Issuu on Google+

Omdenken

van grenzen aan de groei naar groeien aan de grens


Oogst van een jaar Omdenken in Architectuurcentrum Rondeel 2012 / 2013


Inhoud 5 7

Voorwoord Inleiding

9

Krimp heeft de toekomst: een kwestie van Omdenken Lettele doet wat het wil Krimp uit de Kast IdeeÍnflitsen De Geraniums voorbij: acht eeuwen ouderenhuisvesting Rondeel Cinema Wonen in Deventer: droom- en doemscenario’s voor de toekomst 3Koteboebo Rondeel Cinema Dansen op de werkvloer: transformatie van leegstaande kantoren Omdenkfestival: verkiezing van de Omdenker van het jaar

31 53 57 63 81 83 93 95 97 115

121 123 125

Omdenken - de mensen Omdenken - het omdenkteam Colofon


Architectuurcentrum Rondeel heeft in haar programma voor 2012 bewust gekozen voor een samenhangend jaarthema. Demografische ontwikkelingen, met een vergrijzende bevolking en afname van de groei, waren voldoende aanleiding om te kiezen voor het thema Omdenken. Omdenken, een denktechniek om problemen te transformeren in mogelijkheden, is de kapstok geworden voor veel onderwerpen die te maken hebben met mensen, wonen, leven en werken.

4

Tussen april 2012 en februari 2013 heeft het Omdenkteam van Architectuurcentrum Rondeel een zeer gevarieerd programma opgezet. Bij de openingen van exposities en voor de lezingen- en debatavonden is steeds gezocht naar mensen die bewezen hebben te kunnen omdenken; personen die onverwacht kansen zien, creatief zijn en kunnen verleiden. Dat heeft een rijk programma opgeleverd waarin met veel creativiteit zaken aan de orde zijn gesteld en toehoorders aan het denken zijn gezet. Getracht is om partijen die normaal tegenover elkaar staan nu met elkaar in gesprek te brengen en samen


Voorwoord te bewegen tot het herschikken van problemen naar kansen. Deze publicatie laat zien waar Architectuurcentrum Rondeel het afgelopen jaar de aandacht op heeft willen vestigen. Niet uitputtend, maar met een weerslag van de kern van ons Omdenkprogramma. Bedoeld om nog eens te kunnen terugblikken op wat er zoal is gezegd en welke visies er leven bij de meer dan veertig inleiders van onze verschillende programmaonderdelen. Omdenken loont en slecht barrières. Omdenken maakt mensen gelukkiger. Inleiders, daarvoor onze dank.

Zoals Albert Camus schreef; Je zult nooit gelukkig zijn als je steeds op zoek bent naar waar geluk uit bestaat. De filosoof, wetenschapper, wethouder, ambtenaar, burger, boer, buitenmens, onderwijzer, architect, stedenbouwer, landschapper, zij allen delen in ons enthousiasme. En dat willen we ook graag met u delen! Voor aanvullende informatie verwijzen we graag naar het archief op onze website: www.rondeeldeventer.nl Jaco Remmelink Programmaraad Rondeel

5


Architectuurcentrum Rondeel, Stromarkt 18, Deventer 6


Inleiding Enkele effecten van de in Europa geconstateerde aflopende groeiscenario’s zijn de veranderende behoefte aan huisvesting voor de vergrijzende bevolking, de leegloop van dorpen als gevolg van een toenemende trek naar de stad, de zorg om afnemende vitaliteit in het buitengebied en de toenemende aandacht voor hergebruik van onroerend goed. Kortom: het groeimodel maakt plaats voor demografische stabiliteit of wellicht krimp en dat heeft gevolgen voor hoe ons land er uitziet, voor de beleving van stad en platteland en voor een wijziging in de identiteit van stad, regio en land.

verschillende aspecten. Deelonderwerpen waren OMDENKEN in relatie tot: ontwikkelingen van dorp versus stad, ouderenhuisvesting, woonprogramma’s in de toekomst, leegstand kantoren en aandacht voor bottom-up ideeën omtrent Omdenken.

OMDENKEN startte op 5 april 2012 met een eerste expositie en het openingsdebat ‘Een kwestie van omdenken’. De afsluiting van het project was op 28 februari 2013 met de uitverkiezing van ‘Omdenker van het jaar’.

Architectuurcentrum Rondeel heeft in het Jaarprogramma 2012 / 2013 aandacht gegeven aan de hier genoemde ontwikkelingen. Het project OMDENKEN voorziet in een expositie die in de loop van het jaar aangroeit (!) tot een breed informatieplatform met aandacht voor

7


platteland: minder mensen, meer ruimte

8 8


Krimp heeft de toekomst: een kwestie van Omdenken

9


Marco Swart, wethouder Ruimtelijke Ordening van de gemeente Deventer, is deze avond de gespreksleider en hij introduceert de sprekers Hans Peter Benschop en Hans Broess. Hans Peter Benschop van Trendbureau Overijssel Benschop spreekt over de toekomst van de demografie in de Stedendriehoek en schetst in grote lijnen de ontwikkeling van de bevolking; hoe oostelijker in Nederland hoe meer er sprake is van krimp in de bevolkingsgroei. Deventer groeit echter voorlopig gewoon door en dat is gunstig. De bevolking in de dorpen en het landelijk gebied krimpt sneller dan in de steden. Echter, uit diverse prognoses blijkt dat er ook verschillen zichtbaar zijn in de verwachte toekomstige demografische ontwikkelingen. De uitgangssituatie in de Stedendriehoek is niet slecht. In de krimpgebieden in Overijssel is het gemiddelde inkomen niet zo laag als in 10


Krimp heeft de toekomst Lezingen

andere krimpgebieden en de sociale cohesie, het kenmerkende ‘noaberschap’, is er goed en dit biedt perspectief. Drie mogelijke ontwikkelingen die van belang zijn voor de vergrijzende gebieden en de ontwikkeling van de Stedendriehoek zijn volgens Benschop: • •

ICToop Stedendriehoek – ICT/ automatisering zorgt voor een belangrijke structurerende werking bij vergrijzing. Gemeenschap Overijssel – Naast het inspelen op de ICT-ontwikkelingen worden gemeenschappen belangrijk voor een samenleving met een andere demografische samenstelling. Gemeenschappen moeten het zelf doen.

Divers Overijssel – De diversiteit in de regio neemt toe, o.a. meer buitenlanders treden toe tot onze samenleving. Hoe gaan we om met deze diversiteit?

Benschop denk dat de mate van technologisering, de sociale cohesie en het omgaan met het vreemde/bijzondere (diversiteit) heel bepalend kunnen zijn voor de manier waarop de Stedendriehoek met krimp omgaat. 11


Hans Broess, stedenbouwkundig ontwerper, vakjurylid van de Eo Wijersprijsvraag In zijn lezing ‘De veranderende wereld van het ontwerpen’ bespreekt Broess een ontwerpmethode die het mogelijk maakt om bewust tot ontwerpen te komen in een krimpregio. De rol van de bevolking wordt erkend; zij moet zich herkennen in de opdracht. Dit betekent onder meer procestypering in plaats van ruimtelijke typeringen. Het boek ‘De eindeloze trap’ van Jan Brouwer biedt zicht op de oorsprong, ontwikkeling en vormgeving van kennis en op de wijze waarop deze kennis achereenvolgens heeft geleid tot het mythische wereldbeeld van de natuurvolken, het statisch wereldbeeld uit de Oudheid, het mechanisch wereldbeeld uit de moderne tijd, en boven aan de trap tot het nieuwe organische wereldbeeld. Om kennis over de huidige tijd, t.a.v. het organische wereldbeeld, goed te kunnen begrijpen biedt het maken van een klokje over diverse onderwerpen een goed hulpmiddel. 12

Broess licht de kennisontwikkeling toe aan de hand van een aantal voorbeelden. Wat betekent dat bijvoorbeeld voor de waterbeheersing? De mythische vorm van waterbeheersing zijn de terpen en op palen gebouwde woningen. De statische wijze is het aanleggen van dijken. In het mechanische wereldbeeld worden machines onworpen, bv. het gemaal. Nu is het de vraag hoe de waterbeheersing in het organische tijdsbeeld er


uit ziet. Komen er bijvoorbeeld waterplantages waar gebiedseigen water wordt opgevangen? Er is een tweede reeks modellen die processen afbeelden die binnen elk wereldbeeld opgeld doen. Ze geven het ontwikkelingsstadium aan van kennis en informatie in willekeurig welk wereldbeeld.

tweede kwartier zegt hij: “Ik ben me bewust dat ik krimp geen aantrekkelijk perspectief vind.” In het derde kwartier: “krimp moet het perspectief van het ontwerp zijn; precies en konkreet.” In het vierde kwartier zegt hij:“Het gaat om de kwaliteit van het ontwerp en daar speelt krimp in mee.” Als jij als ontwerper in het vierde kwartier zit en de opdrachtgever in het eerste of tweede kwartier, dan is er geen positieve beoordeling door de opdrachtgever van jouw ontwerp mogelijk. Aan de hand van een derde reeks klokjes verduidelijkt Broess hoe je je eigen proces van informatie verwerven bewust kunt ordenen.

Broess licht de fasering in de communicatie tussen ontwerper en bevolking toe aan de hand van het voorbeeld van de krimp. In het eerste kwartier zal iemand zeggen: “Bij ons is geen groei, maar ook geen krimp.” In het

Ik stel me de ontwerper voor als een piloot in een vliegtuig in een cockpit vol klokjes. De ontwerper heeft alle klokjes nodig om informatie goed te kunnen interpreteren. 13


14


Gespreksleider Marco Swart vat inleidingen samen en concludeert:

de

“Benschop schetst een meer ruimtelijk verhaal, waarbij er van buiten naar binnen wordt gekeken, naar wat er om ons heen gebeurt. Daarentegen kijkt Broess meer van binnen naar buiten. Volgens Broess vindt er een verschuiving plaats van ruimte naar tijd. Wat de rol van de politiek is, is een van de vragen die vanuit de zaal worden gesteld.

Swart meent dat de gemeente de rol van voorzitter moet nemen in de ontwikkeling van de ruimtelijke ordening. De gemeente stuurt het proces. Aan de andere kant is de kern van de rol van de politiek dat politici het algemeen belang moeten dienen en in de gaten moeten houden.� 15


16


Bert Boerman, gedeputeerde van de Provincie Overijssel Bert Boerman opent de expositie. Hij spreekt daaraan voorafgaand over de rol van politiek, ontwerpers en inwoners: “Er is maar één ruimte. In die ruimte moet van alles gebeuren. Er moet groen, water, woningen en ruimte voor de natuur komen. Dan is de creativiteit van de ontwerper nodig om die ruimte op een zodanige manier vorm te geven dat die verschillende elementen erin terugkomen. De politiek is er om de belangen te behartigen en af te wegen en de burgers zijn nodig om er te leven. De input uit de gesprekken met de bewoners is daarbij nodig. Ondernemers, ontwikkelaars, bewoners, maar ook de jeugd. We moeten anders denken. Dat brengt ons bij het thema OMDENKEN. We willen anders omgaan met de krimp. We spreken niet meer over bevolkingskrimp, maar over samen groeien. Een goed voorbeeld van samen groeien is ‘Twente 12’, waarbij er met verschillende partners wordt gesproken. Niet alleen met

de gemeentebesturen, maar zeker ook met maatschappelijke organisaties, ondernemers, bewonersorganisaties en corporaties. In dat proces moeten collega-bestuurders samenwerken wat leidt tot meerwaarde voor de Overijsselse samenleving. De beweging die op gang komt, brengt het verschil aan voor de samenleving in plaats van vasthouden aan de verdelende rechtvaardigheid. Vragen wat er nodig is in plaats van bieden, bieden en nog eens bieden. Kwaliteit in plaats van kwantiteit. Dit zijn kernbegrippen als het gaat om het proces van krimp naar samen groeien. Omdenken dus!” Bert Boerman zegt erg blij te zijn met het initiatief van het Rondeel voor deze expositie. “Het Rondeel is altijd bereid om abstracte vraagstukken op te pakken en hierover in gesprek te gaan met elkaar. Ik zou het erg fijn vinden dat we elkaar blijven helpen in dat omdenken. We kunnen zo veel van elkaar leren.” Daarop opent hij de expositie door de makers uit te nodigen de expositie toe te lichten. 17


neknedmo omdenken neknedmo omdenken

van grenzen aan de groei

naar groeien aan de grens

draai het eens om: denk op een andere manier over de ontwikkelingen in de stad deventer, de omliggende dorpen en over de ontwikkelingen op het platteland.

met een Periscoop/ omkeerkijker (onder in de kast) kun je 8 omdenkvoorbeelden boven op de kast bekijken.

grenzen - aan de belasting van het milieu - aan voorraden fossiele brandstoffen - aan de groei van de bevolking - aan de ‘blauwdrukplanning’

groeien - van nieuwe duurzame (bouw-)producten en bedrijven - van besparingstechnieken: zonnepanelen, warmtepompen, isolatie etc.

- aan de economische groei

- van kleinschaliger woningbouwprojecten

- aan ontwikkelaarswoningbouw

- van langer tijdelijk gebruik van

- aan specifieke huisvesting en zorg voor minder vitale ouderen - aan financiĂŤle mogelijkheden gemeenten - aan de bio-industrie

bouwlocaties - van procesmatige, flexibele ontwikkeling - van hergebruik leegstaande bedrijfspanden - van (collectief) particulier opdrachtgeverschap - van technische mogelijkheden om zelfstandig te blijven wonen - van ruigere, onderhoudsarme parkinrichting en - van initiatieven van bewoners en ondernemers - van biologisch boeren

18


Waar woont (en werkt) u in 2025? Woont u in de stad of een dorp of in het buitengebied? in welke woning?

Demografie in Deventer Expositie

geef met whiteboardstift aan waar uw voorkeur naar uit gaat:

ouderenwoning

eengezinswoning

appartement

boerderij

statige woning

groepswoning ouderen

19


groei bevolking deventer oude prognose: in 2025: 120.000 nieuwe prognose in 2035: 105.000 2005 toevoeging Bathmen

1999 toevoeging Diepenveen

1560

1600

1649

1700

ontwikkeling bevolking deventer

1800

1900 1910

Afname jongeren

1935

1983

2000 2011

2035

op 1 januari 2011 telde deventer 98.779 inwoners Leeftijd mannenVrouwen 0 - 19 jaar 12.027

Totaal 11.640

20 - 64 jaar 65+ jaar 6.281

30.328 14.428

30.356 8.147

23.667 60.684

Het aantal inwoners nam in 2010 met 238 toe. deze toename is lager dan het gemiddelde (464) over de afgelopen vijf jaar. de deventer bevolking blijft naar aller verwachting de komende jaren nog wel een beetje groeien. Toch is sprake van minder groei dan verwacht. Twee jaar geleden werd nog gedacht dat de bevolking in deventer zou groeien naar 120.000 inwoners in 2025. onlangs is dat bijgesteld naar 105.000 in 2025. in 2015 bestaat 24% van de totale deventer bevolking uit jongeren. in 2025 wordt verwacht dat het aandeel jongeren terugloopt naar 22,3% (in heel nederland is het aandeel jongeren dan gemiddeld 21,3%).

ontwikkeling bevolking Stedendriehoek

Toename ouderen

in 2011 behoort 61,4% tot de potentiĂŤle beroepsbevolking. dat zijn de mensen die het werk kunnen doen. in 2025 is dat door de toenemende vergrijzing terug gelopen naar 58,6%.

