Issuu on Google+

De vloer op over toneelschrijvers, hedendaags theater en een eigen script

A.M.M. Touwen en R.E. van der Reijden Klas 6A en 6C, Stedelijk Gymnasium Arnhem Onder begeleiding van Cobi Nieuwland Nederlands en Filosofie 30 januari 2014


Inhoudsopgave

Inleiding 1 Schrijvers en vernieuwers 2 Aristoteles 3 Bertolt Brecht 5 Samuel Beckett 7 Voorstellingen van Oostpool 9 Giselle 10 Boiling Frog 11 Hideous Women 12 Voorjaarsontwaken 13 Hard Candy 14 Niet alleen ik 15 Analyse 16 Inspiratiebronnen 18 Nawoord 19 Bronnenlijst 20 Bijlagen Logboek 21 Plan van Aanpak 23


Inleiding

Wij zijn allebei al jaren geïnteresseerd in theater. We gaan naar theatervoorstellingen en het liefst spelen we er zelf ook in mee. Na veel voorstellingen te hebben meegemaakt, merkten we dat toneel een doel dient. Dat doel kan zijn amuseren, informeren of overhalen. Voor elk doel is een bepaalde tactiek nodig. Waar zijn deze tactieken op gebaseerd? Hoe zorgen wij ervoor dat een voorstelling het juiste doel dient? Vooral die laatste vraag is belangrijk. Na vele voorstellingen te hebben gezien en gespeeld, wilden we graag een eigen voorstelling schrijven en regisseren. Wij zagen in het profielwerkstuk daar de perfecte mogelijkheid voor. Om een goed onderzoek te kunnen doen hebben we ons de hoofdvraag gesteld ‘Hoe schrijf en regisseer je een toneelstuk?’. Om hier een antwoord op te kunnen krijgen hebben we een aantal deelvragen opgesteld en zijn we ons onderzoek gestart. In de eerste paragraaf combineren we de eerste twee deelvragen ‘Algemene informatie over de theorieën van Aristoteles, Brecht en Beckett’ en ‘Wat zeggen Aristoteles, Brecht en Beckett over de vorm van een toneelstuk?’. Hier worden de theorieën van Aristoteles, Brecht en Beckett besproken. We hebben ervoor gekozen onderzoek naar hen te doen, omdat zij voor ons gevoel het bekendst zijn in hun afdeling en een belangrijke rol speelden in de theaterwereld. Vervolgens gaan we in de tweede paragraaf in op de deelvraag ‘Hoe staat Oostpool tegenover de theorieën van Aristoteles, Brecht en Beckett?’. We leggen de link tussen de voorstellingen van Oostpool en de theorieën van Aristoteles, Bertolt Brecht en Samuel Beckett. Aan de hand van de voorstellingen toetsen we welke aspecten van de theorieën nog steeds een rol spelen in het huidige toneel. We hebben hier gekozen voor de voorstellingen van Oostpool omdat we die beiden vaak bezoeken en erg inspirerend vinden. Ten slotte zoeken we in paragraaf 3 een antwoord op de vraag ‘In welke mate zijn de theorieën van Aristoteles, Brecht en Beckett terug te vinden in ons toneelstuk?’. Ons eigen stuk heet ‘Niet alleen ik’ en is een verhaal over een adolescent die volwassen aan het worden is. We vergelijken zo de theorieën die we hebben onderzocht in hoofdstuk 1 met ons eigen script. Alles wat ons heeft geïnspireerd en geholpen voor het schrijven (en regisseren) van ons stuk komt in dit deel van het verslag ter sprake. Hierna volgt nog een lijst met inspiraties en op welke manier deze zijn verwerkt in ons stuk. Hiermee is geprobeerd het proces van het schrijven van een toneelstuk zo goed mogelijk vast te leggen.

1


Schrijvers en

vernieuwers Het is niet duidelijk wanneer toneel is ontstaan, maar de Ars Poetica van Aristoteles kan zeker als begin van het theater worden gezien. De onderwerpen van toneel zijn vaak veranderd in de loop der eeuwen. Toneel ging bijvoorbeeld over godsdienst, over het volkse leven of juist over het leven van de adel. We belichten de toneelvisies van drie grondleggers van (stromingen in) het theater: het klassieke theater, het maatschappij kritische theater en het absurde theater. We kijken ook hoe deze visies van elkaar verschillen.

2


Aristotele Waarschijnlijk is Aristoteles’ Ars Poetica de oudste toneelhandleiding en preciezer konden de beschrijvingen niet zijn. Het beschrijft tragedie, komedie en epos en hun do’s en dont’s. Helaas is van de uiteenzetting over de komedie en het epos weinig tot niets overgebleven. De regels van de klassieke tragedie zijn nog wel intact. Om te beginnen hier Aristoteles’ definitie van een tragedie.

“Een tragedie beeldt een ernstige handeling uit, bedient zich van mooie taal, is geen vertelling maar een opvoering, en realiseert een zuivering dankzij vrees en medeleven.” Dat wil zeggen dat een tragedie moet gaan over dood, moord, verlies, bedrogen worden en andere thema’s waar niet om gelachen kan worden. Het moet duidelijk zijn dat een tragedie geen komedie is, dit komt onder andere naar voren door themakeuze. De eis dat een tragedie uit mooie taal moet bestaan is redelijk logisch aangezien het wordt besproken in het boek Over Poëzie. Bovendien is het de bedoeling dat de tragedie aangenaam is om naar te luisteren, de onderwerpen zijn van zichzelf vaak al heftig genoeg. Door een tragedie als opvoering te beschrijven en te benadrukken dat het geen vertelling is, benadrukt Aristoteles dat een tragedie geen epos is en daar ook niet voor moet worden gehouden. Het belangrijkste van een tragedie is toch wel de zuivering dankzij vrees en medeleven. Naast deze definitie heeft Aristoteles dus nog vele regels opgesteld over hoe een goede tragedie in elkaar moet zitten. De regels worden later besproken. Het is hierbij wel belangrijk om te beseffen dat Aristoteles’ regels tot halverwege de twintigste eeuw toonaangevend zijn gebleven. Pas daarna zijn er veranderingen gekomen in de eisen dat het verloop van een toneelstuk bijvoorbeeld logisch moet zijn, of dat een eenheid van tijd en plaats gewenst is. De algemene definitie van een tragedie die Aristoteles hanteert is de volgende: een vorm van poëzie die ritme, zang en versmaat combineert. Het gaat om een opvoering (dus geen vertelling) van een ernstige handeling die vrees en medeleven opwekt en in mooie taal wordt gebracht. Aristoteles geeft ook het verschil tussen een tragedie en de geschiedschrijving duidelijk aan. In de geschiedschrijving gaat het om het beschrijven van de feiten zoals die hebben plaatsgevonden. De tragedie gaat echter over algemene waarheden, niet over feiten.

3


es

Zoals in de inleiding al even benoemd is, is de eenheid van tijd, handeling en plaats in de tragedie heel belangrijk. De gebeurtenis van het stuk vindt plaats in één dag en op één plaats. Daarbij gaat het dus om één centrale handeling, die afgerond is. Deze is wel opgedeeld is verschillende gebeurtenissen en handelingen, maar die staan allemaal in het teken van de centrale handeling. Deze gebeurtenissen zijn afzonderlijk ook onmisbaar voor het verhaal, ze zijn allemaal nodig om de tragedie te kunnen begrijpen. Het weglaten zou het geheel aan het wankelen brengen. Het verband en de structuur zijn hierbij dus erg belangrijk. Deze gebeurtenissen en handelingen volgen elkaar logischerwijs op (anagkaion). Daarbij vindt in het verhaal een ommekeer (peripeteia) plaats die geloofwaardig moet zijn en bij het publiek angst (foboV) en medelijden (eleoV) opwekt. Dit is het beste mogelijk als de hoofdpersoon een goed persoon is en door deze ommekeer van een goede situatie in een slechte situatie terechtkomt. Als het zou gaan om een slecht persoon of om een ommekeer van een slechte naar een goede situatie, wordt er geen angst en medelijden opgewekt. Het tragische van deze ommekeer wordt veroorzaakt door de verwantschap van de personages, hoewel ze dat op het moment van de ommekeer niet altijd zelf merken. Zo is de ommekeer in de tragedie ´Oedipus´ het moment waarop Oedipus een man vermoordt die hem de weg op een bergpas verspert. Maar hij komt er pas jaren later achter dat deze man zijn eigen vader was. De gevoelens van angst en medelijden zorgen bij het publiek voor een reiniging (kaqarsiV); aan het eind van de tragedie zijn ze weer schoon van deze gevoelens. De tragische ommekeer brengt een moment van besef (anagnwrisiV) teweeg bij de hoofdpersoon; hij beseft dan de vergissing of het verkeerde inzicht (amartia) waardoor hij in de slechte situatie terecht is gekomen. De ommekeer was immers onvermijdelijk en is niet door toeval ontstaan, maar door de amartia. De hoofdpersonen van de tragedie zijn waardiger dan werkelijke mensen. De acteurs die deze hoofdpersonen (en andere rollen) spelen, noemt Aristoteles uitbeelders. De uitbeelder moet passen bij zijn personage. Daarnaast moet het personage constant zijn en gelijkenissen vertonen met echte mensen. Het aantal uitbeelders in de tragedie was eerst twee, dit aantal was ingevoerd door Aeschylus. Vóór zijn ingrijpen was er sprake van slechts één persoon. Later heeft Sophocles het aantal opgehoogd naar drie spelers. Zij verrichten de handelingen in de tragedie. Het karakter van deze personages, ethos, wordt duidelijk door de handelingen die zij verrichten en de keuzes die ze maken. Deze handelingen en keuzes worden ook bepaald door het karakter. Toch is het karakter niet zo belangrijk als de verhaallijn. Zo wordt een tragedie waarin de karakters goed zijn uitgewerkt, maar waarin een duidelijk verhaal ontbreekt, door Aristoteles minder gewaardeerd dan een tragedie met een duidelijk verhaal zonder duidelijke karakters. Karakters zijn dus ondergeschikt aan de gebeurtenissen. Deze bepalen het plot, muthos, van de tragedie en die zorgt voor het geluk of ongeluk waarin de personages verkeren. De gedachten die onder woorden worden gebracht, enscenering en zang zijn, in die volgorde, minder belangrijk volgens Aristoteles dan het plot en de personages.

