken van Gemeente Leeuwarden. ‘Maar vergis je niet, de normale risico’s, zoals brand, vormden nog steeds de grootste risico’s.’

Door JILDOU VISSER Fotografie ANP

N

adat bekend wordt dat The Passion in Leeuwarden wordt georganiseerd, is een gemeentelijke projectgroep opgezet vanuit diverse afdelingen en met de GHOR, brandweer, politie en de uitvoeringsorganisaties van The Passion. De projectgroep is met de organisatie van het evenement om tafel gegaan. ‘Dat was in oktober. De EO had als organisator een externe veiligheidsorganisatie en de productieleiding ingehuurd. Zij hadden op basis van eerdere edities van het evenement in andere steden al een concept veiligheidsplan klaar. Dat was een goed uitgangspunt, maar het is nog zeker tien keer veranderd. Leeuwarden is immers een andere stad dan de steden waar het evenement eerder is georganiseerd. Samen met hen hebben we alle denkbare scenario’s steeds verder uitgewerkt en aangescherpt. Daarbij ging het onder meer om brand in de parkeerkelder of in een van de gebouwen aan het plein of langs de route, paniek in het publiek, het inrijden van een voertuig op de processie of een ontploffing.’

‘In de parkeergarage was brand het grootste risico’ Om te leren van vorige edities zoekt de projectgroep ook contact met gemeenten waar The Passion eerder is georganiseerd. ‘Van Groningen leerden we dat het crowd management na het evenement een groot aandachtspunt was. Daar stagneerde het op het station. In Leeuwarden hebben we daarom samen met Arriva en NS veel extra en grotere treinen en bussen ingezet om de afvoer van personen snel en vlekkeloos te laten verlopen.’ Daarnaast brengt een deel van het projectteam van Gemeente Leeuwarden en Veiligheidsregio Fryslân een bezoek aan Amersfoort, de stad waar een jaar eerder The Passion is georganiseerd. ‘We hebben ons daar laten informeren over hun aanpak’, aldus Marten Stol, 20

nummer 5 mei 2017 - Sdu Uitgevers

clusterhoofd risicobeheersing van Brandweer Fryslân. ‘Natuurlijk kijk je naar wat je van elkaar kunt leren, maar we hebben ook een aantal zaken echt anders gedaan. In Leeuwarden werken we standaard met een veiligheidsorganisatie, een vast team met betrokkenen uit de gemeente, veiligheidsregio en politie. Dat werkt goed. Vanuit dat team werken we ook samen met de organisator, dat hebben we in 2013 geleerd toen we Serious Request hier in de stad hadden. Daarnaast is Leeuwarden een andere stad dan Amersfoort, dat vraagt deels ook om andere maatregelen. Het plein waar The Passion is gehouden is omgeven door hoogbouw, het plein is bovenop een parkeerkelder, het pleinafsluitend gebouw is een groot museum en aan het plein grenst een rechtbank. Die laatste was een week lang beperkt toegankelijk.’ Parkeerkelder Ook de parkeerkelder vraagt om de nodige veiligheidsmaatregelen. ‘Niet zozeer op het gebied van een aanslag, want als er een bom in zou ontploffen heeft het plein erboven daar geen last van. Brand was daar het grootste risico. De ventilatieschacht van de parkeerkelder komt namelijk uit op het plein. In het geval van een grote brand in de parkeergarage zouden de bezoekers op het plein in de rook staan’, vertelt Stol. ‘De parkeergarage sluiten was geen optie en dus hebben we vanaf het einde van de middag tot ‘s avonds laat vier manschappen in de parkeergarage opgesteld. Zij hebben continu alles in de gaten gehouden. In het geval van een autobrand konden zij die snel blussen, zodat op het plein niemand er last van zou hebben.’ Route Een ander belangrijk aspect is de veiligheid en bereikbaarheid langs de route van de processie. Ook hier vormt brand een groot risico. De Jong: ‘Dat bleek een dag later des te meer toen brand uitbrak in een pizzeria langs de route van de processie. Als dat tijdens het evenement was gebeurd, hadden we over moeten gaan naar een van de alternatieve routes. Voor ieder deel van de route hadden we een alternatieve route achter de hand. Deze waren ook beveiligd.’ De beveiliging is soms gedaan met

Brand&Brandweer


risicobeh eersi ng

De wagens van de gemeentedienst fungeren als een mobiele wegafzetting.

betonblokken, maar vaker met mobiele afzettingen of door het open zetten van een brug. Dit moet voorkomen dat iemand met een auto of vrachtwagen op de processie en het publiek in kan rijden. ‘Je kunt niet alle delen van de route beveiligen met betonblokken, want dan kunnen de hulpdiensten er ook niet meer langs. Essentiële hulpverleningsroutes hebben we daarom beveiligd met mobiele afzettingen, bijvoorbeeld in de vorm van een politieauto, een gemeentevoertuig of een combinatie van beide. De chauffeurs stonden ernaast met de sleutel in hun zak, zodat ze in geval van nood de afzetting snel konden wegrijden.’ Deze maatregelen worden ook genomen bij het plein waar The Passion is en het overloopplein waarop bezoekers op een beeldscherm mee kunnen kijken. Bovendien wordt na de aanslagen in Londen en Stockholm een week eerder, besloten op de pleinen ook alle tassen te controleren. ‘Je bekijkt heel secuur wat nodig is om het evenement veilig te laten verlopen. Na de aanslagen hebben we daarom de maatregelen nog iets verder aangescherpt en dus ook de tassencontrole ingesteld’, vertelt Stol. ‘Dat waren zowel zichtbare als onzichtbare maatregelen.’ Brandweer Ook bij de lokale brandweerkorpsen wordt een aantal voorbereidingen getroffen, laat Stol weten. Zo hebben de twee kazernes in Leeuwarden de route verkend en heeft de veiligheidsregio een table-top oefening georganiseerd om een aantal scenario’s te doorlopen. Daarnaast zit het CoPI tijdens het evenement op de kazerne in Leeuwarden. ‘Op deze manier wisten we zeker dat het CoPI in geval van een calamiteit binnen tien minuten operationeel kon zijn. Bovendien hebben we alle tekeningen van de evenemententerreinen ingeladen op de iPads in de voertuigen

Brand&Brandweer

van de korpsen uit Grou, Marsum, Stiens en Menaldum’, legt Stol uit. ‘Op het gebied van terrorismegevolgbestrijding hebben de brandweereenheden eigenlijk niets speciaals gedaan. We hebben de duidelijke afspraak met de politie dat wij dan wachten op het sein dat alles veilig is, pas dan worden we ingezet. In veel gevallen hebben de GHOR en de politie bij een aanslag de grootste taak en zijn wij ondersteunend. Wij zijn niet getraind in bijvoorbeeld het aanleggen van tourniquets en hebben daar ook geen materialen voor op de TS. Dat is een taak van de medische dienst’, aldus Stol. ‘We hebben meerdere grote evenementen in de stad. Brandweerlieden weten wat we van ze verwachten. Vanuit die ervaring hoefden we bij The Passion niet veel anders te doen dan anders.’ Het evenement Op de dag van het evenement worden de evenemententerreinen twee maal geschouwd. Vanaf 17.00 uur zitten Stol en De Jong continu met het hele veiligheidsteam in de commandowagen. ‘Van daaruit konden we met camera’s en via het portofoonverkeer alles in de gaten houden. De sfeer was ontspannen. Alles liep als een trein. We waren er echt klaar voor. Natuurlijk kun je nooit garanties geven dat er niets gebeurt, maar we hadden er alles aan gedaan om de risico’s te minimaliseren’, vertelt De Jong. Stol vult aan: ‘Ik heb de hele dag geen moment het idee gehad dat er iets mis kon gaan. Toch was ik na afloop, naast dat ik erg tevreden was, ook opgelucht en erg moe. Je merkt dan toch dat het onbewust een spannende dag was. Bij dit type grote evenementen is het echt een meerwaarde dat je in het voortraject multidisciplinair samen optrekt. Mede daardoor is alles vlekkeloos verlopen.’ ■

Sdu Uitgevers - nummer 5 mei 2017

21


Training Base Weeze Net over de Nederlandse grens bevind zich in Weeze Duitsland, het grootste opleidingen- en realistische oefencentrum van Europa: Training Base Weeze. Training Base Weeze is hèt opleidingen- en realistisch oefencentrum voor professionele hulpverleners van Brandweer, Politie, Defensie en overige hulpdiensten als Geneeskundige Dienst en Internationale Humanitaire Hulpverleningsinstanties. Op dit oefencentrum wordt Nederlands, Duits én Engels gesproken. Multidisciplinair Opleidingen- en Realistisch Oefencentrum Training Base Weeze biedt professionele hulpverleners al jaren een goede en veilige leeromgeving. Kennis, vaardigheden en beroepshouding kunnen in een realistische context waar mogelijk verbeterd en getoetst worden. De realistische context bestaat uit een groot afgeschermd terrein van ongeveer 40 hectare, voorzien van diverse lesfaciliteiten en een enorme diversiteit aan kleine en grote oefenobjecten, gelegen in een complete stedelijke infrastructuur. Er wordt altijd gewerkt volgens actuele inzetprocedures en met inachtname van de nieuwste standaarden omtrent arbeidshygiene. En met een eigen hotel, restaurant en bar op de campus ook nog eens van alle gemakken voorzien! Nieuwe Oefenobjecten In 2017 is er weer een aantal nieuwe oefenobjecten brandbestrijding gereedgekomen. Met deze nieuwbouw heeft Training Base Weeze opnieuw meerwaarde gecreëerd voor het oefenen van brandweereenheden. Meest opmerkelijk is een realistisch simulatievliegtuig, een zogenaamde Mock-Up. Een toestel van staal (21 meter lang, 7 meter hoog!) waarin verschillende brandscenario´s kunnen worden beoefend: van cockpitbrand tot motorbrand (jet of propellor!), een brandend landingsgestel of brand in een bagageruimte of toiletruimte. Trainingen worden altijd begeleid door gecertificeerde instructeurs vliegtuigbrandbestrijding. Tevens beschikt Training Base Weeze over twee fantastische crashtenders. Verder is er nog een helicopter-mock-up gebouwd en is er een gewezen luchtwaardig vliegtuig (type ATR42) aangeschaft, waarin bijvoorbeeld instructie gegeven kan worden met betrekking tot technische hulpverlening. Voor Training Base Weeze is vliegtuigbrandbestrijding (ofwel Aircraft Rescue & Fire Fighting, kortweg ARFF) een nieuwe, maar logische aanvulling op het huidige portfolio.