>> 20


>>

Het gemiddeld besteedbaar inkomen was in 2008 in deventer per jaar € 32.100, - ( in nL was dat iets hoger, namelijk € 34.300, -). Per inwoner gemiddeld € 20.000, -. Per inwoner met 52 weken inkomen € 27.600, -. op 1 januari 2011 zijn er 41.913 woningen in deventer. 54% van deze woningen zijn koopwoningen. deventer telde in 2011, 41.231 huishoudens. dit zijn ongeveer 2,3 personen per huishouden. Begin jaren zeventig bestond een huishouden nog uit gemiddeld 3 personen, begin jaren vijftig zelfs nog uit vier personen per woning. er is sprake van gezinsverdunning: jongeren gaan eerder zelfstandig wonen en de ouders wonen daardoor ook weer eerder alleen of samen, maar dan zonder kinderen. ook neemt het aantal kinderen per gezin af en nemen de eenoudergezinnen toe. Verwacht wordt dat dit proces van daling van de gemiddelde woningbezetting zich de komende jaren doorzet. Bij een verwachte bevolkingsgroei van 4% betekent dit dat de behoefte aan woningen nog met 7% gaat stijgen, wat neerkomt op een toename van de behoefte van circa 3.000 woningen in de gemeente deventer.

21


Historisch Omdenken Deventer

22

Heb je dat ook wel eens. Je hebt een oplossing voor een probleem en plotseling gebeurt er iets waardoor de oplossing geen hout meer snijdt en je ineens heel anders naar het vraagstuk kijkt. Ineens ontstaan er dan allerlei nieuwe ideeën die daarvoor niet mogelijk leken. Omdenken.

Als derde voorbeeld laten we de ontwikkeling zien in het Havenkwartier. Het idee was om 1200 woningen te realiseren rond de havenarmen. Van boven af. Nu ontstaat er kleinschalige particuliere nieuwbouw. Ruimte voor de invulling van individuele woon- en werkwensen door individuele mensen.

Zo heeft ook omdenken in Deventer geleid tot de stad waar we nu trots op mogen zijn. Als andere plannen waren bedacht of uitgevoerd, waren wij misschien minder gelukkig geweest met ons woonen werkklimaat. Door op zekere momenten problemen om te zetten in kansen worden transformaties geboren waar we nu blij mee zijn. Het Bergkwartier op slopershoogte werd gered door niet te saneren maar te restaureren. Nu een toeristische trekpleister van de eerste orde. Deventer Dubbelstad; een uitbreiding tot 250.000 inwoners. Opoffering van de Hoven en natuurgebieden rond en ten westen van de IJssel. Welke nadelen ervaren wij nu we maar 99.000 inwoners hebben?

Kenmerkend in alle gevallen is het aanpassen van ideeën en plannen aan de ontwikkelingen in de tijd. Dat betekent daadkracht, slagkracht en flexibiliteit om te transformeren en de gebaande paden te verlaten. Soms moet misschien wel even een pauze worden ingelast of voor een gebouw of gebied naar een tijdelijke invulling worden gezocht. Deze transformaties leren ons dat we meer hebben aan een korte termijnidee dan een onomstotelijk vastgelegde visie voor tientallen jaren.

N

a de tweede wereldoorlog bleef ondanks de voortvarende wederopbouw ook in Deventer de volkshuisvesting een probleem. Dit leidde uiteindelijk in 1959 tot het grootse plan Deventer Dubbelstad. Naar 250.000 inwoners met nieuwe industrieën en een universiteit.

De dreigende overbevolking van het westen van Nederland en alle denkbare gevolgen daarvan, deden hier het idee ontstaan een stad buiten de Randstad te laten uitgroeien tot een grote stad. De ligging van Deventer aan een groot vaarwater en een kruispunt van wegen en spoorwegen, voedde het idee dat Deventer een uitermate goede plek was om veel mensen op te nemen. De bestaande stad zou op de rechteroever kunnen doorgroeien naar 130.000 inwoners en als spiegelbeeld zou een stad met 120.000 inwoners ontstaan aan de oostzijde van de IJssel. Voor die groei met 200.000 inwoners was twintig jaar uitgetrokken. Ter vergelijking: Nederland groeide in die periode met 200.000 inwoners per jaar. Omdat de provincie- grens werd overschreden was samenwerking met de provincie Gelderland en de gemeenten Diepenveen, Voorst en Gorssel noodzakelijk.

>>


Historische Omdenkplannen Expositie Deventer Dubbelstad

>>

Het plan voor de Dubbelstad was voor de wijk de Hoven het ingrijpendst. Deze wijk moest voor de Dubbelstad geheel worden afgebroken. De gemeente begon in 1959 meteen met de voorbereidingen, er werd vanaf dat moment niet meer gebouwd in de Hoven en onderhoud aan straten en woningen werden tot een minimum beperkt! Toen bijna tien jaar later de plannen niet doorgingen stond de gemeente voor een inhaalslag. Uiteindelijk vond de regering dat Deventer te hoog greep en in 1968 werd het plan afgewezen. Deventer zou uitbreiden in oostelijke richting. Door opheffing van de gemeente Diepenveen was uitbreiding naar 100.000 inwoners mogelijk. Deventer ontwikkelde toen ook snel het eerste plan voor de wijk Steenbrugge, gelegen op gronden die al sinds de 16e eeuw in het bezit van de stad waren.

23


Deventer Havenkwartier Masterplan 2004

24

Ruimte voor ideeĂŤn 2010

H

et Deventer havenkwartier ligt dicht tegen het centrum van de stad. Naarmate bedrijven groeiden zochten ze naar nieuwe locaties op de nieuwe industrieterreinen. Zo ontstond een verpauperd gebied met veel leegstand waar kleine bedrijfjes goedkoop konden ondernemen. In 2004 heeft de gemeente een masterplan ontwikkeld waarin veel hoogbouw met in totaal 1200 woningen. Nu wordt het gebied steeds vaker ontdekt door atelierhouders en bedrijfjes. Het idee voor de grootschalige aanpak met woningbouw is in 2010 getransformeerd naar kleinschalige invullingen voor wonen en werken vanuit particulier initiatief. Van top down naar bottom up. Het behoud van wonen en werken naast elkaar, met behoud van de specifieke kwaliteit, en met het water van de haven als drager van het gebied.


Deventer Bergkwartier W

egtrekken van bewoners en leegstand zorgden in de vijftiger en zestiger jaren van de vorige eeuw voor een desolaat Bergkwartier. In eerste instantie was sanering en sloop het plan. Ook ontstond het idee tot aanleg van een uitvalsroute door deze wijk. In 1966 konden vier particulieren deze ontwikkeling niet meer aanzien. Zij richtten de werkgroep Bergkwartier op. In 1967 werd door de toenmalige minister van CRM anderhalf miljoen gulden beschikbaar gesteld voor het eerste herstel van dit stadsdeel. Vervallen bebouwing werd geheel in stijl gerestaureerd.

Met deze ingrepen door de NV Bergkwartier, Maatschappij tot Stadsherstel, heeft Deventer in de afgelopen 45 jaren in en buiten het Bergkwartier veel panden kunnen behouden. Bewoners konden terugkeren naar een leefbare wijk van hoge kwaliteit en Deventer bleef beschikken over een oud stadsdeel met een hoge recreatieve waarde. Een toeristische trekpleister van de eerste orde. Loop je ook wel eens door het Bergkwartier met veel bewondering omhoog te kijken naar de prachtige panden, de mooie details en de kleinschalige opbouw met nauwe straatjes, gangen en pleintjes? Ben je dan ook zo blij dat we vandaag dit stukje historie nog kunnen beleven?

25


Omdenken bij de buren Proces

De deelstaat Sachsen-Anhalt is bijzonder getroffen door krimp.

-30% inwoners

De gevolgen zijn ingrijpend. Kansrijken vertrekken, kansarmen blijven. Uitdunnen van economische, culturele en sociale infrastructuur. Leegstand. Uitblijven van investeerders. De oplossingen zijn innovatief. Ontwikkelingsstrategie in plaats van ontwerp. Strategie in plaats van doelstelling. Flexibiliteit in plaats van eindplaatje.

26

IBA Stadtumbau 2010 In het kader van de IBAStadtumbau 2010 hebben 19 steden in de deelstaat Sachsen-Anhalt meegedaan aan een reeks experimenten over hoe om te gaan met een dalend en vergrijzend aantal inwoners. Wie als stad mee wilde doen moest ‘solliciteren’ met een ontwikkelingsvisie en een konkreet uitgewerkt projectvoorstel. Gedurende een periode van 8 jaar werden de steden begeleid, gemonitord en inhoudelijk ondersteund door een team van professionals van de Bauhaus-Universiteit Dessau. Door deze tussenschakel kon de overheid de verstrekking van subsidies verbinden aan de inhoudelijke plankwaliteit in plaats van de gebruikelijke kwantitatieve toekenning te hanteren. Het oorspronkelijke deelnemersaantal was 20. Eén stad moest na de kwaliteitsmonitoring afvallen.


Omdenken bij de buren Expositie

informatie verstrekken over demografische ontwikkelingen, probleembewustzijn creĂŤren

vertegenwoordigers van regionale organisaties (monumenten, architectuur, milieu, banken, etc.) en regionale expertise

monitoring

deelstaatministerie, werkgroep demografie

IBA-sturingscommitee 2x per jaar bespreking projecten, inbreng regionale stakeholders

vertegenwoordigers van de bondsregering, nationale organisaties, nationale media, nationale en internationale wetenschappers

Synergie Nieuwe en brede samenwerkingsverbanden om belangrijke projecten te realiseren.

IBA-curatorium 1x per jaar inbreng nationale en internationale expertise

Maatwerk De inhoud van de visie is toegespitst op de actuele situatie, de geschiedenis en de potenties van de desbetreffende stad en haar burgers.

gezamenlijke evaluatie 1x per jaar, bijstellen strategie, vastleggen nieuwe doelstellingen

sollicitatie met projectvoorstel

Eenvoud Eenvoudige, praktische oplossingen slagen beter dan ‘intellectuele’ modellen.

19 steden - 1 processtructuur - 19 individuele oplossingen bundelen van (bestaande) subsidies

1 x per week op locatie

faciliterend

Mediation Op ongebruikelijke en creatieve wijze werden belemmeringen in het proces weggenomen (vooral communicatie, procesmanagement en regelgeving).

IBA-Projectleiders inhoudelijk begeleiden, inbrengen externe expertise en ondersteunen realisatiefase

PR en communicatie

ministerieoverkoepelende werkgroep 4x per jaar projectoverleg

IBA-bureau Prof. P.Oswalt, Prof. O.Akbar, R.Schulz 1x per maand bestuurlijk overleg Budget ca. 800.000 - 1.200.000 euro per jaar

Bauhaus Universiteit Dessau (wetenschap)

SALEG (regionale politiek)

27


Omdenken bij de buren Voorbeelden

Maatwerkstrategie Halle, woonwijk Glaucha Brandingstrategie Lutherstadt Eisleben Conflictstrategie Halle Neustad Groene strategie Dessau

28


koopondersteuning, subsidieadvies. • Aanpak openbare ruimte: VVE heeft een positie tegenover de gemeente.

• Samenwerking met Lutherstadt Wittenberg. • Individuele, creatieve oplossingen voor leegstand, braakliggende terreinen en bouwvallen.

tiële) bewoners. • Onvoldoende spin-off effect van het nieuwe winkelcentrum, corporaties investeren niet in woningverbetering.

verse functies in het groen (individuele claims, crossbaan, experimenteerveld van de universiteit). • Flexibiliteit voor toekomstige ontwikkelingen.

Kansrijk omdat... • Aanpak imagoprobleem: buurttuin, theater, kunstmanifestaties, PR-acties. • Aanpak particulier eigenBewonersinitiatief dom: verbouwadvies, verDekoopondersteuning, particuliere eigenaren subsirichtten een wijkoverkoepedieadvies. lende VvE op die de belangen • Aanpak openbare ruimte: vanVVE de heeft eigenaren behartigt. een positie

Kansrijk omdat... • Werken vanuit authentieke waarden. • Afbakening van het project om het beheersbaar te Lutherstadt houden. middelen worden gecon• AlleSamenwerking met centreerd om het historisch Lutherstadt Wittenberg. aantrekkelijk te • centrum Individuele, creatieve opmaken voor toeristen. lossingen voor leegstand,

Kansloos omdat... • Werken vanuit een enkel belang (lobby van woningcorporaties) • Onvoldoende aandacht Dubbelstad voor belangen van (potenDetiële) DDR-stadsuitbreiding bewoners. ‘Neustadt’ is via een verkeers • Onvoldoende spin-off efas fect verbonden Halle.winEen van hetmet nieuwe nieuw (winkel-)corporaties centrum in kelcentrum, Neustadt moet ditinstadsdeel investeren niet woningopwaarderen verbetering.tot een evenwichtige dubbelstad.

Kansrijk omdat... • Werken vanuit historische structuur van de stad. • Fiets-/ wandelroute maakt groen toegankelijk. claims • Groene Beleveniswaarde door diDeverse historische kernen functies in hetworgroen den weer vrijgelegd. (individuele claims,Binnen crossdeze nieuwe groene rivieren baan, experimenteerveld worden (kavels 20m x van de‘claims’ universiteit). aan bewoners gegeven • 20m) Flexibiliteit voor toekomstivoor commerciële doelgeniet ontwikkelingen. einden.

• 75.000 inwoners • krimp: 25.000 inw.

tegenover de gemeente.

braakliggende terreinen en bouwvallen.

• 7.000 inwoners • ± 40% leegstand

• 18.000 inwoners • krimp: 10.000 inw.

• 300.000 inwoners

Bewonersinitiatief De particuliere eigenaren richtten een wijkoverkoepelende VvE op die de belangen van de eigenaren behartigt. Halle Glaucha

Lutherstadt Alle middelen worden geconcentreerd om het historisch centrum aantrekkelijk te maken voor toeristen. Eisleben

• Dubbelstad krimp: 100.000 inw. 10.000 in Halle en 90.00 in Dewaarvan DDR-stadsuitbreiding Halle-Neustadt ‘Neustadt’ is via een verkeersas verbonden met Halle. Een nieuw (winkel-) centrum in Dubbelstad NeustadtHalle moet dit stadsdeel opwaarderen tot een evenwichtige dubbelstad.

waarvan 150.000 in Halle en 150.00 in Halle-Neustadt

Maatwerkstrategie

Brandingstrategie

• 7.000 inwoners • ± 40% leegstand

• 18.000 inwoners • krimp: 10.000 inw.

Conflictstrategie

 • 300.000 inwoners waarvan 150.000 in Halle en 150.00 in Halle-Neustadt

• krimp: 100.000 inw. waarvan 10.000 in Halle en 90.00 in Halle-Neustadt

Groene claims De historische kernen worden weer vrijgelegd. Binnen deze nieuwe groene rivieren worden ‘claims’ (kavels 20m x Dessaugegeven 20m) aan bewoners voor niet commerciële doeleinden.

Groene strategie

 • 75.000 inwoners • krimp: 25.000 inw.

29


Een geit zit vast aan een touw van 1m lang. Toch eet de geit 5m verderop het gras.

Hoe kan dat? Het touw zit nergens aan vast. antwoord:

30


Lettele doet wat het wil

31


In Lettele is een proces gestart voor een dorpsvisie 'Samen werken aan Lettele’. Samen met Plaatselijk Belang, de woningcorporatie, de zorginstelling en de school wil de gemeente een nieuwe manier van samenwerken aangaan. Architectuurcentrum Rondeel organiseerde op 10 mei 2012 een debatavond in café restaurant De Koerkamp in Lettele. De volgende vragen stonden op de agenda: Wat zijn de gevolgen van deze bottom-up-aanpak voor de gemeente, de betrokken organisaties en voor het dorp zelf? Wat is er te leren van deze cultuur van overleg en het creëren van vertrouwen? Vanuit verschillende invalshoeken en disciplines werden deze avond ervaringen en visies gedeeld.

