Page 1

B&B Brand&Brandweer

vakblad voor brandweer, hulpverlening en rampenbestrijding

Zorgen om verbindingen bij brand zendtoren

B&B Brand&Brandweer

www.brandenbrandweer.nl

mei 2016

• Volop aandacht voor arbeidshygiëne bij oefencentra • Ondernemers over brandveiligheid • Heroriëntatie Landelijke Meldkamer Organisatie

5 jaargang 40


Aan de slag met veiligheidseisen en -cultuur

11, 26 mei en 14 juni 2016

Driedaags seminar Health, Safety & Environment Bent u op de hoogte van alle actuele wet- en regelgeving rondom veiligheid en arbo? Sdu heeft een serie verdiepingscursussen ontwikkeld rond deze thema’s: → Veiligheidscultuur (11 mei 2016) → Risicobeheersing en certificering (26 mei 2016) → Aansprakelijkheid en implementatie verbetering na ongevallen (14 juni 2016)

Meer informatie via sdu.nl/hse-seminar


INHOUD

nummer 5 mei 2016

Coverstory 10

34

Grote zorgen om verbindingen bij brand zendtoren Waalhaven Een brand in de elektriciteitskabels op de eerste verdieping van de zend-toren in de Waalhaven levert op 30 maart de nodige zorgen op. De zendtoren zorgt voor radio-uitzendingen, C2000-verbindingen en mobiel telefoonverkeer. Bovendien zit op de zevendiende verdieping een medewerker vast.

Het oorspronkelijke plan, één LMO met tien locaties, is op dit moment te ambitieus blijkt uit onderzoek. Johan Postma vertelt over het traject en de heroriëntatie die nu wordt ingezet. 36

Sandwichpanelen niet enige oorzaak rookgasexplosies bij pre-flashover Leveren sandwichpanelen met een synthetische of minerale wolkern gevaarlijke situaties op? Sander Giunta d’Albani deed er onderzoek naar en vertelt over zijn conclusies.

16

20

39

40

Fatale woningbrand is relatief vaak een kleine brand

‘Brandweermedailles tonen de waardering’ Is het tijd om de brandweermedailles nieuw leven in te blazen? Die vraag stelde Stephan Wevers in het januari/februarinummer. Er kwamen veel reacties binnen. Een overzicht.

Veel fatale woningbranden blijven beperkt tot één ruimte. Een groot deel van de slachtoffers is niet-zelfredzaam, maar er is ook een grote groep zelfredzame slachtoffers. Margrethe Kobes en Tamo Vogel vertellen over de bevindingen uit het Jaaroverzicht fatale woningbranden. 27

Amsterdam start onderzoek naar mogelijkheden van een robot Amsterdam doet de komende twee jaar onderzoek naar de inzet van robots en schaft daarvoor een robot aan. Daarnaast organiseert het korps een symposium.

Oefencentra hebben volop aandacht voor arbeidshygiëne Voor arbeidshygiëne is al ruim een jaar volop aandacht. Hoe gaan oefencentra met dit thema om? Welke maatregelen nemen zij voor zowel cursisten als instructeurs? Betrokkenen van BOCAS, Troned, Falck en het Veiligheidsoefencentrum vertellen hoe zij met dit thema omgaan.

Leren van de luchtvaart Centralisten kunnen op het gebied van communicatie veel van de luchtvaart leren. Brandweercentralisten van de meldkamer Den Haag volgden daarom een inspirerende training in een vliegtuigsimulator.

Artikelen 14

Heroriëntatie landelijke meldkamerorganisatie

‘In overleg met elkaar bereik je meer’ Wat is de impact van brand? Hoe gaan bedrijven om met brandveiligheid? En in hoeverre verandert een brand het denken over preventie? Intergamma en Stadswonen Rotterdam laten weten hoe een brand hun ogen opende.

Op de cover: Een brand in de elektriciteitskabels bij de zendtoren in de Waalhaven zorgt op 30 maart voor de nodige zorgen over onder andere de C2000-verbindingen.

Rubrieken 5 6 23 30 33 45

Van de redactie Actueel Brandweer Nederland Brandweer Buitenland Zo vader zo zoon Gespot in de markt

Fotografie: MediaTV

Brand&Brandweer

Sdu Uitgevers - nummer 5 mei 2016

3


3/14/2016 1:26:58 PM

STUDIOKREATIVO.IT

Ita

lia

nq

ua

lit

y

99205_Hytrans.indd 1

JOLLY SCARPE S.P.A. Via Feltrina Sud, 172 - 31044 MONTEBELLUNA (TV) ITALY - www.jollyscarpe.com - info@jollyscarpe.com


VAN DE REDACTI E

Bewust koppie d’r bij!

H

et zijn vakinhoudelijk interessante tijden. Op bijna ieder onderdeel van ons werk is wel een ontwikkeling te noemen die het voorkomen en bestrijden van incidenten verandert en vaak verbetert. Dat is nodig, want als de samenleving verandert passen wij ons aan. Even terugkijken wat er in vorige edities is verschenen. Arbeidshygiëne is zo’n ontwikkeling. Er wordt op veel plekken hard gewerkt aan betere manieren om na een blusklus weer schoon terug te keren naar de kazerne en huis. We lezen over veel praktische oplossingen, voorlichting, wetenschappelijke onderzoeken en bruikbare spullen. De ontwikkeling is nog gaande, maar één ding is duidelijk; het vraagt om een bewuste aanpak na een bestreden of beoefend incident. Het kwadrantenmodel voor gebouwbrandbestrijding kennen we al een tijd en wordt gelukkig al vertrouwd. Het model ondersteunt bij het maken van een keuze in tactiek op de tekentafel en tijdens de daadwerkelijke gebouwbrand. De afgelopen periode bracht ons nieuws over regio’s die bezig zijn met het ontwikkelen en implementeren van blustechnieken. Daarnaast onderzoekt de Brandweeracademie blustechnieken. Hiermee kunnen we veilig en effectief optreden in alle tactieken. De tactiek kiezen we na een verkenning waarin gebouw, mensen, brand, omgeving en onze bestrijdingsmogelijkheden een rol spelen. Eerst een goede verkenning, dan een bewuste keuze voor de passende tactiek.

deze vanzelfsprekendheden ons ook rust geven. We moeten op zoek naar een nieuw evenwicht. Weer een keuze waarmee we uitkomen bij een kern van ons werk; kiezen en uitvoeren, vaak onder tijdsdruk. Zullen we dat dan maar bewuster gaan oefenen? Oefenen in het bewust maken van keuzes tijdens ons werk? Bewust oefenen om het koppie erbij te houden onder de (tijds)druk van de uitruk. Bewust oefenen om de goede keus te maken. Uit eigen ervaring weet ik dat het mij enorm helpt om de beide bluslaarzen een paar tellen bewust stil te zetten en de situatie rustig op me in te laten werken. Een verrassend hulpmiddel wordt gepresenteerd in het rapport over situationele commandovoering. Bij de praktijktesten bleken technieken uit de mindfulness de proefpersonen te helpen bij de besluitvorming onder tijdsdruk. Bewuste rust bleek geen wondermiddel maar een manier om het (situatie)bewustzijn te versterken en bewust te besluiten. Volgens mij hebben we nog wat te doen voordat we ons helemaal bewust zijn van het bewustzijn. Eén ding is duidelijk, de brandweermens staat letterlijk centraal bij veel van de huidige ontwikkelingen. Ons koppie wordt nog belangrijker. Maar er is meer denkwerk en onderzoek voor nodig om het helemaal te begrijpen. Tot die tijd blijf ik bij onze basis. Beide laarzen op de grond en het koppie er bij. Lucas de Lange

De Brandweeracademie presenteerde afgelopen najaar het onderzoek naar situationele commandovoering (zie Brand&Brandweer nr. 9-2015). Het onderzoek daagt bevelvoerders en (hoofd)officieren uit om een stijl van commandovoering te kiezen die past bij de omstandigheden van het incident en wellicht ook bij henzelf. We werken tot nu toe uit gewoonte met hiërarchische sturing (met een eindbaas). Het rapport laat ons zien dat specialistische sturing een alternatief is waarbij degene met de meeste kennis meer stuurt, maar ook dat het minder sturen van eenheden (swarming) van waarde kan zijn. Er moet nog werk worden verzet voor we dit in onze werkwijze hebben opgenomen maar het begin is goed. Er valt in ieder geval te kiezen tussen manieren van operationeel leidinggeven. Wat deze drie ontwikkelingen delen is de noodzaak om een bewuste en duidelijke keuze te maken op basis van de situatie. We nemen daarbij voor een deel afscheid van het vanzelfsprekende, de routine of het vaste patroon. Dat is soms wennen, omdat

Brand&Brandweer

Sdu Uitgevers - nummer 5 mei 2016

5


ACTU E EL

Veiligheidsregio Limburg-Noord haalt banden aan met werkgevers

Fotografie: Veiligheidsregio Limburg-Noord

Het wordt steeds lastiger om nieuwe vrijwilligers voor de dagsituatie aan te trekken, zo merkt Veiligheidsregio Limburg-Noord. ‘Eén van onze vrijwilligers constateerde dat we steeds minder banden hebben met de ondernemers in onze regio’, vertelt Tineke Smedts, teamleider incidentbestrijding cluster Venlo. ‘Daarom gaan we nu de banden met de werkgevers aanhalen.’

negentig zien we dat door de technische ontwikkelingen het voor ondernemers lastiger werd hun personeel overdag te laten gaan. Toen zijn voor het eerst wervingscampagnes voor brandweervrijwilligers opgezet. Zes jaar geleden zijn we geregionaliseerd en zagen we dat de economische recessie toesloeg. Ondernemers hebben hun werknemers hard nodig en laten ze overdag niet meer gaan’, aldus Smedts. De regio heeft al enkele presentaties gehouden bij ondernemersverenigingen. ‘Hiermee maak je ze onderdeel van het probleem. De reacties zijn positief. Er zaten vaak ook enkele werkgevers bij die al vrijwilligers in dienst hebben. Zij konden de voordelen goed toelichten.’ Uit de presentaties zijn vijf bedrijven gekomen waarmee een vervolggesprek is ingepland. Smedts: ‘Zij zaten al concreet te kijken wie van hun bedrijf geschikt zou zijn voor de brandweer. Aan de andere kant zijn er ook bedrijven waarbij het absoluut niet mogelijk is. Dat snappen we ook.’ Om de werkgevers van de huidige vrijwilligers meer in het zonnetje te zetten is ook een gevelbordje ontwikkeld. ‘Hiermee kunnen bedrijven laten zien dat ze maatschappelijk verantwoord ondernemen’, vertelt Smedts. ‘De presentaties en deze bordjes zijn het begin van een continu proces waarmee we de ondernemers uit de regio meer bij onze organisatie willen betrekken.’

Een van de manieren waarop Veiligheidsregio Limburg-Noord dat doet is het geven van presentaties bij ondernemersverenigingen. ‘Daarin gaan we eerst in op een aantal markante momenten in de geschiedenis, omdat juist die geschiedenis de rol van de ondernemer bij de brandweer goed laat zien. Vanaf het moment dat mensen vroeger het idee kregen dat ze bij brand iets te verliezen hadden, zijn ondernemers het brandweerwerk gaan oppakken. Tijdens de Tweede Wereldoorlog hebben de Duitsers de brandweer overgenomen en ontstonden veel nieuwe technieken. Na de oorlog kreeg de burgemeester weer het bevel en voegden ondernemers zich weer bij de brandweer. Vanaf de jaren zeventig zien we dat ondernemers meer werknemers in dienst kregen en ze niet meer zelf naar de brand gingen. Vanaf de jaren 6

nummer 5 mei 2016 - Sdu Uitgevers

Brand&Brandweer


Actueel

Fotografie: Red Knights Nederland

Brandweermotorclub Red Knights bestaan vijf jaar

De Red Knights tijdens de Europese conventie vorig jaar in Zwitserland.

Red Knights is een motorclub voor en door brandweerlieden. ‘Dat zijn zowel beroeps als vrijwilligers, personeel van bedrijfsbrandweren, de Defensiebrandweer, gepensioneerden en ex-brandweerlieden’, vertelt Peter Dekker, voorzitter van de Red Knights Nederland. Het Nederlandse chapter is onderdeel van de internationale motorclub met wereldwijd meer dan tienduizend leden. ‘Van oorsprong komen de Red Knights uit Amerika. In Europa hebben we nu ongeveer zevenhonderd leden en in Nederland 43.’ Ieder jaar organiseert de club zes toertochten door het hele land. ‘Daarnaast gaan we gezamenlijk naar motorbeurzen, zoals de motorbeurs in de winter in Utrecht en hebben we een nieuwjaarsborrel. Iedere

keer dat we bij elkaar komen is het vooral erg gezellig, maar natuurlijk delen we ook onze ervaringen uit het brandweerwerk, leuk en minder leuk’, vertelt Dekker. ‘Ook gaan wel naar feesten van buurlanden en

ieder jaar is er zowel een wereldwijde als een Europese conventie. De wereldwijde conventies zijn vaak in Amerika. In 2020 komt die naar Frankrijk. De Europese bijeenkomst is dit jaar in Namen, in België. Het leuke van alle internationale bijeenkomsten is dat, hoewel je misschien niet dezelfde taal spreekt, er geen barrière is. Er is direct een vriendschapsband. We delen allemaal dezelfde passies, de brandweer en de motor.’ Dekker vindt het jammer dat motorclubs vaak negatief in het nieuws komen. ‘Wij associëren ons niet met andere clubs en hebben daar niks mee te maken, maar we hebben er wel last van. In het nieuws wordt vaak gesproken over motorclubs in het algemeen. Als je in een zwart pak op een Harley rijdt, wordt je al snel aangekeken.’ De Red Knights doen veel samen met de Blue Knights, de motorclub van de politie, zo laat Dekker weten. ‘Zij zijn eens staande gehouden voor een politiecontrole. De agenten zagen een hesje en een motor en vermoedden dat het foute boel was. In werkelijkheid waren het hun eigen collega’s.’ Over vijf jaar hoopt Dekker dat de Red Knights Nederland ongeveer honderd leden telt. ‘Maar belangrijker vind ik dat we kunnen bijdragen aan een positief beeld van motorrijders.’

De Nederlandse Brandwonden Stichting, REDBAG en Classic Park organiseren zondag 15 mei het RED Classic Festival. De hele dag staat in het teken van de rijke brandweerhistorie. De opbrengst gaat naar de Nederlandse Brandwonden Stichting.

Fotografie: REDBAG

RED Classic Festival in teken van brandweerhistorie

Op het festivalterrein staan veel klassieke brandweervoertuigen. Daarnaast wordt geprobeerd om het wereldrecord van de langste parade van klassieke brandweervoertuigen te verbreken. Voor kinderen is er de RED junior playground waar ze een dag lang brandweerman kunnen zijn. Ze kunnen er onder andere schoorsteenbranden blussen en er is een brandweer springkussen. Voor meer informatie: www.redclassic.nl.

Brand&Brandweer

nummer 5 mei 2016 - Sdu Uitgevers

7


ACTU E EL

Veiligheidsregio Utrecht start met inloopspreekuur 26 kazernes uit Veiligheidsregio Utrecht openen vanaf maandag 2 mei iedere eerste maandag van de maand hun deuren voor een inloopspreekuur. Burgers kunnen tussen 10.00 en 12.30 uur in de kazerne alle vragen over brandveiligheid stellen. ‘Brandweerkazernes zijn in de ogen van burgers niet vanzelfsprekend een plek om naar binnen te lopen en vragen te stellen. Met dit initiatief proberen we dat te doorbreken. We hopen zo dichterbij onze inwoners te komen en meer vanuit de interactie de brandveiligheid te verhogen’, vertelt Piet van der Vlist, programmamanager van Veiligheidsregio Utrecht. Het idee voor het inloopspreekuur is ontstaan bij enkele medewerkers van de afdeling risicobeheersing. Van der Vlist: ‘We krijgen weleens mails of telefoontjes met vragen over brandveiligheid. We kregen het idee dat we meer met burgers in gesprek kunnen. Na het succes van Broodje Brandweer vorig jaar, waarbij we mensen voor het eerst in de kazerne hebben uitgenodigd, zijn we op die

gedachte verder gegaan. We starten het inloopspreekuur op 26 kazernes, in iedere gemeente is dan één post die de deuren opent. We willen dat zo organiseren dat burgers letterlijk naar binnen kunnen lopen om vragen te stellen. Op een rustige plek kunnen we echt het gesprek aangaan met inwoners van onze regio. Je kunt dan ook beter op de persoonlijke situatie ingaan.’

Met dit initiatief hoopt Veiligheidsregio Utrecht meer zicht te krijgen op de vragen en behoeften die bij inwoners leven. De informatie die we vergaren kunnen we weer gebruiken om bij andere activiteiten van ons programma stimulerende preventie beter in te spelen op de behoefte’, aldus Van der Vlist. Het inschatten van de animo vindt hij lastig. ‘We beginnen gewoon en zien dan wel hoe het wordt ervaren. Het is een experiment waarbij we goed luisteren naar de feedback die we krijgen. We kunnen ook testen of we met de eerste maandag van de maand wel de goede dag hebben en of het tijdstip voor iedereen goed is. Als blijkt dat er geen interesse voor is, dan stoppen we ermee.’

