Eindelijk bevrijd

Page 1

Woensdag 22 oktober 2014

Eindelijk bevrijd

Herinneringen aan de Slag om de Schelde in de herfst van 1944

foto Beeldbank Zeeland


2 DE BEVRIJDING EINDELIJK BEVRIJD

䡵 Vluchtelingen in het door bombardemen-

ten verwoeste Sluis. foto archief PZC

䡵 Het dijkgat bij Westkapelle, oktober-november 1944. foto archief PZC

䡵 Generaal Daser (m) heeft zich overgegeven. foto Zeeuwse Ankers

䡵 Landingsvoertuigen gereed voor vertrek. foto Zeeuwse Ankers

䡵 Geallieerde opmars in Zeeland. foto archief PZC

䡵 Geallieerde landing bij Westkapelle. foto Zeeuwse Ankers


DE BEVRIJDING 3

WOENSDAG 22 OKTOBER 2014

Inhoud

Colofon

Ik ben nooit naar reünies geweest

PAGINA 4 en 5

‘Dit is het. De bevrijding!’

PAGINA 6 en 7

‘Ik voel me als Pools soldaat bedrogen’

PAGINA 8 en 9

Van de 68 komen 2 terug

PAGINA 10 en 11

Eindelijk bevrijd, een speciale bijlage met herinneringen aan de Slag om de Schelde in de herfst van 1944, precies zeventig jaar geleden. Samenstelling: Ab van der Sluis Coördinatie: Jan van Damme Eindredactie: Arjen Nijmeijer en Theo Giele Vormgeving: Rolant Quist en Rob Paardekam Zie ook: www.deslagomdeschelde.nl

Hele Slag om de Schelde wordt herdacht PAGINA 12 en 13

Huilende Canadees bovenaan de trap

PAGINA 14 en 15

Bevrijdingsdag eindigt triest

PAGINA 16

Deze bijlage is mede mogelijk gemaakt dankzij een bijdrage van het vfonds.


4 DE BEVRIJDING DE VETERAAN

Ik ben nooit naar reünies geweest De 23-jarige Andries Minderhout uit Middelburg zat eind 1944 ondergedoken in Utrecht. Toen hij hoorde dat de geallieerden in Antwerpen zaten, besloot hij die kant op te gaan. door René Schrier

W

aarom ik daar naar toe wilde? Om me nuttig te maken. Ik was 22 jaar. Een militaire achtergrond had ik niet. Want ik was afgekeurd omdat mijn rechterhand verminkt is. Maar ik wilde wat doen. In Antwerpen meldde ik me bij verschillende Hollandse instanties. Maar dat leidde tot niets. Dat was een rotzootje. Ik werd van het kastje naar de muur gestuurd. Een Canadese officier zei dat ik beter terug naar Putte kon gaan, daar zou ik als Zeeuw met kennis van het gebied wel wat kunnen betekenen. Onderweg werd ik opgepikt door Canadese soldaten in een jeep. Die hielden iedereen aan die door de linies ging. Want dat was verdacht. Ik heb twee dagen en drie nachten gevangen gezeten in een cel in Brasschaat. Nadat ze de foto’s op mijn camera en de schetsen die ik bij me had, bestudeerd hadden, werd ik vrijgelaten. Ik had foto’s en schetsen gemaakt van Duitse verdedigingswerken en stellingen. Ik kwam in een villa in Brasschaat terecht, die meteen de eerste avond dat ik daar zat al beschoten werd. Ik kon me aansluiten bij Canadese stoottroepen. Ik kreeg legerkleding van hen en zag er uit als een Canadese soldaat. Over de weg gingen we richting Goes. Dat was ons doel. Onderweg werden we beschoten vanuit Bergen op Zoom. Dorpen als Rilland en Krabbendijke die we passeerden waren grotendeels al bevrijd. Als stoottroepen hadden we haast. Mijn taak was die van gids en tolk, al was er wel een verschil tussen HBS-Engels en soldaten-Engels. We waren met vier of vijf brengun-carriers, waarop elk vier man zaten en een vrachtwagen. In totaal een man of veertig. In de buurt van Kapelle, waar nu de Caisson is, zijn we nog even opgehouden door Duitsers. Maar de meeste Duitsers op Zuid-Beveland waren aan het terugtrekken. Zo arriveerde ik op 29 oktober met de eerste 20 Canadezen in Goes, gezeten achterop een motor. Dat heeft veel indruk op me gemaakt. De mensen stonden langs de kant van de weg, met fruit en eieren. Iedereen was heel enthousiast. Ik zag er wel bekenden tussen, maar ze herkenden

mij niet in mijn Canadese uniform. We werden fantastisch onthaald. Op de Westwal zijn we gestopt. Toen ze in de gaten kregen dat er tussen die Canadezen iemand stond die Hollands sprak dromden ze allemaal om mij heen. En maar om sigaretten vragen. Ik heb ze daar allemaal uitgedeeld. „Daarna zijn we doorgegaan richting ’s-Gravenpolder. Ook vanuit het zuiden kwamen geallieerde militairen richting Goes. Wij brachten de nacht door in een huisje bij een boerderij. Dat was het huisje waar later Hans Warren in gewoond heeft. De familie

Spoelstra, een tekenleraar uit Goes, zat in de kelder en wij daarboven. De volgende dag trokken we naar Wolphaartsdijk. Mijn commandant, de dokter van Wolphaartsdijk en een aantal schutters zijn daar in een Dukw ingescheept. Daarmee gingen we de dijk bij Wolphaartsdijk af en de dijk bij Kortgene weer op. In Kortgene zagen we in de verte een groep Duitsers richting Colijnsplaat vluchten. Maar er kwam ook een groep Duitsers met de handen omhoog in onze richting lopen. Ze hadden het zo gehad met de oorlog en er helemaal geen zin meer in. Ze leverden hun geweren in en ga-

ven zich over. „We hebben ze aan de voet van de dijk neergezet en aan het eind van het liedje vertrok de Dukw met de Canadezen en bleef ik alleen met een stengun achter met zeventig moffen. Het is maar goed dat ze het helemaal beu waren, anders had ik daar nog een probleem gehad. Een paar uur later kwam de Dukw terug en is iedereen afgevoerd. „De volgende dag zei mijn commandant dat ik beter met een sectie rich-

” Ik kreeg legerkleding van hen en zag er uit als een Canadees

Andries Minderhout op 22-jarige leeftijd in het uniform dat hij van de Canadezen kreeg.