Neemt Lettele de leiding of doet het gewoon wat het wil (zoals ze gewend zijn)? 32

Anne Marie van Oldeniel-Boerhof, Voorzitter van Plaatselijk Belang (PB) van Lettele Anne Marie van Oldeniel-Boerhof, ging namens Plaatselijk Belang – en zoals ze zegt namens alle bewoners – in op de concept dorpsvisie ‘Samen werken aan Lettele’. Deze visie omvat niet alleen de dorpskern maar ook het buitengebied. Het doelgebied is Lettele, Linde en Oude Molen. Het dorp Lettele heeft 568 inwoners in de dorpskern en 900 mensen in het buitengebied. De kern beslaat 68 ha en het buitengebied 500 ha. Het dorp wordt omgeven door bos en landbouwgrond. Daarnaast is er in Lettele de afgelopen jaren veel gebouwd. Deels huur, deels koop en inmiddels staan er ook


Lettele doet wat het wil Lezingen en Discussie seniorenwoningen. Dit laatste is niet helemaal gegaan zoals Lettele het had gewild, aldus Van Oldeniel. Ze vervolgt: “En als je Lettele de leiding had gegeven, had het er anders uitgezien.” Er zijn goede voorbeelden te noemen hoe het goed werkt in een dorpsgemeenschap. Van Oldeniel noemt onder andere de burgerparticipatie in Groot-Brittannië (The Shelby Trust) waar het bijvoorbeeld ‘normaal’ is dat niet-professionele burgers aan de vergadertafel zitten. De community is daar het

referentiekader, helpen en perspectief bieden is de rol van de overheid (dienstbaarheid van professionals) en de overheid heeft wel invloed. Als ander voorbeeld noemt Van Oldeniel de visie van Dirk Strijker, Hoogleraar plattelandsontwikkeling RU Groningen, die het heeft over de voordelen van een rurale idylle, het organiserend vermogen, sterke actoren, zelf willen investeren (ook in euro’s), zelf succes willen maken, verenigingen, hulp en zorg in een dorp.Van Oldeniel: “We herkennen ons in deze voorbeelden. We hebben als dorpsgemeenschap een groot organisatie-vermogen en we zijn zelfwerkzaam en zelfredzaam. En we zijn als Plaatselijk Belang al 75 jaar een gesprekspartner waar je als gemeente op terug kunt vallen.”

Behoud van de grote sociale cohesie in Lettele is voor de toekomst van het dorp essentieel. 33


Uit de dorpsvisie blijkt dat de gemeente om die reden met Lettele een nieuwe manier van samenwerken wil aangaan. Burgers, overheid, instellingen en organisaties werken naast elkaar samen aan de leefbaarheid van het dorp.

Steeds vaker zal het dorp, al dan niet samen met andere partners,initiatieven oppakken. De gemeente wil dit stimuleren en hiervoor ruimte bieden. Van Oldeniel benadrukt wel dat het proces ten aanzien van de dorpsvisie plaatsvindt in overleg met de gemeente en andere maatschappelijke partijen, maar het is wel de visie en het beleid van de gemeente. Dit betekent volgens haar niet alleen een andere rol en houding van de gemeente, maar ook voor Lettele. In de visie benoemt de gemeente de veranderende rollen, waaronder: 34

• • • •

een steeds groter beroep wordt gedaan op de zelfredzaamheid van de burgers, bewoners en actoren steeds meer op elkaar aangewezen zijn, Maatschappelijke betrokkenheid en participatie van bewoners belangrijk is Het verzoek aan burgers om een steentje bij te dragen in de maatschappij

• Van Oldeniel noemt het – zoals ze zelf zegt – “enigszins gechargeerd de tien geboden”. Lettele neemt de leiding? Op de stelling ‘Lettele neemt de leiding’, reageert Van Oldeniel stellig: “Nee dus, dat gaat Lettele niet doen en kan Lettele ook niet doen. Laat ons in onze natuurlijke rol.” Als je kijkt wat er allemaal al is gerealiseerd in Lettele, dan is duidelijk dat het al een kern is waar pit in zit en hoef je dus ook niet de leiding te nemen. En als Lettele iets wil, dan gebeurt het echt wel. En als Lettele iets niet wil, dan moet je van goede huize komen om het dan toch door te zetten.”


Wat is dan het vervolg van de dorpsvisie? Wat Van Oldeniel betreft werken Lettele, de gemeente en alle relevante actoren samen verder aan de toekomst van Lettele zonder programma, maar met aandacht voor: • • •

• •

OMDNKN: deconstrueren en construeren: samenwerken en denken in termen van kansen en niet van problemen, LSLTN: niet de norm maar maatwerk, VRTRWN: vertrouwen hebben, elkaar de ruimte bieden binnen en buiten bestaande kaders en georganiseerd overleg met alle betrokkenen, WGLTN: ons af en toe eens afvragen; hoe belangrijk vinden we dit (overmorgen)? MDDLN: nu of in de toekomst middelen om plannen te realiseren.

35


Rik Herngreen schetst een beeld van de samenleving aan de hand van een viertal grondhoudingen of wereldbeelden, bestaande uit: de waarschuwers en de profeten, de beheerders en beheersers, de benieuwden en verzinners en de passieven.

Rik Herngreen, onderzoeker en publicist Deze grondhoudingen / wereldbeschouwingen zijn volgens Herngreen van alle tijden. Samengevat zijn de waarschuwers en de profeten behoedzaam en achterdochtig en blind voor kansen in de samenleving. Hun scherpe oog voor gevaren kunnen we soms goed gebruiken. De beheersers en beheerders zien de risico’s als dingen die je kunt beteugelen met eenduidige kennis, techniek en heldere keuzes en procedures om met de onzekerheden in de samenleving 36

om te gaan. Alleen bekende gegevens doen ertoe en we kunnen er niet zonder om met de onzekerheden van de samenleving om te gaan. We kunnen niet zonder de beheerders en de beheersers. De benieuwden en de verzinners erkennen net als de waarschuwers de dingen die je alleen met je ooghoeken kunt zien maar die vormen geen bedreigingen maar kansen en verrijkingen en verrassingen voor nieuwe avonturen. Ze kunnen daardoor verbinden en ze waarderen wat niet rechtstreeks gebonden is aan het overleven en het bezweren van grotere doelen‌ ze


houden van het onverwachte en verrassende, het onmeetbare ook als dat niet direct nut heeft. Paradoxaal genoeg heeft juist dat ongeprogrammeerde zoeken en ontdekken een formidabele betekenis voor onze overlevenden, stelt Herngreen. De passieven ten slotte zien al dat waarschuwende, beheersende en benieuwde gelaten aan en verder doen ze weinig‌ soms stemmen ze. Ook zij zijn nodig als dempende massa. Als iedereen voortdurend bezig was met waarschuwen, beheersen en ontdekken, dan werd onze wereld wel heel belangrijk. Het is niet alleen de visie van Herngreen van hoe de samenleving in elkaar zit. Ook uit vergelijkend onderzoek blijkt dat je in elke samenleving, in elke gemeenschap, in elk dorp, in elke beroepsgroep vier basale grondhoudingen vindt die veel te maken hebben met hoe mensen aankijken tegen en omgaan met onzekerheden, onvoorspelbaarheden en risico’s die elke fysieke en sociale samenleving nu eenmaal onvermijdelijk aankleedt.

De kracht van de samenleving bevindt zich niet in zijn eensgezindheid maar juist in zijn verscheidenheid.

Als je die ten minste productief maakt. Het is niet moeilijk om vertegenwoordigers van de drie actieve grondhoudingen te vinden. Je ziet ze overal. Wat voor een dorpsgemeenschap van algemeen belang is, is misschien wel belangrijker dan de belangen van particulieren. Niet alleen omdat het tot nog niet eerder gedachte oplossingen kan leiden, maar ook omdat mensen verlost kunnen raken uit integrale competities. Het doet immers een beroep op mensen als burgers en levenshoeders van algemeen belang. Eerst gezamenlijk een geaccepteerd idee ontwikkelen over wat er in een dorp concreet van algemeen belang is. 37


Wat moet de rol van de overheid zijn? Sinds de verlichting heeft de overheid slechts ĂŠĂŠn kerntaak, volgens Herngreen. Ervoor te zorgen dat mensen kunnen beschikken over de vrije ruimte die ze nodig hebben om zich naar eigen aard, instelling en talenten te kunnen ontwikkelen en volwaardig mee te kunnen doen aan de samenleving. Meer niet. In ieder geval is de consequentie dat de overheid alles moet doen om dat mogelijk te maken en te houden, maar in dat proces niet dat de overheid in dat proces niet zelf deelnemer moeten zijn. Betekent dat een soort overheidspassiviteit als het vrije maatschappelijke proces eenmaal gefaciliteerd is? Nee. Er blijft heel wat te doen. In de eerste plaats moeten volgens Herngreen uitkomsten van vrije maatschappelijke processen nogal eens afgehecht worden met spelregels. In de tweede plaats moet voorkomen worden dat sterke maatschappelijke spelers en listige 38


free riders de vrije maatschappelijke ruimte koloniseren voor hun eigen idealen of gewin zodat er weinig vrije ruimte meer over blijft. In de derde plaats blijft het een punt van voortdurende aandacht dat de mensen ook voldoende toegerust moeten zijn om aan de maatschappelijke processen te kunnen deelnemen. In de vierde plaats blijkt uit sociologisch onderzoek dat de inzichten van bepaalde groepen in de samenleving in bottomupprocessen structureel niet of nauwelijks aan bod komen. Dat betreft met name allochtonen, mensen met lage inkomens, huurders, jongeren en vrouwen. Het behoort tot de natuurlijke taken van de overheid ervoor te zorgen dat ook hun verhalen en behoeften aan bod komen. Ook als ze zichzelf niet uiten.
 In de vijfde plaats kan het voorkomen dat het bottom-upproces zichzelf gaat richten tegen de pluralistische diversiteit en dat het mensen de

ruimte en de aanleidingen gaat ontnemen die ze nodig hebben voor het goede leven. In dat geval kan het de plicht van de overheid zijn zich te keren tegen wat een bepaalde gemeenschap of meerderheid daarin nastreeft. En zo opnieuw ruimte scheppen in plaats van ruimte te laten vullen.

In een actieve pluralistische gemeenschap moet er altijd wat te doen zijn voor de waarschuwers, beheerders en de benieuwden. Als grote spelers en projectontwikkelaars, alles kant en klaar verzorgen, dan blijft er voor de mensen zelf weinig over. En dan verpietert de gemeenschap en is deze gemeenschap ten dode opgeschreven. Hier licht ook een taak voor de overheid. Andries van den Berg heeft het 39


graag over de overheid die voor het substraat moet zorgen, al moet de gemeenschap in al zijn pluraliteit groeien en bloeien, maar die dat groeien en bloeien zelf naar vorm en inhoud moet overlaten aan de gemeenschap‌

Herngreen wil een stap verder gaan. Met het aanbrengen van het substraat moet de overheid zich alleen bezighouden voor zover de gemeenschap dat zelf niet kan. Want juist het maken en het onderhouden van het substraat kan een belangrijk onderdeel zijn van dat groeien en bloeien zelf. Anderen moeten groeien en bloeien over laten aan de gemeenschap. Overheden die er zo naar kijken 40

en daar naar handelen, zijn volgens Herngreen helaas dun gezaaid. Dat is raar, want het vloeit rechtstreeks voort uit het oorspronkelijke politiek filosofische ontstaan van ons publieke gestel. Toch worden veel overheden zo gedomineerd door de beheersers en beheerders, dat zij menen dat zij vorm en inhoud geven aan de samenleving en dat de publieke domein van hun is. Zo’n overheid voetbalt niet mee, maar neemt het hele spel over. Voor de gemeenschap is het de dood in de pot. Zulke overheden en aanverwante instituties gaan ook pervers om met de wil van mensen om zelf iets bij te dragen aan de samenleving. Als vrijwilligheid al wordt gewaardeerd, dan worden zij binnen het keurslijf van de exacte specificaties gehouden en krijgen zij geen greintje ruimte om hun eigen invulling te geven aan hun taken. Geen wonder dat het voor organisaties die zo denken moeilijk is om vrijwilligers te vinden en dat die massaal afhaken. Tegen al deze achtergronden neemt Herngreen de zaal mee naar het hypothetische dorp, het


zou Lemele of Lettele kunnen zijn, dat veel heeft bereikt door de kracht van de gemeen-schap. Aspecten die zich daar aandienen, zijn o.a.: • • • •

een dorpsbelang dat van wanten weet allerlei partijen die oog hebben voor de gemeenschap hart van het dorp met een kerk en andere gebouwen en nog verbonden met de natuur aan alle andere kanten bevindt zich een nieuwbouwschil, die behoren niet tot het allerbeste wat er is voortgebracht er is verborgen leegstand en er zijn functies die verdwijnen en bovendien is er sprake van krimp tegelijk is er sprake van nieuwe behoeften en nieuwe leefwijzen, behoeftes die vraagt om een andere structuur

Met deze behoeften en veranderingen kun je als overheid op twee manieren omgaan: 1. Je maak een prognose van nieuwe behoeften en dan rol je – zoals je het altijd hebt gedaan – maar dan klein en langzaam, in overleg met het dorp, samen met de project-ontwikkelaar een volgend nieuwbouwprojectje uit dat voor geruime tijd in die behoefte kan voorzien. En dan maar hopen dat die zich ook daadwerkelijk zullen voordoen. 2. Je maakt helemaal geen prognose en richt ook geen uitvoeringsorganisatie in. Je zorgt wel dat de behoeften die zich aandienen op maat kunnen worden geaccommodeerd door transformatie van die gebouwen en plekken die 41


anders zouden verpauperen. Je creĂŤert andere mogelijkheden. Daarvoor moet je samen met de gemeenschap wel een goed beeld hebben van wat je wilt. Kies je voor nieuwbouw, dan aanvaard je dat er in een ooit prachtig gebied steeds meer rotte kiezen komen. Je zet er gewoon een functie naast. Kies je voor transformatie van al dan niet geordende leegstand, dan gebruik je de investeringen om van rotte kiezen gouden kronen te maken en snijdt het mes aan twee kanten. Dit hypothetische dorp heeft heel wat bereikt en dat heeft alles met de kracht van de gemeenschap, een wethouder die snapt wat de rol van de overheid is, en met het feit dat een klein dorp meestal beter af is dan een stadsgemeenschap en met de aanwezigheid van zakelijke partners die verstand van zaken hebben. Nu is er een uitgelezen kans om dat ook vast te houden en door te zetten. De kans ook dat er voorlopig altijd wel iets te doen is voor beheersers, beheerders en de waarschuwers van het dorp. De kans dat de passieven er ook van genieten. Een kans ook 42

dat nieuwkomers denken hier moeten we zijn en aan meedoen. Dit is veel leuker dan al die saaie standaard nieuwbouwprojectjes. Moet je als dorpsgemeenschap iets slikken of mag je iets maken? Er is best ruimte voor optimisme, maar juist als het om vastgoed gaat, wordt er vastgehouden aan oude planologische regels.


