Page 1

GROETEN UIT ROTTERDAM H O ND ER D

JA A R

V ER A ND ER IN G EN

IN

D E

S TA D

1


H OND ER D

JA A R

V ER A ND ER IN GEN

Robert Mulder

Uitgeverij

kleine

Uil

IN

D E

S TA D


Deze uitgave is tot stand gekomen in samenwerking met het Stadsarchief Rotterdam.

Š2017 Uitgeverij kleine Uil, Groningen www.kleineuil.nl Copyright foto’s Robert Mulder

Omslagontwerp 247design Omslagafbeelding Robert Mulder Boekproductie LINE UP boek en media bv ISBN 978 94 92190 47 5 nur 653 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder de voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.


Honderd jaar veranderingen in de stad Je staat op dezelfde plek, maar in een andere tijd. Iedereen kent de vervreemdende sensatie van het kijken naar oude foto’s van bekende plekken. Het verleden is verdwenen, maar nog merkbaar in de details. Een historische gevel, de kerk op de achtergrond, de kromming van een gracht. De vooruitgang gaat af en toe gepaard met een flinke dosis weemoed, ook dankzij de aanwezigheid van onze door het beeld schrijdende voorouders met hun gedateerde kleding en vervoersmiddelen. Maar is die weemoed terecht? Is er daadwerkelijk zo veel verloren gegaan? Is de stad alleen maar in haar nadeel veranderd? Of is de stad er misschien mooier op geworden?

Achtergrond van het idee Dit verhaal begint op de Kop van Zuid tijdens mijn bezoek aan de Eugene Atgettentoonstelling in het Nationaal Fotomuseum aan de Wilhelminakade. Atget legde tussen 1897 en 1927 systematisch het ‘oude Parijs’ vast. Zijn nauwkeurige documentatie van straten en huizen was voor mij de aanleiding om meer dan honderd door hem gefotografeerde locaties opnieuw te vast te leggen: dezelfde plaatsen, vanuit exact hetzelfde standpunt als waar Atget met zijn camera stond. Een twintigtal van onze ‘dubbele foto’s’ bevindt zich in het archief van het Parijse stadsmuseum ­Carnavalet. Atget had een boodschap. Met zijn grootformaat-platencamera en groothoeklens werkte hij dag in, dag uit systematisch aan het vastleggen van het Parijs dat tijdens zijn leven constant veranderde. Hij wilde behouden wat er nog was en interesseerde zich niet voor het rijke, grootse en pretentieuze Parijs, dat het resultaat was van de ‘verwoestingen’ die door stedenbouwkundige Baron Haussmann in opdracht van Napoleon iii tussen 1853 en 1870 werden aangericht en het grootste gedeelte van de oude Parijse binnenstad platlegden. Een vergelijking met Rotterdam dringt zich hier op. De verwoestingen van mei 1940 kwamen weliswaar van buitenaf, maar deze werden – om de wederopbouw mogelijk te maken – na de oorlog deels voortgezet door het eigen bestuur. Geïnspireerd door mijn ervaring in Parijs ontstond het idee om Rotterdam opnieuw te fotograferen op basis van archieffoto’s en een plattegrond uit 1914. Het resultaat hiervan is een boek met honderd foto’s van honderd jaar geleden van alle stadsdelen, met daarnaast hedendaagse foto’s die gemaakt zijn vanuit hetzelfde standpunt. In een oogopslag zie je de veranderingen in beeld. De maandenlange zoektocht naar bruikbare archieffoto’s binnen de brandgrens van mei 1940 heeft veel mooie momenten en verrassingen opgeleverd. Vrijwel niets staat meer waar het stond, zoals goed te zien is op een foto van de Lange Torenstraat uit 1915 vol spelende kinderen in hun tuniekjes, met op de achtergrond de Laurenskerk. Deze plek