DE BEVRIJDING 5

WOENSDAG 22 OKTOBER 2014

Dries Minderhout, de middelste van de drie mannen, op het rupsvoertuig in Wolphaartsdijk. ting Middelburg kon gaan, omdat ik daar van meer nut zou zijn. Met hen ben ik de Sloedam overgegaan. Dat was vreselijk, die puinhoop. Bomtrechters, granaattrechters, verwrongen staal. Je kon zien dat daar enorm gevochten was en dat over de hele breedte van de Sloedam. Je moest er heen en weer slingerend overheen. Als je nu ziet hoe de Sloedam er uitziet, geloof je het niet. Zo kwamen we in Nieuw- en Sint Joosland aan. Daar kreeg ik een nieuwe commandant, luitenant Peterson. Die vroeg ons naar Middelburg te gaan en het pand Dam 6 in te nemen. Dat was het militaire hoofdkwartier van de Duitsers. Ik vertrok ’s avonds over de Nieuwlandseweg in mijn eentje richting Middelburg, gewapend met een stengun en het wapen van de Duitse commandant die zich in Kortgene had overgegeven, een FN 9 millimeter. Maar ik vertrouwde het niet zo. In de boomgaarden in de buurt klonk nog mitrailleurvuur. Ik liep op het fietspad fluitend richting Middelburg. Inderdaad, fluiten in het donker. Achteraf bekeken heel dom natuurlijk. Ineens, vlak voor de bocht in de weg, hoorde ik ‘Halt’. Het waren Schotse soldaten die een onderkomen gevonden hadden in het mortuarium op de Middelburgse begraafplaats. Ik vertelde hen wat mijn doel was en dat controleerden ze via de radio met mijn commandant.

Ze vertelden me dat ik niet naar Middelburg kon, omdat de bruggen in Middelburg kapot waren. Ik heb toen ook de nacht in het mortuarium doorgebracht. In alle vroegte de volgende dag hebben ze me met een rubberbootje het kanaal overgezet. Maar toen bleek dat Middelburg de dag ervoor al bevrijd was. In het pand Dam 6 zat het vol met Engelsen. Ik ben er nog wel even binnen geweest, maar ik had er niets te zoeken. In de buurt kwam ik Henk Pieters tegen, de toen-

” Ik ben er van overtuigd dat oorlog geen goede oplossing is voor conflicten

malige directeur van de Zeeuwse Bibliotheek. Die vertelde me waar mijn ouders waren. We woonden in Middelburg in de Julianastraat, maar na de inundatie was die onder water komen te staan. Mijn vader was timmerman/metselaar in het bedrijf De Rijke en Minderhout en had een werkplaats aan de Roosterstraat. Die was klein, maar hij had er een schot in gemaakt, zodat er nog een familie, de Vlissingse familie Van de Velde, in kon huizen. „Het weerzien met mijn ouders die tijdenlang niets van me gehoord hadden, was heel emotioneel. ,,Als tolk moest ik in die dagen allerlei dingen doen. Zo vroeg mijn commandant me om naar de plaatselijke krant te gaan om te zeggen dat ze daarin moesten zetten dat in Middelburg moffenvriendinnen niet zouden worden kaalgeschoren. De krant zat toen bij de Bellinkbrug. Daar heb ik mijn boodschap afgegeven. Of dat artikel er in heeft gestaan weet ik niet. Dat kaalscheren is volgens mij in Middelburg niet gebeurd. „Ik heb nooit reünies bezocht. Ik ben ook nooit naar herdenkingen gegaan. Dat is helemaal niets voor mij. De oorlog is wel van grote invloed geweest op de rest van mijn leven. Ik ben er van overtuigd dat oorlog geen goede oplossing is voor conflicten. Ik ben dan ook pacifist geworden.”

A

ndries Minderhout. Geboren 10 december 1920 in Oost-Souburg.

Werkte bij de fabriek Focus in Middelburg, die lasbrillen en andere optische gebruiksvoorwerpen maakte. Die fabriek werd gebombardeerd aan het begin van de oorlog. Dankzij zijn HBS-opleiding beheerste hij verschillende talen. Zijn beroep was kunstschilder. Andries Minderhout overleed, woensdag 8 oktober 2014, enige tijd na dit interview.


6 DE BEVRIJDING DE VERZETSMAN

‘Dit is het. De bevrijding!’ Als Jaap Rus de Canadese carrier bij de Goese spoorlijn ziet rijden, weet hij wat hem te doen staat. Even later wordt hij opgehaald. door Ondine van der Vleuten

E

uforisch: dat woord drukt nog het beste uit hoe Jaap Rus zich voelde, aan het eind van die eerste bevrijdingsdag. „Maar eigenlijk is het met geen pen te beschrijven”, zegt de voormalige verzetsman. „Zo intens, dat maak je maar een keer in je leven mee. De emoties die door me heen gingen, de opluchting. Heel de wereld om me heen was nieuw, er was weer een toekomst. Ik voelde een enorme innerlijke vreugde. Je dacht: alles wordt anders. Wát een gevoel: spanning die wegvloeit, totale ontspanning, een oneindig gevoel van vrijheid. Al die kleine pesterijtjes van de Duitsers, over. Want de bezetting was niet alleen een tijd van grote wreedheden, maar ook van wat wij ervoeren als kleine pesterijtjes. Ik was bij de padvinderij in Goes: werd verboden. Ik ging bij de gymnastiek: verboden. Lid van de kerkelijke jeugdclub: werd die ook verboden. Je mocht alleen nationaal-socialistisch bezig zijn. Pure

onderdrukking. De lichten gingen uit, het werd gewoon nacht. En toen, toen we bevrijd werden, ging de zon weer schijnen. Je kreeg je leven weer terug. Want leven is niet alleen brood en een bord soep, het is je geest, vrij zijn, alles.” Bijna zeventig jaar later bladert Jaap Rus, in zijn appartement aan de Boulevard Banckert in Vlissingen, in een fotoalbum. Zijn handen zijn gerimpeld, de bladen in het album vergeeld, de mensen op de foto’s heel oud of overleden. Het boek blijft openliggen bij een foto van een groepje mannen voor een garage annex rijwielhandel. Eronder staat, in een onberispelijk handschrift: Door ondergrondse bezette N.S.B.-garage met oorlogsmaterieel. De foto dateert van oktober 1944. Opvallend: alle mannen op de foto dragen onderaan de mouw van hun jas een band. Daaraan zijn zij te herkennen als lid van de Ordedienst (OD), onderdeel van het ondergronds verzet. Ook verzetsman Jaap Rus, destijds woonachtig in Goes, behoorde

daartoe. „In mei 1943 kreeg de OD vanuit Londen, waar de Nederlandse regering in ballingschap verbleef, een belangrijke opdracht: de OD moet voor orde en veiligheid zorgen op het moment dat de bevrijding een feit is. De OD moet voorkomen dat er chaos uitbreekt en ingrijpen als mensen voor eigen rechter gaan spelen in het machtsvacuüm dat ontstaat als de Duitsers zich terugtrekken. We werden min of meer voorbereid op die taak. Ik leerde met handvuurwapens om te gaan, hoe je een handgranaat gebruikt. In september al, nog vóór de bevrijding, kregen wij als onderdeel van de Binnenlandse Strijdkrachten een militaire status. Die gaf ons de bevoegdheid om na bevrijding mensen te arresteren. We waren ordehandhavers, maar geen vechtjassen. Al had ik, als het nodig geweest was, niet geaarzeld iemand te doden. Veel OD’ers waren militair of oud-militair. En er waren ook veel jongelui zoals ik bij. Formeel waren wij het gezag. Niet dat we de kennis en kunde hadden. We waren er alleen mentaal op voorbereid:

dit staat jullie te wachten, en zo en zo moeten jullie het doen. Niks op papier, geen draaiboek.” Terugkijkend zegt hij: iedereen was vol goede bedoelingen, maar er was veel amateurisme bij. „Dat kon ook niet anders. Lang niet iedereen in het verzet had ervaring. Lang niet iedereen had in een bestuurlijke of politieke functie gezeten, of was geschikt om leiding te geven.” Het moet al in de middag van de 29e oktober 1944 zijn geweest, als Jaap Rus schoten hoort. Vanuit het dakraam aan de achterkant van zijn ouderlijk huis, aan de De Ruiterlaan

” De Ordedienst-groep waar Jaap Rus deel van uitmaakte, zette zich onmiddelijk na de bevrijding van Goes aan haar taak: het bewaken van de orde en veiligheid, het voorkomen van chaos in het machtsvacuüm dat ontstond nadat de Duiters zich teruggetrokken hadden.

