Scar Tissue ( Dutch )

Page 1

door RenĂŠ Clement

Littekens

“Zelfs nu, bijna tien jaar later, houd ik nog mijn adem in als ik een vliegtuig achter een hoog gebouw zie verdwijnen...

Trouw

zaterdag 10 september 2011


Scar Tissue

9|11|11


“Gezien de omvang van de tragedie van vorige week, ben ik blij de bevolking van New York gerust te kunnen stellen dat hun lucht veilig is om in te ademen en hun water veilig is om te drinken.� Persbericht van de directeur van de landelijke milieudienst EPA, Christine Todd Whitman. 18|9|2001

Trouw

september 9 - 2011


“Op 11 september beleefde New York het donkerste uur in onze geschiedenis. Nu moeten wij dit ons finest hour laten zijn. De trotse Twin Towers die eens onze beroemde skyline bekroonden, staan niet meer overeind. Maar onze skyline zal weer verrijzen. Tegen hen die zeggen dat onze stad nooit meer hetzelfde zal zijn, zeg ik: je hebt gelijk. Ze wordt beter.�

Rudolph Giuliani, burgemeester van New York 1994-2001, op een gebedsbijeenkomst in het Yankee-stadion. 23|9|2001

Scar Tissue

9|11|11


Trouw

zaterdag 10 september 2011


Scar Tissue

9|11|11


“We hebben de wereld laten zien dat New York nooit verslagen kan worden, dankzij zijn dynamische en veelkleurige bevolking en omdat ze de geest belichaamt van ondernemingszin en vrijheidsliefde� Michael Bloomberg, burgemeester van New York, op de Republikeinse Nationale Conventie. 30|8|2004

Trouw

zaterdag 10 september 2011


“Wij Amerikanen hoeven geen mensen te tolereren die geweld tegen ons steunen, door iets te bouwen op de plek waar we dat geweld hebben zien gebeuren. Dit is geen kwestie van religieuze vrijheid. Maar ik ben totaal tegen welke poging ook de sharia-wetgeving op te leggen aan de Verenigde Staten, en we zouden een federale wet moeten hebben die zegt dat onder geen beding, in welke jurisdictie ook in de Verenigde Staten, sharia zal worden gebruikt in enige rechtbank om enig oordeel uit te spreken over Amerikaanse wetgeving.”

Newt Gingrich, voormalig voorzitter van het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden, over de ‘moskee bij Ground Zero’, op de Values Voter Summit in Washington. 18|9|2010

Scar Tissue

9|11|11


“ Als burger, en als president, geloof ik dat moslims hetzelfde recht hebben hun geloof uit te oefenen als wie ook in dit land. Dat betekent ook het recht om een gebedshuis en gemeenschapscentrum te bouwen op privéterrein in het zuiden van Manhattan, als dat toegestaan wordt door de plaatselijke regels en verordeningen.”

President Barack Obama over de ‘moskee bij Ground Zero’. 14|9|2010

Trouw

zaterdag 10 september 2011


Scar Tissue

9|11|11


Trouw

zaterdag 10 september 2011


Scar Tissue

9|11|11


“Niet alleen New York leeft nog dagelijks in de schaduw van geen torens, voor een groot deel van de wereld geldt hetzelfde.”

Sinds de dag waarop de vliegtuigen de torens invlogen - het eerste toestel om 8.46 uur lokale tijd, het tweede om 9.02 uur – zal al tien jaar lang, dag in dag uit, geen serieuze krant meer zijn verschenen zonder minstens één bericht dat te herleiden valt tot die gebeurtenis. Niet alleen New York leeft nog dagelijks ‘in de schaduw van geen torens’ (Art Spiegelman), voor een groot deel van de wereld geldt hetzelfde. De aanslagen vormen een waterscheiding; iedereen die oud genoeg is, weet waar hij was op 11 september 2001. En van de tiende september weet bijna niemand meer iets; de wereld die voorafging aan de elfde lijkt een eeuwigheid geleden. In Amerika was een president aangetreden die van plan was vooral veel vakantie te gaan houden op zijn ranch in Texas, Europa maakte zich op voor de omschakeling naar de euro, in Nederland keerden boze boeren zich tegen minister Brinkhorst en schakelde Oranje zichzelf uit voor het WK door met 1-0 van Ierland te verliezen. Niets wees op wat komen zou. Niets in de krant van 10 september althans, of in de kranten van de dagen daarvoor. Het fenomeen islamitisch terrorisme was natuurlijk niet onbekend, en men wist ook dat Amerika een geliefd doelwit was – in 2000 was het Amerikaanse marineschip USS Cole aangevallen in Jemen, de Amerikaanse ambassades in Kenia en Tanzania waren in 1998 opgeblazen en al in 1993 werd het New Yorkse World Trade Center getroffen door een bom – maar een erg urgent probleem leek het niet. In de verkiezingsstrijd tussen Al Gore en George W. Bush in 2000 speelde het geen noemenswaardige rol. Achteraf, na ‘nine-eleven’, hebben geleerde commentatoren erop gewezen dat met het einde van de Koude Oorlog alles op drift was geraakt – en dat dáár de opkomst van het moslimextremisme uit voortkwam. “Niet 11 september 2001 was het sleutelmoment waarop alles anders werd in de wereld, maar Eerste Kerstdag 1991, toen iets over half acht ’s avonds op het Kremlin voor het laatst de vlag van de Sovjet-Unie werd gestreken”, zei Josef Joffe, hoogleraar internationale betrekkingen in de VS, uitgever/hoofdredacteur van Die Zeit in Duitsland. Inderdaad, door het wegvallen van de Oost-West-deling kwamen bevroren conflicten weer tot leven en zagen sommige machthebbers kans weer op avontuur te gaan. Zo dacht Saddam Hoessein ongestraft Koeweit te kunnen annexeren. Dat was een vergissing: George Bush senior smeedde een internationale coalitie en verjoeg – met instemming van Moskou – de Iraakse troepen. Daarvoor moesten de Amerikanen wel een grote legermacht stationeren in Saoedi-Arabië, tot groot ongenoegen van vrome moslims als Osama bin Laden, de zeventiende zoon van een Saoedische bouwmagnaat. Bin Laden achtte het land van de heilige plaatsen Mekka en Medina geschonden door de aanwezigheid van de ‘jahilia’, het barbarendom. Een gruwel. In zijn afkeer van Amerika volgde Bin Laden het spoor van de Egyptenaar Said Qutb, een van de voormannen van de Moslim Broederschap, in 1966 onder president Nasser opgehangen. Was de ervaring van het westerse kolonialisme, gevolgd door een corrupte monarchie en een militaire dictatuur, genoeg om veel Egyptenaren in de richting van een zuivere, bevrijdende islam te sturen, voor Qutb was de kennismaking met het echte Amerika beslissend. Hij verbleef er van 1948 tot 1950, lang genoeg om vast te stellen dat ‘de ziel geen waarde heeft voor Amerikanen’. Blind materialisme en sek-

