Volkskunde 115 2014:1

Page 88

reclame… Ondertussen probeert hij in het spoor van de Franse chansonnier Georges Brassens liedjes te schrijven en te zingen. Maar een ontdekking van de verzamelde liedjes met ‘De Vetjes’ (p. 16) van Karel Waeri, de liederenverzamelingen van E. De Coussemaker, J. Bols, A. Blyau en M. Tasseel opent zijn oren en mond, zodat hij zelf op zoek gaat om volkse liedjes op te nemen, en dat in het spoor van Herman Dewit en Hubert Boone. De ontdekte liederenbundels en de mooie herinneringen aan de liederenrepertoires van zijn ouders vormen de basis van zijn leven als zanger, maar dan aangevuld met eigen creaties zoals ‘Het lied van de Neus’ en ‘Het Lied van de Lange Wapper’, die gezongen in het dialect meteen aanslaan. Voor zijn optredens zoekt Wannes versterking en die vindt hij bij Flor Hermans, een uitstekende violist, die hij kent vanuit zijn Academie tijd. Zang en viool scoren goed. Maar Wannes wil nog meer entourage, omdat zijn repertoire groeit. Zo kan hij de jonge fluitist, Walter Heynen, bij zijn groepje halen. Walter is een klassiek opgeleide muzikant, die grote indruk maakt op Wannes. En als Annie Arnould ook nog bij de groep komt, is het ensemble in staat om in korte tijd drie elpees te maken, waardoor Wannes ontdekt wordt door radio (Johan Anthierens) en tv (Echo). Wannes, de veelzijdige kunstenaar, was op diverse terreinen actief: poppentheater; als auteur van een reeks dagboeken, van muzikale intermezzi in het toneelstuk Mistero Buffo van Dario Fo; als medewerker aan liedboeken en aan talrijke muzikale producties o.m. ‘Vive le Geus’.

volkskunde 2014 | 1 : 81-114

Het is eveneens Dree Peremans die toelichting geeft en verantwoording aflegt omtrent het geconsulteerde bronnenmateriaal en de spelling (p. 21) van deze liedereneditie, die 249 nummers telt en begint met het grappige ‘Jef heeft me een sjiek gerefuseerd’ (p. 28-29). Voor elk lied zijn twee bladzijden voorzien (meestal links: de muziek; rechts: de tekst). Uitzondering hierop is lied 6a en 6b (p. 38-41). Het laatste lied, nr. 249 ‘Zesluik van Fred Bervoets’ (p. 532-535) heeft geen muziek. Wie Wannes – op 10 november 2008 overleden – indertijd enigszins heeft gevolgd, weet dat hij een zeer gevarieerd repertoire heeft opgebouwd. Een groot deel daarvan is zorgvuldig en met kennis van zaken opgenomen in dit ‘Groot liedboek’. Uiteraard is het onbegonnen werk om de inhoudelijke rijkdom van dit oeuvre samen te vatten. We beperken ons daarom tot een paar thema’s/genres zoals traditionele driekoningenliederen (nrs. 30-32), verhuisliederen (drie liederen onder één nummer, nl. 38) en heel wat kritische liederen onder meer over de stad/provincie Antwerpen i.v.m. haar urbanisatiebeleid (het slopen van mooie huizen, die uiteindelijk in Bokrijk terecht zijn gekomen: nrs. 22, 91 en 180); het ABN (nr. 43); de Vlaamse kwestie (nr. 45); het leger (nr. 114) en spot met nieuwe voedingsgewoonten (nr. 116). In heel veel liederen stelt Wannes zich strijdlustig op i.v.m. sociale ongelijkheid en uitbuiting, en behandelt hij het probleem van de migratie. En dat Wannes een muzikale wereldburger was, komt tot uiting in een aantal anderstalige liederen: Bargoens (nr. 119), Duits (nr. 215), Engels (nr. 112), Frans

87


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Issuu converts static files into: digital portfolios, online yearbooks, online catalogs, digital photo albums and more. Sign up and create your flipbook.