Andries van den Berg licht tot slot het proces voorafgaand aan de totstandkoming van de dorpsvisie toe. Bij de totstandkoming was het steeds de intentie van de gemeente om samen met het dorp te ontwikkelen. Andries van den Berg, procesbegeleider dorpsvisie Lettele en directeur van BĂźgelHajema adviseurs De gemeente heeft indertijd aangegeven: ga maar eens gewoon van start met het programmaloos denken. Volgens Van den Berg is het erg bijzonder dat de gemeente zo veel vertrouwen had om op deze manier al pratend van start te gaan om een dorpsvisie voor de langere termijn te ontwikkelen en uitvoeringsagenda te maken voor de kortere termijn voor Lettele. Met alle partijen zijn diepgaande gesprekken gevoerd (tijdens een dorpsconferentie in 2011) over de betrokkenheid met de

dorpsgemeenschap in het verleden, de huidige situatie en de verwachting naar de toekomst. Daarbij viel op, dat de dorpsbewoner de bestaande verworvenheden en waarden willen behouden. Alle ander partijen voorzien grote veranderingen als gevolg van economische omstandigheden, terugtredende overheid, onbetaalbaarheid van zorg bij een vergrijzende samenleving, huisvesting van met name ouderen en aanpassingen van het landbouwbeleid in Brussel. Zij zijn zoekend naar nieuwe samenwerkingsvormen en verdienmodellen. Stichting IJssellandschap staat open voor een heroriĂŤntatie op samenhangende belangen in het landelijk gebied. Vanuit het Lectoraat Gebiedsontwikkeling en Recht van de Saxion 43


Hogescholen wordt waarschuwend gewezen op vaste verhoudingen tussen overheden en burgers. De sterk in onze cultuur verankerde rollen verander je niet zomaar. Dat kost tijd en vertrouwen.

De dorpsconferentie leverde een kortetermijn-agenda op voor Lettele: •

44

De werkgroep Duurzaam Lettele, LTO Salland en Stiching IJssellandschap onderzoeken of uit biomassa uit de directe omgeving het zwembad en de Spil (sportvoorziening) kunnen worden verwarmd. Onder leiding van Woonstichting de Marken wordt in samenwerking met de vrijwilligerscentrale en de zorginstellingen ouderenhuisvesting op kleine schaal onderzocht. Aantal wooneenheden minder dan tien. Vrijwilligers worden ingezet bij de dagelijkse hulp. Wanneer het noodzakelijk is kan professionele hulp en zorg worden ingeroepen.

Ten aanzien van de volkshuisvesting wordt een studie opgezet naar de Trias Domestica: Is het mogelijk om het bestaande vastgoed in te zetten bij de vraag naar starterswoningen en ouderenhuisvesting? In eerste instantie door dit opnieuw te gebruiken, ten tweede door dit te herontwikkelen en daarna pas over te gaan tot nieuwbouw. Deze vraag is gebaseerd op een mogelijk toekomstig overschot aan vastgoed.


Andries van den Berg over de rol van de overheid: Het fundament van deze ontwikkelingen moet actief door de overheid worden gerealiseerd en bijgehouden. Voor de extra’s kan de overheid een faciliterende rol aannemen: biedt bewoners van dorpen en wijken de gelegenheid om zich te organiseren, en te helpen daar waar even een professionele hand nodig is. Trek je daarna terug en informeer op regelmatige basis naar de stand van zaken. Organiseer met dorp of wijk een halfjaarlijkse ontmoeting, waar kan worden teruggekeken naar de successen en het falen. Kijk steeds twee jaar vooruit om de agenda bij te stellen. Ligt er een onderzoeksvraag? Meld daar wat je doet vanuit je primaire verantwoordelijkheid en vraag naar nieuwe initiatieven of aanpassingen aan de bestaande situatie. Betrek raadsleden bij deze ontmoetingen zodat men vanuit een kaderstellende positie toch goed op de hoogte is van de actualiteit. 45


Tijdens de avond werden de lezingen op twee momenten onderbroken door een optreden van het cabaretduo 3Koteboebo met Mark te Boekhorst en Wilco Boksebeld die op ludieke en prikkelende wijze een bijzondere draai aan het thema ‘OMDENKEN’ gaven. Het van ‘ja maar’ omdenken naar ‘ja en…’. 46


Hoe nu verder? Vanuit de zaal zijn er nog verschillende vragen over de verdere invulling en het vervolgtraject ten aanzien van de dorpsvisie. Wie speelt welke rol? Er is een aanjager nodig. En welke rol speelt PB daarin? Volgens Anne Marie van Oldeniel is het spannend wat er nu verder gaat gebeuren. “We moeten in de toekomst ervoor zorgen dat alles waarover we het vanavond hebben gehad, landt bij de gemeente.”

Van Oldeniel tot slot: We hebben het over omdenken. Het omdenken gaat ervan uit, dat je alleen kijkt naar de feiten. Dat je dingen die er zijn op een andere manier bekijkt.

Suggesties die worden geopperd:

Het risico is dat je het alleen maar gaat hebben over geld, nieuwe structuur en een wijkraad. We zijn een dorp, we weten goed wat we willen. Laten we in 2012 kijken wat er de komende tijd op de agenda staat. Het grote gevaar is dat we verzanden in gesprekken over structuur en geld. Alles wat we daadwerkelijk nodig hebben, is er al. En wat er wel moet gebeuren, komt dan in 2013 vanzelf boven tafel.

Lettele heeft een wijkraad nodig met een eigen bevoegdheid en budget naar voorbeeld van Rotterdam. In Engeland krijgen wijken een substantieel budget. Soms wordt er daar iemand in dienst genomen. Het voordeel daarvan is dat je serieus genomen wordt. Leg je wensen gewoon op tafel. Laat je niet belemmeren dat er nu geen geld beschikbaar is.

47


Denken om Lettele Programmaloos plannen en uitvoeringsgericht onderzoeken

Actieve groepen Belangenverenigingen Werkgroep Lettele Digitaal p/a Oerdijk 107 | 7434 RA Lettele telefoon 0570-551330 Plaatselijk Belang Oerdijk 182 | 7434 RC Lettele telefoon 0570-653374 Ondernemersvereniging Lettele p/a Bathmenseweg 22 | 7434 PZ Lettele telefoon 0570-551057 Tienerwerk p/a Wichinksweg 33 | 7434 RV Lettele telefoon 0570-551744 Dorpsarchief p/a Oerdijk 174 | 7434 RC Lettele telefoon 0570-551244 Katholieke Bond voor ouderen Bathmenseweg 33 | 7434 PX Lettele telefoon 0570-551408 De Spil p/a Oerdijk111B | 7434 RA Lettele telefoon 0570-551658 Vrijwilligersknooppunt Bathmenseweg 22 | 7434 PZ Lettele telefoon 06-20153581 ZijActief Wichinksweg 45 | 7434RV Lettele telefoon 0570-551567 Buurtbus (Lettele-Okkenbroek) p/a Oerdijk 174 | 7434 RC Lettele telefoon 0570-551244 Carnavalsvereniging de Fienpreuvers Wichinksweg 4 | 7434 PX Lettele telefoon E.H.B.O. Lettele/Okkenbroek p/a Wichinksweg 18 | 7434 RW Lettele telefoon 0570-551825

48


Lettele doet wat het wil Expositie Dorpsvisie en Uitvoeringsagenda Energie uit de omgeving Vereniging Plaatselijk Belang LetteleLinde-Oude Molen heeft een werkgroep opgericht, Duurzaam Lettele, om te stimuleren dat Lettele volledig energieneutraal wordt. Onderdeel daarvan is de verduurzaming van het zwembad en de sporthal ‘De Spil.

Evenementen en welzijn Stchting ouderenwerk deventer H.G. Gooszenstraat 10 | 7415 CL Deventer telefoon 0570-61 12 4 De Letter p/a Dortstraat 55 | 7416 ZS Deventer telefoon 0570-633932 SECL p/a Bathmenseweg 28 | 7434 PZ Lettele telefoon 0570-551207 De Zonnebloem p/a Oerdijk 111 A | 7434 RA Lettele telefoon 0570-551580 Sport Volleybal Vereniging Lettele p/a Oerdijk 133 | 7435 PJ Okkenbroek telefoon 0570-747767

Onderzoek wonen en vastgoed In kwantitaieve zin is er in de toekomst nauwelijks behoefte aan woningen. De bestaande woningen moeten te vrag kunnen opvangen. Hoe stem je vraag en aanbod op elkaar af? Onderzocht wordt in hoeverre bestaande woningenof vrijkomende gebouwen geschikt gemaakt kunnen worden voor de toekomstige behoefte.

Dartclub p/a Wichinksweg 33 | 7434 RW Lettele telefoon 0570-551744 Handbal vereniging Lettele p/a Wichinksweg 41 | 7434 RV Lettele telefoon 0570-550062 Tennisvereniging Lettele p/a Korenkamp 28 | 7434 SC Lettele telefoon 0570-551135 Zwembad Lettele p/a Oerdijk 144 | 7434 RB Lettele telefoon 0570-551802 Wielerclub Lettele p/a Wichinksweg 30 | 7434 RW Lettele telefoon 0570-551753 Voetbalvereniging Lettele p/a Korenkamp 20 | 7434 SB Lettele telefoon 0570-551662 Badminton Vereniging p/a Achterhoekstraat 15 | 8124 AM Wesepe telefoon 0570- 531681 Gymnastiekvereniging Snel en Sportief p/a Wichinksweg 8 | 7434 RW Lettele telefoon 0570-551636 Majorettepeloton Lettele Schiphorsterweg 4 A | 7435 PB Okkenbroek telefoon 0570-551650

49


Het Zwembad en De Spil Zwemabonnementen De voorverkoop van de abonnementen is in april op de basisschool. De definitieve datum volgt nog. Voor uw en ons gemak vragen wij u één week van te voren de abonnementen via de bank te betalen.  De abonnementen liggen dan voor u klaar, zodat u niet hoeft te wachten. Is het geld nog niet binnen dan kunt u de kaarten ook nog op de eerste openingsdag afhalen bij het zwembad. Ook kunt U ook gewoon contant betalen, tijdens de voorverkoop, op de basisschool. Voorverkoop prijzen:   1 abonnement 17,50 euro 2 abonnementen 30 euro 3 abonnementen 40 euro 4 abonnementen 50 euro 5 abonnementen 60 euro 6 abonnementen 70 euro “De Spil” is gebouwd in 1976 toen er in Lettele dringend behoefte was aan overdekte sportruimte. In 1998 is de zaal vergroot en wel zodanig dat deze geschikt werd voor meerdere wedstrijdsporten. In 2009 is het geheel verrijkt met een OMNIVELD. De instandhouding en exploitatie van het gehele complex wordt verzorgd door de vrijwilligers van stichting “De Spil”, centrum voor sport en recreatie te Lettele. Op dit moment maken verschillende (sport)verenigingen en groepen, van binnen en buiten Lettele, gebruik van de mogelijkheden bij de Spil voor o.a. recreatievedoeleinden, jeugdactiviteiten en vergaderruimten.

50


Elke dag een snipperdag! Energievraag: De Spil en het Zwembad gebruiken jaarlijks 30.000 m3 gas. 3 kg hout levert 1 m3 gas. 1000 kg houtsnippers staat gelijk aan 250 m3 gas. Uit 1 ha bos komt ongeveer 7.000 kg (snoei-)hout. Voor het Zwembad en De Spil is elk jaar 120.000 kg houtsnippers nodig. Of anders gezegd: 17 hectare bos

IJssellandschap Stichting IJssellandschap en haar rechtsvoorganger ‘de Verenigde Gestichten’ beheert en ontwikkelt sinds 1267 land, landgoederen, boerderijen en huizen rondom Deventer. Door de eeuwen heen zijn zij met zorg en respect omgegaan met het land, de natuur, de mensen die er wonen en de mensen die er willen recreëren. Volgens goed rentmeesterschap hebben zij de bezittingen in de loop der tijd laten groeien en ontwikkeld ten behoeve van de inwoners van stad èn land. Het IJssellandschap van nu is onlosmakelijk verbonden met het verleden. Een verleden dat tevens de inspiratiebron is voor de toekomst, waarin zij ruimte willen creëren voor innovatie, gericht op natuur, duurzame landbouw, ondernemerschap en recreatie. Stichting IJjsellandschap onderzoekt samen met het dorp of er tot een vorm van samenwerking kan worden gekomen om het zwembad en De Spil met biomassa uit het bos te verwarmen Locale dunning levert ongeveer 8m3 hout per ha per jaar op. 1m3 blijft daarbij achter ten behoeve van biodiversiteit. (schuiplaatsen voor kleine zoogdieren en dergelijke) Het landgoed meet 550 hectare, maar bestaat niet alleen uit bos.

51


Het tentoonstellingsconcept ‘Krimp uit de kast’ is bedacht door architect Ulrike Weis ten Elsen. Uitgangspunt van haar idee was ‘Transformatie’. Omdenken staat voor creatieve en onverwachte oplossingen voor schijnbaar onoplosbare problemen. Het staat voor de vaardigheid om het eigen perspectief zo te veranderen dat door het andere standpunt nieuwe inzichten ontstaan. Ook de expositie verandert in de loop van het

52

jaar telkens weer; nieuwe onderwerpen vragen om andere invullingen en andere opstellingen. De expositie omarmt de transformatie. De architect heeft acht tentoonstellingselementen ontworpen in de vorm van mobiele kasten. De kasten kunnen in talloze opstellingen met elkaar gecombineerd worden waardoor elke keer een eigen sfeer in de expositieruimte gecreëerd wordt: open - dicht of staand - liggend. In de loop van het jaar zijn ze ook een aantal keren van kleur veranderd. De invulling van de kasten bestaat uit geprint behang met per onderwerp een passende vormgeving.


Krimp uit de Kast Ontwerp expositie

53


54


55


Ja, maar wat als alles lukt ???

56


IdeeĂŤnflitsen over Omdenken

57


58


Ideeënflitsen over Omdenken presentaties Elf zeer uiteenlopende burgers, met zeer verschillende achtergronden, waren uitgenodigd om ieder 20 plaatjes te tonen en bij elk plaatje precies 20 seconden een toelichting te geven.

Volgens een strak en niet te ontduiken schema werden presentaties gegeven door: • •

Thema was: hoe kijk jij tegen de huidige en toekomstige relatie tussen platteland en stad aan. Wilma Mensink, lid van de werkgroep die het project OMDENKEN organiseert, leidde de avond in en sloot af met de constatering dat er veel stof tot nadenken overbleef. De elf bijdragen waren zo verschillend dat ze nauwelijks met elkaar te vergelijken vielen. Mensink: ‘Ga er vanuit dat de som meer is dan de afzonderlijke delen!’ Een boodschap die niet overbodig was zoals bleek uit de elf bijdragen .