suele verdorvenheid beheersen de VS, schrijft Qutb, die in details uitwijdt over de ‘lichamelijke verleidelijkheden van de Amerikaanse meisjes’. Zelfs in het godvruchtige Greeley, Colorado, heeft hij dat gezien, tot in de kerken aan toe. Na de dienst wordt er gedanst, het is een en al ‘blote benen’ en de dominee verzorgt de muziek: ‘Baby, It’s Cold Outside’. Onschuldig is dit allemaal niet, Qutb verbindt zijn haat jegens de westerlingen (“Allemaal, zonder uitzondering, de Engelsen, de Fransen, de Nederlanders en ten slotte de Amerikanen”) met de notie van jihad: de soevereiniteit van God moet uitgebreid worden over de hele aarde en dit ‘zal niet gebeuren door preken en debatten’. Het westerse barbarendom is een vorm van afgoderij die uitgeroeid moet worden – zo kan terrorisme een goede daad worden; een heilige oorlog tegen het kwaad. Voor Osama bin Laden, die als jonge man in de ban raakte van het denken van Qutb, waren de aanslagen van 11 september ethisch gezien op zichzelf al de moeite waard: “De fatwa om de Amerikanen en hun bondgenoten – burgers en militairen – te doden is een individuele opdracht voor elke moslim.” Daarnaast waren ze uit strategisch oogpunt ongelooflijk effectief. Had Al-Kaida wereldwijd in, laten we zeggen een jaar tijd, 2976 Amerikaanse slachtoffers gemaakt, dan was dat zeker opzienbarend geweest, maar het had nooit de impact gehad van deze uiterst filmische kamikaze: vliegtuigen die de hoogste torens van New York invliegen en laten instorten. Het resultaat was precies wat Bin Laden voor ogen stond: de strijd tussen goed (de islam) en kwaad (het Westen) kreeg een ongekende impuls, de hele wereld werd wakker geschud, moslims en niet-moslims, en de Verenigde Staten waren zo behulpzaam de oorlog te verplaatsen naar de Arabische regio (Irak), zodat de botsing der beschavingen in alle hevigheid kon losbarsten. Of Bin Laden zelf nog leiding gaf aan zijn organisatie – hij maakte op de laatste beelden uit Abottabad een nogal sullige indruk – deed er niet toe. Wat hij in werking had gezet, had zijn eigen dynamiek gekregen. In Afghanistan en Irak, waar honderdduizenden mensen het leven verloren, zijn de gevolgen nog dagelijks zeer concreet, net als in Pakistan, En in het Westen zijn figuren opgestaan die zich in radicaliteit spiegelen aan hun vijand. “Als je niet wilt dat je zelf wordt opgegeten, zal je toch de ander moeten opeten”, zegt Geert Wilders. Anders Breivik voegde in Noorwegen de daad bij het woord en doodde 77 mensen. Toch staat, tien jaar na de moorddadige beginselverklaring van Bin Laden, allerminst vast dat hij de definitieve winnaar is van de ideologische strijd die hij ontketende. De prominente Britse moslimdenker Ziauddin Sardar sug gereerde het al in 2006, bij de vijfjarige herdenking van de aanslagen: de islamitische wereld, geconfronteerd met de uiterste consequentie van het fundamentalisme in eigen gelederen, stond een periode van bezinning te wachten. Kwesties die voorheen genegeerd konden worden – wat betekent de sjaria in de moderne tijd, is een theocratische moslimstaat wenselijk – zijn de gelovigen hardhandig in het gezicht gesmeten: de radicaliteit van het extremisme dwingt de gematigden ook radicaal te worden in hun gematigdheid. Sardar: “Dit alles wordt nu openlijk bediscussieerd, niet alleen in Groot-Brittannië, maar overal in de islamitische wereld, van Indonesië en Maleisië tot Pakistan en van Bangladesh tot Marokko en Turkije.” Mogelijk zien we nu, in de opstand van de

Arabische volken, waar deze bezinning in uitmondt. Optimisten wijzen erop dat Al-Kaida geen enkele rol heeft gespeeld in de revoluties in Tunesië, Egypte, Libië, Syrië en Jemen en ze geloven – in elk geval wat Tunesië en Egypte betreft – dat de democratische islam van Indonesië en Turkije het model is, niet de theocratische islam van Iran of Saoedi-Arabië. De komende maanden zal bij de Tunesische en Egyptische verkiezingen blijken hoeveel van dat optimisme overeind blijft. Als de radicale islamisten in het stof bijten, zou dat zeker de ultieme wraak op Bin Laden zijn. En het Westen? Dat lijkt net zo in verwarring als het Oosten. De Amerikanen hebben het lichaam van Bin Laden ergens in een oceaan gedumpt, maar de angst zit er nog goed in: ze durven het – ondanks beloftes van president Obama – niet aan om het brein achter 11 september, Khalid Sjeik Mohammed, voor een gewone rechter te brengen. Hij zal op Guantánamo door een militair tribunaal worden berecht. De ‘oorlog tegen het terrorisme’ die George W. Bush inzette, heeft de VS geen goed gedaan. De eigen normen zijn overboord gegooid en het kost Obama de grootste moeite ze weer in ere te herstellen. De overspannen en overgevoelige samenleving die Amerika geworden is, staat het niet toe. Wat gesneuveld is in de jaren na 2001, is de redelijkheid, schreef George Packer vorig jaar 10 september in The New Yorker. “Bewijzen, kennis, argumenten, proportionaliteit, nuance, complexiteit en de andere onmisbare instrumenten van de kritische geest hebben dezer dagen geen schijn van kans.” In Nederland is het niet veel anders. De politiek van de grote bek en het drastische gebaar (“Verbied de koran, dat fascistische boek”) heeft het debat verstikt en ondergraaft de vrije, open samenleving die wij willen verdedigen tegen welke bedreiging dan ook. “De oorlog tegen het terrorisme moet vooral een oorlog van ideeën zijn”, zegt Madeleine Albright, de oud-minister van buitenlandse zaken van de VS. Daarvoor is nodig dat we onze eigen ideeën serieus nemen; als Al-Kaida kiest voor de ontmenselijking van westerlingen, is het antwoord niet een westerse ontmenselijking van moslims, maar het voorop stellen van de waarde van elk individu. Op verzoek van zijn New Yorkse uitgever schreef de Tsjechische priester Tomas Halik een boek met als titel ‘Patience with God’, waarin hij ook ingaat op de aanslagen van 11 september. Het angstaanjagende van het terrorisme, zegt hij, is ‘de blindheid van het moorden en de anonimiteit van de slachtoffers’. De doden van 11 september – christenen, joden, moslims, atheïsten, twijfelaars – werden niet gedood om wie ze waren, maar omdat ze zich op een plek bevonden die maximale media-aandacht garandeerde voor de daders. “Deze volslagen willekeurige moord berooft de slachtoffers van hun identiteit en hun menselijke waardigheid.” Dat de beelden van de imploderende torens de boodschap van Bin Laden verspreidden, was onvermijdelijk en Halik verwijt de media niet dat ze lieten zien wat er gebeurde. Maar ze kunnen ook bijdragen aan het herstel van de identiteit van de doden, ‘door hen hun namen terug te geven en hun stem te laten horen’. Dat is wat wij in deze bijlage proberen te doen. Het is ook wat morgen, 11 september 2011, op Ground Zero gebeurt als het monument wordt onthuld met de namen van alle doden van tien jaar geleden. Stevo Akkerman, chef buitenlandredactie, Trouw

Trouw

zaterdag 10 september 2011


“ Ik ben heel bedroefd dat we hier vandaag zijn. Dit had nooit mogen gebeuren en hopelijk gebeurt het ook nooit weer.”

Burgemeester Michael Bloomberg tijdens een ontmoeting met taxichauffeur Ahmed Sharif, die slachtoffer werd van een steekpartij omdat hij moslim is. 26|8|2010

Scar Tissue

9|11|11


“Ik vroeg hem: Waarom maak je me dood? Alsjeblieft, stop met me doodmaken, zei Sharif. Hij zei: Dit is een controlepost. Het is mijn plicht je af te maken.�

Taxichauffeur Ahmet Sharif over de aanval die op hem werd gedaan omdat hij moslim is, in de New York Post. 26|8|2010

Trouw

zaterdag 10 september 2011


“Onze vele islamitische vrienden zijn niet de vijand van Amerika� President George W. Bush in een toespraak tot een Verenigde Vergadering van het Congres, na de aanvallen op 11 september. 20|9|2001

Scar Tissue

9|11|11


Trouw

zaterdag 10 september 2011


1

2

5

6

1

De eerste bomen worden geplant op de herdenkingsplek op Ground Zero. 28|9|2010

7

De negende verjaardag van 9/11 op Ground Zero. 11|9|2010

2

De negende verjaardag van 9/11 op Ground Zero. 11|9|2010

8

Protest tegen vermeende betrokkenheid van de Amerikaanse regering bij 9/11. 11|9|2010

3

Protest bij Ground Zero tegen het bouwen van een islamitisch cultureel centrum. 11|9|2010

9

Vrouw verkoopt vlaggen op Ground Zero na de dood van Osama bin Laden. 1|5|2011

4

Moeder met een foto van haar dochter, die omkwam bij de aanval op het WTC. 11|9|2010

10

Toeristen bekijken de bouw van het World Financial Center op Ground Zero. 3|10|2010

5

Extra beveiliging bij Ground Zero na de dood van Osama bin laden. 1|5|2011

11

New Yorkers gaan naar hun werk, de ochtend nadat Osama bin Laden is gedood. 1|5|2011

6

New Yorkse kranten melden de dood van Osama bin Laden. 1|5|2011

12

Vliegpersoneel op de negende verjaardag van 9/11 op Ground Zero. 11|9|2010

9

Scar Tissue

10

9|11| 2011


3

4

7

8

“Als we niet geloven in de vrijheid van meningsuiting van mensen die we verafschuwen, dan geloven we er helemaal niet in.� Noam Chomsky, Amerikaans wetenschapper en activist.