4


Bertolt Brec Bertolt Brecht (10 februari 1898) groeit op in een christelijk gezin. Christelijke gedichten, Moritatenliederen en volksliederen zijn van belang voor de ontwikkeling van Brecht als dichter. In zijn jongere jaren ambieert Brecht namelijk een carrière als dichter. Hij vergelijkt zichzelf met de bekende dichter en tijdgenoot Wedekind. Andere dichters naar wie hij opkijkt zijn Rimbaud, Kipling, Verlaine en Villon. Gedichten van deze schrijvers zijn dan ook terug te vinden in het vroege werk van Brecht.

Brechts is egoïstisch en opportunistisch en hij heeft een bijna obsessief plezier in groepsactiviteiten en het leiding nemen over deze activiteiten. Al deze eigenschappen zijn bepalend voor Brecht als toneelschrijver . Veel van zijn werken zijn namelijk ontstaan uit een egoïstisch groepsproces. Dat wil zeggen dat anderen een stuk voor Brecht schreven, hij vervolgens tips gaf voor verbeteringen en het uiteindelijk onder zijn eigen naam publiceerde. Veel van zijn werk is waarschijnlijk geschreven door zijn minnaressen Elisabeth Hauptman en Margerete Steffin. Daarom moeten we Brecht eerder zien als een belangrijke theatervernieuwer dan als een belangrijke toneelschrijver. Het begin van Brechts carrière als schrijver begint bij het uitbreken van de eerste wereldoorlog in 1914. Hij schrijft dan korte oorlogsverslagen in de Augsburger Neuesten Nachtrichten, de plaatselijke krant. In 1916 wordt in dezelfde krant voor het eerst een gedicht van zijn hand gepubliceerd. In 1917 schrijft Brecht zijn eerste toneelstuk na een onenigheid met zijn docent. Dit toneelstuk wordt pas in 1920 uitgegeven. Daarvoor is Brecht nog toneelcriticus van het theaterseizoen 1919-1920. Hij leert Leon Feuchtwanger, een toneelschrijver, vertaler en dramaturg, kennen die hem heeft geholpen zijn eerste stuk uit te geven en een tweede werk te herschrijven. Dit tweede werk, ‘Trommelen in de nacht’, wordt opgevoerd in 1921 en levert Brecht in november 1922 de Kleistprijs op. Dit betekent voor hem het begin van zijn carrière in de toneelwereld. Brecht heeft kritiek op de toneelstukken die in zijn tijd worden opgevoerd. Hij leeft in de tijd van het burgerlijk toneel, waaronder de klassieke tragedie, het blijspel en de klucht. Toneel was er voor het vermaak, net zoals Aristoteles meende. Volgens Brecht sussen deze stukken de mensen in slaap. In de stukken wordt immers altijd een verhaal verteld waarin het leven als ongecompliceerd wordt neergezet en waarin eventuele problemen een simpele oplossing kennen. Volgens Brecht haalt dit burgerlijk toneel de focus weg van de werkelijkheid; het laat mensen de echte wereld vergeten en geloven in een wereld die niet echt bestaat maar is gecreëerd. Brecht zet zich af tegen deze vorm van toneel en introduceert het episch en maatschappijkritisch theater. Dit zou een nieuwe verhouding tussen maker, voorstelling en publiek gaan betekenen.

5

In deze nieuwe vorm van theater haalt Brecht de buitenwereld naar binnen om het publiek te wijzen op dat wat er in de maatschappij gaande is. Hij wil dat toneel niet langer een avond kijken en achteroverleunen is, maar dat de toeschouwers met elkaar in discussie gaan over dat wat ze hebben gezien. Op deze manier wekt hij bij de toeschouwers een kritische blik ten aanzien van de maatschappij. Hij wil hen laten zien dat zij als burgers verandering kunnen brengen in de wereld. Brechts toneelstukken zelf kunnen de maatschappelijke problemen niet oplossen, maar ze moeten de mensen aanzetten tot actie. Brecht laat zijn publiek zien dat het een stem heeft in de maatschappij. Hij doet dat door de personages in zijn stukken de situatie waarover ze ontevreden zijn te laten veranderen. Dit gebeurt doordat de personages hun gedachten en hun gedrag aanpassen. Brecht laat zien dat dit ook zo werkt in de echte wereld. Van zowel een verhaal op het toneel als gebeurtenissen in de maatschappij staat de afloop niet vast, het


cht

is door de mensen veranderbaar. De verandering in de maatschappij die Brecht hierbij voor ogen heeft is een socialistische revolutie. Hieruit blijkt zijn sympathie voor de gedachten van Karl Marx. Om de veranderlijkheid van de wereld aan het publiek duidelijk te maken, voert Brecht een belangrijke verandering door ten opzichte van het dramatische theater. Eerst stond de inhoud van een toneelstuk boven de vorm, maar Brecht zet vorm en inhoud op gelijke voet. De vorm dient er nu voor om de betekenis van het stuk naar voren te brengen en wordt niet langer als middel gebruikt om het verhaal te ondersteunen. Op deze manier maken alle elementen het doel van het stuk duidelijk. Ze leveren kritiek op de inhoud en dat zet de mensen aan het denken over het stuk. Ook geeft het er een nieuwe betekenis aan, namelijk dat het niet langer alleen om amusement draait. Brecht beschrijft het dramatische theater als “Gesammtkünstwerk”, waarmee hij de samenwerking van de elementen in een kunstwerk bedoelt. Hij brengt daar de “radikale Trennung der Elemente” tegenin, waarin de elementen van een kunstwerk tegen elkaar in werken. Dit noemt hij “Verfremdungseffecten”. Alles levert commentaar op dat wat wordt getoond. Ook doet Brecht er alles aan om aan het publiek duidelijk te maken dat ze kijken naar een toneelstuk met acteurs die een rol spelen en niet naar het echte leven met echte mensen. De acteur moet een personage spelen en niet het personage zijn. Een manier om duidelijk te maken dat toneel een illusie is, is door gebruik te maken van absurde en overdreven kleding van de personages of van een minimalistisch decor. Een andere methode die Brecht toepast is de acteur tijdens het stuk uit zijn rol te laten stappen en commentaar te laten leveren op zijn eigen rol. Zo spreekt de acteur over zijn rol in de derde persoon of geeft regieaanwijzingen. Ook moet een acteur laten merken dat het stuk ingestudeerd is en hij tijdens de voorstelling het verloop van het stuk dus al kent. Brecht zegt hierover zelf: ‘In een levendige uitbeelding vertelt hij [de acteur] het verhaal van zijn personage, hij weet immers meer dan zijn personage en het hier en nu stelt hij dan ook niet voor als een fictie.’ In Brechts tijd werden toneelstukken gespeeld alsof de scènes zich binnen vier muren afspeelden. Het publiek was een buitenstaander dat op een of andere wijze een kijkje kon nemen in de wereld die op de planken werd gecreëerd. Om het afgebeelde los te maken van de werkelijkheid, te vervreemden van de werkelijkheid, doorbreekt Brecht in zijn stukken geregeld de vierde muur, wat betekent dat hij erkent dat er publiek aanwezig is. Door de aanwezigheid van het publiek te erkennen laat hij weer merken dat het slechts om een toneelstuk gaat. Brecht doorbreekt de vierde muur door acteurs uit hun rol te laten stappen, de bewegingen van de acteurs extreem uit te vergroten, een verteller op het toneel te zetten, de acteurs het publiek aan te laten spreken of een brief die in het stuk een rol speelt door het publiek te laten rondgaan. Brecht wil de aandacht van het publiek verleggen van de gebeurtenissen naar de manier waarop deze gebeurtenissen tot stand komen. Hiervoor zet hij vaak een verteller in. Deze vertelt de gebeurtenissen waardoor het publiek zich daar niet meer op hoeft te richten. Het gebruik van een niet-chronologische volgorde of het verklappen van de uitkomst voor het zover is, zijn ook manieren om de aandacht op de vorm van het toneelstuk te richten. Deze aandacht voor de vorm zorgt er weer voor dat de mensen inzien dat het theater net zo veranderlijk is als de echte wereld, zolang ze zelf bereid zijn de verandering te brengen.