Fotografie: noord- en oost-gelderland

Veel bezoekers bij Pop Up Store in Zutphen Veiligheidsregio Noord- en OostGelderland opende begin april een Pop Up Store in het centrum van Zutphen. ‘We hebben verschillende activiteiten op het gebied van Brandveilig Leven, maar wilden zichtbaarder zijn en meer naar de burgers toe’, vertelt Marijke van Dijk. ‘Met een Pop Up Store willen we de drempel voor burgers om vragen te stellen, wegnemen. Dat is gelukt. De winkel wordt goed bezocht. Op zaterdagen hebben we gemiddeld tien bezoekers per uur.’ In de winkel staat een spel waarmee bezoekers de brandoorzaak kunnen achterhalen. ‘Zo zie je bijvoorbeeld een asbak op een stoel en daarbij enkele brandplekken. Door bezoekers zelf te laten nadenken hopen we dat de boodschap beter blijft hangen’, aldus Van Dijk. ‘Daarnaast biedt het spel een goede opening om mensen te vragen hoe zij dingen thuis doen.’ De winkel wordt bemand door zowel vrijwilligers als beroeps. ‘We

8

nummer 5 mei 2016 - Sdu Uitgevers

hebben gelukkig een aantal vrijwilligers met flexibele werktijden of vaste vrije dagen. Aangevuld met beroeps hebben we continu een goede bezetting. De brandweerlieden vinden het bovendien leuk om op deze manier voorlichting te geven. Burgers komen bij hen in plaats van andersom. Je kunt echt in gesprek gaan. Daarnaast kunnen we een afspraak

inplannen voor een woningcheck.’ De Pop Up Store in Zutphen is nog tot half mei geopend. Van Dijk: ‘Er komt sowieso een vervolg, maar dan in een andere plaats in de regio. We hebben de winkelinrichting zo ontworpen dat we het steeds in een nieuwe plaats opnieuw kunnen neerzetten.’

Brand&Brandweer


Actueel

Leerzame natuurbrandoefening van Defensie en Noord- en Oost-Gelderland Fotografie: Paul Termorshuizen

Brandweer Noord- en Oost-Gelderland heeft samen met de Defensiebrandweer verschillende natuurbrandscenario’s geoefend. Met drie scenario’s is niet alleen de brandbestrijding geoefend, maar ook de samenwerking met de Defensiebrandweer en het handelen op het Artillerie Schietkamp (ASK). ‘De procedures om veilig op te treden op militair terrein waren grote aandachtspunten’, vertelt Constantijn Kok van Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland.

Cartoon

Brand&Brandweer

De oefening is verdeeld over drie verschillende banen. Op de eerste baan veroorzaakt een autobrand een heidebrand. Op de tweede baan zorgt een vrachtwagenbrand voor een grote heidebrand, waarbij uitbreiding moet worden voorkomen en opgeschaald moet worden met een tweede natuurbrandbestrijdingspeloton. Op de derde baan veroorzaakt een helikoptercrash een bosbrand. Hierbij zijn vier slachtoffers met brandwonden. ‘Over het algemeen is de oefening goed verlopen’, aldus Kok. ‘Coaches van Defensie zaten op de civiele blusvoertuigen om bevelvoerders en Officieren van Dienst te ondersteunen in de besluitvorming en om kennis en ervaring over te dragen. Zij konden onder andere helpen bij de procedures die op militair terrein gevolgd moeten worden om veilig op te treden. Zo diende je eerst naar één van de zeven uitgangsstellingen te rijden die de meldkamer doorgeeft. Vanaf dat punt werd je begeleid door een liaison van Defensie. Hij was er alleen voor de veiligheid.’ Leerpunten zijn onder andere de koppeling van de gespreksgroepen tussen de civiele en Defensiebrandweer, de straalpijpvoering, terreinrijden en de frontaanval. Kok: ‘Bij het bestrijden van natuurbranden verdient de frontaanval de voorkeur om de snelheid van de brandverspreiding eruit te halen. Je ziet bovendien de niet ontplofte munitie liggen. Voor de straalpijpvoering moet meer aandacht komen, zeker als men defensief een natte stoplijn wil aanleggen om de brand te stoppen.’ De les- en leerstof voor natuurbrandbestrijding wordt in samenwerking met de Brandweeracademie verder doorontwikkeld. Hierin wordt de kennis en ervaring van de Defensiebrandweer opgenomen.

nummer 5 mei 2016 - Sdu Uitgevers

9


bran d van de maan d

Grote zorgen om verbindingen bij brand zendtoren Waalhaven Een brand in de elektriciteitskabels op de eerste verdieping van de zendtoren in de Waalhaven levert op 30 maart bij de ingezette diensten grote zorgen op over de verbindingen. De zendtoren zorgt namelijk niet alleen voor de radio-uitzendingen, maar ook voor C2000-verbindingen en mobiel telefoonverkeer. Het uitschakelen van alle stroomvoorzieningen kan dus grote gevolgen hebben. Bovendien zit op de zeventiende verdieping een medewerker vast. Hij moet door de bemanning van de tweede TS worden gered.

10

nummer 5 mei 2016 - Sdu Uitgevers

Brand&Brandweer


bran d van de maan d

Via de loopbrug aan de rechterkant kunnen de manschappen de zevende verdieping van de zendtoren bereiken. Fotografie: Ginopress

Brand&Brandweer

Sdu Uitgevers - nummer 5 mei 2016

11


Fotografie: MediaTV

bran d van de maan d

De bemanning van de tweede TS bouwt dubbele ademlucht op, zodat ze een poging kunnen doen de medewerker van de zeventiende verdieping te bevrijden.

Door Jildou Visser

T

weede bevelvoerder Bastiaan van Oudheusden zit met zijn ploeg op de kazerne te lunchen als er een melding binnenkomt via het Openbaar Meld Systeem (OMS) van de zendtoren. ‘Dat gebeurt vaker’, vertelt hij. ‘Maar op hetzelfde moment viel de radio uit. Dat was apart. Via de portofoon zijn we mee gaan luisteren.’ Als het Snel Interventie Voertuig (SIV) ter plaatse komt, wordt opgeschaald naar middelbrand. ‘Op dat moment zijn wij gealarmeerd en gaan rijden. De centralist vertelde me dat op de zeventiende verdieping nog een persoon aanwezig was. Ik wist dat er een lift was. Dit was geen brandweerlift en dus moesten we via de trap de persoon bevrijden. Je weet ook dat het flink buffelen wordt om de zeventiende verdieping via de trap te bereiken. Dat was het eerste dat door mijn hoofd schoot’, vertelt Van Oudheusden. Vrij snel daarna wordt ook Hoofdofficier van Dienst (HovD) Ton Muilwijk gealarmeerd. ‘Mijn grootste zorg was vanaf het begin af aan de uitval van alle verbindingen, zowel C2000 als het mobiele telefoonverkeer.’ brand Ter plaatse vertelt de Officier van Dienst (OvD) Van Oudheusden dat de brand woedt in de elektronische bedrading op de eerste verdieping en dat de toren vol rook staat. De brandweerlieden durven op dat moment nog geen blussing in te zetten omdat de spanning nog op de bedrading staat. Tegelijkertijd kan de spanning er niet zomaar worden afgehaald omdat onbekend is welke verbindingen dan uitvallen.

12

nummer 5 mei 2016 - Sdu Uitgevers

Redding De eerste TS is ter plaatse bezig om een poging te doen om de persoon uit de toren te redden. Zij stranden op de tiende verdieping. ‘Voor iedere verdieping moest je twee lange trappen omhoog. Met één ademluchtfles lukt het niet om 34 trappen op te lopen. Wij hebben daarop dubbele ademlucht opgebouwd, zodat we een tweede reddingspoging konden doen’, aldus Van Oudheusden. ‘Ik twijfelde bovendien of een vluchtmasker voldoende was om de persoon veilig mee naar beneden te nemen, dus ook voor hem hebben we een ademluchttoestel meegenomen naar boven.’

‘In de praktijk geef je niet vaak een spoedcursus ademlucht’ Via het naastgelegen pand en een loopbrug naar de zendtoren kan de bemanning van de tweede TS simpel de zevende verdieping bereiken. ‘Bij de ingang van de zendtoren op de loopbrug was een muurtje gemetseld. De bemanning van de SIV heeft dat muurtje geforceerd, zodat wij naar binnen konden. Vanaf de zevende verdieping begon onze klim. Er hing rook in de toren, maar we hadden goed zicht. Alle ramen die we onderweg tegenkwamen hebben we open gezet’, vertelt Van Oudheusden. Eenmaal boven treffen de brandweerlieden de man aan. ‘Hij was rustig. Ik heb hem gevraagd of hij gewond was en of hij rook had binnen-gekregen. Beide was niet het geval. Vervolgens hebben we hem ondervraagd over hoe we de toren spanningsvrij konden

Brand&Brandweer


Fotografie: MediaTV

bran d van de maan d

Met ademlucht op kan de medewerker van de zeventiende verdieping de weg naar beneden afleggen. Daar wordt hij overgedragen aan de OvD.

krijgen, zodat de brand geblust kon worden. En welke gevolgen dit had voor alle verbindingen die via de toren liepen. Daarna hebben we hem uitgelegd hoe de ademlucht werkt en dat als het niet goed ging, hij ons moest waarschuwen. Eigenlijk was het best apart, zo vaak geef je in de praktijk geen spoedcursus ademlucht.’ Doordat de brandweerlieden op de heenweg de ramen in de toren hebben geopend, hangt er op de terugweg al minder rook. Van Oudheusden: ‘Langzaam zijn we weer naar beneden gelopen. Ik liep voorop. Zo nu en dan moesten mijn manschappen me erop wijzen dat ik te snel liep. We moesten er immers wel rekening mee houden dat we iemand bij ons hadden die nog nooit eerder met ademlucht had gelopen. Voor ons is dat gesneden koek.’ Eenmaal beneden wordt de man overgedragen aan de OvD. Blussing Terwijl de tweede TS nog bezig is met de redding probeert Muilwijk beneden helder te krijgen welke verbindingen worden gevoed door de verdeelkast die ze willen uitschakelen. ‘De meneer in de toren kon ons gelukkig veel vertellen. Daarnaast hadden we contact met de eigenaar uit Zwolle. Gelukkig was het risico op branduitbreiding niet groot. Binnen is alles van beton en tussen de eerste en tweede verdieping was de schacht waardoor de bedrading loopt, voorzien van een brandwerende scheiding. Het heeft best even geduurd voordat we het plaatje compleet hadden. Daarbij hebben we ook rekening gehouden met het naastliggende pand waarin alle beveiligingssystemen van ProRail worden geregeld’, vertelt de HovD. ‘Pas toen alles bekend was konden we zonder gevaar voor uitval van voorzieningen de stroom eraf

Brand&Brandweer

halen en de brand afblussen. Pas later bleek dat de spanning er al een tijdje af was, maar een aantal verbindingen draaide op eigen noodvoorzieningen in de toren. Daardoor werkten C2000 en sommige mobiele verbindingen nog.’ Ontsmetting De brandweerlieden van de tweede TS melden zich zodra ze uit de toren komen bij de Adviseur Gevaarlijke Stoffen (AGS). ‘Normaal ontsmetten we door het pak af te spoelen, maar nu hadden we te maken met een elektrabrand. Dat geeft vieze rook. De AGS liet weten dat we even met het masker op in de wind moesten staan en we vervolgens het pak uit konden doen en moesten laten liggen. Afspoelen zou er namelijk voor kunnen zorgen dat er zoutzuur vrij kon komen.’ Leerpunten Terugkijkend op de inzet concludeert Muilwijk dat het beter is wanneer van gebouwen met belangrijke voorzieningen aan de voorkant meer informatie beschikbaar is. ‘We hebben nu best een tijd moeten ontdekken hoe alles zat’, vertelt hij. ‘Daarnaast is een school in de buurt onnodig ontruimd. De concierge meldde de stank in het schoolgebouw bij ons. Wij waren bij de toren aan het meten of er gevaarlijke stoffen vrijkwamen. Dat was niet het geval. Telefonisch hebben we hem laten weten dat er geen gevaar was en hij de school niet hoefde te onruimen. Het stonk er, dus hebben ze zelf besloten toch te ontruimen. Als ik besloten had dat daar iemand naartoe moest om even te meten, dan hadden we die ontruiming kunnen voorkomen.’ ■

Sdu Uitgevers - nummer 5 mei 2016

13


on derzoek

Sandwichpanelen niet enige oorzaak rookgasexplosies bij pre-flashover

Fotografie: Regio15

Leveren sandwichpanelen met een synthetische of minerale wolkern bij brand gevaarlijke situaties op? De Wetenschappelijke Raad Brandweer (WRB) en de Brandweeracademie gaven Sander Giunta d’Albani de opdracht om het brandgedrag van de panelen te onderzoeken. De student van de Technische Universiteit Eindhoven (TU/e) concludeerde dat de relatie tussen rookgasexplosies en isolatiemateriaal complexer is dan werd gedacht.

De rookgasexplosie bij de brand in een bedrijfsgebouw in Den Haag in 2011 is één van de aanleidingen voor het onderzoek naar het brandgedrag van sandwichpanelen. Door Casper Ferwerda

‘D

e bijdrage van isolatiematerialen aan rookgasexplosies was nog niet eerder goed onderzocht’, vertelt Giunta d’Albani (26), die voor zijn scriptie Fire behavior of sandwichpanel core materials in the pre-flashover phase de mastertitel ontving. ‘Er bestonden sterke vermoedens over het brandgedrag, dus was het de hoogste tijd om te onderzoeken of die waar zijn.’ De vrees dat sandwichpanelen met een synthetische en minerale wolkern gevaarlijk zijn, komt voort uit een aantal recente

14

nummer 5 mei 2016 - Sdu Uitgevers

incidenten, zoals de brand in De Punt en bij bedrijfsgebouwen in Leiden en Den Haag’, vertelt Ricardo Weewer, lector Brandweerkunde aan de Brandweeracademie van het IFV. Hij was een van de begeleiders van het onderzoek van Giunta d’Albani. ‘Het onderwerp speelt al enige tijd binnen de brandweer. Brandweerlieden en brandonderzoekers namen waar dat rookgasexplosies vaker voorkomen. Vooral in bedrijfsgebouwen waar ook sprake is van kunststofisolatie. In sommige gevallen werd verondersteld dat er een direct verband is tussen de aanwezigheid van isolatiematerialen en rookgasexplosies. Om aan te tonen wat er gebeurt en om duidelijkheid te scheppen, is het onderwerp aangedragen als

Brand&Brandweer


on derzoek

onderzoeksthema bij de faculteit Bouwkunde van de TU/e.’ Giunta d’Albani begon met een literatuurstudie naar de gevaren van sandwichpanelen als bouwproduct. Hij raadpleegde wetenschappelijke tijdschriften op het gebied van fire safety engineering en materiaalwetenschappen. Hij ontving ook informatie van allerlei producenten van sandwichpanelen. ‘In de literatuur wordt ingegaan op de brandbaarheid van sandwichpanelen, maar de studies focussen op volledig ontwikkelde branden. Daarbij wordt het verlies van draagkracht van de stalen bekleding beschreven, net als het vervroegd blootstellen van kernen door vervorming of doorbuiging van de panelen. Ook lees je over het ontstaan van rooklaag-explosies door het uitgassen van de panelen.’ Geen pyrolyse Naast een literatuuronderzoek voerde Giunta d’Albani een indicatief onderzoek uit. ‘Ik wilde meer inzicht krijgen in het gedrag van sandwichpanelen in de fase voor een flashover, daarop gaf

Optelsom Na ongeveer een jaar onderzoek doen concludeert Giunta d’Albani dat sandwichpanelen op zichzelf geen gevaar vormen voor personen bij normaal gebruik van een gebouw. ‘De onderzochte sandwichpanelen stoten gassen uit wanneer deze blootgesteld worden aan hitte, maar het mogelijke gevaar van een rookgasexplosie, dat wordt veroorzaakt door sandwichpanelen, ligt boven de temperatuurgrens waaraan brandweerlieden blootgesteld kunnen worden.’ Maar sandwichpanelen kunnen wel een bijdrage leveren aan het risico, dat geldt met name voor PUR. Giunta d’Albani: ‘Het is allemaal wat ingewikkelder dan werd gedacht. Je kunt er dus niet zonder meer vanuit gaan dat alleen de aanwezigheid van sandwichpanelen tot een rookgasexplosie kan leiden. De inhoud van een gebouw, zoals de inventaris, weegt zwaar mee. Het is in feite een optelsom van risicofactoren.’

Fotografie: Sander Giunta d’Albani

Vervolgonderzoek gewenst Weewer is blij met het onderzoek van Giunta d’Albani, die eind vorig jaar de IFV-VVBA-scriptieprijs in ontvangst mocht nemen voor zijn studie. ‘Het helpt mee aan het beantwoorden van een aantal grote brandweervragen die momenteel spelen. Dankzij dit onderzoek is het beeld wat genuanceerd. Een rookgasexplosie kan bij een inzet dus niet alleen maar worden veroorzaakt door sandwichpanelen. Andersom kunnen we ook niet stellen dat wanneer er geen sandwichpanelen zijn, er niks kan gebeuren. Er spelen meerdere factoren mee.’

‘er komen niet genoeg pyrolysegassen vrij om te komen tot een rookgasexplosie’

De testopstelling waarmee Giunta d’Albani PUR, PIR en steenwol heeft bestudeerd bij blootstelling aan hogere temperaturen.

de literatuur geen antwoord. Vormen de meest gangbare sandwichpanelen een risico voor brandweerlieden bij een offensieve binneninzet? Ik heb daarom gekeken naar de reacties bij temperaturen van twintig tot 350 graden Celsius. Daarbinnen kunnen brandweerlieden aanwezig zijn in een gebouw, bij hogere temperaturen niet meer.’ Giunta d’Albani ontwikkelde een testopstelling waarbij hij de isolatiematerialen PUR, PIR en steenwol bestudeerde bij blootstelling aan drie verschillende, constante temperaturen: 150, 250 en 350 graden Celsius. Elke test duurde tien minuten. ‘Tot 150 graden Celsius was er niks aan de hand’, blikt hij terug. ‘Ik stelde geen reactie vast. Eigenlijk liep het massaverlies van synthetische en minerale wolkernen niet ver uiteen, tot een temperatuur van 300 graden Celsius.’ Tijdens het onderzoek stelt Giunta d’Albani slechts lichte vervormingen en verkleuring in het materiaal van de proefstukken vast. ‘Van pyrolyse, ofwel ontleding bij hoge temperaturen zonder dat er zuurstof bij komt is sprake, maar de hoeveelheid vrijkomende pyrolysegassen uit het isolatiemateriaal is niet voldoende om tot een rookgasexplosie te komen.’