11

12

Trouw

zaterdag 10 september 2011


Scar Tissue

9|11|11


Trouw

zaterdag 10 september 2011


Scar Tissue

9|11|11


“Dag wordt nacht en het is of iemand een emmer stof in je keel heeft gekiept”. Zijn werk bij het WTC kostte Marvin Bethea zijn gezondheid. Maar: “Met de islam is niks mis.”

Toen Bin Laden gedood werd, stond ik “ hier in mijn woonkamer en ik huilde. Een deel van me dacht: hij had levend gepakt moeten worden; hij is nog goed weggekomen, hij had de rest van zijn leven in de gevangenis moeten slijten. Een gevoel van afsluiting heb ik er niet mee. Misschien degenen die iemand hebben verloren, maar ik niet. Wij kunnen nog niets afsluiten, wij vechten nog voor onze ziektekosten. We deden daar gewoon ons werk en hadden geen idee van de giftige omgeving. De maskers die we hadden, gaven we aan de mensen. Ik was ambulance-verpleegkundige van het St. John’s ziekenhuis van Queens. Meestal werkte ik in Queens, maar ze konden ons overal heen sturen, we hadden een contract met de gemeente. Voor ons was het een slechte dag als je iemand had met een hartaanval, een ongeluk, kleine dingen. Je vertelde mensen dat je een geweldige dag had gehad als iemand van een gebouw afsprong, een grote brand – als je die adrenaline voelde, snap je? Dus als je hoort dat er een vliegtuig is neergestort, dan wil je daar natuurlijk heen. Mijn eerste idee was: het is een Cessna, die kwam te dichtbij. Iets anders kon het niet zijn, het was een heldere dag. We gingen een broodjeszaak binnen en toen hoorden we: alle eenheden, ga naar de frequentie voor de hele stad. Die oproep krijg je als er iets heel groots aan de hand is. We kregen de opdracht naar het WTC te gaan. Ondertussen hoorde ik via de telefoon een vriend van me gillen: een tweede vliegtuig! Even later hoorden we het op onze frequentie: opgelet, een passagiersvliegtuig heeft de tweede toren getroffen. We sloegen linksaf en voegden in bij een enorme rij auto’s met zwaailichten. De mensen in die straat stonden verstijfd, staarden. Bij het WTC was het totale chaos. Veel mensen waren met stomheid geslagen, maar er waren er ook die foto’s maakten. We ontruimden een gebied. Die vrouw die niet weg wilde, die zou ik nog wel eens willen spreken. Want waar zij stond... ze had het niet overleefd. Ik voelde me nog oké. Maar toen een politieman me in het oor fluisterde: ze hebben het Pentagon geraakt, werd ik bang. Want je kent hun tactiek: zorg dat je mensen laat toestromen, en kom dan met een tweede aanval. Ik mag van geluk spreken dat ik geen mensen heb zien springen. Maar ik hoorde de klappen – ik wist niet wat het was. Ik ging de Chase Bank binnen om te zien of daar gewonden waren. Maar iedereen was in orde. Ik loop naar buiten om te zien of die mensen daar weg kunnen, kijk omhoog: het gebouw komt naar beneden. Terwijl ik naar binnen ren hoor ik lawaai, luider en luider, en dichterbij. Ramen barsten, dag wordt nacht, en het is alsof iemand een emmer stof in je keel heeft gekiept. Een vrouw kneep

me half dood. En ik dacht alleen maar: God, laat het snel gaan. Toen ik weer buiten kwam, trof ik een in elkaar gezakte vrouw. Ze zei: laat me hier niet achter. Ik was goed in vorm, ik greep haar en rende naar het Hilton Millennium hotel. Toen stortte het tweede gebouw in en zaten we vast door al het puin. Ik forceerde een zijdeur, een garagedeur. Er lagen overal lichaamsdelen. En we waren wit van top tot teen, je kon niet zien wat voor ras ik was. We reden de ambulance naar het gebouw van de pont naar Staten Island. De artsen daar zeiden: waar zijn de patiënten? Wij: die zijn dood. Ze begrepen er niks van. Pas toen de vierde ambulance kwam en dezelfde boodschap bracht, realiseerden ze zich: O God, er komen geen gewonden, ze zijn allemaal dood. Bij het ziekenhuis hadden ze gehoord dat we het vermoedelijk niet gered hadden. Dus we werden verwelkomd met applaus en gejuich. We moesten ons tot op ons ondergoed uitkleden daar op Queens Boulevard, om ontsmet te worden. Ze wilden ons debriefen, maar ik ging weg, naar mijn huis in Queens. Ik zette de tv aan en stortte in. Ik hou van Amerika, en ik verontschuldig absoluut niet wat die terroristen hebben gedaan. Maar wat veel Amerikanen niet begrijpen is de verschrikkelijke dingen die wij aan de andere kant van de wereld hebben gedaan, en waar ze hier niets over horen. Het is nu oorlog, wij doden ook burgers. Die komen uit een gezin. Er is nu een anti-moslimstemming, maar ik zal je vertellen, dat gemeenschapscentrum bij Ground Zero, ik ben er helemaal voor. In het World Trade Center waren het geen drieduizend Amerikanen die stierven, het waren drieduizend mensen, van alle nationaliteiten, en ook moslims. Dit was een groep extremisten. Met de islam is niks mis. Als zwarte man weet ik hoe het is als mensen je anders behandelen, alsof je gevaarlijk bent, vanwege je uiterlijk. Mijn grootste fout was, dat ik terugging. Drie dagen later werkte ik op de puinhopen. In oktober ging ik een bank binnen, en toen kon ik mijn arm niet meer bewegen. Ik had een gigantische beroerte, op mijn 41ste. Ik ga nooit meer een Chase Bank binnen op een dinsdag: de eerste keer stortte een gebouw in, de tweede keer kreeg ik een beroerte! Ze zeiden dat mijn loopbaan voorbij was, maar drie maanden later was ik weer aan het werk. In 2001 wilden we het nog niet weten. In het begin van 2003 ging ik hoesten, werd ik kortademig. Ik meldde me aan voor de medische controles voor betrokkenen bij 11 september en ze zeiden dat ik astma had en post-traumatisch stress syndroom. Vanaf juli 2003 ging ik wekelijks naar een psychiater, drie jaar lang. Nu ga ik nog eens in de zes tot acht weken. Zodra ik me inspan, raak ik buiten

adem. Je ziet het niet aan me, maar op de trap van de metro moet ik opzij voor de andere mensen. Ik werkte door, maar op 8 januari 2004, na een dubbele dienst, ging het mis. Ik was klaar met werken en ging naar de kapper. Ik kwam daar binnen en ze zeiden: het gaat zo te zien helemaal niet goed met jou, we bellen een dokter. Ik lag vijf dagen in het ziekenhuis en ze zeiden: je hebt voor het laatst gewerkt. Ik was er kapot van. Ik hield van mijn werk. En ik kreeg geen salaris meer. In 2006 kreeg ik eindelijk mijn uitkering. Godzijdank, ik was aan mijn laatste drieduizend dollar toe. Mijn moeder zei al dat ik maar bij haar moest intrekken. Maar toen kreeg ik gelukkig het geld van het Slachtoffersfonds 11 September, en kwam mijn invalidenpensioen van de overheid erdoor, met daaraan gekoppeld dat van de vakbond. Daarna werd ik een grote activist. Ik ging naar Washington om de zaken van alle anderen te bepleiten. Er zijn nog heel veel mensen ziek geworden, en het was een voortdurend gevecht om hulp voor hen te krijgen. In december zal het vijf jaar geleden zijn dat ik de ‘uitkering voor veiligheidsbeambten’ aanvroeg. Als je invalide bent geworden door je werk, krijg je 250.000 dollar en een medaille. Ze willen dat mij niet geven, omdat ik niet in dienst was van de gemeente. Ik werkte voor het ziekenhuis, maar de gemeente kon ons overal heen sturen. Als ik had gezegd: ik ga niet, het is me te gevaarlijk, dan hadden ze me contractbreuk kunnen verwijten, plichtsverzuim, er had strafvervolging van kunnen komen. Het probleem is: ze wijzen het niet af. Het is ‘in beraad’. Zo lang het in beraad is, kun je niets doen. Ik ben echt boos op de politici. Er zijn maar acht mensen in onze categorie. Je hoort altijd over agenten en brandweermannen. Mensen riepen niet om agenten en brandweermannen destijds, ze riepen om ambulancepersoneel. We krijgen wel wat steun uit de 11septembergemeenschap. Maar de politievakbond geeft alleen om politiemensen, de vakbond van de brandweer werkt voor brandweerlieden. Die zouden meer kunnen doen. Ik ken iemand die werkte voor de dienst van vervoer van de stad New York, en wij hebben een afspraak: degene van ons die het eerst doodgaat, daarvoor zorgt de ander dat er een Amerikaanse vlag op zijn kist ligt. We hebben geen van beiden in het leger gediend, maar dat is wat we willen. 11 september was voor ons een soort oorlog. Ik heb deel uitgemaakt van een van de belangrijkste gebeurtenissen op Amerikaans grondgebied en daar ben ik trots op. Maar ik schaam me over hoe we zijn behandeld.