6


Samuel Be sAmuel Beckett Samuel Beckett is geboren in Engeland, maar daarna verhuisd naar Frankrijk. Veel van zijn werk, waaronder ‘Wachten op Godot’, is dan ook in het Frans geschreven. Dit werk behoort tot het absurde theater, waarvan Beckett een van de stamvaders is. Door sommigen wordt het absurdisme gezien als het pure theater of als het theater dat heeft kunnen bewerkstelligen wat het epische theater niet lukte. Net als het epische theater van Brecht is het absurde theater vervreemdend. Tijdens het aanschouwen zal dit toneel als irrationeel en totaal onzinnig worden bevonden, maar het bezit wel degelijk een boodschap, een waarheid. Voor het absurde theater is Beckett geïnspireerd door onder andere clowns en de stomme film. Net zoals clowns moet het absurde theater namelijk raar en lachwekkend zijn. In de stomme film kwam het belang bij de handeling te liggen, aangezien er niet gesproken kon worden. Hoewel bij het absurde theater wel gesproken kan worden, ligt hier ook het accent op de handeling. Sommige stukken bevatten zelfs alleen handeling en geen tekst, zoals ‘Act without Words’ van Beckett. Naast beeldende kunst als inspiratiebron is het absurde theater ook geïnspireerd door de filosofie, met name het existentialisme. Een van de hoofdvragen binnen het existentialisme is hoe de mens inhoud kan geven aan zijn bestaan. Filosofen Kierkegaard en Sartre zeggen hierop dat dit kan door keuzes te maken. De oneindige mogelijkheid aan keuzes leidt echter tot bestaansangst. Door middel van existentialistisch theater probeerde men antwoord te geven op de vele vragen die bij mensen opwelden door deze bestaansangst. Ook is het doel van deze vorm van theater om de mensen te laten nadenken over wie zij zijn, hoe ze met de maatschappij omgaan en hoe de maatschappij met hen omgaat. Becketts werk toont de zelfvervreemding van de mens die in een absurde wereld terecht is gekomen en moet leren omgaan met belangrijke thema’s als geboorte, leven en dood.

7

Het absurdistische stuk heeft een vervreemdende werking op de toeschouwers. Juist omdat ze nooit helemaal zullen begrijpen wat ze hebben gezien, blijft het toneelstuk op een afstand. De gebeurtenissen erin zijn wel herkenbaar en terug te voeren op gebeurtenissen uit het dagelijks leven, maar de personages zijn apart en anders. Ze zijn moeilijk te herkennen, waardoor de toeschouwers zich niet met hen kunnen identificeren. Ze staan zo buiten het stuk. Het absurde theater laat alle eenvoud weg en vervangt het door complexiteit. Zo wordt een duidelijker beeld van


eckett

de werkelijkheid geschetst. De complexiteit van de absurdistische stukken wekt niet alleen verwarring op, maar heeft vooral als doel de complexiteit van het leven weer te geven. Waar andere vormen van toneel duidelijk en eenvoudig zijn, bestaat het absurde toneel uit meerdere lagen met meerdere betekenissen. De werkelijkheid is immers net zo ingewikkeld. De toeschouwers proberen om het stuk zo goed mogelijk te begrijpen en daarvoor moeten ze aandachtig kijken en vormen ze een kritische mening. Niet alleen over het stuk, maar ook over de wereld. Dit aspect van toneel is voor Beckett van groot belang. Hier komt ook het ‘Verfremdungseffekt’ van Brecht kijken; hij wilde dat zijn toeschouwers zich ervan bewust waren dat ze naar een toneelstuk keken en niet naar het echte leven. Ook de kritische en oplettende houding vond Brecht belangrijk. Door absurde taferelen te creëren is Beckett er beter dan Brecht in geslaagd om dit effect te bereiken. Wanneer Beckett met Aristoteles wordt vergeleken, valt op dat er in de stukken van Beckett werkelijk niets meer terug te vinden is van de regels die Aristoteles voor het toneel opstelde.

Beckett wil duidelijk maken dat het leven geen doel heeft en dat mensen er geen invloed op hebben. De mens denkt een vrije wil te hebben om keuzes te maken, maar dat is niet het geval. Hiermee gaat Beckett dus in tegen het existentialisme, waarin wordt verteld dat de mens zijn leven vorm moeten geven door keuzes te maken. Volgens Beckett is de wereld juist een onbegrijpelijke en irrationele plek zonder een logische structuur. Beckett brengt zijn visie over door zijn personages neer te zetten als een soort marionetten. Ze zijn een speelbal van het lot. Hij geeft nauwelijks inhoud aan hun persoonlijkheden en soms hebben ze niet eens een naam. Hierdoor verlegt hij de aandacht van de personages naar de handelingen. Ook laat Beckett de personages gedurende het stuk veranderen om te tonen dat anderen niet zo consequent zijn als we denken. Het roept de vraag op of we hen wel echt kennen. Een goed voorbeeld hiervan is het personage van Pozzo in ‘Wachten op Godot’. In de eerste akte is Pozzo een zelfverzekerde man die neerkijkt op zijn lijfeigene Lucky en deze slecht en onmenselijk behandelt. In de tweede akte is Pozzo een hulpeloze blinde man geworden. Een middel dat Beckett gebruikt om het leven van de mens duidelijk te maken, is door de scènes geen logische volgorde te geven; een scene is niet altijd een logisch vervolg op de vorige scene. Alles kan gebeuren en het stuk gaat alle kanten op. Op deze manier is de vraag voor het publiek niet ‘Wat zal hierna gebeuren?’, maar ‘Helpt de volgende scene me om het stuk te begrijpen?’ en ‘Wat wordt er precies bedoeld?’. Vooral deze laatste vraag houdt het publiek lang bezig en kan nauwelijks echt worden beantwoord.

8


van Oostpool Voorstellingen

Toneelgroep Oostpool is veelzijdig en vernieuwend. De perfecte toneelgroep om de verschillende soorten theater toegepast te zien. Wij hebben een aantal voorstellingen bekeken en geanalyseerd aan de hand van de eerder beschreven drie grondleggers. 9


Giselle Foto: Sanne Peper

“Jongerenvoorstelling over de romantiek, naar het beroemde ballet van Perrot. In co-productie met Introdans. Giselle is een eenvoudig meisje dat van dansen houdt. Ze danst niet alleen met haar vriend uit het dorp, maar ook met Albrecht, een onbekende knappe jongeman, die onbereikbaar voor haar zou moeten zijn. Dit ondanks de waarschuwingen van haar moeder. Als Giselles vriendje de identiteit onthult van de man met wie ze danst tot ze erbij neervalt, - en dat hij al verloofd is - sterft ze van verdriet. In het dodenrijk sluit zij zich aan bij het leger van vrouwen die zich wreken op de romantische liefde door mannen de nek om te draaien. Maar als Albrecht arriveert, probeert Giselle hem toch te redden. Al drie seizoenen lang maakt Toneelgroep Oostpool met jongeren een 'coming-of-age'-voorstelling, met begeleiding van stagiairs van de ArtEZ Hogeschool voor de Kunsten. Na Verona aan de Rijn, Voorjaarsontwaken en Eli Eli dan nu in co-productie met Introdans de donkerstralende, bitterzoete, allesverslindende wereld van de Romantiek. En als je moeder je niet tegenhoudt, dan doet de werkelijkheid het wel.” (Oostpool, 2013) Dat dodenrijk, daar is Beckett in te vinden. Voor onze uiteenzetting focussen we ons alleen op dit deel van de voorstelling. In Oostpools versie van Giselle heet het dodenrijk de Wereld van de Willies. De vrouwen heten allemaal Willie. Eenmaal in de Wereld van de Willies terecht gekomen, verlies je alle grip op tijd, plaats en identiteit. Alle grip op tijd raakt verloren doordat er in het dodenrijk niets is dat een tijd aanduidt. Er is alleen wit tule. Daarnaast wordt er niet gesproken over tijd. Geen enkele Willie kan vertellen hoe lang ze al dood is en zelfs als Giselle terugkomt in de echte wereld is onbekend hoe lang ze bewusteloos was. (In deze versie van Giselle blijkt dat Giselle nooit echt dood is gegaan.) Waar de Wereld van de Willies precies is, is ook onbekend. Zoals eerder al gezegd is er alleen wit tule, alles is er wit. De mannen die het dodenrijk in gelokt worden, komen daar via verschillende manieren terecht. Er wordt geopperd dat de Wereld van de Willies zich alleen in Giselles hoofd bevindt, maar dat blijft open voor eigen invulling. Het wel of niet hebben van een identiteit verschilt per personage. Het hoofd van de Willies is verstrooid en gelooft alles beter te weten. Giselle blijft twijfelen aan zichzelf en de rest van de wereld, wat dat betreft is er weinig verschil tussen de normale wereld en het dodenrijk. Deze twee personages hebben wel een identiteit, maar de Willies duidelijk niet. Ze zijn hun naam verloren en al hun banden met hun vorige leven. Het enige wat al deze vrouwen nog hebben is hun naam Willie, een verscheurend verdriet en verlangen naar wraak. Aangezien dit echter voor alle vrouwen geldt, maakt dat geen identiteit. Ze gaan op in de massa. Dit gezegd hebbende, zijn ook bijna alle kenmerken van Beckett die in dit stuk te vinden zijn, beschreven. Het laatste kenmerk is dat Becketts stukken altijd gaan over geboorte, leven en dood. In Giselle komt dit ook naar voren: de geboorte van Giselle als zelf denkend mens, haar “coming-of-age” en de dood van haar en anderen in het dodenrijk.