Heel de wereld om me heen was nieuw, er was weer een toekomst


DE BEVRIJDING 7

WOENSDAG 22 OKTOBER 2014

Jaap Rus: „Het gewone leven kwam terug. Alleen was het niet gewoon. Niet zoals het eerst was. Het was een bevrijd leven, een ander leven.” foto Mechteld Jansen bij de spoorlijn in Goes, ziet de twintigjarige student een Canadese carrier rijden. Vanuit de richting van het station worden schoten gelost - een scherpschutter, denkt Jaap bij zichzelf. De Canadezen beantwoorden het vuur, onstuitbaar trekt het pantservoertuig verder op, richting het centrum van Goes. ‘Dit is het. De bevrijding!’, schiet het door hem heen. Een paar uur na de intocht van de Canadezen komt er een verbindingsman langs met een bericht van de burgemeester. Alle OD’ers verzamelen! „We kwamen samen bij de Katholieke Meisjesschool. De hele club, een man of vijfentwintig. ‘Verrek, zit jij er ook in?’ hoorde je mensen uitroepen. Want uit veiligheidsoverwegingen kende je altijd hooguit een man of drie; dan kon je er ook niet meer verraden als de Duitser je pakte. Dat was waar je altijd bang voor was: dat iemand verraad pleegde, dat mensen opgepakt werden en gemarteld en namen vrijgaven, waardoor er nog veel meer opgepakt werden.” „Onze eerste opdracht was: NSB’ers oppakken en huiszoeking doen. Ik heb in zo’n NSB-huis nog een vuurwapen gevonden. ’s Nachts patrouilleerden we. Walcheren was nog niet bevrijd, de granaten vlogen over Goes heen. De stuiptrekkingen van het oorlogsgeweld. Ik herinner me dat ik bij de Stenen Brug in Goes wacht liep,

toen een granaat insloeg in een zijstraat. Een hele dakkapel en een stuk van het dak aan flarden. Het was erg onrustig.” Zoals verwacht, gingen er mensen voor eigen rechter spelen. „Vrouwen werden van huis gehaald en kaalgeschoren omdat ze met Duitsers zouden hebben geslapen. Onwezenlijke toestanden waren het. Dat is toen wel gestopt. De Canadese stadscommandant zei: dat gaat niet door. Hij probeerde het te verhinderen. Wij waren daar natuurlijk zelf ook tegen. Er zijn ook leegstaande huizen geplunderd,

” Onze eerste opdracht was: NSB’ ers oppakken en huiszoeking doen

van NSB’ers die al gevlucht waren.” Een andere foto, weer een tank met Canadese soldaten. Eromheen blije mensen. „Er hing een euforische sfeer in de stad. Een stukje losbandigheid kwam met die blijheid mee, dat moet gezegd. Er zijn nadien heel veel kindertjes geboren.” Na jaren waarin niemand veel verder durfde te denken dan de dag van nu, was het tijd om verder te kijken en plannen te maken. „Sommigen kozen ervoor in militaire dienst te gaan om Indië te bevrijden, zoals dat toen heette, of - niet te vergeten - de rest van Nederland. Want om Walcheren moest nog geknokt worden, denk erom. Of ze gingen weer aan het werk. Of vervolgden hun studie.” „Dat laatste deed ik. Ik ging verder studeren aan het Zeeuws Technisch Instituut in Goes. Het gewone leven kwam terug. Alleen was het niet gewoon. Niet zoals het eerst was. Het was een bevrijd leven, een ander leven. En wij waren geen kinderen meer, maar volwassen. Naar volwassenheid toegegroeid in de oorlog. Het kan je in negatieve zin tekenen, maar ook in positieve zin. Dat is bij mij het geval. Ik ben mijn hele leven blij geweest dat ik de mogelijkheid had me te ontwikkelen. Je moest hard werken tijdens de wederopbouw, maar je kon ook hard werken. Bruggen herstellen, sluizen herstellen. Met plezier werken, met plezier leven.”

J

aap Rus (29 november 1923, Goes) is drager van het Verzetsherdenkingskruis en Officier in de Orde van Oranje Nassau. Tijdens de oorlog ging Rus bij de ondergrondse, waarvoor hij onder meer spioneerde. Als lid van de Binnenlandse Strijdkrachten werd hij ingedeeld bij de Ordedienst, die direct na de bevrijding tot taak had het gezag te handhaven en chaos te voorkomen in het machtsvaccuüm dat onstond door het wegvallen van het Duitse gezag. Na zijn studie aan het Zeeuws Technisch Instituut werkte hij als weg- en waterbouwkundige, onder meer bij Rijkswaterstaat.


8 DE BEVRIJDING DE OUD-STRIJDER

‘Ik voel me als Pools soldaat bedrogen’ In onze buurt in Oost-Souburg woonde een Pool. Niemand vertelde hoe of wat. Het verbaast Mario Maas van het Gdynia-museum in Axel niks. „Ze zijn onze vergeten bevrijders.” door Harmen van der Werf

M

ario Maas weet wel beter. Zijn museum aan de Tweede Verkorting in de polder ten oosten van Axel bestaat al tien jaar. Sinds zijn zesde jaar verzamelt hij alles wat met de Tweede Wereldoorlog te maken heeft. En omdat Axel door de Eerste Poolse Pantserdivisie is bevrijd op 19 september 1944, gaat in zijn museum veel aandacht uit naar Poolse militairen. „Nogal wat Polen komen hier op bezoek. Ze vinden het schitterend dat wij hun militairen centraal stellen, zo ver van huis.” Axel houdt de Poolse bevrijders in ere. Jaarlijks wordt de bevrijding er voor Zeeuwse begrippen groots herdacht, zeker dit jubileumjaar. De Eerste Poolse Pantserdivisie slaagde er ze-

ventig jaar geleden in om heel OostZeeuws-Vlaanderen, inclusief Terneuzen, te ontdoen van Duitse bezetters. Ze deden dat bewonderenswaardig zonder al te grote verwoestingen aan te richten, zoals later wel gebeurde onder leiding van Canadese troepen in West-Zeeuws-Vlaanderen. De Duitse weerstand was daar ook groter. Een graag geziene gast op de herdenkingen in Axel is altijd Sylwester Bardzinski. Hij is inmiddels 96 jaar en woont sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog in Sint-Gillis-Waas, net over de grens in België. Voor zover Mario Maas weet is hij één van de laatste Poolse strijders die nog in leven zijn. „Wat wil je ook. Zeg dat de jongste militairen in 1944 negentien, twintig jaar waren. Die zouden dus nu 89 of 90 jaar zijn.” Sylwester Bardzinski’s levensgeschiedenis vertelt het verhaal van veel Pool-