Bas den Hond, New York

Trouw

zaterdag 10 september 2011


“Hij hoopte steeds troost te geven aan mensen die hier geliefden hadden verloren. Hij stierf thuis in Long Island, waar hij dag en nacht extra zuurstof kreeg�, aldus zijn weduwe Lisa Quick.

Brandweerman William Quick van Ladder 134 in Far Rockaway kwam in actie op 9/11 en bracht 60 dagen op 'de puinhoop' door, eerst op zoek naar overlevenden, vervolgens naar slachtoffers. Hij leed daarna aan een serie longontstekingen, als gevolg van het inademen van giftig stof bij het World Trade Center, volgens zijn familie. Nieuwsbericht in de New York Post van 18|1|2011. De begrafenis van Quick was bij de kerk van St. Ignatius Martyr in Long Beach, Long Island, op 22|1|2011.

Scar Tissue

9|11 2011


Trouw

zaterdag 10 september 2011


De filmende broers Naudet hebben het moment vastgelegd dat American Airlines vlucht 11 zich in de noordelijke toren van het World Trade Center in New York stortte. “We dachten allebei dat we dood zouden gaan.”

Ze klagen niet, maar raar is het wel: niemand belt de gebroeders Naudet ooit. De camera van Jules Naudet was een van de heel weinige die het moment vastlegden dat American Airlines vlucht 11 zich in de noordelijke toren van het World Trade Center in New York stortte. De rest van die dag, en nog lang daarna, volgden hij en zijn broer de mensen van brandweerkazerne Spuit 7, Ladder 1 in Duane Street, die ze al langer aan het filmen waren voor een documentaire over een beginnende brandweerman. Het resultaat was een ontroerende en veelgeroemde film over de aanslagen en de tol die dat eiste van de hulpverleners. Ze stonden op de kaart als fimmakers die van wanten wisten. Maar die niemand belde. “Geen enkel aanbod”, zegt Gédéon nuchter. “Niets, in tien jaar niet. Ik denk dat iedereen dacht dat we terug naar Frankrijk waren gegaan.” Maar ze zijn New Yorkers. Amerikanen. Ze kwamen naar het land met hun ouders en werden dertien jaar geleden staatsburger. En net als andere New Yorkers zagen ze hun leven veranderd door ‘9/11’, terwijl ze ondertussen de veranderingen vastlegden in het leven van hun vrienden uit de kazerne. Met Tony Benetatos, het groentje uit de documentaire die verlangde naar zijn eerste echte brand, en die dag in een paar uur tijd een echte brandweerman werd, gaat het heel goed. “Hij is nog steeds brandweerman. Hij houdt van zijn vak, hij doet nu examen voor de rang van luitenant”, zegt Jules. “Het is grappig om te zien hoe hij van een kind dat alles met grote ogen in zich opnam nu een echtgenoot en vader van een dochter is geworden.” “We zien ze best vaak. Van de oorspronkelijke 55 mensen zijn er acht nog steeds in die kazerne. Een flink aantal heeft promotie gemaakt, sommigen zijn met pensioen. Sommigen zijn dood.” “We zien veel medische problemen. Veel hulpverleners zijn naderhand overleden. Van onze kazerne twee. Een ervan is John O'Neill, die in de documentaire vertelt hoe moeilijk het is om een overlevende te zijn. Veel van hen hebben dat gezegd, en het lijkt vooral moeilijk te zijn voor mensen die erg gelovig zijn. Zij hebben het gevoel: God heeft me uitverkoren. Maar met welk doel?” De broers zijn zelf niet ziek geworden. Nog niet. “Die dreiging is er altijd”, zegt Jules. De controle. De angst dat de dokter zal zeggen: je hebt kanker, je hebt nog maar een paar maanden te leven. Je mag er niet door geobsedeerd raken. Maar we waren er wel bij, maandenlang. Over bescherming werd de eerste twee weken niet gesproken. We ademden de dampen en het stof gewoon in.” Hij neemt een trek van zijn sigaret terwijl hij het vertelt. “Ik ben gestopt hoor, vijf jaar lang. Maar toen, heel raar, waren we in Beiroet voor onze volgende documentaire: ‘In God’s Name’. Dat was

Scar Tissue

9|11|11

een idee dat voortkwam uit 11 september. We dachten toen allebei dat we dood zouden gaan, en die confrontatie met onze sterfelijkheid maakte dat we allebei de grote vragen gingen stellen: waarom zijn we hier, waarom is dit universum er? We bleven ons dat afvragen – en wie beter kun je die vragen stellen dan aan twaalf belangrijke religieuze leiders, van de Paus tot de Dalai Lama? “En zo kwamen we op een dag aan in Libanon, om te spreken met Mohammed Hoessein Fadlallah, een belangrijke figuur voor sjiitische moslims. Het was een jaar na de Israëlische bombardementen, maar je kon het nog steeds ruiken; de geur deed me denken aan 11 september en meteen zei ik tegen mijn geluidsman: ik wil een sigaret.” Jules and Gédéon zouden heel goed kunnen horen bij de minstens 10.000 hulpverleners en omstanders die aan de aanslagen een post-traumatisch stress syndroom overhielden. Maar ze hebben daar nooit hulp voor gezocht. Jules: “We bleven gewoon werken, dat was onze therapie. Vier dagen na de aanslagen deden we interviews met de brandweerlieden van onze kazerne, en dat waren bijna therapie-sessies. En het was voor ons heel belangrijk dat we de hele tijd naar onze eigen beelden aan het kijken waren. Op de dag zelf ben ik voortdurend blijven filmen, elke seconde. En dat maakte het achteraf voor ons veel gemakkelijker, we hoefden ons nooit af te vragen wat we ook alweer aan het doen waren op een bepaald moment. Maar ik had wel slapeloze nachten, en nachtmerries.” Gédéon: “Ik had paniekaanvallen. Drie jaar later kwamen ze. Zes maanden lang. Heb je ze ooit gehad? Je weet niet wat je overkomt, het voelt alsof je doodgaat. Ik had er twee of drie per dag. Ik praatte erover met Jules, met andere brandweerlieden. Gewoon praten hielp al. En toen hield het weer op.” Wat niet ophield was zijn verbijstering en woede over de onrechtvaardigheid waarmee de hulpverleners volgens hem worden behandeld. “We hielden de afgelopen tien jaar contact met die jongens, we gingen uit eten, maakten plezier. Een paar jaar geleden begonnen we verhalen te horen over ziekten, en toen over mensen die overleden. Aan mesothelioom. Die kanker krijg je als je 70 of 80 bent, of als je veel met asbest in aanraking bent geweest. En we lazen in het nieuws dat dezelfde politici die hadden gezworen dat ze nooit zouden vergeten wat deze mensen voor hen gedaan hadden, ze in de steek lieten.” Het Congres nam vorig jaar een wet aan die miljarden dollars vrijmaakt voor medische zorg voor hulpverleners na 11 september. Maar die wet dekt wel doktersbezoek en tests, maar niet de behandeling voor kanker, omdat een verband met de vervuiling door de ingestorte gebouwen niet overtuigend aangetoond is. Gédéon: “Een brandweerman is gewoon voor ziektekosten verzekerd, maar als