Maar er is nadrukkelijk ook gedacht aan onze bestaande klanten. Veel voorkomend was de vraag naar een brandscenario in een eetgelegenheid met daarboven woningen. Tegenwoordig beschikken we dan ook over een heuse Pizzeria. Een klein restaurant in het oefendorp (zoals als in elke binnenstad terug te vinden is), waarin ook weer onder realistische omstandigheden getraind kan worden met verschillende brandbestrijdingstechnieken en inzettactieken. Daarnaast is er geïnvesteerd in alternatieven. Een aantal oefenobjecten wordt steevast door korpsen geboekt. Een voorbeeld hiervan is de carportbrand. Mede daarom is er een tweede carportbrand-scenario gerealiseerd. Maar ook scenario´s als een brand in een woning met zonnepanelen of een gasbrand in een lagedrukgasaansluiting van een woning zijn nieuw in ons `assortiment`. Niet onvermeld mag blijven dat vanwege de enorme toename van deelnemers (nu al bijna 30.000 per jaar!) er ook extra douches en kleedruimtes zijn gebouwd. Kortom, nergens anders kunnen professionele hulpverleners aangenamer, sneller en effcienter hun competenties ontwikkelen dan bij Training Base Weeze! Voor meer informatie: internet www.trainingbaseweeze.com telefoon 0049 (0) 2837665630 e-mail info@tb-weeze.com

Het IFV en de Politieacademie feliciteren de geslaagden met hun diploma Master of Crisis and Public Order Management (MCPM)

De MCPM is een multidisciplinaire opleiding voor overheid én bedrijfsleven. Inschrijven voor de MCPM in 2019: www.mastercpm.nl


Bran dvei lig Leven

Regionale successen komen samen in landelijke leerlijn Op dit moment wordt gewerkt aan een landelijke leerlijn over brandveiligheid voor basisschoolleerlingen. Niet één pakket voor heel Nederland, maar wel alle successen gebundeld om zo te komen tot eenzelfde boodschap. Wat is de kracht van de pakketten die er op dit moment zijn? We lichten er drie uit.

Door Jolanda Haven

Brandweerschatkist: groep 4 meest ontvankelijk l meer dan tien jaar is de Brandweerschatkist een groot succes in Veiligheidsregio Utrecht. Eerst in de stad, later in de regio. De Brandweerschatkist wordt gegeven aan leerlingen uit groep 4. ‘Leerlingen zijn op die leeftijd ontvankelijk voor dergelijke informatie blijkt uit wetenschappelijk onderzoek’, aldus Diana Bouwman van Veiligheidsregio Utrecht. ‘Door zowel leerlingen die les hebben gekregen als leer-lingen die dat niet hebben gekregen een vragenlijst in te laten vullen is bewezen dat de onderwezen leerlingen meer weten.’

A

Sneeuwbal Brandweerman Cor, die startte met het spelenderwijs onder de aandacht brengen van brandveiligheid aan leerlingen van groep 4 in Utrecht, stond later ook in Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek en Flevoland met een schatkist voor de klas. Het project breidde zich snel uit. Inmiddels geven in Utrecht ongeveer twintig brandweerlieden, waarvan een aantal vrijwilligers les aan groepen 4. Zo ook Bouwman. Sinds 2013 reist zij de provincie door. ‘In het begin waren we blij dat we in een schooljaar 35 klassen konden bezoeken. Nu, vijf jaar later, hebben we in een schooljaar al driehonderd scholen en een veelvoud aan groepen bezocht. Ruim 11.000 leerlingen hebben kennisgemaakt met de Brandweerschatkist en de inhoud ervan.’ Storytelling ‘De Brandweerschatkist bevat diverse items die als hulpmiddel dienen om ons verhaal over brandveiligheid onder de aandacht te brengen’, vervolgt Bouwman. ‘Door middel van storytelling weten we leerlingen mee te nemen en op een informele manier een belangrijk onderwerp onder de aandacht te brengen.’ De afgelopen jaren is weinig veranderd aan de Brandweerschatkist. Er zitten nog steeds dezelfde items in. Het gaat om het verhaal dat erbij wordt verteld en dat wisselt weleens per groep. Afhankelijk van de leerlingen, de grootte van de groep, hun achtergrond of door wat ze hebben meegemaakt. Ouders en verzorgers bereiken In de eerste jaren is Billy Brandkraan, het pakket dat is ontwikkeld door Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost, toegevoegd aan de lessen in Utrecht. Dit pakket bestaat onder andere uit een doe- en kleurboek en een sleutelhanger. ‘We wilden de leerlingen iets

Brand&Brandweer

Diana Bouwman geeft de Brandweerschatkist in groep 4. ‘Zij zijn het meest ontvankelijk voor de informatie uit het lespakket.’

meegeven naar huis zodat we ook hun ouders of verzorgers konden bereiken’, aldus Bouwman. Door faillissement van de uitgever bestaat Billy Brandkraan niet meer, daarom is dit vervangen door Professor Blussemans, ontwikkeld door Veiligheidsregio BrabantNoord. Zo krijgen leerlingen toch informatie mee naar huis. Wetenschappelijk onderzoek De adopterende regio’s van de Brandweerschatkist, Gooi en Vechtstreek en Flevoland, hebben in 2011 wetenschappelijk onderzoek laten doen naar onder andere de beste leeftijd om brandveiligheid met deze methode onder de aandacht te brengen. ‘Kinderen van zeven en acht jaar zitten in een scharnierleeftijd’, vertelt Bouwman. ‘Dat wil zeggen dat ze de dingen die ze horen, goed kunnen plaatsen en onthouden. Ze zijn ontvankelijk voor de informatie die ze krijgen. We hebben zelf ook onderzoek gedaan. We hebben een enquête gehouden onder leerkrachten en ouders over de vraag of er inderdaad thuis over brandveiligheid wordt verteld. Dat was het geval. In de enquête van de leerkrachten komt steeds naar voren dat zij dit een zinvolle les vinden. Iedereen geeft aan de les aan te bevelen bij collega’s.’ De regio wil aansluiten bij de landelijke leerlijn waar op dit moment aan wordt gewerkt en gaat daarom overstappen op het lespakket de Brandweer op School. Het kleur-en doeboek van Blussemans wordt vervangen. Daarnaast wil de regio dit lespakket ook aan de andere groepen aanbieden.

Sdu Uitgevers - nummer 5 mei 2017

27


Bran dvei lig Leven

Een van de onderdelen van het lespakket Smokey is het spel Smokey’s avontuur. Fotografie: Veiligheidsregio Drenthe

Smokey: sprekend beeldmerk Een beeldmerk dat tot de verbeelding spreekt, is Smokey de Rookmelder, de bulldog met brandweerhelm op. In Drenthe weet zo’n beetje iedere basisschoolleerling wie Smokey is en waar hij voor staat. ‘Er wordt meteen een link gelegd met de brandweer en lessen op school’, aldus medewerker Brandveilig Leven Annet Hulshof-Mourits van Veiligheidsregio Drenthe. ‘Hoewel we geen onderzoeken hebben gedaan, weten we uit ervaring en de feedback van kinderen en leerkrachten dat Smokey werkt om het veiligheidsbewustzijn bij basisschoolleerlingen te vergroten. Smokey helpt om het onderwerp dichtbij de kinderen te brengen.’ Er zijn knuffels van het beeldmerk, sleutelhangers en een enorme inflatable die in de regio te vinden is wanneer de brandweer voorlichting geeft. Het merk is ook terug te vinden in al het lesmateriaal of andere informatievoorziening over Brandveilig Leven. Sterk merk Smokey de Rookmelder start in 2009 in Drenthe. Het wordt in eerste instantie ingezet om rookmelders bij burgers te promoten. Het beeldmerk wordt populair nadat basisschoolleerlingen uit de groepen 1 en 2 bezoek krijgen van het knuffeldier Smokey. Smokey gaat bij iedere leerling een nacht logeren en ze krijgen opdrachten mee voor thuis. ‘We kregen diverse keren de vraag of Smokey te koop was’, aldus Hulshof. Dat Smokey zo’n sterk merk wordt, had de regio niet verwacht. Inmiddels staat het beeldmerk centraal tijdens alle lessen over brandveiligheid in het basisonderwijs. ‘We geven les aan alle klassen. Het onderwijs in onze regio vraagt daar ook om’, vertelt Hulshof. Voor alle verschillende groepen heeft de regio een les-pakket op maat samengesteld. ‘Uiteraard is de inhoud afgestemd op leeftijd en is er een verdieping per groep. Van Smokey gaat logeren voor de allerjongsten tot een quiz en Smokey’s avontuur en eventueel een ontruimingsoefening voor de hoogste groepen van het basisonderwijs. Smokey is preventie, geen rode brandweerwagen Leerlingen uit de groepen 3 tot en met 8 weten volgens Hulshof nog precies dat ze in groep 1 en 2 bezoek kregen van de knuffel Smokey. ‘Smokey wordt gekoppeld aan Brandveilig Leven en dus preventie. Niet aan een rode brandweerwagen. De lessen zijn gericht op het ontdekken, voorkomen en reageren bij brand. Spelenderwijs behandelen we diverse onderwerpen. Daarnaast krijgen de leerlingen van alle groepen een lesbrief mee naar huis waarmee ze thuis opdrachten kunnen uitvoeren, zoals het testen 28

nummer 5 mei 2017 - Sdu Uitgevers

Annet Hulshof laat een van de leerlingen het vluchtplan oefenen met behulp van de misty bril. Hoe lager ze bij de grond gaat, hoe meer zicht. Fotografie: Veiligheidsregio Drenthe

van een rookmelder of het oefenen van een vluchtplan. Zo wordt brandveiligheid thuis ook onder de aandacht gebracht. Ook de actualiteit nemen we mee, zoals het belang van het sluiten van deuren. Doordat we de lessen zelf samenstellen, kunnen we ze makkelijk aanpassen.’ Gastdocent In Drenthe geeft een gastdocent vanuit de brandweer les op school. Inmiddels zijn er negen brandweerlieden opgeleid, zowel beroeps als vrijwilligers. ‘De ervaring is dat wanneer een gastdocent het verhaal vertelt de informatie beter binnenkomt dan wanneer de leraar of lerares van school dat doet. De brandweer die op school komt, maakt indruk. Dat hebben we de afgelopen jaren meerdere keren teruggekoppeld gekregen’, aldus Hulshof. Hoewel de regio geen onderzoek heeft uitgevoerd of nulmetingen heeft verricht, weten ze uit ervaring en van hetgeen ze horen en zien, dat het lespakket succesvol is. ‘Leerlingen van groepen 7 en 8 weten vaak nog precies wat tijdens de les in eerdere klassen aan bod kwam’, besluit de brandweervrouw. ‘De kracht zit in herhaling. Hoe vaker ze over een onderwerp les krijgen, hoe meer ze er vanaf weten en hoe beter de informatie blijft hangen.’ Brandweer op School: vervanger van Billy Brandkraan In Twente hebben alle basisscholen bezoek gehad van de brandweer. ‘Een score van honderd procent, voor minder doen we het niet’, aldus medewerker Brandveilig Leven Paul Sijtema uit Twente, eveneens vrijwillig bevelvoerder. Voor iedere groep

Brand&Brandweer


Bran dvei lig Leven

Paul Sijtema: ‘De kracht van onze aanpak is dat we veel moeite doen om de school te overtuigen van lessen over brandveiligheid.’