10


Boiling Frog Foto: Sanne Peper

“Boiling Frog gaat over de verwoestende kracht van de economie en de verslavende onvrede die dat bij ons aanwakkert. Over de familie Berkema die al 264 jaar in de keramiek zit. Over de tuinman, en het keukenmeisje met een vreselijk geheim. Ploeterende mensen met dichtgesnoerde kelen die vat proberen te krijgen op onze samenleving en deze tijdsgeest. Een tragikomisch stuk over het concept taal, over De Verlichting, over misvormde familiebanden en over waarom een kikker, in langzaam opkokend water, verstijft en niet van zijn plek komt. We hebben de kerk met zijn onhoudbare dogma’s en zijn dubbelzinnigheden op een gegeven moment de rug toegekeerd zonder die te vervangen. Daardoor is er een vacuüm ontstaan. Een vacuüm vult zich altijd spontaan met wat er voor handen is. Dat is in het geval van de westerse wereld de vrije markt met zijn wetenschappelijk beheersbare (denken wij) wetmatigheden. Als we vroeger gelukkig probeerden te worden door ons tot God te keren, proberen we dat nu te doen door te consumeren en/of steeds hogere winsten te maken. Het wordt tijd dat we ook dat model de rug toekeren en een hogere macht terug in huis halen.” (Oostpool, 2012) Brechts stukken gaan vaak over gewone mensen die meegesleurd worden in de grote krachten binnen een maatschappij. Die krachten worden in stand gehouden door de mensen zelf. Dat kan gaan over hoe wetgeving neerslaat op het leven van mensen tot de manier waarop mensen uit eigen belang een systeem in stand houden waar ze uiteindelijk zelf aan onderdoorgaan. Boiling Frog gaat over de familie Berkema en concentreert zich op mevrouw Berkema. Zij heeft een sterke wil en zet deze hardhandig door. Zij is de ‘frog’ uit het ‘Boiling Frog Effect’. Zo werkt het ook in het toneelstuk. Mevrouw Berkema terroriseert haar familie al jaren en haar femilieleden zijndaar aan gewend. Tot zij besluiten dat ze er genoeg van hebben. Om mevrouw Berkema een lesje te leren, binden ze haar dagenlang vast op een stoel en pesten haar. Het heeft een dubbel effect; ze willen haar graag terug pakken, maar geven te veel om haar om haar echt pijn te doen. Ze hopen dat mevrouw Berkema is veranderd wanneer ze haar weer losmaken. Het tegengestelde is waar, ze is woedend en vermoordt zelfs het keukenmeisje. Daarna terroriseert mevrouw Berkema het huishouden nog meer dan bij aanvang van de voorstelling. De moord die zij pleegt, blijkt belangrijker voor het stuk dan in eerste instantie het geval lijkt. In de eerste scene maakt het keukenmeisje een raam schoon, in de laatste scene doet een ander personage hetzelfde met precies dezelfde bewegingen. Ze veegt het bloed van het keukenmeisje weg. Van deze laatste scène gaat het idee uit dat het keukenmeisje ook bloed van het raamde veegde, dus dat er toen ook net een moord was gepleegd. Dit benadrukt het in stand gehouden systeem waar de familie Berkema aan onderdoor gaat.

11

De theorie van Brecht is duidelijk terug te vinden in het stuk. Het geeft weer waar wij mensen fouten maken. Maar anders dan bij Brecht geeft dit stuk niet de aanpak voor het oplossen van het probleem. Net als in veel stukken van Brecht, is ook in Boiling Frog het hoofdonderwerp een kracht die de mensen zelf hebben geschapen en die hun ondergang wordt. Ze worden erin meegesleurd zonder dat echt door te hebben. Een verschil met de stukken van Brecht is echter dat in deze voorstelling van Oostpool de vierde muur niet wordt doorbroken.


Hideous (Wo)men Foto: Sanne Peper

“Hideous Women, een experimentele soap over de zelfloze mens, is onderdeel van een reeks beeldende voorstellingen over de spektakelmaatschappij en de rol van de beeldcultuur in het leven van vandaag. We leven in een geënsceneerde wereld vol very important persons. Een persoon is iemand die gelooft dat zij haar eigen leven door middel van keuzes tot stand brengt. Maar wat als het stabiele afzonderlijke iets dat we ik willen noemen niet bestaat? In een televisiestudioachtig laboratorium vindt een experiment plaats met mensen zoals wij. Mensen die personen proberen te zijn. Mensen die mannen of vrouwen spelen. Mensen die denken dat ze uit één stuk bestaan maar in werkelijkheid niet meer zijn dan een opeenvolging van fragmenten. Want als het onwrikbare zelf een fundamentele vergissing blijkt en de illusie onze natuurlijke toestand is, welke onwaarheden kunnen wij als moderne mens dan loslaten en welke zullen we nooit kunnen missen?” (Oostpool, 2013) Hiermee is deze voorstelling een perfect voorbeeld van absurd theater. Zoals in de beschrijving staat is Hideous Women een voorstelling over de spektakelmaatschappij. Ze is bedoeld om mensen na te laten denken over de maatschappij, alle opsmuk daarom heen en de rol die de mensen daar zelf in spelen. Vooral de rol van de mens zelf is belangrijk voor het absurde theater. Welke keuze maak ik en wat voor effect heeft dat? Beeld en handeling spelen een belangrijke rol in het absurde theater en tekst is juist onbelangrijk. Dat is in deze voorstelling extra duidelijk gemaakt door bandjes met teksten af te spelen in plaats van de acteurs zelf te laten spreken. Naast het feit dat de eigen stem van de acteurs niet te horen was, was ook het gezicht van de acteurs niet te zien. Ze hadden allemaal maskers op, waardoor ze niet meer leken op mensen en nog het meest weg hadden van barbiepoppen. Op deze manier was het zo goed als onmogelijk gemaakt voor het publiek om zichzelf te herkennen in de personages. Door deze herkenning onmogelijk te maken, wordt de focus meer op het uitgebeelde, de betekenis van het stuk, dan op het beeld gelegd. Ook tijd en plaats waren onduidelijk in het stuk. Het stuk begon in het midden van een verhaal, waarvan je eerst nog dacht het te kunnen volgen, maar dat bleek later een illusie. Gebrek aan plaatsing in tijd was hier een van de oorzaken van. De toeschouwer had geen idee hoeveel tijd er tussen verschillende handelingen zat. Verder wordt in bovenstaande beschrijving gezegd dat het stuk zich afspeelt in een televisiestudioachtig laboratorium. Het leek voor de toeschouwer echter op een simpele woning met een keuken en een woonkamer. Later in het stuk bleek echter dat dit “huis” van niemand was aangezien het steeds van bewoners wisselde. Bewoners die soms niet eens werden voorgesteld en waarvan na afloop nog steeds onduidelijk is wat hun rol was in het stuk. Aangezien de schrijvers en regisseurs van het stuk geen duidelijke betekenis hebben gegeven aan de voorstellingen, oogde het stuk niet alleen absurd, maar was het ook werkelijk absurd. Volgens het absurdistische theater moet het publiek invulling geven aan een voorstelling, dat gebeurde hier ook. Tijdens en na het zien van het stuk lijkt de voorstelling totaal willekeurig en onzinnig. Maar na een aantal dagen veel nagedacht te hebben over de voorstelling, zit er juist logica het stuk. Dit stuk volgt geheel de richtlijnen van het absurde theater.

12


Voorjaarsontwaken Foto: Sanne Peper

“Dit klassieke meesterwerk uit 1891 van Frank Wedekind beschrijft de gevoelens van verwarring van een groep scholieren die de grote thema’s van het volwassen worden - seksualiteit, liefde, dood - ontdekken. Ze worden daarbij niet geholpen door de ontkennende en soms onderdrukkende houding van hun ouders en opvoeders. En ook al is daarin in de afgelopen eeuw verbetering gekomen, de grote thema’s zijn gebleven. Daardoor is deze ‘kindertragedie’ - zoals Wedekind het stuk noemde - nog steeds van deze tijd. Misschien spiegelt het thema van de onderdrukkende opvoeding van toen zich in de grenzeloosheid van nu. Voorjaarsontwaken deed aan het eind van de 19e eeuw veel stof opwaaien vanwege de heftige thematiek en de standpunten die Wedekind daarover innam. Wedekind laat, zeker voor die tijd, op moderne wijze diverse verhaallijnen door elkaar lopen. In Voorjaarsontwaken kiest hij de kant van de jeugd. Hij vertelt het verhaal over het ultieme streven naar autonomie. De jongeren laten zich niet blokkeren door de vele opgeworpen obstakels en hindernissen van het leven en hun opvoeding maar durven zich over te geven aan de chaos van de natuur.” (Oostpool, 2011) De hoofdpersoon, Melchior, wil aan het einde van dit stuk zelfmoord plegen. Eerst was hij de slimme populaire jongen, maar door verkeerde beslissingen is hij in een neerwaartse spiraal beland. Zijn beste vriend Moritz is dood, het meisje van wie hij hield is dood en hij wordt hiervan beschuldigd. Hij denkt niets meer te hebben om voor te leven, maar als hij zelfmoord wil plegen verschijnt er een man in een regenjas. Deze man overtuigt hem er van geen zelfmoord te plegen. Dit samen is de ommekeer in het stuk en volgt deels de “regels” van Aristoteles op. De ommekeer is van een goed leven als populaire jongen naar slecht leven als verdachte van moord. In het slechte deel vindt er vervolgens besef en herkenning plaats. Melchior herkent de man in de regenjas als zijn redder (dit was zijn vriend Moritz niet gelukt) en beseft dat zelfmoord plegen niet de oplossing is voor zijn problemen. Volgens Aristoteles is het de beste ommekeer als een leven van goed naar slecht gaat, maar de uiteindelijke slechte handeling door besef wordt tegengegaan. Dat gebeurt in dit stuk dus ook. De manier waarop deze realisatie ontstaat is volgens Aristoteles echter niet de mooiste manier. Hij prefereert een realisatie of herkenning die volgt uit de gebeurtenissen zelf. Een herkenning die logisch is in het verloop van het stuk. Een andere goede realisatie is een realisatie door redenering. De herkenning van de man in de regenjas is niet logisch in het stuk en is ook niet uit redenering ontstaan. Daarin klopt de voorstelling Voorjaarsontwaken dus niet met de regels van Aristoteles.