heet nu Oppert, er is een drukbezochte parkeergarage en een nieuwbouw­straat, alleen de Laurenskerk staat nog fier in de achtergrond: een beetje meer naar links weliswaar, want deze nieuwe straat is zonder referenties naar het verleden neergelegd. Bij mijn selectie uit duizenden foto’s en prentbriefkaarten uit het begin van de vorige eeuw is gelet op straatbeelden, markante gebouwen en de eigenheid van Rotterdam. De havenactiviteiten verdwenen uit de oude stad, in Zuid bevond zich nog maar een handvol straten. Sindsdien werden er bruggen afgebroken en verlegd, kregen gebouwen nieuwe functies en zijn de bomen groter gegroeid. Vergeleken met de bijpassende hedendaagse foto’s worden overeenkomsten, maar ook sociale, ecologische en architectonische veranderingen zichtbaar. Soms subtiel en harmonieus, soms rigoureus en in het geval van Rotterdam veelal definitief. Techniek De fotografen van honderd jaar geleden fotografeerden voornamelijk op glasplaten met een grootformaat-balgcamera, waarmee ze tijdens het fotograferen perspectiefcorrecties toepasten. Helaas kon ik niet achterhalen wat voor camera’s en optieken er rond 1915 voor de foto’s in dit boek zijn gebruikt. In Groeten uit Rotterdam staan veel prentbriefkaarten, waarvan de beelden vaak intensief werden nabewerkt. Hierdoor ontstonden optische verschillen, die zo nu en dan zichtbaar worden op de foto’s die met mijn moderne cameratechniek zijn gemaakt. Dat fotomontages destijds niet werden geschuwd, wordt zichtbaar op de foto van de Zeevaartschool aan de Pieter de Hoochweg. Op een onwaarschijnlijke plaats, vlak boven de bedrading van de tram, hangt een primitief vliegtuigje in de lucht. Dit is een van de verrassingen van Groeten uit R ­ otterdam, een mooi uitgegeven boek, waar je als bezitter letterlijk niet op uit­gekeken raakt. Zoek de verschillen! Robert Mulder (fotograaf, journalist, auteur)

5


A century of change in the city You’re in the same place, but in a different time and age. Everyone knows the alienating sensation of looking at old photos of familiar places. The past has faded, but is still noticeable in the details: a historic facade, the church in the background, the bend of a canal. Progress is occasionally accompanied by a heavy dose of nostalgia, also because of the presence of our ancestors striding through these photos, with their dated clothes and means of transport. But is this sentiment right? Has so much really been lost? Has the city only shifted to its disadvantage? Or did it become more beautiful?

Background of the idea This story begins at the Kop van Zuid during my visit to the Eugene Atget ­exhibition at the National Museum of Photography on the Wilhelminakade. Atget systematically captured ‘old Paris’ between 1897 and 1927. His accurate ­documentation of streets and houses was the reason for me to re-capture more than one hundred locations photographed by him: the same places, from exactly the same point of view where Atget was with his camera. Twenty of our ‘double photographs’ are in the archives of the Paris city museum Carnavalet. Atget had a message. With his large-format plate camera and wide-angle lens, he worked day in day out, systematically capturing the Paris that constantly changed during his life. He wanted to preserve what was still there and wasn’t interested in the rich, grand and pretentious Paris, which was the result of the ‘demolitions’ caused by urban architect Baron Haussmann, commissioned by Napoleon iii between 1853 and 1870, destroying the largest part of the old Paris city centre. A comparison with Rotterdam arises here. Although the destructions of May 1940 came from outside, these were – in order to enable reconstruction – continued in part by the city government after the war. Inspired by my experience in Paris, I developed the idea of re-photographing Rotterdam based on archive photos and a map of 1914. The result is a book with a hundred photographs taken a century ago of all the districts, with – displayed next to these – contemporary photos taken from the same point of view. You can see the changes at a glance. The months-long search for useful archive photos within the May 1940 fire boundary resulted in many beautiful moments and surprises. Almost nothing is where it used to be, which is for example well captured in a picture of the Lange Torenstraat from 1915 full of children playing in their tunics, with the Laurens church in the background. This place is now called Oppert, which is a busy