Tijdens een les over brandveiligheid mag de brandweeruitrusting niet ontbreken. Fotografie: Veiligheidsregio Drenthe

heeft de regio een lespakket samengesteld dat is gebaseerd op het lespakket Billy Brandkraan. Op een ochtend gaat een ploeg van ongeveer vijf brandweerlieden in een oude TS naar een school om aan alle groepen les te geven. Dit met zowel beroeps als vrijwilligers. Sijtema: ‘Dat maakt indruk, maar het gaat natuurlijk om het verhaal erachter. Onze lessen zijn gericht op preventie.’ Na de zomer stapt de regio over op Brandweer op School, de vervanger van Billy Brandkraan. Het uitgangspunt blijft hetzelfde. Er is alleen een quiz voor groep 7 en 8 toegevoegd en de lesboekjes zijn vernieuwd. Daarnaast worden de groepen 8 van de basisscholen uit Twente uitgenodigd om de Risck Factory op Troned te bezoeken. Dit is geen verlengstuk van De brandweer op school, maar sluit wel aan bij de gegeven lessen. Netwerken en capaciteit vrijmaken ‘De kracht van onze aanpak is dat we veel moeite doen om de school te overtuigen van lessen over brandveiligheid. De scholen hebben al een gevuld programma en staan er niet altijd meteen om te springen’, aldus Sijtema. ‘Het contact met de scholen is goed doordat we investeren in dat netwerk. Daarnaast is er in onze regio capaciteit voor vrijgemaakt waardoor we het ook goed weg kunnen zetten. Wij bieden vrijwilligers de mogelijkheid om mee te gaan naar de scholen en les te geven. De juiste mensen op de juiste plaats hebben is van belang. Ook bieden wij de lessen gratis aan op school. Een kopje koffie, meer kost ons bezoekje niet.’

kunnen we net zo goed alle klassen bezoeken. De groepen 1, 2 en 3 leren met behulp van de brandweerauto over brandveiligheid. Ze mogen in de wagen zitten en we stellen ze wat vragen. Het is heel speels. Voor de groepen 4, 5 en 6 hebben we een verkleedkist in de groep. Daarin zit de complete uitrusting van een brandweerman -vrouw. Het doel ervan is een bruggetje te maken naar de thuissituatie. We dragen een masker in verband met de rook. Daarbij leggen we de gevaren van rook uit in hun eigen huis met daaraan natuurlijk gekoppeld het belang van werkende rookmelders.’ De thema’s voorkomen, melden en vluchten staan centraal. In groep 7 en 8 gaan we wat dieper in op de materie. Ook bieden we de school de mogelijkheid om een ontruimingsoefening te houden. ‘Die ervaring kunnen we dan meteen in de les meenemen’, aldus Sijtema. Continu verbeteren De afgelopen jaren heeft de regio de lespakketten voor de groepen aangepast op basis van eigen ervaring en op basis van onderzoek door studenten. ‘We werken veel samen met hogescholen en de universiteit’, vervolgt Sijtema. ‘Zij hebben onderzocht welke informatie het best blijft hangen en welke manier van lesgeven het meest effectief is. De manier van lesgeven is belangrijk. Je moet aansluiting vinden bij zowel de dromers, denkers, beslissers en doeners. We streven continu naar verbetering.’ ■

Landelijke leerlijn Op initiatief van het Districtscoördinatorenoverleg Brandveilig Leven van Brandweer Nederland is 29 juni een bijeenkomst om alle lespakketten die er in Nederland zijn, tegen het licht te houden. De bijeenkomst wordt georganiseerd door Gerrit-Jan Ruesink van Veiligheidsregio Drenthe en is in Assen. ‘We gaan aan de slag met het opstellen van een landelijke leerlijn zodat we overal in het land in dezelfde basisschoolgroepen dezelfde boodschap over brandveiligheid gaan vertellen’, aldus Ruesink. ‘Dat betekent niet dat er één lespakket komt voor heel Nederland. Er zijn zoveel goede pakketten ontwikkeld de afgelopen jaren. We kijken naar de kracht van alle pakketten, daar willen we een rode draad uithalen. Alle vertegenwoordigers uit de

Bruggetjes maken Vijf jaar geleden is de regio gestart met lessen aan groep 7 en 8. Sijtema: ‘Maar we wilden meer. Als we toch op school zijn,

Brand&Brandweer

regio’s zijn uitgenodigd om te praten over de inhoud van de landelijke leerlijn.’

Sdu Uitgevers - nummer 5 mei 2017

29


Gevaarlijke Lading is vernieuwd! Het online platform voor vervoer en opslag van gevaarlijke stoffen

Wat vindt u op de nieuwe Gevaarlijke Lading:  Europese regelgeving voor het vervoer van gevaarlijke stoffen: ADR, RID, ADN, IMDG  Uitgebreide stofinformatie per UN-nummer en/of stofnaam, per vervoerswijze  Praktijkinformatie, tools en checklists (1000-puntentool, tabel(len) A in Excel-formaat, etc.)  Nieuws, blogs, artikelen en meer Voor wie? Gevaarlijke Lading wordt gelezen door functionarissen bij transport- en opslagbedrijven, toezichthouders, overheden, incidentenbestrijdingsdiensten, toeleveranciers, producenten, opleiders, adviesbureaus en brancheverenigingen. Er zijn ook andere abonnementsvormen mogelijk zoals Wegvervoer, Binnenvaart, Spoorvervoer en Zeevervoer.

Ga voor meer informatie naar www.sdu.nl/gevaarlijkelading


on der de h elm

‘Die kinderogen die schreeuwden om hulp vergeet ik nooit meer’ ‘Er klopte iets niet aan de melding.’ Eerste bevelvoerder Rudy Buchner wordt op 12 augustus vorig jaar gealarmeerd voor een schuurbrand aan de Donker Curtiusstraat. ‘Dat kan niet, daar zijn geen schuren. Het is een straat met portiekflats. Wat het wel was, wist ik toen nog niet.’ Aanrijdend volgt het bericht dat een kind met brandwonden al onder de douche is gezet. ‘Mijn gedachten schoten heen en weer tussen een schuurbrand en een kind met brandwonden. Er klopte iets niet.’ Dat gevoel wordt bij het ter plaatse komen bevestigd.

Door JILDOU VISSER fotografie Brecht Steenhouwer

‘T

oen we de straat inreden zag ik aan de mensen dat er iets ernstigs was’, vertelt Buchner. ‘Ik keek goed om me heen om een beeld te vormen. Wat ik hier zag, kon ik niet plaatsen. Bij een van de kelderboxen was het raam eruit geslagen, daar kwam rook uit. Er zaten vegen bloed aan de buitenmuur. Wat is hier gebeurd? Dat was de enige vraag die ik kon bedenken.’ De eerste TS rijdt dan nog een stukje verder tot Buchner door de voorruit een man op de grond ziet zitten met een kind in zijn armen. Het kind is volledig verbrand. Hij kijkt naar rechts en ziet nog twee ernstig verbrande personen. ‘Ik ben altijd rustig en heb in mijn brandweercarrière veel meegemaakt, maar hier ontschoten me wat vloekwoorden.’ De bevelvoerder zet zijn manschappen in op het koelen van de brandwonden en gaat zelf op zoek naar meer slachtoffers en naar de brandhaard. Die blijkt dan al uit te zijn. ‘Ik ben vervolgens teruggegaan naar de slachtoffers en mijn manschappen. Ik zag aan iedereen dat het een heftige inzet was, de emotie was van de gezichten af te lezen’, vertelt Buchner. ‘Ik krijg nog kippenvel als ik eraan terugdenk.’ De brandweerlieden zetten alles op alles om de slachtoffers zo goed mogelijk te behandelen. ‘Het kind heeft de grootste indruk gemaakt. Hij keek me aan met ogen die schreeuwden “help me!” Ik wist dat het niet kon, dat we niets voor dit jongetje konden doen. Ik heb het idee dat hij geen pijn meer had, zo ernstig waren de brandwonden. Praten kon hij niet meer. Het was een donkere jongen, maar de huid was wit. Dat beeld krijg ik niet snel van mijn netvlies. Ik heb zelf ook een kleinkind. Je probeert zo professioneel mogelijk te blijven, maar die kinderblik doet pijn. De volwassen man bij wie hij in de armen lag schreeuwde alleen maar: “help hem, help hem!” Zelf had hij ook brandwonden en zijn handen en voeten waren kapot.’ De verpleegkundigen van de ambulance en het Mobiel Medisch Team zijn snel ter plaatse. ‘Ook bij hen zag je de emotie op het gezicht.’ Tijdens de inzet houdt Buchner zijn manschappen goed in de gaten. ‘We hebben elkaar ondersteund, ook de bemanning van de tweede TS heeft ons geholpen met de slachtoffers. We losten elkaar continu af. Het was een ontzettend intensieve inzet, vooral mentaal.’ Als alle slachtoffers zijn weggebracht ontstaat bij de brandweerlieden pas ruimte om na te denken, ook over andere

Brand&Brandweer

Rudy Buchner

dingen dan alleen de slachtoffers. Buchner: ‘Er ging veel door me heen. Ik wilde weten wat er was gebeurd. Dat beeld hebben we nooit compleet gekregen. Ik weet dat de brand is ontstaan in de kelderbox terwijl de volwassenen en het kind erin waren. Zij hebben het raam van de kelderbox ingeslagen en zijn naar buiten geklommen, daarom waren ook alle handen en voeten van de slachtoffers kapot en zat de muur onder het bloed.’ Na de inzet gaan alle hulpverleners naar de kazerne voor een technische nabespreking en een gesprek met het Team Collegiale Opvang (TCO). ‘Vanuit de oude brandweercultuur had ik nooit zoveel behoefte aan het BOT, nu TCO, maar dit keer heb ik het als zeer prettig ervaren. Per persoon hebben we besproken hoe we de inzet hebben ervaren. Dat gaf een goed gevoel. Een volgende keer alarmeer ik ze weer als dat nodig is. In de periode erna zijn ze nog een paar keer langsgeweest. Dit zijn de inzetten waarna je merkt dat de brandweer de afgelopen dertig jaar is veranderd. Vroeger was het not done om te praten, dat doen we nu veel meer. Het is fijn dat je het er met je collega’s over kunt hebben, want dit zijn beelden die je wel even bijblijven.’ ■

Sdu Uitgevers - nummer 5 mei 2017

31


Preparati e

Op naar een toekomstbestendige bluswatervoorziening

Fotografie: Ginopress

De brandweer in Nederland kan niet zonder bluswater, er is behoefte om naast brandkranen met alternatieve oplossingen de bluswatervoorziening toekomstbestendig te maken. Dat is een van de conclusies na een inventarisatieronde in zeven veiligheidsregio’s. De Programmaraad Incidentbestrijding van Brandweer Nederland heeft in een interviewreeks en een netwerkbijeenkomst geïnventariseerd wat de behoeftevraag en het beleid van de regio’s is op het gebied van bluswatervoorziening en hoe deze informatie beter kan worden gedeeld. Ook de relatie tussen brandweer, gemeenten en waterleidingbedrijven wordt in kaart gebracht en op basis daarvan verder versterkt.