Brand&Brandweer

Het onderzoek dat Giunta d’Albani heeft uitgevoerd, is vooral verkennend geweest, onderstreept Weewer. ‘Het is gedaan met beperkte middelen en binnen relatief korte tijd. We willen hier graag met de TU/e een vervolg aan geven via een promotieonderzoek. Maar daar is geld en dus subsidie voor nodig.’ Om dat te verkrijgen heeft de TU/e in overleg met Weewer een onderzoeksvoorstel geschreven, maar dat leidde vorig jaar nog niet tot een toekenning. ‘Wij weten nu wat er aan het voorstel moet worden verbeterd. Dit jaar krijgen we weer de gelegenheid om het voorstel in te dienen. Ik verwacht dat het dan wel lukt om subsidie te krijgen.’ Weewer kan niet wachten om met het onderzoek over het brandgedrag van sandwichpanelen verder te gaan. ‘Ik wil de wetenschap en de praktijk beter aan elkaar koppelen. Wat we in de praktijk constateren, moeten we goed onderzoeken en wetenschappelijk onderbouwen. Hoe zit iets daadwerkelijk in elkaar? Ik zie dit als een missie.’ Giunta d’Albani, inmiddels werkzaam in de Eemshaven, snapt de ambitie van Weewer. ‘Mijn onderzoek was relatief kleinschalig van opzet. Ik hoop dat brandgedrag van sandwichpanelen op korte termijn grondiger wordt bestudeerd zodat hardere conclusies kunnen worden getrokken. Voor nu draagt mijn onderzoek denk ik vooral bij aan de bewustwording binnen de brandweer. Ik heb, denk ik, de vrees dat rookgasexplosies alleen veroorzaakt kunnen worden door sandwichpanelen, weten weg te nemen.’ ■

Sdu Uitgevers - nummer 5 mei 2016

15


Person eel & Org an isati e

Oefencentra hebben volop aandacht voor arbeidshygiëne

Fotografie: Jeffrey Koper

Voor arbeidshygiëne is al ruim een jaar volop aandacht. De tien quick wins van Brandweer Amsterdam-Amstelland worden bij steeds meer korpsen in het land toegepast. Maar hoe gaan oefencentra met dit thema om? De regionale oefencentra zijn verenigd in SFTYcoll waar is afgesproken dat deze oefencentra zoveel mogelijk dezelfde maatregelen treffen, bijvoorbeeld in de signalering en het kleurgebruik voor vuile en schone ruimtes. En hoe zit het bij het oefencentrum van Falck dat niet is aangesloten bij SFTYcoll?

Het is de bedoeling dat vieze pakken bij de flashovercontainer op BOCAS worden uitgetrokken. Hiervoor wordt nog een omkleedruimte gemaakt.

Door JILDOU VISSER

BOCAS: speciale pakken voor flashovercontainer p BOCAS wordt al enkele jaren rekening gehouden met arbeidsveiligheid. Voorheen was dat met name vanwege de hittebelasting, nu ligt de focus ook op rook en roet. ‘In 2012 hebben we bij de houtgestookte flashovercontainer koelstoelen aangeschaft en we wijzen erop dat iedereen voldoende moet drinken. Sinds vorig jaar zijn we ook bezig met arbeidshygiëne’, zo begint Jan Dirk van de Ven van Brandweer

O

16

nummer 5 mei 2016 - Sdu Uitgevers

Amsterdam-Amstelland. ‘Toen de discussie losbarstte zijn we eerst gaan kijken naar de kleding. Met name bij de instructeurs gaan we een stap verder, omdat zij veel meer contactmomenten hebben met rook en roet dan een doorsnee brandweerman. Voor hen hebben we aparte pakken aangeschaft voor de flashovercontainer. Daarnaast hebben we aparte onderkleding, latex onderhandschoenen, aparte ademluchttoestellen die vaker worden schoongemaakt een een lange balaclava.’ Ook is op BOCAS de looproute vanaf het terrein naar de kleedkamers aangepast. ‘Voorheen moest je met je vieze pak aan langs de receptie, legt Van de Ven

Brand&Brandweer


Fotografie: Troned

Person eel & Organ isati e

uit. ‘Nu hebben we een deur in de buitenmuur bij de kleedkamers gemaakt, zodat je direct op de goede plek naar binnen kunt.’ Op het oefenterrein van BOCAS ligt het grootste aandachtspunt bij de flashovercontainer. ‘Deze is ontzettend veel vervuilender dan het gasgestookte oefengebouw. De flashovercontainer ligt in de verste hoek van het oefenterrein. Hier willen we een omkleedruimte maken, zodat je niet met het vieze pak het hele terrein over hoeft’, aldus Van de Ven. ‘Daarnaast willen we dat al het materiaal dat bij de flashovercontainer is gebruikt, zoals je ademluchttoestel, masker, balaclava en de handschoenen in een afgesloten krat gaan, zodat we het vieze ook echt op de vieze plek houden. Zodra het deksel op het krat zit, kan het worden afgevoerd om schoon te maken. Dat is nu allemaal nog niet zo strak geregeld, daar zijn we nog mee bezig.’ Troned: ‘Gebruik je gezonde verstand’ Ook bij Troned staat arbeidshygiëne hoog op de agenda. ‘Het liefst zou je het oefenterrein opnieuw inrichten zodat je optimaal rekening kunt houden met schoon werken, maar dat kan niet. We moeten ook realistisch blijven. Op ons oefencentrum hebben we nu zo goed mogelijk schone en vuile zones ingericht. We hebben de wascapaciteit vergroot zodat kleding direct kan worden gewassen en we hebben de ademluchtwerkplaats aangepast’, vertelt Ymko Attema van Brandweer Twente. ‘Nu moet het bij iedereen tussen de oren komen.’ Door in het oefenprogramma aandacht te schenken aan schoon werken, hopen we dat het straks routine wordt. Bij alle oefeningen op Troned wordt schoon werken in de briefing meegenomen en na de oefening wordt besproken wat eraan is gedaan. Attema: ‘We werken hier echt met het principe learning by doing. We zijn er scherp op dat de maatregelen praktisch, haalbaar en uitvoerbaar zijn. We gaan schoon en vuil niet wiskundig benaderen. Collega’s van Brandweer Twente die op Troned komen oefenen krijgen een schoon bluspak. Voor collega’s uit andere regio’s maken we maatwerkafspraken. Als je contact hebt gehad met rook en roet en je bent zichtbaar vervuild dan kun je een schoon exemplaar aantrekken. Onderkleding moeten korpsen zelf meenemen, maar daarvoor geldt hetzelfde principe. Als je erg ruikt naar rook adviseren we schone onderkleding aan te trekken. De vervuilde kleding doe je in een waszak. Voor de bluskleding maken we gebruik van waszakken die in de wasmachine automatisch open gaan.’

‘met REDSUIT kun je realistisch trainen zonder vies te worden’ Daarnaast wordt op Troned gewerkt aan een nieuwe opzet van het oefenterrein en wordt een aantal nieuwe oefenobjecten gebouwd. ‘Voorheen stapten we in busjes naar de oefengebouwen en eetruimten. Dat doen we straks niet meer. Het oefenterrein wordt compacter en we ontwikkelen slimme looproutes’, legt Attema uit. ‘Ook wordt het oefenprogramma verstandiger opgebouwd door bijvoorbeeld eerst te oefenen in een gasgestookt complex en pas als laatste in een houtgestookt complex. Op deze manier kunnen we makkelijker de scheiding tussen schoon en vuil gebied handhaven.’ Maar de allerbeste manier om met arbeidshygiëne om te gaan, is volgens Attema om het aantal contactmomenten met rook en roet drastisch te verminderen. ‘In Twente zijn we bezig met de

Brand&Brandweer

Met het virtuele trainingssysteem REDSUIT kunnen verschillende scenario’s worden beoefend.

ontwikkeling van REDSUIT. Dit is een virtueel trainingssysteem waarmee je met de standaard uitrusting realistisch kunt trainen zonder vies te worden. Met REDSUIT kun je alles beoefenen. Je doet het aan, kiest welk scenario je wilt oefenen en kunt beginnen. Door de slimme technologie heb je het idee dat je echt in een pand loopt en te maken hebt met echte rook en vuur. Virtueel oefenen zal realistisch trainen nooit helemaal vervangen, maar met de komst van REDSUIT en andere technologieën gaan we een nieuw tijdperk in. Dit draagt bij aan de arbeidshygiëne.’ Falck: warmtepuntensysteem Net als bij de oefencentra die aangesloten zijn bij SFTYcoll is Falck sinds een jaar actiever bezig met arbeidshygiëne. ‘Maar wat houdt dit in?’, vraagt operationeel manager Marcel Woestenburg zich af. ‘Blusstoffen hebben invloed op je gestel en vervuild bluswater ook. Momenteel focussen we vooral op blootstelling aan rook en roet.’ Met behulp van het vlinderdasmodel heeft Falck per object en per type brand in kaart gebracht wat de gevaren zijn en wat kan worden gedaan om de gevolgen te beperken. ‘We zijn nu bezig dit in concrete maatregelen uit te werken. Zo kijken we per type brand en per oefenobject naar welke specifieke beschermingsmaatregelen nodig zijn. Het kan dus zijn dat we bij de ene oefening een Hollandse nekflap gebruiken en bij een andere oefening een aluminium nekflap. Ook hebben we extra ventilatie in de gebouwen, doen we meer metingen en het onderhoud van de objecten is veranderd. Er wordt vaker schoongemaakt’, vertelt pro-

Sdu Uitgevers - nummer 5 mei 2016

17


Person eel & Org an isati e

jectleider arbeidsveiligheid Mathé Koenen. ‘Bij alle maatregelen maken we onderscheid tussen ons eigen personeel en mensen die hier komen oefenen. De instructeurs worden namelijk dagelijks intensief blootgesteld aan rook en roet. Daar zul je dus ook andere maatregelen voor moeten treffen. Zo werken we in de planning van de oefeningen met een warmtepuntensysteem. Ieder object heeft een aantal punten toegekend gekregen voor hitte, rook en de intensiviteit. Op basis van dit puntensysteem stellen we de planning samen. Zo kunnen we ervoor zorgen dat iedere instructeur een gelijke oefenlast heeft en de meest intensieve oefeningen worden afgewisseld met minder intensieve oefeningen. De oefening in de flashovercontainer proberen we aan het einde van de dag in te plannen, zodat iedereen daarna direct kan douchen. Daarnaast monitoren we ons eigen personeel ook nauwgezet. Vroeger deden we dit alleen door het fietsen met ademlucht op, maar tegenwoordig doen we ook bloedonderzoek.’ Voor iedereen die bij Falck komt oefenen, hangt een schoon bluspak en onderkleding klaar. ‘Aan het einde van de dag wordt alles hier gewassen. Daarnaast adviseren we om niet alleen aan het einde van de dag een douche te nemen, maar ook tussen de middag voor de lunch. Zo kunnen we het restaurant ook echt schoon houden’, vertelt Koenen.

de slag gegaan met arbeidshygiëne. ‘We verzorgen hier beschermende onderkleding en handschoenen. Na afloop van de oefening gaat alles in zakken in de was’, vertelt Judy Bergwerff, hoofd van de afdeling vakbekwaamheid. ‘Daarnaast hebben we een afspoelunit gemaakt. Voordat je de kleedkamer in gaat, moet je eerst door de afspoelunit, of de wasstraat zoals we deze ook wel noemen. Je spoelt je in die container af met daarbij ook aandacht voor het ademluchttoestel. Daarna moet je nog een klein stukje door de buitenlucht en vervolgens stap je zo de doucheruimte in.’ Momenteel zijn er op het oefencentrum weinig externe klanten, omdat er wordt gewerkt aan nieuwbouw. Nog maar één oefenobject is operationeel. ‘Dit is een voor- en nadeel. We draaien vaak maar één dagdeel van maximaal drie uren een warme oefening. De belasting voor onze instructeurs is daarmee lager, maar dat maakt ook dat je minder snel wordt gedwongen na te denken over de maatregelen die je moet gaan nemen.’

In het nieuwe Veiligheidsoefencentrum komt een scherm met virtueel vuur.

‘Van de last minute risk analysis moeten we naar een ongoing risk analysis’ Een van de maatregelen die Falck verder gaat onderzoeken is het instellen van evaluatiezones. ‘We zien dat bij de evaluaties mensen makkelijk op een plek gaan staan waar ze in aanraking komen met rook van een andere oefening. Je moet zorgen dat je evalueert buiten de effectgebieden. We onderzoeken of we daarvoor zones in kunnen stellen of specifieke evaluatiepunten kunnen inrichten. Het lastige is dat de wind niet altijd uit dezelfde richting komt. Bewustwording is daarbij ook een belangrijke factor’, aldus Woestenburg. ‘We moeten eigenlijk zorgen dat we tijdens een oefendag continu bezig zijn met risicoanalyses. Niet alleen op het moment dat je een oefening doet, maar ook als de oefening afgelopen is. Van de last minute risk analysis moeten we naar een ongoing risk analysis.’ Hoeveel maatregelen ook worden genomen, uiteindelijk draait het volgens Koenen allemaal om het gedrag. ‘Natuurlijk heb je maatregelen nodig. Daar zorgen we ook voor en de maatregelen die we nemen zijn ook onderbouwd, maar het begint bij veilig gedrag. Als het niet tussen de oren zit en mensen er niet naar handelen, hebben maatregelen geen effect. Bij Falck willen we dat als mensen tussen de oefeningen door iets eten, ze eerst het bluspak uitdoen en hun handen wassen. Hetzelfde geldt voor het roken van een sigaret’, besluit Koenen. ‘Soms zijn dingen erg simpel, maar je moet er wel bij stilstaan. Houd bijvoorbeeld in de zomer bij zowel oefeningen als inzetten de ramen van de TS dicht. De wind kan draaien en het laatste wat je wilt is dat de rook en roet de TS in waaien.’ Veiligheidsoefencentrum: afspoelunit en nieuwbouw Ook het Veiligheidsoefencentrum van Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant is sinds vorig jaar nadrukkelijk aan 18

nummer 5 mei 2016 - Sdu Uitgevers

Brand&Brandweer


Person eel & Organ isati e

het nieuwe centrum hebben we ook nadrukkelijk rekening gehouden met oefenroutes’, vult Clemens Kamp aan. ‘Groepen gaan eerst in de gasgestookte ruimtes oefenen en pas aan het einde van de dag in de houtgestookte gebouwen. Daarna kunnen ze direct douchen. In de planning van de oefeningen moeten we daar nog een slimme oplossing voor vinden, want het kan niet zo zijn dat iedereen straks tegelijk in hetzelfde gebouw wil oefenen.’ Het oefengebouw met het digitale vuur is volgens Bergwerff uniek in Nederland. ‘In dat gebouw krijgen we een groot scherm met digitaal vuur. Zodra je daar water op spuit, zie je het effect van wat je doet. Het scherm reageert ook op bijvoorbeeld de straalpijpvoering en de hoek waarmee je het water erop spuit. Een groep brandweerlieden uit onze regio is bij de leverancier gaan kijken en testen. Zij zijn ervan overtuigd dat het erg realistisch is.’ ‘Virtueel oefenen is de toekomst’, weet Kamp. ‘Over een paar jaar doen we de helft van al onze oefeningen virtueel.’ ■ Fotografie: Haagen

In het nieuwe oefencentrum dat naar verwachting eind 2017 operationeel is, is nadrukkelijk rekening gehouden met arbeidshygiëne en zijn specifieke schone en vuile zones ingericht. Het nieuwe oefencentrum beschikt over vijf oefengebouwen; een houtgestookt oefenobject, een gebouw waar zowel op hout als gas wordt gestookt, een gasgestookt oefengebouw, een ruimte met digitaal vuur en een gebouw waar met ADMS virtueel kan worden geoefend. Bergwerff: ‘Het houtgestookte oefengebouw was een punt van discussie. Hoewel hout een grote vervuiler is, hebben we er toch voor gekozen om dit te realiseren. Het hout zorgt voor een warme rookgas laag die essentieel is voor de realistische trainingen. Brandweerlieden vinden dat nog steeds het meest sexy en het geeft de realiteit het beste weer. Ooit verdwijnen de houtgestookte oefengebouwen, daar zijn we van overtuigd. Tot die tijd gebruiken wij dit gebouw als Unique Selling Point. Veel regio’s hebben namelijk geen beschikking meer over houtgestookte oefenruimtes.’ ‘In

Brand&Brandweer

Sdu Uitgevers - nummer 5 mei 2016

19


On derzoek

Bij een woningbrand in Gorinchem is vorig jaar een persoon omgekomen.

Fatale woningbrand is relatief vaak een kleine brand Roken, koken, kortsluiting en defecte apparaten zijn vorig jaar, net als in eerdere jaren, de belangrijkste oorzaken geweest van fatale woningbranden. Opvallend is volgens Margrethe Kobes, onderzoeker bij de Brandweeracademie van het IFV, dat ieder jaar net iets meer dan de helft van de dodelijke slachtoffers minder zelfredzame personen zijn. Daarnaast valt op dat fatale woningbranden vaak relatief kleine branden zijn die beperkt blijven tot de ontstaansruimte. In 2015 zijn in totaal bij 27 branden 31 dodelijke slachtoffers gevallen.