6

parking garage and a newly constructed street; the Laurens church is still standing proud in the background: a little more to the left though, because this new street was constructed without references to the past. While selecting thousands of photos and picture postcards from the beginning of the last century, I took into account street scenes, distinctive buildings and the character of Rotterdam. The port activities disappeared from the old town and in Zuid there were only a handful of streets. Since then, bridges were demolished and moved, buildings were given new functionalities and the trees grew taller. When comparing the matching contemporary photos, similarities as well as social, ecological and architectural changes become visible: sometimes subtle and ­harmonious, sometimes rigorous and in the case of Rotterdam, often definitive. Technique The photographers of a century ago photographed mainly on glass plates with a large-format bellows camera which they used to apply perspective adjustments during photography. Unfortunately, I could not figure out what cameras and optics were used around 1915 for the photographs in this book. In Greetings from Rotterdam there are many picture postcards. These pictures were often intensively refinished. This caused optical differences, which are now and then visible on the photographs made with my modern camera technique. The fact that photomontage was not shunned at the time, is visible on the photo of the Maritime Academy at the Pieter de Hoochweg. In an unlikely place, just above the wiring of the tram, a primitive plane hangs in the sky. This is one of the surprises in Greetings from Rotterdam, a beautifully published book. Look for the differences! Robert Mulder (photographer, journalist, author)


Dynamisch Rotterdam Dit boek gaat over 100 jaar verandering in de stad. Rotterdam is meer dan enige andere stad in Nederland aan verandering onderhevig geweest en is dat nog steeds. De kaart van Rotterdam in 1914 waar dit boek mee begint, toont een stad die zojuist een radicale gedaanteverwisseling had ondergaan. We zien een ambitieuze stad die zich wilde meten met Amsterdam, Den Haag en andere steden in Holland. Een stad die zojuist een explosieve groei had doorgemaakt en zelfs in het begin van de 20ste eeuw de snelst groeiende stad van Nederland was. Kralingen, Hoek van H ­ olland en Charlois waren relatief kort geleden geannexeerd en tussen 1890 en 1910 was de bevolking meer dan verdubbeld van 210.000 naar 430.000 inwoners. Die groei had voornamelijk te maken met de toegenomen activiteiten in de haven, die zorgden voor een voortdurende aanwas van immigranten. Dit waren arbeiders uit de provincie, onder andere uit West-Brabant en Zeeland. Veel van deze arbeidsmigranten vonden woonruimte in Rotterdam-Zuid, dat toen nog nauwelijks was bebouwd. Vanwege de provinciale afkomst van de nieuwe inwoners van de zuideroever van de Maas ging dit gebied voor de noorderlingen lang door voor niet-Rotterdams en boers; dit gedeelte van Rotterdam stond dan ook bekend als ‘Boerenzij’. De inwoners van het Boerenzij kwamen nauwelijks op de noordelijke oever en andersom.

Het stadsgedeelte ten noorden van de Nieuwe Maas was dichtbebouwd. Zeker in het interbellum ging dit gebied geregeld op de schop. Breken en bouwen hoort bij Rotterdam als geen andere stad. Rotterdam wilde zich ook nadrukkelijk profileren als kosmopolitische stad. Zo werd tussen 1913 en 1929 de Coolsingel in gedeeltes gedempt om een brede stadsboulevard te creëren met een nieuw representatief stadhuis en postkantoor. Daarbij moest ook het Zandstraatkwartier ofwel ‘de Polder’ – een wijk die bekendstond als uitgaansgebied en die een niet al te beste reputatie had vanwege prostitutie en slechte leefomstandigheden – eraan geloven. Het stadsbestuur sloeg daarmee twee spreekwoordelijke vliegen in één klap. Het kosmo­ politische karakter van Rotterdam kwam ook tot uiting in het denken over wonen, leven en werken. Rotterdam durfde het experiment aan met vernieuwende architectuur zoals de Bijenkorf van Willem Dudok (1930) en de Kiefhoek van J.J. Oud (1930), een wijk in Rotterdam-Zuid die beoogde de arbeider te verheffen. En natuurlijk met de Van Nellefabriek van Brinkman en Van de Vlugt (1931). Daarmee was Rotterdam al vóór de oorlog een soort ‘Manhattan aan de Maas’. Niet voor niets werd de stad in 1929 in het tijdschrift Groot Rotterdam al aangeduid als ‘de meest Amerikaanse stad van het Continent’.