• • • • • • • • •

Roy Waterman (gebiedsformateur Masterplan, Deventer) Bart Ellenbroek (adviseur maatschappelijk vastgoed Penta Rho te Apeldoorn) Fedor Jansen (student Saxion) Bennie Schill (woonwagenbewoner in Deventer) Bonne Bentinck (mede-eigenaar landgoed Schoonheten) Wim Maas (architect/directeur Maas Architecten te Lochem) Anke Klein Lebbink (boerin en ambtenaar) Jan Rensink (directeur Stichting Openbaar Onderwijs te Deventer) Mat Baltussen (directeur Ontwerpbureau Sacon te Zwolle) Gertjan Jansen (directeur Hof van Twello) Liesbeth van Asten (directeur Rentree te Deventer)

59


60


IdeeĂŤnflitsen over Omdenken De pitchers

61


De macht der gewoonte. 62


De geraniums voorbij: acht eeuwen ouderenhuisvesting in Deventer

63


“Nu is het nog 15 procent, in 2040 is het maar liefst 40 procent. Het wordt ‘Onderweg naar Zorgen’ in plaats van ‘Onderweg naar Morgen’.” Oude van dagen, senioren, bejaarden of hoe ze ook worden genoemd; er komen er steeds meer en ze zullen steeds langer zelfstandig moeten blijven wonen. Een symposium hierover ging vooraf aan de door Marco Swart, wethouder Ruimtelijke Ontwikkeling, te openen expositie ‘Acht eeuwen ouderenhuisvesting in Deventer’. Sprekers op het symposium waren Irene de Negro, Roel van Veldhuizen en Dennis Bouwman. Zowel wethouder Marco Swart als de aanwezige wethouder Margriet de Jager (Zorg en Opvang) lieten het publiek weten dat de overheid wel wil meedenken en in uiterste gevallen ook wel wil meezorgen, maar dat die groei toch vooral door particulieren, corporaties en investeerders moet worden opgevangen. Gelukkig waren er voldoende van die partijen aanwezig die zich in daadkracht bekommeren om de 64

toekomstige ouderenhuisvesting. Zo was er naast corporaties en zorginstellingen ook een particuliere ondernemer die het initiatief nam om plattelandsouderen te gaan huisvesten in een grote vrijgekomen boerderij.


De geraniums voorbij Symposium Irene de Negro, directeur van woningcorporatie De Marken De Negro ziet naast het aanbieden van zogenoemde Thuishuizen, waarin 5 tot 7 ouderen bij elkaar wonen en een woonkamer annex keuken samen delen, een grote rol weggelegd voor de robotica, de elektronische huisknecht die de deur voor je opent, het licht aandoet, de gordijnen opent en sluit, de verwarming aanzet en in geval van nood de hulp van buiten oproept.

Een noviteit is Anne, een digitale, charmante dame die via een beeldscherm kan communiceren met de bewoner en zo een belangrijk middel kan zijn om vereenzaming te voorkomen. 65


Roel van Veldhuizen, stedenbouwkundige Ouderenhuisvesting heeft in Deventer een eeuwenlange geschiedenis. Een goed overzicht van acht eeuwen ouderenhuisvesting in Deventer, was te zien op de gelijknamige tentoonstelling. Roel van Veldhuizen heeft

als programmaraadslid van het Rondeel de tentoonstelling samengesteld nadat hij veel betrokken partijen had geraadpleegd. Zijn bevindingen lichtte hij toe. Opvallend was dat na een eeuwenlange ouderenzorg door de kerk en liefdadigheid en de dominante rol van de overheid in het tweede deel van de vorige eeuw, er nu weer een tijd aanbreekt waarin als gevolg van de explosieve groei van het aantal ouderen, maar ook door een terugtredende overheid, ouderenhuisvesting een zaak wordt voor derden en dat ouderen veel langer zelfstandig moeten kunnen blijven wonen.

De toekomst gaat er wat huisvesting van ouderen betreft zeer divers uitzien. Kleinschaligheid is dan een kernbegrip. Pas als er dringend zorg nodig is, is huisvesting in zorghuizen aan de orde. De scheiding van wonen en zorg is noodzakelijk. Intramurale verpleeghuizen is dat wat overblijft van onze traditionele verzorgingshuizen. 66


Dennis Bouwman, onderzoeker en adviseur van zorginstellingen Dennis Bouwman ziet de volgende ontwikkelingen: onze ouderen willen allemaal langer zelfstandig wonen en zij gaan zelf hun huisvesting betalen maar willen die dan ook zelf bepalen. Kleinschaligheid is de huidige norm waarmee alle ontwikkelingen worden ingezet. Er zijn al veel voorbeelden beschikbaar, zoals omgebouwde en aangepaste villa’s, koopmanshuizen, boerderijen, scholen enzovoorts. Bouwman ziet dat het intramurale zorgaanbod steeds meer naar de provincie verschuift.

Nieuw is ook het begrip ‘woonser vicegebieden’ en ‘co-housing’, een vorm van collectief particulier opdrachtgeverschap. 67


Op verzoek van gespreksleider Andries van den Berg voegen zich Jan Griepink, directeur van Carinova Woonzorg, zelfstandig ondernemer Fred Heemskerk en wethouder Margriet de Jager op het podium.

Griepink bevestigt het belang van robotica, maar hij voegt er aan toe dat na 2050 de grijze golf waar we nu over spreken al weer is weggeĂŤbd! Heemskerk noemt zijn particulier initiatief om vereenzaming van plattelandsouderen tegen te gaan door in een VAB (Vrijkomende Agrarische Bebouwing) wooneenheden voor ouderen te realiseren. Margriet de Jager waarschuwt voor een te eenzijdige focus op ouderen. Ook de jongeren moeten in de discussie betrokken worden. Hun bijdrage als vrijwilliger in de ouderenzorg zal immers van doorslaggevend belang kunnen zijn.

68


69


ACHT EEUWEN OUDERENHUISVESTING IN DEVENTER

70

Het totaal aantal 65+ers neemt in de gemeente Deventer toe van bijna 15.000 in 2012 naar ruim 26.000 in 2040. In 2040 is een kwart van de inwoners 65+.

De groep 85+, die relatief vaak hulp nodig heeft, blijft tot en met 2020 in aantal gelijk. Daarna groeit deze groep naar 3.500 in 2040.


De geraniums voorbij Expositie Opname in zorginstelling indien:

MIDDELEEUWEN TOT WO II

> Ouderenzorg = Liefdadigheid

• Ouderenzorg is onderdeel van armenzorg en ziekenzorg, gecombineerd met andere functies • Ouderen zijn hulpbehoevend, een kans voor het beoefenen van christelijke naastenliefde • Ouderenzorg = liefdadigheid, sterk aanwezig in Deventer met de beweging van de Moderne Devotie (Geert Grote) Ouderen die niet meer zelfstandig of bij hun kinderen konden wonen werden opgevangen in Gasthuizen. Het eerste gasthuis in Deventer was het Heilige Geest Gasthuis en dateert uit de 13e eeuw. De kleinschalige gasthuizen groeiden snel uit tot grotere complexen waarin ook ruimte was voor andere gebruikers die verzorging of onderdak ontbeerden zoals reizigers, pelgrims en zwervers, zieken, gehandicapten, geesteszieken. Dit alles in een religieus kader.

Het verblijf en de verzorging in de gasthuizen en gestichten waren in principe gratis. Inkomsten kwamen uit schenkingen en legaten, uit opbrengsten van het groeiende bezit aan landerijen en vastgoed, uit rente op leningen en uit erfenissen van ‘kostkopers’. Kostkopers kregen levenslange verzorging in ruil voor een eenmalige inkoopsom of door afstand te doen van hun erfenis.

• Zorg en huisvesting zijn in principe gratis en worden geleverd door één organisatie

ZORGINSTELLING In het pand Brink 69 was vanaf 1542 de ziekenzaal van het Heilige Geest Gasthuis gevestigd (foto Erwin Zijlstra). Uit het HGG is Solis voortgekomen.

Het pand aan de Nieuwstraat 41 (thans het Gildehotel) is in 1896 als St. Jozef ziekenhuis door W. te Riele ontworpen in neogotische stijl. In 1915 werd voor een deel een 2e bouwlaag toegevoegd. (Carinova is voortgekomen uit het St. Jozef.) Kostkopers hadden een eigen kamertje van ca. 10 m². Armen sliepen op een zaal, hier met eigen bedstee en opbergkist. Zij moesten ook werken voor de kost. Vrouwen deden naai-, brei- en verstelwerk; mannen deden klusjes, schoenenlappen en portierswerk.

Het Groote en Voorster Gasthuis is eind 19e eeuw gebouwd in neoclassicistische stijl in de Bagijnenstraat tegenover het St. Elisabeth Gasthuis. In 1945 werd het complex gebombardeerd door geallieerde vliegtuigen die het op de bruggen over de IJssel hadden voorzien.

In de katholieke gasthuizen werd het meeste werk zonder betaling verricht door religieuze zusters.

Het St. Elisabeth Gasthuis was speciaal bestemd voor ‘krankzinnigen’, dus ook voor verwarde ouderen. Deze mannen dragen hun steentje bij door koffiebonen te sorteren.

ZELFSTANDIG WONEN Het in 1861 in neoclassicistische stijl gebouwde ’Stappenconvent’ is genoemd naar de grondlegger priester Hendrik Stappe, speciaal voor oude vrouwelijke kostkopers met verzorging vanuit het naastgelegen Groote en Voorster Gasthuis.

Het Jordenshof aan de Kleine Overstraat (25-31) werd gesticht in 1538 en nagelaten aan de familie Jordens. In 1931 werd het herbouwd naar ontwerp van de Deventer architect ir. W.P.C. Knuttel.

Vanaf de middeleeuwen ontstonden er in Deventer hofjes, bestemd voor arme en oude vrouwen. Zij konden, anders dan mannen in die tijd, nog heel lang zelfstandig wonen. De bejaardenhofjes zijn in de loop der jaren - op het Jordenshof na - gesloopt.

71


JAREN ’50 EN ’60

> Ouderenzorg = Een recht

• Opbouw verzorgingsstaat Sinds de onder Willen Drees ingevoerde Noodwet Ouderdomsvoorziening Bejaardenzorg hebben hebben gepensioneerden recht op verzorging na een arbeidzaam leven • Gepensioneerden worden behandeld als een aparte demografische groep en gaan in principe – gezond of niet en mede vanwege het grote woningtekort – naar het bejaardentehuis aan de rand van stad • Huisvesting en zorg in één hand, van veelal verzuilde organisaties die werken met bijdragen en strakke regelgeving van de overheid Opname in zorginstelling indien:

ZORGINSTELLING

St. Jurriën en Huize Salland zijn voorbeelden van naoorlogse bejaardentehuizen. Deze waren grootschalig met 150 - 250 bewoners. Alleenstaanden hadden een zitslaapkamer met eigen toilet. Echtparen hadden een aparte slaapkamer. Ook waren er woningen die gebruik konden maken van de voorzieningen van het huis. Huisvesting en zorg werden net als in de vooroorlogse periode verzorgd door één organisatie. De rijksoverheid gaf subsidie en stelde strakke regels, bewoners droegen hun inkomen af.

Verzorgingshuis Huize Salland in de wijk Colmschate (1955, architect Hornstra). De toen in verhuur zijnde 168 plaatsen zijn na een renovatie in 1975 teruggebracht naar 80 en na de renovatie in 2000 resteren er nog 66.

Voor Huize Salland moest men zich inkopen. Het naastgelegen Park Gooijland bevat 20 duurdere koop- en 84 huurappartementen voor mensen die er met aanvullende service en zorg (van Carinova) nog min of meer zelfstandig kunnen wonen.

St. Jurriën Gasthuis aan de P.C. Hooftlaan in de wijk Zandweerd (1959, architect ir. W.P.C. Knuttel). De functionalistische architectuur is kenmerkend voor de periode 19501970. Eigenaar/ zorgverlener is Carinova.

De hal van Huize Salland

ZELFSTANDIG WONEN In de vroeg naoorlogse wijken werden speciale woningen voor ouderen gebouwd. Men vond dat je in de wijk moest kunnen wonen ‘van de wieg tot het graf’. Behalve appartementen werden er eenlaagse bejaardenwoningen gebouwd, klein maar karakteristiek.

72

Seniorenwoningen aan de Alferdinkweg in Schalkhaar (1968, architect Bennink) wachten op de sloop.


In 1965 werd wettelijk bepaald dat zorginstellingen geen eigen inkomstenbronnen mochten hebben. Het immense bezit van de Deventer gasthuizen, beheerd door de Verenigde Gestichten, werd daarom overgedragen – maar pas in 1988 – aan de Stichting IJssellandschap.

JAREN ’70 EN ’80

> Ouderenzorg = Een recht, maar…langer thuis wonen • Grenzen aan de groei • Ouderen emanciperen en worden minder gezien als aparte achterstandsgroep

Opname in zorginstelling indien:

• Overheid begint terug te treden, begin van de scheiding tussen wonen en zorg • Langer thuis blijven wonen, geleidelijke groei mantelzorg en woongroepen • Kritiek op geïsoleerde enclaves voor gepensioneerden

ZORGINSTELLING Groote en Voorster verzorgingshuis aan de Haagsteeg (1968, architect ir. W.P.C. Knuttel).

Huize Corel aan de Zwolseweg (1974, architect Reitsma) borduurt voort op het concept van de vorige twee decennia. De eenpersoons zit-slaapkamers zijn iets ruimer beschikken allemaal over een eigen badkamer. Eigenaar/ zorgverlener is Solis.

Het huidige complex (2004/2005, IAA architecten).

P.W. Janssen Verpleeghuis in Colmschate (1993, architect J. Lengkeek) is opgezet als een voor die tijd modern verpleeghuis. Met kleinschalig georganiseerde afdeling voor dementerenden. Er zijn drie verdiepingen met elk drie huiskamers waarin veel vertrouwde elementen van vroeger. Gelijkvloerse bejaardenwoningen rond 1975 gebouwd in de wijk Borgele als variant op het hofje.

ZELFSTANDIG WONEN

Eten en ontspanning in de grote gemeenschappelijke ruimte van het St. Jurriën Gasthuis.

De 11 lage bejaardenwoning aan de Zwaluwenburg (Colmschate) uit 1988 zijn nog steeds erg geliefd bij de bewoners. Dit type woningen is in Deventer incidenteel gebouwd.

Mantelzorg was eeuwenlang vanzelfsprekend, met name op het platteland. De ouder wordende ouders bleven op de boerderij wonen en kregen van de familie de zorg die nodig was.

73


JAREN ’90 TOT HEDEN

Opname in zorginstelling indien:

> Ouderenzorg = Een recht, maar… zo lang mogelijk zelfstandig

• Ouderen emanciperen verder, de groeiende vergrijzing begint extra aandacht te vragen • Zo lang mogelijk zelfstandig blijven wonen is het centrale beleidsdoel • Het traditionele verzorgingshuis wordt meer en meer een verpleeghuis • De scheiding tussen wonen en zorg wordt verder doorgezet • Kortstondige hoogtijdagen voor het WoonZorgComplex (WoZoCo) • Specifieke ouderenhuisvesting – ook voor dementerenden – wordt vaker gecombineerd met andere (voor de buurt toegankelijke) functies

ZORGINSTELLING De Graaf Florishof bevat naast appartementen ook eengezinswoningen, zowel huur als koop. In de hoogbouw zijn zes woningen opgenomen voor telkens acht mensen met dementie. Zij hebben een eigen zitslaapkamer en een gezamenlijke woonkamer.

Multifunctioneel complex De Graaf Florishof in Keizerslanden (2009, architect Sacon Zwolle, in opdracht van Ieder1, zorgverlener Carinova, foto Erwin Zijlstra).

ZELFSTANDIG WONEN Het Noaberhuus in Okkenbroek is een multifunctioneel dorpshuis waaraan rond een hofje 10 zorgwoningen en vier appartementen zijn toegevoegd (2006, architect Jan Daggenvoorde, De Marken). Het Noaberhuus versterkt de vitaliteit van het dorp dankzij voorzieningen als een huiskamer annex café, supermarktje, bibliotheek, gemeenteloket, kapper.

74


Woonzorgcentrum Spikvoorde in de Vijfhoek (2009, ontwerp Beltman, zorgverlener Solis) is waarschijnlijk een van de laatst gebouwde ‘klassieke verzorgingshuizen’. Behalve wooneenheden bevat het een gezondheidscentrum, een kapper, schoonheidssalon en pedicure.