hij ontslag neemt en de dag erna wordt kanker geconstateerd, dan is hij daar niet voor gedekt.” “Ik had nooit in mijn leven verwacht om zulke onrechtvaardigheid tegen te komen. Zo afschuwelijk, zo onvoorstelbaar. Op school leerde ik vroeger over Griekse helden. Zo’n held verrichte dan een enorme taak, ondanks allerlei moeilijkheden. En aan het eind gaat hij altijd eenzaam dood, vergeten door de gemeenschap. Dat zie je hier weer gebeuren. Ze redden 25.000 mensen uit de torens, maar ze zijn vergeten. Zo treurig. Ik kan het niet laten er tegen iedereen over te beginnen.” En tegelijkertijd zijn de twee broers toch ook weer trots Amerikaan te zijn en New Yorker, meer dan ooit. Jules (die nu overigens in de naburige staat Connecticut woont): “Het heeft versterkt wat ik al vond van New York City: de mensen lijken in het begin koel, maar bij gebeurtenissen zoals deze, komen ze samen. In tijden van crisis is het de beste stad waar je maar kunt zijn. Het is niet altijd zo geweest, vroeger waren er veel gebieden waar de bevolkingsgroepen helemaal gescheiden leefden. Maar nu is het veel opener. Er waren lange rijen mensen die geld wilden geven, en bloed. Dus op de dag dat we de mensheid op zijn slechtst zagen, zagen we hem ook op zijn best.” Gédéon: “Ik ben er trots op een New Yorker te zijn. Dit is Amerika, of tenminste wat Amerika hoopt te zijn. Ik ben nog steeds totaal gefascineerd door hoe de VS werken. Ze zijn in staat tot zulke uitersten. Kijk alleen maar naar de laatste twee presidenten, van Bush jr. tot Obama, van een christelijke conservatief tot een Afro-Amerikaan die een progressieve Democraat is. Dat geeft me hoop. Dit land kan zichzelf harde vragen stellen en zich dan heel snel vernieuwen.” Hun volgende project wil daar in zekere zin een inkijkje in geven: ze zijn iedere nog levende voormalige stafchef van het Witte Huis aan het interviewen. Jules: “Zij zijn de poortwachters, de maîtresses zou je haast kunnen zeggen, ze hebben de sleutels van de deur tot de president. Alle zestien hebben ze ja gezegd, en er zijn natuurlijk veel tv-beelden van ze. We draaien tot en met november, en het verschijnt in de lente van volgend jaar, als de politieke mediakermis op volle toeren draait vanwege de verkiezingen.” Dat ‘we’ mogen we niet letterlijk nemen. Jules filmt zelf niet. “Wij vullen elkaar heel goed aan, we zijn als één lichaam met twee hoofden. We zien verschillende kanten en trekken dezelfde conclusies. Maar ik ben nu puur een producer. Ik heb sinds die tijd geen camera meer in mijn handen gehad. Ik heb er geen zin meer in. Waarom, daar heb ik me nooit in verdiept.” Bas den Hond, New York


Trouw

zaterdag 10 september 2011


Minstens 1200 mensen zijn opgepakt onmiddellijk na 9/11 Veel werk voor niks en schadelijk voor de nationale veiligheid, zegt Shayana Kadidal. De jurist streed tegen gevangenenkamp Guantánamo Bay.

Een paar jaar, dacht Shayana Kadidal, en dan heeft het Hooggerechtshof de Amerikaanse reactie op 11 september weer in het gareel gebracht. Die paar jaar wilde hij best wel voor het Center for Constitutional Rights (CCR) in New York werken, rechtszaken voeren, de belangen van cliënten dienen. Tien jaar later moet hij het toegeven: “Ik ben te optimistisch geweest.” Zijn laatste blik op het World Trade Center wierp hij op 9 september, vanuit een vliegtuig. “Ik was in India geweest voor een paar trouwerijen. Voor me zat een stel Duitsers en die werden helemaal opgewonden: daar zijn de Twin Towers!” Twee dagen later zag hij hoe ze werden aangevallen. “Op tv. Ik had zelf kunnen gaan kijken, gewoon even de straat uitlopen, maar dat deed ik niet. Ik deed de deur op slot. Uit mijn ramen, op het zuiden, kon ik de rookpluim zien. Die was er tot Thanksgiving Day, de branden gingen maandenlang door.” In die tijd kreeg Kadidals carrière een nieuwe wending. Van een jonge jurist die beginnende bedrijfjes hielp zich in het buitenland te vestigen, werd hij lid van een team van advocaten dat streed tegen een van de meest controversiële buitenlandse vestigingen van de VS zelf: het gevangenenkamp in Guantánamo Bay. Maar eerst moest hij zich bezighouden met de behandeling van mensen op Amerikaans grondgebied: moslims, uit Arabische of Zuid-Aziatische landen, die waren opgepakt als ‘personen van belang voor een onderzoek’, zonder ooit van een misdaad beschuldigd te zijn. “Ik las over mensen die waren verdwenen, ik wilde iets doen. En de eerste week dat ik op kantoor kwam, hoorde ik over sikhs, die hun tulbanden af moesten doen op het vliegveld. Met een metaaldectector kun je nog het kleinste stukje zien onder zo’n tulband, je hebt net zoveel kans om daar een bom te verstoppen als in je ondergoed – en ze lieten niet iedereen zijn onderbroek uittrekken. Dus het was een typische vernedering van mensen waarvan het idee bestaat dat ze moslims zijn.” Het was ook een typische reactie van een regering die het vertrouwen wil terugwinnen dat ze haar burgers kan beschermen: “Als er een crisis is die op een of andere manier aantoont dat de inlichtingendiensten hebben gefaald, en de politie, dan is de reactie iets dwingends te doen. Het gaat altijd op dezelfde manier, of het nu hier in de VS is of in Irak of in Afghanistan. Je selecteert mensen op basis van hun afkomst of uiterlijk, je arresteert ze massaal en je houdt het geheim. Die drie aspecten komen telkens weer terug.” De ‘personen van belang’ in de VS werden behandeld alsof hun hulp aan terroristen al bewezen was. In het Metropolitan Detention Center in Brooklyn, een van de grootste gevangenissen van de VS, hing een toen veel gezien T-shirt aan de muur met de Amerikaanse vlag en de tekst ‘These Colors Don’t Run” (Deze kleuren lopen niet door/weg). Elke gearresteerde moslim werd daar met zijn hoofd tegenaan gesla-

Scar Tissue

9|11|11

gen. “De regering ontkende dat, maar de inspecteur-generaal van het ministerie van justitie bevestigde het later, camerabeelden bewezen het.” Minstens 1200 mensen zijn zo opgepakt onmiddellijk na 11 september, en in totaal is het aantal volgens sommige belangengroepen wel 5000. Veel werk voor niks, zegt Kadidal, en schadelijk voor de nationale veiligheid: “Het vervreemdde de groepen waar de terroristen zich tussen zouden verschuilen van de autoriteiten. Dus dat is enorm contraproductief. Het publiek is immers de ogen en oren van de opsporing, of je nu met gewone criminelen of met terroristen te maken hebt.” Hij zag het patroon zich herhalen nadat de VS het taliban-regime in Afghanistan omver hadden geworpen en mensen naar Guantánamo Bay begonnen te sturen die verdacht werden van banden met Al-Kaida. “Ze vallen daar binnen, maar ze hebben natuurlijk helemaal geen contacten, en dus verspreiden ze folders waarin ze ongelooflijke welstand beloven in ruil voor tips. Iedereen die een buitenlander was in Afghanistan, iedereen die een Arabier was in Pakistan, had een prijskaartje op zijn voorhoofd van twintig jaarsalarissen!” De CCR en andere groepen hebben de detenties in Guantánamo voor de rechter aangevochten. Al in 2004 besliste het Hooggerechtshof, in ‘Rasul v. Bush’, dat gevangenen in het kamp het recht hadden hun gedwongen verblijf door een rechter te laten beoordelen. In ‘Boumediene v. Bush’ (2008) oordeelde het dat de militaire commissies die de gevangenen zouden moeten berechten, ongrondwettig waren. Maar geen van die besluiten leidde tot de vrijlating van een gevangene. In tien jaar zijn er ongeveer 600 vrijgelaten, maar nooit in opdracht van een rechter. Zelfs niet in het geval van mensen waarvan de regering zelf toegeeft dat ze nooit naar Guantánamo hadden moeten worden gestuurd. Een van de redenen daarvoor, zegt Kadidal, is de benoeming door president Barack Obama van Elena Kagan als lid van het Hooggerechtshof. Ze was advocaat-generaal in zijn regering, en houdt zich buiten zaken waar ze in die functie bij betrokken was. Omdat de andere acht rechters doorgaans in een behoudende en een progressieve groep met 4-4 tegenover elkaar staan, is de kans voorlopig klein dat het Hooggerechtshof Guantánamo-zaken aanneemt. “In de praktijk is daardoor het hof van beroep in Washington DC de laatste instantie. En dat is een enorm rechts hof. Het heeft, zo heeft een rechter eens gezegd, van Boumediene niet meer overgelaten dan een lege huls, een academisch opstel.” Dat laat de kwestie van het sluiten van Guantánamo Bay dus in handen van de politici. En die zijn daar niet toe geneigd, ook al was er tijdens de presidentiële campagne van 2008 een consensus dat het moest gebeuren. “Er is nu al een half jaar niemand meer vrijgelaten. Ze zullen het