Dynamic Rotterdam This book is about a century of change in the city. Rotterdam has been subject to change more than any other city in the Netherlands and still is. The map of Rotterdam in 1914, which is how the book starts, shows a city that had just undergone a radical transformation. We see an ambitious city that wanted to measure up to Amsterdam, The Hague and other cities in Holland: a city that had just experienced explosive growth and was the fastest growing city of the Netherlands, even in the early 20th century. Kralingen, Hoek van Holland and Charlois were recently annexed and between 1890 and 1910 the population had doubled from 210,000 to 430,000 inhabitants. This growth was mainly due to the increased port activity, which resulted in a continued growth of immigrants. These were workers from the provinces, such as West Brabant and Zeeland. Many of these labour migrants found places to live in Rotterdam South, which was barely constructed at that time. Due to the provincial origins of the new inhabitants of the southern banks of the Maas, this area was known as non-­ Rotterdam and rustic for a long time in the eyes of the northerners. This part of Rotterdam was therefore known as ‘Boerenzij’ [farmer’s side]. The inhabitants of Boerenzij almost never made it to the northern bank and vice versa.

The city area north of the Nieuwe Maas was densely built. Certainly in the interbellum, this area was regularly refurbished. Demolishing and building are part of Rotterdam like no other city. Rotterdam also aimed to position itself expressly as a cosmopolitan city. For example, the Coolsingel was partly drained between 1913 and 1929 to create a wide city boulevard with a new representative town hall and post office. The Zandstraat quarter, or the ‘Polder’ – a district known as a nightlife area and one whose reputation was not too good due to prostitution and poor living conditions – had to go down with it. The city council could therefore kill the proverbial two birds with one stone. The cosmopolitan character of Rotterdam was also reflected while thinking about living and working. Rotterdam dared to experiment with innovative architecture such as the Bijenkorf by Willem Dudok (1930) and the Kiefhoek by J.J. Oud (1930), a district in Rotterdam South that aimed to elevate the worker, and of course with Brinkman and Van de Vlugt’s Van Nelle factory (1931). Rotterdam was a kind of ‘Manhattan on the Maas’ even before the war. It is with good reason that in 1929, in the magazine Groot Rotterdam, this city was already referred to as ‘the most American city of the Continent’.

7


Ongewild onderging Rotterdam opnieuw een radicale verandering met het bombardement van 14 mei 1940, waarbij een groot deel van de binnenstad en Kralingen werden weggevaagd. Daarop volgde het ‘vergeten’ geallieerde bombardement van 31 maart 1943 op Rotterdam-West. Amerikaanse bommenwerpers richtten zich op het havengebied, en in het bijzonder op de Schiedamse scheepswerf Wilton-Feijenoord, waar onderdelen voor Duitse onderzeeërs werden geproduceerd. Door de bewolking en de stormachtige wind kwamen de bommen echter voor een groot deel terecht in de dichtbevolkte woonwijk Bospolder/Tussendijken. Meteen na het bombardement van 1940 stelde stadsarchitect Witteveen, in opdracht van het stadsbestuur, een wederopbouwplan op. Het hele door het bombardement getroffen gebied werd door de stad onteigend en er werd werk gemaakt van de sloop van gedeeltelijk verwoeste gebouwen, het opruimen van het puin en de aanleg van wegen en kanalen. De eigenlijke wederopbouw kwam in de oorlogsj­ aren echter slechts zeer langzaam op gang en kwam door een gebrek aan bouw­ materialen ook al gauw weer stil te liggen. In de tussentijd veranderden de ideeën over de wederopbouw. Witteveen had vooral in gedachten om het oude Rotterdam, óók qua uiterlijk, in ere te herstellen. Volgens de nieuwe ideeën moest Rotterdam groter, hoger en moderner. Toen Witteveen daarom ontslag nam, werd hij opgevolgd door zijn medewerker Van Traa. Van Traa stelde het wederopbouwplan van Witteveen bij in het aldus ontstane ‘Basisplan wederopbouw binnenstad’. Dat plan,