Nederland kan niet geheel zonder brandkranen. ‘Voorlopig niet althans’, aldus Casper Dollekamp.

Door Ellen Schat

B

luswatervoorziening is een belangrijk thema in veel veiligheidsregio’s. Dat heeft onder andere te maken met de revisie van het waterleidingnet die aan de gang is. In Nederland ligt een waterleidingnet van ongeveer 120.000 kilometer, dat van oudsher als bluswatervoorziening wordt gebruikt. De waterleidingbedrijven zijn begonnen dit netwerk, dat soms ouder is dan honderd jaar, te vervangen. Circa zes procent van de leidingen is aangepast en klaar voor de toekomst. Als het waterleidingnetwerk wordt gereviseerd, is het van belang vooraf de behoefte aan bluswater in de regio onder de loep te nemen. ‘Boven de grond ziet Nederland er nu heel anders uit dan toen de leidingen zijn aangelegd’, vertelt Casper Dollekamp. Hij voert namens de Programmaraad Incidentbestrijding de landelijke inventarisatie uit. 32

nummer 5 mei 2017 - Sdu Uitgevers

De gemeenten zijn primair verantwoordelijk voor de bluswatervoorziening en de controle op de bereikbaarheid, maar hebben dat in een aantal gevallen uitbesteed aan de veiligheidsregio’s. Dit betekent dat er een intensieve samenwerking tussen gemeenten, waterleidingmaatschappijen en veiligheidsregio’s moet zijn. Dollekamp: ‘We hebben elkaar nodig. Door duidelijk inzicht te hebben in de behoeftevraag van de regio’s, de verantwoordelijkheden van de gemeenten en de leveringscapaciteit van waterleidingmaatschappijen kan een zo optimaal mogelijke bluswatervoorziening worden gerealiseerd. Samenwerking op landelijk niveau is een voorwaarde. Het voorkomt frictie tussen de partijen. Die frictie is er in het verleden zeker geweest, vaak veroorzaakt door het redeneren vanuit eigen belang in plaats van oog te hebben voor het gezamenlijke. Tijdens een door de veiligheidsregio’s drukbezochte netwerkbijeenkomst is duidelijk geworden dat alle partijen zich er bewust van zijn dat met het uitspreken van juiste

Brand&Brandweer


Preparati e

Casper Dollekamp: ‘Je moet per regio kijken naar de behoefte, op basis van de risico’s en wat mogelijk is qua levering.’

Vier regio’s Vier regio’s deelden hun kennis tijdens de themabijeekomst in april. • Veiligheidsregio Drenthe schafte stapsgewijs 20.000 brandkranen af en schakelde over op stationering van 29 watertankwagens die achter de tankautospuiten aanrijden en op open water en aangelegde vulpunten aangesloten kunnen worden. Een unieke situatie. Drenthe kwam tot deze innovatie toen bleek dat de bluswatercapaciteit via leidingen weleens tekortschoot. Bij opschaling kan een volgende tankwagen worden opgeroepen. • Midden- en West- Brabant heeft de problematiek vanuit de focus beleid aangevlogen. Zij werkt nauw samen met de twee andere Brabantse veiligheidsregio’s, omdat hetzelfde waterleidingbedrijf

verwachtingen naar elkaar, goede stappen kunnen worden gezet. De brandweer is nu aan zet. Bijvoorbeeld door de behoefte aan bluswater en de mogelijke alternatieven, zoals tankwagens, bluswaterriolen en geboorde putten beter in kaart te brengen.’

(Brabant Water) is betrokken bij de bluswatervoorziening. Het beleid is in die regio’s hetzelfde, maar de uitvoering verschilt, gebaseerd op het risicoprofiel. Regio’s en gemeenten kunnen zelf kiezen of ze voor de traditionele bluswatervoorziening gaan of dit combineren met voortschrijdende inzichten en technieken als tankwagens en

Dunnere leidingen en andere capaciteit Dat het thema bluswater actueel is, komt doordat nieuw aangelegde leidingen vaak dunnere leidingen zijn, omdat die de waterdoorstroom en daarmee de kwaliteit van het drinkwater bevorderen. Door andere diameters toe te passen ontstaat een leidingnetwerk dat zelfreinigend is. Volgens Dollekamp betekenen dunnere leidingen voor de brandweer niet per definitie een tekort aan bluswater, zoals in de media weleens wordt geschreven. ‘Maar de capaciteit verandert in sommige situaties wel. Wat betekent dit exact? Hoeveel bluswater hebben we waar nodig en wat kan worden geleverd? Welke alternatieven zijn mogelijk? Regio’s staan bij deze vraagstukken stil bij het formuleren van hun behoeftevraag aan bluswater. Naast het veranderende waterleidingnetwerk spelen de andere wijze van repressief optreden en het beschikbaar hebben van ander repressief materieel ook een rol. Ze beïnvloeden onze behoeftevraag. Het gaat daarbij om het zo goed mogelijk inrichten van onze bluswatervoorziening tegen maatschappelijk zo gunstig mogelijke kosten.’ Iedere regio is anders en heeft eigen specifieke risico’s. Dollekamp: ‘Regio’s hebben daardoor andere keuzes gemaakt in het prioriteren van de vraagstukken die in hun regio leven. Een aantal regio’s heeft al een vast omlijnd beleid, zoals Midden- en West-Brabant. Door het thema gezamenlijk op te pakken wordt invulling gegeven aan een brede behoefte van de regio’s.’ Landelijk beleid Op initiatief van Veiligheidsregio Hollands-Midden is in 2016 een korte enquête gehouden onder alle regio’s over de bluswatervoorziening. Daar kwam onder andere uit dat iedere regio een andere behoeftevraag heeft. Ook bleek dat het beleid tussen waterleidingmaatschappijen, gemeenten en veiligheidsregio’s nog niet altijd optimaal op elkaar aansloot. Landelijk beleid kwam er met de Handreiking Bluswatervoorziening en Bereikbaarheid in 2012, een grote verbetering met de situatie daarvoor volgens Dollekamp. ‘Nu blijkt dat er behoefte aan aanscherping is. Regio’s geven op dit moment een eigen invulling aan deze regels. Het is tijd voor een aanvulling op de landelijke leidraad, zodat de tien waterleidingbedrijven, de gemeenten en veiligheidsregio’s weten wat ze van elkaar mogen verwachten. Waar die aanvulling uit bestaat, wordt duidelijk nadat we een uitgebreide analyse hebben gedaan.’ De analyse bestaat uit interviews over de bluswatervoor-

Brand&Brandweer

geboorde putten. Onderdeel van het beleid is ook de bluswatermatrix voor de bluswaterbehoefte per maatgevend incident, waarin gebruiksfuncties en gebiedstypes zijn gecombineerd. • Veiligheidsregio Noord- en Oost Gelderland heeft zich met name gericht op de prestatie-eisen. Ze heeft de behoefte en de mogelijke levering van bluswater in het gebied naast elkaar gelegd. Op basis daarvan zijn voorstellen gedaan in samenwerking met waterleidingmaatschappij Vitens en de gemeente, om de bluswatervoorzieningen zo optimaal mogelijk vorm te geven. • Veiligheidsregio Kennemerland is vooral bezig met de bestuurlijke kant van bluswatervoorziening. Hoe kaart je de bestuurlijke kant van knelpunten in de bluswatervoorziening goed af?

ziening. Ook andere regio’s wordt nog gevraagd naar hun ervaringen en ideeën. In juni is een analyse klaar die, met voorstellen voor een verdere aanpak, aan de Programmaraad Incidentbestrijding wordt voorgelegd. Optimalisatie De conclusie dat Nederland niet geheel zonder brandkranen kan, kan volgens Dollekamp al worden getrokken. ‘Voorlopig niet althans.’ Drenthe schafte afgelopen jaren stapsgewijs de 20.000 brandkranen af en laat sindsdien grote tankwagens meerijden om branden te blussen. Daarnaast heeft het specifieke voorzieningen voor bepaalde risico-objecten. Het bespaart circa twee ton jaarlijks, geld dat anders aan het waterleidingbedrijf afgedragen moet worden voor onderhoud aan de leidingen. Sommige andere regio’s, zoals Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland en Midden- en West- Brabant overwegen dergelijke mogelijkheden ook, maar veelal in combinatie met het huidige netwerk van brandkranen. ‘Drenthe heeft aangegeven dat dit voor hen de meest optimale oplossing is, afgestemd op hun risicogebied. De regio kan met dit systeem bij elke incidentgrootte voorzien in een goede bluswatervoorziening. De komende periode start een evaluatie om te kijken welk effect de verandering heeft gehad en welke verbeteringen nog plaats moeten vinden’, zegt Dollekamp. ‘Maar Drenthe is geen Utrecht, of Limburg. Je moet per regio kijken naar de behoefte, op basis van de risico’s en wat mogelijk is qua levering. Dan kan de regio pas een keuze maken welke voorzieningen zij nodig heeft.’ ■

Sdu Uitgevers - nummer 5 mei 2017

33


Congres

Brandweercongres over de kracht van verbeelding ‘Het komende Brandweercongres prikkelt de verbeelding’, begint Olav Strotmann, voorzitter van de congrescommissie. Het Brandweercongres 2017 is op 5 en 6 oktober in de Efteling. Het thema is Dromers, Doeners, Doorzetters. ‘De Efteling is een prachtige locatie die uitnodigt om vooruit te kijken en te inspireren. Daar willen we met het programma op aansluiten.’

De Efteling haalt het kind in iedere brandweerman naar boven.