ZORGINSTELLING Woonzorgcomplex Ravelijn aan het J.C. Jordensplein in de wijk Hoornwerk (2007, architect KCAP in opdracht van Ieder1, zorgverlening Carinova, foto Luuk Kramer). Alle wooneenheden hebben een eigen voordeur aan het grote overdekte atrium. Ravelijn telt ook nog 4 woongroepen voor elk 6 personen (veelal met dementie) en twee gehandicaptenwoningen. Tevens is er ruimte voor zorgverleners.

ZELFSTANDIG WONEN Overdekte entreegang hofwoningen Noaberhuus Okkenbroek

Lage seniorenwoningen aan de Van Hetenstraat in de Keizerslanden (2010, architect Mulleners en Mulleners in opdracht Ieder1).

Nederland telt ca. 300 woongroepen voor ouderen. Indien evenredig verspreid, zouden er in Deventer dus twee moeten zijn. Wij hebben er geen een kunnen vinden.

In de Jan Luykenstraat in de wijk Zandweerd staat een complex met huurappartementen voor ouderen (2007, I’M architecten in opdracht van Ieder1). De buitenruimtes zorgen voor gemakkelijk contact.

75


DE TOEKOMST?

Opname in zorginstelling indien:

> Ouderenzorg = Recht of gunst? • De oudere beschouwd als 1. Een kostenpost of 2. Een welgestelde vakantieganger of 3. Maatschappelijk kapitaal? • Zelfstandig blijven wonen met nieuwe technieken en nog meer mantelzorg, tenzij dat echt niet meer gaat • Huisvesting en zorg worden (financieel) rigoureus gescheiden • Veel meer ouderen en veel oudere ouderen, sterke groei dementerenden Interne intensieve verzorging in verpleeghuizen • Meer multifunctionele, kleinschaliger zorgcomplexen, meer wijkgericht, meer reuring • De toekomstige ouderen zijn gemiddeld hoger opgeleid, mondiger, diverser, vitaler en vermogender. Omdenken dus.

et percentage ouderen H dat in een verzorgingsof verpleeghuis woont is tussen 2000 en 2011 afgenomen. Dat percentage zal ook in de komende jaren verder afnemen. Tot en met de leeftijdscategorieën 70 tot 75 jaar woont minder dan 2% in een verzorgings- of verpleeghuis. Pas boven de 75 jaar neemt het percentage echt toe. Meer dan de helft van de 95-jarigen woont niet in een verzorgings- of verpleeghuis!

ls het percentage ouderen dat in een verzorgings- of verpleeghuis woont A even groot blijft als in 2011, dan zal het aantal intern wonenden toenemen. Dat aantal zal waarschijnlijk lager liggen dan in deze grafiek. Zo lang mogelijk zelfstandig wonen is immers het beleid. Het aantal intern wonenden lijkt in de gemeente Deventer tot en met 2020 niet te groeien.

Nieuwe entree St. Jozef aan de Van Oldenielstraat (2009, architect One Architecture en RDH architecten). Het complex biedt onder andere ruimte aan 90 mensen die langdurige lichamelijke en geestelijke zorg behoeven. Zeven à acht bewoners vormen één huishouden in één huiskamer. Ieder heeft een privé zitslaapkamer met eigen sanitair. Om organisatorische redenen zijn telkens twee woongroepen geschakeld. Een deel van de zorgplaatsen is gedecentraliseerd naar Ravelijn en Graaf Florishof. Zie tevens plattegrond in de kast.

specialisatie naar leefstijl of culturele achtergrond? Woonzorgcentrum Rumah Saya in Apeldoorn is voor Indische Nederlanders en ouderen met Molukse achtergrond.

76


nog langer zelfstandig wonen?

Garage verbouwd tot tot slaapkamer + badkamer…

nog meer appartementen?

…en/of door allerlei technische voorzieningen als een traplift

meer kangoeroewoningen voor familiezorg?

Woonlocatie Landsherenpoort in Keizerslanden (2011, architect Zeep in opdracht van Ieder1).

einde van het klassieke verzorgingstehuis?

In de vroegere Openbare School aan de Zwolseweg zijn appartementen gemaakt (nog zonder lift).

hofjes midden in de stad?

meer familiezorg? Op erve De Pothaer bij Loo wonen vier generaties bij elkaar. Waarschijnlijk geen groeimarkt.

hergebruik lege kantoorpanden, scholen e.d.? nog meer lage seniorenwoningen?

appartementen in en bij boerderijen?

Op Erve Reilink bij Bathmen wordt de schuur rechts vervangen door 3 appartementen en in de schuur links komen 3 appartementen en een gemeenschappelijke keuken annex huiskamer. Doelgroep is de alleenstaande 60-plusser van het platteland. Het concept voorkomt vereenzaming en houdt de oudere plattelandbewoner actief met werkzaamheden op de boerderij plus de Rust Wat.

hergebruik stadspanden? De vier doorgebroken stadspanden van Schefferstaete in Dordrecht bevatten 12 appartementen voor volwassen en ouderen met en zonder beperking. Voorzieningen zijn zorg op maat, een restaurant, sociale werkplaats, en kantoren (foto Joost Brouwers).

Seniorenwoningen in Lettele (2010, architect Jan Daggenvoorde, De Marken). meer patiobungalows?

Johannes Enschedehof is een nieuw hofje in de binnenstad van Haarlem (2007, architect Döll Architecten i.s.m. Joost Swarte, foto Christian Richters).

meer kleinschalige multifunctionele centra? Boerderij Dorpzigt in Korendijk. Centraal in het dorp wonen hier onder andere zes mensen met dementie in een groepswoning, mensen in de laatste levensfase. Maar er is ook een peuterspeelgroep en een kinderdagverblijf, een bibliotheek, een meubelmakerij en een ‘multifunctionele ruimte’.

De Dordtse woongroep Oude‘R’Landshoek telt ruim 50 ouderen, die samen koffie drinken, koken, spelletjes doen en feesten. Het pand wordt gehuurd van een corporatie.

meer door ouderen zelf opgezette woongroepen?

Patiowoningen met een compleet woonprogramma op de begane grond, gebouwd onder collectief particulier opdrachtgeverschap, onder begeleiding van de stichting SIR55.

77


Eenpersoonsverblijf

Twee gecombineerde lage bejaardenwoningen

Kamer voor kostloper in Gasthuis, ca. 1800

Jordenshof, 1934

ca. 10 m2 (schaal 1:50)

ca. 22 m2 per verblijf (schaal 1:50)

ZORGINSTELLING

ZELFSTANDIG WONEN

jaren 50-60

ZORGINSTELLING

ZELFSTANDIG WONEN ZELFSTANDIG WONEN

Lage bejaardenwoning Alferdinkweg, 1968 ca. 57 m2 + tuin ca. 50 m2 (schaal 1:50)

Eenpersoonsverblijf

ZORGINSTELLING

Lage bejaardenwoning Zwaluwenburg, 1988 ca. 66 m2 + zolder ca. 34 m2 (schaal 1:50)

Eenpersoonsverblijf

St. JurriĂŤn, 1959

Huize Corel, 1974

ca. 30 m2 (schaal 1:50)

ca. 32 m2 (schaal 1:50)

jaren 70-80 78


Lage bejaardenwoning 2 verdiepingen

Eenpersoonsverblijf

Van Heetenstraat, 2009

Spikvoorde, 2009

ca. 75 m2 + (logeer)zolder ca. 55 m2 (schaal 1:50)

ca. 51 m2 (schaal 1:50)

ZORGINSTELLING ZELFSTANDIG WONEN

jaren 90 - heden

Voor het maken van deze expositie zijn gesprekken gevoerd met mensen van verschillende voornamelijk Deventer organisaties Jorien Kranendijk Nicolien de Vries

Gemeente Deventer

Jan Griepink

Carinova

Ton Kragten Gerda Schepers

WMO-adviesraad cluster ouderen

Bert Kleine Schaars Tineke Spijkers Henny Jansen

Solis zorggroep

Irene de Negro Marcel Bartelds

Ontwerp verpleegafdeling St. Jozef: 2 geschakelde huiskamers + zitslaapkamer, ontwerp 2012

De Marken

Arthur van Noort

Ieder1

Fred Heemskerk Ireen de Jager

Erve Reinink Bathmen

Clemens Hogenstijn

SAB (gemeentearchief)

Arie van Harten Serge van de Moesdijk

VHGP architecten

Dennis Bouwman

Zelfstandig beleidsadviseur

Sonja Jansen Joyce Brilleman

Rumah Saya Apeldoorn

Gerard te Kaath Wim Bakker

Woonzorg Nederland

Enschede

toekomst 79


Florida aan de Schelde

Blauwe stad in de klei


documentaire in 2010 door Hans Otten gemaakt voor de serie ‘Nederland op de tekentafel’ van het televisieprogramma Tegenlicht van de VPRO.


documentaire in 2012 gemaakt door Femke Veldman voor het televisieprogramma Andere Tijden van de NTR en de VPRO.

Op zoek naar het gedroomde Zeeland. De buitengebieden van Nederland krimpen. Ouderen blijven en jongeren trekken weg. Wat gebeurt er als ook de grote industrieën verdwijnen? Kan ‘Zeeland toeristenland’ het ‘Florida van Nederland’ worden, waar gepensioneerden uit Nederland en België hun oude dag doorbrengen? 80

Het project Blauwe Stad in Oost Groningen lijkt in 2005 al niet meer op het oorspronkelijke ontwerp. Een reconstructie van hoe het plan tot stand kwam, veranderde en hoe de ideeën door de verschillende bestuurslagen werden geloodst. Uiteindelijk toch een succes?


Florida aan de Schelde / Blauwe stad in de klei Rondeel Cinema

In samenwerking met filmhuis De Keizer presenteerde Architectuurcentrum Rondeel twee documentaires over krimpgebieden in Nederland waar, tegen de stroom in, naar een nieuw perspectief voor de toekomst wordt/werd gezocht.


De documentaires werden ingeleid door Bas Verbruggen, stedenbouwkundige en buitengebiedfilosoof. Verbruggen is directeur bij Bügel Hajema, een adviesbureau voor ruimtelijke ordening en milieu. Verbruggen: ‘De ruimte is niet meer of minder dan de neerslag van de samenleving. Ruimtelijke ordening gaat dus over mensen.’

81


If you want breakfast in bed sleep in the kitchen. 82


Wonen in Deventer: doem- en droomscenario´s voor de toekomst

83


Veel gemeenten staan voor het dilemma bouwen of bouwgrond herbestemmen voor een andere invulling. Wat gaan we doen met de geplande wijken Steenbrugge of Deventer Noordoost? Hoe ziet Deventer er dan uit in 2020? Jaco Remmelink introduceert deze avond drie inleiders MichaĂŤla van Oostveen, Arjan Brink en Dr. Nol Reverda. Alle drie hebben op deze avond deze vraag naar de toekomst vanuit verschillende kanten benaderd, waarbij de opeenvolgende sprekers langzaam naar een climax van de avond werkten. Na een informatieve introductie van de thematiek volgde een moment met actieve participatie vanuit de zaal (met 80 betrokken bezoekers) en een beschouwende bijdrage vanuit de wetenschappelijke invalshoek. Voor een ludieke afronding van de avond zorgde het cabaretduo 3Koteboebo uit Lettele met hun komische Omdenk-show! 84


Wonen in Deventer - doem- en droomscenaro’s Debatavond Michaëla van Oostveen, programmaregisseur bij de gemeente Deventer Van Oostveen opende de avond met een toelichting op de door de gemeente gekozen strategie om op basis van demografische gegevens en prognoses een toekomstbeeld te schetsen. Zij noemde de vier ontwikkelde demografische scenario’s met mogelijke toekomstbeelden voor Deventer. Uiteenlopend van het droomscenario ‘De Snelle Stad’ als ‘the place to be’, met een aantrekkelijk woonmilieu, voor jongeren en ouderen en voor vitale en hoogopgeleide inwoners, tot en met het doemscenario van de ‘Ruilstad’, waarin Deventer nauwelijks groei kent, de vitale en hoogopgeleide inwoners wegtrekken, de stad een getto wordt waarin je moet vechten om te overleven. De scenario’s zijn vooral bedoeld om een rode draad te ontdekken van waaruit verder beleid ontwikkeld kan worden en om de robuuste waarden van de stad te kunnen vaststellen. Zo zal er niet voor één scenario gekozen worden en zal er ook geen scenario geheel worden

afgewezen omdat het niet volledig zou zijn. De scenario’s zijn allemaal even waarschijnlijk als onwaarschijnlijk en stellen de bandbreedte van mogelijke ontwikkelingen voor. Ook kan er geconcludeerd worden dat de ontgroening en vergrijzing van de bevolking zal toenemen net zoals het aantal kleine huishoudens.

85


Arjan Brink, agendaregisseur ruimte bij de gemeente Deventer Brink liet het publiek meedenken over de consequenties voor de woningbouwprogrammering van Deventer. Ofschoon het oorspronkelijke groeiscenario met een inwoneraantal van 114.000 in 2040 naar beneden is bijgesteld (nu nog een groeiprognose van 6.000 woningen), zal zelfs bij krimp een woningbouwvernieuwing nodig zijn. Brink toonde op een kaart de enorme hoeveelheid ontwikkellocaties in en om Deventer. Opmerkelijk vond Brink overigens de enorme animo die nu, eind 2012, te bespeuren valt voor de recent aangeboden nieuwbouwlocaties; maar dat terzijde. Hij vraagt zich af of en hoe de stad rekening kan houden met de onzekerheden over de demografische ontwikkelingen en, of en hoe aansturing kan plaatsvinden. Wat is wijsheid, vroeg hij aan de zaal. 86

Moeten we volop in de remmen? Moeten we flexibel meebewegen met de feitelijke groei? Of moeten we misschien wel de migratie positief gaan beïnvloeden? In de zaal ontsaat een levendige discussie. De suggesties variëren van ‘We moeten de economie stimuleren’ en ‘We moeten het cultureel klimaat stimuleren’, ‘Zorg voor een logische volgorde van ontwikkelingen die het tempo van de bevolking volgt’ en ‘Geef meer ruimte aan woningzoekenden’ tot ‘Pas op voor ad hoc beleid want dan krijg je broddelwerk’, ‘Zorg dat je de hoogopgeleiden in de stad houdt’ en tenslotte de hartenkreet:‘Waarom moeten we eigenlijk zo nodig groeien?’. Brink discussieert vervolgens met de zaal over de rol van de gemeente in dit proces, waarbij


hij onderscheid maakt tussen een publieke rol en een private rol. Wat kies je, wie kiest er en op basis waarvan kies je?

Er zijn twee opties: de gemeente gaat op kop of je doet het samen met de grondeigenaren, gefaseerd en met de marktvraag centraal.

Wat vindt de zaal wat er moet gebeuren? Wederom veel respons: ‘Marktpartijen hebben te veel eigenbelang’, ‘Als gemeente kun je het niet alleen, dus je moet wel samenwerken’, ‘Zorg voor voldoende bewegingsruimte, want de variatie is onvoorspelbaar’, ‘Kijk naar de afgelopen 20 jaar, houdt die koers vast en laat gebeuren waar behoefte aan is’ tot ‘Je moet niet alles willen doen, je zult als gemeente wel moeten kiezen’, ‘De kwaliteit van de binnenstad is uiteindelijk toch vooral dankzij het particulier initiatief tot stand gekomen’ en tenslotte ‘Kijk eerst eens naar de financieringsmogelijkheden van je plannen’.

87


88


Brink vertaalt de input naar de conclusie dat je als gemeente aan de knoppen moet draaien. Knoppen die gaan over: voorkomen van spijtbeleid, pas starten bij zekerheid, flexibel plannen, de vraag centraal stellen en concurreren. Brink: ‘Hoe ga je dat prioriteren?’