se militairen. Hij meldt zich in oktober 1938 als vrijwilliger in het Poolse leger. Hij wil zijn land verdedigen tegen Duitsland, dat op zoek naar ‘Lebensraum’ Polen bedreigt. Die dreiging is zeer serieus. Duitsland heeft in 1938 al het Tsjechische Sudetenland ingenomen, onder het motto ‘Heim ins Reich’. De Duitstaligen in Oost-Europese landen horen volgens de ideologie van Hitler thuis in het Derde Rijk en ook in Polen wonen veel Duitstaligen. Polen moet er vanaf 1 september 1939 aan geloven. Van twee kanten wordt het land aangevallen. Hitler en de Russische dictator Stalin hebben het op een akkoordje gegooid. Ze zullen Polen samen verdelen. Het Poolse leger, hoe groot ook, is niet tegen de DuitsRussische overmacht opgewassen. Frankrijk en Engeland, die Duitsland de oorlog verklaren, kunnen ook niets uitrichten. De Tweede Wereldoorlog is een feit. Veel Poolse soldaten worden krijgsgevangen gemaakt, maar een flink aantal weet te vluchten, een onzekere toekomst tegemoet. Sylwester Bardzinski slaagt erin te ontkomen. Hij vlucht met een twintig andere Poolse militairen over Rusland naar Roemenië, waar ze niet met open armen worden ontvangen. Roemenië is Duitsgezind. De Polen worden als krijgsgevangenen gezien en bewaakt. Kennelijk gebeurt dat niet zo goed. Velen weten te ontsnappen. Waar moeten ze heen? Veel Poolse militairen willen doorvechten en hun

” Sylwester Bardzinski (rechts) op een foto uit de Tweede Wereldoorlog bij een Sherman-tank waarvan hij bemanningslid was. foto Gdynia-museum Axel/reproductie Camile Schelstraete

Bij Terneuzen slaagden de Polen erin vijf schepen met vluchtende Duitsers te raken


DE BEVRIJDING 9

WOENSDAG 22 OKTOBER 2014

Sylwester Bardzinski bij de jubileumherdenking van de bevrijding van Axel, 19 september dit jaar. foto Camile Schelstraete

land helpen bevrijden. Het ligt voor de hand, hoe moeilijk ook, te ontsnappen naar Frankrijk en/of Engeland, de geallieerde bondgenoten van Polen. Sylwester Bardzinski slaagt erin via Frankrijk Engeland te bereiken. Hij sluit zich in februari 1942 aan bij de in Schotland opgerichte Eerste Poolse Pantserdivisie, die onder leiding staat van generaal Stanislaw Maczek. Ruim twee jaar later, op 1 augustus 1944, maakt de divisie de oversteek naar Normandië, waar een kleine twee maanden eerder de eerste geallieerde troepen met succes zijn geland op D-Day. De oorlog is voor de Polen opnieuw begonnen. Sylwester Bardzinski is tankoperator. Hij is betrokken bij de slag van Falaise in Frankrijk en neemt als bemanningslid van een Sherman-tank deel aan de bevrijding van België. In Sint-Gillis-Waas ontmoet hij zijn latere vrouw, Marcella van der Heyden. Sylwester Bardzinski geeft geen interviews meer. „Hij vindt dat hij zijn verhaal al vaak genoeg heeft verteld”, legt Mario Maas van het Gdynia-museum uit. Zittend in zijn rolstoel bij de herdenking van de bevrijding van Axel, 19 september jongstleden, ziet hij er kwetsbaar uit. Al geniet hij ook van de aandacht en het grote aantal bezoekers. In zijn museum laat Mario Maas een documentaire met de Poolse oud-strijder zien. Wouter Verbeke heeft die ge-

maakt. Sylwester Bardzinski trekt met één van zijn beste vrienden, Firmin Verbeke, naar de slagvelden van Normandië. Ze staan stil bij graven van Poolse soldaten. In Sylwester Bardzinski lijkt dan iets te breken. Hij moet tegen zijn tranen vechten. Hij vermant zich en legt na een korte stilte zijn ziel bloot. „Ik voel me bedrogen. Ik was twintig jaar, toen ik mij bij het Poolse leger aanmeldde als vrijwilliger. Achteneenhalf jaar later ben ik afgezwaaid. Mijn jongste jaren heb ik opgeofferd voor mijn vaderland.” Terug naar Polen kan Sylwester Bardzinski echter niet, zoals alle Poolse mi-

” België is mijn tweede vaderland geworden, ik ga hier mijn leven verder slijten

litairen die in het westen van Europa hebben gevochten. Polen wordt al snel na de Tweede Wereldoorlog communistisch. De Britse premier Churchill, de Amerikaanse president Roosevelt en de Russische heerser Stalin hebben begin 1945 het naoorlogse Europa verdeeld. Polen komt onder de vleugels van de Sovjetunie. Tot 1989, als Oost-Europa zichzelf bevrijdt, zal Sylwester Bardzinski zijn vaderland niet bezoeken. Het verklaart zijn gevoel van bedrog. Tot in het hoge noorden van Duitsland heeft de Eerste Poolse Pantserdivisie gevochten. In Wilhelmshafen krijgen de Polen die alle gevechtshandelingen hebben overleefd, te horen dat de oorlog voorbij is, maar ze kunnen niet naar huis. Sylwester Bardzinski besluit naar het Belgische Sint-Gillis-Waas te trekken, waar hij kennis had gemaakt met de familie Van der Heyden en verliefd was geworden op dochter Marcella. Sylwester Bardzinski noemt België in de documentaire van Wouter Verbeke onomwonden ‘zijn tweede vaderland’. Hij werkte er als mechanieker en was jarenlang actief in de vrijwillige brandweer van Sint-Gillis-Waas. Als je hem hoort spreken in de documentaire, zou je - als je niet beter weet - denken dat hij gewoon een Vlaming is. Het is slechts schijn. Sylwester Bardzinski is diep in zijn hart altijd Pools gebleven.

S

ylwester Bardzinski is op 3 december 1918 geboren in Jaksice, ongeveer in het midden van het huidige Polen. Hij volgt een technische opleiding, als hij in 1938 besluit zich als vrijwilliger aan te melden bij het Poolse leger. Hij vlucht in de herfst van 1939 na de verovering van Polen door Duitse en Sovjet-troepen. Hij slaagt erin Engeland te bereiken en sluit zich aan bij de Eerste Po0lse Pantserdivisie. Sylwester Bardzinski woont in Sint-Gillis-Waas, waar hij in de oorlog zijn vrouw Marcella heeft ontmoet.


10 DE BEVRIJDING DE JOODSE ONDERDUIKER

Van de 68 komen 2 terug Bob Nagtegaal overleeft de oorlog, als Joodse jongen ondergedoken in Middelburg. Tientallen familieleden worden door de nazi’s weggevoerd; slechts enkelen keren terug. door Emile Calon

O

p de laatste dag voor de bevrijding van Middelburg moet Bob Nagtegaal een nieuw onderduikadres vinden. Op die vijfde november 1944 verraadt iemand aan de Duitse bezetters dat bij de ijsfabriek van Piet Nagtegaal aan de Loskade een jonge Joodse jongen is ondergedoken. Bob Nagtegaal weet zeventig jaar later niet meer precies wat er destijds allemaal gebeurde en al helemaal niet wie hem verraadde. Hij was toen zeven en had, zo jong als hij toen was, al heel bewogen jaren achter de rug. Hij vermoedt, zo zegt hij, dat hij toen door iemand naar een nieuw onderduikadres is gebracht aan de Volderijlaagte in Middelburg. ,,Daar woonde een tante. Hoewel ze Joods was, heeft ze nooit problemen gehad en heeft ook nooit moeten onderduiken.”