Door JILDOU VISSER

D

at dromen in het thema terug moest komen, lag volgens Strotmann voor de hand. ‘Nadat we het vorige congres hebben geëvalueerd, zijn we gaan nadenken over het thema voor dit jaar. Als je bij de Efteling gaat associëren, kom je al snel uit op de verbeelding en dromen. Dat past ook bij de brandweer. We hebben vroeger allemaal als kind weleens gedroomd van het worden van brandweerman of -vrouw. Brandweerlieden zijn bovendien doeners en doorzetters. Bij het laatste gaat het ook over de dromen van de toekomst en hoe je die kunt bereiken.’ De locatie Hoewel de locatie veel inspiratie geeft, brengt het ook de nodige uitdagingen met zich mee. ‘Het park heeft een theater, dat wordt de basis voor dit congres. Daarnaast zijn er vier grote zalen voor de grotere programmaonderdelen, het Fata Morgana Paleis, het 34

nummer 5 mei 2017 - Sdu Uitgevers

Droomvlucht Paleis, het Carrousel Paleis en de Wolkenvaarder. Het park heeft maar weinig kleinere ruimtes voor de workshops. Dat was een uitdaging’, vertelt de voorzitter van de congrescommissie. De workshops worden daarom dit jaar gegeven als huiskamersessies. ‘We slapen op Vakantiepark Bosrijk. Een prachtig park met allerlei huisjes in de stijl van Anton Pieck. De workshops op de donderdagmiddag zijn onder andere in de huiskamers van die huisjes.’ Dit betekent volgens Strotmann dat de masterclasses die normaal op de donderdagmiddag van het Brandweercongres zijn, verhuizen naar de vrijdagmiddag en de workshops op donderdagmiddag worden gegeven. ‘Dat past ook bij de verandering die we als congres willen doorvoeren. Van oorsprong leeft sterk het beeld dat de donderdag vooral bedoeld is voor officieren en de vrijdag meer voor de werkvloer is. Het congres van vorig jaar heeft dat beeld bevestigd, dat kwam met name door de locatie. Troned op vrijdag was automatisch meer uitnodigend voor de werkvloer. Dat willen we veranderen en dat kan in de Efteling. Beide dagen zijn echt voor iedereen.’

Brand&Brandweer


Congres

Programma Hoe het programma inhoudelijk precies ingevuld wordt, is nog niet helemaal bekend. ‘We zijn nog druk bezig met het regelen van alle sprekers. We kunnen al wel verklappen dat Ynzo van Zanten van Tony’s Chocolony op het programma staat. Hij vertelt over hoe de droom van honderd procent slaafvrije chocola heeft geleid tot een goedlopend bedrijf. Verder komt filosoof en cabaretier Paul Smit vertellen over de werking van ons brein en het effect van dromen. Hoewel we bij de brandweer veelal doeners zijn, is ook het brein essentieel in ons vak. Het werkt niet altijd zoals we verwachten, bijvoorbeeld in stressvolle situaties’, vertelt Strotmann. ‘Daarnaast maken we in het programma de aansluiting met de Efteling. We willen het park er echt bij betrekken, ook inhoudelijk. We zijn benieuwd hoe zij omgaan met de kracht van verbeelding. Iemand heeft immers

Rotterdam. Daarnaast hebben we denk ik een mooie doorontwikkeling gemaakt in het programma. We proberen het echt voor iedereen binnen de brandweer aantrekkelijk te maken, van risicobeheersing tot repressie en van vrijwilliger tot beroeps.’ Over het hoogtepunt in de vijf jaar dat Strotmann betrokken is, is hij duidelijk. ‘Dat moet nog komen. Dat is het aankomende congres. Je moet immers altijd stoppen op je hoogtepunt’, grapt hij. ‘Wat dit congres zo bijzonder gaat maken? De locatie. Ik ben echt trots dat het ons is gelukt om het congres in de Efteling te organiseren. Het haalt echt het kindgevoel in je naar boven. Het worden twee bijzonder inspirerende dagen over de kracht van verbeelding en het vermogen om door te zetten.’ ■ Voor meer informatie: www.brandweercongres.nl.

De theaterzaal is de basislocatie in het programma.

ooit de attractie de Droomvlucht bedacht. De ontwerper heeft anderen meegekregen in zijn ideeën om deze attractie te realiseren. Dat lijkt ver verwijderd van ons vak, maar bij de brandweer proberen wij ook andere partijen, zoals burgers en bedrijven, mee te nemen in onze boodschap en te inspireren om brandveilig gedrag te vertonen.’ Daarnaast komen er themarondleidingen door het park. Bijvoorbeeld op het gebied van risicobeheersing of repressie. ‘En bij een goed Brandweercongres hoort natuurlijk het diner en de feestavond’, aldus Strotmann. ‘Dat doen we ‘s avonds, na sluitingstijd, in het park. Dat wordt erg bijzonder.’ Het hoogtepunt Het aankomende congres is het laatste congres waarbij Strotmann voorzitter van de congrescommissie is. ‘Ik stop, met pijn in het hart. Ik ben nu vijf jaar betrokken bij deze fantastische klus en dit is mijn vierde jaar als voorzitter. Het is de leukste functie die je kunt hebben. We hebben een fantastisch creatief team dat gedreven is er ieder jaar weer wat moois en verrassends van te maken. Maar het is ook druk. Bovendien is het voor het congres goed dat een nieuwe voorzitter de boel gaat leiden. Na dit jaar neemt Marijn van Eijsden uit Hollands Midden het stokje van me over’, aldus Strotmann. Hij kijkt tevreden terug op de jaren dat hij de commissie heeft geleid. ‘We zijn vanaf het begin af aan echt op zoek gegaan naar andersoortige, bijzondere locaties. Dat begon al bij het eerste jaar in de Maassilo in

Brand&Brandweer

Olav Strotmann: ‘We proberen het congres voor iedereen aantrekkelijk te maken.’ Fotografie: Ad Hupkes

Inschrijven De inschrijving voor het congres start op 8 mei. Strotmann waarschuwt dat de inschrijving voor de huisjes in Vakantiepark Bosrijk sluit op 1 juli. ‘Op basis van de inschrijvingen, gaan we een indeling maken waarbij we zoveel mogelijk directe collega’s bij elkaar in een huisje willen plaatsen. Schrijf je je na 1 juli in, dan ben je afhankelijk van de plaatsen die over zijn gebleven.’

Sdu Uitgevers - nummer 5 mei 2017

35


40 jaa r

‘Vroeger hadden we plastic brandweerpakken’

vakblad voor brandweer, hulpverlening en rampenbestrijding

Brand&Brandweer bestaat dit jaar veertig jaar en dat vieren we met een reeks verhalen. Daarin blikken we met een aantal jubilarissen terug op vier decennia brandweer. En we kijken vooruit. Hoe verwacht de nieuwe generatie dat de brandweer er over veertig jaar uitziet? Deze keer is het de beurt aan oudgediende Jan Slakhorst uit Renkum en nieuweling Astrid van Elk uit Dieren.

Door marco van der leest

Jan Slakhorst, oud-plaatsvervangend commandant Brandweer Gelderland-Midden: Hoe zag het brandweerkorps in Renkum er veertig jaar geleden uit? ‘Anders. Het was in die tijd veel kleinschaliger. We hadden nog een gemeentelijke meldkamer. De centralisten, maar ook de vrijwilligers op de auto kenden alles uit hun hoofd: procedures, locaties van brandkranen en rijroutes. Het was ook de laatste periode van de ordonnance, die in opdracht van de bevelvoerder berichten vanuit de telefooncel doorgaf aan de meldkamer. En we stonden aan het begin van de regionalisering. Het materieel veranderde ook. Destijds droegen de vrijwilligers een soort plastic pakken om niet nat te worden. Ook waren er korpsen met wollen overalls en leren jassen tegen de hitte. Pas veel later kwam bluskleding die vergelijkbaar is met de huidige uitrusting.’ Kunt u zich uw eerste brandweeropleiding nog herinneren? ‘Jazeker! In het voorjaar van 1976 ben ik begonnen. Ik was toen al in het bezit van een groot rijbewijs en na een interne opleiding tot brandweerchauffeur, wat vooral pompbediende betekende, kon ik aan de slag. Geweldig! Ik vond de brandweer zo aantrekkelijk dat ik later besloot beroeps te worden. Zo kwam ik, na de opleiding tot brandweerofficier op de Rijks Brandweer Academie, bij de regionale brandweer in Groningen. Later ben ik teruggegaan naar Gelderland. Ik woonde toen weer dichterbij mijn familie, vrienden en de mooie omgeving natuurlijk. Na verschillende opleidingen en functies ben ik plaatsvervangend directeur/commandant van Veiligheidsregio Gelderland-Midden geworden. Daar ben ik vorig jaar mee gestopt. Dat kon door de levensloopregeling en gedeeltelijk pensioen.’ Wat is de grootste verandering die u bij de brandweer heeft meegemaakt? ‘De regionalisering en automatisering. Vroeger hadden we op iedere wagen een boek met alle informatie. Dat werd nauwelijks gebruikt, omdat alle mannen in de buurt woonden en iedere locatie makkelijk wisten te vinden. Ergens in de jaren tachtig 36

nummer 5 mei 2017 - Sdu Uitgevers

Jan Slakhorst: ‘Als projectleider van het landelijke project Natuurbrandbeheersing kan ik me nog steeds bezighouden met de inhoud van het vak.’

kregen we het allereerste computermodel, de Automatisering Regionale Brandweer Alarmcentrale (ARBAC). Daarna kwamen er steeds grotere en later ook de multidisciplinaire meldkamers. Daarnaast is de opleiding sterk veranderd. Vroeger ging het meer over feiten en theorie. Tegenwoordig is meer aandacht voor begrip en praktijkvaardigheden.’ Wat is de meest bijzondere inzet in al die jaren geweest? ‘De hoogwaterperiode in 1995 met de evacuatie van een deel van de Betuwe. Tegenwoordig zouden we dat GRIP5 of landelijk noemen. Ik was inmiddels plaatsvervangend operationeel leider en nauw betrokken bij de besluitvorming. Er zijn 250.000 bewoners geëvacueerd. Uiteindelijk hebben de dijken het toch gehouden. Verder vind ik de grote branden niet zozeer bijzonder, maar de branden in de oude binnenstad en natuurbranden. Dat is vaak een uitdaging op het gebied van leiding en coördinatie.’