De conclusie is dat de gemeente eerst gaat afmaken waaraan al begonnen is, daarna eerst binnenstedelijk ontwikkelen, kiezen voor betaalbare woningcategorieën en kiezen voor de aantrekkelijkste locatie om zo migratie te stimuleren.

Wat vindt de zaal van deze conclusies? Er klinkt ook zorg in de reacties: ‘Pas op voor crisisbouw zoals we die uit de jaren tachtig kennen en waar we nu allemaal spijt van hebben’, en ‘Denk ook aan het ombouwen van de leegstaande kantoren, daar zit veel potentie in voor aantrekkelijke woonmilieus’ en tenslotte de vraag ‘Wat kiest de gemeente zelf?’ Brink sluit af met de mededeling dat de gemeente nu bezig is met het formuleren van nieuw, aangepast beleid, waarbij de centrale vraag welke rol de gemeente nu zelf neemt, beantwoord zal worden.

En kijk bovendien ook naar wat nodig is voor het optimaal laten functioneren van de wijken. 89


Dr. Nol Reverda, bijz. lector demografische krimp, Hogeschool Zuyd Maastricht Reverda is een echte Omdenker. Hij benadert de toekomstige ruimtelijke opgaven vanuit een heel ander perspectief. Hij stelt sociale vraagstukken aan de orde zoals het eigenaarschap van de publieke ruimte, het herbenutten van ruimte en het herbenutten van ouderen. Krimp betekent ook leegstand en leegstand betekent in Nederland veelal sloop. Reverda waarschuwt voor het al te gedachteloos slopen van niet meer in gebruik zijnde gebouwen. Daarmee wordt immers ook een belangrijk onderdeel van het collectieve geheugen weggenomen. Hij ondervindt dit zelf in Parkstad in Limburg, waar vrijwel niets meer herinnert aan het bestaansrecht van hele generaties Limburgers: de mijnen.

Overigens komt in ons werelddeel, in ons land, krimp en groei in vele variaties naast elkaar voor. De toekomst voorspellen waar het precies gebeurt is zeer relatief.

‘Krimp is niet erg’ houdt Reverda de zaal voor. Het is een cyclisch fenomeen. De samenleving is nu eenmaal altijd in transitie en transformatie. Het dwingt ons tot nadenken en tot innoveren. Nadenken over de ruimte is overigens wel urgent, zo stelt hij. Dat brengt hem tot de vraag: van wie is de publieke ruimte? Als tekenend voorbeeld noemt hij de stad Detroit in de VS, waar na een desastreuze krimp als gevolg van instorten van de auto-industrie, de sterk geslonken bevolking in staat blijkt om opnieuw

Groei en krimp komen mondiaal beide voor: de wereldbevolking zal tot 2050 groeien naar 9,2 miljard mensen terwijl tegelijkertijd Europa krimpt van 725 naar 690 miljoen inwoners. 90


initiatieven te ontplooien mede dankzij een ontbrekende overheid. In Nederland is in min of meer vergelijkbare situaties, zoals in Parkstad maar ook in achterstandswijken in de grote steden, ook vaak de door burgers gekoesterde ‘eigenheid’ weg gesloopt.

Die burger moet weer consument worden van zijn eigen publieke ruimte, zoals de inwoners van Detroit dat ook doen.

zorg- en hulpbehoevenden noodgedwongen in de woonomgeving verblijven. Ook deze groepen zijn onderdeel van de stadsplanning en behoren een plek te krijgen in de publieke ruimte. Reverda sluit zijn inspirerende en verfrissende betoog af met de oproep om de ruimte en de waarden van onze gecultiveerde omgeving zowel een huis als een thuis te laten zijn, waarbij de professional voor het huis moet zorgen en de burger er een thuis van moet maken.

Hier hebben de professionals het voor het zeggen in plaats van de burgers. Techniek en economie bepalen nu de openbare ruimte. De burger moet weer eigenaar worden van het vraagstuk en niet alleen van de oplossing. Reverda wijst ook terloops nog even op de vermaatschappelijking van de samenleving nu veel meer psychiatrische patiënten, en andere 91


Het cabaretduo 3Koteboebo met Mark te Boekhorst en Wilco Boksebeld .

92


3Koteboebo - Omdenkshow Cabaret

93


Passend in het langlopende programma OMDENKEN van Architectuurcentrum Rondeel, wordt de documentaire

Requiem for Detroit van Julien Temple vertoond. Het is een indrukwekkende documentaire over de stad Detroit, Amerika’s op drie na grootste stad, die zijn lot verbond aan General Motors. Na het ineenstorten van deze autofabriek trad een onstuitbare neergang in. De gevolgen zijn in de stad af te lezen. No-go-areas, leegloop en krimp,

94


Requiem voor Detroit Rondeel Cinema

ineenstortende huizen in voorheen florerende villawijken en oud-werknemers die hun heil zoeken in het geloof, soms bijna tegen beter weten in. Er zijn ook hoopgevende ontwikkelingen, zoals buurtinitiatief, stadslandbouw en andere bottom-up initiatieven. Een fascinerende en verontrustende documentaire over de kwetsbaarheid van het aanvankelijk als onaantastbaar gewaande Detroit, ooit een manifestatie van ‘the American dream’.

Mirjam Huffstadt, van Bureau Breebaart & Huffstadt, bezocht in 2009 Detroit om te onderzoeken hoe Amerika omgaat met regionale groei en krimp in een aantal van haar grote steden. Een thema dat ook in Nederland en Europa steeds actueler begint te worden. Vanwege barre weersomstandigheden bleek Mirjam uiteindelijk niet in staat de inleiding te geven.

95


Uno fiasco grande, maar rechtop ook!

96


Dansen op de werkvloer: transformatie van leegstaande kantoren

97


‘Dansen op de Werkvloer’ is de uitnodigende titel van de laatste toevoeging aan de langlopende expositie OMDENKEN in Architectuurcentrum Rondeel. Een vrolijk einde zou je denken, maar de werkelijkheid is helaas minder optimistisch. Er is een enorme leegstand van kantoren in Nederland en ook in Deventer. De expositie laat een achttal van succesvolle transformaties zien van tot dan toe kansarme kantoren. Tijdens het openingsdebat op 24 januari spraken verschillende partijen vanuit verschillende optiek over de problematiek en gaven zij meer of minder stimulerende suggesties om de toekomst voor de kantorenmarkt iets zonniger te doen zijn. Maar: voorlopig kunnen we nog wel even dansen, ondanks enkele verrassende ‘omdenk-ideeën’. De werkgroep ‘Omdenken’ van het Rondeel had een aantrekkelijk programma gemaakt voor de opening van de expositie en dat bracht – ondanks het vriezende winterweer – toch zo’n tachtig 98

belangstellenden naar het architectuurcentrum in Deventer. Maar uiteraard is ook de behandelde thematiek ‘hot’, want vrijwel dagelijks is er landelijke berichtgeving over de vraag wat te doen met de enorme leegstand in kantorenland.


Dansen op de werkvloer Lezingen en Paneldiscussie Saskia Mulder, adviseur economie bij de gemeente Deventer Dat was ook wat de eerste spreker te berde bracht.

Saskia Mulder wist te vertellen dat in Deventer van de ruim 360 duizend vierkante meters kantooroppervlak er maar liefst 72 duizend leegstaat. Dat is twintig procent, een stuk meer dan het landelijk gemiddelde van bijna vijftien procent. Ofschoon Mulder het gemeentelijk standpunt uitspreekt dat de locale overheid géén probleemeigenaar is, geeft ze de zaal wel mee dat er een ‘Richtinggevende notitie kantorenleegstand’ is gemaakt. De gemeente voelt zich volgens de economisch adviseur immers wel betrokken bij de problematiek. Ze wil uitdagen en stimuleren en ondersteunen,

maar de eigenaren en gebruikers zullen toch vooral innovatief ondernemerschap moeten gaan tonen. De notitie spreekt als steun in de rug de ambitie uit om Deventer als aantrekkelijke vestigingstad te promoten. En er is sprake van een te ontwikkelen regeling vergelijkbaar met de Rood-voor-Rood-regeling in het buitengebied waar vervallen agrarische bedrijfsgebouwen vervangen mogen worden door woningen. De gemeentelijke rol zal ook later de avond nog aan de orde komen. 99


André ter Huurne en Martin Coonen, DTZ Zadelhoff, regio Oost-Nederland Na de terughoudende overheid was het woord aan de vastgoedjongens. Niet de minsten, want uitgenodigd waren André ter Huurne en Martin Coonen van DTZ Zadelhoff, regio OostNederland. Hun verhaal schetste om te beginnen de Nederlandse situatie: van de 49 miljoen vierkante meters staat 7 miljoen leeg, dat is de al eerder genoemde vijftien procent. De makelaardij onderscheidt de zeven miljoen leegstand in kansrijk (1 miljoen, vooral in de randstad), kanshebbend (4 miljoen, al meer verspreid) en kansarm (2 miljoen, geheel verspreid). Van de laatste groep helpt zelfs upgrading niet meer, zij zijn reddeloos verloren. De door Ter Huurne genoemde harde feiten (“er is niet sprake van één kantorenmarkt!”), worden vervolgens door Coonen ingevuld met de zachte info. De sociaal maatschappelijke ontwikkelingen laten zien dat wonen en werken steeds meer 100

vervlecht raken. Overal kun je werken, thuis, op kantoor maar ook in de stationsrestauratie, het park of waar dan ook (als er maar Wifi is!). De gebruiker is niet meer eenduidig.Er is onderscheid tussen de zakelijke gebruiker, de creatieve, de 9-5’ers, de netwerkers, de bestuurders en de verkopers. De groei zit vooral in de creatieven en de netwerkers. Maar zij hebben niets aan een standaard kantoor met stramienmaten van 5,40–1,80–5,40 meter. De nu gevraagde panden moeten zich schikken naar de gebruiker en niet zoals vroeger toen de gebruiker zich schikte naar het pand.

“Ons nieuwe adagium is ‘Hoeveel kantoor wilt u bij uw koffie?’”. Het kantoor is volgens Coonen nog geen achterhaald concept, maar het is wel een concept dat verandert. Het is ook een ontmoetingsplek, die zich aanpast aan ‘Het Nieuwe Werken’.


Sander Nelissen, senior architect Architectenbureau Wessel de Jonge

bij

Een architectuurcentrum kan een debatbijeenkomst natuurlijk niet organiseren zonder aandacht voor architectuur. De vraag naar innovatieve ideeën om leegstand te lijf te gaan is natuurlijk een uitdaging voor ontwerpers (omdenkers bij uitstek?). De tentoonstelling ‘Dansen op de werkvloer’ laat er een aantal aansprekende voorbeelden van zien. Eén van die voorbeelden is de transformatie van het beroemde GAK-gebouw in Amsterdam, een door architect Ben Merkelbach in 1957 uitgevoerd modernistisch ontwerp met een groene aluminium vliesgevel. Architect Sander Nelissen, senior architect bij Architectenbureau Wessel de Jonge (bekend van restauraties van de Van Nelle Fabriek en sanatorium Zonnestraal), tekende voor het ontwerp van de transformatie.

Daar stak de gemeente een stokje voor. Het gebouw werd aangekocht door AM en Stadgenoot en wordt nu een woongebouw voor starters. De ene vleugel is klaar en bevat nu 300 hippe studio’s van 30 vierkante meters die grif van de hand gaan voor 100.000 Euro Nelissen ziet dat er een groeiende kennis over transformeren ontstaat bij architecten; niet alleen van gebouwen, maar ook van de omliggende omgeving daarvan. Van een getransformeerd gebouw gaat immers een olievlekwerking uit op de omgeving en die gaat veelal gepaard met herinrichting van de buitenruimte, een aanzuigende werking op de woningmarkt en een verbetering van de wijkeconomie. Een niet onbelangrijke toevoeging dus die vaak vergeten wordt in de discussies.

Het gebouw stond al jaren leeg. Slopen? Nee. 101 Vloerveld met kolommen.

Bestaande gevel vernieuwen

Demostu

Wessel de Jonge: “De gevel voldoet


102


Marco Wubben, projectmanager bij Plegt-Vos Projectontwikkeling Tot slot kwam Marco Wubben aan het woord. Hij is projectmanager bij PlegtVos Projectontwikkeling en toonde enkele aansprekende voorbeelden van hergebruik van kantoorgebouwen. Maar niet nadat hij zijn mening gaf over de rol van de overheid.

“Gemeenten zijn óók probleemeigenaar. Het probleem raakt ons immers allemaal; al was het maar omdat in dat vele vastgoed een deel van onze pensioengelden zit.” Plegt-Vos wil met het aandragen van conceptoplossingen en transformatiemodellen een duurzame bijdrage leveren aan de opgave.

Zo werd door hen niet alleen een parkeergarage omgebouwd tot een horecagelegenheid, maar werd ook een voormalige hogeschool in Utrecht omgebouwd tot een onderkomen voor 394 studenten. Door de studenten mee te laten klussen werd het project niet alleen financieel haalbaar maar werd ook betrokkenheid en gemeenschapsgevoel gekweekt dat bijdroeg aan het succes van het project. Voor Wubben geldt dat ieder project uniek is, dat bij transformaties ook de omgeving een grote rol speelt maar dat financiering een lastig op te lossen probleem is. 103


Paneldiscussie met Saskia Mulder, André ter Huurne en Martin Coonen, Sander Nelissen en Marco Wubben Die financiering kwam ook flink aan bod in de discussie met de zaal onder de deskundige leiding van moderator Andries van den Berg. Zo kwam het zogeheten ‘sloopfonds’ ter sprake. Een fonds dat de financiering van de sloop subsidieert en financieel mogelijk moet maken. Punt is dat de boekwaarden (niet de werkelijke waarde) van de kansarme kantoorgebouwen nog steeds op de balansen staan en dat afwaarderen zoveel financiële consequenties heeft dat haast niemand eraan wil. Alles zit aan elkaar gekoppeld, weet André ter Huurne van DTZ: “Als er één gaat, gaat iedereen! Wil je schaarste creëren door sloop dan moet je wel eerst met z’n allen het verlies nemen. En dat is een probleem dat nauwelijks is op te lossen.” Een andere optie is wellicht het selectief aanpakken van de opgave door op een klein gebied te focussen. Geopperd wordt het model 104


Libanon te volgen, of meer in de buurt: het model Roombeek in Enschede waar de aanpak van een relatief klein gebied een enorme uitwerking kan hebben op de omliggende stadsdelen. Een echt omdenk-idee komt van Ulrike Weis, architect en lid van de werkgroep OMDENKEN. Zij stelt voor om een zogenaamde ‘vervalzone’ aan te wijzen (neem bijvoorbeeld het Hanzepark in Deventer) en daarin een geselecteerd, kansarm gebied of gebouw aan zijn lot over te laten. Géén onderhoud van gebouw en leefomgeving meer. Saskia Mulder van de gemeente Deventer waarschuwt dat er nog wel 60 procent in het gebied in gebruik is en dat alleen daarom zo’n aanpak niet door de gemeente kan worden ingezet. Toch is de roep om een regelvrije zone te benoemen een idee dat veel bijval krijgt.

Zelfs de beleidmaker bij de provincie Overijssel spreekt dit ‘omdenk-idee’ aan.“Maar wel met een open vizier naar de gebruikers”, waarschuwt hij. Uiteraard, want de oplossing moet uiteindelijk wel in samenwerking tot stand komen. Een waardige afsluiting van een inspirerende avond met een levendige en uitvoerige nazit (zonder veel dansen, maar wel met veel discussie, netwerken en uitwisselen en bespreken van de nodige omdenk-ideeën).