Zijn oom Piet overleeft zijn arrestatie door de SS. ,,De Duitse commandant laat hem gaan.” De Middelburger beseft nog steeds dat die daad van barmhartigheid door die commandant ook heel anders had kunnen uitpakken. ,,Hij had mijn oom zo tegen de muur kunnen zetten.” Een jaar eerder ontsnapt Bob Nagtegaal ook al eens aan arrestatie en deportatie naar de vernietigingskampen. Het gezin Nagtegaal moet in 1943 op last van de Duitsers vanuit Vlissingen verhuizen naar Amsterdam. Alle Nederlandse Joden worden daar samengebracht, ook half-Joodse gezinnen zoals de Nagtegalen. ,,Mijn moeder was Joods, mijn vader niet.” Net voor het gezin vanuit de hoofdstad op transport wordt gesteld, wordt het gewaarschuwd en lukt het om Bob en zijn jongere broertje Max af te geven aan Piet Nagtegaal en een ander familielid. Bob gaat mee naar Middelburg. Zijn broertje, destijds zes weken oud,

naar Nijmegen. ,,Hij was zo jong, hij heeft van de oorlog niets meegekregen.” Zijn ouders worden wel gedeporteerd. Eerst naar Vught, daarna Bergen-Belsen en vervolgens andere kampen. Het lukt zijn vader om uit een van die kampen te ontsnappen. ,,In een melkbus.” Zijn moeder komt ook als overlevende uit de kampen. ,,Maar ze is helemaal veranderd. Een heel harde vrouw geworden.” Hij vertelt hoe ze jaren na de oorlog, in de Bijenkorf in Amsterdam, een Duitse kampbewaker meende te herkennen die daar samen met zijn vrouw en kinderen loopt te winkelen. ,,Daar springt ze bovenop. Dat is een hele consternatie.” Hij zwijgt even en zegt dan: ,,In totaal zijn 68 familieleden weggevoerd. Twee komen er terug.” Hij noemt namen en laat ook een geschilderd portret van een van hen zien. ,,Ook niet teruggekomen.” Oom Piet, zijn vrouw en zijn twee zonen zijn blond, blond, blond en nog eens blond, vertelt hij als hij het weer heeft over zijn periode als onderduiker. Om die reden moet de jonge Bob, met zijn zwarte haren, zich altijd afzijdig houden als anderen in de ijsfabriek zijn. Wrang lachend: ,,Ik was als de zwarte kip tussen de witte.” Overdag houdt hij zich schuil in de ammoniakkelder van de ijsfabriek, een donkere ruimte van zo’n twee bij twee meter. ,,De Duitsers komen altijd vroeg ijs halen. Voor zij arriveren moet ik die kelder in. Daar blijf ik dan de hele dag zitten, tot zeven of acht

” Krijgsgevangen Duitse militairen in Middelburg. foto Zeeuwse Ankers

Mijn moeder was veranderd, was een heel harde vrouw geworden


DE BEVRIJDING 11

WOENSDAG 22 OKTOBER 2014

Het gezin van Piet Nagtegaal, bij wie Bob Nagtegaal was ondergedoken, was blond, blond, en nog eens blond. Dus moest de jonge Bob, met zijn zwarte haren, zich altijd afzijdig houden als anderen in de ijsfabriek waren. ,,Ik was als de zwarte kip tussen de witte.” foto Lex de Meester uur ’s avonds. Op een krukje of een groentekistje met verder niets.” Op de vraag hoe het mogelijk is dat zo’n jonge jongen het op kan brengen om dag-in-dag-uit opgesloten te worden in zo’n stinkende kelder, haalt hij zijn schouders op. ,,Dat deed je. Je wist wat er gaande was.” Wat hij ’s avonds, als hij uit zijn kelder is, wel mag doen is kolen rapen als schepen voor hun deur hun lading hebben gelost voor de Duitse troepen. En ook mag hij bij de gaarkeuken aan de Herengracht eten halen voor zijn beschermers. Dat is volgens hem niet gevaarlijk. ,,Want alleen viel ik met m’n zwarte haren niet zo op.” En hij vertelt lachend dat hij er wel voor moest zorgen dat hij met genoeg eten terugkwam. ,,Anders zwaaide er wat.” Echt duidelijke herinneringen aan de dag dat Middelburg daadwerkelijk bevrijd wordt, heeft hij niet. Wel weet hij nog goed dat hij nog aan de Volderijlaagte woont als het water Middelburg bereikt na het bombarderen van de dijken. ,,Wij zaten toen met z’n allen op het dak. En de buren ook. De Canadezen kwamen ons redden met een van hun Duwk-amfibievoertuigen. Werden we op het droge afgezet, liepen we om, sprongen weer in het water, zwommen terug, kropen het dak weer op en werden opnieuw gered.” En hij vertelt hoe hij kauwgom kreeg van de Canadezen. ,,En lekker

eten. Zo lekker.” Vele maanden na de bevrijding van Middelburg staan zijn vader en moeder plotseling in de ijsfabriek. ,,Ik herkende ze helemaal niet. Ik wilde helemaal niet met hen mee.” Maar dat moet. Hij vertelt vervolgens dat de relatie tussen zijn vader en moeder kapot is. ,,Het ging niet meer.” Volgens hem proberen ze het nog samen te redden maar er is te veel gebeurd. ,,Mijn moeder heeft familieleden zien verdwijnen in de gaskamers. Heeft Auschwitz en Birkenau overleefd.” Terug naar hun huis in Vlissingen kun-

” Het huis in Vlissingen was afgepakt en bleef afgepakt

nen ze niet. ,,Dat is afgepakt en blijft afgepakt.” Nadat hij is opgehaald door zijn ouders is hij nooit meer teruggekeerd naar oom Piet en zijn familie. Waarom? ,,Dat weet ik niet. Er moet wel iets gebeurd zijn. Wij woonden in Vlissingen, toch niet echt ver weg. Maar ik ben ze nooit meer gaan opzoeken in Middelburg en zij mij ook niet. Er moet dus toen wel iets gebeurd zijn tussen ons. Maar wat? Ik weet het niet.” Hoewel hij een grote leerachterstand heeft opgelopen, heeft hij geen probleem bij het volgen van de lessen op de lagere school. Wat wel een probleem is, is dat hij vaak moet vechten. ,,Ik werd regelmatig uitgescholden voor rotjood.” Om zich te verdedigen heeft hij een ijzeren pook bij zich. ,,Heb ik veel mee uitgehaald.” Na de scheiding van zijn ouders in 1947 blijft hij samen met zijn broer achter bij zijn moeder in Vlissingen. ,,Maar ook dat lukte niet.” Zijn moeder is zo hard geworden, daar is volgens hem niet mee samen te leven. ,,Soms is ze vriendelijk hoor. Is ze heel leuk. Maar andere momenten, dan gaat het echt niet.” Met steun van de zakenman Mozes Polak verhuizen Bob en zijn broer Max in 1951 naar een Joods pensionaat in Laren. ,,Daar heb ik toch nog een mooie tijd gehad.”