Brand&Brandweer


40 jaar

‘de centralisten en vrijwilligers kenden alles uit hun hoofd: procedures, locaties van brandkranen en rijroutes’

Hoe lang blijft u nog bij de brandweer? ‘Als plaatsvervangend commandant heb ik twee jaar geleden reeds afscheid genomen van Brandweer Gelderland-Midden. Vervolgens ben ik gevraagd als projectleider voor het landelijke project Natuurbrandbeheersing. Erg leuk, want nu kan ik me drie dagen per week voor honderd procent bezighouden met de inhoud van het vak. Het project loopt tot 2020. Daarna heb ik honderd procent vrije tijd.’

meeste indruk. Een grote stalbrand bijvoorbeeld, waar de paarden gered moesten worden. Wat een organisatie en wat een inzet van materieel vergt dat.’ In hoeverre hoop je ook de veertig jaar vol te maken? ‘Haha, ik ben 41 en 1,5 jaar vrijwilliger, dus die veertig brandweerjaren gaan niet meer lukken. Wel zou ik me graag verder ontwikkelen binnen de manschappen. Er valt namelijk genoeg te leren. Verder doe ik momenteel een opleiding tot operationeel woordvoerder/communicatieadviseur CoPI, Regio Oost. Dat gaat over de communicatie met de pers bij incidenten. Deze twee functies zijn uitstekend te combineren. Wie weet neem ik op termijn wel afscheid van mijn speelgoedwinkel en ligt mijn toekomst helemaal bij de brandweer. Dat sluit ik niet uit.’ ■ Fotografie: GelreNieuws

In welk opzicht is het brandweervak het meeste veranderd? ‘Het is zakelijker geworden. De begroting werd veertig jaar geleden ad hoc voorgelegd aan de gemeenteraad. Een langetermijnbegroting was er niet, zelfs geen eigen administratie. Die werden veelal op het gemeentehuis uitgevoerd. Zo vreemd is dat overigens niet, want de brandweer was binnen de gemeente de kleinste dienst. Wij waren vooral bezig met brand blussen en soms een beetje preventie, dat was toen nog volop in ontwikkeling. Sommige gemeenten hadden die taak ondergebracht bij bouw- en woningtoezicht. Nu is alles regionaal georganiseerd.’

Astrid van Elk, doet de opleiding tot Manschap A en de opleiding tot operationeel woordvoerder, Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden. Hoe ben je bij de brandweer terechtgekomen? ‘De interesse was er altijd al. In 2011 is een nieuwe brandweerkazerne schuin tegenover ons huis gebouwd. “Meld je toch aan”, hoorden mijn man en ik toen van verschillende kanten. Uiteindelijk kwamen we via de Ondernemersvereniging van Dieren echt met de brandweer in contact. Vervolgens heb ik me tijdens de open dag opgegeven, mijn man een half jaar later.’ Wat kun je leren van de oude garde? ‘Veel! De opleiding legt de basis, maar het echte werk leer je on the job. Met het materiaal en de mensen in de praktijk werken bijvoorbeeld. Dat krijg je alleen onder de knie door meters te maken. Dat lukt overigens prima. Gemiddeld ga ik zo’n anderhalf keer per week mee met een uitruk. Maar ik heb ook weleens drie uitrukken in een week gehad. Grote branden maken op mij de

Brand&Brandweer

Astrid van Elk: ‘Wie weet ligt mijn toekomst wel helemaal bij de brandweer.’

Sdu Uitgevers - nummer 5 mei 2017

37


Brandweer, GHOR en Veiligheidsregio Almanak

• Veiligheidsregio’s • Brandweren: regio en gemeente • GHOR/Publieke gezondheid

Kijk voor meer informatie op www.sdu.nl/brandweeralmanak


OPROEP

Stuur uw brandweer vakantiefoto’s in Of u nu geniet van een welverdiende vakantie aan de andere kant van de wereld, met een cocktail op het strand van Sint Maarten ligt, op citytrip gaat of de bergen in trekt, neem in ieder geval uw fototoestel mee. Brengt u een bezoek aan een kazerne in het buitenland, ziet u bijzondere brandweervoertuigen, belandt u bij een oefening of ziet u een inzet van dichtbij? Leg het vast. In het septembernummer van Brand&Brandweer publiceren we weer de leukste en meest bijzondere brandweervakantiefoto’s. Foto’s van minimaal 500 kb kunt u, onder vermelding van de locatie waar de foto’s zijn gemaakt, tot 14 augustus sturen naar b&b@sdu.nl. Fijne vakantie!

Brand&Brandweer

Sdu Uitgevers - nummer 5 mei 2017

39


meldkamer

Geprotocolleerd uitvragen zorgt voor constantere kwaliteit Drie van de 22 meldkamers brandweer hebben hun werkwijze omgegooid. In Alkmaar, Nijmegen en sinds kort ook Den Haag worden spoedmeldingen geprotocolleerd uitgevraagd. Voor iedere meldingsclassificatie is een standaard vragenlijst die de centralist moet afwerken. Dit zorgt er volgens de betrokkenen voor dat nooit een vraag wordt overgeslagen en de brandweereenheden in het veld altijd zijn voorzien van juiste en volledige informatie.

Door JILDOU VISSER

D

e meldkamer in Alkmaar is in 2014 de eerste in Nederland die start met het geprotocolleerd uitvragen van brandmeldingen. ‘Wij werkten toen met centralisten die zowel de meldingen voor de ambulance als de brandweer aannamen. Bij de medische meldingen gebruikten ze een uitvraagprotocol. Vanuit die werkwijze is de vraag ontstaan of we ook bij de brandweer zo’n uitvraagprotocol konden implementeren’, vertelt Viola van Baardwijk, teamleider brandweer bij de meldkamer in Alkmaar. Voor de medische meldingen maakt de meldkamer gebruik van een Amerikaans systeem waarin alle protocollen zijn vastgelegd en zijn vertaald naar de Nederlandse situatie. ‘Dat systeem hadden ze ook voor de brandweer, ProQaFire, maar dit bestond nog niet in een Nederlandse variant. Met een team van centralisten, brandweerlieden uit het veld en communicatiemedewerkers hebben we het vertaald naar de Nederlandse praktijk. Vervolgens hebben we alle centralisten opgeleid’, aldus Van Baardwijk. Tijdens het implementatietraject van het brandweerprotocol merkte zij duidelijk verschil in draagvlak voor het geprotocolleerd uitvragen tussen de medisch geschoolde centralisten en de brandweercentralisten. ‘De medisch geschoolde centralisten vonden het prettig dat ze een protocol kregen voor 40

nummer 5 mei 2017 - Sdu Uitgevers

brandweermeldingen, een leidraad waarmee ze konden werken. De brandweercentralisten hadden er meer moeite mee. Zij hadden het gevoel dat ze ineens in een strak keurslijf werden geperst.’ Verbetering De meldkamer brandweer in Nijmegen werkt sinds vorig jaar met hetzelfde systeem. ‘Wij worstelden al langer met de vraag op welke manier en met welke kwaliteitseisen we de beste intake konden vormgeven. Snelheid werd voorop gesteld, met een norm van een minuut voor de uitgifte van meldingen. Elke centralist heeft naar eer en geweten geprobeerd daaraan te voldoen, maar een echte verbetering was het niet’, vertelt Marcel Jonkman, hoofd meldkamer brandweer in Nijmegen. Er is geen landelijke intakedoctrine, noch is er een gerichte opleiding voor brandweercentralisten die een standaard qua uitvraag stelt. Ook ziet het IFV-examen voor centralisten vooral toe op werkzaam-heden met betrekking tot de uitgifte. Al snel kwam in Nijmegen een stroming op gang om via werkinstructies uniform te werken. Dat bleek lastig. Hoewel enthousiast is gestart met uniforme gespreksteksten en een map bij de meldtafels met de belangrijkste vragen per incidenttype, zijn snelheid en gebruiksvriendelijkheid steeds achtergebleven. De roep om een tool was geboren. Eind 2015 zijn de voorbereidingen voor een pilot met ProQA-Fire begonnen.

Brand&Brandweer


Een team van de brandweermeldkamer heeft alles zorgvuldig voorbereid. Een projectteam en een klankbordgroep hebben alle bestaande meldingsclassificaties moeten koppelen aan de codering van de GMS-software. Ook hebben de centralisten een Engelstalige opleiding van bijna vier dagen gevolgd. Verder heeft het projectteam de operationele dienst meegenomen in de pilot om alle verbeterpunten te kunnen meewegen. Uiteindelijk is de lastigste uitdaging het afstappen van een in jaren opgebouwde werkroutine. Centralist Danny Dekker: ‘Voordat je nieuw ritme pakt, leer je van je eigen fouten. Pas bij een volgende melding krijg je een herkansing dat scenario beter te doen. Je moet doorbijten, je frustraties uiten en een keer vloeken of krachttermen kunnen gebruiken. Alle centralistencompetenties zijn nodig om deze verbeterslag te maken: je moet bereid zijn je aan te passen, verbeteringen die je wenst blijven melden en echt vooruit willen.’ erkenning Dat de nieuwe werkwijze de prestaties van de meldkamer in Nijmegen heeft verbeterd blijkt uit de status van accredited centre of excellence (ACE) die het heeft gekregen. Deze erkenning door de Internationale Academy of Emergency Dispatch betekent dat de kwaliteit, vakbekwaamheid en processen van de meldkamer voldoen aan een streng accreditatiekader. De meldkamer behoort daarmee dit jaar tot het selecte ACE-gezelschap van 37 meldkamers over de hele wereld, afgezet tegen ruim vierhonderd deelnemende brandweermeldkamers in 21 wereldwijde taalgebieden. Terugluisteren Bij beide meldkamers worden alle meldingen teruggeluisterd en beoordeeld door een aantal kwaliteitscoaches, centralisten die hun collega’s feedback geven. ‘Er wordt objectief gekeken. Via een vaste scoringssystematiek wordt door neutrale beoordelaars beoordeeld hoe de centralist het protocol heeft gebruikt. Op individueel niveau volgt terugkoppeling en op groepsniveau worden de waargenomen trends verwerkt in het oefenprogramma, extra instructies en verbetervoorstellen’, aldus Dekker. Snelheid Volgens de centralist kleeft er, ten onrechte, een negatief beeld aan ProQA-Fire. Het zou bijvoorbeeld de inzet vertragen. ‘Dit is uit de pilot in Nijmegen niet significant gebleken’, zegt Dekker. Gekeken is naar gebouwbranden en schoorsteenbranden. De jaren 2014 en 2015 zijn met de pilot in 2016 vergeleken. De gemiddelde tijden liggen met een bandbreedte van tien seconden dichtbij elkaar. ‘Natuurlijk zijn er centralisten die in dertig seconden konden alarmeren. Die zijn er nu langer over gaan doen. Van centralisten die altijd al veel vragen stelden alvorens te alarmeren, zijn de tijden gelijk gebleven. Je ziet vooral dat er nu minder stiltemomenten zijn, want je slaat de denkpauzes over. Ook worden vragen niet meer dubbel gesteld. De duur van de intake wordt nu nog vooral bepaald door de manier waarop de melder antwoordt.’ Overstap Ook de meldkamer in Den Haag is bezig om de overstap naar het geprotocolleerd uitvragen te maken. ‘Wij zijn nog bezig met de opleidingen en hopen dat we halverwege mei volgens deze nieuwe werkwijze kunnen werken’, aldus Bas de Leeuw, hoofd meldkamer brandweer in Den Haag. ‘Wij maken de overstap, omdat ik soms zag dat centralisten hulp nodig hadden bij niet-dagdagelijkse situaties. Bij bijzondere meldingen zag je weleens dat centra-