Door JILDOU VISSER Fotografie Ginopress

I

n het Jaaroverzicht fatale woningbranden 2015 zijn alleen de woningbranden meegenomen die niet met opzet veroorzaakt zijn. Ook zijn alleen de slachtoffers erin meegenomen die als gevolg van de brand zijn overleden. Net als voorgaande jaren is iets meer dan de helft van de dodelijke slachtoffers verminderd zelfredzaam. ‘Dat betekent ook dat een grote groep

20

nummer 5 mei 2016 - Sdu Uitgevers

wel zelfredzaam was. Bij deze groep valt op dat zij vaak in de brandruimte liggen te slapen en door de brand worden overvallen’, aldus Kobes. ‘Een deel van hen beschikte over een werkende rookmelder, maar deze hing vaak in de hal. Op het moment dat je in de brandruimte ligt te slapen, duurt het te lang voordat de rook de rookmelder in een andere ruimte bereikt. Voorgaande jaren zagen we met name dat de verminderde zelfredzaamheid de meest bepalende factor was bij fatale woningbranden. Dit jaar zien we dat ook slapen en hevige rookontwikkeling als belangrijke

Brand&Brandweer


On derzoek

factoren worden genoemd.’ Een andere opvallende conclusie van het jaaroverzicht is volgens Kobes dat roken volgens de cijfers van het CBS niet vaak de oorzaak is van woningbranden. ‘Maar roken is samen met onvoorzichtigheid bij het koken ieder jaar de meest voorkomende oorzaak bij fatale woningbranden. Daaruit kunnen we concluderen dat gezien over alle woningbranden roken niet vaak de brandoorzaak is maar als het de brandoorzaak is, heeft de brand relatief vaak een dodelijke afloop.’ Brandomvang Fatale woningbranden zijn vaak relatief kleine branden, zo kunnen we concluderen uit de cijfers in het jaaroverzicht. Meer dan de helft (52%) van de branden is bij aankomst van de brandweer beperkt tot de ruimte waarin de brand is ontstaan. Bij 15% was de brand zelfs beperkt tot het voorwerp waarin de brand is ontstaan. ‘We zien dus dat de omvang van de brand minder bepalend is voor de fataliteit. De enorme rookontwikkeling en -verspreiding vormt een groter probleem’, aldus Kobes. ‘Daarom gaan we vanaf dit jaar de vraag toevoegen of de binnendeuren open of dicht zijn’, vult Tamo Vogel, trainee bij het IFV, aan. ‘Zo kunnen we onderzoeken of het geopend of gesloten zijn van deuren effect heeft.’

‘De enorme rookontwikkeling en -verspreiding zijn een groot probleem’ Naast de brandomvang is ook gekeken naar het moment van overlijden. Daaruit blijkt dat ongeveer twee derde van de slachtoffers ter plaatse overlijdt, ongeveer een kwart in het ziekenhuis en een tiende op weg naar het ziekenhuis. Bijna de helft (45%) van de slachtoffers is vermoedelijk al voor de aankomst van de brandweer overleden, waarvan 29% al voor de melding van de brand. ‘In hoeverre heeft het openen of sluiten van binnendeuren effect op deze categorieën? Dat willen we de komende jaren nader onderzoeken’, vertelt Kobes. ontdekkingstijd ‘Bij 82% van alle fatale branden is de brandweer binnen acht minuten ter plaatse. Bij ruim een vijfde van deze branden was dat zelfs binnen vijf minuten. Als je dit vergelijkt met de ontdekkingstijd, dan zie je met name dat in de laatste nog een wereld te winnen is. Vaak zijn het omstanders die voorbij lopen of de buren die de brand melden. In 49% van de fatale branden heeft het langer dan een kwartier geduurd voordat de brand is gemeld. Als slachtoffer heb je dan weinig overlevingskansen meer.’ Daarin speelt naast de aanwezigheid van werkende rookmelders volgens Kobes ook de woonsituatie een rol. Bij 63% van de fatale branden waren de slachtoffers alleenstaand en bij ruim driekwart waren de slachtoffers ten tijde van de brand alleen thuis. ‘Als er meerdere personen thuis zijn, wordt een brand vaak sneller ontdekt en gemeld.’ Gebouwkenmerken In 2015 zijn er voor het eerst meer fatale branden in galerijflats geweest dan in andere gebouwtypen. Vorig jaar waren de meeste dodelijke branden in rijtjeswoningen. ‘In deze cijfers zie je duide-

Brand&Brandweer

lijk dat de brand bij De Notenhout in Nijmegen effect heeft op het totaaloverzicht. Bij die brand zijn meerdere dodelijke slachtoffers gevallen. Dit laat goed zien dat we voorzichtig moeten zijn met het trekken van conclusies op basis van deze cijfers’, legt Kobes uit. ‘Ieder jaar zijn er ongeveer dertig dodelijke slachtoffers als gevolg van brand. Ieder slachtoffer is er natuurlijk één te veel, maar we spreken over kleine aantallen. Grote branden met meerdere slachtoffers hebben daardoor effect op het jaaroverzicht. Als je conclusies wilt trekken waarop je beleid kunt maken, dan moet je kijken naar meerdere jaren. Dan zijn de aantallen groter en kun je dus betrouwbaardere conclusies trekken over welke factoren echt van belang zijn.’

‘De combinatie van materialen zorgde ervoor dat de brand is gesmoord’ Kijkend naar de cijfers van vorig jaar, concludeert Kobes dat de gebouwkenmerken slechts in beperkte mate invloed hebben gehad op het overlijden van het slachtoffer. Bij vier fatale woninbranden zijn de bouwmaterialen van invloed geweest op het overlijden van het slachtoffer, maar in alle gevallen was sprake van een combinatie van typen bouwmaterialen die van invloed zijn geweest. Zo staat in het rapport dat bij drie branden de beglazing een rol heeft gespeeld, waarbij in twee gevallen sprake was van dubbel glas en in één geval van enkel glas. Bij één van de branden waarbij de dubbele beglazing van invloed is geweest, heeft ook de betonvloer een rol gespeeld. De combinatie van materialen zorgde ervoor dat de brand door zuurstofgebrek is gesmoord. ‘Doordat die aantallen zo laag zijn en er sprake is van verschillende bouwmaterialen en combinaties van bouwmaterialen is daar eigenlijk niets over te zeggen.’ Actuele gegevens Het IFV publiceert slechts eenmaal per jaar een jaaroverzicht van fatale woningbranden en eens per vijf jaar een trendanalyse. Dat gaat veranderen, laat Tamo Vogel weten. ‘We zien dat er veel belangstelling is voor de gegevens. Daarom gaan we dit jaar beginnen met het publiceren van meer actuele gegevens over fatale woningbranden. Vanaf eind mei gaan we de data van iedere fatale brand plaatsen op www.ifv.nl/fatalewoningbranden’, vertelt hij.

‘We gaan de gegevens van iedere fatale brand op de website plaatsen’ ‘Daarnaast gaan we vanaf volgend jaar de vragenlijsten van fatale woningbranden en de reddingen koppelen. Nu zijn het nog twee losse onderzoeken, maar die voegen we samen.’ Brandweerlieden die zijn ingezet bij een woningbrand met dodelijke slachtoffers kunnen deze brand melden via woningbrand@ifv.nl. ■

Sdu Uitgevers - nummer 5 mei 2016

21


Weet u hoe u een binnenbrand effectief en veilig kunt bestrijden?

Brandbestrijding: → Wanneer kies je voor HD, en wanneer vooral niet? → Ventilatie: wanneer is het zinvol, wanneer gevaarlijk? → Waarom is verkennen zo belangrijk? → Wat is nog veilig en gezond, waar liggen grenzen, hoe verloopt herstel?

Bestel direct op sdu.nl/brandbestrijding


BRANDWEER NEDERLAND Brandweer Nederland is het samenwerkingsverband van alle brandweerkorpsen. Wij staan voor 30.000 brandweermensen die zich met hart en ziel inzetten voor hun medemens. Die 24 uur per dag en 7 dagen per week werken aan een brandveilige samenleving. Wij treden eensgezind en slagvaardig op, met als doel: minder branden, minder slachtoffers, minder schade.

Brandweer Nederland: samen sterk, samen veilig

Sdu uitgevers - nummer 5 - mei 2016

Dit katern is tot stand gekomen onder redactie van Brandweer Nederland


ÉÉN BRANDWEER - ÉÉN VAK

BRANDWEER


Wij zijn de basis van de brandweer. Of het nu gaat om beroeps of vrijwillig, man of vrouw, ‘warm’ of ‘koud’, leidinggevend of uitvoerend. We zetten ons allemaal in voor hetzelfde doel: een (brand)veilig Nederland!

Wij zijn de brandweer. 30.000 brandweermensen zetten zich 24 uur per dag, 7 dagen in de week, met hart en ziel in voor de maatschappij.


Brandweer Nederland feliciteert alle ploegen die dit jaar deelnamen aan de landelijke finales van de Jeugdbrandweer. Komend jaar mogen de volgende jeugdploegen zich landskampioen noemen: Aspiranten HD – Geldermalsen Junioren LD – Deventer Aspiranten LD – Geldermalsen

BRANDWEERHART Kijk voor meer info op www.jeugdbrandweer.nl

24 uur per dag, 7 dagen in de week zetten 30.000 brandweermensen zich in voor een brandveilige samenleving. Dat doen zij met hart en ziel. Voor velen is de brandweer meer dan ‘werk’. Voor hen is het een roeping. Zij hebben een waar brandweerhart. In de rubriek ‘het brandweerhart van…’ vertellen we het verhaal van de brandweermensen. Ken jij iemand met een brandweerhart? Geef hem of haar op via delen@brandweernederland.nl Met hart en ziel Uitnodiging aanbetrokken alle vrouwen die bij de brandweer werken: “Er is veel gebeurd in de afgelopen Kom op vrijdag 13 november naar de netwerkdag van het netwerk 45 jaar. Er is ook veel veranderd in die brandweervrouwen. bent 45 jaar. Vooral de laatsteJe jaren gaande dehele middag en avond welkom, veranderingen erg hard. Sinds april ’71 maar je kunt je ook voor een dagdeel aanmelden. Er zijn 6 zeer werk ik bij de brandweer. Ik was toen diverse waar je toen er maximaal 4 van kunt kiezen. twintig workshops jaar en ging patat halen de brandweercommandant mij aansprak, “je moet bij de brandweer”. Dezelfde Kijk voor meer info en aanmelding op week nog rukte ik mee uit. Sindsdien is www.brandweernederland.nl/brandweervrouwen de brandweer onlosmakelijk verweven met mijn leven”, start Henk van Rossum zijn verhaal.

De brandweer heeft me veel gebracht “Ik had helemaal geen binding met de brandweer. Niemand uit onze familie zat bij de brandweer, maar ik was gefascineerd door de sirene van de brandweer. Toentertijd ging de sirene nog af bij een brand”, begint Wilger Geurts zijn verhaal. “Mijn ouders verklaarden me voor gek dat ik bij de brandweer wilde en de brandweermensen van Steenderen vonden me met mijn twintig jaar nog te jong. Gelukkig kon ik een jaar later alsnog beginnen aan mijn carrière bij de brandweer.” Inmiddels 30 jaar later oefent Wilger steeds gedreven en enthousiast.

De stille kracht achter de post Peize ‘Het teamwork, de saamhorigheid en de collegialiteit, dat is wat werken bij de brandweer zo bijzonder maakt’, zegt post­ commandant Harry Tappel. ‘Natuurlijk ook de hulp die je biedt, Teamspirit en innovatie maar zonder kun je die hulp überhaupt niet Op 1 september werkt die hij 25basiswaarden jaar bij de brandweer. Maar als het aan Peter leveren.’

Bastiaansen ligt, dan zit hij nog maar op de Naast helft van zijn brandweercarrière. branden blussen en hulp verlenen, krijgt leed voorkomen De brandweer is zijn lust en zijn leven: bijvooral de brandweer steeds meer aandacht. Want minder brand “Ik ben gek op het technische gedeelte. Als je aan een brand nietsminder zou betekent minder leed, slachtoffers en minder schade. doen dan zou het uiteindelijk vanzelf Brandweermensen die zich op uitzonderlijke wijze inzetten voor een keer uit gaan”, grapt hij, “maar bij een hulpverlening Brandveiligmoet leven, krijgen een 'parel van de brandweer' cadeau. technische je echt ingrijpen.”

Lees het hele verhaal op brandweernederland.nl/parels

Wil je 24/7 op de hoogte blijven?

Wil je 24/7 op de hoogte blijven? facebook.com/NLBrandweer

linkedin.com/groups?gid=3225709

twitter.com/Brandweer_NL

instagram.com/BrandweerNL

facebook.com/NLBrandweer twitter.com/Brandweer_NL

pinterest.com/BrandweerNL

linkedin.com/groups?gid=3225709 brandweernederland.nl

brandweernederland.nl

Nummer 11 november Sdu2016 Uitgevers Sdu uitgevers ­ nummer2015 5 ­ mei

Lees de complete verhalen op www.brandweernederland.nl/brandweerhart

De kracht van anders

Schrijf je in voor de nieuwsbrief van Brandweer Nederland Schrijf je in voor de nieuwsbrief van Brandweer Nederland op www.brandweernederland.nl/nieuwsbrief op www.brandweernederland.nl/nieuwsbrief Deze tekst is is tot tot stand stand gekomen Nederland Dit katern gekomenonder onderredactie redactievan vanBrandweer Brandweer Nederland


risicobeh eersi ng

‘In overleg met elkaar bereik je meer’

Door JILDOU VISSER

Intergamma: samen kijken naar excessen en hiaten in brandveiligheid ntergamma, het moederbedrijf van de bouwmarkten Gamma en Karwei, kreeg in 2008 voor het laatst te maken met twee grote branden. De eerste was bij de Gamma in Doetinchem waar een boze klant tijdens openingstijd een brandbom liet afgaan in het schap met licht ontvlambare stoffen. De tweede was in Amsterdam-Noord. Hier sloeg de brand via de naastgelegen Leen Bakker over naar de bouwmarkt. Hoewel het concern al bezig was met het zoeken naar een brandveiligere oplossing voor de schappen met gevaarlijke stoffen, deed de brand in Doetinchem de ogen verder openen. ‘Toen ik in 1997 bij het bedrijf kwam werken viel me op dat de hoeveelheid licht ontvlambare stoffen die we in grote bouwmarkten hadden staan, soms 2,5 keer zo groot was als destijds wettelijk was toegestaan. Ze stonden op een lekbak, dus iedereen dacht dat het veilig was. We hebben een delegatie van Brandweer Nederland en het ministerie van Infrastructuur en Milieu uitgenodigd. Ik heb hen gevraagd wat ze vonden van de wijze waarop wij de licht ontvlambare stoffen in de winkel hadden staan. Ze vonden de hoeveelheid normaal en het stond netjes. Toen ik hen vertelde dat het 2,5 keer de wettelijk toegestane hoeveelheid was, werden ze stil’, zo begint Michiel van Zon, security manager bij Intergamma. Eind 2006 vormt hij een werkgroep met vertegenwoordigers van Brandweer Nederland, de ministeries van Binnenlandse Zaken, Infrastructuur en Milieu en Economische Zaken en vertegenwoordigers van de doe-hetzelfbranche van Detailhandel Nederland. Daar komt het activiteitenbesluit uit voort waarin staat dat de maximale wettelijk toegestane hoeveelheid onder strikte voorwaarden mag worden overschreden.

I

Gevaarlijke stoffenkast ‘Intern zijn we gaan kijken hoe we volgens de nieuwe wetgeving het beste de grotere hoeveelheid stoffen in de winkel konden opslaan. De bestaande gevaarlijke stoffenkluizen waren geschikt voor maximaal 250 liter. Dat was te klein. Onze omloopsnelheid

Brand&Brandweer

Fotografie: Michiel van Zon

Dat de impact van brand veel groter is dan alleen de materiële schade ondervinden bedrijven vaak pas op een moment dat het te laat is. Een langdurige sluiting of reputatieschade kan er in het ergste geval zelfs voor zorgen dat bedrijven als gevolg van brand failliet gaan. Het belang van brandveiligheid is dus groot. Maar hoe ervaren bedrijven dit zelf? Hoe gaan zij om met brandveiligheid? En in hoeverre heeft de brand het denken over brandveiligheid veranderd?

De gevaarlijke stoffen staan bij de Gamma en Karwei bouwmarkten in een apart ontworpen brandcompartiment. Bij brand sluiten de rolluiken en schuimen de kieren dicht, zodat de brand snel wordt afgeschermd.

Sdu Uitgevers - nummer 5 mei 2016

27


risicobeh eersi ng

Fotografie: Woonstad Rotterdam

is groter. Dan zouden we met karretjes door de winkel moeten om de schappen te vullen. Dat levert gevaarlijke situaties op. We hadden op de verkoopvloer een brandwerende kast nodig met een inhoud van ongeveer duizend liter. In samenwerking met Brandweer Nederland hebben we een nieuw type gevaarlijke stoffenkast laten ontwerpen die een apart brandcompartiment vormt in de bouwmarkt. Deze is altijd geopend, zodat klanten ongehinderd hun materialen kunnen pakken. In geval van brand sluiten de rolluiken automatisch en worden de kieren dichtgeschuimd. Het compartiment is negentig minuten brandwerend.’ In de periode dat de gevaarlijke stoffenkast wordt ontwikkeld, doen de twee branden zich voor. Van Zon: ‘Het gelukkige toeval bij beide branden was dat op één ruimte na de panden volledig waren afgebrand. In die ruimte zat ons videosysteem. Alle beelden waren bewaard gebleven. Daarop konden we zien hoe de branden zich hadden ontwikkeld. En daar schrokken we van.’ De flessen met licht ontvlambare stoffen reageerden anders dan tot dan toe werd aangenomen. ‘We verwachtten dat de flessen door de hitte zouden smelten en de stoffen via de lekbak zouden worden afgevoerd. Dat bleek anders. Door de hitte bouwde de druk zich in de flessen op totdat de fles het begaf. De flessen werden een soort vlammenwerpers die in een mum van tijd de hele winkel in brand zetten.’ De videobeelden sterken Van Zon in het belang van de ontwikkeling van de gevaarlijke stoffenkast. ‘Brand bij de gevaarlijke stoffen was levensgevaarlijk. Als winkelketen wil je niet slecht in het nieuws komen. Slachtoffers als gevolg van brand kan je de formulenaam kosten. Wij willen dat onze klanten kunnen winkelen in een veilige omgeving en doen daar alles aan.’ De speciaal ontwikkelde kasten kosten achtduizend euro per stuk. Dit wordt betaald door de franchisenemers. Van Zon: ‘Als keten bepalen wij hoe onze bouwmarkten worden ingericht. De kasten hebben we geïntegreerd in de inrichting en zijn voor onze franchi-

Een brandklep met rookdetectie. Om te voorkomen dat rook zich door het gebouw verspreidt, plaatst Woonstad Rotterdam deze op de ventilatiekanalen.