B

ob Nagtegaal (23 mei 1938) is de oudste zoon van Barend Nagtegaal en Suzanna Wit-

stein. Hij moet in 1943 onderduiken. Zijn ouders overleven de concentratiekampen. In 1947 scheiden zijn ouders. Na de kampen kunnen ze niet meer met elkaar leven. In 1951 gaat Bob Nagtegaal naar een tehuis voor Joodse kinderen in Laren. In 1956 treedt hij in dienst van de marine. Van 1965 tot 1967 eigenaar van café De Pul in de Herenstraat in Middelburg. Vanaf 1967 actief als handelaar in binnen- en buitenland. Bob Nagtegaal heeft samen met zijn ex-vrouw Ans Hoek vier kinderen.


12 DE BEVRIJDING DE BEVRIJDINGSTOCHTEN

Vrouwenpolder Oostkapelle 11.10 uur

Domburg

Serooskerke

Aagtekerke

ROUTE 25 OKTOBER

1 NOVEMBER 10.00 UUR VERTREK BEVRIJDINGSTOCHT

11.35 uur

Grijpskerke 14.45 uur Herdenking op Damplein 15.15 uur Defilé naar Markt

ROUTE 1 NOVEMBER

Meliskerke

KRANSLEGGING infographic Donja Odijk foto Lex de Meester

11 uur Herdenking bij Sloedam

Lewedorp

10.05 uur

Middelburg

Vlissingen

12.15 uur

10.15 uur Nieuwdorp vertrek Mallardmards

‘s-Heerenhoek

12.50 uur aankomst tochten op Vredesboulevard aansluitend opening en herdenking

Ovezande

9 uur Herdenking in Breskens

Retranchement 1 NOVEMBER 8.15 UUR VERTREK BEVRIJDINGSTOCHT

Landingsmonument Zuidzande 8.30 uur

Terneuzen

9.45 uur

Oostburg 11.15 uur

Isabellaweg/Westdijk

9.30 uur

Hoek

10.05 uur

Isabellahaven Philippine Aardenburg 10.50 uur

Eede 8.50 uur

Sint-Laureins

Maldegem Adegem Balgerhoeke 25 OKTOBER 8.00 UUR VERTREK BEVRIJDINGSTOCHT

7.40 uur

Eeklo


DE BEVRIJDING 13

WOENSDAG 22 OKTOBER 2014

Colijnsplaat 25 OKTOBER 9.30 UUR VERTREK BEVRIJDINGSTOCHT

16 uur Defilé met taptoe op de Markt Bergen op Zoom

Yerseke Kapelle

13.40 uur 15 uur Herdenking op Canadese begraafplaats

13.05 uur 12.30 uur ‘s-Gravenpolder samenvoegen Bevrijdingstochten

Nisse

Kwadendamme Krabbendijke

12.05 uur

Rilland-Bath

Woensdrecht

13.45 uur

Baarland

11.15 uur

14.30 uur

Nu herdenken we de hele Slag om de Schelde De bevrijdingstocht van zaterdag doet west-Brabant aan. Nu komt heel de slag om de Schelde tot zijn recht.

B

ergen op Zoom heeft van oudsher al een heel hechte band met de Canadezen. Mede om die reden eindigt de tocht van de 25-ste ook met een defilé op de Grote Markt in Bergen op Zoom. De bevrijdingstocht van een week later, zaterdag 1 november, is een volledig Zeeuwse aangelegenheid. Op verzoek van de Canadese ambassade worden zaterdag twee Canadese oorlogsbegraafplaatsen symbolisch met elkaar verbonden. Op de begraafplaats van Adegem net over de grens met België wordt

DE SLAG OM DE SCHELDE om 8.00 uur de Canadese vlag gestreken en die wordt een half uur later in Maldegem overhandigd aan de Zeeuwse commissaris van de koning Han Polman. Aan het eind van de tocht wordt die vlag gehesen op de Canadese oorlogsbegraafplaats bij Bergen op Zoom. Willem Meijer van het Bevrijdingsmuseum Zeeland in Nieuwdorp licht toe: ,,De Canadezen hebben bij de Slag om de Schelde meer mensenlevens verloren dan tijdens alle andere operaties in Europa. Niet minder dan 6367 Canadezen sneuvelden, raakten gewond of vermist. De rol van de Canadezen is in het verleden altijd vergeten en door de Britten gemarginaliseerd. En Zeeland had wel wat anders aan het hoofd, de wederopbouw en de watersnoodramp. Dan heb je geen tijd om zoiets als een Airborne Wandeling te organiseren.’’ De colonne vanuit België en westZeeuws-Vlaanderen rijdt, na verschillende kransenleggingen, uiteindelijk via de Westerscheldetunnel naar ’s Gravenpolder. Ondertussen wordt om 9.30 uur een krans gelegd in Colijnsplaat in aanwezig-

heid van het 17-de pantserinfanteriebataljon Garderegiment Fuseliers Prinses Irene. Na de kranslegging komt een colonne van ongeveer 15 voertuigen naar de herdenking op de Sloedam. Naar die Sloedam vertrekt ook een colonne van ongeveer 70 voertuigen van het bevrijdingsmuseum. Daarin zitten de kinderen die na de herdenking mee zullen doen aan de vijfde Mallardmars vanaf de Sloedam. (www.mallardmars.nl) De herdenking op de Sloedam is om 11.00 uur. Na de herdenking vertrekken de historische legervoertuigen naar ’s Gravenpolder, waar ze om 13.00 gezamenlijk met de Zeeuws-Vlaamse colonne over Zuid-Beveland richting Bergen op Zoom rijden. Dat zal een stoet zijn van ruim 125 voertuigen uit alle delen van Nederland. Om 15.00 is er een herdenking op de Canadese begraafplaats te Bergen op Zoom en om 16.00 uur begint het defilé op de Grote Markt. Een week later volgt de tweede herdenkingsdag. Dan vormen de landingen die voor de bevrijding van Zeeland hebben plaatsgevonden, de rode draad. Ook deze dag zijn er op verschillende plekken herdenkingen. Zo is er ’s ochtends om 8.15 uur een bij de brug in Retranchement. Van daaruit gaat het naar Breskens, waar de burgerslachtoffers worden herdacht

die tijdens de Tweede Wereldoorlog in Zeeland zijn gevallen. Vervolgens worden nog op enkele plekken kransen gelegd, waarna de colonne via de Zak van Zuid-Beveland naar het landingsmonument aan de zeedijk bij Baarland rijdt. Hier is om 11.15 uur een herdenking. ’s Middags zetten deze voertuigen door de Zak van Zuid-Beveland koers richting de Vredesboulevard in Vlissingen. Diezelfde morgen stelt om 9.45 uur een colonne van ongeveer 90 voertuigen zich op in de buurt van de Zuidstraat in Westkapelle. Deze stoet vertrekt om 10.00 uur voor een rit over Walcheren met verschillende kransleggingen. Om 12.35 uur splitst deze colonne zich in twee delen na de passage van Koudekerke. De zware voertuigen gaan naar het Park Toorenvliedt voor de onthulling van een monument en vervolgens richting de Markt van Middelburg. De overige voertuigen gaan naar de Vredesboulevard in Vlissingen, waar ze tegen 13.00 uur aankomen. Daar zal ook een Spitfire overvliegen. Na de herdenking en de opening van de Vredesboulevard gaat het naar het Damplein in Middelburg, waar de capitulatie van de Duitsers wordt herdacht en kan om 15.15 het defilé door het centrum van Middelburg beginnen, gevolgd door een taptoe op de Markt.