Brand&Brandweer

Fotografie: Gelderland-Zuid

meldkamer

De kaarten van het uitvraag protocol.

listen vergaten een aantal vragen te stellen. Dat gebeurde ook weleens op drukke momenten of in de nachtelijke uren. Het kon beter. Iedere burger heeft recht op dezelfde hulp. Met de geprotocolleerde uitvragenlijsten kunnen we dat de burger bieden.’ De introductie van de nieuwe werkwijze is volgens De Leeuw niet bij alle centralisten met gejuich ontvangen. ‘Centralisten met veel ervaring vinden het moeilijk om een protocol te volgen, omdat ze al jaren het werk doen. Een deel van hen heeft het gevoel, dat ze de vrijheid in het uitvragen kwijtraken en dat is voor een deel ook zo. De protocollen zijn behoorlijk dichtgetimmerd, maar aan het einde kun je altijd nog eigen vragen toevoegen. Het is lastig, maar ze moeten eraan wennen.’ De centralisten hebben voordat daadwerkelijk op het nieuwe systeem wordt overgestapt, allemaal een vierdaagse cursus gevolgd. ‘Maar een dag van de cursus ging over het systeem. Het grootste deel ging over hoe protocollen je kunnen helpen bij de uitvoering van het werk en over gesprekstechnieken. Daarin zijn ook een aantal nieuwe inzichten aan bod gekomen. In de nieuwe werkwijze pakken we direct de regie door meteen te vragen naar de plaats van het noodgeval. Dat werkt goed. Je merkt dat de melder daar rustiger van wordt.’ Aanpassingen Van Baardwijk is blij dat de meldkamers in Nijmegen en Den Haag ook werken met ProQA-Fire. ‘Voorheen stonden wij alleen tegenover het Amerikaanse bedrijf als we aanpassingen wilden maken in de protocollen. Dat was lastig. We kregen niet snel iets gedaan. Nu ook de andere twee meldkamers zich hebben aan-gesloten zijn we met meer en worden we een serieuzere gesprekspartner. Als we nu in een protocol ergens tegenaan lopen, kunnen we makkelijker een voorstel tot wijziging doen bij de Amerikanen. Dat zorgt er ook voor dat de weerstand tegen het systeem afneemt. We kunnen het meer naar onze eigen hand zetten.’ LMO In hoeverre het geprotocolleerd uitvragen ook in de Landelijke Meldkamer Organisatie (LMO) toegepast gaat worden, is nog onbekend. Van Baardwijk: ‘Zij hebben net een pilot gedaan met de multi-intake, wat daar precies uit is gekomen weet ik niet. Met de hoofden van de meldkamers brandweer hebben we in ieder geval een advies uitgebracht richting de Raad van Brandweercommandanten om, als meldkamers geprotocolleerd willen gaan uitvragen,met dit systeem te gaan werken.’ ■

Sdu Uitgevers - nummer 5 mei 2017

41


Volledig op de hoogte met Brand & Brandweer

B B&B &B Brand

Bra

nd&

&Bran

B&B Brand&Brandweer

JUNI 2016

B&B dweer

&Bran

d voor lad bla kb vak va

en erlening hulpv weer, brand

d voor

brand weer, hulpv erlening en

• Brusselse brandweer deelt de ervaring van de aanslagen

5

voor dacht j bi op aan • Vol idshygiëne arbe vakblad v akblad tra voor brandweer, hulpverlening en rampenbestrijding n ce AN G 40 n JAA RG oefe er ers ov ernem • Ond dveiligheid bran

ing nbestrijd rampe

6

• Brancherichtlijn duiken moet zorgen voor kwaliteitsimpuls v va ak kb bla lad

6 ME I 201

Brand

dweer

rampe40 JAARGANG nb

estrijd ing

Brand papieropslag Scheemda duurt tien dagen

• S te bij unpun kla psych t voo cht oso r hu cia en • V le lp er Ma nieuw n feit scha de op pA le is e iding • L en es wo sen va Hel ningb n de f ata lev ran oet le d slu in is

7/8 STU S

201 6

v va akb • Rob lad voo ots, r bra ndw van de het materie toekom el eer, hulpver len st? ing • Blu en JAA RG ram AN spakk G 40 pen en bes afgest trij din emd op g de klu s

B&B Bra

nd&B

LTR_

P001

B&B Brand

&Brandwe

01_LTR

er

SE

PT EM

9 JA AR

G AN

B ER

20 16

G 40

Spe kw len m bij adran et cen brand ten tru mZ utp hen

om Zorgen ingen d verbin d n a r b j bi ren o zendt

B&B

JUL I / AU GU

ndw eer

• Vooruitblik op het brandweercongres

tie oriënta kamer • Her elijke Meld Land ie at is Organ

LTR_P0

• Red gere sterker edschap: kleiner , lichter en

Bra

_LTR

-BR-

ran

dw eer

09-2

016

ww w.b ran den bran dw eer. nl

1

www.b randen brandw eer.nl

-BR-07-

2016 1

Brand&Brandweer

www.brandenbrandweer.nl 23-6-201

6 9:54 :23

LTR_P001_LTR-BR-06-2016 1

25-8

-201

6 9:3 6:24

19-5-2016 11:03:20

6:21 6 11:3

28-4-201

B&B er

&Brandwe

Brand

eer.nl brandw randen www.b

2016 1

-BR-05-

01_LTR

LTR_P0

Brand & Brandweer houdt u volledig op de hoogte van alle ontwikkelingen in het brandweer en rampenbestrijdingsvak via de brand online. U vindt in Brand & Brandweer elke maand boeiende artikelen over de brandweer in al zijn facetten: repressie & preventie, rampenbestrijding & crisisbeheersing, bestuur & organisatie en actueel nieuws uit de korpsen. Neem nu een abonnement en u ontvangt maandelijks het blad en u heeft toegang tot brandenbrandweer.nl, waar u naast het nieuws over uw vakgebied, gratis toegang hebt tot de archieffunctie van Brand&Brandweer.

Ga naar sdu.nl/brandweer


oefen en

Leerpunten bij oefening aanslag met chemische strijdmiddelen De IBGS-oefendagen van Brandweer Nijmegen stonden in april in het teken van een aanslag met chemische strijdmiddelen. Bij deze oefening heeft de brandweer samengewerkt met de CBRN-afdeling van Defensie. ‘Ontzettend leerzaam’, aldus oefenleider Jeroen Ewalts van Brandweer Nijmegen. Door JILDOU VISSER Fotografie Brandweer Nijmegen

‘E

r gebeurt veel in de wereld. We moeten voorbereid zijn op aanslagen’, vertelt Ewalts. ‘Een van de scenario’s is dat de aanslag kan worden gedaan met chemische strijdmiddelen, daarom stonden de IBGSoefendagen in het teken van CBRN.’ Bij de oefening zijn de eenheden gealarmeerd voor de melding assistentie ambulance. In een nachtclub wordt tijdens een besloten feest een potje mosterdgas op de bar gezet. Pas na enige tijd worden de feestgangers onwel. De gealarmeerde ambulanceverpleegkundige treft ter plaatse een man in een gewaad aan. Hij draagt ook de structuurformules van het mosterdgas bij zich. Op dat moment wordt duidelijk dat er meer aan de hand is dan een standaard onwelwording en wordt de brandweer gealarmeerd. De bemanning van de eerste TS vraagt na het ter plaatse komen bij de portier wat er aan de hand is. Hij weet van niets en begeleidt de eerste eenheid naar de ruimte waar de ambulanceverpleegkundige samen met de onwelgeworden man is. ‘De eerste ploeg werd volledig verrast. Doordat ze geen beschermende middelen droegen, raakten ze zelf ook met de stof besmet. Ze hebben de evacuatie van alle feestgangers gestart, die onbewust ook besmet zijn’, aldus Ewalts. ‘Hier zag je direct een groot dilemma. Enerzijds de besmetting van het eigen personeel en anderzijds de grote groep besmette feestgangers die mogelijk kunnen zorgen voor kruisbesmetting.’

door aanraking of overdracht van slachtoffers in je achterhoofd. Het kan zijn dat mensen in veilig gebied, door de evacuatie van besmette personen, alsnog in gevaar komen’, aldus Ewalts. ‘Denk ook goed na over de middelen waarmee je ontsmet. Water kan bij een aantal stoffen averechts werken. Het grootste leerpunt is misschien wel dat we direct Defensie in kunnen schakelen. Zij hebben een eenheid die gespecialiseerd is in chemische strijdmiddelen. Er gaat tijd overheen voordat ze ter plaatse zijn, dus hoe eerder je ze alarmeert, des te sneller ze ingezet kunnen worden. Daarbij hoef je niet exact te weten met welke chemische stof je te maken hebt. Uit de symptomen die je bij slachtoffers ziet, kunnen zij al veel afleiden.’ Leerzaam Het was een leerzame oefening, vindt Ewalts. ‘We hadden met opzet een niet-alledaags scenario uitgekozen. Iets waarvan je verwacht dat het toch nooit gaat gebeuren. Dat zijn vaak de meest ingewikkelde incidenten. Maar, zeg nooit dat iets nooit gaat gebeuren. Kort nadat wij deze oefening hebben gedaan, is in een Londense nachtclub een tiental mensen gewond geraakt door een chemische stof.’ ■

Defensie Bij de oefening wordt samengewerkt met Defensie. Zij geven na afloop van de oefening ook een presentatie over de aandachtspunten bij aanslagen met chemische strijdmiddelen en de mogelijke kennis en ondersteuning die Defensie kan bieden bij een CBRN- incident. ‘Houd de mogelijkheid van kruisbesmettingen

Brand&Brandweer

Sdu Uitgevers - nummer 5 mei 2017

43


Aan de slag met PGS 15

Prijs

â‚Ź 79,Excl. BTW

Meer dan 100 vragen & antwoorden In het najaar van 2016 is een nieuwe PGS 15 gepubliceerd. In deze herziene editie zijn onder andere een aantal nieuwe gevaarlijke stoffen en voorwerpen verwerkt in de Stoffenlijst, met ook een groot aantal gewijzigde stofeigenschappen en zijn de transportsymbolen aangevuld met nieuwe gevaarsetiketten. De relevante wijzigingen van het ADR per 1-1-2017 zijn ook gemarkeerd. Het boek bevat meer dan 100 vragen en antwoorden. Aan de slag met PGS 15 biedt een helder handvat bij allerlei soorten werkzaamheden die betrekking hebben op het opslaan van gevaarlijke goederen.