“Gemeente: neem dat risico eens, experimenteer en kijk wat er gebeurt”, is de gehoorde oproep. 105


TwenTecToren Van kantoor tot appartementen Projectgegevens Projectnaam Plaats Opdrachtgever Architect Ingebruikname

106

Twentectoren (1965) Enschede Dura- Te Pas en Vesteda A12 architectuur bna 2002


Dansen op de werkvloer Expositie

de labdiek Van bank tot appartementen

Projectgegevens De Labdiek (1986) Losser Olde Rikkert bouw en ontwikkeling te kiefte architecten bv 2004

kstr aat

Projectnaam Plaats Opdrachtgever Architect Ingebruikname

Brin

openbaar parkeren

doorgang laten vervallen

6 overdekte fietsenstalling; 10 plaatsen

Gemeente: Losser

12

5

25

SITUATIE:

11

4

24

3

23

2

10

9

8

Sectie: N 22

Perceelnummer: 2606 Schaal 1:250

13 parkeerplaatsen t.b.v. bewoners 1 t /m 13

1

21

16

20

17

19

18

7

13 12 parkeerplaatsen t.b.v. Rabobank 14 t /m 25

14

15

6000

1711 4

Perceelnummer

Gronausestraat

Huisnummer Kadastrale grens Bebouwing

Aan dit uitreksel mogen geen maten worden ontleend

te kiefte architecten

Herinrichting en uitbreiding Rabobankgebouw te Losser

13-06-2003

situatie

01037

post

A

te kiefte architecten

Herinrichting en uitbreiding Rabobankgebouw te Losser

08-05-2003

3D impressie

B

berging

01037

C

berging

D

berging

E

berging

B

A

C

berging D

F E

berging

vluchttrap M

NV

G

berging G

H

berging H

I

NV

J

berging

berging

I

J

K

F L

berging L

berging K

M T H

300 +

1500 +

entree

O O

centrale hal

P

postkastjes incl. belpaneel

P

Rabobank

schaal 1:150

te kiefte architecten

Herinrichting en uitbreiding Rabobankgebouw te Losser 08-05-2003 begane grond

01037

nv

300 +

nv

appa rt e men t -1 2

nv

appa rt e men t -1 0 300

+

ap p a r t e m en t - 1 1

08-05-2003

3D impressie

01037

300 +

Herinrichting en uitbreiding Rabobankgebouw te Losser

nv

nv

nv

nv

300 +

nv

appar temen t- 8

appar temen t- 7 app art eme nt - 9 vl oe rp ei l

R

Rabobank

te kiefte architecten

GEVEL GRONAUSESTRAAT te kiefte architecten

930 x 2115

R

schaal 1:150

Ch i p k n i p

Herinrichting en uitbreiding Rabobankgebouw te Losser

22-05-2003

gevels

Herinrichting en uitbreiding Rabobankgebouw te Losser 22-05-2003 2e verdieping

01037

GEVEL PARKEERPLAATS 01037

te kiefte architecten

Herinrichting en uitbreiding Rabobankgebouw te Losser

22-05-2003

gevels

01037

nv

standleiding app art eme nt - 6

nv

300 +

te kiefte architecten

app art eme nt - 5

appar temen t- 4

nv 300

+

nv

nv

nv

nv

300 +

nv

appar temen t- 3

appar temen t- 2

ap p a r t em e n t - 1

schaal 1:150

te kiefte architecten

te kiefte architecten

Herinrichting en uitbreiding Rabobankgebouw te Losser

08-05-2003

3D impressie

01037 te kiefte architecten

Herinrichting en uitbreiding Rabobankgebouw te Losser

08-05-2003

3D impressie

01037 te kiefte architecten

Herinrichting en uitbreiding Rabobankgebouw te Losser

08-05-2003

3D impressie

Herinrichting en uitbreiding Rabobankgebouw te Losser 12-05-2003' 1e verdieping

01037

01037

107


de enk Van kantoorgebouw tot appartementen Projectgegevens Projectnaam Plaats Opdrachtgever Architect Ingebruikname

De Enk (1955) Arnhem Velperparc b.v. Harmonische Architectuur BV 2006

HarmoniscHe

108

a rcHitectuur BV


van mierevelTlaan Herontwikkeling terrein Delft Instruments Projectgegevens Projectnaam Plaats Opdrachtgever Architect Ingebruikname

Van Miereveltlaan (1964) Delft Hopman Interheem Kampman Architecten B.V. 1998

architectuur & stedenbouw

KAMPMAN ARCHITECTEN

109


grandia Herontwikkeling GGD kantoorgebouw Projectgegevens Projectnaam Grandia (1958) Plaats Eindhoven Opdrachtgever Van Straten bouw&vastgoed en Woonveste Architect Kandelaars architekten bma Ingebruikname 2005

110

K A N D E L A A R S A R C H I T E K T E N B M A DE LOO 20 5731MK MIERLO TEL.0492.663482 ARCHKAN@PLANET.NL 1 . 8 9 0 1 0 1 7 . 1 8 1


woongebouw de sTudio Van voormalig GAK kantoor naar studio’s Projectgegevens Projectnaam Plaats Opdrachtgever Architect Ingebruikname

Woongebouw De Studio (1959) Amsterdam AM en Stadsgenoot Wessel de Jonge architecten BNA BV 2012

Stadgenoot en AM (her)ontwikkelen het architectonische voormalig Gakgebouw aan het Bos en Lommerplantsoen in Amsterdam. Het markante gebouw uit 1960 biedt nu ruimte aan een groot aantal compacte koopstudio’s. In de eerste fase worden studio’s gerealiseerd in de Noordvleugel van het gebouw. De afwerking van De Studio is van hoogwaardige kwaliteit. De oplevering zal in het derde kwartaal van 2012 plaats vinden. Met een woning in De Studio wordt het mogelijk om voor een bedrag van onder de € 100.000,- binnen de ring van Amsterdam te wonen. Wanneer je nieuwsgierig bent geworden, bezoek dan onze modelwoningen op locatie en laat je informeren door de makelaars.

1

w e s s e l

d e

a r c h i t e c t e n

j o n g e b n a

b v

111


wilhelminasTaeTe Van kantoor tot appartementen Projectgegevens Wilhelminasteate Diemen Rabo Vastgoed b.v. Rappange & Partners architecten 2007

kavel lijn

kavel lijn

bebouwing 1e verdieping

kavel lijn

Projectnaam Plaats Opdrachtgever Architect Ingebruikname

kavel lijn

19520 + p

15770 + p

*v

*v

*v

*v

*v

*v

*v

*v

*v

12020 + p

8270 + p

4520 + p

b.k. luifel 2890 + p

Peil = 0

MV = 350 -p

Gevel Wilhelminia plantsoen (straat zijde)

renvooi losagnes (zink) metselwerk multiplex boeiboord plaatmateriaal beglazing strekmetaal

112

0m

2m

10 m


willem lodewijk sTaTe Van kazerne tot appartementen Verdieping 2

Projectgegevens Projectnaam Plaats Opdrachtgever Architect Ingebruikname

Willem Lodewijk State Appingedam Woongroep Marenland Martini-architekten 2002

Verdieping 1

begane grond

Begane grond Verdieping 2

Verdieping 1 verdieping 1

Bureau voor Architektuur & Ruimtelijke Ordening Martini bv

Begane grond

113


Olifantspaadjes: niet bedacht, wel de kortste weg. 114


Omdenkfestival: verkiezing van de Omdenker van het jaar

115


Deze feestelijke avond staat in het teken van inspirerende en enthousiasmerende voorbeelden van omdenkers.Met omdenken kun je een vijand tot bondgenoot maken. De omdenker is een doorzetter en blijft gefocust op kansen. Hij of zij ziet geen problemen maar mogelijkheden en gaat hiervoor! De omdenker is creatief en kan verleiden. De omdenker versterkt iets wat goed gaat, maar kan ook de situatie herschikken. Onverwacht, leuk en verrassend. Loes ten Anscher, beeldend kunstenaar en bemoeikundige Het Hele Eiereneten 2012. Een installatie op basis van eieren. Loes is als een van de weinige kunstenaars in staat hele buurten, onder andere de bewoners van Knutteldorp, te betrekken bij haar kunstprojecten. Community Art. Haar stelling; Men krijgt eerder een kip door het ei uit te broeden dan door het kapot te slaan. 116

Paul Hendriksen, initiatiefnemer Transition Town Deventer Transition Town een beweging van onderop. Zijn streven is gericht op het creĂŤren van oplossingen voor de olie- klimaatcrisis, ondermeer door het realiseren van energieopwekking op lokale schaal. Paul is initiatiefnemer van de bouw van 23 Aardehuizen (Earth Ships), in aanbouw nu, te Olst.


Omdenkfestival Genomineerden

GertJan Jansen, directeur/ initiator “Hof van Twello” Probeert door middel van Crowd Funding de nieuwbouw van een streekwinkel, kas, restaurant en ontmoetingsruimte te realiseren. Binnen drie weken was de eerste 50.000 euro binnen. De klanten die hem geld lenen krijgen terugbetaald met rente in de vorm van producten van de “Hof van Twello”.

Eloi Koster, grafisch ontwerper Medewinnaar ontwerpwedstrijd Europan met een plan voor de grijze silo in het Deventer Havenkwartier. “De Groentenfabriek” als het ei van Columbus. Creatieve omdenker als het gaat over het ontwerpen van conceptuele architectuur, exposities, campagnes, huisstijlen en boekwerken voor diverse opdrachtgevers.

Martin Kleine Schaars, architect/ directeur ontwerpbureau IM Inspirerend, enthousiasmerend architect bij vele projecten in Deventer. Martin is, zoals hij het zelf op de website van zijn ontwerpbureau IM verwoordt, soms een vulkaan van ideeën die uitbarst. Deventer is zijn leven en hij voelt een grote verbondenheid met de stad en de Deventernaar.

Jón Kristinsson, architect Jón bouwt al 46 jaar duurzaam en energiezuinig. Zijn duurzaamheidsvisie heeft in 2012 vorm gekregen in een duurzame, zelfvoorzienende tentoonstellingskas met kantoorlandschap op de Floriade te Venlo.

117


Ronald Le Clercq, projectontwikkelaar te Deventer Ontwikkelt als opdrachtgever verrassende woonprojecten die bijdragen aan een aantrekkelijke en duurzame woonomgeving. Bijzondere architectuur, kwaliteit en de menselijke maat spelen in zijn plannen een belangrijke rol. Ronald is momenteel in staat zeer betaalbare woningen te ontwikkelen in de “Vijfde Hoek”, die gretig aftrek vinden. Madelon Schreuders, eigenares “De Rozijnenkorf” Gooide haar hele leven om en ging haar droom achterna. Gaf een goed betaalde baan op en bouwt al vijf jaar met succes aan een nieuwe uitdaging, haar kookstudio “De Rozijnenkorf” in Deventer. 118

Jaap Starkenburg, directeur Stichting IJssellandschap Droom wordt werkelijkheid. Een nieuw boerenbedrijf Keizersrande op gronden van “IJssellandschap” gaat een brug vormen tussen landbouw en natuur- en waterbeheer. Een nieuwe terp in de uiterwaard met ruimte voor de rivier, de IJssel. Albert Dedden / Paul Keizer, Lucy COOP. Ontwikkelaars van het project ‘Lucy in the Sky’. Door teams van beeldend kunstenaars en architecten ontworpen sky-loftresidencies in het Deventer Havenkwartier ; Een plek waar je je kunt onttrekken aan de stress en de snelheid van het leven van alledag. Hier ben je eigen baas, de kapitein op het schip van verlangen, commandant in je zelfgemaakte ‘space oddity’.


De omdenkprijs Dit kameleon is deel van een reeks kameleons, voormgegeven door de Deventer kunstenares Jeanette Hoekstra. De kameleon staat voor permanente verandering in wisselwerking met zijn omgeving. Symbool voor transformatie.

119


De reeks ‘Omdenken” is tot stand gekomen door de belangeloze inzet van:

Anton van Amersfoort • Loes ten Anscher • Liesbeth van Asten • Mat Baltussen • Hans Peter Benschop • Bonne Bentinck • Andries van den Berg • Mark te Boekhorst • Bert Boerman • Wilco Boksebeld • Dennis Bouwman • Arjan Brink • Hans Broess • Martin Coonen • Albert Dedden • Bart Ellenbroek • Liesbeth Engelsman • Jan Griepink • Fred Heemskerk • Paul Hendriksen • Rik Herngereen • Jeanette Hoekstra • Michiel Huizing • Mirjam Huffstad • André ter Huurne • Annemarie Jager • Margriet de Jager • Fedor Jansen • Gertjan Jansen • Berri de Jonge • Nico Joosting Bunk • Paul Keizer • Ton Kemperman • Anke Klein Lebbink • Martin Kleine Schaars •

120


Omdenken De Mensen

Eloi Koster • Jón Kristinsson • Marion Lanting • Ronald Le Clercq • Wim Maas • Wilma Mensink • Rene Molenberg • Saskia Mulder • Jan Nakken • Sander Nelissen • Irene de Negro • Anne Marie van Oldeniel-Boerhof • Michaëla van Oostveen • Jaco Remmelink • Jan Rensink • Nol Reverda • Bennie Schill • Madelon Schreuders • Gerard Sizoo • Jaap Starkenburg • Marco Swart • Frank van Unen • Roel van Veldhuizen • Bas Verbruggen • Peter Voorn • Tom de Vries • Roy Waterman • Ulrike Weis ten Elsen • Marco Wubben • en alle medewerkers van het Rondeel Hartelijk dank!

121


Ulrike Weis ten Elsen Andries van den Berg 122

Gerard Sizoo


Omdenken Het Omdenkteam

Roel van Veldhuizen

Wilma Mensink

Jaco Remmelink 123


Colofon Deze publicatie is het resultaat van het jaarprogramma ‘Omdenken’ in Architectuurcentrum Rondeel te Deventer. Een programma met lezingen, exposities en discussies over de demografische veranderingen en de toekomst van de ruimtelijke ontwikkelingen.

Nico Joosting Bunk, Artnic creatief en communicatie Vormgeving tentoonstellingen en flyers

Concept, inhoud en uitvoering door:

Peter Voorn, Voorn Communicatie Advies vormgeving

Andries van den Berg Wilma Mensink Jaco Remmelink Gerard Sizoo Roel van Veldhuizen Ulrike Weis ten Elsen

Deventer, februari 2013 124

René Molenberg, Molenberg Media Grootformaat print

Tom de Vries, Contekst Tekstbureau Tekst en Foto´s Ulrike Weis ten Elsen, architect Conceptueel ontwerp expositie, vormgeving flyers en publicatie

Financiële bijdragen van: Provincie Overijssel Gemeente Deventer Stimuleringsfonds Creatieve Industrie


aflopende groeiscenario’s zijn de veranderende

wellicht krimp en dat heeft gevolgen voor hoe

behoefte aan huisvesting voor de vergrijzende

ons land er uitziet, voor de beleving van stad en

bevolking, de leegloop van dorpen als gevolg

platteland en voor een wijziging in de identiteit

van een toenemende trek naar de stad, de zorg

van stad, regio en land.

om afnemende vitaliteit in het buitengebied

Architectuurcentrum Rondeel heeft in het

en de toenemende aandacht voor hergebruik

Jaarprogramma 2012 / 2013 aandacht gegeven

van onroerend goed. Kortom: het groeimodel

aan genoemde ontwikkelingen.

van grenzen aan de groei naar groeien aan de grens

maakt plaats voor demografische stabiliteit of

Omdenken

Enkele effecten van de in Europa geconstateerde


Omdenken 2012