senemers een voorgeschreven onderdeel van de formule. Zij zaten niet op de extra kosten zaten te wachten, totdat we ze de beelden van de branden in Doetinchem en Amsterdam lieten zien. Iedereen was direct overtuigd van de noodzaak van de investering.’ Gestelde normen Voldoen aan de brandveiligheidseisen is voor Intergamma geen doel op zich. ‘Het gaat erom dat het veilig is. Ik kijk liever samen met de brandweer waar de hiaten in de regelgeving zitten en 28

nummer 5 mei 2016 - Sdu Uitgevers

waar de excessen. De opslag van gevaarlijke stoffen in een bouwmarkt was zo’n hiaat. Maar er zijn ook excessen in de huidige brandpreventie’, aldus Van Zon. Als voorbeeld noemt hij de brandwerende scheidingen tussen de schappen met verfstoffen. ‘Die worden door preventisten geëist. Ze kosten tienduizend euro per stuk. Vreemd genoeg worden ze ook geëist bij onbrandbare watergedragen verf. Bij de schappen met bootlakken worden de scheidingen vaak vergeten. Dat vind ik gek en duidt mogelijk op een gebrek aan informatie. Overigens wordt steeds meer verf watergedragen en daarmee onbrandbaar.’ Een ander voorbeeld van een exces is volgens Van Zon dat in sommige gevallen bij de houtafdeling vanwege de grotere vuurbelasting een sprinkler wordt geëist. ‘Onzin als je het mij vraagt. De brand ontwikkelt zich bij deze compacte producten niet snel en tijdens openingstijd wordt het snel gedetecteerd. Hierdoor kun je het prima met kleine blusmiddelen blussen. Na openingstijd duurt de ontdekkingstijd langer. Dan heb ik liever dat het gebouw afbrandt. De rook zorgt voor veel schade aan producten. De uitverkoop die we dan moeten houden kost ons meer dan wanneer het pand afbrandt. Ook verzekeraars zijn het eens met de afbrandscenario’s. Het is veiliger voor de brandweer en goedkoper voor ons. Als je voor de hiaten extra maatregelen neemt en de excessen achterwege laat, krijg je een beter evenwicht tussen de kosten en echte veiligheid.’ Woonstad Rotterdam: ‘De impact was behoorlijk’ In één van de hallen van seniorenwooncomplex Nieuw Kellog van Woonstad Rotterdam ontstaat in de nacht van 24 op 25 juni vorig jaar brand in een scootmobiel. Het incident heeft een flinke impact op zowel de bewoners als de woningcorporatie laat projectleider Onderhoud & Renovatie Robert Francissen weten. ‘Het was een relatief kleine brand op één verdieping, maar door het ventilatiesysteem heeft de rook zich over alle verdiepingen verspreid. Ongeveer eenderde van alle woningen of ruimten in deze vleugel had rookschade.’ De brand heeft volgens Francissen aan het licht gebracht dat het gebouw door een wijziging in de gebruiksfunctie niet op alle punten voldeed aan het Bouwbesluit. Zo zijn onder andere de voordeuren niet voldoende brandwerend. ‘Die zijn vervangen. Onder de bewoners was bovendien onrust over de vluchtwegen. Samen met de brandweer hebben we hen tijdens bijeenkomsten geïnformeerd over brandveiligheid en de maatregelen die we gingen nemen. Ook hebben we met de brandweer goed gekeken naar de brandveiligheid.’ Een van de maatregelen die Woonstad Rotterdam neemt is het opstellen van beleid over het parkeren van scootmobielen in de gangen. ‘Dat is niet langer toegestaan. Omdat de woningen te klein zijn voor het parkeren van de scootmobiel, hebben we daar een apart brandcompartiment voor gemaakt. Dat betekende dat bewoners verder moeten lopen. Dat leidde tot enige frictie, maar met de brand hadden wij goede argumenten in handen. Bovendien is iedereen in staat om met een rollator bij de woning te komen. Meerdere gebouwen zijn al voorzien van een scootmobielruimte, maar we willen dit breder uitrollen en de brandveiligheid van de al bestaande scootmobielruimten waarborgen’, vertelt Francissen. Een andere maatregel die de woningcorporatie neemt is het plaatsen van brandkleppen met rookdetectie op de ventilatiekanalen. ‘Volgens de wetgeving is dit niet verplicht, maar het gemak waarmee de rook zich vorig jaar verspreidde vinden wij te gevaarlijk. Daarom zetten we op alle roosters kleppen die bij brand automatisch sluiten’, aldus de projectleider.

Brand&Brandweer


Fotografie: Woonstad Rotterdam

risicobeh eersi ng

Leden van de bewonerscommissies van Stadswonen Rotterdam leren in een training hoe zij moeten handelen bij een vlam in de pan.

Toegevoegde waarde Francissen is erg te spreken over de samenwerking met de brandweer. ‘Ze waren de onafhankelijke autoriteit bij de bewonersbijeenkomst en ze hielpen om te komen tot een hoger brandveiligheidsniveau.’ Hij legt uit dat er volgens de letter van de wet maatregelen zouden moeten worden getroffen die branddoorslag van de portiek naar de woning kan voorkomen. ‘De brandweer achtte dit risico zo klein dat ze het niet nodig vonden. Daarentegen kwamen ze met andere punten die zij belangrijker vonden, zoals het vervangen van het draadglas in de puien in de gang door brandwerend glas. Volgens de wet hoefde dat niet. Al sparrend zijn we gekomen tot een pakket aan maatregelen waarmee we het budget echt kunnen steken in het verhogen van praktische brandveiligheid. Het advies van de brandweer heeft er bovendien mede voor gezorgd dat we bij de directie vrij makkelijk budget kregen.’ De maatregelen worden nu eerst in woongebouw Nieuw Kellogg doorgevoerd, maar daar blijft het als het aan Francissen ligt niet bij. ‘In de komende periode willen we ook met de brandveiligheid in andere gebouwen aan de slag. Deze brand heeft onze ogen geopend. Uiteindelijk is er iets moois uit voortgekomen.’ Stadswonen Rotterdam: ‘brand is kostbaar’ Stadswonen Rotterdam, een onderdeel van Woonstad Rotterdam, huisvest vooral studenten en jongeren. ‘In onze woningen is weleens brand. Meestal zijn het kleine keukenbrandjes zonder letsel’, zo begint beleidsmedewerker Marvin Siemersma. ‘Het bezorgt ons veel werk. De schade moet worden hersteld, maar je hebt ook veel afstemming met de huurder. We hebben nooit berekend wat een brand kost, maar ik weet zeker dat het ontzettend kostbaar is. Bovendien is het erg vervelend voor de huurder. Daarom proberen we te sturen op het voorkomen van brand. Zo heeft praktisch iedere woning een rookmelder die is geschakeld op het lichtnet.’ Een van de momenten die Stadswonen Rotterdam gebruikt om de

Brand&Brandweer

bewoners te wijzen op brandveiligheid is de periodieke inspectie. De studenten- en jongerenhuisvester heeft zesduizend woningen en ongeveer tweeduizend verhuizingen per jaar. ‘Daardoor komen we in ieder gebouw meerdere keren per jaar en bezoeken wij elke woning gemiddeld genomen eens in de twee tot drie jaar. Daarbij letten we op of het schoon is, maar kijken ook of alles heel en veilig is en of niets de vluchtweg barricadeert. Zodra we het idee hebben dat het urgent is worden huurders gesommeerd het probleem op te lossen. Gebeurt dat niet, dan zorgen wij voor een aannemer en worden de kosten doorberekend’, legt Siemersma uit. Daarnaast is ook in de bewonerscommissies aandacht voor brandveiligheid. De bewonerscommissie bestaat uit gemiddeld acht huurders per complex van ongeveer 150 woningen. Zij controleren de gebouwen periodiek op de hygiëne en veiligheid en krijgen één keer per jaar een training aangeboden. ‘Daarin behandelen we onder andere de facetten van brand en leren ze bijvoorbeeld hoe ze moeten omgaan met een CO2-brandblusser, een schuimblusser en een blusdeken.’ Samen met bewonerscommissies wordt ook gekeken naar de behoefte. Zo heeft Stadswonen Rotterdam in samenwerking met de commissies communicatiemiddelen laten ontwikkelen, waaronder een groot bord met instructies over brandveilig wonen in zowel het Nederlands als Engels. ‘Wij hebben de helft betaald en de commissies de andere helft. Door het samen te doen delen ze in het verantwoordelijkheidsgevoel. Ze zorgen er dan zelf voor dat de borden worden opgehangen en dat ze blijven hangen.’ Stadswonen Rotterdam probeert tot slot actiematig prikkels af te geven. Zo kreeg iedere nieuwe huurder vorig jaar aan het einde van het jaar een veiligheidspakket. ‘Daarnaast hebben we tien pakketten via de nieuwsbrief weggegeven. Daar zijn veel reacties op gekomen. En we houden schouwacties in samenwerking met de brandweer. Hierover hebben we onlangs een convenant gesloten.’ ■

Sdu Uitgevers - nummer 5 mei 2016

29


bran dweer bu iten lan d

Brandweeracademie bezoekt praktijktesten in de VS Onderzoeker Hans Hazebroek van de Brandweeracademie heeft van 12 tot en met 15 maart zeven praktijktesten bezocht van het Fire Safety Research Institute (FSRI) van onderzoeksinstituut UL. De praktijktesten zijn onderdeel van een groot onderzoek naar de effectiviteit van de binnen- en buitenaanval. ‘Het waren leerzame dagen.’

Door Jildou Visser Fotografie Hans Hazebroek

‘I

k heb drie dagen lang bij UL in de keuken kunnen kijken. Als onderdeel van het onderzoeksteam kon ik overal meekijken. Iedere dag hebben we experimenten gedaan met het blussen van een uitslaande slaapkamerbrand. Alle testen zijn met lage druk gedaan, want hoge druk kennen ze in Amerika niet’, vertelt Hazebroek. ‘De experimenten waren met name gericht op de effectiviteit van de binnen- en buitenaanval. Bij zowel de binnen- als buitenaanval is gevarieerd met een gebonden straal, een nevelstraal en een smoothbare straal. Dit is een kleine dichte straal waarmee geen lucht wordt verplaatst. Deze straalpijp heeft een groot doordringend vermogen.’ Tijdens de experimenten valt Hazebroek op dat de Amerika een andere opvatting hebben over hoe brand moet worden bestreden. ‘In Europa zijn we veel bezig met rookgaskoeling en gebruiken we zo weinig mogelijk water. Daardoor blussen we langzamer. In

30

nummer 5 mei 2016 - Sdu Uitgevers

Amerika gebruiken ze ontzettend veel water om een snelle knockdown te realiseren. Welke manier beter is, weet ik niet. Daarvoor moeten we de resultaten van de experimenten afwachten.’

‘In Amerika hebben ze een andere opvatting over brandbestrijding’ Opvallend is ook de manier waarop UL de experimenten heeft ingericht. ‘Zij hebben meer middelen tot hun beschikking. Jaarlijks krijgen ze een aantal miljoen voor onderzoek naar firefighter safety. Daardoor kunnen ze dit groots opzetten. In totaal doen ze alleen voor dit onderzoek al dertig burns. Zij hebben een oefenterrein waar ze huizen hebben staan die opgebouwd zijn uit een houtskelet. Dit skelet is bekleed met gipsplaten. Daarin konden

Brand&Brandweer


bran dweer bu iten lan d

we twee burns per dag doen. Aan het einde van de tweede burn was de gipslaag dusdanig aangetast dat ze een aannemer lieten komen om het gips te vervangen voor de volgende dag. Als je dat vergelijkt met onze experimenten in Zutphen dan kunnen we nog veel effectiever oefenen. Wij hadden daar een beperkt aantal huizen waar we het mee moesten doen. In Zutphen moesten we bovendien rekening houden met de omgeving. Op deze gebouwen staat een naverbrander. Tegelijkertijd waren de huizen in Zutphen perfect voor ons experiment. We wilden immers een realistisch brandverloop in beeld brengen.’ Een groot verschil tussen Europa en Amerika is volgens Hazebroek het bouwmateriaal van de huizen. In Amerika zijn de woningen veelal opgetrokken uit hout, in Europa van baksteen. Verbinding wetenschap en praktijk Ook de samenwerking van UL met de korpsen uit het land noemt Hazebroek als een van de meest opvallende punten. ‘UL betrekt een aantal brandweerlieden met wetenschappelijke achtergrond uit het land bij het hele onderzoek. Zij denken van begin tot eind mee over het onderzoek en zijn betrokken bij de uitvoering. Bij de Brandweeracademie hebben we tot nu toe brandweerlieden uit de regio’s alleen betrokken bij de praktische uitvoering van de experimenten. De aanpak van UL heeft als voordeel dat het team erg flexibel is. Op het moment dat ergens werk blijft liggen kan iedereen inspringen. Dat werkt makkelijker dan wanneer je voor ieder onderdeel aparte groepen hebt. Daarnaast zijn deze brandweerlieden gedurende het hele onderzoek betrokken. Daardoor nemen ze ook echt kennis mee terug het veld in. Bij ons weten de brandweerlieden die meedoen aan de experimenten allemaal maar een heel klein deel van het totaal. In Nederland zouden we best eens kunnen kijken naar of we brandweerlieden met een hbo- of universitaire achtergrond projectmatig kunnen inzetten voor dit soort onderzoeken. Op die manier kunnen we de kloof tussen de praktijk en wetenschap verder dichten.’

Brand&Brandweer

Metingen Daarnaast merkt de onderzoeker op dat de Amerikanen een aantal factoren kunnen meten die in Nederland nog niet gemeten worden. Daarbij gaat het onder andere om het krimpen en uitzetten van gassen. ‘Dat heeft invloed op het stromingspatroon. Zij hebben een laser waarmee ze de luchtvochtigheid tijdens de brandontwikkeling en -bestrijding kunnen meten’, aldus Hazebroek.

‘Tijdens de blussing loopt de hittestraling op’ Ook kijken de Amerikanen volgens de onderzoeker nadrukkelijker naar de invloed van hitte en vuur op het menselijk lichaam. ‘Wij meten alleen de hitte en hittestraling, maar hebben geen idee wat dat met de menselijke huid doet. De Amerikanen kijken naar de graad van de verbranding. Daarvoor gebruiken ze victim packages. Hierin zijn stralingsmeters en thermokoppels gecombineerd en daarbij wordt gebruik gemaakt van varkenshuid. Dit is het meest vergelijkbaar met onze menselijke huid. Door dit te gebruiken kunnen ze goed nagaan hoe erg de verbranding is.’ Resultaten Over de resultaten is nog niets bekend. ‘We hopen dat UL op het FSS congres in november een eerste tipje van de sluier kan oplichten. Ik hoop dat zij één van de fenomenen die we tijdens de experimenten voor de offensieve buiteninzet hebben gezien, straks kunnen verklaren. Tijdens de blussing zagen we namelijk dat de hittestraling zodra je een blussing start, oploopt. Voor ons is het nog een groot raadsel hoe dit kan. Tot nu toe hebben ze in Amerika daar ook nog geen antwoord op, maar we hopen dat ze door de grote hoeveelheid data die ze bij deze experimenten hebben verkregen daar een eerste verklaring voor kunnen vinden.’ ■

Sdu Uitgevers - nummer 5 mei 2016

31


>100 m3/u >50 diep >100mm3/u Mobiel >50 m diep Stand-alone Mobiel Stand-alone

www.smitsveldhoven.nl www.smitsveldhoven.nl Training Base Weeze Net over de Nederlandse grens bevind zich in Weeze Duitsland het grootste realistische oefencentrum van Europa: Training Base Weeze. Training Base Weeze is hèt realistische oefencentrum voor professionele hulpverleners van de Brandweer, Politie, Defensie en overige hulpdiensten als Geneeskundige Dienst en Internationale Humanitaire hulpverlening. Voertaal op dit oefencentrum is Nederlands (en Duits en Engels). De Shelter In 2015 is een nieuw gebouwde parkeer-garage gereed gekomen. Met deze nieuwbouw heeft Training Base Weeze een meerwaarde gecreëerd voor het oefenen van de brandweer. Er kan op dit Large Volume Fire Scenario Object getraind worden met piercing tools, lage druk- en hoge druksystemen en met blusschuimen. Met toepassing van vele denkbare inzet tactieken en -technieken is bij de ontwikkeling van dit oefenobject rekening gehouden. Zó kan er getraind worden met de materialen die de hulpverleners ook daadwerkelijk aan boord hebben van hun blusvoertuig waarmee ze worden ingezet bij een werkelijke repressieve inzet. Of het nu een inzet is gebaseerd op 2 mans bezetting of een TS-Flex of een TS -6, voor elke inzet is er een juist en uitdagend klein of groot scenario te beoefenen.

Multidisciplinair Realistisch Oefencentrum Training Base Weeze biedt Professionele Hulpverleners al jaren een goede en veilige realistische oefenomgeving. En daarmee een gelegenheid om kennis, vaardigheden en beroepshouding in een realistische context te toetsen en waar mogelijk zelfs te verbeteren. De realistische context bestaat uit een groot afgeschermd terrein van 40 hectare, voorzien van een enorme diversiteit aan kleine en grote oefenobjecten gelegen in een complete stedelijke infra-structuur. Maar ook door het werken volgens de aktuele te hanteren inzet procedures en aandacht voor bijvoorbeeld arbeidshygiëne, zorgen ervoor dat snel en efficient competenties van professionele hulpverleners ontwikkeld kunnen worden. Voor meer informatie: internet www.trainingbaseweeze.com telefoon 0049 (0) 2837665630 e-mail info@tb-weeze.com


ZO VADER , ZO ZOON

Ruis in de TS Al van jongs af aan is Erik Ruis geïnteresseerd in het brandweerwerk van zijn vader. Inmiddels zitten ze al vijftien jaar samen bij hetzelfde korps en zijn de gezagsverhoudingen omgedraaid. Waar Piet thuis de lakens uitdeelt, doet Erik dat bij de brandweer. ‘In het begin was dat wel even wennen’, vertelt Erik. ‘Inmiddels is het normaal dat ik mijn vader vertel wat hij moet doen.’ Door Jildou Visser fotografie Piet Ruis

Piet Ruis (63), hoofd brandwacht en chauffeur bij de vrijwillige brandweer Flevoland, post Emmeloord: Hoe bent u bij de brandweer terechtgekomen? ‘Ik wilde vroeger graag bij de brandweer, maar werkte eerst in Drenthe bij een andere werkgever. In de dagsituatie was ik te ver bij de kazerne vandaan. Toen ik bijna veertig jaar geleden de overstap maakte naar een baan bij de gemeente Noordoostpolder is me gevraagd of ik bij de brandweer wilde. Daar hoefde ik geen seconde over na te denken.’ Hoe vindt u het dat uw zoon nu ook bij de brandweer zit? ‘Mooi, hij heeft de brandweer altijd leuk gevonden. Hij werd vroeger ‘s nachts al wakker van de pieper en stond dan op de overloop als ik het huis uit rende. We rukken nu regelmatig samen uit. In het begin gaf ik hem wel eens advies, maar dat hoeft nu niet meer. Hij vertelt mij nu wat ik moet doen. Dat heeft wel een bepaalde charme. “We hebben geen ruis op de lijn, maar Ruis in de TS”, horen we wel eens als we allebei in de TS zitten.’ Wat kan uw zoon van u leren? ‘Niet zoveel meer. Op de TS heeft hij de leiding, daar ben ik trots op. Mijn vader zei altijd tegen mij dat ik moest zorgen dat ik het beter kreeg als hem. Dat heb ik ook tegen mijn zoon gezegd en dat is hem gelukt. Daarnaast blijft het brandweerwerk natuurlijk een teamsport. Je klaart elke klus samen. Onbewust leer je dan van elkaar.’