Unwantedly, Rotterdam again underwent a radical change with the bombing of May 14, 1940, wiping out a large part of the inner city and Kralingen, followed by the ‘forgotten’ allied bombing of Rotterdam West on March 31, 1943. American bombers targeted the port area, and in particular the Schiedam shipyard Wilton-Feijenoord, where parts for German submarines were produced. However, due to clouds and stormy winds, the bombs mainly ended up in the densely populated residential area of Bospolder/Tussendijken. Immediately after the 1940 bombing, city architect Witteveen set up a reconstruction plan on behalf of the city council. The entire area affected by the bombardment was expropriated by the city and the demolition of partially destroyed buildings, the cleaning of debris and the construction of roads and canals were set in motion. The actual reconstruction was, however, very slow during the war years and – due to the lack of construction materials – soon came to a standstill. Meanwhile, the ideas about reconstruction changed. Witteveen particularly had in mind to restore the old Rotterdam, also in appearance. According to the new ideas, Rotterdam had to be bigger, higher and more modern. When Witteveen resigned for this reason, he was succeeded by his colleague Van Traa. Van Traa adjusted Witteveen’s reconstruction plan to create the so-called Basic plan r­ econstruction downtown. This plan, which was established in 1946 and meant a rigorous break with the past, would determine

8

dat vastgesteld werd in 1946 en een rigoureuze breuk met het verleden betekende, zou de ontwikkeling van het centrum van Rotterdam tot in de jaren 1970 bepalen. Van de oude binnenstad herinneren de singels, de Coolsingel, de Goudsesingel en de Boompjes nog aan de klassieke Stadsdriehoek. Binnen het gebombardeerde gebied bleven slechts enkele gebouwen gespaard na het bombardement en de sloopactiviteiten die daarop volgden, waaronder het stadhuis en postkantoor, het Schielandhuis, Erasmushuis en Witte Huis en Hotel Atlanta. Van de oude koopmanswoningen die het centrum voor 1940 rijk was, overleefden er hooguit een vijftiental. In de binnenstad verrees een nieuw stadscentrum met een zakelijke en functionele uitstraling met een vierkant verkeerswegennet, een aantal grote kantoorblokken en bedrijfsverzamelgebouwen zoals het Groot Handelsgebouw en een autovrij winkelcentrum, de Lijnbaan. De nieuwe binnenstad werd bewust ongezellig gemaakt. Wonen in de binnenstad was alleen bedoeld voor ondernemers uit de binnenstad die dicht bij hun werk wilden wonen. Voor bewoning van andere ­Rotterdammers was geen plaats in de binnenstad. Voor hen werden nieuwbouwwijken buiten het centrum gebouwd volgens de wijkgedachte: kleine overzichtelijke woonwijken met groenzones en ruimte voor sociaal-culturele activiteiten die van het stadscentrum en van elkaar gescheiden waren. Een tegenbeweging tegen de zakelijke en functionele binnenstad kwam in de jaren 60 op gang met de documentairefilm Stad zonder hart (1966) van Jan Schaper. Schaper pleitte voor een andere