kamp niet sluiten voor de volgende verkiezingen. Obama is een status-quo-president geworden. Zijn adviseurs hebben duidelijk geconcludeerd dat het publiek denkt dat de maatregelen van Bush werken.” “Het publiek wil geloven dat je terrorisme kunt tegenhouden. Maar de geschiedenis leert dat terrorisme zichzelf stopt. Omdat het de mensen waar het voor op zegt te komen, van zich vervreemdt. Het werkt alleen wanneer het doel een scheuring van de samenleving is, zoals in Noord-Ierland of Irak. In Irak is er nu minder terreur, maar dat komt doordat de bevolkingsgroepen in veel gebieden al helemaal gescheiden leven. Wat vermoedelijk ook het doel was.” De enige echte verandering die het CCR heeft bereikt in al die jaren van processen voeren, is dat de volledige isolatie van de cliënten in Guantánamo Bay is opgeheven. Na twee jaar mochten er advocaten bij hen op bezoek komen. Is dat niet ontmoedigend weinig? Nee, zegt Kadidal. “Onze filosofie dateert uit de jaren zestig, de strijd voor burgerrechten in het Diepe Zuiden. Wij gebruiken juridische middelen om mensen te laten weten dat er iemand voor ze vecht. En om de problemen in de publiciteit te houden. De media hebben gebeurtenissen nodig om over problemen te schrijven. Als wij een rechtszaak aanspannen, dan is dat een gebeurtenis.” Maar zo vaak zaken verliezen is natuurlijk niet leuk, vooral niet voor zijn cliënten. Er is bijvoorbeeld een man in Guantánamo, een vluchteling uit Noord-Afrika: “Hij doet heel veel zelfstudie. Hij heeft Engels geleerd, leest de klassieken. Wat een verspild leven.” Je zou verwachten dat hij de man bij naam noemt, om te voorkomen dat hij in de vergetelheid verdwijnt. Maar die wil dat niet. Ooit hoopt hij vrij te komen, en dan wil hij niet bekend zijn. Je leven opnieuw opbouwen is al moeilijk genoeg als je in Guantánamo hebt gezeten, heeft Kadidal gezien. Hij is op bezoek geweest bij ex-gevangenen die nu in Albanië wonen. Aan de ene kant is dat een veilige haven voor ze. “Er zijn nog plaatsen in de wereld waar 11 september niet echt wereldschokkend was. De mensen weten ervan, maar het kan ze niet zo veel schelen. En toch is het moeilijk daar. Een van hen spreekt acht talen, maar het is hem niet gelukt ook maar een woord Albanees te leren. Veel van hen praten alsof hun leven nog in een soort wachtstand staat.” De ex-gevangenen mogen naar andere landen reizen, als ze een visum kunnen krijgen. Maar in Guantánamo gezeten hebben levert een stigma op dat niet snel slijt. “Als het kamp dicht zou gaan, zou dat het leven voor hen gemakkelijker maken. Dan zou het duidelijk zijn dat het een vergissing was. Zo lang het open is, geeft het toch een signaal af over degenen die er ooit zaten, dat dat toch niet voor niks zal zijn geweest.” Bas den Hond New York


Trouw

zaterdag 10 september 2011


Scar Tissue

9|11|11


“Terwijl mijn moeder me wegdroeg, was mijn gezicht naar de torens gewend. Ik kon mensen uit ramen zien springen, met een aktentas in de hand, of elkaars handen vasthoudend.”

“Mijn naam is Brook Peters”, zegt een stem bij een zwart-wit foto van een jongetje op een schoolplein. “Dit was mijn eerste dag op de kleuterschool.” Een nieuwe foto verschijnt, van een reusachtige kantoortoren met een rokend gat erin. “En dit was mijn tweede dag.” Toen hij elf jaar was, besloot Brook Peters dat hij een film zou maken over zijn ervaringen als New Yorker die de aanslagen van 11 september van dichtbij meemaakte. Hij zette klasgenootjes en onderwijzers uit die tijd voor zijn videocamera, en leerlingen en personeel van een andere basisschool, een middle school en een high school in de buurt. Hemzelf zien we ook in ‘The Second Day’ (website: theseconddayfilm.com), maar met mate. “Ik wilde niet dat het een film zou worden over mijzelf”, zegt de inmiddels 14-jarige, extreem serieuze en bedachtzaam formulerende Brook. “Het moest gaan over wat ons allemaal overkomen is. Door te werken met verschillende leeftijdsgroepen en andere scholen die net weer op een andere plek bij Ground Zero stonden, krijg je meer diepte. Ik had het best wel met alleen mijn eigen school willen doen, maar mijn klasgenootjes hadden allemaal ongeveer hetzelfde meegemaakt: ze waren door een van hun ouders opgehaald of geëvacueerd.” Behalve dat geen van hen onmiddellijk door zijn moeder in een brandweerauto was gezet, zoals met Brook gebeurde. Voor Michelle Peters wat dat het eerste wat in haar opkwam. De actrice en alleenstaande moeder is vrijwilliger voor de New Yorkse brandweer, de FDNY. De documentaire laat in vertederende foto’s zien wat dat Brook voor jeugd opleverde: rondhangen met de jongens van Spuit 24 en Ladder 5 in Houston Street, maar ook andere kazernes; samen met hen de brandweerwagen schoonspuiten, natuurlijk met zijn eigen echte helm op. Zoals hun voormalige kapitein Anthony Varriale in de documentaire lachend zegt: “Hij moest zo denk ik wat mannelijke invloed in zijn leven opdoen – niet altijd van het goede soort misschien!” Maar over die invloed zul je van moeder Michelle niets kwaads horen: “Wat kun je als alleenstaande moeder nu beter hebben dan mannelijke rolmodellen die niet alleen sterk zijn, maar ook meegevoel tonen en voor anderen opkomen.” Toen het eerste vliegtuig de eerste toren trof, had ze Brook net naar school gebracht en was ze tussen de twee torens door op weg naar een vergadering met de brandweer. Binnen de kortste keren was ze deel van de actie, gaf boodschappen door tussen de verschillende ploegen toen de communicatie-apparatuur overbelast raakte. Over haar zoon maakte ze zich geen zorgen, die zou geen gevaar lopen door wat ze toen nog opvatte als de botsing van een klein vliegtuig tegen de toren, een ernstig ongeluk dat de brandweerlieden wel de baas zouden worden. “Er kwam een vliegtuig over”, herinnert Brook zich. “We wisten niet dat het een vliegtuig was, iedereen had zijn eigen idee over dat harde geluid. We hadden net besloten dat het gewoon een vuilniswagen was die over een gat in de weg reed, toen ouders binnen kwamen rennen om hun kind weg te halen. Toen kwam mijn moeder voor mij. Nadat de tweede toren was getroffen, wist ze dat het geen gewoon ongeluk was.” “Ze bracht me eerst zelfs dichter bij de torens. Ze zette me in een brandweerauto, waar de jongens zich aan het klaarmaken waren. Ze deden hun uitrusting aan, en ondertussen gaven ze mij boodschappen door voor hun vrouwen en kinderen.