13

De ommekeer is volgens Aristoteles erg belangrijk om vrees en medelijden op te wekken. Hierdoor kan het publiek zich namelijk zuiveren. Dat is bij deze ommekeer zeker gelukt, want na de hierboven beschreven scène moest het halve publiek huilen. De schrijver van dit stuk heeft een slimme truc toegepast om Aristoteles’ besef aan het eind van de ommekeer te vergroten. Hij heeft namelijk het slechte wat Melchior kon kiezen duidelijk getoond aan de hand van Moritz. Op het moment dat Melchior zelfmoord wil plegen, is de al dode Moritz bij hem. Wanneer de man in de regenjas Melchior waarschuwt, vraagt Moritz aan de man waarom hij hem nooit heeft gewaarschuwd. De man zegt dat hij er wel was voor Moritz, maar dat deze hem nooit heeft herkent. Met precies dat stukje tekst toont Wedekind wat er met Melchior zou zijn gebeurt zonder de herkenning, het besef. Zonder dit trucje zou de ommekeer nooit zo hard zijn aangekomen bij het publiek als met het trucje.


Hard Candy Foto: Sanne Peper

“Een meisje gaat in op de suggestieve opmerkingen van een onbekende man in een chatroom. Hij wil haar in het echt zien. Ze maken een afspraak. Zij is veertien, hij bijna drie keer zo oud en fotograaf. De flirt wordt voortgezet, hij koopt kleren voor haar, neemt haar mee naar zijn indrukwekkende huis even buiten de stad. Dom van haar om mee te gaan. Er is recent een meisje verdwenen. Hij denkt: zij gaat wel plat voor de glamour en het succes voor de lens, zij gaat überhaupt wel plat. Zij heeft echter een geheel andere agenda. Zij gaat geen slachtoffer zijn. Zij ontpopt zich tot een wraakengel. Hard Candy stelt ongemakkelijke vragen over de verantwoordelijkheid van volwassenen tegenover jongeren. We leven in een maatschappij waarin een geërotiseerde beeldcultuur de norm is geworden. Via internet maken jongeren anoniem kennis met zogenaamde vrienden, geschreeuw en gescheld, en de volwassen wereld van de sex. Inclusief alle beelden in de wereld, mooie en gruwelijke. De wereld ligt als afbeelding onder handbereik en dat is een groot ding - zowel positief als negatief.” (Oostpool, 2013) In bovenstaande beschrijving wordt al uitgelegd dat dit toneelstuk vragen stelt aangaande de maatschappij. Het stuk is maatschappijkritisch. Er bestaat dan ook weinig twijfel dat dit toneelstuk gebruik heeft gemaakt van de vervreemdingseffecten van Brecht. Hard Candy is een trailervoorstelling. Dit betekent dat de voorstelling wordt gespeeld in een trailer, maar ook dat de toneelspelers zowat bij je op schoot zitten. Hierdoor is het zo goed als onmogelijk om achteroverleunend naar het toneelstuk te kijken. Het toneelstuk wordt in je gezicht gedrukt, waardoor het ontkennen van het toneelstuk onmogelijk wordt. Dat wil zeggen, het wordt onmogelijk om te geloven dat je naar de echte wereld kijkt, simpelweg omdat niemand in de echte wereld zo dicht op je zit. In het toneelstuk wordt de vierde muur ook doorbroken, dat viel hier extra op. Normaal gesproken wordt de vierde muur namelijk doorbroken doordat een acteur tekst opzegt terwijl hij/zij het publiek in kijkt. Bij Hard Candy wordt de vierde muur directer doorbroken. Actrice Stefanie van Leersum kijkt niet alleen het toneel in, ze kijkt je ook werkelijk aan. Daarnaast is de tekst die ze opzegt niet zomaar een tekst, maar een vraag waar ze serieus antwoord op verwacht: “Jullie jongens kijken toch ook gewoon naar porno?” Verder wordt in het stuk gebruik gemaakt van tijdssprongetjes. Hier wordt extra de nadruk opgelegd door middel van een “wachtmuziekje” en het dimmen van de lichten. Voor Brecht was het zeer belangrijk dat de toeschouwer inziet dat de wereld niet vast staat, dat de wereld kan veranderen door keuzes te maken. In het stuk wordt dit sterk neergezet door het meisje alle macht te geven om de wereld zo te maken als zij wil. Ze kan er voor kiezen om pedofielen niets aan te doen, ze kan er voor kiezen om pedofielen te zoeken en ze voor de rechtbank te slepen en ze kan er voor kiezen om pedofielen zelf te straffen. Elke keuze heeft een ander effect op de wereld en dus kan het meisje door één enkele keuze de wereld veranderen. Met dit alles is Hard Candy niet alleen een Brechtiaans toneelstuk, het is ook een geslaagd Brechtiaans toneelstuk. Bij het zien van Hard Candy voel je je ongemakkelijk. Dat wat het toneelstuk vertelt, kan je niet zomaar van je af laten glijden.

14


Niet

Alleen Ik 15

Hoe voelt het als je de wereld in wordt geduwd, als anderen voor jou besluiten dat je op eigen benen moet kunnen staan? Nog te jong voor echte nostalgie besluit de hoofdpersoon in ‘Niet alleen ik’ dat het vroeger allemaal beter was. Maar zonder dat hij het door heeft, past hij langzamerhand niet meer in dat vroeger. Worden we volwassen, omdat we het moeten zijn of zijn we volwassen omdat we het zijn?


Het stuk ‘Niet alleen ik’ gaat over één persoon die gespeeld wordt door ‘personage A’ en ‘personage B’. Het onderscheid tussen de personages is te vergelijken met het onderscheid tussen lichaam en geest, mens en gedachten of de tegenstrijdigheid van het denken. Deze personages hebben geen naam. Nergens in het stuk zal hun naam genoemd worden. Dat ze toch de namen A en B hebben gekregen is enkel omdat de acteurs anders niet weten wie wat moet zeggen. De naamloosheid van personages is een aspect van het absurd theater. In een scene brengt personage B een fout van de mens naar voren. De mens denkt altijd te weten wat het beste is voor een ander, zonder echt te weten wat het beste is voor de ander. Dit is te vergelijken met de maatschappijkritiek van Brecht, maar dan op kleine schaal. De oplossing die B voor dit probleem aanvoert, is egoïsme. B brengt zijn kritiek op de mens aan de hand van een voorbeeld naar voren:

“We doen het allemaal hoor, voor anderen besluiten wat het beste voor hen is. Maar als we het anderen zien doen, verklaren we ze voor gek. Neem nu toddlers& tiara’s, niemand kan daar serieus naar kijken. Die ouders moeten wel gestoord zijn, om hun kinderen zo op te maken. Lagen mascara, een nep gebit, haren in de krul. Ze veranderen in barbiepoppen. Het is eng. Maar hoeveel verschillen wij van die ouders?”

Het stuk bevat teksten die geen enkele samenhang met elkaar lijken te hebben. Het stuk bestaat alleen uit gedachten en gedachten kunnen nogal snel van de hak op de tak springen. In dezelfde scène als hierboven geciteerd wordt zowel egoïsme als altruïsme besproken zonder het gelijk als tegenstelling te benoemen. Deze onsamenhangendheid binnen scènes en tussen verschillende scènes zorgt ervoor dat je jezelf afvraagt wat er precies wordt bedoeld. Dat is precies de bedoeling bij absurd theater.

“B: We willen allemaal voor anderen dat ze mooi worden gevonden, dat ze succesvol zijn. Het probleem is alleen, dat je daarin vergeet wat het beste is voor een ander. Dat je vergeet dat je niet weet wat het beste voor een ander is. [...] B: Egoïsme, ja heerlijk! Laat iedereen lekker aan zichzelf denken. De ander die redt zich wel, en als de ander zich niet redt, pech.”

Personage A en B maken in ons stuk een verandering door. Personage A spreekt in het eerste deel amper twee woorden achter elkaar uit, maar houdt aan het eind hele monologen. Personage B, die eerst juist hele monologen opdreunde, praat tegen het einde alleen nog maar in korte zinnen. De rollen zijn als het ware omgekeerd. Ook dit veranderen van personages komt overeen met elementen van het absurde theater. Hiermee wordt duidelijk gemaakt dat mensen niet constant zijn, dat mensen veranderlijk zijn.

16


In de monologen die Personage A aan het einde van het stuk opdreunt, is het epische theater terug te vinden. Personage A negeert personage B het hele stuk. Hij antwoordt wel op haar vragen, maar zal haar nooit aankijken. Zijn monologen zijn dan ook niet op Personage B gericht, maar op het publiek. Door monologen op het publiek te richten, wordt de vierde muur doorbroken.

“A: ...omdat ik anderen niet meer nodig heb. Omdat ik het zelf kan. Ik kan zelfstandig studeren, koken. Ik kan autorijden, ik kan online bankieren, ik kan van alles en nog wat. Daar heb ik niemand voor nodig gehad. Daar zal ik niemand voor nodig hebben. Alle mogelijkheden. Ik vul mijn hele leven in. Helemaal nieuw. Ik heb niemand nodig. Het gaat nu alleen nog om de te ontdekken wereld, om mezelf en de wereld.”

Tussen al dit absurde en epische theater is toch nog een aspect van het klassieke theater te vinden. ‘Niet alleen ik’ heeft een eenheid van plaats. Hoewel er in het stuk moeilijk grip is te krijgen op de tijd, lukt dat wel wat betreft de plaats. Tijdens het hele stuk wordt het decor niet veranderd. Het oogt als iemands kamer, er staat een bureau, er ligt een knuffel, misschien een foto of een mobiele telefoon. Personage A refereert in het stuk ook zelf naar deze kamer met de volgende tekst.

“Mijn kast is opgeruimd, mijn bureau is opgeruimd, mijn hoofd is opgeruimd.”