the development of downtown Rotterdam until the 1970s. Of the old town, the canals such as the Coolsingel, the Goudsesingel and the Boompjes still remind us of the classic city triangle. Within the bombed area, only a few buildings were saved after the bombing and the demolition activities that followed, including the town hall and post office, the Schielandhuis, Erasmushuis and Witte Huis and Hotel Atlanta. Of the old merchant houses that were part of downtown before 1940, no more than fifty survived. A new urban downtown arose with a commercial and functional appearance, with a square traffic network, a number of large office blocks and business centres such as the Groot Handelsgebouw and a car-free shopping centre, the Lijnbaan. The new inner city was consciously made unsocial. Downtown living was intended only for downtown entrepreneurs who wanted to live close to their work. There was no place in the inner city for other Rotterdammers. For them, new residential districts were built outside the centre according to the following idea: small, clean residential areas with green zones and space for social and cultural activities separated from the city centre and from each other. A counter-movement against the commercial and functional city centre began in the 1960s with the documentary film Stad zonder hart [City without a heart] (1966) by Jan Schaper. Schaper pleaded for a different approach for the reconstruction of post-war Rotterdam. In his film he sketched a city heart in which living and going out should get as much attention as offices and shops. Schaper’s film


aanpak van de wederopbouw van het naoorlogse Rotterdam. Hij schetste in zijn film een stadshart waarin wonen en uitgaan net zo veel aandacht moest krijgen als kantoren en winkels. De film van Schaper bracht een brede discussie op gang over het gebruik van de binnenstad. Het in 1968 verschenen boek De binnenstadsbeleving en Rotterdam van professor Wentholt gold als een eyeopener voor architecten en stedenbouwkundigen. Veel door Wentholt ondervraagde Rotterdammers typeerden Rotterdam als kaal, tochtig en kil. Vanaf begin jaren 70 spanden de gemeente en bewoners zich in om de menselijke schaal terug te brengen in de stad. Ook het stratenplan van Rotterdam onderging met de wederopbouw een metamorfose. Vóór 1940 kende de binnenstad nog een min of meer organisch gegroeid stratenplan. Met de wederopbouw kreeg het centrum voornamelijk rechte, op ­verkeer ingerichte straten. Veel vooroorlogse straten verdwenen van de kaart. ­Sommige straten kwamen terug, maar veranderden van loop. Zo was de vooroorlogse Hoogstraat – een van de oudste straten van de stad en oorspronkelijk een dijk – een rechte straat van een kilometer lang. Tijdens de wederopbouw werd het gedeelte tussen Binnenrotte en Oostplein verlegd, zodat er nu een knik in de Hoogstraat zit. Andere straten veranderden van functie. Het Hofplein bijvoorbeeld, was voor de oorlog hét bruisende uitgaanscentrum van Rotterdam, tegenwoordig is het een van de drukste verkeersknooppunten van de stad. Voor een gedeelte is wat er in de wederopbouwperiode in Rotterdam gebouwd werd óók al

launched a broad discussion about the use of the inner city. The book De binnenstadsbeleving en Rotterdam [The inner city experience and Rotterdam] published in 1968 by Professor Wentholt was an eye opener for architects and urbanists. Many Rotterdammers interviewed by Wentholt ­characterized Rotterdam as bare, draughty and cold. From the early 1970s, the municipality and residents tried to bring the human scale back into the city.

weer afgebroken of v­ ervangen. Zo blijft Rotterdam breken en bouwen en blijft het uiterlijk van Rotterdam constant veranderen. Fotografie bleek de afgelopen 100 jaar het medium bij uitstek om de snel veranderende stad vast te leggen. Het dynamische Rotterdam was dan ook een dankbaar onderwerp voor fotografen. Erik de Bruijn Stadsarchief Rotterdam

In the last 100 years, photography proved to be an excellent means of capturing the rapidly changing city. Photographers thought of and used dynamic Rotterdam as a favourite topic. Erik de Bruijn Rotterdam City Archives