Want niemand had nog ooit zoiets meegemaakt. Dat was wat mij deed begrijpen dat er iets echt mis was.” “Zodra de eerste toren instortte, kwam mijn moeder me halen en liep ze de stad in, terwijl ze me droeg. Mijn gezicht was dus naar de torens gewend, ik kon mensen uit de ramen zien springen, met een aktentas in de hand, of elkaars handen vasthoudend. We renden helemaal naar Canal Street, en naar de brandweerkazerne. Toen we daar aankwamen waren er heel veel extra mensen opgeroepen, dus mijn moeder zette me in de achtertuin en begon de auto’s van de opgekomen brandweerlieden te parkeren. En zo eindigde voor mij die dag. De dagen en weken daarna was het gewoon een puinhoop, in de kazerne, maar ook in ieders leven.” Er volgden weken van verdriet. De New Yorkse brandweer begroef 343 van zijn mensen, waaronder tientallen ‘brandweervaders’ van Brook. Hij ging naar sommige van die begrafenissen, maar niet naar allemaal, want algauw begon zijn school weer, in een vervangend gebouw. Het was niet het eind van zijn band met de kazerne. “Ik ging er denk ik meer heen dan ooit. Maar het was wel anders. Er waren nieuwe mensen, vervangers voor degenen die waren omgekomen. Die nieuwe gezichten, een plechtige sfeer – het voelde heel anders.” “Ik maakte nooit bezwaar om naar een begrafenis te gaan. Dan had ik mezelf in het centrum van de belangstelling gezet, en het ging natuurlijk helemaal niet om mij. Maar ik was wel murw van het tv-kijken Altijd maar die beelden, de hele dag door. Ik wilde wel dat ze weer hun gewone programma’s zouden uitzenden.” Zeven jaar lang was hij in therapie, aangeboden door de school. Wat hij te verwerken had, was “verdriet, een beetje boosheid, maar vooral verdriet, rouw, depressie. Vooral over het feit dat ik destijds na 11 september in de brandweerwagen niet de goede boodschappen had overgebracht – ik kon gewoon de namen en de gezichten niet meer uit elkaar houden.” Toen hij ouder was, kreeg hij meer kijk op de politieke en historische achtergrond van de aanslagen. Heeft hij nu zijn eigen ideeën over hoe die konden gebeuren? “Dat is een moeilijke vraag. Ik weet het niet precies. Ik vind dat mensen elkaar moeten begrijpen, dat ze niet met elkaar op een haatdragende en kwaadwillende manier moeten omgaan. Maar precies weet ik het niet.” Het was na het einde van de therapie dat hij begon met de documentaire. En nu die klaar is, denkt Brook dat hij er zelf ook klaar mee is. En dat hij anderen in soortgelijke situaties kan helpen. “De film laat zien dat je allerlei problemen kunt overwinnen, of je nu als kind gepest bent, of door een tornado getroffen, door oorlog, wat dan ook.” Documentaires maken, is wat hij wil doen later. En brandweerman worden. “Dat heb ik altijd gewild, vanaf mijn tweede. Ik heb wel aan andere beroepen gedacht, maar er is niets dat voor mij zo klopt. De kameraadschap, het werk zelf, ik wil daar bij horen. En je kunt het goed combineren met films maken, want brandweerlieden werken telkens twee diensten van 24 uur en dan hebben ze' de rest van de week vrij. De meeste van de mannen hebben een tweede of derde baan.” Bas den Hond New York

Trouw

zaterdag 10 september 2011


Scar Tissue

9|11|11


Goede nachten waren nachten waarin menselijke resten werden gevonden. Daar deden ze het voor, vertelden de reddingswerkers aan Julie Taylor.

Haar dienst in St. Paul’s Chapel was ‘s nachts, van zondag op maandag, van december 2001 tot en met mei 2002. Die nacht was beschikbaar. Veel van degenen die zich hadden aangeboden voor zielzorg aan de mensen in St. Paul’s, op Broadway bij Fulton Street, vlakbij het World Trade Center, hadden een eigen gemeente om voor te zorgen. Vooral op zondag natuurlijk. Maar Julie Taylor was nog maar net dominee geworden, in een Congregational gemeente. Voor haar voorlopig geen kerk, de studie aan het seminarie moest nog beginnen. Ze vond St. Paul’s, zo drukt ze het uit. Ze werkte in de bouw, dat had ze al gedaan vanaf haar eenentwintigste. Ze had haar eigen bedrijf en op 11 september deed dat een schilderklus, zes blokken van het WTC. Toen de vliegtuigen de torens invlogen, had ze toevallig de ochtend vrij. Terug naar het werk gaan was die middag natuurlijk uitgesloten. Een week later kon het wel, en deed ze het ook. Maar St. Paul’s was vlakbij en ze raakte betrokken. Het kostte maanden om aangenomen te worden, zoveel vrijwilligers waren er, uit het hele land. Het is niet het seminarie waar je de beste voorbereiding krijgt om te werken als rampaalmoezenier. Een kindertijd op indiaanse reservaten is al beter – met ouders die daar het evangelie brengen. Of opgroeien in een doorgangshuis – waar je ouders het leven van ex-gevangenen een niet-recidiverende richting uit proberen te sturen. Je luistert en je leert, zonder het te beseffen. Of een loopbaan in de bouw. Daarna doet een brandweerman die boos is of dronken, of allebei, je niet zoveel meer. St. Paul’s was voor hen gereserveerd: brandweerlieden, bouwvakkers, de mensen van telefoonmaatschappij Verizon. Die kregen er massages, schone sokken, bedden. Het werk ging dag en nacht door, op elk moment waren er tientallen mensen in de kapel. Die vonden even rust, stilte. Geen traditionele kerkervaring, niet per se het soort stilte waarin je kon bidden, of aan God denken. Maar toch. In die maanden werd het haar beroep: werken voor mensen die zwaar aangeslagen zijn door een ramp. Ze is nu een van de 180 geestelijken die vrijwilliger zijn voor Disaster Chaplaincy Services, een New Yorkse organisatie waar ze ook vijf jaar directeur van is geweest. Er zijn christelijke geestelijken aan verbonden, joodse rabbijnen, islamitische imams, santería priesters; 31 geloven, 28 talen. Het kan zijn dat ze wordt opgeroepen als er een vliegtuig neerstort in Westchester; als een bus op zijn kant gaat op de snelweg I95; als een gaslek in een klap drie huizen in Manhattan onbewoonbaar maakt. Als, om kort te gaan, een ongeluk het menselijke vermogen ontstijgt te begrijpen wat er is gebeurd. Vooral wanneer er doden zijn gevallen. Pas, aan de kant van de weg bij die bus, werd ze herkend door een politieman: jij was toen in St. Paul’s, na 9/11. Dat zegt haar dat ze iets waardevols heeft gedaan. Dat mensen je

herkennen is een essentiële stap. Hulpverleners zijn terughoudend: als ze jou niet kennen, waarom zouden ze je dan vertrouwen? En St. Paul’s heeft heel wat traumatoeristen voorbij zien komen: T-shirt ophalen, foto nemen, wegwezen. Maar als je altijd dezelfde dienst doet, de koffie inschenkt, de sokken uitdeelt, het eten opschept, dan wordt het gemakkelijker. Je gaat mensen kennen en zij gaan jou kennen. En dan zie je soms dat ze anders lijken. Je kunt zien dat ze een moeilijke nacht hebben gehad, en daar kun je dan naar vragen. Soms is het loos alarm, een tegenvallende football-wedstrijd om de Superbowl. Maar dat is ook belangrijk. Gruwelijke verhalen aanhoren was niet moeilijk. Dat zijn jouw verhalen niet, als je dat maar blijft beseffen. Dat onderscheid kunnen maken is een heel belangrijk onderdeel van het vak. Net als heel regelmatig met je eigen geestelijke adviseurs praten. Want de omvang van het leed was wel enorm. Bij een gewone luchtramp wordt alles in een paar weken afgehandeld. Het opruimen van het puin van het World Trade Center duurde negen maanden, dag in, dag uit. Onvoorstelbaar. Goede nachten waren nachten waarin menselijke resten werden gevonden. Dat voelde als een succes. Dat was waarvoor ze het deden, vertelden de mannen als ze even kwamen uitrusten in St. Paul’s: daar hadden ze een familie mee geholpen. Toen dat vaker uitbleef, werd het moeilijker. Gescheiden zijn van je gezin werd moeilijker. Veel mensen komen bij zoiets in de verleiding zich te isoleren. Sommigen wilden gewoon niet naar huis gaan. Ze wilden hun gezin niet ‘besmetten’ met wat ze beleefden. Of ze gingen naar huis en spraken er niet over. Uiteindelijk heeft een aantal van die huwelijken het niet overleefd. Zelfs Taylor belde wel met haar moeder en haar oma, maar deelde nooit die verhalen met hen. God kwam niet vaak om de hoek kijken in haar gesprekken. Soms waren er vragen, en dan praatte je daarover. Je volgt mensen waar ze heen willen, je zoekt uit waar ze staan. Haar eigen geloof werd nooit op de proef gesteld. Ze veranderde later wel haar gezindte, van het al tamelijk vrijzinnige Congregationalism naar Unitarian Universalism. Dat is een kerkgenootschap zonder geloofsbelijdenis, een gemeenschap waar mensen, zoals de zestiende-eeuwse prediker Ferenc Dávid het zei, ‘niet gelijk hoeven te denken om gelijk lief te hebben’. Ze vindt God in de verhouding met anderen. Hij komt opdagen waar mensen komen om te helpen. En in de vele kaarten en brieven die aan de muur hingen in St. Paul’s in die tijd, van mensen over de hele wereld, boodschappen van liefde en steun. In sommige tradities zeggen ze dat je God niet mag bevragen. In St. Paul’s mocht dat altijd. Taylor kon daar een veilige plaats voor bieden. Maar antwoorden niet. Er is, gelooft ze, geen antwoord. Bas den Hond New York

zaterdag 10 september 2011


Irak 2003-2011 Gesneuvelde Amerikaanse militairen: Gewonde Amerikaanse militairen: Gesneuvelden uit coalitielanden: Gesneuvelde Nederlandse militairen: Schattingen doden onder burgerbevolking:

Scar Tissue

9|11|11

4.474 32.175 318 2 minimaal mogelijk

102.000 600.000


Het US Armed Forces Recruiting Station op Times Square, New York.

