Naast de parasieten en moriones, die door hun broodheren vooral werden uitgelachen, raakte in de Middeleeuwen de listige nar in zwang, die met zijn narrenstreken de wereld naar zijn hand wist te zetten. In het hele Midden-Oosten zijn de verhalen over de Turkse volksnar Nasreddin Hodja nog altijd geliefd. Deze zoon van een imam leefde in de 13de eeuw en stond bekend om zijn listigheid en humor.
6
NASREDDIN EN DE POT Ooit leende Nasreddin van zijn buurman een pot. Toen hij hem de volgende dag terugbracht, zat er in de pot een tweede, kleiner potje. ‘Die is niet van mij’, zei de buurman. ‘Toch wel’, antwoordde Nasreddin. ‘Je pot heeft bij mij een baby gekregen.’ Enige tijd later vroeg Nasreddin zijn buurman opnieuw een pot te leen. De buurman, die hoopte dat hij er weer een tweede pot voor terug zou krijgen, stemde maar al te graag in. Toen hij na lange tijd nog niets van Nasreddin had gehoord, ging de buurman maar eens bij hem informeren. ‘Het spijt me’, zei de nar, ‘maar ik kan je je pot niet teruggeven, want hij is doodgegaan.’ ‘Wat?’, schreeuwde de buurman, ‘hoe kan een pot nou doodgaan?’ ‘Nou’, zei Nasreddin, ‘toen ik je vertelde dat je pot een baby had gekregen, geloofde je het toch ook.’ 7