Erik Ruis (37), bevelvoerder bij de vrijwillige brandweer Flevoland, post Emmeloord: Wat vond je er vroeger van dat je vader bij de brandweer zit? ‘Interessant. Als kleine jongen riep ik al dat ik later ook bij de brandweer wilde. Ik speelde veel met de brandweerlego. Die rode auto met blauwe lampen was alles. Toen ik iets ouder was, ging ik ook weleens op de fiets achter m’n vader aan om te kijken bij de inzet. Dat was spannend, maar ook interessant.’

Brand&Brandweer

Hoe vind je het om je vader te vertellen wat hij moet doen? ‘Dat went. In het begin moest ik daar wel even aan wennen. Inmiddels ben ik tien jaar bevelvoerder en is het gewoon geworden. Ik vind het mooi dat ik nog steeds met mijn vader uit kan rukken, hij is 63. De leeftijd gaat dan wel tellen. Bij mijn vader heb ik tijdens een uitruk toch een ander gevoel dan bij andere collega’s. Hij is familie. Hij staat dichter bij mij en kent me mijn hele leven al. Niets ten nadele van mijn andere collega’s, want bij de brandweer zijn we een grote familie. We moeten elkaar kunnen vertrouwen.’ Zijn er nog dingen die je van je vader kunt leren? ‘Hij heeft zoveel ervaring, daar kan ik nog wel wat van leren. Het gaat dan denk ik vooral om het omgaan met mensen en het leren van incidenten uit het verleden.’ In hoeverre wordt het brandweervirus doorgegeven aan een volgende generatie? ‘Mijn zoon vindt de brandweer wel mooi, mijn dochter denk ik niet. Mijn zoon is nog vier, dus het duurt nog even voordat hij zover is. Uiteindelijk moet hij zelf weten of hij ook bij de brandweer wil, maar ik zou het wel leuk vinden.’ ■

Sdu Uitgevers - nummer 5 mei 2016

33


meldkamer

Heroriëntatie landelijke meldkamerorganisatie De vorming van de Landelijke Meldkamer Organisatie (LMO) krijgt een heroriëntatie. Het oorspronkelijke plan, één meldkamerorganisatie met tien locaties, is op dit moment te ambitieus om binnen de gestelde tijd vorm te geven. Dat blijkt uit onderzoek van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Het uitgangspunt van tien meldkamers blijft overeind. Johan Postma, kwartiermaker voor de brandweer en de multiopschaling, maakt een tour door het land om het veld te informeren en mee te krijgen in de ontwikkelingen van de LMO.

Landelijke standaarden ‘Het is een ingewikkeld en complex traject. De plannen om te komen tot één meldkamerorganisatie met tien locaties blijken te ambitieus’, aldus Postma. ‘Zoals het nu lijkt, gaan we het niet redden binnen de gestelde termijn. Er zijn alleen al 64 deelprojecten binnen de brandweer om tot een gezamenlijke meldkamer te komen. De opgave om te komen tot één LMO is groot. Daarom is besloten voor een heroriëntatie. De plannen worden teruggeschroefd naar een realistischer scenario. Het aantal meldkamers wordt wel teruggebracht naar tien locaties, alleen komen ze onder de verantwoordelijkheid van de veiligheidsregio’s te vallen. Het blijft de bedoeling om alle processen zoveel mogelijk op elkaar af te stemmen zodat er één landelijke standaard komt. Eenzelfde ICTsysteem blijft een belangrijk uitgangspunt bij de ontwikkeling.’

Meldkamer Noord-Nederland is één van de drie gefuseerde meldkamers.

Door Jolanda Haven

‘D

e energie lijkt uit het traject’, zo staat in het Gateway Reviewrapport over de LMO. Het Reviewteam vindt dat de partijen het niet zo georganiseerd hebben dat de LMO binnen de huidige afspraken in tijd en geld gerealiseerd kan worden. Er bestaat geen gemeenschappelijk eindbeeld en het Transitieakkoord, de basis voor de vormgeving van de LMO, laat veel ruimte voor interpretatie. Daarnaast biedt de programmastructuur onvoldoende houvast voor eenduidige besluitvorming, omdat rollen en verantwoordelijkheden niet eenduidig zijn belegd. Grip herpakken! De boodschap op het voorblad van het rapport is duidelijk. Het reviewteam doet aanbevelingen die onmiddellijk moeten worden opgepakt, zoals wie waar verantwoordelijk voor is, een scherpe rolverdeling en eenduidigere richting. Het eindbeeld van de LMO blijft een landelijk functionerende meldkamer vanaf tien locaties. Er zijn inmiddels drie gefuseerde meldkamers. Noord-Nederland, Den Haag en Amsterdam. Dit jaar volgt Maastricht. De andere zes volgen later.

34

nummer 5 mei 2016 - Sdu Uitgevers

Wel harmoniseren, niet overal hetzelfde ‘Standaardiseren en harmoniseren betekent niet dat het in het veld overal hetzelfde moet zijn. Dat is een groot misverstand’, vervolgt Postma. Het gaat om standaardisatie en harmonisatie van werkwijzen op de meldkamer. Dat laat ruimte voor maatwerk, want iedere regio is anders. De druk op de knop in de meldkamer blijft gelijk. Het gaat erom wat er achter de knop is geregeld.’ Het gaat onder andere om dezelfde aanduiding van kazernes en voertuigen, maar ook om processen en werkwijzen zodat de communicatie tussen de centralist en het veld helder is. ‘We willen werken als één landelijke meldkamer, met één ICT-systeem en zoveel mogelijk gelijke werkwijzen op de meldkamer. Dat is niet overal even duidelijk, daarom ben ik bezig met een tour door het land om te kijken waar de bezwaren zitten. Wij willen bovendien graag gebruikmaken van de kennis en expertise in het veld, om zo de standaarden en processen die komen kijken bij de vorming van een landelijke meldkamer, in te richten. Het is handig dat we uiteindelijk dezelfde taal spreken.’ Drie basisprincipes Omdat de processen op de meldkamer ingewikkeld zijn, heeft Postma met zijn team drie principes vastgesteld voor de brandweer. ‘Die zijn leidend. De eerste is uitgaan van vakmanschap.

Brand&Brandweer


meldkamer

Johan Postma is kwartiermaker voor de brandweer en multi opschaling. Hij maakt op dit moment een tour door het land om het veld te informeren.

Brandweerkundig centralist Eric Vreugdenhil van de meldkamer Den Haag is lid van de klankbordgroep. Deze groep heeft een adviserende rol richting de regiegroep brandweer en multi opschaling.

Centralisten en de mensen in het veld weten wat ze te doen staat. In het verleden waren we geneigd alles dicht te timmeren met lijstjes, dat moeten we niet doen. We moeten het eenvoudig houden, een tweede basisprincipe. Daarom is eerder door de RBC besloten dat we gaan werken met het knoppenmodel. Een derde principe is samenwerking. Daarbij gaat het om het harmoniseren van de processen zodanig dat dit de samenwerking tussen centralisten onderling en met de bevelvoerder ondersteunt.’

wordt verwacht dat we praktisch meedenken.’ Vreugdenhil vindt dat goed naar de adviezen uit de klankbordgroep wordt geluisterd.

‘We willen gebruikmaken van de kennis en expertise in het veld’ Voor de zomer wil Postma alle regio’s bezoeken en ervoor zorgen dat de ontwikkeling naar een landelijk functionerende meldkamerorganisatie wordt gezien als verbetering. Wat levert het op? ‘Een robuuste, dienstverlenende organisatie’, aldus Postma. ‘Ik krijg uit het veld en van centralisten uit bijvoorbeeld NoordNederland terug dat door de samenvoeging het serviceniveau is verhoogd. De informatievoorziening is beter. Bovendien wordt het elkaar ondersteunen als een meldkamer overbelast raakt, als groot pluspunt gezien. Dat de meldkamer in sommige gevallen meer op afstand zit, is voor veel mensen wennen en dat is logisch.’ De pilot multi-intake die voor de eerste drie maanden van dit jaar op de planning stond, is door de heroriëntatie uitgesteld. Er wordt opnieuw gekeken naar de randvoorwaarden, maar het blijft een belangrijk uitgangspunt van de meldkamer. Klankbordgroep Eric Vreugdenhil is sinds 2010 brandweerkundig centralist en werkt in de samengevoegde meldkamer Den Haag. Sinds september 2014 is hij samen met nog circa twintig andere centralisten lid van de klankbordgroep LMO. De groep komt ongeveer acht keer per jaar samen. ‘Ontwikkelingen en voornemende veranderingen binnen de meldkamerorganisatie worden aan ons voorgelegd en besproken’, vertelt Vreugdenhil. ‘Wij hebben een adviserende rol richting de regiegroep brandweer en multi-opschaling. Van ons

Brand&Brandweer

Veelomvattend ‘De ontwikkeling van een meldkamerorganisatie is veelomvattend, maar in mijn ogen niet te complex’, vervolgt de centralist. ‘Je hebt met veel partijen en meningen te maken en dat is tijdrovend. Het is niet vreemd dat de planning niet wordt gehaald, want het tijdspad was ambitieus. Iedere regio heeft zijn eigen wijze van communiceren, een eigen denkrichting en hanteert andere nummeringen en benamingen. Dat moet worden gestructureerd. Sommige regio’s moeten bovendien op bepaalde punten het been bijtrekken om straks aan het landelijke niveau te kunnen voldoen. Met name in de communicatie is er veel variatie.’ Voor de ene centralist verandert meer dan voor een ander. Voor Vreugdenhil zijn het voornamelijk kleine veranderingen geweest. ‘Waar je voorheen veel op de automatische piloot werkte omdat je alle voertuigen uit je hoofd kende, moet je dat nu opnieuw leren. Je werkgebied wordt groter en dat moet je leren kennen. Dat kost meer inspanning.’ Multidisciplinaire samenwerking Sinds 2012 is Vreugdenhil ook Calamiteiten Coördinator op de meldkamer. De centralist onderstreept het belang van multidisciplinaire samenwerking op de meldkamer en ziet de multi-intake als een absolute must en verbetering om tijdswinst te boeken. ‘Op de meldkamer draait het om verbinding’, vertelt hij. ‘Verbinding met andere disciplines, zowel op de meldkamer als in het veld en verbinding met burgers. Tijdens de jaarwisseling hebben we mensen uit het veld die de centralisten ondersteunen bij de intake. Je leert dan veel van elkaar. Die wisselwerking zou vaker moeten. Zo leer je elkaar vakinhoudelijk, maar ook persoonlijk kennen. Niets communiceert beter dan wanneer je elkaar en elkaars werkprocessen kent en begrijpt.’ De afgelopen tijd is vooral veel voorwerk achter de schermen gedaan. Dat begint nu zichtbaar te worden. Vreugdenhil: ‘We hebben de dynamiek te pakken, laten we die vooral doorzetten met z’n allen, zowel op de meldkamer als in het veld. Belangrijk is wel dat we het niet forceren.’ ■

Sdu Uitgevers - nummer 5 mei 2016

35


meldkamer

Leren van de luchtvaart Brandweerlieden en met name centralisten kunnen op het gebied van communicatie veel van de luchtvaart leren. De brandweercentralisten van de meldkamer Den Haag hebben een inspirerende training gevolgd in een vliegtuigsimulator. Hoe communiceer je met elkaar en wat de gevolgen zijn als je dat niet goed doet? Bewustwording is een belangrijk uitgangspunt van de training. Het heeft interessante leerpunten en inzichten opgeleverd voor het dagelijks werk in de meldkamer.

Een Boeing van binnen. Iedere keer namen twee centralisten plaats in de simulator. Door JILDOU VISSER Fotografie Pitch-Up!

D

e meldkamers van Haaglanden en Hollands Midden zijn sinds mei 2014 gefuseerd. ‘Den Haag is één van de tien locaties die straks onder de vlag van de Landelijke Meldkamer Organisatie (LMO) vallen’, aldus Hoofd Meldkamer Brandweer Bas de Leeuw. Om ervoor te zorgen dat je als één team functioneert is het volgens De Leeuw van belang dat je zoveel mogelijk zaken gelijktrekt, bijvoorbeeld één Geïntegreerd Meldkamer Systeem (GMS), maar ook één scholingsprogramma, één profcheck en één rooster. Dat maakt het makkelijker om samen te werken.’ Ook werkt de meldkamer nauw samen met de afdelingen operationele voorbereiding van Haaglanden en Hollands Midden om ervoor te zorgen dat de lijntjes tussen de meldkamer en het veld zo kort mogelijk zijn. 36

nummer 5 mei 2016 - Sdu Uitgevers

Effectieve en efficiënte communicatie ‘Communicatie is van essentieel belang op de meldkamer. We kunnen op dat gebied nog veel leren’, vervolgt De Leeuw. ‘Vooral uit de luchtvaart. Een miscommunicatie kan daar cruciaal zijn.’ Effectieve en efficiënte communicatie en samenwerking liggen daar aan de basis. ‘Het werk van centralisten is op veel punten te vergelijken met een piloot’, vervolgt De Leeuw. ‘Je zit alleen achter de knoppen en moet precies weten wat er speelt om de juiste beslissingen te kunnen nemen.’ Veertig centralisten van de meldkamer Den Haag zijn vier dagen naar Pitch-Up! in Lelystad geweest. In een simulator besturen iedere keer twee centralisten een vliegtuig. De Leeuw: ‘Je leert niet in een dag een vliegtuig besturen, maar wel hoe je communiceert in een cockpit bij de start en landing. Ook communicatie rond het bedienen van de vleugels stond centraal.’ Het is een leerzame en interessante oefening. Naast de simulator hebben de centralisten geluidsopnames te horen gekregen en beelden gezien van wat er gebeurt als je niet

Brand&Brandweer


meldkamer

goed communiceert en feedback geeft. De Leeuw: ‘De human factor is van cruciaal belang. Je moet elkaar begrijpen, want het zijn de mensen die de knoppen bedienen. Ook in de meldkamer.’ Neus omhoog ‘Pitch-Up betekent letterlijk de neus van het vliegtuig omhoog trekken zodat je efficiënter vliegt en minder brandstof verbruikt’, vertelt Henk Korevaar van Pitch-Up! ‘Wij hanteren thema’s die oorspronkelijk uit de luchtvaart komen om organisaties hun ‘neus omhoog’ te laten trekken en teams beter, anders of efficiënter te laten werken. Het gaat vooral om bewustwording. Dat doen we door een combinatie te maken van drie invalshoeken: procesoptimalisatie, simulatortraining en effectief teamwork. Op basis daarvan proberen wij organisaties handvatten mee te geven die ze in de praktijk kunnen toepassen. We doen geen verbetervoorstellen.’

is daar veel tijd en energie ingestoken en is er, naast alle formele zaken die geregeld moesten worden, aandacht voor scholing. ‘Het is inmiddels één team geworden’, vervolgt De Leeuw. ‘Zo hebben we een rallytour georganiseerd waarbij een centralist van de ene regio bij een centralist van de andere regio in de auto stapte en ze zo elkaars gebieden hebben leren kennen. Een stedelijke regio als Haaglanden is anders dan de wat uitgestrektere gebieden in een regio als Hollands Midden.’ Op beide meldkamers werkten de politie, ambulancedienst en brandweer al samen vanuit één locatie. De processen binnen de eigen kolommen van twee veiligheidsregio’s, zowel op de meldkamer als in het veld, zijn op elkaar afgestemd. Daarbij gaat het onder andere om de voertuignummering, maar ook om dezelfde werkwijze met betrekking tot C2000. De basisuitrukvoorstellen zijn nog niet allemaal geharmoniseerd. In Haaglanden rukken ze bij een gebouwbrand anders uit dan in

De centralisten van meldkamer Den Haag hebben een training gevolgd bij Pitch-Up! in Lelystad.

Procesmatig werken: een oefening in de ‘Sokkenfabriek’. Hoe (juist) communiceren en luisteren resulteert in (in dit geval) juiste levering van de bestelling sokken.

Drie thema’s Voor de brandweer zijn in samenspraak met De Leeuw drie thema’s geselecteerd: closed-loop, situational awareness en besluitvaardigheid. Bij closed-loop gaat het om een gesloten cirkelredenering. ‘Dat wil zeggen dat je er zeker van bent dat wat jij zegt, wordt gedaan. De verkeersleiding geeft met “KL123, cleared to land, runway 24” aan dat de piloten mogen en kunnen landen. De (co)-piloot koppelt dat met “KL123 cleared to land on runway 24” terug. Hij geeft hiermee aan dat hij de opdracht heeft gehoord, begrepen en gaat uitvoeren’, vertelt Korevaar. ‘Hier zitten nog wat fases omheen, maar het gaat om de herhaling van wat wordt gezegd. In de luchtvaart werken we altijd zo, want het is van belang dat je elkaar begrijpt. Het klinkt misschien overdreven, maar een miscommunicatie is zo gemaakt.’ Bij situational awareness draait het erom dat een centralist weet wat er speelt in het veld. Door de juiste knoppen te bedienen zorgt hij of zij ervoor dat de burger de juiste hulp krijgt. Korevaar: ‘Als centralist kun je ook de informatie van de melder herhalen om zeker te weten dat je de melding hebt begrepen en zo de juiste uitvraag doet. Besluitvaardigheid is ook belangrijk voor centralisten. In een split second moet je besluiten nemen. Er is geen tijd om te overleggen met collega’s.’