Afghanistan 2001-2011 Gesneuvelde Amerikaanse militairen: Gewonde Amerikaanse militairen: Gesneuvelden uit coalitielanden: Gesneuvelde Nederlandse militairen: Doden onder burgerbevolking (2007-2011):

1.752 13.447 946 24 10.300

Bronnen: iCasualties.org, iraqbodycount.org, ministerie van defensie VS, UNAMA, stand van 1|9|2011

Trouw

September 10, 2011


Scar Tissue

9|11|11


Scar Tissue een project van René Clement

“Ik ben een deel van mijn onschuld kwijtgeraakt, het geloof dat deze wereld ooit in vrede kan leven.” van mijn onschuld kwijtgeraakt, het geloof dat deze wereld ooit in vrede kan leven.

In augustus 2010 ben ik een jaar lange reis begonnen om, als New Yorkse fotograaf, een fotoreportage te maken, een studie van hoe mijn stad zich herstelt van de tragische gebeurtenissen van 9/11, tien jaar geleden. Ik wilde de polsslag van de stad voelen, om te kijken of haar wonden nog steeds open zijn, dan wel geheeld, of dat zich littekens hebben gevormd. Het afgelopen jaar kende enerverende gebeurtenissen terwijl de stad zich opmaakte voor de tiende herdenking: de controverses rond de locatie van het islamitisch cultureel centrum vlak bij Ground Zero, de dood van Osama bin Laden. Het herbouwen van Ground Zero is nu eindelijk goed op gang, na jarenlang stil te hebben gelegen: een gapend gat in het hart van de stad wordt gedicht, nieuwe torens beginnen te verrijzen.

Op de tiende herdenking, deze septembermaand, rouwen we weer om de mensen die die dag zijn gestorven, het verlies van dierbaren, vrienden en onbekenden. Maar omdat het dit jaar een mijlpaal is, vind ik dat er met meer diepgang naar de gebeurtenissen moet worden gekeken. Het gebeuren op 9/11 heeft wereldwijd een doos van Pandora geopend; de oorlogen in Afghanistan en Irak, de veiligheidsmaatregelen in Amerika, religieuze spanningen in de hele wereld. Hier in New York lieten de protesten tegen de bouw van een islamitisch centrum bij Ground Zero zien dat de ruwe emoties nog steeds vlak onder de oppervlakte zitten. Hoewel veel New Yorkers hun dagelijks leven weer hebben opgepakt, zijn er ook duizenden mensen ziek; veel hulpverleners die de eerste maanden op Ground Zero hebben gewerkt ondervinden nu de gevolgen van het inademen van de giftige stofwolk van het WTC. Meer dan duizend hulpverleners zijn na 9/11 gestorven aan kanker en longaandoeningen.

9/11 was een verschrikkelijke dag, ik heb het van dichtbij gezien. Nadat ik mijn tv had aangezet en het tweede vliegtuig de zuidelijke toren zag invliegen, nam ik de metro in de Upper East Side van Manhattan naar het World Trade Center. Halverwege mijn rit viel de stroom uit. Na een uur in de donkere metro te hebben gewacht, ben ik uit de trein gesprongen en langs het spoor naar het station op 23rd Street gelopen. Eenmaal op straat ben ik te voet verder naar het WTC gegaan. Vlak bij het WTC kon ik de twee torens, die eerder de skyline van Manhattan zo domineerden, niet meer zien; een brandweerman vertelde me dat ze ingestort waren. Terwijl ik de rokende en brandende resten van het WTC benaderde, had ik maar één gedachte in mijn hoofd; als er een hel bestond, dan was het hier, op deze plek en op dit moment. Ik liep door straten waar alle auto’s in brand stonden, een gewonde zakenman stond daar, verdwaasd, verloren, in shock, wit hemd doordrenkt met bloed, hoofd in het verband. Ik zag een brandweerman op een brancard, bewusteloos, geveld door de rook. Een dikke stofwolk van de gevallen torens hing in de straten, de zwarte vette rook van de branden maakte me misselijk. Mensen schreeuwen, hysterisch, Een politieman grijpt me bij mijn kraag en sleurt mij door de straat, schreeuwend: “No pictures, you fucker!”

Tien jaar later is het tijd om met zijn allen in de spiegel te kijken en ons af te vragen: hoe ver is ons genezingsproces gevorderd? © René Clement, New York, 10 september 2011 René Clement is fotograaf in New York. Hij is medeoprichter van de Stichting Borax voor Fotografie in Nijmegen en lid van de fotoagentschappen Hollandse Hoogte in Amsterdam en Polaris Images in New York, Zijn werk is in de hele wereld gepubliceerd. Zijn portretten en reportages hebben verscheidene prijzen gewonnen, zoals Time Magazine Picture of the Year (2003) en bij de Zilveren Camera wedstrijd in Nederland. Afgelopen jaar publiceerde Clement het boek ‘Promising Land - Land vol Beloften’ over Nederlandse Amerikanen in Iowa. Promising Land werd deze maand bekroond met een derde prijs voor fotoboeken bij de internationale wedstrijd van de fotoboekenwebsite Blurb.com. Deze bijlage wordt op 11 september 2011 ook in Engelse vertaling uitgegeven, en dankzij bijdragen van allerlei mensen via de website KickStarter.com in een oplage van 10.000 gratis verspreid in de omgeving van Ground Zero. Die uitgave is als krant en als losse luxe uitgave te bestellen via: www.reneclement.com.

Ik weet dat ik littekens heb, pijnlijke herinneringen die ik waarschijnlijk altijd zal meedragen, net onder mijn huid. Zelfs nu, tien jaar later, als ik een vliegtuig achter een hoog gebouw zie verdwijnen, houd ik mijn adem in en slaak een zucht van verlichting als het vliegtuig weer tevoorschijn komt en zijn reis voortzet. Hoewel ik op die dag geen familie of vrienden verloor, ben ik toen wel een deel

Alle foto’s zijn gemaakt tussen augustus 2010 en september 2011. De foto’s op de eerste drie pagina’s en de achterpagina hebben we digitaal in elkaar gemonteerd.

Met dank aan

, ,

,

,

Wouter Nieuwenhuis Yvonne Simons Debbie en Niels Weertman Prinsen Bartomeu Amengual Emma Peel Andrea Axelrod Agnes Treuren Niels Bartels Max Westerman Trouw Marion en Theo Verhappen Giel Clement Maureen Kramer Studio DS Hans Gieskes Mary Oosterbaan Louis Zaal Hollandse Hoogte Ralph Schmitz Henk van der Zand Robert Kloos Jan Joosten Sander Raaymakers Ruud Wenting Inge Hondebrink Dick van Aalst Michèle Bouwmans

,

,

,

,

, ,

,

, ,

,

,

,

,

, .

, , , , , , , ,

Colofon Fotografie

René Clement

Teksten

Stevo Akkerman, Bas den Hond

Eindredactie

Marianne Wilschut, Ellen Kok

Vormgeving

Frank Castelein, René Clement

Beeldbewerking

Anja Struiken

Drukker

Print Line, New York Persgroep Nederland, Amsterdam

Een uitgave van

René Clement i.s.m. dagblad Trouw Trouw

zaterdag 10 september 2011


Scar Tissue

9|11|11


Trouw

zaterdag 10 september 2011


... en adem dan opgelucht uit als het weer verschijnt en zijn weg vervolgt.” René Clement, fotograaf

Scar Tissue

9|11|11


Issuu converts static files into: digital portfolios, online yearbooks, online catalogs, digital photo albums and more. Sign up and create your flipbook.