14 DE BEVRIJDING DE ERVARINGEN VAN LEZERS

Huilende Canadees bovenaan de trap Lezers stuurden hun herinnering aan de bevrijding naar de PZC. Verhalen van angst voor het geweld, verdriet om de slachtoffers en blijdschap om de bevrijding.

Zonder een schot

Gloeiend hete huls

Nooit over gesproken

Zondag 29 oktober was het stil, doodstil. Op straat zag je geen mens. Iedereen wachtte binnen angstig af. En ineens waren ze er; de bevrijders. Zonder dat er een schot viel, kwamen ze onze straten ingelopen, gevolgd door jeeps en tanks. Een uitbundige drukte barstte los. Overal gingen deuren open en kwamen mensen juichend naar buiten. Iedereen begroette de bevrijders, vrouwen vielen hen om de hals. We probeerden met hen te praten, maar niemand sprak Engels. Canadezen waren het; ruige, geharde kerels, maar hartelijk en joviaal. Ze gaven ons chocolade en sigaretten en stonden lachend toe dat je op hun tank meereed. Snel verschenen de eerste vlaggen. Na jaren van hakenkruisvlaggen deed ons rood-wit-blauw zo weldadig aan, dat het menigeen te veel werd. Je zag mannen die hadden ondergedoken gezeten om aan de arbeitseinsatz te ontkomen. De laatste Duitsers gaven zich lachend over; ze waren net zo blij als wij. Simon Snoek, Goes

De geallieerden installeerden zware kanonnen buiten Kruiningen en begonnen daarmee Schouwen-Duiveland, dat nog bezet was, te beschieten. Ik keek begerig naar de mooi glimmende grote koperen hulzen die na het afvuren uit het kanon kwamen. Ik wilde er graag één hebben. Dat mocht, zei één van de kanoniers. Hij zei ‘next one’: toen de huls uit het slot van het kanon vloog, rende ik er naar toe om hem op te vangen. De kanonier gaf een grote schreeuw, maar het was al te laat, de gloeiend hete huls zat aan m’n handen geplakt. Mopperend heeft hij me beetgepakt en m’n handen mét de huls in een slootje ondergedompeld.Wat later was het losgeweekt, m’n huid dus ook. De betreffende huls staat nog steeds bij ons in de gang.

Aan het eind van de oorlog moesten we weer uit Vlissingen verkassen. We kwamen in Kortgene terecht. Noord-Beveland werd overspoeld door terugtrekkende Duitse soldaten. En ontstond het gevaar dat ook daar gebombardeerd zou worden. We kregen het advies Noord-Beveland te verlaten. Intussen was Zuid-Beveland door de Canadezen veroverd. Mijn vader heeft toen met een aantal anderen een binnenvaartschip kunnen charteren en is, duidelijk zichtbaar op het dek, met meerdere mensen naar Wolphaartsdijk zijn gevaren. Wij zijn vandaar naar Goes gefietst. Ook niet zonder gevaar. Langs het fietspad konden mijnen liggen. Uiteindelijk zijn we naar Vlissingen gegaan. Ons huis stond er gedeeltelijk nog, zij het gesteund door zware balken. Er werd bij ons thuis toen, maar ook later, niet meer over de oorlog gesproken. Het vreemde is, dat nu ik wat ouder ben, 79 jaar, de herinneringen steeds helderder terugkomen. Piet van der Meulen, Vlissingen

(Fragment uit de oorlogsherinneringen van Teunis Rosmolen uit Zierikzee, die met zijn ouders vanuit Schouwen-Duiveland naar Zuid-Beveland werd geëvacueerd en de bevrijding in Kruiningen meemaakte).

Bevrijd en alles kwijt

Duitse krijgsgevangenen in een bomtrechter bij Westkapelle. foto archief PZC

Op 3 november waren we bevrijd, op de tiende verjaardag van mijn jongste zus. Alles waren we kwijt, we hadden alleen de kleren die we aan hadden. Lau de Kam zorgde dat we een onderkomen kregen in het souterrain van het zwaargehavende Strandhotel aan de Badhuisweg in Domburg. Vader zorgde dat het redelijk bewoonbaar werd. Regelmatig kwamen bommenwerpers laag over. Op het strand spoelden lijken aan van omgekomen soldaten. Wim de Feijter, Middelburg, toen Westkapelle

Bevrijd Oostburg, oktober

Scherven in de klok In het najaar van 1944 landen de Geallieerden op Walcheren en werd er hevig gevochten, vooral aan de noordelijke kust. In november werd ook Middelburg flink beschoten door het slagschip Warspite, een ‘reus’ uit de Eerste Wereldoorlog dat buitengaats lag. Tijdens die beschietingen zaten wij allen opgepropt in onze kleine kelder, ik hoorde dan regelmatig een doffe knal, daarna een fluitend geluid en dan maar afwachten waar de schrootgranaat van 38 cm zou inslaan! Vlak voor ons huis was het raak, alles trilde van die inslag met als gevolg dat alle ramen eruit gevlogen waren, de dakpannen op straat lagen en de plafonds en meubels behoorlijk beschadigd waren. Alleen in onze Friese klok zaten al zo’n dertig kleine scherven. Aannemer de Buck van het Seisplein omschreef toen onze woning als ‘onbewoonbaar’, maar... waar moesten we heen? Tjerk Westerterp, Middelburg


DE BEVRIJDING 15

WOENSDAG 22 OKTOBER 2014

r 1944. foto archief PZC

Hij huilde van geluk

Das is eine Judin

SS’ers op het erf

Ratten en muizen

En toen begon het. Midden in de nacht floot de ene na de andere granaat over het huis of viel er bovenop. Gelukkig hield de kelder stand. We waren met 42 mensen. Er werden vele prevelementjes gedaan. De boer raakte helemaal overstuur en deed allerlei beloftes aan de Heere als we hier heelhuids uit zouden komen. In de ochtend werd het stiller en hoorde je het geratel van tanks en in de verte geschiet. Opeens hoorden wij iemand in het Engels iets roepen. Gelukkig kon een onderwijzer uit ’s-Gravenpolder het verstaan. Hij riep dat er ouders met kinderen waren. „Niet schieten.” Een ogenblik later zat een Canadees bovenaan de trap met twee handgranaten in zijn handen. Hij zei dat hij net daarvoor van plan was geweest ze in de kelder te werpen. Hij huilde van geluk dat hij die granaten toch maar niet had gegooid! Piet de Vos maakte de bevrijding mee in een boerenschuur in Nisse