With the reconstruction, the Rotterdam street map also underwent a meta­ morphosis. Before 1940, the city had a more or less organically grown street map. With the reconstruction, the centre was mostly provided with straight, traffic-­ oriented streets. Many pre-war streets disappeared from the map. Some streets came back but their direction changed. For example, the pre-war Hoogstraat – one of the oldest streets of the city and originally a dike – was a straight, one kilometre-long street. During the reconstruction, the section between Binnenrotte and Oostplein was moved; there is now a kink in the Hoogstraat. The functionality of some streets also changed. And the Hofplein for instance, the vibrant nightlife centre of Rotterdam before the war, today is one of the city’s busiest traffic hubs. What was built in Rotterdam during the reconstruction period was – partly – also demolished again or replaced. It is no surprise that Rotterdam continues to demolish and build and the appearance of Rotterdam continues to change.

9


14

16 18

28 34

20 30 22

32

24 26

36 38

40 44

46

72 130

78 76

42 52 50

80

134 64 128

82 86 84 88

132 214

164 162212

158

136

96 98

156 150

160 168

154

138

100

140

116 114 102 118

142

170 176 174172 178 74

56 108 110 106 112

58

68 60

70

62 66

124 180182 184 126 186 188

120 122

152 144 166

48

92 90 12 94

146 190

148

194 192 196

210

198

208 206

200 202

204

10

Plattegrond uit 1914. De cijfers verwijzen naar de paginanummers. Hiernaast (bij benadering) de grenzen van de brand van 1940.

54


22

32

24 26

36 40

38

44

46

72 76

78

80

42

52 50

82 132

86

90

84

12 88

136

48

92

58

94

96 98 138

108

106

110

60

62

112

100 116

150

68

56

114

102

140

124 118 142

180 120

182 184

122 152

126

144

186 188

74

146 190 148

194 192 11


24

Benthuizerstraat-Bergweg, 1920


25


34

Crooswijkse weg, 1920


35


38

Sophiakade-Koninginnekerk, 1910


39


88

Beursplein, 1914


89


86

Oude Haven, 1912


87


90

Boeregat, 1920


91


102

Boompjeskade, 1918


103


106

Koningsbrug, 1908


107


132

Holland Amerikakade 1914


133


134

Wilhelminakde, HAL, 1920


135


136

Paul Krugerstraat-St.Franciscus, 1918


137


GROETEN UIT ROTTERDAM

HONDERD JA AR VERANDERINGEN IN DE STAD

Je staat op dezelfde plek, maar in een andere tijd. Iedereen kent de vervreemdende sensatie van het kijken naar oude foto’s. Het verleden is verdwenen, maar is nog merkbaar in de details. Robert Mulder zocht honderd oude foto’s van de stad en maakte honderd recente foto’s op exact dezelfde plek. In één oogopslag zie je de veranderingen in beeld. De Tweede Wereldoorlog, de wederopbouw en de revolutionaire architectuur van de afgelopen decennia hebben het nieuwe aangezicht van de stad bepaald. Groeten uit Rotterdam laat zien wat er verdwenen en verschenen is in de stad. Door de oude en nieuwe foto’s in groot formaat naast elkaar te zetten blijf je gefascineerd kijken naar de veranderingen. De ene keer valt de vergelijking uit in het voordeel van het verleden, de andere keer in het voordeel van het heden. De vooruitgang gaat soms gepaard met een dosis weemoed.

218

Groeten uit Rotterdam  

Je staat op dezelfde plek, maar in een andere tijd. Iedereen kent de vervreemdende sensatie van het kijken naar oude foto’s. Het verleden is...

Groeten uit Rotterdam  

Je staat op dezelfde plek, maar in een andere tijd. Iedereen kent de vervreemdende sensatie van het kijken naar oude foto’s. Het verleden is...

Advertisement