17


Inspiratiebronnen Micha Wertheim: Voor de zoveelste keer ‘Voor de zoveelste keer’ is een theatervoorstelling bestaande uit cirkels. Micha Wertheim komt steeds terug op eerdere uitspraken en herhaalt soms zelfs hele delen van de voorstelling. Hij doet dit zo dat dat het niet verveelt, maar juist een bijzondere, bijna magische wending geeft aan de voorstelling. Het verassingseffect van zo’n cirkel wilden wij ook gebruiken in onze voorstelling ‘Niet alleen ik’. Deze zit verwerkt in de eerste en laatste scene van het stuk; in de eerste scène wordt het einde al voorspeld. Grandbrothers: Ezra was Right Dit muziekstuk heeft een hele rustige opbouw. Het wordt steeds krachtiger, maar nooit overheersend. Daardoor is het heel bruikbaar in een toneelvoorstelling. De noten lijken alle kanten uit te vliegen en het nummer doet zo denken aan de menselijke gedachten, een belangrijk thema van ons toneelstuk. De gedachten lijken ook alle kanten uit te vliegen als ze eenmaal zijn opgestart en komen niet altijd even snel op gang. American Beauty De beelden van deze film zitten erg goed in elkaar. In een scène is een meisje in gesprek met een jongen tegenover haar. Hij filmt haar en dat wat hij filmt verschijnt op een televisie. Terwijl je haar en profil ziet, kijkt haar gezicht je hierdoor ook recht aan. Dit beeld is gebruikt voor de regie van een van onze scènes waarbij Personage B en profil is terwijl zij tegen personage A aanpraat. Personage A kijkt het publiek ondertussen recht aan.

Het leven

Het leven zit vol met gedachten, mooie uitspraken en andere inspirerende aspecten. Deze hebben we goed kunnen gebruiken in ‘Niet alleen ik’. Naast de gedachten, is ook volwassen worden een belangrijk thema. Aangezien wij bezig zijn met volwassen worden, kunnen wij ons helemaal vinden in dit onderwerp. Als we dan zo’n voorstelling schrijven, kunnen we die het beste baseren op ons eigen leven en dat van onze vrienden. Descartes en Spinoza

Moeten de geest en het lichaam los van elkaar worden gezien of zijn ze toch een? Veel filosofen hebben zich over dit geest-lichaam probleem gebogen. Descartes en Spinoza zijn twee van die filosofen en zij houden er tegenstrijdige visies op na. Die visies worden beiden uitgelegd in de eerste scène van ons stuk als de hoofdpersoon leerstof probeert te onthouden. Er is echter niet zomaar gekozen voor deze tekst als leertekst in de eerste scene; het geest-lichaam probleem speelt door het hele stuk heen een belangrijke rol. Dit is ook het belangrijkste onderwerp van de wending in ‘Niet Alleen Ik’.

18


Nawoord

De totstandkoming van ons profielwerkstuk was een leuk en leerzaam proces. Er waren soms wat drempels, maar juist daar hebben we van geleerd. Zo boden de nieuwe zoekmethoden die we hebben geleerd aan de hand van de mediatheekopdracht veel nieuwe mogelijkheden. Daar hebben we veel informatie kunnen winnen over Brecht en Beckett. Voor Aristoteles hebben we zijn eigen boek over poëzie gebruikt. We zijn begonnen aan het profielwerkstuk met een taakverdeling, maar hebben uiteindelijk toch alles wel samen gedaan. Dit omdat we elkaar steeds wilden verbeteren en helpen. Op een besloten pagina op facebook plaatsten we steeds nieuwe bronnen en bestanden, wat een duidelijk overzicht bood. Voorstellingen van Oostpool zijn een belangrijke bron van informatie voor ons geweest. We waren dan ook met enige regelmaat in Huis Oostpool te vinden om een voorstelling te analyseren. We hebben meerdere malen geprobeerd een interview te regelen met een regisseur of acteur van Oostpool, maar dit is wegens omstandigheden niet gelukt. Wel hebben we een interview gehouden met de regisseur van Menander, Jimmy Deegens. Hij heeft ons aan tips en inspiratie geholpen voor de aanpak en inhoud van ons eigen toneelstuk. Daarnaast heeft hij ons script meerdere malen bekeken en feedback gegeven waar wij mee aan de slag konden. We hebben lang gebrainstormd over een thema voor ons eigen toneelstuk. Zouden we alles zelf bedenken of juist een stuk schrijven aan de hand van een boek? Uiteindelijk hebben we voor de eerste optie gekozen en zijn gaan werken vanuit het thema ‘volwassen worden’. Dit is een thema dat dicht bij ons ligt en daarnaast is het ook het onderwerp van een serie Oostpoolvoorstellingen die ons heeft geraakt. Vanuit dit idee zijn we verder gaan denken en kwamen we op ´gedachten´en ´lichaam-geest´. We hebben er lang aan gewerkt en maken nog geregeld aanpassingen om het script te verbeteren. Ondertussen zijn we al wel begonnen met het regisseren van het stuk zelf. Na audities gehouden te hebben, kwamen we uit op een jongen uit de vijfde klas en een meisje uit de zesde klas. We bevinden ons nu in het repetitieproces en het verbaast ons hoeveel we hebben geleerd wat toepasbaar is. De gemaakte keuze voor een jongen en een meisje geeft ons een extra uitdaging, omdat we aan het publiek duidelijk willen maken dat ze naar slechts een persoon aan het kijken zijn. We nemen deze uitdaging graag aan! Evaluatie Roos Toen we het idee voor ons profielwerkstuk bedachten waren we heel enthousiast. En na zo´n 90 uur zijn we dat nog steeds. Het profielwerkstuk is een heel andere opdracht dan ik ooit heb gemaakt. Het gaat nu niet alleen om informatie verwerken tot een verslag, maar ook om nieuwe zoekmethoden, dingen organiseren en regelen en een praktisch onderdeel. Het geeft heel veel mogelijkheden om met je eigen hobby aan de slag te gaan en kennis te verdiepen. Omdat het profielwerkstuk een project is met een lengte van bijna een jaar is het heel raar om het nu af te ronden. De samenwerking met Machteld verliep fantastisch. Dat had ik in het begin ook zeker verwacht, maar je weet nooit of je in het proces samen nog ergens tegenaan loopt en dat is niet gebeurd. We zijn het af en toe wel oneens geweest, maar dat hebben we snel opgelost. Machteld ging snel aan de slag en had haar deel vaak meteen af, terwijl het mij vaak wat meer tijd kostte. Ook onze verdeling van de taken pakte goed uit. Ik ben heel trots op ons verslag en heb enorm veel zin om verder te gaan met ´Niet Alleen Ik´.

19

Evaluatie Machteld Roos en ik hadden in de zomer van 2012 al bedacht dat wij samen een toneelstuk wilden maken voor ons profielwerkstuk. Toen we hieraan mochten beginnen, scheelde het veel dat we al wel wisten wat ons onderwerp zou worden. Ik kan me herinneren dat zesdeklassers toen tegen mij zeiden dat als je samenwerkt voor je PWS je ruzie zou krijgen. Daar is bij Roos en mij geen sprake van geweest. We hebben allebei hard gewerkt en maakten elkaar ook erg enthousiast om steeds maar door te gaan. We hadden soms meningsverschillen, maar dat heeft absoluut niet voor problemen gezorgd. Ik ben erg tevreden over onze samenwerking. Dat ons verslag nu af is, betekent nog niet dat ons PWS ook af is. Wij gaan gewoon lekker door met repeteren en het verbeteren van ons script. Daar ben ik wel blij om, want ik ga het missen om zoveel tijd in mijn profielwerkstuk te steken. Ik geloof dat wij dit hele jaar enthousiast zijn gebleven over ons onderwerp en ik hoop dat dat ook te zien is in ons eindwerkstuk.


Bronnenlijst Bronnenlijst: Aristoteles, vert. Schomakers, B. (2000). Over de poëzie. Budel: Damon Brook, P. (2007). De lege ruimte. Amsterdam: Int. Theatre & Film Books Burkman, K. (1988) Myth and Ritual in the Plays of Samuel Beckett. Madison, New Jersey: Fairleigh Dickinson University Press Donker, B. (04-02-2011). Brechter dan Brecht: het is weer tijd voor maatschappijkritisch toneel. NRC Handelsblad. Esslin, M. (2004). The Theatre of the Absurd. New York: Vintage Books Eumakers, A. (30-06-2000). Het essentiële falen. NRC Handelsblad, p. 37. Heuven, R. van (2008). Bertolt Brecht: theatervernieuwer/ schrijver? Leiden: Studium Generale Universiteit Leiden (lezing) Heijne, B. (06-02-1998). Bertolt Brecht en zijn hartstocht voor de wereld: Arbeiders zijn adembenemend bijzonder. NRC Handelsblad, p. 8. Hermens, M. (14-09-2012). Beckett wil enkel een mond zien. De Gelderlander. Jansen, H. (30-05-2008). Abstractie in het theater is dodelijk. De Volkskrant, p. 14. Koning, H. & Veenman, S. & Verheij, H. (2009). Sophocles: Oedipus Tyrannus. Leewarden: Eisma Edumedia bv. Ockhuysen, R. (08-06-1996). Sobere en vakkundige visie op Becketts liefde. De Volkskrant, p. 11. Otten, W. J. (2009). Onze lieve vrouwe van de schemering. Amsterdam: G.A. Van Oorschot B.V. Rahimipoor, S. (2011). Self Enstrangement in Samuel Beckett’s Existentialism and Theatre. British Virgin Islands: Acadamy Publisher Takken, W. (23-05-2008). Lachen met Beckett. NRC Handelsblad, p. 6-7. Takken, W. (26-05-2008). ‘Happy Days’ is gitzwart én geestig. NRC NEXT, 1, p. 22. Toneelgroep Oostpool. Geraadpleegd op 11 december 2013, http://www.toneelgroepoostpool.nl/ White, J. (2004). Bertolt Brecht’s Dramatic Theory. Rochester, NY: Camden House Worth, K. (1999). Samuel Beckett’s Theatre: Life Journeys. Oxford, Clarendon Press Zonneveld, L. (21-08-1996). De onspeelbare Brecht? (2). De Groene Amsterdammer. Afbeeldingen: Omslag: http://quicksound.hk/index_files/home.jpg Pagina 3-4: http://fc00.deviantart.net/fs11/i/2006/194/3/6/Aristoteles_by_madhur410.jpg Pagina 5-6: https://lh5.googleusercontent.com/-iSx1qw9MuRU/UQ1fNA8XEuI/AAAAAAAAA0Y/ghdfXJixdw4/ w800-h800/BertoltBrecht01.jpg Pagina 7-8: http://www.onlinegalerij.nl/wp-content/uploads/2013/04/samuel-beckett.jpg Pagina 10: Peper, S. https://www.facebook.com/photo.php?fbid=10152806305245374&set=a.101528063049 50374.1073741830.275157875373&type=3&theater Pagina 11: Peper, S. https://www.facebook.com/photo.php?fbid=10151348155115374&set=a.10151348153950374 .818414.275157875373&type=3&theater Pagina 12: Peper, S. https://www.facebook.com/photo.php?fbid=10153458342045374&set=a.10153458316775 374.1073741861.275157875373&type=3&theater Pagina 13: Peper, S. https://www.facebook.com/photo.php?fbid=10150595575385374&set=a.101505955752103 74.674860.275157875373&type=3&theater Pagina 14: Peper, S. https://www.facebook.com/photo.php?fbid=10152648502315374&set=a.1015264850084 0374.1073741828.275157875373&type=3&theater Pagina 16-17: Hemmen, S. van. Pagina 18: http://depurmaryn.nl/cms_files/system/images/img3877_15.jpg http://blogbuzzter.de/wp-content/uploads/grand_3.drei_.jpg http://s0.cinema.com/image_lib/19_010.jpg http://www.humanistischecanon.nl/foto/Baruch-Spinoza.jpg http://upload.wikimedia.org/wikipedia/commons/7/73/Frans_Hals_-_Portret_van_Ren%C3%A9_Descartes.jpg