Een Feldwebel zei: „Das ist eine Judin.” Hij zag op het erf van mijn oom een onmiskenbaar zwartharig 10-jarig Joods meisje, dat mijn oom een tijdje daarvoor achterop op de fiets had gehaald van Noord-Beveland, van de boerderij van zijn zoon. Ze hadden daar een huiszoeking gedaan, maar haar niet gevonden. De Feldwebel liet haar én mijn oom en tante verder met rust, mogelijk omdat de route naar Bergen op Zoom al was afgesloten door geallieerden. Het meisje was een leuke speelkameraad, die ik jaren later nog een show zag geven op de televisie. In Israël was ze, geloof ik, een bekendheid. Een paar jaar geleden las ik in de krant, dat ze vond dat ook dat mijn familie in Washington op een lijst van een monument had moeten staan. Ík denk niet dat ze het belangrijk hadden gevonden, want na de oorlog werd er eigenlijk nooit meer over die tijd gepraat. Reinier Scheele, Eversdijk

Op de boerderij van Marien de Bruine zaten wij met 70 mensen, allen gevlucht uit Oostburg. Maar niet alle mensen waren gevlucht. Aan het eind van de Nieuwstraat viel een granaat in één van de schuilkelders, 20 mensen dood, en 20 mensen in een andere kelder zonder dak boven hun hoofd. Zij vluchtten naar de boerderij. Ik heb hen zien komen, emoties onbeschrijfelijk. Twee zwaarbewapende SS’ers kwamen op de boerderij om zich er te nestelen. Onze onderduikers wilden hen doodschieten. De Bruine gaf aan dat er op zijn erf geen moord gepleegd kon worden. De onderduikers zeiden tegen de SS’ers dat zij weg moesten om te voorkomen dat een boerderij met 70 vluchtelingen door de Canadezen beschoten zou worden. De lichaamstaal van de onderduikers gaf aan dat een vertrek van de SS’ers voor hun zelf ook verstandiger was. Ze vertrokken. Jaap Schijve, Retranchement

De duister was ingetreden. We werden in een amfibievoertuig ingescheept. Midden op de Westerschelde ging het vaartuig stuk. We moesten overstappen op een ander. Na alle ongemakken bereikten we Walsoorden. We werden naar een boerderij gebracht om te overnachten tussen de ratten en de muizen. Maar als achtjarige slaap je door alles heen. Het Rode Kruis gaf ons voedsel. Daarna gingen we naar Hulst, waar we te horen kregen dat we in Clinge bij de familie Noens zouden worden ondergebracht. Drie weken daarna konden we huiswaarts keren. Een schipper uit Terneuzen heeft ons en vele anderen teruggevaren. Zo kwamen we weer op Zuid-Bevelandse bodem in het voormalig haventje van Baarland. We liepen terug naar Oudelande om weer in onze woning, die gelukkig niet beschadigd was, intrek te nemen. J. Remijnse, Goes, in 1944 te Oudelande


16 DE BEVRIJDING DE ERVARINGEN VAN LEZERS

Triest einde bevrijdingsdag ‘Alles goed afgelopen?’ 19 oktober 1944 was voor Rilland een rampzalige dag. Een gedeelte van het dorp werd gebombardeerd, de Derdeweg, Adriaan Butijnweg en de Zandbaan. Veel inwoners van het dorp waren al gevlucht naar de boerderijen in de omliggende polders. Maar niet allemaal, zo ook wij niet. Verschillende mensen werden gedood, ook een oud echtpaar waar nooit meer iets van teruggevonden is. Omdat alles zo dichtbij kwam, vluchtten we ook. Tot de avond hebben we in een sloot gezeten en zijn toen toch naar huis terug gegaan. Maar de volgende dag werd het ons weer te bang, toen gingen we naar de Zimmermanpolder, naar de boerderij van Willem Walraven, waar veel mensen van het dorp waren. Maar dat was daar ook niet veilig. De volgende dag gingen we toch weer opnieuw naar huis. De artillerie beschietingen werden als maar heviger. De laatste twee nachten zijn we de hele nacht beschoten vanaf de Brabantse wal. Drie huizen bij van ons vandaan was een granaatinslag vlak voor het kelderraam en de scherven vlogen door het raam naar binnen, waardoor één van de mensen zwaargewond raakte. In de laatste nacht voor de bevrijding werd het tegen de morgen akelig stil. Vader zei: ‘Ik denk dat we vandaag bevrijd worden’. Hij was in 1940 ook in dienst en had daar ook zoiets meegemaakt, maar toen werden we bezet dus was het nu heel wat anders. En vader had het goed geraden. Rond een uur of tien ’s morgens stond hij naast het huis en zag over de Batseweg een kleine tank rijden. Op 24 oktober kwamen de Canadezen te voet langs in ganzepas. Opeens riep daar zo’n Canadees: „Is alles goed afgelopen?” Dan sta je toch wel raar te kijken. Maar de Bevrijdingsdag eindigde bijzonder triest. Een moeder met haar dochter werden getroffen door een granaat die de Duitsers hadden afgeschoten. Ze waren net terug uit de Zimmermanpolder, waar ze naar toe gevlucht waren. H. de Leeuw, Rilland

Landgoed Toorenvliedt bij Middelburg tijdens de inundatie in 1944. foto Zeeuwse Ankers

Verbinding met Boven

Slechtste nacht

Nooit ver de zee in

Wat een niet onder woorden te brengen opluchting toen midden in de nacht de brievenbus klepperde en een stem riep: ‘De tommies bin der!!’ Het bleken Canadezen te zijn als ik me goed herinner. Een soldaat in vreemd uniform droeg een kast op zijn rug. Met een antenne. Doordat het stikdonker was kon ik het uiteinde van de antenne niet zien. Omdat hij in een microfoon praatte besloop mij even de gedachte dat hij rechtsstreeks met ‘Boven’ in verbinding stond. Aan de ene kant griezelig maar anderzijds ook iets van een geruststelling.

Wij moesten naar een pakhuis van de brouwerij aan de Flessenstraat. Daar was niets; geen dekens, eten, drinken of toiletten en een temperatuur van rond het vriespunt. We sliepen op een stapel rekken of op de stenen vloer. De slechtste nacht van mijn leven. ’s Morgens gingen we via de Palingstraat (waar nog een dooie mof op het trottoir lag), richting het oude Arsenaal. We waren net goed allemaal binnen toen door de hoge openstaande voordeuren een granaat naar binnen vloog en tegen de muur ontplofte. Er waren in het gebouw een paar honderd mensen. Later bleek gelukkig dat niemand was gewond. ’s Nachts werd een kindje geboren. Jan Kruisdijk, Vlissingen

Toen kwam het water en moesten wij met alleen onze kleren en wat koffers met paard en wagen van Melis Gilde naar Serooskerke en vandaar, bij laagwater, naar de Duinweg in Oostkapelle. Mijn moeder was in dracht, een grote muts en dubbele krullen en mijn zusje was nog maar negen maanden. Dat huisje was erg klein en lag erg laag. Tijdens een bombardement werd ik ’s nachts op de schouders getild en door het water naar een boerderij tegenover Ipenoord gebracht. Onderweg verdwenen we in een éénmansput die de Duitsers hadden gegraven. Sindsdien ben ik bang voor water en ga nooit ver de zee in. Jaap Walraven, Vlissingen, in 1944 geëvacueerd in Brigdamme

J. Zande, Middelburg, in 1944 geëvacueerd in Wemeldinge.