Hollands Midden. ‘Dat geeft niet’, aldus De Leeuw. ‘Er moet ruimte blijven voor maatwerk.’ Hollands Midden en Haaglanden zijn twee totaal verschillende regio’s. In Haaglanden is driekwart van alle posten beroeps. In Hollands Midden zijn van de 47 kazernes slechts vier beroepsposten. De voertuigbezetting en opschaling is daardoor anders geregeld.’

Rallytour De training in Lelystad is één van de activiteiten die de meldkamer organiseert om elkaar beter te leren kennen en te leren hoe het werk zo efficiënt mogelijk kan worden gedaan. Voordat de meldkamers van Haaglanden en Hollands Midden samengingen

Brand&Brandweer

Multi-overloop De meldkamer in Den Haag heeft geen multi-intake, maar wel een multi-overloop. Dat wil zeggen dat wanneer bijvoorbeeld alle brandweercentralisten bezet zijn, ze automatisch worden doorverbonden naar een andere discipline. ‘Dat gebeurt dagelijks’, aldus De Leeuw. ‘Iedere centralist is getraind in de basisvaardigheden en kan de uitvraag verzorgen. Tijdens de jaarwisseling werken we wel met een multi-intake gezien de vele meldingen die binnenkomen. En de voorbereidingen op de jaarwisseling gebeuren ook in multidisciplinair overleg.’ Dat de meldkamers zijn gefuseerd betekent niet dat ze klaar zijn. De Leeuw: ‘We zijn bezig om te kijken of we een kwaliteitsslag kunnen maken door met geprotocolleerde uitvragen voor alle disciplines te werken. We blijven ons ontwikkelen om ervoor te zorgen dat de burger op straat de beste hulp krijgt en de hulpverlener de beste informatie. ■

Sdu Uitgevers - nummer 5 mei 2016

37


Haal méér uit de Wgr! isbn 978 90 12 39424 6 | auteurs: Els Boers, Douwe Brongers omvang: 380 pagina’s | prijs: ¤ 50,35 incl. btw

De Wet gemeenschappelijke regelingen helder uitgelegd Ω Voor

bestuurders en ambtenaren de mogelijkheden én onmogelijkheden: er kan vaak meer dan u denkt Ω Geen juristentaal, maar begrijpelijk Nederlands Ω Handig om dit boek altijd bij de hand te hebben Ω Ontdek

Meer informatie op sdu.nl/overheid


i nnovati e

Amsterdam start onderzoek naar mogelijkheden van een robot Wat zijn de mogelijkheden en onmogelijkheden van het gebruik van onbemande systemen bij een repressieve inzet? Die vraag wordt de komende twee jaar bij Brandweer AmsterdamAmstelland verder onderzocht. Voor dit onderzoek schaft het korps een robot aan. ‘Het aantal complexe gebouwen in de regio neemt toe. Met dit onderzoek gaan we kijken in hoeverre een robot bij kan dragen aan een veilige verkenning en inzet’, vertelt innovatiemanager Peter Butter. ‘Uiteindelijk willen we komen tot een inzetinstructie.’

Door JILDOU VISSER Fotografie Peter Butter

A

msterdam-Amstelland heeft ervoor gekozen om de SCARAB robot van Tec Dron aan te schaffen. ‘We hebben vorig jaar met de NERVA LG-UGV kunnen experimenteren (zie Brand&Brandweer nr. 6-2015, red.) en bij leveranciers en in het buitenland verschillende robots gezien, waaronder de SCARAB. Dit is een zwaardere robot met meer vermogen en meer repressieve functionaliteiten dan de NERVA’, aldus Butter. ‘De komende twee jaar gaan we onder meer in Noordwest4-verband kijken naar de mogelijkheden. Daarbij beginnen we met de basis. Daar valt bijvoorbeeld de bediening onder. Ik vind het belangrijk dat je de robot in kunt zetten, zonder dat je er een langdurige opleiding en training voor nodig hebt. Daarna kijken we naar de kaders waarbinnen je met de robot vrij kunt inzetten, naar de grenzen van de robot, de trekkracht en het werken op camerabeeld.’ Butter wil samen met verschillende kazernes vanuit het bekende steeds verder de mogelijkheden ontdekken. ‘Zo willen we in Weeze onder andere kijken naar wat deze robot kan betekenen bij parkeergaragebranden. In hoeverre kunnen we er een effectieve repressieve inzet mee doen? En als een tunnel in ons verzorgingsgebied voor onderhoud buiten dienst is, proberen we aan te haken om ook daar ervaring op te doen. We willen veel ervaring opdoen. We weten dat we ermee kunnen blussen en ventileren, maar wat zijn de verdere mogelijkheden? En hoe kun je de mogelijkheden op de meest effectieve manier inzetten? Daar hopen we over twee jaar antwoord op te hebben.’ Het onderzoek moet leiden tot een handleiding voor onbemand optreden bij de brandweer. Daarin wordt beschreven wat de mogelijkheden en onmogelijkheden van een robot zijn en worden de consequenties van het gebruik ervan bij een inzet benoemd. Symposium Om brandweerkorpsen in Nederland kennis te laten maken met de mogelijkheden en onmogelijkheden bij de inzet van robots bij repressieve inzetten, organiseert Brandweer AmsterdamAmstelland op 16 juni een symposium bij BOCAS. Tijdens het symposium worden eerst twee casussen besproken waarbij de

Brand&Brandweer

De SCARAB robot van Tec Dron

inzet van robots een uitkomst had kunnen zijn. ‘Bij de brand in parkeergarage Markenhoven in 2013 hadden we bijvoorbeeld een robot naar binnen kunnen sturen. Datzelfde geldt voor de brand bij Diergaarde Chemical Storage, een bedrijf waar rubber lag opgeslagen, in 2011. Nog geruime tijd na het begin van die brand hadden we prima met een robot naar binnen gekund om de brand met schuim te blussen’, vertelt Butter. ‘In de middag zijn verschillende leveranciers met hun robot aanwezig voor demonstraties. We hebben een aantal scenario’s uitgewerkt waarbij we laten zien hoe een robot ingezet zou kunnen worden, bijvoorbeeld een parkeergaragebrand, een installatiebrand en een tankwagenbrand. Maar we laten ook zien hoe een robot de brand kan afschermen, voertuigen kan verplaatsen en kan verkennen en stabiliseren bij CBRN-inzetten. ’s Avonds hebben we nog een discussiemoment om samen te ontdekken waar de ontwikkelbehoefte ligt.’ ■ Aanmelden voor het symposium kan via www.ifv.nl.

Sdu Uitgevers - nummer 5 mei 2016

39


Person eel & Org an isati e

‘Brandweermedailles tonen de waardering’ In de Van de redactie in het januari / februarinummer van Brand&Brandweer stelde Stephan Wevers de vraag of het tijd is om de brandweermedailles nieuw leven in te blazen. Er kwamen veel reacties binnen. Omdat het onderwerp zo leeft, hebben we een aantal reacties geselecteerd en de meningen op een rij gezet. Chris Lems, clustercommandant West bij Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden: ‘Dit slaat de spijker op de kop. De brandweermedailles zijn een mooi waarderingsmoment voor onze brandweerlieden, zowel beroeps als vrijwillig. Toevallig liep ik het afgelopen jaar tegen het feit aan dat de Vrijwilligersmedaille Openbare Orde en Veiligheid wel wettelijk verankerd is en de veel oudere Brandweeronderscheiding niet. Hierdoor mag een deel van onze brandweerlieden, degenen die in andere geüniformeerde beroepen werken, deze onderscheiding niet op hun uniform dragen. Denk hierbij aan brandweerlieden bij Defensie. Het lijkt me een goed idee om ons decoratiestelsel aan te vullen met 45 en vijftig jaar en de brandweermedaille ook bij Koninklijk Besluit te 40

nummer 5 mei 2016 - Sdu Uitgevers

laten opnemen in de lijst van wettelijk erkende onderscheidingen. Dat geeft toch een hogere mate van erkenning. Persoonlijk vind ik dat voor brandweerlieden de Brandweeronderscheiding beter aansluit dan de Vrijwilligersmedaille Openbare Orde en Veiligheid en dat we moeten nadenken of we beide of juist alleen de Brandweeronderscheiding aanvragen.’ Rob Rijke, officier bij de Koninklijke Landmacht (buiten dienst) ‘Ik ben blij verrast dat er nog iemand binnen de brandweerorganisatie is die dit onderwerp zo serieus en breed op wil pakken. Via mijn echtgenote, de 24-uursdienst en korpsavonden heb ik veel meegekregen over het instituut in Brandweerdienst, Brandweerveld en de toekenning van de Vrijwilligersmedaille Openbare Orde en Veiligheid. Veiligheidsregio’s, maar ook de onderliggende clusters wijken sterk van elkaar af, daardoor is mijn gezichtsveld beperkt. Ook binnen een cluster wijkt de toekenning per sector af. In de sector waar mijn echtgenote werkt, zijn de medailles gelukkig weer ingevoerd, maar de aankomende reorganisatie geeft geen hoop op voortzetting. Van beide onderscheidingen In Brandweerdienst en de Vrijwilligersmedaille Openbare Orde en Veiligheid zou het waarom en wat telt moeten worden vastgelegd. Mij is duidelijk geworden dat de personeelsafdeling dit proces niet administratief vastlegt.’

Brand&Brandweer


Person eel & Organ isati e

Tjeerd Geerts, vrijwilliger in Assen, Veiligheidsregio Drenthe: ‘Wij Nederlanders hebben niets met medailles en dat vind ik erg jammer, want juist daarmee kun je als organisatie de waardering laten blijken aan een persoon of groep. Misschien moeten we meer kijken naar hoe het bij Defensie is geregeld. Daar kennen ze ook de mogelijkheid om iemand die zijn vak buitengewoon goed verstaat en geen officiersrang heeft, officier te maken. Daarmee koppelen ze niet altijd de rang en functie aan elkaar. Als de rangen net als een paar jaar geleden worden herzien en een rang er tussenuit gaat, is het goed om iemand niet een rang lager te geven, maar een rang hoger. Ook daar spreekt waardering uit.’ Foort van Oosten, voormalig regionaal commandant Hollands-Midden ‘Goed idee, om ter ere van het honderdjarig bestaan onze tradities op te poetsen en in ere te houden. Het is een te waardevolle traditie om ten onder te laten gaan. Naar mijn idee hoort het bij het schouderklopje dat je als vrijwilliger verdient bij een positieve en enthousiaste inzet voor de maatschappij en je medemens. Dit schouderklopje wordt al vaak verwaarloosd, onder het mom van: ‘het is eigenlijk heel gewoon wat je doet.’ Naar mijn mening is er te weinig aandacht voor de persoonlijke organisatie die benodigd is om de inzet voor elkaar te krijgen. Hetzelfde geldt ook voor de werkgevers die hun medewerkers onbekommerd de ruimte bieden op alle mogelijke en onmogelijke momenten van de dag.

‘Medailles horen bij het schouderklopje dat je verdient’

naast hun vaste ploegendiensten 24/7 beschikbaar zijn ter ondersteuning op vrijwillige basis. Hierbij wordt naar mijn idee voorbij gegaan aan zijn of haar extra inzet en belasting bovenop de normale werkuren. Naar mijn idee is dit een onwenselijke situatie die leidt tot zeer pittige discussies binnen brandweerkorpsen. - Zoek bij de uitreiking van brandweermedailles niet alleen de lokale, maar ook de nationale publiciteit. Benadruk de waarde van de inzet van brandweerlieden en de gevaren en benodigde belasting die hierbij horen. Ik ben van mening dat dit uiteindelijk meer waardering oplevert bij het grote publiek. Hierbij kan de brandweer een voorbeeld nemen aan Defensie. - Onderzoek het actueel houden van het decoratiesysteem. Zo vraag ik mij af of de huidige looptijden (12,5 jaar en verder) nog passen binnen de huidige kortere loopbanen in een korps van zowel de vrijwillige als de beroepsbrandweer. Naar mijn idee moeten brandweermedailles wel een haalbaar doel zijn. Het eerder in tijd toekennen van medailles kan daarbij motiverend werken.’

‘Zoek bij de uitreiking van brandweermedailles ook de nationale publiciteit’ Sander Bosma, coördinator vakbekwaamheid, Veiligheidsregio Drenthe ‘Ik ben voor extra brandweermedailles, want brandweerlieden staan in dienst van de samenleving en verlenen op veel manieren hulp. Natuurlijk hoort dit bij het vak, maar in een aantal gevallen doen ze net dat ene stapje extra om tot een goed resultaat te komen. Hier mag best wat extra waardering voor komen in de vorm van een medaille die op het ceremonieel uniform gedragen mag worden. Door het toekennen van een dergelijke onderscheiding geef je als organisatie aan dat je een bijzondere prestatie extra waardeert. Daarbij zou je kunnen denken aan levensreddend handelen, dapper gedrag tijdens een inzet of daarmee vergelijkende omstandigheden of optreden bij een groot incident dat veel emotionele impact heeft op de ingezette ploeg en de omgeving. In die gevallen besluit je vaak om net iets meer risico te nemen dan in feite is toegestaan.’ ■

Dat brengt mij op vier opmerkingen en aanbevelingen: - Hef in het kader van de Koninklijke Onderscheidingen het verschil tussen vrijwilligers en beroeps op. In de praktijk worden wel koninklijke onderscheidingen uitgereikt aan brandweerlieden die enkel werken op vrijwillige basis, maar niet aan beroeps die

Brand&Brandweer

Sdu Uitgevers - nummer 5 mei 2016

41


ADVERTORIAL

eRIC Multidisciplinair veiligheidsevent Het concept achter eRIC “Na een afwezigheid van ruim zeven jaar was er niet alleen weer ruimte, maar ook behoefte aan een evenement voor het veiligheidsdomein waar kennis en kunde gedeeld kan worden. Die behoefte kwam ook sterk naar voren vanuit het MKB, de leveranciersmarkt, zeker met betrekking tot de aanbestedingen. Door de concentratie van inkoop via aanbestedingen wordt hun het zicht ontnomen op de feitelijke gebruikers van hun spullen en diensten, en de beurs is een plek bij uitstek om daar slagen in te kunnen maken. Daarnaast denken we met dit concept een multidisciplinair veiligheidsplatform te ontwikkelen waar we weer een tijd mee vooruit kunnen.” Aan het woord is Sander Hesseling, de drijvende kracht achter de multidisciplinaire vakbeurs eRIC. Een mooie mix “eRIC is geen plat evenement, integendeel. Het is een mooie mix van de key-actoren in het veiligheidsdomein. Centraal daarin staat toch wel het “Aanbestedingsplein”. Doel van dit plein is het delen van kennis en kunde en het creëren van verbinding. Vanuit een gezamenlijke gedrevenheid voor veiligheid. Dit doen we door inkoop, aankoop, bestuur, beleid, wetenschap & innovatie en de feitelijke gebruikers van de veiligheidsproducten en diensten met elkaar in contact te brengen. Bij veiligheidsvraagstukken gaat het immers vaak om producten en diensten die om een innovatieve oplossing vragen en waar geen standaardoplossing voor bestaat. Iedereen zal vanuit de eigen verantwoordelijkheid moeten meedenken om gezamenlijk vooruit te kunnen komen. Dan krijg je een sterke bedrijfstak in een groeiende wereldmarkt. Die hopen we met deze beurs een flinke duw in de rug te kunnen geven.” Kennis en kunde delen “Deze uitdaging geven we niet alleen de panelsprekers op het Aanbestedingsplein mee, ook de bezoekers moeten vakgericht geïnfor42

nummer 5 mei 2016 - Sdu Uitgevers

meerd worden. Dat leeft bij alle aanbieders op de beurs. Zo hebben de demonstraties een vakgerichte dimensie. Kennis en kunde moet ook bij de stands gedeeld kunnen worden. Met de bezoekers over de aanwezige producten, diensten en innovaties, maar ook terug, over wat nodig is, handiger en beter kan.” Ruimte in de aanbestedingsprocedure “Wat we hopen te doorbreken met deze beurs zijn de dilemma’s rond de aanbesteding. Sinds de vorige IVIC nu bijna acht jaar geleden, is de brandweer regionaal georganiseerd, is de nationale politie gevormd, is de ambulancesector vergaand geconcentreerd en is aanbesteden gemeengoed geworden in Nederland. Prima systeem, maar lang niet alle lijnen van innovatie lopen langs de weg van centrale inkoop. Innovaties komen niet vanzelf tot stand. Daar is de kennis en kunde voor nodig van de professional die ermee werkt. Daar moet ruimte voor zijn, wellicht al door de leverancier mee te laten denken in de strategische fase in plaats van alleen in de offertefase. Dat gaan we onderzoeken, bespreken, faciliteren. Onder meer hebben we via de Europese lijn vragen gesteld aan de EU-partners in brandweer. Die feiten gaan we delen op het “Plein”.” Veel te beleven Daarnaast zal er veel te beleven en te doen zijn. Ruim 140 bedrijven en organisaties zijn actief op en rond de beursvloer, op donderdag heeft minister Jeanine Hennis-Plasschaert toegezegd een woordje te doen over het programma Minder Zelfredzamen. vrijdag zal een minister (van VenJ of van BiZa) de Award uitreiken aan de Hulpverlener van het jaar. Holmatro vliegt de autoriteit op rampenbestrijding Ian Dunbar

in uit Engeland voor een key note speech, Rosenbauer komt met twee Panthers, er is een 4x4-baan aangelegd voor 4WD-demonstraties, elke avond sluit met een realistische oefening als slotdemonstratie, ProRail en Defensie gaan uitpakken, Rijkswaterstaat zet de nieuwe zwaailichtfunctie van de weginspecteur centraal, enzovoorts. Bovendien zijn op de vrijdag nog twee extra evenementen: het Brandweerevent, georganiseerd door Brandweer Nederland, en het Gala “Hulpverlener van het Jaar” door de Stichting Hulp voor Hulpverleners.