20


Bijlage 1: Logboek Machteld Touwen

21

Datum Tijd Plaats Verrichte werkzaamheden 12-03-2013 1 uur School Instructie PWS 19-03-2013 2,5 uur School Oriënteren PWS d.m.v presentatie PWS 6de klassers 23-03-2013 1,5 uur Utrecht Workshop scriptschrijven aan de HKU 27-03-2013 1,5 uur School Trailervoorstelling Hard Candy – Oostpool 3-05-2013 2,5 uur Huis Oostpool Jongeren voorstelling Giselle – Oostpool 23-05-2013 1 uur School Opstellen hoofd- en deelvragen 28-05-2013 30 min School Bespreken hoofd- en deelvragen met begeleider 1-06-2013 2,5 uur Huis Oostpool Stormvogels – Artez + Oostpool en nabespreken met Jimmy Deegens 13-08-2013 3 uur Budapest Lezen De lege ruimte- Peter Brook 22-08-2013 15 min Thuis Lezen artikel over Woody Allen – Trouw 28-08-2013 1,5 uur Huis Oostpool Open repetitie Het proces – Oostpool 29-08-2013 1 uur School Doorspreken plannen en maken van planning 31-08-2013 45 min Thuis Lezen Onze lieve vrouwe van de schemering – Willem Jan Otten 4-09-2013 1,5 uur School + Thuis Uitleg mediatheekopdracht en zoeken van informatie over Aristoteles, Brecht en Beckett 5-09-2013 1,5 uur Thuis Lezen en markeren lezing over Brecht 6-09-2013 80 min Thuis Aantekeningen maken over lezing Bertolt Brecht 8-09-2013 3 uur Thuis Schrijven artikel over Brecht en episch theater 10-09-2013 20 min Thuis Lezen biografie Jacoba van Velde 13-09-2013 5 uur Oosterbeek Maken plan van aanpak en mindmaps 17-09-2013 2,5 uur School + Thuis Artikelen zoeken mediatheekopdracht en lezen Ars Poetica – Aristoteles 3-10-2013 2 uur School + Thuis Werken aan mediatheekopdracht en lezen Ars Poetica – Aristoteles 8-10-2013 2 uur School + thuis Werken aan mediatheekopdracht en aantekeningen maken Ars Poetica 21-10-2013 45 min School Werken aan mediatheekopdracht 22-10-2013 45 min Thuis Afmaken mediatheekopdracht 26-10-2013 1,5 uur Zeist Toneelstuk voor twee acteurs: Oude Meesters 29-10-2013 15 min School Bespreken mediatheekopdracht 24-11-2013 30 min Thuis Logboek bijwerken 25-11-2013 140 min School Beantwoorden deelvraag 1 Bertolt Brecht 26-11-2013 40 min Thuis Beantwoorden deelvraag 1 Aristoteles 27-11-2013 2,5 uur Oppasadres Lezen en aantekeningen maken informatie Samuel Beckett 29-11-2013 80 min School Brainstormen over de thematiek, uitwerkingen, scènes etc. van het toneelstuk 2-12-2013 1 uur School Voortgangsgesprek 3-12-2013 105 min Huis Oostpool Hideous (Wo)Men 10-12-2013 180 min School en Thuis Beantwoorden deelvraag 1 Samuel Beckett + Interviewen Jimmy Deegens + voorbereiding schrijven script 11-12-2013 30 min Thuis Vergelijken absurd theater en Hideous Women 12-12-2013 10 min Thuis Puntjes op de I voor inlevermoment 2 03-01-2014 1,5 uur Thuis Scènes schrijven 04-01-2014 5,5 uur Thuis Mindmaps maken, scènes schrijven; acteurs regelen 05-01-2014 4 uur Thuis Scènes schrijven, audities regelen, feedback regelen 06-01-2014 2,5 uur Thuis Bijwerken logboek 07-01-2014 105 min Thuis Schrijven vergelijking Hard Candy en Brechts theatertheorie + vergelijken Giselle en Becketts theatertheorie 08-01-2014 160 min Thuis Verbeteren inleiding Aristoteles, Brecht en Beckett + schrijven variatie op script 10-01-2014 15 min School Auditie Marloes van Bokhoven 13-01-2014 2 uur School Bespreken script met Jimmy Deegens en verbeteringen bedenken 14-01-2014 150 min School Bespreken materiaal inlevermoment 2 met mevrouw Nieuwland + verbeteren script + audities en overleggen welke acteurs geschikt zijn, mailtjes sturen aan auditanten 16-01-2014 20 min School Audities 17-01-2014 40 min Thuis Aanpassen teksten over oostpool 22-01-2014 2 uur School Repetitie + bespreken verbeteringen script 25-01-2014 80 min Thuis Verbeteren script + doornemen huidig verslag en dat verbeteren etc. 27-01-2014 120 min Thuis Beantwoorden deelvraag 4 + vergelijken ommekeer Aristoteles met Voorjaarsontwaken + doorlezen teksten en verbeteren 28-01-2014 130 min Thuis Schrijven inspiraties en aanpassen omschrijving ‘Niet alleen ik’ + deelvraag 4 en boiling frog verbeteren 29-01-2014 3 uur Thuis Inleidingen schrijven, teksten verbeteren, volgorde bepalen, lettertypes afstemmen etc. script verbeteren, nawoord schrijven, voorjaarsontwaken veranderen, Bronnenlijst bijwerken Totaal: 93 uur en 40 min Wordt vervolgd…