Meer info op www.sdu.nl/pgs15


B&B REGISTER

B&B Brand&Brandweer

vakblad voor brandweer, hulpverlening en rampenbestrijding

Vaste adverteerders (contract­ houders) worden gratis in één rubriek opgenomen voor een heel jaar. Heeft u ook interesse, stuur dan uw gegevens naar het aangegeven adres, zie bon.

Adviesbureau Brandpreventie

Droogkasten & reinigingsmachines

Floriaan B.V. Postbus 220 5300 AE Zaltbommel Tel. 0418 573800 Fax 0418 573801 info@floriaan.nl www.floriaan.nl

Laundry b.v. Industrieweg 10 Postbus 7015 3286 ZG Klaaswaal  Tel. 0186 572900 Fax 0186 573210 laundry@laundry.nl www.laundry.nl

Brandveiligheid Geboorde brandputten P&G Safety     Burgerstraat 26 5311 CX Gameren Tel. 0418 561761 info@pengsafety.nl   www.PenGsafety.nl

Raaijmakers Bronbemaling Erfstraat 8 5408 SJ Volkel-Uden Tel. 0413 273065 Fax 0413 274190 info@raaijmakersbronbemaling.nl www.raaijmakersbronbemaling.nl

Waar kunt u terecht voor producten en diensten? Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Advertentieverkoop: I.S.-acquisitie, tel. 06-23700323, www.is-acquisitie.com

Hulpverlenings­gereedschappen Holmatro Rescue Equipment Postbus 33 4940 AA Raamsdonkveer Tel. 0162 589200 Fax 0162 522482 www.holmatro.com

Verhuur & Brandweerpersoneel RegioSafe Fire & Rescue B.V.     Nieuwe Schaft 9/B 3991 AS Houten Tel. 030 6704815 info@regiosafe.nl www.regiosafe.com

Ook wij willen opgenomen worden als bedrijf! Stuurt u mij vrijblijvend informatie over hoe mijn product of dienstverlening vermeld kan worden in deze rubriek. Bedrijf/organisatie Postadres Postcode/woonplaats Telefoonnummer Faxnummer Gewenste rubrieken

o per rubriek, per uitgave € 45,o per rubriek heel jaar (10 uitgaven) € 355,Prijzen exclusief BTW Datum

Handtekening

B&B Brand&Brandweer

U kunt deze bon inscannen en mailen naar: info@is-acquisitie.com. Voor deze en andere advertentiemogelijkheden in B&B, Ambulancezorg, Brandweer-, GHOR- en Veiligheidsregio-almanak e.a.: I.S.-Acquisitie, tel. 06-23700323, www.is-acquisitie.com

Brand&Brandweer

Sdu Uitgevers - nummer 5 mei 2017

45


Kat in spouwmuur bezorgt brandweer drie dagen werk Een eigenwijze kat heeft brandweerlieden uit Haaglanden half april drie dagen lang beziggehouden. De kat was vast komen te zitten in de spouwmuur van een woning en liet zich niet bevrijden. Een eerste bevrijdingspoging is gedaan door een aannemer. Hij heeft een deel van het dak en de nok van de nieuwbouwwoning verwijderd, maar dit leidde niet tot resultaat. Vervolgens hebben brandweerlieden met de warmtebeeldcamera de locatie waar de kat vastzat in de spouwmuur vastgesteld. Daarna is geprobeerd om vanaf de hoogwerker, via het gat in het dak de kat uit de spouwmuur te hengelen, maar ook dit had niet het gewenste effect. Uiteindelijk is een gat in het pand gemaakt en is het dier er ‘s nachts zelf uitgekropen. Bron: Nu.nl

BRAND&BRANDWEER Brand&Brandweer is het vakblad voor brandweer, hulpverlening en rampenbestrijding, en het communicatiemagazine van Brandweer Nederland.

REDACTIE-ADRES

Sdu Klantenservice, Postbus 20014, 2500 EA Den Haag, tel. (070) 378 98 80, fax (070) 378 97 83, e-mail: sdu@sdu.nl, www.sdu.nl/brandweer

Brand&Brandweer t.a.v. redactiesecretariaat Brand&Brandweer, Postbus 20025, 2500 EA Den Haag, tel. (058) 2160862, e-mail: brand&brandweer@sdu.nl

Vanwege de aard van de uitgave, gaat Sdu uit van een zakelijke overeenkomst; deze overeenkomst valt onder het algemene verbintenissenrecht.

Mei 2017 - nummer 5 jaargang 41

REDACTIE

Ing. Stephan J.M. Wevers, commandant brandweer Twente (voorzitter redactie) Drs. Albert-Jan van Maren, brandweer Gelderland-Midden Frans van der Veen, brandweer Gooi en Vechtstreek Marcel van Galen, hoofd risicobeheersing Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland Frank Huizinga, woordvoerder Brandweer Nederland Lucas de Lange, Vernieuwde repressie Veiligheidsregio Haaglanden Gerard Bouwmeester, vrijwilliger Veiligheidsregio Utrecht EINDREDACTIE

Brandweer bevrijdt meisje uit fietskluis Een meisje is begin april in Vught door de brandweer bevrijdt uit een fietskluis op het NS-Station. Haar broertje had per ongeluk het deurtje dichtgeduwd toen zijn zusje erin zat. Met een spreider wist de brandweer de hele stellage te lichten waardoor het kind bevrijd kon worden. Bron: Blikopnieuws.nl

Jildou Visser e-mail: info@jildouvisser.nl AAN DIT NUMMER WERKTEN MEE

Marcel van Galen, Roland Heitink GelreNieuws.nl, Ginopress, Brandweer Nederland, Veiligheidsregio RotterdamRijnmond, Veiligheidsregio Fryslân, Casper Ferwerda, Veiligheidsregio GelderlandMidden, ANP, Jolanda Haven, Veiligheidsregio Drenthe, Brecht Steenhouwer, Ellen Schat, Ad Hupkes, Marco van der Leest en Brandweer Nijmegen. ONTWERP EN OPMAAK

SD Communicatie, Rotterdam DRUK

Wilco BV - Amersfoort UITGEVER

Sdu Uitgevers: Roel W. Roos Postbus 20025, 2500 EA Den Haag, e-mail: r.roos@sdu.nl BLADMANAGEMENT

drs. Karel Frijters Postbus 20025, 2500 EA Den Haag, e-mail: k.frijters@sdu.nl ADVERTENTIE-ACQUISITIE

Lijst van adverteerders Instituut Fysieke Veiligheid 22 Laundry BV 4 Letas Stickerservice 4 Mercedes Benz Nederland BV C4 Raaijmakers en Zn Bronbemaling BV 4 Trainings Base Weeze GmbH&Co 22 SDU C2, 4, 18, 30, 38, 42, C3

ABONNEMENTEN

Opgave van abonnementen en adres-wijzigingen:

Tarieven, reserverings- en sluitingsdata voor (combinatie)advertenties in B&B, Ambulancezorg, Brandweer-, GHOR- en Veiligheidsregio-almanak e.a. op aanvraag beschikbaar bij: I.S.-Acquisitie, tel. 06-23700323, e-mail: info@is-acquisistie.com www. is-acquisistie.com Aanlevering van advertentiemateriaal bij loap@sdu.nl SLUITINGSDATA ADVERTENTIES EN BIJSLUITERS 20167

nummer verschijning sluiting Nr. 6 03-06 09-05 Nr. 7/8 01-07 06-06 Nr. 9 02-09 08-08

Het abonnement op Brand&Brandweer (10 nummers) kost 92 euro excl. BTW (97,52 euro incl. BTW). Deze prijs is inclusief verzendkosten. Prijs los nummer: 10 euro (incl. BTW). Prijs online-abonnement los: 76 euro Excl BTW (92,72 euro incl. BTW) Een abonnement op B&B geeft tevens toegang tot B&B-digitaal via www.brandenbrandweer.nl en de Sdu Tijdschriften App (STapp). Inlogcodes worden schriftelijk aan abonnees verstrekt. Een abonnement geldt voor een jaar en wordt automatisch met een jaar verlengd, tenzij uiterlijk twee maanden voor het verstrijken van het abonnementsjaar schriftelijk wordt opgezegd bij Sdu Klantenservice (zie adres hierboven). Wilt u reageren op een artikel, of een onderwerp/artikel aandragen voor publicatie in B&B, neem dan contact op met de redactie via brand&brandweer@sdu.nl. De redactie houdt zich het recht voor artikelen in te korten dan wel journalistiek aan te passen. © Sdu Uitgevers 2017 Alle rechten voorbehouden. Alle auteurs­ rechten en databankrechten ten aanzien van deze uitgave worden uitdrukkelijk voorbehouden. Deze rechten berusten bij Sdu Uitgevers bv. Behoudens de in of krachtens de Auteurswet gestelde uitzonderingen, mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Op al onze producten zijn onze leveringsvoorwaarden van toepassing. Zie hiervoor onze website www.sdu.nl Persoonsgegevens worden bewerkt voor de uitvoering van de (abonnements)overeenkomst en om u van informatie te voorzien over Sdu Uitgevers bv en andere zorgvuldig geselecteerde bedrijven. Indien u geen prijs stelt op deze informatie, kunt u dit schriftelijk melden bij Sdu Klantenservice. Hoewel aan de totstandkoming van deze uitgave de uiterste zorg is besteed, aanvaarden auteurs, redac­teuren en uitgever geen aansprakelijkheid voor eventuele fouten of onvol­komenheden. ISSN 01656-4675

TERMIJN VAN ANNULERING:

6 weken voor verschijningsdatum Termijn van inzending:

3 weken voor verschijningsdatum

46

nummer 5 mei 2017 - Sdu Uitgevers

Brand&Brandweer


Wetgeving Omgevingsrecht 2017 In Wetgeving Omgevingsrecht 2017 treft u de belangrijkste weten regelgeving aan die u nodig heeft voor de dagelijkse rechtspraktijk van het omgevingsrecht.

Tevens uitstekend inzetbaar bij (academisch) onderwijs in het Omgevingsrecht. Prijs: ¤ 71,90 incl. btw Omvang: 1500 pag. Kijk voor meer informatie op www.sdu.nl


Vertrouwd in iedere noodsituatie. Als iedere seconde telt, moeten hulpverleners kunnen vertrouwen op het beste materieel. Altijd. De bestelwagens van Mercedes-Benz voldoen al sinds het begin van de vorige eeuw aan de eisen van de brandweerkorpsen. Nog altijd zijn veiligheid, betrouwbaarheid en functionaliteit de basis. Bovendien vertrouwt men volledig op de uitstekende service van de Mercedes-Benz Van ProCenters die iedere Citan, Vito en Sprinter in topconditie houden. Klaar om te gaan als de‌

Profile for Sdu Brand & Brandweer

Bb201605  

Bb201605