“eRIC is geen plat evenement, integendeel. Het is een mooie mix van de key-actoren in het veiligheidsdomein”

Waarom zo’n groot landelijk evenement aan de rand van Nederland? In Enschede op het voormalig vliegveld Twenthe is een nieuwe expolocatie ontwikkeld waar ruime expohallen en grote buitenterreinen de mogelijkheden geven een interactieve beurs als eRIC te organiseren. Bovendien geeft het ons de mogelijkheden ook onze Duitse buren erbij te betrekken. De reistijd naar Twente is buitengewoon plezierig te noemen; er is immers nog weinig fileleed waardoor de reistijd altijd meevalt. Voor u als bezoeker: de beurslocatie is aan de Oude Deventerweg Enschede, en niet het verderop gelegen oefenterrein van Troned, daar zitten we 7 km van af!

Brand&Brandweer


Vliegveld Twenthe

Vliegveld Twenthe

‘Dé beurs voor de veiligheidssector’

‘Dé beurs voor de veiligheidssector’

2, 3 en 4 juni 2016

2, 3 en 4 juni 2016

• Award gala “Hulpverlener van het jaar” Uitreiking door Minister van V&J

• Award gala “Hulpverlener van het jaar” Uitreiking door Minister van V&J

• Uitgebreid show- & demonstratieprogramma

• Uitgebreid show- & demonstratieprogramma

• Zie en beleef de nieuwste voertuigen, materieel en operationele techniek

• Zie en beleef de nieuwste voertuigen, materieel en operationele techniek

• Groepsarrangementen inclusief lunch

• Groepsarrangementen inclusief lunch • Hét evenement voor brandweer, politie, defensie en ambulancezorg

GRATIS TICKETS VIA: www.exporic.nl

Vliegveld Twenthe 2, 3 en 4 juni 2016

‘Dé beurs voor de veiligheidssector’ • Award gala “Hulpverlener van het jaar” Uitreiking door Minister van V&J • Uitgebreid show- & demonstratieprogramma • Zie en beleef de nieuwste voertuigen, materieel en operationele techniek • Groepsarrangementen inclusief lunch • Hét evenement voor brandweer, politie, defensie en ambulancezorg.

GRATIS TICKETS VIA: www.exporic.nl Brand&Brandweer

• Hét evenement voor brandweer, politie, defensie en ambulancezorg

GRATIS TICKETS VIA: www.exporic.nl

Vliegveld Twenthe 2, 3 en 4 juni 2016

‘Dé beurs voor de veiligheidssector’ • Award gala “Hulpverlener van het jaar” Uitreiking door Minister van V&J • Uitgebreid show- & demonstratieprogramma • Zie en beleef de nieuwste voertuigen, materieel en operationele techniek • Groepsarrangementen inclusief lunch • Hét evenement voor brandweer, politie, defensie en ambulancezorg.

GRATIS TICKETS VIA: www.exporic.nl Sdu Uitgevers - nummer 5 mei 2016

43


gespot i n de markt

Holmatro Rescue Experience: live tijdens eRIC 2016 Voertuigongevallen, is verantwoordelijk voor de opzet van het scenario.

Holmatro haalt tijdens eRIC op 2, 3 en 4 juni het South Wales Extrication Team naar Vliegveld Twenthe voor een driedaagse Rescue Experience. Het team demonstreert tijdens een uitdagend ongevalsscenario hoe zij met behulp van Holmatro redgereedschappen een bekneld slachtoffer bevrijden uit een modern voertuig. Holmatro’s eigen Rescue Consultant, Ian Dunbar, tevens schrijver van het trainingsmateriaal Reddingstechnieken bij

South Wales Extrication Team Het South Wales Team, dat onder leiding van teamleider Shaun Moody regelmatig deelneemt aan Rescue Challenges, is één van de meest succesvolle extrication teams ter wereld. Zij hebben meerdere malen de kampioenstitel behaald op regionaal, nationaal en wereldniveau. Ook dit jaar zijn zij gekwalificeerd om deel te nemen aan de World Rescue Challenge 2016 in Brazilië, waar zij worden beoordeeld op leidinggeven, medische en technische vaardigheden. Het team is alle dagen aanwezig op het Holmatro Rescue Experience terrein en beantwoord graag vragen van bezoekers. Virtual Reality, innovaties en nog veel meer Bij de stand van Holmatro, naast het

Rescue Experience terrein, kun je de laatste productinnovaties ontdekken. De premeur op de eRIC: Holmatro’s nieuwe generatie accu-aangedreven redgereedschappen Greenline EVO! Ook kun je bij de stand deelnemen aan de 360° Virtual Reality Experience. Neem plaats op de passagiersstoel en ervaar met behulp van Gear VR hoe het is om na een voertuigongeval bevrijd te worden. Tijden De demonstraties zijn dagelijks om 12.00 en 15.30 uur (op zaterdagmiddag om 14.30 uur). Standlocatie D47, vlakbij de entree, vraag de receptie naar de kortste route. Gratis registeren voor de eRIC kan via www.exporic.nl

rescuexperience

De mobiele wasstraat

Hufterproof koffers van Vonk Sinds jaren levert Vonk veiligheidsregio’s een breed assortiment aan hufterproof koffers met custommade interieurs met de maximaal haalbare garantie dat kostbaar materieel veilig en onbeschadigd zijn bestemming bereikt. Peli koffers van Vonk zijn zand- en stofbestendig, waterdicht en schokproef en worden gemaakt op kwaliteit, betrouwbaarheid en duurzaamheid. In ons professionele lichtassortiment leveren wij de fabricaten SupraBeam tactische aluminium lantaarns en Peli RALS Mobiele Oplaadbare Lichtunits met Led en explosieveilige (ATEX) oplaadbare zak-, hoofd-, staaf- en handlantaarns. Gebruikszekerheid is daarbij een sterke troef binnen dit assortiment.

44

nummer 5 mei 2016 - Sdu Uitgevers

FIRE DEFENDER SYSTEMS BV introduceert een nieuw product, de mobiele wasstraat geschikt voor alle voertuigen. Deze mobiele wasstraat is snel en makkelijk op te zetten op iedere ondergrond. Hij is speciaal ontworpen voor de brandweer om op een snelle en effectieve manier voertuigen te ontdoen van schadelijk fijnstof dat bij iedere brand vrijkomt. Met deze werkwijze kunnen kazernes schoon blijven en wordt gewerkt aan een hygiënische werkplek voor iedereen. Voor meer informatie: info@firedefender.nl

Combicontainer 6500 met Hydrosub150 Voor de Duitse deelstaat NoordrijnWestfalen heeft Hytrans een serie van zes Combicontainers6500 met Hydrosub150 pompunits afgeleverd. De containers zijn met diverse efficiënte opbergmogelijkheden uitgevoerd, zodat alle benodigde delen van een complete inzet uitrusting aanwezig zijn. Zo zijn de units naast twee kilometer 6”slang voorzien van een slangopnemer (HRU) waardoor het opruimen van grote lengtes slangen na een inzet in korte tijd met minimale inzet van mensen kan worden gedaan. De HRU kan zowel door de truck zelf als door de aanwezige diesel powerpack aangedreven worden.

Deze pagina is tot stand gekomen met bijdragen uit de markt


B&B REGISTER

B&B Brand&Brandweer

vakblad voor brandweer, hulpverlening en rampenbestrijding

Vaste adverteerders (contract­ houders) worden gratis in één rubriek opgenomen voor een heel jaar. Heeft u ook interesse, stuur dan uw gegevens naar het aangegeven adres, zie bon.

Waar kunt u terecht voor producten en diensten? Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Advertentieverkoop: I.S.-acquisitie, tel. 06-23700323, www.is-acquisitie.com

Adviesbureau

Brandveiligheid

Geboorde brandputten

Nieman Raadgevende Ingenieurs Postbus 40217 3504 AA Utrecht Tel. 030 2413427 Postbus 40147 8004 DC Zwolle Tel. 038 4670030 info@nieman.nl www.nieman.nl

P&G Safety     Burgerstraat 26 5311 CX Gameren Tel. 0418 561761 info@pengsafety.nl   www.PenGsafety.nl

Raaijmakers Bronbemaling Erfstraat 8 5408 SJ Volkel-Uden Tel. 0413 273065 Fax 0413 274190 info@raaijmakersbronbemaling.nl www.raaijmakersbronbemaling.nl

Traning Base Weeze GmbH & Co.KG Flughafenring 16 47652 Weeze Deutschland Tel. +49(0) 2837 665 630 Fax +49(0) 2837 665 631 www.trainingbaseweeze.com

Hulpverlenings­gereedschappen

Vluchtdeurbeveiliging

Holmatro Rescue Equipment Postbus 33 4940 AA Raamsdonkveer Tel. 0162 589200 Fax 0162 522482 www.holmatro.com

Nooduitgang.nl     Doezastraat 37 2311 HA Leiden Tel. 071 3611628   Fax 071 3611869 info@nooduitgang.nl www.nooduitgang.nl

Adviesbureau brandpreventie Floriaan B.V. Postbus 220 5300 AE Zaltbommel Tel. 0418 573800 Fax 0418 573801 info@floriaan.nl www.floriaan.nl

Droogkasten & reinigingsmachines Laundry b.v. Industrieweg 10 Postbus 7015 3286 ZG Klaaswaal  Tel. 0186 572900 Fax 0186 573210 laundry@laundry.nl www.laundry.nl

Multidisciplinair Vakbekwaamheidscentrum

Stickers Letas Stickerservice Postbus 32016 6370 JA Landgraaf Tel. 045 5312580 Fax 045 5691700

Ook wij willen opgenomen worden als bedrijf! Stuurt u mij vrijblijvend informatie over hoe mijn product of dienstverlening vermeld kan worden in deze rubriek. Bedrijf/organisatie Postadres Postcode/woonplaats Telefoonnummer Faxnummer Gewenste rubrieken

o per rubriek, per uitgave € 45,o per rubriek heel jaar (10 uitgaven) € 355,Prijzen exclusief BTW Datum

Handtekening

B&B Brand&Brandweer

U kunt deze bon inscannen en mailen naar: info@is-acquisistie.com. Voor deze en andere advertentiemogelijkheden in B&B, Ambulancezorg, Brandweer-, GHOR- en Veiligheidsregio-almanak e.a.: I.S.-Acquisitie, tel. 06-23700323, www.is-acquisitie.com

Brand&Brandweer

Sdu Uitgevers - nummer 5 mei 2016

45


Afvalcontainers slikken vrouw in Brandweerlieden in Arnhem zijn eind april gealarmeerd voor een vrouw die vastzat in een afvalcontainer. In Delfzijl was eenzelfde incident. Hier hebben agenten de vrouw in kwestie bevrijd. In beide gevallen besloot de vrouw achter haar sleutels aan te gaan nadat deze in de afvalcontainer waren gevallen.

BRAND&BRANDWEER Brand&Brandweer is het vakblad voor brandweer, hulpverlening en rampenbestrijding, en het communicatiemagazine van Brandweer Nederland. Mei 2016 - nummer 5 jaargang 40 REDACTIE-ADRES

Brand&Brandweer t.a.v. redactiesecretariaat Brand&Brandweer, Postbus 20025, 2500 EA Den Haag, tel. (058) 2160862, e-mail: brand&brandweer@sdu.nl REDACTIE

Bron: ed.nl

Brandweer bevrijdt man uit brievenbus Duitse brandweerlieden zijn eind maart gealarmeerd voor een man die vast was komen te zitten in zijn eigen brievenbus. De man was zijn huissleutel vergeten en had zichzelf buitengesloten. Via de brievenbus probeerde hij de sleutel aan de binnenkant van de voordeur te pakken en kwam daarbij vast te zitten in de postgleuf. Het duurde uiteindelijk vier uur voordat de onfortuinlijke man door de brandweer kon worden bevrijd. Bron: nu.nl

Ing. Stephan J.M. Wevers, commandant brandweer Twente (voorzitter redactie) Drs. Albert-Jan van Maren, brandweer Gelderland-Midden Frans van der Veen, brandweer Gooi en Vechtstreek Marcel van Galen, hoofd risicobeheersing Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland Frank Huizinga, woordvoerder Brandweer Nederland Lucas de Lange, Vernieuwde repressie Veiligheidsregio Haaglanden Gerard Bouwmeester, vrijwilliger Veiligheidsregio Utrecht EINDREDACTIE

Wij van PS: Ingrid Spijkers, Jildou Visser e-mail: info@wijvanps.nl AAN DIT NUMMER WERKTEN MEE

Lucas de Lange, Media TV, Veiligheidsregio Limburg-Noord, Red Knights Nederland, Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland, Paul Termorshuizen, Ginopress, Regio 15, Casper Ferwerda, Sander Giunta d’Albani, Jeffrey Koper, Troned, Haagen, Michiel van Zon, Stadwonen Rotterdam, Hans Hazebroek, Jolanda Haven, Pitch-Up! en Peter Butter. ONTWERP EN OPMAAK

SD Communicatie, Rotterdam DRUK

Wilco BV - Amersfoort UITGEVER

Sdu Uitgevers: Roel W. Roos Postbus 20025, 2500 EA Den Haag, e-mail: r.roos@sdu.nl BLADMANAGEMENT

drs. Karel Frijters Postbus 20025, 2500 EA Den Haag, e-mail: k.frijters@sdu.nl

Lijst van adverteerders

ADVERTENTIE-ACQUISITIE

Hytrans Systems BV Jolly Scarpe S.P.A. Laundry BV Letas Stickerservice Raaijmakers en Zn SDU Smits BV Training Base Weeze GmbH&Co Vonk BV

4 4 32 32 C2, C4 32 32

Tarieven, reserverings- en sluitingsdata voor (combinatie)advertenties in B&B, Ambulancezorg, Brandweer-, GHOR- en Veiligheidsregio-almanak e.a. op aanvraag beschikbaar bij: I.S.-Acquisitie, tel. 06-23700323, e-mail: info@is-acquisistie.com www. is-acquisistie.com Aanlevering van advertentiemateriaal bij loap@sdu.nl SLUITINGSDATA ADVERTENTIES EN BIJSLUITERS 2016

nummer Nr. 6 Nr. 7/8 nr. 9

verschijning sluiting 04-06 10-05 02-07 07-06 03-09 09-08

ABONNEMENTEN

Opgave van abonnementen en adres-wijzigingen: Sdu Klantenservice, Postbus 20014, 2500 EA Den Haag, tel. (070) 378 98 80, fax (070) 378 97 83, e-mail: sdu@sdu.nl, www.sdu.nl/brandweer Vanwege de aard van de uitgave, gaat Sdu uit van een zakelijke overeenkomst; deze overeenkomst valt onder het algemene verbintenissenrecht. Het abonnement op Brand&Brandweer (10 nummers) kost 89 euro excl. BTW (94,34 euro incl. BTW). Deze prijs is inclusief verzendkosten. Prijs los nummer: 10 euro (incl. BTW). Een abonnement op B&B geeft tevens toegang tot B&B-digitaal, nieuwsdossiers, forum en het archief van B&B via www. brandenbrandweer.nl. Inlogcodes worden schriftelijk aan abonnees verstrekt. Prijs online-abonnement los: 74 euro excl. BTW (89,54 euro incl. BTW). Een abonnement geldt voor een jaar en wordt automatisch met een jaar verlengd, tenzij uiterlijk twee maanden voor het verstrijken van het abonnementsjaar schriftelijk wordt opgezegd bij Sdu Klantenservice (zie adres hierboven). Wilt u reageren op een artikel, of een onderwerp/artikel aandragen voor publicatie in B&B, neem dan contact op met de redactie via brand&brandweer@sdu.nl. De redactie houdt zich het recht voor artikelen in te korten dan wel journalistiek aan te passen. © Sdu Uitgevers 2016 Alle rechten voorbehouden. Alle auteurs­ rechten en databankrechten ten aanzien van deze uitgave worden uitdrukkelijk voorbehouden. Deze rechten berusten bij Sdu Uitgevers bv. Behoudens de in of krachtens de Auteurswet gestelde uitzonderingen, mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Op al onze producten zijn onze leveringsvoorwaarden van toepassing. Zie hiervoor onze website www.sdu.nl Persoonsgegevens worden bewerkt voor de uitvoering van de (abonnements)overeenkomst en om u van informatie te voorzien over Sdu Uitgevers bv en andere zorgvuldig geselecteerde bedrijven. Indien u geen prijs stelt op deze informatie, kunt u dit schriftelijk melden bij Sdu Klantenservice. Hoewel aan de totstandkoming van deze uitgave de uiterste zorg is besteed, aanvaarden auteurs, redac­teuren en uitgever geen aansprakelijkheid voor eventuele fouten of onvol­komenheden. ISSN 01656-4675

TERMIJN VAN ANNULERING:

6 weken voor verschijningsdatum Termijn van inzending:

3 weken voor verschijningsdatum

46

nummer 5 mei 2016 - Sdu Uitgevers

Brand&Brandweer


Vliegveld Twenthe 2, 3 en 4 juni 2016 ‘Dé beurs voor de veiligheidssector’ • Award gala “Hulpverlener van het jaar” Uitreiking door Minister van V&J • Uitgebreid show- & demonstratieprogramma • Zie en beleef de nieuwste voertuigen en operationele techniek • Groepsarrangementen inclusief lunch • Hét evenement voor brandweer, politie, defensie en ambulancezorg.

GRATIS TICKETS VIA: www.exporic.nl


Voor iedereen die betrokken is bij het vervoer van gevaarlijke stoffen

NIEUWE EDITIE 2015 ADN – Vervoer van gevaarlijke stoffen over de binnenwateren ADR – Vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg Met ADN en ADR heeft u de meest actuele versie in handen van de internationale wetgeving voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. ADN en ADR zijn apart te bestellen.

Ga naar sdu.nl en zoek op ADN of ADR

Profile for Sdu Brand & Brandweer

Bb2016 05  

Bb2016 05