Bijlage 1: Logboek Roos van der Reijden

Datum Tijd Plaats Verrichte werkzaamheden 12-3-2013 1 uur School Instructie PWS 12-3-2013 2 uur Huis Oostpool Voorstelling ‘Tsjechov’ 19-3-2013 2,5 uur School Pws-presentaties klas 6 en brainstormen over ons onderzoek 27-3-2013 1,5 uur School Voorstelling ‘Hard Candy’ 10-5-2013 2,5 uur Huis Oostpool Voorstelling ‘Giselle’ 23-5-2013 1 uur School Bedenken en opstellen hoofd- en deelvragen 28-5-2013 30 min School Bespreken hoofd- en deelvragen met begeleider 28-8-2013 1,5 uur Huis Oostpool Open repetitie ‘Het Proces’ 29-08-2013 1 uur School Doorspreken plannen en maken van planning 4-9-2013 50 min School Uitleg mediatheekopdracht 13-09-2013 5 uur Thuis Maken plan van aanpak en mindmaps 16-09-2013 30 min Thuis Mediatheekopdracht lezen en boekje bijwerken 17-09-2013 50 min School Aan de mediatheekopdracht werken 17-09-2013 2 uur Thuis Instructieboekje goed doorlezen en opzet aanpak eigen deelvragen maken 2-10-2013 1 uur Thuis Aan de mediatheekopdracht werken 14-10-2013 3 uur Thuis Aan de mediatheekopdracht werken 21-10-2013 45 min School Aan de mediatheekopdracht werken 29-10-2013 15 min School Bespreken mediatheekopdracht 21-11-2013 1 uur Thuis Lezen informatie Aristoteles 25-11-2013 30 min Thuis Bedenken en uitwerken scene 28-11-2013 4 uur Thuis Informatie lezen en selecteren over Brecht en Beckett + mailen Erik Whien 29-11-2013 2,5 uur School Brainstormen, scenes uitwerken en tekenen 1-12-2013 3 uur Thuis Deelvraag 2 (Brecht) uitwerken, logboek bijwerken, opzet deelvraag 4 2-12-2013 1 uur School Voortgangsgesprek 3-12-2013 2 uur Huis Oostpool Hideous (Wo)Men 3-12-2013 1 uur Thuis Tekst Beckett lezen 4-12-2013 30 min Thuis Tekst Beckett lezen 5-12-2013 1,5 uur Thuis Vragen bedenken voor regisseur Erik Whien en tekst Beckett lezen 7-12-2013 30 min Thuis Mailen met Erik Whien en boekje bijwerken 9-12-2013 30 min Thuis Teksten lezen en een interview regelen 10-12-2013 1,5 uur Thuis en op school Interview met Jimmy Deegens, werken aan deelvraag over Beckett, boekje bijwerken en document over ons eigen toneelstuk bijwerken 11-12-2013 2 uur Thuis en op school Boekje bijwerken en informatie over Aristoteles lezen 12-12-2013 3 uur Thuis Logboek bijwerken, document over ons eigen toneelstuk bijwerken, deelvraag Beckett afmaken, informatie over Aristoteles lezen, deelvraag Aristoteles maken, alles controleren 4-1-2014 6,5 uur Huissen Mevrouw Nieuwland mailen, propaganda acteurs/actrices, scenes uitwerken,woordwebben maken, informatie nagaan (hebben we alles gebruikt?), verslag vormgeven, boekje bijwerken 5-1-2014 4 uur Huissen Script schrijven, woordwebben maken, controle door Jimmy en Marlies, audities regelen 6-1-2014 1 uur Thuis Contact Oostpool en boekje bijwerken 8-1-2014 1 uur Thuis Boekje bijwerken, verslag bijwerken en vormgeven 9-1-2014 1 uur Thuis verslag bijwerken en vormgeven 10-1-2014 1 uur Thuis verslag bijwerken en vormgeven 13-1-2014 1 uur School Feedback van Jimmy herschrijven 14-1-2014 1,5 uur School Voortgangsgesprek met mevrouw Nieuwland, audities Marleen, Maarten en Helen 16-1-2014 1 uur School Audities Julia en Leonie 22-1-2014 2 uur School Eerste repetitie ‘Niet alleen ik’ met Maarten en Helen en foto’s van Sofie 25-1-2014 2 uur Thuis Bijwerken verslag, bijwerken vormgeving, boekje bijwerken 26-1-2014 2 uur Thuis Bijwerken verslag, bijwerken Oostpool-teksten, logboek bijwerken 27-1-2014 3 uur Thuis Bijwerken verslag, bijwerken vormgeving 28-1-2014 4 uur Thuis Alles bijwerken en perfectioneren, vormgeving bijwerken 29-1-2014 9 uur Thuis Alles bijwerken en perfectioneren, vormgeving afmaken en Aristoteles afmaken TOTAAL: 93 uur Wordt vervolgd…

22


Bijlage 2: Plan van aanpak

Waar en wanneer Wij hebben een planning gemaakt op donderdag 29 augustus. Sindsdien hebben we een paar keer een kort overleg gehad en vandaag zijn we samengekomen om het plan van aanpak te maken en andere zaken rondom het PWS te bespreken. We leveren het plan van aanpak vandaag in. Het plan van aanpak moet uiterlijk 1 november worden ingeleverd. De data van de voortgangsgesprekken met de docent moeten nog worden gepland, maar wij zijn van plan meer gesprekken te plannen dan in het instructieboek staat aangegeven. Het PWS moet op 30 januari 2014 worden ingeleverd worden en daarvoor willen wij graag veel overleg hebben gehad met onze begeleider. We werken thuis, op school en in de mediatheek aan ons PWS. Wanneer het af is, willen we het toneelstuk graag uitvoeren in een zaaltje en dat misschien opnemen. Onderwerp We zijn allebei al een aantal jaar bekend met de toneelwereld; het is voor ons een grote hobby die we aan de hand van het PWS verder uit willen breiden. Wij hebben tot nu toe alleen geacteerd, maar zouden ook eens willen ervaren hoe het is om een toneelstuk te schrijven en te regisseren. Zo zijn we gekomen bij onze hoofdvraag ‘Hoe schrijf en regisseer je een toneelstuk?’. Natuurlijk komt bij de uitvoering van een toneelstuk veel meer kijken dan alleen acteren, regisseren en tekst schrijven; ook techniek, pr, decor, foto en film, literatuur, muziek en allerlei emoties spelen een belangrijke rol. We zijn hier nu over aan het brainstormen en een uitgebreidere lijst van termen in de vorm van een woordweb is in onze opschrijfboekjes te vinden. Het regisseren en schrijven van een toneelstuk zijn de twee delen die ons het meest interesseren en daarom zijn we tot de volgende deelvragen gekomen: 1. Algemene informatie over de theorieën van Aristoteles, Brecht en Beckett. Machteld 2. Wat zeggen Aristoteles, Brecht en Beckett over de vorm van een toneelstuk? Roos 3. Hoe staat Oostpool tegenover de theorieën van Aristoteles, Brecht en Beckett? Roos 4. In welke mate zijn de theorieën van Aristoteles, Brecht en Beckett terug te vinden in ons toneelstuk? Samen Om deze deelvragen te beantwoorden hebben we veel informatie opgezocht over Beckett en Brecht, raadplegen we het boek van Aristoteles, willen we bij Oostpool langsgaan en schrijven we zelf een toneelstuk. Een hypothese opstellen bij deze hoofdvraag is naar onze mening niet mogelijk. Vorm en presentatie We presenteren het eindproduct van ons PWS in de vorm van een schriftelijk onderzoek (eventueel mooi vormgegeven als de Iris Tacheia). Daarnaast hebben we twee opschrijfboekjes waarin we aan aantekeningen maken, inspiratie opschrijven en een soort logboek bijhouden. Ten slotte willen we graag het toneelstuk opvoeren en hier ook foto’s en/of een film van maken, maar dit kan alleen als we genoeg tijd hebben. De doelgroep van ons PWS bestaat uit toneelliefhebbers en eventueel docenten van onze vervolgopleiding. Maar natuurlijk ook voor onze vrienden, familie, leerlingen en leraren! Motivering We hebben voor dit onderwerp gekozen omdat we allebei groot fan zijn van theater, vaak naar toneelvoorstellingen gaan en zelf ook al een aantal jaar toneelspelen. Het lijkt ons daarom juist zo leuk om te ervaren wat er allemaal moet gebeuren voordat een toneelstuk op de planken staat. Aan de hand van de deelvragen willen we dit uit gaan vinden en ervaring opdoen om zelf een toneelstuk te schrijven en te regisseren. We hopen belangrijke tips te krijgen en ontdekkingen te doen. Behalve van verhalen en uitspraken van onze regisseur van Menander weten we niet hoe het schrijven en regisseren van een toneelstuk in zijn werk gaat. Wij hebben de toneelwereld tot nu toe alleen ervaren vanuit de kant van de acteur. We willen ervaring opdoen als schrijver en regisseur aan de hand van ons PWS en met de hulp en tips van bijvoorbeeld acteurs, regisseurs en toneeltekstschrijvers. We hebben als droom om zelf echt een toneelstuk te schrijven en dat ook op te voeren, omdat dat de kroon op ons werk zou zijn. Tegen de tijd dat we het PWS af hebben, moeten we kijken hoe haalbaar deze droom is. Als twee redactieleden van de Iris Tacheia zouden we natuurlijk ook graag ons PWS mooi vorm willen geven, maar moeten hier opnieuw bekijken of daar genoeg tijd voor is. Kortom, we hebben veel dromen, maar moeten nog ondervinden hoe haalbaar deze zijn.

23


ICT We gebruiken de computer om informatie op te zoeken, om het PWS te schrijven en om ons toneelstuk te schrijven. Mochten we het toneelstuk nog kunnen uitvoeren, dan gebruiken we de computer ook nog voor extra effecten in de voorstelling en voor het verwerken van foto’s en stukken film. Fasen van onderzoek en tijdsplanning • Brainstormen over het onderwerp, de hoofdvraag en de deelvragen (5 uur SBU*) • Planning maken en plan van aanpak opstellen (5 uur SBU*) • Mediatheek opdracht (3 SBU*) • Informatie verzamelen (15 SBU*) • Deelvragen uitwerken (30 SBU*): we hebben de deelvragen onderling verdeeld • Uitwerken tot een verslag (15 SBU*) • (Script schrijven 30?**) • (Regisseren 10?**) • (Uitvoeren 10?**) • Presentatie PWS (5 SBU*) * per persoon ** hiervan weten we nog niet zeker of dit mogelijk zal zijn, we hebben hier dus ook nog geen tijd voor in kunnen plannen Inzet van derden en hulpmiddelen Bij het beantwoorden van de deelvragen, hebben we eventueel hulp nodig van een professional. In ons geval zou dat gaan om iemand als een toneeltekstschrijver, een acteur of een regisseur die vragen kan beantwoorden en tips kan geven voor ons eigen werk. Via onze regisseur van Menander, contacten bij Oostpool en andere kennissen, willen we met een professional in aanraking komen. Als we zo ver komen dat we het geschreven toneelstuk kunnen opvoeren, hebben we hiervoor een zaaltje nodig, hulp met de techniek, iemand die foto’s maakt en iemand die filmt. Voor de laatste drie taken denken we aan vrienden van school en mensen van de TeCo genoeg te hebben. Een zaaltje afhuren is echter lastiger, dus daarvoor moeten we tegen die tijd waarschijnlijk meer dingen regelen. We willen zo min mogelijk kosten maken, maar het zal ons niet lukken om helemaal niets uit te geven. We zijn bereid een deel uit eigen zak te betalen, maar als de kosten te hoog oplopen, gaan we op zoek naar sponsors.

24


Met dank aan: Jimmy Deegens Sofie van Hemmen Joca van der Horst Maarten Laport Cobi Nieuwland Marlies Smeenge Helen Weeres


Profielwerkstukdevloerop